Posts filed under ‘klimaat’

GROENE MYTHEN (slot): NIETS DOEN?

 

Niets doen?

Als je het niet met haar strategie eens bent, ben je volgens Riofrancos een “do-nothing”, een demobilizerende fatalist die zich neerlegt bij de bestaande machtsverhoudingen in afwachting van de glorieuze dag waarop de revolutie uit de lucht zal vallen. Ze schrijft: “We weten nog niet hoe de politiek van de Green New Deal zal uitdraaien. We kunnen er echter zeker van zijn dat gelatenheid gehuld in realisme de beste manier is om de minst transformerende uitkomst te garanderen. Wachten op een steeds uitgesteld moment van revolutionaire breuk staat functioneel gelijk aan berusting.”

De redenering van Riofrancos doet me denken aan de grap van de man die zijn sleutel zoekt onder een straatlantaarn, niet omdat hij daar zijn sleutel verloren heeft is, maar omdat hij daar kan zien. Net als hij is Riofrancos op zoek naar een sleutel, in haar geval een die de deur zal openen naar een post-kapitalistische ecovriendelijke wereld, maar ze kan niets zien waar die zich bevindt – in het potentieel van een globale revolutie – en dus kijkt ze onder het felle licht van holle reformistische beloften. Want daar kan ze alvast ‘iets’ doen.

En inderdaad, “een revolutie is niet aan de horizon”, zoals ze Bernes citeert. Maar de barsten worden steeds talrijker. Overal spenderen regeringen om het kapitaal te ondersteunen en leggen ze bezuinigingen op aan de rest van ons, omdat het accumulatieproces hen dat dikteert. In de afgelopen maanden braken opstanden uit in het Midden Oosten en Latijns Amerika, massale bewegingen die niet gedreven werden door nationalisme of religieuze, etnische en raciale verschillen maar door gemeenschappelijke menselijke noden, wil om te leven, verlangen naar een betere wereld. Hong Kongers rebelleren al maanden tegen staatsgeweld; in China zijn de stakingen haast niet te tellen en leidde verzet tegen vervuiling tot massabewegingen. In De VS verspreidde de lerarenstaking zich van staat tot staat. In Frankrijk zagen we de beweging van de ‘gele hesjes’ en vandaag het massale verzet tegen de geplande pensioen-bezuinigingen. Dit zijn maar enkele voorbeelden van de barsten die dit jaar in de wereldorde verschenen, indicaties van een brede onvrede, een groeiend conflict tussen de menselijke noden en de noden van de kapitaalaccumulatie.

Santiago de Chile, 25 oktober

Om dergelijke bewegingen te beheersen, gebruiken staten, ongeacht of ze door links of door rechts geregeerd worden, reformistische beloften en gewelddadige repressie, in verschillende combinaties (het was trouwens niet anders tijdens de New Deal, noch zou het onder een Green New Deal). Repressie werkt niet altijd, het kan olie op het vuur gooien. Maar reformistische beloften kunnen olie op stormachtig water zijn. Ze zijn effectiever om een beweging te beëindigen of de energie ervan op te nemen in de politieke infrastructuur van de kapitalistische samenleving. Maar alleen als ze worden geloofd. Hen helpen geloofwaardig te maken is wat de ecosocialisten doen met hun kritische steun.

Klimaatverandering is niet de enige uitdaging waar de kapitalistische wereld voor staat. Haar ekonomie is gevangen in een diepe structurele krisis; het risiko van een instorting is reëel. Massale geldcreatie kan het uur van de afrekening niet eindeloos uitstellen. Hoe langer het dat kan, hoe slechter voor het milieu. Voor de ecologische gezondheid van de planeet zou een scherpe wereldwijde depressie het beste zijn wat er kan gebeuren, zolang de kapitalistische grondregels van kracht zijn.

 

Voor ons mensen is dat scenario minder aanlokkelijk. We kunnen alleen maar hopen dat de ellende die ermee gepaard zou gaan de geboortepijn van een nieuwe wereld zou blijken. Maar het cruciale obstakel daarvoor is nationalisme en het geloof in de democratische staat dat ook door links gepropageerd wordt.

Dat er reele verschillen bestaan tussen de politieke partijen is niet te ontkennen. Maar al hun meningsverschillen gaan over hoe dit systeem het best bestuurd kan worden. Wat we echter dringend nodig hebben is niet zozeer een beter management van dit systeem dan wel de vervanging ervan door een sociale orde op basis van totaal andere fundamenten. Een menselijke gemeenschap in plaats van een maatschappij waarin we allen gedoemd zijn om konkurrenten te zijn ook al gaan we eraan kapot.

Als de GND de wet zou worden, zou dat de klimaatkrisis kunnen vertragen, althans in de VS, maar ten koste van een versnelling van de ekonomische krisis. Als de klimaatontkennende tegenstanders van de GND het beleid bepalen, zou een ekonomische/financiële instorting misschien langer kunnen worden uitgesteld, maar ten koste van een versnelling van de klimaatkrisis. Diverse compromissen tussen die uitersten en dus combinaties van die scenario’s zijn waarschijnlijker. Maar geen van hen kan ons een verdieping van de crisis besparen, alleen de specifieke verschijningsvorm zou verschillen.

Gezien die context is het niet onredelijk om te verwachten dat de barsten in het systeem zich gaan vermenigvuldigen en verbreden. Barsten in het vermogen van de regeerders om te regeren, en in de bereidheid van de geregeerden om geregeerd te worden. Barsten die ruimte openen voor opstanden die groeien in omvang en aantal, die elkaar beïnvloeden en inspireren om de doelpalen te verplaatsen. Bewegingen die uit de strijdervaring leren dat de wet aan de kant van het kapitaal staat, dat de sociale ruimte kan veroverd worden. De overgrote meerderheid van de bevolking heeft geen enkel belang bij het voortbestaan van het kapitalisme. Integendeel, het is een doodsbedreiging. Maar we hangen eraan vast door vervreemding en gewoonten, door de ideologische modder der eeuwen en vooral omdat we geen alternatief zien. Het systeem lijkt te sterk, te diep ingeplant ook in de denkpatronen van de mensen. Maar dat geloof begint te wankelen als de konflikten tussen levensdrang en winstdwang toenemen en uitgebuitenen hun vermogen ontdekken om zich te organiseren, om niet-uitbuitende sociale relaties te creëren, om de winstdwang opzij te schuiven. Dan is de plaats waar we onze sleutel verloren misschien niet meer zo moeilijk te zien.


Zij die het verband begrijpen tussen de klimaatkrisis, de ekonomische krisis en alle andere krises die daarmee samenhangen (inclusief geestelijke gezondheid) en de destructieve inherente logica van het kapitalisme kunnen niet op hun handen blijven zitten. In plaats van niets te doen en te wachten op revolutie moeten ze spreken, zelfs als hun stem beeft; ze moeten de echte keuzes duidelijk verwoorden en de valse, op illusies gesteunde keuzes ontmaskeren. Ze moeten deelnemen aan de bewegingen wiens impliciete dynamiek de kapitalistische logica in vraag stelt. Hun stem moet gehoord worden, want de stemmen van de reformisten zullen luid zijn, van degenen die beweren dat de barsten kunnen worden gelijmd, dat zij de oplossingen hebben die tegemoet komen aan de verlangens van de uitgebuiten zonder aan het uitbuitingssysteem te raken.

Maar het is waar, de plaats waar de sleutel ligt is nog steeds donker. Het is te begrijpen waarom vele mensen in links een tegenkracht zien voor de haatzaaiende en klimaatontkennende politiek van rechts, en waarom velen in populistisch rechts een tegenkracht zien voor het globalistische establishment dat Jan met de pet vertrappelt en veracht. De mythe van de democratische staat die de wil van het volk belichaamt, sluit beide kampen op, waardoor het lijkt alsof er buiten dat kader niets mogelijk is. Dat is de kracht van de mythe, dat het alle spanningen kan absorberen en reduceren tot een demokratisch spel dat nooit over meer kan gaan dan management van een systeem dat zijn eigen interne wetten volgt. Dat zien we vandaag in de VS waar impeachment en de verkiezingscampagnes alle politieke energie opslorpen en in het VK met brexit.

Als je buiten dat kader kijkt noemen ze je ‘een overjaarse anarchist’, een dromer, een utopist. Maar is het niet eerder utopisch om te denken dat de barsten altijd zullen gelijmd kunnen worden, dat dit krankzinnige systeem met zijn onstuitbare winst- en dus groeidrift voor altijd kan blijven bestaan?

Tom Ronse

Vorige aflevering in deze serie

 

 

 

 

December 10, 2019 at 10:47 pm Leave a comment

GROENE MYTHEN (5)

Alle illustraties bij deze aflevering zijn van de Spaanse beeldhouwer Isaac Cordal. De bovenstaande is getiteld: “Politicians discussing global warming”.

Een anti-kritiek

 

Een antwoord aan Bernes en andere radikale GND-kritici kwam van Thea Riofrancos. Zij is een leidende figuur in de DSA (Democratic Socialists of America), een snelgroeiende linkse organisatie die “kritische steunverleent aan Bernie Sanders, de linkerzijde van de Democraten en de GND. Riofrancos is lid van de stuurgroep van de Ecosocialist Working Group van de DSA. In haar essay Plan, Mood, Battlefield – Reflections on the Green New Deal,” schrijft ze:

“De centrale ambivalentie die door de linkse kritieken van de Green New Deal loopt, is de vraag of het plan te radikaal is of integendeel niet radikaal genoeg.” Volgens haar kan het niet beiden zijn. Aan de ene kant beweren de kritici dat de GND politiek niet haalbaar is omdat het kapitaal het plan nooit zou accepteren, aan de andere kant zeggen ze dat het veel te zwak is om zijn doel te bereiken. Maar, zo werpt Riofrancos tegen, als het zo zwak is, “is het moeilijk om zich voor te stellen waarom het politieke systeem bezwaar zou maken tegen zulk mild reformisme, vooral gezien de enorme legitimatie-effecten die het zou scoren door de schijn te wekken van serieuze actie te ondernemen inzake het klimaat.”

Maar deze kritieken sluiten elkaar niet uit. De GND is inderdaad te radikaal, onaanvaardbaar voor het kapitaal omdat ze te veel devalorisatie impliceert, en tegelijkertijd is ze te beperkt, te groeigericht om de opwarming van de planeet tegen te houden.

