Posts filed under ‘Ekonomie’

VAROUFAKIS EN THUCYDIDES

2015-06-27 17:59:16 Greek Finance Minister Yanis Varoufakis gives a press conference during a Eurogroup meeting at the EU headquarters in Brussels on June 27, 2015. AFP PHOTO/ JOHN THYS

 

door Marc Coucke

 

Dit stuk gaat over twee Grieken (maar niet in gelijke mate) :  Varoufakis die naam gemaakt heeft in de 21ste eeuw en Thucydides, die de Peloponnesische oorlog heeft beschreven in de 5de eeuw voor onze tijdrekening.

Yanis Varoufakis heeft een zeer leesbaar en lijvig boek [1] geschreven over zijn periode als Grieks Minister van Financiën. Het is een belangrijk boek, niet zozeer omwille van het relaas van wat zich heeft afgespeeld in Griekenland in 2015 maar wel omdat het een inkijk geeft over hoe er in de hoogste regionen in Europa en de wereld (IMF) aan politiek wordt gedaan. Het democratisch deficit wordt hier wel heel erg bloot gelegd.

De toon van het boek wordt reeds gezet in de inleiding. In april 2015 heeft Varoufakis in Washington een lange informele ontmoeting met Larry Summers, de Amerikaanse  Minister van Financiën onder Bill Clinton en de voormalige President van Harvard University. Beiden kennen elkaar heel goed en kunnen het goed met elkaar vinden. Summers zegt aan Varoufakis dat hij in zijn openbaar leven één grote les heeft geleerd :  ‘Er zijn 2 soorten politici, de insiders en de outsiders. De outsiders houden zich het recht voor duidelijke taal te spreken en hechten veel belang aan de waarheid. De prijs die zij moeten betalen voor die vrijheid van spreken is dat zij genegeerd worden door de insiders, die de belangrijke beslissingen nemen.  De insiders huldigen één  heilige stelregel : ga nooit in tegen andere insiders en verklap nooit aan outsiders wat insiders zeggen of doen. Wat krijgen zij daarvoor ? Toegang tot inside information en een kans om machtige personen te beïnvloeden.’ Het boek is een aaneenschakeling van politieke ontmoetingen die dit inzicht bevestigen.

Yanis Varoufakis (geboren in 1961) had naam gemaakt als economist voor hij door Alexis Tsipras van Syriza gevraagd werd om in de politiek te gaan. Hij heeft zijn universitaire studies gedaan in Engeland en heeft als professor gedoceerd in Engeland, Australië, Griekenland en Amerika. Zijn vakgebied is game theory [2] en dat laat zich in dit boek voelen. Voor elke politieke ontmoeting heeft hij verschillende scenario’s uitgeschreven en denkt hij enkele stappen vooruit. Hij benadert de politiek als een academicus en hij denkt zijn collega ministers te kunnen overtuigen met rationele argumenten, quod non. Hij komt van een kale reis thuis en wordt dikwijls geconfronteerd met collega’s die naar hem kijken alsof hij niets gezegd heeft, alsof hij geen plan heeft voorgelegd. Zij weigeren met hem in dialoog te gaan. Daarover ondervraagd[3] zegt hij dat hij niet naïef was en heel goed besefte dat men hem niet met open armen zou ontvangen. Hij ging ervan uit dat, indien hij zinnige proposities en een afschrikkingswapen op tafel legde, zij dan wel moesten luisteren.  Hij had een mogelijk atoomwapen in zijn hand. In 2010 had de ECB voor € 33 miljard Griekse staatsleningen overgekocht van privé investeerders. De nieuwe Griekse regering kon in 2015 beslissen deze leningen niet terug te betalen. Dat zou Mario Draghi in een onhoudbare positie gebracht hebben want er was een uitspraak van het Europees Hof (na een klacht van de Duitse Bundesbank bij het Duitse Grondwettelijk Hof) dat de ECB geen enkel verlies mocht lijden op aangekochte staatsleningen.

Voor hij minister werd in januari 2015 was Griekenland reeds twee keer financieel  ‘gered’ geworden. Griekenland had in mei 2010 voor € 110 miljard leningen ontvangen van (verschillende landen in) Europa en het IMF. Dit moest de Griekse staat, die bankroet was en daarom geen beroep meer kon doen op de financiële markten, er bovenop helpen. Als tegenprestatie moest Griekenland aanvaarden dat er drastische hervormingen werden doorgevoerd die ter plaatse gecontroleerd werden door een trojka van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het IMF. Deze bail-out was echter niet opgezet om Griekenland te helpen maar moest dienen om grote Duitse en Franse banken van de ondergang te redden. Die banken hadden Griekse staatsleningen gekocht voor een bedrag van meer dan € 200 miljard. Indien Griekenland dit geld aan de banken niet kon terugbetalen dan zouden ook Portugal, Spanje en Italië in het vizier komen van de financiële markten en de exposure van die banken aan die zuiderse landen was nog veel groter en zij riskeerden daaraan ten onder te gaan.  Sarkozy en Merkel hadden hun banken al eens moeten redden na de financiële crisis van 2008 en konden het zich politiek niet veroorloven hun Parlement nog een tweede keer een reddingsboei te vragen voor hun banken. De tweede redding van de Franse en de Duitse banken is dus verpakt geworden als een redding van Griekenland. Van de € 110 miljard die Griekenland als lening gekregen heeft in mei 2010 van Europa (de Europese belastingbetalers) en het IMF is dus niets Griekenland ten goede gekomen. Dit bedrag werd volledig aangewend om de Griekse staatsleningen vervroegd terug te betalen aan de Franse en Duitse banken. De dubieuze leningen die die banken verschaft hebben aan de Griekse staat werden dus overgenomen door de Europese en internationale  gemeenschap.

Griekenland heeft een tweede lening gekregen van € 130 miljard in 2012. Hier waren heel wat voorwaarden aan verbonden, die werden vastgelegd in een Memorandum of Understanding (MoU). Eerst en vooral een 90 % schuldafschrijving (een haircut) van € 100 miljard op eerdere Griekse staatsleningen die gekocht werden door Griekse pensioenfondsen, Griekse banken en Griekse burgers. Deze Griekse obligatiehouders werden in één klap € 100 miljard armer. De buitenlanders bleven buiten schot. Andere voorwaarden waren het oprichten van The Hellenic Financial Stability Fund, dat toezicht moest houden op de Griekse banken maar volledig gecontroleerd werd door de trojka, de aanstelling door de trojka van een nieuw hoofd van de Griekse belastingdienst, die niet kon ontslagen worden door de Griekse regering en het oprichten van een dienst die Griekse overheidsholdings moest privatiseren. Van de lening van € 130 miljard werd € 50 miljard aangewend om de Griekse banken te onderstutten met nieuw kapitaal (om de haircut te compenseren) en een ander deel diende om een deel van de vroegere leningen van Europa en het IMF terug te betalen.

De Griekse bevolking had in de verkiezingen van januari 2015 aan Syriza een mandaat gegeven om het Griekse reddingsplan te heronderhandelen met Europa en het IMF. Varoufakis was (en blijft) ervan overtuigd dat de aanpak van de trojka Griekenland niet uit het moeras kan trekken maar Griekenland vast ketent in een schuldengevangenis. De MoU is een giftig medicijn dat de toestand van de patiënt enkel slechter maakt. Die aanpak van de trojka is noodzakelijk om te vermijden dat enkele belangrijke Europese leiders politiek gezichtsverlies zouden lijden door toe te geven dat ze het verkeerd voor hadden.

