Archief beheerder

WANDELEN MET WILLEM I IN zijn BRUSSEL

A 1 WillemGroteMarkt_NEW

door Lucas Catherine

Groot-Nederlander, ik ben het niet principieel, maar door omstandigheden wel een beetje. Mijn kleinkinderen zijn namelijk Amsterdammers, hierdoor heb ik gemerkt dat sommige leden van mijn schoonfamilie iets hebben met het jaar 1815, net als sommige Brusselse Nederbelgen.

Ach, Willem I die heeft toch niets betekend voor Brussel, vergeleken met Leopold II, dacht ik. Tot ik, wandelaar in bergaf, mij aan het wandelen zette langs plekken waar Willem zijn stempel heeft opgedrukt. Hierbij gebruikte ik de nostalgie-kaart van Brussel in 1815, pas uitgegeven door Michiel Plaizier, Nederbelg in Brussel geboren. Daarom noemde zijn vader hem Michiel, Saint-Michel weet je wel, die van op het Stadhuis en van de Sint-Goedele kathedraal. En Michiel noemde zijn dochter dan ook Goedele. Zo’n Brussels nationalisme kan alleen een Hollander bedenken.

De kruidtuin

De kruidtuin

Maar goed. Ik begon dus aan de Schaarbeekse poort bij de Kruidtuin. De officiële opening van de Kruidtuin vond plaats in september 1829, maar reeds in september 1815, nadat hij pas in Brussel was gearriveerd, bezocht Willem I al de site van de toekomstige Kruidtuin en schonk die toen drie Palmbomen van tussen de 250 à 300 jaar oud.
Ten tijde van Willem I werd bij ons de techniek van de lithografie geïntroduceerd (1817) en hierdoor kon Jacob Gijbert Samuel van Breda hier zijn Genera et species orchidearum et asclepiadearum… laten drukken met talloze illustraties in steendruk. De asclepias, in het Nederlands zijdeplant behoort tot de familie der maagdenpalmen. Tijdens de revolutie van 1830 werden nogal wat steendrukkerijen vernietigd, omdat ze door het Hollands bewind waren geprotegeerd. De drukker van Jacob van Breda, Kierdorfer zal dan ook in 1830 naar Holland vluchten.
Volgens de traditie zouden die septemberdagen van 1830 ook aan de basis liggen van een typisch Belgische uitvinding, het witloof (witlof schrijven de Nederlanders: ze kunnen het niet bereiden maar dringen ons wel hun spelling op). Een boer die toen schrik kreeg van de schermutselingen in de straten van Brussel verborg een partij cichoreiwortels in een donkere kelder in Schaarbeek. Om zeker te zijn dat niemand ze vond schepte hij er een laagje aarde over. Enkele weken later stelde hij tot zijn verbazing vast dat er uit de wortels malse, witte kroppen waren gesproten.
Zijn ontdekking werd gecommercialiseerd door Frans Bresiers, hoofdhovenier van de kruidtuin te Brussel.

Huidige ingang van de Sterrenwacht

Huidige ingang van de Sterrenwacht

Willem I ondertekent in 1826 een Koninklijk Besluit tot oprichting van een sterrenwacht in Brussel. Initiatiefnemer is de astronoom Adolphe Quételet, naar wie het plein voor het gebouw nu is genoemd. Het gebouw was ongeveer af in 1830, maar werd tamelijk beschadigd tijdens de Septemberdagen en na herstelling werd het in 1832 in gebruik genomen. Nu is het al lang geen observatorium meer. Het ligt te dicht bij de stad en haar lichtvervuiling. Later werd het een administratief gebouw voor o.a. het Ministerie van Landbouw, de Politie en de minister-staatssecretaris voor het budget.

Academiënpaleis, toen paleis van de Prins van Oranje

Academiënpaleis, toen paleis van de Prins van Oranje

Het prachtige neoclassicistische gebouw werd in opdracht van Willem I opgetrokken tussen 1823 en 1828 op de plek van het refugiehuis van de Parkabdij. De kosten, ten bedrage van 1.215.000 gulden kwamen op rekening van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Kroonprins Willem II en zijn Russische echtgenote Anna Pavlovna namen er hun intrek. De regel wou namelijk dat de Verenigde Nederlanden twee hoofdsteden hadden, Den Haag en Brussel. De regerende vorst resideerde afwisselend in beiden, maar de kroonprins die de titel Hertog van Brabant droeg, resideerde permanent in Brussel, in dit paleis. Na 1830 bleef dit zo. Kroonprins Leopold II woonde hier als Hertog van Brabant permanent, vandaar de naam van de straat die er langs loopt, Hertogsstraat. Die eindigt op het Paleizenplein.

Koninklijk Paleis

Oorspronkelijk stonden hier gewoon twee herenwoningen: het Di Belgioioso-Huis en het Von Benderhuis. Er werd een wedstrijd uitgeschreven om die om te bouwen tot een paleis. Het resultaat was een strenge gevel die niet zo in de smaak viel bij de burgerij en ook niet bij de latere Leopold II die er een nieuwe voorgevel voor liet plaatsen. De achtergevel ziet er nog altijd uit zoals ten tijde van Willem I.

Paleis ten tijde van Willem I

Paleis ten tijde van Willem I

Links van dit Paleis ligt een gebouwencomplex waar Willem niets met het uitzicht heeft te maken, wel met wat er gebeurde.

Société Générale

In 1822 richtte Willem I d’Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt, op, in het Frans Société des Pays-Bas pour favoriser le développement de l’industrie nationale., De stichtingsakte werd door hem ondertekend op het nummer 3 van de Warandeberg, waar nu nog de zetel is van BNP Parisbas Fortis, die de Generale opslorpte.

Poort waar de zetel van de Generale was

Poort waar de zetel van de Generale was

Met een kapitaal van 106 miljoen frank werd deze Algemeene Nederlandsche Maatschappij meteen een van de grootste banken in Europa. De dominerende bank was toen die van de Rotschilds, met zetels in Parijs, Londen, Wenen en Frankfurt en die bezat maar een kapitaal van 102 miljoen frank. De Franse centrale bank, Banque de France beschikte amper over 60 miljoen frank. Willem wou er de rijksdomeinen mee valoriseren, maar vooral de opkomende industrie steunen, ondermeer door het financieren van grote openbare werken. De Maatschappij ondersteunde met leningen bvb de mechanisering van steenkoolmijnen in Henegouwen.

