Posts filed under ‘Nederland’

GAZA: NEDERLANDSE EX-PREMIER KAPITTELT DE HUIDIGE

GAZA

GAZA

door Jef Coeck

De Nederlandse oud-premier Dries van Agt (CDA/katholiek) heeft premier Mark Rutte (VVD/liberaal) een brief geschreven over het conflict tussen Israël en de Palestijnen in Gaza.

Mark Rutte

Mark Rutte

De oud-politicus is helemaal niet te spreken over het optreden van Rutte in ‘Gesprek met de minister-president’. Dat gesprek noemt Van Agt een ‘horreur’. Volgens hem gebeurt het ‘zelden’ dat oud-premiers een actuele premier aanschrijven, maar kan hij nu ‘niet langer zwijgen’.

Van Agt stelt dat Rutte de machthebbers in Gaza ervan beticht dat zelanceerinstallaties van raketten opzettelijk naast of vlak bij scholen en ziekenhuizen hebben geplaatst.
“Berust die claim op onafhankelijke bronnen, of op wat Israëlische functionarissen je hebben ingefluisterd?”, vraagt Van Agt. Hij noemt het wel ‘terecht’ dat Rutte zei dat Israël het recht heeft zich te verdedigen. “Dat lijdt geen twijfel. Maar even onbetwistbaar is het dat die zelfverdediging proportioneel behoort te zijn. Tot dusver meer dan honderd doden in Gaza, merkte de interviewer op, in Israël geen enkele. Is dat proportioneel? Het is ontluisterend dat je die vraag bevestigend hebt beantwoord. Dat is schokkend”, schrijft Van Agt.
De 83-jarige oud-politicus veroordeelt ook de raketbeschietingen vanuit Gaza. Die vormen volgens hem een schending van het internationaal recht en moeten stoppen. Hij waarschuwt echter de verhouding ‘niet totaal’ uit het oog te verliezen. “Door de 1200 raketten die Hamas en andere militante groeperingen in de afgelopen dagen hebben afgevuurd, zijn enkele Israëli’s gewond geraakt en is enige materiële schade in Israël veroorzaakt. Er is één Israëlische dode te betreuren.”

 

Dries van Agt

Dries van Agt

Wat Van Agt verder stoorde in het televisieoptreden van Rutte was het ontbreken van enige empathie met het ‘immense leed van de weerloze Palestijnen’. “Voor zo veel nood en pijn, beste Mark, kun je toch niet ongevoelig blijven? Hoe is het mogelijk dat ons land zozeer faalt in het beschermen van de rechten van de Palestijnen? Israël schendt het internationaal recht dagelijks, al decennialang, op allerlei manieren, met ernstige gevolgen. Waarom laat je nooit daarover de vonken van je verontwaardiging van het scherm spatten?”, besluit de oud-premier zijn relaas.
LEES VOORAL de volledige brief:
http://rightsforum.org/open-brief-dries-van-agt-aan-mark-rutte

July 17, 2014 at 12:01 pm 5 comments

DE STEMTEST ANNO 1576

Wederdopers

Wederdopers

door Lucas Catherine

 

Je hebt mensen die de toekomst proberen te voorspellen en mensen die het verleden navertellen. Voor het eerste gebruiken sommigen De Stemtest. Ze kunnen dan zien welke partij zal winnen in de komende verkiezingen. Ik gebruik ook De Stemtest, maar dan om de verliezers te herkennen, vroeger, lang geleden toen Brussel een republiek werd, zonder dat er officieel over gestemd werd.

Over die Republiek en de Geuzenopstand heb ik hier al geschreven, twee jaar geleden, onder de titel De Val van Brussel. Daarop kwamen zelfs reacties als, je zou daar een boek moeten overschrijven. Wel dat doen we dus. Op algemeen verzoek van negen lezers.

Maar nu zit ik ook met een probleem. Voor welke partij van toen moet ik kiezen? Niet de officiële winnaars, de barokke, katholieke kaloten, want je kent mijn definitie van geschiedenis: ‘Geschiedenis zijn de medailles die de overwinnaars zichzelf op de borst spelden. De officiële geschiedenis beschrijft de voorkant van die medailles. Marxisten beschrijven hun achterkant.’ Dat van marxist moet u nu, even toch, zo maar laten passeren. Ik zit in een sperperiode en mag geen electorale reclame maken. Alhoewel. Ik deed De Stemtest en kwam uit bij Ecolo/Groen en volgens mij klopt dat van geen kanten, want groen, dat is de nieuwe CVP. Zwijg Lucas, sperperiode! Toch heb ik het voor die stemtest. Ik heb hem dus uitgeprobeerd op het jaar 1576 toen wij in Brussel de Republiek uitriepen en de Spaanse koning naar huis stuurden, met de woorden – ze zijn van een rederijker, de toenmalige Hugo Camps -:

