Archief beheerder

DE WERELD VERDRINKT

gideon-mendel

Tom Ronse

In Los Angeles werd enkele dagen geleden een passagier uit een vliegtuig van Southwest Airlines gezet. Hij werd ervan verdacht een terrorist te zijn. Eeen medepassagier had de bemanning gealerteerd nadat ze hem Arabisch had horen spreken in zijn telefoon. Hij had woorden gebruikt zoals “Inch’Allah” die haar jihadistisch in de oren klonken.

Van zo’n bericht verschieten we niet meer.  We worden het gewend van te leven in een angstklimaat, waarin paranoia het nieuwe normaal wordt. Dat is de schuld van de terroristen en van de oorlogen waarvan hun aanslagen een onderdeel zijn. Maar dat is ook de schuld van de media die de angst buiten alle rationele proporties opkloppen. De kans dat burgers slachtoffer worden van een terroristische aanslag is nog altijd minuscuul in vergelijking met andere gevaren die hen bedreigen.

Dat is een van de meest negatieve gevolgen van het terrorisme: het geeft de onderhuidse angst een doelwit, een fixatiepunt dat de aandacht afleidt van gevaren die ons terecht bang zouden moeten maken.

Zoals de combinatie van klimaatsverandering en armoede. Die dreigt in de komende jaren vluchtelingenstromen  op gang te brengen waarbij deze van vandaag klein bier zullen lijken.  De media rapporteren het wel als er weer eens een ramp gebeurt maar de ernst van de situatie dringt niet door. Het blijft een ‘ver-van-mijn-bed’ story.

Niet voor Gideon Mendel. Hij is een Zuid-Afrikaanse foto-journalist die niets meer hoeft te bewijzen; al zes keer won hij de World Press Photo Award.  Sinds 2007 werkt hij aan een project dat hij “Drowning World” noemt.GMendel _Srinagar-phone-25071-1024x10241 Met zijn oude Rolleiflex trekt hij naar gebieden die door grootschalige overstromingen geteisterd worden om portretten te maken van de slachtoffers in hun waterige omgeving.

Mendel wil de alarmbel trekken, de omvang van de klimaatsverstoring in de verf zetten. Hij wil vooral dat we de slachtoffers als medemensen zien, in plaats van als anonieme statistieken. De meeste foto’s in de serie zijn geposeerd. Wat niet wil zeggen dat ze vals zijn, wel dat de gefotografeerden weten wat er gebeurt, wat Mendel beoogt. Ze poseren om met ons te communiceren. Ze kijken ons recht in de ogen. In de hunne zien we een gamma van emoties.

Drowning-World-Gideon-Mendel-6

Drowning-World-Gideon-Mendel-14

Drowning-World-Gideon-Mendel-12

gideon mendel

gideon mendel2

mendel Haiti

mendel6

drowningworld-775mendel

Drowning-World-Gideon-Mendel-19

mendel 7

mendel 5

Mendel Kashmir-71 lowres

mendel 4

Gideon_Mendel_-_Drowning_World_4

mendel 12

In deze serie is Mendel journalist, activist, portrettist en ook kunstenaar. Hij is er niet vies van om de opportuniteiten van de rampzalige omgeving –zoals weerspiegelingen in het water- te gebruiken voor esthetisch effect.

11 Nov 2011, Bangkok, Thailand --- Prakru Samuteerapisut Sarathamma poses with some novice monks in the flooded Komut Puttarangsi Temple in the Taweewattana District on the western outskirts of Bangkok. This is one of more than 500 Buddhist temples which have been inundated by the recent floods in Thailand. “I have been in monkhood for 14 years. This is the first time I’ve experience such a big flood. I knew that the water would come this way. But I didn’t expect so much. We just have to accept it. It has been difficult for monks to do our duties. Every day we have to be there to help each other and all the people who have fled here for safety.There are about 200 of them. The officials do come and help us, especially the military. They brought us food and water. Many people who are staying at home also come here to collect food.If it happens again next year, we will have to be more prepared.” --- Image by © Gideon Mendel/In Pictures/Corbis

Drowning-World-Gideon-Mendel-11 mendel 8

“Drowning World” omvat foto’s gemaakt in vijf continenten en is intussen al op verschillende plaatsen tentoon gesteld. Bijna elke tentoonstelling is anders want de serie blijft groeien. In de laatste aflevering toont Mendel ook foto’s van foto’s die door de overstroming zijn aangetast. Dat is een onderwerp dat me intrigeert, als kunstenaar die de creatieve destructie van natuurelementen zoekt te integreren in zijn werk (mijn bijdrage over foto’s bewerkt door superstorm Sandy in New York kan u HIER bekijken).  De uitgewassen pigmenten doen nieuwe patronen ontstaan, nieuwe kleuren duiken op, het beeld krijgt een nieuwe gelaagdheid.

