Posts filed under ‘Afrika’

KABILA OF KABILA Deel 2

Dat de Congolese president Joseph Kabila op de valreep heeft beslist geen kandidaat te zijn in de al vaak uitgestelde presidentsverkiezingen zou volgens de New York Times te maken kunnen hebben met Amerikaanse druk. De krant verwijst naar de Britse Financial Times die schrijft dat de regering Trump dreigt met financiële sancties als Kabila zich aan de macht zou vastklampen. Vorig jaar al kondigde het Amerikaanse  Treasury Department (Ministerie van Financiën) sancties aan tegen generaal François Olenga, één van de hoogste militairen in Kabila’s kring en in december vorig jaar trof hetzelfde lot Dan Gertler, een Israëlische zakenman (1,2 miljard dollar waard volgens Forbes) en vertrouweling van de president.

Verkiezingen dus zonder Kabila maar of dat voor de Congolezen veel zal veranderen is meer dan twijfelachtig schrijft Walter Zinzen in deze bijdrage.

Johan Depoortere

CONGO: EN NU?

Door Walter Zinzen

Nu er officieel een “dauphin” is voor president Kabila is de kans weer een beetje groter dat er op 23 december écht verkiezingen gaan gehouden worden. Maar nu al staat vast dat die verkiezingen niet eerlijk zullen verlopen, al was het maar omdat de grootste kanshebber om ze te winnen niet kan meedoen.

Moïse Katumbi

Het gaat om Moïse Katumbi, de populaire ex-gouverneur van de mijnprovincie Katanga. Na een ballingschap van twee jaar in België wou hij terugkeren naar Congo om er zijn kandidatuur in te dienen. Maar toen hij vanuit buurland Zambia Congo wou binnen rijden werd de grenspost gesloten. Daardoor werd ook de export van grondstoffen onmogelijk. Volgens ingewijden kwam dat de Congolese staat op een verlies van 20 miljoen dollar per dag te staan. Bij schermutselingen tussen “ordetroepen” en aanhangers van Katumbi, die hem wilden verwelkomen, vielen vijf doden en zestien gewonden. Want zo gaat dat in het Congo van Kabila : op tegenstrevers wordt met scherp geschoten. En dat was ook het geval toen de “dauphin,”  Emmanuel Ramazani, minister van Binnenlandse Zaken was.

De vraag rijst nu of Jean-Pierre Bemba, die na zijn verlies bij de verkiezingen in 2006, een gewapend conflict met Kabila-troepen uitvocht in de straten van Kinshasa, wel zal kunnen meedoen. Het zou best kunnen dat het Grondwettelijk Hof – volgepropt met Kabila-papegaaien – zijn kandidatuur als “onwettig” zal afwijzen. Ook Bemba is populair, zeker in Kinshasa, waar iedere politicus die tegen Kabila is, op handen wordt gedragen.

Fundamenteler nog om aan de waarachtigheid van verkiezingen te twijfelen is de onveiligheid die in heel wat streken heerst. In de bijna twee jaren dat Kabila ongrondwettelijk geregeerd heeft (vanaf eind 2016) zijn chaos en terreur onrustwekkend toegenomen. In het Oosten heerst die onveiligheid al meer dan 20 jaar en Kabila is er niet in geslaagd (of heeft niet gewild) de tientallen milities, die er opereren, te ontwapenen of zijn eigen leger tot fatsoenlijk gedrag tegenover de bevolking aan te manen.

Ingewijde waarnemers maken gewag van een vergadering met de chef van één van de veiligheidsdiensten een tweetal jaren geleden. Die chef zou daar aangekondigd hebben dat hij een aantal streken zou destabiliseren. Bedoeling : ervoor zorgen dat de mensen andere zorgen hebben dan verkiezingen, die maar niet komen. De eerste streek was de provincie Tanganyika, het vroegere Noord-Katanga. Daar leven al sinds mensenheugenis Twa (een pygmeeënvolk) en Baluba vreedzaam samen.

Jaynet Kabila. Radio Okapi/ Ph. John Bompengo

Tot Jaynet Kabila (1), de tweelingzus van Joseph, zich ermee moeide. Volgens betrouwbare getuigen heeft ze de Twa bewapend en opdracht gegeven Baluba te doden. Een vergelijkbaar scenario speelt zich af in West-Kasai, dat eveneens op het lijstje van de veiligheidschef stond. Daar zaait de militie van een traditionele chef dood en vernieling. Het Kabila-leger treedt er met ongeëvenaarde wreedheid op, niet alleen tegen de militie, maar vooral tegen de burgerbevolking. Gevolg: duizenden slachtoffers en vier miljoen vluchtelingen. In Beni, Noord-Kivu, eveneens genoemd, zijn het dan weer zogenaamde islamisten, die de bevolking terroriseren. Maar zelfs het falende Congolese gerecht heeft vastgesteld dat de moordenaars in feite opgeleid en getraind worden in legerkampen. Voeg daarbij dat duizenden gedetineerden gelijktijdig konden ontsnappen uit gevangenissen in Kinshasa, Goma en Kisangani. Ze zijn letterlijk verdwenen in de brousse, waar ze, zo denkt iedere Congolees, opgevangen werden door één van de vele gewapende bendes.

Hoe je in al die gebieden verkiezingen in peis en vree kunt organiseren is een raadsel. Wel zijn de mogelijkheden tot fraude legio.

