Author Archive

‘OP ZIJN MINST IS HIJ TRUMP NIET’

 

Tom Ronse over de Amerikaanse verkiezingen

Niemand is nog neutraal in de Amerikaanse media als het over Trump gaat. En het gaat helaas bijna altijd over hem. Journalisten van de meeste grote tv-netten doen nog nauwelijks moeite om hun lage dunk van de president te verhullen. Zelfs de persagentschappen, boegbeelden van journalistieke objectiviteit, schrikken er niet meer voor terug om hem een leugenaar te noemen. Dat is wel een objectief feit maar vroeger zouden ze, uit respect voor het ambt, zijn leugens met eufemismen hebben omkleed. Dat respect heeft Trump in een groot deel van de media verspeeld. Maar in andere, zoals Fox News (de populairste nieuwszender) en talk radio is hij de held die niets verkeerd kan doen, de stoere leider die de beschaving zal redden.

Ik volg de Amerikaanse verkiezingen al 40 jaar van nabij maar nog nooit zag ik zo’n verdeeldheid in de berichtgeving. Die reflecteert de polarisatie van de bevolking maar ze stimuleert die ook. Het Amerika dat je in prime time op Fox krijgt te zien lijkt wel op een andere planeet te bestaan. Na het journaal, dat nog een schijn van objectiviteit tracht voor te wenden, wordt Fox een pure propagandazender, zoals in Rusland, een eredienst voor de leider. Commercieel was dat geen slechte zaak voor Fox. De markt voor Trumpistische propaganda blijkt ontstellend groot.

De Republikeinse partij is nu Trumps partij. Volgens sommigen, waaronder ook heel wat anti-Trump Republikeinen, is ze nu minder een partij dan wel een sekte met een persoonlijkheidscultus als bindmiddel. De Republikeinse conventie met zijn parade van Trump-familieleden versterkte die indruk nog. Het was de eerste partijconventie waar de bespreking van het “platform” (het programma) werd overgeslagen. Men besloot om enkel het platform van vier jaar geleden te re-affirmeren. Zo was er meer tijd voor de verheerlijking van Trump.
Tegenstanders zagen er een bewijs in dat de Republikeinen geen programma hebben behalve het slaafs volgen van Trump. En dat Trump zelf geen programma heeft, behalve het najagen van zijn eigen glorie.

Maar dat is een misvatting. Trump heeft wel degelijk een programma dat over meer dan hemzelf gaat. Zijn doeleinden zijn niet enkel zijn eigen roem en rijkdom, hij tracht de beste verdediger van het Amerikaanse kapitaal te zijn. Hij voert uit wat in het Republikeinse platform staat. De hoofdpunten van dat platform zijn al sinds Reagan dezelfde gebleven: belastingsverlaging voor de bezitters van kapitaal, meer geld voor leger en politie, regels die kostenverhogend zijn voor bedrijven afschaffen, bezuinigen op sociale uitgaven. Wat dat betreft, heeft Trump het niet slecht gedaan. En hij wilt het blijven doen. Geen nood aan een nieuw platform, de krachtlijnen blijven dezelfde: belastingsverlaging voor de bezitters van kapitaal, meer geld voor leger en politie, regels die kostenverhogend zijn voor bedrijven afschaffen, bezuinigen op sociale uitgaven. De wereld mag op stelten staan maar de Republikeinen kunnen niets nieuw bedenken.

Dat betekent niet dat er geen verschil is tussen Trump en zijn Republikeinse voorgangers. Het voornaamste verschil betreft hun strategie om de spanningen in de maatschappij te beheersen. De strategie van Trump is een stuk agressiever. Ze steunt op het naakte gebruik van machtsoverwicht, de ijzeren vuist, in combinatie met het opwekken van een gemeenschapsgevoel gebaseerd op de leiderscultus en op angst en haat voor binnenlandse en buitenlandse vijanden. Geen van zijn recente voorgangers wakkerde opzettelijk de vlammen van sociale onrust aan zoals Trump dat onlangs deed in Portland, enkel om de kiezers schrik aan te jagen.

Want van angst hangt zijn lot af. Alleen als hij genoeg angst en haat kan verspreiden kan hij herkozen worden. Brandende steden en een invasie van schorremorrie in de suburbs is wat ons te wachten staat als dat niet gebeurt! De politie van een aantal grootsteden lijkt een handje toe te steken door meer criminaliteit – vooral gang shootings – te laten betijen. Het gevoel van onzekerheid groeit.

Kan Trump genoeg angst opkloppen om te winnen? Mij lijkt het onwaarschijnlijk. De pandemie had als fear factor in zijn voordeel kunnen spelen maar hij heeft terzake zo geblunderd dat hij die kans verspeeld heeft.

 

Ik denk dat er vandaag meer hoop dan angst is in Amerika, meer empathie dan haat. Daarom zal Trump verliezen.

Velen zullen voor Biden stemmen om geen andere reden dan dat hij Trump niet is. Was ik een Amerikaanse kiezer, ik zou het ook doen. Niet dat Bidens carriere me inspireert. Hij is altijd een politieke weerhaan geweest; een centrist die naar links of naar rechts draait naar gelang de wind. Meer dan eens heeft hij gestemd voor belastingsverlaging voor de bezitters van kapitaal, meer geld voor leger en politie, regels die kostenverhogend zijn voor bedrijven afschaffen, bezuinigen op sociale uitgaven. Ik koester geen illusies in Biden. Maar als een ezel een andere baas kon kiezen dan zou hij dat doen als zijn baas Trump was, ook al beseft hij dat hij nog altijd iemands ezel zou zijn.

De Biden-regering, of de Trump II-regering, zal de nasleep van de rampen van 2020 moeten konfronteren. De ekonomie is gekrompen, er wordt aanzienlijk minder winst gemaakt. Biljoenen dollars nieuw geld werd uit het niets geschapen om een devaluatie van het kapitaal te voorkomen. Dat werkte. De beurs is gered. Voorlopig. Zelfs de werklozen deelden in de largesse. Enkele maanden toch. Sinds eind juli is de federale werklozensteun gehalveerd en voor velen zelfs afgeschaft. Het Congres kon het niet eens worden over een nieuw stimulusprogramma. Democraten en Republikeinen geven elkaar de schuld. De bekende charade…

Gesteld dat de pandemie volgend jaar onder controle wordt gebracht, dat betekent geenszins dat de ekonomie zal rechtveren, “stronger than ever” zoals Trump belooft. Duizenden bedrijven (waaronder 13.800 winkels) zijn voorgoed dicht. De locale overheden, diep in het rood, moeten tienduizenden personeelsleden afdanken. Miljoenen werklozen worden met de dag armer. Velen onder hen dreigen dakloos te worden. Miljoenen verloren hun ziekteverzekering. De federale staat kan niet blijven aan het huidig tempo schulden maken.

De prioriteiten van Biden of Trump zouden dezelfde zijn: de globale macht en het winstvermogen van het Amerikaanse kapitaal verdedigen , soberheidsmaatregelen opleggen, het leger en de politie versterken met het oog op de stijgende spanningen en conflicten, zowel internationaal als in eigen land. Trump is een ijzeren vuist, Biden een ijzeren vuist in een fluwelen handschoen. Naarmate de krisis en de tegenstelling tussen de klassen scherper worden, zal dat steeds duidelijker blijken. Als Biden inderdaad wint, zullen we velen die hem nu enthousiast steunen, later nog vaak horen zuchten: “maar op zijn minst is hij Trump niet…”

September 11, 2020 at 10:00 pm Leave a comment

WAAROM WE NIET KUNNEN ADEMEN

 

door Tom Ronse

 

Die afschuwelijke beelden navertellen is overbodig. Iedereen heeft ze gezien. Ze werden meteen een krachtig symbool dat over de hele wereld resoneerde: “We houden onze knie op je nek totdat je krepeert”, leken ze te zeggen. Bijna negen minuten lang. Al snel bleek dat velen de druk van die knie op hun nek voelen. De druk van vernedering en discriminatie, de druk van beroofd te worden van een toekomst. De druk van repressie en intimidatie. Voor de tweede keer werd de wanhopige kreet van een man die door de politie werd vermoord omdat hij de handelsregels had overtreden, door duizenden kelen overgenomen: “I can’t breathe !!!”

Maar nu is hij veel luider en weerklinkt hij in zevenhonderd Amerikaanse steden en in de hele wereld. Want ook de symboliek van die kreet resoneert krachtig. “We can’t breathe” is een bijzonder toepasselijke slogan voor vandaag.

We kunnen niet ademen omdat jij haat en geweld, racisme, nationalisme en xenofobie aanwakkert om ons te verdelen zodat jij kunt regeren;

We kunnen niet ademen omdat je onze middelen wegneemt om een fatsoenlijk inkomen te verdienen en onze hoop voor de toekomst keldert terwijl je de rijken steeds rijker maakt;

We kunnen niet ademen omdat je onze omgeving vergiftigt, omdat je het leven op aarde vernietigt voor winst;

We kunnen niet ademen omdat je pandemieën faciliteert en ons dan opsluit en de laagstbetaalden onder ons, vaak zwarte of bruine mannen en vrouwen, doet werken in onveilige omstandigheden;

We kunnen niet ademen omdat, terwijl jij de vrijheid bewierookt, je staat een octopus wordt die zijn ontelbare armen uitsteekt naar alle aspecten van het leven; je bespioneert ons, je politie is een leger, getraind om lastig te vallen, om te jagen en te doden en vooral om ons te intimideren, om ons klein te houden;

We kunnen niet ademen, want terwijl jij de mensenrechten in je vaandel voert, zweet je onrecht uit elke porie. Hoe meer je systeem in crisis zakt, hoe meer corruptie, onderdrukking, uitbuiting, haat, discriminatie en geweld het veroorzaakt.

Wat deze wereldwijde kreet zegt, ook al zijn de meeste mensen die hem roepen er zich misschien niet bewust van, is dit: kapitalisme, je verstikt ons.

Behalve de burgemeester van een gat in Mississippi die er niets verkeerds in zag, veroordeelde de hele regerende klasse de moord snel en unaniem. Zelfs de meest verstokte supporters van de politie waren ‘geschokt’, ‘ontsteld’, ‘verontwaardigd’, etc. ‘Hij is niet een van ons ! “, haastten ze zich om te zeggen, ‘Kijk, we hebben hem al achter tralies!’ En inderdaad, nog nooit eerder werd een killer cop zo snel ontslagen en gearresteerd. Dat danken we niet in het minst aan de alomtegenwoordigheid van smartphones. Als hij niet was gefilmd, zou deze moord slechts een lokale tragedie zijn geweest. Een statistiek. De Amerikaanse politie doodt jaarlijks gemiddeld ongeveer 1100 mensen, de meerderheid zwart en bruin. George Floyd was niet de eerste zwarte man die door Derek Chauvin werd vermoord. Evenmin was de manier waarop de agent doodde uitzonderlijk; zijn “choking technique” wordt door de politie over de hele wereld gebruikt.

Hier wordt de ‘techniek’ toegepast op een Palestijnse demonstrant

Zij die ons regeren wilden geen olie op het vuur gooien, maar het vuur verspreidde zich niettemin. De beweging barstte los als een vulkaan, onvoorspeld door de politieke seismologen. De politie werd gemobiliseerd om de lava in te dijken. Er zijn 700.000 politieagenten in de VS. In de afgelopen decennia werden ze uitgerust met militaire hardware en training. Aanvankelijk hielden ze zich in. Het leek niet slim om te proberen een beweging die werd veroorzaakt door politiegeweld te onderdrukken met meer politiegeweld. Maar toen de spanningen toenamen, maakte de terughoudendheid vaak plaats voor meedogenloze vormen van crowd control. Talloze demonstranten werden geslagen, enkelen zelfs doodgeschoten. Traangas, pepperspray en rubberen kogels werden in overvloed gebruikt. De eigenaren van de bedrijven die dit spul produceren, moeten het met plezier hebben bekeken.

Soms zagen we politieagenten hun wapenstok neerleggen en met de demonstranten marcheren, hun vuist opsteken of solidair ‘een knie nemen’. Maar terwijl deze ‘good cops’ de betogers geruststelden, stonden hun zwaar bewapende collega’s om de hoek, klaar om schedels te kraken.

De politie was niet genoeg: de (militaire) National Guard werd in 32 staten gemobiliseerd, vier reguliere legereenheden stonden paraat, allerlei andere ordehandhavers zoals ICE (immigratiepolitie), de DEA (drugpolitie) en de oproerpolitie van het Federale Bureau voor Gevangenissen werden in de strijd geworpen. De militaire politie werd opgeroepen om het Witte Huis te helpen verdedigen. De avondklok werd ingesteld (niet erg succesvol). Toch namen de protestdemonstraties toe. En ook de plunderingen namen toe.

Zij die ons regeren waren opnieuw unaniem in hun veroordeling van de plunderingen, maar hun houding varieerde. Voor rechts was het een gelegenheid om het verhaal te veranderen: de moord op George Floyd werd een voetnoot, het echte verhaal was nu niets minder dan “een strijd tussen beschaving en barbarij”, zoals Tucker Carlson, een ‘pratend hoofd’ op Fox News, het formuleerde. Een ijzeren vuist is wat nodig is. De opperhater in het Witte Huis, nadat hij uit zijn bunker ontsnapte, deed mee. Hij dreigde het leger in te zetten, ‘kwaadaardige honden’ los te laten; hij verklaarde Antifa1 een “terroristische organisatie” (Antifa, als die een organisatie zou zijn, zou op haar beurt zijn regering een terroristische organisatie moeten verklaren); hij droeg de lokale autoriteiten op om “de straten te domineren”; hij liet zich met traangas een weg banen om voor een kerk met een bijbel te zwaaien, enzovoort. Het is duidelijk dat hij hoopt herkozen te worden als de kandidaat van law and order, de onversaagde sheriff, de onverzoenlijke sterke man die we nodig hebben in deze tijd van toenemende angst en chaos.

