Author Archive

“DE MACHT VAN JODEN” (een repliek)

Tom Ronse

Het is in dit salon al vaak betoogd: antisemitisme en antizionisme zijn niet hetzelfde. Integendeel: wie konsekwent gekant is tegen racisme en dus antisemitisme kan niet anders dan ook verzet aantekenen tegen de discriminerende en koloniserende politiek van de Israelische staat. Het omgekeerde geldt ook: wie de racistische politiek van Israel verwerpt, moet zich ook konsekwent kanten tegen alle uitingen van antisemitisme.

Zoals de beruchte anti-joodse praalwagen in de Aalsterse karnavalstoet van vorig jaar. Plaatsvervangende schaamte is wat ik voelde toen ik daar beelden van zag. Sindsdien zijn allerlei argumenten aangevoerd om die weerzinwekkende vertoning te vergoelijken: de karnavalstoet lacht met alles, wie niet kan meelachen heeft lange tenen of is tegen de vrije meningsuiting, de praalwagen hekelt niet alle joden, enkel sommige, etcetera.

Bullshit. De gelijkenis tussen de Aalsterse karikaturen van geldbeluste joden -met hun geldzakken, hun graaiende handen, lelijke kromme neuzen en een rat op de schouder – en de haatcampagnes van de nazi’s van vroeger en nu, is onmiskenbaar.

Lachen met volksvreemden in Aalst

 

Nazi-propaganda

 

Het spijt me dan ook dat historicus Gie Van den Berghe, wiens originele artikels in dit salon ik ten zeerste waardeer, in zijn jongste bijdrage dit Aalsters racisme helpt goedpraten. Volgens hem stak de praalwagen in kwestie de draak met “de macht van joden (niet van ‘dé joden’ want dat zou een naar antisemitisme neigende veralgemening zijn)”. Zo simpel is dat: je laat het lidwoord vallen en alles is in orde. Je bezondigt je dus niet aan racisme als je spreekt over “de domheid van zwarten”, zolang je het maar niet over “de zwarten” hebt. De praalwagen van de “vismooil’n” spotte niet met “dé joden” maar specifiek met orthodoxe joden die behalve hun religie, hun excentrieke kledij en haardracht, ook geldzucht gemeen hebben volgens de Aalsterse karnavalgroep. Van den Berghe weet beter dan de meesten dat dit stereotiep op eeuwen kristelijke laster steunt maar knijpt een oogje dicht vanwege de rol die orthodoxen spelen in de kolonisatiepolitiek van Israel. Ook dat is een veralgemening. Er zijn heel wat orthodoxen die deze politiek niet steunen en er zich zelfs actief tegen verzetten.

Het is fout om alle orthodoxen, laat staan alle joden, over één kam te scheren. Er zijn zionistische en anti-zionistische orthodoxen, er zijn rijken en armen onder hen. Maar volgens het stereotiep denken ze allen hetzelfde en hebben ze allemaal veel geld en macht. Die macht werd volgens Van den Berghe geillustreerd door het feit dat klachten van joodse organisaties ertoe geleid hebben dat het Aalsters karnaval geschrapt werd uit Unesco’s werelderfgoedlijst.

Het concept zelf van “de macht van joden” impliceert een ‘naar antisemitisme neigende veralgemening’. Ik heb nog nooit iemand over “de macht van kristenen” horen praten, hoewel die ontegensprekelijk veel groter is dan die van joden. Het idee dat alle mensen met een kristelijke achtergrond dezelfde ideeen en belangen hebben lijkt immers bespottelijk maar als het over joden gaat (of moslims, of andere minderheden) is het voor velen niet meer het geval.

Joden zijn niet kwetsbaar of niet kwetsbaarder dan andere minderheden”, schrijft Gie. Maar vandaag zijn alle minderheden kwetsbaar en elk jaar zijn ze dat meer. In heel de wereld waait een wind van haat en onverdraagzaamheid tegen minderheden die kan aanzwellen tot een storm van uitsluiting en geweld. Het is in die context dat de Aalsterse praalwagen gesitueerd moet worden. Dit was geen satire op de politiek van Israel.

De laatste paragraaf van Van den Berghe’s artikel is een harde aanklacht tegen die politiek. Zo verbindt hij de verdediging van een antisemitische praalwagen met antizionisme. Ik hoor de zionisten al glunderen: “Zie je wel?”

 

ratten en ander ongedierte

 

 

January 12, 2020 at 4:52 am 9 comments

PRETTIGE FEESTDAGEN

 

Het is een traditie in dit salon om voor  u ter gelegenheid van kerst en nieuwjaar enkele markante beelden samen te sprokkelen…

 

Street art in Sydney, Australie, portretteert premier Scott Morisson op vacantie terwijl zijn land in brand staat

 

Banksy’s “Scar of Bethlehem” (litteken van Bethlehem, woordspeling op ‘Star of Bethlehem’).

 

Het kerststalletje zonder vluchtelingen, joden, arabieren en afrikanen.

 

 

de “kerststal” in Claremont

Uit protest tegen het immigratiebeleid van Trump heeft een kerk in Claremont, California,  Jezuske, Jozef en Maria in aparte kooien geplaatst, net zoals ICE (de migratiepolitie) doet met gezinnen van asielzoekers.

 

Kerstmis in Japan

 

 

 

Grimmig grapje van de onlangs overleden cartoonist Gahad Wilson

 

genoeg kerstdrukte voor mij

 

tijd voor een glaasje

 

en om de cadeaus open te maken…

 

De bartenders van het Salon van Sisyphus wensen u prettige feestdagen…

Wil u vorige afleveringen van onze eindejaarswensen zien, klik dan op het jaartal:

2018  

2017 

2017

2016

2015

2014

2014

2013

2012

2012

2011

2010

December 26, 2019 at 5:43 am Leave a comment

HET ZWARTE HUIS

 

door Gie van den Berghe

                                 Hoe wordt men een anti-racist

Stamped from the Beginning – gebrandmerkt van bij het begin – is een meesterlijke geschiedenis van anti-Zwart racisme in Amerika, van de hand van de Afrikaans-Amerikaanse historicus Ibram X Kendi.

Ras is een oppervlakkig, uiterlijk verschijnsel. Genetische verschillen tussen individuen van dezelfde raciale groep zijn vaak groter dan die tussen individuen van verschillende groepen. Racisme, de overtuiging dat de ene raciale groep inferieur of superieur is aan de andere, is een ideologisch, sociaaleconomisch en politiek fenomeen zonder enig biologisch fundament.

Kendi onderscheidt twee vormen van Amerikaans racisme. De enen zijn ervan overtuigd dat de Anderen biologisch minderwaardig zijn. Negers zijn genetisch inferieur, kunnen nooit volwaardige mensen worden. Deze racisten pleiten voor segregatie, een beleid gericht op afscheiding, slavernij, opsluiting, deportatie, onmenselijkheid.

Een andere vorm van Amerikaans racisme stelt dat negers cultureel en gedragsmatig minderwaardig zijn, maar dat ze kunnen verbeteren door assimilatie, door zich eenzijdig aan te passen aan de witte cultuur. Negers moeten bewijzen dat ze niet minderwaardig zijn. Zij moeten veranderen, niet het witte vooroordeel.

Antiracisten daarentegen vinden dat alle beschavingen en culturen beoordeeld moeten worden in relatie tot de eigen geschiedenis, niet met de willekeurige maatstaf van één beschaving of cultuur. Individuele Zwarten zijn ook niet verantwoordelijk voor de racistische ideeën van anderen, ze vertegenwoordigen ook hun ras niet. Racisme is – zoals seksisme – een niet vol te houden veralgemening. Zwarten mogen in alle omstandigheden hun onvolmaakte zelf zijn: mooi én lelijk, meer en minder intelligent, gehoorzaam en opstandig, werklustig en lui. Het zijn met andere woorden mensen, als individu en als groep even onvolmaakt en feilbaar als Witten, als u en ik.

Racisme en antiracisme zijn ook geen onuitwisbare tatoeages. Antiracist zijn, ‘is als tegen een verslaving vechten, het vergt volgehouden zelfbewustzijn, constante zelfkritiek en regelmatig zelfonderzoek’.

