Posts filed under ‘België’

JEF COECK 1942-2018

Het is mijn droeve plicht het overlijden te melden van vriend en collega Jef Coeck. Jef was een journalist in hart en nieren, een schrijver en taalvirtuoos. Zijn bijdragen aan het Salon van Sisyphus, de internetpublicatie die hij mee hielp oprichten, getuigen van zijn scherpe observatie en trefzekere verwoording.

Jef Coeck hoorde tot een generatie journalisten die de deuren en ramen opengooiden in de toenmalige verzuilde en gezagsgetrouwe Vlaamse media-omgeving: Frans (Sus) Verleyen, Johan Anthierens, Johan Struye, Walter De Bock, Paul Goossens, Piet Piryns, Herman De Coninck en vele anderen waren bij verschillende media voor kortere of langere tijd zijn collega’s. Zijn journalistieke zwerftocht voerde hem via de radio naar Knack, De Morgen en laatst De Tijd waar hij literaire recensies schreef. Hij was freelancer voor onder andere Vrij Nederland, Vara, Humo en IPS.

Hij begon zijn journalistieke carrière bij de radioredactie van de openbare omroep, toen nog BRT. Daar leerde ik Jef kennen als de Midden-Oostenspecialist en hij was mijn mentor bij mijn allereerste reportages in het gebied. Hij liet me gul gebruik maken van zijn vele contacten in Libanon waar hij een tijdlang correspondent was geweest. Daar had hij kennis gemaakt met het drama van de Palestijnen die in 1948 gevlucht waren voor de Zionistische terreur en in Libanon in miserabele omstandigheden in vluchtelingenkampen leefden. Die aandacht voor de andere kant van de Israëlisch-Palestijnse kwestie was nieuw in die jaren en ze werd hem bij de politieke zetbazen van de omroep niet in dank afgenomen. Het resulteerde in de innige vijandschap van onder meer toenmalig Antwerps socialistisch kopstuk Wim Geldolf.

Jef was er de man niet naar om onder politieke druk te beknibbelen op zijn oprechte overtuiging en zijn professionele journalistieke normen en hij ruilde in 1973 de vrij comfortabele positie van omroepjournalist voor het onzekere bestaan van de freelancer. Zijn tocht langs de in die tijd relatief nieuwe media (De Morgen, Knack) verliep niet altijd rimpelloos noch zonder conflicten. Maar voor Jef stonden journalistieke eerlijkheid en het zoeken naar waarheid boven carrièrezucht of zelfs bestaanszekerheid. Zijn belangstelling was ruim: van het Midden-Oosten tot Cuba, literatuur en muziek, maar ook de binnenlandse politiek en journalistiek bleef hij – ook na zijn pensioen – kritisch volgen. Hij zag met lede ogen hoe het Vlaams nationalisme van de bont gekleurde Volksunie vervelde tot de neoliberale en sociaal hardvochtige machtspartij van de Vlaamse nieuwe rijken. Zijn biografie van de veelzijdige en ruimdenkende nationalist Maurits Coppieters bleef helaas onafgewerkt maar krijgt hopelijk nog voltooiing op basis van het vele materiaal dat Jef klaar had voor de laatste hoofdstukken.

Het was geen geheim dat het de laatste jaren met de gezondheid van Jef de verkeerde kant op ging. Toch kwam zijn overlijden nog vroeger dan verwacht en gehoopt. Maar Jef had er vrede mee dat zijn einde was gekomen en hij verkoos een waardig en sereen afscheid boven een pijnlijk gerekte doodstrijd. We verliezen in Jef een gewaardeerde medewerker en criticus van het Salon, de blog waarin hij zijn journalistieke gedrevenheid kwijt kon en waarvoor hij andere getalenteerde medewerkers kon aantrekken. Ik zal bovendien zijn warme vriendschap missen, zijn soms wrange humor, zijn gevatte opmerkingen en zijn bon-mots. Hij laat zijn vrouw Miche, twee volwasssen dochters en een kleinzoon na. Het Salon deelt in hun rouw.

Johan Depoortere

9 april 2018

April 11, 2018 at 3:38 pm 4 comments

OPEN GRENZEN!

Tom Ronse

Niemand, ook niet ter linkerzijde, pleit voor open grenzen, lees ik herhaaldelijk in reacties op Bart De Wevers beruchte opiniestuk over migratie. “Misschien dat u hier of daar nog een overjaarse anarchist kan opduikelen maar dat is het dan ook”, aldus Louis Tobback in De Morgen. Noem me een overjaarse anarchist zo u wil maar hier volgt een dissonante noot in dat eenstemmig koor. Een pleidooi voor, onder meer,  open grenzen.

De Wever verwijt links hypocrisie maar hij is zelf hypocriet. Hij beroept zich op de ‘gouden regel’  -behandel je naaste zoals je zelf zou willen behandeld worden- maar voegt er snel aan toe: “Maar hoe nabij moet die naaste zijn?” Hij beweert “oprecht moreel mededogen” te voelen maar … ‘grenzen bakenen onze impliciete solidariteit af’. Mededogen dat stopt aan de grens is een pleidooi om mensen die vluchten voor oorlog en honger te laten verdrinken in de zee en op te sluiten in kampen en gevangenissen zoals nu al volop gebeurt. Het is helemaal geen mededogen. Barts vriendin heet Tina, kort voor “There is no alternative”.  Het verhaal: de harde Francken-politiek is de enige mogelijke, anders ontstaat er een aanzuigeffect dat ons zal overrompelen, dat chaos en sociale afbraak zal veroorzaken. Intussen helpt zijn partij de sociale afbraak organizeren. Uit mededogen met onze eigen landgenoten  ongetwijfeld.

