Posts filed under ‘Latijns Amerika’

PRIVACY BESTAAT NIET MEER

snoops

door Tom Ronse

Europese politici staan op hun achterste poten nu blijkt dat ook hun privé-gesprekken beluisterd worden door het Grote Oor in Amerika. De New York Times vindt hun verontwaardiging wat overdreven. Alle landen bespionneren elkaar nu eenmaal, zo suste haar editoriaal gisteren. Dat zal wel kloppen maar de omvang van de Amerikaanse afluister-operatie is wel redelijk verbijsterend.  Verbijsterend ook is het vermogen van computerprogramma’s om uit al die miljarden telefoongesprekken, emails, sms’en, facebook-pagina’s,tweets, bloggen etc, bruikbare informatie te puren. Al weten we natuurlijk niet in hoeverre dat het geval is. Hoe die data verwerkt worden is nog steeds een geheim. Maar dank zij de onthullingen van de laatste weken weten we nu toch iets meer over de omvang van de Amerikaanse afluisterpraktijken dan over die van hun Europese, Russische, Chinese en andere collega’s.

Een ding is zeker: Privacy bestaat niet meer. Je kunt niet meer op het internet gaan zonder dat ergens geregistreerd wordt welke websites je bezoekt. Privé-bedrijven zowel als de staat houden je in de gaten.  Je kunt er niet meer van uitgaan dat niemand meeluistert of meeleest als je telefoneert, sms’t of emailt. Je kunt niet meer vluchten in de anonimiteit van de massa. Overal hangen er camera’s. De nieuwste versies die op strategische plaatsen in de Amerikaanse grootsteden geinstalleerd werden, hebben een scherpte van  2100 megapixels. Klik op onderstaande link om te zien wat dat betekent.  Het betreft een foto met zo’n camera genomen van een menigte van duizenden hockey-fans in de Canadese stad Vancouver. Door in te zoomen kun je elk gezicht in die enorme massa herkenbaar maken.

http://www.gigapixel.com/image/gigapan-canucks-g7.html

Dat is geruststellend voor wie niet twijfelt aan de goede bedoelingen van de democratisch verkozen regeerders. En wie kan er twijfelen aan de goede bedoelingen van iemand zo sympathiek als Barack Obama? Hij had de zoon kunnen zijn van Sint-Mandela.

spiegel  

“I welcome the debate”, zei Obama toen Snowden uit de biecht had geklapt.  Was dat ‘newspeak’?  Zijn welkom strekte zich in elk geval niet uit tot de man die dat debat had mogelijk gemaakt. Klokkenluider Snowden moet zich intussen wel opgejaagd wild voelen. Geen enkel land durft hem asiel geven uit schrik voor represailles van Amerika, de bullebak van de internationale speelplaats.  Zelfs Frankrijk dierf het vliegtuig van de Boliviaanse president Morales geen toestemming geven om over haar grondgebied naar huis te vliegen, omdat iemand vermoedde dat Snowden aan boord kon zijn.

Dat Obama geen schrik heeft van ‘the debate’ is niet verwonderlijk want dat debat wordt niet gevoerd in Amerika. Toch niet in het Congres of de massamedia. Wie verwachtte dat links –voor zover dat bestaat in het Congres of de massamedia- in een gloeiende koleire zou schieten, kwam bedrogen uit.  Zoals de Amerikaanse politici en journalisten vroeger bang waren om als “soft on communism” te worden afgeschilderd, zijn ze nu bang om  “soft on terrorism”  te lijken. De hysterie rond het thema terrorisme overtroeft alle rationele argumenten.  Het geeft de staat een vrijbrief om in naam van de vrijheid gehakt te maken van de vrijheid.

De instandhouding van dat hysterisch klimaat danken we aan de massamedia. Hoe diep het intussen in het dagelijkse leven is doorgedrongen, ervaarden de Belgische diplomaat Tom Neijens en zijn vrouw Rosaline Remans toen ze op 8 juni gingen lunchen in de Metropolis Country Club in de NewYorkse suburb White Plains. De herrie begon toen Rosaline discreet haar baby Luka de borst gaf. Een manager van de restaurant kwam zeggen dat ze onmiddelijk moesten opkrassen, want het zicht stoorde de andere gasten. Toen het stel weigerde, werd de politie gebeld. Die daagde op met groot lawaai. De andere gasten moesten het restaurant verlaten, de deuren werden gegrendeld.  Met een hand op zijn revolver en de andere op zijn taser liet detective Scott Harding de verbijsterde Belgen weten dat ze ervan verdacht werden terroristen te zijn.  “Waarom zouden terroristen een baby de borst geven in een chique club?”, vroeg Neijens. “In Sri Lanka gebruiken terroristen baby’s”, wist Harding.  Pas toen Neijens zijn door het State Department uitgegeven diplomatenpas toonde (hij is eerste secretaris in de Belgische VN-missie), kalmeerde de politie. Wat de vraag doet rijzen hoe dit verhaal zou afgelopen zijn, als  Neijens geen diplomaat maar een student of een toerist zou geweest zijn.

Tom en Rosaline (toen nog zwanger) thuis in Harlem. Binnenkort verkast het stel naar Ethiopie

Tom en Rosaline (toen nog zwanger) thuis in Harlem. Binnenkort verkast het stel naar Ethiopie (foto: Mashid Mohadjerin)

“Big Brother”. De vergelijking met Orwells nachtmerrie wordt steeds vaker gemaakt. Leven we daar nu in? In zekere zin staan we dichter bij die andere beroemde dystopie, de “Brave New World” van Aldous Huxley. Orwells “1984” was vooral geinspireerd door het intussen grotendeels gediscrediteerde Stalinistisch model. Big Brother verborg niet dat hij je beloerde, hij liet het je voordurend voelen. Hij verborg de werkelijkheid door de informatie te beperken tot zijn eigen stem. In ‘Brave New World’ wordt de informatie niet beperkt. De werkelijkheid wordt er niet verborgen maar verdronken in een zee van onbenullig amusement. Zodat de burgers het niet erg vinden dat ze niet vrij zijn. Ze merken het niet eens.

Dat klinkt al wat realistischer dan Orwells visioen. Het grootste verschil tussen ‘Brave New World’ en de wereld vandaag is dat de eerste, hoe afschuwelijk ook, een harmonieuze maatschappij is, zonder knelpunten die conflicten teweeg brengen. Wat van onze wereld niet gezegd kan worden. Gelukkig blijken er limieten te zijn aan de mate waarin amusement ons kan verdoven, ongevoelig maken voor de werkelijkheid. Daarom was het hartversterkend om massaal protest te zien in een voetbalgek land als Brazilië, net toen daar een groot tornooi doorging. De massa maakte het duidelijk dat de prioriteiten van de regerende linkse Arbeiderspartij niet de hare zijn. En die van de rechtse oppositie evenmin.

En als de massa’s in beweging komen, dan komt de Orwelliaanse kant van de maatschappij meer naar boven. Dan wordt de informatie beperkt, dan worden de “social media’ die als communicatiekanalen worden gebruikt aan banden gelegd, dan worden activisten vervolgd met behulp van die superscherpe camera’s. Vraag het maar aan de Turkse jongens en meisjes die nu de terreur ondergaan van Erdogans totalitaire democratie.

Het hoofdkwartier van de NSA, in een suburb van Washington. De NSA telt ruim 30 000 personeelsleden en is slechts een van de vele Amerikaanse spionnagediensten.

Het hoofdkwartier van de NSA, in een suburb van Washington. De NSA telt ruim 30 000 personeelsleden en is slechts een van de vele Amerikaanse spionnagediensten.

July 4, 2013 at 8:33 am 1 comment

HOE PROGRESSIEF WAS CHAVEZ?

Treuren over Chavez

Treuren over Chavez

Omstreden was hij zeker. Velen hebben gehuild toen Hugo Chavez vorige week aan kanker bezweek, anderen hebben gejuicht.  Het gejuich kwam van rechts, de tranen van links. Niet alleen in Venezuela zelf maar ook in de rest van Latijns Amerika en daarbuiten werd de autokratische president door vele linksen aanzien als een boegbeeld van de progressieve beweging, de voortrekker van “het socialisme van de 21ste eeuw”. Ten onrechte, zegt Venezuela-watcher Sergio Lopez . Onder Chavez kreeg Venezuela volgens hem een nieuwe toplaag, de ‘Boli-bourgeoisie’ (Boli staat voor ‘Bolivariaans’, zoals  Chavez zijn beweging noemde) maar bleven de levensomstandigheden van de meerderheid van de Venezolanen ellendig. Met socialisme heeft het regime dat Chavez tot stand bracht volgens Lopez niets te maken. “Kleptokratie is een juistere omschrijving”.

