Posts filed under ‘Midden Oosten’

ZIONISME EN ANTI-SEMITISME GAAN HAND IN HAND

 

Door Tom Ronse

 

Je kunt heel wat in beweging zetten door wat hakenkruisen te schilderen op joodse graven. De verleiding is misschien wel groot voor sommige jongelui die zich vervelen en zich buitengesloten voelen om op zo’n simpele manier de regisseur te worden van een heus mediaspektakel. Misschien voelen ze trots als editorialen over heel de wereld hun afschuw over hen uitspuwen, als leiders van alle partijen, vakbonden en godsdiensten oproepen om in de hoofdstad te betogen tegen hun nachtelijk avontuur. Ze hebben, als het ware, ‘een steen in de rivier verlegd’. Dat de rivier daar niet beter van werd is bijzaak voor hen. En voor de politieke leiders die vooraan lopen in de betoging, is het een letterlijk goedkope manier om hun goede inborst te tonen.

Waarmee ik anti-semitisme niet wil bagateliseren. Het neemt wel degelijk toe, net als anti-islam-sentiment en in sommige landen zelfs anti-christianisme. Wat al die onverdraagzaamheid gemeen heeft, is dat telkens een minderheid wordt uitgekozen als zondebok.

De stijging van het anti-semitisme heeft twee bronnen. De eerste is het groeiend sukses van populistisch rechts in wiens zog fascistisch rechts, met zijn diep ingewortelde anti-semitische traditie, ook aan zichtbaarheid won. De tweede is de mishandeling van Palestijnen door de Israelische staat. Er is wel degelijk een onderscheid. In het eerste geval identificeren de anti-semieten zich met de praktijken van de nazi’s, in het tweede met de slachtoffers van praktijken die, zonder zo extreem te zijn, wel soms op die van de nazi’s gelijken. Beiden vellen hetzelfde vonnis: alle joden zijn schuldig en moeten gehaat en bestreden worden.

Aan de andere kant van de muur wordt een ander vonnis geveld: iedereen die tegen de politiek van de Israelische staat en haar zionistische ideologie gekant is, is een anti-semiet. Net zoals de Nazi’s destijds affirmeerden dat al wie tegen de nazi-staat en haar ideologie is, anti-Duits is.

Netanyanu en de pro-Palestijnse anti-semieten zeggen dus in feite hetzelfde: er is geen onderscheid tussen de staat Israel en de joden. Val je Israel aan, dan val je de joden aan, net zoals Hitler.

Zo helpt Netanyanu joden in heel de wereld meer kwestbaar maken. Want als een actie tegen Israel een actie tegen alle joden is, dan is een aanval op om het even welke jood ook een aanval op Israel. De gemakkelijkste manier dus om Israel te bestrijden. En als joden ergens worden aangevallen enkel omdat ze joden zijn, dan bewijst dat ook Netanyanu’s gelijk: Israels tegenstanders zijn anti-semieten.

Zionisme en anti-semitisme zijn niet elkaars tegenpolen. Hun relatie is eerder symbiotisch: ze geven elkaar argumenten, ze voeden elkaars propaganda.

Ze steunen beiden op uitsluiting.

Democratie biedt geen uitweg uit deze vicieuze cirkel: Israels verkiezingen gaan over hoe hard de kolonisatie moet worden doorgevoerd, niet over de vraag of ze wel een goede zaak is. De keuze is tussen hard en harder. En voor Netanyanu en zijn partners mag het best wat harder, zoals het artikel hieronder uitlegt. De vaak geroemde Israelische democratie is het schaamlapje van de Israelische kolonisatie.

Macron en andere Westerse politici vinden het politiek opportuun om anti-zionisme te criminaliseren. Ze willen in de eerste plaats economisch protest tegen de apartheidspolitiek van Israel strafbaar maken. Zelf ben ik geen voorstander van economische boycott, om het even tegen welk regime. Het is een bot wapen dat gericht is tegen de machthebbers maar ook vele gewone mensen (Palestijnen inbegrepen) treft. Het getuigt echter van grenzeloze hypocrisie om deze vorm van protest in naam van de vrijheid en het anti-racisme te verbieden.

De logica van Macron en consoorten is even krom als simplistisch: wie tegen etnische zuivering is, wie zich verzet tegen kolonialisme, is een racist. Zoals Marx al opmerkte, de ideologie van de bourgeois zet de wereld op zijn kop.

 

March 1, 2019 at 7:53 pm 3 comments

ZIONISME EN ANTISEMITISME

 

Door Johan Depoortere

Netanyahu en Macron in 2017 bij de herdenking van de “Rafle du Vel d’hiv”

De Israëlische premier Netanyahu omarmt drie extreem-rechtse partijen om zich op die manier van een meerderheid te verzekeren na de verkiezingen die op 9 april moeten plaats vinden. “Joods fascisme” noemt de liberale krant Haaretz  de nieuwe coalitiepartners die de premier al een post in de volgende regering heeft beloofd. De Franse president Macron misbruikt de golf van – waarschijnlijk – extreem-rechts antisemitisme in Frankrijk om antizionisme te criminaliseren en dat heeft veel te maken met de binnenlandse Franse politieke situatie. In beide gevallen – Macron en Netanyahu – zien we regeringsleiders naar de noodrem grijpen om het voortbestaan te verzekeren van hun politieke macht die nu op een precaire basis berust. Netanyahu hangt een proces wegens corruptie boven het hoofd. Macron slaagt er niet in de sociale onrust en de fronde van de gele hesjes onder controle te krijgen.

Shlomo Sand

Het is niet de eerste keer dat Macron zijn “vriend Bibi” naar de mond praat. In 2017 was Netanyahu op uitnodiging van Macron aanwezig bij de herdenking van de “rafle du Vel d’Hiv” de grote razzia waarbij de Nazis in 1942 met hulp van de Franse politie meer dan 10 000 Joden oppakten en daarna naar de concentratiekampen doorstuurden. Toen al noemde Macron “antizionisme een heruitgevonden vorm van het antisemitisme.” In een open brief die de Israëlische historicus Shlomo Sandtoen aan de Franse president schreef vroeg die zich af of “deze voormalige filosofiestudent en assistent van Paul Ricoeurzo weinig boeken over geschiedenis heeft gelezen dat hij niet weet dat zoveel Joden zich altijd tegen het zionisme hebben verzet zonder antisemitisch te zijn.”

De bankier Nathan Rothschild, één van de vele bekende Joden die zich al vroeg tegen het zionisme verzetten.

Sand citeert onder andere de beroemde bankier Nathan Rotschild, voorzitter van de Unie van Synagogen in Groot-Brittannië en de eerste Jood die de titel van Lord kreeg in het Verenigd Koninkrijk. In 1903 schrijft de bankier aan Theodore Herzl, de stichter van het zionisme: “Ik huiver bij het idee om een Joodse kolonie te stichten in de volle zin van het woord. Zo een kolonie zou een ghetto worden, met alle nadelen van een ghetto. Een heel heel kleine Joodse staat die devoot en niet liberaal zou zijn en die de christen en de vreemdeling zou verwerpen.” Nathan Rotschild, een antisemiet?

Bertzalel Smotrich: organiseerde een “Beestenparade” uit protest tegen de Pride Parade in Jeruzalem

Eén van de partijen in de coalitie die Netanyahu heeft gesmeed, “Joods Tehuis” (HaBayit HaYehudi) is fanatiek antihomo. Betzalel Smotrich, één van de kopstukken van de partij, organiseerde in Jeruzalem de “Beestenparade” uit protest tegen de Pride Parade daar. Hij verklaart zich een voorstander van de segregatie van Joden en Palestijnen, niet alleen in de nederzettingen, maar ook in ziekenhuizen. Hij tweette: “Het is normaal dat mijn vrouw niet naast iemand zou willen liggen die zopas een baby ter wereld heeft gebracht die over een jaar of twintig haar baby zal willen vermoorden.” Smotrich wordt genoemd als de toekomstige onderwijsminister na de verkiezingen.

Moti Yogev: “Het Hooggerechtshof bulldozeren”

Moti Yogev, een ander parlementslid van “Joods Tehuis,” verklaarde dat het Hooggerechtshof beter met een bulldozer wordt platgegooid. Het Hooggerechtshof is in de ogen van veel extreme zionisten veel te toegeeflijk voor Palestijnse eisen en klachten en veel te links. “Otzma Yehudit” (“Joodse Macht”) – volgens Haaretz de Joodse tegenhanger van het Britse fascistische Nationaal Front – is de opvolger van de Kachpartij die door Meir Kahane werd opgericht . De Verenigde Staten plaatsten Kahane op de lijst van gewelddadige terroristen en ontzegden hem toegang tot het grondgebied. In Israël werd hij in 1989 gearresteerd nadat hij had opgeroepen “de Arabieren te doden” en nadat een menigte twee Palestijnse toevallige voorbijgangers had proberen te lynchen. “Joodse Macht” protesteerde in het verleden tegen “gemengde huwelijken” (tussen Joden en niet-Joden) hield provocerende optochten door Palestijnse wijken in Jeruzalem en organiseert jaarlijks herdenkingen voor Baruch Goldstein, de Joodse extremist en aanhanger van rabbijn Kahane, die in 1994 29 Palestijnen in een moskee doodschoot.

Meir Kahane, een terrorist met volgelingen tot vandaag.

De partij van Kahane, “Kach,” werd uiteindelijk in 1988 wegens racisme verboden. Wat niet belet dat de kleinzoon van de rabbijn ervan verdacht wordt aan het hoofd te staan van een clandestiene groep kolonisten die verantwoordelijk zijn voor een golf van aanslagen tegen Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever met onder meer de steniging van een moeder van negen. Veel ideeën van deze extremistische partijen worden door een grote groep Joodse Israëlis gedeeld. Uit een recente opiniepeiling blijkt dat bijna de helft er voorstander van is om alle Palestijnen in Israël – nu zo een 20% van de bevolking – uit te wijzen. Dat heet “transfer” een idee dat zo oud is als het zionisme zelf en dat nu gepromoot wordt door onder andere de ministers van Joods Tehuis in de huidige en wellicht toekomstige regering Netanyahu. 

