Posts filed under ‘fascisme’

KINDEREN VAN DE REKENING 2

Door Johan Depoortere

Met een aflevering gewijd aan de historische omkadering werd de serie “Kinderen van de Holocaust” (9 juni 2020) afgesloten. Die omkadering was hoogstnodig want ze ontbrak grotendeels in de vorige afleveringen waarin de slachtoffers van de gruwel getuigden. (Zie: “Kinderen van de Rekening” door Gie van den Berghe in dit Salon.) Die getuigenissen waren moedig, indringend en noodzakelijk, al kwamen ze rijkelijk laat: 75 jaar na het einde van de oorlog. Dat verklaart waarom van de getuigen enkel twee volwassenen als kind of adolescent zelf de kampen hebben overleefd. De anderen waren familieleden of inderdaad kinderen van: de generatie die opgroeide met de verhalen – of het zwijgen – van de ouders die het allerergste hadden meegemaakt. Ook hun getuigenis is bijzonder waardevol en noodzakelijk om inzicht te krijgen in de grootste misdaad en tragedie van de vorige eeuw.

Toch laat de serie na afloop een onbevredigd gevoel na, want ondanks de poging om op de valreep het geheel te kaderen blijf je als kijker met een groot aantal vragen zitten. Hoe is het zover kunnen komen? Wat bezielde de daders en vooral – de opdrachtgevers? Was de genocide op de Joden vooraf gepland, te voorzien en te voorkomen? Welke rol speelde wat we tegenwoordig de “internationale gemeenschap” noemen?  Op een groots opgezette internationale conferentie in de Franse badplaats Evian in juli 1938 weigerden vrijwel alle westerse landen Joodse vluchtelingen op te nemen. Lieten ze Hitler daardoor geen andere keus dan de “Endlösung” om Duitsland “Judenrein” te maken?

Vertegenwoordigers van Westerse landen wendden hun blik af van de Joodse vluchtelingen en sloten hun grenzen.

Zelfs na de vreselijke pogrom van de Kristallnacht in november van datzelfde jaar bestond er geen plan om de Joden uit te roeien, wel om ze naar het Oosten te verdrijven. In 1938-39 slaagden nog 120000 Joden erin uit Duitsland weg te komen weliswaar met achterlating van een groot deel van hun bezittingen. Wat de motieven van de daders – de uitvoerders – betreft doen de historici in de laatste aflevering een poging om erachter te komen hoe ze psychologisch werden bewerkt om hun natuurlijke afkeer van het moorden – het bloed, de stank, de paniek – te overwinnen.  Maar hoe het moorden paste in het bredere ideologische kader van het nazisme komt nauwelijks aan bod.

Nog vóór er van “Endlösung” sprake was waren in Duitsland geesteszieken, gehandicapten en andere “minderwaardige” Duitsers het slachtoffer geworden van de naziplannen om het “Arische ras” te verbeteren. Het begin van het systematische uitroeien van de Joodse bevolking valt samen met de inval van de nazitroepen in de Sovjetunie in juni 1941. De oorlog tegen de Sovjetunie was het sluitstuk van Hitlers Grote Schema dat als einddoel had de wereld te bevrijden van het “judeo-bolsjevistische juk.” De oorlog tegen Stalin was niet alleen bedoeld om “Lebensraum” te creëren voor het Arische superras, het was ook een ideologische kruistocht tegen het communisme dat in de geest van Hitler en de nazi-ideologen vrijwel samenviel met “het Jodendom.”  In “Mein Kampf” had Hitler de strijd tegen het marxisme als prioriteit nummer één uitgeroepen en die strijd viel nagenoeg samen met de strijd tegen “het Jodendom” omdat volgens hem “de kwalen van het marxisme en van het ‘Jodendom” zo intens met elkaar verweven zijn dat ze één geheel vormden. Hitler zag de oorlog tegen de Sovjetunie als de ultieme strijd op leven en dood tussen het door het Duitse “Herrenvolk” gedomineerde Europa en de barbarij van het Aziatische “judeo-bolsjevisme.” De Joods-Amerikaanse historicus Arno J. Mayer trekt daarom terecht de parallel tussen de Russische veldtocht van de nazilegers en de middeleeuwse kruistochten die eveneens een ideologisch doel hadden: de overwinning van het christendom waarbij de kruisvaarders op weg naar Jeruzalem en passant behalve moslims ook duizenden Joden in het Rijnland en verder oostwaarts over de kling joegen.

In het kader van die oorlog tegen “het judeo-bolsjevisme” kwam het moorden op industriële schaal op volle toeren toen de Duitse troepen in hun veroveringstocht vóór Moskou waren blijven steken en het verzet van het Rode Leger taaier bleek dan de nazi’s in hun propaganda hadden voorspeld. De nazilegers werden tot de terugtocht gedwongen en leden daarbij ontzettende verliezen door aanvallen van het Rode Leger en de partizanen. De vele Joodse dorpen in Oekraïne waren de voornaamste slachtoffers van de Duitse wraak. Joden en “rode commissarissen” werden zonder onderscheid verantwoordelijk gesteld voor de guerrilla- aanvallen die het de terugtrekkende Duitse troepen knap lastig maakten. De “Einsatzgruppen” van de SS hadden de opdracht alle communistische functionarissen en Joden zonder onderscheid af te maken. Maar ook de “Wehrmacht,” de reguliere Duitse troepen lieten zich – in tegenstelling tot de na-oorlogse legende – niet onbetuigd. (https://www.dw.com/de/die-wehrmacht-und-der-holocaust-auf-freiem-feld/a-53354087) De eerste massale slachtingen van duizenden Joodse onschuldige burgers vonden in Oekraïne plaats met als triest maar voorlopig dieptepunt de moordpartij bij de ravijn van Babi Jar in de buurt van Kiev. Van daar naar de gaskamers was het slechts een stap.

