Posts filed under ‘Afrika’

RADICALISATIE VAN EEN BOURGEOIS: MAURICE CALMEYN IN CONGO

Calm 1

 

door Lucas Catherine

 

Een man staat in de brousse van Noord Congo. Het geweer in de hand. Zijn fox-terrier naast hem. Hij speurt naar een verre olifant. Zijn hondje kijkt hem aan. De man bekijkt de fox-terrier, die heeft: “de oortjes gespitst, de oogjes vol passie, rillingen over zijn lijfje en zijn neusje in de wind. Soms heft hij zijn kop op alsof hij mij vraagt: ‘jij die groter bent dan ik en boven het gras kan kijken, zie jij daar geen wild?’”.

Calmeyn beschrijft zijn hondje in 1908, aan de boorden van de Uele-rivier. De vergelijking met Kuifje dringt zich op, maar Bobbie zal pas twintig jaar later een stripfiguur worden. De scène komt uit  zijn boek: Au Congo.  Calmeyn, een vergeten figuur en een weggemoffeld boek. Dat hij ‘vergeten’ werd ligt misschien aan de titel van het boek dat hij in 1912 publiceerde: Au Congo belge: chasses à l’éléphant, les indigènes, l’administration. Een boek over de jacht op olifanten, maar veel meer.
Maurice Calmeyn, half Brusselaar en daar rijke bourgeois en half De Pannenaar en daar groot-grondbezitter is van opleiding landbouwingenieur en wil als toerist op olifantenjacht in Congo. In de beschrijving die hij geeft van zijn reis van acht maanden (1908) speelt de jacht de hoofdrol – een olifant schiet je het best boven het oor in de schedel, altijd prijs! , en van op 10 meter, anders ben je geen jager maar een dierenbeul- . Maar in het boek duiken vooral kritische noten over de kolonisatie op. Geen hond die er naar luisterde, behalve zijn fox-terrier.

 

Calm 2

 Ook de grote critici van de Congo Vrijstaat: Vangroenweghe met zijn Rood Rubber (1985) of Delathuy’s De Congostaat van Leopold II (1989) verwijzen niet naar Calmeyn. Nochtans vond de Bibliothèque nationale de France het de moeite waard om door Hachette het boek in facsimilé te laten heruitgeven.

Calmeyns oordeel over Leopold II is verpletterend: “Het is spijtig dat de soeverein van Congo een deel van de Belgische en buitenlandse pers heeft omgekocht, maar het is nog erger dat hij bepaalde politici heeft gedegradeerd tot zijn slippendragers en dat die nu geen enkele waardigheid of onafhankelijkheid meer tonen in het parlement. Nu ik dit schrijf weet ik dat men mij een gebrek aan loyauteit aan de koning zal verwijten. Het kan me niets schelen.” “Ministers en politici leggen het landsbelang naast zich neer en verworden tot lakeien van de Kroon. Veel van hen worden voor hun slaafse dienstbaarheid beloond met adellijke titels of postjes in de haute-finance, iets wat ze anders nooit hadden kunnen bekomen.”

Als landbouwingenieur is hij deskundig genoeg om een vernietigend oordeel uit te spreken over de rubberpolitiek: “In Bima heb ik in aanwezigheid van een landbouwinspecteur een plantage bezocht die zes jaar daarvoor was aangelegd, met duizenden aangeplante rubberlianen. Met moeite heb ik er één gevonden die nog niet was afgestorven.”

“Hele bevolkingen worden het woud in gestuurd om rubber te oogsten en kwasi permanent in het woud te kamperen, zonder nog voor zichzelf iets te kweken en dit zonder echte schuilplaats, ze zijn ondervoed.” “De lokale bevolking is niet meer in staat om rubber aan te voeren, alle lianen in de streek zijn weg, kapot geoogst en dus zal men daar tegen de bevolking een politionele actie organiseren.” “Zo een ‘politionele actie’ leidde vaak tot grote opstanden. Het is zo dat de Bangala’s de concessies van de Anversoise in de jaren 1899, 1900, 1901 in vuur en vlam hebben gezet.” “Met stelligheid kan ik beweren dat de bevolking nu veel meer afziet dan in de tijd van de Arabieren… Je mag niet vergeten dat deze ‘Arabische veroveraars’ overal plantages van allerlei voedselculturen hadden aangelegd en dat de lokale bevolking hier alle baat bij vond. Nu zijn die plantages verdwenen en is er niets in de plaats gekomen… Het is spijtig dat er nooit een onpartijdige geschiedenis is geschreven van de aanwezigheid van de Zanzibari Arabieren en van alles wat ze daar hebben gecreëerd.”

 

Calm 3

Calmeyn schrijvend in zijn tent

 

“Wij zullen nog lang en veel werk hebben om de wonden te helen die Leopold II en zijn zakenpartners hebben geslagen.”

“Miljoenen zwarten worden door het koloniaal bestuur geminacht en draaien iedere dag op voor de fouten en de onbekwaamheid van de ambtenaren, tot natuurlijk het moment komt dat ze onvermijdelijk in opstand zullen komen.”

“Na mijn twee reizen ben ik tot de conclusie gekomen dat de Vrijstaat alleen maar aan zijn onmiddellijk eigenbelang heeft gedacht en nooit aan de toekomst van Congo.” “Hier werd systematisch geplunderd door zowel de Vrijstaat als door commerciële bedrijven.”

 

Calm 4

 Maar we hebben daar toch ‘de beschaving’ gebracht, vooral dankzij de missionarissen, of niet?
“De kwestie is niet of onze morele principes superieur zijn aan die van de inboorlingen, maar wel of ze op een betere manier gaan leven als ze onze principes aannemen. Wel, ik kan u verzekeren dat geen enkel contact met missionarissen, katholiek of protestant, ze moreel beter heeft gemaakt.”