Slavernij

Ibram Kendi

Kendi, een begenadigd verteller, hangt zijn verhaal op aan de houding tegenover racisme van vijf prominente Amerikanen. In Brits-koloniaal Amerika vergoelijkte en sanctioneerde de vooraanstaande predikant Cotton Mather (1663-1728) slavernij op theologische wijze. Afrikanen waren door de goddelijke voorzienigheid naar Amerika gehaald om van hun witte meesters het glorieuze testament te leren. Mather benadrukte wel dat negers mensen zijn, geen beesten, ook ‘al werkt hun achterlijkheid ontmoedigend; ze iets aanleren lijkt even hopeloos als ze wassen.’ Hoe minderwaardig ook, door zich tot het christendom te bekeren kunnen negers wel hun ziel wit wassen. Slavenhouders hoeven zich daarover geen zorgen te maken: ‘de wet van het christendom laat slavernij toe’.

Kolonisatie

In het tijdperk van de Amerikaanse revolutie werd slavernij gerechtvaardigd door racistische ideeën die Britse kolonisten hadden meegebracht uit Europa. Thomas Jefferson (1743-1826), één van de stichters van de Verenigde Staten, de voornaamste auteur van de onafhankelijkheidsverklaring en de derde Amerikaanse president, wou in theorie de slavernij afschaffen maar hield er in de praktijk in de loop van zijn leven honderden slaven op na. Ooit ijverde hij voor een wet die witte vrouwen die zwanger waren van een Zwarte had moeten verbannen. ‘Vermenging veroorzaakt alleen maar degeneratie’, vond hij, al die tijd een seksuele relatie onderhoudend met een jonge biraciale vrouw.

Jefferson en de zijnen vonden dat vrije Zwarten niet geïntegreerd konden worden in wit Amerika. Ze moesten ‘teruggestuurd’ worden, Afrika koloniseren (sic) en er de witte beschaving uitdragen. Jefferson had Sierra Leone op het oog, de Province of Freetown waar Groot-Brittannië sinds 1792 zijn bevrijde slaven parkeerde, maar de Britten gaven niet thuis. In 1821 verwierf de VS een strook land ten zuiden van Sierra Leone. Amerikaanse settlers bouwden er versterkingen en noemden het Liberia, een thuis voor alle vrije en opstandige Zwarten die Amerika kwijt wou. Rond 1832 had elke noordelijke staat een resolutie in die zin aangenomen. Eind 19de eeuw waren de meeste witte Amerikanen ervoor gewonnen.

Maar Afrikaanse Amerikanen wilden helemaal niet ‘terug’ naar Afrika, het continent dat Witten als wild en achterlijk afschilderden. Om er niet langer mee geassocieerd te worden, noemden ze zich geen Afrikaan meer maar Neger. Meer dan een eeuw later, in de jaren 1960, zullen volgelingen van Malcolm X de term Neger aan assimilatie en accommodatie koppelen en het begrip Zwarte omhelzen, tot ontsteltenis van Martin Luther King en de zijnen die liever Neger werden genoemd.

Toen in 1807 de illegale slavenhandel werd verboden (een eerder symbolische wet), namen slaven in waarde toe en begonnen slavenhouders als Jefferson slaven te ‘kweken’ om aan de vraag van plantagehouders te voldoen. In 1808 bepaalde een wet in Zuid-Carolina dat pasgeboren kinderen van slaven aan hun meester toebehoorden, zoals de worp van huisdieren.

Inventaris van slaven op de Pleasant Hill Plantage in Mississippi, 1850

William Lloyd Garrison (1805-1879), een gedreven en hervormingsgezind uitgever, was tegen zwarte kolonisatie van Afrika. Negers waren geen barbaren, ze waren barbaars geworden door raciale discriminatie en slavernij. Hun gedrag en cultuur waren inferieur door twee eeuwen onderdrukking. Geduldige opvoeding en aanpassing aan de witte cultuur moest hen uit dat moeras halen.

Een dubbel zelf

Toen W.E.B. Du Bois (1868-1963) als eerste hooggeschoolde Zwarte afstudeerde, waren lynchpartijen dagelijkse kost. Slachtoffers werden onder massale belangstelling opgehangen omdat ze een witte vrouw lastiggevallen of verkracht zouden hebben. Niemand bekommerde zich om bewijs, getuigen of proces. Iedereen wist toch dat negers oversekste beesten zijn. Kijk maar naar hun vrouwen die zoveel witte mannen verleiden!

Een lynching in Indiana, 1930

Du Bois streed zijn hele leven tegen racisme. Aanvankelijk vond ook hij dat Afrikaanse Amerikanen door de slavernij sociaal en moreel verkreupeld waren. Ze moesten heropgevoed, geëmancipeerd worden. Later zag hij in dat negers de eigen karaktertrekken en talenten moeten koesteren en ontwikkelen. Hun dubbel bewustzijn afleggen, stoppen met zichzelf door ogen van Witten te beoordelen, niet langer ‘de eigen ziel evalueren met de meetlat van een wereld die geamuseerd minachtend en medelijdend toekijkt’. Het ‘dubbele zelf’ omsmelten tot een authentiek zelf. Maar tegelijk vond Du Bois dat getalenteerde negers (zoals hij) de massa moesten leiden en beschaven, kwestie van de racistische vooroordelen van Witten te weerleggen.

Antiracisme

Bekeken door Kendi’s antiracistische blik was de houding van deze vier prominente Amerikanen in min of meerdere mate racistisch. Het volstaat namelijk niet te denken of zoals brulaap Donald Trump luidkeels te verkondigen dat je geen racist bent (terwijl de man de ene na de andere racistische uitspraak doet). Wat racisme betreft bestaat geen neutraliteit, je moet antiracist zijn en daarnaar handelen. Eerst en vooral de eigen onverdraagzaamheid, het eigen racisme onder ogen zien. Een proces dat veel revolterende Zwarten, van Malcolm X tot Kendi, hebben doorgemaakt; een evolutie en bewustwording die Kendi haarfijn uit de doeken doet in How to be an antiracist.

Het begrip antiracisme werd gelanceerd door de militante activiste Angela Davis (1943…). Grootgebracht op een dieet van antikapitalisme en antiracisme, had ze een gloeiende hekel aan de zwarte armoe rondom haar en elke vorm van assimilationisme. Wat racisme betreft zag ze weinig of geen verschil tussen noordelijke en zuidelijke staten. Gematigd racisme bestaat niet. Ze nam zich voor nooit Wit te willen zijn. Bleek je huid niet, ontkrul je haar niet. Draag fier je Afro (kapsel). Black is beautiful. In 1967 sloot Davis zich aan bij Black Power. Zoals andere zwarte activisten had ze Luther King als een ongevaarlijk leider opzijgeschoven omwille van zijn religieuze filosofie en geweldloze politiek. Toen King het jaar daarop vermoord werd, ruilden heel wat Zwarten hun dubbel bewustzijn in voor antiracisme.

Law and order

Machtige racisten deden er ondertussen alles aan om Zwarten onder de knoet te houden. Onder Richard Nixon en de Law and order beweging werden talloze antiracistische, antikapitalistische, anti-seksistische en anti-imperialistische zwarte activisten gevangen gezet. Zo ook Angela Davis. In de gevangenis kwam haar zwart-feministisch bewustzijn tot volle wasdom. Toen ze in 1972 dit broeinest van criminaliteit achter zich liet, voerde ze ook strijd tegen dit moderne afgietsel van de slavernij.

In de jaren 1970 verdrievoudigde het ledenaantal van de Ku Klux Klan. Lynchpartijen zaaiden angst, vernieling en dood. Maar al dit geweld verbleekte bij de terreur die de politie uitoefende. Voor elke door de politie gedode Witte, sneuvelden er tweeëntwintig Zwarten. Als racisme niet helpt, neemt bruut geweld het over.