Het eeuwenoude historische antisemitisme (of anti-judaïsme) van religieuze oorsprong – dat in Duitsland overigens niet méér maar veeleer minder wortel had geschoten dan in bijvoorbeeld Frankrijk of Engeland – hielp wellicht om de vervolging van de Joden door het grote publiek te laten verteren. Maar het is zeer de vraag of de overgrote meerderheid van de Duitsers op de hoogte was van de omvang van de gruwel en de schaal van de massamoord. Het is niet toevallig dat van de zes uitroeiingskampen er niet één op Duits grondgebied lag: het moorden gebeurde hoofdzakelijk in het Oosten, wat uiteraard geen verontschuldiging is voor de medeplichtigheid en het wegkijken door een deel van de Duitse bevolking die in eigen land ten overvloede voorbeelden had gezien van de misdaden en de wreedheden van de nazi’s.

Heinrich Himmler en Reinhard Heydrich, de architecten van de Endlösung. Foto: Wikicommons

De uitzending had terecht veel aandacht voor de psychologische processen die van een brave burger, een “gewoon mens,” een massamoordenaar maken. Van de ideologische achtergrond en de motieven van de opdrachtgevers was in de “Kinderen van de Holocaust” weinig of niets te bespeuren. De namen van Heydrich of Himmler, nochtans de architecten van de Endlösung, hoorde ik nergens vernoemen. Evenmin werd veel aandacht besteed aan de manier waarop Hitler de staatsmacht veroverde en aan de medeplichtigheid van de “fatsoenlijke” conservatieve, nationalistische en katholieke partijen. In de laatste aflevering wordt de mythe herhaald dat Hitler “na democratische verkiezingen” aan de macht is gekomen. Dat is hooguit ten dele waar. Bij de verkiezingen van 6 november 1932 ging de nazipartij achteruit – ze verloor twee miljoen van haar kiezers (ten opzichte van juli) en haalde nog 33,1% van de stemmen, minder dan communisten en sociaaldemocraten samen. Dat Hitler rijkskanselier werd had hij behalve aan de verdeeldheid van links te danken aan de conservatieven en reactionairen onder leiding van de Junker Franz von Papen die ervan uitging dat de plebejer Hitler wel blij zou zijn tot het walhalla van de heren te worden toegelaten en dat hij door ze “in het bad te trekken” de nazi’s wel zou temmen. Von Papen en zijn aristocratische vrienden droomden hardop van een autoritair regime waarin zij – niet de nazi’s – het voor het zeggen zouden hebben en waarvoor ze Hitler wel meenden tijdelijk te kunnen gebruiken.

 

Franz von Papen. Foto: Wikicommons

Het omgekeerde gebeurde. Hoewel Hitler slechts drie van zijn partijgenoten in zijn kabinet had opgenomen slaagde hij erin in binnen de drie maanden de macht volledig naar zich toe te trekken. Hij kreeg daarbij de welwillende hulp van de Duitse politieke, economische en militaire elite. “Zowel de burgerlijke administratie als het leger werkten op alle echelons mee” schrijft Mayer in De Hakenkruistocht. “Dat gold eveneens voor de meeste industriemagnaten, bankiers, grootgrondbezitters, intellectuelen, academici en voor de clerus. Samen met rechters en advocaten hielden zij hun mond bij de meest gruwelijke schendingen van burgerrechten- en vrijheden, zowel voor als na Hitlers machtsovername begin 1933.“

Frank Seberechts bracht de rol in herinnering die Vlaamse en Waalse SS-ers speelden in de massamoord op de Joden.

Het is prijzenswaardig dat de makers van de reeks er niet voor zijn teruggeschrokken de rol te belichten die Vlaamse en Waalse collaborateurs hebben gespeeld bij de uitvoering van de massamoord op de Joden. Daarvoor haalden ze enkele van de meest misselijk makende fragmenten uit interviews van gewezen collaborateurs van onder het stof. Het is alweer bijna veertig jaar geleden dat Maurice De Wilde erin is geslaagd deze unverfroren Vlaamse nazi’s voor de camera te halen. Dat ze in deze tijden van heroplevend fascisme en antisemitisme te kijk worden gezet kan een les zijn voor de jonge dwepers van vandaag, al is het twijfelachtig of de les tot het brein van de hardleerse vrienden van Van Langenhove en Van Grieken zal doordringen.

Ook op een andere manier probeerde het programma een link te leggen naar vandaag of  het recente verleden. Er waren beelden te zien van de gruwelijke genocide in Rwanda en Srebrenica, van de onderdrukking van de Rohinjya en van de Oeigoeren in China. Wat in het lijstje ontbrak is de onderdrukking en discriminatie van de Palestijnen, de oorspronkelijke bewoners van het land dat nu Israël heet. Is er een wezenlijk verschil tussen enerzijds de jacht op de Rohinjya en anderzijds de etnische zuivering van Palestina met de vernietiging van meer dan 500 dorpen en het verdrijven van 750000 Palestijnen nu 72 jaar geleden? Ik kan me levendig voorstellen hoe de makers van het programma hebben zitten tobben en brainstormen over de ongemakkelijke vraag: “Wat doen we met Israël?”

Het antwoord daarop was te zien in een vorige aflevering van “De kinderen van de Holocaust.” Een aantal van de getuigen uit de serie heeft na de oorlog zijn of haar toevlucht gezocht in Israël, het enige land ter wereld waar Joden geacht worden ‘zich veilig te voelen’ maar met als hoge prijs de verdrukking van een ander volk, de discriminatie van 20% van de bevolking, een buitensporige militarisering, oorlogen tegen buurlanden, een uitzichtloze bezetting en een samenleving getekend door religieus fanatisme, apartheid en racisme. “Ik wil niet in een huis wonen waar twee soldaten met mitrailletten voor de deur staan om mij rustig te laten eten” zei David Wagman, één van de getuigen, in zijn prachtige, wat archaïsche, Nederlands: een perfecte metafoor voor de situatie in het huidige Israël. Wagman was een verademing in een uitzending die voor de rest bol stond van de zionistische clichés en de mythes die de oprichting van de Joodse staat moeten legitimeren: de “terugkeer” van de Joden naar hun “vaderland” uit Bijbelse tijden, de Palestijnen die de “verkeerde leiders” hebben, de Arabieren die de “Joden in de zee willen drijven” etc. etc.

