Posts filed under ‘boeken’

ZWIJN ZIJN

s-1

door Jef Coeck

ALLE VARKENS ZIJN GELIJK,

BEHALVE SOMMIGE,

DIE ZIJN GELIJKER.

(naar Orwell, Animal Farm)

februari 27, 2017 at 4:20 pm Plaats een reactie

HOE TRUMP DE ARMSTE BLANKEN VERLEIDT

door Tom Ronse

valse hoop

valse hoop

De grootste fans van de miljardair Donald Trump vind je onder de armste blanke Amerikanen.  Wat drijft hen ertoe om een keuze te maken die zo te zien tegen hun eigen belangen ingaat?  Hen afschrijven als “dom” en “achterlijk” is zelf dom. Twee nieuwe Amerikaanse bestsellers graven dieper en schetsen een levendig beeld van de wanhoop en ontreddering die een vruchtbare voedingsbodem blijken voor Trumps demagogie.

 

In mijn NewYorkse buurt zag je tijdens de voorverkiezingen talrijke bordjes die steun proclameerden aan Bernie Sanders en hier en daar ook enkele van supporters van Hillary Clinton. Maar als je door de streken reisde waar de armste blanke Amerikanen wonen, dan zag je overal “Trump!”-bordjes in de voortuintjes staan.  J.D Vance’s “Hillbilly Elegy” en Nancy Isenbergs “White Trash” helpen dit fenomeen begrijpen, ook al is geen van beide boeken geschreven met die expliciete bedoeling.  De auteurs komen elk uit een verschillende ideologische hoek maar toch zijn hun beschrijvingen verrassend eensluitend. Beiden focussen op de rurale blanke arbeidersklasse.

“Hillbilly Elegy” werd met lof overladen, vooral –maar niet uitsluitend- in de conservatieve pers. “You will not read a more important book about America this year”, schreef ‘The Economist’.  ‘The American Conservative’ noemde het “the most important book of 2016”. “You cannot understand what’s happening now without first reading J.D. Vance”,  volgens dit blad, Vance is zelf een conservatieve auteur, een medewerker van de rechtse “National Review”. Maar in tegenstelling tot de meeste van zijn geestesgenoten schrijft hij met veel liefde over het meest misprezen segment van de Amerikaanse arbeidersklasse. “ Voor deze mensen”,schrijft Vance, “is armoede een familietraditie. Hun voorouders waren dagloners in de zuiderse slaveneconomie, landarbeiders, later mijnwerkers en fabrieksarbeiders.  Amerikanen noemen hen ‘hillbillies’, ‘rednecks’ of ‘white trash’, “ik noem hen buren, vrienden en familie”.

Hillbilly Elegy en auteur JD Vance

Hillbilly Elegy en auteur JD Vance

 

Chaos

Zijn boek is gedeeltelijk een autobiografie. Zijn familie was afkomstig uit de heuvels van Kentucky en emigreerde, samen met miljoenen anderen, om werk te zoeken in het meer industriële Ohio. Hij was nog een kind toen die streek, vanwege de vele fabrieksluitingen, een deel werd van wat “the rust belt” wordt genoemd. Zijn jeugd was geen pretje. Chaos, geweld, verslaving aan alcohol en drugs waren schering en inslag, niet alleen in zijn eigen familie maar ook in alle andere in zijn omgeving.  Zijn grootvader was een alcoholist, zijn moeder was verslaafd aan heroine en andere opiaten. Ze trouwde en scheidde vijf keren en had tal van vriendjes met wie ze voortdurend ruzie maakte. Ze probeerde heel hard om haar leven op het rechte pad te brengen maar mislukte telkens weer door de demonen die ze van haar eigen moeder had geërfd. De familie-incidenten die Vance beschrijft zijn soms grappig maar vaker hartbrekend.  Tegelijk beschrijft hij de hillbillies als liefdevol en loyaal, bekommerd om elkaar, fier op hun eigen cultuur. De “elites” (de autoriteiten en de begoede burgerij) behandelen hen neerbuigend en omgekeerd staan de hillbillies wantrouwend en vijandig tegenover de elites.  Zelfs progressieven voelen misprijzen voor de “white trash” volgens Vance. Hij citeert zijn “mamaw” (oma) die zei dat de hillbillies de enigen zijn waar je nog zonder schaamte op kunt neerkijken. Zonder vrees om de “politiek correcte” regels te breken door je schuldig te maken aan racisme of xenofobie.

Die mamaw was Vance’s reddende engel. Zij zorgde ervoor dat hij op school bleef, dat hij slechte vrienden vermeed (ze dreigde hen omver te rijden als hij niet uit hun buurt bleef). Onder haar impuls  nam hij dienst bij de mariniers, wat hem een studiebeurs opleverde. Hij studeerde rechten in Yale en begon aan een suksesvolle carriere. Hij vervoegde de elite.

De Trump-appeal

Wat hem een uitzondering maakte. De meeste van zijn vrienden en familieleden bleven gevangen in armoede en uitzichtloosheid. De vijandigheid tegen de elites is zo groot dat diegenen die zich proberen op te werken door anderen aanzien worden als verraders van hun gemeenschap (in arme zwarte milieus komt hetzefde voor: zij die hun best doen op school worden beschuldigd van “acting white”). Dat is volgens Vance een zelf-vernietigend aspect van de hillbilly-cultuur. Hij verwijt liberals (linksen) dat ze enkel oog hebben voor de structurele oorzaken van de armoede en negeren hoe de hillbilly-cultuur vooruitgang in de weg staat. Die cultuur is volgens hem doordrongen van een diep pessimisme, cynisme en hulpeloosheid. Hij ontkent niet dat daar structurele oorzaken voor zijn. Alleen in de decennia na de tweede wereldoorlog was er optimisme, schrijft hij. Maar door de sluiting van koolmijnen en staalfabrieken sloeg de hoop om in wanhoop.  Noch de Democraten noch de Republikeinen bieden een uitweg.

Daarom is de campagne van Trump “muziek voor hun oren”, aldus Vance. Trump bekritiseert bedrijven die  banen versluizen naar andere landen. Zijn apocalyptische  toon resoneert met hun angst voor de toekomst. Hij vindt er plezier in om de elites te kwellen, net zoals ze zelf zouden willen doen. Hij veroordeelt de oorlogen van Bush en Obama. Het leger is populair bij de rurale blanken –vele jonge hillbillies nemen dienst- maar de teleurstelling over het gebrek aan duidelijke overwinnigen en de behandeling van de oorlogsveteranen is groot. Belangrijkst van al: Trump spreekt niet zoals andere  politici. Zijn taal is slordig, hoekig, voor de vuist weg, in tegenstelling tot de gepolijste, ingestudeerde speechen van Hillary Clinton. Dat maakt het voor hillbillies makkelijker om zich met hem te identificeren.

Vance’s eigen vader is een typische Trump-supporter. “Natuurlijk weet ik dat hij onze problemen niet zal oplossen”, zei hij tegen zijn zoon, “maar hij praat er tenminste over.” Dat dit voor zijn vader en andere rurale blanken volstaat om Trump te steunen, illustreert volgens Vance hoe treurig het met de politieke conversatie in Amerika gesteld is.

the_donald_by_sharpwriter

“Blanke afval”

Nancy Isenberg vertelt geen persoonlijk verhaal. Zij is een historica maar wel een van de tegendraadse soort. Amerikanen zijn volgens haar grondig geindoctrineerd. Hun kennis van hun eigen geschiedenis is misvormd door hagiografie, mythes en vooroordelen. Op school en in de media krijgen Amerikanen opnieuw en opnieuw te horen dat ze in een uitzonderlijk land leven waar het klassensysteem is afgeschaft, waar iedereen de kans heeft om zijn “American Dream” te realiseren. In werkelijkheid was Amerika altijd een hierarchische maatschappij, gebaseerd op ras en klasse, stelt Isenberg. Voor een groot deel van de bevolking was en is de Amerikaanse droom een luchtkasteel. Dat geldt niet enkel voor de raciale minderheden maar ook voor vele blanken, in het bijzonder de rurale plattelandsbevolking.

White Trash en auteur Nancy Isenberg

White Trash en auteur Nancy Isenberg

De omschrijving “white trash” (“blanke afval”) gaat al lang mee.  De meerderheid van de Britten die in de 17de en de 18de eeuw naar de Amerikaanse kolonie verscheept werden, werden door de autoriteiten geclassifieerd als “waste people” en “rubbish” . De afval van Engeland  kon in de nieuwe wereld gebruikt worden als goedkope arbeidskracht. Velen moesten jaren in semi-slavernij werken “om hun reis af te betalen”.  De slavenhouders monopoliseerden de vruchtbare grond. De blanke armen bleven straatarm en veracht. Dat veranderde niet na de onafhankelijkheid. De min of meer heilig verklaarde “Founding Fathers” van de Amerikaanse republiek waren niet alleen zelf slavenhouders, ze koesterden ook een diepe minachting voor “the lower class”, zoals Isenberg overvloedig illustreert. De vaak geroemde president Thomas Jefferson vond dat ze beter gekweekt moesten worden, om het ras te verbeteren.  “We doen het met ons vee, waarom niet met mensen?”, schreef hij. Dat maakte hem een voorloper van de eugenetica-beweging.

