Posts filed under ‘Milieu’

TSJERNOBYL REVISITED

Het is vandaag 30 jaar geleden dat de grootste kernramp tot nog toe plaatsvond in Tsjernobyl, Sovjet-Unie. Bij ons maakte men zich toen geen zorgen, zoals men dat ook vandaag doet – zelfs als buurlanden beginnen te protesteren tegen scheurtjes, incidenten, sabotage (?), ongelukjes. Kernenergie blijft voor de overheid en de elektriciteitsbonzen ‘untouchable’.

Herlees daarom het stuk dat ik vijf jaar geleden schreef en waar geen officiële hond of kat een woord over loste. Verbijsterend, toch?

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2011/03/17/verjaardag-tsjernobyl-25-jaar-geen-paniek/

Open ook je ogen op : http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/buitenland/1.2637058

april 26, 2016 at 12:37 pm 2 reacties

DE WERELD VERDRINKT

gideon-mendel

Tom Ronse

In Los Angeles werd enkele dagen geleden een passagier uit een vliegtuig van Southwest Airlines gezet. Hij werd ervan verdacht een terrorist te zijn. Eeen medepassagier had de bemanning gealerteerd nadat ze hem Arabisch had horen spreken in zijn telefoon. Hij had woorden gebruikt zoals “Inch’Allah” die haar jihadistisch in de oren klonken.

Van zo’n bericht verschieten we niet meer.  We worden het gewend van te leven in een angstklimaat, waarin paranoia het nieuwe normaal wordt. Dat is de schuld van de terroristen en van de oorlogen waarvan hun aanslagen een onderdeel zijn. Maar dat is ook de schuld van de media die de angst buiten alle rationele proporties opkloppen. De kans dat burgers slachtoffer worden van een terroristische aanslag is nog altijd minuscuul in vergelijking met andere gevaren die hen bedreigen.

Dat is een van de meest negatieve gevolgen van het terrorisme: het geeft de onderhuidse angst een doelwit, een fixatiepunt dat de aandacht afleidt van gevaren die ons terecht bang zouden moeten maken.

Zoals de combinatie van klimaatsverandering en armoede. Die dreigt in de komende jaren vluchtelingenstromen  op gang te brengen waarbij deze van vandaag klein bier zullen lijken.  De media rapporteren het wel als er weer eens een ramp gebeurt maar de ernst van de situatie dringt niet door. Het blijft een ‘ver-van-mijn-bed’ story.

Niet voor Gideon Mendel. Hij is een Zuid-Afrikaanse foto-journalist die niets meer hoeft te bewijzen; al zes keer won hij de World Press Photo Award.  Sinds 2007 werkt hij aan een project dat hij “Drowning World” noemt.GMendel _Srinagar-phone-25071-1024x10241 Met zijn oude Rolleiflex trekt hij naar gebieden die door grootschalige overstromingen geteisterd worden om portretten te maken van de slachtoffers in hun waterige omgeving.

Mendel wil de alarmbel trekken, de omvang van de klimaatsverstoring in de verf zetten. Hij wil vooral dat we de slachtoffers als medemensen zien, in plaats van als anonieme statistieken. De meeste foto’s in de serie zijn geposeerd. Wat niet wil zeggen dat ze vals zijn, wel dat de gefotografeerden weten wat er gebeurt, wat Mendel beoogt. Ze poseren om met ons te communiceren. Ze kijken ons recht in de ogen. In de hunne zien we een gamma van emoties.

Drowning-World-Gideon-Mendel-6

Drowning-World-Gideon-Mendel-14

Drowning-World-Gideon-Mendel-12

gideon mendel

gideon mendel2

mendel Haiti

mendel6

drowningworld-775mendel

Drowning-World-Gideon-Mendel-19

mendel 7

mendel 5

Mendel Kashmir-71 lowres

mendel 4

Gideon_Mendel_-_Drowning_World_4

mendel 12

In deze serie is Mendel journalist, activist, portrettist en ook kunstenaar. Hij is er niet vies van om de opportuniteiten van de rampzalige omgeving –zoals weerspiegelingen in het water- te gebruiken voor esthetisch effect.

11 Nov 2011, Bangkok, Thailand --- Prakru Samuteerapisut Sarathamma poses with some novice monks in the flooded Komut Puttarangsi Temple in the Taweewattana District on the western outskirts of Bangkok. This is one of more than 500 Buddhist temples which have been inundated by the recent floods in Thailand. “I have been in monkhood for 14 years. This is the first time I’ve experience such a big flood. I knew that the water would come this way. But I didn’t expect so much. We just have to accept it. It has been difficult for monks to do our duties. Every day we have to be there to help each other and all the people who have fled here for safety.There are about 200 of them. The officials do come and help us, especially the military. They brought us food and water. Many people who are staying at home also come here to collect food.If it happens again next year, we will have to be more prepared.” --- Image by © Gideon Mendel/In Pictures/Corbis

Drowning-World-Gideon-Mendel-11 mendel 8

“Drowning World” omvat foto’s gemaakt in vijf continenten en is intussen al op verschillende plaatsen tentoon gesteld. Bijna elke tentoonstelling is anders want de serie blijft groeien. In de laatste aflevering toont Mendel ook foto’s van foto’s die door de overstroming zijn aangetast. Dat is een onderwerp dat me intrigeert, als kunstenaar die de creatieve destructie van natuurelementen zoekt te integreren in zijn werk (mijn bijdrage over foto’s bewerkt door superstorm Sandy in New York kan u HIER bekijken).  De uitgewassen pigmenten doen nieuwe patronen ontstaan, nieuwe kleuren duiken op, het beeld krijgt een nieuwe gelaagdheid.

From the home of Comrade Abdul Rashid (2) Gideon Mendel

Mendels webstek: http://gideonmendel.com/

mendel 11

april 24, 2016 at 8:27 pm Plaats een reactie

HULPELOOS

Kaarsen voor de slachtoffers in Oregon

Kaarsen voor de slachtoffers in Oregon

Tom Ronse

Zelfs Obama leek zich machteloos te voelen. In zijn commentaar op de slachtpartij in Oregon, die eens te meer het werk was van een psychisch gestoorde, vereenzaamde jongeman die zich, volkomen legaal, een arsenaal van militaire wapens had aangeschaft, toonde de president zich verontwaardigd en bitter maar ook vermoeid en hulpeloos. “Op een of andere manier is dit routine geworden”, zei hij. “De verslaggeving is routine. Mijn reactie hier op dit podium is routine. De conversatie in de nasleep is routine. We zijn er verdoofd tegen geworden.”Hij sprak de hoop uit dat het land zou nadenken over de vrije wapenverkoop maar formuleerde niet één voorstel om die aan banden te leggen. Zo’n voorstel zou immers geen kans maken in het Congres, waar voor een ruime meerderheid “Gun control is not the answer” een dogma is dat boven de feiten staat. Wat dan wel “het antwoord” is weten die politici ook niet behalve dat ouders hun kinderen beter moeten opvoeden.  Maar voor de rest moeten we ermee leren leven. “Stuff happens”, zo luidde de reactie op de slachtpartij van de Republikeinse presidentskandidaat Jeb Bush. Die uitspraak vat de schouder-ophalende houding van vele Amerikanen goed samen. Of zoals de titel van een stuk in het satirisch blad The Onion het formuleerde: “No Way To Prevent This” says only Nation Where This Regularly Happens.”

Een citaat:

“This was a terrible tragedy, but sometimes these things just happen and there’s nothing anyone can do to stop them,” said Ohio resident Lindsay Bennett, echoing sentiments expressed by tens of millions of individuals who reside in a nation where over half of the world’s deadliest mass shootings have occurred in the past 50 years and whose citizens are 20 times more likely to die of gun violence than those of other developed nations. “It’s a shame, but what can we do? There really wasn’t anything that was going to keep this guy from snapping and killing a lot of people if that’s what he really wanted.” At press time, residents of the only economically advanced nation in the world where roughly two mass shootings have occurred every month for the past six years were referring to themselves and their situation as “helpless.”