“Deze missionarissen vormen een staat binnen de staat, erger nog een staat boven de staat.”

“Ze verspillen hun tijd met de zwarten de catechismus bij te brengen en om hun mooie eigen gezangen te vervangen met van die verschrikkelijke kerkelijke hymnen. Ze zitten nog altijd in de tijd van de Reformatie en steken al hun tijd in aanvallen tegen Protestantse missionarissen of ongelovige Europeanen.”
“De staat zou eigen scholen moeten oprichten waarin de Congolezen een vak leren want zowel de staat als de firma’s hebben nood aan lokale bedienden die kunnen lezen, schrijven en rekenen, vakmensen als metsers, timmerlui, smeden of mecaniciens. Als je het resultaat van de missiescholen bekijkt dan is op dit vlak het resultaat nul.”

“Het ergste is dat de staat met geweld nog altijd kinderen naar de missiescholen brengt en de religieuzen het recht geeft om die tot hun twintig, vijfentwintig uit te buiten. En als ze vluchten stuurt men het leger op hen af.”

Calm 5

Al deze citaten dateren uit 1912 jaar waarin zijn boek verscheen. Zijn kritiek op de kolonisatiepolitiek voert hem ook naar steeds radicalere kritiek op het kapitalistische systeem in België. Hij eindigt zijn carrière als communist.
Hij sticht twee coöperatieven in De Panne en een lekenschool voor vissers- en arbeiderskinderen. Het grootste gedeelte van zijn grond aan de Westkust (118ha) schonk hij aan de gemeenschap en het Museum voor Schone Kunsten kreeg zijn collectie fauvistische schilderijen.
Net voor zijn dood wordt hij de voornaamste financier van de film Misère au Borinage (van Joris Ivens en Henri Storck). Hij zal de film nooit zien, hij sterft de dag van de première.

Wie zijn grafmonument op het kerkhof van De Panne bezoekt, – het torent hoog uit boven al de katholieke kruisen-, merkt direct dat hij Vrijmetselaar en communist was.

Een zuil met daarop de buste van een vrouw, Marianne symbool van la Liberté. Boven haar hoofd de maçonnieke driehoek, op haar borst de Soviet ster, aan haar voeten de slogan Egalité en links en rechts van haar twee grote hamer- en sikkelversieringen.

 

 Calm 6

Is hij vergeten omdat hij zo negatief deed over het ‘genie’ Leopold II of omwille van zijn communisme? Want het spook van het communisme heeft ook in Congo rond gewaard. Met de onafhankelijkheid van Congo grensde het zelfs aan blanke paranoia: Lumumba, communist! Mulele, communist! U moet er maar het propagandaboekje van het ministerie over nalezen: La Pénétration communiste au Congo door Pierre Houart (1960), prof aan de Université catholique de Louvain. Katholieken en communisten, het ging toen nog minder te samen dan in de tijd van Maurice Calmeyn.

 

Meer over Maurice Calmeyn in : Lucas Catherine, Kongo een voorgeschiedenis, dat in het najaar bij uitgeverij EPO verschijnt.

September 5, 2016 at 4:13 am 1 comment

ZEEP & SANSEVERIA’S

 

D31_0038, 22-08-2003, 09:14,  8C, 2766x4318 (719+1586), 88%, afficheextraza, 1/120 s, R61.0, G42.2, B59.5

 

door Lucas Catherine

 
In de goeie ouwe tijd toen het werkvolk in huis nog geen kraantjes met warm water ter beschikking had, zelfs geen badkuip, werd ik iedere zaterdag gewassen in de waskuip waarin mijn moeder ook het linnen waste. Zowel het ondergoed als ikzelf werden gewassen met zunlicht zeep, onze Brabantse uitspraak van Sunlightsoap.

En die zeep kwam uit de Kongo, of toch de palmolie waarmee ze werd gemaakt. Ze was een van de producten van Baron Zeep. Zo werd in Brussel en omstreken Lord Lever (ja, de man achter het huidige Unilever) genoemd. Later werd dit een scheldwoord voor een ‘nouveaux riche’ die op slinkse manier stinkend rijk is geworden. Hij was indertijd zijn carrière begonnen in de kleine Noordengelse havenstad Sunlight, die hij zelf stichtte (bij Liverpool). Zijn fortuin maakte hij echter in de Kongo en wel dankzij ondermeer socialistenleider Emile Vandervelde die in hem een ideale paternalistische kapitalist zag. Vandervelde, groot criticus van de plundertechnieken van Leopold II verklaarde dan ook in het parlement “De dag dat Mister Lever in Kongo zal zijn, zal het een groot voordeel zijn voor de inboorlingen.” Volgens hem paste Lever perfect in zijn theorie van ‘socialistische kolonisatie’.

Zijn fortuin maakte Lever met de Huileries du Congo belge en de Raffinerie du Congo belge. En de socialisten werden beloond met een zitje in de raad van bestuur, met name de politicus Louis Bertrand, een van de stichters in 1885 van de Belgische Werkliedenpartij. De Gentse Luc Van den Bossche heeft dus een illustere voorganger als het om zetelen in geldgraaiende raden van bestuur gaat. Het werd blijkbaar een partijtraditie. Arme John Crombez!
Lord Lever en zijn bedrijven kregen grote stukken van Kongo toegewezen

Lev 2

En de Zeepbaron kreeg zelfs zijn eigen stad, Leverville (nu Lusanga). Sociaal kon je zijn kolonisatie niet noemen. Hele bevolkingen werden verplaatst naar zijn arbeidskampen. De sterftecijfers liepen daar heel hoog op en zieken moesten gewoon oprotten. Het zou tot een grote opstand leiden van de Pende, het volk rond Leverville. Die waren zo woest dat zij de lokale verantwoordelijke Maximilien Balot eerst vermoordden, dan zijn lijk in stukken sneden en uitdeelden aan de verschillende Pende-leiders.

