Archief beheerder

WAAROM IS NEDERLANDS LEREN ZO MOEILIJK?

Elio

Knack-Nieuwsbrief denkt het antwoord op deze vraag gevonden te hebben.

Vlamingen kloppen zichzelf graag op de borst wanneer het over talenkennis gaat. Een meerderheid weet zich redelijk uit de slag te trekken in het Frans en ook op Engels wordt doorgaans vlot overgeschakeld. Doen Frans -en anderstaligen dan geen moeite om Nederlands te leren? Adriaan D’Haens, germanist aan de Ugent onderzocht voor zijn scriptie “waarom leren Nederlands is niet gemakkelijk”.

Als mensen talen leren, voltrekken er zich allerhande gecompliceerde processen in hun hersenen. Een bekend Amerikaans taalkundige, Noam Chomsky, bedacht in het midden van de vorige eeuw een theorie die de werking van deze processen verklaarde. Hij ging uit van een taalverwervingsmodule of universele grammatica in de hersenen, een soort ingebouwd systeem dat ervoor zorgt dat mensen makkelijk taal kunnen verwerven.
Door te luisteren naar de taal die om hem/haar heen gesproken wordt kan een Chinese baby dankzij deze module met evenveel gemak Chinees leren als een Vlaamse baby Nederlands.

Woordvolgorde

Of deze taalverwerkingsmodule een even belangrijke rol speelt bij het leren van een vreemde taal, is stof voor discussie. Waarom geraken anderstaligen in Vlaanderen na jaren Nederlandse les nog steeds moeilijk uit hun woorden? Volgens D’Haens is dit te wijten aan de woordvolgorde van hun moedertaal.

De Nederlandse woordvolgorde is namelijk allesbehalve eenvoudig. Wanneer we ondergeschikte zinnen maken, zetten we de werkwoorden helemaal op het einde, en als er een zinsdeel voor het onderwerp en de persoonsvorm staat, worden die nog eens omgewisseld – daar is deze zin trouwens een mooi voorbeeld van. In English ,the subject and the verb stay in the same position, no matter what you do or what you say. Ook het Frans kent deze variatie aan woordvolgordes niet.

Adriaan D’Haens analyseerde een weloverwogen verzameling van Engelse en Nederlandse teksten, geschreven door Nederlandstaligen en Engelstaligen die respectievelijk Engels en Nederlands als vreemde taal leerden. Uit het onderzoek bleek dat Engelstaligen, zoals verwacht, vooral fouten maakten tegen de Nederlandse woordvolgorde. Nederlandstaligen ondervonden deze problemen niet wanneer zij Engelse zinnen maakten; hun woordvolgorde was foutloos.

Wie een moedertaal heeft met een ‘moeilijke’ woordvolgorde kan dus blijkbaar zonder problemen overschakelen op een makkelijkere variant, maar vice versa levert dat aanzienlijke problemen op. Als Elio Di Rupo in de toekomst “niet steeds kan maken even goede zinnen” mogen we het hem dus niet altijd kwalijk nemen.

http://www.knack.be/nieuws/wetenschap/mysterie-van-de-dag-waarom-is-nederlands-leren-zo-moeilijk/article-normal-9900.html


Noot JC:

1/ De ‘generatieve grammatica’ van Chomsky is door hemzelf lang geleden herwerkt en eigenlijk verlaten. Het zou ook verbazen als die aangeboren talenkennis alleen voor het Engels bestond, toch? Sindsdien duikt het begrip ‘universele grammatica’ op, waarmee bedoeld is dat alle kinderen waar ook ter wereld hetzelfde soort grammatica in de onvolgroeide hersenen hebben. Ook daarop komt veel kritiek. Chomsky zelf houdt zich al jaren bezig met interessantere onderwerpen zoals: hoe zit de wereldpolitiek in elkaar en waar leidt dat toe?
Het neemt niet weg dat er ‘spontane’ hersenmechanismen bestaan bij babies en jonge kinderen, om de taal die ze het meest horen het snelst te leren. Dat valt empirisch vast te stellen. Maar even goed leren ze bijna simultaan ook aandere talen, als de omstandigheden daarvoor gunstig zijn. Toch blijft taal een te verwerven goed, het is niet een soort godsgegeven.

2/ Elio’s ‘omkeringen’ mogen we hem ‘niet altijd’ kwalijk nemen. Soms dus wel. Wanneer dan? We moeten toch niet veronderstellen dat hij het ‘soms’ doet om de Vlamingen te irriteren? Dat zou pas taalnonsens zijn.

juli 24, 2015 at 11:14 am Een reactie plaatsen

TABORA, STAD MET DE DRIE NAMEN

Tabora ex-Kaisershof

Tabora ex-Kaisershof

door Lucas Catherine


Tabora, zegt het u iets ? U denkt dat het om de Bijbelse berg Tabor gaat, zoals ik vroeger dacht? Helemaal niet.
En is er bij u ook een Taborastraat, zoals bij mij in Brussel? En is er ook een fritkot? Een wat bizar fritkot, met echte Belgische frieten, uitgebaat door een Iraniër die bij voorkeur klassieke muziek speelt. Tabora, een raadsel uit mijn jeugd dat nu al een tijdje is opgelost.

