Posts filed under ‘Midden Oosten’

Onder Israël ligt Palestina en onder Tel Aviv ligt Jaffa.

Door Lucas Catherine

Over Witte en Zwarte steden.

Tijdens de kolonisatie heeft Europa zijn cultuur opgedrongen aan de landen en volkeren die het overheerste. Dat is ook te merken aan de koloniale architectuur. Europa exporteerde zijn toenmalige architectuur naar Afrika en het Midden-Oosten. Dit gebeurde op verschillende manieren, maar grotendeels kwam het hier op neer: Vaak negeerde men de bestaande lokale stad en bouwde er een nieuwe witte, Europese stad naast. Kon men de lokale cultuur niet echt negeren dan vond men volgens de koloniale ideologie die minderwaardig of onvolmaakt en men ging de stad een nieuw, ‘mooier’ uitzicht geven. Vooral de Fransen waren hierin actief. In Noord-Afrika bouwden ze volledig nieuwe steden, meestal in Art Deco, zoals Dakar, Kenitra of Casablanca. Casablanca telt nu nog 2.000 art-deco gebouwen.

Art Deco Dakar

 

Casablanca

Kenitra

Maar ze bouwden ook in Arabiserende stijl, Arabisances. Dat kwam zo: Gustave Le Bon, de eerste grote Franse specialist in Arabische kunst schreef in 1884 La Civilisation des Arabes. Hij vond dat de Arabische kunst, en dus ook de architectuur verstard was en moest vernieuwd worden. Die beschaving moest weer op gang worden getrokken en dat was dan ook de taak van de Fransen. En zo ontstond Arabisances. In Rabat, maar ook in Tunis zijn er talrijke voorbeelden van. In feite is het een vorm van Art Deco maar de decoratieve elementen gaat men zoeken in de architectuur van het Midden-Oosten. Zo vind men in Rabat gebouwen met gevels geïnspireerd op vroegere Egyptische architectuur. Zelfs benzinestations werden in die stijl gebouwd.

Rabat

Een ander voorbeeld van zo’n mengeling tussen Art Deco en Arabisances is Heliopolis door de Belg Empain naast Cairo gebouwd. De Belgen zelf hielden het in Congo bij gewone Art  Deco

Heliopolis

Kinshasha Leopoldville

 De Britten hebben minder architecturaal ingegrepen in hun kolonies, alhoewel. Zo vonden zij dat Zanzibar te Swahili en te Indiaas was en te weinig Arabisch. De meest Arabisch uitziende gebouwen in die stad zijn dan ook van de hand van J.H.Sinclair (°1871) en Majoor E.A.T. Dutton. Zij bouwden ondermeer het Kibweni Paleis en Beit el Amani.

Beit el Amani Zanzibar

 

Zowel de Fransen, de Britten als Empain zondigden hierbij tegen basisregels van de Arabische architectuur: geen ramen aan de buitengevels en gaanderijen liepen langs de binnenkoeren, niet langs de straatkant. Al deze Witte steden zijn ondertussen overgenomen door de voorheen gekoloniseerden en de kolonisator heeft zijn greep op de stad verloren.


Er is een uitzondering: de Witte Stad, Tel Aviv die de vroegere ‘zwarte’ stad Jaffa opslorpte en die nog altijd typevoorbeeld is van hoe de Europese zionisten Palestina koloniseerden. Jaffa was de politieke en economische hoofdstad van de Palestijnen.Tel Aviv begon als een voorstad van Jaffa. Het werd pas in 1934 een aparte stad.

Jaffa, of de Bruid van de Zee verkracht

أذكر يوماُ كنت بيافا

خبرنا خبر عن يافا

Ik herinner mij dat ik ooit in Jaffa was

Vertel mij over Jaffa…

(Chanson van Fairuz, op de LP Al Quds fi al Bal, Jeruzalem in mijn gedachten)

Jaffa was in de negentiende eeuw in volle expansie. Het was een van de belangrijkste havens in het Midden-Oosten. De Palestijnen noemden haar Urus al Bahr, Bruid van de ZeeVanaf 1850 installeren Russische, Franse, Britse en Duitse consuls zich in het land. Zij geven ons een tamelijk heldere beschrijving van de economie. Uit hun rapporten blijkt dat Palestina nogal wat producten uitvoert. Vanuit Jaffa vertrekken zeep, olijfolie, fruit en groenten naar Egypte; sesamzaad, olijfolie, granen en katoen naar Frankrijk, gierst naar Groot-Brittannië en wordt er verder ook nog geëxporteerd naar Syrië, Griekenland, Italië en Malta. De Palestijnse economie kent in de jaren 1850 een sterke opgang in de graanteelt, in de jaren 1860 gevolgd door de katoenteelt.

En dan zijn er de sinaasappels. Vanaf de achttiende eeuw stond Palestina echt bekend om zijn sinaasappelen. Na het einde van de Krimoorlog in 1856 raakte de export van appelsienen in een stroomversnelling. Jaffa zelf had grote plantages (zie kaart uit 1905) maar was ook de uitvoerhaven voor de plantages in heel de streek tot Gaza, vandaar dat dit de merknaam werd. In 1873 – het zionisme moest nog worden uitgevonden – telde de streek rond Jaffa al 420 sinaasappelplantages met een jaarlijkse productie van 33,3 miljoen stuks. Na 1875 veroveren de Jaffasinaasappelen onder die merknaam de Europese markt. In een rapport uit 1880 noteert de Britse consul in Jeruzalem dat de beste belegging in Palestina de citrusplantages zijn. In 1886 vestigt de Amerikaanse consul Henry Gillman in een rapport aan Washington de aandacht op de geavanceerde enttechnieken van de Palestijnse boeren: ‘Het zou nuttig zijn dezelfde technieken in Florida toe te passen.’ Een andere Britse consul rapporteert in 1893: ‘De sinaasappelbomen uit Palestina zijn superieur aan die in de andere kolonies. Zowel in Zuid-Afrika als in Australië zou men er goed aan doen boompjes uit Jaffa te importeren.’

In 1858 bedroeg de waarde van de export uit Jaffa 12.244 Turkse pond (Palestina was tot WO I onderdeel van het Turks-Ottomaanse Rijk). In 1882 was dit verdrievoudigd tot 37.802 Turkse pond. En de bevolking groeide aan. De haven bood werk. Er ontstonden nieuwe wijken in de stad. Ten noorden, rond de haven groeide vanaf WO I de wijk Manshieh. Ze ontwikkelde zich in het duinengebied langs de zee.

Er arriveerden zelfs Europese christelijke sekten. De Duitse protestantse sekte van de Tempeliers sticht in 1871 haar eerste kolonie, Sarona net ten noordoosten van Jaffa en nu ook onderdeel van Tel Aviv (Hakiryat). Zij kwamen uit Schwaben en noemden zich naar de Orde der Tempeliers die aan de kruistochten deelnamen.

Maar er arriveerden ook de eerste Europese joden. Zij vestigden zich eerst binnen de stad Jaffa in wijken die ze hebreeuwse namen gaven: Neve Zedek (Huis der Rechtvaardigen,1887) en Neve Shalom (Huis van Vrede). Die grensden aan Manshieh. Wanneer na 1897 de eerste Europese zionistische kolonisatoren arriveren kopen die van groot-grondbezitters tuinen en plantages op die meer landinwaarts lagen, achter de duinen. Een spilfiguur hierbij was de in Jaffa geboren bouwondernemer, Yosef Chelouche. Er arriveerden ook Jemenitische joden, aangetrokken door de economische bloei van Jaffa. Zo ontstond in 1904 de meest noordelijke joodse wijk, Mahane Israël (nu Kerem Hateimanim, ‘De Jemenitische Wijngaard’). Het was een soort buitenwijk van Manshieh. Hier lag de basis van wat later Tel Aviv zou worden. De mythe zal later willen dat het een andere wijk was, het vijf jaar later gestichte Ahuzat Bayit. (zie infra).

De Witte stad, gebouwd op de Duinen.

