Posts filed under ‘Caraïben’

CARAÏBEN: PARADISE LOST

 Door Johan Depoortere

There are islands in the Caribbean just waiting for development – a beach, an hotel, an airstrip. You’d end a millionaire, old man!”

Graham Greene, The Comedians

Een bezoek aan Ile à Vache vóór de kust van Haiti is een reis in de tijd. Was het niet van de alomtegenwoordige mobieltjes en de zonnepalen je zou je in de jaren vijftig of nog veel vroeger wanen: geen elektriciteit, geen stromend water, geen auto’s, geen verharde wegen. Dit is één van de weinige plekken ter wereld waar vissersboten voortbewogen worden door alleen maar de wind en de zeilen. “Bâtiments” zo heten de gammele vaartuigen waarmee de vissers zich op zee begeven, balancerend op de rand om de boot met oversized zeil in evenwicht te houden.
Een Amerikaans-Canadees project voorziet de vissers van Ile à Vache van afgedankte zeilen van plezierjachten

De bâtiments worden ook gebruikt voor het vervoer van goederen en personen. “Bois Fouillés,” boomstamkano’s zoals die wellicht duizenden jaar geleden al werden gemaakt, dienen voor kortere afstanden en kleinere vrachten. Kinderen niet ouder dan een jaar of zeven varen ermee rond en proberen kleine klusjes te versieren of iets te verkopen aan de talrijke jachten die het eiland aandoen.

De markt in Madame Bernard
Let op het oortje!
Niet dat Ile à Vache geheel door de moderne tijd onaangeroerd zou zijn gebleven: er zijn twee internetcafés in het dorp Caille Coq (Kay Kok in het Creools) en in Madame Bernard, een paar uur stappen verderop is de markt bezaaid met parasols van Digicel, een telecomoperator met vestigingen in heel het Caraïbisch gebied. Willem, een slimme twintiger uit Caille Coq, verhuurt voor exorbitante prijzen USB-sticks met simkaart waarmee yachties en andere bezoekers tergend traag internet kunnen binnenhalen. Abjecte armoede is er op het eiland niet meteen zichtbaar en er wordt geen honger geleden. De zee is rijk aan vis en kreeften en wie het even kan heeft wel een varkentje en een paar kippen op het erf. Dat is heel wat anders dan de schrijnende ellende die ik bijna dertig jaar geleden in Port au Prince tegenkwam. Kinderen die op je toe kwamen gelopen: “Blanc, blanc, j’ai faim.” Na de aardbeving van 2010 is de toestand er daar en op veel andere plekken in Haïti beslist niet op verbeterd.
Baie de Feret

Maar voor Ile à Vache zitten andere tijden eraan te komen. De Baie de Feret, de mooiste van het eiland is een natte droom van de projectontwikkelaar: brede stranden, een rustige diepe baai beschermd tegen de golven van de Caraïbische Zee: de ideale plek voor een jachthaven met hotel en resorts. Het kon dan ook niet uitblijven en de plannen voor toeristische ontwikkeling van Ile à Vache liggen op de tekentafels: er komen een internationale luchthaven, 15 km verharde wegen, verschillende hotels en resorts, 2500 villa’s en een marina. Kortom, een miljardenproject waarvoor het armlastige Haïti een beroep moet doen op buitenlandse investeerders. Klein probleem: er wonen 7000 mensen op het eiland en hun huizen staan in de weg. Caille Coq,  het dorp aan de Baie de Feret past niet in de plannen. De huizen staan tot tegen het strand en zullen moeten verdwijnen.

Hotel Port Morgan op Ile à Vache
Er is al een hotel aan de baai: Hotel Port Morgan, gerund door Didier, een Fransman van middelbare leeftijd. Voor Didier komt er wellicht concurrentie bij, maar erg veel zorgen schijnt hij zich daarover niet te maken: “Er zijn zoveel projecten in Haïti,” zegt hij met een schouderophalen. Didier heeft te horen gekregen dat hij 60 kamers bij moet bouwen om zijn vergunning te houden. Maar je ziet het vóór je ogen gebeuren: Hij geeft er de brui aan en verkoopt zijn mooi gelegen hotel aan de projectontwikkelaars, iedereen happy.
Kay Kok
Behalve dan de vissers, de boeren en de haveloze bevolking van Caille Coq en de dorpen in de omgeving. Sommigen van hen zien de ontwikkelingen met hoop tegemoet. Enkelen zullen ongetwijfeld werk vinden als kok, schoonmaker, chauffeur, gids. Maar voor de meesten betekent de komst van een hotel en marina het verdwijnen van hun eeuwenoude levenswijze en een onzekere toekomst. Wellicht moeten ze verhuizen naar hogerop.

Een presidentieel besluit van mei 2012 verklaart het eiland tot “toeristische ontwikkelingszone” en bepaalt meteen dat alle gronden en eigendommen die de laatste vijf jaar het voorwerp zijn geweest van transacties of huur tussen particulieren worden onteigend. De staat eigent zich gewoon het eigendom van particulieren toe. Dat betekent voor de meeste inwoners van Caille Coq en Madame Bernard simpelweg dat ze van hun land en uit hun huis worden verdreven ten voordele van buitenlandse projectontwikkelaars en de clan rond president Martelly. Veel mensen hebben niet eens eigendomstitels voor het stukje grond waar ze in eenvoudige hutten soms generaties lang op wonen.

“Sweet Micky” in een vorig leven carnavalzanger, nu president van Haïti

De vissers van Ile à Vache verliezen hun toegang tot de stranden waar de bootjes nu aan land komen en droog vallen. In december en januari is betoogd tegen het project. Op weg naar de markt van het dorp Madame Bernard moeten we over barricades klimmen die de betogers hebben opgeworpen en er komen meer manifestaties zeggen de dorpsbewoners. Eén van hen verklaarde aan een reporter van Tout Haiti, een webpublicatie: “Als ze onze grond willen afpakken zullen ze ons eerst moeten doden.” Ook vandaag is de spanning in het dorp voelbaar: de “magistrat” (burgemeester) heeft verdere manifestaties verboden en een zestigtal militairen zijn sinds kort op het eiland gelegerd “Is er een probleem?” vragen we één van hen. “Non non, pas de pwoblem!”

Bewoners van Ile à Vache betogen tegen het megaproject voor toeristische ontwikkeling

Maar een probleem is er wel degelijk. De promotie van Ile à Vache en de beloften van “vooruitgang” hebben een bittere bijklank voor de inwoners van HaÍti, één van de armste landen ter wereld. Een “toeristische ontwikkelingszone” bestaat al in Labadie, in het Noorden van het eiland. Het is een gebied uitsluitend voor buitenlanders, de Haïtianen zelf hebben er geen toegang, ook als ze zich een verblijf in het luxeresort zouden kunnen veroorloven. Een stukje apartheid in het land dat zich de eerste zwarte republiek ter wereld mag noemen! (Zie: Labadie, un contraste choquant)  Zopas heeft het Haïtiaanse ministerie voor Toerisme een video verspreid om Ile à Vache te promoten als vakantiebestemming: het wordt – zo vrezen velen – een tweede Labadie. (http://www.caribjournal.com/2014/02/20/haiti-markets-ile-a-vache-in-new-video/)

Clinton met Sweet Micky, alias president Martelly

Het is duidelijk: Ile à Vache zoals we het gezien hebben is een wereld die gedoemd is om te verdwijnen. De investeerders achter het project zijn niet van de minsten. Eén van hen is volgens de dorpsbewoners Frank Virgintino, een beroepszeiler en eigenaar van de marina Boca Chica in het nabijgelegen Santo Domingo. Virgintino is een begrip in de wereld van de yachties. Hij publiceert de Free Cruising Guides voor zeilers met als specialiteit het Caraïbisch gebied van de ABC-eilanden over Jamaica tot Haïti en Cuba. Hij is ook eigenaar van 20 jachthavens in de VS. Ook de Spaanse crooner Julio Iglesias zou volgens niet te controleren geruchten tot de investeerders behoren evenals – hoe onwaarschijnlijk ook – de familie van de overleden Venezolaanse Caudillo Hugo Chavez.