From the home of Comrade Abdul Rashid (2) Gideon Mendel

Mendels webstek: http://gideonmendel.com/

mendel 11

april 24, 2016 at 8:27 pm Een reactie plaatsen

PURPLE TEARS

purple rain NewYorker

prince 1

young prince

minneapolis

prince2

purple rain

april 22, 2016 at 4:03 am Een reactie plaatsen

NEW YORK PLANT 10.000 GRATIS INTERNET STRAAT-KIOSKEN

Door Jacqueline Goossens

link1 lowres

 

Ooit stonden er duizenden glazen telefooncellen in de straten van New York. Ze figureerden in talrijke films en tv-series. Vandaag schieten er nog welgeteld vier over. Ze staan allemaal op West End Avenue, aan 101st, 100th, 90th en 66th Streets. De telefooncel aan 100th Street was in 2010 de inspiratie voor het kinderboek “The Lonely Phone Booth”.

De telefooncellen werden in de jaren 1970 systematisch vervangen door betaaltelefoons op een metalen voetstuk die goedkoper waren om aan te kopen, makkelijker te onderhouden en minder uitnodigend voor vandalen. Nu mobiele telefoons de meer dan 8.000 betaaltelefoons grotendeels hebben verdrongen, wil de stad die laten ombouwen tot minstens7.500 straat Wi-Fi kiosken, Links genaamd.

De Links zullen het grootste deel van de stad voorzien van gratis high-speed Internet, zo belooft Intersection, het technologie bedrijf dat het project zal uitvoeren samen met twee andere bedrijven, Qualcomm en Civiq Smartscapes.

Ondanks dit ambitieus high tech-plan heeft Intersection beslist om de vier telefooncellen op West Avenue te bewaren als een herinnering aan het oude New York. Omdat de originele zo gehavend waren, werden ze onlangs vervangen door vier zorgvuldig gerestaureerde exemplaren. Gebruikers kunnen vanuit de cellen gratis bellen over heel het land.

cel1

De drijvende kracht achter de bewaring is New Yorker Alan Flacks die zichzelf beschrijft als een ‘pay phone buff’ of betaaltelefoon- fanaat. Hij woont op West Avenue. Jaar in, jaar uit belde hij de New Yorkse telefoonmaatschappij Verizon telkens wanneer er problemen met de cellen waren. Hij liet petities circuleren en probeerde lokale politici te overtuigen dat de vier resterende telefooncellen erkenning verdienden als historisch erfgoed.tel boek

“The Lonely Phone Booth”, het kinderboek geschreven door Peter Ackerman, is intussen aan zijn tweede druk toe. Het vertelt het verhaal van de telefooncel aan 100th Street die eenzaam is omdat mensen verknocht zijn geraakt aan hun gsm’s. De cel is intussen een bestemming op zich geworden voor New Yorkse ouders en hun kinderen die het een attractie vinden om op zijn ouderwets te telefoneren.

De geplande 7.500 Wi-Fi kiosken zijn ook voor toeristen goed nieuws. Hotels rekenen vaak hoge prijzen aan voor toegang tot het Internet op de gastenkamers. De eerste 500 kiosken zouden klaar zijn tegen deze zomer. Voorlopig zijn er al 140 in gebruik langs Third and Eight Avenue boven 14th Street. link2De Link-kiosken zijn heel gebruiksvriendelijk. Ze zijn voorzien van een tablet en toetsenbord voor gratis binnenlandse telefoongesprekken, een USB-oplader voor electronische apparaten en een rode toets voor het noodnummer 911. De tablet geeft de gebruiker toegang tot het internet, alle stadsdiensten en stadsplannen.

Volgens Intersection zal er rond elke Link kiosk perfecte Wi-Fi ontvangst zijn, tot op 50 of 100 meter, afhangende van de lokatie. Het bedrijf zegt dat er al plaatsen gesignaleerd zijn waar mensen gezellig rond de kiosken gaan zitten, sommige in zelf-meegebrachte vouwstoeltjes.

Een 'kerkhof' van publieke telefoons onder de West side highway (foto: Dave Bledsoe).

Een ‘kerkhof’ van publieke telefoons onder de West side highway (foto: Dave Bledsoe).

april 3, 2016 at 3:13 am 1 reactie

Nieuw New Yorks museum focust op onafgewerkte kunst

Anton Raphael Mengs.Portrait of Mariana de Silva y Sarmiento, duquesa de Huescar (1775)

Anton Raphael Mengs.Portrait of Mariana de Silva y Sarmiento, duquesa de Huescar (1775)

door Tom Ronse

Het was dé culturele gebeurtenis van het jaar in New York: vorige vrijdag opende een nieuw museum zijn deuren. De kunsttempel is een filiaal van the Metropolitan, Amerika’s grootste museum.  Maar in tegenstelling tot het moederbedrijf  zal de “Met Breuer” zich toespitsen op moderne en hedendaagse kunst. Toch wil het uit de enorme collectie van the Met putten om de link te leggen tussen oud en nieuw. De openingstentoonstelling is een staalkaart: “Unfinished: Thoughts Left Visible” omvat 197 onafgewerkte kunstwerken, van de Renaissance tot vandaag.

