Posts filed under ‘Caraïben’

BIJ DE DOOD VAN FIDEL

44175-004-1aa92245

Fidel Castro is gestorven en de media hebben ons de clichés niet bespaard. Met karrenvrachten werden ze over ons uitgestrooid en ook de gebruikelijke onzin mocht niet ontbreken. Zo kwam de eminente Cubakenner Herman De Croo ons in een extra Terzake kond doen van het historische feit dat hij – Herman – als jonge man in de straten van Mexico voor Fidel werd aangezien en toegejuicht. Die baard weet je wel. De Croo verklapte nog een ander geheim: Castro was een dictator die daar een “ideologie rond breide om dat te camoufleren.”

Ja Fidel werd door de enen aanbeden en door de anderen gehaat en ja hij was een monument van de 20e eeuw die zijn tijdperk heeft overleefd. Castro was een buitenmaatse persoonlijkheid met een bovenmaats ego die dan ook een sterke persoonlijke stempel op de Revolutie heeft gekleefd. Maar hij bleef ontzettend populair zeker bij de generatie die de revolutie heeft meegemaakt. Volgens Marc Frank van Reuters, één van de langst verblijvende buitenlandse journalisten op Cuba, bestaat één derde van de bevolking uit enthousiaste aanhangers van het regime, een kleine minderheid zijn politieke opposanten, de rest is een grijze zone waar mensen meer bezig zijn met de dagelijkse strijd om het bestaan dan met de slogans van La Revolución.

501279

Fidel struikelt (2004)

Tot vóór de Amerikaanse burgeroorlog aan het einde van de 19e eeuw leek het voor velen in de VS een uitgemaakte zaak dat Cuba één van de Amerikaanse staten zou worden. Vooral de slavenhouders in het Zuiden maakten daar een strijdpunt van: Met Cuba in de Unie zou het slavenhoudende Zuiden immers de balans in het voordeel van de slavenstaten doen doorwegen. Het is wellicht aan de bloedige burgeroorlog te danken dat het niet zover is gekomen, wat niet belet dat Cuba tot aan de Revolutie in de praktijk een Amerikaanse kolonie was, de goktent en het bordeel voor de superrijke yankees. Toen Cuba zich met hulp van de Verenigde Staten had losgemaakt van het Spaanse juk kwam het meteen onder een andere heerschappij terecht. Tot 1940 gaf het “Platt Amendment” de Verenigde Staten een vetorecht over belangrijke beslissingen van het Cubaanse parlement en de regering en het recht om militair tussenbeide te komen als dat “nodig mocht blijken.” Tot vandaag blijft op basis van het Platt Amendment de militaire basis van Guantanamo Amerikaans grondgebied.

dsc0093

Geen personencultus voor Fidel, wel voor Ernesto Guevara

Vriend en vijand zullen het erover eens zijn dat Fidel Castro voor Cuba eindelijk de onafhankelijkheid heeft verworven waar het eiland meer dan een eeuw lang voor heeft gestreden en bloed vergoten. Maar voor die onafhankelijkheid hebben de Cubanen een enorme prijs betaald. Het embargo heeft het eiland ei zo na economisch doodgeknepen. Politieke vrijheden en mensenrechten werden geofferd op het altaar van de “Revolutie,” bureaucratie en foute beslissingen deden de rest. Het wegvallen van de “broederhulp” uit de Sovjet-Unie en de “speciale periode” die daarop volgde maakten de economische rampspoed compleet. Zonder de levenslijn van het Chavistische Venezuela kun je je nauwelijks voorstellen hoe het regime zou hebben overleefd. Nu gaat het langzaamaan beter en dat de Cubanen ondanks alles gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen kunnen blijven genieten mag een klein wonder heten. Maar het volk mort. Bijna elke familie op Cuba heeft verwanten in Miami. Cubanen vergelijken hun levensstandaard met die van hun rijke familieleden in Florida, niet met die van het naburige eiland Haïti waar armoede en ellende de ogen uitsteken.

cuba-0410

Openbaar vervoer op Cuba

Toen ik de voorbije twee jaar het eiland van Noord tot Zuid en van Oost tot West doorkruiste kon ik met tientallen mensen praten die aan de kant van de weg stonden te liften. Door het ontbreken van een openbaar vervoer die naam waardig is liften op het eiland een nationale sport. Bijna al mijn gesprekspartners kloegen steen en been over de lage inkomsten en de hoge prijzen. Met een gemiddeld salaris van 20 euro per maand is het lastig overleven, ook al komt niemand om van de honger. Dank zij rantsoenbonnen kan iedereen aan de basisbehoeften voldoen, maar alles wat daarboven uitsteekt : schoenen, kleren, speelgoed, reizen, internet  is een luxe buiten het bereik van wie het met een officieel salarisje moet stellen. Alleen wie op de een of andere manier van het manna van de toerisme-industrie kan genieten kan zich een behoorlijke levensstandaard veroorloven. Het was opvallend hoe openlijk de meeste medereizigers zonder schroom kritiek ten beste gaven op de regering en op het “systeem.” Velen gaven openlijk lucht aan hun heimwee naar vroeger – maar daarmee werd niet de periode vóór de Revolutie bedoeld, wél de jaren vóór de instorting van het “socialistische kamp” en de erbarmelijke levensomstandigheden in de zogenaamde “speciale periode” die daarop volgde.

201_raul_castro_0429

Raúl Castro: de hardliner die hervormer werd.

De hervormingen van Raúl hebben de tweespalt in de Cubaanse maatschappij verdiept. Ook op Cuba neemt de ongelijkheid toe. Eén van de eerste beleidsdaden van Raúl Castro was het ontslag van een half miljoen werknemers uit de publieke sector. Die konden vijf maanden werkloosheidsvergoeding krijgen en moesten daarna maar zien hoe ze zich uit de slag trokken. Een maatregel die meer naar neoliberalisme dan naar communisme ruikt, al konden de ontslagen ambtenaren blijven genieten van gratis onderwijs en gezondheidszorg en konden ze in hun basisbehoeften voorzien dankzij de gesubsidieerde voedselprijzen.

cuba-110

Staatswinkel op het platteland

cuba-4275

Meer markt

Maar de toename van de privésector en de “vrije markt” zorgt voor een tweedeling in de economie en de samenleving. Het dubbele muntsysteem is daar de meest zichtbare manifestatie van. De meeste Cubanen worden betaald in peso of  “Moneda Nacional.” Eén peso is ongeveer 4 eurocent. Het gemiddelde maandloon is 500 peso – 20 euro. Basisproducten worden in peso betaald en zijn voorhanden in de staatswinkels (bonnen voor sommige producten), en op de vrije markt: de boerenmarkten, de verkopers op straat. Al de rest – alles wat wordt ingevoerd – moet betaald worden met de zogenaamde “convertibele peso” of CUC. Eén CUC is ongeveer één euro of 24 pesos in moneda nacional. Buitenlanders betalen praktisch alles in CUC, maar ook Cubanen willen waar het kan aan CUCs geraken. De hele toeristische sector draait om CUCs – vandaar dat een taxichauffeur vele keren het maandloon van een dokter kan verdienen omdat hij in CUC wordt betaald. Wie het moet stellen met het officiële loontje, de “sueldito,” leeft op of onder de armoedegrens. Wie op een of andere manier kan profiteren van de toeristen kan een aardig inkomen verdienen: als gids, taxichauffeur, schoonmaker, prostituee, verhuurder van kamers, het zijn er duizenden. Neem de “jinoteros” en de “jinoteras.” Die laatsten zijn niet noodzakelijk prostituees, maar je vindt ze in toeristische centra op elke hoek van de straat. Ze bieden diensten aan, ze gidsen je door de wirwar van straatjes, brengen je naar een restaurant, naar een hotel of naar een van de als paddenstoelen uit de grond gerezen toeristenverblijven in privéwoningen en krijgen daar een deel van de opbrengst voor.

cuba-2275

Havana, Marina Hemingway

Wie zoals wij met de boot in een Cubaanse marina aankomt krijgt met een resem inspecteurs en ambtenaren te maken. Het begint met de gezondheidsinspectie. De dokter komt aan boord en vraagt meteen of hij misschien een biertje kan krijgen. Als hij vertrekt vraagt hij of hij misschien een biertje kan meenemen voor zijn vrouw. Tussendoor ontspint zich een gemoedelijk gesprek. De dokter is pas terug van Miami waar hij de droeve opdracht had zijn vader te begraven. En dat alles daar zo vreselijk duur is. Zelf heeft hij niet te klagen al moeten veel van zijn collega’s zien rond te komen door bij te klussen als taxichauffeur, automonteur of verkoper van verf en onderhoudsproducten. De ambtenaren van de landbouwinspectie die komen controleren op vervallen etenswaren of verdachte blikken aan boord zijn twee minzame oudere heren. Bij het afscheid vragen ze discreet of ze misschien die paar blikken tonijn mee naar huis mogen nemen.En zo gaat het de hele reis door Cuba door. Heeft Fidel van zijn volk een bedlaarsvolk gemaakt vragen we ons soms af. “Heb je misschien een zeepje? Shampoo? Een balpen voor de kinderen?” De havenkapitein in Cienfuegos polst of we misschien geen oude zonnebril kunnen achterlaten. Als in Marina Hemingway de eindafrekening wordt gepresenteerd komt de aap uit de mooi: “Het is gebruikelijk om bovenop het liggeld een fooi van 10% te geven”– in het zwart uiteraard. Alles met de glimlach en de Cubaanse nonchalance, zonder de minste agressiviteit. Maar het is pijnlijk te zien hoe dit trotse volk zich op die manier verlaagt om te overleven.cuba-0003

Nee, Cuba is niet het paradijs van de “Nieuwe Mens” waar Che Guevara van droomde, noch de hel zoals die in de geesten en de propaganda van de Cubaanse ballingen in Miami’s Little Havana bestaat. Misschien is de beste samenvatting nog die van Irene Aloha Wright, een Amerikaanse historica en journaliste die in 1910 schreef: “Wie langer dan tien jaar op Cuba heeft gewoond laat alle dogma’s en doctrines over dat land achter zich. Het eiland wordt niet voor niets het land van “ondersteboven” genoemd.“

Johan Depoortere

november 29, 2016 at 10:54 am 7 reacties

CUBAANSE STEMMEN

DSC_3726

Onze wijn is bitter, maar het is onze wijn.”

Cuba is volop in transitie. Het economische model van de Revolutie staat onder zware druk. De hervormingen van Raúl hebben voor de meeste Cubanen het dagelijks leven niet gemakkelijker gemaakt, integendeel. Door invoering van het marktprincipe – zij het met mondjesmaat – dreigen veel Cubanen tussen twee stoelen te vallen: de bescherming van de socialistische verzorgingsstaat valt weg en de weldaden van het kapitalisme zijn voor een minderheid weggelegd. De ongelijkheid in de Cubaanse maatschappij neemt zienderogen toe. Op onze tien dagen durende reis door het land en tijdens ons verblijf in Havana hebben we met een paar dozijn Cubanen gesproken: mannen en vrouwen die onze weg kruisten: lifters, taxichauffeurs, eigenaars van “casas particulares” (de Cubaanse vorm van B&B), ambtenaren, mensen op straat.

