Posts filed under ‘Milieu’

Requiem voor homo sapiens

Door Gie van den Berghe

De openingszin van De onbewoonbare aarde liegt er niet om: ‘Het is erger dan je denkt, veel erger’. Ook de titels van de hoofdstukken laten weinig aan de verbeelding over: hittesterfte, honger, verdrinking, natuurbranden, onnatuurlijke natuurrampen, slinkende zoetwatervoorraden, stervende oceanen, ongezonde lucht, opwarmingsplagen, economische ineenstorting. Kettingreacties die elkaar aanzwengelen. David Wallace-Wells, milieu- en wetenschapsjournalist bij het New York magazine, beschrijft en documenteert deze door de mens veroorzaakte rampen op overtuigende wijze.

Eunice Foote

Het is een verpletterend verhaal over de toekomst die ons te wachten staat als we niet razend snel, hier en nu, drastische maatregelen nemen, onze welvaart serieus terugschroeven. Daar wil niemand aan. De onhoudbaarheid van de situatie zal vermoedelijk pas ten volle doordringen als er niet meer aan te ontkomen valt. Dat omslagpunt is volgens nogal wat klimaatwetenschappers al bereikt of in elk geval vlakbij. The sky is nogal letterlijk the limit geworden. We zullen het geweten hebben. In 1856 – u leest het goed – al publiceerde de Amerikaanse wetenschapster Eunice Foote de resultaten van haar experimenteel onderzoek waaruit bleek dat koolstofdioxide een broeikasgas is en dat bij toename ervan het klimaat steeds verder opwarmt. Dichter bij ons, in 1972, maakte het rapport van de Club van Rome duidelijk dat er grenzen aan de groei zijn. Economie, industrie, wereldbevolking en voedselproductie kunnen niet eindeloos groeien. We konden niet blijven doen alsof er geen vuiltje aan de lucht was, wereldwijde actie was geboden. Twintig jaar later maakte een vervolgonderzoek duidelijk dat De grenzen voorbij waren. Te weinig politici en mensen hadden en hebben oren naar de ongemakkelijke waarheid (An Inconvenient Truth, 2006).

Al Gore, An Inconvenient Truth

Na het in 1992 als beslissend bedoelde klimaatverdrag van de Verenigde Naties nam de uitstoot van koolstofdioxide alleen maar versneld toe. In volle bewustzijn hebben we in minder dan drie decennia ‘net zo veel ellende aangericht’ als toen we ‘nog in onwetendheid verkeerden’. In het vrij bescheiden Akkoord van Parijs (2015) spraken veel landen af de temperatuurstijging ruim onder de 2°C (t.o.v. de temperatuur vóór de industrialisatie,) liefst onder de 1,5°C te houden. Enkele weken later overschreed de CO2 concentratie in de atmosfeer een rode lijn die nooit gehaald had mogen worden. Vier jaar later zit niet één land op schema. Het smelttempo van Antarctica is ondertussen verdrievoudigd.

Twee graden opwarming lijkt nu het ‘beste waarop we kunnen hopen’ maar vrijwel zeker niet haalbaar. Een opwarming met twee graden in plaats van anderhalve graad zal aan miljoenen mensen het leven kosten. Honderdvijftig miljoen alleen al door de luchtvervuiling. Vijfentwintig keer het aantal slachtoffers van de Endlösung, de jodenuitroeiing door de nazi’s. Willen we dit voorkomen dan moet niet alleen de CO2 -uitstoot aanzienlijk verminderen, maar moeten er veel meer bossen komen en technologieën die broeikasgassen uit de atmosfeer halen. De plannen hiervoor zijn niet verder gevorderd dan de tekentafel en financieel niet haalbaar.

Onheil

De door de mensheid veroorzaakte ‘natuur’ramp is niet meer op mensenmaat. Het blijft Jobstijdingen regenen. De Earth Overshoot Day, de dag in een kalenderjaar waarop de mensheid meer bronnen heeft geconsumeerd dan ze produceren kan, viel in 1993 op 12 oktober, in 2018 op 1 augustus en in 2019 op 29 juli.

Een greep uit de onheilstijdingen voor de maand augustus. Grote delen van het Amazonewoud worden in brand gestoken. Indonesië geeft zijn vervuilde en zinkende hoofdstad Jakarta op en zal een nieuwe bouwen op het veiliger Borneo. Honderden steenrijke toeristen maken op een Russische nucleaire ijsbreker een luxe cruise door het Noordpoolgebied. In west-Siberië vertrekt een drijvende kerncentrale voor een tocht van vijfduizend kilometer door die regio om de olie-ontginning in oost-Siberië van energie te voorzien. In Noordpoolsneeuw en -ijs zitten microplastics. Die minuscule deeltjes zijn er aangewaaid. Plastic zit dus niet alleen in zeedieren, voedsel en drinkwater, we ademen het in. Vanaf september 2019 zal de VS de Endangered Species Act (1973) minder streng toepassen en economische overwegingen (mijnbouw, bosontginning…) zullen mee bepalen of een diersoort bescherming ‘verdient’.

De ontginning van het Noordpoolgebied, waar door de klimaatopwarming het eeuwenoud ijs en de permafrost smelten, gaat steeds sneller. Binnen de noordpoolcirkel zit veel olie en gas (naar schatting 13 en 30% van de wereldvoorraad), vraag is alleen wanneer het economisch rendabel wordt om het te ontginnen. Van een verbod om dat te doen, kwestie van de kwetsbare natuur van het poolgebied te beschermen, is geen sprake. Groenland delft grondstoffen, Canada heeft interesse, grootmachten als de VS, Rusland en China (dat zichzelf voor de gelegenheid een ‘near Arctic state’ noemt) zijn wakker geschoten. Trump wil Groenland kopen. Er wordt volop gespeculeerd over noordelijke, kortere zeeroutes. Al zijn die voorlopig nog niet goed te gebruiken, China en Rusland weigeren nu al om ze als internationale vaarroutes te beschouwen. De Noordpool is voor Rusland een topprioriteit geworden, zowel economisch als militair.

Begin augustus liet het klimaatbureau van de VN er geen twijfel over bestaan dat als men de opwarming enigszins binnen de perken wil houden niet alleen de uitstoot van industrie en verkeer moet worden beperkt maar ook het gebruik van land, voedselproductie en consumptie ingrijpend moet veranderen. Een kwart van het door mensen gebruikt land is waardeloos geworden door kunstmest, chemicaliën, droogte, intensieve regenval, bebouwing en asfaltering. Door ontbossing, massale drooglegging van veengebieden en verstedelijking verdwijnen tevens de natuurlijke landprocessen die onze uitstoot voor een derde absorbeerden. Bij het kappen en droogleggen komen miljoenen tonnen koolstofdioxide vrij. Bodems stoten tegenwoordig CO2 uit in plaats van die op te nemen. Als we niet op staande voet duurzamer omspringen met land en voedsel komt de voedselvoorziening in het gedrang, zeker met de exponentiële toename van de wereldbevolking. Arme landen in Afrika, Azië, Latijns Amerika en de Cariben zullen het eerst en het zwaarst getroffen worden. Landen die het minst uitstoten en eeuwenlang geplunderd werden door het zich verrijkend Westen. Landen waar overleven een dagtaak is. Meer dan 10% van de wereldbevolking is ondervoed. De migratiestromen zullen onbeheersbaar worden en de rijke landen zullen Fort Europa steeds hoger optrekken.

De morele onaanvaardbaarheid, de onmenselijkheid van dit egocentrisme ontgaat ons, in beslag genomen als we zijn door eigen volk, welvaart, geïnfantiliseerde televisieprogramma’s en de consumptie van wat bij gebrek aan intelligentie smart wordt genoemd. En is een mensenleven niet veel te kort en te druk? Je moet toch zorgen voor het dagelijks vlees, eigen bloedjes en kleinkinderen? Hoe kun je je dan nog bekommeren om mensen aan het ‘andere eind’ van de wereld en achterachterkleinkinderen die je nooit zult zien?

Moreel verwerpelijk

In een noot achterin stelt Wallace-Wells dat wie zich niet inzet tegen de klimaatcrisis moreel verwerpelijk is. Een straffe uitspraak. Elders vraagt hij zich even af of het ‘in dit klimaat moreel verantwoord is om kinderen te krijgen, of we dat de planeet en, misschien wel belangrijker, de kinderen wel kunnen aandoen’. Toch is hij tijdens het schrijven van dit boek vader geworden, in volle besef dat er klimaatrampen zitten aan te komen die ook zijn kind zullen treffen. Geen probleem, die gruwel staat nog niet vast. En wie weet, misschien loopt het goed af. Stel je niet in ‘op een treurige toekomst die is veroorzaakt door anderen die zich minder druk maken over klimaatleed’. Anderen, hij niet, maar elders in het boek schrijft hij dat hij tonnen eten weggooit, zo goed als nooit afval sorteert en de airco altijd laat aanstaan.

