Posts filed under ‘Midden Oosten’

THEATER

Erdogan op de bres tegen het fascisme

Ook “anti-fascisme” kan koren zijn op de nationalistische molen. In naam van de vrijheid worden vrijheden vertrappeld.  De Holland-Turkije politieke voetbalmatch is daar een voorbeeld van. Een spektakel dat ons aanzet om onze ploeg toe te juichen en de tegenpartij uit te fluiten en dat ons aan beide kanten doet negeren dat spreken belet wordt en dat “onze” oproerpolitie uitrukt om demonstranten aan te vallen. In de onafhankelijke Nederlandse journalistieke website De Correspondent.nl fileert Jesse Frederik het theater.

(tr)

Zo maakte Nederland van een Facebookevenement met 48 geïnteresseerden een #turkijerel

door Jesse FREDERIK

Tot een week geleden telde het Facebookevenement 47 aanmeldingen en 48 geïnteresseerden.  Mevlüt Çavusoglu, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, zou naar partycentrum De Heerlijkheid in Rotterdam komen om ja-stemmers te werven voor het referendum over de Turkse grondwet. Een rampzalige wet, constateren mensenrechtenorganisaties, die de scheiding der machten zou verzwakken en de macht van de president vergroten.

De Nederlandse politiek zag dat niet zitten. ‘We geloven dat de Nederlandse publieke ruimte niet de plek is voor andermans politieke campagnes,’ zei Lodewijk Asscher.

Twee koene helden van het vrije westen

 

Vrijheid, maar nu even niet

 

Vreemd, want de Nederlandse publieke ruimte wordt met enige regelmaat gebruikt door buitenlandse politici om campagne te voeren.Vorig jaar kwam de Britse politicus Nigel Farage nog hiernaartoe om  een ‘nee’ te bepleiten in het Oekraïnereferendum. Goed voor Brexit-stemmers, zei hij.

En twee jaar geleden kwam niemand minder dan Çavusoglu nog naar Rotterdam om campagne te voeren voor de Turkse parlementsverkiezingen. Toen kraaide er geen haan naar.

Andersom is dat overigens ook zo: vorige maand vond er een verkiezingsdebat van Nederlandse Kamerleden plaats op de ambassade in Londen.

We vinden het dan ook ongehoord als onze politici niet de buitenlandse publieke ruimte mogen gebruiken. Zeven jaar geleden weigerde de Britse regering Geert Wilders de toegang tot het Verenigd Koninkrijk. Hij zou naar Londen afreizen om zijn anti-islamfilm Fitna te vertonen. ‘Churchill, de kampioen van het vrije woord, draait zich om in zijn graf,’ oordeelde VVD-Kamerlid Hans van Baalen destijds.

 

Dit is precies wat Erdogan wil

 

Toch: een Turkse minister die zijn recht op vereniging en meningsuiting zou uitoefenen, dat zag de Nederlandse politiek niet zitten. De lijsttrekkers van alle grote partijen vonden het prima om de Turkse minister tegen te houden.

De discussie bij Pauw en Jinek over het bezoek van de Turkse minister. Bij Pauw & Jinek zat Jeanine Hennis-Plasschaert (minister van Defensie, VVD) openlijk te speculeren of ‘brandveiligheid’ niet ingezet kon worden om de bijeenkomst niet door te laten gaan.

Een westerse regering die zich in rare juridische bochten wringt om een Turkse hoogwaardigheidsbekleder zijn rechten te ontzeggen? De Turkse president Recep Tayyip Erdogan ziet niets liever. Onmiddellijk stuurde hij aan op escalatie en begon met sancties te dreigen. De Nederlandse regering trok daarop de landingsrechten voor het vliegtuig van minister Çavusoglu in.

Meer drama, moet Erdogan gedacht hebben: laat ik een minister die toevallig in de buurt is Nederland in rijden om zich als martelaar van het vrije woord op te werpen. De Nederlandse regering gaf hem wat hij wilde: die minister werd gisternacht het land uit geëscorteerd. ‘Democracy, fundamental rights, human rights and freedoms,’ twitterde de Turkse minister van Familiezaken daarop. ‘All forgotten in Rotterdam tonight. Merely tyranny and oppression.’

Een tamelijk potsierlijke uitspraak voor een minister wier regering de afgelopen maanden 125.000 overheidsdienaren heeft ontslagen, 40.000 Turken en 140 journalisten gearresteerd (waaronder Ahmet Şik die ook voor De Correspondent schreef). Toch, we hadden het Erdogan niet veel makkelijker kunnen maken. Honderden woedende Turkse-Nederlanders die de straat opgaan – een nationalistisch vreugdevuur moet aangegaan zijn in Ankara.

‘Schoonmaak’ in Rotterdam

En toen de Britten een jaar of zeven geleden Wilders de toegang weigerden, ging het precies zo. Met vijftig journalisten vloog Wilders naar Londen, waarna hij – goh – het land niet in kwam en met de verzamelde media weer terug kon vliegen. Dank je wel dwaze Britten, moet Wilders gedacht hebben, weer een paar achtuurjournaals erbij.

Dat is nu niet anders. Een paar dagen voor de verkiezingen zal dit onderwerp de talkshows, de kranten en journaals domineren. Onderwerpen die nauwelijks besproken werden deze verkiezingen, zoals schuldproblemen en klimaatverandering, zullen weer onbesproken blijven.

Was getekend…

 

Het had makkelijk anders gekund.

 

‘Meneer Rutte, er schijnt een Turkse minister naar Nederland te komen om campagne te voeren, dat kan toch niet?!’

‘Ik vind dat ongebruikelijk en onverstandig. Maar in Nederland heeft iedereen het recht om in achterafzaaltjes in Rotterdamse partycentra abjecte dingen te roepen. We geloven namelijk in de vrijheden van meningsuiting en vereniging, juist voor die mensen met wie wij het fundamenteel oneens zijn. Wij geven die vrijheden niet zomaar op – niet uit angst voor Wilders, niet om goedkoop stemmen te scoren. En ik hoop dat onze Turkse medelanders – als ze straks moeten stemmen – hun vrijheden ook niet zomaar opgeven.’

Was getekend, Mark Rutte, liberaal.

