Posts filed under ‘fascisme’

AMERIKAANS FASCISME

Door Johan Depoortere

Wie dacht dat het Amerikaanse democratische systeem met zijn “checks and balances” en zijn stevige apolitieke bureaucratie een “ongelukje” als Trump wel zou overleven moet zich bedenken. In een long read in The Atlantic toont George Packer (1) glashelder aan hoe Trump die instellingen sinds zijn verkiezing systematisch corrumpeert. Apolitieke ambtenaren bij  departementen als Justitie en Buitenlandse zaken worden vervangen door aanhangers en bewonderaars van de president. Wie zich tegen Trump keert – of wie ook maar de schijn wekt niet volgzaam te zijn – wordt verwijderd. De wraak van Trump tegen al wie tegen hem getuigde in het impeachmentproces was onverbiddelijk. Een minster van justitie die op de eerste rij stond in de verkiezingscampagne die Trump aan de macht bracht wordt vervangen door een nog volgzamer figuur. Wie op post bleef in de hoop de meubelen te redden en met het vooruitzicht dat er na vier jaar een einde zou komen aan het Trumptijdperk moet nu rekening houden met een verlenging. De vraag is of de Amerikaanse democratische instellingen nog eens vier jaar met het oranje monster zullen overleven.

Is het overdreven om van een Amerikaanse variant van het fascisme te spreken? In “The plot against America” schetste Philip Roth een bloedstollend beeld van hoe Amerika er had uitgezien als de antisemiet en nazisympathisant Charles Lindbergh president was geworden. Fictie natuurlijk, maar de wand die fictie van realiteit scheidt is flinterdun. Niet alleen de slogan “America First” die Trump van Lindbergh heeft geleend, maar de voortdurende jacht op minderheden, het opsluiten van kinderen in instellingen die nauwelijks van concentratiekampen verschillen, het demoniseren van tegenstanders en buitenlanders, het vergoelijken – er waren “fijne mensen” bij – van neonazis en jodenhaters, het misprijzen voor feiten en wetenschap: het is allemaal gemeengoed geworden in het Witte Huis van Donald Trump.

“Fijne mensen” cc-foto: Anthony Cryder, Charlottesville 2017.

In dat verband is het goed te bedenken dat fascistische regimes niet van de ene dag op de andere het licht zien. Stefan Zweig, één van de scherpste waarnemers van de ontwikkelingen in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw beschreef hoe de meest extreme maatregelen van de fascisten geleidelijk tot stand kwamen. 

“Want het nationaalsocialisme hoedde er zich in zijn gewetenloze misleidingstechniek wel voor zijn doeleinden in al hun radicaliteit te laten zien voordat het de wereld gehard had. Dus oefenden ze hun methode voorzichtig: steeds een kleine dosis en na die dosis een kleine pauze. Steeds maar een enkele pil en dan een ogenblik afwachten of die niet te sterk was geweest, of het geweten van de wereld deze dosis nog kon verdragen.” (2)

Stefan Zweig

Stefan Zweig

De beslissing om de Europese Joden uit te roeien kwam er pas in 1942, negen jaar nadat Hitler aan de macht was gekomen (al was de systematische moord op Joden het jaar daarvóór al begonnen na de nazi-aanval op de Sovjetunie.) Een hele reeks pesterijen en discriminerende wetten was eraan vooraf gegaan.

Zweig schrijft nog: “En omdat het Europese geweten – tot schade en schande van onze beschaving – ijverig zijn onverschilligheid toonde omdat die gewelddadigheden zich immers over de grens afspeelden, werden de doses steeds sterker, tot tenslotte heel Europa eraan ten onder ging.”

Het zijn, zo valt te vrezen, profetische woorden, van toepassing zowel op de Europese “vluchtelingencrisis” als op het onderuit halen van de democratie in de Amerika. 

4 maart 2020

  1. THE PRESIDENT IS WINNING HIS WAR ON AMERICAN INSTITUTIONS, How Trump is destroying the civil service and bending the government to his will. George Packer is auteur van onder andere:   The Unwinding: An Inner History of the New America.
  2. Stefan Zweig: DE WERELD VAN GISTEREN Rainbow, Amsterdam

March 4, 2020 at 11:23 am Leave a comment

ZOON VAN EEN TRAGISCHE EEUW

Is het een roman of is het geschiedschrijving, dat is niet duidelijk, maar zeker is dat  “M. De zoon van de eeuw” tot een megabestseller is uitgegroeid in Italië. Dat bewijst – voor zover dat nodig was – dat de figuur van Mussolini, want over hem gaat het boek van Antonio Scurati, de Italianen vandaag nog steeds fascineert zij het uit afkeer zij het uit bewondering.