Wallace-Wells vindt dat westerlingen ook niet moeten gaan leven als de armen in de wereld. Minder rundvlees eten, meer elektrisch rijden en minder vliegen – volgens hem haalt het allemaal niets uit. In het minst slechte geval recycleren we het afval dat we als consument produceren. Erger nog: onze door schaamte en nieuwe deugdzaamheid ingegeven milieubewuste acties sussen het geweten, wiegen ons in slaap. Uitgesloten is dat niet. De rekken in warenhuizen liggen niet alleen vol in plastic verpakt vlees maar ook met vega- en bio-alternatieven. Er werd een bijkomende markt aangeboord. Alles blijft bij hetzelfde, alleen uitgebreid. Met zijn allen de e-fiets op, maar waar komen die elektriciteit, lithium en kobalt voor de batterijen vandaan, in welke mensonterende omstandigheden worden die gewonnen en waar zullen we alles blijven halen?

Denk ook aan onze voortplanting. Wallace-Wells besteedt genoeg aandacht aan de bevolkingsgroei om te weten dat de aarde er nog onbewoonbaarder door wordt. Zestig jaar geleden leerde ik op school dat er 3,5 miljard mensen leefden, nu is dat meer dan het dubbele. Zeven miljard toen Wallace-Wells zijn boek schreef, 7,7 miljard toen ik het negen maanden later besprak – de tijd van een zwangerschap. Homo sapiens verspreidt zich als een schimmel over de aardkorst.

Wallace-Wells voert niet één argument aan om nog een consument en potentiële ouder toe te voegen aan de zieltogende wereld. Hij verwijst alleen naar een artikel in Jacobin Magazine (1) dat zeer overtuigend zou aantonen dat kinderen maken geen probleem is. Maar in dit artikel wordt alleen gefulmineerd tegen de tendens zwangerschap uit te stellen tot je als vrouw carrière hebt gemaakt. Wetens en willens een kind verwekken in het rijke deel van de wereld in plaats van een kind uit het arme deel adopteren, vind ik moreel verwerpelijk.

Optimist tot in de kist

Wallace-Wells blijft optimistisch, al zegt hij te weten dat klimaatoptimisten nog nooit gelijk hebben gekregen. ‘Als mensen verantwoordelijk zijn voor het probleem,’ schrijft hij, ‘moeten ze ook in staat zijn om het op te lossen’. Helaas volgt het één niet logisch uit het andere – denk aan geboorte, moord of genocide.

David Wallace-Wells

Individuele levensstijlkeuzes leveren volgens hem niets op (het vermenigvuldigingseffect laat hij buiten beschouwing). Ze werken alleen door als er een politieke omslag komt waardoor een alternatieve levensstijl op grote schaal wordt doorgevoerd. Maar geef de hoop niet op, gooi de handdoek niet in de ring. Engageer je, ga stemmen, zet de politiek onder druk!

Te oordelen naar ons consumptie- en stemgedrag en de – gezien de dringendheid – vrij lachwekkende maatregelen van de overheid valt daar niet veel van te verwachten. Politici weten maar al te goed dat we op middellange termijn afstevenen op een milieuramp, maar ze zijn zozeer gekneveld door alles overheersende economische belangen op kortere termijn, zo afhankelijk van elkaar en andere naties, zo verlamd door verkiezingsresultaten, dat ze niets drastischer durven en kunnen ondernemen dan even het podium delen met klimaatspijbelaars. Wij kiezers zijn al even kortzichtig. In Australië werd onder druk van de straat een efficiënte belasting op CO2 afgeschaft en moest de milieubewuste premier, die de akkoorden van Parijs wou uitvoeren, aftreden. Ook in 2018 stemden de kiezers van de staat Washington een CO2 -belasting weg en in Frankrijk kwamen mensen massaal op straat om een belasting op benzine tegen te houden.

Wallace-Wells stelt ook niet één concreet, laat staan doeltreffend actiemiddel voor. Zeker, dat is niet het onderwerp van zijn boek maar als je zo optimistisch bent als hij en alles van actie verwacht, blijf je als lezer toch op je honger zitten.

Moreel verantwoord

Na lectuur van dit ontstellend boek en behoorlijk wat artikels en rapporten zie ik geen reden meer tot hoop. Maar natuurlijk zal ik, ondanks Wallace-Wells’ pessimisme op dit vlak, kritisch blijven stemmen en me blijven inspannen om mijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden. Maar, vraag ik me af, is het gezien de onontkoombaarheid van de ondergang van miljarden mensen, niet veel belangrijker ervoor te zorgen dat wie nu leeft dat op een menswaardiger manier kan? Is mensen helpen die hier en nu ternauwernood overleven niet veel dringender, haalbaarder, menselijker en logischer?

Hebben onze voorvaderen niet massaal goud en zilver, oogsten en mensen geroofd uit de continenten die zovelen nu ontvluchten? Komen migranten niet naar hier omdat wij daar waren? Is de hedendaagse migratie geen vreselijk achterblijvertje van ons kolonialisme? Waarom verplichten welvarende landen er zich niet toe om migranten op te nemen in verhouding tot hun uitstoot en de rijkdommen die ze uit de kolonies hebben gestolen? Waarom geen koolstoftaks opleggen waarvan de opbrengst naar de arme landen gaat? Waarom schreeuwt men moord en brand als derdewereldlanden op hun beurtoerbossen plat branden? Kun je het ontwikkelingslanden kwalijk nemen dat ze de welvaart nastreven die wij op hun kosten vergaard hebben? De vragen stellen, is ze beantwoorden.

31 augustus 2019

David Wallace-Wells –The Uninhabitable Earth. A story of the future,Allen Lane, 2019

– De onbewoonbare aarde,Amsterdam, De Bezige Bij, 2019

  1. Meer over “kinderen krijgen:”
    Overall, Christine – ‘Think before you breed‘, in Catapano, Peter & Critchley, Simon – Modern Ethics in 77 Arguments, New York / London, Liferight (Norton & Company), 2017, p. 351-355
    Singer, Peter – ‘Should this be the last generation?‘, Ethics in the real world. 82 Brief essays on things that matter, New Jersey, Princeton, 2016, p. 30-34

September 6, 2019 at 10:34 am Leave a comment

2018…2019…en verder

Door Tom Ronse

Nee, een goed jaar was 2018 niet. Het was een jaar van samenpakkende donderwolken. Op alle vlakken: ekonomisch, ecologisch, politiek en sociaal.

Het werd pijnlijk duidelijk dat klimaatsverandering niet enkel voor onze kleinkinderen een probleem is. De mileurampen namen toe, ook in de VS waar de president te midden van de bosbranden en overstromingen bleef beweren dat er niets aan de hand is, dat er niets drastisch moet veranderen, dat er integendeel meer steenkool moet verbruikt worden. En de nieuwe president van Brazilie zet het licht op groen voor een kaalslag in het Amazonewoud. Hallucinant.

Wat er aan de oorzaken wordt gedaan is zo ridikuul weining in vergelijking met de omvang van de bedreiging dat men kan verwachten dat het weer dit jaar niet minder extreem zal zijn en misschien nog meer ontwrichtend.

Op sociaal vlak onhou ik in de eerste plaats de zichtbare groei van de kloof tussen rijk en arm. In New York zie ik bijna dagelijks meer bedelaars terwijl steeds meer glanzende torens de wolken krabben, met luxe-appartementen die soms voor meer dan honderd miljoen dollar verkocht worden. Dit voorjaar waren we in Los Angeles, waar de tentenkampen van daklozen tientallen kilometers voetpad in beslag nemen. Ook in Belgie groeide de kloof. Het aantal armen steeg er tot 17% van de bevolking. De rijkdom nam ook toe en de groep tussen rijk en arm wordt smaller. In armere landen gaat dat proces nog sneller.

De groeiende tegenstelling is een logisch gevolg van de supply side-bestrijding van de krisis. Massale geldcreatie was de motor van de heropleving van de wereldekonomie na “the great recession”. Het gros van die triljoenen ging naar de supply side: de bedrijven, banken en investeerders. Landen die het zouden wagen om de demand side te favoriseren riskeren kapitaalvlucht en galloperende inflatie. De ‘trickle down’-theorie werkte, in zekere mate. De heropleving duurt al relatief lang. Maar als de armoede en het gevoel van bedreiging en onzekerheid al tijdens de heropleving zo sterk stijgen, wat kunnen we dan verwachten als de ekonomie weer crasht?

Dansen op de slappe koord

De heropleving begon te sputteren in 2018. De groei vertraagde overal, behalve in de VS.

Groei in Europa 2018

Maar ook daar verliest de drug van goedkoop geld en fiscale cadeau’s stilaan zijn effect. Beleggers zoeken nerveus naar veiligheid met wilde beursschommelingen tot gevolg. De ‘opkomende landen’ die de eersten waren met wind in de zeilen liggen op apegaaien. De schuldenberg wordt te hoog, er moet worden afgeremd. De centrale banken staan voor een dilemma: ze moeten het lenen intomen, de prijs ervan verhogen maar dat riskeert de recessie in gang te zetten. Maar doen ze het niet, laten ze de rentevoet dicht bij nul, dan kunnen ze de recessie wel uitstellen maar die dreigt dan uiteindelijk veel dieper te worden. En dan kunnen ze de rente ook niet meer substantieel verlagen als de recessie tot een ineenstorting dreigt te leiden. Of ze er in 2019 in slagen om de recessieslang met virtuoze fluctuaties van de rentevoet in haar mand te houden, valt nog te bezien. China wankelt al op de slappe koord. Al de officiele pronostieken (van het IMF, de OESO, de Wereldbank etc) voorzien in 2019 een lagere groei dan in 2018. Nouriel Roubini, een van de enige ekonomen die de recessie van 2008 had voorspeld, verwacht een nieuwe recessie in 2020. Dat geeft ons nog even tijd. Maar om wat te doen?