 

 

 

https://decorrespondent.nl/6378/zo-maakte-nederland-van-een-facebookevenement-met-48-geinteresseerden-een-turkijerel/947575767138-83d2a963

maart 14, 2017 at 5:40 am 1 reactie

MET EEN MUILKORF EN AAN DE LEIBAND

In De Standaard reageert Walter Zinzen op de dubieuze beslissing van de VRT, Knack en Sudpresse om in het kielzog van Filip Dewinter Syrië te bezoeken en dictator Assad te interviewen. Het interview zelf en de manier waarop het tot stand kwam voldoet niet aan de toetssteen van onafhankelijke journalistiek vindt Zinzen. In het journaal van 8 februari deed de VRT-nieuwsdienst er nog een schep bovenop met een reportage waarin Dewinter de hoofdrol speelde en nauwelijks gehinderd door tegenspraak of kritiek zijn “visie” ten beste kon geven.

Wat volgt is het opiniestuk van Zinzen uit De Standaard van 9 februari.

Johan Depoortere

300

WALTER ZINZEN

Moet een journalist eropuit zijn gepatenteerde moordenaars en criminelen te interviewen? Ja, dat moet, zullen heel wat journalisten antwoorden. Rudi Vranckx liet zich dinsdag in Terzake ontvallen dat hij graag Osama bin Laden had geïnterviewd. Zelf heb ik jarenlang jacht gemaakt op een ‘exclusief’ interview met Mobutu, dictator en massamoordenaar in het toenmalige Zaïre. Nobody is perfect. Want ik had het mis. Criminele politieke leiders interviewen is zinloos. Hun antwoorden zijn perfect voorspelbaar: ze ontkennen hun misdaden glashard, zeggen dat het hun tegenstanders zijn die zich aan misdaden schuldig maken en dat ze de steun van de bevolking hebben, ook al is overduidelijk dat zulks niet het geval is. Dat was met het interview dat drie Belgische journalisten ‘mochten’ hebben met de Syrische president Bashar al-Assad niet anders (DS 8 februari) . De nieuwswaarde was nul.

Oud en recent nieuws

Ja, zowel VRT-interviewer Jens Franssen als Rudi Vranckx had ontdekt dat Assad een ‘kille en wreedaardige’ man was. Alsof we dat al niet lang hemelsbreed wisten. Jens Franssen klopte zich evenwel op de borst: zijn manier van ondervragen had Assad uitspraken ontlokt die hij nog nooit eerder had gedaan. Zou het werkelijk? Hoe narcistisch kun je zijn? Dictators ondervragen kan maar op twee manieren: ofwel stel je brave vragen en dan lukt het, ofwel vraag je door en wordt het interview afgeblazen nog voor het goed en wel begonnen is. Franssen en zijn twee collega’s kozen voor de zachte aanpak. Ze waren beter thuisgebleven.

Hoofdredacteur tv-nieuws Inge Vrancken beweerde, volkomen terecht, dat het de plicht is van de publieke omroep om de ‘twee kanten’ te laten zien. Maar het interview met Assad toonde helemaal geen andere kant. Het woord ‘foltering’, bijvoorbeeld, viel niet één keer. Echter: ere wie ere toekomt. De ‘omkadering’ van het interview was perfect, alvast in Terzake en De Afspraak, veel minder op de radio. De misdaden van Assad werden er breed uitgemeten door goed geïnformeerde studiogasten. Maar was er echt een nep-interview met Assad nodig om die informatie door te geven? Was het rapport van Amnesty International over de gruwel in de Saydnaya-gevangenis niet meer dan voldoende als aanleiding? (DS 7 februari)

471143620

Jens Franssen (VRT) in gesprek met Basjar Al Assad

Dewinter is, pro memorie, de belichaming van een voor racisme veroordeelde partij. Hij laat geen enkele gelegenheid voorbijgaan om te bewijzen dat die veroordeling gerechtvaardigd was. Nog veel erger in dit geval is dat hij in Syrië een misdadige rol speelt: platte broodjes bakken met een terrorist. Op de puinhopen van Aleppo bestaat hij het te beweren dat Assad een baken is in de strijd voor democratie en stabiliteit in het Midden-Oosten. Dat het Assad zelf is die de stad heeft vernield, zul je uit de mond van Dewinter niet vernemen.

Foute bemiddelaar

287876101

Vlaams-Belangkopstuk Dewinter in Aleppo

Als ik me niet vergis bestaan er in ons land instituties, die de sociale media afspeuren op zoek naar mededelingen die haat verspreiden en geweld verheerlijken. Er staat, voor zover ik weet, nergens geschreven dat die boodschappen uitsluitend van islamisten afkomstig moeten zijn. Het is zonder meer duidelijk: Dewinter is een geradicaliseerde Syriëganger die een terroristische organisatie, in casu het Assad-regime, ondersteunt en er ongegeneerd propaganda voor voert, tot en met journalisten verleiden om er de hoofdverantwoordelijke van te interviewen. Het zou de VRT, Knack en Sudpresse gesierd hebben als ze dit manoeuvre hadden afgewezen. Dat ze dit niet gedaan hebben, mag en moet ze kwalijk worden genomen.

Opdracht voor De Roover

Tegen Dewinter zelf dient onverwijld een gerechtelijk onderzoek te worden opgestart. Vervolgens moet de Kamer zijn politieke onschendbaarheid opheffen. Het zou mooi zijn als Peter De Roover (N-VA), die vrije meningsuiting van terrorisme-sympathisanten toch al wil beperken, daartoe het initiatief zou nemen.

 

 

februari 9, 2017 at 5:48 pm 4 reacties

TRUMPS AMBASSADE

 

Zal Trump de VS ambassade in Israël onverwijld naar Jeruzalem verhuizen?

Door Lukas Catherine

trumpnetanyahu

Donald Trump met de Israëlische premier Netanyahu

Na zijn eedaflegging vrijdag zal President Donald Trump een weekendje vrij nemen en drie dagen later beginnen met wat hij allemaal beloofd heeft om op dag één van zijn presidentschap te doen. En dat is veel, u heeft over de meeste beloftes gelezen. Eentje is in onze media niet aan bod gekomen. De Israëlische pers heeft er wel ruim aandacht aan besteed. Hij wil de VS ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem verhuizen. Onverwijld zoals zijn woordvoerster Kellyanne Conway het aan de Israël-lobby in de VS beloofde.

