Archief beheerder

HEEFT HET PAPIEREN BOEK NOG EEN TOEKOMST? (6)

1.books

Tom Ronse

Zeg me niet dat dit salon geen aandachtige lezers heeft. Zoals EL die me een mail zond waarin hij Sisyphus’ noeste arbeid toejuicht, waarvoor we hem bedanken, en me er tevens op wijst dat ik een serie van essays met bovenstaande titel nooit heb afgemaakt. En hij citeert de slotzin van mijn vijfde en voorlopig laatste stuk in die reeks: “In  de volgende aflevering zoek ik antwoorden op de vraag hoe de overgang naar een wereld van electronische informatieverspreiding traditionele boek-kunstvormen zoals de roman beinvloedt”. Dat schreef ik in april 2012.  Het zou een van mijn vele onafgewerkte projecten gebleven zijn, als EL niet aan mijn mouw had getrokken. Belofte maakt schuld. Het helpt dat het onderwerp me boeit.(1) Dus duiken we er weer in. Over de vraag in de titel -of het gedrukte boek nog een toekomst heeft- hebben we het eigenlijk niet meer. In de vorige afleveringen kwamen we tot de conclusie dat het papieren boek niet zal verdwijnen maar wel marginaler zal worden. Nu gaat het over de vraag hoe de electronische drager het boek inhoudelijk verandert. Hoe zit het met de toekomst van de literatuur?

2. Late American novel

In 2011 verscheen een boek, The Late American Novel: Writers on the Future of Books, waarin 26 bekende schrijvers deze vraag trachtten te beantwoorden. De titel en de ouderwets-futuristische prent op het voorplat doen verwachten dat het e-boek er ruim aan bod in komt maar vreemd genoeg is dat niet het geval. Slechts enkele schrijvers vermelden het en dan nog meestal met enige weerzin.

 

 

3. oldandnew De uitzondering is de romanschrijver Reif Larsen die denkt dat de voorstanders van het gedrukte boek ooit zullen klinken als de Victorianen die kaarslicht zoveel beter vonden dan Edisons nieuwerwetse electrische lantaarns.  Hij probeert zich in te beelden welke nieuwe terreinen de e-boeken zullen exploreren, eens ze in hun nieuwe schulp zijn gegroeid. Ze kunen de rigide grenzen van het blad opblazen, schrijft hij enthousiast. Beelden kunnen in de tekst opdoemen of er boven zweven. Multimedia trailers in plaats van kaften. De tekst zal “zwaar gesupplementeerd” worden met multimedia zoals gesproken woord, muziek, video, opties voor interacties tussen lezers en een zijpaneel met “real-time Twitter reviews.” Vanuit het standpunt van een verhalen-verteller lijken de mogelijkheden om de lezer mee te nemen in nieuwe verhaal-werelden zowel onbeperkt als angstaanjagend, concludeert  Larsen.  De truc bestaat er volgens hem in om te weten “when to harness the power of the new media and when to let the simplicity of the text work its magic.” De verleiding om met de nieuwe media te spelen kan er echter toe leiden dat al te vaak voor het eerste wordt gekozen.

Larsen heeft zelf van zijn roman The Selected Works of T.S. Spivet  een “geamplifieerde”e-versie gepubliceerd (Penguin, 2012. De filmversie van het boek, The Young and Prodigious Spivet , was vorig jaar in de bioscopen).

4. Spivet poster

Het e-boek kun je als Ipad app downloaden.  Ipad-lezers klagen echter dat hun schermpje te klein is om al de extra’s – video, commentaren- die de e-versie bevat te tonen. Je moet ze  zelf binnen je gezichtsveld trekken. Sommige lezers vinden al die zijsprongen die het verhaal onderbreken irritant. Hoe meer toeters en bellen, hoe aantrekkelijker de rust van de simpele tekst hen lijkt.

