Archief beheerder

RED DE BRUSSELSE MEDIA

Anne Brumagne

Anne Brumagne

door Walter Zinzen

Brussel deze Week is zonder twijfel één van de weinige kwaliteitskranten in ons land. Complexloos Nederlandstalig met een open vizier voor de vele gemeenschappen die onze hoofdstad rijk is, met aandacht voor cultuur , sport en de jongere lezer, kritisch voor de beleidsmakers waar nodig. Kortom een journalistiek topproduct.

Of dat zo zal blijven is bijzonder twijfelachtig. Want Brussel deze Week behoort sedert enige tijd tot een gemeenschappelijke vzw , samen met TV-Brussel, de nieuwssite brusselnieuws.be en FM Brussel. Deze nieuwe vzw, Vlaams Brusselse Media genoemd, heeft vele bedoelingen maar het bevorderen van goede journalistiek is daar niet bij. In het rumoer dat ontstaan is door de , ijlings ingetrokken , afschaffing van FM Brussel , is onderbelicht gebleven dat de hoofdredacteur van Brussel deze Week , Anne Brumagne ontslagen is. Op brusselnieuws.be werd ze in deze termen uitgewuifd : “Ze is een uitstekende hoofdredacteur, een hoofdredacteur met visie op degelijke journalistiek en met een zeer grote menselijkheid. Anne ging voor journalistieke en maatschappelijke relevantie en niet voor perceptie en de schone ogen van de macht.”

Laten deze kwalificaties nu net de reden zijn geweest voor haar ontslag want journalistieke en maatschappelijke relevantie is wel het laatste wat de bazen van VBM willen. Dat blijkt al uit de samenstelling van de Raad van Bestuur : 12 uitsluitend politiek benoemde leden , van wie slechts 2 met een journalistiek profiel. Alle anderen zijn marketeers of reclamemensen, te beginnen met voorzitter Marc Michils, bekend van de Liga tegen Kanker , maar zonder enige media-ervaring. Dat geldt ook voor de algemeen directeur ,Michel Tubbax, ondertussen alweer ontslagen maar nog altijd werkzaam in het verborgene. Hij werd benoemd op 13 oktober 2014. “Hij heeft, zo staat in het verslag van de Raadsvergadering letterlijk te lezen, uitgesproken ervaring met change, het leiden van een groep, coachen.” Ervaring met media? Met journalistiek? Daar was geen behoefte aan. Wel aan een plan om de Brusselse media op een nieuwe leest te schoeien. Daar moest Jan Callebaut voor zorgen.

Jan Callebaut ! Een man die al tientallen keren heeft bewezen dat journalistiek hem geen lor interesseert. “De eindgebruiker heeft altijd gelijk” beet hij de protesterende redacties toe. Zijn plan maakt integere journalistiek onmogelijk. En dat is ook de bedoeling. In zijn beleidsbrief geeft voogdijminister Gatz de Brusselse media de opdracht te berichten over de Vlaamse Gemeenschap en haar Brusselse Commissie alsmede over de Nederlandstalige verenigingen en organisaties. “Een missie voor een communicatiedienst, geen journalistieke missie” noemde Bart Eeckhout dat – terecht – in De Morgen.
Ondertussen smijten de dames en heren marketeers met overheidsgeld dat het een lieve lust is. De fusie heeft vorig jaar alleen al 180.000 € gekost, daarvan 20.000 voor het rekruteren van de algemeen directeur, die een wedde van om en bij de 7000 € kreeg (krijgt?). De studie van Jan Callebaut kostte 60.000 €. En zo gaat dat maar door. Maar personeelsleden moeten wel afvloeien. Degenen die blijven moeten ‘cross-mediaal’ werken , dat wil zeggen voor vier media tegelijkertijd werken. Verbetering van de kwaliteit ? Neen, verbetering van de “efficiëntie”.

De verantwoordelijke politici , de heren Van Hengel, Smet en Gatz moeten beseffen dat het geld voor de Brusselse media niet hun eigen geld is maar dat van ons allemaal. Die media staan dus niet in hun dienst, maar in die van ons. Ze moeten zonder politieke inmenging kunnen werken. Daarom moet de huidige Raad van Bestuur van partijpolitieke handpoppen verdwijnen en vervangen worden door onafhankelijke competente mensen , moet Anne Brumagne in ere worden hersteld , en moet een heel nieuwe , op kwaliteit en relevante informatie gerichte visie worden ontwikkeld.

Walter Zinzen is gewezen bestuurslid van Brussel deze Week.
http://www.standaard.be/

juni 24, 2015 at 1:51 pm 1 reactie

PANTA REI – alles stroomt

Herak 2

door Marnix Verplancke

Goudzoekers woelen veel aarde om en vinden maar weinig, wist de Griekse wijsgeer Herakleitos in de zesde eeuw voor onze tijdrekening al. Toch lijken we deze wijsheid het grootste deel van het jaar naast ons neer te leggen, tot het vakantie wordt en we bereid zijn plaats te maken voor de relativerende filosoof die niet alleen beweerde dat alles stroomt, maar ook dat je geen tweemaal in dezelfde rivier kunt stappen.