Kahane had nog een reeks maatregelen voor zijn niet-Joodse landgenoten in petto: slavernij voor Arabieren en andere niet-Joden, verbod op contact tussen Joden en Arabieren met inbegrip van seksuele relaties, gesegregeerde stranden, ontbinding van gemengde huwelijken, verbod op huisvesting van niet-Joden in Joodse buurten en het uitwijzen van alle niet-Joden uit Jeruzalem. Dat laatste is intussen werkelijkheid geworden: uit het Joodse West-Jeruzalem zijn zo goed als alle Palestijnen verdreven en zelfs in het overwegend Palestijnse Oost-Jeruzalem worden de Palestijnen systematisch weggepest. In een  opiniepeiling in 2006 verklaarden 68% van de Israëlische Joden dat ze niet in een appartementsgebouw willen wonen met Palestijnse buren. 

Wie niet uitdrukkelijk afstand neemt van antisemieten – zoals in de Verenigde Staten bijvoorbeeld van de zwarte leider Farakhan – kan terecht het verwijt krijgen zelf antisemitisch te zijn. Wat te denken van Netanyahu die geen van de racistische ‘heldendaden” van zijn huidige en nieuwe coalitiepartners veroordeelt? De premier, die overal in Europa met respect wordt ontvangen, laat niet alleen na het extremisme in zijn land te veroordelen, hij versterkt het en maakt het mainstream. Niet te verbazen dat de Israëlische premier zoete broodjes bakt met antisemieten als zijn Hongaarse tegenhanger Orban, en bijvoorbeeld ook de eerste was om de nieuwe Braziliaanse president Bolsonaro – ook niet vies van antisemitisme – geluk te wensen.

Netanyahu wil volgens de liberale Haaaretz graag vergeleken worden met Churchill, maar de vergelijking met Milosovic is méér op zijn plaats. Ook de Servische leider werd als een gematigde nationalist beschouwd tot hij zich uit cynische berekening op één lijn zette met de extreemste bondgenoten en zijn land in een bloedige oorlog stortte. Hoe kan je geloofwaardig verklaren dat antizionisme gelijk staat met antisemitisme – zo besluit de krant – als de Israëlische premier met de antisemieten aan tafel gaat zitten.

Niet alleen in Frankrijk kent de criminalisering van antizionisme een hoge vlucht. Sinds hij aan het hoofd kwam van de Britse Labourpartij wordt Jeremy Corbin door de Blairites in zijn partij en vrijwel alle mainstream media in het Verenigd Koninkrijk gedemoniseerd als antisemiet. Een echo daarvan was vorige zomer in ons land te bespeuren toen de filmmaker Ken Loach, een vriend van Corbyn, een eredoctoraat kreeg aan de Vrije Universiteit Brussel. Loach kreeg daarvoor stevig de wind van voren uit de zionistische hoek, die daarin werd gesteund door premier Michel. Gelukkig kwam er ook tegenreactie van progressieve Belgische Joden die Loach erkenden voor wat hij is: iemand die zijn hele leven lang tegen racisme en antisemitisme heeft gestreden en die ook net als Corbyn een lange staat van dienst heeft in de verdediging van de elementaire rechten van de Palestijnen.

Kenneth S. Stern, auteur van de IHRA “niet bindende definitie van antisemitsme” waarschuwt tegen heksenjacht.

Bij Jean-Jacques De Gucht evenwel is de boodschap nog niet aangekomen. De Gucht slaagde erin de senaat een resolutie te laten goedkeuren waarin kritiek op Israël gelijk wordt gesteld met antisemistisme en krijgt daarbij luidruchtig applaus van Joods Actueel, het blad van Michael Freilich, kandidaat op de NVA-lijst voor de Kamer. De resolutie strekt ertoe “bovenop de wettelijke definitie, de niet juridisch bindende werkdefinitie zoals voorbereid door de International Holocaust Remembrance Alliance te implementeren.” Aangezien de ‘werkdefinitie’ van het IHRA inderdaad ‘niet bindend’ is blijft het onduidelijk wat dat “implementeren” precies inhoudt. Wél duidelijk is dat de resolutie gebruikt kan worden om critici van de Israëlische staatsdoctrine, het zionisme, de mond te snoeren. Laat dat nu net de grote bezorgdheid zijn van één van de voornaamste auteurs van de IHRA-definitie, de Amerikaanse jurist Kenneth S. Stern. In een verklaring vóór het Amerikaanse congres veroordeelde Stern, overigens een overtuigde zionist en zeker geen linkse rakker, het aan het McCarthyisme herinnerende gebruik van de definitie om de vrijemeningsuiting aan banden te leggen.

Jean-Jacques De Gucht: auteur van een resolutie in de Belgische senaat die kritiek op Israël gelijk stelt met antisemitisme.

Ook in de Verenigde Staten woedt volop de discussie over antizionisme en antisemitisme. In 26 staten is nu al wetgeving van kracht die deelname aan de BDS-beweging tegen Israël (Boycot, Divestment, Sanctions) criminaliseert. Meestal gaat het om wetten die het de overheid mogelijk maken contracten te weigeren met personen of bedrijven die weigeren een verklaring te ondertekenen dat ze op geen enkele manier Israël zullen boycotten. Ook op federaal niveau liggen verschillende wetsvoorstellen klaar om deelname aan BDS te bestraffen, met in één geval tot 1 miljoen dollar en een minimum van 250 000 dollar en twintig jaar gevangenisstraf. Tot dusver heeft geen van die voorstellen een meerderheid achter zich gekregen, maar ze blijven op tafel.

De verklaring voor die opstoot van strijd tegen het antizionisme ligt in het succes van de BDS-beweging die vooral op Amerikaanse campussen aanslaat bij jongeren maar ook op een ruimer vlak bij liberale democraten. Recente opiniepeilingen laten zien hoe in dat segment van de Democratische partij – de basis die het meeste geneigd is op te komen bij de voorverkiezingen en geld te storten – de sympathie voor de Palestijnse kant van het conflict de laatste jaren scherp is toegenomen. De Israëlische reactie is massaal. Campagnes om BDS-activisten te discrediteren worden vanuit de Israëlische ambassade aangestuurd. De website “Canary Mission,” volgens een documentaire van Al Jazeera in het leven geroepen door de Joodse financier Adam Milstein, publiceert constant foto’s en biografische gegevens van al wie met de boycot te maken heeft. De site doet er alles aan om de pro-Palestijnse studenten in dezelfde zak te steken als de blanke supremacisten en racistisch extreem-rechts. De methodes die daarbij worden gebruikt lijken rechtstreeks uit het McCarthytijdperk te komen. 

John Hagee, felle zionist en antisemiet: “Joden moeten zich bekeren om ten hemel te worden opgenomen.”

Het kan niet genoeg herhaald worden: antizionisme is geen antisemitisme. Niet alle Joden zijn zionisten, niet alle zionisten zijn Joden. De fanatiekste zionisten vind je onder de Amerikaanse evangelische christenen, vaak de échte antisemieten. Eén van hen, pastor John Hagee is de leider van de Cornerstone Church, één van de grootste mega-televisiekerken in de Verenigde Staten, met lokale tv-stations in heel het land. Ik kon Hagee enkele jaren geleden interviewen in zijn kerkcomplex in San Antonio Texas. Een weekend lang werd ik ondergedompeld in een orgie van zionistische propaganda in de vorm van toneel, gezangen en gebeden. Hagee is ook één van de bekendste vertegenwoordigers van de rapture-beweging: het geloof dat het einde der tijden elk moment kan aanbreken en dat de gelovigen – de goede christenen – dan fysiek ten hemel zullen worden opgenomen, en de ongelovigen in een poel van vuur en ellende vernietigd. “Het kan zo dadelijk gebeuren,“ zei Hagee me, ‘op het moment dat ik deze kamer verlaat.” Op de vraag wat dan met de Joden zal gebeuren was het antwoord: “Ze zullen zich op het ultieme moment bekeren tot Christus.”  John Hagee, een vurige Trumpaanhanger, was één van de eregasten op de ceremonie waarbij Trump officieel de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem overbracht. 

26-02-2019

Shlomo Sand is auteur van “The invention of the Jewish People” Verso 2010

Franse filosoof 1913-2005

February 26, 2019 at 4:16 pm Leave a comment

DE VERDWENEN DORPEN VAN PALESTINA

Naar aanleiding van het Eurovisiesongfestival in Israël in mei van dit jaar organiseert de Academische BDS (Boycot, Divestment, Sanctions) een reeks activiteiten om te protesteren tegen deze propagandastunt van de zionistische apartheidstaat. In samenwerking met de overheidsvakbond ACOD stel ik vanaf dinsdag 29 januari mijn fotoreeks “De verdwenen dorpen van Palestina” tentoon in de gebouwen van de VRT.  Later – van 6 tot 30 mei – zullen de foto’s ook te zien zijn in De Markten in Brussel en boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen. Op 26 maart is er mogelijkheid tot een publiek bezoek aan de tentoonstelling in de gangen van de VRT, inclusief een rondleiding achter de schermen van de openbare omroep. Inschrijven kan hier: acod@vrt.be. Klik hier voor de brochure.

Johan Depoortere

De universiteit van Tel Aviv. Onder de campus liggen de resten van het vernietigde Palestijnse dorp Sheikh Muwanis.

 Als in mei volgend jaar het Eurovisiesongfestival in Israël plaatsvindt zal dat gebeuren in een arena bij de universiteit van Tel Aviv, op de grond van het verdwenen dorp Sheikh Muwanis. Alle huizen van Sheikh Muwanis zijn met de grond gelijkgemaakt, behalve één: het zogenaamde Green House, een voormalige Palestijnse patriciërswoning waar nu de faculty club is gevestigd en waar bij feestelijke gelegenheden op de campus de recepties plaatsvinden. De bittere ironie is dat dit authentieke Palestijnse huis door een Italiaanse architect in een pseudo-oriëntaalse stijl werd gerenoveerd. Sheikh Muwanis is geen alleenstaand geval, het is slechts één van de ruim 600 Palestijnse dorpen die sinds de oprichting van de staat Israël, 70 jaar geleden, zijn verdwenen.

De Faculty Club, het enige overblijvende Palestijnse huis op de campus, gerenoveerd in pseudo-oriëntaalse stijl.

