Posts filed under ‘Frankrijk’

PARIJS-BERLIJN

De as Berlijn-Parijs wordt nieuw leven ingeblazen en dat zou goed nieuws moeten zijn voor de toekomst van Europa. Niet over de toekomst maar over het verleden van de twee hoofdsteden die zo bepalend waren voor de geschiedenis van het continent  zijn vrij recent twee boeken verschenen: “Berlijn, Leven in een gespleten stad” van Piet de Moor en “Het andere Parijs” van Luc Sante, een Amerikaan van Belgische origine die naam heeft gemaakt met talrijke werken over populaire cultuur, fotografie, literatuur, muziek en film.

Door Johan Depoortere

HET ANDERE PARIJS, Stad van het volk

Luc Sante

Antwerpen Polis, 2016

349 p.

De gespletenheid van Berlijn, tot een kwarteeuw geleden een gedeelde stad, daar hoeft weinig verklaring bij. Maar ook Parijs is een stad waar twee werelden naast en soms tegen elkaar bestaan. Luc Sante laat zijn boek beginnen met een stuk dialoog uit de film Pépé le Moko van Julien Duvivier (1937) waarin de twee hoofdrolspelers Gaby (Mireille Balin) en Pépé (Jean Gabin) nostalgisch mijmeren over hun geboortestad Parijs. Maar Gaby, de dochter van welgestelde ouders en Pépé blijken het elk over een totaal ander Parijs te hebben. Gaby over de “Quartier de l’ Europe,” het noordwestelijke stuk “van de taart,” waar de gegoede burgerij woont, Pépé over de rest: het proletarische Parijs, maar ook dat van de straatartiesten, de voddenrapers, de gauwdieven, het café-chantant en la bohème, een Parijs dat intussen verdwenen is.

Sante put uitvoerig uit een indrukwekkende reeks boeken, films, muziek en foto’s om zijn verhaal te vertellen en citeert naar hartenlust uit bekende en soms obscure werken zoals dat van Jean-Paul Clébert: Paris Insolite (1952). Clébert, een telg uit een burgerlijk milieu liep op zijn zestiende weg uit een jezuieteninternaat, ging in het verzet en leidde na de oorlog een bestaan als clochard, maar vooral als flaneur, een categorie die bij Sante in het bovenste laatje ligt. Het Parijs dat hij beschrijft is dat van de man (vrouwelijke flaneurs komen in het stuk niet voor) die schijnbaar doelloos door de stad dwaalt en daarbij eindeloos tijd maakt voor onverwachte ontmoetingen, gesprekken en drinkpartijen met al wie hij op zijn weg tegenkomt.

Het Parijs van Clébert

Clébert hoorde overigens thuis in de subcategorie van de flaneur de nuit in de lijn van Restif de la Bretonne, de 18e-eeuwse pionier op het gebied en veel later de fotografen die het wonder van het electrische licht in beeld probeerden te vatten. Al in 1905 maakte Gabriel Loppé (1825-1913) zijn beroemde foto van de bliksemschicht op de Eifeltoren.

Foto Gabriel Loppé – 1905

Brassaï (1899-1984) legt in zijn foto’s de dolle jaren vast van het Volksfront met de bals-musette, travestietenbals, Folies Bergère en opiumtenten. Zijn foto’s van het interieur van de balzalen maar ook van hoeren en arbeiders in de riolen aan het werk, van liefdesparen en criminelen in actie hebben voor decennia daarna het beeld geschapen dat elke toerist van Parijs is gaan dromen. Het is een Parijs dat toen al – aan de vooravond van de tweede wereldoorlog – gedoemd was te verdwijnen.

Een iconische foto van Brassaï

Dat het Parijs dat we vandaag kennen nog weinig met dat van pakweg begin 19e eeuw te maken heeft hebben we te danken aan de opeenvolgende aanvallen van bouw-en vernielingswoede van de heersende machten. Baron Haussmann (geen echte baron, maar zo liet hij zich zelf graag noemen) was prefect van de Seine tussen 1853 en 1870, het begin van de Frans-Pruissische oorlog.

Rue Rivoli, het straatbeeld dat het patroon werd voor Parijs.

Na de Revoluties van 1848 pakten Napoleon III en Haussmann het drastisch aan: Haussmann liet 20000 huizen slopen, ook dat waar hij zelf geboren was. In de plaats kwamen brede lanen die het mogelijk moesten maken om militaire detachementen snel te verplaatsen waar nodig. Haussmann trok met een lineaal lijnen door hele stadswijken waardoor straten en huizen verdwenen en vervangen werden door majestueuze zij het steriele pleinen zoals de Place de la Révolution waar de drukke en populaire Boulevard du Crime moest verdwijnen en met haar de theaters en cafés waar generaties lang de massa’s drank en vertier vonden. De Ile de la Cité, het oudste hart van Parijs dat dateerde uit de middeleeuwen en daarvoor, werd herschapen in een kale vlakte – vrijwel alleen de Notre Dame bleef gespaard. Wie tranen laat voor het oude Parijs moet ook bedenken dat de leefomstandigheden in de Ile de la Cité erbarmelijk waren, met smalle steegjes die nauwelijks licht doorlieten en waar door vocht en kou chronische ziektes de straatarme inwoners decimeerden.

Het scheelde niet veel of in de twintigste eeuw had Le Corbusier – een bewonderaar van Mussolini – wat van het oude Parijs was overgebleven vervangen door zijn fameuze Cité Radieuse met torengebouwen en brede toegangswegen voor koning automobiel. Dat is dus niet doorgegaan maar in de jaren 70 had president Georges Pompidou wel oor naar de ideeën van Corbusier en andere modernisten. Hij liet de beroemde Hallen van Haussmann afbreken en vervangen door het modernistische en voor velen schreeuwlelijke Centre Beaubourg. Met de Hallen verdween niet alleen de markt uit het centrum van Parijs maar werd een eeuwenoude buurt herschapen tot een pretpark ten behoeve van de toeristen. Het moet op het krediet van zijn opvolger Giscard d’Estaing worden geschreven dat Parijs in de decennia daarna gespaard is gebleven van verdere hoogbouw zoals La Défense aan de rand van de stad.

De enorme kloof tussen arm en rijk aan het einde van de 19e – begin 20e eeuw. (Petit Palais)

Het moge duidelijk zijn, Luc Sante betreurt het verdwijnen van het oude Parijs, maar hij trapt niet in de val van de valse romantiek die in dat soort werken meestal wijdopen staat. Het leven van de petit peuple was geen pretje. Naarmate de stadsplanners het centrum van Parijs “moderniseerden” werden de armen verder naar de rand verdreven. In een film van Georges Lacombe (1902-1990) uit 1928 wordt ons een blik gegund op het leven van de chiffonniers: de voddenrapers en vuilnisophalers. In scènes die sterk doen denken aan wat je vandaag kunt zien in miljoenensteden als Mexico of Manila leven honderden mannen, vrouwen en kinderen op de vuilnisbelten waar ze al het bruikbare sorteren en verzamelen. De film is getiteld La Zone, de naam van het gebied waar de onderlagen van de Parijse bevolking werden samengeveegd aan de rand van de stad. In 1841 liet Louis Philippe een vestingsmuur bouwen op de plek van de huidige Périphérique, waardoor het grondgebied van de stad werd uitgebreid met een aantal landelijke dorpen en een 300 meter brede bufferzone die het centrum buiten het bereik van vijandelijke artillerie moest houden. Het duurde niet lang voor de Zone werd ingenomen door al wie uit het duurdere centrum werd verdreven: voddenrapers, artiesten, criminelen, zigeuners en hoeren. De Parijzenaars bedachten voor hen verschillende koosnaampjes: la Canaille, la crapule, la vermine of nog la rapaille, het woord dat Sarkozy koos om de rebellerende jongeren in de banlieue te “benoemen”. Anderhalve eeuw na de bouw van de muur die al in 1871 werd afgebroken zijn de armen – die intussen kansarmen heten – immers nog verder de stad uitgedreven naar de banlieue, de buitenwijken aan de andere kant van de Périphérique.

