Posts filed under ‘Milieu’

CORONA EN HET MILIEU

Wat heeft de Coronapandemie te maken met ons leefmilieu en de klimaatverandering? Hoe komt het dat pandemieën elkaar in snel tempo opvolgen en duizenden slachtoffers maken: HIV, SARS, Ebola, Corona? Daarover gaat een bijdrage in een recent nummer van het Amerikaanse weekblad “The Nation.” Een samenvattende vertaling.

Door Sonia Shah

Was het een schubdier? Een vleermuis? Of een slang, zoals ergens werd beweerd? Welk wild dier zou verantwoordelijk zijn voor het coronavirus, officieel “Covid-19,” dat honderden miljoenen personen heeft besmet die nu in China en andere landen achter schutskringen en in quarantaines worden opgesloten. Een interessante vraag, maar belangrijker nog is niet uit het oog te verliezen hoe kwetsbaar we steeds meer worden voor de diepere oorzaak: de toenemende vernietiging van de habitats.

De laatste 80 jaar zijn ziektekiemen verschenen of teruggekeerd naar streken waar ze vaak nooit eerder waren opgemerkt. Dat is onder andere het geval voor HIV (Human Immunodeficiency virus), voor Ebola in West-Afrika of nog voor Zika op het Amerikaanse continent. De meerderheid (60%) is van dierlijke oorsprong. Een aantal is afkomstig van huis- of landbouwdieren, maar het merendeel (meer dan twee derde) is afkomstig van wilde dieren.

Toch treft hun geen schuld. Veel artikels laten – vaak aan de hand van foto’s – uitschijnen dat wilde dieren verwoestende epidemieën veroorzaken. Maar het is fout te denken dat deze dieren dragers zijn van dodelijke pathogenen die er op uit zijn ons te besmetten. De meerderheid van hun microben leven met hun gastheer of -vrouw samen zonder hun kwaad te doen. Het probleem ligt elders: door de ongeremde ontbossing, urbanisatie en industrialisering hebben we deze microben in staat gesteld zich naar het menselijk lichaam te verplaatsen en zich aan te passen.

Gezondheidswerkers tegen de Ebola-epedemie in Sierra Leone Foto MSF

Door het verdwijnen van de habitats wordt ook het voortbestaan bedreigd van tal van soorten, waaronder medicinale planten en dieren die de basis vormen voor geneesmiddelen. Voor de overlevende soorten zit er niets anders op dan zich terug te trekken op de beperkte habitats die overblijven. Het gevolg is toenemende kans op contact met mensen waardoor onschadelijke microben in het menselijk lichaam muteren naar dodelijke ziektekiemen.

Ebola is een duidelijk voorbeeld. Een studie uit 2017 toont aan hoe het virus, dat oorspronkelijk bij verschillende soorten vleermuizen werd geconstateerd, frequenter opdook in gebieden in Centraal Afrika die recent werden ontbost. Als de bossen verdwijnen gaan de vleermuizen zich nestelen in de bomen van tuinen en boerderijen. Het gevolg is duidelijk: door in een vrucht te bijten waar speeksel van de vleermuizen aan kleeft slikken mensen het in. Op die manier komen virussen die volkomen onschadelijk zijn voor de vleermuis bij bevolkingsgroepen terecht.

Hetzelfde geldt voor de ziektes die door muggen worden verspreid. Er is een verband vastgesteld tussen ontbossing en de frequentie van epidemieën. Hier gaat het niet zozeer om het verdwijnen maar om de transformatie van habitats. Samen met de bomen verdwijnen ook hun wortels en de laag dode bladeren. Daardoor stromen water en sedimenten makkelijker weg over een verarmde grond die uitdroogt door de zon waardoor er plassen ontstaan waarin de moerasmug welig tiert. Uit een studie uitgevoerd door twaalf landen blijkt dat muggen die dragers zijn van menselijke ziektekiemen twee keer vaker voorkomen in ontboste gebieden dan in streken waar de wouden intact zijn gebleven.

GEVAREN VAN DE INDUSTRIËLE VEETEELT

De vernietiging van de habitats dunt verschillende vogelsoorten uit en verhoogt daardoor het risico op het verspreiden van ziekteverwekkers. Een voorbeeld: het Westelijke Nijlvirus dat leeft bij trekvogels. In Noord-Amerika is het aantal vogelpopulaties de laatste 50 jaar met 25% gedaald als gevolg van het verdwijnen van biotopen en andere vernietigingen. Maar niet alle soorten worden in gelijke mate getroffen. “Specialisten” – vogels die aan een bepaalde habitat gebonden zijn zoals spechten en rallen worden harder getroffen dan de generalisten als de roodborsten en de kraaien. De eersten zijn nauwelijks dragers van het Westelijke Nijlvirus terwijl de laatsten dat bij uitstek zijn. Vandaar een uitgesproken aanwezigheid van het virus bij de huisvogels van die regio en dus neemt de kans toe dat eerst een vogel en daarna een mens door een mug gestoken wordt.

Hetzelfde geldt voor de ziektes die door teken worden verspreid. Door langzaam aan het Noordoost-Amerikaanse bosbestand te knagen verjaagt de stadsontwikkeling dieren als de Amerikaanse buidelkat (opossum) die bijdraagt aan het reguleren van het tekenbestand. Andere soorten die veel minder doeltreffend zijn op dat plan tieren welig, zoals de witvoetmuis en het hert. Het gevolg is dat de ziektes die door teken verspreid worden zich makkelijker verspreiden. Daaronder de ziekte van Lyme, die in 1975 voor het eerst in de Verenigde Staten is opgemerkt. De laatste 20 jaar zijn 7 nieuwe ziekteverwekkers geïdentificeerd die door teken worden verspreid.

Niet alleen de vernieling van habitats verhoogt het risico op ziekte-uitbraken, het is ook wat in de plaats komt. Om aan de drang van onze soort naar vleesconsumptie te voldoen hebben we een gebied ter grootte van Afrika ontbost om slachtdieren te kweken. Sommige van die dieren komen tot ons via de illegale handel in wilde dieren of in de markten voor levende dieren (wet markets). Wilde dieren die elkaar in de natuur zelden of nooit zouden tegenkomen worden daar in kooien naast elkaar geplaatst waardoor microben van de ene op de andere soort kunnen overspringen, een proces dat verantwoordelijk is voor het coronavirus dat in 2002-2003 de SARSepidemie veroorzaakte en wellicht ook voor het nieuwe coronavirus waarmee we vandaag geplaagd zitten.

Maar nog veel meer dieren worden gekweekt in industriële boerderijen waar honderdduizenden beesten dicht opeen gepakt wachten op de slacht en de microben ruim de kans geven om te muteren tot dodelijke ziekteverwekkers. Vogelgriepvirussen bijvoorbeeld die voorkomen bij wilde watervogels zwermen uit in fabriekfarms onder de gekooide kippen, muteren en worden kwaadaardiger, een proces dat zo voorspelbaar is dat het in het lab kan worden gereproduceerd. Eén streng, H5N1 genaamd, dat mensen kan besmetten doodt meer dan de helft van de geïnfecteerden. Om een verwante streng die in 2014 Noordamerika bereikte in te dammen moesten tientallen miljoenen kippen worden afgeslacht.

De reusachtige berg uitwerpselen die onze veestapel produceert biedt de dierlijke microben nog meer mogelijkheden om naar de menselijke bevolking door te dringen. De hoeveelheid dierlijk excrement is vele keren groter dan de landbouwgrond als meststof kan absorberen. Op veel plaatsen verzamelt het zich in zinkputten, “mestlagunes” genaamd. Shiga toxine producerende Escherichia coli, onschadelijk in de ingewanden van runderen, houdt zich ook schuil in de uitwerpselen. Bij mensen veroorzaakt het bloedige diarree en koorts en kan het tot acute nierinsufficiëntie leiden. Doordat rundermest makkelijk in het drinkwater en onze voedselketen terecht komt worden jaarlijks 90000 Amerikanen erdoor getroffen.

De transformatie van dierlijke microben naar menselijke ziektekiemen verloopt vandaag sneller maar het fenomeen is niet nieuw. Het begon met de revolutie van het neoliticum, toen de mens voor het eerst de habitat van wilde dieren ruimde om plaats te maken voor voedselgewassen en wilde dieren domesticeerde. De “dodelijke geschenken” die we, zoals Jared Diamond het stelt, van onze “vrienden de dieren” kregen waren onder andere mazelen en tuberculose van koeien, kinkhoest van varkens en griep van eenden. Het ging voort onder de koloniale expansie. Belgische kolonisten bouwden in Congo spoorlljnen en steden die het het lentivirus in een plaatselijke makak mogelijk maakte zijn aanpassing aan het menselijk lichaam te perfectioneren. Britse kolonisten in Bangladesh rooiden de mangrove bossen van de Sundarbans om plaats te maken voor rijstvelden en stelden de mensen daardoor bloot aan de bacteriën die in het brakke water van de drassige gronden leefden.