Toen de zionisten onder leiding van Ben Gurion op 14 mei 1948 de oprichting van de Joodse staat afkondigden was de meerderheid van de bevolking van wat voortaan Israël zou heten niet Joods maar Palestijns-Arabisch. Geen wonder dat die meerderheid zich verzette tegen een beslissing waar ze part noch deel aan had en waarover ze geen enkele zeg had gekregen. De oorlog die daarop volgde leidde tot de overwinning van de zionistische troepen en de nederlaag van de Palestijnen en de Arabische buurlanden die hun ter hulp waren gekomen. Het gevolg was de Nakba, de Palestijnse tragedie die tot vandaag wordt herdacht. De Nakba,dat betekent om en bij de 800 000 Palestijnen die have en goed verloren en sindsdien een erbarmelijk bestaan als vluchtelingen leiden: de meesten in de Arabische buurlanden, vandaag zo een 350 000 als displaced persons in Israël zelf. 

Meer dan 600 Palestijnse dorpen zijn sinds de oprichting van de zionistische staat in 1948 verdwenen, de meeste kort voor, tijdens en na de oorlog van 1948-49, een aantal na de Zesdaagse Oorlog in 1967. In de meeste gevallen werden de bewoners verdreven en de huizen en gebouwen met de grond gelijkgemaakt. Volgens de officiële zionistische versie werden de dorpen veroverd en verwoest als gevolg van de oorlog. Maar uit de Israëlische archieven die in de jaren 80 en 90 werden opengesteld blijkt dat de verdrijving van de Palestijnen en de vernietiging van hun woonplaatsen beantwoordde aan een vooropgesteld plan voor de verwijdering van de Arabische meerderheid uit wat een zuiver Joodse staat moest worden. Ilan Pappé, één van de Israëlische historici die de archieven bestudeerden – “nieuwe historici” werden ze genaamd – noemt de operatie de grootschalige etnische zuivering van Palestina.

Palestijnse inwoners werden verdreven na de militaire verovering van hun dorp of stad. Maar massale slachtpartijen door zionistische terreurgroepen als Irgun (van de latere premier en Nobelprijswinnaar voor de vrede Menachim Begin) of het openlijk fascistische Lehi (of Stern van de eveneens latere premier Yitzhak Shamir) moesten de anderen ervan overtuigen dat de vlucht de enige kans was op overleven. De meest beruchte van die massamoorden vond plaats in Deïr Yassin bij Jeruzalem onder leiding van Menachim Begin. Het preciese aantal slachtoffers is omstreden. Het Rode Kruis telde 117 doden maar om het effect van de terreurdaad te versterken overdreef Begin het “succes” van zijn militie. De Israëlische militaire radio sprak van 254 doden. Benny Morris, een andere “nieuwe historicus” maakt melding van onthoofdingen en verkrachtingen.

Bijna 800 000 Palestijnen werden verjaagd om plaats te maken voor Joodse kolonisten die op het grondgebied van de verdwenen dorpen Kibboetsen (collectieve boerderijen), Moshavs (coöperatieve ondernemingen) en steden oprichtten. In veel gevallen werd de oorspronkelijke Arabische naam verjoodst. Soms bleef een moskee, een islamitische begraafplaats of een kerk overeind maar meestal werd elke herinnering aan de vroegere Palestijnse bewoners uitgewist. Om te verhinderen dat de verdreven bewoners terug zouden komen werden strenge wetten uitgevaardigd. Grond werd in beslag genomen en wie uit de buurlanden “illegaal” de grens overstak werd als “infiltrant” beschouwd en kon ter plekke worden doodgeschoten. Veel Palestijnen die zo naar hun vroegere woonplaats probeerden terug te keren vonden op die manier de dood. Ook de dorpsbewoners die naar Palestijnse steden in Israël zelf waren gevlucht verloren het recht om naar hun huis en woonplaats terug te keren. De “Wet op de aanwezige afwezigen ” – zo werden de binnenlandse vluchtelingen genoemd –  bepaalde dat wie 24 uur niet op zijn woonplaats aanwezig was het eigendomsrecht op huis en grond verloor. Dorpen en huizen vernietigen en verhinderen dat bewoners terugkeren is een internationaal erkende oorlogsmisdaad.

Cactussen wijzen op de aanwezigheid van een voormalig Palestijns dorp. De plant die door de Palestijnen als omheining werd gebruikt is een bijna niet te verwoesten overlever. Nu een symbool van de Palestijnse wil om als volk te overleven.

Vernietiging van de dorpen was voor de opeenvolgende zionistische regeringen niet genoeg. Op de ruïnes werden bomen geplant om elke heropbouw onmogelijk te maken. Bekende personaliteiten, staatshoofden en regeringsleiders van bevriende landen werden uitgenodigd om symbolisch een boom te planten. Velen gingen op de uitnodiging in: koning Boudewijn van België, zijn opvolger Albert, koningin Wilhelmina van Nederland, koningin Elisabeth van het Verenigd Koninkrijk, Belgische ministers als Jean Gol en Didier Reynders. De ruïnes van drie christelijke dorpen in de buurt van Nazareth liggen nu begraven onder het Koning-Boudewijnbos. Twee christelijke kerkjes hebben de kaalslag overleefd; ze liggen nu op een toeristisch wandel- en fietspad door het Boudewijnbos. Zou de vrome koning beseft hebben dat zijn bos de resten van een christelijk dorp moest bedekken?

 

Eén van de twee christelijke kerkjes die de kaalslag en de etnische zuivering van het dorp Maalul in de omgeving van Nazareth hebben overleefd.

Resten van het islamitische kerkhof van het verdwenen dorp Maalul. Op de ruïnes van het dorp heeft onder andere de Belgische koning Boudewijn symbolisch een boom geplant in wat nu het Koning-Boudewijnbos heet.

In een paar zeldzame gevallen werden de bewoners verjaagd maar de huizen gespaard. Het Palestijnse dorp Ayn Hawd (nu: Ein Hod) in de buurt van Haifa is nu een kunstenaarskolonie voor Joodse kunstenaars. Ook hier i­s er een Belgische link. Het dorp is het initiatief van de Roemeens-Joodse kunstenaar Marcel Janco die samen met de Belg Marcel Duchamp de dadabeweging stichtte. De voormalige moskee van Ayn Hawd is nu een café waarvan het (wat vervallen) interieur is geïnspireerd op dat van Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging werd opgericht.

Het bekende kunstenaarsdorp Ayn Hawd waar Joodse kunstenaars de gestolen woningen van de voormalige Palestijnse bewoners hebben ingenomen.

De voormalige moskee is nu een bar waarvan het interieur een kopie zou zijn van het beroemde Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging ontstond.

Ook van Lifta, een dorp in de onmiddellijke buurt van Jeruzalem zijn de huizen grotendeels bewaard gebleven. Projectontwikkelaars staan te popelen om de site om te toveren tot luxewoningen en appartementen. Tot dusver konden actievoerders – architecten, milieu-activisten en voormalige bewoners – de plannen verhinderen. Het dorp staat op de lijst van kanshebbers om tot UNESCO-werelderfgoed te worden verklaard, maar doordat de regering Netanyahu zich uit die VN-organisatie heeft teruggetrokken dreigt die mogelijke bescherming weg te vallen.

Lifta

Sommige dorpen kenden een extra tragische geschiedenis. Ikrit, in het overwegend Arabisch-Palestijnse Galilea ligt op een boogscheut van de grens met Libanon. De meeste bewoners van Ikrit zijn christelijke Palestijnen. Ze zijn tijdens de oorlog in het dorp gebleven en hebben geen verzet gepleegd. Maar de zionistische regering besluit in 1948 dat het grensgebied “Arabierenvrij” moet worden gemaakt. In oktober van dat jaar krijgen de inwoners van de militaire autoriteiten het bevel het dorp te verlaten. Het is “een voorlopige maatregel,” ze mogen na een paar weken terugkeren zo wordt hun gezegd. De mensen van Ikrit gaan gewillig op het bevel in, ze verlaten het dorp en trekken in bij familieleden en kennissen in de naburige dorpen. Maar de weken worden maanden en van terugkeren is geen sprake. Dan gaan de inwoners van Ikrit een lange juridische strijd aan die tot vandaag voortduurt. In juli 1951 oordeelt het Israëlische hooggerechtshof dat de uitwijzingsprocedure illegaal was en dat de militaire autoriteiten de terugkeer van de bewoners niet mochten verhinderen. Daarop verklaarden de militairen het dorp tot “gesloten zone” en op kerstnacht van dat jaar – uitgerekend die nacht – kwamen de bulldozers om het dorp plat te leggen. Vandaag staat alleen nog de kerk overeind en elke eerste zaterdag van de maand komen de overlevende inwoners van Ikrit en hun nakomelingen daar de mis vieren.

Ikrit vóór de verwoesting

De resten van de huizen van Ikrit

Nog schrijnender is het verhaal van de verdwenen dorpen Huj en Najd waar nu de Israëlische stad Sderot ligt, vlakbij Gaza. In de jaren vóór de oorlog van 1948 leefden de islamitische Palestijnen van Huj in goede verstandhouding met hun Joodse buren. In 1946 hadden ze zelfs leden van de Hagannah (het ondergrondse Joodse leger onder het Britse mandaat) beschermd tegen de Britten die naar hen op zoek waren. Dat kostte uiteindelijk het leven aan de mukhtar (burgemeester) en zijn broer. Tijdens een bezoek aan Gaza een jaar later werden ze door een menigte als collaborateurs herkend en vermoord. Maar toen het jaar daarop de Hagannah bedreigd werd door een oprukkende Egyptische eenheid besloot de Negevbrigade van het Joodse leger de bewoners van het dorp uit te wijzen naar Gaza en alle huizen op te blazen. Tot vandaag leven ze met de lotgenoten van het buurdorp Najd en hun nakomelingen in ellendige omstandigheden in een vluchtelingenkamp in de Gazastrook. Hun verhaal was voor goed vergeten had de Israëlische historicus Benny Morris het een paar jaar geleden niet wereldkundig gemaakt.