5. reading manara

Strandscene door Milo Manara

 

Dat is ook de opinie van de Britse schrijver China Miéville. In een speech voor de Edinburgh World Writers’ conference in 2012  stelde hij dat de voorspellingen over de digitale productie van een nieuwe soort literatuur overroepen bleken. “The hypertext novel? A few interesting experiments. The enhanced ebook, with soundtrack and animation? A banal abomination.”  Ondanks alle experimenten is het volgens hem opvallend dat de traditional narrative-arc-shaped fiction goed standhoudt.  Maar terwijl de digitale productie volgens hem nog geen inhoudelijke of vormelijke revolutie van de literatuur heeft teweeg gebracht, ziet hij de digitale distributie van literatuur als een onstuitbare trend. En je kunt de distributie van de roman niet radicaal herstructureren zonder dat dit een impact heeft op zijn vorm en inhoud. Miéville erkent dat.  “We naderen niet alleen een tijdperk waarin niemand die dat niet wil voor een boek zal moeten betalen maar ook een waarin de digitale beschikbaarheid van de tekst de relatie tussen lezer, schrijver en boek zal veranderen”.

De meest ingrijpende verandering volgens Miéville: “The text won’t be closed.”

“Anyone who wants to shove their hands into a book and grub about in its innards, add to and subtract from it, and pass it on, will, in this age of distributed text, be able to do so without much difficulty, and some are already starting.”

Inderdaad kan men op het web al heel wat sites vinden waar mensen zich literair uitleven door nieuwe avonturen te bedenken voor personnages uit bekende romans en films (verder meer daarover). Op  muzikaal vlak is de invloed van de digitale distributie nog veel duidelijker. Het  remixen van bestaande albums is al heel gewoon worden en heeft op zijn beurt nieuwe songs en composities beinvloed die dan weer door anderen als grondstof worden gebruikt voor nieuwe combinaties. Men zou kunnen zeggen dat de hele muziekwereld er “democratischer” door werd, alleszins meer collectief en interactief.  Elke tiener kan zijn eigen mix maken en online zetten en vele doen dat ook.  Waarom zou de literaire wereld aan die trend ontsnappen?  Is het te vermijden dat er online tal van “redacteurs” opduiken met hun eigen versie van het werk van anderen?

Vele auteurs vinden dat vooruitzicht natuurlijk een nachtmerrie.  Hun werk is hun privé-eigendom dat anderen mits betaling mogen lezen, beluisteren of bekijken en er verder hun poten moeten van afhouden. Maar wat doe je eraan?  Repressie –nieuwe wetten en politie-acties tegen “piraterij”, vervolging van ‘sharers”, enz. – roeit tegen de tijdsstroom in; het is een achterhoede-gevecht. Miéville  heeft er geen good woord voor over: “It’s disingenuous, hypocritical, ineffectual, misunderstands the polyvalent causes and effects of online sharing, is moribund, and complicit with toxicity.”

6. China Mieville

China Mieville

 

Hij bekritiseert zijn eigen vakbond, de Creators’ Rights Alliance, die een manifest uitgaf waarin ze onder meer opriep om “het intellectueel eigendomsrecht” in de scholen te propageren: “All schoolchildren should be encouraged in the habit of using the © symbol with their work, whether it be an essay or a musical composition. The concept behind copyright is so simple that a child can understand it: “I made it: it’s mine.”‘

Miéville vindt dat advocating the neoliberalisation of children’s minds. That is scandalous and stupid. The text is open. This should – could – be our chance to remember that it was never just us who made it, and it was never just ours.”

“Mijn werk” was nooit mijn werk alleen en het was nooit alleen van mij. We hebben altijd cultuur geproduceerd op een collectieve manier.  De informatie-technologie herleidt alles tot fragmenten die op verschillende manieren geassambleerd kunnen worden maar zo was het eigenlijk vroeger ook. Cultuur is informatie en informatie bestaat slechts als inhoud van communicatie. De technologische revolutie in de distributie van informatie heeft het collectieve, interactieve karakter op de spits gedreven. Dat botst  met de maatschappijvorm die steunt op individueel bezit.  Om van digitale goederen individueel bezit en dus koopwaar te maken, moet het doorgeven van informatie bij wet worden ingeperkt.  Maar de aard van het internet, van de digitale technologie, maakt de controle erover moeilijk, zo niet onmogelijk. Niemand kan nog tegenhouden wat er op het web verschijnt. Natuurlijk is er ook een hele industrie die zich erop toelegt om informatie ontoegangelijk te maken voor niet-betalers maar het blijft een permeabele muur, zo standvastig als die van Berlijn.