Enkele dagen later, het bombardement van het hospitaal van Kunduz, en weer kwamen de kopstukken op tv om te zeggen dat hun hart bloedde voor de slachtoffers. En opnieuw, dat schouderophalend “stuff happens”. De generaals en ministers stelden het wel niet zo cru als Jeb Bush maar het kwam op hetzelfde neer. In een oorlog is collateral damage nu eenmaal overmijdelijk.

kunduz-msf-kliniek

De MSF-kliniek in Kunduz

En de oorlog stopzetten gaat niet. Ook wat dat betreft zijn we hulpeloos.  In Syrie vecht intussen haast half de wereld, de burgerbevolking vertrappelend. Niemand heeft een werkbaar idee over hoe die waanzin kan gestopt worden. Niemand heeft een oplossing voor de volksverhuizing die erdoor op gang komt. Te meer omdat die niet enkel gestuwd wordt door oorlog maar ook door armoede, werkloosheid, uitzichtloosheid die onvermijdelijk groeien naarmate  arbeidskracht overbodig wordt in de automatiserende  global assembly line. De menselijke drang om te overleven botst met economische wetten die we hulpeloos ondergaan want we vinden ze zo evident als de seizoenen en even onaantastbaar.

De belangrijkste habitat van mensen vandaag is de slum, de krottenstad. De jeugdwerkloosheid loopt in sommige landen op tot meer dan 80 procent. Geen wonder dat velen van hen geen andere toekomst zien dan misdaad of huursoldaat worden of martelaar die in de hemel zal beloond worden met 70 sexy maagden. Of vluchten.

refugees

De stroom van vluchtelingen naar Europa doet me denken aan de Titanic. Aan de paniek van de bevolking in de onderste dekken, toen het water begon binnen te stromen in dat onzinkbaar gewaande wonder van de moderne technologie. Om niet te verdrinken vluchtte iedereen die kon naar boven. In de hogere dekken probeerden sommigen de vluchtelingenstroom tegen te houden door, zoals de Hongaren, deuren op slot te doen. Maar vele anderen verwelkomden hen, gaven hen droge kleren en warme soep. Alles leek nog normaal op de opperste dekken. De restaurant was open, het orkest speelde, er was nog niemand aan het verdrinken en de kapitein verzekerde iedereen dat het schip op de goede weg was. Maar het zonk dieper en de vluchtelingenstroom verminderde niet. De stemming van de bewoners van de hoogste dekken keerde. Er werd steeds meer gepleit om de deuren dicht te houden en het teveel aan vluchtelingen overboord te gooien. Want we zijn machteloos om hen te helpen, werd er gezegd, machteloos om de oorzaak van hun vlucht weg te nemen. We moeten denken aan onze eigen plaats in de reddingsboten.

mural on migrants

De metafoor klopt niet. De passagiers van de Titanic waren inderdaad hulpeloos; er was niets dat ze konden doen om het zinken van het schip te beletten.  Wij denken alleen dat we hulpeloos zijn, dat we niets kunnen doen aan het wapengeweld, aan de natuurrampen, aan de epidemie van depressie en andere psychosociale ziekten, aan de onzekerheid, aan de oorlogen, aan de vluchtelingenstroom. Maar we veroorzaken ze allemaal zelf, er is geen ijsberg die ons lot onvermijdelijk maakt.  Maar het voelt wel zo, alsof we er niets aan kunnen doen. Behalve stemmen in onze democratische verkiezingen. Dat verandert weliswaar niets ten gronde maar zo hebben we toch een beetje het gevoel dat we niet helemaal machteloos zijn.

Hier in de VS hebben we de permanente verkiezingscampagne.  Presidentsverkiezingen zijn er maar om de vier jaar maar ze worden voorafgegaan door een jaar van spannende voorverkiezingen. Die worden op hun beurt voorafgegaan door jaren van campagne voeren waarbij de kiezer al via opiniepeilingen zijn voorkeur kan uitspreken en zelfs kandidaten kan elimineren.  De twee partijen zorgen voor een ruim aanbod van kleurrijke figuren. De debatten halen hoge kijkcijfers. Het is fascinerende entertainment. En spannend: wie de winnaar (of winnares) wordt is onvoorspelbaar.  Wat wel voorspelbaar is, is dat hij of zij de oorlogen van zijn/haar voorganger zal voortzetten en zich hulpeloos zal voelen tegenover het wapengeweld, de klimaatsverandering en al de rest.

titanic now

http://www.theonion.com/article/no-way-prevent-says-only-nation-where-regularly-ha-51444

oktober 7, 2015 at 3:39 am Plaats een reactie

HET LAND VAN De Vuist

Buda 0

door Stijn Tormans

Uplace zit al weken vooraan in het nieuws. Onze reporter trok op B-dagtrip naar het ‘belevingscenter’ dat nog niet bestaat, hoewel. Hij vond er een kerkhof van vergeten ondernemers en een raadselachtige fabriek die niemand nog kent. Dit stuk gaat over Buda, een plaats ‘waar de bomen grijs zijn en de mensen groen’.

Een koude donderdagmorgen, in de trein. Ik was nog nooit in Buda uitgestapt. Honderden keren voorbijgereden, dat wel. Uit het raam zag ik elke keer een troosteloos station, nauwelijks die naam waardig. Het ligt in een niemandsland van oude industrie. De trein stopt er één keer per uur en dat volstaat. Zelden stapt iemand uit in Buda.
Er bestaat een plan om het station een paar honderd meter te verplaatsen. Bart Verhaeghe wil daar zijn shoppingcenter Uplace oprichten. Hij weet al waar de halte zal komen: ‘Entry Regional Train Station’ staat op zijn kaarten . Verhaeghe is altijd gul met Engelse termen. Maar ook in het Nederlands kan hij er wat van. ‘Ik leg de lat graag hoog’, zei hij ooit. ‘Uplace zal een plaats worden die de geschiedenis en de identiteit van deze regio weergeeft.’

‘De volgende halte is Buda’, zegt een stem in de trein.
Buda 3

Die naam alleen al, Buda. Een oude geschiedschrijver vertelde me dat het een verwijzing is naar een vergeten veldslag uit 1686. De Hongaarse stad Buda was al 145 jaar in handen van de Turken en de moslims. Ze hadden het leven daar helemaal omgegooid: alle kerken vervangen door moskeeën. Tot in 1686 de Heilige Liga hard terugsloeg, met instemmend gemompel van de Paus. Buda stond in brand: moskeeën in de fik, honderden lijken in de Donau.
Overal in Europa werd dat nieuws op gejuich onthaald. Vuisten gingen in de lucht, er werden barbecues gehouden. Ook hier, vlakbij Vilvoorde. ‘En vanaf nu noemen we onze afspanning ‘IN BUDA’, zei een ondernemer. Opdat niemand zou vergeten dat de moslims teruggedrongen waren.
De afspanning verdween, maar Buda bleef een oord voor ondernemers. Tot laat in de jaren zestig was het een van onze belangrijkste industriezones. Della Bosiers maakte er ooit een mooi lied over: Fleur de Buda.

’t Zijn weiden als wiegende schoorsteenpluimen
Die Buda meer liefheeft dan bomen en groen
De natuur heeft zo van die vreemde luimen
De bomen zien er grijs, en de mensen groen

Della Bosiers

Della Bosiers

Begin jaren zeventig begon de zwanenzang van het Land van Buda. Eerst viel metaalgieterij Fobrux. De ene na de andere illustere naam volgde: Fonderies Peeters, Lambion en Heistercamp, Forges de Clabecq, Delacre… Renault natuurlijk, 3000 ontslagen. Of het gewetenloze bedrijf Biolux. Toen dat in 1993 uitbrandde, lag alle auto-, trein- en vliegverkeer rond Brussel stil. Zo giftig leken de vlammen.
Verhaeghe had gelijk, over die geschiedenis. Dit is een kerkhof van vergeten ondernemers ‘die de lat graag hoog wilden leggen’. Onze eigen Boulevard of Broken Industrial Dreams. De arbeiders waren daarbij hoogstens figuranten, hoewel ze hevig tegen hun lot vochten. Boven het Land van Buda torent nog altijd een vuist uit, alsof het hier Karl-Marx-Stadt is. Het is een kunstwerk van Rik Poot, gemaakt opdat niemand ooit hun strijd en moed zou vergeten.

