Posts filed under ‘boeken’

GRAAILAND? MAAIEN ZONDER ZAAIEN

                                             De zaaier

door Jef Coeck

 

Zou een boek een revolutie kunnen ontketenen? Natuurlijk, het is al meermaals gebeurd. Het ‘Communistisch Manifest’ van Marx en Engels – deels in Brussel geschreven –  heeft zo goed als wereldwijd de proletaar naar een beter lot doen grijpen. Het Rode Boekje van Mao? Dat was voor insiders, enkele honderden miljoenen, maar toch, een wat vertrouwelijk karakter. Niet vergeten dat ook de godsdienstoorlogen door geschriften zijn veroorzaakt.

En zou in ons landje een boek opstanden kunnen ontketenen? We kijken er naast, maar het is volop bezig. Terwijl iedereen roept dat rechts-extreem overal aan de orde is, zien we links over het hoofd. Peter Mertens, leider van de PVDA (Partij van de Arbeid) en zijn compagnon Raoul Hedebouw in Wallonië (PTB, Parti du Travail de Belgique) presteren nog nooit geziene dingen. In enkele jaren tijd schreef Mertens, geholpen door zijn achterban, drie boeken waarvan twee ongehoorde bestsellers. ‘Hoe durven ze?’ en zijn jongste ‘Graailand’ blijken nooit geziene oplagen te halen, zeker voor zo’n doorgaans verfoeielijk geheten lectuur.  Voor de goede orde: volgens Van Dale betekent graaien: wegkapen.

Het vorige deel ging hoofdzakelijk over de internationale graaiers, met name zij die een poot hebben binnen de Europese Unie. Dit derde deel gaat over de dieven die ons in eigen land bestelen. Het zijn niet enkel de rijken en machtigen maar ook politici, van groot tot klein. Niet allemaal, maar wel meer en meer. Het is nu haast zo ver dat vele landgenoten een mandaat nastreven, om te kunnen graaien. Daar bestaan statistieken over, nagetrokken door de eigen studiedienst van Mertens  en Co.

Mertens: ‘Toen ik in 2011 ‘Hoe durven ze?’ schreef, hadden 325 multimiljardairs  even veel geld als de 3,5 miljard armste mensen. Vandaag zijn het er geen 325 maar 62. Dan weet je: het gaat ontploffen.’ En hoe weten we dat het links geschrijf effect heeft? Vooreerst door de grote oplagen, in de tienduizenden op geen tijd. Dit gegeven, in combinatie met de politieke opiniepeilingen levert een bijna ongelooflijk resultaat af, zowel in noord als in zuid. In Wallonië wordt de PVDA/PTB de tweede grootste partij, nog voor de eeuwenoude socialisten van de PS en zijn Elio di Rupo. In Vlaanderen wipt de partij twee keer over de kiesdrempel. Het blijft voorlopig bij peilingen, maar die plegen ook wel eens uit te komen.Leven we daarom na de volgende verkiezingen in een pseudo-communistische staat?

Nee, maar nu leven we in een tweesporenmaatschappij. Voor de ene klasse van mensen zijn de normen: weinig steun, veel voorwaarden en harde sancties. Voor de andere klasse van mensen geldt: veel steun, bijna geen voorwaarden en sancties die kunnen worden afgekocht met geld.

Bij een transactie waarmee hij 100 miljoen binnengraait betaalt Marc Coucke (de ondernemer, niet de medewerker van het Salon) geen cent belasting – en daar is hij nog fier op ook. Het is bekend dat de werkster van een multinationaal bedrijf meer belasting betaalt dan het rijke bedrijf zelf. Bij wijze van enkele sprekende voorbeelden. Dat dit tot woede leidt bij een groot deel van de bevolking, zal niemand verbazen. Uit die woede verklaart Mertens de ommekeer in het politieke landschap. Natuurlijk moet er nog gestemd worden, in 2018 en 2019. Als dan zou blijken niets te kloppen van de peilingen, kan de woede alleen nog maar stijgen.

Het gerommel, gesjoemel en gegraai speelt zich niet enkel op puur politiek niveau af. Het is evenzeer present in de werkgelegenheidssector, in de zorg, in de pensionering, in het transport, in de openbare werken en in tal van andere noodwendigheden. Geen wonder dat de armoede in België hand over hand toeneemt.

Ook met de N-VA aan de macht blijft ons land vooral een belastingparadijs voor het grootbedrijf, aldus Mertens. In 2015 bezetten vennootschappen van AB InBev, ExxonMobil, en Electrabel de eerste drie plaatsen in onze top vijftig. Zij maken in totaal 6,46 miljard winst en die wordt belast tegen 0,6 procent. Terwijl de energiearmoede stijgt en de prijzen door het dak gaan, bedraagt de belastingvoet van Electrabel in 2014  welgeteld 0,4 procent. Dure elektriciteit, heette destijds al een programma van Maurice De Wilde. Goed dat de man het vandaag niet meer hoeft mee te maken. In plaats van Electrabel behoorlijk (zwaar) te belasten, verhoogt de regering de btw op de elektriciteit.

De boeman van de rijken heet ‘miljonairstaks’. Het is een zachtere aanpak dan men van ex-communisten en –maoïsten had kunnen verwachten maar toch wordt deze nieuwigheid afgewezen bij perceptie. Deze taks slaat alleen op fortuinen van meer dan 1 miljoen euro, bovenop de eigen eerste woning met een waarde tot 500.000 euro. Het is een progressieve belasting, met een maximum-aanslagvoet van drie procent: één procent belasting op het deel van het vermogen boven de 1 miljoen euro, twee procent op het deel boven 2 miljoen en drie procent op het deel boven 3 miljoen. De taks laat alle vermogens lager dan 1 miljoen ongemoeid. Bovendien wordt de woning die het gezin betrekt, vrijgesteld voor een bedrag van 500.000 euro. Concreet: de onbelaste schrijf bedraagt in de meeste gevallen 1,5 miljoen euro. Deze door sommigen halfzachte maatregel genoemd, kreeg uitdrukkelijk niet de naam van ‘vermogensbelasting’, want dat is het niet. Aan het vaste vermogen wordt niet geraakt.

Natuurlijk neemt dat het verzet niet weg. Het komt met name uit de hoek van de ultra-liberale hoek,  meer bepaald Bart De Wever en Gwendolyn Rutten. Zij willen hun partijen laten draaien op het graaien – en totnogtoe slagen ze daar aardig in. Geen wonder dus dat de grootste politieke graaiers bij de N-VA en de Open VLD zitten. Wie daar nog aan twijfelt heeft de actualitieit van de jongste maanden niet goed gevolgd. Het spreekt andere partijen of sommigen van hun leden natuurlijk niet vrij. Het venijn zit overal maar bij de een weleens meer dan bij de anderen.

                                               De graaier

Hoe krijgen we deze augiasstal ooit uitgemest? Met een Hercules die sterk, nobel, eerlijk, deugdzaam en standvastig is?  En geen dictatoriale neigingen ontwikkelt. Waar zit hij/zij die België, of desnoods Vlaanderen, op het rechte pad brengt. Liefst zonder revolutie. Toch kan het geen kwaad dat Mertens al begint te shrijven aan zijn eigen ‘’communistisch’ manifest’, waarbij we de drie vorige boeken zullen beschouwen als zijn ‘Das Kapital’.

Peter Mertens, Graailand, Het leven boven onze stand, Berchem, EPO, 2017

april 6, 2017 at 1:44 pm 3 reacties

Digitale literatuur: DE TOEKOMST OOGT GRIJS (in vijftig tinten)

Door Tom Ronse

Dit is de negende aflevering in een serie getiteld:  “Heeft het papieren boek nog een toekomst?”  (klik HIER  om de vorige aflevering te lezen) Opnieuw buig ik me over de vraag hoe de IT (informatie-technologie)-revolutie de literatuur verandert.

In de zesde aflevering van deze serie citeerde ik de Britse schrijver China Miéville:  “We naderen niet alleen een tijdperk waarin niemand die dat niet wil voor een boek zal moeten betalen maar ook een waarin de digitale beschikbaarheid van de tekst de relatie tussen lezer, schrijver en boek zal veranderen”.