Als alles werd geproeft om u te stillen,
Hebt ghy geensins willen, u wreetheyt laten staen:
Maar even hard, doen dooden, braen en villen,
End’ ons door geschillen, gesocht oock te verraen.
Daerom kond’ men u niet dulden,
Maer ’t was tydt om u t’onthulden,
Op dat m’eens vry
Waer van u tiranny.
Toen waren er in Brussel en Nederlandse ommelanden verschillende partijen actief. Het was allemaal begonnen bij het gewone volk en die stemden voor de Wederdopers of Anabaptisten. Die waren zeer populair onder het stedelijk proletariaat. Ze stonden voor een absolute gelijkheid van elk individu, utopische communisten. De toenmalige Liesbeth Homans, – de baas dus als de baas weg is, toen noemde men dat gouvernante – beschreef hen als “Arm en onbeschaamd, leeglopers. Ze willen alle goud en zilver aanslaan. Ze willen alle kerkelijke en adellijke goederen gemeenschappelijk en tot algemeen bezit maken.” De term ‘miljonairstaks’ bestond nog niet. Op hen stemmen? Niet echt, ze zijn namelijk een rare toer op gegaan. Zij bestaan nog in Nederland als Doopsgezinden en verder in Amerika als Mennonieten en Amisch, als zwarte kousenkerken.

Luther

Luther

Dan waren er de Lutheranen. Die wilden wel de keizer of de koning bewaren, als de scherpe kantjes er maar werden afgeslepen, de burger iets meer vrijheid kreeg in zake geloof en ethiek. En verder het Spaanse leger: buiten! en meer macht voor hun leider en bekendste figuur, Willem van Oranje. Willem was meer dan voorzichtig. Dit leverde hem zelfs zijn bijnaam op, De Zwijger. Als er namelijk over de essentie werd gediscuteerd, zweeg hij, keek de kat uit de boom en stemde daarna met de meerderheid. Hij wist waarom hij voorzichtig was: hij incasseerde ieder jaar in zijn Brusselse residentie als rijkste man van de Nederlanden een jaarinkomen van 150.000 gulden. Het ‘bnp’ van al zijn bezittingen. Dat was 3.000 maal het inkomen van een timmerman. Een huidig CEO kan er maar van dromen. Het systeem was volgens Oranje zo slecht nog niet dat je het grondig moest veranderen.. Nu begrijp ik ook waarom Louis Tobback zich een Orangist noemt.

En dan waren er de Calvinisten, aartsrepublikeinen, spreekbuis van de pas ontstane burgerij. Hun leider, Olivier vanden Tympel schreef toen al een Burgermanifest. Ik wil het u niet onthouden (u voelt mijn voorkeur komen). Het is wel in het Brusselse Renaissance-Nederlands van toen, maar u leest Shakespeare toch ook in de taal van toen?

Eigenlijk is het een soort grondwet avant la lettre, en een voorbode van de Franse Revolutie: een grote stap naar de scheiding van kerk en staat door de godsdienstvrijheid die hij bepleit: Niet langer de vorst bepaalt de religie in het gebied, maar de individuele burger. Verder verdedigt hij de nationale eenheid en laat hij het economisch belang van de burgerij primeren.

Olivier van den Tympel

Olivier van den Tympel

Verclaringhe ghedaen by Jonckeren Olivier vanden Tymple,Gouverneur ende Capiteyn generael binnen der stadt Bruessel,opden derden September 1579.
Een oplijsting van alle grieven tegen het Spaanse bestuur, een pleidooi voor eendracht, maar ook over het economisch nadeel van een splitsing en het voordeel van de blijvende alliantie met Holland en Zeeland. Verder een pleidooi voor vrijheid van godsdienst, te verkiezen boven onverdraagzaamheid en inquisitie.

Enkele citaten: “Men heeft toen ook ghesien hoe men mijnen heere den Prince van Orangien heeft dese Nederlanden doen verlaeten ende hoe men ommeghespronghen heeft metten Grave van Egmont,… den heere van Brederode…”
Hij pleit, om economische reden voor een “vasten ende onverbrekelijcken accordt ende vriendschap… “ tussen alle Nederlanden. Voor Vanden Tympel ging de strijd niet enkel om godsdienst, maar om nationale eenheid en een nationale economie, met een overwicht voor de Brabantse en Vlaamse burgerij. Daarnaast bestond volgens hem het gevaar van een versnippering van de Nederlanden, wat de bedoeling van het Spaanse regime was op lange termijn: “Brabant te scheiden van Vlaenderen ende ander Provincien”.