Emmanuel Ramazani, de kroonprins

In die omstandigheden is het niet moeilijk te voorspellen hoe de nieuwe president zal heten : Emmanuel Ramazani. Hij hoeft zelfs geen handpop te zijn van de toekomstige gewezen president. Hij is gepokt en gemazeld in het Kabila-kamp. En zal hij meer doen dan de stoel warm houden? In het nieuwe parlement zal het vol zitten met Kabilisten (dankzij de fraude). Die keuren dan een wijziging van de grondwet goed, waardoor de president verkozen wordt door het parlement. En Kabila jubelend terugkeert. Ook is het mogelijk de verkiezingen toch nog te annuleren en het huidige parlement de grondwet te laten veranderen. Te gek voor woorden? Dat heb ik ook lang gedacht. Maar het scenario blijft rond zingen.

Er is echter nog een ander scenario mogelijk. Dat het Congolese volk, of delen ervan, het schaamteloze bedrog niet meer pikt en in opstand komt. Waardoor de Kabilistische repressie pas echt op volle toeren gaat draaien. Het doet er dan niet eens meer toe wie er in naam president is.

Eén waarheid blijft evenwel overeind: voorspellingen over Congo hebben al 60 jaar de eigenschap onjuist te zijn. Een magere troost, dat wel.

Een versie van dit artikel verscheen eerder in De Standaard van 10 augustus 2018

  1. Over Jaynet en haar rol in het zakenimperium van de Kabila’s zie: https://www.bloomberg.com/news/features/2016-12-15/with-his-family-fortune-at-stake-congo-president-kabila-digs-in

August 10, 2018 at 8:11 pm 1 comment

Kabila of Kabila

“Alles veranderen zodat alles hetzelfde blijft,” dat was het devies van de Spaanse dictator Franco toen hij zijn dictatuur een “democratisch gezicht” probeerde te geven. Het lijkt het motto te zijn van veel dictators – neem nu de Congolees Joseph Kabila, al 17 jaar aan de macht en niet van plan dat te veranderen. Lees het stuk van Walter Zinzen: of er verkiezingen komen of niet en wie ze ook wint de echte winnaar zal Kabila zijn.

Waarom de zoon van de “revolutionair” Laurent-Désiré zich zo hardnekkig aan de macht vastklampt wordt duidelijk als je het indrukwekkende dossier leest op de website van de Bloomberg Media Group – niet bepaald een extreem-linkse publicatie. Kabila en zijn familie graaien schaamteloos in de vetpotten en beschouwen de rijkdom van Congo als hun privé-bezit. Dat gaat zover dat mensen worden verjaagd en hun huizen vernietigd omdat de president op hun grond een luxeverblijf wil optrekken. Het gaat om niet minder dan 300 mensen op 600 ha. Journalisten en mensenrechtenorganisaties die daartegen protesteren worden vervolgd: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/07/26/onderduiken-voor-bedreigingen-door-regime-kabila/ 

Door Walter Zinzen

Vooreerst het schijnbaar goede nieuws : veel wijst er op dat er eind dit jaar in Congo wel degelijk verkiezingen komen. De “onafhankelijke” kiescommissie is klaar met het registreren van de kiezers, kandidaten melden zich voor een zitje in een of andere assemblee. De regering beweert al 200 miljoen dollar te hebben uitgegeven aan de voorbereiding van de verkiezingen. Maar schijn bedriegt . Tegenstanders van het regime beweren dat niet minder dan 6 miljoen namen, die op de kieslijsten staan, frauduleus zijn, o.m. omdat er geen vingerafdrukken zijn genomen.

Joseph Kabila, sinds 2001 aan de macht

Nog meer zorgen baren de stemcomputers die de kiescommissie heeft aangekocht. Die komen uit Zuid-Korea en de regering van dat land heeft laten weten dat ze onbetrouwbaar zijn. Het zijn geen stemcomputers maar bedrogscomputers briest de oppositie. Maar de meerderheidspartijen briesen even hard terug : geen computers? Dan ook geen verkiezingen. Waarbij niemand zich de vraag stelt hoe computers moeten functioneren in een land waar elektrische stroom helemaal niet of heel sporadisch aanwezig is.

Maar al die zorgen verzinken in het niets bij hét grote vraagstuk dat de Congolese politiek nu al jaren bezig houdt. Zal president Kabila een derde ambtstermijn ambiëren, schoon de grondwet ’t hem verbiedt, of zal hij op 1 januari volgend jaar ambteloos burger zijn? Op 8 augustus ten laatste moeten de kandidaturen binnen zijn. Het ziet er naar uit dat we tot de 7° moeten wachten om eindelijk te weten of Kabila zich aan de macht vastklampt dan wel een schertskandidaat in het veld stuurt, die hem toelaat in het verborgene aan de touwtjes te blijven trekken.

Voor die laatste mogelijkheid heeft het Congolese parlement alvast de rode loper uitgerold. Het heeft een wet goedgekeurd die het statuut vastlegt van “gewezen verkozen presidenten” , een wet die geschreven is op het lijf van Kabila. Hij krijgt een belastingvrij pensioen en een jaarlijkse vergoeding voor “bewezen diensten aan de natie” (bedragen worden niet genoemd), een “fatsoenlijke” woning voor hemzelf en zijn familie, twee auto’s, twee lijfwachten en permanente bewaking van zijn residentie, 10 man personeel voor zijn huishouding, gratis bureaus voor zijn secretariaat, waar 6 mensen mogen werken op kosten van de staat, gratis brandstof, gratis verbruik van water en elektriciteit, gratis telefoon, gratis gezondheidszorgen in binnen- en buitenland voor zichzelf, zijn partner en zijn minderjarige kinderen. Met zo’n statuut kan Kabila ongestoord zijn activiteiten aan het hoofd van zijn economisch miljardenimperium voortzetten. Daar draait tenslotte alles om. Waarom zou hij dan nog per se president willen blijven?