Links replikeert dat er een gulden tussenweg is tussen het cynisch standpunt van De Wever en het utopisch lijkende idee van ‘open grenzen’. Volgens links is er wel degelijk financiële ruimte om een meer sociaal beleid te voeren, om vluchtelingen een menswaardige opvang te geven. Het aanzuigeffect kunnen we bestrijden door  de economische  ontwikkeling te bevorderen in de landen waar de migranten uit wegvluchten, door informatiecampagnes om hen te overtuigen dat hen hier ook alleen maar ellende wacht en door een buitenlands beleid te voeren dat oorlog ontmoedigt in plaats van zoveel mogelijk wapens te proberen verkopen en bommenwerpers naar het Midden Oosten te sturen.

Maar links maakt het er zich al te gemakkelijk van af. Laat ons iets verder kijken dan onze neus lang is naar de trends die de evolutie van de wereld bepalen en dus ook de kontekst van het debat over migratie.

 

Perfect storm

Ten eerste: automatisering. Die dient om arbeidstijd uit te sparen. Het kan dan ook niet anders dan dat veel arbeidspotentieel overbodig wordt. De informatica-omwenteling  integreert en stoot uit. Alles wordt deel van de globale markt, wat we consumeren is het product van een global assembly line. Tegelijk is er een uitstotingsproces: de global assembly line wordt steeds automatischer, steeds efficienter. Miljoenen worden ‘nutteloos’ en hebben niet langer een pre-kapitalistische economie om op terug te vallen. Dit is nu al de realiteit in vele landen in de periferie waar de effectieve werkloosheid meer dan 50 % bedraagt. Wat niet wil zeggen dat die al werklozen niet werken. Als je tien uur per dag aan een kruispunt snoep en sigaretten staat te verkopen heb je ook een zware werkdag.

Ten tweede: een nieuwe, diepe recessie is hoogstens enkele jaren ver. De schuldenberg zal blijven groeien. In het Engels zeggen we: they kicked the can down the road. Ze schopten het blik wat verder de straat op en deden alsof het weg was. De schulden groeien omdat er, globaal genomen, niet genoeg winst wordt gemaakt. Winstpotentieel bepaalt in onze maatschappij wat geproduceerd wordt. De schuldengroei is nodig om de boel draaiend te houden, om de winstmarge te onderstutten. Daarom hebben de financiële autoriteiten op de great recession van 2008 –die zelf door schuldenlast in gang werd getrapt-  gereageerd door vele biljoenen dollars, euros, yens, RMBs, etc. in de banken en grote bedrijven te pompen en door de rentevoet tot bijna nul te duwen. Dat laatste was een cruciale factor in de huidige heropleving (de zwakste weliswaar sinds de tweede wereldoorlog)  want de lage rentekost maakt krediet bijna gratis. Niet voor iedereen natuurlijk.  Maar rijken konden makkelijk rijker worden door spotgoedkoop geleend geld in de beurs te investeren. De regel – lage rente voor de rijken maar hoge rente voor de armen- is logisch, aangezien lenen aan armen een groter risico inhoudt. Dat geldt zowel voor individuen als voor landen. Het is dus ook logisch dat de kloof tussen rijk en arm steeds groter wordt. En dat landen een harde concurrentiestrijd moeten voeren om kapitaal aan te trekken, door hun sociale lasten te verminderen en fiscale premies te geven.

Maar onvermijdelijk komt ook de lage rente van de rijken onder druk te staan.  De spanning tussen de groeiende schuldverplichtingen en de dalende winstverwachting maakt dan een nieuwe inzinking onvermijdelijk.  Omdat de schuldenlast van bedrijven en regeringen nu veel groter is dan in 2008 zal de recessie wellicht dieper zijn.  Hoe ver de kettingreactie van failissementen zal gaan valt moeilijk te voorspellen. Maar zeker is dat, op alle markten, de zwakste concurrenten de hardste klappen zullen krijgen.

Ten derde: klimaatrampen zullen toenemen. Er iets wezenlijks aan doen kost te veel, dat wil zeggen, het is niet winstgevend. Aangezien de economie op winst en concurrentie gebaseerd is, kunnen we niets meer verwachten dan holle verdragen, en windmolens, zonnepanelen en electrische auto’s als pleisters op een etterend been. We weten heel goed dat een drastische globale verandering in productie en consumptie nodig is om te voorkomen dat de levens van miljoenen door klimaatverstoring zullen ontwricht worden maar we kunnen enkel handenwringend toekijken terwijl het drama zich ontvouwt.

Ten vierde: oorlogen zullen niet verdwijnen, integendeel. De ontwrichting, veroorzaakt door economische krisis en klimaatrampen,  schept opportuniteiten voor kleine en grote imperialisten, voor kriminelen, voor war lords en grootmachten. Droogte en overstromingen doen conflicten ontstaan over schaarse middelen.  Massale werkloosheid zorgt voor een overvloedig aanbod van kanonnenvlees.