Riofrancos is beduidend optimistischer dan Bernes over de huidige stand van de milieuvriendelijke technologie en de hoeveelheid landmassa die hernieuwbare energiebronnen zouden vereisen. Toch erkent ze vele van de obstakels waar Bernes en anderen op wijzen en is ze kritisch over het productivisme en nationalisme van de GND. Gelooft ze dat de doelstellingen van de GND echt haalbaar zijn? Dat verklapt ze niet. Maar het lijkt erop dat ze dat niet doet. Ze schrijft: “de grondoorzaken van de klimaatkrisis – winstgerichte concurrentie, eindeloze groei, uitbuiting van mens en natuur en imperialistische expansie – kunnen niet ook de oplossing voor de klimaatkrisis zijn”. En het is duidelijk dat de GND niets doet aan die grondoorzaken. Maar volgens haar kan de politiek van de Green New Deal worden geradikaliseerd voorbij haar huidige beperkingen. Daarom moeten we ze “kritisch ondersteunen, de politieke opening van de Green New Deal omarmen en tegelijkertijd een aantal van haar specifieke elementen betwisten, duwen tegen haar beperkingen en zo de horizon van wat politiek mogelijk is verruimen”. … En: “… door het vehikel van de amorfe Green New Deal, zouden linkse krachten deze drie taken kunnen vervullen “(…)” de discussie verleggen, politieke wil verzamelen en de hoogdringendheid van de klimaatkrisis onderstrepen. “

Maar het zijn de feiten zelf die de hoogdringendheid onderstrepen. Wat de GND doet, is een oplossing aanreiken die er geen is. De GND zegt, technologie en goed bestuur, aangewakkerd door activisme, kunnen ons redden maar dat kunnen ze niet zolang de grondoorzaken van de klimaatkrisis onaangetast blijven.

Waarom denkt Riofrancos dat de GND in die mate kan worden geradikaliseerd dat ze de echte oorzaak van de klimaatkrisis gaat aanpakken? Omdat ze gelooft dat “kreatieve experimenten met beleid en instellingen”, in combinatie met extra-parlementaire druk zoals de scholierenbeweging voor het klimaat, dit beetje bij beetje kunnen bereiken. De voorbeelden die ze geeft van de stappen in die richting zijn nogal mager. New York, misschien wel de rijkste stad ter wereld, heeft een plan aangenomen om de uitstoot van gebouwen te beperken. De KP-regering in Kerala en gemeenten in Spanje knutselden met instellingen. Dat is het. Maar het fundamentele meningsverschil hier gaat niet over haar tekort aan voorbeelden van creatief bestuur. Het gaat over de aard van de staat.

 

Wiens staat?

De staat is geen monoliet; het kapitaal is dat ook niet “, schrijft Riofrancos, “en deze twee feiten houden verband met elkaar.” Kapitalisten concurreren met elkaar, ze hebben tegenstrijdige belangen. Ze concurreren ook over de staat en haar beleid. “Inzicht in de standpunten van specifieke bedrijven en de verschillende fracties van het kapitaal is een voorwaarde voor het ontwikkelen van een strategische oriëntatie die een geloofwaardige bedreiging vormt voor de winstdwang”, stelt ze. “Men kan zich gemakkelijk voorstellen dat sommige sectoren voorstander zijn van aspecten van de Green New Deal (” clean tech”), terwijl andere er tegen werken (de industrie van fossiele brandstoffen).”

Ja, dat kunnen we ons voorstellen, maar we kunnen ons niet voorstellen dat de specifieke belangen van de eerste meer invloed op de staat zouden kunnen hebben dan die van de laatste. Wat nog belangrijker is, alle sectoren hebben meer gemeen dan wat hen scheidt. Ze hebben hun specifieke belangen, maar hun gemeenschappelijk belang in het behoud van hun systeem overtroeft die allemaal. Riofrancos stelt dat “concurrentie tussen de fracties van de heersende klasse soms strategische openingen biedt om populaire macht uit te oefenen”. Dat klopt maar alleen als die populaire macht de wereldwijde belangen van de heersende klasse niet bedreigt. Als “populaire macht” een bedreiging zou vormen voor wat Riofrancos erkent als zijnde de oorzaak van klimaatverandering, de kapitalistische productiewijze zelf, dan zou de hele heersende klasse, inclusief “clean tech”, de rangen sluiten om ze te bestrijden.

Maar kan de staat alleen kapitalistisch zijn? Op deze vraag is het impliciete antwoord van Riofrancos nee. Voor haar kan het een strijdtoneel zijn, waar de belangen van verschillende klassen tegenover staan, waar antikapitalistisch beleid kan winnen, op voorwaarde dat er voldoende druk is van radikale democratische basisbewegingen.

Volgens Bernes volgen ecosocialisten zoals Riofrancos die de GND steunen het recept van Trotski’s ‘overgangsprogramma’, d.w.z. eisen stellen aan het kapitalistische systeem waaraan het niet tegemoet kan komen, zodat de beweging voor deze eisen zich tegen het systeem keert. Bernes verwerpt deze strategie, met het argument dat instellingen die erop zijn gericht om binnen het systeem te werken om het te verbeteren, geen instrumenten kunnen worden om het omver te werpen omdat “instellingen enorm inerte structuren zijn”. Dat is een zwak argument. Het probleem met deze instellingen (politieke partijen, vakbonden, NGO’s, enz.) Is niet hun inertie als zodanig, maar het proces waardoor zij, via hun directe of indirecte deelname aan de staatspolitiek, zelf deel gaan uitmaken van de staat, van de politieke infrastructuur van het kapitalisme .

Bernes zelf is niet al te duidelijk over de aard van de staat. In een passage over de originele New Deal (van FDR in de jaren 1930) schrijft hij: “De staat was nodig als katalysator en bemiddelaar die het juiste evenwicht vaststelde tussen winst en loon, voornamelijk door de positie van de arbeid te versterken en die van het bedrijfsleven te verzwakken.” Afgezien van het feit dat hij lijkt te denken dat de Grote Depressie slechts een probleem van onderconsumptie was, schetst hij een beeld van een staat die boven de ekonomie staat en bemiddelt tussen de uiteenlopende klassenbelangen. Net als Riofrancos scheidt hij het politieke van het ekonomische. In het laatste regeert het kapitaal, maar het eerste, de demokratische staat, is een neutraal voertuig. Het roer is nu in handen van kapitaal, maar in de visie van Riofrancos kan het worden veroverd of op zijn minst voldoende worden bijgestuurd om het kapitaal te dwingen af te wijken van zijn immanente koers.

De demokratische staat in deze visie is een ideale vorm die op zich leeg is en dus plaats biedt aan concurrerende sociale belangen. De reformistische strategie bestaat erin om die vorm te vullen met de inhoud van een echte meerderheid zonder de verstorende invloeden van geld en klasse en bevrijd van de vooroordelen van ras, geslacht, enz. Maar de staat is niet alleen een vorm waarvan de inhoud wordt ingevuld door degenen die ze controleren, ze is kapitaal in zijn politieke manier van zijn. Ze is een essentieel onderdeel van de productiewijze en dus van het uitbuitings- en accumulatieproces. Ze is niet kapitalistisch omdat kapitalisten haar dominante posities innemen, ze is kapitalistisch omdat haar vorm zelf, inclusief haar democratische instellingen, een integraal onderdeel is van de reproductie van het kapitaal. Daarom kan ze niet worden veroverd en gebruikt worden voor andere doeleinden, ongeacht hoeveel druk er uitgaat van van basisbewegingen.

De functie van de staat is om ervoor te zorgen dat aan de voorwaarden voor exploitatie en accumulatie, inclusief het respect voor contract, wet en orde, wordt voldaan. Ze kan soms tegen de belangen van sommige kapitalisten of zelfs sectoren ingaan maar ze is altijd gericht op de verdediging van het nationale belang, dat wil zeggen het belang van het nationale kapitaal. Aangezien de klimaatkrisis zeker zal verergeren, is het niet ondenkbaar dat het Amerikaanse Congres sommige van de in het GND-plan voorgestelde maatregelen zou aannemen, ten voordeel van ‘clean tech’ en ten koste van fossiele brandstoffen. Voor Riofrancos zou dat vermoedelijk een overwinning zijn, een stap in de goede richting . Maar het zou ons geen stap dichter brengen bij het beëindigen van het winstgedreven concurrentiesysteem dat de mensheid dit waanzinnige, destructieve accumulatieproces oplegt. Wel zou het de valse hoop versterken dat het systeem zichzelf kan corrigeren en onze problemen kan oplossen, dat uitbuiters en uitgebuitenen zich in hetzelfde schuitje bevinden, hetzelfde nationale belang delen.

“De Green New Deal biedt geen voorverpakte oplossing”, zo besluit Riofrancos haar artikel, “ze opent een nieuw politiek terrein. Let’s seize it -laten we het grijpen. “

Of toch maar niet. Want dat terrein is niet van ons en kan het nooit worden.

 

Tom Ronse

MORGEN HET SLOT: DAN MAAR NIETS DOEN ?

December 8, 2019 at 9:13 am Leave a comment

GROENE MYTHEN (4): IS GROENE GROEI MOGELIJK?

Ontkoppeling?

De Green New Deal rekent op robuuste ekonomische groei om volledige werkgelegenheid en algemene welvaart te creëren en om de nieuwe groene infrastructuur te financieren. Maar de doelstellingen van groei en koolstofneutraliteit zijn onverenigbaar. Er zijn serieuze studies gemaakt over dit onderwerp door de Wereldbank, de OESO en UNEP. Hun bevindingen zijn samengevat door Jason Hickel en Giorgos Kallis in een gedetailleerd overzicht, getiteld: Is Green Growth possible?”