Vorig jaar verhuisde het Whitney museum naar een nieuw gebouw, ontworpen door Renzo Piano, aan de voet van het populaire High Line park. The Metropolitan nam van de gelegenheid gebruik om het oude gebouw van de Whitney voor acht jaar in pacht te nemen. Dat iconische, nogal bruut ogende gebouw, ontworpen door Bauhaus-architect Marcel Breuer naar wie het nieuwe museum genoemd is, ligt op wandelafstand van het grote Met-museum op Fifth Avenue. Een ticket geeft toegang tot beide musea en tot “’the Cloisters’, het Met-museum van middeleeuwse kunst.

De Met Breuer_(foto:Ed Lederman)

De Met Breuer_(foto:Ed Lederman)

Heeft dit nieuwe museum wel zin, vragen sommige critici zich af. Met het MoMA, de Whitney, the New Museum of Contemporary Art, PS1, de Guggenheim en grote galerijen die vaak museale expo’s organiseren, heeft New York al een enorm aanbod van moderne en hedendaagse kunst.  Maar naar het schijnt kan een serieus museum vandaag niet overleven zonder hedendaagse kunst. De belangstelling van verzamelaars en het grote publiek voor kunst van vandaag is nooit zo groot geweest. Er is een intense concurrentie tussen de musea om dat publiek te lokken. Tot voor kort deed de Met daar niet aan mee, ondanks haar doelstelling om kunst van alle tijden te tonen. Met de Met Breuer wil het megamuseum haar muf imago van opslagplaats van oude kunst afschudden. Maar wat kan het toevoegen aan een aanbod dat al zo groot is? Zegt Sheena Wagstaff, de directeur van de Met Breuer: “Voor het eerst zul je in staat zijn om 5000 jaren menselijke creativiteit te penetreren vanuit het portaal van vandaag.”  De collectie van de Met bestaat uit ruim 2 miljoen kunstwerken, waaronder 12000 moderne en hedendaagse. Daaruit zal het nieuwe museum putten om op een unieke wijze kunst van vroeger en nu met elkaar in verband te brengen.

Jan van Eyck. Sint Barbara (1437)

Jan van Eyck. Sint Barbara (1437)

Dat opzet is alvast grotendeels geslaagd in de inaugurale expo.  De tentoonstelling is spectaculair en dat kon moeilijk anders met zoveel meesterwerken van bijna alle supersterren van de westerse schilderkunst, van Van Eyck en Michelangelo tot Richter en Tuymans.  Het enige wat die werken gemeen hebben is dat ze onafgewerkt bleven. Het idee kwam naar verluidt van de schilder Cy Twombly die het kort voor zijn dood in 2011 aan de Met voorstelde. Zijn laatste werken maken deel uit van de show. De chronologisch georganiseerde expo omvat ruwweg twee categorieen: kunst die accidenteel onafgewerkt bleef en werken die intentioneel niet werden afgemaakt. Maar de grens tussen beiden is niet altijd duidelijk. Het oudste werk in de tentoonstelling, Jan Van Eycks portret van Sint Barbara (uit het Antwerpse museum van Schone Kunsten) is daar een voorbeeld van. Was Van Eyck van plan om het paneel volledig te schilderen maar had hij het te druk met andere opdrachten? Of besloot hij te stoppen omdat het werk perfect was zoals het was, met alleen enkele suggesties van kleur? We zullen het nooit weten. “Achter elk werk zit een verhaal”, zegt Wagstaff. Maar, zoals de muurteksten toegeven, vaak kennen we het verhaal niet. Dat levert mysteries op zoals Anton Mengs portret van een hertogin (zie de afbeelding bovenaan dit stuk),waarop alles mooi afgewerkt is behalve het gezicht en een schoothondje, waarvan we enkel de kontoeren zien. Het surrealistisch ogende doek is 240 jaar oud maar zou vandaag geschilderd kunnen zijn. Maar waarom het er zo uitziet, weten we niet.

Vincent van Gogh.  Straat in Auvers-sur-Oise(1890)

Vincent van Gogh. Straat in Auvers-sur-Oise(1890)

Soms is het duidelijk.  Dood is vaak de reden. Zo zien we de werken die op de ezels stonden van Bassano, El Greco, Van Gogh en Lucian Freud toen hun kaars werd uitgeblazen.

El Greco's laatste: Visioen van Sint Jan (ca. 1609–14)

El Greco’s laatste: Visioen van Sint Jan (ca. 1609–14)

Soms is een breuk met de opdrachtgevers de reden. Rubens’ onafgewerkte weergave van een slagveld, een trekpleister uit het Rubenshuis, is daarvan een voorbeeld. Er staat een soldaat op met drie armen. Dat kon Rubens niet schelen. Hij stopte toen de betaling uitbleef. Net daardoor oogt het werk modern.

Peter Paul Rubens.  Henri IV in de slag van Ivry (ca. 1630 )

Peter Paul Rubens. Henri IV in de slag van Ivry (ca. 1630 )

Een boeiend aspect van “Unfinished” is ook dat je door werken in hun onaffe staat te zien de methoden en technieken van de schilders ontdekt.