Wie ze ook zijn, feit is dat de investeerders de volle steun hebben van de Haïtiaanse president Michel Martelly, ook bekend als de zanger Sweet Micky en vriend en collega van Iglesias. (Beiden traden twee jaar geleden in de Dominicaanse Republiek nog samen op in een benefitconcert voor Haïti.) Martelly werd onlangs ontvangen op het Witte Huis en hij is goed bevriend met Bill Clinton die net als hijzelf af en toe zijn vakantiedagen op het eiland doorbrengt. Samen hebben ze een “investment board” opgericht om investeerders te adviseren. Clinton is na de aardbeving van 2010 door de VN aangesteld als speciale gezant voor Haïti. Feit is ook dat de “vooruitgang” op Ile à Vache ten goede zal komen aan de clan rond president Martelly en zijn premier Laurent Lamothe maar vooral aan de kapitaalkrachtige investeerders uit de Dominicaanse Republiek, de VS en Canada en niet aan de bewoners die in het beste geval eenvoudige klussen zullen mogen opknappen voor de gasten van de luxeverblijven. Martelly woonde tot 2007 in Florida waar hij eveneens betrokken was in dubieuze vastgoedtransacties – met faillissement als resultaat. Zie: http://www.mcclatchydc.com/2011/03/07/109908/haiti-presidential-candidate-martelly.html

Wat zich in Haïti afspeelt is niet uniek. De Caraïben zijn in sneltreinvaart aan het veranderen. Niets is zo confronterend als de lectuur van reis- en zeilgidsen van een paar decennia geleden. De plaatsen die erin beschreven worden zijn intussen onherkenbaar veranderd. De gidsen van Don Street, een andere zeilautoriteit voor de Caraïben, zijn sinds een paar decennia niet meer bijgewerkt. Rotsen en kustlijnen zijn onveranderd gebleven, maar ankerplaatsen zijn verdwenen en vervangen door jachthavens. Op andere plekken is het verboden te ankeren en moeten de ankerboeien van de plaatselijke overheid of van privémarina’s worden gebruikt.

Ongerepte plekjes en stille baaien worden zeldzaam. De Horseshoe Reef (Saint Vincent and The Grenadines) is één van de mooiste plekken in de Caraïben met azuurblauw tot turkoois water en zeeschildpadden overal. Maar de Horsehoe Reef is het slachtoffer van zijn populariteit. Je ankert er tussen een paar dozijn andere – meestal Amerikaanse – boten en als je op zoek gaat naar de schildpadden kom je in een soort publiek zwembad terecht. Los Roques, een eilandengroep vóór de kust van Venezuela is net als Ile à Vache één van de weinige nog ongerepte gebieden in het Caraïbisch bassin. Dank zij de kwalijke veiligheidsreputatie van Venezuela, waar overvallen op boten – soms met dodelijke afloop – schering en inslag zijn, blijven de Roques ver van de platgetreden paden. Vooral Amerikaanse schippers varen in een wijde boog om Venezuela en de eilanden heen. Maar vroeg of laat is ook dat gedoemd om te veranderen.

De Britse zeiler Roger Pratt, in januari vermoord in St Lucia

Criminaliteit is voor velen een andere reden om uit de Caraïben weg te blijven. Het fenomeen lijkt zich in golven te verplaatsen. Een tiental jaren geleden was Colombia te mijden, nu wordt het geroemd om zijn effectieve strijd tegen de misdaad waardoor het land weer bovenaan de lijst van de bestemmingen staat. Venezuela is andere koek. In september is een Nederlander bij een roofoverval gedood op het eiland Isla Margarita en onlangs werden twee oudere mannen op volle zee op weg van Trinidad naar Venezuela gewelddadig overvallen en ernstig gewond. Op Saint Lucia waren  sommige ankerplaatsen tien jaar geleden nog absoluut te mijden, nu heten ze perfect veilig te zijn maar een maand geleden werd een Britse zeiler vóór de ogen van zijn vrouw omgebracht in Vieux Fort in het Zuiden van Saint Lucia.

Een andere ontwikkeling is de neiging van de kleine en meestal doodarme eilanden om yachties als melkkoeien te behandelen. Jamaica overweegt de invoering van een cruising permit. Dat die nog niet van kracht is heeft naar verluidt enkel te maken met onenigheid tussen de autoriteiten over het tarief: 100 of 150 dollar. Op de Bahamas betaal je 300 dollar of je één uur blijft of drie maanden en aanleggen in de Turcs and Caicos kost je minimaal 100 dollar, ook al wil je alleen maar tanken. Waar je vroeger vrij kon ankeren moet je nu vaak betalen. Je kunt het de eilandbesturen niet kwalijk nemen; toerisme is nu eenmaal meestal hun enige bron van inkomsten, maar het maakt het vrije zeilersbestaan weer iets minder vrij. En als je wist dat die inkomsten ook de bevolking ten goede zou komen, komaan dan. Helaas is dat gezien de wijdverspreide corruptie hoogst onzeker. 

Dat alles gezegd zijnde: de Caraïben blijven een fantastisch gebied, één van de mooiste plekken ter wereld, met een gastvrije en levenslustige bevolking, betoverende natuur, prachtige stranden en een heerlijk klimaat. Er blijven hopelijk in de toekomst nog genoeg plekken waar de internationale toeristische industrie met haar fikken afblijft. En voor de bewoners kun je alleen maar hopen dat kleinschalige projecten met respect voor hun levenswijze en voor het milieu een betere toekomst kunnen brengen.

April 4, 2014 at 2:53 am Leave a comment

NEDERLAND’S BITTERE ERFENIS

Door Johan Depoortere

Een land dat zichzelf opheft, vroegere kolonies die vrijwillig in de schoot van het moederland terugkeren, eilanden die bedanken voor de aangeboden onafhankelijkheid, een moederland dat zijn koloniën liever kwijt dan rijk is: de postkoloniale geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden verloopt via kronkelige en doornige paden. Nederland is de enige koloniale mogendheid die zijn koloniën “wingewesten” heeft genoemd. Dat ging voor Oost-Indië prachtig op. Maar op de eilanden in de Caraïbische Zee hebben de handelaren uit het noorden zich long term vies verkeken. Het moet voor de Nederlandse bewindslieden nu een akelige situatie zijn: je kunt die roteilanden eenvoudig niet meer kwijt.1 Het citaat van schrijver en oud-secretaris van het eilandgebied Curaçao, Boeli van Leeuwen (overleden in 2007,) geeft perfect de bittere koloniale erfenis weer waarmee Nederland zit opgescheept.

boelie_119034a

Boeli van Leeuwen: “Nederland raakt die roteilanden niet meer kwijt”

Sinds 2010 zijn de relaties tussen Nederland en de voormalige koloniën na jarenlange onderhandelingen bijgesteld: het piepkleine Saba (1600 inwoners) is samen met Sint Eustatius (Statia) en Bonaire een “openbaar lichaam” geworden, een “bijzondere Nederlandse gemeente.” Curaçao en Sint Maarten zijn zelfstandige landen binnen het koninkrijk, Aruba was dat al sinds 1986. Maar de nieuwe staatsinrichting heeft niet echt rust gebracht in de gespannen relatie tussen het moederland en de voormalige kolonies . De publieke opinie op alle eilanden is sterk verdeeld. Vooral op Bonaire (zie: Bonaire, De Rot in het Paradijs) maar ook op Saba en Sint Eustatius is de onvrede groot. (Sint Eustatius is het enige eiland dat zich in een referendum tégen de nieuwe structuur heeft uitgesproken.) Op Curaçao stemt een kleine helft van de bevolking op partijen die voor onafhankelijkheid pleiten. En ook in Nederland zelf zijn de eilanden zacht uitgedrukt niet echt geliefd, behalve dan als toeristische bestemming en belastingparadijs voor bemiddelde landgenoten.image007

Het nieuwe statuut houdt tal van contradicties in. De inwoners van Bonaire, Statia en Saba hebben weliswaar dezelfde plichten als die van een Nederlandse gemeente, maar niet dezelfde rechten. Op de grotere eilanden, het bovenwindse Sint Maarten en de benedenwindse Curaçao en Aruba blijft Nederland een vinger in de pap houden op gebieden als justitie, buitenlandse zaken, financiën en behoorlijk bestuur – “bestuurlijke integriteit” zoals het in het officiële jargon heet. Aan dat laatste schort nogal wat zoals verder mag blijken, maar voor grote delen van de eilandensamenleving is de Nederlandse bemoeienis een vorm van schoonmoederen die waar het kan in stilte wordt tegengewerkt. Daar staat tegenover dat de eilandbewoners als Nederlandse staatsburgers vrij naar Nederland kunnen komen en voor de rest alle voordelen genieten van het reizen met een Nederlandse paspoort. Elk voorstel in de Tweede Kamer om de toegang van Antillianen tot het Nederlandse grondgebied te beperken of aan voorwaarden te verbinden stuit op een storm van protesten van de politieke elite op de eilanden. Daarbij wordt vaak met succes geappelleerd aan de historische schuldgevoelens over de Nederlandse slavenhandel waar vooral de christendemocraten van het CDA gevoelig voor blijken.