Hun antwoord is nee. Zij schrijven:

Het idee van groene groei is naar voren gekomen als een dominante beleidsreactie op klimaatverandering en ecologische afbraak. De groene groeitheorie beweert dat een ononderbroken economische expansie verenigbaar is met de ecologie van onze planeet, omdat technologische verandering en vervanging ons in staat zullen stellen om BNP-groei absoluut te ontkoppelen van het gebruik van grondstoffen en koolstofemissies. Deze claim is nu impliciet verondersteld in nationale en internationale beleidslijnen, inclusief in duurzame ontwikkelingsdoelen. Maar de empirische data over het gebruik van grondstoffen en koolstofemissies ondersteunen de theorie van de groene groei niet. Bij het onderzoeken van relevante studies over historische trends en op modellen gebaseerde projecties, zien we dat: (1) er geen empirisch bewijs is dat absolute ontkoppeling van grondstoffengebruik op wereldwijde schaal kan worden bereikt tegen een achtergrond van voortdurende ekonomische groei, en (2) dat een absolute ontkoppeling van koolstofemissies hoogstwaarschijnlijk niet snel genoeg zal worden bereikt om opwarming van de aarde boven 1,5 ° C of 2 ° C te voorkomen, zelfs onder optimistische beleidsvoorwaarden. We concluderen dat groene groei waarschijnlijk een misleidend doel is en dat beleidsmakers moeten kijken naar alternatieve strategieën. ”

En:

De empirische gegevens suggereren dat absolute ontkoppeling van BNP-groei en het gebruik van grondstoffen:

(a) op korte termijn mogelijk kan zijn in sommige rijke landen met een sterk inkrimpingsbeleid maar alleen uitgaande van een vooruitgang van efficiëntie die in de praktijk wellicht niet haalbaar is;

(b) niet haalbaar is op wereldschaal, zelfs niet in de best mogelijke politieke omstandigheden;

(c) op langere termijn fysiek onmogelijk is te handhaven.

Op basis van deze gegevens kunnen we concluderen dat de theorie van groene groei empirische ondersteuning mist. We zijn ons niet bewust van geloofwaardige empirische modellen die deze conclusie tegenspreken. “

Dus concluderen ze:

Het lijkt waarschijnlijk dat het pleidooi voor groene groei politiek gemotiveerd is. Men gaat er van uit dat het politiek niet acceptabel is om ekonomische groei in vraag te stellen en dat geen enkel land de groei vrijwillig zou beperken in naam van het klimaat of milieu; daarom moet groene groei waar zijn, want het alternatief is een ramp. Maar het is heel goed mogelijk dat, zoals Wackernagel en Rees het stellen, “het politiek acceptabele ecologisch rampzalig is, terwijl het ecologisch noodzakelijke politiek onmogelijk is.” Als wetenschappers mogen we onze visie op de feiten niet laten beïnvloeden door politieke doelstellingen. We moeten de feiten evalueren en dan pas conclusies trekken, in plaats van te beginnen met gewenste conclusies en de niet-passende feiten te negeren.”

Maar de politieke feiten mogen we evenmin negeren, hoe ‘niet-passend’ ze ook zijn. De auteurs schreven immers zelf policymakers need to look toward alternative strategies”. Maar wat die alternatieve strategieen zijn, daar zijn ze vaag over. Hun bevindingen wijzen uit dat de klimaatcrisis niet kan gestopt worden zonder de globale ekonomische activiteit aanzienlijk te verminderen. Dus pleiten ze voor een kleinschaliger kapitalisme. Minder productie en consumptie in de hoge-consumptielanden. Alleen onder die voorwaarde kunnen volgens hen de doelstellingen van de GND -een overgang naar een koolstofvrije ekonomie en een basisinkomen voor iedereen – bereikt worden.

Verslaafd aan groei

Waarom niet? Waarom kunnen we niet evolueren naar een kleinschaligere wereldekonomie die minder maar schoner produceert en consumeert, waarin we allen minder werken en gezonder leven?

Marxs waardetheorie legt uit waarom dit onmogelijk is, waarom bezitters van kapitaal niet kunnen kiezen of ze hun kapitaal willen doen groeien of niet, waarom ze daartoe gedwongen zijn, op straf van ontwaarding van hun bezit, door de ongeschreven basiswet van hun systeem.

Kapitalisme betekent handel in arbeidstijd. De hoeveelheid sociaal noodzakelijke arbeidstijd besteed aan de productie van een waar bepaalt hoeveel geld ze kan worden en die hoeveelheid bepaalt dan weer hoeveel arbeidstijd of produkten van arbeidstijd ze kan kopen. Doorheen talloze transakties wordt de marktwaarde van een waar bepaald op basis van de gemiddelde sociale arbeidstijd die vereist is voor haar productie (de marktprijs wijkt daar vaak van af door verstoringen zoals over- of onderproduktie, fiscale lasten, monopolisme en andere vormen van ongelijke ruil). Door minder arbeidstijd te gebruiken dan het gemiddelde dat de marktwaarde bepaalt, maakt een kapitalist een hoger dan gemiddelde winst. De jacht op die surpluswinst was de motor van de fantastische technologische ontwikkeling die het kapitalisme tot stand bracht. Bovendien levert die technologische ontwikkeling nieuwe produkten op, die (al zij het tijdelijk) monopole marktposities creeren, een andere bron van surpluswinst. Maar de lager dan gemiddelde produktiekost van de innoverende kapitalisten verlaagt de marktwaarde en dus de winstmarge van hun konkurrenten. Die zijn dus verplicht zijn om hen bij te benen als ze niet willen vergaan. Zo deinde de technologische vernieuwing uit en het kapitalisme groeide navenant, want er is een nauw verband tussen arbeidstijdbesparing en schaalvergroting; de laatste compenseert de dalende waarde van de waren. Aangezien die waren met steeds minder arbeidstijd gemaakt worden, daalt ook het deel van de arbeidstijd dat de kapitalist als winst incasseert. Die tendentiele daling van de winstvoet duwt de kapitalist vooruit, of hij dat wilt of niet. Hij moet proberen eraan te ontsnappen door een surpluswinst te realiseren, via technologische of andere innovaties die gepaard gaan met arbeidstijd-reductie, schaalvergroting en groter energieverbruik.

Waarde is niet stabiel. Ze vereist valorisatie, wat wil zeggen, ze moet groeien. Doet ze dat niet, dan zakt ze. Geld snuffelt de wereld rond, altijd op zoek naar het hoogste rendement. Het beloont de sterken en straft de zwakken. Het kan niet anders dan groei belonen en inkrimping bestraffen. Het kapitalisme kan niet stoppen, niet vertragen zonder in een crisis te zinken. Het kan niet anders dan meer en meer van de planeet in waren veranderen, meer en meer van haar grondstoffen verbruiken, de klimaatkrisis verergeren.

Zoals Joshua Clover, een andere radicale kriticus van de GND, schrijft: “Zelfs als deze eigenaars [van kapitaal] ons de verdronken steden en het miljard migranten van 2070 wilden besparen, konden ze dat niet. Ze zouden van de markt geprijsd worden door konkurrenten die de nodige kosten niet aangaan. Hun handen zijn gebonden, hun keuzes worden beperkt door het feit dat ze tegen de geldende koers moeten verkopen of vergaan. De dwang tot niet-aflatende groei, en daarmee het toenemende energieverbruik, wordt niet gekozen, ze is verplicht, een vereiste om winstmakend te zijn waar winst maken een vereiste van bestaan is.”

Er is geen uitweg, zelfs niet als de groenen aan de macht komen. Zoals Jasper Bernes schrijft: “Als je olie belast, zal het kapitaal het elders verkopen. Als je de vraag naar grondstoffen verhoogt, zal kapitaal hun prijzen verhogen en hen op de meest verkwistende en energie-intensieve manier naar hun markten brengen. Als je miljoenen vierkante mijlen nodig hebt voor zonnepanelen, windparken en biobrandstofgewassen, zal het kapitaal de prijs van onroerend goed omhoog bieden. Als je tarieven heft op noodzakelijke import, zal het kapitaal vertrekken naar betere markten. Als je een prijs probeert te bepalen die geen winst toestaat, stopt het kapitaal gewoon met beleggen. Hang één hoofd van de hydra af en je staat tegenover een ander.”

Betekent de tegenstelling tussen groei en koolstofdioxide-vrij leven dat grotere armoede onvermijdelijk is als we de aarde leefbaar willen houden? Alleen als de concepten van rijk en arm de betekenis behouden die ze vandaag hebben.

Bijna 40% van het voedsel in de VS wordt weg gegooid. (foto: Liz Martin)

In een postkapitalistische kommunizerende wereld zouden de globale productie en het verbruik van energie en grondstoffen aanzienlijk verminderen, de hebzuchtige accumulatie van goederen zou niet langer zinnig of mogelijk zijn, evenmin als militaire en vele andere nutteloze uitgaven. Bernes schrijft: “We kunnen gemakkelijk genoeg hebben van waar het om gaat – energie en andere hulpbronnen gebruiken voor voedsel, onderdak en medicijnen. Zoals duidelijk is voor iedereen die ruim dertig seconden goed kijkt, is de helft van wat ons omringt in het kapitalisme onnodige verspilling. Naast de overvloedige bevrediging van onze fundamentele behoeften is de belangrijkste overvloed een overvloed aan tijd, en tijd is, gelukkig, koolstof-neutraal en misschien zelfs koolstof-negatief. “

Tom Ronse

MORGEN: EEN ANTI-KRITIEK

December 7, 2019 at 6:12 am Leave a comment

GROENE MYTHEN (3)

Graven naar zeldzame aarde-mineralen: milieuverwoesting voor een schoner milieu (foto: Sebastian Meyer)

Hoe groen is de Green New Deal?

Technologie op zichzelf zal ons niet redden. Zij wordt gevormd door haar functie: arbeidstijd en andere kosten verminderen, controle en efficiëntie verhogen. Een radikale herbestemming van wetenschap en technologie zal nodig zijn om haar potentieel te ontketenen om aan de noden van de mensen te voldoen – die nu op allerlei manieren geremd wordt. Een herbestemming, die alleen het resultaat kan zijn van een fundamentele omwenteling van de samenleving zelf, een revolutie.

Laten we ondertussen niet overschatten wat technologie nu voor de wereld kan doen, in de huidige wereldwijde context van het door krisis geteisterde kapitalisme.

Maar hoe groen is de ‘groene groei’-strategie? Zelfs als de eerder genoemde politieke obstakels zouden wegsmelten en een financieel-ekonomische krisis door een mirakel zou worden vermeden, hoeveel schoner zou de GND onze planeet maken?