Een gesprek.

chavistas

LOPEZ:  Weet je wat een piñata is? Het is het hoogtepunt van verjaardagsfeestjes voor kinderen in Venezuela.  Een bontgekleurde papieren container  bengelt aan een touw en de kinderen mogen er om beurt met een stok op slaan tot hij scheurt en de inhoud –snoep, speelgoed- eruit rolt.  Alle kinderen grabbelen dan wat ze kunnen. Het spreekt van zelf dat sterke, grotere kinderen meer buit maken dan de kleintjes. Wat die laatsten bemachtigen hangt af van hoeveel er in de piñata zit, hoeveel kinderen er zijn, hoeveel lef ze hebben. Als volwassenen niet zouden tussenkomen, zouden verschillenden met lege handen naar huis gaan.

De piñata van Venezuela is de olie. Sinds de jaren 1920 is olie het voornaamste exportproduct van het land.  Sindsdien domineert olie haar economisch, politiek en sociaal leven. Olie levert 85%  van de exportwaarde op en 60% van de staatsinkomsten maar stelt slechts 1% van de bevolking te werk. Ze financiert dus de staat met een geldbron die grotendeels onafhankelijk is van de rest van de economie. Het gevecht over die piñata is waar de Venezolaanse politiek over gaat. Het legt uit waarom ‘anti-imperialisme’ al vroeg een centraal thema werd. Venezuela nationaliseerde de olie-industrie in 1975 en was een medestichter  en voorvechter van OPEC. Het legt ook uit waarom corruptie zo wijdverspreid is en elke regime-wisseling overleeft.  Controle over de staat  en alle machtsrelaties die daar uit voortvloeien, bepalen hoe de piñata wordt verdeeld.  Het verklaart verder waarom Venezuela zo snel ge-urbaniseerd is:  slechts 15% van de bevolking woont buiten de steden. Het platteland ontvolkte, de landbouw boerde achteruit, omdat iedereen in de stad een stukje van de piñata wou grabbelen.  De fluctuaties van de olieprijs maken de piñata groter of kleiner.  Als hij scherp stijgt, zoals in de jaren 1970 en vanaf  2003 , dan geraakt de hele maatschappij in een soort trance. De rijken zien de kans schoon om nog rijker te worden, de middenklasse ziet het moment gekomen om hoger op de sociale ladder te klimmen en al de rest hoopt dat de staat hen uit hun dagelijkse ellende zal verlossen. De staat creeert kanalen om de piñata te verdelen die tegelijk de armoede verlichten en een nieuwe laag van nouveau riches doet ontstaan. Als de olieprijs stagneert of daalt, zorgen de rijken en machtigen ervoor dat hun deel van de piñata niet vermindert maar de armen vallen uit de boot.  De daling van de olieprijs in de jaren ’80  maakte hun erbarmelijke levensomstandigheden nog  ellendiger. Dat leidde in 1989 tot een opstand van de armen in Caracas, de zogenaamde Caracazo.  Massale plunderingen, aanvallen op huizen van rijken. Pas na drie dagen kon het leger de opstand onderdrukken. Daarbij vielen er volgens officiele cijfers 300 doden, volgens onafhankelijke schattingen tien keer meer. Het leger hield er een zware kater aan over. Dat opende de deur voor Chavez. In 1992 ondernam hij een staatsgreep. Die mislukte en hij verdween van het toneel. Maar niet voor lang. De olieprijs bleef dalen, de armoede en onvrede stegen. In 1998 won Chavez de verkiezingen.  Wat daarna volgde was een nieuwe ronde in de strijd over de piñata. Chavez had het geluk dat de olieprijs tijdens zijn 14-jarig bewind voortdurend steeg. Bij zijn dood was die ruim tien keer hoger dan toen hij aan de macht kwam.  Een deel van die meerwinst ging naar een verhoging van sociale uitgaven om de sociale onrust in te dijken, een ander ging naar de verrijking van een nieuwe toplaag, de ‘Boli-bourgeoisie’. Dat laatste gebeurde ten koste van de bestaande toplaag, voor zover deze zich niet met Chavez allieerde. Dat establisment gaf zijn privileges niet zomaar uit handen. Door de verkiezingen te winnen had  ‘el commandante’ nog niet de hele staatsmacht veroverd. Die verovering was waar zijn beleid grotendeels over ging. Blikvangers waren onder meer de zuivering van het nationale oliebedrijf, de PDVSA, die als een staat in de staat opereerde, en de onderdrukking  van een staatsgreep die mislukte omdat het leger Chavez bleef steunen.  Niet verwonderlijk, als je ziet hoeveel generaals belangen hebben in bedrijven die mee-eten uit de staatsruif, de olie- piñata.  Zij zijn een deel van de boli-bourgeoisie.

de persoonlijkheidscultus is een essentiele ingredient van het Chavismo

de persoonlijkheidscultus is een essentiele ingredient van het Chavismo

Maar u geeft toe dat de armoede in Venezuela is verminderd onder Chavez.

LOPEZ:  In sommige aspecten. Maar de vraag is waarom ze nog altijd zo groot is, gezien de tienvoudige stijging van de olieprijs. Het is waar dat niemand van honger hoeft te sterven in Venezuela. Maar miljoenen leven in grote ellende in sloppenwijken. Een bijkomend probleem is dat de corruptie, waartoe het piñata-systeem uitnodigt, de criminaliteit in de hand werkt. Venezuela kampt met de hoogste  misdaadcijfers  van het hele subcontinent.  Chavez heeft wel een netwerk van meer dan 10 000 winkels opgezet waar de hoogst noodzakelijkheden zo’n 30 % minder kosten dan op de vrije markt. Die winkels doen denken aan die van de vroegere oostbloklanden: je vindt er rijst, pasta, bloem en conserven maar bijna nooit verse groenten, vlees of fruit; die moet je elders kopen aan prijzen die steeds sneller stijgen. Veertig procent van de bevolking leeft in armoede. Uit officiele cijfers blijkt dat de koopkracht van het modale gezin nog even laag is als toen Chavez in 1998 het roer in handen kreeg. Maar de koopkracht van de boli-bourgeoisie, die is wel fors gestegen. Dat blijkt uit de scherpe stijging van de invoer van dure wagens en andere luxe-producten. Intussen boert de landbouw door onder-investering achteruit. Hoewel het regime zegt naar “voedsel-souvereiniteit” te streven, moet Venezuela nu al meer dan de helft van zijn voedsel importeren, vooral uit Colombië en Brazilië.

Is de gezondheidszorg niet aanzienlijk verbeterd met de hulp van Cuba?

LOPEZ:  Cuba stuurde 20 000 dokters en verplegers en medicijnen, in ruil voor olie. Dat heeft inderdaad een verschil gemaakt, onder meer door een netwerk van centra voor preventieve gezondheidszorg op te zetten, ook op ver gelegen plaatsen. De Cubanen hebben goed werk gedaan maar er zijn ook problemen. Het nieuwe systeem en de bestaande medische sector werken slecht samen met soms chaotische gevolgen waarvan de patienten de dupe zijn. Ondanks de expansie  van de zorgverlening is de algemene gezondheidstoestand kritiek. Er zijn steeds meer gevallen van malaria, mazels en knokkelkoorts. Dat is onder meer te wijten aan de desastreuze staat van de afval-verwerking. Corruptie is de regel in die sector.  De beste gezondheidszorg is gedoemd om te mislukken als er in de arme wijken bergen vuilnis zijn waarin ratten, kakkerlakken en ander gespuis welig tieren.

Toch leek Chavez veel steun van het gewone volk te krijgen.

LOPEZ: Al die massa-organisaties die Chavez steunden hadden dit gemeen: geen enkele was van onderop gegroeid, ze werden allen in het leven geroepen door een dekreet van bovenaf. Ze kwamen in golven: eerst de “Bolivariaanse kringen’, dan een golf van locale comités die de buurten moesten organiseren, de regeringstrouwe vakbond UNT, de co-operatieven, de gemeentelijke ‘consejos’, de ‘missiones’ en de  eenheidspartij PSUV…ze dienen als kanalen om de piñata te verdelen en om staatspropaganda en de persoonlijkheidscultus van Chavez te verspreiden. Vooral de ‘missies’ werden opgezet als een parallele staatsstructuur, als instrumenten om de staatsbureaucratie en de economische oligarchie buiten spel te zetten. Een ander instrument daartoe waren de occasionele nationalisaties die in geen enkel opzicht het lot van de arbeiders in de betrokken bedrijven verbeterden.