De vernietiging van de Palestijnse dorpen is geen geschiedenis die in 1948 gelijk met de oorlog is beëindigd: het is een proces dat tot vandaag voortduurt. Na de verovering van de Golanhoogte op Syrië in de oorlog van 1967 vernietigde het Israëlische leger 195 Syrische dorpen en werden 130 000 inwoners verdreven. In hun plaats zijn Joodse kolonisten gekomen die er onder andere de befaamde Yardenwijn produceren. Wie Yarden koopt steunt de illegale bezetting van de Golan. 

In dezelfde “Zesdaagse oorlog” veroverde het Israëlische leger drie dorpen in de Jordaanse enclave Latrun dicht bij Jeruzalem. De dorpen Imwas, Yalu en Beit Nuba werden gebulldozerd en hun inwoners verdreven. De brigade die de operatie leidde stond onder leiding van de latere Nobellaureaat voor de vrede Yitzhak Rabin. De bewoners kregen nauwelijks de tijd om een paar spullen mee te nemen. Soldaten schoten met scherp net boven de hoofden van de vluchtende mensen om ze tot spoed aan te zetten. Vandaag is Latrun een natuurpark, beplant met naaldbomen grotendeels gefinancierd door rijke Canadese Joden. Van de dorpen in dit “Canadapark” zijn alleen de resten van een moslim heiligdom en het puin van de huizen over.

Het “Canadapark” waar met Canadees Joods kapitaal bomen zijn geplant op het grondgebied van drie Palestijnse dorpen in de voormalige Jordaanse enclave Latrun.

De resten van het dorp Imwas (Latrun)

Op de Westelijke Jordaanoever worden op vandaag 70 dorpen met vernietiging bedreigd. Vaak gaat aan de vernietiging een campagne van agressie en terreur door Joodse kolonisten vooraf. Het normale leven van de Palestijnse bewoners wordt onmogelijk gemaakt, bouwvergunningen worden zelden of nooit toegekend en “illegaal gebouwde” huizen gedynamiteerd. Dorpen van de halfnomadische bedoeïenen worden niet als zodanig erkend en blijven verstoken van infrastructuur als water en elektriciteit. Ze zijn gedoemd tot “autodestructie.”

Illegale Joodse nederzettingen sluiten stilaan het cordon rondom het Palestijnse Oost-Jeruzalem. Palestijnse dorpen aan de rand van de stad worden langzaam maar zeker doodgeknepen of worden rechtstreeks met vernietiging bedreigd. Dat is recent het geval met het dorp Silwan waar de 700 inwoners al zestien jaar een juridische strijd voeren om te mogen blijven ondanks de toenemende druk van de Joodse kolonisten die de grond van het dorp opeisen. Hoewel de eisen van de settlers volgens het hooggerechtshof juridisch aanvechtbaar zijn besliste het hof dat ze de gronden mochten blijven bezetten. De extreemrechtse kolonisten en hun organisatie Ateret Cohanim krijgen nu de weg vrij om zich in het centrum van Silwan te vestigen met hun door de regering betaalde gewapende milities. Dat betekent op termijn het einde van het Palestijnse dorp Silwan. Het hooggerechtshof verwierp ook het beroep van een Palestijnse familie uit het dorp Sheikh Jarrah eveneens in Oost- Jeruzalem. Die beslissing maakt de weg vrij voor de uitwijzing van tientallen andere Palestijnse families. Volgens de Israëlische mensenrechtenbeweging B’Tselem gaat het over de grootste campagne van etnische zuivering sinds de oorlog van 1967. Dit keer niet meer alleen met bulldozers en dynamiet maar met even doeltreffende bureaucratische en juridische middelen.

Het Etzel House op de grens tussen Jaffa en Tel Aviv. In de ruïnes van het enige overblijvende Palestijnse huis van de verdwenen wijk Al Manshieh is een museum gebouwd gewijd aan de overwinnaars: de terroristische militie Etzel (Irgun) van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachim Begin.

Op de tentoonstelling zijn de foto’s te zien zijn van een tiental verdwenen Palestijnse dorpen, maar ook van Jaffa, de voormalige Palestijnse culturele en economische hoofdstad die nu een verwaarloosde wijk is van Tel Aviv. De foto’s zijn in oktober van vorig jaar op een rondreis door Israël-Palestina gemaakt. Ze tonen de vaak vergeten getuigen van een verleden dat de zionistische staat het liefst wil begraven, maar dat ondanks alles levendig wordt gehouden. Daarvoor zorgen onder andere de Joods-Palestijnse organisaties Zochrot (Hebreeuws voor “Herinneren”) en Decolonizer, beide opgericht door Eitan Bronstein die opgroeide in een kibboets en pas op latere leeftijd ontdekte dat de ruïnes waar hij als kind ging spelen de resten waren van het Palestijnse dorp Qaqun dat door de zionisten was vernietigd en de bewoners verjaagd. Beide NGO’s proberen Joodse Israëlis bekend te maken met het Palestijnse verleden van het land. Ze organiseren daarvoor uitstappen naar de verdwenen dorpen met Joodse en Arabisch-Palestijnse Israëlis – vaak ook met deelname van vluchtelingen uit de dorpen die dikwijls voor het eerst in tientallen jaren de resten te zien krijgen van het huis waar ze ooit woonden en zijn opgegroeid. De foto- en videoreeks kwam tot stand met medewerking van onder andere Eitan Bronstein en Jonathan Cook, een Britse journalist in Nazareth die eveneens informatiereizen naar de verdwenen dorpen organiseert en begeleidt.

Qaqun

Meer informatie over de verdwenen dorpen:

https://www.de-colonizer.org

https://zochrot.org

http://www.palestineremembered.com/index.html

https://www.adalah.org/en

Interactieve kaart van de verdwenen dorpen: https://zochrot.org/en/site/nakbaMap

Kaart van Palestina vóór 1948: 

https://www.citylab.com/life/2018/05/mapping-palestine-before-israel/560696/

https://palopenmaps.org/?blm_aid=22581#/

Over BDS: 

https://www.bacbi.be/htm/Cult_NL39.htm

http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/11/29/acod-vrt-steun-de-boycot-eurovision-in-israel

Over de Nakba:

https://www.palestine-studies.org/books/expulsion-palestinians-concept-transfer-zionist-political-thought-1882-1948-0

https://www.standaardboekhandel.be/seo/nl/boeken/politiek/9791097502096/eleo-merza-bronstein/nakba

 

January 24, 2019 at 6:02 pm 2 comments

Onder Israël ligt Palestina en onder Tel Aviv ligt Jaffa.

Door Lucas Catherine

Over Witte en Zwarte steden.

Tijdens de kolonisatie heeft Europa zijn cultuur opgedrongen aan de landen en volkeren die het overheerste. Dat is ook te merken aan de koloniale architectuur. Europa exporteerde zijn toenmalige architectuur naar Afrika en het Midden-Oosten. Dit gebeurde op verschillende manieren, maar grotendeels kwam het hier op neer: Vaak negeerde men de bestaande lokale stad en bouwde er een nieuwe witte, Europese stad naast. Kon men de lokale cultuur niet echt negeren dan vond men volgens de koloniale ideologie die minderwaardig of onvolmaakt en men ging de stad een nieuw, ‘mooier’ uitzicht geven. Vooral de Fransen waren hierin actief. In Noord-Afrika bouwden ze volledig nieuwe steden, meestal in Art Deco, zoals Dakar, Kenitra of Casablanca. Casablanca telt nu nog 2.000 art-deco gebouwen.

Art Deco Dakar

 

Casablanca

Kenitra

Maar ze bouwden ook in Arabiserende stijl, Arabisances. Dat kwam zo: Gustave Le Bon, de eerste grote Franse specialist in Arabische kunst schreef in 1884 La Civilisation des Arabes. Hij vond dat de Arabische kunst, en dus ook de architectuur verstard was en moest vernieuwd worden. Die beschaving moest weer op gang worden getrokken en dat was dan ook de taak van de Fransen. En zo ontstond Arabisances. In Rabat, maar ook in Tunis zijn er talrijke voorbeelden van. In feite is het een vorm van Art Deco maar de decoratieve elementen gaat men zoeken in de architectuur van het Midden-Oosten. Zo vind men in Rabat gebouwen met gevels geïnspireerd op vroegere Egyptische architectuur. Zelfs benzinestations werden in die stijl gebouwd.

Rabat

Een ander voorbeeld van zo’n mengeling tussen Art Deco en Arabisances is Heliopolis door de Belg Empain naast Cairo gebouwd. De Belgen zelf hielden het in Congo bij gewone Art  Deco

Heliopolis

Kinshasha Leopoldville

 De Britten hebben minder architecturaal ingegrepen in hun kolonies, alhoewel. Zo vonden zij dat Zanzibar te Swahili en te Indiaas was en te weinig Arabisch. De meest Arabisch uitziende gebouwen in die stad zijn dan ook van de hand van J.H.Sinclair (°1871) en Majoor E.A.T. Dutton. Zij bouwden ondermeer het Kibweni Paleis en Beit el Amani.

Beit el Amani Zanzibar

 

Zowel de Fransen, de Britten als Empain zondigden hierbij tegen basisregels van de Arabische architectuur: geen ramen aan de buitengevels en gaanderijen liepen langs de binnenkoeren, niet langs de straatkant. Al deze Witte steden zijn ondertussen overgenomen door de voorheen gekoloniseerden en de kolonisator heeft zijn greep op de stad verloren.


Er is een uitzondering: de Witte Stad, Tel Aviv die de vroegere ‘zwarte’ stad Jaffa opslorpte en die nog altijd typevoorbeeld is van hoe de Europese zionisten Palestina koloniseerden. Jaffa was de politieke en economische hoofdstad van de Palestijnen.Tel Aviv begon als een voorstad van Jaffa. Het werd pas in 1934 een aparte stad.