Tegelijk constateerde hij dat de klassieke literatuurvormen –de roman, het korte verhaal, het gedicht, het theater- of filmscript-  tot nu toe in het digitale tijdperk goed stand houden. “Taai als kakkerlakken”, noemde hij ze. Wat is er dan volgens Miéville wel veranderd?

Hij benadrukte  twee dingen. Ten eerste, het electronische boek is nooit af. Het gedrukte boek is af als het verschijnt, alleen als het herdrukt wordt kunnen er wijzigingen in worden aangebracht, wat zelden gebeurt in literaire werken. In digitale teksten is dat veel gemakkelijker. Indien de auteur zelf er niet toe verleid wordt om aan zijn werk te blijven schaven, dan grijpen anderen de mogelijkheid “to shove their hands into a book and grub about in its innards, add to and subtract from it, and pass it on” .

Ten tweede, en daarmee samenhangend: de electronische literatuur wordt collectiever, meer interactief. Volgens Miéville was de literatuur altijd al collectiever en interactiever dan algemeen wordt voorgesteld –auteurs beinvloeden elkaar net als muzikanten en wetenschappers en zelfs de genieen onder ons staan op de schouders van anderen- maar het internet, die grote echokamer, versterkt die kenmerken.

Iedereen die een tekst op een blog of een website plaatst, weet dat hij of zij er wellicht niet rijk van zal worden. Toch houdt dat besef miljoenen niet tegen om literatuur te produceren. Misschien koesteren ze een fantasie waarin ze ondekt worden, zoals elke basketter droomt van de NBA. Maar eigenlijk weten ze beter. Toch schrijven ze, niet om te verkopen maar om weg te geven. Om te communiceren. Ze schrijven collectief. Er ontstaat een cultuur van geven en nemen die haaks staat op de klassieke rolpatronen, ook die van de literatuurproductie.

Nu is het zo dat de meest suksesvolle roman van de 21ste eeuw tot nu toe –zowel in gedrukte als in electronische vorm-  die twee veranderingen perfect belichaamt. Ik heb het over de trilologie “Fifty Shades of Grey” (“Vijftig Tinten Grijs”). De verfilming van het tweede deel is net uit, ik vermoed dat het net als zijn voorganger geen groot sukses zal worden: de films vullen te veel in, laten niet genoeg ruimte voor de fantasie. Maar in boekvorm was 50 Shades een kaskraker zonder weerga. Een die oorspronkelijk  een “blovel” was ( een roman (novel) die verschijnt in afleveringen op een blog) , gebaseerd op een eerder verschenen roman (en film-serie), ontstaan in de collectieve, interactieve, broeierige cyberspace van FanFiction.net,  de grootste literaire webstek op aarde.

 

Fan Fiction

Fan fiction is ouder dan het internet zelf. In de late jaren 1960 onstond een subcultuur van “fanzines” (magazines  by and for fans) waarin fans van bv. de tv-serie Star Trek verhalen publiceerden gebaseerd op de personages uit hun geliefkoosde show. Toen het worldwide web op gang kwam, kende het genre een explosieve groei. Vandaag zijn er tientallen fan-fiction webforums, niet alleen in het Engels maar ook in het Russisch, Japans, Mandarijns, Portugees enz. Het meest populaire is FanFiction.net, gesticht in 1998 (1). Er zijn al miljoenen verhalen op gepubliceerd, in dertig talen, allemaal gebaseerd op de personages van bekende films, tv-series, romans, strips en zelfs videospelen. De site heeft 2, 2 miljoen geregistreerde gebruikers, waarvan 80 % vrouwen. Veel van die bezoekers zijn geen passieve consumenten. Indien ze zelf geen verhalen bedenken, geven ze feedback.  In de fan-fiction community is de online discussie van een verhaal even belangrijk als het verhaal zelf.

De site is ingedeeld in 9 categorieen. In de categorie “Boeken” is de inspiratie  voor de lawine van varianten verrassend breed.  Zelfs “animal Farm” is goed voor 120 verhalen en Steinbecks “Of Mice and Men” telt er 239. De kampioen is Harry Potter met ruim 797 000 fan fictions.  Op de tweede plaats staat Twilight, met 218 000 bijdragen, kortweg “TwiFics” genaamd.

Twilight is een serie boeken,geschreven door neofiet Stephenie Meyer, waarvan verscheidene verfilmd werden. De hoofdpersonages zijn een goedhartige vampier en een verliefd schoolmeisje. Vele TwiFics vullen de boeken aan, ontwikkelen subplots, geven het verhaal een andere wending dan in de boeken of films. Er zijn ook duizenden TwiFics die geklasseerd zijn als “AU” (“Alternate Universe”)  om aan te geven dat die verhalen substantieel verschillen van Meyers romans.  Edward de vampier is bv. een chirurg of een kat en Bella is geen schoolmeisje maar een kokkin of een soldaat. Er zijn kinderen, auto-ongelukken, scheidingen en veel sexuele suggestie. Expliciete sexscenes zijn verboden in Fan-Fiction.net. Daarvoor kan men terecht bij Adult-fanfiction.org .

Erika Leonard, de Britse schrijfster van “Vijftig Tinten Grijs”, publiceerde vanaf 2009 haar boek, toen nog getiteld Master of the Universe, als een AU TwiFic op FanFiction.net. Zoals de meeste andere Fanfiction-auteurs, plaatste ze haar werk in afleveringen. Op elke aflevering kreeg ze tonnen reacties. Master of the Universe kreeg meer dan 37 000 besprekingen op FanFiction.net. Die feedback toonde de auteur wat populair was en wat niet en hielp zo het verloop van het verhaal bepalen.

In haar Twific maakt Leonard komaf met de bovenatuurlijke verhaallijn in Twilight en wordt de impliciete sex expliciet.  Weg met de weerwolven en vampieren. In plaats van een vampier is Edward een schatrijke kapitalist. Met de vampier heeft hij een duister geheim gemeen. Hij drinkt wel geen bloed maar hij is dol op folteren. Voor Bella, nu een studente, blijft de uitdaging dezelfde: sluw al de obstakels overwinnen die de verovering van haar liefdesobject in de weg staan.

Vanwege de expliciete sex werd Leonard gedwongen om haar feuilleton op Fanfiction.net stop te zetten. Ze verhuisde naar haar persoonlijke webstek en vele lezeressen volgden haar. In  2011 herwerkte ze de serie die online was verschenen. De titel veranderde, ze nam een andere schuilnaam (E.L. James) en alle sporen die naar Twilight verwezen werden uitgewist. Ze contacteerde een uitgeverij en dan ging het heel snel. In de VS alleen al gingen er in de eerste zes weken meer dan 10 miljoen exemplaren over de toonbank. “Fifty Shades of Grey” veroverde de wereld. En dat zonder grote publiciteitscampagne, zonder Oprah Winfrey’s aanbeveling, zonder lovende kritieken in de gevestigde media. Puur door mond-aan-mond-reclame. Door de steun van de cyberspace community die Leonard online had verworven.

Men kan in het sukses van “Fifty Shades of Grey” en andere boeken die in cyberspace onstonden een democratische machtsverschuiving zien:  het oordeel van de anonieme lezers, het publiek dat communiceert via de “sociale media” wordt belangrijker; de invloed  van de gevestigde culturele scheidsrechters – de uitgeverijen en hun redacteurs, de literaire agenten, de literatuurcritici- vermindert.

Erbarmelijk proza

Maar wat betekent die democratisering voor de kwaliteit van de literatuur?  Die culturele scheidsrechters zijn er niet voor niets: zij zijn de sluiswachters die voorkomen dat we verdrinken in een literaire zondvloed.  Die zondvloed  overspoelt cyberspace maar ook daar is er een voortdurend selectieproces. Het wordt echter rechtstreeks gedreven door de smaak en verlangens van de lezeressen en lezers en die verschillen wel eens van de normen van literaire critici. Deze laatsten negeren meestal de literatuur die in cyberspace geproduceerd wordt. Digitale romans die doorbreken in de gedrukte boek-markt worden doorgaans in de pan gehakt.