Sinds de herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog weet ik dat het Belgisch-Congolees koloniaal leger daar den Duits heeft verslagen en dat we toen als beloning Ruanda en Burundi kregen. Maar het raadsel was nog niet echtig-techtig volledig opgelost. Tot ik in Tabora belandde.

U gaat op vakantie met booking.com, ik met Burton, Speke, Becker en Stanley. Vandaar Tabora. Want ze zijn er alle vier geweest, hebben er zelfs een paar maand gewoond. Natuurlijk kan je niet met SN Brussels naar Tabora, zelfs niet met Swiss Air. Daarvoor moet je eerst naar Dar es Salaam. Nu is Dar samen met Rabat en Brussel zo wat de enige stad waar ik me thuis voel. Sorry als ik hiermee de Antwerpenaars beledig. Mijn excuus is dat ik daar gewoond heb.

Alhoewel Dar is Dar niet meer. Heel de oude stad is niet alleen omzoomd door wolkenkrabbers, maar ook grotendeels afgebroken. Nog drie huizen uit de tijd van de Zanzibari sultan, die de stad zo’n 150 jaar geleden heeft gesticht, iets meer uit de Duitse tijd en gelukkig toch nog wat Indische art-deco gebouwen uit de jaren 1930. Die sky-scrapers, meestal door Chinese firma’s gebouwd staan grotendeels leeg. Er is daar nogal wat windhandel en foute beleggingen door pensioenfondsen in luchtkastelen. We logeerden natuurlijk in de oude stad. In zo’n hotel afgekoeld door zeewind en met een fan tegen de muggen en de malaria. Safari-inn. Het hotelletje lag vlakbij restaurant New Zahir, waar in de jaren 1960 Malcolm X en Che Guevara (vermomd als Russisch dokter) nog rondhingen. En waar ballingen van het Zuidafrikaanse ANC genoten van de lokale swahili-keuken. Ik weet niet of in ons bed iemand van hen heeft geslapen.

New Zahir

New Zahir

Niet alleen de stad is grondig veranderd, ook de sfeer in de bars. Mijn lievelingsbar is wat ze in Kinshasa een ‘terrace’ noemen. Een openlucht café. ’s Middags komen de bedienden van de omliggende firma’s er eten, en drinken en ’s avonds is het feest. Vijf jaar geleden hoorde je er alleen Afrikaanse muziek, meestal dan nog Congolese, en nu! Witter dan wit: Dolly Parton, Johnny Cash… het meest zwarte dat er te horen viel waren de Pointer Sisters (je weet wel: I want a man with a slow hand, I want a lover with an easy touch, iets wat mijn vrouw soms wel eens neuriet.)

Geef mij dan maar de bars van Tabora.
Reizen moet bij mij een doel hebben. Voor Tabora had ik er twee: grafmonumenten van de Belgisch-Congolese Force Publique en het raadsel van de stad met de drie namen oplossen. Wacht, ik heb het dadelijk over die drie namen.
Eerst in de stad geraken en dan die graven.

Je kan naar Tabora rijden, meer dan 1000 km van de kust en dat over wegen met potholes, tenzij de stukken die de Chinezen hebben gerepareerd, minstens twee dagen. De trein is ook al geen optie, want er vertrekt maar om de drie dagen een trein en die doet er ook al twee dagen over. Dan maar vliegen. Met Precision Air minder dan twee uur. En geen flauwe moppen nu, ik ken dat eens dat je een vliegtuig neemt ten zuiden van de Middellandse Zee dan hebben ze het over Insj’allah Airways en zo. Alles behalve ‘Precision’. Vergeet het. Het vliegtuig vertrok op tijd en kwam tien minuten te vroeg aan. Ik wou dat mijn trein Brussel-Oostende even betrouwbaar was. En, ik voelde mij Kuifje in Afrika. Het was nog een schroefvliegtuig. Waarom begreep ik toen we in Tabora landden. Niet alleen was het gebouw van de luchthaven kleiner dan mijn stamkroeg in Brussel, maar buiten de landingsbaan zelf die in asfalt was, moest het vliegtuig taxiën over grintpistes. Met straalmotoren zou dat nogal wat geven, na iedere landing de piste heraanleggen.

Tab 3

Tabora ligt terug in de tijd: Ons hotel was het vroegere Kaisershof. Door de Duitsers nog voor de Grooten Oorlog gebouwd in de hoop dat de Kaiser himself na de overwinning zijn Afrikaanse bezitting zou komen inspecteren. Omgeven door veel groen, bloemen, bomen, waterpartijen, heel onafrikaans. Dit trekt massaal muggen aan en malaria. Maar goed het gebouw dateert uit de tijd dat malaria werd bestreden met gin tonic en quinina-wijn. Tijdens het diner speelde een orkestje, Congolezen want op hun repertoire stond ook Marina, ja van Rocco Granata. Zeg dan nog dat de Belgische kolonisatie alleen maar kwaad heeft aangericht.

We hadden er afspraak met een lokale historicus. Gelukkig hadden we hem als gids, anders hadden we zeker niet een van de zes begraafplaatsen gevonden. We trokken zelfs tot Mabama, vijftig kilometer westwaarts van Tabora. Onze enige aanduiding was een handgeschetst kaartje uit 1924 met hun ligging langs de weg en spoorweg naar Kigoma. Die spoorweg lag er nog, maar de Chinezen hadden ondertussen wel een nieuwe weg aangelegd.
De monumenten waren in geen staat. De koperen Congosterren die ze als versiering droegen waren al decennia verdwenen, net als de naamplaten.
Dit is wat er rest van het graf van Luitenant Lambert en de onderofficieren Cipont en Enghelborgs.