Voor politici impliceert die ekonomische context zeer weinig manoevreerruimte. Toch op het vlak van beleid. Rethoriek is iets anders. Elk land is verplicht om zich aantrekkelijk te maken voor kapitaal. Kapitaal aantrekken en behouden is nodig om kapitaal te doen groeien, om winst te maken, om tewerkstelling te creeren. Daarover zijn rechts en links het eens. Hun dispuut gaat over de fiscale afroming, hoe groot die mag zijn en hoe de opbrengst moet besteed worden. Links wil de kloof tussen rijk en arm verkleinen, rechts wil de fiscale lasten verlagen. Ze leggen andere accenten maar de ekonomische realiteit maakt de verschillen steeds kleiner. Zelfs waar een linkse partij aan de macht komt zoals Syriza in Griekenland is die verplicht om een ‘rechts’ beleid te voeren: sociale uitgaven beknotten en het fiscaal regime aantrekkelijker maken voor kapitaalbezitters.

Globalisering, automatisering, bezuinigingen, als politicus – als manager of would-be manager van de staat – kun je daar niet tegen zijn. De noodzaak om kapitaal te doen groeien zet de grote lijnen uit. Politici lullen daar maar wat rond.

Dat laatste is natuurlijk overdreven. Scherpe tegenstellingen kwamen aan bod in 2018. Over Brexit bijvoorbeeld en over Trumps handelstarieven. Een no deal-Brexit of een escalatie van de handelsoorlog tegen China zou dit jaar de recessie in gang kunnen zetten. Ik vermoed echter dat de kans groot is dat de no deal op het laatste nippertje zal vermeden worden en dat Trump zal de-escaleren. Misschien is het zijn instinkt om roekeloos de inzet van zijn pokerspel met China te verhogen maar de kapitaalmarkt zou hem snel dwingen om in te binden. Dat heeft hij al vaak moeten doen. Onlangs nog, toen hij de onmiddelijke terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Syrië aankondigde. Die is intussen op de lange baan geschoven. Trump noemde Nafta – het vrijhandelsverdrag met Canada en Mexico – herhaaldelijk “het slechtste handelsverdrag uit de Amerikaanse geschiedenis” en sloot daarna een akkoord met de buurlanden dat Nafta impliciet herbevestigde, op enkele kleine wijzigingen na. Telkens wordt Trump door wat hij zelf “the deep state” heeft genoemd terug op “het rechte pad” geduwd als hij er te ver van afwijkt. Ook Brexit en de handelsoorlog met China zullen in 2019 wellicht meer spektakel dan echte verandering blijken.

 

De zondebok

Ekonomische krisis en klimaatrampen staan voor de deur. Noch links noch rechts heeft een oplossing. Wat de klimaatkrisis betreft steekt rechts zijn kop in het zand, terwijl links ijvert voor akkoorden die zand in de wind blijven. Ook op ekonomisch en sociaal vlak hebben ze geen echt alternatief. Ze willen uitgaven A verhogen en uitgaven B verlagen en omgekeerd, alsof dat iets wezenlijks zou veranderen.

Je zou denken dat het gebrek aan keuzemogelijkheden zou leiden tot roerende eensgezindheid tussen de politici maar het tegendeel is waar. De toon van het politiek debat is in 2018 nog bitsiger geworden. Nog harder, nog leugenachtiger. Net omdat er geen wezenlijke verschillen zijn wat het essentiële sociaal-ekonomisch beleid betreft, worden de symbolische verschillen extra in de verf gezet. In 2018 en ongetwijfeld ook dit jaar werd/wordt daarvoor vooral het thema immigratie gebruikt.

Niet dat immigratie geen echt probleem is. Het feit dat zoveel mensen ertoe gedreven worden om hun vertrouwde omgeving te verlaten en bereid zijn om de grootste gevaren te trotseren om ergens te geraken waar ze enige hoop op een toekomst kunnen hebben, geeft aan hoe ellendig en uitzichtloos het leven op veel plaatsen op aarde is geworden. Dit gebeurt, onder meer, net omdat de ekonomie zo efficiënt is: dankzij de automatisering en de globalisering vereist produktie steeds minder arbeidstijd, worden steeds meer mensen “overbodig”. Natuurlijk is er een aanzuigeffect dat “overbodigen” – de meest ondernemenden onder hen – naar de landen lokt waar het kapitaal geconcentreerd is; waar er nog vraag is naar arbeidskracht.

Maar in feite bestaat er ook over dit probleem een brede consensus tussen rechts en links. Beiden aanvaarden de noodzaak van een gecontroleerde immigratie. De westerse ekonomie heeft immigranten nodig maar met mate. Iedereen is tegen open grenzen en, in theorie, tegen de mishandeling van vluchtelingen. Dat er binnen die consensus verschillen bestaan over wat dat in de praktijk betekent, is ongetwijfeld waar. Maar de grote lijnen zijn uitgezet.

De liberale demokratie is het politieke spiegelbeeld van de vrijemarkt-ekonomie. Grote en kleine bedrijven concurreren voor dezelfde markt, dezelfde kiezers. Ze verkopen ideologie, sentiment en personaliteiten. Ze verkopen een merk. De kleinere bedrijven zoeken hun niche. Ze willen allemaal in de eerste plaats groeien, net als gewone bedrijven. Daartoe sturen ze voortdurend hun profiel bij. De versmalling van de verschillen ten gronde doet hen grijpen naar symbolen met een sterke emotionele resonantie. Het immigratie-debat is daar zeer geschikt voor. Het wekt hevige emoties op die het kiesgedrag in niet geringe mate kunnen bepalen. Ik stel me voor dat Kongresleden in de VS of partijbureau’s in Belgie van hun pollsters een grafiek hebben gekregen die er bijvoorbeeld zo uitziet:

(De lijn “A” drukt de empathie voor immigranten uit, de lijn “B” de angst voor immigranten en de kurve het aantal stemmen dat men kan verwachten.)

Op basis daarvan kunnen ze hun slogans en symbolen kiezen. Niets illustreert het symbolisch karakter van hun geschillen beter dan de huidige politieke impasse in de VS over de muur van Trump. Voor de ongedocumenteerde immigranten zou die muur slechts één obstakel meer zijn in hun hindernissenkoers. Een ladder van 25 dollar volstaat om die klus te klaren, zoals de Mexicaanse oud-president Vicente Fox opmerkte.

Om het zogezegde doel – de illegale immigratie stopzetten – te bereiken is het een bijzonder inefficiënt middel. Voor de Amerikaanse ekonomie is dat maar goed ook want ze heeft de ongedokumenteerden nodig. Trump heeft zelf ongedokumenteerden in dienst in de keukens en op de terreinen van zijn golfclubs in Florida en New Jersey. Maar de muur is een symbool dat zegt, eigen volk eerst, vreemdelingen buiten. De muur evokeert bescherming, tegen de buitenwereld, tegen een onzekere toekomst. De muur is een vuist, een bokshandschoen, een monument voor blank Amerika. Een thermometer die de angst voor de toekomst meet.

Pieter Breugel: Met den hoofde tegen den muer

De gedeeltelijke lamlegging van de publieke sector als gevolg van dit dispuut zal de Amerikaanse ekonomie weldra meer kosten dan de 5,7 miljard dollar die Trump voor zijn muur eist . 1   Dat de Demokraten desondanks het been stijf houden toont dat de muur – die in het totaal van de begroting maar een detail is – ook voor hen een belangrijk symbool is dat hen toelaat om zich te profileren en waarden te afficheren die voor een groot deel van de bevolking belangrijk zijn: anti-racisme, empathie voor vluchtelingen, etc.

Een soortgelijk symbolisch gevecht over een niet-bindend migratiepakt leidde in België tot een regeringskrisis. Je vraagt je af of dat ook zou gebeurd zijn als die VN-conferentie in plaats van in Marrakesh in Oslo zou zijn georganiseerd.

Ik beweer niet dat symbolen geen belang hebben. Ze manipuleren de gedachten. Ze spinnen een verhaal waarin mensen willen geloven. Er bestaat een breed en diep verlangen naar een breekpunt met de status quo, naar een andere toekomst dan deze die ons te te wachten lijkt te staan. Politici hebben op dat vlak niets te bieden. Ze hebben geen plausibele strategie om uit de systemische krisis te ontsnappen. Geen wonder dus dat de tendens toeneemt om dat verlangen een mikpunt te geven, een zondebok die in de woestijn kan worden gejaagd en alle zonden met zich meeneemt. Immigranten, vooral deze met een andere huidskleur, taal en religie, zijn ideaal voor die rol.

Het is een discours dat ons leert denken in termen van “ons volk” en “de vijand”. Het is impliciete oorlogsvoorbereiding. “You will not replace us !” scandeerden Trump-fans op rechtse betogingen. Sommigen onder hen maakten daar “Jews will not replace us” van. De identiteit van de vijand kan veranderen – China maakt wat dat betreft meer kans dan de joden – maar het verhaal blijft hetzelfde.

