Posts filed under ‘antisemitisme’

KINDEREN VAN DE REKENING 2

Door Johan Depoortere

Met een aflevering gewijd aan de historische omkadering werd de serie “Kinderen van de Holocaust” (9 juni 2020) afgesloten. Die omkadering was hoogstnodig want ze ontbrak grotendeels in de vorige afleveringen waarin de slachtoffers van de gruwel getuigden. (Zie: “Kinderen van de Rekening” door Gie van den Berghe in dit Salon.) Die getuigenissen waren moedig, indringend en noodzakelijk, al kwamen ze rijkelijk laat: 75 jaar na het einde van de oorlog. Dat verklaart waarom van de getuigen enkel twee volwassenen als kind of adolescent zelf de kampen hebben overleefd. De anderen waren familieleden of inderdaad kinderen van: de generatie die opgroeide met de verhalen – of het zwijgen – van de ouders die het allerergste hadden meegemaakt. Ook hun getuigenis is bijzonder waardevol en noodzakelijk om inzicht te krijgen in de grootste misdaad en tragedie van de vorige eeuw.

Toch laat de serie na afloop een onbevredigd gevoel na, want ondanks de poging om op de valreep het geheel te kaderen blijf je als kijker met een groot aantal vragen zitten. Hoe is het zover kunnen komen? Wat bezielde de daders en vooral – de opdrachtgevers? Was de genocide op de Joden vooraf gepland, te voorzien en te voorkomen? Welke rol speelde wat we tegenwoordig de “internationale gemeenschap” noemen?  Op een groots opgezette internationale conferentie in de Franse badplaats Evian in juli 1938 weigerden vrijwel alle westerse landen Joodse vluchtelingen op te nemen. Lieten ze Hitler daardoor geen andere keus dan de “Endlösung” om Duitsland “Judenrein” te maken?

Vertegenwoordigers van Westerse landen wendden hun blik af van de Joodse vluchtelingen en sloten hun grenzen.

Zelfs na de vreselijke pogrom van de Kristallnacht in november van datzelfde jaar bestond er geen plan om de Joden uit te roeien, wel om ze naar het Oosten te verdrijven. In 1938-39 slaagden nog 120000 Joden erin uit Duitsland weg te komen weliswaar met achterlating van een groot deel van hun bezittingen. Wat de motieven van de daders – de uitvoerders – betreft doen de historici in de laatste aflevering een poging om erachter te komen hoe ze psychologisch werden bewerkt om hun natuurlijke afkeer van het moorden – het bloed, de stank, de paniek – te overwinnen.  Maar hoe het moorden paste in het bredere ideologische kader van het nazisme komt nauwelijks aan bod.

Nog vóór er van “Endlösung” sprake was waren in Duitsland geesteszieken, gehandicapten en andere “minderwaardige” Duitsers het slachtoffer geworden van de naziplannen om het “Arische ras” te verbeteren. Het begin van het systematische uitroeien van de Joodse bevolking valt samen met de inval van de nazitroepen in de Sovjetunie in juni 1941. De oorlog tegen de Sovjetunie was het sluitstuk van Hitlers Grote Schema dat als einddoel had de wereld te bevrijden van het “judeo-bolsjevistische juk.” De oorlog tegen Stalin was niet alleen bedoeld om “Lebensraum” te creëren voor het Arische superras, het was ook een ideologische kruistocht tegen het communisme dat in de geest van Hitler en de nazi-ideologen vrijwel samenviel met “het Jodendom.”  In “Mein Kampf” had Hitler de strijd tegen het marxisme als prioriteit nummer één uitgeroepen en die strijd viel nagenoeg samen met de strijd tegen “het Jodendom” omdat volgens hem “de kwalen van het marxisme en van het ‘Jodendom” zo intens met elkaar verweven zijn dat ze één geheel vormden. Hitler zag de oorlog tegen de Sovjetunie als de ultieme strijd op leven en dood tussen het door het Duitse “Herrenvolk” gedomineerde Europa en de barbarij van het Aziatische “judeo-bolsjevisme.” De Joods-Amerikaanse historicus Arno J. Mayer trekt daarom terecht de parallel tussen de Russische veldtocht van de nazilegers en de middeleeuwse kruistochten die eveneens een ideologisch doel hadden: de overwinning van het christendom waarbij de kruisvaarders op weg naar Jeruzalem en passant behalve moslims ook duizenden Joden in het Rijnland en verder oostwaarts over de kling joegen.

In het kader van die oorlog tegen “het judeo-bolsjevisme” kwam het moorden op industriële schaal op volle toeren toen de Duitse troepen in hun veroveringstocht vóór Moskou waren blijven steken en het verzet van het Rode Leger taaier bleek dan de nazi’s in hun propaganda hadden voorspeld. De nazilegers werden tot de terugtocht gedwongen en leden daarbij ontzettende verliezen door aanvallen van het Rode Leger en de partizanen. De vele Joodse dorpen in Oekraïne waren de voornaamste slachtoffers van de Duitse wraak. Joden en “rode commissarissen” werden zonder onderscheid verantwoordelijk gesteld voor de guerrilla- aanvallen die het de terugtrekkende Duitse troepen knap lastig maakten. De “Einsatzgruppen” van de SS hadden de opdracht alle communistische functionarissen en Joden zonder onderscheid af te maken. Maar ook de “Wehrmacht,” de reguliere Duitse troepen lieten zich – in tegenstelling tot de na-oorlogse legende – niet onbetuigd. (https://www.dw.com/de/die-wehrmacht-und-der-holocaust-auf-freiem-feld/a-53354087) De eerste massale slachtingen van duizenden Joodse onschuldige burgers vonden in Oekraïne plaats met als triest maar voorlopig dieptepunt de moordpartij bij de ravijn van Babi Jar in de buurt van Kiev. Van daar naar de gaskamers was het slechts een stap.

Het eeuwenoude historische antisemitisme (of anti-judaïsme) van religieuze oorsprong – dat in Duitsland overigens niet méér maar veeleer minder wortel had geschoten dan in bijvoorbeeld Frankrijk of Engeland – hielp wellicht om de vervolging van de Joden door het grote publiek te laten verteren. Maar het is zeer de vraag of de overgrote meerderheid van de Duitsers op de hoogte was van de omvang van de gruwel en de schaal van de massamoord. Het is niet toevallig dat van de zes uitroeiingskampen er niet één op Duits grondgebied lag: het moorden gebeurde hoofdzakelijk in het Oosten, wat uiteraard geen verontschuldiging is voor de medeplichtigheid en het wegkijken door een deel van de Duitse bevolking die in eigen land ten overvloede voorbeelden had gezien van de misdaden en de wreedheden van de nazi’s.

Heinrich Himmler en Reinhard Heydrich, de architecten van de Endlösung. Foto: Wikicommons

De uitzending had terecht veel aandacht voor de psychologische processen die van een brave burger, een “gewoon mens,” een massamoordenaar maken. Van de ideologische achtergrond en de motieven van de opdrachtgevers was in de “Kinderen van de Holocaust” weinig of niets te bespeuren. De namen van Heydrich of Himmler, nochtans de architecten van de Endlösung, hoorde ik nergens vernoemen. Evenmin werd veel aandacht besteed aan de manier waarop Hitler de staatsmacht veroverde en aan de medeplichtigheid van de “fatsoenlijke” conservatieve, nationalistische en katholieke partijen. In de laatste aflevering wordt de mythe herhaald dat Hitler “na democratische verkiezingen” aan de macht is gekomen. Dat is hooguit ten dele waar. Bij de verkiezingen van 6 november 1932 ging de nazipartij achteruit – ze verloor twee miljoen van haar kiezers (ten opzichte van juli) en haalde nog 33,1% van de stemmen, minder dan communisten en sociaaldemocraten samen. Dat Hitler rijkskanselier werd had hij behalve aan de verdeeldheid van links te danken aan de conservatieven en reactionairen onder leiding van de Junker Franz von Papen die ervan uitging dat de plebejer Hitler wel blij zou zijn tot het walhalla van de heren te worden toegelaten en dat hij door ze “in het bad te trekken” de nazi’s wel zou temmen. Von Papen en zijn aristocratische vrienden droomden hardop van een autoritair regime waarin zij – niet de nazi’s – het voor het zeggen zouden hebben en waarvoor ze Hitler wel meenden tijdelijk te kunnen gebruiken.

 

Franz von Papen. Foto: Wikicommons

Het omgekeerde gebeurde. Hoewel Hitler slechts drie van zijn partijgenoten in zijn kabinet had opgenomen slaagde hij erin in binnen de drie maanden de macht volledig naar zich toe te trekken. Hij kreeg daarbij de welwillende hulp van de Duitse politieke, economische en militaire elite. “Zowel de burgerlijke administratie als het leger werkten op alle echelons mee” schrijft Mayer in De Hakenkruistocht. “Dat gold eveneens voor de meeste industriemagnaten, bankiers, grootgrondbezitters, intellectuelen, academici en voor de clerus. Samen met rechters en advocaten hielden zij hun mond bij de meest gruwelijke schendingen van burgerrechten- en vrijheden, zowel voor als na Hitlers machtsovername begin 1933.“

Frank Seberechts bracht de rol in herinnering die Vlaamse en Waalse SS-ers speelden in de massamoord op de Joden.

Het is prijzenswaardig dat de makers van de reeks er niet voor zijn teruggeschrokken de rol te belichten die Vlaamse en Waalse collaborateurs hebben gespeeld bij de uitvoering van de massamoord op de Joden. Daarvoor haalden ze enkele van de meest misselijk makende fragmenten uit interviews van gewezen collaborateurs van onder het stof. Het is alweer bijna veertig jaar geleden dat Maurice De Wilde erin is geslaagd deze unverfroren Vlaamse nazi’s voor de camera te halen. Dat ze in deze tijden van heroplevend fascisme en antisemitisme te kijk worden gezet kan een les zijn voor de jonge dwepers van vandaag, al is het twijfelachtig of de les tot het brein van de hardleerse vrienden van Van Langenhove en Van Grieken zal doordringen.