Uit de gesprekken komt geen rooskleurig beeld naar voren van de situatie op het socialistische eiland waar op elke hoek Revolutionaire slogans de bevolking oproepen tot “discipline” en “productie.” “La Revolución es Invencible” heet het maar ook: “Sí se Puede,” geleend van Obama. Maar er gaapt een reusachtige kloof tussen de gedateerde revolutionaire retoriek en de dagelijkse werkelijkheid. Wat de Cubanen – zo blijkt uit onze gesprekken – bezig houdt zijn niet de idealen van Che Guevara en Fidel Castro maar de strijd om het dagelijks bestaan. Gezondheidszorg en onderwijs zijn gratis – een aantal van onze gesprekspartners laten niet na dat te beklemtonen – maar de lonen zijn laag – volstaan niet om behoorlijk van te leven al lijdt niemand honger. Aan de basisbehoeften wordt voldaan maar alles wat daar enigszins bovenuit stijgt: kleren, schoenen, reizen is duur en voor de meesten nauwelijks bereikbaar. Transport is een reusachtig probleem. Mensen worden als vee vervoerd in zestig jaar oude vrachtwagens die verschrikkelijke roetwolken verspreiden. Bussen rijden soms wel, soms niet, stoppen soms soms ook niet. Vandaar de vele tientallen lifters op alle grote wegen. Toeristen zijn dol op de antieke Amerikaanse auto’s die miljoenen keren worden gefotografeerd maar de Cubanen moeten dag in dag uit leven in de uitlaatgassen van die milieu-onvriendelijke oude bakken die maken dat de lucht in de steden niet te ademen valt. Het historische centrum van Trinidad is een uitzondering: daar worden auto’s uit het centrum gebannen.DSC_4227

DSC_2893

Cubanen zijn een uiterst vriendelijk en gastvrij volk, maar de economische noodzaak heeft van de onderdanen van Fidel en Raúl een bedelaarsvolk gemaakt. Een gebaar met de rechterhand wrijvend over de linkerarm: “Heb je geen zeep?” Wasgebaren over het kapsel: “Heb je geen shampoo?” “Heb je misschien een pen, een potlood, een zonnebril…” In alle toeristische centra zie je het fenomeen van de “jinoteros:” jonge mannen meestal die je proberen mee te lokken naar een “paladar” (restaurant bij particulieren) of een “casa particular” en die daarvoor een percentje en een fooi opstrijken. “Jinoteras” bieden dan weer diensten aan van een andere aard. Wat zou Che hiervan denken als hij terug zou komen?

mappa_guia_cubaOnze reis voerde van Marina Hemingway in de buurt van Havana naar Santa Clara, Sancti Spiritus, Trinidad, Ciego de Avila, Camagüey, Bayamo, Santiago, Guantanamo tot in het uiterste oosten van het land Baracoa en Varadero waar de mooiste stranden ingenomen worden door toeristenhotels – een kwalijk voorbeeld van alles overwoekerend massatoerisme. Waar we konden namen we lifters mee. De meesten spraken openlijk over de problemen van het land – de ouderen meer uitgesproken dan de jongeren. Bijna iedereen klaagt over de penibele economische toestand, weinigen geven de regering of de “Revolución” de schuld. Ondanks de verbeterde betrekkingen met de VS zijn de verwachtingen over de toekomst niet hoog gespannen. ¿Quien sabe? “Wie weet” is meestal het antwoord op de vraag of het in de toekomst beter wordt.

Voor een goed begrip: op Cuba bestaan twee muntsystemen naast elkaar. De meeste Cubanen worden betaald in peso “Moneda Nacional.” Eén peso is ongeveer 4 eurocent. Het gemiddelde maandloon is 500 peso – 20 euro. Basisproducten worden in peso betaald en zijn voorhanden in de staatswinkels (bonnen voor sommige producten), en op de vrije markt: de boerenmarkten, de verkopers op straat. Al de rest – alles wat wordt ingevoerd – moet betaald worden met de zogenaamde “convertibele peso” of CUC. Eén CUC is ongeveer één euro of 24 pesos in moneda nacional. Buitenlanders betalen praktisch alles in CUC, maar ook Cubanen willen waar het kan aan CUCs geraken. De hele toeristische sector draait om CUCs – vandaar dat een taxichauffeur vele keren het maandloon van een dokter kan verdienen omdat hij in CUC wordt betaald.DSC_2216

Marina Hemingway

Bij aankomst in een Cubaanse haven wacht je een hele reeks formaliteiten vóór je officieel het land in mag. Het begint met een dokter voor de gezondheidsinspectie, daarna komen achtereenvolgens ambtenaren van douane en immigratie aan boord, een drugshond snuffelt de hele boot door, een tweede hond die de procedure herhaalt. Twee ambtenaren van de sanitaire inspectie – beminnelijke oudere heren – die kijken of je geen verboden voedingsproducten binnenbrengt (citrusvruchten, eieren, varkensvlees – allemaal verboden). Eén van de twee neemt neemt een citroen uit het fruitmandje en stopt hem in zijn boekentas. Als het formele gedeelte is afgelopen en de papieren zijn ingevuld vragen de twee of we misschien een blikje tonijn of sardienen kunnen missen voor hun lunch. De immigratie-ambtenaar die daarna de visa aflevert wordt binnenkort voor de eerste vader en vraagt voor hij de papieren opbergt of we misschien een kleinigheid kunnen missen, maar reageert met de glimlach als hij nul op rekest krijgt. Welkom op Cuba!

DSC_2275

Marina Hemingway

Wordt het beter in de toekomst, nu de betrekkingen met de VS hersteld worden? Ik vraag het aan Jorge, de andere immigratie-ambtenaar in Marina Hemingway. Jorge haalt de schouders op:

Het hangt van het Amerikaanse Congres af en het Congres wordt gedomineerd door de Republikeinen.”

Trinidad

Julia, huisvrouw, staat te liften aan de uitvalsweg in Trinidad. Op de bus wachten heeft geen zin, zegt ze: Soms komt hij , soms ook niet.

Ik moet rondkomen met 200 peso (acht euro) per maand. Mijn man heeft de Spaanse nationaliteit en krijgt om de twee jaar van Spanje een pensioen van 100 euro.

Gezondheid en onderwijs zijn gratis gratis dat wel maar voor de rest is het leven hier erg hard. De lonen volstaan niet om van rond te komen. Een kilo rijst kost twintig peso (bijna een euro), een kilo vlees kost tot 30 peso (1,25 euro) op de vrije markt, de helft in de staatswinkel. Kleren en schoenen zijn onbetaalbaar voor mijn inkomen.

Ciego de Avila

Marciana – beter bekend als “Merci” – is gescheiden. Ze woont in haar eigen huis en kan haar inkomen aanvullen met wat ze toegestopt krijgt van haar zoon die agent is bij een bewakingsfirma. Haar zwager was politieke gevangene en is daarna uitgewezen naar de VS waar hij van een uitkering leeft. Maar hij komt elk jaar ongehinderd naar Cuba terug om de familie te bezoeken.

Hoe is de situatie van het land? Slecht, heel slecht. Ik heb een inkomen van 350 peso (14 euro) per maand. Ja, ik betaal geen huur, maar ik heb te weinig om rond te komen. Iedereen is ontevreden. Water moet ik kopen van de tankwagen die langs komt, elektriciteit is duur.

Zoals bijna iedereen in Cuba heeft Merci een mobieltje. Dat kost haar vijf pesos per maand (20 eurocent).

DSC_2826

Camagüey


Camagüey
in het noordoosten van het eiland is een labyrint van smalle straatjes met éénrichtingverkeer. Aan de ingang van de stad staan jinoteros op de fiets auto’s met een toeristen nummerplaat op te wachten om ze naar een restaurant of “casa particular”te begeleiden. We proberen ze de ene na de andere van ons af te schudden, maar Raúl is hardnekkig en als we ons tenslotte voor de zoveelste keer in hetzelfde straatje vastrijden brengt hij ons met de glimlach naar de casa particular die we hebben uitgekozen om te overnachten. Een fooi van twee euro vindt hij niet genoeg: Fidel geeft ons weinig te eten zegt hij met de glimlach.

DSC_2851

Casa Particular van Renato

Renato (Camagüey) is Italiaan, met een Cubaanse getrouwd en woont sinds drie jaar in Camagüey . Hij is een kleine ondernemer met behalve de casa particular ook een kapperszaak en een bouwonderneming. Het huis dat bewoont heeft hij mooi gerestaureerd en bij de buren hetzelfde gedaan. Hij heeft zeven werknemers die hij 700 peso (28 euro) per maand betaalt.

Het gemiddelde maandloon is rond de 500 peso (20 euro). Ik weet niet hoe ze daarmee rondkomen maar de Cubanen kennen het systeem en de middelen om te overleven. De absolute basisbehoeften worden gedekt, maar al de rest is heel moeilijk. De prijzen voor kleren en schoenen zijn op Europees niveau.

De verwachtingen zijn niet hoog gespannen. Bij de val van de muur in Berlijn verwachtten de Cubanen grote veranderingen, nu zijn ze sceptisch en nemen het zoals het komt.

Guantánamo)

Yane is 29 jaar, getrouwd, drie kinderen. Ze heeft een opleiding boekhouding gevolgd maar niet afgemaakt omdat ze het “te saai” vond. Haar man werkt in een zoutwinningsbedrijf en brengt elke maand 800 peso (32 euro) naar huis.

Nee, daar kan ik niet mee rondkomen. Het is nauwelijks genoeg om elke dag eten op tafel te hebben. Kleren en schoenen zijn heel duur – alles wat nodig is voor de kinderen.

Jaime is 60 en econoom in een vakantiedorp voor pioniers (kinderen tot 14 jaar). Hij had erop gerekend met zijn zestigste op pensioen te kunnen gaan, maar de door de hervormingen van Raúl moet hij twee jaar langer werken.

Onze samenleving veroudert omdat vrouwen niet meer dan twee kinderen willen. Daardoor moet ik nu langer werken en ik zie het helemaal niet zitten, ik haal het gewoon niet.

Ik heb nu 350 per maand (14 euro) – mijn pensioen zal nog lager zijn. Hoe moet ik daarmee rondkomen? Jullie zijn toeristen, je kunt heel het land bezoeken maar wij Cubanen kunnen niet op vakantie gaan omdat we er het geld niet voor hebben.

De economische situatie in het land is heel slecht. Natuurlijk is het embargo daar schuld aan, maar we hebben ook fouten gemaakt. Overal worden fouten gemaakt. Hier ook. Mijn grootvader was lid van de Beweging van de 26e juli – de organisatie van Fidel. Hij was eigenaar van een tankstation en toen dat na de overwinning van de Revolutie werd genationaliseerd was hij zeer ontgoocheld. Hij is als bitter man gestorven.

Het embargo is crimineel. Kinderen sterven in gespecialiseerde ziekenhuizen in Havana aan kanker omdat we de nodige medicijnen niet kunnen invoeren.

Misschien moeten we méér markteconomie hebben maar met een socialistische politiek. Hoewel, zoals het nu in China is, dat is ook niet goed. Een vriend van me is muzikant en heeft door China gereisd. Hij stond versteld hoe duur alles daar is. Arbeiders werken er in ongelooflijk slechte omstandigheden en dat voor een socialistisch land.