Varoufakis had zijn eigen plan, dat hij getoetst had bij belangrijke economische adviseurs (Jamie Galbraith, Jeff Sachs, Norman Lamont) en dat oorspronkelijk was goedgekeurd door het Griekse war cabinet, maar waar Tsipras uiteindelijk is voor gezwicht. Het plan hield een schuldherschikking in (bestaande leningen vervangen door enerzijds eeuwigdurende leningen die in principe nooit terug betaald worden en waarop enkel eeuwigdurend intrest wordt betaald en anderzijds door leningen waarvan de afbetaling zou gekoppeld worden aan de groei van de Griekse economie), een voorstel om de failliete Griekse banken over te hevelen naar het Europees niveau (want het was Europees geld dat ze overeind hield) en een voorstel om belastingen te innen bij belastingontduikers door gebruik te maken van data mining.

Wanneer Varoufakis zijn plan voorstelde in de Eurogroup vergadering van 11 februari 2015 was het  antwoord van de Duitse minister Schäuble heel kort : ‘Verkiezingen kunnen geen voorwendsel zijn om de economische politiek te veranderen.’ Varoufakis antwoordde :  ‘Democratie is geen luxe die de rijke landen zich kunnen veroorloven maar moet ontzegd worden aan de arme landen.’ Toen Varoufakis vroeg dat zijn voorstel ten minste zou uitgedeeld worden aan zijn collega’s om het te kunnen bestuderen werd dit door Schäuble geweigerd want dan zou hij wettelijk verplicht zijn dit voorstel ten berde te brengen in het Duits Parlement waar het zeker zou worden afgekeurd. Schäuble zei dat Varoufakis zijn voorstel maar aan de trojka moest overmaken. Varoufakis argumenteerde dat de trojka een groep technici zijn die niet verkozen zijn en geen verantwoording moeten afleggen. Hij wilde een discussie op politiek niveau maar die kreeg hij niet.

Op het einde van de Eurogroup vergadering van 27 juni 2015, de laatste die Varoufakis heeft bijgewoond, wilde Voorzitter Jeroen Dijsselbloem een communiqué verspreiden waar Varoufakis niet mee akkoord ging en wilde hij een nieuwe vergadering samenroepen in de namiddag zonder Varoufakis. Varoufakis vroeg aan de secretaris of dat zo maar kon. Het antwoord van de secretaris, na consultatie met de Juridische Dienst van de Europese Commissie,  was dat de Eurogroup geen juridische basis heeft omdat het in geen enkel Europees verdrag voorkomt en dat de Voorzitter daarom kan handelen naar eigen goeddunken.

In het boek komen nog veel voorbeelden voor van machtspelletjes. Dijsselbloem en Schäuble die Varoufakis afdreigen met uitsluiting uit de eurozone (Grexit), Schäuble die Griekenland wil afstraffen om Frankrijk een lesje te leren en discipline op te leggen. Daar tegenover stelt Varoufakis altijd het belang van de soevereiniteit van de staat en de waardigheid van het volk.

Waar blijft Thucydides ? Zijn uitspraak van 26 eeuwen terug vat het boek goed samen :  ‘In de echte wereld doen de sterken wat zij willen en ondergaan de zwakken wat zij moeten.’ Dit is trouwens ook de titel van een ander boek dat Varoufakis recent geschreven heeft : ‘And the weak suffer what they must ?’

[1] ‘Adults in the room’, ISBN 9781847924452, 550 blz.

[2] https://www.yanisvaroufakis.eu/books/game-theory-a-critical-text/

[3] https://www.socialeurope.eu/adults-room-taking-europes-deep-state

augustus 6, 2017 at 8:47 am 1 reactie

Twee menu’s voor wie de kolonisatie van Kongo nog niet heeft verteerd

Kongoboot Albertville

 

door Lucas Catherine

Menu1

Onderzoeksjournalistiek baseert zich nu op documenten die en stoemelings maar zijn te vinden. Moeilijk werk, vraag het maar aan de mensen van Apache. Vroeger was het anders. Dan kon je aan de hand van op het eerste zicht onbelangrijke documenten waren veel te weten komen.

Hierbij het voorbeeld van twee menu’s uit Antwerpen. Ze dateren uit 1898. Een belangrijk jaar in de geschiedenis van Kongo: Toen werd niet alleen de eerst trein daar officieel in gebruik genomen, maar arriveerden er ook de eerste toeristen en journalisten met hun net klantvriendelijk gemaakte Kodak. Om het bij Antwerpen te houden: La Metropole (met Vaes), Le Matin (met Henrion), De Nieuwe Gazet (met Moortgat) en het Handelsblad (met De Mey).
Hier dus mijn eerste spijskaart, zoals men dat toen in Antwerpen noemde, maar in druk heette het wel menu. Bourgeois oblige. In dit geval de Kamer van Koophandel. Het diner was ter ere van Leopold II die toen La Métropole bezocht en de illustraties vertellen veel. Je leest ze net als de gerechten van boven naar onder.
Heel bovenaan links, de vlag van de Kongo Vrijstaat en rechts de Kongostroom met op de oever twee olifanten. Dat laatste is een kleine leugen. De olifanten waren aan de Kongostroom zelf al uitgestorven, men moest ze in het hoge noordoosten gaan jagen. Maar, zoals de Leeuw stond voor België, zo stond de Olifant symbool voor Kongo.

In het midden, links een bundel voorwerpen die de eerste toeristen ginder graag kochten: schilden, speren, werpmessen en maskers. Rechts daarvan op de achtergrond de eerste trein in Kongo, Matadi-Kinshasa die toen net officieel was ingehuldigd.

Daaronder de rivierboot Brabant die het jaar daarvoor (1897) in Antwerpen door Cockerill Yards was gebouwd. Die scheepswerf lag toen midden in de stad. Ze bouwden ongeveer alle boten die op de Kongo vaarden. De Brabant was een raderboot en mat 45 meter op 9 meter met een stoommachine die 125 pk kon ontwikkelen. Daarmee konden 150 ton vracht vervoerd worden en er waren cabines voor 32 passagiers. Op zijn proefvaart op de Schelde ontwikkelde hij een snelheid van 7,5 knopen (14 km/u)

Links onderaan een gravure van Nieuw-Antwerpen, een handelspost die Camille Coquillhat had gesticht. Coquillhat kreeg daarom in Antwerpen een straat (in 1891) en een standbeeld in het Albertpark (1895).

In het centrum onderaan: het wapen van de Kongo Vrijstaat met als devies Travail et Progres, bekroond met de gevleugelde helm van Mercurius, de god van handel en reizen. En ook de patroon van de Antwerpse Kamer van Koophandel.

Rechts onderaan dan de Albertville, de toenmalige Kongoboot Antwerpen-Matadi (bouwjaar 1896).De gangen op het menu zijn minder interessant, net zoals die trouwens op het tweede menu.

 

Hier iets minder illustraties: rechts onder nog maar eens de Albertville en links dé uitvoerproducten uit Kongo: ivoor (slagtanden) en balen rubber. Die producten konden Antwerpen bereiken, niet alleen dankzij de Kongoboot, maar ook dankzij de spoorweg Matadi-Kinshasa. Het symbool van de spoorweg zie je dan ook uiterst links: een gevleugeld wiel. Het was jaren lang ook het symbool van de NMBS. Mijn vader, cheminot net als mijn grootvader, droeg het op de kraag van zijn vest. Het was in koper- uit de Kongo.