Dat zou wel belangrijke politieke en diplomatieke implicaties hebben, ook voor een eventuele oplossing van het conflict. Tot op vandaag is tel Aviv de officiële hoofdstad van Israël en alle Westerse landen hebben daar hun ambassade, ook de VS. Israël wou dit veranderen na de verovering van Oost-Jeruzalem in 1967. In 1988 selecteerde de zionistische staat een stuk land waarop de Amerikanen hun ambassade zouden kunnen bouwen. Het waren de terreinen van de voormalige Allenby kazerne van de Britten. Generaal Allenby was de man die op het einde van de Eerste Wereldoorlog Jeruzalem voor de Britten op de Ottomanen veroverde.

allenbyvroeger

Allenby Kazerne vroeger

Tijdens de laatste dagen van zijn bewind (op 18 januari 1989) sloot president Ronald Reagan een huurcontract af voor 99 jaar tegen een symbolische 1 $ met Moshe Gatt van de Israël Land Authority. Dat organisme beheert alle in 1948 gestolen Palestijnse grond in Israël. Het betrof een groot deel van de grond waarop de voormalige Allenby kazerne stond.

Maar er gebeurde niets.

In 1995 vaardigde president Clinton The Jerusalem Embassy Act uit. En er gebeurde niets.

Daar is een goede reden toe.

De Britten waren zachtere kolonisatoren dan de Israëli’s. Zij stalen geen grond maar huurden dit van Palestijnen. Het ging om 109.774m². Zo had de Allenby kazerne op 15 mei 1948 toen het zionistische leger West-Jeruzalem en de Palestijnse wijk Talbia veroverde 67 eigenaars. Talbia werd omgedoopt tot Talpiot en de grond van de 67 eigenaars gestolen. Volgens internationaal recht zijn zij nog altijd eigenaars en een van die eigenaars is zelfs God. Want in 1724 had Sheikh Muhamed bin al sheikh Muhamad al Khalili zijn eigendom tot waqf laten verklaren. Waqf valt te vergelijken met onze kerkfabriek. De schenker en zijn erfgenamen blijven formeel eigenaar maar alle opbrengsten gaan naar God en zijn goede doelen. In zijn geval naar de zawiya (gebedshuis) van de Qadiri soefi’s verbonden aan de al Aqsa moskee.

Toen de VS de verhuisplannen voor zijn ambassade openbaar maakte schoten de erfgenamen van de rechtmatige eigenaars van de grond in aktie. Dat waren er ondertussen 137.1 Was het de moeite om daar rekening mee te houden? Het respect voor het internationaal recht van zowel Israël als de VS kennende natuurlijk niet.

Maar… Toen bleken zo’n 90 van die erfgenamen in de VS te wonen als Amerikaans staatsburger. En er was een precedent. Op 12 maart 1996 was de Helms-Burton Act van kracht geworden en die veroordeelde ‘the wrongful confiscation or taking of property belonging to US. Nationals and the subsequent exploitation of this property at the expense of the rightful owners.’ Alleen ging die act over geconfisceerd land van Amerikaanse burgers in Cuba. Maar toch…

allenbyvroeger

Op dit braakland stond de Allenbykazerne.

Op 28 oktober 1999 lieten de Palestijnse erfgenamen van het terrein Secretary of State Madeleine Albright weten dat ze op hun rechten als eigenaars stonden.

Een mogelijk proces van Amerikaanse staatsburgers tegen hun eigen administratie behoorde nu ook tot de mogelijkheden, naast problemen met het internationaal recht.

En vanaf de regeerperiode van Bill Clinton zocht men naar excuses om naar een andere locatie te zoeken. Een van de officiële redenen was dat er teveel hoogbouw rond het terrein stond en dat het daarom ongeschikt was.

Als je het lijstje overloopt van Amerikaanse presidenten die het voor Trump hebben geprobeerd: Reagan – Bush sr. – Clinton – Bush jr. en Obama dan rijst toch de twijfel of Donald Trump dit onverwijld zal verwezenlijken.

Lucas Catherine

1 Een uitgebreid overzicht over hoe de erfgenamen hun eigendom konden bewijzen is te vinden in: “Walid Khalidi, The Ownership of the U.S. Embassy site in Jerusalem,” pp. 80-101 van The Journal of Palestine studies Volume XXIX, number 4 (uitgegeven door the University of California Press, Berkeley, US

januari 21, 2017 at 5:46 pm Plaats een reactie

ISRAELS TRUMPMOMENT

img_0477

Jonathan Cook

Op 3 januari werd de Israelische soldaat Elor Azaria door een militaire rechtbank schuldig bevonden aan doodslag. Azaria, een verpleger in het leger schoot in maart vorig jaar in Hebron een Palestijn door het hoofd, die gewond en weerloos op de grond lag. Het proces en de veroordeling veroorzaakten een schokgolf in de Israelische samenleving. Sympathisanten van de veroordeelde soldaat dreigden met geweld en richtten hun woede niet alleen tegen de legerleiding maar tegen de hele gevestigde orde en de “elite” in het algemeen. Het klinkt, na de Brexit en de verkiezing van Trump vertrouwd in de oren. Een “Trumpmoment” noemt de Britse journalist Jonathan Cook het dan ook.
Cook is een kritische waarnemer van Israel, de enige buitenlandse correspondent in Palestijns-Israelisch gebied.

De volgende bijdrage verscheen eerder in The National (Abu Dhabi) en in het Amerikaanse Counterpunch.
Johan Depoortere

ISRAELS TRUMPMOMENT

Door Jonathan Cook
Het Verenigd Koninkrijk heeft zijn Brexit. De Verenigde Staten hebben president Trump. En Israel heeft nu Elor Azaria. Nee het klinkt niet hetzelfde, maar ook hier zou het wel eens om een keerpunt kunnen gaan met verstrekkende gevolgen.

