Archief beheerder

INTO THE HELL HOLE

 Photo: Olivier Hoslet

Photo: Olivier Hoslet

 

 door Jacqueline Goossens

 

Anybody who visits Brussels should spend some time in Molenbeek. Yes, that Molenbeek. The community Trump was thinking of when he called Brussel “a hell hole”. The community that quite a few Belgians described, based largely on misinformation, as “the Bronx of Brussels”.

Cartoonist Kim pokes fun at Molenbeek's reputation. Syas the tough guy: " If you want to be part of our gang, you have to walk straight through Molenbeek".

Cartoonist Kim pokes fun at Molenbeek’s reputation. Says the tough guy: ” If you want to be part of our gang, you have to walk straight through Molenbeek”.

This week I had the pleasure to go on an extensive walk through the area with local City Council member Dirk De Block. We strolled through the lively, colorful market which is held every Thursday and Sunday in front of City Hall and the adjacent Graaf Van Vlaanderenstraat. We walked through residential and commercial streets. We passed beautifully restored buildings, houses and apartment-buildings in various need of repair and renovation, surprisingly few vacant properties, small plazas, busy shopping streets, discreet entrances to mosques, schools and community centers, social clubs, cafés, small eateries and a hostel, hotel and museum of contemporary art (MIMA) located in the renovated Bellevue brewery. We admired churches like St John the Baptist and St Remi. We saw playgrounds and parks like Scheutbos, Bonnevi, Marie-José and Muzen. Molenbeek even boasts a castle, the Karreveldkasteel, with well maintained grounds and a large pond.

The market in Molenbeek (Photo: Johannes Vande Voorde)

The market in Molenbeek (Photo: Johannes Vande Voorde)

The area described by Dirk as ‘lower Molenbeek’ or ‘old Molenbeek’, the poorest and mostcrowded neighborhood, is still in desperate need of more green space. It is here that the Vier-Windenstraat is located, known as the hiding place of Salah Abdeslam, at one point ‘the most wanted man’ in Europe, till he was captured in march 2016. I’m happy to report that allI saw on the block where playful kids and their caretakers who had just picked them up at the Vier-Winden Basisschool, one of the Dutch language elementary schools in Molenbeek. “About 60 percent of lower Molenbeek is now of Morrocan descent”, said Dirk.

Dirk and I at the old foundry (Photo: Lotte Verstringe)

Dirk and I at the old foundry  (Photo: Lotte Verstringe)

Nothing stays the same. Not the South-Bronx, not Harlem, not Detroit and not Old Molenbeek. We went to La Fonderie where the Brussels Museum for Labor and Industry is housed. The Museum is located in the old Compagnie des Bronzes de Bruxelles.  Its collection explains the history of the area. What started as a rural medieval village had become a heavily industrialized suburb by the late 1800’s. Life was rough for those who had to toil in the big and small factories. Flemish and Walloon workers competed for jobs and living space. There were strikes, riots and oppression. But just like in so many other industrial areas, be it trendy Williamsburg in Brooklyn or Pittsburg or Flint, Michigan, factories eventually closed or moved. Those inhabitants who could, left. The poorest stayed behind, also in Molenbeek, especially in the old part. New immigrants came and went, attracted by the low housing costs.

Old Molenbeek, just like so many other former industrial areas in other parts of Belgium and the rest of the world, suffered over the decades from neglect from authorities and landlords. But whatever problems Molenbeek has today, it’s a vibrant, evolving community. To me it’s a glass half full, just like for example the South-Bronx and Harlem were to me when I started visiting those neighborhoods in the early 1980’s. So many people had given up on those areas. They were wrong. So Molenbeek, I root for you.

 

The Rainey gates, Bronx Zoo

The Rainey gates, Bronx Zoo

MOLENBEEK IN THE BRONX

And now, instead of comparing Molenbeek to the Bronx, go to the famous New York borough for a bit of real Molenbeek. Visit the Bronx Zoo and take the time to admire the 10 meter high bronze entrance gates decorated with flowers, plants and twenty two animals, amongst them the famous lion Sultan and the tortoise Buster. The impressive work of art was designed by the American sculptor Paul Manship. In 1929 he and the American sponsors of the gates choose La Compagnie des Bronzes in Molenbeek to execute the work. It was finally finished by 1933. Before it was shipped to New York it was put on display in the great hall of the foundry where the public was invited to admire it. In the museum La Fonderie on the grounds you can see a copy of the beloved Bronx lion Sultan and images of the making, shipping and installation in the Bronx of the Zoo gates.