Lev 3

 

De Raffineries du Congo belge had zijn fabriek in Baasrode aan de Schelde waar de palmolie rechtstreeks uit Kongo arriveerde.

Haar hoofdkwartier was net als dit van de Huileries en de Savonnerie en nog enkele andere firma’s van de Baron Zeep in het Brusselse Lever House. Dat hoofdkwartier werd in 1922 ingericht en bestaat nog altijd. Van buiten zie je niets dat naar Kongo verwijst. Maar zodra je in de hall komt denk je dat je in het Museum van Tervuren bent.

 Lev 4

Dezelfde vloer, de zelfde marmer tegen de muren, dezelfde nissen met beelden van Kongolezen. Bij nader toekijken merk je dat alle beelden Pende voorstellen die palmnoten oogsten.

 

 

Niet alleen is het verhaal achter de rijkdom van Lord Unilever vergeten, niemand heeft bij mijn weten ooit over dit mini-Africamuseum geschreven.

Lev 5

Tot hier het verhaal van de meest winstgevende oliehoudende plant uit Kongo, de palmnoot.

Maar ook een Kongolese vetplant werd wereldberoemd, dan toch in België.

In 1893 startte broeder Justin Gillet in Kisantu een plantentuin. Bedoeling was om zoveel mogelijk planten uit Kongo in een tuin te verzamelen. Een door iedereen nu gekende plant, waarvan niemand zich nog de Kongolese origine herinnert zal zo België bereiken na een reis via de Jardin Colonial van Leopold II in Laken en de Brusselse Plantentuin, de Sanseveria. In 2011 organiseerde de Plantentuin van Meise nog een workshop volledig gewijd aan de Sanseveria.

In Kongo worden de vezels van de bladeren gebruikt om te weven. Een bepaalde soort Sanseveria levert zelfs een sap dat gebruikt werd in gifpijltjes.

Zijn massale verspreiding is echter het werk van ‘onze’ missionarissen. Die hadden geen geld. Wanneer ze overkwamen naar België was dit om te bedelen voor de missies. Officieel arm, konden zij zich geen mooie kado’s uit Kongo veroorloven voor vrienden en familie. En daar bracht de Sanseveria redding. De plant kan het weken zonder water stellen en kon dus makkelijk de reis met de Kongoboot overleven. Een ideaal geschenk. En daardoor ging hij onze raamkozijnen, café’s en parochiezalen veroveren. Het werd een typische Belgische plant waar de Nederlanders meewarig om lachen. Het weze indertijd het Simplistisch Verbond op TV of de carnavalschlager in Breda:

Mijn sanseveria staat voor het raam
En als ik binnen kom dan gaat tie staan
Het is een plantje van een meter hoog
Maar met carnaval dan staat hij altijd droog

 

Lev 6 Sanseveria

 

Van Lucas Catherine verschijnt bij uitgeverij EPO dit najaar: Kongo, een voorgeschiedenis.

 

June 23, 2016 at 3:08 pm 3 comments

WIT-ZWART FOTOGRAFIE IN KONGO

K 1 AquaBuls_NEW

door Lucas Catherine
 

Een mens houdt nogal wat brol bij en het mooie is, dat als je het lang genoeg bijhoudt het antiek wordt, of toch minstens vintage.
Zo heb ik enkele fotocamera’s teruggevonden tijdens een reshuffle van dingen die nu te oud zijn om nog weg te gooien. Met eentje, een echte Kodak heb ik zelf mijn eerste foto’s gemaakt. Het is zo een zwarte doos met als objectief een stukje  geslepen glas dat toen voor een lens doorging. Het filmrolletje was nog gedeeltelijk in papier.
En toeval bestaat niet, maar ik was net het reisboek van onze Brusselse burgemeester Charles Buls (1881-1899) in Congo aan het lezen, uit de tijd dat Congo nog Kongo was. ‘Croquis Congolais’ (1899). Zoals alle flaminganten toen schreef hij het liefst in het Frans. Hij had zo’n Kodak mee. Dat concludeer ik tenminste uit dit fragment: “Iets verder duiken twee Zwarte Eva’s op. Ze zijn nog onberoerd door de beschaving en reageren niet wanneer ik mijn Kodak op hen richt…”

 

K 2 Kodak1898

 

Dat kon dus dankzij Kodak. De fotografie had net een grote sprong gemaakt. In 1888 bracht George Eastman de eerste camera met rolfilm voor het grote publiek op de markt met de slogan: “You press the button, we do the rest!”. Of in de versie van De Nieuwe Snaar, honderd jaar later:

“Ja zo’n prachtstuk voor m’n lens

is mijn allergrootste wens

‘k hoef alleen maar goed te mikken

in de hoop dat het zou klikken.”

De camera kreeg de naam KODAK. Je kon hier honderd snapshots mee maken, dan was de filmrol op. Je stuurde dan je camera met film naar Eastman-Kodak en je kreeg je foto’s afgedrukt terug en een nieuwe camera met een nieuwe film. In 1891 volgde dan de eerste echte  losse rolfilm.

Charles Buls had dus zo’n Kodak van het allerlaatste model mee. Tien jaar eerder was dit nog niet mogelijk. Toen werkte men nog op glasplaten. Ze hadden een lange belichtingstijd nodig. De camera moest onbeweeglijk op een statief staan en ze moesten dadelijk ontwikkeld en gefixeerd worden.