Via de Leopoldstraat, de toenmalige Willemstraat –na 1830 werden nogal wat straatnamen ‘ontHollandst’- arriveren we bij de Muntschouwburg.

Muntschouwburg

In het begin van de negentiende eeuw startten de Franse machthebbers de bouw van een nieuw theater achter de eerste, bouwvallig geworden schouwburg. Na de val van Napoleon, werd het gebouw door het Hollands bewind gewoon afgewerkt en in 1819 ingehuldigd.

Opera 1830

Opera 1830

Hier startte in 1830 de Brusselse burgerij haar opstand tegen Willem I en die lukte, vooral door de lompe reactie van de kroonprins, die vanuit zijn Brussels paleis het leger nogal brutaal inzette.

We steken de vroegere Zenne over. Onder Willem I moesten we daarom over een bruggetje, nu over de centrale laan en gaan naar de huidige Vismet. Van hier uit vertrokken, via de Vaart naar Willebroek en Antwerpen (gegraven onder Keizer Karel) stoomboten naar Rotterdam en Amsterdam.
Vlakbij, achter de Begijnhofkerk ligt het Groot Godshuis.

Groot Godshuis

Het Groot Godshuis van architect Partoes dateert uit 1826. Supervisie van de werken gebeurde door gemeenteraadslid G. Marcq, naar wie nu de straat ten zuiden van het Godshuis is genoemd. De gedenkplaat die binnen in de inkomhal hangt met het jaartal 1835 slaat eigenlijk op de integratie in het Groot Godshuis van het Pacheco-Instituut. Vanaf toen noemden de Brusselaars het Godshuis trouwens ‘den Pasjekko’. Het echte jaartal waarop het Godshuis werd gebouwd staat nog op de achtergevel (kant Vaartstraat), Egenis Senibus MDCCCXVI, Voor de noodlijdende ouderen 1826. Ook de huizen rond het Godshuis dateren uit de Hollandse tijd en zijn in wat sommigen ‘de stijl van protestantse tempels’noemen.

Huizen rond het Godshuis

Huizen rond het Godshuis

De straat achter ‘Den Pasjekko’ heet niet voor niets Vaartstraat, want ze breng ons naar het kanaal. Er bestond al sinds de zestiende eeuw een kanaal Brussel-Willebroek, Willem zal het verlengen tot in Wallonië

Kanaal Brussel-Charleroi

Willem stimuleerde overal in het zuiden van zijn Verenigde Nederlanden de industrie, met zijn Société Général en binnen deze politiek nam hij ook het initiatief voor de aanleg van het kanaal Brussel-Charleroi om de Waalse steenkool zo snel en goedkoop mogelijk naar het noorden te vervoeren. De man die het uitwerkte was A.J.Barthélemy, lid van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal en raadgever bij de kroonprins-regent in Brussel. De bouwwerken werden in 1827 gestart. De laan langs het kanaal heet nog altijd Barthélemylaan. Eigenlijk ware Willem I –laan historisch correcter geweest.

Kanaal Brussel-Charleroi

Kanaal Brussel-Charleroi

Toch niet niks, hé, wat die Willem voor ons deed. En wie iets voor ons doet, die houden we in ere. Zo zijn wij Brusselaars. Het wordt dan ook een moeilijke september dit jaar: 21 september, eedaflegging van Willem I in het Brusselse stadhuis; 23-26 september: Belgische revolutie. Om een grafitti dat in 1830 in de Vlaamse Steenweg verscheen te persifleren: Wilden Wij Willem Weg? Wou Willem Wijzer Worden, Wilden Wij Willem Weer!

februari 19, 2015 at 11:33 am Een reactie plaatsen

ANDRé WHO? BRINK? DON’T KNOW

Brink 2

door Jef Coeck


Het voorbije weekend overleed de Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink (79), in het KLM-vliegtuig dat hem van Amsterdam naar Kaapstad bracht. Enkele dagen eerder was hij in België. Hij gaf een lezing in de Brusselse Bozar en hij werd gehuldigd met een ere-doctoraat van de Leuvense universiteit. Nee, niet de KUL maar de UCL, ook bekend als Louvain-la-Neuve, had zijn literaire en politieke verdiensten erkend. Onze Waalse landgenoten zijn dus attenter dan de Vlaamse ‘stamgenoten’ die al decennia lang schermen met verwant-vriend-en andere –schappen tussen (blank) Zuid-Afrika en de Lage Landen in Europa.

Brink

Brink was wereldberoemd, onder meer vanwege zijn strijd tegen de Apartheid. Een reden te meer, zou men denken, om hem toch enkele minuten te gunnen in het avondnieuws van zaterdag, misschien zelfs in de Zevende Dag van zondag? Niets daarvan op de VRT, wel op RTBF.

André Brink was samen met die andere grote schrijver Breyten Breytenbach, een spilfiguur in de beweging van de ‘Sestigers’. Zij gingen doelbewust schrijven en publiceren in het Afrikaans, dat ter plekke bestempeld was als de onderontwikkelde taal van de onderontwikkelde non-whites. Blanken spraken en schreven Engels. De provocatie, schrijven in het Afrikaans over Apartheid, kwam Brink (en overigens ook Breytenbach) duur te staan. Sommige van zijn boeken werden verboden. Toen hij nog nauwelijks aan de bak kwam, richtte Brink zijn eigen uitgeverij annex boekenclub op. Hij was ook professor Engels aan de universiteit van Kaapstad. Later ging hij publiceren in het Engels én Afrikaans. Hij woonde een tijdlang in Parijs en legde daar contact met de Europese intelligentia. Zijn werk stond nu helemaal in het teken van de anti-Apartheid.

Het hielp dat hij nogal wat beroemde prijzen in de wacht sleepte. André Brink heeft drie maal de belangrijkste Zuid-Afrikaanse literatuurprijs gewonnen, de CNA Award. Voorts is hij twee maal genomineerd voor de Booker Prize, te weten in 1976 en 1978. In 1980 ontving hij de Martin Luther King Prize en in Frankrijk de Prix Médicis Étranger. In 2003 werd hem de Alan Paton Award toegekend voor zijn boek The Other Side of Silence. En in 2015 dus een ere-doctoraat van de UCL.