Israeli soldier Elor Azaria, who was caught on video shooting a wounded Palestinian assailant in the head as he lay on the ground, sits during a hearing at a military appeals court in Tel Aviv during which he was charged with manslaughter on April 18, 2016. Prosecutors presented the indictment to a military court over the March 24 killing, which occurred minutes after the Palestinian had stabbed another soldier and lay prone on the ground wounded by gunfire, according to Israeli authorities. He was also charged with conduct unbecoming of his rank and position in the army. / AFP / JACK GUEZ (Photo credit should read JACK GUEZ/AFP/Getty Images)

Elor Azaria is de Israelische soldaat die op 24 maart vorig jaar in Hebron een gewonde Palestijn die weerloos op de grond lag met een kogel in het hoofd doodschoot. Het incident werd gefilmd en vorige week werd Azaria door een militaire rechtbank schuldig bevonden aan doodslag. Dat vonnis gaf aanleiding tot twee verschillende foute interpretaties.

Volgens de enen is Azaria de rotte appel, een soldaat die zijn moreel kompas verloor onder de druk van zijn stresserende opdracht in Hebron. De andere verklaring, die populair is bij liberale Israelis, luidt dat het vonnis net bewijst dat Israel een stevige rechtsstaat is. Zelfs een soldaat die over de schreef gaat wordt door het “meest morele leger” ter wereld tot de orde geroepen.

In werkelijkheid kunnen we van de publieke reactie op het vonnis meer leren dan van de rechterlijke beslissing zelf.

Er waren verschillende dichte rijen soldaten nodig om te voorkomen dat de rechters door de massa buiten werden gelyncht. Topgeneraals van het leger kregen lijfwachten. Het geroep om annulering van het vonnis klinkt oorverdovend en het wordt aangevoerd door premier Netanyahu.

Azaria is geen “rotte appel.” Hij is de lieveling van het publiek. Dat zijn daad niets uitzonderlijks heeft blijkt uit de reactie van zijn collega’s die compleet onverschillig toekeken toen hij de trekker overhaalde. Uit opiniepeilingen blijkt dat Azaria enorme populariteit geniet – 84% – onder de 18- tot 24jarigen, de leeftijd van de dienstplicht in Israel.

Het proces zelf was intussen geen bewijs van israelisch ontzag voor de wet – het is twaalf jaar geleden dat de laatste soldaat, een bedoein, veroordeeld werd voor doodslag. Het toonde alleen aan dat de druk op Israel toeneemt. Camera’s en smartphones maken het moeilijker om de misdaden van soldaten toe te dekken. Voor de veroordeling van Azaria was het gefilmd bewijsmateriaal doorslaggevend en Israel hoopt met het proces een onderzoek door het Internationaal Strafhof te voorkomen.

Ook de verdediging van Azaria sloeg de plank mis zoals de Israelische columnist Nahum Barnea opmerkte. Gesteund door een golf van publieke verontwaardiging beschuldigden ze Azaria’s oversten van leugens en intimidatie. De aanklagers hadden de klacht al teruggeschroefd van moord tot doodslag. Het hof zou er wellicht mee hebben volstaan een berouwvolle Azaria te veroordelen voor het onterecht gebruik van een vuurwapen. Maar gezien de taktiek van de verdediging hadden de rechters de keuze tussen partij kiezen voor de soldaat of voor het leger.

Net als de Brexit en Trump legde de zaak Azaria niet alleen een diepe sociale kloof bloot, maar was het ook een overgangsmoment. Zij die een deugdelijk systeem zien dat een rotte appel straft zijn ver in de minderheid ten opzichte van hen die een verrot systeem zien dat een held slachtoffert.

Opiniepeilingen laten zien dat het vertrouwen van het Israelische publiek in de meeste instellingen keldert: gaande van justitie tot de media die, hoe onzinnig ook, door “extreem links” heten te worden gedomineerd. Alleen het leger staat nog torenhoog in aanzien.

Dat komt ten dele omdat Israelische ouders er hun zonen en dochters aan moeten toevertrouwen. Het leger in twijfel trekken zou neerkomen op twijfelen aan de stichtingslogica van Israel als versterkte vesting: namelijk dat alleen het leger tussen hen en de “barbaren” staat die de poorten van de vesting bestormen.

img_0476

Naftali Bennett, leider van de kolonistenpartij en minister van onderwijs.

Maar er is meer: in tegenstelling tot die verachte instellingen heeft het leger zich sneller aangepast en geconformeerd aan de ruimere veranderingen in de Israelische samenleving.
Het gaat al langer niet meer om de kolonisten – de bewoners van de illegale nederzettingen – maar om “kolonisme.” Er zijn veel meer kolonisten dan de 600000 die in de nederzettingen wonen. Naftali Bennett, de leider van Joods Tehuis , de partij van de kolonisten, en minister van onderwijs, woont in Ranana, een stad in Israel en niet in een nederzetting.

Kolonisme is een ideologie, een die gelooft dat de Joden een “uitverkoren volk” zijn met Bijbelse rechten die de rechten van Palestijnen en niet-Joden overtroeven. Uit opiniepeilingen blijkt dat 70% van de Israelische Joden denken dat ze door God verkozen zijn.

De kolonisten hebben het leger overgenomen – zowel demografisch als ideologisch. Zij domineren nu het officierenkorps en bepalen de politiek op het terrein.

Het getuigenis van Azaria toont hoe diep hun invloed verankerd is. Zijn eenheid brengt met de commandanten vaak vrije tijd door in het huis van Baruch Marzel, een leider van Kach, een groep die in de jaren 90 buiten de wet werd gesteld wegens zijn genocidaal anti-Arabisch programma. Azaria beschreef Marzel en de kolonisten in Hebron als “familie” van de soldaten.

Bezettingslegers zijn van nature meedogenloos repressief. Decennia lang heeft de legerleiding haar soldaat de vrije hand gegeven tegen de Palestijnen. Maar met de toename van het aantal kolonisten is ook het beeld van het leger zelf veranderd.

Van een leger van burgers die de nederzettingen beschermen is het verveld tot een militie van de kolonisten. Het middenkader dicteert nu de moraal van het leger, niet langer het hoogste echelon zoals defensieminister Moshe Yaalon vorig jaar moest vaststellen toen hij zich tegen het rijzende tij probeerde te verzetten en de bons kreeg.

Het leger voelt zich niet langer in het minst geremd door de zorg om zijn “moreel” imago, noch door de bedreiging van internationaal strafrechterlijk onderzoek. Het trekt zich nauwelijks iets aan van wat de wereld denkt, net zo min als de huidige generatie politici die zich pal achter Azaria opstellen.

