Posts filed under ‘Nederland’

HOLLANDSE KONGO

Hoe de Hollanders Leopold II in Kongo ondersteunden en ondervonden dat ondank ‘s werelds loon is.

Door Lucas Catherine

Als je stripverhalen leest zou je denken dat de Nederlanders niet weten waar Kongo ligt. Toen Hergé daar populair werd moest Kuifje in Kongo, Kuifje in Afrika heten.

Want wisten ze veel waar Kongo lag ? Nu, als het op koloniale geschiedenis aankomt zijn de Nederlanders inderdaad niet zo sterk in aardrijkskunde: Indië ligt volgens hen niet op het Indische subcontinent, maar in Indonesië. Hun Oost-Indië is het enige “Indië” dat ze kennen. En toen Suske en Wiske ginder in het Noorden populair werden moest het album De Tamtamkloppers niet langer in onze Kongo spelen, maar in hun Suriname. De teksten werden aangepast. Voor de tekeningen kon dit niet : daardoor dat Afrikaanse dieren als leeuwen, giraffen, olifanten, neushoorns of nijlpaarden volgens die albums ook in Suriname rondliepen. Nogal verwarrend voor de Hollandse lezertjes.

En je zal, in hun toch wel prachtige Atlas of Mutual Heritage op het internet  waarop ze al hun koloniale posten en factorijen oplijsten, nergens Boma of Banana vinden. Laat staan Kinshasha. Nochtans, de Hollanders waren voor Leopold II in Kongo. Jawel !

De Hollandse factorij in Boma

De Rotterdamse firma Kerdijk en Pincoffs startte activiteiten in Kongo vanaf 1857 en stuurde Henry Kerdijks broer Lodewijk uit als hun vertegenwoordiger ter plaatse. Hij overleed in 1861 te Boma. De firma Kerdijk & Pincoffs exporteerde katoen, kookgerief, messen, geweren, kruit en sterke drank uit Nederland en ruilde die voor Afrikaanse ivoor, palmolie en rubberKerdijk & Pincoffs waren daarvoor ook in West-Afrika actief, maar ze splitsten hun West-Afrikaanse posten af en brachten de Kongolese factorijen onder in de Afrikaansche Handelsvereeniging (1868). Daar werkten naast vrije arbeiders ook enige honderden slaven (door de Portugezen “coromanos” en door de Nederlanders “Kroo-mannen” genoemd). Pincoffs en Kerdijk waren dan ook deelnemers aan Leopolds Geografische conferentie van Brussel (1876), de eerste stap die hij zette in zijn verovering van Kongo.

 

Deze AHV investeerde mee in Leopolds Kongoproject. Het was Pincoffs die aan Leopold voorstelde een financieringscomité op te richten. Dat werd het Comité d’études du Haut-Congo . Zij werden dan ook bestuurders in dit Comité en waren naast Leon Lambert (vertegenwoordiger van de Rothschilds in België en Leopolds bankier) de tweede grootste aandeelhouders: Lambert voor 400.000 goudfrank. De AHV voor 130.000 goudfrank. Dat was meer dan bijvoorbeeld de Brusselse bankier Georges Brugmann (20.000 frank).

Het is dit Studiecomité dat Stanley engageerde (en betaalde) voor zijn expeditie op de Kongostroom. De Hollandse AHV liet Stanley en zijn materiaal (vier gedemonteerde rivierboten) kosteloos naar Banana verschepen. Van daaruit vertrok op 14 augustus 1879 zijn koloniale expeditie. Het quid pro quo was natuurlijk dat AHV een bevoorrechte positie zou krijgen in Leopolds gebied, maar doordat in 1879 de AHV  na een grootscheepse fraude failliet ging kwam daar niets van terecht. Leopold  maakte van de gelegenheid gebruik om het Comité volledig over te nemen.

Daarop werd de Nieuwe Afrikaansche Handelsvereniging opgericht. In 1884, het jaar vóór de officiële oprichting van de Kongo Vrijstaat bezat ze 69 handelsposten langs de Kongostroom. Haar hoofdkwartier was in Banana. Er was zelfs sprake van dat Nederland soevereiniteit over de Kongostroom zou krijgen. Maar Nederland herkende, na ruggespraak met de NAVH tijdens de Conferentie van Berlijn (1885) de Kongo Vrijstaat onder voorwaarde van vrijhandel, zoals de Conferentie in haar artikel 14 had bepaald.

Korte tijd lang liet onze Leopold II zich als Koning van Kongo Potorko I noemen. Een naam die we terugvinden in een knipsel uit een toenmalige Nederlandse krant

 

Venloosch weekblad, 5 september 1885

Aan het hoofd van de NAVH kwam Anton Greshoff (1). Hij vestigde zich in het dorp Kinshasa, naast Leopoldstad. Greshoff zou een luis in de pels van Leopold worden. Samen met andere handelaars verzette hij zich tegen de verdragen die de Vrijstaat afsloot met de lokale vorsten en waarin die hun soevereiniteit afstonden. Zij eisten dat die vorsten enkel handelsakkoorden zouden ondertekenden.

In 1886 en 1887 schreef Greshoff een reeks artikels in het tijdschrift Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap met felle kritiek. Onder meer dat “na vijf jaar de Vrijstaat nog niets heeft gedaan om de traditionele karavaanweg te verbeteren tot een meer fatsoenlijke weg.” Of dat hij gemerkt had dat “alle dorpen tussen de Inkisi (rivier) en Nzugu-Mbola zijn platgebrand …terwijl hier nooit enige melding van is gemaakt.” De stations van de Staat “kan je eerder stallen dan huizen noemen; zelfs is het zeer twijfelachtig of een aan een zindelijke Hollandse stal gewende koe wel zou voortgaan melk te geven, zo men haar een kamer in Leopoldstad gaf.” En: “Alles wat we van de Vrijstaat gezien hebben is lijnrecht in strijd met haar programma : menslievendheid, wetenschap, beschaving…” Eerst werd Greshoff hiervoor in 1887  in Boma voor de rechtbank gedaagd, maar gelukkig voor hem werd de zaak geseponeerd.

Kinshasa 1883

In Brussel had men op 30 april 1887 een decreet uitgevaardigd dat te land enkel de vlag van de Kongostaat nog mocht worden gehesen, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de gouverneur-generaal. Op de rivier mocht men de eigen vlag hijsen aan de voorsteven, maar de vlag van de Vrijstaat moest aan de achtersteven.

Greshoff had als oranje-patriot overal de Nederlandse driekleur gehesen op al zijn factorijen en boten. Hij boycotte het decreet door ervoor te zorgen dat de vlag van de Vrijstaat steeds rond de vlaggestok bleef gerold en dat alleen de Nederlandse vlag wapperde in de wind.