 

Dit tweede banket had een maand na het bezoek van Leopold II plaats en werd door de Kamer van Koophandel georganiseerd voor hun leden die door Leopold waren benoemd in de Leopoldsorde – een al langer bestaande orde – maar vooral in de Kroonorde. Die had de Heerser van de Kongostaat een jaar eerder opgericht om iedereen te huldigen die ‘verdienste had voor de Beschaving van Afrika’. En de Kroon verwijst hier dan ook naar het Kroondomein, dat deel van de Vrijstaat waar enkel Leopold economisch actief was. Met de namen van de genodigden kan je de geschiedenis van de kolonisatie schrijven. Ze staan in alfabetische volgorde, maar de eerste in de rij, Bunge was toen misschien de belangrijkste en dankzij Kongo ook de rijkste. Antwerpenaren kennen misschien het Instituut Bunge, nu onderdeel van de UIA en de domeinen Oude Gracht en De Uitlegger (in Kapellen en Brasschaat), vroeger privé-domeinen van de familie Bunge. Ze kwamen oorspronkelijk uit Zweden, maar hun rijkdom kwam uit Kongo. Eduard Bunge commercialiseerde al het ivoor dat uit Kongo arriveerde. Tussen 1888 en 1893 ging dit om 509.573 ton –vraag me niet hoeveel olifanten dat maakt – Het leverde Bunge meer dan één miljoen Euro op. Verder was Bunge geïmpliceerd in de twee grote rubbermaatschappijen ABIR en Anversoise, beiden berucht om hun politiek van afgehakte handen. Leopold II noemde Eduard Bunge dan ook ‘mon grand ami anversois’ en Leopold hield van Antwerpen: “Anvers peut être, et mon désir est qu’Anvers soit la plus grande ville commerciale du continent”. Een citaat uit zijn speech in Antwerpen tijdens het vorige diner.
De tweede in de lijst is een mindere figuur Edgard Castelein, stichter van de krant La Métropole die de politiek van Leopold II verdedigde. Een van zijn journalisten reisde in 1898 naar Kongo om er de inhuldiging van de trein Matadi-Kinshasa te verslaan. De trein die de echte economische ontsluiting van Kongo mogelijk maakte.

Emile Ceulemans, een commerçant die het later bracht tot Consul Generaal van de Kongo Vrijstaat in Lissabon.

Charles Corty, voorzitter van de Kamer van Koophandel. De ondervoorzitter was Louis Criquillon.

Maar laten we het bij de grote kleppers houden.
Alexis De Browne de Tiège: medestichter van de beruchte rubbercompagnie Abir en voorzitter van de Anversoise. Die maatschappijen maakten ongelooflijk veel winst. In sommige jaren vijfmaal het eigen kapitaal. Waar Abir actief was slonk de bevolking met de helft, en dat kwam niet alleen door afgehakte handen. De Browne de Tiège was ook een stroman van Leopold II en hielp hem in 1895 om de Belgische staat geld af te troggelen via een zogezegde lening. Hij zat ook in Bell Company, de Antwerpse maatschappij die de eerste telefoonlijnen in Kongo aanlegde. Zijn kapitaal is opgegaan in de Dexia bank.

Emile en Ernest Grisart zetelden ook in Bell en waren aandeelhouders in de rubbermaatschappijen.
Alexis Mol was alweer een goede vriend van Leopold II met belangen in Abir en Bell en verder in de koffie- en cacao-import uit Kongo.

 

Naast Leopold II was vooral Albert Thys actief in de plundering van Kongo. Hij was stichter of aandeelhouder van 33 koloniale maatschappijen. Hij was de man die in 1898 de eerste trein Matadi-Kinshasa deed rijden. De bankier Alfred Osterrieth was een van de genodigden bij de inauguratie van de spoorweg. Osterrieth was de leidende figuur in Les Produits du Congo, een van de maatschappijen van Thys. Verder zat hij in Abir en importeerde Kongolese cacao. Zijn kapitaal is ook opgegaan in de Dexia Bank.
Ook Eduard de Roubaix zat in die Produits du Congo van Thys.

Dan is er Arthur Van den Nest, voorzitter van rubbermaatschappij ABIR. Hij zetelde daarnaast in Bell Telephone en tijdens het diner waarop deze tweede menu slaat, opperde hij het idee om met de Kamer van Koophandel een monument te bouwen ter ere van de Kongolese handel. Hij werd hierbij gesteund door burgemeester Jan van Ryswyck. Het werd, met enige jaren vertraging de Kongozuil in het Stadspark.

 

Jan Van Rijswijck was een fervent verdediger van de koloniale politiek van Leopold II. Hij organiseerde in 1894 de Antwerpse Expo waarin meer dan 100 Kongolezen werden ‘tentoongesteld’ in het zogenaamde Vivi aan de Schelde. Maar hij sympatiseerde ook met de kolonisatiepoging van Leopold in China. In 1900 riep hij zelfs op om een expeditiekorps naar China te sturen om de anti-koloniale Boxersopstand (Yihetuan-beweging) neer te slaan.

En, ik zou het haast vergeten op die menu’s staat dus ook wat er te eten viel:

 

Schotse oesters

Ossenstaartsoep

Ganzenlever in een korstje

Forel uit Dieppe

Royale Rundsfilet

Kapoen zoals in Le Valois van Le Mans (toen een erg bekend restaurant).

Champions en croute

Hazerug Grand Veneur

Patrijs in wijnbladeren

Abrikozencompote

Kreeft Belle-Vue

En tot slot: sla’s, gebak, ijs en fruit.

En daarbij champagne en aangepaste dure wijn.

Een dagtaak, zo’n maaltijd en tijd genoeg om over zakendoen in Kongo te praten.

 

En hoe ben ik aan deze menu’s gekomen? Wel in de jaren zeventig maakte een farmaceutische firma reproducties van deze menu’s. Ze waren onder de indruk van de zware maaltijd die werd aangeboden en op de achterzijde maakten ze reclame voor een poeder tegen een zware maag. En dat stuurden ze als publiciteit naar alle huisdokters.

 

Lucas Catherine

Liefhebber van Matadi en ander koloniaal gebak.

 

juni 5, 2017 at 12:32 pm Plaats een reactie

CUBA TUSSEN TWEE WERELDEN

Wie tegenwoordig onderdak zoekt in de Cubaanse hoofdstad Havana kan voor een slordige 450 euro terecht in het onlangs geopende Kempinski hotel in het historische hart van de stad. Het hotel maakt deel uit van een even luxueus shopping centrum in het Manzano de Gomez complex, voltooid in 1917 maar nu schitterend gerestaureerd. Daar kan de toerist met gevulde portefeuille, maar ook de groeiende klasse van Cubaanse nieuwe rijken terecht voor speeltjes als de nieuwste Canon Eos camera voor 7542,01 dollar of het Bulgarihorloge voor de peuleschil van 10.200. De verkoopster die “acacia eau de toilette” a rato van 95,2$ per flesje aan de man of vrouw brengt verdient zelf 12,5 dollar – 11 euro – per maand.

Een jonge Cubaanse maakt een selfie vóór de etalage van de luxe shopping mall annex hotel “Manzana de Gomez.”

Deze jongste injectie van capitalismo in de Cubaanse geleide staatseconomie zorgt voor wrevel en onbegrip bij Cubalovers en niet in het minst bij de meerderheid van de Cubanen zelf die ondanks de zegeningen van de revolutie de grootste moeite ter wereld hebben om met hun officiële maandinkomen van ongeveer 20 euro de eindjes aan elkaar te knopen. Het is ook een oogverblindende illustratie van de toenemende ongelijkheid op het eiland waar de nu bijna zestig jaar oude Revolutie de ambitie had om niets minder dan de “nieuwe mens” te creëren. Nu klinken de revolutionaire slogans die op heel het eiland op grote borden de voorbijganger toeschreeuwen holler dan ooit. “Socialisme o muerte” – “Socialisme of de dood: “Wat is het verschil?” vragen de meer cynisch ingestelde Cubanen zich af.