Prof. Jared Diamond Foto UCLA

De pandemieën ontstaan door deze koloniale ingrepen blijven ons tot vandaag achtervolgen. Het lentivirus van de makak evolueerde naar HIV. De bacteriën uit het brakke water van de Sundarbans, nu bekend als cholera, hebben tot dusver zeven pandemieën veroorzaakt, de recentste op Haïti, een paar honderd mijl van de kust van Florida.

Maar het goede nieuws is dat we niet machteloos staan tegen de mutatie van deze microben. We kunnen de wilde habitat beschermen zodat dierlijke microben in de lichamen van dieren blijven en niet verhuizen naar de mens. Deze aanpak wordt gepropageerd door onder andere de “One Health” beweging. We kunnen de plekken in het oog houden waar de kans het grootst is dat dierlijke microben zich tot menselijke ziekteverwekkers ontwikkelen, op zoek gaan naar die tekenen vertonen van aanpassing aan het menselijk lichaam en ze uitschakelen vóór ze een epidemie veroorzaken. Wetenschappers van het Amerikaanse programma “Predict” hebben over heel de wereld meer dan 900 nieuwe virussen ontdekt, waaronder nieuwe soorten SARS-achtige coronavirussen.

Vandaag hebben we opnieuw te maken met de dreiging van een pandemie. Dat komt niet alleen door het nieuwe coronavirus. Doordat de regering Trump de  winningsindustrieën en de industriële ontwikkeling bevrijd heeft van mileureguleringen kunnen we verwachten dat de vernietiging van habitats waardoor dierlijke microben bij de mens terecht komen in versneld tempo zal doorgaan. Tegelijkertijd beperkt de regering onze mogelijkheden om de volgende “spillover microbe” te ontdekken en onder controle te krijgen als ze  zich begint te verspreiden. Het programma Predict wordt stopgezet en het Witte Huis wil zijn bijdrage aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) met 53% korten.

De epidemiologist Larry Briljant zei ooit: “Uitbraken zijn onvermijdelijk, maar pandemieën zijn onze keuze.” Maar pandemieën zijn enkel optioneel als we bereid zijn om met hetzelfde gemak waarmee we de natuur en de wilde dieren verstoren ook onze politiek radicaal om te gooien.

Vertaling door Johan Depoortere

10-03-2020

March 10, 2020 at 2:54 pm Leave a comment

GROENE MYTHEN (slot): NIETS DOEN?

 

Niets doen?

Als je het niet met haar strategie eens bent, ben je volgens Riofrancos een “do-nothing”, een demobilizerende fatalist die zich neerlegt bij de bestaande machtsverhoudingen in afwachting van de glorieuze dag waarop de revolutie uit de lucht zal vallen. Ze schrijft: “We weten nog niet hoe de politiek van de Green New Deal zal uitdraaien. We kunnen er echter zeker van zijn dat gelatenheid gehuld in realisme de beste manier is om de minst transformerende uitkomst te garanderen. Wachten op een steeds uitgesteld moment van revolutionaire breuk staat functioneel gelijk aan berusting.”

De redenering van Riofrancos doet me denken aan de grap van de man die zijn sleutel zoekt onder een straatlantaarn, niet omdat hij daar zijn sleutel verloren heeft is, maar omdat hij daar kan zien. Net als hij is Riofrancos op zoek naar een sleutel, in haar geval een die de deur zal openen naar een post-kapitalistische ecovriendelijke wereld, maar ze kan niets zien waar die zich bevindt – in het potentieel van een globale revolutie – en dus kijkt ze onder het felle licht van holle reformistische beloften. Want daar kan ze alvast ‘iets’ doen.

En inderdaad, “een revolutie is niet aan de horizon”, zoals ze Bernes citeert. Maar de barsten worden steeds talrijker. Overal spenderen regeringen om het kapitaal te ondersteunen en leggen ze bezuinigingen op aan de rest van ons, omdat het accumulatieproces hen dat dikteert. In de afgelopen maanden braken opstanden uit in het Midden Oosten en Latijns Amerika, massale bewegingen die niet gedreven werden door nationalisme of religieuze, etnische en raciale verschillen maar door gemeenschappelijke menselijke noden, wil om te leven, verlangen naar een betere wereld. Hong Kongers rebelleren al maanden tegen staatsgeweld; in China zijn de stakingen haast niet te tellen en leidde verzet tegen vervuiling tot massabewegingen. In De VS verspreidde de lerarenstaking zich van staat tot staat. In Frankrijk zagen we de beweging van de ‘gele hesjes’ en vandaag het massale verzet tegen de geplande pensioen-bezuinigingen. Dit zijn maar enkele voorbeelden van de barsten die dit jaar in de wereldorde verschenen, indicaties van een brede onvrede, een groeiend conflict tussen de menselijke noden en de noden van de kapitaalaccumulatie.

Santiago de Chile, 25 oktober

Om dergelijke bewegingen te beheersen, gebruiken staten, ongeacht of ze door links of door rechts geregeerd worden, reformistische beloften en gewelddadige repressie, in verschillende combinaties (het was trouwens niet anders tijdens de New Deal, noch zou het onder een Green New Deal). Repressie werkt niet altijd, het kan olie op het vuur gooien. Maar reformistische beloften kunnen olie op stormachtig water zijn. Ze zijn effectiever om een beweging te beëindigen of de energie ervan op te nemen in de politieke infrastructuur van de kapitalistische samenleving. Maar alleen als ze worden geloofd. Hen helpen geloofwaardig te maken is wat de ecosocialisten doen met hun kritische steun.

Klimaatverandering is niet de enige uitdaging waar de kapitalistische wereld voor staat. Haar ekonomie is gevangen in een diepe structurele krisis; het risiko van een instorting is reëel. Massale geldcreatie kan het uur van de afrekening niet eindeloos uitstellen. Hoe langer het dat kan, hoe slechter voor het milieu. Voor de ecologische gezondheid van de planeet zou een scherpe wereldwijde depressie het beste zijn wat er kan gebeuren, zolang de kapitalistische grondregels van kracht zijn.

 

Voor ons mensen is dat scenario minder aanlokkelijk. We kunnen alleen maar hopen dat de ellende die ermee gepaard zou gaan de geboortepijn van een nieuwe wereld zou blijken. Maar het cruciale obstakel daarvoor is nationalisme en het geloof in de democratische staat dat ook door links gepropageerd wordt.

Dat er reele verschillen bestaan tussen de politieke partijen is niet te ontkennen. Maar al hun meningsverschillen gaan over hoe dit systeem het best bestuurd kan worden. Wat we echter dringend nodig hebben is niet zozeer een beter management van dit systeem dan wel de vervanging ervan door een sociale orde op basis van totaal andere fundamenten. Een menselijke gemeenschap in plaats van een maatschappij waarin we allen gedoemd zijn om konkurrenten te zijn ook al gaan we eraan kapot.

Als de GND de wet zou worden, zou dat de klimaatkrisis kunnen vertragen, althans in de VS, maar ten koste van een versnelling van de ekonomische krisis. Als de klimaatontkennende tegenstanders van de GND het beleid bepalen, zou een ekonomische/financiële instorting misschien langer kunnen worden uitgesteld, maar ten koste van een versnelling van de klimaatkrisis. Diverse compromissen tussen die uitersten en dus combinaties van die scenario’s zijn waarschijnlijker. Maar geen van hen kan ons een verdieping van de crisis besparen, alleen de specifieke verschijningsvorm zou verschillen.