Adolph von Menzel: altaar in een barokke kerk (ca. 1880–1890)

Adolph von Menzel: altaar in een barokke kerk (ca. 1880–1890)

Al in de Renaissance  gebruikte men de term “Non finito” voor werken die de kunstenaar als af beschouwde ook al leken ze onaf. Leonardo Da Vinci was een habituele beoefenaar van het genre. Maar bij de oudere werken domineren de ‘accidenteel’ onafgewerkten. Naarmate we dichter bij vandaag komen, nemen de intentioneel onafgewerkten de overhand.  Zoals de catalogus opmerkt, de westerse schilderkunst evolueerde meer en meer van “high polish” naar “unfinishedness”.

Da Vinci: Hoofd van een vrouw (ca.1500–1505)

Da Vinci: Hoofd van een vrouw (ca.1500–1505)

Andy Warhols “Do It Yourself (Violin)” uit 1962 is een mooi voorbeeld van die trend. Het is gebaseerd op een “painting by numbers”, toen populair bij amateuristen. Warhol heeft, zoals Van Eyck, slechts enkele kleuren ingevuld; de rest is een vraag naar de toeschouwer.

Warhol_Do It Yourself (Violin)

Andy Warhol: Do It Yourself (Violin) (1962)

Die open-eindigheid en vraag naar participatie typeert veel kunst vandaag. En het is ook wat the Met lijkt na te streven met dit nieuwe museum: om niet meer aanzien te worden als een plaats waar kunst belandt om te sterven maar als een verhaal dat voortleeft, ‘unfinished’.

 

De tentoonstelling loopt tot 4 september. Meer info: metmuseum.org

Rembrandt Joodse bruid  (1635)

Rembrandt Joodse bruid (1635)

 

april 1, 2016 at 3:53 am Een reactie plaatsen

Vonnegut

vonnegut

maart 26, 2016 at 3:38 am Een reactie plaatsen

Waarom aanslagen geen aanval op “onze waarden” zijn

 

kobani Jan 2015

Willem Schinkel schrijft in de Nederlandse journalistieke site decorrespondent.nl:

Nog geen week voordat premier Mark Rutte verklaarde dat we ‘in oorlog’ zijn met IS, gaven verschillende Kamerfracties blijk van sympathie voor het PvdA-voorstel Defensie te ‘depolitiseren.’ Daarmee bedoelden ze het vastleggen van de begroting van Defensie voor meerdere jaren zonder tussentijdse herziening omdat – bijvoorbeeld na verkiezingen – politieke voorkeuren anders liggen. In de context van aanslagen in Europa vormen een oorlogsverklaring en de depolitisering van de oorlogsmachinerie een gevaarlijke combinatie.

De depolitisering van oorlogsvoering blijkt uit het vooralsnog beperkte vocabulaire om met aanslagen in West-Europa om te gaan door regeringsleiders. De constante erin is het depolitiseren. Oorlog wordt zo voorgesteld als iets onvermijdelijks, iets waar politieke afwegingen niet voor nodig zijn.

En dat is een slechte zaak. Want van regeringsleiders mogen, nee moeten, we meer verwachten dan de vreemde combinatie van emotie (die blijkt uit de stoere oorlogstaal) en technocratie (die blijkt uit de oplossing: bommen gooien in plaats van politieke reflectie op de contraproductieve werking daarvan).

Want hoe reageert de politiek tot nu toe? Vijf elementen keren terug.

 

  1. De aanslagen heten een ‘aanval op onze waarden’

Dat is het frame dat gehanteerd wordt door regeringsleiders als Mark Rutte, David Cameron en François Hollande. Maar voor wie met enige afstand naar de geopolitieke ontwikkelingen kijkt, is een duidelijk verband zichtbaar tussen de aanslagen in West-Europa en de aanvallen door West-Europese legers in Irak en Syrië. De terroristen zeggen letterlijk: val ons aan en je krijgt aanslagen.

Het is duidelijk dat het in het belang van de regeringsleiders is om die keten van causaliteit af te kappen voorbij noties als ‘gefrustreerde jongeren,’ want het zijn hun beslissingen geweest die terroristen nu als reden aanvoeren voor hun daden,

Terwijl, dit was geen aanval op onze waarden, dit was een aanval op onze mensen. Net zoals nu al geruime tijd aanvallen op mensen uitgevoerd worden in Irak en Syrië. De dag dat dit geweld zich in Nederland voordoet, is dan ook de dag om Mark Rutte persoonlijk verantwoordelijk te houden. Ervoor kiezen te bombarderen, wetende dat precies dat aanleiding geeft tot aanslagen en dan, als men inderdaad terugslaat, de waardigheid van slachtoffers ondermijnen door te zeggen dat het niet mensen maar waarden waren die aangevallen werden, hoe bedenk je het? Erger nog: de achtergrond van het ontstaan van IS is de door het Westen gecreëerde chaos in Irak.

Maar dat was geen chaos die we niet zagen aankomen. Miljoenen mensen hebben die chaos voorspeld en hebben gedemonstreerd tegen de oorlog in Irak. Naar hen is niet geluisterd. Ook nu vriend en vijand toegeeft dat George W. Bush en Tony Blair fout zaten, blijven westerse landen kiezen voor bombarderen. En om de irrationaliteit daarvan compleet te maken, krijgen we als alternatieve probleemdiagnose voorgeschoteld: ze hebben een probleem met onze waarden. Ook binnen de staat is dat een leugen: weinig generaals en veiligheidsexperts zullen een ‘aanval op onze waarden’ serieus als oorzaak hanteren als ze inschatten hoe de geweldsdynamiek zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld.