Het Kempinski, de kapitalistische etalage in de Cubaanse hoofdstad wordt gerund door het leger dat zijn appetijt voor marktaandeel in de boomende toeristische industrie sinds de machtsovername door legerleider Raúl Castro alsmaar meer bevredigd ziet. Wie in Cuba de historische steden bezoekt kan er niet naast kijken: hotels, toerbussen, autoverhuur – allemaal onder de merknaam Gaviota of Cimex, de toeristische zakenarm van het Cubaanse leger. De haven Mariel – een paar decennia geleden nog beroemd en berucht door de massale exodus van ongewenste Cubanen naar de VS – wordt met Braziliaans kapitaal de kern van een toeristische groeipool helemaal in handen van de militaire zakensector. Onlangs hebben de militairen ook de bank overgenomen die de meeste buitenlandse transacties controleert.

Toerisme is – samen met de geldstortingen door Cubanen in Miami ter waarde van 2,5 miljard per jaar – de reddingsboei voor de Cubaanse economie die steeds minder kan rekenen op inkomsten uit de traditionele suikersector en die na het verdwijnen van de Sovjetunie drijvende werd gehouden door olie uit Venezuela. Nu ook daar het “socialistische” regime van Maduro onder zware druk staat en de economie op apegapen ligt zijn de Cubanen meer dan ooit op zichzelf en de buitenlandse bezoekers aangewezen. Het herstel van de diplomatieke betrekkingen met de Verenigde Staten en de versoepeling van de reisbeperkingen voor Amerikanen heeft een toeristische boom veroorzaakt en de verwachting is dat die alleen maar zal toenemen. Havana, dat nu al kreunt onder het massatoerisme bereidt zich voor op een vreedzame invasie uit het noordelijke buurland dat tot voor kort in de officiële propaganda als vijand nummer één stond gebrandmerkt. De vraag is of de stad en het land daarvoor zijn toegerust. Het antwoord is neen, zoals ik zelf tijdens mijn recentste bezoek aan het eiland herhaaldelijk kon vaststellen.

Marina Hemingway een reliek van vóór de Revolutie

Marina Hemingway is een magneet voor zeilers uit Noordamerika en de rest van de wereld. Het is een wat vervallen toeristisch complex met twee hotels, restaurants, zwembad en winkels, allemaal daterend van de jaren vijftig en sindsdien nauwelijks aangepast aan de tijd. Ik was er in april voor de derde keer in vier jaar tijd en de drukte is er almaar toegenomen, net als de voortschrijdende verloedering van het geheel. Eén van de twee hotels “El Viejo y el Mar” staat al jaren leeg en wordt naar het schijnt gerenoveerd – niemand weet wanneer het weer open gaat. De sanitaire voorzieningen van het andere hotel “El Acuario” kun je vinden afgaande op de stank. De internetvoorziening is een bron van voortdurende ergernis. Voor een wifiverbinding moet je een kaartje kopen à 3,5 euro per uur. De kaartjes zijn er soms wel soms niet en zelfs als je er een kunt bemachtigen kun je van geluk spreken als de verbinding langer dan een paar minuten werkt. Skype en Whatsapp worden door de Cubaanse autoriteiten geblokkeerd, evenals de telefoonverbinding met satelliettelefoons. Een Franse collega zeiler had bij aankomst met een vlucht uit Parijs zijn satelliettelefoon bij de immigratie op de luchthaven moeten afgeven. Het heeft hem anderhalve week en interventie van de Franse ambassade gekost om zijn toestel terug te krijgen toen hij per boot het land wou verlaten.

Cruiseschepen zetten ladingen toeristen af. Hier in de haven van Santiago

Vorig jaar heeft een recordaantal van 4 miljoen toeristen, onder wie 270000 Amerikanen het eiland bezocht. De prijzen zijn door de komst van die massa’s toeristen de pan uitgerezen. Een inreisvisum kostte twee jaar geleden 25 euro – nu is het tarief verdrievoudigd tot 75. Twee jaar geleden was er uit Marina Hemingway een gratis busje naar het centrum van Havana. Nu rijdt het busje slechts een paar haltes verder en ben je praktisch verplicht een taxi te nemen voor 15 tot 20 euro. De gulheid waarmee Amerikanen gewend zijn fooien uit te delen heeft de verwachtingen aangescherpt en Cubanen die een graantje willen meepikken van de toeristische boom lijken allemaal dollartekens in de ogen te hebben. Ray, een jonge taxichauffeur die ons naar de luchthaven brengt is geobsedeerd door de prijzen van vastgoed en auto’s. Hij wil ons zijn huis verkopen, of althans een verdieping die we “makkelijk kunnen verhuren aan toeristen.”

De kwalijke neveneffecten van het massatoerisme zijn legio: prostitutie, corruptie en wat de Cubanen “toerisme-apartheid” noemen: het feit dat ze niet welkom zijn in de grote internationale hotels en resorts in bijvoorbeeld Varadero – die zijn exclusief voor de buitenlandse bezoekers. Een ander gevolg is de dualiteit in de Cubaanse samenleving: de kloof tussen wie wel en wie niet toegang heeft tot van het manna van het toerisme. Die toenemende ongelijkheid is de rot in het revolutionaire ideaal. Het dubbele muntsysteem heeft twee economieën geschapen: die van de “peso nacional” en die van de “peso convertible,” de CUC de munt waar de toeristische sector op draait. Eén CUC is ongeveer 25 peso waard. Het doorsneesalaris bedraagt 500 peso wat neerkomt op 20 CUC of ongeveer 20 Euro. Basisproducten zoals brood, rijst of kip worden in peso betaald en zijn met het rantsoeneringsboekje (de “libreta”) belachelijk goedkoop, maar alles wat wordt ingevoerd moet in CUC worden betaald en die munt is voor de Cubanen alleen bereikbaar via diensten aan toeristen. Het gevolg is dat het uitstekende Cubaanse onderwijssysteem dokters, ingenieurs, leraars, architecten en andere hoogopgeleiden aflevert die hun vak massaal laten voor wat het is en aan de kost komen als taxichauffeur, restauranthouder of toeristengids of die (een deel van) hun woning verhuren als B&B.

Verval op een boogscheut van de luxe.

De hervormingen van Raúl Castro hebben een klasse nieuwe rijken voortgebracht maar ook het leven van vele anderen uiterst precair gemaakt. In september 2010 liet Raúl een half miljoen mensen in overheidsdienst ontslaan met het voornemen dat aantal op termijn nog te verdubbelen. “Cuba kan niet het enige land ter wereld zijn waar mensen kunnen leven zonder te werken,” zei Raúl – Margaret Thatcher had het niet beter kunnen formuleren. De ontslagen werknemers moesten voortaan aan de bak zien te komen in de toen nog nauwelijks bestaande privésector. Ook de ontslagregeling lijkt helemaal uit het neoliberale boekje te zijn afgekeken; één maand loon als ontslagvergoeding voor tien jaar dienst met een maximum van vijf maanden voor 25 jaar dienst. Veel Cubanen dreigen daarmee tussen twee stoelen terecht te komen: die van de communistische verzorgingsstaat en die van de markt. Geen wonder dat bijna zestig jaar na de overwinning van de Revolutie de armoede op Cuba lang niet is uitgebannen. Een wandeling door het Oude Havana maakt duidelijk hoe naast de fraai gerestaureerde gebouwen nog honderden gezinnen in de meest miserabele omstandigheden wonen.

Hoe het verder moet met de Cubaanse revolutie is de vraag van één miljoen. Of Donald Trump aan de andere kant van de Straat van Florida de toenaderingspolitiek van zijn voorganger zal voortzetten is alles behalve zeker al kun je ook verwachten dat de vastgoedmagnaat in de president begerig uitkijkt naar een nieuwe markt voor zijn hotels en belangen in de toeristische sector.

