Posts filed under ‘godsdienst’

DE BRUSSELSE GROTE MOSKEE EN DE RADICALISATIE

SA 1 degrotemoskeeinbrussel

door Lucas Catherine

Er gaan nu stemmen op om de Grote Moskee van Brussel uit handen van de Saoedi’s te halen. Zij zouden een radicaliserende invloed uitoefenen. Bij die berichten krijg je soms de indruk dat die Saoedi’s hier en stoemelings zijn geïnfiltreerd. Maar dit is niet zo, het ging wel degelijk om een zeer bewuste keuze van de Belgische overheid.
Toen koning Faisal hier in mei 1967 op bezoek kwam kocht hij nogal wat Belgisch wapentuig aan. De spanningen in het Midden-Oosten liepen toen hoog op en kort daarna brak de Zesdaagse Oorlog uit. Hij werd niet alleen ontvangen door onze toenmalige koning Boudewijn, maar ook door toenmalig prins Albert (later Albert II), officiële promotor van de Belgische handel.

De koningen Boudewijn en Feisal

De koningen Boudewijn en Feisal

Bij zijn vertrek kreeg koning Faisal, op voorstel van onze zeer katholieke koning Boudewijn, als cadeau het Hortapaviljoen in het Jubelpark en het voormalig Oriëntaals paviljoen dat tijdens de wereldtentoonstelling van 1897 dienst had gedaan als promotiepaviljoen voor de Belgische investeringen in Egypte. Het huisvestte toen een schilderij in 360 graden, Le Panorama du Caire. Het paviljoen was door architect Ernest van Humbeek gebouwd in de vorm van moskee met bijhorende minaret. De Saoedi’s mochten het nu ombouwen tot een echte moskee.

Oosters Paviljoen

Oosters Paviljoen

Toen België in 1974, kort na de Oktoberoorlog tussen Israël en Egypte, de islam als officiële godsdienst erkende, werd dit Islamitisch Centrum zoals het officieel heet, bevoegd voor de islam in België en erkend als inrichtende macht. Dit tegen de wil in van Marokkanen en Turken – die zelf hun onderdanen wilden controleren -, want heel het centrum wordt bestuurd door de Rabita, de Islamitische Wereldliga, een orgaan met zetel in Mekka waarvan de leider, de secretaris-generaal statutair een Saoedi moet zijn. Momenteel is dit Sheikh Abdallah al Turki, een lid van de koninklijke familie en voormalig minister voor godsdienstzaken. De financiering gebeurt vanuit het secretariaat in Umm al Jood, een voorstad van Mekka. Die informatie staat zelfs officieel in drie talen op een bord aan de vrouweningang (achteraan het gebouw).

De kritiek op het Saoedisch regime door westerse regeringen is vrij recent. Het feit dat het land al sinds zijn oprichting onthoofdingen organiseert en zweepslagen als straf oplegt was tot voor kort onbelangrijk nieuws dat enkel opdook in rapporten van Amnesty International en soms een plaatsje kreeg in een hoekje van de krant.
Nu duiken die mensenrechten plots wel op als kritiek op het regime. Ze halen zelfs de voorpagina’s. Zou het kunnen dat dit komt doordat het Saoedisch regime nu grote barsten vertoont? De eerste tekenen daarvan waren al te zien in 2003. Ik schreef toen:
Saoedi-Arabië zit in een diepe politieke en economische crisis: de huidige koning is seniel en er zijn zes troonpretendenten, maar geen van hen is geschikt om het land te regeren. Samen hebben ze elf jaar school doorlopen, lager onderwijs inbegrepen. De economische crisis is uitzichtloos: door een akkoord van na de Tweede Wereldoorlog tussen de toenmalige koning en de Amerikaanse president Roosevelt, engageerde de Saoedische monarchie er zich toe alle inkomsten aan oliedollars te laten terugvloeien naar de VS in de vorm van investeringen en massale wapenaankopen. Tot de vorige Golfoorlog schepte dit geen problemen. Nu wel. Die vorige Golfoorlog heeft de VS 76,1 miljard dollar gekost. Uiteindelijk heeft de VS daar maar 4 miljard van betaald. De rest van de factuur werd doorgeschoven naar de bondgenoten. Hoofdzakelijk Saoedi-Arabië en Koeweit draaiden er voor op. Hierdoor ontstond een financiële crisis in het oliekoninkrijk. Vroeger liet de monarchie de oliedollars voor een groot deel doorstromen naar een klasse van entrepreneurs en nieuwe rijken. Nu kon dit niet langer. Deze situatie maakte dat deze nieuwe klasse ging revolteren. Dat vertaalde zich in een radicaal moslim terrorisme, beter bekend als al Qaida. Bijna alle terroristen van 11 september waren Saoedi’s. Ze waren niet geschoold in een of andere duistere madrassa, maar waren westers opgeleid. Osama bin Laden heeft een managersdiploma en zijn vader was één van die entrepreneurs die dankzij de oliedollars multimiljonair werd.
Nu is er weer een machtsstrijd aan de gang tussen de pas in januari 2015 gekroonde koning Salman bin Abdoel Aziz al-Saoed en zijn broer prins Ahmed bin Abdoel Aziz. Dit kan tot chaos leiden en onstabiliteit, en wat dan met ‘onze’ olie? Haalt men misschien daarom nu wel de mensenrechtensituatie boven om een eventueel militair ingrijpen te kunnen rechtvaardigen, zoals indertijd in Irak en Libië?

Achteringang voor de vrouwen

Achteringang voor de vrouwen

Van Lucas Catherine verscheen zonet ‘Jihad en Kolonialisme’ (uitg. EPO)

December 6, 2015 at 1:14 pm 1 comment

HET IS OORLOG

 

Saykes and Picot

Sykes and Picot

 

door Lucas Catherine


‘Het is oorlog’: op dit ene punt heeft de Franse president Hollande gelijk. Onze jongens zaten in Afghanistan, 6 Belgische F-16 gevechtsvliegtuigen voerden negen maand lang mee oorlog in Irak/Syrië, ons fregat Leopold I gaat nu samen met de Franse oorlogsvloot de Amerikaanse vloot steunen bij hun oorlog in Syrië en Irak.

