Author Archive

GODDELIJK

door Gie van den Berghe

Zonder ongelukken blijven de meeste mensen leven tot er vanzelf een einde aan komt. Dat kan maar hoeft niet te betekenen dat hun leven voldoende bevrediging biedt of genoeg laat verhopen. Wie er bewust heeft over nagedacht, kiest voor het leven ook al blijft de zin van vrijwel elk mensenleven beperkt tot een relatief kleine mensenkring. In het licht van de eeuwigheid hadden u en ik net zo goed niet kunnen bestaan.

Trek je deze gedachtegang door, vraag je naar zin en betekenis van het bestaan van homo sapiens, dan wordt objectief oordelen nog moeilijker. Vrijwel niemand kan het besef toelaten dat de Aarde beter af was geweest zonder mensensoort die eenieders biotoop verpest. De denkoefening loopt dood als je de balans probeert op te maken van wat homo sapiens aan positiefs en negatiefs heeft bijgedragen. Bijgedragen aan wat en vanuit welk gezichtspunt?
We kunnen de mensheid, haar betekenis, prestaties en tekortkomingen dus niet anders evalueren dan vanuit het eigen, soort-, mensgebonden perspectief. Humanisme in het kwadraat.

God ziet u

Giacomo Sartori (°1958), een Italiaans bodemdeskundige en schrijver, hanteert in zijn zevende roman, Sono Dio (Ik ben God), een metastandpunt: dat van god. God werd aan het denken gezet toen zijn oog op Daphne viel, een opgeschoten atheïste die beroepsmatig tot aan de ellenboog in de aars van koeien zit om aangelengd stierensperma in te brengen; als hobby kruisbeelden steelt om er zich in haar haard aan te verwarmen; volgens god seksverslaafd is en op de koop toe de website van het Vaticaan probeert te kraken om alle bankgeheimen en pedofiliedossiers te openbaren.

Choqueren doet het god niet, hij heeft wel erger meegemaakt: vierendeling, kruistochten, genocide – om maar iets te noemen. Maar hij is wel op slag verliefd op het schepsel. Het slaat hem met verstomming, maar hij heeft zich nooit eerder zo goddelijk en opgewonden gevoeld, erectie inbegrepen. Behoorlijk in de war begint hij – want ja, god is een stereotiepe hij – te denken en te schrijven, met dit dagboek als resultaat.

Daphne werd door Sartori vermoedelijk vernoemd naar die bosnimf uit de Griekse mythologie die werd achternagezeten door de god Apollo. Die had Eros een slecht boogschutter genoemd en de liefdesgod had zich gewroken door Apollo te treffen met een goud gepunte liefdespijl en Daphne met loden exemplaar. Apollo werd tot over de oren verliefd op Daphne en zij kon dat met geen mogelijkheid beantwoorden. Ten einde raad veranderde haar moeder haar in een laurierboom (‘daphne’ in het Grieks), een boom die Apollo tot het einde der tijden aanbad.

Apollo en Daphne door Jan Broekhorst (circa 1640)

Bij een zoveelste one night stand van de aardse Daphne overweegt god om het hart van haar sekspartner stop te zetten of hem door een tractor te laten verpletteren. Even voelt god de opwinding van de doder maar hij laat het daarbij. Overdreven geweld heeft hem nooit aangesproken, wat de bijbel – ‘een van de meest onbetrouwbare en misleidende verhalenbundels ooit’ – daar ook mag over beweren. Goed, hij heeft een paar keer zijn verstand verloren, maar dat waren uitzonderingen en die bevestigen, zoals dat heet, de regel.

Het daagt god dat voelen en denken onnodige kwalen zijn. Tot dan had hij perfect zonder gekund. Alleen daardoor kon hij eeuwenlang sereen en onpartijdig blijven. Niemand bevoor- of benadelen. Nooit tussenkomen, een kwestie van beroepsernst. Doet iemand er te lang over om een vreselijke dood te sterven dan is dat niet anders. Sentimentaliteit is uit den boze.

De rede is een overbodige luxe. Neem de schepping. Anders dan de bijbel het wil was dat geen weloverwogen daad, maar iets dat hem, god, overkwam. Uit het niets begon hij te scheppen. Hij was niet te houden, schiep en schiep. Het had op totale chaos kunnen uitdraaien. Maar zie, de hele creatie is harmonieus, ja esthetisch verantwoord. Krijg dat maar eens uitgelegd! Mensen konden niet anders dan de natuur bewonderen. Niet één vermoeide filosoof – en zo zijn er veel – heeft ooit beweerd dat de aarde afstotelijk of de natuur vreselijk is, geen enkele bioloog heeft ooit gezegd dat het dieren- of plantenrijk overgedaan moest worden. Niet niks, want mensen behagen is beslist geen sinecure. Ze aanbaden en vergoddelijkten de natuur, deden er behoorlijk lang over om zijn bestaan te ontdekken. Nu ja, beter laat dan nooit.

Na nog een eeuwigheid kregen mensen door dat de Aarde een onooglijk planeetje is dat rond een kleine ster draait in een kleine melkweg die met veel fantasie dé Melkweg wordt genoemd. Al gauw kwamen ze met een nieuwe theorie aanzetten, de Big Bang, alsof een universum uit zichzelf kan ontstaan. Voor dergelijke traagheid van geest moet je als Alwetende flink wat geduld opbrengen.

Geen evenbeeld

Sartori’s god is een mensenhater. Volgens hem besteden ze het grootste deel van hun tijd en energie aan achterhouden, voorwenden en misleiden. Charlatanisme zit hen in het bloed. Zoals nachtegalen geboren zijn om te zingen en kangoeroes om te springen. Mensen zijn lompe seksmaniakken met een onweerstaanbare neiging tot bijgeloof en fanatisme, wat steevast uitmondt in beestachtige daden en wederzijdse uitroeiing. Zonder mens geen kindermoord, oorlog of genocide. Het kwaad zit ze in het DNA. ‘Niet één nijlpaard werd een seriemoordenaar, geen enkele ijsbeer achtte zich superieur aan de bruine beer, niet één koe heeft ooit overwogen om soortgenoten met een iets andere neus te vergassen en te verbranden’. Of neem mensenkoppels. Ooit een koppel pinguïns elkaar de huid zien volschelden omwille van een schoonmoeder of nagelschaartje?! En dat voor een soort die dweept met liefdesliederen en zichzelf superieur acht aan alle andere dieren.

Tussenkomen heeft ook geen zin. Mensen houden van onrechtvaardigheden. Mocht god alle bestaande wreedheden ongedaan maken, dan zouden ze hun hersenen pijnigen om nog verschrikkelijkere te vinden. Je kunt van een nijlpaard niet verwachten dat het koorddanst of van een giraffe dat ze vliegt. Mocht god kunnen herbeginnen dan zou hij de mens niet meer in roulatie brengen, of in elk geval zijn libido drastisch verminderen of tot een bronsttijd beperken. Met heel wat minder mensen als bijkomend voordeel.

Uitverkoren

Evolutietheorie of niet, mensen gaan ervan uit dat ze superieur zijn en dat god hen boven alle andere dieren verkiest. Ze verlagen hem tot een dienstknecht die niet beter te doen heeft dan hun onbetekenende gezichtspunten, verlangens en smarten begrijpen. Jezus, die zogenaamde zoon van hem, heeft dergelijke waanideeën versterkt. Theologen hebben zoveel theorieën gespuid over de onbevlekte ontvangenis dat god de vader sterk twijfelt aan dat vaderschap. Er zijn zoveel gekken die rondbazuinen dat ze god zijn. Eén iets staat vast: mocht die uitgemergelde hippie in deze godvergeten tijd terugkeren dan zou hij geen zoon zijn maar een overtuigd terrorist.

