Posts filed under ‘Milieu’

OPEN GRENZEN!

Tom Ronse

Niemand, ook niet ter linkerzijde, pleit voor open grenzen, lees ik herhaaldelijk in reacties op Bart De Wevers beruchte opiniestuk over migratie. “Misschien dat u hier of daar nog een overjaarse anarchist kan opduikelen maar dat is het dan ook”, aldus Louis Tobback in De Morgen. Noem me een overjaarse anarchist zo u wil maar hier volgt een dissonante noot in dat eenstemmig koor. Een pleidooi voor, onder meer,  open grenzen.

De Wever verwijt links hypocrisie maar hij is zelf hypocriet. Hij beroept zich op de ‘gouden regel’  -behandel je naaste zoals je zelf zou willen behandeld worden- maar voegt er snel aan toe: “Maar hoe nabij moet die naaste zijn?” Hij beweert “oprecht moreel mededogen” te voelen maar … ‘grenzen bakenen onze impliciete solidariteit af’. Mededogen dat stopt aan de grens is een pleidooi om mensen die vluchten voor oorlog en honger te laten verdrinken in de zee en op te sluiten in kampen en gevangenissen zoals nu al volop gebeurt. Het is helemaal geen mededogen. Barts vriendin heet Tina, kort voor “There is no alternative”.  Het verhaal: de harde Francken-politiek is de enige mogelijke, anders ontstaat er een aanzuigeffect dat ons zal overrompelen, dat chaos en sociale afbraak zal veroorzaken. Intussen helpt zijn partij de sociale afbraak organizeren. Uit mededogen met onze eigen landgenoten  ongetwijfeld.

Links replikeert dat er een gulden tussenweg is tussen het cynisch standpunt van De Wever en het utopisch lijkende idee van ‘open grenzen’. Volgens links is er wel degelijk financiële ruimte om een meer sociaal beleid te voeren, om vluchtelingen een menswaardige opvang te geven. Het aanzuigeffect kunnen we bestrijden door  de economische  ontwikkeling te bevorderen in de landen waar de migranten uit wegvluchten, door informatiecampagnes om hen te overtuigen dat hen hier ook alleen maar ellende wacht en door een buitenlands beleid te voeren dat oorlog ontmoedigt in plaats van zoveel mogelijk wapens te proberen verkopen en bommenwerpers naar het Midden Oosten te sturen.

Maar links maakt het er zich al te gemakkelijk van af. Laat ons iets verder kijken dan onze neus lang is naar de trends die de evolutie van de wereld bepalen en dus ook de kontekst van het debat over migratie.

 

Perfect storm

Ten eerste: automatisering. Die dient om arbeidstijd uit te sparen. Het kan dan ook niet anders dan dat veel arbeidspotentieel overbodig wordt. De informatica-omwenteling  integreert en stoot uit. Alles wordt deel van de globale markt, wat we consumeren is het product van een global assembly line. Tegelijk is er een uitstotingsproces: de global assembly line wordt steeds automatischer, steeds efficienter. Miljoenen worden ‘nutteloos’ en hebben niet langer een pre-kapitalistische economie om op terug te vallen. Dit is nu al de realiteit in vele landen in de periferie waar de effectieve werkloosheid meer dan 50 % bedraagt. Wat niet wil zeggen dat die al werklozen niet werken. Als je tien uur per dag aan een kruispunt snoep en sigaretten staat te verkopen heb je ook een zware werkdag.

Ten tweede: een nieuwe, diepe recessie is hoogstens enkele jaren ver. De schuldenberg zal blijven groeien. In het Engels zeggen we: they kicked the can down the road. Ze schopten het blik wat verder de straat op en deden alsof het weg was. De schulden groeien omdat er, globaal genomen, niet genoeg winst wordt gemaakt. Winstpotentieel bepaalt in onze maatschappij wat geproduceerd wordt. De schuldengroei is nodig om de boel draaiend te houden, om de winstmarge te onderstutten. Daarom hebben de financiële autoriteiten op de great recession van 2008 –die zelf door schuldenlast in gang werd getrapt-  gereageerd door vele biljoenen dollars, euros, yens, RMBs, etc. in de banken en grote bedrijven te pompen en door de rentevoet tot bijna nul te duwen. Dat laatste was een cruciale factor in de huidige heropleving (de zwakste weliswaar sinds de tweede wereldoorlog)  want de lage rentekost maakt krediet bijna gratis. Niet voor iedereen natuurlijk.  Maar rijken konden makkelijk rijker worden door spotgoedkoop geleend geld in de beurs te investeren. De regel – lage rente voor de rijken maar hoge rente voor de armen- is logisch, aangezien lenen aan armen een groter risico inhoudt. Dat geldt zowel voor individuen als voor landen. Het is dus ook logisch dat de kloof tussen rijk en arm steeds groter wordt. En dat landen een harde concurrentiestrijd moeten voeren om kapitaal aan te trekken, door hun sociale lasten te verminderen en fiscale premies te geven.

Maar onvermijdelijk komt ook de lage rente van de rijken onder druk te staan.  De spanning tussen de groeiende schuldverplichtingen en de dalende winstverwachting maakt dan een nieuwe inzinking onvermijdelijk.  Omdat de schuldenlast van bedrijven en regeringen nu veel groter is dan in 2008 zal de recessie wellicht dieper zijn.  Hoe ver de kettingreactie van failissementen zal gaan valt moeilijk te voorspellen. Maar zeker is dat, op alle markten, de zwakste concurrenten de hardste klappen zullen krijgen.

Ten derde: klimaatrampen zullen toenemen. Er iets wezenlijks aan doen kost te veel, dat wil zeggen, het is niet winstgevend. Aangezien de economie op winst en concurrentie gebaseerd is, kunnen we niets meer verwachten dan holle verdragen, en windmolens, zonnepanelen en electrische auto’s als pleisters op een etterend been. We weten heel goed dat een drastische globale verandering in productie en consumptie nodig is om te voorkomen dat de levens van miljoenen door klimaatverstoring zullen ontwricht worden maar we kunnen enkel handenwringend toekijken terwijl het drama zich ontvouwt.

Ten vierde: oorlogen zullen niet verdwijnen, integendeel. De ontwrichting, veroorzaakt door economische krisis en klimaatrampen,  schept opportuniteiten voor kleine en grote imperialisten, voor kriminelen, voor war lords en grootmachten. Droogte en overstromingen doen conflicten ontstaan over schaarse middelen.  Massale werkloosheid zorgt voor een overvloedig aanbod van kanonnenvlees.

 

Neem die vier factoren samen en je hebt het recept voor een perfect storm. Een storm die ook in de rijkere landen tot sociale afbraak zal leiden (om de winstmarge te onderstutten, om kapitaalvlucht tegen te gaan) en in de armere landen miljoenen zal doen vluchten. De gelijktijdigheid van de stijgende verarming en de komst van steeds meer migranten zal door rechts worden aangegrepen om het eerste voor te stellen als het gevolg van het tweede. Door het tweede te bestrijden zal men niet alleen de indruk wekken dat men iets doet aan het eerste maar ook kiezers  paaien die voor hun ontevredenheid een zondebok zoeken. Links, zo mogen we hopen, zal dat cynische spel niet meespelen. Maar het zal ook duidelijk worden dat links inderdaad geen alternatief heeft. Linkse regeringen zullen net als rechtse de sociale uitgaven verlagen en hardere maatregelen nemen om migranten buiten houden. Misschien minder extreem, meer druppels plengend op de gloeiende plaat, maar het verschil zal vooral rethorisch zijn. Kijk naar de linkse Syriza-regering in Griekenland, die doet in wezen niets anders dan de rechtse regering die haar voorafging: de bevelen van de kapitaalbezitters uitvoeren.