M is – laten we het daarbij houden – de geromanceerde versie van de opkomst en ondergang van het fascisme in Italië. Het eerste deel bestrijkt de periode 1919-1924, er moeten nog twee delen volgen. Over het persoonlijke leven  van Mussolini vernemen we alleen het hoogstnoodzakelijke: geboren als de zoon van een dorpssmid in het Noorden van Italië, wonderkind, zwerver – hij slaapt in Zwitserland onder bruggen voor hij wordt uitgewezen – socialist en hoofdredacteur van het partijblad Avanti, oorlogstegenstander en vervolgens propagandist van Italiës deelname aan de eerste Wereldoorlog in 1915. De rest is bekend: hij wordt uit de partij gezet, evolueert meer en meer in rechts-nationalistische richting en verovert met zijn “Fasci di combattimento” na de legendarische Mars van de fascistische knokploegenb op Rome de absolute macht. Het eerste deel eindigt met de moord op de socialistische topman Giacomo Matteotti, die nauwgezet alle gewelddaden van de fascisten in het parlement opsomt en het zwijgen wordt opgelegd als hij een groot corruptieschandaal dreigt bloot te leggen.

Mussolini en Margherita Sarfatti

Een biografie van Mussolini kunnen we het werk dus al evenmin noemen, al worden heel wat bladzijden gewijd aan zijn verhouding met Margherita Sarfatti, een Venetiaanse erfgename van Joodse afkomst die net als hij van socialiste evolueert tot fanatieke fasciste. Ze is hoogontwikkeld, rijk, kunsthistorica en verzamelaarster en ze wordt de intellectuele mentor van Benito Mussolini genoemd. Het fascinerende van het boek ligt hem veeleer in de huiveringwekkende beschrijving van de manier waarop de fascisten aan de macht zijn gekomen. In een onderkoelde boekhoudersstijl dompelt Scurati ons bladzijde na bladzijde onder in de bewogen en tragische geschiedenis van het Italië kort na de eerste Wereldoorlog. De ontstellende armoede op het platteland – veel aandacht gaat naar de verschrikkelijke toestanden in de Povallei waar grootgrondbezitters de landloze boeren op genadeloze wijze uitpersen. Het is een vruchtbare bodem voor socialisten en communisten terwijl in de steden van het Noorden het industrieproletariaat de ene verkiezingsoverwinning na de andere behaalt. Tegelijk wordt Italië verscheurd door de erfenis van de oorlog met voor- en tegenstanders van Italiaanse deelname die ook na de wapenstilstand letterlijk met getrokken messen tegenover elkaar staan. De “Arditi” – een elitekorps van vrijwilligers in de oorlog – zullen de stoottroepen leveren voor de fascisten.

De jonge Mussolini als dandy

Niets wees er in de eerste jaren van hun opkomst op dat de fascisten stormenderhand de macht zouden veroveren in Italië. De oprichting van de eerste “Fasci die combattimento” was voor de burgerlijke Corriere de la Sera niet meer dan enkele regels waard, nauwelijks meer dan het bericht over de diefstal van drie ton zeep. Het is met dergelijke details dat de auteur ons meevoert langs de kronkelige weg die het fascisme aan de macht brengt. Scurati heeft zo te zien elk krantenbericht, elk politieverslag, elk dagboek, alle toespraken, notulen van vergaderingen en honderden brieven gelezen die als broodkruimels op die weg zijn achtergebleven. Elk kort hoofdstuk wordt gelardeerd met citaten uit die onuitputtelijke bron getuigenissen.

De fascisten kwamen aan de macht met geweld. De knokploegen zaaiden terreur op het platteland en in de industriesteden. Vakbondsleiders, linkse politici en journalisten werden omgebracht.  Gebouwen van linkse partijen en vakbonden in brand gestoken. Terreur op het platteland. Boerenleiders werden voor hun eigen achterban vernederd en afgetuigd, zo niet beestachtig vermoord. De knokploegen kregen financiële steun van industriëlen als Giovanni Agnelli, senator en  baas van Fiat, of Ettore Conti, pionier van de elektro-industrie, en de grootgrondbezitters op het platteland. Zij werden gedreven door de angst voor het Rode Gevaar. En inderdaad ook in Italië leek kort na de oorlog de Revolutie elk moment te kunnen uitbreken. In Turijn konden de arbeiders loonsverhoging, arbeiderszelfbestuur en winstdeling afdwingen. Agnelli, de grote baas van de stad, moest na de onderhandelingen daarover in Bologna bij zijn terugkeer bij Fiat onder een boog van rode vlaggen door lopen en zijn arbeiders horen schreeuwen: ‘Leve de Sovjets!’ Op zijn kantoor zag hij boven zijn bureau het met hamer en sikkel bekroonde portret van Lenin hangen.

De vraag is dan hoe het komt dat arbeiders en boeren die ei zo na de macht hadden gegrepen in Italië zo snel en zo compleet van de kaart werden gespeeld. Het geweld en het kapitaal van de heersende klasse verklaart veel, toch blijft het verbazingwekkend hoe snel het socialistische machtsbastion in elkaar zakte. Boeren die tot voor kort lid waren van linkse plattelandsvakbonden gingen massaal over naar het fascisme.