Gezien die context is het niet onredelijk om te verwachten dat de barsten in het systeem zich gaan vermenigvuldigen en verbreden. Barsten in het vermogen van de regeerders om te regeren, en in de bereidheid van de geregeerden om geregeerd te worden. Barsten die ruimte openen voor opstanden die groeien in omvang en aantal, die elkaar beïnvloeden en inspireren om de doelpalen te verplaatsen. Bewegingen die uit de strijdervaring leren dat de wet aan de kant van het kapitaal staat, dat de sociale ruimte kan veroverd worden. De overgrote meerderheid van de bevolking heeft geen enkel belang bij het voortbestaan van het kapitalisme. Integendeel, het is een doodsbedreiging. Maar we hangen eraan vast door vervreemding en gewoonten, door de ideologische modder der eeuwen en vooral omdat we geen alternatief zien. Het systeem lijkt te sterk, te diep ingeplant ook in de denkpatronen van de mensen. Maar dat geloof begint te wankelen als de konflikten tussen levensdrang en winstdwang toenemen en uitgebuitenen hun vermogen ontdekken om zich te organiseren, om niet-uitbuitende sociale relaties te creëren, om de winstdwang opzij te schuiven. Dan is de plaats waar we onze sleutel verloren misschien niet meer zo moeilijk te zien.


Zij die het verband begrijpen tussen de klimaatkrisis, de ekonomische krisis en alle andere krises die daarmee samenhangen (inclusief geestelijke gezondheid) en de destructieve inherente logica van het kapitalisme kunnen niet op hun handen blijven zitten. In plaats van niets te doen en te wachten op revolutie moeten ze spreken, zelfs als hun stem beeft; ze moeten de echte keuzes duidelijk verwoorden en de valse, op illusies gesteunde keuzes ontmaskeren. Ze moeten deelnemen aan de bewegingen wiens impliciete dynamiek de kapitalistische logica in vraag stelt. Hun stem moet gehoord worden, want de stemmen van de reformisten zullen luid zijn, van degenen die beweren dat de barsten kunnen worden gelijmd, dat zij de oplossingen hebben die tegemoet komen aan de verlangens van de uitgebuiten zonder aan het uitbuitingssysteem te raken.

Maar het is waar, de plaats waar de sleutel ligt is nog steeds donker. Het is te begrijpen waarom vele mensen in links een tegenkracht zien voor de haatzaaiende en klimaatontkennende politiek van rechts, en waarom velen in populistisch rechts een tegenkracht zien voor het globalistische establishment dat Jan met de pet vertrappelt en veracht. De mythe van de democratische staat die de wil van het volk belichaamt, sluit beide kampen op, waardoor het lijkt alsof er buiten dat kader niets mogelijk is. Dat is de kracht van de mythe, dat het alle spanningen kan absorberen en reduceren tot een demokratisch spel dat nooit over meer kan gaan dan management van een systeem dat zijn eigen interne wetten volgt. Dat zien we vandaag in de VS waar impeachment en de verkiezingscampagnes alle politieke energie opslorpen en in het VK met brexit.

Als je buiten dat kader kijkt noemen ze je ‘een overjaarse anarchist’, een dromer, een utopist. Maar is het niet eerder utopisch om te denken dat de barsten altijd zullen gelijmd kunnen worden, dat dit krankzinnige systeem met zijn onstuitbare winst- en dus groeidrift voor altijd kan blijven bestaan?

Tom Ronse

Vorige aflevering in deze serie

 

 

 

 

December 10, 2019 at 10:47 pm Leave a comment

GROENE MYTHEN (5)

Alle illustraties bij deze aflevering zijn van de Spaanse beeldhouwer Isaac Cordal. De bovenstaande is getiteld: “Politicians discussing global warming”.

Een anti-kritiek

 

Een antwoord aan Bernes en andere radikale GND-kritici kwam van Thea Riofrancos. Zij is een leidende figuur in de DSA (Democratic Socialists of America), een snelgroeiende linkse organisatie die “kritische steunverleent aan Bernie Sanders, de linkerzijde van de Democraten en de GND. Riofrancos is lid van de stuurgroep van de Ecosocialist Working Group van de DSA. In haar essay Plan, Mood, Battlefield – Reflections on the Green New Deal,” schrijft ze:

“De centrale ambivalentie die door de linkse kritieken van de Green New Deal loopt, is de vraag of het plan te radikaal is of integendeel niet radikaal genoeg.” Volgens haar kan het niet beiden zijn. Aan de ene kant beweren de kritici dat de GND politiek niet haalbaar is omdat het kapitaal het plan nooit zou accepteren, aan de andere kant zeggen ze dat het veel te zwak is om zijn doel te bereiken. Maar, zo werpt Riofrancos tegen, als het zo zwak is, “is het moeilijk om zich voor te stellen waarom het politieke systeem bezwaar zou maken tegen zulk mild reformisme, vooral gezien de enorme legitimatie-effecten die het zou scoren door de schijn te wekken van serieuze actie te ondernemen inzake het klimaat.”

Maar deze kritieken sluiten elkaar niet uit. De GND is inderdaad te radikaal, onaanvaardbaar voor het kapitaal omdat ze te veel devalorisatie impliceert, en tegelijkertijd is ze te beperkt, te groeigericht om de opwarming van de planeet tegen te houden.

Riofrancos is beduidend optimistischer dan Bernes over de huidige stand van de milieuvriendelijke technologie en de hoeveelheid landmassa die hernieuwbare energiebronnen zouden vereisen. Toch erkent ze vele van de obstakels waar Bernes en anderen op wijzen en is ze kritisch over het productivisme en nationalisme van de GND. Gelooft ze dat de doelstellingen van de GND echt haalbaar zijn? Dat verklapt ze niet. Maar het lijkt erop dat ze dat niet doet. Ze schrijft: “de grondoorzaken van de klimaatkrisis – winstgerichte concurrentie, eindeloze groei, uitbuiting van mens en natuur en imperialistische expansie – kunnen niet ook de oplossing voor de klimaatkrisis zijn”. En het is duidelijk dat de GND niets doet aan die grondoorzaken. Maar volgens haar kan de politiek van de Green New Deal worden geradikaliseerd voorbij haar huidige beperkingen. Daarom moeten we ze “kritisch ondersteunen, de politieke opening van de Green New Deal omarmen en tegelijkertijd een aantal van haar specifieke elementen betwisten, duwen tegen haar beperkingen en zo de horizon van wat politiek mogelijk is verruimen”. … En: “… door het vehikel van de amorfe Green New Deal, zouden linkse krachten deze drie taken kunnen vervullen “(…)” de discussie verleggen, politieke wil verzamelen en de hoogdringendheid van de klimaatkrisis onderstrepen. “

Maar het zijn de feiten zelf die de hoogdringendheid onderstrepen. Wat de GND doet, is een oplossing aanreiken die er geen is. De GND zegt, technologie en goed bestuur, aangewakkerd door activisme, kunnen ons redden maar dat kunnen ze niet zolang de grondoorzaken van de klimaatkrisis onaangetast blijven.

Waarom denkt Riofrancos dat de GND in die mate kan worden geradikaliseerd dat ze de echte oorzaak van de klimaatkrisis gaat aanpakken? Omdat ze gelooft dat “kreatieve experimenten met beleid en instellingen”, in combinatie met extra-parlementaire druk zoals de scholierenbeweging voor het klimaat, dit beetje bij beetje kunnen bereiken. De voorbeelden die ze geeft van de stappen in die richting zijn nogal mager. New York, misschien wel de rijkste stad ter wereld, heeft een plan aangenomen om de uitstoot van gebouwen te beperken. De KP-regering in Kerala en gemeenten in Spanje knutselden met instellingen. Dat is het. Maar het fundamentele meningsverschil hier gaat niet over haar tekort aan voorbeelden van creatief bestuur. Het gaat over de aard van de staat.

 

Wiens staat?

De staat is geen monoliet; het kapitaal is dat ook niet “, schrijft Riofrancos, “en deze twee feiten houden verband met elkaar.” Kapitalisten concurreren met elkaar, ze hebben tegenstrijdige belangen. Ze concurreren ook over de staat en haar beleid. “Inzicht in de standpunten van specifieke bedrijven en de verschillende fracties van het kapitaal is een voorwaarde voor het ontwikkelen van een strategische oriëntatie die een geloofwaardige bedreiging vormt voor de winstdwang”, stelt ze. “Men kan zich gemakkelijk voorstellen dat sommige sectoren voorstander zijn van aspecten van de Green New Deal (” clean tech”), terwijl andere er tegen werken (de industrie van fossiele brandstoffen).”