In Bart De Wevers opiniestuk krijg je de indruk dat die storm nu al woedt. In de filmversie stel ik me Bart voor, rechtstaande in reddingsboot “De Natiestaat”, met zijn roeispaan kloppend op de vingers van de drenkelingen die zich aan de bootrand vastklampen.  Links probeert hem in te tomen, bewerend dat er nog wel degelijk plaats is in de boot. Maar er zijn zoveel drenkelingen… de triage wordt steeds moeilijker. Geen van beiden vraagt zich af wat de storm veroorzaakt.

We zijn eraan gewend dat de economie, net als het klimaat, wordt voorgesteld als een kracht die ons van buitenaf overkomt. Die we wel kunnen proberen manipuleren maar waar we uiteindelijk aan onderworpen zijn. Dat bakent de politieke ruimte af, dat zet de parameters neer van het debat tussen links en rechts. We kunnen slechts doen wat de economie mogelijk maakt om te doen.  Als het slecht gaat, met de economie of het klimaat, kunnen we niets anders dan schuilen, wachten tot het overwaait en een traan plengen voor diegenen die geen schuilplaats vinden. We vergeten dat de economie door mensen wordt gemaakt en door mensen kan worden veranderd. Dat mensen kunnen beslissen om de economie te onderwerpen aan hun noden, in plaats van hun noden te onderwerpen aan de archaische spelregels van de economie. De sociaal-democratische opiumpijp fluistert dat we allebei tegelijk kunnen doen.

 

De fundamentele Tina

Dat is de kern van de zaak: de perceptie dat de huidige manier om aan de menselijke noden tegemoet te komen, de enige mogelijke is. Dat productie en consumptie wel moeten steunen op kopen en verkopen van arbeidstijd en van al de rest. Dat het hoofddoel van de maatschappij niets anders kan zijn dan kapitaal doen groeien, ongeacht de gevolgen voor het welzijn van de mensheid.  Want dat gedrag is ingebakken in de menselijke natuur, zoals  Adam Smith beweerde. Ook al is de door de markt georganiseerde economie nog maar enkele honderden jaren oud en ontstond ze slechts op één subcontinent, toch lijkt ze voor de eewigheid bestemd. Volgens Francis Fukoyama hebben we “het einde van de geschiedenis” bereikt.  Vanaf nu zijn enkel variaties op het vaste thema mogelijk.  Buiten dit kader is er niets, behalve  onefficiente  staatskapitalistische dictatuur. Dat is de ‘Tina’ waar rechts en links voor buigen. De gevolgen moeten we aanvaarden als  “het nieuwe normaal”, ook als een groot deel van de wereld erdoor dreigt te vergaan.

Een onbevooroordeelde buitenaardse bezoeker die onze wereld zou verkennen, zou ons gek verklaren. Hij zou het absurd vinden dat bij ons 81,2 procent van het globale inkomen naar de rijkste 20 procent van de bevolking gaat terwijl de armste 40 procent het met 3,8 procent moet stellen. En dat de rijkste één procent, wiens inkomen even groot is als dat van de armste 53 procent (3,5 miljard mensen), zij die meer bezitten dan wat ze in duizenden jaren zouden kunnen uitgeven, koortsachtig blijven streven naar meer bezit. En dat wij geloven dat die pathologische bezitsdrang noodzakelijk is om de maatschappij in stand te houden.

Hij zou niet begrijpen dat we onze ecologie kapot maken, dat we weten dat we het doen maar niet kunnen stoppen.

Hij zou onbeschrijfelijk veel pijn in onze wereld aantreffen en wat zijn hart zou breken is dat zoveel van die pijn vermijdbaar is.  Dat miljoenen omkomen door geneesbare ziekten, dat miljoenen van honger vergaan terwijl we gigantische hoeveelheden voedsel weggooien, dat miljarden in slums wonen terwijl wij, in plaats van hen huisvesting te geven, steeds meer wapens maken en hele steden verwoesten, dat bij ons de enen zich moeten kapot werken en de anderen gedwongen worden tot niets doen, dat onze economie met overproductie kampt terwijl de ongelenigde noden zo groot zijn…

En de enige uitleg die we hem zouden geven is alweer Tina, there is no alternative, iets anders kunnen we ons niet voorstellen.

 

Imagine

Een wereld zonder geld, zonder oorlogen, zonder criminaliteit, zonder honger, zonder grenzen, een wereld voor iedereen, dat tart de collectieve verbeelding. Alleen Tobbacks overjaarse anarchist gelooft dat het kan. En John Lennon, wiens anthem “Imagine” nog vaak gespeeld wordt. Maar misschien luistert men niet goed naar de tekst:

Imagine there’s no countries
It isn’t hard to do
Nothing to kill or die for
And no religion, too
Imagine all the people
Living life in peace…

Imagine no possessions
I wonder if you can
No need for greed or hunger
A brotherhood of man
Imagine all the people
Sharing all the world…

Is het echt onvoorstelbaar dat we samen, op lokaal en globaal vlak, zouden overleggen wat we maken en er voor zorgen dat niemand op aarde nog honger lijdt of verstoken blijft van ziektezorg, huisvesting en andere nodige voorzieningen, dat het natuurlijk milieu hersteld wordt, en dat we er een prioriteit van maken om produceren zo aangenaam mogelijk te maken?  Dat we dit kunnen zonder geld, zonder grenzen, zonder logge bureaucratie omdat mensen, bevrijd van de dwangbuis van geld verdienen en winst maken, een ongelooflijke creativiteit aan de dag zullen leggen? Dat vele miljoenen die nu hun bestaan als zinloos ervaren er heel veel zin in zullen krijgen?

Daar valt nog veel meer over te zeggen maar misschien heb je al hoofdschuddend geconcludeerd dat mijn visie radicaal, extremistisch  en utopisch is. Radicaal is ze zeker. Het woord komt, zoals Bart DW kan bevestigen, van het latijnse “radix”, wortel. Daar is het inderdaad waar het probleem zit, het volstaat niet om te proberen de rotte vruchten weg te snoeien. Extremistisch? Kijk om u heen: de extremisten zijn al aan de macht.  Utopisch? Is het niet eerder utopisch om te verwachten dat de huidige  maatschappijvorm zich eindeloos kan in stand houden, dat het zijn toenemende contradicties kan bllijven overleven?

Je mag me een dromer noemen, zong John Lennon.

 

But I’m not the only one
I hope someday you’ll join us
And the world will live as one

februari 15, 2018 at 10:22 pm 6 reacties

TSJERNOBYL REVISITED

Het is vandaag 30 jaar geleden dat de grootste kernramp tot nog toe plaatsvond in Tsjernobyl, Sovjet-Unie. Bij ons maakte men zich toen geen zorgen, zoals men dat ook vandaag doet – zelfs als buurlanden beginnen te protesteren tegen scheurtjes, incidenten, sabotage (?), ongelukjes. Kernenergie blijft voor de overheid en de elektriciteitsbonzen ‘untouchable’.

Herlees daarom het stuk dat ik vijf jaar geleden schreef en waar geen officiële hond of kat een woord over loste. Verbijsterend, toch?

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2011/03/17/verjaardag-tsjernobyl-25-jaar-geen-paniek/

Open ook je ogen op : http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/buitenland/1.2637058

april 26, 2016 at 12:37 pm 2 reacties

DE WERELD VERDRINKT

gideon-mendel

Tom Ronse

In Los Angeles werd enkele dagen geleden een passagier uit een vliegtuig van Southwest Airlines gezet. Hij werd ervan verdacht een terrorist te zijn. Eeen medepassagier had de bemanning gealerteerd nadat ze hem Arabisch had horen spreken in zijn telefoon. Hij had woorden gebruikt zoals “Inch’Allah” die haar jihadistisch in de oren klonken.

Van zo’n bericht verschieten we niet meer.  We worden het gewend van te leven in een angstklimaat, waarin paranoia het nieuwe normaal wordt. Dat is de schuld van de terroristen en van de oorlogen waarvan hun aanslagen een onderdeel zijn. Maar dat is ook de schuld van de media die de angst buiten alle rationele proporties opkloppen. De kans dat burgers slachtoffer worden van een terroristische aanslag is nog altijd minuscuul in vergelijking met andere gevaren die hen bedreigen.

