Archief beheerder

WIET ALS MEDICIJN

Hoeveel landgenoten zouden zonder fysieke pijnen het einde halen? Vast een minderheid. Niet dat we hier leven in de Hel van Dante maar ook niet in de Zevende Hemel.
Rondom pijnstillers hangt een gordijn van taboes. Want je kunt er verslaafd aan geraken. Wat maakt dat uit als je de 70 voorbij bent? Het is de catch-22 voor doktoren: ze moeten hun patiënten, luidens de eed van Hippocrates, in leven houden – al of niet met pijnen. Maar aan die pijnen dreigen ze nu juist vaak te sterven.

Er is ook een pseudo-religieuze rem: katholiek opgevoede Vlamingen moeten hun ‘zeer’ zien als een offertje om de eeuwige zaligheid te verdienen. Wat al mistoestanden gaan hiermee gepaard. Een 85-jarige dame krijgt van haar huisarts geen slaapmiddel, ‘want dat zou verslavend kunnen werken’. Resultaat: het mens ligt hele nachten wakker, wat niet enkel fysiek maar ook psychisch ongezond is. Als ze binnenkort uitgeput ten gronde gaat, heeft de huisarts dan geen stille moord op zijn geweten?

Een omstreden punt is,  dat voor veel pijnen en aandoeningen een eenvoudig middel bestaat: marihuana. Medische wiet, de plant waaruit roes- en verslavende elementen verwijderd zijn. Toch mag het bij ons niet (wel in heel wat andere landen) worden aangemaakt, verkocht, gebruikt en door dokters voorgeschreven. Laat staan terugbetaald door de ziekenfondsen. Patiënten moeten lijden, ze mogen blij zijn dat ze nog leven. In pijn, dus.

Dr. David Casarett (US)

In het raam van de TED Talks (Technology, Entertainment, Design) werd onlangs een lezing gehouden door de Amerikaanse dokter David Casarett. Hij heeft uitgebreid onderzoek verricht naar de effecten van marihuana als medisch middel. Zijn bevindingen zijn hoopgevend voor al wie chronisch lijdt aan artritis, artrose, misselijkheid, constipatie, vermoeidheid  en andere slopende ongemakken.

De onderzoeker geeft toe dat er niet enkel voordelen maar ook enkele beperkte nadelen aan verbonden zijn. Bij overdosis bv. Bij ondervraging van een groot aantal patiënten bleek dat de voordelen ruimschoots opwegen tegen de nadelen. Onvervangbaar is het feit dat de patiënt controle krijgt over zijn eigen ziekten. Dosis, frequentie, tijdstip van inname wordt door de pijnlijder zelf bepaald. Er komt geen dokter aan te pas, behalve om het voor te schrijven.

En de raad van Casarett aan zijn collega-artsen is, dat ze hun trots en pretentie opzij moeten zetten.

Hieronder volgt de volledige TED-lezing in beeld, ga via browser, google en soortgelijken (niet vergeten het geluid van uw PC aan te zetten) en klik op
David Casarett: A doctor’s case for medical marijuana | TED TALK | TED…

De uitgeschreven tekst: https://www.ted.com/talks/david_casarett_a_doctor_s_case_for_medical_marijuana/transcript?language=en

 

Gie van den Berghe

Deze ethicus, historicus en publicist, had al uitvoerig gezocht naar een afdoende pijnstiller. Hij kwam na een jaar speuren uit bij Casaretts onderzoek. En het hielp.
VDB heeft zijn bevindingen niet enkel naar vrienden en kennissen gestuurd maar ook naar de nationale Orde der Geneesheren, gericht aan alle artsen.
Voor zover bekend zijn er nog geen reacties van die kant.

(eindredactie: jef coeck)

april 26, 2017 at 2:02 pm 1 reactie

BEVRIJD DEBAT BASISINKOMEN UIT ZIJN FINANCIEEL KEURSLIJF

door Eric Bracke

De voorbije dertig jaar heeft de Belgische hoogleraar Philippe Van Parijs (UCL) een voortrekkersrol gespeeld in het internationale netwerk voor het basisinkomen. Hij was een van de auteurs van het in 1984 bekroonde essay ‘Allocation universelle’. Met de geldprijs van de Koning Boudewijn Stichting werd in 1986 in Louvain-La-Neuve een eerste internationaal congres over het basisinkomen georganiseerd. Dit leidde tot de vorming van een Europees netwerk, dat in 2004 in Barcelona werd omgedoopt tot het Basic Income Earth Network. Mede-oprichter en eerste secretaris was Walter Van Trier, die in 1995 een doctoraal proefschrift over de geschiedenis van het debat over het basisinkomen verdedigde. ‘Nadien heb ik ruim twintig jaar de universitaire onderzoeksgroep SONAR (Overgang van school naar werk) geleid. Ik had de mogelijkheid niet om naar de congressen te gaan, maar ik ben de discussie over het basisinkomen wel op de voet blijven volgen. Sinds anderhalf jaar geef ik trouwens minstens één lezing per maand over het onderwerp.’