_DSC0083

Willemstad, de wereldberoemde Handelskade met de pontjesbrug die de stadsdelen Punda en Otrobanda met elkaar verbindt

Curaçao dat tot 10 oktober 2010 het hoofdeiland was van de ter ziele gegane Nederlandse Antillen is nu meer dan ooit op zichzelf aangewezen en kampt met grote economische problemen. Aruba kijkt tegen een torenhoge staatsschuld aan al lijkt het van alle voormalige Nederlandse bezittingen in de Caraïben nog het beste te varen bij de zelfstandige status die het eiland al bijna dertig jaar geleden heeft afgedwongen. Toerisme en casino’s zijn volledig op de Amerikaanse markt gericht en dagelijks zie je de reusachtige cruiseschepen afmeren in de hoofdstad Oranjestad. Shopping Malls met de onvermijdelijke Starbucks en hotels van de grote Amerikaanse ketens als Mariott doen je helemaal in een zuidelijke Amerikaanse stad wanen. Aruba wil zich profileren als hub tussen de VS en de groeimarkten van Latijns Amerika. Ook Sint Maarten leeft voor een groot deel van het Amerikaanse goktoerisme, met als bijprodukt mafia-invloeden en corruptie.

20021109g_Curacao_Refinery.sized_1

De Shell raffinaderij wordt nu gehuurd door de Venezolaanse oliemaatschappij. Wat er met de vervuilende site moet gebeuren als het leasecontract met Venezuela afloopt is onduidelijk.

Curaçao is als enige voormalige Caraïbische kolonie sterk geïndustrialiseerd. De reusachtige olieraffinaderij begin vorige eeuw opgericht door Shell beheerst het beeld van het historische Willemstad, de hoofdstad van het eiland en sommige schilderachtige baaitjes aan de westkust verliezen hun charme door de sterke zwavelgeur die de overheersende oostenwinden aanvoeren. Shell heeft de olie-installaties al in 1985 van de hand gedaan, de raffinaderij wordt nu gehuurd door de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA. Ooit werkten hier meer dan 10000 mensen uit alle delen van het Caraïbisch gebied en Shell zorgde voor welvaart op het eiland. Het concern bouwde voor zijn arbeiders hele stadswijken als Emmastad en Groot Kwartier aan de rand van Willemstad en liet als erfenis een goede wegeninfrastructuur achter. Maar de arbeidsverhoudingen bij Shell leidden in 1969 ook tot hevige sociale onlusten en rassenrellen waarbij een groot deel van de historische binnenstad in vlammen opging. Vandaag biedt de raffinaderij nog werk aan hooguit 800 man en de installatie voldoet absoluut niet meer aan de hedendaagse milieunormen. Tot dusver is niemand bereid gevonden in modernisering te investeren en de toekomst van de grootste werkgever op het eiland is hoogst onzeker.

Curaçao Mien - 1444

Waar je ook gaat of staat op Curaçao overal kom je de geel-rode kantoortjes van Robbie’s Lottery tegen: het imperium van loterijkoning Robbie Dos Santos, die verschillende politieke partijen financieel steunt. Wat de politici in ruil doen voor die milde steun is niet duidelijk, maar feit is dat tegen Dos Santos een gerechtelijk onderzoek loopt met steun van de Nederlandse recherche. Politieke corruptie, belangenvermenging, nepotisme en mafia: het is een plaag die alle voormalige Nederlandse bezittingen in de Caraïben treft. Een minister die een taxivergunning ritselt voor een familielid, een toppoliticus die met de creditcard van de toeristische dienst van zijn land gaat shoppen in Miami: het zijn pekelzonden waar de Antilliaan op reageert met schouderophalen. Maar er is meer aan de hand dan de clash tussen Nederlandse calvinistische gestrengheid en de lossere normen van de Caraïben.

helmin.wiels.politicus.curacao

Helmin Wiels, de charismatische politicus die vorig jaar werd vermoord. Wiels was voorstander van onafhankelijkheid voor Curaçao

Al in 1995 noemde de toenmalige Nederlandse liberale voorman Frits Bolkestein Aruba een “rovershol.”  Henny Eman– een broer van de huidige Arubaanse premier Mike Eman– bezorgde toen hij zelf aan het hoofd van de regering stond een beruchte Siciliaanse mafiafamilie de vergunning voor hotelbouw op het eiland. (Politieke dynastieën zijn niet ongewoon in de Nederlandse Caraïben.) Op Curaçao staat voormalig premier Gerrit Schotte onder verdenking van corruptie. Schotte zou door bemiddeling van Dos Santos banden hebben aangeknoopt met een andere Italiaanse mafiaclan. De huidige Curaçaose premier Ivan Asjes – ook Ivar Jasjes genoemd vanwege de bovenvermelde shopping spree in Miami – is getrouwd met de dochter van weer een andere gokkoning, Jacobo “Cocochi” Prins, eigenaar van veel casino’s op Curaçao.

De populaire politicus Helmin Wiels, een voorstander van onafhankelijkheid, werd vorig jaar in nooit opgehelderde omstandigheden vermoord. De uitvoerders zitten achter de tralies maar het is onwaarschijnlijk dat op hun proces de opdrachtgevers bekend zullen worden. Eén van de theorieën is dat Wiels niet langer op één lijn zat met zijn geldschieters, een andere dat er politieke motieven waren voor de moord. Wiels wordt wel eens als het spiegelbeeld van Geert Wilders beschreven: zoals de Nederlander foetert op de “vreemdelingen” en vooral de Curaçaose jongeren in Nederland, zo had Wiels het niet begrepen op de “makamba’s” – de Nederlanders en blanke Europeanen op Curaçao.

Foto-serka-relato-PAR-ta-anti-demokratiko-presidente-di-Parlamento-Ivar-Asjes_MG_3704

Mike Eman, huidig premier van Aruba. Zijn broer Henny was de eerste regeringsleider van het zelfstandige Aruba (1986).

Op Bonaire zijn verschillende invloedrijke politici verwikkeld in het al jarenlang aanslepende Zambezi-onderzoek naar grootschalige politieke corruptie en belangenvermenging. Ook over de politieke elite van Sint Maarten hangt een geur van corruptie. Een voormalige minister van justitie moest aftreden toen bekend werd dat hij in zijn vrije tijd bordelen beheerde. De Italiaanse mafiafamilie die voet aan de grond kreeg in Curaçao is ook op Sint Maarten niet onbekend: Theo Heyliger, de leider van de grootste partij was op een foto te zien met leden van de clan. Overigens is het kopen van stemmen een oude traditie op Sint Maarten: vroeger met ijskasten, nu met mobieltjes en andere elektronische gadgets.

Schermafbeelding 2014-01-26 om 10.29.06Toen de Nederlandse liberale premier Rutte in juni vorig jaar de eilanden bezocht werd over dat alles publiekelijk nauwelijks met een woord gerept. Binnenskamers zou Rutte tegen de regeringsleiders wél harde taal hebben gesproken. Maar Rutte beseft dat de eilanden in Nederland niet bepaald populair zijn. En hij voelt de hete adem van Wilders in de nek. Voor Wilders is het een uitgemaakte zaak: de voormalige bezittingen in “de West” zijn een last en Nederland moet ervan af. Probleemjongeren in de grote Nederlandse steden zetten de argumenten van Wilders en andere rechtse populisten ongewild kracht bij. Rutte sprak dan ook vooral voor zijn eigen publiek toen hij aan het einde van zijn bezoek aan de Caraïben het veel geciteerde zinnetje uitsprak: Als u eruit wil (uit het koninkrijk), en een meerderheid van uw bevolking steunt dat, dan is dat mogelijk. Dan belt u even en dan regelen we dat.