Chiffonniers. Uit de film La Zone

Ravachol, een populaire anarchist die stierf onder het mes van de guillotine werd door het volk vereerd

Om de zoveel bladzijden kreeg ik bij de lectuur van dit boek de bijna onbedwingbare neiging om de TGV te nemen en naar Parijs te reizen om de plekken te zien waar Sante over schrijft. Maar ik weet dat ik van een kale reis zou terugkomen: het Parijs van Sante is niet meer. Het lelijke gezicht van de armoede, de stank en de ellende zijn uit beeld verdreven. In de plaats is het geld gekomen. Parijs is gesaneerd en gedesinfecteerd ten behoeve van de miljoenen toeristen die elk jaar de stad bezoeken. Het legendarische café Chez Moineau waar Ed van der Elsken zijn iconische foto’s van de jaren zestig maakte is nu naar verluidt een pianobar. La bohème ça ne veut plus rien dire du tout, zingt Charles Aznavour. De verpretparking loert om de hoek: “Van wat ooit werd geleefd en beleefd resten nog slechts afbeeldingen.”

De sixties van Ed van der Elsken

“Mijn boek is een soort liefdesbrief voor de stad zoals hij was voor hij werd ingenomen door het geld,” zegt Luc Sante in een interview met The Guardian. En ik wil de lezer de rest van het citaat niet onthouden: “Geld kan wat mij betreft niet zoals terrorisme mensen onmiddellijk doden, maar zeker is dat het op een veel diepere en achterbakse manier het weefsel van het dagelijks leven aantast. De terrorist kan over 50, 20 of 10 jaar verslagen worden, maar het is veel moeilijker om het geld te verslaan.”

BERLIJN: leven in een gespleten stad

Piet de Moor

Amsterdam: van Gennep, 2016

373 p.

“Het verleden is in Berlijn altijd meer aanwezig, de toekomst onzekerder dan in een andere stad,” schrijft Piet de Moor die sinds 2010 in de stad woont en er eerder, begin jaren 70, ook al twee jaar verbleef. Over dat verleden schrijft de Moor dus vanuit het gezichtspunt van een Berlijner en dat levert althans voor een niet-specialist als ik een aantal treffende nieuwe inzichten op. Zoals de ware betekenis van Kennedy’s enorme populariteit en zijn gevleugelde uitspraak ich bin ein Berliner, waarover later meer.

De Moor begint zijn geschiedenis van de stad met de boekverbranding op 10 mei 1933. De logistiek voor deze spontane actie van het Duitse volk is in de maanden en weken daarvoor grondig voorbereid. Nationaalsocialistische studenten zijn de aanstokers. Wolfgang Hermann, een bibliothecaris uit Spandau heeft ze geholpen met een lijst van alle auteurs die naar zijn mening verbrennungswürdig zijn. Maar de lijst lekt voortijdig uit en Hermann is daar niet blij mee: hij vreest dat de bibliotheken de gewraakte boeken snel in veiligheid zullen brengen en dat de studenten daardoor achter het net zullen vissen. Zijn vrees in ongegrond: in de ochtend van woensdag 10 mei schuimen de studenten de depots af. Ze stapelen hun buit op in de Oranienburgstrasze. “De boeken zien eruit als gevangenen die naar het schavot worden gebracht” schrijft Philip Metcalfe in “1933”. Vervolgens gaan de boeken van hand tot hand en de laatste student in de rij geeft het boek aan de vlammen prijs met een rituele vuurspreuk: “Hiermee geef ik de geschriften van Sigmund Freud aan de vlammen prijs.”

Hitler is dan amper drie maanden kanselier. De bejaarde en half demente president Hindenburg heeft zijn afkeer van de Oostenrijkse Gefreiter ingeslikt en hem aan het hoofd gesteld van een regering met behalve de Führer zelf slechts twee nazis. De traditionele rechtse partijen dachten de stokebrand op die manier te kunnen neutraliseren. Het pakte anders uit: vijf maanden later was de rechtsstaat afgebouwd, of zoals de Moor het formuleert: “Onder het gejuich van de elites is Duitsland vijf maanden na het aantreden van Hitler in een totalitaire staat getransformeerd.” Niet alleen de rechtse partijen, ook vadertje Stalin had zijn aandeel in de ondergang van het democratische Duitsland: hij kelderde het antifascistische bondgenootschap tussen sociaaldemocraten en communisten. Maar volgens de publicist en historicus Sebastian Haffner lag de ‘”hoofdverantwoordelijkheid voor het debacle van de Weimarrepubliek bij de leiders van de democratische partijen en organisaties die de nazis lieten betijen (…) doordat zij achter de leuzen van de nazis aanliepen en hun ‘evenzeer nationaal-zijn benadrukten.”

Droogwoners

Trockenwohner van Heinrich Zille

Dieper in de geschiedenis: ook Berlijn kende net als Parijs zijn low life : de werklozen, armoezaaiers, analfabeten, dronkenlappen, klaplopers, bedelaars en hoeren die de wereld bevolken van de kunstenaar Heinrich Zille (1858-1929.) Ze wonen in de lugubere woonkazernes die tussen pakweg 1870 en 1914 zijn opgetrokken. “Rechtstaande doodskisten” zijn het in de woorden van de Brits-Amerikaanse auteur Christopher Isherwood in zijn Berlin Stories (1945.) De industriële revolutie lokte een enorme massa boeren en havelozen naar het boomende Berlijn. Er wordt gebouwd dat het een lieve lust is en de lakse bouwreglementen staan de jacht op winst allerminst in de weg. De huizen worden in rijen diep opgetrokken, met nauwelijks ruimte voor binnenplaatsen en groen. De woningen hebben minieme ramen en de vochtigheid blijft jaren in de muren hangen. Het ergst zijn er de droogwoners aan toe. Ze worden beschreven in Ein Mann will nach oben van Hans Fallada: “Droogwoners zijn arme mensen die hun ademtocht verkopen. Omdat uitgeademde lucht rijk is aan koolstofdioxide die de natte kalkmortel waarmee de muren bepleisterd zijn sneller doet drogen, mogen droogwoners gratis wonen in de nieuwe woningen waar dat droogproces nog niet is voltooid. Zodra dat gebeurd is moeten ze opkrassen en plaats maken voor betalende huurders.” Dat soort toestanden leidde regelrecht naar de revoluties aan het einde van de eerste wereldoorlog.

Berlijn 1945

Ondanks de grote verwoestingen bleven in Berlijn veel muren overeind staan.

