Archief beheerder

NET OP TIJD

1 Harold Lloyd

Het is onze (niet al te vaste) gewoonte om in augustus iets voor uw visueel plezier te presenteren in het salon, gesprokkeld op het wilde web. Augustus is voor mij veel te snel voorbijgevlogen, wat me inspireerde om enkele prenten te verzamelen over het thema ‘Tijd’, ons aller meester. Helaas kan ik van de meeste beeltenissen geen auteur vermelden. Het is mooi dat er zoveel circuleert op het web maar heel jammer dat de bronvermelding zo vaak wordt verwaarloosd .

Uit de film "Metropolis"

Uit de film “Metropolis”

3 time rules

4a TIME

4b time

5a time kills

5b time running out

5c wall snoopy

5d werkweek

8 bodet

9 1941

10 time

11 the right time

12 Infinity-Time1

14 time slips

15 time_flies_by_janussyndicate16 time-flies17 time34

18 burgerson

19 who cares

20 fuktime

21 killing-time

22 quake Italy

23 time2334

Foto Andrew Moore

Foto Andrew Moore

25 dalis watch

26 time gone

27 now

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

(TR)

augustus 31, 2015 at 4:57 am Een reactie plaatsen

DE NIEUWE WERKPLAATS

 

Amazon-baas Jeff Bezos

Amazon-baas Jeff Bezos

Tom Ronse

De New York Times publiceerde afgelopen zondag een reportage over de werkomstandigheden bij Amazon.com die al heel wat stof heeft doen opwaaien.  Amazon is op vrij korte tijd uitgegroeid van een bescheiden electronische boekhandel tot de grootste winkelier op aarde, dit jaar Walmart voorbijstekend. Het heeft nu een marktwaarde van 250 miljard dollar.  De stichter en CEO van Amazon, Jeff Bezos, is de vijfde rijkste mens ter wereld. Bezos dankt zijn sukses aan zijn innovatieve toepassing van informatie-technologie  (IT) in de distributiesector. Maar diezelfde IT gebruikt hij ook om zijn personeel op te jagen. Om het tot in de details te controleren en tot hogere productiviteit te dwingen, om de onderlinge concurrentie aan te wakkeren.

De lonen zijn niet slecht bij Amazon. Maar je moet er wat voor over hebben. “Vrijwel elke persoon waarmee ik gewerkt heb, heb ik zien huilen aan zijn bureau”, zo citeert de Times een ex-Amazoniër. Werkweken van 80 uren. Straffen of ontslag voor werknemers (1) die kanker krijgen. Ziekelijke competitie.  Het is een griezelverhaal, fascinerend in zijn details, maar daarvoor moet je de reportage lezen (zie link onderaan). Bezos protesteerde dat hij er zijn Amazon niet in herkent maar de Times is, zoals gewoonlijk, niet over één nacht ijs gegaan. Meer dan honderd mensen werden voor het stuk geinterviewd.

De reportage besteedt weinig aandacht aan de werkomstandigheden in Amazons gigantische magazijnen waar de arbeiders gemonitord worden door gesofistikeerde electronische systemen die meten hoeveel dozen ze per uur verwerken. (Ze vermeldt wel tussen haakjes een schandaal uit 2011, toen arbeiders in een Amazon-magazijn moesten werken in een temperatuur van meer dan 38 graden. Er was geen airco maar er stonden wel ambulances klaar om de arbeiders die bezwijmden weg te voeren.)

Arbeiders kunnen zelden hun werkritme kiezen. Dat wordt opgelegd door de machine. Hoe sneller de lopende band, hoe harder ze moeten werken. Maar de productiviteit van kantoorpersoneel opdrijven is minder  evident.  Maar, zoals een bewonderaarster van de Amazon-ceo het uitdrukte, “Net zoals Jeff Bezos in staat was om voor alle anderen de toekomst van de e-commerce te voorzien, zo was hij in staat om een nieuwe soort werkplaats te voorzien”.

De Times schrijft: “in its offices, Amazon uses a self-reinforcing set of management, data and psychological tools to spur its tens of thousands of white-collar employees to do more and more. (…)To prod employees, Amazon has a powerful lever: more data than any retail operation in history. Its perpetual flow of real-time, ultradetailed metrics allows the company to measure nearly everything”  van wat zijn klanten en personeelsleden verrichten. “Amazon employees are held accountable for a staggering array of metrics, a process that unfolds in what can be anxiety-provoking sessions called business reviews, held weekly or monthly among various teams.”

“Data management”, heet dat. Volgens  Amazon-manager Sean Boyle, is het “ongelooflijk bevrijdend”. Want data zijn ogenschijnlijk objectief, neutraal. Dat elimineert arbitraire beslissingen. Maar ze dienen wel om de werkdruk zoveel mogelijk te verhogen. Om nieuw personeel om te vormen in “Amabots” (een samentrekking van Amazon-robots), wat betekent, “you have become at one with the system”.

Amazon is nu misschien nog een uitzondering maar de opmars van data management lijkt onstuitbaar. In het bedrijf of de dienst waar u werkt wordt het misschien ook al gebruikt. Amazon, schrijft de Times, “has just been quicker in responding to changes that the rest of the work world is now experiencing: data that allow individual performance to be measured continuously, come-and-go relationships between employers and employees, and global competition in which empires rise and fall overnight. Amazon is in the vanguard of where technology wants to take the modern office”.

Amazon is inderdaad emblematisch voor de toekomst die IT in zijn kapitalistische dwangbuis voor ons in petto heeft: steeds meer werkloosheid enerzijds – dank zij IT heeft Amazon al vele duizenden kleinhandels  gekelderd, hele winkelketens uitgeroeid-  en anderzijds steeds intensere arbeid voor hen die werk hebben. Een hel voor iedereen.

Dat is niet de schuld van IT maar van een systeem dat de illusie schept dat een dergelijk absurditeit “normaal” is.  IT opent prachtige mogelijkheden om te leven zonder armoede en met veel vrije tijd. Maar wat ze levert is armoede voor de enen en gebrek aan vrije tijd voor de anderen.  Omdat de concurrentie dwingt om ze in dienst te stellen van de opbrengst van het kapitaal, ongeacht de sociale gevolgen.

——————————————————

Lees de New York Times reportage HIER.