Tab 4

Het was erg moeilijk te vinden. Je moest enige historische deductie-redenering gebruiken. De Belgische graven lagen langs de oude weg en de spoorweg Tabora-Kigoma. Die volgde de oude karavaanroute van de Zanzibari. En waarvoor waren die Zanzibari bekend? Hun swahili bijnaam is ‘manga’ omdat ze overal langs hun karavaanwegen mangobomen hebben aangeplant. Die gaven niet alleen veel schaduw, maar ook meerdere keer per jaar vruchten. Belgen en Congolezen kennende zouden die wel als ze een graf moesten delven de schaduw aan de voet van een mangoboom verkiezen. En inderdaad ons graf lag onder een eeuwoude mangoboom.

De herdenkingszuilen voor de Congolese soldaten en dragers hebben het iets beter overleefd. Eentje ligt zelfs in een goed onderhouden tuin net buiten Tabora:

Tab 5

Na een succesvolle makabere zoektocht, – terloops ons woord makaber komt net als het swahiliwoord voor begraafplaats, makaburi van het Arabisch makbara – moesten we klinken, met William Maswa Sizya onze gids. En toen kwam de naam Tabora ter sprake.
Als je er de Europese explorateurs op naslaat duiken er drie namen op voor de stad: Chemchem, Kazeh en Tabora .

De Belg Jerome Becker – hij was gouverneur van de eerste Belgische kolonie aan het Tanganyika-meer, Karema – kent er twee van: Chemchem en Kazeh.
De bevolking die er woont zijn de Nyamwezi – bij Europese explorateurs als Burton, Speke of Stanley bekend als Mensen van de Maan. Zij noemen de plek Chemchem, de waterbron. Toen vanuit Ruanda Tutsi veehouders er zich kwamen vestigen, noemden zij, volgens de lokale overlevering, de heuvel waarop ze zich vestigden Kazeh, naar de naam van hun chef. Om de verwarring nog groter te maken: kazeh betekent in het kiNyamwezi ook gewoon koninkrijk. Daar woonde trouwens de sultan van de Nyamwezi.

De verwarring was dus groot, zeker bij Stanley, toch al een kneus als het om topografie ging. Aan hem ‘danken’ we de naam van een van de grote rivieren in Noord-Oost Congo. Iedereen voor hem, de lokale bevolking, de Zanzibari handelaars noemden haar de Ituri. Nu is dat alleen nog zo voor een deel van die stroom. Ze staat vooral bekend als Aruwimi. En dat kwam zo. Stanley arriveerde er, zag twee lokale vissers op de stroom en vroeg hen in het swahili: hoe heet dat hier? Zij verstonden geen swahili en de ene visser bekeek de andere, en sprak: kent die ons? in de lokale taal: Aruwimi? Vandaar.

Ook in Kazeh had hij problemen. Hij vertelt het zelf (in How I found Livingstone). Bij zijn aankomst vraagt hij de Zanzibari gouverneur van het gebied, Said bin Salim: “Waar is Kazeh?”
“Zou ik niet kunnen zeggen.”
“Wat bedoel je. Burton, Speke en later Grant waren er in uw gezelschap! Hebben Burton en Speke niet in Kazeh gelogeerd bij Musa Mzuri (Mooie Mozes)?”
“Jawel, maar Musa woonde in Tabora”.
Het is dus in dit Kazeh dat zich vanaf 1825 Swahili’s van de kust en van Zanzibar vestigden. Dankzij hun Indische financiers in Zanzibar namen zij de ivoorhandel tussen Oost-Congo en Zanzibar over. Zij gingen zich iets later ook in Oost Congo vestigen met als belangrijke centrum Kasongo en stichtten er ondermeer de stad Kisangani.
De stad Tabora werd nu een groot centrum van karavaanhandel. Belangrijkste producten: ivoor en honig. Die honig was trouwens Jerome Becker al opgevallen, net als de massa’s bijen die er voorkwamen. Die honing is nog altijd een specialiteit. Vooral die van heel kleine bijen, nyuki wadogo, zoet maar met een nasmaak van limoen.

honig in de Souk

honig in de Souk

Jaarlijks trokken er zo’n 500.000 karavanen door de stad richting Congo of richting Zanzibar. De Nyamwezi hadden het monopolie op de job van drager. Dit gebeurde dus niet door slaven, zoals de koloniale geschiedschrijving wil, maar door betaalde werkkrachten wier loon meesteeg met de prijs van het ivoor van 8 Maria Theresia Dollar naar MT$ 20 in de jaren 1870. De meeste volwassen mannen in Unyamwezi werden daardoor drager. En al dat volk moest proviand mee nemen op zijn lange tocht. Zo zal de naam Tabora ontstaan. Grote zoete aardappelen werden gekookt, in grote schijven gesneden en dan in de zon gedroogd. Een soort frieten zonder bakken in vet. Die schijven konden maandenlang goed blijven en werden het basisvoedsel van de karavanen. Zo’n schijf heet in de taal van de Nyamwezi, tabora.
Deze Afrikaanse vorm van friet, zonder vet maar zongedroogd zijn stukken gezonder zouden de hipsters en andere leden van de Glutenkerk nu zeggen, werden dus uitgevonden zo rond 1857, jaar waarin voor het eerst een frietkot opduikt in de Belgische pers. Dit van een zeker Fritz uit Verviers, althans volgens Le Courier de Verviers.