Samen met Thales, Anaximenes en Xenophanes ligt Herakleitos aan de basis van onze filosofie en wetenschap. Deze natuurfilosofen waren immers de eersten die aarde en mens wilden doorgronden en op zoek gingen naar eerste beginselen waaruit alles ontstaan zou zijn. Voor de een was dat water en voor de ander lucht, en natuurlijk sloegen ze vaker naast dan op de bal, maar hun belang ligt in hun intentie, niet in wat ze met zekerheid meenden te kunnen zeggen over de wereld en dat naderhand onzin is gebleken. Met uitzondering van hun levensfilosofie natuurlijk, want daaruit kunnen we nog wel heel wat opsteken.
Herakleitos schreef zijn filosofie neer op een papyrusrol die de priesters van de tempel van Efeze anderhalve eeuw bewaarden, tot in 356 v. Chr. Herostratos dit heiligdom in brand stak en de papyrusrol mee in vlammen opging. Ironisch genoeg kreeg Herakleitos zo ook gelijk in zijn keuze van het beginsel waaruit alles ontstond en waarin alles uiteindelijk ook weer ten onder zou gaan: vuur. De aforismen en tekstfragmenten die we van hem hebben, komen daardoor uit boeken die hem citeren, en zo hebben we er een stuk of honderd. Het beeld dat we zo van hem krijgen is dat van een hooghartige misantroop die aan de zijlijn stond te zwijgen. En wanneer mensen hem vroegen waarom hij zweeg, zei hij: “Omdat jullie over mij zouden kunnen roddelen”.

Wie zijn teksten leest, merkt dat Herakleitos echter sympathieker was dan hij leek. Met zijn relativistische insteek van “take it easy” en “go with the flow”, maakt hij zelfs een bijzonder moderne indruk. Besef dat de wereld vooruitkomt door tegenstellingen, zegt hij, dat warmte de neiging heeft om af te koelen en vocht verdampt, en dat een willekeurige warhoop de mooiste wereldorde is. Herakleitos waarschuwt tegen hybris en ijdelheid en maant ons vooral aan de boel gewoon de boel te laten en van het leven te genieten.

Paul Claes, de man die de teksten van Herakleitos vertaalde en van uitleg voorzag, toont ook de nawerking van de Griekse wijsgeer. T.S Eliot en Samuel Beckett bleken liefhebbers van zijn wijsheid te zijn, maar ook Montaigne was een groot bewonderaar van Herakleitos.

Herakleitos, Alles stroomt, Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2014, 199 p., 17,50 euro

mailto:marnix.verplancke@skynet.be

http://www.liberales.be/boeken/herakleitos2

juni 17, 2015 at 3:32 pm Een reactie plaatsen

LEO DELCROIX MUNT HET WOORD ‘RECIDIVIST’

Belgisch Paviljoen Shangai

Belgisch Paviljoen Shangai

door Jef Coeck

De wijze waarop gewezen minister van Defensie Leo Delcroix (66) de openbare aanbestedingen heeft beheerd voor de Wereldtentoonstelling 2010 in Shanghai, wordt onderzocht door justitie. Volgens de krant L’Echo werd vorig jaar door het parket van Tongeren een huiszoeking uitgevoerd op de FOD Economie, waar Delcroix als regeringscommissaris zijn bureau heeft. Het was bekend dat het Rekenhof zware kritiek heeft op de manier waarop Delcroix de Expo in Shanghai heeft georganiseerd. Het Rekenhof oordeelde dat er zo veel regels met voeten waren getreden “dat een controle van de financiën gewoon onmogelijk was”. Zes medewerkers ontvingen een bonus van 10.000 euro zonder dat er een reden voor opgegeven werd, zo schrijft de krant. Onder meer de wet op de openbare aanbestedingen was niet correct nageleefd, en de boekhouding was een zootje. De FOD Economie was verantwoordelijk voor de controle, maar zou dat onvoldoende hebben gedaan, oordeelde het Rekenhof.

Nieuwe wereldexpo

Volgens L’Echo zou ook het parket van Tongeren een onderzoek voeren naar het beheer van de openbare aanbestedingen voor de Expo van Shanghai. In het kader daarvan werd de huiszoeking bij Financiën bevolen. De gladde Delcroix werd ondanks de kritiek van het Rekenhof opnieuw benoemd als regeringscommissaris voor de Wereldtentoonstelling in Milaan, die dit jaar plaatsvindt. Leo Delcroix was een prominent politicus van de CVP, de voorganger van CD&V. Hij was onder meer minister van Defensie. Hij werd geregeld geassocieerd met schandalen, zoals de milieuboxenaffaire en zwartwerk aan zijn villa in F Frankrijk.

Delcroix

Delcroix

In zijn jaarlijkse blunderboek is ook het Rekenhof vernietigend voor het team, onder leiding van Delcroix, dat het Belgisch paviljoen op de wereldexpo in 2010 in Shanghai organiseerde. Er werden zoveel regels met voeten getreden dat een controle van de financiën gewoon onmogelijk was, luidt het in De Standaard en Het Nieuwsblad.