Dat is een van de meest negatieve gevolgen van het terrorisme: het geeft de onderhuidse angst een doelwit, een fixatiepunt dat de aandacht afleidt van gevaren die ons terecht bang zouden moeten maken.

Zoals de combinatie van klimaatsverandering en armoede. Die dreigt in de komende jaren vluchtelingenstromen  op gang te brengen waarbij deze van vandaag klein bier zullen lijken.  De media rapporteren het wel als er weer eens een ramp gebeurt maar de ernst van de situatie dringt niet door. Het blijft een ‘ver-van-mijn-bed’ story.

Niet voor Gideon Mendel. Hij is een Zuid-Afrikaanse foto-journalist die niets meer hoeft te bewijzen; al zes keer won hij de World Press Photo Award.  Sinds 2007 werkt hij aan een project dat hij “Drowning World” noemt.GMendel _Srinagar-phone-25071-1024x10241 Met zijn oude Rolleiflex trekt hij naar gebieden die door grootschalige overstromingen geteisterd worden om portretten te maken van de slachtoffers in hun waterige omgeving.

Mendel wil de alarmbel trekken, de omvang van de klimaatsverstoring in de verf zetten. Hij wil vooral dat we de slachtoffers als medemensen zien, in plaats van als anonieme statistieken. De meeste foto’s in de serie zijn geposeerd. Wat niet wil zeggen dat ze vals zijn, wel dat de gefotografeerden weten wat er gebeurt, wat Mendel beoogt. Ze poseren om met ons te communiceren. Ze kijken ons recht in de ogen. In de hunne zien we een gamma van emoties.

Drowning-World-Gideon-Mendel-6

Drowning-World-Gideon-Mendel-14

Drowning-World-Gideon-Mendel-12

gideon mendel

gideon mendel2

mendel Haiti

mendel6

drowningworld-775mendel

Drowning-World-Gideon-Mendel-19

mendel 7

mendel 5

Mendel Kashmir-71 lowres

mendel 4

Gideon_Mendel_-_Drowning_World_4

mendel 12

In deze serie is Mendel journalist, activist, portrettist en ook kunstenaar. Hij is er niet vies van om de opportuniteiten van de rampzalige omgeving –zoals weerspiegelingen in het water- te gebruiken voor esthetisch effect.

11 Nov 2011, Bangkok, Thailand --- Prakru Samuteerapisut Sarathamma poses with some novice monks in the flooded Komut Puttarangsi Temple in the Taweewattana District on the western outskirts of Bangkok. This is one of more than 500 Buddhist temples which have been inundated by the recent floods in Thailand. “I have been in monkhood for 14 years. This is the first time I’ve experience such a big flood. I knew that the water would come this way. But I didn’t expect so much. We just have to accept it. It has been difficult for monks to do our duties. Every day we have to be there to help each other and all the people who have fled here for safety.There are about 200 of them. The officials do come and help us, especially the military. They brought us food and water. Many people who are staying at home also come here to collect food.If it happens again next year, we will have to be more prepared.” --- Image by © Gideon Mendel/In Pictures/Corbis

Drowning-World-Gideon-Mendel-11 mendel 8

“Drowning World” omvat foto’s gemaakt in vijf continenten en is intussen al op verschillende plaatsen tentoon gesteld. Bijna elke tentoonstelling is anders want de serie blijft groeien. In de laatste aflevering toont Mendel ook foto’s van foto’s die door de overstroming zijn aangetast. Dat is een onderwerp dat me intrigeert, als kunstenaar die de creatieve destructie van natuurelementen zoekt te integreren in zijn werk (mijn bijdrage over foto’s bewerkt door superstorm Sandy in New York kan u HIER bekijken).  De uitgewassen pigmenten doen nieuwe patronen ontstaan, nieuwe kleuren duiken op, het beeld krijgt een nieuwe gelaagdheid.

From the home of Comrade Abdul Rashid (2) Gideon Mendel

Mendels webstek: http://gideonmendel.com/

mendel 11

april 24, 2016 at 8:27 pm Plaats een reactie

HULPELOOS

Kaarsen voor de slachtoffers in Oregon

Kaarsen voor de slachtoffers in Oregon

Tom Ronse

Zelfs Obama leek zich machteloos te voelen. In zijn commentaar op de slachtpartij in Oregon, die eens te meer het werk was van een psychisch gestoorde, vereenzaamde jongeman die zich, volkomen legaal, een arsenaal van militaire wapens had aangeschaft, toonde de president zich verontwaardigd en bitter maar ook vermoeid en hulpeloos. “Op een of andere manier is dit routine geworden”, zei hij. “De verslaggeving is routine. Mijn reactie hier op dit podium is routine. De conversatie in de nasleep is routine. We zijn er verdoofd tegen geworden.”Hij sprak de hoop uit dat het land zou nadenken over de vrije wapenverkoop maar formuleerde niet één voorstel om die aan banden te leggen. Zo’n voorstel zou immers geen kans maken in het Congres, waar voor een ruime meerderheid “Gun control is not the answer” een dogma is dat boven de feiten staat. Wat dan wel “het antwoord” is weten die politici ook niet behalve dat ouders hun kinderen beter moeten opvoeden.  Maar voor de rest moeten we ermee leren leven. “Stuff happens”, zo luidde de reactie op de slachtpartij van de Republikeinse presidentskandidaat Jeb Bush. Die uitspraak vat de schouder-ophalende houding van vele Amerikanen goed samen. Of zoals de titel van een stuk in het satirisch blad The Onion het formuleerde: “No Way To Prevent This” says only Nation Where This Regularly Happens.”

Een citaat:

“This was a terrible tragedy, but sometimes these things just happen and there’s nothing anyone can do to stop them,” said Ohio resident Lindsay Bennett, echoing sentiments expressed by tens of millions of individuals who reside in a nation where over half of the world’s deadliest mass shootings have occurred in the past 50 years and whose citizens are 20 times more likely to die of gun violence than those of other developed nations. “It’s a shame, but what can we do? There really wasn’t anything that was going to keep this guy from snapping and killing a lot of people if that’s what he really wanted.” At press time, residents of the only economically advanced nation in the world where roughly two mass shootings have occurred every month for the past six years were referring to themselves and their situation as “helpless.”

Enkele dagen later, het bombardement van het hospitaal van Kunduz, en weer kwamen de kopstukken op tv om te zeggen dat hun hart bloedde voor de slachtoffers. En opnieuw, dat schouderophalend “stuff happens”. De generaals en ministers stelden het wel niet zo cru als Jeb Bush maar het kwam op hetzelfde neer. In een oorlog is collateral damage nu eenmaal overmijdelijk.

kunduz-msf-kliniek

De MSF-kliniek in Kunduz

En de oorlog stopzetten gaat niet. Ook wat dat betreft zijn we hulpeloos.  In Syrie vecht intussen haast half de wereld, de burgerbevolking vertrappelend. Niemand heeft een werkbaar idee over hoe die waanzin kan gestopt worden. Niemand heeft een oplossing voor de volksverhuizing die erdoor op gang komt. Te meer omdat die niet enkel gestuwd wordt door oorlog maar ook door armoede, werkloosheid, uitzichtloosheid die onvermijdelijk groeien naarmate  arbeidskracht overbodig wordt in de automatiserende  global assembly line. De menselijke drang om te overleven botst met economische wetten die we hulpeloos ondergaan want we vinden ze zo evident als de seizoenen en even onaantastbaar.