Dat was ook het lot van Fifty Shades of Grey. De critici waren unaniem: dit is een rotboek. Tandenknarsend aanschouwden ze  het fenomenale sukses. In Newsweek concludeerde schrijfster Katie Roiphe :  “what’s most alarming about the Fifty Shades of Grey phenomena, what gives it its true edge of desperation, and end-of-the-world ambiance, is that millions of otherwise intelligent women are willing to tolerate prose on this level.”

 

Vol goede moed begon ik er aan, vastbesloten om me niet te laten leiden door vooroordelen. Ik wou weten wat zoveel lezeressen begeesterde. De trilologie telt ruim 1500 pagina’s maar na vierhonderd pagina’s kon ik niet meer. Overdosis.

Ik moest de critici gelijk geven:  dit boek is ongelooflijk slecht geschreven; de plot is voorspelbaar en de personages zijn dat ook, de stijl is vlot maar schools, doorspekt met formules als “mijn innerlijke godin deed een vreugdedansje”, de humor is schaars en flauw, de clichés zijn overvloedig en zo kan ik nog een tijdje doorgaan.

En toch…

Als Erika Leonard haar boek schreef om een literair meesterwerk te schrijven, dan is ze grandioos mislukt. Als het haar bedoeling was om haar fantasie met miljoenen anderen te delen en en passant schatrijk en wereldberoemd te worden, dan is ze grandioos geslaagd.

Wat als alles wat 50 Shades in literaire kringen een onding maakt precies datgene is wat de fans van deze romans verwachten? De simpele stijl, de herkenbare cliché’s, de voorspelbaarheid, de formules, de zekerheid van een happy end en zelfs het ontbreken van sfeerschepping en psychologische uitdieping zijn voor de consumenten van 50 Shades geen gebreken.

Elke dag gaan miljoenen mensen naar kerken, moskeeen, synagoges en andere tempels. Niet om verrast te worden maar om zich in te leven in de rituelen, in de vertrouwde cliché’s en formules, in de zekerheid van een happy end. Het belang van rituelen – de troost en het gevoel van verbondenheid die ze geven- kan nauwelijks overschat worden. Zich onderdompelen in een boek als 50 Shades is een rituele belevenis.

Porno

Dat heeft het gemeen met pornografie, een genre dat, zowel in woord als in beeld, op het web weliger tiert dan alle andere.  Geen generatie was zo gefascineerd door seks als de onze. Ofwel was die fascinatie er altijd en heeft het internet ze bevrijd. Nochtans is er ook vandaag nog, ondanks de onmiskenbaar grote invloed van sexueel verlangen en gedrag op het menselijk leven in al zijn aspecten, verbazend weinig literaire en academische uitdieping van dit onderwerp. Wat wel een enorme expansie kent, is de consumptie van rituele seks. Ook porno consumeren is een rituele ervaring. Je inleven in vertrouwde cliché’s en formules die je leiden naar een happy end…

Op het web kan men tal van literaire porno-forums vinden. Een voorbeeld is Literotica.com , dat meer dan een miljoen geregistreerde gebruikers heeft en ruim 4,5 miljoen bezoekers per maand krijgt. Men kan er honderden duizenden erotische verhalen, gedichten en romans lezen. De kortverhalen en novelles domineren. Net als op FanFiction.net zijn er interactieve literaire experimenten zoals de  “ketting-verhalen” waarin verschillende auteurs elk een hoofdstuk schrijven.  Sommige auteurs publiceren hele boeken, hoofdstuk per hoofdstuk zoals Erika Leonard deed op FanFiction.net.  Behalve literatuur biedt Literotica ook discussieforums, chat rooms, web cams, strips, films, zoekertjes etc. Er zijn wedstrijden rond thema’s, wie het meest stemmen haalt wint. Er zijn jaarlijkse awards en gedrukte “Best of Literotica”-bloemlezingen.  De literatuur is ingedeeld in 32 categorieen, naar gelang de sexuele voorkeur. De alfabetische lijst begint met ‘anal’ (zeer populair tegenwoordig, iemand moet eens uitzoeken hoe dat komt), ‘BDSM’, ‘Celebrities and Fan Fiction’. .. Alles mag, behalve pedofilie en bestialiteit (uitgezonderd met fantasiebeesten zoals draken en eenhoorns).

Twee derden van de auteurs op Literotica zijn mannen. Uit het onderzoek van de Britse psycholoog Mark Allen Thornton blijkt dat vooral vrouwen ouder dan 40 afhaken. Oudere mannen blijven erotische fantasieen bedenken maar hun thema’s veranderen. (2)  Vrouwen zijn niet minder geinteresseerd in erotische literatuur maar dan van een andere soort.

Erotica (of porno, de grens tussen beiden is zoals beauty, in the eye of the beholder)  is zeker de dominante vorm van literatuur in cyberspace als men fan fiction meerekent.

Volgens neuroloog Ogi Ogas is FanFiction.net de populairste erotische site voor vrouwen ter wereld, ondanks het verbod op expliciete seks. Wat de meeste vrouwen opwindt is nu eenmaal iets anders dan wat de meeste mannen begeestert.  Ogas analyseerde samen met zijn collega Sai Gaddam een miljard web searches.  Een van hun conclusies was dat steeds meer vrouwen in heel de wereld erotische literatuur zoeken. Maar in plaats van expliciete scenes willen ze romantische liefde. Een kwart tot een derde van de vrouwen lust wel onomfloerste seks maar dat zijn volgens Ogas vrouwen met een meer dan gemiddeld libido:  “Our data suggest that these women probably have a higher sex drive than other women and that they are more socially aggressive and more comfortable taking risks.”

Voor de meeste vrouwen is het niet zo simpel omdat hun brein niet zo simpel is als dat van mannen, volgens Ogas. “The female cortex contains a highly developed system for finding and scrutinizing a prospective partner (…) Using its investigative skills, the female brain evaluates all available evidence regarding a potential mate’s social, emotional and physical qualities to make an all-important decision: Is he Mr. Right or Mr. Wrong?”  Het is die fact-finding mission die de fysieke en psychologische opwinding harmonieus verenigt in het vrouwelijke brein, aldus Ogas.

Het is de bron van de “vrouwelijke intuitie”. “This feminine intuition is designed to solve a woman’s unique challenge of determining whether a man is committed, kind and capable of protecting a family.” En het verklaart volgens Ogas waarom de fan-fiction sites zo interactief zijn, waarom de populaire verhalen er zo druk bediscussieerd worden.  Terwijl mannen porno meestal alleen consumeren zijn de vrouwelijke erotische sites een collectieve bedoening. Want een van de voornaamste onderzoekstechnieken in de vrouwelijke fact-finding mission is het inwinnen van informatie van anderen. Wat ook de reden zou zijn waarom vrouwen meer geinteresseerd zijn in roddel over celebrities.

Wat er ook van zij, de enorme vrouwelijke belangstelling voor verhalen over romantische liefde, waarin de heldin gaandeweg het innerlijke karakter van haar liefdesobject  ontdekt, alle obstakels overwint en  en hem uiteindelijk voor altijd voor zich wint, staat buiten kijf. Het is de voornaamste oorzaak voor de boom in e-books en ook in gedrukte boekvorm overklast dit genre alle andere.

Maar er is natuurlijk nog meer literatuur op het web dan fan-fiction en andere erotica. Meer daarover in de volgende aflevering van deze serie.

 

————————————————

(1) Andere zeer populaire fan fiction sites zijn onder meer Archive of our own en Wattpad.

 

(2)  Zie Thorntons website. Thornton doorkamde 300,000 verhalen op Literotica, geschreven door zo’n 65 000 auteurs, om uit te vissen welke erotische thema’s welke bevolkingsgroepen fascineren. Hij zocht ook uit welke erotische woorden het meest gebruikt worden op Literotica. De top-negen: 1. Cock 2. Mom (!) 3. Pussy  4. Master  5. Mouth  6. Mother  7. Wife  8. Asshole  9. Mistress. Mij verbaast vooral de prominentie van het incest-thema (2 en 6). Had Freud dan toch gelijk?

maart 25, 2017 at 8:51 pm 1 reactie

ZWIJN ZIJN

s-1

door Jef Coeck

ALLE VARKENS ZIJN GELIJK,

BEHALVE SOMMIGE,

DIE ZIJN GELIJKER.