Zijn bekendste werk is de deels autobiografische roman ‘’n Droë wit seizoen’, in het Nederlands vertaald als ‘Een droog wit seizoen’ en succesvol verfilmd als ‘A Dry White Season’ met Donald Sutherland in de hoofdrol. Op de cover van de Nederlandse vertaling (1980) staat: ‘Niets in deze roman is verzonnen, het klimaat, de geschiedenis en de omstandigheden waarop hij is gebaseerd zijn die van het huidige Zuid-Afrika.’

Beklemming is wellicht het sleutelwoord. Een goedmenende blanke leraar in Johannesburg wordt geschokt door de onverklaarbare dood van een zwarte schoonmaker van de school. Het blijkt, volgens rationele overwegingen, een politiemoord te zijn – cfr. Soweto in 1976. Aanvankelijk behoudt de gezagsgetrouwe leraar Ben Du Toit nog het volle vertrouwen in de blanke veiligheidspolitie. Als hij toch achter de waarheid aan gaat, wordt hij een doelwit van de staatsveiligheid. Zij laat geen middel onbeproefd om zijn verzet te breken. Van huiszoeking, anonieme nachtelijke telefoontjes, vernielingen, aanslagen, compromiterende foto’s, komt het tot een bombrief. Erger is dat al zijn vrienden en kennissen die hem helpen bij zijn onderzoek een gewelddadige dood sterven, worden opgepakt of verbannen, of spoorloos verdwijnen. Du Toit is geen held maar vindt wel ‘…dat een mens één keer in zijn leven, één keer maar, genoeg geloof in iets zou moeten hebben om er alles voor te riskeren.’
Dat doet hij dus – en blijft alleen achter.

Hij zoekt steun in de zwarte township Soweto. Daar is iedereen zwart, arm en bovendien vertrouwd met de politiepraktijken. Steun vindt hij er nauwelijks: ‘Ik ben blank. Dat is de kleine, de laatste, de angstaanjagende waarheid van mijn gebroken leven. Niets kan van mij een zwarte maken. En zij die wel zwart zijn kunnen dus niet anders dan mij blijven wantrouwen.’

De finale afloop zal ik niet onthullen. Maar de allerlaatste zin van het boek wil ik u niet onthouden: ‘Het enige waarop een mens misschien mag hopen, het enige waartoe ik gerechtigd ben is niet meer dan dit: alles op papier te mogen zetten. Verslag uit te brengen van wat ik weet. Zodat het onmogelijk wordt dat iemand hierna ooit weer durft te zeggen: ik heb het niet geweten.’

Brink 3
Brink Soweto 76

februari 9, 2015 at 3:37 pm Een reactie plaatsen

VAN GOGH IN BRUSSEL

Schilderij Le Vigne Rouge

Schilderij Le Vigne Rouge

 
door Lucas Catherine

Voor hij schilderde verzamelde Van Gogh etsen. Dat begon toen hij in Londen werkte voor de firma Goupil. Zelf schreef hij hierover: “Meer dan tien jaar geleden (in 1873) ging ik elke week te Londen naar de vitrine van de drukkerij van de Graphic en London News om de wekelijkse uitgaven te zien. Indrukken die ik daar op de plaats zelf kreeg waren zo sterk dat de tekeningen mij ondanks alles dat sedert over mijn hoofd ging duidelijk en helder bleven.” Hij ging die prenten verzamelen. Het Rijksmuseum Vincent Van Gogh stelde zijn collectie in 1975 ten toon. En toen al had hij het voor mijnwerkers.

The Graphic 15 April 1876, M.W. Ridley: De Mijnwerker

The Graphic 15 April 1876, M.W. Ridley: De Mijnwerker

Het lot van de armen en verdrukten spreekt hem aan en na zijn terugkeer in Nederland, beslist hij om predikant te worden. We schrijven 1878. Hij mislukt in het ingangsexamen van de Theologische Faculteit. En dus doet hij, wat nu honderden Nederlandse studenten hem nadoen, hij komt naar Brussel. Daar is een Vlaamse Opleidingsschool voor predikanten opgericht. Men wou de gelijkstelling protestant = Hollands ongedaan maken.

Hoe is die er gekomen? In 1854 erkent België de Bond van Evangelisch-Protestantse kerken in België en die zoekt in Brussel een kerk te bouwen. Baron van Boetzelaar, een rijk protestants gemeentelid koopt een rits huizen langsheen de Zoutkaai van het Kathelijnedok. De oude haven van Brussel was toen nog niet gedempt. Nu zijn dat de huizen aan de westkant van het Kathelijneplein. Achter die huizen ligt een groot braak terrein. Hierop zal in 1857 de Protestantse Kerk verrijzen en in 1876 wordt hier de Vlaamse Opleidingsschool ingericht. Een van de stichters en tevens leraar van Vincent Van Gogh is theoloog Abraham van der Waeijen Pieterszen, zelf een niet onbegaafd schilder. Vincent leert in Brussel allerlei mensen kennen, waaronder Eugène Boch een telg uit de familie die mee de porseleinfabriek Villeroy & Boch oprichtte en zelf ook een schilder.

Portret van Eugène Boch door Vincent Van Gogh

Portret van Eugène Boch door Vincent Van Gogh

Vincent wordt als hulppredikant naar Wasmes gestuurd, waar hij dominee Bonte helpt en later in Cuesmes. Hij deelt de ellende van de arbeiders, neemt deel aan een staking en verzorgt gewonden na een mijngasontploffing. Hij zal die ervaringen omzetten in tekeningen. Die toont hij aan zijn oud-leraar en schilder Van der Waeijen Pieterszen. Die moedigt hem aan en daarop komt Vincent aan de Academie van Brussel teken- en schilderles volgen (1880-1881). Het is dus in Brussel dat hij schilder wordt. Van Gogh heeft tijdens zijn leven trouwens maar een schilderij verkocht en dat was in Brussel, Le Vigne Rouge . (zie bovenaan dit stuk).
Het werd eerst ten toon gesteld op het Salon des XX in 1890 en daar voor 400 franc gekocht door Anna Boch, de zus van zijn vriend Eugène, en ook een schilderes. Het bevindt zich nu in het Poesjkin Museum in Moskou.