Een categorie mensen vernedert hem niet maar ontkent zijn bestaan. Fundamentalisten die denken dat de wetenschap alles kan verklaren, ook de behoefte aan god en andere drugs, ja zelfs de oorsprong van leven. Ze schaften god en zijn rituelen af om ze meteen te vervangen door superstars, sportmanifestaties, muziekfestivals en consumentisme. Ze doen maar. Hij heeft iedereen altijd maximale vrijheid gegund. Waarom anders een Laatste Oordeel organiseren?

Het hele gedoe is soms best onderhoudend. Niet dat god amusement behoeft, maar deze clowns zijn zo vol van zichzelf, zo immoreel en onvoorspelbaar dat je eraan vastzit als aan de met leegte volgepropte televisieprogramma’s.

Mensen hebben twee voordelen op hem: stukje bij beetje vergeten ze alles en ze zijn sterfelijk, die meest radicale soort van vergeten. Ze hebben grote moeite met die eindigheid, terwijl een kind begrijpt dat een mensenleven maar de moeite loont omdàt er een eind aan komt. Misschien had hij hun levenscyclus anders moeten inrichten. Oud geboren, jong gedaan. Een evolutie van grijsaard naar volwassene, adolescent, zorgeloos kind, onwetend embryo. Versmelten met het niets. Minder leed, minder spijt, almaar gezonder en onwetender! [NOOT: Dit herinnert aan The curious case of Benjamin Britten (F. Scott Fitzgerald, 1921) in 2008 verfilmd door David Fincher.]

Hoogste hemel

Verliefd als hij is, begint god de mens iets beter te begrijpen. Even overweegt hij te incarneren als mens. Geen vleesgeworden god maar een feilbaar schepsel. Een tweevoeter die altijd angstig of ongelukkig is om peulschillen, altijd hongerig, dorstig of slaperig. God wil sterveling worden. Zeker, mens-zijn is een ellendige, middelmatige conditie, soms brutaliserend en dehumaniserend, maar ook romantisch. Hij wil het toch even aan den lijve  ondervinden. Ook die voor mensen zo belangrijke seksuele stimuli. Dronken worden van alle voortreffelijke wijn, bier, geestrijke drank en elixirs samen. Niet meer alleen zijn. Daphne als mens verleiden, haar vooral niet laten merken wie hij werkelijk is. De atheïste zou hem toch niet geloven.
God raakt over zijn toeren. Om te kalmeren plaatst hij enkele miljarden lichtjaren tussen hem en de aarde om als vanouds te genieten van de ontelbare melkwegstelsels die hij geschapen heeft. Terug goddelijkheid smaken. Afstand nemen van de mens, één van de tien miljoen diersoorten die hij op de wereld heeft gezet. Hij heeft de mens niet nodig. En Daphne? Wat hem betreft kan ze gefolterd of van achteren gepakt worden door een neushoorn, het maakt hem niet meer uit.

God is niet kwaad of razend, dat is beneden zijn waardigheid. Hij is ontgoocheld. Mensen hebben hem altijd al teleurgesteld. Oneindig goed als hij is, bleef hij het aankijken. Maar nu is het welletjes geweest. Ze gaan de weg op van dinosauriërs en mammoets. Ecologisch gezien is de mens uitroeien trouwens een goede daad. Goed, ze doen er zelf alles aan om dat te bewerkstelligen, maar het blijft maar duren, misschien kunnen ze een zetje gebruiken. Een ongeneeslijke epidemische ziekte of die Amerikaanse president even extra prikkelen om een kernoorlog te ontketenen. Maar toch beter van niet. Mensen geen excuus geven, ze verder hun eigen graf laten delven. Laat ze maar meedogenloos de Aarde uitputten en zich in slaap sussen met petities voor bijna uitgestorven soorten en te late milieuconferenties. Zelfs hij, de Almachtige, kan de catastrofe niet meer voorkomen. Dan nog maar eens scheppen? Geen sprake van! Hij heeft genoeg gezien.

Sartori’s knap gecomponeerde roman over een god die zijn schepper veroordeelt, zit boordevol filosofische en morele vraagstukken, knappe metaforen, zwarte humor en geestige terzijdes. Het boek verdient een plaats naast Voltaire’s Candide, ou l’Optimisme (1759) en het minder bekende maar even briljante toneelstuk van Oskar Panizza, Het liefdesconcilie (1894 – zie hierover: http://www.serendib.be/artikels/hemelbestormer.htm).

Affiche voor ‘Het Liefdesconcilie’ in de Rotterdamse Schouwburg

 

Giacomo Sartori – I am God. A novel, New York, Restless books, 2019, 208 blz. uit het Italiaans vertaald door Frederika Randall

https://restlessbooks.org/bookstore/i-am-god

 

July 6, 2019 at 6:30 am Leave a comment

ALS DE DOOD VOOR STERVEN

Tomas Ronse:  Rusthuis serie (2007)  Rene

door Gie van den Berghe

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Barbara Ehrenreich (°1941) werd bij het grote publiek bekend met De achterkant van de Amerikaanse droom (2005, oorspronkelijk Nickel and Dimed, 2001). Daarin deed ze verslag van drie maand undercoverwerk als serveerster, verpleegster en vakkenvulster, kwestie van de wereld van de slecht betaalden te doorgronden. Blijkt dat mensen die Amerikanen bedienen in supermarkten, drankgelegenheden, restaurants en ziekenhuizen – vaak zwarten – met geen mogelijkheid kunnen deelnemen aan het consumptiefestijn en vaak een precair leven leiden.

Barbara Ehrenreich

 

Werk genoeg, maar doorgaans zo slecht betaald dat je er niet behoorlijk kan van leven. Gevestigde kranten als The New York Times en The Washington Post besteden weinig aandacht aan de verholen armoede, haaks als die staat op de ronkende reclames voor allerhande luxeproducten. Daarom richtte Ehrenreich in 2012 het Economic Hardship Reporting Project op (http://economichardship.org), bedoeld voor undercover journalistiek die maatschappelijke ongelijkheid en onrechtvaardigheid blootlegt.

In haar recentste boek, Natural causes: An epidemic of wellness, the certainty of dying, and killing ourselves to live longer, pakt Ehrenreich – die ooit promoveerde in de immunologie – de gezondheidsgekte en geneeskunde aan.

De confronterende Nederlandse titel, Oud genoeg om dood te gaan, sprak me direct aan. Het 74 jaar oude lichaam dat ik ben is versleten, zit vol mankementen en pijn. Geneeskundigen zitten met de handen in het haar en loodsen me van de ene onwaarschijnlijke tot zotte diagnose (‘het zit allemaal in uw hoofd’) naar het andere lapmiddel. Dus ja, oud genoeg om dood te gaan. Gedaan met geloop, wachtzalen, pillen, placebo’s en panacees. Aanvaarden dat leven opgeleefd wordt, geen beroep meer doen op een geneeskunde die niet genezen kan, wat niet te genezen valt. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het voelt aan als een op de lange baan geschoven zelfdoding. Dat vergt moed. Je bent ook niet alleen op de wereld. Je geeft om anderen, anderen geven om jou. Zolang er gegeven kan worden. En er is nog zoveel te beleven en te doen. Zoals dit boek lezen en aan jullie kenbaar maken.

 

Stervelingen

We komen blètend ter wereld en verlaten hem zelden met een glimlach op de lippen. Alleen hardleerse gelovigen zijn ervan overtuigd dat er na de dood leven is, een hiernamaals waar alles gelukzalig is. Ze sterven om herboren te worden. Maar niet iedereen kan of wil troost putten uit de gedachte dat er na een leven van ontzegging, ontbering, gehoorzaamheid en boete (het smalle pad uit de Jezus’ Bergrede) een hemel opengaat.