Winst

Op de wereldtentoonstelling in Shanghai lokte het Belgische paviljoen 10 miljoen belangstellenden. De organisatie leverde een winst van 7,5 miljoen euro op, onder meer door de verkoop van het paviljoen voor 6,35 miljoen euro. Het Rekenhof vond de boekhouding een zootje. Zo verliepen ongeveer alle uitgaven en inkomsten buiten de begroting. Ook kregen dus zes personeelsleden een bonus van 10.000 euro, terwijl het niet duidelijk is waarom. Voorts is de boekhouding compleet onoverzichtelijk, werden tal van afspraken met sponsors en derden enkel mondeling gesloten en stortte de federale overheid om onduidelijke redenen 1 miljoen euro meer dan was vastgelegd. Bovendien werden bij zowat alle activiteiten de wet op de openbare aanbestedingen met voeten getreden en verliepen de bouw en de verkoop van het paviljoen niet zoals vastgelegd in het contract.

Delcrois ontvangt ex-premier Leterme

Delcrois ontvangt ex-premier Leterme

Belast verleden
In november 1994 kwam Delcroix negatief in het nieuws vanwege het bezit van een villa in Bormes-les-Mimosas in Zuid-Frankrijk. Het schandaal werd door het blad Humo aan het licht gebracht. Aan deze villa hadden klaarblijkelijk enkele Vlaamse postbodes in het zwart gewerkt, die hiervoor één jaar verlof zonder wedde hadden genomen. Op aandringen van zijn toenmalige voorzitter, Johan Van Hecke, nam Delcroix ontslag als minister. Delcroix werd ook genoemd in andere gerechtelijke onderzoeken die te maken hadden met al dan niet illegale partijfinanciering, zoals de milieuboxenaffaire, het smeerpijpdossier, de miljarden van de Kempense Steenkoolmijnen, en de Superclub-KS-affaire, maar in de meeste zaken werd hij nooit officieel beschuldigd.

In 1995 werd Delcroix met een ruime verkiezingsscore verkozen voor het Vlaams Parlement. Kort nadien werd hij bovendien gemeenschapssenator. Als senator werd hij verkozen tot quaestor van de Belgische Senaat en hervormde hij de administratie van deze instelling. In 1999 verliet hij de actieve politiek en stapte hij in het bedrijfsleven. Voor zijn rol in de milieuboxenaffaire werd Delcroix in 2003 door de correctionele rechtbank in Hasselt schuldig bevonden aan schriftvervalsing. Op 30 juni 2004 werd Delcroix door het hof van beroep vrijgesproken, mede omdat de feiten waren verjaard.

Atomaschriftjes

Atomaschriftjes

Berucht waren zijn Atoma-schriftjes – waarvan niemand de inhoud kent maar die hij kennelijk dag en nacht aanvulde met nieuwe gegevens over politici, ondernemers, en wie of wat nog meer? Met allerlei truuks wist hij zijn notities uit handen van het gerecht te houden.

Tegenwoordig

Delcroix wordt gerekend tot de rechterzijde van de CD&V. Hij trok meermalen het cordon sanitaire met het Vlaams Blok in twijfel. Op de achtergrond blijft hij volgens sommigen invloed uitoefenen op zijn partij of op partijgenoten. Hij is nu actief bij de Universiteit Hasselt. Nog steeds verblijft hij veel in China en opende in Peking een eigen zakenkantoor. Voorafgaand aan de wereldtentoonstelling in Shanghai in 2010 was hij projectverantwoordelijke voor het Belgische paviljoen. In de herfst van 2010 volgde hij Theo Kelchtermans op als voorzitter van de Universiteit Hasselt. Zijn hobby is het (mede) uitgeven van culinaire boeken. Het is de vraag welke en wiens reactie er zou komen als hij zijn Atoma-schriftjes publiceerde. Misschien staat er niet eens iets relevants is: dreigen met een nep-pistool?

Lees ook: Dirk Barrez, Het land van de 1000 schandalen, Globe, 1997

juni 4, 2015 at 12:24 pm Een reactie plaatsen

‘DE KERN VAN ONS CYNISME:

boot 2

door prof. Ignaas Devisch
dagelijks aanspoelende lijken maken ons geen flikker uit’

‘Het wordt hoog tijd dat de visionaire en humane principes waarop de Europese Unie is gefundeerd in realiteit worden omgezet, schrijft filosoof Ignaas Devisch over de aanhoudende vluchtelingenstroom naar Europa.