Op deze open vlakte tussen Jaffa en Tel Aviv bevond zich tot de lente van 1948 de Palestijnse volkswijk Al Manshieh met 70000 inwoners. Het enige Palestijnse gebouw dat vandaag (gedeeltelijk) overeind bijft is nu het “Etzel House” een museum gewijd aan de overwinnaars: de paramilitaire terreurgroep Etzel (of Irgun) van de latere premier Menachim Begin. https://forward.com/culture/380340/how-jaffas-etzel-house-stands-at-odds-with-history/

De enigen die in de zee werden gedreven zijn de 70000 Palestijnse bewoners van Jaffa die in de lente van 1948 door de aanvallende Joodse strijdkrachten en de terroristische bendes Etzel en Lehi werden opgejaagd en alleen de zee als uitweg hadden. Honderden – misschien duizenden – verdronken in hun poging om via een boot uit de omsingeling weg te komen. De aanval op Al Manshieh, de dicht bewoonde volkswijk van Jaffa en de omliggende dorpen begon al op 9 april 1948, bijna anderhalve maand vóór de onafhankelijkheidsverklaring door Ben Gurion en de interventie van de Arabische legers die de Palestijnen te hulp kwamen. Ook dat spreekt de “David en-Goliathlegende” tegen die wil dat de machtige Arabische buren het zwakke Israël wilden vernietigen. De Israëlische architect en historicus Sharon Rotbart schrijft daarover in White City, Black City: “Of all the numerous, unwarranted times the phrase ‘push them into the sea’ has been flippantly bandied around in the context of the Arab-Israeli conflict, this may well be the only instance in history when the expression has literally taken form.”

Kun je van overlevenden van de massamoord op de Joden en hun nabestaanden verwachten dat ze oog en begrip hebben voor de slachtoffers van de slachtoffers? Het is een moeilijke en pijnlijke vraag waar de zionistische ideologie slechts één antwoord op weet te bedenken: de uniciteit van de Shoah die elke vergelijking met andere massale schendingen van de mensenrechten verbiedt. Het lot van de Palestijnen afwegen tegen dat van de Joden is daarom alleen al taboe en volgens de definitie van de International Holocaust Remembrance Alliance zelfs antisemitisme. Nee, de etnische zuivering van Palestina is niet hetzelfde als de gigantische onderneming om alle Europese Joden met industriële middelen te vermoorden, de schaal en de gebruikte methoden verschillen maar het doel is gelijklopend: de overheersing van één etnische groep, bij de nazi’s door uitroeiing, bij de zionisten door “transfer,” een codewoord voor etnische zuivering. Ook in de mechanismen die tot dat eindresultaat leiden zijn gelijkenissen te ontwaren: de geleidelijke ontmenselijking van een groep, het wij-zij-denken, het opofferen van morele overwegingen aan een “hoger doel:” geenszins het monopolie van één historische periode of van een één misdadige politieke beweging. Zonder dat inzicht is de roep “Nooit meer” een holle slogan.

June 15, 2020 at 4:26 pm Leave a comment

KINDEREN VAN DE REKENING

Door Gie van den Berghe

 

Foto kazernedossin.eu

De eerste aflevering van Kinderen van de Holocaust bracht sterke getuigenissen (‘In de bek van de wolf’, Canvas, 28.4.2020). De getuigen schetsen een doordringend beeld van het begin van de discriminatie en vervolging van joden in België. Hun aangrijpende getuigenissen maken inleving mogelijk, het onvoorstelbare bijna voorstelbaar.

Anders dan bij de vorige Kinderen van (de collaboratie, het verzet) dekt de titel de lading niet helemaal. De meeste getuigen zijn geen kinderen van de Holocaust maar overlevenden van de jodenvervolging. De programmamakers wilden ‘de laatste kroongetuigen van de Holocaust voorrang verlenen’. Onder de getuigen twee volwassenen die Auschwitz hebben overleefd, de anderen ontkwamen als kind of adolescent aan het allerergste, twee werden na de oorlog geboren.

De eerste aflevering begon met wat een dader tegen Simon Wiesenthal (gevangene in Mauthausen) zei: “Als je het ooit overleeft dan zal niemand je geloven. ‘Maar wij, de kinderen van de Holocaust,”  repliceert de in 1941 geboren Norbert Vos, “hebben het overleefd en wij zijn hier om te vertellen wat jullie gedaan hebben.”

Ook Primo Levi, die Auschwitz overleefde, vervolledigt dit in De verdronkenen en de geredden: “niet één van jullie zal getuigenis kunnen afleggen, maar zelfs als iemand het zou overleven, dan nog zal de wereld hem niet geloven. Misschien zullen er vermoedens, discussies en onderzoek door historici zijn, maar geen zekerheden want we zullen de bewijzen samen met jullie vernietigen. En zelfs als er enkele bewijzen zouden overblijven en sommigen overleven, dan zullen de mensen zeggen dat de gebeurtenissen die jullie beschrijven te monsterlijk zijn om geloofd te worden: ze zullen zeggen dat het overdrijvingen zijn van de geallieerde propaganda en zullen ons geloven, wij die alles zullen ontkennen. Wij, niet jullie, zullen de geschiedenis van de kampen dicteren.” Ontelbare getuigenissen en geschiedkundige studies hebben het tegendeel bewezen.