Voor links (om deze term heel breed te gebruiken) bleef het protest tegen de moord op George Floyd het hoofdverhaal. De meeste mainstream media en politici maakten een scherp onderscheid tussen ‘de vreedzame demonstranten’ en ‘de gewelddadige marginalen’. Ze brandmerkten deze laatsten als sinistere buitenstaanders, professionele onruststokers, bloedzuigers van de beweging en spoorden de demonstranten aan om van hen weg te blijven en verandering te zoeken met vreedzame middelen, zoals stemmen en bidden. Maar de op één na populairste slogan van de beweging is: “No Justice, No Peace!” “Geen gerechtigheid, geen vrede!” Hoe kan de beweging vreedzaam zijn en tegelijkertijd vrede weigeren? Met ‘vreedzaam’ bedoelen de Democraten en anderen ongevaarlijk voor het kapitalisme, respectvol voor zijn regels. Ze willen dat we geloven dat een beter, menselijker kapitalisme mogelijk is als we maar op hen stemmen. Ze zetten de realiteit op zijn kop: de kapitalistische samenleving is niet onmenselijk vanwege slechte agenten en slechte politici, de laatste zijn het product van een systeem dat in zijn kern onmenselijk is.

Wat de plunderingen betreft, is enige context vereist. Het kapitalisme is gebaseerd op plundering. Vanaf zijn ontstaan tot vandaag heeft het de menselijke arbeid en de hulpbronnen van de aarde meedogenloos geplunderd om winst te accumuleren. Het recente stimuleringsprogramma van de Amerikaanse regering, dat honderden miljarden dollars schenkt aan de grootste kapitaalbezitters ten koste van de gemeenschap, is daar een voorbeeld van. De knie van het Amerikaanse kapitalisme heeft het hardst gedrukt op de nek van de Afro-Amerikanen, eerst door slavernij, dan door Jim Crow-terreur en in onze tijd, ietwat subtieler, door een bestraffingssysteem dat resulteert in de massale opsluiting van zwarte jongeren. Laten we dus proberen om de zaken in proportie te houden.

Daarom laat ik geen traan als het politiebureau van de killer cops van Minneapolis in vlammen opgaat, als de ramen van de bank van Amerika en Manhattan Chase verbrijzeld worden, als de politie bekogeld wordt en patrouillewagens verbrand worden, als grote ketens zoals Target (met zo’n naam, ze vroegen erom) die hun personeel onderbetalen en hun klanten te veel aanrekenen geplunderd worden, als jongelui die amper genoeg hebben om te overleven vrolijk luxewinkels als Dior en Louis Vuitton leegmaken.

Ze verdienen wat ze krijgen.

Maar er is ook het zinloze geweld, zoals de aanvallen op de kleine winkels, restaurants, kapperszaken enz., waarvan vele eigendom zijn van zwarten of immigranten die soms, bij het verdedigen van hun winkels, werden geslagen en zelfs doodgeschoten. Daar is geen excuus voor. Dat is laf, harteloos, dom. In arme wijken van Minneapolis werden de enige plaatsen waar voedsel werd verkocht vernietigd. De busdienst is er gestopt door de coronakrisis, zodat de mensen daar nu in een voedselwoestijn leven.

Wie zijn de plunderaars?

Velen zijn jongeren die werkloos zijn of een miserabel loon trekken en nu de kans grijpen om dingen gratis te bekomen, zelfs dingen waarvoor ze nooit genoeg zouden kunnen sparen om ze te kopen. Het zijn scholieren die genieten van een duizelingwekkend moment van vrijheid. Het zijn mensen die eten, schoenen, kleding en (natuurlijk!) toiletpapier meenemen, omdat ze die nodig hebben of kunnen verkopen om te overleven.

Dan zijn er de professionele criminelen die een buitenkans zien. Ze komen goed georganiseerd in teams, met koevoeten, grendelsnijders en vuurwapens; ze laden bestelwagens vol terwijl hun handlangers elke eventuel weerstand breken. Soms concurreren ze over plunderzones met andere gangs.

Verder zijn er misleide antikapitalisten die geweld romantiseren en verwoesten voor het plezier van verwoesten, in de ijdele overtuiging dat dit het systeem zal ondermijnen. In de praktijk zijn ze moeilijk te onderscheiden van de blanke supremacisten die verlangen naar een rassenoorlog en willen dat Trump herkozen wordt en geloven dat chaos aan beide doeleinden zal bijdragen. De blanke mannen die door de arme wijken van Atlanta reden en bakstenen uitdeelden aan tieners, zouden zowel tot de ene groep als tot de andere kunnen behoren. En wie waren de lui die in Davenport al schietend rondreden en een betoger dood knalden? Zelden worden ze geïdentificeerd zoals gebeurde in het geval van een Twitter-account met de naam ANTIFA_US die tweette: “ALERT Tonight’s the night, Comrades Tonight we say “F**k The City” and we move into the residential areas… the white hoods…. and we take what’s ours #BlacklivesMaters #F**kAmerica.”

Vele rechtsen hebben die tweet geretweet, waaronder Donald Trump jr. die er een bewijs in zag dat pa Antifa terecht een terroristische organisatie had genoemd. Dan kwam aan het licht dat ANTIFA-US een nepaccount was, opgezet door blanke racisten.

Aanvankelijk leek de politie zich vaak afzijdig te houden van de plunderingen. Ze concentreerde zich op de betogingen. Politieagenten werden in hun auto’s geobserveerd terwijl ze niets deden, hoewel er onder hun ogen werd geplunderd. We kunnen alleen speculeren over hun motieven. Waren ze bang (niet onredelijk), wachtend op back-up die niet kwam? Waren ze boos omdat ze voor alles de schuld kregen? Wilden ze dat de plunderingen gebeurden in de hoop dat die de hele beweging in diskrediet zouden brengen? Of wilden ze tonen aan “de mensen met een belang in de samenleving” (om nog een uitdrukking van Tucker Carlson te lenen) hoe zeer ze de politie nodig hebben?

Demonstranten begonnen zich steeds meer te verzetten tegen plunderingen en moedwillige vernietigingsacties. De meesten van hen vinden die verkeerd en zinloos en vooral contraproductief, ze leiden de aandacht af van hun zaak.

Maar wat die zaak, het doel van de protestgolf, juist is, is vaag. Natuurlijk vindt iedereen dat de moordenaars van George Floyd moeten worden gestraft, en de autoriteiten zullen hen graag opofferen als dat de gemoederen bedaart. Ze geven ook grif toe dat de politie beter moet worden opgeleid, al kan dat in de praktijk vooral betekenen dat ze meer bewust worden gemaakt van hoe ze overkomen wanneer ze gefilmd worden. Ze verhoogden de aanklachten tegen de hoofdschuldige en dienden aanklachten in tegen zijn medeplichtigen. Wat wil je nog meer?, leken ze te vragen. Maar toch namen de protesten toe.

Wat willen we? We weten het niet zeker. Meer dan dit. Vrijheid. Respect. Verlost worden van zorgen over hoe te overleven. Blijven de vreugde beleven van samen, zwart, wit en bruin, geloven in en vechten voor onze gemeenschappelijke toekomst. Dat is wat we willen, samen zijn, samen vechten voor een andere wereld. Vertel ons niet dat we weer naar binnen moeten gaan, dat we moeten terugkeren naar het normale, dat we moeten stemmen en bidden.

Maar samen zijn brengt risico’s met zich mee. We beleven een ongekende samenloop van omstandigheden: een explosieve verspreiding van sociale ontevredenheid én een explosieve verspreiding van een pandemie. De pandemie speelde een rol in de gebeurtenissen (en omgekeerd). Enerzijds heeft ze het protest op verschillende manieren aangewakkerd. Het onevenredig grote aantal Covid-19-slachtoffers onder zwarte en bruine mensen voedde de woede. Het richtte de schijnwerpers op de onderfinanciering van de gezondheidszorg in arme stedelijke gebieden, op de ongezonde levensomstandigheden daar en op het feit dat veel essentiële arbeiders gedwongen werden te werken zonder adequate bescherming. Het is geen toeval dat in New York bijvoorbeeld het rijkste stadsdeel (Manhattan) het laagste aantal Covid-doden per capita heeft en het armste stadsdeel (de Bronx) het hoogste. Een andere factor is de relatieve leegte van de straten die het voor de demonstranten gemakkelijker maakt om ze te bezetten (en voor de plunderaars om hun ding te doen). Verder speelde de drang van veel mensen, vooral de jongeren, om na maanden van relatieve opsluiting de straat op te gaan, hun isolement te beëindigen en bij anderen te zijn. Voor velen is de vreugde van samen te strijden een opwindende ervaring die ze niet gauw zullen vergeten.

Sociale afstandspraktijken gingen door het raam. Hoe kan het ook anders? Toch houdt de angst voor infectie velen weg van het protest, vooral ouderen. De overgrote meerderheid van de deelnemers is jonger dan 35 jaar. De meesten dragen maskers maar staan heel dicht bij elkaar. Vooral als ze worden gearresteerd en opgesloten in overvolle gevangenissen, zoals duizenden overkwam. Dan is er het traangas, zo overvloedig gesproeid: het kan de longen beschadigen en mensen kwetsbaarder maken voor het virus.

Al voor het protest begon waarschuwden gezondheidsdeskundigen dat een tweede golf van infecties waarschijnlijk is, omdat verschillende staten de economie met onvoorzichtige haast begonnen te ‘heropenen’, in hun gretigheid om de winstmachine weer aan de praat te krijgen. Dat is de belangrijkste reden waarom infecties weer zullen toenemen, omdat het risico het grootst is in binnenruimtes. Maar wanneer deze tweede golf zich voordoet, zal Trump ongetwijfeld de schuld geven aan de demonstranten.

 

Zoals hier in Louisville maakten witte vrouwelijke betogers vaak “een schild’ op de kop van de betogingen, in de hoop dat dit het politiegeweld zou matigen

De straatprotesten zullen eindigen. Zal dat een terugkeer naar normaal betekenen?

De deelnemers aan deze wereldwijde beweging zullen tenminste een aantal waardevolle lessen mee naar huis nemen.

Een daarvan is een les in empowerment. Dat is een engels woord waarvoor geen nederlands equivalent bestaat maar dat zoveel betekent als ‘bewustwording van je (potentiele) macht’. De deelnemers aan deze beweging leerden dat ze door samen te strijden de staat in het defensief kunnen dringen en ieders aandacht op hun zaak kunnen richten. Een nieuwe generatie heeft de kracht en vreugde van collectieve strijd ontdekt. En die zal niet ontsporen door raciale verdeeldheid. Er is waarschijnlijk nooit een sociale massabeweging geweest in de Amerikaanse geschiedenis die zo divers was in haar raciale samenstelling. En ze liet zich niet vangen door organisaties en leiders die in haar naam spraken, al is het ook zo dat het ‘Black Lives Matter’-netwerk, dat in veel steden afdelingen heeft en financieel gesteund wordt door enkele grote bedrijven, een niet onbelangrijke organisatorische en ideologische rol speelt. Toch waren de meeste acties spontaan, niet omlijnd. Er zijn geen vaste eisen, de doelpalen zijn verplaatsbaar. Maar tot nu toe zijn ze niet verder gegaan dan de eis om een einde te maken aan de mishandeling van raciale minderheden door de politie. De afgelopen dagen zijn de eisen om de politie op droog zaad te zetten (“de-fund the police”) en zelfs om ze af te schaffen (“abolish the police”)’ luider geworden.

Sommige politici, zoals de burgemeesters van New York en Los Angeles, hebben de defunding-campagne hun steun betuigd, maar wat ze daarmee bedoelen is dat een bescheiden hoeveelheid stadsgeld zal worden overgeheveld van het politiebudget naar een aantal sociale programma’s. Gezien de gigantische omvang van de politiebudgetten in de VS (115 miljard dollar in 2017, volgens het Urban Institute; het budget van de New Yorkse politie alleen al -6 miljard dollar- is groter dan dat van de Wereld Gezondheid Organisatie) zou dat weinig veranderen.

De eis om de politie af te schaffen is interessant omdat die ons aanmoedigt om ons een andere sociale orde voor te stellen. Hoe zou een wereld zonder politie eruit zien? MPD150, een groep in Minneapolis die deze eis promoot met de steun van een deel van de gemeenteraad, legt uit dat het een stapsgewijs proces zou zijn dat zou leiden tot “het strategisch opnieuw toewijzen van middelen, financiering en verantwoordelijkheid, van de politie naar gemeenschapsmodellen van veiligheid, ondersteuning en preventie.” Maar het is zinloos om de politie te willen afschaffen zonder ook het kapitalisme af te schaffen. Het probleem met deze en andere radicaal klinkende plannen, zoals de Green New Deal of open grenzen, is dat ze tegelijk te timide en utopisch zijn. Op zichzelf lossen ze niets op en zijn ze ook onmogelijk te realiseren binnen het kapitalisme. Ik wil ook de politie afschaffen, grenzen openen, productie die niet vervuilt. Maar dit zijn geen optionele onderdelen van de kapitalistische maatschappij die je zo kunt wegsnijden. We moeten de stier bij de hoorns vatten.