De injectie van een dosis kapitalisme in de Cubaanse economie heeft een onstuitbare dynamiek op gang gebracht die leidt naar méér markt en méér ongelijkheid. Fidel Castro is dood maar de generatie van de “historicos” die nog samen met Fidel in de Sierra Maestra heeft gevochten klampt zich vast aan de macht. De 85-jarige Raúl Castro heeft beloofd in 2018 af te treden, maar hij blijft secretaris van de Communistische partij die alle macht in handen houdt. Pessimisten vrezen een evolutie naar Chinees model: economisch liberalisme in het kader van een autoritaire staatsstructuur onder leiding van de Communistische partij en met een economische bovenlaag die haar privileges met hand en tand zal verdedigen. Maar dat is tot dusver koffiedikkijken.

Johan Depoortere

23-05-2017

 

mei 24, 2017 at 3:48 pm 7 reacties

BARS ALS KOLONIAAL ERFGOED IN MAROKKO

Bar Terminus

 

door Lucas Catherine

Fransen hebben stijl, ook als ze koloniseren. Welke stijl, is wat anders. In Marokko hebben ze de Arabisance ingevoerd. Dat is kort gezegd hun versie van Arabische architectuur, en die is volgens hen mooier dan het originele. Ze lieten zich daarbij niet inspireren op de lokale Noord-Afrikaanse bouwtraditie, maar gingen te leen bij de Fatimiden in Kairo.

Ze deden dat op een manier die aan de toekomstige Art-Deco doet denken. Ze bouwen een bank, een kazerne of een pompstation en decoreren die met elementen die zij ‘echt en beter Arabisch’ vinden dan wat de Arabieren zelf hebben ontworpen.

Neem dit bankgebouw in Rabat

Bank Rabat

of een kazerne

Bar Officieren

Pompstation

Zelfs dit pompstation moest Arabisch

 De stijl kende in Marokko zijn hoogtepunt in de jaren 1900-1930. En daarna kwam de echte Art-Deco, vooral in de periode voor en na de Tweede Wereldoorlog, toen de kolonisatie haar hoogtepunt kende. Je vindt die terug in Casablanca, Rabat en vooral in Kenitra, een stad die de Fransen zelf aan de monding van de Marokko’s grootste rivier, de Sebou hebben ontworpen. Gevels genoeg om er een toeristisch circuit mee te vullen. Maar binnenin nu vooral omgebouwd tot fletse kantoren. Waar je wel nog Art-Deco-interieurs kan bewonderen zijn de bars. Je stapt er zo in het provinciale Frankrijk van de jaren 1950.

Nu heb ik iets met Marokkaanse bars, al of niet in Art-Deco. Mijn vrouw zegt: drop hem in om het even welk bled en binnen het kwartier heeft hij een bar gevonden. En zij kan het weten, want ze doet niets liever dan er met mij iets te drinken. Zij een Ricard, ik een lokale pils. Stork, het bier van het werkvolk. De middenstand drinkt liever Flag Spéciale en de Bobo’s en toeristen Casablanca. Dat laatste bier is niet aan mij besteed, maar is voor klanten van luxe bars die geld teveel hebben. Verder zijn er de verloederde, louche bars van beroepsalkoliekers die de lege flessen op tafel voor zich uitstallen en tenslotte mijn soort bars, die van de lokale middenstand: commerçanten, ambtenaren en dat soort volk. Daar kan je trouwens beter eten dan op restaurant. In Rabat is er zo een met de beste kleine brochettes van heel Marokko en Brussel. Goed gemarineerd, met een dipsausje van tomaat, lichtjes pikant en opgefrist met koriander. Vijf dirham (= o,4 Euro) per stuk. Als je goed zoekt vind je hem bij Place Petri (sorry, voor de koloniale naam, het plein heet nu anders, maar ja, ik heb het hier over erfgoed).
Er is een verschil tussen bars als erfgoed van de Fransen en die achtergelaten door de Spanjaarden die het noorden van Marokko (de streek rond Tetuan) koloniseerden. In de Franse bars is het net of je het Frankrijk van de jaren 1950 binnen stapt. De tapa’s zijn er te betalen. In de Spaanse is minder Art-Deco, maar de tapa’s zijn er wel gratis.

Daar, aan de Middellandse Zee, ligt mijn lievelingsbar aan de kust van Tetuan, in Martil. Bar de la Playa.
Het is niet alleen mijn lievelingsbar. Een van de grootste nog levende Arabische dichters, de Irakees Saady Yusuf schreef er zelfs een gedicht over. Een fragment:

Wij waren onlangs in Martil

Tussen het blauw, het blauw en het wit,

Tussen de zee en het strand

Tussen een glas en nog een glas

Waren we welkom in een oude bar

Uit de tijd van de Spanjaarden…
Als je er twee pinten drinkt heb je gegeten, zegt mijn vriend Mohamed. Want het rijtje tapa’s is indrukwekkend: linzen, tuinbonen in tomatensaus, gefrituurde sardientjes of ansjovis, artisjok, al naar gelang het humeur van de kok. Want bars hebben bijna altijd een kok.

Het aantal bars vermindert. Ieder jaar moet ik er schrappen uit mijn lijstje. Dat komt door de religieuze, fundamentalistische partij die er aan de macht is, alla ná de koning natuurlijk. Terwijl die Mohamed VI vroeger wel een andere reputatie had. Ik herinner mij nog de verhalen van toen hij nog kroonprins was en de nacht doorbracht met rijkeluiszoontjes en kompanen uit de Golf in een bar die niet voor niets Amnésia heette. Het Sodoma en Gommora van Rabat in het begin van de jaren negentig.
Bijna alle bars die ik ken hebben een eigen verhaal en geschiedenis. Als voorbeeld geef ik mijn laatste ontdekking: Bar Continental in Kenitra.

Bar Continental

Kenitra is zoals ik daarnet al schreef gesticht door de Franse kolonisator. In 1942 werd ze door de marine van de VS veroverd op het Franse, met de Nazis collaborerende Vichy regime en van toen af was er ook een grote Amerikaanse basis, die officieel in 1977 aan de Marokkanen werd overgedragen. Kenitra is in Marokko vooral bekend om zijn grote gevangenis voor politieke opposanten. Vuile tongen beweren dat de Amerikanen er zich nog altijd thuis voelen en de basis gebruikten voor een eerste ondervraging cum marteling van jihadisten op weg naar Guantanamo. Daarnaast hebben de Amerikaanse mariniers er ook het barwezen ondersteund. En zo kom ik bij mijn verhaal over Bar Continental. We kwamen binnen langs een twintig meter lange zinc waaraan schouder aan schouder klanten zaten. De tapa’s waren voor een keer vegetarisch: slaatjes en radijzen. Het was het seizoen.

Continental Zinc

 

Verder een grote zaal met tafels en stoelen, de grootte van een kleine parochiezaal. Aan de muur drie grote olieverfschilderijen, drie meter op drie, met Amerikaanse thema’s. Onder andere het Capitool.

Toen de barman zag dat we foto’s namen, toonde hij ons nog een tweede, even grote zaal die nu dicht was. Ze werd alleen gebruikt voor evenementen. Daar hingen een twintigtal schilderijen met zichten op Marokkaanse steden. Raar, maar de wanden waren gekromd, en er waren kleine nepraampjes in aangebracht, net of je in de romp van een vrachtvliegtuig za

Vliegtuigzaal

Indertijd, het moet 1948 geweest zijn, toen de bar nog eigendom was van een Française, vertelde de barman had een marinier brand gesticht en de bar was gedeeltelijk verwoest. Om geen kweddellen te krijgen met de Marokkaanse overheid en de Française hadden de Amerikanen voorgesteld de bar op hun kosten her op te bouwen. Vandaar die vliegtuigromp en die Amerikaanse schilderijen.