 

februari 13, 2017 at 10:02 pm Plaats een reactie

De wondere wereld van het Franse televisiedebat

politique-nul

 

door Francis Jorissen

 

In Frankrijk, waar ik woon, heeft elk zich respecterend televisiestation elke dag wel een politiek debatprogramma op het menu staan. Daar nemen altijd minimum vier debaters aan deel. Sommigen van hen schuiven zelfs bij meer dan een debat per dag aan en verhuizen van zender naar zender.

Onder de ‘invités’ vind je altijd wel een hoofdredacteur of journalist van de MSM, een tegenwoordig populaire term die uit de VS is komen overwaaien dat staat voor Main Street Media. Ik zie die hoofdredacteurs, ‘grands reporters’ en dat ander journaille soms zo vaak op de verschillende netten verschijnen dat men zich mag afvragen waar ze nog de tijd vinden om artikels te schrijven voor hun kranten, tijdschriften en ‘magazines en ligne’. Maar dit terzijde.

Andere aanschuivers zijn uiteraard politici, woordvoerders van politici en would-be politici die, weliswaar soms maar tijdelijk, de wind in de zeilen hebben. Ze horen tot allerlei partijen maar toch is er een voorkeur voor middle-of-the-road sociaaldemocraten (PS) en rechtse neoliberalen (LR). Het extreemrechtse FN, de Centristen  van UDI en MODEM, de Groenen van het EELV, de Communisten van de PCF en de extreemlinksen van de PG krijgen niet zo veel uitnodigingen in de bus. Hoewel dat voor het FN begint te veranderen. Het zijn binnenkort dan ook presidents- en parlementsverkiezingen en Marine Le Pen en haar ‘faux jetons’ lijken daarin een grote rol te (willen) gaan spelen.

De derde en voornaamste categorie zijn de academici, vorsers, onderzoekers en oud-generaals (daar blijken er heel wat van te zijn). De voornaamste gemeenschappelijke kenmerken zijn: voor 90% mannen, altijd pak en das, ze hebben een boek geschreven en ze komen vaak uit dezelfde elitescholen (Sciences Po, ENA, HEC…) waar de uitgenodigde journalisten en politici ook al vertoefden. De debatten lijken daarom dikwijls op  onderonsjes waar iedereen iedereen kent.

Vermeldenswaard is ook dat al die deelnemers, op nu en dan een uitzondering na, steeds ‘spécialiste’ in het onderwerp van het debat zijn. Dat is natuurlijk aangenaam voor de kijker, dat al die ‘spécialistes’ hun expertise met hen willen delen. Je kan er maar iets van opsteken.

Na een tijdje debatten volgen merk je echter wel een aantal merkwaardige dingen op.

Het voornaamste doel van een debater lijkt er niet per se op gericht de kijker iets bij te brengen. De prioriteit is om zo lang mogelijk aan het woord te blijven. Ook de debatleider doet daar gezellig aan mee. Een vraag wordt vaak ingeleid door een betoog van een paar minuten. Een goede tactiek om het woord te kunnen monopoliseren lijkt te zijn om dan niet op de langdurig ingeleide vraag te antwoorden maar te zeggen dat je eerst iets anders wil duidelijk maken. Daar ga je dan op door en uiteindelijk is iedereen de vraag vergeten. Ademhalen tussen twee zinnen is er ook niet bij want dan dreigt een andere debater je het woord af te nemen. Vaak genoeg word je ook al  midden in je uiteenzetting getackeld door concurrenten die hun beurt niet kunnen afwachten en midden in je volzin aan hun eigen relaas beginnen. Het gevolg is dan ook dat er zich een kakofonie ontwikkelt waar niemand nog iets van begrijpt. Een goede luistertechniek om een Frans debat te volgen is dan ook de afstandsbediening bij de hand houden en een vinger boven de toets ‘MUTE’ laten zweven en er op tijd en stond op te drukken. Wanneer de debatleider de rust in het kippenhok heeft doen terugkeren volstaat het om andermaal die toets te beroeren om weer te kunnen aanschuiven bij het debat.

Vermits het haast allemaal ‘spécialistes’ zijn moeten ze de kijker natuurlijk overbluffen. Verbind dat feit aan het zo lang mogelijk aan het woord blijven en het is onvermijdelijk dat die worden overdonderd door litanieën moeilijke woorden. Liefst voorafgegaan door zoveel mogelijk ook al moeilijke bijvoeglijke naamwoorden in ellenlange zinnen zonder komma’s of punten. Ook na terugspoelen en 2 of meer keer herbeluisteren vaak onbegrijpelijk. Bovendien blijkt ook al te vaak dat na ontleding van het min-of-meer verstaanbare de ‘expertise’ een herkauwen is van wat je al in de MSM hebt kunnen lezen of uit de ronkende volzinnen van regeringswoordvoerders hebt kunnen opmaken. Holle slogans, een opsomming van gemeenplaatsen, propaganda en halve en hele leugens.