Hij reisde in 1887 als eerste blanke handelaar naar de Swahili machthebber van Maniema in Kisangani, Hamed ben Mohamed al Murjebi, door de Belgen Tippo-Tip genoemd, met de bedoeling rechtstreeks bij hem ivoor te betrekken. En het lukte ! Directe concurrentie voor Leopold.

In 1889 werd de “fatale, de onvermijdelijk Greshoff”  zoals hij werd genoemd in de maand september per decreet uitgewezen uit Leopolds Kongo. Hij stak de rivier over en vestigde zich rechtover Kinshasa in Brazzaville, Na de ‘Vlaggenoorlog’ volgde nu een papieren oorlog met brochures tegen de Vrijstaat. Een citaatje : “De staat voerde in 1889 voor 4,3 miljoen frank producten uit; de NAHV kocht dat jaar voor 6,1 miljoen producten aan; als men zegt dat de NAHV van geringe betekenis is, hoe klein is dan wel de staat ?”

Maar de NAHV was nu wel haar toegang tot de monding van de Kongorivier kwijt. Anton Greshoff zou vanuit Brazzaville wel nog 12 jaar bedrijvig blijven in de Franse Kongo.

 

Greshoff aan zijn bureau in Brazzaville

Tot slot nog dit : Waarom was Leopold II zo wantrouwig tegenover de Hollandse handelaars ? Dat had wellicht te maken met zijn grote bewondering voor de Nederlandse kolonisatie in Indonesië die hij verschrikkelijk efficiënt vond. Vreesde hij te grote concurrentie ? In zijn eerste toespraak tot de Belgische senaat op 17 februari 1860, toen nog als Hertog van Brabant, sprak hij zijn bewondering al uit over die kolonisatie die “de Verenigde Provincies tot één van de belangrijkste staten van Europa” had gemaakt. Dankzij het gewin in hun kolonies.

Gedenkplaat Max Havelaar, Bergstraat Brussel

“Vorig jaar,” sprak hij, “bedroeg de nettowinst van Nederlands-Indië ongeveer 70 miljoen frank.” Zoals Sir James Brooke, die toen Sarawak bestuurde, na een onderhoud met Leopold verklaarde : “Hij is verliefd op het Hollandse systeem…Ik vond geen spoor van brede opvattingen, van liberale gevoelens; hij dacht alleen maar aan de manier waarop hij geld uit het volk kon persen… Hij lachte met de idee de rechten van de inheemsen te eerbiedigen.” Dat Hollandse systeem bestond uit het zogenaamde cultuurstelsel van gedwongen teelten, waarbij de koloniale ambtenaren gedreven werden door premies: de zogenaamde cultuurprocenten of cultuuremolumenten om de productie zo hoog mogelijk te maken en die dan tegen zeer lage prijs te leveren aan de staat via de Nederlandse Handel-Maatschapij . Leopold zou het in Kongo toepassen.

Dat zelfde jaar 1860 waarin Leopold zijn toespraak hield in de senaat verscheen de grote aanklacht tegen dit cultuurstel : Max Havelaar, of De koffijveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij. Edward Douwes-Dekker schreef het boek in Brussel, op geen vijfhonderd meter van het  Koninklijk Paleis.

(1) Zijn neef, de dichter Jan Greshoff schreef indertijd Catrijntje Afrika. Alhoewel hij zelf in Zuid-Afrika woonde speelt dit werk toch in de Kongo van zijn oom Anton.

 

Lucas Catherine

March 13, 2020 at 8:50 pm Leave a comment

Oostendse Kapers en Brusselse Bankiers als slavendrijvers.

Door Lucas Catherine

Ze hebben dan wel Gorée niet gesticht of de eerste slavenmarkt van New-York geopend, maar hun verhaal wil ik u toch niet onthouden.

Het huis van bankier en slavenhandelaar Frederic Romberg in Brussel (Nieuwe Graanmarkt)

Na de afscheiding van de Noordelijke Nederlanden werd in Holland de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht en later de West-Indische compagnie, die zich richtte op de Amerika’s en op West-Afrika.

Dit was een doorn in het oog van de financiële elite in de Zuidelijke  Nederlanden. Wanneer zij Oostenrijks worden in 1715 vinden zij steun bij de Gevolmachtigd Minister en dus de eigenlijke gouverneur, de Marquis de Prié. Hij zal het ‘Belgisch’* kapitaal stimuleren om met de VOC te gaan wedijveren en later aan de basis liggen van de oprichting van de Oostendse Compagnie.

De Marquis zal zelf de meeste aandelen in die Compagnie verwerven (150) daarna volgen vooral Brusselse adel, waaronder de hertog van Arenberg (120) en bankiers uit Brussel, waaronder de tweede grootste aandeelhouder Corneel Walckiers met 121 aandelen. Walckiers was een bankier die voor bewezen diensten tot raadgever van keizer Karel VI werd benoemd en tot algemeen belastingontvanger van Vlaanderen.

 De eerste boot die eind september 1718 vanuit Oostende vertrekt richting Afrika om zijn part in de koloniale handel op te eisen heet dan ook Le Marquis de Prié (100 ton, 22 bemaningsleden en zes kanonnen.) De reder was de Oostendenaar Jean de Schonamille. De familie Schonamille was met Jeans broer, François al van 1690 actief in de kaapvaart. Wanneer de boot twee maand later het anker uitgooit aan de monding van de Rio Sestro op de Peperkust (nu Liberia) wordt hij door twee fregatten van de VOC gekaapt. Zij verwijderen de Keizerlijke Oostenrijkse vlag en voeren de bemanning als criminelen mee naar hun grote slavenfactorij Elmina op de Côte d’Or/ Goudkust (nu Ghana). Elmina zal tussen 1637 en 1872 Hollands blijven. Vergeet niet dat de Nederlanders tot de eerste grote slavenhandelaars behoorden. Zij hebben ook het bekende slaveneiland Gorée gesticht. Eigenlijk Goeree (naar het gelijknamig Zeelandse eiland), later verbasterd in het Frans tot Gorée. En in 1646 openden zij de eerste grote slavenmarkt in Nieuw-Amsterdam (nu New-York).