De trein stopt.
Ik stap uit samen met VRT-radiojournalist en medereiziger Lucas Vanclooster. Ooit heeft hij een paar jaar in het Land van Buda gewoond. ‘Het was er goedkoop huren’, zegt hij. ‘Maar ook claustrofobisch, je zit ingesloten tussen alles. Lees de biografie van Woinke Turck, destijds de oudste vrouw van België. Ze had geleefd op zeven boerderijen. Die waren alle zeven verdwenen: voor de luchthaven, de Woluwelaan, industrie…’
’s Avonds ging Lucas vaak wandelen in het Land van Buda. Zo kwam hij op vreemde plekken. Zoals dit braakliggend terrein, waar straks Uplace komt. Er staan nu alleen twee verlaten huizen. De bewoners zijn nog maar juist gevlucht voor de toekomst, want op de vensterbank ligt een brief uit 2013.
‘Eigenlijk is het tragisch’, zegt Lucas. ‘Heel deze buurt schreeuwt om scholen, bossen, winkels… Om mensen die ondernemen, maar niet om Bart Verhaeghe. Dat is geen ondernemer, hoewel hij zich zo noemt. Die man biedt geen product aan, hij heeft geen werknemers. Dat is een risicobelegger, een speculant die in gronden doet. Hij doet me aan een truffelvarken denken: een dier dat de grond omwoelt, daar uithaalt wat voor hem interessant is, maar zich niets aantrekt van de omgeving. Uplace is truffelvarkenkapitalisme.’
‘Zag je ooit de prachtige serie Terug Naar Oosterdonk ? Pietje de Leugenaar vertelt daarin de fabel van de bever die de tak afknaagt waarop hij zit. Ter verdediging roept hij: “Als ik het niet doe, doet iemand anders het.”‘

We wandelen verder. Vijfhonderd meter voorbij Uplace ligt een verwaarloosde fabriek. Op de muren staat WANSON, een vertrouwd gezicht voor elke treinreiziger van de lijn Mechelen-Halle. Het Land van Buda telt wel meer van dit soort verwaarloosde sites. Maar deze is anders, straalt grandeur uit.
‘Ze maakten hier stoomketels’, vertelt Lucas. ‘In de jaren negentig ben ik hier als verslaggever geweest. Er was toen een staking, maar al na een dag was die afgelopen.
‘Jaren later bladerde ik door een boek over architectuur van de wereldtentoonstellingen. Tot mijn grote verbazing stootte ik op een foto van Wanson. Eigenlijk was het een beeld van het Belgische paviljoen op de Exposition Universelle van Parijs in 1937, misschien wel de mooiste wereldtentoonstelling ooit. Gebouwd aan de voet van de Eiffeltoren, onder supervisie van Henry van de Velde. De Wanson is een kopie van een van de mooiste verwezenlijkingen van onze architectuur.’
Maar niet lang meer. Naast de ingang staan bulldozers van afbraakwerken Van Kempen. Een van de dagen begint de sloop. Hier komt, vlakbij Uplace, een supergevangenis.

Buda 2

We wandelen voor de laatste keer door de oude fabriek. Alle ramen zijn kapot. Overal puin, matrassen en graffiti, maar de grandeur is nog intact. ‘Onvoorstelbaar dat ze dit afbreken’, zegt Lucas. ‘Een ondernemer met een beetje verbeelding zou hier iets fantastisch van kunnen maken. Dit had een mini-Uplace kunnen worden: veel kleinschaliger en in een onwaarschijnlijk decor. Mooi compromis tussen voor- en tegenstanders. Maar niemand kent deze fabriek blijkbaar nog.’
Wanson ging failliet in de jaren negentig, maar het internet herinnert zich niets meer van het bedrijf. Ook in het Land van Buda weet zo goed als niemand meer wat hier gemaakt werd. Behalve Emiel Rampelberg, een zeventiger die de opgang en ondergang van Wanson meegemaakt heeft. Zijn hele beroepsleven heeft hij hier gewerkt: eerst als elektricien, later als werkplaatsleider. Altijd is hij Wanson trouw gebleven.
‘Ik was 18 in 1958’, zegt hij. ‘Er was dat jaar amper werk, want de Expo was klaar. Ik ging me aanbieden bij Wanson, in mijn beste Frans, en mocht beginnen. Mijn eerste werkdag op 19 januari 1959 vergeet ik nooit. Ik stapte een wereld binnen: overal stonden standbeelden en tuinen vol bloemen. Er werkten vijf mensen voltijds om die te onderhouden. Ook binnen was het prachtig. Helemaal bovenaan hing een grote slogan in neonletters: A COEUR VAILLANT RIEN D’IMPOSSIBLE.’ Vrij vertaald: ‘Niets is onmogelijk als je maar wilt.’
Emiel begreep dat het de lijfspreuk van Monsieur Léon Wanson was. Ooit was die begonnen in houten barakken, maar hij had zich opgewerkt tot een van de grootste ondernemers van het naoorlogse België. Hij had de warmtebron gevonden: de mazout van Amerika naar België gehaald. Zelfs koning Boudewijn kwam bij hem over de vloer.
Over al die avonturen schreef hij boeken, om later niet vergeten te worden. In zijn autobiografie Au fil de la plume praat hij ook even over het Land van Buda. Natuurlijk moest dat fabriek prestigieus zijn, vond hij. Hij wou iets groots toevoegen aan de buurt, zodat mensen er graag zouden werken. En een beetje fier zouden zijn op hun Buda.

Monsieur Wanson deed aan volksverheffing, zegt Emiel. ‘Zijn arbeiders mochten bijvoorbeeld geen muts dragen, want daarmee haalden ze zichzelf naar beneden. Elk jaar organiseerde hij een week van de netheid en hij gaf ook een tijdschrift uit over zijn denkbeelden. Zelfs die standbeelden stonden er niet zomaar, ze moesten ons doen nadenken.’
Tegelijkertijd was hij een genereus man. ‘Op de verjaardag van onze vrouwen kregen we een premie. Er was een gratis dokter en tandarts. Elke vrijdag ging hij het bedrijf rond. Er werkte 700 man, maar hij praatte met iedereen. Reikte ook medailles uit waarop zijn lijfspreuk stond: A COEUR VAILLANT RIEN D’IMPOSSIBLE.’
‘Af en toe trok hij zich terug om te mediteren. Hij had een atoomschuilkelder en een klooster. Dat was net achter het bedrijf, er werden Gregoriaanse gezangen gespeeld. Soms kwam hij buiten met speciale ideeën. Zoals die keer dat hij een grote koperen wereldbol van wel drie meter wou laten maken. Dat deden we voor hem. Hij was voor ons veel meer dan een baas.’
In 1983 stierf Monsieur Wanson. Op de begrafenis lazen zijn werknemers een tekst voor: ‘U was een man met een uitzonderlijke begaafdheid. Als baas was u zonder meer groots, een pionier van de sociale betrekkingen in de onderneming. (…) Zij die aan uw zijde gewerkt hebben, keken met veel bewondering naar u op. U had diepmenselijke eigenschappen en zin voor rechtvaardigheid, dat hebben wij zo vaak kunnen vaststellen.’

Een dag na de begrafenis hoorde Emiel dat zijn baas nog een laatste wens had. In zijn testament stond dat het bedrijf nooit mocht verdwijnen, wat er ook zou gebeuren. Altijd moest Wanson blijven bestaan. ‘Daarna hebben zijn dochters het bedrijf verkocht’, zegt Emiel. ‘Er zijn dan een hoop overnemers gekomen, maar die waren alleen in de gronden geïnteresseerd. En in het geld.’
Na jaren wanbeheer gebeurde in 1996 het onvermijdelijke: het ooit zo prestigieuze Wanson ging overkop, Emiel met brugpensioen. ‘We houden nog elk jaar een reünie met de collega’s’, zegt hij. ‘Zij zeggen dan: “De Wanson, ’t is voorbij.” “Nee”, antwoord ik dan. “Voor mij zal Wanson nooit voorbij zijn. In dat bedrijf zit een groot stuk van mezelf.”‘
Dat Wanson straks wordt afgebroken voor een gevangenis, vindt Emiel ‘verschrikkelijk’. Hij is onlangs nog foto’s gaan nemen van wat er overbleef. De standbeelden waren allemaal weg. Behalve een bronzen beeld van een arbeider. Emiel wou het behouden om een klein deel van het testament van Monsieur Wanson uit te voeren. ‘Maar dat bleek onmogelijk. Het was niet te koop.’

Buiten begint het te regenen. Moet aan dat mooie liedje over Buda denken.