Onder Hollywoodpresident Ronald Reagan trad in 1986 de Anti Drug Abuse Act in werking. Een crackdealer of -gebruiker die betrapt werd met vijf gram – de gebruikelijke hoeveelheid onder Zwarten en armen – kreeg minimaal vijf jaar gevangenisstraf. De doorgaans witte en rijke dealers en gebruikers van poedercocaïne – actief in buurten met minder politie – moesten vijfhonderd gram cocaïne bij zich hebben om even zwaar bestraft te worden.

De antidrugwet leidde tot massale opsluiting, vooral van Zwarten. De gevangenispopulatie verviervoudigde in minder dan twintig jaar tijd. Anders dan het racistisch stereotiep wil, waren en zijn er verhoudingsgewijs meer witte dan zwarte jongeren die drugs verhandelen, maar Zwarten lopen een veel hoger risico gearresteerd te worden. Hoe meer politie, hoe meer arrestaties. Hoe meer arrestaties, hoe meer veronderstelde criminaliteit. Gevolg: nog meer politie, arrestaties en ‘criminaliteits’cijfers. Jonge mannelijke Zwarten lopen een twintig keer hoger risico gedood te worden door de politie – ook door zwarte agenten – dan witte leeftijdsgenoten. Zwarten riskeren verhoudingsgewijs veel vaker ter dood veroordeeld te worden dan Witten en eens op death row hebben ze een vier keer hogere kans geëxecuteerd te worden.

Alles, elk middel, ook opvoeding en wetenschap, werd ingezet om Zwarten eronder te houden. Het in Frankrijk bedachte intelligentiequotiënt, bedoeld om achterophinkende leerlingen vooruit te helpen, werd in de VS omgevormd tot een instrument dat de intellectuele minderwaardigheid moest aantonen van Zwarten, achtergestelde sociale klassen en immigranten. Dat gestandaardiseerde testen ‘minderheidsgroepen’ discrimineren die niet tot de standaardcultuur behoren, werd buiten beschouwing gelaten. Toelatingsproeven voor hogescholen, universiteiten en bedrijven houden geen rekening met sociaaleconomische ongelijkheid en verhuld institutioneel racisme. Zwarten zijn niet minderwaardig, ze kregen en krijgen minderwaardige kansen. De zogenaamde prestatiekloof is een kansenkloof.

Racistische cultuur

Kendi toont overtuigend aan dat de Amerikaanse cultuur doordrenkt is van racisme. Ook de literatuur en film. In The birth of a nation (1915) – de eerste film die in het Witte Huis werd vertoond – wordt een door een blanke gespeelde neger gelyncht omdat hij een witte vrouw verkracht zou hebben. Miljoenen Amerikanen zagen de prent en kregen het beeld mee van de seksbeluste, criminele neger. In de kaskraker Gone with the Wind (1939) zijn de slavenhouders nobel en bedachtzaam, terwijl negers afgeschilderd worden als lui en loyaal, gelukkige slaven, niet in staat tot vrijheid. De succesrijke televisiereeks Roots (1977) zit vol racistische ideeën over achterlijk Afrika, beschavende Amerikaanse slavernij en domme, afgestompte, tevreden slaven en losbandige slavinnen.

Vrijwel iedereen kent De (neger)hut van Oom Tom of heeft die antislavernij roman van Harriet Beecher Stowe gelezen. Uncle Tom’s Cabin; or, Life Among the Lowly (1852) werd meteen in vele talen vertaald. In 1852 als De hut van Onkel Tom: een slaven-geschiedenis (Gent, uitgeverij Hoste). Datzelfde jaar werd het in Nederland als toneelstuk opgevoerd en bezorgde ene Tante Mary (sic) een versie voor kinderen. De hut van Oom Tom wordt nog steeds met de regelmaat van een klok herdrukt (laatst in 2016 in een slordige vertaling bij Van Goor).

Het boek zou de houding tegenover slavernij ingrijpend veranderd hebben. Zeker, maar het populariseerde ook verschillende kwalijke stereotiepen over negers. De gemoedelijke mammy, brave ‘nikkertjes’ (pickaninnies) en Oom Tom als plichtbewuste dienaar, onveranderlijk trouw aan witte meesters. Hij zal als een zwarte Christus de opzichters die hem verraden hebben en vasthielden terwijl zijn meester hem doodsloeg vergiffenis schenken.

De vier volwassenen die in De hut van Oom Tom naar het noorden vluchten zijn mulatten, biraciale Zwarten. Ze zien er wit uit en gedragen zich wit, maar zitten tragisch gevangen in de restanten van hun zwartheid. Maar, vindt Stowe, ze verzetten zich ten minste, staan dus boven negers als Tom. In een conclusie aan het eind van haar roman (weggelaten of grondig herschreven in Nederlandse vertalingen) roept Stowe de kerk van de noordelijke Amerikaanse staten op om de vluchtelingen te ‘ontvangen in de geest van Christus, ze in een christelijk milieu en scholen op te voeden, en eens ze een beetje morele en intellectuele rijpheid bereikt hebben, ze te helpen bij hun terugkeer naar [Afrikaanse] kusten, waar ze de in Amerika geleerde lessen in de praktijk kunnen omzetten’. God, schrijft ze, ‘heeft een vluchtoord voorzien in Afrika’. Vul Liberia niet met ‘een onwetend, onervaren, half-barbaars ras, dat nog maar net bevrijd is uit de ketens van de slavernij’. Stowe’s oproep was een godsgeschenk voor de zieltogende American Colonization Society.

De hut van Oom Tom behandelt slavernij niet als een politiek maar als een individueel menselijk probleem, iets dat door christelijke liefde kon worden opgelost. Stowe aanvaardde de mogelijkheid van menswaardige slavernij.

Kleurenblind

Veel witte Amerikanen menen dat de VS ondertussen een kleurenblinde, postraciale maatschappij geworden is. Er zou niet meer gediscrimineerd worden, Zwarten beroepen zich daar alleen maar op om positiefgediscrimineerd te worden. Zeker, sommige Zwarten hebben raciale vooruitgang geboekt, maar voor de meeste Zwarten is alleen het racisme erop vooruitgegaan. Witte studenten hebben een meer dan vijf keer hogere kans om toegelaten te worden tot de beste colleges en universiteiten. Op elk niveau van het strafrecht, van wetgeving tot politiepraktijken, wordt gediscrimineerd. Zwarten worden in overtal gearresteerd en gestraft. Hoe lichter de huidkleur, hoe lichter de straf.

In 2005 blies orkaan Katrina het kleurenblinde dak van de VS. Wetenschappers en journalisten waarschuwden al jarenlang voor een ramp maar de bevoegde instanties hielden zich doof. Alsof het rampen-kapitalisme wachtte op een gelegenheid om New Orleans herop te bouwen en de al uitpuilende zakken verder te vullen. Journalisten waren in een mum van tijd ter plekke, terwijl de federale hulptroepen drie dagen nodig hadden. Ondertussen verspreidden sommige media gruwelverhalen over Zwarten die hun kinderen de keel oversneden en hulpverleners bekogelden.

Het racisme moge dan meer verhuld zijn, het beleid is dat geenszins. Zoiets valt af te lezen aan de vele raciale ongelijkheden, gaande van inkomen tot gezondheid. Ras moge dan een hersenschim zijn, de mensheid heeft er zich op zeer tastbare wijze rond georganiseerd. Het bestaan van rassen wegdenken in een racistische wereld is volgens Kendi even behoudsgezind en schadelijk als klassen wegdenken in een kapitalistische wereld – het laat de heersende rassen en klassen toe verder te heersen. Wil je racisme ongedaan maken dan moet je eerst en vooral de sociaaleconomische categorie ‘ras’ erkennen. Om institutioneel achtergestelde mensen gelijk te behandelen, moet je beginnen met ze verschillend te behandelen.

Racisme

Racistisch ideeën worden dixit Kendi niet geproduceerd door onwetende en haatdragende mensen met racistisch beleid tot gevolg. Het is andersom: racistische ideeën vloeien voort uit een racistische politiek in dienst van economisch, politiek en cultureel eigenbelang. Racistisch beleid produceert racistische ideeën om discriminatie, onderdrukking en uitbuiting te rechtvaardigen.