De belangrijkste habitat van mensen vandaag is de slum, de krottenstad. De jeugdwerkloosheid loopt in sommige landen op tot meer dan 80 procent. Geen wonder dat velen van hen geen andere toekomst zien dan misdaad of huursoldaat worden of martelaar die in de hemel zal beloond worden met 70 sexy maagden. Of vluchten.

refugees

De stroom van vluchtelingen naar Europa doet me denken aan de Titanic. Aan de paniek van de bevolking in de onderste dekken, toen het water begon binnen te stromen in dat onzinkbaar gewaande wonder van de moderne technologie. Om niet te verdrinken vluchtte iedereen die kon naar boven. In de hogere dekken probeerden sommigen de vluchtelingenstroom tegen te houden door, zoals de Hongaren, deuren op slot te doen. Maar vele anderen verwelkomden hen, gaven hen droge kleren en warme soep. Alles leek nog normaal op de opperste dekken. De restaurant was open, het orkest speelde, er was nog niemand aan het verdrinken en de kapitein verzekerde iedereen dat het schip op de goede weg was. Maar het zonk dieper en de vluchtelingenstroom verminderde niet. De stemming van de bewoners van de hoogste dekken keerde. Er werd steeds meer gepleit om de deuren dicht te houden en het teveel aan vluchtelingen overboord te gooien. Want we zijn machteloos om hen te helpen, werd er gezegd, machteloos om de oorzaak van hun vlucht weg te nemen. We moeten denken aan onze eigen plaats in de reddingsboten.

mural on migrants

De metafoor klopt niet. De passagiers van de Titanic waren inderdaad hulpeloos; er was niets dat ze konden doen om het zinken van het schip te beletten.  Wij denken alleen dat we hulpeloos zijn, dat we niets kunnen doen aan het wapengeweld, aan de natuurrampen, aan de epidemie van depressie en andere psychosociale ziekten, aan de onzekerheid, aan de oorlogen, aan de vluchtelingenstroom. Maar we veroorzaken ze allemaal zelf, er is geen ijsberg die ons lot onvermijdelijk maakt.  Maar het voelt wel zo, alsof we er niets aan kunnen doen. Behalve stemmen in onze democratische verkiezingen. Dat verandert weliswaar niets ten gronde maar zo hebben we toch een beetje het gevoel dat we niet helemaal machteloos zijn.

Hier in de VS hebben we de permanente verkiezingscampagne.  Presidentsverkiezingen zijn er maar om de vier jaar maar ze worden voorafgegaan door een jaar van spannende voorverkiezingen. Die worden op hun beurt voorafgegaan door jaren van campagne voeren waarbij de kiezer al via opiniepeilingen zijn voorkeur kan uitspreken en zelfs kandidaten kan elimineren.  De twee partijen zorgen voor een ruim aanbod van kleurrijke figuren. De debatten halen hoge kijkcijfers. Het is fascinerende entertainment. En spannend: wie de winnaar (of winnares) wordt is onvoorspelbaar.  Wat wel voorspelbaar is, is dat hij of zij de oorlogen van zijn/haar voorganger zal voortzetten en zich hulpeloos zal voelen tegenover het wapengeweld, de klimaatsverandering en al de rest.

titanic now

http://www.theonion.com/article/no-way-prevent-says-only-nation-where-regularly-ha-51444

oktober 7, 2015 at 3:39 am Plaats een reactie

HET LAND VAN De Vuist

Buda 0

door Stijn Tormans

Uplace zit al weken vooraan in het nieuws. Onze reporter trok op B-dagtrip naar het ‘belevingscenter’ dat nog niet bestaat, hoewel. Hij vond er een kerkhof van vergeten ondernemers en een raadselachtige fabriek die niemand nog kent. Dit stuk gaat over Buda, een plaats ‘waar de bomen grijs zijn en de mensen groen’.

Een koude donderdagmorgen, in de trein. Ik was nog nooit in Buda uitgestapt. Honderden keren voorbijgereden, dat wel. Uit het raam zag ik elke keer een troosteloos station, nauwelijks die naam waardig. Het ligt in een niemandsland van oude industrie. De trein stopt er één keer per uur en dat volstaat. Zelden stapt iemand uit in Buda.
Er bestaat een plan om het station een paar honderd meter te verplaatsen. Bart Verhaeghe wil daar zijn shoppingcenter Uplace oprichten. Hij weet al waar de halte zal komen: ‘Entry Regional Train Station’ staat op zijn kaarten . Verhaeghe is altijd gul met Engelse termen. Maar ook in het Nederlands kan hij er wat van. ‘Ik leg de lat graag hoog’, zei hij ooit. ‘Uplace zal een plaats worden die de geschiedenis en de identiteit van deze regio weergeeft.’

‘De volgende halte is Buda’, zegt een stem in de trein.
Buda 3

Die naam alleen al, Buda. Een oude geschiedschrijver vertelde me dat het een verwijzing is naar een vergeten veldslag uit 1686. De Hongaarse stad Buda was al 145 jaar in handen van de Turken en de moslims. Ze hadden het leven daar helemaal omgegooid: alle kerken vervangen door moskeeën. Tot in 1686 de Heilige Liga hard terugsloeg, met instemmend gemompel van de Paus. Buda stond in brand: moskeeën in de fik, honderden lijken in de Donau.
Overal in Europa werd dat nieuws op gejuich onthaald. Vuisten gingen in de lucht, er werden barbecues gehouden. Ook hier, vlakbij Vilvoorde. ‘En vanaf nu noemen we onze afspanning ‘IN BUDA’, zei een ondernemer. Opdat niemand zou vergeten dat de moslims teruggedrongen waren.
De afspanning verdween, maar Buda bleef een oord voor ondernemers. Tot laat in de jaren zestig was het een van onze belangrijkste industriezones. Della Bosiers maakte er ooit een mooi lied over: Fleur de Buda.

’t Zijn weiden als wiegende schoorsteenpluimen
Die Buda meer liefheeft dan bomen en groen
De natuur heeft zo van die vreemde luimen
De bomen zien er grijs, en de mensen groen

Della Bosiers

Della Bosiers

Begin jaren zeventig begon de zwanenzang van het Land van Buda. Eerst viel metaalgieterij Fobrux. De ene na de andere illustere naam volgde: Fonderies Peeters, Lambion en Heistercamp, Forges de Clabecq, Delacre… Renault natuurlijk, 3000 ontslagen. Of het gewetenloze bedrijf Biolux. Toen dat in 1993 uitbrandde, lag alle auto-, trein- en vliegverkeer rond Brussel stil. Zo giftig leken de vlammen.
Verhaeghe had gelijk, over die geschiedenis. Dit is een kerkhof van vergeten ondernemers ‘die de lat graag hoog wilden leggen’. Onze eigen Boulevard of Broken Industrial Dreams. De arbeiders waren daarbij hoogstens figuranten, hoewel ze hevig tegen hun lot vochten. Boven het Land van Buda torent nog altijd een vuist uit, alsof het hier Karl-Marx-Stadt is. Het is een kunstwerk van Rik Poot, gemaakt opdat niemand ooit hun strijd en moed zou vergeten.

De trein stopt.
Ik stap uit samen met VRT-radiojournalist en medereiziger Lucas Vanclooster. Ooit heeft hij een paar jaar in het Land van Buda gewoond. ‘Het was er goedkoop huren’, zegt hij. ‘Maar ook claustrofobisch, je zit ingesloten tussen alles. Lees de biografie van Woinke Turck, destijds de oudste vrouw van België. Ze had geleefd op zeven boerderijen. Die waren alle zeven verdwenen: voor de luchthaven, de Woluwelaan, industrie…’
’s Avonds ging Lucas vaak wandelen in het Land van Buda. Zo kwam hij op vreemde plekken. Zoals dit braakliggend terrein, waar straks Uplace komt. Er staan nu alleen twee verlaten huizen. De bewoners zijn nog maar juist gevlucht voor de toekomst, want op de vensterbank ligt een brief uit 2013.
‘Eigenlijk is het tragisch’, zegt Lucas. ‘Heel deze buurt schreeuwt om scholen, bossen, winkels… Om mensen die ondernemen, maar niet om Bart Verhaeghe. Dat is geen ondernemer, hoewel hij zich zo noemt. Die man biedt geen product aan, hij heeft geen werknemers. Dat is een risicobelegger, een speculant die in gronden doet. Hij doet me aan een truffelvarken denken: een dier dat de grond omwoelt, daar uithaalt wat voor hem interessant is, maar zich niets aantrekt van de omgeving. Uplace is truffelvarkenkapitalisme.’
‘Zag je ooit de prachtige serie Terug Naar Oosterdonk ? Pietje de Leugenaar vertelt daarin de fabel van de bever die de tak afknaagt waarop hij zit. Ter verdediging roept hij: “Als ik het niet doe, doet iemand anders het.”‘

