EEN SCHURK MINDER

December 5, 2018 at 6:13 am 1 comment

Als een beroemdheid het hoekje omgaat, verandert hij of zij vaak in een heilige. Die eer valt nu te beurt aan G.H.W. Bush. In alle massamedia wordt hij de hemel in geprezen. Niet alleen zijn beleid maar vooral zijn karakter wordt verstikkend veel lof togezwaaid, In de VS en daarbuiten.

Nu is het te verwachten dat de Amerikaanse media bij de dood van een president een buiging maken maar dit keer is de buiging wel erg diep. Het verhaal dat de media vertellen over Bush is, “he was a gentle soul”. Een presidentiele “mister Rogers”. Dat is een referentie die de meeste niet-Amerikanen niet zullen snappen maar mister Rogers was de vriendelijkste man die ooit op tv kwam. Charmant, minzaam, verstandig, beleefd, waardig, bescheiden, bekommerd om anderen en dol op kinderen, op de juiste manier. Bereid om water in zijn wijn te doen om resultaten te bekomen maar onbuigzaam als dat nodig was. Dat we dit beeld van Bush krijgen heeft wellicht niet in geringe mate te maken met de afkeer van de meeste media voor de huidige president. Bush wordt afgeschilderd als de tegenpool van Trump.

 

Er zijn inderdaad grote stijlverschillen tussen de patricier uit Connecticut en de vastgoedmakelaar uit Queens, al zijn ze beiden “met een zilveren lepel in de mond geboren”. Toch hebben ze meer gemeen dan de media laten uitschijnen.

Vergelijk de kiescampagnes waarmee ze in het Witte Huis belandden. Beide waren gebaseerd op het opstoken van blanke angst voor raciale minderheden en op ultra-nationalisme. Bush gebruikte in 1988 het beeld van Willie Horton, een zwarte moordenaar van een blank paar, zoals Trump in 2016 Francisco Sanchez gebruikte, een illegale immigrant die een blank meisje had doodgeschoten. Beiden wikkelden ze zich in de Amerikaanse vlag en bestookten hun tegenstanders met chauvinistische verdachtmakingen. Trump oogste wat Bush gezaaid had.

Als correspondent van De Morgen en andere bladen volgde ik het beleid van Bush van nabij. Het was alles behalve “kind and gentle”.

Op binnenlands vlak was een van zijn eerste initiatieven het lanceren van de “war on drugs”. Dat berustte van bij de aanvang op bedrog. Bush trapte de ‘oorlog’ in gang met een tv-toespraak waarin hij, om te tonen hoe erg de drugepidemie was geworden, een zak crack-cocaine toonde die vlak bij het Witte Huis in beslag was genomen. Later lekte uit dat die inbeslagname speciaal voor de toespraak geensceneerd was. De ‘war on drugs’ was een ‘war on the poor’. Hij werd bijna uitsluitend in zwarte en latino woongebieden gevoerd. Honderdduizenden gekleurde jongeren belandden in de gevangenissen die aan een razend tempo werden bijgebouwd. Zwarte jonge mannen werden gedemoniseerd, net zoals Trump vandaag de illegale immigranten verkettert. Dat aspect van Bush’s beleid werd overigens met enthousiasme door zijn opvolger Bill Clinton voortgezet.

Op buitenlands vlak was Bushs grootste ‘prestatie’ de oorlog tegen Irak. Die wordt tegenwoordig soms “de goede Golfoorlog” genoemd, in tegenstelling tot de tweede, die van zijn zoon, die zoveel ellende meebracht en nu zowel door rechts als door links verguisd wordt. Terwijl vrijwel niemand nog ontkent dat die tweede invasie op basis van leugens (over niet bestaande massale vernietigingswapens) gevoerd werd, wordt de eerste voorgesteld als een nobele strijd voor de westerse waarden. Alsof de VS in het Midden Oosten een onbaatzuchtige toeschouwer was. Washington steunde het regime van Saddam Hoessein jarenlang als tegengewicht voor Iran. Er zijn sterke aanwijzingen dat de Bush-regering de oorlog zelf heeft uitgelokt, om geostrategische redenen. April Glaspie, Bushs ambassadeur in Bagdad, leek Saddam groen licht te geven toen ze hem verzekerde: “We have no opinion on the Arab-Arab conflicts, like your border disagreement with Kuwait”. Eerder al had het State Department Saddam eerder laten weten dat Washington ‘no special defense or security commitments to Kuwait’ had. Met andere woorden, doet u maar.