Of het ooit zo ver komt is zeer de vraag. Er zijn andere belangen in het spel waarover Rutte en de meeste Nederlandse bewindslieden meestal het zwijgen toe doen. De Caraïbische eilanden liggen in de achtertuin van de Verenigde Staten en zijn of ze dat willen of niet een pion in het geopolitieke schaakspel tussen de Verenigde Staten en Venezuela. Voor de VS vormen de Caraïbische eilanden de buitengrens van de Amerikaanse invloedssfeer. Curaçao is een belangrijke basis geworden in de drugsbestrijding die nu niet meer op Columbia maar bijna exclusief op Venezuela is gericht. Van op de Amerikaanse Forward Operation Location op Curaçao stijgen Awacs-vliegtuigen op richting Venezuela. Drugsbestrijding of spionage – wie zal het zeggen?

Er bestaan oude historische banden tussen de benedenwindse eilanden en de “Bolivariaanse Republiek Venezuela.“ De legendarische “libertador” Simon Bolivar woonde een tijd op Curaçao en het voornaamste plein in Willemstad is naar Brion, één van zijn adjudanten, genoemd. De voormalige Venezolaanse leider Hugo Chavez maakte er geen geheim van dat de eilanden in de Venezolaanse invloedssfeer thuis horen maar Washington is als de dood voor nóg meer Venezolaanse invloed op de strategisch tussen Noord- en Zuid Amerika gelegen eilanden. Onafhankelijkheid zou de benedenwindse eilanden zo goed als zeker in de richting van Venezuela duwen en dat kan Washington missen als kiespijn. Het beschouwt Nederland als de beste bewaker van de achtertuin en oefent daarom druk uit op de hondstrouwe Navobondgenoot om in elk geval een rol te blijven spelen in zijn voormalige kolonies. Het is een rol die alle traditionele Nederlandse partijen trouw blijven ook al is de publieke opinie in Nederland daartegen gekant. Nederland kan inderdaad om méér dan één reden niet “van die roteilanden af.”

1Boeli van Leeuwen “Geniale Anarchie” 1990

January 29, 2014 at 9:54 pm 1 comment

BONAIRE: DE ROT IN HET PARADIJS

Bonaire, bekend als duikersparadijs, is een Nederlands eiland in de Caraïbische Zee, sinds 2010 bestuurd als een Nederlandse gemeente. Lang niet alle 15000 inwoners van het eiland zijn gelukkig met het nieuwe statuut dat honderden nieuwe immigranten uit Nederland heeft meegebracht. Zoals Antilliaanse jongeren in Nederland voor overlast zorgen in de grote steden zo zorgen de nieuwe Nederlandse immigranten voor grote spanningen op Bonaire. De donkere kant van een tropisch paradijs.

Continue Reading January 7, 2014 at 11:28 pm 3 comments

GRENADA: ZELFMOORD VAN EEN REVOLUTIE

10_25_2013_paratroopersOp 25 oktober was het dertig jaar geleden dat de Amerikaanse president Reagan een bezettingsmacht van 6000 man naar het Caraïbische eiland Grenada stuurde. De invasie betekende het definitieve einde van het linkse revolutionaire bewind dat vier jaar daarvóór was begonnen met de staatsgreep van de New Jewel Movement tegen het dictatoriale regime van Eric Gairy. Maar in werkelijkheid had de revolutie al een week eerder zichzelf de das omgedaan met de moord door een extreem-linkse factie op de populaire Bishop en zeven van zijn medestanders. Het merkwaardige verhaal van de zelfvernietiging van een redelijk succesvolle revolutie.

De staatsgreep van 13 maart 1979 was niet het directe gevolg van een massale volksopstand maar het werk van een kleine groep onder leiding van de jonge advocaat Maurice Bishop. De coupplegers slaagden er tot hun eigen verbazing in om in enkele uren tijd en zonder bloedvergieten het staatsapparaat in handen te krijgen. Ze maakten daarbij handig gebruik van de afwezigheid van de bizarre Eric Gairy die op het podium van de Verenigde Naties een pleidooi hield voor het bestuderen van UFO’s.

Eric_Gairy

Eric Gairy

Eric Gairy, de eerste leider van Grenada na de onafhankelijkheid in 1974, was begonnen als radicale en populaire vakbondsleider en nog onder het Britse koloniale bestuur was hij opgeklommen tot premier. In de loop van de jaren zeventig had Gairy door zijn autoritaire bewind, zijn financiële en seksuele escapades en zijn clowneske gedragingen vrijwel alle groepen op het eiland tegen zich in het harnas gejaagd: van de vakbonden over de katholieke kerk tot de kleine zakenelite. De New Jewel Movement van Maurice Bishop weerspiegelde die heterogene samenstelling van de oppositie. In haar beginselverklaring van 1973 was de beweging niet openlijk “socialistisch” – laat staan “Marxistisch” – maar had vooral aandacht voor de concrete problemen van huisvesting, gezondheid, en onderwijs. Ze eiste een programma van landhervorming, gratis onderwijs en gezondheidszorg en de nationalisatie van de bank – en verzekeringssector.  

maurice-bishop

Maurice Bishop

Bishop zelf stamt uit de middenklasse van het eiland. Hij was een briljante student die in Londen rechten kon gaan studeren en naar het eiland terugkeerde als een radicale hervormer. Ook zijn medestander en latere rivaal Bernard Coard behoorde tot de intellectuele elite van het eiland. Hij studeerde economie aan de befaamde Brandeisuniversiteit in Boston en in Sussex. Beiden ondergingen de sterke invloed van de Black Power-beweging, de Négritude van Senghor, de antikoloniale ideologie van de Algerijnse revolutie verwoord door Frantz Fanon,  en  van diens landgenoot Aimé Césaire, de dichter, filosoof en politicus uit het nabije Martinique.

De jaren zestig en zeventig waren in heel het Caraïbisch gebied een tijd van grote sociale beroering en verzet tegen het kolonialisme of de nieuwe heersende neokoloniale klasse: de “Rodney riots” in Jamaica, de “februarirevolutie” van 1970 in Trinidad en natuurlijk de Cubaanse Revolutie.   Ook in Grenada groeide het verzet tegen het regime van Gairy, die alleen nog van de Chileense dictator Pinochet wapens en steun kreeg. De “Moongoose gangs” – milities in de trant van de beruchte Tontons Macoute op Haïti – zaaiden terreur. Tijdens een van de protestbetogingen tegen Gairy midden jaren 70 werd de vader van Bishop vermoord.

De ontevredenheid van vrijwel heel de bevolking verklaart allicht het gemak waarmee een veertigtal coupplegers in 1979 het regime op de knieën kregen.  Aanvankelijk kon de “Revolutionaire Volksregering” (PRG of “People’s Revolutionary Government”) op aanzienlijke successen bogen. “In 1979 was de economie van het onafhankelijke Grenada er niet beter aan toe dan die van de kolonie in 1973,” schrijft Gordon K. Lewis, de erkende autoriteit van het Caraïbisch gebied. Het was een typisch koloniale economie gebleven, steunend op de export van landbouwproducten als kruiden, muskaatnoot, bananen en cacao waarvan de (lage) prijzen werden bepaald op de exportmarkt terwijl al de rest tegen kunstmatig hoog gehouden prijzen in valuta moest worden ingevoerd. Eén derde van de bevolking was ongeletterd, blindheid was wijdverspreid, maar er waren geen oogklinieken. Tandverzorging was onbestaande behalve voor de middenklasse die zich in Trinidad of Barbados kon laten behandelen. Het lager onderwijs was op het platteland van een deplorabel niveau en werkgelegenheid buiten de landbouw uiterst beperkt. Méér beter opgeleide Grenadezen werkten in het buitenland dan op het eiland zelf en de anderen zochten hun toevlucht in illegale immigratie naar Trinidad of werkten als schoonmakers en keukenpersoneel in Londen, Boston of New York.  