Arbeidersprotest in Venezuela

Arbeidersprotest in Venezuela

Maar zijn die arbeiders er niet op vooruit gegaan?  Ze kregen medebeheer…

LOPEZ:  Maar die medebeheer-organen hebben geen enkele macht. Dat blijkt uit de frequente sociale conflicten in die zogezegd medebeheerde bedrijven. Als de arbeiders iets over het beheer van het bedrijf te zeggen zouden hebben, zouden ze niet hoeven te staken.Wie wel iets te zeggen heeft is de vakbond UNT. Op veel plaatsen controleert die de aanwervingen. Wie werk zoekt, moet aan de vakbond het equivalent van een maandloon betalen. Dat is vooral winstgevend in de oliesector, waar de vakbondsbureaucraten zo’n 1000 euro opstrijken voor elke persoon die ze aan een baan helpen.  Bijna elke dag zijn er protesten en stakingen in Venezuela, vaak meer dan 50 per dag.  Terwijl Chavez op het Wereld Sociaal Forum in Porto Alegre een radical speech gaf tegen het kapitalisme, ontruimde zijn politie de bezette Mitsubishi-Hyundai fabriek, waarbij twee arbeiders gedood werden en zes zwaar werden gewond. Neergemaaid omdat ze de uitbetaling van achterstallig loon en de vaste aanwerving van arbeiders zonder contract eisten. Chavez had hen zelf verwittigd. Arbeiders die het wagen om acties te ondernemen zoals het blokkeren van straten zullen leren hoe goed ons traangas is en daarna aangehouden worden, had hij enkele weken eerder verklaard. ‘En ik zal zelf elke bevelhebber die deze richtlijn niet uitvoert ontslaan’, zo had hij eraan toe gevoegd.

Ondanks die repressie blijven er conflicten uitbreken. Het toont hoe wanhopig velen zijn dat ze bereid zijn om zo’n grote risico’s te nemen. Stakingsposten worden beschoten vanuit voorbijrijdende auto’s. Stakingsleiders verdwijnen spoorloos. De gevangenisstraffen voor daden van sociaal verzet worden langer.  Voor het blokkeren van de openbare weg kan men voor meer dan een jaar worden opgesloten. Dat is erger dan het lijkt: het kan een doodstraf zijn. De Venezolaanse gevangenissen zijn de gevaarlijkste ter wereld. Elk jaar worden er gemiddeld zo’n 400 gedetineerden vermoord.

Welke toekomst gaat Venezuela tegemoet?

LOPEZ : Maduro, door Chavez aangeduid als zijn opvolger, zal wellicht moeiteloos de verkiezingen winnen. De desillusie in het Chavismo vertaalt zich niet in groeiende aanhang voor de oppositie; mensen herinneren zich dat het niet beter was toen zij het voor het zeggen had. De bedreiging voor Maduro is eerder dat er zich een machtsstrijd ontspint binnen het Bolivariaanse establishment. Zoals in een Mafia-familie na de dood van de peetvader. Maduro hult zich in de mantel van Chavez maar hij heeft niet het charisma en het gezag van ‘el commandante’. Het zal moeilijker voor hem zijn om de verschillende fracties van de boli-bourgeoisie bijeen te houden. En hij staat voor enorme problemen. De zelf-verrijking van de boli-bourgeoisie is er een hoofdoorzaak van. Venezuela kampt met een enorme staatsschuld, inflatie die uit de hand dreigt te lopen, onderinvestering in landbouw, in het electriciteitsnet, in bruggen, wegen en andere infrastructuur, wat de productiviteit ernstig ondermijnt. Men grabbelde wat de piñata vandaag opleverde zonder aan morgen te denken. De piñata werd er kleiner door: de olieproductie is met een kwart gedaald sedert Chavez aan de macht kwam, door onderinvestering en het ontwrichtend gevecht over de controle van de PDVSA [de oliemaatschappij].  Venezuela moet zelfs zo’n 200 000 tonnen olieproducten per dag importeren uit de VS omdat haar eigen raffinaderijen in zo’n belabberde staat zijn.

De stabiliteit van het post-Chavez-Chavisme hangt in grote mate af van de omvang van de piñata en dus van de evolutie van de olieprijs.  Een nieuwe recessie zou die doen dalen, dus de ‘socialisten van de 21ste eeuw’ kunnen maar hopen dat het globale kapitalisme goed zal draaien. Vooral dan de economie van Venezuela’s voornaamste klant, de VS. Een andere bedreiging op dat vlak is dat de Amerikaanse raffinaderijen in de golf [van Mexico] die Venezolaanse olie verwerken, via de geplande [maar omstreden] Keystone pijplijn Canadese olie kunnen krijgen. Dat zou de Venezolaanse positie ondergraven.  Ondanks alle anti-Amerikaanse rethoriek blijft het lot van Venezuela’s bourgeoisie, boli- of pre-boli, nauw verbonden met het ‘land van de duivel’. De armoede en social onrust  zijn zo groot dat een daling van de olieprijs  ontwrichtende gevolgen zou hebben.Venezuela is een kruitvat.”

 workers-and-students-protest-hugo-chavez-government_580867

Arbeidersprotest tegen de boli-bourgeoisie. Het bord zegt: Honger, armoede, ellende en militarisme nemen toe

Opgetekend door Tom Ronse

March 16, 2013 at 9:41 pm Leave a comment

KOMKOMMERTIJD?

Door Tom Ronse

Tijdens de olympische spelen besteedde de BBC de eerste helft van haar journaal aan het sportspektakel, zodat de rest van het wereldgebeuren in een kwartiertje moest worden afgehaspeld. Maar dat gaf niet want behalve in Syrie leek er weinig te gebeuren. Want het is komkommertijd nietwaar. Iedereen ligt op het strand…

Mij dunkt dat het enkel komkommertijd is omdat er ons zoveel niet getoond wordt. Maar intussen vreet de krisis verder en zetten bezuinigingen allerhande de armen en de werkende bevolking het mes op de keel.  Dat roept verzet op. Ook in de komkommertijd.  Maar het werd door de grote media niet of ondermaats gerapporteerd. In de plaats daarvan gaat de aandacht naar de grote rituele spektakels zoals de olympische spelen, de ronde van Frankrijk en de Amerikaanse verkiezingen. Nochtans spant het protest zich ook in om spectaculair te zijn. Dat blijkt uit onderstaande beelden van protestbewegingen van de laatste weken die u misschien ontgaan zijn. Klik erop om ze groter te zien.

In Spanje werd er in juli gestaakt en betoogd tegen de bezuinigingen door onder meer de mijnwerkers van Asturie en het personeel van de openbare diensten.  Er heerste een sfeer van woede maar ook radeloosheid. Is er een alternatief?

          

In Montreal, Canada werd ook in juli betoogd tegen de verduring van het hoger onderwijs en tegen de nieuwe wet van de provincie Quebec die het betogingsrecht inperkt.

In Mexico waren er massale betogingen tegen de (volgens links) frauduleuze kieszege van de kandidaat van de corrupte PRI.

   

Maar er waren ook andere manifestaties tegen bezuinigingen en politie-repressie. Hier enkele opmerkelijke manifestanten tegen de verjaging van straat-entertainers uit het centrum van Mexico-stad.

  

Ook in andere Latijns-Amerikaanse landen was er verzet tegen bezuinigingen zoals dit protest tegen de uitholling van de gezondheidszorg in Bogota, Colombie:

  

In Peru was het protest vooral gericht tegen een nieuwe goudmijn in Cajamarca. Het protest is zo fel omdat de Peruanen het al vaak ervaren hebben dat mijnbedrijven een enorme ecologische verwoesting aanrichten die de overlevingsmogelijkheden van de bevolking aanzienlijk reduceert. Dit protest versmolt snel met de looneisen van arbeiders in Lima. De nieuwe president blijkt intussen minder progressief en meer repressief dan hij tijdens de verkiezingscampagne leek. Tiens, waar hebben we dat nog gehoord?

In het Midden-Oosten is de Arabische lente nog niet uitgebloeid. Het conflict in Syrie sla ik over, al is verzet tegen een gangsterregime er deel van. Maar er is zo veel meer aan de hand, oorlogstokerij langs diverse kanten. Syrie is een inter-imperialistisch conflict, en zoals het Afrikaans spreekwoord zegt, als olifanten vechten, wordt het gras vertrappeld. Het gras in casu zijn de mensen die in Aleppo, Holms, de rand van Damascus en andere steden wonen. Een van beide kampen zal winnen en intussen zal er veel gras vertrappeld worden.

