Archief beheerder

NON JEF T’ES PAS TOUT SEUL

jef-lamb

NON JEF T’ES PAS TOUT SEUL

Door Jef Coeck

Het is een merkwaardig toeval dat Jef Lambrecht (68) gestorven is op een 9/11, datum waarover hij zoveel geschreven heeft – althans over de oorzaken en gevolgen ervan. Hij was een diepganger, haatte oppervlakkigheid en leugens. Die waren er over ‘zijn’ onderwerp, het Midden- en Nabije Oosten in overvloed.

Hij liet zich niet inpakken door politici, hier niet en nergens. Op reportage was hij een Einzelgänger, never embedded, ook nooit aanbeden. Als iedere journalist bij de Eerste Golfoorlog naar Bagdad trachtte te komen, bleef hij eigenzinnig en onbegrepen (ook door zijn redactie in Brussel) aan de Jordaanse grens hangen. Daar praatte hij met Iraakse vluchtelingen, met Jordaniërs ook die de voorgeschiedenis kenden en met mensen die van wanten wisten. Niet met autoriteiten, tenzij hij zeker was dat ze hem niet belazerden. Zelden dus.

Lambrecht was een ‘ouderwetse’ journalist. Hij joeg niet op scoops, terwijl zijn collega’s allemaal dezelfde nietszeggende beelden van nachtelijke groene raketontploffingen doorzonden – vanop het balkon van hun hotel.  Hij was niet enkel verslaggever maar ook wetenschapper die de geschiedenis van de streek bestudeerd had. Hij schreef er boeken over, zes in totaal. Weinigen hebben ze gelezen, de ‘specialisten’ wilden hem niet citeren  omdat ze dachten het zelf beter te weten. Niet dat zijn interpretatie onfeilbaar was. Hij ging bv. wel erg ver in de vermeende samenwerking tussen de oude Palestijnse garde en de nazi’s, in de jaren voor en na de Tweede Wereldoorlog.
Behalve journalist was hij ook kunstenaar, literair en plastisch. Bevriend met Hugo Claus en andere authentieke artiesten. Authenticiteit was trouwwens zijn codewoord. Daar kon geen ‘primeur’ of ‘exclusiviteit’ tegenop.

Jef Lambrecht was ook occasioneel medewerker aan het Salon. We missen hem nu al.

OVER JEF

Door Johan Depoortere

Die prachtige radiostem – dat was het eerste dat me weer opviel toen ik naar aanleiding van zijn overlijden de audio- en videofragmenten hoorde en zag. Jef Lambrecht koesterde de taal en ook dat is een traditie die met hem een beetje meer verloren gaat.

Hij zou het woord wellicht verafschuwen, maar – en het is genoeg herhaald – Jef was een buitenbeentje: eigenzinnig, koppig, tegendraads, maar daardoor juist zo interessant. Hij foeterde op het rookverbod in de VRT-gebouwen en ging onverstoord door met zijn dodelijke gewoonte. Je zag hem zelden zonder zijn zelfgedraaide dunne sigaretje, ook op plaatsen waar het al lang niet meer mocht.

Nee een gemakkelijk mens was hij niet – anders zouden de kranten nu niet volstaan met de elegieën die terecht zijn vele talenten in herinnering brengen. En nee, ik was het ook niet altijd met hem eens. Zo herinner ik mij een discussie op een lange vlucht van Afghanistan naar Brussel. Jef vond Israël een legitieme natiestaat als een ander, ik noemde en noem het een koloniaal project. Maar tegen zijn eruditie en belezenheid kon ik niet op.

Zijn dood op 11 september lijkt wel een door hemzelf in scène gezette happening. Met een klap de wereld verlaten – helemaal Jef.

 

Lees hier het interview met Jef Lambrecht in Het Salon dat eerder in De Morgen was verschenen (2009). Goed om te weten is dat de wrevel van Jef over de journalistieke koers van zijn werkgever veel te maken had met het personage dat nu als kamervoorzitter lessen in de journalistiek meent te moeten geven. JD

 

september 12, 2016 at 6:51 am 2 reacties

RADICALISATIE VAN EEN BOURGEOIS: MAURICE CALMEYN IN CONGO

Calm 1

 

door Lucas Catherine

 

Een man staat in de brousse van Noord Congo. Het geweer in de hand. Zijn fox-terrier naast hem. Hij speurt naar een verre olifant. Zijn hondje kijkt hem aan. De man bekijkt de fox-terrier, die heeft: “de oortjes gespitst, de oogjes vol passie, rillingen over zijn lijfje en zijn neusje in de wind. Soms heft hij zijn kop op alsof hij mij vraagt: ‘jij die groter bent dan ik en boven het gras kan kijken, zie jij daar geen wild?’”.