Het is zaterdagmorgen en ik lees dat dat er op de Middellandse Zee in totaal zo’n 4.200 vluchtelingen zijn gered. Er werden op verschillende boten in totaal ook 17 lijken aangetroffen. Op 1 dag! Het bericht staat niet eens bovenaan de online nieuwssites. Het woord ‘breaking’ wordt blijkbaar vooral gebruikt wanneer K3 aankondigt ermee op te houden, en dan toch weer niet echt.
De lijken vallen elke dag en de vluchtelingstroom houdt aan. Mensen over heel de wereld slaan op de vlucht voor hun leven. Steeds meer. Elke dag weer. We weten vanwaar ze komen. Terwijl de aangrenzende landen worden overspoeld en de levensomstandigheden in de vluchtelingenkampen verschrikkelijk zijn, kijken we toe. Terwijl miljoenen in nood zijn, aanvaarden sommige EU landen noodgedwongen een paar duizend vluchtelingen. Omdat ze aanspoelen of ergens in zee zijn opgepikt.
De kern van ons cynisme: dagelijks aanspoelende lijken maken ons geen flikker uit.
Mensen die vluchten om te overleven worden gedwongen gevaarlijke wegen te zoeken naar een veilig onderkomen in de Europese Unie. Ondertussen blijven de lichamen van verdronken vluchtelingen aanspoelen op de kusten van de Middellandse Zee. Elke dag weer. Soms veel, soms weinig. Geven we om de mensen die sterven op hun zoektocht naar veiligheid ? Of zijn we het een beetje beu geworden? Zoals er donatievermoeidheid blijkt te bestaan, zo ook empathievermoeidheid? Smaakt de koffie te slecht door erover te moeten nadenken op zaterdagochtend? Misschien. Ik mag het hopen.

Ook wij waren ooit vluchtelingen

Onze houding is cynisch. Wij staan nu op het droge, maar dat is ooit anders geweest. De meeste landen hebben nu eenmaal een geschiedenis van armoede en conflict. Ook wij hebben voorouders die hun huizen moesten verlaten of die arriveerden op vreemde kusten. Zij kennen de nood die veroorzaakt wordt door te moeten verhuizen. Andere delen van de wereld hebben ons verwelkomd toen onze voorouders op de vlucht sloegen.
Nochtans, we lopen te koop met onze hoogdravende waarden. In het Verdrag van de Europese Unie staat te lezen: ‘De Unie is gefundeerd in de waarden van respect voor menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en respect voor mensenrechten’. Ik geloof sterk in die principes waarop de EU gefundeerd werd, maar ze moeten worden omgezet in daden of ze zijn waardeloos. In plaats van de engagementen van het verdrag na te leven, wordt er prikkeldraad opgetrokken rond onze EU grenzen. Ons ‘respect voor menselijke waardigheid’ lijkt dus alleen van toepassing op diegenen binnen de omheining. En dan nog.
Misschien moet het volgende besef wel even tot ons doordringen: enkel de omstandigheden maken van de ene mens een vluchteling en van de ander een voldragen EU-burger. We maken allen deel uit van dezelfde mensheid als diegenen die plots vluchtelingen worden. Goed wetende dat voor velen die laatste zin te ‘melig’ zal klinken, is dat de kern van ons cynisme: het lijkt ons werkelijk geen flikker uit te maken dat er dagelijks lijken aanspoelen of ergens in zee ronddobberen.
Niet alleen als EU-burger raakt me dit. Ik schrijf dit stuk ook omdat ik deel uitmaak van een groep onderzoekers die zich met steun van de EU verenigd hebben in het COST Actieproject rond ethische kwesties in rampen (http://disasterbioethics.eu). We werken rond ethische vragen in rampensituaties. Als onderzoekers en EU-burgers geloven we dat het huidige antwoord van de EU op de wereldwijde vluchtelingencrisis de menselijke waardigheid schaadt. Het wordt hoog tijd dat de visionaire en humane principes waarop de Europese Unie is gefundeerd, in realiteit worden omgezet. Zoniet kan dat verdrag beter worden gedumpt, maar dan liefst niet in zee. Daar ligt al zoveel ellende begraven.

Prof. Dr. Ignaas Devisch (filosoof, Universiteit Gent/Arteveldehogeschool)
boot

juni 2, 2015 at 8:32 am 2 reacties

EEN HISTORICUS MET EEN BIERPROBLEEM

Bier 2 Camelbier_NEW

door Lucas Catherine

Ik denk dat ik dood ga. Op zich is dit natuurlijk een dooddoener. Alle mensen sterven. Dat wist mijn lievelingsfilosoof Al Ma’arri (ca 1000) al: Mozes predikte en stierf. Jezus stierf. En ook Muhammad, ondanks zijn vijf gebeden daags. Gisteren en vandaag zijn eender,nog altijd sterven de mensen. En Al Ma’arri stierf zelfs tweemaal. In februari 2013 werd zijn kop af gekapt, of althans werd zijn standbeeld in zijn Syrische geboorteplek onthoofd door geflipte fundi’s.
Maar toch ik heb een voorteken. Ik heb altijd dorst. Niet naar de eeuwigheid, maar naar bier. En dat voorteken ken ik uit de geschiedenis. Voor de Protestanten in de zestiende eeuw in Brussel werden onthoofd of levend verbrand hadden ze steeds verschrikkelijke dorst. Ik citeer een historicus van toen: “Daags voor hij geëxecuteerd zou worden, gingen we naar boven om hem een laatste vaarwel te zeggen. We troffen een wat neerslachtig man aan, die – je zou het nauwelijks geloven – gekweld werd door een ongelooflijke dorst. Men zegt dat mensen die op het punt staan te sterven door een ondraaglijke dorst worden gekweld, misschien omdat door het intensieve denken aan de dood en het daarbij komende wegkwijnen van de levensgeesten ten gevolge van het niet te bevatten verdriet, het lichaam langzaam wegkwijnt.” U begrijpt mijn bezorgdheid over mijn verschrikkelijke dorst. Nu denk ik niet intensief aan de dood, maar wel aan de plekken waar ik intensief van bier heb genoten. Mijn eerste Tsing Tao bier in het Shanghai van de Culturele Revolutie. Nu zal je zeggen, elk Chinees restaurant in België serveert dat. Jawel nu, maar toen. En ik weet het is eigenlijk een slechte ‘Duitse’ pils, maar toch, het water van Tsing Tao is erg biezonder. Zeggen de Chinezen en mijn herinnering. Of waar is de tijd toen ik in Khartoum woonde en op het terras van Moghrain, dat is waar Witte en Blauwe Nijl samenvloeien Camel Beer kon drinken.