Zo iets heet inderdaad oorlog. En zoals men mij indertijd in het Belgisch leger vertelde: ‘Als je vuurt, pas dan op voor de terugslag’. Oorlog geeft vluchtelingen. En van waar arriveren de oorlogsvluchtelingen in België? Juist, uit Afghanistan, Irak, Syrië.
Wanneer is deze oorlog begonnen? Vraag het IS/Daish: met Sykes – Picot, is hun antwoord. Nooit van die twee heren gehoord? IS wel. Het zijn de Britse en Franse diplomaat die na WO I hun handtekening hebben gezet onder de opdeling van het Ottomaanse Rijk en in het Midden-Oosten koloniale grenzen trokken. Een van de minder gemediatiseerde acties van IS (juni 2014) was dan ook om met bull-dozers de Sykes-Picotgrens tussen Syrië en Irak plat te walsen onder de slogan ‘We don’t like Sykes-Picot’.

MO 2 SykesDaish1

Britten en Fransen zijn deze oorlog begonnen. Honderd jaar geleden. Het was ook dankzij de Sykes-Picotakkoorden dat Oost-Europese, joodse kolonisten Palestina konden koloniseren. Zij koloniseren daar nog altijd en voeren repressie volgens het bijbelse principe ‘oog om oog, tand om tand’, maar dan maal 10: voor elke dode kolonist moeten er 10 Palestijnse slachtoffers vallen, het is de leidraad geweest van alle Israëlische regeringen.

MO 3 Sykes Picot Map

Toen ook werden de koloniale grenzen van de Golfstaten en van Saoedi-Arabië getrokken, met in ieder emiraatje een conservatieve, met de kolonisatie collaborerende familie.
En tijdens die kolonisatie – mission civilicatrice noemden de Fransen het – heeft Europa niet zijn nú zo geprezen waarden verspreid. Van democratie of vrijheid van opinie was geen sprake. Het enige wat Europa daar toen heeft opgebouwd waren legers, geleid door kleine minderheden: Oost-Europese zionisten in Palestina, Alawieten in Syrië (zowel vader als zoon al Assad komen uit dat Frankrijktrouw, koloniaal leger) of soennieten in het overwegend sjiïetische Irak (Sadam Hussein en zijn clan). En wanneer die nieuwe ‘elite’ zich na de ‘dekolonisatie’ niet langer schikt naar de wensen van de metropool moet ze worden afgezet. Kijk naar Saddam Hussein.

Deze koloniale geschiedenis wordt wel eens vergeten, toch is ze de voedingsbodem waarop de criminele ideologie van IS kan woekeren.

Massale verspreiding van drones

Massale verspreiding van drones

Die honderdjarige oorlog heeft trauma’s veroorzaakt. Ook bij ons. Shell shock krijg je ook bij het zien van videobeelden over hoe westerse drones in Gaza, Jemen en Irak burgers aan flarden rijten. Om van F-16’s niet te spreken. Waarom is een westers gijzelaar de keel oversnijden gruwelijker en verwerpelijker dan massabombardementen door gevechtsvliegtuigen en drones waarbij duizenden onschuldige vrouwen en kinderen worden opengereten? IS geeft hierop zijn antwoord. En sommige fragiele, psychisch ontredderde jongeren, vaak met een kant af, geloven dat IS gelijk heeft en volgen dan ook hun perverse versie van de islam.

Waarom zijn die jongeren ontredderd en fragiel en voelen ze zich geminacht?
Omdat ze van onze waarden niets merken. Geen Vrijheid, maar vooral geen Gelijkheid of Broederlijkheid, maar wel racisme, discriminatie en marginalisering.
Het European Network Against Racism (ENAR) is erg duidelijk en schreef in een rapport: ‘Het racisme is niet conjunctureel of incidenteel, maar structureel.’ Volgens datzelfde rapport is dit de enige verklaring voor het feit dat de werkzaamheidsgraad bij Belgische autochtonen 72,4 procent bedraagt en bij Maghrebijnse Belgen slechts
42,9 procent. Eenzelfde discriminatie is er op de vastgoedmarkt en in het onderwijs.

MO Koerdische strijdster

Ook de European Commission against Racism en Intolerance (ECRI, een orgaan van de Raad van Europa) rapporteert dergelijke discriminaties. Wat nog meer frappeert, is dat Marokkaanse Belgen die studeren en de krant lezen het vaakst worden gediscrimineerd. Van hen zegt 64 procent dat ze te maken kregen met discriminatie op straat en in het openbaar vervoer. Bij contact met de politie gaat het om 41 procent. Op zoek naar een woning heeft 34 procent van hen racisme ondervonden, op zoek naar werk gaat het om 37 procent en op school om 56 procent. Niet iedereen is in staat om dit te verwerken.

De overgrote meerderheid van de moslims vecht op een democratische manier tegen dit onrecht, maar wie kwetsbaar is, fragiel of marginaal (de meerderheid van de ‘geradicaliseerde’ jihadisten hebben een verleden van kleine criminaliteit) wordt getraumatiseerd, en radicaliseert vervolgens.

En IS is sluw. Zij zijn niet alleen opgegroeid met een haat tegen de westerse dominantie en kolonisatie, maar leerden ook westerse propagandatechnieken. Ze bespelen op een gruwelijke manier de media. Ze zijn hun eigen spindoctors. Een Sykes-Picotgrens bulldozeren geeft weinig media-aandacht. Maar onthoofdingen met de slachtoffers in Guantanamokledij wel. Of ketterse yezidi’s tot slaven maken, cultureel erfgoed dynamiteren, telkens één topic met een keer. Hun laatste versie zijn aanslagen, ‘in the belly of the monster’, zoals dat in de jaren 1960 heette. En ik vrees dat ze nog lang niet aan het einde van hun ‘inspiratie’ zijn.