De eerste joodse wijk in wat later Tel Aviv zou worden was dus de Jemenitische wijk van Manshieh. In 1906 stichten Europees-joodse kolonisten de vereniging Ahuzat Bayit (Thuis-stad). Zij zullen via stromannen om de Ottomaanse overheid te misleiden, een strook land van 4ha aankopen en de 60 plots onder elkaar verloten. Daarvoor hadden zij inderdaad duinengebied uitgekozen. Alhoewel, de plek heette in het Arabisch Karm Jebali (Wijngaard op de Heuveltop) en het heeft drie jaar geduurd eer de bedoeïenen die er semi-permanent verbleven konden worden weggewerkt. Deze wijk Ahuzat Bayit slorpte in 1909 drie voorheen gestichte kolonies op: Neve Tzedek, Neve Shalom en Mahane Yehuda (Het Joodse Kamp) en de nieuwe entiteit koos voor de naam Tel Aviv.

Wat het huidige Tel Aviv betreft is het duidelijk als je kaarten uit 1898, 1905 en 1917 vergelijkt dat het grootste gedeelte van het oude Tel Aviv is gebouwd op wijngaarden, tuinen en boomgaarden en dat Arabisch Manshieh op duinzand werd gebouwd. De Israëlische architect Sharon Rotbard heeft het overtuigend aangetoond in zijn boek White City, Black City waaruit ik trouwens ook erg veel andere informatie heb gehaald.

Baedecker 1905

De kaart van Baedecker is erg duidelijk, waar collines de sablestaat kwam Arabisch Manshieh daarachter lagen vignobles/wijngaarden en verder grote stukken brande/schorren. Schorren zijn begroeide, overstromingsgevoelige stukken land waarop aan landbouw of veeteelt kan worden gedaan. Denk aan het Brusselse Schaarbeek dat eigenlijk (en in het Brussels nog altijd) Schorrebeek heet. Het dorp Summeil en zijn tuinen lag op zo’n schorre en ook het gehucht Abdel Nebi. De citrusplantages lagen rond het dorp Abu Kebir.

Onder het Ottomaans bewind waren er nog geen grote problemen omdat de overheid de Europese kolonisatie afremde. De problemen kwamen er echt nadat de Britten na WOI het bestuur over Palestina overnamen en de zionistische kolonisatie officieel steunden. Toen ontstond ook het eerste verzet. In 1909 was in Jaffa trouwens al de antizionistische krant Filastin verschenen. Er volgden revoltes tegen de kolonisatie in de jaren 1920 en 1930. Telkens was Jaffa één van de centra.

Daarop besloten de kolonisten om Tel Aviv van Jaffa de facto af te scheiden. De immigratie werd opgedreven en in de jaren 1920 vertwintigvoudigde de bevolking van Tel Aviv (van 2.804 naar 42.000 inwoners). Ze begonnen ook met de aanleg van een eigen haven, apart van Jaffa.

Na WOII wilden de zionisten niet langer een staat in de staat zijn, maar hun eigen staat creëren. Dat gebeurde met geweld en moord. 418 Palestijnse dorpen werden verwoest en de bevolking verdreven. En Tel Aviv deed mee. In 1948 slorpte de stad alle Arabische buurdorpen van Jaffa op: Summeil, Ajami, Jabaliya, Abu Kebir en Sheikh Muwanis. Al die dorpen werden grondig verwoest en gebulldozerd, nadat hun Palestijnse inwoners manu militari werden verjaagd, net zo in Jaffa, dat in 1954 een deelstad van Tel Aviv werd.

Summeil-Masudiya

Die aanval tegen de buurdorpen werd al ingezet, nog voor de staat Israël op 15 mei werd uitgeroepen en ondanks het feit dat die dorpen zich alles behalve vijandelijk opstelden. In december 1947 vergaderden de mukhtars (burgemeesters) van onder meer Sheikh Muwanis en Summeil met de zionistische militie en stelden zich vriendschappelijk op. Toch werden deze dorpen in februari 1948 al vernietigd en etnisch gezuiverd. Op de plek waar eens Sheikh Muwanis lag staat nu de Universiteit van Tel Aviv.

De eerste dichtbevolkte wijk van Jaffa, Al Manshieh werd vanaf 25 april veroverd door Etzel, de zionistische militie die sympathiseerde met Mussolini en die onder leiding stond van de latere premier Menahem Begin.

Manshieh 1948

Abu Kabir

Daarna volgde Jaffa zelf dat voor 75% werd gebulldozerd en de inwoners verdreven, op zo’n 3.650 na die werden samengedreven in de zuidelijke wijk Ajami. In 1954 werd Jaffa herleid tot een hippe wijk van Tel Aviv.Van Jaffa blijven nu nog enkele kleine relicten over, voor toeristisch gebruik: De Sint-Pieterkerk, de moskee, het kanon van Napoleon, de Andromeda-rots en een pseudo-historische wijk, eerder een tourist-trap. De verovering van Jaffa verliep erg gewelddadig. Zwaar mortiergeschut dat hele woonwijken plat bombardeerde. Massaal gebruik van terreur: vanaf de heuvels werden ‘barrel bombs’ naar beneden gerold. Zo rolden twee leden van Etzel, Chelbi ben David en Shaul Bador zo’n bomvat binnen in café Venezia naast de Al Ahamra-cinema die veertig burgerdoden maakte. Die terroristen zijn nu Israëlische nationale helden.Dan volgde het plunderen. Om mij te beperken tot een zionistische bron:

De Irgun (Etzel) soldaten begonnen te plunderen. Eerst kleren, bloesjes en juwelen voor hun liefje, maar daarna begonnen ze systematisch te plunderen, alles wat maar kon meegezeuld worden: meubels, tapijten, schilderijen, huisraad, serviezen, bestek… en wat ze niet konden meenemen werd systematisch vernietigd: ramen, piano’s, lusters, een ware vernielorgie.“ Jon Kimche, Seven Fallen Pillars, Londen 1950.

Sheikh Muwanis is nu Ramat Aviv, Salama: Kfar Shalem, Manshieh: the City, Summeil: Givat Amal en Jamassin: Bavli.Ter eer en glorie van deze fascistische Etzel-militie werd Etzel House opgericht op het puin van het enige overblijvende huis van Arabisch Manshihe. Over het puin werd een grote glazen kubus gebouwd.

Etzel House, het museum van de overwinnaars.

Om de tekst te citeren op de gedenkplaat binnen: “from the shattered walls of the old building grow dark glass walls… An attempt to freeze the special moment and time of the day that Jaffa was liberated.” Maar over hoe Jaffa werd ‘bevrijd’ geen woord. Sharon Rotbard vergelijkt het architectonisch concept van dit museum met de Ruinenwerttheorie “Waarde van Ruïnes”-theorie van Albert Speer. En concludeert over dit Etzel-museum: “Never before in the history of architecture has such an ugly truth been displayed in such a false, spruced up manner.”

De Bauhaus-stad

 

In 2003 voegde Unesco Tel Aviv toe aan de lijst van het Werelderfgoed: “The White City of Tel Aviv is a synthesis of outstanding significance of the various trends of the Modern Movement in architecture and townplanning in the early part of the 20th century.”

Daarop lanceerde men in Israël de mythe dat Tel Aviv niet alleen een witte stad was, maar ook een Bauhaus-stad, een stad van de International Style. De witte elite van Israël bestaat vooral uit Askenazi joden, en dat woord betekent in het Hebreeuws: Duits. In het jiddish-Duits heten ze Yekkes. Het zijn zij die in 1933 met de nazi’s een samenwerkingsakkoord afsloten waarin een transfer van mensen en kapitaal werd vastgelegd. ‘Transfer’ is in het Hebreeuws ‘ha’avara’. Als gevolg van deze Ha’avara-akkoorden kregen tussen 1933 en 1939 16.000 kapitaalkrachtige Duitse joden toestemming om naar Palestina te emigreren en om 31.570.000 toenmalige ponden (nu miljarden euro) te transfereren. Zij werden de economische elite. Een van de bedrijven die ze oprichtten was de Nesher cementfabriek, de grootste industrie van toenmalig Palestina. Nesher is Hebreeuws voor Adler, Adelaar. Alles wat Duits is, is kwaliteit vinden de Yekkes en zij schreven dan ook de geschiedenis van Tel Aviv. Een Witte Stad met Duitse origine, dankzij een link met Bauhaus, de befaamde architectuurschool in Dessau. En het verhaal dat Tel Aviv een soort annex van de Duitse cultuur zou zijn werd in Duitsland zelf gretig overgenomen.