In de voorbije decennia is de ouderdomsgrens in het noordelijk halfrond flink opgeschoven. Gerontologen hebben het over jonge ouden – fysiek en mentaal gezond – en oude ouden. Maar de helft van alle 85-jarigen is of wordt dement. En dat in een overbevolkte en mede daardoor almaar onleefbaarder wereld. Toch wordt er ijverig gezocht naar levensverlenging en worden bedenkelijke levens ‘gered’. Begin dit jaar mocht in Japan een in leven gehouden prematuurtje van 268 gram na een half jaar het ziekenhuis verlaten.

Als leven heilig is, een godsgeschenk, dan zijn sterven en dood taboe. Geen abortus, geen euthanasie, geen (hulp bij) zelfdoding. Palliatief lijden en afzien, hoe voltooid en verdoofd het overleven ook is. Voortijdig sterven mag enkel en alleen voor het Vaderland.

 

De ziekte-industrie

De gezondheidszorg, schrijft Ehrenreich, is veranderd van een vorm van huisnijverheid in een industrie die een gezond en lang leven belooft. Ouder worden en doodgaan worden niet langer gezien of ervaren als doodnormale fases in een levenscyclus, maar als een soort ziektes, behandelbaar en wel. Je mag niet zomaar dood gaan. Alles wordt in het werk gesteld om je te ‘redden’. Ook wie duidelijk heeft gemaakt dat hij of zij in bepaalde omstandigheden op een natuurlijke, niet-gemedicaliseerde manier wil sterven, komt vaak nog ‘aan slangen en snoeren op de afdeling intensive care’ terecht. Sommige Amerikaanse artsen die weten dat die intensieve zorg ‘eerder tot gebreken dan tot een verbeterde gezondheid leidt’, hebben een tatoeage laten zetten die duidelijk maakt dat ze onder geen beding gereanimeerd willen worden. Het stervensproces, schrijft Ehrenreich, werd gemedicaliseerd en verlengd zonder dat er veel veranderde aan het ouderdomsproces. En dat blijft voor velen lang, onaangenaam, lastig, smerig en eenzaam.

 

Op sterven na

Als immunologe weet Ehrenreich dat het lichaam geen geoliede machine is ‘maar een plaats waar op celniveau een onophoudelijke strijd woedt die, tenminste in alle ons bekende gevallen, eindigt in de dood’. Kanker bijvoorbeeld – die ze zelf overwonnen heeft – is ‘een opstand van een groepje cellen tegen het organisme’. Je mag nog zo goed letten op je levensstijl, calorieën tellen, eindeloos fitnessen, niet roken, geen alcohol drinken, geen vlees eten – op den duur kunnen immuuncellen die het lichaam beschermen er zich tegen keren. Bij de voortdurende vernieuwing van immuuncellen treden met het verstrijken der jaren meer en meer foutjes op. Ehrenreich verwijst hiervoor naar de volgens haar alom geaccepteerde theorie van Claudio Franceschi, maar bij nazicht van enkele van diens publicaties blijkt een en ander toch iets ingewikkelder in elkaar te zitten.

Toen Ehrenreich met het klimmen der jaren ‘geleidelijk aan tot de conclusie kwam dat [ze] oud genoeg was om dood te gaan, besloot ze dat ze tevens oud genoeg was om geen pijn, ‘ongemak of verveling meer te doorstaan ten gunste van een langere levensduur’. Daarom doet ze sinds enkele jaren niet meer mee aan verplichte of ‘raadzame’ medische onderzoeken. Er rest haar steeds minder tijd en dus ‘is elke maand en dag [haar] te kostbaar om in wachtkamers zonder ramen of onder het kille oog van een apparaat door te brengen. Oud genoeg zijn om dood te gaan is een prestatie, geen nederlaag, en de vrijheid die dat geeft is het waard om te vieren’. Leven, schrijft ze, is tenslotte maar ‘een onderbreking van de eeuwigheid waarin je niet bestaan hebt’, een korte gelegenheid ‘om de levende, altijd verrassende wereld om ons heen te observeren en ermee verbonden te zijn’.

 

 

Bevolkingsonderzoek

Ehrenreich heeft geen boodschap aan al die op preventie gerichte bevolkingsonderzoeken. Artsen, ziekenhuizen en farmaceutische bedrijven verdienen geld aan volkomen gezonde mensen door ze aan testen en onderzoeken te onderwerpen die statistisch gezien veel te weinig opleveren. Mensen, vervolgt Ehrenreich, worden opgeroepen, bang gemaakt en ondergaan screenings die niet altijd ongevaarlijk zijn, foutpositieve en foutnegatieve resultaten kunnen opleveren. Een mammografie is behalve ongemakkelijk tot pijnlijk, ook ‘de enige omgevingsfactor waarvan met zekerheid geweten is dat die borstkanker kan veroorzaken’. Doorverwijzingen voor een mammografie zijn ook op weinig meer gebaseerd dan het Fingerspitzengefühl van artsen. Grootschalige, internationale controlestudies tonen volgens Ehrenreich (die naar tal van bronnen verwijst) geen betekenisvolle verlaging van borstkankermortaliteit die te danken zou zijn aan regelmatig borstonderzoek. Hetzelfde geldt voor de screening op prostaatkanker.

 

Tekening: Frank Soete

 

Het Amerikaanse College van Artsen meldde in 2014 dat de meeste gynaecologische controles geen enkele meerwaarde hebben voor gezonde volwassen vrouwen en ‘het ongemak, de angst, de pijn en extra kosten’ absoluut niet waard zijn. Vijftigplussers ontkomen ook niet aan de druk om zich aan darmonderzoek te onderwerpen terwijl ook daar foute uitslagen geregistreerd worden die overbehandeld ofwel niet behandeld worden. Veel mensen worden ‘behandeld voor een tumor die waarschijnlijk nooit voor problemen zal zorgen’. Een recent artikel in De Groene Amsterdammer leert dat veel van dit alles ook geldt voor onze contreien (Malou van Hintum, Tot de operatie was ik kerngezond, 24.4.2019 –https://www.groene.nl/artikel/tot-de-operatie-was-ik-kerngezond ).

 

Overdiagnostiek neemt, dixit Ehrenreich, epidemische vormen aan. Botverzwakking of osteopenie bijvoorbeeld, is geen ziekte, maar vrij normaal bij vrouwen van boven de vijfendertig. Het hoort bij ouder worden. Maar wat blijkt: in de VS worden ‘de meeste botscans zwaar gepromoot en zelfs gesubsidieerd door de fabrikant van het medicijn. Sterker nog, het begunstigde medicijn bleek in de periode van [Ehrenreichs] diagnose juist de problemen te veroorzaken die het moest voorkomen – botontkalking en breuken’.

Moeilijk te beoordelen voor de medische leken die de meesten onder ons zijn. Zeker, de ziekte-industrie moet kritischer benaderd worden, maar wel oppassen dat je niet in het spoor raakt van anti-vaxxers.

 

Rituelen

Veel medische handelingen en behandelingen zijn een soort bezweringsrituelen, vergelijkbaar met genezingsrituelen bij zogenaamd primitieve volkeren. Ze gebeuren op speciale plekken, worden uitgevoerd door gekostumeerde en vaak gemaskerde mensen, die magische en gevaarlijke middelen toedienen en instrumenten hanteren die buiten het bereik vallen van gewone mensen.

Rituelen spelen een niet onbelangrijke rol in de medische zorg. Patiënten zijn ervan gediend en hebben er ook baat bij. Ehrenreich vermeldt een onderzoek waaruit blijkt dat de klachten van mensen met het prikkelbaredarmsyndroom die een pil kregen waarvan expliciet werd gezegd dat ze géén werkzame stof bevatte, evenveel baat hadden bij die placebo als de controlegroep die een door de overheid goedgekeurd medicijn had gekregen.