Goede vraag. Toch denkt vrijwel iedereen dat Kabila op 8 augustus opnieuw kandidaat zal zijn. De katholieke kerk – eerder al de motor achter grote protestacties – organiseert half augustus nieuwe demonstraties van allerlei aard om Kabila tot aftreden te dwingen. Zo zeker is ze dat Kabila wel degelijk gewoon wil aanblijven. Het scenario ligt al klaar. Zijn adviseurs hebben bedacht dat hij in 2006 de verkiezingen in twee beurten heeft gewonnen, in 2011 echter in maar één beurt. Dus heeft hij nog één beurt te goed en overtreedt hij de grondwet niet door opnieuw kandidaat te zijn. Kabila zelf heeft er alvast voor gezorgd dat het Grondwettelijk Hof deze juridische spitsvondigheid zal accepteren. Hij heeft het Hof, in ware Trump-stijl, vol gepropt met slaafse volgelingen.

Jean-Pierre Bemba

Moïse Katumbi

Ondertussen zit ook de oppositie niet stil. Jean-Pierre Bemba, die al in 2006 tegen Kabila opkwam , is na zijn vrijlating door het Internationaal Strafhof, opnieuw kandidaat (1). Dat is op het eerste gezicht slecht nieuws voor Moïse Katumbi, de populaire ex-gouverneur van Katanga, die al twee jaar in ballingschap in België verblijft. Mocht hij naar Congo terugkeren dan wordt hij stante pede gearresteerd , want Kabila heeft ervoor gezorgd dat een aantal gerechtszaken tegen hem lopende zijn. En als kers op de taart is zijn paspoort ingetrokken door de Congolese overheid en wordt hem een nieuw geweigerd. Het regime beweert dat Katumbi geen Congolees is maar een Italiaan. (Zijn vader is Italiaan, vandaar…) Volgens de Dienst Vreemdelingenzaken verblijft Katumbi dus illegaal in België. Dat hij kan deelnemen aan de presidentsverkiezingen is op dit moment zo goed als uitgesloten.

Generaal John Numbi

Generaal Gabriel Amisi

Hoe dan ook : als die verkiezingen op 23 december inderdaad plaats vinden, dan is de winnaar nu al bekend. Het is ofwel Joseph Kabila in persoon of het is Joseph Kabila via een handpop. Daar zullen fraude en staatsterreur voor zorgen. Dat Kabila zopas twee gewetenloze schurken herbenoemd heeft in leidende functies bij het leger doet ergste vermoeden. De generaals John Numbi en Gabriel Amisi (2) hebben beide een reputatie te verliezen in het gewelddadig onderdrukken van burgerprotesten. Het is te vrezen dat er nog veel bloed in Congo zal vloeien.

Een versie van dit artikel verscheen eerder in De Standaard

  1. Bemba is intussen naar Kinshasa teruggekeerd. Zie: VRT NWS
  2. Ook Amisi is niet vies van de Congolese vetpotten: Zie Politico

August 2, 2018 at 3:41 pm 1 comment

BRUSSEL IS CALAIS NIET

Vluchtelingen – ook “transmigranten” genoemd – in het Maximiliaanpark, Brussel

Vluchtelingen in huis opvangen: het is op het eerste gezicht niet vanzelfsprekend. Yoon Daix, één van de initiatiefnemers van het “Burgerplatform voor overnachtingen” vertelde tegen Al Jazeera hoe hij de eerste keer alle keukenmessen verstopte vóór hij zijn Afghaanse gasten ontving. Sindsdien neemt Yoon soms tot acht of méér vluchtelingen op zodat de hele oppervlakte van zijn Brussels appartement is ingenomen door slaapzakken en luchtmatrassen.

Yoon Daix, één van de vrijwilligers die elke avond onderdak en vervoer organiseren voor de vluchtelingen in het Maximiliaanpark.

Zelf hadden we eerst ook wat koudwatervrees. De beloning echter: het leed van de wereld krijgt een gezicht. Vluchtelingen zijn niet langer een categorie, maar jonge mensen met een voor- en achternaam, met een familie en een geschiedenis. Met verhalen die de haren ten berge doen rijzen. Met meer dan 30000 (volgens de organisatie) zijn we nu, gewone burgers die doen wat je van de overheid zou mogen verwachten: verhinderen dat in een rijk land als het onze mensen in de kou op straat moeten slapen, of het nu gaat om “illegalen”of niet. Zelf kan ik bij deze vluchtelingencrisis niet nalaten aan mijn eigen familiegeschiedenis te denken: mijn grootouders zijn met mijn moeder en haar acht broers en zussen ruim vier jaar lang in de Eerste Wereldoorlog grootmoedig opgevangen in het Zuidfranse stadje Graulhet.

Mijn grootouders met negen van hun tien kinderen in 1914, kort na hun aankomst in Graulhet.

Meer dan drieduizend mensen zijn er zondagavond in geslaagd een aangekondigde politieactie tegen de vluchtelingen in het Maximiliaanpark te verhinderen door een menselijke ketting te vormen en het park met een cordon af te sluiten. Het succes van de actie verbaasde zelfs de organisatoren, het “Burgerplatform voor overnachtingen” dat er al maandenlang in slaagt de gestrande vluchtelingen elke avond een warm bed en een maaltijd te bezorgen. Het onverhoopte resultaat van de actie op zondag was te danken aan de medewerking van mensen binnen het politie-apparaat of zelfs de regering en de mobilisatie via sociale media. De berichten op Facebook over het geplande politieoptreden doken minder dan 48 uur op voorhand op. Het volstond om duizenden mensen uit verschillende delen van het land te motiveren om naar Brussel te reizen en deel te nemen aan het verzet.