 (1). Ik deel de kritiek van Jan Blommaert op die Orwelliaanse term. Net als vele andere pseudo-neutrale ideologische termen is de lading het omgekeerde van wat de vlag suggereert. De termen ‘werknemers’ en ‘werkgevers’ zouden van lading moeten wisselen. Het zijn de werkenden die werk geven. De eigenaars van hun bedrijf nemen dat werk. Ze betalen er lonen voor maar hun waarde is per definitie kleiner dan die van het geleverde werk. Zo maken de eigenaars winst: door werk te nemen.

augustus 19, 2015 at 6:57 am 1 reactie

EEN MILJONAIRSTAKS LOST NIETS OP

greed

Tom Ronse

Dit stukje is een reactie op de boekbespreking hieronderLees die dus eerst. Ze gaat over het boek van Peter Mertens (red.), De miljonairstaks en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen.

 

De “briljante ideeën” van de PVDA en andere linkse sociaal-democraten om de samenleving te veranderen gaan grotendeels over een herverdeling van het nationaal inkomen. Niet alleen zou dat naar een rechtvaardiger samenleving leiden, het zou ook goed zijn voor de economie, door de vraag en dus de groei aan te wakkeren. Dat lijkt logisch. De rijken worden steeds rijker en een groot deel van hun bezit wordt nergens voor gebruikt, terwijl steeds meer mensen moeite hebben om fatsoenlijk te overleven.  Waarom dus niet een deel van hun fortuin gebruiken om iets nuttigs mee te doen en zo tevens ook werkgelegenheid te creëren?

Was het maar zo simpel.

Laat ons uitgaan van het onmiskenbare feit dat we in een kapitalistische wereld leven. Dat houdt in dat er welvaart/rijkdom gecreeerd wordt als dat winst opbrengt en dat dit niet gebeurt als dat niet het geval is. Dus een economie (hetzij een bedrijf of een land) die geen winst oplevert, of minder dan wat investeerders elders kunnen bekomen, gaat kopje onder.  Het kapitaal vlucht ervan weg. Een land kan zich dus niet aan de verplichting ontrekken om kapitaalbezitters een competitieve opbrengst te garanderen.  Een serieuze miljonairstaks zou dus een averechts effect hebben.  Rechts heeft gelijk op dat punt. Sterkere landen kunnen zich een marginale miljonairstaks veroorloven maar dat zou dan ook maar een marginaal effect hebben. Wordt het serieus, dan parkeert het kapitaal zich elders. De oplossing die Thomas Piketty voor dat probleem voorstelt is een globale, internationale miljonairstaks. Maar dat is dan weer utopisch gezien de internationale concurrentie om kapitaal aan te trekken. De trend gaat de andere kant uit: alle landen proberen belastingen en loonkosten te verlagen; de kloof tussen rijk en arm wordt overal groter.

Het voorstel van een miljonairstaks getuigt van verwarring tussen geld en echte rijkdom. Sinds het einde van WW2 is het creeren van nieuw geld het middel bij uitstek om een dalende winstverwachting en dus krisis te bestrijden. Het gevolg was dat het financieel kapitaal veel sneller groeide dan de reële economie, zoals Piketty aantoont.  Als de geldmassa sneller groeit dan de waarde van de goederen en diensten die geproduceerd worden, dan leidt dat tot een ontwaarding van het geld, inflatie die, indien ze niet ingetoomd wordt door hoge rentevoeten, uitmondt in ontwrichtende hyperinflatie. Dat is echter enkel zo als dat geld in circulatie komt, in handen van consumenten.  Dat is wat in de jaren 1970 gebeurde. Maar als dat geld niet circuleert maar rechtstreeks in de koffers van banken en op bankrekeningen van rijken terecht komt, dan wordt het gesteriliseerd. Het doet dan geen goed, zoals links terecht opmerkt, maar ook geen kwaad. Als het plots zou uitgegeven worden zou het fictief karakter ervan aan het licht komen. Nu komt die enkel tot uiting in de groeiende schuldenlast van de reële economie.  De exponentieel groeiende geldcreatie, die sinds de jaren 1980 en vooral sinds 2008 de onderstutting van de waarden van financiele activa rechtstreeks als doel had, is eigenlijk een herverdeling van inkomen ten voordele van de kapitaalbezitters.  We betalen allemaal mee voor de zwellende financiële bubbel.  Wanneer die zal imploderen weet niemand maar het in circulatie brengen van opgepotte fortuinen door inkomensherverdelende maatregelen zou het proces versnellen.

Door massale geldcreatie om de waarde van kapitaal te ondersteunen wordt het probleem naar de toekomst verschoven. En wat kun je daar in feite tegen inbrengen? Aangezien het in onze maatschappij kapitaal is, wat de productiefactoren in gang zet;  aangezien het de drang en noodzaak van kapitaal om te groeien is die werkgelegenheid schept, kan een land niet anders dan het kapitaal zo goed mogelijk te dienen.

Dit is geen pleidooi voor de status quo. Integendeel.  Het is een pleidooi voor realisme, voor erkenning van het feit dat het kapitalisme een logica bezit die zich niet laat hervormen. Dat het kwaad bij de wortels moet worden gevat. Hier en daar wat snoeien helpt niet.

 

juli 12, 2015 at 5:06 am 3 reacties

DE KASSEIEN VAN DE KORENMARKT

SAM_2957; Gujarat, Rajasthan, India; 05/22/2008, INDIA-11398

Een opiniestuk zoals u er in uw krant geen zult lezen.

Tom Ronse

Immobiel zijnde na een operatie, heb ik de laatste weken veel Vlaamse televisie geconsumeerd. Ik heb heel wat knappe documentaires gezien en af en toe ook knappe fictie. De grootste teleurstelling was het Journaal. Ik vond de toon en inhoud vaak gezagsgetrouw, chauvinistisch, navelstarend, schandaalbelust, impliciet racistisch en oppervlakkig. Het is waar dat die adjectieven ook toepasselijk zijn op soortgelijke programma’s in Amerika maar de navel waar men daar naar staart is op zijn minst ietwat groter dan de Vlaamse. Wat er zich buiten het zakdoekje Vlaanderen afspeelt is blijkbaar vaak niet de moeite waard om in het Journaal te rapporteren.