Jaffa, of de Bruid van de Zee verkracht

أذكر يوماُ كنت بيافا

خبرنا خبر عن يافا

Ik herinner mij dat ik ooit in Jaffa was

Vertel mij over Jaffa…

(Chanson van Fairuz, op de LP Al Quds fi al Bal, Jeruzalem in mijn gedachten)

Jaffa was in de negentiende eeuw in volle expansie. Het was een van de belangrijkste havens in het Midden-Oosten. De Palestijnen noemden haar Urus al Bahr, Bruid van de ZeeVanaf 1850 installeren Russische, Franse, Britse en Duitse consuls zich in het land. Zij geven ons een tamelijk heldere beschrijving van de economie. Uit hun rapporten blijkt dat Palestina nogal wat producten uitvoert. Vanuit Jaffa vertrekken zeep, olijfolie, fruit en groenten naar Egypte; sesamzaad, olijfolie, granen en katoen naar Frankrijk, gierst naar Groot-Brittannië en wordt er verder ook nog geëxporteerd naar Syrië, Griekenland, Italië en Malta. De Palestijnse economie kent in de jaren 1850 een sterke opgang in de graanteelt, in de jaren 1860 gevolgd door de katoenteelt.

En dan zijn er de sinaasappels. Vanaf de achttiende eeuw stond Palestina echt bekend om zijn sinaasappelen. Na het einde van de Krimoorlog in 1856 raakte de export van appelsienen in een stroomversnelling. Jaffa zelf had grote plantages (zie kaart uit 1905) maar was ook de uitvoerhaven voor de plantages in heel de streek tot Gaza, vandaar dat dit de merknaam werd. In 1873 – het zionisme moest nog worden uitgevonden – telde de streek rond Jaffa al 420 sinaasappelplantages met een jaarlijkse productie van 33,3 miljoen stuks. Na 1875 veroveren de Jaffasinaasappelen onder die merknaam de Europese markt. In een rapport uit 1880 noteert de Britse consul in Jeruzalem dat de beste belegging in Palestina de citrusplantages zijn. In 1886 vestigt de Amerikaanse consul Henry Gillman in een rapport aan Washington de aandacht op de geavanceerde enttechnieken van de Palestijnse boeren: ‘Het zou nuttig zijn dezelfde technieken in Florida toe te passen.’ Een andere Britse consul rapporteert in 1893: ‘De sinaasappelbomen uit Palestina zijn superieur aan die in de andere kolonies. Zowel in Zuid-Afrika als in Australië zou men er goed aan doen boompjes uit Jaffa te importeren.’

In 1858 bedroeg de waarde van de export uit Jaffa 12.244 Turkse pond (Palestina was tot WO I onderdeel van het Turks-Ottomaanse Rijk). In 1882 was dit verdrievoudigd tot 37.802 Turkse pond. En de bevolking groeide aan. De haven bood werk. Er ontstonden nieuwe wijken in de stad. Ten noorden, rond de haven groeide vanaf WO I de wijk Manshieh. Ze ontwikkelde zich in het duinengebied langs de zee.

Er arriveerden zelfs Europese christelijke sekten. De Duitse protestantse sekte van de Tempeliers sticht in 1871 haar eerste kolonie, Sarona net ten noordoosten van Jaffa en nu ook onderdeel van Tel Aviv (Hakiryat). Zij kwamen uit Schwaben en noemden zich naar de Orde der Tempeliers die aan de kruistochten deelnamen.

Maar er arriveerden ook de eerste Europese joden. Zij vestigden zich eerst binnen de stad Jaffa in wijken die ze hebreeuwse namen gaven: Neve Zedek (Huis der Rechtvaardigen,1887) en Neve Shalom (Huis van Vrede). Die grensden aan Manshieh. Wanneer na 1897 de eerste Europese zionistische kolonisatoren arriveren kopen die van groot-grondbezitters tuinen en plantages op die meer landinwaarts lagen, achter de duinen. Een spilfiguur hierbij was de in Jaffa geboren bouwondernemer, Yosef Chelouche. Er arriveerden ook Jemenitische joden, aangetrokken door de economische bloei van Jaffa. Zo ontstond in 1904 de meest noordelijke joodse wijk, Mahane Israël (nu Kerem Hateimanim, ‘De Jemenitische Wijngaard’). Het was een soort buitenwijk van Manshieh. Hier lag de basis van wat later Tel Aviv zou worden. De mythe zal later willen dat het een andere wijk was, het vijf jaar later gestichte Ahuzat Bayit. (zie infra).

De Witte stad, gebouwd op de Duinen.

De eerste joodse wijk in wat later Tel Aviv zou worden was dus de Jemenitische wijk van Manshieh. In 1906 stichten Europees-joodse kolonisten de vereniging Ahuzat Bayit (Thuis-stad). Zij zullen via stromannen om de Ottomaanse overheid te misleiden, een strook land van 4ha aankopen en de 60 plots onder elkaar verloten. Daarvoor hadden zij inderdaad duinengebied uitgekozen. Alhoewel, de plek heette in het Arabisch Karm Jebali (Wijngaard op de Heuveltop) en het heeft drie jaar geduurd eer de bedoeïenen die er semi-permanent verbleven konden worden weggewerkt. Deze wijk Ahuzat Bayit slorpte in 1909 drie voorheen gestichte kolonies op: Neve Tzedek, Neve Shalom en Mahane Yehuda (Het Joodse Kamp) en de nieuwe entiteit koos voor de naam Tel Aviv.

Wat het huidige Tel Aviv betreft is het duidelijk als je kaarten uit 1898, 1905 en 1917 vergelijkt dat het grootste gedeelte van het oude Tel Aviv is gebouwd op wijngaarden, tuinen en boomgaarden en dat Arabisch Manshieh op duinzand werd gebouwd. De Israëlische architect Sharon Rotbard heeft het overtuigend aangetoond in zijn boek White City, Black City waaruit ik trouwens ook erg veel andere informatie heb gehaald.

Baedecker 1905

De kaart van Baedecker is erg duidelijk, waar collines de sablestaat kwam Arabisch Manshieh daarachter lagen vignobles/wijngaarden en verder grote stukken brande/schorren. Schorren zijn begroeide, overstromingsgevoelige stukken land waarop aan landbouw of veeteelt kan worden gedaan. Denk aan het Brusselse Schaarbeek dat eigenlijk (en in het Brussels nog altijd) Schorrebeek heet. Het dorp Summeil en zijn tuinen lag op zo’n schorre en ook het gehucht Abdel Nebi. De citrusplantages lagen rond het dorp Abu Kebir.

Onder het Ottomaans bewind waren er nog geen grote problemen omdat de overheid de Europese kolonisatie afremde. De problemen kwamen er echt nadat de Britten na WOI het bestuur over Palestina overnamen en de zionistische kolonisatie officieel steunden. Toen ontstond ook het eerste verzet. In 1909 was in Jaffa trouwens al de antizionistische krant Filastin verschenen. Er volgden revoltes tegen de kolonisatie in de jaren 1920 en 1930. Telkens was Jaffa één van de centra.

Daarop besloten de kolonisten om Tel Aviv van Jaffa de facto af te scheiden. De immigratie werd opgedreven en in de jaren 1920 vertwintigvoudigde de bevolking van Tel Aviv (van 2.804 naar 42.000 inwoners). Ze begonnen ook met de aanleg van een eigen haven, apart van Jaffa.

Na WOII wilden de zionisten niet langer een staat in de staat zijn, maar hun eigen staat creëren. Dat gebeurde met geweld en moord. 418 Palestijnse dorpen werden verwoest en de bevolking verdreven. En Tel Aviv deed mee. In 1948 slorpte de stad alle Arabische buurdorpen van Jaffa op: Summeil, Ajami, Jabaliya, Abu Kebir en Sheikh Muwanis. Al die dorpen werden grondig verwoest en gebulldozerd, nadat hun Palestijnse inwoners manu militari werden verjaagd, net zo in Jaffa, dat in 1954 een deelstad van Tel Aviv werd.

Summeil-Masudiya

Die aanval tegen de buurdorpen werd al ingezet, nog voor de staat Israël op 15 mei werd uitgeroepen en ondanks het feit dat die dorpen zich alles behalve vijandelijk opstelden. In december 1947 vergaderden de mukhtars (burgemeesters) van onder meer Sheikh Muwanis en Summeil met de zionistische militie en stelden zich vriendschappelijk op. Toch werden deze dorpen in februari 1948 al vernietigd en etnisch gezuiverd. Op de plek waar eens Sheikh Muwanis lag staat nu de Universiteit van Tel Aviv.

De eerste dichtbevolkte wijk van Jaffa, Al Manshieh werd vanaf 25 april veroverd door Etzel, de zionistische militie die sympathiseerde met Mussolini en die onder leiding stond van de latere premier Menahem Begin.

Manshieh 1948

Abu Kabir

Daarna volgde Jaffa zelf dat voor 75% werd gebulldozerd en de inwoners verdreven, op zo’n 3.650 na die werden samengedreven in de zuidelijke wijk Ajami. In 1954 werd Jaffa herleid tot een hippe wijk van Tel Aviv.Van Jaffa blijven nu nog enkele kleine relicten over, voor toeristisch gebruik: De Sint-Pieterkerk, de moskee, het kanon van Napoleon, de Andromeda-rots en een pseudo-historische wijk, eerder een tourist-trap. De verovering van Jaffa verliep erg gewelddadig. Zwaar mortiergeschut dat hele woonwijken plat bombardeerde. Massaal gebruik van terreur: vanaf de heuvels werden ‘barrel bombs’ naar beneden gerold. Zo rolden twee leden van Etzel, Chelbi ben David en Shaul Bador zo’n bomvat binnen in café Venezia naast de Al Ahamra-cinema die veertig burgerdoden maakte. Die terroristen zijn nu Israëlische nationale helden.Dan volgde het plunderen. Om mij te beperken tot een zionistische bron:

De Irgun (Etzel) soldaten begonnen te plunderen. Eerst kleren, bloesjes en juwelen voor hun liefje, maar daarna begonnen ze systematisch te plunderen, alles wat maar kon meegezeuld worden: meubels, tapijten, schilderijen, huisraad, serviezen, bestek… en wat ze niet konden meenemen werd systematisch vernietigd: ramen, piano’s, lusters, een ware vernielorgie.“ Jon Kimche, Seven Fallen Pillars, Londen 1950.

Sheikh Muwanis is nu Ramat Aviv, Salama: Kfar Shalem, Manshieh: the City, Summeil: Givat Amal en Jamassin: Bavli.Ter eer en glorie van deze fascistische Etzel-militie werd Etzel House opgericht op het puin van het enige overblijvende huis van Arabisch Manshihe. Over het puin werd een grote glazen kubus gebouwd.

Etzel House, het museum van de overwinnaars.