Ook op een andere manier probeerde het programma een link te leggen naar vandaag of  het recente verleden. Er waren beelden te zien van de gruwelijke genocide in Rwanda en Srebrenica, van de onderdrukking van de Rohinjya en van de Oeigoeren in China. Wat in het lijstje ontbrak is de onderdrukking en discriminatie van de Palestijnen, de oorspronkelijke bewoners van het land dat nu Israël heet. Is er een wezenlijk verschil tussen enerzijds de jacht op de Rohinjya en anderzijds de etnische zuivering van Palestina met de vernietiging van meer dan 500 dorpen en het verdrijven van 750000 Palestijnen nu 72 jaar geleden? Ik kan me levendig voorstellen hoe de makers van het programma hebben zitten tobben en brainstormen over de ongemakkelijke vraag: “Wat doen we met Israël?”

Het antwoord daarop was te zien in een vorige aflevering van “De kinderen van de Holocaust.” Een aantal van de getuigen uit de serie heeft na de oorlog zijn of haar toevlucht gezocht in Israël, het enige land ter wereld waar Joden geacht worden ‘zich veilig te voelen’ maar met als hoge prijs de verdrukking van een ander volk, de discriminatie van 20% van de bevolking, een buitensporige militarisering, oorlogen tegen buurlanden, een uitzichtloze bezetting en een samenleving getekend door religieus fanatisme, apartheid en racisme. “Ik wil niet in een huis wonen waar twee soldaten met mitrailletten voor de deur staan om mij rustig te laten eten” zei David Wagman, één van de getuigen, in zijn prachtige, wat archaïsche, Nederlands: een perfecte metafoor voor de situatie in het huidige Israël. Wagman was een verademing in een uitzending die voor de rest bol stond van de zionistische clichés en de mythes die de oprichting van de Joodse staat moeten legitimeren: de “terugkeer” van de Joden naar hun “vaderland” uit Bijbelse tijden, de Palestijnen die de “verkeerde leiders” hebben, de Arabieren die de “Joden in de zee willen drijven” etc. etc.

Op deze open vlakte tussen Jaffa en Tel Aviv bevond zich tot de lente van 1948 de Palestijnse volkswijk Al Manshieh met 70000 inwoners. Het enige Palestijnse gebouw dat vandaag (gedeeltelijk) overeind bijft is nu het “Etzel House” een museum gewijd aan de overwinnaars: de paramilitaire terreurgroep Etzel (of Irgun) van de latere premier Menachim Begin. https://forward.com/culture/380340/how-jaffas-etzel-house-stands-at-odds-with-history/

De enigen die in de zee werden gedreven zijn de 70000 Palestijnse bewoners van Jaffa die in de lente van 1948 door de aanvallende Joodse strijdkrachten en de terroristische bendes Etzel en Lehi werden opgejaagd en alleen de zee als uitweg hadden. Honderden – misschien duizenden – verdronken in hun poging om via een boot uit de omsingeling weg te komen. De aanval op Al Manshieh, de dicht bewoonde volkswijk van Jaffa en de omliggende dorpen begon al op 9 april 1948, bijna anderhalve maand vóór de onafhankelijkheidsverklaring door Ben Gurion en de interventie van de Arabische legers die de Palestijnen te hulp kwamen. Ook dat spreekt de “David en-Goliathlegende” tegen die wil dat de machtige Arabische buren het zwakke Israël wilden vernietigen. De Israëlische architect en historicus Sharon Rotbart schrijft daarover in White City, Black City: “Of all the numerous, unwarranted times the phrase ‘push them into the sea’ has been flippantly bandied around in the context of the Arab-Israeli conflict, this may well be the only instance in history when the expression has literally taken form.”

Kun je van overlevenden van de massamoord op de Joden en hun nabestaanden verwachten dat ze oog en begrip hebben voor de slachtoffers van de slachtoffers? Het is een moeilijke en pijnlijke vraag waar de zionistische ideologie slechts één antwoord op weet te bedenken: de uniciteit van de Shoah die elke vergelijking met andere massale schendingen van de mensenrechten verbiedt. Het lot van de Palestijnen afwegen tegen dat van de Joden is daarom alleen al taboe en volgens de definitie van de International Holocaust Remembrance Alliance zelfs antisemitisme. Nee, de etnische zuivering van Palestina is niet hetzelfde als de gigantische onderneming om alle Europese Joden met industriële middelen te vermoorden, de schaal en de gebruikte methoden verschillen maar het doel is gelijklopend: de overheersing van één etnische groep, bij de nazi’s door uitroeiing, bij de zionisten door “transfer,” een codewoord voor etnische zuivering. Ook in de mechanismen die tot dat eindresultaat leiden zijn gelijkenissen te ontwaren: de geleidelijke ontmenselijking van een groep, het wij-zij-denken, het opofferen van morele overwegingen aan een “hoger doel:” geenszins het monopolie van één historische periode of van een één misdadige politieke beweging. Zonder dat inzicht is de roep “Nooit meer” een holle slogan.

June 15, 2020 at 4:26 pm Leave a comment

AMERIKAANS FASCISME

Door Johan Depoortere

Wie dacht dat het Amerikaanse democratische systeem met zijn “checks and balances” en zijn stevige apolitieke bureaucratie een “ongelukje” als Trump wel zou overleven moet zich bedenken. In een long read in The Atlantic toont George Packer (1) glashelder aan hoe Trump die instellingen sinds zijn verkiezing systematisch corrumpeert. Apolitieke ambtenaren bij  departementen als Justitie en Buitenlandse zaken worden vervangen door aanhangers en bewonderaars van de president. Wie zich tegen Trump keert – of wie ook maar de schijn wekt niet volgzaam te zijn – wordt verwijderd. De wraak van Trump tegen al wie tegen hem getuigde in het impeachmentproces was onverbiddelijk. Een minster van justitie die op de eerste rij stond in de verkiezingscampagne die Trump aan de macht bracht wordt vervangen door een nog volgzamer figuur. Wie op post bleef in de hoop de meubelen te redden en met het vooruitzicht dat er na vier jaar een einde zou komen aan het Trumptijdperk moet nu rekening houden met een verlenging. De vraag is of de Amerikaanse democratische instellingen nog eens vier jaar met het oranje monster zullen overleven.

Is het overdreven om van een Amerikaanse variant van het fascisme te spreken? In “The plot against America” schetste Philip Roth een bloedstollend beeld van hoe Amerika er had uitgezien als de antisemiet en nazisympathisant Charles Lindbergh president was geworden. Fictie natuurlijk, maar de wand die fictie van realiteit scheidt is flinterdun. Niet alleen de slogan “America First” die Trump van Lindbergh heeft geleend, maar de voortdurende jacht op minderheden, het opsluiten van kinderen in instellingen die nauwelijks van concentratiekampen verschillen, het demoniseren van tegenstanders en buitenlanders, het vergoelijken – er waren “fijne mensen” bij – van neonazis en jodenhaters, het misprijzen voor feiten en wetenschap: het is allemaal gemeengoed geworden in het Witte Huis van Donald Trump.

“Fijne mensen” cc-foto: Anthony Cryder, Charlottesville 2017.

In dat verband is het goed te bedenken dat fascistische regimes niet van de ene dag op de andere het licht zien. Stefan Zweig, één van de scherpste waarnemers van de ontwikkelingen in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw beschreef hoe de meest extreme maatregelen van de fascisten geleidelijk tot stand kwamen. 

“Want het nationaalsocialisme hoedde er zich in zijn gewetenloze misleidingstechniek wel voor zijn doeleinden in al hun radicaliteit te laten zien voordat het de wereld gehard had. Dus oefenden ze hun methode voorzichtig: steeds een kleine dosis en na die dosis een kleine pauze. Steeds maar een enkele pil en dan een ogenblik afwachten of die niet te sterk was geweest, of het geweten van de wereld deze dosis nog kon verdragen.” (2)

Stefan Zweig

Stefan Zweig

De beslissing om de Europese Joden uit te roeien kwam er pas in 1942, negen jaar nadat Hitler aan de macht was gekomen (al was de systematische moord op Joden het jaar daarvóór al begonnen na de nazi-aanval op de Sovjetunie.) Een hele reeks pesterijen en discriminerende wetten was eraan vooraf gegaan.

Zweig schrijft nog: “En omdat het Europese geweten – tot schade en schande van onze beschaving – ijverig zijn onverschilligheid toonde omdat die gewelddadigheden zich immers over de grens afspeelden, werden de doses steeds sterker, tot tenslotte heel Europa eraan ten onder ging.”

Het zijn, zo valt te vrezen, profetische woorden, van toepassing zowel op de Europese “vluchtelingencrisis” als op het onderuit halen van de democratie in de Amerika. 

4 maart 2020

  1. THE PRESIDENT IS WINNING HIS WAR ON AMERICAN INSTITUTIONS, How Trump is destroying the civil service and bending the government to his will. George Packer is auteur van onder andere:   The Unwinding: An Inner History of the New America.
  2. Stefan Zweig: DE WERELD VAN GISTEREN Rainbow, Amsterdam

March 4, 2020 at 11:23 am Leave a comment

EUROPA MOET ZICH SCHAMEN

„Keiner will sie haben.“ Dat schreef de nazikrant Völkischer Beobachter triomfantelijk na de mislukking van de internationale conferentie over de ” vluchtelingencrisis” in de Franse badplaats Evian. Een select gezelschap diplomaten en ministers had zich daar in juli 1938 over het lot van de Joden in Duitsland en Oostenrijk gebogen.