Op de highway of death’

De afloop van die oorlog was voorspelbaar. Te meer omdat het Iraakse leger te kampen had met massale desertie. Een aspect van die afloop dat in het overwinningsroes door de massamedia tot een voetnoot gereduceerd werd, bleef me bij. Het Iraakse leger was verslagen, een wapenstilstand was afgekondigd. Langs baan 80 die van Koeweit naar Basra in zuid-Irak leidt, trokken tienduizenden Iraakse soldaten naar huis. Sommige in legervoertuigen, anderen in personenwagens en bussen. De meeste zonder wapens. In de nacht van 26 februari 1991 gaf Bush opdracht om het konvooi te vernietigen. Gevechtsvliegtuigen bestookten het urenlang. Toen het voorbij was lagen er meer dan 2000 verbrande voertuigen en duizenden lijken op baan 80, de “Highway of Death”.

Over het waarom van die actie is sindsdien veel gespeculeerd. Militair had ze geen enkele zin, de oorlog was voorbij, het konvooi bestond trouwens grotendeels uit soldaten die geweigerd hadden om te vechten. Vandaar dat niet een Amerikaan sneuvelde in de landaanval om Koeweit te heroveren. Was er een politiek motief? Of een sociaal, zoals sommigen beweren? Op de keper beschouwd doet het er niet toe. Feit is, het was een van de meest gruwelijke slachtpartijen sedert de tweede wereldoorlog. Bush kon urenlang met zijn kleinkinderen spelen maar hij was ook een leugenaar, een cynicus en een oorlogsmisdadiger.

Entry filed under: Midden Oosten, verkiezingen VS, VS. Tags: , , , , , .

De Buik van Brussel BIJ DE VAL VAN EEN REGERING

1 Comment Add your own

  • 1. Johan Depoortere  |  December 7, 2018 at 3:38 pm

    George H. Bush was niet alleen geboren met een zilveren lepel in de mond, hij was ook het product van een familietraditie waar fortuinen werden gemaakt met “wapenhandel, smokkel, clandestiene operaties in het buitenland, gangsterbanken en het witwassen van zwart geld,” schrijft de voormalige Republikeinse pundit Kevin Phllips in “American Dynasty.”

    Zijn vader Prescott Bush en diens schoonvader George Herbert Walker waren tot over hun oren betrokken in financiële- en handelsrelaties met het Naziregime. Hun bank Union Banking Corporation (UBC) telde als één van de grootste klanten de Duitse industriemagnaat Fritz Thyssen, die de opkomst van Hitler in de jaren dertig van vorige eeuw naar eigen zeggen gefinancierd heeft. Thyssen produceerde de helft van al het staal en een derde van de explosieven voor de Duitse oorlogsmachine. Er zijn sterke aanwijzingen dat één van de bedrijven die door Thyssen en Bush-Walker werden gecontroleerd gevangenen van Auschwitz als slavenarbeiders in een Poolse staalfabriek tewerk stelden.

    Helemaal in de lijn van de familietraditie speelde George HW Bush als vice-president onder Reagan een voorname rol in het Iran-Contraschandaal waarbij de extreem-rechtse Contra’s in Nicaragua van de wapens werden voorzien waarmee ze de bevolking terroriseerden.

    De belangstelling van de Bush-clan voor Centraal Amerika en de Caraïben is een constante in de familiesaga. Zo zijn de Bushes nog altijd graag geziene gasten in het anti-Castromilieu in Florida. De dierbare overledene was één van de sleutelfiguren in de vele complotten tegen het revolutionaire regime op Cuba en de pogingen om Fidel Castro te vermoorden. Voor deze voorman in de strijd tegen het terrorisme waren er ook goede terroristen. Luis Posada Carriles was zo een goede terrorist. Posada was verantwoordelijk voor de aanslag in 1976 op het Cubaanse vliegtuig dat met de nationale schermploeg aan boord in zee stortte. Alle 76 inzittenden kwamen om. Posada had ook de hand in een reeks bomaanslagen op Cubaanse hotels in de jaren negentig waarbij een Italiaanse toerist omkwam. Hij werd jarenlang als een vrij man betaald voor zijn diensten aan de CIA. Wellicht dank zij de Bushconnecties in het milieu van de anti-Castromafia in Miami werd hij gerecruteerd als de centrale verbindingsman in de Iran-Contradeal.

    Posada bracht een paar jaar gevangenschap door in een luxecel in Panama. Later dook hij op in Florida. President was toen Bush junior die dank zij de Patriot Act de bevoegdheid had om hem voor onbepaalde tijd op te sluiten of uit te leveren aan Venezuela waar hij werd gezocht voor de aanslag op het Cubanavliegtuig. Posada moest zich voor de rechtbank verantwoorden omdat hij illegaal de VS was binnengekomen. De rechter liet hem gaan. Posada stierf op 90-jarige leeftijd als een vrij man in een ziekenhuis in Florida.

    Reply

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,584 other followers


%d bloggers like this: