Archief beheerder

HOE TRUMP DE ARMSTE BLANKEN VERLEIDT

door Tom Ronse

valse hoop

valse hoop

De grootste fans van de miljardair Donald Trump vind je onder de armste blanke Amerikanen.  Wat drijft hen ertoe om een keuze te maken die zo te zien tegen hun eigen belangen ingaat?  Hen afschrijven als “dom” en “achterlijk” is zelf dom. Twee nieuwe Amerikaanse bestsellers graven dieper en schetsen een levendig beeld van de wanhoop en ontreddering die een vruchtbare voedingsbodem blijken voor Trumps demagogie.

 

In mijn NewYorkse buurt zag je tijdens de voorverkiezingen talrijke bordjes die steun proclameerden aan Bernie Sanders en hier en daar ook enkele van supporters van Hillary Clinton. Maar als je door de streken reisde waar de armste blanke Amerikanen wonen, dan zag je overal “Trump!”-bordjes in de voortuintjes staan.  J.D Vance’s “Hillbilly Elegy” en Nancy Isenbergs “White Trash” helpen dit fenomeen begrijpen, ook al is geen van beide boeken geschreven met die expliciete bedoeling.  De auteurs komen elk uit een verschillende ideologische hoek maar toch zijn hun beschrijvingen verrassend eensluitend. Beiden focussen op de rurale blanke arbeidersklasse.

“Hillbilly Elegy” werd met lof overladen, vooral –maar niet uitsluitend- in de conservatieve pers. “You will not read a more important book about America this year”, schreef ‘The Economist’.  ‘The American Conservative’ noemde het “the most important book of 2016”. “You cannot understand what’s happening now without first reading J.D. Vance”,  volgens dit blad, Vance is zelf een conservatieve auteur, een medewerker van de rechtse “National Review”. Maar in tegenstelling tot de meeste van zijn geestesgenoten schrijft hij met veel liefde over het meest misprezen segment van de Amerikaanse arbeidersklasse. “ Voor deze mensen”,schrijft Vance, “is armoede een familietraditie. Hun voorouders waren dagloners in de zuiderse slaveneconomie, landarbeiders, later mijnwerkers en fabrieksarbeiders.  Amerikanen noemen hen ‘hillbillies’, ‘rednecks’ of ‘white trash’, “ik noem hen buren, vrienden en familie”.

Hillbilly Elegy en auteur JD Vance

Hillbilly Elegy en auteur JD Vance

 

Chaos

Zijn boek is gedeeltelijk een autobiografie. Zijn familie was afkomstig uit de heuvels van Kentucky en emigreerde, samen met miljoenen anderen, om werk te zoeken in het meer industriële Ohio. Hij was nog een kind toen die streek, vanwege de vele fabrieksluitingen, een deel werd van wat “the rust belt” wordt genoemd. Zijn jeugd was geen pretje. Chaos, geweld, verslaving aan alcohol en drugs waren schering en inslag, niet alleen in zijn eigen familie maar ook in alle andere in zijn omgeving.  Zijn grootvader was een alcoholist, zijn moeder was verslaafd aan heroine en andere opiaten. Ze trouwde en scheidde vijf keren en had tal van vriendjes met wie ze voortdurend ruzie maakte. Ze probeerde heel hard om haar leven op het rechte pad te brengen maar mislukte telkens weer door de demonen die ze van haar eigen moeder had geërfd. De familie-incidenten die Vance beschrijft zijn soms grappig maar vaker hartbrekend.  Tegelijk beschrijft hij de hillbillies als liefdevol en loyaal, bekommerd om elkaar, fier op hun eigen cultuur. De “elites” (de autoriteiten en de begoede burgerij) behandelen hen neerbuigend en omgekeerd staan de hillbillies wantrouwend en vijandig tegenover de elites.  Zelfs progressieven voelen misprijzen voor de “white trash” volgens Vance. Hij citeert zijn “mamaw” (oma) die zei dat de hillbillies de enigen zijn waar je nog zonder schaamte op kunt neerkijken. Zonder vrees om de “politiek correcte” regels te breken door je schuldig te maken aan racisme of xenofobie.

Die mamaw was Vance’s reddende engel. Zij zorgde ervoor dat hij op school bleef, dat hij slechte vrienden vermeed (ze dreigde hen omver te rijden als hij niet uit hun buurt bleef). Onder haar impuls  nam hij dienst bij de mariniers, wat hem een studiebeurs opleverde. Hij studeerde rechten in Yale en begon aan een suksesvolle carriere. Hij vervoegde de elite.

De Trump-appeal

Wat hem een uitzondering maakte. De meeste van zijn vrienden en familieleden bleven gevangen in armoede en uitzichtloosheid. De vijandigheid tegen de elites is zo groot dat diegenen die zich proberen op te werken door anderen aanzien worden als verraders van hun gemeenschap (in arme zwarte milieus komt hetzefde voor: zij die hun best doen op school worden beschuldigd van “acting white”). Dat is volgens Vance een zelf-vernietigend aspect van de hillbilly-cultuur. Hij verwijt liberals (linksen) dat ze enkel oog hebben voor de structurele oorzaken van de armoede en negeren hoe de hillbilly-cultuur vooruitgang in de weg staat. Die cultuur is volgens hem doordrongen van een diep pessimisme, cynisme en hulpeloosheid. Hij ontkent niet dat daar structurele oorzaken voor zijn. Alleen in de decennia na de tweede wereldoorlog was er optimisme, schrijft hij. Maar door de sluiting van koolmijnen en staalfabrieken sloeg de hoop om in wanhoop.  Noch de Democraten noch de Republikeinen bieden een uitweg.

Daarom is de campagne van Trump “muziek voor hun oren”, aldus Vance. Trump bekritiseert bedrijven die  banen versluizen naar andere landen. Zijn apocalyptische  toon resoneert met hun angst voor de toekomst. Hij vindt er plezier in om de elites te kwellen, net zoals ze zelf zouden willen doen. Hij veroordeelt de oorlogen van Bush en Obama. Het leger is populair bij de rurale blanken –vele jonge hillbillies nemen dienst- maar de teleurstelling over het gebrek aan duidelijke overwinnigen en de behandeling van de oorlogsveteranen is groot. Belangrijkst van al: Trump spreekt niet zoals andere  politici. Zijn taal is slordig, hoekig, voor de vuist weg, in tegenstelling tot de gepolijste, ingestudeerde speechen van Hillary Clinton. Dat maakt het voor hillbillies makkelijker om zich met hem te identificeren.

Vance’s eigen vader is een typische Trump-supporter. “Natuurlijk weet ik dat hij onze problemen niet zal oplossen”, zei hij tegen zijn zoon, “maar hij praat er tenminste over.” Dat dit voor zijn vader en andere rurale blanken volstaat om Trump te steunen, illustreert volgens Vance hoe treurig het met de politieke conversatie in Amerika gesteld is.

the_donald_by_sharpwriter

“Blanke afval”

Nancy Isenberg vertelt geen persoonlijk verhaal. Zij is een historica maar wel een van de tegendraadse soort. Amerikanen zijn volgens haar grondig geindoctrineerd. Hun kennis van hun eigen geschiedenis is misvormd door hagiografie, mythes en vooroordelen. Op school en in de media krijgen Amerikanen opnieuw en opnieuw te horen dat ze in een uitzonderlijk land leven waar het klassensysteem is afgeschaft, waar iedereen de kans heeft om zijn “American Dream” te realiseren. In werkelijkheid was Amerika altijd een hierarchische maatschappij, gebaseerd op ras en klasse, stelt Isenberg. Voor een groot deel van de bevolking was en is de Amerikaanse droom een luchtkasteel. Dat geldt niet enkel voor de raciale minderheden maar ook voor vele blanken, in het bijzonder de rurale plattelandsbevolking.

White Trash en auteur Nancy Isenberg

White Trash en auteur Nancy Isenberg

De omschrijving “white trash” (“blanke afval”) gaat al lang mee.  De meerderheid van de Britten die in de 17de en de 18de eeuw naar de Amerikaanse kolonie verscheept werden, werden door de autoriteiten geclassifieerd als “waste people” en “rubbish” . De afval van Engeland  kon in de nieuwe wereld gebruikt worden als goedkope arbeidskracht. Velen moesten jaren in semi-slavernij werken “om hun reis af te betalen”.  De slavenhouders monopoliseerden de vruchtbare grond. De blanke armen bleven straatarm en veracht. Dat veranderde niet na de onafhankelijkheid. De min of meer heilig verklaarde “Founding Fathers” van de Amerikaanse republiek waren niet alleen zelf slavenhouders, ze koesterden ook een diepe minachting voor “the lower class”, zoals Isenberg overvloedig illustreert. De vaak geroemde president Thomas Jefferson vond dat ze beter gekweekt moesten worden, om het ras te verbeteren.  “We doen het met ons vee, waarom niet met mensen?”, schreef hij. Dat maakte hem een voorloper van de eugenetica-beweging.

Het is opvallend hoe vaak de upper class raciale termen gebruikte om de lower class te beschrijven. De blanke elite vond de plattelandsarmen een gedegenereerde soort, lager op de evolutieladder. Niet echt blank. “Hun huid heeft de kleur van vergeeld perkament”, schreef een 19de eeuwse commentator.  Eugenetica – de verbetering van het ras door het steriliseren van “gedegenereerden”-  werd populair in de 20ste eeuw. President Theodore Roosevelt was een voorstander. Tegen 1931 hadden 27 staten sterilisatiewetten goedgekeurd.  Wat toont dat sommige van Hitlers ideeen ook buiten Duitsland in zwang waren.

Isenberg exploreert ook hoe de massacultuur de vooroordelen over de “white trash” in stand hield. Zo fileert ze Hollywood-producties als “To kill a mockingbird” (1960) en “Deliverance” (1972). Dat er een traditie van racisme bestaat bij arme blanken ontkent ze niet. De oorsprong daarvan situeert ze in de burgeroorlog. Het gros van het zuiderse leger bestond uit arme blanken maar die begonnen meer en meer te deserteren. De leiders van het zuiden maakten hen toen bang dat ze op hetzelfde niveau zouden komen te staan als de slaven, als het noorden zou winnen. Politici in het zuiden hebben die taktiek sindsdien telkens opnieuw gebruikt.  Verdeel en heers.  Isenberg citeert president Johnson die over het racisme van arme blanken zei: “Als je de laagste blanke man kunt overtuigen dat hij beter is dan de beste kleurling, dan zal hij het niet merken dat je hem besteelt. Geef hem iemand om op neer te kijken en hij maakt zijn zakken leeg voor u.”

trumpist

 

Een proto-Trump

Isenberg’s beschrijving van Andrew Jackson die president was van 1829 to 1837, is fascinerend. De gelijkenis met Trump is treffend. “Het feit dat Jackson zich niet gedroeg als een conventionele politicus was een fundamenteel deel van zijn appeal”, schrijft Isenberg. Jackson was aanmatigend,grof,  opschepperig, een buitenstander die beloofde om in Washington schoon schip te maken. “Hij compenseert zijn gebrek aan argumenten met bezwerende uitspraken”, schreef een tijdgenoot.  Hij beschimpte iedereen die het niet met hem eens was. Dat zijn tegenstanders hem onbeschofte manieren verweten maakte hem alleen maar sympathieker in de ogen van het blanke proletariaat. Hij beloofde hen om de grootgrondbezitters aan te pakken maar daar kwam niets van in huis. Toch behield hij hun steun door zijn agressieve politiek tegen de indianen die hij met geweld van hun land verjaagde. Hij gaf hen iemand om op neer te kijken.

Jackson gebruikte wat Isenberg de “Arkansas Traveler- strategie” noemt. De naam komt van een oud volksverhaal over een politicus uit de grote stad die contact probeert te maken met een hillbilly maar op een muur van wantrouwen stoot. Maar dan neemt de “city slicker” de viool van de hillbilly en speelt er een hillbilly-wijsje op, waarop de hillbilly hem met open armen verwelkomt.

Trump heeft alvast getoond dat hij die viool kan bespelen.

 

 

J.D. Vance: Hillbilly Elegy, A Memoir of a Family and Culture in Crisis. 264 blz. Uitg. Harper

Nancy Isenberg: White Trash,The 400-Year Untold History of Class in America. 460 blz. Uitg. Viking

 

Een versie van dit artikel verscheen eerder in de boekenbijlage van De Morgen

 

 

 

september 8, 2016 at 4:03 am 1 reactie

HAPPY BIRTHDAY, BIKINI

doyou

Door Tom Ronse

In de zomer van 1946 -krek 70 jaar geleden- maakte de bikini zijn – of is het haar? – intrede.  De bikini werd uitgevonden door de Parijse ontwerper Louis Réard. Hij noemde het naar het  eilandje in de Stille Zuidzee dat in het nieuws was omdat de Amerikanen er net een atoombom hadden doen ontploffen. Réard vond het een leuke naam omdat hij exotisch was en de  “bi” naar de tweedeligheid van het kledingstuk refereert. Het badpak leek toen zo gewaagd dat Réard geen mannequins vond die aldus uitgedost op de catwalk wilden defileren en beroep moest doen op strippers.Het Vaticaan bestempelde het badpak als “zondig”. In de daarop volgende jaren werd de bikini verboden op de stranden van Spanje, Portugal, Italië, aan de Franse Atlantische kust, In Australië en in verscheidene staten van de VS . Onderstaande foto toont een Italiaanse politieagent die een bikini-draagster beboet op het strand van Rimini in 1957.

Bikini rimini

In datzelfde jaar schreef het modeblad Modern Girl Magazine “it is hardly necessary to waste words over the so-called bikini since it is inconceivable that any girl with tact and decency would ever wear such a thing”. Het zou nog tot halverwege de jaren zestig duren vooraleer de bikini als min of meer normale strandkledij werd beschouwd in zuid-Europa. Dan raakte het topless zonnebaden in zwang. Ook dat was aanvankelijk (en soms nu nog) schandalig en leidde tot politie-interventies en boetes.

topless

Vandaag zijn het de burkini-draagsters  die worden beboet, van het strand verjaagd of gedwongen om zich lichter te kleden. Zoals hier in Nice.

French-police-FORCE-Muslim-woman-to-remove-burkini-at-Nice-beach-.

De zeden en de mode zijn geevolueerd maar de neiging van de mannenmaatschappij om  vrouwen de les te spellen niet. Er bestaat een lange traditie op dat vlak. Al in de zesde eeuw voor Christus vaardigde de Atheense dictator Solon wetten uit die bepaalden hoe vrouwen zich moesten kleden. Ik heb geen idee waarom maar van Solon mochten ze in het openbaar niet meer dan drie verschillende kledingstukken dragen.

Eeuwenlang werd aan vrouwen verboden om in plaats van een rok of jurk een broek te dragen. In Parijs mocht dat pas vanaf het einde van de 18de eeuw. Maar je had er wel een speciale toelating van de politie voor nodig.

Strandtoerisme werd pas in de 20ste eeuw populair.  Dat leidde al snel tot maatregelen tegen vrouwen die “te veel huid” lieten zien.  De VS kenden een ultra-puriteinse  periode, waarin zelfs de consumptie van bier illegaal was (de “Prohibition”, van 1919 tot 1933). Onderstaande foto’s tonen vrouwen die  in 1922  in Chicago gearresteerd werden vanwege hun “schaamteloze” badpakken.  Niet iedereen liet zich zonder verzet in de dievenwagen stoppen.

1922

swimsuit-arrests chicago 1922

De regel was dat hoogstens 6 inches  (15 cm) bloot vel boven de knie zichtbaar mocht zijn. Op de volgende foto meet een parkwachter op een strand aan de Potomac in Washington DC of de dames aan de norm voldoen.

1922 DC

Die preutsheid bleek taai. Toen we in de jaren ’90 Sarasota bezochten, een kuststad in Florida, rijk aan mooie stranden, bleek daar een gemeentereglement te bestaan dat bepaalde dat de badpakken minstens  twee derden van de billen moesten bedekken.  Ook in sommige ander badplaatsen in Florida en in staten zoals Tennessee en Utah zijn kleine bikini’s (tangas, etc.) verboden.

Topless zwemmen en zonnebaden blijft in vele Amerikaanse badplaatsen verboden. Tenminste voor vrouwen.

burkini police

 

In een maatschappij die de mensenrechten echt respecteert, die de individuele vrijheid niet enkel op papier belijdt, zouden alleen de vrouwen zelf beslissen hoe zij zich willen kleden. Niet de priester, niet de imam, niet de vader of echtgenoot, niet de burgemeester of het parlement.

Strandkledij zou geen politie-aangelegenheid zijn.

Dus dames, dik of dun, kies zelf hoe u er op het strand wilt bijlopen.

In een burkini:

burkini

In een klassiek eendelig badpak:

one-piece-swimsuit_2

In een bikini:

bikini-fat-woman

In een monokini:

monokini

In een microkini:

microkini

In een nokini:

nokini

Of hoe dit ook moge heten…

wat is dit

Heren, respecteer hen, ongeacht hun keuze. Geniet van zon en zee en van vrouwelijk schoon in al zijn variëteiten. En als je je kwaad moet maken, maak je dan kwaad over echte problemen!

gif vrouwenkleren

augustus 30, 2016 at 4:33 am 1 reactie

WEG MET DE ANTI-BURKINI FASCISTEN

Meer verdraagzaamheid op een strand in Tunesie

Meer verdraagzaamheid op een strand in Tunesie

Ik krijg er wat van, van die Europeanen die denigrerende opmerkingen maken over de “achterlijke Amerikanen” vanwege het sukses van Donald Trump en die het intussen toejuichen als  politieagenten naar de stranden worden gestuurd om boetes uit te delen aan vrouwen wiens kledij “niet gepast is in onze samenleving” , zoals NVA-woordvoerster Nadia Sminate het uitdrukte.

Iemand moet me maar eens uitleggen hoe je vrouwen bevrijdt door hen te beboeten.

Het is waar dat Trump een crypto-fascist is. Maar  de aanhangers van het burkini-verbod zijn dat ook, ook als ze behoren tot zogenaamd democratische partijen zoals de Franse PS en de NVA.

De”burkini” is overigens zo zeldzaam op Europese stranden dat het offensief ertegen subliem ridicuul is.  Er spelen andere motieven: de aandacht afleiden van de echte problemen en met symbolische acties kiezers heroveren op extreem-rechts. Dit laatste is ongetwijfeld een belangrijk oogmerk van de NVA die een deel van zijn aanhang ziet terugkeren naar het VB.

boerkini

Maar het is erger dan dat.  De burkini-haters eisen voor de staat het recht op om te bepalen hoe de burgers zich kleden. Dat maakt van die onzin een gevaarlijk precedent. Van verboden kledij naar verboden gedachten is het maar een kleine stap. De aanhangers van het burkini-verbod zijn vijanden van de vrije meningsuiting. Ze doen in feite net hetzelfde als de islamofascisten die vrouwen verplichten om burkinis te dragen op hun stranden. Ze zijn hun spiegelbeeld. Zoals de Nazi’s wakkeren ze cynisch de haat aan tegen wat “volksvreemd” is en vinden ze het doodnormaal dat de staat de individuele vrijheden verplettert.

En ze maken zich onsterfelijk belachelijk. Bent u de Engelse taal machtig, lees dan deze grappige commentaar in The Guardian over de “burkini madness”. Five reasons to wear a burkini

Tom Ronse

Een burkini te koop by Marks & Spencer

Een burkini te koop by Marks & Spencer

Burkinis  "van bij ons"

Burkinis “van bij ons”

 

augustus 20, 2016 at 6:58 am 10 reacties

KIES UW CLOWN

"Two clowns in the same circus" door Tony Pro

“Two clowns in the same circus” door Tony Pro

Tom Ronse

Er is een ding waarin Trump Hillary veruit overtreft: hij is de betere clown.  Hillary werkt zelden op de lachspieren; Trump daarentegen doet het voortdurend. Meestal niet met opzet maar dat maakt het nog grappiger. Op het web circuleren tal van collecties van hilarische Trump-momenten, persiflages door Trump-imitators, etc. De mooiste vind ik de filmpjes van een gezelschap dat Friend Dog Studios  heet. De stem die je in die clips hoort is die van Trump. Maar nu komt ze uit de mond van een dronken redneck die zit te zwetsen tegen zijn even bezopen drinkebroer. Het wonderlijke is hoe perfect stem en beeld overeen stemmen. Als je deze filmpjes gezien hebt, kun je niet meer naar Trump luisteren zonder de zatte zwetser te horen.

drunk-neighbor-donald-trump

Hier zijn de links:

MIJN DRONKEN BUURMAN TRUMP 1

MIJN DRONKEN BUURMAN TRUMP 2

MIJN DRONKEN BUURMAN TRUMP 3

DRONKEN BUURMAN OP EEN TRUMP-MEETING

Bekijk ze best in de volgorde waarin ze gemaakt zijn.

Natuurlijk is het helemaal niet grappig dat miljoenen Amerikanen Trump serieus nemen. Ik kreeg bijna tranen in mijn ogen toen ik een oudere fabrieksarbeider met eelt op zijn handen op tv hoorde zeggen dat hij voor Trump was “because he’s just like me”.  Ik kon me nauwelijks iemand voorstellen die minder zoals hem was dan de NewYorkse miljardair.

Maar dit soort absurditeiten is koren op de molen van comedians, cartoonisten en andere kolderproducenten. Trump was voor hen trouwens al lang voor deze verkiezingen een inspiratiebron. Hij figureerde onder meer in het werk van Robert Crump

crumpo trump

en van Berke Breathed in zijn strip Bloom County

Bloom County

Maar het is vooral Garry Trudeau die in zijn beroemde “Doonesbury”-strip in the Washington Post en vele andere bladen al jaren genadeloos de spot drijft met “the Donald” (een bijnaam die hij kreeg omdat zijn eerste vrouw, de Tsjechische Ivana, hem zo noemde).  Onlangs heeft Trudeau zijn beste Trump-strips van de laatste 30 jaar gebundeld.

cover

Hieronder een voorbeeld van de oudere strips (uit 1988). In deze toont Trump zijn 100-meterlange jacht aan zijn nieuwe kapitein.

doonesbury 1988

 

Het illustreert  hoe Trump Trump is gebleven. Zoals Trudeau in een interview met the New York Times opmerkt:  “Even though he’s changed wives twice and party affiliation five times since I’ve been watching him, the underlying personality disorder has remained remarkably stable.”

Hieronder enkele meer recente voorbeelden van Trump-cartoons in de Doonesbury-strip.

doonesbury 2016

doonesbury-trump

Lees hieronder Jacqueline Goossens’ verslag van Trumps verjaardagsfeest, 20 jaar geleden.

 

juli 31, 2016 at 10:59 pm Een reactie plaatsen

KEIZER TRUMP

578664942

door Jacqueline Goossens

Het orgelpunt van de Republikeinse conventie in Cleveland, toen Trump als een keizer naar zijn onderdanen stond te wuiven terwijl duizenden ballonnen op hen neer regenden, deed me terugdenken aan een verjaardagsfeestje, twintig jaar geleden. Het was een hete zomerdag zoals vandaag. Trump vierde zijn vijftigste verjaardag  en ik was een van de (bijna duizend) genodigden. Ik schreef toen onderstaande column.

*      *      *

Het is een van die zwoele New Yorkse zomeravonden waarop het kwik maar niet onder de dertig graden zakt. Het wemelt van het volk op Fifth Avenue. In T-shirts en shorts, met zweetdruppels op het voorhoofd en een ijsje in de hand, staan mensen te kijken naar de sneeuwvlokken die op het voetpad en de rode luifel van de Elizabeth Arden-winkel vallen. Artificiële sneeuw natuurlijk: een filmploeg is een reclamefilmpje aan het draaien voor Elizabeth Ardens wintercollectie. Ook in de etalage van Gucci hangen er al grijze en beige bontmantels. Lang kan ik me aan dit surrealistisch spektakel niet vergapen. Ik word verwacht op een verjaardagsfeestje. Een paar gebouwen verder kom ik aan het huis van de jarige. Er staan verschillende politiewagens geparkeerd. Als ik de rode loper die naar de open voordeur leidt betreed, word ik tegengehouden door drie kleerkasten in onberispelijke pakken. “Waar ga je naar toe?” vraagt de kleinste terwijl hij gevaarlijk met zijn walkie-talkie in mijn richting zwaait. Ik toon mijn perskaart. Hij doet een teken naar de twee grotere kerels. Die escorteren me tot vlak aan de voordeur waar drie koele kikkers met elk een lange lijst met namen in de hand de weg versperren. Ik word toch een beetje zenuwachtig. Links en rechts van de rode loper staan massa’s nieuwsgierigen opeengedrumd achter fluwelen koorden en ze kijken allemaal naar mij. Wat als mijn naam niet op die lijst staat! Ik zie me al met de staart tussen de benen afdruipen terwijl de toeschouwers me uitlachen en joelen. New Yorkers doen zo’n dingen. Maar geen nood. Mijn naam wordt gevonden en ik mag binnen.

Ik wandel tussen een falanx van fotografen en televisieploegen die geen centimeter film aan mij verspillen. Op het einde van de loper zit een strijkorkestje te spelen onder een enorm bloemstuk. Nog enkele stappen en ik kan onderduiken in de zee van genodigden.

“Sjempeen meddem?”, vraagt een kelner me meteen. Een andere houdt me een dienblad voor met ‘ordoevers’, hapjes op een bed van verse bloemen. Ik ben in Trump Tower, de roze marmeren en gouden paleistoren compleet met waterval van Donald Trump. Keizer Trump, Amerika’s flamboyantste bouwheer, speculant en casino-eigenaar, wordt vandaag vijftig jaar. Dit is het intieme verjaardagsfeestje dat zijn tweede vrouw, de achttien jaar jongere Marla Trump, voor hem geeft. Ze heeft vierhonderd gasten en honderden Amerikaanse en buitenlandse reporters uitgenodigd. Donald en Marla zijn natuurlijk nog niet gearriveerd.

Links en rechts vraag ik aan gasten of ze vrienden zijn van de Trumps. Geen enkele van de bankiers, vakbondsbazen, managers en makelaars blijkt hen echter persoonlijk te kennen. Een man zegt me dat hij weliswaar niet bevriend is met de Trumps maar wel met het Belgische koppel Hugo en Nicole. “Die kent u toch?”, zegt hij, “Ze komen volgende week op bezoek.”

“Ja maar meneer”, antwoord ik, “er zijn tien miljoen Belgen, ik ken die niet allemaal bij de voornaam.”

Hij bekijkt me een beetje raar. “U bent zeker al lang uit het land weg?”

Dan bots ik op Marla’s dokter en Der Scutt, de architect van Trump Tower. “Dit gebouw heeft mijn carriere gelanceerd”, zegt hij trots, “vind je het mooi?”

“Het blinkt wat te veel”, zeg ik. Dat vind ik overigens ook van vele gasten hier vanavond. Een parvenu-smaak domineert. Te veel juwelen, te veel make-up, te veel parfum. En de decolleté’s van de oudere dames! Een van hen, mollig en met een enorme haardos, in een azuurblauw, met parels bestikte avondjurk en met rode ook met parels bestikte hoge hakken, draagt haar halfblote boezem fier voor zich uit. “Kent u Donald Trump?” vraag ik haar.

“Donald? Donald? But of course!” kirt ze met een pseudo-Frans accent.

Plots breekt een koor van ooooh’s en aaah’s uit. Marla’s moeder, een verbluffend mooie vrouw, komt binnen met ‘prinses’ Tiffany, het tweejarig dochtertje van de Trumps in haar armen. Het kind is gekleed in een wolk van witte zijde en kant. In haar lange blonde krullen zitten enkele verse, roze roosjes. Jammer voor haar lijkt ze verschrikkelijk goed op haar pa. Dan stijgen er luide kreten van bewondering op. De fotografen schieten zich een ongeluk. Ivanka, Donalds dochter bij zijn eerste vrouw Ivana,  loopt heupwiegend over de rode loper. Het zelfverzekerde, donkerblonde girafje in het zwarte kanten mini-jurkje is vijftien. Haar twee broers die achter haar aanlopen, grinikken maar wat. Zo te zien hebben ze dit nummertje al vaker opgevoerd. Tien minuten later komt het feestvarken met blonde Marla aan de arm binnengeschreden. Een half uur lang delen ze zoenen uit en schudden ze handjes. Om half acht stipt wordt de waterval stil gelegd en galmt Sinatra’s ‘New York, New York’ door de marmeren zaal. Marla leidt de ceremonie. Er moeten speechen worden gegeven en vooral veel foto’s genomen.

Eric Trump, Donald Trump Jr., Tiffany Trump, Ivanka Trump, Donald Trump en Marla Maples

Eric Trump, Donald Trump Jr., Tiffany Trump, Ivanka Trump, Donald Trump en Marla Maples

Om acht uur schettert de filmmuziek van ‘Superman’ door de luidsprekers: “Who is it? It’s Superman! It’s Superman!”  Er wordt een reusachtige taart binnengerold. Alle Trump-gebouwen staan er op, samen met een suikeren Trumpje in een Superman-pak met een dollarteken op de borst.

Eartha Kitt

Eartha Kitt

Plots worden de lichten gedempt. Een enkel spotlicht  beschijnt de  bovenste trede van een  wijde marmeren trap.  Daar staat een  betoverende vrouw met grote, glanzende donkerbruine ogen,  innig omhelsd door een lange, perfect aansluitende lichtblauwe lovertjesjurk. Heupwiegend  schrijdt ze naar beneden. Trump glundert. Iemand reikt haar een microfoon aan. Ze schudt haar donkere manen naar achter, ademt diep en haakt haar ogen vast in die van Trump. Het wordt muisstil in de zaal.  Ze begint te zingen:  “Happy birthday  dear Donald…” Het is een perfecte imitatie van Marilyn Monroe die lang geleden datzelfde banale liedje een zwoele dubbele bodem meegaf toen ze het zong op het verjaardagsfeest van haar  minnaar, president Kennedy. Als ze uitgezongen is, gaan er netten aan het plafond open en duizenden gouden ballonnen regenen op ons neer. Iedereen, ikzelf inbegrepen, applaudisseert uitbundig. De zangeres reageert met een hartelijke, hese lach die me doet vermoeden dat ze zich kostelijk geamuseerd heeft met haar  knipoog naar Amerika’s beroemdste sekssymbool. Ze heet Eartha Kitt en ik beloof mezelf dat ik  absoluut naar een van haar concerten zal gaan. Voor het te laat is.

Tien minuten later verdwijnen de Trumps en hun bodyguards door een zijdeur. Ik besluit om hun voorbeeld te volgen. Bij het buitengaan passeer ik langs een poster-grote kleuterfoto van Donald. De gasten worden verondersteld hier hun verjaardagswensen op te schrijven. De foto is al helemaal volgekrabbeld met felicitaties en complimenten. Alleen het oorlelletje is nog vrij.

“Down with Capitalism”, schrijf ik er op. Net onder het oorgat, zo moet hij het wel horen. Juist als ik er een uitroepteken achter gezet heb, voel ik een arm tegen de mijne wrijven. “En wat heb jij geschreven?” zegt een oudere heer van het kleverige soort.

“Wie bent u?” vraag ik. Hij blijkt de man te zijn die de winkelruimte in Trumps gebouwen verhuurt.”Wat heb je geschreven?” herhaalt hij.

“Ik denk niet dat u daar oren naar hebt”, zeg ik en laat hem staan. Op Fifth Avenue is de sneeuw in de goot gewaaid.

*      *      *

Nawoord: Gelukkig heb ik later nog een optreden van Eartha Kitt kunnen bijwonen. De zangeres die door Orson Welles “de meest opwindende vrouw ter wereld” werd genoemd, stierf in december 2008.

juli 31, 2016 at 9:48 pm Een reactie plaatsen

HEEFT HET PAPIEREN BOEK NOG EEN TOEKOMST? (8)

library russia prikol.ru

door Tom Ronse

Dit is de achtste aflevering in de serie die maar niet wil sterven.

Ze begon in december 2011. De laatste afleveringen gingen niet meer over de vraag in de titel maar over de impact van de informatie-technologie op de literatuur en over de nieuwe expressievormen die ze doet ontstaan. De laatste bijdrage ging over Twitter-literatuur.

Op de vraag in de titel kwam ik na deel 5 niet meer terug. In deel 6  schreef ik: “In de vorige afleveringen kwamen we tot de conclusie dat het papieren boek niet zal verdwijnen maar wel marginaler zal worden.”

 

read-321

Maar klopt dat wel?

In het laatste jaar is de verkoop van e-books achteruit gegaan en die van het papieren boek gestegen. Voorspellingen dat het alsmaar groter visuele aanbod er toe zou leiden dat er steeds minder boeken gelezen zouden worden, zijn voorlopig niet bevestigd. Integendeel, er wordt meer gelezen dan ooit en de overgrote meerderheid van de lezers verkiest boeken van papier. En een van hen ben ik.

Iexoa

De cijfers die in de pers geciteerd worden gaan vooral over de grootste markt, de Amerikaanse. In België stijgt de verkoop van e-books nog wel maar het aandeel van het digitale boek in de totale markt bedraagt amper 3 procent.  “Dat percentage zal nog wel blijven stijgen”,verwacht Jef Maes van Boek.be. “Maar van een scenario waarbij de verkoop van digitale boeken groter wordt dan die van papieren exemplaren is geen sprake meer. We gaan er nu van uit dat het aandeel van e-books zal stabiliseren rond de 10 procent”. (De Morgen, 26/09/2015)

Toch een paar caveats bij die vaststelling. Tot vorig jaar ging de verkoop van e-books in stijgende lijn, vooral omdat ze veel goedkoper waren dan hun papieren versies. Wat begrijpelijk is, aangezien de reproductie- en transportkosten van digitale producten minuscuul zijn. Maar dan slaagden de uitgeverijen, aangevoerd door Hachette,  er in om van de verdelers af te dwingen dat de prijzen van e-books door de uitgevers zouden worden bepaald. Het gevolg was dat die prijzen omhoog schoten en de verkoop navenant daalde. Dit werd voorgesteld als “een normalisering van de boekenmarkt”. Maar in feite is het protectionisme, bescherming van een oudere productievorm tegen een nieuwe, omdat de uitgevers met deze laatste blijkbaar minder winst kunnen maken.

Zolang de uitgevers hun greep op de verdeling van e-books kunnen handhaven, zal de opmars van de digitale boekvorm afgeremd blijven.  De vraag is hoe lang ze dat kunnen.  Dat brengt me naar mijn tweede caveat. De daling van de verkoop van e-books betekent niet dat er minder digitaal gelezen wordt, zelfs niet dat er minder digitale boeken worden gelezen. Een groot deel daarvan wordt niet verkocht maar circuleert zonder betaalportalen op het web. Dat is wellicht de grote vrees van de uitgevers: dat de kostenloze reproductie van electronische informatie ertoe zal leiden dat er met het product “boek” geen winst meer kan worden gemaakt.

books

 

Op ietwat langere termijn is die vrees gewettigd. Het aanbod van digitale producten die geen handelswaar zijn –die niet door verkoop circuleren – groeit razendsnel.  Het omvat meestal kortere teksten maar ook  boeken circuleren steeds meer electronisch.  Voor boeken waarvan het copyright is verjaard is dat uiteraard geen probleem, men kan die gratis legaal downloaden op websites als www.Gutenberg.org . Nieuwere boeken worden gepirateerd, zij het in mindere mate dan muziek en films. De strijd tegen internet-piraten is een gevecht tegen de bierkaai.  (1) De bierkaai in casu is de structuur van het internet zelf die de controle over informatieverspreiding zeer moeilijk maakt.