juli 18, 2015 at 12:50 pm Een reactie plaatsen

DE MILJONAIRSTAKS EN ANDER LEUKS VOOR IEDEREEN

MIL 1

door Jef Coeck

Steeds minder Grieken hebben geld, zelfs de banken klagen over een tekort. Enkel nog de ortodoxe kerk en de superrijke reders weten zich (meer dan) te redden – ook al omdat ze geen of heel weinig belastingen betalen. Komt het bij ons ook zo ver? Enkele cijfers.

Het laat zich aanzien dat 2016 wereldwijd een historisch jaar wordt. Met name: het jaar waarin de 1 procent van de volwassen wereldbevolking meer vermogen zal hebben dan de 99 procent anderen. Dat is in de geschiedenis van de homo sapiens, die intussen toch al meer dan 100.000 jaren op de teller heeft staan, nooit gebeurd. Nauwelijks 1 procent van de planeet zal volgend jaaar meer bezitten dan alle andere planeetbewoners samen.

Dat is niet het hele verhaal. Want binnen die 1 procent zijn er nog enorme verschillen. De toplaag van de aller-rijksten wordt gevormd door de UHNWI, de ultra high-net-worth individuals. Kortweg de ULTRA’S, lieden met een persoonlijk vermogen van meer dan 25 miljoen euro. Die elite van ultra’s bestaat uit 200.000 mensen of nauwelijks 0,004 procent van de volwassen wereldbevolking.

Volgens het recente jaarrapport van de vermogensbeheerder UBS telt België nu 870 ultra’s, goed voor naar schatting 84 miljard euro. Dat is een gemiddeld vermogen van 96 miljoen Euro per Belgische ultra. De kern van deze ultra’s bestaat uit nauwelijks tachtig families. Die tachtig families bezitten vandaag evenveel vermogen als de 3,5 miljard armste mensen ter wereld. Dat blijkt uit de ramingen van vermogensbeheer Credit Suisse, volgens de nu wereldbekende expert Piketty.

Moeten miljonairs dan zomaar beroofd worden, alle bezit afgepakt en zijzelf in de gevangenis of op zijn minst aan de klaagmuur? Nee, natuurlijk niet. Dat zou even ondemocratisch en tegen de mensenrechten zijn als de reeds jarenlange verpaupering van pakweg Afrika.

Hoe ziet de miljonairstaks er dan uit? Die taks slaat alleen op fortuinen van meer dan 1 miljoen euro, bovenop de eerste woning met een waarde tot 500.000 euro. Het is een progressieve belasting, met een maximumaanslagvoet van 3 procent: één procent belasting op het deel van het vermogen boven de 1 miljoen euro, twee procent op het deel boven 2 miljoen, en drie procent op het deel boven 3 miljoen euro.

De miljonairstaks laat dus alle vermogens lager dan 1 miljoen euro ongemoeid. Bovendien wordt de woning die de ‘kleine’ miljonair betrekt vrijgesteld voor een bedrag van 500.000 euro. Anders gezegd: ook met een miljonairstaks blijft een schijf van 1,5 miljoen onbelast.

Stel dat iemand een vermogen bezit van 3,2 miljoen euro. Dan betaalt hij een miljonairstaks van 31.000 euro, zijnde een belastingvoet van nauwelijks O,97 procent. Hij houdt dan nog steeds ongeschonden zijn 3,169 miljoen euro over die hij naar hartenlust kan beleggen. Of uitdelen aan goede werken. De veelgehoorde bewering dat miljonairs nog ‘slechts’ 999.999 euro van hun kapitaal zouden mogen behouden, is dus klinkklare nonsens.

Op deze manier wordt de (Griekse, Belgische, Vlaamse,…) schatkist bijgevuld en finaal gered. We zullen niet langer moeten schrapen op de bodem om te voldoen aan de vaak onredelijke eisen van internationale bestuurders, bankiers, managers, beursgoeroes. Daarmee zijn het land en de wereld nog niet gered. Want het vergaarde belastinggeld moet zo goed mogelijk worden aangewend, tot baat van de gemeenschap.

Nog meer noodzakelijke ingrepen

Neem de energievoorziening. Daar is een Wende, een revolutie eigenlijk, hoognodig. In sommige steden van Duitsland en Denemarken heeft die al plaatsgevonden. De inwoners gaan de klimaatcrisis te lijf met eigen initiatieven. Ze richten energiecoöperaties en steeds meer staatsbedrijven op. Ze willen de stroomvoorziening weer in eigen handen nemen om een snelle omslag naar een klimaatneutrale toekomst van onderuit mogelijk te maken.