De jongeren geloven niet meer in de revolutionaire idealen. Ze willen een beter leven en vluchten in muziek , alcohol en vertier.

Ja er is grote ontevredenheid bij de bevolking, maar geen opstandigheid. We willen ook niet dat Amerika ons de wet oplegt. Ik zeg het met de woorden van José Martí: “Onze wijn is bitter, maar het is onze wijn.”

DSC_3416

Baracoa

Andrés, is eigenaar van een en casa particular. In de woonkamer staan een paar redelijk moderne computers met flatscreen en printers. Hier kunnen klanten fotocopieën maken en tekst uitprinten. Is er ook internet? vraag ik. Nee dat is nog niet voor morgen. Komt het ook? ¿Quien sabe? – Wie weet?

Ja iedereen klaagt, maar nu gaat het goed. Veel beter dan tien jaar geleden. Toen het socialistische kamp uit mekaar viel, toen ging het slecht, toen hadden de mensen reden om te klagen.

Maar nu – wie wil werken kan werken: voor de staat of voor de privé. Maar velen willen niet werken, ze verwachten dat het manna uit de hemel komt neergedaald.

IMG_1630

Andrés, eigenaar van Casa Particular in Baracoa

 

Las Tunas

Aymara is 45 en instructrice voor kaderleden. Ze komt net van een volksvergadering als ze aan de rand van de weg staat te liften en we haar enkele kilometers meenemen. Ze ziet er erg depressief uit.

Wat gaat slecht in het land? Alles. Alles

Havana

Hoe overleven de Cubanen? Terug in Havana krijgen we misschien een tipje van de sluier opgelicht. We bezoeken de befaamde sigarenfabriek Pártagas. Een zestigtal werknemers maken hier per dag een paar duizend van de duurste sigaren ter wereld, allemaal handwerk. Een Cohiba kost 17 euro per stuk, méér dan het maandloon van de mannen en vrouwen die de sigaren rollen. Zij verdienen tussen 350 en 400 peso (14 á 16 euro) per maand. Maar per dag mogen ze vijf sigaren mee naar huis nemen die ze dan verkopen voor harde dollars. Is dat legaal? De meningen zijn verdeeld – er wordt wat besmuikt gelachen.

DSC_4037 IMG_0013

In Havana is alles duurder dan in de rest van het land, maar er zijn ook meer mogelijkheden, vooral in de toeristische sector. Wie van toerisme leeft heeft het beter dan de rest en wellicht daardoor krijgen we in Havana iets minder klachten te horen over de economische toestand. De woonomstandigheden daarentegen zijn voor veel gewone Habaneros erbarmelijk. De verkrotting van de oude stadskern lijkt niet meer te stoppen al worden ook veel fraaie historische gebouwen gerestaureerd.

Laura staat te liften aan de rand van de stad. Ze zou op pensioen kunnen maar blijft werken uit noodzaak en geeft Spaans in een secundaire school.

Het leven is hard hier. Jongeren zijn slecht opgevoed “mal educados” en denken alleen aan vertier.

DSC_2105

Cubaanse jongeren

 

_DSC0262Emilio is bouwkundig ingenieur maar werkt als officieel geregistreerde privétaxichauffeur met zijn eigen auto, een Ford 1957.

Ik kom uit Santiago maar in Havana heb je meer mogelijkheden. Ik kan tot 80 CUC (80 euro) per dag verdienen ook al betaal ik 900 belastingen per maand.

Dokters verdienden tot voor kort 500 peso (20 euro) nu 1000 maar velen werken zoals ik als taxichauffeur: ze verdienen in één dag het veelvoud van wat ze als dokter in een maand zouden hebben.

Is zijn generatie er beter aan toe dan die van zijn ouders?

Nee, ik geloof het niet. Wij hebben het moeilijk en de generatie na ons zal het nog altijd heel moeilijk hebben.

Gregorio rijdt met een gele officiële taxi. De auto is eigendom van de staat. Hij betaalt maandelijks een bedrag van 1400 a 1500 euro voor het gebruik van de auto. Alle andere kosten – brandstof, onderhoud, moet hij zelf dragen en zien terug te verdienen. Kan hij daarmee behoorlijk leven?

Helemaal niet. Het is vechten om te overleven. De economie deugt niet, het systeem deugt niet.

De hervormingen van Raúl? Het betekent niets voor mij. Ja, we kunnen nu op hotel gaan en reizen maar we hebben het geld er niet voor.

 

DSC_4435

De Revolutie is er niet in geslaagd de armoede uit te bannen. In het centrum van Havana wonen mensen in erbarmelijke omstandigheden.


DSC_4418

Wordt de toekomst beter, nu de betrekkingen met de VS worden hersteld?

Ik geloof het niet. Alles blijft bij het oude. De rijken blijven rijk en de armen blijven arm. En de jongeren? Die denken alleen aan zichzelf en geloven nergens meer in.

Enrique, een gepensioneerd fabrieksdirecteur, treffen we aan bij de brooddistributie waar hij met vrienden staat te wachten.

Een brood kost vijf centavos (minder dan een eurocent), met de “libreta” (de rantsoeneringsbonnen), rijst vijf pesos (20 eurocent) voor een pond. De kosten voor levensonderhoud zijn uiterst laag. Gezondheidszorg en onderwijs zijn gratis, de tandarts, de oogarts allemaal gratis.

Zonder het embargo zou Cuba er zo op vooruitgaan, maar dat willen de Amerikanen niet. Ze zijn bang dat Cuba het Japan van Amerika wordt. We hebben alles, we hebben nikkel, we hebben grondstoffen, goede infrastructuur: autowegen van oost naar west. We hebben vijftig universiteiten. Vijftig universiteiten! De hervormingen van Raúl zijn goed – ze hebben ons dagelijks leven verbeterd. We willen goede relaties met Amerika, maar onze principes zullen we nooit opgeven.

DSC_2867

Marilyn even populair als Che

 

Tekst en foto’s: Johan Depoortere

Meer foto’s:

https://plus.google.com/photos/117588368688820428866/albums/6127662817991102225

 

 

maart 18, 2015 at 8:05 pm 4 reacties

VAN A NAAR B OP CUBA

 Door de hervormingen van Raúl Castro kunnen de Cubanen sinds 2011 auto’s kopen en verkopen. Nieuwe, geïmporteerde Europese auto’s, komen nu mondjesmaat op de Cubaanse wegen maar zijn voor de meeste Cubanen onbetaalbaar. De Amerikaanse vintage cars uit de jaren vijftig blijven daardoor het straatbeeld beheersen. Cubanen zijn meesters in het improviseren en repareren is een nationale sport. Een Toyotamotor in een Belair 1956 – geen probleem. Ondanks de komst van Chinese redelijk moderne bussen blijft het openbaar vervoer in de meeste steden een nachtmerrie. De bussen –  „guagua” in het Cubaanse slang – zitten overvol en de meeste Cubanen verplaatsen zich van A naar B in „Camiones,” omgebouwde vrachtwagens. Maar ook paard en kar blijven populair en een fiets is een kostbaar bezit. Toeristen zijn dol op de fietstaxi, voor de Cubanen is het een alternatief voor de bus of de „camión.”
_DSC0135

Chevrolet Belair, met stip de populairste auto op Cuba

_DSC0078

Fietstransport

_DSC0402
_DSC0205

De fietstaxi: exotisch maar voor de taxifietser een loodzware karwei.

 

_DSC0490

De trotse bezitters van een Chinese fiets

_DSC0004

De “guagua” kost omgerekend een paar centen maar is een hele luxe in vergelijking met de “camión”

_DSC0425_DSC0422_DSC0413
_DSC0465

Repareren tot hij uit mekaar valt

_DSC0495
_DSC0475

Vervoer per paard op het platteland, maar ook in de stad

_DSC0551
_DSC0486

Trinidad

_DSC0481
Foto’s en tekst: Johan Depoortere

november 18, 2014 at 12:33 am Plaats een reactie

NA FIDEL

raul_and_fidel_castro_wait_for_pope

De gebroeders Castro

De Revolutie is niet meer wat ze gewest is. Fidel Castro, ontelbare malen door zijn vijanden dood verklaard, is nog steeds onder de levenden, maar voor Cuba is het post-Fideltijdperk al een poosje begonnen. Raúl, de andere Castro, heeft de touwtjes nog stevig in handen maar acht jaar na het terugtreden van Fidel is het revolutionaire eiland onmiskenbaar veranderd. Fidel Castro, die straks 88 wordt, leidt een teruggetrokken bestaan en de meningen zijn verdeeld over hoever zijn invloed nog reikt: staat hij op de rem voor de hervormingen van zijn broer of is ook hij tot het besef gekomen dat de “oude vormen en gedachten” niet langer houdbaar zijn? De hervormingen van Raúl zijn hoe dan ook onomkeerbaar en de vraag is alleen of ze de “Revolutie” zullen redden dan wel liquideren.

Beweging in Havana en Miami

Ook aan de andere kant van de Straat van Florida, in Miami, evolueren de geesten. Voor het eerst blijkt een meerderheid van Cubaans-Amerikanen voorstander te zijn van een opheffing van het halve eeuw oude embargo tegen het Caraïbische eiland. De zonen en dochters van de Cubanen die vijftig jaar geleden Cuba ontvluchtten zijn niet langer geobsedeerd door Fidel. Zij zien in het Cuba van vandaag vooral business opportunities en proberen – voorlopig vergeefs – de beleidsmakers in Washington tot een meer realistische koers te bewegen. Een kleine maar uiterst invloedrijke groep hardliners blijft zwaar wegen op de Cubapolitiek van de president en de hoogste Amerikaanse regeringskringen.

Schermafbeelding 2014-09-03 om 10.30.35Cuba blijft in de Amerikaanse publieke opinie een hot topic, getuige de stroom boeken die over het eiland blijven verschijnen. Without Fidel van Ann Louise Bardach is rijk aan anekdotiek over Fidel en Raúl. Bardach maakte eerder naam met Cuba Confidential: Love and Vengeance in Miami and Havana (2002) over de gecompliceerde relaties tussen de twee Cubaanse hoofdsteden en vooral de krabbenmand van de Cubaanse gemeenschap in Miami en haar relatie met Washington.

Schermafbeelding 2014-09-03 om 10.39.12Marc Frank is één van de weinige Westerse journalisten die ook in Cuba wonen. Hij is de auteur van Cuban Revelations: Behind the Scenes in Havana, een journalistiek verslag van de recentste ontwikkelingen op Cuba. Frank woont al sinds 1990 in Havana en is met een Cubaanse getrouwd. Daardoor kent hij het dagelijks leven en de dagelijkse zorgen van de Cubanen zeer goed en hij schrijft met kritische sympathie over de Cubaanse Revolutie.

Fidel Castro en de Cubaanse Revolutie hebben tien Amerikaanse presidenten, talloze moordpogingen en het einde van de Sovjetunie overleefd. Internationaal staat Cuba vandaag minder geïsoleerd dan ooit. Bevriende regimes in Venezuela, Brazilië, Ecuador en Nicaragua hebben de vroegere paria weer geïntroduceerd in inter-Amerikaanse fora zoals de OAS, de Organisatie van Amerikaanse, decennia lang de exclusieve speeltuin van Washington. In 2008 schrapte de Europese Unie alle sancties die ze had opgelegd na de arrestatie van 73 dissidenten in 2003 al blijft de Unie politieke hervormingen eisen als voorwaarde voor verdere economische samenwerking.