Vroeger heb ik er ooit aan gedacht om een Beerdrinkers Guide to Morocco te schrijven. Nu denk ik aan een reisgids voor Marokko rond koloniaal erfgoed, in casu bars. Alhoewel, is het de moeite? Zoals alle koloniaal erfgoed wordt het niet meer onderhouden. De enige bar op mijn lijstje dat teruggaat tot de jaren 1980 die werd gerestaureerd is Bar Terminus in Rabat. Het portret van de Koning hangt er nu tussen foto’s van popsterren uit de jaren ’70 en ’80.

(zie foto bovenaan).

 

 

mei 11, 2017 at 10:21 am Plaats een reactie

BEVRIJD DEBAT BASISINKOMEN UIT ZIJN FINANCIEEL KEURSLIJF

door Eric Bracke

De voorbije dertig jaar heeft de Belgische hoogleraar Philippe Van Parijs (UCL) een voortrekkersrol gespeeld in het internationale netwerk voor het basisinkomen. Hij was een van de auteurs van het in 1984 bekroonde essay ‘Allocation universelle’. Met de geldprijs van de Koning Boudewijn Stichting werd in 1986 in Louvain-La-Neuve een eerste internationaal congres over het basisinkomen georganiseerd. Dit leidde tot de vorming van een Europees netwerk, dat in 2004 in Barcelona werd omgedoopt tot het Basic Income Earth Network. Mede-oprichter en eerste secretaris was Walter Van Trier, die in 1995 een doctoraal proefschrift over de geschiedenis van het debat over het basisinkomen verdedigde. ‘Nadien heb ik ruim twintig jaar de universitaire onderzoeksgroep SONAR (Overgang van school naar werk) geleid. Ik had de mogelijkheid niet om naar de congressen te gaan, maar ik ben de discussie over het basisinkomen wel op de voet blijven volgen. Sinds anderhalf jaar geef ik trouwens minstens één lezing per maand over het onderwerp.’

Sommige linkse intellectuelen beweren dat het thema van het basisinkomen intussen gekaapt is door de neoliberale navolgers van de Amerikaanse econoom Milton Friedman. Zij zien in het basisinkomen immers een middel om sociale overheidsvoorzieningen af te bouwen. Van Trier vindt ‘gekaapt’ geen correcte omschrijving. ‘Van in het begin behoorden de voorstanders van het basisinkomen tot een brede waaier van ideologieën.

Het eerste voorstel van een basisinkomen vinden we in een stuk dat de liberaal Thomas Paine omstreeks 1793 heeft geschreven voor de Britse en de Franse regering. Omdat de Aarde van iedereen is, stelde hij voor om via een belasting op de erfenis van grondrechten iedereen een uitkering te geven. Later vinden we het idee van een basisinkomen ook bij, onder anderen, de Russische anarchist Peter Kropotkin (1842-1921) en bij de Britse filosoof Bertrand Russel (1872-1970).’

‘Trouwens, in de VS flirtte niet alleen Milton Friedman met het idee, ook Keynesiaanse economen zoals James Tobin en John Kenneth Galbraith engageerden zich voor een basisinkomen. De Democratische presidentskandidaat George McGovern nam het idee in 1972 zelfs op in zijn programma. In Europa werd het basisinkomen in de jaren 1980 van onder het stof gehaald door de groene beweging, vooral in Duitsland, maar ook door liberalen.’

Sociaal Pact
‘Voor Vlaanderen heb ik in 1986 een stand van zaken opgemaakt. Het basisinkomen werd in 1984 beschreven in de Agalev-publicatie ‘Op mensenmaat’ en was een item op het volgende congres van de Vlaamse groenen. Maar bij de Volksunie en de toenmalige PVV-jongeren was het toen eveneens een actueel onderwerp. Alle voorstanders hadden gelijkaardige argumenten: men zag er een instrument in om de armoede te bestrijden en om de voorwaarden voor een werkloosheidsuitkering te verduidelijken. Men benadrukte natuurlijk  ook de individuele vrijheid die een universeel basisinkomen verschaft .’
‘Zelf ga ik spreken voor mensen van alle politieke gezindheden. Dat één partij of strekking het thema monopoliseert, lijkt mij niet wenselijk. Ik vond het bijvoorbeeld geen goede zet van Roland Duchâtelet om zijn partij Vivant rond het basisinkomen op te bouwen. De politieke vermarkting maakt het voor andere partijen dan nagenoeg onmogelijk om het idee op te pikken. Vergelijk het met de situatie rond het Sociaal Pact na de Tweede Wereldoorlog. Er was een brede consensus over de uitbouw van een sociale zekerheid, maar over de invulling liepen de standpunten sterk uiteen. Toch is men erin geslaagd een compromis te vinden. Het basisinkomen vraagt om een soortgelijk compromis om onze toekomstige maatschappelijke problemen aan te pakken.’
Maar het is niet goed voor het vertrouwen onder de gesprekspartners als sommigen, zoals de Amerikaanse econoom Charles Murray, het basisinkomen willen invoeren om alle andere sociale voorzieningen af te bouwen. Het is duidelijk dat de armoede op die manier nog zal toenemen.

‘De overgrote meerderheid van de mensen in het Netwerk delen deze opvatting niet’, zegt Van Trier. ‘Zij zien het basisinkomen als een toevoeging aan het huidige systeem. We moeten zoeken naar een synergie met bestaande publieke goederen op gebied van huisvesting, gezondheidszorg en sociale bescherming.’

Extra kosten

Maar wie gaat dat betalen? Volgens Van Trier hoeft het financieringsprobleem van het basisinkomen door integratie in de bestaande systemen niet zo groot te zijn. ‘Beschouw het basisinkomen als een ankerbedrag waar iedereen onvoorwaardelijk en individueel recht op heeft. De  hoogte ervan zou men bijvoorbeeld gelijk kunnen stellen met het leefloon, het minimumbedrag waar niemands inkomen mag onder vallen. Je kan dit ankerbedrag integreren in de bestaande gewaarborgde stelsels. Iemand die werkloos is, krijgt dus sowieso dit ankerbedrag, maar als hij onvrijwillig werkloos is en zich beschikbaar stelt voor de arbeidsmarkt kan hij bovenop nog een deel werkloosheidsuitkering krijgen. Hetzelfde met de pensioenen: het eerste deel is het ankerbedrag van het basisinkomen dat iedereen krijgt, het eventuele extra deel erbovenop is aan voorwaarden van een pensioenstelsel verbonden. In de diverse voorstellen komen volgende zaken altijd terug: het basisinkomen is onvoorwaardelijk en staat dus los van de test op arbeidsbereidheid en van een onderzoek van de bestaansmiddelen, het is geïndividualiseerd én eventueel geïntegreerd in het belasting- en uitkeringssysteem. UCL-onderzoekers ramen dat de individualisering van een basisinkomen dat overeenkomt met het leefloon op die manier ongeveer 140 miljoen euro bijkomend gaat kosten.’

De idee van het basisinkomen is simpel en rechtlijnig, maar de modaliteiten en financieringswijze kunnen sterk verschillen. In Zwitserland heeft men het inventieve voorstel gedaan om een heel minieme belasting op elke financiële transactie te heffen, wat een enorme opbrengst zou genereren. Hoe men de financiering van een basisinkomen aanpakt en welk ander pakket van maatregelen men neemt, bepaalt of het beslag van de overheid op het nationaal product groter of kleiner is dan nu.’