26 jaar later hebben de Berlijners alweer een verloren oorlog te verwerken. Berlijn ligt in puin – net als de meeste Duitse steden ook al is Berlijn er relatief minder erg aan toe omdat de stad in tegenstelling tot de middeleeuwse Duitse steden al het product was van de negentiende en twintigste eeuw. Het zijn niet de luchtbombardementen die Hitler op de knieën hebben gekregen. De bombardementen dienden om de bevolking te demoraliseren en zo op te zetten tegen het regime, maar ze sorteerden vaak het omgekeerde effect. Een nieuwe generatie Duitse historici gaat het thema van de Moral bombing niet langer uit de weg. In zijn controversiële magnum opus De Brand (2002) beschrijft Jörg Friedrich voor het eerst de vreselijke taferelen die zich in de brandende Duitse steden hebben voorgedaan. 600000 Duitsers, van wie 80000 kinderen verzengden of verstikten op Duitse bodem. Het resultaat was militair gesproken verwaarloosbaar. Ook economisch was de schade beperkt: “Zelfs op het hoogtepunt van de geallieerde luchtaanvallen in 1944 hadden de bombardementen slechts 6,5 procent van het machinepark vernietigd of beschadigd.” De bombardementen hebben het einde de oorlog waarschijnlijk geen dag dichterbij gebracht.

Na de val van de Hitlerbunker breekt voor de Berlijners een tijd aan van plundering en verkrachtingen door soldaten van het Rode Leger die massaal wraak nemen voor de wandaden en de verwoestingen die de Hitlertroepen in de Sovjetunie hebben aangericht. Ook “de behoefte om het ooit machtige en nu machteloze ‘superras’ te vernederen was erg sterk” schrijft een Australische historicus. “Dat was het (…) wat de frequentie helpt verklaren waarmee Duitse vrouwen in het bijzijn van hun mannen of in het openbaar werden verkracht.” De officieren van het Rode Leger laten hun manschappen meestal begaan. Er zijn uitzonderingen zoals de Sovjetstadscommandant Berzarin die hard optreedt tegen plunderaars en verkrachters. Door het optreden van het Rode Leger verliezen de Duitse communisten veel prestige bij de Berlijnse vrouwen wat de catastrofale nederlaag van de SED bij de lokale verkiezingen van oktober 1946 mee helpt verklaren: “De Duitse communisten betalen de electorale rekening voor de vernederingen die de Berlijnse vrouwen onder de Sovjets hebben ondergaan.”

De Muur en Kennedy

13 augustus 1961: de bouw van de muur.

Net als de boekenverbranding was ook de bouw van de Berlijnse muur een knap staaltje Duitse gründlichkeit. Het leek totaal geïmproviseerd toen vopo’s (Volkspolizei) en militairen op 13 augustus 1961 grote bouwstenen haastig op elkaar stapelden, maar er was aan de gigantische operatie een lange en minutieuze voorbereiding voorafgegaan. Ook de communicatie van de DDR-leiding was uitgekookt. Tussen 1945 en 1961 zijn drieëneenhalf miljoen mensen uit het land gevlucht, een zesde van de bevolking. Dat er iets moest gebeuren wist een kind, maar een muur? “Niemand hat die Absicht eine Mauer zu errichten” zei partijleider Walter Ulbricht op 15 juni 1961, twee maanden vóór de bouw van de muur. De Oost-Duitsers begrepen de boodschap: de ontkenning was een bevestiging die de vluchtelingenstroom alleen maar aanwakkerde. En dat was ook de bedoeling: met de dreigende leegloop van de DDR zette Ulbricht Moskou onder druk om de laatste opening in het Ijzeren Gordijn te dichten.

Als de muur een feit is reageert het Westen opvallend rustig. President Kennedy verneemt het nieuws als hij aan het zeilen is in Hyannis Port en hij vindt het niet nodig zijn vakantie te onderbreken. Meer zelfs: Amerikanen, Britten en Fransen zijn opgelucht dat het “Berlijnse probleem” daarmee opgelost is. Door de bouw van de een muur tonen de Sovjets immers aan dat ze hun aanspraken op de rest van Berlijn voorgoed hebben opgegeven. Dat voor de helft van de stad en 17 miljoen DDR-burgers daarmee de grendels van hun gevangenis definitief dichtschuiven was de westelijke leiders kennelijk geen zorg. Willy Brandt, toen burgemeester van Berlijn, zou het de Amerikanen nooit echt vergeven. Volgens een Russische diplomaat was diens Ostpolitik ook ingegeven door gevoelens van revanche op de Amerikanen. Hoe dan ook hadden “de West-Berlijners geen enkele reden om twee jaar later zo opgetogen te zijn over Kennedy’s bezoek aan Berlijn en over zijn legendarische woorden ‘Ich bin ein Berliner”. Zie ook:

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2013/06/25/berlijn-sporen-zoeken/

Kennedy: “Ich bin ein Berliner”. Willy Brandt – uiterst rechts op de foto – denkt er het zijne van.

Al meer dan een kwarteeuw is Berlijn niet langer een gedeelde stad, maar in de hoofden van de mensen blijft de deling bestaan. Oost- en West-Berlijn leven voort in gescheiden wijken: 200000 mensen van Turkse afkomst in het ietwat groezelige vanouds proletarische Wedding en in wijken die tot 1989 aan de muur grensden: Kreuzberg en Neukölln waar de Sonnenallee wegens het grote aantal immigranten uit het Nabije Oosten de bijnaam “Arabische Strasze” heeft gekregen. Voeg daaraan toe de 130000 Polen, van wie er 30000 een Duits paspoort bezitten en bijna 20000 Russen.“De Russsiche nouveaux riches verschansen zich in hun vastgoed in de Mommsen- en Pestalozzistrasze. De minder gefortuneerde Russen bunkeren daarentegen in de Plattenbauten van het Oost-Berlijnse Marjan”. Dat al die minderheden min of meer in harmonie samenleven mag een klein wonder heten, maar misschien is juist dat het unieke van Berlijn.

Johan Depoortere

juli 14, 2017 at 3:46 pm 2 reacties

MACRON: OPSTAP NAAR DE ANTIPOLITIEK?

Emmanuel Macron

Het eclatante succes van Emmanuel Macron en zijn beweging La République en Marche heeft andermaal een aantal politieke zekerheden van de tafel geveegd. De traditionele partijen betalen de prijs voor een crisis waarvoor ze zelf grotendeels verantwoordelijk zijn. Macron begint met een schone lei: “noch links noch rechts,” een boodschap die ook bij traditioneel links lijkt aan te slaan. Is Macron immers niet het laatste bolwerk tegen het oprukkende rechts populisme in Europa en is hij er niet als enige in geslaagd te verhinderen dat Marine Le Pen haar intrek zou nemen in het Elysée? De zucht van verlichting van John Crombez tot la Doornaert klonk oorverdovend.

Protest tegen de “Loi Travail” van Macron, toen nog minister in de regering Hollande.