Energie is nooit schoon”, herinnert Bernes ons. Het feit dat het gebruik van hernieuwbare energie CO2-neutraal is, betekent niet dat de productie ervan CO2-neutraal is. Zonnepanelen, windturbines, elektrische voertuigen vereisen niet-hernieuwbare en vaak moeilijk toegankelijke mineralen. Bernes schrijft: “Er is energie voor nodig om die mineralen uit de grond te halen, energie om ze om te vormen tot batterijen en fotovoltaïsche zonnepanelen en gigantische rotoren voor windmolens, energie om ze te verwijderen als ze verslijten. Mijnen worden voornamelijk bewerkt door voertuigen met gasverbranding. De containerschepen die de zeeën van de wereld doorkruisen met de heilzame vracht van hernieuwbare energiebronnen verbranden zoveel brandstof dat ze verantwoordelijk zijn voor 3 procent van de planetaire uitstoot.”

Hoe de GND de belofte van koolstof-neutraliteit kan waarmaken is een mysterie aangezien de aanleg van de nieuwe infrastructuur, de constructie van de elektrische treinen en auto’s, de scholen enz., niet mogelijk zou zijn zonder massaal verbruik van fossiele brandstoffen en koolstofintensieve materialen zoals beton en staal. Biobrandstof zou helpen, maar heeft een veel lagere densiteit dan fossiele energiebronnen. Om aan de behoeften te voldoen, zou er een enorme landmassa nodig zijn die andere toepassingen (huisvesting, landbouw, natuur…) zou verdringen.

Zonnepanelen, windturbines en elektrische auto’s zijn niet vervuilend, maar de productie van hun componenten is dat wel. Niet alleen staal, glas en plastic, maar ook de winning van de specifieke mineralen die ze nodig hebben. Turbines en zonnepanelen gebruiken zeldzame aarde-mineralen. De batterij van een elektrische auto heeft 140 pond lithium en 33 pond kobalt nodig. Bernes geeft een levendig beeld van de milieuvernietiging die de ontginning van deze mineralen in China heeft veroorzaakt. Wat betreft de arbeidsomstandigheden in deze mijnen, ze zijn slechter dan in de tijd van Dickens. The Daily Mail schrijft over de kobalt-winning in Congo, waarin 40.000 kinderen werken: “Niemand weet precies hoeveel kinderen zijn gestorven in de kobaltmijnen in Katanga. De VN schat 80 per jaar, maar veel sterfgevallen worden niet geregistreerd, hun lichamen liggen begraven in het puin van ingestorte tunnels. Anderen overleven maar met chronische ziekten die hun jong leven vernietigen.”

Ondertussen maken kapitalisten zich volgens Forbes zorgen over de geologische schaarste van kobalt die een ander obstakel voor de GND zou opwerpen, omdat die de vraag naar kobalt enorm zou doen stijgen. Men speurt er nu naar op oceaanbodems met diepzeemijnen in het vooruitzicht.

Kobaltmijn in Katanga (Foto: Sebastian Meyer)

Nationalisme

Maar net als die ecologisch bedreigde oceaanbodems zijn die dode dorpen in China en dode kinderen in Congo ver van ons bed. De GND-resolutie zegt niets over hen. Verbazend is dat niet. Ze is tenslotte geschreven door politici van de Democratische partij, een van de belangrijkste pijlers van het Amerikaanse kapitalisme. De natie is hun kader, de belangen van de nationale ekonomie hun horizon. Het doel is een CO2-neutrale VS, ongeacht de implicaties elders.

En die implicaties kunnen een pervers effect hebben dat de vervuiling versnelt. CO2-neutraliteit in de VS zou een enorme inkrimping van de vraag naar fossiele brandstof betekenen. De prijs van steenkool, gas en olie zou daardoor zo laag zakken dat andere landen een sterke stimulans zouden hebben om er meer van te gebruiken en af te zien van investeringen in hernieuwbare energiebronnen, zodat het wereldwijde klimaat nog sneller zou verslechteren.

Doen alsof je een oplossing voor klimaatverandering hebt terwijl je alleen binnen de grenzen denkt, is fundamenteel oneerlijk. Zoals Bernes schrijft: “Het tellen van emissies binnen nationale grenzen is als het tellen van kalorieën, maar alleen tijdens het ontbijt en de lunch. Als het schoon worden in de VS andere plaatsen vuiler maakt, moet je dat aan het grootboek toevoegen. “

Zelfs als CO2-neutraliteit zou kunnen worden bereikt in de rijkste landen, zou de rest van de wereld niet kunnen volgen. De oplossing voor een probleem dat van nature mondiaal is, kan alleen mondiaal zijn. En dat betekent dat ze niet kan komen uit een systeem dat gebaseerd is op concurrentie.

 

Tom Ronse

 

MORGEN: IS GROENE GROEI MOGELIJK?

December 6, 2019 at 3:04 am Leave a comment

GROENE MYTHEN (1)

door Tom Ronse

 

1. HOOP OF HOAX?

Eindelijk zijn we toch bijna zo ver dat klimaatontkenners nog zoveel geloofwaardigheid overhouden als de Flat Earth Society. De bewijzen van hun ongelijk zijn te overweldigend. De wetenschappelijke data liegen niet: als de mens blijft produceren en consumeren op een manier die enorme hoeveelheden broeikasgassen in de lucht laat ontsnappen, zijn we op weg naar een catastrofe die mogelijk destructiever zal zijn dan alle oorlogen van de afgelopen eeuwen samen. Nu al zien we het stijgende zeewater laaggelegen gebieden bedreigen, meer verwoestende stormen, meer gigantische overstromingen hier en monsterbranden daar; massale uitsterving van diersoorten, verspreiding van tropische ziekten, een toenemende drinkwatercrisis, droogte die vruchtbare gebieden in woestenij verandert en massamigratie veroorzaakt, microplastics in de oceaan, in ons voedsel, in de regen die op ons hoofd valt … de lijst van calamiteiten gaat maar door. Geen wonder dat de trend steeds meer mensen zorgen baart. Vooral jonge mensen, die riskeren van een planeet te erven die voor een groot deel onbewoonbaar is. De beweging van schoolkinderen voor het klimaat die in Zweden begon en zich over de hele wereld verspreidde, is dus een welkom teken. Ze drukt een toenemend gevoel uit dat er dringend een fundamentele verandering nodig is. Maar wat moet er veranderen? Het doel, de vergiftiging van de wereld stoppen, is misschien duidelijk, maar de weg er naartoe is dat niet. “Act Now!” en “Do Something!” waren de slogans die het heersende sentiment uitdrukten. Terwijl ik dit schrijf, is de beweging nog steeds aan de gang. Het is geweldig dat scholieren blijven schreeuwen dat het zo niet kan doorgaan, maar na al de demonstraties komt de vraag, wat nu?

Greta Thunberg, het welbespraakte meisje dat de woordvoerdster van de scholierenbeweging werd, zeilde in een CO2-neutrale boot naar New York om de VN toe te spreken. Ze berispte de machtigen voor hun passiviteit en waarschuwde: “We zullen het je niet vergeven”. Ze leken niet onder de indruk. Het enige dat Greta kreeg was beleefd applaus maar qua maatregelen beloofden de naties bijna niets. Intussen houdt de accumulatie van broeikasgassen volgens klimaatwetenschapper James Hansen al elke dag evenveel energie vast als van een half miljoen Hiroshima-bommen.

 

Wat nu? Links Amerika pleit voor een Green New Deal, die de klimaatcrisis zou oplossen zoals de New Deal van FDR de crisis in de jaren dertig zou hebben opgelost. “Zou”, want eigenlijk deed de New Deal dat niet. De crisis duurde voort tot de oorlog begon. Dan veranderde ze in iets nog veel erger.

De New Deal omvatte maatregelen om de werkloosheid te bestrijden. Als economische stimulans was hun impact beperkt en tijdelijk maar ze creërden hoop, en die hoop was nodig om de nationale eenheid te bewerkstelligen die de oorlogsinspanning vereiste. Wat de fundamenten betreft, veranderde de New Deal niets. De onderliggende dynamiek van de kapitaal-accumulatie bleef dezelfde met de bekende katastrofale gevolgen. Zal de Green New Deal ( GND vanaf nu) ons naar een betere toekomst leiden?

 

 

Een historische kans?

Het GND-concept dreef een aantal jaren rond in groenlinkse kringen. In februari van dit jaar werd het gecodificeerd in een niet-bindende resolutie van 14 pagina’s die in het Amerikaanse Congres werd geïntroduceerd door de linkse Democraten Alexandria Ocasio-Cortez en Ed Markey. De senaat verwierp ze, zonder enig debat toe te laten. Maar de GND werd enthousiast omarmd door links, niet alleen in de VS maar ook in Europa en daarbuiten. En natuurlijk sprong Naomi Klein op de trein met een nieuwe bestseller: On Fire: The (Burning) Case for a Green New Deal.

De GND stelt voor om de Amerikaanse economie in tien jaar tijd om te schakelen naar nul-emissie van broeikasgassen. Het zou fossiele brandstoffen volledig elimineren, zwaar investeren in hernieuwbare energiebronnen, het elektriciteitsnet opnieuw opbouwen, alle gebouwen volgens de hoogste milieunormen upgraden, een koolstofarme transportinfrastructuur ontwikkelen op basis van elektrische voertuigen en hogesnelheidstreinen, scholen en ziekenhuizen bouwen om universele gezondheidszorg en gratis onderwijs mogelijk te maken, massale groei van schone productie stimuleren, broeikasgassen elimineren uit de landbouw, voor alle mensen in de VS een baan garanderen met een loon waar een gezin behoorlijk kan van leven en met voldoende gezins- en medisch verlof, betaalde vakanties en pensioenzekerheid .