Bier 1 Bier1798
En ik spaar u de Big Five van Tanzania. Voor toeristen gaat dat over groot wild, voor Dar es Salaamers en mij over Tusker, Safari en drie andere biermerken.

Bier 3biertanza 002
Genoeg eigen herinneringen, dat is historie. Maar als historicus stoot ik ook telkens weer op bier. Voor mijn nieuw boek ‘Jihad en Kolonisatie’ begin ik bij de bezetting van Egypte door Napoleon. En wat constateer ik: zijn leger had niet genoeg aan alleen maar de wijn van de lokale kopten. Er zaten ook niet-Franse bierdrinkers in. En die konden hun bier niet missen – ik begrijp ze ten volle, beter trouwens dan het opzet van heel die Egyptische Expeditie – . Probleem was dat ze in Egypte geen hop konden vinden. De Académiciens van de Expeditie werden aan het werk gezet, maar konden het probleem niet oplossen. Een Belg wel, want wat lees ik in n° 100 van Le Courier d’Egypte, 12 Pluviose IX (1 januari 1801), volgende annonce: “L’Armée est prévenue que la brasserie du citoyen Vandevelde, établie au vieux Kaire, est en activité. Le prix de la bière est fixée à 9 medins la pinte. » Citoyen Vandevelde was een Brusselaar en wij kennen al minstens sinds de zestiende eeuw een biersoort zonder hop. In Brussel heette ze toen cuete en in het Westvlaams keyte (dit is trouwens nog altijd de merknaam van een Oostends bier, dat zij oorspronkelijk ook dronken tijdens hun Spaanse belegering). Het was een schraal biertje, het enige dat tijdens het beleg van de Brusselse Republiek in 1585 in de stad nog te krijgen was. “En was maer oft waeter waer, al omdat’t graen soe dier was, omdat sy het mout verbacken souden in platte koude coeken voer de aerm lieden”, schrijft een Brussels historicus van toen. En hoe werd het verkocht? de cuete een halfve stuever e quaerte. Een quaerte, letterlijk een kwart, een inhoudsmaat van 3/4 kroes (een kroes = 1,40 l.), dat is circa 1 l. En dat brengt mij op een ander probleem. Inhoudsmaten van toen. Nu moeten we gewoon kiezen tussen een fluit (10cl), een glas (25cl) of een echte pint (33cl). Maar toen ging het dus om quaerte en andere rare inhoudsmaten. De grootste die ik in verband met bier heb teruggevonden is een aam, te weten drie sister. En een sister dat is een vat van een halve hectoliter van nu. En die naam kende ik als Brusselaar al lang, we hebben hier een Sistervat straat. En het rare is toen de stad in 1863 de straat met de helft heeft verlengd kreeg dat verlengde de naam Hectoliterstraat. Twee keer een sister is dus een hectoliter. Toen kenden onze gemeenteambtenaren nog hun geschiedenis.
Bier 4 Sistervat

Maar bier leverde mij een nieuw probleem op. Waar een mens al niet aan denkt als hij groten dorst heeft. Wanneer kregen we bier in flessen? Wel, het eerste bier dat niet langer in kruiken, quaerten of zelfs sisters werd verkocht was de Geuze. En ik ga u niet vermoeien door u alle mogelijke vergezochte en onjuiste etymologieën voor geuze op te dissen. Daarvoor gaat Sven Gatz hier een biermuseum oprichtten, niet in de Sistervatstraat, maar in de Beuzze. Dat gebeurde dus toen Brussel de champagne leerde kennen en drinken. Dat was rond 1830, om onze onafhankelijkheid van den Hollander te vieren zeggen kwade tongen. In Nederland zelf zal men champagne pas twintig jaar later leren drinken. En wij gingen die lege champagneflessen recupereren en verkochten daarin Lambiek-bier in kleine hoeveelheden. En die lambiek begon in de flessen te hergisten, en dat werd Geuze. Daardoor kunnen wij ook lezen in de krant ‘L’indépendance belge’ van 18 oktober 1844 over de uitvoer van Belgisch bier naar het Oosten. ‘200 flessen gueuse-lambick werden bij een Brussels brouwer aangekocht en naar Constantinopel gestuurd voor rekening van sultan Abdul Medjid’. Een halve eeuw na Napoleon stonden wij weer in het Ottomaanse Rijk, dit maal niet met cuete maar met geuze.
Tot hier mijn verhaal over mijn groten dorst. En mijn vrouw die over mijn schouder meeleest reageert sarcastisch. “Je biersyndroom is geen voorteken dat je gaat sterven, maar een heel duidelijk teken dat je alcoholieker bent.” En zoals we allemaal weten, God bestaat niet, dus zal zij wel de Waarheid vertellen.