Maar klopt dat? Tel Aviv zou een witte stad zijn, maar eigenlijk is het een blanke stad. Veel wit zie je niet. Toen de bekende Franse architect Jean Nouvel in 1995 de stad bezocht was hij zwaar ontgoocheld: Men heeft mij verteld dat dit een witte stad is. Zie jij ergens wit? Ik niet.” Het is een grijze, vale stad.

Is het een Bauhaus stad? Nu zijn er wel vier Israëli’s die aan de Bauhaus-school hebben gestudeerd: Shlomo Bernstein, Munio Weinraub-Gitai, Shmuel Mechtekin en Aryeh Sharon. Maar zij hebben nooit een groep gevormd of samen gewerkt onder de naam Bauhaus, want zei Aryeh Sharon in een interview: “Bauhaus is geen concept, laat staan een uniforme instelling.” En vooral, ze werkten na WO II, terwijl de gebouwen die nu in Tel Aviv “Bauhaus-Style” worden gecatalogiseerd dateren uit de jaren 1920.

Maar de overgrote meerderheid van de architecten die volgens de “Bauhaus Style” in Tel Aviv actief waren hebben in Frankrijk of België gestudeerd en werden niet door Bauhaus beïnvloed maar door de Franse koloniale architectuur van ondermeer Le Corbusier, daarom dat Tel Aviv zo gelijkt op Algiers of Casablanca. In België studeerden: Haim Casdan (Brussel), Benjamin Ankstein (Brussel) en een van de bekendste Israëlische architecten, Dov Karmi (Universiteit Gent, 1929.)

Om tot slot nog eens Sharon Rotbard te citeren: “In tegenstelling tot Tel Aviv zijn de witte regeerders uit Casablanca, Algiers of Dakar vertrokken en blijven nog alleen hun gebouwen over. In Tel Aviv overheerst nog altijd de cultuur van de witte regeerders en nu meer dan ooit. Tel Aviv is dan ook een voorbeeld tot wat Casablanca, Algiers of Dakar waren geworden als de Franse kolonisatie was blijven verder duren.”

 

Lucas Catherine, vanuit zijn art-deco appartement in Brussel.

December 20, 2018 at 11:51 am Leave a comment

EEN SCHURK MINDER

Als een beroemdheid het hoekje omgaat, verandert hij of zij vaak in een heilige. Die eer valt nu te beurt aan G.H.W. Bush. In alle massamedia wordt hij de hemel in geprezen. Niet alleen zijn beleid maar vooral zijn karakter wordt verstikkend veel lof togezwaaid, In de VS en daarbuiten.

Nu is het te verwachten dat de Amerikaanse media bij de dood van een president een buiging maken maar dit keer is de buiging wel erg diep. Het verhaal dat de media vertellen over Bush is, “he was a gentle soul”. Een presidentiele “mister Rogers”. Dat is een referentie die de meeste niet-Amerikanen niet zullen snappen maar mister Rogers was de vriendelijkste man die ooit op tv kwam. Charmant, minzaam, verstandig, beleefd, waardig, bescheiden, bekommerd om anderen en dol op kinderen, op de juiste manier. Bereid om water in zijn wijn te doen om resultaten te bekomen maar onbuigzaam als dat nodig was. Dat we dit beeld van Bush krijgen heeft wellicht niet in geringe mate te maken met de afkeer van de meeste media voor de huidige president. Bush wordt afgeschilderd als de tegenpool van Trump.

 

Er zijn inderdaad grote stijlverschillen tussen de patricier uit Connecticut en de vastgoedmakelaar uit Queens, al zijn ze beiden “met een zilveren lepel in de mond geboren”. Toch hebben ze meer gemeen dan de media laten uitschijnen.

Vergelijk de kiescampagnes waarmee ze in het Witte Huis belandden. Beide waren gebaseerd op het opstoken van blanke angst voor raciale minderheden en op ultra-nationalisme. Bush gebruikte in 1988 het beeld van Willie Horton, een zwarte moordenaar van een blank paar, zoals Trump in 2016 Francisco Sanchez gebruikte, een illegale immigrant die een blank meisje had doodgeschoten. Beiden wikkelden ze zich in de Amerikaanse vlag en bestookten hun tegenstanders met chauvinistische verdachtmakingen. Trump oogste wat Bush gezaaid had.

Als correspondent van De Morgen en andere bladen volgde ik het beleid van Bush van nabij. Het was alles behalve “kind and gentle”.

Op binnenlands vlak was een van zijn eerste initiatieven het lanceren van de “war on drugs”. Dat berustte van bij de aanvang op bedrog. Bush trapte de ‘oorlog’ in gang met een tv-toespraak waarin hij, om te tonen hoe erg de drugepidemie was geworden, een zak crack-cocaine toonde die vlak bij het Witte Huis in beslag was genomen. Later lekte uit dat die inbeslagname speciaal voor de toespraak geensceneerd was. De ‘war on drugs’ was een ‘war on the poor’. Hij werd bijna uitsluitend in zwarte en latino woongebieden gevoerd. Honderdduizenden gekleurde jongeren belandden in de gevangenissen die aan een razend tempo werden bijgebouwd. Zwarte jonge mannen werden gedemoniseerd, net zoals Trump vandaag de illegale immigranten verkettert. Dat aspect van Bush’s beleid werd overigens met enthousiasme door zijn opvolger Bill Clinton voortgezet.

Op buitenlands vlak was Bushs grootste ‘prestatie’ de oorlog tegen Irak. Die wordt tegenwoordig soms “de goede Golfoorlog” genoemd, in tegenstelling tot de tweede, die van zijn zoon, die zoveel ellende meebracht en nu zowel door rechts als door links verguisd wordt. Terwijl vrijwel niemand nog ontkent dat die tweede invasie op basis van leugens (over niet bestaande massale vernietigingswapens) gevoerd werd, wordt de eerste voorgesteld als een nobele strijd voor de westerse waarden. Alsof de VS in het Midden Oosten een onbaatzuchtige toeschouwer was. Washington steunde het regime van Saddam Hoessein jarenlang als tegengewicht voor Iran. Er zijn sterke aanwijzingen dat de Bush-regering de oorlog zelf heeft uitgelokt, om geostrategische redenen. April Glaspie, Bushs ambassadeur in Bagdad, leek Saddam groen licht te geven toen ze hem verzekerde: “We have no opinion on the Arab-Arab conflicts, like your border disagreement with Kuwait”. Eerder al had het State Department Saddam eerder laten weten dat Washington ‘no special defense or security commitments to Kuwait’ had. Met andere woorden, doet u maar.

Op de highway of death’

De afloop van die oorlog was voorspelbaar. Te meer omdat het Iraakse leger te kampen had met massale desertie. Een aspect van die afloop dat in het overwinningsroes door de massamedia tot een voetnoot gereduceerd werd, bleef me bij. Het Iraakse leger was verslagen, een wapenstilstand was afgekondigd. Langs baan 80 die van Koeweit naar Basra in zuid-Irak leidt, trokken tienduizenden Iraakse soldaten naar huis. Sommige in legervoertuigen, anderen in personenwagens en bussen. De meeste zonder wapens. In de nacht van 26 februari 1991 gaf Bush opdracht om het konvooi te vernietigen. Gevechtsvliegtuigen bestookten het urenlang. Toen het voorbij was lagen er meer dan 2000 verbrande voertuigen en duizenden lijken op baan 80, de “Highway of Death”.

Over het waarom van die actie is sindsdien veel gespeculeerd. Militair had ze geen enkele zin, de oorlog was voorbij, het konvooi bestond trouwens grotendeels uit soldaten die geweigerd hadden om te vechten. Vandaar dat niet een Amerikaan sneuvelde in de landaanval om Koeweit te heroveren. Was er een politiek motief? Of een sociaal, zoals sommigen beweren? Op de keper beschouwd doet het er niet toe. Feit is, het was een van de meest gruwelijke slachtpartijen sedert de tweede wereldoorlog. Bush kon urenlang met zijn kleinkinderen spelen maar hij was ook een leugenaar, een cynicus en een oorlogsmisdadiger.