De GND ziet de klimaatcrisis als “een historische kans … (1) om miljoenen goede, goedbetaalde banen in de Verenigde Staten te creëren; (2) om een weergaloos niveau van welvaart en economische veiligheid te bieden voor alle mensen in de Verenigde Staten; en (3) om systemische onrechtvaardigheden tegen te gaan. “

Het is een menu om van te watertanden. Wie kan daar tegen zijn? Het heeft de New Deal’s belofte van welvaart voor iedereen, plus een schone omgeving. En dat alles zonder aan de kapitalistische fundering te raken. Hoe kan dat lukken? Op dezelfde manier als het Republikeinse plan om ‘de belastingsinkomsten te verhogen door de belastingen te verlagen’: met rook en spiegels …

Het vereist inderdaad goocheltrucs om de GND geloofwaardig te maken. Dit werd opgemerkt door kritici van alle kleuren. Kritici van rechts, voorspelbaar, maar ook radikale kritici zoals Jasper Bernes. In zijn essay  Between the Devil and the Green New Deal” schrijft hij:

Het probleem met de Green New Deal is dat het belooft alles te veranderen terwijl alles hetzelfde blijft. De wereld van de Green New Deal is deze wereld maar beter – deze wereld zonder uitstoot, met universele gezondheidszorg en gratis onderwijs. De appeal is duidelijk, maar de combinatie onmogelijk. “

De strategie van de GND bestaat erin om publieke steun te werven, verkiezingen te winnen zodat het Congres het plan goedkeurt. Sukses daarmee. Het Amerikaans kapitaal heeft de afgelopen decennia veel geïnvesteerd in de productie van fossiele brandstoffen. Het is nu de grootste producent ter wereld. Biljoenen (Amerikaanse trillions) dollar zijn verzonken in fossiele energie-infrastructuur. De belangen van vele industrieën en financiële bedrijven zijn vervlochten met kolen, olie en gas. Om ze te elimineren, zoals de GND voorstelt, als ze niet illegaal worden verklaard, zou de fiscale druk op hen zo hoog moeten worden dat ze hun vermogen om te concurreren tegen de zwaar gesubsidieerde “schone” energie zouden verliezen. Bernes geeft cijfers die een licht werpen op de omvang van de schok die dit zou veroorzaken: de bewezen oliereserves van de planeet worden geschat op ongeveer $ 50 biljoen (uitgaande van een lage gemiddelde kostprijs van $ 35 per vat), wat een zesde van de totale waarde van de planeet zou vertegenwoordigen. Veeg dat weg en kijk of de investeringen in zonnepanelen, biobrandstof, windmolens en elektrische auto’s de financiële tsunami kunnen compenseren die deze devalorisatie in gang zou zetten. Het is duidelijk dat het Amerikaans kapitaal als geheel dit nooit zou accepteren. Om te geloven dat het Congres de GND zou kunnen goedkeuren, moet je het Congres zien als “het huis van het volk”, niet van het kapitaal. Op dat cruciale verschil kom ik verder terug.

Maar is het niet mogelijk dat de oude fossiele energietechnologie simpelweg plaats zal maken voor nieuwe, efficiëntere technologie, zoals de auto de kar- en wagenindustrie heeft vervangen? Het kapitaal had ook in die laatste sector gevestigde belangen. Het belangrijkste verschil is dat er geen belastingen of subsidies nodig waren om de op letterlijke paardenkracht gebaseerde industrie failliet te doen gaan. Ze verdween omdat ze niet kon concurreren met de motor-industrie. Dit is niet het geval voor fossiele brandstof. Die blijft relatief overvloedig en dus goedkoop om te produceren. En het geld om de infrastructuur te bouwen is al uitgegeven, terwijl nieuw geld zou moeten worden gevonden voor een heel nieuwe infrastructuur op basis van hernieuwbare energiebronnen. Hernieuwbare energie zou die kosten moeten doorrekenen aan de consument en daardoor minder concurrerentieel worden. Tenzij de prijs artificieel verlaagd wordt door massale overheidssubsidies. Maar wie zal dat betalen?

 

MORGEN Deel 2: Waar komt het geld vandaan?

December 4, 2019 at 5:59 am Leave a comment

Waarom N-VA zo vijandig staat tegenover de klimaatbeweging

Door Jan De Zuttter
Kersvers minister voor Onderwijs, Ben Weyts (N-VA), gaat strenger optreden tegen klimaatspijbelaars. Tegen alle spijbelaars, maar tegen klimaatspijbelaars een beetje meer. Want spijbelen is als door een rood licht rijden; dat mag niet. Mocht dit een geïsoleerde uitspraak zijn van een overspannen excellentie, we zouden wellicht onze schouders ophalen. Dat is het helaas niet, het past in een zorgwekkende evolutie waarin klimaatbeleid in het vizier is gekomen van rechts-populisten en nationalisten die er een electoraal wingewest in zien.

HET PRIMAAT VAN DE PATRIARCH

Voor de goede orde, N-VA behoort niet tot de Europese hard core populisten; Cas Mudde noemt ze eerder een burgerlijk conservatieve partij die zo nu en dan ‘in het populistisch verweer gaat’. De uitspraak van Ben Weyts zou je als populistisch verweer kunnen beschouwen. Ze appelleert aan het conservatieve waardenkader van burgers die opgevoed werden in wat George Lakoff het ‘strikte vadermodel’ noemt, waarbij vader de regels bepaalt, absolute autoriteit heeft en kinderen die de regels overtreden, gestraft worden. Kinderen horen achter de schoolbanken te zitten en als ze dat niet doen – wat ook de reden is – moeten ze gestraft worden.

Dat waardenkader heeft het bijzonder moeilijk met pluralisme dat het gezag uitdaagt. Dat verklaart onder meer ook de voortdurende roep in N-VA-middens om het primaat van de politiek te herstellen, in Lakoffs woorden: het primaat van de patriarch. Dat is minder onschuldig dan het lijkt. De afgelopen jaren verschenen er talrijke rapporten van middenveldorganisaties en zelfs van het EU Agentschap voor Fundamentele Rechten om het zogenaamde fenomeen van de shrinking space aan te klagen, het doelbewust inkrimpen van de bewegingsruimte van het burgerlijk middenveld. Het gebeurt op evidente wijze in landen als Hongarije en Polen, maar net zo goed – zij het iets voorzichtiger – in Vlaanderen, waar N-VA de aanval heeft ingezet op de middenveldorganisaties. Youth for Climate is zo’n jonge middenveldorganisatie en de waarschuwing van Weyts dat hij zal ingrijpen als ze op het ‘foute moment’ op straat komen, moet wel degelijk gezien worden in het kader van het shrinking space-fenomeen.

 

George Lakoff Foto: By Mikethelinguist – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=52124483

Tot nader orde behoort het recht om betogingen en optochten te organiseren nog steeds tot de essentie van een pluralistische democratie, een recht dat verankerd is in het Charter van de Fundamentele Rechten van de EU. Dat recht kan worden beperkt, maar enkel omwille van zeer ernstige redenen zoals de bedreiging van de openbare orde, terrorisme of het risico van witwaspraktijken.

Er zijn nog mogelijkheden om de klimaatspijbelacties te laten ophouden: door een rechtvaardig klimaatbeleid te voeren, één dat de terechte zorgen wegneemt van de grote groep mensen die vrezen dat zij zullen opdraaien voor een crisis die ze niet zelf veroorzaakt hebben. Het Vlaamse regeerakkoord stemt helaas tot pessimisme. Maar dat was misschien de bedoeling. Met klimaatscepticisme zijn immers stemmen te rapen.

STEMMEN RAPEN MET KLIMAATSCEPTICISME

De klimaatcrisis is de afgelopen jaren gestaag opgepikt door rechts-populistische en nationalistische groepen en partijen die er een punt van hebben gemaakt om zich actief te verzetten tegen klimaatactie. Ze doen dat uiteraard omdat ze beseffen dat daar stemmen mee te rapen zijn. Toch blijft het een merkwaardig fenomeen omdat rechts-populisten hun electorale basis hebben uitgebouwd door zich te focussen op migratie of minderheden.

In 2019 veroverden rechts-populistische partijen bijna een kwart van de zetels in het Europees Parlement. Een recent onderzoek van de onafhankelijke denktank Adelphi toont aan dat in het verleden deze partijen – 21 zijn het er ondertussen al – systematisch tégen Europese maatregelen stemden om de klimaatcrisis onder controle te krijgen. De helft van alle stemmen tégen resoluties van het Europees Parlement over klimaat en energie komen van rechts-populistische partijen.

Maar waarom is klimaat plots een hot issue geworden voor rechts-populisten en nationalisten? Dat is immers niet altijd zo geweest aan de rechterzijde van het politieke spectrum. Eén van de eerste krachtige stemmen om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering was Margaret Thatcher die in 1989 voor de Algemene Vergadering van de VN stelde dat ‘klimaatverandering ons allemaal treft en dat actie enkel effectief kan zijn als het op internationaal niveau wordt ondernomen.’ Zelfs Donald Trump, die we niet kunnen verdenken van enige sympathie voor de klimaatbeweging, was in 2009 in de aanloop naar de klimaatconferentie van Kopenhagen medeondertekenaar van een open brief van Amerikaanse bedrijfsleiders, gericht aan Barach Obama om dringend ingrijpende klimaatmaatregelen te nemen. ‘Als we niet meteen optreden, is het wetenschappelijk onweerlegbaar dat er catastrofale en onomkeerbare gevolgen zijn voor de mensheid en de planeet,’ vond Trump toen. Maar tijdens zijn presidentiële campagne keerde Trump zijn kar en ging hij voluit voor het klimaatsceptische discours. Hij noemde klimaatverandering zelfs een verzinsel van de Chinezen. In 2017 liet hij de VS uit de Klimaatakkoorden van Parijs stappen.

WAAROM ZIJN RECHTS-POPULISTEN VAAK OOK KLIMAATSCEPTICI?

Er is te weinig onderzoek gedaan naar de verbanden tussen rechts-populisme en nationalisme enerzijds en het politieke klimaatscepticisme anderzijds om precies te kunnen verklaren waarom deze partijen zich zo actief inzetten tégen de klimaatzaak. Er zijn uiteraard al wel enkele verklaringen geformuleerd, onder meer in een publicatie uit 2018 van de Universiteit van Sussex in het magazine Environmental Politics. Die schuift twee verklaringen naar voor. De ‘structuralistische verklaring’ zoekt de oorzaak in de economische achterstelling en marginalisering van de zogenaamde slachtoffers van de globalisering, van ‘those who are left behind’. Een tweede verklaring is eerder cultureel-ideologisch van aard en bouwt verder op de tegenstelling tussen ‘het volk’ en de ‘kosmopolitische elite’, waarbij klimaatactie gezien wordt als een wereldwijd complot van die elite tégen het volk.

Volgens de onderzoekers vertoont de structuralistische verklaring nogal wat mankementen, omdat de groep mensen die rechtstreeks getroffen wordt door de uitstap uit de koolstofintensieve economie relatief klein is. De mijnwerkers uit de steenkoolindustrie, die vaak worden aangehaald als slachtoffers van klimaatactie, maken slechts 0,5% uit van de totale tewerkstelling in landen als Polen en Australië die nog sterk op steenkool aangewezen zijn en zelfs minder in de VS. Belangrijker allicht is de vrees van grote groepen mensen dat ze opgezadeld zullen worden met allerlei extra kosten om de klimaatcrisis de baas te kunnen. Dat is vooral het geval in gebieden waar de oude industrieën verdwenen zijn en de voormalige arbeiders niet hebben kunnen meeprofiteren van de nieuwe geglobaliseerde wereldeconomie. Maar zelfs dat is geen voldoende verklaring, want het electoraat van populistische partijen behoort niet noodzakelijk en niet overal tot de laagste inkomenscategorie.