Is er inderdaad zoveel reden voor het gejuich dat in de mainstream media weerklinkt? Integendeel, zo moet je concluderen als je het – weliswaar vage – verkiezingsprogramma en de eerste initiatieven van Macron van dichterbij bekijkt. Zelfs de New York Times is het opgevallen dat zijn plannen om de uitzonderingstoestand permanent te maken “weinig zullen uithalen in de strijd tegen het terrorisme” maar integendeel de “rechten van de burgers schenden.” Het gaat om maatregelen als huiszoekingen zonder gerechtelijk bevel, huisarrest of het opleggen van een enkelband en het opeisen van computerwachtwoorden. Vakbondsmilitanten en activisten in burgerbewegingen vrezen dat die maatregelen ook tegen hen zullen worden gebruikt zoals nu al in een aantal gevallen lijkt te zijn gebeurd. Macron wil overigens de macht van de vakbonden breken door afspraken op bedrijfsniveau voorrang te verlenen op sectoriële akkoorden.

Maar er is meer. De Belgische politicologe aan de universiteit van Westminster Chantal Mouffe noemt het fenomeen Macron het ultieme stadium van de postpolitiek, de wegbereider als het ware van de anti-politiek. “Hoe paradoxaal,” zo schrijft Mouffe in een opiniestuk in Le Monde “dat als remedie tegen de diepe crisis van de westerse democratieën net die politiek wordt voorgesteld die de oorzaak is van die crisis,” namelijk de strategie van de “Derde Weg” zoals die in Groot-Brittannië in de praktijk werd gebracht onder Tony Blair. Volgens Blair behoorden we allen tot de middenklasse. Er was niet langer een economische politiek van links of van rechts, alleen een goede of een slechte economische politiek. Een ideologie die teruggaat op het TINA – There is no Alternative – van Margret Thatcher. De overtuiging namelijk dat er geen alternatief bestaat voor de neoliberale globalisering, die ook hier nog enthousiast wordt uitgedragen door kopstukken als Bart De Wever en Gwendolyn Rutten en die al dan niet stilzwijgend ook wordt omarmd door de meeste Europese sociaaldemocratische partijen, inclusief de Belgische PS en SPa.

Chantal Mouffe

Politiek is het georganiseerde meningsverschil. Als er geen alternatief bestaat voor de heersende consensus is de politiek dood. De pletwals van La République en Marche, gecombineerd met de extreem lage opkomst in de parlementsverkiezingen, lijkt inderdaad de doodsklokken te luiden voor de democratische politiek zoals we die tot nu toe kennen. Het eerste slachtoffer is de sociaaldemocratie die overal in Europa klappen krijgt die wel eens fataal zouden kunnen zijn. Maar de gevolgen beperken zich niet tot het wegkwijnen van de sociaaldemocratie. Het is de democratie zelf die op het spel staat. De post-politieke consensus zo schrijft Mouffe laat “geen ruimte voor het alterneren van centrum-rechts en centrum-links aan de macht” en zet op die manier de volkssoevereiniteit, de basis van de democratie, buiten spel.

Jean-Luc Melenchon

Macron gaat nog een stap verder en maakt zelfs dat alterneren van centrum-links en centrum-rechts onmogelijk door het links-rechts onderscheid helemaal uit te vagen. De “straat” blijft dan de enige optie voor grote lagen van de bevolking om voor hun belangen op te komen. Een ander gevolg is dat diezelfde bevolkingsgroepen meer dan ooit gehoor geven aan de sirenenzang van extreem rechts. Daar lijkt Macron zich voorlasnog weinig zorgen over te maken, een blindheid die Mouffe “hallucinant” vindt omdat de “recyclage van de Derde Weg het Front National niet zal indijken zoals hij schijnt te hopen maar integendeel zou kunnen versterken en zelfs mogelijk tot de overwinning leiden in 2022.” Of de beweging van Jean Luc Mélenchon, La France Insoumise, dat door een “burgerrevolutie” zal kunnen vermijden zoals Mouffe hoopt valt nog af te wachten.

Johan Depoortere

juni 16, 2017 at 9:49 am 4 reacties

BARS ALS KOLONIAAL ERFGOED IN MAROKKO

Bar Terminus

 

door Lucas Catherine

Fransen hebben stijl, ook als ze koloniseren. Welke stijl, is wat anders. In Marokko hebben ze de Arabisance ingevoerd. Dat is kort gezegd hun versie van Arabische architectuur, en die is volgens hen mooier dan het originele. Ze lieten zich daarbij niet inspireren op de lokale Noord-Afrikaanse bouwtraditie, maar gingen te leen bij de Fatimiden in Kairo.

Ze deden dat op een manier die aan de toekomstige Art-Deco doet denken. Ze bouwen een bank, een kazerne of een pompstation en decoreren die met elementen die zij ‘echt en beter Arabisch’ vinden dan wat de Arabieren zelf hebben ontworpen.

Neem dit bankgebouw in Rabat

Bank Rabat

of een kazerne

Bar Officieren

Pompstation

Zelfs dit pompstation moest Arabisch

 De stijl kende in Marokko zijn hoogtepunt in de jaren 1900-1930. En daarna kwam de echte Art-Deco, vooral in de periode voor en na de Tweede Wereldoorlog, toen de kolonisatie haar hoogtepunt kende. Je vindt die terug in Casablanca, Rabat en vooral in Kenitra, een stad die de Fransen zelf aan de monding van de Marokko’s grootste rivier, de Sebou hebben ontworpen. Gevels genoeg om er een toeristisch circuit mee te vullen. Maar binnenin nu vooral omgebouwd tot fletse kantoren. Waar je wel nog Art-Deco-interieurs kan bewonderen zijn de bars. Je stapt er zo in het provinciale Frankrijk van de jaren 1950.

Nu heb ik iets met Marokkaanse bars, al of niet in Art-Deco. Mijn vrouw zegt: drop hem in om het even welk bled en binnen het kwartier heeft hij een bar gevonden. En zij kan het weten, want ze doet niets liever dan er met mij iets te drinken. Zij een Ricard, ik een lokale pils. Stork, het bier van het werkvolk. De middenstand drinkt liever Flag Spéciale en de Bobo’s en toeristen Casablanca. Dat laatste bier is niet aan mij besteed, maar is voor klanten van luxe bars die geld teveel hebben. Verder zijn er de verloederde, louche bars van beroepsalkoliekers die de lege flessen op tafel voor zich uitstallen en tenslotte mijn soort bars, die van de lokale middenstand: commerçanten, ambtenaren en dat soort volk. Daar kan je trouwens beter eten dan op restaurant. In Rabat is er zo een met de beste kleine brochettes van heel Marokko en Brussel. Goed gemarineerd, met een dipsausje van tomaat, lichtjes pikant en opgefrist met koriander. Vijf dirham (= o,4 Euro) per stuk. Als je goed zoekt vind je hem bij Place Petri (sorry, voor de koloniale naam, het plein heet nu anders, maar ja, ik heb het hier over erfgoed).
Er is een verschil tussen bars als erfgoed van de Fransen en die achtergelaten door de Spanjaarden die het noorden van Marokko (de streek rond Tetuan) koloniseerden. In de Franse bars is het net of je het Frankrijk van de jaren 1950 binnen stapt. De tapa’s zijn er te betalen. In de Spaanse is minder Art-Deco, maar de tapa’s zijn er wel gratis.