Calmeyn beschrijft zijn hondje in 1908, aan de boorden van de Uele-rivier. De vergelijking met Kuifje dringt zich op, maar Bobbie zal pas twintig jaar later een stripfiguur worden. De scène komt uit  zijn boek: Au Congo.  Calmeyn, een vergeten figuur en een weggemoffeld boek. Dat hij ‘vergeten’ werd ligt misschien aan de titel van het boek dat hij in 1912 publiceerde: Au Congo belge: chasses à l’éléphant, les indigènes, l’administration. Een boek over de jacht op olifanten, maar veel meer.
Maurice Calmeyn, half Brusselaar en daar rijke bourgeois en half De Pannenaar en daar groot-grondbezitter is van opleiding landbouwingenieur en wil als toerist op olifantenjacht in Congo. In de beschrijving die hij geeft van zijn reis van acht maanden (1908) speelt de jacht de hoofdrol – een olifant schiet je het best boven het oor in de schedel, altijd prijs! , en van op 10 meter, anders ben je geen jager maar een dierenbeul- . Maar in het boek duiken vooral kritische noten over de kolonisatie op. Geen hond die er naar luisterde, behalve zijn fox-terrier.

 

Calm 2

 Ook de grote critici van de Congo Vrijstaat: Vangroenweghe met zijn Rood Rubber (1985) of Delathuy’s De Congostaat van Leopold II (1989) verwijzen niet naar Calmeyn. Nochtans vond de Bibliothèque nationale de France het de moeite waard om door Hachette het boek in facsimilé te laten heruitgeven.

Calmeyns oordeel over Leopold II is verpletterend: “Het is spijtig dat de soeverein van Congo een deel van de Belgische en buitenlandse pers heeft omgekocht, maar het is nog erger dat hij bepaalde politici heeft gedegradeerd tot zijn slippendragers en dat die nu geen enkele waardigheid of onafhankelijkheid meer tonen in het parlement. Nu ik dit schrijf weet ik dat men mij een gebrek aan loyauteit aan de koning zal verwijten. Het kan me niets schelen.” “Ministers en politici leggen het landsbelang naast zich neer en verworden tot lakeien van de Kroon. Veel van hen worden voor hun slaafse dienstbaarheid beloond met adellijke titels of postjes in de haute-finance, iets wat ze anders nooit hadden kunnen bekomen.”

Als landbouwingenieur is hij deskundig genoeg om een vernietigend oordeel uit te spreken over de rubberpolitiek: “In Bima heb ik in aanwezigheid van een landbouwinspecteur een plantage bezocht die zes jaar daarvoor was aangelegd, met duizenden aangeplante rubberlianen. Met moeite heb ik er één gevonden die nog niet was afgestorven.”

“Hele bevolkingen worden het woud in gestuurd om rubber te oogsten en kwasi permanent in het woud te kamperen, zonder nog voor zichzelf iets te kweken en dit zonder echte schuilplaats, ze zijn ondervoed.” “De lokale bevolking is niet meer in staat om rubber aan te voeren, alle lianen in de streek zijn weg, kapot geoogst en dus zal men daar tegen de bevolking een politionele actie organiseren.” “Zo een ‘politionele actie’ leidde vaak tot grote opstanden. Het is zo dat de Bangala’s de concessies van de Anversoise in de jaren 1899, 1900, 1901 in vuur en vlam hebben gezet.” “Met stelligheid kan ik beweren dat de bevolking nu veel meer afziet dan in de tijd van de Arabieren… Je mag niet vergeten dat deze ‘Arabische veroveraars’ overal plantages van allerlei voedselculturen hadden aangelegd en dat de lokale bevolking hier alle baat bij vond. Nu zijn die plantages verdwenen en is er niets in de plaats gekomen… Het is spijtig dat er nooit een onpartijdige geschiedenis is geschreven van de aanwezigheid van de Zanzibari Arabieren en van alles wat ze daar hebben gecreëerd.”