Zondag 21 januari: een massa van 3000 mensen verhindert met een menselijke ketting de  politierazzia in het Maximiliaanpark

Het Burgerplatform wil met zijn actie in de eerste plaats een schrijnende humanitaire nood lenigen onder het motto dat een beschaafd land mensen niet in de kou op straat laat slapen, of het nu om “illegalen” gaat of niet. Maar de betoging van zondagavond had duidelijk ook een politiek karakter: verzet tegen de migratiepolitiek van deze regering, vooral belichaamd door de NVA-boegbeelden Jan Jambon en Theo Francken. De mantra van dat tweetal is dat “Brussel geen tweede Calais” mag worden. Doordacht beleid wordt hier vervangen door een gemakkelijke slogan die de burger angst moet aanjagen en die harder politieoptreden moet verantwoorden. Theo Francken gaat nog een stap verder en kondigt in onheilspellende bewoordingen een “mogelijke veldslag” aan op de autowegparkings waar transmigranten in vrachtwagens proberen te klimmen om op die manier het Verenigd Koninkrijk te bereiken.

Maar Brussel is geen tweede Calais en het ziet er ook niet naar uit dat het dat in de naaste toekomst zal worden. In het Maximiliaanpark verzamelen zich elke avond zowat 500 mensen – lang niet de 15000 die in Calais een onhoudbare toestand creëerden. En laat het nu net de gewone burgers zijn uit Brussel, Vlaanderen en Wallonië die door hun opvang voorkomen dat de situatie uit de hand loopt. De bewering van minister Jambon, dat de recente beslissing van de regering om Soedanezen voorlopig niet naar hun land terug te sturen voor een “exponentiële toename” van hun aantal heeft gezorgd, steunt nergens op. De spook-Soedanezen lijken als twee druppels water op de spookmoslims die de minister na de aanslagen in Brussel op straat meende te zien dansen.

Staatssecretaris voor migratie Theo Francken herhaalt tot vervelens toe de meme dat hij “de puinhoop” opruimt die door zijn “linkse voorgangers” is achtergelaten. Maggy De Block en Melchior Wathelet als linkse rakkers – het is eens een heel nieuw inzicht. Erger is dat de puinhopen zich net onder het beleid van Francken hebben opgestapeld. Laten we wel wezen: Francken is niet de enige verantwoordelijke daarvoor. Het Belgische en Europese migratiebeleid deugt aan geen kanten met een mislukt spreidingsplan, de schandelijke Turkijedeal, concentratiekampen in Griekenland en doden op zee: een blijvende smet op het Europa dat zich zo graag op de borst klopt over onze “waarden en normen” – onze “superieure samenleving” om het met Gwendolyn Rutten te zeggen. En bijna elke dag opnieuw blijkt de medeplichtigheid van Europa met de slavenhandelaars en folteraars in Lybië, het land dat dank zij onder andere Belgische en Franse bommen nu in de greep zit van krijgsheren en criminelen.

Moeten de grenzen dan open? Geenszins, integendeel: geen enkel land kan zich een ongecontroleerde instroom veroorloven. Dat zou overigens ook de landen van herkomst een slechte dienst bewijzen. Het zijn immers de sterkste en meest ondernemende jongeren – en vaak ook die met de nodige financiële middelen – die hun toekomst in Europa zoeken maar daarmee ook de kansen onbenut laten om hun eigen land vooruit te helpen. De internationaal gerenommeerde migragtiespecialist Paul Collier pleit daarom voor gecontroleerde migratie waardoor bijvoorbeeld Afrikaanse jongeren in Europa tijdelijk ervaring kunnen opdoen en die ervaring na hun terugkeer ten goede laten komen van hun eigen land. Collier wijst (in een interview met Knack) op het voorbeeld van Soedan: er werken méér Soedanese dokters in Londen dan in heel Soedan. Nadat een arm land als Soedan hun opleiding heeft bekostigd worden ze met het vooruitzicht van hoge salarissen naar Engeland gelokt, een regelrechte schande vindt Collier. Zijn besluit: “Wij zouden geschoolde mensen naar Afrika moeten sturen en meer jonge Afrikanen moeten opleiden, op voorwaarde dat ze na hun studie terugkeren.” Uit eigen ervaring weet ik dat de meeste vluchtelingen zich onwaarschijnlijke illusies maken over wat hen in Europa – of het Verenigd Koninkrijk – te wachten staaat. Informatiecampagnes in de landen van herkomst zouden de kandidaat-migranten minstens moeten voorbereiden op de harde realiteit. Misschien het bescheiden begin van een realistischer en humaner nieuwe Europese migratiepolitiek met op termijn legale migratiekanalen.

Paul Collier

Dat we de migratiestroom door wetten en patrouilleboten zullen tegenhouden is een illusie. Zelfs Herman De Croo – geen linkse jongen – is daarvan overtuigd geraakt. Maar door legale, gecontroleerde immigratie in veilige omstandigheden onmogelijk te maken krijgen we wat we nu meemaken: slavenhandel en folteraars in Lybië, duizenden doden op de Middellandse Zee en massa’s jongeren die met de illusie van de hoop op een beter leven door de straten van Europa dolen.