Die ‘spécialistes’ zijn trouwens vaak ‘spécialistes’ in alles en niets. De ene dag weten ze alles over, zeg maar Turkije, de andere dag over Syrië en tijdens het derde debat over hoe de hervorming van het middelbaar onderwijs moet worden aangepakt. Je denkt misschien dat het hier over drie verschillende ‘specialistes’ gaat, maar neen hoor, het gaat wel degelijk om één en dezelfde persoon.

Enkele weken geleden viel me ook op dat een ‘spécialiste’ in Turkse politiek, een academicus van Science Po die, naar wat er in het begin van de uitzending werd gezegd, al 15 jaar onderzoek naar Turkije doet geen Turks kende. ‘Spécialistes’ in Poetinisme kennen geen Russisch en verstaan dan ook geen gebenedijd woord van wat het onderwerp van hun expertise debiteert. Nu weet ik wel dat een Fransman niet compatibel is met vreemde talen maar er zijn toch wel grenzen. Dacht ik.

Hoewel het onderwerp niet altijd leuk is kan het debat soms wel een leuke wending nemen. Zeker als de debatleider blijft proberen het in de richting te duwen die hij voorzien en gewenst had maar daar helaas niet in slaagt. Zo werd op de nieuwssite LCI op 15 december een debat gevoerd over Aleppo. Het panel bestond uit… ja hoor, een journalist, twee specialisten en een oud-generaal. Geheel volgens de regels van de kunst dus. Yves Calvi, sinds meer dan 20 jaar professioneel debatleider, kan zijn oren niet geloven wanneer zijn vier ‘invités’ niet willen meestappen in het  discours dat gemeengoed is in nagenoeg de hele Franse pers: al-Assad is de broer van Satan zelf en de ‘rebellen’ zijn engelen. Kijk zelf maar.

Er zijn uiteraard ook wel andere debatten. Die zijn niet zo ‘sérieux’ natuurlijk maar ook alle dagen alomtegenwoordig op televisie. Het verschil is dat die debatten geleid worden door minimum 2 presentatoren en er nog minstens 8 andere deelnemers zijn. Meestal ‘des stars’, clowns, goochelaars en komieken van allerlei niveau en presentatoren van een of andere ‘grand show’. Je weet wel, zo’n urenlang durende show vol met ‘des stars’, clowns, goochelaars en komieken van allerlei niveau en presentatoren van een of ander ‘grand débat’.

Over dat soort debatten en show kan ik echter weinig ‘expertise’ meegeven. Meestal sla ik immers al tilt na nog geen vijf minuten kijken. Wat ik wel kan meegeven is dat er binnen die tijdspanne veel geroepen, gekrijst en (om de eigen grappen) gelachen wordt. Dat alles liefst allemaal en met allen tegelijkertijd. Kortom een kakofonie van jewelste die af en toe wordt onderbroken door de playback van een of ander ontluikend sterretje,  ‘une star’ aan het Franse muziekfirmament. Maar goed, ik heb de rust van ‘la France profonde’ niet opgezocht om dit te moeten ondergaan. Je moet zelf maar eens kijken.

les-sept-candidats-a-la-primaire-de-la-droite-le-13-octobre-2016-lors-de-leur-premier-debat-televise-dans-les-studios-de-tf1-a-la-plaine-saint-denis_5726785

februari 7, 2017 at 1:51 pm 5 reacties

RESOLUTIES

1-buster-keaton

nieuwjaar8

2-perfect

3-resolutions

4-new-year

6-used-year

7-calvin-new-year

8-new-year

nieuwjaar6

9-firework

januari 2, 2017 at 9:33 pm Plaats een reactie

EEN REBELSE KERST

Door Jacqueline Goossens

1903-new-york-salvation-army-crop

 

Het is kerstmis in New York. Het jaar is 1898. Je bent rijk. Heel rijk. Je hebt dure geschenken gekregen en gegeven. Je hebt overvloedig gegeten. Je gaat naar je kleedkamer naast je slaapkamer. Je kiest je mooiste jurk uit, je duurste juwelen en je opvallendste hoed. Je man, in zijn eigen kleedkamer naast zijn eigen slaapkamer,  dost zich uit in zijn sjiekste pak en hoge hoed.  Beneden staat de koets al te wachten. Het is koud. Gelukkig is er bont. Het rijtuig ratelt naar  Madison Square Garden. Voor de ingang wemelt het van paarden en koetsen. Je stapt uit. Je man  houdt de toegangskaartjes klaar. Binnen dein je op golven van parfum, gelach, zijde, diamanten en pluimen. Je neemt plaats in een van de loges. Shhhhht. Het spektakel gaat beginnen. Je kijkt in spanning naar de arena onder je.