Tenzij er een of andere connectie met Vlaanderen is. Liefst iets dat in de schandaalsfeer kan worden getrokken. Zo komt het onderwerp kinderarbeid en hongerlonen in India in de kijker als blijkt dat de stad Gent -die zich graag een progressief imago aanmeet-  zijn Korenmarkt heeft laten bedekken met kasseien die in dergelijke ellendige omstandigheden werden gemaakt.  Genant voor burgemeester Termont, gniffel gniffel. Het is een lelijke puist waar snel een pleister opgekleefd moet worden. Laat ons eens kijken, wat valt er aan te doen? Strengere controle op de naleving van de wet op kinderarbeid in India.  Europese en Amerikaanse invoerders onder druk zetten om van hun leveranciers in de “derde wereld”  te eisen dat ze zonder kinderarbeid werken en hun personeel fatsoenlijk betalen. Dat was het zo ongeveer, wat de tv- en krantencommentatoren erover te zeggen hadden.

Uit blogpot Donviona

Uit blogpot Donviona

De grondstoffen voor kasseien vind je in zowat alle werelddelen maar ze worden op zeer verschillende manieren geproduceerd. Grofweg zijn er twee methoden. De eerste is kapitaalintensief. Wie ooit een steengroeve bezocht in een hoog ontwikkeld land, zal het opgevallen zijn hoe weinig mensen je er aan het werk ziet. Bijna alles wordt gedaan met grote machines die vaak bestuurd worden door computers. Heel anders is de kasseiproductie in een land als India. Daar krioelt het van het werkvolk, groot en klein, die de stenen met voorhamers en ander lowtech alaam te lijf gaan. Natuurlijk is de productiviteit van zo’n Indisch bedrijf  veel lager. Om te kunnen concurreren met hightech steengroeven moeten de arbeidskosten er dus veel lager zijn.  Kinderarbeid en hongerlonen zijn daarvan het logisch gevolg. Schakel die uit, dan stijgen de productiekosten en daalt dus de winst. Tenzij de prijs van het product stijgt maar dan wordt het minder concurrentieel waardoor zijn markt zal krimpen.  Het kapitaal dat in deze ondernemingen geinvesteerd is, zal dus in beide gevallen gestimuleerd worden om naar elders te versluizen.

Een reportage in The New York Times illustreert het probleem goed. Ze betrof een vrouw in Zambia die lange dagen zwoegde om met een voorhamer rotsen in kleine stukjes te slaan. De keitjes werden gebruikt voor opritten van de villa’s van Zambiaanse rijken. Die rijken konden ook keitjes kopen van bedrijven die machines hadden om rotsen te verpulveren.  Zo’n machine deed in enkele minuten wat de vrouw een hele dag kostte. Geen wonder dus dat die dame nog geen 2 euro per dag verdiende.  Een ‘fatsoenlijk loon’ is dat niet.  Maar als ze een menswaardige vergoeding zou vragen, zou ze voor haar keitjes geen kopers meer vinden.

 Kinderarbeid in Myanmar

Kinderarbeid in Myanmar

Hetzelfde geldt voor de Gentse ‘kinderkopkes’.  Schaf de kinderarbeid daadwerkelijk af, betaal hogere lonen en vele van de steengroeven van Rajasthan die Gent hebben bevoorraad zullen hun werkzaamheden stopzetten. En dat in een streek waar er vrijwel geen alternatieve tewerkstelling is.

Kan Fair Trade een oplossing bieden? “Fair Trade” betekent dat de klanten hogere arbeidskosten absorberen en dus een prijs boven de geldende marktprijs betalen. Gezien de steeds bitsigere prijzenslag op de globale markt kan het dus hoogstens een marginaal fenomeen zijn. Per definitie een uitzondering, nooit de regel. Zeker niet in de huidige crisiscontext.

Kapitaal zoekt altijd op zijn minst de modale winstvoet en als het kan meer. Het heeft geen enkele reden om te blijven waar de winstverwachting ondermaats is.  Dat is ook het probleem in Griekenland. Het bedrijf  ‘Griekenland’ heeft een te lage winstverwachting om kapitaal aan te trekken.  Dus moeten zijn productiekosten verkleinen. Dat betekent meer sociale bezuinigingen en meer belasting. Dat betekent lagere lonen. De regering staat er voor de keuze: ofwel het desastreuze beleid van zijn voorgangers verder zetten ofwel de ‘Grexit’. De laatste mogelijkheid lijkt steeds dichterbij te komen. Beide opties leiden naar een pauperisatie van de reeds zwaar getroffen werkende en werkloze bevolking. De laatste wellicht het snelst.

Het is een ijzeren logica waar geen Syriza tegen opgewassen is: ofwel maak je het kapitaal naar zijn zin ofwel vlucht het weg. Je kunt het niet tegenhouden.  En zonder sta je nergens in een kapitalistische wereld. De crisis-context versnelt de tendens.  Het kapitaal zoekt een veilige haven en Griekenland  is dat niet.

grexit-comic

Zelfs als er geen krisis zou zijn, zouden de vooruitzichten somber zijn voor de kasseihakkers van Rajasthan, voor de Grieken en uiteindelijk voor ons allemaal.  Welke richting gaat de geschiedenis uit? Veel is onvoorspelbaar maar zeker lijkt dat de opmars van de informatie-technologie zal verder gaan. Nog meer dan vandaag zal de automatisering de productiekosten van kasseien en al de rest verlagen. Om concurrentieel te blijven zullen lowtech bedrijven in landen als India  niet anders kunnen dan nog lagere lonen te betalen. Hongerlonen die ouders dwingen hun kinderen te verhuren of te verkopen.  Daar kunnen campagnes tegen kinderarbeid en tegen mensenhandel niet aan verhelpen.

De automatisering (niet alleen van productie maar ook van diensten) impliceert dat ook in de meest ontwikkelde landen meer en meer banen zullen verdwijnen. Maar voorlopig is het vooral de minder concurrentiele rest van de wereld waar vele miljoenen mensen niet winstgevend en dus “overbodig” worden. Een van de gevolgen is dat duizenden aanspoelen op Europa’s kusten. Ze zijn slechts een voorhoede.

Ook daar hebben de politici geen oplossingen voor tenzij krankjorum ideeen zoals het bombarderen van boten waarvan men vermoedt dat ze gebruikt worden door smokkelaars. Alles wat ze voorstellen, of het nu over kinderarbeid gaat of over Griekenland of over bootvluchtelingen of over klimaat-opwarming, zijn pleisters op een houten been. Struisvogels zijn het, met hun kop diep in het zand.

