Posts filed under ‘Centraal Amerika’

VAN A NAAR B OP CUBA

 Door de hervormingen van Raúl Castro kunnen de Cubanen sinds 2011 auto’s kopen en verkopen. Nieuwe, geïmporteerde Europese auto’s, komen nu mondjesmaat op de Cubaanse wegen maar zijn voor de meeste Cubanen onbetaalbaar. De Amerikaanse vintage cars uit de jaren vijftig blijven daardoor het straatbeeld beheersen. Cubanen zijn meesters in het improviseren en repareren is een nationale sport. Een Toyotamotor in een Belair 1956 – geen probleem. Ondanks de komst van Chinese redelijk moderne bussen blijft het openbaar vervoer in de meeste steden een nachtmerrie. De bussen –  „guagua” in het Cubaanse slang – zitten overvol en de meeste Cubanen verplaatsen zich van A naar B in „Camiones,” omgebouwde vrachtwagens. Maar ook paard en kar blijven populair en een fiets is een kostbaar bezit. Toeristen zijn dol op de fietstaxi, voor de Cubanen is het een alternatief voor de bus of de „camión.”
_DSC0135

Chevrolet Belair, met stip de populairste auto op Cuba

_DSC0078

Fietstransport

_DSC0402
_DSC0205

De fietstaxi: exotisch maar voor de taxifietser een loodzware karwei.

 

_DSC0490

De trotse bezitters van een Chinese fiets

_DSC0004

De “guagua” kost omgerekend een paar centen maar is een hele luxe in vergelijking met de “camión”

_DSC0425_DSC0422_DSC0413
_DSC0465

Repareren tot hij uit mekaar valt

_DSC0495
_DSC0475

Vervoer per paard op het platteland, maar ook in de stad

_DSC0551
_DSC0486

Trinidad

_DSC0481
Foto’s en tekst: Johan Depoortere

november 18, 2014 at 12:33 am Plaats een reactie

CUBA SÍ, CUBA NO

Cuba, het grootste eiland van de Caraïben, is omgeven door mythes en romantiek. Na meer dan een halve eeuw spreekt de Cubaanse revolutie nog steeds tot de verbeelding. De figuren van Fidel Castro en Che Guevara, de strijd van een David tegen de oppermachtige Goliath, de overwinning in de Varkensbaai, de onverzoenlijke vijanden van de revolutie in Miami: het is allemaal stof voor legende. De werkelijkheid op het eiland, het dagelijkse leven van de massa Cubanen is veel minder bekend en de realiteit wordt vaak door de legende vertroebeld. Na ruim vier jaar rondzwerven in het Caraïbisch gebied met onze zeilboot “Eventually” zijn we  – Mien en ik – dit jaar na onder meer Haïti en Jamaica (zie: De trek naar Het Zuiden) ook op Cuba aanbeland. Onze tocht leidde van Santiago in het Oosten tot Los Morros in de Westelijke provincie Pinar del Rio en van daar langs de Noordkust van het eiland tot Havana. We waren in Cuba als toeristen, maar de journalistieke kriebel kon ik toch niet helemaal onderdrukken. Vandaar dit verslag in woord en beeld over Cuba vandaag.

Johan Depoortere

 

_DSC0004

Bienvenidos a Cuba Socialista staat in reuzenletters op een muur te lezen bij het binnenvaren van de machtige baai van Cienfuegos. Maar de letters zijn vervaagd en het woord Cuba is nauwelijks nog te onderscheiden. Zoals de verf van de slogans zo lijkt ook het revolutionaire enthousiasme in het land van Che en Fidel met de tijd te zijn getaand. Guevara-kitsch alom, maar tegelijk ook overal tekenen van het sluipende kapitalisme dat deze Caraïbische revolutionaire voorpost lijkt te veroveren.

_DSC0093

De heilige Che Guevara op ansichtkaarten, petjes, vlaggen en muren

 

_DSC0033

Een kwart eeuw geleden kon Fidel Castro in een vlammende toespraak op het plein vóór de historische Moncadakazerne in Santiago de Cuba de massa’s nog tot staande en loeiende ovaties brengen. Het was 1988 en ik was met een cameraploeg in Cuba voor een Panoramareportage. In de Sovjetunie was het de tijd van Glasnost en Perestroika en de bedoeling was na te gaan hoe bondgenoot Cuba daarop zou reageren. Fidel maakte dat in zijn toespraak in Santiago zonneklaar: van die nieuwigheden lustten de Cubanen geen pap. Integendeel, de schroeven werden aangedraaid, de controle door de Communistische partij en de CDR, buurtcomités voor de Verdediging van de Revolutie, nog aangescherpt. Kortom het Cubaanse antwoord op Perestroika was Castroika, het spiegelbeeld van het Russische origineel.

De Cubanen betaalden een zware prijs voor de volharding in de leer. Voor de bevolking trad na het wegvallen van de royale steun van het Russische broedervolk een periode aan van tekorten en harde tijden in het algemeen. Vandaag denken de Cubanen met afgrijzen terug aan die tijd die toen “speciale periode” werd genoemd, een oorlogssituatie in vredestijd met drastische rantsoenering en rampzalige tekorten. “We maakten hamburgers van pompelmoesschillen, we maakten schoon met citroen-en sinaasappelzuur en we gebruikten het zwarte poeder uit batterijen voor makeup en haarverf,” vertelt een verpleegster aan Marc Frank*, een Amerikaanse journalist die al tientallen jaren in Cuba woont en zelf met een Cubaanse verpleegster is getrouwd. Voor de Cubanen in Miami leek het einde van het Castrotijdperk eindelijk aangebroken en de Amerikaanse regering onder Clinton bereidde actief het post-Castrotijdperk voor. Het Einde van het Einde van de Revolutie blokletterde The New York Times enigszins dubbelzinnig in 2006.Fotostream jun. 2014 - 01

_DSC0072

De affiches zijn verbleekt net als de revolutionaire idealen

 

_DSC0071

Het regime overleefde de zwaarste crisis sinds de machtsovername door Fidel in 1959 dank zij de deus ex machina uit Venezuela: Hugo Chavez, die olie leverde onder de marktprijs en daardoor gedeeltelijk het wegvallen van de sovjethulp compenseerde. Maar de revolutionaire idealen kwamen niet ongeschonden uit de crisis. Eerst werd de dollar als officieel betaalmiddel ingevoerd en het toerisme nam stilaan de plaats in van suiker als bron van deviezen. Met de buitenlandse toeristen kwamen prostitutie, winstbejag en ongelijkheid het eiland binnen. Toen werd de basis gelegd voor de dubbele economie zoals de Cubanen die vandaag kennen. Al gauw werd de dollar vervangen door de CUC, de convertibele peso voor de buitenlanders, maar ook de rijkere Cubaan. Daarnaast blijft de “moneda nacional” de peso voor de rest van de bevolking. Met de CUC – ongeveer ter waarde van 80 eurocent – kun je terecht in de luxueuze supermarkten (de vroegere “dollarwinkels”) waar vrijwel alle producten uit de kapitalistische wereld te koop zijn. Met de moneda nacional (ongeveer 4 eurocent) kun je basisproducten kopen in de treurige staatswinkels en op de alom tegenwoordige agromercado’s: de markten waar boeren nu hun producten rechtstreeks aan de consument kunnen verkopen. Een munt voor het kapitalisme en een munt voor het communisme. Werknemers worden betaald in peso, luxeproducten – vrijwel alles behalve de basisbenodigdheden – zijn alleen te koop met CUCs. “Economische Apartheid,” zoals critici van het regime het noemen of pragmatisme om te overleven.

_DSC0002

De markt in Cienfuegos

_DSC0360

Boerenmarkt in Santiago de Cuba

In tegenstelling tot wat we een kwarteeuw geleden – nog vóór de ineenstorting van de sovjetunie – in Cuba zagen is nu vrijwel alles te koop, al blijven de staatswinkels een troosteloze lege aanblik bieden. De boerenmarkten zijn goed voorzien van alle mogelijke verse groenten, fruit en vlees en Cubanen zijn uiterst bedreven in het bedenken van oplossingen om te vinden wat niet direct voorhanden is. In Santiago zochten we vergeefs naar eieren tot onze taxichauffeur een man met een karton eieren op straat zag lopen. Voor we het goed doorhadden waarom we stopten was onze chauffeur aan het onderhandelen over de prijs en werd de transactie afgesloten: een dozijn eieren voor een paar CUCs._DSC0371

Vandaag zijn de ergste materiële noden gelenigd maar de prijs is toegenomen ongelijkheid in de Cubaanse samenleving. In 88 was het Cubanen verboden de internationale hotels en supermarkten zelfs maar te betreden. Nu spenderen rijke Cubanen er dikke bundels CUCs aan luxeproducten als smartphones, Hollandse kaas, Ierse whisky en zelfs naast de lokale variant – het Amerikaanse embargo ten spijt – ook échte Coca-Cola. Het gevolg is dat iedereen aan CUCs probeert te komen – een vlucht uit de nationale munt. In Santiago de Cuba vonden we Osmar, een 35-jarige leraar lichamelijke opvoeding die de gelukkige eigenaar was van een veertig jaar oude Russische Moskvitsj. Osmar heeft zijn baan als leraar opgegeven en is nu taxichauffeur met officiële licentie. Hij bracht ons dagelijks met zijn gammele, maar betrouwbare Moskvitsj, van de marina naar het centrum van de stad, zo een twintig kilometer verder. We betaalden ongeveer tien CUC voor de rit: Osmar verdiende per dag een veelvoud van zijn vroegere maandloon als leraar.