 

Calm 3

Calmeyn schrijvend in zijn tent

 

“Wij zullen nog lang en veel werk hebben om de wonden te helen die Leopold II en zijn zakenpartners hebben geslagen.”

“Miljoenen zwarten worden door het koloniaal bestuur geminacht en draaien iedere dag op voor de fouten en de onbekwaamheid van de ambtenaren, tot natuurlijk het moment komt dat ze onvermijdelijk in opstand zullen komen.”

“Na mijn twee reizen ben ik tot de conclusie gekomen dat de Vrijstaat alleen maar aan zijn onmiddellijk eigenbelang heeft gedacht en nooit aan de toekomst van Congo.” “Hier werd systematisch geplunderd door zowel de Vrijstaat als door commerciële bedrijven.”

 

Calm 4

 Maar we hebben daar toch ‘de beschaving’ gebracht, vooral dankzij de missionarissen, of niet?
“De kwestie is niet of onze morele principes superieur zijn aan die van de inboorlingen, maar wel of ze op een betere manier gaan leven als ze onze principes aannemen. Wel, ik kan u verzekeren dat geen enkel contact met missionarissen, katholiek of protestant, ze moreel beter heeft gemaakt.”

“Deze missionarissen vormen een staat binnen de staat, erger nog een staat boven de staat.”

“Ze verspillen hun tijd met de zwarten de catechismus bij te brengen en om hun mooie eigen gezangen te vervangen met van die verschrikkelijke kerkelijke hymnen. Ze zitten nog altijd in de tijd van de Reformatie en steken al hun tijd in aanvallen tegen Protestantse missionarissen of ongelovige Europeanen.”
“De staat zou eigen scholen moeten oprichten waarin de Congolezen een vak leren want zowel de staat als de firma’s hebben nood aan lokale bedienden die kunnen lezen, schrijven en rekenen, vakmensen als metsers, timmerlui, smeden of mecaniciens. Als je het resultaat van de missiescholen bekijkt dan is op dit vlak het resultaat nul.”

“Het ergste is dat de staat met geweld nog altijd kinderen naar de missiescholen brengt en de religieuzen het recht geeft om die tot hun twintig, vijfentwintig uit te buiten. En als ze vluchten stuurt men het leger op hen af.”

Calm 5

Al deze citaten dateren uit 1912 jaar waarin zijn boek verscheen. Zijn kritiek op de kolonisatiepolitiek voert hem ook naar steeds radicalere kritiek op het kapitalistische systeem in België. Hij eindigt zijn carrière als communist.
Hij sticht twee coöperatieven in De Panne en een lekenschool voor vissers- en arbeiderskinderen. Het grootste gedeelte van zijn grond aan de Westkust (118ha) schonk hij aan de gemeenschap en het Museum voor Schone Kunsten kreeg zijn collectie fauvistische schilderijen.
Net voor zijn dood wordt hij de voornaamste financier van de film Misère au Borinage (van Joris Ivens en Henri Storck). Hij zal de film nooit zien, hij sterft de dag van de première.

Wie zijn grafmonument op het kerkhof van De Panne bezoekt, – het torent hoog uit boven al de katholieke kruisen-, merkt direct dat hij Vrijmetselaar en communist was.

Een zuil met daarop de buste van een vrouw, Marianne symbool van la Liberté. Boven haar hoofd de maçonnieke driehoek, op haar borst de Soviet ster, aan haar voeten de slogan Egalité en links en rechts van haar twee grote hamer- en sikkelversieringen.

 

 Calm 6

Is hij vergeten omdat hij zo negatief deed over het ‘genie’ Leopold II of omwille van zijn communisme? Want het spook van het communisme heeft ook in Congo rond gewaard. Met de onafhankelijkheid van Congo grensde het zelfs aan blanke paranoia: Lumumba, communist! Mulele, communist! U moet er maar het propagandaboekje van het ministerie over nalezen: La Pénétration communiste au Congo door Pierre Houart (1960), prof aan de Université catholique de Louvain. Katholieken en communisten, het ging toen nog minder te samen dan in de tijd van Maurice Calmeyn.