Vandaar dat de cultureel-ideologische dynamiek mogelijk meer zoden aan de dijk zet. Die schuift het klassieke culturele discours van het populisme naar voor, namelijk de tegenstelling tussen ‘het volk’ en de ‘kosmopolitische elite’. Daar komt uiteraard een pak complotdenken aan te pas. Want er moet een aannemelijke verklaring bestaan waarom die ‘kosmopolitische elite’ een ‘onbestaande’ klimaatcatastrofe zou willen verzinnen.

Bij ons verduidelijkte N-VA, bij monde van oud-minister Johan Van Overtveldt in een opiniestuk van 27 januari 2019 in De Tijd, waarom dat wereldwijde complot bestaat. Een complot waaraan blijkbaar ook 97% van alle klimaatwetenschappers actief deelnemen: ‘De indruk dat hier een andere en bredere agenda speelt, tekent zich elke dag wat duidelijker af.’ Die agenda is volgens Van Overtveldt niet meer of minder dan de omverwerping van het kapitalisme. Dat complotdenken sloop zelfs bij de CD&V binnen toen voormalig minister voor Milieu, Joke Schauvliege, beweerde dat de acties van de klimaatjongeren helemaal niet spontaan waren. Dat had ze van de staatsveiligheid vernomen. Het was fake news, maar het wees er wel op hoe het populistische discours zich zelfs meester maakt van traditionele partijen.

De link naar Big Governement, Deep State of wereldvreemde technocraten van de EU is dan snel gemaakt. Klimaatbeleid komt zo terecht in het zog van identitaire politiek, van het Euroscepticisme dat rechts-populisten en nationalisten uitdragen en van de bedreiging van de volkseigenheid en de etnische identiteit door ‘superstaten’. Dat precies Europa aan de kar trekt van het klimaatbeleid is meteen het keiharde bewijs voor die these. Dezelfde Unie die de ‘islamisering van het Westen’ voorbereidt, of die de ‘grenzen wagenwijd openzet’, wil ook uw biefstuk afpakken en u op een dieet van bonen en sla zetten. Als je die Eurocraten hun gang laat gaan, wordt dat wellicht wormstekige bio-sla.

Dat de leiders van de klimaatbetogingen jongeren zijn – die horen hun mond te houden – van het vrouwelijk geslacht én er ‘rare’ gedragingen op na houden – ze hebben autisme of zijn genderfluïde – is extra koren op de molen. Alles wringt met het oude wereldbeeld van een door traditionele mannen gedomineerde samenleving.

KLIMAAT ALS ONDERDEEL VAN CULTUUROORLOGEN

Klimaatbeleid is op die manier een onderdeel geworden van de zogenaamde culture wars, schrijft Andrew Hoffman in How Culture Shapes the Climate Change Debate. Er is immers een overweldigende consensus in de exacte wetenschappen over de antropogene oorzaken van klimaatverandering, maar die heeft niet geleid tot een maatschappelijke consensus. Grofweg twee groepen staan lijnrecht tegenover elkaar, groepen die in een steeds toenemende polarisatie verwikkeld zijn: zij die de wetenschappelijke feiten aanvaarden en voorstander zijn van ingrijpende maatregelen en zij die de wetenschappelijke consensus verwerpen of in twijfel trekken en zich verzetten tegen klimaatmaatregelen. Een paper gepubliceerd naar aanleiding van een klimaatcongres in Brussel in 2010 maakt duidelijk dat er in de jaren 1990 in de VS nauwelijks een verschil was tussen Republikeinse en Democratische kiezers als het over klimaatverandering ging. Tegen 2008 was dat radicaal veranderd. Bij de klimaatontkenners noemde 76% zich Conservatief en slechts 3% Democraat. Klimaatontkenners verzetten zich ook tegen herverdelingsmechanismes, armoedebestrijdingsprogramma’s, het reguleren van ondernemingen, of houden er conservatieve meningen op na als het gaat over het homohuwelijk, abortus of de beperking van de verkoop van wapens.

Klimaatverandering is op ongeveer tien jaar tijd deel gaan uitmaken van de culture wars die eerst in de VS en nadien ook in Europa van de grond kwamen. Sociale wetenschappers verduidelijken dat mensen zowat alle politieke en maatschappelijke vraagstukken bekijken vanuit hun waardenkader. Als de feiten botsen met dat waardenkader wordt niet dat laatste aangepast, maar wordt er aan de feiten gesleuteld. In het geval van klimaatverandering worden de feiten geminimaliseerd (het is minder ernstig dan wat de ‘doemdenkers’ beweren), de oplossingen vereenvoudigd (technologie zal de klus wel klaren) of wordt de ernst van de feiten in twijfel getrokken (de feiten zijn een vervalsing georganiseerd door een wereldwijd complot dat onze manier van leven onderuit wil halen).

De grote boosdoener in het debat, CO₂, is daarbij zelfs een spelbreker. CO₂ is immers geen ‘gif’ dat enkel door mensen wordt geproduceerd, het komt ook gewoon in de natuur voor en is zelfs noodzakelijk voor planten om te overleven. Het is pas schadelijk als er op de lange termijn onevenwichten ontstaan in de atmosfeer. Bovendien is het paradoxaal genoeg een graadmeter voor welvaart, want hoe hoger de CO₂-uitstoot hoe hoger de welvaart van een betrokken land. De strijd tegen CO₂ kan dan makkelijk vertaald worden naar een aanslag op ‘onze welvaart’, onze manier van leven. CO₂-uitstoot afbouwen, impliceert immers een heel nieuwe kijk op de wereld en op hoe de mens zich verhoudt ten opzichte van zijn omgeving. Het stelt fundamentele waardenkaders en wereldbeelden in twijfel en geeft daarom aanleiding tot grote onzekerheid. Het gevoel dat onze eigenheid, onze identiteit en onze wereldbeelden bedreigd worden door klimaatactivisten leeft dan ook sterk bij grote delen van de bevolking. Dat die hele ‘klimaathysterie’ op z’n zachts gezegd overdreven is of misschien wel één groot complot is om onze manier van leven onderuit te halen, is dan een geruststellende gedachte.

DOORBRAAK: MEDIAPLATFORM VOOR KLIMAATSCEPTICI

Nu we het complot kennen, kunnen we er van uitgaan dat de klimaatjongeren en hun spijbelacties in het ergste geval medecomplotteurs zijn en in het beste geval de slachtoffers van hun boosaardige, welstellende, stedelijke en kosmopolitische, bakfietsrijdende ouders. Die framing wordt er in heel Europa ingelepeld. Verschillende gradaties van complotdenken passeren de revue, gaande van een wereldbeweging die financieel ondersteund wordt door Georges Soros of een rijke Zweedse mecenas in het geval van Greta Thunberg, tot de heimelijke financiering door Groen in het geval van Anuna De Wever. Maar ook bescheidenere complotten, georganiseerd door een netwerk van ‘linkse ouders’, doen het goed.

Greta Thunberg Foto Ketnet

Op Doorbraak, de mediasatelliet van het Vlaams-nationalisme, noemt auteur Michel Berger het opjutten van jongeren door hun ouders ronduit kindermishandeling. Michel Berger kan het weten, want hij is een gepensioneerd leraar die bezorgd is om het welzijn van kinderen. Hij is ook actief bij N-VA Genk, waar hij zich verkiesbaar stelde én hij is de oud-leraar van de huidig Vlaamse minister verantwoordelijk voor klimaatbeleid, Zuhal Demir (N-VA). Hoewel, haar titulatuur vermeldt ‘Milieu’ niet langer; het is nu ‘Omgeving’: dat klinkt minder groen.

Berger mag weliswaar geen zwaargewicht zijn in de partij, zijn pennenvrucht is interessant omdat ze alle ingrediënten bevat van het klimaatsceptische discours dat breed gedeeld wordt bij het kiespubliek van N-VA. De ernst van de klimaatcrisis wordt gerelativeerd: er waren in het verleden immers zoveel dreigingen die nooit bewaarheid werden, zoals het gat in de ozonlaag of de gevolgen van Tsjernobyl. Ook dat was gewoon bangmakerij om niets. Bezorgdheid om klimaatverandering is een rancuneuze vingerwijzing naar de vorige generaties die ‘alles hebben opgesoupeerd’ terwijl het toch overduidelijk is dat die generaties gezorgd hebben voor een welvaart zoals nooit tevoren. In dat argument wordt CO₂-uitstoot gelinkt aan stijgende welvaart.

‘De echte daders zitten in de ‘linkse’ hoek, de hoek die teert op klassenstrijd, (…) op rancune tegen de bourgeoisie, de traditie, het patriarchaat en het systeem.’ Let op de bezorgdheid voor traditie en het patriarchaat – de ingrediënten van Lakoffs ‘strikte vadermodel’. Ook de verwijzing naar de vermeende hypocrisie van de klimaatjongeren komt aan bod. Je weet wel, die jongeren die beter niet met het vliegtuig op reis zouden gaan, maar zoals vroeger hun bottines moeten strikken om op trektocht te gaan, die geen rommel moeten achterlaten op festivals en beter een boek zouden lezen in plaats van computerspelletjes te spelen. De klimaatjongeren zouden verdikke blij moeten zijn dat ze naar school mogen gaan, de grootouders van Berger konden dat niet eens.

Het stukje leest als de communicatiebijbel voor populisten. Het is gedrenkt in een heimatverlangen naar het goede, strenge leven van weleer waar eenieder in korte broek en met de dikke trui van de oudere broer vele kilometers door de bittere koude naar school marcheerde, terwijl de ouders stoflongen opdeden in de koolmijn. Waar klagen die verwende jongelui toch over?