Daar, aan de Middellandse Zee, ligt mijn lievelingsbar aan de kust van Tetuan, in Martil. Bar de la Playa.
Het is niet alleen mijn lievelingsbar. Een van de grootste nog levende Arabische dichters, de Irakees Saady Yusuf schreef er zelfs een gedicht over. Een fragment:

Wij waren onlangs in Martil

Tussen het blauw, het blauw en het wit,

Tussen de zee en het strand

Tussen een glas en nog een glas

Waren we welkom in een oude bar

Uit de tijd van de Spanjaarden…
Als je er twee pinten drinkt heb je gegeten, zegt mijn vriend Mohamed. Want het rijtje tapa’s is indrukwekkend: linzen, tuinbonen in tomatensaus, gefrituurde sardientjes of ansjovis, artisjok, al naar gelang het humeur van de kok. Want bars hebben bijna altijd een kok.

Het aantal bars vermindert. Ieder jaar moet ik er schrappen uit mijn lijstje. Dat komt door de religieuze, fundamentalistische partij die er aan de macht is, alla ná de koning natuurlijk. Terwijl die Mohamed VI vroeger wel een andere reputatie had. Ik herinner mij nog de verhalen van toen hij nog kroonprins was en de nacht doorbracht met rijkeluiszoontjes en kompanen uit de Golf in een bar die niet voor niets Amnésia heette. Het Sodoma en Gommora van Rabat in het begin van de jaren negentig.
Bijna alle bars die ik ken hebben een eigen verhaal en geschiedenis. Als voorbeeld geef ik mijn laatste ontdekking: Bar Continental in Kenitra.

Bar Continental

Kenitra is zoals ik daarnet al schreef gesticht door de Franse kolonisator. In 1942 werd ze door de marine van de VS veroverd op het Franse, met de Nazis collaborerende Vichy regime en van toen af was er ook een grote Amerikaanse basis, die officieel in 1977 aan de Marokkanen werd overgedragen. Kenitra is in Marokko vooral bekend om zijn grote gevangenis voor politieke opposanten. Vuile tongen beweren dat de Amerikanen er zich nog altijd thuis voelen en de basis gebruikten voor een eerste ondervraging cum marteling van jihadisten op weg naar Guantanamo. Daarnaast hebben de Amerikaanse mariniers er ook het barwezen ondersteund. En zo kom ik bij mijn verhaal over Bar Continental. We kwamen binnen langs een twintig meter lange zinc waaraan schouder aan schouder klanten zaten. De tapa’s waren voor een keer vegetarisch: slaatjes en radijzen. Het was het seizoen.

Continental Zinc

 

Verder een grote zaal met tafels en stoelen, de grootte van een kleine parochiezaal. Aan de muur drie grote olieverfschilderijen, drie meter op drie, met Amerikaanse thema’s. Onder andere het Capitool.

Toen de barman zag dat we foto’s namen, toonde hij ons nog een tweede, even grote zaal die nu dicht was. Ze werd alleen gebruikt voor evenementen. Daar hingen een twintigtal schilderijen met zichten op Marokkaanse steden. Raar, maar de wanden waren gekromd, en er waren kleine nepraampjes in aangebracht, net of je in de romp van een vrachtvliegtuig za

Vliegtuigzaal

Indertijd, het moet 1948 geweest zijn, toen de bar nog eigendom was van een Française, vertelde de barman had een marinier brand gesticht en de bar was gedeeltelijk verwoest. Om geen kweddellen te krijgen met de Marokkaanse overheid en de Française hadden de Amerikanen voorgesteld de bar op hun kosten her op te bouwen. Vandaar die vliegtuigromp en die Amerikaanse schilderijen.

Vroeger heb ik er ooit aan gedacht om een Beerdrinkers Guide to Morocco te schrijven. Nu denk ik aan een reisgids voor Marokko rond koloniaal erfgoed, in casu bars. Alhoewel, is het de moeite? Zoals alle koloniaal erfgoed wordt het niet meer onderhouden. De enige bar op mijn lijstje dat teruggaat tot de jaren 1980 die werd gerestaureerd is Bar Terminus in Rabat. Het portret van de Koning hangt er nu tussen foto’s van popsterren uit de jaren ’70 en ’80.

(zie foto bovenaan).

 

 

mei 11, 2017 at 10:21 am Plaats een reactie

DE ONZICHTBAREN

 

Tom Ronse

Je kunt het glas als halfvol of halfleeg beschouwen: Marine Le Pen verloor maar ze haalde haast twee keer zoveel stemmen als haar pa, de vorige kandidaat van het Front die de tweede ronde haalde. En voor wie won Macron, die in de media steevast een “politieke nieuwkomer” wordt genoemd, alsof zijn rol in de regering van Hollande niet politiek was? De verkiezing was hoe dan ook een nederlaag, wie er ook won.

Edouard Louis is een schrijver die opgroeide in een noord-frans dorp, in een gezin dat in diepe armoede belandde nadat de vader door een arbeidsongeval werkonbekwaam werd. Hij verwerkte zijn jeugdervaringen in een roman maar kreeg van zijn uitgever te horen dat het boek onpubliceerbaar was omdat het een armoede beschreef die in Frankrijk al meer dan een eeuw lang niet meer bestond; het verhaal was ongeloofwaardig. Woede en wanhoop voelde hij toen hij die email las.

Zijn arme vader voelde ook veel woede en wanhoop en en die maakten van hem een verwoede supporter van het Front National. Hij volgde zelfs zijn oudste zonen in het stemhokje om zeker te maken dat ze voor het FN stemden. Wat in hun dorp geen probleem was. Louis schreef een essay voor the New York Times, getiteld: “Why my father votes for Le Pen”. Stof tot nadenken. Hieronder een uitgebreid uitreksel:

 

What those elections really meant for my father was a chance to fight his sense of invisibility. My father understood, long before I did, that in the minds of the bourgeoisie — people like the publisher who would turn down my book a few years later — our existence didn’t count and wasn’t real.

My father had felt abandoned by the political left since the 1980s, when it began adopting the language and thinking of the free market. Across Europe, left-wing parties no longer spoke of social class, injustice and poverty, of suffering, pain and exhaustion. They talked about modernization, growth and harmony in diversity, about communication, social dialogue and calming tensions.

My father understood that this technocratic vocabulary was meant to shut up workers and spread neoliberalism. The left wasn’t fighting for the working class, against the laws of the marketplace; it was trying to manage the lives of the working class from within those laws. The unions had undergone the same transformation: My grandfather was a union man. My father was not.

When he was watching TV and a socialist or a union representative appeared on the screen, my father would complain, “Whatever — left, right, now, they’re all the same.” That “whatever” distilled all of his disappointment in those who, in his mind, should have been standing up for him but weren’t.
By contrast, the National Front railed against poor working conditions and unemployment, laying all the blame on immigration or the European Union. In the absence of any attempt by the left to discuss his suffering, my father latched on to the false explanations offered by the far right. Unlike the ruling class, he didn’t have the privilege of voting for a political program. Voting, for him, was a desperate attempt to exist in the eyes of others.

He and I almost never speak. Our lives have grown too far apart, and whenever we try to talk on the phone, we are reduced to silence by the pain of having become strangers to each other. Usually we hang up after a minute or two, embarrassed that neither of us can think of anything to say.
But even if I can’t ask him directly, I’m confident he is still voting for the National Front. In his village, Marine Le Pen came out way ahead in the first round of the election.

Today, writers, journalists and liberals bear the weight of responsibility for the future. To persuade my family not to vote for Marine Le Pen, it’s not enough to show that she is racist and dangerous: Everyone knows that already. It’s not enough to fight against hate or against her. We have to fight for the powerless, for a language that gives a place to the most invisible people — people like my father.