Hamburgers van bananenschillen

Het succes op het buitenlandse politieke toneel staat in schril contrast tot de penibele toestand op het eiland zelf. Cuba kruipt langzaam overeind uit het diepe economische dal na de val van de Sovjetunie en het wegvallen van de royale Russische steun. De ”speciale periode” van oorlogseconomie in vredestijd ligt elke Cubaan nog vers in het geheugen. “We maakten hamburgers van pompelmoes- en bananenschillen; we maakte schoon met sap van limoenen en zure sinaasappels en we gebruikten het zwarte poeder uit batterijen als haarvferf en make-up” herinnert zich een verpleegster uit de kennissenkring van Marc Frank.

Toen de nood het hoogst was verscheen als een deus ex machina Hugo Chavez op het toneel die de Cubaanse economie van het failliet redde. Chavez leverde olie tegen voorwaarden ver onder de marktprijs en hij betaalde cash voor de artsen die Cuba massaal naar Venezuela stuurde. In. 2004 bijvoorbeeld ontving Cuba 5 miljard dollar voor medische en andere technische assistentie aan Venezuela. De relatie tussen Cuba en Venezuela leek vooral gebaseerd op de persoonlijke vriendschap tussen Fidel en Hugo Chavez en toen Raúl Castro in 2006 de teugels van zijn broer overnam vreesden velen dat de vriendschap tussen de twee landen zou bekoelen. Maar onder Raúl namen de Venezolaanse investeringen in de Cubaanse olie-industrie nog toe en zelfs de dood van Chávez in 2013 heeft daar niets aan veranderd.

De reddingsboei die Chávez de Cubaanse economie toegooide had als gevolg dat Fidel Castro in 2002 de hervormingen begon terug te draaien die hij in de jaren 90 noodgedwongen had doorgevoerd. Er kwam strengere controle op de invoer van buitenlandse deviezen en de samenwerking met buitenlandse investeerders werd teruggeschroefd. Fidel zette een nieuwe ideologische campagne op onder de slogan: “De slag om de ideeën” en een nieuw internationalistisch programma: “Plan Mirakel” dat voorzag in gratis gezondheidszorg voor Latijns-Amerikaanse buurlanden en in medische opleiding voor tienduizenden jongeren uit die landen. En toen struikelde de Líder Máximo.

501279

De val van Fidel. De auteur van de video die de dramatische val vastlegde leeft nu in de VS

Raúl komt uit de coulissen

Castro viel op 20 oktober 2004 toen hij van het podium afdaalde na een speech in de centrale provincie Villa Clara. Hij brak zijn knieschijf en zijn bovenarm, maar dat was pas het begin van een lange lijdensweg die Fidel een paar keer aan de rand van de dood bracht en die twee jaar zou leiden tot de tijdelijke overname van zijn functies door zijn jongere broer Raúl en nog eens twee jaar later tot zijn officieel aftreden als president en partijleider. Toen Raúl op het toneel verscheen was hij voor de meeste Cubanen, laat staan voor buitenlandse pundits en waarnemers, weinig méér dan een schimmige figuur aan het hoofd van het leger. Velen waren van mening dat Raúl een handpop zou zijn, gemanipuleerd door zijn oudere broer.

raul-castro-1-sized

De jonge Raúl Castro

Raúl Modesto Castro Ruz werd geboren op 3 juni 1931, de jongste zoon van Angel Castro en Lina Ruz. Raúl stond altijd in de schaduw van zijn zes jaar oudere broer Fidel die hij mateloos bewonderde. De jongste Castro miste de intellectuele nieuwsgierigheid en de atletische fysiek van Fidel, maar hij was de lieveling van zijn moeder en van het gezin. In de kring van intimi staat hij bekend om zijn humor, zijn charme en zijn empathie. Maar politiek stond Raúl altijd de harde lijn voor en hij wordt in de eerste plaats verantwoordelijk geacht voor de honderden, volgens sommigen duizenden executies van politieke tegenstanders tijdens de guerrillastrijd tegen het Battistaregime en in de eerste jaren van de revolutie. Des te opmerkelijker is het dat Raúl Castro zich algauw ontpopte tot de hervormer. Hij maakte meteen schoon schip van de bevlogen plannen van Fidel: exit de Slag om de Ideeën en Plan Mirakel. Pragmatisme werd de nieuwe marsrichting.

Het volk mort

De hervormingen van Raúl kwamen er niet uit ideologische overwegingen, maar uit pure noodzaak. Het volk morde en de toekomst van de Revolutie stond op het spel. Toen Raúl in 2006 tijdelijk de leiding had overgenomen had hij de Cubanen uitgenodigd tot een groot debat. Het gevolg was een stortvloed aan klachten en aanbevelingen, vooral over de staat van de economie. Een eerste reeks klachten ging over de kloof tussen inkomen en prijzen. De Cubanen worden betaald in pesos, maar veel goederen en diensten zijn alleen te krijgen in de zogenaamde “deviezenwinkels” waar betaald moet worden in CUC , de Convertibele peso die ongeveer 24 keer meer waard is. Dat systeem van de dubbele munt maakt levensnoodszakelijke producten voor de meeste Cubanen zo goed als onbetaalbaar. Zo kost een fles keukenolie 2 CUC, het equivalent van 48 pesos, een bedrag waar de gemiddelde Cubaan drie dagen voor moet werken.

Een andere klacht ging over de achteruitgang van het veel geroemde systeem van gratis gezondheidszorg. Dit had voor een deel te maken met het tekort aan dokters en verplegend personeel. Veel hoog opgeleide gezondheidswerkers werden uitgestuurd naar het buitenland waar ze geld opbrachten voor de schatkist of ze verkozen te werken in de informele economie waar ze een veelvoud konden verdienen van hun staatsinkomen. Veel anderen verkozen gewoon het land te verlaten en een lucratieve carrière op te bouwen in het buitenland.

Een derde reeks klachten ging over de bureaucratie, de corruptie en de regelneverij van de overheid. De wet bijvoorbeeld die Cubanen de toegang ontzegde tot toeristenhotels, tot het internet en mobiele telefoons, de reisbeperkingen, het verbod op het kopen en verkopen van huizen en auto’s.

Kortom, bij het aantreden van Raúl waren de verwachtingen in alle lagen van de bevolking hooggespannen. Voor het eerst gaven de officiële media ook uiting aan de klachten en de aanbevelingen van de bevolking. Boven het verslag van een uiterst kritisch congres van Cubaanse schrijvers en kunstenaars blokletterde Granma, het officiële orgaan van de Cubaanse Communistische Partij: We moeten ons voorbereiden op een nieuwe toekomst voor ons land.

De hervormingen van Raúl

Raúl Castro had goed naar de verzuchtingen van de Cubanen geluisterd en bijna op dag één van zijn aanstelling in februari 2008 maakte hij werk van een hele reeks hervormingen die over de jaren het leven van de eilandbewoners ingrijpend zouden veranderen. Het begon met het openstellen van de markt voor computers en dvd’s. Kort daarop konden de Cubanen voor het eerst mobiele telefoons kopen. Enkele jaren later waren 1,5 miljoen mobieltjes en in omloop en vandaag zie je in het straatbeeld van Havana en andere Cubaanse steden net zoveel mensen met een smartphone aan het oor als waar ook ter wereld. Toegang tot het internet blijft beperkt en duur.

De hervormingen in de landbouw hadden grote invloed op het dagelijks leven van de Cubanen. De boerenmarkten die her en dar oogluikend werden getolereerd werden gelegaliseerd. Privéboeren kunnen nu overal hun producten rechtstreeks aan de consument verkopen. De staat gaf de boeren ook hogere prijzen voor melk, kaas en vlees en braakliggend land van de staat werd onder duizenden kleine boeren en coöperaties verdeeld. De privésector die nog altijd slechts een fractie van de landbouwgrond bezit produceert nu 70% van de landbouwproducten die naar de consument gaan. Zelf kon ik vaststellen dat je in alle grote steden nu zonder problemen een grote variatie aan vlees, groenten en fruit kunt vinden zowel op de openbare markten als aan de honderden stalletjes van verkopers op straat.

Een auto kopen en verkopen, een eigen huis bezitten, vrij reizen naar het buitenland (of zelfs van de provincie naar de hoofdstad): het was allemaal taboe zo lang Fidel het voor het zeggen had. Sinds 2011 kunnen auto’s en huizen van eigenaar wisselen zonder de bijna onoverkomelijke bureaucratische rompslomp die tot dan toe gepaard ging met de “ruil” van woning of auto. De maatregel bracht de bestaande zwarte markt en de corruptie die ermee gepaard ging bovengronds. Voortaan kunnen Cubanen ook naar het buitenland reizen en terugkeren zonder het risico te lopen dat in hun afwezigheid hun bezittingen geconfiskeerd worden.

marino_murillo

Marino Murillo, vice-president en hervormingstsar wordt vaak geciteerd als mogelijke opvolger van Raúl

Taboes sneuvelen en ongelijkheid neemt toe.

De hervormingen van Raúl en zijn economietsaar Marino Murillo lijken zo uit het receptenboekje van het IMF geplukt en in zijn toespaken klinkt Raúl af en toe als een neo-liberale hervormer. Het idealistische en paternalistische en sterk gepersonaliseerde revolutionaire project van Fidel Castro heeft zijn tijd gehad en moet vervangen worden door een meer realistische benadering die rekening houdt met het eigenbelang – zo omschrijft Frank de nieuwe marsrichting. Of in de woorden van Raúl: “Het komt erop aan de foute en onhoudbare opvattingen over socialisme te transformeren, die in de loop van de jaren in brede lagen van de bevolking diep wortel hebben geschoten en die het gevolg zijn van een té paternalistische, idealistische en egalitaire benadering door de Revolutie.” “We moeten voorgoed af van het idee dat Cuba het enige land ter wereld is waar mensen kunnen leven zonder te werken,” verklaarde Raúl bij een andere gelegenheid.

De gevolgen voor het dagelijks leven van de Cubanen waren immens. 500000 werknemers worden uit de loonlijsten van de staat geschrapt. Die moeten voortaan hun eigen boontjes doppen in de privésector of zelfstandige ondernemers worden. De werkloosheidvergoeding die de pil moet verzachten is beperkt tot maximum vijf maanden. Honderdduizenden Cubanen dreigen daarmee tussen twee stoelen te vallen en in de slechtste van twee werelden terecht te komen: een autoritair communistische regime gecombineerd met het onzekere bestaan van de vrije markt.

Een ander gevolg is de toegenomen ongelijkheid, zichtbaar in het straatbeeld. Rijke Cubanen kunnen zich vrijwel alles veroorloven in de deviezenwinkels, wie het met zijn karige loon in pesos moet stellen heeft nauwelijks genoeg om te overleven. De cijfers bevestigen het beeld. Cuba is nog steeds de meest egalitaire samenleving in Latijns Amerika, maar sinds de jaren negentig neemt de ongelijkheid toe ten voordele van hen die toegang hebben tot buitenlandse valuta. Volgens een interne studie heeft de top tien van de rijksten tot 15 keer méér koopkracht dan de tien onderaan de ladder. Een andere studie schat dat 20% van de hoofdstedelijke bevolking behoeftig is en nog eens 30% “kwetsbaar.”