De kapitein van de Marquis de Prié, Jan Willemsen overleefde de gevangenneming niet en de bemaning werd gedwongen aan te monsteren op Hollandse slavenschepen. Een jaar later werd het zusterschip La Marquise de Prié het zelfde lot beschoren. Ook hiervan was de reder een Oostendenaar, François Woelaert net als de kapitein, De Winter. Pieter-François Woelaert was toen thesaurier van de stad Oostende en reder. De bemanning werd in Elmina vast gehouden maar kapitein De Winter kreeg toestemming om met het jacht Commany  naar Europa terug te keren om daar de situatie uit te leggen°. De Winter wist in Dover te ontsnappen en aangekomen in Oostende zorgde hij ervoor dat hij  met de hulp van de Oostendse admiraliteit de Commany kon kapen zodra ze de Engelse wateren had verlaten. De lading werd aangeslagen: 150 Goudmark, olifantstanden ter waarde van 20.000 pond en nogal wat peper. Als repressaille werd in Holland het Brugse schip Flandrina binnen de Hollandse wateren gekaapt.

Het werd een diplomatieke warboel en de Oostendse Companie werd in 1727 opgeheven.

Windwijzer in de vorm van een schip op het huis Romberg. De boot is van het zelfde type als die van de Oostendse Companie.

Wanneer Oostende een vrijhaven wordt (1781-1783) zal Brussel van daaruit opnieuw de slavenhandel activeren.

In 1782 doet de Brusselse bankier Joseph Chapel een oproep om de slavenhandel te ontwikkelen. Hij heeft dan net met bankier Frederik Romberg, die kantoor houdt op de Brusselse Nieuwe Graanmarkt (het huis is nu een school, zie foto), de Société Romberg, Bapts & Cie gesticht.. Deze Société zal samenwerken met partners in Le Havre, toen een van de grote thuishavens van slavenhandelaars, om zo een nieuwe boycot van Holland of Engeland te ontlopen.

 Ook de familie Walckiers is van de partij. Zij waren een van de grote, rijke families, afstammelingen van de al genoemde Corneel Walckiers. Adrien-Ange Walckiers bouwt in 1765 het kasteel van Helmet met grote Engelse Tuin waar nu het Walckierspark een restant van is (nu beschermd erfgoed). Zo zal Eduard Walckiers (1721-1799), eigenaar van de grootste bank in de Zuidelijke Nederlanden, het Belvédère kasteel bouwen (nu deel van het Koninklijk Domein van Laken).

Beaulieu kasteel

De broers Jean-Joseph en Josse-Jean Walckiers worden partner van Frederik Romberg. Zij zullen alle drie samen het kasteel van Beaulieu (nu aan de Woluwelaan) overkopen. Jean-Joseph richt ook het huidige domein Drie Fonteinen in als Engelse tuin.

In 1786 stuurt Romberg & Cie boten naar San Domingo en start er een financiële operatie. De bank geeft leningen als voorafbetaling op de oogst aan een zestigtal kolonisten die slaven inzetten op hun plantages. Bedoeling is dat Romberg in exclusiviteit hun produkten in Europa mag commercialiseren. De colons houden zich niet echt aan de afspraak en zo wordt Romberg niet terug betaald en wanneer in 1791 een grote slavenopstand plaats vindt, gaat dit project in 1793 failliet.

Naar Afrika zelf zal de Société Romberg, in opdracht van Slavenhandelaars in Le Havre et La Rochelle, elf slavenboten uitrusten. Enkele namen : Etats de Brabant, Comte de Flandre, Le Négrier Impérial, of Le Cheval Marin Flamand en Le Roy du Congo die in het gebied rond de monding van de Kongostroom slaven opkochten. Maar in 1783 vaardigt Frankrijk een verbod uit op niet-Franse slavenboten en de Brusselse slavenhandel van Romberg & cie zal langzaam wegkwijnen.

In 1818 vaardigt Koning Willem I een algeheel verbod op slavenhandel uit.

Wet tegen de slavenhandel

Het wordt nu wachten op een nieuwe manier om zwarte arbeidskracht uit te buiten. Leopold II zal die introduceren in Kongo. Hij wordt de nieuwe Roy du Congo.

* De Noordelijke Nederlanden werden in het Latijn Belgica Foederata genoemd, de Oostenrijkse Belgium Austriacum.

 ° Een jacht was toen een snel, klein oorlogsschip.

October 4, 2019 at 9:49 pm Leave a comment

Wie was de eerste Zwarte Afrikaan in Brussel ?

Door Lucas Catherine,

Over de geschiedenis van Zwarte Afrikanen in de Zuidelijke Nederlanden is slechts fragmentarisch gepubliceerd. Dit is dan ook op het eerste gezicht een moeilijke vraag om te beantwoorden . We moeten hiervoor terug naar de tijd toen hier nog slaven rondliepen. In den beginne kende men in Europa bijna uitsluitend blanke slaven, afkomstig uit de Kaukasus en uit Slavisch Europa. In de komst van de zwarte slaven zijn grosso modo drie perioden te onderscheiden :

De tijd van de slavernij toen het nog ging om huisbedienden en vakmensen.

De tijd van de slavenhandel die diende om de plantage-economie van het beginnende kapitalisme te bevoorraden.

De koloniale tijd.

Katharina

De eerste grote Europese handelaars in zwarte slaven waren de Portugezen, later gevolgd door Hollanders, Fransen en Britten. In het begin van de 16de eeuw introduceerden de Portugezen in Antwerpen de eerste negerslaven.Toen Albrecht Dürer in 1520-1522 door de Zuidelijke Nederlanden reisde dineerde hij op 5 augustus 1520 bij João Brandão de eerste Portugese factorijhouder in Antwerpen. Hij tekent er de zwarte slavin Katharina en een zwarte bediende. Maar Antwerpen is natuurlijk Brussel niet.

1520 blijkt een scharnierjaar te zijn als we de schilderkunst als bron nemen. Schilders hadden voor de Aanbidding door de drie Wijzen een zwarte nodig, maar wat blijkt : bij de Vlaamse Primitieven – een nogal bizarre benaming uit de 19de eeuw voor wat men beter de Brugse Vroeg-Renaissance zou noemen – bij die ‘Primitieven’ zijn de drie Wijzen wit. Kijk maar naar de versie van Diederic Bouts uit 1470

Diederik Bouts, De Drie Wijzen

Later zal de derde koning een blanke worden die men zwart heeft gemaakt. De eerste zwarte Wijze zien we bij deze Anonieme Meester (ca 1520) Hier op het titelblad van de catalogus Exotische Primitieven, Brugge 2007.