De vollledige tekst vind u HIER.

mei 8, 2017 at 7:32 am 3 reacties

De wondere wereld van het Franse televisiedebat

politique-nul

 

door Francis Jorissen

 

In Frankrijk, waar ik woon, heeft elk zich respecterend televisiestation elke dag wel een politiek debatprogramma op het menu staan. Daar nemen altijd minimum vier debaters aan deel. Sommigen van hen schuiven zelfs bij meer dan een debat per dag aan en verhuizen van zender naar zender.

Onder de ‘invités’ vind je altijd wel een hoofdredacteur of journalist van de MSM, een tegenwoordig populaire term die uit de VS is komen overwaaien dat staat voor Main Street Media. Ik zie die hoofdredacteurs, ‘grands reporters’ en dat ander journaille soms zo vaak op de verschillende netten verschijnen dat men zich mag afvragen waar ze nog de tijd vinden om artikels te schrijven voor hun kranten, tijdschriften en ‘magazines en ligne’. Maar dit terzijde.

Andere aanschuivers zijn uiteraard politici, woordvoerders van politici en would-be politici die, weliswaar soms maar tijdelijk, de wind in de zeilen hebben. Ze horen tot allerlei partijen maar toch is er een voorkeur voor middle-of-the-road sociaaldemocraten (PS) en rechtse neoliberalen (LR). Het extreemrechtse FN, de Centristen  van UDI en MODEM, de Groenen van het EELV, de Communisten van de PCF en de extreemlinksen van de PG krijgen niet zo veel uitnodigingen in de bus. Hoewel dat voor het FN begint te veranderen. Het zijn binnenkort dan ook presidents- en parlementsverkiezingen en Marine Le Pen en haar ‘faux jetons’ lijken daarin een grote rol te (willen) gaan spelen.

De derde en voornaamste categorie zijn de academici, vorsers, onderzoekers en oud-generaals (daar blijken er heel wat van te zijn). De voornaamste gemeenschappelijke kenmerken zijn: voor 90% mannen, altijd pak en das, ze hebben een boek geschreven en ze komen vaak uit dezelfde elitescholen (Sciences Po, ENA, HEC…) waar de uitgenodigde journalisten en politici ook al vertoefden. De debatten lijken daarom dikwijls op  onderonsjes waar iedereen iedereen kent.

Vermeldenswaard is ook dat al die deelnemers, op nu en dan een uitzondering na, steeds ‘spécialiste’ in het onderwerp van het debat zijn. Dat is natuurlijk aangenaam voor de kijker, dat al die ‘spécialistes’ hun expertise met hen willen delen. Je kan er maar iets van opsteken.

Na een tijdje debatten volgen merk je echter wel een aantal merkwaardige dingen op.

Het voornaamste doel van een debater lijkt er niet per se op gericht de kijker iets bij te brengen. De prioriteit is om zo lang mogelijk aan het woord te blijven. Ook de debatleider doet daar gezellig aan mee. Een vraag wordt vaak ingeleid door een betoog van een paar minuten. Een goede tactiek om het woord te kunnen monopoliseren lijkt te zijn om dan niet op de langdurig ingeleide vraag te antwoorden maar te zeggen dat je eerst iets anders wil duidelijk maken. Daar ga je dan op door en uiteindelijk is iedereen de vraag vergeten. Ademhalen tussen twee zinnen is er ook niet bij want dan dreigt een andere debater je het woord af te nemen. Vaak genoeg word je ook al  midden in je uiteenzetting getackeld door concurrenten die hun beurt niet kunnen afwachten en midden in je volzin aan hun eigen relaas beginnen. Het gevolg is dan ook dat er zich een kakofonie ontwikkelt waar niemand nog iets van begrijpt. Een goede luistertechniek om een Frans debat te volgen is dan ook de afstandsbediening bij de hand houden en een vinger boven de toets ‘MUTE’ laten zweven en er op tijd en stond op te drukken. Wanneer de debatleider de rust in het kippenhok heeft doen terugkeren volstaat het om andermaal die toets te beroeren om weer te kunnen aanschuiven bij het debat.

Vermits het haast allemaal ‘spécialistes’ zijn moeten ze de kijker natuurlijk overbluffen. Verbind dat feit aan het zo lang mogelijk aan het woord blijven en het is onvermijdelijk dat die worden overdonderd door litanieën moeilijke woorden. Liefst voorafgegaan door zoveel mogelijk ook al moeilijke bijvoeglijke naamwoorden in ellenlange zinnen zonder komma’s of punten. Ook na terugspoelen en 2 of meer keer herbeluisteren vaak onbegrijpelijk. Bovendien blijkt ook al te vaak dat na ontleding van het min-of-meer verstaanbare de ‘expertise’ een herkauwen is van wat je al in de MSM hebt kunnen lezen of uit de ronkende volzinnen van regeringswoordvoerders hebt kunnen opmaken. Holle slogans, een opsomming van gemeenplaatsen, propaganda en halve en hele leugens.

Die ‘spécialistes’ zijn trouwens vaak ‘spécialistes’ in alles en niets. De ene dag weten ze alles over, zeg maar Turkije, de andere dag over Syrië en tijdens het derde debat over hoe de hervorming van het middelbaar onderwijs moet worden aangepakt. Je denkt misschien dat het hier over drie verschillende ‘specialistes’ gaat, maar neen hoor, het gaat wel degelijk om één en dezelfde persoon.

Enkele weken geleden viel me ook op dat een ‘spécialiste’ in Turkse politiek, een academicus van Science Po die, naar wat er in het begin van de uitzending werd gezegd, al 15 jaar onderzoek naar Turkije doet geen Turks kende. ‘Spécialistes’ in Poetinisme kennen geen Russisch en verstaan dan ook geen gebenedijd woord van wat het onderwerp van hun expertise debiteert. Nu weet ik wel dat een Fransman niet compatibel is met vreemde talen maar er zijn toch wel grenzen. Dacht ik.

Hoewel het onderwerp niet altijd leuk is kan het debat soms wel een leuke wending nemen. Zeker als de debatleider blijft proberen het in de richting te duwen die hij voorzien en gewenst had maar daar helaas niet in slaagt. Zo werd op de nieuwssite LCI op 15 december een debat gevoerd over Aleppo. Het panel bestond uit… ja hoor, een journalist, twee specialisten en een oud-generaal. Geheel volgens de regels van de kunst dus. Yves Calvi, sinds meer dan 20 jaar professioneel debatleider, kan zijn oren niet geloven wanneer zijn vier ‘invités’ niet willen meestappen in het  discours dat gemeengoed is in nagenoeg de hele Franse pers: al-Assad is de broer van Satan zelf en de ‘rebellen’ zijn engelen. Kijk zelf maar.

Er zijn uiteraard ook wel andere debatten. Die zijn niet zo ‘sérieux’ natuurlijk maar ook alle dagen alomtegenwoordig op televisie. Het verschil is dat die debatten geleid worden door minimum 2 presentatoren en er nog minstens 8 andere deelnemers zijn. Meestal ‘des stars’, clowns, goochelaars en komieken van allerlei niveau en presentatoren van een of andere ‘grand show’. Je weet wel, zo’n urenlang durende show vol met ‘des stars’, clowns, goochelaars en komieken van allerlei niveau en presentatoren van een of ander ‘grand débat’.