Deze beweging is een grote stap vooruit, maar er ligt nog een lange weg voor ons. Er zullen nog veel illusies moeten sneuvelen. Wie verwacht dat als gevolg van deze beweging de politie aardig zal worden, de armen met respect zullen worden behandeld en rassendiscriminatie zal eindigen, zal ruw wakker geschud worden. Natuurlijk zal iedereen respect betuigen aan het idee dat “black lives matter”. Vrijwel elke groot Amerikaans bedrijf doet het, vrijwel elke politicus doet het. Maar in werkelijkheid zijn levens in het kapitalisme alleen van belang voor zover ze nuttig zijn voor de accumulatie van waarde. Vele miljoenen in deze wereld zijn dat niet, en hun leven maakt niet veel uit. Dat verandert niet. Het kapitalisme heeft bovendien altijd racisme en xenofobie gebruikt om het armste deel van de arbeidersklasse van de rest af te sluiten. Dat verandert ook niet.

Het normale waar we na deze beweging naar terugkeren, is een wereld van pijn en ellende. Het kapitalisme maakt het onmogelijk om de menselijke creatieve krachten rechtstreeks voor de menselijke behoeften te gebruiken. Breed genomen wordt er alleen aan de behoeften voldaan als dat winstgevend is. Maar dat winstmechanisme draait vierkant. Het kapitalisme is crisis en zal ook na de huidige pandemie in crisis blijven. Het normale dat ons te wachten staat, is een wereld van gaarkeukens, huisuitzettingen, angst en depressie, hoge werkloosheid terwijl de sociale rijkdom van de arbeidersklasse naar de rijken wordt versluisd en de regeringen van de grootmachten zich voorbereiden op oorlog.

Armoedemisdrijven zullen toenemen. Bedenk waarvoor de twee mannen van wie de laatste woorden – “I can’t breathe” – nu zo beroemd zijn, gearresteerd werden. Eric Garner werd beschuldigd van het verkopen van losse sigaretten (het stelen van belastinggeld van de staat) en George Floyd van het betalen in een supermarkt met een vals biljet van 20 dollar (heiligschennis). Armoedemisdrijven. Ze stierven omdat ze arm en zwart waren.

De sociale onrust zal toenemen. De klassentegenstellingen zullen scherper worden.

En de politie zal de politie zijn. Ondanks de hervormingen die nu eventueel zullen worden goedgekeurd, ondanks de nieuwe wetten die worden bekokstoofd, ondanks de standbeelden van zuiderse generaals die tegen de vlakte gaan, zal de politie doen wat ze moet doen, de kapitalistische wet en orde beschermen. Daarvoor bestaat ze. En het zal gewelddadig zijn. En het zal brutaal zijn.

Wat ik hoop dat zal gebeuren, nadat deze beweging ten einde loopt, is dat velen weigeren om terug te keren naar het normale. Dat de strijdlust de massademonstraties overleeft.

Wat ik hoop is dat het besef zal groeien dat rassendiscriminatie, armoede en politiegeweld pas zullen ophouden als het kapitalisme ophoudt te bestaan.

Wat ik hoop is dat de strijd zich zal verspreiden van de straten naar de fabrieken, kantoren en andere werkplaatsen. Alleen dan zal hij de kracht verwerven om de wereld te veranderen.

Wat ik hoop is dat de pure absurditeit van de huidige wereldorde de verbeeldingskracht zal prikkelen tot het punt waarop we gedwongen zijn een collectieve vraag te stellen: hoe ziet de wereld eruit waarin we willen leven en en die we willen achterlaten?

 

Noot:

1Antifa is een los netwerk van antifacistische aktivisten die zich toespitsen op het (vaak letterlijk) bevechten van uiterst rechts. Antifa heeft geen website, geen organisatiestructuur, geen leiders of woordvoerders maar is dankzij Trump nu wereldberoemd.

 

June 11, 2020 at 9:33 pm 1 comment

HET VIRUS EN DE GELDBOOM (3)

Hans Holbein: de kapitalist en de dood

De vorige aflevering staat hier

door Tom Ronse

Verzet

Terwijl de pandemie zich verspreidde, hebben staten over de hele wereld hun capaciteit getoond om de bewegingen van de bevolking te sturen en te beheersen. Met het argument dat we ons als het ware in oorlogstijd bevinden, hebben ze het leger ingezet, de politie extra-bevoegdheden gegeven om mensen voor onbepaalde tijd vast te houden, controle verscherpt (daarvoor samenwerkend met telecombedrijven en platformbedrijven zoals Google en Facebook), en grondwettelijke rechten zoals vrijheid van meningsuiting en vergadering opgeschort. Een aantal van deze draconische stappen hebben niets te maken met de gezondheidscrisis. Je moet je afvragen of ze allemaal zullen verdwijnen als de noodsituatie voorbij is. Er zijn geen ‘sunset clausules’ die een eindduur van deze maatregelen bepalen. De trend van het opbouwen van repressiecapaciteit en biocontrole over elk individu dateert van vóór de pandemie en zal ongetwijfeld aanhouden.

Afgezien van de noodsituatie op gezondheidsvlak, heeft de heersende klasse daar goede redenen voor. De pandemie kan heel goed worden gevolgd door een golf van klassenstrijd. Vele miljoenen mensen vragen zich nu af hoe ze gaan rondkomen. Ze zien de overheid op hun kosten het kapitaal bedienen, ze zien speculanten miljarden verdienen door de aandelenmarkt te “shorten”, ze zien de werkloosheid stijgen, armen aan hun lot overgelaten, ze zien ziekenhuizen die gedwongen worden tot rantsoenering en triage, ze zien bejaarden die in rusthuizen als vogels voor de kat worden achtergelaten, ze zien arbeiders die gedwongen worden om zonder de nodige bescherming te werken…

Er broeit wat.

Ondanks het feit dat de noodzaak om sociale afstand te houden een enorm obstakel is voor collectieve actie zijn er in maart talrijke klassenconflicten uitgebroken. Er waren protesten tegen de gevaarlijke gezondheidsomstandigheden in en buiten gevangenissen en detentiecentra voor migranten in Italië, Iran, Canada en de VS. Er waren tal van stakingen van ‘niet-essentiële’ arbeiders die ondanks het gevaar gedwongen werden om te gaan werken. Schreeuwend ‘Non siamo carne da macello’ – wij zijn geen slachtvlees – dwongen arbeiders fabrieken te sluiten in heel Italië. Om dezelfde reden braken in Noord-Amerika veel wilde stakingen uit. Arbeiders in onder meer autofabrieken, scheepswerven en callcenters weigerden te werken, hielden sit-ins, sick-outs enz.

Amazon stakers in New York

Er waren ook veel verzetsdaden van arbeiders die essentieel worden geacht maar die onvoldoende bescherming (maskers, ontsmettingsmiddel) enz.) en geen gevarenpremie kregen. Alleen al in de VS heeft dit geleid tot stakingen en protesten van gezondheidswerkers in de frontlijn van de pandemie, personeel van het openbaar vervoer, fastfood, vleesverpakking, vuilnisophaling en ander gemeentepersoneel, thuiszorg- en supermarktpersoneel.

Vorige week braken wilde stakingen uit bij Amazon in New York en bij Instacart, een winkel-en-thuisbezorgingbedrijf dat nu fantastische winsten maakt terwijl de meeste van zijn werknemers minder dan 9 dollar per uur verdienen. Voor een vollediger overzicht, volg deze link.
Om dezelfde redenen legden de postbodes in het VK, alsook buschauffeurs en anderen in de publieke sector in Frankrijk, het werk neer. Er zijn ongetwijfeld nog veel meer voorbeelden van collectief verzet over de hele wereld. Het is niet verrassend dat ze ondergerapporteerd worden door de grote media.

Er wordt een huurstaking georganiseerd. Er wordt gesproken van een algemene staking. Zelfs Britney Spears loopt er warm voor. Het is onwaarschijnlijk dat dit snel zal gebeuren, maar het feit dat het idee rondgaat, is significant. Het is hartverwarmend om deze levenswil te zien, deze weigering om als lammeren geslacht te worden op het altaar van het kapitaal.

Een instorting in slow motion

Ondanks de snelheid van de pandemie en van haar economisch impact, neemt de structurele crisis van het kapitalisme de vorm aan van een slow motion-depressie. Telkens als de wereldeconomie de afgrond nadert, trekt een enorme geldstroom haar terug en herstelt een normaliteit die bij elke nieuwe ronde van deze gekke carrousel absurder wordt, meer in tegenspraak met de bevrediging van menselijke behoeften. Bij elke nieuwe ronde wordt massale dood omwille van de economie acceptabeler in de hoofden van de heersende klasse. Trump, toen hij zijn wens uitsprak om de dingen tegen Pasen weer ‘normaal’ te maken, wat had kunnen leiden tot de dood van miljoenen, of Boris Johnson, toen hij overwoog de Britse bevolking ‘ kudde-immuniteit’ te laten verwerven ( en zo de zwakken te elimineren), zijn hun tijd misschien net een beetje vooruit.

Bij elke nieuwe ronde probeert het kapitaal meer balast te verliezen. Het is een terugtrekking in slow motion van alles wat niet winstgevend is, van de verantwoordelijkheid om het sociale loon uit te betalen (gezondheidszorg, pensioenen, enz.); een in de steek laten van de massa die niet meer winstgevend aan het werk kan worden gezet. Het probeert dat zo geleidelijk te doen dat de kikker niet uit het heter wordende water springt; zodat de arbeidersklasse niet in opstand komt.

Het trekt zich tendentieel terug uit de sociale ruimte, zowel letterlijk als figuurlijk. Maar dit is ook een kans om die ruimte in te nemen. Nogmaals, letterlijk en figuurlijk. Letterlijk: terwijl ik dit schrijf, worden sommige leegstaande woningen in Los Angeles overgenomen door daklozen. Veel andere ruimtes worden lege schelpen die smeken om gebruikt te worden om in te leven, als plaatsen om elkaar te ontmoeten, om in te spelen en te werken. Ze zullen bezet worden, ook al staat de wet dat niet toe. De tendentiele terugtrekking van de staat en zijn instellingen van verantwoordelijkheid voor de sociale reproductie dwingt ons tot zelforganisatie. In de huidige noodtoestand hebben we het enorme potentieel van solidariteit gezien dat tot zelforganisatie leidt. Zoveel mensen hebben spontaan de uitdaging aangegaan. We zien gepensioneerde dokters en verpleegsters in de bres springen ondanks de risico’s voor hun eigen veiligheid, we zien mensen die spontaan maskers naaien, voor hun buren winkelen, eten uitdelen en verschillende vormen van wederzijdse hulp organiseren, collectief verzet organiseren.

Naarmate het systeem verder ineenstort, zal de nood aan solidariteit en verzet alleen maar toenemen. Niet alleen zal de door het kapitaal ontruimde sociale ruimte worden bezet, de productiepunten zullen door de arbeiders moeten worden overgenomen en voor menselijke behoeften aangewend. Er is in de arbeidersklasse – de overgrote meerderheid van de bevolking – een enorm reservoir aan talent en creativiteit om een nieuwe wereld op te bouwen. De vaardigheden, de kennis en de middelen zijn er, meer dan we ons realiseren. De sociale netwerken om hen te activeren zijn er nog niet, of nog maar embryonaal, of nog slapend. De nood aan hen zal hen wakker maken.

April 8, 2020 at 7:37 am 3 comments

HET VIRUS EN DE GELDBOOM (2)

door Tom Ronse 

(Lees deel 1 HIER )

Een recessie die onvermijdelijk was

Dus zitten we nu in een diepe recessie. Economen beweren dat die een V-vorm zal hebben, wat zou betekenen dat het herstel snel zal zijn. Zodra de ziekte onder controle is en we onze huizen kunnen verlaten, zal de opgekropte vraag de geldtrein in een mum van tijd weer op de rails zetten. Dat veronderstelt dat de wereldeconomie vóór de pandemie gezond was en gewoon kan doorgaan waar ze was gebleven. Maar dat was ze niet. Grote landen zoals Duitsland en Japan waren al in recessieterritorium. De trend was overal neerwaarts. De opwaartse curve van de schuldenlast en de neerwaartse curve van de modale winstvoet kruisten elkaar opnieuw. De pandemie was de speld die de ballon deed knallen. Ze maakte de terugkeer van de recessie veel brutaler en scherper, maar veroorzaakte ze niet.

Niet-presterende schulden (die geen rentebetalingen meer opleveren) veroorzaakten de financiële crisis in 2008. Banken in de Verenigde Staten en Europa stonden op instorten. Alleen door massale reddingsoperaties van de overheid hielden ze zich overeind. Om de wereldeconomie van de rand van de afgrond weg te trekken, leenden de overheden zwaar van de toekomst. De wereldeconomie kende een moeilijk decennium – een wereldwijde ‘grote recessie’ gevolgd door aanhoudende stagnatie in Europa, trage groei en toenemende ongelijkheid in de VS en andere landen. Het zou veel erger zijn geweest zonder de wanhopige maatregelen van de centrale banken en China’s weergaloze uitgavenorgie.

In dat decennium is de wereldwijde schuld gestegen tot 250 biljoen dollar (van 84 biljoen in 2000 en 173 biljoen in 2008) (Voor de duidelijkheid: biljoenen in het Nederlands, trillions in het Engels). Dat is 320% van het wereldwijde BNP, 50% meer dan 10 jaar eerder. De wereldwijde overheidsschuld is met 77% gestegen, de wereldwijde bedrijfsschuld met 51%. Niemand die bij zijn volle verstand is gelooft dat deze schuld ooit zal worden afbetaald. Integendeel, ze zal blijven groeien, aangezien veel bedrijven en overheden moeten lenen om rente te betalen op hun eerder aangegane schuld. Daarom is het absoluut noodzakelijk dat de rentetarieven zo laag mogelijk worden gehouden. Maar zelfs de laagste tarieven konden niet voorkomen dat de schuldenlast zou stijgen en de winsten zouden dalen. “Het verleden verslindt de toekomst”, schreef Thomas Piketty. Een blik op de toestand van de twee grootste economieën aan de vooravond van de huidige recessie maakt dit duidelijk.