_DSC0538

De staatswinkels bieden nog altijd dezelfde troosteloze aanblik. Dit is Marea del Portillo op het Cubaanse platteland.

 

_DSC0427

Staatswinkel in Trinidad

_DSC0565

Bevoorrading op het platteland

Cubanen hebben het nu ongetwijfeld veel beter dan 25 jaar geleden en onvergelijkbaar veel beter dan in de zogenaamde “speciale periode,” de crisis na de terugtrekking van de sovjets. Toch blijft het leven hard voor de meeste Cubanen, ondanks de vele voorzieningen, het gratis onderwijs en de voortreffelijke medische infrastructuur. Er is door het Amerikaanse embargo een tekort aan geneesmiddelen,ook al verkoopt Cuba patenten op geneesmiddelen in het buitenland. Sigrid, een Vlaamse solozeilster, moest met ernstige brandwonden in een ziekenhuis in Santiago worden opgenomen waar haar verwondingen bij gebrek aan geneesmiddelen met alcohol werden verzorgd. 

_DSC0630

Taxi!

_DSC0419

Openbaar vervoer (Santiago)

_DSC0475

_DSC0004

De bus: “Guagua” in het Cubaanse slang.

Het openbaar vervoer is nog steeds een ramp al zie je meer en meer Chinese bussen. Zo een overvolle bus waar een rit een paar cent kost is een hele luxe in vergelijking met de veel talrijker “camiones:” omgebouwde vrachtwagens waar passagiers in de laadbak worden gestouwd. Paard en kar zijn buiten Havana een vertrouwd beeld in de stad en op het platteland. Fietstaxis zijn overal populair ook in de hoofdstad en de Amerikaanse vintage cars uit de jaren zestig zijn een speciale attractie voor de toeristen. Ook hier weer een dubbele economie: officieel erkende taxis en particulieren die legaal of – meestal – illegaal een graantje proberen mee te pikken van de toeristische bonanza. Toen de politie ons in een illegale taxi (een rode Buick 1956!) tegenhield betaalde de chauffeur zonder verpinken de boete van 120 CUC (100 Euro) en reed fluitend verder.

_DSC0003

Fietstaxi in Havana

 

_DSC0581

Trinidad

_DSC0055

Havana: armoede en verval springen in het oog

_DSC0573

Ook het kleinste dorp heeft een school.

Licht en schaduw. De revolutionaire overheid zorgt voor de burgers, niemand lijdt honger of is dakloos. Onderwijs is gratis van kleuterklas tot universiteit. Op het eiland Granma bij Santiago zien we overal nieuwe daken op de bescheiden woningen. Daar heeft de overheid kosteloos voor gezorgd na de verwoestende doortocht van de orkaan Sandy in 2012. Een bejaarde alleenstaande man die zijn huis verloor woont sinds die tijd in de polikliniek van het dorp in afwachting van een nieuwe woning. Een zwaar gehandicapte man neemt ons mee in zijn fietstaxi in Cienfuegos. Dank zij de gratis openbare gezondheidszorg heeft hij na een ongelukkige zware val maandenlang kunnen revalideren. Nu kan hij weer, zij het met moeite, lopen maar hij ziet zich verplicht om zich voor een schamel inkomen in de tropische hitte met de fietstaxi af te beulen. 

Santiago Selectie - 2439

Santiago

Cuba heeft een alfabetiseringsgraad van 99,8% en met 78,3 jaar is de gemiddelde levensverwachting hoger dan die van de Verenigde Staten en de kindersterfte lager. Vergelijk dat met Haïti waar een man gemiddeld 59 jaar oud wordt, een vrouw 63 en waar op 1000 geboorten 80 kinderen niet de leeftijd van vijf jaar bereiken – in Cuba sterven 7 kinderen op 1000 vóór die leeftijd. Toch is klagen een nationale sport in Cuba. “Hier is geen vrijheid,” zucht een fietstaxirijder in Cienfuegos, zonder op details in te gaan. Een jongeman in Santiago zou graag emigreren maar kan niet, niet omdat het niet mag blijkt als we doorvragen, maar omdat hij geen visa krijgt van de landen waar hij naartoe wil: Ecuador of de Verenigde Staten. 

_DSC0164

Elisa en (onder) haar familie in Cienfuegos

In Cienfuegos ontmoeten we een bejaarde pianolerares met haar dochter en kleindochters op een zondagmiddagwandeling. Elisa – niet haar echte naam – klaagt dat het “vroeger” allemaal zoveel beter was. Bedoelt ze dan vóór de Revolutie? “Nee zeker niet,” haast ze zich te verduidelijken,“maar vóór de ‘speciale periode,” vóór de dramatische jaren 90 dus, toen de Russen de Cubaanse economie kunstmatig overeind hielden. Zoals veel Cubaanse families weet die van Elisa een zekere levensstandaard aan te houden dank zij hulp van familieleden in het buitenland. Haar zoon is muzikant in een orkest op een Canadese Cruiselijn en stuurt geregeld geld naar het eiland. Anna, de vijftienjarige kleindochter heeft zoals veel van haar leeftijdgenoten de smartphone binnen handbereik. Een luxe die ze zich nauwelijks zou kunnen veroorloven met het salaris van haar moeder die econome is in een staatsbedrijf en maandelijks 17 dollar in het huishoudelijk budget binnenbrengt. 

_DSC0167

Dubbele economie, dubbele moraal. Cubaanse vrouwen maken de buitenlandse man duidelijk dat ze beschikbaar zijn, moeders prijzen half grappend, half ernstig hun dochter aan. Een buitenlandse man of minnaar is een bron van deviezen en die zijn nodig voor luxeproducten als zeep, shampoo, schoenen. Het is allemaal te krijgen, als je maar CUCs hebt, convertibele pesos. En dus is de jacht op de toerist en zijn CUCs open. Sinds de kapitalistische koerswending is samen met de opkomst van privé-restaurants en kamerverhuur het fenomeen van de jinotero en jinotera explosief toegenomen. De jinotero (van het Spaanse woord voor jockey) of zijn vrouwelijke evenknie is de man of vrouw die je op straat aanklampt om zijn of haar diensten aan te bieden. Het gaat niet noodzakelijk – in het geval van de mannen meestal niet – om seks, maar de bedoeling is in de meeste gevallen om je mee te tronen naar een café of restaurant of een kamer in een B&B aan te bevelen. De klant betaalt dan iets meer en de jinotero/jinotera strijkt het verschil op. De al of niet officiële horeca is overigens een reusachtige bron van inkomsten voor individuele Cubanen en voor de staat. In toeristische steden als Santiago, Trinidad, Cienfuegos en Havana is er geen straat zonder tientallen paladares (restaurant in een particulier woonhuis) of arienda divisas (Bed and Breakfast) met een grote keus van luxueus tot zeer eenvoudig – nogmaals soms legaal, soms illegaal.

_DSC0512De Cubanen zijn zonder meer het vriendelijkste volk ter wereld. Tientallen boeken en reisverhalen vertellen sinds Columbus tot nu wat wij zelf ook ervaren hebben: de warmte en de gastvrijheid die je op het eiland aantreft vind je nergens anders. “Het mooiste eiland dat mensenogen ooit aanschouwd hebben,“ schreef Columbus. Met een bevolking die een sfeer van spontane goedmoedigheid uitstraalt wars van elke agressiviteit – ook dat is een reusachtig verschil met Haïti. Je komt in een godvergeten dorp en de mensen bieden je koffie aan of een borrel añejo – Cubaanse rum. Vissers die we onderweg op zee tegenkwamen “verkochten” kreeft en vis voor een Canvaspetje of een oude T-shirt, geld interesseert ze nauwelijks. Dat neemt niet weg dat de jinoteros – vooral in Havana – knap lastig kunnen worden al reageren ze meestal met de glimlach en Caraïbische zorgeloosheid als ze worden afgewezen. Decennia tekorten hebben van de Cubanen meesters in het overleven gemaakt. Wie geen convertibele peso’s kan bemachtigen zoekt bij de toerist op straat wat hij niet in de winkel vindt. Deuren – en harten – gaan open voor een flesje shampoo of parfum, voor ballpoints en afgedragen schoenen.

_DSC0262

Weekend in Cienfuegos

_DSC0268_DSC0287Cuba is in volle transformatie. De generatie die de tijd van vóór de revolutie heeft meegemaakt is aan het verdwijnen. Jongeren hebben de revolutionaire idealen verwisseld voor games, smartphones, alcohol en rock ’n roll. Raúl Castro heeft de deur op een kier gezet voor internet (nu nog strikt gecontroleerd door de staat) en een dosis vrije markt en kapitalisme. Het gevolg is een hybride economie en een samenleving met grote verschillen in welvaart, met nieuwe rijken en relatieve armoede. De essentie van de Revolutie lijkt nog overeind maar de kapitalistische geest is uit de fles en niemand durft te voorspellen wat er zal gebeuren als de gebroeders Castro definitief van het toneel verdwijnen.