(naar Orwell, Animal Farm)

februari 27, 2017 at 4:20 pm Plaats een reactie

HOE TRUMP DE ARMSTE BLANKEN VERLEIDT

door Tom Ronse

valse hoop

valse hoop

De grootste fans van de miljardair Donald Trump vind je onder de armste blanke Amerikanen.  Wat drijft hen ertoe om een keuze te maken die zo te zien tegen hun eigen belangen ingaat?  Hen afschrijven als “dom” en “achterlijk” is zelf dom. Twee nieuwe Amerikaanse bestsellers graven dieper en schetsen een levendig beeld van de wanhoop en ontreddering die een vruchtbare voedingsbodem blijken voor Trumps demagogie.

 

In mijn NewYorkse buurt zag je tijdens de voorverkiezingen talrijke bordjes die steun proclameerden aan Bernie Sanders en hier en daar ook enkele van supporters van Hillary Clinton. Maar als je door de streken reisde waar de armste blanke Amerikanen wonen, dan zag je overal “Trump!”-bordjes in de voortuintjes staan.  J.D Vance’s “Hillbilly Elegy” en Nancy Isenbergs “White Trash” helpen dit fenomeen begrijpen, ook al is geen van beide boeken geschreven met die expliciete bedoeling.  De auteurs komen elk uit een verschillende ideologische hoek maar toch zijn hun beschrijvingen verrassend eensluitend. Beiden focussen op de rurale blanke arbeidersklasse.

“Hillbilly Elegy” werd met lof overladen, vooral –maar niet uitsluitend- in de conservatieve pers. “You will not read a more important book about America this year”, schreef ‘The Economist’.  ‘The American Conservative’ noemde het “the most important book of 2016”. “You cannot understand what’s happening now without first reading J.D. Vance”,  volgens dit blad, Vance is zelf een conservatieve auteur, een medewerker van de rechtse “National Review”. Maar in tegenstelling tot de meeste van zijn geestesgenoten schrijft hij met veel liefde over het meest misprezen segment van de Amerikaanse arbeidersklasse. “ Voor deze mensen”,schrijft Vance, “is armoede een familietraditie. Hun voorouders waren dagloners in de zuiderse slaveneconomie, landarbeiders, later mijnwerkers en fabrieksarbeiders.  Amerikanen noemen hen ‘hillbillies’, ‘rednecks’ of ‘white trash’, “ik noem hen buren, vrienden en familie”.

Hillbilly Elegy en auteur JD Vance

Hillbilly Elegy en auteur JD Vance

 

Chaos

Zijn boek is gedeeltelijk een autobiografie. Zijn familie was afkomstig uit de heuvels van Kentucky en emigreerde, samen met miljoenen anderen, om werk te zoeken in het meer industriële Ohio. Hij was nog een kind toen die streek, vanwege de vele fabrieksluitingen, een deel werd van wat “the rust belt” wordt genoemd. Zijn jeugd was geen pretje. Chaos, geweld, verslaving aan alcohol en drugs waren schering en inslag, niet alleen in zijn eigen familie maar ook in alle andere in zijn omgeving.  Zijn grootvader was een alcoholist, zijn moeder was verslaafd aan heroine en andere opiaten. Ze trouwde en scheidde vijf keren en had tal van vriendjes met wie ze voortdurend ruzie maakte. Ze probeerde heel hard om haar leven op het rechte pad te brengen maar mislukte telkens weer door de demonen die ze van haar eigen moeder had geërfd. De familie-incidenten die Vance beschrijft zijn soms grappig maar vaker hartbrekend.  Tegelijk beschrijft hij de hillbillies als liefdevol en loyaal, bekommerd om elkaar, fier op hun eigen cultuur. De “elites” (de autoriteiten en de begoede burgerij) behandelen hen neerbuigend en omgekeerd staan de hillbillies wantrouwend en vijandig tegenover de elites.  Zelfs progressieven voelen misprijzen voor de “white trash” volgens Vance. Hij citeert zijn “mamaw” (oma) die zei dat de hillbillies de enigen zijn waar je nog zonder schaamte op kunt neerkijken. Zonder vrees om de “politiek correcte” regels te breken door je schuldig te maken aan racisme of xenofobie.

Die mamaw was Vance’s reddende engel. Zij zorgde ervoor dat hij op school bleef, dat hij slechte vrienden vermeed (ze dreigde hen omver te rijden als hij niet uit hun buurt bleef). Onder haar impuls  nam hij dienst bij de mariniers, wat hem een studiebeurs opleverde. Hij studeerde rechten in Yale en begon aan een suksesvolle carriere. Hij vervoegde de elite.

De Trump-appeal

Wat hem een uitzondering maakte. De meeste van zijn vrienden en familieleden bleven gevangen in armoede en uitzichtloosheid. De vijandigheid tegen de elites is zo groot dat diegenen die zich proberen op te werken door anderen aanzien worden als verraders van hun gemeenschap (in arme zwarte milieus komt hetzefde voor: zij die hun best doen op school worden beschuldigd van “acting white”). Dat is volgens Vance een zelf-vernietigend aspect van de hillbilly-cultuur. Hij verwijt liberals (linksen) dat ze enkel oog hebben voor de structurele oorzaken van de armoede en negeren hoe de hillbilly-cultuur vooruitgang in de weg staat. Die cultuur is volgens hem doordrongen van een diep pessimisme, cynisme en hulpeloosheid. Hij ontkent niet dat daar structurele oorzaken voor zijn. Alleen in de decennia na de tweede wereldoorlog was er optimisme, schrijft hij. Maar door de sluiting van koolmijnen en staalfabrieken sloeg de hoop om in wanhoop.  Noch de Democraten noch de Republikeinen bieden een uitweg.

Daarom is de campagne van Trump “muziek voor hun oren”, aldus Vance. Trump bekritiseert bedrijven die  banen versluizen naar andere landen. Zijn apocalyptische  toon resoneert met hun angst voor de toekomst. Hij vindt er plezier in om de elites te kwellen, net zoals ze zelf zouden willen doen. Hij veroordeelt de oorlogen van Bush en Obama. Het leger is populair bij de rurale blanken –vele jonge hillbillies nemen dienst- maar de teleurstelling over het gebrek aan duidelijke overwinnigen en de behandeling van de oorlogsveteranen is groot. Belangrijkst van al: Trump spreekt niet zoals andere  politici. Zijn taal is slordig, hoekig, voor de vuist weg, in tegenstelling tot de gepolijste, ingestudeerde speechen van Hillary Clinton. Dat maakt het voor hillbillies makkelijker om zich met hem te identificeren.

Vance’s eigen vader is een typische Trump-supporter. “Natuurlijk weet ik dat hij onze problemen niet zal oplossen”, zei hij tegen zijn zoon, “maar hij praat er tenminste over.” Dat dit voor zijn vader en andere rurale blanken volstaat om Trump te steunen, illustreert volgens Vance hoe treurig het met de politieke conversatie in Amerika gesteld is.

the_donald_by_sharpwriter

“Blanke afval”

Nancy Isenberg vertelt geen persoonlijk verhaal. Zij is een historica maar wel een van de tegendraadse soort. Amerikanen zijn volgens haar grondig geindoctrineerd. Hun kennis van hun eigen geschiedenis is misvormd door hagiografie, mythes en vooroordelen. Op school en in de media krijgen Amerikanen opnieuw en opnieuw te horen dat ze in een uitzonderlijk land leven waar het klassensysteem is afgeschaft, waar iedereen de kans heeft om zijn “American Dream” te realiseren. In werkelijkheid was Amerika altijd een hierarchische maatschappij, gebaseerd op ras en klasse, stelt Isenberg. Voor een groot deel van de bevolking was en is de Amerikaanse droom een luchtkasteel. Dat geldt niet enkel voor de raciale minderheden maar ook voor vele blanken, in het bijzonder de rurale plattelandsbevolking.