In maart van dat jaar was Hitler Oostenrijk binnen gevallen. De „Anschluss“ maakte 200000 Oostenrijkse Joden rechtenloos en te verwachten was dat die zich bij de reeds bestaande vluchtelingenstroom zouden aansluiten. Er was sprake van een vluchtelingencrisis en daar moest die conferentie in Evian, een initiatief van de Amerikaanse president Roosevelt, een antwoord op vinden.

Het resultaat was mager. Veel mooie woorden over solidariteit maar de conclusie was dat geen enkel land, op de Dominicaanse republiek na, bereid was Joodse vluchtelingen op te nemen. Dat de Dominicaanse dictator Trujillo als enige een gebaar stelde had niets met medemenselijkheid of mededogen te maken. Trujillo wou zijn bedenkelijke reputatie opschonen nadat hij 20000  Haïtiaanse gastarbeiders door zijn militairen had laten afslachten en honderdduizenden had teruggestuurd naar Haïti, op de andere helft van het eiland Hispaniola. Trujillo was dan wel een antisemiet, hij verkoos de blanke Europeanen, ook al waren het Joden, boven de zwarte Haïtianen. En er was een financiële bonus:  om op het eiland te ontschepen dienden de Joden per vluchteling 5000 dollar te betalen.

„Niemand wil ze hebben“ was dan ook de correcte conclusie van de met veel poeha door Roosevelt aangekondigde conferentie. Dat is ook de titel van een recent boek van de Nederlandse journaliste Linda Polman. Aan de hand van talrijke voorbeelden laat Polman zien hoe de meeste Westerse landen – Latijns Amerika, Canada, Australië en Nieuw Zeeland inbegrepen – ook toen al met grote vindingrijkheid excuses bedachten om de grenzen gesloten te houden voor vluchtelingen en migranten. Het zijn argumenten die ons vertrouwd in de oren klinken en vandaag vrijwel letterlijk uit de mond van bewindvoerders en partijfiguren te horen zijn. Toen zoals nu klonk het dat vluchtelingen criminaliteit en armoede zouden importeren. „Ons land zit vol“ „We hebben al werklozen genoeg“ „Er is geen draagvlak bij de bevolking.“ „Wij zijn het OCMW van de wereld niet.“

De Belgische gedelegeerde op de conferentie sprak duidelijke taal: ons land zou niet nog meer Joden willen opnemen, omdat anders gevreesd zou moeten worden voor “maatschappelijke schokken”, ja zelfs een antisemitische golf. „In 1938 verklaarde Nederland de Joodse ‚migranten’ zelfs tot persona non grata, onwelkom. Dat was uit pure medemenselijkheid, beweerde de Nederlandse minister van justitie, Carel Goseling: de Joden toelaten zou slechts leiden tot verergering van de toch al woekerende haat tegen de eigen Nederlandse Joden.“ Vervang „Joden“ door „moslims“ en je hoort de echo van Bart De Wever, die tot vandaag Angela Merkel verantwoordelijk acht voor de „vluchtelingencrisis“ net omdat ze een oplossing zag in Europese solidariteit.

De Franse vertegenwoordiger in Evian vreesde dat de Joodse migrantenstroom „Trojaanse paarden“ zou meebrengen: spionnen en onruststokers in dienst van het naziregime. Nu heet het dat zich onder de vluchtelingen wel eens terroristen of door IS of andere terreurorganisaties gestuurde handlangers kunnen bevinden. „Als je één zo een ‚ongewenscht element’ zou binnenlaten en rechten geven, zouden ze allemaal willen komen“ waarschuwde de Nederlandse vertegenwoordiger 82 jaar geleden.

In de VS, het grote immigratieland, waren de Joden al evenmin welkom. President Roosevelt had dan wel het initiatief genomen voor de conferentie in Evian, zelf was hij er niet bij. Het was op eieren lopen voor een president die toch al de reputatie had té vriendelijk te zijn voor de Amerikaanse Joden. Antisemitisme was en is wijd verspreid in Amerika, in die jaren openlijker dan ooit. Roosevelt had voor zijn New Deal enkele Joden op hoge posten benoemd en zijn herstelprogramma kreeg daardoor meteen de bijnaam „Jew Deal.“ Een opiniepeiling gaf aan dat slechts 5% van de Amerikanen bereid waren Joden uit Duitsland of Oostenrijk op te nemen, 20% vond het zelfs beter de eigen Amerikaanse Joden te deporteren.

Roosevelt kon moeilijk Nazi-Duitsland keihard veroordelen, daarvoor had de VS zelf te veel boter op het hoofd. „De nazipartij had juist van de VS afgekeken hoe je binnen een legaal kader een bevolkingsgroep zijn burgerrechten ontneemt: de Duitse Nurnberger Rassenwetten van 1935 leken erg op bestaande Amerikaanse wetgeving (…) In meer dan de helft van de Amerikaanse staten waren huwelijken tussen verschillende rassen verboden om rassenvermenging te voorkomen. Een aantal staten hield er ook programma’s op na waarin ze gekleurde minderheden gedwongen steriliseerden. (…) De VS schafte zijn wetten tegen rassenvermenging overigens pas af in 1967, toen Hitler al 22 jaar dood was.“

De nazi’s en hun collaborateurs hadden hun eigen oplossing voor “het Joodse probleem.”

Het mag duidelijk zijn: Europa en in uitgebreide zin „het vrije Westen“ draagt een verpletterende verantwoordelijkheid voor het drama van de Europese Joden. “Evian heeft Hitler laten zien dat uitroeiing een optie was,” zegt Zeid Ra’ad Al Hussein, de VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten. Ook toen al overduidelijk was welk lot de Joden in Duitsland en Oostenrijk beschoren was dreven de westerse landen ze met migratiewetten en grensbewaking regelrecht in de klauwen van de nazi’s.

Vandaag gebeurt – verschillende historische omstandigheden in acht genomen – hetzelfde met vluchtelingen die dictatuur, armoede en hongersnood ontvluchten. De dood wordt beleidsmatig geaccepteerd als antimigratie-instrument. De inhoudstafel van Polmans boek leest als een catalogus van Europese onmacht en hypocrisie, dan wel cynisme: „De deal met Ethiopië, “De deal met de Soedanese genocidepleger“ „Deals in de Maghreb“ „De EU-Turkijedeal.“ Gemeenschappelijk aan al die overeenkomsten is dat Europa zich van het vluchtelingenprobleem afmaakt door een dubieuze overeenkomst met dictators, vaak in de landen die de vluchtelingen/migranten in wanhoop zoeken te ontvluchten. Uit het oog is uit het hart en zolang er geen beelden op onze schermen verschijnen van haveloze en uitgeputte dompelaars of van dode kinderen op het strand lijken de Europese leiders al best tevreden met „de oplossing van de vluchtelingencrisis.“

DE EU, Internationale organisaties zoals de IOM (International Organisation for Migration), de UNHCR (United Nations High Committee for Refugees) en een oeverloze alfabetsoep andere letterwoorden en afkortingen helpen mee om het probleem onzichtbaar te maken. Ze zijn meesters in het bedenken van Orwelliaanse termen als „safe havens“ of „AVR“(„Assisted Voluntary Return program”) die een totaal tegenovergestelde werkelijkheid verhullen. Vluchtelingen in eigen land worden „DP’s“ (“Displaced Persons”). De kampen waarin ze – vaak voor jaren – worden gedumpt, die „safe havens“ dus,  zijn nauwelijks beter dan de concentratiekampen van de nazi’s.  De schrijver Arnon Grünberg, die een groot deel van zijn familie verloor in Shoah, bezocht in 2014 zo een door de UNHCR beheerd kamp in Congo. Hij schrijft:  „Oog in oog met dit lijden begrijp ik de SS’ers in het concentratiekamp beter dan ooit. Met de ondermens kun je je niet identificeren. Hij stinkt, hij is lethargisch, hij weet niet wat solidariteit is, hij lijkt nauwelijks meer op een mens.“

In haar beroemde driedelige werk „The origins of Totalitarianism“ beschrijft de filosofe Hannah Arendt de verschillende soorten concentratiekampen van de nazi’s: opvangkampen, werkkampen en vernietigingskampen. Eén eigenschap hadden die drie soorten kampen gemeen: „massa’s mensen verdwenen erin alsof ze niet langer bestonden. (…) Ze concludeerde dat de pointe van alle kampsoorten is om vergetelheid af te dwingen.“ Dat is net wat Europese politici lijken te doen: vergetelheid afdwingen.

Eén van de schrijnendste verhalen is dat van de Libiëdeal. Wat voor de EU „migranten redden“ heet komt neer op een mafioze deal met de Libische kustwacht, betaald en uitgerust door de EU. Het plaatsje Sabratha in Libië is één van de belangrijkste vertrekplaatsen voor bootjes naar Europa. De lokale commandant van de kustwacht, Al Bija genaamd, krijgt van elke mensensmokkelaar in de streek een deel van de winst omdat hij anders hun smokkelboten tot zinken brengt met passagiers en al. Of hij kaapte ze en sleepte ze terug naar Sabratha waar ze verdwenen in gevangenissen. Een EU-waarnemer die zo een detentiecentrum bezocht noemde ze „the closest we have to concentration camps in the 21st century.“ In augustus 2016 meldde Artsen zonder Grenzen “dat zo goed als elke persoon die ze uit zee redden tekenen vertoont van het extreme geweld in Libische gevangenissen: geperforeerde trommelvliezen, brandwonden, littekens van afranselingen, gebroken botten. In die tijd financierde de EU al negentwintig van die detentiecentra.“

Fake news, opgeblazen cijfers en termen als „aanzuigeffect,“ „zwermen migranten“ (David Cameron) „stormloop op Europa,“  „demografische tijdbom,“ “buitenlandse invasie,” “meeuwen op het stort” (Louis Tobback), “het putje van het bad” (Theo Francken) zijn de andere constante in het Europese migratiediscours. Toen de Franse migratiespecialist Hervé Le Bras in een debat met Marine Le Pen erop wees dat 90% van de migratiebewegingen in Afrika plaats vinden tussen de verschillende Afrikaanse landen en dat het „aanzuigeffect“ op geen enkele manier kan worden aangetoond antwoordde Le Pen: „Monsieur Le Bras, on en a marre de vos statistiques!”