Een lange processie van kouwelijk, vermoeid uitziende ‘acteurs’ begint binnen te stromen. Tweeduizendtweehonderd mannen en vrouwen en kinderen. Voor iedereen is er een stoel voorzien aan de lange gedekte tafels. “Eerst gaan we een hymne zingen”, brult een man  beneden, gekleed in een Leger des Heils-uniform. Het publiek boven zingt mee: “Praise God from Whom All Blessings Flow…”  Als het lied uit is, mogen de gasten aan tafel gaan zitten. Nu kan de actie beginnen: in een perfect gecoordineerde choreografie rukken honderden kelners aan met volgeladen dienbladen. “Wie wil gebraden kalkoen? Hesp? Aardappelen? Raapjes? Brood? Taart?” Iedereen! Toch iedereen die beneden in de arena zit. Groot en klein stort zich op het eten. Wat een show! Je man stoot je aan: “Kijk daar, die vrouw zonder tanden! Ze propt haar jaszakken vol met kalkoen!” Het volk beneden eet  razendsnel. Natafelen is er niet bij.  Er staan immers nog  17.800 andere hongerige schooiers op straat te wachten om gevoerd te worden. Het bestuur van het Leger des Heils is in zijn nopjes.  Op nog geen enkele kerstdag hebben ze zoveel armen en daklozen te eten gegeven. De zaak loopt gesmeerd, met Amerikaanse efficientie. De volgende dag staat er een verslag van de gebeurtenis op de voorpagina van de New York Times, onder de titel “The Rich Saw Them Feast.” “De hymne werd eenstemmig gezongen”, schrijft de Times-reporter,“status en fortuin werden heel even vergeten…het was een ontroerende gebeurtenis… In heel  Europa werd er nooit iets dergelijk op zo’n enorme schaal georganiseerd.  Dit is het begin van een nieuw tijdperk,  de overbrugging van de kloof tussen rijk en arm.”

Het kerstmisdiner aan de lopende band voor paupers ter amusement van de rijken wordt een traditie in New York. De beste show grijpt plaats  in 1902. Het Leger des Heils heeft weer twintigduizend armoezaaiers uitgenodigd, dit keer in de Grand Central Palace. Zo’n duizend genodigden zijn newsboys, arme, dikwijls dakloze jonge kranteverkopertjes die de reputatie hebben de grootste deugnieten van New York te zijn.

newsboys

Ze zijn in twee groepen verdeeld. Vijfhonderd aan de ene kant van de zaal, vijfhonderd aan de andere met daartussen nog duizend andere gasten. Het is al prijs bij de eerste gang, kalkoen met veenbessen. Volgens newsboy-traditie moet de kerstmaaltijd met het dessert beginnen maar dat wist het Leger des Heils niet. De jongens protesteren luidruchtig en beginnen te gooien  met borden, bestek en kalkoen. Zelfs de kelners en het piekfijn uitgedost publiek worden niet gespaard.

In een artikel in de Tribune de volgende dag wordt in detail beschreven wat generaal Daniel Sickles en zijn dochter Mary  overkwam: “Mary droeg een Blenheim spaniel (een duur ras) in haar armen. Hij luisterde naar de naam Bulwer (een dure naam). Toen de jongens Bulwer in de gaten kregen, begonnen ze vleespastei en kalkoen naar hem te gooien. Mary schrok zodanig dat ze Bulwer uit haar armen liet glippen. Bulwer ging daarop bescherming zoeken bij generaal Sickler.  De jongens slaakten een triomfantelijke kreet en begonnen nu messen, vorken en lepels naar het hondje te gooien. Ze riepen dat de generaal een speech moest geven…  De generaal lachte en zei dat hij dat niet kon…”

Het Leger des Heils heeft zijn les geleerd. Het volgende jaar  laat ze slechts zeshonderd newsboys toe.  Politieagenten houden deze keer een oogje in het zeil. Maar de krantejongens geven hun publiek opnieuw waar voor hun geld. Weer worden tientallen rebellen de zaal  uitgegooid. Het is niet dat de newsboys geen manieren of geen honger hebben. Maar met hun opstandig theater willen ze tonen wat ze denken over hun pervers-starende weldoeners op de balkonnen.