mei 11, 2015 at 9:23 am 4 reacties

AL LANG BRANDT DE LAMP IN LAMPEDUSA

Lam 1

door Jef Coeck

‘Op Lampedusa zijn weer bootjes met x aantal vluchtelingen, soms meer dan 3000 op een dag, aangespoeld en/of opgepikt door meestal Italiaanse schepen. Of verdronken. Deze toestand is onhoudbaar en vraagt om hulp van de Europese Unie en de rest van de wereld. Staatssecretaris Francken (meneer X, mevrouw Y, paus F) is afgereisd naar Lampedusa om de toestand ter plaatse in ogenschouw te nemen.’ Het is sinds maanden een bijna dagelijks weerkerend bericht in de journaals en de kranten.

Weinigen hadden tot voor kort gehoord van het poëtisch klinkende eilandje Lampedusa. Het ligt in de Middelandse Zee, onder Sicilië waar het deel van uitmaakt, en is niet groter dan 20 vierkante kilometer. Het ligt dichter bij de Afrikaanse kust dan bij Sicilië zelf. Stranden, zon en water, vakantiegangers, een stukje Italië zonder geschiedenis? Dat laatste klopt niet helemaal, eigenlijk helemaal niet. Lampedusa heeft een lang en bewogen verleden.

Joseph Heller

Joseph Heller

Literatuurliefhebbers kennen het boek van Joseph Heller ‘Catch-22’. Het is een anti-oorlogsroman die zich afspeelt bij een Amerikaans luchtmachtonderdeel dat sinds medio 1943 opereerde vanop een Italiaans eiland in de Middellandse Zee. In het boek is dat het nog kleinere eiland Pianosa, dat voor de kust van Toscane ligt. Om diverse redenen was dat absoluut uitgesloten. In werkelijkheid ging het om Lampedusa en vooral ook Sicilië zelf, vanwaar de geallieerde luchtmacht bombardementsvluchten op de Duitse linies in Europa uitvoerde.

Konden de Amerikanen daar dan zo vrij opereren, zelfs toen Mussolini – bondgenoot van Hitler – nog aan de macht was? Ja, dat kon en wel hierom.

Operation Husky

De Siciliaanse maffia, die veel te ‘lijden’ had van de fascistische dictatuur, keek reikhalzend uit naar de komst van de Amerikanen. De maffiosi bleken dan ook graag bereid met de Amerikanen samen te werken. Vertegenwoordigers van de FBI en hoge Amerikaanse politieke en militaire functionarissen zochten in Comstock Prison van New York de Amerikaans-Siciliaanse maffiabaas Lucky Luciano op. De godfather van de Cosa Nostra was veroordeeld tot 30 jaar cel wegens het souteneurschap over tweeduizend prostituees. De VS-autoriteiten beloofden hem gratie als hij zou bemiddelen tussen de Amerikanen en de Siciliaanse maffia, om een soepele landing van de geallieerde troepen op Sicilië mogelijk te maken. Zo gebeurde het ook. Luciano kwam vrij. De publieke opinie op Sicilië werd bewerkt zodat de mensen, ondanks jarenlange fascistische propaganda en bijhorende sympathie, in dichte rijen juichten toen de geallieerden verschenen. En overal stonden lieden (maffialeden) klaar om de macht en de controle over te nemen. De Engels-Amerikaanse operatie Husky, die begon in de nacht van 9 op 10 juli 1943 aan de zuidkust, verliep dan ook gesmeerd. Binnen zes weken waren Sicilië en zijn ‘Pelagische eilanden’ (drie in aantal, waaronder Lampedusa) bevrijd.

Lucky Luciano

Lucky Luciano

Don Calogero Vizzini uit Villalba en Giuseppe Genco Russo uit Mussomeli, toen de nummer een en twee van de Siciliaanse maffia, werden vanaf de invasie intensief betrokken bij het verdere verloop van de operatie. Zij werden zelfs tot burgermeester van hun stad benoemd. Om zich van de onvoorwaardelijke steun van de maffia te kunnen verzekeren, stonden de geallieerden toe dat het hele criminele netwerk in een mum van tijd werd hersteld.
Door de schaarste aan allerlei goederen, zoals schoenen, kleding, sigaretten en medicijnen ontstond een nieuwe en lucratieve activiteit voor de maffiosi: de smokkel, op Sicilië beter bekend als ntralluzzu.