Men heeft geen oplossingen. Evenmin voor de globale economische krisis. In de voorbije jaren is men ze te lijf gegaan met bezuinigingen en met stimulerende maatregelen maar niets kon beletten dat de globale schuldenlast steeds zwaarder werd. De economie is niet winstgevend genoeg om die last te dragen dus moeten de schulden groeien om de ineenstorting naar de toekomst te verschuiven. “Het verleden verslindt de toekomst”, zoals Thomas Piketty opmerkte. De impotentie van die uiteenlopende politieken geeft aan dat het hier niet zozeer gaat over een krisis die het gevolg is van een verkeerd beleid dan wel om een systeemskrisis, zelfs een beschavingskrisis. Fundamentele kenmerken van onze beschaving – hoe en waarom we dingen doen en maken, hoe we omgaan met anderen, onszelf, de natuur, de andere dieren- zijn in konflikt met de krachten die deze beschaving in het leven heeft geroepen. Anders gezegd: productie voor de markt, voor winst, en alles wat ermee samenhangt, wordt steeds minder verzoenbaar met de menselijke drang om te overleven, om zich te ontplooien.

Uit de puinen van dit konflikt zal misschien een nieuwe beschaving verrijzen. Hoe die er uit zal zien, kunnen we nog niet weten. Zoals “Het Zesde Metaal” zingt:

 

“Miskien is’t nog te vroeg,

Miskien is’t nog niet donker genoeg”.

 

 

juni 19, 2015 at 11:44 pm 2 reacties

Heeft het papieren boek nog een toekomst? DEEL 7: TWITLIT

tweets

Tom Ronse

In de vorige aflevering van deze serie liet ik me nogal sceptisch uit over het literair potentieel van Twitter. Ik was ongehinderd door enige voorkennis want ik had nog nooit een ‘tweet’ gelezen.  Inmiddels heb ik daar iets aan gedaan. Ik ben er nog niet ingedoken maar ik heb toch al vanop de kant met mijn tenen in deze immense vijver geroerd. Genoeg om te ontdekken dat Twitter gonst van de literaire bedrijvigheid.

Twitter is een “virtuele gemeenschap”, samengesteld uit schier ontelbare, elkaar overlappende  “virtuele gemeenschappen”.  Het communicatieplatform bestaat sinds 2006 en heeft inmiddels  284 miljoen  actieve en 220 miljoen passieve gebruikers.  Het maakt winst door informatie over zijn gebruikers te verkopen aan adverteerders. Niemand leest alle tweets (berichten op Twitter): op piekmomenten zijn er duizenden per seconde. Je kiest wie je volgt en “retweet” wat je goed vindt. Wat Twitter anders maakt dan andere sociale media zoals Facebook is dat “tweets” niet langer mogen zijn dan 140 lettertekens.

Kunnen tweets kunst zijn?

Doemt dat het medium tot oppervlakkigheid?  Is het tot niets anders in staat dan roddelen, sloganeren, chockeren, emotioneel ontlasten, grapjes vertellen, reclame maken en links doorgeven naar andere plaatsen op het internet waar de beperking van 140 lettertekens niet geldt?

Wakkert het de oppervlakkigheid en de short attention span nog aan?

Sommige schrijvers vinden van wel. “Twitter is murdering literature with a gun”, schreef Jonathan Franzen.  Columnist Conor Gearin is het daar niet mee eens. “A Tweet’s 140-character length does not disqualify it as literature — otherwise, we would have to throw out countless short poems that have shaped our view of the world”, schrijft hij. Tweetster en dichteres Kimmy Walters merkt op: “Lots of poetic forms also have limitations, but you’ll notice that fewer people are claiming that the sonnet is murdering literature with a gun.”

Toch besluit Gearin: “I have never seen a writer publish a book entitled “New and Selected Tweets.” I have to admit I am a bit doubtful I would read such a book.”

selected-tweets

Net op de dag waarop ik Gearins column las, zag ik de aankondiging van een boek dat volgende maand verschijnt:  “Selected Tweets”, door Mira Gonzalez en Tao Lin. De eerste is een dichteres uit LA, de tweede een romanschrijver die in New York woont. Beiden zijn verwoede tweeters die verschillende keren per dag wat er door hun hoofd spookt in tweetvorm op de wereld afvuren. Beiden zijn ook gelauwerde auteurs. Maakt dat hun tweets literatuur? Is dit kunst?

“Yes, absolutely”,antwoordt Mira Gonzalez, “ I view twitter as an art form as much as I view poetry or fiction as an art form.” 

Voor haar is Twitter een poëtisch medium maar dat wil niet zeggen dat haar tweets gedichten zijn. Literaire tweets passen niet in de categorieen van het drukperstijdvak. “The content that I post on Twitter tends to be different from the things I would write in a poem. That’s not to say one is better or more important or ‘less poetic’ than the other. I can express things on Twitter that I wouldn’t feel capable of expressing in a poem, the same way I can express things in a poem that I wouldn’t feel capable of expressing in a short story.

Wat het medium voor haar en andere literaire tweeters aantrekkelijk maakt is dat het uitnodigt tot  vluchtige, ongepolijste, onmiddelijke, compacte communicatie met een onzichtbaar publiek. Dat geeft haar als schrijfster een gevoel van vrijheid dat ze in andere media niet vindt:  “I feel comfortable tweeting things that I would never feel comfortable saying in a real life conversation, or even in other places on the internet. For reasons that I don’t fully understand, Twitter is a place where I don’t feel ashamed to say my most shameful thoughts.”

twitter 2

Ook de literaire criticus Christian Lorentzen voelt zich vrijer als tweeter, al wantrouwt hij dat gevoel. “Disposability, and ephemerality and the lack of a money factor all probably make me feel free. This is good evidence that I am delusional because tweets stay online forever unless you delete them, they can be used against you in a court of law, and twitter is a giant corporation, moneywise, whose product is all of us who use it.”

Die vrijheid –of ogenschijnlijke vrijheid-  zet vele literaire tweeters aan om de grens tussen werkelijkheid en fictie op te blazen of in vraag te stellen. Sommigen meten zich een Twitter-persona aan, een fictief karakter dat enkel op Twitter bestaat.Patricia Lockwood, een populaire dichteres en tweetster, is daar een goed voorbeeld van: “My character is a sort of surreal, postmodern Mae West: delusions of grandeur, willingness to say anything, breasts everywhere, even where they don’t belong, and made out of one-liners. I like it when women assume voices of total and even reckless comic authority. I like shocking declarations, and swinging from the chandelier, and general word-drunkenness”.

Vele literaire tweeters vinden Twitter een onmisbaar middel om contacten te leggen, gelijkgestemden en nieuwe lezers te vinden. “It’s weird and surprising and cool and frustrating to discover people so similar to you living all across the globe”, zegt Kimmy Walker. “I have probably seventy soulmates and most of them live between 1,000 and 10,000 miles away from me.”