 

Neem die vier factoren samen en je hebt het recept voor een perfect storm. Een storm die ook in de rijkere landen tot sociale afbraak zal leiden (om de winstmarge te onderstutten, om kapitaalvlucht tegen te gaan) en in de armere landen miljoenen zal doen vluchten. De gelijktijdigheid van de stijgende verarming en de komst van steeds meer migranten zal door rechts worden aangegrepen om het eerste voor te stellen als het gevolg van het tweede. Door het tweede te bestrijden zal men niet alleen de indruk wekken dat men iets doet aan het eerste maar ook kiezers  paaien die voor hun ontevredenheid een zondebok zoeken. Links, zo mogen we hopen, zal dat cynische spel niet meespelen. Maar het zal ook duidelijk worden dat links inderdaad geen alternatief heeft. Linkse regeringen zullen net als rechtse de sociale uitgaven verlagen en hardere maatregelen nemen om migranten buiten houden. Misschien minder extreem, meer druppels plengend op de gloeiende plaat, maar het verschil zal vooral rethorisch zijn. Kijk naar de linkse Syriza-regering in Griekenland, die doet in wezen niets anders dan de rechtse regering die haar voorafging: de bevelen van de kapitaalbezitters uitvoeren.

In Bart De Wevers opiniestuk krijg je de indruk dat die storm nu al woedt. In de filmversie stel ik me Bart voor, rechtstaande in reddingsboot “De Natiestaat”, met zijn roeispaan kloppend op de vingers van de drenkelingen die zich aan de bootrand vastklampen.  Links probeert hem in te tomen, bewerend dat er nog wel degelijk plaats is in de boot. Maar er zijn zoveel drenkelingen… de triage wordt steeds moeilijker. Geen van beiden vraagt zich af wat de storm veroorzaakt.

We zijn eraan gewend dat de economie, net als het klimaat, wordt voorgesteld als een kracht die ons van buitenaf overkomt. Die we wel kunnen proberen manipuleren maar waar we uiteindelijk aan onderworpen zijn. Dat bakent de politieke ruimte af, dat zet de parameters neer van het debat tussen links en rechts. We kunnen slechts doen wat de economie mogelijk maakt om te doen.  Als het slecht gaat, met de economie of het klimaat, kunnen we niets anders dan schuilen, wachten tot het overwaait en een traan plengen voor diegenen die geen schuilplaats vinden. We vergeten dat de economie door mensen wordt gemaakt en door mensen kan worden veranderd. Dat mensen kunnen beslissen om de economie te onderwerpen aan hun noden, in plaats van hun noden te onderwerpen aan de archaische spelregels van de economie. De sociaal-democratische opiumpijp fluistert dat we allebei tegelijk kunnen doen.

 

De fundamentele Tina

Dat is de kern van de zaak: de perceptie dat de huidige manier om aan de menselijke noden tegemoet te komen, de enige mogelijke is. Dat productie en consumptie wel moeten steunen op kopen en verkopen van arbeidstijd en van al de rest. Dat het hoofddoel van de maatschappij niets anders kan zijn dan kapitaal doen groeien, ongeacht de gevolgen voor het welzijn van de mensheid.  Want dat gedrag is ingebakken in de menselijke natuur, zoals  Adam Smith beweerde. Ook al is de door de markt georganiseerde economie nog maar enkele honderden jaren oud en ontstond ze slechts op één subcontinent, toch lijkt ze voor de eewigheid bestemd. Volgens Francis Fukoyama hebben we “het einde van de geschiedenis” bereikt.  Vanaf nu zijn enkel variaties op het vaste thema mogelijk.  Buiten dit kader is er niets, behalve  onefficiente  staatskapitalistische dictatuur. Dat is de ‘Tina’ waar rechts en links voor buigen. De gevolgen moeten we aanvaarden als  “het nieuwe normaal”, ook als een groot deel van de wereld erdoor dreigt te vergaan.

Een onbevooroordeelde buitenaardse bezoeker die onze wereld zou verkennen, zou ons gek verklaren. Hij zou het absurd vinden dat bij ons 81,2 procent van het globale inkomen naar de rijkste 20 procent van de bevolking gaat terwijl de armste 40 procent het met 3,8 procent moet stellen. En dat de rijkste één procent, wiens inkomen even groot is als dat van de armste 53 procent (3,5 miljard mensen), zij die meer bezitten dan wat ze in duizenden jaren zouden kunnen uitgeven, koortsachtig blijven streven naar meer bezit. En dat wij geloven dat die pathologische bezitsdrang noodzakelijk is om de maatschappij in stand te houden.

Hij zou niet begrijpen dat we onze ecologie kapot maken, dat we weten dat we het doen maar niet kunnen stoppen.

Hij zou onbeschrijfelijk veel pijn in onze wereld aantreffen en wat zijn hart zou breken is dat zoveel van die pijn vermijdbaar is.  Dat miljoenen omkomen door geneesbare ziekten, dat miljoenen van honger vergaan terwijl we gigantische hoeveelheden voedsel weggooien, dat miljarden in slums wonen terwijl wij, in plaats van hen huisvesting te geven, steeds meer wapens maken en hele steden verwoesten, dat bij ons de enen zich moeten kapot werken en de anderen gedwongen worden tot niets doen, dat onze economie met overproductie kampt terwijl de ongelenigde noden zo groot zijn…

En de enige uitleg die we hem zouden geven is alweer Tina, there is no alternative, iets anders kunnen we ons niet voorstellen.