De maffia wist in deze periode in alle openbare diensten en bestuursorganen te infiltreren, van waaruit zij – dankzij de steun van de geallieerde militaire autoriteiten – de handel kon beheersen. Van 1943 tot 1946 was de maffia de onbetwiste leider van de smokkelhandel dankzij de uiterst winstgevende route Napels – Palermo.
De beweging van arbeiders en boeren bloeide op als gevolg van de almaar toenemende armoede, en ook het banditisme stak de kop weer op. Om zichzelf en hun eigendommen te beschermen, omringden de rijken zich als vanouds met geboefte. Maar er waren meer bedreigingen voor de landeigenaren. Het rode gevaar lag op de loer. De communistische landbouwminister Fausto Gullo van de tijdelijke Italiaanse regering wilde bijvoorbeeld dat de arme boeren eigenaar konden worden van ongebruikte stukken land en dat de landbouwproducten eerlijker zouden worden verdeeld. Om te voorkomen dat de communisten met dit soort maatregelen hun macht zouden gaan ondergraven, wilde de bezittende klasse zich zo snel mogelijk van Italië afscheiden. Sommigen wilden helemaal onafhankelijk zijn en anderen hoopten dat Sicilië de 49ste staat van de Verenigde Staten mocht worden.

Meteen na de bevrijding van de fascisten hadden de separatisten in Palermo er al op aangedrongen Sicilië onafhankelijkheid te verlenen. Tegelijktijd werd de beruchte bendeleider Salvatore Giuliano gevraagd de opstand te steunen. Giuliano werd benoemd tot kolonel over een samenraapsel van allerhande gewapende bendes dat de mooie naam Vrijwilligersleger voor de Onafhankelijkheid van Sicilië kreeg toebedeeld.

Salvatore Giulliano

Salvatore Giulliano

Giuliano trok plunderend en brandstichtend rond met als dieptepunt de aanslag van Portella della Ginestra, een dorp in de buurt van Palermo, waar op 1 mei 1947 de werklui uit het gebied en hun gezinnen waren samengekomen om de Dag van de Arbeid te vieren. Toen de lokale secretaris van de socialistische partij net aan zijn toespraak was begonnen, klonken vanaf de heuvels rondom de eerste schoten. De mensen reageerden enthousiast, want ze dachten dat er alleen maar in de lucht geschoten werd, maar daarna klonk de eerste schreeuw. Er waren elf doden en vijfendertig gewonden. Met deze methoden bereikte Giuliano zijn doel. Het vervolg is niet verrassend. Giuliano werd in 1950 dood aangetroffen, zogenaamd na een vuurgevecht, maar vermoedelijk eerst door maffiabroeders vermoord.

Russo, Giuliano, etc. zijn namen die geregeld terugkeren in de Amerikaanse politiek. Dat is nu verklaard. Op Lampedusa en in heel Sicilië is de maffia, na een zuiveringsactie in de jaren tachtig, weer de baas. Wie zou die boten leveren aan mensensmokkelaars? Zo simpel is het niet om alles op de Cosa Nostra af te schuiven, want de concurrentie is groot.

Vanaf de Oudheid

De naam Lampedusa zou kunnen afstammen van het Griekse woord ‘lampàs’, wat toorts of fakkel betekent. Dat soort lampen werd eeuwenlang op de rotskusten van het eiland geplaatst, als een soort vuurtorens voor de scheepvaart. Of, ongetwijfeld ook wel, om rijkbeladen handelsschepen op de klippen te doen lopen en vervolgens leeg te stelen. Phoeniciërs, Romeinen, Grieken e.a. hebben eeuwenlang aangelegd in Lampedusa als handelspost en/of bevoorradingspunt.

In de 16de eeuw werd het eiland geplunderd door Noord-Afrikaanse slavenhandelaars, die de hele bevolking meevoerden naar hun Afrika en de Golf. Lampedusa bleef zelfs een hele tijd onbewoond, bij gebrek aan bewoners. In de 18de eeuw raakten de Britten geïnteresseerd in Lampedusa als marinebasis voor hun vloot. Zij hadden al het naburige Malta ingepikt. Een tijdlang liet ook Napoleon zich in heel Sicilië gelden, maar zijn uiteindelijke lot kennen we.

Lampedusa kwam meer en meer onder het gezag van het koninkrijk Napels. En na de eenmaking van Italië maakte het deel uit van het Italiaanse vorstendom. Het eiland werd bevolkt door boeren, die schapen kweekten en graan teelden. Een tijdlang was het zelfs een verbanningsoord voor veroordeelde misdadigers.

De oorlogsperiode staat hierboven beschreven. Tijdens de koude oorlog werd het een Amerikaanse NAVO-basis, LORAN-C, met reuze-antennes en interstellaire afluisterposten, die later werden overgedragen aan Navolid Italië.

In 1986 ontstond er een conflict met Lybië, dat twee Scud-raketten afschoot op Lampedusa, ze misten allebei hun doel en kwamen in zee terecht. Maar de vijandelijkheden waren geopend. De Lybiërs wilden zich wreken voor het Amerikaanse bombardement op Tripoli en Benghazi. Later bemoeiden de Italianen zich ermee. In 2004 sloten Lybië en Italië een geheim akkoord waarbij Afrikaanse immigranten uit Italië automatisch naar Lybië werden (terug)gestuurd. Een deel van de bevolking van Lampedusa werd op die manier richting Afrika geloosd. Sinds de jongste ontwikkelingen in Lybië worden de Afrikaanse en andere migranten die naar Lampedusa willen, vanuit Lybië geholpen (what’s in a word?) om de Italiaanse onderkust en zo de Europese Unie te bereiken.

