Posts filed under ‘Geschiedenis’

Hebben we nog partijen nodig ?

partijen-3

door Walter Zinzen

Marc Hooghe, Marc Reynebeau en Luc Huyse hebben alle drie gelijk: de opeenstapeling van mandaten en bijbehorende vergoedingen die ons de jongste weken zo beroerd heeft, is een uitwas van de particratie. Van politieke partijen die de macht en de daaraan verbonden profijten onder elkaar verdelen, liefst in het verborgene, ver uit het zicht van de soevereine burger.

Luc Huyse gaat het verst: hij vindt dat de partijen de verkiezingen hebben gekaapt (DS 25 februari) . Zijn woorden waren nog niet koud of ze werden al door de feiten bevestigd. Elke Sleurs keerde terug naar het Vlaams Parlement. Ze was daar vervangen door een opvolger, die dus niet rechtstreeks verkozen was. Zuhal Demir verliet dan weer de Kamer om Sleurs op te volgen als staatssecretaris. Haar parlementszetel wordt nu ook bezet door zo’n opvolger.

Dit zijn geen uitzonderingen. Het is de regel. Verkozen parlementsleden die ontslag nemen, bijvoorbeeld omdat ze toetreden tot een regering, worden steevast vervangen door illustere onbekende opvolgers. Ere wie ere toekomt: Guy Verhofstadt heeft als premier geprobeerd het systeem van de opvolgers af te schaffen. Wat is immers meer voor de hand liggend dan de vertrekkende volksvertegenwoordiger te vervangen door de persoon die na hem op de lijst stond? Het is Verhofstadt niet gelukt. Want via de opvolgerslijsten kunnen de partijen autonomer bepalen wie in de parlementen terechtkomt, zonder al te veel tussenkomst van de kiezer. En dat privilege wilden ze zich niet laten ontfutselen.

Na de verzuiling

De partijen hebben dus niet alleen de verkiezingen maar ook de democratie gekaapt. Dat doet de vraag rijzen: moeten we niet naar een vorm van democratie zonder politieke partijen? Ons hele parlementaire systeem is, met partijen en al, ontstaan in de 19de eeuw. Tot diep in de 20ste eeuw hebben de partijen hun nut bewezen. Ze vertegenwoordigden grote groepen mensen in de maatschappij, van wie ze de belangen verdedigden. De arbeiders verenigden zich in de socialistische partij of traden toe tot de christendemocratie, die ook de belangen van kerk en godsdienst behartigde. Middenstanders opereerden dan weer onder de vlag van de liberalen.

Alle drie hebben ze ertoe bijgedragen dat de democratie functioneerde. Zonder politieke partijen en visionaire leiders zouden we vandaag niet de sociale zekerheid hebben die we nu een monument noemen. Maar passen partijen nog in de postindustriële samenleving van de 21ste eeuw? Het proletariaat is verdwenen, maar welke partij verdedigt en verenigt diegenen die behoren tot wat het precariaat wordt genoemd? Wat zijn nog de ideologische verschillen tussen de partijen? Alle aanbidden ze de weldaden van het neoliberalisme, behalve dan de PvdA. En vooral: de band tussen kiezers en partijen, die vroeger zo hecht was, is haast volledig weg. De grote meerderheid van de burgers voelt geen enkele behoefte meer om lid te worden van een partij. Dat geldt zelfs voor nieuwkomers zoals Groen. (De N-VA en Vlaams Belang zijn de voortzetting van het politieke Vlaams-nationalisme dat al meer dan een eeuw oud is. Echt ‘nieuw’ zijn ze dus niet. En zelfs N-VA heeft betrekkelijk weinig leden). Gevolg: de kiezer is ‘wispelturig’ geworden en de partijen zijn verworden tot bastions waarvan de macht niet meer democratisch gelegitimeerd is. We weten nu waartoe dit geleid heeft.