Over dat soort debatten en show kan ik echter weinig ‘expertise’ meegeven. Meestal sla ik immers al tilt na nog geen vijf minuten kijken. Wat ik wel kan meegeven is dat er binnen die tijdspanne veel geroepen, gekrijst en (om de eigen grappen) gelachen wordt. Dat alles liefst allemaal en met allen tegelijkertijd. Kortom een kakofonie van jewelste die af en toe wordt onderbroken door de playback van een of ander ontluikend sterretje,  ‘une star’ aan het Franse muziekfirmament. Maar goed, ik heb de rust van ‘la France profonde’ niet opgezocht om dit te moeten ondergaan. Je moet zelf maar eens kijken.

les-sept-candidats-a-la-primaire-de-la-droite-le-13-octobre-2016-lors-de-leur-premier-debat-televise-dans-les-studios-de-tf1-a-la-plaine-saint-denis_5726785

februari 7, 2017 at 1:51 pm 5 reacties

FILLON EN DE FRANSE WEDREN NAAR RECHTS

Het wordt vaste prik: de opiniepeilers die er een potje van maken. Vorige zondag weer: in de voorverkiezingen voor de Franse “Républicains” zet François Fillon de peilers een neus door de kanshebber Juppé te verslaan en Sarkozy met KO uit te schakelen. Wie is die François Fillon? Een “gematigde” als we la Doornaert in De standaard mogen geloven. Freddy De Pauw, jarenlang buitenlandspecialist voor dezelfde krant ziet dat helemaal anders. Hieronder zijn analyse die eerder in De Uitpers verscheen.

Johan Depoortere

FILLON EN DE FRANSE WEDREN NAAR RECHTS

door Freddy De Pauw

nicolas-sarkozy-et-francois-fillon-4_4939147

François Fillon met zijn voormalige baas Nicolas Sarkozy

 

De ‘primaire’ van de Franse rechterzijde heeft één grote verliezer, gewezen president NicolasSarkozy die slechts een vijfde van zijn eigen kamp achter zich kreeg. Dat is op zichzelf reden tot opluchting, ware het niet dat de al even sinistere ex-premier François Fillon nu wellicht de kandidaat van rechts wordt bij de presidentsverkiezingen van mei 2017. Andere grote verliezers: de opiniepeilers wier prognoses mijlenver van de uitslag zaten. En ook een beetje Marine Le Pen van het Front National die aan Fillon een zwaardere concurrent heeft dan ze aan Sarkozy zou hebben gehad.

Primaire

Sarkozy had vorig jaar met enig gemak de strijd om het leiderschap over de rechtse UMP, intussen Les Républicains (LR), gewonnen. Het was een springplank naar de ‘primaire’ die de kandidaat van rechts moest aanwijzen. Grote concurrent was ex-premier Alain Juppé, met op de achtergrond nog vijf andere kandidaten onder wie Fillon, premier tijdens het presidentschap van Sarkozy (2007-2012).

Die ‘primaire’ is uitgedraaid op een wedstrijd om elkaar rechts voorbij te steken. Zelfs Juppé, de ex-premier van president Jacques Chirac die zich opwierp als de grote gematigde verzoener, ging in rechtse versnelling. Sarkozy spitste zijn campagne toe op ‘l’identité’ française, zelfs verwijzend naar de Gallische wortels… en beloofde bij herverkiezing een referendum over immigratie en een over veiligheid. Hij was blijkbaar nog altijd geïnspireerd door zijn vroegere uiterst-rechtse goeroe Patrick Buisson die hem in het Elysée bijstond.

Kwezels

In die wedren naar rechts bleef Juppé wel enig verschil maken, gesteund door de centrumrechtse UDI. Alle peilingen gaven hem gewonnen, tot het derde debat aan de vooravond van de primaire zelf. Ineens sprintte Fillon naar voor, van 12 naar 29% in sommige peilingen. Er kwam 44 % uit de bus waarin 4 miljoen Fransen hun stem uitbrachten.

Fillon kon in die eindsprint rekenen op de mobilisatie van de “cathosphère”, de katholieke integristen die met succes honderdduizenden Fransen op de been hadden gebracht in de Manif pour tous, de massademonstraties tegen het homohuwelijk.

Want ook al werd Sarkozy, als president die moet waken over scheiding tussen kerk en staat, erekanunnik van de basiliek Sint-Jan-in-Lateranen in Rome, toch steekt Fillon hem inzake kwezelarij voorbij. Fillon is in alle opzichten radicaal rechts: in alle mogelijke ethische kwesties zit hij op dezelfde golflengte als Marion Maréchal-Le Pen, de nicht van Marine Le Pen die in kwesties als het homohuwelijk rechts van haar tante staat. Fillon is een ultra-neo-liberaal, al waren alle andere concurrenten – Juppé inbegrepen – dat ook.

Thatcheriaan

Fillon heeft het meest drastische “soberheidsplan”. Hij wil de overheidsuitgaven met 110 miljard euro inkrimpen. Onder meer door flink te snijden in de sociale zekerheid: pensioenleeftijd optrekken tot 65 jaar, knippen in de gezondheidssector, 500.000 openbare ambten opdoeken, de 39-urenwerkweek in de openbare diensten.. Anderzijds wil hij 40 miljard euro minder “lasten” voor de bedrijven en de bedrijfsbelasting verlagen tot 25%. Voeg eraan toe dat hij de nu al beperkte invloed van de vakbonden in de bedrijven wil beknotten, en men weet waarom hij de Franse Thatcher wordt genoemd.

4768082_6_ac6e_alain-juppe-lors-d-une-conference-a-lille_c4d468de6cb8e8caa756c01156865631

Alain Juppé, burgemeester van Bordeaux

Juppé hoopt in de tweede ronde op “een nieuwe verrassing”, maar de kans dat hij Fillon vloert is bijzonder klein. Sarkozy heeft alvast opgeroepen om te stemmen voor Fillon met wie hij nochtans een zeer slechte verhouding heeft maar die politiek dichter bij hem staat. Fillon heeft tijdens de campagne voor de primaire Sarkozy voor de voeten geworpen dat hem enkele rechtszaken boven het hoofd hangen. Libië viel tussendoor ook enkele keren, waarmee “subtiel” werd verwezen naar de beschuldigingen dat wijlen de Libische leider Kadhafi in 2007 Sarkozy’s campagne financierde, wat misschien meespeelde in de hardnekkigheid waarmee Franse diensten Kadhafi in 2011 opjaagden.

Rechtse concurrentie

De kans is dus zeer reëel dat Fillon volgend jaar de arena ingaat als de kandidaat van rechts – of van een deel ervan. François Bayrou, al eerder kandidaat van centrum-rechts, zei eerder dat als Sarkozy kandidaat zou zijn, hij ook zou meedoen – maar Juppé zou hij steunen. Hij heeft niet gedacht aan Fillon, maar daar deze zeker niet minder rechts is dan Sarkozy, zou hij normaal volgend jaar kandidaat zijn.

En dan is er natuurlijk Marine Le Pen voor wie Fillons zege niet zo een goed nieuws is. Haar Front National (FN) en Fillon vissen in dezelfde reactionaire vijvers – vooral bij het publiek achter Manif pour tous scoort Fillon goed, mogelijks beter dan Marine Le Pen die zich op afstand hield van deze Manif.