De Protestantse kerk en de Opleidingsschool in Brussel bestaan niet meer. De kerk werd overgebracht naar de Nieuwe Graanmarkt en op het terrein ligt nu een tuin die dienst doet als zomerterras voor het restaurant op nummer 5 van de vroegere Zoutkaai, nu Kathelijneplein. Het heeft wel iets om ’s zomers te tafelen in wat ik “Le Jardin de Van Gogh” noem. De eigenaar gaf het een iets meer prozaïsche naam.

februari 1, 2015 at 1:58 pm Een reactie plaatsen

DE OOGKLEPPEN VAN AUSCHWITZ EN VAN DE MEDIA

Auschwitz

door Gie van den Berghe

Valt er iets te leren uit de Holocaust? Het woord betekent ‘totaal brandoffer’ (gebracht aan god), een slachtofferterm, op zich al een ontkenning. De historische daderterm is Endlösung: eindoplossing van het Joodse probleem. Joden werden voor, tijdens en na het nazitijdperk in veel landen als een probleem gezien. Toen de nazi’s ‘hun’ Joden kwijt wilden, besloten een tachtigtal beschaafde naties in juni 1938 hun grenzen potdicht te houden (conferentie van Evian). In november volgde in Duitsland een eerste pogrom, de Reichskristallnacht. Zo’n dertigduizend Joden werden in concentratiekampen opgesloten om het buitenland alsnog onder druk te zetten. Toen dat niet lukte werden zo goed als alle Joden vrijgelaten om later naar getto’s overgebracht te worden, wachtplaatsen richting Siberië, eens Rusland veroverd.
Kun je, zoals de conservator van Kazerne Dossin en de minister van onderwijs stellen (in ‘De erfenis van Auschwitz’ opiniestuk Herman Van Goethem in DS van 26.1.15) iets leren uit Auschwitz, uit dit absolute dieptepunt? De uitroeiing van – in chronologische volgorde – gehandicapten, Poolse intelligentsia, communistische commissarissen, Joden, Roma en Sinti, is zo onmenselijk, zo onvoorstelbaar, dat inleving in de daderrol uitgesloten is. Vrijwel iedereen leeft zich onmiddellijk en alleen in slachtoffers in. Einde lering, want niet de slachtoffers, maar de daders hebben alle ellende veroorzaakt.
Gebruik geen schrikbeelden die het inzicht belemmeren dat u en ik, gegeven bepaalde omstandigheden, tot dingen in staat zijn waarvan we hier en nu gruwelen. Tal van experimenten tonen aan dat mensen in niet bepaald ongewone situaties bereid zijn medemensen ernstig pijn te doen (Stanley Milgram, Philip Zimbardo, Christopher Browning). Overigens zijn wij als overmatig consumerende westerlingen sowieso mededader aan de ellende in derde en vierde wereld.
Welke lering werd uit de Endlösung getrokken? Zionistische Joden beschouwden tijdens en na de oorlog de Hurban (ramp) die het Europese Jodendom overkwam als hét bewijs van hun zionistisch gelijk: Joden moeten een thuisland hebben. Wat de Joodse Natie zeventig jaar na het einde van de Jodenuitroeiing heeft geleerd en hoe dat tot uiting komt in haar concentratiekamppolitiek in Gaza, is niet bepaald hoopgevend.

Een waardenoorlog, dixit Van Goethem

‘Auschwitz’ en ‘Holocaust’ leiden ook de aandacht af van misdaden tegen de menselijkheid die wij westerlingen tijdens en na WO-II hebben gepleegd. Te beginnen met het wegkijken van de discriminatie, het leed van en de moord op de Joden.
Ook verdrongen is het feit dat de politieke tegenstanders van de nazi’s (communisten, socialisten…) als eersten de concentratiekampen bevolkten. Door hun uitschakeling konden discriminatie en uitsluiting volop doorgaan. De Duitsers, ook de zeer velen die niet geïndoctrineerd waren, keken weg en profiteerden van vrijgekomen functies en postjes. Bitter weinigen protesteerden, ook niet toen Joden en anderen richting Poolse getto’s, werk- en concentratiekampen verdwenen. Bij de uiteindelijke uitroeiing (vanaf tweede helft 1941) maakte men gebruikt van kennis en technieken opgedaan bij het vergassen van gehandicapten, een programma waaraan artsen massaal en enthousiast hadden meegewerkt.
Ook verdwenen in de schaduw van de ‘Holocaust’ is dat de Britten vanaf 1942 tot het einde van de oorlog Duitse steden plat bombardeerden om zoveel mogelijk Duitse burgers te demoraliseren. De tapijtbombardementen legden zo’n 80 grote steden plat terwijl niet één toevoerlijn richting getto of uitroeiingskamp werd geviseerd.
Ook de deal die de geallieerden in februari 1945 met de Sovjets sloten (Jaltaconferentie, Krim) is uit zicht verdwenen. Al wie voor de oorlog Rus was moest teruggestuurd worden naar de Sovjet-Unie, of hij/zij dat nu wilde of niet, desnoods met geweld. Ook de Russische soldaten die met de Wehrmacht tegen het communisme hadden gestreden en zo goed als zeker in de Goelag zouden belanden. 2,3 tot 3 miljoen Russen werden teruggestuurd.
Ook verdwenen uit de collectieve herinnering zijn de zowat 13 miljoen Volksduitsers die na de oorlog brutaal uit hun vestigingsgebieden werden verdreven, onder meer uit Tsjecho-Slowakije, Silezië en Oost-Pruisen waar ze eeuwenlang vredig geleefd hadden.
Wil je uit al deze gruwel lessen trekken dan moet je veel verder en breder in de tijd terug. Beginnen bij de Verlichting, want die heeft behalve de mensenrechten ook de onstuitbare maakbaarheids- en vooruitgangsideologie op de agenda geplaatst. Bevrijd van de godsidee, kon de mens zelf schepper worden. Wereld én mens verbeteren. Lichamelijk of geestelijk afwijkende mensen mochten zich niet voortplanten, moesten geïsoleerd worden en van zodra mogelijk gesteriliseerd.