Onderzoek leert dat getuigenissen vele jaren na datum, ook over traumatische gebeurtenissen, niet waterdicht zijn, dat ook niet kunnen zijn. Herinneringen worden hoe dan ook aangevuld, bijgekleurd en herdacht door wat men nadien heeft meegemaakt, door wat van anderen en uit andere bronnen vernomen werd, door iemands persoonlijke en de maatschappelijke evolutie (Loctus, Schacter, Wagenaar). Let wel, wat deze getuigenissen betreft, is dit slechts een theoretische vaststelling – aan de waarachtigheid van deze getuigen en het ‘waarheidsgehalte’ van hun getuigenis hoeft geen seconde getwijfeld te worden. Niets dan lof overigens voor de wijze waarop de programmamakers de getuigen in beeld hebben gebracht.

Helaas laat de historische omkadering te wensen over, ook al kwam die tot stand met de medewerking van Kazerne Dossin, en sparen Christophe Busch (voormalig directeur van dit museum) en Herman Van Goethem in het persdossier de superlatieven niet.

Van bij de machtsovername door de nazi’s probeerden talloze joden aan hun klauwen te ontkomen. Europa werd overspoeld door vluchtelingen. In juni 1938 beslisten beschaafde naties op een conferentie in het mondaine Evian-les-Bains eensgezind de grenzen af te grendelen voor joden. In Kinderen van de Holocaust zegt een getuige hierover dat de nazi’s zo carte blanche kregen om met de joden te doen wat ze wilden. De programmamakers koppelen hier zonder enige duiding een flard aan uit een toespraak die Adolf Hitler op 30 januari 1939 tot de Rijksdag hield: “Als het internationale Finanzjudentum binnen en buiten Europa er zou in slagen de volkeren nogmaals in een wereldoorlog te storten, dan zal het resultaat niet de bolsjewisering van de aarde en daardoor de zege van de joden zijn, maar de vernietiging van het joodse ras in Europa!”

Deze ontstellende intentieverklaring wordt wel vaker gebruikt als bewijs dat Hitler van het begin af aan en zeker begin 1939 (dus voor de Tweede Wereldoorlog begon) de joden wou uitroeien. Daarom wordt de passage die hieraan voorafging doorgaans weggelaten: ‘Europa kan maar tot rust komen als de joodse kwestie uit de weg geruimd is. De wereld heeft genoeg vestigingsruimte, maar er moet definitief gebroken worden met de mening dat het joodse volk door de lieve god zou voorbestemd zijn om in een bepaald percentage te profiteren van het lichaam en de productieve arbeid van andere volkeren. Het jodendom zal zoals andere volkeren moeten wennen aan een solide, constructieve bezigheid of er komt vroeg of laat een crisis van onvoorstelbare grootte’. 

De komplottheorie die Duitsland en Ariërs presenteert als slachtoffers van een almachtige vijand – jodendom, bolsjewisme, plutocratie – komt in tal van toespraken en geschriften van nazi-bonzen voor, te beginnen met Mein Kampf. Hitler wou de joden kwijt, discrimineerde en vervolgde meedogenloos, maar de wereld bleef toekijken. Begin 1939 wou en kon Hitler de joden niet uitroeien, zijn intentieverklaring was een laatste drukkingsmiddel op de wegkijkende wereld.

Hitlers voorlaatste drukkingsmiddel wordt in het programma niet eens vermeld: de nochtans beruchte Kristallnacht van 9-10 november 1938, vijf maand na de Evianconferentie en voorafgaand aan die toespraak van Hitler. Bij deze centraal georganiseerde Reichspogrom werden in Duitsland en (het ondertussen gewillig aangehechte) Oostenrijk ettelijke joodse bezittingen vernield en vele joden gemolesteerd. Minder bekend is dat op staande voet twintig- tot dertigduizend joden in concentratiekampen werden opgesloten (Schutzhaft heette dat: gevangenschap om vijanden van het volk te beschermen tegen de gerechtvaardigde volkswoede!). Enkele honderden joden overleefden de terreur in de kampen niet, maar alle anderen werden binnen het jaar vrijgelaten.

De aankomst van gedeporteerden in Auschwitz

Het drukkingsmiddel had enig effect. Van eind november 1938 tot het begin van de oorlog verleende Groot-Brittannië asiel aan meer dan tienduizend joodse kinderen uit Duitsland, Oostenrijk, Polen, Tsjechoslowakije en de vrije stad Danzig (Refugee Children’s Movement, vaak ‘kindertransport’ geheten). De meeste kinderen zagen hun ouders nooit terug. Joden konden overigens tot augustus 1941 Duitsland en door nazi’s bezette gebieden verlaten, met achterlating van hun hele bezit en op voorwaarde dat ze asiel kregen in een ander land. Niet dus. Een paar rijken en machtigen uitgezonderd.

Dit alles komt in deze aflevering van Kinderen van de Holocaust niet aan bod. Er is alleen even sprake van de ‘Antwerpse Kristallnacht’, de plunderingen en vernielingen die extreemrechtse bendes aanrichtten na de vertoning van de virulent antisemitische propagandafilm De Eeuwige Jood op 14 april 1941.

Na de beelden uit de toespraak van Hitler (30 januari 1939) springt het commentaar zonder overgang naar de jodenuitroeiing. Beweerd wordt dat ‘het onafgebroken moorden [vanaf juni 1941 bij de inval in Rusland, maar ook dit blijft onvermeld] voor mentale problemen bij de daders zorgde en het immense aantal lijken steeds moeilijker weg te werken viel. De nazitop dacht na over hoe ze de joden efficiënter konden uitroeien’. Meteen hierna komt de lijst in beeld die werd opgesteld voor de Wannseeconferentie (20 januari 1942), een optelsom van de uit te roeien Europese joden: meer dan elf miljoen (met inbegrip van joden in landen die de nazi’s nooit zouden veroveren, zoals Groot-Brittannië: 330.000, Rusland: 5 miljoen). Hierop, vervolgt het commentaar, werden in ijltempo ‘uitroeiingscentra gebouwd in bezet Polen, onder meer Birkenau bij Auschwitz’.