Het doel van de politici die dit discours hanteren is uiteraard de macht veroveren en de bevolking ideologisch aan zich binden zodat ze hun gang kunnen gaan. Viktor Orban, zowat de extreemste anti-immigrant onder de Europese leiders, dacht dat hij daar zo goed in geslaagd was dat hij de Hongaarse arbeiders dwangarbeid kon opleggen. Het massale verzet dat tegen zijn “slavenwet” rees, was een van de weinige lichtpunten van 2018. Of dat verzet voldoende massaal en radikaal is om Orban te doen terugkrabbelen, valt nog te bezien.

Lichtpunt

Een groter lichtpunt was de (nog steeds niet uitgedoofde) beweging van de “gele hesjes”. De werkende bevolking ligt al vele jaren zonder al te veel tegen te stribbelen onder de stoomwals van het “neo-liberalisme”, een politiek gedreven door het systematisch zoeken naar lagere loonkosten. De Gele Hesjes-beweging is in de eerste plaats een massale weigering om die situatie te blijven ondergaan.

Zoals alle belangrijke sociale bewegingen is ze spontaan ontstaan. Geen partij of vakbond had ze voorzien of georganiseerd. Van bij het begin verzetten de gele hesjes zich tegen inmenging of controle van deze instituties. Ze tolereren geen leiders die in hun naam spreken en onderhandelen. Ze hebben voor Macron gestemd, of voor Le Pen of Melenchon, maar in hun acties maakt dat geen verschil. Hun strijd is niet “demokratisch”, hij is een afwijzing van electorale strategieen. Dat heeft hij gemeen met de pleinbezettingsbewegingen van de Indignados, Occupy Wall Street en, meer recent, Nuit Debout. Maar de Gele Hesjes-beweging is veel massaler. In hun honderden, zoniet duizenden wegenblokkades, betogingen en andere akties, ontdekten de gele hesjes banden van solidariteit. Mensen kwamen in hun buurten samen met anderen die ze vroeger negeerden. Er werd een eenheid gesmeed, ondanks de soms aanzienlijke verschillen in sociale achtergrond en politieke opinies.

De brandstoftaksen waren enkel de vonk aan de lont. Het gaat om veel meer. Er werd gezegd dat de gele hesjes zich enkel bekommeren over “einde van de maand”- problemen (koopkracht) terwijl de brandstoftaks was opgelegd uit bekommernis voor “het einde van de wereld”. Maar in Parijs en andere steden vervoegden de gele hesjes de “mars voor het klimaat”. Een grote spandoek verkondigde: “Einde van de wereld, einde van de maand: verander het systeem, niet het klimaat.” Beide problemen resulteren van dezelfde logica die mensen reduceert to handelswaar en winst het enige objektief maakt van alle produktieve aktiviteit.

En de “casseurs”? Die doen soms domme dingen en vaak proberen de minder heetgebakerde gele hesjes hen in te tomen. Maar de hesjes zien ook het geweld van de andere kant en in de konfrontaties met de “ordestijdkrachten” zijn de casseurs bij de dappersten. De regering en de gezagsgetrouwe media gebruiken hun excessen om de hele beweging voor te stellen als een bende ‘relschoppers’ (een favoriete term van onder meer De Morgen), geinspireerd en opgestookt door uiterst rechts. Maar intussen blijft de grote meerderheid van de bevolking volgens de polls de beweging steunen.

Natuurlijk zijn er onder de gele hesjes mensen die rechtse ideeen koesteren, die bvb. immigranten buiten willen. De gele hesjes zijn in dit conflict gesprongen met al de ideologische bagage die ze al hadden. De gezamenlijk strijd verandert die wel maar we mogen geen mirakel verwachten. Zeker als die strijd afzwakt – wat nu lijkt te gebeuren – zal de aanwezigheid van uiterst rechts en uiterst links wellicht prominent worden. Voor elk valt er wat te rapen als het doodbloeden van de strijd teleurgestelde gele hesjes terugdrijft naar de elektorale arena.

Is het sop de kool waard? Wat zal de beweging bereikt hebben? Konkreet niet veel, vrees ik. Maar toch was – is – het misschien een niet onbelangrijke stap naar een betere wereld. Dat is wat de gele hesjes willen. Een betere wereld, een wereld voor de mensen. Ze weten niet hoe er te geraken, ze weten alleen dat de huidige weg niet deugt. Dus waren ze eerlijk toen ze geen specifieke eisen stelden, behalve het ontslag van Macron (dit laatste alweer voor de symboliek, niet omdat dat iets zou veranderen). Maar op vele honderden gele hesjes-bijeenkomsten werd er druk gediscussieerd over hoe de wereld anders georganiseerd zou kunnen zijn. Allerlei ideeen deden de ronde en de populairste (“meer referendums!”) waren niet noodzakelijk de beste. Maar op zijn minst probeerden ze wat we , in 2019 en verder, collectief moeten doen om te overleven: ons een andere wereld inbeelden.

 

1 Het feit dat zovele werknemers zo snel beroep moesten doen op food banks en andere liefdadigheid illustreert overigens goed wat we eerder schreven over de groeiende kloof tussen rijk en arm en de toegenomen schuldenlast van de consumenten.

January 19, 2019 at 7:16 am Leave a comment

DE TOEKOMST VAN ONS VERLEDEN

Door Gie van den Berghe

In Sapiens (2012) zette de spraakmakende Israëlische historicus Yuval Noah Harari uiteen hoe de onbetekenende apen die we zijn absolute heersers van de planeet aarde geworden zijn. In Homo Deus  (2015, HIER besproken) schatte hij de toekomstige evolutie van onze intelligentie en bewustzijn in. In 21 lessen voor de 21ste eeuw  belicht Harari hedendaagse evoluties die op vrij korte termijn mensheid en aarde bedreigen, en hoe daar mogelijk aan verholpen kan worden. 

Yuval Noah Harari

Yuval Noah Harari

We zitten in een hachelijke situatie, zoveel is duidelijk. De opwarming van de aarde veroorzaakt de ene na de andere milieuramp. Religieuze, ideologische, democratische en mensenrechtenverhalen hebben aan geloofwaardigheid ingeboet. Door de migratie richting rijke Westen en het mede daardoor opflakkerend ultranationalisme neemt de politieke onenigheid toe. Nog bedreigender vindt Harari de gecombineerde revolutie van informatie- en biotechnologie. Biologen ontcijferen onze hersenen, big-data-algoritmen doorgronden onze emoties, verlangens en gevoelens beter dan we zelf kunnen. Computers en robotten zullen almaar meer functies en beroepen van ons overnemen. Er dreigt een nieuwe klasse van ‘overbodigen’ te ontstaan. Als ‘het verouderingsproces vertraagd kan worden en ouders hun kinderen kunnen ‘upgraden’ zullen de superrijken ook nog eens creatiever, talentvoller en intelligenter worden dan de achterbuurtbewoners. De mensheid dreigt zich op te splitsen in ‘een kleine klasse van supermensen en een massale onderklasse van totaal overbodige homo sapiens’.

Harari loopt wat kunstmatige intelligentie betreft hopelijk iets te hard van stapel. Het is lang niet zeker dat machines de mens in ijltempo zullen voorbijsteken qua intelligentie, handelen en gezond verstand. Artificiële intelligentiesystemen kunnen, anders dan mensen, geen betekenis geven aan de input die ze verwerken en de output die ze voortbrengen. Ze begrijpen de situaties niet die ze meemaken. De door Harari bejubelde herkenning van gezichten en emoties bijvoorbeeld, loopt al spaak wanneer details als belichting of achtergrondkleur gewijzigd worden, iets wat mensen niet van de wijs brengt. Volg nooit blindelings je gps of je spraakprogramma! De gevolgen zijn doorgaans onschuldig maar kunnen rampzalig uitdraaien, bijvoorbeeld wanneer het automatisch landingsprogramma van een passagiersvliegtuig in de war geraakt door een zwerm spreeuwen en de piloten onvoldoende zijn opgeleid om het hoofd te bieden aan dergelijke noodsituaties. Bedenk ook dat artificiële intelligentiesystemen gehackt kunnen worden.

Harari denkt dat de mensheid alle onheil kan overleven als we onze angsten – voor anderen, voor opgeklopt terrorisme – onder controle krijgen; als we ons bewuster worden van onze privileges, religieuze en politieke vooroordelen en ons ook rekenschap geven van onze ‘ongewilde medeplichtigheid aan systematische onderdrukking’ en daar iets aan doen. Alleen dan kunnen we de handen wereldwijd in elkaar slaan, rest ons een toekomst. 

Koffiedik

21 lessen voor de 21steeeuw is zoals Harari’s vorige boeken een pageturner. De man is een hoogst origineel, messcherp denker en een begenadigd verteller. Zijn analyses van historische evoluties zijn zoals steeds verhelderend, maar waar de historicus – specialist verleden – zich aan toekomstvoorspellingen waagt, blijft het vaak bij intelligent koffiedik kijken, gissen en af en toe missen. 

Bij gebrek aan (toekomstige) bronnen en feiten denkt en voorspelt ook Harari voornamelijk vanuit de eigen mens- en wereldvisie. Centraal daarin staat dat mensen dieren zijn die in verzonnen verhalen geloven, ernaar denken en handelen. Religie, ideologie, humanisme, mensenrechten – noem maar op. Hoe simpeler het verhaal, hoe makkelijker het aanslaat. Beloftevolle verhalen heffen de existentiële eenzaamheid op, bedden je in iets in dat je overstijgt en met anderen verbindt, geven zin aan het bestaan. Wie gehoorzaamt aan paus, partijvoorzitter of Führer, wacht een betere toekomst, een hemel op aarde of in het hiernamaals. Religie (afgeleid van het Latijn voor ‘verbinden’) is van oudsher het eenvoudigste en meest hoopgevende verhaal, ware het niet dat de gelovigen veelal te vuur en te zwaard anderen willen bekeren. 