Het is opvallend hoe vaak de upper class raciale termen gebruikte om de lower class te beschrijven. De blanke elite vond de plattelandsarmen een gedegenereerde soort, lager op de evolutieladder. Niet echt blank. “Hun huid heeft de kleur van vergeeld perkament”, schreef een 19de eeuwse commentator.  Eugenetica – de verbetering van het ras door het steriliseren van “gedegenereerden”-  werd populair in de 20ste eeuw. President Theodore Roosevelt was een voorstander. Tegen 1931 hadden 27 staten sterilisatiewetten goedgekeurd.  Wat toont dat sommige van Hitlers ideeen ook buiten Duitsland in zwang waren.

Isenberg exploreert ook hoe de massacultuur de vooroordelen over de “white trash” in stand hield. Zo fileert ze Hollywood-producties als “To kill a mockingbird” (1960) en “Deliverance” (1972). Dat er een traditie van racisme bestaat bij arme blanken ontkent ze niet. De oorsprong daarvan situeert ze in de burgeroorlog. Het gros van het zuiderse leger bestond uit arme blanken maar die begonnen meer en meer te deserteren. De leiders van het zuiden maakten hen toen bang dat ze op hetzelfde niveau zouden komen te staan als de slaven, als het noorden zou winnen. Politici in het zuiden hebben die taktiek sindsdien telkens opnieuw gebruikt.  Verdeel en heers.  Isenberg citeert president Johnson die over het racisme van arme blanken zei: “Als je de laagste blanke man kunt overtuigen dat hij beter is dan de beste kleurling, dan zal hij het niet merken dat je hem besteelt. Geef hem iemand om op neer te kijken en hij maakt zijn zakken leeg voor u.”

trumpist

 

Een proto-Trump

Isenberg’s beschrijving van Andrew Jackson die president was van 1829 to 1837, is fascinerend. De gelijkenis met Trump is treffend. “Het feit dat Jackson zich niet gedroeg als een conventionele politicus was een fundamenteel deel van zijn appeal”, schrijft Isenberg. Jackson was aanmatigend,grof,  opschepperig, een buitenstander die beloofde om in Washington schoon schip te maken. “Hij compenseert zijn gebrek aan argumenten met bezwerende uitspraken”, schreef een tijdgenoot.  Hij beschimpte iedereen die het niet met hem eens was. Dat zijn tegenstanders hem onbeschofte manieren verweten maakte hem alleen maar sympathieker in de ogen van het blanke proletariaat. Hij beloofde hen om de grootgrondbezitters aan te pakken maar daar kwam niets van in huis. Toch behield hij hun steun door zijn agressieve politiek tegen de indianen die hij met geweld van hun land verjaagde. Hij gaf hen iemand om op neer te kijken.

Jackson gebruikte wat Isenberg de “Arkansas Traveler- strategie” noemt. De naam komt van een oud volksverhaal over een politicus uit de grote stad die contact probeert te maken met een hillbilly maar op een muur van wantrouwen stoot. Maar dan neemt de “city slicker” de viool van de hillbilly en speelt er een hillbilly-wijsje op, waarop de hillbilly hem met open armen verwelkomt.

Trump heeft alvast getoond dat hij die viool kan bespelen.

 

 

J.D. Vance: Hillbilly Elegy, A Memoir of a Family and Culture in Crisis. 264 blz. Uitg. Harper

Nancy Isenberg: White Trash,The 400-Year Untold History of Class in America. 460 blz. Uitg. Viking

 

Een versie van dit artikel verscheen eerder in de boekenbijlage van De Morgen

 

 

 

september 8, 2016 at 4:03 am 3 reacties

HEEFT HET PAPIEREN BOEK NOG EEN TOEKOMST? (8)

library russia prikol.ru

door Tom Ronse

Dit is de achtste aflevering in de serie die maar niet wil sterven.

Ze begon in december 2011. De laatste afleveringen gingen niet meer over de vraag in de titel maar over de impact van de informatie-technologie op de literatuur en over de nieuwe expressievormen die ze doet ontstaan. De laatste bijdrage ging over Twitter-literatuur.

Op de vraag in de titel kwam ik na deel 5 niet meer terug. In deel 6  schreef ik: “In de vorige afleveringen kwamen we tot de conclusie dat het papieren boek niet zal verdwijnen maar wel marginaler zal worden.”

 

read-321

Maar klopt dat wel?

In het laatste jaar is de verkoop van e-books achteruit gegaan en die van het papieren boek gestegen. Voorspellingen dat het alsmaar groter visuele aanbod er toe zou leiden dat er steeds minder boeken gelezen zouden worden, zijn voorlopig niet bevestigd. Integendeel, er wordt meer gelezen dan ooit en de overgrote meerderheid van de lezers verkiest boeken van papier. En een van hen ben ik.

Iexoa

De cijfers die in de pers geciteerd worden gaan vooral over de grootste markt, de Amerikaanse. In België stijgt de verkoop van e-books nog wel maar het aandeel van het digitale boek in de totale markt bedraagt amper 3 procent.  “Dat percentage zal nog wel blijven stijgen”,verwacht Jef Maes van Boek.be. “Maar van een scenario waarbij de verkoop van digitale boeken groter wordt dan die van papieren exemplaren is geen sprake meer. We gaan er nu van uit dat het aandeel van e-books zal stabiliseren rond de 10 procent”. (De Morgen, 26/09/2015)

Toch een paar caveats bij die vaststelling. Tot vorig jaar ging de verkoop van e-books in stijgende lijn, vooral omdat ze veel goedkoper waren dan hun papieren versies. Wat begrijpelijk is, aangezien de reproductie- en transportkosten van digitale producten minuscuul zijn. Maar dan slaagden de uitgeverijen, aangevoerd door Hachette,  er in om van de verdelers af te dwingen dat de prijzen van e-books door de uitgevers zouden worden bepaald. Het gevolg was dat die prijzen omhoog schoten en de verkoop navenant daalde. Dit werd voorgesteld als “een normalisering van de boekenmarkt”. Maar in feite is het protectionisme, bescherming van een oudere productievorm tegen een nieuwe, omdat de uitgevers met deze laatste blijkbaar minder winst kunnen maken.

Zolang de uitgevers hun greep op de verdeling van e-books kunnen handhaven, zal de opmars van de digitale boekvorm afgeremd blijven.  De vraag is hoe lang ze dat kunnen.  Dat brengt me naar mijn tweede caveat. De daling van de verkoop van e-books betekent niet dat er minder digitaal gelezen wordt, zelfs niet dat er minder digitale boeken worden gelezen. Een groot deel daarvan wordt niet verkocht maar circuleert zonder betaalportalen op het web. Dat is wellicht de grote vrees van de uitgevers: dat de kostenloze reproductie van electronische informatie ertoe zal leiden dat er met het product “boek” geen winst meer kan worden gemaakt.

books

 

Op ietwat langere termijn is die vrees gewettigd. Het aanbod van digitale producten die geen handelswaar zijn –die niet door verkoop circuleren – groeit razendsnel.  Het omvat meestal kortere teksten maar ook  boeken circuleren steeds meer electronisch.  Voor boeken waarvan het copyright is verjaard is dat uiteraard geen probleem, men kan die gratis legaal downloaden op websites als www.Gutenberg.org . Nieuwere boeken worden gepirateerd, zij het in mindere mate dan muziek en films. De strijd tegen internet-piraten is een gevecht tegen de bierkaai.  (1) De bierkaai in casu is de structuur van het internet zelf die de controle over informatieverspreiding zeer moeilijk maakt.

Maar er zijn ook steeds meer boeken die enkel langs het internet verspreid worden. Alleen als ze daar buitengewone aandacht krijgen worden ze gecommercialiseerd; worden ze papieren en digitale handelswaren.  Maar dat overkomt slechts een kleine minderheid.  Onvermijdelijk wordt een steeds groter deel van de informatie enkel electronisch en niet op papier verspreid.  In die zin zijn de berichten over de achteruitgang van e-books misleidend.  Bovendien houden ze geen rekening, wat de Amerikaanse cijfers betreft, met de e-books uitgegeven door kleinere onafhankelijke uitgeverijen die niet aangesloten zijn bij de Association of American Publishers.  En het zijn net deze die veel e-books uitgeven. Er circuleren veel meer boeklange teksten dan deze die door de gevestigde uitgeverijen verspreid worden.Boeken die misschien anders geschreven en gestructureerd zouden zijn als ze geconcipieerd waren als papieren boeken.  Wetenschappelijke boeken, politieke boeken, romans. Over deze laatste expressievorm, de digitale roman, wil ik het in de volgende aflevering hebben.

readin312879

VOETNOOT

(1) Wordt die uitdrukking nog gebruikt? Ik heb ze meermaals gebezigd zonder te weten wat er ooit op de bierkaai gebeurde. Dus heb ik het even gegoogled. Wikipedia zegt:

“De bierkaai was de kaai in Amsterdam waar de vaten met bier aankwamen en de sjouwers werkten die de zware vaten met bier laadden en losten. De Bierkade was een deel van de Oudezijds Voorburgwal, gelegen bij de Oude Kerk. De bewoners van dit deel van Amsterdam stonden bekend als onoverwinnelijke vechtersbazen. Daarvan is het spreekwoordelijke vechten tegen de bierkaai afgeleid: je inzetten voor een hopeloze zaak.”