Stevenen we dan af op een tweede ronde van de presidentsverkiezingen met een match Le Pen-Fillon? Een detail: zowel Fillon als Le Pen willen goede vrienden zijn met Moskou. De rechterzijde van rechts en het FN zijn bewonderars van de Russische president Vladimir Poetin, een man van orde en goede zeden.

We kunnen na de afgang van de peilers beter voorzichtig zijn, kiezers kunnen erg onvoorspelbaar en wispelturig zijn. En er kan nog zoveel gebeuren in de komende zes maanden. Indien het inderdaad dit duel wordt, dan zitten we voor links met een nog triestiger situatie dan in 2002. Toen nam vader Jean-Marie Le Pen het in de tweede ronde op tegen president Jacques Chirac. Veruit de meeste linkse kiezers knepen hun neus dicht en stemden voor Chirac. Maar Chirac is een progressief vergeleken bij Fillon.

Links?

Links in de hele brede zin van het woord heeft een duel Le Pen-Fillon dan wel grotendeels aan zichzelf te wijten. De neoliberale politiek van president Hollande en premier Valls heeft de Franse sociaaldemocratie in een wezenlijke crisis gestort. Wat links ervan staat, is erg verdeeld (zie Uitpers http://www.uitpers.be/index.php/europa/1066-links-zelfvernietigend-op-weg-naar-elysee).

emmanuel-macron-a-contacte-francois-bayrou-et-jean-lassalle-ces-dernieres-semaines

Emmanuel Macron, “noch links, noch rechts”

Intussen is daar de kandidatuur bijgekomen van “noch-links-noch-rechtse” Emmanuel Macron. Terwijl de groenen van EELV in een primaire kopstuk Cécile Duflot wandelen zonden ten gunste van Yannick Jadot die dus als groene kandidaat aantreedt. Naast de andere linkse kandidaten: twee van uiterst-links (Artaud – Lutte Ouvrière – en Poutou –NPA), Jean-Luc Mélenchon van la France insoumise, de nog aan te duiden kandidaat van de PS en misschien ook nog een kandidaat van de communistische PCF. Vanuit de linkse hoek hoeft rechts dus niet veel te vrezen, die schakelt zichzelf uit voor de tweede ronde.

november 22, 2016 at 8:30 pm Plaats een reactie

HAPPY BIRTHDAY, BIKINI

doyou

Door Tom Ronse

In de zomer van 1946 -krek 70 jaar geleden- maakte de bikini zijn – of is het haar? – intrede.  De bikini werd uitgevonden door de Parijse ontwerper Louis Réard. Hij noemde het naar het  eilandje in de Stille Zuidzee dat in het nieuws was omdat de Amerikanen er net een atoombom hadden doen ontploffen. Réard vond het een leuke naam omdat hij exotisch was en de  “bi” naar de tweedeligheid van het kledingstuk refereert. Het badpak leek toen zo gewaagd dat Réard geen mannequins vond die aldus uitgedost op de catwalk wilden defileren en beroep moest doen op strippers.Het Vaticaan bestempelde het badpak als “zondig”. In de daarop volgende jaren werd de bikini verboden op de stranden van Spanje, Portugal, Italië, aan de Franse Atlantische kust, In Australië en in verscheidene staten van de VS . Onderstaande foto toont een Italiaanse politieagent die een bikini-draagster beboet op het strand van Rimini in 1957.

Bikini rimini

In datzelfde jaar schreef het modeblad Modern Girl Magazine “it is hardly necessary to waste words over the so-called bikini since it is inconceivable that any girl with tact and decency would ever wear such a thing”. Het zou nog tot halverwege de jaren zestig duren vooraleer de bikini als min of meer normale strandkledij werd beschouwd in zuid-Europa. Dan raakte het topless zonnebaden in zwang. Ook dat was aanvankelijk (en soms nu nog) schandalig en leidde tot politie-interventies en boetes.

topless

Vandaag zijn het de burkini-draagsters  die worden beboet, van het strand verjaagd of gedwongen om zich lichter te kleden. Zoals hier in Nice.

French-police-FORCE-Muslim-woman-to-remove-burkini-at-Nice-beach-.

De zeden en de mode zijn geevolueerd maar de neiging van de mannenmaatschappij om  vrouwen de les te spellen niet. Er bestaat een lange traditie op dat vlak. Al in de zesde eeuw voor Christus vaardigde de Atheense dictator Solon wetten uit die bepaalden hoe vrouwen zich moesten kleden. Ik heb geen idee waarom maar van Solon mochten ze in het openbaar niet meer dan drie verschillende kledingstukken dragen.

Eeuwenlang werd aan vrouwen verboden om in plaats van een rok of jurk een broek te dragen. In Parijs mocht dat pas vanaf het einde van de 18de eeuw. Maar je had er wel een speciale toelating van de politie voor nodig.

Strandtoerisme werd pas in de 20ste eeuw populair.  Dat leidde al snel tot maatregelen tegen vrouwen die “te veel huid” lieten zien.  De VS kenden een ultra-puriteinse  periode, waarin zelfs de consumptie van bier illegaal was (de “Prohibition”, van 1919 tot 1933). Onderstaande foto’s tonen vrouwen die  in 1922  in Chicago gearresteerd werden vanwege hun “schaamteloze” badpakken.  Niet iedereen liet zich zonder verzet in de dievenwagen stoppen.

1922

swimsuit-arrests chicago 1922

De regel was dat hoogstens 6 inches  (15 cm) bloot vel boven de knie zichtbaar mocht zijn. Op de volgende foto meet een parkwachter op een strand aan de Potomac in Washington DC of de dames aan de norm voldoen.

1922 DC

Die preutsheid bleek taai. Toen we in de jaren ’90 Sarasota bezochten, een kuststad in Florida, rijk aan mooie stranden, bleek daar een gemeentereglement te bestaan dat bepaalde dat de badpakken minstens  twee derden van de billen moesten bedekken.  Ook in sommige ander badplaatsen in Florida en in staten zoals Tennessee en Utah zijn kleine bikini’s (tangas, etc.) verboden.

Topless zwemmen en zonnebaden blijft in vele Amerikaanse badplaatsen verboden. Tenminste voor vrouwen.

burkini police

 

In een maatschappij die de mensenrechten echt respecteert, die de individuele vrijheid niet enkel op papier belijdt, zouden alleen de vrouwen zelf beslissen hoe zij zich willen kleden. Niet de priester, niet de imam, niet de vader of echtgenoot, niet de burgemeester of het parlement.

Strandkledij zou geen politie-aangelegenheid zijn.

Dus dames, dik of dun, kies zelf hoe u er op het strand wilt bijlopen.

In een burkini:

burkini

In een klassiek eendelig badpak:

one-piece-swimsuit_2

In een bikini:

bikini-fat-woman

In een monokini:

monokini

In een microkini:

microkini

In een nokini:

nokini

Of hoe dit ook moge heten…

wat is dit

Heren, respecteer hen, ongeacht hun keuze. Geniet van zon en zee en van vrouwelijk schoon in al zijn variëteiten. En als je je kwaad moet maken, maak je dan kwaad over echte problemen!

gif vrouwenkleren

augustus 30, 2016 at 4:33 am 1 reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.319 andere volgers