Het lijdt geen twijfel dat slavenhandelaars en slavenhouders baat hadden bij racistische opvattingen en ontmenselijking van hun slachtoffers. Maar dat racistische ideeën altijd en overal van bovenaf, intentioneel worden opgelegd, valt te betwijfelen. Mogelijk in de VS waar racisme als het ware werd geïmporteerd, al gaat Kendi er te gemakkelijk vanuit dat er zonder die inbreng geen sprake zou zijn geweest van racisme.

De term racisme is van relatief recente datum maar geringschatting, discriminatie, ontmenselijking en onderdrukking van Anderen is van alle tijden. In de vierde eeuw voor onze tijdrekening stelde Aristoteles dat Grieken superieur zijn aan alle andere volkeren. Mensen die in een warmer of kouder klimaat leefden dan het Griekse waren daardoor intellectueel, fysiek en moreel gedegenereerd. Afrikanen noemde hij ‘verbrande gezichten’. Of hoe de Griekse slavernijpraktijk en heerschappij over de westelijke Middellandse Zee filosofisch goedgepraat kon worden. Een kleine twintig eeuwen later maakten Turken in het gebied rond de Zwarte Zee Slaven buit om ze aan de meestbiedende West-Europeanen te verkopen. Dat is ook de oorsprong van ons woord ‘slaaf’. In de 15de eeuw trokken de Slaven forten op tegen de Turken. De handel verschoof geleidelijk naar Afrika. Slaven werden zwart. Portugezen, Spanjaarden en moslims die in de 17de eeuw streden om de heerschappij over winstgevende handelsroutes in grote West-Afrikaanse rijken, zagen en behandelden kleurlingen als inferieure wezens, bijna-beesten.

Laatdunkende en ontmenselijkende houdingen tegenover de Ander zijn van alle tijden en culturen. Sla er de joodse bijbel maar op na. Ook de West-Europese cultuur was ervan doordrenkt. Van William Shakespeare tot Immanuel Kant. Midden 17de eeuw noemde Robert Boyle, de vader van de Engelse scheikunde, een zwarte huid een lelijke misvorming van de normale witheid. Voltaire zei niet te weten of de neger van de aap, dan wel de aap van de neger afstamde. Linnaeus plaatste de ‘luie, trage en zorgeloze Zwarte’ onderaan zijn mensenladder. Alleen de Homo monstrosis monorchidei, de Zuid-Afrikaanse Hottentot, plaatste hij nog lager. John Locke twijfelde er niet aan dat West-Afrikaanse vrouwen met apen konden paren en hun kinderen konden baren. David Hume beweerde dat ‘een geleerd of beschaafd lijkende neger alleen maar een papegaai is die een paar woorden heeft leren napraten’. Ook Kant vond dat de mens zijn grootste perfectie had bereikt in het witte ras.

Door de evolutie die onze waarden sindsdien hebben ondergaan, kunnen we niet meer bevatten dat toen onze voorouders voor het eerst in contact kwamen met autochtone Amerikanen en Australiërs (‘roodhuiden’, ‘indianen’, ‘Aboriginals’) en Zwarten, ze dat vreemde wezens vonden en ze niet meteen als medemensen zagen, ja, bij vergelijking met zichzelf ‘on’menselijk achtten en daardoor ook onmenselijk mochten en konden behandelen. Teruggeplaatst in hun tijd waren deze houding en dit gedrag normaal; ze gehoorzaamden aan toen geldende normen. Vergelijk het met onze normaliteit van dieren eten, wezens die we vaak op beestachtige wijze kweken en slachten. Als je houdingen en gedrag uit andere tijden en culturen beoordeelt aan de hand van hedendaagse beschavingsnormen, kom je vanzelf uit bij afkeuring en veroordeling. Zo mis je niet alleen inzicht in het verleden maar ook in de onophoudelijke evolutie van menselijke waarden, normen en idealen; zo ga je voorbij aan geschiedenissen van normaliteit.

Blootstellen

De kiem van onverdraagzaamheid tegenover Anderen schuilt vermoedelijk in de gemeenschap waarin men geboren en getogen wordt: kerngezin, familie, wijk-, dorp- en leeftijdsgenoten, sportclub, sociale klasse. Buitenstaanders die er andere gewoonten op nahouden en/of uiterlijk afwijken, zijn vreemd. Vreemdelingen zijn ongewoon, ze verstoren onze vaak geconstipeerde gewoonten, bedreigen onze geborgenheid. Die verstoring en dreiging worden aan hen toegeschreven en het is tegen die projectie dat we ons te weer stellen. Parasiterende machthebbers spelen hier ideologisch op in, slaan er politieke munt uit.

Het is dus zaak om van jongs af met zoveel mogelijk Anderen – Zwart/Wit, vrouw/man, arm/rijk, homo/hetero, vreemdeling/vluchteling – in contact te komen, hen te ont-moeten, te ontdekken en te ervaren als medemens. Elke maatschappij die naam waardig moet dit mogelijk maken en bevorderen, elke vorm van segregatie ontmoedigen.

December 21, 2019 at 7:00 am 2 comments

GROENE MYTHEN (slot): NIETS DOEN?

 

Niets doen?

Als je het niet met haar strategie eens bent, ben je volgens Riofrancos een “do-nothing”, een demobilizerende fatalist die zich neerlegt bij de bestaande machtsverhoudingen in afwachting van de glorieuze dag waarop de revolutie uit de lucht zal vallen. Ze schrijft: “We weten nog niet hoe de politiek van de Green New Deal zal uitdraaien. We kunnen er echter zeker van zijn dat gelatenheid gehuld in realisme de beste manier is om de minst transformerende uitkomst te garanderen. Wachten op een steeds uitgesteld moment van revolutionaire breuk staat functioneel gelijk aan berusting.”

De redenering van Riofrancos doet me denken aan de grap van de man die zijn sleutel zoekt onder een straatlantaarn, niet omdat hij daar zijn sleutel verloren heeft is, maar omdat hij daar kan zien. Net als hij is Riofrancos op zoek naar een sleutel, in haar geval een die de deur zal openen naar een post-kapitalistische ecovriendelijke wereld, maar ze kan niets zien waar die zich bevindt – in het potentieel van een globale revolutie – en dus kijkt ze onder het felle licht van holle reformistische beloften. Want daar kan ze alvast ‘iets’ doen.

En inderdaad, “een revolutie is niet aan de horizon”, zoals ze Bernes citeert. Maar de barsten worden steeds talrijker. Overal spenderen regeringen om het kapitaal te ondersteunen en leggen ze bezuinigingen op aan de rest van ons, omdat het accumulatieproces hen dat dikteert. In de afgelopen maanden braken opstanden uit in het Midden Oosten en Latijns Amerika, massale bewegingen die niet gedreven werden door nationalisme of religieuze, etnische en raciale verschillen maar door gemeenschappelijke menselijke noden, wil om te leven, verlangen naar een betere wereld. Hong Kongers rebelleren al maanden tegen staatsgeweld; in China zijn de stakingen haast niet te tellen en leidde verzet tegen vervuiling tot massabewegingen. In De VS verspreidde de lerarenstaking zich van staat tot staat. In Frankrijk zagen we de beweging van de ‘gele hesjes’ en vandaag het massale verzet tegen de geplande pensioen-bezuinigingen. Dit zijn maar enkele voorbeelden van de barsten die dit jaar in de wereldorde verschenen, indicaties van een brede onvrede, een groeiend conflict tussen de menselijke noden en de noden van de kapitaalaccumulatie.

Santiago de Chile, 25 oktober

Om dergelijke bewegingen te beheersen, gebruiken staten, ongeacht of ze door links of door rechts geregeerd worden, reformistische beloften en gewelddadige repressie, in verschillende combinaties (het was trouwens niet anders tijdens de New Deal, noch zou het onder een Green New Deal). Repressie werkt niet altijd, het kan olie op het vuur gooien. Maar reformistische beloften kunnen olie op stormachtig water zijn. Ze zijn effectiever om een beweging te beëindigen of de energie ervan op te nemen in de politieke infrastructuur van de kapitalistische samenleving. Maar alleen als ze worden geloofd. Hen helpen geloofwaardig te maken is wat de ecosocialisten doen met hun kritische steun.