 

Meer over Maurice Calmeyn in : Lucas Catherine, Kongo een voorgeschiedenis, dat in het najaar bij uitgeverij EPO verschijnt.

september 5, 2016 at 4:13 am Een reactie plaatsen

HET VERSCHIL TUSSEN CORRUPTIE EN PERCEPTIE

Daniël Termont

Daniël Termont

 

door Jef Coeck

De Gentse burgemeester Daniël Termont komt niet uit een socialistisch nest, wat niet betekent dat hij geen socialist kan zijn. Vanaf zijn 14de is hij bij de ‘roden’ ingetrokken, jongerenbeweging, mutualiteit, buurthuis De Vuist, dan voorzitter SP-afdeling Mariakerke. Gemeenteraadslid, Bond Moyson. En in 1995 volstijds schepen in Gent, voor haven en economie. Sinds 2007 burgemeester en mandataris in meerdere energiebedrijven. En, niet vergeten, bestuurslid van de ‘Buffalo’s’ (voetbalclub AA Gent).

In 2012 voerde hij – tegen de zin van zijn partijbestuurders – een kartellijst SP.A-Groen aan en behaalde de absolute meerderheid met meer dan 44.000 stemmen, een Gents record. In 2014 werd hij verkozen tot tweede van de drie beste burgemeesters ter wereld. Hoe dat berekend wordt is mij een raadsel, feit is dat zijn populariteit steeds groeiend was en dat hij van het middeleeuwse Gent een moderne stad wist te maken, zonder veel vernietiging van erfgoed. Geen kleine prestatie voor een man die begon als ‘burgemeester van de Gentse feesten’ en wiens aanvankelijke reputatie gebaseerd was op populisme. Dat laatste blijkt dus niet te kloppen, Hij is niet enkel in perceptie populair, hij heeft gemeenschapsdaden verricht waar voorgangers niet aan toe kwamen. Gent is nu een moderne, levendige stad, die toch haar verleden in ere houdt.

Voor het op een hagiografie gaat lijken, komen we tot de essentie van dit verhaal. Het faillissement van een relatief kleine bank, Optima genaamd, heft de allure van een’affaire’ gekregen. Er zou gesjoemeld zijn, met handen in kassa’s gegraaid, tot het faillissement onafwendbaar leek. De BBI (Bijzondere Belastinginspectie) heeft opdracht gekregen alles tot op het bot uit te spitten. In het parlement is een onderzoekscommissie opgericht. De Gentse oppositie, in de

Bracke

Bracke

persoon van voormalig journalist Siegfried Bracke ijvert om Termont weg te krijgen, zodat hijzelf burgemeester kan worden. Zover is het nog lang niet. Termont was half en half bevriend met de eigenaar van de bank, Jeroen Piqueur, tot voor kort een man achter de schermen, een van de 1% rijken die zich ongenaakbaar wanen. Er bestaan foto’s van de twee, die samen het glas heffen. Dat is niet verboden. Evenmin is het een vergrijp dit te doen op een boot – die niet eens het dure luxe-yacht van Piqueur bleek te zijn. Er zijn ook geen aanwijzingen van omkoping of wat dies zij, in het voordeel van Termont.

   Jeroen Piqueur


Jeroen Piqueur

Het merkwaardige is dat burgemeester Termont zich openlijk excuseert omdat zijn naam genoemd was in de affaire. De wijze ouderling van de partij, Louis Tobback, verwoordt het zo: ‘Daniël heeft dat heel ongelukkig aangepakt. Hij heeft zich willen verontschuldigen voor iets wat hij niet heeft gedaan. Het roemruchte ‘et alors’ van François Mitterand (zijn reactie op berichten dat hij een buitenechtelijk kind had/red.)was hier op zijn plaats geweest.’ En nog: ‘Of je met iemand als Piqueur omgaat moet je zelf weten. Ik heb de indruk dat ik hem al op een kilometer afstand kan ruiken.’