Ja, dat kunnen we ons voorstellen, maar we kunnen ons niet voorstellen dat de specifieke belangen van de eerste meer invloed op de staat zouden kunnen hebben dan die van de laatste. Wat nog belangrijker is, alle sectoren hebben meer gemeen dan wat hen scheidt. Ze hebben hun specifieke belangen, maar hun gemeenschappelijk belang in het behoud van hun systeem overtroeft die allemaal. Riofrancos stelt dat “concurrentie tussen de fracties van de heersende klasse soms strategische openingen biedt om populaire macht uit te oefenen”. Dat klopt maar alleen als die populaire macht de wereldwijde belangen van de heersende klasse niet bedreigt. Als “populaire macht” een bedreiging zou vormen voor wat Riofrancos erkent als zijnde de oorzaak van klimaatverandering, de kapitalistische productiewijze zelf, dan zou de hele heersende klasse, inclusief “clean tech”, de rangen sluiten om ze te bestrijden.

Maar kan de staat alleen kapitalistisch zijn? Op deze vraag is het impliciete antwoord van Riofrancos nee. Voor haar kan het een strijdtoneel zijn, waar de belangen van verschillende klassen tegenover staan, waar antikapitalistisch beleid kan winnen, op voorwaarde dat er voldoende druk is van radikale democratische basisbewegingen.

Volgens Bernes volgen ecosocialisten zoals Riofrancos die de GND steunen het recept van Trotski’s ‘overgangsprogramma’, d.w.z. eisen stellen aan het kapitalistische systeem waaraan het niet tegemoet kan komen, zodat de beweging voor deze eisen zich tegen het systeem keert. Bernes verwerpt deze strategie, met het argument dat instellingen die erop zijn gericht om binnen het systeem te werken om het te verbeteren, geen instrumenten kunnen worden om het omver te werpen omdat “instellingen enorm inerte structuren zijn”. Dat is een zwak argument. Het probleem met deze instellingen (politieke partijen, vakbonden, NGO’s, enz.) Is niet hun inertie als zodanig, maar het proces waardoor zij, via hun directe of indirecte deelname aan de staatspolitiek, zelf deel gaan uitmaken van de staat, van de politieke infrastructuur van het kapitalisme .

Bernes zelf is niet al te duidelijk over de aard van de staat. In een passage over de originele New Deal (van FDR in de jaren 1930) schrijft hij: “De staat was nodig als katalysator en bemiddelaar die het juiste evenwicht vaststelde tussen winst en loon, voornamelijk door de positie van de arbeid te versterken en die van het bedrijfsleven te verzwakken.” Afgezien van het feit dat hij lijkt te denken dat de Grote Depressie slechts een probleem van onderconsumptie was, schetst hij een beeld van een staat die boven de ekonomie staat en bemiddelt tussen de uiteenlopende klassenbelangen. Net als Riofrancos scheidt hij het politieke van het ekonomische. In het laatste regeert het kapitaal, maar het eerste, de demokratische staat, is een neutraal voertuig. Het roer is nu in handen van kapitaal, maar in de visie van Riofrancos kan het worden veroverd of op zijn minst voldoende worden bijgestuurd om het kapitaal te dwingen af te wijken van zijn immanente koers.

De demokratische staat in deze visie is een ideale vorm die op zich leeg is en dus plaats biedt aan concurrerende sociale belangen. De reformistische strategie bestaat erin om die vorm te vullen met de inhoud van een echte meerderheid zonder de verstorende invloeden van geld en klasse en bevrijd van de vooroordelen van ras, geslacht, enz. Maar de staat is niet alleen een vorm waarvan de inhoud wordt ingevuld door degenen die ze controleren, ze is kapitaal in zijn politieke manier van zijn. Ze is een essentieel onderdeel van de productiewijze en dus van het uitbuitings- en accumulatieproces. Ze is niet kapitalistisch omdat kapitalisten haar dominante posities innemen, ze is kapitalistisch omdat haar vorm zelf, inclusief haar democratische instellingen, een integraal onderdeel is van de reproductie van het kapitaal. Daarom kan ze niet worden veroverd en gebruikt worden voor andere doeleinden, ongeacht hoeveel druk er uitgaat van van basisbewegingen.

De functie van de staat is om ervoor te zorgen dat aan de voorwaarden voor exploitatie en accumulatie, inclusief het respect voor contract, wet en orde, wordt voldaan. Ze kan soms tegen de belangen van sommige kapitalisten of zelfs sectoren ingaan maar ze is altijd gericht op de verdediging van het nationale belang, dat wil zeggen het belang van het nationale kapitaal. Aangezien de klimaatkrisis zeker zal verergeren, is het niet ondenkbaar dat het Amerikaanse Congres sommige van de in het GND-plan voorgestelde maatregelen zou aannemen, ten voordeel van ‘clean tech’ en ten koste van fossiele brandstoffen. Voor Riofrancos zou dat vermoedelijk een overwinning zijn, een stap in de goede richting . Maar het zou ons geen stap dichter brengen bij het beëindigen van het winstgedreven concurrentiesysteem dat de mensheid dit waanzinnige, destructieve accumulatieproces oplegt. Wel zou het de valse hoop versterken dat het systeem zichzelf kan corrigeren en onze problemen kan oplossen, dat uitbuiters en uitgebuitenen zich in hetzelfde schuitje bevinden, hetzelfde nationale belang delen.

“De Green New Deal biedt geen voorverpakte oplossing”, zo besluit Riofrancos haar artikel, “ze opent een nieuw politiek terrein. Let’s seize it -laten we het grijpen. “

Of toch maar niet. Want dat terrein is niet van ons en kan het nooit worden.

 

Tom Ronse

MORGEN HET SLOT: DAN MAAR NIETS DOEN ?

December 8, 2019 at 9:13 am Leave a comment

GROENE MYTHEN (4): IS GROENE GROEI MOGELIJK?

Ontkoppeling?

De Green New Deal rekent op robuuste ekonomische groei om volledige werkgelegenheid en algemene welvaart te creëren en om de nieuwe groene infrastructuur te financieren. Maar de doelstellingen van groei en koolstofneutraliteit zijn onverenigbaar. Er zijn serieuze studies gemaakt over dit onderwerp door de Wereldbank, de OESO en UNEP. Hun bevindingen zijn samengevat door Jason Hickel en Giorgos Kallis in een gedetailleerd overzicht, getiteld: Is Green Growth possible?”

Hun antwoord is nee. Zij schrijven:

Het idee van groene groei is naar voren gekomen als een dominante beleidsreactie op klimaatverandering en ecologische afbraak. De groene groeitheorie beweert dat een ononderbroken economische expansie verenigbaar is met de ecologie van onze planeet, omdat technologische verandering en vervanging ons in staat zullen stellen om BNP-groei absoluut te ontkoppelen van het gebruik van grondstoffen en koolstofemissies. Deze claim is nu impliciet verondersteld in nationale en internationale beleidslijnen, inclusief in duurzame ontwikkelingsdoelen. Maar de empirische data over het gebruik van grondstoffen en koolstofemissies ondersteunen de theorie van de groene groei niet. Bij het onderzoeken van relevante studies over historische trends en op modellen gebaseerde projecties, zien we dat: (1) er geen empirisch bewijs is dat absolute ontkoppeling van grondstoffengebruik op wereldwijde schaal kan worden bereikt tegen een achtergrond van voortdurende ekonomische groei, en (2) dat een absolute ontkoppeling van koolstofemissies hoogstwaarschijnlijk niet snel genoeg zal worden bereikt om opwarming van de aarde boven 1,5 ° C of 2 ° C te voorkomen, zelfs onder optimistische beleidsvoorwaarden. We concluderen dat groene groei waarschijnlijk een misleidend doel is en dat beleidsmakers moeten kijken naar alternatieve strategieën. ”

En:

De empirische gegevens suggereren dat absolute ontkoppeling van BNP-groei en het gebruik van grondstoffen:

(a) op korte termijn mogelijk kan zijn in sommige rijke landen met een sterk inkrimpingsbeleid maar alleen uitgaande van een vooruitgang van efficiëntie die in de praktijk wellicht niet haalbaar is;

(b) niet haalbaar is op wereldschaal, zelfs niet in de best mogelijke politieke omstandigheden;

(c) op langere termijn fysiek onmogelijk is te handhaven.

Op basis van deze gegevens kunnen we concluderen dat de theorie van groene groei empirische ondersteuning mist. We zijn ons niet bewust van geloofwaardige empirische modellen die deze conclusie tegenspreken. “

Dus concluderen ze:

Het lijkt waarschijnlijk dat het pleidooi voor groene groei politiek gemotiveerd is. Men gaat er van uit dat het politiek niet acceptabel is om ekonomische groei in vraag te stellen en dat geen enkel land de groei vrijwillig zou beperken in naam van het klimaat of milieu; daarom moet groene groei waar zijn, want het alternatief is een ramp. Maar het is heel goed mogelijk dat, zoals Wackernagel en Rees het stellen, “het politiek acceptabele ecologisch rampzalig is, terwijl het ecologisch noodzakelijke politiek onmogelijk is.” Als wetenschappers mogen we onze visie op de feiten niet laten beïnvloeden door politieke doelstellingen. We moeten de feiten evalueren en dan pas conclusies trekken, in plaats van te beginnen met gewenste conclusies en de niet-passende feiten te negeren.”