Klimaatverandering is niet de enige uitdaging waar de kapitalistische wereld voor staat. Haar ekonomie is gevangen in een diepe structurele krisis; het risiko van een instorting is reëel. Massale geldcreatie kan het uur van de afrekening niet eindeloos uitstellen. Hoe langer het dat kan, hoe slechter voor het milieu. Voor de ecologische gezondheid van de planeet zou een scherpe wereldwijde depressie het beste zijn wat er kan gebeuren, zolang de kapitalistische grondregels van kracht zijn.

 

Voor ons mensen is dat scenario minder aanlokkelijk. We kunnen alleen maar hopen dat de ellende die ermee gepaard zou gaan de geboortepijn van een nieuwe wereld zou blijken. Maar het cruciale obstakel daarvoor is nationalisme en het geloof in de democratische staat dat ook door links gepropageerd wordt.

Dat er reele verschillen bestaan tussen de politieke partijen is niet te ontkennen. Maar al hun meningsverschillen gaan over hoe dit systeem het best bestuurd kan worden. Wat we echter dringend nodig hebben is niet zozeer een beter management van dit systeem dan wel de vervanging ervan door een sociale orde op basis van totaal andere fundamenten. Een menselijke gemeenschap in plaats van een maatschappij waarin we allen gedoemd zijn om konkurrenten te zijn ook al gaan we eraan kapot.

Als de GND de wet zou worden, zou dat de klimaatkrisis kunnen vertragen, althans in de VS, maar ten koste van een versnelling van de ekonomische krisis. Als de klimaatontkennende tegenstanders van de GND het beleid bepalen, zou een ekonomische/financiële instorting misschien langer kunnen worden uitgesteld, maar ten koste van een versnelling van de klimaatkrisis. Diverse compromissen tussen die uitersten en dus combinaties van die scenario’s zijn waarschijnlijker. Maar geen van hen kan ons een verdieping van de crisis besparen, alleen de specifieke verschijningsvorm zou verschillen.

Gezien die context is het niet onredelijk om te verwachten dat de barsten in het systeem zich gaan vermenigvuldigen en verbreden. Barsten in het vermogen van de regeerders om te regeren, en in de bereidheid van de geregeerden om geregeerd te worden. Barsten die ruimte openen voor opstanden die groeien in omvang en aantal, die elkaar beïnvloeden en inspireren om de doelpalen te verplaatsen. Bewegingen die uit de strijdervaring leren dat de wet aan de kant van het kapitaal staat, dat de sociale ruimte kan veroverd worden. De overgrote meerderheid van de bevolking heeft geen enkel belang bij het voortbestaan van het kapitalisme. Integendeel, het is een doodsbedreiging. Maar we hangen eraan vast door vervreemding en gewoonten, door de ideologische modder der eeuwen en vooral omdat we geen alternatief zien. Het systeem lijkt te sterk, te diep ingeplant ook in de denkpatronen van de mensen. Maar dat geloof begint te wankelen als de konflikten tussen levensdrang en winstdwang toenemen en uitgebuitenen hun vermogen ontdekken om zich te organiseren, om niet-uitbuitende sociale relaties te creëren, om de winstdwang opzij te schuiven. Dan is de plaats waar we onze sleutel verloren misschien niet meer zo moeilijk te zien.


Zij die het verband begrijpen tussen de klimaatkrisis, de ekonomische krisis en alle andere krises die daarmee samenhangen (inclusief geestelijke gezondheid) en de destructieve inherente logica van het kapitalisme kunnen niet op hun handen blijven zitten. In plaats van niets te doen en te wachten op revolutie moeten ze spreken, zelfs als hun stem beeft; ze moeten de echte keuzes duidelijk verwoorden en de valse, op illusies gesteunde keuzes ontmaskeren. Ze moeten deelnemen aan de bewegingen wiens impliciete dynamiek de kapitalistische logica in vraag stelt. Hun stem moet gehoord worden, want de stemmen van de reformisten zullen luid zijn, van degenen die beweren dat de barsten kunnen worden gelijmd, dat zij de oplossingen hebben die tegemoet komen aan de verlangens van de uitgebuiten zonder aan het uitbuitingssysteem te raken.

Maar het is waar, de plaats waar de sleutel ligt is nog steeds donker. Het is te begrijpen waarom vele mensen in links een tegenkracht zien voor de haatzaaiende en klimaatontkennende politiek van rechts, en waarom velen in populistisch rechts een tegenkracht zien voor het globalistische establishment dat Jan met de pet vertrappelt en veracht. De mythe van de democratische staat die de wil van het volk belichaamt, sluit beide kampen op, waardoor het lijkt alsof er buiten dat kader niets mogelijk is. Dat is de kracht van de mythe, dat het alle spanningen kan absorberen en reduceren tot een demokratisch spel dat nooit over meer kan gaan dan management van een systeem dat zijn eigen interne wetten volgt. Dat zien we vandaag in de VS waar impeachment en de verkiezingscampagnes alle politieke energie opslorpen en in het VK met brexit.

Als je buiten dat kader kijkt noemen ze je ‘een overjaarse anarchist’, een dromer, een utopist. Maar is het niet eerder utopisch om te denken dat de barsten altijd zullen gelijmd kunnen worden, dat dit krankzinnige systeem met zijn onstuitbare winst- en dus groeidrift voor altijd kan blijven bestaan?

Tom Ronse

Vorige aflevering in deze serie

 

 

 

 

December 10, 2019 at 10:47 pm Leave a comment

GROENE MYTHEN (5)

Alle illustraties bij deze aflevering zijn van de Spaanse beeldhouwer Isaac Cordal. De bovenstaande is getiteld: “Politicians discussing global warming”.

Een anti-kritiek

 

Een antwoord aan Bernes en andere radikale GND-kritici kwam van Thea Riofrancos. Zij is een leidende figuur in de DSA (Democratic Socialists of America), een snelgroeiende linkse organisatie die “kritische steunverleent aan Bernie Sanders, de linkerzijde van de Democraten en de GND. Riofrancos is lid van de stuurgroep van de Ecosocialist Working Group van de DSA. In haar essay Plan, Mood, Battlefield – Reflections on the Green New Deal,” schrijft ze:

“De centrale ambivalentie die door de linkse kritieken van de Green New Deal loopt, is de vraag of het plan te radikaal is of integendeel niet radikaal genoeg.” Volgens haar kan het niet beiden zijn. Aan de ene kant beweren de kritici dat de GND politiek niet haalbaar is omdat het kapitaal het plan nooit zou accepteren, aan de andere kant zeggen ze dat het veel te zwak is om zijn doel te bereiken. Maar, zo werpt Riofrancos tegen, als het zo zwak is, “is het moeilijk om zich voor te stellen waarom het politieke systeem bezwaar zou maken tegen zulk mild reformisme, vooral gezien de enorme legitimatie-effecten die het zou scoren door de schijn te wekken van serieuze actie te ondernemen inzake het klimaat.”

Maar deze kritieken sluiten elkaar niet uit. De GND is inderdaad te radikaal, onaanvaardbaar voor het kapitaal omdat ze te veel devalorisatie impliceert, en tegelijkertijd is ze te beperkt, te groeigericht om de opwarming van de planeet tegen te houden.

Riofrancos is beduidend optimistischer dan Bernes over de huidige stand van de milieuvriendelijke technologie en de hoeveelheid landmassa die hernieuwbare energiebronnen zouden vereisen. Toch erkent ze vele van de obstakels waar Bernes en anderen op wijzen en is ze kritisch over het productivisme en nationalisme van de GND. Gelooft ze dat de doelstellingen van de GND echt haalbaar zijn? Dat verklapt ze niet. Maar het lijkt erop dat ze dat niet doet. Ze schrijft: “de grondoorzaken van de klimaatkrisis – winstgerichte concurrentie, eindeloze groei, uitbuiting van mens en natuur en imperialistische expansie – kunnen niet ook de oplossing voor de klimaatkrisis zijn”. En het is duidelijk dat de GND niets doet aan die grondoorzaken. Maar volgens haar kan de politiek van de Green New Deal worden geradikaliseerd voorbij haar huidige beperkingen. Daarom moeten we ze “kritisch ondersteunen, de politieke opening van de Green New Deal omarmen en tegelijkertijd een aantal van haar specifieke elementen betwisten, duwen tegen haar beperkingen en zo de horizon van wat politiek mogelijk is verruimen”. … En: “… door het vehikel van de amorfe Green New Deal, zouden linkse krachten deze drie taken kunnen vervullen “(…)” de discussie verleggen, politieke wil verzamelen en de hoogdringendheid van de klimaatkrisis onderstrepen. “

Maar het zijn de feiten zelf die de hoogdringendheid onderstrepen. Wat de GND doet, is een oplossing aanreiken die er geen is. De GND zegt, technologie en goed bestuur, aangewakkerd door activisme, kunnen ons redden maar dat kunnen ze niet zolang de grondoorzaken van de klimaatkrisis onaangetast blijven.