 

Imagine

Een wereld zonder geld, zonder oorlogen, zonder criminaliteit, zonder honger, zonder grenzen, een wereld voor iedereen, dat tart de collectieve verbeelding. Alleen Tobbacks overjaarse anarchist gelooft dat het kan. En John Lennon, wiens anthem “Imagine” nog vaak gespeeld wordt. Maar misschien luistert men niet goed naar de tekst:

Imagine there’s no countries
It isn’t hard to do
Nothing to kill or die for
And no religion, too
Imagine all the people
Living life in peace…

Imagine no possessions
I wonder if you can
No need for greed or hunger
A brotherhood of man
Imagine all the people
Sharing all the world…

Is het echt onvoorstelbaar dat we samen, op lokaal en globaal vlak, zouden overleggen wat we maken en er voor zorgen dat niemand op aarde nog honger lijdt of verstoken blijft van ziektezorg, huisvesting en andere nodige voorzieningen, dat het natuurlijk milieu hersteld wordt, en dat we er een prioriteit van maken om produceren zo aangenaam mogelijk te maken?  Dat we dit kunnen zonder geld, zonder grenzen, zonder logge bureaucratie omdat mensen, bevrijd van de dwangbuis van geld verdienen en winst maken, een ongelooflijke creativiteit aan de dag zullen leggen? Dat vele miljoenen die nu hun bestaan als zinloos ervaren er heel veel zin in zullen krijgen?

Daar valt nog veel meer over te zeggen maar misschien heb je al hoofdschuddend geconcludeerd dat mijn visie radicaal, extremistisch  en utopisch is. Radicaal is ze zeker. Het woord komt, zoals Bart DW kan bevestigen, van het latijnse “radix”, wortel. Daar is het inderdaad waar het probleem zit, het volstaat niet om te proberen de rotte vruchten weg te snoeien. Extremistisch? Kijk om u heen: de extremisten zijn al aan de macht.  Utopisch? Is het niet eerder utopisch om te verwachten dat de huidige  maatschappijvorm zich eindeloos kan in stand houden, dat het zijn toenemende contradicties kan bllijven overleven?

Je mag me een dromer noemen, zong John Lennon.

 

But I’m not the only one
I hope someday you’ll join us
And the world will live as one

February 15, 2018 at 10:22 pm 6 comments

WAT JE ZEGT BEN JE ZELF

Door Johan Depoortere

De voormalige “Groene” politicus Luckas Vander Taelen is ongelukkig over de manier waarop Joel de Ceulaer in De Morgen van zaterdag 27 januari verslag doet van het debat in de Afspraak, vorige donderdag. Daarin ging Vander Taelen de voorzitter van de Franstalige Liga voor de Mensenrechten, Alexis De Swaef verbaal te lijf. Voor De Ceulaer was dat het zoveelste bewijs dat Vander Taelen “wat migratie betreft de consensus op rechts vertolkt.”

Luckas Vander Taelen, voormalig parlementslid voor Groen en vurige verdediger van de Zionistische apartheidsstaat

Die uitdrukking schoot VDT danig in het verkeerde keelgat. Het is een kwalijke gewoonte van links vindt hij: “ Je zegt of schrijft iets wat tegen een ander standpunt ingaat en je krijgt naar het hoofd geslingerd dat je bij de N-VA hoort.” Nu dat laatste heb ik in het verhaal van De Ceulaer niet gelezen. Vandertaelen bokst dus tegen een stropop. Maar nog merkwaardiger is dat ex-Groene Luckas het argument van “guilt by association” een paar paragrafen verder zelf gebruikt tegen De Ceulaer die zich “op de lijn” zou zetten “van de Brusselse PS of Ecolo, die jarenlang elk geweld hebben gerelativeerd waarbij jongeren van allochtome afkomst betrokken waren.”

Daarmee zit Vander Taelen op zijn overbekende stokpaard. Het is een eeuwenoud en universeel verwijt: links is “soft on crime.” De aanleiding van het “debat” (voor zover in de Afspraak van een echt debat sprake was) vormde het incident op de autowegparking van Groot Bijgaarden waarbij vluchtelingen slaags waren geraakt met de politie. Dat De Swaef de officiële versie in twijfel durfde te trekken levert hem het predikaat van “volleerde jezuïet” op. Ook in zijn repliek gaat Vandertaelen niet nader op de feiten in, wel volgt de loze bewering dat de “getuigenissen van buurtbewoners in Groot-Bijgaarden over agressieve migranten in hun tuinen door de Ceulaer zal (sic) worden afgedaan als racistisch.” Hoe Vandertaelen in het hoofd van De Ceulaer kan kijken is net mysterie van de dag.

Alexis De Swaef, voorzitter van de Franstalige Liga voor de Mensenrechten

Vandertaelen verweet de mensenrechtenadvocaat De Swaef ook dat hij geen “alternatief” immigratiebeleid uit de mouw kon schudden. Maar van een advocaat verwacht je dat hij slachtoffers van alle soorten onrecht verdedigt, niet dat hij een beleidsplan uit zijn hoed zou toveren. Dat is tot nader order het werk van politici (of ex-politici als Vander Taelen) wat niet betekent dat De Swaef – en met hem de mensen die de migranten onderdak verschaffen – geen idee zou hebben over een ander migratiebeleid. Luckas Vander Taelen had bijvoorbeeld kunnen luisteren naar de toespraak van De Swaef op de fameuze betoging die de politierazzia tegen de migranten verhinderde. Daarin stelde hij onder andere voor om de Dublinregeling te hervormen. Dat migranten bij ons vaak geen asiel willen aanvragen heeft ermee te maken dat ze niet naar Italië willen worden teruggestuurd. De Dublinregeling legt overigens een onvevenredige last op de schouders van landen als Griekenland en Italië en ook dat verklaart voor een deel de vluchtelingenproblematiek in de rest van Europa.