Johan Depoortere

Een kortere versie van dit artikel verscheen eerder in De Morgen

January 25, 2018 at 12:04 pm 1 comment

BARS ALS KOLONIAAL ERFGOED IN MAROKKO

Bar Terminus

 

door Lucas Catherine

Fransen hebben stijl, ook als ze koloniseren. Welke stijl, is wat anders. In Marokko hebben ze de Arabisance ingevoerd. Dat is kort gezegd hun versie van Arabische architectuur, en die is volgens hen mooier dan het originele. Ze lieten zich daarbij niet inspireren op de lokale Noord-Afrikaanse bouwtraditie, maar gingen te leen bij de Fatimiden in Kairo.

Ze deden dat op een manier die aan de toekomstige Art-Deco doet denken. Ze bouwen een bank, een kazerne of een pompstation en decoreren die met elementen die zij ‘echt en beter Arabisch’ vinden dan wat de Arabieren zelf hebben ontworpen.

Neem dit bankgebouw in Rabat

Bank Rabat

of een kazerne

Bar Officieren

Pompstation

Zelfs dit pompstation moest Arabisch

 De stijl kende in Marokko zijn hoogtepunt in de jaren 1900-1930. En daarna kwam de echte Art-Deco, vooral in de periode voor en na de Tweede Wereldoorlog, toen de kolonisatie haar hoogtepunt kende. Je vindt die terug in Casablanca, Rabat en vooral in Kenitra, een stad die de Fransen zelf aan de monding van de Marokko’s grootste rivier, de Sebou hebben ontworpen. Gevels genoeg om er een toeristisch circuit mee te vullen. Maar binnenin nu vooral omgebouwd tot fletse kantoren. Waar je wel nog Art-Deco-interieurs kan bewonderen zijn de bars. Je stapt er zo in het provinciale Frankrijk van de jaren 1950.

Nu heb ik iets met Marokkaanse bars, al of niet in Art-Deco. Mijn vrouw zegt: drop hem in om het even welk bled en binnen het kwartier heeft hij een bar gevonden. En zij kan het weten, want ze doet niets liever dan er met mij iets te drinken. Zij een Ricard, ik een lokale pils. Stork, het bier van het werkvolk. De middenstand drinkt liever Flag Spéciale en de Bobo’s en toeristen Casablanca. Dat laatste bier is niet aan mij besteed, maar is voor klanten van luxe bars die geld teveel hebben. Verder zijn er de verloederde, louche bars van beroepsalkoliekers die de lege flessen op tafel voor zich uitstallen en tenslotte mijn soort bars, die van de lokale middenstand: commerçanten, ambtenaren en dat soort volk. Daar kan je trouwens beter eten dan op restaurant. In Rabat is er zo een met de beste kleine brochettes van heel Marokko en Brussel. Goed gemarineerd, met een dipsausje van tomaat, lichtjes pikant en opgefrist met koriander. Vijf dirham (= o,4 Euro) per stuk. Als je goed zoekt vind je hem bij Place Petri (sorry, voor de koloniale naam, het plein heet nu anders, maar ja, ik heb het hier over erfgoed).
Er is een verschil tussen bars als erfgoed van de Fransen en die achtergelaten door de Spanjaarden die het noorden van Marokko (de streek rond Tetuan) koloniseerden. In de Franse bars is het net of je het Frankrijk van de jaren 1950 binnen stapt. De tapa’s zijn er te betalen. In de Spaanse is minder Art-Deco, maar de tapa’s zijn er wel gratis.

Daar, aan de Middellandse Zee, ligt mijn lievelingsbar aan de kust van Tetuan, in Martil. Bar de la Playa.
Het is niet alleen mijn lievelingsbar. Een van de grootste nog levende Arabische dichters, de Irakees Saady Yusuf schreef er zelfs een gedicht over. Een fragment:

Wij waren onlangs in Martil

Tussen het blauw, het blauw en het wit,

Tussen de zee en het strand

Tussen een glas en nog een glas

Waren we welkom in een oude bar

Uit de tijd van de Spanjaarden…
Als je er twee pinten drinkt heb je gegeten, zegt mijn vriend Mohamed. Want het rijtje tapa’s is indrukwekkend: linzen, tuinbonen in tomatensaus, gefrituurde sardientjes of ansjovis, artisjok, al naar gelang het humeur van de kok. Want bars hebben bijna altijd een kok.

Het aantal bars vermindert. Ieder jaar moet ik er schrappen uit mijn lijstje. Dat komt door de religieuze, fundamentalistische partij die er aan de macht is, alla ná de koning natuurlijk. Terwijl die Mohamed VI vroeger wel een andere reputatie had. Ik herinner mij nog de verhalen van toen hij nog kroonprins was en de nacht doorbracht met rijkeluiszoontjes en kompanen uit de Golf in een bar die niet voor niets Amnésia heette. Het Sodoma en Gommora van Rabat in het begin van de jaren negentig.
Bijna alle bars die ik ken hebben een eigen verhaal en geschiedenis. Als voorbeeld geef ik mijn laatste ontdekking: Bar Continental in Kenitra.