En Mira Gonzalez : “I have met most of my best friends through Twitter, as well as countless people who have been supportive of my writing. I have also discovered a lot of my favorite writers through their twitter accounts.”   

Sommigen gebruiken Twitter enkel om reclame te maken voor hun boeken. Velen hebben het gevoel dat een schrijver vandaag verplicht is om op Twitter aanwezig te zijn,  wil hij of zij niet genegeerd worden. “I particularly dislike the feeling that if I’m not on Twitter, people won’t share my work or read it, so it’s fear of missing out that keeps me on there”, klaagt de Britse schrijfster Juliet Jacques. “Obviously, this ties in with the financial collapse of the media industry. It’s all a fucking mess, basically, and terrible for the kind of introverted personality that is attracted to write.”

Voor de schrijfster Kate Zambreno was dit de reden om met Twitter te stoppen. Volgens haar zet het medium aan tot zelf-promotie in plaats van tot literaire kwaliteit. Ik kreeg er een hekel door aan mezelf, zegt ze. “Some writers have tens of thousands of followers and it’s more of a popularity contest or a cult of personality, and made me think of writing something to appeal to more readers—which I found poisonous as a writer.”  Sinds ze gestopt is, krijgt ze nog regematig emails van tweeters die haar schrijven dat ze haar missen. Dat vind ze leuk maar ook vreemd: “like you don’t exist if you’re not on social media”.

Flarden

“The best Twitter works like good eavesdropping, when you walk by a conversation and hear just a sentence that you’ll continue to think about ”, meent de literaire redacteur Spencer Madsen.

Het medium is ideaal voor aforismen, slogans in Bond zonder naam-stijl en korte poëtische observaties die op Haikus lijken, weliswaar zonder de vorm van dat Japanse genre te respecteren. “Nieuwjaarsochtend – alles staat in bloei! Ik voel me nogal gemiddeld” zou als een typisch voorbeeld van zo’n tweet kunnen gelden maar het is een haiku van de 18de eeuwse dichter Issa. Niets nieuw dus maar Twitter heeft deze superkorte kunstvormen wel een enorm speelveld gegeven en zo sterk aangewakkerd.

sadvil 3

Ook niet nieuw is wat de situationisten, geinspireerd door marxisme én surrealisme, l’art du détournement noemden. Door een commerciële of politieke slogan uit zijn context te lichten en hem in een andere te plaatsen, kun je hem tegen zichzelf keren. Dat deden ze al in mei ’68. Amerikaanse artisten zoals Barbara Kruger en Jenny Holzer waren er in de jaren 1980 ook straf in. Twitter leent zich uitstekend voor dit soort subversieve kunst.

Sommige tweeters slagen er in om in één enkele tweet een heel scenario te verpakken. Zoals Sadvil:

sadvil

Maar ook dat is eigenlijk niet nieuw. Er ie een beroemde anecdote (al dan niet echt gebeurd – dat is onduidelijk) over Ernest Hemingway. ‘Papa’ zou ooit weddingschap hebben afgesloten dat hij in zes woorden een roman met een begin, een midden en een einde kon schrijven. Dit is wat hij op een servet zou hebben gekrabbeld: “For sale: baby shoes. Never worn.”

Hemingway was de kampioen van de compactheid, van het schrappen van alles wat niet essentieel is. Zou Twitter hem gefascineerd hebben?

Sommige tweeters hebben veel meer dan zes woorden nodig en spreiden hun verhaal over verschillende tweets. De schrijver Rick Moody publiceerde in 2009 een kortverhaal bestaande uit 153 tweets.

Twitter zet aan tot schrappen, tot zoveel mogelijk zeggen met zo weinig mogelijk woorden. Dat heeft ook invloed buiten de Twittersfeer. “De communicatie wordt beknopter en dat zie je dan ook terug in de literatuur”, zegt Peter Roosendaal (“Nederland leest”) in De Morgen (25/03/2015). Essayist en tweeter Kenneth Goldsmith speculeert:  “I wonder if Knausgaard would’ve written the same books today had he been using Twitter. It wasn’t around when he was writing those books. Those books were written during the age of the blog, with its big verbiage. The landscape has completely changed today.”

Het bekendste voorbeeld van een door Twitter beinvloede auteur is wellicht Lydia Davis. Zij is een enthousiate tweeter die net als Issa en Gonzalez van kurkdroge humor houdt:

“Now that I have been here for a little while, I can say with confidence that I have never been here before.”

Ze publiceert fel gewaardeerde superkorte verhalen. Collega-tweetster en schrijfster Chloe Schama  is een fan: “Her work can sometimes read like a test of discipline or the brilliant product of a dare: You thought I couldn’t do it, didn’t you? I broke your heart in one paragraph or less.”

Zoals Hemingway.

Maar terwijl poëzie en kortverhaal in de Twittersfeer kunnen gedijen, kan de roman er zich onmogelijk thuis voelen. En, wat Kenneth Goldsmith ook moge beweren, de vraag naar romans, naar boeken die de beknoptheidsdwang aan hun laars lappen, is niet aan het verdwijnen.

Ook niet in cyberspace. Maar daarvoor moeten we elders kijken dan op  Twitter. Dat doen we in de volgende aflevering van deze serie.

 

De vorige aflevering van deze serie kun je HIER lezen.

De citaten van tweeters in dit artikel komen uit een serie van interviews door Sheila Heti in Believer Magazine. Je kunt die HIER lezen.

 

Gearins column lees je HIER.

Klikken op onderstaande links brengt je naar de Twitter-feed van enkele bekende literaire tweeters. Maar verwacht je niet aan een ononderbroken stroom van literaire hoogstandjes.