IS bestrijden doe je best door haar twee voedingsbodems weg te nemen. Dat is stoppen met een neokoloniale politiek in het Midden-Oosten: geen steun meer aan Golfdictaturen – vergeet de olie -, en geen steun meer voor de koloniale staat Israël.
Dat is ook strijden tegen het racisme, de discriminatie en de marginalisering van Belgische moslims.

————————-
Dit stuk werd geweigerd door De Standaard
————————–

Van Lucas Catherine verschijnt bij uitgeverij EPO eind deze maand Jihad en kolonialisme, met medewerking van Kareem el Hidjaazi.

November 19, 2015 at 3:12 pm 1 comment

MUFTI MET EEN GEURTJE. MUF UITERAARD

 

De Groot-Mufti tijdens WO II

De Groot-Mufti tijdens WO II

 

door Lucas Catherine

Ligt het aan Halloween? Ik denk het niet, maar daar is de Mufti weer. Israëls premier Netanyahu verklaarde hem op het pas gehouden 37ste Zionistische Wereldcongres tot de stokebrand van Hitler en het echte brein achter de Endlösung. Erger dan de duivel Hitler. Telkens als er wereldprotest is tegen de gewelddadige kolonisatie van Palestina voert de Israëlische propaganda hem op. Ook Ludo Abicht in De Morgen van 23/10.

De Mufti – wie weet wat een mufti is? – Hij is al decennia de figuur die de zionisten opvoeren als ze Palestijnen willen gelijkschakelen met Nazi’s. In de Encyclopedia of the Holocaust, uitgegeven onder de supervisie van Yad Vashem, het holocaustmuseum in Jeruzalem, is het artikel over de mufti twee keer zo lang als dit over Goebbels of Göring en langer dan de artikels over Himmler en Heydrich te samen.
Amin al Hussein werd door de Britten in 1921 Groot Mufti van Palestina benoemd. Een titel die tot dan niet bestond in de islam.
In 1941 was hij een uitgerangeerde politieke leider, voorbij gestoken op zijn linkerflank tijdens de grote Palestijnse revolte tegen de kolonisatie van 1936-1939. In 1941 trekt Amin al Husseini naar de Balkan en rekruteert er voor de Freiwilligen-Bosnien-Herzegovina Gebirgs Division van de SS. Als nuttige idioot kan hij kanonnenvoer ronselen voor de oorlog in Europa. Bij ons ronselen dan ook rechtse dorpspastoors jongeren voor het Oost-Front. Als beloning mag hij op de foto met Hitler.
Toch even dit: Er woonden toen niet alleen Palestijnen in het Midden- Oosten maar ook zionisten, bezig met hun staatsopbouw in hun kolonies, en die hadden heel wat globalere en ingrijpender contacten met de Nazis:

De Arbeiderspartij en de Nazi’s


De ‘socialistische’ zionisten, de huidige Arbeiderspartij, waren absoluut niet vies van contacten met hen. Wanneer in Duitsland de nazi’s aan de macht komen stelt er zich een probleem voor de Duitse joden. De nazi’s willen de jüden raus. Daarom steunen zij emigratie, umsiedlung naar Palestina. De zionisten sluiten daarover in 1933 met de Nazi’s een samenwerkingsakkoord af dat een transfert van mensen en kapitaal inhoudt. Transfert zeg je in het hebreeuws ha’avara en die akkoorden staan dan ook bekend als de Ha’avara-akkoorden. Zoals Hannah Arendt schrijft in haar boek Eichman in Jerusalem: ‘In de beginjaren van het nazisme interpreteerden de zionisten het aan de macht komen van Hitler vooral als een “beslissende nederlaag van het assimilationisme”. Ook de zionisten geloofden dat “dissimilatie”, gepaard met emigratie naar Palestina een “wederzijds aanvaardbare oplossing'”kon zijn. Zij dachten dan vooral aan jongeren, en hopelijk ook kapitalisten… In die eerste jaren van het nazisme kwam het tot een wederzijds akkoord waar beide partijen tevreden over waren, het Ha’avara- of Transfertakkoord, dat het voor een emigrant mogelijk maakte zijn kapitaal naar Palestina over te hevelen. Het resultaat was dat in de jaren dertig, toen de Amerikaanse joden probeerden een boycot te organiseren van Duitse goederen, Palestina als enige uitzondering, overspoeld werd met producten made in Germany”.

Het Jewish Agnecy, dat is de regering van joodse kolonisten in Brits Palestina, richtte zelfs een speciale commissie op die zich met de problemen van de Duitse joden moest bezig houden. Ben Goerion, later premier, beschreef de commissie zo: ‘Het is niet de taak van de commissie om te ijveren voor de rechten van de joden in Duitsland. De commissie moet zich enkel interesseren voor het probleem van de Duitse joden in zoverre ze naar Palestina kunnen emigreren.’ Net na Kristalnacht verklaarde dezelfde toekomstige premier van Israël: ‘Als men mij voor de keuze plaatst en zegt dat ik alle kinderen in Duitsland kan redden door ze naar Engeland te laten vertrekken, of dat ik maar de helft kan redden door ze naar Eretz Israël te laten komen, dan kies ik voor de tweede mogelijkheid.’ De toenmalige leider van de ZionistischeWereldorganisatie, Haim Weizman, later president van Israël formuleerde het nog cynischer dan Ben Goerion: ‘Zionisme is het eeuwig leven, en in vergelijking daarmee is het redden van enkele duizenden joden slechts een uitstel van executie die niets oplost.’

De rechtse zionisten kiezen voor Musolini

Eind jaren 1920 gaan de leiders van de ‘Revisionisten’ (later de Likudpartij en Kadima) Vladimir Jabotinsky, Abba Achimeir en later Menahem Begin de fascistische toer op. Zij kijken bewonderend naar Mussolini. In hun krant heeft leider Achimeir een vaste rubriek Yomen shel Fascisti, Dagboek van een fascist. De liefde is wederzijds. In 1935 verklaart Benito Mussolini: ‘Als het zionisme wil slagen moet het een Joodse staat stichten, met een Joodse vlag en een Joodse taal. De man die dit echt begrijpt is uw fascistenleider Jabotinsky.’ En Jabotinsky is nog altijd hét idool van Benjamin Netanyahu.