Facebookgrondwet

Het ontbreekt niet aan ideeën om onze democratie op een nieuwe leest te schoeien. David Van Reybrouck bijvoorbeeld wil de verkiezingen afschaffen en onze bestuurders door loting laten aanwijzen. Zijn we meteen ook van de particratie af. Anderen zien heil in het internet en de sociale media. IJsland levert een mooi voorbeeld op van een combinatie van de twee. Vijfentwintig door loting aangewezen mensen stelden in 2012 een nieuwe grondwet op, waaraan de hele bevolking via Facebook kon meeschrijven. Kwam geen partij aan te pas. De nieuwe constitutie werd met grote meerderheid goedgekeurd in een referendum. Maar: de opkomst bedroeg minder dan de helft. De volmaaktheid is niet van deze wereld.

Zou het niettemin al geen grote stap vooruit zijn als we met zijn allen gingen nadenken en debatteren over manieren om onze met bloed en tranen bevochten democratische verworvenheden los te weken uit de klauwen van eigengereide, autocratische, machtsgeile partijbonzen, die ook nog eens slechte bestuurders zijn? En mag dit ook een oproep zijn tot die politici, over wie we de afgelopen tijd niets hebben gehoord: de competente, hard werkende mensen die het particratische juk al evenzeer beu zijn?

maart 3, 2017 at 10:56 am 2 reacties

SINT-DYNASTIE

 

leopold15nov_new

door Lucas Catherine

15 november: dag der dynastie, ingesteld door Leopold II op de dag van zijn patroonheilige.

De Heilige Leopold is onder meer de patroonheilige van de Overspelige Echtgenoten. Op aanwijzing van de Heilige Maagd vond de Heilige Leopold de sluier van zijn vrouw terug in een bos.

Vandaar deze foto van onze Leopold II en zijn bekendste maitresse: Blanche ook bekend als de barones de Vaughan.

november 15, 2016 at 10:02 am 1 reactie

MATHILDE EST REVENUE

NF 1 FullSizeRender
Viering Nationale Feestdag

door Pietje Brel Wittevrongel

N F 2 Piet en Mathilde

sexier dan ooit maar de kunstenaar waakt: ze zal er geen been over breken/ 21.07.16

juli 22, 2016 at 9:47 am 1 reactie

ELIE WIESEL EN DE HOLOCAUSTINDUSTRIE

559601613

Elie Wiesel, de mensenrechtenprofeet en ziener met een blinde vlek ter grootte van het Midden-Oosten.

Nobelprijswinnaar voor de vrede Elie Wiesel, is op 87- jarige leeftijd gestorven. Van de doden niets dan goed en in de media – reguliere en sociale – gonst het dan ook van de loftuitingen op de man die zowat het geweten van de wereld wordt genoemd. Alle remmen los bijvoorbeeld in een opiniestuk van Patrick De Wael in De Morgen. Mark Van de Voorde, voormalig hoofdredacteur van Kerk en Leven en speechwriter voor Yves Leterme, bestaat het om Wiesel op Facebook bezorgdheid om de Palestijnen toe te dichten en wie kritiek heeft uit te maken voor anti-semiet en Nazi. Dat Wiesel, volgens Noam Chomsky een “akelige bedrieger,” tegelijk een nooit aflatende propagandist was van de racistische apartheidsstaat Israël wordt zorgvuldig onder de mat geveegd. Meer nog: Facebook neemt de rol van censor op zich en verwijdert een post van Ludo De Brabander waarin hij dat aspect van de Nobelprijswinnaar analyseert.

2836826487-2

Elie Wiesel in Buchenwald. Er is twijfel of  de rood omlijnde man wel degelijk Wiesel is.

Elie Wiesel dankt zijn naam en faam – en zijn Nobelprijs – aan het boek “Nacht” waarin hij zijn kampervaringen beschrijft. Wiesel wordt in 1944 als 16-jarige naar Auschwitz en later naar verschillende andere kampen gedeporteerd. Zijn moeder wordt in de gaskamer vermoord, zijn vader sterft enkele maanden vóór de bevrijding. Wiesel zelf overleeft de gruwel en schrijft een eerste versie van zijn boek in het Jiddish. Pas vele jaren later wordt “Nacht” in het Frans vertaald en beginnen boek en auteur aan een tocht naar de toppen van de roem.