Crombez

Crombez

Er bestaan ook foto’s van SP.A-voorzitter John Crombez met bankier Piqueur. Behalve die foto’s – niet verboden – kan in deze context geen enkel bezwarend feit tegen Crombez worden ingebracht. Zo’n foto is helemaal geen smoking gun, hooguit wat fletse rook. Dat is voor de ‘sociale’ media voldoende om het populaire spreekwoord boven te halen: waar rook is, is vuur.

Tijdens een emotionele gemeenteraadszitting eiste alleen het Vlaams Belang het ontslag van Termont. Zelfs de N-VA deed dat niet. De burgemeester smeekte de oppositie officieel klacht in te dienen. ‘Dan kan ik tenminste voor de rechtbank bewijzen dat ik niets misdaan heb.’
En nog: ‘Ik zeg u met de hand op het hart dat ik nooit aan foefelarij heb deelgenomen. Netwerken is onze kracht in de stad. Als Gent niet meer mag spreken met ondernemers, zal Gent niet de ontwikkeling kennen die het de afgelopen twintig jaar kende.’

Overeengekomen werd om binnen de gemeenteraad een openbare onderzoekscommissie ad-hoc op te richten. De eerste bijeenkomst moet plaats hebben nog voor de  Gentse Feesten – (15-24 juli). Of het allemaal zo feestelijk zal worden als door sommigen wordt gehoopt, is twijfelachtig. Het feestgedruis is nu al lang voorbij, maar waar niets van wordt vernomen is de onderzoekscommissie.

Luc Van den Bossche

Luc Van den Bossche

Er zijn nog een paar andere ‘big shots’ in the running. Met name: voormalig (?) SP.a-lid Luc Van den Bossche en Open VLD’er Geert Versnick. En natuurlijk bankier Piqueur zelve.
Opvallend is de fin-de-carrière van voormalig socialistisch icoon en minister Luc Van den Bossche, ex-CEO van BIAC (de maatschappij die de luchthaven van Zaventem uitbaat) en sinds begin 2015 voorzitter van de raad van bestuur van de Optima-vastgoedafdeling. Van den Bossche wist al lang dat de nu in faling verklaarde Optima-bank in slechte papieren zat, maar stapte pas voor een paar weken op omwille van de rijkelijke ontslagvergoeding. Hij wordt daarmee hét icoon van het Vlaamse kaviaarsocialisme, gekenmerkt door een niets ontziende honger naar macht, status en materieel gewin. Het gezicht en de lichaamstaal spreken boekdelen. Maar men moet dit historisch terugkoppelen: het nihilisme van dit soort figuren komt voort uit een complete verloochening van idealen, die zijn wortels al heeft in het hedonisme (‘vrijheid-blijheid’) van de mei 68-generatie en het gekoesterde waanidee dat je de revolutie voorbereidt door je zakken te vullen.

Versnick

Versnick

Geert Versnick, een gerateerd liberaal politicus,thans provincieraadslid, maakt zich voor de partij verdienstelijk door de vuile klussen op te knappen. Twee maanden voor Optima Bank kapseisde, ging topman Piqueur nog bij de provincie Oost-Vlaanderen hengelen naar 10 miljoen euro. Aan tafel zat ook liberaal Geert Versnick, gedeputeerde én… bestuurder bij Optima Group. “Dit krijg je niet uitgelegd”, klinkt het zelfs binnen Open Vld. Dit wordt dus ook een fin-de-carrière. Of erger.

Intussen vernemen we dat niet enkel Optima Bank zich kapot gesjoemeld heeft, maar ook de moederholding Optima Group lijkt een vogel voor de kat. Haar boekjaar vertoont een verlies van 30,5 miljoen euro. En volgens de revisor Ernst & Young is de put nog veel dieper, zij hebben de jaarrekening vlakweg afgekeurd. Hoofdoorzaak is natuurlijk het faillissement van Optima Bank, waarvan de Group voor 98 procent aandeelhouder is.
Grote baas, tot voor kort nog een grote onbekende Piqueur, zou wel ’s achter de tralies kunnen verdwijnen.

Ben benieuwd na welke Gentse Feesten de onderzoekscommissie klaar zal zijn met haar werk. Intussen krijgen de verdachten ruimschoots de tijd om met middelen die zij alleen kennen een nieuwe ‘onschuld’ op te bouwen, in alle betekenissen van het woord.