We wandelen verder. Vijfhonderd meter voorbij Uplace ligt een verwaarloosde fabriek. Op de muren staat WANSON, een vertrouwd gezicht voor elke treinreiziger van de lijn Mechelen-Halle. Het Land van Buda telt wel meer van dit soort verwaarloosde sites. Maar deze is anders, straalt grandeur uit.
‘Ze maakten hier stoomketels’, vertelt Lucas. ‘In de jaren negentig ben ik hier als verslaggever geweest. Er was toen een staking, maar al na een dag was die afgelopen.
‘Jaren later bladerde ik door een boek over architectuur van de wereldtentoonstellingen. Tot mijn grote verbazing stootte ik op een foto van Wanson. Eigenlijk was het een beeld van het Belgische paviljoen op de Exposition Universelle van Parijs in 1937, misschien wel de mooiste wereldtentoonstelling ooit. Gebouwd aan de voet van de Eiffeltoren, onder supervisie van Henry van de Velde. De Wanson is een kopie van een van de mooiste verwezenlijkingen van onze architectuur.’
Maar niet lang meer. Naast de ingang staan bulldozers van afbraakwerken Van Kempen. Een van de dagen begint de sloop. Hier komt, vlakbij Uplace, een supergevangenis.

Buda 2

We wandelen voor de laatste keer door de oude fabriek. Alle ramen zijn kapot. Overal puin, matrassen en graffiti, maar de grandeur is nog intact. ‘Onvoorstelbaar dat ze dit afbreken’, zegt Lucas. ‘Een ondernemer met een beetje verbeelding zou hier iets fantastisch van kunnen maken. Dit had een mini-Uplace kunnen worden: veel kleinschaliger en in een onwaarschijnlijk decor. Mooi compromis tussen voor- en tegenstanders. Maar niemand kent deze fabriek blijkbaar nog.’
Wanson ging failliet in de jaren negentig, maar het internet herinnert zich niets meer van het bedrijf. Ook in het Land van Buda weet zo goed als niemand meer wat hier gemaakt werd. Behalve Emiel Rampelberg, een zeventiger die de opgang en ondergang van Wanson meegemaakt heeft. Zijn hele beroepsleven heeft hij hier gewerkt: eerst als elektricien, later als werkplaatsleider. Altijd is hij Wanson trouw gebleven.
‘Ik was 18 in 1958’, zegt hij. ‘Er was dat jaar amper werk, want de Expo was klaar. Ik ging me aanbieden bij Wanson, in mijn beste Frans, en mocht beginnen. Mijn eerste werkdag op 19 januari 1959 vergeet ik nooit. Ik stapte een wereld binnen: overal stonden standbeelden en tuinen vol bloemen. Er werkten vijf mensen voltijds om die te onderhouden. Ook binnen was het prachtig. Helemaal bovenaan hing een grote slogan in neonletters: A COEUR VAILLANT RIEN D’IMPOSSIBLE.’ Vrij vertaald: ‘Niets is onmogelijk als je maar wilt.’
Emiel begreep dat het de lijfspreuk van Monsieur Léon Wanson was. Ooit was die begonnen in houten barakken, maar hij had zich opgewerkt tot een van de grootste ondernemers van het naoorlogse België. Hij had de warmtebron gevonden: de mazout van Amerika naar België gehaald. Zelfs koning Boudewijn kwam bij hem over de vloer.
Over al die avonturen schreef hij boeken, om later niet vergeten te worden. In zijn autobiografie Au fil de la plume praat hij ook even over het Land van Buda. Natuurlijk moest dat fabriek prestigieus zijn, vond hij. Hij wou iets groots toevoegen aan de buurt, zodat mensen er graag zouden werken. En een beetje fier zouden zijn op hun Buda.

Monsieur Wanson deed aan volksverheffing, zegt Emiel. ‘Zijn arbeiders mochten bijvoorbeeld geen muts dragen, want daarmee haalden ze zichzelf naar beneden. Elk jaar organiseerde hij een week van de netheid en hij gaf ook een tijdschrift uit over zijn denkbeelden. Zelfs die standbeelden stonden er niet zomaar, ze moesten ons doen nadenken.’
Tegelijkertijd was hij een genereus man. ‘Op de verjaardag van onze vrouwen kregen we een premie. Er was een gratis dokter en tandarts. Elke vrijdag ging hij het bedrijf rond. Er werkte 700 man, maar hij praatte met iedereen. Reikte ook medailles uit waarop zijn lijfspreuk stond: A COEUR VAILLANT RIEN D’IMPOSSIBLE.’
‘Af en toe trok hij zich terug om te mediteren. Hij had een atoomschuilkelder en een klooster. Dat was net achter het bedrijf, er werden Gregoriaanse gezangen gespeeld. Soms kwam hij buiten met speciale ideeën. Zoals die keer dat hij een grote koperen wereldbol van wel drie meter wou laten maken. Dat deden we voor hem. Hij was voor ons veel meer dan een baas.’
In 1983 stierf Monsieur Wanson. Op de begrafenis lazen zijn werknemers een tekst voor: ‘U was een man met een uitzonderlijke begaafdheid. Als baas was u zonder meer groots, een pionier van de sociale betrekkingen in de onderneming. (…) Zij die aan uw zijde gewerkt hebben, keken met veel bewondering naar u op. U had diepmenselijke eigenschappen en zin voor rechtvaardigheid, dat hebben wij zo vaak kunnen vaststellen.’

Een dag na de begrafenis hoorde Emiel dat zijn baas nog een laatste wens had. In zijn testament stond dat het bedrijf nooit mocht verdwijnen, wat er ook zou gebeuren. Altijd moest Wanson blijven bestaan. ‘Daarna hebben zijn dochters het bedrijf verkocht’, zegt Emiel. ‘Er zijn dan een hoop overnemers gekomen, maar die waren alleen in de gronden geïnteresseerd. En in het geld.’
Na jaren wanbeheer gebeurde in 1996 het onvermijdelijke: het ooit zo prestigieuze Wanson ging overkop, Emiel met brugpensioen. ‘We houden nog elk jaar een reünie met de collega’s’, zegt hij. ‘Zij zeggen dan: “De Wanson, ’t is voorbij.” “Nee”, antwoord ik dan. “Voor mij zal Wanson nooit voorbij zijn. In dat bedrijf zit een groot stuk van mezelf.”‘
Dat Wanson straks wordt afgebroken voor een gevangenis, vindt Emiel ‘verschrikkelijk’. Hij is onlangs nog foto’s gaan nemen van wat er overbleef. De standbeelden waren allemaal weg. Behalve een bronzen beeld van een arbeider. Emiel wou het behouden om een klein deel van het testament van Monsieur Wanson uit te voeren. ‘Maar dat bleek onmogelijk. Het was niet te koop.’

Buiten begint het te regenen. Moet aan dat mooie liedje over Buda denken.

Buda 1

De zon staat grijs boven Haren-Buda
De hemel is laag, haast met de grond gelijk
En eens per uur wordt het groen in Buda
Dan trekt een trein voorbij
Dan wordt de stad weer lijk
Maar ergens draaft nog een paard
En in het tuintje van de waard
Spelen er kinderen de zevensprong

Della Bosiers schreef dit eind jaren zestig. ‘De treinen zagen toen groen’, zegt ze. ‘Ik werkte als regieassistente bij de BRT. Op een dag gingen we een documentaire draaien over de Belgische industrie. Zo ben ik voor het eerst in Buda beland, maar ik was er al vaak met de trein voorbijgereden. Ik vond dat een heel vreemd, bijna poëtisch landschap. Tussen de industrie zag je nog de laatste resten van het boerenleven. Die plek had ook een geur. Daarom heb ik dat lied Fleur de Buda genoemd.’
Della zong Fleur de Buda in S.O.S Natuur, een tv-programma uit de tijd dat Groen nog niet bestond. Het werd een klassieker. Hoewel ze nog altijd een fervente treinreiziger is, is ze sindsdien nooit meer uitgestapt in Buda. ‘Ik veronderstel dat intussen zelfs de paarden verkaveld zijn.’