2899854733

Wiesel bezocht Auschwitz met president Obama. Maar hij was ook goede vriendjes met Ronald Reagan en hij spoorde George W Bush aan om een klein oorloogje tegen Irak te beginnen. Hij voerde later campagne tegen Obama’s nucleaire deal met Iran.

Nacht” is niet het enige getuigenverslag over de Nazigruwel en volgens critici lang niet het beste. Primo Levi schreef in 1947 al Si questo é un uomo – maar ook dat werk vond pas zijn weg naar het grote publiek toen het in 1958 opnieuw werd uitgegeven. Dat “Nacht” en Wiesel veel meer weerklank vonden is niet zozeer aan de literaire kwaliteiten van het werk te danken als aan het talent van de auteur voor public relations en zijn onverdroten inspanningen om de groten der aarde voor zich te winnen. Maar de heiligverklaring van Wiesel heeft vooral te maken met wat Norman Finkielstein in een even beroemd als controversieel boek “de holocaustindustrie” heeft genoemd. Met de “holocaustindustrie” bedoelt Finkielstein – zelf een zoon van slachtoffers van de genocide – de exploitatie van het Joodse lijden voor politieke doeleinden, zeg maar propaganda voor de Zionistische staat. En hier is het dat de rol van Wiesel van doorslaggevende betekenis is geweest. Wiesel werd zowat de posterboy van de holocaustindustrie.

De eerste decennia na de oorlog was er in de media en de publieke opinie nauwelijks belangstelling voor de massamoord op de Joden en het woord “Holocaust” moest nog worden uitgevonden. Daar kwam verandering in na de oorlog van 1967 die Israël overtuigend won maar die door de bezetting die erop volgde de sympathie voor de Joodse staat dreigde te ondermijnen. Voortaan begon ook het lot van de Palestijnen tot de wereldopinie door te dringen. De belangstelling voor de Holocaust, schrijft Finkielstein kwam niet zozeer doordat de overlevenden hun stem vonden maar door het lobbywerk van Amerikaanse pro-zionistische Joden die zich realiseerden dat de Holocaust het geschikte middel was om Israël de status van “moreel slachtofferschap” te verlenen ondanks de misdaden van de Zionistische staat tegen de Palestijnen. Wiesel weigerde met Finkielstein in debat te gaan en noemde zijn nemesis niet verwonderlijk een antisemiet of – minstens even erg – een zelfhatende Jood.

Maar Finkielstein is lang niet de enige die de Nobelprijswinnaar misbruik van de Holocaust verwijt. Toen Wiesel in 2014 een levensgrote advertentie in The New York Times plaatste waarin hij Israël probeerde wit te wassen van het bloedbad in Gaza antwoordden 327 overlevenden van de kampen en hun afstammelingen met een advertentie in het Israëlische blad Ha’aretz. “Wij zijn verontwaardigd en wij walgen van de manier waarop Elie Wiesel onze geschiedenis misbruikt om het onverdedigbare te verdedigen: Israëls onverdroten poging om Gaza te vernietigen en de moord op meer dan 2000 Palestijnen, onder wie honderden kinderen. Niets rechtvaardigt het bombarderen van VN-schuilplaatsen, ziekenhuizen en universiteiten. Mensen afsnijden van elektriciteit en water is door niets te rechtvaardigden.”(Ha’aretz 23 aug 2014)

Het overdedigbare verdedigen: het loopt als een rode draad door Wiesels biografie. In 1947 is hij als journalist verbonden met de organisatie Irgun die onder leiding van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachem Begin terreur zaait in Brits Palestina. Hoewel Wiesel niet als actief lid deelnam aan de terreurdaden moet hij er zeker van de op de hoogte zijn geweest: de bomaanslag op het King David hotel waarbij tientallen Britten en 15 onschuldige Joden omkwamen en het bloedbad van Deïr Yassin om alleen maar de twee meest beruchte te noemen. In het dorp Deïr Yassin in de buurt van Jeruzalem vermoordden leden van Irgun op 9 april 1948 in koelen bloede 107 burgers – volgens sommigen meer dan het dubbele daarvan – onder wie vrouwen en kinderen. Geen woord van spijt daarover kwam over Wiesels lippen. Van wie is de beroemde quote ook weer dat “neutraliteit en zwijgen altijd in het voordeel van de verdrukker speelt?”