Tympelvlag

Tympelvlag

De Spanjaarden wilden de opstand verzwakken door het politiek gewicht van Brabant en Vlaanderen te verminderen. Dat ging tegen de economische en demografische realiteit in. Men moet weten dat de opbrengsten (nu zouden we zeggen het BNP) van Vlaanderen en Brabant samen 61% van het totaal van de Nederlanden uitmaakten. Ook demografisch hadden Brabant en Vlaanderen een overwicht: 42% van de Nederlanders woonden daar (ter vergelijking Holland telde slechts 10,5% van de totale bevolking der Nederlanden).

Van die verbondenheid tussen enerzijds Brabant en Vlaanderen en anderzijds Holland en Zeeland was heel de handelsburgerij van de Nederlanden zich bewust. Daniël van der Meulen, een geboren Antwerpenaar maar commercieel actief in Holland formuleerde het vijf jaar later op zijn manier: ”de natuere, de gelegentheyt vande wateren, de gemeynscap van stroomen ende traffique, de oude vrientscap en de gewente onder malcanderen die de Landen van Brabant en Zeelant sóó met den anderen verknocht ende verbonden heeft, dat het gevuelen vande welvaert oft qualicvaert van d’een of d’ander hen, gelijck in de leden eens lichaems, tot den anderen versterct sulx datter geen spaltinge, geene scheydinge ende verderff d’een oft d’ander can overcomen, sonder dat d’andere deselvige fortune subject zij.” Om die scheiding te verhinderen eist Vanden Tympel dat “de Spaengnaerden ende alle vreemdelinghen souden vertrecken uyten Lande ende alle steden ende stercten (forten nvda) stellen in handen vanden ingheborene vanden Lande…”

Als daarentegen de macht van de Spaanse koning zou worden hersteld dan “is teenemael claer dat de landen ende besondere dese stadt nootelijcken (noodzakelijkerwijs, nvda) sullen moeten vallen in duysentmael swaerder inconvenienten dan die nochertijt hebben gheleden.”

Daarom is hij tegen de politiek van de Waalse Provincies die met de Unie van Atrecht voor Spanje kozen en willen “de Walsche Provincien oock om d’ander gheunieeerde te dwinghe en dese Stadt teghen de macht vande selve gheunieerde te houden staende” en voor Spanje te kiezen. Zij zijn de wegbereiders van een “grouwelijcste ende bloedichste inwendighe oorloge… in plaetse van ruste, peys ende vrede.”

Maar ik hou op, net als Batavus Droogstoppel wil ik u niet vervelen, met mijn Brussels uit de Renaissance en vooral, het wordt nu inhoudelijk gevaarlijk, want voor ik het weet of wil gaat de NVA deze tekst opvragen bij de Koninklijke Bibliotheek om er een argument in te zoeken dat “de Walen toen al een blok aan ons been waren”. En bij die partij ben ik bij de stemtest niet uitgekomen. Zo dus.

Een laatste raad voor 25 mei, van mijn moeder zaliger die zei toen ik voor het eerst een stemhokje binnenging: ‘stemmen voor de goei!”. In 1576 dachten ze dat in Brussel ook: we steunen Van den Tympel en winnen met vlag en wimpel. Dat heeft niet mogen zijn. Daarom hou ik mij aan de verkiezingsslogan van Edouard Klein, lang geleden Brussels schepen: Voyez grand, votez Klein.

Lucas Catherine

Lucas van den Catherine

Lucas van den Catherine

 

May 16, 2014 at 10:44 am Leave a comment

EUROVERKIEZINGEN: MIDDAGJE ‘VISSEN’ IN BRUSSEL

Euro 1

door Betto van Waarden

 

‘Ik hoop dat je een koffie hebt gepakt voor de vergadering!’ Het is al de derde collega van de Europese Commissie die vanmiddag dit grapje tegen me maakt. Als stagiair bij Directoraat-Generaal (DG) Onderwijs en Cultuur van de Europese Commissie ben ik met mijn collega mee naar de pre-GRI-vergadering. De pre-Groupe des Relations Interinstitutionnelles, onder insiders beter bekend als ‘’s werelds saaiste vergadering’. Aan een lange ovale tafel met microfoons, headsets, televisieschermen en uitzicht over Brussel zitten de coördinatoren van 28 DG’s van de Commissie.

Op het eerste gezicht heeft de bijeenkomst weinig weg van bureaucratisch overleg. Het lijkt meer een visveiling. Volgens een vast patroon lijken mijn collega’s het alleen maar over fishes te hebben. De Duitse voorzitter van het Secretariaat-Generaal van de Commissie kondigt telkens een nieuwe fish aan, waarna een collega uitleg geeft over deze fish en een aantal andere collega’s vervolgens hun hand omhoog steken. Wie het meest biedt krijgt de aangeprezen fish?