 

 Wat opvalt is de rijke kledij van deze zwarte koning (en ook van de latere). Het beeld dat we toen hadden van de Afrikanen was nog niet dat van werkbeesten. De zwarten die we kenden waren huisbedienden of vakmannen die hier ongeveer hetzelfde statuut hadden als onder de Arabieren en de moslims van het Midden-Oosten: huisbediende, bijzit, vakman. Die werden bij de dood van hun meester, en vaak vroeger, vrij gelaten en kregen het statuut van volwaardig burger. Zo vinden we in Spanje zwarte ex-slaven terug als chirurg of advokaat. Aan het hof van Henry VII in Engeland werkten zwarte muzikanten (trompetisten) en aan het Schotse hof kennen we een zwarte drummer. Die zwarten arriveerden daar uit Noord-Afrika, bij ons was dit eerder uit het Ottomaanse Rijk. De bekendste is misschien wel Hasan al Wazan, gedoopt tot Leo Africanus die in 1518 door Spanjaarden werd gevangen genomen en vanaf, alweer 1520 carrière maakte aan het Pauselijk hof.

En dat gebeurde ook in Brussel. We weten dat Keizer Karel een vrijgelaten zwarte ex-slaaf, afkomstig uit het Midden-Oosten, als lijfwacht had. De man, bekend als Christoffel De Moor was begonnen als stalmeester. Moren waren specialisten in het africhten van paarden. Na zijn vrijlating werd hij dus persoonlijke lijfwacht en in die hoedanigheid trok hij in 1520 met Keizer Karel op bedevaart naar de Zwarte Lievevrouw van Halle. Jan Mostaert schilderde hem  iets later.

Jan Mostaert: Christoffel De Moor

 

Op het portret kan je zien dat hij op zijn tulband het pelgrimsmedaillon van de Halse bedevaart draagt. De eerste Zwarte in Halle, maar daarvoor dus in Brussel. En tijdens het bewind van Keizer Karel arriveren nog Afrikanen in Brussel.

Moulay Hasan, de Bey van Tunis wordt in 1530 afgezet wegens zijn wreedaardig bewind en vlucht, dankzij de reisdienst van de Graven van Turn und Tassis naar Brussel, waar hij steun zoekt bij Keizer Karel, die trouwens daarop beslist in 1535 Tunis te gaan veroveren met een leger van ondermeer Brusselse adel en Moulay Hasan weer op de troon te helpen. Moulay Hassan logeerde in Brussel bij de Graven van Turn und Tassis en in de Brusselse refuge van de Sint-Baafsadbij van Gent, naast het Begijnhof, nu het Zaterdagplein. Hij was vergezeld van een groot gevolg, onder andere van zijn zoon Moulay Ahmad. Vader en zoon waren nogal aan de zwarte kant. Jan Vermeyen, die als grafisch verslaggever mee naar Tunis trok om de verovering in cartons voor tapijten vast te leggen, maakte ook in Brussel een portret van Moulay Ahmad.

Jan Vermeyen: Moulay Ahmad.

 Rubens zal dit portret later nog eens overdoen en Moulay Ahmad zal hem ook inspireren voor zijn latere Aanbidding der Wijzen.

Rubens: Moulay Ahmad

Maar dan ontwikkelt zich binnen het groeiend kapitalisme de plantage-economie, en ons beeld van de Afrikaan zal grondig wijzigen : geen zijden kleren, geen zwaarden, geen juwelen meer.

Dat gebeurt in Sicilië en ook op het Iberisch Schiereiland. In Spanje worden werkslaven ook ingezet in de mijnen. Tussen 1559 en 1576 sterven 125 zwarte mijnwerkers in de zilvermijnen van Guadalcanal.

De plantage-economie kent haar hoogtepunt in de Amerika’s en dat is het beeld dat we nu krijgen van zwarten: werkslaven. De grootste slavenhandelaars naar Noord-Amerika waren de Nederlanders. Zij openden de eerste slavenmarkt in Nieuw-Amsterdam (nu New York). Het West-Afrikaanse eiland dat symbool staat als vertrekpunt voor de Noord-Amerikaanse slavenhandel draagt een Hollandse naam : Gorée, Franse verbastering van Goeree. Het eiland werd namelijk genoemd naar het Zeeuwse eiland Goeree, met als connotatie : Goede Rede, Veilige ankerplaats.

De Nederlanders zullen op nog een andere manier meewerken aan de foute beeldvorming over zwarten. In navolging van de Portugezen gaan ze zwarten ook als huisbedienden gebruiken. Zie dit schilderij van Eglon van der Neer uit 1680 van een blanke dame met zwart huispersonneel.

Eglon van der Neer: Dame met huispersoneel

 Dit huispersonneel zal tot voorbeeld dienen voor de bediende van Sinterklaas, Zwarte Piet. De overeenkomsten tussen de kleding van deze zogeheten Morenpages en het Pietenpak.is opvallend. Die Zwarte Piet duikt trouwens pas in de 19de eeuw op. Als ‘uitvinder’ van Zwarte Piet geldt tegenwoordig Jan Schenkman, een onderwijzer uit Amsterdam die in 1850 zijn boek Sint Nikolaas en zijn Knecht uitbracht.

Bij ons in België zal Piet pas later doorbreken, vooral door de commercialisering van Sinterklaas die lokale heiligen zonder knecht, als Sinte Maarten kwam verdringen.

Trouwens de eerste knechten zullen bij ons niet de vorm aannemen van Moorse huisbedienden, maar van voorchristelijke natuurgeesten als Kludde en vooral de Nekkers (denk aan Nekkerspoel in Mechelen of Nekkersdal in Brussel). De Nekker huisde in moerassen en bedreigde voorbijgangers. Zij zullen als strafgeesten onze Sinterklaasen in den beginne vergezellen. Zie deze foto uit 1910, met een zwart gemaakte knecht in lompen die een zware ketting voortsleept (een attribuut van Kludde met zijn Keet). De Zwarte Pieten, zoals we die nu kennen, zullen later in Brussel opduiken in Au Bon Marché, de Priba of de Innovation, waar ik ze indertijd te zien kreeg.

SinterNekker.

Met dank aan Jean-Pierre Laus van Dekoloniseer Halle die mij attent maakte op het boek Revealing the African Presence in Renaissance Europe (The Walters Art Museum, Baltimore, 2013)

August 22, 2019 at 10:51 am 2 comments

THEATER

Erdogan op de bres tegen het fascisme

Ook “anti-fascisme” kan koren zijn op de nationalistische molen. In naam van de vrijheid worden vrijheden vertrappeld.  De Holland-Turkije politieke voetbalmatch is daar een voorbeeld van. Een spektakel dat ons aanzet om onze ploeg toe te juichen en de tegenpartij uit te fluiten en dat ons aan beide kanten doet negeren dat spreken belet wordt en dat “onze” oproerpolitie uitrukt om demonstranten aan te vallen. In de onafhankelijke Nederlandse journalistieke website De Correspondent.nl fileert Jesse Frederik het theater.