Geschiedkundig gezien is dit een rommeltje. Neem de daders. Dat waren niet alleen SS’ers maar ook gewone soldaten en (reserve)politielui. Bitter weinigen onttrokken zich aan hun taak en ze gingen doorgaans systematisch en gedisciplineerd te werk. Wie plezier schepte in het doden, zich door jodenhaat liet meeslepen, ‘nodeloze’ gruwelijkheden beging of plunderde, kon gestraft worden (wat af en toe gebeurde). Heinrich Himmler, hoofd van de SS en de Duitse politie, herinnerde hieraan in een urenlange toespraak die hij op 6 oktober 1943 hield voor SS- en politiegeneraals: ‘Wij hebben het morele recht, we hebben tegenover ons volk de plicht, dit volk, dat ons ombrengen wil, om te brengen. Maar we hebben niet het recht, ons persoonlijk te verrijken met een bontjas of een uurwerk, met een mark of met een sigaret, of wat dan ook. We zullen toch niet, omdat we een bacil uitroeien, erdoor besmet worden en sterven. Ik zal niet dulden dat zich ook maar een kleine rotte plek vormt of zich vastzet. Waar ze zich vormt, zullen we ze samen uitbranden. Maar alles samen kunnen we toch zeggen dat we deze zwaarste opgave in liefde voor ons volk volbracht hebben. En ons innerlijk, onze ziel, ons karakter hebben daarbij geen schade opgelopen’. Zo bleek, ook na de oorlog (Welzer).

Gevormd door en doordrenkt van decennialang antisemitisme, opgezweept door tien jaar nazipropaganda, zagen de meeste daders geen mensen meer in joden maar bacillen die het Arische Volkslichaam bedreigden. De ‘veldtocht tegen het judeo-bolsjewisme’, schreef generaal-veldmaarschalk Walter Von Reichenau op 10 oktober 1941 in een bevelschrift, gaat om meer dan eenvoudige soldatenplicht, het is een ideologisch rechtvaardige oorlog. De soldaat aan het oostfront is ‘meer dan een strijder volgens de krijgskunst, hij is tevens drager van een onverbiddelijk volks idee en wreker van alle beestachtigheden die het Duitse volk en daaraan verwante volkeren werden aangedaan. Daarom moet de soldaat volledig begrip tonen voor de noodwendigheid van de harde maar gerechtvaardigde straf voor het joodse Untermenschentum’. Erich von Manstein, één van de bekwaamste en meest invloedrijke officieren van de Wehrmacht (het reguliere Duitse leger) vulde aan: “Het jodendom heeft de sleutelposities in handen van politieke leiding, bestuur, handel en nijverheid, en vormt de kiem van alle onrust en eventuele opstanden. Het joods-bolsjewistische systeem moet eens voor al worden uitgeroeid. Nooit meer mag het in ons Europees Lebensraum vaste voet krijgen.”

Primo Levi onderstreepte dat de daders geen sadisten waren maar mensen die uit hetzelfde hout gesneden waren als wij. Gewone menselijke wezens, gemiddeld intelligent, gemiddeld boosaardig. Op enkele uitzonderingen na geen monsters, mensen als wij en daarom des te gevaarlijker.

De massale moordpartijen waren voor de meeste daders minder belastend dan het bloed en de stank die ermee gepaard gingen. Bij slachtpartijen in de omgeving van steden was dikwijls sprake van ‘executietoerisme’. Duitsers van allerlei slag kwamen kijken en kiekjes maken. Honderden van die foto’s zijn bewaard gebleven (Hamburger Institut für Sozialforschung, Welzer).

Ook de Wehrmacht deed enthousiast mee met de uitroeiing van de Europese joden Foto: murks-manege.com

Om de vele joden vlugger, massaler en met minder mankracht uit te roeien, werden allerhande methodes uitgeprobeerd. Met explosieven, vergassingswagens, dieselmotoren en uiteindelijk met blauwzuurgas (Zyklon B).

Birkenau (Auschwitz-II) was niet het eerste uitroeiingskamp. Begin december 1941 al werden in Chelmno joden massaal vermoord met uitlaatgassen van stationair draaiende vrachtwagens. Die speciaal hiervoor omgebouwde wagens waren in een vroegere fase rijdend gebruikt; de uitlaatgassen werden in de met mensen volgestouwde laadruimte binnen gevoerd. In maart, mei en juli ’42 begonnen de vergassingen in de vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka (met uitlaatgassen geproduceerd door speciale motoren). 

Eén van de getuigen zegt dat de nazi’s iemand als jood beschouwden als hij of zij een joodse moeder had. Dat is de stelregel van het jodendom, maar niet die van de nazi’s. Die trokken genealogisch na hoeveel grootouders iemand had met ‘joods bloed’ in de aders (Neurenbergerwetten, september 1935). Om na te gaan of de grootouders joden waren, gingen de nazi’s er gemakshalve vanuit dat wie het joodse geloof aanhing ‘voljood’ was.

Tabel ter verduidelijking van de Nürenberger Gesetze (“Rassenwetgeving”) Foto publiek domein

Over de onteigening van joodse handelszaken – door de bezetter ‘ontjoodsing van de economie’ genoemd – luidt het in dit programma dat ‘slechts 3% van de winkels echt winstgevend was’. Er niet bij verteld wordt dat dit percentage afkomstig is uit het eindrapport van de Duitse militaire bezetter, een verslag dat werd opgesteld na de terugtrekking uit België. Het gaat dus niet om winstgevende handelszaken maar om zaken waar de Duitsers munt uit konden slaan.