Zo hebben we toch iets bijgeleerd vandaag.

 

juli 25, 2016 at 3:01 am 1 reactie

“DE EXTREMISTEN ZIJN AL AAN DE MACHT”

Michael Parenti haat privatisering

Michael Parenti

Michael Parenti

Door Tom Ronse

Michael Parenti is al sinds vele jaren een van de bekendste Amerikaanse woordvoerders van wat men “extreem links” pleegt te noemen. Zelf noemt hij zich “gematigd”. “Wij zijn geen extremisten”, schrijft hij in zijn zopas in het Nederlands vertaalde boek “Winsthonger”. “De extremisten hebben de macht al in handen”.

“Wat is er zo extreem”, vraagt Parenti, “aan de wil een einde te maken aan klassenuitbuiting en een halt toe te roepen aan de obscene privileges van de superrijken? Is het extreem om te eisen dat er substantieel wordt gesnoeid in de hoge uitgaven voor defensie en dat het uitgespaarde geld gebruikt wordt voor een fatsoenlijke dienstverlening? Is het extreem als je het milieu wil redden en je je verzet tegen moorddadige oorlogen?”  Nee, de ware extremisten zijn volgens hem de plutocraten die door hun vraatzuchtige winsthonger de wereld naar de verdommenis helpen.

Parenti begint zijn betoog met een beknopte geschiedenis van de VS. Donald Trump mag dan beloven “to make America great again” maar volgens Parenti was Amerika nooit “great”, toch niet voor de grote meerderheid van de bevolking. Nog voor het land onafhankelijk was, veroorzaakte  de winsthonger onnoemelijk veel leed. De inheemse bevolking werd grotendeels uitgeroeid, de uit Afrika geimporteerde zwarten ondergingen de meest brutale vorm van uitbuiting:  slavernij. Ook na de afschaffing van de slavernij (1861) hield de geinstitutionaliseerde raciale discriminatie stand. Tot vandaag, volgens Parenti, onder meer door een bestraffingssysteem dat vooral zwarten vervolgt. Hij wijst erop dat er meer zwarten in de Amerikaanse gevangenissen zitten dan er slaven waren in 1850. Ook andere minderheidsgroepen  werden en worden gediscrimineerd. Voor de rijke elite is die discriminatie geen doel op zich. Racisme, religieuze en etnische haat zijn niet enkel gebaseerd op spontane vooroordelen, ze “maken deel uit van het instrumentarium van de winsthonger”. Ze zorgen ervoor dat de uitgebuiten elkaar bevechten “in plaats van zich te verenigen tegen het machtige 1 procent”, de bron van hun ellende.

Toen Amerika een imperium werd, deed dat winsthongerige 1 procent hetzelfde op internationaal vlak.  Plunderen, de locale bevolking een extreme uitbuiting opleggen, discrimineren, verdelen om te heersen en elk verzet tegen zijn heerschappij met geweld de kop indrukken. Dit met behulp van een gigantische, superdure militaire machine, met basissen in meer dan 150 landen. Volgens Parenti werden zowat alle oorlogen en slachtpartijen sinds de tweede wereldoorlog “gesponsord” door Amerika. Het is niet de enige bewering in dit boek die wat meer nuance zou kunnen verdragen.

Parenti maakt het proces van het Amerikaanse kapitalisme. De bewijzen die hij aanvoert, zijn niet de minste. De getuigenissen die hij verzamelt over het gezondheidszorgsysteem bijvoorbeeld, zijn ronduit hallucinant.  Men zou kunnen opwerpen dat ze eenzijdig zijn maar uit eigen ervaring kan ik niet anders dan hem gelijk geven als hij concludeert dat de Amerikaanse op winst gerichte gezondheidszorg niet alleen de duurste ter wereld is maar in vele opzichten ook de minst performante voor de patiënten. Tenzij je een overvloed aan geld hebt. Dan is het een supersysteem.

health_scam1

Verder besteedt Parenti ruime aandacht aan de groeiende kloof tussen rijk en arm, de exploitatie van kinderen als seksobjecten en als goedkope arbeidskrachten, de ontaarding van het politiek systeem waarin economische ongelijkheid leidt tot politieke ongelijkheid en tot een fiscaal regime dat de rijken volop gelegenheid geeft om belastingen te ontduiken. Ook economische crises zijn volgens Parenti het gevolg van excessieve winsthonger, ten koste van de koopkracht van de loontrekkenden .”Recessies ontstaan wanneer arbeiders te weinig verdienen”, beweert hij, zonder evenwel deze toch wel zeer betwistbare stelling – zelfs Marx ridiculiseerde dit idee-  te argumenteren.

trein valt in afgrond Tenslotte schijnt hij zijn licht op de milieucrisis. Hoewel het zonneklaar is dat de klimaatopwarming de mensheid naar een catastrofe leidt, blijven fundamentele maatregelen uit omdat de  winsthonger ze in de weg staat. Het is alsof we in een trein zitten die op weg is naar een afgrond, schrijft Parenti. De winstwolven “monopoliseerden de valhelmen en de stootkussens en op het ogenblik dat de trein de afgrond induikt, hebben ze al hun dure spullen met gigawinsten verkocht. Kassa! Kassa! Iedereen de dieperik in, zij ook, maar wel met de glimlach op de lippen”.

 

Het lijkt irrationeel gedrag maar volgens Parenti zijn de economische misdaden van de 1 procent geen irrationele afwijkingen van een rationeel systeem maar rationele gevolgen van een irrationeel systeem. Toch lijkt dat gedrag hem allesbehalve “normaal”.  Het is een ziekte, een verslaving.  “Rijkdom werkt verslavend. Rijkdom wordt een allesverslindende passie. Weelde maakt hongerig naar nog meer weelde. Er staat geen maat op de hoeveelheid geld die de supperrijken willen accumuleren en dus accumuleren de verslaafden almaar meer voor zichzelf, meer dan ze in duizend jaar exuberant leven kunnen spenderen.”

millionaire

Parenti citeert de staalmagnaat David Roderick die ooit zei dat zijn bedrijf “niet actief was in de staalsector maar in de winstsector”.  Dat vat het probleem goed samen. Staal, of om het even welk ander product, is slechts een vehikel voor de accumulatie van winst. Het winstpotentieel  bepaalt wat wel en wat niet gemaakt wordt en dus hoe onze maatschappij er uitziet. Dat er een conflict groeit tussen wat het winststreven mogelijk maakt en de noden van de mensheid,  wordt in dit boek duidelijk geillustreerd.

De oplossing? Nog in de metafoor van de trein op weg naar de afgrond schrijft Parenti: “Dan moeten we naar de locomotief stormen, de bestuurder wegduwen, de trein overnemen, afremmen en een ander spoor kiezen”.  Een politieke revolutie die ertoe moet leiden dat de staat het gros van de economie overneemt. Want volgens Parenti is een bedrijf dat door de overheid wordt beheerd in plaats van door privé-kapitaal altijd efficienter, goedkoper, onnoemelijk veel beter voor zowel de klant als het personeel en kan de staat net zo goed voor het algemeen belang worden gebruikt als voor de belangen van het 1 procent.  Hij lijkt heimwee te koesteren naar het oostblok en wijst er schamper op dat volgens opiniepeilingen de meerderheid van de ex-oostblokbevolking vindt dat het leven “onder het kommunisme” beter was. Het model dat hem voor ogen staat is grosso modo een oostblok-economie maar dan veel democratischer beheerd.

Het is echter de vraag of het voor een arbeider (iemand die werkt voor een loon) zoveel uitmaakt of hij zijn bevelen krijgt van een kapitalist of van een bureaucraat. En dat die bureaucraat veel efficienter zal zijn dan de kapitalist, lijkt me ook twijfelachtig.  Bovendien zouden landen die een verregaande verstaatsing doorvoeren nog altijd opereren in een globale kapitalistische context.  Ze zouden niet ontsnappen aan de concurrentiedwang en dus aan de verplichting om voldoende winstgevend te zijn. De winsthonger zou niet verdwijnen. Autarkie is geen optie, zoals de ervaring van China en van het oostblok heeft aangetoond.

Wat oplossingen betreft, blijven we dus op onze honger. Wat niet wegneemt dat Parenti’s boek een indrukwekkende en vlot leesbare  cataloog is van misdaden en gevaren, veroorzaakt door winsthonger.