En Fidel?

Wat vindt Fidel vindt van de richting die de Revolutie is ingeslagen? Af en toe schrijft hij een kritische kolom in het partijblad Granma, maar het is onduidelijk of hij zijn broer en de ploeg hervormers een stok in de wielen kan of wil steken. Op de vraag van een Amerikaanse journalist of het Cubaanse model nog voor export vatbaar antwoordde Fidel: “Het Cubaanse model werkt zelfs niet meer voor Cuba.” Eerder (in 2005) had Fidel al voor blokletters in de internnationale pers gezorgd toen hij zei: “de grootste fout die we begaan hebben was denken dat iemand werkelijk wist wat socialisme is.”

Het Socialisme.2 van Castro nummer twee is in volle beweging. Wat het wordt is koffiedik kijken maar zeker is dat de tijd van de romantische Revolución voorgoed voorbij is.

Johan Depoortere

CUBAN REVELATIONS

Mark Frank

University Press of Florida 2013

 

WITHOUT FIDEL

Ann Louise Bardach

Scribner New York 2009

 

BLOGS OVER CUBA:

The Cuban Triangle

De dissidente Yoani Sánchez: Generation Y

Cubaanse jongeren: La Jóven Cuba

In het Nederlands:

Cuba

september 9, 2014 at 5:55 am Plaats een reactie

CUBA SÍ, CUBA NO

Cuba, het grootste eiland van de Caraïben, is omgeven door mythes en romantiek. Na meer dan een halve eeuw spreekt de Cubaanse revolutie nog steeds tot de verbeelding. De figuren van Fidel Castro en Che Guevara, de strijd van een David tegen de oppermachtige Goliath, de overwinning in de Varkensbaai, de onverzoenlijke vijanden van de revolutie in Miami: het is allemaal stof voor legende. De werkelijkheid op het eiland, het dagelijkse leven van de massa Cubanen is veel minder bekend en de realiteit wordt vaak door de legende vertroebeld. Na ruim vier jaar rondzwerven in het Caraïbisch gebied met onze zeilboot “Eventually” zijn we  – Mien en ik – dit jaar na onder meer Haïti en Jamaica (zie: De trek naar Het Zuiden) ook op Cuba aanbeland. Onze tocht leidde van Santiago in het Oosten tot Los Morros in de Westelijke provincie Pinar del Rio en van daar langs de Noordkust van het eiland tot Havana. We waren in Cuba als toeristen, maar de journalistieke kriebel kon ik toch niet helemaal onderdrukken. Vandaar dit verslag in woord en beeld over Cuba vandaag.

Johan Depoortere

 

_DSC0004

Bienvenidos a Cuba Socialista staat in reuzenletters op een muur te lezen bij het binnenvaren van de machtige baai van Cienfuegos. Maar de letters zijn vervaagd en het woord Cuba is nauwelijks nog te onderscheiden. Zoals de verf van de slogans zo lijkt ook het revolutionaire enthousiasme in het land van Che en Fidel met de tijd te zijn getaand. Guevara-kitsch alom, maar tegelijk ook overal tekenen van het sluipende kapitalisme dat deze Caraïbische revolutionaire voorpost lijkt te veroveren.

_DSC0093

De heilige Che Guevara op ansichtkaarten, petjes, vlaggen en muren

 

_DSC0033

Een kwart eeuw geleden kon Fidel Castro in een vlammende toespraak op het plein vóór de historische Moncadakazerne in Santiago de Cuba de massa’s nog tot staande en loeiende ovaties brengen. Het was 1988 en ik was met een cameraploeg in Cuba voor een Panoramareportage. In de Sovjetunie was het de tijd van Glasnost en Perestroika en de bedoeling was na te gaan hoe bondgenoot Cuba daarop zou reageren. Fidel maakte dat in zijn toespraak in Santiago zonneklaar: van die nieuwigheden lustten de Cubanen geen pap. Integendeel, de schroeven werden aangedraaid, de controle door de Communistische partij en de CDR, buurtcomités voor de Verdediging van de Revolutie, nog aangescherpt. Kortom het Cubaanse antwoord op Perestroika was Castroika, het spiegelbeeld van het Russische origineel.

De Cubanen betaalden een zware prijs voor de volharding in de leer. Voor de bevolking trad na het wegvallen van de royale steun van het Russische broedervolk een periode aan van tekorten en harde tijden in het algemeen. Vandaag denken de Cubanen met afgrijzen terug aan die tijd die toen “speciale periode” werd genoemd, een oorlogssituatie in vredestijd met drastische rantsoenering en rampzalige tekorten. “We maakten hamburgers van pompelmoesschillen, we maakten schoon met citroen-en sinaasappelzuur en we gebruikten het zwarte poeder uit batterijen voor makeup en haarverf,” vertelt een verpleegster aan Marc Frank*, een Amerikaanse journalist die al tientallen jaren in Cuba woont en zelf met een Cubaanse verpleegster is getrouwd. Voor de Cubanen in Miami leek het einde van het Castrotijdperk eindelijk aangebroken en de Amerikaanse regering onder Clinton bereidde actief het post-Castrotijdperk voor. Het Einde van het Einde van de Revolutie blokletterde The New York Times enigszins dubbelzinnig in 2006.Fotostream jun. 2014 - 01

_DSC0072

De affiches zijn verbleekt net als de revolutionaire idealen

 

_DSC0071

Het regime overleefde de zwaarste crisis sinds de machtsovername door Fidel in 1959 dank zij de deus ex machina uit Venezuela: Hugo Chavez, die olie leverde onder de marktprijs en daardoor gedeeltelijk het wegvallen van de sovjethulp compenseerde. Maar de revolutionaire idealen kwamen niet ongeschonden uit de crisis. Eerst werd de dollar als officieel betaalmiddel ingevoerd en het toerisme nam stilaan de plaats in van suiker als bron van deviezen. Met de buitenlandse toeristen kwamen prostitutie, winstbejag en ongelijkheid het eiland binnen. Toen werd de basis gelegd voor de dubbele economie zoals de Cubanen die vandaag kennen. Al gauw werd de dollar vervangen door de CUC, de convertibele peso voor de buitenlanders, maar ook de rijkere Cubaan. Daarnaast blijft de “moneda nacional” de peso voor de rest van de bevolking. Met de CUC – ongeveer ter waarde van 80 eurocent – kun je terecht in de luxueuze supermarkten (de vroegere “dollarwinkels”) waar vrijwel alle producten uit de kapitalistische wereld te koop zijn. Met de moneda nacional (ongeveer 4 eurocent) kun je basisproducten kopen in de treurige staatswinkels en op de alom tegenwoordige agromercado’s: de markten waar boeren nu hun producten rechtstreeks aan de consument kunnen verkopen. Een munt voor het kapitalisme en een munt voor het communisme. Werknemers worden betaald in peso, luxeproducten – vrijwel alles behalve de basisbenodigdheden – zijn alleen te koop met CUCs. “Economische Apartheid,” zoals critici van het regime het noemen of pragmatisme om te overleven.

_DSC0002

De markt in Cienfuegos

_DSC0360

Boerenmarkt in Santiago de Cuba

In tegenstelling tot wat we een kwarteeuw geleden – nog vóór de ineenstorting van de sovjetunie – in Cuba zagen is nu vrijwel alles te koop, al blijven de staatswinkels een troosteloze lege aanblik bieden. De boerenmarkten zijn goed voorzien van alle mogelijke verse groenten, fruit en vlees en Cubanen zijn uiterst bedreven in het bedenken van oplossingen om te vinden wat niet direct voorhanden is. In Santiago zochten we vergeefs naar eieren tot onze taxichauffeur een man met een karton eieren op straat zag lopen. Voor we het goed doorhadden waarom we stopten was onze chauffeur aan het onderhandelen over de prijs en werd de transactie afgesloten: een dozijn eieren voor een paar CUCs._DSC0371

Vandaag zijn de ergste materiële noden gelenigd maar de prijs is toegenomen ongelijkheid in de Cubaanse samenleving. In 88 was het Cubanen verboden de internationale hotels en supermarkten zelfs maar te betreden. Nu spenderen rijke Cubanen er dikke bundels CUCs aan luxeproducten als smartphones, Hollandse kaas, Ierse whisky en zelfs naast de lokale variant – het Amerikaanse embargo ten spijt – ook échte Coca-Cola. Het gevolg is dat iedereen aan CUCs probeert te komen – een vlucht uit de nationale munt. In Santiago de Cuba vonden we Osmar, een 35-jarige leraar lichamelijke opvoeding die de gelukkige eigenaar was van een veertig jaar oude Russische Moskvitsj. Osmar heeft zijn baan als leraar opgegeven en is nu taxichauffeur met officiële licentie. Hij bracht ons dagelijks met zijn gammele, maar betrouwbare Moskvitsj, van de marina naar het centrum van de stad, zo een twintig kilometer verder. We betaalden ongeveer tien CUC voor de rit: Osmar verdiende per dag een veelvoud van zijn vroegere maandloon als leraar.

_DSC0538

De staatswinkels bieden nog altijd dezelfde troosteloze aanblik. Dit is Marea del Portillo op het Cubaanse platteland.

 

_DSC0427

Staatswinkel in Trinidad

_DSC0565

Bevoorrading op het platteland

Cubanen hebben het nu ongetwijfeld veel beter dan 25 jaar geleden en onvergelijkbaar veel beter dan in de zogenaamde “speciale periode,” de crisis na de terugtrekking van de sovjets. Toch blijft het leven hard voor de meeste Cubanen, ondanks de vele voorzieningen, het gratis onderwijs en de voortreffelijke medische infrastructuur. Er is door het Amerikaanse embargo een tekort aan geneesmiddelen,ook al verkoopt Cuba patenten op geneesmiddelen in het buitenland. Sigrid, een Vlaamse solozeilster, moest met ernstige brandwonden in een ziekenhuis in Santiago worden opgenomen waar haar verwondingen bij gebrek aan geneesmiddelen met alcohol werden verzorgd. 

_DSC0630

Taxi!

_DSC0419

Openbaar vervoer (Santiago)

_DSC0475

_DSC0004

De bus: “Guagua” in het Cubaanse slang.

Het openbaar vervoer is nog steeds een ramp al zie je meer en meer Chinese bussen. Zo een overvolle bus waar een rit een paar cent kost is een hele luxe in vergelijking met de veel talrijker “camiones:” omgebouwde vrachtwagens waar passagiers in de laadbak worden gestouwd. Paard en kar zijn buiten Havana een vertrouwd beeld in de stad en op het platteland. Fietstaxis zijn overal populair ook in de hoofdstad en de Amerikaanse vintage cars uit de jaren zestig zijn een speciale attractie voor de toeristen. Ook hier weer een dubbele economie: officieel erkende taxis en particulieren die legaal of – meestal – illegaal een graantje proberen mee te pikken van de toeristische bonanza. Toen de politie ons in een illegale taxi (een rode Buick 1956!) tegenhield betaalde de chauffeur zonder verpinken de boete van 120 CUC (100 Euro) en reed fluitend verder.