In Egypte moest het leger zijn pogingen om alle macht in handen te houden opgeven. Ook de nieuwe president moet op zijn tellen letten. In landen als Bahrein en Jemen wordt er nog om de haverklap gedemonstreerd voor meer vrijheid.

  

In Israel werd er, een jaar na de massale betogingen tegen de levensduurte, opnieuw betoogd tegen de bezuinigingen van de regering. De betoger in deze foto (Tel Aviv, 15 juli) heeft zijn gezicht in verband gewikkeld uit solidariteit met  Moshe Silman, een betoger die zich de vorige dag in brand had gestoken. Zijn bord zegt “Bibi, je hebt ons ook verbrand”. (Bibi is de bijnaam van de premier)

Ook in het verre oosten neemt de opstandigheid toe. De spanning stijgt in India waar harde stakingen plaatsgrepen en een brede beweging tegen de corruptie op gang kwam. De sociale onrust groeide ook in Bangla Desh en de Filippijnen.

In China is de geest uit de fles sinds de stakingsgolf in 2010. De werkende bevolking is er  steeds minder bereid om extreem lage lonen en moordende vervuiling te slikken. Dat leidt tot voortdurende conflicten.  Het meest recente greep eind juli plaats in Qi Dong, een havenstad bij Shanghai. Betogers veroverden er overheidsgebouwen en dreven de politie terug. Ze protesteerden tegen de geplande bouw van een zwaar vervuilende afval-verwerkingsfabriek. De plannen werden geschrapt.  Soortgelijk protest dwong de autoriteiten om de bouw van een koperraffinaderij in Shifang en een petrochemische fabriek in Dalian af te gelasten.

  

In Rusland werd betoogd tegen een nieuwe wet die het betogingsrecht beknot (zie Quebec).

Op het bord: ‘Uw boetes kunnen me niet stoppen’.

En ook tegen de vervolging van Pussy Riot, vanwege hun anti-Putin song in de kathedraal.

(Waar is dat vierde meisje gebleven?)

De dames kregen vrijdag twee jaar strafkolonie. Putin zei dat hij liever een mildere straf had gezien maar dat de gerechtelijke macht nu eenmaal onafhankelijk is in Rusland. Zoals die eerdere Russische dictator, vadertje Stalin, is hij niet vies van een cynische grapje.

In Zuid-Afrika wordt het gros van de bevolking nog armer en zijn hongerlonen nog steeds de regel. Het protest en de stakingen nemen toe. Vorige donderdag opende de politie een spervuur op stakende mijnwerkers in Marikana. Minstens 40 mijnwerkers werden door de politie vermoord. Het was even mensonterend als de ergste incidenten tijdens het Apartheid-regime. Maar nu was de politiechef zwart. De voornaamste vakbond, de NUM, geaffilieerd met de ANC, steunde de politie want de NUM had geen toestemming gegeven voor de staking. President Zuma was natuurlijk “shocked and saddened” maar ook hij verweet de politie niets.

De slachtpartij was niet zonder precedent. Eerder al werden sinds 2000 minstens 25 mensen gedood door de politie tijdens protesten. Actieleiders werden gefolterd en vermoord. Bewegingen zoals de Landless People’s Movement en de Unemployed People’s Movement, werden aangevallen door gewapende huurlingen van de ANC. Armen werden opgehitst om elkaar aan te vallen op basis van ethnische verschillen. Verdeel en heers. Er is een oorlog aan de gang tegen de armen, tegen de werkende bevolking, in Zuid-Afrika en de rest van de wereld.

Deze schandalige slachtpartij illustreert waarom we ‘een maatschappij gebaseerd op de bevrediging van menselijke noden in plaats van op winst’ onze minimumeis moet zijn. Zuid-Afrika’s racistisch Apartheidsregime werd beeindigd en de ANC werd democratisch verkozen om het land te leiden. Maar fundamenteel veranderde er niets. Winst dicteert nog steeds wat er gebeurt en niet gebeurt in Zuid-Afrika, waar minstens de helft van de bevolking onder 34 jaar oud werkloos is en miljoenen aan voedseltekort lijden. Intussen maken de mijnen en andere bedrijven er nog steeds forse winsten dank zij de extreem lage lonen en besteedde de regering er vele miljarden aan bewapening en aan het voetbalspektakel van twee jaar geleden dat Zuid-Arika aantrekkelijk moest maken voor investeerders.

Natuurlijk moeten we ons verzetten tegen racisme and ‘echte democratie’, als die macht geeft aan de machtelozen, is een waardevol doel. Maar dat gaat niet diep genoeg. Zolang winststreven de maatschappij structureert zal de oorlog tegen de armen, tegen de werkende bevolking, tegen de menselijke waardigheid, voortgaan en intensifieren. Hopelijk het verzet ertegen ook.

August 20, 2012 at 5:13 am 1 comment

RATZINGER IN MEXICO

Joseph Ratzinger – ook bekend onder zijn artiestennaam Benedictus XVI – was vorig weekend in Mexico (op weg naar Cuba). Het was het eerste bezoek van deze paus aan dat land, en slechts het tweede aan Latijns Amerika. Opvallend was dat Benedictus een wijde bocht maakte om de hoofdstad Mexico, nochtans een beroemd bedevaartsoord en het belangrijkste katholieke centrum van het land. Officieel heette het dat de 84-jarige Ratzinger de smog en de vervuiling van de miljoenenstad niet kon hebben. De werkelijke reden is complexer en van politieke aard, zegt journalist Paul Imison.

Reisdoel als politiek statement

In plaats van Mexico stad koos Ratzinger de staat Guanajuato als reisdoel – een conservatieve staat waar de huidige rechtse president Felipe Calderón op een grote aanhang kan rekenen. Mexico-stad daarentegen is een bolwerk van links, waar de Democratisch Revolutionaire Partij aan de macht is.  Het is de enige regio in het land waar homohuwelijk en abortus gelegaliseerd zijn.

In Guanajuato betreurde Ratzinger de kwalen die het land teisteren: “geweld, corruptie en gebrek aan moraal,”  maar hij zweeg over de oorzaken: de schreeuwende sociale ongelijkheid en de onstilbare honger naar drugs ten Noorden van de grens met de VS. De laataste vijf jaar  zijn meer dan 50000 doden gevallen in de drugsoorlogen en het aantal slachtoffers is drastisch toegenomen sinds de huidige superkatholieke president Calderón in 2006 in de strijd tegen de drugkartels het leger inschakelde. De katholieke kerk staat pal achter Calderón’s drugsoorlog al wordt die veroordeeld door mensenrechtenorganisaties en een beweging van burgerlijk verzet die vorig jaar voor een massabetoging in Mexico-stad 200 000 mensen op de been bracht.

Mei vorig jaar: Honderdduizenden tegen het drugsgeweld


Er zijn duidelijke bewijzen van de banden tussen de Mexicaanse kerk en criminele milieus. In 1993 kwam kardinaal Juan Jesus Posadas Ocampo om in een vuurgevecht tussen rivaliserende drugsbenden. Zijn banden met de Orellano-Felix familie in Tijuana zijn wel bekend en goed gedocumenteerd. In de stad Pachuca, Hidalgo, liet de plaatselijke drugsbaron, kennelijk met goedkeuring van de kerkelijke autoriteiten, een kapel bouwen annex mausoleum, waar hij later begraven wil worden.

Seksschandaal: het grote zwijgen

Tijdens zijn bezoek aan Mexico zweeg paus Ratzinger in alle talen over het seksschandaal dat ook in de Mexicaanse kerk zware ravages heeft aangericht. Toevallig of niet verscheen tijdens het bezoek een boek geschreven door een groep priesters die in 1998 als seminaristen werden misbruikt door Marcial Maciel, de stichter van het “Legioen van Christus.” Ze tonen overtuigend aan dat het Vatikaan meer wist dan het wil toegeven. Pas in 2005 riep Ratzinger de extreem-rechtse militant Maciel tot de orde.

Marcial Maciel krijgt de zegen van Ratzinger's voorganger

Niet alle priesters en bisschoppen in Mexico zijn kinderverkrachters of extreem-rechtse fanaten. De bekendste dissident is Jose Raul Vera Lopez, bisschop van Saltillo in de staat Coahuila, een stad die zwaar heeft te lijden onder het drugsgeweld. Vera Lopez laat niet na aan te klagen dat de georganiseerde misdaad samenvalt met de Mexicaanse staat en hij ziet geen verschil tussen de “veiligheidsdiensten ” en de criminele onderwereld. Geen wonder dat Vera Lopez zowel door de drugskartels als door die veiligheidsdiensten herhaaldelijk  met de dood is bedreigd.