‘Maar als we over de kosten van het systeem spreken, moeten we ook de welvaartsopbrengst in rekening brengen. Een verhoging van de welvaartspositie en het welbevinden van de mensen aan de onderkant mag iets kosten. Het debat wordt te veel opgesloten in een financieel keurslijf.

Dynamiek
Zal zo’n basisinkomen de dynamiek in de maatschappij niet ondergraven.? ‘De overgrote meerderheid van de mensen zullen blijven werken’, meent Van Trier. ‘Onderzoek toont dat ook onder de winnaars van een aanzienlijk bedrag met Win for Live maar een heel klein percentage stopt met werken. Mensen die op een leefloon aangewezen zijn, herwinnen in het nieuwe systeem hun waardigheid. Aangezien het geïndividualiseerd is, stijgen bovendien de gezinsinkomens van mensen met een leefloon. Met het basisinkomen achter de hand zullen mensen met een zogenaamd laag verdienvermogen ook sneller een baan kunnen aanvaarden die minder goed betaalt en toch beter af zijn. ‘Ook de positie van de maatschappelijk werkers zal sterk veranderen. In plaats van te controleren of de mensen aan de voorwaarden voldoen, kunnen ze zich concentreren op het echte werk: problemen met analfabetisme, gezondheid en zo verder. Uit onderzoek blijkt dat hun cliënten hen in dat geval beter aanvaarden en ze meer op voet van gelijkheid kunnen handelen.’
‘De vraag is dus niet of de mensen gaan stoppen met werken. Wel wat ze met het basisinkomen gaan aanvangen. Als ze meer mantelzorg gaan geven of als laaggeschoolde jongeren het gebruiken om opnieuw te gaan studeren, is het een goede investering voor de maatschappij.’

‘Tegelijk zien we formats van banen veranderen in sectoren zoals vermaak en horeca: men werkt er meer en meer met kortstondige opdrachten. Voor dit deel van de arbeidsmarkt verkleint de klassieke bescherming. Een basisinkomen geeft deze mensen meer zeggenschap over hun eigen baan.’

‘Ook voor mensen met een job die ze niet meer zien zitten, wordt het met een basisinkomen makkelijker om te zeggen: Ik stop ermee en ik kijk uit naar een baan die me meer werkplezier bezorgt. Philippe Van Parijs noemt het basisinkomen onder andere om die reden een instrument van vrijheid.’

april 12, 2017 at 1:00 pm 1 reactie

GRAAILAND? MAAIEN ZONDER ZAAIEN

                                             De zaaier

door Jef Coeck

 

Zou een boek een revolutie kunnen ontketenen? Natuurlijk, het is al meermaals gebeurd. Het ‘Communistisch Manifest’ van Marx en Engels – deels in Brussel geschreven –  heeft zo goed als wereldwijd de proletaar naar een beter lot doen grijpen. Het Rode Boekje van Mao? Dat was voor insiders, enkele honderden miljoenen, maar toch, een wat vertrouwelijk karakter. Niet vergeten dat ook de godsdienstoorlogen door geschriften zijn veroorzaakt.

En zou in ons landje een boek opstanden kunnen ontketenen? We kijken er naast, maar het is volop bezig. Terwijl iedereen roept dat rechts-extreem overal aan de orde is, zien we links over het hoofd. Peter Mertens, leider van de PVDA (Partij van de Arbeid) en zijn compagnon Raoul Hedebouw in Wallonië (PTB, Parti du Travail de Belgique) presteren nog nooit geziene dingen. In enkele jaren tijd schreef Mertens, geholpen door zijn achterban, drie boeken waarvan twee ongehoorde bestsellers. ‘Hoe durven ze?’ en zijn jongste ‘Graailand’ blijken nooit geziene oplagen te halen, zeker voor zo’n doorgaans verfoeielijk geheten lectuur.  Voor de goede orde: volgens Van Dale betekent graaien: wegkapen.

Het vorige deel ging hoofdzakelijk over de internationale graaiers, met name zij die een poot hebben binnen de Europese Unie. Dit derde deel gaat over de dieven die ons in eigen land bestelen. Het zijn niet enkel de rijken en machtigen maar ook politici, van groot tot klein. Niet allemaal, maar wel meer en meer. Het is nu haast zo ver dat vele landgenoten een mandaat nastreven, om te kunnen graaien. Daar bestaan statistieken over, nagetrokken door de eigen studiedienst van Mertens  en Co.

Mertens: ‘Toen ik in 2011 ‘Hoe durven ze?’ schreef, hadden 325 multimiljardairs  even veel geld als de 3,5 miljard armste mensen. Vandaag zijn het er geen 325 maar 62. Dan weet je: het gaat ontploffen.’ En hoe weten we dat het links geschrijf effect heeft? Vooreerst door de grote oplagen, in de tienduizenden op geen tijd. Dit gegeven, in combinatie met de politieke opiniepeilingen levert een bijna ongelooflijk resultaat af, zowel in noord als in zuid. In Wallonië wordt de PVDA/PTB de tweede grootste partij, nog voor de eeuwenoude socialisten van de PS en zijn Elio di Rupo. In Vlaanderen wipt de partij twee keer over de kiesdrempel. Het blijft voorlopig bij peilingen, maar die plegen ook wel eens uit te komen.Leven we daarom na de volgende verkiezingen in een pseudo-communistische staat?

Nee, maar nu leven we in een tweesporenmaatschappij. Voor de ene klasse van mensen zijn de normen: weinig steun, veel voorwaarden en harde sancties. Voor de andere klasse van mensen geldt: veel steun, bijna geen voorwaarden en sancties die kunnen worden afgekocht met geld.

Bij een transactie waarmee hij 100 miljoen binnengraait betaalt Marc Coucke (de ondernemer, niet de medewerker van het Salon) geen cent belasting – en daar is hij nog fier op ook. Het is bekend dat de werkster van een multinationaal bedrijf meer belasting betaalt dan het rijke bedrijf zelf. Bij wijze van enkele sprekende voorbeelden. Dat dit tot woede leidt bij een groot deel van de bevolking, zal niemand verbazen. Uit die woede verklaart Mertens de ommekeer in het politieke landschap. Natuurlijk moet er nog gestemd worden, in 2018 en 2019. Als dan zou blijken niets te kloppen van de peilingen, kan de woede alleen nog maar stijgen.

Het gerommel, gesjoemel en gegraai speelt zich niet enkel op puur politiek niveau af. Het is evenzeer present in de werkgelegenheidssector, in de zorg, in de pensionering, in het transport, in de openbare werken en in tal van andere noodwendigheden. Geen wonder dat de armoede in België hand over hand toeneemt.

Ook met de N-VA aan de macht blijft ons land vooral een belastingparadijs voor het grootbedrijf, aldus Mertens. In 2015 bezetten vennootschappen van AB InBev, ExxonMobil, en Electrabel de eerste drie plaatsen in onze top vijftig. Zij maken in totaal 6,46 miljard winst en die wordt belast tegen 0,6 procent. Terwijl de energiearmoede stijgt en de prijzen door het dak gaan, bedraagt de belastingvoet van Electrabel in 2014  welgeteld 0,4 procent. Dure elektriciteit, heette destijds al een programma van Maurice De Wilde. Goed dat de man het vandaag niet meer hoeft mee te maken. In plaats van Electrabel behoorlijk (zwaar) te belasten, verhoogt de regering de btw op de elektriciteit.