Sommige linkse intellectuelen beweren dat het thema van het basisinkomen intussen gekaapt is door de neoliberale navolgers van de Amerikaanse econoom Milton Friedman. Zij zien in het basisinkomen immers een middel om sociale overheidsvoorzieningen af te bouwen. Van Trier vindt ‘gekaapt’ geen correcte omschrijving. ‘Van in het begin behoorden de voorstanders van het basisinkomen tot een brede waaier van ideologieën.

Het eerste voorstel van een basisinkomen vinden we in een stuk dat de liberaal Thomas Paine omstreeks 1793 heeft geschreven voor de Britse en de Franse regering. Omdat de Aarde van iedereen is, stelde hij voor om via een belasting op de erfenis van grondrechten iedereen een uitkering te geven. Later vinden we het idee van een basisinkomen ook bij, onder anderen, de Russische anarchist Peter Kropotkin (1842-1921) en bij de Britse filosoof Bertrand Russel (1872-1970).’

‘Trouwens, in de VS flirtte niet alleen Milton Friedman met het idee, ook Keynesiaanse economen zoals James Tobin en John Kenneth Galbraith engageerden zich voor een basisinkomen. De Democratische presidentskandidaat George McGovern nam het idee in 1972 zelfs op in zijn programma. In Europa werd het basisinkomen in de jaren 1980 van onder het stof gehaald door de groene beweging, vooral in Duitsland, maar ook door liberalen.’

Sociaal Pact
‘Voor Vlaanderen heb ik in 1986 een stand van zaken opgemaakt. Het basisinkomen werd in 1984 beschreven in de Agalev-publicatie ‘Op mensenmaat’ en was een item op het volgende congres van de Vlaamse groenen. Maar bij de Volksunie en de toenmalige PVV-jongeren was het toen eveneens een actueel onderwerp. Alle voorstanders hadden gelijkaardige argumenten: men zag er een instrument in om de armoede te bestrijden en om de voorwaarden voor een werkloosheidsuitkering te verduidelijken. Men benadrukte natuurlijk  ook de individuele vrijheid die een universeel basisinkomen verschaft .’
‘Zelf ga ik spreken voor mensen van alle politieke gezindheden. Dat één partij of strekking het thema monopoliseert, lijkt mij niet wenselijk. Ik vond het bijvoorbeeld geen goede zet van Roland Duchâtelet om zijn partij Vivant rond het basisinkomen op te bouwen. De politieke vermarkting maakt het voor andere partijen dan nagenoeg onmogelijk om het idee op te pikken. Vergelijk het met de situatie rond het Sociaal Pact na de Tweede Wereldoorlog. Er was een brede consensus over de uitbouw van een sociale zekerheid, maar over de invulling liepen de standpunten sterk uiteen. Toch is men erin geslaagd een compromis te vinden. Het basisinkomen vraagt om een soortgelijk compromis om onze toekomstige maatschappelijke problemen aan te pakken.’
Maar het is niet goed voor het vertrouwen onder de gesprekspartners als sommigen, zoals de Amerikaanse econoom Charles Murray, het basisinkomen willen invoeren om alle andere sociale voorzieningen af te bouwen. Het is duidelijk dat de armoede op die manier nog zal toenemen.

‘De overgrote meerderheid van de mensen in het Netwerk delen deze opvatting niet’, zegt Van Trier. ‘Zij zien het basisinkomen als een toevoeging aan het huidige systeem. We moeten zoeken naar een synergie met bestaande publieke goederen op gebied van huisvesting, gezondheidszorg en sociale bescherming.’