Viva Cristo Rey

De strijd tussen kerk en staat is een terugkerend thema in de Mexicaanse geschiedenis. Het hoogtepunt kwam in de jaren twintig toen de rooms-katholieke kerk met de zogenaamde Cristero oorlog in verzet kwam tegen de revolutionaire grondwet van 1917 die de macht van de kerk probeerde aan banden te leggen. Toen de bisschoppen het op een akkoord gooiden met de staat om een einde te maken aan het conflict gingen katholieke ultra’s hun eigen weg en stichtten uit protest de PAN-partij die sinds 2000 aan de macht is. Toen veroverde Christus Koning in de figuur van Coca-Colabaas Vicente Fox het presidentschap. In 2006 werd hij opgevolgd door zijn partijgenoot Felipe Calderón wiens beleid wordt gekenmerkt door economische stagnatie, stijgende werkloosheid, civiel protest en een desastreuze “oorlog tegen drugs.”

Felipe Calderón

De timing van het pauselijk bezoek is geen toeval.  Volgens de linkse krant La Jornada wil het vatikaan zijn agenda versterken in het land met de op één na grootste katholieke  bevolking ter wereld en het doet dat door de PAN een steuntje in de rug te geven op een moment dat de partij in de opiniepeilingen de linkse PRD en de aloude regeringspartij PRI moet laten voorgaan. De leiders van de drie partijen zaten vooraan tijdens de mis die Ratzinger opdroeg, maar voor de meeste Mexicanen speelt de kerk niet langer een rol in hun politieke keuze. Zij hebben andere problemen om zich zorgen over te maken dan abortus en  homohuwelijk.

Johan Depoortere

Dit is de samenvatting van een artikel door de Australische journalist Paul Imison, eerder verschenen in Counterpunch. De originele versie leest u hier.

March 27, 2012 at 11:44 pm Leave a comment

ONZALIGE POOL VERANDERT VAN STATUS

Naar aanleiding van de zaligverklaring van Johannes Paulus II schreef André Truyman volgende kritische bedenkingen. Truyman is de voormalige kerkelijke verslaggever van de Nederlandse omroep KRO, en auteur van “Johannes Paulus II De Onfeilbare” jd

Ratzinger en Wojtyla: Ons kent ons

Tot voor kort nog werden twee miljoen mensen verwacht bij de zaligverklaring van paus Johannes Paulus II. Er dreigde zowaar een zwarte markt ontstaan voor Sint Pietersplein-tickets, waar het Vaticaan zich overigens van distantieerde. De verwachting werd afgelopen week bijgesteld op 300.000. Het gebeuren blijft sowieso uiterst uitzonderlijk. Zeker in een tijd dat de morele integriteit van de pauselijke curie – door een hypocriete volharding in een ongeloofwaardige seksuele kerkmoraal – welhaast helemaal is verkwanseld.

Grootste mediafiguur aller tijden ?

25 jaar geleden – in februari 1986 – stond ik als TV-verslaggever op een perstribune voor het schoongemaakte plein bij de Kalitempel met het hospitium van Mother Theresa in Calcutta om te zien hoe paus Wojtyla door haar een bloemensluier werd omgehangen die hij – ridderlijk – retourneerde. De fotograaf van Time Magazine naast me mompelde iets van ‘Surrealistic and grotesque !’…

Ook de Albanese non "Moeder Teresa" was bevriend met Ronald Reagan en dictators als Baby Doc

De in de afgelopen zes jaar vaak blunderende paus Benedictus XVI, die in 1981 als dogmatische theoloog naar Rome was  gehaald, wordt nog steeds om de haverklap  vergeleken met de topacteur die Karol Wojtyla heel zijn leven is geweest. Hij was een populistische paus  die in diverse werelddelen meerdere keren nooit geziene massa’s mensen  op de been bracht:  zes miljoen in Manila, tien miljoen in Mexico-stad.  In een biografie heb ik eerder aangetoond dat deze paus, in feite een geestelijke dictator,  de ultieme verantwoordelijke  was  voor de vele onvolkomenheden en schandalen onder een ethisch beleid dat  pas onder zijn opvolger mondialer  aan het licht is gekomen. Deze op til zijnde zaligverklaring kan wel eens  een nieuwe misstap worden  die door paus Benedictus XVI in de huidige crisis van het rooms-katholicisme wordt  begaan. We staan voor een toekomst die voor de officiële kerk – in een term van aartsbisschop André Léonard – nog meer ” lijken in de kast”  herbergt.

Reeds de progressieve dominicaan, Yves Congar (de theoloog die een theologie van de leek uitbouwde en in 1954 door Pius XII met een beroepsverbod en een verbanning uit Parijs werd gestraft, maar nog vóór Vaticanum II gerehabiliteerd) heeft er nadrukkelijk op gewezen dat pausen zich onder elkaar niet moeten heilig verklaren.  Paus Ratzinger maakte in deze al een kerkrechterlijke fout door – tegen de regels in – de goegemeente  bij de uitvaart met de SANTO SUBITO spandoeken te verzekeren dat de overledene dan al  “bij het raam  de Vader in de hemel” vertoefde. Het werd door de Romeinse specialist in deze, de jezuïet Peter Gumpel, meteen bestempeld als een juridisch  beletsel voor een snel zaligverklaringsproces. Benedictus XVI tartte hem met het opschorten van  de kerkrechterlijke eis van een periode van 5 jaar vooraleer met een zaligverklaringsproces te mogen beginnen.  Daar Johannes Paulus II bovendien al  zelf de ‘advocatus diaboli’ in dergelijk proces al had afgeschaft, dreigde er ook minder  kritisch te worden gekeken naar het al het onheilige in gedrag en prestaties van paus Wojtyla zelf. Het was de katholieke lord John Acton die in 1870 het optreden van de paus Pius IX veroordeelde met het adagium: ‘Macht is geneigd om te corrumperen en absolute macht corrumpeert absoluut’.

Onbeperkte macht…

Naast het niet respecteren van het kerkelijk recht leven we nu met  twee pontificaten in het teken van ”macht die absoluut  corrumpeert”. Hierbij een drietal  kenmerkende voorbeelden: 

1. De Poolse paus Wojtyla is net zoals die intransigente Pius IX een nogal politiek actieve paus geweest. Zijn bondgenootschap met president Ronald Reagan in hun ‘strijd tegen de duivel'(in 1982) is toen opvallend tot uiting gekomen in zijn steun aan de latijns-amerikaanse oligarchen . Hij nam het op voor dictators zoals Jorge Videla in Argentinië, waar hij bij zijn bezoek het subversieve Magnificat  (Maria’s gebed om machthebbers van hun troon te stoten)  liet censureren, voor  Rioss Mont in het verscheurde Guatemala, voor Augusto Pinochet in Chili waar hij met zijn familie op het balkon van het  Monedapaleis  verscheen. Hij nam het ook op voor de machthebbers in El Salvador waar aartsbisschop Oscar Romero onder de mis op last van een hoge legerofficier werd doodgeschoten . Terwijl Reagan – doordrenkt van zijn dominotheorie (er mochten geen nieuwe Cuba’s ontstaan in de achtertuin van de VS) – kost wat kost linkse regimes dwarsboomde, steunde de paus hem door katholieke basisgemeenschappen dwars te zitten en hun bevrijdingstheologen – op verzoek van kardinaal Ratzinger – herhaaldelijk  te veroordelen.

Paus Wojtyla met Pinochet

2. Verder is er het feit dat Johannes Paulus II  verantwoordelijk is geweest voor een onnoemelijk grote corruptie en financiële fraude bedreven door zijn bodyguard-aartsbisschop Paul  Marcinkus, en de hoogste ambtenaren in dienst van zijn pauselijke bank. Door de paus in bescherming genomen zijn ze, na o.m. een ‘vergoeding’ van 244 miljoen Euro’s aan de Italiaanse staat en enkele moorden (op o.m. Roberto Calvi en Licio Gelli), ook nooit gestraft.

3. En dan is er het feit dat Johannes Paulus II tot de hogere en lagere geestelijkheid behorende seksuele misdadigers in zijn kerk in de gelegenheid heeft gesteld om hun misdaden te blijven begaan. Met de corrupte kapitaalkrachtige stichter van  ‘Legioen van Christus’, pater Marcial Maciel Degollado (pedopriester met eigen klein seminaristen , meerdere  maîtresses en eigen misbruikte bastaardkinderen)  was hij persoonlijk bevriend. Hij verbood toen – met paus Ratzinger die hem nu zalig verklaart – de door de Amerikaanse bisschoppenconferentie besliste nultolerantie voor seksueel misbruik door geestelijken op te schorten en voor te behouden aan  de Heilige Stoel.  Systematisch mochten zij dus niet berecht  worden door de Amerikaanse justitie waardoor duizenden slachtoffers meer  in handen zijn gevallen van foute geestelijken.