Het proces van de soldaat was verre van een triomf voor de rechtsstaat maar integendeeld de doodsreutel van een stervende orde. Over enkele dagen wordt de strafmaat bepaald en die zal naar alle waarschijnlijkheid, om het publiek te sussen, licht uitvallen. Als het vonnis teniet wordt gedaan door gratieverlening zal de overwinning van de kolonisten totaal zijn.

januari 16, 2017 at 9:41 pm 1 reactie

REVOLUTIE IN ROJAVA? EEN DEBAT

4-rojava

Een echt debat is het nog niet maar hier volgen alvast twee uiteenlopende meningen over wat er in Rojava, of Koerdisch Syrie, aan de gang is. Reacties zijn welkom.

 

titel-1

Door Hugo Durieux

 

Op 27 november vierde de PKK (Partiya Karkerên Kurdistan) haar 38ste verjaardag. Nou ja, vieren? De Koerdische Arbeiderspartij is op dit ogenblik op veel fronten in oorlog. In Syrië en Irak zijn haar troepen (met onder andere het vrouwenleger YJA-Star) verwikkeld in de onoverzichtelijke strijd die er woedt om grondgebied en invloed; in Turkije moet men zich meer dan ooit verdedigen in de oorlog die het regime-Erdogan voert tegen de partij en de Koerden in het algemeen.

Westerse media noemen de PKK nog steeds een terroristische en/of marxistisch-leninistische organisatie (in ieder geval iets wat ze als verwerpelijk beschouwen), maar in de gebieden waar de Koerdische Arbeiderspartij behoorlijk invloed heeft,  bouwt zij al geruime tijd aan een maatschappij die gebaseerd is op ideeën van ‘democratisch confederalisme’ of ‘libertair municipalisme’. Ik was verbaasd toen ik die termen terugvond in reportages over Koerdistan in Le monde diplomatique en ROAR magazine. Wie zou ooit de communistische terreurorganisatie van de besnorde duivel Öcalan in verband brengen met de inzichten van uitgerekend Murray Bookchin – een van de belangrijke theoretici van gedecentraliseerd zelfbeheer en sociale ecologie?

Het is blijkbaar in zijn Turkse gevangenis (waar hij levenslang uitzit) dat Abdullah Öcalan het werk van de oude anarchist Murray Bookchin leerde kennen – uitgerekend in een periode dat deze, op het einde van zijn leven (hij stierf in 2006), begon de hoop op te geven ooit nog zijn idee van sociale ecologie verwezenlijkt te zien. Maar Öcalan, die de onbetwiste leider was/is van de PKK, zag wel wat in een maatschappijvisie die het idee van de natiestaat opgaf, en in ruil zou gaan voor een basisdemocratische, pluriforme en ecologische confederatie van alle volkeren van het Midden Oosten. Na de Koerdische Arbeiderspartij stapten sinds 2005 ook de Syrische PYD (de Koerdische Democratische Unie Partij) en de Iranese  PJAK (Partij voor vrij leven in Koerdistan) in dit internationalistische project.

Tegenover het marxistische concept van klasse, is voor Bookchin hiërarchie het centrale begrip om maatschappijstructuren te doorgronden. ‘Klasse’ is voor hem te economistisch; het begrip verwijst te veel naar het bezit van eigendom en de controle over en de exploitatie van arbeid. Hiërarchie is dan een veel subtieler begrip, beter geschikt om machtsverhoudingen in de samenleving te begrijpen, omdat het ook rekening houdt met biologische factoren als leeftijd, geslacht en verwantschap, of sociale gegevens als etnische achtergrond, nationale afkomst en bureaucratische controle. Hiërarchische verhoudingen zijn de machtsverhoudingen die hij wil uitschakelen.

Het maatschappijmodel dat Bookchin voor ogen staat is dan eerder libertair, niet in de individualistisch-egoïstische zin die men in de Verenigde Staten aan het begrip geeft, maar eerder refererend aan de negentiende-eeuwse Europese anarchisten,  die streefden naar een nieuwe manier om democratisch zowel de productiemiddelen als het gemeengoed (de commons) te beheren. Hij noemt zijn model municipalistisch, omdat burgers zelf, via een systeem van assemblees, de controle uitoefenen over het beheer van publieke zaken. En het is confederalistisch, omdat het solidariteit, samenwerking en wederzijdse hulp nastreeft tussen gemeenschappen. Bookchin’s maatschappijmodel wijkt niet fundamenteel af van de ideeën die Bakunin en andere negentiende-eeuwse anarchisten daarover onderhielden (zie bijvoorbeeld ‘2. Classic anarchism’ in   Subsidiarity, anarchism, and the governance of complexity). In die zin is het dus een heel ander confederalisme dan wat de N-VA voorstaat; dat van Bookchin is gericht op het delen van kennis, kunde en mogelijkheden, eerder dan op egoïsme en het afschermen van de eigen rijkdom.

Bookchin sluit het gebruik van geweld niet uit. Om de sociaalecologische samenleving te kunnen verdedigen zal men desnoods een beroep moeten kunnen doen op volksmilities; voorbeelden vindt hij bij de Machnovsjtsjina oftewel het Zwarte Leger in Oekraïne (1918-1921) of de Catalaanse arbeiders- en boerenmilities uit de burgeroorlog (1937). Ook de Mexicaanse Zapatistas vormen een bron van inspiratie.