In België viel bij de joden, waaronder veel recente armoedige vluchtelingen, niet veel te rapen. Heel wat minder dan het antisemitische stereotype van de van geld bulkende jood het wil. In België erkende de bezetter goed zevenduizend ondernemingen als joods, waarvan 70% kleine familiale en artisanale ondernemingen die volgens de Duitse bezetter minder dan tienduizend Belgische frank konden opbrengen (en ook verkocht werden). Om en bij de negenhonderd grote ondernemingen gingen geheel of deels over in Duitse handen. De liquidatie van middelgrote en kleine ondernemingen bracht 150 miljoen Belgische frank op en de Duitse deelname aan handelszaken die (nog) niet ontjoodst waren nog eens 1.250 miljoen frank (Steinberg).

Bij leed vereenzelvigt vrijwel iedereen zich met slachtoffers, niet met daders. Dat levert een slachtoffervisie op daders op. Zo valt met geen mogelijkheid te doorgronden wat daders bezielde. Jammer dus dat de indrukwekkende getuigenissen niet aangevuld en bijgesteld werden door indrukwekkende geschiedkundige inzichten.

Summiere bibliografie

Hamburger Institut für Sozialforschung (Hg.) – Verbrechen der Wehrmacht. Dimensionen des Vernichtungskrieges 1941-1944 (Ausstellungskatalog), Hamburg, Hamburger Edition, 2002 (http://www.verbrechen-der-wehrmacht.de/docs/ausstellung/ausstellung.htm)

Levi, Primo – The drowned and the saved, London, Michael Joseph, 1986

Loftus, Elizabeth & Ketcham, Katherine – Witness for the Defense. The accused, the eywitness, and the expert who puts memory on trial, New York, St. Martin’s Press, 1991

Loftus, Elizabeth & Ketcham, Katherine – Graven in het geheugen. De mythe van de verdrongen herinnering, Antwerpen/Amsterdam, Veen, 1995

Schacter, Daniel L. – How the mind forgets and remembers, London, Souvenir Press, 2007

Steinberg, Maxime – La question juive 1940-1942, Bruxelles, Vie Ouvrière, 1983

van den Berghe, Gie – Met de dood voor ogen. Begrip en onbegrip tussen overlevenden van nazi-kampen en buitenstaanders, Antwerpen, Epo, 1987

van den Berghe, Gie – Gott mit uns, Antwerpen, Hadewijch, 1995

Wagenaar, Willem A – Identifying Ivan. A case study in legal psychology, NewYork/London, Harvester – Wheatsheaf, 1988 (Het herkennen van Iwan, Swets & Zeitlinger, 1989)

Welzer, Harald – Daders. Hoe heel normale mensen massamoordenaars worden, Amsterdam, Anthos, 2006

May 8, 2020 at 11:25 am 1 comment

AMERIKAANS FASCISME

Door Johan Depoortere

Wie dacht dat het Amerikaanse democratische systeem met zijn “checks and balances” en zijn stevige apolitieke bureaucratie een “ongelukje” als Trump wel zou overleven moet zich bedenken. In een long read in The Atlantic toont George Packer (1) glashelder aan hoe Trump die instellingen sinds zijn verkiezing systematisch corrumpeert. Apolitieke ambtenaren bij  departementen als Justitie en Buitenlandse zaken worden vervangen door aanhangers en bewonderaars van de president. Wie zich tegen Trump keert – of wie ook maar de schijn wekt niet volgzaam te zijn – wordt verwijderd. De wraak van Trump tegen al wie tegen hem getuigde in het impeachmentproces was onverbiddelijk. Een minster van justitie die op de eerste rij stond in de verkiezingscampagne die Trump aan de macht bracht wordt vervangen door een nog volgzamer figuur. Wie op post bleef in de hoop de meubelen te redden en met het vooruitzicht dat er na vier jaar een einde zou komen aan het Trumptijdperk moet nu rekening houden met een verlenging. De vraag is of de Amerikaanse democratische instellingen nog eens vier jaar met het oranje monster zullen overleven.

Is het overdreven om van een Amerikaanse variant van het fascisme te spreken? In “The plot against America” schetste Philip Roth een bloedstollend beeld van hoe Amerika er had uitgezien als de antisemiet en nazisympathisant Charles Lindbergh president was geworden. Fictie natuurlijk, maar de wand die fictie van realiteit scheidt is flinterdun. Niet alleen de slogan “America First” die Trump van Lindbergh heeft geleend, maar de voortdurende jacht op minderheden, het opsluiten van kinderen in instellingen die nauwelijks van concentratiekampen verschillen, het demoniseren van tegenstanders en buitenlanders, het vergoelijken – er waren “fijne mensen” bij – van neonazis en jodenhaters, het misprijzen voor feiten en wetenschap: het is allemaal gemeengoed geworden in het Witte Huis van Donald Trump.

“Fijne mensen” cc-foto: Anthony Cryder, Charlottesville 2017.

In dat verband is het goed te bedenken dat fascistische regimes niet van de ene dag op de andere het licht zien. Stefan Zweig, één van de scherpste waarnemers van de ontwikkelingen in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw beschreef hoe de meest extreme maatregelen van de fascisten geleidelijk tot stand kwamen. 

“Want het nationaalsocialisme hoedde er zich in zijn gewetenloze misleidingstechniek wel voor zijn doeleinden in al hun radicaliteit te laten zien voordat het de wereld gehard had. Dus oefenden ze hun methode voorzichtig: steeds een kleine dosis en na die dosis een kleine pauze. Steeds maar een enkele pil en dan een ogenblik afwachten of die niet te sterk was geweest, of het geweten van de wereld deze dosis nog kon verdragen.” (2)

Stefan Zweig

Stefan Zweig

De beslissing om de Europese Joden uit te roeien kwam er pas in 1942, negen jaar nadat Hitler aan de macht was gekomen (al was de systematische moord op Joden het jaar daarvóór al begonnen na de nazi-aanval op de Sovjetunie.) Een hele reeks pesterijen en discriminerende wetten was eraan vooraf gegaan.