 

  1. Onze ‘vrijheid’ is leeg

 

Om welke waarden gaat het volgens onze regeringsleiders dan? Om met Mark Rutte te spreken: het ging om ‘onze manier van leven’ en die bestaat uit het op een terras zitten, naar een restaurant gaan, een concert bezoeken en naar een voetbalwedstrijd gaan. Bekijk hier de persconferentie waarin Rutte die uitspraken deed. Bedoelde Rutte nu te zeggen dat het ging om een aanval op onze horeca en entertainmentindustrie? Vast niet, maar dat hij het niet anders deed, illustreert de ontstellende leegte die ‘onze waarden’ markeert.

Het punt is dat onze regeringsleiders niet in staat zijn om de zogenaamde fundamentele waarden die ‘ons’ kenmerken op een andere manier te verwoorden dan onze vrijheid tot horecabezoek en niet in staat zijn de daar achterliggende waarden uit te drukken. Rutte was al niet verder gekomen dan de definitie van vrijheid als de vrijheid om in je eigen huis op je eigen bank te zitten – hij probeerde die vrijheid fundamenteler te verwoorden, maar er stond een olifant in de weg. Lees hier meer over Ruttes vrijheidsconcept.

Inmiddels is er tenminste een uitgaanselement aan toegevoegd, maar is het werkelijk niet mogelijk te beschrijven wat fundamenteel is voorbij de trivialiteit van de consumptie? Niet alleen wordt gedaan alsof mensen in het Midden-Oosten niet naar restaurants, concerten en voetbalwedstrijden gaan – het gaat daarbij immers om ‘onze manier van leven’ – die ‘manier van leven’ wordt ook nog eens als volstrekt leeg gepresenteerd.

Dat is natuurlijk de kern van de huidige neoliberale vrijheid: leegte. Geen enkele substantiële kijk op het leven mag aangehangen worden; de vrijheid is een vrijheid in vorm, niet in inhoud. De neoliberale burger wordt door die leegte gekenmerkt en alleen consumptie – die altijd vliedend is en direct vervangen moet worden door iets nieuws – mag hem of haar tijdelijk vullen.

Hetzelfde zagen we bij de aanslag op Charlie Hebdo. De ‘vrijheid van meningsuiting’ werd naar vorm gewaardeerd, maar moest een lege huls blijven. Meningen mochten nooit tot overtuigingen stollen, dat zou te veel substantie, te veel inhoud zijn voor de lege vorm die het vrijheidsconcept kenmerkt. Gevaarlijke mensen hebben overtuigingen; de rest heeft meningen. En alleen gevaarlijke mensen denken dat woorden daden zijn, bijvoorbeeld dat ze geweld kunnen uitoefenen en kunnen beledigen.  In dit artikel leg ik het verschil tussen meningen en overtuigingen verder uit.

Neoliberale taal is onschuldig, want leeg. De neoliberale vrijheid van meningsuiting is de vrijheid tot volstrekt consequentieloze uitingen. Je moet wel onredelijk zijn, primitief religieus bijvoorbeeld, om te denken dat taal niet onschuldig is. Zo leeg en consequentieloos als de vrijheid van meningsuiting die begin 2015 werd gevierd, zo leeg en consequentieloos zijn de ‘waarden’ die ‘onze manier van leven’ kenmerken eind 2015. Wie zo redeneert, is nog niet begonnen te begrijpen waarmee hij eigenlijk vecht.

 

  1. De daders heten ‘lafaards,’ ‘gekken’ en ‘barbaren’

 

De duistere ondertoon van de geopolitieke wereldgeschiedenis is hoorbaar wanneer neoliberalen als Rutte, Hollande en Cameron ineens gewichtig doen over ‘beschaving’ en over ‘barbaren.’ Willen ze de klok 2.000 jaar terugzetten door zo’n klassiek Grieks vocabulaire te hanteren?

Vast niet, want dan wisten ze dat zulk pathos gevaarlijk was omdat het tot hybris, overmoed, leidt. En lafaards, werkelijk? Is het laffer jezelf op te blazen dan op afstand vliegtuigen of drones te sturen om bommen te werpen op mensen die je nooit in de ogen hoeft te kijken? Of zijn het dan ‘gekken,’ die Frankrijk duidelijk maken dat ze precies die bombardementen betaald komen zetten?

En als het ‘gekken’ zijn, moeten we dan niet maar meteen toegeven dat preventie in welke zin ook onmogelijk is omdat gekte fundamenteel onvoorspelbaar is? Is het misschien omgekeerd? Zijn de terroristen hier rationeler dan hun verklaarders van staatswege? Zijn ze, ook al zijn het veelal jongens uit verwaarloosde buurten in het hart van Europa, misschien moediger met hun ‘weapons of the weak’ omdat ze niet de technologie hebben om zich lafheid te veroorloven?