Lam 2

Zo zou de dodelijkste migrantenroute ter wereld zijn ontstaan. Het bezoek aan Lampedusa van Paus Franciscus in 2013 heeft daar niets aan veranderd. De Siciliaanse maffia speelt hierbij ongetwijfeld een rol – maar hoevel andere maffia’s zijn er sindsdien bijgekomen?
Op Lampedusa schijnt de zon en blinken de stranden, die nu bevolkt zijn met lijkzakken, doodskisten, noodhospitalen en hulpverleners. Plus staatssecretaris Theo Francken en zijn collega’s uit andere landen. En journalisten, natuurlijk.

mei 4, 2015 at 3:20 pm 1 reactie

WANNEER IS HET ROKJESDAG?

rokjesdag A

Op 2 april 2009 probeerde wijlen Martin Bril in zijn column in de Volkskrant een antwoord te geven op de vraag: wanneer is het precies rokjesdag? Zijn conclusie: ‘Het luistert nauw met deze dag’. Hierbij nog een keer zijn overpeinzingen.

door Martin Bril

Van alle kanten bereikt mij de vraag wanneer het rokjesdag is. Televisieprogramma’s, tijdschriften, radioshows, passanten op straat. Iedereen heeft het erover. Sommigen noemen het overigens bloesjesdag.

Ik niet.

Rokjesdag is die ene dag in het voorjaar dat alle vrouwen als bij toverslag ineens een rok dragen, met daaronder blote benen. Tot zover de definitie waarop ongetwijfeld het een en ander valt af te dingen, maar daar heb ik geen zin in, sterker nog; het is een prachtige definitie.

De Van Dale noteert onder rokjesdag zie bloesjesdag. Zo kan ik het ook. Snel naar bloesjesdag en daar treffen we deze: eerste warme lentedag (waarop de vrouwen voor het eerst in hun bloesje op straat lopen).

Tja.

Ik vind mijn eigen definitie beter. En ik ben niet eens een billenman. Ook geen tietenman trouwens. Dus dat heeft er niets mee te maken. Wat mijn definitie zo mooi maakt is de toverslag.

Hoe weten alle vrouwen dat het rokjesdag wordt? Er is geen tamtam, en het wordt niet op radio en televisie aangekondigd. Het gaat dus om een voorgevoel dat duizenden vrouwen op hetzelfde moment bezoekt.

Het is vandaag 2 april en als het goed is schijnt de zon. In de loop van de dag zal de temperatuur oplopen tot zo’n17, 18 graden. Dat is in principe genoeg voor rokjesdag, ware het niet dat de ochtend aan de koude kant is, 4 graden, en dat is een obstakel. Halverwege de dag iets anders aantrekken mag niet, en is in veel gevallen ook onmogelijk. Je gaat je op je werk niet verkleden.

Dat brengt ons bij vrijdag.

Niets is beter voor rokjesdag als een dagje wennen aan het idee. Die dag beleven we vandaag. In grote delen van het land, dat moet ik erbij zeggen. Voor wie pech heeft. Wat tegen vrijdag pleit is dat rokjesdag eigenlijk niet aan het einde van een week mag vallen; dat is te makkelijk.

Rokjesdag moet een element van ontbering hebben, een koude ochtend en kippenvel. Vijf graden in de ochtendspits. Het lijkt wel alsof je gek bent. Maar je ziet gelukkig overal collega’s.

Alle rokjes samen zorgen ervoor dat de zon zich al om half 11 gewonnen geeft en haar temperatuur opschroeft naar 13 graden, en twee uur later al naar 18 graden. Uit de wind, een heel klein beetje maar, maar toch, uit de wind kan het makkelijk 20 graden worden.
Voilà, rokjesdag.

Maar ik durf mijn hand er nog niet voor in het vuur te steken. Volgens mijn eigen archief valt rokjesdag namelijk altijd later. 3 april zou een record zijn. Mijn rokjesdagen spelen zich altijd rond 15 april af, bijna twee weken later. Ik moet daar als expert toch enig belang aan hechten.

Maar voor hetzelfde geld overvalt rokjesdag mij vrijdag, dat kan zomaar. Ik neem tenslotte niet deel aan het grote toverslagse raadsel, hoewel ik met drie vrouwen in huis wel een kleine voorsprong heb op andere mannen, en ik hoor de gesprekken die erover gaan, en ik zie dat de winterjassen niet meer aangaan, ik stel zelfs vast dat er lage schoenen aan blote voeten steken, en zonnebrillen in het haar. Ja, dat het de goede kant op gaat, is een feit.

Maar vrijdag?

Doet het er trouwens toe? Natuurlijk niet. Het is maar een geintje. Maar in de kern een schitterend geintje, dat wel. Rokjesdag doet mij meer dan Internationale Vrouwendag, als ik zo oneerbiedig mag zijn.

Het is een feestdag, wanneer hij ook valt.

kort

kort

krt

krt

kt

kt

k

k

o

o

voyeurisme is niet strafbaar

voyeurisme is niet strafbaar

handtastelijkheden wel

handtastelijkheden wel

april 16, 2015 at 11:28 am Een reactie plaatsen

Oudere berichten


Kalender

juli 2015
M D W D V Z Z
« jun    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 818 andere volgers