Johan Depoortere
23-2-2020

Een versie van dit artikel verschijnt als column in AKTIEF, het driemaandelijks blad van het Masereelfonds.

Meer over dit onderwerp:

https://www.epo.be/nl/politiek/3821-niemand-wil-ze-hebben-9789491921537.html

https://www.vpro.nl/programmas/in-europa/kijk/afleveringen/2019-2020/vluchtelingen.html

https://www.illustre.ch/magazine/jean-ziegler-avons-recree-camps-concentration?utm_source=facebook&utm_medium=share&utm_campaign=article&fbclid=IwAR3j_aNCXpXehjGtMtFMv2Y-lrN4SNirOUGwS4JvzezPz5_n6aL_3lzAvgs

https://www.groene.nl/artikel/zie-de-verregaande-ontmenselijking

https://www.mo.be/interview/francken-gelijke-rechten-vluchtelingen-afschaffen-denemarken-gidsland

https://decorrespondent.nl/9555/deze-topambtenaar-uit-ivoorkust-houdt-europa-een-spiegel-voor-het-migratiedebat-zit-vol-hypocrisie-leugens-en-racisme/416320905-a80d94d8

https://www.lecho.be/opinions/carte-blanche/herve-le-bras-la-ruee-migratoire-vers-l-europe-c-est-un-grand-fantasme/10121241.html

March 1, 2020 at 2:58 pm 3 comments

KARIKATURALE JODEN

Door Gie van den Berghe

In een mooi en noodzakelijk opiniestuk (in De Standaard van 21.2.20) wijst Ludo Abicht er zeer terecht op dat nogal wat verstandige mensen dwalen als ze de zogenaamd antisemitische carnavalwagen in Aalst aan de jodenuitroeiing koppelen.

Toch vindt Ludo dat de makers van die wagen ‘ronduit fout waren door de karikatuur van de Jood – en carnaval gaat over niets anders dan karikaturen – spontaan te associëren met het beeld van de Jood dat al eeuwen de ronde doet en met het gevaarlijke idee van de geldjood’.

Lachen met volksvreemden in Aalst

Het woord ‘karikatuur’ komt uit het Italiaans en betekent letterlijk en figuurlijk ‘aanvalsactie’, het grotesk uitbeelden van autoriteiten, beroemdheden, vreemdelingen, minderheden. De uitgebeelde personen worden sterk vervormd voorgesteld, alle als negatief beoordeelde fysieke of karakteriële kenmerken worden zwaar overdreven en – als het om mensengroepen gaat – worden veralgemeend. Dat is ook wat carnavalisten doen. Dat mag, want carnaval is een tijdelijke vrijplaats om met alles en nog wat de draak te steken. Waarom zou het dan wel fout zijn om joden karikaturaal uit te beelden? Onverstandig is het in deze tijden wel, maar het is en blijft een karikatuur. Een karikatuur kan niet fout zijn, ook niet als het om joden gaat.

Ludo Abicht

Ludo Abicht schrijft ook dat je van de makers van die carnavalwagen niet kunt verlangen dat ze een geleerd boek gelezen hebben over het Kerkelijke verbod om munt te slaan uit het lenen van geld, waardoor de rol van ‘bankier’ aan niet-christenen, onder meer aan joden toeviel. Maar toch kun je volgens Ludo die carnavalisten verwijten dat ze het wijdverspreide beeld van de jood als ‘geldjood’ overgenomen hebben.

Da’s vreemd, want hoe je het ook draait of keert, Europeanen konden zeer lange tijd alleen bij (bepaalde) joden terecht om te lenen. Joden zaten, hoe  ongewild ook, in een monopoliepositie. Historisch onderzoek naar de verhouding tussen welwillende en kwaadwillende joodse geldleners kan waarschijnlijk niet, maar het spreekt voor zich dat deze machtspositie tot problemen heeft geleid. Christenen die hun lening niet volledig konden terugbetalen en daarom beroofd werden van hun schamele bezittingen kwamen er makkelijk toe om joden als bevolkingsgroep te veroordelen. Door joden als godsmoordenaars, hostieverkrachters, kindermoordenaars en dergelijk voor te stellen had de Kerk dit trouwens serieus in de hand gewerkt. Woekerende joodse geldschieters – want die waren er, zoals in alle mensengroepen – zullen deze vooroordelen en jodenhaat alleen maar versterkt hebben. Het stereotiepe beeld van de ‘geldjood’ gaat hoe dan ook deels terug op bepaalde historische verhoudingen, visies en gebeurtenissen. Daar kunnen joden noch christenen iets aan verhelpen.

Dergelijke stereotiepen buiten hun historische context gebruiken is in deze tijden niet verstandig. Maar is een gebrek aan verstand niet juist kenmerkend voor menigten, massa’s en massavertoningen? Worden vijandige stereotiepen dan niet bijna altijd klakkeloos overgenomen? Mag dat tijdens de zeer tijdelijke vrijplaats die carnaval is? Van mij wel, al spreken dergelijke uitspattingen me persoonlijk niet aan. Maar dan moet je consequent zijn, met alles de draak durven steken. Ook met de N-VA, het koningshuis, Aalst, Vlaanderen, carnaval en – constructiever – met het in de steek laten van miljoenen vluchtelingen en mensen in nood (Idlib, Lesbos, concentratiekampen in het Mexicaans-Amerikaanse grensgebied…) Zet eens een maatschappijkritische zotskap op!

Lees over hetzelfde thema ook:  OVER KARIKATUREN EN ISRAËL door Lucas Catherine

 

February 23, 2020 at 10:44 pm 1 comment

OVER KARIKATUREN EN ISRAËL

Door Lucas Catherine

Niet alleen de cultuursector lijdt onder besparingen en vallen er projecten stil. Ook de Vismooil’n hadden vorig jaar in Aalst geen geld voor een nieuwe praalwagen. Ze lasten een sabbatjaar in en ze recycleerden dan maar oude poppen. Sabbat = joden. Geen geld ? Wie heeft er geld volgens de antisemitische traditie? De joden. En hoe zien joden eruit ? Met een haakneus, een shtremel en pajes en lange zwarte jassen.

Een verschrikkelijke karikatuur, met de nadruk op verschrikkelijk.

Zo’n karnavalstoet loopt vol karikaturen, net zoals (vroeger) stripverhalen. Racistische karikaturen : ‘Arabieren zijn sheiks die rijden op een kemel in de woestijn’. In de realiteit willen alle Marokkanen die ik ken rijden met een Peugeot, maar soit.

‘Chinezen hebben niet alleen spleetogen, maar zijn niet te betrouwen : in hun restaurants laten ze ons ratten en katten eten.’ Nu is de Chinese keuken stukken beter dan, pakweg, de Hollandse.

‘Afrikanen hebben dikke lippen, grote witte oogballen, kunnen goed dansen, zijn grote kinderen, maar niet al te snugger en liever lui dan moe. Wat ze nodig hebben is een strenge vader die ze aan het werk zet’ zeiden de Belgische kolonialen. Maar studies wijzen uit dat de gemiddelde Congolese Belg beter is opgeleid dan de gemiddelde witte Belg. Toch moeten ze werk doen beneden hun niveau. Ik zie het dagelijks in Brussel.

Maar goed de joden. Er zijn orthodoxen en anderen. Die ‘anderen’ vormen de meerderheid. In Brussel wonen iets meer joden dan in Antwerpen, alleen weinig orthodoxen en ze vallen dus minder op.

De meerderheid in Brussel zijn afstammelingen van joodse vluchtelingen uit de jaren dertig. Dit is bvb het verhaal van mijn vriend Jacques R. Oorsponkelijk woonden zijn ouders in Roemenië. Roemenië was erg antisemitisch (nu nog trouwens) en ‘s zondags preekte men tegen de joden in de kerk, na de dienst trokken met stokken en messen gewapende benden door de stad op zoek naar joden. Jacques’ ouders besloten te emigreren: naar Polen, maar daar was het nog erger. Dus besloten ze zekere dag om te voet van Polen naar Brussel te trekken. Zo kwam Jacques hier terecht. En waren die Oost-Europese joden rijk? De overgrote meerderheid was werkman of ambachtsman. Ze hadden dan ook hun eigen vakbond gesticht : Bund Yiddischer Arbeter en ze waren linkser dan toendertijd bijvoorbeeld Emile Vandervelde.

Racistische karikaturen berusten op onwetendheid en je bestrijdt ze door die onwetendheid op te heffen. Dat geldt ook voor karikaturen van zwarte Afrikanen, Chinezen of Arabieren. En wat opvalt is dat de groepen die het ergst onder zo’n racisme te lijden hebben, juist de grootste slachtoffers waren van de gruwel door Europeanen aangericht in naam van ‘onze Westerse beschaving’.

Spleetogen vormden het Gele Gevaar en waren een Gele Draak die bestreden moest worden. Ze ondergingen dan ook in China koloniale oorlogen en in Hiroshima de meest gesofisticeerde produkten van onze beschaving.