OP 7

augustus 11, 2016 at 12:38 pm 12 reacties

TOPCONFERENTIE

 

bb1

door Walter Zinzen

 

Een toekomstvisioen. We schrijven 2020. In Washington heeft een top- conferentie plaats. Ze wordt door twee grote staatslieden voorgezeten : de Amerikaanse president Donald Trump en zijn goede vriend en bondgenoot Vladimir Poetin. De sancties tegen Rusland zijn afgeschaft.

Poetin wordt nu geëerd als een groot en sterk leider. De manier waarop hij de Krim bij Rusland heeft ingelijfd wordt allerwegen bewonderd , al helemaal door de deelnemers aan de conferentie. Onder hen : de president van Frankrijk Marine Le Pen , de Duitse bondskanselier Frauke Petry, de Nederlandse premier Geert Wilders, zijn Britse collega Nigel Farage, de Oostenrijkse president Norbert Hofer en de Hongaarse premier Orban. Onder de genodigden bevinden zich ook de Israëlische premier Netanyanu en de Turkse president Erdogan. Ietwat achteraf, een beetje verlegen in dit indrukwekkende gezelschap , heeft de eerste president van de jonge onafhankelijke republiek Vlaanderen, Bart De Wever, plaats genomen.

Wat al deze lieden bindt is dat ze democratisch verkozen zijn , vaak met indrukwekkende cijfers. Ze hebben een gemeenschappelijk verleden en een gemeenschappelijke toekomst : die van het nationalisme. De Europese Unie is uit elkaar gevallen, de Europese Verklaring voor de Rechten van de mens en de Conventie van Genève voor vluchtelingen zijn afgeschaft. Nu komt het erop aan te leren van elkaars prestaties.

Zo werden de Israëlische en Hongaarse premiers uitgenodigd vanwege hun expertise in het bouwen van muren . President Trump is al met het bouwen van zo’n muur op de grens met Mexico begonnen maar wil graag goede raad horen van zijn meer ervaren collega’s. Ook president De Wever spitst zijn oren. De taalgrens is  een staatsgrens geworden en nu de Europese Unie heeft opgehouden te bestaan vindt hij een strenge controle uiterst noodzakelijk. Een muur bouwen op de grens tussen Vlaams en Waals Brabant en rond Brussel lijkt hem wel wat. Zo kan de migratiestroom vanuit de voormalige hoofdstad naar Vilvoorde en Zaventem worden stop gezet. Maar het is toch vooral president Erdogan die de show steelt. De conferentiegangers hangen aan zijn lippen. Want wat ze hier echt verenigt is natuurlijk de strijd tegen het terrorisme. Erdogan mag dan een moslim zijn maar de manier waarop hij alle echte en vermoedelijke terroristen onschadelijk heeft gemaakt dwingt groot respect af. Vooral omdat hij in één keer ook het virus van zijn politieke tegenstanders heeft uitgeroeid. Dat willen zijn toehoorders ook : als echte democraten hun macht bestendigen, met de steun van het volk uiteraard. Vrije meningsuiting is ook voor hen een groot goed, vanzelfsprekend. Maar wie een andere mening heeft dan die van de machthebbers is subversief , sympathiseert allicht met terroristen en moet daarom hard worden aangepakt. Dat hebben in het vrije Vlaanderen alvast de heren Dyab Abu Jahjah en Youssef Kobo mogen ondervinden. Waar Dyab in 2016 nog ongehinderd zijn staatsgevaarlijke praatjes op televisie kon verkondigen, zit hij nu een gevangenisstraf van 10 jaar uit, net zoals Kobo. Beiden hadden het bestaansrecht van de staat Israël in twijfel getrokken en hun voorkeur uitgesproken voor een staat waar Joden, moslims, christenen en atheïsten harmonisch zouden samenleven. Dat kan natuurlijk niet. Het kordate Vlaamse optreden leverde president De Wever dan ook een wel gemeend complimentje op van premier Netanyanu.  Maar ook andere lessen van Erdogan kenden veel bijval. De deelnemers aan de top spraken af dat ze hun administraties, het onderwijs, het leger, de politie, het gerecht en, waarom ook niet, het bedrijfsleven zouden zuiveren van alle vreemd gespuis. Al wie niet kon bewijzen te passen in de joods-christelijke, respectievelijk orthodoxe

tradities moest ontslagen en zo nodig opgesloten of gedeporteerd worden. Vooral moslims dus. Zo had Erdogan het nu ook wel niet bedoeld , maar hij begreep de intentie wel.