Maar er zijn ook steeds meer boeken die enkel langs het internet verspreid worden. Alleen als ze daar buitengewone aandacht krijgen worden ze gecommercialiseerd; worden ze papieren en digitale handelswaren.  Maar dat overkomt slechts een kleine minderheid.  Onvermijdelijk wordt een steeds groter deel van de informatie enkel electronisch en niet op papier verspreid.  In die zin zijn de berichten over de achteruitgang van e-books misleidend.  Bovendien houden ze geen rekening, wat de Amerikaanse cijfers betreft, met de e-books uitgegeven door kleinere onafhankelijke uitgeverijen die niet aangesloten zijn bij de Association of American Publishers.  En het zijn net deze die veel e-books uitgeven. Er circuleren veel meer boeklange teksten dan deze die door de gevestigde uitgeverijen verspreid worden.Boeken die misschien anders geschreven en gestructureerd zouden zijn als ze geconcipieerd waren als papieren boeken.  Wetenschappelijke boeken, politieke boeken, romans. Over deze laatste expressievorm, de digitale roman, wil ik het in de volgende aflevering hebben.

readin312879

VOETNOOT

(1) Wordt die uitdrukking nog gebruikt? Ik heb ze meermaals gebezigd zonder te weten wat er ooit op de bierkaai gebeurde. Dus heb ik het even gegoogled. Wikipedia zegt:

“De bierkaai was de kaai in Amsterdam waar de vaten met bier aankwamen en de sjouwers werkten die de zware vaten met bier laadden en losten. De Bierkade was een deel van de Oudezijds Voorburgwal, gelegen bij de Oude Kerk. De bewoners van dit deel van Amsterdam stonden bekend als onoverwinnelijke vechtersbazen. Daarvan is het spreekwoordelijke vechten tegen de bierkaai afgeleid: je inzetten voor een hopeloze zaak.”

Zo hebben we toch iets bijgeleerd vandaag.

 

juli 25, 2016 at 3:01 am 1 reactie

PRO-BREXIT, PRO-TRUMP EN TOCH LINKS? HET KAN!

brexit-7

Door Tom Ronse

Een spook waart door Europa en het is duidelijk niet datgene waar Marx en Engels het over hadden in hun Communistisch Manifest. Het is een zwart spook dat nationalisme predikt en xenofobie. Het wil grenzen sluiten en muren bouwen, immigranten “repatriëren”. Je zou verwachten dat het ter linkerzijde unaniem zou verafschuwd worden maar dat blijkt niet zo. Er zijn ook linksen die het spook toejuichen.

In Engeland werd de zege van Brexit niet alleen door de aanhangers van Nigel Farage en Boris Johnson gevierd maar ook door linkse vakbondsleiders zoals Mick Cash, linkse celebrities zoals Julian Assange en Tariq Ali en opiniemakers als John Pilger die Brexit  prees als “een daad van rauwe democratie”.

Naar verluidt stemde de meerderheid van de Engelse “arbeidersklasse” (hoe men die definieert is natuurlijk de vraag) voor Brexit. Volgens The Times stemde 86% van de kiesdistricten met een hoge  industriële tewerkstelling er voor. Vooral in regio’s met hoge werkloosheid had de “Leave”-campagne veel sukses. Wat die kiezers in de eerste plaats motiveerde, zo blijkt uit polls, was angst voor de toekomst: angst om door automatisering uitgestoten te worden, angst om lonen en uitkeringen te verliezen door buitenlandse concurrentie en de toevloed van miljoenen vluchtelingen,  angst door de toename van spectaculair geweld, enz.

imiagrunts

Dat zijn inderdaad goede redenen om bang te zijn maar of het VK al dan niet in de EU blijft, zal weinig aan die trends veranderen. Dit was geen referendum over automatisering of globalisering, die zullen hoe dan ook voortgaan. Over immigratie ging het evenmin. Geen haar op Boris Johnsons wilde scalp die eraan denkt om de kraan dicht te draaien of om de Polen en Pakistanen die het zwaarste werk voor de laagste lonen verrichten het land uit te zetten. Minst van al ging het over democratie. De EU mag dan een bureaucratisch monster zijn maar het VK is geen democratisch alternatief. We hebben het hier tenslotte over een land waarvan het staatshoofd (de koningin) benoemd is door God, waar een van beide kamers van het parlement (the House of Lords) bestaat uit niet verkozen edelen en bischoppen en het kiessysteem zo ondemocratisch is dat de laatste verkiezingen (2015) voor een partij (de UKIP) die 3,9 miljoen stemmen haalde één zetel opleverde terwijl een andere (de SNP) die 1,5 miljoen stemmen won 56 zetels kreeg.

Nee, niet over democratie of immigratie of globalisering ging het referendum, wel over wie de chaos het best in de hand kan houden.  Die dreigende chaos is de achtergrond van Brexit.  Als het referendum in zonniger tijden had plaats gehad dan zou men aan de uitslag niet zo zwaar getild hebben. Maar dan was de uitslag wellicht ook anders geweest. Nu werd de uitslag bepaald door een groeiend gevoel van onrust en ontevredenheid.  Een nieuwe globale recessie zou het wellicht aanwakkeren en niet alleen in Engeland.

Een golf van nostalgie

Volgens de eerder vermelde poll vinden de meeste Leave-stemmers dat het leven in Groot-Brittannië 30 jaar geleden beter was en dat de kinderen die nu opgroeien een slechter leven zullen hebben dan hun ouders. In steeds meer landen vinden steeds meer mensen blijkens opiniepeilingen dat het vroeger beter was, ongeacht het politiek regime dat toen aan de macht was. Zelfs Oostblok-regimes en brutale dictators zoals Saddam Hoessein en Khadafi wekken nostalgie op.  Pessimisme is troef. Bij gebrek aan toekomstperspectief keren de blikken zich naar het verleden. Een golf van nostalgie rolt over de wereld en maakt van de groeiende ontevredenheid vruchtbare grond voor het discours van Trump, Le Pen, Wilders en Farage.