De vier jaren van de revolutie waren in de woorden van Lewis “een heroïsche poging tot economische reconstructie en hervorming.” In een tijdspanne van drie jaar kwamen er nieuwe wegen, betere watervoorziening, een nieuw telefoonnet, een radiozender, een asfaltfabriek en diepvriesinstallaties voor de visserij. De openbaren financiën werden gezond gemaakt – een succes dat werd erkend door de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Er werden vorderingen gemaakt op het vlak van gezondheidszorg en onderwijs met een alfabetiseringscampagne naar Cubaans model.  

In de eerste jaren van de revolutie leek Grenada méér de weg van de sociaaldemocratische welvaartsstaat op te gaan dan die van de radicale Marxistische revolutie. De lokale zakenklasse kreeg een erkende rol in het nieuwe regime, waar de Kamer van Koophandel nauw samenwerkte met de regering, vooral op het vlak van het opkomende toerisme en met als centraal project de bouw van een nieuwe internationale luchthaven. Radicaal linkse waarnemers noemden het nieuwe regime in St George’s daarom een “kleinburgerlijke hervormingsregering,” een doodzonde in de ogen van de echte Marxist-Leninisten.  

Er waren schaduwzijden. Politieke oppositie werd niet gedoogd. Tegenstanders kwamen in de gevangenis terecht waar ze volgens getuigenissen van slachtoffers niet bepaald zachtzinnig werden behandeld. Ook de vrije meningsuiting werd aan banden gelegd en verkiezingen voor onbepaalde tijd uitgesteld. Op buitenlands vlak gleden de Grenadezen willens nillens in het sovjetkamp. De Koude oorlog woedde in volle hevigheid en tot ontsteltenis van veel vrienden van de revolutie stemde de revolutionare regering tegen de veroordeling in de Verenigde Naties van de Sovjetinval in Afghanistan. Het moet gezegd dat Bishop lik op stuk kreeg toen hij eerder naar toenadering met de VS en een ontmoeting met president Reagan viste.  

Waarom het uiteindelijk lelijk misliep met de revolutie op Grenada is een vraag waarop historici en politicologen dertig jaar later geen definitief antwoord hebben. Lewis, die in 1986 een voorlopige balans opmaakte, stelt dat de persoonlijke en ideologische tegenstellingen tussen Bishop en Coard en hun respectieve volgelingen vanaf het begin de kiem van de ondergang in zich droegen. Vanaf 82, drie jaar na de staatsgreep, lijkt het revolutionaire elan gebroken. De economische moeilijkheden nemen toe in plaats van af, de productie voor de exportmarkt stagneert, er is algemene revolutiemoeheid bij de bevolking, de partij is in crisis, de discipline is zoek. Een groep onder leiding van Coard zoekt de oplossing in de vlucht vooruit. Heilige marxistische teksten worden ingeroepen om de partij om te vormen in strikt Leninistische zin.

images_Caribbean_coard_bishop_000008741

Coard (links) en Bishop

In de zomer van 1983 wordt het conflict ten top gedreven. Bishop, tot dan het onbetwiste boegbeeld van de revolutie wordt gedwongen het leiderschap van de partij (en dus het land) te delen met Coard. Bishop weifelt maar weigert uiteindelijk, met als gevolg dat hij onder huisarrest wordt geplaatst. Uit protest komen op 19 oktober in de paar steden die Grenada telt duizenden mensen op straat. In de hoofdstad St George’s bevrijden de manifestanten Bishop die met een groep aanhangers naar het hooggelegen Fort Rupert trekt. Daar ontstaat een vuurgevecht met regeringstroepen, tientallen burgers komen om. Bishop en zeven anderen worden gevangen genomen door Coard-loyalisten en in koelen bloede vermoord. grenada-tm

Vijf dagen later vallen Amerikaanse troepen met eenheden uit Barbados en Jamaica het eiland binnen en bezegelen definitief het lot van een op sterven na dode Grenadese revolutie. De invasie onder de codenaam “Urgent Fury” was in werkelijkheid al weken of maanden voorbereid. 1  

De suicidale ondergang van de revolutie is niet enkel te verklaren door de persoonlijke tegenstellingen tussen de protagonisten. Achteraf is Maurice Bishop voorgesteld als de “gematigde” tegen de radicaal Bernard Coard. In werkelijkheid was Bishop net als de anderen verantwoordelijk voor de successen en het falen van de revolutie. Hij verroerde geen vin toen persoonlijke vrienden van hem om ideologische redenen in de gevangenis terechtkwamen, hij stemde net als de anderen in met de onvoorwaardelijke pro-sovjet koers en al was hij geen ideologische scherpslijper, hij verzette zich pas laat – té laat – tegen de Marxistisch-Leninistische ultra’s.

Bishop was in de ogen van de volksmassa’s (voor zover je daarover kan spreken in de context van een eiland met 100000 inwoners) de onvoorwaardelijke held. De vrees van de radicalen dat de revolutie zou ontsporen tot een populistisch éénmansregime was niet helemaal onterecht. Bishop van zijn kant was er zich van bewust dat de “voorhoede” zover vooruit liep dat de troepen – de meerderheid van de bevolking – niet meer volgden. Het was – zo schrijft Lewis – op miniatuurschaal een herhaling van het debat aan het begin van vorige eeuw tussen Lenin en de Duitse revolutionaire Rosa Luxemburg. Voor Luxemburg was de voornaamste rol in de revolutie weggelegd voor de rebellerende massa’s, Lenin gaf prioriteit aan de gedisciplineerde communistische partij als revolutionaire voorhoede. We weten intussen waartoe dat heeft geleid.  

Nu, dertig jaar later is Grenada, net als de rest van de Amerikaanse achtertuin in het Caraïbisch bassin, weer veilig teruggekeerd tot de ware schaapstal van het ongebreidelde kapitalisme met een vleugje neo-liberalisme. Elk jaar wordt de Amerikaanse invasie op 25 oktober herdacht als “Thanksgiving Day.” De invasie was naakte agressie maar dat de meerderheid van de bevolking de Amerikanen als bevrijders verwelkomden lijdt nauwelijks twijfel: de revolutie was ontaard in een gangsterregime onder leiding van een tot generaal gepromoveerde voormalige gevangenisbewaarder. De “gematigde” Maurice Bishop is in de Amerikaanse mythologie van het gebeuren na zijn dood nagenoeg heilig verklaard. De internationale luchthaven werd in 2009 tot Maurice Bishop International Airport herdoopt.

Wie nu door het eiland reist ziet geen abjecte armoede, al blijven de problemen van dertig jaar geleden onopgelost. Bijna alle Grenadezen hebben op het platteland een stukje vruchtbare grond die genoeg opbrengt om te overleven maar voor velen is emigratie is nog altijd de enige uitweg. Vrucht van de revolutie of niet: het onderwijs is op behoorlijk niveau en in St George ‘s en Grenville – de tweede stad – lopen de straten vol jongens en meisjes in hun aandoenlijke Britse schooluniform.

De orkaan Ivan heeft in 2004 de economie rake klappen toebedeeld en de muskaatnootproductie, tot dan het voornaamste exportproduct, bijna totaal vernield. Toerisme is nu de belangrijkste bron van inkomsten met watersport voorop. Het eiland is een magneet voor zeilers, met goed opgeleide technici in enkele moderne scheepswerven en marina’s. Veiligheid is hier in tegenstelling tot veel andere eilanden nauwelijks een probleem.

_DSC0022

Grenada Marine – één van het half dozijn jachthavens en scheepswerven op het eiland


_DSC0020

“Greene,” één van de uitstekende boottechnici

_DSC0055

Traditionele visserij is voor veel Grenadezen een manier om te overleven

Was de revolutie op Grenada een interludium in de koloniale en neokoloniale geschiedenis van het Caraïbisch gebied of heeft ze ondanks alles een blijvende betekenis? De revolutionaire periode was te kort om blijvende sporen na te laten. Revolutie in een land met de bevolking van een kleine Amerikaanse provinciestad met een achterlijke economie en infrastructuur was wellicht van meet af aan tot mislukken gedoemd. Daarom is de blijvende betekenis van de Grenadese revolutie volgens auteur Lewis hooguit van symbolische aard: de heroïsche strijd van een David tegen een oppermachtige Goliath, te vergelijken met de slavenopstand die op Haïti tot de eerste zwarte republiek ter wereld leidde, of de Filipijnse revolte die aan het begin van vorige eeuw het land bevrijdde van de Amerikaanse kolonisator. De Grenadese David daarentegen leed een pijnlijke nederlaag.