Het liberale verhaal, de verheerlijking van de menselijke vrijheid, kon niet aan de absolute verwachtingen voldoen. Weliswaar hebben nooit eerder zoveel mensen zoveel vrede en voorspoed gekend, sterven er ‘minder mensen door infectieziekten dan van ouderdom, maakt honger minder slachtoffers dan obesitas en sterven er minder mensen door geweld dan door ongelukken’, maar onze planeet wordt nog steeds voor een flink deel overheerst door tirannen en zelfs in de meest liberale landen ‘hebben veel burgers te kampen met armoede, geweld en onderdrukking’. 

Veel mensen zijn, mede door de recente financiële crisis, teleurgesteld in het liberale verhaal. ‘Muren en firewalls raken weer volop in de mode’ en ‘er komt almaar meer verzet tegen immigratie en handelsovereenkomsten’. Niet bereid de privileges op te geven die we aan toevalligheden danken als geboorteland, sociale klasse of geslacht, trekken we ons als individu en natie meer en meer op onszelf terug. De wereld, het verhaal waarin we geloofden, klopt niet meer en er dient zich niet meteen een ander verhaal, een andere wereld aan.

Eigen haard

Goedaardig nationalisme, dat mensen verenigt, ontaardt steeds vaker in ultranationalisme, dat mensen verdeelt. Vanuit vermeende superioriteit van eigen natie en volk worden buitenstaanders ongenadig afgewezen. Onverdraagzaamheid, onenigheid en gewelddadige conflicten in plaats van de broodnodige mondiale samenwerking. 

Ook Israël heeft boter op het hoofd. Israëli’s krijgen al in de kleuterschool te horen dat het jodendom ‘de superster van de menselijke geschiedenis is’ (jodendom verwijst naar de joodse godsdienst; jood is een Jood die het joodse geloof aanhangt). Nogal wat seculiere Joden denken dat ze de ‘centrale helden van de geschiedenis zijn en dat het Joodse volk de ultieme bron van menselijke moraal, spiritualiteit en geleerdheid is’. Maar het jodendom en de Joden hebben een vrij bescheiden rol gespeeld in de wereldgeschiedenis. Bij vergelijking met universele religies als het christendom, de islam en het boeddhisme is het jodendom ‘altijd een tribaal geloof geweest’, bekommerd ‘om het lot van één klein volk en één klein landje’, met ‘weinig belangstelling voor het lot van alle andere volkeren en landen’. 

Volk

Het is best merkwaardig dat de anders zo sceptische Harari vasthoudt aan het bestaan van een Joods volk, los van religie en Joodse natie, Israël. Het blijft raden welk criterium hij hiervoor hanteert. Kan men van een volk spreken zonder een beroep te doen op natie of gemeenschappelijke genetische kenmerken? Een biologisch criterium voldoet niet, Joden hebben zoals andere volkeren, naties en ‘rassen’ geen gemeenschappelijk DNA. Ook een culturele omschrijving bevredigt niet want Joden hebben zich over de hele wereld verspreid en met vele culturen geassimileerd.

Het Joodse volk en de Joodse natie zijn ook relatief moderne verhalen of uitvindsels. ‘Nieuwe historici’ in Israël maken almaar duidelijker dat de Joden niet het volk zijn waarvoor ze zich uitgeven. Geen uit het beloofde land verdreven volk dat na tweeduizend jaar ronddolen (de diaspora) zijn land heeft heroverd. Dat is een door zionistische historici stukje bij beetje geconstrueerde stichtingsmythe (zie onder meer Schlomo Sand –Comment le peuple juif fut inventé,Paris, Fayard 2008). 

Harari beperkt zijn commentaar tot ultraorthodoxe joden. Over de Palestijnen schrijft hij dat ze constant in de gaten gehouden worden door ‘Israëlische microfoons, camera’s, drones of spyware’ en dat ons dat mogelijk ook te wachten staat. Over de verdrijving van de Palestijnen in 1948 en hun voortdurende onderdrukking rept hij met geen woord. Over de door Israël bezette gebieden schrijft hij alleen dat ze het land vooral opgezadeld hebben met een zware economische last en ‘fnuikende politieke risico’s’. Ook Gaza, het grootste concentratiekamp ter wereld, blijft onvermeld. Maar Harari heeft het wel even over (Palestijnse) ‘terreurcampagnes’. Uit een noot achterin blijkt dat hij hiermee op de Intifadas doelt. Maar dat waren volksopstanden, geen terreur. Verzet tegen een bezetter wordt alleen terreur genoemd door wie zich met die bezetter identificeert.

Raza al-Najjar, de medische helpster die midden 2018 door een Israëlische scherpschutter werd doodgeschoten.

Goed en kwaad

Volgens Harari is ultranationalisme geen onoverkomelijk probleem omdat nationalisme ‘pas de laatste paar duizend jaar is ontstaan – gisterochtend, in evolutionaire termen’. Het zit niet in de menselijke genen en er kan dus aan verholpen worden. Hoe dat moet gebeuren, maakt hij niet duidelijk.

De biologische gegevenheid van veel menselijke en sociale kenmerken loopt als een rode draad door het werk van deze historicus. Ook gevoelens zijn volgens Harari aangeboren en dus niet veranderbaar. Morele gevoelens als verontwaardiging, schuldgevoel en vergevingsgezindheid ‘komen voort uit neurale mechanismen die zijn geëvolueerd om samenwerking in groepen mogelijk te maken’. Dat er toch mensen bestaan ‘die moorden, verkrachten en stelen’, wijt Harari aan het oppervlakkig beeld dat ze hebben van de ellende die ze veroorzaken. Volgens hem stelen mensen ook zelden ‘als ze niet eerst een heleboel hebzucht en afgunst’ hebben opgebouwd ‘in hun hoofd’. Straatarme en schatrijke mensen denken hier vast anders over.

Volg je Harari dan bestaat er slechts één moraal. Dat is een veel voorkomende denkfout. Het Nederlands bijvoorbeeld kent geen meervoudsvorm van ‘moraal’ (al hebben we het wel over ‘onze moraal’ en ‘een dubbele moraal’). Dat terwijl morele systemen vanzelfsprekend cultuur-, klasse-, gender- en tijdgebonden zijn; dus meervoudig en onderhevig aan evolutie (denk aan de houding tegenover kinderen, vrouwen, zwarten, ras…). Maar aangezien elke moraal een instrument is ter bevordering van de sociale omgang, verschillen morele systemen niet alleen, ze hebben ook bepaalde gelijkenissen, zeg maar basisvoorwaarden om samenleven in groep mogelijk te maken. Ook ‘moralen’ zijn menselijke verhalen.

Wie stelt dat moraal (grotendeels) aangeboren is, ziet voorbij aan het feit dat ethisch bewustzijn en handelen voortvloeien uit, gebaseerd zijn op psychische vermogens als emotie en empathie. Die maken morele attituden en handelingen mogelijk, zonder ze daarom te garanderen of concreet in te vullen. Die invulling gebeurt in en door de omgeving waarin iemand terechtkomt en opgroeit. Iedereen groeit op in een beperkte sociale omgeving (kerngezin, buurt, school, streek…) en leert daarin hoe zich gedragen. ‘Goed’ gedrag – aan de sociale omgeving aangepast gedrag – en zelfbeheersing komt kinderen niet zomaar aangewaaid. Denk ook aan de zogenaamde wolfskinderen, verloren gezette en in het wild opgegroeide kinderen die een totaal andere, aan hun omgeving aangepaste moraal ontwikkelden (bijvoorbeeld Victor de l’Aveyron en Dr. Jean Itard, in 1970 door François Truffaut verfilmd als L’enfant sauvage).

Truffauts ‘enfant sauvage’

Paaseieren

‘Mensen’, schrijft Harari, ‘leren van kindsaf aan te geloven in het verhaal. Ze horen het van hun ouders, hun leraren, hun buren en hun cultuur in het algemeen, lang voor ze de intellectuele en emotionele onafhankelijkheid ontwikkelen die ervoor nodig is om vraagtekens bij zulke verhalen te kunnen zetten en ze te verifiëren’. ‘De meeste mensen’, vervolgt hij, ‘die op zoek gaan naar hun eigen identiteit zijn net kinderen die paaseieren gaan zoeken. Ze vinden alleen wat hun ouders voor ze hebben verstopt’. Alle verhalen, vervolgt Harari, zijn menselijke verzinsels en mensen geloven erin omdat hun identiteit errond werd opgebouwd. Waarom zou dit niet van toepassing zijn op morele systemen, attituden en handelingen?