Extra kosten

Maar wie gaat dat betalen? Volgens Van Trier hoeft het financieringsprobleem van het basisinkomen door integratie in de bestaande systemen niet zo groot te zijn. ‘Beschouw het basisinkomen als een ankerbedrag waar iedereen onvoorwaardelijk en individueel recht op heeft. De  hoogte ervan zou men bijvoorbeeld gelijk kunnen stellen met het leefloon, het minimumbedrag waar niemands inkomen mag onder vallen. Je kan dit ankerbedrag integreren in de bestaande gewaarborgde stelsels. Iemand die werkloos is, krijgt dus sowieso dit ankerbedrag, maar als hij onvrijwillig werkloos is en zich beschikbaar stelt voor de arbeidsmarkt kan hij bovenop nog een deel werkloosheidsuitkering krijgen. Hetzelfde met de pensioenen: het eerste deel is het ankerbedrag van het basisinkomen dat iedereen krijgt, het eventuele extra deel erbovenop is aan voorwaarden van een pensioenstelsel verbonden. In de diverse voorstellen komen volgende zaken altijd terug: het basisinkomen is onvoorwaardelijk en staat dus los van de test op arbeidsbereidheid en van een onderzoek van de bestaansmiddelen, het is geïndividualiseerd én eventueel geïntegreerd in het belasting- en uitkeringssysteem. UCL-onderzoekers ramen dat de individualisering van een basisinkomen dat overeenkomt met het leefloon op die manier ongeveer 140 miljoen euro bijkomend gaat kosten.’

De idee van het basisinkomen is simpel en rechtlijnig, maar de modaliteiten en financieringswijze kunnen sterk verschillen. In Zwitserland heeft men het inventieve voorstel gedaan om een heel minieme belasting op elke financiële transactie te heffen, wat een enorme opbrengst zou genereren. Hoe men de financiering van een basisinkomen aanpakt en welk ander pakket van maatregelen men neemt, bepaalt of het beslag van de overheid op het nationaal product groter of kleiner is dan nu.’

‘Maar als we over de kosten van het systeem spreken, moeten we ook de welvaartsopbrengst in rekening brengen. Een verhoging van de welvaartspositie en het welbevinden van de mensen aan de onderkant mag iets kosten. Het debat wordt te veel opgesloten in een financieel keurslijf.

Dynamiek
Zal zo’n basisinkomen de dynamiek in de maatschappij niet ondergraven.? ‘De overgrote meerderheid van de mensen zullen blijven werken’, meent Van Trier. ‘Onderzoek toont dat ook onder de winnaars van een aanzienlijk bedrag met Win for Live maar een heel klein percentage stopt met werken. Mensen die op een leefloon aangewezen zijn, herwinnen in het nieuwe systeem hun waardigheid. Aangezien het geïndividualiseerd is, stijgen bovendien de gezinsinkomens van mensen met een leefloon. Met het basisinkomen achter de hand zullen mensen met een zogenaamd laag verdienvermogen ook sneller een baan kunnen aanvaarden die minder goed betaalt en toch beter af zijn. ‘Ook de positie van de maatschappelijk werkers zal sterk veranderen. In plaats van te controleren of de mensen aan de voorwaarden voldoen, kunnen ze zich concentreren op het echte werk: problemen met analfabetisme, gezondheid en zo verder. Uit onderzoek blijkt dat hun cliënten hen in dat geval beter aanvaarden en ze meer op voet van gelijkheid kunnen handelen.’
‘De vraag is dus niet of de mensen gaan stoppen met werken. Wel wat ze met het basisinkomen gaan aanvangen. Als ze meer mantelzorg gaan geven of als laaggeschoolde jongeren het gebruiken om opnieuw te gaan studeren, is het een goede investering voor de maatschappij.’

‘Tegelijk zien we formats van banen veranderen in sectoren zoals vermaak en horeca: men werkt er meer en meer met kortstondige opdrachten. Voor dit deel van de arbeidsmarkt verkleint de klassieke bescherming. Een basisinkomen geeft deze mensen meer zeggenschap over hun eigen baan.’

‘Ook voor mensen met een job die ze niet meer zien zitten, wordt het met een basisinkomen makkelijker om te zeggen: Ik stop ermee en ik kijk uit naar een baan die me meer werkplezier bezorgt. Philippe Van Parijs noemt het basisinkomen onder andere om die reden een instrument van vrijheid.’

april 12, 2017 at 1:00 pm 1 reactie

GRAAILAND? MAAIEN ZONDER ZAAIEN

                                             De zaaier

door Jef Coeck

 

Zou een boek een revolutie kunnen ontketenen? Natuurlijk, het is al meermaals gebeurd. Het ‘Communistisch Manifest’ van Marx en Engels – deels in Brussel geschreven –  heeft zo goed als wereldwijd de proletaar naar een beter lot doen grijpen. Het Rode Boekje van Mao? Dat was voor insiders, enkele honderden miljoenen, maar toch, een wat vertrouwelijk karakter. Niet vergeten dat ook de godsdienstoorlogen door geschriften zijn veroorzaakt.