White Trash en auteur Nancy Isenberg

White Trash en auteur Nancy Isenberg

De omschrijving “white trash” (“blanke afval”) gaat al lang mee.  De meerderheid van de Britten die in de 17de en de 18de eeuw naar de Amerikaanse kolonie verscheept werden, werden door de autoriteiten geclassifieerd als “waste people” en “rubbish” . De afval van Engeland  kon in de nieuwe wereld gebruikt worden als goedkope arbeidskracht. Velen moesten jaren in semi-slavernij werken “om hun reis af te betalen”.  De slavenhouders monopoliseerden de vruchtbare grond. De blanke armen bleven straatarm en veracht. Dat veranderde niet na de onafhankelijkheid. De min of meer heilig verklaarde “Founding Fathers” van de Amerikaanse republiek waren niet alleen zelf slavenhouders, ze koesterden ook een diepe minachting voor “the lower class”, zoals Isenberg overvloedig illustreert. De vaak geroemde president Thomas Jefferson vond dat ze beter gekweekt moesten worden, om het ras te verbeteren.  “We doen het met ons vee, waarom niet met mensen?”, schreef hij. Dat maakte hem een voorloper van de eugenetica-beweging.

Het is opvallend hoe vaak de upper class raciale termen gebruikte om de lower class te beschrijven. De blanke elite vond de plattelandsarmen een gedegenereerde soort, lager op de evolutieladder. Niet echt blank. “Hun huid heeft de kleur van vergeeld perkament”, schreef een 19de eeuwse commentator.  Eugenetica – de verbetering van het ras door het steriliseren van “gedegenereerden”-  werd populair in de 20ste eeuw. President Theodore Roosevelt was een voorstander. Tegen 1931 hadden 27 staten sterilisatiewetten goedgekeurd.  Wat toont dat sommige van Hitlers ideeen ook buiten Duitsland in zwang waren.

Isenberg exploreert ook hoe de massacultuur de vooroordelen over de “white trash” in stand hield. Zo fileert ze Hollywood-producties als “To kill a mockingbird” (1960) en “Deliverance” (1972). Dat er een traditie van racisme bestaat bij arme blanken ontkent ze niet. De oorsprong daarvan situeert ze in de burgeroorlog. Het gros van het zuiderse leger bestond uit arme blanken maar die begonnen meer en meer te deserteren. De leiders van het zuiden maakten hen toen bang dat ze op hetzelfde niveau zouden komen te staan als de slaven, als het noorden zou winnen. Politici in het zuiden hebben die taktiek sindsdien telkens opnieuw gebruikt.  Verdeel en heers.  Isenberg citeert president Johnson die over het racisme van arme blanken zei: “Als je de laagste blanke man kunt overtuigen dat hij beter is dan de beste kleurling, dan zal hij het niet merken dat je hem besteelt. Geef hem iemand om op neer te kijken en hij maakt zijn zakken leeg voor u.”

trumpist

 

Een proto-Trump

Isenberg’s beschrijving van Andrew Jackson die president was van 1829 to 1837, is fascinerend. De gelijkenis met Trump is treffend. “Het feit dat Jackson zich niet gedroeg als een conventionele politicus was een fundamenteel deel van zijn appeal”, schrijft Isenberg. Jackson was aanmatigend,grof,  opschepperig, een buitenstander die beloofde om in Washington schoon schip te maken. “Hij compenseert zijn gebrek aan argumenten met bezwerende uitspraken”, schreef een tijdgenoot.  Hij beschimpte iedereen die het niet met hem eens was. Dat zijn tegenstanders hem onbeschofte manieren verweten maakte hem alleen maar sympathieker in de ogen van het blanke proletariaat. Hij beloofde hen om de grootgrondbezitters aan te pakken maar daar kwam niets van in huis. Toch behield hij hun steun door zijn agressieve politiek tegen de indianen die hij met geweld van hun land verjaagde. Hij gaf hen iemand om op neer te kijken.

Jackson gebruikte wat Isenberg de “Arkansas Traveler- strategie” noemt. De naam komt van een oud volksverhaal over een politicus uit de grote stad die contact probeert te maken met een hillbilly maar op een muur van wantrouwen stoot. Maar dan neemt de “city slicker” de viool van de hillbilly en speelt er een hillbilly-wijsje op, waarop de hillbilly hem met open armen verwelkomt.

Trump heeft alvast getoond dat hij die viool kan bespelen.

 

 

J.D. Vance: Hillbilly Elegy, A Memoir of a Family and Culture in Crisis. 264 blz. Uitg. Harper

Nancy Isenberg: White Trash,The 400-Year Untold History of Class in America. 460 blz. Uitg. Viking

 

Een versie van dit artikel verscheen eerder in de boekenbijlage van De Morgen

 

 

 

september 8, 2016 at 4:03 am 3 reacties

HEEFT HET PAPIEREN BOEK NOG EEN TOEKOMST? (8)

library russia prikol.ru

door Tom Ronse

Dit is de achtste aflevering in de serie die maar niet wil sterven.

Ze begon in december 2011. De laatste afleveringen gingen niet meer over de vraag in de titel maar over de impact van de informatie-technologie op de literatuur en over de nieuwe expressievormen die ze doet ontstaan. De laatste bijdrage ging over Twitter-literatuur.

Op de vraag in de titel kwam ik na deel 5 niet meer terug. In deel 6  schreef ik: “In de vorige afleveringen kwamen we tot de conclusie dat het papieren boek niet zal verdwijnen maar wel marginaler zal worden.”

 

read-321

Maar klopt dat wel?

In het laatste jaar is de verkoop van e-books achteruit gegaan en die van het papieren boek gestegen. Voorspellingen dat het alsmaar groter visuele aanbod er toe zou leiden dat er steeds minder boeken gelezen zouden worden, zijn voorlopig niet bevestigd. Integendeel, er wordt meer gelezen dan ooit en de overgrote meerderheid van de lezers verkiest boeken van papier. En een van hen ben ik.

Iexoa

De cijfers die in de pers geciteerd worden gaan vooral over de grootste markt, de Amerikaanse. In België stijgt de verkoop van e-books nog wel maar het aandeel van het digitale boek in de totale markt bedraagt amper 3 procent.  “Dat percentage zal nog wel blijven stijgen”,verwacht Jef Maes van Boek.be. “Maar van een scenario waarbij de verkoop van digitale boeken groter wordt dan die van papieren exemplaren is geen sprake meer. We gaan er nu van uit dat het aandeel van e-books zal stabiliseren rond de 10 procent”. (De Morgen, 26/09/2015)

Toch een paar caveats bij die vaststelling. Tot vorig jaar ging de verkoop van e-books in stijgende lijn, vooral omdat ze veel goedkoper waren dan hun papieren versies. Wat begrijpelijk is, aangezien de reproductie- en transportkosten van digitale producten minuscuul zijn. Maar dan slaagden de uitgeverijen, aangevoerd door Hachette,  er in om van de verdelers af te dwingen dat de prijzen van e-books door de uitgevers zouden worden bepaald. Het gevolg was dat die prijzen omhoog schoten en de verkoop navenant daalde. Dit werd voorgesteld als “een normalisering van de boekenmarkt”. Maar in feite is het protectionisme, bescherming van een oudere productievorm tegen een nieuwe, omdat de uitgevers met deze laatste blijkbaar minder winst kunnen maken.

Zolang de uitgevers hun greep op de verdeling van e-books kunnen handhaven, zal de opmars van de digitale boekvorm afgeremd blijven.  De vraag is hoe lang ze dat kunnen.  Dat brengt me naar mijn tweede caveat. De daling van de verkoop van e-books betekent niet dat er minder digitaal gelezen wordt, zelfs niet dat er minder digitale boeken worden gelezen. Een groot deel daarvan wordt niet verkocht maar circuleert zonder betaalportalen op het web. Dat is wellicht de grote vrees van de uitgevers: dat de kostenloze reproductie van electronische informatie ertoe zal leiden dat er met het product “boek” geen winst meer kan worden gemaakt.

books

 

Op ietwat langere termijn is die vrees gewettigd. Het aanbod van digitale producten die geen handelswaar zijn –die niet door verkoop circuleren – groeit razendsnel.  Het omvat meestal kortere teksten maar ook  boeken circuleren steeds meer electronisch.  Voor boeken waarvan het copyright is verjaard is dat uiteraard geen probleem, men kan die gratis legaal downloaden op websites als www.Gutenberg.org . Nieuwere boeken worden gepirateerd, zij het in mindere mate dan muziek en films. De strijd tegen internet-piraten is een gevecht tegen de bierkaai.  (1) De bierkaai in casu is de structuur van het internet zelf die de controle over informatieverspreiding zeer moeilijk maakt.