December 5, 2018 at 6:13 am 1 comment

ISRAËLISCHE WETGEVING GIET APARTHEID IN BETON

Door Johan Depoortere

“Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten,” het is een refrein dat de propaganda van de zionistische staat niet aflaat erin te hameren. De werkelijkheid ziet er anders uit. De Palestijnse minderheid in het land (20% van de bevolking) heeft weliswaar stemrecht en is vertegenwoordigd in de Knesset, het Israëlische parlement, maar wordt op allerhande wettelijke en semi-wettelijke manieren van reële invloed – laat staan macht – afgehouden. De feitelijke apartheid waarmee de niet-Joodse bevolking wordt gediscrimineerd wordt nu binnenkort ook wettelijk verankerd. De Knesset spreekt zich in een van de volgende zittingen uit over de “Basiswet Israël als Natiestaat van het Joodse Volk.” Dat de wet wordt goedgekeurd lijdt weinig twijfel: het voorstel is ingediend door een lid van Benjanmin Netanyahu’s regeringspartij Likoed.

Feitelijke apartheid

Bijna twee miljoen Palestijnse inwoners van Israël leven nu al in een situatie van feitelijke apartheid. Zij zijn tweederangsburgers in eigen land. Palestijnse steden en dorpen hebben te maken met dagelijkse onderbrekingen in de stroom- en watertoevoer, het ontbreken van stadsplanning en infrastructuur, een nooit aflatende confiscatie van gronden voor exclusieve Joodse bewoning, armoede en werkloosheid, vernietiging van olijfgaarden en woningen.

De vredesactivist Miko Peled wordt in Israël gearresteerd bij een protestdemonstratie.

Miko Peled, de zoon van een legendarische generaal in het Israëlische leger en nu een mensenrechtenactivist, tekende een treffend voorbeeld op van de dagelijkse discriminatie waaronder zijn Palestijnse landgenoten te lijden hebben. Hij sprak met Khaled, een invloedrijke Palestijn die in de gemeenteraadsverkiezingen van oktober aanstaande kandidaat-burgemeester is voor Qalansawe, een Arabische stad van 23000 inwoners in de zogenaamde “Driehoek” – Palestijns gebied in Israël binnen de grenzen van 1948.

Palestijnse huizen in Israël kun je onder andere herkennen aan de watertanks op het dak. In tegenstelling tot Joodse Israëlis moeten de Palestijnen voorzorgen nemen om de dagelijkse onderbrekingen in de watertoevoer door de Israëlische watermaatschappij Mekorot op te vangen. Vandaar die tanks. Khaled vertelt Miko Peled dat hij ook zo een tank op het dak van zijn huis heeft. Om de stand van de watervoorraad af te lezen heeft hij een vlotter nodig, zoals je vindt in de waterbak van een wc. Om het ding te kopen begaf zich naar een winkel in een Joods-Israëlische stad. De verkoper vroeg hem waar hij wel vandaan kwam dat hij zo iets nodig had. “Dat is het verschil tussen een Joodse en een niet-Joodse inwoner van Israël,” zei Khaled.

Discriminatie in cijfers

In theorie en op papier zijn Joodse en niet-Joodse staatsburgers in Israël gelijkwaardig. De praktijk is anders. Er bestaan in Israël twee financieringsbronnen voor basisinfrastructuur, voor land, water, en openbare werken: “de regering die voor alle staatsbrugers werkt of ze nu Joods of Palestijns zijn, en de “Nationale Instellingen” die alleen voor Joodse dorpen en steden werken”1

Die Nationale Instellingen zijn de zionistische organisaties Joods Nationaal Fonds en Het Joods Agentschap die zoals bepaald in hun charter in het toekennen van grond en voorzieningen verplicht moéten discrimineren ten voordele van alle Joden ter wereld en ten nadele van de Palestijnse burgers van Israël.

Het Joods Nationaal Fonds bezit 93% van de grond in Israël die daardoor  ontoegankelijk is voor niet-Joden. Het gevolg van de dubbele financieringsbron is dat de zogenaamde “Arabische sector” in Israël het wat voorzieningen als water, irrigatie, riolering, asfaltering, onderwijs en gezondheid met heel wat minder moet stellen dan de “Joodse sector.”

“Het analfabetisme ligt driemaal hoger bij Palestijnen dan bij Joden (15,8 procent tegenover 4,9 procent. Palestijnen hebben geen eigen Arabische universiteit (…) Hoewel de Palestijnen zo een 20 procent van de bevolking uitmaken, is maar 1,5 procent van de ingenieurs Arabier.” Palestijnen in Israël scoren hoger in de werkloosheidstatistieken  en lager in die van de inkomens. De sociale gevolgen zijn voorspelbaar: “7,6 procent van de Palestijnen leeft met meer dan drie personen in één kamer, bij de Joden is dat slechts 0,6 procent. De criminaliteitscijfers zijn meer dan dubbel zo hoog bij de Palestijnen: 16,1 promille tegenover 7,6 promille bij de Joden. Israël besteedt slecht 2 procent van zijn gezondheidsbudget aan de Israëlische Palestijnen, die toch 20% van de bevolking uitmaken. Daardoor is de kindersterfte bij de Palestijnen vier keer hoger dan bij de Joden.”3

Apartheid in beton gegoten

Israël is niet het land van zijn inwoners maar van alle Joden ter wereld. Dat wil zeggen dat iemand die als Jood is geboren in Antwerpen, Brooklyn of Buenos Aires automatisch de Israëlische nationaliteit kan krijgen. Een Palestijn die in Palestina geboren en getogen is maar in 1948 buiten de grenzen van het huidige Israël verbleef is voor eeuwig en altijd van de Israëlische nationaliteit uitgesloten en kan er nooit wettelijk verblijven.

Parlementsleden van drie Palestijnse partijen wilden daar een einde aan maken met een wetsvoorstel dat van Israël de “staat” zou maken van “al zijn inwoners.” De zionistische partijen in de Knesset hebben ervoor gezorgd dat het voorstel geen enkele kans maakt, meer nog dat het te gevaarlijk is om te worden besproken. De juridische adviseur van de Knesset, Eyal Yanon verklaarde waarom: “Het voorstel bevat verschillende artikelen die het karakter van Israël zouden veranderen van een nationale staat voor het Joodse volk tot een staat die gelijke status zou verlenen aan Joden en Arabieren.

De Knesset maakt daarmee zonder meer duidelijk dat een Joodse staat onmogelijk ook democratisch kan zijn. Een democratische staat maakt het immers mogelijk een regime met vreedzaame middelen te veranderen. De zionistische meerderheid zorgt er voor dat Israël een land blijft met een onaantastbare eenheidsideologie: het zionisme en dat de Palestijnen, 20% van de bevolking, voor eeuwig en altijd tot een tweederangspositie zijn veroordeeld.

De “Basiswet Israël als Natiestaat van het Joodse Volk” zal die apartheidsstatus van de Palestijnen nog steviger betonneren. Eén van de bepalingen van dat wetsvoorstel zou het wettelijk mogelijk maken om “exclusieve gemeenschappen” in stand te houden. Dat gaat zelfs de Israëlische president Reuven Rivlin te ver. Hij riep de parlementsleden op het artikel te schrappen omdat het de mogelijkheid zou creëren om uit Joodse nederzettingen Ultra-orthodoxe Joden, Druzen of LGBTpersonen te weren. Dat Palestijnen nu al in feite uitgesloten worden uit Joodse steden en dorpen en dat de wet die vorm van apartheid wettelijk zou verankeren lijkt voor de president de minste van zijn zorgen.

1Palestina, Geschiedenis van een kolonisatie Lucas Catherine EPO 2017De cijfers in deze paragraaf zijn aan hetzelfde werk ontleend.

2Ibid

3Ibid

July 18, 2018 at 11:51 am 2 comments

Ramadan en de Duizend en Eén Nacht.