Paul Collier, migratiespecialist

Maar op het struk van migratiepolitiek komt de rechterzijde niet verder dan het tot op de draad verslaten TINA- principe: There is no Alternative. Dat is onzin. Kijk naar de talloze rapporten en artikels van experts zoals Leo Lucassen (De Standaard van 27 januari) of Paul Collier in een interview met Knack (29-11-17) en vele anderen. Die zijn het zelden met elkaar eens maar toch klinkt bij deze experts bijna steeds het advies: crëeer toekomstmogelijkheden voor jongeren in de landen van herkomst, organiseer legale en veilige immigratie van beperkte aantallen mensen uit bepaalde landen, en ja versterk de buitengrenzen. Maar dat we op de manier waarop we nu bezig zijn onmogelijk de toestroom van migranten kunnen tegenhouden die armoede en vervolging ontvluchten, daarvan is zelfs Herman De Croo – geen icoon van links – overtuigd. Het tragische is dat een vluchteling op de autoweg moest sterven om ten overvloede het failliet te bewijzen van een beleid dat niets beters weet te verzinnen dan repressie.

Dit artikel verscheen eerder in een licht gewijzigde vorm in de digitale uitgave van De Morgen (31 januari)

February 1, 2018 at 7:56 pm 1 comment

BRUSSEL IS CALAIS NIET

Vluchtelingen – ook “transmigranten” genoemd – in het Maximiliaanpark, Brussel

Vluchtelingen in huis opvangen: het is op het eerste gezicht niet vanzelfsprekend. Yoon Daix, één van de initiatiefnemers van het “Burgerplatform voor overnachtingen” vertelde tegen Al Jazeera hoe hij de eerste keer alle keukenmessen verstopte vóór hij zijn Afghaanse gasten ontving. Sindsdien neemt Yoon soms tot acht of méér vluchtelingen op zodat de hele oppervlakte van zijn Brussels appartement is ingenomen door slaapzakken en luchtmatrassen.

Yoon Daix, één van de vrijwilligers die elke avond onderdak en vervoer organiseren voor de vluchtelingen in het Maximiliaanpark.

Zelf hadden we eerst ook wat koudwatervrees. De beloning echter: het leed van de wereld krijgt een gezicht. Vluchtelingen zijn niet langer een categorie, maar jonge mensen met een voor- en achternaam, met een familie en een geschiedenis. Met verhalen die de haren ten berge doen rijzen. Met meer dan 30000 (volgens de organisatie) zijn we nu, gewone burgers die doen wat je van de overheid zou mogen verwachten: verhinderen dat in een rijk land als het onze mensen in de kou op straat moeten slapen, of het nu gaat om “illegalen”of niet. Zelf kan ik bij deze vluchtelingencrisis niet nalaten aan mijn eigen familiegeschiedenis te denken: mijn grootouders zijn met mijn moeder en haar acht broers en zussen ruim vier jaar lang in de Eerste Wereldoorlog grootmoedig opgevangen in het Zuidfranse stadje Graulhet.

Mijn grootouders met negen van hun tien kinderen in 1914, kort na hun aankomst in Graulhet.

Meer dan drieduizend mensen zijn er zondagavond in geslaagd een aangekondigde politieactie tegen de vluchtelingen in het Maximiliaanpark te verhinderen door een menselijke ketting te vormen en het park met een cordon af te sluiten. Het succes van de actie verbaasde zelfs de organisatoren, het “Burgerplatform voor overnachtingen” dat er al maandenlang in slaagt de gestrande vluchtelingen elke avond een warm bed en een maaltijd te bezorgen. Het onverhoopte resultaat van de actie op zondag was te danken aan de medewerking van mensen binnen het politie-apparaat of zelfs de regering en de mobilisatie via sociale media. De berichten op Facebook over het geplande politieoptreden doken minder dan 48 uur op voorhand op. Het volstond om duizenden mensen uit verschillende delen van het land te motiveren om naar Brussel te reizen en deel te nemen aan het verzet.

Zondag 21 januari: een massa van 3000 mensen verhindert met een menselijke ketting de  politierazzia in het Maximiliaanpark

Het Burgerplatform wil met zijn actie in de eerste plaats een schrijnende humanitaire nood lenigen onder het motto dat een beschaafd land mensen niet in de kou op straat laat slapen, of het nu om “illegalen” gaat of niet. Maar de betoging van zondagavond had duidelijk ook een politiek karakter: verzet tegen de migratiepolitiek van deze regering, vooral belichaamd door de NVA-boegbeelden Jan Jambon en Theo Francken. De mantra van dat tweetal is dat “Brussel geen tweede Calais” mag worden. Doordacht beleid wordt hier vervangen door een gemakkelijke slogan die de burger angst moet aanjagen en die harder politieoptreden moet verantwoorden. Theo Francken gaat nog een stap verder en kondigt in onheilspellende bewoordingen een “mogelijke veldslag” aan op de autowegparkings waar transmigranten in vrachtwagens proberen te klimmen om op die manier het Verenigd Koninkrijk te bereiken.

Maar Brussel is geen tweede Calais en het ziet er ook niet naar uit dat het dat in de naaste toekomst zal worden. In het Maximiliaanpark verzamelen zich elke avond zowat 500 mensen – lang niet de 15000 die in Calais een onhoudbare toestand creëerden. En laat het nu net de gewone burgers zijn uit Brussel, Vlaanderen en Wallonië die door hun opvang voorkomen dat de situatie uit de hand loopt. De bewering van minister Jambon, dat de recente beslissing van de regering om Soedanezen voorlopig niet naar hun land terug te sturen voor een “exponentiële toename” van hun aantal heeft gezorgd, steunt nergens op. De spook-Soedanezen lijken als twee druppels water op de spookmoslims die de minister na de aanslagen in Brussel op straat meende te zien dansen.