Om de tekst te citeren op de gedenkplaat binnen: “from the shattered walls of the old building grow dark glass walls… An attempt to freeze the special moment and time of the day that Jaffa was liberated.” Maar over hoe Jaffa werd ‘bevrijd’ geen woord. Sharon Rotbard vergelijkt het architectonisch concept van dit museum met de Ruinenwerttheorie “Waarde van Ruïnes”-theorie van Albert Speer. En concludeert over dit Etzel-museum: “Never before in the history of architecture has such an ugly truth been displayed in such a false, spruced up manner.”

De Bauhaus-stad

 

In 2003 voegde Unesco Tel Aviv toe aan de lijst van het Werelderfgoed: “The White City of Tel Aviv is a synthesis of outstanding significance of the various trends of the Modern Movement in architecture and townplanning in the early part of the 20th century.”

Daarop lanceerde men in Israël de mythe dat Tel Aviv niet alleen een witte stad was, maar ook een Bauhaus-stad, een stad van de International Style. De witte elite van Israël bestaat vooral uit Askenazi joden, en dat woord betekent in het Hebreeuws: Duits. In het jiddish-Duits heten ze Yekkes. Het zijn zij die in 1933 met de nazi’s een samenwerkingsakkoord afsloten waarin een transfer van mensen en kapitaal werd vastgelegd. ‘Transfer’ is in het Hebreeuws ‘ha’avara’. Als gevolg van deze Ha’avara-akkoorden kregen tussen 1933 en 1939 16.000 kapitaalkrachtige Duitse joden toestemming om naar Palestina te emigreren en om 31.570.000 toenmalige ponden (nu miljarden euro) te transfereren. Zij werden de economische elite. Een van de bedrijven die ze oprichtten was de Nesher cementfabriek, de grootste industrie van toenmalig Palestina. Nesher is Hebreeuws voor Adler, Adelaar. Alles wat Duits is, is kwaliteit vinden de Yekkes en zij schreven dan ook de geschiedenis van Tel Aviv. Een Witte Stad met Duitse origine, dankzij een link met Bauhaus, de befaamde architectuurschool in Dessau. En het verhaal dat Tel Aviv een soort annex van de Duitse cultuur zou zijn werd in Duitsland zelf gretig overgenomen.

Maar klopt dat? Tel Aviv zou een witte stad zijn, maar eigenlijk is het een blanke stad. Veel wit zie je niet. Toen de bekende Franse architect Jean Nouvel in 1995 de stad bezocht was hij zwaar ontgoocheld: Men heeft mij verteld dat dit een witte stad is. Zie jij ergens wit? Ik niet.” Het is een grijze, vale stad.

Is het een Bauhaus stad? Nu zijn er wel vier Israëli’s die aan de Bauhaus-school hebben gestudeerd: Shlomo Bernstein, Munio Weinraub-Gitai, Shmuel Mechtekin en Aryeh Sharon. Maar zij hebben nooit een groep gevormd of samen gewerkt onder de naam Bauhaus, want zei Aryeh Sharon in een interview: “Bauhaus is geen concept, laat staan een uniforme instelling.” En vooral, ze werkten na WO II, terwijl de gebouwen die nu in Tel Aviv “Bauhaus-Style” worden gecatalogiseerd dateren uit de jaren 1920.

Maar de overgrote meerderheid van de architecten die volgens de “Bauhaus Style” in Tel Aviv actief waren hebben in Frankrijk of België gestudeerd en werden niet door Bauhaus beïnvloed maar door de Franse koloniale architectuur van ondermeer Le Corbusier, daarom dat Tel Aviv zo gelijkt op Algiers of Casablanca. In België studeerden: Haim Casdan (Brussel), Benjamin Ankstein (Brussel) en een van de bekendste Israëlische architecten, Dov Karmi (Universiteit Gent, 1929.)

Om tot slot nog eens Sharon Rotbard te citeren: “In tegenstelling tot Tel Aviv zijn de witte regeerders uit Casablanca, Algiers of Dakar vertrokken en blijven nog alleen hun gebouwen over. In Tel Aviv overheerst nog altijd de cultuur van de witte regeerders en nu meer dan ooit. Tel Aviv is dan ook een voorbeeld tot wat Casablanca, Algiers of Dakar waren geworden als de Franse kolonisatie was blijven verder duren.”

 

Lucas Catherine, vanuit zijn art-deco appartement in Brussel.

December 20, 2018 at 11:51 am Leave a comment

EEN SCHURK MINDER

Als een beroemdheid het hoekje omgaat, verandert hij of zij vaak in een heilige. Die eer valt nu te beurt aan G.H.W. Bush. In alle massamedia wordt hij de hemel in geprezen. Niet alleen zijn beleid maar vooral zijn karakter wordt verstikkend veel lof togezwaaid, In de VS en daarbuiten.

Nu is het te verwachten dat de Amerikaanse media bij de dood van een president een buiging maken maar dit keer is de buiging wel erg diep. Het verhaal dat de media vertellen over Bush is, “he was a gentle soul”. Een presidentiele “mister Rogers”. Dat is een referentie die de meeste niet-Amerikanen niet zullen snappen maar mister Rogers was de vriendelijkste man die ooit op tv kwam. Charmant, minzaam, verstandig, beleefd, waardig, bescheiden, bekommerd om anderen en dol op kinderen, op de juiste manier. Bereid om water in zijn wijn te doen om resultaten te bekomen maar onbuigzaam als dat nodig was. Dat we dit beeld van Bush krijgen heeft wellicht niet in geringe mate te maken met de afkeer van de meeste media voor de huidige president. Bush wordt afgeschilderd als de tegenpool van Trump.

 

Er zijn inderdaad grote stijlverschillen tussen de patricier uit Connecticut en de vastgoedmakelaar uit Queens, al zijn ze beiden “met een zilveren lepel in de mond geboren”. Toch hebben ze meer gemeen dan de media laten uitschijnen.

Vergelijk de kiescampagnes waarmee ze in het Witte Huis belandden. Beide waren gebaseerd op het opstoken van blanke angst voor raciale minderheden en op ultra-nationalisme. Bush gebruikte in 1988 het beeld van Willie Horton, een zwarte moordenaar van een blank paar, zoals Trump in 2016 Francisco Sanchez gebruikte, een illegale immigrant die een blank meisje had doodgeschoten. Beiden wikkelden ze zich in de Amerikaanse vlag en bestookten hun tegenstanders met chauvinistische verdachtmakingen. Trump oogste wat Bush gezaaid had.

Als correspondent van De Morgen en andere bladen volgde ik het beleid van Bush van nabij. Het was alles behalve “kind and gentle”.

Op binnenlands vlak was een van zijn eerste initiatieven het lanceren van de “war on drugs”. Dat berustte van bij de aanvang op bedrog. Bush trapte de ‘oorlog’ in gang met een tv-toespraak waarin hij, om te tonen hoe erg de drugepidemie was geworden, een zak crack-cocaine toonde die vlak bij het Witte Huis in beslag was genomen. Later lekte uit dat die inbeslagname speciaal voor de toespraak geensceneerd was. De ‘war on drugs’ was een ‘war on the poor’. Hij werd bijna uitsluitend in zwarte en latino woongebieden gevoerd. Honderdduizenden gekleurde jongeren belandden in de gevangenissen die aan een razend tempo werden bijgebouwd. Zwarte jonge mannen werden gedemoniseerd, net zoals Trump vandaag de illegale immigranten verkettert. Dat aspect van Bush’s beleid werd overigens met enthousiasme door zijn opvolger Bill Clinton voortgezet.

Op buitenlands vlak was Bushs grootste ‘prestatie’ de oorlog tegen Irak. Die wordt tegenwoordig soms “de goede Golfoorlog” genoemd, in tegenstelling tot de tweede, die van zijn zoon, die zoveel ellende meebracht en nu zowel door rechts als door links verguisd wordt. Terwijl vrijwel niemand nog ontkent dat die tweede invasie op basis van leugens (over niet bestaande massale vernietigingswapens) gevoerd werd, wordt de eerste voorgesteld als een nobele strijd voor de westerse waarden. Alsof de VS in het Midden Oosten een onbaatzuchtige toeschouwer was. Washington steunde het regime van Saddam Hoessein jarenlang als tegengewicht voor Iran. Er zijn sterke aanwijzingen dat de Bush-regering de oorlog zelf heeft uitgelokt, om geostrategische redenen. April Glaspie, Bushs ambassadeur in Bagdad, leek Saddam groen licht te geven toen ze hem verzekerde: “We have no opinion on the Arab-Arab conflicts, like your border disagreement with Kuwait”. Eerder al had het State Department Saddam eerder laten weten dat Washington ‘no special defense or security commitments to Kuwait’ had. Met andere woorden, doet u maar.

Op de highway of death’

De afloop van die oorlog was voorspelbaar. Te meer omdat het Iraakse leger te kampen had met massale desertie. Een aspect van die afloop dat in het overwinningsroes door de massamedia tot een voetnoot gereduceerd werd, bleef me bij. Het Iraakse leger was verslagen, een wapenstilstand was afgekondigd. Langs baan 80 die van Koeweit naar Basra in zuid-Irak leidt, trokken tienduizenden Iraakse soldaten naar huis. Sommige in legervoertuigen, anderen in personenwagens en bussen. De meeste zonder wapens. In de nacht van 26 februari 1991 gaf Bush opdracht om het konvooi te vernietigen. Gevechtsvliegtuigen bestookten het urenlang. Toen het voorbij was lagen er meer dan 2000 verbrande voertuigen en duizenden lijken op baan 80, de “Highway of Death”.

Over het waarom van die actie is sindsdien veel gespeculeerd. Militair had ze geen enkele zin, de oorlog was voorbij, het konvooi bestond trouwens grotendeels uit soldaten die geweigerd hadden om te vechten. Vandaar dat niet een Amerikaan sneuvelde in de landaanval om Koeweit te heroveren. Was er een politiek motief? Of een sociaal, zoals sommigen beweren? Op de keper beschouwd doet het er niet toe. Feit is, het was een van de meest gruwelijke slachtpartijen sedert de tweede wereldoorlog. Bush kon urenlang met zijn kleinkinderen spelen maar hij was ook een leugenaar, een cynicus en een oorlogsmisdadiger.