Dit heeft een krisis veroorzaakt in de muziek-industrie en het uitgeversbedrijf. Maar de muziek en de literatuur lijken te floreren. Een van de duidelijkste gevolgen van de kostenloze reproductie van informatie is dat er ontzaglijk veel meer gepubliceerd wordt.  Niemand hoeft nog aan de normen van uitgevers of muziekbazen te voldoen om zijn/haar werk online te verspreiden. Iedereen kan zich auteur noemen, zelfs van cd’s en gedrukte boeken: dank zij de electronische technologie is self-publishing goedkoop geworden en het is niet zo moeilijk om opgenomen te worden in de cataloog van massa-distributiebedrijven als Amazon.

7. reading stand

Zelfs zij de hunkeren naar vroeger kunnen niet ontkennen dat de trend positieve aspecten heeft.  Online wordt een schat aan informatie beschikbaar gemaakt die zonder het internet verborgen zou blijven of zelfs niet zou bestaan.  Een goed voorbeeld is de scherpe stijging van vertalingen, vooral in het Engels, waardoor literatuur een wijder speelveld kreeg. Opmerkelijk is dat heel wat vertalingen tot stand komen door de gezamenlijke inspanningen van vrijwilligers, uit liefde voor een werk dat geen kans maakt op commercieel sukses.

Men zal opwerpen dat de kwantitatieve stijging van het informatie-aanbod vooral een stijging van het aanbod van rotzooi was. Dat de verminderde rol van uitgeverijen en muziekbedrijven betekent dat er minder op kwaliteit wordt geselecteerd. Dat het informatie-aanbod krioelt van teksten die schreeuwen om een bekwame redacteur. Dat valt niet te ontkennen. Maar het is ook waar dat er in het aanbod van de mooi gedrukte boeken van de traditionele uitgeverijen ook veel rotzooi zit. Literaire kwaliteit en commercieel sukses zijn twee verschillende dingen. Soms vallen ze samen maar vaak doen ze dat niet.

Als iedereen een schrijver kan worden wat blijft er dan over van de speciale status van de auteur? Een vaak gehoorde klacht van gevestigde auteurs is dat het internet het schrijversvak devalueert en daar hebben ze geen ongelijk in. Het schrijversvak is inderdaad gedevalueerd: reken maar uit hoeveel de gemiddelde schrijver per uur verdient. Er zijn natuurlijk uitzonderingen en extreme uitzonderingen maar de gemiddelde schrijver is een armoezaaier. Zijn/haar werk wordt ondergewaardeerd. “Well, yes”, zegt Miéville.  “Just like the work of nurses, teachers, public transport staff, cleaners, social workers, which has been undervalued a vast amount more for a whole lot longer. We live in a world that grossly and violently undervalues the great majority of people in it.”

8 read

En dat wordt steeds erger omdat het logisch is om te bezuinigen op wat geen winst opbrengt. Miéville’s voorstel om de situatie te behelpen door “serieuze schrijvers” een door de staat betaald salaris te geven, lijkt dan ook een luchtkasteel. Omdat het gros van de menselijke activiteit door de hoepel van de winstgevendheid moet springen en die winstgevendheid in het gedrang komt, wordt steeds meer menselijke activiteit ontredderd. Ook het schrijversvak.

Er is natuurlijk nog altijd een circuit dat leidt van noeste eenzame arbeid naar commercieel sukses en rijkdom. Als schrijver kun je daarvan dromen, daarop mikken. Vele Amerikaanse schrijvers structureren hun romans met het oog op hun eventuele verfilming. Als je in een taal als het Nederlands schrijft, en je markt dus beperkt is door de bescheiden omvang van je taalgebied, is de kans dat je ooit van de opbrengst van je literaire kunst zult kunnen overleven bijzonder klein. Al lijken ze in Scandinavie wel een formule te hebben gevonden.