Staatsbedrijven? Dan krimpen oude ratten al in elkaar van afschuw. Dat betekent toch ‘corruptie en favoritisme’? Die is goed. Als corruptie en favoritisme ergens te vinden zijn in de huidige wereld, is het toch bij de internationale instellingen, de ongecontroleerde banken en multinationals, de grondstoffenjagers, de sjoemelaars met voedsel en medicamenten, en een hele boel andere individu’s of groepen? De wapenhandel, om maar iets te noemen.

Wat van openbaar nut is, moet ook openbaar bezit zijn. Niet dat de hele wereld verstaatst moet worden (inclusief controle door de burgercomités), maar een flink deel ervan wel. Gezondheidszorg, onderwijs, voedselcontrole en –bedeling, energie, en nog veel meer.

Ja, dat hebt u goed geraden. Deze ideeën komen voor in een boekje van Peter Mertens samen met een vijftiental andere leden van de studiedienst of mandaathouders van de PVDA+. Communisten? So what? We hebben al onze islamofobie. Nu nog een communistofobie hoeft niet. Wie iets wil leren, leest bij voorkeur over dingen die hij/zij NIET kent.

Lees dit boekje. Het is dun en zeer begrijpelijk geschreven. Met de hand op het hart (ik ben geen communist) : het is de allereerste keer dat ik een geloofwaardige win-winsituatie tegen het lijf ben gelopen. Ik heb het dan met name over de miljonairstaks. Wat winnen de miljonairs er zelf aan, zult u vragen? Zij kunnen genieten van het goed gevoel dat ze hun land- en andere lotgenoten een grote dienst hebben bewezen, c.q. van de ondergang gered. Zonder dat dit moet gebeuren in een sfeer van 19de eeuwse liefdadigheid en Dickensiaanse uitdeling van de kruimels. Sommige Amerikaanse multimiljonairs (Bill Gates?) hebben dat al begrepen. Nu onze eigen ultra’s nog.

*Peter Mertens (red.), De miljonairstaks en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen, EPO, 160 blz., 15 euro

Grafzerkje voor miljonair (bewoonbaar, niet te huur)

Grafzerkje voor miljonair (bewoonbaar, niet te huur)

juli 10, 2015 at 1:47 pm 4 reacties

RED DE BRUSSELSE MEDIA

Anne Brumagne

Anne Brumagne

door Walter Zinzen

Brussel deze Week is zonder twijfel één van de weinige kwaliteitskranten in ons land. Complexloos Nederlandstalig met een open vizier voor de vele gemeenschappen die onze hoofdstad rijk is, met aandacht voor cultuur , sport en de jongere lezer, kritisch voor de beleidsmakers waar nodig. Kortom een journalistiek topproduct.

Of dat zo zal blijven is bijzonder twijfelachtig. Want Brussel deze Week behoort sedert enige tijd tot een gemeenschappelijke vzw , samen met TV-Brussel, de nieuwssite brusselnieuws.be en FM Brussel. Deze nieuwe vzw, Vlaams Brusselse Media genoemd, heeft vele bedoelingen maar het bevorderen van goede journalistiek is daar niet bij. In het rumoer dat ontstaan is door de , ijlings ingetrokken , afschaffing van FM Brussel , is onderbelicht gebleven dat de hoofdredacteur van Brussel deze Week , Anne Brumagne ontslagen is. Op brusselnieuws.be werd ze in deze termen uitgewuifd : “Ze is een uitstekende hoofdredacteur, een hoofdredacteur met visie op degelijke journalistiek en met een zeer grote menselijkheid. Anne ging voor journalistieke en maatschappelijke relevantie en niet voor perceptie en de schone ogen van de macht.”

Laten deze kwalificaties nu net de reden zijn geweest voor haar ontslag want journalistieke en maatschappelijke relevantie is wel het laatste wat de bazen van VBM willen. Dat blijkt al uit de samenstelling van de Raad van Bestuur : 12 uitsluitend politiek benoemde leden , van wie slechts 2 met een journalistiek profiel. Alle anderen zijn marketeers of reclamemensen, te beginnen met voorzitter Marc Michils, bekend van de Liga tegen Kanker , maar zonder enige media-ervaring. Dat geldt ook voor de algemeen directeur ,Michel Tubbax, ondertussen alweer ontslagen maar nog altijd werkzaam in het verborgene. Hij werd benoemd op 13 oktober 2014. “Hij heeft, zo staat in het verslag van de Raadsvergadering letterlijk te lezen, uitgesproken ervaring met change, het leiden van een groep, coachen.” Ervaring met media? Met journalistiek? Daar was geen behoefte aan. Wel aan een plan om de Brusselse media op een nieuwe leest te schoeien. Daar moest Jan Callebaut voor zorgen.

Jan Callebaut ! Een man die al tientallen keren heeft bewezen dat journalistiek hem geen lor interesseert. “De eindgebruiker heeft altijd gelijk” beet hij de protesterende redacties toe. Zijn plan maakt integere journalistiek onmogelijk. En dat is ook de bedoeling. In zijn beleidsbrief geeft voogdijminister Gatz de Brusselse media de opdracht te berichten over de Vlaamse Gemeenschap en haar Brusselse Commissie alsmede over de Nederlandstalige verenigingen en organisaties. “Een missie voor een communicatiedienst, geen journalistieke missie” noemde Bart Eeckhout dat – terecht – in De Morgen.
Ondertussen smijten de dames en heren marketeers met overheidsgeld dat het een lieve lust is. De fusie heeft vorig jaar alleen al 180.000 € gekost, daarvan 20.000 voor het rekruteren van de algemeen directeur, die een wedde van om en bij de 7000 € kreeg (krijgt?). De studie van Jan Callebaut kostte 60.000 €. En zo gaat dat maar door. Maar personeelsleden moeten wel afvloeien. Degenen die blijven moeten ‘cross-mediaal’ werken , dat wil zeggen voor vier media tegelijkertijd werken. Verbetering van de kwaliteit ? Neen, verbetering van de “efficiëntie”.