 

K 3 Stanleyglas_NEW

 

De glasplaat is gebroken en in het glas is het onderschrift gegrift, zoals toen gebruikelijk was.

 

Dit kon men nog niet reproduceren in boeken. Stanley zal dan ook zijn boeken illustreren met gravures naar zijn foto’s. Het had zo zijn voordeel voor deze sensatiejournalist, ingehuurd door Leopold II om bij een groot publiek zijn kolonisatie te promoten. Hij kon daarmee zijn verhaal nog sensationeler maken, zoals met deze gravure over hoe hij omging met zijn eigen mensen.

 K 4 StanleySchiet_NEW

Ook Jerôme Becker die Karema, de eerste Belgische kolonie in Afrika had bestuurd kende dit technisch probleem toen hij in 1887 zijn boek uitgaf: La Vie en Afrique. Becker had nochtans een fotocamera en 200 glasplaten mee genomen, net als de producten voor ontwikkeling en fixering. Zijn boek is echter niet met foto’s geïllustreerd maar met tekeningen naar zijn foto’s.
In 1897 bij de Koloniale tentoonstelling in Tervuren kon dit al wel. In het begeleidend boek “L’Etat Indépendant du Congo à l’Exposition de Bruxelles” staan al enkele foto’s, maar sterk geposeerde en vooral tekeningen naar foto’s. De foto’s die Stanley twintig jaar voor Buls in Kongo maakte, trekken dan ook op niets. Dit is een van de betere:

 

K 5 Stanleyrivier_NEW

 

Een alternatief middel voor de eerste toeristen was dan ook de waterverftekening. Buls zal de twee technieken toepassen. Zijn aquarel van de stroom spreekt dan ook meer aan: zie de illustratie bovenaan dit stuk.

 

Die foto’s waren in zwart-wit, maar inhoudelijk eerder wit over zwart. Ze vertellen veel over hoe de witten over de zwarten dachten. Erg stereotiep. Neem deze – onscherp want niet op glasplaat maar met een rolfilm Kodak genomen – foto van Charles Buls: Les Eves Noires:

 


K 6 Eva's 001

De foto is dan wel flou, het stereotype is  haarscherp. Om nogmaals De Nieuwe Snaar te citeren:

“Want de angst voor het cliché

levert nooit een goed idee

Dat is het drama

In de fotografie.”

 

En het veranderde niet met de komst van de kleurfilm. Integendeel, de stereotypen werden nog groter. Ik ben het dan ook grondig oneens met Simon & Garfunkel toen die zongen: “Mama don’t take my Kodachrome away. Makes you think all the world’s a sunny day, oh yeah!”
Stereotypen in kleur zijn nog gevaarlijker dan die in zwart-wit. Doe ze weg, zoals De Nieuwe Snaar zingt:

“Als ik in mijn donkere kamer
Al die foto’s overzie
Zoek ik dikwijls naar een hamer…”

En, sorry aan De Nieuwe Snaar voor deze niet zo ortodoxe interpretatie van hun liedje.

May 22, 2016 at 4:41 pm 2 comments

KONGOBOOT

De Charlesville in Matadi

De Charlesville in Matadi

 

door Lucas Catherine
Zij waren voor mij een mysterie. In het gehucht waar ik opgroeide kwamen kindjes niet met de ooievaar. Er circuleerden twee andere versies. Ze groeiden als kolen, niet overdrachtelijk, maar letterlijk. Zoals alle werkmensen die net buiten Brussel woonden hadden wij een tuin die diende als tweede inkomen. Aardappelen voor gans het jaar; boontjes en andere groenten die met weckpotten werden ‘gesteriliseerd’ voor consumptie tijdens de winter, en wortels en kolen die werden ingegraven. Als handboek gebruikte mijn vader de zadencatalogus van de Waalse firma Gonthier, toen wereldberoemd bij alle Belgische tuinders. En daarin stond een foto waar ik geweldig onder de indruk van was. Een witte kool en een rode kool en in de krop van de ene zat het hoofdje van een witte baby, in de andere van een negertje. Kinderen kwamen uit de kool. Erg geloofwaardig want 65 jaar geleden moest fotoshop nog worden uitgevonden. Toch twijfelde ik. Ik heb als peuter massa’s kolen gezien, bij ons en in de tuinen van de buren, maar nooit een kinderkopje.

En toen diste men mij het verhaal op dat kinderen kwamen met de Kongoboot en als een vrouw een misval had dan was zij met haar kindje van de loopplank gevallen. Erg voor dat kindje en voor de moeder in het ziekenhuis. Zo iets viel minder te controleren. Alhoewel, met een vader als spoorarbeider reden wij gratis met de trein en een van onze uitstappen was naar Antwerpen sporen en daar aan het Steen kijken naar de arriverende Kongoboten.

De Kongoboot voor het Steen inn Antwerpen

De Kongoboot voor het Steen in Antwerpen

Nooit een kindje aan land zien brengen. Maar sindsdien hou ik van Kongoboten en de verhalen er rond. In België werd maar voor het eerst een Kongoboot gebouwd in 1912, door Cockerill Hoboken. Daarvoor werden ze geïmporteerd uit Engeland. Zo ook de Albertville die in 1898 naar Kongo vertrok. Hij was net in april afgeleverd door de scheepswerven van Middlesborough (UK). Het schip was 107 meter lang en 13 meter breed en in juni vervoerde hij zestig prominente gasten die in Kinshasa de eerste spoorlijn van Kongo gingen inhuldigen. Een verhaal dat ik elders ga vertellen.