Johan Depoortere

* Marc Frank

CUBAN REVELATIONS

Behind the Scenes in Havana

University Press of Florida , 2013

juni 21, 2014 at 3:49 pm 1 reactie

NEDERLAND’S BITTERE ERFENIS

Door Johan Depoortere

Een land dat zichzelf opheft, vroegere kolonies die vrijwillig in de schoot van het moederland terugkeren, eilanden die bedanken voor de aangeboden onafhankelijkheid, een moederland dat zijn koloniën liever kwijt dan rijk is: de postkoloniale geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden verloopt via kronkelige en doornige paden. Nederland is de enige koloniale mogendheid die zijn koloniën “wingewesten” heeft genoemd. Dat ging voor Oost-Indië prachtig op. Maar op de eilanden in de Caraïbische Zee hebben de handelaren uit het noorden zich long term vies verkeken. Het moet voor de Nederlandse bewindslieden nu een akelige situatie zijn: je kunt die roteilanden eenvoudig niet meer kwijt.1 Het citaat van schrijver en oud-secretaris van het eilandgebied Curaçao, Boeli van Leeuwen (overleden in 2007,) geeft perfect de bittere koloniale erfenis weer waarmee Nederland zit opgescheept.

boelie_119034a

Boeli van Leeuwen: “Nederland raakt die roteilanden niet meer kwijt”

Sinds 2010 zijn de relaties tussen Nederland en de voormalige koloniën na jarenlange onderhandelingen bijgesteld: het piepkleine Saba (1600 inwoners) is samen met Sint Eustatius (Statia) en Bonaire een “openbaar lichaam” geworden, een “bijzondere Nederlandse gemeente.” Curaçao en Sint Maarten zijn zelfstandige landen binnen het koninkrijk, Aruba was dat al sinds 1986. Maar de nieuwe staatsinrichting heeft niet echt rust gebracht in de gespannen relatie tussen het moederland en de voormalige kolonies . De publieke opinie op alle eilanden is sterk verdeeld. Vooral op Bonaire (zie: Bonaire, De Rot in het Paradijs) maar ook op Saba en Sint Eustatius is de onvrede groot. (Sint Eustatius is het enige eiland dat zich in een referendum tégen de nieuwe structuur heeft uitgesproken.) Op Curaçao stemt een kleine helft van de bevolking op partijen die voor onafhankelijkheid pleiten. En ook in Nederland zelf zijn de eilanden zacht uitgedrukt niet echt geliefd, behalve dan als toeristische bestemming en belastingparadijs voor bemiddelde landgenoten.image007

Het nieuwe statuut houdt tal van contradicties in. De inwoners van Bonaire, Statia en Saba hebben weliswaar dezelfde plichten als die van een Nederlandse gemeente, maar niet dezelfde rechten. Op de grotere eilanden, het bovenwindse Sint Maarten en de benedenwindse Curaçao en Aruba blijft Nederland een vinger in de pap houden op gebieden als justitie, buitenlandse zaken, financiën en behoorlijk bestuur – “bestuurlijke integriteit” zoals het in het officiële jargon heet. Aan dat laatste schort nogal wat zoals verder mag blijken, maar voor grote delen van de eilandensamenleving is de Nederlandse bemoeienis een vorm van schoonmoederen die waar het kan in stilte wordt tegengewerkt. Daar staat tegenover dat de eilandbewoners als Nederlandse staatsburgers vrij naar Nederland kunnen komen en voor de rest alle voordelen genieten van het reizen met een Nederlandse paspoort. Elk voorstel in de Tweede Kamer om de toegang van Antillianen tot het Nederlandse grondgebied te beperken of aan voorwaarden te verbinden stuit op een storm van protesten van de politieke elite op de eilanden. Daarbij wordt vaak met succes geappelleerd aan de historische schuldgevoelens over de Nederlandse slavenhandel waar vooral de christendemocraten van het CDA gevoelig voor blijken.

_DSC0083

Willemstad, de wereldberoemde Handelskade met de pontjesbrug die de stadsdelen Punda en Otrobanda met elkaar verbindt

Curaçao dat tot 10 oktober 2010 het hoofdeiland was van de ter ziele gegane Nederlandse Antillen is nu meer dan ooit op zichzelf aangewezen en kampt met grote economische problemen. Aruba kijkt tegen een torenhoge staatsschuld aan al lijkt het van alle voormalige Nederlandse bezittingen in de Caraïben nog het beste te varen bij de zelfstandige status die het eiland al bijna dertig jaar geleden heeft afgedwongen. Toerisme en casino’s zijn volledig op de Amerikaanse markt gericht en dagelijks zie je de reusachtige cruiseschepen afmeren in de hoofdstad Oranjestad. Shopping Malls met de onvermijdelijke Starbucks en hotels van de grote Amerikaanse ketens als Mariott doen je helemaal in een zuidelijke Amerikaanse stad wanen. Aruba wil zich profileren als hub tussen de VS en de groeimarkten van Latijns Amerika. Ook Sint Maarten leeft voor een groot deel van het Amerikaanse goktoerisme, met als bijprodukt mafia-invloeden en corruptie.

20021109g_Curacao_Refinery.sized_1

De Shell raffinaderij wordt nu gehuurd door de Venezolaanse oliemaatschappij. Wat er met de vervuilende site moet gebeuren als het leasecontract met Venezuela afloopt is onduidelijk.

Curaçao is als enige voormalige Caraïbische kolonie sterk geïndustrialiseerd. De reusachtige olieraffinaderij begin vorige eeuw opgericht door Shell beheerst het beeld van het historische Willemstad, de hoofdstad van het eiland en sommige schilderachtige baaitjes aan de westkust verliezen hun charme door de sterke zwavelgeur die de overheersende oostenwinden aanvoeren. Shell heeft de olie-installaties al in 1985 van de hand gedaan, de raffinaderij wordt nu gehuurd door de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA. Ooit werkten hier meer dan 10000 mensen uit alle delen van het Caraïbisch gebied en Shell zorgde voor welvaart op het eiland. Het concern bouwde voor zijn arbeiders hele stadswijken als Emmastad en Groot Kwartier aan de rand van Willemstad en liet als erfenis een goede wegeninfrastructuur achter. Maar de arbeidsverhoudingen bij Shell leidden in 1969 ook tot hevige sociale onlusten en rassenrellen waarbij een groot deel van de historische binnenstad in vlammen opging. Vandaag biedt de raffinaderij nog werk aan hooguit 800 man en de installatie voldoet absoluut niet meer aan de hedendaagse milieunormen. Tot dusver is niemand bereid gevonden in modernisering te investeren en de toekomst van de grootste werkgever op het eiland is hoogst onzeker.

Curaçao Mien - 1444

Waar je ook gaat of staat op Curaçao overal kom je de geel-rode kantoortjes van Robbie’s Lottery tegen: het imperium van loterijkoning Robbie Dos Santos, die verschillende politieke partijen financieel steunt. Wat de politici in ruil doen voor die milde steun is niet duidelijk, maar feit is dat tegen Dos Santos een gerechtelijk onderzoek loopt met steun van de Nederlandse recherche. Politieke corruptie, belangenvermenging, nepotisme en mafia: het is een plaag die alle voormalige Nederlandse bezittingen in de Caraïben treft. Een minister die een taxivergunning ritselt voor een familielid, een toppoliticus die met de creditcard van de toeristische dienst van zijn land gaat shoppen in Miami: het zijn pekelzonden waar de Antilliaan op reageert met schouderophalen. Maar er is meer aan de hand dan de clash tussen Nederlandse calvinistische gestrengheid en de lossere normen van de Caraïben.

helmin.wiels.politicus.curacao

Helmin Wiels, de charismatische politicus die vorig jaar werd vermoord. Wiels was voorstander van onafhankelijkheid voor Curaçao

Al in 1995 noemde de toenmalige Nederlandse liberale voorman Frits Bolkestein Aruba een “rovershol.”  Henny Eman– een broer van de huidige Arubaanse premier Mike Eman– bezorgde toen hij zelf aan het hoofd van de regering stond een beruchte Siciliaanse mafiafamilie de vergunning voor hotelbouw op het eiland. (Politieke dynastieën zijn niet ongewoon in de Nederlandse Caraïben.) Op Curaçao staat voormalig premier Gerrit Schotte onder verdenking van corruptie. Schotte zou door bemiddeling van Dos Santos banden hebben aangeknoopt met een andere Italiaanse mafiaclan. De huidige Curaçaose premier Ivan Asjes – ook Ivar Jasjes genoemd vanwege de bovenvermelde shopping spree in Miami – is getrouwd met de dochter van weer een andere gokkoning, Jacobo “Cocochi” Prins, eigenaar van veel casino’s op Curaçao.

De populaire politicus Helmin Wiels, een voorstander van onafhankelijkheid, werd vorig jaar in nooit opgehelderde omstandigheden vermoord. De uitvoerders zitten achter de tralies maar het is onwaarschijnlijk dat op hun proces de opdrachtgevers bekend zullen worden. Eén van de theorieën is dat Wiels niet langer op één lijn zat met zijn geldschieters, een andere dat er politieke motieven waren voor de moord. Wiels wordt wel eens als het spiegelbeeld van Geert Wilders beschreven: zoals de Nederlander foetert op de “vreemdelingen” en vooral de Curaçaose jongeren in Nederland, zo had Wiels het niet begrepen op de “makamba’s” – de Nederlanders en blanke Europeanen op Curaçao.

Foto-serka-relato-PAR-ta-anti-demokratiko-presidente-di-Parlamento-Ivar-Asjes_MG_3704

Mike Eman, huidig premier van Aruba. Zijn broer Henny was de eerste regeringsleider van het zelfstandige Aruba (1986).