Tien jaar geleden had China twee decennia van sterke economische groei achter de rug. Ze was er in geslaagd om die grotendeels te financieren zonder schulden aan te gaan. Sindsdien is de totale schuld van China vervijfvoudigd. Ze omvat meer dan de helft van de uitstaande schuld van de hele ‘opkomende wereld’. China’s particuliere sector is verantwoordelijk voor 70 procent van alle nieuwe schulden die sinds de crisis van 2008 in heel de wereld zijn aangegaan. De schuld van huishoudens bedroeg toen slechts 18,8 procent van China‘s BNP. Dat aantal is tien jaar later bijna verdrievoudigd tot 51%. De bedrijfsschuld steeg tot 65% van het BNP, de snelste stijging van alle grote economieën. Ondertussen daalden de winsten. In het jaar vóór de crisis bedroeg de totale nettowinst van de Chinese economie 726 miljard dollar. Tien jaar later vertoonde de balans een verlies van 34 miljard. Dus zelfs voordat de pandemie zijn lelijke kop opstak, werd een golf van faillissementen in China onvermijdelijk.

In de VS zag het plaatje er iets anders uit. Ook hier zijn zowel de staatsschuld als de schuld van niet-financiële ondernemingen meer dan verdubbeld. In de Verenigde Staten is de winstvoet in dit decennium echter gestegen, mede als gevolg van de stagnerende lonen. Maar deze stijging was bijna uitsluitend te danken aan het succes van de 10% grootste bedrijven, terwijl de winstmarges van bedrijven in de onderste helft grotendeels negatief bleven. De bedrijven in het hoogste deciel domineren de sectoren waarin ze actief zijn. Grotendeels afgeschermd van concurrentie konden ze het zich veroorloven relatief weinig uit te geven aan productieve investeringen, wat hun kosten verlaagde en dus hun winst verhoogde (en de lage uitgaven voor productiviteitsverhogende technologie zorgden ook voor meer werkgelegenheid). De andere bedrijven investeerden meer. Hun schuldenlast is fors gestegen, terwijl die van top 10 procent nagenoeg gelijk is gebleven.

Een groot aantal bedrijven in de onderste helft van de VS en China kreeg de bijnaam “zombiebedrijven”. Ze zijn levende doden, die geen mensenvlees vreten zoals in griezelfilms, behalve op een metaforische manier, maar zich op de been houden met goedkoop geld, met meer schulden. En zo blijft het verleden de toekomst verslinden.

Een analyse van andere landen zou tot dezelfde conclusie leiden: een recessie was op komst, met of zonder pandemie.

Arturo Ventura

Schud die boom

Maar de pandemie maakte het erger. Op het eerste zicht lijkt een algemene onderbreking van alle niet- essentiële productie niet zo schadelijk voor een economie die in bijna alle sectoren met overproductie kampt. Laten we een pauze nemen, onze voorraden consumeren en daarna opnieuw beginnen. En om de condities voor winstgevende groei te herstellen, zou het bovendien helpen als alle onrendabele bedrijven en de schulden die ze dragen van het toneel zouden verdwijnen. Behalve dat dit tot een grote ontrafeling zou leiden. De keten van betalingen die alle kapitalen met elkaar verbindt, zou op ontelbare plaatsen breken. De pandemie zou een pandemonium worden. Dit zal de heersende klasse natuurlijk nooit laten gebeuren. Zo lang ze nog kan.

Maar ze heeft geen nieuwe oplossingen. Dus wat kan ze anders doen dan wat ze deed tijdens de vorige recessie: de geldboom schudden, nog krachtiger dan toen, want het gevaar is nog veel groter. Dus regent het weer biljoenen zodat de bedrijven hun schulden kunnen blijven betalen, zodat de consumenten kunnen blijven consumeren. De centrale banken hervatten hun Quantitative Easing (het massaal opkopen van schulden). Afspraken over begrotingstekort-limieten tellen niet meer. Zo wordt een depressie voorlopig voorkomen. Maar hoe duizelingwekkend de hoeveelheden nieuw geld ook zijn, voor veel bedrijven die aan de rand staan, zullen ze “too little, too late” blijken. En de werklozensteun en eenmalige bonussen zullen niet voorkomen dat een groot deel van de bevolking zal verarmen.

Tot zover de V-vorm van deze recessie. Het zal in het beste geval een L-vorm zijn. Of een nog uit te vinden letter. De nasleep kan in grote mate lijken op wat er na de vorige recessie is gebeurd, maar dan erger. De kloof tussen arm en rijk wordt nog groter, aangezien grote kapitalen het gros van het nieuwe geld en het goedkoopste krediet krijgen. Het feit dat ze rijk zijn, maakt hen rijker, bewijst dat ze een veilige haven zijn voor geld. Intussen zullen al de nieuwe schulden die nu gemaakt worden regeringen dwingen om een harde bezuinigingspolitiek te voeren. De gaten in het zogenaamde sociale vangnet worden steeds breder. Op militaire uitgaven en politie wordt uiteraard niet bezuinigd, gezien de internationale conflicten en stijgende sociale spanningen.

 Deze boom is niet voor jou en mij

“Er is geen magische geldboom”, zei de Britse premier Theresa May toen ze haar bezuinigingen op de gezondheidszorg en het onderwijs rechtvaardigde. Nu blijkt dat er wel zo’n boom is, alleen, jij mag hem niet schudden.
Niet eerlijk !, protesteren linkse stemmen, als zoveel geld uit het niets kan worden gecreëerd, waarom waren de bezuinigingen dan nodig? Waarom krijgt het kapitaal het grootste deel van het nieuw geld en de rest van ons slechts een schijntje? Waarom niet die geldboom schudden voor de gezondheidszorg en het onderwijs, de huisvesting, de lonen en het milieu?

De meeste economen zouden daarop antwoorden dat zoveel geld scheppen voor de noden van de bevolking de hoeveelheid geld in de algemene circulatie buitenmatig zou verhogen wat de inflatie zou doen oplaaien en de rentetarieven tot verlammende niveaus zou opdrijven. De magische geldboom kan worden geschud, is wat ze zeggen, maar hij moet op de juiste manier worden geschud.

En wat is de ‘juiste’ manier? Het doel moet zijn om de prikkel om te produceren, om waarde te creëren, in stand te houden. Dat is wat het systeem eist, dat het accumulatieproces doorgaat. Als de prikkel wegvalt, beweegt er niets meer. Aangezien de prikkel winst is, moet het geld van de magische boom in de eerste plaats dienen om de winstgevendheid van kapitaal te herstellen. De overtuiging dat productie geld in meer geld verandert, dat geld in waarde stijgt wanneer het wordt uitgeleend, moet ten koste van alles worden gehandhaafd. Alle maatregelen die nu zijn genomen, de enorme subsidies en leningen en het opkopen van schulden, dienen dat doel. Belastingverlagingen, loonsverlagingen en de afschaffing van milieuregelgeving zijn ook nuttig. Een deel van de winst die deze strategie oplevert, kan dan worden besteed aan het welzijn van de bevolking. Of niet. Daar kan eindeloos over gedebatteerd worden. Daar dienen de parlementen voor.

Hebzucht, eigenbelang, solidariteit van de heersende klasse, corruptie en wreedheid spelen ongetwijfeld allemaal een rol in de verdeling van de enorme hoeveelheid geld die nu wordt gecreëerd. Maar op de keper beschouwd, zolang de context kapitalisme is, is het argument van rechts correcter dan dat van links. Om aan de top te blijven in de moordende, door crisis geteisterde kapitalistische wereld, moet de winstgevendheid van nationaal kapitaal worden verdedigd ten koste van de bevolking. Anders vlucht het kapitaal of verliest het zijn prikkel om te produceren. In deze wereld, waar dakloosheid met de minuut groeit, waar elke 10 seconden een kind sterft van de honger, is het logisch om geld te geven aan de rijken. Underdaad, dit is absurd. Maar dat komt omdat het kapitalisme zelf een absurditeit is geworden.

Dat is wat de kapitalistische linkerzijde niet ziet of niet wil zien. Kapitalistisch links verwerpt de excessen van het kapitalisme, het wil het systeem hervormen om het rechtvaardiger te maken, het wil dat de staat geld creëert om aan de behoeften van de bevolking te voldoen, om de klimaatverandering te stoppen en nog veel meer. Het ziet in de huidige crisis een leermoment, een kans om het ‘neoliberalisme’ terug te dringen. Kijk eens, wat de staat kan doen! Stel je voor wat ze zou kunnen doen onder progressieve leiders! Ze willen niet zien dat het hervormen van het systeem zijn koers niet verandert zolang dat systeem kapitalistisch blijft. De onderliggende basis waarop het kapitalisme opereert, impliceert een beleid dat zowel links als rechts moeten uitvoeren. Hoeveel geld er ook wordt gecreëerd om de armen te helpen, de onderliggende basis dikteert een logica die steeds meer rampen zal veroorzaken. Meer armoede, meer mensen die op de vlucht zijn voor honger en oorlog, meer angst en wanhoop, meer pandemieën en milieurampen, meer crisis. Niet het systeem hervormen  maar het beëindigen, moet het doel zijn.

 

MORGEN: VERZET

 

April 7, 2020 at 5:57 am 1 comment

HET VIRUS EN DE GELDBOOM (1)

 

door Tom Ronse

De virale crisis is gemuteerd in een wereldwijde krisis van sociale reproductie en het einde is niet in zicht. Door de sluiting van fabrieken, kantoren, scholen en talloze andere instellingen, worden vele miljoenen mensen over de hele wereld geconfronteerd met verlies van inkomen, huisvesting en toegang tot elementaire overlevingsmiddelen. Ondertussen woedt de dodelijke pandemie verder en breidt ze uit naar de armere landen van de wereld, die nog minder in staat zijn om ze in te dammen. De hele wereld is geschokt. Het vertrouwen in de wijsheid van de managers van de wereldorde en in hun vermogen om de gevaren van vandaag te beheersen, lijdt grote schade. De imposante marmeren zuilen van de tempels van Geld en Gezag zien er niet meer zo stevig uit. Er ontstaat een gevoel dat dit allemaal kan instorten. Velen zijn bang. Velen doen paniekaankopen (vooral toiletpapier wordt gestockeerd, wat doet vermoeden dat TP de post-apocalyptische munt zal worden ☺). Sommigen, op zoek naar een doelwit voor hun angst, mishandelen Aziatische mensen. Maar veel meer anderen zorgen voor de meest kwetsbaren, helpen elkaar, tonen solidariteit met de gezondheidswerkers en de zieken. Deze spontane reacties geven de tegengestelde richtingen aan die de wereld kan inslaan.

 

Dit is een crisis van het kapitalisme

Het kapitalisme heeft dit virus niet gecreëerd. Het was niet ontworpen als een biologisch wapen, het ontsnapte niet uit een geheim laboratorium zoals hier en daar beweerd wordt. Fantasieën zijn niet nodig, de realiteit is al fantastisch genoeg. Het is lang niet de eerste zoönose (ziekte die van niet-menselijke dieren op mensen springt). Er zijn talloze zoönosen; sommige, maar niet de meeste, veroorzaken epidemieën. Er zijn in de afgelopen twee decennia verschillende zoönotische pandemieën geweest (de belangrijkste SARS, MERS en nu Covid-19). Deze dingen gebeuren gewoon, onze meesters verzekeren ons dat niemand daar schuld aan treft. De pandemie en al zijn gevolgen zijn ‘een daad van God’, zoals een orkaan. We moeten allemaal schuilen tot het weer verandert.

Maar hoewel het kapitalisme geen verantwoordelijkheid draagt voor het bestaan van het virus, heeft het omstandigheden geschapen die de opkomst van zoönosen en hun snelle verspreiding bevorderen.

Zijn dwang om te groeien, om winst te zoeken waar het die ook kan vinden, om alle hulpbronnen van de aarde in handelswaren te veranderen en intussen wat niet kan verhandeld worden te vernietigen, veroorzaakt niet alleen catastrofale klimaatverandering, maar vergroot ook de kans op virusinfectie van tropische wilde dieren, zoals epidemiologen al jaren waarschuwen. Ontbossing is een belangrijke factor. Het vermindert het leefgebied van soorten die nog nooit met mensen in aanraking zijn gekomen en die virussen dragen waarvoor we geen immuniteit hebben ontwikkeld. Nieuwe wegen door de resterende bossen werken zowel het kappen van nog meer bomen als het schieten van wilde dieren voor voedsel in de hand. Een deel van de wilde dieren wordt lokaal gegeten en vervangt voedselbronnen die verloren zijn gegaan naarmate de ontbossing vorderde; jagers profiteren ook van de nieuwe wegen om hun buit naar stedelijke markten te brengen. Het is goedkoper dan gewoon vlees en veel mensen zijn arm. Maak het sommetje. Het verlies van habitat decimeert ook vele diersoorten en doet sommige uitsterven. De vaak schadelijke diertjes waar zij op jaagden, kennen een wildgroei. Klimaatverandering en pandemieën zijn geen twee afzonderlijke kwesties; ze zijn hetzelfde probleem, ze hebben dezelfde oorzaak, de meedogenloze dwang van het kapitalisme om meer te exploiteren, om meer waarde te accumuleren. Het ‘meer’ kan nooit stoppen. De huidige pandemie zal uiteindelijk afnemen. Er zullen vaccins en betere behandelingen worden ontwikkeld. Maar er zullen nieuwe pandemieën volgen. Net als de terugkerende overstromingen en bosbranden zullen ze deel gaan uitmaken van het ‘nieuwe normaal’, hoewel er niets normaals aan is.