Zwarten werden met miljoenen door Hollanders, Portugezen, Fransen en Engelsen uit Afrika weggevoerd en in Afrika zelf ondergingen ze een Belgische beschaving die graag gebruik maakte van de chicote (bullepees) en handafhakkingen.

De Palestijnse Arabieren worden nog altijd gekoloniseerd en geterroriseerd.

De Christusmoordenaars werden al sedert de dag dat Godfried van Bouillon door de Rijnvallei trok op weg naar Palestina massaal vermoord. De Nazi’s industrialiseerden zijn praktijken op een miljoenenschaal.

Een tweede zaak die opvalt is dat de racistische Kuifjes, Nero’s (Moea-Papoea, de Woefwasserij,..) en Susken en Wiskes (De Tam-Tamkloppers, De Witte Uil) ondertussen al een halve eeuw oud zijn.

En ook Karnavalskarikaturen moeten aangepakt worden, want zoals de Union des Progressistes Juifs schrijft : Aujourd’hui, ricaner à propos des Juifs, des Noirs ou des Musulmans en répercutant les pires poncifs les concernant et alors que ceux-ci sont les cibles principales des crimes racistes, cela ne peut plus être considéré comme une innocente plaisanterie. Ces images ont un impact qui dépasse largement les trois jours du carnaval et elles ont un effet direct sur ceux qui décident de passer à l’acte.

Maar heeft u al een woordvoerder van die progressieve joden in onze media gehoord? (Er zijn er nochtans bij die Nederlandstalig zijn.)

Neen, wel spreekbuizen van Israël zoals Hans Knoop of hun minister van Buitenlandse zaken. Die blazen die domme en misplaatste en van grove onwetendheid getuigende karikatuur op tot een aanval op de Holocaust en een bewijs dat België doordrongen is van antisemitisme. De Holocaust rendeert, want, zoals de eertijdse Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Aba Eban zei : ‘There is no business like Shoah-business.’ De huidige minister van Buitenlandse Zaken Yisrael Katz doet het op zijn manier. Nadat hij een paar jaar geleden ( 2016) al de ‘chocolade etende Belgen’ verweet slechte democraten te zijn, heeft die minister van de koloniale apartheidsstaat Israël het over: “Belgium has positioned itself as one of the Security Council member states most hostile toward Israel.” België had, als tijdelijk voorzitter van de Veiligheidsraad in het kader van een briefing over kinderrechten een NGO uitgenodigd die actief is in Palestina, en wat gebeurde er : De dag voor Carnaval schreef De Standaard :

De NGO Defence of Children Palestine komt maandag (de dag na Carnaval) niet spreken op een briefing van de VN veiligheidsraad. België als tijdelijk voorzitter heeft de invitatie uitgesteld onder druk van Israël. De nummer twee van onze Ambassade in Israël, Pascal Buffin, werd twee keer op het matje geroepen door Buitenlandse Zaken in Jeruzalem.

Yisraël Katz. Foto Wikipedia

Over die meneer Yisraël Katz valt nog dit te zeggen :

Deze Litouwse  jood bracht zijn jeugd door in de kolonie Kafr Ahim, toen pas gesticht op het Palestijnse dorp Qastiniya. Het werd op 29 juni 1948 verwoest door het Israëlisch leger volgens wat de Israëlische historicus Benny Morris noemt ‘‘liquidation‘ (hisul) en ‘burning’(bi’ur.) De woorden tussen haakjes zijn de Hebreeuwse termen. Het dorp bezat grote boomgaarden waarop ze de befaamde Jaffa appelsienen kweekten, later overgenomen door de zionistische kolonisten.

Yisraël Katz wil dit soort verhalen niet geweten hebben. Palestina is zogezegd altijd Hebreeuws geweest. Als toenmalig minister van verkeer liet hij een wet stemmen waardoor in de bewegwijzering alleen nog maar de Hebreeuwse uitspraak mocht worden weergegeven van Arabische plaatsnamen als Nazareth, Jaffa, Jeruzalem…

Dezelfde Yisraël Katz pleitte tijdens de Gaza-oorlogen voor “targeted killings” en hij bepleitte dezelfde liquidatie-tactiek tegenover vreedzame opposanten van de Israëlische kolonisatie, zoals bepleiters van BDS (zie de mensenrechten organisatie Al Haq, 16 november 2019).

En voor zo iemand zwicht onze Belgische diplomatie. Waar een domme antisemitische karikatuur in Aalst al toe kan leiden.

PS. En er zijn natuurlijk ook niet-racistische karikaturen. Brusselaars hebben een ballonnekeskop, een moustache, een bierbuik en een dikke nek. En soms klopt dat : u moet maar eens een foto van mij googlen.

February 23, 2020 at 10:43 pm 3 comments

HET ANDERE NEGATIONISME

In De Standaard van vandaag 28 januari meent de heer Hans Knoop mij van antisemitisme te moeten beschuldigen. Knoop reageert daarmee op mijn opiniebijdrage in dezelfde krant van 21 januari. Dat deze Pavlovreractie van de heer Knoop niet kon uitblijven had ik verwacht, maar daarom wil ik ze nog niet onbeantwoord laten.

Hier volgt mijn antwoord aan Hans Knoop, dat De Standaard helaas niet publiceert:

Dezer dagen wordt de bevrijding herdacht van het nazi-concentratiekamp en vernietigingscentrum Auschwitz. Ondanks de overweldigende hoeveelheid materiële bewijzen en getuigenissen over de massamoord op de Joden en andere “ongewensten” die daar door de nazi’s werd bedreven blijft een franje van pseudo-historici en extreemrechtse ideologen de historische werkelijkheid ontkennen. Het negationisme is een taai verschijnsel, net als het geloof in ufo’s of de overtuiging dat de aarde plat is en Elvis leeft.

Hans Knoop, de onvermoeibare propagandist van de zionistische ideologie en de staat Israël is de vertegenwoordiger bij uitstek van een ander negationisme: dat namelijk dat de historische werkelijkheid van de vernietiging van Palestina ontkent of verzwijgt. De oprichting van de zionistische staat in een land waar de overgrote meerderheid niet-Joods en antizionistisch was kon alleen gebeuren dankzij militair geweld en een grootscheepse etnische zuivering. Dat is wat de Palestijnen de “Nakba” noemen, en wat Joodse – ook zionistische – historici bevestigen: de tragedie van de oorspronkelijke bewoners van het land die verdreven moesten worden om plaats te maken voor, overwegend Europese, Joodse settler-kolonialisten.

Geen woord daarover in de repliek van Knoop op mijn opiniebijdrage die in De Standaard verscheen onder de titel: “Hoe zionisten de holocaust ‘ontdekten.” Knoop neemt aanstoot aan dat “ontdekken,” maar merkt blijkbaar niet dat het woord tussen aanhalingstekens staat en dat het – zoals blijkt uit het artikel – slaat op de Israëlische propaganda die inderdaad pas vanaf begin jaren zestig volop de holocaustkaart trekt. Dat is geen loze bewering of “antisemitisme” zoals Knoop beweert, maar een vaststelling die door gereputeerde historici wordt bevestigd. In “The holocaust in American Life” beschrijft de Amerikaanse historicus Peter Novick hoe het onder Amerikaanse Joden in de jaren na de tweede Wereldoorlog “something of an embarassment” was om te herinneren aan de massamoord op de Joden in nazi-Duitsland. Toen in de late jaren 40 plannen werden gemaakt voor een Holocaustmonument in New York kwam er eensgezind verzet van invloedrijke Joodse organisaties als The American Jewish Committee, The anti-Defamation League en andere officiële Joodse stemmen. Ze waren het er allemaal over eens: “zo een memoriaal zou een eeuwig herdenkingsmonument betekenen voor de zwakheid en de weerloosheid van het Joodse volk.”

Dichter bij huis schreef de eminente kenner van de Jodenvervolging Gie van den Berghe al in 1990 “De uitbuiting van de Holocaust:” een gedetailleerde weerlegging van het negationisme met daaraan gekoppeld de analyse hoe verschillende Israëlische regeringen de Jodenuitroeiing hebben gebruikt om hun politiek in het Midden-Oosten te rechtvaardigen. Gie van den Berghe kreeg voor zijn werk verschillende prijzen, onder andere de Arkprijs van het Vrije woord, maar het kostte hem de eeuwige vijandschap van de zionistische lobby en het onvermijdelijke etiket van “antisemitisme.” De feiten in zijn boek werden nooit weerlegd en de Israëlische premier Netanyahu deed eerder deze week zijn best om van den Berghe gelijk te geven door de herdenking van de holocaust in Jeruzalem te gebruiken om zijn oorlogspolitiek tegen Iran te verkopen aan de aanwezige buitenlandse regeringsleiders.

De Joodse filosofe Hannah Arendt was één van de eersten die het misbruik van de holocaust voor propagandadoeleinden aan de kaak stelde. In haar beroemde – en voor sommigen beruchte – “Eichmann in Jeruzalem,” haar verslag van het Eichmannproces in 1961, laat Arendt zien hoe Ben Goerion, de eerste Israëlische premier, het proces als het gedroomde vehikel zag om de wereld ervan te overtuigen dat steun aan Israël het enige middel is om een nieuwe holocaust te voorkomen. Arendt schrikt er in haar boek niet voor terug een parallel te trekken tussen het zionisme en de nazi’s. Een moderne staat mag volgens haar niet worden gevestigd op de Joodse identiteit, omdat daarmee de menselijke pluraliteit wordt ontkend. De genocide op de Joden was volgens haar eveneens een poging tot vernietiging van de menselijke pluraliteit. “Net als de zionisten wilden de nazi’s hun staat vestigen op grond van ras en zij konden daarom in onderlinge samenwerking hun idealen verwezenlijken.” Arendt vergelijkt ook de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s uit 1935, op grond waarvan huwelijken tussen Duitsers en Joden verboden waren, met de wetgeving in Israël die alleen huwelijken tussen Joden mogelijk maakt. Het is duidelijk: volgens de antisemitismedefinitie van de International Holocaust Remembrance Association en volgens Hans Knoop was Hannah Arendt een doortrapte antisemiet.