Maar de politieke feiten mogen we evenmin negeren, hoe ‘niet-passend’ ze ook zijn. De auteurs schreven immers zelf policymakers need to look toward alternative strategies”. Maar wat die alternatieve strategieen zijn, daar zijn ze vaag over. Hun bevindingen wijzen uit dat de klimaatcrisis niet kan gestopt worden zonder de globale ekonomische activiteit aanzienlijk te verminderen. Dus pleiten ze voor een kleinschaliger kapitalisme. Minder productie en consumptie in de hoge-consumptielanden. Alleen onder die voorwaarde kunnen volgens hen de doelstellingen van de GND -een overgang naar een koolstofvrije ekonomie en een basisinkomen voor iedereen – bereikt worden.

Verslaafd aan groei

Waarom niet? Waarom kunnen we niet evolueren naar een kleinschaligere wereldekonomie die minder maar schoner produceert en consumeert, waarin we allen minder werken en gezonder leven?

Marxs waardetheorie legt uit waarom dit onmogelijk is, waarom bezitters van kapitaal niet kunnen kiezen of ze hun kapitaal willen doen groeien of niet, waarom ze daartoe gedwongen zijn, op straf van ontwaarding van hun bezit, door de ongeschreven basiswet van hun systeem.

Kapitalisme betekent handel in arbeidstijd. De hoeveelheid sociaal noodzakelijke arbeidstijd besteed aan de productie van een waar bepaalt hoeveel geld ze kan worden en die hoeveelheid bepaalt dan weer hoeveel arbeidstijd of produkten van arbeidstijd ze kan kopen. Doorheen talloze transakties wordt de marktwaarde van een waar bepaald op basis van de gemiddelde sociale arbeidstijd die vereist is voor haar productie (de marktprijs wijkt daar vaak van af door verstoringen zoals over- of onderproduktie, fiscale lasten, monopolisme en andere vormen van ongelijke ruil). Door minder arbeidstijd te gebruiken dan het gemiddelde dat de marktwaarde bepaalt, maakt een kapitalist een hoger dan gemiddelde winst. De jacht op die surpluswinst was de motor van de fantastische technologische ontwikkeling die het kapitalisme tot stand bracht. Bovendien levert die technologische ontwikkeling nieuwe produkten op, die (al zij het tijdelijk) monopole marktposities creeren, een andere bron van surpluswinst. Maar de lager dan gemiddelde produktiekost van de innoverende kapitalisten verlaagt de marktwaarde en dus de winstmarge van hun konkurrenten. Die zijn dus verplicht zijn om hen bij te benen als ze niet willen vergaan. Zo deinde de technologische vernieuwing uit en het kapitalisme groeide navenant, want er is een nauw verband tussen arbeidstijdbesparing en schaalvergroting; de laatste compenseert de dalende waarde van de waren. Aangezien die waren met steeds minder arbeidstijd gemaakt worden, daalt ook het deel van de arbeidstijd dat de kapitalist als winst incasseert. Die tendentiele daling van de winstvoet duwt de kapitalist vooruit, of hij dat wilt of niet. Hij moet proberen eraan te ontsnappen door een surpluswinst te realiseren, via technologische of andere innovaties die gepaard gaan met arbeidstijd-reductie, schaalvergroting en groter energieverbruik.

Waarde is niet stabiel. Ze vereist valorisatie, wat wil zeggen, ze moet groeien. Doet ze dat niet, dan zakt ze. Geld snuffelt de wereld rond, altijd op zoek naar het hoogste rendement. Het beloont de sterken en straft de zwakken. Het kan niet anders dan groei belonen en inkrimping bestraffen. Het kapitalisme kan niet stoppen, niet vertragen zonder in een crisis te zinken. Het kan niet anders dan meer en meer van de planeet in waren veranderen, meer en meer van haar grondstoffen verbruiken, de klimaatkrisis verergeren.

Zoals Joshua Clover, een andere radicale kriticus van de GND, schrijft: “Zelfs als deze eigenaars [van kapitaal] ons de verdronken steden en het miljard migranten van 2070 wilden besparen, konden ze dat niet. Ze zouden van de markt geprijsd worden door konkurrenten die de nodige kosten niet aangaan. Hun handen zijn gebonden, hun keuzes worden beperkt door het feit dat ze tegen de geldende koers moeten verkopen of vergaan. De dwang tot niet-aflatende groei, en daarmee het toenemende energieverbruik, wordt niet gekozen, ze is verplicht, een vereiste om winstmakend te zijn waar winst maken een vereiste van bestaan is.”

Er is geen uitweg, zelfs niet als de groenen aan de macht komen. Zoals Jasper Bernes schrijft: “Als je olie belast, zal het kapitaal het elders verkopen. Als je de vraag naar grondstoffen verhoogt, zal kapitaal hun prijzen verhogen en hen op de meest verkwistende en energie-intensieve manier naar hun markten brengen. Als je miljoenen vierkante mijlen nodig hebt voor zonnepanelen, windparken en biobrandstofgewassen, zal het kapitaal de prijs van onroerend goed omhoog bieden. Als je tarieven heft op noodzakelijke import, zal het kapitaal vertrekken naar betere markten. Als je een prijs probeert te bepalen die geen winst toestaat, stopt het kapitaal gewoon met beleggen. Hang één hoofd van de hydra af en je staat tegenover een ander.”

Betekent de tegenstelling tussen groei en koolstofdioxide-vrij leven dat grotere armoede onvermijdelijk is als we de aarde leefbaar willen houden? Alleen als de concepten van rijk en arm de betekenis behouden die ze vandaag hebben.

Bijna 40% van het voedsel in de VS wordt weg gegooid. (foto: Liz Martin)

In een postkapitalistische kommunizerende wereld zouden de globale productie en het verbruik van energie en grondstoffen aanzienlijk verminderen, de hebzuchtige accumulatie van goederen zou niet langer zinnig of mogelijk zijn, evenmin als militaire en vele andere nutteloze uitgaven. Bernes schrijft: “We kunnen gemakkelijk genoeg hebben van waar het om gaat – energie en andere hulpbronnen gebruiken voor voedsel, onderdak en medicijnen. Zoals duidelijk is voor iedereen die ruim dertig seconden goed kijkt, is de helft van wat ons omringt in het kapitalisme onnodige verspilling. Naast de overvloedige bevrediging van onze fundamentele behoeften is de belangrijkste overvloed een overvloed aan tijd, en tijd is, gelukkig, koolstof-neutraal en misschien zelfs koolstof-negatief. “

Tom Ronse

MORGEN: EEN ANTI-KRITIEK

December 7, 2019 at 6:12 am Leave a comment

GROENE MYTHEN (3)

Graven naar zeldzame aarde-mineralen: milieuverwoesting voor een schoner milieu (foto: Sebastian Meyer)

Hoe groen is de Green New Deal?

Technologie op zichzelf zal ons niet redden. Zij wordt gevormd door haar functie: arbeidstijd en andere kosten verminderen, controle en efficiëntie verhogen. Een radikale herbestemming van wetenschap en technologie zal nodig zijn om haar potentieel te ontketenen om aan de noden van de mensen te voldoen – die nu op allerlei manieren geremd wordt. Een herbestemming, die alleen het resultaat kan zijn van een fundamentele omwenteling van de samenleving zelf, een revolutie.

Laten we ondertussen niet overschatten wat technologie nu voor de wereld kan doen, in de huidige wereldwijde context van het door krisis geteisterde kapitalisme.

Maar hoe groen is de ‘groene groei’-strategie? Zelfs als de eerder genoemde politieke obstakels zouden wegsmelten en een financieel-ekonomische krisis door een mirakel zou worden vermeden, hoeveel schoner zou de GND onze planeet maken?