Buda 1

De zon staat grijs boven Haren-Buda
De hemel is laag, haast met de grond gelijk
En eens per uur wordt het groen in Buda
Dan trekt een trein voorbij
Dan wordt de stad weer lijk
Maar ergens draaft nog een paard
En in het tuintje van de waard
Spelen er kinderen de zevensprong

Della Bosiers schreef dit eind jaren zestig. ‘De treinen zagen toen groen’, zegt ze. ‘Ik werkte als regieassistente bij de BRT. Op een dag gingen we een documentaire draaien over de Belgische industrie. Zo ben ik voor het eerst in Buda beland, maar ik was er al vaak met de trein voorbijgereden. Ik vond dat een heel vreemd, bijna poëtisch landschap. Tussen de industrie zag je nog de laatste resten van het boerenleven. Die plek had ook een geur. Daarom heb ik dat lied Fleur de Buda genoemd.’
Della zong Fleur de Buda in S.O.S Natuur, een tv-programma uit de tijd dat Groen nog niet bestond. Het werd een klassieker. Hoewel ze nog altijd een fervente treinreiziger is, is ze sindsdien nooit meer uitgestapt in Buda. ‘Ik veronderstel dat intussen zelfs de paarden verkaveld zijn.’

Niet allemaal. Achter de oude fabriek van Wanson ligt nog een groene oase. Sinds augustus kamperen hier een aantal actievoerders. Ze voeren strijd om het laatste groen te redden, tegen de gevangenis ook. Vanuit het raam van de trein zag ik hun protest elke dag groeien. Eerst stond er een grote tent die na een storm plat lag. Maar ze volhardden: later kwamen er twee tenten, drie, vier. Dan hadden ze een kip, twee geiten en nu ook een slogan, A COEUR VAILLANT RIEN D’IMPOSSIBLE.
‘Gevonden in de fabriek’, zegt actievoerder Raf. ‘Dat konden we toch niet laten liggen.’
Raf is een veteraan van vele natuuroorlogen – van het Lappersfortbos tot Picnic The Streets. Maar eigenlijk is hij een kunsthistoricus, hij woont en werkt al twintig jaar in Brussel. In september kwam hij hier voor het eerst. Hij wou maar een paar dagen blijven, maar is er nog altijd. Hij en zijn kompanen kamperen op het ritme van de natuur. En ook wel wat op dat van de consumptiemaatschappij. Ze eten de resten van supermarkten op. De zetels in hun tent vonden ze op straat en de geiten zijn een cadeau. ‘Mensen gooien zoveel weg.’
Zo werd hun actie onbedoeld ook een statement tegen Uplace. ‘Kijk naar wat er in Amerika gebeurt’, zegt Raf. ‘Heel wat shoppingcenters staan daar leeg. Binnen twintig jaar zal dat hier ook zo zijn. Dat worden vervallen ruïnes, net als die fabriek hier.’
‘In het begin waren we verbaasd dat de buurt amper verontwaardigd was over de gevangenisplannen.Er kwam bijna niemand naar de infovergaderingen. Nu begrijpen we ook waarom: er wonen veel migranten die hier alleen slapen. Ze zijn niet in deze streek opgegroeid, hebben die band met dat verleden niet. Tot ze onze geiten zagen. Dat maakte hen nostalgisch, deed hen terugdenken aan hun kinderjaren in Marokko. Zo raakten ze ook in onze strijd geïnteresseerd. Dat is fantastisch.’
En ze zijn niet de enigen, zegt Raf. ‘Steeds meer buren beginnen te sympathiseren met onze actie. Elke dag komen ze langs: soms tien, soms wel honderd.’ Hij weet dat het nog een moeilijke strijd wordt, maar hij wil winnen. A coeur vaillant rien d’impossible.
Op dat moment gaat de telefoon. Raf stapt de tent uit en vloekt. ‘Ze zijn hekken rond de weide aan het zetten.’

Ik wandel verder, tot aan de grens van het Land van Buda. Tot daar waar De Vuist staat, aan de rotonde van de Woluwelaan en de Luchthavenlaan. Rik Poot maakte het standbeeld na het failliet van Renault.
Het moest een aandenken zijn aan die strijd, maar ook een monument voor alle strijden die nog zouden volgen. Maanden had Poot eraan gewerkt. Toen het in 1998 ingehuldigd werd, was dat groot nieuws. Bij de opening waren veel camera’s en volk: politici, arbeiders, Carl Huybrechts.
Vandaag, zoveel jaar later, is Poot dood. Zijn kunstwerk lijkt wat vergeten. De overheid twijfelt zelfs of het mag blijven staan. De Vuist zou de economie stremmen: elke dag staan er aan de rotonde files. En dat zal niet verbeteren, als de gevangenis en Uplace er zijn.
Er bestaan plannen om De Vuist te ondertunnelen, maar dat kost veel geld. Het alternatief is dat ze verplaatst wordt, maar dat zien
de oude Renault-werknemers niet zitten. Alleen hier, zeggen zij, heeft De Vuist betekenis: aan de rand van het Land van Buda, waar al zoveel dromen kapotgeslagen zijn.
‘Maar eens per uur wordt het groen in Buda ‘, zong Bosiers. Het is halfacht, de avond valt. De laatste trein kan niet meer lang op zich laten wachten. Maar zelfs die zal grijs zijn.

Buda 4Dit stuk verscheen eerst in KNACK van 4 maart

maart 6, 2015 at 1:09 pm 2 reacties

MOSKOU’S GEHEIME WAPEN

Russian President Vladimir Putin enters ...Russian President Vla

Opnieuw is een internationale commissie met een rapport over het vraagstuk van de veranderingen in het klimaat en de opwarming van de aarde gekomen. Deze keer het Intergovernmental Panel on Climate Change van de Verenigde Naties. De conclusies zijn onveranderd alarmerend.

door H.J.A. Hofland

Door de tientallen jaren van laksheid van onze politieke leiders is voor de mensheid een kritieke fase aangebroken. De uitstoot van schadelijke gassen voltrekt zich in een hoger tempo dan ooit. Het blijft technisch mogelijk de schade tot een aanvaardbaar niveau te beperken, maar dat kan alleen als we met de uiterste inspanning de komende vijftien jaar de uitstoot onder internationale controle brengen.
In zekere zin is het oud nieuws. Na de verloren Jom Kipoer-oorlog tegen Israël besloten de Arabische olieproducerende staten in 1973 tot een boycot van het Westen. Een jaar tevoren was het rapport van de Club van Rome, Grenzen aan de groei, verschenen. De strekking blijft actueel. In het kort: als de industriële wereld zich in hetzelfde tempo blijft ontwikkelen en daarbij de rest van de internationale gemeenschap tot voorbeeld dient, gaat de beschaving ten onder.
De oliecrisis leidde toen tot een schaarste aan brandstof, een maximumsnelheid en de autoloze zondag. Premier Den Uyl zei: ‘Het wordt nooit meer zoals het geweest is.’ Socialistenhaters, die je toen ook had, plakten een stickertje op hun auto. ‘Ik rij honderd als Den Uyl opdondert.’
De herinneringen aan die tijd zijn vervaagd, hebben geen politieke invloed meer. Maar de boodschap van de Club van Rome is niet volstrekt vergeten. De westelijke wereld is op een aantal manieren zuiniger met energie geworden. Beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen, isolering van huizen, de vorderende techniek en verbreiding van wind- en zonne-energie, elektrische auto’s, om maar een paar besparingen te noemen. Maar telkens weer blijkt dat dit alles lang niet voldoende is. In Chinese steden wordt de bevolking regelmatig door smog bedreigd en in Parijs was het onlangs ook zo ver. De oceanen vervuilen, vissoorten sterven uit, oerwouden worden gekapt. Sinds het rapport van de Club van Rome is de internationale gemeenschap wel dieper van de gevaren bewust geraakt en worden er regelmatig correcties ten uitvoer gebracht. Maar volgens ecologische deskundigen zijn het druppels op een gloeiende plaat en komt de wereld¬catastrofe steeds dichterbij.
Er zijn twee oorzaken. Ten eerste hebben de klimaatbeschermers hun fanatieke tegenstanders, van wie veel in de conservatieve tot ultrarechtse hoek. Daar vinden ze dat die activisten tot de geitenwollensokkendragers horen. Opwarming van de aarde is een soort bijgeloof. Dan komen ze met argumenten ontleend aan de geschiedenis. Vroeger heeft de aarde ook perioden van uitzonderlijke warmte gekend. En er zijn meer diersoorten uitgestorven terwijl over het klimaat niets uitzonderlijks te melden viel. Het kan zijn dat er iets aan het klimaat mankeert, maar dat wordt door links uit eigenbelang gepolitiseerd.
De tweede oorzaak is het consumentisme, het mengsel van een ongeschreven ideologie en een levenshouding waardoor de oude ideologieën langzaam zijn verdrongen. Het consumentisme leert dat iedereen in beginsel recht heeft op alles. En dat zal iedereen weten. In alle media en vooral op de televisie wordt ons de boodschap van het consumentisme van uur tot uur het hele jaar door aan het verstand gebracht. De propaganda van de nazi’s en het communisme vallen erbij in het niet. Koop! Koop alles wat je hart begeert. Kleding, reizen, gezondheid, auto’s, er is praktisch niets begerenswaardigs dat niet te koop is.
Er is een tijd geweest, eind vorige eeuw, waarin de ‘nieuwe economie’ de ‘eeuwige groei’ beloofde, een toekomst waarin alle wensen in vervulling zouden gaan. Daarna is onze grote crisis begonnen en die is nog niet afgelopen. De propaganda van het consumentisme is onverminderd doorgegaan; de vervulling is zwaar aangetast. Dat is de voornaamste oorzaak van de rancune die nu zo’n grote rol in de politiek speelt. Afgezien daarvan: consumentisme en zorg voor het milieu, zeker op termijn, berusten op tegengestelde filosofieën.
Natuurlijk wordt ook de milieudefensie door de actuele politiek beïnvloed. Thomas Friedman, columnist van The New York Times, ziet een lichtpuntje in de crisis om Oekraïne. Er is een risico dat Poetin de uitvoer van het Russische gas zal verbieden. Daardoor zal ook een groot deel van West-Europa worden getroffen. Een nieuwe energiecrisis, vergelijkbaar met die van 1973. ‘Go ahead, Vladimir, make my day’, schrijft Friedman. In de Volkskrant vertaald als ‘Nou, Vladimir, kom maar op.’ Die nieuwe schaarste zou een heel andere samenleving treffen dan die van veertig jaar geleden. De economische crisis en het consumentisme hebben ons zwakker gemaakt en de oude politieke samenhang is verdwenen. Vladimir, neem de proef op de som.