In plaats van over fishes blijken mijn collega’s – van wie velen een sterk accent hebben in het Engels – het echter over fiches te hebben. Het zoveelste francisme dat gebruikt wordt in ‘Eurospeak’ – het Engels der Eurocraten. Een fiche is een formulering van een aangepast Commissiestandpunt ten opzichte van haar oorspronkelijke voorstel als gevolg van onderhandelingen met de Raad van de EU en het Europees Parlement.

De vergadering over fiches verbeeldt zowel de bureaucratische als de hiërarchische eigenschappen van de Commissie. De vergadering is namelijk een klein stapje in een grootschalig en gestructureerd proces van beleidsvorming. Op basis van inter-institutionele onderhandelingen met de Raad en het Parlement past een beleidsmedewerker het voorgaande Commissiestandpunt aan in een nieuwe fiche, waarna meerdere oversten binnen haar DG en binnen de staf van haar overkoepelende eurocommissaris deze fiche moeten goedkeuren. Uiteindelijk moet de fiche worden aangenomen door het College van eurocommissarissen, maar om mogelijke problemen met de fiche al eerder op te lossen wordt de vergadering van het College voorbereid door de Hebdomadaire (stafhoofden van de eurocommissarissen)-vergadering, die weer wordt voorbereid door de Groupe des Relations Interinstitutionnelles (medewerkers van de eurocommissarissen verantwoordelijk voor inter-institutionele relaties)-vergadering, die ten slotte wordt voorbereid door de pre-GRI (vier hiërarchische lagen van vergaderingen dus).

Omdat de (staffen van de) eurocommissarissen alleen tijd hebben om een beperkt aantal uitstaande politieke problemen op te lossen, doen de pre-GRI-ambtenaren hun best om alle technische en zoveel mogelijk politieke problemen met de fiches alvast op te lossen. Wat leidt tot lange technische vergaderingen. Ik dacht dat ik tijdens mijn stage bij het VN-coördinatiecentrum in Washington in 2010 al het walhalla van acroniemen had ontdekt – de VN staat tenslotte bekend om haar veelvoud aan organisaties en programma’s als UNDP, UNHCR, UNCTAD, UNFPA, enzovoort – maar ik kom bedrogen uit. Urenlang luister ik naar fiches over AESM, SRM, CSD en PES. Tijdens elke discussie reageert een klein aantal collega’s van DG’s die met de specifieke fiche gemoeid zijn. De rest luistert met één oor en wacht op de magische conclusie van de voorzitter: A point (eurocommissaris-medewerkers hoeven er niet meer naar om te kijken) of B point (eurocommissaris-medewerkers moeten het nog bespreken). Iedereen noteert braaf ‘A’ of ‘B’ op haar blaadje en gaat verder met dagdromen.

Een jaar later zit ik zelf in de stoel van DG Onderwijs en Cultuur. Het voelt als een ontgroening. ‘Denk je dat je klaar bent voor je eerste pre-GRI?’ vroeg mijn begeleider op een dag doodserieus. Op haast ceremoniële wijze word ik door mijn bazen uitgezwaaid als ik eindelijk als afgezant van ons DG naar de pre-GRI vertrek. Ik voel me net een achttienjarige die zelfstandig de wijde wereld in gaat – of beter gezegd de Brusselse Eurocratenwereld.
Al bij mijn tweede pre-GRI val ik met mijn neus in de boter: of ik even aan de juridische dienst en de andere collega’s wil uitleggen waarom de Commissie volgens onze nieuwe fiche ineens moet vinden dat de lidstaat waar de volgende Europese Cultuurhoofdstad georganiseerd gaat worden zelf haar kandidaatsstad mag nomineren alvorens de Commissie deze stad benoemt. Tevergeefs probeerde ik het eerder al telefonisch aan een Franse collega van de juridische dienst uit te leggen om een discussie in de vergadering te voorkomen. Het hielp niet dat ze als Fransoos van de oude stempel het vertikte om Engels met me te spreken, waardoor ik als niet-Franstalige niet-jurist haar in een krappe vijf minuten in het Frans ervan moest proberen te overtuigen dat het nieuwe Commissiestandpunt geen negatieve juridische gevolgen zou hebben. Het hielp nog minder dat het nieuwe Commissiestandpunt niet rationeel uit te leggen is. Maanden geleden, toen de strijd tussen de Commissie en Raad over wie de Cultuurhoofdsteden in de toekomst mag gaan benoemen al in volle gang was, wees iemand er al op dat vijftig kilometer buiten Brussel niemand zelfs het verschil tussen de Commissie, de Raad en het Parlement weet – maar het mocht niet baten. In de pre-GRI begin ik voorzichtig: ‘Ik weet dat het niet logisch en efficiënt is [gelach van collega’s], maar het is een politiek symbool dat lidstaten belangrijk vinden.’ Sommige collega’s kijken medelevend: ze kennen het frustrerende gevoel binnen de Commissie dat lidstaten minder EU-rompslomp en een kleiner EU-budget willen, maar tegelijkertijd dat de Commissie nog meer doet en bekostigt en dat lidstaten in alle Europese besluitvormingsprocessen politiek zichtbaar zijn.