December 5, 2018 at 6:13 am 1 comment

ISRAËLISCHE WETGEVING GIET APARTHEID IN BETON

Door Johan Depoortere

“Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten,” het is een refrein dat de propaganda van de zionistische staat niet aflaat erin te hameren. De werkelijkheid ziet er anders uit. De Palestijnse minderheid in het land (20% van de bevolking) heeft weliswaar stemrecht en is vertegenwoordigd in de Knesset, het Israëlische parlement, maar wordt op allerhande wettelijke en semi-wettelijke manieren van reële invloed – laat staan macht – afgehouden. De feitelijke apartheid waarmee de niet-Joodse bevolking wordt gediscrimineerd wordt nu binnenkort ook wettelijk verankerd. De Knesset spreekt zich in een van de volgende zittingen uit over de “Basiswet Israël als Natiestaat van het Joodse Volk.” Dat de wet wordt goedgekeurd lijdt weinig twijfel: het voorstel is ingediend door een lid van Benjanmin Netanyahu’s regeringspartij Likoed.

Feitelijke apartheid

Bijna twee miljoen Palestijnse inwoners van Israël leven nu al in een situatie van feitelijke apartheid. Zij zijn tweederangsburgers in eigen land. Palestijnse steden en dorpen hebben te maken met dagelijkse onderbrekingen in de stroom- en watertoevoer, het ontbreken van stadsplanning en infrastructuur, een nooit aflatende confiscatie van gronden voor exclusieve Joodse bewoning, armoede en werkloosheid, vernietiging van olijfgaarden en woningen.

De vredesactivist Miko Peled wordt in Israël gearresteerd bij een protestdemonstratie.

Miko Peled, de zoon van een legendarische generaal in het Israëlische leger en nu een mensenrechtenactivist, tekende een treffend voorbeeld op van de dagelijkse discriminatie waaronder zijn Palestijnse landgenoten te lijden hebben. Hij sprak met Khaled, een invloedrijke Palestijn die in de gemeenteraadsverkiezingen van oktober aanstaande kandidaat-burgemeester is voor Qalansawe, een Arabische stad van 23000 inwoners in de zogenaamde “Driehoek” – Palestijns gebied in Israël binnen de grenzen van 1948.

Palestijnse huizen in Israël kun je onder andere herkennen aan de watertanks op het dak. In tegenstelling tot Joodse Israëlis moeten de Palestijnen voorzorgen nemen om de dagelijkse onderbrekingen in de watertoevoer door de Israëlische watermaatschappij Mekorot op te vangen. Vandaar die tanks. Khaled vertelt Miko Peled dat hij ook zo een tank op het dak van zijn huis heeft. Om de stand van de watervoorraad af te lezen heeft hij een vlotter nodig, zoals je vindt in de waterbak van een wc. Om het ding te kopen begaf zich naar een winkel in een Joods-Israëlische stad. De verkoper vroeg hem waar hij wel vandaan kwam dat hij zo iets nodig had. “Dat is het verschil tussen een Joodse en een niet-Joodse inwoner van Israël,” zei Khaled.

Discriminatie in cijfers

In theorie en op papier zijn Joodse en niet-Joodse staatsburgers in Israël gelijkwaardig. De praktijk is anders. Er bestaan in Israël twee financieringsbronnen voor basisinfrastructuur, voor land, water, en openbare werken: “de regering die voor alle staatsbrugers werkt of ze nu Joods of Palestijns zijn, en de “Nationale Instellingen” die alleen voor Joodse dorpen en steden werken”1

Die Nationale Instellingen zijn de zionistische organisaties Joods Nationaal Fonds en Het Joods Agentschap die zoals bepaald in hun charter in het toekennen van grond en voorzieningen verplicht moéten discrimineren ten voordele van alle Joden ter wereld en ten nadele van de Palestijnse burgers van Israël.

Het Joods Nationaal Fonds bezit 93% van de grond in Israël die daardoor  ontoegankelijk is voor niet-Joden. Het gevolg van de dubbele financieringsbron is dat de zogenaamde “Arabische sector” in Israël het wat voorzieningen als water, irrigatie, riolering, asfaltering, onderwijs en gezondheid met heel wat minder moet stellen dan de “Joodse sector.”

“Het analfabetisme ligt driemaal hoger bij Palestijnen dan bij Joden (15,8 procent tegenover 4,9 procent. Palestijnen hebben geen eigen Arabische universiteit (…) Hoewel de Palestijnen zo een 20 procent van de bevolking uitmaken, is maar 1,5 procent van de ingenieurs Arabier.” Palestijnen in Israël scoren hoger in de werkloosheidstatistieken  en lager in die van de inkomens. De sociale gevolgen zijn voorspelbaar: “7,6 procent van de Palestijnen leeft met meer dan drie personen in één kamer, bij de Joden is dat slechts 0,6 procent. De criminaliteitscijfers zijn meer dan dubbel zo hoog bij de Palestijnen: 16,1 promille tegenover 7,6 promille bij de Joden. Israël besteedt slecht 2 procent van zijn gezondheidsbudget aan de Israëlische Palestijnen, die toch 20% van de bevolking uitmaken. Daardoor is de kindersterfte bij de Palestijnen vier keer hoger dan bij de Joden.”3

Apartheid in beton gegoten

Israël is niet het land van zijn inwoners maar van alle Joden ter wereld. Dat wil zeggen dat iemand die als Jood is geboren in Antwerpen, Brooklyn of Buenos Aires automatisch de Israëlische nationaliteit kan krijgen. Een Palestijn die in Palestina geboren en getogen is maar in 1948 buiten de grenzen van het huidige Israël verbleef is voor eeuwig en altijd van de Israëlische nationaliteit uitgesloten en kan er nooit wettelijk verblijven.

Parlementsleden van drie Palestijnse partijen wilden daar een einde aan maken met een wetsvoorstel dat van Israël de “staat” zou maken van “al zijn inwoners.” De zionistische partijen in de Knesset hebben ervoor gezorgd dat het voorstel geen enkele kans maakt, meer nog dat het te gevaarlijk is om te worden besproken. De juridische adviseur van de Knesset, Eyal Yanon verklaarde waarom: “Het voorstel bevat verschillende artikelen die het karakter van Israël zouden veranderen van een nationale staat voor het Joodse volk tot een staat die gelijke status zou verlenen aan Joden en Arabieren.

De Knesset maakt daarmee zonder meer duidelijk dat een Joodse staat onmogelijk ook democratisch kan zijn. Een democratische staat maakt het immers mogelijk een regime met vreedzaame middelen te veranderen. De zionistische meerderheid zorgt er voor dat Israël een land blijft met een onaantastbare eenheidsideologie: het zionisme en dat de Palestijnen, 20% van de bevolking, voor eeuwig en altijd tot een tweederangspositie zijn veroordeeld.

De “Basiswet Israël als Natiestaat van het Joodse Volk” zal die apartheidsstatus van de Palestijnen nog steviger betonneren. Eén van de bepalingen van dat wetsvoorstel zou het wettelijk mogelijk maken om “exclusieve gemeenschappen” in stand te houden. Dat gaat zelfs de Israëlische president Reuven Rivlin te ver. Hij riep de parlementsleden op het artikel te schrappen omdat het de mogelijkheid zou creëren om uit Joodse nederzettingen Ultra-orthodoxe Joden, Druzen of LGBTpersonen te weren. Dat Palestijnen nu al in feite uitgesloten worden uit Joodse steden en dorpen en dat de wet die vorm van apartheid wettelijk zou verankeren lijkt voor de president de minste van zijn zorgen.

1Palestina, Geschiedenis van een kolonisatie Lucas Catherine EPO 2017De cijfers in deze paragraaf zijn aan hetzelfde werk ontleend.

2Ibid

3Ibid

July 18, 2018 at 11:51 am 2 comments

Ramadan en de Duizend en Eén Nacht.

Door Lucas Catherine

Ramadan eindigde dit jaar op donderdagavond, 14 juni. En dan kwam het feest. Alhoewel, ’s nachts was het iedere dag ook al een beetje feest geweest: eten, drinken, praten én tv-kijken. Speciale series, en niet alleen over het leven van Mohammed of andere aangepaste vrome vertelsels, maar vooral liefdesverhalen en muziek. Maar wat deden de Arabieren vroeger, zonder media? Naar een plein gaan en daar naar verhalen luisteren. Die verhalen werden gebracht door beroepsvertellers: hakawati of rawi en die vertelden met veel mimiek en gestes.

Hakawati ( Office National du Tourisme Marocain)

Nu zijn de hakawati bijna verdwenen. Soms vind je er nog in Marakesj op de Jama al Fna of her en der in het Midden-Oosten.

De man die het eerst in Europa zo’n vertellers beschreef was de Bruggeling Anselm Adornes, een spion voor de Bourgondische hertogen die nog droomden van een nieuwe Kruisvaart. Op 19 februari 1470 vertrekt hij op bedevaart naar Jeruzalem. Op vraag van Karel de Stoute reist hij niet rechtstreeks naar Jeruzalem, maar maakt een ommetoer langs Noord-Afrika, De hertog wou de mogelijkheid nagaan om langs Noord-Afrika op te rukken. Daarom krijgt Anselm Adornes de opdracht dat gebied te gaan verkennen en te kijken wie er aan de macht is en hoe sterk de vorsten daar zijn. Van die kruistocht is niets gekomen, maar Adornes was een goede observator. Hij heeft ons enige mooie beschrijvingen van Noord-Afrika nagelaten, zoals de eerste beschrijving door een Europeaan van de bereiding van koeskoes en deze over de hakawati:

De Moren verzamelen zich iedere avond op dat plein. Sommigen komen te paard, anderen te voet, al naargelang van hun mogelijkheden. Daar kijken ze naar verschillende spelen en voorstellingen om zich te ontspannen. Ik zag er publieke vertellers die met een lange stok hun verhaal onderlijnen. Daar komt altijd veel volk op af. De toeschouwers luisteren gespannen, zoals wij naar een preek luisteren. Ze vertellen oude histories.