_DSC0003

Fietstaxi in Havana

 

_DSC0581

Trinidad

_DSC0055

Havana: armoede en verval springen in het oog

_DSC0573

Ook het kleinste dorp heeft een school.

Licht en schaduw. De revolutionaire overheid zorgt voor de burgers, niemand lijdt honger of is dakloos. Onderwijs is gratis van kleuterklas tot universiteit. Op het eiland Granma bij Santiago zien we overal nieuwe daken op de bescheiden woningen. Daar heeft de overheid kosteloos voor gezorgd na de verwoestende doortocht van de orkaan Sandy in 2012. Een bejaarde alleenstaande man die zijn huis verloor woont sinds die tijd in de polikliniek van het dorp in afwachting van een nieuwe woning. Een zwaar gehandicapte man neemt ons mee in zijn fietstaxi in Cienfuegos. Dank zij de gratis openbare gezondheidszorg heeft hij na een ongelukkige zware val maandenlang kunnen revalideren. Nu kan hij weer, zij het met moeite, lopen maar hij ziet zich verplicht om zich voor een schamel inkomen in de tropische hitte met de fietstaxi af te beulen. 

Santiago Selectie - 2439

Santiago

Cuba heeft een alfabetiseringsgraad van 99,8% en met 78,3 jaar is de gemiddelde levensverwachting hoger dan die van de Verenigde Staten en de kindersterfte lager. Vergelijk dat met Haïti waar een man gemiddeld 59 jaar oud wordt, een vrouw 63 en waar op 1000 geboorten 80 kinderen niet de leeftijd van vijf jaar bereiken – in Cuba sterven 7 kinderen op 1000 vóór die leeftijd. Toch is klagen een nationale sport in Cuba. “Hier is geen vrijheid,” zucht een fietstaxirijder in Cienfuegos, zonder op details in te gaan. Een jongeman in Santiago zou graag emigreren maar kan niet, niet omdat het niet mag blijkt als we doorvragen, maar omdat hij geen visa krijgt van de landen waar hij naartoe wil: Ecuador of de Verenigde Staten. 

_DSC0164

Elisa en (onder) haar familie in Cienfuegos

In Cienfuegos ontmoeten we een bejaarde pianolerares met haar dochter en kleindochters op een zondagmiddagwandeling. Elisa – niet haar echte naam – klaagt dat het “vroeger” allemaal zoveel beter was. Bedoelt ze dan vóór de Revolutie? “Nee zeker niet,” haast ze zich te verduidelijken,“maar vóór de ‘speciale periode,” vóór de dramatische jaren 90 dus, toen de Russen de Cubaanse economie kunstmatig overeind hielden. Zoals veel Cubaanse families weet die van Elisa een zekere levensstandaard aan te houden dank zij hulp van familieleden in het buitenland. Haar zoon is muzikant in een orkest op een Canadese Cruiselijn en stuurt geregeld geld naar het eiland. Anna, de vijftienjarige kleindochter heeft zoals veel van haar leeftijdgenoten de smartphone binnen handbereik. Een luxe die ze zich nauwelijks zou kunnen veroorloven met het salaris van haar moeder die econome is in een staatsbedrijf en maandelijks 17 dollar in het huishoudelijk budget binnenbrengt. 

_DSC0167

Dubbele economie, dubbele moraal. Cubaanse vrouwen maken de buitenlandse man duidelijk dat ze beschikbaar zijn, moeders prijzen half grappend, half ernstig hun dochter aan. Een buitenlandse man of minnaar is een bron van deviezen en die zijn nodig voor luxeproducten als zeep, shampoo, schoenen. Het is allemaal te krijgen, als je maar CUCs hebt, convertibele pesos. En dus is de jacht op de toerist en zijn CUCs open. Sinds de kapitalistische koerswending is samen met de opkomst van privé-restaurants en kamerverhuur het fenomeen van de jinotero en jinotera explosief toegenomen. De jinotero (van het Spaanse woord voor jockey) of zijn vrouwelijke evenknie is de man of vrouw die je op straat aanklampt om zijn of haar diensten aan te bieden. Het gaat niet noodzakelijk – in het geval van de mannen meestal niet – om seks, maar de bedoeling is in de meeste gevallen om je mee te tronen naar een café of restaurant of een kamer in een B&B aan te bevelen. De klant betaalt dan iets meer en de jinotero/jinotera strijkt het verschil op. De al of niet officiële horeca is overigens een reusachtige bron van inkomsten voor individuele Cubanen en voor de staat. In toeristische steden als Santiago, Trinidad, Cienfuegos en Havana is er geen straat zonder tientallen paladares (restaurant in een particulier woonhuis) of arienda divisas (Bed and Breakfast) met een grote keus van luxueus tot zeer eenvoudig – nogmaals soms legaal, soms illegaal.

_DSC0512De Cubanen zijn zonder meer het vriendelijkste volk ter wereld. Tientallen boeken en reisverhalen vertellen sinds Columbus tot nu wat wij zelf ook ervaren hebben: de warmte en de gastvrijheid die je op het eiland aantreft vind je nergens anders. “Het mooiste eiland dat mensenogen ooit aanschouwd hebben,“ schreef Columbus. Met een bevolking die een sfeer van spontane goedmoedigheid uitstraalt wars van elke agressiviteit – ook dat is een reusachtig verschil met Haïti. Je komt in een godvergeten dorp en de mensen bieden je koffie aan of een borrel añejo – Cubaanse rum. Vissers die we onderweg op zee tegenkwamen “verkochten” kreeft en vis voor een Canvaspetje of een oude T-shirt, geld interesseert ze nauwelijks. Dat neemt niet weg dat de jinoteros – vooral in Havana – knap lastig kunnen worden al reageren ze meestal met de glimlach en Caraïbische zorgeloosheid als ze worden afgewezen. Decennia tekorten hebben van de Cubanen meesters in het overleven gemaakt. Wie geen convertibele peso’s kan bemachtigen zoekt bij de toerist op straat wat hij niet in de winkel vindt. Deuren – en harten – gaan open voor een flesje shampoo of parfum, voor ballpoints en afgedragen schoenen.

_DSC0262

Weekend in Cienfuegos

_DSC0268_DSC0287Cuba is in volle transformatie. De generatie die de tijd van vóór de revolutie heeft meegemaakt is aan het verdwijnen. Jongeren hebben de revolutionaire idealen verwisseld voor games, smartphones, alcohol en rock ’n roll. Raúl Castro heeft de deur op een kier gezet voor internet (nu nog strikt gecontroleerd door de staat) en een dosis vrije markt en kapitalisme. Het gevolg is een hybride economie en een samenleving met grote verschillen in welvaart, met nieuwe rijken en relatieve armoede. De essentie van de Revolutie lijkt nog overeind maar de kapitalistische geest is uit de fles en niemand durft te voorspellen wat er zal gebeuren als de gebroeders Castro definitief van het toneel verdwijnen.

Johan Depoortere

* Marc Frank

CUBAN REVELATIONS

Behind the Scenes in Havana

University Press of Florida , 2013

juni 21, 2014 at 3:49 pm 1 reactie

CARAÏBEN: PARADISE LOST

 Door Johan Depoortere

There are islands in the Caribbean just waiting for development – a beach, an hotel, an airstrip. You’d end a millionaire, old man!”

Graham Greene, The Comedians

Een bezoek aan Ile à Vache vóór de kust van Haiti is een reis in de tijd. Was het niet van de alomtegenwoordige mobieltjes en de zonnepalen je zou je in de jaren vijftig of nog veel vroeger wanen: geen elektriciteit, geen stromend water, geen auto’s, geen verharde wegen. Dit is één van de weinige plekken ter wereld waar vissersboten voortbewogen worden door alleen maar de wind en de zeilen. “Bâtiments” zo heten de gammele vaartuigen waarmee de vissers zich op zee begeven, balancerend op de rand om de boot met oversized zeil in evenwicht te houden.
Een Amerikaans-Canadees project voorziet de vissers van Ile à Vache van afgedankte zeilen van plezierjachten

De bâtiments worden ook gebruikt voor het vervoer van goederen en personen. “Bois Fouillés,” boomstamkano’s zoals die wellicht duizenden jaar geleden al werden gemaakt, dienen voor kortere afstanden en kleinere vrachten. Kinderen niet ouder dan een jaar of zeven varen ermee rond en proberen kleine klusjes te versieren of iets te verkopen aan de talrijke jachten die het eiland aandoen.

De markt in Madame Bernard
Let op het oortje!
Niet dat Ile à Vache geheel door de moderne tijd onaangeroerd zou zijn gebleven: er zijn twee internetcafés in het dorp Caille Coq (Kay Kok in het Creools) en in Madame Bernard, een paar uur stappen verderop is de markt bezaaid met parasols van Digicel, een telecomoperator met vestigingen in heel het Caraïbisch gebied. Willem, een slimme twintiger uit Caille Coq, verhuurt voor exorbitante prijzen USB-sticks met simkaart waarmee yachties en andere bezoekers tergend traag internet kunnen binnenhalen. Abjecte armoede is er op het eiland niet meteen zichtbaar en er wordt geen honger geleden. De zee is rijk aan vis en kreeften en wie het even kan heeft wel een varkentje en een paar kippen op het erf. Dat is heel wat anders dan de schrijnende ellende die ik bijna dertig jaar geleden in Port au Prince tegenkwam. Kinderen die op je toe kwamen gelopen: “Blanc, blanc, j’ai faim.” Na de aardbeving van 2010 is de toestand er daar en op veel andere plekken in Haïti beslist niet op verbeterd.
Baie de Feret

Maar voor Ile à Vache zitten andere tijden eraan te komen. De Baie de Feret, de mooiste van het eiland is een natte droom van de projectontwikkelaar: brede stranden, een rustige diepe baai beschermd tegen de golven van de Caraïbische Zee: de ideale plek voor een jachthaven met hotel en resorts. Het kon dan ook niet uitblijven en de plannen voor toeristische ontwikkeling van Ile à Vache liggen op de tekentafels: er komen een internationale luchthaven, 15 km verharde wegen, verschillende hotels en resorts, 2500 villa’s en een marina. Kortom, een miljardenproject waarvoor het armlastige Haïti een beroep moet doen op buitenlandse investeerders. Klein probleem: er wonen 7000 mensen op het eiland en hun huizen staan in de weg. Caille Coq,  het dorp aan de Baie de Feret past niet in de plannen. De huizen staan tot tegen het strand en zullen moeten verdwijnen.

Hotel Port Morgan op Ile à Vache
Er is al een hotel aan de baai: Hotel Port Morgan, gerund door Didier, een Fransman van middelbare leeftijd. Voor Didier komt er wellicht concurrentie bij, maar erg veel zorgen schijnt hij zich daarover niet te maken: “Er zijn zoveel projecten in Haïti,” zegt hij met een schouderophalen. Didier heeft te horen gekregen dat hij 60 kamers bij moet bouwen om zijn vergunning te houden. Maar je ziet het vóór je ogen gebeuren: Hij geeft er de brui aan en verkoopt zijn mooi gelegen hotel aan de projectontwikkelaars, iedereen happy.
Kay Kok
Behalve dan de vissers, de boeren en de haveloze bevolking van Caille Coq en de dorpen in de omgeving. Sommigen van hen zien de ontwikkelingen met hoop tegemoet. Enkelen zullen ongetwijfeld werk vinden als kok, schoonmaker, chauffeur, gids. Maar voor de meesten betekent de komst van een hotel en marina het verdwijnen van hun eeuwenoude levenswijze en een onzekere toekomst. Wellicht moeten ze verhuizen naar hogerop.