(tr)

Zo maakte Nederland van een Facebookevenement met 48 geïnteresseerden een #turkijerel

door Jesse FREDERIK

Tot een week geleden telde het Facebookevenement 47 aanmeldingen en 48 geïnteresseerden.  Mevlüt Çavusoglu, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, zou naar partycentrum De Heerlijkheid in Rotterdam komen om ja-stemmers te werven voor het referendum over de Turkse grondwet. Een rampzalige wet, constateren mensenrechtenorganisaties, die de scheiding der machten zou verzwakken en de macht van de president vergroten.

De Nederlandse politiek zag dat niet zitten. ‘We geloven dat de Nederlandse publieke ruimte niet de plek is voor andermans politieke campagnes,’ zei Lodewijk Asscher.

Twee koene helden van het vrije westen

 

Vrijheid, maar nu even niet

 

Vreemd, want de Nederlandse publieke ruimte wordt met enige regelmaat gebruikt door buitenlandse politici om campagne te voeren.Vorig jaar kwam de Britse politicus Nigel Farage nog hiernaartoe om  een ‘nee’ te bepleiten in het Oekraïnereferendum. Goed voor Brexit-stemmers, zei hij.

En twee jaar geleden kwam niemand minder dan Çavusoglu nog naar Rotterdam om campagne te voeren voor de Turkse parlementsverkiezingen. Toen kraaide er geen haan naar.

Andersom is dat overigens ook zo: vorige maand vond er een verkiezingsdebat van Nederlandse Kamerleden plaats op de ambassade in Londen.

We vinden het dan ook ongehoord als onze politici niet de buitenlandse publieke ruimte mogen gebruiken. Zeven jaar geleden weigerde de Britse regering Geert Wilders de toegang tot het Verenigd Koninkrijk. Hij zou naar Londen afreizen om zijn anti-islamfilm Fitna te vertonen. ‘Churchill, de kampioen van het vrije woord, draait zich om in zijn graf,’ oordeelde VVD-Kamerlid Hans van Baalen destijds.

 

Dit is precies wat Erdogan wil

 

Toch: een Turkse minister die zijn recht op vereniging en meningsuiting zou uitoefenen, dat zag de Nederlandse politiek niet zitten. De lijsttrekkers van alle grote partijen vonden het prima om de Turkse minister tegen te houden.

De discussie bij Pauw en Jinek over het bezoek van de Turkse minister. Bij Pauw & Jinek zat Jeanine Hennis-Plasschaert (minister van Defensie, VVD) openlijk te speculeren of ‘brandveiligheid’ niet ingezet kon worden om de bijeenkomst niet door te laten gaan.

Een westerse regering die zich in rare juridische bochten wringt om een Turkse hoogwaardigheidsbekleder zijn rechten te ontzeggen? De Turkse president Recep Tayyip Erdogan ziet niets liever. Onmiddellijk stuurde hij aan op escalatie en begon met sancties te dreigen. De Nederlandse regering trok daarop de landingsrechten voor het vliegtuig van minister Çavusoglu in.

Meer drama, moet Erdogan gedacht hebben: laat ik een minister die toevallig in de buurt is Nederland in rijden om zich als martelaar van het vrije woord op te werpen. De Nederlandse regering gaf hem wat hij wilde: die minister werd gisternacht het land uit geëscorteerd. ‘Democracy, fundamental rights, human rights and freedoms,’ twitterde de Turkse minister van Familiezaken daarop. ‘All forgotten in Rotterdam tonight. Merely tyranny and oppression.’

Een tamelijk potsierlijke uitspraak voor een minister wier regering de afgelopen maanden 125.000 overheidsdienaren heeft ontslagen, 40.000 Turken en 140 journalisten gearresteerd (waaronder Ahmet Şik die ook voor De Correspondent schreef). Toch, we hadden het Erdogan niet veel makkelijker kunnen maken. Honderden woedende Turkse-Nederlanders die de straat opgaan – een nationalistisch vreugdevuur moet aangegaan zijn in Ankara.

‘Schoonmaak’ in Rotterdam

En toen de Britten een jaar of zeven geleden Wilders de toegang weigerden, ging het precies zo. Met vijftig journalisten vloog Wilders naar Londen, waarna hij – goh – het land niet in kwam en met de verzamelde media weer terug kon vliegen. Dank je wel dwaze Britten, moet Wilders gedacht hebben, weer een paar achtuurjournaals erbij.

Dat is nu niet anders. Een paar dagen voor de verkiezingen zal dit onderwerp de talkshows, de kranten en journaals domineren. Onderwerpen die nauwelijks besproken werden deze verkiezingen, zoals schuldproblemen en klimaatverandering, zullen weer onbesproken blijven.

Was getekend…

 

Het had makkelijk anders gekund.

 

‘Meneer Rutte, er schijnt een Turkse minister naar Nederland te komen om campagne te voeren, dat kan toch niet?!’

‘Ik vind dat ongebruikelijk en onverstandig. Maar in Nederland heeft iedereen het recht om in achterafzaaltjes in Rotterdamse partycentra abjecte dingen te roepen. We geloven namelijk in de vrijheden van meningsuiting en vereniging, juist voor die mensen met wie wij het fundamenteel oneens zijn. Wij geven die vrijheden niet zomaar op – niet uit angst voor Wilders, niet om goedkoop stemmen te scoren. En ik hoop dat onze Turkse medelanders – als ze straks moeten stemmen – hun vrijheden ook niet zomaar opgeven.’

Was getekend, Mark Rutte, liberaal.

 

 

 

https://decorrespondent.nl/6378/zo-maakte-nederland-van-een-facebookevenement-met-48-geinteresseerden-een-turkijerel/947575767138-83d2a963

March 14, 2017 at 5:40 am 1 comment

Waarom aanslagen geen aanval op “onze waarden” zijn

 

kobani Jan 2015

Willem Schinkel schrijft in de Nederlandse journalistieke site decorrespondent.nl:

Nog geen week voordat premier Mark Rutte verklaarde dat we ‘in oorlog’ zijn met IS, gaven verschillende Kamerfracties blijk van sympathie voor het PvdA-voorstel Defensie te ‘depolitiseren.’ Daarmee bedoelden ze het vastleggen van de begroting van Defensie voor meerdere jaren zonder tussentijdse herziening omdat – bijvoorbeeld na verkiezingen – politieke voorkeuren anders liggen. In de context van aanslagen in Europa vormen een oorlogsverklaring en de depolitisering van de oorlogsmachinerie een gevaarlijke combinatie.