 

Zoals al vaak is opgemerkt, werd de snelle verspreiding van Covid-19 mogelijk gemaakt door de globalisering van de economie die de afgelopen decennia zo versnelde. Het kapitalisme heeft een mondiale wereld gecreëerd. De wereldwijde connectiviteit zal niet verdwijnen. We leven erin, we moeten omgaan met de wereldwijde uitdagingen en gevaren die ermee gepaard gaan. De huidige pandemie laat dit duidelijk zien. Maar het kapitalisme is niet in staat om een wereldwijde crisis aan te pakken. Omdat het gebaseerd is op concurrentie, kan het geen globale oplossing bedenken tegen de globale ziekte. Elke natie probeert haar eigen grondgebied te beschermen door haar grenzen te sluiten, staten voeren een konkurrentiestrijd voor ventilators, maskers en andere medische middelen en, (hoewel er enige internationale samenwerking is in de research) proberen de eerste te zijn om een vaccin te ontwikkelen vanwege de megawinst die dat zal opleveren.

De pandemie zet ook het klassekarakter van de kapitalistische samenleving in de schijnwerpers. Hoe rijker je bent, hoe beter je jezelf kunt beschermen. Managers werken thuis. Degenen die als essentiële werknemers worden beschouwd, gaan nog steeds naar hun werk, ondanks de gezondheidsrisico’s, vaak zonder de nodige beschermingsmiddelen en aan een minimumloon. Vele miljoenen anderen zijn ontslagen. Terwijl ze in de rijkere landen een werkloosheidsuitkering krijgen, krijgen ze in de armere landen meestal niets. Zelfs in de VS verliezen veel ontslagen werknemers hun ziektekostenverzekering. Vele miljoenen zullen hun hypotheek, huur en andere rekeningen niet kunnen betalen. De lager betaalde werknemers zijn ook kwetsbaarder voor het virus zelf omdat aandoeningen van de luchtwegen bij hen vaker voorkomen. De meest kwetsbaren zijn de miljoenen daklozen en de massa’s in de vluchtelingenkampen, die op het bevel om thuis te blijven alleen kunnen antwoorden: “Ik wou dat ik kon …”

Terwijl ik dit schrijf is het nog steeds onduidelijk hoe diep de pandemie in de armere delen van de wereld zal reiken, maar het is waarschijnlijk dat daar de ziekte het meest destructief zal zijn. Niet alleen is de gezondheidszorg er compleet niet in staat om een vloed van patiënten op te vangen, niet alleen missen vele mensen er basisvoorzieningen zoals stromend water, zodat de richtlijn van veelvuldig handen wassen er onmogelijk te volgen is, niet alleen is ‘sociale afstand nemen’ vrijwel ondoenbaar in de overbevolkte sloppenwijken, de werkstop berooft ook miljoenen van hun inkomsten, zodat ondervoeding, die de weerstand van het immuunsysteem tegen infectie verzwakt, bovenop de pandemie komt. Miljoenen dreigen om te komen. De heersers van de wereld zullen een traantje of twee voor hen wegpinken en wat hulp sturen, terwijl ze zich niet al te verdrietig voelen over “het uitdunnen van de kudde”.

Fouten of keuzes?

Er is veel geschreven en gezegd over de fouten van diverse regeringen die tot de huidige crisis hebben geleid. En inderdaad, er zijn er veel geweest. Maar wat wordt beschreven als een falen, een fout of een blunder, is in feite vaak een keuze. Het schrappen van budgetten voor onderzoek naar epidemieën, de onderfinanciering van de gezondheidszorg, de verdwijnende ziekenhuisbedden, het ontbreken van testkits, ventilatoren, maskers, enz., het negeren van waarschuwingen van experts, het algemene gebrek aan planning en paraatheid zou een kolossaal falen zijn als het welzijn van de bevolking de prioriteit van de heersende klasse zou zijn. Maar in feite staat die erg laag op haar ‘to do’-lijst. Overheden over de hele wereld hebben de afgelopen decennia het mes gezet in de gezondheidszorg en andere sociale uitgaven. Zowel linkse als rechtse regeringen hebben dat gedaan, Democraten en Republikeinen, Labour en Conservatieven, socialisten en nationalisten. Ze hebben dit gedaan om kosten te besparen om het nationale kapitaal winstgevender te maken. Dat is hun prioriteit. Dat de bezuinigingen in de gezondheidszorg nu een dure zaak blijken te zijn die de winst ondermijnt, verandert niets aan die prioriteit. Sommigen in de heersende klasse, inclusief Trump, staan te trappelen om de productie te hervatten, ongeacht de gevolgen voor de gezondheid. De luitenant-gouverneur van Texas was misschien een tikkeltje te eerlijk toen hij, in zijn haast om de winstmachine weer aan de praat te krijgen, oude mensen opriep om zich op te offeren voor de economie.

Voor de bedrijfswereld is het welzijn van de bevolking evenmin een prioriteit. De ziekenhuisindustrie en de grote farmaceutische bedrijven hebben dit maar al te duidelijk aangetoond. Wat Big Pharma bijdraagt aan het menselijk welzijn is slechts een bijproduct van wat ze werkelijk produceert: winst. En er valt blijkbaar weinig winst te rapen in het ontwikkelen van nieuwe antibiotica en antivirale middelen want van de 18 grootste farmaceutische bedrijven hebben 15 dit terrein volledig verlaten. In plaats daarvan concentreerden ze zich op rijke mensen-ziekten, verslavende kalmeringsmiddelen en impotentiedrugs, terwijl ze de verdediging tegen ziekenhuisinfecties, opkomende ziekten en tropische moordenaars verwaarloosden.

In het verleden was dat niet anders. De ergste pandemie in de moderne geschiedenis, de ‘Spaanse griep’ van 1918-1919 (die ‘de Kansas-griep’ zou moeten worden genoemd, aangezien ze in Kansas begon), heeft ten minste 50 miljoen mensen gedood door keuzes, niet door fouten. Toen de uitbraak begon, kozen beide partijen in de interimperialistische oorlog ervoor om de bescherming van de bevolking niet tot hun prioriteit te maken, en al hun middelen, inclusief medische middelen, in te zetten voor de oorlog. Uiteindelijk vond meer dan de helft van de sterfgevallen plaats in India, waar de meedogenloze opeising van graan voor export naar Groot-Brittannië in combinatie met droogte voedseltekorten veroorzaakte. De sinistere synergie tussen ondervoeding en de virale pandemie betekende massale dood. Dat kan nu opnieuw gebeuren. Geconfronteerd met menselijk lijden op grote schaal, blijken onze kapitalistische heersers onvoorstelbaar wreed.

VERVOLGT HIER

April 6, 2020 at 5:39 am 1 comment

“DE MACHT VAN JODEN” (een repliek)

Tom Ronse

Het is in dit salon al vaak betoogd: antisemitisme en antizionisme zijn niet hetzelfde. Integendeel: wie konsekwent gekant is tegen racisme en dus antisemitisme kan niet anders dan ook verzet aantekenen tegen de discriminerende en koloniserende politiek van de Israelische staat. Het omgekeerde geldt ook: wie de racistische politiek van Israel verwerpt, moet zich ook konsekwent kanten tegen alle uitingen van antisemitisme.

Zoals de beruchte anti-joodse praalwagen in de Aalsterse karnavalstoet van vorig jaar. Plaatsvervangende schaamte is wat ik voelde toen ik daar beelden van zag. Sindsdien zijn allerlei argumenten aangevoerd om die weerzinwekkende vertoning te vergoelijken: de karnavalstoet lacht met alles, wie niet kan meelachen heeft lange tenen of is tegen de vrije meningsuiting, de praalwagen hekelt niet alle joden, enkel sommige, etcetera.

Bullshit. De gelijkenis tussen de Aalsterse karikaturen van geldbeluste joden -met hun geldzakken, hun graaiende handen, lelijke kromme neuzen en een rat op de schouder – en de haatcampagnes van de nazi’s van vroeger en nu, is onmiskenbaar.

Lachen met volksvreemden in Aalst

 

Nazi-propaganda

 

Het spijt me dan ook dat historicus Gie Van den Berghe, wiens originele artikels in dit salon ik ten zeerste waardeer, in zijn jongste bijdrage dit Aalsters racisme helpt goedpraten. Volgens hem stak de praalwagen in kwestie de draak met “de macht van joden (niet van ‘dé joden’ want dat zou een naar antisemitisme neigende veralgemening zijn)”. Zo simpel is dat: je laat het lidwoord vallen en alles is in orde. Je bezondigt je dus niet aan racisme als je spreekt over “de domheid van zwarten”, zolang je het maar niet over “de zwarten” hebt. De praalwagen van de “vismooil’n” spotte niet met “dé joden” maar specifiek met orthodoxe joden die behalve hun religie, hun excentrieke kledij en haardracht, ook geldzucht gemeen hebben volgens de Aalsterse karnavalgroep. Van den Berghe weet beter dan de meesten dat dit stereotiep op eeuwen kristelijke laster steunt maar knijpt een oogje dicht vanwege de rol die orthodoxen spelen in de kolonisatiepolitiek van Israel. Ook dat is een veralgemening. Er zijn heel wat orthodoxen die deze politiek niet steunen en er zich zelfs actief tegen verzetten.

Het is fout om alle orthodoxen, laat staan alle joden, over één kam te scheren. Er zijn zionistische en anti-zionistische orthodoxen, er zijn rijken en armen onder hen. Maar volgens het stereotiep denken ze allen hetzelfde en hebben ze allemaal veel geld en macht. Die macht werd volgens Van den Berghe geillustreerd door het feit dat klachten van joodse organisaties ertoe geleid hebben dat het Aalsters karnaval geschrapt werd uit Unesco’s werelderfgoedlijst.

Het concept zelf van “de macht van joden” impliceert een ‘naar antisemitisme neigende veralgemening’. Ik heb nog nooit iemand over “de macht van kristenen” horen praten, hoewel die ontegensprekelijk veel groter is dan die van joden. Het idee dat alle mensen met een kristelijke achtergrond dezelfde ideeen en belangen hebben lijkt immers bespottelijk maar als het over joden gaat (of moslims, of andere minderheden) is het voor velen niet meer het geval.

Joden zijn niet kwetsbaar of niet kwetsbaarder dan andere minderheden”, schrijft Gie. Maar vandaag zijn alle minderheden kwetsbaar en elk jaar zijn ze dat meer. In heel de wereld waait een wind van haat en onverdraagzaamheid tegen minderheden die kan aanzwellen tot een storm van uitsluiting en geweld. Het is in die context dat de Aalsterse praalwagen gesitueerd moet worden. Dit was geen satire op de politiek van Israel.

De laatste paragraaf van Van den Berghe’s artikel is een harde aanklacht tegen die politiek. Zo verbindt hij de verdediging van een antisemitische praalwagen met antizionisme. Ik hoor de zionisten al glunderen: “Zie je wel?”

 

ratten en ander ongedierte

 

 

January 12, 2020 at 4:52 am 9 comments

PRETTIGE FEESTDAGEN

 

Het is een traditie in dit salon om voor  u ter gelegenheid van kerst en nieuwjaar enkele markante beelden samen te sprokkelen…

 

Street art in Sydney, Australie, portretteert premier Scott Morisson op vacantie terwijl zijn land in brand staat

 

Banksy’s “Scar of Bethlehem” (litteken van Bethlehem, woordspeling op ‘Star of Bethlehem’).

 

Het kerststalletje zonder vluchtelingen, joden, arabieren en afrikanen.

 

 

de “kerststal” in Claremont

Uit protest tegen het immigratiebeleid van Trump heeft een kerk in Claremont, California,  Jezuske, Jozef en Maria in aparte kooien geplaatst, net zoals ICE (de migratiepolitie) doet met gezinnen van asielzoekers.

 

Kerstmis in Japan

 

 

 

Grimmig grapje van de onlangs overleden cartoonist Gahad Wilson

 

genoeg kerstdrukte voor mij

 

tijd voor een glaasje

 

en om de cadeaus open te maken…

 

De bartenders van het Salon van Sisyphus wensen u prettige feestdagen…

Wil u vorige afleveringen van onze eindejaarswensen zien, klik dan op het jaartal:

2018  

2017 

2017

2016

2015

2014

2014

2013

2012

2012

2011

2010

December 26, 2019 at 5:43 am Leave a comment

HET ZWARTE HUIS

 

door Gie van den Berghe

                                 Hoe wordt men een anti-racist

Stamped from the Beginning – gebrandmerkt van bij het begin – is een meesterlijke geschiedenis van anti-Zwart racisme in Amerika, van de hand van de Afrikaans-Amerikaanse historicus Ibram X Kendi.

Ras is een oppervlakkig, uiterlijk verschijnsel. Genetische verschillen tussen individuen van dezelfde raciale groep zijn vaak groter dan die tussen individuen van verschillende groepen. Racisme, de overtuiging dat de ene raciale groep inferieur of superieur is aan de andere, is een ideologisch, sociaaleconomisch en politiek fenomeen zonder enig biologisch fundament.

Kendi onderscheidt twee vormen van Amerikaans racisme. De enen zijn ervan overtuigd dat de Anderen biologisch minderwaardig zijn. Negers zijn genetisch inferieur, kunnen nooit volwaardige mensen worden. Deze racisten pleiten voor segregatie, een beleid gericht op afscheiding, slavernij, opsluiting, deportatie, onmenselijkheid.

Een andere vorm van Amerikaans racisme stelt dat negers cultureel en gedragsmatig minderwaardig zijn, maar dat ze kunnen verbeteren door assimilatie, door zich eenzijdig aan te passen aan de witte cultuur. Negers moeten bewijzen dat ze niet minderwaardig zijn. Zij moeten veranderen, niet het witte vooroordeel.