Aan het eind van zijn leven was Murray Bookchin te ziek om de evolutie van de PKK actief te volgen, maar zijn weduwe, Janet Biehl, trok wel naar Koerdistan om ter plekke de werking van de gemeentelijke assemblees en hun confederale samenwerking te bestuderen. Zij publiceerde er herhaaldelijk over in boeken en op haar website. Ook het artikel The new PKK: unleashing a social revolution in Kurdistan beschrijft meer in detail de sociale ecologie van Bookchin en de manier waarop zij gestalte krijgt in Koerdistan. Kantons als Djezireh, Kobane of Afrin hebben een federale administratieve structuur opgebouwd, waarbij afgevaardigden van de lokale volksassemblees beslissen over zaken als defensie, gezondheidszorg, onderwijs of sociaal beleid. De volksassemblees zelf regelen autonoom hun landbouw- en energiebeleid vanuit een coöperatief en ecologisch standpunt. Binnen die raden en assemblees wordt ook de niet-Koerdische bevolking betrokken (jezidi’s, alevieten, Armeniërs, Turkmenen, enzovoort). Toch kan ook Janet Biehl niet verhullen dat zich problemen voordoen, zoals klimaatverandering, waarvoor op dit ogenblik basisdemocratisch confederalisme geen antwoord kan bieden. Daarvoor kan men volgens haar op dit ogenblik niet buiten de natiestaten.

kaart-irak-syrie

Carte actuelle de la Syrie et de l’Irak. En jaune dans le nord de la Syrie sont les zones contrôlées par les Kurdes de Syrie, en vert dans le nord de l’Irak sont les zones contrôlées par les Kurdes irakiens (source : Wikimedia Commons).Pour les flamands, la même chose.

Een ding is echter meteen duidelijk: het problematische om binnen een natiestaat als Turkije,  met de formele structuren van representatieve democratie, vormen van directe democratie uit te bouwen. Terwijl Koerdische politieke partijen via het parlement streefden naar meer autonomie voor hun regio’s, werden daar aan de basis alvast structuren van basisdemocratie opgezet. Zo was het althans tot voor kort. Sinds de ‘mislukte coup’ van juli 2016  en de daarop volgende gelukte staatsgreep van Erdogan, is van de Koerdische aanwezigheid in het parlement weinig meer over, en is de oorlog tegen de Koerden weer in alle hevigheid losgebarsten. Ook in Syrië kan de dreiging weer groter worden, als het regime van president Assad er in slaagt weer meer controle over het grondgebied te heroveren. Het blijft overigens de vraag of de Turkse en Syrische regimes ooit  autonome multiculturele niet-hiërarchisch georganiseerde basisdemocratische regio’s zouden aanvaarden op wat zij beschouwen als hun grondgebied.

 

 

Niet echt

Of niet?

titel-2

Door Tom Ronse

 
In de chaos van de oorlog zijn de Koerden er met Amerikaanse hulp in geslaagd om in west-Syrië een eigen proto-staat te organiseren. Eerder al was Amerikaanse steun essentieel in de totstandkoming van een de facto Koerdische staat in noord-Irak. Er is geen politieke eenheid tussen die twee onafhankelijke gebieden. Ze hebben elk hun eigen leiders, ministeries en legers. In het Koerdische gebied in west-Syrië, Rojava genaamd, is de centrale macht in handen van de PYD, de Syrische zijtak van de PKK, de ‘Koerdische Arbeiderspartij’ die haar basis heeft in Turkije.

De grote leider van de PKK, Abdullah Öcalan, zit al jaren in een Turkse gevangenis. Daar las hij boeken van de Amerikaanse anarchist Bookchin. Die inspireerden hem in die mate dat hij prompt een ideologische omslag beval. Zijn volgelingen transformeerden van de ene dag op de andere van leninisten in anarchisten. De ironie van deze massale bekering steekt de ogen uit. Bookchins doel was, zoals Hugo schrijft, “het uitschakelen van hiërarchische verhoudingen”. Maar de invoering van zijn “municipalisme” in Rojava was een op en top hiërarchische operatie. Het gebeurde, omdat Öcalan het wilde. In Rojava kom je zijn portret even vaak tegen als dat van Kim Jong Un in Noord-Korea. Er is geen twijfel wie de baas is. En je zegt maar beter geen kwaad woord over hem, wil je niet in een kerker belanden.

Maar waarom wilde hij het? Wat zag Öcalan in Bookchin?

Daarover kunnen we enkel speculeren. Ik speculeer dit:

1. Om een onafhankelijke staat in stand te houden en uit te breiden terwijl de oorlog in Syrië zijn beloop heeft, heeft de partij een ideologie nodig die de bevolking motiveert om de oorlogsellende te verdragen en de militaire operaties enthousiast en actief te ondersteunen. Als basisdemocratie dat doel ondersteunt, waarom het niet gebruiken? Öcalan is in die zin vergelijkbaar met Mao die met zijn “culturele revolutie” ook basisdemocratie gebruikte voor zijn machtsdoeleinden. In beide gevallen bleek die basisdemocratie best verzoenbaar met een extreme personencultus die toont dat, alle volksvergadereringen ten spijt, de onderliggende maatschappelijke structuur wel degelijk hierarchisch is.

2. De YPG , het leger van de PYD, is een integraal onderdeel van de Amerikaanse militaire strategie in Syrië. Zelfs als Poetin er in slaagt om Assad opnieuw in het zadel te helpen is het hoogst onwaarschijnlijk dat Washington zijn trouwste bondgenoten in Irak en Syrie, de Koerden, in de steek zou laten. Maar het helpt natuurlijk als de Koerden zelf meewerken door zich te ontdoen van ideologische bagage die wantrouwen wekt in Washington. Dus goodbye “kommunisme” en “marxisme-leninisme”, hello “municipalisme”. Dat klinkt veel minder bedreigend.

3. In navolging van Bookchin, zegt Öcalan dat hij “het idee van een natiestaat” heeft opgegeven. In praktijk wordt er wel degelijk een staatsstructuur gebouwd in Rojava maar toch is die uitspraak belangrijk. Ze impliceert dat de PKK de territoriale eenheid van Turkije niet langer in vraag stelt. Het is een verzoenend gebaar naar Ankara. Je kunt het de man niet kwalijk nemen dat hij hoopt om ooit nog vrij te worden gelaten. Natuurlijk is dat niet van aard om Erdogan mild te stemmen. Voor hem zijn de Koerden en vooral de PKK te nuttig als binnenlandse vijand om een akkoord te zoeken.

Soldaten van Rojava

Soldaten van Rojava

In zijn stuk vermeldt Hugo de oorlog nauwelijks. Nochtans zou dat het vertrekpunt van de analyse moeten zijn. Rojava is een landje in oorlog, dat gebied tracht te veroveren. Het is daarvoor afhankelijk van de grotere landen die in de Midden-Oosten oorlogen betrokken zijn, in casu de VS. Zijn strategie moet dus noodzakelijkerwijs in harmonie zijn met die van Washington. In Rojava staat alles in functie van de noden van de oorloginspanning. De ideologie die gehanteerd wordt moet in die context bekeken worden en niet als het product van een openbaring van sint- Öcalan in zijn cel.