De depolitisering van oorlogsvoering blijkt uit het vooralsnog beperkte vocabulaire om met aanslagen in West-Europa om te gaan door regeringsleiders. De constante erin is het depolitiseren. Oorlog wordt zo voorgesteld als iets onvermijdelijks, iets waar politieke afwegingen niet voor nodig zijn.

En dat is een slechte zaak. Want van regeringsleiders mogen, nee moeten, we meer verwachten dan de vreemde combinatie van emotie (die blijkt uit de stoere oorlogstaal) en technocratie (die blijkt uit de oplossing: bommen gooien in plaats van politieke reflectie op de contraproductieve werking daarvan).

Want hoe reageert de politiek tot nu toe? Vijf elementen keren terug.

 

  1. De aanslagen heten een ‘aanval op onze waarden’

Dat is het frame dat gehanteerd wordt door regeringsleiders als Mark Rutte, David Cameron en François Hollande. Maar voor wie met enige afstand naar de geopolitieke ontwikkelingen kijkt, is een duidelijk verband zichtbaar tussen de aanslagen in West-Europa en de aanvallen door West-Europese legers in Irak en Syrië. De terroristen zeggen letterlijk: val ons aan en je krijgt aanslagen.

Het is duidelijk dat het in het belang van de regeringsleiders is om die keten van causaliteit af te kappen voorbij noties als ‘gefrustreerde jongeren,’ want het zijn hun beslissingen geweest die terroristen nu als reden aanvoeren voor hun daden,

Terwijl, dit was geen aanval op onze waarden, dit was een aanval op onze mensen. Net zoals nu al geruime tijd aanvallen op mensen uitgevoerd worden in Irak en Syrië. De dag dat dit geweld zich in Nederland voordoet, is dan ook de dag om Mark Rutte persoonlijk verantwoordelijk te houden. Ervoor kiezen te bombarderen, wetende dat precies dat aanleiding geeft tot aanslagen en dan, als men inderdaad terugslaat, de waardigheid van slachtoffers ondermijnen door te zeggen dat het niet mensen maar waarden waren die aangevallen werden, hoe bedenk je het? Erger nog: de achtergrond van het ontstaan van IS is de door het Westen gecreëerde chaos in Irak.

Maar dat was geen chaos die we niet zagen aankomen. Miljoenen mensen hebben die chaos voorspeld en hebben gedemonstreerd tegen de oorlog in Irak. Naar hen is niet geluisterd. Ook nu vriend en vijand toegeeft dat George W. Bush en Tony Blair fout zaten, blijven westerse landen kiezen voor bombarderen. En om de irrationaliteit daarvan compleet te maken, krijgen we als alternatieve probleemdiagnose voorgeschoteld: ze hebben een probleem met onze waarden. Ook binnen de staat is dat een leugen: weinig generaals en veiligheidsexperts zullen een ‘aanval op onze waarden’ serieus als oorzaak hanteren als ze inschatten hoe de geweldsdynamiek zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld.

 

  1. Onze ‘vrijheid’ is leeg

 

Om welke waarden gaat het volgens onze regeringsleiders dan? Om met Mark Rutte te spreken: het ging om ‘onze manier van leven’ en die bestaat uit het op een terras zitten, naar een restaurant gaan, een concert bezoeken en naar een voetbalwedstrijd gaan. Bekijk hier de persconferentie waarin Rutte die uitspraken deed. Bedoelde Rutte nu te zeggen dat het ging om een aanval op onze horeca en entertainmentindustrie? Vast niet, maar dat hij het niet anders deed, illustreert de ontstellende leegte die ‘onze waarden’ markeert.

Het punt is dat onze regeringsleiders niet in staat zijn om de zogenaamde fundamentele waarden die ‘ons’ kenmerken op een andere manier te verwoorden dan onze vrijheid tot horecabezoek en niet in staat zijn de daar achterliggende waarden uit te drukken. Rutte was al niet verder gekomen dan de definitie van vrijheid als de vrijheid om in je eigen huis op je eigen bank te zitten – hij probeerde die vrijheid fundamenteler te verwoorden, maar er stond een olifant in de weg. Lees hier meer over Ruttes vrijheidsconcept.

Inmiddels is er tenminste een uitgaanselement aan toegevoegd, maar is het werkelijk niet mogelijk te beschrijven wat fundamenteel is voorbij de trivialiteit van de consumptie? Niet alleen wordt gedaan alsof mensen in het Midden-Oosten niet naar restaurants, concerten en voetbalwedstrijden gaan – het gaat daarbij immers om ‘onze manier van leven’ – die ‘manier van leven’ wordt ook nog eens als volstrekt leeg gepresenteerd.

Dat is natuurlijk de kern van de huidige neoliberale vrijheid: leegte. Geen enkele substantiële kijk op het leven mag aangehangen worden; de vrijheid is een vrijheid in vorm, niet in inhoud. De neoliberale burger wordt door die leegte gekenmerkt en alleen consumptie – die altijd vliedend is en direct vervangen moet worden door iets nieuws – mag hem of haar tijdelijk vullen.

Hetzelfde zagen we bij de aanslag op Charlie Hebdo. De ‘vrijheid van meningsuiting’ werd naar vorm gewaardeerd, maar moest een lege huls blijven. Meningen mochten nooit tot overtuigingen stollen, dat zou te veel substantie, te veel inhoud zijn voor de lege vorm die het vrijheidsconcept kenmerkt. Gevaarlijke mensen hebben overtuigingen; de rest heeft meningen. En alleen gevaarlijke mensen denken dat woorden daden zijn, bijvoorbeeld dat ze geweld kunnen uitoefenen en kunnen beledigen.  In dit artikel leg ik het verschil tussen meningen en overtuigingen verder uit.

Neoliberale taal is onschuldig, want leeg. De neoliberale vrijheid van meningsuiting is de vrijheid tot volstrekt consequentieloze uitingen. Je moet wel onredelijk zijn, primitief religieus bijvoorbeeld, om te denken dat taal niet onschuldig is. Zo leeg en consequentieloos als de vrijheid van meningsuiting die begin 2015 werd gevierd, zo leeg en consequentieloos zijn de ‘waarden’ die ‘onze manier van leven’ kenmerken eind 2015. Wie zo redeneert, is nog niet begonnen te begrijpen waarmee hij eigenlijk vecht.

 

  1. De daders heten ‘lafaards,’ ‘gekken’ en ‘barbaren’

 

De duistere ondertoon van de geopolitieke wereldgeschiedenis is hoorbaar wanneer neoliberalen als Rutte, Hollande en Cameron ineens gewichtig doen over ‘beschaving’ en over ‘barbaren.’ Willen ze de klok 2.000 jaar terugzetten door zo’n klassiek Grieks vocabulaire te hanteren?