Antiracisten daarentegen vinden dat alle beschavingen en culturen beoordeeld moeten worden in relatie tot de eigen geschiedenis, niet met de willekeurige maatstaf van één beschaving of cultuur. Individuele Zwarten zijn ook niet verantwoordelijk voor de racistische ideeën van anderen, ze vertegenwoordigen ook hun ras niet. Racisme is – zoals seksisme – een niet vol te houden veralgemening. Zwarten mogen in alle omstandigheden hun onvolmaakte zelf zijn: mooi én lelijk, meer en minder intelligent, gehoorzaam en opstandig, werklustig en lui. Het zijn met andere woorden mensen, als individu en als groep even onvolmaakt en feilbaar als Witten, als u en ik.

Racisme en antiracisme zijn ook geen onuitwisbare tatoeages. Antiracist zijn, ‘is als tegen een verslaving vechten, het vergt volgehouden zelfbewustzijn, constante zelfkritiek en regelmatig zelfonderzoek’.

Slavernij

Ibram Kendi

Kendi, een begenadigd verteller, hangt zijn verhaal op aan de houding tegenover racisme van vijf prominente Amerikanen. In Brits-koloniaal Amerika vergoelijkte en sanctioneerde de vooraanstaande predikant Cotton Mather (1663-1728) slavernij op theologische wijze. Afrikanen waren door de goddelijke voorzienigheid naar Amerika gehaald om van hun witte meesters het glorieuze testament te leren. Mather benadrukte wel dat negers mensen zijn, geen beesten, ook ‘al werkt hun achterlijkheid ontmoedigend; ze iets aanleren lijkt even hopeloos als ze wassen.’ Hoe minderwaardig ook, door zich tot het christendom te bekeren kunnen negers wel hun ziel wit wassen. Slavenhouders hoeven zich daarover geen zorgen te maken: ‘de wet van het christendom laat slavernij toe’.

Kolonisatie

In het tijdperk van de Amerikaanse revolutie werd slavernij gerechtvaardigd door racistische ideeën die Britse kolonisten hadden meegebracht uit Europa. Thomas Jefferson (1743-1826), één van de stichters van de Verenigde Staten, de voornaamste auteur van de onafhankelijkheidsverklaring en de derde Amerikaanse president, wou in theorie de slavernij afschaffen maar hield er in de praktijk in de loop van zijn leven honderden slaven op na. Ooit ijverde hij voor een wet die witte vrouwen die zwanger waren van een Zwarte had moeten verbannen. ‘Vermenging veroorzaakt alleen maar degeneratie’, vond hij, al die tijd een seksuele relatie onderhoudend met een jonge biraciale vrouw.

Jefferson en de zijnen vonden dat vrije Zwarten niet geïntegreerd konden worden in wit Amerika. Ze moesten ‘teruggestuurd’ worden, Afrika koloniseren (sic) en er de witte beschaving uitdragen. Jefferson had Sierra Leone op het oog, de Province of Freetown waar Groot-Brittannië sinds 1792 zijn bevrijde slaven parkeerde, maar de Britten gaven niet thuis. In 1821 verwierf de VS een strook land ten zuiden van Sierra Leone. Amerikaanse settlers bouwden er versterkingen en noemden het Liberia, een thuis voor alle vrije en opstandige Zwarten die Amerika kwijt wou. Rond 1832 had elke noordelijke staat een resolutie in die zin aangenomen. Eind 19de eeuw waren de meeste witte Amerikanen ervoor gewonnen.

Maar Afrikaanse Amerikanen wilden helemaal niet ‘terug’ naar Afrika, het continent dat Witten als wild en achterlijk afschilderden. Om er niet langer mee geassocieerd te worden, noemden ze zich geen Afrikaan meer maar Neger. Meer dan een eeuw later, in de jaren 1960, zullen volgelingen van Malcolm X de term Neger aan assimilatie en accommodatie koppelen en het begrip Zwarte omhelzen, tot ontsteltenis van Martin Luther King en de zijnen die liever Neger werden genoemd.

Toen in 1807 de illegale slavenhandel werd verboden (een eerder symbolische wet), namen slaven in waarde toe en begonnen slavenhouders als Jefferson slaven te ‘kweken’ om aan de vraag van plantagehouders te voldoen. In 1808 bepaalde een wet in Zuid-Carolina dat pasgeboren kinderen van slaven aan hun meester toebehoorden, zoals de worp van huisdieren.

Inventaris van slaven op de Pleasant Hill Plantage in Mississippi, 1850

William Lloyd Garrison (1805-1879), een gedreven en hervormingsgezind uitgever, was tegen zwarte kolonisatie van Afrika. Negers waren geen barbaren, ze waren barbaars geworden door raciale discriminatie en slavernij. Hun gedrag en cultuur waren inferieur door twee eeuwen onderdrukking. Geduldige opvoeding en aanpassing aan de witte cultuur moest hen uit dat moeras halen.

Een dubbel zelf

Toen W.E.B. Du Bois (1868-1963) als eerste hooggeschoolde Zwarte afstudeerde, waren lynchpartijen dagelijkse kost. Slachtoffers werden onder massale belangstelling opgehangen omdat ze een witte vrouw lastiggevallen of verkracht zouden hebben. Niemand bekommerde zich om bewijs, getuigen of proces. Iedereen wist toch dat negers oversekste beesten zijn. Kijk maar naar hun vrouwen die zoveel witte mannen verleiden!

Een lynching in Indiana, 1930

Du Bois streed zijn hele leven tegen racisme. Aanvankelijk vond ook hij dat Afrikaanse Amerikanen door de slavernij sociaal en moreel verkreupeld waren. Ze moesten heropgevoed, geëmancipeerd worden. Later zag hij in dat negers de eigen karaktertrekken en talenten moeten koesteren en ontwikkelen. Hun dubbel bewustzijn afleggen, stoppen met zichzelf door ogen van Witten te beoordelen, niet langer ‘de eigen ziel evalueren met de meetlat van een wereld die geamuseerd minachtend en medelijdend toekijkt’. Het ‘dubbele zelf’ omsmelten tot een authentiek zelf. Maar tegelijk vond Du Bois dat getalenteerde negers (zoals hij) de massa moesten leiden en beschaven, kwestie van de racistische vooroordelen van Witten te weerleggen.

Antiracisme

Bekeken door Kendi’s antiracistische blik was de houding van deze vier prominente Amerikanen in min of meerdere mate racistisch. Het volstaat namelijk niet te denken of zoals brulaap Donald Trump luidkeels te verkondigen dat je geen racist bent (terwijl de man de ene na de andere racistische uitspraak doet). Wat racisme betreft bestaat geen neutraliteit, je moet antiracist zijn en daarnaar handelen. Eerst en vooral de eigen onverdraagzaamheid, het eigen racisme onder ogen zien. Een proces dat veel revolterende Zwarten, van Malcolm X tot Kendi, hebben doorgemaakt; een evolutie en bewustwording die Kendi haarfijn uit de doeken doet in How to be an antiracist.

Het begrip antiracisme werd gelanceerd door de militante activiste Angela Davis (1943…). Grootgebracht op een dieet van antikapitalisme en antiracisme, had ze een gloeiende hekel aan de zwarte armoe rondom haar en elke vorm van assimilationisme. Wat racisme betreft zag ze weinig of geen verschil tussen noordelijke en zuidelijke staten. Gematigd racisme bestaat niet. Ze nam zich voor nooit Wit te willen zijn. Bleek je huid niet, ontkrul je haar niet. Draag fier je Afro (kapsel). Black is beautiful. In 1967 sloot Davis zich aan bij Black Power. Zoals andere zwarte activisten had ze Luther King als een ongevaarlijk leider opzijgeschoven omwille van zijn religieuze filosofie en geweldloze politiek. Toen King het jaar daarop vermoord werd, ruilden heel wat Zwarten hun dubbel bewustzijn in voor antiracisme.

Law and order

Machtige racisten deden er ondertussen alles aan om Zwarten onder de knoet te houden. Onder Richard Nixon en de Law and order beweging werden talloze antiracistische, antikapitalistische, anti-seksistische en anti-imperialistische zwarte activisten gevangen gezet. Zo ook Angela Davis. In de gevangenis kwam haar zwart-feministisch bewustzijn tot volle wasdom. Toen ze in 1972 dit broeinest van criminaliteit achter zich liet, voerde ze ook strijd tegen dit moderne afgietsel van de slavernij.

In de jaren 1970 verdrievoudigde het ledenaantal van de Ku Klux Klan. Lynchpartijen zaaiden angst, vernieling en dood. Maar al dit geweld verbleekte bij de terreur die de politie uitoefende. Voor elke door de politie gedode Witte, sneuvelden er tweeëntwintig Zwarten. Als racisme niet helpt, neemt bruut geweld het over.

Onder Hollywoodpresident Ronald Reagan trad in 1986 de Anti Drug Abuse Act in werking. Een crackdealer of -gebruiker die betrapt werd met vijf gram – de gebruikelijke hoeveelheid onder Zwarten en armen – kreeg minimaal vijf jaar gevangenisstraf. De doorgaans witte en rijke dealers en gebruikers van poedercocaïne – actief in buurten met minder politie – moesten vijfhonderd gram cocaïne bij zich hebben om even zwaar bestraft te worden.

De antidrugwet leidde tot massale opsluiting, vooral van Zwarten. De gevangenispopulatie verviervoudigde in minder dan twintig jaar tijd. Anders dan het racistisch stereotiep wil, waren en zijn er verhoudingsgewijs meer witte dan zwarte jongeren die drugs verhandelen, maar Zwarten lopen een veel hoger risico gearresteerd te worden. Hoe meer politie, hoe meer arrestaties. Hoe meer arrestaties, hoe meer veronderstelde criminaliteit. Gevolg: nog meer politie, arrestaties en ‘criminaliteits’cijfers. Jonge mannelijke Zwarten lopen een twintig keer hoger risico gedood te worden door de politie – ook door zwarte agenten – dan witte leeftijdsgenoten. Zwarten riskeren verhoudingsgewijs veel vaker ter dood veroordeeld te worden dan Witten en eens op death row hebben ze een vier keer hogere kans geëxecuteerd te worden.

Alles, elk middel, ook opvoeding en wetenschap, werd ingezet om Zwarten eronder te houden. Het in Frankrijk bedachte intelligentiequotiënt, bedoeld om achterophinkende leerlingen vooruit te helpen, werd in de VS omgevormd tot een instrument dat de intellectuele minderwaardigheid moest aantonen van Zwarten, achtergestelde sociale klassen en immigranten. Dat gestandaardiseerde testen ‘minderheidsgroepen’ discrimineren die niet tot de standaardcultuur behoren, werd buiten beschouwing gelaten. Toelatingsproeven voor hogescholen, universiteiten en bedrijven houden geen rekening met sociaaleconomische ongelijkheid en verhuld institutioneel racisme. Zwarten zijn niet minderwaardig, ze kregen en krijgen minderwaardige kansen. De zogenaamde prestatiekloof is een kansenkloof.

Racistische cultuur

Kendi toont overtuigend aan dat de Amerikaanse cultuur doordrenkt is van racisme. Ook de literatuur en film. In The birth of a nation (1915) – de eerste film die in het Witte Huis werd vertoond – wordt een door een blanke gespeelde neger gelyncht omdat hij een witte vrouw verkracht zou hebben. Miljoenen Amerikanen zagen de prent en kregen het beeld mee van de seksbeluste, criminele neger. In de kaskraker Gone with the Wind (1939) zijn de slavenhouders nobel en bedachtzaam, terwijl negers afgeschilderd worden als lui en loyaal, gelukkige slaven, niet in staat tot vrijheid. De succesrijke televisiereeks Roots (1977) zit vol racistische ideeën over achterlijk Afrika, beschavende Amerikaanse slavernij en domme, afgestompte, tevreden slaven en losbandige slavinnen.

Vrijwel iedereen kent De (neger)hut van Oom Tom of heeft die antislavernij roman van Harriet Beecher Stowe gelezen. Uncle Tom’s Cabin; or, Life Among the Lowly (1852) werd meteen in vele talen vertaald. In 1852 als De hut van Onkel Tom: een slaven-geschiedenis (Gent, uitgeverij Hoste). Datzelfde jaar werd het in Nederland als toneelstuk opgevoerd en bezorgde ene Tante Mary (sic) een versie voor kinderen. De hut van Oom Tom wordt nog steeds met de regelmaat van een klok herdrukt (laatst in 2016 in een slordige vertaling bij Van Goor).

Het boek zou de houding tegenover slavernij ingrijpend veranderd hebben. Zeker, maar het populariseerde ook verschillende kwalijke stereotiepen over negers. De gemoedelijke mammy, brave ‘nikkertjes’ (pickaninnies) en Oom Tom als plichtbewuste dienaar, onveranderlijk trouw aan witte meesters. Hij zal als een zwarte Christus de opzichters die hem verraden hebben en vasthielden terwijl zijn meester hem doodsloeg vergiffenis schenken.

De vier volwassenen die in De hut van Oom Tom naar het noorden vluchten zijn mulatten, biraciale Zwarten. Ze zien er wit uit en gedragen zich wit, maar zitten tragisch gevangen in de restanten van hun zwartheid. Maar, vindt Stowe, ze verzetten zich ten minste, staan dus boven negers als Tom. In een conclusie aan het eind van haar roman (weggelaten of grondig herschreven in Nederlandse vertalingen) roept Stowe de kerk van de noordelijke Amerikaanse staten op om de vluchtelingen te ‘ontvangen in de geest van Christus, ze in een christelijk milieu en scholen op te voeden, en eens ze een beetje morele en intellectuele rijpheid bereikt hebben, ze te helpen bij hun terugkeer naar [Afrikaanse] kusten, waar ze de in Amerika geleerde lessen in de praktijk kunnen omzetten’. God, schrijft ze, ‘heeft een vluchtoord voorzien in Afrika’. Vul Liberia niet met ‘een onwetend, onervaren, half-barbaars ras, dat nog maar net bevrijd is uit de ketens van de slavernij’. Stowe’s oproep was een godsgeschenk voor de zieltogende American Colonization Society.