De verantwoordelijke politici , de heren Van Hengel, Smet en Gatz moeten beseffen dat het geld voor de Brusselse media niet hun eigen geld is maar dat van ons allemaal. Die media staan dus niet in hun dienst, maar in die van ons. Ze moeten zonder politieke inmenging kunnen werken. Daarom moet de huidige Raad van Bestuur van partijpolitieke handpoppen verdwijnen en vervangen worden door onafhankelijke competente mensen , moet Anne Brumagne in ere worden hersteld , en moet een heel nieuwe , op kwaliteit en relevante informatie gerichte visie worden ontwikkeld.

Walter Zinzen is gewezen bestuurslid van Brussel deze Week.
http://www.standaard.be/

juni 24, 2015 at 1:51 pm 1 reactie

PANTA REI – alles stroomt

Herak 2

door Marnix Verplancke

Goudzoekers woelen veel aarde om en vinden maar weinig, wist de Griekse wijsgeer Herakleitos in de zesde eeuw voor onze tijdrekening al. Toch lijken we deze wijsheid het grootste deel van het jaar naast ons neer te leggen, tot het vakantie wordt en we bereid zijn plaats te maken voor de relativerende filosoof die niet alleen beweerde dat alles stroomt, maar ook dat je geen tweemaal in dezelfde rivier kunt stappen.

Samen met Thales, Anaximenes en Xenophanes ligt Herakleitos aan de basis van onze filosofie en wetenschap. Deze natuurfilosofen waren immers de eersten die aarde en mens wilden doorgronden en op zoek gingen naar eerste beginselen waaruit alles ontstaan zou zijn. Voor de een was dat water en voor de ander lucht, en natuurlijk sloegen ze vaker naast dan op de bal, maar hun belang ligt in hun intentie, niet in wat ze met zekerheid meenden te kunnen zeggen over de wereld en dat naderhand onzin is gebleken. Met uitzondering van hun levensfilosofie natuurlijk, want daaruit kunnen we nog wel heel wat opsteken.
Herakleitos schreef zijn filosofie neer op een papyrusrol die de priesters van de tempel van Efeze anderhalve eeuw bewaarden, tot in 356 v. Chr. Herostratos dit heiligdom in brand stak en de papyrusrol mee in vlammen opging. Ironisch genoeg kreeg Herakleitos zo ook gelijk in zijn keuze van het beginsel waaruit alles ontstond en waarin alles uiteindelijk ook weer ten onder zou gaan: vuur. De aforismen en tekstfragmenten die we van hem hebben, komen daardoor uit boeken die hem citeren, en zo hebben we er een stuk of honderd. Het beeld dat we zo van hem krijgen is dat van een hooghartige misantroop die aan de zijlijn stond te zwijgen. En wanneer mensen hem vroegen waarom hij zweeg, zei hij: “Omdat jullie over mij zouden kunnen roddelen”.

Wie zijn teksten leest, merkt dat Herakleitos echter sympathieker was dan hij leek. Met zijn relativistische insteek van “take it easy” en “go with the flow”, maakt hij zelfs een bijzonder moderne indruk. Besef dat de wereld vooruitkomt door tegenstellingen, zegt hij, dat warmte de neiging heeft om af te koelen en vocht verdampt, en dat een willekeurige warhoop de mooiste wereldorde is. Herakleitos waarschuwt tegen hybris en ijdelheid en maant ons vooral aan de boel gewoon de boel te laten en van het leven te genieten.

Paul Claes, de man die de teksten van Herakleitos vertaalde en van uitleg voorzag, toont ook de nawerking van de Griekse wijsgeer. T.S Eliot en Samuel Beckett bleken liefhebbers van zijn wijsheid te zijn, maar ook Montaigne was een groot bewonderaar van Herakleitos.

Herakleitos, Alles stroomt, Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2014, 199 p., 17,50 euro

mailto:marnix.verplancke@skynet.be

http://www.liberales.be/boeken/herakleitos2

juni 17, 2015 at 3:32 pm Een reactie plaatsen

LEO DELCROIX MUNT HET WOORD ‘RECIDIVIST’

Belgisch Paviljoen Shangai

Belgisch Paviljoen Shangai

door Jef Coeck

De wijze waarop gewezen minister van Defensie Leo Delcroix (66) de openbare aanbestedingen heeft beheerd voor de Wereldtentoonstelling 2010 in Shanghai, wordt onderzocht door justitie. Volgens de krant L’Echo werd vorig jaar door het parket van Tongeren een huiszoeking uitgevoerd op de FOD Economie, waar Delcroix als regeringscommissaris zijn bureau heeft. Het was bekend dat het Rekenhof zware kritiek heeft op de manier waarop Delcroix de Expo in Shanghai heeft georganiseerd. Het Rekenhof oordeelde dat er zo veel regels met voeten waren getreden “dat een controle van de financiën gewoon onmogelijk was”. Zes medewerkers ontvingen een bonus van 10.000 euro zonder dat er een reden voor opgegeven werd, zo schrijft de krant. Onder meer de wet op de openbare aanbestedingen was niet correct nageleefd, en de boekhouding was een zootje. De FOD Economie was verantwoordelijk voor de controle, maar zou dat onvoldoende hebben gedaan, oordeelde het Rekenhof.