Op het station van Ferrara is degene die iedereen ‘Duce’, leider van het fascisme, is gaan noemen aangekomen in het gezelschap van twee mannen die nog geen tien jaar eerder aan het hoofd stonden van de plaatselijke opruiende socialistische Raad van Arbeid – Umberto Pasella en Michele Bianchi – en nu scharen ze zich aan de zijde van Vico Mantovani, de reactionaire leider van de Agraria [1], waar ze de boeren vóór de oorlog tegen ophitsten. Inmiddels heeft Italo Balbo hier echter met het systematische geweld en de belofte van herverdeling van de grond de kaarten opnieuw geschud. De socialistische boerenbonden beginnen massaal over te stappen naar de fascistische vakbonden.  

Talloze fascistische leiders waren tot voor kort overtuigde socialisten of anarchisten. Ook Scurati heeft geen pasklaar antwoord:

En toch blijft er aan deze onverwachte ineenstorting iets geheimzinnigs kleven. De 63 gemeenten in de provincie Rovigo, alle in handen van de socialisten, worden de een na de ander bezet zonder dat ze ooit op het idee komen zich tegen de agressor te verenigen. De Socialistische Partij, die de zeggenschap over de hele provincie had, raakt die in de loop van één enkele winter kwijt.

Al kun je tussen de regels een aantal verklaringen vermoeden: de verdeeldheid van links, de ideologische strijd tussen de pro-Moskou socialisten die later de communistische partij vormen en de reformisten, de onbeslistheid van de burgerlijke partijen, het opportunisme van de liberalen en de gematigde nationalisten, de invloed van extreemrechtse adviseurs op koning Victor Emanuel. Maar bovenal is het de wraak van de heersende klassen:

Op het Emiliaanse platteland geven de door de vernietiging van de socialistische bonden aan zichzelf overgelaten boeren zich over vanwege de honger. De landeigenaars voeren een wraakstrijd, die tientallen sociale hervormingen ongedaan maakt. De fascistische coöperaties onderhandelen rechtstreeks met de bazen en schaffen de landovereenkomsten achter elkaar af, of als dat niet kan, schorten ze het collectieve karakter van de contracten op.

Of nog: de angst die de fascisten vakkundig weten te exploiteren en omzetten in haat:

Soms, zoals in Ferrara, is een slechte oogst voldoende voor paniek. Iets heerlijks, die paniek, de verloskundige van de Geschiedenis! Cesare Rossi herhaalt steeds dat dat hun wonderbaarlijke ruil kan zijn: haat in ruil voor angst. De nieuwe fascisten zijn allemaal mensen die tot gisteren beefden van angst voor de socialistische revolutie, mensen die leefden op angst, angst aten, angst dronken, met angst naar bed gingen.

Zoals de Nazis in Duitsland een decennium later komen ook de fascisten in Italië aan de macht door medeplichtigheid van de burgerlijke partiien. De liberaal Giovanni Giolitti [2], die bekend stond als “king maker” bij de vorming van Italiaanse regeringen meende de fascisten te kunnen temmen door ze “mee in het bad te nemen.”

Giolitti, de oude vos, de regentovenaar, de oude hoer, heeft hen willen temmen, maar heeft hen gelegaliseerd; hij wilde hen gebruiken om de val van de met knuppels verpletterde socialisten te versnellen en zo zijn regering te versterken, maar hij zal een onregeerbaar parlement krijgen dat uiteengevallen is in onverenigbare partijen, in groepen die vanbinnen door vijandige, vraatzuchtige facties worden verscheurd. Kortom, de bekende oude drek, steeds dikker, steeds meer drek.

Zoals gezegd eindigt dit eerste deel in 1924 met de moord op Giacomo Matteotti, de laatste vertegenwoordiger van de socialisten die koppig weerwerk bood in het parlement. De macht van Mussolini zal vanaf dat moment vrijwel onbeperkt zijn. Maar in 1922 al liet Mussolini in een toespraak vermoeden wat de Italianen de komende jaren te wachten stond:

We verdelen de Italianen in drie categorieën: de ‘onverschillige’ Italianen, die thuis zullen blijven wachten; de ‘sympathiserende’, die rond mogen lopen; en tot slot de ‘vijandige’ Italianen, en die zullen niet rond mogen lopen.

Johan Depoortere

8 januari 2020

M. De zoon van de eeuw

Antonio Scurati, Podium Amsterdam

[1] De Agraria: het syndicaat van landeigenaars

[2] Giovanni Giolitti, voormalige premier was op dat moment 80 jaar oud. Scurati beschrijft hem als volgt: “een meter vijfentachtig bij negentig kilo, een enorme grenadiersknevel, vijf maal minister-president, een meester in parlementaire combinaties en een grondig kenner van de ministeriële bureaucratie, domineerde de laatste dertig jaar de Italiaanse politiek.

 

January 13, 2020 at 8:11 pm Leave a comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,653 other followers