Op Bonaire zijn verschillende invloedrijke politici verwikkeld in het al jarenlang aanslepende Zambezi-onderzoek naar grootschalige politieke corruptie en belangenvermenging. Ook over de politieke elite van Sint Maarten hangt een geur van corruptie. Een voormalige minister van justitie moest aftreden toen bekend werd dat hij in zijn vrije tijd bordelen beheerde. De Italiaanse mafiafamilie die voet aan de grond kreeg in Curaçao is ook op Sint Maarten niet onbekend: Theo Heyliger, de leider van de grootste partij was op een foto te zien met leden van de clan. Overigens is het kopen van stemmen een oude traditie op Sint Maarten: vroeger met ijskasten, nu met mobieltjes en andere elektronische gadgets.

Schermafbeelding 2014-01-26 om 10.29.06Toen de Nederlandse liberale premier Rutte in juni vorig jaar de eilanden bezocht werd over dat alles publiekelijk nauwelijks met een woord gerept. Binnenskamers zou Rutte tegen de regeringsleiders wél harde taal hebben gesproken. Maar Rutte beseft dat de eilanden in Nederland niet bepaald populair zijn. En hij voelt de hete adem van Wilders in de nek. Voor Wilders is het een uitgemaakte zaak: de voormalige bezittingen in “de West” zijn een last en Nederland moet ervan af. Probleemjongeren in de grote Nederlandse steden zetten de argumenten van Wilders en andere rechtse populisten ongewild kracht bij. Rutte sprak dan ook vooral voor zijn eigen publiek toen hij aan het einde van zijn bezoek aan de Caraïben het veel geciteerde zinnetje uitsprak: Als u eruit wil (uit het koninkrijk), en een meerderheid van uw bevolking steunt dat, dan is dat mogelijk. Dan belt u even en dan regelen we dat.

Of het ooit zo ver komt is zeer de vraag. Er zijn andere belangen in het spel waarover Rutte en de meeste Nederlandse bewindslieden meestal het zwijgen toe doen. De Caraïbische eilanden liggen in de achtertuin van de Verenigde Staten en zijn of ze dat willen of niet een pion in het geopolitieke schaakspel tussen de Verenigde Staten en Venezuela. Voor de VS vormen de Caraïbische eilanden de buitengrens van de Amerikaanse invloedssfeer. Curaçao is een belangrijke basis geworden in de drugsbestrijding die nu niet meer op Columbia maar bijna exclusief op Venezuela is gericht. Van op de Amerikaanse Forward Operation Location op Curaçao stijgen Awacs-vliegtuigen op richting Venezuela. Drugsbestrijding of spionage – wie zal het zeggen?

Er bestaan oude historische banden tussen de benedenwindse eilanden en de “Bolivariaanse Republiek Venezuela.“ De legendarische “libertador” Simon Bolivar woonde een tijd op Curaçao en het voornaamste plein in Willemstad is naar Brion, één van zijn adjudanten, genoemd. De voormalige Venezolaanse leider Hugo Chavez maakte er geen geheim van dat de eilanden in de Venezolaanse invloedssfeer thuis horen maar Washington is als de dood voor nóg meer Venezolaanse invloed op de strategisch tussen Noord- en Zuid Amerika gelegen eilanden. Onafhankelijkheid zou de benedenwindse eilanden zo goed als zeker in de richting van Venezuela duwen en dat kan Washington missen als kiespijn. Het beschouwt Nederland als de beste bewaker van de achtertuin en oefent daarom druk uit op de hondstrouwe Navobondgenoot om in elk geval een rol te blijven spelen in zijn voormalige kolonies. Het is een rol die alle traditionele Nederlandse partijen trouw blijven ook al is de publieke opinie in Nederland daartegen gekant. Nederland kan inderdaad om méér dan één reden niet “van die roteilanden af.”

1Boeli van Leeuwen “Geniale Anarchie” 1990

januari 29, 2014 at 9:54 pm 1 reactie

GRENADA: ZELFMOORD VAN EEN REVOLUTIE

10_25_2013_paratroopersOp 25 oktober was het dertig jaar geleden dat de Amerikaanse president Reagan een bezettingsmacht van 6000 man naar het Caraïbische eiland Grenada stuurde. De invasie betekende het definitieve einde van het linkse revolutionaire bewind dat vier jaar daarvóór was begonnen met de staatsgreep van de New Jewel Movement tegen het dictatoriale regime van Eric Gairy. Maar in werkelijkheid had de revolutie al een week eerder zichzelf de das omgedaan met de moord door een extreem-linkse factie op de populaire Bishop en zeven van zijn medestanders. Het merkwaardige verhaal van de zelfvernietiging van een redelijk succesvolle revolutie.

De staatsgreep van 13 maart 1979 was niet het directe gevolg van een massale volksopstand maar het werk van een kleine groep onder leiding van de jonge advocaat Maurice Bishop. De coupplegers slaagden er tot hun eigen verbazing in om in enkele uren tijd en zonder bloedvergieten het staatsapparaat in handen te krijgen. Ze maakten daarbij handig gebruik van de afwezigheid van de bizarre Eric Gairy die op het podium van de Verenigde Naties een pleidooi hield voor het bestuderen van UFO’s.

Eric_Gairy

Eric Gairy

Eric Gairy, de eerste leider van Grenada na de onafhankelijkheid in 1974, was begonnen als radicale en populaire vakbondsleider en nog onder het Britse koloniale bestuur was hij opgeklommen tot premier. In de loop van de jaren zeventig had Gairy door zijn autoritaire bewind, zijn financiële en seksuele escapades en zijn clowneske gedragingen vrijwel alle groepen op het eiland tegen zich in het harnas gejaagd: van de vakbonden over de katholieke kerk tot de kleine zakenelite. De New Jewel Movement van Maurice Bishop weerspiegelde die heterogene samenstelling van de oppositie. In haar beginselverklaring van 1973 was de beweging niet openlijk “socialistisch” – laat staan “Marxistisch” – maar had vooral aandacht voor de concrete problemen van huisvesting, gezondheid, en onderwijs. Ze eiste een programma van landhervorming, gratis onderwijs en gezondheidszorg en de nationalisatie van de bank – en verzekeringssector.  

maurice-bishop

Maurice Bishop

Bishop zelf stamt uit de middenklasse van het eiland. Hij was een briljante student die in Londen rechten kon gaan studeren en naar het eiland terugkeerde als een radicale hervormer. Ook zijn medestander en latere rivaal Bernard Coard behoorde tot de intellectuele elite van het eiland. Hij studeerde economie aan de befaamde Brandeisuniversiteit in Boston en in Sussex. Beiden ondergingen de sterke invloed van de Black Power-beweging, de Négritude van Senghor, de antikoloniale ideologie van de Algerijnse revolutie verwoord door Frantz Fanon,  en  van diens landgenoot Aimé Césaire, de dichter, filosoof en politicus uit het nabije Martinique.

De jaren zestig en zeventig waren in heel het Caraïbisch gebied een tijd van grote sociale beroering en verzet tegen het kolonialisme of de nieuwe heersende neokoloniale klasse: de “Rodney riots” in Jamaica, de “februarirevolutie” van 1970 in Trinidad en natuurlijk de Cubaanse Revolutie.   Ook in Grenada groeide het verzet tegen het regime van Gairy, die alleen nog van de Chileense dictator Pinochet wapens en steun kreeg. De “Moongoose gangs” – milities in de trant van de beruchte Tontons Macoute op Haïti – zaaiden terreur. Tijdens een van de protestbetogingen tegen Gairy midden jaren 70 werd de vader van Bishop vermoord.

De ontevredenheid van vrijwel heel de bevolking verklaart allicht het gemak waarmee een veertigtal coupplegers in 1979 het regime op de knieën kregen.  Aanvankelijk kon de “Revolutionaire Volksregering” (PRG of “People’s Revolutionary Government”) op aanzienlijke successen bogen. “In 1979 was de economie van het onafhankelijke Grenada er niet beter aan toe dan die van de kolonie in 1973,” schrijft Gordon K. Lewis, de erkende autoriteit van het Caraïbisch gebied. Het was een typisch koloniale economie gebleven, steunend op de export van landbouwproducten als kruiden, muskaatnoot, bananen en cacao waarvan de (lage) prijzen werden bepaald op de exportmarkt terwijl al de rest tegen kunstmatig hoog gehouden prijzen in valuta moest worden ingevoerd. Eén derde van de bevolking was ongeletterd, blindheid was wijdverspreid, maar er waren geen oogklinieken. Tandverzorging was onbestaande behalve voor de middenklasse die zich in Trinidad of Barbados kon laten behandelen. Het lager onderwijs was op het platteland van een deplorabel niveau en werkgelegenheid buiten de landbouw uiterst beperkt. Méér beter opgeleide Grenadezen werkten in het buitenland dan op het eiland zelf en de anderen zochten hun toevlucht in illegale immigratie naar Trinidad of werkten als schoonmakers en keukenpersoneel in Londen, Boston of New York.  

De vier jaren van de revolutie waren in de woorden van Lewis “een heroïsche poging tot economische reconstructie en hervorming.” In een tijdspanne van drie jaar kwamen er nieuwe wegen, betere watervoorziening, een nieuw telefoonnet, een radiozender, een asfaltfabriek en diepvriesinstallaties voor de visserij. De openbaren financiën werden gezond gemaakt – een succes dat werd erkend door de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Er werden vorderingen gemaakt op het vlak van gezondheidszorg en onderwijs met een alfabetiseringscampagne naar Cubaans model.  