Eén Mirakel !

Naast heikele kwesties als deze is er ook nog het feit dat op een gegeven moment naar buiten kwam dat Wojtyla gedurende zijn hele leven een hartsvriendin heeft gehad, de psychiater Wanda Poltawska (zijn lieve Dusia) die tot ontstentenis van privésecretaris Stanislaw Dziwish een persoonlijke briefwisseling publiceerde. Het bleek evenwel geen beletsel te vormen in het proces. Heel wat moeilijker  lag het met het vereiste mirakel (een genezing van de ziekte van Parkinson door toedoen van de overleden Wojtyla)  ter bevestiging van zijn gelukzaligheid. Het Vaticaan schermt ermee dat het hele medische onderzoek onder pauselijk geheim moet blijven.

Christian Terras, een Franse theoloog-getuige die in Brussel was voor de Belgische parlementaire commissie, wees mij er toen  op dat de weerhouden miraculeuze genezing van de ziekte van Parkinson door de Franse zuster Marie-Pierre uit Puyricard wel eens medisch verklaarbaar zou kunnen zijn. Het ging hier namelijk om psychogene syndromen van de Parkinsonziekte. Hij verwees me daarbij naar he twetenschappelijk tijdschrift waarin een beschrijving die de pathologie kan verklaren. Daarin staat: “De psychogenische syndromen van Parkinson vormen geen echte ziekte van Parkinson. Ze komen tot uiting door gelijkaardige symptomen (trillingen, traagheid van bewegingen, spierpijnen, moeilijkheden in schrijven en spreken), maar de patiënt vertoont niet de typisch neuronale degeneratie van de zenuwcellen in de zwarte substantie. In dit geval, is het symptoom niet van biologische oorsprong, maar psychisch. Vaak geworteld in de kindertijd, duikt het plotseling weer op in de vorm van lichamelijke symptomen. De psycholoog Pierre Janet haalde hierbij het geval aan van een meisje dat het verbod negeerde van haar moeder om met haar vriendinnetje buiten te gaan spelen. Jammerlijk bevuilde ze haar jurk en liep  zo een diepgaand schuldgevoel op. De volgende morgen ontwikkelde ze een verlamming van de twee benen die acht jaar duurde en op een schone dag  als bij mirakel verdween: het symptoom (verlamming) materialiseert hier het conflict tussen het verlangen van het kind om te gaan spelen, en het verbod van de moeder” (‘Cerveau & Psycho’ N°21 uit 2007). Volgens Terras zou de Poolse prelaat, Mgr.Slawonir Oder, die met het zaligverklaringsdossier van Johannes Paulus II belast was, voor meer  zekerheid  een ander van de 271 aangegeven  mirakels hebben onderzocht. Toch koos men uiteindelijk voor de non die de overleden Karol Wojtyla gesmeekt had om genezing van haar psychogene Parkinson syndromen.

Surrealistisch en grotesk ?

Hier komt nog bij dat het hele onderzoek – zonder advocaat van de duivel – werd uitgevoerd in het Vaticaan dat onder de leiding staat van een paus die de drie machten in zich verenigt en boven de wet verheven is.  Alle curie-ambtenaren doen hun werk bij de gratie van de paus aan wie ze hun benoeming te danken hebben. Door hun voormalige werkgever te promoten straalt er daarvan tegelijk iets af op hen zelf.

Ik meen dit te moeten schrijven als  vrij denkende katholiek, voormalig priester, pastoraal vrijwilliger en gepensioneerd journalist.  Zou die fotograaf van Time met wie ik in Calcutta op die tribune stond nu niet opnieuw en met nog meer overtuiging mompelen:  ‘Surrealistic and grotesque’?…

ANDRE  TRUYMAN

(Auteur van ‘Johannes Paulus II de onfeilbare’ en ‘Schijn van Heiligheid’)

May 1, 2011 at 9:46 am 1 comment

LORI BERENSON, TERUG VAN DE HEL

door Tom Ronse

In 1994 zei Lori Berenson haar welstellend NewYorks milieu vaarwel om in Peru te werken aan een betere wereld.  Nog geen jaar later werd ze aangehouden en na een schijnproces veroordeeld tot levenslang wegens terrorisme.  Na een 15-jarige odyssee door Peru’s beruchtste gevangenissen, waarin ze ook zwanger werd, is ze weer vrij.  Een alleenstaande moeder, 41 jaar oud, vraagt zich af wat ze met de rest van haar leven zal aanvangen.

Iedereen in Peru kent Lori Berenson. Ook Guillermo, de taxichauffeur die ons naar haar brengt. We hoeven zelfs haar naam niet te noemen. “Dat is waar die terroriste woont”, zegt hij als we hem het adres geven. Blijkt dat hij naast zijn job als chauffeur ook voor de gemeente Miraflores werkt. Miraflores is een welvarende voorstad van Lima, vaak beschreven in de boeken van Nobelprijswinnaar Vargas Llosa.  Berenson woont er op de vijfde verdieping van een modern flatgebouw dicht bij de zee. “Toen ze daar kwam wonen hebben we in opdracht van de gemeente posters gehangen aan de ingang van het flatgebouw waarop stond dat ze niet welkom was”, vertelt Guillermo. “De terroristen hebben hier bomaanslagen gepleegd waarbij veel doden vielen. De mensen zijn dat niet vergeten”.

De straat is leeg als Guillermo ons afzet. “Toen ze toekwam was het anders”, zegt hij.  “Televisiewagens, politie, betogers, het was hier drukker dan op de Plaza Mayor. De mensen van Miraflores waren woedend en bang.”

“Het was verschrikkelijk”, beaamt Berenson. “Ik begrijp hun reactie maar ze kennen mij niet. Ik ben geen terroriste, nooit geweest.” Ze mag dan Amerikaans zijn,  haar begroetingsstijl is dat niet. Geen enthousiaste ‘How Are You’. Ze is beleefd, terughoudend. Ze spreekt met een zachte, wat vermoeide stem. Ernstig, sober gekleed, zonder make-up, lang bruin haar in een vlecht, straalt ze een Jodie Fosterachtige combinatie van kwetsbaarheid en koele zelfbeheersing uit. Het apartement is een comfortabele duplex. “De huur is te hoog voor me maar dit was het enige wat we vonden. Op wel tien plaatsen weigerde de eigenaar toen hij mijn naam hoorde.”  Met zijn trap zonder leuning en onbeveiligd terras lijkt haar woonst wel niet zonder gevaar voor haar 15 maanden-oud zoontje Salvador, dat ze voortdurend in de gaten houdt. Het is een mooi levendig donker jongetje dat voor een echt Peruaantje kan doorgaan. Nu is hij zoet, druk bezig met kleertjes uit een mand te halen en er weer in te leggen.

Berenson heeft geen huisarrest maar in praktijk scheelt het niet veel. “De eerste tien dagen dierf ik niet buiten komen met al die pers en betogers. Daarna werd het kalmer. Maar nog altijd vermijd ik het om overdag buiten te komen en in de parken van de buurt te wandelen. Anders word ik aangeklampt en uitgescholden. Het ergst vind ik het als Salvador erbij wordt betrokken. Zoals die dame die me in mijn gezicht schreeuwde: “Jij zal lijden voor de rest van uw leven…en je zoon zal je nog veel pijn bezorgen!” Soms voel ik me hier meer gevangen dan in de gevangenis. Daar voelde ik me niet uitgestoten, hier wel”.

Als Berenson buiten komt, zitten fotografen haar op de hielen

Haar leven had zo anders kunnen zijn. Ze herinnert zich een zorgeloze jeugd in Manhattan. Haar ouders waren professoren, vader doceerde statistiek en moeder fysica. Ze ging naar de beste scholen en daarna naar de befaamde MIT-universiteit in Boston.  “Wat als ze naar een andere univ zou gegaan zijn”, mijmerde haar vader later in een interview met de New York Times, “misschien was al de rest niet gebeurd”.