 

Toen Ehrenreich in wetenschappelijke publicaties ontdekte dat de ‘vijfenzeventig jaar oude remedie tegen verhoogde oogdruk die al aan tientallen miljoenen mensen was voorgeschreven’ niet werkzaam was, ja dat zes studies uitwezen ‘dat de behandelde patiënten uiteindelijk slechter af waren dan de onbehandelde groep’, besefte ze ‘dat het medische besluitvormingsproces niet op harde feiten of een formele analyse berust, maar op drijfzand’. Dat moge dan een onterechte veralgemening zijn, geruststellend is dit allerminst. Bij nazicht van enkele van Ehrenreichs bronnen bleek ook dat artsen die dergelijke zaken door zorgvuldig onderzoek aantoonden, grote moeite hadden om hun bevindingen gepubliceerd te krijgen.

 

Selfies

Het ‘zelf’, een strikt persoonlijke identiteit, is een relatief recente uitvinding, zeg maar de opvolger van de in ongebruik geraakte ‘ziel’ of ‘geest’. Door dat ‘zelf’ kunnen mensen zich maar moeilijk een wereld voorstellen waar ze geen deel meer aan hebben, een bestaan zonder hen. Maar, voegt Ehrenreich hieraan toe, vrijwel iedereen kan zich een wereld zonder andere mensen, zelfs zonder dierbaren voorstellen. Iedereen heeft een sterk bewustzijn van een eigen toekomst. Ons ego zit ons tal te zeer dwars om te aanvaarden dat ons bestaan langzaam maar zeker ophoudt. Als remedie bedachten en bedenken mensen goden en hemels. Maar nu god plaats gemaakt heeft voor het ‘zelf’ wordt de uiteindelijke teloorgang nog onaanvaardbaarder.

Oplossing? Hef het ‘zelf’ op en de angst voor de dood verdwijnt. Dat althans concludeert men volgens Ehrenreich uit klinische proeven waarbij kankerpatiënten met sterke doodangst een flinke dosis psilocybin (het actieve bestanddeel in zogenaamde magische paddenstoelen) krijgen toegediend hun ‘existentiële smart’ af te zwakken. De patiënt tript enkele uren onder het toeziend oog van een arts. Eens de drug uitgewerkt brengt de patiënt gedetailleerd verslag uit en wordt een en ander verder opgevolgd. Resultaat: de patiënten waren hun sterke doodsangst gedurende een zestal maand kwijt. De drug heft, zo heet het, de identificatie met het lichaam op waardoor ‘de geest’ (het brein?) zich in een ego-vrije toestand bevindt.

Het idee om aan stervenden een psychedelische drug te geven, werd het eerst geopperd door Aldous Huxley in The Doors of Perception (1954) en Huxley maakte er uiteindelijk ook zelf gebruik van. In de jaren zestig werd LSD gebruikt om doodsangst te bezweren en alcoholisten te behandelen, maar die experimenten waren slecht opgezet en onvoldoende gecontroleerd.

In haar enthousiasme vergeet Ehrenreich te vermelden dat het met die paddo’s toch niet allemaal koek en ei is. Bij de experimenten ermee waren er ook kwalijke effecten. Onder invloed van de drug krijgen de patiënten niet alleen mystieke maar ook angstaanjagende hallucinaties. Confrontaties met afzichtelijke monsters, het gevoel te stikken en te sterven. Geen nood, de patiënten werden voordien getraind om dit aan te kunnen. Gewoon omhelzen! Omdat ze de dood in ogen hebben gezien maar niet gestorven zijn, raken ze ervan overtuigd dat ze de dood van hun lichaam op de een of andere manier zullen overleven. Dat althans is de redenering. Laten we hopen dat deze patiënten nog een lang leven beschoren is maar dan zullen ze, gezien het feit dat de therapie maar relatief korte tijd helpt, nog duizend doden sterven.

Ehrenreich besteedt heel wat aandacht aan de fitnessideologie en de gezondheidsrage. Vooral vrouwen (moeten) alle moeite van de wereld doen om te beantwoorden aan het vrouwonvriendelijk beeld waaraan de meesten onder ons verknocht zijn. Wie niet meedoet, wordt en is gezien. Dat armoede, beroep en ras (het gaat over de VS) een grote rol spelen in iemands gezondheid, daar wordt zelden rekening mee gehouden. De doctrine van de individuele verantwoordelijkheid betekent dat wie minder gezond is, dat aan zichzelf te wijten heeft.

Toen Ehrenreich eind vorig jaar de prestigieuze Erasmusprijs kreeg, schreef De Volkskrant dat ze ‘de gave heeft om dingen die niemand graag ziet als eerste op te merken’. Het was een bekroning van haar ‘ondogmatische manier van kritisch denken’. Ehrenreichs ironisch-kritische kijk op het tijdsegment waarin we leven maakt ook de eigenheid, het tijd- en mode gebonden karakter ervan duidelijk.

Het boek is goed gedocumenteerd maar bij controle van enkele bronnen, blijkt dat Ehrenreich niet altijd even correct interpreteert en rapporteert. Ze veronderstelt ook heel wat en vindt zonder enig argument dat alternatieve geneeswijzen ‘ten onrechte als pseudowetenschappelijk worden afgedaan’.

Ehrenreich besluit haar relaas met het laatste gedicht dat Bertolt Brecht in 1956 op zijn sterfbed zou geschreven hebben:

Bertold Brecht

Toen ik in mijn ziekenkamer in de Charité   

Tegen de ochtend wakker werd

En een merel hoorde zingen, begreep ik

Het beter. Ik was al een tijd

Niet bang meer voor de dood. Want er kan

Niets meer met me aan de hand zijn

Als ik zelf niets ben. Nu

Kon ik ook genieten

Van het gezang van iedere merel na mij

 

 

Brecht herstelde, werd uit de Charité ontslagen, genoot nog van de zomer en gaf de briljante geest in eigen huis.

 

Barbara Ehrenreich: Oud genoeg om dood te gaan  Over de vragen die iedereen zich ooit moet stellen. Atlas Contact; 224 pagina’s; € 19,99.

 

Zie ook: https://www.nytimes.com/2015/11/03/science/book-review-ending-medical-reversal-laments-flip-flopping.html

en: https://www.springer.com/us/book/9783319932231

 

May 17, 2019 at 3:24 am 1 comment

TUSSEN HAMER EN AAMBEELD

Betoging in Jabaliya tegen prijsstijgingen

Door Tom Ronse

In dit salon nemen we geen blad voor de mond als het over de misdaden van de Israelische staat gaat. We kunnen dus ook niet zwijgen over de misdaden van Hamas. Het Palestijnse volk zit tussen hamer en aambeeld.

Israel bezet land van de Palestijnen en heeft van de Gaza-strook een groot Palestijns ghetto gemaakt. De bezetter is uit Gaza vertrokken maar Gaza kreeg een andere in de plaats. Hamas, een politieke partij die een administratie werd, een leger, een geheime dienst en een wanstaltig groot politieapparaat dat de orde handhaaft in Gaza.

Hoe ziet die orde eruit?

Ik sprak onlangs met een VN-ambtenaar die Gaza verschillende keren bezocht. Ze beschreef mensonterende levensomstandigheden. Hoge werkloosheid, vooral bij de jongeren (70%). Electriciteit die om de haverklap uitvalt. Vervuiling en honger. Geen wonder dat een recente beslissing van Hamas om de taksen te verhogen op bonen, brood, tabak en andere consumptiewaren niet welkom was. Het protest begon op 14 maart in Jabaliya en spreidde zich uit naar verschillende steden (‘kampen’ worden ze nog steeds genoemd) tot in Rafah in het zuiden. Via Facebook en andere sociale media werd de oproep gedeeld met slogans als “De mars van de hongerigen”, “Weg met de prijsverhogingen” en “Wij willen leven”. Palestijnse gele hesjes, zeg maar. Al waren ze niet eens zo radicaal als hun franse collega’s die het ontslag van Macron eisten. “Wij wilden Hamas niet omverwerpen”, zei Amin Abed die het protest in Jabaliya hielp organiseren, aan een reporter van de New York Times, “we vroegen enkel aan dezen die ons regeren om de last van het dagelijks leven te verlichten”.