Vast niet, want dan wisten ze dat zulk pathos gevaarlijk was omdat het tot hybris, overmoed, leidt. En lafaards, werkelijk? Is het laffer jezelf op te blazen dan op afstand vliegtuigen of drones te sturen om bommen te werpen op mensen die je nooit in de ogen hoeft te kijken? Of zijn het dan ‘gekken,’ die Frankrijk duidelijk maken dat ze precies die bombardementen betaald komen zetten?

En als het ‘gekken’ zijn, moeten we dan niet maar meteen toegeven dat preventie in welke zin ook onmogelijk is omdat gekte fundamenteel onvoorspelbaar is? Is het misschien omgekeerd? Zijn de terroristen hier rationeler dan hun verklaarders van staatswege? Zijn ze, ook al zijn het veelal jongens uit verwaarloosde buurten in het hart van Europa, misschien moediger met hun ‘weapons of the weak’ omdat ze niet de technologie hebben om zich lafheid te veroorloven?

Uiteindelijk, denk ik, brengen oordelen als ‘lafaards,’ ‘gekken’ en ‘barbaren’ ons geen stap verder. Alle pathos over lafaards en barbaren, over beschaving en over waarden zorgt er vooral voor dat de politieke dimensie systematisch ondergesneeuwd raakt. Het feit dat aanslagen voortkomen uit politieke keuzes om bommen te gooien; keuzes die met belangen in het Midden-Oosten te maken hebben.

 

  1. We denken dat oorlog ‘daar’ gebeurt

 

Een van de terugkerende elementen in reacties op aanslagen lijkt een oprecht ongeloof te zijn over het feit dat hier, bij ‘ons,’ geweld plaatsvindt. Het lijkt het bevattingsvermogen te boven te gaan dat oorlogsgeweld twee kanten op gaat. Oorlogsgeweld, lijkt de aanname, gebeurt ‘daar.’ In de chaos bij ‘dat soort mensen,’ bij die lui die hun democratische zaakjes niet op orde hebben. Wie zo denkt, heeft zich een neo-imperialistische denkstijl eigen gemaakt.

Gedurende enkele decennia die we ‘Koude Oorlog’ noemen, was het inderdaad zo dat het gebruik van wapens elders niet tot het gebruik van wapens thuis leidde. Die tijd is voorbij, en daarmee is een historisch veel gangbaarder conditie hersteld.

Laten we vooral niet vergeten dat het niet meer dan logisch is dat mensen die gebombardeerd worden, geneigd zijn geweld te gebruiken tegen de landen die hen bombarderen. De waan van immuniteit die spreekt uit de verbazing over geweld op eigen bodem komt voort uit een misplaatste ‘sense of entitlement.’

Alsof ons privilege, dat bestaat uit de minieme kans op oorlogsgeweld, een natuurlijke en terechte toestand is. Dat is het pas als we werkelijk kunnen rouwen om de dood die elders geleden wordt en daar werkelijk politieke consequenties uit kunnen trekken door ook anderen de relatieve veiligheid te gunnen die momenteel ons privilege is.

 

  1. ‘Terrorisme’ en ‘militair ingrijpen’ worden te makkelijk gescheiden

 

Augustinus vroeg zich al af wat het verschil is tussen Alexander de Grote en een piraat. En ook nu is de vraag of de terrorist zich niet verhoudt tot de terreur die op Irak en Syrië is losgelaten. Want dat is wat bombarderen uit de lucht is: een terreurwapen. Ondanks alle welbekende filmpjes over ‘precisie-aanvallen’ is bombarderen het militaire equivalent van het opereren op een lichaam met een hakbijl. Geen oorlog is duurzaam gestopt (ook die met Japan in de Tweede Wereldoorlog niet) en geen democratie is gevestigd door middel van bombardementen.

Dat voor bombarderen gekozen wordt, heeft alles te maken met de reden die ook steekt achter de inzet van gewapende drones: geen ‘boots on the ground’ betekent geen ‘body bags’ die terug naar huis komen. En dat betekent minder zichtbaarheid en dus urgentie voor een democratie om de inzet van grootschalig geweld te controleren.

Wat weten we eigenlijk van de inmiddels maandenlange inzet van bommenwerpers in Irak en Syrië door westerse mogendheden? Dagelijks worden daarmee mensen gedood. Wat een onvoorstelbare onvoorstelbaarheid is het dan dat het ons, met alle beperkte maar niettemin gruwelijke middelen, betaald wordt gezet?

LEES HET VERVOLG HIER:

https://decorrespondent.nl/3651/Waarom-aanslagen-geen-aanval-op-onze-waarden-zijn-en-politici-ons-dat-wel-willen-doen-geloven/292936944465-d90da540

 

March 26, 2016 at 3:35 am 6 comments

WAAR IS DE JOURNALISTIEK GEBLEVEN?

test 5

door Walter Zinzen

Afgelopen woensdag. Twee grote gebeurtenissen beheersen het nieuws van de dag : de betoging in Brussel en de gezamenlijke toespraak van Merkel-Hollande in het Europees parlement. Vol verwachting kijken we uit naar De Afspraak . Aan geen van beide nieuwsfeiten wordt ook maar één gebenedijd woord gewijd. ( ’s Anderendaags komt wel een fotograaf zijn foto’s van de betoging tonen). In Terzake mag Herman Van Rompuy wat bedenkingen ten beste geven bij de Frans-Duitse toespraak. Betoging? Ook hier onbekend.

Mocht dit een uitglijer zijn dan zouden we er niet over beginnen. Maar het is geen uitglijer , het is bewust beleid. Canvas heeft geen actualiteitenrubriek meer. Het heeft twee keuvelprogramma’s , die al dan niet interessante babbeltjes brengen naar aanleiding van al dan niet recente gebeurtenissen, maar een analyse ervan , laat staan gedegen achtergrondinformatie , ontbreekt te enen male. De Afspraak en Terzake-nieuwe stijl , toch gemaakt door de Nieuws(!)dienst, zijn klef, niet informatief en vooral braaf, braaf, braaf. Het is zoeken met een vergrootglas naar enige vorm van authentieke journalistiek.

Toch zette de VRT-leiding in de Mediacommissie van het Vlaams parlement een hoge borst op : wetenschappelijk onderzoek had uitgewezen dat de VRT een onpartijdige omroep is en het vertrouwen geniet van het grote publiek. Maar omdat alles beter kan werden een aantal maatregelen genomen om die onpartijdigheid nog te versterken. (DS 09/10). Tegelijkertijd wees voorzitter Van den Brande erop dat die maatregelen noch de besparingen ook maar enig nadelig effect zouden hebben voor de kwaliteit van nieuws en duiding. Dat is met name zo voor de kritische journalistiek. Je wrijft je ogen toch uit als je zo iets hoort. Duiding? Kritische journalistiek ? Waar zijn die dan, als zelfs de journalistiek kortweg naar de reservekamer is verbannen, althans op Canvas waar op weekdagen zelfs geen Journaal meer te zien is?