Nog even knibbelen over de vertaling. Die is over het algemeen degelijk maar de vertaler verzuimde om voetnoten te plaatsen bij termen die de Europese lezer niet meteen iets zeggen.  Dit boek is geschreven voor een Amerikaans publiek. Meestal is dat geen probleem maar termen als  de “Know Nothing”-beweging, Medicare en “het donutgat” vereisen toch enige uitleg.

 

MICHAEL PARENTI: WINSTHONGER

Originele titel: Profit Pathologies and other indecencies

Nederlandse vertaling: Jan Reyniers

Uitgeverij EPO

 

Interview:

titel

“Amerikanen krijgen voortdurend te horen dat ze in het beste land ter wereld wonen”, zegt Michael Parenti. “Ik schreef dit boek om hen te overtuigen dat het Amerikaanse systeem niet zo fantastisch is als ze wel denken. Dat de geschiedenis van dit land er een is van genocide,slavernij en uitbuiting, allemaal in functie van een pathologische, onverzadigbare winsthonger.  En dat openbaar bezit van diensten en bedrijven veel goedkoper, efficienter en nuttiger is dan privé-bezit. De massamedia hebben de Amerikanen zodanig  geindoctrineerd dat het woord “socialisme” hen angst aanjaagt. Maar dat lijkt te veranderen, zoals het sukses van Bernie Sanders aantoont.”

Wat vind u van deze verkiezingen?

Het ziet er niet goed uit. We moeten kiezen tussen Hillary Clinton en Donald Trump. De eerste is een oorlogstoker die wil tonen dat ze even hard en brutaal kan zijn dan om het even welke man. Een lege ziel zonder diepe overtuigingen. De tweede is ‘out of control’, een gevaarlijke clown. Ik zal wellicht voor de Green Party stemmen ook al is dat een verloren stem.

Hoe verklaart u Trumps sukses?

Dat is een gevolg van ons politiek systeem. De democratie is zodanig uitgehold dat verkiezingen over personaliteiten gaan in plaats van over standpunten. De Republikeinen hadden vroeger ernstige kandidaten. Dit jaar moesten ze kiezen tussen 16 clowns.

Zou u Sanders aanraden om als onafhankelijke derde kandidaat mee te doen aan de presidentsverkiezing?

Nee want onafhankelijke presidentskandidaten maken geen kans in ons systeem. Sanders beseft dit. Bernie is een goede vriend van me, we kennen elkaar al sinds we in de jaren 1970 samen politiek actief waren in Vermont. Ik brak met hem toen hij in 1998 Clintons militaire agressie tegen de sociaal-democratie in Joegoslavië  steunde. Maar enkele weken geleden hebben we ons weer verzoend. Het was een emotioneel weerzien. Ik vind dat zijn standpunten over buitenlandse politiek verbeterd zijn.

Uw boek leest als een requisitoor tegen Amerika. Maar gaat u daarbij soms niet wat kort door de bocht, zoals waar u schrijft dat “de meeste, zo niet alle, slachtpartijen en oorlogen” sinds de tweede wereldoorlog gesponsord werden door de VS?

Er zijn natuurlijk nog andere imperialistische landen maar alleen de VS hebben militair ingegrepen in meer dan veertig landen. Meestal onder het mom van “humanitaire hulp”, “democratie brengen” of “terrorisme bestrijden” maar de ware reden was telkens winsthonger: controle over bodemrijkdommen, markten, goedkope arbeidskracht.

Is winst najagen een keuze of iets waartoe elke onderneming en elk land gedwongen worden?

Natuurlijk is er accumulatiedwang vanwege de concurrentiedruk. Maar dat betekent niet dat de plutocraten geen speelruimte hebben om zich anders te gedragen. Ik hou niet van psychologische verklaringen van maatschappelijke fenomenen maar hun gedrag lijkt me ziekelijk.  Hoe kan je anders uitleggen dat iemand die al veel meer bezit dan hij ooit tijdens zijn leven zou kunnen uitgeven rusteloos blijft streven naar meer en meer rijkdom? Het is een verslaving. Neem nu de Waltons, de voornaamste eigenaars van de Walmart supermarktketen. De vier erfgenamen van dit fortuin staan in de top 10 van de rijkste Amerikanen. Ze verdienen elke dag acht en een half miljoen dollar, zonder er iets voor te doen. En intussen zijn de lonen bij Walmart zo laag dat de werknemers beroep moeten doen op voedselbonnen om rond te komen. Die voedselbonnen worden betaald met belastingsgeld. Dus subsidiëren we allemaal de rijksten onder ons.

In uw boek neemt u de slogan van Occupy Wall Street over – de 99% moet zich verzetten tegen het rijkste, machtigste 1 %. U suggereert zelfs dat het zwaartepunt van de macht een toplaag is van superrijken die niet meer dan 0,01 % van de bevolking bedraagt. Volstaat het dan dat laagje weg te krabben om de hele maatschappij gezond te maken?

Het probleem is niet enkel dat ene procent maar de kapitalistische grondslag van de hele maatschappij. Maar van die grondslag is het gedrag van die 1 procent een uiting.  Kapitalisme bestaat in verschillende gradaties. Een land kan in een kapitalistische of in een socialistische richting evolueren. In westeuropese landen is het kapitalisme minder uitgesproken dan hier in de VS. Daar heb je een sociaal-democratische  mengvorm, met belangrijke openbare diensten zoals de spoorwegen en de gezondheidszorg. En die functioneren ontzettend veel beter dan hier in de VS, waar ze tot de private sector behoren. Ook na de invoering van Obamacare blijft de gezondheidszorg in de VS een ramp omdat er fundamenteel niets veranderd is: het doel blijft zoveel mogelijk winst opleveren. Dat maakt de Amerikaanse gezondheidszorg de duurste ter wereld maar ook de slechtste van alle ontwikkelde landen. Ze kost veel meer dan wat er in gesocialiseerde systemen aan wordt besteed maar levert veel minder kwaliteitszorg en genezing op. Maar vanuit het standpunt van de 1 procent functioneert het goed want het is heel winstgevend.

U beweert, in tegenstelling tot de gangbare opinie, dat bedrijven en diensten meer efficient en productief zijn als ze door de staat worden gerund. Is het daarom dat u in uw boek niets zegt over de spectaculaire transformatie van China? Want daar lijkt privatisering toch meer welvaart te hebben gebracht.

China kende inderdaad een explosieve productiviteitsgroei. Maar de sociale ongelijkheid, de armoede en de milieuvervuiling namen er ook enorm toe. China nam de kapitalistische weg. Maar het dankte zijn snelle groei ook aan de verwezenlijkingen van het socialisme, dat komaf maakte met het feodalisme. In India gebeurde dat veel minder, vandaar de achterstand van dat land. Toen ik nog les gaf aan de universiteit ontmoette ik vaak Chinese studenten. Ze waren allemaal als betoverd door het Amerikaanse model en  droomden ervan om winst na te jagen. Ik bezocht ooit een Russische kennis in Moskou tijdens het Sovjet-regime. Hij had een mooi appartement en een goed leven en toch verlangde hij niets meer dan in Amerika te wonen. Hij wou dat Rusland Amerika’s voorbeeld zou volgen en privatiseren. Hij heeft zijn zin gekregen. Maar uit opiniepeilingen blijkt dat de grote meerderheid van de bevolking van het vroegere oostblok vindt dat het leven onder het kommunistische regime beter was dan nu. De menselijke natuur is tegenstrijdig.  De tendens naar socialisme, naar solidariteit, is er deel van. Maar de tendens naar kapitalisme, naar pathologische winsthonger, is dat ook. Het resultaat is soms, wel, teleurstellend.

Maar het is tijd voor je laatste vraag. Ik ben 82 jaar oud en niet meer zo energiek als vroeger.

U schildert een grimmig beeld van de wereldsituatie. Wat geeft u hoop?

Er is altijd hoop, ook als de situatie hopeloos lijkt. Doorbraken komen onverwacht. Niemand had in 2011 de sociale opstanden in Tunesië en Egypte  voorspeld. Niemand had verwacht dat de campagne van de socialist Bernie Sanders zo’n sukses zou kennen. Dat geeft me hoop. Maar je moet hoe dan ook blijven vechten, anders zal het alleen maar slechter worden. Het doel van de plutocraten is een terugkeer naar de sociale situatie van het begin van de 20ste eeuw, met een verpauperde arbeidersklasse, een uitgedunde middenklasse en een gepriviligieerde superrijke elite die alles domineert. Alleen de sociale strijd kan dat beletten.  We hebben geen keuze, we moeten ons verdedigen. Het is een kwestie van overleven.”