Johan Depoortere

  “Grenada, The Jewel Despoiled” Gordon K. Lewis   1986 Johns Hopkins University Press

November 17, 2013 at 4:02 pm Leave a comment

NEDERLAND, DE ANTILLEN EN DE AMERIKAANSE REVOLUTIE

We liggen afgemeerd in Rodney Bay op het Caraïbische eiland Saint Lucia, onderdeel van de Kleine Antillen. Rodney Bay is een megajachtcentrum met een enorme marina, winkelcentra en alle mogelijke faciliteiten. De baai en de marina zijn genaamd naar de Britse admiraal  George Brydges Rodney (1718-1792), een naam die bij de meeste yachties die hier aanmeren waarschijnlijk nauwelijks een  belletje zal doen rinkelen. Toch was Rodney een sleutelfiguur in de gebeurtenissen van eind 18e eeuw die zouden leiden tot het ontstaan van een nieuwe wereldmacht: de Verenigde Staten van Amerika. Hoofdrolspelers in dat drama waren behalve het Britse Imperium en de opstandige Amerikaanse kolonies ook de Republiek van de Nederlanden, die niet lang daarvóór zelf hun onafhankelijkheid van Spanje in een tachtig jaar durende oorlog hadden bevochten. Goeddeels vergeten is dat ook de nu onbeduidende eilanden van de Caraïben (toen West Indies of de Antillen genoemd) een sleutelrol speelden: nu eens als buit in de Europese oorlogen tussen Frankrijk, Spanje, Engeland en Nederland, dan weer als pasmunt in de vele verdragen die geen einde maakten aan de oorlogen maar slechts als pauzeknop fungeerden in een nooit aflatend conflict om macht, grondgebied en rijkdom.

300px-Andrew_Doria_NH_85510-KN

De Andrew Doria voor anker in de haven van St Eustatius

De eerste schoten in de Amerikaanse Revolutie vielen op 19 april 1775 in Concord bij Boston. Een jaar later, na Amerikaanse en Britse overwinningen was de strijd op het terrein onbeslist. De Amerikaanse rebellen onder leiding van George Washington controleerden Boston en New Jersey, de Britten waren heer en meester in New York. Op 16 november van dat jaar zeilde de Andrew Doria de haven van het kleine Nederlandse eiland St Eustatius binnen. Hoog in de mast van de Doria wapperde de vlag met de rood-witte strepen – de sterren zouden later volgen –  van het Continentaal Congres dat de onafhankelijkheid had uitgeroepen van de 13 kolonies, de Verenigde Staten in embryonale vorm.  Zoals de toen gangbare maritieme etiquette het eiste vuurde de Doria bij het binnenvaren 13 saluutschoten af. De commandant van Fort Oranje op Sint Eustatius twijfelde of hij het saluut zou beantwoorden. Dat zou immers erkenning betekenen van de vlag en van de onafhankelijkheid van de Amerikaanse kolonies. Gouverneur Johan de Graaff nam alle twijfel weg en gaf de commandant het bevel het saluut te beantwoorden met 11 schoten. Dat gebaar zou de geschiedenis ingaan als “Het Eerste Saluut” en de eerste erkenning van de Amerikaanse onafhankelijkheid door een Europese mogendheid.

De Britten zagen het eerste saluut als een regelrechte provocatie. De spanning tussen Engeland en de Nederlandse Republiek liep al een hele tijd hoog op. Oorlogen wisselden af met perioden van wankele vrede. Beide zeemachten betwistten elkaar de heerschappij op de oceanen en de winstgevende handel met de kolonies in de West Indies, waar fabelachtige fortuinen te verdienen waren met suiker, specerijen en slavenhandel.  De rebellie van de Amerikaanse kolonies tegen het Britse moederland dreef de spanning tussen de twee rivalen ten top. De opkomst van een nieuwe natie, niet langer gehinderd door de Britse exportbeperkingen, deed de Hollandse handelsklasse dromen van nieuwe schitterende horizonten. De Amerikaanse kolonies leverden al tabak, indigo, rijst, koffie en rum. De Nederlanders exporteerden textiel uit Haarlem en Leiden en genever uit Schiedam – en ze verdienden grof aan het transport van slaven uit Afrika.

351px-Sint_Eustatius_in_its_region.svg

St Eustatius in de “Kleine Antillen”

Het eiland St Eustatius, vermaard om zijn rijkdom en bijgenaamd De Gouden Rots,  was de draaischijf voor die florerende handel. De oorlog tussen de kolonies en de Britse kroon zorgde voor nieuwe inkomsten uit de wapenhandel. Vrijwel alle wapens en munitie die de Amerikaanse rebellen konden bemachtigen passeerden via het Nederlandse eiland, waar de heersende klasse – niet te verwonderen – grote sympathie koesterde voor de Amerikaanse onafhankelijkheid. Gouverneur Johan de Graaff was zelf een rijke planter en handelaar die fortuinen verdiende in de handel met Amerika. Zijn beslissing om de Andrew Doria met kanonschoten te verwelkomen en daarmee de Britten te provoceren was allesbehalve toeval.

Rodney

Sir George Brydges Rodney

De Britten reageerden furieus op het saluut en de officieuze Nederlandse erkenning van de Amerikaanse onafhankelijkheid. Er volgden diplomatieke incidenten en schermutselingen op zee. Toch zou het nog vier jaar duren eer het tot een open oorlog kwam – de Vierde Nederlands-Engelse Oorlog. Toen besloot de Britse regering de Nederlanders op St Eustatius een lesje te leren dat ze niet gauw zouden vergeten. Als bevelhebber voor de strafexpeditie koos de Admiralty de gepekelde zeeman George Bridges Rodney, op dat moment gouverneur van Barbados en admiraal van de vloot die de Caraïbische zee patrouilleerde om de scheepsladingen voor Amerika te onderscheppen. Rodney, die op twaalfjarige leeftijd zijn zeemanscarrière was begonnen had toen al zijn strepen verdiend in de vijandelijkheden tegen de Nederlanders. Hij ging gretig in op het bevel uit Londen: de admiraal was gebeten op de Hollanders en verovering en plundering van het rijke St Eustatius hield ook voor hem persoonlijk overvloedige buit in het vooruitzicht. Die had hij hard nodig om zijn vele gokschulden af te betalen en zijn campagne voor het parlement te financieren. Hoewel hij het grootste deel van de tijd op zee doorbracht vertegenwoordigde  Rodney namelijk ook zijn kiesdistrict van Northhampton in het Londense parlement.

455px-Johannes_de_Graeff

Gouverneur Johan de Graaff

Op 3 februari 1781, iets meer dan vier jaar na het Eerste Saluut verscheen Rodney met zijn vloot in de haven onder fort Oranje op St Eustatius. De kanonnen van het fort waren machteloos tegen de verrassingsaanval van de Britten die in geen tijd aan het plunderen, moorden en verkrachten waren geslagen. Rodney kon beslag leggen op tonnen waardevolle goederen als tabak, suiker en rijst en grote hoeveelheden wapens en munitie, bestemd voor de rebellen. Behalve de vijandelijke schepen in de haven liet Rodney een buit ter waarde van tenminste drie miljoen pond – een fabelachtige som in die tijd – naar Londen sturen. Gouverneur de Graaff ging mee als krijgsgevangene, al gebeurde dat in de stijl die een patriciër toekwam: hij mocht zijn persoonlijke bezittingen en zijn huispersoneel meenemen. De Joden van St Eustatius werden met minder consideratie behandeld: zij kregen één dag tijd om te vertrekken met achterlating van familie en alle goederen. Helaas voor Rodney vielen de schepen met de rijke buit vóór de Engelse kust in handen van de Fransen en ook later zou hij weinig plezier beleven aan zijn plundertocht. De rest van zijn leven werd hij achtervolgd door rechtszaken aangespannen door de Britse handelslui op St Eustatius die alles verloren hadden en Rodney ervan beschuldigden niet de Britse kroon maar zichzelf te hebben verrijkt.