 

Merry Christmas. En moge de rebelse spirit van de newsboys u inspireren in 2017.

 

xmas

december 24, 2016 at 5:03 am Plaats een reactie

REVOLUTIE IN ROJAVA? EEN DEBAT

4-rojava

Een echt debat is het nog niet maar hier volgen alvast twee uiteenlopende meningen over wat er in Rojava, of Koerdisch Syrie, aan de gang is. Reacties zijn welkom.

 

titel-1

Door Hugo Durieux

 

Op 27 november vierde de PKK (Partiya Karkerên Kurdistan) haar 38ste verjaardag. Nou ja, vieren? De Koerdische Arbeiderspartij is op dit ogenblik op veel fronten in oorlog. In Syrië en Irak zijn haar troepen (met onder andere het vrouwenleger YJA-Star) verwikkeld in de onoverzichtelijke strijd die er woedt om grondgebied en invloed; in Turkije moet men zich meer dan ooit verdedigen in de oorlog die het regime-Erdogan voert tegen de partij en de Koerden in het algemeen.

Westerse media noemen de PKK nog steeds een terroristische en/of marxistisch-leninistische organisatie (in ieder geval iets wat ze als verwerpelijk beschouwen), maar in de gebieden waar de Koerdische Arbeiderspartij behoorlijk invloed heeft,  bouwt zij al geruime tijd aan een maatschappij die gebaseerd is op ideeën van ‘democratisch confederalisme’ of ‘libertair municipalisme’. Ik was verbaasd toen ik die termen terugvond in reportages over Koerdistan in Le monde diplomatique en ROAR magazine. Wie zou ooit de communistische terreurorganisatie van de besnorde duivel Öcalan in verband brengen met de inzichten van uitgerekend Murray Bookchin – een van de belangrijke theoretici van gedecentraliseerd zelfbeheer en sociale ecologie?

Het is blijkbaar in zijn Turkse gevangenis (waar hij levenslang uitzit) dat Abdullah Öcalan het werk van de oude anarchist Murray Bookchin leerde kennen – uitgerekend in een periode dat deze, op het einde van zijn leven (hij stierf in 2006), begon de hoop op te geven ooit nog zijn idee van sociale ecologie verwezenlijkt te zien. Maar Öcalan, die de onbetwiste leider was/is van de PKK, zag wel wat in een maatschappijvisie die het idee van de natiestaat opgaf, en in ruil zou gaan voor een basisdemocratische, pluriforme en ecologische confederatie van alle volkeren van het Midden Oosten. Na de Koerdische Arbeiderspartij stapten sinds 2005 ook de Syrische PYD (de Koerdische Democratische Unie Partij) en de Iranese  PJAK (Partij voor vrij leven in Koerdistan) in dit internationalistische project.

Tegenover het marxistische concept van klasse, is voor Bookchin hiërarchie het centrale begrip om maatschappijstructuren te doorgronden. ‘Klasse’ is voor hem te economistisch; het begrip verwijst te veel naar het bezit van eigendom en de controle over en de exploitatie van arbeid. Hiërarchie is dan een veel subtieler begrip, beter geschikt om machtsverhoudingen in de samenleving te begrijpen, omdat het ook rekening houdt met biologische factoren als leeftijd, geslacht en verwantschap, of sociale gegevens als etnische achtergrond, nationale afkomst en bureaucratische controle. Hiërarchische verhoudingen zijn de machtsverhoudingen die hij wil uitschakelen.

Het maatschappijmodel dat Bookchin voor ogen staat is dan eerder libertair, niet in de individualistisch-egoïstische zin die men in de Verenigde Staten aan het begrip geeft, maar eerder refererend aan de negentiende-eeuwse Europese anarchisten,  die streefden naar een nieuwe manier om democratisch zowel de productiemiddelen als het gemeengoed (de commons) te beheren. Hij noemt zijn model municipalistisch, omdat burgers zelf, via een systeem van assemblees, de controle uitoefenen over het beheer van publieke zaken. En het is confederalistisch, omdat het solidariteit, samenwerking en wederzijdse hulp nastreeft tussen gemeenschappen. Bookchin’s maatschappijmodel wijkt niet fundamenteel af van de ideeën die Bakunin en andere negentiende-eeuwse anarchisten daarover onderhielden (zie bijvoorbeeld ‘2. Classic anarchism’ in   Subsidiarity, anarchism, and the governance of complexity). In die zin is het dus een heel ander confederalisme dan wat de N-VA voorstaat; dat van Bookchin is gericht op het delen van kennis, kunde en mogelijkheden, eerder dan op egoïsme en het afschermen van de eigen rijkdom.