Johan Depoortere
28 januari 2020

January 28, 2020 at 3:53 pm 2 comments

HOLOCAUST EN PROPAGANDA

Door Johan Depoortere

De doden spreken niet. De miljoenen Joden die door de nazi’s werden vermoord protesteren dus ook niet als ze worden gebruikt om een ander onrecht goed te praten: het settlerkolonialisme dat een heel volk van zijn huis en grond heeft verdreven en een regime dat discriminatie en Apartheid in wet heeft gebeiteld. Dat is nochtans wat N-va politicus André Gantman doet in zijn recent interview in De standaard als hij  het tragische lot van zijn familie en van alle Joden inroept om antizionisme gelijk te stellen met antisemitisme, Jodenhaat. Dat betekent dat de zes miljoen Palestijnen die onder Israëlisch bestuur leven en die het zionisme verwerpen gebrandmerkt worden als Jodenhaters. Dat betekent dat een volk dat part noch deel had aan de uitmoording van de Europese Joden door de nazi’s lijdzaam de prijs moet betalen voor die misdaad of van antisemitisme beschuldigd worden. De Palestijnen, de oorspronkelijke bewoners van het land dat nu Israël heet, haten het zionisme niet omdat ze de Joden haten maar omdat het in naam van die ideologie is dat ze van hun huis en grond werden verdreven, als vluchtelingen en staatlozen of als tweederangsburgers in eigen land moeten leven. Het zionisme heeft hun dorpen vernietigd (en gaat daar tot vandaag mee door), heeft hen beroofd, niet alleen van hun materiële bezittingen maar ook van hun identiteit, hun geschiedenis en hun taal, het Arabisch dat van officiële taal gedegradeerd werd tot “taal met een speciale status”. Hun zelfbeschikkingsrecht is hun bij wet ontnomen.

Resten van Ikrit, één van de meer dan 600 Palestijnse dorpen die Israël sinds 1948 heeft vernield en van de kaart geveegd.

Dat de vermoorde Joden voor de kar worden gespannen van een ideologie waar ze in grote mate tegenstanders van waren is een gotspe en een ongehoorde belediging aan het adres van de slachtoffers van de massamoord. Tot aan de opkomst van de nazi’s en de uitroeiing van de Europese Joden was het zionisme de ideologie van een minderheid onder hen.  (Joden in de Arabische wereld kwamen er helemaal niet aan te pas.) De felle kritiek op het zionisme kwam tot aan de eerste wereldoorlog meer uit de hoek van Joden dan van niet-Joden. De beweging die Theodor Herzl in 1897 had opgericht kreeg zware tegenwind niet alleen van de liberale Joodse bovenlaag in de westerse landen, maar ook van religieuze hervormers en orthodoxe en ultra-orthodoxe Joden. De seculiere Joden, in tsarisctisch Rusland ter linkerzijde in grote meerderheid verenigd in de Bund, en later de communisten waren felle tegenstanders van het zionisme dat ze als een reactionaire, kleinburgerlijke en utopische beweging bestreden. Zij verweten de zionisten onder andere dat ze het antisemitisme in Europa in de hand werkten. Niet ten onrechte. Herzl zelf schreef in zijn dagboek: “De antisemieten zullen onze meest betrouwbare vrienden zijn, en de antisemitische landen onze bondgenoten.” Voorts geloofde hij terecht dat de regeringen van antisemitische landen de zionisten zouden helpen om hun eigen land te creëren, om zo af te zijn van de Joden.

Norman Finkelstein

De Amerikaanse politicoloog Norman Finkelstein heeft net als André Gantman het drama van de Jodenmoord in eigen familie meegemaakt. Zijn beide ouders overleefden weliswaar de vernietigingskampen Auschwitz en Majdanek, alle andere familieleden werden door de nazi’s vermoord. Maar Finkelstein trekt heel andere conclusies uit de tragische geschiedenis van de twintigste eeuw. In zijn boeken, conferenties en journalistiek werk hekelt hij de misdaden van Israël, de voortdurende schendingen van de mensenrechten en het internationaal recht, de onderdrukking van de Palestijnen en de bij wet vastgelegde Apartheid. Hij noemt de behandeling van de bevolking van de Gazastrook door Israël “één van de meest afschuwelijke en aanhoudende campagnes van collectieve straffen in de moderne geschiedenis.” Maar het is vooral zijn aanklacht over het misbruik van de Holocaust door Israël die hem tot bête noire van de zionisten en tot persona non grata in dat land heeft gemaakt.

Dat de “Holocaust” nu zo een centrale plaats inneemt in de apologie en de propaganda van de zionistische staat is relatief nieuw. De populariteit van het woord hebben we te danken aan de gelijknamige Amerikaanse TV-serie uit 1978 met Meryl Streep  die in aanzienlijke mate heeft bijgedragen tot de beeldvorming over wat in de Joodse traditie de “Shoah” wordt genoemd.

De miniserie Holocaust kwam in verschillende talen op het scherm. Ze bepaalde de beeldvorming in de westerse wereld over de massamoord op de Joden in Europa.

In de eerste jaren na de oorlog was de massamoord op de Europese Joden een taboe in Israël. In zijn boek “The Seventh Million” beschrijft de Israëlische historicus Tom Segev hoe de overlevers van de judeocide na de oorlog allesbehalve welkom waren in Israël. Ben Goerion, de vader des vaderlands, noemde ze “slechte mensen:” als ze de genocide overleefd hadden dan moesten het ofwel collaborateurs zijn of profiteurs die hun hachje hadden gered ten koste van anderen. Een erger verwijt was dat ze zich niet verzet hadden: ze moesten zwakkelingen zijn die zich als schapen naar de slachtbank hadden laten leiden. En dat in tegenstelling tot de pioniers van de staat Israël die de “nieuwe Joodse mens” zouden creëren die sterk is en zich niet langer laat onderdrukken. Er was een ruim verspreid scheldwoord dat voor de overlevers van de kampen werd gebruikt, zegt Segev in een BBC-interview. Dat woord was “zeep.”

Ook de invloedrijke Amerikaanse Joden wilden in de jaren na de oorlog niet aan de massamoord in Duitsland herinnerd worden. In het boek “The Holocaust in American Life” beschrijft de historicus Peter Novick hoe ook hier de Koude Oorlog de geesten beheerste. Spreken over de pogingen van Hitler om de Joden uit te roeien zou in de kaart van de communisten spelen in hun strijd tegen de herbewapening van Duitsland. Herinneren aan de Holocaust was – zo schrijft Novick “something of an embarrassment.” Toen in de late jaren 40 plannen werden gemaakt voor een Holocaustmonument in New York kwam er eensgezind verzet van invloedrijke Joodse organisaties als The American Jewish Committee, The anti-Defamation League en andere officiële Joodse stemmen. Ze waren het er allemaal over eens: “zo een memoriaal zou een eeuwig herdenkingsmonument betekenen voor de zwakheid en de weerloosheid van het Joodse volk.”

De verandering kwam in het begin van de jaren zestig toen Eichmann in Argentinië werd ontdekt en naar Israël werd ontvoerd. Het Eichmanproces confronteerde de Joods-Israëlische gemeenschap met een geschiedenis die ze het liefst van al wou vergeten. Maar voor Ben Gurion was het de gedroomde gelegenheid om de wereld ervan te overtuigen dat steun aan Israël onontbeerlijk is om een nieuwe Holocaust te voorkomen. Volgens de Joodse filosofe Hannah Arendt was dat de propagandistische bedoeling van het proces. In haar beroemde – en jawel controversiële – verslag Eichmann in Jerusalem gaat ze in tegen het beeld van Eichmann als “het antisemitische monster waartegen alleen de staat Israël bescherming kan bieden.” Ze noemde hem de verpersoonlijking van de “banaliteit van het kwaad.” En ze ging een stap verder: ze zag een parallel tussen het zionisme en de nazi’s. Een moderne staat mag volgens haar niet worden gevestigd op de Joodse identiteit, omdat daarmee de menselijke pluraliteit wordt ontkend. De genocide op de Joden was volgens haar eveneens een poging tot vernietiging van de menselijke pluraliteit. “Net als de zionisten wilden de nazi’s hun staat vestigen op grond van ras en zij konden daarom in onderlinge samenwerking hun idealen verwezenlijken” (1)

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967, die niet langer werd gezien als een “verdedigingsoorlog” verloor Israël een goed deel van de sympathie die het tot dan vrijwel onverdeeld had genoten van links en rechts in de westerse wereld.  De propagandawaarde van de mythe van “David tegen Goliath” – het kleine Israël tegen zijn machtige Arabische buren – leek uitgewerkt. Vanaf dat moment speelden de Israëlsche propaganda en de verdedigers van het zionisme ongeremd de Holocaustkaart. Ook in ons land – zie Gantman, zie de conflicten over het “Memoriaal en Museum Kazerne Dossin” waar de zionistische lobby het exclusieve recht opeist om de Jodenmoord ten behoeve van de propaganda ideologisch te interpreteren.

  1. Eichmann in Jerusalem. A Report on the Banality of Evil, Londen: Penguin Books 2006 p. 41-42. Arendt vergelijkt ook de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s uit 1935, op grond waarvan huwelijken tussen Duitsers en Joden verboden waren, met de wetgeving in Israël die alleen huwelijken tussen Joden mogelijk maakt (Arendt 2006, p. 7)

Dit is de uitgebreidere versie van een bijdrage die onder licht gewijzigde vorm als opiniestuk in De Standaard van 21 januari 2020 is gepubliceerd.