Bar Continental

Kenitra is zoals ik daarnet al schreef gesticht door de Franse kolonisator. In 1942 werd ze door de marine van de VS veroverd op het Franse, met de Nazis collaborerende Vichy regime en van toen af was er ook een grote Amerikaanse basis, die officieel in 1977 aan de Marokkanen werd overgedragen. Kenitra is in Marokko vooral bekend om zijn grote gevangenis voor politieke opposanten. Vuile tongen beweren dat de Amerikanen er zich nog altijd thuis voelen en de basis gebruikten voor een eerste ondervraging cum marteling van jihadisten op weg naar Guantanamo. Daarnaast hebben de Amerikaanse mariniers er ook het barwezen ondersteund. En zo kom ik bij mijn verhaal over Bar Continental. We kwamen binnen langs een twintig meter lange zinc waaraan schouder aan schouder klanten zaten. De tapa’s waren voor een keer vegetarisch: slaatjes en radijzen. Het was het seizoen.

Continental Zinc

 

Verder een grote zaal met tafels en stoelen, de grootte van een kleine parochiezaal. Aan de muur drie grote olieverfschilderijen, drie meter op drie, met Amerikaanse thema’s. Onder andere het Capitool.

Toen de barman zag dat we foto’s namen, toonde hij ons nog een tweede, even grote zaal die nu dicht was. Ze werd alleen gebruikt voor evenementen. Daar hingen een twintigtal schilderijen met zichten op Marokkaanse steden. Raar, maar de wanden waren gekromd, en er waren kleine nepraampjes in aangebracht, net of je in de romp van een vrachtvliegtuig za

Vliegtuigzaal

Indertijd, het moet 1948 geweest zijn, toen de bar nog eigendom was van een Française, vertelde de barman had een marinier brand gesticht en de bar was gedeeltelijk verwoest. Om geen kweddellen te krijgen met de Marokkaanse overheid en de Française hadden de Amerikanen voorgesteld de bar op hun kosten her op te bouwen. Vandaar die vliegtuigromp en die Amerikaanse schilderijen.

Vroeger heb ik er ooit aan gedacht om een Beerdrinkers Guide to Morocco te schrijven. Nu denk ik aan een reisgids voor Marokko rond koloniaal erfgoed, in casu bars. Alhoewel, is het de moeite? Zoals alle koloniaal erfgoed wordt het niet meer onderhouden. De enige bar op mijn lijstje dat teruggaat tot de jaren 1980 die werd gerestaureerd is Bar Terminus in Rabat. Het portret van de Koning hangt er nu tussen foto’s van popsterren uit de jaren ’70 en ’80.

(zie foto bovenaan).

 

 

May 11, 2017 at 10:21 am Leave a comment

HET CONGOLESE VERLEDEN VAN DE PVDA

door Walter Zinzen

‘Waarom wordt alles wat extreemrechts doet steeds onder de loep gelegd en is dat niet het geval voor extreemlinks?’, vroeg de Antwerpse burgemeester zich onlangs af. Het moet een retorische vraag geweest zijn, want hij kent het antwoord natuurlijk maar al te goed. Vlaams Belang is een voor racisme veroordeelde partij, die niet tot inkeer is gekomen. Van de PVDA daarentegen kan je veel slechts denken, maar racistisch is ze niet. En ze is de beginselen van de parlementaire democratie toegedaan.

Voor deze partij is een cordon sanitaire overbodig, hoewel Gwendolyn Rutten (Open VLD), Bart De Wever (N-VA) en Rik Torfs daar kennelijk geen bezwaar tegen zouden hebben. Bij de SP.A zijn er lieden, zoals voorzitter Crombez, die overwegen om niet alleen samen met Groen, maar ook met de PVDA naar de kiezer te trekken. Dat lokt dan weer verontwaardigde reacties uit bij andere SP.A’ers: de PVDA heeft contacten met Noord-Korea en vindt Castro geen dictator, met die partij mag niet worden samengewerkt. Waarop de PVDA-voorzitter dan weer zucht dat hij verlost wil worden van de schaduw van het verleden. Daar willen we hem graag in volgen. Laten we dus even naar dat verleden kijken.

Ludo Martens in 1979

Ludo Martens in 1979

Toen Amada (Alle Macht aan de Arbeiders) op een congres in 1979 vervelde tot Partij van de Arbeid, stelde voorzitter Ludo Martens een gastspreker voor: Laurent-Désiré Kabila, vader van de huidige Congolese president Joseph Kabila. Martens zou later een boek publiceren over Kabila de oude, om aan te tonen dat die een echte revolutionair was, een nieuwe Lumumba (in de dagboeken van Che Guevara, die zijn revolutie naar Congo probeerde te exporteren, wordt Kabila evenwel een hoerenloper, dronkenlap en luiaard genoemd). Toen zijn idool in 1997 dictator Mobutu opvolgde als Congolees staatshoofd, verkaste Martens naar Kinshasa om er Kabila te adviseren. Hij slaagde erin de woede op te wekken van Louis Michel (MR), toen Belgisch minister van Buitenlandse Zaken, wegens ‘anti-Belgische’ drijverijen. Kabila werd in 2001 vermoord en Martens overleed in 2011.

Laurent-Desire Kabila

Laurent-Desire Kabila

Als de kans om op het Schoon Verdiep een nieuwe bewoner te installeren groter is met de PVDA erbij, tja, dan moet het maar.

Behoort dit alles tot een verleden dat huidig voorzitter Mertens niet met zich wil meeslepen? Geenszins. Voor de PVDA van vandaag is ook zoon Kabila een volgeling van Patrice Lumumba, die streeft naar échte onafhankelijkheid. Dat diezelfde Kabila van Congo een graailand heeft gemaakt om zichzelf en zijn familie schaamteloos te verrijken (zoals in een uitvoerig gedocumenteerde studie van Bloomberg onlangs is aangetoond) zal de lezer van het partijblad Solidair niet te weten komen. Zoals ook de moorden, folteringen en willekeurige arrestaties door Kabila’s veiligheidsdiensten onbesproken blijven. Dat is allemaal westerse propaganda. Net zoals wijlen Martens de misdaden van Stalin nazipropaganda noemde, die nadien door het Westen is overgenomen. Martens was trouwens een verwoede vijand van Fidel Castro, die volgens hem een bondgenoot was van de ‘valse communisten’ in Moskou. Wat dat betreft is er wel degelijk een breuk met het verleden.