Maar er zijn ook steeds meer boeken die enkel langs het internet verspreid worden. Alleen als ze daar buitengewone aandacht krijgen worden ze gecommercialiseerd; worden ze papieren en digitale handelswaren.  Maar dat overkomt slechts een kleine minderheid.  Onvermijdelijk wordt een steeds groter deel van de informatie enkel electronisch en niet op papier verspreid.  In die zin zijn de berichten over de achteruitgang van e-books misleidend.  Bovendien houden ze geen rekening, wat de Amerikaanse cijfers betreft, met de e-books uitgegeven door kleinere onafhankelijke uitgeverijen die niet aangesloten zijn bij de Association of American Publishers.  En het zijn net deze die veel e-books uitgeven. Er circuleren veel meer boeklange teksten dan deze die door de gevestigde uitgeverijen verspreid worden.Boeken die misschien anders geschreven en gestructureerd zouden zijn als ze geconcipieerd waren als papieren boeken.  Wetenschappelijke boeken, politieke boeken, romans. Over deze laatste expressievorm, de digitale roman, wil ik het in de volgende aflevering hebben.

readin312879

VOETNOOT

(1) Wordt die uitdrukking nog gebruikt? Ik heb ze meermaals gebezigd zonder te weten wat er ooit op de bierkaai gebeurde. Dus heb ik het even gegoogled. Wikipedia zegt:

“De bierkaai was de kaai in Amsterdam waar de vaten met bier aankwamen en de sjouwers werkten die de zware vaten met bier laadden en losten. De Bierkade was een deel van de Oudezijds Voorburgwal, gelegen bij de Oude Kerk. De bewoners van dit deel van Amsterdam stonden bekend als onoverwinnelijke vechtersbazen. Daarvan is het spreekwoordelijke vechten tegen de bierkaai afgeleid: je inzetten voor een hopeloze zaak.”

Zo hebben we toch iets bijgeleerd vandaag.

 

juli 25, 2016 at 3:01 am 2 reacties

“DE EXTREMISTEN ZIJN AL AAN DE MACHT”

Michael Parenti haat privatisering

Michael Parenti

Michael Parenti

Door Tom Ronse

Michael Parenti is al sinds vele jaren een van de bekendste Amerikaanse woordvoerders van wat men “extreem links” pleegt te noemen. Zelf noemt hij zich “gematigd”. “Wij zijn geen extremisten”, schrijft hij in zijn zopas in het Nederlands vertaalde boek “Winsthonger”. “De extremisten hebben de macht al in handen”.

“Wat is er zo extreem”, vraagt Parenti, “aan de wil een einde te maken aan klassenuitbuiting en een halt toe te roepen aan de obscene privileges van de superrijken? Is het extreem om te eisen dat er substantieel wordt gesnoeid in de hoge uitgaven voor defensie en dat het uitgespaarde geld gebruikt wordt voor een fatsoenlijke dienstverlening? Is het extreem als je het milieu wil redden en je je verzet tegen moorddadige oorlogen?”  Nee, de ware extremisten zijn volgens hem de plutocraten die door hun vraatzuchtige winsthonger de wereld naar de verdommenis helpen.

Parenti begint zijn betoog met een beknopte geschiedenis van de VS. Donald Trump mag dan beloven “to make America great again” maar volgens Parenti was Amerika nooit “great”, toch niet voor de grote meerderheid van de bevolking. Nog voor het land onafhankelijk was, veroorzaakte  de winsthonger onnoemelijk veel leed. De inheemse bevolking werd grotendeels uitgeroeid, de uit Afrika geimporteerde zwarten ondergingen de meest brutale vorm van uitbuiting:  slavernij. Ook na de afschaffing van de slavernij (1861) hield de geinstitutionaliseerde raciale discriminatie stand. Tot vandaag, volgens Parenti, onder meer door een bestraffingssysteem dat vooral zwarten vervolgt. Hij wijst erop dat er meer zwarten in de Amerikaanse gevangenissen zitten dan er slaven waren in 1850. Ook andere minderheidsgroepen  werden en worden gediscrimineerd. Voor de rijke elite is die discriminatie geen doel op zich. Racisme, religieuze en etnische haat zijn niet enkel gebaseerd op spontane vooroordelen, ze “maken deel uit van het instrumentarium van de winsthonger”. Ze zorgen ervoor dat de uitgebuiten elkaar bevechten “in plaats van zich te verenigen tegen het machtige 1 procent”, de bron van hun ellende.

Toen Amerika een imperium werd, deed dat winsthongerige 1 procent hetzelfde op internationaal vlak.  Plunderen, de locale bevolking een extreme uitbuiting opleggen, discrimineren, verdelen om te heersen en elk verzet tegen zijn heerschappij met geweld de kop indrukken. Dit met behulp van een gigantische, superdure militaire machine, met basissen in meer dan 150 landen. Volgens Parenti werden zowat alle oorlogen en slachtpartijen sinds de tweede wereldoorlog “gesponsord” door Amerika. Het is niet de enige bewering in dit boek die wat meer nuance zou kunnen verdragen.

Parenti maakt het proces van het Amerikaanse kapitalisme. De bewijzen die hij aanvoert, zijn niet de minste. De getuigenissen die hij verzamelt over het gezondheidszorgsysteem bijvoorbeeld, zijn ronduit hallucinant.  Men zou kunnen opwerpen dat ze eenzijdig zijn maar uit eigen ervaring kan ik niet anders dan hem gelijk geven als hij concludeert dat de Amerikaanse op winst gerichte gezondheidszorg niet alleen de duurste ter wereld is maar in vele opzichten ook de minst performante voor de patiënten. Tenzij je een overvloed aan geld hebt. Dan is het een supersysteem.

health_scam1

Verder besteedt Parenti ruime aandacht aan de groeiende kloof tussen rijk en arm, de exploitatie van kinderen als seksobjecten en als goedkope arbeidskrachten, de ontaarding van het politiek systeem waarin economische ongelijkheid leidt tot politieke ongelijkheid en tot een fiscaal regime dat de rijken volop gelegenheid geeft om belastingen te ontduiken. Ook economische crises zijn volgens Parenti het gevolg van excessieve winsthonger, ten koste van de koopkracht van de loontrekkenden .”Recessies ontstaan wanneer arbeiders te weinig verdienen”, beweert hij, zonder evenwel deze toch wel zeer betwistbare stelling – zelfs Marx ridiculiseerde dit idee-  te argumenteren.

trein valt in afgrond Tenslotte schijnt hij zijn licht op de milieucrisis. Hoewel het zonneklaar is dat de klimaatopwarming de mensheid naar een catastrofe leidt, blijven fundamentele maatregelen uit omdat de  winsthonger ze in de weg staat. Het is alsof we in een trein zitten die op weg is naar een afgrond, schrijft Parenti. De winstwolven “monopoliseerden de valhelmen en de stootkussens en op het ogenblik dat de trein de afgrond induikt, hebben ze al hun dure spullen met gigawinsten verkocht. Kassa! Kassa! Iedereen de dieperik in, zij ook, maar wel met de glimlach op de lippen”.