 

January 21, 2020 at 5:25 pm 4 comments

“DE MACHT VAN JODEN” (een repliek)

Tom Ronse

Het is in dit salon al vaak betoogd: antisemitisme en antizionisme zijn niet hetzelfde. Integendeel: wie konsekwent gekant is tegen racisme en dus antisemitisme kan niet anders dan ook verzet aantekenen tegen de discriminerende en koloniserende politiek van de Israelische staat. Het omgekeerde geldt ook: wie de racistische politiek van Israel verwerpt, moet zich ook konsekwent kanten tegen alle uitingen van antisemitisme.

Zoals de beruchte anti-joodse praalwagen in de Aalsterse karnavalstoet van vorig jaar. Plaatsvervangende schaamte is wat ik voelde toen ik daar beelden van zag. Sindsdien zijn allerlei argumenten aangevoerd om die weerzinwekkende vertoning te vergoelijken: de karnavalstoet lacht met alles, wie niet kan meelachen heeft lange tenen of is tegen de vrije meningsuiting, de praalwagen hekelt niet alle joden, enkel sommige, etcetera.

Bullshit. De gelijkenis tussen de Aalsterse karikaturen van geldbeluste joden -met hun geldzakken, hun graaiende handen, lelijke kromme neuzen en een rat op de schouder – en de haatcampagnes van de nazi’s van vroeger en nu, is onmiskenbaar.

Lachen met volksvreemden in Aalst

 

Nazi-propaganda

 

Het spijt me dan ook dat historicus Gie Van den Berghe, wiens originele artikels in dit salon ik ten zeerste waardeer, in zijn jongste bijdrage dit Aalsters racisme helpt goedpraten. Volgens hem stak de praalwagen in kwestie de draak met “de macht van joden (niet van ‘dé joden’ want dat zou een naar antisemitisme neigende veralgemening zijn)”. Zo simpel is dat: je laat het lidwoord vallen en alles is in orde. Je bezondigt je dus niet aan racisme als je spreekt over “de domheid van zwarten”, zolang je het maar niet over “de zwarten” hebt. De praalwagen van de “vismooil’n” spotte niet met “dé joden” maar specifiek met orthodoxe joden die behalve hun religie, hun excentrieke kledij en haardracht, ook geldzucht gemeen hebben volgens de Aalsterse karnavalgroep. Van den Berghe weet beter dan de meesten dat dit stereotiep op eeuwen kristelijke laster steunt maar knijpt een oogje dicht vanwege de rol die orthodoxen spelen in de kolonisatiepolitiek van Israel. Ook dat is een veralgemening. Er zijn heel wat orthodoxen die deze politiek niet steunen en er zich zelfs actief tegen verzetten.

Het is fout om alle orthodoxen, laat staan alle joden, over één kam te scheren. Er zijn zionistische en anti-zionistische orthodoxen, er zijn rijken en armen onder hen. Maar volgens het stereotiep denken ze allen hetzelfde en hebben ze allemaal veel geld en macht. Die macht werd volgens Van den Berghe geillustreerd door het feit dat klachten van joodse organisaties ertoe geleid hebben dat het Aalsters karnaval geschrapt werd uit Unesco’s werelderfgoedlijst.

Het concept zelf van “de macht van joden” impliceert een ‘naar antisemitisme neigende veralgemening’. Ik heb nog nooit iemand over “de macht van kristenen” horen praten, hoewel die ontegensprekelijk veel groter is dan die van joden. Het idee dat alle mensen met een kristelijke achtergrond dezelfde ideeen en belangen hebben lijkt immers bespottelijk maar als het over joden gaat (of moslims, of andere minderheden) is het voor velen niet meer het geval.

Joden zijn niet kwetsbaar of niet kwetsbaarder dan andere minderheden”, schrijft Gie. Maar vandaag zijn alle minderheden kwetsbaar en elk jaar zijn ze dat meer. In heel de wereld waait een wind van haat en onverdraagzaamheid tegen minderheden die kan aanzwellen tot een storm van uitsluiting en geweld. Het is in die context dat de Aalsterse praalwagen gesitueerd moet worden. Dit was geen satire op de politiek van Israel.

De laatste paragraaf van Van den Berghe’s artikel is een harde aanklacht tegen die politiek. Zo verbindt hij de verdediging van een antisemitische praalwagen met antizionisme. Ik hoor de zionisten al glunderen: “Zie je wel?”

 

ratten en ander ongedierte

 

 

January 12, 2020 at 4:52 am 9 comments

HOLOCAUSTJODEN

Door Gie van den Berghe

In De Afspraak van 8 januari werd onder meer aandacht besteed aan de vrijheid van meningsuiting. Filosofe Tinneke Beeckman vond dat er sinds de aanslag op Charlie Hebdo, vijf jaar geleden, veel minder vrijheid is en betreurde dat. Bart Schols vroeg haar daarop of de burgemeester van Aalst dan ongelijk heeft als hij de schrapping van het Carnaval van Aalst van de werelderfgoedlijst van de UNESCO weglacht. Hierop formuleerde Beeckman een merkwaardige uitzondering op de vrijheid van meningsuiting. Dat, zei ze, ‘is een enorm verschil dat veel te weinig gemaakt wordt tussen het lachen met een geloofssysteem, zeker wanneer het radicaal fundamentalistisch is (…) wanneer het gaat om de uitwassen van zo’n systeem, en het lachen met mensen en ook in het geval van Aalst gaat het over de Holocaust, (…) een door de staat georganiseerde poging om een volk uit te roeien, (…) fundamenteel iets anders. Je mag mensen niet minachten of haten maar je moet wel kunnen kritiek geven op een geloof of een idee, dat is voor mij een fundamenteel verschil’.

Beeckman vergist zich, er werd in Aalst niet gelachen met wat zij de Holocaust noemt (een slachtofferbegrip, jodenuitroeiing, judeocide, Endlösung zijn correcter.) De praalwagen in kwestie bespotte de jodenuitroeiing niet maar wel orthodoxe joden, met shtreimes (grote hoeden in bont), pijpenkrullen, stereotiep grote neuzen, gezeten op en omringd door zakken geld en muntstukken. In De Afspraak wees niemand Beeckman op haar ‘vergissing’. Zo te zien vat vrijwel iedereen spotten met joden op als een persiflage van de ‘Holocaust’, een heiligschennis, een niet te vergeven misdaad die zelfs de vrijheid van meningsuiting ongedaan maakt.

Foto: Carnaval Aalst foto-en videoblog

Beeckman is niet de enige die op deze wijze in de fout gaat. Patricia Teitelbaum, een vertegenwoordigster van het International Movement for Peace and Coexistence, die begin december 2019 naar Bogota reisde om bij het UNESCOcomité voor werelderfgoed de schrapping van het Carnaval van Aalst te bepleiten, verklaarde in Het Laatste Nieuws (28 november) dat de joden op de Aalsterse praalwagen omringd waren door ratten. Dat is een allusie op de beruchte rattenstroom in de antisemitische nazifilm Der Ewige Jude (1940), maar in Aalst waren er op of rond de praalwagen géén ratten te zien.

Tijdens het carnaval had de wagen ook geen beroering gewekt, het waren joodse organisaties die achteraf klacht indienden. UNIA, een onafhankelijke openbare instelling die discriminatie bestrijdt en gelijke kansen bevordert, vond onterecht: de wet op racisme en antisemitisme was niet overtreden.

Maar toch schrapte de UNESCO die het zeshonderd jaar oude Carnaval van Aalst in 2010 als ‘satirisch en uitbundig’ had erkend, het carnaval van de werelderfgoedlijst wegens racisme en antisemitisme. En zo illustreren joodse organisaties ongewild waar tijdens het Carnaval van Aalst de draak werd mee gestoken: de macht van joden (niet van ‘dé joden’ want dat zou een naar antisemitisme neigende veralgemening zijn). Joodse organisaties en niemand anders slaagden erin het Carnaval van Aalst te schrappen van de lijst van werelderfgoed. Maar niet getreurd, de Belgische biercultuur, garnaalvissen te paard en andere zotternijen staan er wel nog op.

Foto: Carnaval Aalst foto-en videoblog

Carnaval’, zei Teitelbaum nog, ‘is spotten met de machtigen der aarde, maar toch niet met de kwetsbaren’. Jarenlange Israëlische propaganda en politieke exploitatie van de judeocide hebben er kennelijk voor gezorgd dat we joden en hun daden onlosmakelijk verbonden zien met en verontschuldigen door hun vreselijke maar wel degelijk voorbije slachtofferschap.

Joden zijn niet kwetsbaar of niet kwetsbaarder dan andere minderheden. Israëlische joden zijn allesbehalve kwetsbaar, ze kwetsen en onderdrukken veelal andere mensen. Nogal wat orthodoxe joden spelen hierbij een rol, palmen met hun nederzettingen almaar meer Palestijns gebied in.