Bookchin stierf voor hij het allemaal kon meemaken. Wat zou hij ervan gevonden hebben? Een van zijn uitspraken is mij bijgebleven: “On nationalist soil, no revolution can sprout”. En dat is precies het probleem in Rojava.

En hier.

december 10, 2016 at 6:24 am 1 reactie

DE ZWARTE KANT VAN BOB DYLAN

Bob Dylan in Tel Aviv in 2011

Bob Dylan in Tel Aviv in 2011

De zwarte kant van Bob Dylan: zijn steun aan Israël.

door Lucas Catherine

In 1983 bracht Dylan zijn album Infidels uit. Daar staan twee onbehagelijke liederen op: eentje tegen de vakbonden Union Sundown en eentje pro-Israël: Neighborhood Bully. In dit laatste wordt de zionistische staat afgeschilderd als slachtoffer van geweld door zijn Arabische buren:

Well, the neighborhood bully, he’s just one man
His enemies say he’s on their land
They got him outnumbered about a million to one
He got no place to escape to, no place to run
He’s the neighborhood bully.

De invasie door Israël van Libanon was toen net een jaar geleden, en het bloed was nog maar net opgedroogd in Sabra & Shatilla.
In het lied toont hij verder een grote onwetendheid over de massale militaire steun van de VS aan Israël want, zingt hij:

He got no allies to really speak of
What he gets he must pay for, he don’t get it out of love
He buys obsolete weapons and he won’t be denied

Tien jaar eerder, in 1971, schreef Anthony Scaduto in The New York Times over zijn relaties met terreurrabbijn Kahane, diens Kachpartij en de Jewish Defense league: “Dylan’s interest in Israel and Judaism led him, over a year ago, into an unexpected relationship with Rabbi Meir Kahane and the Jewish Defense League.” Dylan bezocht meermaals meetings van de fascistische Jewish Defense League en er werd zelfs gesuggereerd dat hij ze financieel steunde. Scaduto schreef een biografie van Dylan, een basiswerk.
Nu nog is Bob Dylan een fervent tegenstander van de BDS-boycotbeweging.

Gelukkig is het alleen maar de Nobelprijs voor Literatuur die hij kreeg en niet die voor de Vrede.

Lees meer:
https://electronicintifada.net/blogs/michael-f-brown/bob-dylans-embrace-israels-war-crimes

oktober 22, 2016 at 6:15 pm 1 reactie

ELIE WIESEL EN DE HOLOCAUSTINDUSTRIE

559601613

Elie Wiesel, de mensenrechtenprofeet en ziener met een blinde vlek ter grootte van het Midden-Oosten.

Nobelprijswinnaar voor de vrede Elie Wiesel, is op 87- jarige leeftijd gestorven. Van de doden niets dan goed en in de media – reguliere en sociale – gonst het dan ook van de loftuitingen op de man die zowat het geweten van de wereld wordt genoemd. Alle remmen los bijvoorbeeld in een opiniestuk van Patrick De Wael in De Morgen. Mark Van de Voorde, voormalig hoofdredacteur van Kerk en Leven en speechwriter voor Yves Leterme, bestaat het om Wiesel op Facebook bezorgdheid om de Palestijnen toe te dichten en wie kritiek heeft uit te maken voor anti-semiet en Nazi. Dat Wiesel, volgens Noam Chomsky een “akelige bedrieger,” tegelijk een nooit aflatende propagandist was van de racistische apartheidsstaat Israël wordt zorgvuldig onder de mat geveegd. Meer nog: Facebook neemt de rol van censor op zich en verwijdert een post van Ludo De Brabander waarin hij dat aspect van de Nobelprijswinnaar analyseert.

2836826487-2

Elie Wiesel in Buchenwald. Er is twijfel of  de rood omlijnde man wel degelijk Wiesel is.

Elie Wiesel dankt zijn naam en faam – en zijn Nobelprijs – aan het boek “Nacht” waarin hij zijn kampervaringen beschrijft. Wiesel wordt in 1944 als 16-jarige naar Auschwitz en later naar verschillende andere kampen gedeporteerd. Zijn moeder wordt in de gaskamer vermoord, zijn vader sterft enkele maanden vóór de bevrijding. Wiesel zelf overleeft de gruwel en schrijft een eerste versie van zijn boek in het Jiddish. Pas vele jaren later wordt “Nacht” in het Frans vertaald en beginnen boek en auteur aan een tocht naar de toppen van de roem.

2899854733

Wiesel bezocht Auschwitz met president Obama. Maar hij was ook goede vriendjes met Ronald Reagan en hij spoorde George W Bush aan om een klein oorloogje tegen Irak te beginnen. Hij voerde later campagne tegen Obama’s nucleaire deal met Iran.

Nacht” is niet het enige getuigenverslag over de Nazigruwel en volgens critici lang niet het beste. Primo Levi schreef in 1947 al Si questo é un uomo – maar ook dat werk vond pas zijn weg naar het grote publiek toen het in 1958 opnieuw werd uitgegeven. Dat “Nacht” en Wiesel veel meer weerklank vonden is niet zozeer aan de literaire kwaliteiten van het werk te danken als aan het talent van de auteur voor public relations en zijn onverdroten inspanningen om de groten der aarde voor zich te winnen. Maar de heiligverklaring van Wiesel heeft vooral te maken met wat Norman Finkielstein in een even beroemd als controversieel boek “de holocaustindustrie” heeft genoemd. Met de “holocaustindustrie” bedoelt Finkielstein – zelf een zoon van slachtoffers van de genocide – de exploitatie van het Joodse lijden voor politieke doeleinden, zeg maar propaganda voor de Zionistische staat. En hier is het dat de rol van Wiesel van doorslaggevende betekenis is geweest. Wiesel werd zowat de posterboy van de holocaustindustrie.