Nieuwe wereldexpo

Volgens L’Echo zou ook het parket van Tongeren een onderzoek voeren naar het beheer van de openbare aanbestedingen voor de Expo van Shanghai. In het kader daarvan werd de huiszoeking bij Financiën bevolen. De gladde Delcroix werd ondanks de kritiek van het Rekenhof opnieuw benoemd als regeringscommissaris voor de Wereldtentoonstelling in Milaan, die dit jaar plaatsvindt. Leo Delcroix was een prominent politicus van de CVP, de voorganger van CD&V. Hij was onder meer minister van Defensie. Hij werd geregeld geassocieerd met schandalen, zoals de milieuboxenaffaire en zwartwerk aan zijn villa in F Frankrijk.

Delcroix

Delcroix

In zijn jaarlijkse blunderboek is ook het Rekenhof vernietigend voor het team, onder leiding van Delcroix, dat het Belgisch paviljoen op de wereldexpo in 2010 in Shanghai organiseerde. Er werden zoveel regels met voeten getreden dat een controle van de financiën gewoon onmogelijk was, luidt het in De Standaard en Het Nieuwsblad.

Winst

Op de wereldtentoonstelling in Shanghai lokte het Belgische paviljoen 10 miljoen belangstellenden. De organisatie leverde een winst van 7,5 miljoen euro op, onder meer door de verkoop van het paviljoen voor 6,35 miljoen euro. Het Rekenhof vond de boekhouding een zootje. Zo verliepen ongeveer alle uitgaven en inkomsten buiten de begroting. Ook kregen dus zes personeelsleden een bonus van 10.000 euro, terwijl het niet duidelijk is waarom. Voorts is de boekhouding compleet onoverzichtelijk, werden tal van afspraken met sponsors en derden enkel mondeling gesloten en stortte de federale overheid om onduidelijke redenen 1 miljoen euro meer dan was vastgelegd. Bovendien werden bij zowat alle activiteiten de wet op de openbare aanbestedingen met voeten getreden en verliepen de bouw en de verkoop van het paviljoen niet zoals vastgelegd in het contract.

Delcrois ontvangt ex-premier Leterme

Delcrois ontvangt ex-premier Leterme

Belast verleden
In november 1994 kwam Delcroix negatief in het nieuws vanwege het bezit van een villa in Bormes-les-Mimosas in Zuid-Frankrijk. Het schandaal werd door het blad Humo aan het licht gebracht. Aan deze villa hadden klaarblijkelijk enkele Vlaamse postbodes in het zwart gewerkt, die hiervoor één jaar verlof zonder wedde hadden genomen. Op aandringen van zijn toenmalige voorzitter, Johan Van Hecke, nam Delcroix ontslag als minister. Delcroix werd ook genoemd in andere gerechtelijke onderzoeken die te maken hadden met al dan niet illegale partijfinanciering, zoals de milieuboxenaffaire, het smeerpijpdossier, de miljarden van de Kempense Steenkoolmijnen, en de Superclub-KS-affaire, maar in de meeste zaken werd hij nooit officieel beschuldigd.

In 1995 werd Delcroix met een ruime verkiezingsscore verkozen voor het Vlaams Parlement. Kort nadien werd hij bovendien gemeenschapssenator. Als senator werd hij verkozen tot quaestor van de Belgische Senaat en hervormde hij de administratie van deze instelling. In 1999 verliet hij de actieve politiek en stapte hij in het bedrijfsleven. Voor zijn rol in de milieuboxenaffaire werd Delcroix in 2003 door de correctionele rechtbank in Hasselt schuldig bevonden aan schriftvervalsing. Op 30 juni 2004 werd Delcroix door het hof van beroep vrijgesproken, mede omdat de feiten waren verjaard.

Atomaschriftjes

Atomaschriftjes

Berucht waren zijn Atoma-schriftjes – waarvan niemand de inhoud kent maar die hij kennelijk dag en nacht aanvulde met nieuwe gegevens over politici, ondernemers, en wie of wat nog meer? Met allerlei truuks wist hij zijn notities uit handen van het gerecht te houden.

Tegenwoordig

Delcroix wordt gerekend tot de rechterzijde van de CD&V. Hij trok meermalen het cordon sanitaire met het Vlaams Blok in twijfel. Op de achtergrond blijft hij volgens sommigen invloed uitoefenen op zijn partij of op partijgenoten. Hij is nu actief bij de Universiteit Hasselt. Nog steeds verblijft hij veel in China en opende in Peking een eigen zakenkantoor. Voorafgaand aan de wereldtentoonstelling in Shanghai in 2010 was hij projectverantwoordelijke voor het Belgische paviljoen. In de herfst van 2010 volgde hij Theo Kelchtermans op als voorzitter van de Universiteit Hasselt. Zijn hobby is het (mede) uitgeven van culinaire boeken. Het is de vraag welke en wiens reactie er zou komen als hij zijn Atoma-schriftjes publiceerde. Misschien staat er niet eens iets relevants is: dreigen met een nep-pistool?