En zo werd de democratie op democratische wijze de nek omgewrongen.

 

Hier eindigt het visioen plots. Het was maar een droom en dromen zijn bedrog. Zou het? Zou het werkelijk?

bb3

 

 

augustus 4, 2016 at 8:38 am 2 reacties

WHY IS HILLARY HATED SO MUCH?

160722_POL_Hillary-Clinton_jpg_CROP_promo-xlarge2

by Jef Coeck

Op de democratische conventie in Philadelphia, waar Hillary Clinton zal worden aangewezen als presidentskandidaat van de democraten, werd Bernie Sanders uitgejouwd. Hij had zijn aanhang namelijk opgeroepen om voor Hillary te stemmen. De Sanderisten hadden maandenlang zich uit de naad gewerkt om hun kandidaat, Bernie, op het voorplan te brengen – tegen mevrouw Clinton. Dat Sanders zelf nu nederig knielt voor de toekomstige president (hopen we desondanks) dat werd hem niet vergeven.

Hillary, mevrouw Bill Clinton, wordt al decennia lang gehaat door een groot deel van de bevolking. Er zijn talloze artikels en boeken over geschreven. We gaan hier niet aan psychoanalyse doen. Wie er meer wil over weten leze de nieuwste SLATE, de kritische on-line publicatie. De auteur is de bekende schrijfster Michelle Goldberg.

Om u toch een eerste indruk te geven publiceren we hieronder de betekenisvolle tekeningen bij het stuk. http://www.slate.com/?wpisrc=newsletter

160722_POL_Hillary-Denny01_jpg_CROP_promovar-mediumlarge
160722_POL_Hillary-Margo_jpg_CROP_promovar-mediumlarge
160722_POL_Hillary-Mindy_jpg_CROP_promovar-mediumlarge
160722_POL_Hillary-Uday_jpg_CROP_promovar-mediumlarge
160725_POL_Hillary-Marcella2_jpg_CROP_promovar-mediumlarge

juli 26, 2016 at 10:13 am Een reactie plaatsen

MATHILDE EST REVENUE

NF 1 FullSizeRender
Viering Nationale Feestdag

door Pietje Brel Wittevrongel

N F 2 Piet en Mathilde

sexier dan ooit maar de kunstenaar waakt: ze zal er geen been over breken/ 21.07.16

juli 22, 2016 at 9:47 am Een reactie plaatsen

ZEEP & SANSEVERIA’S

 

D31_0038, 22-08-2003, 09:14,  8C, 2766x4318 (719+1586), 88%, afficheextraza, 1/120 s, R61.0, G42.2, B59.5

 

door Lucas Catherine

 
In de goeie ouwe tijd toen het werkvolk in huis nog geen kraantjes met warm water ter beschikking had, zelfs geen badkuip, werd ik iedere zaterdag gewassen in de waskuip waarin mijn moeder ook het linnen waste. Zowel het ondergoed als ikzelf werden gewassen met zunlicht zeep, onze Brabantse uitspraak van Sunlightsoap.

En die zeep kwam uit de Kongo, of toch de palmolie waarmee ze werd gemaakt. Ze was een van de producten van Baron Zeep. Zo werd in Brussel en omstreken Lord Lever (ja, de man achter het huidige Unilever) genoemd. Later werd dit een scheldwoord voor een ‘nouveaux riche’ die op slinkse manier stinkend rijk is geworden. Hij was indertijd zijn carrière begonnen in de kleine Noordengelse havenstad Sunlight, die hij zelf stichtte (bij Liverpool). Zijn fortuin maakte hij echter in de Kongo en wel dankzij ondermeer socialistenleider Emile Vandervelde die in hem een ideale paternalistische kapitalist zag. Vandervelde, groot criticus van de plundertechnieken van Leopold II verklaarde dan ook in het parlement “De dag dat Mister Lever in Kongo zal zijn, zal het een groot voordeel zijn voor de inboorlingen.” Volgens hem paste Lever perfect in zijn theorie van ‘socialistische kolonisatie’.