De reis duurde 21 dagen. En dat gaat wel vervelen. En wat doe je dan. Drinken! Soms doe ik wel eens research en zo ben ik op de aantekeningen van de barman gestoten. Er werd wat afgedronken. De barman van de boot heeft wat er aller-retour werd opgedronken mooi opgelijst:
4.000 flessen Saint-Emilion 1892.
1.200 flessen Château Roques 1897
een paar duizend ‘goedkope’ rode Bordeaux en Bourgogne.
2.500 flessen witte wijn (Moesel, Rijn, Sauternes)
3.000 flessen Champagne, van het huis F.Secondé, champagne fabrikant in Sillery. Nog altijd een bekend Champagne merk. Die had indertijd een expeditie van Stanley mee gesponsord en daar waren de Belgen hem nog altijd dankbaar voor.
Verder:
300 flessen Fine (Cognac)
200 flessen Oud-Hasseltse Jenever
enkele honderden flessen apertiefdranken en pousse-cafés.
1000 flessen oude Porto (cru 1847 en 1865)
en duizenden flessen bier, gaande van bock tot geuze-lambiek.

Kongoboot_2  Een vlugge schatting levert dan ook zes flessen per passagier per dag.
En zatte mensen vertellen flauwe moppen. Op die reis zat ook een verslaggever van wat toen de Vlaamse kwaliteitskrant was: Het Laatste Nieuws, Camille Verhé en toen ze de Kongo opvaarden waren de passagiers aan het drinken en aan het eten. De Kongolezen op de oever begroetten hen al dansend en Verhé schrijft dan: “Weet gij wat het verschil is tusschen die negertjes en ons? – ? – Die ventjes spelen buiten en wij…spelen binnen.” Waarschijnlijk na zijn zesde fles.
Wat ze te eten kregen weet ik niet. Wel wat ze later, in de jaren 1930 op de Leopoldville te eten kregen. Dankzij een menu uit ons familie-archief. Dit is de menukaart van 31 januari 1937. Ik geef voor wie niet thuis is in de geschriften van Antonin Carême of Auguste Escoffier de basisingrediënten:

Menukaaart van de Leopoldville in de jaren 30

Menukaaart van de Leopoldville in de jaren 30

L’Orange Persanne
Koude schijfjes sinaasappel overgoten met een saus op basis van ingekookte suiker, azijn en sinaassap met daarin de zeste van de sinaasappel, die daarna in kleine stripjes wordt gesneden.

Le Bisque de Langoustines Cleveland
Een klassieke bisque waarin de cognac vervangen wordt door Bourbon (al dan niet uit Cleveland)

Les Paupiettes de Sole Bosniaque
Tongrolletjes bereid met ui, wortel, champignons, truffels, witte wijn en een toets paprika.

La Croustade de Riz de Veau Pétrograd
Riz de Veau in bladerdeeg, bereid met een fond, witte wijn en op het einde met een klein glas vodka.

La Selle d’Agneau Windsor
Schaap gevuld met boter, peterselie en een droge Duxelles (gesnipperde champignons met ui en kruiden).

Le Chapon du Mans Orléandais
Een kapoen (of gewoon een Mechelse koekoek) klaar gemaakt met ui, wortel, look, tomaat, vinaigre d’Orléans, room en een bussel dragon.

La Chaumière Suisse
Zwitserse kaas gepresenteerd op een bed van stro.

Le Gateau Léopoldville
Een Matadi-taart (met zwarte chocolade en crème fraiche)

La coupe de Fruits

Le Moka

Als ik teveel gegeten heb dan droom ik niet van Welsh Rarebit zoals indertijd de stripfiguur van Winsor McCay maar van Matadi en Kongoboten.
Van Lucas Catherine verschijnt dit najaar bij uitgeverij EPO het boek: Kongo, Wit over Zwart (1608-1898).

March 3, 2016 at 2:49 pm Leave a comment

ART-DECO IN CONGO

 

Art Deco in ivoor

Art Deco in ivoor

door Lucas Catherine

 

Art-Déco het zei mij vroeger niet veel, dan liever Art Nouveau. Ondertussen ben ik van gedacht veranderd: door de BBC-reeks over Hercules Poirot. Onmogelijke plots, maar prachtige Art-Déco decors, beter dan een documentaire over die stijl. En ook doordat ik nu al jaren in een Art-Déco gebouw woon. En gewoonte stimuleert de liefde.
Nu is er wel een overgangsperiode tussen die twee stijlen. Dat komt omdat de Duitse en Weense Art-Nouveau, hun Jugendstil nog voortleefde als wij in België al Art-Déco hadden. Een eenvoudig middel om te bepalen wat nu wat is komt niet uit Wikipedia, maar is een Brusselse truc. Zodra het niet langer Style Poulenc is wordt het Déco. En Poulenc verwijst hier niet naar de componist, Francis Poulenc maar naar de Brusselse uitspraak van ‘paling’, omdat die stijl zo kronkelde. Van zodra die gebogen lijnen verdrongen worden door rechten en hoeken is dat voor mij Art-Déco.
En dit allemaal om u een vergeten verhaal op te dissen over Congo.

Adolphe Stoclet is niet alleen de bouwheer van het Palais Stoclet in Brussel, het eerste grote Gesamtkunstwerk van de Wiener Werkstätte maar als beheerder zat hij ook in de Compagnie du Chemin de Fer du Congo, en in de Banque d’Outremer van Albert Thys. Thys is de man die Congo ontsloot door de aanleg van de treinlijn Matadi-Kinshasa (1898).

Villa Stoclet

Bureau van Adolphe Stoclet in de Brederodestraat.