EW_Irgun_poster_Erez_Jisrael

Propaganda voor Irgun, bestemd voor Joden in Centraal Europa. Volgens de Israëlische historicus Benny Morris zaaiden organisaties als Irgun en het nog radicalere Stern terreur onder de Palestijnse bevolking met etnische zuivering als doel.

 

Dat Elie Wiesel “ zich” volgens Mark Van de Voorde “het lot van de Palestijnen aantrok” is dan ook groot nieuws. Het zou daarom interessant zijn te vernemen waar en wanneer Wiesel zich met het gezag van een Nobelprijswinnaar heeft uitgesproken tegen de illegale bezetting door Israël van de Westbank en Gaza, tegen de Apartheid in de bezette gebieden, tegen de moorden zonder vorm van proces, tegen het vernietigen van huizen en olijfbomen van Palestijnen, tegen de invallen in buurland Libanon, tegen het stelen van de waterbronnen, tegen de vernederende behandeling van Palestijnen aan de talrijke checkpoints, tegen de illegale nederzettingen op de Westbank waar nu 420000 Joden wonen die op exclusief voor Joden voorbehouden wegen rijden, tegen de terreur van de kolonisten en ga zo maar door.

Waar was Wiesel toen de voormalige opperrabijn Mordechai Eliyahu – niet de geringste religieuze autoriteit – verkondigde dat er “absoluut geen moreel bezwaar is tegen het doden zonder onderscheid van burgers tijdens een massaal militair offensief tegen Gaza?” (The Jerusalem Post 30 mei 2007) Hebben we de grote man gehoord toen Eliyahu’s zoon verklaarde: “Als ze niet stoppen (met raketbeschietingen) nadat we er 100 hebben gedood, dan moeten we er 1000 doden. Als ze niet stoppen nadat we er 1000 hebben gedood moeten we er 10000 doden. Als ze nog niet stoppen moet we er 100000 doden, zelfs een miljoen. wat ook nodig is om ze te doen stoppen?”‬



Ja, Wiesel was bedrukt toen de Palestijnen bij bosjes werden afgeslacht in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatilla in Beiroet. Maar dat was vooral omdat de goede naam van Israël in het gedrang kwam en tenslotte “waren het niet de Israëlische soldaten die de slachtpartij hadden aangericht.” ‬En hij stortte krokodillentranen toen die arme Joodse settlers hun illegale nederzettingen in Gaza moesten verlaten. Toen was de oorlogsmisdadiger Sharon, die de terugrrekking uit taktische overwegingen had bevolen, volgens Wiesel een verrader van het Zionistische ideaal.‬ Wiesel beschreef in pakkende bewoordingen de kolonisten die door Israëlische soldaten uit hun huizen waren gezet en nu haveloos “op zoek moesten naar een bed en een tafel.”  Voor de 800000 Palestijnen die als gevolg van de etnische zuiveringen in 1948 het land ontvluchtten had Wiesel minder mededogen. Terugkeer naar het land en de huizen die hen werden afgepakt is ondenkbaar vond Wiesel: dat zou immers zelfmoord betekenen voor de Zionistische staat want “de gezichten van Palestijnse jongeren zijn verwrongen van haat.” 