 

(Een licht verschillende versie van deze bespreking plus interview verscheen deze week in de boekenbijlage van De Morgen)

 

juni 4, 2016 at 6:03 am 2 reacties

VAN SCHOOLPRENTEN EN ANDERE LEUGENACHTIGE ZAKEN

L 1 Vadsige_Koningen

door Lucas Catherine

Wie mij kent weet dat ik nooit een officieel verhaal over iets geloof. Dit komt niet door het lezen van Karl Marx of zo, maar door Meester Meskens in mijn lagere school. Nu was Meester Meskens een zeer goede onderwijzer. Als hij het metriekstelsel moest uitleggen dan nam hij een holle kubieke gietijzeren liter – zijn vader was de smid van het dorp daar bij ons in het Pajottenland -, deed daar water in. Liet ons dan opmerken dat dit ook een kubieke decimeter werd genoemd en dat het water, op zijn weegschaal juist een kilogram woog. Een verband dat zelfs aan Napoleon nooit was uitgelegd toen die het decimaal stelsel bij ons introduceerde.
Anders was het wanneer hij zich moest behelpen met door het ministerie ter beschikking gestelde schoolplaten. Vergeet schoolradio en schooltelevisie laat staan internet. Het enige visueel materiaal dat wij te zien kregen waren gekleurde  schoolplaten, opgerold op twee stokken en naar gelang het leerplan vorderde werden die aan de wanden van onze klas opgehangen.

Ik heb er later een paar opgekocht en nu recent er het stof afgeschud. Zij hebben de autoriteit van Meester Meskens ondergraven en van mij een ongelovige Thomas gemaakt. De plaat die daar verantwoordelijk voor is ging over De Vadsige Koningen – Les Rois Fainéants. Dat waren de laatste Merovingische koningen. Ze werkten niet, dat lieten ze over aan hun hofmeiers en genoten verder van wat in de negentiende eeuw Le Droit à la Paresse zal worden genoemd. Daarbij installeerden ze een bed op een ossenkar en reisden zo hun koninkrijk af, een soort Wagons-Lits avant la lettre.

Mijn ideaal. Rijk zijn en niets doen. Rentenieren! En dan kwam Meester Meskens vertellen dat zo iets compleet fout was! Hoe kwam hij er bij! Dan vond ik dat mijn vader, ongeschoold werkman het beter wist. Zijn devies was: Ik moet het werk niet hebben, als ik maar de pree trek en ook nog: Ik heb niets tegen werken, wel tegen werken voor een baas.

En die schoolplaten behandelden heel onze Belgische geschiedenis maar zaten wel heel vaak fout.

 

L 2 lippdebru2

Zo heb ik “Heldendood van Sergeant De Bruyne”. De man die zijn collega Lippens niet in de steek wou laten tijdens de grote Congo-oorlog tegen de Zanzibari-Arabieren (1892). Pas veel later kwam ik te weten dat het hier niet zo zeer om militaire heldenmoed ging, maar om liefde onder mannen. Het woord homo moest toen nog worden uitgevonden. In Brussel spraken we trouwens in mijn jeugd dan ook niet over homo’s, maar over ‘a joenkmannen’ (oude jonkmannen).

 

L 3 eerstespoorweg

En dan is er de prent: “De eerste spoorweg in België” waarop verstomde heren en boeren naar de eerste trein Brussel-Mechelen staarden. Met zo’n prent identificeerde ik mij direct, want mijn grootvader was ‘gestationeerd’ in De Groen Dreef, vanwaar ooit die eerste trein is vertrokken en wij woonden in een ‘roethuis’ (spoorwoning?) waarvan de deur rechtstreeks uitgaf op het perron. Ik heb dus de stoomtrein al gekend van toen ik nog kleiner was dan de wielen van zo’n locomotief.
Stoomtreinen stonden symbool voor Vooruitgang, net als stoomboten en ja, er waren eerst ook zelfs stoomauto’s, maar die reden enkel in de Congo. Het is dankzij de stoom dat het begrip snelheid zo belangrijk werd. Alles ging vlugger en alles moest er voor wijken. De treinen kregen rails en de boten kregen kanalen. Het bekendste was natuurlijk het Suez-kanaal (1869). En die Vooruitgangsmythe is ooit het best in beeld gebracht, niet door een schoolplaat, maar door een foto van het duo Lehnert &Landrock de grootmeesters van de koloniale fotografie.

 

L 4 stoom_NEW

Je ziet het kanaal met daarop een grote stoomboot. Op de dijk ernaast raast een auto en parallel met het kanaal loopt een spoorweg met daarop een stoomtrein.

Alles fake. Kijk maar naar de rook. Bij de boot waait die naar voor, bij de trein naar achter. Fotoshop bestond nog niet, maar fotomontage natuurlijk wel.

En dat allemaal om ons te doen geloven dat de Vooruitgang nooit zal stilstaan.

mei 31, 2016 at 9:00 am 4 reacties

ABOU JAHJAH, KOP VAN JUT

       Wat zat er achter de rel bij De Bezige Bij?

Door Hugo Durieux

Nu het relletje rond De Bezige Bij en Dyab Abou Jahjah met een sisser is afgelopen, is het goed eens terug te kijken naar wat er mogelijk echt aan de hand was. In Belgische media (De Standaard, De ideale wereld) werd het voorgesteld alsof enkele Nederlandse auteurs problemen hadden met het imago van Abou Jahjah als woordvoerder van een nieuwe generatie islamitische jongeren. David Van Reybrouck en Tom Lanoye wezen dan weer op de achterstand van Vlaanderen ten opzichte van Nederland wanneer het gaat om de maatschappelijke integratie van moslims, en op het feit dat er dus ook vandaag een verschil in toonaard kan zijn in het streven naar emancipatie.

 

Abou Jahjah

Abou Jahjah

Toch is dit cultuurverschil niet waar het initieel om ging. De heisa werd uitgelokt door enkele schrijvers en columnisten die moeite hebben met Abou Jahjah’s kritiek op het Israëlische beleid tegenover de Palestijnen. Het relletje haalde de Belgische media toen De Groene Amsterdammer begin april drie volle pagina’s wijdde aan de verontwaardiging van enkele auteurs van De Bezige Bij (Theodor Holman, Leon de Winter, Jessica Durlacher en Marcel Möring) over een boekcontract voor Abou Jahjah. Het gaat om de uitgave van ‘Pleidooi voor radicalisering’, een pamflet van 96 pagina’s dat in september zou verschijnen in de Horzelreeks. Met die verontwaardiging waren zij overigens behoorlijk laat: het contract werd al in februari gesloten. En gek genoeg, de auteur zat al bij De Bezige Bij. Op de website van de uitgeverij wordt zijn ‘Dagboek Beiroet-Brussel’ voor € 20,95 aangeboden als print on demand.

 

Meteen werd de argumentatie bovengehaald waarin kritiek op Israël en antizionisme gelijkgesteld worden aan antisemitisme en oproepen tot jodenhaat. Die retorische truc is natuurlijk niet nieuw, maar misschien is het goed om er nog eens naar te kijken tegen de achtergrond van de beweging Boycott, Divestment and Sanctions (BDS) die over de hele wereld groeiende steun verwerft en tot enige onrust leidt in Israël en blijkbaar ook binnen de Amsterdamse grachtengordel.

 

Antizionisme = antisemitisme?

Leon De Winter

Leon De Winter

Jessica Durlacher

Jessica Durlacher

Leon de Winter (meneer Durlacher) en Jessica Durlacher (mevrouw De Winter) staan te pas en te onpas op de barricaden om bij elke kritiek op Israël ‘antisemitisme!’ te roepen. In Vrij Nederland van 5 april 2003 geven zij een dubbelinterview. Daarin schrijft interviewer, VN-redacteur Max van Weezel: “Voor de Palestijnen is de situatie niet leuk, beseft het echtpaar. Maar er worden zoveel volkeren onderdrukt – van de Hutu’s in Rwanda tot de Tsjetsjenen in Rusland. Maar daar hoor je de media niet over. Die hebben het liever over de wandaden van de Israëliërs omdat dat joden zijn.”

Redactrice Margreet Fogteloo, die de zaak onder de aandacht brengt in De Groene Amsterdammer, citeert dan weer Theodor Holman: “Zijn ze gek geworden? Geert Lubberhuizen, oprichter van De Bezige Bij, zat in het verzet, samen met leden van de Paroolgroep. Ze hielpen Joodse kinderen de oorlog door.” Dan denk ik: ja, nou en? Waarom zou je niet in het verzet tegen de nazi’s kunnen zitten en ‘Joodse kinderen de oorlog door helpen’, en nu tegen de Israëlische politiek zijn en de Palestijnen steunen in hun verzet tegen de bezetting? Jessica Durlacher wordt in hetzelfde stuk geciteerd: “Iemand die het woord zionisten gebruikt voor joden en zichzelf een fanatiek antizionist noemt, tja, hoe noem je zo iemand?” Tja, hoe noem je iemand die kritiek op de Israëlische politiek gelijkstelt met antisemitisme en jodenhaat?  Daarmee worden overigens meteen ook joodse antizionistische organisaties als Een ander Joods geluid in Nederland of Een andere Joodse stem in België weggezet als verraders of in het beste geval misleide en onnadenkende naïevelingen.