Mufti 2

October 26, 2015 at 10:21 am Leave a comment

MIGRATIE VROEGER EN NU, EERST DOORNEN DAN PAS ROZEN

M1a

door Jef Coeck


‘L’histoire se répète.’ Eens was dit een dogma. Nu klinkt het als een vloek, of toch als een bewijs van historische onkunde. De waarheid ligt, inderdaad, ergens tussenin. Soms heten ze oorlogsvluchtelingen, dan weer asielzoekers, of economische migranten, veroveraars of volksverhuizers. Alle soorten van migratie hebben zich lang geleden al in onze streken voorgedaan.

De vluchtelingenstroom die we thans beleven vanuit het zuiden en het oosten kunnen we geen volksverhuizing noemen. Nog niet, maar het laat zich aanzien dat deze instroom nog een flinke tijd door zal gaan. In de geschiedenis van Europa zijn de migratiegolven een element dat niet overschat kan worden. Ze zijn zachtjes op gang gekomen, hebben eeuwen geduurd en grotendeels bepaald hoe de Europese constellatie er nu uitziet.

Ik heb het even niet over georganiseerde displacements, die door Stalin, Tito, Mao en andere heersers werden aangewend als middel tot onderdrukking. De volksverhuizingen uit onze ‘vaderlandse geschiedenis’ waren massabewegingen van groepen mensen die zich om allerlei redenen elders wilden vestigen. Enkele van die redenen zijn: oorlog, hongersnood, natuurrampen, en demografische groei. Ook roofzucht dient genoemd te worden.

Wat we op school aan ‘volksverhuizingen’ kregen opgediend was de trek van het noorden naar het zuiden en het westen, van Germaanse en andere volkeren, van de 4de tot de 6de eeuw na Christus. De val van Rome was het einde van de Oudheid en het begin van de Middeleeuwen. Maar daar ging wel een en ander aan vooraf.

M 2 Teutonen

Het startsein – bij wijze van spreken – werd al rond 120 v’o’o r onze tijdrekening gegeven door de Cimbren en de Teutonen. Kent u ze nog? De Cimbren kwamen uit Jutland, de Teutonen uit Sleeswijk-Holstein. Hoewel ze aanvankelijk niets met elkaar te maken hadden, worden ze toch in één adem genoemd. Dat komt omdat ze allebei naar de Donau trokken en zich vervolgens lieerden tegen de Romeinen. Die bleken toch sterker, de laatste Cimber sneuvelde in de Po-vlakte rond het jaar 100 v.C.

Carcassonne stad der Visigoten

Carcassonne stad der Visigoten

De Goten, afkomstig van het eiland Gotland en Zuid-Zweden, manifesteerden zich als de volgende golf. Aan de Zwarte Zee splitsten ze zich in Visigoten en Ostrogoten. De eersten namen de Balkan in beslag. De Ostrogoten stichtten een rijk van de Baltische Zee tot Zuid-Rusland. Ze werden overrompeld door de Hunnen en volgden die dan maar op een afstand. If you can’t beat them, join them. Ze hielden het in Zuid-Frankrijk, Italië en Noord-Spanje toch nog uit tot de 6de eeuw. De Goten zijn cultureel erg belangrijk omdat ze teksten hadden, meest religieuze, en een eigen schrift, het Gotisch, dat elementen bevat van het runenalfabet.

Attila in vol ornaat

Attila in vol ornaat

Toen waren daar de Hunnen, die we ook nog kennen als het ruitervolk zonder genade. Ze kwamen uit Mongolië, waar ze China bedreigden dat zijn befaamde muur bouwde om ze buiten te houden. Dat lukte niet helemaal. Aan de andere kant joegen ze ook de Germanen op en deden invallen tot diep in het Romeinse Rijk. Het was de tijd van de beruchte leider Attila, de ‘gesel Gods’. We schrijven 5de eeuw. Attila heerste als een koning en procrreëerde als een konijn. Dat maakte de opvolging na zijn dood (453) zo goed als onmogelijk. Zijn vele rechthebbende nakomelingen maakten elkaar af voor de erfenis. Binnen relatief korte tijd waren de Hunnen uit de geschiedenis verdwenen.
Dit zijn natuurlijk slechts de grote trekken van het verhaal. Er bestonden nog tal van andere volken die rondtrokken, zich vestigden, verjaagd werden, anderen verjoegen, zich settelden of uitstierven. Een kleine selectie? De Alamannen namen het gebied van de Boven-Rijn in bezit, de Bourgondiërs vestigden zich aan de Midden-Rijn, de Angelen en de Saksen veroverden Brittania, de Alanen, Vandalen en Sueven trokken door Gallië en vestigden zich in Spanje. Van hieruit veroverden de Vandalen ook Africa.

Het woord ‘verovering’ had vaak een heel eigen betekenis. Het is bekend dat het Romeinse Rijk de vestiging van Germaanse volken toeliet, door ze in te kwartieren als een soortement hulptroepen. Ze kregen een woning per familie en een derde deel van de bodem. Zo kon het gebeuren dat nieuwkomers hun eigen taal, recht, zeden en gewoonten konden handhaven. De Romeinse beschaving had aldus een onnadrukkelijke maar grote invloed op de ‘veroveraars’, zij het dat een volledige integratie uitbleef. Daarvoor was, inderdaad, de godsdienst verantwoordelijk. De Romeinen, die intussen het officiële christendom aanhingen, botsten met het Ariaanse christendom van de migranten. De volgelingen van Arius, een opperpriester in Alexandrië, ontkenden de godheid van Christus. Daar hield de wil tot vereniging op. Het resultaat is bekend : in 476 maakte Odoaker een einde aan het keizerrijk in het Westen. Het Byzantijnse Rijk bleef nog eeuwen bestaan en al die tijd woedde de Ariaanse discussie verder.