Nu had de familie Stoclet iets met Art Nouveau, maar ook met Art-Déco. Vader Victor was voorzitter van het directiecomité van de k.k.Private Eisenbahn Wien-Aspang. Hij stierf in 1904 in Wenen tijdens een zitting van dit directiecomité. Zijn zoon Adolphe zal hem opvolgen. Adolphe was getrouwd met Suzanne Stevens, een dochter uit een kunstminnende familie. Haar vader was kunstcriticus, twee broers waren kunstschilder. Zij onderhielden nauwe kontakten met de Wiener Werkstätte en wilden in de Weense wijk Hohe Warte een luxueuze woning laten bouwen door architect Josef Hoffman en gedecoreerd door Gustav Klimt. Maar toen werd Adolphe benoemd in twee maatschappijen van de Thysgroep en ze keerden terug naar Brussel waar ze aan de Tervurenlaan, het Palais Stoclet lieten bouwen door dezelfde artiesten die ze in Wenen hadden gecontacteerd. De mozaïeken en de muurschilderingen zijn nog in Jugendstil, maar de binnenhuisarchitectuur is al rechtlijnig en hoekig zoals in Art Déco.
Adolphe betrok zijn bureau in de nieuwe gebouwen van de groep Thys in de Brederodestraat en ook dat gebouw (met een gevel van Jules Brunfaut) werd door de Wiener Werkstätte ingericht. En weer is het in die overgangsstijl tussen Nouveau en Déco. Het wordt nu betrokken door de advocatenfirma Linklaters.

Palais Thysville

Palais Thysville

Toen de Compagnie du Chemin de Fer du Congo, waarvan Stoclet dus directielid was in de Beneden-Congo Thysville stichtte zag je in de gebouwen de smaak van Stoclet opduiken. Het werd daar geen Palais stocklet, maar een Palais de Justice. Het ligt ongeveer in ruine, want na de dood van Thys, in 1915 verloederde Thysville tot een koloniaal provincienest van de Belgische koloniale overheid en het heet nu Mbanza Ngungu.

February 9, 2016 at 12:34 pm 1 comment

LUMUMBA: DOOD MAAR NIET BEGRAVEN

 

concept Piet Wittevrongel

concept Piet Wittevrongel

door Jef Coeck

Maandag 18 januari 2016 is het 55 jaar geleden dat de eerste democratische premier van de eerste onafhankelijke republiek Congo, Patrice Lumumba, na een macaber voorspel van vele maanden doelbewust om het leven werd gebracht door een Belgisch-Amerikaanse coalitie van politici, geheime diensten en staatshoofden. En wie weet, van nog meer sinister volk?

Het is merkwaardig dat de mainstream press in België – met uitzondering van het weekblad Knack – collectief is vergeten haar vooruitzichtenkalender te raadplegen. De Nederlandse zender NPO2 had wel in haar archieven gekeken: een vol uur Lumumba op zondagavond. 18 januari 1961 moet in elke Belgische journalisstenagenda staan aangekruist als ‘to remember’, een quotering die in dit geval aardig wat copij had kunnen opleveren. Het is des te spijtiger dat het stuk in Knack vergald wordt door de verwarrende en dus foute titel: ‘Nieuwe onthullingen/ Hoe Eisenhower het doodvonnis van Lumumba tekende.’ Voor de goede orde: Eisenhower, president US, deed dat wel degelijk maar het was al lang en breed bekend voor wie de zaak een beetje gevolgd had en dus alles behalve een nieuwe onthulling.

lum 8
Hiervoor baseer ik mij met name op het standaardwerk van de Amerikaanse journalist/docent, Pulitzerwinnaar en kenner van de geheime diensten, Tim Weiner. In zijn boek ‘Legacy of Ashes’ (Ned. vert. Een spoor van vernieling) uit 2007 draait hij niet om de hete brij. In deze geschiedenis van de geheime dienst CIA zijn meerdere pagina’s gewijd aan het ‘geval Lumumba’. Vermits blijkbaar weinigen in dit land het boek gelezen hebben, zal ik er ruim (zij ingekort) uit citeren.

Augustus 1960

‘Tijdens een vergadering van de Nationale Veiligheidsraad gaf de president de directeur van de inlichtingendienst de opdracht de man te elimineren die door de CIA werd beschouwd als de Castro van Afrika – Patrice Lumumba, de premier van Congo.
Lumumba was via vrije verkiezingen gekozen en hij had de VS om steun gevraagd toen zijn natie het wrede koloniale juk van België afschudde en in de zomer van 1960 de onafhankelijkheid uitriep. Amerikaanse hulp kwam nooit omdat de CIA Lumumba beschouwde als een door drugs benevelde communistische sukkel. Dus toen België paratroepers begon te sturen om in de hoofdstad orde op zaken te stellen, accepteerde hij vliegtuigen, voertuigen en ‘technici’van de Sovjets ter ondersteuning van zijn nauwelijks functionerende regering.

De week waarin de Belgische soldaten arriveerden, stuurde Dulles (hoofd van de CIA/jc) Larry Devlin, hoofd van de standplaats in Brussel, om de leiding over de CIA-post in Kinsjasa op zich te nemen en Lumumba tot doelwit van een geheime operatie te maken. Op 18 augustus, na een verblijf van zes weken in het land, telegrafeerde Devlin het CIA-hoodkwartier:
CONGO ONDERGAAT KLASSIEKE POGING OVERNAME DOOR COMMUNISTEN. (…) ONGEACHT OF LUMUMBA ECHT COMMUNIST IS OF COMMUNISTENSPEL SPEELT (…) ER REST WELLICHT WEINIG TIJD VOOR ACTIEF INGRIJPEN OM TWEEDE CUBA TE VOORKOMEN.