Euro 3

Intussen trilt mijn telefoon in mijn broekzak. Een collega van mijn DG sms’t: ‘Slaap je al?’ Een mooie aanleiding om eindelijk maar eens dat veelgenoemde kopje koffie te halen om de resterende paar uur vissen nog door te komen.
http://www.groene.nl/artikel/middagje-vissen-in-brussel

 

May 9, 2014 at 1:40 pm Leave a comment

GERARD MORTIER HEEFT DE SCENE VERLATEN

Gerard Mortier

Opera Visionary, Dies at 70  (The New York Times, March 9)


Gerard Mortier (1943) is een godenkind en een lastigaard. Hij begon zijn carrière in de muziekwereld bij het Festival van Vlaanderen, waar hij Jan Briers opvolgde. In 1981 werd hij intendant van de Munt, de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel, die op een dieptepunt was beland. In tien jaar tijd heeft Mortier de Munt op de internationale kaart gezet, zij het met achterlating van een grote financiële put. Minister Louis Tobback, die tot opdracht had die put te vullen, heeft daar nooit over geklaagd. Hij was integendeel vol lof over Mortier: ‘Als deze man in de politiek was gegaan, zou hij op zijn minst premier zijn geworden.’
Na de Munt werd Mortier gevraagd om de Salzburger Festspiele te gaan leiden, een icoon voor elke operaganger. Hij ging zo vernieuwend tewerk dat bij zijn afscheid enkele jaren later doodsbrieven werden gedrukt om het ‘heuglijke’ nieuws te verspreiden.
Mortier vertrok naar Trier om er een nieuw project, de Ruhr Triennale op poten te zetten. Hij kreeg nu eindelijk zijn zin: een vernieuwing van het operagebeuren en een verjonging van het publiek.
Dat trachtte hij ook te bewerken toen hij in 2004 verkaste naar Parijs, om er directeur te worden van de Opéra National. Maar erg vernieuwingsgezind waren ze er niet. Mortier werd niet echt opgenomen in de ‘hofhouding’ en kreeg harde lastercampagnes te verwerken. Toch zette hij zijn zin door – intussen blijkt de restauratie in Parijs in volle gang.
Een bijzonder kort intermezzo van zijn loopbaan speelde zich af bij de New York City Opera. Deze instelling had hem aangetrokken in 2008 maar nog voor hij goed en wel aan de slag kon lag Mortier al overhoop met het bestuur. Over budgetten en door de opdrachtgever gebroken financiële beloften. Misschien ook wel omdat hij in dezelfde periode te kennen zou hebben gegeven belangstelling te hebben voor het intendantschap van de Beyreuther Festspiele?
Sinds vorig jaar verblijft Mortier, voor zover bekend naar algemene tevredenheid, in Madrid als directeur van het Teatro Real. En als dat ophoudt, weet hij al waar naartoe.
Kris Smet interviewde hem, exclusief voor het Salon van Sisyphus, bij een dubbelopvoering Tchaikovsky/Stravinsky. Daarover leest u een korte introductie na het interview. (jc)

 

Lees het interview van Kris Smet met Gerard Mortier, twee jaar geleden:
https://salonvansisyphus.wordpress.com/2012/01/22/gerard-mortier-ik-doe-veel-meer-voor-vlaanderen-dan-de-meeste-politici/

March 9, 2014 at 1:33 pm 1 comment

NEDERLAND’S BITTERE ERFENIS

Door Johan Depoortere

Een land dat zichzelf opheft, vroegere kolonies die vrijwillig in de schoot van het moederland terugkeren, eilanden die bedanken voor de aangeboden onafhankelijkheid, een moederland dat zijn koloniën liever kwijt dan rijk is: de postkoloniale geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden verloopt via kronkelige en doornige paden. Nederland is de enige koloniale mogendheid die zijn koloniën “wingewesten” heeft genoemd. Dat ging voor Oost-Indië prachtig op. Maar op de eilanden in de Caraïbische Zee hebben de handelaren uit het noorden zich long term vies verkeken. Het moet voor de Nederlandse bewindslieden nu een akelige situatie zijn: je kunt die roteilanden eenvoudig niet meer kwijt.1 Het citaat van schrijver en oud-secretaris van het eilandgebied Curaçao, Boeli van Leeuwen (overleden in 2007,) geeft perfect de bittere koloniale erfenis weer waarmee Nederland zit opgescheept.