 

Het lijkt irrationeel gedrag maar volgens Parenti zijn de economische misdaden van de 1 procent geen irrationele afwijkingen van een rationeel systeem maar rationele gevolgen van een irrationeel systeem. Toch lijkt dat gedrag hem allesbehalve “normaal”.  Het is een ziekte, een verslaving.  “Rijkdom werkt verslavend. Rijkdom wordt een allesverslindende passie. Weelde maakt hongerig naar nog meer weelde. Er staat geen maat op de hoeveelheid geld die de supperrijken willen accumuleren en dus accumuleren de verslaafden almaar meer voor zichzelf, meer dan ze in duizend jaar exuberant leven kunnen spenderen.”

millionaire

Parenti citeert de staalmagnaat David Roderick die ooit zei dat zijn bedrijf “niet actief was in de staalsector maar in de winstsector”.  Dat vat het probleem goed samen. Staal, of om het even welk ander product, is slechts een vehikel voor de accumulatie van winst. Het winstpotentieel  bepaalt wat wel en wat niet gemaakt wordt en dus hoe onze maatschappij er uitziet. Dat er een conflict groeit tussen wat het winststreven mogelijk maakt en de noden van de mensheid,  wordt in dit boek duidelijk geillustreerd.

De oplossing? Nog in de metafoor van de trein op weg naar de afgrond schrijft Parenti: “Dan moeten we naar de locomotief stormen, de bestuurder wegduwen, de trein overnemen, afremmen en een ander spoor kiezen”.  Een politieke revolutie die ertoe moet leiden dat de staat het gros van de economie overneemt. Want volgens Parenti is een bedrijf dat door de overheid wordt beheerd in plaats van door privé-kapitaal altijd efficienter, goedkoper, onnoemelijk veel beter voor zowel de klant als het personeel en kan de staat net zo goed voor het algemeen belang worden gebruikt als voor de belangen van het 1 procent.  Hij lijkt heimwee te koesteren naar het oostblok en wijst er schamper op dat volgens opiniepeilingen de meerderheid van de ex-oostblokbevolking vindt dat het leven “onder het kommunisme” beter was. Het model dat hem voor ogen staat is grosso modo een oostblok-economie maar dan veel democratischer beheerd.

Het is echter de vraag of het voor een arbeider (iemand die werkt voor een loon) zoveel uitmaakt of hij zijn bevelen krijgt van een kapitalist of van een bureaucraat. En dat die bureaucraat veel efficienter zal zijn dan de kapitalist, lijkt me ook twijfelachtig.  Bovendien zouden landen die een verregaande verstaatsing doorvoeren nog altijd opereren in een globale kapitalistische context.  Ze zouden niet ontsnappen aan de concurrentiedwang en dus aan de verplichting om voldoende winstgevend te zijn. De winsthonger zou niet verdwijnen. Autarkie is geen optie, zoals de ervaring van China en van het oostblok heeft aangetoond.

Wat oplossingen betreft, blijven we dus op onze honger. Wat niet wegneemt dat Parenti’s boek een indrukwekkende en vlot leesbare  cataloog is van misdaden en gevaren, veroorzaakt door winsthonger.

Nog even knibbelen over de vertaling. Die is over het algemeen degelijk maar de vertaler verzuimde om voetnoten te plaatsen bij termen die de Europese lezer niet meteen iets zeggen.  Dit boek is geschreven voor een Amerikaans publiek. Meestal is dat geen probleem maar termen als  de “Know Nothing”-beweging, Medicare en “het donutgat” vereisen toch enige uitleg.

 

MICHAEL PARENTI: WINSTHONGER

Originele titel: Profit Pathologies and other indecencies

Nederlandse vertaling: Jan Reyniers

Uitgeverij EPO

 

Interview:

titel

“Amerikanen krijgen voortdurend te horen dat ze in het beste land ter wereld wonen”, zegt Michael Parenti. “Ik schreef dit boek om hen te overtuigen dat het Amerikaanse systeem niet zo fantastisch is als ze wel denken. Dat de geschiedenis van dit land er een is van genocide,slavernij en uitbuiting, allemaal in functie van een pathologische, onverzadigbare winsthonger.  En dat openbaar bezit van diensten en bedrijven veel goedkoper, efficienter en nuttiger is dan privé-bezit. De massamedia hebben de Amerikanen zodanig  geindoctrineerd dat het woord “socialisme” hen angst aanjaagt. Maar dat lijkt te veranderen, zoals het sukses van Bernie Sanders aantoont.”

Wat vind u van deze verkiezingen?

Het ziet er niet goed uit. We moeten kiezen tussen Hillary Clinton en Donald Trump. De eerste is een oorlogstoker die wil tonen dat ze even hard en brutaal kan zijn dan om het even welke man. Een lege ziel zonder diepe overtuigingen. De tweede is ‘out of control’, een gevaarlijke clown. Ik zal wellicht voor de Green Party stemmen ook al is dat een verloren stem.

Hoe verklaart u Trumps sukses?

Dat is een gevolg van ons politiek systeem. De democratie is zodanig uitgehold dat verkiezingen over personaliteiten gaan in plaats van over standpunten. De Republikeinen hadden vroeger ernstige kandidaten. Dit jaar moesten ze kiezen tussen 16 clowns.

Zou u Sanders aanraden om als onafhankelijke derde kandidaat mee te doen aan de presidentsverkiezing?

Nee want onafhankelijke presidentskandidaten maken geen kans in ons systeem. Sanders beseft dit. Bernie is een goede vriend van me, we kennen elkaar al sinds we in de jaren 1970 samen politiek actief waren in Vermont. Ik brak met hem toen hij in 1998 Clintons militaire agressie tegen de sociaal-democratie in Joegoslavië  steunde. Maar enkele weken geleden hebben we ons weer verzoend. Het was een emotioneel weerzien. Ik vind dat zijn standpunten over buitenlandse politiek verbeterd zijn.

Uw boek leest als een requisitoor tegen Amerika. Maar gaat u daarbij soms niet wat kort door de bocht, zoals waar u schrijft dat “de meeste, zo niet alle, slachtpartijen en oorlogen” sinds de tweede wereldoorlog gesponsord werden door de VS?

Er zijn natuurlijk nog andere imperialistische landen maar alleen de VS hebben militair ingegrepen in meer dan veertig landen. Meestal onder het mom van “humanitaire hulp”, “democratie brengen” of “terrorisme bestrijden” maar de ware reden was telkens winsthonger: controle over bodemrijkdommen, markten, goedkope arbeidskracht.

Is winst najagen een keuze of iets waartoe elke onderneming en elk land gedwongen worden?

Natuurlijk is er accumulatiedwang vanwege de concurrentiedruk. Maar dat betekent niet dat de plutocraten geen speelruimte hebben om zich anders te gedragen. Ik hou niet van psychologische verklaringen van maatschappelijke fenomenen maar hun gedrag lijkt me ziekelijk.  Hoe kan je anders uitleggen dat iemand die al veel meer bezit dan hij ooit tijdens zijn leven zou kunnen uitgeven rusteloos blijft streven naar meer en meer rijkdom? Het is een verslaving. Neem nu de Waltons, de voornaamste eigenaars van de Walmart supermarktketen. De vier erfgenamen van dit fortuin staan in de top 10 van de rijkste Amerikanen. Ze verdienen elke dag acht en een half miljoen dollar, zonder er iets voor te doen. En intussen zijn de lonen bij Walmart zo laag dat de werknemers beroep moeten doen op voedselbonnen om rond te komen. Die voedselbonnen worden betaald met belastingsgeld. Dus subsidiëren we allemaal de rijksten onder ons.

In uw boek neemt u de slogan van Occupy Wall Street over – de 99% moet zich verzetten tegen het rijkste, machtigste 1 %. U suggereert zelfs dat het zwaartepunt van de macht een toplaag is van superrijken die niet meer dan 0,01 % van de bevolking bedraagt. Volstaat het dan dat laagje weg te krabben om de hele maatschappij gezond te maken?