Door Lucas Catherine

Ramadan eindigde dit jaar op donderdagavond, 14 juni. En dan kwam het feest. Alhoewel, ’s nachts was het iedere dag ook al een beetje feest geweest: eten, drinken, praten én tv-kijken. Speciale series, en niet alleen over het leven van Mohammed of andere aangepaste vrome vertelsels, maar vooral liefdesverhalen en muziek. Maar wat deden de Arabieren vroeger, zonder media? Naar een plein gaan en daar naar verhalen luisteren. Die verhalen werden gebracht door beroepsvertellers: hakawati of rawi en die vertelden met veel mimiek en gestes.

Hakawati ( Office National du Tourisme Marocain)

Nu zijn de hakawati bijna verdwenen. Soms vind je er nog in Marakesj op de Jama al Fna of her en der in het Midden-Oosten.

De man die het eerst in Europa zo’n vertellers beschreef was de Bruggeling Anselm Adornes, een spion voor de Bourgondische hertogen die nog droomden van een nieuwe Kruisvaart. Op 19 februari 1470 vertrekt hij op bedevaart naar Jeruzalem. Op vraag van Karel de Stoute reist hij niet rechtstreeks naar Jeruzalem, maar maakt een ommetoer langs Noord-Afrika, De hertog wou de mogelijkheid nagaan om langs Noord-Afrika op te rukken. Daarom krijgt Anselm Adornes de opdracht dat gebied te gaan verkennen en te kijken wie er aan de macht is en hoe sterk de vorsten daar zijn. Van die kruistocht is niets gekomen, maar Adornes was een goede observator. Hij heeft ons enige mooie beschrijvingen van Noord-Afrika nagelaten, zoals de eerste beschrijving door een Europeaan van de bereiding van koeskoes en deze over de hakawati:

De Moren verzamelen zich iedere avond op dat plein. Sommigen komen te paard, anderen te voet, al naargelang van hun mogelijkheden. Daar kijken ze naar verschillende spelen en voorstellingen om zich te ontspannen. Ik zag er publieke vertellers die met een lange stok hun verhaal onderlijnen. Daar komt altijd veel volk op af. De toeschouwers luisteren gespannen, zoals wij naar een preek luisteren. Ze vertellen oude histories.

Wij kennen die oude histories als De verhalen van Duizend en Eén Nacht, het  meest bekende Arabische literaire werk, meer dan welk ander boek ook. Elf Leila wa Leila, zoals het in het Arabisch heet kwam in Europa in de mode na de vertalingen van de Fransman Antoine Galland (1717) en de Brit Sir Richard Burton (1886). Het boek zelf heeft een lange ontstaansgeschiedenis. Eerst was er een soort oerversie die de vertellers gebruikten en waaraan ze in de loop der eeuwen steeds meer verhalen hebben toegevoegd. Zo vermelden Al Masudi en Al Nadim (beiden 10de eeuw) al een Elf Leila wa Leila dat volgens hen zou teruggaan op een Perzisch boek, Hazaar Afsana (Duizend Sprookjes). Die 1001 Nachten moet je niet letterlijk nemen, het betekent gewoon heel veel en, raar maar waar: het oudste Arabische manuscript waarvan de eerste vertaler, Galland gebruik heeft gemaakt is gedateerd in het moslimjaar 1001 (1592)!

Het raamverhaal, Shahrazade die om haar hachje te redden koning Shariaar iedere nacht een nieuw verhaal vertelt is van Perzisch-Indische origine. Daarna kwamen er vooral veel toevoegingen in Bagdad, ‘Stad van Geneugten, het Parijs van de 4de eeuw’, zoals Richard Burton haar noemde. Veel van die Bagdad-verhalen zijn sterk humoristisch. Dit zijn ondermeer de verhalen waarin khalief Harun al Rashid en zijn drinkkompaan, de dichter Abu Nuwas optreden.

Eén van de grappen van Abu Nuwas aan het hof (gravure uit een boek van Si Kaddour Benghabrit, Imam-stichter van de Grote Moskee van Parijs) Collectie L.C.

Van toen ook dateren de verhalen van Sindbad de Zeeman, de man die de Zeven Wereldzeeën tussen Basra en China bevoer en er exorbitant over vertelt. In een volgend stadium werden er in Kairo nog nieuwe verhalen aan toegevoegd en er is zelfs een Marokkaanse inbreng. De laatste inbreng kwam na het succes in Europa waardoor de vertalers vlijtig op zoek gingen naar meer verhalen, al dan niet apocriefe. Van toen dateren Ali Baba en de Veertig Rovers en Aladin en de Wonderlamp. Ze brachten het tot stripverhalen en Disney-verfilmingen.

Twee kinderboekjes (collectie L.C.)

De oudste, volledige Arabische editie werd in 1835 uitgegeven in Kairo door de beroemde Bulaq-uitgeverij op basis van een Arabisch handschrift uit de 17de eeuw en bevat 1001 Nachten, wat niet altijd het geval is met de andere handschriften.

De verhalen zijn zeer gevarieerd: Geesten en wonderen duiken vaak op, maar er zijn ook sociaal-kritische verhalen (De Bultenaar bvb) die de corruptie van de bureaucratie aanklagen. Dan zijn er verhalen die overkomen als een tv-serie met iedere dag een nieuwe aflevering (Sindbad). Vrouwen spelen een belangrijke rol en dit niet alleen in de sterk pornografische verhalen – ze dateren uit een tijd dat de Arabieren hun literaire cultuur niet beperkten tot de Koran en Kookboeken, zoals nu vaak het geval is. Dit soort erotische verhalen werd vooral door Richard Burton met genoegen aangedikt door zijn uitgebreide verklarende noten, die soms interessanter zijn dan het verhaal zelf, maar anderen vonden dit dan schandalig. Zo deze preutse, ‘Oorspronkelijke Vlaamsche uitgave’ (Antwerpen 1908). Ik citeer uit het voorwoord: Ontegensprekelijk zijn de vertellingen van Duizend en Een Nacht, de eenige, die bij alle volkeren der aarde met de meeste gretigheid ingang vonden…Jammer genoeg, dat ons Vlaamsche Volk daarvan eigenlijk nooit heeft mogen genieten. Wel heeft men in Noord-Nederland pogingen aangewend om de vertellingen ingang te doen vinden. Maar, die omwerkingen stemden niet overeen met de goede zeden van ons Volk! Dat was een misslag! Daar, waar onzedelijkheid op den voorgrond treedt, wordt de deur van het wantrouwen geopend… Deze omwerking zal derhalve in ieders handen, op alle leestafels mogen verschijnen, zonder iets kwetsends op te leveren.

En dan zijn er natuurlijk gewoon grappige verhalen, meestal kort. Al die verhalen werden meestal in de volkstaal verteld, en niet in het hoogliteraire Arabisch. Daarom hier als toemaatje: het kortste verhaal uit Duizend en Eén Nacht, in mijn volkstaal, het Brabants Brussels. Tip: als je het luidop leest is het ook verstaanbaar voor West-Vlamingen, Hollanders en Limburgers.

Het keutste vertelselke oët Duzend en Ien Nacht: De Scheit van Aboe Hasan

Fi yaoem min al ayaam kan fi medina qadima Baghdad razjoel, ismhoe Aboe Hassan…

Lank, moe hiel lank geleië leifde er in de gruute stad van Baghdad ne man en eum hietegede Aboe Hassan. Eum was ne kommersant, ne joenge, raake kommersant, moe uuk ne weiveneir, ne joenge weiveneir. En, eum was altaat triestig. Och èrme. As eum sachternoensj met zaan kameroeten op stamenee zat, zat eum doe triestig te koekeloeren. Eum ha leudevedeu. En alle doege was dat ’t zeulfde, tot as da zaan kameroeten et muug zaan geweuren.

Allah, Aboe Hasan, ne joenge keubber gelaak as ga moet toch kunne ertraave mee e skuun mokke, gien Mistanfluut, moe toch a skuë migeolleke.