Uiteindelijk, denk ik, brengen oordelen als ‘lafaards,’ ‘gekken’ en ‘barbaren’ ons geen stap verder. Alle pathos over lafaards en barbaren, over beschaving en over waarden zorgt er vooral voor dat de politieke dimensie systematisch ondergesneeuwd raakt. Het feit dat aanslagen voortkomen uit politieke keuzes om bommen te gooien; keuzes die met belangen in het Midden-Oosten te maken hebben.

 

  1. We denken dat oorlog ‘daar’ gebeurt

 

Een van de terugkerende elementen in reacties op aanslagen lijkt een oprecht ongeloof te zijn over het feit dat hier, bij ‘ons,’ geweld plaatsvindt. Het lijkt het bevattingsvermogen te boven te gaan dat oorlogsgeweld twee kanten op gaat. Oorlogsgeweld, lijkt de aanname, gebeurt ‘daar.’ In de chaos bij ‘dat soort mensen,’ bij die lui die hun democratische zaakjes niet op orde hebben. Wie zo denkt, heeft zich een neo-imperialistische denkstijl eigen gemaakt.

Gedurende enkele decennia die we ‘Koude Oorlog’ noemen, was het inderdaad zo dat het gebruik van wapens elders niet tot het gebruik van wapens thuis leidde. Die tijd is voorbij, en daarmee is een historisch veel gangbaarder conditie hersteld.

Laten we vooral niet vergeten dat het niet meer dan logisch is dat mensen die gebombardeerd worden, geneigd zijn geweld te gebruiken tegen de landen die hen bombarderen. De waan van immuniteit die spreekt uit de verbazing over geweld op eigen bodem komt voort uit een misplaatste ‘sense of entitlement.’

Alsof ons privilege, dat bestaat uit de minieme kans op oorlogsgeweld, een natuurlijke en terechte toestand is. Dat is het pas als we werkelijk kunnen rouwen om de dood die elders geleden wordt en daar werkelijk politieke consequenties uit kunnen trekken door ook anderen de relatieve veiligheid te gunnen die momenteel ons privilege is.

 

  1. ‘Terrorisme’ en ‘militair ingrijpen’ worden te makkelijk gescheiden

 

Augustinus vroeg zich al af wat het verschil is tussen Alexander de Grote en een piraat. En ook nu is de vraag of de terrorist zich niet verhoudt tot de terreur die op Irak en Syrië is losgelaten. Want dat is wat bombarderen uit de lucht is: een terreurwapen. Ondanks alle welbekende filmpjes over ‘precisie-aanvallen’ is bombarderen het militaire equivalent van het opereren op een lichaam met een hakbijl. Geen oorlog is duurzaam gestopt (ook die met Japan in de Tweede Wereldoorlog niet) en geen democratie is gevestigd door middel van bombardementen.

Dat voor bombarderen gekozen wordt, heeft alles te maken met de reden die ook steekt achter de inzet van gewapende drones: geen ‘boots on the ground’ betekent geen ‘body bags’ die terug naar huis komen. En dat betekent minder zichtbaarheid en dus urgentie voor een democratie om de inzet van grootschalig geweld te controleren.

Wat weten we eigenlijk van de inmiddels maandenlange inzet van bommenwerpers in Irak en Syrië door westerse mogendheden? Dagelijks worden daarmee mensen gedood. Wat een onvoorstelbare onvoorstelbaarheid is het dan dat het ons, met alle beperkte maar niettemin gruwelijke middelen, betaald wordt gezet?

LEES HET VERVOLG HIER:

https://decorrespondent.nl/3651/Waarom-aanslagen-geen-aanval-op-onze-waarden-zijn-en-politici-ons-dat-wel-willen-doen-geloven/292936944465-d90da540

 

maart 26, 2016 at 3:35 am 6 reacties

BYE BYE BERNIE

image

Door Tom Ronse

Een fors ingekorte versie van dit stuk verscheen gisteren in De Morgen.

Na New Hampshire leek er heel even een kansje te bestaan dat Bernie Sanders de nominatie zou winnen. En dan misschien wel het Witte Huis, als zijn tegenstander Trump zou zijn. Sanders versus Trump. Twee NewYorkse vechtjassen in de ring, het zou een leuk spektakel geworden zijn. Maar niet dus. Het was al van bij het begin onwaarschijnlijk dat een bejaarde senator van een dunbevolkte staatje, een jood uit Brooklyn die zich socialist noemt en die niet eens tot de partij behoorde, de presidentskandidaat van de Democraten zou worden. Toch is het merkwaardig dat het tij in Clintons voordeel keerde doordat de grote meerderheid van de zwarte kiezers in het zuiden zich achter haar schaarde. Komt het door Bills “southern charm”? Of door de goede relaties die de Clintons onderhouden met zwarte politici? Ik kan alleszins in Bill’s beleid als president geen reden vinden voor de populariteit van de Clintons in zwart Amerika. Integendeel.

“Clinton –more than any other president- created the current racial undercaste”, schrijft professor Michelle Alexander in haar goed gedocumenteerd boek “The New Jim Crow –Mass Incarceration in the Age of Colorblindness” (2010). Onder geen enkele andere president steeg het aantal zwarten in gevangenschap zo snel als onder Clinton. Hij zorgde voor de expansie en militarisering van de politie. Hij schafte het recht op bijstand af voor alleenstaande moeders. Enzovoort. De lijst van de onder Clinton genomen maatregelen waarvan vooral zwarte Amerikanen het slachtoffer waren is lang.