Polarisering

Niet polariseren, schrijft Van Goethem. Maar hoe kun je blind blijven voor het feit dat Fort Europa ook nu zijn grenzen sluit voor wanhopige asielzoekers en bootvluchtelingen, de ogen sluit voor de onnoemelijke ellende in landen waar geen olie te boren valt, en hoe wij consumenten wegkijken van de almaar breder gapende kloof tussen hen en ons? Dan nog volhouden dat de (bij vergelijking geringe) terreur waaraan westerlingen blootstaan alleen maar aan indoctrinatie te wijten is, is een zoveelste vorm van wegkijken en ontkenning.
Maak jongeren maatschappijkritischer, toon en bestudeer ongelijkheid, mensonwaardigheid en onrechtvaardigheid hier en nu en hoe die in stand gehouden worden. Indoctrineer jongeren niet tot producent en consument, maar onderwijs ze met het oog op een (iets) betere wereld, nu voor iedereen.

Gedeeltelijk gepubliceerd in De Standaard, 29.1.2015
Dit opiniestuk kon ondanks voorafgaandelijk overleg met De Standaard volgens de redactie niet zomaar, ongecensureerd in de krant. Ze wilden een en ander bijschaven, aanvankelijk zonder de uitgesproken bedoeling de veranderde versie aan me voor te leggen. Na mijn protest hiertegen kreeg ik een verdraaide versie onder ogen, zo verdraaid dat mijn stuk een kritiek leek op de Verlichting en de vooruitgang. Na nogmaals protesteren verscheen het dan uiteindelijk toch, zij het met weglating van het grootste deel van de eerste alinea, namelijk dat velen in veel landen toen joden als een probleem zagen. Bij het opiniestuk vermeldde men weliswaar dat ik ethicus en historicus ben, maar gastprofessor UGent (sinds meer dan tien jaar) liet men weg en ook mijn verzoek naar De mens voorbij te verwijzen (waarin ik thema’s uitwerk die in dit opiniestuk aan bod komen) werd niet ingewilligd. Daarentegen noemde men me, opnieuw zonder enig overleg, ‘publicist’, iets dat ik na te veel van dit soort negatieve ervaringen met de media beslist niet meer ben, noch wil zijn. Als redactie aan andermans opinie sleutelen, ja diens opinie verdraaien – vrijheid van meningsuiting is dat niet.

Auschwitz 3

januari 29, 2015 at 10:25 am 3 reacties

TIMBUKTU RENAISSANCE

Tim 1

In de Brusselse Bozar kan je nog tot eind mei een kleine tentoonstelling met manuscripten uit Timboektoe gaan bekijken.

door Lucas Catherine

In Europa stond Timboektoe lang synoniem voor ‘meest onbereikbare stad’, waar niemand wat van wist, behalve sommige Engelsen die er rijmpjes op maakten. ‘Me and a friend on a trip we went, had no home and had no tent. Met three girls on our way to Timbuktu. I booked one and Tim booked two.’
Voor Arabieren was het een mythische stad, maar ze waren er wel erg goed over geïnformeerd. Rond 1525 geeft de Marokkaanse geograaf Hassan al Wazzan (Bij ons bekend als Leo Africanus) een uitvoerige beschrijving van de stad: ‘De huizen van Timboektoe zijn in leem gebouwd, met gevlochten rieten daken. In het centrum van de stad staat een moskee uit leemsteen en mortel, gebouwd door een architect uit al Andalus, en verderop een groot paleis, gebouwd door diezelfde architect: daar woont de koning. Er zijn heel veel winkels, vooral van katoenwevers. Stoffen arriveren ook uit Europa, via Berberhandelaars. De inwoners zijn erg rijk, vooral de vreemdelingen die zich hier vestigden. Alles is hier te krijgen, behalve zout, dat arriveert uit Taghaza, zo’n 500 mijl van Timboektoe (…) Je vindt er veel boeken uit Marokko en er is een grote boekenmarkt. Het meeste geld kun je daar verdienen in de boekproductie en -verkoop…’ Dat Timboektoe een boekenstad werd dankte zij aan twee figuren: koning Mansa Musa en de Andaloesisch balling Al Quti.
Timboektoe was oorspronkelijk een oase met een waterput waar Toearegnomaden kampeerden. Die put werd volgens de legende bewaakt door een dame die Buctu heette, vandaar Tinbuctu: ‘put van Buctu’

Tim 2

Het is Mansa Musa (1307-1332), de eerste grote moslimvorst van wat toen het Malirijk heette, die de stad echt uitbouwde. Hij controleerde de goudmijnen in Mali en Ghana en zou de Arabische geschiedenis ingaan als een El Dorado, ‘in goud geklede vorst’. De Arabieren leerden hem kennen tijdens zijn bedevaart naar Mekka. Die ondernam hij, bijgestaan door een karavaan van 60.000 dragers en 500 dienaars, in met goudplaat bedekte kledij en in elke hand een gouden wandelstaf. Toen hij in Caïro arriveerde, deelde hij daar zoveel goud uit dat de munt ontwaarde en koper duurder werd dan goud. Het business-blad Forbes heeft hem ooit uitgeroepen tot de rijkste man uit de wereldgeschiedenis. Mansa Musa vertelde in Cairo ook een heel bizar verhaal: onder zijn voorganger waren vissers op zeker ogenblik erg ver afgedwaald en hadden aan de overkant van de oceaan een land met een heel grote rivier gezien. Zijn voorganger besloot om een vloot van 2000 schepen uit te rusten en er zelf het bevel over te voeren, maar niemand keerde ooit terug. Op basis van deze traditie gaan nogal wat Afrikanisten ervan uit dat West-Afrikanen al voor Columbus Amerika bereikten. Ze zien overeenkomsten tussen sommige uitingen van de Mexicaanse beschaving en die van West-Afrika.
Bij zijn terugkeer uit Mekka bracht Mansa Musa een grote verzameling Arabische boeken mee, evenals Arabische secretarissen en kopiisten. Daarmee legde hij de basis van een tot op heden bestaande boektraditie.