Maar noch in de geschiedenis, noch vandaag is er een één-op-één relatie tussen joden en Israël. Zelfs in de periode van de affaire-Dreyfus en de pogroms in Rusland aan het eind van de negentiende eeuw was slechts een zeer kleine minderheid van de Europese joden geïnteresseerd in het nationale project van de grondlegger van het zionisme, Theodor Herzl. Sterker nog, vóór de tweede wereldoorlog gingen antisemitisme en zionisme heel goed samen: de oprichting van een Joodse staat zou de mogelijkheid bieden om de joden uit Europa weg te krijgen. Vandaag zijn de hevigste zionisten dan weer vaak evangelische christenen. Bekijk de recente EO-reportage over Kris Carlier die met steun van Christenen voor Israël in Oekraïne onvermoeibaar joodse gezinnen opzoekt om hen te overtuigen zich in het Beloofde Land  te vestigen. Christenen voor Israël is al twintig jaar bezig met dat project ‘Breng de Joden thuis’. De christelijke steun aan het zionisme heeft trouwens wat dubbelzinnigs, lijkt mij. Volgens hun geheel eigen evangelische lezing van de bijbel is de terugkeer van de joden naar het Beloofde Land immers een voorwaarde voor de vestiging van het Koninkrijk Gods. Maar helaas, daar schieten die joden dan weinig mee op; terwijl zij nog aan het wachten zijn op de komst van de Messias, zullen zij niet gered worden op de dag van het Laatste Oordeel, tenzij zij zich inmiddels bekeerd hebben tot Jezus. Niks uitverkoren volk dus uiteindelijk.

Het is niet aan mij om Abou Jahjah te verdedigen, daar gaat dit stuk niet over. Ik kan alleen zeggen dat in wat ik van hem lees – zijn wekelijkse column in een Vlaamse krant – ik niet kan zien dat hij ooit joden heeft aangevallen omdat zij jood zijn. Integendeel, steeds valt mij op hoe zorgvuldig hij het onderscheid tussen joden en zionisten in stand houdt. En als hij al eens beweerd heeft dat Israël moet verdwijnen, lijkt mij dat nog altijd een stuk minder heftig dan de politiek van de voldongen feiten waarmee Israël bezig is geheel Palestina in te palmen (onder meer door de verwoesting van scholen, speelplaatsen, havens, die met Europees belastinggeld zijn gebouwd).

 

‘Minder grijpbaar’

Magreet Fogteloo schrijft over De Bezige Bij: “uitgerekend deze uitgeverij, geworteld in het verzet tegen de nazi’s, gaat in zee met iemand die openlijk antizionistisch is en – minder grijpbaar – antisemitisch.” Wat moet je begrijpen onder antisemitisme dat ‘minder grijpbaar’ is? Het is er wel, maar je merkt het niet? Betekent dit dat in haar ogen Abou Jahjah’s antisemitisme verborgen zit in zijn antizionisme? Dan neemt zij gewoon het standpunt van Holman & co over. Misschien speelt hier sympathie of solidariteit met naaste collega’s. Theodor Holman had tot voor kort in De Groene een wekelijkse column onder de naam Opheffer; Marcel Möring schrijft er min of meer regelmatig over zijn omgang met technologie (vaak komisch en herkenbaar). Maar misschien is er ook meer aan de hand.

Volgens Fogteloo is vooral onder linkse intellectuelen “‘de joodse zaak’ niet meer populair, het mededogen voor gediscrimineerde minderheden heeft zich verlegd naar moslims. De nieuwe solidariteit is terug te voeren op het voortdurende conflict in Israël en het brute geweld tegen de Palestijnen. De wet van het getal doet de rest: er zijn miljoenen moslimmigranten in Europa die luid van zich laten horen, terwijl de joodse gemeenschap na de Tweede Wereldoorlog is geminimaliseerd en verregaand geassimileerd.” Probeert de redactie dan tegendraads te zijn, door als ‘genuanceerd weekblad’, zoals hoofdredactrice Xandra Schutte haar blad noemt, ruimte te bieden aan zionistische argumenten? Of geloven zij nog steeds in de idee van een links zionisme?

jaffa2032520x20449

Boycot, Desinvesteren en Sancties

Misschien wel. Zo maakte De Groene Amsterdammer op 25 juni 2015 vier volledige pagina’s vrij voor twee bijdragen tegen de beweging Boycot, Desinvesteren en Sancties (BDS). Oud-redactrice Anet Bleich mocht een gastcolumn schrijven, waaruit de redactie in dikke letters het citaat naar voren haalde “Van links Nederland mag ik toch wel verwachten dat het Israël niet als een hete aardappel laat vallen?”. Toegegeven, het stuk zelf is genuanceerder in zijn argumentatie, maar ook hier weer die gelijkstelling van Israël (in dit geval beperkt tot Tel Aviv) en joden (in Mokum).

Ook mag Natascha van Weezel over drie pagina’s beargumenteren dat de eisen van de voorstanders van een economische en culturele boycot van Israël niet helemaal koosjer zijn. (Wie? Jawel, Natascha is de dochter van Max van Weezel en Anet Bleich, die hierboven al ter sprake kwamen, en die in de jaren 1970 en ’80 bekend waren als redacteuren van de twee belangrijkste linkse weekbladen in Nederland, respectievelijk Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer. Vooral Anet Bleich had er toen al een handje van weg om elke kritiek op het zionisme of Israël af te doen als smerig antisemitisme – ik herinner mij haar razende tirade in het blad tegen het boek van Lucas Catherine De zonen van Godfried van Bouillon – de zionistische lobby in België  uit 1980).

Maar goed, Natascha van Weezel. Het argument dat een boycot op het gebied van economie, wetenschap, cultuur en sport wel degelijk heeft bijgedragen tot het einde van het apartheidsregime in Zuid-Afrika gaat volgens haar niet op, want “het is op zijn minst prematuur” om Israël een apartheidsstaat te noemen. Immers, de Arabische inwoners van Israëlische steden hebben “in theorie nog steeds gelijke rechten” en de bezetting van de Westelijke Jordaanoever wordt door Israël beschouwd als tijdelijk, en gedicteerd door de omstandigheden. Eerder dan van apartheid, is er in Israël en Palestina “veeleer sprake van een onopgeloste strijd om grondgebied”. Ook het argument dat BDS tenminste vreedzaam protest is, is relatief volgens Van Weezel: “Alleen bestaat er een dunne lijn tussen vreedzaam handelen en de stap naar het gebruik van verbaal of fysiek geweld. Doordat de bds-beweging constant hamert op de ‘schandalige misdaden’ die Israël begaat en inwoners van het land af en toe voor nazi’s uitmaakt, lopen sommige acties uit de hand.” Volgt het voorbeeld van Kopenhagen, waar vier bussen in brand gestoken werden en met anti-Israëlische leuzen beklad, nadat het gemeentelijk vervoersbedrijf besloten had BDS-reclame van de bussen te verwijderen. Dit soort geweld, ze zullen er in Gaza eens hartelijk om lachen, denk ik.

Tenslotte, “het belangrijkste bezwaar tegen Boycot, Desinvesteren en Sancties”, schrijft Natascha van Weezel, “is het gevaar dat je er precies de verkeerde mensen mee treft. Met een economische boycot raak je bedrijven en grote concerns, die voor een deel werkzaam zijn in bezet gebied. Maar met de academische en culturele boycot raak je individuen.” Zij heeft het dan onder andere over kunstenaars en schrijvers als Amos Oz en David Grossman, die minstens evenzeer in de maag zitten met de bezetting als BDS. Verder vermeldt zij een aantal culturele initiatieven, waarin Palestijnse en Israëlische kunstenaars al dan niet tot een geslaagde samenwerking konden komen.

Tegen die voorbeelden staan er echter ook andere. Zo citeert Salon.com op 11 april 2016 een brief van 22 Israëlische antropologen aan de American Anthropological Association (AAA): “We agree that we have reached a crisis point, where under certain international conditions, another mass expulsion of Palestinians could occur—or worse… We believe it is possible to take a positive stand against this reality. The Palestinian call for BDS is at its core an anti-colonial, non-violent form of international protest against an enormously violent occupation.” De brief is een bijdrage aan de stemming die van 15 april tot 31 mei binnen de AAA loopt over een resolutie  tot academische boycot van Israël. In december 2014 werd met meer dan 630 stemmen tegen 52 besloten de resolutie voor te leggen aan de gehele organisatie.  De AAA bundelt tientallen academische beroeps- en studentenorganisaties en zou meteen de grootste academische vereniging zijn die dit standpunt inneemt.

En wat artiesten betreft, in februari 2015 bijvoorbeeld tekenden nog meer dan duizend Britse kunstenaars (waaronder mensen als Brian Eno, Julie Christie, Richard Barrett, John Berger, Adrian Sherwood) deze Artists’ Pledge: “We support the Palestinian struggle for freedom, justice and equality. In response to the call from Palestinian artists and cultural workers for a cultural boycott of Israel, we pledge to accept neither professional invitations to Israel, nor funding, from any institutions linked to its government until it complies with international law and universal principles of human rights.” In België timmert BACBI (Belgian Campaign For An Academic And Cultural Boycott Of Israel) al een tijdje aan de weg.

 

Doet het toch pijn?