Bookchin sluit het gebruik van geweld niet uit. Om de sociaalecologische samenleving te kunnen verdedigen zal men desnoods een beroep moeten kunnen doen op volksmilities; voorbeelden vindt hij bij de Machnovsjtsjina oftewel het Zwarte Leger in Oekraïne (1918-1921) of de Catalaanse arbeiders- en boerenmilities uit de burgeroorlog (1937). Ook de Mexicaanse Zapatistas vormen een bron van inspiratie.

Aan het eind van zijn leven was Murray Bookchin te ziek om de evolutie van de PKK actief te volgen, maar zijn weduwe, Janet Biehl, trok wel naar Koerdistan om ter plekke de werking van de gemeentelijke assemblees en hun confederale samenwerking te bestuderen. Zij publiceerde er herhaaldelijk over in boeken en op haar website. Ook het artikel The new PKK: unleashing a social revolution in Kurdistan beschrijft meer in detail de sociale ecologie van Bookchin en de manier waarop zij gestalte krijgt in Koerdistan. Kantons als Djezireh, Kobane of Afrin hebben een federale administratieve structuur opgebouwd, waarbij afgevaardigden van de lokale volksassemblees beslissen over zaken als defensie, gezondheidszorg, onderwijs of sociaal beleid. De volksassemblees zelf regelen autonoom hun landbouw- en energiebeleid vanuit een coöperatief en ecologisch standpunt. Binnen die raden en assemblees wordt ook de niet-Koerdische bevolking betrokken (jezidi’s, alevieten, Armeniërs, Turkmenen, enzovoort). Toch kan ook Janet Biehl niet verhullen dat zich problemen voordoen, zoals klimaatverandering, waarvoor op dit ogenblik basisdemocratisch confederalisme geen antwoord kan bieden. Daarvoor kan men volgens haar op dit ogenblik niet buiten de natiestaten.

kaart-irak-syrie

Carte actuelle de la Syrie et de l’Irak. En jaune dans le nord de la Syrie sont les zones contrôlées par les Kurdes de Syrie, en vert dans le nord de l’Irak sont les zones contrôlées par les Kurdes irakiens (source : Wikimedia Commons).Pour les flamands, la même chose.

Een ding is echter meteen duidelijk: het problematische om binnen een natiestaat als Turkije,  met de formele structuren van representatieve democratie, vormen van directe democratie uit te bouwen. Terwijl Koerdische politieke partijen via het parlement streefden naar meer autonomie voor hun regio’s, werden daar aan de basis alvast structuren van basisdemocratie opgezet. Zo was het althans tot voor kort. Sinds de ‘mislukte coup’ van juli 2016  en de daarop volgende gelukte staatsgreep van Erdogan, is van de Koerdische aanwezigheid in het parlement weinig meer over, en is de oorlog tegen de Koerden weer in alle hevigheid losgebarsten. Ook in Syrië kan de dreiging weer groter worden, als het regime van president Assad er in slaagt weer meer controle over het grondgebied te heroveren. Het blijft overigens de vraag of de Turkse en Syrische regimes ooit  autonome multiculturele niet-hiërarchisch georganiseerde basisdemocratische regio’s zouden aanvaarden op wat zij beschouwen als hun grondgebied.

 

 

Niet echt

Of niet?

titel-2

Door Tom Ronse

 
In de chaos van de oorlog zijn de Koerden er met Amerikaanse hulp in geslaagd om in west-Syrië een eigen proto-staat te organiseren. Eerder al was Amerikaanse steun essentieel in de totstandkoming van een de facto Koerdische staat in noord-Irak. Er is geen politieke eenheid tussen die twee onafhankelijke gebieden. Ze hebben elk hun eigen leiders, ministeries en legers. In het Koerdische gebied in west-Syrië, Rojava genaamd, is de centrale macht in handen van de PYD, de Syrische zijtak van de PKK, de ‘Koerdische Arbeiderspartij’ die haar basis heeft in Turkije.

De grote leider van de PKK, Abdullah Öcalan, zit al jaren in een Turkse gevangenis. Daar las hij boeken van de Amerikaanse anarchist Bookchin. Die inspireerden hem in die mate dat hij prompt een ideologische omslag beval. Zijn volgelingen transformeerden van de ene dag op de andere van leninisten in anarchisten. De ironie van deze massale bekering steekt de ogen uit. Bookchins doel was, zoals Hugo schrijft, “het uitschakelen van hiërarchische verhoudingen”. Maar de invoering van zijn “municipalisme” in Rojava was een op en top hiërarchische operatie. Het gebeurde, omdat Öcalan het wilde. In Rojava kom je zijn portret even vaak tegen als dat van Kim Jong Un in Noord-Korea. Er is geen twijfel wie de baas is. En je zegt maar beter geen kwaad woord over hem, wil je niet in een kerker belanden.