Harari’s stelling dat de ‘menselijke moraal in de loop van miljoenen jaren is ontstaan en aangepast aan de omgang met de sociale en ethische dilemma’s die zich voordeden in het leven van kleine groepen ‘jagers-verzamelaars’, verklaart volgens hem ook dat we de relaties tussen miljoenen mensen niet meer kunnen overzien, waardoor ons ‘morele zintuig’ op hol slaat. Maar om dit te verklaren heb je geen biologisch gegeven, statische moraal nodig. Het spreekt voor zich dat mensen makkelijker verbanden in hun beperkte sociale omgeving kunnen overzien dan die op wereldniveau. Dat is nooit anders geweest. Maar door ontdekkingen en globalisering zijn mensen zich wel bewuster geworden van het onvermogen alles te overzien.

21 lessen voor de 21ste eeuw bevat veel behartenswaardige inzichten, maar het boek sprak me minder aan dan Harari’s vorig werk. Het lijkt haastiger, minder zorgvuldig geschreven en de auteur komt ook enkele in zijn voorwoord gedane beloftes niet na. Onbeantwoord bijvoorbeeld blijft hoe terrorisme en ultranationalisme aangepakt kunnen worden, hoe de liberale democratie verbeterd kan worden. Maar zoals uit het bovenstaande blijkt, biedt ook dit werk van Harari meer dan voldoende stof tot nadenken en discussie.

Yuval Noah Harari – 21 lessen voor de 21ste eeuw, Thomas Rap, 2018 – in een knappe vertaling van Inge Pieters

Dit artikel verschijnt ook in het aprilnummer van De Geus

January 9, 2019 at 5:42 pm Leave a comment

OPEN GRENZEN!

Tom Ronse

Niemand, ook niet ter linkerzijde, pleit voor open grenzen, lees ik herhaaldelijk in reacties op Bart De Wevers beruchte opiniestuk over migratie. “Misschien dat u hier of daar nog een overjaarse anarchist kan opduikelen maar dat is het dan ook”, aldus Louis Tobback in De Morgen. Noem me een overjaarse anarchist zo u wil maar hier volgt een dissonante noot in dat eenstemmig koor. Een pleidooi voor, onder meer,  open grenzen.

De Wever verwijt links hypocrisie maar hij is zelf hypocriet. Hij beroept zich op de ‘gouden regel’  -behandel je naaste zoals je zelf zou willen behandeld worden- maar voegt er snel aan toe: “Maar hoe nabij moet die naaste zijn?” Hij beweert “oprecht moreel mededogen” te voelen maar … ‘grenzen bakenen onze impliciete solidariteit af’. Mededogen dat stopt aan de grens is een pleidooi om mensen die vluchten voor oorlog en honger te laten verdrinken in de zee en op te sluiten in kampen en gevangenissen zoals nu al volop gebeurt. Het is helemaal geen mededogen. Barts vriendin heet Tina, kort voor “There is no alternative”.  Het verhaal: de harde Francken-politiek is de enige mogelijke, anders ontstaat er een aanzuigeffect dat ons zal overrompelen, dat chaos en sociale afbraak zal veroorzaken. Intussen helpt zijn partij de sociale afbraak organizeren. Uit mededogen met onze eigen landgenoten  ongetwijfeld.

Links replikeert dat er een gulden tussenweg is tussen het cynisch standpunt van De Wever en het utopisch lijkende idee van ‘open grenzen’. Volgens links is er wel degelijk financiële ruimte om een meer sociaal beleid te voeren, om vluchtelingen een menswaardige opvang te geven. Het aanzuigeffect kunnen we bestrijden door  de economische  ontwikkeling te bevorderen in de landen waar de migranten uit wegvluchten, door informatiecampagnes om hen te overtuigen dat hen hier ook alleen maar ellende wacht en door een buitenlands beleid te voeren dat oorlog ontmoedigt in plaats van zoveel mogelijk wapens te proberen verkopen en bommenwerpers naar het Midden Oosten te sturen.

Maar links maakt het er zich al te gemakkelijk van af. Laat ons iets verder kijken dan onze neus lang is naar de trends die de evolutie van de wereld bepalen en dus ook de kontekst van het debat over migratie.

 

Perfect storm

Ten eerste: automatisering. Die dient om arbeidstijd uit te sparen. Het kan dan ook niet anders dan dat veel arbeidspotentieel overbodig wordt. De informatica-omwenteling  integreert en stoot uit. Alles wordt deel van de globale markt, wat we consumeren is het product van een global assembly line. Tegelijk is er een uitstotingsproces: de global assembly line wordt steeds automatischer, steeds efficienter. Miljoenen worden ‘nutteloos’ en hebben niet langer een pre-kapitalistische economie om op terug te vallen. Dit is nu al de realiteit in vele landen in de periferie waar de effectieve werkloosheid meer dan 50 % bedraagt. Wat niet wil zeggen dat die al werklozen niet werken. Als je tien uur per dag aan een kruispunt snoep en sigaretten staat te verkopen heb je ook een zware werkdag.

Ten tweede: een nieuwe, diepe recessie is hoogstens enkele jaren ver. De schuldenberg zal blijven groeien. In het Engels zeggen we: they kicked the can down the road. Ze schopten het blik wat verder de straat op en deden alsof het weg was. De schulden groeien omdat er, globaal genomen, niet genoeg winst wordt gemaakt. Winstpotentieel bepaalt in onze maatschappij wat geproduceerd wordt. De schuldengroei is nodig om de boel draaiend te houden, om de winstmarge te onderstutten. Daarom hebben de financiële autoriteiten op de great recession van 2008 –die zelf door schuldenlast in gang werd getrapt-  gereageerd door vele biljoenen dollars, euros, yens, RMBs, etc. in de banken en grote bedrijven te pompen en door de rentevoet tot bijna nul te duwen. Dat laatste was een cruciale factor in de huidige heropleving (de zwakste weliswaar sinds de tweede wereldoorlog)  want de lage rentekost maakt krediet bijna gratis. Niet voor iedereen natuurlijk.  Maar rijken konden makkelijk rijker worden door spotgoedkoop geleend geld in de beurs te investeren. De regel – lage rente voor de rijken maar hoge rente voor de armen- is logisch, aangezien lenen aan armen een groter risico inhoudt. Dat geldt zowel voor individuen als voor landen. Het is dus ook logisch dat de kloof tussen rijk en arm steeds groter wordt. En dat landen een harde concurrentiestrijd moeten voeren om kapitaal aan te trekken, door hun sociale lasten te verminderen en fiscale premies te geven.

Maar onvermijdelijk komt ook de lage rente van de rijken onder druk te staan.  De spanning tussen de groeiende schuldverplichtingen en de dalende winstverwachting maakt dan een nieuwe inzinking onvermijdelijk.  Omdat de schuldenlast van bedrijven en regeringen nu veel groter is dan in 2008 zal de recessie wellicht dieper zijn.  Hoe ver de kettingreactie van failissementen zal gaan valt moeilijk te voorspellen. Maar zeker is dat, op alle markten, de zwakste concurrenten de hardste klappen zullen krijgen.

Ten derde: klimaatrampen zullen toenemen. Er iets wezenlijks aan doen kost te veel, dat wil zeggen, het is niet winstgevend. Aangezien de economie op winst en concurrentie gebaseerd is, kunnen we niets meer verwachten dan holle verdragen, en windmolens, zonnepanelen en electrische auto’s als pleisters op een etterend been. We weten heel goed dat een drastische globale verandering in productie en consumptie nodig is om te voorkomen dat de levens van miljoenen door klimaatverstoring zullen ontwricht worden maar we kunnen enkel handenwringend toekijken terwijl het drama zich ontvouwt.

Ten vierde: oorlogen zullen niet verdwijnen, integendeel. De ontwrichting, veroorzaakt door economische krisis en klimaatrampen,  schept opportuniteiten voor kleine en grote imperialisten, voor kriminelen, voor war lords en grootmachten. Droogte en overstromingen doen conflicten ontstaan over schaarse middelen.  Massale werkloosheid zorgt voor een overvloedig aanbod van kanonnenvlees.

 

Neem die vier factoren samen en je hebt het recept voor een perfect storm. Een storm die ook in de rijkere landen tot sociale afbraak zal leiden (om de winstmarge te onderstutten, om kapitaalvlucht tegen te gaan) en in de armere landen miljoenen zal doen vluchten. De gelijktijdigheid van de stijgende verarming en de komst van steeds meer migranten zal door rechts worden aangegrepen om het eerste voor te stellen als het gevolg van het tweede. Door het tweede te bestrijden zal men niet alleen de indruk wekken dat men iets doet aan het eerste maar ook kiezers  paaien die voor hun ontevredenheid een zondebok zoeken. Links, zo mogen we hopen, zal dat cynische spel niet meespelen. Maar het zal ook duidelijk worden dat links inderdaad geen alternatief heeft. Linkse regeringen zullen net als rechtse de sociale uitgaven verlagen en hardere maatregelen nemen om migranten buiten houden. Misschien minder extreem, meer druppels plengend op de gloeiende plaat, maar het verschil zal vooral rethorisch zijn. Kijk naar de linkse Syriza-regering in Griekenland, die doet in wezen niets anders dan de rechtse regering die haar voorafging: de bevelen van de kapitaalbezitters uitvoeren.

In Bart De Wevers opiniestuk krijg je de indruk dat die storm nu al woedt. In de filmversie stel ik me Bart voor, rechtstaande in reddingsboot “De Natiestaat”, met zijn roeispaan kloppend op de vingers van de drenkelingen die zich aan de bootrand vastklampen.  Links probeert hem in te tomen, bewerend dat er nog wel degelijk plaats is in de boot. Maar er zijn zoveel drenkelingen… de triage wordt steeds moeilijker. Geen van beiden vraagt zich af wat de storm veroorzaakt.