Wiesel was zeer begaan met mensenrechten. Hij kwam op voor de slachtoffers van onrechtvaardigheid en geweld overal ter wereld zolang die slachtoffers maar niet de pech hadden in het land te wonen dat God aan zijn uitverkoren volk heeft beloofd.‬

Johan Depoortere

8 juli 2016

 

 

juli 8, 2016 at 7:59 pm 1 reactie

ZEEP & SANSEVERIA’S

 

D31_0038, 22-08-2003, 09:14,  8C, 2766x4318 (719+1586), 88%, afficheextraza, 1/120 s, R61.0, G42.2, B59.5

 

door Lucas Catherine

 
In de goeie ouwe tijd toen het werkvolk in huis nog geen kraantjes met warm water ter beschikking had, zelfs geen badkuip, werd ik iedere zaterdag gewassen in de waskuip waarin mijn moeder ook het linnen waste. Zowel het ondergoed als ikzelf werden gewassen met zunlicht zeep, onze Brabantse uitspraak van Sunlightsoap.

En die zeep kwam uit de Kongo, of toch de palmolie waarmee ze werd gemaakt. Ze was een van de producten van Baron Zeep. Zo werd in Brussel en omstreken Lord Lever (ja, de man achter het huidige Unilever) genoemd. Later werd dit een scheldwoord voor een ‘nouveaux riche’ die op slinkse manier stinkend rijk is geworden. Hij was indertijd zijn carrière begonnen in de kleine Noordengelse havenstad Sunlight, die hij zelf stichtte (bij Liverpool). Zijn fortuin maakte hij echter in de Kongo en wel dankzij ondermeer socialistenleider Emile Vandervelde die in hem een ideale paternalistische kapitalist zag. Vandervelde, groot criticus van de plundertechnieken van Leopold II verklaarde dan ook in het parlement “De dag dat Mister Lever in Kongo zal zijn, zal het een groot voordeel zijn voor de inboorlingen.” Volgens hem paste Lever perfect in zijn theorie van ‘socialistische kolonisatie’.

Zijn fortuin maakte Lever met de Huileries du Congo belge en de Raffinerie du Congo belge. En de socialisten werden beloond met een zitje in de raad van bestuur, met name de politicus Louis Bertrand, een van de stichters in 1885 van de Belgische Werkliedenpartij. De Gentse Luc Van den Bossche heeft dus een illustere voorganger als het om zetelen in geldgraaiende raden van bestuur gaat. Het werd blijkbaar een partijtraditie. Arme John Crombez!
Lord Lever en zijn bedrijven kregen grote stukken van Kongo toegewezen

Lev 2

En de Zeepbaron kreeg zelfs zijn eigen stad, Leverville (nu Lusanga). Sociaal kon je zijn kolonisatie niet noemen. Hele bevolkingen werden verplaatst naar zijn arbeidskampen. De sterftecijfers liepen daar heel hoog op en zieken moesten gewoon oprotten. Het zou tot een grote opstand leiden van de Pende, het volk rond Leverville. Die waren zo woest dat zij de lokale verantwoordelijke Maximilien Balot eerst vermoordden, dan zijn lijk in stukken sneden en uitdeelden aan de verschillende Pende-leiders.

Lev 3

 

De Raffineries du Congo belge had zijn fabriek in Baasrode aan de Schelde waar de palmolie rechtstreeks uit Kongo arriveerde.

Haar hoofdkwartier was net als dit van de Huileries en de Savonnerie en nog enkele andere firma’s van de Baron Zeep in het Brusselse Lever House. Dat hoofdkwartier werd in 1922 ingericht en bestaat nog altijd. Van buiten zie je niets dat naar Kongo verwijst. Maar zodra je in de hall komt denk je dat je in het Museum van Tervuren bent.

 Lev 4

Dezelfde vloer, de zelfde marmer tegen de muren, dezelfde nissen met beelden van Kongolezen. Bij nader toekijken merk je dat alle beelden Pende voorstellen die palmnoten oogsten.

 

 

Niet alleen is het verhaal achter de rijkdom van Lord Unilever vergeten, niemand heeft bij mijn weten ooit over dit mini-Africamuseum geschreven.

Lev 5

Tot hier het verhaal van de meest winstgevende oliehoudende plant uit Kongo, de palmnoot.

Maar ook een Kongolese vetplant werd wereldberoemd, dan toch in België.