MIT een ‘links broeinest’ noemen zou overdreven zijn maar er was en is een flink ontwikkeld progressief politiek milieu. Reagan was president toen Lori er studeerde. In centraal Amerika escaleerden toen verschillende interne conflicten. Guatemala, Nicaragua, El Salvador. In naam van de strijd tegen het communisme koos Washington telkens partij voor reactionaire regimes van militairen en grootgrondbezitters.  Opstandelingen waren ‘vrijheidsstrijders’ als ze pro-Amerikaans waren zoals de contra’s in Nicaragua, anders waren ze ‘terroristen’. Vluchtelingen werden verwelkomd als ze rechts waren, gedeporteerd als ze links waren.  Het was die onrechtvaardigheid die Berensons politieke motor in gang trapte. Ze werd actief in Cispes, een links front dat de opstand in El Salvador steunde. Toen de oorlog in El Salvador  de uitputtingsfaze inging en de onderhandelingen begonnen, vroeg Sanchez Ceren, een leider van de guerrillagroep FMLN, aan Cispes om een tweetalige secretaresse. Berenson greep de kans ook al moest ze haar studies ervoor opzijzetten. Na de suksesvolle afloop van het vredesoverleg in 1992 bleef ze in El Salvador en trouwde er met een student. Maar het huwelijk liep snel op de klippen. “De culturele verwachtingspatronen waren verschillend”, zegt Berenson. “Hij was nogal macho. Bovendien was ik rusteloos. Ik wou de wereld helpen veranderen, me niet begraven in een gezinnetje. Ik was niet van plan om ooit moeder te worden”.

In 1994 vertrok ze met een Panamese vriend naar Peru. Dat land geleek in vele opzichten op El Salvador.  Een rijke elite zwaaide er de plak, de meerderheid van de campesino’s was straatarm en onmondig. En er was ook een guerrilla-oorlog aan de gang. Samen met haar vriend huurde ze een groot huis in La Molina, een chique voorstad van Lima. Het werd er snel erg druk. “Ik wist dat het huis gebruikt werd als onderduikadres voor MRTA-leden”, geeft Berenson toe. “De MRTA (Movemiento Revolucionario Tupac Amaru) leek me niet zo anders dan de FMLN in El Salvador: een guerrillabeweging die vecht tegen  onrecht.  Daar sympathiseerde ik mee. Had de FMLN de oorlog verloren dan werd ze nu ook verguisd als ‘een terroristenbende’. Maar ze won en zit nu in de regering. Sanchez Ceren, voor wie ik werkte, is een internationaal gerespecteerde vice-president. ”

De MRTA profileerde zich als alternatief voor  Sendero Luminoso, ‘het Lichtend Pad’, dat veruit de grootste guerrillagroep in Peru was. Het Pad was de Latijns-Amerikaanse versie van de Rode Khmer van Pol Pot in Cambodja. Even fanatiek en meedogenloos. En maoistisch, wat wou zeggen: een ijzeren discipline, een leidercultus en een pseudo-marxistische ideologische saus.  Een leger dat zich net als het Peruaanse leger gedroeg. Miljoenen campesino’s vluchtten naar de steden voor de terreur die beide legers in het hoogland zaaiden.  In 2003 concludeerde een “Waarheid- en Verzoeningscommissie” dat interne conflicten in Peru tussen 1980 en 2000 aan 70.000 mensen het leven hadden gekost, waarvan de overgrote meerderheid burgers, vooral indiaanse campesino’s. De commissie berekende dat de regering (politie, leger, etc) verantwoordelijk was voor 45% van de doden, het Pad voor 53% en de MRTA voor 1,5 procent.


Toen Berenson zo gastvrij haar huis voor hen openstelde, ging het niet zo goed met de MRTA. De groep had militaire nederlagen geleden en had veel militanten verloren. Ze vond geen nieuwe want die gingen naar het Pad, dat suksesvoller was en radikaler leek. Met een spectaculaire actie hoopten de resterende MRTA-leiders het tij te keren. Ze beraamden het plan om het parlement te bestormen en de parlementsleden te gijzelen. Het doel was om de vrijlating van gevangen kameraden te bekomen maar meer nog om zich populair te maken bij de opstandige Peruaanse jeugd. Een reclamestunt, als het ware. De hoogste twee verdiepingen van Berensons huis waren het hoofdkwartier voor de actie. Hele kamers werden volgestouwd met dynamiet, munitie en wapens.  En zij wist van niets?

“Ik was stomverbaasd toen ik het later hoorde”, zegt Berenson. “Ik was echt niet op de hoogte. Het huis was mij te druk geworden, ik was verhuisd naar een flatje in een ander stadsdeel. Ik kende de MRTA-mensen maar oppervlakkig;  pas later, in de gevangenis, heb ik hen leren kennen”.

Waar was ze toen mee bezig?

“Ik verkende het land. Ik wou schrijven over het impact van de armoede op het leven van vrouwen. Ik had opdrachten van Amerikaanse tijdschriften. Daar werkte ik aan toen ik aangehouden werd”.

Dat gebeurde op 30 november 1995. Ze werd  ingerekend terwijl ze in een stadsbus zat, samen met haar vriendin Nancy Gilvono. Die had Berenson begeleid als fotografe toen ze het parlement had bezocht om interviews af te nemen. Lori zweert dat ze niet wist dat Nancy de vrouw was van MRTA-leider Nestor Cerpa en foto’s nam om de gijzelingsactie voor te bereiden.

Terwijl Berenson kennis maakte met het Peruaanse gevangeniswezen, werd haar huis veroverd door de politie. Daarbij vielen vier doden. President Fujimori was in zijn nopjes met de vangst. Vandaag  zit hij zelf in de gevangenis wegens moord en corruptie maar toen steeg zijn ster.  Hij trok steeds meer macht naar zich toe en de oorlog tegen het terrorisme was steevast het excuus.  Hij was die oorlog aan het winnen en het verijdelen van de MRTA-aanslag was daarvan het eclatant bewijs. Lori Berenson, als Amerikaanse een internationale media-magneet, was de kers op de taart. Dus werden de arrestanten voor de medialeeuwen geworpen. Lori kreeg de kans om iets te zeggen.

Het vervolg van dit verhaal had heel anders kunnen zijn als ze toen had gezegd wat ze nu tegen mij zegt: dat ze niet wist wat er in dat huis gebeurde, dat ze altijd tegen terrorisme was. Maar dat zei ze niet.

Elke Peruaan kan je vertellen wat ze wel zei. De video-clip is intussen al duizenden keren op de Peruaanse tv-schermen gepasseerd. Ze tonen een hysterische meid die staat te schreeuwen als een viswijf: “Er zijn geen terroristen in de MRTA; het is een revolutionaire beweging!” Haar vuisten zijn gebald en haar ogen lijken vonken te spuwen.  Dat beeld is de Peruanen in het geheugen gegrift. Daarom weigeren ze te geloven dat ze niet betrokken was in de mislukte aanslag.  “Ze sprak 44 seconden lang en dat was al wat nodig was om haar leven te ruineren”, zei haar vader later.

“Natuurlijk was dat dom van me”, zegt Lori. “Maar ik dacht dat ik niets meer te verliezen had. Ik wou niet snotterend om genade smeken. Dat vond ik vernederend. Mijn huisgenoten van de MRTA hadden mij bedrogen maar ik had me vrijwillig laten bedriegen. Ik was niet kwaad op hen maar op de regering. In de dagen daarvoor had ik mijn cel gedeeld met een vrouw die vijf kogelwonden had. Ze kreeg nauwelijks verzorging en geen pijnstillers. Het wemelde er van de ratten. Ik was verontwaardigd. Dat ik schreeuwde kwam omdat me gezegd was dat de micro niet werkte.”

In de vijf weken sinds haar arrestatie had ze zelfs geen advocaat mogen spreken. De volgende dag begon haar proces; drie dagen later was ze veroordeeld tot levenslang zonder kans op vervroegde vrijlating.  Het proces greep plaats achter gesloten deuren voor een rechter wiens naam en gezicht verborgen bleven. Zelfs zijn stem werd machinaal vervormd. Berensons advocaat mocht de getuigen niet ondervragen en het bewijsmateriaal niet aanvechten. “Het was krankzinnig”, zegt Lori. “Ik werd beschuldigd van zaken waar ik nog nooit van gehoord had”.

Na het vonnis werd ze meteen geblinddoekt naar Yanamayo gevlogen, een van de beruchtste gevangenissen van Peru.

Lori Berenson en Anibal Apari vorig jaar in een rechtbank

Anibal Apari hoorde Lori’s furieuze tirade via een radio die een celgenoot had binnengesmokkeld. “Nu hangt ze!”, was de reactie van zijn celmaten. Anibal kon hen geen ongelijk geven maar hij bewonderde haar moed. Hij zat een straf uit van 15 jaar wegens lidmaatschap van de MRTA. Een jaar na Berenson belandde hij ook in Yanamayo.