Energie is nooit schoon”, herinnert Bernes ons. Het feit dat het gebruik van hernieuwbare energie CO2-neutraal is, betekent niet dat de productie ervan CO2-neutraal is. Zonnepanelen, windturbines, elektrische voertuigen vereisen niet-hernieuwbare en vaak moeilijk toegankelijke mineralen. Bernes schrijft: “Er is energie voor nodig om die mineralen uit de grond te halen, energie om ze om te vormen tot batterijen en fotovoltaïsche zonnepanelen en gigantische rotoren voor windmolens, energie om ze te verwijderen als ze verslijten. Mijnen worden voornamelijk bewerkt door voertuigen met gasverbranding. De containerschepen die de zeeën van de wereld doorkruisen met de heilzame vracht van hernieuwbare energiebronnen verbranden zoveel brandstof dat ze verantwoordelijk zijn voor 3 procent van de planetaire uitstoot.”

Hoe de GND de belofte van koolstof-neutraliteit kan waarmaken is een mysterie aangezien de aanleg van de nieuwe infrastructuur, de constructie van de elektrische treinen en auto’s, de scholen enz., niet mogelijk zou zijn zonder massaal verbruik van fossiele brandstoffen en koolstofintensieve materialen zoals beton en staal. Biobrandstof zou helpen, maar heeft een veel lagere densiteit dan fossiele energiebronnen. Om aan de behoeften te voldoen, zou er een enorme landmassa nodig zijn die andere toepassingen (huisvesting, landbouw, natuur…) zou verdringen.

Zonnepanelen, windturbines en elektrische auto’s zijn niet vervuilend, maar de productie van hun componenten is dat wel. Niet alleen staal, glas en plastic, maar ook de winning van de specifieke mineralen die ze nodig hebben. Turbines en zonnepanelen gebruiken zeldzame aarde-mineralen. De batterij van een elektrische auto heeft 140 pond lithium en 33 pond kobalt nodig. Bernes geeft een levendig beeld van de milieuvernietiging die de ontginning van deze mineralen in China heeft veroorzaakt. Wat betreft de arbeidsomstandigheden in deze mijnen, ze zijn slechter dan in de tijd van Dickens. The Daily Mail schrijft over de kobalt-winning in Congo, waarin 40.000 kinderen werken: “Niemand weet precies hoeveel kinderen zijn gestorven in de kobaltmijnen in Katanga. De VN schat 80 per jaar, maar veel sterfgevallen worden niet geregistreerd, hun lichamen liggen begraven in het puin van ingestorte tunnels. Anderen overleven maar met chronische ziekten die hun jong leven vernietigen.”

Ondertussen maken kapitalisten zich volgens Forbes zorgen over de geologische schaarste van kobalt die een ander obstakel voor de GND zou opwerpen, omdat die de vraag naar kobalt enorm zou doen stijgen. Men speurt er nu naar op oceaanbodems met diepzeemijnen in het vooruitzicht.

Kobaltmijn in Katanga (Foto: Sebastian Meyer)

Nationalisme

Maar net als die ecologisch bedreigde oceaanbodems zijn die dode dorpen in China en dode kinderen in Congo ver van ons bed. De GND-resolutie zegt niets over hen. Verbazend is dat niet. Ze is tenslotte geschreven door politici van de Democratische partij, een van de belangrijkste pijlers van het Amerikaanse kapitalisme. De natie is hun kader, de belangen van de nationale ekonomie hun horizon. Het doel is een CO2-neutrale VS, ongeacht de implicaties elders.

En die implicaties kunnen een pervers effect hebben dat de vervuiling versnelt. CO2-neutraliteit in de VS zou een enorme inkrimping van de vraag naar fossiele brandstof betekenen. De prijs van steenkool, gas en olie zou daardoor zo laag zakken dat andere landen een sterke stimulans zouden hebben om er meer van te gebruiken en af te zien van investeringen in hernieuwbare energiebronnen, zodat het wereldwijde klimaat nog sneller zou verslechteren.

Doen alsof je een oplossing voor klimaatverandering hebt terwijl je alleen binnen de grenzen denkt, is fundamenteel oneerlijk. Zoals Bernes schrijft: “Het tellen van emissies binnen nationale grenzen is als het tellen van kalorieën, maar alleen tijdens het ontbijt en de lunch. Als het schoon worden in de VS andere plaatsen vuiler maakt, moet je dat aan het grootboek toevoegen. “

Zelfs als CO2-neutraliteit zou kunnen worden bereikt in de rijkste landen, zou de rest van de wereld niet kunnen volgen. De oplossing voor een probleem dat van nature mondiaal is, kan alleen mondiaal zijn. En dat betekent dat ze niet kan komen uit een systeem dat gebaseerd is op concurrentie.

 

Tom Ronse

 

MORGEN: IS GROENE GROEI MOGELIJK?

December 6, 2019 at 3:04 am Leave a comment

GROENE MYTHEN (2)

Waar komt het geld vandaan?

Volgens sommige experten zou de Green New Deal in tien jaar tijd meer dan 90 biljoen dollar kosten. Andere schattingen zijn lager maar nog altijd gigantisch. De GND-resolutie is vaag over hoe het plan  gefinancierd zou worden. Het belasten van de rijken zou één manier zijn, maar die is beperkt door het risico dat het kapitaal gewoon ergens anders naartoe zou gaan. Behalve voor vast kapitaal zijn er veel vluchtroutes. Miljardairs, met hun legers van advocaten en accountants, zijn experts in het gamen van het systeem. Regeringen in de hele wereld hebben de laatste tijd de tegenovergestelde route gevolgd: belastingen verlagen om kapitaal aan te trekken. Degenen die dit niet deden, geraakten verder achterop. Het vermogensbelastingvoorstel van Bernie Sanders, het meest radicale van de plannen van de Democratische presidentskandidaten (van wie de meeste de GND steunen), zou volgens de UCLA-economen Saez en Zucman in het komende decennium 4,35 biljoen dollar opleveren. Nauwelijks meer dan een druppel in de emmer die moet worden gevuld om aan de financiële behoeften van de GND tegemoet te komen.

Het plan zou enkel gefinancierd kunnen worden door alle limieten op de stijging van de staatsuitgaven te negeren. Aanhangers van de GND verwijzen naar de neo-Keynesiaanse “Modern Monetary Theory” (MMT), die tegenwoordig populair is ter linkerzijde. Die theorie stelt dat een staat onbeperkt haar deficit-uitgaven kan verhogen zolang haar schuld in haar eigen munt is uitgedrukt, want die kan ze altijd bijmaken. Inflatoire druk kan een rem zijn, geeft de MMT toe, maar die zou zich enkel voordoen als er volledige werkgelegenheid is en de ekonomie oververhit raakt (in dat geval beveelt MMT aan om belastingen te heffen, staatsobligaties te verkopen en uitgaven te verlagen). Maar het klopt niet dat inflatie enkel accelereert als iedereen werk heeft. Er zijn verschillende historische voorbeelden van stagnatie en stijgende inflatie die gelijktijdig optreden (zoals de ‘stagflatie’ van de jaren ’70). Inflatie treedt op wanneer het tempo van geldcreatie sneller is dan de groei van de waarde die het geld circuleert. Maar enkel in de mate dat de exces-geldgroei goederen en diensten circuleert. In reactie op de crisis van 2008 hebben de centrale banken van de VS, de EU, China en Japan met hun Quantitative Easing-beleid uit het niets vele biljoenen dollars, euro’s enz. gecreëerd om aandelen en obligaties te kopen en in het algemeen de waarde van kapitaal te ondersteunen. Het grootste deel van dit geld ging naar de reserves van banken en bedrijven. Het kwam dus niet in de algemene circulatie terecht en veroorzaakte daarom geen inflatoire druk (die werd ook ingetoomd door de onderliggende deflatoire trend van de wereldekonomie).

Met de groei van het geld dat rechtstreeks naar de bezitters van kapitaal ging, nam hun aandeel in de totale rijkdom toe. Dus de kloof tussen de rijken en de rest van ons groeide onvermijdelijk. In de VS is de ongelijkheid nu het grootst sinds die gegevens werden bijgehouden. In andere landen is het vermoedelijk niet anders. Regeringen en centrale banken voerden dit beleid, niet alleen uit loyaliteit aan hun klasse, maar vooral om de geloofwaardigheid van het geld zelf te beschermen. Paradoxaal genoeg werd het onevenwicht tussen geld- en waardecreatie dat de crisis had veroorzaakt nog vergroot, om het geloof in de waarde van het geld te beschermen, om de prikkel om te produceren voor geld levend te houden.

Dat die excessieve geldgroei geen inflatoire druk veroorzaakt, betekent niet dat het onevenwicht tussen geld- en waardecreatie geen probleem is. In plaats van te leiden tot een algemene prijsinflatie duwt ze de prijs van kapitaal hoger met financiële bubbelvorming als gevolg. In de sterkste landen, de VS in de eerste plaats, wordt die verder gestimuleerd door het ‘safe haven’-effect: hoe meer onzekerheid wereldwijd, hoe meer ze als veilige havens voor kapitaal worden beschouwd.