Allen Dulles sprak de kern van die boodschap diezelfde dag uit op de vergadering van de Nationale Veiligheidsraad. Overeenkomstig een geheim getuigenis dat jaren later ten overstaan van de Senaat werd afgelegd door de notulist Robert Johnson, richtte president Eisenhower zich tot Dulles en zei hem onomwonden dat Lumumba diende te worden geëlimineerd (zie noot 1/jc). Na een dodelijke stilte die zo een vijftien seconden duurde, ging de vergadering verder.

Dulles telegrafeerde acht dagen later: HIER OP HOOFDKWARTIER IS EENDUIDIGE CONCLUSIE DAT ALS LLL (codenaam Lumumba) AAN BEWIND BLIJFT, HET ONVERMIJDELIJKE RESULTAAT CHAOS ZAL ZIJN EN IN ERGSTE GEVAL WEG VRIJMAAKT VOOR OVERNAME CONGO DOOR COMMUNISTEN (…) WIJ CONCLUDEREN DAT ZIJN VERWIJDERING URGENT HOOFDDOEL IS EN ONDER HUIDIGE VOORWAARDEN EEN VAN DE HOOGSTE PRIORITEITEN MOET ZIJN VAN ONZE GEHEIME OPERATIE. VANDAAR DAT WIJ U RUIMERE BEVOEGDHEID GEVEN.

Boudewijn, Lumumba, Kasa Vubu

Boudewijn, Lumumba, Kasa Vubu

De voorbereiding

Sidney Gottlieb, de meester-chemicus van de CIA met een klompvoet, bracht per vliegtuig een tas met flesjes vol dodelijk gif naar de Kongo en overhandigde die aan het hoofd van de CIA-post. Er zat ook een injectiespuit bij om de dodelijke druppels in voedsel, drank of een tube tandpasta te injecteren. Het was Devlins taak Lumumba van het leven te beroven. De twee mannen hadden een nerveus onderhoud in Devlins appartement in of rond de nacht van 10 september. ‘Ik vroeg wie de opdracht had gegeven om die instructies over te brengen’, verklaarde Devlin onder ede tijdens een geheime verklaring die in 1998 werd vrijgegeven. Het antwoord was ‘de president’.

Devlin verklaarde dat hij het gif in zijn kantoorkluis opborg en zich het hoofd brak over wat hij moest doen. Hij herinnerde zich dat hij dacht: Ik zou verdomme wel gek zijn dat rond te laten slingeren. Na verloop van tijd nam hij de gifflesjes mee naar de oever van de Kongo en begroef ze. Hij zei dat hij zich schaamde voor de opdracht Lumumba te vermoorden. Hij wist dat de CIA wel andere middelen tot zijn beschikking had.
De trein valt niet te stoppen

De inlichtingendienst had de volgende leider van de Kongo al geselecteerd: Joseph-Désiré Mobutu, ‘de enige man in de Kongo die in staat is krachtig op te treden’, zoals Dulles de president vertelde tijdens de vergadering van de Nationale Veiligheidsraad op 21 september. De CIA voorzag hem begin oktober van een kwart miljoen dollar (zie noot 2), gevolgd door zendingen wapens en munitie in november. Mobutu nam Lumumba gevangen en bracht hem, in de woorden van Devlin, in handen van een ‘gezworen vijand’.

Lum 6

De CIA-basis in Elisabethstad, diep in het hart van de Kongo, rapporteerde dat ‘een Belgische officier van Vlaamse origine Lumumba executeerde met een reeks kogels uit een machinepistool’ twee dagen voor de volgende president van de Verenigde Staten werd geïnstalleerd. (De inauguratie van JFK als opvolger van Eisenhower vond plaats op 20 januari 1961/ jc)

Met de aanhoudende steun van de CIA verwierf Mobutu uiteindelijk de volledige controle over de Kongo na een strijd om de macht die vijf jaar duurde. Hij was voor de inlichtingendienst de favoriete bondgenoot in Afrika en tijdens de Koude Oorlog het centrum voor geheime Amerikaanse operaties over het hele continent. Hij regeerde gedurende drie decennia als een van de meest wrede en corrupte dictators die voor miljoenen dollars aan staatsinkomsten achteroverdrukte afkomstig van de verkoop van diamanten, mineralen en strategische metalen, en hij slachtte enorme aantallen mensen af om zijn macht veilig te stellen.’ (tw)

Lum 2
NOOT 1

Er is overweldigend bewijsmateriaal dat Eisenhower Lumumba dood wilde hebben. Er kan geen twijfel over bestaan dat ‘elimineren’ in dit geval de fysieke daad betekent. (Overigens geldt bij de CIA e regel dat voor politieke moorden enkel de president toestemming kan geven.)‘De president wilde dat een man die hij als een doortrapte schurk en een uiterst gevaarlijk man zag – net als heel veel anderen onder wie ik – uit de weg werd geruimd. Dat zei Richard Bissell later in een oral-history-vraaggesprek voor de presidentiële bibliotheek van Eisenhower. Bissell was een hoge boss van de CIA, die onder meer de (mislukte) invasie van de Varkensbaai op Cuba organiseerde.
Bissell: ‘Ik twijfel er niet in het minst aan dat hij (de president) wilde dat Lumumba uit de weg werd geruimd en hij wenste dat hartgrondig en meteen, als een urgente en zeer belangrijke aangelegenheid.’ Dat is dus volledig in overeenstemming met het telegram dat Allen Dulles naar zijn ondergeschikte, de uitverkoren moordenaar Larry Devlin stuurde.

NOOT 2

Een persoonlijke getuigenis van betalingen aan de bondgenoten van de CIA in Congo, is afkomstig van Owen Roberts, later Amerikaans ambassadeur onder president Ronald Reagan. Roberts was in 1960 (bij de Congolese onafhankelijkheid) DE expert over Congo op het inlichtingen- en onderzoeksbureau van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington. Hij had twee jaar in de Congolese hoofdstad gediend en was de eerste Amerikaanse ambtenaar van BZ die alle nieuwe leiders persoonlijk kende. Hij onthulde onder meer dat de Congolese delegatie bij de Verenigde Naties geld kreeg van de CIA.