Wij kennen die oude histories als De verhalen van Duizend en Eén Nacht, het  meest bekende Arabische literaire werk, meer dan welk ander boek ook. Elf Leila wa Leila, zoals het in het Arabisch heet kwam in Europa in de mode na de vertalingen van de Fransman Antoine Galland (1717) en de Brit Sir Richard Burton (1886). Het boek zelf heeft een lange ontstaansgeschiedenis. Eerst was er een soort oerversie die de vertellers gebruikten en waaraan ze in de loop der eeuwen steeds meer verhalen hebben toegevoegd. Zo vermelden Al Masudi en Al Nadim (beiden 10de eeuw) al een Elf Leila wa Leila dat volgens hen zou teruggaan op een Perzisch boek, Hazaar Afsana (Duizend Sprookjes). Die 1001 Nachten moet je niet letterlijk nemen, het betekent gewoon heel veel en, raar maar waar: het oudste Arabische manuscript waarvan de eerste vertaler, Galland gebruik heeft gemaakt is gedateerd in het moslimjaar 1001 (1592)!

Het raamverhaal, Shahrazade die om haar hachje te redden koning Shariaar iedere nacht een nieuw verhaal vertelt is van Perzisch-Indische origine. Daarna kwamen er vooral veel toevoegingen in Bagdad, ‘Stad van Geneugten, het Parijs van de 4de eeuw’, zoals Richard Burton haar noemde. Veel van die Bagdad-verhalen zijn sterk humoristisch. Dit zijn ondermeer de verhalen waarin khalief Harun al Rashid en zijn drinkkompaan, de dichter Abu Nuwas optreden.

Eén van de grappen van Abu Nuwas aan het hof (gravure uit een boek van Si Kaddour Benghabrit, Imam-stichter van de Grote Moskee van Parijs) Collectie L.C.

Van toen ook dateren de verhalen van Sindbad de Zeeman, de man die de Zeven Wereldzeeën tussen Basra en China bevoer en er exorbitant over vertelt. In een volgend stadium werden er in Kairo nog nieuwe verhalen aan toegevoegd en er is zelfs een Marokkaanse inbreng. De laatste inbreng kwam na het succes in Europa waardoor de vertalers vlijtig op zoek gingen naar meer verhalen, al dan niet apocriefe. Van toen dateren Ali Baba en de Veertig Rovers en Aladin en de Wonderlamp. Ze brachten het tot stripverhalen en Disney-verfilmingen.

Twee kinderboekjes (collectie L.C.)

De oudste, volledige Arabische editie werd in 1835 uitgegeven in Kairo door de beroemde Bulaq-uitgeverij op basis van een Arabisch handschrift uit de 17de eeuw en bevat 1001 Nachten, wat niet altijd het geval is met de andere handschriften.

De verhalen zijn zeer gevarieerd: Geesten en wonderen duiken vaak op, maar er zijn ook sociaal-kritische verhalen (De Bultenaar bvb) die de corruptie van de bureaucratie aanklagen. Dan zijn er verhalen die overkomen als een tv-serie met iedere dag een nieuwe aflevering (Sindbad). Vrouwen spelen een belangrijke rol en dit niet alleen in de sterk pornografische verhalen – ze dateren uit een tijd dat de Arabieren hun literaire cultuur niet beperkten tot de Koran en Kookboeken, zoals nu vaak het geval is. Dit soort erotische verhalen werd vooral door Richard Burton met genoegen aangedikt door zijn uitgebreide verklarende noten, die soms interessanter zijn dan het verhaal zelf, maar anderen vonden dit dan schandalig. Zo deze preutse, ‘Oorspronkelijke Vlaamsche uitgave’ (Antwerpen 1908). Ik citeer uit het voorwoord: Ontegensprekelijk zijn de vertellingen van Duizend en Een Nacht, de eenige, die bij alle volkeren der aarde met de meeste gretigheid ingang vonden…Jammer genoeg, dat ons Vlaamsche Volk daarvan eigenlijk nooit heeft mogen genieten. Wel heeft men in Noord-Nederland pogingen aangewend om de vertellingen ingang te doen vinden. Maar, die omwerkingen stemden niet overeen met de goede zeden van ons Volk! Dat was een misslag! Daar, waar onzedelijkheid op den voorgrond treedt, wordt de deur van het wantrouwen geopend… Deze omwerking zal derhalve in ieders handen, op alle leestafels mogen verschijnen, zonder iets kwetsends op te leveren.

En dan zijn er natuurlijk gewoon grappige verhalen, meestal kort. Al die verhalen werden meestal in de volkstaal verteld, en niet in het hoogliteraire Arabisch. Daarom hier als toemaatje: het kortste verhaal uit Duizend en Eén Nacht, in mijn volkstaal, het Brabants Brussels. Tip: als je het luidop leest is het ook verstaanbaar voor West-Vlamingen, Hollanders en Limburgers.

Het keutste vertelselke oët Duzend en Ien Nacht: De Scheit van Aboe Hasan

Fi yaoem min al ayaam kan fi medina qadima Baghdad razjoel, ismhoe Aboe Hassan…

Lank, moe hiel lank geleië leifde er in de gruute stad van Baghdad ne man en eum hietegede Aboe Hassan. Eum was ne kommersant, ne joenge, raake kommersant, moe uuk ne weiveneir, ne joenge weiveneir. En, eum was altaat triestig. Och èrme. As eum sachternoensj met zaan kameroeten op stamenee zat, zat eum doe triestig te koekeloeren. Eum ha leudevedeu. En alle doege was dat ’t zeulfde, tot as da zaan kameroeten et muug zaan geweuren.

Allah, Aboe Hasan, ne joenge keubber gelaak as ga moet toch kunne ertraave mee e skuun mokke, gien Mistanfluut, moe toch a skuë migeolleke.

En ten lage leste, was’t zuu veir. Aboe Hassan eum ha e annonceke gezet in de gazet en zuu was eum oep e skuun mokske gevalle. Et was gien scheile, ze ha gien meutekes knien, neie en hiel skuu maske. Ze mocht gezeen weudde. Ze stroldegede gelaak as de moen op ne vaaver. Zegge ze in ’t Araabs. Ze zierverde nie, mo wist wannier as das ze moest zwaage. Allah, zuun vinde teigewourdig ne mië.

En Aboe Hassan was ne mens mê floes. Eum organiseerde ne sjikken traa. Nen iel sjikken tra. Alleman was welkom, nâ famille en veir famille. Kozzes en nichte, oenkels en tantes. En alle gebuure. Veir gebuure en nâ gebuure. Zeulfs de oelemaas en de fakirs. Allien gien salafisten, want da fiest da was van frêtmo, frêtmo en zeupt mo, zeupt mo. Ik emmet al gezeit, et was lank, hiel lank geleide. Toen mochte nog zoeipe in Baghdad. Het was den taat da ze in ’t Araabs nog mier as onnerd woure aan veu waan. En frêt waster veu alle goestinge: zuutigheide, smosjterderaa, vlies van schopkes. D’er was zeulfs ne joenge kamiel au feu de bois en in da kamiel zat e lammeke en in dat lammeke ne kaproen en in da kaproen en deufke en in da deufke amandelen en pistasjenoute. As ge d’er niet van gepruufd hé, wette nie wadas da ge gemist hé.

En d’er was muziek mê floëten, troemmels en vravegezang, nen echten noeba.

Iel zaan oës was gepaleid gelek een echt palaas

En den moeste zaan fiancéé emme gezien. Op nen truun, mê heur dames d’honneur die eur oem et eur van klied verannerden. En giene kamelot, hé, giene Hirsch par terre.

Allez,’t es nie veu niks e vertelselke oët Duzend en ien Nacht.

En toens kwam de moment suprême. Aboe Hassan moost zaan mameselle ba eur hand pakke en mê eur nou de sloepkoemer goen. Consommez le mariage en dades gien soep hé.

En toens….toens…

Aboe Hassan zet eum recht in zaane fauteuil en doebaa lost eum en scheit en formidoebele scheit. En alleman a da gehuëd. Moe ze mochte niks zegge en ze begoste hiel loët te klappen asof dader niks was gebeud.

Da moot zuë. Want de Profeit hei gezeit – en ik weit het oët den hadiet van al Bukhari: as ‘ ter ne wind floët oêt et laaf van ne mensj den mougde nie lachen’.

En alleman spelde van de stoemmenduuve.

Moe Aboe Hasan, eum was beschomd, beschomd, eum za in de grond emme kunne kroëpe. Moe dat dee eum nie. A moempelde wa en stapte noe za pjeid. En gaf het de spoure. En eum reed, weg, veir weg tot in de gruute stad van Basra en doe paktege eum nen buut noe Indië. En a begost doe, in Indië, e nuuf carrière as kommersant.

Moe, eum was doe nie gelukkig. Ien joer passeerde, twie joer, vaaf joer, tien joer en toensj, wilde eum terug nou de gruute stad van Baghdad. En a paasde : na zen ze maan scheit al wel vergeite.

En eum mê den buut nou Basra en den noe Baghdad.

Eum verkliedege eum in ne bedeleir, nen fakir. Niemand kost eum erkennen. En Aboe Hassan paasdegede ik gon zu es leustere wat da ze zu al vertelle in ’t stad? Ge moe weite. Doe was toensj nog gien internet of facebook. Toensj moeste nog mê de mensje klappe as ge nuus wa weiten.

En Aboe Hasan arriveit veu de meure van Baghdad en doe zit een bedoewinsje mê eur dochter.

Aboe Hasan, komt stillekes dichter en leustert noe wa da ze zegge.

Moïer, za da dochter, hoe out zaan kik agentlek ? En da mojer paast es diep. Awel, za ze, ga, ga zeit geboure in ’t joer… in “t joer …da Aboe Hassan zaan dikke scheit liet.

En Aboe Hassan zaan melk droët, eum weurd terug zuë beschomd, want zaan scheit was histoore geweure, gelaak da ze na zegge: veu of nou de ourlog, zegde ze toensj: veu of nou de scheit van Aboe Hassan. En eum droët eum oem, zet e op ê luupe, en lupt, lupt tot in Basra en terug op nen buut noe Indië.

En toens, toens kwam er e verken mê ne lange snoët en ma vertelselke es oët.

Sjoekran gezilan, wa barakat aloufik, wa rahmat oellah !

June 15, 2018 at 8:18 pm 1 comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,571 other followers