En zou in ons landje een boek opstanden kunnen ontketenen? We kijken er naast, maar het is volop bezig. Terwijl iedereen roept dat rechts-extreem overal aan de orde is, zien we links over het hoofd. Peter Mertens, leider van de PVDA (Partij van de Arbeid) en zijn compagnon Raoul Hedebouw in Wallonië (PTB, Parti du Travail de Belgique) presteren nog nooit geziene dingen. In enkele jaren tijd schreef Mertens, geholpen door zijn achterban, drie boeken waarvan twee ongehoorde bestsellers. ‘Hoe durven ze?’ en zijn jongste ‘Graailand’ blijken nooit geziene oplagen te halen, zeker voor zo’n doorgaans verfoeielijk geheten lectuur.  Voor de goede orde: volgens Van Dale betekent graaien: wegkapen.

Het vorige deel ging hoofdzakelijk over de internationale graaiers, met name zij die een poot hebben binnen de Europese Unie. Dit derde deel gaat over de dieven die ons in eigen land bestelen. Het zijn niet enkel de rijken en machtigen maar ook politici, van groot tot klein. Niet allemaal, maar wel meer en meer. Het is nu haast zo ver dat vele landgenoten een mandaat nastreven, om te kunnen graaien. Daar bestaan statistieken over, nagetrokken door de eigen studiedienst van Mertens  en Co.

Mertens: ‘Toen ik in 2011 ‘Hoe durven ze?’ schreef, hadden 325 multimiljardairs  even veel geld als de 3,5 miljard armste mensen. Vandaag zijn het er geen 325 maar 62. Dan weet je: het gaat ontploffen.’ En hoe weten we dat het links geschrijf effect heeft? Vooreerst door de grote oplagen, in de tienduizenden op geen tijd. Dit gegeven, in combinatie met de politieke opiniepeilingen levert een bijna ongelooflijk resultaat af, zowel in noord als in zuid. In Wallonië wordt de PVDA/PTB de tweede grootste partij, nog voor de eeuwenoude socialisten van de PS en zijn Elio di Rupo. In Vlaanderen wipt de partij twee keer over de kiesdrempel. Het blijft voorlopig bij peilingen, maar die plegen ook wel eens uit te komen.Leven we daarom na de volgende verkiezingen in een pseudo-communistische staat?

Nee, maar nu leven we in een tweesporenmaatschappij. Voor de ene klasse van mensen zijn de normen: weinig steun, veel voorwaarden en harde sancties. Voor de andere klasse van mensen geldt: veel steun, bijna geen voorwaarden en sancties die kunnen worden afgekocht met geld.

Bij een transactie waarmee hij 100 miljoen binnengraait betaalt Marc Coucke (de ondernemer, niet de medewerker van het Salon) geen cent belasting – en daar is hij nog fier op ook. Het is bekend dat de werkster van een multinationaal bedrijf meer belasting betaalt dan het rijke bedrijf zelf. Bij wijze van enkele sprekende voorbeelden. Dat dit tot woede leidt bij een groot deel van de bevolking, zal niemand verbazen. Uit die woede verklaart Mertens de ommekeer in het politieke landschap. Natuurlijk moet er nog gestemd worden, in 2018 en 2019. Als dan zou blijken niets te kloppen van de peilingen, kan de woede alleen nog maar stijgen.

Het gerommel, gesjoemel en gegraai speelt zich niet enkel op puur politiek niveau af. Het is evenzeer present in de werkgelegenheidssector, in de zorg, in de pensionering, in het transport, in de openbare werken en in tal van andere noodwendigheden. Geen wonder dat de armoede in België hand over hand toeneemt.

Ook met de N-VA aan de macht blijft ons land vooral een belastingparadijs voor het grootbedrijf, aldus Mertens. In 2015 bezetten vennootschappen van AB InBev, ExxonMobil, en Electrabel de eerste drie plaatsen in onze top vijftig. Zij maken in totaal 6,46 miljard winst en die wordt belast tegen 0,6 procent. Terwijl de energiearmoede stijgt en de prijzen door het dak gaan, bedraagt de belastingvoet van Electrabel in 2014  welgeteld 0,4 procent. Dure elektriciteit, heette destijds al een programma van Maurice De Wilde. Goed dat de man het vandaag niet meer hoeft mee te maken. In plaats van Electrabel behoorlijk (zwaar) te belasten, verhoogt de regering de btw op de elektriciteit.