De vraag is of dit soort aberraties een bondgenootschap met andere linkse partijen onmogelijk moet maken. Een aanbeveling is het zeker niet, maar op gemeentelijk vlak zal het niet zoveel uitmaken wat de PVDA over Congo en andere buitenlanden denkt. In Borgerhout bestuurt de partij nu al mee, kennelijk tot tevredenheid van de partners. Maar wie overweegt het bed te delen met de PVDA moet wel goed weten wat voor vlees hij in de kuip heeft. En moet, vooral, nagaan of een samenwerking niet meer kiezers verjaagt dan aantrekt. En of coalities met bijvoorbeeld CD&V nog mogelijk zijn. Zeker in Antwerpen is dat geen overbodige vraag. Maar als blijkt dat de kans om op het Schoon Verdiep een nieuwe bewoner te installeren groter wordt met de PVDA erbij , tja, dan moet het maar. ‘Restafval’, het zou wel eens een geuzennaam kunnen worden.

dit stuk verscheen in De Standaard, vrijdag 6.1

January 6, 2017 at 2:54 pm Leave a comment

SINT-DYNASTIE

 

leopold15nov_new

door Lucas Catherine

15 november: dag der dynastie, ingesteld door Leopold II op de dag van zijn patroonheilige.

De Heilige Leopold is onder meer de patroonheilige van de Overspelige Echtgenoten. Op aanwijzing van de Heilige Maagd vond de Heilige Leopold de sluier van zijn vrouw terug in een bos.

Vandaar deze foto van onze Leopold II en zijn bekendste maitresse: Blanche ook bekend als de barones de Vaughan.

November 15, 2016 at 10:02 am 1 comment

RADICALISATIE VAN EEN BOURGEOIS: MAURICE CALMEYN IN CONGO

Calm 1

 

door Lucas Catherine

 

Een man staat in de brousse van Noord Congo. Het geweer in de hand. Zijn fox-terrier naast hem. Hij speurt naar een verre olifant. Zijn hondje kijkt hem aan. De man bekijkt de fox-terrier, die heeft: “de oortjes gespitst, de oogjes vol passie, rillingen over zijn lijfje en zijn neusje in de wind. Soms heft hij zijn kop op alsof hij mij vraagt: ‘jij die groter bent dan ik en boven het gras kan kijken, zie jij daar geen wild?’”.

Calmeyn beschrijft zijn hondje in 1908, aan de boorden van de Uele-rivier. De vergelijking met Kuifje dringt zich op, maar Bobbie zal pas twintig jaar later een stripfiguur worden. De scène komt uit  zijn boek: Au Congo.  Calmeyn, een vergeten figuur en een weggemoffeld boek. Dat hij ‘vergeten’ werd ligt misschien aan de titel van het boek dat hij in 1912 publiceerde: Au Congo belge: chasses à l’éléphant, les indigènes, l’administration. Een boek over de jacht op olifanten, maar veel meer.
Maurice Calmeyn, half Brusselaar en daar rijke bourgeois en half De Pannenaar en daar groot-grondbezitter is van opleiding landbouwingenieur en wil als toerist op olifantenjacht in Congo. In de beschrijving die hij geeft van zijn reis van acht maanden (1908) speelt de jacht de hoofdrol – een olifant schiet je het best boven het oor in de schedel, altijd prijs! , en van op 10 meter, anders ben je geen jager maar een dierenbeul- . Maar in het boek duiken vooral kritische noten over de kolonisatie op. Geen hond die er naar luisterde, behalve zijn fox-terrier.

 

Calm 2

 Ook de grote critici van de Congo Vrijstaat: Vangroenweghe met zijn Rood Rubber (1985) of Delathuy’s De Congostaat van Leopold II (1989) verwijzen niet naar Calmeyn. Nochtans vond de Bibliothèque nationale de France het de moeite waard om door Hachette het boek in facsimilé te laten heruitgeven.

Calmeyns oordeel over Leopold II is verpletterend: “Het is spijtig dat de soeverein van Congo een deel van de Belgische en buitenlandse pers heeft omgekocht, maar het is nog erger dat hij bepaalde politici heeft gedegradeerd tot zijn slippendragers en dat die nu geen enkele waardigheid of onafhankelijkheid meer tonen in het parlement. Nu ik dit schrijf weet ik dat men mij een gebrek aan loyauteit aan de koning zal verwijten. Het kan me niets schelen.” “Ministers en politici leggen het landsbelang naast zich neer en verworden tot lakeien van de Kroon. Veel van hen worden voor hun slaafse dienstbaarheid beloond met adellijke titels of postjes in de haute-finance, iets wat ze anders nooit hadden kunnen bekomen.”

Als landbouwingenieur is hij deskundig genoeg om een vernietigend oordeel uit te spreken over de rubberpolitiek: “In Bima heb ik in aanwezigheid van een landbouwinspecteur een plantage bezocht die zes jaar daarvoor was aangelegd, met duizenden aangeplante rubberlianen. Met moeite heb ik er één gevonden die nog niet was afgestorven.”