En ten lage leste, was’t zuu veir. Aboe Hassan eum ha e annonceke gezet in de gazet en zuu was eum oep e skuun mokske gevalle. Et was gien scheile, ze ha gien meutekes knien, neie en hiel skuu maske. Ze mocht gezeen weudde. Ze stroldegede gelaak as de moen op ne vaaver. Zegge ze in ’t Araabs. Ze zierverde nie, mo wist wannier as das ze moest zwaage. Allah, zuun vinde teigewourdig ne mië.

En Aboe Hassan was ne mens mê floes. Eum organiseerde ne sjikken traa. Nen iel sjikken tra. Alleman was welkom, nâ famille en veir famille. Kozzes en nichte, oenkels en tantes. En alle gebuure. Veir gebuure en nâ gebuure. Zeulfs de oelemaas en de fakirs. Allien gien salafisten, want da fiest da was van frêtmo, frêtmo en zeupt mo, zeupt mo. Ik emmet al gezeit, et was lank, hiel lank geleide. Toen mochte nog zoeipe in Baghdad. Het was den taat da ze in ’t Araabs nog mier as onnerd woure aan veu waan. En frêt waster veu alle goestinge: zuutigheide, smosjterderaa, vlies van schopkes. D’er was zeulfs ne joenge kamiel au feu de bois en in da kamiel zat e lammeke en in dat lammeke ne kaproen en in da kaproen en deufke en in da deufke amandelen en pistasjenoute. As ge d’er niet van gepruufd hé, wette nie wadas da ge gemist hé.

En d’er was muziek mê floëten, troemmels en vravegezang, nen echten noeba.

Iel zaan oës was gepaleid gelek een echt palaas

En den moeste zaan fiancéé emme gezien. Op nen truun, mê heur dames d’honneur die eur oem et eur van klied verannerden. En giene kamelot, hé, giene Hirsch par terre.

Allez,’t es nie veu niks e vertelselke oët Duzend en ien Nacht.

En toens kwam de moment suprême. Aboe Hassan moost zaan mameselle ba eur hand pakke en mê eur nou de sloepkoemer goen. Consommez le mariage en dades gien soep hé.

En toens….toens…

Aboe Hassan zet eum recht in zaane fauteuil en doebaa lost eum en scheit en formidoebele scheit. En alleman a da gehuëd. Moe ze mochte niks zegge en ze begoste hiel loët te klappen asof dader niks was gebeud.

Da moot zuë. Want de Profeit hei gezeit – en ik weit het oët den hadiet van al Bukhari: as ‘ ter ne wind floët oêt et laaf van ne mensj den mougde nie lachen’.

En alleman spelde van de stoemmenduuve.

Moe Aboe Hasan, eum was beschomd, beschomd, eum za in de grond emme kunne kroëpe. Moe dat dee eum nie. A moempelde wa en stapte noe za pjeid. En gaf het de spoure. En eum reed, weg, veir weg tot in de gruute stad van Basra en doe paktege eum nen buut noe Indië. En a begost doe, in Indië, e nuuf carrière as kommersant.

Moe, eum was doe nie gelukkig. Ien joer passeerde, twie joer, vaaf joer, tien joer en toensj, wilde eum terug nou de gruute stad van Baghdad. En a paasde : na zen ze maan scheit al wel vergeite.

En eum mê den buut nou Basra en den noe Baghdad.

Eum verkliedege eum in ne bedeleir, nen fakir. Niemand kost eum erkennen. En Aboe Hassan paasdegede ik gon zu es leustere wat da ze zu al vertelle in ’t stad? Ge moe weite. Doe was toensj nog gien internet of facebook. Toensj moeste nog mê de mensje klappe as ge nuus wa weiten.

En Aboe Hasan arriveit veu de meure van Baghdad en doe zit een bedoewinsje mê eur dochter.

Aboe Hasan, komt stillekes dichter en leustert noe wa da ze zegge.

Moïer, za da dochter, hoe out zaan kik agentlek ? En da mojer paast es diep. Awel, za ze, ga, ga zeit geboure in ’t joer… in “t joer …da Aboe Hassan zaan dikke scheit liet.

En Aboe Hassan zaan melk droët, eum weurd terug zuë beschomd, want zaan scheit was histoore geweure, gelaak da ze na zegge: veu of nou de ourlog, zegde ze toensj: veu of nou de scheit van Aboe Hassan. En eum droët eum oem, zet e op ê luupe, en lupt, lupt tot in Basra en terug op nen buut noe Indië.

En toens, toens kwam er e verken mê ne lange snoët en ma vertelselke es oët.

Sjoekran gezilan, wa barakat aloufik, wa rahmat oellah !

June 15, 2018 at 8:18 pm 1 comment

ISRAËL EN DE TWEE KLOKKEN

Door Johan Depoortere

“Dat het ingewikkeld is,” schrijft Amerika-correpondent Björn Soenens op Facebook  in een poging om de aanpak van de openbare omroep te verdedigen tegen kritiek op de berichtgeving over de Israëlische terreur in Gaza. “Niemand is alleen maar goed, of alleen maar slecht,” heet het nog. Wie zal dat tegenspreken? Stalin was ongetwijfeld een toffe peer onder de kameraden, Hitler wou af en toe graag een baby knuffelen en onder Mussolini “reden de treinen op tijd.” Misschien is Netanyahu wel een lieve opa voor zijn kleinkinderen. Ik twijfel eraan maar vooral: het zal me worst wezen omdat het totaal irrelevant is. Persoonlijke morele schuld of onschuld is hooguit een zaak voor de biechtstoel en niet voor het journaal of de krant. Daar komt het erop aan de realiteit te onthullen ook al is die verborgen onder een dikke laag mythe, propaganda en hype. Moralistische praatjes helpen daarbij niet, wel integendeel.

De openbare omroep heeft het moeilijk met onthullende journalistiek : zie de conflictgeschiedenis van Maurice Dewilde over Walter Zinzen tot Luc Pauwels en Wim Van den Eynde. Ze verschilt daarin nauwelijks van de meeste mainstream media omdat het de opdrachtgevers en de financiers zijn die de krijtlijnen bepalen. In het geval van de openbare omroep zijn dat de gevestigde politieke partijen en de consensus over de partijen heen. Israël is daarvan het meest sprekende voorbeeld: al 70 jaar duwt die consensus Israël en het zionisme in de slachtofferrol, ook al is dat aantoonbare onzin. Over de partijen heen laat de consensus weliswaar milde kritiek toe op de zittende Israëlische regering, maar zelden of nooit fundamentele kritiek op het koloniale en racistische karakter van de zionistische ideologie. Dezelfde brede consensus over de partijen heen bepaalt dat Israël tot onze invloedssfeer behoort, onderdeel van “het vrije westen.” Vandaar een Israëlische deelname aan het Eurovisie songfestival, vandaar een Giro in Israël. Om diezelfde reden werd het Mobuturegime in de openbare omroep – en niet alleen daar – met fluwelen handschoenen aangepakt. Ooit werd een Panorama-uitzending wegens te kritisch voor Mobutu geschrapt. Zo was het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime lange jaren onaantastbaar wegens dezelfde consensus: Mandela was een terrorist en het zwarte verzet terrorisme net zoals het Palestijnse verzet tot vandaag onder die noemer valt. Een Palestijn die een Israëlische soldaat met een mes aanvalt is een terrorist, bombardementen op Gaza die duizenden slachtoffers maken zijn “zelfverdediging.”

2018-05-17 Brussel-6328

Lucas Catherine

Wie aan dat beeld tornt is persona nog grata voor de openbare omroep. Lucas Catherine, één van de best geïnformeerde specialisten van het Midden Oosten is al jaren ongewenst in praatprogramma’s en debatfora. Voor de uberzionist Michael Freilich en de zelfverklaarde experte Mia Doornaert daarentegen wordt de rode loper uitgerold. Freilich heet dan de “woordvoerder van de joodse gemeenschap” te zijn hoewel hij niemand vertegenwoordigt behalve zichzelf. In naam van het “evenwicht” krijgt Freilich ruimschoots de kans om zionistische propaganda te slijten op de VRT-website. Correspondente Ankie Rechess bestaat het om zonder noemenswaardige tegenspraak de lijn van de extreemrechtse regering van Israël te papegaaien en de schuld voor de dodelijke Israëlische terreur aan de grens bij Hamas te leggen. Daarmee zingt ze mee in het aanzwellende koor van de exegeten van het zionistische geweld die – niet voor het eerst – de schuld bij de slachtoffers leggen. De zeldzame keer dat een prinicipiële anti-zionist als Dyab Abu Jahja het woord krijgt wordt hij geneurtraliseerd door een ultraconservatief à la Rik Torfs of Jan Segers, de hofschrijver van het Van-Thillo-imperium.