Maar waarom wilde hij het? Wat zag Öcalan in Bookchin?

Daarover kunnen we enkel speculeren. Ik speculeer dit:

1. Om een onafhankelijke staat in stand te houden en uit te breiden terwijl de oorlog in Syrië zijn beloop heeft, heeft de partij een ideologie nodig die de bevolking motiveert om de oorlogsellende te verdragen en de militaire operaties enthousiast en actief te ondersteunen. Als basisdemocratie dat doel ondersteunt, waarom het niet gebruiken? Öcalan is in die zin vergelijkbaar met Mao die met zijn “culturele revolutie” ook basisdemocratie gebruikte voor zijn machtsdoeleinden. In beide gevallen bleek die basisdemocratie best verzoenbaar met een extreme personencultus die toont dat, alle volksvergadereringen ten spijt, de onderliggende maatschappelijke structuur wel degelijk hierarchisch is.

2. De YPG , het leger van de PYD, is een integraal onderdeel van de Amerikaanse militaire strategie in Syrië. Zelfs als Poetin er in slaagt om Assad opnieuw in het zadel te helpen is het hoogst onwaarschijnlijk dat Washington zijn trouwste bondgenoten in Irak en Syrie, de Koerden, in de steek zou laten. Maar het helpt natuurlijk als de Koerden zelf meewerken door zich te ontdoen van ideologische bagage die wantrouwen wekt in Washington. Dus goodbye “kommunisme” en “marxisme-leninisme”, hello “municipalisme”. Dat klinkt veel minder bedreigend.

3. In navolging van Bookchin, zegt Öcalan dat hij “het idee van een natiestaat” heeft opgegeven. In praktijk wordt er wel degelijk een staatsstructuur gebouwd in Rojava maar toch is die uitspraak belangrijk. Ze impliceert dat de PKK de territoriale eenheid van Turkije niet langer in vraag stelt. Het is een verzoenend gebaar naar Ankara. Je kunt het de man niet kwalijk nemen dat hij hoopt om ooit nog vrij te worden gelaten. Natuurlijk is dat niet van aard om Erdogan mild te stemmen. Voor hem zijn de Koerden en vooral de PKK te nuttig als binnenlandse vijand om een akkoord te zoeken.

Soldaten van Rojava

Soldaten van Rojava

In zijn stuk vermeldt Hugo de oorlog nauwelijks. Nochtans zou dat het vertrekpunt van de analyse moeten zijn. Rojava is een landje in oorlog, dat gebied tracht te veroveren. Het is daarvoor afhankelijk van de grotere landen die in de Midden-Oosten oorlogen betrokken zijn, in casu de VS. Zijn strategie moet dus noodzakelijkerwijs in harmonie zijn met die van Washington. In Rojava staat alles in functie van de noden van de oorloginspanning. De ideologie die gehanteerd wordt moet in die context bekeken worden en niet als het product van een openbaring van sint- Öcalan in zijn cel.

Bookchin stierf voor hij het allemaal kon meemaken. Wat zou hij ervan gevonden hebben? Een van zijn uitspraken is mij bijgebleven: “On nationalist soil, no revolution can sprout”. En dat is precies het probleem in Rojava.

En hier.

december 10, 2016 at 6:24 am 1 reactie

HONGER IN HET LAND VAN OVERVLOED

thanksgiving

 

Door Jacqueline Goossens

Elke vierde donderdag van november wordt Thanksgiving gevierd in de VS. Het is een uniek-Amerikaanse feestdag waarop arm en rijk god en vaderland danken voor de overvloed die hen in mindere of meerdere mate te buurt valt. Het is het familie-smulfeest bij uitstek. Het middelpunt van een traditionele Thanksgiving-maaltijd is de gevulde kalkoen. Volgens de National Turkey Federation werden dit jaar ruim 46 miljoen kalkoenen verorberd op Thanksgiving. Een met verse ingrediënten goed bereide klassieke Thanksgiving-maaltijd dwingt mijn respect af. De kalkoen kan opgevuld zijn met brood, kastanjes, selder, appels en okkernoten, met worst en appels of met gerookte oesters. Daarbij horen ajuinringen in room, spruitjes (‘Brussels sprouts’ heet dat hier), zoete aardappels, sperziebonen, rode kool en wolkige puree van aardappels, pompoenen, raapjes, pastinaak en knolselder. Steevast zijn er een grote kom veenbessen en warm maisbrood om de saus van de kalkoen mee op te soppen. En om dat alles af te ronden moeten er pecannoten- en pompoenvlaaien met vanille-ijs en grote klodders room zijn. Ouderwetser kan het niet. En groot voordeel van deze hoorn des overvloeds: vegetariers komen volop aan hun trekken.