Arius van Alexandrië

Arius van Alexandrië

Welke parallellen en verschillen vallen er te trekken met de migratiegolven vandaag?
Een verschil is alvast dat ze in vroegere eeuwen van Noord naar Zuid verliepen. Nu is het omgekeerd. Maar in beide gevallen was/is er ook een inbreng uit het Oosten. Toch was Groot-Europa toen, als nu, de scène van het gebeuren.
Een overeenkomst is de traagheid waarmee alles verloopt. In vroege eeuwen lag dat aan de manke transportmiddelen, de slechte wegen en de onherbergzame natuur. Dat lijkt geen spat veranderd. Ook vandaag verhuizen (delen van) volkeren te voet of met gammele boten, langs wouden en door woestijnen en met tegenkanting van vele zijden.

De verstandige toegeeflijkheid van de oude Romeinen lijkt op onze dagen nog lang niet bereikt. Er wordt wel veel gezwaaid met dure woorden als ‘inburgering, speciale kredieten, humanitaire zorgen’ en wat al meer. Maar het blijft grotendeels bij woorden.
Het grootste verschil lijkt mij het geloof in de terugkeer van de migranten, eenmaal ze bij ons ‘op adem’ zijn gekomen. Dat geloof is merkwaardig. Remember de eerste gastarbeiders in ons land, begin jaren zestig. Ook toen werd gezegd dat de Italianen, Turken, Marokkanen, terug zouden keren eens hun pensioentje bereikt was. Nee, dus. They are here to stay.

De eerstvolgende vijftig jaar – dit is een voorzichtige schatting – zullen de normale condities van leefbaarheid niet hersteld zijn in Syrië, Irak, andere landen van het Midden en Verre Oosten, een groot deel van Afrika – plus streken en landen waar de normale leefcondities verdwijnen. Om allerlei redenen, zie hierboven.

M 6 vluchtelingen

De migranten/vluchtelingen/asielzoekers… die nu met de grootste moeite een ‘beschaafd’ land hebben bereikt zullen zich settelen, hun familie laten overkomen, ingeschakeld worden in de plaatselijke economie en de droom van terugkeer naar een geboorteland in puin, laten varen. Daar kunnen we blij om zijn of triest, maar er is geen andere weg.

Doemdenkers van het type –l’histoire-se-répète- zijn meer dan triest. Zij zien het einde naderen van onze ‘mooie westerse beschaving’. Kregen niet die brave, toegeeflijke Romeinen, vriendelijk voor barbaarse migranten, de doodsteek toegediend vanwege diezelfde migranten, zodat het Romeinse Rijk in het Westen– ook zo mooi en beschaafd – voorgoed verdween?

Nee, dus. De val van Rome was alleen technisch te wijten aan Odoaker en zijn huurlingenleger. Het was een wonder dat de totaal gecorrumpeerde Romeinse klassenmaatschappij niet al eerder was ingestort. Sinds het einde van de republiek onder Caesar (1ste eeuw v.C.) ging de aftakeling van Rome in versnelde vaart.

De val van Rome

De val van Rome

Er kwamen steeds meer volksopstanden, vanwege de hardvochtige en onrechtvaardige maaatschappelijke toestanden. In feite waren er nog maar twee klassen: de armen en de rijken. Een kleine kaste aan de top verrijkte zich ten koste van het ‘gewone’ volk en van de schatkist. Groot was bovendien het misprijzen van de opperklasse, zoals bv. blijkt uit teksten van de nog steeds veelgeprezen maar in-slechte edelman Cicero. Hij beschrijft het plebs als ‘ballingen, slaven, gekken, vluchtelingen, misdadigers, ontsnapte moordenaars’. In feite had hij het over: metselaars, schrijnwerkers, winkeliers, kopiisten, glazeniers, slagers, smeden, bakkers, ververs, touwslagers, leerlooiers, kortom beoefenaars van vrije en eerbare beroepen, die door het jarenlange slechte beleid en de schatkistplundering waren vervallen tot de staat van armoedige hongerlijders. In een aantal opstanden eisten zij gesubsidieerde broodprijzen, landhervormingen, openbare tewerkstelling, schuldverlichting en controle op de huurprijzen.

Marcus Tullius Cicero

Marcus Tullius Cicero

Wat ze kregen waren massa-executies en andere vormen van repressie. En ook de zogenaamde ‘brood en spelen’. Over de decadente spelen in het Circus Maximus zullen we het niet eens hebben. Maar als er al ‘brood’ werd uitgedeeld, was dat een karig rantsoentje tarwe of maïs waar hooguit een graanbrij uit te bakken viel.

Daar is de val van Rome aan te wijten, niet aan de pseudo-welwillendheid ten aanzien van migranten. Wie dus vandaag beweert dat onze ‘mooie’ beschaving tenonder gaat aan de ‘toevloed’ van vluchtelingen en asielzoekers, moet zich nieuwe geschiedenisboeken aanschaffen.

Begin alvast met ‘De moord op Julius Caesar’, van de Amerikaanse gewezen prof en publicist Michael Parenti (EPO, 2004)

Moord op Caesar

Moord op Caesar

September 11, 2015 at 9:35 am 5 comments

WANNEER IS HET ROKJESDAG?

rokjesdag A

Op 2 april 2009 probeerde wijlen Martin Bril in zijn column in de Volkskrant een antwoord te geven op de vraag: wanneer is het precies rokjesdag? Zijn conclusie: ‘Het luistert nauw met deze dag’. Hierbij nog een keer zijn overpeinzingen.

door Martin Bril

Van alle kanten bereikt mij de vraag wanneer het rokjesdag is. Televisieprogramma’s, tijdschriften, radioshows, passanten op straat. Iedereen heeft het erover. Sommigen noemen het overigens bloesjesdag.

Ik niet.

Rokjesdag is die ene dag in het voorjaar dat alle vrouwen als bij toverslag ineens een rok dragen, met daaronder blote benen. Tot zover de definitie waarop ongetwijfeld het een en ander valt af te dingen, maar daar heb ik geen zin in, sterker nog; het is een prachtige definitie.

De Van Dale noteert onder rokjesdag zie bloesjesdag. Zo kan ik het ook. Snel naar bloesjesdag en daar treffen we deze: eerste warme lentedag (waarop de vrouwen voor het eerst in hun bloesje op straat lopen).