Iedereen die zich aan het schrijven zet weet dat. Iedereen die een tekst op een blog of een website plaatst, weet dat hij of zij er niet rijk van zal worden. Toch houdt dat besef miljoenen niet tegen om literatuur te produceren. Misschien koesteren ze een fantasie waarin ze ondekt zullen worden, zoals elke basketter droomt van de NBA. Maar eigenlijk weten ze het best, hun product is niet verkoopbaar want het is niet winstgevend. Ze doen het toch, niet om te verkopen maar om weg te geven. Om te communiceren. Ze schrijven collectief. Er ontstaat een cultuur van geven en nemen die haaks staat op de klassieke rolpatronen, ook die van de literatuurproductie.

Toch lijkt ook de literatuur die rechtstreeks voor digitale distributie is gemaakt de klassieke vormen niet in vraag te stellen. De roman, het gedicht, het kort verhaal: ze zijn zo taai als kakkerlakken, zoals Miéville opmerkt. Er zijn nieuwe vormen, zoals verhalen die interactief tot stand komen via Twitter maar die hebben, voor zover ik weet, voorlopig weinig indruk gemaakt. De Twitter-vorm (maximaal 140 leestekens per tweet) biedt mogelijkheden voor Haiku-dichters als Herman Van Rompuy maar anderen vinden het een keurslijf. Er is geen Twitter-roman. En de nood om romans te schrijven en te lezen lijkt ook in het internet-tijdperk springlevend.

In de volgende aflevering van deze serie bekijk ik enkele literaire producten van het internet van wat dichterbij.

 

10 patti      11 inprint

(1) Al sinds lang: mijn eindthesis aan de universiteit was getiteld: “De toekomst van de massa-media” (1972). Kun je nagaan hoe leuk het is om dat vandaag te herlezen.

 

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2012/04/10/heeft-het-papieren-boek-nog-een-toekomst-5/

http://www.amazon.com/The-Late-American-Novel-Writers/dp/1593764049

http://www.theguardian.com/books/2012/aug/21/china-mieville-the-future-of-the-novel

 

 

maart 25, 2015 at 6:35 am Een reactie plaatsen

Pleidooi voor de afschaffing van de Vlaamse leeuw

ouweleeuw

Tom Ronse

Als ik Dirk Draulans zou interviewen, zou ik hem vragen: welk dier lijkt het best op Vlaanderen? Ik betwijfel dat hij ‘de leeuw’ zou antwoorden. Wat heeft dat roofdier van de Afrikaans savanne gemeen met Vlaanderen, behalve dat het luid kan brullen?

Vanwaar de vergelijking? Omdat Vlaanderen en de leeuw allebei dapper zijn? Een leeuw is niet dapper, tenzij hij scheel ziet van de honger. En dan nog. Enkele hyena’s volstaan om hem op de vlucht te jagen. Daarbij, dapperheid is een kwaliteit die fel overroepen is. De jongens die naar het oostfront vertrokken waren dapper. De terroristen die zichzelf vermoorden om anderen te doden zijn dapper, ook al worden ze voortdurend ‘lafaards’ genoemd. Dat zijn ze nu juist niet. Integendeel. Dapperheid maakt deel uit van hun pathologie. Dapperheid als hoogste deugd en geweld als haar expressievorm zijn essentiële ingredienten van de mythes die zin geven aan hun emoties en ervaringen. Niet alleen de mythes van de islamistische terroristen. Ook de hele westerse cultuur hemelt dapperheid op. En dat dapperheid triomfeert door superieur geweld, dat zien we elke avond op tv. Islamisme en westerse ideologie zijn meer gelijkend dan verschillend. Ook terroristen kijken naar Hollywood-films. “Die hard”, weetjewel. “Die with a vengeange”.

Er wordt ons een beeld opgehangen dat meer en meer begint te lijken op oorlogsstokerij: de islam als vijand, bron van alle kwaad, cultuur die leidt tot intolerantie en wreedheid. Terwijl het toch overduidelijk is dat de meeste wreedheid wordt begaan door staten met een christelijke traditie. Op dat vlak hebben ze niets van de moslims te leren. Ze moorden veel efficienter, met drones vanachter een computerscherm, zonder hun handen vuil te maken. Intussen spelen ze het heilige boontje. “Het dulden van spot zit in het christendom ingebakken”, beweert de Vlaamse katholieke columnist Marc Van de Voorde. Het christendom is volgens hem per definitie tolerant en de islam per definitie intolerant. Dat zou blijken uit het verschil tussen de bijbel en de koran. Je moet wel het grootste deel van de geschiedenis van het christendom negeren om tot een dergelijke conclusie te komen. Voor zover de christelijke kerken tolerant zijn, werd die tolerantie hen opgedrongen, ze kwam niet van binnenuit.