De eerste decennia na de oorlog was er in de media en de publieke opinie nauwelijks belangstelling voor de massamoord op de Joden en het woord “Holocaust” moest nog worden uitgevonden. Daar kwam verandering in na de oorlog van 1967 die Israël overtuigend won maar die door de bezetting die erop volgde de sympathie voor de Joodse staat dreigde te ondermijnen. Voortaan begon ook het lot van de Palestijnen tot de wereldopinie door te dringen. De belangstelling voor de Holocaust, schrijft Finkielstein kwam niet zozeer doordat de overlevenden hun stem vonden maar door het lobbywerk van Amerikaanse pro-zionistische Joden die zich realiseerden dat de Holocaust het geschikte middel was om Israël de status van “moreel slachtofferschap” te verlenen ondanks de misdaden van de Zionistische staat tegen de Palestijnen. Wiesel weigerde met Finkielstein in debat te gaan en noemde zijn nemesis niet verwonderlijk een antisemiet of – minstens even erg – een zelfhatende Jood.

Maar Finkielstein is lang niet de enige die de Nobelprijswinnaar misbruik van de Holocaust verwijt. Toen Wiesel in 2014 een levensgrote advertentie in The New York Times plaatste waarin hij Israël probeerde wit te wassen van het bloedbad in Gaza antwoordden 327 overlevenden van de kampen en hun afstammelingen met een advertentie in het Israëlische blad Ha’aretz. “Wij zijn verontwaardigd en wij walgen van de manier waarop Elie Wiesel onze geschiedenis misbruikt om het onverdedigbare te verdedigen: Israëls onverdroten poging om Gaza te vernietigen en de moord op meer dan 2000 Palestijnen, onder wie honderden kinderen. Niets rechtvaardigt het bombarderen van VN-schuilplaatsen, ziekenhuizen en universiteiten. Mensen afsnijden van elektriciteit en water is door niets te rechtvaardigden.”(Ha’aretz 23 aug 2014)

Het overdedigbare verdedigen: het loopt als een rode draad door Wiesels biografie. In 1947 is hij als journalist verbonden met de organisatie Irgun die onder leiding van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachem Begin terreur zaait in Brits Palestina. Hoewel Wiesel niet als actief lid deelnam aan de terreurdaden moet hij er zeker van de op de hoogte zijn geweest: de bomaanslag op het King David hotel waarbij tientallen Britten en 15 onschuldige Joden omkwamen en het bloedbad van Deïr Yassin om alleen maar de twee meest beruchte te noemen. In het dorp Deïr Yassin in de buurt van Jeruzalem vermoordden leden van Irgun op 9 april 1948 in koelen bloede 107 burgers – volgens sommigen meer dan het dubbele daarvan – onder wie vrouwen en kinderen. Geen woord van spijt daarover kwam over Wiesels lippen. Van wie is de beroemde quote ook weer dat “neutraliteit en zwijgen altijd in het voordeel van de verdrukker speelt?”

EW_Irgun_poster_Erez_Jisrael

Propaganda voor Irgun, bestemd voor Joden in Centraal Europa. Volgens de Israëlische historicus Benny Morris zaaiden organisaties als Irgun en het nog radicalere Stern terreur onder de Palestijnse bevolking met etnische zuivering als doel.

 

Dat Elie Wiesel “ zich” volgens Mark Van de Voorde “het lot van de Palestijnen aantrok” is dan ook groot nieuws. Het zou daarom interessant zijn te vernemen waar en wanneer Wiesel zich met het gezag van een Nobelprijswinnaar heeft uitgesproken tegen de illegale bezetting door Israël van de Westbank en Gaza, tegen de Apartheid in de bezette gebieden, tegen de moorden zonder vorm van proces, tegen het vernietigen van huizen en olijfbomen van Palestijnen, tegen de invallen in buurland Libanon, tegen het stelen van de waterbronnen, tegen de vernederende behandeling van Palestijnen aan de talrijke checkpoints, tegen de illegale nederzettingen op de Westbank waar nu 420000 Joden wonen die op exclusief voor Joden voorbehouden wegen rijden, tegen de terreur van de kolonisten en ga zo maar door.

Waar was Wiesel toen de voormalige opperrabijn Mordechai Eliyahu – niet de geringste religieuze autoriteit – verkondigde dat er “absoluut geen moreel bezwaar is tegen het doden zonder onderscheid van burgers tijdens een massaal militair offensief tegen Gaza?” (The Jerusalem Post 30 mei 2007) Hebben we de grote man gehoord toen Eliyahu’s zoon verklaarde: “Als ze niet stoppen (met raketbeschietingen) nadat we er 100 hebben gedood, dan moeten we er 1000 doden. Als ze niet stoppen nadat we er 1000 hebben gedood moeten we er 10000 doden. Als ze nog niet stoppen moet we er 100000 doden, zelfs een miljoen. wat ook nodig is om ze te doen stoppen?”‬



Ja, Wiesel was bedrukt toen de Palestijnen bij bosjes werden afgeslacht in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatilla in Beiroet. Maar dat was vooral omdat de goede naam van Israël in het gedrang kwam en tenslotte “waren het niet de Israëlische soldaten die de slachtpartij hadden aangericht.” ‬En hij stortte krokodillentranen toen die arme Joodse settlers hun illegale nederzettingen in Gaza moesten verlaten. Toen was de oorlogsmisdadiger Sharon, die de terugrrekking uit taktische overwegingen had bevolen, volgens Wiesel een verrader van het Zionistische ideaal.‬ Wiesel beschreef in pakkende bewoordingen de kolonisten die door Israëlische soldaten uit hun huizen waren gezet en nu haveloos “op zoek moesten naar een bed en een tafel.”  Voor de 800000 Palestijnen die als gevolg van de etnische zuiveringen in 1948 het land ontvluchtten had Wiesel minder mededogen. Terugkeer naar het land en de huizen die hen werden afgepakt is ondenkbaar vond Wiesel: dat zou immers zelfmoord betekenen voor de Zionistische staat want “de gezichten van Palestijnse jongeren zijn verwrongen van haat.” 



Wiesel was zeer begaan met mensenrechten. Hij kwam op voor de slachtoffers van onrechtvaardigheid en geweld overal ter wereld zolang die slachtoffers maar niet de pech hadden in het land te wonen dat God aan zijn uitverkoren volk heeft beloofd.‬

Johan Depoortere

8 juli 2016

 

 

juli 8, 2016 at 7:59 pm 1 reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.288 andere volgers