De hut van Oom Tom behandelt slavernij niet als een politiek maar als een individueel menselijk probleem, iets dat door christelijke liefde kon worden opgelost. Stowe aanvaardde de mogelijkheid van menswaardige slavernij.

Kleurenblind

Veel witte Amerikanen menen dat de VS ondertussen een kleurenblinde, postraciale maatschappij geworden is. Er zou niet meer gediscrimineerd worden, Zwarten beroepen zich daar alleen maar op om positiefgediscrimineerd te worden. Zeker, sommige Zwarten hebben raciale vooruitgang geboekt, maar voor de meeste Zwarten is alleen het racisme erop vooruitgegaan. Witte studenten hebben een meer dan vijf keer hogere kans om toegelaten te worden tot de beste colleges en universiteiten. Op elk niveau van het strafrecht, van wetgeving tot politiepraktijken, wordt gediscrimineerd. Zwarten worden in overtal gearresteerd en gestraft. Hoe lichter de huidkleur, hoe lichter de straf.

In 2005 blies orkaan Katrina het kleurenblinde dak van de VS. Wetenschappers en journalisten waarschuwden al jarenlang voor een ramp maar de bevoegde instanties hielden zich doof. Alsof het rampen-kapitalisme wachtte op een gelegenheid om New Orleans herop te bouwen en de al uitpuilende zakken verder te vullen. Journalisten waren in een mum van tijd ter plekke, terwijl de federale hulptroepen drie dagen nodig hadden. Ondertussen verspreidden sommige media gruwelverhalen over Zwarten die hun kinderen de keel oversneden en hulpverleners bekogelden.

Het racisme moge dan meer verhuld zijn, het beleid is dat geenszins. Zoiets valt af te lezen aan de vele raciale ongelijkheden, gaande van inkomen tot gezondheid. Ras moge dan een hersenschim zijn, de mensheid heeft er zich op zeer tastbare wijze rond georganiseerd. Het bestaan van rassen wegdenken in een racistische wereld is volgens Kendi even behoudsgezind en schadelijk als klassen wegdenken in een kapitalistische wereld – het laat de heersende rassen en klassen toe verder te heersen. Wil je racisme ongedaan maken dan moet je eerst en vooral de sociaaleconomische categorie ‘ras’ erkennen. Om institutioneel achtergestelde mensen gelijk te behandelen, moet je beginnen met ze verschillend te behandelen.

Racisme

Racistisch ideeën worden dixit Kendi niet geproduceerd door onwetende en haatdragende mensen met racistisch beleid tot gevolg. Het is andersom: racistische ideeën vloeien voort uit een racistische politiek in dienst van economisch, politiek en cultureel eigenbelang. Racistisch beleid produceert racistische ideeën om discriminatie, onderdrukking en uitbuiting te rechtvaardigen.

Het lijdt geen twijfel dat slavenhandelaars en slavenhouders baat hadden bij racistische opvattingen en ontmenselijking van hun slachtoffers. Maar dat racistische ideeën altijd en overal van bovenaf, intentioneel worden opgelegd, valt te betwijfelen. Mogelijk in de VS waar racisme als het ware werd geïmporteerd, al gaat Kendi er te gemakkelijk vanuit dat er zonder die inbreng geen sprake zou zijn geweest van racisme.

De term racisme is van relatief recente datum maar geringschatting, discriminatie, ontmenselijking en onderdrukking van Anderen is van alle tijden. In de vierde eeuw voor onze tijdrekening stelde Aristoteles dat Grieken superieur zijn aan alle andere volkeren. Mensen die in een warmer of kouder klimaat leefden dan het Griekse waren daardoor intellectueel, fysiek en moreel gedegenereerd. Afrikanen noemde hij ‘verbrande gezichten’. Of hoe de Griekse slavernijpraktijk en heerschappij over de westelijke Middellandse Zee filosofisch goedgepraat kon worden. Een kleine twintig eeuwen later maakten Turken in het gebied rond de Zwarte Zee Slaven buit om ze aan de meestbiedende West-Europeanen te verkopen. Dat is ook de oorsprong van ons woord ‘slaaf’. In de 15de eeuw trokken de Slaven forten op tegen de Turken. De handel verschoof geleidelijk naar Afrika. Slaven werden zwart. Portugezen, Spanjaarden en moslims die in de 17de eeuw streden om de heerschappij over winstgevende handelsroutes in grote West-Afrikaanse rijken, zagen en behandelden kleurlingen als inferieure wezens, bijna-beesten.

Laatdunkende en ontmenselijkende houdingen tegenover de Ander zijn van alle tijden en culturen. Sla er de joodse bijbel maar op na. Ook de West-Europese cultuur was ervan doordrenkt. Van William Shakespeare tot Immanuel Kant. Midden 17de eeuw noemde Robert Boyle, de vader van de Engelse scheikunde, een zwarte huid een lelijke misvorming van de normale witheid. Voltaire zei niet te weten of de neger van de aap, dan wel de aap van de neger afstamde. Linnaeus plaatste de ‘luie, trage en zorgeloze Zwarte’ onderaan zijn mensenladder. Alleen de Homo monstrosis monorchidei, de Zuid-Afrikaanse Hottentot, plaatste hij nog lager. John Locke twijfelde er niet aan dat West-Afrikaanse vrouwen met apen konden paren en hun kinderen konden baren. David Hume beweerde dat ‘een geleerd of beschaafd lijkende neger alleen maar een papegaai is die een paar woorden heeft leren napraten’. Ook Kant vond dat de mens zijn grootste perfectie had bereikt in het witte ras.

Door de evolutie die onze waarden sindsdien hebben ondergaan, kunnen we niet meer bevatten dat toen onze voorouders voor het eerst in contact kwamen met autochtone Amerikanen en Australiërs (‘roodhuiden’, ‘indianen’, ‘Aboriginals’) en Zwarten, ze dat vreemde wezens vonden en ze niet meteen als medemensen zagen, ja, bij vergelijking met zichzelf ‘on’menselijk achtten en daardoor ook onmenselijk mochten en konden behandelen. Teruggeplaatst in hun tijd waren deze houding en dit gedrag normaal; ze gehoorzaamden aan toen geldende normen. Vergelijk het met onze normaliteit van dieren eten, wezens die we vaak op beestachtige wijze kweken en slachten. Als je houdingen en gedrag uit andere tijden en culturen beoordeelt aan de hand van hedendaagse beschavingsnormen, kom je vanzelf uit bij afkeuring en veroordeling. Zo mis je niet alleen inzicht in het verleden maar ook in de onophoudelijke evolutie van menselijke waarden, normen en idealen; zo ga je voorbij aan geschiedenissen van normaliteit.

Blootstellen

De kiem van onverdraagzaamheid tegenover Anderen schuilt vermoedelijk in de gemeenschap waarin men geboren en getogen wordt: kerngezin, familie, wijk-, dorp- en leeftijdsgenoten, sportclub, sociale klasse. Buitenstaanders die er andere gewoonten op nahouden en/of uiterlijk afwijken, zijn vreemd. Vreemdelingen zijn ongewoon, ze verstoren onze vaak geconstipeerde gewoonten, bedreigen onze geborgenheid. Die verstoring en dreiging worden aan hen toegeschreven en het is tegen die projectie dat we ons te weer stellen. Parasiterende machthebbers spelen hier ideologisch op in, slaan er politieke munt uit.

Het is dus zaak om van jongs af met zoveel mogelijk Anderen – Zwart/Wit, vrouw/man, arm/rijk, homo/hetero, vreemdeling/vluchteling – in contact te komen, hen te ont-moeten, te ontdekken en te ervaren als medemens. Elke maatschappij die naam waardig moet dit mogelijk maken en bevorderen, elke vorm van segregatie ontmoedigen.

December 21, 2019 at 7:00 am 2 comments

GROENE MYTHEN (slot): NIETS DOEN?

 

Niets doen?

Als je het niet met haar strategie eens bent, ben je volgens Riofrancos een “do-nothing”, een demobilizerende fatalist die zich neerlegt bij de bestaande machtsverhoudingen in afwachting van de glorieuze dag waarop de revolutie uit de lucht zal vallen. Ze schrijft: “We weten nog niet hoe de politiek van de Green New Deal zal uitdraaien. We kunnen er echter zeker van zijn dat gelatenheid gehuld in realisme de beste manier is om de minst transformerende uitkomst te garanderen. Wachten op een steeds uitgesteld moment van revolutionaire breuk staat functioneel gelijk aan berusting.”

De redenering van Riofrancos doet me denken aan de grap van de man die zijn sleutel zoekt onder een straatlantaarn, niet omdat hij daar zijn sleutel verloren heeft is, maar omdat hij daar kan zien. Net als hij is Riofrancos op zoek naar een sleutel, in haar geval een die de deur zal openen naar een post-kapitalistische ecovriendelijke wereld, maar ze kan niets zien waar die zich bevindt – in het potentieel van een globale revolutie – en dus kijkt ze onder het felle licht van holle reformistische beloften. Want daar kan ze alvast ‘iets’ doen.

En inderdaad, “een revolutie is niet aan de horizon”, zoals ze Bernes citeert. Maar de barsten worden steeds talrijker. Overal spenderen regeringen om het kapitaal te ondersteunen en leggen ze bezuinigingen op aan de rest van ons, omdat het accumulatieproces hen dat dikteert. In de afgelopen maanden braken opstanden uit in het Midden Oosten en Latijns Amerika, massale bewegingen die niet gedreven werden door nationalisme of religieuze, etnische en raciale verschillen maar door gemeenschappelijke menselijke noden, wil om te leven, verlangen naar een betere wereld. Hong Kongers rebelleren al maanden tegen staatsgeweld; in China zijn de stakingen haast niet te tellen en leidde verzet tegen vervuiling tot massabewegingen. In De VS verspreidde de lerarenstaking zich van staat tot staat. In Frankrijk zagen we de beweging van de ‘gele hesjes’ en vandaag het massale verzet tegen de geplande pensioen-bezuinigingen. Dit zijn maar enkele voorbeelden van de barsten die dit jaar in de wereldorde verschenen, indicaties van een brede onvrede, een groeiend conflict tussen de menselijke noden en de noden van de kapitaalaccumulatie.

Santiago de Chile, 25 oktober

Om dergelijke bewegingen te beheersen, gebruiken staten, ongeacht of ze door links of door rechts geregeerd worden, reformistische beloften en gewelddadige repressie, in verschillende combinaties (het was trouwens niet anders tijdens de New Deal, noch zou het onder een Green New Deal). Repressie werkt niet altijd, het kan olie op het vuur gooien. Maar reformistische beloften kunnen olie op stormachtig water zijn. Ze zijn effectiever om een beweging te beëindigen of de energie ervan op te nemen in de politieke infrastructuur van de kapitalistische samenleving. Maar alleen als ze worden geloofd. Hen helpen geloofwaardig te maken is wat de ecosocialisten doen met hun kritische steun.

Klimaatverandering is niet de enige uitdaging waar de kapitalistische wereld voor staat. Haar ekonomie is gevangen in een diepe structurele krisis; het risiko van een instorting is reëel. Massale geldcreatie kan het uur van de afrekening niet eindeloos uitstellen. Hoe langer het dat kan, hoe slechter voor het milieu. Voor de ecologische gezondheid van de planeet zou een scherpe wereldwijde depressie het beste zijn wat er kan gebeuren, zolang de kapitalistische grondregels van kracht zijn.

 

Voor ons mensen is dat scenario minder aanlokkelijk. We kunnen alleen maar hopen dat de ellende die ermee gepaard zou gaan de geboortepijn van een nieuwe wereld zou blijken. Maar het cruciale obstakel daarvoor is nationalisme en het geloof in de democratische staat dat ook door links gepropageerd wordt.

Dat er reele verschillen bestaan tussen de politieke partijen is niet te ontkennen. Maar al hun meningsverschillen gaan over hoe dit systeem het best bestuurd kan worden. Wat we echter dringend nodig hebben is niet zozeer een beter management van dit systeem dan wel de vervanging ervan door een sociale orde op basis van totaal andere fundamenten. Een menselijke gemeenschap in plaats van een maatschappij waarin we allen gedoemd zijn om konkurrenten te zijn ook al gaan we eraan kapot.

Als de GND de wet zou worden, zou dat de klimaatkrisis kunnen vertragen, althans in de VS, maar ten koste van een versnelling van de ekonomische krisis. Als de klimaatontkennende tegenstanders van de GND het beleid bepalen, zou een ekonomische/financiële instorting misschien langer kunnen worden uitgesteld, maar ten koste van een versnelling van de klimaatkrisis. Diverse compromissen tussen die uitersten en dus combinaties van die scenario’s zijn waarschijnlijker. Maar geen van hen kan ons een verdieping van de crisis besparen, alleen de specifieke verschijningsvorm zou verschillen.