Op Doorbraak passeren ook de usual suspects de revue of worden klimaatjongeren in anonieme ‘satirische’ stukjes geschoffeerd als zijnde psychiatrische patiënten met waanbeelden. Dat niveau wordt afgewisseld met pseudo-ernstige artikels, waaronder in september de befaamde brief van 500 klimaatsceptici die vragen het klimaatbeleid stop te zetten. Bij de 19 Belgische ondertekenaars, zo berichtte Knack, was er niet één klimaatwetenschapper, en publiceerden 6 onder hen voordien reeds klimaatsceptische stukken op Doorbraak.

KLIMAATOPLOSSING BEDREIGT BESTAANSREDEN VAN N-VA

Dat het Vlaams-nationalisme op z’n zachtst gezegd vijandig staat ten opzichte van de klimaatbeweging is duidelijk. Dat die vijandigheid doorsijpelt in de communicatie van de N-VA-top mag daarom niet verbazen. De waarschuwing van Ben Weyts aan de spijbelende jongeren is dus geen geïsoleerde uitspraak, maar past naadloos in de rij klimaatsceptische uitspraken zoals die van minister voor Omgeving, Zuhal Demir, die de ‘straatprotesten welletjes vindt. We hebben het nu wel begrepen’ of van Vlaams minister-president, Jan Jambon (N-VA), die het onlangs had over klimaathysterie. Hij echode daarmee de uitspraken van de populisten van de Ware Finnen. Die doen vandaag niet aan biefstukkennationalisme zoals N-VA, maar aan worstennationalisme. Want klimaatbeleid zal de ‘worst uit de mond van de arbeider halen’. Het is zelfs erger volgens de Ware Finnen. Ook katten en honden zullen worden getroffen door de klimaatjongeren, want de prijs van een blik honden- of katteneten zal met 20 tot 40% stijgen. ‘Wat ga je zeggen tegen die kleine jongen of dat kleine meisje dat in huilen zal uitbarsten als mama en papa vertellen dat ze dat niet meer kunnen betalen?’ Minister voor Dierenwelzijn, Ben Weyts, is gewaarschuwd.

Dat Vlaams-nationalisten en nationalisten in het algemeen, zo vlot meegaan in het populistische discours over het klimaat heeft er uiteraard mee te maken dat hun bestaansreden zelf bedreigd wordt door de klimaatproblematiek. Die is per definitie globaal én kan enkel door supra- of postnationale instellingen aangepakt worden. Het adagium ‘wat we zelf doen, doen we beter’ klinkt dan als de uitspraak van een keizer zonder kleren. Dat geven Vlaams-nationalisten ook volmondig toe. De impact van een Vlaams klimaatbeleid is op wereldschaal verwaarloosbaar, luidt het argument. Dat klopt, maar dat geldt ook voor de strijd tegen fraude, criminaliteit, terrorisme, of voor een duurzaam migratiebeleid… afijn voor zowat elk beleidsdomein met een grensoverschrijdende impact.

De klimaatjongeren hebben begrepen dat in een geglobaliseerde wereld de solidariteit buiten de grenzen van de natiestaat moet treden om de grote uitdagingen te kunnen aanpakken. Taal- en cultuurverschillen worden overbrugd met het oog op het algemeen belang. Zelfs op Belgisch niveau slagen de Vlaamse Anuna De Wever en de Waalse Adelaïde Charlier er probleemloos in een coalitie te vormen op hetzelfde moment dat Belgische partijen zich met het mes tussen de tanden naar de onderhandelingstafel slepen. Dat is allemaal heel erg vervelend voor een partij die teert op exclusie van wie de Vlaamse identiteit niet ten volle omarmt.

COMPLEXITEIT GEEN EXCUUS

Zoals wel vaker, plugt rechts-populisme en nationalisme in op terechte zorgen en bekommernissen van een grote groep burgers. De klimaatcrisis is een ongeziene uitdaging waarvoor veel, maar lang niet alle oplossingen beschikbaar zijn. Maar iedereen die de problematiek kent, weet dat de transitie naar een koolstofneutrale economie een titanenwerk zal zijn dat bovendien een pak geld zal kosten. Het vergt bovendien een langetermijnplanning, waar politici die dat proces in gang zetten, wellicht nooit zelf electoraal van kunnen profiteren.

George Lakoff vertelt dat met die langetermijnstrategie nog een tweede probleem opduikt, namelijk dat de taal nauwelijks in staat is om die op eenvoudige manier over te brengen. Het politieke discours heeft het makkelijk met ‘directe oorzakelijkheid’, namelijk maatregelen of gebeurtenissen die een direct aantoonbaar effect hebben. Maar taal heeft het veel moeilijker met wat hij ‘systemische oorzakelijkheid’ noemt, omdat dat zo complex is dat het niet te vatten is in enkele zinnen. Om het eenvoudig te stellen: je krijgt het gewoon niet uitgelegd. Klimaatsceptici gebruiken daarom vaak directe oorzakelijkheid als ze het over klimaat hebben, bijvoorbeeld als ze tijdens een barre winterprik opmerken dat het toch wel heel erg koud is om van klimaatopwarming te kunnen spreken.

Maar de complexiteit van de dynamiek van klimaatverandering is geen reden voor verantwoordelijke politici om de kop in het zand te steken, zelfs niet als de oplossing een titanenwerk is dat handenvol geld zal kosten. Immers, niets doen zal een groter titanenwerk opleveren én bovendien méér kosten. De uitdaging vandaag, ook voor N-VA, is om de aanpak van de klimaatcrisis niet enkel georganiseerd te krijgen, maar vooral om er voor te zorgen dat die transitie rechtvaardig gebeurt en dat gewone burgers nooit de dupe zullen worden van de noodzakelijke maatregelen. Elk klimaatbeleid dat enige kans op succes wil hebben, zal moeten starten met een stevig sociaal beleid en – om het betaalbaar te maken – met eerlijke belastingen, ook en vooral voor multinationals en de superrijken. Als dat links klinkt, so be it.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit SAMPOL

October 25, 2019 at 6:23 pm Leave a comment

Requiem voor homo sapiens

Door Gie van den Berghe

De openingszin van De onbewoonbare aarde liegt er niet om: ‘Het is erger dan je denkt, veel erger’. Ook de titels van de hoofdstukken laten weinig aan de verbeelding over: hittesterfte, honger, verdrinking, natuurbranden, onnatuurlijke natuurrampen, slinkende zoetwatervoorraden, stervende oceanen, ongezonde lucht, opwarmingsplagen, economische ineenstorting. Kettingreacties die elkaar aanzwengelen. David Wallace-Wells, milieu- en wetenschapsjournalist bij het New York magazine, beschrijft en documenteert deze door de mens veroorzaakte rampen op overtuigende wijze.

Eunice Foote

Het is een verpletterend verhaal over de toekomst die ons te wachten staat als we niet razend snel, hier en nu, drastische maatregelen nemen, onze welvaart serieus terugschroeven. Daar wil niemand aan. De onhoudbaarheid van de situatie zal vermoedelijk pas ten volle doordringen als er niet meer aan te ontkomen valt. Dat omslagpunt is volgens nogal wat klimaatwetenschappers al bereikt of in elk geval vlakbij. The sky is nogal letterlijk the limit geworden. We zullen het geweten hebben. In 1856 – u leest het goed – al publiceerde de Amerikaanse wetenschapster Eunice Foote de resultaten van haar experimenteel onderzoek waaruit bleek dat koolstofdioxide een broeikasgas is en dat bij toename ervan het klimaat steeds verder opwarmt. Dichter bij ons, in 1972, maakte het rapport van de Club van Rome duidelijk dat er grenzen aan de groei zijn. Economie, industrie, wereldbevolking en voedselproductie kunnen niet eindeloos groeien. We konden niet blijven doen alsof er geen vuiltje aan de lucht was, wereldwijde actie was geboden. Twintig jaar later maakte een vervolgonderzoek duidelijk dat De grenzen voorbij waren. Te weinig politici en mensen hadden en hebben oren naar de ongemakkelijke waarheid (An Inconvenient Truth, 2006).

Al Gore, An Inconvenient Truth

Na het in 1992 als beslissend bedoelde klimaatverdrag van de Verenigde Naties nam de uitstoot van koolstofdioxide alleen maar versneld toe. In volle bewustzijn hebben we in minder dan drie decennia ‘net zo veel ellende aangericht’ als toen we ‘nog in onwetendheid verkeerden’. In het vrij bescheiden Akkoord van Parijs (2015) spraken veel landen af de temperatuurstijging ruim onder de 2°C (t.o.v. de temperatuur vóór de industrialisatie,) liefst onder de 1,5°C te houden. Enkele weken later overschreed de CO2 concentratie in de atmosfeer een rode lijn die nooit gehaald had mogen worden. Vier jaar later zit niet één land op schema. Het smelttempo van Antarctica is ondertussen verdrievoudigd.

Twee graden opwarming lijkt nu het ‘beste waarop we kunnen hopen’ maar vrijwel zeker niet haalbaar. Een opwarming met twee graden in plaats van anderhalve graad zal aan miljoenen mensen het leven kosten. Honderdvijftig miljoen alleen al door de luchtvervuiling. Vijfentwintig keer het aantal slachtoffers van de Endlösung, de jodenuitroeiing door de nazi’s. Willen we dit voorkomen dan moet niet alleen de CO2 -uitstoot aanzienlijk verminderen, maar moeten er veel meer bossen komen en technologieën die broeikasgassen uit de atmosfeer halen. De plannen hiervoor zijn niet verder gevorderd dan de tekentafel en financieel niet haalbaar.

Onheil

De door de mensheid veroorzaakte ‘natuur’ramp is niet meer op mensenmaat. Het blijft Jobstijdingen regenen. De Earth Overshoot Day, de dag in een kalenderjaar waarop de mensheid meer bronnen heeft geconsumeerd dan ze produceren kan, viel in 1993 op 12 oktober, in 2018 op 1 augustus en in 2019 op 29 juli.

Een greep uit de onheilstijdingen voor de maand augustus. Grote delen van het Amazonewoud worden in brand gestoken. Indonesië geeft zijn vervuilde en zinkende hoofdstad Jakarta op en zal een nieuwe bouwen op het veiliger Borneo. Honderden steenrijke toeristen maken op een Russische nucleaire ijsbreker een luxe cruise door het Noordpoolgebied. In west-Siberië vertrekt een drijvende kerncentrale voor een tocht van vijfduizend kilometer door die regio om de olie-ontginning in oost-Siberië van energie te voorzien. In Noordpoolsneeuw en -ijs zitten microplastics. Die minuscule deeltjes zijn er aangewaaid. Plastic zit dus niet alleen in zeedieren, voedsel en drinkwater, we ademen het in. Vanaf september 2019 zal de VS de Endangered Species Act (1973) minder streng toepassen en economische overwegingen (mijnbouw, bosontginning…) zullen mee bepalen of een diersoort bescherming ‘verdient’.