En ze is relatief. Er zijn limieten, zo benadrukte de paus nog onlangs. “Als iemand mijn moeder beledigt, dan geef ik hem een vuistslag”, zei hij monkelend. Het was een uitspraak die verraste omdat je hem eerder zou verwachten van een tooghanger dan van een prelaat. Maar dat is wat deze paus zo sympathiek maakt nietwaar, hij wekt de indruk dat hij “een man van het volk” is waarmee je een pintje zou kunnen drinken.
Maar op de keper beschouwd is die uitspraak niet zo verschillend van de zelfrechtvaardigingen van terroristen. Natuurlijk, een vuistslag is geen onthoofding. Maar het verschil tussen beiden is oneindig veel kleiner dan dat het verschil tussen je moeder en God. Tenminste, als je echt in Hem gelooft en dat zou je van een paus toch verwachten.
Als je aan God toegewijd bent, dan ben je bereid tot zinloos bloedvergieten om Hem te behagen. Het is niet zinloos, als Hij het wilt. Dat is wat niet alleen de koran maar ook de bijbel ons leert. Een van de eerste voorbeelden van religieus fanatisme is het verhaal van Isaak. U kent het wellicht: God die een sadomasochistische relatie heeft met Abraham, draagt hem op om zijn eigen zoon Isaak te vermoorden. Abraham gehoorzaamt, zonder vragen te stellen. Maar net als hij het mes in zijn kind wil planten, zegt God: Stop, het was maar een lolleke.
In “the story of Isaac” zingt Leonard Cohen:
You who build these altars now
to sacrifice your children,
you must not do it anymore.
A scheme is not a vision
and you never have been tempted
by a demon or a god.

Het doet er niet toe of het altaar voor de christelijke God is of voor Allah, voor het vaderland of voor de democratie. Hou op met dapper zijn, hou op met mensen te offeren voor je verdomde luchtspiegelingen.

Vlaanderen is gelukkig niet erg dapper. Het heeft dus geen zin om de leeuw als nationaal symbool te vervangen door een dier dat echt dapper is zoals de hyena, de das of de veelvraat (al is deze laatste misschien om andere redenen geschikt). Is de leeuw dan toch gepast, aangezien hij ook niet erg moedig is? Nee, want de leeuw staat bekend als de koning der dieren en het is ronduit belachelijk om Vlaanderen die rol toe te meten. Tussen de andere landen is Vlaanderen geen koning maar een klein sluw meelopertje. Geen leeuw, eerder een marmotje. Zou dat geen beter symbool zijn? Weg met de Vlaamse leeuw, leve het Vlaamse marmotje. Iedereen zou ons schattig vinden.

marmotje

Marc Van de Voorde: “Ja, Christenen laten met zich spotten”, www.deredactie.be, 09/01/2015

februari 23, 2015 at 4:31 pm 1 reactie

Is iedereen nu Charlie?

Van Twitter: Wolinski arrive au ciel

Van Twitter: Wolinski arrive au ciel

Charlie-Hebdo beschouwde het als zijn missie om alle heilige huisjes, alle uitingen van hypocrisie, demagogie en doublespeak door het slijk te sleuren. Zonder respect voor welke autoriteit dan ook. Kapitalisten en stalinisten, moslims, christenen en joden, ze kregen er allemaal van langs. Soms grappig, soms enkel “bête et méchante”, altijd medogenloos. De Franse staat verbood de voorganger van Charlie-Hebdo (Hara Kiri-Hebdo). Rechts en links hadden een hekel aan het blad. De media zagen het als een schurftig, mentaal gestoord klein broertje.

Maar nu, zo lijkt het, zijn we allemaal Charlie. De hele “beschaafde” wereld drukt het gisteren nog schurftige blaadje tegen de brede borst. Het volgende nummer van Charlie zal dankzij de nodige subsidies op één miljoen exemplaren worden gedrukt, kwestie van de terroristen een neus te zetten.