Kort na zijn machtsovername kondigde Trump aan dat hij de VS ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem zou verplaatsen. De VS ziet de Israëlische nederzettingen op de West Bank niet langer als onwettelijk. Vorige zomer zette Trump samen met Israël een eerste fase in om Palestina grondig te veranderen. Er werd vijftig miljard dollar geïnvesteerd in Palestijnse, Egyptische, Jordaanse en Libanese infrastructuur en zakelijke projecten, geld voornamelijk afkomstig uit Arabische bronnen. Details van de tweede, ‘politieke’ fase moeten nog onthuld worden. Uit betrouwbare lekken blijkt dat de VS en Israël een ‘nieuw Palestina’ willen creëren dat slechts 12% van de West Bank mag ‘omvatten’, in niet aaneengesloten kantons, met een hoofdstad in de buitensteden van Jeruzalem. Dit deel van de ministaat zou via een brug met Gaza verbonden worden en via twee landcorridors met Jordanië. Gaza zou in de noordelijke Sinaï uitgebreid worden op domeinen gehuurd van Egypte om er een industriële zone en een luchthaven te bouwen. Hamas zou zijn wapens moeten inleveren en onder de controle vallen van de Palestijnse autoriteit. De nieuwe staat zal compleet gedemilitariseerd zijn. Israël zal zijn veiligheid verzekeren, gefinancierd door de Palestijnen. Het Palestijns recht op terugkeer – volgens de VN Algemene Vergadering van 1974 een onvervreemdbaar recht – zou officieel afgeschaft worden: Palestijnse vluchtelingen zouden compensatie ontvangen van een internationaal fonds en meer rechten krijgen in de landen waar ze nu leven. Zo moet een einde gesteld worden aan alle Palestijnse rechten. Het plan volgt de principes die Westerse vredesvoorstellen van het begin af aan volgden: Palestijnse eisen blijven altijd onderschikt aan Israëls noden en wensen (Karmi, Ghada – ‘Constantly Dangled, Endlessly Receding’, London Review of Books, 5.12.2019).

January 10, 2020 at 10:54 am 3 comments

RUHIG ABWARTEN

Bilzen Foto Han Soete

Bilzen: tot voor kort was de naam van het Limburgse stadje voor mij en mijn generatiegenoten onlosmakelijk verbonden met Jazz Bilzen, de voorloper in de jaren zestig van de grote rockfestivals in Torhout en Werchter. Dat veranderde in de nacht van 10 op 11 november toen een toekomstig asielcentrum in brand werd gestoken. Voortaan staat Bilzen voor de eerste terreurdaad van dat soort in ons land, uitgerekend op de verjaardag van het einde van de eerste wereldoorlog en bijna dag op dag 81 jaar na de verschrikkelijke Kristallnacht waarmee in Duitsland de gewelddadige vervolging van de Joodse bevolking werd ingeluid en die zou leiden tot de massamoord op niet alleen Joden maar ook communisten, socialisten, liberalen, homo’s, zigeuners en al wie kritiek had op de nazi’s.

Kristallnacht: brandende synagoge in Baden Baden Foto: Flickr

Te veel samenloop van omstandigheden om toeval te zijn en de brand in Bilzen was dan ook de vernieuwde aanleiding tot het debat over de vraag of we ons tijdsgewricht al dan niet mogen of moeten vergelijken met de jaren dertig. De eminente historicus en kenner van de periode, Herman Van Goethem, meent dat er inderdaad voldoende parallellen zijn met de vooroorlogse jaren om ons zorgen te maken. Andere even eminente historici wijzen op de grote verschillen tussen toen en nu. Bruno De Wever bijvoorbeeld vindt dat de sociale zekerheid en de “stevig verankerde welvaartsstaat” ons kunnen behoeden voor een herhaling van de jaren dertig en de opkomst van fascisme en nazisme. Maar laat nu net die sociale zekerheid, het fundament van de welvaartsstaat onder druk van de neoliberale ideologie en rechtse regeringen steeds meer op de helling komen te staan. De lectuur van Geert Maks “Grote Verwachtingen” kan ons over de toekomst van de Europese eensgezindheid overigens alleen maar somber stemmen.

De politieke pyromanen van de jaren dertig zijn terug van nooit weggeweest schrijft Van Goethem. Hij geeft vier voorbeelden van historische tendensen die al vóór de tweede wereldoorlog aanwezig waren en die nu na decennialang min of meer sluimeren weer aan de oppervlakte komen. De leider die spreekt in naam van de massa, die zich niet langer vertegenwoordigd voelt door de klassieke politieke partijen. Denk aan Orbán, Salvini, Poetin en Trump. Bij ons is er nog niet zo dadelijk een “leider” van die allure in de coulissen waar te nemen, maar de afkeer van de bestaande politieke partijen maakt een breed publiek rijp voor zo een figuur. Voorts is er het sluipend gif van het nationalisme dat een externe vijand nodig heeft. Vandaag zijn dat niet alleen de moslims maar ook opnieuw de Joden. Denk maar aan de antisemitische campagne van de Hongaarse premier Orbán tegen de Joodse financier George Soros.

Tijdens de beruchte Alt-rightbetoging van augustus 2017 in het Amerikaanse Charlottesville scandeerden de extreemrechtse manifestanten: “Jews will not replace us”- President Trump noemde de betogers in Charlottesville “fijne mensen.” De ideologie van “the great replacement” van de Fransman Renaud Camus was de inspiratie voor de terreurdaden van Anders Breivik die in 2011 69 jongeren doodschoot en voor Brenton Tarrant, de blanke supremacist die in het Nieuw-Zeelandse Christchurch 51 mensen vermoordde.  Ook bij ons is de theorie populair in nieuwrechtse kringen met figuren als Van Langenhove als boegbeeld.

Charlottesville Foto|: Wikipedia Commons

Van Goethem wijst ook op de kracht van de nieuwe media. In de vooroorlogse jaren waren dat de radio en het bioscoopjournaal. Nu maken Twitter en Facebook, maar ook duistere internetkanalen het makkelijk om de boodschap van de leider “ongefilterd” op de massa los te laten. Trollenfabrieken in dienst van partijen of regeringen produceren aan de lopende band complottheorieën.  Ook de klassieke mainstreammedia zijn niet onschuldig. De Nederlandse populismespecialist Cas Mudde waarschuwt in De Volkskrant voor de normalisering van radicaalrechts populisme in de media die volgens hem de laatste jaren “steeds verder zijn gaan meebuigen met radicaalrechtse xenofobie.” Van een mediacordon is bij de Vlaamse openbare omroep intussen al lang geen sprake meer. Nadat hij in een ophefmakende documentaire van de VRT-Nieuwsdienst als een gewelddadige neofascist was ontmaskerd kon Van Langenhove doodgemoedereerd aan tafel zitten voor een debat met mainstream politici als Koen Geens en Maggy De Block. Na de brand in Bilzen kregen de politieke pyromanen als Tom Van Grieken en Jean-Marie De Decker uitgebreid de kans om het gebeuren te “duiden.”

Niemand heeft de sfeer en de geestesgesteldheid aan de vooravond van de twee wereldoorlogen beter beschreven dan de Oostenrijkse auteur Stefan Zweig in zijn autobiografie “De wereld van gisteren.” Twee keer danste Europa op een vulkaan en twee keer gingen vooruitgangsgeloof en optimisme de duisterste periode van onze geschiedenis vooraf. In de jaren voorafgaand aan de eerste wereldoorlog had Zweig een indrukwekkend netwerk van vriendschappen opgebouwd in de literaire en kunstwereld over heel Europa: met de Franse pacificist Jules Romains bijvoorbeeld, met Franz Werfel (“Der Weltfreund”) in Duitsland, Camille Lemonnier, Constantin Meunier en vooral Emile Verhaeren in België. Allen geloofden ze heilig in de “broederschap der volkeren,” niemand zag de tekenen des tijds die het grote conflict aankondigden. “We vertrouwden op Jaurès, op de socialistische Internationale” schrijft Zweig, “we geloofden dat de spoorwegarbeiders eerder de rails zouden opblazen dan hun kameraden als slachtvee naar het front laten transporteren…. Ons gemeenschappelijk idealisme, ons door vooruitgang bepaald optimisme maakten dat wij het gemeenschappelijke gevaar niet zagen of onderschatten.”

Zweig moest met vertwijfeling vaststellen hoe het opgezweepte nationalisme en de oorlog de vriendschapsbanden aantastten, hoe de stilte viel in de conversatie, hoe correspondentie onbeantwoord bleef. In de jaren dertig maakte hij, na het uitbundige optimisme van het decennium daarvóór, hetzelfde mee. Zweig woonde in het Oostenrijkse Salzburg, een steenworp van Berchtesgaden net over de grens waar een zekere Adolf Hitler zich zou komen vestigen. Maar ondanks die nabijheid duurde het ook nu weer lang eer Zweig en zijn tijdgenoten de ernst inzagen van wat in Duitsland en Italië aan de gang was. Pas toen hij in Italië een aanval van een goed georganiseerde groep fascistische jongeren op een linkse betoging had meegemaakt maakte hij zich echt zorgen om wat Europa opnieuw te wachten stond. “Dit was voor mij de eerste waarschuwing dat ons Europa onder het schijnbaar rustige oppervlak vol gevaarlijke onderstromingen was.” Dat had net zo goed vandaag geschreven kunnen zijn.

Ook in Duitsland groeide pas laat – té laat – het besef dat de “agitator van de bierhallen” echt gevaarlijk kon worden. De industriëlen zagen met tevredenheid de man die ze “jarenlang in het geheim hadden gesteund aan de macht komen” en “de meest verschillende, meest tegengestelde partijen zagen deze ‘onbekende soldaat’ die elke stand, elke partij, elke richting alles beloofd had wat ze graag hoorden, als hun vriend – zelfs de Duitse joden maakten zich geen grote zorgen.” Nog op 30 januari 1933, nadat Hitler aan de macht was gekomen, schreef de voorzitter van het “Centralverein deutscher Staatsbürger jüdischen Glaubens”,  de vereniging die in de 19e eeuw door Joodse intellectuelen was opgericht tegen het opkomende antisemitisme: “Im übrigen gilt heute ganz besonders die Parole: Ruhig abwarten!”

Johan Depoortere

24 december 2019

Deze tekst verscheen eerder als column in het decembernummer van Aktief, het blad van Het Masereelfonds

December 30, 2019 at 9:42 am 1 comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,701 other followers