boelie_119034a

Boeli van Leeuwen: “Nederland raakt die roteilanden niet meer kwijt”

Sinds 2010 zijn de relaties tussen Nederland en de voormalige koloniën na jarenlange onderhandelingen bijgesteld: het piepkleine Saba (1600 inwoners) is samen met Sint Eustatius (Statia) en Bonaire een “openbaar lichaam” geworden, een “bijzondere Nederlandse gemeente.” Curaçao en Sint Maarten zijn zelfstandige landen binnen het koninkrijk, Aruba was dat al sinds 1986. Maar de nieuwe staatsinrichting heeft niet echt rust gebracht in de gespannen relatie tussen het moederland en de voormalige kolonies . De publieke opinie op alle eilanden is sterk verdeeld. Vooral op Bonaire (zie: Bonaire, De Rot in het Paradijs) maar ook op Saba en Sint Eustatius is de onvrede groot. (Sint Eustatius is het enige eiland dat zich in een referendum tégen de nieuwe structuur heeft uitgesproken.) Op Curaçao stemt een kleine helft van de bevolking op partijen die voor onafhankelijkheid pleiten. En ook in Nederland zelf zijn de eilanden zacht uitgedrukt niet echt geliefd, behalve dan als toeristische bestemming en belastingparadijs voor bemiddelde landgenoten.image007

Het nieuwe statuut houdt tal van contradicties in. De inwoners van Bonaire, Statia en Saba hebben weliswaar dezelfde plichten als die van een Nederlandse gemeente, maar niet dezelfde rechten. Op de grotere eilanden, het bovenwindse Sint Maarten en de benedenwindse Curaçao en Aruba blijft Nederland een vinger in de pap houden op gebieden als justitie, buitenlandse zaken, financiën en behoorlijk bestuur – “bestuurlijke integriteit” zoals het in het officiële jargon heet. Aan dat laatste schort nogal wat zoals verder mag blijken, maar voor grote delen van de eilandensamenleving is de Nederlandse bemoeienis een vorm van schoonmoederen die waar het kan in stilte wordt tegengewerkt. Daar staat tegenover dat de eilandbewoners als Nederlandse staatsburgers vrij naar Nederland kunnen komen en voor de rest alle voordelen genieten van het reizen met een Nederlandse paspoort. Elk voorstel in de Tweede Kamer om de toegang van Antillianen tot het Nederlandse grondgebied te beperken of aan voorwaarden te verbinden stuit op een storm van protesten van de politieke elite op de eilanden. Daarbij wordt vaak met succes geappelleerd aan de historische schuldgevoelens over de Nederlandse slavenhandel waar vooral de christendemocraten van het CDA gevoelig voor blijken.

_DSC0083

Willemstad, de wereldberoemde Handelskade met de pontjesbrug die de stadsdelen Punda en Otrobanda met elkaar verbindt

Curaçao dat tot 10 oktober 2010 het hoofdeiland was van de ter ziele gegane Nederlandse Antillen is nu meer dan ooit op zichzelf aangewezen en kampt met grote economische problemen. Aruba kijkt tegen een torenhoge staatsschuld aan al lijkt het van alle voormalige Nederlandse bezittingen in de Caraïben nog het beste te varen bij de zelfstandige status die het eiland al bijna dertig jaar geleden heeft afgedwongen. Toerisme en casino’s zijn volledig op de Amerikaanse markt gericht en dagelijks zie je de reusachtige cruiseschepen afmeren in de hoofdstad Oranjestad. Shopping Malls met de onvermijdelijke Starbucks en hotels van de grote Amerikaanse ketens als Mariott doen je helemaal in een zuidelijke Amerikaanse stad wanen. Aruba wil zich profileren als hub tussen de VS en de groeimarkten van Latijns Amerika. Ook Sint Maarten leeft voor een groot deel van het Amerikaanse goktoerisme, met als bijprodukt mafia-invloeden en corruptie.

20021109g_Curacao_Refinery.sized_1

De Shell raffinaderij wordt nu gehuurd door de Venezolaanse oliemaatschappij. Wat er met de vervuilende site moet gebeuren als het leasecontract met Venezuela afloopt is onduidelijk.