Staatssecretaris voor migratie Theo Francken herhaalt tot vervelens toe de meme dat hij “de puinhoop” opruimt die door zijn “linkse voorgangers” is achtergelaten. Maggy De Block en Melchior Wathelet als linkse rakkers – het is eens een heel nieuw inzicht. Erger is dat de puinhopen zich net onder het beleid van Francken hebben opgestapeld. Laten we wel wezen: Francken is niet de enige verantwoordelijke daarvoor. Het Belgische en Europese migratiebeleid deugt aan geen kanten met een mislukt spreidingsplan, de schandelijke Turkijedeal, concentratiekampen in Griekenland en doden op zee: een blijvende smet op het Europa dat zich zo graag op de borst klopt over onze “waarden en normen” – onze “superieure samenleving” om het met Gwendolyn Rutten te zeggen. En bijna elke dag opnieuw blijkt de medeplichtigheid van Europa met de slavenhandelaars en folteraars in Lybië, het land dat dank zij onder andere Belgische en Franse bommen nu in de greep zit van krijgsheren en criminelen.

Moeten de grenzen dan open? Geenszins, integendeel: geen enkel land kan zich een ongecontroleerde instroom veroorloven. Dat zou overigens ook de landen van herkomst een slechte dienst bewijzen. Het zijn immers de sterkste en meest ondernemende jongeren – en vaak ook die met de nodige financiële middelen – die hun toekomst in Europa zoeken maar daarmee ook de kansen onbenut laten om hun eigen land vooruit te helpen. De internationaal gerenommeerde migragtiespecialist Paul Collier pleit daarom voor gecontroleerde migratie waardoor bijvoorbeeld Afrikaanse jongeren in Europa tijdelijk ervaring kunnen opdoen en die ervaring na hun terugkeer ten goede laten komen van hun eigen land. Collier wijst (in een interview met Knack) op het voorbeeld van Soedan: er werken méér Soedanese dokters in Londen dan in heel Soedan. Nadat een arm land als Soedan hun opleiding heeft bekostigd worden ze met het vooruitzicht van hoge salarissen naar Engeland gelokt, een regelrechte schande vindt Collier. Zijn besluit: “Wij zouden geschoolde mensen naar Afrika moeten sturen en meer jonge Afrikanen moeten opleiden, op voorwaarde dat ze na hun studie terugkeren.” Uit eigen ervaring weet ik dat de meeste vluchtelingen zich onwaarschijnlijke illusies maken over wat hen in Europa – of het Verenigd Koninkrijk – te wachten staaat. Informatiecampagnes in de landen van herkomst zouden de kandidaat-migranten minstens moeten voorbereiden op de harde realiteit. Misschien het bescheiden begin van een realistischer en humaner nieuwe Europese migratiepolitiek met op termijn legale migratiekanalen.

Paul Collier

Dat we de migratiestroom door wetten en patrouilleboten zullen tegenhouden is een illusie. Zelfs Herman De Croo – geen linkse jongen – is daarvan overtuigd geraakt. Maar door legale, gecontroleerde immigratie in veilige omstandigheden onmogelijk te maken krijgen we wat we nu meemaken: slavenhandel en folteraars in Lybië, duizenden doden op de Middellandse Zee en massa’s jongeren die met de illusie van de hoop op een beter leven door de straten van Europa dolen.

Johan Depoortere

Een kortere versie van dit artikel verscheen eerder in De Morgen

January 25, 2018 at 12:04 pm 1 comment

FLOWER POWER GUERRILLA

Jacqueline Goossens

De laatste maanden werden New Yorkers getracteerd op prachtige boeketten bloemen in vuilnisbakken en op andere schijnbaar lukraak gekozen locaties. Ze zijn het werk van Lewis Miller  en zijn team die op deze manier meer mensen wil bereiken dan de rijke klanten waarvoor hij gewoonlijk werkt. Het idee rijpte doordat hij na feesten waarvoor hij bloemstukken had gemaakt altijd veel bloemen overhield die te mooi waren om weg te gooien. Dus maakte hij er cadeaus van voor zijn stadsgenoten.

“New York is een prachtige maar ook soms een vuile stad; de mensen die hier wonen verdienen af en toe wat onverwachte schoonheid”, zegt Miller. ‘Vogue’ doopte hem “the flower bandit” en Miller is trots op die bijnaam. Hij houdt ervan om in zijn “flower flashes” zoals hij zijn straat-bloemwerken noemt goedkope en dure bloemen te combineren. “Mijn flashes zijn vrijpostig, spontaan en liefdevol onafgewerkt”, zegt hij, “net zoals echte New Yorkers.”

Vuilnisbakken zijn grote vazen voor hem maar hij versiert ook beelden in parken zoals dit:

Hier zet hij het gedenkteken voor John Lennon in Central Park in de bloemen:

Het idee is natuurlijk niet nieuw. In Brussel is  bloemist Geoffroy Mottart de ‘bloemenbandiet’.

Onderstaande buste van Leopold II heeft Mottart al herhaaldelijk ‘opgefleurd’.