DSC_0052ed-001

Statia vandaag: olietankers in plaats van “ships of the line”

DSC_0023

Fort Oranje op Statia (St Eustatius)

Dat de Nederlanders militair niet bij machte waren hun rijke bezittingen in de Caraïben te verdedigen kan verbazing wekken. Veel heeft te maken met de politieke verdeeldheid in de Republiek. De pro-Amerikaanse Hollandse handelaarsklasse kreeg flinke tegenwind van andere provincies die. daarin gesteund door de Stadhouder en de Oranjepartij, veeleer Engelsgezind waren en meer te vrezen hadden van een mogelijke Franse inval over land. De politieke besluitvorming werd bovendien erg belemmerd door een ingewikkeld bestuurssysteem waarin de macht zorgvuldig werd verdeeld tussen de Provinciale Staten, de stadhouder en de Staten-Generaal. Dat alles maakte dat naar het einde van de 18e eeuw de eerder zo gevreesde Nederlandse maritieme mogendheid militair vrijwel niets meer te betekenen had.

250px-Chesapeakelandsat

Chesapeake Bay

Voor de Amerikaanse rebellen was de val van St Eustatius een zware klap, die op geen slechter moment had kunnen vallen. De rebellen waren zwaar in het defensief gedreven door de Britse herovering van de Zuidelijke staten en het verlies van New York. Het leger van George Washington dreigde te desintegreren door deserties en muiterij in de hand gewerkt door de honger en kou van de strenge winter van de Amerikaanse oostkust. Maar in Washington’s donkerste uur was de redding nabij in de vorm van een Franse vloot onder leiding van de legendarische François de Grasse die de Britse vloot in de Chesapeake Bay versloeg en daarmee de val dichtklapte waarin het Briste leger van Cornwallis zich had gemaneuvreerd. Na een heroïsche mars van 800 kilometer omsingelde Washington met zijn troepen het stadje York (Nu Yorktown) in Virginia waar de Britten zich hadden verschanst. Zonder steun van de vloot waren die kansloos tegen het Amerikaans-Franse leger dat door de overwinning bij York de weg vrijmaakte voor de Amerikaanse onafhankelijkheid.

Hoe de Grasse vrijwel ongehinderd door de Britse vijandelijke vloot de Amerikaanse kust kon bereiken is een vraag die historici tot vandaag bezig houdt. Rodney die als opdracht had de Grasse tegen te houden liet hem onbegrijpelijk door de mazen glippen. De Britse admiraal was nog druk bezig met het inventariseren en verschepen van zijn buit op St Eustatius en werd bovendien geplaagd door ernstige prostaatproblemen en jicht. Hij liet het aan zijn luitenant, admiraal Sir Samuel Hood over om de vloot van de Grasse vóór de kusten van Martinique te onderscheppen. Maar de Fransen konden de Britse linies verschalken en veilig de haven van Port Royal (nu Fort de France) bereiken nadat ze de vloot van Hood zware schade hadden toegebracht. Rodney zelf hield intussen zijn schepen op Barbados en liet om onduidelijke redenen na de Grasse te achtervolgen toen die vanuit Martinique koers zette naar Amerika. Wie weet hoe het verloop van de geschiedenis er had uitgezien als hij dat wel had gedaan.

February 1, 2013 at 8:51 pm 2 comments

GRENADA DERTIG JAAR LATER

In 1983, bijna  dertig jaar geleden, stuurde de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan een troepenmacht naar het Caraïbische eiland Grenada. Het eiland was in crisis na de moord op de revolutionaire leider Maurice Bishop. De militaire invasie was een groot succes: de Amerikaanse troepen behaalden een schitterende overwinning op het 1500 man tellende Grenadese leger  en het communistische gevaar was bezworen. Bijna dertig jaar later is Grenada weer een Caraïbisch eiland als de andere: met torenhoge werkloosheid, armoede en uitzichtloosheid.

_62889137_grenada_maurice_bishop_bbc

Maurice Bishop

Henry, de taxichauffeur die ons in minder dan een dag het hele eiland rondrijdt was tien toen Bishop werd vermoord. Hij herinnert zich nog de protestmanifestaties van vooral jongeren en de chaos kort vóór de Amerikaanse invasie. Henry vertelt met tegenzin over de revolutionaire periode: “Het is allemaal zo lang geleden,” maar hij herinnert zich wel dat zijn familie achter Bishop en zijn New Jewel Movement stond. Er is weinig op Grenada dat nog aan de revolutie van de jaren 70 en 80 herinnnert. Een zeldzame keer zie je een foto van Bishop op een muur geschilderd, soms paradoxaal genoeg in het gezelschap van Eric Gairy, zijn aartsvijand die hij met een staatsgreep ten val bracht.De nationale luchthaven heet nu Maurice Bishop International Airport en de weg ernaar toe de Maurice Bishop Highway.

Die luchthaven was één van de grote projecten van Bishop, die toeristen naar het eiland wou halen. Hij werd gebouwd door Cubaanse technici en met Cubaanse steun en was daarom een steen des aanstoots voor de Amerikaanse regering. Reagan beweerde dat de landingsbaan moest dienen om Cubaanse of Russische troepen en tanks aan te voeren en op die manier het hele Caraïbische gebied in handen te krijgen. Amerika werd bedreigd door een landje met minder dan 100000 inwoners!

eric_gairy

Eric Gairy was geobsedeerd door UFO’s en voerde gesprekken met buitenaardse wezens

Grenada werd in 1974 onafhankelijk van Groot-Brittannië en kreeg in de plaats van het koloniale bewind meteen een corrupte en dictatoriale heerser: Eric Gairy, een  nachtclubbaas die gesprekken voerde met buitenaardse wezens en occulte praktijken beoefende. Giary was niet van oppositie en dissidenten gediend en hield er daarom een privémilitie op na: de Mongoose Gang, die gelijkenissen vertoonde met de beruchte Tontons Macoutes in het Haïti van de Duvaliers. In één van de demonstraties tegen Gairy werd Bishop’s vader doodgeschoten, waarschijnlijk door een lid van de gangl. Gairy kon het overigens uitstekend vinden met de Chileense dictator Pinochet.

bishop castro

Maurice Bishop en Fidel Castro

Maurice Bishop was een briljante student die in Londen zijn diploma van barrister haalde en daarna als advocaat op Grenada de kleine man verdedigde. Daarnaast werd hij een welbespraakte en populaire politieke activist.  New Jewel Movement heette de partij die zich verzette tegen Gairy en streefde naar echte onafhankelijkheid.  Het was eind jaren zestig, begin jaren zeventig en Bishop sloot aan bij de heersende ideologie van de dekolonisatie en antiracisme in wat tot voor kort Westerse kolonies waren. Black Power, Malcolm X, het “Afrikaanse socialisme”van Julius Nyerere in Tanzania, de bevrijdingsideologie van Frantz Fanon en de Algerijnse bevrijdingsstrijd en pas later ook de Cubaanse revolutie van Fidel Castro, het maakte allemaal deel uit van de inspiratie van Bishop en zijn tijdgenoten.

Eric Gairy was in 1979 voor een zitting van de Verenigde Naties in New York  – waar hij over zijn buitenaardse ervaringen sprak – toen Bishop met een groep medestanders de macht greep. Het revolutionaire bewind onder Bishop zwoer bij een soort basisdemocratie naar Cubaanse model, maar andere politieke partijen werden verboden, de pers werd aan banden gelegd en er volgden willekeurige arrestaties en gevangenneming zonder vorm van proces. Jongeren werden gedwongen gerecruteerd voor de “revolutionaire strijdkrachten.” Bishop nationaliseerde de grond maar liet voor de rest privé-eigendom grotendeels ongemoeid en zag in het opkomende toerisme toekomst voor het eiland dat tot dan toe vooral leefde van de opbrengst van één produkt: muskaatnoot.