@arealliveghost

@tao_lin

@miragonz

@xlorentzen

@TriciaLockwood

@tejucole

@egabbert

@julietjacques

@lydiadavis

@chloeschama

 

 

 

april 27, 2015 at 6:53 pm 1 reactie

HEEFT HET PAPIEREN BOEK NOG EEN TOEKOMST? (6)

1.books

Tom Ronse

Zeg me niet dat dit salon geen aandachtige lezers heeft. Zoals EL die me een mail zond waarin hij Sisyphus’ noeste arbeid toejuicht, waarvoor we hem bedanken, en me er tevens op wijst dat ik een serie van essays met bovenstaande titel nooit heb afgemaakt. En hij citeert de slotzin van mijn vijfde en voorlopig laatste stuk in die reeks: “In  de volgende aflevering zoek ik antwoorden op de vraag hoe de overgang naar een wereld van electronische informatieverspreiding traditionele boek-kunstvormen zoals de roman beinvloedt”. Dat schreef ik in april 2012.  Het zou een van mijn vele onafgewerkte projecten gebleven zijn, als EL niet aan mijn mouw had getrokken. Belofte maakt schuld. Het helpt dat het onderwerp me boeit.(1) Dus duiken we er weer in. Over de vraag in de titel -of het gedrukte boek nog een toekomst heeft- hebben we het eigenlijk niet meer. In de vorige afleveringen kwamen we tot de conclusie dat het papieren boek niet zal verdwijnen maar wel marginaler zal worden. Nu gaat het over de vraag hoe de electronische drager het boek inhoudelijk verandert. Hoe zit het met de toekomst van de literatuur?

2. Late American novel

In 2011 verscheen een boek, The Late American Novel: Writers on the Future of Books, waarin 26 bekende schrijvers deze vraag trachtten te beantwoorden. De titel en de ouderwets-futuristische prent op het voorplat doen verwachten dat het e-boek er ruim aan bod in komt maar vreemd genoeg is dat niet het geval. Slechts enkele schrijvers vermelden het en dan nog meestal met enige weerzin.

 

 

3. oldandnew De uitzondering is de romanschrijver Reif Larsen die denkt dat de voorstanders van het gedrukte boek ooit zullen klinken als de Victorianen die kaarslicht zoveel beter vonden dan Edisons nieuwerwetse electrische lantaarns.  Hij probeert zich in te beelden welke nieuwe terreinen de e-boeken zullen exploreren, eens ze in hun nieuwe schulp zijn gegroeid. Ze kunen de rigide grenzen van het blad opblazen, schrijft hij enthousiast. Beelden kunnen in de tekst opdoemen of er boven zweven. Multimedia trailers in plaats van kaften. De tekst zal “zwaar gesupplementeerd” worden met multimedia zoals gesproken woord, muziek, video, opties voor interacties tussen lezers en een zijpaneel met “real-time Twitter reviews.” Vanuit het standpunt van een verhalen-verteller lijken de mogelijkheden om de lezer mee te nemen in nieuwe verhaal-werelden zowel onbeperkt als angstaanjagend, concludeert  Larsen.  De truc bestaat er volgens hem in om te weten “when to harness the power of the new media and when to let the simplicity of the text work its magic.” De verleiding om met de nieuwe media te spelen kan er echter toe leiden dat al te vaak voor het eerste wordt gekozen.

Larsen heeft zelf van zijn roman The Selected Works of T.S. Spivet  een “geamplifieerde”e-versie gepubliceerd (Penguin, 2012. De filmversie van het boek, The Young and Prodigious Spivet , was vorig jaar in de bioscopen).

4. Spivet poster

Het e-boek kun je als Ipad app downloaden.  Ipad-lezers klagen echter dat hun schermpje te klein is om al de extra’s – video, commentaren- die de e-versie bevat te tonen. Je moet ze  zelf binnen je gezichtsveld trekken. Sommige lezers vinden al die zijsprongen die het verhaal onderbreken irritant. Hoe meer toeters en bellen, hoe aantrekkelijker de rust van de simpele tekst hen lijkt.

5. reading manara

Strandscene door Milo Manara

 

Dat is ook de opinie van de Britse schrijver China Miéville. In een speech voor de Edinburgh World Writers’ conference in 2012  stelde hij dat de voorspellingen over de digitale productie van een nieuwe soort literatuur overroepen bleken. “The hypertext novel? A few interesting experiments. The enhanced ebook, with soundtrack and animation? A banal abomination.”  Ondanks alle experimenten is het volgens hem opvallend dat de traditional narrative-arc-shaped fiction goed standhoudt.  Maar terwijl de digitale productie volgens hem nog geen inhoudelijke of vormelijke revolutie van de literatuur heeft teweeg gebracht, ziet hij de digitale distributie van literatuur als een onstuitbare trend. En je kunt de distributie van de roman niet radicaal herstructureren zonder dat dit een impact heeft op zijn vorm en inhoud. Miéville erkent dat.  “We naderen niet alleen een tijdperk waarin niemand die dat niet wil voor een boek zal moeten betalen maar ook een waarin de digitale beschikbaarheid van de tekst de relatie tussen lezer, schrijver en boek zal veranderen”.

De meest ingrijpende verandering volgens Miéville: “The text won’t be closed.”

“Anyone who wants to shove their hands into a book and grub about in its innards, add to and subtract from it, and pass it on, will, in this age of distributed text, be able to do so without much difficulty, and some are already starting.”

Inderdaad kan men op het web al heel wat sites vinden waar mensen zich literair uitleven door nieuwe avonturen te bedenken voor personnages uit bekende romans en films (verder meer daarover). Op  muzikaal vlak is de invloed van de digitale distributie nog veel duidelijker. Het  remixen van bestaande albums is al heel gewoon worden en heeft op zijn beurt nieuwe songs en composities beinvloed die dan weer door anderen als grondstof worden gebruikt voor nieuwe combinaties. Men zou kunnen zeggen dat de hele muziekwereld er “democratischer” door werd, alleszins meer collectief en interactief.  Elke tiener kan zijn eigen mix maken en online zetten en vele doen dat ook.  Waarom zou de literaire wereld aan die trend ontsnappen?  Is het te vermijden dat er online tal van “redacteurs” opduiken met hun eigen versie van het werk van anderen?

Vele auteurs vinden dat vooruitzicht natuurlijk een nachtmerrie.  Hun werk is hun privé-eigendom dat anderen mits betaling mogen lezen, beluisteren of bekijken en er verder hun poten moeten van afhouden. Maar wat doe je eraan?  Repressie –nieuwe wetten en politie-acties tegen “piraterij”, vervolging van ‘sharers”, enz. – roeit tegen de tijdsstroom in; het is een achterhoede-gevecht. Miéville  heeft er geen good woord voor over: “It’s disingenuous, hypocritical, ineffectual, misunderstands the polyvalent causes and effects of online sharing, is moribund, and complicit with toxicity.”