Een presidentieel besluit van mei 2012 verklaart het eiland tot “toeristische ontwikkelingszone” en bepaalt meteen dat alle gronden en eigendommen die de laatste vijf jaar het voorwerp zijn geweest van transacties of huur tussen particulieren worden onteigend. De staat eigent zich gewoon het eigendom van particulieren toe. Dat betekent voor de meeste inwoners van Caille Coq en Madame Bernard simpelweg dat ze van hun land en uit hun huis worden verdreven ten voordele van buitenlandse projectontwikkelaars en de clan rond president Martelly. Veel mensen hebben niet eens eigendomstitels voor het stukje grond waar ze in eenvoudige hutten soms generaties lang op wonen.

“Sweet Micky” in een vorig leven carnavalzanger, nu president van Haïti

De vissers van Ile à Vache verliezen hun toegang tot de stranden waar de bootjes nu aan land komen en droog vallen. In december en januari is betoogd tegen het project. Op weg naar de markt van het dorp Madame Bernard moeten we over barricades klimmen die de betogers hebben opgeworpen en er komen meer manifestaties zeggen de dorpsbewoners. Eén van hen verklaarde aan een reporter van Tout Haiti, een webpublicatie: “Als ze onze grond willen afpakken zullen ze ons eerst moeten doden.” Ook vandaag is de spanning in het dorp voelbaar: de “magistrat” (burgemeester) heeft verdere manifestaties verboden en een zestigtal militairen zijn sinds kort op het eiland gelegerd “Is er een probleem?” vragen we één van hen. “Non non, pas de pwoblem!”

Bewoners van Ile à Vache betogen tegen het megaproject voor toeristische ontwikkeling

Maar een probleem is er wel degelijk. De promotie van Ile à Vache en de beloften van “vooruitgang” hebben een bittere bijklank voor de inwoners van HaÍti, één van de armste landen ter wereld. Een “toeristische ontwikkelingszone” bestaat al in Labadie, in het Noorden van het eiland. Het is een gebied uitsluitend voor buitenlanders, de Haïtianen zelf hebben er geen toegang, ook als ze zich een verblijf in het luxeresort zouden kunnen veroorloven. Een stukje apartheid in het land dat zich de eerste zwarte republiek ter wereld mag noemen! (Zie: Labadie, un contraste choquant)  Zopas heeft het Haïtiaanse ministerie voor Toerisme een video verspreid om Ile à Vache te promoten als vakantiebestemming: het wordt – zo vrezen velen – een tweede Labadie. (http://www.caribjournal.com/2014/02/20/haiti-markets-ile-a-vache-in-new-video/)

Clinton met Sweet Micky, alias president Martelly

Het is duidelijk: Ile à Vache zoals we het gezien hebben is een wereld die gedoemd is om te verdwijnen. De investeerders achter het project zijn niet van de minsten. Eén van hen is volgens de dorpsbewoners Frank Virgintino, een beroepszeiler en eigenaar van de marina Boca Chica in het nabijgelegen Santo Domingo. Virgintino is een begrip in de wereld van de yachties. Hij publiceert de Free Cruising Guides voor zeilers met als specialiteit het Caraïbisch gebied van de ABC-eilanden over Jamaica tot Haïti en Cuba. Hij is ook eigenaar van 20 jachthavens in de VS. Ook de Spaanse crooner Julio Iglesias zou volgens niet te controleren geruchten tot de investeerders behoren evenals – hoe onwaarschijnlijk ook – de familie van de overleden Venezolaanse Caudillo Hugo Chavez.

Wie ze ook zijn, feit is dat de investeerders de volle steun hebben van de Haïtiaanse president Michel Martelly, ook bekend als de zanger Sweet Micky en vriend en collega van Iglesias. (Beiden traden twee jaar geleden in de Dominicaanse Republiek nog samen op in een benefitconcert voor Haïti.) Martelly werd onlangs ontvangen op het Witte Huis en hij is goed bevriend met Bill Clinton die net als hijzelf af en toe zijn vakantiedagen op het eiland doorbrengt. Samen hebben ze een “investment board” opgericht om investeerders te adviseren. Clinton is na de aardbeving van 2010 door de VN aangesteld als speciale gezant voor Haïti. Feit is ook dat de “vooruitgang” op Ile à Vache ten goede zal komen aan de clan rond president Martelly en zijn premier Laurent Lamothe maar vooral aan de kapitaalkrachtige investeerders uit de Dominicaanse Republiek, de VS en Canada en niet aan de bewoners die in het beste geval eenvoudige klussen zullen mogen opknappen voor de gasten van de luxeverblijven. Martelly woonde tot 2007 in Florida waar hij eveneens betrokken was in dubieuze vastgoedtransacties – met faillissement als resultaat. Zie: http://www.mcclatchydc.com/2011/03/07/109908/haiti-presidential-candidate-martelly.html

Wat zich in Haïti afspeelt is niet uniek. De Caraïben zijn in sneltreinvaart aan het veranderen. Niets is zo confronterend als de lectuur van reis- en zeilgidsen van een paar decennia geleden. De plaatsen die erin beschreven worden zijn intussen onherkenbaar veranderd. De gidsen van Don Street, een andere zeilautoriteit voor de Caraïben, zijn sinds een paar decennia niet meer bijgewerkt. Rotsen en kustlijnen zijn onveranderd gebleven, maar ankerplaatsen zijn verdwenen en vervangen door jachthavens. Op andere plekken is het verboden te ankeren en moeten de ankerboeien van de plaatselijke overheid of van privémarina’s worden gebruikt.

Ongerepte plekjes en stille baaien worden zeldzaam. De Horseshoe Reef (Saint Vincent and The Grenadines) is één van de mooiste plekken in de Caraïben met azuurblauw tot turkoois water en zeeschildpadden overal. Maar de Horsehoe Reef is het slachtoffer van zijn populariteit. Je ankert er tussen een paar dozijn andere – meestal Amerikaanse – boten en als je op zoek gaat naar de schildpadden kom je in een soort publiek zwembad terecht. Los Roques, een eilandengroep vóór de kust van Venezuela is net als Ile à Vache één van de weinige nog ongerepte gebieden in het Caraïbisch bassin. Dank zij de kwalijke veiligheidsreputatie van Venezuela, waar overvallen op boten – soms met dodelijke afloop – schering en inslag zijn, blijven de Roques ver van de platgetreden paden. Vooral Amerikaanse schippers varen in een wijde boog om Venezuela en de eilanden heen. Maar vroeg of laat is ook dat gedoemd om te veranderen.

De Britse zeiler Roger Pratt, in januari vermoord in St Lucia

Criminaliteit is voor velen een andere reden om uit de Caraïben weg te blijven. Het fenomeen lijkt zich in golven te verplaatsen. Een tiental jaren geleden was Colombia te mijden, nu wordt het geroemd om zijn effectieve strijd tegen de misdaad waardoor het land weer bovenaan de lijst van de bestemmingen staat. Venezuela is andere koek. In september is een Nederlander bij een roofoverval gedood op het eiland Isla Margarita en onlangs werden twee oudere mannen op volle zee op weg van Trinidad naar Venezuela gewelddadig overvallen en ernstig gewond. Op Saint Lucia waren  sommige ankerplaatsen tien jaar geleden nog absoluut te mijden, nu heten ze perfect veilig te zijn maar een maand geleden werd een Britse zeiler vóór de ogen van zijn vrouw omgebracht in Vieux Fort in het Zuiden van Saint Lucia.

Een andere ontwikkeling is de neiging van de kleine en meestal doodarme eilanden om yachties als melkkoeien te behandelen. Jamaica overweegt de invoering van een cruising permit. Dat die nog niet van kracht is heeft naar verluidt enkel te maken met onenigheid tussen de autoriteiten over het tarief: 100 of 150 dollar. Op de Bahamas betaal je 300 dollar of je één uur blijft of drie maanden en aanleggen in de Turcs and Caicos kost je minimaal 100 dollar, ook al wil je alleen maar tanken. Waar je vroeger vrij kon ankeren moet je nu vaak betalen. Je kunt het de eilandbesturen niet kwalijk nemen; toerisme is nu eenmaal meestal hun enige bron van inkomsten, maar het maakt het vrije zeilersbestaan weer iets minder vrij. En als je wist dat die inkomsten ook de bevolking ten goede zou komen, komaan dan. Helaas is dat gezien de wijdverspreide corruptie hoogst onzeker. 

Dat alles gezegd zijnde: de Caraïben blijven een fantastisch gebied, één van de mooiste plekken ter wereld, met een gastvrije en levenslustige bevolking, betoverende natuur, prachtige stranden en een heerlijk klimaat. Er blijven hopelijk in de toekomst nog genoeg plekken waar de internationale toeristische industrie met haar fikken afblijft. En voor de bewoners kun je alleen maar hopen dat kleinschalige projecten met respect voor hun levenswijze en voor het milieu een betere toekomst kunnen brengen.

april 4, 2014 at 2:53 am Plaats een reactie

NEDERLAND’S BITTERE ERFENIS

Door Johan Depoortere

Een land dat zichzelf opheft, vroegere kolonies die vrijwillig in de schoot van het moederland terugkeren, eilanden die bedanken voor de aangeboden onafhankelijkheid, een moederland dat zijn koloniën liever kwijt dan rijk is: de postkoloniale geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden verloopt via kronkelige en doornige paden. Nederland is de enige koloniale mogendheid die zijn koloniën “wingewesten” heeft genoemd. Dat ging voor Oost-Indië prachtig op. Maar op de eilanden in de Caraïbische Zee hebben de handelaren uit het noorden zich long term vies verkeken. Het moet voor de Nederlandse bewindslieden nu een akelige situatie zijn: je kunt die roteilanden eenvoudig niet meer kwijt.1 Het citaat van schrijver en oud-secretaris van het eilandgebied Curaçao, Boeli van Leeuwen (overleden in 2007,) geeft perfect de bittere koloniale erfenis weer waarmee Nederland zit opgescheept.

boelie_119034a

Boeli van Leeuwen: “Nederland raakt die roteilanden niet meer kwijt”

Sinds 2010 zijn de relaties tussen Nederland en de voormalige koloniën na jarenlange onderhandelingen bijgesteld: het piepkleine Saba (1600 inwoners) is samen met Sint Eustatius (Statia) en Bonaire een “openbaar lichaam” geworden, een “bijzondere Nederlandse gemeente.” Curaçao en Sint Maarten zijn zelfstandige landen binnen het koninkrijk, Aruba was dat al sinds 1986. Maar de nieuwe staatsinrichting heeft niet echt rust gebracht in de gespannen relatie tussen het moederland en de voormalige kolonies . De publieke opinie op alle eilanden is sterk verdeeld. Vooral op Bonaire (zie: Bonaire, De Rot in het Paradijs) maar ook op Saba en Sint Eustatius is de onvrede groot. (Sint Eustatius is het enige eiland dat zich in een referendum tégen de nieuwe structuur heeft uitgesproken.) Op Curaçao stemt een kleine helft van de bevolking op partijen die voor onafhankelijkheid pleiten. En ook in Nederland zelf zijn de eilanden zacht uitgedrukt niet echt geliefd, behalve dan als toeristische bestemming en belastingparadijs voor bemiddelde landgenoten.image007

Het nieuwe statuut houdt tal van contradicties in. De inwoners van Bonaire, Statia en Saba hebben weliswaar dezelfde plichten als die van een Nederlandse gemeente, maar niet dezelfde rechten. Op de grotere eilanden, het bovenwindse Sint Maarten en de benedenwindse Curaçao en Aruba blijft Nederland een vinger in de pap houden op gebieden als justitie, buitenlandse zaken, financiën en behoorlijk bestuur – “bestuurlijke integriteit” zoals het in het officiële jargon heet. Aan dat laatste schort nogal wat zoals verder mag blijken, maar voor grote delen van de eilandensamenleving is de Nederlandse bemoeienis een vorm van schoonmoederen die waar het kan in stilte wordt tegengewerkt. Daar staat tegenover dat de eilandbewoners als Nederlandse staatsburgers vrij naar Nederland kunnen komen en voor de rest alle voordelen genieten van het reizen met een Nederlandse paspoort. Elk voorstel in de Tweede Kamer om de toegang van Antillianen tot het Nederlandse grondgebied te beperken of aan voorwaarden te verbinden stuit op een storm van protesten van de politieke elite op de eilanden. Daarbij wordt vaak met succes geappelleerd aan de historische schuldgevoelens over de Nederlandse slavenhandel waar vooral de christendemocraten van het CDA gevoelig voor blijken.