De boeman van de rijken heet ‘miljonairstaks’. Het is een zachtere aanpak dan men van ex-communisten en –maoïsten had kunnen verwachten maar toch wordt deze nieuwigheid afgewezen bij perceptie. Deze taks slaat alleen op fortuinen van meer dan 1 miljoen euro, bovenop de eigen eerste woning met een waarde tot 500.000 euro. Het is een progressieve belasting, met een maximum-aanslagvoet van drie procent: één procent belasting op het deel van het vermogen boven de 1 miljoen euro, twee procent op het deel boven 2 miljoen en drie procent op het deel boven 3 miljoen. De taks laat alle vermogens lager dan 1 miljoen ongemoeid. Bovendien wordt de woning die het gezin betrekt, vrijgesteld voor een bedrag van 500.000 euro. Concreet: de onbelaste schrijf bedraagt in de meeste gevallen 1,5 miljoen euro. Deze door sommigen halfzachte maatregel genoemd, kreeg uitdrukkelijk niet de naam van ‘vermogensbelasting’, want dat is het niet. Aan het vaste vermogen wordt niet geraakt.

Natuurlijk neemt dat het verzet niet weg. Het komt met name uit de hoek van de ultra-liberale hoek,  meer bepaald Bart De Wever en Gwendolyn Rutten. Zij willen hun partijen laten draaien op het graaien – en totnogtoe slagen ze daar aardig in. Geen wonder dus dat de grootste politieke graaiers bij de N-VA en de Open VLD zitten. Wie daar nog aan twijfelt heeft de actualitieit van de jongste maanden niet goed gevolgd. Het spreekt andere partijen of sommigen van hun leden natuurlijk niet vrij. Het venijn zit overal maar bij de een weleens meer dan bij de anderen.

                                               De graaier

Hoe krijgen we deze augiasstal ooit uitgemest? Met een Hercules die sterk, nobel, eerlijk, deugdzaam en standvastig is?  En geen dictatoriale neigingen ontwikkelt. Waar zit hij/zij die België, of desnoods Vlaanderen, op het rechte pad brengt. Liefst zonder revolutie. Toch kan het geen kwaad dat Mertens al begint te shrijven aan zijn eigen ‘’communistisch’ manifest’, waarbij we de drie vorige boeken zullen beschouwen als zijn ‘Das Kapital’.

Peter Mertens, Graailand, Het leven boven onze stand, Berchem, EPO, 2017

april 6, 2017 at 1:44 pm 3 reacties

JEAN ES DUUT

jean2_new

door Lucas Catherine

 Jean est mort. Moest ik ooit, in navolging van Naguib Mahfouz een boek schrijven met de titel Awlad Haritna, Mensen van mijn Wijk, dan kwam Jean er zeker in.

U krijgt geen foto hier van hem. Zijn gezicht pakte niet op papier.
Jean woonde in een zijstraat van de Vlaamse steenweg, net naast de Vismet. En hij kwam iedere dag stipt om vier uur in wat ook mijn stamcafé is. Daarna is hij moeten verhuizen. Hij was getrouwd met een veel oudere vrouw die al kinderen van een andere man had en toen zij stierf verkochten die het huis van Jean en Jean moest naar een gesticht in de Marollen. Toch bleef hij komen, naar ons café waarvan ik de naam niet vernoem, want wij willen daar geen ‘vreumden’ en dan hebben wij het niet echt over Marokkanen, maar vooral over Toeristen, Vlaamse immigrés of Expats. Over al wie niet van haritna, onze wijk is en dus ook geen welkoms-beis krijgt van de Linda, de bazin achter de toog. En Linda is op zich al een verhaal. Maar niet voor nu.