Hoe meer er op tafel komt hoe meer resten er overblijven. Volgens het USDA (United States Department of Agriculture) belandt jaarlijks 35 procent van het Thanksgiving-kalkoenvlees –ruim 92,5 miljoen kg –  in de vuilnisbak. Voeg daarbij nog de miljoenen tonnen onaangeraakte groenten en fruit. Dat in een land waar 18 procent van de bevolking voedselonzekerheid rapporteert waaronder 5 procent chronisch.

salinas-sla-oogsten

 

Op Thanksgiving verscheen in The New York Times een schrijnend artikel over de tienduizenden landarbeiders die in de Californische Salinas Valley werken op de immense velden waar groenten zoals broccoli, selder, bloemkool, spinazie en sla worden gekweekt. Velen van hen eten zelden van de groenten die ze oogsten. Volksgezondheids-experten in California spreken van een ware crisis van armoede en ondervoeding onder de landarbeiders en hun gezinnen. Meer dan een derde van de kinderen in de Salinas City Elementary School zijn dakloos; diabetes neemt gestadig toe en 85 procent van de arbeiders is zwaarlijvig, omdat goedkoper eten vaak meer calorieen bevat en ongezond is.

91 procent van de arbeiders is in het buitenland geboren, de meerderheid in Mexico. De helft daarvan zijn illegale immigranten die geen ziekteverzekering hebben en vaak wachten om naar een dokter te gaan tot hun symptomen acuut zijn geworden.

Door de combinatie van hoge huren en lage lonen -gemiddeld 10 tot 15 dollar- houden arbeiders vaak niet genoeg over om gezonde voeding te kopen.

Armoede en verwaarlozing bij de landarbeiders zijn niets nieuw, aldus The New York Times: “Een van de beroemdste inwoners van de Salinas Valley, de auteur John Steinbeck schreef in de jaren 1930 over de ‘vreemde houding tegenover een groep die onze landbouw succesvol maakt’. ‘De migranten zijn nodig en ze worden gehaat’, schreef hij, een sentiment dat volgens bewoners hier is heropgeleefd door de verkiezing van Trump als president en zijn beloften om arbeiders zonder papieren het land uit te zetten.”

november 26, 2016 at 3:03 am 3 reacties

SO LONG, LEONARD

leonardcohen_1234962013

Tom Ronse

Het is alsof ik een vriend heb verloren. Al van de eerste mysterieuze song (in 1967) was ik verslaafd.
 
… And she feeds you tea and oranges
That come all the way from China
And just when you mean to tell her
That you have no love to give her
Then she gets you on her wavelength
And she lets the river answer
That you’ve always been her lover
And you want to travel with her
And you want to travel blind
And you know that she will trust you
For you’ve touched her perfect body with your mind…
 
Geen dichter zong beter, geen zanger dichtte beter. Voor de Nobelprijs is het nu te laat maar wat mij betreft verdiende hij er een. Over de jaren heen heeft hij me vaak getroost, betoverd, geinspireerd. Ik heb hem ooit geinterviewd. Hij was heel vriendelijk, zonder ster-allures. Hij nam zijn tijd, legde me uit hoe hij werkte, naar welke muziek hij zelf luisterde (country en klassiek), etc. Ik wou dat interview bij wijze van herdenking hier in het Salon plaatsen maar ik vind het niet meer. Het was in de tijd voor alles online stond. Misschien geeft het niet, er is momenteel geen gebrek aan interviews en andere herinneringen aan Leonard in de media. Bij wijze van herdenking volgen hier enkele flarden uit zijn songs, geillustreerd, de meeste door Mark McEvoy.

cohen-guests

from-so-long-marianne

lcquote

lcquote-2

revcohen-26

rev-cohen-20

dealer

Everybody knows

rev-cohen-2

revcohen23

cohen-bird

1000-kisses-deep

cohen-avalanche

rev-cohen-4

secret-life

revcohen24

cohen-23

 

leonard-cohen

 

november 12, 2016 at 5:58 am 1 reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.289 andere volgers