Maar dat is een radikale eis in Gaza.

Hamas-politie

De reactie van Hamas doet Macrons repressie van de gele hesjes op een picknick lijken. Honderden politieagenten ranselden en schoten de betogingen uiteen. In de dagen daarna kregen zo’n duizend mensen die gemanifesteerd hadden de politie op hun dak. Velen werden aangehouden en gefolterd. Sommige werden met zware verwondingen naar het ziekenhuis gebracht. Soms deelden hun familieleden in de klappen. Onder de arrestanten waren er volgens Human Rights Watch minstens 17 journalisten. Foto’s van de gewonden circuleerden in Gaza en verwekten zoveel verontwaardiging dat Hamas-baas Yehya Sinwar zich verplicht voelde om zijn excuses aan te bieden.

Het is waar dat de ellendige situatie in Gaza niet alleen de schuld van Hamas is. De hoofdschuldigen zijn Israel en Egypte die al sinds 2007 een ekonomische blokkade tegen Gaza handhaven. Maar niemand van Hamas lijdt daar honger door. De Hamas-kaders leiden een leven van privilege terwijl de gewone Palestijnen het steeds slechter hebben.

De brutale repressie van eigen volk is overigens niets nieuw. Ook in 2017 trad Hamas medogenloos op tegen Palestijnen die betoogden voor goedkopere electriciteit. Human Rights Watch publiceerde afgelopen october een rapport waaruit blijkt dat het arresteren en folteren van critici en tegenstanders van Hamas geen uitzondering maar routine is in de mini-staat Gaza. Vaak gaat het over korte aanhoudingen tijdens de welke de arrestanten onderworpen worden aan een barrage van fysiek en psychisch geweld met de kennelijke bedoeling om hen de schrik op het lijf te jagen.

Dat werkt, tot het niet meer werkt omdat mensen niets meer te verliezen hebben. Dan moet de aandacht dringend worden afgeleid. Dus legde Hamas de afgelopen dagen bussen in om jongeren naar de afsluiting van Gaza te voeren om te protesteren tegen Israel. En daar bediende het Israelische leger Hamas op zijn wenken door alweer enkele Palestijnen neer te knallen.

Zo blijven de machthebbers aan de macht, aan beide kanten van de afsluiting. En zo blijven de gewone Palestijnen gekneld tussen hamer en aambeeld.

Zie ook:

https://www.hrw.org/news/2019/03/20/another-brutal-crackdown-hamas-gaza

March 31, 2019 at 6:03 am Leave a comment

ZIONISME EN ANTI-SEMITISME GAAN HAND IN HAND

 

Door Tom Ronse

 

Je kunt heel wat in beweging zetten door wat hakenkruisen te schilderen op joodse graven. De verleiding is misschien wel groot voor sommige jongelui die zich vervelen en zich buitengesloten voelen om op zo’n simpele manier de regisseur te worden van een heus mediaspektakel. Misschien voelen ze trots als editorialen over heel de wereld hun afschuw over hen uitspuwen, als leiders van alle partijen, vakbonden en godsdiensten oproepen om in de hoofdstad te betogen tegen hun nachtelijk avontuur. Ze hebben, als het ware, ‘een steen in de rivier verlegd’. Dat de rivier daar niet beter van werd is bijzaak voor hen. En voor de politieke leiders die vooraan lopen in de betoging, is het een letterlijk goedkope manier om hun goede inborst te tonen.

Waarmee ik anti-semitisme niet wil bagateliseren. Het neemt wel degelijk toe, net als anti-islam-sentiment en in sommige landen zelfs anti-christianisme. Wat al die onverdraagzaamheid gemeen heeft, is dat telkens een minderheid wordt uitgekozen als zondebok.

De stijging van het anti-semitisme heeft twee bronnen. De eerste is het groeiend sukses van populistisch rechts in wiens zog fascistisch rechts, met zijn diep ingewortelde anti-semitische traditie, ook aan zichtbaarheid won. De tweede is de mishandeling van Palestijnen door de Israelische staat. Er is wel degelijk een onderscheid. In het eerste geval identificeren de anti-semieten zich met de praktijken van de nazi’s, in het tweede met de slachtoffers van praktijken die, zonder zo extreem te zijn, wel soms op die van de nazi’s gelijken. Beiden vellen hetzelfde vonnis: alle joden zijn schuldig en moeten gehaat en bestreden worden.

Aan de andere kant van de muur wordt een ander vonnis geveld: iedereen die tegen de politiek van de Israelische staat en haar zionistische ideologie gekant is, is een anti-semiet. Net zoals de Nazi’s destijds affirmeerden dat al wie tegen de nazi-staat en haar ideologie is, anti-Duits is.

Netanyanu en de pro-Palestijnse anti-semieten zeggen dus in feite hetzelfde: er is geen onderscheid tussen de staat Israel en de joden. Val je Israel aan, dan val je de joden aan, net zoals Hitler.

Zo helpt Netanyanu joden in heel de wereld meer kwestbaar maken. Want als een actie tegen Israel een actie tegen alle joden is, dan is een aanval op om het even welke jood ook een aanval op Israel. De gemakkelijkste manier dus om Israel te bestrijden. En als joden ergens worden aangevallen enkel omdat ze joden zijn, dan bewijst dat ook Netanyanu’s gelijk: Israels tegenstanders zijn anti-semieten.

Zionisme en anti-semitisme zijn niet elkaars tegenpolen. Hun relatie is eerder symbiotisch: ze geven elkaar argumenten, ze voeden elkaars propaganda.

Ze steunen beiden op uitsluiting.

Democratie biedt geen uitweg uit deze vicieuze cirkel: Israels verkiezingen gaan over hoe hard de kolonisatie moet worden doorgevoerd, niet over de vraag of ze wel een goede zaak is. De keuze is tussen hard en harder. En voor Netanyanu en zijn partners mag het best wat harder, zoals het artikel hieronder uitlegt. De vaak geroemde Israelische democratie is het schaamlapje van de Israelische kolonisatie.

Macron en andere Westerse politici vinden het politiek opportuun om anti-zionisme te criminaliseren. Ze willen in de eerste plaats economisch protest tegen de apartheidspolitiek van Israel strafbaar maken. Zelf ben ik geen voorstander van economische boycott, om het even tegen welk regime. Het is een bot wapen dat gericht is tegen de machthebbers maar ook vele gewone mensen (Palestijnen inbegrepen) treft. Het getuigt echter van grenzeloze hypocrisie om deze vorm van protest in naam van de vrijheid en het anti-racisme te verbieden.

De logica van Macron en consoorten is even krom als simplistisch: wie tegen etnische zuivering is, wie zich verzet tegen kolonialisme, is een racist. Zoals Marx al opmerkte, de ideologie van de bourgeois zet de wereld op zijn kop.

 

March 1, 2019 at 7:53 pm 3 comments

2018…2019…en verder

Door Tom Ronse

Nee, een goed jaar was 2018 niet. Het was een jaar van samenpakkende donderwolken. Op alle vlakken: ekonomisch, ecologisch, politiek en sociaal.

Het werd pijnlijk duidelijk dat klimaatsverandering niet enkel voor onze kleinkinderen een probleem is. De mileurampen namen toe, ook in de VS waar de president te midden van de bosbranden en overstromingen bleef beweren dat er niets aan de hand is, dat er niets drastisch moet veranderen, dat er integendeel meer steenkool moet verbruikt worden. En de nieuwe president van Brazilie zet het licht op groen voor een kaalslag in het Amazonewoud. Hallucinant.