Jean wist waarom hij naar dat café bleef komen, het was zijn thuis. Als ebenist, schrijnwerker in ebbenhout, had hij een goed deel van het café gedesigned – een woord waarbij hij zeker een zwans zou hebben verzonnen – en boven de toog staat een ebbenhouten kunstwerk van hem. Ik zal mij niet over de kwaliteit uitspreken, maar het hoort bij het café, zoals de reclame voor Harley Davidson er naast, want de eigenaar is een motard die niet drinkt. God moet zijn getal hebben zou Jean hebben gezegd. En iedere dag kwam hij om zijn Stella en leverde zijn portie zwans af, niet wetend of hij nu in het Brussels of in het Frans bezig was. Hij nam zichzelf ook niet au sérieux en vertelde wie het horen wilde dat hij gehandicapt was, tien percent invalide, want zijn beitel was eens uitgeschoven en hij miste twee vingerkootjes aan de ringvinger van zijn rechterhand. Kwatongen zegden dat het was omdat hij geen trouwring wou dragen. Soit. En zei hij, later als ik dood ben dan schenk ik mijn lichaam aan de wetenschap en ik heb ze nu al een stukje gegeven.
Hij werd ouder. Hoe oud weet ik niet, maar het viel hem zwaar om iedere dag van de Marollen naar de Vismet af te zakken, en vooral om bergop terug te gaan. Alhoewel, toen hij hier in de wijk nog woonde was dat op de vierde verdieping. De hoogste, want de Belgische wet zegt dat als er meer dan vier etages zijn, de eigenaar een lift moet installeren. Eigenlijk was hij dus bergop gewend. Maar in dat ocmw werd het slechter en slechter, vooral qua eten. Vroeger drie boterhammen, nu nog twee. Vroeger twee potjes boter en confituur op een tafel voor vier, nu nog van ieder een, en nooit kaas. Hoogstens eens smeerkaas. Hij werd vel over been en zijn kostuum slodderde rond zijn lijf. De schuld van Maieur, zei Linda.

Tegenwoordig is alles in Brussel de schuld van burgemeester Ivan Maieur, zeker de pietonnier. En daar is iets van. Voordat hij zich het gereïncarneerde spook van Leopold II waande en het centrum nog eens naar de kloten hielp, was hij voorzitter van dat ocmw. Er zal dus toch iets van aan zijn.
In ons café kan je ’s middags ook eten, steak en vis, verse vis van de Vismet. En Linda zei, alla eet iets, tes veu ons. Maar dat wou hij niet. Dus gaf ze hem af en toe een wafel en zo’n babybel kaasje, kwestie van niet altijd confituur daar hoog in de Marollen.

Niemand heeft hem daar ooit bezocht. Hij wou dat niet, want bezoekers moesten hun naam in een register schrijven, en pazoep, zei Jean, dan hebben ze uw adres en ga je later mijn begraving moeten betalen.
Nu hij dood is, is Linda toch gegaan. Hij lag zo in een glazen stolp in een achterkamer en zijn kamer was al ingenomen door de volgende die zal moeten gaan. En onder dat glas, zei Linda had hij geen kleren aan, ze hadden hem gewoon in een laken gewikkeld. Hij had toch een kostuum, vroeg ze aan de verantwoordelijke, maar die wist van niets. Gewassen en aan iemand anders gegeven. Allemaal de schuld van Maieur, zei Linda. Dus als Ivan Maieur volgend jaar niet herkozen wordt, dan weet je waarom.
En alla, bij zo’n stuk in het Salon moet toch een foto, en bij gebrek aan doodsprentje, de schuld van Maieur, daarom de deze hierboven. Jean staat er niet echt op. Een kermisfoto van toen hij net geboren was, in 1930 en volgens hem is hij de baby die erop staat getekend en zijn de koppen van familie. Ik kan het niet meer checken, want Jean es duut.

maart 5, 2017 at 2:11 pm Plaats een reactie

Hebben we nog partijen nodig ?

partijen-3

door Walter Zinzen

Marc Hooghe, Marc Reynebeau en Luc Huyse hebben alle drie gelijk: de opeenstapeling van mandaten en bijbehorende vergoedingen die ons de jongste weken zo beroerd heeft, is een uitwas van de particratie. Van politieke partijen die de macht en de daaraan verbonden profijten onder elkaar verdelen, liefst in het verborgene, ver uit het zicht van de soevereine burger.

Luc Huyse gaat het verst: hij vindt dat de partijen de verkiezingen hebben gekaapt (DS 25 februari) . Zijn woorden waren nog niet koud of ze werden al door de feiten bevestigd. Elke Sleurs keerde terug naar het Vlaams Parlement. Ze was daar vervangen door een opvolger, die dus niet rechtstreeks verkozen was. Zuhal Demir verliet dan weer de Kamer om Sleurs op te volgen als staatssecretaris. Haar parlementszetel wordt nu ook bezet door zo’n opvolger.