Tja.

Ik vind mijn eigen definitie beter. En ik ben niet eens een billenman. Ook geen tietenman trouwens. Dus dat heeft er niets mee te maken. Wat mijn definitie zo mooi maakt is de toverslag.

Hoe weten alle vrouwen dat het rokjesdag wordt? Er is geen tamtam, en het wordt niet op radio en televisie aangekondigd. Het gaat dus om een voorgevoel dat duizenden vrouwen op hetzelfde moment bezoekt.

Het is vandaag 2 april en als het goed is schijnt de zon. In de loop van de dag zal de temperatuur oplopen tot zo’n17, 18 graden. Dat is in principe genoeg voor rokjesdag, ware het niet dat de ochtend aan de koude kant is, 4 graden, en dat is een obstakel. Halverwege de dag iets anders aantrekken mag niet, en is in veel gevallen ook onmogelijk. Je gaat je op je werk niet verkleden.

Dat brengt ons bij vrijdag.

Niets is beter voor rokjesdag als een dagje wennen aan het idee. Die dag beleven we vandaag. In grote delen van het land, dat moet ik erbij zeggen. Voor wie pech heeft. Wat tegen vrijdag pleit is dat rokjesdag eigenlijk niet aan het einde van een week mag vallen; dat is te makkelijk.

Rokjesdag moet een element van ontbering hebben, een koude ochtend en kippenvel. Vijf graden in de ochtendspits. Het lijkt wel alsof je gek bent. Maar je ziet gelukkig overal collega’s.

Alle rokjes samen zorgen ervoor dat de zon zich al om half 11 gewonnen geeft en haar temperatuur opschroeft naar 13 graden, en twee uur later al naar 18 graden. Uit de wind, een heel klein beetje maar, maar toch, uit de wind kan het makkelijk 20 graden worden.
Voilà, rokjesdag.

Maar ik durf mijn hand er nog niet voor in het vuur te steken. Volgens mijn eigen archief valt rokjesdag namelijk altijd later. 3 april zou een record zijn. Mijn rokjesdagen spelen zich altijd rond 15 april af, bijna twee weken later. Ik moet daar als expert toch enig belang aan hechten.

Maar voor hetzelfde geld overvalt rokjesdag mij vrijdag, dat kan zomaar. Ik neem tenslotte niet deel aan het grote toverslagse raadsel, hoewel ik met drie vrouwen in huis wel een kleine voorsprong heb op andere mannen, en ik hoor de gesprekken die erover gaan, en ik zie dat de winterjassen niet meer aangaan, ik stel zelfs vast dat er lage schoenen aan blote voeten steken, en zonnebrillen in het haar. Ja, dat het de goede kant op gaat, is een feit.

Maar vrijdag?

Doet het er trouwens toe? Natuurlijk niet. Het is maar een geintje. Maar in de kern een schitterend geintje, dat wel. Rokjesdag doet mij meer dan Internationale Vrouwendag, als ik zo oneerbiedig mag zijn.

Het is een feestdag, wanneer hij ook valt.

kort

kort

krt

krt

kt

kt

k

k

o

o

voyeurisme is niet strafbaar

voyeurisme is niet strafbaar

handtastelijkheden wel

handtastelijkheden wel

April 16, 2015 at 11:28 am Leave a comment

VAN GOGH IN BRUSSEL

Schilderij Le Vigne Rouge

Schilderij Le Vigne Rouge

 
door Lucas Catherine

Voor hij schilderde verzamelde Van Gogh etsen. Dat begon toen hij in Londen werkte voor de firma Goupil. Zelf schreef hij hierover: “Meer dan tien jaar geleden (in 1873) ging ik elke week te Londen naar de vitrine van de drukkerij van de Graphic en London News om de wekelijkse uitgaven te zien. Indrukken die ik daar op de plaats zelf kreeg waren zo sterk dat de tekeningen mij ondanks alles dat sedert over mijn hoofd ging duidelijk en helder bleven.” Hij ging die prenten verzamelen. Het Rijksmuseum Vincent Van Gogh stelde zijn collectie in 1975 ten toon. En toen al had hij het voor mijnwerkers.

The Graphic 15 April 1876, M.W. Ridley: De Mijnwerker

The Graphic 15 April 1876, M.W. Ridley: De Mijnwerker

Het lot van de armen en verdrukten spreekt hem aan en na zijn terugkeer in Nederland, beslist hij om predikant te worden. We schrijven 1878. Hij mislukt in het ingangsexamen van de Theologische Faculteit. En dus doet hij, wat nu honderden Nederlandse studenten hem nadoen, hij komt naar Brussel. Daar is een Vlaamse Opleidingsschool voor predikanten opgericht. Men wou de gelijkstelling protestant = Hollands ongedaan maken.

Hoe is die er gekomen? In 1854 erkent België de Bond van Evangelisch-Protestantse kerken in België en die zoekt in Brussel een kerk te bouwen. Baron van Boetzelaar, een rijk protestants gemeentelid koopt een rits huizen langsheen de Zoutkaai van het Kathelijnedok. De oude haven van Brussel was toen nog niet gedempt. Nu zijn dat de huizen aan de westkant van het Kathelijneplein. Achter die huizen ligt een groot braak terrein. Hierop zal in 1857 de Protestantse Kerk verrijzen en in 1876 wordt hier de Vlaamse Opleidingsschool ingericht. Een van de stichters en tevens leraar van Vincent Van Gogh is theoloog Abraham van der Waeijen Pieterszen, zelf een niet onbegaafd schilder. Vincent leert in Brussel allerlei mensen kennen, waaronder Eugène Boch een telg uit de familie die mee de porseleinfabriek Villeroy & Boch oprichtte en zelf ook een schilder.