Curaçao is als enige voormalige Caraïbische kolonie sterk geïndustrialiseerd. De reusachtige olieraffinaderij begin vorige eeuw opgericht door Shell beheerst het beeld van het historische Willemstad, de hoofdstad van het eiland en sommige schilderachtige baaitjes aan de westkust verliezen hun charme door de sterke zwavelgeur die de overheersende oostenwinden aanvoeren. Shell heeft de olie-installaties al in 1985 van de hand gedaan, de raffinaderij wordt nu gehuurd door de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA. Ooit werkten hier meer dan 10000 mensen uit alle delen van het Caraïbisch gebied en Shell zorgde voor welvaart op het eiland. Het concern bouwde voor zijn arbeiders hele stadswijken als Emmastad en Groot Kwartier aan de rand van Willemstad en liet als erfenis een goede wegeninfrastructuur achter. Maar de arbeidsverhoudingen bij Shell leidden in 1969 ook tot hevige sociale onlusten en rassenrellen waarbij een groot deel van de historische binnenstad in vlammen opging. Vandaag biedt de raffinaderij nog werk aan hooguit 800 man en de installatie voldoet absoluut niet meer aan de hedendaagse milieunormen. Tot dusver is niemand bereid gevonden in modernisering te investeren en de toekomst van de grootste werkgever op het eiland is hoogst onzeker.

Curaçao Mien - 1444

Waar je ook gaat of staat op Curaçao overal kom je de geel-rode kantoortjes van Robbie’s Lottery tegen: het imperium van loterijkoning Robbie Dos Santos, die verschillende politieke partijen financieel steunt. Wat de politici in ruil doen voor die milde steun is niet duidelijk, maar feit is dat tegen Dos Santos een gerechtelijk onderzoek loopt met steun van de Nederlandse recherche. Politieke corruptie, belangenvermenging, nepotisme en mafia: het is een plaag die alle voormalige Nederlandse bezittingen in de Caraïben treft. Een minister die een taxivergunning ritselt voor een familielid, een toppoliticus die met de creditcard van de toeristische dienst van zijn land gaat shoppen in Miami: het zijn pekelzonden waar de Antilliaan op reageert met schouderophalen. Maar er is meer aan de hand dan de clash tussen Nederlandse calvinistische gestrengheid en de lossere normen van de Caraïben.

helmin.wiels.politicus.curacao

Helmin Wiels, de charismatische politicus die vorig jaar werd vermoord. Wiels was voorstander van onafhankelijkheid voor Curaçao

Al in 1995 noemde de toenmalige Nederlandse liberale voorman Frits Bolkestein Aruba een “rovershol.”  Henny Eman– een broer van de huidige Arubaanse premier Mike Eman– bezorgde toen hij zelf aan het hoofd van de regering stond een beruchte Siciliaanse mafiafamilie de vergunning voor hotelbouw op het eiland. (Politieke dynastieën zijn niet ongewoon in de Nederlandse Caraïben.) Op Curaçao staat voormalig premier Gerrit Schotte onder verdenking van corruptie. Schotte zou door bemiddeling van Dos Santos banden hebben aangeknoopt met een andere Italiaanse mafiaclan. De huidige Curaçaose premier Ivan Asjes – ook Ivar Jasjes genoemd vanwege de bovenvermelde shopping spree in Miami – is getrouwd met de dochter van weer een andere gokkoning, Jacobo “Cocochi” Prins, eigenaar van veel casino’s op Curaçao.

De populaire politicus Helmin Wiels, een voorstander van onafhankelijkheid, werd vorig jaar in nooit opgehelderde omstandigheden vermoord. De uitvoerders zitten achter de tralies maar het is onwaarschijnlijk dat op hun proces de opdrachtgevers bekend zullen worden. Eén van de theorieën is dat Wiels niet langer op één lijn zat met zijn geldschieters, een andere dat er politieke motieven waren voor de moord. Wiels wordt wel eens als het spiegelbeeld van Geert Wilders beschreven: zoals de Nederlander foetert op de “vreemdelingen” en vooral de Curaçaose jongeren in Nederland, zo had Wiels het niet begrepen op de “makamba’s” – de Nederlanders en blanke Europeanen op Curaçao.

Foto-serka-relato-PAR-ta-anti-demokratiko-presidente-di-Parlamento-Ivar-Asjes_MG_3704

Mike Eman, huidig premier van Aruba. Zijn broer Henny was de eerste regeringsleider van het zelfstandige Aruba (1986).

Op Bonaire zijn verschillende invloedrijke politici verwikkeld in het al jarenlang aanslepende Zambezi-onderzoek naar grootschalige politieke corruptie en belangenvermenging. Ook over de politieke elite van Sint Maarten hangt een geur van corruptie. Een voormalige minister van justitie moest aftreden toen bekend werd dat hij in zijn vrije tijd bordelen beheerde. De Italiaanse mafiafamilie die voet aan de grond kreeg in Curaçao is ook op Sint Maarten niet onbekend: Theo Heyliger, de leider van de grootste partij was op een foto te zien met leden van de clan. Overigens is het kopen van stemmen een oude traditie op Sint Maarten: vroeger met ijskasten, nu met mobieltjes en andere elektronische gadgets.