Brexit-propaganda

Brexit-propaganda

De meeste kiesdistricten die traditioneel Labour stemden hebben voor Brexit gekozen, hoewel de partij oficieel in het Remain-kamp zat.  Dat is minder verbazingwekkend dan het misschien lijkt. Met Tony Blair aan het roer sprong Labour op de neo-liberale trein maar de vakbondsbasis van de partij bleef intussen de ontevredenheid  masseren met het verhaal waarin buitenlandse concurrentie de boosdoener is en protectionisme de oplossing.

Vandaar is de stap naar een nationalistisch wereldbeeld waarin immigranten vijanden zijn niet zo groot. Dat heeft ook Donald Trump begrepen. In zijn laatste speechen was oppositie tegen vrijhandelsverdragen zijn hoofdthema.  Dat was ook het hoofdthema van Bernie Sanders.  Volgens een Bloomberg-poll is 22 % van de supporters van Sanders van plan om voor Trump te stemmen. Trumps strategie lijkt er nu op gericht om dat percentage op te drijven. Hij hekelt de globalisering “die de elite zeer rijk heeft gemaakt  en miljoenen arbeiders in de kou liet staan”. “Hij valt Hillary Clinton aan langs links”, observeerde The New York Times.  Ook andere kranten vonden het een slimme zet, de enige manier waarop hij kan winnen.

Het ‘grootste kwaad’

In de satirische Daily Show was er onlangs een segment waarin Sanders-supporters die nu Trump steunen voor schut werden gezet als een stel idioten. Het is waar dat er op allerlei vlakken een hemelsbreed verschil is tussen Sanders en Trump. Maar de Daily Show negeerde dat er ook belangrijke raakpunten zijn tussen beiden. Genoeg volgens sommige linksen om Trumps foute standpunten door de vingers te zien.

trump 0

Een van hen is Boris Kagarlitsky. Deze publicist schreef onlangs een opiniestuk  getiteld “Who’s afraid of Donald Trump?”   dat nogal wat discussie opwekte in uiterst linkse kringen. Kagarlitsky werd bekend als een van de enige dissidenten in de USSR die het regime vanuit een marxistische invalshoek bekritiseerden. Ook in dit essay hanteert hij een soort marxisme. Tijdens de voorverkiezingen steunde hij Sanders maar nu valt hij uit tegen de tendens van links om de rangen te sluiten achter Hillary Clinton, “the lesser of two evils”. Sanders zelf heeft gezegd dat hij alles wil doen om te voorkomen dat Trump wint. Maar voor Kagarlitsky is niet Trump maar Hillary “the greater of two evils”. Zij vertegenwoordigt de neo-liberale status quo, de dominantie van het financieel kapitaal dat de wereld in 2008 in recessie dompelde en een agressieve politiek tegen de werkende bevolking voorbereidt. Trump daarentegen vertegenwoordigt de bouwsector en het industriële kapitaal die  achteruit boerden omdat hun belangen ondergeschikt werden gemaakt aan de speculatieve geldhonger van het financiële kapitaal. Net als Sanders zou Trump het financiële kapitaal dwarsbomen door de vele miljarden te blokkeren die de banken en hun omgekochte politici toelaten om te parasiteren op de  rug van de “echte” economie. Kagarlitsky ziet een globale revolte van het industriële kapitaal en juicht de trend toe. “Verandering is op komst”, voorspelt hij, “het huidige neoliberale model van kapitalisme is uitgeput. Als links er niet voor wil of kan vechten zullen het rechtse populisten zijn zoals Trump en Le Pen die het de fatale slag toebrengen”.

Trump is een kapitalist, erkent Kagarlitsky. Maar “de nederlaag van het financiële kapitaal, ongeacht wie het tot stand brengt, zou een nieuw tijdperk openen in de ontwikkeling van de westerse maatschappij, ze zou onvermijdelijk de arbeidersklasse versterken en haar organisaties nieuw leven inblazen.” Zelfs Trumps belofte om een muur te bouwen tussen de VS en Mexico vindt gratie in zijn ogen. Op zich is het “redelijk absurd”, geeft hij toe,  maar hij ziet het ook als een “keynesiaans project” dat “honderden duizenden banen zou creëren” aan beide kanten van de grens.

Wat nog maar eens toont  dat je met “marxisme” alle kanten uit kunt.  Maar het idee dat Trump een vijand is van het financieële kapitaal is ook “redelijk absurd”. Zelfs voor een marxist. De epische strijd tussen het financiële en het industriële kapitaal bestaat alleen in Kagarlitsky’s verbeelding. In werkelijkheid zijn ze innig verwoven en trekken ze aan hetzelfde touw.  Ook Hillary en Donald.

friends

Maar Kagarlitsky  heeft geen ongelijk als hij wijst op de nauwe banden tussen de Clintons en Wall Street. Hillary weigert steevast om de inhoud van de dure speechen die ze voor Wall Street kaders gaf vrij te geven. Wat daar gezegd werd is blijkbaar niet geschikt voor mijn of jouw oren. Clinton vertegenwoordigt inderdaad de status quo.  Haar campagne is niet gebaseerd op voorstellen om de problemen anders aan te pakken maar op de belofte om de huidige rotzooi kundig te beheren. Haar voornaamste argument is dat Trump het nog veel erger zou maken.

Er is het verlangen naar verandering maar er ontbreekt een toekomstperspecief.  Kagarlitsky heeft misschien gelijk: als de verandering niet van links komt, zal ze van rechts komen.  Bij gebrek aan toekomstperspectief, wint het verledenperspectief. Maar in tegenstelling tot Kagarlitsky worden we daar niet vrolijk van.

poster

Een Trump-citaat

Een Trump-citaat

juli 5, 2016 at 5:13 am Een reactie plaatsen

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.172 andere volgers