Is het overdreven te stellen dat Boycot, Desinvesteren en Sancties  wereldwijd aan belang wint? Vermoedelijk niet. Zo werd op 10 mei van dit jaar bekend dat Omar Barghouti, een van de oprichters van de Palestijnse BDS-beweging, geen reisdocumenten meer krijgt van Israël en dat zijn permanente verblijfsvergunning mogelijk zal worden ingetrokken. Die beslissing werd overigens al min of meer aangekondigd op de conferentie Stop BDS, einde maart in Jeruzalem. Hoewel de meer dan duizend aanwezigen (president Rivlin, parlementsleden en andere politici, inlichtingendiensten, journalisten, zakenlui, …) voortdurend hoorden verklaren dat Boycott, Divestment and Sanctions weinig voorstelt, gaven de verslagen in Israëlische media (972mag.com, mondoweiss.net, Jerusalem Post) toch een ander beeld. Zo waarschuwde de hoofdredacteur van de organiserende krant dat Israël niet over vijf of tien jaar terecht mag komen in de situatie van Zuid-Afrika tijdens de boycot. Minister van Inlichtingen, Atoomenergie en Vervoer Yisrael Katz opperde het idee om militanten van de BDS-beweging gericht uit te schakelen. (Het is dezelfde Katz, die na de aanslagen van 22 maart in Brussel, verklaarde dat de Belgen zich teveel bezig houden met chocolade eten en van het leven genieten, en beter een voorbeeld zouden nemen aan Israël.) Ook aan het woord kwamen verder onder meer ex-minister van Justitie Tzipi Livni, de voorzitter van het World Jewish Congress Ron Lauder, comedian Roseanne Barr en president Rivlin zelf. Kortom, misschien kwamen al die mensen die getuigden hoe onbelangrijk de boycot is, wel bewijzen hoe zeer men er mee inzit.

De tekenen dat de wereldwijde beweging  Boycot, Desinvesteren en Sancties wel degelijk pijn doet in Israël zijn er al langer, zo laten Natascha van Weezel en Anet Bleich zien in De Groene Amsterdammer. Maar dit voorjaar kwam een aantal zaken ineens samen: de stemming binnen de American Anthropological Association, de Stop BDS conferentie in Jeruzalem, de onrust bij een aantal Nederlandse zionisten met toegang tot de media. Abou Jahjah was misschien gewoon een gedroomde zondebok.

 

Hugo Durieux is jurist en filosoof.  Hij schrijft: “Ik heb ruim tien jaar gewerkt als journalist, overwegend in Nederland. Nadien was ik lange tijd universitair en hogeschooldocent, en vervolgens jurist en (project)manager in de non-profitsector. Tegenwoordig woon ik in de Belgische Ardennen.” Zijn website: http://durieux.eu

 

Enkele jaren geleden hebben we in dit salon een fel debat gevoerd over de zin of onzin van de Boycott Israel –beweging.  Lees het hier: https://salonvansisyphus.wordpress.com/2010/02/07/boycott-nee-dank-u/

 

 

mei 20, 2016 at 5:02 am Plaats een reactie

JIHAD KAN VELE KANTEN OP

 

Kolonisatievloot van Columbus

Kolonisatievloot van Columbus

door Jef Coeck

 

Nauwelijks een decennium geleden was er misschien een handvol niet-moslim Belgen die ooit het woord ‘jihad’ gehoord of gelezen hadden. En als dat toch het geval was, wisten ze niet of nauwelijks wat het betekende. Vandaag is het begrip Jihad niet weg te branden uit conversaties, geschriften, krantenkoppen, scheldpartijen, toespraken, woorden en daden. Maar de juiste betekenis ervan kennen we feitelijk nog altijd niet. Daarvoor zullen we dus een beroep moeten doen op de moslimspecialist van het Salon, c.q. de delver naar het vergeten verleden. Lucas Catherine, zelf atheïst, schreef er een boek over en nam een Belgisch-Palestijnse moslim-onderzoeker in de arm, Kareem El Hidjaazi, om de zaken van binnenuit te belichten.

Toch is Jihad zo oud als de straat en wereldwijd verspreid. Als we er tot voor kort niets van wisten, was dat onze eigen schuld. Willem Elsschot wist het al wel in zijn boek ‘Lijmen’ (1923) : ‘Van alle islamitische begrippen is “jihad” het meest geciteerde en meest bestudeerde, een zeer complex begrip dat een onuitputtelijk thema was voor talrijke studies.’ Elsschot was natuurlijk in meerdere opzichten een uitzonderlijk persoon.

Jihad is geen eenduidig begrip. Er bestaan veel vormen van. De strijd tegen het kwaad (de duivel) in jezelf. Dit wordt de Grote Jihad genoemd en door traditionele moslims omschreven als de belangrijkste vorm. Dan is er het streven naar het spirituele welzijn van de moslimgemeenschap, de strijd tegen corruptie en decadentie. Dit is Educatieve Jihad. Het verspreiden van de islam via woord en geschrift: de Predikende Jihad. De verspreiding kon, zoals in het begin van de islamgeschiedenis, ook met het zwaard: de Gewapende Jihad. De jongste tijd kennen we helaas ook de Terreurjihad, door kleine fanatieke groepen.

In dit boek gaat het maar over twee vormen, de Terreurjihad en de Gewapende Jihad. De laatstgenoemde is zwaar verankerd in de geschiedenis, met name de koloniale geschiedenis. Laten we beginnen bij de Europese kolonisatie. Want, zegt de schrijver zeer nadrukkelijk: ‘Je kan Jihad en Kolonialisme niet zonder elkaar begrijpen.’

Napoleon in Egypte

Napoleon in Egypte

De christelijke Gewapende Jihad – als we het begrip even mogen transplanteren – begon met Columbus in de Caraïben (1492). Deze ‘beschavingskolonisatie’ vond snel navolging door Europese grootmachten – en zelfs door het kleine België. De eerste stap in de directe confrontatie van het Europese kolonialisme met de Arabische wereld, was de verovering van Egypte door Napoleon (1798).Daarop volgde de eerste islamitische Gewapende Jihad sinds lang. Doelwitten van de Fransen waren vooral de soukhs en de islamitische universiteit Al Azhar. In 1801 werd het Franse leger definitief verslagen in Alexandrië. Chalas, jihad. Althans hier. De legers van Napoleon hadden natuurlijk een en ander meegenomen. Dat leidde in Europa tot Egyptomanie en mummiegekte. Over een retaliatie van de islamitische Jihad werd niet gepiekerd. Zo zelfverzekerd waren de Europeanen over hun eigen gelijk en dito overmacht. Daar kwamen de complotten bij.

Sykes en Picot

Sykes en Picot

1916. De Eerste Wereldoorlog was nog lang niet afgelopen, maar de Engelse en Franse ministers van Buitenlandse Zaken, de heren Sykes en Picot, hadden hun kolonisatieplannen klaar. Ze verdeelden in een geheim akkoord het Ottomaanse/Turkse rijk onder hun tweeën. Dat was zowat het hele Midden-Oosten en Noord-Afrika, plus de Balkan. De grootste hapklare brok was Syrië, Irak, Libanon, Palesstina en Jordanië, samen Sham genoemd. Dit moest onafwendbaar leiden tot nieuwe vormen van Jihad.

JD 4 Herzl op israelisch briefje van 100 pond

Intussen was het Zionisme, de beweging die met alle – ook gewapende – middelen streefde naar een exclusief joodse staat in het Midden-Oosten, almaar sterker geworden. In 1917, nog steeds in volle oorlog (maar door de Revolutie verlost van de Russische bondgenoot) kwam de nieuwe minister van BZ, Lord Balfour, nog wat olie op het vuur gooien. In zijn zogenaamde Balfour Declaration beloofde hij plechtig dat de Britten achter de idee van een joodse staat in Palestina stonden. Zo veroorzaakte hij de grootste gewapende Jihad ooit, de strijd tussen Israël en de Palestijnen, die later uiteen zou vallen in diverse vormen van Terreurjihad (Al Qaida, Shabaab, Al Nusra, Boko Haram, ISIS, Hamas, Hezbollah). In 1948 barstte de bom voorgoed, met de oprichting van de staat Israël op het grondgebied van de Palestijnen.

Multatulimuseum Amsterdam

Multatulimuseum Amsterdam

Intussen waren al in andere werelddelen moslims aan hun Gewapende c.q. Terreur-jihad begonnen. In Java en Sumatra bv. Lees Multatuli er op na. Nederland stuurde een militaire expeditie naar zijn kolonie in ‘den Oost’ onder het motto ‘Voorwaarts, mareechaussees, snijdt ze de koppen af.’ Kennelijk hebben de terreurjihadisten daar het vak geleerd.