“Hele bevolkingen worden het woud in gestuurd om rubber te oogsten en kwasi permanent in het woud te kamperen, zonder nog voor zichzelf iets te kweken en dit zonder echte schuilplaats, ze zijn ondervoed.” “De lokale bevolking is niet meer in staat om rubber aan te voeren, alle lianen in de streek zijn weg, kapot geoogst en dus zal men daar tegen de bevolking een politionele actie organiseren.” “Zo een ‘politionele actie’ leidde vaak tot grote opstanden. Het is zo dat de Bangala’s de concessies van de Anversoise in de jaren 1899, 1900, 1901 in vuur en vlam hebben gezet.” “Met stelligheid kan ik beweren dat de bevolking nu veel meer afziet dan in de tijd van de Arabieren… Je mag niet vergeten dat deze ‘Arabische veroveraars’ overal plantages van allerlei voedselculturen hadden aangelegd en dat de lokale bevolking hier alle baat bij vond. Nu zijn die plantages verdwenen en is er niets in de plaats gekomen… Het is spijtig dat er nooit een onpartijdige geschiedenis is geschreven van de aanwezigheid van de Zanzibari Arabieren en van alles wat ze daar hebben gecreëerd.”

 

Calm 3

Calmeyn schrijvend in zijn tent

 

“Wij zullen nog lang en veel werk hebben om de wonden te helen die Leopold II en zijn zakenpartners hebben geslagen.”

“Miljoenen zwarten worden door het koloniaal bestuur geminacht en draaien iedere dag op voor de fouten en de onbekwaamheid van de ambtenaren, tot natuurlijk het moment komt dat ze onvermijdelijk in opstand zullen komen.”

“Na mijn twee reizen ben ik tot de conclusie gekomen dat de Vrijstaat alleen maar aan zijn onmiddellijk eigenbelang heeft gedacht en nooit aan de toekomst van Congo.” “Hier werd systematisch geplunderd door zowel de Vrijstaat als door commerciële bedrijven.”

 

Calm 4

 Maar we hebben daar toch ‘de beschaving’ gebracht, vooral dankzij de missionarissen, of niet?
“De kwestie is niet of onze morele principes superieur zijn aan die van de inboorlingen, maar wel of ze op een betere manier gaan leven als ze onze principes aannemen. Wel, ik kan u verzekeren dat geen enkel contact met missionarissen, katholiek of protestant, ze moreel beter heeft gemaakt.”

“Deze missionarissen vormen een staat binnen de staat, erger nog een staat boven de staat.”

“Ze verspillen hun tijd met de zwarten de catechismus bij te brengen en om hun mooie eigen gezangen te vervangen met van die verschrikkelijke kerkelijke hymnen. Ze zitten nog altijd in de tijd van de Reformatie en steken al hun tijd in aanvallen tegen Protestantse missionarissen of ongelovige Europeanen.”
“De staat zou eigen scholen moeten oprichten waarin de Congolezen een vak leren want zowel de staat als de firma’s hebben nood aan lokale bedienden die kunnen lezen, schrijven en rekenen, vakmensen als metsers, timmerlui, smeden of mecaniciens. Als je het resultaat van de missiescholen bekijkt dan is op dit vlak het resultaat nul.”

“Het ergste is dat de staat met geweld nog altijd kinderen naar de missiescholen brengt en de religieuzen het recht geeft om die tot hun twintig, vijfentwintig uit te buiten. En als ze vluchten stuurt men het leger op hen af.”

Calm 5

Al deze citaten dateren uit 1912 jaar waarin zijn boek verscheen. Zijn kritiek op de kolonisatiepolitiek voert hem ook naar steeds radicalere kritiek op het kapitalistische systeem in België. Hij eindigt zijn carrière als communist.
Hij sticht twee coöperatieven in De Panne en een lekenschool voor vissers- en arbeiderskinderen. Het grootste gedeelte van zijn grond aan de Westkust (118ha) schonk hij aan de gemeenschap en het Museum voor Schone Kunsten kreeg zijn collectie fauvistische schilderijen.
Net voor zijn dood wordt hij de voornaamste financier van de film Misère au Borinage (van Joris Ivens en Henri Storck). Hij zal de film nooit zien, hij sterft de dag van de première.

Wie zijn grafmonument op het kerkhof van De Panne bezoekt, – het torent hoog uit boven al de katholieke kruisen-, merkt direct dat hij Vrijmetselaar en communist was.

Een zuil met daarop de buste van een vrouw, Marianne symbool van la Liberté. Boven haar hoofd de maçonnieke driehoek, op haar borst de Soviet ster, aan haar voeten de slogan Egalité en links en rechts van haar twee grote hamer- en sikkelversieringen.

 

 Calm 6

Is hij vergeten omdat hij zo negatief deed over het ‘genie’ Leopold II of omwille van zijn communisme? Want het spook van het communisme heeft ook in Congo rond gewaard. Met de onafhankelijkheid van Congo grensde het zelfs aan blanke paranoia: Lumumba, communist! Mulele, communist! U moet er maar het propagandaboekje van het ministerie over nalezen: La Pénétration communiste au Congo door Pierre Houart (1960), prof aan de Université catholique de Louvain. Katholieken en communisten, het ging toen nog minder te samen dan in de tijd van Maurice Calmeyn.

 

Meer over Maurice Calmeyn in : Lucas Catherine, Kongo een voorgeschiedenis, dat in het najaar bij uitgeverij EPO verschijnt.

September 5, 2016 at 4:13 am 1 comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,558 other followers