De boeman van de rijken heet ‘miljonairstaks’. Het is een zachtere aanpak dan men van ex-communisten en –maoïsten had kunnen verwachten maar toch wordt deze nieuwigheid afgewezen bij perceptie. Deze taks slaat alleen op fortuinen van meer dan 1 miljoen euro, bovenop de eigen eerste woning met een waarde tot 500.000 euro. Het is een progressieve belasting, met een maximum-aanslagvoet van drie procent: één procent belasting op het deel van het vermogen boven de 1 miljoen euro, twee procent op het deel boven 2 miljoen en drie procent op het deel boven 3 miljoen. De taks laat alle vermogens lager dan 1 miljoen ongemoeid. Bovendien wordt de woning die het gezin betrekt, vrijgesteld voor een bedrag van 500.000 euro. Concreet: de onbelaste schrijf bedraagt in de meeste gevallen 1,5 miljoen euro. Deze door sommigen halfzachte maatregel genoemd, kreeg uitdrukkelijk niet de naam van ‘vermogensbelasting’, want dat is het niet. Aan het vaste vermogen wordt niet geraakt.

Natuurlijk neemt dat het verzet niet weg. Het komt met name uit de hoek van de ultra-liberale hoek,  meer bepaald Bart De Wever en Gwendolyn Rutten. Zij willen hun partijen laten draaien op het graaien – en totnogtoe slagen ze daar aardig in. Geen wonder dus dat de grootste politieke graaiers bij de N-VA en de Open VLD zitten. Wie daar nog aan twijfelt heeft de actualitieit van de jongste maanden niet goed gevolgd. Het spreekt andere partijen of sommigen van hun leden natuurlijk niet vrij. Het venijn zit overal maar bij de een weleens meer dan bij de anderen.

                                               De graaier

Hoe krijgen we deze augiasstal ooit uitgemest? Met een Hercules die sterk, nobel, eerlijk, deugdzaam en standvastig is?  En geen dictatoriale neigingen ontwikkelt. Waar zit hij/zij die België, of desnoods Vlaanderen, op het rechte pad brengt. Liefst zonder revolutie. Toch kan het geen kwaad dat Mertens al begint te shrijven aan zijn eigen ‘’communistisch’ manifest’, waarbij we de drie vorige boeken zullen beschouwen als zijn ‘Das Kapital’.

Peter Mertens, Graailand, Het leven boven onze stand, Berchem, EPO, 2017

april 6, 2017 at 1:44 pm 4 reacties

SERIEUS, AMERIKA?

Cartoon door David Rowe

Cartoon door David Rowe

calvin-post-trump

Tom Ronse

Ik zit nog wel met enkele vragen na deze verkiezingen. Zoals: waarom speelt Trump op het einde van zijn meetings altijd “You can’t always get what you want”, ondanks Mick Jaggers verzoek om daarmee op te houden? Is dat ironie of sarcasme? En: is de nieuwe president een psychopaat of is hij een sociopaat?

Net als Brexit toont zijn verkiezing dat de ontevredenheid en angst van een groot deel van de bevolking de laatste jaren enorm is toegenomen.  Daar zijn goede redenen voor: door de onstuitbare opmars van de automatisering en de harde concurrentie op de globale arbeidsmarkt zijn steeds meer mensen onzeker of ze morgen nog een baan zullen hebben, de kloof tussen rijk en arm groeit, de armoede en oorlogen jagen miljoenen op de vlucht, de klimaatrampen worden erger…en het zal er niet op verbeteren. Volgens een recente studie zal de armoede in de VS in de komende jaren fel toenemen.  Zie: http://www.cbsnews.com/news/80-percent-of-us-adults-face-near-poverty-unemployment-survey-finds/2/ 

Je zou denken dat dit een vruchtbare voedingsbodem zou zijn voor links. Maar het is rechts die de verbeelding van de massa verovert. Rechts, vermomd als anti-elitair. Trump noemde zijn campagne “een opstand tegen de elite”.  Dat hijzelf tot de elite behoort is geen bezwaar,  integendeel, zo kent hij “het systeem beter dan wie dan ook”, zoals hij zelf zegt. Belangrijker is wat hij zegt en hoe hij het zegt.  Het straffe aan deze verkiezingen is dat al de gebreken van de winnaar (zijn gebrek aan politieke ervaring, zijn beperkte kennis, zijn lompheid, zijn agressiviteit, zijn hoogmoed, zijn sexisme en racisme, zijn ijskoude relatie met de leiders van zijn eigen partij en ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan) in zijn voordeel werkten. Hij won omdat een niet-politiek correcte anti-politicus voor velen meer vertrouwen inboezemt dan een product van het Washington establishment, gesteund door Wall Street, de vakbonden, de meeste media, etc.

Ook links Amerika steunde Clinton, Bernie Sanders op kop. Grotendeels uit afkeer voor Trump. Toch is het merkwaardig om linksen zoveel enthousiasme aan de dag te zien leggen voor de kandidaat van Wall Street. Sommigen zelfs klakkeloos de propaganda weergalmend dat, in tegenstelling tot wat Trump beweerde, Amerika het nog nooit zo goed had, wat hen nog meer vervreemt van hen die iets anders ervaarden.

collage: Leone Ermer

collage: Leone Ermer

De triomf van Trump zaait paniek ter linkerzijde. “Binnen een jaar is Amerika een smeulende puinhoop”, “het zal geen half jaar duren voor hij een oorlog ontketent” en andere sombere voorspellingen zijn niet uit de lucht.  Even bedaren mag wel.

Trump heeft veel beloofd. Hij gaat de goede jobs, vast werk voor een fatsoenlijk loon, terugbrengen.  Niet alleen in de metropolissen van de East en West Coast, waar de economie relatief goed draait maar ook in het uitgestrekte gebied tussen in, waar de vooruitzichten donkerder zijn.  Hij zal dat doen door de ongedocumenteerde immigranten te deporteren, een muur aan de Mexicaanse grens te bouwen, belangrijke handelsverdragen te schrappen. Een wansmakelijk recept, inderdaad. Maar zal de soep zo heet worden verorberd als ze tijdens zijn campagne werd opgediend?

De president van Amerika is een machtig man maar toch ook niets meer dan een rader in een machine.  De inherente dynamiek van die machine kan hij niet ombuigen. Daarom zullen de globalisering en de automatisering ook onder Trump blijven toenemen. Kapitaal zoekt winst, dat is het grondprincipe.  De middelen daartoe zijn globalisering en automatisering, met alle gevolgen vandien.  Vandaar de nostalgie die Trump hielp winnen. Maar het betekent ook dat Trump niet in staat zal blijken om zijn beloften waar te maken. De goede jobs keren zullen niet terugkeren,  de illegale immigranten, onmisbaar onderdeel van de Amerikaanse economie, zullen blijven, zelfs de muur komt er wellicht niet.

Zijn overwinning werd door sommige linksen zelfs vergeleken met die van Hitler.  Maar Trump is geen Hitler. Zelfs geen Mussolini, al vertoont zijn mimiek wel een gelijkenis. Een betere vergelijking is Andrew Jackson, de Amerikaanse president in de vroege 19de eeuw.  We hadden het eerder over hem HIER.  Net als Trump was hij anti-politiek correct, lomp en agressief. Net als Trump won hij dank zij een ontevreden blanke arbeidersklasse. Net als Trump was hij gul met populistische beloften die hij niet kon noch wou waar maken.

Om de steun van zijn kiezers te behouden had Jackson nood aan een vijand, een mikpunt voor de frustraties.  De slachtoffers van dienst waren de indianen die Jackson massaal liet deporteren.  Nog een vraag waarmee ik zit: wie wordt het mikpunt als de mislukking van zijn beleid voor Trump de nood aan een vijand doet rijzen?

donald-trump-middle-finger-to-the-lord

 

 

 

 

november 10, 2016 at 7:42 am 9 reacties

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.329 andere volgers