De ideologie van de “objectiviteit,” de mantra van “de twee klokken:” het klinkt mooi, maar het is al te vaak een façade waarachter zich de heersende belangen verschuilen – en dus een leugen. Om het met de historicus Howard Zinn te zeggen: “Je kunt niet neutraal zijn in een rijdende trein.”

Zie ook: https://salonvansisyphus.wordpress.com/2014/07/31/de-apothekersweegschaal-van-abicht/

May 18, 2018 at 12:46 pm 5 comments

DE LEUGENS VAN HET “MEEST MORELE LEGER TER WERELD”

Het Israëlische leger gaat er prat op het “meest morele leger ter wereld” te zijn. Wat daarmee bedoeld wordt is niet duidelijk: een leger dat geweld schuwt, dat burgerslachtoffers probeert te vermijden, dat de waarheid hoog in het vaandel voert? De feiten vertellen een ander verhaal: bombardementen op woonwijken in Gaza waarbij de bewoners met strooibiljetten gewaarschuwd worden dat ze vijf minuten krijgen om aan dood en vernieling te ontsnappen, moord zonder vorm van protest op Palestijnse militanten, pesterijen en mishandeling aan de talrijke checkpoints , bulldozeren van huizen en olijfgaarden– de lijst is eindeloos. Ook dat van de “waarheid hoog in het vaandel” is een meer dan twijfelachtige claim zoals blijkt uit het onderstaande stuk van Jonathan Cook, de enige buitenlandse journalist die in Israëlisch-Arabisch gebied woont en er verslag uitbrengt.

Door Jonathan Cook

Jonathan Cook woont en werkt in Nazareth, een Israëlisch-Palestijnse stad.

Voor hen die nog steeds geloven dat Israël het meest morele leger ter wereld heeft was het een slechte paar weken. Enkele voorbeelden van recente gevallen waarbij het leger loog over incidenten waarvan Palestijnen het slachtoffer waren:

Een jongen die vreselijk werd gewond door soldaten werd opgepakt en met terreur gedwongen een valse verklaring af te leggen als zou hij zijn gewond in een fietsongeluk. Van een man die van dichtbij werd neergeschoten, daarna afgetuigd door een bende soldaten en voor dood achtergelaten werd beweerd dat hij stierf door het inademen van traangas. Soldaten gooiden een traangasgranaat naar een Palestijns koppel toen die zich met een baby in de armen in veiligheid probeerden te brengen na een militaire invasie van hun dorp.

In het begin van de jaren 2000, toen de sociale media nog in hun kinderschoenen stonden deden de Israëlis het gefilmde bewijs van beestachtig optraden van de soldaten meestal af als “fake.” “Pallywood,” zo werd het genoemd: een samentrekking van Palestijns en Hollywood. In werkelijkheid waren het niet de Palestijnen maar de Israëlische militairen die er behoefte aan hadden om de werkelijkheid in hun voordeel te verfraaien. Recent moesten Israëlische ambtenaren toegeven dat het leger een groep Palestijnse verslaggevers had opgesloten en afgetroefd als onderdeel van het officiële beleid om journalisten te beletten verslag uit te brengen over misbruiken door soldaten.

Mer Khamis diende in Jenin in het Israëlische leger, later probeerde hij via het theater Joden en Palestijnen bij elkaar te brengen. Hij werd – wellicht daarom – in 2011 in Jenin vermoord.

Israël heeft een lange traditie van geschiedenisvervalsing. De jonge Juliano Mer-Khamis, die later één van de populairste Israëlische acteurs werd, kreeg in de jaren 70 de opdracht met een zak wapens deel te nemen aan de militaire operaties in het vluchtelingenkamp van Jenin op de Westelijke Jordaanoever. Als Palestijnse vrouwen en kinderen omkwamen liet hij bij het lichaam een wapen achter. In één bepaald incident vuurden soldaten “spelenderwijs” van op de schouder een raket naar een ezel bereden door een 12-jarig meisje. Mer-Khanis kreeg de opdracht explosieven aan te brengen op de resten.

Dat was vóór de Palestijnen in de late jaren 80 voor de eerste keer massaal in opstand kwamen tegen de bezetting. De toenmalige minister van defensie Yitzhak Rabin – die later door Hollywood werd herschapen in een vredesapostel – riep de troepen op de Palestijnen “de botten te breken” om hun bevrijdingsstrijd een halt toe te roepen. Deze wanhopige en soms zelfvernietigende pogingen van de Israëlis om hun imago op te fleuren leidden hen er onlangs toe om de 15-jarige Mohammed Tamimi in een nachtelijke raid van zijn bed te lichten. Toen ze zijn dorp Nabi Saleh in december vorig jaar binnenvielen schoten soldaten Mohammed in het gezicht. Artsen konden zijn leven redden maar hij moet voortaan voort met een misvormd hoofd en zonder een deel van de schedel. Het tragische lot van Mohammed kwam in de media als nevenbedrijf bij een groter drama. Kort nadat hij was beschoten was op een video te zien hoe zijn nicht, de 16-jarige Ahed Tamimi een soldaat in het gezicht sloeg toen die haar huis binnenkwam. Ahed zit nu in afwachting van haar proces in de gevangenis maar ze was daarvóór al een ikoon van het Palestijnse verzet. Nu is ze ook het symbool geworden van de manier waarop Israël kinderen tot slachtoffers maakt. En dus zetten de Israëlis zich aan het werk om het verhaal een andere draai te geven en Ahed als terrorist en provocateur voor te stellen. Een regeringslid, minister Michael Oren, bleek zelfs een geheim comité te hebben opgezet in een poging om te bewijzen dat Ahed en haar familie in werkelijkheid geen Palestijnen zijn maar acteurs die betaald werden om “Israël er slecht te laten uitkomen.” De Pallywoodmythe op steroïden.

Mohammed Tamimi. Gevallen met de fiets?

Kort daarop kregen de gebeurtenissen nog een andere wending toen Mohammed samen met andere familieleden werd opgepakt, ook al is hij nog zwaar ziek. Hij werd in een cel gegooid waar hij werd ondervraagd zonder bijstand van een advocaat of familielid. Al spoedig kon Israël met een ondertekende bekentenis zwaaien waarin Mohammed verklaarde dat zijn verwondingen niet op het conto van Israël moeten worden geschreven, maar het gevolg zijn van een fietsongeluk. Yoav Mordechai, de hoogste chef in bezet gebied bazuinde het uit als een bewijs van een “Palestijnse cultuur van leugens en opruiïng.” Niet te verbazen dat de Israëlische media er als de kippen bij waren om te laten weten dat Mohammeds verwondingen “fake news” waren.

Ahed Tamimi in een Israëlische militaire rechtbank.

Nu Ahed geen excuus meer heeft voor haar mep in het gezicht van een Israëlische soldaat kan ze door de miliataire rechters achter slot en grendel worden gegooid. Vervelend alleen dat getuigen, telefoonopnames en ziekenhuisdocumenten met inbegrip van hersenscans allemaal aantonen dat Mohammed werd neergeschoten. Dat alles is gewoon een zoveelste aflevering van de Israëliwoodproducties die automatisch alle schuld bij de Palestijnen leggen. Honderden kinderen in de productielijn van de Israëlische gevangenisindustrie moeten elk jaar bekentenissen ondertekenen of strafvermindering pleiten om kortere gevangenisstraffen te krijgen van rechtbanken die in 100% van de gevallen veroordelingen uitspreken. Het is meer Kafka dan Hollywood.