Het probleem is niet enkel dat ene procent maar de kapitalistische grondslag van de hele maatschappij. Maar van die grondslag is het gedrag van die 1 procent een uiting.  Kapitalisme bestaat in verschillende gradaties. Een land kan in een kapitalistische of in een socialistische richting evolueren. In westeuropese landen is het kapitalisme minder uitgesproken dan hier in de VS. Daar heb je een sociaal-democratische  mengvorm, met belangrijke openbare diensten zoals de spoorwegen en de gezondheidszorg. En die functioneren ontzettend veel beter dan hier in de VS, waar ze tot de private sector behoren. Ook na de invoering van Obamacare blijft de gezondheidszorg in de VS een ramp omdat er fundamenteel niets veranderd is: het doel blijft zoveel mogelijk winst opleveren. Dat maakt de Amerikaanse gezondheidszorg de duurste ter wereld maar ook de slechtste van alle ontwikkelde landen. Ze kost veel meer dan wat er in gesocialiseerde systemen aan wordt besteed maar levert veel minder kwaliteitszorg en genezing op. Maar vanuit het standpunt van de 1 procent functioneert het goed want het is heel winstgevend.

U beweert, in tegenstelling tot de gangbare opinie, dat bedrijven en diensten meer efficient en productief zijn als ze door de staat worden gerund. Is het daarom dat u in uw boek niets zegt over de spectaculaire transformatie van China? Want daar lijkt privatisering toch meer welvaart te hebben gebracht.

China kende inderdaad een explosieve productiviteitsgroei. Maar de sociale ongelijkheid, de armoede en de milieuvervuiling namen er ook enorm toe. China nam de kapitalistische weg. Maar het dankte zijn snelle groei ook aan de verwezenlijkingen van het socialisme, dat komaf maakte met het feodalisme. In India gebeurde dat veel minder, vandaar de achterstand van dat land. Toen ik nog les gaf aan de universiteit ontmoette ik vaak Chinese studenten. Ze waren allemaal als betoverd door het Amerikaanse model en  droomden ervan om winst na te jagen. Ik bezocht ooit een Russische kennis in Moskou tijdens het Sovjet-regime. Hij had een mooi appartement en een goed leven en toch verlangde hij niets meer dan in Amerika te wonen. Hij wou dat Rusland Amerika’s voorbeeld zou volgen en privatiseren. Hij heeft zijn zin gekregen. Maar uit opiniepeilingen blijkt dat de grote meerderheid van de bevolking van het vroegere oostblok vindt dat het leven onder het kommunistische regime beter was dan nu. De menselijke natuur is tegenstrijdig.  De tendens naar socialisme, naar solidariteit, is er deel van. Maar de tendens naar kapitalisme, naar pathologische winsthonger, is dat ook. Het resultaat is soms, wel, teleurstellend.

Maar het is tijd voor je laatste vraag. Ik ben 82 jaar oud en niet meer zo energiek als vroeger.

U schildert een grimmig beeld van de wereldsituatie. Wat geeft u hoop?

Er is altijd hoop, ook als de situatie hopeloos lijkt. Doorbraken komen onverwacht. Niemand had in 2011 de sociale opstanden in Tunesië en Egypte  voorspeld. Niemand had verwacht dat de campagne van de socialist Bernie Sanders zo’n sukses zou kennen. Dat geeft me hoop. Maar je moet hoe dan ook blijven vechten, anders zal het alleen maar slechter worden. Het doel van de plutocraten is een terugkeer naar de sociale situatie van het begin van de 20ste eeuw, met een verpauperde arbeidersklasse, een uitgedunde middenklasse en een gepriviligieerde superrijke elite die alles domineert. Alleen de sociale strijd kan dat beletten.  We hebben geen keuze, we moeten ons verdedigen. Het is een kwestie van overleven.”

 

(Een licht verschillende versie van deze bespreking plus interview verscheen deze week in de boekenbijlage van De Morgen)

 

juni 4, 2016 at 6:03 am 2 reacties

VAN SCHOOLPRENTEN EN ANDERE LEUGENACHTIGE ZAKEN

L 1 Vadsige_Koningen

door Lucas Catherine

Wie mij kent weet dat ik nooit een officieel verhaal over iets geloof. Dit komt niet door het lezen van Karl Marx of zo, maar door Meester Meskens in mijn lagere school. Nu was Meester Meskens een zeer goede onderwijzer. Als hij het metriekstelsel moest uitleggen dan nam hij een holle kubieke gietijzeren liter – zijn vader was de smid van het dorp daar bij ons in het Pajottenland -, deed daar water in. Liet ons dan opmerken dat dit ook een kubieke decimeter werd genoemd en dat het water, op zijn weegschaal juist een kilogram woog. Een verband dat zelfs aan Napoleon nooit was uitgelegd toen die het decimaal stelsel bij ons introduceerde.
Anders was het wanneer hij zich moest behelpen met door het ministerie ter beschikking gestelde schoolplaten. Vergeet schoolradio en schooltelevisie laat staan internet. Het enige visueel materiaal dat wij te zien kregen waren gekleurde  schoolplaten, opgerold op twee stokken en naar gelang het leerplan vorderde werden die aan de wanden van onze klas opgehangen.

Ik heb er later een paar opgekocht en nu recent er het stof afgeschud. Zij hebben de autoriteit van Meester Meskens ondergraven en van mij een ongelovige Thomas gemaakt. De plaat die daar verantwoordelijk voor is ging over De Vadsige Koningen – Les Rois Fainéants. Dat waren de laatste Merovingische koningen. Ze werkten niet, dat lieten ze over aan hun hofmeiers en genoten verder van wat in de negentiende eeuw Le Droit à la Paresse zal worden genoemd. Daarbij installeerden ze een bed op een ossenkar en reisden zo hun koninkrijk af, een soort Wagons-Lits avant la lettre.

Mijn ideaal. Rijk zijn en niets doen. Rentenieren! En dan kwam Meester Meskens vertellen dat zo iets compleet fout was! Hoe kwam hij er bij! Dan vond ik dat mijn vader, ongeschoold werkman het beter wist. Zijn devies was: Ik moet het werk niet hebben, als ik maar de pree trek en ook nog: Ik heb niets tegen werken, wel tegen werken voor een baas.

En die schoolplaten behandelden heel onze Belgische geschiedenis maar zaten wel heel vaak fout.

 

L 2 lippdebru2

Zo heb ik “Heldendood van Sergeant De Bruyne”. De man die zijn collega Lippens niet in de steek wou laten tijdens de grote Congo-oorlog tegen de Zanzibari-Arabieren (1892). Pas veel later kwam ik te weten dat het hier niet zo zeer om militaire heldenmoed ging, maar om liefde onder mannen. Het woord homo moest toen nog worden uitgevonden. In Brussel spraken we trouwens in mijn jeugd dan ook niet over homo’s, maar over ‘a joenkmannen’ (oude jonkmannen).

 

L 3 eerstespoorweg

En dan is er de prent: “De eerste spoorweg in België” waarop verstomde heren en boeren naar de eerste trein Brussel-Mechelen staarden. Met zo’n prent identificeerde ik mij direct, want mijn grootvader was ‘gestationeerd’ in De Groen Dreef, vanwaar ooit die eerste trein is vertrokken en wij woonden in een ‘roethuis’ (spoorwoning?) waarvan de deur rechtstreeks uitgaf op het perron. Ik heb dus de stoomtrein al gekend van toen ik nog kleiner was dan de wielen van zo’n locomotief.
Stoomtreinen stonden symbool voor Vooruitgang, net als stoomboten en ja, er waren eerst ook zelfs stoomauto’s, maar die reden enkel in de Congo. Het is dankzij de stoom dat het begrip snelheid zo belangrijk werd. Alles ging vlugger en alles moest er voor wijken. De treinen kregen rails en de boten kregen kanalen. Het bekendste was natuurlijk het Suez-kanaal (1869). En die Vooruitgangsmythe is ooit het best in beeld gebracht, niet door een schoolplaat, maar door een foto van het duo Lehnert &Landrock de grootmeesters van de koloniale fotografie.

 

L 4 stoom_NEW

Je ziet het kanaal met daarop een grote stoomboot. Op de dijk ernaast raast een auto en parallel met het kanaal loopt een spoorweg met daarop een stoomtrein.

Alles fake. Kijk maar naar de rook. Bij de boot waait die naar voor, bij de trein naar achter. Fotoshop bestond nog niet, maar fotomontage natuurlijk wel.

En dat allemaal om ons te doen geloven dat de Vooruitgang nooit zal stilstaan.

mei 31, 2016 at 9:00 am 4 reacties

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.288 andere volgers