In 1893 startte broeder Justin Gillet in Kisantu een plantentuin. Bedoeling was om zoveel mogelijk planten uit Kongo in een tuin te verzamelen. Een door iedereen nu gekende plant, waarvan niemand zich nog de Kongolese origine herinnert zal zo België bereiken na een reis via de Jardin Colonial van Leopold II in Laken en de Brusselse Plantentuin, de Sanseveria. In 2011 organiseerde de Plantentuin van Meise nog een workshop volledig gewijd aan de Sanseveria.

In Kongo worden de vezels van de bladeren gebruikt om te weven. Een bepaalde soort Sanseveria levert zelfs een sap dat gebruikt werd in gifpijltjes.

Zijn massale verspreiding is echter het werk van ‘onze’ missionarissen. Die hadden geen geld. Wanneer ze overkwamen naar België was dit om te bedelen voor de missies. Officieel arm, konden zij zich geen mooie kado’s uit Kongo veroorloven voor vrienden en familie. En daar bracht de Sanseveria redding. De plant kan het weken zonder water stellen en kon dus makkelijk de reis met de Kongoboot overleven. Een ideaal geschenk. En daardoor ging hij onze raamkozijnen, café’s en parochiezalen veroveren. Het werd een typische Belgische plant waar de Nederlanders meewarig om lachen. Het weze indertijd het Simplistisch Verbond op TV of de carnavalschlager in Breda:

Mijn sanseveria staat voor het raam
En als ik binnen kom dan gaat tie staan
Het is een plantje van een meter hoog
Maar met carnaval dan staat hij altijd droog

 

Lev 6 Sanseveria

 

Van Lucas Catherine verschijnt bij uitgeverij EPO dit najaar: Kongo, een voorgeschiedenis.

 

juni 23, 2016 at 3:08 pm 3 reacties

VAN SCHOOLPRENTEN EN ANDERE LEUGENACHTIGE ZAKEN

L 1 Vadsige_Koningen

door Lucas Catherine

Wie mij kent weet dat ik nooit een officieel verhaal over iets geloof. Dit komt niet door het lezen van Karl Marx of zo, maar door Meester Meskens in mijn lagere school. Nu was Meester Meskens een zeer goede onderwijzer. Als hij het metriekstelsel moest uitleggen dan nam hij een holle kubieke gietijzeren liter – zijn vader was de smid van het dorp daar bij ons in het Pajottenland -, deed daar water in. Liet ons dan opmerken dat dit ook een kubieke decimeter werd genoemd en dat het water, op zijn weegschaal juist een kilogram woog. Een verband dat zelfs aan Napoleon nooit was uitgelegd toen die het decimaal stelsel bij ons introduceerde.
Anders was het wanneer hij zich moest behelpen met door het ministerie ter beschikking gestelde schoolplaten. Vergeet schoolradio en schooltelevisie laat staan internet. Het enige visueel materiaal dat wij te zien kregen waren gekleurde  schoolplaten, opgerold op twee stokken en naar gelang het leerplan vorderde werden die aan de wanden van onze klas opgehangen.

Ik heb er later een paar opgekocht en nu recent er het stof afgeschud. Zij hebben de autoriteit van Meester Meskens ondergraven en van mij een ongelovige Thomas gemaakt. De plaat die daar verantwoordelijk voor is ging over De Vadsige Koningen – Les Rois Fainéants. Dat waren de laatste Merovingische koningen. Ze werkten niet, dat lieten ze over aan hun hofmeiers en genoten verder van wat in de negentiende eeuw Le Droit à la Paresse zal worden genoemd. Daarbij installeerden ze een bed op een ossenkar en reisden zo hun koninkrijk af, een soort Wagons-Lits avant la lettre.

Mijn ideaal. Rijk zijn en niets doen. Rentenieren! En dan kwam Meester Meskens vertellen dat zo iets compleet fout was! Hoe kwam hij er bij! Dan vond ik dat mijn vader, ongeschoold werkman het beter wist. Zijn devies was: Ik moet het werk niet hebben, als ik maar de pree trek en ook nog: Ik heb niets tegen werken, wel tegen werken voor een baas.