6. China Mieville

China Mieville

 

Hij bekritiseert zijn eigen vakbond, de Creators’ Rights Alliance, die een manifest uitgaf waarin ze onder meer opriep om “het intellectueel eigendomsrecht” in de scholen te propageren: “All schoolchildren should be encouraged in the habit of using the © symbol with their work, whether it be an essay or a musical composition. The concept behind copyright is so simple that a child can understand it: “I made it: it’s mine.”‘

Miéville vindt dat advocating the neoliberalisation of children’s minds. That is scandalous and stupid. The text is open. This should – could – be our chance to remember that it was never just us who made it, and it was never just ours.”

“Mijn werk” was nooit mijn werk alleen en het was nooit alleen van mij. We hebben altijd cultuur geproduceerd op een collectieve manier.  De informatie-technologie herleidt alles tot fragmenten die op verschillende manieren geassambleerd kunnen worden maar zo was het eigenlijk vroeger ook. Cultuur is informatie en informatie bestaat slechts als inhoud van communicatie. De technologische revolutie in de distributie van informatie heeft het collectieve, interactieve karakter op de spits gedreven. Dat botst  met de maatschappijvorm die steunt op individueel bezit.  Om van digitale goederen individueel bezit en dus koopwaar te maken, moet het doorgeven van informatie bij wet worden ingeperkt.  Maar de aard van het internet, van de digitale technologie, maakt de controle erover moeilijk, zo niet onmogelijk. Niemand kan nog tegenhouden wat er op het web verschijnt. Natuurlijk is er ook een hele industrie die zich erop toelegt om informatie ontoegangelijk te maken voor niet-betalers maar het blijft een permeabele muur, zo standvastig als die van Berlijn.

Dit heeft een krisis veroorzaakt in de muziek-industrie en het uitgeversbedrijf. Maar de muziek en de literatuur lijken te floreren. Een van de duidelijkste gevolgen van de kostenloze reproductie van informatie is dat er ontzaglijk veel meer gepubliceerd wordt.  Niemand hoeft nog aan de normen van uitgevers of muziekbazen te voldoen om zijn/haar werk online te verspreiden. Iedereen kan zich auteur noemen, zelfs van cd’s en gedrukte boeken: dank zij de electronische technologie is self-publishing goedkoop geworden en het is niet zo moeilijk om opgenomen te worden in de cataloog van massa-distributiebedrijven als Amazon.

7. reading stand

Zelfs zij de hunkeren naar vroeger kunnen niet ontkennen dat de trend positieve aspecten heeft.  Online wordt een schat aan informatie beschikbaar gemaakt die zonder het internet verborgen zou blijven of zelfs niet zou bestaan.  Een goed voorbeeld is de scherpe stijging van vertalingen, vooral in het Engels, waardoor literatuur een wijder speelveld kreeg. Opmerkelijk is dat heel wat vertalingen tot stand komen door de gezamenlijke inspanningen van vrijwilligers, uit liefde voor een werk dat geen kans maakt op commercieel sukses.

Men zal opwerpen dat de kwantitatieve stijging van het informatie-aanbod vooral een stijging van het aanbod van rotzooi was. Dat de verminderde rol van uitgeverijen en muziekbedrijven betekent dat er minder op kwaliteit wordt geselecteerd. Dat het informatie-aanbod krioelt van teksten die schreeuwen om een bekwame redacteur. Dat valt niet te ontkennen. Maar het is ook waar dat er in het aanbod van de mooi gedrukte boeken van de traditionele uitgeverijen ook veel rotzooi zit. Literaire kwaliteit en commercieel sukses zijn twee verschillende dingen. Soms vallen ze samen maar vaak doen ze dat niet.

Als iedereen een schrijver kan worden wat blijft er dan over van de speciale status van de auteur? Een vaak gehoorde klacht van gevestigde auteurs is dat het internet het schrijversvak devalueert en daar hebben ze geen ongelijk in. Het schrijversvak is inderdaad gedevalueerd: reken maar uit hoeveel de gemiddelde schrijver per uur verdient. Er zijn natuurlijk uitzonderingen en extreme uitzonderingen maar de gemiddelde schrijver is een armoezaaier. Zijn/haar werk wordt ondergewaardeerd. “Well, yes”, zegt Miéville.  “Just like the work of nurses, teachers, public transport staff, cleaners, social workers, which has been undervalued a vast amount more for a whole lot longer. We live in a world that grossly and violently undervalues the great majority of people in it.”

8 read

En dat wordt steeds erger omdat het logisch is om te bezuinigen op wat geen winst opbrengt. Miéville’s voorstel om de situatie te behelpen door “serieuze schrijvers” een door de staat betaald salaris te geven, lijkt dan ook een luchtkasteel. Omdat het gros van de menselijke activiteit door de hoepel van de winstgevendheid moet springen en die winstgevendheid in het gedrang komt, wordt steeds meer menselijke activiteit ontredderd. Ook het schrijversvak.

Er is natuurlijk nog altijd een circuit dat leidt van noeste eenzame arbeid naar commercieel sukses en rijkdom. Als schrijver kun je daarvan dromen, daarop mikken. Vele Amerikaanse schrijvers structureren hun romans met het oog op hun eventuele verfilming. Als je in een taal als het Nederlands schrijft, en je markt dus beperkt is door de bescheiden omvang van je taalgebied, is de kans dat je ooit van de opbrengst van je literaire kunst zult kunnen overleven bijzonder klein. Al lijken ze in Scandinavie wel een formule te hebben gevonden.

Iedereen die zich aan het schrijven zet weet dat. Iedereen die een tekst op een blog of een website plaatst, weet dat hij of zij er niet rijk van zal worden. Toch houdt dat besef miljoenen niet tegen om literatuur te produceren. Misschien koesteren ze een fantasie waarin ze ondekt zullen worden, zoals elke basketter droomt van de NBA. Maar eigenlijk weten ze het best, hun product is niet verkoopbaar want het is niet winstgevend. Ze doen het toch, niet om te verkopen maar om weg te geven. Om te communiceren. Ze schrijven collectief. Er ontstaat een cultuur van geven en nemen die haaks staat op de klassieke rolpatronen, ook die van de literatuurproductie.

Toch lijkt ook de literatuur die rechtstreeks voor digitale distributie is gemaakt de klassieke vormen niet in vraag te stellen. De roman, het gedicht, het kort verhaal: ze zijn zo taai als kakkerlakken, zoals Miéville opmerkt. Er zijn nieuwe vormen, zoals verhalen die interactief tot stand komen via Twitter maar die hebben, voor zover ik weet, voorlopig weinig indruk gemaakt. De Twitter-vorm (maximaal 140 leestekens per tweet) biedt mogelijkheden voor Haiku-dichters als Herman Van Rompuy maar anderen vinden het een keurslijf. Er is geen Twitter-roman. En de nood om romans te schrijven en te lezen lijkt ook in het internet-tijdperk springlevend.