putin1http://www.groene.nl/artikel/moskou-s-geheime-wapen

april 22, 2014 at 2:36 pm 3 reacties

CARAÏBEN: PARADISE LOST

 Door Johan Depoortere

There are islands in the Caribbean just waiting for development – a beach, an hotel, an airstrip. You’d end a millionaire, old man!”

Graham Greene, The Comedians

Een bezoek aan Ile à Vache vóór de kust van Haiti is een reis in de tijd. Was het niet van de alomtegenwoordige mobieltjes en de zonnepalen je zou je in de jaren vijftig of nog veel vroeger wanen: geen elektriciteit, geen stromend water, geen auto’s, geen verharde wegen. Dit is één van de weinige plekken ter wereld waar vissersboten voortbewogen worden door alleen maar de wind en de zeilen. “Bâtiments” zo heten de gammele vaartuigen waarmee de vissers zich op zee begeven, balancerend op de rand om de boot met oversized zeil in evenwicht te houden.
Een Amerikaans-Canadees project voorziet de vissers van Ile à Vache van afgedankte zeilen van plezierjachten

De bâtiments worden ook gebruikt voor het vervoer van goederen en personen. “Bois Fouillés,” boomstamkano’s zoals die wellicht duizenden jaar geleden al werden gemaakt, dienen voor kortere afstanden en kleinere vrachten. Kinderen niet ouder dan een jaar of zeven varen ermee rond en proberen kleine klusjes te versieren of iets te verkopen aan de talrijke jachten die het eiland aandoen.

De markt in Madame Bernard
Let op het oortje!
Niet dat Ile à Vache geheel door de moderne tijd onaangeroerd zou zijn gebleven: er zijn twee internetcafés in het dorp Caille Coq (Kay Kok in het Creools) en in Madame Bernard, een paar uur stappen verderop is de markt bezaaid met parasols van Digicel, een telecomoperator met vestigingen in heel het Caraïbisch gebied. Willem, een slimme twintiger uit Caille Coq, verhuurt voor exorbitante prijzen USB-sticks met simkaart waarmee yachties en andere bezoekers tergend traag internet kunnen binnenhalen. Abjecte armoede is er op het eiland niet meteen zichtbaar en er wordt geen honger geleden. De zee is rijk aan vis en kreeften en wie het even kan heeft wel een varkentje en een paar kippen op het erf. Dat is heel wat anders dan de schrijnende ellende die ik bijna dertig jaar geleden in Port au Prince tegenkwam. Kinderen die op je toe kwamen gelopen: “Blanc, blanc, j’ai faim.” Na de aardbeving van 2010 is de toestand er daar en op veel andere plekken in Haïti beslist niet op verbeterd.
Baie de Feret

Maar voor Ile à Vache zitten andere tijden eraan te komen. De Baie de Feret, de mooiste van het eiland is een natte droom van de projectontwikkelaar: brede stranden, een rustige diepe baai beschermd tegen de golven van de Caraïbische Zee: de ideale plek voor een jachthaven met hotel en resorts. Het kon dan ook niet uitblijven en de plannen voor toeristische ontwikkeling van Ile à Vache liggen op de tekentafels: er komen een internationale luchthaven, 15 km verharde wegen, verschillende hotels en resorts, 2500 villa’s en een marina. Kortom, een miljardenproject waarvoor het armlastige Haïti een beroep moet doen op buitenlandse investeerders. Klein probleem: er wonen 7000 mensen op het eiland en hun huizen staan in de weg. Caille Coq,  het dorp aan de Baie de Feret past niet in de plannen. De huizen staan tot tegen het strand en zullen moeten verdwijnen.

Hotel Port Morgan op Ile à Vache
Er is al een hotel aan de baai: Hotel Port Morgan, gerund door Didier, een Fransman van middelbare leeftijd. Voor Didier komt er wellicht concurrentie bij, maar erg veel zorgen schijnt hij zich daarover niet te maken: “Er zijn zoveel projecten in Haïti,” zegt hij met een schouderophalen. Didier heeft te horen gekregen dat hij 60 kamers bij moet bouwen om zijn vergunning te houden. Maar je ziet het vóór je ogen gebeuren: Hij geeft er de brui aan en verkoopt zijn mooi gelegen hotel aan de projectontwikkelaars, iedereen happy.
Kay Kok
Behalve dan de vissers, de boeren en de haveloze bevolking van Caille Coq en de dorpen in de omgeving. Sommigen van hen zien de ontwikkelingen met hoop tegemoet. Enkelen zullen ongetwijfeld werk vinden als kok, schoonmaker, chauffeur, gids. Maar voor de meesten betekent de komst van een hotel en marina het verdwijnen van hun eeuwenoude levenswijze en een onzekere toekomst. Wellicht moeten ze verhuizen naar hogerop.

Een presidentieel besluit van mei 2012 verklaart het eiland tot “toeristische ontwikkelingszone” en bepaalt meteen dat alle gronden en eigendommen die de laatste vijf jaar het voorwerp zijn geweest van transacties of huur tussen particulieren worden onteigend. De staat eigent zich gewoon het eigendom van particulieren toe. Dat betekent voor de meeste inwoners van Caille Coq en Madame Bernard simpelweg dat ze van hun land en uit hun huis worden verdreven ten voordele van buitenlandse projectontwikkelaars en de clan rond president Martelly. Veel mensen hebben niet eens eigendomstitels voor het stukje grond waar ze in eenvoudige hutten soms generaties lang op wonen.

“Sweet Micky” in een vorig leven carnavalzanger, nu president van Haïti

De vissers van Ile à Vache verliezen hun toegang tot de stranden waar de bootjes nu aan land komen en droog vallen. In december en januari is betoogd tegen het project. Op weg naar de markt van het dorp Madame Bernard moeten we over barricades klimmen die de betogers hebben opgeworpen en er komen meer manifestaties zeggen de dorpsbewoners. Eén van hen verklaarde aan een reporter van Tout Haiti, een webpublicatie: “Als ze onze grond willen afpakken zullen ze ons eerst moeten doden.” Ook vandaag is de spanning in het dorp voelbaar: de “magistrat” (burgemeester) heeft verdere manifestaties verboden en een zestigtal militairen zijn sinds kort op het eiland gelegerd “Is er een probleem?” vragen we één van hen. “Non non, pas de pwoblem!”