Portret van Eugène Boch door Vincent Van Gogh

Portret van Eugène Boch door Vincent Van Gogh

Vincent wordt als hulppredikant naar Wasmes gestuurd, waar hij dominee Bonte helpt en later in Cuesmes. Hij deelt de ellende van de arbeiders, neemt deel aan een staking en verzorgt gewonden na een mijngasontploffing. Hij zal die ervaringen omzetten in tekeningen. Die toont hij aan zijn oud-leraar en schilder Van der Waeijen Pieterszen. Die moedigt hem aan en daarop komt Vincent aan de Academie van Brussel teken- en schilderles volgen (1880-1881). Het is dus in Brussel dat hij schilder wordt. Van Gogh heeft tijdens zijn leven trouwens maar een schilderij verkocht en dat was in Brussel, Le Vigne Rouge . (zie bovenaan dit stuk).
Het werd eerst ten toon gesteld op het Salon des XX in 1890 en daar voor 400 franc gekocht door Anna Boch, de zus van zijn vriend Eugène, en ook een schilderes. Het bevindt zich nu in het Poesjkin Museum in Moskou.

De Protestantse kerk en de Opleidingsschool in Brussel bestaan niet meer. De kerk werd overgebracht naar de Nieuwe Graanmarkt en op het terrein ligt nu een tuin die dienst doet als zomerterras voor het restaurant op nummer 5 van de vroegere Zoutkaai, nu Kathelijneplein. Het heeft wel iets om ’s zomers te tafelen in wat ik “Le Jardin de Van Gogh” noem. De eigenaar gaf het een iets meer prozaïsche naam.

February 1, 2015 at 1:58 pm Leave a comment

TIMBUKTU RENAISSANCE

Tim 1

In de Brusselse Bozar kan je nog tot eind mei een kleine tentoonstelling met manuscripten uit Timboektoe gaan bekijken.

door Lucas Catherine

In Europa stond Timboektoe lang synoniem voor ‘meest onbereikbare stad’, waar niemand wat van wist, behalve sommige Engelsen die er rijmpjes op maakten. ‘Me and a friend on a trip we went, had no home and had no tent. Met three girls on our way to Timbuktu. I booked one and Tim booked two.’
Voor Arabieren was het een mythische stad, maar ze waren er wel erg goed over geïnformeerd. Rond 1525 geeft de Marokkaanse geograaf Hassan al Wazzan (Bij ons bekend als Leo Africanus) een uitvoerige beschrijving van de stad: ‘De huizen van Timboektoe zijn in leem gebouwd, met gevlochten rieten daken. In het centrum van de stad staat een moskee uit leemsteen en mortel, gebouwd door een architect uit al Andalus, en verderop een groot paleis, gebouwd door diezelfde architect: daar woont de koning. Er zijn heel veel winkels, vooral van katoenwevers. Stoffen arriveren ook uit Europa, via Berberhandelaars. De inwoners zijn erg rijk, vooral de vreemdelingen die zich hier vestigden. Alles is hier te krijgen, behalve zout, dat arriveert uit Taghaza, zo’n 500 mijl van Timboektoe (…) Je vindt er veel boeken uit Marokko en er is een grote boekenmarkt. Het meeste geld kun je daar verdienen in de boekproductie en -verkoop…’ Dat Timboektoe een boekenstad werd dankte zij aan twee figuren: koning Mansa Musa en de Andaloesisch balling Al Quti.
Timboektoe was oorspronkelijk een oase met een waterput waar Toearegnomaden kampeerden. Die put werd volgens de legende bewaakt door een dame die Buctu heette, vandaar Tinbuctu: ‘put van Buctu’

Tim 2

Het is Mansa Musa (1307-1332), de eerste grote moslimvorst van wat toen het Malirijk heette, die de stad echt uitbouwde. Hij controleerde de goudmijnen in Mali en Ghana en zou de Arabische geschiedenis ingaan als een El Dorado, ‘in goud geklede vorst’. De Arabieren leerden hem kennen tijdens zijn bedevaart naar Mekka. Die ondernam hij, bijgestaan door een karavaan van 60.000 dragers en 500 dienaars, in met goudplaat bedekte kledij en in elke hand een gouden wandelstaf. Toen hij in Caïro arriveerde, deelde hij daar zoveel goud uit dat de munt ontwaarde en koper duurder werd dan goud. Het business-blad Forbes heeft hem ooit uitgeroepen tot de rijkste man uit de wereldgeschiedenis. Mansa Musa vertelde in Cairo ook een heel bizar verhaal: onder zijn voorganger waren vissers op zeker ogenblik erg ver afgedwaald en hadden aan de overkant van de oceaan een land met een heel grote rivier gezien. Zijn voorganger besloot om een vloot van 2000 schepen uit te rusten en er zelf het bevel over te voeren, maar niemand keerde ooit terug. Op basis van deze traditie gaan nogal wat Afrikanisten ervan uit dat West-Afrikanen al voor Columbus Amerika bereikten. Ze zien overeenkomsten tussen sommige uitingen van de Mexicaanse beschaving en die van West-Afrika.
Bij zijn terugkeer uit Mekka bracht Mansa Musa een grote verzameling Arabische boeken mee, evenals Arabische secretarissen en kopiisten. Daarmee legde hij de basis van een tot op heden bestaande boektraditie.

Tim 3

Een eeuw later krijgt die boekentraditie een nieuw elan nadat een van de grootste boekenliefhebbers uit de Arabische wereld in Timboektoe arriveert: Ali Bin Ziyad al Quti, een Arabier afkomstig uit Toledo. Hij was gevlucht in juli 1467 toen daar een machtsstrijd uitbrak om de kroon van Castilië, gevolgd door een burgeroorlog. Omdat hij zijn bibliotheek niet wou achterlaten, nam hij op zijn tocht naar het diepe zuiden een paar duizend boeken mee. Tijdens zijn omzwervingen kocht hij bovendien nog boeken bij. In zijn bibliotheek in Timboektoe ligt een boek waarvan het colofon vermeldt dat hij het in augustus 1468 kocht in Tuat (nu Mauritanië). Ali bin Ziyad al Quti betaalde er 45 mithqal goud voor, dat is 220 gram. Eenmaal in Timboektoe installeerde hij er zich en trouwde in 1470 met de nicht van een lokale Songhay-vorst. De naam van de familie, Quti zal later verafrikaansen tot Kati. Zijn bibliotheek, het Fondo Kati, bestaat nog en bevat zo’n 3000 manuscripten, waaronder de bekendste geschiedenis van West-Afrika, Tarikh al Fettash. Zo’n 85% van het fonds bestaat uit Andaloesische manuscripten, meestal uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Tim 4