_DSC0083

Willemstad, de wereldberoemde Handelskade met de pontjesbrug die de stadsdelen Punda en Otrobanda met elkaar verbindt

Curaçao dat tot 10 oktober 2010 het hoofdeiland was van de ter ziele gegane Nederlandse Antillen is nu meer dan ooit op zichzelf aangewezen en kampt met grote economische problemen. Aruba kijkt tegen een torenhoge staatsschuld aan al lijkt het van alle voormalige Nederlandse bezittingen in de Caraïben nog het beste te varen bij de zelfstandige status die het eiland al bijna dertig jaar geleden heeft afgedwongen. Toerisme en casino’s zijn volledig op de Amerikaanse markt gericht en dagelijks zie je de reusachtige cruiseschepen afmeren in de hoofdstad Oranjestad. Shopping Malls met de onvermijdelijke Starbucks en hotels van de grote Amerikaanse ketens als Mariott doen je helemaal in een zuidelijke Amerikaanse stad wanen. Aruba wil zich profileren als hub tussen de VS en de groeimarkten van Latijns Amerika. Ook Sint Maarten leeft voor een groot deel van het Amerikaanse goktoerisme, met als bijprodukt mafia-invloeden en corruptie.

20021109g_Curacao_Refinery.sized_1

De Shell raffinaderij wordt nu gehuurd door de Venezolaanse oliemaatschappij. Wat er met de vervuilende site moet gebeuren als het leasecontract met Venezuela afloopt is onduidelijk.

Curaçao is als enige voormalige Caraïbische kolonie sterk geïndustrialiseerd. De reusachtige olieraffinaderij begin vorige eeuw opgericht door Shell beheerst het beeld van het historische Willemstad, de hoofdstad van het eiland en sommige schilderachtige baaitjes aan de westkust verliezen hun charme door de sterke zwavelgeur die de overheersende oostenwinden aanvoeren. Shell heeft de olie-installaties al in 1985 van de hand gedaan, de raffinaderij wordt nu gehuurd door de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA. Ooit werkten hier meer dan 10000 mensen uit alle delen van het Caraïbisch gebied en Shell zorgde voor welvaart op het eiland. Het concern bouwde voor zijn arbeiders hele stadswijken als Emmastad en Groot Kwartier aan de rand van Willemstad en liet als erfenis een goede wegeninfrastructuur achter. Maar de arbeidsverhoudingen bij Shell leidden in 1969 ook tot hevige sociale onlusten en rassenrellen waarbij een groot deel van de historische binnenstad in vlammen opging. Vandaag biedt de raffinaderij nog werk aan hooguit 800 man en de installatie voldoet absoluut niet meer aan de hedendaagse milieunormen. Tot dusver is niemand bereid gevonden in modernisering te investeren en de toekomst van de grootste werkgever op het eiland is hoogst onzeker.

Curaçao Mien - 1444

Waar je ook gaat of staat op Curaçao overal kom je de geel-rode kantoortjes van Robbie’s Lottery tegen: het imperium van loterijkoning Robbie Dos Santos, die verschillende politieke partijen financieel steunt. Wat de politici in ruil doen voor die milde steun is niet duidelijk, maar feit is dat tegen Dos Santos een gerechtelijk onderzoek loopt met steun van de Nederlandse recherche. Politieke corruptie, belangenvermenging, nepotisme en mafia: het is een plaag die alle voormalige Nederlandse bezittingen in de Caraïben treft. Een minister die een taxivergunning ritselt voor een familielid, een toppoliticus die met de creditcard van de toeristische dienst van zijn land gaat shoppen in Miami: het zijn pekelzonden waar de Antilliaan op reageert met schouderophalen. Maar er is meer aan de hand dan de clash tussen Nederlandse calvinistische gestrengheid en de lossere normen van de Caraïben.

helmin.wiels.politicus.curacao

Helmin Wiels, de charismatische politicus die vorig jaar werd vermoord. Wiels was voorstander van onafhankelijkheid voor Curaçao

Al in 1995 noemde de toenmalige Nederlandse liberale voorman Frits Bolkestein Aruba een “rovershol.”  Henny Eman– een broer van de huidige Arubaanse premier Mike Eman– bezorgde toen hij zelf aan het hoofd van de regering stond een beruchte Siciliaanse mafiafamilie de vergunning voor hotelbouw op het eiland. (Politieke dynastieën zijn niet ongewoon in de Nederlandse Caraïben.) Op Curaçao staat voormalig premier Gerrit Schotte onder verdenking van corruptie. Schotte zou door bemiddeling van Dos Santos banden hebben aangeknoopt met een andere Italiaanse mafiaclan. De huidige Curaçaose premier Ivan Asjes – ook Ivar Jasjes genoemd vanwege de bovenvermelde shopping spree in Miami – is getrouwd met de dochter van weer een andere gokkoning, Jacobo “Cocochi” Prins, eigenaar van veel casino’s op Curaçao.

De populaire politicus Helmin Wiels, een voorstander van onafhankelijkheid, werd vorig jaar in nooit opgehelderde omstandigheden vermoord. De uitvoerders zitten achter de tralies maar het is onwaarschijnlijk dat op hun proces de opdrachtgevers bekend zullen worden. Eén van de theorieën is dat Wiels niet langer op één lijn zat met zijn geldschieters, een andere dat er politieke motieven waren voor de moord. Wiels wordt wel eens als het spiegelbeeld van Geert Wilders beschreven: zoals de Nederlander foetert op de “vreemdelingen” en vooral de Curaçaose jongeren in Nederland, zo had Wiels het niet begrepen op de “makamba’s” – de Nederlanders en blanke Europeanen op Curaçao.

Foto-serka-relato-PAR-ta-anti-demokratiko-presidente-di-Parlamento-Ivar-Asjes_MG_3704

Mike Eman, huidig premier van Aruba. Zijn broer Henny was de eerste regeringsleider van het zelfstandige Aruba (1986).

Op Bonaire zijn verschillende invloedrijke politici verwikkeld in het al jarenlang aanslepende Zambezi-onderzoek naar grootschalige politieke corruptie en belangenvermenging. Ook over de politieke elite van Sint Maarten hangt een geur van corruptie. Een voormalige minister van justitie moest aftreden toen bekend werd dat hij in zijn vrije tijd bordelen beheerde. De Italiaanse mafiafamilie die voet aan de grond kreeg in Curaçao is ook op Sint Maarten niet onbekend: Theo Heyliger, de leider van de grootste partij was op een foto te zien met leden van de clan. Overigens is het kopen van stemmen een oude traditie op Sint Maarten: vroeger met ijskasten, nu met mobieltjes en andere elektronische gadgets.

Schermafbeelding 2014-01-26 om 10.29.06Toen de Nederlandse liberale premier Rutte in juni vorig jaar de eilanden bezocht werd over dat alles publiekelijk nauwelijks met een woord gerept. Binnenskamers zou Rutte tegen de regeringsleiders wél harde taal hebben gesproken. Maar Rutte beseft dat de eilanden in Nederland niet bepaald populair zijn. En hij voelt de hete adem van Wilders in de nek. Voor Wilders is het een uitgemaakte zaak: de voormalige bezittingen in “de West” zijn een last en Nederland moet ervan af. Probleemjongeren in de grote Nederlandse steden zetten de argumenten van Wilders en andere rechtse populisten ongewild kracht bij. Rutte sprak dan ook vooral voor zijn eigen publiek toen hij aan het einde van zijn bezoek aan de Caraïben het veel geciteerde zinnetje uitsprak: Als u eruit wil (uit het koninkrijk), en een meerderheid van uw bevolking steunt dat, dan is dat mogelijk. Dan belt u even en dan regelen we dat.

Of het ooit zo ver komt is zeer de vraag. Er zijn andere belangen in het spel waarover Rutte en de meeste Nederlandse bewindslieden meestal het zwijgen toe doen. De Caraïbische eilanden liggen in de achtertuin van de Verenigde Staten en zijn of ze dat willen of niet een pion in het geopolitieke schaakspel tussen de Verenigde Staten en Venezuela. Voor de VS vormen de Caraïbische eilanden de buitengrens van de Amerikaanse invloedssfeer. Curaçao is een belangrijke basis geworden in de drugsbestrijding die nu niet meer op Columbia maar bijna exclusief op Venezuela is gericht. Van op de Amerikaanse Forward Operation Location op Curaçao stijgen Awacs-vliegtuigen op richting Venezuela. Drugsbestrijding of spionage – wie zal het zeggen?

Er bestaan oude historische banden tussen de benedenwindse eilanden en de “Bolivariaanse Republiek Venezuela.“ De legendarische “libertador” Simon Bolivar woonde een tijd op Curaçao en het voornaamste plein in Willemstad is naar Brion, één van zijn adjudanten, genoemd. De voormalige Venezolaanse leider Hugo Chavez maakte er geen geheim van dat de eilanden in de Venezolaanse invloedssfeer thuis horen maar Washington is als de dood voor nóg meer Venezolaanse invloed op de strategisch tussen Noord- en Zuid Amerika gelegen eilanden. Onafhankelijkheid zou de benedenwindse eilanden zo goed als zeker in de richting van Venezuela duwen en dat kan Washington missen als kiespijn. Het beschouwt Nederland als de beste bewaker van de achtertuin en oefent daarom druk uit op de hondstrouwe Navobondgenoot om in elk geval een rol te blijven spelen in zijn voormalige kolonies. Het is een rol die alle traditionele Nederlandse partijen trouw blijven ook al is de publieke opinie in Nederland daartegen gekant. Nederland kan inderdaad om méér dan één reden niet “van die roteilanden af.”

1Boeli van Leeuwen “Geniale Anarchie” 1990

januari 29, 2014 at 9:54 pm 1 reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.288 andere volgers