Wat een spektakel was het zondag, die enorme mensenzeeen in Frankrijk en daarbuiten, verenigd rond de kreet: “Je suis Charlie”. Wat een patriottisch feest was het in Frankrijk, het leek wel of les bleus de wereldbeker hadden gewonnen. Overal tricolores en mensen die de Marseillaise zongen, dat bloeddorstig racistisch volkslied:

Aux armes citoyens
Formez vos bataillons
Marchons, marchons
Qu’un sang impur
Abreuve nos sillons

Op de kop van de stoet liepen regeringsleiders en andere vertegenwoordigers van 42 landen. De beschaafde wereld kortom, verenigd in zijn verzet tegen de barbarij. Onder hen de leiders van Israel en zijn Palestijnse vazal, de ministers van BZ van Rusland en Turkije, de ambassadeur van de VS, enzovoort.  Heren aan wiens handen heel wat meer bloed kleeft dan aan die van de terroristen. Bloed van anonieme mensen in Irak, Palestina, Afghanistan, Oekrainie en zovele andere plaatsen waar geen reporter ter plaatse is. En in hun gevangenissen is er geen gebrek aan journalisten, nietwaar heren Poetin en Erdogan? Maar laat dat de pret niet verstoren. Hier in Parijs zijn we allemaal voor de persvrijheid, voor een wereld zonder haat en geweld. Nous sommes tous Charlie!

Vandaag toch. Morgen zijn we weer thuis en dan gaan we weer betogingen traangassen, journalisten opsluiten, bezuinigen op pensioenen en cultuur om meer wapens te kopen voor de strijd tegen de barbarij, de politie militariseren en iedereen bespionneren om ons te beschermen voor terroristen; en kranten sluiten omdat de markt hen geen bestaansrecht geeft. En als straks de hele economie weer een inzinking kent, zal men het ons herinneren: “Nous sommes tous ensemble. Francais, serrez les rangs. Nous sommes tous Charlie!” (Hollande)

Dat maakt ons bijzonder nieuwsgierig naar het volgende nummer van Charlie-Hebdo. Want als het blad aan zijn missie trouw blijft, dan kan het niet anders dan de ironie van de situatie in de verf zetten. De krokodillentranen, de valse solidariteit.

Intussen was er heel wat minder solidariteit met de slachtoffers van Boko Haram in noord-Nigeria. Voor de media was dit maar een voetnoot, al kwamen er veel meer mensen door om dan in Parijs. Maar die honderden burgers die vermoord werden, dat waren zwarte mensen, nietwaar? En dat gebeurde in Afrika? Normaal dan toch dat onze media er geen oog voor hebben.  Racistisch? Hoe durft u?

Natuurlijk zijn “onze” media nationalistisch en impliciet racistisch. Dat is het venster waardoor ze jouw blik sturen. Persvrijheid bestaat niet.

Tom Ronse

charlie

januari 12, 2015 at 8:09 am 3 reacties

Wat was het doel van de aanslag op Charlie-Hebdo?

Wilden de daders van de aanslag in Parijs (of relevanter: hun leiders, hun opdrachtgevers) werkelijk Charlie-Hebdo doen zwijgen? Wilden ze de westerse media dwingen to zelfcensuur, tot respect voor de profeet Mohammed? Als dat zo was, dan zijn ze grandioos mislukt in hun opzet. Waren ze zo dom dat ze niet konden voorzien dat hun barbaarse daad juist tot minder respect voor de Islam zou leiden? Of was dat net hun bedoeling?

Wat als het hun doel was om de moslim-haat aan te wakkeren, om meer discriminatie van jonge moslims te veroorzaken? De Amerikaanse commentator Juan Cole schrijft: “This horrific murder was not a pious protest against the defamation of a religious icon. It was an attempt to provoke European society into pogroms against French Muslims, at which point al-Qaeda recruitment would suddenly exhibit some successes.” Als dat het doel was, dan zijn ze misschien niet mislukt.