Wat er aan de oorzaken wordt gedaan is zo ridikuul weining in vergelijking met de omvang van de bedreiging dat men kan verwachten dat het weer dit jaar niet minder extreem zal zijn en misschien nog meer ontwrichtend.

Op sociaal vlak onhou ik in de eerste plaats de zichtbare groei van de kloof tussen rijk en arm. In New York zie ik bijna dagelijks meer bedelaars terwijl steeds meer glanzende torens de wolken krabben, met luxe-appartementen die soms voor meer dan honderd miljoen dollar verkocht worden. Dit voorjaar waren we in Los Angeles, waar de tentenkampen van daklozen tientallen kilometers voetpad in beslag nemen. Ook in Belgie groeide de kloof. Het aantal armen steeg er tot 17% van de bevolking. De rijkdom nam ook toe en de groep tussen rijk en arm wordt smaller. In armere landen gaat dat proces nog sneller.

De groeiende tegenstelling is een logisch gevolg van de supply side-bestrijding van de krisis. Massale geldcreatie was de motor van de heropleving van de wereldekonomie na “the great recession”. Het gros van die triljoenen ging naar de supply side: de bedrijven, banken en investeerders. Landen die het zouden wagen om de demand side te favoriseren riskeren kapitaalvlucht en galloperende inflatie. De ‘trickle down’-theorie werkte, in zekere mate. De heropleving duurt al relatief lang. Maar als de armoede en het gevoel van bedreiging en onzekerheid al tijdens de heropleving zo sterk stijgen, wat kunnen we dan verwachten als de ekonomie weer crasht?

Dansen op de slappe koord

De heropleving begon te sputteren in 2018. De groei vertraagde overal, behalve in de VS.

Groei in Europa 2018

Maar ook daar verliest de drug van goedkoop geld en fiscale cadeau’s stilaan zijn effect. Beleggers zoeken nerveus naar veiligheid met wilde beursschommelingen tot gevolg. De ‘opkomende landen’ die de eersten waren met wind in de zeilen liggen op apegaaien. De schuldenberg wordt te hoog, er moet worden afgeremd. De centrale banken staan voor een dilemma: ze moeten het lenen intomen, de prijs ervan verhogen maar dat riskeert de recessie in gang te zetten. Maar doen ze het niet, laten ze de rentevoet dicht bij nul, dan kunnen ze de recessie wel uitstellen maar die dreigt dan uiteindelijk veel dieper te worden. En dan kunnen ze de rente ook niet meer substantieel verlagen als de recessie tot een ineenstorting dreigt te leiden. Of ze er in 2019 in slagen om de recessieslang met virtuoze fluctuaties van de rentevoet in haar mand te houden, valt nog te bezien. China wankelt al op de slappe koord. Al de officiele pronostieken (van het IMF, de OESO, de Wereldbank etc) voorzien in 2019 een lagere groei dan in 2018. Nouriel Roubini, een van de enige ekonomen die de recessie van 2008 had voorspeld, verwacht een nieuwe recessie in 2020. Dat geeft ons nog even tijd. Maar om wat te doen?

Voor politici impliceert die ekonomische context zeer weinig manoevreerruimte. Toch op het vlak van beleid. Rethoriek is iets anders. Elk land is verplicht om zich aantrekkelijk te maken voor kapitaal. Kapitaal aantrekken en behouden is nodig om kapitaal te doen groeien, om winst te maken, om tewerkstelling te creeren. Daarover zijn rechts en links het eens. Hun dispuut gaat over de fiscale afroming, hoe groot die mag zijn en hoe de opbrengst moet besteed worden. Links wil de kloof tussen rijk en arm verkleinen, rechts wil de fiscale lasten verlagen. Ze leggen andere accenten maar de ekonomische realiteit maakt de verschillen steeds kleiner. Zelfs waar een linkse partij aan de macht komt zoals Syriza in Griekenland is die verplicht om een ‘rechts’ beleid te voeren: sociale uitgaven beknotten en het fiscaal regime aantrekkelijker maken voor kapitaalbezitters.

Globalisering, automatisering, bezuinigingen, als politicus – als manager of would-be manager van de staat – kun je daar niet tegen zijn. De noodzaak om kapitaal te doen groeien zet de grote lijnen uit. Politici lullen daar maar wat rond.

Dat laatste is natuurlijk overdreven. Scherpe tegenstellingen kwamen aan bod in 2018. Over Brexit bijvoorbeeld en over Trumps handelstarieven. Een no deal-Brexit of een escalatie van de handelsoorlog tegen China zou dit jaar de recessie in gang kunnen zetten. Ik vermoed echter dat de kans groot is dat de no deal op het laatste nippertje zal vermeden worden en dat Trump zal de-escaleren. Misschien is het zijn instinkt om roekeloos de inzet van zijn pokerspel met China te verhogen maar de kapitaalmarkt zou hem snel dwingen om in te binden. Dat heeft hij al vaak moeten doen. Onlangs nog, toen hij de onmiddelijke terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Syrië aankondigde. Die is intussen op de lange baan geschoven. Trump noemde Nafta – het vrijhandelsverdrag met Canada en Mexico – herhaaldelijk “het slechtste handelsverdrag uit de Amerikaanse geschiedenis” en sloot daarna een akkoord met de buurlanden dat Nafta impliciet herbevestigde, op enkele kleine wijzigingen na. Telkens wordt Trump door wat hij zelf “the deep state” heeft genoemd terug op “het rechte pad” geduwd als hij er te ver van afwijkt. Ook Brexit en de handelsoorlog met China zullen in 2019 wellicht meer spektakel dan echte verandering blijken.

 

De zondebok

Ekonomische krisis en klimaatrampen staan voor de deur. Noch links noch rechts heeft een oplossing. Wat de klimaatkrisis betreft steekt rechts zijn kop in het zand, terwijl links ijvert voor akkoorden die zand in de wind blijven. Ook op ekonomisch en sociaal vlak hebben ze geen echt alternatief. Ze willen uitgaven A verhogen en uitgaven B verlagen en omgekeerd, alsof dat iets wezenlijks zou veranderen.

Je zou denken dat het gebrek aan keuzemogelijkheden zou leiden tot roerende eensgezindheid tussen de politici maar het tegendeel is waar. De toon van het politiek debat is in 2018 nog bitsiger geworden. Nog harder, nog leugenachtiger. Net omdat er geen wezenlijke verschillen zijn wat het essentiële sociaal-ekonomisch beleid betreft, worden de symbolische verschillen extra in de verf gezet. In 2018 en ongetwijfeld ook dit jaar werd/wordt daarvoor vooral het thema immigratie gebruikt.

Niet dat immigratie geen echt probleem is. Het feit dat zoveel mensen ertoe gedreven worden om hun vertrouwde omgeving te verlaten en bereid zijn om de grootste gevaren te trotseren om ergens te geraken waar ze enige hoop op een toekomst kunnen hebben, geeft aan hoe ellendig en uitzichtloos het leven op veel plaatsen op aarde is geworden. Dit gebeurt, onder meer, net omdat de ekonomie zo efficiënt is: dankzij de automatisering en de globalisering vereist produktie steeds minder arbeidstijd, worden steeds meer mensen “overbodig”. Natuurlijk is er een aanzuigeffect dat “overbodigen” – de meest ondernemenden onder hen – naar de landen lokt waar het kapitaal geconcentreerd is; waar er nog vraag is naar arbeidskracht.

Maar in feite bestaat er ook over dit probleem een brede consensus tussen rechts en links. Beiden aanvaarden de noodzaak van een gecontroleerde immigratie. De westerse ekonomie heeft immigranten nodig maar met mate. Iedereen is tegen open grenzen en, in theorie, tegen de mishandeling van vluchtelingen. Dat er binnen die consensus verschillen bestaan over wat dat in de praktijk betekent, is ongetwijfeld waar. Maar de grote lijnen zijn uitgezet.