Bewoners van Ile à Vache betogen tegen het megaproject voor toeristische ontwikkeling

Maar een probleem is er wel degelijk. De promotie van Ile à Vache en de beloften van “vooruitgang” hebben een bittere bijklank voor de inwoners van HaÍti, één van de armste landen ter wereld. Een “toeristische ontwikkelingszone” bestaat al in Labadie, in het Noorden van het eiland. Het is een gebied uitsluitend voor buitenlanders, de Haïtianen zelf hebben er geen toegang, ook als ze zich een verblijf in het luxeresort zouden kunnen veroorloven. Een stukje apartheid in het land dat zich de eerste zwarte republiek ter wereld mag noemen! (Zie: Labadie, un contraste choquant)  Zopas heeft het Haïtiaanse ministerie voor Toerisme een video verspreid om Ile à Vache te promoten als vakantiebestemming: het wordt – zo vrezen velen – een tweede Labadie. (http://www.caribjournal.com/2014/02/20/haiti-markets-ile-a-vache-in-new-video/)

Clinton met Sweet Micky, alias president Martelly

Het is duidelijk: Ile à Vache zoals we het gezien hebben is een wereld die gedoemd is om te verdwijnen. De investeerders achter het project zijn niet van de minsten. Eén van hen is volgens de dorpsbewoners Frank Virgintino, een beroepszeiler en eigenaar van de marina Boca Chica in het nabijgelegen Santo Domingo. Virgintino is een begrip in de wereld van de yachties. Hij publiceert de Free Cruising Guides voor zeilers met als specialiteit het Caraïbisch gebied van de ABC-eilanden over Jamaica tot Haïti en Cuba. Hij is ook eigenaar van 20 jachthavens in de VS. Ook de Spaanse crooner Julio Iglesias zou volgens niet te controleren geruchten tot de investeerders behoren evenals – hoe onwaarschijnlijk ook – de familie van de overleden Venezolaanse Caudillo Hugo Chavez.

Wie ze ook zijn, feit is dat de investeerders de volle steun hebben van de Haïtiaanse president Michel Martelly, ook bekend als de zanger Sweet Micky en vriend en collega van Iglesias. (Beiden traden twee jaar geleden in de Dominicaanse Republiek nog samen op in een benefitconcert voor Haïti.) Martelly werd onlangs ontvangen op het Witte Huis en hij is goed bevriend met Bill Clinton die net als hijzelf af en toe zijn vakantiedagen op het eiland doorbrengt. Samen hebben ze een “investment board” opgericht om investeerders te adviseren. Clinton is na de aardbeving van 2010 door de VN aangesteld als speciale gezant voor Haïti. Feit is ook dat de “vooruitgang” op Ile à Vache ten goede zal komen aan de clan rond president Martelly en zijn premier Laurent Lamothe maar vooral aan de kapitaalkrachtige investeerders uit de Dominicaanse Republiek, de VS en Canada en niet aan de bewoners die in het beste geval eenvoudige klussen zullen mogen opknappen voor de gasten van de luxeverblijven. Martelly woonde tot 2007 in Florida waar hij eveneens betrokken was in dubieuze vastgoedtransacties – met faillissement als resultaat. Zie: http://www.mcclatchydc.com/2011/03/07/109908/haiti-presidential-candidate-martelly.html

Wat zich in Haïti afspeelt is niet uniek. De Caraïben zijn in sneltreinvaart aan het veranderen. Niets is zo confronterend als de lectuur van reis- en zeilgidsen van een paar decennia geleden. De plaatsen die erin beschreven worden zijn intussen onherkenbaar veranderd. De gidsen van Don Street, een andere zeilautoriteit voor de Caraïben, zijn sinds een paar decennia niet meer bijgewerkt. Rotsen en kustlijnen zijn onveranderd gebleven, maar ankerplaatsen zijn verdwenen en vervangen door jachthavens. Op andere plekken is het verboden te ankeren en moeten de ankerboeien van de plaatselijke overheid of van privémarina’s worden gebruikt.

Ongerepte plekjes en stille baaien worden zeldzaam. De Horseshoe Reef (Saint Vincent and The Grenadines) is één van de mooiste plekken in de Caraïben met azuurblauw tot turkoois water en zeeschildpadden overal. Maar de Horsehoe Reef is het slachtoffer van zijn populariteit. Je ankert er tussen een paar dozijn andere – meestal Amerikaanse – boten en als je op zoek gaat naar de schildpadden kom je in een soort publiek zwembad terecht. Los Roques, een eilandengroep vóór de kust van Venezuela is net als Ile à Vache één van de weinige nog ongerepte gebieden in het Caraïbisch bassin. Dank zij de kwalijke veiligheidsreputatie van Venezuela, waar overvallen op boten – soms met dodelijke afloop – schering en inslag zijn, blijven de Roques ver van de platgetreden paden. Vooral Amerikaanse schippers varen in een wijde boog om Venezuela en de eilanden heen. Maar vroeg of laat is ook dat gedoemd om te veranderen.

De Britse zeiler Roger Pratt, in januari vermoord in St Lucia

Criminaliteit is voor velen een andere reden om uit de Caraïben weg te blijven. Het fenomeen lijkt zich in golven te verplaatsen. Een tiental jaren geleden was Colombia te mijden, nu wordt het geroemd om zijn effectieve strijd tegen de misdaad waardoor het land weer bovenaan de lijst van de bestemmingen staat. Venezuela is andere koek. In september is een Nederlander bij een roofoverval gedood op het eiland Isla Margarita en onlangs werden twee oudere mannen op volle zee op weg van Trinidad naar Venezuela gewelddadig overvallen en ernstig gewond. Op Saint Lucia waren  sommige ankerplaatsen tien jaar geleden nog absoluut te mijden, nu heten ze perfect veilig te zijn maar een maand geleden werd een Britse zeiler vóór de ogen van zijn vrouw omgebracht in Vieux Fort in het Zuiden van Saint Lucia.

Een andere ontwikkeling is de neiging van de kleine en meestal doodarme eilanden om yachties als melkkoeien te behandelen. Jamaica overweegt de invoering van een cruising permit. Dat die nog niet van kracht is heeft naar verluidt enkel te maken met onenigheid tussen de autoriteiten over het tarief: 100 of 150 dollar. Op de Bahamas betaal je 300 dollar of je één uur blijft of drie maanden en aanleggen in de Turcs and Caicos kost je minimaal 100 dollar, ook al wil je alleen maar tanken. Waar je vroeger vrij kon ankeren moet je nu vaak betalen. Je kunt het de eilandbesturen niet kwalijk nemen; toerisme is nu eenmaal meestal hun enige bron van inkomsten, maar het maakt het vrije zeilersbestaan weer iets minder vrij. En als je wist dat die inkomsten ook de bevolking ten goede zou komen, komaan dan. Helaas is dat gezien de wijdverspreide corruptie hoogst onzeker. 

Dat alles gezegd zijnde: de Caraïben blijven een fantastisch gebied, één van de mooiste plekken ter wereld, met een gastvrije en levenslustige bevolking, betoverende natuur, prachtige stranden en een heerlijk klimaat. Er blijven hopelijk in de toekomst nog genoeg plekken waar de internationale toeristische industrie met haar fikken afblijft. En voor de bewoners kun je alleen maar hopen dat kleinschalige projecten met respect voor hun levenswijze en voor het milieu een betere toekomst kunnen brengen.

april 4, 2014 at 2:53 am Plaats een reactie

CASSANDRA’S REPLIEK

whatever happens

PANGLOSS IN ‘KNACK’: GELOOF NIET WAT JE ZIET!

door Tom Ronse

Vergeef me als ik een open deur intrap maar het gaat niet goed met deze wereld. Een structurele crisis teistert de globale economie en ze wordt slechts in toom gehouden door aan een nooit gezien tempo nieuw geld en nieuwe schulden te maken. Een kind kan begrijpen dat dit niet kan blijven duren zonder een ineenstorting te veroorzaken. Nog erger is het gevaar dat onze biotoop bedreigt. We weten dat we onze CO2-uitstoot moeten verminderen om een globale catastrofe te voorkomen.  Maar zoals een junkie die niet kan stoppen al beseft hij dat hij eraan krepeert, kunnen we niet ophouden om elk jaar meer CO2 de lucht in te spuiten.

En dit zijn maar enkele van onze zorgen. Als u een van de velen bent die pillen slikt om er ‘snachts niet van wakker te liggen; als u last heeft van stress, depressie of angst: u lijdt niet aan een ingebeelde ziekte. We are in deep shit. De eerste voorwaarde om tot een oplossing te komen, is het probleem erkennen.