Lees ook: Dirk Barrez, Het land van de 1000 schandalen, Globe, 1997

juni 4, 2015 at 12:24 pm Een reactie plaatsen

‘DE KERN VAN ONS CYNISME:

boot 2

door prof. Ignaas Devisch
dagelijks aanspoelende lijken maken ons geen flikker uit’

‘Het wordt hoog tijd dat de visionaire en humane principes waarop de Europese Unie is gefundeerd in realiteit worden omgezet, schrijft filosoof Ignaas Devisch over de aanhoudende vluchtelingenstroom naar Europa.

Het is zaterdagmorgen en ik lees dat dat er op de Middellandse Zee in totaal zo’n 4.200 vluchtelingen zijn gered. Er werden op verschillende boten in totaal ook 17 lijken aangetroffen. Op 1 dag! Het bericht staat niet eens bovenaan de online nieuwssites. Het woord ‘breaking’ wordt blijkbaar vooral gebruikt wanneer K3 aankondigt ermee op te houden, en dan toch weer niet echt.
De lijken vallen elke dag en de vluchtelingstroom houdt aan. Mensen over heel de wereld slaan op de vlucht voor hun leven. Steeds meer. Elke dag weer. We weten vanwaar ze komen. Terwijl de aangrenzende landen worden overspoeld en de levensomstandigheden in de vluchtelingenkampen verschrikkelijk zijn, kijken we toe. Terwijl miljoenen in nood zijn, aanvaarden sommige EU landen noodgedwongen een paar duizend vluchtelingen. Omdat ze aanspoelen of ergens in zee zijn opgepikt.
De kern van ons cynisme: dagelijks aanspoelende lijken maken ons geen flikker uit.
Mensen die vluchten om te overleven worden gedwongen gevaarlijke wegen te zoeken naar een veilig onderkomen in de Europese Unie. Ondertussen blijven de lichamen van verdronken vluchtelingen aanspoelen op de kusten van de Middellandse Zee. Elke dag weer. Soms veel, soms weinig. Geven we om de mensen die sterven op hun zoektocht naar veiligheid ? Of zijn we het een beetje beu geworden? Zoals er donatievermoeidheid blijkt te bestaan, zo ook empathievermoeidheid? Smaakt de koffie te slecht door erover te moeten nadenken op zaterdagochtend? Misschien. Ik mag het hopen.

Ook wij waren ooit vluchtelingen

Onze houding is cynisch. Wij staan nu op het droge, maar dat is ooit anders geweest. De meeste landen hebben nu eenmaal een geschiedenis van armoede en conflict. Ook wij hebben voorouders die hun huizen moesten verlaten of die arriveerden op vreemde kusten. Zij kennen de nood die veroorzaakt wordt door te moeten verhuizen. Andere delen van de wereld hebben ons verwelkomd toen onze voorouders op de vlucht sloegen.
Nochtans, we lopen te koop met onze hoogdravende waarden. In het Verdrag van de Europese Unie staat te lezen: ‘De Unie is gefundeerd in de waarden van respect voor menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en respect voor mensenrechten’. Ik geloof sterk in die principes waarop de EU gefundeerd werd, maar ze moeten worden omgezet in daden of ze zijn waardeloos. In plaats van de engagementen van het verdrag na te leven, wordt er prikkeldraad opgetrokken rond onze EU grenzen. Ons ‘respect voor menselijke waardigheid’ lijkt dus alleen van toepassing op diegenen binnen de omheining. En dan nog.
Misschien moet het volgende besef wel even tot ons doordringen: enkel de omstandigheden maken van de ene mens een vluchteling en van de ander een voldragen EU-burger. We maken allen deel uit van dezelfde mensheid als diegenen die plots vluchtelingen worden. Goed wetende dat voor velen die laatste zin te ‘melig’ zal klinken, is dat de kern van ons cynisme: het lijkt ons werkelijk geen flikker uit te maken dat er dagelijks lijken aanspoelen of ergens in zee ronddobberen.
Niet alleen als EU-burger raakt me dit. Ik schrijf dit stuk ook omdat ik deel uitmaak van een groep onderzoekers die zich met steun van de EU verenigd hebben in het COST Actieproject rond ethische kwesties in rampen (http://disasterbioethics.eu). We werken rond ethische vragen in rampensituaties. Als onderzoekers en EU-burgers geloven we dat het huidige antwoord van de EU op de wereldwijde vluchtelingencrisis de menselijke waardigheid schaadt. Het wordt hoog tijd dat de visionaire en humane principes waarop de Europese Unie is gefundeerd, in realiteit worden omgezet. Zoniet kan dat verdrag beter worden gedumpt, maar dan liefst niet in zee. Daar ligt al zoveel ellende begraven.

Prof. Dr. Ignaas Devisch (filosoof, Universiteit Gent/Arteveldehogeschool)
boot

juni 2, 2015 at 8:32 am 2 reacties

Oudere berichten


Kalender

juli 2015
M D W D V Z Z
« jun    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 824 andere volgers