De liberale demokratie is het politieke spiegelbeeld van de vrijemarkt-ekonomie. Grote en kleine bedrijven concurreren voor dezelfde markt, dezelfde kiezers. Ze verkopen ideologie, sentiment en personaliteiten. Ze verkopen een merk. De kleinere bedrijven zoeken hun niche. Ze willen allemaal in de eerste plaats groeien, net als gewone bedrijven. Daartoe sturen ze voortdurend hun profiel bij. De versmalling van de verschillen ten gronde doet hen grijpen naar symbolen met een sterke emotionele resonantie. Het immigratie-debat is daar zeer geschikt voor. Het wekt hevige emoties op die het kiesgedrag in niet geringe mate kunnen bepalen. Ik stel me voor dat Kongresleden in de VS of partijbureau’s in Belgie van hun pollsters een grafiek hebben gekregen die er bijvoorbeeld zo uitziet:

(De lijn “A” drukt de empathie voor immigranten uit, de lijn “B” de angst voor immigranten en de kurve het aantal stemmen dat men kan verwachten.)

Op basis daarvan kunnen ze hun slogans en symbolen kiezen. Niets illustreert het symbolisch karakter van hun geschillen beter dan de huidige politieke impasse in de VS over de muur van Trump. Voor de ongedocumenteerde immigranten zou die muur slechts één obstakel meer zijn in hun hindernissenkoers. Een ladder van 25 dollar volstaat om die klus te klaren, zoals de Mexicaanse oud-president Vicente Fox opmerkte.

Om het zogezegde doel – de illegale immigratie stopzetten – te bereiken is het een bijzonder inefficiënt middel. Voor de Amerikaanse ekonomie is dat maar goed ook want ze heeft de ongedokumenteerden nodig. Trump heeft zelf ongedokumenteerden in dienst in de keukens en op de terreinen van zijn golfclubs in Florida en New Jersey. Maar de muur is een symbool dat zegt, eigen volk eerst, vreemdelingen buiten. De muur evokeert bescherming, tegen de buitenwereld, tegen een onzekere toekomst. De muur is een vuist, een bokshandschoen, een monument voor blank Amerika. Een thermometer die de angst voor de toekomst meet.

Pieter Breugel: Met den hoofde tegen den muer

De gedeeltelijke lamlegging van de publieke sector als gevolg van dit dispuut zal de Amerikaanse ekonomie weldra meer kosten dan de 5,7 miljard dollar die Trump voor zijn muur eist . 1   Dat de Demokraten desondanks het been stijf houden toont dat de muur – die in het totaal van de begroting maar een detail is – ook voor hen een belangrijk symbool is dat hen toelaat om zich te profileren en waarden te afficheren die voor een groot deel van de bevolking belangrijk zijn: anti-racisme, empathie voor vluchtelingen, etc.

Een soortgelijk symbolisch gevecht over een niet-bindend migratiepakt leidde in België tot een regeringskrisis. Je vraagt je af of dat ook zou gebeurd zijn als die VN-conferentie in plaats van in Marrakesh in Oslo zou zijn georganiseerd.

Ik beweer niet dat symbolen geen belang hebben. Ze manipuleren de gedachten. Ze spinnen een verhaal waarin mensen willen geloven. Er bestaat een breed en diep verlangen naar een breekpunt met de status quo, naar een andere toekomst dan deze die ons te te wachten lijkt te staan. Politici hebben op dat vlak niets te bieden. Ze hebben geen plausibele strategie om uit de systemische krisis te ontsnappen. Geen wonder dus dat de tendens toeneemt om dat verlangen een mikpunt te geven, een zondebok die in de woestijn kan worden gejaagd en alle zonden met zich meeneemt. Immigranten, vooral deze met een andere huidskleur, taal en religie, zijn ideaal voor die rol.

Het is een discours dat ons leert denken in termen van “ons volk” en “de vijand”. Het is impliciete oorlogsvoorbereiding. “You will not replace us !” scandeerden Trump-fans op rechtse betogingen. Sommigen onder hen maakten daar “Jews will not replace us” van. De identiteit van de vijand kan veranderen – China maakt wat dat betreft meer kans dan de joden – maar het verhaal blijft hetzelfde.

Het doel van de politici die dit discours hanteren is uiteraard de macht veroveren en de bevolking ideologisch aan zich binden zodat ze hun gang kunnen gaan. Viktor Orban, zowat de extreemste anti-immigrant onder de Europese leiders, dacht dat hij daar zo goed in geslaagd was dat hij de Hongaarse arbeiders dwangarbeid kon opleggen. Het massale verzet dat tegen zijn “slavenwet” rees, was een van de weinige lichtpunten van 2018. Of dat verzet voldoende massaal en radikaal is om Orban te doen terugkrabbelen, valt nog te bezien.

Lichtpunt

Een groter lichtpunt was de (nog steeds niet uitgedoofde) beweging van de “gele hesjes”. De werkende bevolking ligt al vele jaren zonder al te veel tegen te stribbelen onder de stoomwals van het “neo-liberalisme”, een politiek gedreven door het systematisch zoeken naar lagere loonkosten. De Gele Hesjes-beweging is in de eerste plaats een massale weigering om die situatie te blijven ondergaan.

Zoals alle belangrijke sociale bewegingen is ze spontaan ontstaan. Geen partij of vakbond had ze voorzien of georganiseerd. Van bij het begin verzetten de gele hesjes zich tegen inmenging of controle van deze instituties. Ze tolereren geen leiders die in hun naam spreken en onderhandelen. Ze hebben voor Macron gestemd, of voor Le Pen of Melenchon, maar in hun acties maakt dat geen verschil. Hun strijd is niet “demokratisch”, hij is een afwijzing van electorale strategieen. Dat heeft hij gemeen met de pleinbezettingsbewegingen van de Indignados, Occupy Wall Street en, meer recent, Nuit Debout. Maar de Gele Hesjes-beweging is veel massaler. In hun honderden, zoniet duizenden wegenblokkades, betogingen en andere akties, ontdekten de gele hesjes banden van solidariteit. Mensen kwamen in hun buurten samen met anderen die ze vroeger negeerden. Er werd een eenheid gesmeed, ondanks de soms aanzienlijke verschillen in sociale achtergrond en politieke opinies.

De brandstoftaksen waren enkel de vonk aan de lont. Het gaat om veel meer. Er werd gezegd dat de gele hesjes zich enkel bekommeren over “einde van de maand”- problemen (koopkracht) terwijl de brandstoftaks was opgelegd uit bekommernis voor “het einde van de wereld”. Maar in Parijs en andere steden vervoegden de gele hesjes de “mars voor het klimaat”. Een grote spandoek verkondigde: “Einde van de wereld, einde van de maand: verander het systeem, niet het klimaat.” Beide problemen resulteren van dezelfde logica die mensen reduceert to handelswaar en winst het enige objektief maakt van alle produktieve aktiviteit.

En de “casseurs”? Die doen soms domme dingen en vaak proberen de minder heetgebakerde gele hesjes hen in te tomen. Maar de hesjes zien ook het geweld van de andere kant en in de konfrontaties met de “ordestijdkrachten” zijn de casseurs bij de dappersten. De regering en de gezagsgetrouwe media gebruiken hun excessen om de hele beweging voor te stellen als een bende ‘relschoppers’ (een favoriete term van onder meer De Morgen), geinspireerd en opgestookt door uiterst rechts. Maar intussen blijft de grote meerderheid van de bevolking volgens de polls de beweging steunen.

Natuurlijk zijn er onder de gele hesjes mensen die rechtse ideeen koesteren, die bvb. immigranten buiten willen. De gele hesjes zijn in dit conflict gesprongen met al de ideologische bagage die ze al hadden. De gezamenlijk strijd verandert die wel maar we mogen geen mirakel verwachten. Zeker als die strijd afzwakt – wat nu lijkt te gebeuren – zal de aanwezigheid van uiterst rechts en uiterst links wellicht prominent worden. Voor elk valt er wat te rapen als het doodbloeden van de strijd teleurgestelde gele hesjes terugdrijft naar de elektorale arena.