Yanamayo ligt 3650 meter hoog in het Andes-gebergte. De gevangenis was gebouwd voor 200 gedetineerden maar toen Berenson er was, waren er bijna 500 in opgesloten. “Mijn cel die ik deelde met een andere vrouw, was 2 meter op 3”, vertelt Berenson. “Slechts een half uur per etmaal mochten we eruit.  We hadden geen muziek, geen radio, tv of kranten.  Geen electrisch licht. We mochten niet werken. Hele dagen liep ik te ijsberen: twee stappen vooruit, twee stappen terug. ‘s Nachts lagen we te rillen onder dunne dekens want er was geen glas in het getraliede raampje, de ijskoude wind blies zo binnen. We hadden constant honger want we kregen te weinig eten. En dorst want ook water werd karig bedeeld. We blokkeerden de afvoerpijpen in de koer waar we gelucht werden om het regenwater te kunnen drinken. Ergst van al was dat mijn ouders mij het eerste jaar niet mochten bezoeken.”

“Wat me recht hield was de solidariteit, het menselijk contact. Het half uurtje dat we gelucht werden was het hoogtepunt van de dag. De mannen waren aan de andere kant van de afsluiting. We mochten niet naar elkaar roepen maar dat deden we toch. Sommige bewakers deden alsof ze het niet hoorden. We zongen samen. We speelden schaak zonder schaakbord, door de zetten naar elkaar te roepen.”

Life goes on. Zelfs in de meest extreme omstandigheden worden mensen verliefd. Anibal en Lori werden een stel, al konden ze elkaar slechts van ver zien. Als vertegenwoordiger van zijn paviljoen had Anibal contacten die ze gebruikten om briefjes naar elkaar te smokkelen. Hij liet haar een sjaal brengen die ze trots droeg als ze gelucht werd.  In 1998 werd zij overgeplaatst naar een andere gevangenis. Hij bleef in Yanamayo tot hij in 2003 voorwaardelijk vrijkwam. Een van de voorwaarden was dat hij geen contact mocht hebben met veroordeelden. Via via slaagden de twee er toch in om te corresponderen.

Berenson was intussen een cause celebre geworden. Internationaal werd erkend dat ze een schijnproces had gekregen. Twee Amerikaanse presidenten –Bill Clinton en G W Bush- drongen bij hun Peruaanse collega’s aan om haar vrij te laten en ook ex-president Carter sprong voor haar op de bres. Haar ouders werkten zich uit de naad om haar in het nieuws te houden. In 2001 kreeg ze een nieuw proces. Haar straf werd verminderd tot 20 jaar.

De andere drie gevangenissen waarin ze verbleef waren minder bar dan Yanamayo. Er was genoeg eten en medische verzorging. “Op dat vlak hebben velen het beter in de gevangenis dan erbuiten”, zegt Berenson. “Best van al: Ik mocht er bezoekers krijgen en ik mocht werken. Koken, bakken, wassen, breien. Me nuttig maken.”

Het ergste waren de transfers naar andere gevangenissen. “Dat ging gepaard met geweld en sexuele handtastelijkheid. Maar ik mag niet klagen. Anders dan de meeste vrouwelijke gevangenen werd ik niet verkracht. Wellicht omdat ik zoveel media-aandacht kreeg. Andere vrouwen werden routineus verkracht, door militairen, politie, cipiers. Ik hoorde hen schreeuwen. Geen wonder dat er veel baby’s waren in de gevangenissen. Ze mogen er blijven tot ze drie jaar zijn.”

Anibal mocht haar niet bezoeken, zelfs niet toen hij in oktober 2003 met haar huwde. Zijn vader verving hem op de plechtigheid.  Een jaar later mocht Anibal wel twee keren per maand een ‘conjugaal’ bezoek brengen. Wat betekende dat het stel privé-tijd samen kreeg. “In het begin kwam hij vaak maar dan steeds minder,”, zegt Lori. Waarom de relatie doodbloedde wil ze niet kwijt. Wel zegt ze nog dat Salvador tijdens een van Anibals laatste bezoeken werd verwekt. Het paar scheidde maar ze bleven vrienden. Anibal die intussen zijn rechtenstudies afmaakte, is nog steeds haar advocaat.

En nu? “Een van de voorwaarden van mijn vrijlating is dat ik tot 2015 het land niet uitmag”, zegt Lori. “Ik moet werken maar krijg geen werkvergunning. Ik beredder me met vertaalwerk en hulp van mijn ouders. Ik wou dat ze me deporteerden.  Ik heb geen heimwee, ik hou van Latijns Amerika maar ik wil dicht bij mijn ouders zijn. En voor Salvador zou het beter zijn om in de VS op te groeien. Hij komt op de eerste plaats. Ik leef nu voor hem.”

Wat zal ze hem later vertellen?

“De waarheid. Ik heb niets te verbergen. Ik heb vergissingen begaan maar ik heb geen spijt want mijn bedoelingen waren altijd goed.”

Wat me te binnen schiet –iets over de weg naar de hel- zeg ik niet, al is haar verhaal een goede illustratie van het spreekwoord. Ondanks mijn twijfels over haar keuzes voel ik bewondering voor deze vrouw die die weg bewandeld heeft en het overleefd heeft.

“Wat ik het meest van al verlang is anonimiteit”, zegt ze. “Jij bent een van de laatste journalisten  die ik te woord sta. Ik ga mijn haar verven, mijn uitzicht veranderen en ergens gaan wonen waar niemand me kent. Waar ik kan ongestoord wandelen. Je vroeg me daarnet wat ik het meest miste in de gevangenis. Het antwoord is wandelen.”


April 17, 2011 at 5:38 am Leave a comment

VIVA LOS MINEROS CHILENOS…Y OTROS TAMBIEN

 

Door Tom Ronse

Ook ik ben blij dat de Chileense mijnwerkers bovengronds zijn. Het is de feelgood-story van het jaar. Eindelijk trekt de kleine man eens aan het langste eind.  Hoera dus voor deze 33 werkmensen die, in plaats van anomieme statistieken te worden, op haast mirakuleuze wijze aan de dood ontsnapten en als helden worden verwelkomd. ‘Eten en drinken’, zou Bob, mijn vroegere redactiechef, over zo’n verhaal gezegd hebben.

Eten en drinken: dat is wat de hele wereldpers zag in die tot dan godvergeten uithoek van Chili. Met meer dan 2000 stuikten ze er neer. Wellicht voelden ze de nood van hun publiek, na dit jaar vol ellende, aan een opkikkertje. Ik hoorde de BBC-verslaggever in twee minuten tijd drie keren vermelden dat een van de mijnwerkers vader was geworden en dat de baby “Esperanza” was genoemd. ‘Hoop’ was het sleutelwoord.

Eten en drinken is ook wat de politici zagen in het drama. Ze melkten het uit voor hun eigen populariteit en nationalistische propaganda, met een gretigheid die plaatsvervangende schaamte opwekte. De media lieten er geen twijfel over bestaan wie er in de volgende verkiezingen in Chili herverkozen zal worden.

Die 33 mijnwerkers zijn nu handelswaren geworden die heel wat meer waard zijn dan ‘gewone’ mijnwerkers. Ik weet niet of ze in Chili al zo bijdehands zijn maar hier in de VS zouden  die 33 meteen een ‘agent’ huren om die meerwaarde te verhandelen. Hoe dat dan verder verloopt is een verhaal op zich. Opnieuw, ‘eten en drinken’, zou Bob zeggen.

Intussen sterven er elke dag mijnwerkers waar geen haan over kraait.  Het Chileense mirakel ten spijt, dat zal wellicht niet verbeteren: de honger naar energie en de universele dwang om kosten te verlagen, duwen de trend in de omgekeerde richting.

In China alleen al, stierven vorig jaar meer dan 2600 arbeiders in mijnongevallen. En dat in een land waar de arbeidersklasse zogezegd aan de macht is. Of zou het kunnen dat de arbeiders daar nog meer worden uitgebuit dan hier? Het lijkt er alleszins op. Het lijkt er zo goed op dat de Chinese top onlangs besliste om iets te doen aan de mijnongevallen: ze besliste dat voortaan een van de managers op elk moment waarop er gewerkt wordt  in de mijn moet aanwezig zijn. Het leek een sluwe zet die de staat niets kost. Als een van de hunnen daar beneden was, zouden de mijnbazen er wel voor zorgen dat er niets gebeurde. Maar wat was het resultaat? Plots werden in alle mijnbedrijven enkele mijnwerkers tot managers gepromoveerd. Hoef ik er bij te zeggen dat de taak van die nieuwe managers er vooral in bestaat om met de mijnwerkers naar beneden te gaan?

October 14, 2010 at 7:45 am 2 comments

Older Posts Newer Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,581 other followers