Maar precies in zo’n hachelijke tijd onstaat er een behoefte aan mooipraters die de mensen op het hart drukken dat schijn bedriegt, dat het eigenlijk allemaal heel goed gaat. Het archetype van dit soort pluimstrijkers is Pangloss uit Voltaire’s “Candide” (1759!). Welke rampen er ook gebeurden, Pangloss bleef beweren dat “tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes“.

Zo’n Pangloss is de jonge Nederlandse historicus Rutger Bregman, auteur van “De geschiedenis van de vooruitgang”. Hij pende het cover-artikel van Knack vorige week, getiteld: “Het gaat steeds beter met België en de wereld – De stille triomfen van de vooruitgang”. Daarin schrijft Bregman: “Ik denk dat de cijfers, grafieken en tabellen in een duidelijke richting wijzen. Dat onze ‘crisis’ weinig meer is dan een zuchtje in de wervelwind van vooruitgang. En dat we nu al rijker, gezonder, slimmer en vredelievender zijn dan ooit”. En in zijn editoriaal beaamt Hubert Van Humbeeck: “en dat is helemaal waar”. Oef, wat een opluchting. De keizer heeft wel degelijk mooie kleren aan, alleen de dommen onder ons kunnen die niet zien.

De titel eronder is al even geloofwaardig.

De titel eronder is al even geloofwaardig.

Zijn er verzachtende omstandigheden voor dit soort onzin? Men zou kunnen aanvoeren dat  Rutger Bregmans Pangloss een welkom tegengewicht is voor Cassandra’s zoals Tom Ronse (niet dat die in de mainstream pers aan het woord komen).  Maar vergeet niet dat Cassandra gelijk had.  Door haar waarschuwingen in de wind te slaan, graafden de Trojanen hun eigen graf. Pangloss daarentegen weefde een sprookje om zijn publiek gerust te stellen. “Alles gaat de goede kant uit”, zo zou hij de Trojanen hebben gesust, “de grafieken tonen dat het oorlogsgeweld scherp is gedaald”. Voor zo’n wijsheden werd Pangloss goed betaald. Panglosserij is nog steeds een veelbelovend carrièrepad voor jonge academici met ambitie.

Vaarwel honger?

Bregman heeft de kleren van de keizer kunstig gewoven, met veel cijfers, grafieken en tabellen. Maar bij nader toezien blijken die vaak doorzichtig misleidend.

Zo steunt hij zijn bewering dat de extreme armoede spectaculair is gedaald, van meer dan de helft van de wereldbevolking in 1981 naar één vijfde vandaag, op cijfers van de Wereldbank. Deze door Washington gedomineerde instelling heeft zich gedurende heel die periode uit de naad gewerkt om haar neoliberale recepten overal op te dringen en heeft er dus belang bij om gunstige resultaten voor te leggen. De Wereldbank definieert ‘extreme armoede’ als een inkomen van 1,25 dollar of minder per dag. Dat is een volkomen arbitraire definitie die nergens op steunt. Niemand anders meet armoede aldus. Ze is bovendien absurd: ook met een inkomen dat 2, 3 of zelfs 4 keer zo hoog is, leef je vrijwel overal op deze planeet in extreme armoede. Je hebt niet genoeg om in je primaire noden (eten, onderdak, kleren, gezondheidszorg, scholing) te voorzien.

De grafiek van de Wereldbank geeft wel degelijk een trend aan maar niet een van groeiende welvaart. Ze beschrijft een periode van intense globalisering, waarin de geldeconomie overal binnendrong. Door politieke hervormingen, in naam van de zaligheid van de vrije markt en onder druk van instellingen als de Wereldbank, door de concurrentie van goedkope buitenlandse producten, door de kapitalisering van de landbouw, werd het leven van vele miljoenen kleine boeren ontwricht. Velen onder her vluchtten naar de steden. Slums –sloppenwijken- zijn nu veruit de snelst groeiende vorm van menselijke habitatie. Ook in sloppensteden heb je voor alles geld nodig. Met 1,25 dollar par dag kun je er niet overleven. De meeste slumbewoners slagen er in om op een of andere manier meer te verdienen dan dat. Aangezien geld in hun vroeger leven op het platteland slechts een marginale rol speelde -velen overleefden grotendeels van wat ze kweekten en onder elkaar ruilden- is hun monetair inkomen fors gestegen. Hun levensomstandigheden zijn ellendiger dan ooit maar volgens het criterium van de Wereldbank zijn ze veel ‘rijker’ geworden. Zo zetten de Wereldbank en haar sycophanten zoals Bregman, de werkelijkheid op z’n kop.

Bregman in de Vara-show Pauuw e Wiiteman. Pangloss heeft geen moeite om zijn blijde boodschap in de mainstream media te verkondigen.

Bregman in de Vara-show Pauw en Witteman. Pangloss heeft geen moeite om zijn blijde boodschap in de mainstream media te verkondigen.

Een goed voorbeeld is India waar de armoede volgens de Wereldbank meer dan gehalveerd is. Dit dank zij landbouwhervormingen die geeist werden door de Wereldbank en het IMF in ruil voor leningen. Die hebben de productiviteit fors verhoogd maar brachten ook mee dat miljoenen kleine boeren steeds meer gebukt gaan onder schulden. Velen verloren hun grond, vluchtten naar de slums of pleegden zelfmoord. Tussen 1995 en 2011 hebben meer dan 270 000 Indische boeren zich het leven benomen. Misschien dacht Bregman  aan hen toen hij schreef: “Er zijn altijd slachtoffers, zij die de trein van de vooruitgang niet bij kunnen houden, of eraf vallen”.

Debt

Vredelievender?

Dat de wereld steeds vredelievender is geworden, bewijst Bregman met een grafiek die toont dat het aantal oorlogsslachtoffers sinds 1946 fors is gedaald. Alsof we een grafiek nodig hebben om te weten dat er in een periode met twee wereldoorlogen meer mensen sneuvelden dan daarna. De grafiek leert ons niets; ze stelt enkel een vraag: waarom was er, tot hier toe althans, geen derde wereldoorlog? Bregmans antwoord, omdat ‘we’ vredelievender zijn geworden, is wat te gemakkelijk. De ervaring van de wereldoorlogen heeft wel diepe sporen nagelaten die een afkeer van oorlog helpen verklaren maar er is meer. We zijn een paar keer dicht bij een derde wereldoorlog gekomen (denk aan de Cuba-crisis) maar wat beide kampen in laatste instantie tegenhield was het risico van zelfvernietiging. Dit is een nieuw gegeven: Nooit tevoren kon oorlog leiden tot “Mutual Assured Destruction”, en zelfs tot de complete vernietiging van de menselijke beschaving. Zijn we daardoor veiliger geworden? Op een perverse manier wel, tijdens de koude oorlog. Maar dank zij de door Bregman aanbeden vooruitgang is de proliferatie van nucleaire en ander massamoord-wapens sindsdien flink gestegen. De daling van het aantal oorlogsslachtoffers sedert 1946 is geen bewijs dat het in de toekomst niet zal stijgen.

Gezonder?

Niet alleen door oorlog kan de mensheid vandaag zichzelf vernietigen. Ze kan de klus ook klaren door gewoon te blijven produceren en consumeren zoals ze nu doet. Ook dat is een historische primeur waar Bregman geen oog voor heeft. Volgens hem gaat het de goede kant op met het milieu want kijk, de prijs van de zonnepanelen is fors gedaald! Hij zegt er niet bij dat zonne-energie nog altijd minder dan 0,5 % van de totale energie-productie omvat en dat de productie van fossiele brandstoffen nog meer stijgt. De snelste stijger is steenkoolproductie, de grootste vervuiler van allemaal. Zoals een junkie zijn eigen lichaam afspeurt op zoek naar aders die nog bruikbaar zijn, zo  zoekt onze aan fossiele brandstof verslaafde beschaving naar de laatste aders met nieuwe, door de geprezen vooruitgang gecreeerde technieken (‘fracking’, diepzee-boren, teerzand-olie, schalie-olie, enz) die  nieuwe ecologische rampen meebrengen.