Een snapshot van de conversatie op Twitter:

twitter

Over een conversatie over de aanslag donderdag op “Reyers Laat” (VRT) schrijft blogger Youssef Kobo:

Dat Bart De Wever zich graag in de belangstelling werkt door op moslims in te hakken wisten we al langer. Dat Mia Doornaert gelooft dat elke Marokkaan een potentiële zelfmoordterrorist is, is ook niets nieuws. Maar wat dit hysterisch stelletje gisteren klaarspeeldde in Reyers Laat was werkelijk de waanzin nabij. Beiden brachten twee jerrycans met benzine mee naar de studio en kapten die lustig uit op het kleine vuurtje moslimhaat dat in de loop van de dag was aangestoken door demagogen zoals Geert Wilders en Filip Dewinter.

In hun drang om alle moslims als wereldvreemde extremisten af te schilderen sneden de barones en de partijvoorzitter de éné na de andere bocht af. Ze maakten de meest bizarre claims en groteske vergelijkingen. De Wever alludeerde verschillende keren op de mogelijkheid dat islam en moslims heel Europa zouden overnemen en de Westerse samenleving van binnenuit zouden vernietigen.

Ik ben ronduit gedegouteerd door de ziekelijke profileringsdrang en het beschamende optreden van deze twee lijkenpikkers. Dit was reflectie noch duiding, dit was pure haatzaaierij. Deze twee gewillige stokebranden maakten misbruik van een gruwelijk bloedbad om hun rabiate haat voor alles wat maar met moslims te maken heeft op te dringen aan de kijker. Het laatste wat we nu nodig hebben zijn agent provocateurs die nog meer olie op het vuur gooien. Ongelooflijk dat dergelijke haatproza zo’n uitgebreid platform kreeg op de openbare omroep.”

Zelf heb ik die uitzending niet gezien. Toen ik op de link Reyers Laat 19.01.15 klikte, stond er te lezen: “Deze video is nog niet beschikbaar. Probeer later eens opnieuw”.

Dat zullen we doen. Intussen sluit ik me aan bij deze wijze woorden van Juan Cole:  “The only effective response to this manipulative strategy is to resist the impulse to blame an entire group for the actions of a few and to refuse to carry out identity-politics reprisals.”

Tom Ronse

http://youssefkobo.wordpress.com

http://www.juancole.com/2015/01/sharpening-contradictions-satirists.html

januari 9, 2015 at 6:59 am 5 reacties

WIJ ZIJN CHARLIE !

1 jesuischarlie

Terreur en contra-terreur, waar zal de escalatie op uitmonden? Een derde wereldoorlog? Ze willen ons bang maken, ze willen ons doen haten. Maar het zal hen niet lukken. Wij zijn Charlie, we lachen doorheen onze tranen  en we zijn niet bang.

ch3

ch2

Ann Telnaes

david_pope_charlie_hebdo_j7_15-1

leatherbike040

Shaw in NewYorker

Dave Brown  The Independent

paris

januari 8, 2015 at 6:39 am 9 reacties

LANG LEVE CHARLIE

Wolinski, Cabu, Charb en de andere Charlie’s die stierven omdat ze hypocrisie, fanatisme, obscurantisme, demagogie en alle vormen van klootzakkerij zo kundig tegen de schenen schopten,  zullen heel hard gemist worden. Hier, ter hommage, een kleine selectie van hun voorpagina’s.

Cabu: Mohammed weent

2 Charb

3 Charlie Hebdo na de brandstichting

5 cabu

6 Cabu

7 Charb

8 Wolinski

 

9 wolinski

10 wolinski

11 wolinski

13 Wolinski-Charlie-hebdo-printemps

14 charlie amour

januari 8, 2015 at 6:06 am 1 reactie

LAAT HET SNEEUWEN! (2)

1 dead soon

Tom Ronse

(Zoals gewoonlijk kan u op de afbeeldingen klikken om ze groter te zien)

De archetypische sneeuwsculptuur is vanzelfsprekend de sneeuwman. Hij is ook zo gemakkelijk te maken: je rolt een grote bol sneeuw en zet er een kleinere bol op, je neemt een hoed, een wortel, wat kooltjes en eventueel een paar takken voor de armen en klaar is Kees. Na zware sneeuwval zie je ze  plots in de voortuintjes als paddestoelen verrijzen. En dan weet je, daar woont een kind. Of toch zeker iemand die jong van hart is.