Dit alles in het kader van “de oorlog tegen drugs” en de noodzaak om te bezuinigen. Maar in praktijk werd die oorlog vooral tegen zwarten gevoerd en werd er in feite niets bezuinigd. Wat veranderde was waar het geld voor gebruikt werd. “De dramatische verschuiving naar bestraffing resulteerde in een massieve herbestemming van de publieke uitgaven”, schrijft Alexander. “Tegen 1996 was het budget voor het gevangeniswezen al twee keer zo groot als dat voor sociale bijstand en voedselbonnen. De fondsen voor social woningbouw werden overgeheveld naar de bouw van gevangenissen. Onder Clinton werd het budget voor sociale woningen met 17 miljard dollar verminderd (een daling van 61%) en het budget voor gevangenissen met 19 miljard dollar verhoogd (een stijging van 171%), waardoor “de constructie van gevangenissen daadwerkelijk het voornaamste overheidsprogramma werd om de stedelijke armen te huisvesten.” (p.57)

De massale opsluiting van jonge zwarten, het politiegeweld, de diepe armoede: het zijn problemen die vandaag heel erg leven in de zwarte gemeenschap en waarvoor Clinton in niet geringe mate verantwoordelijk is. Bernie Sanders hamerde op die thema’s, uit overtuiging en in een vergeefse poging om de zwarte kiezers achter zich te krijgen. Hillary Clinton’s reactie was om Sanders’ thema’s te co-opteren. Om nog luider dan hij te roepen dat de massale opsluiting en repressie van jonge zwarten een schande was. Zonder zelfkritiek weliswaar. Met video-clips van vroeger, uit interviews waarin Hillary de maatregelen prees die ze nu verguist, had Sanders haar in zijn kiesreclame van hypocrisie kunnen beschuldigen.Maar hij deed dat niet. Zoals hij evenmin Clinton’s pijnpunten exploiteerde, de emails en Benghazi, waarover we in de eindstrijd van Republikeinse kant nog meer zullen moeten horen dan ons lief is.

Waarom deed hij dat niet? Omdat hij zijn belofte om een positieve campagne te voeren wou nakomen? Of omdat hij ook wel weet dat hij uiteindelijk moet verliezen en er dus belang bij heeft om zijn relatie met de winnares niet te verknoeien? Ik had het hem graag gevraagd maar natuurlijk heeft Bernie dezer dagen geen tijd voor mij. In 1993 was dat anders. Bernie was toen pas herkozen als congreslid. Hij kon toen nog wel enkele uren vrijmaken voor een gesprek met een jonge Belgische journalist. Mijn interview verscheen in De Morgen en De Groene Amsterdammer. De reden dat er belangstelling voor was, was dat Sanders het enige congreslid was die niet tot een van beide partijen behoorde en die zich bovendien ‘socialist’ durfde noemen in een land waar die term een scheldwoord was geworden.

Misschien maakte hij tijd voor mij omdat hij een boon heeft voor Europeanen. Dat is wat de Republikeinen hem naar het hoofd slingeren; dat hij te veel van Europa houdt, dat hij Amerika meer zoals Europa wil maken. Sanders spreekt dat niet tegen. “ Socialisme betekent voor mij wat jullie in Europa hebben”, zei hij me, “gezondheidszorg als een recht, goedkoop hoger onderwijs, een degelijk sociaal vangnet …” Misschien idealiseerde hij Europa wel een beetje. Maar wat hij toen zei na te streven is hetzelfde als wat hij nu in zijn campagne voorstelt. In tegenstelling tot zovele andere politici, de Clintons niet het minst, kan hem niet vaak verweten worden dat hij zijn huik naar de wind hangt. Dat is een van de redenen van zijn populariteit.

Er zijn vele Democraten in het Congres die min of meer hetzelfde verdedigen als jij”, zei ik hem, “Waarom word je geen Democraat zoals hen?”

Sanders grinnikte. “Ik ben de enige linkse afgevaardigde in het Congres die kan zeggen wat hij denkt. Ik heb geen last van fractiediscipline. Wat kunnen ze doen, me uit de partij gooien?”

Nee dat konden ze niet. Maar wat de Democraten wel hadden gekund was Sanders invloedrijke posities in Congrescomités ontzeggen. Hem isoleren. Dat hebben ze ook niet gedaan. In praktijk werkte Sanders vlot samen met Democraten. In de senaat is hij vice-voorzitter van het invloedrijke Budget-comité.

“Er zijn twee soorten Democraten waarmee ik samenwerk in het Congres”, zei hij me. “Enerzijds de liberals die progressief zijn in kwesties zoals het milieu, abortus, de rechten van vrouwen en homo’s maar die in hun economische standpunten vaak behoudend zijn: ze zijn voor vrijhandelsverdragen en tegen de verhoging van het minimumloon. Aan de andere kant heb je Congresleden die arbeidersdistricten vertegenwoordigen en die als conservatief worden beschouwd omdat ze tegen abortus en homorechten zijn en niet bepaald op de bres staan voor het milieu. Maar ze zijn wel tegen de vrijhandelsverdragen en voor tewerkstellingsprogramma’s. Ik werk met beide groepen samen op verschillende terreinen.”