Wat daar de schijn wekt dat het de goede kant uitgaat. Er is werk, de beurs swingt maar het blikje is enkel wat verder de weg opgeschopt.

Het tempo van geldcreatie versnellen zonder vroeg of laat een ineenstorting uit te lokken, kan alleen als de waardecreatie overeenkomstig versnelt. Anders veroorzaakt het groeiend onevenwicht hetzij inflatie hetzij schuldaccumulatie en bubbelvorming.

Vele van de investeringen die de GND voorstelt zouden waardecreatie stimuleren maar vele andere mogen dan wel nuttig zijn voor mensen maar niet voor het kapitaal. Ze vallen onder de noemer van ‘faux frais’, niet-productieve kosten die de winst drukken. De tientallen biljoenen nieuw geld gecreëerd uit het niets om de GND te financieren zouden de waarde van bestaande kapitalen verminderen omdat hun aandeel in de totale hoeveelheid geld (de totale koopkracht) zou dalen. Voeg hieraan toe dat de GND een cruciale sector van de ekonomie (fossiele energie met haar talloze vertakkingen) zou devaloriseren en het wordt duidelijk dat de implementatie van de GND een diepe financiële crisis zou veroorzaken.

Het kan best zijn dat de technologie die nodig is voor CO2-neutrale productie al bestaat of in de maak is. Alle middelen om de waanzin te stoppen zijn mogelijks vandaag al aanwezig. Maar in het kapitalisme houdt de eis om winst te genereren nooit op: it’s do or die. Dat in de eerste plaats is wat de GND een onmogelijk doel maakt.

Tom Ronse

 

MORGEN: HOE GROEN IS DE GND?

December 5, 2019 at 4:50 am 1 comment

Requiem voor homo sapiens

Door Gie van den Berghe

De openingszin van De onbewoonbare aarde liegt er niet om: ‘Het is erger dan je denkt, veel erger’. Ook de titels van de hoofdstukken laten weinig aan de verbeelding over: hittesterfte, honger, verdrinking, natuurbranden, onnatuurlijke natuurrampen, slinkende zoetwatervoorraden, stervende oceanen, ongezonde lucht, opwarmingsplagen, economische ineenstorting. Kettingreacties die elkaar aanzwengelen. David Wallace-Wells, milieu- en wetenschapsjournalist bij het New York magazine, beschrijft en documenteert deze door de mens veroorzaakte rampen op overtuigende wijze.

Eunice Foote

Het is een verpletterend verhaal over de toekomst die ons te wachten staat als we niet razend snel, hier en nu, drastische maatregelen nemen, onze welvaart serieus terugschroeven. Daar wil niemand aan. De onhoudbaarheid van de situatie zal vermoedelijk pas ten volle doordringen als er niet meer aan te ontkomen valt. Dat omslagpunt is volgens nogal wat klimaatwetenschappers al bereikt of in elk geval vlakbij. The sky is nogal letterlijk the limit geworden. We zullen het geweten hebben. In 1856 – u leest het goed – al publiceerde de Amerikaanse wetenschapster Eunice Foote de resultaten van haar experimenteel onderzoek waaruit bleek dat koolstofdioxide een broeikasgas is en dat bij toename ervan het klimaat steeds verder opwarmt. Dichter bij ons, in 1972, maakte het rapport van de Club van Rome duidelijk dat er grenzen aan de groei zijn. Economie, industrie, wereldbevolking en voedselproductie kunnen niet eindeloos groeien. We konden niet blijven doen alsof er geen vuiltje aan de lucht was, wereldwijde actie was geboden. Twintig jaar later maakte een vervolgonderzoek duidelijk dat De grenzen voorbij waren. Te weinig politici en mensen hadden en hebben oren naar de ongemakkelijke waarheid (An Inconvenient Truth, 2006).

Al Gore, An Inconvenient Truth

Na het in 1992 als beslissend bedoelde klimaatverdrag van de Verenigde Naties nam de uitstoot van koolstofdioxide alleen maar versneld toe. In volle bewustzijn hebben we in minder dan drie decennia ‘net zo veel ellende aangericht’ als toen we ‘nog in onwetendheid verkeerden’. In het vrij bescheiden Akkoord van Parijs (2015) spraken veel landen af de temperatuurstijging ruim onder de 2°C (t.o.v. de temperatuur vóór de industrialisatie,) liefst onder de 1,5°C te houden. Enkele weken later overschreed de CO2 concentratie in de atmosfeer een rode lijn die nooit gehaald had mogen worden. Vier jaar later zit niet één land op schema. Het smelttempo van Antarctica is ondertussen verdrievoudigd.

Twee graden opwarming lijkt nu het ‘beste waarop we kunnen hopen’ maar vrijwel zeker niet haalbaar. Een opwarming met twee graden in plaats van anderhalve graad zal aan miljoenen mensen het leven kosten. Honderdvijftig miljoen alleen al door de luchtvervuiling. Vijfentwintig keer het aantal slachtoffers van de Endlösung, de jodenuitroeiing door de nazi’s. Willen we dit voorkomen dan moet niet alleen de CO2 -uitstoot aanzienlijk verminderen, maar moeten er veel meer bossen komen en technologieën die broeikasgassen uit de atmosfeer halen. De plannen hiervoor zijn niet verder gevorderd dan de tekentafel en financieel niet haalbaar.

Onheil

De door de mensheid veroorzaakte ‘natuur’ramp is niet meer op mensenmaat. Het blijft Jobstijdingen regenen. De Earth Overshoot Day, de dag in een kalenderjaar waarop de mensheid meer bronnen heeft geconsumeerd dan ze produceren kan, viel in 1993 op 12 oktober, in 2018 op 1 augustus en in 2019 op 29 juli.

Een greep uit de onheilstijdingen voor de maand augustus. Grote delen van het Amazonewoud worden in brand gestoken. Indonesië geeft zijn vervuilde en zinkende hoofdstad Jakarta op en zal een nieuwe bouwen op het veiliger Borneo. Honderden steenrijke toeristen maken op een Russische nucleaire ijsbreker een luxe cruise door het Noordpoolgebied. In west-Siberië vertrekt een drijvende kerncentrale voor een tocht van vijfduizend kilometer door die regio om de olie-ontginning in oost-Siberië van energie te voorzien. In Noordpoolsneeuw en -ijs zitten microplastics. Die minuscule deeltjes zijn er aangewaaid. Plastic zit dus niet alleen in zeedieren, voedsel en drinkwater, we ademen het in. Vanaf september 2019 zal de VS de Endangered Species Act (1973) minder streng toepassen en economische overwegingen (mijnbouw, bosontginning…) zullen mee bepalen of een diersoort bescherming ‘verdient’.

De ontginning van het Noordpoolgebied, waar door de klimaatopwarming het eeuwenoud ijs en de permafrost smelten, gaat steeds sneller. Binnen de noordpoolcirkel zit veel olie en gas (naar schatting 13 en 30% van de wereldvoorraad), vraag is alleen wanneer het economisch rendabel wordt om het te ontginnen. Van een verbod om dat te doen, kwestie van de kwetsbare natuur van het poolgebied te beschermen, is geen sprake. Groenland delft grondstoffen, Canada heeft interesse, grootmachten als de VS, Rusland en China (dat zichzelf voor de gelegenheid een ‘near Arctic state’ noemt) zijn wakker geschoten. Trump wil Groenland kopen. Er wordt volop gespeculeerd over noordelijke, kortere zeeroutes. Al zijn die voorlopig nog niet goed te gebruiken, China en Rusland weigeren nu al om ze als internationale vaarroutes te beschouwen. De Noordpool is voor Rusland een topprioriteit geworden, zowel economisch als militair.