Natuurlijk , Panorama beoefent met verve de onderzoeksjournalistiek , Vranckx koopt goede buitenlandse reportages aan en wellicht wordt ook Keien van de Wetstraat wat, maar waar zit de kritische benadering van de dagactualiteit? Is het negeren van gebeurtenissen zoals de Brussel-betoging trouwens geen vorm van partijdigheid ? Sterker nog : is onpartijdigheid wel mogelijk zonder kritische, onvervaarde , eerlijke , onafhankelijke en vooral professionele journalistiek? In de richtlijnen die zijn uitgevaardigd om de onpartijdigheid te versterken is van een bekommernis in die zin weinig te merken. Integendeel : coryfeeën van de Nieuwsdienst hebben al lang afscheid genomen van het zgn. ‘harde’ interview . De mensen hebben dat niet graag zeggen ze. Hoofdredacteur Rademaekers ontkent dat nu. Er is in alle Nieuwsdienstprogramma’s plaats voor kritische interviews zei hij in de parlementscommissie. Ik geloof hem graag. Maar ik heb ze nog niet gezien of gehoord. En ik ben blijkbaar niet de enige. De kijkers zijn op de vlucht geslagen voor De Afspraak en het ‘nieuwe’ Terzake. Misschien moet Canvas-manager Peyskens eens naar het Nederlandse Nieuwsuur kijken. Een “ouderwetse” actualiteitenrubriek met een dijk van een ‘harde’ interviewster. En met kijkers.

Test 1

October 13, 2015 at 12:53 pm 3 comments

HEERLIJK HELDER, OOK OVER DISCRIMINATIE

De Wever in flou artistique

De Wever in flou artistique

 

door Walter Zinzen

Drie maanden lang hebben we kunnen genieten van de inspanningen op Radio 1 om onbegrijpelijk ambtenarees te vervangen door helder taalgebruik. Tegelijkertijd hebben we zelden zoveel duistere (onheldere?) mededelingen gehoord als uitgerekend nu. Terwijl de uitspraken van kamerlid-burgemeester-partijvoorzitter Bart De Wever (N-VA) in Terzake ongemeen helder en niet voor dubbele interpretatie vatbaar waren, was in de stortvloed aan reacties de helderheid vaak erg ver te zoeken. Een toemaatje op de campagne voor heldere taal lijkt aangewezen.

Laten we beginnen met een typisch Belgische miskleun: het Gelijkekansencentrum. Dat heet officieel ‘interfederaal’ te zijn. Nu wist mijn grootje al dat interfederaal betekent: tussen federaties. Als de federale republiek Duitsland samen met het federale koninkrijk België een instelling zou oprichten en beheren, dan zou die inderdaad terecht interfederaal genoemd kunnen worden. Maar het Gelijkekansencentrum wordt bestuurd door een allegaartje van de federale Kamer, de gewesten en de gemeenschappen. De term interfederaal slaat dus als een tang op een varken.

Racist als geuzentitel

Gelukkig zijn de standpunten van het centrum een stuk minder misleidend dan zijn naam zou doen vermoeden. Directeur Jozef De Witte kon geen gebrek aan helderheid worden verweten toen hij de uitspraken van De Wever ‘niet racistisch’ noemde. Maar uitgerekend over het begrip racisme werd door anderen heel wat mist gespuid. Vooreerst door De Wever zelf die racisme ‘relatief’ noemde. Filip Dewinter vond ‘racist’ dan weer een geuzentitel en is er trots op dat hij er één is, om dat later weer te ontkennen. En ook rector Rik Torfs van de KU Leuven liet zich niet onbetuigd. In De Morgen schreef de rector dat er ‘onzekerheid en onduidelijkheid groeit over de exacte contouren van het begrip racisme’. Hij voegde eraan toe: ‘Zeker, het openlijke racisme van de usual suspects is helder. Maar de grensgebieden worden nadrukkelijk vager.’ Verwijzend naar Didier Reynders, die zijn gezicht had zwart geverfd, zei de rector dat je onbewust racist kunt zijn, tegen wil en dank. ‘Dat maakt het moeilijk om zelf te weten of je een racist bent of niet.’
Ze zullen het bij het Gelijkekansencentrum met genoegen hebben gelezen. Met zulke overwegingen kun je niemand meer vervolgen voor racisme. Ach ja, ik heb mijn woning niet willen verhuren aan een Berber, maar ik wist niet dat ik daarom een racist ben.

Censuur

Dit soort flou artistique maakt niet alleen helder spreken, maar vooral ook helder denken moeilijk, zo niet onmogelijk. Wellicht was dat ook Torfs’ bedoeling: zeker niet politiek correct te zijn. Het hoge woord is eruit: politiek-correct-mag-niet.
Volgens Lorin Parys (N-VA) is politieke correctheid zelfs een ‘inefficiënt systeem dat in theorie een gelijkere samenleving nastreeft, maar in de praktijk vervalt in een systeem van censuur’. Het stuitende aan dit soort taalgebruik is dat in feite precies het omgekeerde wordt bedoeld van wat er staat en dus ook het volstrekte tegendeel is van heldere communicatie. Want wat voor de drommel is er mis met correctheid, politieke of andere? Krijgen schoolkinderen op hun examens goede punten voor niet correcte en dus foute antwoorden? Hebben we zelf niet in onze jeugd geleerd dat we zonder fouten, dus correct, moeten spreken en denken? Waarom zouden we dat dan nu niet meer mogen doen?
Al in de oudheid maakten filosofen het onderscheid tussen syllogismen (correcte redeneringen) en sofismen (foute want drogredeneringen). Wat willen Lorin Parys en al die andere koene bestrijders van politieke correctheid nu eigenlijk? Dat we het sofisme tot syllogisme uitroepen? Dat we waarheid vervangen door leugen? Hoe kan Parys nu beweren dat een correct systeem leidt tot censuur? Uiteraard bedoelt hij iets helemaal anders: dat het om een systeem gaat dat niet correct, dus fout is. Willen hij en zijn geestesgenoten dat dan ook zo formuleren, in naam van de helderheid, niet alleen van communiceren, maar vooral ook van denken en dus handelen?

Geert Wilders in flou artistique

Geert Wilders in flou artistique

 

April 8, 2015 at 12:10 pm 3 comments

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,653 other followers