In de volgende aflevering van deze serie bekijk ik enkele literaire producten van het internet van wat dichterbij.

 

10 patti      11 inprint

(1) Al sinds lang: mijn eindthesis aan de universiteit was getiteld: “De toekomst van de massa-media” (1972). Kun je nagaan hoe leuk het is om dat vandaag te herlezen.

 

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2012/04/10/heeft-het-papieren-boek-nog-een-toekomst-5/

http://www.amazon.com/The-Late-American-Novel-Writers/dp/1593764049

http://www.theguardian.com/books/2012/aug/21/china-mieville-the-future-of-the-novel

 

 

maart 25, 2015 at 6:35 am 1 reactie

Pleidooi voor de afschaffing van de Vlaamse leeuw

ouweleeuw

Tom Ronse

Als ik Dirk Draulans zou interviewen, zou ik hem vragen: welk dier lijkt het best op Vlaanderen? Ik betwijfel dat hij ‘de leeuw’ zou antwoorden. Wat heeft dat roofdier van de Afrikaans savanne gemeen met Vlaanderen, behalve dat het luid kan brullen?

Vanwaar de vergelijking? Omdat Vlaanderen en de leeuw allebei dapper zijn? Een leeuw is niet dapper, tenzij hij scheel ziet van de honger. En dan nog. Enkele hyena’s volstaan om hem op de vlucht te jagen. Daarbij, dapperheid is een kwaliteit die fel overroepen is. De jongens die naar het oostfront vertrokken waren dapper. De terroristen die zichzelf vermoorden om anderen te doden zijn dapper, ook al worden ze voortdurend ‘lafaards’ genoemd. Dat zijn ze nu juist niet. Integendeel. Dapperheid maakt deel uit van hun pathologie. Dapperheid als hoogste deugd en geweld als haar expressievorm zijn essentiële ingredienten van de mythes die zin geven aan hun emoties en ervaringen. Niet alleen de mythes van de islamistische terroristen. Ook de hele westerse cultuur hemelt dapperheid op. En dat dapperheid triomfeert door superieur geweld, dat zien we elke avond op tv. Islamisme en westerse ideologie zijn meer gelijkend dan verschillend. Ook terroristen kijken naar Hollywood-films. “Die hard”, weetjewel. “Die with a vengeange”.

Er wordt ons een beeld opgehangen dat meer en meer begint te lijken op oorlogsstokerij: de islam als vijand, bron van alle kwaad, cultuur die leidt tot intolerantie en wreedheid. Terwijl het toch overduidelijk is dat de meeste wreedheid wordt begaan door staten met een christelijke traditie. Op dat vlak hebben ze niets van de moslims te leren. Ze moorden veel efficienter, met drones vanachter een computerscherm, zonder hun handen vuil te maken. Intussen spelen ze het heilige boontje. “Het dulden van spot zit in het christendom ingebakken”, beweert de Vlaamse katholieke columnist Marc Van de Voorde. Het christendom is volgens hem per definitie tolerant en de islam per definitie intolerant. Dat zou blijken uit het verschil tussen de bijbel en de koran. Je moet wel het grootste deel van de geschiedenis van het christendom negeren om tot een dergelijke conclusie te komen. Voor zover de christelijke kerken tolerant zijn, werd die tolerantie hen opgedrongen, ze kwam niet van binnenuit.

En ze is relatief. Er zijn limieten, zo benadrukte de paus nog onlangs. “Als iemand mijn moeder beledigt, dan geef ik hem een vuistslag”, zei hij monkelend. Het was een uitspraak die verraste omdat je hem eerder zou verwachten van een tooghanger dan van een prelaat. Maar dat is wat deze paus zo sympathiek maakt nietwaar, hij wekt de indruk dat hij “een man van het volk” is waarmee je een pintje zou kunnen drinken.
Maar op de keper beschouwd is die uitspraak niet zo verschillend van de zelfrechtvaardigingen van terroristen. Natuurlijk, een vuistslag is geen onthoofding. Maar het verschil tussen beiden is oneindig veel kleiner dan dat het verschil tussen je moeder en God. Tenminste, als je echt in Hem gelooft en dat zou je van een paus toch verwachten.
Als je aan God toegewijd bent, dan ben je bereid tot zinloos bloedvergieten om Hem te behagen. Het is niet zinloos, als Hij het wilt. Dat is wat niet alleen de koran maar ook de bijbel ons leert. Een van de eerste voorbeelden van religieus fanatisme is het verhaal van Isaak. U kent het wellicht: God die een sadomasochistische relatie heeft met Abraham, draagt hem op om zijn eigen zoon Isaak te vermoorden. Abraham gehoorzaamt, zonder vragen te stellen. Maar net als hij het mes in zijn kind wil planten, zegt God: Stop, het was maar een lolleke.
In “the story of Isaac” zingt Leonard Cohen:
You who build these altars now
to sacrifice your children,
you must not do it anymore.
A scheme is not a vision
and you never have been tempted
by a demon or a god.

Het doet er niet toe of het altaar voor de christelijke God is of voor Allah, voor het vaderland of voor de democratie. Hou op met dapper zijn, hou op met mensen te offeren voor je verdomde luchtspiegelingen.

Vlaanderen is gelukkig niet erg dapper. Het heeft dus geen zin om de leeuw als nationaal symbool te vervangen door een dier dat echt dapper is zoals de hyena, de das of de veelvraat (al is deze laatste misschien om andere redenen geschikt). Is de leeuw dan toch gepast, aangezien hij ook niet erg moedig is? Nee, want de leeuw staat bekend als de koning der dieren en het is ronduit belachelijk om Vlaanderen die rol toe te meten. Tussen de andere landen is Vlaanderen geen koning maar een klein sluw meelopertje. Geen leeuw, eerder een marmotje. Zou dat geen beter symbool zijn? Weg met de Vlaamse leeuw, leve het Vlaamse marmotje. Iedereen zou ons schattig vinden.

marmotje

Marc Van de Voorde: “Ja, Christenen laten met zich spotten”, www.deredactie.be, 09/01/2015

februari 23, 2015 at 4:31 pm 1 reactie

Oudere berichten


Kalender

september 2015
M D W D V Z Z
« aug    
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
282930  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 941 andere volgers