Binnnen de eenheidspartij groeide intussen de oppositie tegen de gematigde koers van Maurice Bishop. Vier jaar na de revolutie greep een groep onder leiding van Bishops jeugdvriend Bernard Coard de macht. Bishop werd onder huisarrest geplaatst. Het precieze verloop van de gebeurtenissen die daarop volgden blijft ook nu nog gedeeltelijk in het duister gehuld. Jongeren en aanhangers van Bishop kwamen massaal op straat en slaagden er ook in hun leider te bevrijden.

Op deze plek werden Maurice Bishop en vijftien anderen doodgeschoten

Op deze plek werden Maurice Bishop en vijftien anderen doodgeschoten

_DSC0050

Een verweerde gedenkplaat herinnert aan de tragische gebeurtenissen van oktober 83

Om onduidelijke redenen trok Bishop toen met een aantal topfiguren die samen met hem aan de dijk waren gezet naar het 18e eeuwse fort Rupert, het hol van de leeuw. Daar wachtte hen opnieuw gevangenneming door de militairen die zich achter Coard hadden geschaard en die Bishop en 15 van zijn medestanders vrijwel onmiddellijk standrechterlijk executeerden.

Het eiland was ten prooi aan chaos, reden genoeg vond Reagan om in te grijpen en schoon schip te maken met – na Cuba – een tweede communistische buur in Amerika’s achtertuin. Een expeditiemacht van 7000 marines en Rapid Deployment Forces viel op 25  oktober 1983 Grenada binnen.  Nominale steun van de Caraïbische buurlanden Jamaica en Barbados maakte van de invasie een “internationale inventie.”  De invasie onder de codenaam Operation Urgent Fury kwam er officieel op verzoek van de Organisation of Eastern Caribbean Countries. De New York Times kon aantonen dat de tekst van het “verzoek” in Washington was opgesteld. Directe aanleiding was voor Reagan de aanwezigheid van een aantal Amerikaanse studenten aan de medische faculteit van St George’s die zogenaamd gegijzeld werden en in levensgevaar verkeerden. Hoewel de studenten lieten weten dat ze veilig waren en niet vreesden voor hun leven werd de mythe zorgvuldig in stand gehouden. Dat was des te gemakkelijker omdat de internationale pers tijdens de gebeurtenissen van het eiland werd geweerd.

_62889132_grenada_us_prisoners2_apDe militaire operatie kostte aan  160 Grenadezen en 19 Amerikanen het leven. Het contingent vermeende “Cubaanse militaire adviseurs” dat op het ogenblik van de invasie op het eiland aanwezig was bestond uit 700 man, volgens Bob Woodward bijna allen geaccrediteerde diplomaten en hun familie. De Cubanen hadden bevel gekregen niet aan de strijd deel te nemen. Toch kwamen  25 van hen om. Operation Urgent Fury was in hoge mate geïmproviseerd en amateuristisch voorbereid. De meeste Amerikaanse doden vielen ten gevolge van een bombardament van hun eigen luchtmacht die verondersteld werd de grondtroepen te ondersteunen. De invasietroepen moesten zich oriënteren met landkaarten voor toeristen en de communicatie  was desastreus. Het verhaal gaat dat de Amerikaanse opperbevelhebber, vice-admiraal Joseph Metcalf III, in een restaurant in de hoofdstad St George’s de telefoon opeiste om met het Pentagon te bellen.

Het blijft de vraag waarom Reagan het nodig vond een onbetekenend eiland in de Caraïben met militair geweld binnen te vallen. De Koude Oorlog verklaart voor een deel de heersende paranoia. Operatie Urgent Fury was de eerste buitenlandse militaire operatie van de VS sinds het einde van de oorlog in Vietnam. Na dat debacle hadden de Amerikanen behoefte aan een overwinning – al was het dan de overwinning van de olifant op de mug. Een andere gebeurtenis kort óór de inval in Grenada kan een deel van de verklaring vormen. Zes dagen eerder waren bij een zelfmoordaanslag tegen de Amerikaanse troepenmacht in Beiroet 299 Amerikaanse militairen omgekomen – de ultieme vernedering van de supermacht. Maar bovenal was de bedoeling van de invasie duidelijk te maken wie de baas is in het Caraïbisch gebied. Tegen een correspondent van de New York Times zei een hoge Amerikaanse ambtenaar dat het bedoeling was aan te tonen dat Amerika na Vietnam nog steeds een machtige natie was: “What good are manoeuvres and shows of force, if you never use it?”

Na de Amerikaanse “overwinning” verdween Grenada uit het internationale nieuws en dat is tot vandaag niet anders.

coard

Bernard Coard bij zijn vrijlating in 2009

De leiders van de coup tegen Bishop en de verantwoordelijken voor zijn executie en die van zijn medestanders kregen de doodstraf, maar die werd later omgezet in levenslang. Ze zijn intussen vrijgelaten. De luchthaven, onder Bishop begonnen, werd afgewerkt met Europese steun. Toeristen stroomden toe en sterrenwichelaar Gairy kwam terug, maar kon via verkiezingen de macht niet meer heroveren. Een deel van de bevolking juichte de Amerikaanse invasie toe, de meesten waren vooral opgelucht dat er een einde kwam aan een woelige periode. De politieke erfgenamen van Bishop kregen in opeenvolgende verkiezingen daarna geen voet aan de grond en zijn vandaag van het politieke toneel verdwenen. Grenada werd een off-shore paradijsje voor banken, witwasserij van zwart geld en belastingontduiking. De Wall Street Journal schreef: “St. George’s has become the Casablanca of the Caribbean, a fast-growing haven for money laundering, tax evasion and assorted financial fraud…”

De schade veroorzaakt door orkaan Ivan is nog steeds niet hersteld.

De schade veroorzaakt door orkaan Ivan is nog steeds niet hersteld.

_DSC0057

Een nog grotere ramp bezocht het eiland in 2004 toen de orkaan Ivan voor miljoenen schade aanrichtte en vooral de muskaatnootplantages vernietigde. 90% van de bomen gingen verloren en daarmee ook de voornaamste bron van inkomsten. Toerisme is gedeeltelijk in de plaats gekomen, maar is voor de boeren die van de muskaatnoot leefden geen alternatief. Hun zonen en dochters werken in de resorts en de marina’s die de laatste jaren steeds populairder worden bij Amerikaanse en Europese bezoekers: yachties en andere vakantiegangers die de noordelijke winter ontvluchten. Ook de security business kent een gestage opkomst. Maar de werkloosheid – officieel 25% – is enorm en voor veel jongeren zit er niets anders op dan hun heil te zoeken in emigratie naar de VS of Groot-Brittannië. Hier en daar zie je luxueuze villa’s met af en toe een Hummer of een andere peperdure SUV voor de deur: “Grenadezen die het gemaakt hebben in het buitenland. Op het eiland rijk worden is uitgesloten!” zegt Victor, een buschauffeur, met een schaterlach.

Modern invaders

De nieuwe invasie van Grenada: cruiseschepen

Taferelen van stuitende armoede zie je niet op Grenada: geen krottenwijken, geen bedelaars op straat zoals in veel derde-wereldlanden (en in grote Amerikaanse steden). Huisvesting en verwarming zijn in dit klimaat niet echt een probleem  en ook de armsten komen niet van honger om omdat de natuur hier zo weelderig is. Bananen en tropisch fruit groeien aan de kant van de weg, er is vis uit de zee en bijna iedereen heeft wel een paar kippen of een geit lopen. In de supermarkten waar alleen buitenlanders en toeristen komen zie je bijna niets dan ingevoerde producten: sla en tomaten uit Californië, sinaasappelsap uit Florida, wasproducten en de meeste non food: allemaal made in the USA en peperduur. Het is de parallelle economie voor de buitenlanders en de bovenklasse. Gewone Grenadezen kopen in de stalletjes op straat of de boerenmarkt op vrijdag en zaterdag. Oh ja, de rum is plaatselijk en van uitstekende kwaliteit – maar ook de rietsuikerproductie is grotendeels met Ivan verdwenen en de meeste  rumproducenten voeren nu de melasse in uit Venezuela en Columbia.

Johan Depoortere

7 december 2012

December 7, 2012 at 3:38 pm 2 comments

Newer Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,581 other followers