In de eerste jaren van de revolutie leek Grenada méér de weg van de sociaaldemocratische welvaartsstaat op te gaan dan die van de radicale Marxistische revolutie. De lokale zakenklasse kreeg een erkende rol in het nieuwe regime, waar de Kamer van Koophandel nauw samenwerkte met de regering, vooral op het vlak van het opkomende toerisme en met als centraal project de bouw van een nieuwe internationale luchthaven. Radicaal linkse waarnemers noemden het nieuwe regime in St George’s daarom een “kleinburgerlijke hervormingsregering,” een doodzonde in de ogen van de echte Marxist-Leninisten.  

Er waren schaduwzijden. Politieke oppositie werd niet gedoogd. Tegenstanders kwamen in de gevangenis terecht waar ze volgens getuigenissen van slachtoffers niet bepaald zachtzinnig werden behandeld. Ook de vrije meningsuiting werd aan banden gelegd en verkiezingen voor onbepaalde tijd uitgesteld. Op buitenlands vlak gleden de Grenadezen willens nillens in het sovjetkamp. De Koude oorlog woedde in volle hevigheid en tot ontsteltenis van veel vrienden van de revolutie stemde de revolutionare regering tegen de veroordeling in de Verenigde Naties van de Sovjetinval in Afghanistan. Het moet gezegd dat Bishop lik op stuk kreeg toen hij eerder naar toenadering met de VS en een ontmoeting met president Reagan viste.  

Waarom het uiteindelijk lelijk misliep met de revolutie op Grenada is een vraag waarop historici en politicologen dertig jaar later geen definitief antwoord hebben. Lewis, die in 1986 een voorlopige balans opmaakte, stelt dat de persoonlijke en ideologische tegenstellingen tussen Bishop en Coard en hun respectieve volgelingen vanaf het begin de kiem van de ondergang in zich droegen. Vanaf 82, drie jaar na de staatsgreep, lijkt het revolutionaire elan gebroken. De economische moeilijkheden nemen toe in plaats van af, de productie voor de exportmarkt stagneert, er is algemene revolutiemoeheid bij de bevolking, de partij is in crisis, de discipline is zoek. Een groep onder leiding van Coard zoekt de oplossing in de vlucht vooruit. Heilige marxistische teksten worden ingeroepen om de partij om te vormen in strikt Leninistische zin.

images_Caribbean_coard_bishop_000008741

Coard (links) en Bishop

In de zomer van 1983 wordt het conflict ten top gedreven. Bishop, tot dan het onbetwiste boegbeeld van de revolutie wordt gedwongen het leiderschap van de partij (en dus het land) te delen met Coard. Bishop weifelt maar weigert uiteindelijk, met als gevolg dat hij onder huisarrest wordt geplaatst. Uit protest komen op 19 oktober in de paar steden die Grenada telt duizenden mensen op straat. In de hoofdstad St George’s bevrijden de manifestanten Bishop die met een groep aanhangers naar het hooggelegen Fort Rupert trekt. Daar ontstaat een vuurgevecht met regeringstroepen, tientallen burgers komen om. Bishop en zeven anderen worden gevangen genomen door Coard-loyalisten en in koelen bloede vermoord. grenada-tm

Vijf dagen later vallen Amerikaanse troepen met eenheden uit Barbados en Jamaica het eiland binnen en bezegelen definitief het lot van een op sterven na dode Grenadese revolutie. De invasie onder de codenaam “Urgent Fury” was in werkelijkheid al weken of maanden voorbereid. 1  

De suicidale ondergang van de revolutie is niet enkel te verklaren door de persoonlijke tegenstellingen tussen de protagonisten. Achteraf is Maurice Bishop voorgesteld als de “gematigde” tegen de radicaal Bernard Coard. In werkelijkheid was Bishop net als de anderen verantwoordelijk voor de successen en het falen van de revolutie. Hij verroerde geen vin toen persoonlijke vrienden van hem om ideologische redenen in de gevangenis terechtkwamen, hij stemde net als de anderen in met de onvoorwaardelijke pro-sovjet koers en al was hij geen ideologische scherpslijper, hij verzette zich pas laat – té laat – tegen de Marxistisch-Leninistische ultra’s.

Bishop was in de ogen van de volksmassa’s (voor zover je daarover kan spreken in de context van een eiland met 100000 inwoners) de onvoorwaardelijke held. De vrees van de radicalen dat de revolutie zou ontsporen tot een populistisch éénmansregime was niet helemaal onterecht. Bishop van zijn kant was er zich van bewust dat de “voorhoede” zover vooruit liep dat de troepen – de meerderheid van de bevolking – niet meer volgden. Het was – zo schrijft Lewis – op miniatuurschaal een herhaling van het debat aan het begin van vorige eeuw tussen Lenin en de Duitse revolutionaire Rosa Luxemburg. Voor Luxemburg was de voornaamste rol in de revolutie weggelegd voor de rebellerende massa’s, Lenin gaf prioriteit aan de gedisciplineerde communistische partij als revolutionaire voorhoede. We weten intussen waartoe dat heeft geleid.  

Nu, dertig jaar later is Grenada, net als de rest van de Amerikaanse achtertuin in het Caraïbisch bassin, weer veilig teruggekeerd tot de ware schaapstal van het ongebreidelde kapitalisme met een vleugje neo-liberalisme. Elk jaar wordt de Amerikaanse invasie op 25 oktober herdacht als “Thanksgiving Day.” De invasie was naakte agressie maar dat de meerderheid van de bevolking de Amerikanen als bevrijders verwelkomden lijdt nauwelijks twijfel: de revolutie was ontaard in een gangsterregime onder leiding van een tot generaal gepromoveerde voormalige gevangenisbewaarder. De “gematigde” Maurice Bishop is in de Amerikaanse mythologie van het gebeuren na zijn dood nagenoeg heilig verklaard. De internationale luchthaven werd in 2009 tot Maurice Bishop International Airport herdoopt.

Wie nu door het eiland reist ziet geen abjecte armoede, al blijven de problemen van dertig jaar geleden onopgelost. Bijna alle Grenadezen hebben op het platteland een stukje vruchtbare grond die genoeg opbrengt om te overleven maar voor velen is emigratie is nog altijd de enige uitweg. Vrucht van de revolutie of niet: het onderwijs is op behoorlijk niveau en in St George ’s en Grenville – de tweede stad – lopen de straten vol jongens en meisjes in hun aandoenlijke Britse schooluniform.

De orkaan Ivan heeft in 2004 de economie rake klappen toebedeeld en de muskaatnootproductie, tot dan het voornaamste exportproduct, bijna totaal vernield. Toerisme is nu de belangrijkste bron van inkomsten met watersport voorop. Het eiland is een magneet voor zeilers, met goed opgeleide technici in enkele moderne scheepswerven en marina’s. Veiligheid is hier in tegenstelling tot veel andere eilanden nauwelijks een probleem.

_DSC0022

Grenada Marine – één van het half dozijn jachthavens en scheepswerven op het eiland


_DSC0020

“Greene,” één van de uitstekende boottechnici

_DSC0055

Traditionele visserij is voor veel Grenadezen een manier om te overleven

Was de revolutie op Grenada een interludium in de koloniale en neokoloniale geschiedenis van het Caraïbisch gebied of heeft ze ondanks alles een blijvende betekenis? De revolutionaire periode was te kort om blijvende sporen na te laten. Revolutie in een land met de bevolking van een kleine Amerikaanse provinciestad met een achterlijke economie en infrastructuur was wellicht van meet af aan tot mislukken gedoemd. Daarom is de blijvende betekenis van de Grenadese revolutie volgens auteur Lewis hooguit van symbolische aard: de heroïsche strijd van een David tegen een oppermachtige Goliath, te vergelijken met de slavenopstand die op Haïti tot de eerste zwarte republiek ter wereld leidde, of de Filipijnse revolte die aan het begin van vorige eeuw het land bevrijdde van de Amerikaanse kolonisator. De Grenadese David daarentegen leed een pijnlijke nederlaag.

Johan Depoortere

  “Grenada, The Jewel Despoiled” Gordon K. Lewis   1986 Johns Hopkins University Press

november 17, 2013 at 4:02 pm Plaats een reactie

DE RAKETTEN VAN OKTOBER

door Jef Coeck

Het voorbije weekend is een gebeurtenis van vijftig jaar geleden vrijwel onopgemerkt gebleven. Dat is des te merkwaardiger omdat in menig hand- en geschiedenisboekje valt te lezen dat de wereld toen aan de rand van een kernoorlog stond. Op 26, 27 en 28 oktober 1962 – net als dit jaar een vrijdag, zaterdag en zondag – viel het beslissende hoogtepunt van de zogenaamde ‘Cubacrisis’ tussen de VS en de Sovjet-Unie, met als alerte toeschouwers hun respectieve bondgenoten en buitenstaanders, kortom de hele wereld. De mensen waren al aan het hamsteren geslagen. Een halve eeuw geleden greep dus het Non-Event van de eeuw plaats: er kwam géén wereldwijd gewapend atoomconflict.