Is het sop de kool waard? Wat zal de beweging bereikt hebben? Konkreet niet veel, vrees ik. Maar toch was – is – het misschien een niet onbelangrijke stap naar een betere wereld. Dat is wat de gele hesjes willen. Een betere wereld, een wereld voor de mensen. Ze weten niet hoe er te geraken, ze weten alleen dat de huidige weg niet deugt. Dus waren ze eerlijk toen ze geen specifieke eisen stelden, behalve het ontslag van Macron (dit laatste alweer voor de symboliek, niet omdat dat iets zou veranderen). Maar op vele honderden gele hesjes-bijeenkomsten werd er druk gediscussieerd over hoe de wereld anders georganiseerd zou kunnen zijn. Allerlei ideeen deden de ronde en de populairste (“meer referendums!”) waren niet noodzakelijk de beste. Maar op zijn minst probeerden ze wat we , in 2019 en verder, collectief moeten doen om te overleven: ons een andere wereld inbeelden.

 

1 Het feit dat zovele werknemers zo snel beroep moesten doen op food banks en andere liefdadigheid illustreert overigens goed wat we eerder schreven over de groeiende kloof tussen rijk en arm en de toegenomen schuldenlast van de consumenten.

January 19, 2019 at 7:16 am Leave a comment

Prettige feestdagen

Het Salon van Sisyphus wenst u prettige feestdagen en een gelukkig nieuwjaar. Traditiegetrouw eindigen we het jaar met iets lichtvoetig. Niet altijd vrolijk maar wel grappig.

 

 

December 31, 2018 at 6:23 am Leave a comment

EEN SCHURK MINDER

Als een beroemdheid het hoekje omgaat, verandert hij of zij vaak in een heilige. Die eer valt nu te beurt aan G.H.W. Bush. In alle massamedia wordt hij de hemel in geprezen. Niet alleen zijn beleid maar vooral zijn karakter wordt verstikkend veel lof togezwaaid, In de VS en daarbuiten.

Nu is het te verwachten dat de Amerikaanse media bij de dood van een president een buiging maken maar dit keer is de buiging wel erg diep. Het verhaal dat de media vertellen over Bush is, “he was a gentle soul”. Een presidentiele “mister Rogers”. Dat is een referentie die de meeste niet-Amerikanen niet zullen snappen maar mister Rogers was de vriendelijkste man die ooit op tv kwam. Charmant, minzaam, verstandig, beleefd, waardig, bescheiden, bekommerd om anderen en dol op kinderen, op de juiste manier. Bereid om water in zijn wijn te doen om resultaten te bekomen maar onbuigzaam als dat nodig was. Dat we dit beeld van Bush krijgen heeft wellicht niet in geringe mate te maken met de afkeer van de meeste media voor de huidige president. Bush wordt afgeschilderd als de tegenpool van Trump.

 

Er zijn inderdaad grote stijlverschillen tussen de patricier uit Connecticut en de vastgoedmakelaar uit Queens, al zijn ze beiden “met een zilveren lepel in de mond geboren”. Toch hebben ze meer gemeen dan de media laten uitschijnen.

Vergelijk de kiescampagnes waarmee ze in het Witte Huis belandden. Beide waren gebaseerd op het opstoken van blanke angst voor raciale minderheden en op ultra-nationalisme. Bush gebruikte in 1988 het beeld van Willie Horton, een zwarte moordenaar van een blank paar, zoals Trump in 2016 Francisco Sanchez gebruikte, een illegale immigrant die een blank meisje had doodgeschoten. Beiden wikkelden ze zich in de Amerikaanse vlag en bestookten hun tegenstanders met chauvinistische verdachtmakingen. Trump oogste wat Bush gezaaid had.

Als correspondent van De Morgen en andere bladen volgde ik het beleid van Bush van nabij. Het was alles behalve “kind and gentle”.

Op binnenlands vlak was een van zijn eerste initiatieven het lanceren van de “war on drugs”. Dat berustte van bij de aanvang op bedrog. Bush trapte de ‘oorlog’ in gang met een tv-toespraak waarin hij, om te tonen hoe erg de drugepidemie was geworden, een zak crack-cocaine toonde die vlak bij het Witte Huis in beslag was genomen. Later lekte uit dat die inbeslagname speciaal voor de toespraak geensceneerd was. De ‘war on drugs’ was een ‘war on the poor’. Hij werd bijna uitsluitend in zwarte en latino woongebieden gevoerd. Honderdduizenden gekleurde jongeren belandden in de gevangenissen die aan een razend tempo werden bijgebouwd. Zwarte jonge mannen werden gedemoniseerd, net zoals Trump vandaag de illegale immigranten verkettert. Dat aspect van Bush’s beleid werd overigens met enthousiasme door zijn opvolger Bill Clinton voortgezet.

Op buitenlands vlak was Bushs grootste ‘prestatie’ de oorlog tegen Irak. Die wordt tegenwoordig soms “de goede Golfoorlog” genoemd, in tegenstelling tot de tweede, die van zijn zoon, die zoveel ellende meebracht en nu zowel door rechts als door links verguisd wordt. Terwijl vrijwel niemand nog ontkent dat die tweede invasie op basis van leugens (over niet bestaande massale vernietigingswapens) gevoerd werd, wordt de eerste voorgesteld als een nobele strijd voor de westerse waarden. Alsof de VS in het Midden Oosten een onbaatzuchtige toeschouwer was. Washington steunde het regime van Saddam Hoessein jarenlang als tegengewicht voor Iran. Er zijn sterke aanwijzingen dat de Bush-regering de oorlog zelf heeft uitgelokt, om geostrategische redenen. April Glaspie, Bushs ambassadeur in Bagdad, leek Saddam groen licht te geven toen ze hem verzekerde: “We have no opinion on the Arab-Arab conflicts, like your border disagreement with Kuwait”. Eerder al had het State Department Saddam eerder laten weten dat Washington ‘no special defense or security commitments to Kuwait’ had. Met andere woorden, doet u maar.

Op de highway of death’

De afloop van die oorlog was voorspelbaar. Te meer omdat het Iraakse leger te kampen had met massale desertie. Een aspect van die afloop dat in het overwinningsroes door de massamedia tot een voetnoot gereduceerd werd, bleef me bij. Het Iraakse leger was verslagen, een wapenstilstand was afgekondigd. Langs baan 80 die van Koeweit naar Basra in zuid-Irak leidt, trokken tienduizenden Iraakse soldaten naar huis. Sommige in legervoertuigen, anderen in personenwagens en bussen. De meeste zonder wapens. In de nacht van 26 februari 1991 gaf Bush opdracht om het konvooi te vernietigen. Gevechtsvliegtuigen bestookten het urenlang. Toen het voorbij was lagen er meer dan 2000 verbrande voertuigen en duizenden lijken op baan 80, de “Highway of Death”.

Over het waarom van die actie is sindsdien veel gespeculeerd. Militair had ze geen enkele zin, de oorlog was voorbij, het konvooi bestond trouwens grotendeels uit soldaten die geweigerd hadden om te vechten. Vandaar dat niet een Amerikaan sneuvelde in de landaanval om Koeweit te heroveren. Was er een politiek motief? Of een sociaal, zoals sommigen beweren? Op de keper beschouwd doet het er niet toe. Feit is, het was een van de meest gruwelijke slachtpartijen sedert de tweede wereldoorlog. Bush kon urenlang met zijn kleinkinderen spelen maar hij was ook een leugenaar, een cynicus en een oorlogsmisdadiger.

December 5, 2018 at 6:13 am 1 comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,584 other followers