Zweig schrijft nog: “En omdat het Europese geweten – tot schade en schande van onze beschaving – ijverig zijn onverschilligheid toonde omdat die gewelddadigheden zich immers over de grens afspeelden, werden de doses steeds sterker, tot tenslotte heel Europa eraan ten onder ging.”

Het zijn, zo valt te vrezen, profetische woorden, van toepassing zowel op de Europese “vluchtelingencrisis” als op het onderuit halen van de democratie in de Amerika. 

4 maart 2020

  1. THE PRESIDENT IS WINNING HIS WAR ON AMERICAN INSTITUTIONS, How Trump is destroying the civil service and bending the government to his will. George Packer is auteur van onder andere:   The Unwinding: An Inner History of the New America.
  2. Stefan Zweig: DE WERELD VAN GISTEREN Rainbow, Amsterdam

March 4, 2020 at 11:23 am Leave a comment

ZOON VAN EEN TRAGISCHE EEUW

Is het een roman of is het geschiedschrijving, dat is niet duidelijk, maar zeker is dat  “M. De zoon van de eeuw” tot een megabestseller is uitgegroeid in Italië. Dat bewijst – voor zover dat nodig was – dat de figuur van Mussolini, want over hem gaat het boek van Antonio Scurati, de Italianen vandaag nog steeds fascineert zij het uit afkeer zij het uit bewondering.

M is – laten we het daarbij houden – de geromanceerde versie van de opkomst en ondergang van het fascisme in Italië. Het eerste deel bestrijkt de periode 1919-1924, er moeten nog twee delen volgen. Over het persoonlijke leven  van Mussolini vernemen we alleen het hoogstnoodzakelijke: geboren als de zoon van een dorpssmid in het Noorden van Italië, wonderkind, zwerver – hij slaapt in Zwitserland onder bruggen voor hij wordt uitgewezen – socialist en hoofdredacteur van het partijblad Avanti, oorlogstegenstander en vervolgens propagandist van Italiës deelname aan de eerste Wereldoorlog in 1915. De rest is bekend: hij wordt uit de partij gezet, evolueert meer en meer in rechts-nationalistische richting en verovert met zijn “Fasci di combattimento” na de legendarische Mars van de fascistische knokploegenb op Rome de absolute macht. Het eerste deel eindigt met de moord op de socialistische topman Giacomo Matteotti, die nauwgezet alle gewelddaden van de fascisten in het parlement opsomt en het zwijgen wordt opgelegd als hij een groot corruptieschandaal dreigt bloot te leggen.

Mussolini en Margherita Sarfatti

Een biografie van Mussolini kunnen we het werk dus al evenmin noemen, al worden heel wat bladzijden gewijd aan zijn verhouding met Margherita Sarfatti, een Venetiaanse erfgename van Joodse afkomst die net als hij van socialiste evolueert tot fanatieke fasciste. Ze is hoogontwikkeld, rijk, kunsthistorica en verzamelaarster en ze wordt de intellectuele mentor van Benito Mussolini genoemd. Het fascinerende van het boek ligt hem veeleer in de huiveringwekkende beschrijving van de manier waarop de fascisten aan de macht zijn gekomen. In een onderkoelde boekhoudersstijl dompelt Scurati ons bladzijde na bladzijde onder in de bewogen en tragische geschiedenis van het Italië kort na de eerste Wereldoorlog. De ontstellende armoede op het platteland – veel aandacht gaat naar de verschrikkelijke toestanden in de Povallei waar grootgrondbezitters de landloze boeren op genadeloze wijze uitpersen. Het is een vruchtbare bodem voor socialisten en communisten terwijl in de steden van het Noorden het industrieproletariaat de ene verkiezingsoverwinning na de andere behaalt. Tegelijk wordt Italië verscheurd door de erfenis van de oorlog met voor- en tegenstanders van Italiaanse deelname die ook na de wapenstilstand letterlijk met getrokken messen tegenover elkaar staan. De “Arditi” – een elitekorps van vrijwilligers in de oorlog – zullen de stoottroepen leveren voor de fascisten.

De jonge Mussolini als dandy

Niets wees er in de eerste jaren van hun opkomst op dat de fascisten stormenderhand de macht zouden veroveren in Italië. De oprichting van de eerste “Fasci die combattimento” was voor de burgerlijke Corriere de la Sera niet meer dan enkele regels waard, nauwelijks meer dan het bericht over de diefstal van drie ton zeep. Het is met dergelijke details dat de auteur ons meevoert langs de kronkelige weg die het fascisme aan de macht brengt. Scurati heeft zo te zien elk krantenbericht, elk politieverslag, elk dagboek, alle toespraken, notulen van vergaderingen en honderden brieven gelezen die als broodkruimels op die weg zijn achtergebleven. Elk kort hoofdstuk wordt gelardeerd met citaten uit die onuitputtelijke bron getuigenissen.

De fascisten kwamen aan de macht met geweld. De knokploegen zaaiden terreur op het platteland en in de industriesteden. Vakbondsleiders, linkse politici en journalisten werden omgebracht.  Gebouwen van linkse partijen en vakbonden in brand gestoken. Terreur op het platteland. Boerenleiders werden voor hun eigen achterban vernederd en afgetuigd, zo niet beestachtig vermoord. De knokploegen kregen financiële steun van industriëlen als Giovanni Agnelli, senator en  baas van Fiat, of Ettore Conti, pionier van de elektro-industrie, en de grootgrondbezitters op het platteland. Zij werden gedreven door de angst voor het Rode Gevaar. En inderdaad ook in Italië leek kort na de oorlog de Revolutie elk moment te kunnen uitbreken. In Turijn konden de arbeiders loonsverhoging, arbeiderszelfbestuur en winstdeling afdwingen. Agnelli, de grote baas van de stad, moest na de onderhandelingen daarover in Bologna bij zijn terugkeer bij Fiat onder een boog van rode vlaggen door lopen en zijn arbeiders horen schreeuwen: ‘Leve de Sovjets!’ Op zijn kantoor zag hij boven zijn bureau het met hamer en sikkel bekroonde portret van Lenin hangen.