Hoe het toch nog goed afliep en of we hier al of niet te maken hebben met een historische hype, trachten we in dit stuk te achterhalen voornamelijk aan de hand van enkele befaamde en deskundige auteurs. Het zijn met name Tony Judt (TJ), de te vroeg overleden Brits-Amerikaanse historicus en publicist. En de deskundige stem van de insider, journalist en researcher Tim Weiner (TW), die een autoriteit is inzake Amerika’s geheime diensten, vooral de CIA. Occasioneel worden nog andere experts opgevoerd. De gewone feitelijkheden putten we uit kranten en publicaties van de betrokken periode, met name het Winkler Prins (WP) Jaarboek uitgave 1963. We puzzelen een stuk wereldgeschiedenis weer ineen. (Boekgegevens onderaan)

Wat vooraf ging

Op 1 januari 1959 werd de macht op Cuba overgenomen door de linkse guerillero Fidel Castro en zijn manschap. Dictator Batista werd verdreven. De VS verloren daarmee een leuk Pleasure Island op vaarafstand van Florida en een bron van illegale inkomsten aan gok-, prostitutie-, drugs- en witwasactiviteiten. President Eisenhower probeerde de meubelen nog te redden door Fidel niet onmiddellijk te demoniseren.
Dat gebeurde pas door John F. Kennedy, die in januari 1961 aantrad als nieuwe president. Een van zijn eerste beleidsdaden was een invasie in de Cubaanse Varkensbaai. De slechte voorbereiding door de CIA plus de zwaar onderschatte weerstand van de Cubaanse bevolking, maakten deze actie tot een lachwekkend fiasco. Van dan af ging Castro zich openlijk ‘communist’ noemen, hoewel hij dat toen zeker niet was, en hij zocht steun bij de Sovjet-Unie. Die vroeg en kreeg, in mei 1962,  de Cubaanse toestemming om in het geheim Russische atoomraketten op het eiland te installeren.

Kennedy had zwaar imagoverlies geleden en zon op revanche. In alle stilte werd een nieuwe inval, de operatie ‘Mongoose’ gepland. Nu was het wachten op een goede gelegenheid. Die leek zich voor te doen op 14 oktober 1962: een Amerikaans U-2 spionagevliegtuig ontdekte dat de Russen begonnen waren met het bouwen van raketbases op Cuba. Dat was ongetwijfeld een zware bedreiging voor de Amerikaanse veiligheid – zo zwaar was nu ook weer niet nodig geweest. De operatie Mongoose werd stilgelegd en in de plaats kwam er crisisoverleg met de stafchefs, geheime diensten, diplomaten en adviseurs. En natuurlijk de President met zijn onafscheidelijke broer Robert Kennedy, die toen net benoemd was tot Attorney-General, noem het minister van Justitie maar dan met aanzienlijk meer macht. Een spannende tijd lag in het verschiet. Laten we er een 7-daagse van maken.

Maandag 22 oktober – De Cubaanse crisis treedt in volle openbaarheid door een felle rede van president Kennedy, waarin de eis wordt gesteld van de ontmanteling van de Sovjet-raketbases op Cuba. Een blokkade op offensieve militaire goederen naar dit eiland wordt aangekondigd. (WP)

“Dat aan de stationering van de MRBM’s en de IRBM’s zo zwaar werd getild kwam door hun bereik. Ze waren niet ontworpen om aanvallende vliegtuigen uit te schakelen maar om doelen tot diep in de VS te raken. Een MRBM van de Sovjet-Unie kon destijds vanaf Cuba dus Washington DC treffen, terwijl een IRBM op het uiterste noordwesten na vrijwel de hele Verenigde Staten kon bereiken. Als verdedigingswapens waren deze raketten nutteloos, ze hadden uitsluitend betekenis als offensieve wapens of als afschrikwekkend middel tegen een eventueel offensief van anderen. Dus toen de U-2 op 14 oktober over westelijk Cuba vloog en ter hoogte van San Cristobal drie raketbases in aanbouw waarnam, en men vervolgens in Washington vaststelde dat die bases identiek waren aan de bekende MRBM-bases in de Sovjet-Unie zelf, trokken president Kennedy en zijn adviseurs de voor de hand liggende conclusie: ze waren voorgelogen en hun waarschuwingen waren in de wind geslagen, de Sovjet-Unie was bezig offensieve raketten in Cuba te plaatsen, raketten die uitsluitend op doelen in de VS konden worden afgevuurd. De Cubacrisis was een feit.” (TJ)

Dinsdag 23 oktober – Alle verloven in de Sovjet-Unie worden ingetrokken. De Veiligheidsraad komt in spoedzitting bijeen. (WP)

“John F. Kennedy liet drie aanvalsplannen voorbereiden: nummer een, het vernietigen van de raketbases door de luchtmacht of door bommenwerpers van de marine; nummer twee, het initiëren van een veel grotere luchtaanval; nummer drie, het binnenvallen en veroveren van Cuba. ‘We voeren in elk geval nummer een uit’, zei hij. ‘We maken die raketten onschadelijk.’ De vergadering werd ’s middags om één uur beëindigd nadat Bobby Kennedy voor een algehele invasie had gepleit.” (TW)

“De gezamenlijke stafchefs waren voorstander van de meest extreme aanpak, maar daar kregen ze onder de burgerleden van ExComm (een door Kennedy samengesteld Executive Committee, waarvan de gesprekken in het geheim werden opgenomen en later gepubliceerd zijn in het boek The Kennedy Tapes/jc) maar weinig steun voor. Niemand was voorstander van het negeren van de militaire opbouw en voortgaan zoals tot dan gebeurd was. ExComm discussieerde vijf dagen lang terwijl drie essentiële gegevens onbekend waren: hoeveel raketten al geplaatst waren en of die al operationeel waren, hoe de bondgenoten van de NAVO op een onvoldoende dan wel overdreven reactie van de Verenigde Staten zouden reageren en hoe Chroestsjov op de verschillende Amerikaanse maatregelen zou reageren.” (TJ)

Woensdag 24 oktober – Om drie uur wordt de blokkade van kracht. De Organisatie van Amerikaanse Staten schaart zich achter Kennedy. Oe Thant doet een beroep Chroestsjov en Kennedy. Geruchten circuleren dat Sovjet-schepen, op weg naar Cuba, hun koers wijzigen. (WP)

“De president overdacht nu het vraagstuk van een atoomoorlog op Cuba. Het begon tot hem door te dringen hoe weinig hij van de Sovjet-leider begreep. ‘We zaten er wat betreft de vraag wat hij probeert te doen in elk geval naast’, zei de president. ‘Weinigen van ons verwachtten dat hij middellangeafstandsraketten op Cuba zou plaatsen.’ Waarom had Chroestsjov dat gedaan? vroeg de president. ‘Wat is er het voordeel van? Het zou precies hetzelfde zijn als wij opeens een groot aantal middellangeafstandsraketten in Turkije zouden plaatsen’, zei hij. ‘Dat zou toch verrekte gevaarlijk zijn, zou ik zo denken?’
Er viel een akelige stilte. ‘Maar dat hebben we gedaan, meneer de president’, zei Bundy.” (TW) (McGeorge Bundy was de veiligheidsadviseur van Kennedy en van zijn opvolger Lyndon Johnson/jc)

“McGeorge Bundy stelde later vast dat het niet de Amerikaanse superioriteit, maar uitsluitend het gevaar van een kernoorlog was dat Chroestsjov ervan weerhield nog hoger spel te spelen. Dat kon president Kennedy, die onder zijn legerleiding niet erg geliefd was en voor wie een maand later tussentijdse verkiezingen op het programma stonden, natuurlijk niet hardop zeggen. Robert Kennedy herinnerde zich later dat hij hierover op het hoogtepunt van de crisis iets tegen zijn broer had gezegd: ‘Als je niet had ingegrepen, zou je afgezet zijn.’ De president zou bij het horen van die uitspraak instemmend geknikt hebben. De uitspraak was een voor de licht ontvlambare jongere broer kenmerkende overdrijving, maar de inhoud ervan zal in de beslissingen van de president wel een rol hebben gespeeld.” (TJ)

Donderdag 25 oktober – De antwoorden van Kennedy en Chroestsjov aan Oe Thant zijn verzoenend van toon. De Sovjetpremier wil de wapenzendingen stopzetten; de Amerikaanse president wil eerst controle, dan pas kan er van opheffing der blokkade sprake zijn. Het eerste Sovjetschip wordt aangehouden, maar mag doorvaren. (WP)

Destroyer USS Joseph P Kennedy, genoemd naar de vroegtijdig overleden oudste Kennedybroer, en ingezet bij de blokkade van Cuba: All in the Family!

“Die nacht begon er een uitvoerig bericht van Moskou binnen te komen. Het kostte meer dan zes uur het telegram te versturen en te ontvangen. Het betrof een persoonlijke brief van Nikita Chroestsjov waarin hij zich uitsprak tegen ‘de catastrofe van een thermonucleaire oorlog’ en – zo leek het – een uitweg voorstelde. Als de Amerikanen beloofden Cuba niet binnen te vallen, zouden de Sovjets de raketten verwijderen.” (TW)

“Beïnvloed door de stelling van Barbara Tuchman in haar boek over het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (De kanonnen van augustus), dat die oorlog misschien vermeden had kunnen worden door onderhandelingen, nam de president een eerder voorzichtige houding aan.” (De Belgische historicus Dr. Yvan Vanden Berghe in ‘De Koude Oorlog’).