 

In Detroit kocht bloemiste Lisa Waud  een vervallen huis voor 250 dollar.  Samen met andere cutting edge bloemisten en tientallen groep vrijwilligers heeft ze het wrak in 2015 omgetoverd in een prachtig bloemenkunstwerk. Elk plekje in het huis werd een adembenemende verrassing.

The Flower House symboliseerde ook de hoop van Waud en andere Detroiters dat hun stad zal heropbloeien. Het huis is inmiddels afgebroken; de grond waarop het stond is nu een bloemenveld.

Voor meer foto’s van the Flower House (fotografe: Heather Saunders), klik HIER.

January 14, 2018 at 3:13 am 1 comment

ANTISEMIET MAAR NIET VIRULENT

Door Johan Depoortere

Op indrukwekkende wijze werd in “De kinderen van de collaboratie” duidelijk gemaakt hoe jarenlang – tot voor kort nog – het collaboratieverleden van Vlaanderen toegedekt werd onder een dikke laag ontkenning, vergoelijking en wrok. Het levende voorbeeld daarvan kwam een week eerder aan het woord: Jan Tollenaere, de zoon van Reimond Tollenaere, de nazipropagandist uit Roeselare die met zijn retoriek duizenden jongerenen voor het Oostfront ronselde. Zoon Tollenaere noemde zichzelf “een antisemiet, maar niet virulent hoor!” “Niet virulent,” wat moeten we daaronder begrijpen? Misschien dat hij tegenstander is van gaskamers – maar niet fanatiek hoor! Misschien vindt hij alleen dat Joden beter zelf de beslissing nemen om op te rotten? Voor de rest is het natuurlijk helemaal geen problemen om Joden “parasieten” en “nare mensen” te noemen. Het taalgebruik van Tollenaere is een regelrecht copypaste uit “Der Stürmer,” met stip de hatelijkste propagandatool van de nazis.

In dezelfde aflevering van de “Kinderen van de collaboratie” was te zien hoe Bart De Wever, de sterke man van de NVA, ondubbelzinnig afstand nam van het naziverleden van de Vlaamse beweging en van zijn eigen familie. Dat was, erkennen vriend en vijand, een moedige daad ook al kwam die rijkelijk laat – meer dan 70 jaar na het einde van de oorlog. En dan is het nog zeer de vraag hoezeer deze breuk met het verleden in de rest van de partij is verteerd. Jan Tollenaere was tot een week geleden lokaal bestuurslid van de NVA in Turnhout. Pas na diens optreden in de ophefmakende televisiereeks kwam het tussen hem en de partijleiding tot “een goed gesprek” en pas dan bleek een bestuursmandaat in die partij niet te verzoenen met antisemitisme en nazisympathieën. Dat ruim twee maanden geleden dezelfde Tollenaere al in De Standaard eraan twijfelde of “Hitler een crimineel was” en openlijk zijn afkeer voor Joden en “negers” had geëtaleerd was tot dan blijkbaar geen probleem.

Het blijkt dus dat de “wrokcultuur” zoals de hardnekkige traditie in de Canvasuitzending werd genoemd een taaier leven leidt dan vaak wordt aangenomen. Het blijkt ook dat die traditie zich niet beperkt tot de harde kern van diehards in Vlaams Belang en andere extremistische splintergroepen. Het is nog altijd mainstream om de collaboratie weliswaar een “vergissing” te noemen maar eraan toe te voegen dat de Vlaamse nazis “hun redenen hadden” om zich te encanailleren met een misdadig regime. Als ook nu nog gemeentebesturen er geen graten in zien om straten te noemen naar een veroordeeld oorlogsmisdadiger als Cyriel Verschaeve, of als prominente partijleden aanwezig zijn op verjaardagsfeestjes van nazisympathisanten is er wel degelijk een probleem, ook in “fatsoenlijke” politieke formaties.

Nazipropagandist Cyriel Verschaeve.

In een uitzending van De Afspraak reageerde de Antwerpse schepen Claude Marinower sereen en waardig op de misselijk makende uitspraken van Tollenaere. De vader van Marinower was één van de vele slachtoffers van het door Tollenaere nog altijd aanbeden naziregime. Marinower is intussen schepen in een gemeentebestuur onder leiding van de NVA, een partij waarvan het DNA blijvend besmet is. Burgemeester De Wever mag dan al duidelijk afstand hebben genomen van het oorlogsverleden van zijn partij en familie, hij vond het in 2007 nog nodig om te protesteren toen zijn voorganger Patrick Janssens excuses aanbood voor de medewerking van de Antwerpse politie aan de uitroeiing van de Joden. “Misplaatst en gratuit” noemde De Wever die excuses toen – tot woede van de Joodse gemeenschap. De Wever werpt zich nu op als de grote vriend van de Antwerpse Joden en van Israël. Het kan verkeren.

 

December 21, 2017 at 9:23 am 1 comment

EEN ZALM DIE STROOMAFWAARTS ZWEMT

Het totemdier van De Morgen is de zalm, een vis die ervoor bekend staat dat hij onbevreesd tegen de stroom in zwemt. Helaas treft men in de krant vaak vissen in aan die met de stroom meedrijven; die braafjes de school volgen.

Een recent voorbeeld daarvan is een artikel in De Morgen van 31 oktober, breed getiteld “Anarchistische terreur steekt weer de kop op”. Daar boven: “Drie Belgische defensiebedrijven in brand gestoken, inlichtingendiensten verwachten nog aanvallen”.