Waarom denkt Riofrancos dat de GND in die mate kan worden geradikaliseerd dat ze de echte oorzaak van de klimaatkrisis gaat aanpakken? Omdat ze gelooft dat “kreatieve experimenten met beleid en instellingen”, in combinatie met extra-parlementaire druk zoals de scholierenbeweging voor het klimaat, dit beetje bij beetje kunnen bereiken. De voorbeelden die ze geeft van de stappen in die richting zijn nogal mager. New York, misschien wel de rijkste stad ter wereld, heeft een plan aangenomen om de uitstoot van gebouwen te beperken. De KP-regering in Kerala en gemeenten in Spanje knutselden met instellingen. Dat is het. Maar het fundamentele meningsverschil hier gaat niet over haar tekort aan voorbeelden van creatief bestuur. Het gaat over de aard van de staat.

 

Wiens staat?

De staat is geen monoliet; het kapitaal is dat ook niet “, schrijft Riofrancos, “en deze twee feiten houden verband met elkaar.” Kapitalisten concurreren met elkaar, ze hebben tegenstrijdige belangen. Ze concurreren ook over de staat en haar beleid. “Inzicht in de standpunten van specifieke bedrijven en de verschillende fracties van het kapitaal is een voorwaarde voor het ontwikkelen van een strategische oriëntatie die een geloofwaardige bedreiging vormt voor de winstdwang”, stelt ze. “Men kan zich gemakkelijk voorstellen dat sommige sectoren voorstander zijn van aspecten van de Green New Deal (” clean tech”), terwijl andere er tegen werken (de industrie van fossiele brandstoffen).”

Ja, dat kunnen we ons voorstellen, maar we kunnen ons niet voorstellen dat de specifieke belangen van de eerste meer invloed op de staat zouden kunnen hebben dan die van de laatste. Wat nog belangrijker is, alle sectoren hebben meer gemeen dan wat hen scheidt. Ze hebben hun specifieke belangen, maar hun gemeenschappelijk belang in het behoud van hun systeem overtroeft die allemaal. Riofrancos stelt dat “concurrentie tussen de fracties van de heersende klasse soms strategische openingen biedt om populaire macht uit te oefenen”. Dat klopt maar alleen als die populaire macht de wereldwijde belangen van de heersende klasse niet bedreigt. Als “populaire macht” een bedreiging zou vormen voor wat Riofrancos erkent als zijnde de oorzaak van klimaatverandering, de kapitalistische productiewijze zelf, dan zou de hele heersende klasse, inclusief “clean tech”, de rangen sluiten om ze te bestrijden.

Maar kan de staat alleen kapitalistisch zijn? Op deze vraag is het impliciete antwoord van Riofrancos nee. Voor haar kan het een strijdtoneel zijn, waar de belangen van verschillende klassen tegenover staan, waar antikapitalistisch beleid kan winnen, op voorwaarde dat er voldoende druk is van radikale democratische basisbewegingen.

Volgens Bernes volgen ecosocialisten zoals Riofrancos die de GND steunen het recept van Trotski’s ‘overgangsprogramma’, d.w.z. eisen stellen aan het kapitalistische systeem waaraan het niet tegemoet kan komen, zodat de beweging voor deze eisen zich tegen het systeem keert. Bernes verwerpt deze strategie, met het argument dat instellingen die erop zijn gericht om binnen het systeem te werken om het te verbeteren, geen instrumenten kunnen worden om het omver te werpen omdat “instellingen enorm inerte structuren zijn”. Dat is een zwak argument. Het probleem met deze instellingen (politieke partijen, vakbonden, NGO’s, enz.) Is niet hun inertie als zodanig, maar het proces waardoor zij, via hun directe of indirecte deelname aan de staatspolitiek, zelf deel gaan uitmaken van de staat, van de politieke infrastructuur van het kapitalisme .

Bernes zelf is niet al te duidelijk over de aard van de staat. In een passage over de originele New Deal (van FDR in de jaren 1930) schrijft hij: “De staat was nodig als katalysator en bemiddelaar die het juiste evenwicht vaststelde tussen winst en loon, voornamelijk door de positie van de arbeid te versterken en die van het bedrijfsleven te verzwakken.” Afgezien van het feit dat hij lijkt te denken dat de Grote Depressie slechts een probleem van onderconsumptie was, schetst hij een beeld van een staat die boven de ekonomie staat en bemiddelt tussen de uiteenlopende klassenbelangen. Net als Riofrancos scheidt hij het politieke van het ekonomische. In het laatste regeert het kapitaal, maar het eerste, de demokratische staat, is een neutraal voertuig. Het roer is nu in handen van kapitaal, maar in de visie van Riofrancos kan het worden veroverd of op zijn minst voldoende worden bijgestuurd om het kapitaal te dwingen af te wijken van zijn immanente koers.

De demokratische staat in deze visie is een ideale vorm die op zich leeg is en dus plaats biedt aan concurrerende sociale belangen. De reformistische strategie bestaat erin om die vorm te vullen met de inhoud van een echte meerderheid zonder de verstorende invloeden van geld en klasse en bevrijd van de vooroordelen van ras, geslacht, enz. Maar de staat is niet alleen een vorm waarvan de inhoud wordt ingevuld door degenen die ze controleren, ze is kapitaal in zijn politieke manier van zijn. Ze is een essentieel onderdeel van de productiewijze en dus van het uitbuitings- en accumulatieproces. Ze is niet kapitalistisch omdat kapitalisten haar dominante posities innemen, ze is kapitalistisch omdat haar vorm zelf, inclusief haar democratische instellingen, een integraal onderdeel is van de reproductie van het kapitaal. Daarom kan ze niet worden veroverd en gebruikt worden voor andere doeleinden, ongeacht hoeveel druk er uitgaat van van basisbewegingen.

De functie van de staat is om ervoor te zorgen dat aan de voorwaarden voor exploitatie en accumulatie, inclusief het respect voor contract, wet en orde, wordt voldaan. Ze kan soms tegen de belangen van sommige kapitalisten of zelfs sectoren ingaan maar ze is altijd gericht op de verdediging van het nationale belang, dat wil zeggen het belang van het nationale kapitaal. Aangezien de klimaatkrisis zeker zal verergeren, is het niet ondenkbaar dat het Amerikaanse Congres sommige van de in het GND-plan voorgestelde maatregelen zou aannemen, ten voordeel van ‘clean tech’ en ten koste van fossiele brandstoffen. Voor Riofrancos zou dat vermoedelijk een overwinning zijn, een stap in de goede richting . Maar het zou ons geen stap dichter brengen bij het beëindigen van het winstgedreven concurrentiesysteem dat de mensheid dit waanzinnige, destructieve accumulatieproces oplegt. Wel zou het de valse hoop versterken dat het systeem zichzelf kan corrigeren en onze problemen kan oplossen, dat uitbuiters en uitgebuitenen zich in hetzelfde schuitje bevinden, hetzelfde nationale belang delen.

“De Green New Deal biedt geen voorverpakte oplossing”, zo besluit Riofrancos haar artikel, “ze opent een nieuw politiek terrein. Let’s seize it -laten we het grijpen. “

Of toch maar niet. Want dat terrein is niet van ons en kan het nooit worden.

 

Tom Ronse

MORGEN HET SLOT: DAN MAAR NIETS DOEN ?