Tim 3

Een eeuw later krijgt die boekentraditie een nieuw elan nadat een van de grootste boekenliefhebbers uit de Arabische wereld in Timboektoe arriveert: Ali Bin Ziyad al Quti, een Arabier afkomstig uit Toledo. Hij was gevlucht in juli 1467 toen daar een machtsstrijd uitbrak om de kroon van Castilië, gevolgd door een burgeroorlog. Omdat hij zijn bibliotheek niet wou achterlaten, nam hij op zijn tocht naar het diepe zuiden een paar duizend boeken mee. Tijdens zijn omzwervingen kocht hij bovendien nog boeken bij. In zijn bibliotheek in Timboektoe ligt een boek waarvan het colofon vermeldt dat hij het in augustus 1468 kocht in Tuat (nu Mauritanië). Ali bin Ziyad al Quti betaalde er 45 mithqal goud voor, dat is 220 gram. Eenmaal in Timboektoe installeerde hij er zich en trouwde in 1470 met de nicht van een lokale Songhay-vorst. De naam van de familie, Quti zal later verafrikaansen tot Kati. Zijn bibliotheek, het Fondo Kati, bestaat nog en bevat zo’n 3000 manuscripten, waaronder de bekendste geschiedenis van West-Afrika, Tarikh al Fettash. Zo’n 85% van het fonds bestaat uit Andaloesische manuscripten, meestal uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Tim 4

Naast de Kati/Qutibibliotheek telt Timboektoe nog andere belangrijke boekenverzamelingen: die van Ahmed Baba, van Mohamed Tahar, van al Wangari en Mamma Haidara, …
De meeste boeken gaan over de islam, maar er zijn er ook over handel, astronomie en geneeskunde. Een van de exemplaren in Bozar geeft recepten voor medicijnen die de potentie verhogen. Bozar geeft geen vertalingen, ik geef u die wel (met dank aan mijn vriend Mohammed die in een luide lach schoot toen hij het manuscript in die kille, verduisterde zaal van Bozar onder ogen kreeg). Het gaat over een middeltje om je vrouw plezier te doen: “Neem de klootjes van een haan, laat ze drogen. Verpulver ze en meng het bekomen poeder met honing. Strijk dit op je penis, en….”

Tim 5

De boeken uit deze bibliotheken van Timboektoe zijn niet alleen in het Arabisch maar ook in het Toeareg-berbers, Wolof, Fulfulde, Mandinka en Hausa. In de expo van Bozar ligt zo een boek in Fulani. Ze zijn wel allemaal in het Arabisch schrift, het zijn wat men noemt Ajami-teksten, teksten in Arabisch schrift maar wel in een andere taal. Het is via deze boeken dat de West-Afrikaanse volkeren van het huidige Mali, Senegal, Gambia, Ghana, Togo, Niger, Burkino Faso en noord-Nigeria werden gealfabetiseerd. In ajami leerden ze lezen, schrijven en rekenen. Nu nog kan 80% van de 50 miljoen Hausasprekers ajami lezen. Ze worden in de alfabetisatiestatistieken niet opgenomen, enkel wie in ons Latijns alfabet geletterd is telt mee.
Dit Europese, Latijns alfabet werd opgelegd door de kolonisator die een culturele en religieuze breuk wilde bewerkstelligen, ajami teksten waren voor hen per definitie subversief. Vrijheid van meningsuiting of persvrijheid waren niet echt waarden die Europa tijdens de kolonisatie heeft geëxporteerd. Volgens Jennifer Franco (directeur van de West African Research Association) : “de Fransen wilden de ajami teksten weg. Ze hebben heel wat bibliotheken verbrand, waarna de mensen de boeken gingen verbergen achter valse muren en in kelders.” In de Britse kolonies van West-Afrika gebeurde het zelfde. In Nigeria verbood Governor General Sir Frederick Logard (1914-1919) het ajami alfabet en alle Hausa boeken moesten nu met het Latijns alfabet worden gedrukt. Deze nieuwe boeken kregen de naam Boko (van het Engelse woord book). Ook hier werd in ajami schrijven een daad van oppositie. Een van de zeer extreme terreurbewegingen die daar nu opereren, de jama’atu ahli s-sunna li-d-da’awati wa-l-jihad, (Vereniging van Sunna-aanhangers voor de verspreiding en de strijd voor het geloof) kennen we beter onder hun Hausa naam Boko Haram. Alle westerse boeken zijn voor hen verboden. Een extreme nawee van een koloniale poltiek.

Tim 6

Sommigen stellen dan ook dat de kolonisatie een moord op de lokale cultuur betekende. Alhoewel het ajami overleeft, en niet alleen in Timboektoe. Nu nog gebruikt men veel ajami op winkelopschriften en in Nigeria verschijnt zelfs een ajami krant Alfijir (De Morgen). En er komt een beweging op gang om terug ajami officieel te onderwijzen, zodat men de eigen versie van de geschiedenis, en niet de koloniale kan raadplegen.

Recent werden deze manuscripten opnieuw bedreigd, niet langer door de slechte condities waarin ze bewaard werden of de kolonisator, maar door terreurgroepen als Ansar Din (Strijders voor het Geloof).
Maar de bibliotheek van het Fondo Kati werd al lang voor de huidige politieke troebels gered: In 2002 kon Ismail Haidara Kati een deal sluiten met Spanje en met de Junta de Andalucia, die de bibliotheek beschouwden als Andalusisch nationaal erfgoed. Ze financierden een nieuw bibliotheekgebouw van 800 m2, uitgerust met airconditioning en voorzien van conserveringsfaciliteiten, kostprijs 150.000 euro. De boeken werden op microfilm gezet en die wordt nu in Almeria bewaard.
De huidige oorlogssituatie maakte dat wereldwijd ook aandacht werd besteed aan de andere bibliotheken. In tegenstelling tot wat eerst werd gemeld kon men 90% van de manuscripten in veiligheid brengen in Bamako. Daarvoor zorgden onder meer Noorwegen, Nederland en de Universiteit van Kaapstad. Volgens professor Shamil Jeppie (univ. Kaapstad en directeur van het conserveringsproject in Bamako) « Heeft men zwaar overdreven. Er is schade aangericht, sommige objecten werden gestolen, maar lang niet op de schaal uit de eerste berichtgeving.” Volgens de Amerikaanse expert Bruce Hall (Duke University) in Le Monde is er meer aan de hand:”Des millions de dollars ont été dépensés depuis dix ans pour les sauver en les numérisant, notamment par l’Unesco et des fondations américaines. Presque rien n’a été réalisé. Et ce qui a été numérisé est seulement conservé sur des ordinateurs à Tombouctou ! ” Ook de corruptie tierde welig : “L’argent a disparu au Mali, mais aussi dans les mains de pseudo-experts occidentaux qui ont beaucoup discouru et peu agi…personne n’a les mains propres”.