Laat ons met de titel beginnen. Wat is terreur? Het woord wordt meestal gebruikt in uitdrukkingen als ‘terreur zaaien’ en terreurbewind”, wat betekent geweldpleging om angst, paniek en onderwerping te veroorzaken. De aanslagen gepleegd door groepen als Isis, Al Qaida  en de bende van Nijvel vallen daar duidelijk onder. De Saoedische, Westerse en Russische bombardementen in Afghanistan, Yemen, Syrië, enz., eveneens.  Maar de “aanslagen” waarover dit artikel gaat niet.

Laat ons aannemen dat de auteur, Yannick Verberckmoes, “terreur” als synoniem voor “terrorisme” gebruikt. Over het politiek gebruik – of beter misbruik- van dat woord heeft Noam Chomsky in zijn recent door EPO uitgegeven boek een mooi hoofdstuk geschreven. Wat onderscheidt terrorisme van militaire acties? Dat burgers het doelwit zijn, is geen bruikbaar criterium, want in oorlogen is dat ook steevast het geval. Dat het geweld politieke doeleinden heeft, eveneens.  Wat er overblijft is wie het geweld pleegt: als een staat het doet, zijn het “militaire acties”of “klandestiene operaties”, als de geweldpleger geen staat is (maar het meestal hoopt te worden) is het terrorisme. Tenzij de geweldplegers aan onze westerse, christelijke kant staan; dan zijn het geen ‘terrorists’ maar ‘freedom fighters’. Journalisten die deze Newspeak overnemen, papegaaien Big Brother.

Alleen al het woord “defensiebedrijven” dat in dit artikel wordt gebruikt om de wapenindustrie te omschrijven is Newspeak. De bedrijven in kwestie maken tanks, raketten die dienen om steden te verwoesten in het Midden Oosten, niet om België te verdedigen. Met defensie heeft dat niets te maken. Vroeger was men eerlijker, toen heette het ministerie van Defensie nog ministerie van Oorlog.

Maar terug naar de “terreur” waarover deze zalm gaat. De aanleiding voor het artikel is een brand eind september in een loods van een bedrijf in een industrieterrein in Mechelen. Dat bedrijf, Varec, maakt rupsbanden voor tanks en andere militaire voertuigen. Er waren geen slachtoffers (van de brand, wel te verstaan, hoeveel slachtoffers vielen door de wapens die Varec hielp maken weten we niet). De “aanslag” werd niet opgeeist, niet door anarchisten noch door iemand anders. Er is geen spoor van een dader. Sterker nog, het is helemaal niet zeker dat er een dader was. Ondanks de stelligheid waarmee Verberckmoes in zijn boventitel spreekt van brandstichting, vindt hij niemand die zijn hypothese wil bevestigen. Hij gaat aankloppen bij het federale parket, bij de ministeries van Binnenlandse Zaken en Defensie maar iedereen houdt zich op de vlakte. Het verst komt hij bij Nele Poesmans van het Mechelse parket die zegt dat de mogelijkheid dat de brand gesticht werd “niet uit te sluiten” valt. Gazet van Antwerpen schrijft: “Over de oorzaak is volgens de lokale politie nog niets bekend”.

Hoe die brand is ontstaan weet ik niet. Maar ik weet wel dat een journalist die een vermoeden voorstelt als een feit een grove beroepsfout maakt. Hij maakt ‘fake news’.

Waarop steunt Verberckmoes zich om de brand een anarchistische aanslag te noemen? Zijn eerste argument is dat er in dezelfde periode nog een brand was in een wapenbedrijf. En bij Thales Belgium, een bedrijf dat raketten en andere offensief oorlogstuig maakt (wat Verberckmoes verzuimt te vermelden), werd een geimproviseerde bom aangetroffen die zonder problemen werd verwijderd. Tussen die drie feiten moet er een verband bestaan, vindt Verberckmoes en dat verband kan volgens hem alleen “anarchistische terreur” zijn.  Zijn bewijs: De Franse website “Info Libertaire” tweette: “Genk, Herstal, Mechelen: mooi hoe panden van de militaire industrie in rook opgaan”.  Meer bewijs heeft onze onderzoeksjournalist niet nodig.

Om zijn wankele stelling te ondersteunen gaat hij te raad bij “experten” die zijn opinie over “de weer oplaaiende terreur van extreem-links” onderschrijven. Dat zijn Ben West, een analist van Stratfor, een geopolitiek consulting bedrijf dat ook bekend staat als “the Shadow CIA” en nauw aanleunt bij de echte CIA en het State Department, en Claude Moniquet, een ex-“veiligheidsagent” van de Franse CIA, de DGSE. Die trekken een lijn tussen de “aanslagen” in België en gebeurtenissen in Frankrijk, zoals het in brand steken van politiewagens en zien internationale netwerken die dat orchestreren.

Moniquet krijgt het laatste woord. “Voorlopig hebben die groepen enkel nog infrastructuur vernietigd maar het risico dat ze zich op personen gaan richten is reëel.” Voel je de koude rillingen over je ruggegraat lopen?

Men wil ons bang maken.

 

Tom Ronse

Dit is slechts één voorbeeld van hoe journalistiek propaganda, en meer specifiek, bangmakerij wordt.  Ik beweer niet dat dit artikel De Morgen in zijn geheel typeert; de krant publiceert ook uitmuntende journalistiek. Ik stond mee aan de wieg van De Morgen en heb er heel lang voor gewerkt en hoop er ook in de toekomst nog af en toe aan mee te werken. Of dat nog kan na een stuk als dit? We zien wel.

 

 

 

November 17, 2017 at 7:21 am Leave a comment

Older Posts Newer Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,579 other followers