Vrijdag 26 oktober – Concentratie van Amerikaanse luchteenheden in Florida. Er gaan geruchten dat de raketbases op Cuba zullen worden gebombardeerd. Chroestsjov geeft alle Sovjetschepen opdracht de blokkadevloot te mijden en stuurt drie niet-gepubliceerde brieven naar Kennedy. (WP)

“Op vrijdag 26 oktober stuurde Chroestsjov een lang en weinig samenhangend privébericht aan Kennedy, waarin hij zei te betreuren dat ze in de richting van een oorlog aan het afglijden waren: ‘Mocht er inderdaad oorlog uitbreken, dan zijn wij niet in staat die te stoppen, want dat is nu eenmaal de logica van een oorlog. Ik heb aan twee oorlogen deelgenomen en ik weet dat een oorlog pas ten einde komt als die door steden en dorpen getrokken is, als overal dood en verderf is gezaaid.’ Hij stelde ook een oplossing voor. ‘Alles werd onmiddellijk anders wanneer de president en de regering van de Verenigde Staten ons verzekeren dat de VS zelf niet aan een aanval op Cuba zal deelnemen en anderen van acties in die richting zullen weerhouden, als u uw vloot terugroept. (…) Dan zou de noodzaak van aanwezigheid van onze militaire experts op Cuba niet langer bestaan. (…) Meneer de President, wij en u moeten nu niet aan touwtjes gaan trekken waar u een oorlogsknoop in hebt gelegd, want hoe harder wij trekken, hoe strakker de knopen gaan zitten. En dan kan er een moment komen waarop die knoop zo strak zit dat zelfs degene die hem gelegd heeft hem niet meer los zal kunnen krijgen, en dan moet de knoop worden opengesneden. Het is niet aan mij om uit te leggen wat dat zou betekenen, want u begrijpt zelf uitstekend over welke vreselijke krachten onze landen beschikken.’” (TJ)

Zaterdag 27 oktober – Kennedy wijst een nieuw voorstel van Chroestsjov af, waarin deze verklaart de bases op Cuba te willen ontmantelen in ruil voor de ontmanteling van NATO-bases in Turkije. Reservisten zullen worden opgeroepen. (WP)

“De brief van Chroestsjov, die voortkwam uit de toenemende angst in het Kremlin dat Kennedy op het punt stond Cuba aan te vallen en op een confrontatie aanstuurde, kan heel goed de doorslaggevende angel uit de crisis hebben gehaald. De dag erna, op zaterdag 27 oktober, volgde er een openbare en formelere brief waarin elke vorm van een overeenkomst afhankelijk van een ruil werd: de offensieve raketten op Cuba zouden worden teruggetrokken als de NAVO zijn kernkoppen uit Turkije zou weghalen.” (TJ)

“Op zaterdag 27 oktober, om tien uur ’s morgens begon McCone (directeur Centrale Veiligheidsdiensten van de CIA/jc)de vergadering op het Witte Huis met het beroerde nieuws dat de raketten binnen zes uur operationeel konden zijn. Hij had zijn rapportage nog maar net voltooid toen president Kennedy een bericht van het Amerikaanse persbureau onder ogen kreeg: PREMIER CHROESTSJOV LIET KENNEDY GISTEREN WETEN BEREID TE ZIJN AANVALSWAPENS UIT CUBA TERUG TE TREKKEN ALS DE VERENIGDE STATEN HUN RAKETTEN UIT TURKIJE WEGHALEN.
De vergadering raakte in alle staten. Niemand wilde aanvankelijk iets van dat idee weten – behalve de president en McCone. ‘Laten we onszelf niet voor de gek houden’, zei Kennedy. ‘Ze doen een heel goed voorstel.’
McCone was het daarmee eens: het was duidelijk, serieus en het kon onmogelijk worden genegeerd. De woordenwisseling over hoe er moest worden gereageerd, sleepte zich de hele dag voort, onderbroken door huiveringwekkende momenten. Eerst dwaalde er een U-2 af tot in het luchtruim van de Sovjets voor de kust van Alaska, een voorval dat ertoe had geleid dat er straalvliegtuigen van de Sovjets in opperste staat van paraatheid waren gebracht. Vervolgens, tegen zessen die middag, meldde McNamara (toenmalig minister van Defensie/jc) opeens dat er een andere U-2 boven Cuba was neergeschoten, waarbij majoor Rudolf Anderson van de luchtmacht was gedood.
De stafchefs adviseerden nu met klem dat er binnen zesendertig uur een algehele aanval op Cuba moest worden ingezet.” (TW)

“Uiteindelijk werd besloten om de brief van Chroestsjov te beantwoorden, en de reactie kwam erop neer dat het Russische voorstel werd geaccepteerd. Intussen had Robert Kennedy op zaterdagavond een ontmoeting met ambassadeur Dobrynin, om hem van het belang van een overeenkomst te overtuigen en om vertrouwelijk een ‘rakettenruil’ te regelen.” (TJ)

Zondag 28 oktober – Keerpunt in de Cubaanse crisis. Radio Moskou maakt om 15 uur (West-Europese tijd) bekend, dat de Sovjet-Unie gevolg zal geven aan de eis, die president Kennedy aan het begin van de Cubaanse crisis heeft gesteld, nl. de ontmanteling van de Sovjet-raketbases op Cuba. (WP)

“Op zondag 28 oktober zond radio Moskou het bericht uit dat Chroestsjov de officiële voorwaarden van de VS voor beëindiging van de crisis accepteerde: ‘De regering van de Sovjet-Unie (…) heeft een nieuwe opdracht gegeven om de door u als offensief bestempelde wapens te ontmantelen, in te pakken en naar de Sovjet-Unie terug te vervoeren.’
Met die werkzaamheden werd onmiddellijk begonnen. Er dienden nog wel een aantal details te worden uitgewerkt, zoals een exacte lijst van het te verwijderen materieel, de voorwaarden waaronder de werkzaamheden ter plaatse mochten worden geobserveerd (waar een woedende Castro zich hevig tegen verzette) en de geheime ontmanteling van in Turkije gestationeerde NAVO-raketten.
Kennedy had binnenskamers al erkend dat de lichte IL-28-bommenwerpers geen serieuze bedreiging vormden, maar toch waren de Verenigde Staten zo onvoorzichtig de verwijdering van die toestellen te eisen. Ook daar kwam Chroestsjov echter aan tegemoet, en daarom werd de blokkade op 20 november opgeheven. Op 6 december werd de laatste bommenwerper verscheept. In april 1963 werd aan de officieuze eis van de verwijdering van de NAVO-raketten uit Turkije tegemoetgekomen.” (TJ)

Epiloog


“Waarom werd daar dan zo geheimzinnig over gedaan? Waarom bleven McNamara, Bundy, Rusk (minister Buitenlandse Zaken/jc) en al die anderen in de jaren daarna steeds maar tegen het Congres liegen dat er geen overeenkomst was afgesloten (waarmee ze Kennedy en passant als opvallend onredelijk en weerbaristig afschilderden)? Dat deden ze enerzijds om de gevoeligheden van hun bondgenoten te beschermen, en anderzijds om het imago van JFK en het beeld van de totale overwinning in stand te houden. En als we Anatoly Dobrynin mogen geloven gebeurde dat ook om de toekomstige presidentiële ambities van Kennedy’s broer te beschermen. ‘In kleine kring had Robert Kennedy wel eens losgelaten dat hij heel misschien ooit ook nog een keer wilde proberen om president te worden, en de vooruitzichten in die richting zouden een flinke knauw krijgen als de geheime overeenkomst over de raketten in Turkije zou uitkomen.’ Het geheim werd pas in het begin van de jaren tachtig, toen George Ball (gewezen minister en ambassadeur bij de VN/jc) en anderen er in hun memoires naar verwezen, ontsluierd. Het is opvallend dat de leiding in de Sovjet-Unie, die er toch alle belang bij had om de zaak bekend te maken, nooit tot openbaarmaking is overgegaan.” (TJ)

Epiloog II


Tot slot nog een Europese stem met enig gezag in de zaak. De voormalige Britse diplomaat Sir William Hayter, lange tijd Brits ambassadeur in Moskou, schrijft quasi terloops over de Cubacrisis in zijn boek ‘Rusland en de wereld’, uit 1970 – minder dan tien jaar na de feiten:
“Pas na de Cubaanse crisis beseften beide partijen de omvang van de gevaren die hun confrontatie zo helder belicht had. Toen begon dan ook de befaamde ‘ontspanning’ die ook het verdrag van 1963 tot stopzetting van atoomproeven in de dampkring omvatte. De personen die toen aan het hoofd van beide staten stonden, bevorderden dit proces. De regering-Kennedy was diep onder de indruk geweest van de alarmerende crisis in 1962, terwijl Chroestsjovs specialiteit, ‘goulash-communisme’ met een minimale hoeveelheid ideologie, een waarlijk vreedzame coëxistentie met het Amerikaanse kapitalisme scheen toe te laten. Chroestsjov zelf schijnt inderdaad, zij het bij tussenpozen, gewerkt te hebben in de richting van een dergelijke modus vivendi. Maar het feit dat Kennedy en Chroestsjov achtereenvolgens van het toneel verdwenen, maakte aan deze fase een einde.”