Begin augustus liet het klimaatbureau van de VN er geen twijfel over bestaan dat als men de opwarming enigszins binnen de perken wil houden niet alleen de uitstoot van industrie en verkeer moet worden beperkt maar ook het gebruik van land, voedselproductie en consumptie ingrijpend moet veranderen. Een kwart van het door mensen gebruikt land is waardeloos geworden door kunstmest, chemicaliën, droogte, intensieve regenval, bebouwing en asfaltering. Door ontbossing, massale drooglegging van veengebieden en verstedelijking verdwijnen tevens de natuurlijke landprocessen die onze uitstoot voor een derde absorbeerden. Bij het kappen en droogleggen komen miljoenen tonnen koolstofdioxide vrij. Bodems stoten tegenwoordig CO2 uit in plaats van die op te nemen. Als we niet op staande voet duurzamer omspringen met land en voedsel komt de voedselvoorziening in het gedrang, zeker met de exponentiële toename van de wereldbevolking. Arme landen in Afrika, Azië, Latijns Amerika en de Cariben zullen het eerst en het zwaarst getroffen worden. Landen die het minst uitstoten en eeuwenlang geplunderd werden door het zich verrijkend Westen. Landen waar overleven een dagtaak is. Meer dan 10% van de wereldbevolking is ondervoed. De migratiestromen zullen onbeheersbaar worden en de rijke landen zullen Fort Europa steeds hoger optrekken.

De morele onaanvaardbaarheid, de onmenselijkheid van dit egocentrisme ontgaat ons, in beslag genomen als we zijn door eigen volk, welvaart, geïnfantiliseerde televisieprogramma’s en de consumptie van wat bij gebrek aan intelligentie smart wordt genoemd. En is een mensenleven niet veel te kort en te druk? Je moet toch zorgen voor het dagelijks vlees, eigen bloedjes en kleinkinderen? Hoe kun je je dan nog bekommeren om mensen aan het ‘andere eind’ van de wereld en achterachterkleinkinderen die je nooit zult zien?

Moreel verwerpelijk

In een noot achterin stelt Wallace-Wells dat wie zich niet inzet tegen de klimaatcrisis moreel verwerpelijk is. Een straffe uitspraak. Elders vraagt hij zich even af of het ‘in dit klimaat moreel verantwoord is om kinderen te krijgen, of we dat de planeet en, misschien wel belangrijker, de kinderen wel kunnen aandoen’. Toch is hij tijdens het schrijven van dit boek vader geworden, in volle besef dat er klimaatrampen zitten aan te komen die ook zijn kind zullen treffen. Geen probleem, die gruwel staat nog niet vast. En wie weet, misschien loopt het goed af. Stel je niet in ‘op een treurige toekomst die is veroorzaakt door anderen die zich minder druk maken over klimaatleed’. Anderen, hij niet, maar elders in het boek schrijft hij dat hij tonnen eten weggooit, zo goed als nooit afval sorteert en de airco altijd laat aanstaan.

Wallace-Wells vindt dat westerlingen ook niet moeten gaan leven als de armen in de wereld. Minder rundvlees eten, meer elektrisch rijden en minder vliegen – volgens hem haalt het allemaal niets uit. In het minst slechte geval recycleren we het afval dat we als consument produceren. Erger nog: onze door schaamte en nieuwe deugdzaamheid ingegeven milieubewuste acties sussen het geweten, wiegen ons in slaap. Uitgesloten is dat niet. De rekken in warenhuizen liggen niet alleen vol in plastic verpakt vlees maar ook met vega- en bio-alternatieven. Er werd een bijkomende markt aangeboord. Alles blijft bij hetzelfde, alleen uitgebreid. Met zijn allen de e-fiets op, maar waar komen die elektriciteit, lithium en kobalt voor de batterijen vandaan, in welke mensonterende omstandigheden worden die gewonnen en waar zullen we alles blijven halen?

Denk ook aan onze voortplanting. Wallace-Wells besteedt genoeg aandacht aan de bevolkingsgroei om te weten dat de aarde er nog onbewoonbaarder door wordt. Zestig jaar geleden leerde ik op school dat er 3,5 miljard mensen leefden, nu is dat meer dan het dubbele. Zeven miljard toen Wallace-Wells zijn boek schreef, 7,7 miljard toen ik het negen maanden later besprak – de tijd van een zwangerschap. Homo sapiens verspreidt zich als een schimmel over de aardkorst.

Wallace-Wells voert niet één argument aan om nog een consument en potentiële ouder toe te voegen aan de zieltogende wereld. Hij verwijst alleen naar een artikel in Jacobin Magazine (1) dat zeer overtuigend zou aantonen dat kinderen maken geen probleem is. Maar in dit artikel wordt alleen gefulmineerd tegen de tendens zwangerschap uit te stellen tot je als vrouw carrière hebt gemaakt. Wetens en willens een kind verwekken in het rijke deel van de wereld in plaats van een kind uit het arme deel adopteren, vind ik moreel verwerpelijk.

Optimist tot in de kist

Wallace-Wells blijft optimistisch, al zegt hij te weten dat klimaatoptimisten nog nooit gelijk hebben gekregen. ‘Als mensen verantwoordelijk zijn voor het probleem,’ schrijft hij, ‘moeten ze ook in staat zijn om het op te lossen’. Helaas volgt het één niet logisch uit het andere – denk aan geboorte, moord of genocide.

David Wallace-Wells

Individuele levensstijlkeuzes leveren volgens hem niets op (het vermenigvuldigingseffect laat hij buiten beschouwing). Ze werken alleen door als er een politieke omslag komt waardoor een alternatieve levensstijl op grote schaal wordt doorgevoerd. Maar geef de hoop niet op, gooi de handdoek niet in de ring. Engageer je, ga stemmen, zet de politiek onder druk!

Te oordelen naar ons consumptie- en stemgedrag en de – gezien de dringendheid – vrij lachwekkende maatregelen van de overheid valt daar niet veel van te verwachten. Politici weten maar al te goed dat we op middellange termijn afstevenen op een milieuramp, maar ze zijn zozeer gekneveld door alles overheersende economische belangen op kortere termijn, zo afhankelijk van elkaar en andere naties, zo verlamd door verkiezingsresultaten, dat ze niets drastischer durven en kunnen ondernemen dan even het podium delen met klimaatspijbelaars. Wij kiezers zijn al even kortzichtig. In Australië werd onder druk van de straat een efficiënte belasting op CO2 afgeschaft en moest de milieubewuste premier, die de akkoorden van Parijs wou uitvoeren, aftreden. Ook in 2018 stemden de kiezers van de staat Washington een CO2 -belasting weg en in Frankrijk kwamen mensen massaal op straat om een belasting op benzine tegen te houden.

Wallace-Wells stelt ook niet één concreet, laat staan doeltreffend actiemiddel voor. Zeker, dat is niet het onderwerp van zijn boek maar als je zo optimistisch bent als hij en alles van actie verwacht, blijf je als lezer toch op je honger zitten.

Moreel verantwoord

Na lectuur van dit ontstellend boek en behoorlijk wat artikels en rapporten zie ik geen reden meer tot hoop. Maar natuurlijk zal ik, ondanks Wallace-Wells’ pessimisme op dit vlak, kritisch blijven stemmen en me blijven inspannen om mijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden. Maar, vraag ik me af, is het gezien de onontkoombaarheid van de ondergang van miljarden mensen, niet veel belangrijker ervoor te zorgen dat wie nu leeft dat op een menswaardiger manier kan? Is mensen helpen die hier en nu ternauwernood overleven niet veel dringender, haalbaarder, menselijker en logischer?

Hebben onze voorvaderen niet massaal goud en zilver, oogsten en mensen geroofd uit de continenten die zovelen nu ontvluchten? Komen migranten niet naar hier omdat wij daar waren? Is de hedendaagse migratie geen vreselijk achterblijvertje van ons kolonialisme? Waarom verplichten welvarende landen er zich niet toe om migranten op te nemen in verhouding tot hun uitstoot en de rijkdommen die ze uit de kolonies hebben gestolen? Waarom geen koolstoftaks opleggen waarvan de opbrengst naar de arme landen gaat? Waarom schreeuwt men moord en brand als derdewereldlanden op hun beurtoerbossen plat branden? Kun je het ontwikkelingslanden kwalijk nemen dat ze de welvaart nastreven die wij op hun kosten vergaard hebben? De vragen stellen, is ze beantwoorden.

31 augustus 2019

David Wallace-Wells –The Uninhabitable Earth. A story of the future,Allen Lane, 2019

– De onbewoonbare aarde,Amsterdam, De Bezige Bij, 2019

  1. Meer over “kinderen krijgen:”
    Overall, Christine – ‘Think before you breed‘, in Catapano, Peter & Critchley, Simon – Modern Ethics in 77 Arguments, New York / London, Liferight (Norton & Company), 2017, p. 351-355
    Singer, Peter – ‘Should this be the last generation?‘, Ethics in the real world. 82 Brief essays on things that matter, New Jersey, Princeton, 2016, p. 30-34

September 6, 2019 at 10:34 am Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,653 other followers