December 8, 2019 at 9:13 am Leave a comment

GROENE MYTHEN (4): IS GROENE GROEI MOGELIJK?

Ontkoppeling?

De Green New Deal rekent op robuuste ekonomische groei om volledige werkgelegenheid en algemene welvaart te creëren en om de nieuwe groene infrastructuur te financieren. Maar de doelstellingen van groei en koolstofneutraliteit zijn onverenigbaar. Er zijn serieuze studies gemaakt over dit onderwerp door de Wereldbank, de OESO en UNEP. Hun bevindingen zijn samengevat door Jason Hickel en Giorgos Kallis in een gedetailleerd overzicht, getiteld: Is Green Growth possible?”

Hun antwoord is nee. Zij schrijven:

Het idee van groene groei is naar voren gekomen als een dominante beleidsreactie op klimaatverandering en ecologische afbraak. De groene groeitheorie beweert dat een ononderbroken economische expansie verenigbaar is met de ecologie van onze planeet, omdat technologische verandering en vervanging ons in staat zullen stellen om BNP-groei absoluut te ontkoppelen van het gebruik van grondstoffen en koolstofemissies. Deze claim is nu impliciet verondersteld in nationale en internationale beleidslijnen, inclusief in duurzame ontwikkelingsdoelen. Maar de empirische data over het gebruik van grondstoffen en koolstofemissies ondersteunen de theorie van de groene groei niet. Bij het onderzoeken van relevante studies over historische trends en op modellen gebaseerde projecties, zien we dat: (1) er geen empirisch bewijs is dat absolute ontkoppeling van grondstoffengebruik op wereldwijde schaal kan worden bereikt tegen een achtergrond van voortdurende ekonomische groei, en (2) dat een absolute ontkoppeling van koolstofemissies hoogstwaarschijnlijk niet snel genoeg zal worden bereikt om opwarming van de aarde boven 1,5 ° C of 2 ° C te voorkomen, zelfs onder optimistische beleidsvoorwaarden. We concluderen dat groene groei waarschijnlijk een misleidend doel is en dat beleidsmakers moeten kijken naar alternatieve strategieën. ”

En:

De empirische gegevens suggereren dat absolute ontkoppeling van BNP-groei en het gebruik van grondstoffen:

(a) op korte termijn mogelijk kan zijn in sommige rijke landen met een sterk inkrimpingsbeleid maar alleen uitgaande van een vooruitgang van efficiëntie die in de praktijk wellicht niet haalbaar is;

(b) niet haalbaar is op wereldschaal, zelfs niet in de best mogelijke politieke omstandigheden;

(c) op langere termijn fysiek onmogelijk is te handhaven.

Op basis van deze gegevens kunnen we concluderen dat de theorie van groene groei empirische ondersteuning mist. We zijn ons niet bewust van geloofwaardige empirische modellen die deze conclusie tegenspreken. “

Dus concluderen ze:

Het lijkt waarschijnlijk dat het pleidooi voor groene groei politiek gemotiveerd is. Men gaat er van uit dat het politiek niet acceptabel is om ekonomische groei in vraag te stellen en dat geen enkel land de groei vrijwillig zou beperken in naam van het klimaat of milieu; daarom moet groene groei waar zijn, want het alternatief is een ramp. Maar het is heel goed mogelijk dat, zoals Wackernagel en Rees het stellen, “het politiek acceptabele ecologisch rampzalig is, terwijl het ecologisch noodzakelijke politiek onmogelijk is.” Als wetenschappers mogen we onze visie op de feiten niet laten beïnvloeden door politieke doelstellingen. We moeten de feiten evalueren en dan pas conclusies trekken, in plaats van te beginnen met gewenste conclusies en de niet-passende feiten te negeren.”

Maar de politieke feiten mogen we evenmin negeren, hoe ‘niet-passend’ ze ook zijn. De auteurs schreven immers zelf policymakers need to look toward alternative strategies”. Maar wat die alternatieve strategieen zijn, daar zijn ze vaag over. Hun bevindingen wijzen uit dat de klimaatcrisis niet kan gestopt worden zonder de globale ekonomische activiteit aanzienlijk te verminderen. Dus pleiten ze voor een kleinschaliger kapitalisme. Minder productie en consumptie in de hoge-consumptielanden. Alleen onder die voorwaarde kunnen volgens hen de doelstellingen van de GND -een overgang naar een koolstofvrije ekonomie en een basisinkomen voor iedereen – bereikt worden.

Verslaafd aan groei

Waarom niet? Waarom kunnen we niet evolueren naar een kleinschaligere wereldekonomie die minder maar schoner produceert en consumeert, waarin we allen minder werken en gezonder leven?

Marxs waardetheorie legt uit waarom dit onmogelijk is, waarom bezitters van kapitaal niet kunnen kiezen of ze hun kapitaal willen doen groeien of niet, waarom ze daartoe gedwongen zijn, op straf van ontwaarding van hun bezit, door de ongeschreven basiswet van hun systeem.

Kapitalisme betekent handel in arbeidstijd. De hoeveelheid sociaal noodzakelijke arbeidstijd besteed aan de productie van een waar bepaalt hoeveel geld ze kan worden en die hoeveelheid bepaalt dan weer hoeveel arbeidstijd of produkten van arbeidstijd ze kan kopen. Doorheen talloze transakties wordt de marktwaarde van een waar bepaald op basis van de gemiddelde sociale arbeidstijd die vereist is voor haar productie (de marktprijs wijkt daar vaak van af door verstoringen zoals over- of onderproduktie, fiscale lasten, monopolisme en andere vormen van ongelijke ruil). Door minder arbeidstijd te gebruiken dan het gemiddelde dat de marktwaarde bepaalt, maakt een kapitalist een hoger dan gemiddelde winst. De jacht op die surpluswinst was de motor van de fantastische technologische ontwikkeling die het kapitalisme tot stand bracht. Bovendien levert die technologische ontwikkeling nieuwe produkten op, die (al zij het tijdelijk) monopole marktposities creeren, een andere bron van surpluswinst. Maar de lager dan gemiddelde produktiekost van de innoverende kapitalisten verlaagt de marktwaarde en dus de winstmarge van hun konkurrenten. Die zijn dus verplicht zijn om hen bij te benen als ze niet willen vergaan. Zo deinde de technologische vernieuwing uit en het kapitalisme groeide navenant, want er is een nauw verband tussen arbeidstijdbesparing en schaalvergroting; de laatste compenseert de dalende waarde van de waren. Aangezien die waren met steeds minder arbeidstijd gemaakt worden, daalt ook het deel van de arbeidstijd dat de kapitalist als winst incasseert. Die tendentiele daling van de winstvoet duwt de kapitalist vooruit, of hij dat wilt of niet. Hij moet proberen eraan te ontsnappen door een surpluswinst te realiseren, via technologische of andere innovaties die gepaard gaan met arbeidstijd-reductie, schaalvergroting en groter energieverbruik.

Waarde is niet stabiel. Ze vereist valorisatie, wat wil zeggen, ze moet groeien. Doet ze dat niet, dan zakt ze. Geld snuffelt de wereld rond, altijd op zoek naar het hoogste rendement. Het beloont de sterken en straft de zwakken. Het kan niet anders dan groei belonen en inkrimping bestraffen. Het kapitalisme kan niet stoppen, niet vertragen zonder in een crisis te zinken. Het kan niet anders dan meer en meer van de planeet in waren veranderen, meer en meer van haar grondstoffen verbruiken, de klimaatkrisis verergeren.

Zoals Joshua Clover, een andere radicale kriticus van de GND, schrijft: “Zelfs als deze eigenaars [van kapitaal] ons de verdronken steden en het miljard migranten van 2070 wilden besparen, konden ze dat niet. Ze zouden van de markt geprijsd worden door konkurrenten die de nodige kosten niet aangaan. Hun handen zijn gebonden, hun keuzes worden beperkt door het feit dat ze tegen de geldende koers moeten verkopen of vergaan. De dwang tot niet-aflatende groei, en daarmee het toenemende energieverbruik, wordt niet gekozen, ze is verplicht, een vereiste om winstmakend te zijn waar winst maken een vereiste van bestaan is.”