Wij kennen intussen de afloop van de Koude Oorlog – voor zover die afgelopen is. Of staat de wereld nog steeds, zoals toen, op het punt om een Grote Sprong Voorwaarts te maken vanaf de rand van de afgrond? L’histoire se répète? Jamais. (jc)

De enige overlevende hoofdrolspeler

LECTUUR

* Tony Judt, De vergeten twintigste eeuw, Nieuwe wereldgeschiedenis, Uitgeverij Contact, 2008

* Tim Weiner, Een spoor van vernieling, De geschiedenis van de CIA, De Bezige Bij, 2007

* Yvan Vanden Berghe, De Koude Oorlog 1917-1991, Acco, 2002

* Sir William Hayter, Rusland en de wereld, Het Spectrum, 1971

* Ernest May en Philip Zelikow, The Kennedy Tapes:Inside the White House during the Cuban Missile Crisis, Harvard University Press, 1997

http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/10/19/wat-50-jaar-rakettencrisis-cuba-zegt-over-de-media-vandaag

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20121018_00339972

oktober 29, 2012 at 11:10 am 1 reactie

MEXICO, EEN SOAP DRAMA

Mexico behoort tot één van de gevaarlijkste landen ter wereld”  Zo begon de Terzake reportage van vrijdag 29-06 over de Mexicaanse verkiezingen die vandaag zondag plaats vinden. Niet alleen op het vlak van zorvuldig taalgebruk was er op de uitzending een en ander aan te merken, vindt radiocorrespondent in Mexico, Frank Silkens.  De reportage legde de nadruk op het geweld en de drugsoorlog in het Noorden van Mexico. Silkens miste een aantal achtergronden die ook volgens mij volstrekt noodzakelijk zijn om iets van de situatie in Mexico te snappen. Hier volgen  zijn opmerkingen en aanvullingen.

Johan Depoortere

1)     Niet alleen kritische Mexicaanse media maar ook de Britse krant The Guardian hebben uitvoerig gedocumenteerd dat de PRI-kandidaat Enrique Peña Nieto, de gedoodverfde winnaar van deze verkiezingen, een marketingstunt is van Televisa, het grootste Mexicaanse particuliere televisienetwerk, dat ook in andere Spaans-Amerikaanse landen een steeds groter marktaandeel heeft. Als beloning voor haar steun aan Peña Nieto verwacht Televisa uiteraard een versterking van haar monopoliepositie in het Mexicaanse medialandschap. Peña Nieto is niet alleen getrouwd met een soapactrice van Televisa, maar beantwoordt ook zelf helemaal aan de clichés van een soapacteur.

Enrique Peña Nieto

2)     De onafhankelijkheid van de grote commerciële Mexicaanse enquêtebureaus, die wereldwijd rondbazuinen dat Peña Nieto een grote voorsprong heeft in hun peilingen, wordt steeds meer in vraag gesteld.

3)     De partij van Peña Nieto, de Partido Revolucionario Institucional (PRI), was tot het jaar 2000 gedurende meer dan 70 jaar onafgebroken aan de macht. Na 12 jaar oppositie hoopt deze partij niet alleen opnieuw aan de macht te komen, maar veel Mexicanen vrezen ook dat de PRI niet nog eens de “fout” zal begaan om deze macht ooit opnieuw uit handen te geven.

4)     Miljoenen jonge Mexicanen gaan morgen zondag voor het eerst naar de stembus. In tegenstelling tot hun ouders en grootouders zoeken zij hun informatie meer op sociale netwerken op het internet dan op de televisie. “Televisa-kandidaat” Peña Nieto is al zo vaak uitgejouwd op meetings met jongeren dat hij zich de afgelopen maanden op jongerenmeetings steevast heeft laten verontschuldigen.

5)     De kandidaat van de centrum-linkse PRD, Andrés Manuel López Obrador, die in 2006 de presidentsverkiezingen “nipt verloor” van de huidige conservatieve president Calderón, is de grote favoriet van de jonge Mexicanen die morgen voor het eerst gaan stemmen, omdat ze iemand van een “niet-traditionele partij” aan de macht willen hebben. Deze nieuwe “internet-generatie” is zeker in een land als Mexico (met meer jongeren dan ouderen) niet verwaarloosbaar.

Andrés Manuel López Obrador

6)     Als Andrés Manuel López Obrador  de presidentsverkiezingen opnieuw “nipt verliest”, is het hek helemaal van de dam, en zullen we straatprotesten zien waarbij die van 2006 verbleken.

Frank Silkens

VRT-correspondent in Mexico

juli 1, 2012 at 6:29 am Plaats een reactie

RATZINGER IN MEXICO

Joseph Ratzinger – ook bekend onder zijn artiestennaam Benedictus XVI – was vorig weekend in Mexico (op weg naar Cuba). Het was het eerste bezoek van deze paus aan dat land, en slechts het tweede aan Latijns Amerika. Opvallend was dat Benedictus een wijde bocht maakte om de hoofdstad Mexico, nochtans een beroemd bedevaartsoord en het belangrijkste katholieke centrum van het land. Officieel heette het dat de 84-jarige Ratzinger de smog en de vervuiling van de miljoenenstad niet kon hebben. De werkelijke reden is complexer en van politieke aard, zegt journalist Paul Imison.

Reisdoel als politiek statement

In plaats van Mexico stad koos Ratzinger de staat Guanajuato als reisdoel – een conservatieve staat waar de huidige rechtse president Felipe Calderón op een grote aanhang kan rekenen. Mexico-stad daarentegen is een bolwerk van links, waar de Democratisch Revolutionaire Partij aan de macht is.  Het is de enige regio in het land waar homohuwelijk en abortus gelegaliseerd zijn.

In Guanajuato betreurde Ratzinger de kwalen die het land teisteren: “geweld, corruptie en gebrek aan moraal,”  maar hij zweeg over de oorzaken: de schreeuwende sociale ongelijkheid en de onstilbare honger naar drugs ten Noorden van de grens met de VS. De laataste vijf jaar  zijn meer dan 50000 doden gevallen in de drugsoorlogen en het aantal slachtoffers is drastisch toegenomen sinds de huidige superkatholieke president Calderón in 2006 in de strijd tegen de drugkartels het leger inschakelde. De katholieke kerk staat pal achter Calderón’s drugsoorlog al wordt die veroordeeld door mensenrechtenorganisaties en een beweging van burgerlijk verzet die vorig jaar voor een massabetoging in Mexico-stad 200 000 mensen op de been bracht.

Mei vorig jaar: Honderdduizenden tegen het drugsgeweld


Er zijn duidelijke bewijzen van de banden tussen de Mexicaanse kerk en criminele milieus. In 1993 kwam kardinaal Juan Jesus Posadas Ocampo om in een vuurgevecht tussen rivaliserende drugsbenden. Zijn banden met de Orellano-Felix familie in Tijuana zijn wel bekend en goed gedocumenteerd. In de stad Pachuca, Hidalgo, liet de plaatselijke drugsbaron, kennelijk met goedkeuring van de kerkelijke autoriteiten, een kapel bouwen annex mausoleum, waar hij later begraven wil worden.

Seksschandaal: het grote zwijgen

Tijdens zijn bezoek aan Mexico zweeg paus Ratzinger in alle talen over het seksschandaal dat ook in de Mexicaanse kerk zware ravages heeft aangericht. Toevallig of niet verscheen tijdens het bezoek een boek geschreven door een groep priesters die in 1998 als seminaristen werden misbruikt door Marcial Maciel, de stichter van het “Legioen van Christus.” Ze tonen overtuigend aan dat het Vatikaan meer wist dan het wil toegeven. Pas in 2005 riep Ratzinger de extreem-rechtse militant Maciel tot de orde.

Marcial Maciel krijgt de zegen van Ratzinger's voorganger

Niet alle priesters en bisschoppen in Mexico zijn kinderverkrachters of extreem-rechtse fanaten. De bekendste dissident is Jose Raul Vera Lopez, bisschop van Saltillo in de staat Coahuila, een stad die zwaar heeft te lijden onder het drugsgeweld. Vera Lopez laat niet na aan te klagen dat de georganiseerde misdaad samenvalt met de Mexicaanse staat en hij ziet geen verschil tussen de “veiligheidsdiensten ” en de criminele onderwereld. Geen wonder dat Vera Lopez zowel door de drugskartels als door die veiligheidsdiensten herhaaldelijk  met de dood is bedreigd.

Viva Cristo Rey

De strijd tussen kerk en staat is een terugkerend thema in de Mexicaanse geschiedenis. Het hoogtepunt kwam in de jaren twintig toen de rooms-katholieke kerk met de zogenaamde Cristero oorlog in verzet kwam tegen de revolutionaire grondwet van 1917 die de macht van de kerk probeerde aan banden te leggen. Toen de bisschoppen het op een akkoord gooiden met de staat om een einde te maken aan het conflict gingen katholieke ultra’s hun eigen weg en stichtten uit protest de PAN-partij die sinds 2000 aan de macht is. Toen veroverde Christus Koning in de figuur van Coca-Colabaas Vicente Fox het presidentschap. In 2006 werd hij opgevolgd door zijn partijgenoot Felipe Calderón wiens beleid wordt gekenmerkt door economische stagnatie, stijgende werkloosheid, civiel protest en een desastreuze “oorlog tegen drugs.”

Felipe Calderón

De timing van het pauselijk bezoek is geen toeval.  Volgens de linkse krant La Jornada wil het vatikaan zijn agenda versterken in het land met de op één na grootste katholieke  bevolking ter wereld en het doet dat door de PAN een steuntje in de rug te geven op een moment dat de partij in de opiniepeilingen de linkse PRD en de aloude regeringspartij PRI moet laten voorgaan. De leiders van de drie partijen zaten vooraan tijdens de mis die Ratzinger opdroeg, maar voor de meeste Mexicanen speelt de kerk niet langer een rol in hun politieke keuze. Zij hebben andere problemen om zich zorgen over te maken dan abortus en  homohuwelijk.

Johan Depoortere

Dit is de samenvatting van een artikel door de Australische journalist Paul Imison, eerder verschenen in Counterpunch. De originele versie leest u hier.

maart 27, 2012 at 11:44 pm Plaats een reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.329 andere volgers