Zijn fortuin maakte Lever met de Huileries du Congo belge en de Raffinerie du Congo belge. En de socialisten werden beloond met een zitje in de raad van bestuur, met name de politicus Louis Bertrand, een van de stichters in 1885 van de Belgische Werkliedenpartij. De Gentse Luc Van den Bossche heeft dus een illustere voorganger als het om zetelen in geldgraaiende raden van bestuur gaat. Het werd blijkbaar een partijtraditie. Arme John Crombez!
Lord Lever en zijn bedrijven kregen grote stukken van Kongo toegewezen

Lev 2

En de Zeepbaron kreeg zelfs zijn eigen stad, Leverville (nu Lusanga). Sociaal kon je zijn kolonisatie niet noemen. Hele bevolkingen werden verplaatst naar zijn arbeidskampen. De sterftecijfers liepen daar heel hoog op en zieken moesten gewoon oprotten. Het zou tot een grote opstand leiden van de Pende, het volk rond Leverville. Die waren zo woest dat zij de lokale verantwoordelijke Maximilien Balot eerst vermoordden, dan zijn lijk in stukken sneden en uitdeelden aan de verschillende Pende-leiders.

Lev 3

 

De Raffineries du Congo belge had zijn fabriek in Baasrode aan de Schelde waar de palmolie rechtstreeks uit Kongo arriveerde.

Haar hoofdkwartier was net als dit van de Huileries en de Savonnerie en nog enkele andere firma’s van de Baron Zeep in het Brusselse Lever House. Dat hoofdkwartier werd in 1922 ingericht en bestaat nog altijd. Van buiten zie je niets dat naar Kongo verwijst. Maar zodra je in de hall komt denk je dat je in het Museum van Tervuren bent.

 Lev 4

Dezelfde vloer, de zelfde marmer tegen de muren, dezelfde nissen met beelden van Kongolezen. Bij nader toekijken merk je dat alle beelden Pende voorstellen die palmnoten oogsten.

 

 

Niet alleen is het verhaal achter de rijkdom van Lord Unilever vergeten, niemand heeft bij mijn weten ooit over dit mini-Africamuseum geschreven.

Lev 5

Tot hier het verhaal van de meest winstgevende oliehoudende plant uit Kongo, de palmnoot.

Maar ook een Kongolese vetplant werd wereldberoemd, dan toch in België.

In 1893 startte broeder Justin Gillet in Kisantu een plantentuin. Bedoeling was om zoveel mogelijk planten uit Kongo in een tuin te verzamelen. Een door iedereen nu gekende plant, waarvan niemand zich nog de Kongolese origine herinnert zal zo België bereiken na een reis via de Jardin Colonial van Leopold II in Laken en de Brusselse Plantentuin, de Sanseveria. In 2011 organiseerde de Plantentuin van Meise nog een workshop volledig gewijd aan de Sanseveria.

In Kongo worden de vezels van de bladeren gebruikt om te weven. Een bepaalde soort Sanseveria levert zelfs een sap dat gebruikt werd in gifpijltjes.

Zijn massale verspreiding is echter het werk van ‘onze’ missionarissen. Die hadden geen geld. Wanneer ze overkwamen naar België was dit om te bedelen voor de missies. Officieel arm, konden zij zich geen mooie kado’s uit Kongo veroorloven voor vrienden en familie. En daar bracht de Sanseveria redding. De plant kan het weken zonder water stellen en kon dus makkelijk de reis met de Kongoboot overleven. Een ideaal geschenk. En daardoor ging hij onze raamkozijnen, café’s en parochiezalen veroveren. Het werd een typische Belgische plant waar de Nederlanders meewarig om lachen. Het weze indertijd het Simplistisch Verbond op TV of de carnavalschlager in Breda:

Mijn sanseveria staat voor het raam
En als ik binnen kom dan gaat tie staan
Het is een plantje van een meter hoog
Maar met carnaval dan staat hij altijd droog

 

Lev 6 Sanseveria

 

Van Lucas Catherine verschijnt bij uitgeverij EPO dit najaar: Kongo, een voorgeschiedenis.

 

juni 23, 2016 at 3:08 pm 3 reacties

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.172 andere volgers