We zijn eraan gewend dat de economie, net als het klimaat, wordt voorgesteld als een kracht die ons van buitenaf overkomt. Die we wel kunnen proberen manipuleren maar waar we uiteindelijk aan onderworpen zijn. Dat bakent de politieke ruimte af, dat zet de parameters neer van het debat tussen links en rechts. We kunnen slechts doen wat de economie mogelijk maakt om te doen.  Als het slecht gaat, met de economie of het klimaat, kunnen we niets anders dan schuilen, wachten tot het overwaait en een traan plengen voor diegenen die geen schuilplaats vinden. We vergeten dat de economie door mensen wordt gemaakt en door mensen kan worden veranderd. Dat mensen kunnen beslissen om de economie te onderwerpen aan hun noden, in plaats van hun noden te onderwerpen aan de archaische spelregels van de economie. De sociaal-democratische opiumpijp fluistert dat we allebei tegelijk kunnen doen.

 

De fundamentele Tina

Dat is de kern van de zaak: de perceptie dat de huidige manier om aan de menselijke noden tegemoet te komen, de enige mogelijke is. Dat productie en consumptie wel moeten steunen op kopen en verkopen van arbeidstijd en van al de rest. Dat het hoofddoel van de maatschappij niets anders kan zijn dan kapitaal doen groeien, ongeacht de gevolgen voor het welzijn van de mensheid.  Want dat gedrag is ingebakken in de menselijke natuur, zoals  Adam Smith beweerde. Ook al is de door de markt georganiseerde economie nog maar enkele honderden jaren oud en ontstond ze slechts op één subcontinent, toch lijkt ze voor de eewigheid bestemd. Volgens Francis Fukoyama hebben we “het einde van de geschiedenis” bereikt.  Vanaf nu zijn enkel variaties op het vaste thema mogelijk.  Buiten dit kader is er niets, behalve  onefficiente  staatskapitalistische dictatuur. Dat is de ‘Tina’ waar rechts en links voor buigen. De gevolgen moeten we aanvaarden als  “het nieuwe normaal”, ook als een groot deel van de wereld erdoor dreigt te vergaan.

Een onbevooroordeelde buitenaardse bezoeker die onze wereld zou verkennen, zou ons gek verklaren. Hij zou het absurd vinden dat bij ons 81,2 procent van het globale inkomen naar de rijkste 20 procent van de bevolking gaat terwijl de armste 40 procent het met 3,8 procent moet stellen. En dat de rijkste één procent, wiens inkomen even groot is als dat van de armste 53 procent (3,5 miljard mensen), zij die meer bezitten dan wat ze in duizenden jaren zouden kunnen uitgeven, koortsachtig blijven streven naar meer bezit. En dat wij geloven dat die pathologische bezitsdrang noodzakelijk is om de maatschappij in stand te houden.

Hij zou niet begrijpen dat we onze ecologie kapot maken, dat we weten dat we het doen maar niet kunnen stoppen.

Hij zou onbeschrijfelijk veel pijn in onze wereld aantreffen en wat zijn hart zou breken is dat zoveel van die pijn vermijdbaar is.  Dat miljoenen omkomen door geneesbare ziekten, dat miljoenen van honger vergaan terwijl we gigantische hoeveelheden voedsel weggooien, dat miljarden in slums wonen terwijl wij, in plaats van hen huisvesting te geven, steeds meer wapens maken en hele steden verwoesten, dat bij ons de enen zich moeten kapot werken en de anderen gedwongen worden tot niets doen, dat onze economie met overproductie kampt terwijl de ongelenigde noden zo groot zijn…

En de enige uitleg die we hem zouden geven is alweer Tina, there is no alternative, iets anders kunnen we ons niet voorstellen.

 

Imagine

Een wereld zonder geld, zonder oorlogen, zonder criminaliteit, zonder honger, zonder grenzen, een wereld voor iedereen, dat tart de collectieve verbeelding. Alleen Tobbacks overjaarse anarchist gelooft dat het kan. En John Lennon, wiens anthem “Imagine” nog vaak gespeeld wordt. Maar misschien luistert men niet goed naar de tekst:

Imagine there’s no countries
It isn’t hard to do
Nothing to kill or die for
And no religion, too
Imagine all the people
Living life in peace…

Imagine no possessions
I wonder if you can
No need for greed or hunger
A brotherhood of man
Imagine all the people
Sharing all the world…

Is het echt onvoorstelbaar dat we samen, op lokaal en globaal vlak, zouden overleggen wat we maken en er voor zorgen dat niemand op aarde nog honger lijdt of verstoken blijft van ziektezorg, huisvesting en andere nodige voorzieningen, dat het natuurlijk milieu hersteld wordt, en dat we er een prioriteit van maken om produceren zo aangenaam mogelijk te maken?  Dat we dit kunnen zonder geld, zonder grenzen, zonder logge bureaucratie omdat mensen, bevrijd van de dwangbuis van geld verdienen en winst maken, een ongelooflijke creativiteit aan de dag zullen leggen? Dat vele miljoenen die nu hun bestaan als zinloos ervaren er heel veel zin in zullen krijgen?

Daar valt nog veel meer over te zeggen maar misschien heb je al hoofdschuddend geconcludeerd dat mijn visie radicaal, extremistisch  en utopisch is. Radicaal is ze zeker. Het woord komt, zoals Bart DW kan bevestigen, van het latijnse “radix”, wortel. Daar is het inderdaad waar het probleem zit, het volstaat niet om te proberen de rotte vruchten weg te snoeien. Extremistisch? Kijk om u heen: de extremisten zijn al aan de macht.  Utopisch? Is het niet eerder utopisch om te verwachten dat de huidige  maatschappijvorm zich eindeloos kan in stand houden, dat het zijn toenemende contradicties kan bllijven overleven?

Je mag me een dromer noemen, zong John Lennon.

 

But I’m not the only one
I hope someday you’ll join us
And the world will live as one

February 15, 2018 at 10:22 pm 6 comments

TSJERNOBYL REVISITED

Het is vandaag 30 jaar geleden dat de grootste kernramp tot nog toe plaatsvond in Tsjernobyl, Sovjet-Unie. Bij ons maakte men zich toen geen zorgen, zoals men dat ook vandaag doet – zelfs als buurlanden beginnen te protesteren tegen scheurtjes, incidenten, sabotage (?), ongelukjes. Kernenergie blijft voor de overheid en de elektriciteitsbonzen ‘untouchable’.

Herlees daarom het stuk dat ik vijf jaar geleden schreef en waar geen officiële hond of kat een woord over loste. Verbijsterend, toch?

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2011/03/17/verjaardag-tsjernobyl-25-jaar-geen-paniek/

Open ook je ogen op : http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/buitenland/1.2637058

April 26, 2016 at 12:37 pm 2 comments

DE WERELD VERDRINKT

gideon-mendel

Tom Ronse

In Los Angeles werd enkele dagen geleden een passagier uit een vliegtuig van Southwest Airlines gezet. Hij werd ervan verdacht een terrorist te zijn. Eeen medepassagier had de bemanning gealerteerd nadat ze hem Arabisch had horen spreken in zijn telefoon. Hij had woorden gebruikt zoals “Inch’Allah” die haar jihadistisch in de oren klonken.

Van zo’n bericht verschieten we niet meer.  We worden het gewend van te leven in een angstklimaat, waarin paranoia het nieuwe normaal wordt. Dat is de schuld van de terroristen en van de oorlogen waarvan hun aanslagen een onderdeel zijn. Maar dat is ook de schuld van de media die de angst buiten alle rationele proporties opkloppen. De kans dat burgers slachtoffer worden van een terroristische aanslag is nog altijd minuscuul in vergelijking met andere gevaren die hen bedreigen.

Dat is een van de meest negatieve gevolgen van het terrorisme: het geeft de onderhuidse angst een doelwit, een fixatiepunt dat de aandacht afleidt van gevaren die ons terecht bang zouden moeten maken.

Zoals de combinatie van klimaatsverandering en armoede. Die dreigt in de komende jaren vluchtelingenstromen  op gang te brengen waarbij deze van vandaag klein bier zullen lijken.  De media rapporteren het wel als er weer eens een ramp gebeurt maar de ernst van de situatie dringt niet door. Het blijft een ‘ver-van-mijn-bed’ story.

Niet voor Gideon Mendel. Hij is een Zuid-Afrikaanse foto-journalist die niets meer hoeft te bewijzen; al zes keer won hij de World Press Photo Award.  Sinds 2007 werkt hij aan een project dat hij “Drowning World” noemt.GMendel _Srinagar-phone-25071-1024x10241 Met zijn oude Rolleiflex trekt hij naar gebieden die door grootschalige overstromingen geteisterd worden om portretten te maken van de slachtoffers in hun waterige omgeving.

Mendel wil de alarmbel trekken, de omvang van de klimaatsverstoring in de verf zetten. Hij wil vooral dat we de slachtoffers als medemensen zien, in plaats van als anonieme statistieken. De meeste foto’s in de serie zijn geposeerd. Wat niet wil zeggen dat ze vals zijn, wel dat de gefotografeerden weten wat er gebeurt, wat Mendel beoogt. Ze poseren om met ons te communiceren. Ze kijken ons recht in de ogen. In de hunne zien we een gamma van emoties.