En die schoolplaten behandelden heel onze Belgische geschiedenis maar zaten wel heel vaak fout.

 

L 2 lippdebru2

Zo heb ik “Heldendood van Sergeant De Bruyne”. De man die zijn collega Lippens niet in de steek wou laten tijdens de grote Congo-oorlog tegen de Zanzibari-Arabieren (1892). Pas veel later kwam ik te weten dat het hier niet zo zeer om militaire heldenmoed ging, maar om liefde onder mannen. Het woord homo moest toen nog worden uitgevonden. In Brussel spraken we trouwens in mijn jeugd dan ook niet over homo’s, maar over ‘a joenkmannen’ (oude jonkmannen).

 

L 3 eerstespoorweg

En dan is er de prent: “De eerste spoorweg in België” waarop verstomde heren en boeren naar de eerste trein Brussel-Mechelen staarden. Met zo’n prent identificeerde ik mij direct, want mijn grootvader was ‘gestationeerd’ in De Groen Dreef, vanwaar ooit die eerste trein is vertrokken en wij woonden in een ‘roethuis’ (spoorwoning?) waarvan de deur rechtstreeks uitgaf op het perron. Ik heb dus de stoomtrein al gekend van toen ik nog kleiner was dan de wielen van zo’n locomotief.
Stoomtreinen stonden symbool voor Vooruitgang, net als stoomboten en ja, er waren eerst ook zelfs stoomauto’s, maar die reden enkel in de Congo. Het is dankzij de stoom dat het begrip snelheid zo belangrijk werd. Alles ging vlugger en alles moest er voor wijken. De treinen kregen rails en de boten kregen kanalen. Het bekendste was natuurlijk het Suez-kanaal (1869). En die Vooruitgangsmythe is ooit het best in beeld gebracht, niet door een schoolplaat, maar door een foto van het duo Lehnert &Landrock de grootmeesters van de koloniale fotografie.

 

L 4 stoom_NEW

Je ziet het kanaal met daarop een grote stoomboot. Op de dijk ernaast raast een auto en parallel met het kanaal loopt een spoorweg met daarop een stoomtrein.

Alles fake. Kijk maar naar de rook. Bij de boot waait die naar voor, bij de trein naar achter. Fotoshop bestond nog niet, maar fotomontage natuurlijk wel.

En dat allemaal om ons te doen geloven dat de Vooruitgang nooit zal stilstaan.

mei 31, 2016 at 9:00 am 4 reacties

WIT-ZWART FOTOGRAFIE IN KONGO

K 1 AquaBuls_NEW

door Lucas Catherine
 

Een mens houdt nogal wat brol bij en het mooie is, dat als je het lang genoeg bijhoudt het antiek wordt, of toch minstens vintage.
Zo heb ik enkele fotocamera’s teruggevonden tijdens een reshuffle van dingen die nu te oud zijn om nog weg te gooien. Met eentje, een echte Kodak heb ik zelf mijn eerste foto’s gemaakt. Het is zo een zwarte doos met als objectief een stukje  geslepen glas dat toen voor een lens doorging. Het filmrolletje was nog gedeeltelijk in papier.
En toeval bestaat niet, maar ik was net het reisboek van onze Brusselse burgemeester Charles Buls (1881-1899) in Congo aan het lezen, uit de tijd dat Congo nog Kongo was. ‘Croquis Congolais’ (1899). Zoals alle flaminganten toen schreef hij het liefst in het Frans. Hij had zo’n Kodak mee. Dat concludeer ik tenminste uit dit fragment: “Iets verder duiken twee Zwarte Eva’s op. Ze zijn nog onberoerd door de beschaving en reageren niet wanneer ik mijn Kodak op hen richt…”

 

K 2 Kodak1898

 

Dat kon dus dankzij Kodak. De fotografie had net een grote sprong gemaakt. In 1888 bracht George Eastman de eerste camera met rolfilm voor het grote publiek op de markt met de slogan: “You press the button, we do the rest!”. Of in de versie van De Nieuwe Snaar, honderd jaar later:

“Ja zo’n prachtstuk voor m’n lens

is mijn allergrootste wens

‘k hoef alleen maar goed te mikken

in de hoop dat het zou klikken.”