Een ander hallucinant legersprookje werd een paar weken geleden door de waarheid achterhaald. Op bewakingscamera’s was te zien hoe de 35-jarige Yasin Saradih bij een invasie van Jericho van dichtbij werd beschoten en hoe hij vervolgens toen hij gewond op de grond lag onbarmhartig door de soldaten werd afgetroefd en tenslotte werd achtergelaten tot hij ter plaatse doodbloedde.

Yasin Saradih: doodgeslagen en achtergelaten.

Het verhaal is niet uniek. Amnesty International noteerde vorige maand in een rapport dat tientallen Palestijnen die in 2017 werden gedood het slachtoffer lijken te zijn van executies zonder proces.

Vóór de publicatie van de filmbeelden waarop te zien is hoe Saradih aan zijn einde kwam bracht het leger een aantal valse verklaringen naar buiten, onder andere dat hij gestorven was door traangas in te ademen, dat hij eerste hulp had gekregen en dat hij gewapend was met een mes. In de video is niets daarvan te zien. In de afgelopen twee jaar zijn tientallen Palestijnen, ook vrouwen en kinderen, in gelijkaardige omstandigheden doodgeschoten. Het leger verklaart daarbij onveranderlijk dat ze gedood werden omdat ze soldaten aanvielen met een mes – Israël noemt deze periode van onrust zelfs de “mes-intifada.” Gaan de soldaten op pad met een zak messen zoals Mer-Khamis een paar decennia geleden?

Een halve eeuw bezetting heeft niet enkel een generatie van Israëlische tiener-soldaten gecorrumpeerd die hun gang mogen gaan en meester mogen spelen over de Palestijnen. Ze heeft ook een industrie van leugens en zelfbedrog nodig gemaakt om ervoor te zorgen dat het geweten van de Israëlis geen moment wordt verstoord door de twijfel en de gedachte dat hun leger misschien toch niet zo moreel hoogstaand is.

Vertaling door Johan Depoortere

Dit artikel verscheen eerder in The National van 4 maart 2018 en in Counterpunch

March 15, 2018 at 6:03 pm 3 comments

EEN ZALM DIE STROOMAFWAARTS ZWEMT

Het totemdier van De Morgen is de zalm, een vis die ervoor bekend staat dat hij onbevreesd tegen de stroom in zwemt. Helaas treft men in de krant vaak vissen in aan die met de stroom meedrijven; die braafjes de school volgen.

Een recent voorbeeld daarvan is een artikel in De Morgen van 31 oktober, breed getiteld “Anarchistische terreur steekt weer de kop op”. Daar boven: “Drie Belgische defensiebedrijven in brand gestoken, inlichtingendiensten verwachten nog aanvallen”.

Laat ons met de titel beginnen. Wat is terreur? Het woord wordt meestal gebruikt in uitdrukkingen als ‘terreur zaaien’ en terreurbewind”, wat betekent geweldpleging om angst, paniek en onderwerping te veroorzaken. De aanslagen gepleegd door groepen als Isis, Al Qaida  en de bende van Nijvel vallen daar duidelijk onder. De Saoedische, Westerse en Russische bombardementen in Afghanistan, Yemen, Syrië, enz., eveneens.  Maar de “aanslagen” waarover dit artikel gaat niet.

Laat ons aannemen dat de auteur, Yannick Verberckmoes, “terreur” als synoniem voor “terrorisme” gebruikt. Over het politiek gebruik – of beter misbruik- van dat woord heeft Noam Chomsky in zijn recent door EPO uitgegeven boek een mooi hoofdstuk geschreven. Wat onderscheidt terrorisme van militaire acties? Dat burgers het doelwit zijn, is geen bruikbaar criterium, want in oorlogen is dat ook steevast het geval. Dat het geweld politieke doeleinden heeft, eveneens.  Wat er overblijft is wie het geweld pleegt: als een staat het doet, zijn het “militaire acties”of “klandestiene operaties”, als de geweldpleger geen staat is (maar het meestal hoopt te worden) is het terrorisme. Tenzij de geweldplegers aan onze westerse, christelijke kant staan; dan zijn het geen ‘terrorists’ maar ‘freedom fighters’. Journalisten die deze Newspeak overnemen, papegaaien Big Brother.

Alleen al het woord “defensiebedrijven” dat in dit artikel wordt gebruikt om de wapenindustrie te omschrijven is Newspeak. De bedrijven in kwestie maken tanks, raketten die dienen om steden te verwoesten in het Midden Oosten, niet om België te verdedigen. Met defensie heeft dat niets te maken. Vroeger was men eerlijker, toen heette het ministerie van Defensie nog ministerie van Oorlog.

Maar terug naar de “terreur” waarover deze zalm gaat. De aanleiding voor het artikel is een brand eind september in een loods van een bedrijf in een industrieterrein in Mechelen. Dat bedrijf, Varec, maakt rupsbanden voor tanks en andere militaire voertuigen. Er waren geen slachtoffers (van de brand, wel te verstaan, hoeveel slachtoffers vielen door de wapens die Varec hielp maken weten we niet). De “aanslag” werd niet opgeeist, niet door anarchisten noch door iemand anders. Er is geen spoor van een dader. Sterker nog, het is helemaal niet zeker dat er een dader was. Ondanks de stelligheid waarmee Verberckmoes in zijn boventitel spreekt van brandstichting, vindt hij niemand die zijn hypothese wil bevestigen. Hij gaat aankloppen bij het federale parket, bij de ministeries van Binnenlandse Zaken en Defensie maar iedereen houdt zich op de vlakte. Het verst komt hij bij Nele Poesmans van het Mechelse parket die zegt dat de mogelijkheid dat de brand gesticht werd “niet uit te sluiten” valt. Gazet van Antwerpen schrijft: “Over de oorzaak is volgens de lokale politie nog niets bekend”.

Hoe die brand is ontstaan weet ik niet. Maar ik weet wel dat een journalist die een vermoeden voorstelt als een feit een grove beroepsfout maakt. Hij maakt ‘fake news’.

Waarop steunt Verberckmoes zich om de brand een anarchistische aanslag te noemen? Zijn eerste argument is dat er in dezelfde periode nog een brand was in een wapenbedrijf. En bij Thales Belgium, een bedrijf dat raketten en andere offensief oorlogstuig maakt (wat Verberckmoes verzuimt te vermelden), werd een geimproviseerde bom aangetroffen die zonder problemen werd verwijderd. Tussen die drie feiten moet er een verband bestaan, vindt Verberckmoes en dat verband kan volgens hem alleen “anarchistische terreur” zijn.  Zijn bewijs: De Franse website “Info Libertaire” tweette: “Genk, Herstal, Mechelen: mooi hoe panden van de militaire industrie in rook opgaan”.  Meer bewijs heeft onze onderzoeksjournalist niet nodig.

Om zijn wankele stelling te ondersteunen gaat hij te raad bij “experten” die zijn opinie over “de weer oplaaiende terreur van extreem-links” onderschrijven. Dat zijn Ben West, een analist van Stratfor, een geopolitiek consulting bedrijf dat ook bekend staat als “the Shadow CIA” en nauw aanleunt bij de echte CIA en het State Department, en Claude Moniquet, een ex-“veiligheidsagent” van de Franse CIA, de DGSE. Die trekken een lijn tussen de “aanslagen” in België en gebeurtenissen in Frankrijk, zoals het in brand steken van politiewagens en zien internationale netwerken die dat orchestreren.

Moniquet krijgt het laatste woord. “Voorlopig hebben die groepen enkel nog infrastructuur vernietigd maar het risico dat ze zich op personen gaan richten is reëel.” Voel je de koude rillingen over je ruggegraat lopen?

Men wil ons bang maken.

 

Tom Ronse

Dit is slechts één voorbeeld van hoe journalistiek propaganda, en meer specifiek, bangmakerij wordt.  Ik beweer niet dat dit artikel De Morgen in zijn geheel typeert; de krant publiceert ook uitmuntende journalistiek. Ik stond mee aan de wieg van De Morgen en heb er heel lang voor gewerkt en hoop er ook in de toekomst nog af en toe aan mee te werken. Of dat nog kan na een stuk als dit? We zien wel.

 

 

 

November 17, 2017 at 7:21 am Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,558 other followers