Dit zijn geen uitzonderingen. Het is de regel. Verkozen parlementsleden die ontslag nemen, bijvoorbeeld omdat ze toetreden tot een regering, worden steevast vervangen door illustere onbekende opvolgers. Ere wie ere toekomt: Guy Verhofstadt heeft als premier geprobeerd het systeem van de opvolgers af te schaffen. Wat is immers meer voor de hand liggend dan de vertrekkende volksvertegenwoordiger te vervangen door de persoon die na hem op de lijst stond? Het is Verhofstadt niet gelukt. Want via de opvolgerslijsten kunnen de partijen autonomer bepalen wie in de parlementen terechtkomt, zonder al te veel tussenkomst van de kiezer. En dat privilege wilden ze zich niet laten ontfutselen.

Na de verzuiling

De partijen hebben dus niet alleen de verkiezingen maar ook de democratie gekaapt. Dat doet de vraag rijzen: moeten we niet naar een vorm van democratie zonder politieke partijen? Ons hele parlementaire systeem is, met partijen en al, ontstaan in de 19de eeuw. Tot diep in de 20ste eeuw hebben de partijen hun nut bewezen. Ze vertegenwoordigden grote groepen mensen in de maatschappij, van wie ze de belangen verdedigden. De arbeiders verenigden zich in de socialistische partij of traden toe tot de christendemocratie, die ook de belangen van kerk en godsdienst behartigde. Middenstanders opereerden dan weer onder de vlag van de liberalen.

Alle drie hebben ze ertoe bijgedragen dat de democratie functioneerde. Zonder politieke partijen en visionaire leiders zouden we vandaag niet de sociale zekerheid hebben die we nu een monument noemen. Maar passen partijen nog in de postindustriële samenleving van de 21ste eeuw? Het proletariaat is verdwenen, maar welke partij verdedigt en verenigt diegenen die behoren tot wat het precariaat wordt genoemd? Wat zijn nog de ideologische verschillen tussen de partijen? Alle aanbidden ze de weldaden van het neoliberalisme, behalve dan de PvdA. En vooral: de band tussen kiezers en partijen, die vroeger zo hecht was, is haast volledig weg. De grote meerderheid van de burgers voelt geen enkele behoefte meer om lid te worden van een partij. Dat geldt zelfs voor nieuwkomers zoals Groen. (De N-VA en Vlaams Belang zijn de voortzetting van het politieke Vlaams-nationalisme dat al meer dan een eeuw oud is. Echt ‘nieuw’ zijn ze dus niet. En zelfs N-VA heeft betrekkelijk weinig leden). Gevolg: de kiezer is ‘wispelturig’ geworden en de partijen zijn verworden tot bastions waarvan de macht niet meer democratisch gelegitimeerd is. We weten nu waartoe dit geleid heeft.

Facebookgrondwet

Het ontbreekt niet aan ideeën om onze democratie op een nieuwe leest te schoeien. David Van Reybrouck bijvoorbeeld wil de verkiezingen afschaffen en onze bestuurders door loting laten aanwijzen. Zijn we meteen ook van de particratie af. Anderen zien heil in het internet en de sociale media. IJsland levert een mooi voorbeeld op van een combinatie van de twee. Vijfentwintig door loting aangewezen mensen stelden in 2012 een nieuwe grondwet op, waaraan de hele bevolking via Facebook kon meeschrijven. Kwam geen partij aan te pas. De nieuwe constitutie werd met grote meerderheid goedgekeurd in een referendum. Maar: de opkomst bedroeg minder dan de helft. De volmaaktheid is niet van deze wereld.

Zou het niettemin al geen grote stap vooruit zijn als we met zijn allen gingen nadenken en debatteren over manieren om onze met bloed en tranen bevochten democratische verworvenheden los te weken uit de klauwen van eigengereide, autocratische, machtsgeile partijbonzen, die ook nog eens slechte bestuurders zijn? En mag dit ook een oproep zijn tot die politici, over wie we de afgelopen tijd niets hebben gehoord: de competente, hard werkende mensen die het particratische juk al evenzeer beu zijn?

maart 3, 2017 at 10:56 am 2 reacties

ZWIJN ZIJN

s-1

door Jef Coeck

ALLE VARKENS ZIJN GELIJK,

BEHALVE SOMMIGE,

DIE ZIJN GELIJKER.

(naar Orwell, Animal Farm)

februari 27, 2017 at 4:20 pm Plaats een reactie

HET CONGOLESE VERLEDEN VAN DE PVDA

door Walter Zinzen

‘Waarom wordt alles wat extreemrechts doet steeds onder de loep gelegd en is dat niet het geval voor extreemlinks?’, vroeg de Antwerpse burgemeester zich onlangs af. Het moet een retorische vraag geweest zijn, want hij kent het antwoord natuurlijk maar al te goed. Vlaams Belang is een voor racisme veroordeelde partij, die niet tot inkeer is gekomen. Van de PVDA daarentegen kan je veel slechts denken, maar racistisch is ze niet. En ze is de beginselen van de parlementaire democratie toegedaan.