Gezien die context is het niet onredelijk om te verwachten dat de barsten in het systeem zich gaan vermenigvuldigen en verbreden. Barsten in het vermogen van de regeerders om te regeren, en in de bereidheid van de geregeerden om geregeerd te worden. Barsten die ruimte openen voor opstanden die groeien in omvang en aantal, die elkaar beïnvloeden en inspireren om de doelpalen te verplaatsen. Bewegingen die uit de strijdervaring leren dat de wet aan de kant van het kapitaal staat, dat de sociale ruimte kan veroverd worden. De overgrote meerderheid van de bevolking heeft geen enkel belang bij het voortbestaan van het kapitalisme. Integendeel, het is een doodsbedreiging. Maar we hangen eraan vast door vervreemding en gewoonten, door de ideologische modder der eeuwen en vooral omdat we geen alternatief zien. Het systeem lijkt te sterk, te diep ingeplant ook in de denkpatronen van de mensen. Maar dat geloof begint te wankelen als de konflikten tussen levensdrang en winstdwang toenemen en uitgebuitenen hun vermogen ontdekken om zich te organiseren, om niet-uitbuitende sociale relaties te creëren, om de winstdwang opzij te schuiven. Dan is de plaats waar we onze sleutel verloren misschien niet meer zo moeilijk te zien.


Zij die het verband begrijpen tussen de klimaatkrisis, de ekonomische krisis en alle andere krises die daarmee samenhangen (inclusief geestelijke gezondheid) en de destructieve inherente logica van het kapitalisme kunnen niet op hun handen blijven zitten. In plaats van niets te doen en te wachten op revolutie moeten ze spreken, zelfs als hun stem beeft; ze moeten de echte keuzes duidelijk verwoorden en de valse, op illusies gesteunde keuzes ontmaskeren. Ze moeten deelnemen aan de bewegingen wiens impliciete dynamiek de kapitalistische logica in vraag stelt. Hun stem moet gehoord worden, want de stemmen van de reformisten zullen luid zijn, van degenen die beweren dat de barsten kunnen worden gelijmd, dat zij de oplossingen hebben die tegemoet komen aan de verlangens van de uitgebuiten zonder aan het uitbuitingssysteem te raken.

Maar het is waar, de plaats waar de sleutel ligt is nog steeds donker. Het is te begrijpen waarom vele mensen in links een tegenkracht zien voor de haatzaaiende en klimaatontkennende politiek van rechts, en waarom velen in populistisch rechts een tegenkracht zien voor het globalistische establishment dat Jan met de pet vertrappelt en veracht. De mythe van de democratische staat die de wil van het volk belichaamt, sluit beide kampen op, waardoor het lijkt alsof er buiten dat kader niets mogelijk is. Dat is de kracht van de mythe, dat het alle spanningen kan absorberen en reduceren tot een demokratisch spel dat nooit over meer kan gaan dan management van een systeem dat zijn eigen interne wetten volgt. Dat zien we vandaag in de VS waar impeachment en de verkiezingscampagnes alle politieke energie opslorpen en in het VK met brexit.

Als je buiten dat kader kijkt noemen ze je ‘een overjaarse anarchist’, een dromer, een utopist. Maar is het niet eerder utopisch om te denken dat de barsten altijd zullen gelijmd kunnen worden, dat dit krankzinnige systeem met zijn onstuitbare winst- en dus groeidrift voor altijd kan blijven bestaan?

Tom Ronse

Vorige aflevering in deze serie

 

 

 

 

December 10, 2019 at 10:47 pm Leave a comment

GROENE MYTHEN (5)

Alle illustraties bij deze aflevering zijn van de Spaanse beeldhouwer Isaac Cordal. De bovenstaande is getiteld: “Politicians discussing global warming”.

Een anti-kritiek

 

Een antwoord aan Bernes en andere radikale GND-kritici kwam van Thea Riofrancos. Zij is een leidende figuur in de DSA (Democratic Socialists of America), een snelgroeiende linkse organisatie die “kritische steunverleent aan Bernie Sanders, de linkerzijde van de Democraten en de GND. Riofrancos is lid van de stuurgroep van de Ecosocialist Working Group van de DSA. In haar essay Plan, Mood, Battlefield – Reflections on the Green New Deal,” schrijft ze:

“De centrale ambivalentie die door de linkse kritieken van de Green New Deal loopt, is de vraag of het plan te radikaal is of integendeel niet radikaal genoeg.” Volgens haar kan het niet beiden zijn. Aan de ene kant beweren de kritici dat de GND politiek niet haalbaar is omdat het kapitaal het plan nooit zou accepteren, aan de andere kant zeggen ze dat het veel te zwak is om zijn doel te bereiken. Maar, zo werpt Riofrancos tegen, als het zo zwak is, “is het moeilijk om zich voor te stellen waarom het politieke systeem bezwaar zou maken tegen zulk mild reformisme, vooral gezien de enorme legitimatie-effecten die het zou scoren door de schijn te wekken van serieuze actie te ondernemen inzake het klimaat.”

Maar deze kritieken sluiten elkaar niet uit. De GND is inderdaad te radikaal, onaanvaardbaar voor het kapitaal omdat ze te veel devalorisatie impliceert, en tegelijkertijd is ze te beperkt, te groeigericht om de opwarming van de planeet tegen te houden.

Riofrancos is beduidend optimistischer dan Bernes over de huidige stand van de milieuvriendelijke technologie en de hoeveelheid landmassa die hernieuwbare energiebronnen zouden vereisen. Toch erkent ze vele van de obstakels waar Bernes en anderen op wijzen en is ze kritisch over het productivisme en nationalisme van de GND. Gelooft ze dat de doelstellingen van de GND echt haalbaar zijn? Dat verklapt ze niet. Maar het lijkt erop dat ze dat niet doet. Ze schrijft: “de grondoorzaken van de klimaatkrisis – winstgerichte concurrentie, eindeloze groei, uitbuiting van mens en natuur en imperialistische expansie – kunnen niet ook de oplossing voor de klimaatkrisis zijn”. En het is duidelijk dat de GND niets doet aan die grondoorzaken. Maar volgens haar kan de politiek van de Green New Deal worden geradikaliseerd voorbij haar huidige beperkingen. Daarom moeten we ze “kritisch ondersteunen, de politieke opening van de Green New Deal omarmen en tegelijkertijd een aantal van haar specifieke elementen betwisten, duwen tegen haar beperkingen en zo de horizon van wat politiek mogelijk is verruimen”. … En: “… door het vehikel van de amorfe Green New Deal, zouden linkse krachten deze drie taken kunnen vervullen “(…)” de discussie verleggen, politieke wil verzamelen en de hoogdringendheid van de klimaatkrisis onderstrepen. “

Maar het zijn de feiten zelf die de hoogdringendheid onderstrepen. Wat de GND doet, is een oplossing aanreiken die er geen is. De GND zegt, technologie en goed bestuur, aangewakkerd door activisme, kunnen ons redden maar dat kunnen ze niet zolang de grondoorzaken van de klimaatkrisis onaangetast blijven.

Waarom denkt Riofrancos dat de GND in die mate kan worden geradikaliseerd dat ze de echte oorzaak van de klimaatkrisis gaat aanpakken? Omdat ze gelooft dat “kreatieve experimenten met beleid en instellingen”, in combinatie met extra-parlementaire druk zoals de scholierenbeweging voor het klimaat, dit beetje bij beetje kunnen bereiken. De voorbeelden die ze geeft van de stappen in die richting zijn nogal mager. New York, misschien wel de rijkste stad ter wereld, heeft een plan aangenomen om de uitstoot van gebouwen te beperken. De KP-regering in Kerala en gemeenten in Spanje knutselden met instellingen. Dat is het. Maar het fundamentele meningsverschil hier gaat niet over haar tekort aan voorbeelden van creatief bestuur. Het gaat over de aard van de staat.

 

Wiens staat?

De staat is geen monoliet; het kapitaal is dat ook niet “, schrijft Riofrancos, “en deze twee feiten houden verband met elkaar.” Kapitalisten concurreren met elkaar, ze hebben tegenstrijdige belangen. Ze concurreren ook over de staat en haar beleid. “Inzicht in de standpunten van specifieke bedrijven en de verschillende fracties van het kapitaal is een voorwaarde voor het ontwikkelen van een strategische oriëntatie die een geloofwaardige bedreiging vormt voor de winstdwang”, stelt ze. “Men kan zich gemakkelijk voorstellen dat sommige sectoren voorstander zijn van aspecten van de Green New Deal (” clean tech”), terwijl andere er tegen werken (de industrie van fossiele brandstoffen).”

Ja, dat kunnen we ons voorstellen, maar we kunnen ons niet voorstellen dat de specifieke belangen van de eerste meer invloed op de staat zouden kunnen hebben dan die van de laatste. Wat nog belangrijker is, alle sectoren hebben meer gemeen dan wat hen scheidt. Ze hebben hun specifieke belangen, maar hun gemeenschappelijk belang in het behoud van hun systeem overtroeft die allemaal. Riofrancos stelt dat “concurrentie tussen de fracties van de heersende klasse soms strategische openingen biedt om populaire macht uit te oefenen”. Dat klopt maar alleen als die populaire macht de wereldwijde belangen van de heersende klasse niet bedreigt. Als “populaire macht” een bedreiging zou vormen voor wat Riofrancos erkent als zijnde de oorzaak van klimaatverandering, de kapitalistische productiewijze zelf, dan zou de hele heersende klasse, inclusief “clean tech”, de rangen sluiten om ze te bestrijden.

Maar kan de staat alleen kapitalistisch zijn? Op deze vraag is het impliciete antwoord van Riofrancos nee. Voor haar kan het een strijdtoneel zijn, waar de belangen van verschillende klassen tegenover staan, waar antikapitalistisch beleid kan winnen, op voorwaarde dat er voldoende druk is van radikale democratische basisbewegingen.

Volgens Bernes volgen ecosocialisten zoals Riofrancos die de GND steunen het recept van Trotski’s ‘overgangsprogramma’, d.w.z. eisen stellen aan het kapitalistische systeem waaraan het niet tegemoet kan komen, zodat de beweging voor deze eisen zich tegen het systeem keert. Bernes verwerpt deze strategie, met het argument dat instellingen die erop zijn gericht om binnen het systeem te werken om het te verbeteren, geen instrumenten kunnen worden om het omver te werpen omdat “instellingen enorm inerte structuren zijn”. Dat is een zwak argument. Het probleem met deze instellingen (politieke partijen, vakbonden, NGO’s, enz.) Is niet hun inertie als zodanig, maar het proces waardoor zij, via hun directe of indirecte deelname aan de staatspolitiek, zelf deel gaan uitmaken van de staat, van de politieke infrastructuur van het kapitalisme .

Bernes zelf is niet al te duidelijk over de aard van de staat. In een passage over de originele New Deal (van FDR in de jaren 1930) schrijft hij: “De staat was nodig als katalysator en bemiddelaar die het juiste evenwicht vaststelde tussen winst en loon, voornamelijk door de positie van de arbeid te versterken en die van het bedrijfsleven te verzwakken.” Afgezien van het feit dat hij lijkt te denken dat de Grote Depressie slechts een probleem van onderconsumptie was, schetst hij een beeld van een staat die boven de ekonomie staat en bemiddelt tussen de uiteenlopende klassenbelangen. Net als Riofrancos scheidt hij het politieke van het ekonomische. In het laatste regeert het kapitaal, maar het eerste, de demokratische staat, is een neutraal voertuig. Het roer is nu in handen van kapitaal, maar in de visie van Riofrancos kan het worden veroverd of op zijn minst voldoende worden bijgestuurd om het kapitaal te dwingen af te wijken van zijn immanente koers.

De demokratische staat in deze visie is een ideale vorm die op zich leeg is en dus plaats biedt aan concurrerende sociale belangen. De reformistische strategie bestaat erin om die vorm te vullen met de inhoud van een echte meerderheid zonder de verstorende invloeden van geld en klasse en bevrijd van de vooroordelen van ras, geslacht, enz. Maar de staat is niet alleen een vorm waarvan de inhoud wordt ingevuld door degenen die ze controleren, ze is kapitaal in zijn politieke manier van zijn. Ze is een essentieel onderdeel van de productiewijze en dus van het uitbuitings- en accumulatieproces. Ze is niet kapitalistisch omdat kapitalisten haar dominante posities innemen, ze is kapitalistisch omdat haar vorm zelf, inclusief haar democratische instellingen, een integraal onderdeel is van de reproductie van het kapitaal. Daarom kan ze niet worden veroverd en gebruikt worden voor andere doeleinden, ongeacht hoeveel druk er uitgaat van van basisbewegingen.

De functie van de staat is om ervoor te zorgen dat aan de voorwaarden voor exploitatie en accumulatie, inclusief het respect voor contract, wet en orde, wordt voldaan. Ze kan soms tegen de belangen van sommige kapitalisten of zelfs sectoren ingaan maar ze is altijd gericht op de verdediging van het nationale belang, dat wil zeggen het belang van het nationale kapitaal. Aangezien de klimaatkrisis zeker zal verergeren, is het niet ondenkbaar dat het Amerikaanse Congres sommige van de in het GND-plan voorgestelde maatregelen zou aannemen, ten voordeel van ‘clean tech’ en ten koste van fossiele brandstoffen. Voor Riofrancos zou dat vermoedelijk een overwinning zijn, een stap in de goede richting . Maar het zou ons geen stap dichter brengen bij het beëindigen van het winstgedreven concurrentiesysteem dat de mensheid dit waanzinnige, destructieve accumulatieproces oplegt. Wel zou het de valse hoop versterken dat het systeem zichzelf kan corrigeren en onze problemen kan oplossen, dat uitbuiters en uitgebuitenen zich in hetzelfde schuitje bevinden, hetzelfde nationale belang delen.

“De Green New Deal biedt geen voorverpakte oplossing”, zo besluit Riofrancos haar artikel, “ze opent een nieuw politiek terrein. Let’s seize it -laten we het grijpen. “

Of toch maar niet. Want dat terrein is niet van ons en kan het nooit worden.

 

Tom Ronse

MORGEN HET SLOT: DAN MAAR NIETS DOEN ?

December 8, 2019 at 9:13 am Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,731 other followers