————————–Lum 7

Bronnen:

* Tim Weiner, Een spoor van vernieling, De geschiedenis van de CIA, De Bezige Bij, Amsterdam, 2007
* Luc De Vos, Emmanuel Gerard, Philippe Raxhon, Jules Gérard-Libois, ‘Lumumba/De complotten? De moord’, Davidsfonds, Leuven, 2004
* Manu Ruys, Waarom Lumumba moest sterven, Pelckmans, Kapellen, 2000
* Ludo de Witte, De moord op Lumumba, Van Halewyck, Leuven, 1999
* Walter Pauli, Nieuwe onthullingen: Hoe Eisenhower het doodvonnis van Lumumba tekende, in Knack van 12 januari 2016

In deze lectuur vindt u ook wat er vooraf ging aan de moord en wat er met het lijk van Lumumba gebeurde. (jc)

January 17, 2016 at 7:46 pm 4 comments

INDABA, MY CHILDREN

Under the palaver tree

Under the palaver tree

 

door Walter Zinzen


Nooit gedacht dat een krantenartikel in 2015 me zou doen denken aan een boek dat in 1964 is verschenen . “Indaba, my children” heet het en het is – in volle apartheidsperiode – geschreven door een zwarte Zuid-Afrikaan. (Vusamazulu Credo Mutwa heet hij voor de volledigheid.) Nog veel minder gedacht dat op een goeie decemberdag een halve eeuw later indaba , een Zoeloe-term, wereldwijd de media zou halen. Want zo geschiedde in het week-end dat de klimaattop in Parijs tot een ‘historisch’ akkoord had geleid.

De conferentievoorzitter, de Fransman Laurent Fabius, minister van Buitenlandse Zaken , had een “indaba” ingelast. Het was, zo viel overal te lezen, het wondermiddel dat 195 landen tot een eensgezind besluit had geleid. Een indaba was in de pre-koloniale tijd een door het stamhoofd georganiseerde consultatieronde, waarbij alle betrokkenen werden gehoord om in een complexe zaak tot een eensgezinde oplossing te komen . Het was een methode om conflicten te beslechten . Opmerkelijk : de leider moest vergeten wie wat had gezegd , zodat de deelnemers niet bang hoefden te zijn voor de consequenties van hun woorden. M.a.w. de indaba werkte volgens een antropoloog in de Nederlandse Volkskrant als een manier om directe democratische inspraak te organiseren. Kortom, de indaba bewijst dat ook Afrikanen gehecht zijn aan democratie, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht. Het is onjuist te beweren – zoals wijlen president Mobutu deed- dat de “chef” over een onaantastbaar gezag beschikte. Vooral omdat de indaba niet beperkt was tot de Zoeloe’s en Zuid-Afrika. Ook in vele andere Afrikaanse landen bestonden – en bestaan op lokaal vlak nog steeds – vormen van democratische inspraak. De kolonialen hadden het minachtend over ‘palavers’. Maar Fabius, minister van een gewezen koloniale grootmacht, heeft met zijn palaver wel een groot diplomatiek succes geoogst. Wellicht had hij zich geïnspireerd op de klimaattop van 2011 in het Zuid-Afrikaanse Durban, waar ook al de indaba werd toegepast.

De vraag is of een methode uit een kleinschalige niet geïndustrialiseerde samenleving nog bruikbaar is in de complexe maatschappij die de onze is. Dat er aan onze democratie van alles scheelt en dat we op zoek moeten naar alternatieven is al door menig politicoloog en actievoerder uitvoerig beschreven. Niet iedereen gaat zo ver als David Van Reybrouck , die niet gelooft in verkiezingen en bestuurders via loting wil laten aanwijzen, maar dat er op lokaal vlak tal van initiatieven bestaan , die de burger inspraak en beslissingsrecht trachten te bezorgen , daarover is vrijwel iedereen het eens. In het district Antwerpen mag de bevolking bijvoorbeeld mee beslissen over de besteding van een, weliswaar klein, deel van de begroting. Maar ingewikkelde dossiers of aanslepende conflicten blijven te vaak onopgelost voortetteren. De indaba lijkt dan ook een bruikbare methode te zijn om bijvoorbeeld de stellingenoorlog bij de spoorwegen te doorbreken. Of om het kluwen rond de Oosterweelverbinding te doorbreken. Alexander D’hooghe ,de intendant die de Vlaamse regering heeft aangesteld om de overkapping van de Antwerpse Ring tot een goed einde te brengen , sprak alleszins indaba-taal bij zijn eerste openbaar optreden . Waar haalde hij immers naar eigen zeggen de mosterd? In New York en New Jersey. Daar werkten de lokale gemeenschap en de lokale overheid samen voor de heropbouw na de doortocht van de orkaan Sandy. Dat wil D’hooghe hier ook doen : samenwerken met een “klankbordgroep” , waarin belanghebbenden hun zeg kunnen doen om zo draagvlak te creëren. D’hooghe organiseert hier , waarschijnlijk onbewust, een aan de 21° eeuw aangepaste indaba. Die formule verdient navolging en lijkt iets waardevoller dan de K 3- democratie die Guy Tegenbos in De Standaard bepleit. Op één voorwaarde : dat aan dit soort consultatierondes ook echt gezag wordt toegekend en de politici achteraf toch niet hun eigen zinnetje doorzetten. Indaba, my children !

December 20, 2015 at 2:40 pm Leave a comment

Older Posts Newer Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,576 other followers