De ontginning van het Noordpoolgebied, waar door de klimaatopwarming het eeuwenoud ijs en de permafrost smelten, gaat steeds sneller. Binnen de noordpoolcirkel zit veel olie en gas (naar schatting 13 en 30% van de wereldvoorraad), vraag is alleen wanneer het economisch rendabel wordt om het te ontginnen. Van een verbod om dat te doen, kwestie van de kwetsbare natuur van het poolgebied te beschermen, is geen sprake. Groenland delft grondstoffen, Canada heeft interesse, grootmachten als de VS, Rusland en China (dat zichzelf voor de gelegenheid een ‘near Arctic state’ noemt) zijn wakker geschoten. Trump wil Groenland kopen. Er wordt volop gespeculeerd over noordelijke, kortere zeeroutes. Al zijn die voorlopig nog niet goed te gebruiken, China en Rusland weigeren nu al om ze als internationale vaarroutes te beschouwen. De Noordpool is voor Rusland een topprioriteit geworden, zowel economisch als militair.

Begin augustus liet het klimaatbureau van de VN er geen twijfel over bestaan dat als men de opwarming enigszins binnen de perken wil houden niet alleen de uitstoot van industrie en verkeer moet worden beperkt maar ook het gebruik van land, voedselproductie en consumptie ingrijpend moet veranderen. Een kwart van het door mensen gebruikt land is waardeloos geworden door kunstmest, chemicaliën, droogte, intensieve regenval, bebouwing en asfaltering. Door ontbossing, massale drooglegging van veengebieden en verstedelijking verdwijnen tevens de natuurlijke landprocessen die onze uitstoot voor een derde absorbeerden. Bij het kappen en droogleggen komen miljoenen tonnen koolstofdioxide vrij. Bodems stoten tegenwoordig CO2 uit in plaats van die op te nemen. Als we niet op staande voet duurzamer omspringen met land en voedsel komt de voedselvoorziening in het gedrang, zeker met de exponentiële toename van de wereldbevolking. Arme landen in Afrika, Azië, Latijns Amerika en de Cariben zullen het eerst en het zwaarst getroffen worden. Landen die het minst uitstoten en eeuwenlang geplunderd werden door het zich verrijkend Westen. Landen waar overleven een dagtaak is. Meer dan 10% van de wereldbevolking is ondervoed. De migratiestromen zullen onbeheersbaar worden en de rijke landen zullen Fort Europa steeds hoger optrekken.

De morele onaanvaardbaarheid, de onmenselijkheid van dit egocentrisme ontgaat ons, in beslag genomen als we zijn door eigen volk, welvaart, geïnfantiliseerde televisieprogramma’s en de consumptie van wat bij gebrek aan intelligentie smart wordt genoemd. En is een mensenleven niet veel te kort en te druk? Je moet toch zorgen voor het dagelijks vlees, eigen bloedjes en kleinkinderen? Hoe kun je je dan nog bekommeren om mensen aan het ‘andere eind’ van de wereld en achterachterkleinkinderen die je nooit zult zien?

Moreel verwerpelijk

In een noot achterin stelt Wallace-Wells dat wie zich niet inzet tegen de klimaatcrisis moreel verwerpelijk is. Een straffe uitspraak. Elders vraagt hij zich even af of het ‘in dit klimaat moreel verantwoord is om kinderen te krijgen, of we dat de planeet en, misschien wel belangrijker, de kinderen wel kunnen aandoen’. Toch is hij tijdens het schrijven van dit boek vader geworden, in volle besef dat er klimaatrampen zitten aan te komen die ook zijn kind zullen treffen. Geen probleem, die gruwel staat nog niet vast. En wie weet, misschien loopt het goed af. Stel je niet in ‘op een treurige toekomst die is veroorzaakt door anderen die zich minder druk maken over klimaatleed’. Anderen, hij niet, maar elders in het boek schrijft hij dat hij tonnen eten weggooit, zo goed als nooit afval sorteert en de airco altijd laat aanstaan.

Wallace-Wells vindt dat westerlingen ook niet moeten gaan leven als de armen in de wereld. Minder rundvlees eten, meer elektrisch rijden en minder vliegen – volgens hem haalt het allemaal niets uit. In het minst slechte geval recycleren we het afval dat we als consument produceren. Erger nog: onze door schaamte en nieuwe deugdzaamheid ingegeven milieubewuste acties sussen het geweten, wiegen ons in slaap. Uitgesloten is dat niet. De rekken in warenhuizen liggen niet alleen vol in plastic verpakt vlees maar ook met vega- en bio-alternatieven. Er werd een bijkomende markt aangeboord. Alles blijft bij hetzelfde, alleen uitgebreid. Met zijn allen de e-fiets op, maar waar komen die elektriciteit, lithium en kobalt voor de batterijen vandaan, in welke mensonterende omstandigheden worden die gewonnen en waar zullen we alles blijven halen?

Denk ook aan onze voortplanting. Wallace-Wells besteedt genoeg aandacht aan de bevolkingsgroei om te weten dat de aarde er nog onbewoonbaarder door wordt. Zestig jaar geleden leerde ik op school dat er 3,5 miljard mensen leefden, nu is dat meer dan het dubbele. Zeven miljard toen Wallace-Wells zijn boek schreef, 7,7 miljard toen ik het negen maanden later besprak – de tijd van een zwangerschap. Homo sapiens verspreidt zich als een schimmel over de aardkorst.

Wallace-Wells voert niet één argument aan om nog een consument en potentiële ouder toe te voegen aan de zieltogende wereld. Hij verwijst alleen naar een artikel in Jacobin Magazine (1) dat zeer overtuigend zou aantonen dat kinderen maken geen probleem is. Maar in dit artikel wordt alleen gefulmineerd tegen de tendens zwangerschap uit te stellen tot je als vrouw carrière hebt gemaakt. Wetens en willens een kind verwekken in het rijke deel van de wereld in plaats van een kind uit het arme deel adopteren, vind ik moreel verwerpelijk.

Optimist tot in de kist

Wallace-Wells blijft optimistisch, al zegt hij te weten dat klimaatoptimisten nog nooit gelijk hebben gekregen. ‘Als mensen verantwoordelijk zijn voor het probleem,’ schrijft hij, ‘moeten ze ook in staat zijn om het op te lossen’. Helaas volgt het één niet logisch uit het andere – denk aan geboorte, moord of genocide.

David Wallace-Wells

Individuele levensstijlkeuzes leveren volgens hem niets op (het vermenigvuldigingseffect laat hij buiten beschouwing). Ze werken alleen door als er een politieke omslag komt waardoor een alternatieve levensstijl op grote schaal wordt doorgevoerd. Maar geef de hoop niet op, gooi de handdoek niet in de ring. Engageer je, ga stemmen, zet de politiek onder druk!

Te oordelen naar ons consumptie- en stemgedrag en de – gezien de dringendheid – vrij lachwekkende maatregelen van de overheid valt daar niet veel van te verwachten. Politici weten maar al te goed dat we op middellange termijn afstevenen op een milieuramp, maar ze zijn zozeer gekneveld door alles overheersende economische belangen op kortere termijn, zo afhankelijk van elkaar en andere naties, zo verlamd door verkiezingsresultaten, dat ze niets drastischer durven en kunnen ondernemen dan even het podium delen met klimaatspijbelaars. Wij kiezers zijn al even kortzichtig. In Australië werd onder druk van de straat een efficiënte belasting op CO2 afgeschaft en moest de milieubewuste premier, die de akkoorden van Parijs wou uitvoeren, aftreden. Ook in 2018 stemden de kiezers van de staat Washington een CO2 -belasting weg en in Frankrijk kwamen mensen massaal op straat om een belasting op benzine tegen te houden.

Wallace-Wells stelt ook niet één concreet, laat staan doeltreffend actiemiddel voor. Zeker, dat is niet het onderwerp van zijn boek maar als je zo optimistisch bent als hij en alles van actie verwacht, blijf je als lezer toch op je honger zitten.

Moreel verantwoord

Na lectuur van dit ontstellend boek en behoorlijk wat artikels en rapporten zie ik geen reden meer tot hoop. Maar natuurlijk zal ik, ondanks Wallace-Wells’ pessimisme op dit vlak, kritisch blijven stemmen en me blijven inspannen om mijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden. Maar, vraag ik me af, is het gezien de onontkoombaarheid van de ondergang van miljarden mensen, niet veel belangrijker ervoor te zorgen dat wie nu leeft dat op een menswaardiger manier kan? Is mensen helpen die hier en nu ternauwernood overleven niet veel dringender, haalbaarder, menselijker en logischer?

Hebben onze voorvaderen niet massaal goud en zilver, oogsten en mensen geroofd uit de continenten die zovelen nu ontvluchten? Komen migranten niet naar hier omdat wij daar waren? Is de hedendaagse migratie geen vreselijk achterblijvertje van ons kolonialisme? Waarom verplichten welvarende landen er zich niet toe om migranten op te nemen in verhouding tot hun uitstoot en de rijkdommen die ze uit de kolonies hebben gestolen? Waarom geen koolstoftaks opleggen waarvan de opbrengst naar de arme landen gaat? Waarom schreeuwt men moord en brand als derdewereldlanden op hun beurtoerbossen plat branden? Kun je het ontwikkelingslanden kwalijk nemen dat ze de welvaart nastreven die wij op hun kosten vergaard hebben? De vragen stellen, is ze beantwoorden.

31 augustus 2019

David Wallace-Wells –The Uninhabitable Earth. A story of the future,Allen Lane, 2019

– De onbewoonbare aarde,Amsterdam, De Bezige Bij, 2019

  1. Meer over “kinderen krijgen:”
    Overall, Christine – ‘Think before you breed‘, in Catapano, Peter & Critchley, Simon – Modern Ethics in 77 Arguments, New York / London, Liferight (Norton & Company), 2017, p. 351-355
    Singer, Peter – ‘Should this be the last generation?‘, Ethics in the real world. 82 Brief essays on things that matter, New Jersey, Princeton, 2016, p. 30-34

September 6, 2019 at 10:34 am Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,637 other followers