Volwassenen maken ook graag sneeuwmannen.  Sommige toch. Maar dan liefst variaties op het klassieke thema. Sommige variaties zijn grappig, andere snijden een politiek of sociaal thema aan, zoals global warming en iphone-verslaving.

2 snowmanpoker 2 b Snow Squirrel

3 global_warming_protest  4 snowman iphone

Naast kinderen zijn het vooral jongemannen die de energie, de tijd en de inspiratie hebben om sneeuwmannen te maken. Het is wellicht niet verwonderlijk dat die inspiratie vaak hormonaal lijkt.

5 horny snowmanSneeuwmannen van een penis voorzien is een studentikoze sport. Er is zelfs een country song, “Who put the dick on the snowman”. Reuzepiemels boetseren uit sneeuw is een andere populaire winteractiviteit van benevelde jongelui.

7 penistruck 6 Christmas-penis9 snowflashers 8 snowdick                                                     Maar moeder natuur doet het natuurlijk veel beter.

10 ijsberg

ijsberg

Ook andere sexvariaties zijn populair.

11 coldnight  12 snow porn  13 snow porn

Sommigen zoeken impact in omvang, anderen in aantal.

14 big snowman   15 snowmen  14 many snowmen

Onze vriend Calvin doet beiden:

18 snow calvin 2

16 calvin snowmen12

17 snow calvin4

Maar zijn geliefkoosd thema is HORROR, tot ontzetting van zijn ouders:

19 snow calvin horror

20 snow calvin321 snow calvin 1

Dit is slechts een kleine greep uit zijn griezelrepertoire. Calvins sneeuwmannen zijn legendarisch. Vele van zijn creaties worden door fans nageboetseerd.

22 snow horror

23 sad snow

24 snow horror

Dit is natuurlijk werk van amateurs. Maar in sneeuwrijke landen als Rusland en China zijn er ook mensen voor wie sneeuwsculpturen een métier is, waarbij heel wat techniek komt kijken.

25 vakman

Ze maken taferelen zoals deze cowboys die zich aan een sneeuwvuur verwarmen…

26 sneeuwvuur                                   … en gigantische paleizen:

27 snow palace                       Er zijn competities, waarvan de bekendste doorgaat in december in Heilong Jiang in China.

28 snow_scupltures_07                            Er komen bulldozers en ander zwaar materiaal aan te pas en de teams die de grotere sculpturen maken omvatten tientallen mensen.

29 horses

30 snow woman

Dank zij het koude weer overleven die sculpturen langer dan de doorsnee sneewman. Maar na enkele maanden is al dat werk ook weggesmolten.

31 snowskull

De meeste van die werken zijn eerder kitsch dan kunst, zoals de meeste zandsculpturen die s’zomers op sommige stranden worden geboetseerd. Maar er zijn ook kunstenaars die zo’n vergankelijk medium als sneeuw perfect vinden. Zoals Sonja Hinrichen die gigantische sneeuwtekeningen maakt:

32 snow drawings sonja hinrichsen 2012

En natuurlijk mag ik Andy Goldsworthy niet vergeten. Hij is een van mijn favoriete kunstenaars. Hij schildert zonder verf en penselen, hij beeldhouwt zonder hamer en beitel. Hij is getrouwd met de natuur, waarvan hij neemt en aan wie hij geeft, met wie hij samen prachtige kunst maakt. Het is mooi om die relatie te zien. Ook met sneeuw doet Andy sublieme dingen (googel hem). Hier enkele voorbeelden:

33 goldsworthy 2  34 goldsworthy2

35 goldsworthy snow

Tot zover het nieuws. En aangezien het nieuwjaar is , hier is mijn nieuwjaarsresolutie, waarvoor ik weer het woord geef aan Calvin en zijn speelgoedtijger.

36 resolutions                                         En nu is het tijd voor mijn winterslaap.

 

december 31, 2014 at 8:42 pm Een reactie plaatsen

Oudere berichten


Kalender

april 2015
M D W D V Z Z
« mrt    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 781 andere volgers