De vraag is dan hoe het komt dat arbeiders en boeren die ei zo na de macht hadden gegrepen in Italië zo snel en zo compleet van de kaart werden gespeeld. Het geweld en het kapitaal van de heersende klasse verklaart veel, toch blijft het verbazingwekkend hoe snel het socialistische machtsbastion in elkaar zakte. Boeren die tot voor kort lid waren van linkse plattelandsvakbonden gingen massaal over naar het fascisme.

Op het station van Ferrara is degene die iedereen ‘Duce’, leider van het fascisme, is gaan noemen aangekomen in het gezelschap van twee mannen die nog geen tien jaar eerder aan het hoofd stonden van de plaatselijke opruiende socialistische Raad van Arbeid – Umberto Pasella en Michele Bianchi – en nu scharen ze zich aan de zijde van Vico Mantovani, de reactionaire leider van de Agraria [1], waar ze de boeren vóór de oorlog tegen ophitsten. Inmiddels heeft Italo Balbo hier echter met het systematische geweld en de belofte van herverdeling van de grond de kaarten opnieuw geschud. De socialistische boerenbonden beginnen massaal over te stappen naar de fascistische vakbonden.  

Talloze fascistische leiders waren tot voor kort overtuigde socialisten of anarchisten. Ook Scurati heeft geen pasklaar antwoord:

En toch blijft er aan deze onverwachte ineenstorting iets geheimzinnigs kleven. De 63 gemeenten in de provincie Rovigo, alle in handen van de socialisten, worden de een na de ander bezet zonder dat ze ooit op het idee komen zich tegen de agressor te verenigen. De Socialistische Partij, die de zeggenschap over de hele provincie had, raakt die in de loop van één enkele winter kwijt.

Al kun je tussen de regels een aantal verklaringen vermoeden: de verdeeldheid van links, de ideologische strijd tussen de pro-Moskou socialisten die later de communistische partij vormen en de reformisten, de onbeslistheid van de burgerlijke partijen, het opportunisme van de liberalen en de gematigde nationalisten, de invloed van extreemrechtse adviseurs op koning Victor Emanuel. Maar bovenal is het de wraak van de heersende klassen:

Op het Emiliaanse platteland geven de door de vernietiging van de socialistische bonden aan zichzelf overgelaten boeren zich over vanwege de honger. De landeigenaars voeren een wraakstrijd, die tientallen sociale hervormingen ongedaan maakt. De fascistische coöperaties onderhandelen rechtstreeks met de bazen en schaffen de landovereenkomsten achter elkaar af, of als dat niet kan, schorten ze het collectieve karakter van de contracten op.

Of nog: de angst die de fascisten vakkundig weten te exploiteren en omzetten in haat:

Soms, zoals in Ferrara, is een slechte oogst voldoende voor paniek. Iets heerlijks, die paniek, de verloskundige van de Geschiedenis! Cesare Rossi herhaalt steeds dat dat hun wonderbaarlijke ruil kan zijn: haat in ruil voor angst. De nieuwe fascisten zijn allemaal mensen die tot gisteren beefden van angst voor de socialistische revolutie, mensen die leefden op angst, angst aten, angst dronken, met angst naar bed gingen.

Zoals de Nazis in Duitsland een decennium later komen ook de fascisten in Italië aan de macht door medeplichtigheid van de burgerlijke partiien. De liberaal Giovanni Giolitti [2], die bekend stond als “king maker” bij de vorming van Italiaanse regeringen meende de fascisten te kunnen temmen door ze “mee in het bad te nemen.”

Giolitti, de oude vos, de regentovenaar, de oude hoer, heeft hen willen temmen, maar heeft hen gelegaliseerd; hij wilde hen gebruiken om de val van de met knuppels verpletterde socialisten te versnellen en zo zijn regering te versterken, maar hij zal een onregeerbaar parlement krijgen dat uiteengevallen is in onverenigbare partijen, in groepen die vanbinnen door vijandige, vraatzuchtige facties worden verscheurd. Kortom, de bekende oude drek, steeds dikker, steeds meer drek.

Zoals gezegd eindigt dit eerste deel in 1924 met de moord op Giacomo Matteotti, de laatste vertegenwoordiger van de socialisten die koppig weerwerk bood in het parlement. De macht van Mussolini zal vanaf dat moment vrijwel onbeperkt zijn. Maar in 1922 al liet Mussolini in een toespraak vermoeden wat de Italianen de komende jaren te wachten stond:

We verdelen de Italianen in drie categorieën: de ‘onverschillige’ Italianen, die thuis zullen blijven wachten; de ‘sympathiserende’, die rond mogen lopen; en tot slot de ‘vijandige’ Italianen, en die zullen niet rond mogen lopen.

Johan Depoortere

8 januari 2020

M. De zoon van de eeuw

Antonio Scurati, Podium Amsterdam

[1] De Agraria: het syndicaat van landeigenaars

[2] Giovanni Giolitti, voormalige premier was op dat moment 80 jaar oud. Scurati beschrijft hem als volgt: “een meter vijfentachtig bij negentig kilo, een enorme grenadiersknevel, vijf maal minister-president, een meester in parlementaire combinaties en een grondig kenner van de ministeriële bureaucratie, domineerde de laatste dertig jaar de Italiaanse politiek.

 

January 13, 2020 at 8:11 pm Leave a comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,701 other followers