Naast de Kati/Qutibibliotheek telt Timboektoe nog andere belangrijke boekenverzamelingen: die van Ahmed Baba, van Mohamed Tahar, van al Wangari en Mamma Haidara, …
De meeste boeken gaan over de islam, maar er zijn er ook over handel, astronomie en geneeskunde. Een van de exemplaren in Bozar geeft recepten voor medicijnen die de potentie verhogen. Bozar geeft geen vertalingen, ik geef u die wel (met dank aan mijn vriend Mohammed die in een luide lach schoot toen hij het manuscript in die kille, verduisterde zaal van Bozar onder ogen kreeg). Het gaat over een middeltje om je vrouw plezier te doen: “Neem de klootjes van een haan, laat ze drogen. Verpulver ze en meng het bekomen poeder met honing. Strijk dit op je penis, en….”

Tim 5

De boeken uit deze bibliotheken van Timboektoe zijn niet alleen in het Arabisch maar ook in het Toeareg-berbers, Wolof, Fulfulde, Mandinka en Hausa. In de expo van Bozar ligt zo een boek in Fulani. Ze zijn wel allemaal in het Arabisch schrift, het zijn wat men noemt Ajami-teksten, teksten in Arabisch schrift maar wel in een andere taal. Het is via deze boeken dat de West-Afrikaanse volkeren van het huidige Mali, Senegal, Gambia, Ghana, Togo, Niger, Burkino Faso en noord-Nigeria werden gealfabetiseerd. In ajami leerden ze lezen, schrijven en rekenen. Nu nog kan 80% van de 50 miljoen Hausasprekers ajami lezen. Ze worden in de alfabetisatiestatistieken niet opgenomen, enkel wie in ons Latijns alfabet geletterd is telt mee.
Dit Europese, Latijns alfabet werd opgelegd door de kolonisator die een culturele en religieuze breuk wilde bewerkstelligen, ajami teksten waren voor hen per definitie subversief. Vrijheid van meningsuiting of persvrijheid waren niet echt waarden die Europa tijdens de kolonisatie heeft geëxporteerd. Volgens Jennifer Franco (directeur van de West African Research Association) : “de Fransen wilden de ajami teksten weg. Ze hebben heel wat bibliotheken verbrand, waarna de mensen de boeken gingen verbergen achter valse muren en in kelders.” In de Britse kolonies van West-Afrika gebeurde het zelfde. In Nigeria verbood Governor General Sir Frederick Logard (1914-1919) het ajami alfabet en alle Hausa boeken moesten nu met het Latijns alfabet worden gedrukt. Deze nieuwe boeken kregen de naam Boko (van het Engelse woord book). Ook hier werd in ajami schrijven een daad van oppositie. Een van de zeer extreme terreurbewegingen die daar nu opereren, de jama’atu ahli s-sunna li-d-da’awati wa-l-jihad, (Vereniging van Sunna-aanhangers voor de verspreiding en de strijd voor het geloof) kennen we beter onder hun Hausa naam Boko Haram. Alle westerse boeken zijn voor hen verboden. Een extreme nawee van een koloniale poltiek.

Tim 6

Sommigen stellen dan ook dat de kolonisatie een moord op de lokale cultuur betekende. Alhoewel het ajami overleeft, en niet alleen in Timboektoe. Nu nog gebruikt men veel ajami op winkelopschriften en in Nigeria verschijnt zelfs een ajami krant Alfijir (De Morgen). En er komt een beweging op gang om terug ajami officieel te onderwijzen, zodat men de eigen versie van de geschiedenis, en niet de koloniale kan raadplegen.

Recent werden deze manuscripten opnieuw bedreigd, niet langer door de slechte condities waarin ze bewaard werden of de kolonisator, maar door terreurgroepen als Ansar Din (Strijders voor het Geloof).
Maar de bibliotheek van het Fondo Kati werd al lang voor de huidige politieke troebels gered: In 2002 kon Ismail Haidara Kati een deal sluiten met Spanje en met de Junta de Andalucia, die de bibliotheek beschouwden als Andalusisch nationaal erfgoed. Ze financierden een nieuw bibliotheekgebouw van 800 m2, uitgerust met airconditioning en voorzien van conserveringsfaciliteiten, kostprijs 150.000 euro. De boeken werden op microfilm gezet en die wordt nu in Almeria bewaard.
De huidige oorlogssituatie maakte dat wereldwijd ook aandacht werd besteed aan de andere bibliotheken. In tegenstelling tot wat eerst werd gemeld kon men 90% van de manuscripten in veiligheid brengen in Bamako. Daarvoor zorgden onder meer Noorwegen, Nederland en de Universiteit van Kaapstad. Volgens professor Shamil Jeppie (univ. Kaapstad en directeur van het conserveringsproject in Bamako) « Heeft men zwaar overdreven. Er is schade aangericht, sommige objecten werden gestolen, maar lang niet op de schaal uit de eerste berichtgeving.” Volgens de Amerikaanse expert Bruce Hall (Duke University) in Le Monde is er meer aan de hand:”Des millions de dollars ont été dépensés depuis dix ans pour les sauver en les numérisant, notamment par l’Unesco et des fondations américaines. Presque rien n’a été réalisé. Et ce qui a été numérisé est seulement conservé sur des ordinateurs à Tombouctou ! ” Ook de corruptie tierde welig : “L’argent a disparu au Mali, mais aussi dans les mains de pseudo-experts occidentaux qui ont beaucoup discouru et peu agi…personne n’a les mains propres”.

De Brusselse Bozar toont nu enkele van deze manuscripten, met niet echt een vertaling en met een summiere historische duiding. Te kostelijk?

Mali 1

January 25, 2015 at 9:28 am 3 comments

Older Posts Newer Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,576 other followers