Sanders was en is wellicht het meest linkse Congreslid, behalve op één punt: gun control. Inzake nationale wetgeving om het wapenbezit in te perken koos hij vaak de kant van de conservatieven, zoals Hillary Clinton niet nalaat om te benadrukken. Ik vroeg hem op hij op dat vlak zijn linkse principes niet wat opzij schoof om in een rurale staat als Vermont, waar veel gejaagd wordt, verkozen te worden.

“Gun control is een stokpaardje van de liberals maar het helpt geen zier om het geweld en de misdaad in dit land in te perken”, antwoordde hij heftig. “Gun control is voor liberals wat de doodstraf is voor conservatieven: een symbool, een schijnoplossing.”

Ik ben er niet tegen, verzekerde hij me. “Maar ik vind dat de federale regering er zich niet mee moet bemoeien. Laat de staten er zelf over beslissen.”

“Het is toch absurd om te beweren dat het geen federaal probleem is als het zo simpel is om wapens van de ene staat naar de andere te brengen”, wierp ik tegen.

“Wapens krijgen veel aandacht maar daar gaat het in feite niet over”, antwoordde Sanders. Wat je zou moeten vragen is dit: waarom schieten zoveel mensen in dit land op elkaar? Als je die vraag niet aanpakt, die te maken heeft met armoede, werkloosheid, gebrek aan degelijk onderwijs, wanhoop, dan kan je zoveel controle op wapens instellen als je wilt maar dat zal het geweld niet stoppen.”

Ik merkte op dat je dat ook zou kunnen zeggen over zijn eigen compromissen met de Democraten in het Congres : dat ze de diepere oorzaken van de problemen niet wegnemen.

“Met dat soort dilemma’s worstel ik voortdurend”, zuchtte Sanders. “Moeten we iets steunen dat niets doet aan de oorzaken van het probleem maar dat tenminste iets doet? Is het soms beter om nee te zeggen, om het systeem in duigen te laten vallen, in plaats van een verziekte situatie proberen op te lappen?”

Een bel rinkelde, gevolgd door een stem uit een luidspreker die de Congresleden verwittigde dat ze nog een kwartier hadden om te stemmen. Waarover er gestemd moest worden heb ik vergeten. We namen de lift naar de kelderverdieping van het gebouw waar Congresleden hun kantoren hebben, en belandden in een brede onderaardse gang die naar het Kapitool (het Congresgebouw) leidde. Andere gangen kwamen er in uit. Het was de eerste keer dat ik in dat netwerk van tunnels was dat onder de straten van Washington diverse overheidsgebouwen met elkaar verbindt. Het was er drukker dan bovengronds.

“Geen van beide partijen dient het algemeen belang”, zei Sanders onderweg, “ze worden beiden gedomineerd door machtige financiele belangen. De Democratische partij heeft nu [in 1993 –TR] alle hefbomen van de macht in handen. Het witte Huis, beide kamers van het Congres. Maar wezenlijk verandert er niets. Voor mij staat het vast dat de Democratische partij niet in staat is om de fundamentele problemen op te lossen.”

Dat zou hij natuurlijk vandaag niet meer zeggen. In 2015 gaf hij zijn onafhankelijk statuut op om zich aan te sluiten bij de Democratische partij en meteen ook haar leiderschap op te eisen. De partij vond dat best. Hij leek hoe dan ook geen kans te maken en Hillary moest toch wat tegenwind krijgen in de voorverkiezingen. Dat die tegenwind haar bijna omver zou blazen had niemand verwacht. Dat ze bleef rechtstaan en zich vandaag zeker kan voelen dat ze de nominatie op zak heeft, dankt ze in grote mate aan de ruggesteun van de Democratische “machine”. De “superdelegates” (de Democratische verkozenen en leiders) staan haast als één man achter haar. Wat impliceert dat een meerderheid van de stemmen voor Sanders niet zou volstaan om te winnen. Het zou een supermeerderheid moeten zijn. Dat is, zeker na de resultaten van dinsdag, geen realistisch persperctief. Dus Bye bye Bernie.

Er wordt hem de verdienste toegeschreven dat hij, ondanks zijn onvermijdelijk verlies, de Democratische partij en haar op voorhand gezalfde kandidaat heeft gedwongen om naar links op te schuiven. Dat valt af te wachten. De Clintons zijn gladde alen. Bill’s strategie om van de Republikeinen te winnen bestond er in om een groot deel van hun programma over te nemen. Het zou niet verbazingwekkend zijn als Hillary dat ook zou doen, zeker als de Republikeinen hun meerderheid in het Congres zouden behouden. Maar ook de grote meerderheid van de Democratische Congresleden is gekant tegen de essentie van Sanders’ programma. Hogere belastingen voor betere sociale voorzieningen, het is niet voor morgen.

maart 19, 2016 at 4:14 am 3 reacties

Oudere berichten


Kalender

mei 2016
M D W D V Z Z
« Apr    
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 1.046 andere volgers