Drowning-World-Gideon-Mendel-6

Drowning-World-Gideon-Mendel-14

Drowning-World-Gideon-Mendel-12

gideon mendel

gideon mendel2

mendel Haiti

mendel6

drowningworld-775mendel

Drowning-World-Gideon-Mendel-19

mendel 7

mendel 5

Mendel Kashmir-71 lowres

mendel 4

Gideon_Mendel_-_Drowning_World_4

mendel 12

In deze serie is Mendel journalist, activist, portrettist en ook kunstenaar. Hij is er niet vies van om de opportuniteiten van de rampzalige omgeving –zoals weerspiegelingen in het water- te gebruiken voor esthetisch effect.

11 Nov 2011, Bangkok, Thailand --- Prakru Samuteerapisut Sarathamma poses with some novice monks in the flooded Komut Puttarangsi Temple in the Taweewattana District on the western outskirts of Bangkok. This is one of more than 500 Buddhist temples which have been inundated by the recent floods in Thailand. “I have been in monkhood for 14 years. This is the first time I’ve experience such a big flood. I knew that the water would come this way. But I didn’t expect so much. We just have to accept it. It has been difficult for monks to do our duties. Every day we have to be there to help each other and all the people who have fled here for safety.There are about 200 of them. The officials do come and help us, especially the military. They brought us food and water. Many people who are staying at home also come here to collect food.If it happens again next year, we will have to be more prepared.” --- Image by © Gideon Mendel/In Pictures/Corbis

Drowning-World-Gideon-Mendel-11 mendel 8

“Drowning World” omvat foto’s gemaakt in vijf continenten en is intussen al op verschillende plaatsen tentoon gesteld. Bijna elke tentoonstelling is anders want de serie blijft groeien. In de laatste aflevering toont Mendel ook foto’s van foto’s die door de overstroming zijn aangetast. Dat is een onderwerp dat me intrigeert, als kunstenaar die de creatieve destructie van natuurelementen zoekt te integreren in zijn werk (mijn bijdrage over foto’s bewerkt door superstorm Sandy in New York kan u HIER bekijken).  De uitgewassen pigmenten doen nieuwe patronen ontstaan, nieuwe kleuren duiken op, het beeld krijgt een nieuwe gelaagdheid.

From the home of Comrade Abdul Rashid (2) Gideon Mendel

Mendels webstek: http://gideonmendel.com/

mendel 11

April 24, 2016 at 8:27 pm Leave a comment

HULPELOOS

Kaarsen voor de slachtoffers in Oregon

Kaarsen voor de slachtoffers in Oregon

Tom Ronse

Zelfs Obama leek zich machteloos te voelen. In zijn commentaar op de slachtpartij in Oregon, die eens te meer het werk was van een psychisch gestoorde, vereenzaamde jongeman die zich, volkomen legaal, een arsenaal van militaire wapens had aangeschaft, toonde de president zich verontwaardigd en bitter maar ook vermoeid en hulpeloos. “Op een of andere manier is dit routine geworden”, zei hij. “De verslaggeving is routine. Mijn reactie hier op dit podium is routine. De conversatie in de nasleep is routine. We zijn er verdoofd tegen geworden.”Hij sprak de hoop uit dat het land zou nadenken over de vrije wapenverkoop maar formuleerde niet één voorstel om die aan banden te leggen. Zo’n voorstel zou immers geen kans maken in het Congres, waar voor een ruime meerderheid “Gun control is not the answer” een dogma is dat boven de feiten staat. Wat dan wel “het antwoord” is weten die politici ook niet behalve dat ouders hun kinderen beter moeten opvoeden.  Maar voor de rest moeten we ermee leren leven. “Stuff happens”, zo luidde de reactie op de slachtpartij van de Republikeinse presidentskandidaat Jeb Bush. Die uitspraak vat de schouder-ophalende houding van vele Amerikanen goed samen. Of zoals de titel van een stuk in het satirisch blad The Onion het formuleerde: “No Way To Prevent This” says only Nation Where This Regularly Happens.”

Een citaat:

“This was a terrible tragedy, but sometimes these things just happen and there’s nothing anyone can do to stop them,” said Ohio resident Lindsay Bennett, echoing sentiments expressed by tens of millions of individuals who reside in a nation where over half of the world’s deadliest mass shootings have occurred in the past 50 years and whose citizens are 20 times more likely to die of gun violence than those of other developed nations. “It’s a shame, but what can we do? There really wasn’t anything that was going to keep this guy from snapping and killing a lot of people if that’s what he really wanted.” At press time, residents of the only economically advanced nation in the world where roughly two mass shootings have occurred every month for the past six years were referring to themselves and their situation as “helpless.”

Enkele dagen later, het bombardement van het hospitaal van Kunduz, en weer kwamen de kopstukken op tv om te zeggen dat hun hart bloedde voor de slachtoffers. En opnieuw, dat schouderophalend “stuff happens”. De generaals en ministers stelden het wel niet zo cru als Jeb Bush maar het kwam op hetzelfde neer. In een oorlog is collateral damage nu eenmaal overmijdelijk.

kunduz-msf-kliniek

De MSF-kliniek in Kunduz

En de oorlog stopzetten gaat niet. Ook wat dat betreft zijn we hulpeloos.  In Syrie vecht intussen haast half de wereld, de burgerbevolking vertrappelend. Niemand heeft een werkbaar idee over hoe die waanzin kan gestopt worden. Niemand heeft een oplossing voor de volksverhuizing die erdoor op gang komt. Te meer omdat die niet enkel gestuwd wordt door oorlog maar ook door armoede, werkloosheid, uitzichtloosheid die onvermijdelijk groeien naarmate  arbeidskracht overbodig wordt in de automatiserende  global assembly line. De menselijke drang om te overleven botst met economische wetten die we hulpeloos ondergaan want we vinden ze zo evident als de seizoenen en even onaantastbaar.

De belangrijkste habitat van mensen vandaag is de slum, de krottenstad. De jeugdwerkloosheid loopt in sommige landen op tot meer dan 80 procent. Geen wonder dat velen van hen geen andere toekomst zien dan misdaad of huursoldaat worden of martelaar die in de hemel zal beloond worden met 70 sexy maagden. Of vluchten.

refugees

De stroom van vluchtelingen naar Europa doet me denken aan de Titanic. Aan de paniek van de bevolking in de onderste dekken, toen het water begon binnen te stromen in dat onzinkbaar gewaande wonder van de moderne technologie. Om niet te verdrinken vluchtte iedereen die kon naar boven. In de hogere dekken probeerden sommigen de vluchtelingenstroom tegen te houden door, zoals de Hongaren, deuren op slot te doen. Maar vele anderen verwelkomden hen, gaven hen droge kleren en warme soep. Alles leek nog normaal op de opperste dekken. De restaurant was open, het orkest speelde, er was nog niemand aan het verdrinken en de kapitein verzekerde iedereen dat het schip op de goede weg was. Maar het zonk dieper en de vluchtelingenstroom verminderde niet. De stemming van de bewoners van de hoogste dekken keerde. Er werd steeds meer gepleit om de deuren dicht te houden en het teveel aan vluchtelingen overboord te gooien. Want we zijn machteloos om hen te helpen, werd er gezegd, machteloos om de oorzaak van hun vlucht weg te nemen. We moeten denken aan onze eigen plaats in de reddingsboten.

mural on migrants

De metafoor klopt niet. De passagiers van de Titanic waren inderdaad hulpeloos; er was niets dat ze konden doen om het zinken van het schip te beletten.  Wij denken alleen dat we hulpeloos zijn, dat we niets kunnen doen aan het wapengeweld, aan de natuurrampen, aan de epidemie van depressie en andere psychosociale ziekten, aan de onzekerheid, aan de oorlogen, aan de vluchtelingenstroom. Maar we veroorzaken ze allemaal zelf, er is geen ijsberg die ons lot onvermijdelijk maakt.  Maar het voelt wel zo, alsof we er niets aan kunnen doen. Behalve stemmen in onze democratische verkiezingen. Dat verandert weliswaar niets ten gronde maar zo hebben we toch een beetje het gevoel dat we niet helemaal machteloos zijn.

Hier in de VS hebben we de permanente verkiezingscampagne.  Presidentsverkiezingen zijn er maar om de vier jaar maar ze worden voorafgegaan door een jaar van spannende voorverkiezingen. Die worden op hun beurt voorafgegaan door jaren van campagne voeren waarbij de kiezer al via opiniepeilingen zijn voorkeur kan uitspreken en zelfs kandidaten kan elimineren.  De twee partijen zorgen voor een ruim aanbod van kleurrijke figuren. De debatten halen hoge kijkcijfers. Het is fascinerende entertainment. En spannend: wie de winnaar (of winnares) wordt is onvoorspelbaar.  Wat wel voorspelbaar is, is dat hij of zij de oorlogen van zijn/haar voorganger zal voortzetten en zich hulpeloos zal voelen tegenover het wapengeweld, de klimaatsverandering en al de rest.

titanic now

http://www.theonion.com/article/no-way-prevent-says-only-nation-where-regularly-ha-51444

October 7, 2015 at 3:39 am Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,591 other followers