Niet allemaal. Achter de oude fabriek van Wanson ligt nog een groene oase. Sinds augustus kamperen hier een aantal actievoerders. Ze voeren strijd om het laatste groen te redden, tegen de gevangenis ook. Vanuit het raam van de trein zag ik hun protest elke dag groeien. Eerst stond er een grote tent die na een storm plat lag. Maar ze volhardden: later kwamen er twee tenten, drie, vier. Dan hadden ze een kip, twee geiten en nu ook een slogan, A COEUR VAILLANT RIEN D’IMPOSSIBLE.
‘Gevonden in de fabriek’, zegt actievoerder Raf. ‘Dat konden we toch niet laten liggen.’
Raf is een veteraan van vele natuuroorlogen – van het Lappersfortbos tot Picnic The Streets. Maar eigenlijk is hij een kunsthistoricus, hij woont en werkt al twintig jaar in Brussel. In september kwam hij hier voor het eerst. Hij wou maar een paar dagen blijven, maar is er nog altijd. Hij en zijn kompanen kamperen op het ritme van de natuur. En ook wel wat op dat van de consumptiemaatschappij. Ze eten de resten van supermarkten op. De zetels in hun tent vonden ze op straat en de geiten zijn een cadeau. ‘Mensen gooien zoveel weg.’
Zo werd hun actie onbedoeld ook een statement tegen Uplace. ‘Kijk naar wat er in Amerika gebeurt’, zegt Raf. ‘Heel wat shoppingcenters staan daar leeg. Binnen twintig jaar zal dat hier ook zo zijn. Dat worden vervallen ruïnes, net als die fabriek hier.’
‘In het begin waren we verbaasd dat de buurt amper verontwaardigd was over de gevangenisplannen.Er kwam bijna niemand naar de infovergaderingen. Nu begrijpen we ook waarom: er wonen veel migranten die hier alleen slapen. Ze zijn niet in deze streek opgegroeid, hebben die band met dat verleden niet. Tot ze onze geiten zagen. Dat maakte hen nostalgisch, deed hen terugdenken aan hun kinderjaren in Marokko. Zo raakten ze ook in onze strijd geïnteresseerd. Dat is fantastisch.’
En ze zijn niet de enigen, zegt Raf. ‘Steeds meer buren beginnen te sympathiseren met onze actie. Elke dag komen ze langs: soms tien, soms wel honderd.’ Hij weet dat het nog een moeilijke strijd wordt, maar hij wil winnen. A coeur vaillant rien d’impossible.
Op dat moment gaat de telefoon. Raf stapt de tent uit en vloekt. ‘Ze zijn hekken rond de weide aan het zetten.’

Ik wandel verder, tot aan de grens van het Land van Buda. Tot daar waar De Vuist staat, aan de rotonde van de Woluwelaan en de Luchthavenlaan. Rik Poot maakte het standbeeld na het failliet van Renault.
Het moest een aandenken zijn aan die strijd, maar ook een monument voor alle strijden die nog zouden volgen. Maanden had Poot eraan gewerkt. Toen het in 1998 ingehuldigd werd, was dat groot nieuws. Bij de opening waren veel camera’s en volk: politici, arbeiders, Carl Huybrechts.
Vandaag, zoveel jaar later, is Poot dood. Zijn kunstwerk lijkt wat vergeten. De overheid twijfelt zelfs of het mag blijven staan. De Vuist zou de economie stremmen: elke dag staan er aan de rotonde files. En dat zal niet verbeteren, als de gevangenis en Uplace er zijn.
Er bestaan plannen om De Vuist te ondertunnelen, maar dat kost veel geld. Het alternatief is dat ze verplaatst wordt, maar dat zien
de oude Renault-werknemers niet zitten. Alleen hier, zeggen zij, heeft De Vuist betekenis: aan de rand van het Land van Buda, waar al zoveel dromen kapotgeslagen zijn.
‘Maar eens per uur wordt het groen in Buda ‘, zong Bosiers. Het is halfacht, de avond valt. De laatste trein kan niet meer lang op zich laten wachten. Maar zelfs die zal grijs zijn.

Buda 4Dit stuk verscheen eerst in KNACK van 4 maart

maart 6, 2015 at 1:09 pm 2 reacties

MOSKOU’S GEHEIME WAPEN

Russian President Vladimir Putin enters ...Russian President Vla

Opnieuw is een internationale commissie met een rapport over het vraagstuk van de veranderingen in het klimaat en de opwarming van de aarde gekomen. Deze keer het Intergovernmental Panel on Climate Change van de Verenigde Naties. De conclusies zijn onveranderd alarmerend.

door H.J.A. Hofland

Door de tientallen jaren van laksheid van onze politieke leiders is voor de mensheid een kritieke fase aangebroken. De uitstoot van schadelijke gassen voltrekt zich in een hoger tempo dan ooit. Het blijft technisch mogelijk de schade tot een aanvaardbaar niveau te beperken, maar dat kan alleen als we met de uiterste inspanning de komende vijftien jaar de uitstoot onder internationale controle brengen.
In zekere zin is het oud nieuws. Na de verloren Jom Kipoer-oorlog tegen Israël besloten de Arabische olieproducerende staten in 1973 tot een boycot van het Westen. Een jaar tevoren was het rapport van de Club van Rome, Grenzen aan de groei, verschenen. De strekking blijft actueel. In het kort: als de industriële wereld zich in hetzelfde tempo blijft ontwikkelen en daarbij de rest van de internationale gemeenschap tot voorbeeld dient, gaat de beschaving ten onder.
De oliecrisis leidde toen tot een schaarste aan brandstof, een maximumsnelheid en de autoloze zondag. Premier Den Uyl zei: ‘Het wordt nooit meer zoals het geweest is.’ Socialistenhaters, die je toen ook had, plakten een stickertje op hun auto. ‘Ik rij honderd als Den Uyl opdondert.’
De herinneringen aan die tijd zijn vervaagd, hebben geen politieke invloed meer. Maar de boodschap van de Club van Rome is niet volstrekt vergeten. De westelijke wereld is op een aantal manieren zuiniger met energie geworden. Beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen, isolering van huizen, de vorderende techniek en verbreiding van wind- en zonne-energie, elektrische auto’s, om maar een paar besparingen te noemen. Maar telkens weer blijkt dat dit alles lang niet voldoende is. In Chinese steden wordt de bevolking regelmatig door smog bedreigd en in Parijs was het onlangs ook zo ver. De oceanen vervuilen, vissoorten sterven uit, oerwouden worden gekapt. Sinds het rapport van de Club van Rome is de internationale gemeenschap wel dieper van de gevaren bewust geraakt en worden er regelmatig correcties ten uitvoer gebracht. Maar volgens ecologische deskundigen zijn het druppels op een gloeiende plaat en komt de wereld¬catastrofe steeds dichterbij.
Er zijn twee oorzaken. Ten eerste hebben de klimaatbeschermers hun fanatieke tegenstanders, van wie veel in de conservatieve tot ultrarechtse hoek. Daar vinden ze dat die activisten tot de geitenwollensokkendragers horen. Opwarming van de aarde is een soort bijgeloof. Dan komen ze met argumenten ontleend aan de geschiedenis. Vroeger heeft de aarde ook perioden van uitzonderlijke warmte gekend. En er zijn meer diersoorten uitgestorven terwijl over het klimaat niets uitzonderlijks te melden viel. Het kan zijn dat er iets aan het klimaat mankeert, maar dat wordt door links uit eigenbelang gepolitiseerd.
De tweede oorzaak is het consumentisme, het mengsel van een ongeschreven ideologie en een levenshouding waardoor de oude ideologieën langzaam zijn verdrongen. Het consumentisme leert dat iedereen in beginsel recht heeft op alles. En dat zal iedereen weten. In alle media en vooral op de televisie wordt ons de boodschap van het consumentisme van uur tot uur het hele jaar door aan het verstand gebracht. De propaganda van de nazi’s en het communisme vallen erbij in het niet. Koop! Koop alles wat je hart begeert. Kleding, reizen, gezondheid, auto’s, er is praktisch niets begerenswaardigs dat niet te koop is.
Er is een tijd geweest, eind vorige eeuw, waarin de ‘nieuwe economie’ de ‘eeuwige groei’ beloofde, een toekomst waarin alle wensen in vervulling zouden gaan. Daarna is onze grote crisis begonnen en die is nog niet afgelopen. De propaganda van het consumentisme is onverminderd doorgegaan; de vervulling is zwaar aangetast. Dat is de voornaamste oorzaak van de rancune die nu zo’n grote rol in de politiek speelt. Afgezien daarvan: consumentisme en zorg voor het milieu, zeker op termijn, berusten op tegengestelde filosofieën.
Natuurlijk wordt ook de milieudefensie door de actuele politiek beïnvloed. Thomas Friedman, columnist van The New York Times, ziet een lichtpuntje in de crisis om Oekraïne. Er is een risico dat Poetin de uitvoer van het Russische gas zal verbieden. Daardoor zal ook een groot deel van West-Europa worden getroffen. Een nieuwe energiecrisis, vergelijkbaar met die van 1973. ‘Go ahead, Vladimir, make my day’, schrijft Friedman. In de Volkskrant vertaald als ‘Nou, Vladimir, kom maar op.’ Die nieuwe schaarste zou een heel andere samenleving treffen dan die van veertig jaar geleden. De economische crisis en het consumentisme hebben ons zwakker gemaakt en de oude politieke samenhang is verdwenen. Vladimir, neem de proef op de som.