De camera kreeg de naam KODAK. Je kon hier honderd snapshots mee maken, dan was de filmrol op. Je stuurde dan je camera met film naar Eastman-Kodak en je kreeg je foto’s afgedrukt terug en een nieuwe camera met een nieuwe film. In 1891 volgde dan de eerste echte  losse rolfilm.

Charles Buls had dus zo’n Kodak van het allerlaatste model mee. Tien jaar eerder was dit nog niet mogelijk. Toen werkte men nog op glasplaten. Ze hadden een lange belichtingstijd nodig. De camera moest onbeweeglijk op een statief staan en ze moesten dadelijk ontwikkeld en gefixeerd worden.

 

K 3 Stanleyglas_NEW

 

De glasplaat is gebroken en in het glas is het onderschrift gegrift, zoals toen gebruikelijk was.

 

Dit kon men nog niet reproduceren in boeken. Stanley zal dan ook zijn boeken illustreren met gravures naar zijn foto’s. Het had zo zijn voordeel voor deze sensatiejournalist, ingehuurd door Leopold II om bij een groot publiek zijn kolonisatie te promoten. Hij kon daarmee zijn verhaal nog sensationeler maken, zoals met deze gravure over hoe hij omging met zijn eigen mensen.

 K 4 StanleySchiet_NEW

Ook Jerôme Becker die Karema, de eerste Belgische kolonie in Afrika had bestuurd kende dit technisch probleem toen hij in 1887 zijn boek uitgaf: La Vie en Afrique. Becker had nochtans een fotocamera en 200 glasplaten mee genomen, net als de producten voor ontwikkeling en fixering. Zijn boek is echter niet met foto’s geïllustreerd maar met tekeningen naar zijn foto’s.
In 1897 bij de Koloniale tentoonstelling in Tervuren kon dit al wel. In het begeleidend boek “L’Etat Indépendant du Congo à l’Exposition de Bruxelles” staan al enkele foto’s, maar sterk geposeerde en vooral tekeningen naar foto’s. De foto’s die Stanley twintig jaar voor Buls in Kongo maakte, trekken dan ook op niets. Dit is een van de betere:

 

K 5 Stanleyrivier_NEW

 

Een alternatief middel voor de eerste toeristen was dan ook de waterverftekening. Buls zal de twee technieken toepassen. Zijn aquarel van de stroom spreekt dan ook meer aan: zie de illustratie bovenaan dit stuk.

 

Die foto’s waren in zwart-wit, maar inhoudelijk eerder wit over zwart. Ze vertellen veel over hoe de witten over de zwarten dachten. Erg stereotiep. Neem deze – onscherp want niet op glasplaat maar met een rolfilm Kodak genomen – foto van Charles Buls: Les Eves Noires:

 


K 6 Eva's 001

De foto is dan wel flou, het stereotype is  haarscherp. Om nogmaals De Nieuwe Snaar te citeren:

“Want de angst voor het cliché

levert nooit een goed idee

Dat is het drama

In de fotografie.”

 

En het veranderde niet met de komst van de kleurfilm. Integendeel, de stereotypen werden nog groter. Ik ben het dan ook grondig oneens met Simon & Garfunkel toen die zongen: “Mama don’t take my Kodachrome away. Makes you think all the world’s a sunny day, oh yeah!”
Stereotypen in kleur zijn nog gevaarlijker dan die in zwart-wit. Doe ze weg, zoals De Nieuwe Snaar zingt:

“Als ik in mijn donkere kamer
Al die foto’s overzie
Zoek ik dikwijls naar een hamer…”

En, sorry aan De Nieuwe Snaar voor deze niet zo ortodoxe interpretatie van hun liedje.

mei 22, 2016 at 4:41 pm 2 reacties

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.288 andere volgers