Voor deze partij is een cordon sanitaire overbodig, hoewel Gwendolyn Rutten (Open VLD), Bart De Wever (N-VA) en Rik Torfs daar kennelijk geen bezwaar tegen zouden hebben. Bij de SP.A zijn er lieden, zoals voorzitter Crombez, die overwegen om niet alleen samen met Groen, maar ook met de PVDA naar de kiezer te trekken. Dat lokt dan weer verontwaardigde reacties uit bij andere SP.A’ers: de PVDA heeft contacten met Noord-Korea en vindt Castro geen dictator, met die partij mag niet worden samengewerkt. Waarop de PVDA-voorzitter dan weer zucht dat hij verlost wil worden van de schaduw van het verleden. Daar willen we hem graag in volgen. Laten we dus even naar dat verleden kijken.

Ludo Martens in 1979

Ludo Martens in 1979

Toen Amada (Alle Macht aan de Arbeiders) op een congres in 1979 vervelde tot Partij van de Arbeid, stelde voorzitter Ludo Martens een gastspreker voor: Laurent-Désiré Kabila, vader van de huidige Congolese president Joseph Kabila. Martens zou later een boek publiceren over Kabila de oude, om aan te tonen dat die een echte revolutionair was, een nieuwe Lumumba (in de dagboeken van Che Guevara, die zijn revolutie naar Congo probeerde te exporteren, wordt Kabila evenwel een hoerenloper, dronkenlap en luiaard genoemd). Toen zijn idool in 1997 dictator Mobutu opvolgde als Congolees staatshoofd, verkaste Martens naar Kinshasa om er Kabila te adviseren. Hij slaagde erin de woede op te wekken van Louis Michel (MR), toen Belgisch minister van Buitenlandse Zaken, wegens ‘anti-Belgische’ drijverijen. Kabila werd in 2001 vermoord en Martens overleed in 2011.

Laurent-Desire Kabila

Laurent-Desire Kabila

Als de kans om op het Schoon Verdiep een nieuwe bewoner te installeren groter is met de PVDA erbij, tja, dan moet het maar.

Behoort dit alles tot een verleden dat huidig voorzitter Mertens niet met zich wil meeslepen? Geenszins. Voor de PVDA van vandaag is ook zoon Kabila een volgeling van Patrice Lumumba, die streeft naar échte onafhankelijkheid. Dat diezelfde Kabila van Congo een graailand heeft gemaakt om zichzelf en zijn familie schaamteloos te verrijken (zoals in een uitvoerig gedocumenteerde studie van Bloomberg onlangs is aangetoond) zal de lezer van het partijblad Solidair niet te weten komen. Zoals ook de moorden, folteringen en willekeurige arrestaties door Kabila’s veiligheidsdiensten onbesproken blijven. Dat is allemaal westerse propaganda. Net zoals wijlen Martens de misdaden van Stalin nazipropaganda noemde, die nadien door het Westen is overgenomen. Martens was trouwens een verwoede vijand van Fidel Castro, die volgens hem een bondgenoot was van de ‘valse communisten’ in Moskou. Wat dat betreft is er wel degelijk een breuk met het verleden.

De vraag is of dit soort aberraties een bondgenootschap met andere linkse partijen onmogelijk moet maken. Een aanbeveling is het zeker niet, maar op gemeentelijk vlak zal het niet zoveel uitmaken wat de PVDA over Congo en andere buitenlanden denkt. In Borgerhout bestuurt de partij nu al mee, kennelijk tot tevredenheid van de partners. Maar wie overweegt het bed te delen met de PVDA moet wel goed weten wat voor vlees hij in de kuip heeft. En moet, vooral, nagaan of een samenwerking niet meer kiezers verjaagt dan aantrekt. En of coalities met bijvoorbeeld CD&V nog mogelijk zijn. Zeker in Antwerpen is dat geen overbodige vraag. Maar als blijkt dat de kans om op het Schoon Verdiep een nieuwe bewoner te installeren groter wordt met de PVDA erbij , tja, dan moet het maar. ‘Restafval’, het zou wel eens een geuzennaam kunnen worden.

dit stuk verscheen in De Standaard, vrijdag 6.1

januari 6, 2017 at 2:54 pm Plaats een reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.288 andere volgers