putin1http://www.groene.nl/artikel/moskou-s-geheime-wapen

april 22, 2014 at 2:36 pm 3 reacties

CARAÏBEN: PARADISE LOST

 Door Johan Depoortere

There are islands in the Caribbean just waiting for development – a beach, an hotel, an airstrip. You’d end a millionaire, old man!”

Graham Greene, The Comedians

Een bezoek aan Ile à Vache vóór de kust van Haiti is een reis in de tijd. Was het niet van de alomtegenwoordige mobieltjes en de zonnepalen je zou je in de jaren vijftig of nog veel vroeger wanen: geen elektriciteit, geen stromend water, geen auto’s, geen verharde wegen. Dit is één van de weinige plekken ter wereld waar vissersboten voortbewogen worden door alleen maar de wind en de zeilen. “Bâtiments” zo heten de gammele vaartuigen waarmee de vissers zich op zee begeven, balancerend op de rand om de boot met oversized zeil in evenwicht te houden.
Een Amerikaans-Canadees project voorziet de vissers van Ile à Vache van afgedankte zeilen van plezierjachten

De bâtiments worden ook gebruikt voor het vervoer van goederen en personen. “Bois Fouillés,” boomstamkano’s zoals die wellicht duizenden jaar geleden al werden gemaakt, dienen voor kortere afstanden en kleinere vrachten. Kinderen niet ouder dan een jaar of zeven varen ermee rond en proberen kleine klusjes te versieren of iets te verkopen aan de talrijke jachten die het eiland aandoen.

De markt in Madame Bernard
Let op het oortje!
Niet dat Ile à Vache geheel door de moderne tijd onaangeroerd zou zijn gebleven: er zijn twee internetcafés in het dorp Caille Coq (Kay Kok in het Creools) en in Madame Bernard, een paar uur stappen verderop is de markt bezaaid met parasols van Digicel, een telecomoperator met vestigingen in heel het Caraïbisch gebied. Willem, een slimme twintiger uit Caille Coq, verhuurt voor exorbitante prijzen USB-sticks met simkaart waarmee yachties en andere bezoekers tergend traag internet kunnen binnenhalen. Abjecte armoede is er op het eiland niet meteen zichtbaar en er wordt geen honger geleden. De zee is rijk aan vis en kreeften en wie het even kan heeft wel een varkentje en een paar kippen op het erf. Dat is heel wat anders dan de schrijnende ellende die ik bijna dertig jaar geleden in Port au Prince tegenkwam. Kinderen die op je toe kwamen gelopen: “Blanc, blanc, j’ai faim.” Na de aardbeving van 2010 is de toestand er daar en op veel andere plekken in Haïti beslist niet op verbeterd.
Baie de Feret

Maar voor Ile à Vache zitten andere tijden eraan te komen. De Baie de Feret, de mooiste van het eiland is een natte droom van de projectontwikkelaar: brede stranden, een rustige diepe baai beschermd tegen de golven van de Caraïbische Zee: de ideale plek voor een jachthaven met hotel en resorts. Het kon dan ook niet uitblijven en de plannen voor toeristische ontwikkeling van Ile à Vache liggen op de tekentafels: er komen een internationale luchthaven, 15 km verharde wegen, verschillende hotels en resorts, 2500 villa’s en een marina. Kortom, een miljardenproject waarvoor het armlastige Haïti een beroep moet doen op buitenlandse investeerders. Klein probleem: er wonen 7000 mensen op het eiland en hun huizen staan in de weg. Caille Coq,  het dorp aan de Baie de Feret past niet in de plannen. De huizen staan tot tegen het strand en zullen moeten verdwijnen.

Hotel Port Morgan op Ile à Vache
Er is al een hotel aan de baai: Hotel Port Morgan, gerund door Didier, een Fransman van middelbare leeftijd. Voor Didier komt er wellicht concurrentie bij, maar erg veel zorgen schijnt hij zich daarover niet te maken: “Er zijn zoveel projecten in Haïti,” zegt hij met een schouderophalen. Didier heeft te horen gekregen dat hij 60 kamers bij moet bouwen om zijn vergunning te houden. Maar je ziet het vóór je ogen gebeuren: Hij geeft er de brui aan en verkoopt zijn mooi gelegen hotel aan de projectontwikkelaars, iedereen happy.
Kay Kok
Behalve dan de vissers, de boeren en de haveloze bevolking van Caille Coq en de dorpen in de omgeving. Sommigen van hen zien de ontwikkelingen met hoop tegemoet. Enkelen zullen ongetwijfeld werk vinden als kok, schoonmaker, chauffeur, gids. Maar voor de meesten betekent de komst van een hotel en marina het verdwijnen van hun eeuwenoude levenswijze en een onzekere toekomst. Wellicht moeten ze verhuizen naar hogerop.

Een presidentieel besluit van mei 2012 verklaart het eiland tot “toeristische ontwikkelingszone” en bepaalt meteen dat alle gronden en eigendommen die de laatste vijf jaar het voorwerp zijn geweest van transacties of huur tussen particulieren worden onteigend. De staat eigent zich gewoon het eigendom van particulieren toe. Dat betekent voor de meeste inwoners van Caille Coq en Madame Bernard simpelweg dat ze van hun land en uit hun huis worden verdreven ten voordele van buitenlandse projectontwikkelaars en de clan rond president Martelly. Veel mensen hebben niet eens eigendomstitels voor het stukje grond waar ze in eenvoudige hutten soms generaties lang op wonen.