Een andere Jihad speelde zich af van Zanzibar tot Kisangani. Vooral Tabora (Tanzania) valt te onthouden. Maar ook in Oost-Congo begon alreeds het leed. De kolonisatie, in dit geval de Belgische, kwam goed op gang. De moslimstaten in West-Afrika kregen er ook van langs. De prachtige woestijnstad Timboektoe werd verwoest, door terruerjihadisten. Want die gebruiken alle vormen van terreur, moord, verkrachting, beeldenstorm, foltering. En inderdaad, nergens in de Koran is er een aansporing daartoe te vinden – tenzij door verwrongen geesten die hun eigen religieuze ‘newspeak’ hanteren en lezen wat ze willen lezen.

Timboektoe

Djenné

Even een zijsprong naar de Islamic Supreme Council of America. Deze autoriteit zegt over de Gewapende Jihad, dat die met zowat alle middelen gevoerd kan worden: wettelijk, diplomatiek, economisch, politiek, militair. In dat laatste geval moeten wel de ‘Rules of Engagement’ in acht worden genomen. Onschuldige vrouwen, kinderen en invaliden moeten met rust worden gelaten. En elke vredelievende toenadering van de tegenpartij moet aanvaard worden. Niet iedereen kan dus zomaar zijn eigen Jihad gaan voeren. De Raad zegt zelf dat het concept ‘Jihad’ door heel wat politieke en religieuze groepen voor eigen baat is aangewend. Dat is een misbruik en dus in tegenspraak met de Islam. Aldus de Council.

Frantz Fanon

Frantz Fanon

Weer over naar het kolonialisme. Het zal niet verbazen dat kolonisering leidt tot radicalisering en tot racisme. Het is een helaas voor de hand liggende gang van zaken. Frantz Fanon (1925-1961), psychiater en activist, filosoof van de Derde Wereld, zei het aldus: ‘Kolonialisme is de buitenkant van het systeem, racisme de binnenkant.’ Het valt op dat Fanon van diverse zijden – moslim en niet-moslim – weer geciteerd wordt, nadat hij sinds zijn vroegtijdige dood vergeten leek.

————–
Kareem El Hidjaazi begint zijn gedeelte met een schuldbekentenis. En geen kleine.
‘Wij moslims zijn het gewoon om de schuld steeds bij het Westen en bij de joden te leggen en daardoor zijn we blind geworden voor onze eigen gebreken, die trouwens enorm zijn. De yankees en de zionisten hebben natuurlijk een criminele verantwoordelijkheid voor wat er in het Midden-Oosten gebeurt, maar het is eerst en vooral de fout van de moslims zelf. Als je ziet hoe ze naar het Westen opkijken, hoe ze tevreden zijn met hun onwetendheid, hoe sommigen onder hen de Jodenstaat steunen in hun strijd tegen hun Palestijnse broeders. Tja, hoe wil je dan dat we ooit uit onze vernederende situatie geraken?‘

De verwijten van deze moslim aan de moslimgemeenschap (de Oemma) worden steeds scherper. Citaat: ‘Over de hele wereld werden moslims besmet met de Westerse beschaving, sommigen zijn er zelfs op perverse wijze verslaafd aan geraakt door enkel de verdervende aspecten ervan over te nemen. Stiptheid, verantwoordelijkheid, organisatie, eerlijkheid in handel, discipline zijn waarden die in Europa zeer aanwezig zijn, maar toch weigeren de Arabieren om die in hun samenleving toe te passen, hoewel dit ook islamitische waarden zijn.’

De achterliggende mentaliteit is, volgens Kareem El Hadjaazi: iedereen is corrupt, laten we dus maar deelnemen aan ‘het systeem’. Enkel via corruptie heeft men kans op slagen, hoe meer hoe beter. Vele moslimlanden zijn zo doordrongen van corruptie dat het onmogelijk is geworden om als eerlijke burger carrière te maken.

De decadentie en de versnippering van de moslimgemeenschap zijn hoofdzakelijk het gevolg van de onverschilligheid van moslims tegenover hun godsdienst, zowel wat de beoefening, het bestuderen als het begrijpen ervan betreft. De Oemma kent vandaag een totaal gebrek aan cultuur. Dat ligt aan het westerse project van acculturatie, dat de moslims ervan overtuigd heeft dat ze zelf geen echte cultuur hebben.

Spaanse Conquista

Spaanse Conquista

Dit is wel een radicale visie, maar nieuw is ze niet. Denk aan de conquista van Latijns-Amerika in de 16de eeuw. Ook toen en daar werd de plaatselijke cultuur door de Spaanse veroveraars geminacht, zelfs in die mate dat de dragers ervan gewoon werden uitgeroeid. Ondanks de volgehouden inspanningen van de moedige bisschop Bartolomé de las Casas, maar de heers- en hebzucht van de Spaanse vorsten haalden het. Op andere gekoloniseerde plaatsen in de wereld gebeurden soortgelijke misdaden. Herlees Multatuli, om hem nog maaar eens te noemen.

Het verdere betoog van Kareem tegen de acculturatie vertoont trekken van Machiavelli. Ook hij gaf in ‘Il Principe’ de toenmalige Italiaanse heersers ervan langs. Op een cynische wijze, die vaak niet cynisch bedoeld was. Een beschrijving van de toenmalige realiteit kon ook gelezen worden als ‘slechte raad die niet na te volgen is’. Maar je moet wel de dubbele bodems vatten. ‘Het doel heiligt de middelen’, de bekendste one-liner van Machiavelli, kan op meerdere wijzen gelezen worden. Verkeerd doel, slechte middelen, dubieuze heiliging. Er is een derde mogelijkheid: het doel heiligt niemandal, minst van al terreur. Dat is wat Maciavelli bedoelde. Maar hoewel Kareem zich uitspreekt tegen terreur, gaat en staat voor hem de ‘ware islam’ boven alles. Er zitten wat witte vlekken in zijn betoog.

Machiavelli

Machiavelli

In hun strijd voor zelfbeschikkingsrecht, zegt hij nog, vechten moslims tot op vandaag op drie fronten. Er zijn de terroristen, een kleine minderheid die wel de grootste aandacht krijgt. Van de tweede groep hoor je iets minder. Het zijn groeperingen die via een uitsluitend politieke weg aan de macht proberen te komen. Ze doen daarbij heel wat ‘religieuze concessies’: deelnemen aan democratie en vrije verkiezingen.(De Moslimbroeders). (Noot jc: De Moslimbroeders waren bij tijd en wijle meer gewelddadig dan hier wordt gesuggereerd.) Drie. De moslims die wereldwijd de ‘islamitische kennis’ (welke?) onderrichten en van generatie op generatie doorgeven. Ze worden door de media genegeerd, maar vormen in werkelijkheid de grootste bedreiging voor de neokoloniale grootmachten. Dat is een cultureel gegeven.

Het is wat ik zelf zou willen noemen: de Sluipende Jihad. Ongewapend, met would-be goede bedoelingen, elitair, vaak esoterisch, geheimzinnig, in elk geval ortodox islamitisch, wellicht fundamentalistisch (steunend op contradictorische teksten) en, naar ik vrees, niet overtuigend voor de vele andere vormen/sekten/afscheuringen van Mohammeds Islam.

Het laatste woord krijgt Lucas Catherine. Het valt op dat bij de zogenaamde Syriëstrijders weinig of geen Berbers zijn, en evenmin Turken, Hoewel die twee volken de Islam aanhangen. Bij hen overheerst nationalisme als oplossing voor frustraties. Voorlopig lijkt dat te lukken. De Belgische Turken stemmen massaal voor Erdogan en zijn partij. Bij de Berbers gebeurt iets dergelijks, ook zij plooien zich terug op hun nationalisme in plaats van op de islam.

En bij wijze van slot nog een goede raad van Catherine: ‘Europa moet zich dringend mentaal dekoloniseren. Want zoals uit dit boek blijkt: de kolonisatie was niet louter economisch en politiek maar ook cultureel en maatschappelijk , en op alle vier deze vlakken heeft ze diepe wonden geslagen waarvan sommige nu nog voort etteren. Het huidige racisme is onlosmakelijk verbonden met de kolonisatie en neemt toe zolang de multinationale kolonisatie voortwoekert. Wat wij nu radicalisering noemen, is eigenlijk een ziektebeeld van de trauma’s die de kolonisatie en haar bijwerking het racisme, nog altijd veroorzaken.’
————

JD cover*Lucas Catherine & Kareem El Hidjaazi, Jihad en kolonialisme, EPO, Berchem, 2015
Sommige onderdelen van Chaterine’s boek zijn doorheen de tijd al verschenen op het Salon van Sisyphus. Met dit boek, plus de toevoeging van het gedeelte ‘Kareem’, vallen de puzzelstukjes in elkaar.

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2014/10/01/vecht-isisdaish-tegen-sykes-picot/

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2015/11/19/het-is-oorlog/

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2015/07/18/tabora-stad-met-de-drie-namen/
—————
PS ‘Hidjaz’ is een gebied in het westen van Saoudi-Arabië, rond de belangrijke stad Djeddah. Niet ver uit de buurt liggen ook de heilige steden Mekka en Medina.


En dit is dan een stukje van het échte Timboektoe

februari 15, 2016 at 11:26 am 5 reacties

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.288 andere volgers