Er is geen uitweg, zelfs niet als de groenen aan de macht komen. Zoals Jasper Bernes schrijft: “Als je olie belast, zal het kapitaal het elders verkopen. Als je de vraag naar grondstoffen verhoogt, zal kapitaal hun prijzen verhogen en hen op de meest verkwistende en energie-intensieve manier naar hun markten brengen. Als je miljoenen vierkante mijlen nodig hebt voor zonnepanelen, windparken en biobrandstofgewassen, zal het kapitaal de prijs van onroerend goed omhoog bieden. Als je tarieven heft op noodzakelijke import, zal het kapitaal vertrekken naar betere markten. Als je een prijs probeert te bepalen die geen winst toestaat, stopt het kapitaal gewoon met beleggen. Hang één hoofd van de hydra af en je staat tegenover een ander.”

Betekent de tegenstelling tussen groei en koolstofdioxide-vrij leven dat grotere armoede onvermijdelijk is als we de aarde leefbaar willen houden? Alleen als de concepten van rijk en arm de betekenis behouden die ze vandaag hebben.

Bijna 40% van het voedsel in de VS wordt weg gegooid. (foto: Liz Martin)

In een postkapitalistische kommunizerende wereld zouden de globale productie en het verbruik van energie en grondstoffen aanzienlijk verminderen, de hebzuchtige accumulatie van goederen zou niet langer zinnig of mogelijk zijn, evenmin als militaire en vele andere nutteloze uitgaven. Bernes schrijft: “We kunnen gemakkelijk genoeg hebben van waar het om gaat – energie en andere hulpbronnen gebruiken voor voedsel, onderdak en medicijnen. Zoals duidelijk is voor iedereen die ruim dertig seconden goed kijkt, is de helft van wat ons omringt in het kapitalisme onnodige verspilling. Naast de overvloedige bevrediging van onze fundamentele behoeften is de belangrijkste overvloed een overvloed aan tijd, en tijd is, gelukkig, koolstof-neutraal en misschien zelfs koolstof-negatief. “

Tom Ronse

MORGEN: EEN ANTI-KRITIEK

December 7, 2019 at 6:12 am Leave a comment

GROENE MYTHEN (3)

Graven naar zeldzame aarde-mineralen: milieuverwoesting voor een schoner milieu (foto: Sebastian Meyer)

Hoe groen is de Green New Deal?

Technologie op zichzelf zal ons niet redden. Zij wordt gevormd door haar functie: arbeidstijd en andere kosten verminderen, controle en efficiëntie verhogen. Een radikale herbestemming van wetenschap en technologie zal nodig zijn om haar potentieel te ontketenen om aan de noden van de mensen te voldoen – die nu op allerlei manieren geremd wordt. Een herbestemming, die alleen het resultaat kan zijn van een fundamentele omwenteling van de samenleving zelf, een revolutie.

Laten we ondertussen niet overschatten wat technologie nu voor de wereld kan doen, in de huidige wereldwijde context van het door krisis geteisterde kapitalisme.

Maar hoe groen is de ‘groene groei’-strategie? Zelfs als de eerder genoemde politieke obstakels zouden wegsmelten en een financieel-ekonomische krisis door een mirakel zou worden vermeden, hoeveel schoner zou de GND onze planeet maken?

Energie is nooit schoon”, herinnert Bernes ons. Het feit dat het gebruik van hernieuwbare energie CO2-neutraal is, betekent niet dat de productie ervan CO2-neutraal is. Zonnepanelen, windturbines, elektrische voertuigen vereisen niet-hernieuwbare en vaak moeilijk toegankelijke mineralen. Bernes schrijft: “Er is energie voor nodig om die mineralen uit de grond te halen, energie om ze om te vormen tot batterijen en fotovoltaïsche zonnepanelen en gigantische rotoren voor windmolens, energie om ze te verwijderen als ze verslijten. Mijnen worden voornamelijk bewerkt door voertuigen met gasverbranding. De containerschepen die de zeeën van de wereld doorkruisen met de heilzame vracht van hernieuwbare energiebronnen verbranden zoveel brandstof dat ze verantwoordelijk zijn voor 3 procent van de planetaire uitstoot.”

Hoe de GND de belofte van koolstof-neutraliteit kan waarmaken is een mysterie aangezien de aanleg van de nieuwe infrastructuur, de constructie van de elektrische treinen en auto’s, de scholen enz., niet mogelijk zou zijn zonder massaal verbruik van fossiele brandstoffen en koolstofintensieve materialen zoals beton en staal. Biobrandstof zou helpen, maar heeft een veel lagere densiteit dan fossiele energiebronnen. Om aan de behoeften te voldoen, zou er een enorme landmassa nodig zijn die andere toepassingen (huisvesting, landbouw, natuur…) zou verdringen.

Zonnepanelen, windturbines en elektrische auto’s zijn niet vervuilend, maar de productie van hun componenten is dat wel. Niet alleen staal, glas en plastic, maar ook de winning van de specifieke mineralen die ze nodig hebben. Turbines en zonnepanelen gebruiken zeldzame aarde-mineralen. De batterij van een elektrische auto heeft 140 pond lithium en 33 pond kobalt nodig. Bernes geeft een levendig beeld van de milieuvernietiging die de ontginning van deze mineralen in China heeft veroorzaakt. Wat betreft de arbeidsomstandigheden in deze mijnen, ze zijn slechter dan in de tijd van Dickens. The Daily Mail schrijft over de kobalt-winning in Congo, waarin 40.000 kinderen werken: “Niemand weet precies hoeveel kinderen zijn gestorven in de kobaltmijnen in Katanga. De VN schat 80 per jaar, maar veel sterfgevallen worden niet geregistreerd, hun lichamen liggen begraven in het puin van ingestorte tunnels. Anderen overleven maar met chronische ziekten die hun jong leven vernietigen.”

Ondertussen maken kapitalisten zich volgens Forbes zorgen over de geologische schaarste van kobalt die een ander obstakel voor de GND zou opwerpen, omdat die de vraag naar kobalt enorm zou doen stijgen. Men speurt er nu naar op oceaanbodems met diepzeemijnen in het vooruitzicht.

Kobaltmijn in Katanga (Foto: Sebastian Meyer)

Nationalisme

Maar net als die ecologisch bedreigde oceaanbodems zijn die dode dorpen in China en dode kinderen in Congo ver van ons bed. De GND-resolutie zegt niets over hen. Verbazend is dat niet. Ze is tenslotte geschreven door politici van de Democratische partij, een van de belangrijkste pijlers van het Amerikaanse kapitalisme. De natie is hun kader, de belangen van de nationale ekonomie hun horizon. Het doel is een CO2-neutrale VS, ongeacht de implicaties elders.

En die implicaties kunnen een pervers effect hebben dat de vervuiling versnelt. CO2-neutraliteit in de VS zou een enorme inkrimping van de vraag naar fossiele brandstof betekenen. De prijs van steenkool, gas en olie zou daardoor zo laag zakken dat andere landen een sterke stimulans zouden hebben om er meer van te gebruiken en af te zien van investeringen in hernieuwbare energiebronnen, zodat het wereldwijde klimaat nog sneller zou verslechteren.

Doen alsof je een oplossing voor klimaatverandering hebt terwijl je alleen binnen de grenzen denkt, is fundamenteel oneerlijk. Zoals Bernes schrijft: “Het tellen van emissies binnen nationale grenzen is als het tellen van kalorieën, maar alleen tijdens het ontbijt en de lunch. Als het schoon worden in de VS andere plaatsen vuiler maakt, moet je dat aan het grootboek toevoegen. “

Zelfs als CO2-neutraliteit zou kunnen worden bereikt in de rijkste landen, zou de rest van de wereld niet kunnen volgen. De oplossing voor een probleem dat van nature mondiaal is, kan alleen mondiaal zijn. En dat betekent dat ze niet kan komen uit een systeem dat gebaseerd is op concurrentie.

 

Tom Ronse

 

MORGEN: IS GROENE GROEI MOGELIJK?

December 6, 2019 at 3:04 am Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,637 other followers