De Brusselse Bozar toont nu enkele van deze manuscripten, met niet echt een vertaling en met een summiere historische duiding. Te kostelijk?

Mali 1

januari 25, 2015 at 9:28 am 3 reacties

WRANG

wrang 1

door Walter Zinzen
Tijdens de Kerstvakantie was op Klara ’s middags een gesprek te horen met gasten die genoten van een feestelijke
maaltijd. Een van die gasten was Paul Van Nevel. Terloops liet hij zich ontvallen dat hij nog nooit was gaan stemmen omdat hij niet geloofde in het democratisch karakter van verplichte verkiezingen. Tot 25 mei vorig jaar. Toen vond hij het wél nodig om zijn stem te laten horen, maar helaas, zo zei hij, het was hem niet gelukt de N-VA tegen te houden. Hij maakt zich nu grote zorgen over het welzijn van de democratie in ons land. Vreemd hoe een mens die meer geboeid wordt door muziek dan door politiek een analyse maakt die scherper en vooral correcter is dan die van de meeste journalisten en politicologen.

De gespreksleiders echter wisten niet gauw genoeg van onderwerp te veranderen, ook al was de andere gast Herman Van Rompuy, iemand die naar eigen zeggen niets van muziek kent maar toch enige politieke ervaring heeft. De Kerstsfeer laten verpesten door gelamenteer over de N-VA , dat was kennelijk niet de bedoeling. Toch sprak Van Nevel profetische woorden op een moment dat van Charlie, Parijs en Verviers nog geen sprake was. Want hij had natuurlijk wel gelijk : we zijn stilaan maar zeker op weg naar een democratisch verkozen , autoritair geleide, eenpartijstaat. Dat was al merkbaar voor de verkiezingen van vorig jaar .

Bart De Wever had toen maar één minister in de Vlaamse regering . Toch slaagde hij erin een onderwijshervorming, die hem niet zinde, deskundig om zeep te helpen , ook al moest hij daarvoor zijn eigen fractie schofferen. Nu hij de grootste partij van het land leidt is het hek helemaal van de dam. Hij wou een regering zonder socialisten : hij heeft ze. Hij steekt het ook niet weg. Zonder enige gêne heeft hij het over “zijn” coalitie, of het nu om het Antwerps stadsbestuur, de Vlaamse of de federale regering gaat.

Hij wil niet dat die federale regering onderzoekt of het verbod op cannabis kan worden opgeheven ? Het onderzoek komt er niet. Is er sprake van een tax shift of een tax lift? Alleen als De Wever hoogst persoonlijk het daarmee eens is. De Wever wil dat buitenlandse imams strenger worden gecontroleerd? Zijn staatssecretaris voor Deportatie bedient hem op zijn wenken. De Wever wil het leger inzetten in de strijd tegen terreur? Soldaten trekken de wacht op. De Wever wil de burgerlijke vrijheden inperken ‘om onze veiligheid te waarborgen’? De regering pakt uit met 12 maatregelen die exact dat doen. Het parlement, de enige verkozen instelling waarover we beschikken , komt er niet aan te pas of hooguit in een later stadium met de bevoegdheid alles goed te keuren wat de door De Wever aangestelde ministers hebben beslist. Maar niet alleen in de politiek, ook elders ziet men zijn kans schoon om Big Brother de kans te geven zijn neus te steken in zaken die hem niet aan gaan.

Zo kwam onderzoeksrechter Philippe Van Linthout , lieveling der dames dank zij zijn TV-optredens, onbeschroomd vertellen dat de regeringsmaatregelen niet ver genoeg gaan. Onderzoeksrechters moeten niet alleen telefoons kunnen afluisteren, nee, ze moeten ook het recht krijgen te lezen wat er op onze computers , smartphones en ander elektronisch dan wel digitaal gereedschap staat , het recht om te hacken dus, ja, zo noemde hij het. Hij gaf toe dat de burger dit niet aangenaam zou vinden, maar wat moest dat moest. Want alleen zo kun je terreuraanslagen voorkomen. Zijn woorden waren nog niet koud of minister van Justitie Geens repte zich om een wetswijziging aan te kondigen om de onderzoekrechters hun zin te geven.

Is daar allemaal , met veel mitsen en maren, nog begrip voor op te brengen , de gebeurtenissen in Verviers tonen aan dat de grenzen van het aanvaardbare toch ver overschreden worden. Twee verdachten werden bij de “opkuisoperatie”, zoals minister Jambon het noemde, afgemaakt. Of beter gezegd : geneutraliseerd dan wel uitgeschakeld. Veel woorden werden er niet aan vuil gemaakt : de verdachten hadden het vuur geopend en dus moest de politie terugschieten. Einde verhaal. Niemand stelde een kritische vraag, geen journalist, geen politicus, geen advocaat. Integendeel, lof alom voor het optreden van de elite-eenheid , door politiebaas De Bolle “professioneel en efficiënt” genoemd.

Nu weet ik niet wat u ervan vindt maar als de politie bij een ‘operatie’ mensen vermoordt dan word ik instinctief ongemakkelijk. Onwillekeurig denk ik dan terug aan wat de ongewapende Jonathan Jacob is overkomen, ook om het leven gebracht door een “elite”-eenheid. Je zou toch verwachten dat er op zijn minst een onderzoek wordt ingesteld om na te gaan of de agenten in Verviers er werkelijk alles aan gedaan hebben om de verdachten levend in handen te krijgen. Al was het maar om ze te kunnen ondervragen over andere betrokkenen. Let wel : het ging hier om verdachten, niet om door de rechter veroordeelde misdadigers.

oef, wat voel ik me veilig nu...

oef, wat voel ik me veilig nu…

Zeker, er werden kalasjnikovs en ander oorlogstuig in hun appartement gevonden , lieverdjes zullen het allicht niet zijn geweest. Maar zolang een onpartijdig onderzoek niet heeft vastgesteld dat de agenten in Verviers niet anders konden dan de twee vermoedelijke jihadisten af te maken, is hier sprake van een standrechtelijke executie. Dat geldt, het spijt me zeer, ook voor de drie moordenaars die in Parijs werden “geneutraliseerd”. In ons land en in Frankrijk is de doodstraf , net zoals in ieder ander beschaafd land , afgeschaft. Nergens staat vermeld dat dit niet geldt voor jihadisten. Of dat agenten op eigen houtje de doodstraf mogen uitvoeren – behalve dan in het geval van wettige zelfverdediging.