“Sweet Micky” in een vorig leven carnavalzanger, nu president van Haïti

De vissers van Ile à Vache verliezen hun toegang tot de stranden waar de bootjes nu aan land komen en droog vallen. In december en januari is betoogd tegen het project. Op weg naar de markt van het dorp Madame Bernard moeten we over barricades klimmen die de betogers hebben opgeworpen en er komen meer manifestaties zeggen de dorpsbewoners. Eén van hen verklaarde aan een reporter van Tout Haiti, een webpublicatie: “Als ze onze grond willen afpakken zullen ze ons eerst moeten doden.” Ook vandaag is de spanning in het dorp voelbaar: de “magistrat” (burgemeester) heeft verdere manifestaties verboden en een zestigtal militairen zijn sinds kort op het eiland gelegerd “Is er een probleem?” vragen we één van hen. “Non non, pas de pwoblem!”

Bewoners van Ile à Vache betogen tegen het megaproject voor toeristische ontwikkeling

Maar een probleem is er wel degelijk. De promotie van Ile à Vache en de beloften van “vooruitgang” hebben een bittere bijklank voor de inwoners van HaÍti, één van de armste landen ter wereld. Een “toeristische ontwikkelingszone” bestaat al in Labadie, in het Noorden van het eiland. Het is een gebied uitsluitend voor buitenlanders, de Haïtianen zelf hebben er geen toegang, ook als ze zich een verblijf in het luxeresort zouden kunnen veroorloven. Een stukje apartheid in het land dat zich de eerste zwarte republiek ter wereld mag noemen! (Zie: Labadie, un contraste choquant)  Zopas heeft het Haïtiaanse ministerie voor Toerisme een video verspreid om Ile à Vache te promoten als vakantiebestemming: het wordt – zo vrezen velen – een tweede Labadie. (http://www.caribjournal.com/2014/02/20/haiti-markets-ile-a-vache-in-new-video/)

Clinton met Sweet Micky, alias president Martelly

Het is duidelijk: Ile à Vache zoals we het gezien hebben is een wereld die gedoemd is om te verdwijnen. De investeerders achter het project zijn niet van de minsten. Eén van hen is volgens de dorpsbewoners Frank Virgintino, een beroepszeiler en eigenaar van de marina Boca Chica in het nabijgelegen Santo Domingo. Virgintino is een begrip in de wereld van de yachties. Hij publiceert de Free Cruising Guides voor zeilers met als specialiteit het Caraïbisch gebied van de ABC-eilanden over Jamaica tot Haïti en Cuba. Hij is ook eigenaar van 20 jachthavens in de VS. Ook de Spaanse crooner Julio Iglesias zou volgens niet te controleren geruchten tot de investeerders behoren evenals – hoe onwaarschijnlijk ook – de familie van de overleden Venezolaanse Caudillo Hugo Chavez.

Wie ze ook zijn, feit is dat de investeerders de volle steun hebben van de Haïtiaanse president Michel Martelly, ook bekend als de zanger Sweet Micky en vriend en collega van Iglesias. (Beiden traden twee jaar geleden in de Dominicaanse Republiek nog samen op in een benefitconcert voor Haïti.) Martelly werd onlangs ontvangen op het Witte Huis en hij is goed bevriend met Bill Clinton die net als hijzelf af en toe zijn vakantiedagen op het eiland doorbrengt. Samen hebben ze een “investment board” opgericht om investeerders te adviseren. Clinton is na de aardbeving van 2010 door de VN aangesteld als speciale gezant voor Haïti. Feit is ook dat de “vooruitgang” op Ile à Vache ten goede zal komen aan de clan rond president Martelly en zijn premier Laurent Lamothe maar vooral aan de kapitaalkrachtige investeerders uit de Dominicaanse Republiek, de VS en Canada en niet aan de bewoners die in het beste geval eenvoudige klussen zullen mogen opknappen voor de gasten van de luxeverblijven. Martelly woonde tot 2007 in Florida waar hij eveneens betrokken was in dubieuze vastgoedtransacties – met faillissement als resultaat. Zie: http://www.mcclatchydc.com/2011/03/07/109908/haiti-presidential-candidate-martelly.html

Wat zich in Haïti afspeelt is niet uniek. De Caraïben zijn in sneltreinvaart aan het veranderen. Niets is zo confronterend als de lectuur van reis- en zeilgidsen van een paar decennia geleden. De plaatsen die erin beschreven worden zijn intussen onherkenbaar veranderd. De gidsen van Don Street, een andere zeilautoriteit voor de Caraïben, zijn sinds een paar decennia niet meer bijgewerkt. Rotsen en kustlijnen zijn onveranderd gebleven, maar ankerplaatsen zijn verdwenen en vervangen door jachthavens. Op andere plekken is het verboden te ankeren en moeten de ankerboeien van de plaatselijke overheid of van privémarina’s worden gebruikt.

Ongerepte plekjes en stille baaien worden zeldzaam. De Horseshoe Reef (Saint Vincent and The Grenadines) is één van de mooiste plekken in de Caraïben met azuurblauw tot turkoois water en zeeschildpadden overal. Maar de Horsehoe Reef is het slachtoffer van zijn populariteit. Je ankert er tussen een paar dozijn andere – meestal Amerikaanse – boten en als je op zoek gaat naar de schildpadden kom je in een soort publiek zwembad terecht. Los Roques, een eilandengroep vóór de kust van Venezuela is net als Ile à Vache één van de weinige nog ongerepte gebieden in het Caraïbisch bassin. Dank zij de kwalijke veiligheidsreputatie van Venezuela, waar overvallen op boten – soms met dodelijke afloop – schering en inslag zijn, blijven de Roques ver van de platgetreden paden. Vooral Amerikaanse schippers varen in een wijde boog om Venezuela en de eilanden heen. Maar vroeg of laat is ook dat gedoemd om te veranderen.

De Britse zeiler Roger Pratt, in januari vermoord in St Lucia

Criminaliteit is voor velen een andere reden om uit de Caraïben weg te blijven. Het fenomeen lijkt zich in golven te verplaatsen. Een tiental jaren geleden was Colombia te mijden, nu wordt het geroemd om zijn effectieve strijd tegen de misdaad waardoor het land weer bovenaan de lijst van de bestemmingen staat. Venezuela is andere koek. In september is een Nederlander bij een roofoverval gedood op het eiland Isla Margarita en onlangs werden twee oudere mannen op volle zee op weg van Trinidad naar Venezuela gewelddadig overvallen en ernstig gewond. Op Saint Lucia waren  sommige ankerplaatsen tien jaar geleden nog absoluut te mijden, nu heten ze perfect veilig te zijn maar een maand geleden werd een Britse zeiler vóór de ogen van zijn vrouw omgebracht in Vieux Fort in het Zuiden van Saint Lucia.

Een andere ontwikkeling is de neiging van de kleine en meestal doodarme eilanden om yachties als melkkoeien te behandelen. Jamaica overweegt de invoering van een cruising permit. Dat die nog niet van kracht is heeft naar verluidt enkel te maken met onenigheid tussen de autoriteiten over het tarief: 100 of 150 dollar. Op de Bahamas betaal je 300 dollar of je één uur blijft of drie maanden en aanleggen in de Turcs and Caicos kost je minimaal 100 dollar, ook al wil je alleen maar tanken. Waar je vroeger vrij kon ankeren moet je nu vaak betalen. Je kunt het de eilandbesturen niet kwalijk nemen; toerisme is nu eenmaal meestal hun enige bron van inkomsten, maar het maakt het vrije zeilersbestaan weer iets minder vrij. En als je wist dat die inkomsten ook de bevolking ten goede zou komen, komaan dan. Helaas is dat gezien de wijdverspreide corruptie hoogst onzeker. 

Dat alles gezegd zijnde: de Caraïben blijven een fantastisch gebied, één van de mooiste plekken ter wereld, met een gastvrije en levenslustige bevolking, betoverende natuur, prachtige stranden en een heerlijk klimaat. Er blijven hopelijk in de toekomst nog genoeg plekken waar de internationale toeristische industrie met haar fikken afblijft. En voor de bewoners kun je alleen maar hopen dat kleinschalige projecten met respect voor hun levenswijze en voor het milieu een betere toekomst kunnen brengen.

april 4, 2014 at 2:53 am Plaats een reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.471 andere volgers