Dat we steeds gezonder worden bewijzen cijfers over de uitroeiing van ziekten als de pokken, langere levensduur en het groeiend aantal vaccinaties. Het is waar dat er op sommige terreinen vooruitgang is, dank zij de vooruitgang van de medische kennis. Maar op andere vlakken gaat de gezondheid achteruit.  Per dag sterven 25 000 mensen door honger (volgens de Wereld Voedsel Organisatie, een VN-tak) maar nog meer mensen sterven aan de gevolgen van overgewicht. Je gelooft het niet maar Bregman ziet er een bewijs van vooruitgang in. Wat hij niet begrijpt is dat je tegelijk te dik en ondervoed kunt zijn.  Dat is het dieet van miljarden armen: te veel calorieën, te weinig vitaminen en andere noodzakelijke  voedingsstoffen. Zo wordt een epidemie van diabetes een bewijs dat het goed gaat.  Bregman negeert ook onze mentale gezondheid. De pijn, de angst, de wanhoop die ons elk jaar meer pillen doen slikken…is dat “de stille triomf van de vooruitgang”?

the value-world

De “juiste context”

Bregman voelt zich genoodzaakt om te erkennen: “We leven nog altijd in een wereld van afschuwelijk geweld, mensonterende armoede, verschrikkelijke natuurrampen, oplopende werkloosheid, onversneden egoisme, hemeltergende hypocrisie en immens machtsmisbruik”. Maar “wie die doffe ellende (…) in de juiste context weet te plaatsen, kan maar een conclusie trekken. De wereld wordt een steeds betere plek”.

De “juiste context”. Die is inderdaad cruciaal. Iedereen kan her en der wat cijfers en grafieken bijeensprokkelen om z’n standpunt te onderstutten. Maar het is de contextualisering die de cijfers betekenis geeft. De analyse maakt het mogelijk om ze te interpreteren. Maar er is geen analyse in Bregmans artikel, er is alleen een quasi-religieus geloof in de vooruitgang.

De cijfers in hun ‘juiste context’ plaatsen betekent niet een blind vertrouwen koesteren in de wonderen van wetenschap en techniek. Het betekent oog hebben voor de maatschappelijke verhoudingen waarin wetenschap en techniek zich ontwikkelen. Daar lijkt Bregman niet toe in staat.

Zo meldt hij met enthousiasme dat “wetenschappers van de universiteit van Oxford berekenden dat maar liefst 47 procent van alle Amerikaanse banen een groot risico loopt te worden ingepikt door robots –binnen twintig jaar.” Goed nieuws, volgens Bregman. The Economist besteedt aandacht aan dezelfde studie (die het over automatisering heeft, niet enkel over robots) en vreest grote sociale ontwrichting. Nu al is de werkloosheid alarmerend hoog, noteert het blad , “and not just for cyclical reasons”. De werkloosheidscijfers onderschatten vaak de trend. Zo bedraagt het werkloosheidspercentage in de VS slechts 6,7 % maar volgens The Economist heeft er nog maar 59 % van de working-age bevolking een baan. Volgens de Internationale Arbeid Organisatie (een tak van de VN) zijn er wereldwijd al meer dan 1,5 miljard werklozen. Ook in Vlaanderen stijgt de werkloosheid elk jaar (met 9,4% in 2012 en 9,3% in 2013).  Op het vlak van tewerkstelling is er een groot verschil tussen de informatie-technologie en vroegere golven van technologische vernieuwing. De auto bijvoorbeeld, vernietigde veel banen maar creeerde er nog veel meer. Maar de IT schept veel minder banen dan er door de automatisering overbodig worden. Vier reuzen uit de sector,  Google, Apple, Amazon en Facebook die samen een beurswaarde hebben van meer dan duizend miljard dollar, hebben samen wereldwijd slechts 150 000 personeelsleden.

Als men abstractie maakt van de maatschappelijke verhoudingen dan heeft Bregman gelijk, dan is het overbodig worden van 47 % van de banen een prachtig vooruitzicht. Het wordt dan immers mogelijk om het werk zo te herverdelen dat iedereen veel meer vrije tijd heeft. Maar dat veronderstelt een maatschappij waarin de bevrediging van menselijke noden het doel is. In onze maatschappij is dat niet het doel maar een middel om winst te maken, om kapitaal te doen groeien.  Daarom is de ontwikkeling die de Oxford-studie beschrijft niet bevrijdend maar angstaanjagend. Ze impliceert niet minder werk voor iedereen maar een massale verbanning uit het productieproces terwijl diegenen die het geluk hebben van nog een baan te hebben nog harder moeten werken.

Die groeiende massa van overbodigen verarmen, zij het niet volgens de criteria van de Wereldbank. Intussen gaat een steeds groter stuk van de globale koek naar de rijksten. Uit een rapport dat Oxfam ter gelegenheid van de conferentie in Davos publiceerde, blijkt dat de kloof zo groot is geworden dat de rijkste 85 aardbewoners nu evenveel bezitten als de armste helft van de wereldbevolking, 3,5 miljard mensen. En de kloof blijft groeien. Sommige van die superrijken zoals Bill Gates halen het nieuws met hun filantropische activiteiten die mooie cijfers opleveren in Wereldbank-rapporten zoals een daling van de malaria. Intussen hoeven ze geen vinger uit te steken om hun kapitaal te doen groeien; al slapende worden ze nog rijker.

what to do

Voor Bregman zijn dat problemen waarvoor de wetenschap wel mettertijd de juiste oplossing zal aandragen. “De grootste triomf van  deze eeuw” zal volgens hem “het uitroeien van de extreme armoede” zijn. Althans volgens de criteria van de Wereldbank wat betekent dat iedereen minstens 1,25 dollar per dag zal hebben. De trend wijst uit, volgens Bregman “dat we deze ellende nog voor 2040 kunnen uitroeien”.  De reden dat we tot dan moeten wachten is vermoedelijk dat er nog meer vooruitgang van wetenschap en technologie nodig is om dat mogelijk te maken.

Gelooft Bregman werkelijk dat er extreme armoede bestaat omdat de know-how en middelen om ze uit te roeien vandaag nog niet aanwezig zijn?  Elke 5 seconden sterft ergens een kind aan ondervoeding terwijl het minder dan een dollar per dag zou kosten om het te voeden (volgens cijfers van het World Food Program). De reden dat het niet gevoed wordt is de maatschappelijke context: het is niet winstgevend. De vooruitgang van de wetenschap leidt er toe dat voedsel steeds goedkoper wordt en dat hielp om de verarming in te dijken. Maar naarmate het aantal “nuttelozen” groeit, groeit ook de neiging om zich van die zorg te ontdoen want de druk van de sociale lasten ondermijnt de competiviteit. De social spanning neemt toe. Wat een geluk om op zo’n moment een Pangloss te hebben die ons sust dat we in de beste van alle mogelijke werelden leven.

De verkeerde vraag

Natuurlijk zijn niet alle cijfers die Bregman citeert misleidend. Er is wel degelijk vooruitgang op sommige terreinen, wetenschap en technieken hebben wel degelijk gunstige effecten, ook al zijn ze gekneld in en gekneed door hun functionaliteit aan het winststreven. Maar eigenlijk stelt Bregman de verkeerde vraag. De relevante vraag is niet of we het beter hebben dan onze voorouders. Hoe je die vraag beantwoordt, hangt af van de criteria die je gebruikt maar het antwoord leert ons niets. Onze voorouders hadden veel beperktere middelen dan wij, wij confronteren grotere uitdagingen, gevaren en mogelijkheden. In plaats van onze situatie met die van onze voorouders te vergelijken, moeten we wat is vergelijken met wat kan zijn: de tegenstelling wordt steeds absurder. We moeten “de juiste context” aanpakken en iets nieuw uitvinden. “To invent”, zei Einstein, “is to think outside the box”. Die box is de maatschappelijke context, waarvan Panglossen als Bregman onze blikken afwenden.

 

 

http://www.knack.be/nieuws/wereld/de-geschiedenis-herhaalt-zich-niet-de-geschiedenis-rijmt/article-opinion-123998.html

Meer over de cijfers van de Wereldbank in dit essay van de Canadese economist Michel Chossudovsky Global Falsehoods: How the World Bank and the UNDP Distort the Figures on Global Poverty

Meer over de situatie van de Indische boeren HIER.

Over de groei van de sloppenwijken: Mike Davis, “Planet of Slums”

Het commentaar van The Economist over het Oxford-rapport leest u HIER.

Meer over het Oxfam-rapport HIER.

januari 26, 2014 at 10:09 am Plaats een reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.329 andere volgers