Maar gelden in de strijd tegen terreur nog wel wetten ?
De lijst van vermoorde moordenaars wordt alleszins indrukwekkend lang : Osama bin Laden, Khadaffi, Saddam Hussein, en de tientallen door Amerikaanse drones ‘uitgeschakelde’ terroristen . Waarbij ook nog eens vele onschuldigen omkomen. Lijkt deze vorm van terreurbestrijding niet erg veel op terrorisme?

Ik dacht dat één van de Westerse waarden ,waar we zo trots op zijn en die op de massademonstratie in Parijs eensgezind door zovelen zijn verdedigd , de democratische rechtsstaat was. Om te voorkomen dat schurken vrijuit gaan als ze in eigen land niet terecht kunnen staan, hebben we zelfs een Internationaal Strafhof opgericht – dat tot op heden alleen Afrikanen heeft berecht. Geen Stalins of Mao’s meer die vredig in hun bed ontslapen zonder dat ze ooit ter verantwoording zijn geroepen voor hun misdaden. Dat was de gedachte. Maar ook dat ze zouden worden beoordeeld door onafhankelijke rechters en niet gelyncht door politiemensen, militairen of opgewonden menigtes. De oorlog tegen het terrorisme heeft evenwel de oude, bijbelse, wet van oog om oog en tand om tand weer tot leven gewekt. Zo verlagen we ons tot het niveau van degenen die onze samenleving willen ontwrichten. Wrang. Zo winnen de terroristen alsnog. Al is het dan vanuit het graf. Heel wrang.
wrang 3profeet

januari 19, 2015 at 1:20 pm 20 reacties

BEELDENSTORM OM CHARLIE

Bibi boven

Bibi boven

door Lucas Catherine

Als fanatiek lezer van Hara-kiri, de voorloper en peetvader van Charlie-Hebdo is mij een en ander opgevallen. U kent Hara-kiri niet?
Kijk, deze cover heb ik nog gebruikt om op mijn studentenkot een alternatieve kerststal te monteren:

Hara-kiri

Hara-kiri

Wat is mij opgevallen? Een beeldenstorm aan moslim kant en aan joods-Israëlische kant.
Er is ten eerste het verbod om de profeet af te beelden. Dat staat nergens in koran of wet, en hoe verder men terug gaat naar de tijd van de profeet, hoe minder het gerespecteerd werd. Dit is hoe Al Biruni (973-1048), wiskundige en historicus de profeet liet preken in Medina:

C 2 Mohamed1Biruni

En dat heeft lang geduurd, zelfs tot in de jaren 1920, kijk maar naar deze prent uit Algerije.

Mohammed vlucht naar Medina

Mohammed vlucht naar Medina

Het waren vooral streng gelovigen die het respecteerden. Het verbod gold wel voor afbeeldingen in de moskees en andere religieuze ruimten. Het is pas met de opkomst van de Wahabieten en hun oliedollars, dollars waarmee ze hun integristische visie konden verspreiden, dat de meeste moslims zijn gaan denken dat dit de wet is. U kent de Wahabieten niet? Wel dat zijn die achterlijke Saoedi’s die van de Belgische overheid sinds 1967 de Grote Moskee van Brussel mogen beheren.

Het jodendom kent nog een strenger verbod, daar mag je zelfs de naam van God niet uitspreken en als je Hem in een tekst wil vermelden doe je dat met …. Puntjes. Meer nog, orthodoxen zijn ook tegen het afbeelden van vrouwen. Want de vrouw is des duivels en oorzaak van vele zonden. En dat kon je ook in Israël zien. Een ortodoxe krant liet alle vrouwelijke politici in de betoging van Parijs verdwijnen:

Merkel weggegomd naast Hollande (vgl. bovenste foto)

Merkel weggegomd naast Hollande (vgl. bovenste foto)

Wie dan wel vrolijk in beeld wou, ook al was hij niet echt uitgenodigd door president Hollande was Bibi Netanyahu. Haaretz beschreef zijn gedrag zo: “Net zoals je Israëlische toeristen in het buitenland kan herkennen aan hun luidruchtigheid en hun lomp gedrag, kon je niet naast de Israëlische premier kijken… Hij schoof naar de eerste rij en duwde de president van Mali (die naast Hollande liep nvda) van zich af, alsof die een Afrikaanse asielzoeker was in het opvangkamp van Holot.”
In Israël leverde dit een nieuw videospelletje op “Push Bibi”:

Het Bibi-speeltje

Het Bibi-speeltje

Ook zijn speech waarin hij alle joodse Fransen opriep om naar Israël te emigreren stootte op bijtende commentaar, van Amira Hass, in dezelfde krant: “Franse joden kunnen in Jeruzalem komen wonen en hun Franse nationaliteit behouden. Dit terwijl Israel de verblijfsvergunning intrekt van Palestijnen uit Jeruzalem die omwille van werk of andere redenen een verblijfsvergunning in een ander land verkregen. In feite worden ze zo uit hun land verdreven. Een Franse jood kan twee huizen bezitten: een in Israël en een in Frankrijk. Een Palestijn die in zone C (dit deel van de Westbank onder volledige controle van Israël) een huis heeft en zijn familie bezit ook een huis in zone A (het deel van de Westbank dat onder beperkt Palestijns bestuur staat), verliest zijn huis in zone C. Dit is de manier waarop het Westen, dat toestaat dat joden een dubbele nationaliteit bezitten, deelgenoot wordt aan de verdrijving van de Palestijnen.”

Kan u Amira Hass volgen? Wel moeilijk om hier een cartoon bij te vinden.

C 6

januari 16, 2015 at 3:54 pm 2 reacties

Oudere berichten


Kalender

maart 2015
M D W D V Z Z
« feb    
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 721 andere volgers