Schermafbeelding 2014-01-26 om 10.29.06Toen de Nederlandse liberale premier Rutte in juni vorig jaar de eilanden bezocht werd over dat alles publiekelijk nauwelijks met een woord gerept. Binnenskamers zou Rutte tegen de regeringsleiders wél harde taal hebben gesproken. Maar Rutte beseft dat de eilanden in Nederland niet bepaald populair zijn. En hij voelt de hete adem van Wilders in de nek. Voor Wilders is het een uitgemaakte zaak: de voormalige bezittingen in “de West” zijn een last en Nederland moet ervan af. Probleemjongeren in de grote Nederlandse steden zetten de argumenten van Wilders en andere rechtse populisten ongewild kracht bij. Rutte sprak dan ook vooral voor zijn eigen publiek toen hij aan het einde van zijn bezoek aan de Caraïben het veel geciteerde zinnetje uitsprak: Als u eruit wil (uit het koninkrijk), en een meerderheid van uw bevolking steunt dat, dan is dat mogelijk. Dan belt u even en dan regelen we dat.

Of het ooit zo ver komt is zeer de vraag. Er zijn andere belangen in het spel waarover Rutte en de meeste Nederlandse bewindslieden meestal het zwijgen toe doen. De Caraïbische eilanden liggen in de achtertuin van de Verenigde Staten en zijn of ze dat willen of niet een pion in het geopolitieke schaakspel tussen de Verenigde Staten en Venezuela. Voor de VS vormen de Caraïbische eilanden de buitengrens van de Amerikaanse invloedssfeer. Curaçao is een belangrijke basis geworden in de drugsbestrijding die nu niet meer op Columbia maar bijna exclusief op Venezuela is gericht. Van op de Amerikaanse Forward Operation Location op Curaçao stijgen Awacs-vliegtuigen op richting Venezuela. Drugsbestrijding of spionage – wie zal het zeggen?

Er bestaan oude historische banden tussen de benedenwindse eilanden en de “Bolivariaanse Republiek Venezuela.“ De legendarische “libertador” Simon Bolivar woonde een tijd op Curaçao en het voornaamste plein in Willemstad is naar Brion, één van zijn adjudanten, genoemd. De voormalige Venezolaanse leider Hugo Chavez maakte er geen geheim van dat de eilanden in de Venezolaanse invloedssfeer thuis horen maar Washington is als de dood voor nóg meer Venezolaanse invloed op de strategisch tussen Noord- en Zuid Amerika gelegen eilanden. Onafhankelijkheid zou de benedenwindse eilanden zo goed als zeker in de richting van Venezuela duwen en dat kan Washington missen als kiespijn. Het beschouwt Nederland als de beste bewaker van de achtertuin en oefent daarom druk uit op de hondstrouwe Navobondgenoot om in elk geval een rol te blijven spelen in zijn voormalige kolonies. Het is een rol die alle traditionele Nederlandse partijen trouw blijven ook al is de publieke opinie in Nederland daartegen gekant. Nederland kan inderdaad om méér dan één reden niet “van die roteilanden af.”

1Boeli van Leeuwen “Geniale Anarchie” 1990

January 29, 2014 at 9:54 pm 1 comment

ZWARTE PIET EN ZIJN VELE MISVERSTANDEN

Zwarte Piet_NEW

 

door Lucas Catherine

 


Open brief aan Verene Shepherd, vijand van Zwarte Piet

Geachte Mevrouw Verene Shepherd, UNO-specialiste en presentatrice van een historisch programma op de Jamaicaanse Radio. Mag ik u de geschiedenis van Zwarte Piet en Sinterklaas vertellen. Hun verhaal gaat veel verder terug dan u denkt, dan de kolonisatie en wortelt in ons voor-christelijk Keltisch en Germaans geloof. De Sint startte zijn carrière namelijk als Germaanse god.

Deze oorlogsgod Wodan reed door de lucht op zijn paard, met een rode mantel en zwaaiend met zijn speer. Hij is overgegaan in Sint-Maarten, ook al een krijger, want afgebeeld als Romeins legioensoldaat, met vrijwel dezelfde attributen als zijn voorganger: een witte schimmel, een rode mantel en een zwaard ter vervanging van de speer. Hij brengt nog op sommige plaatsen de kinderen op 11 november geschenken terwijl hij rijdt door de lucht en over de daken. Later wordt hij verdrongen op 6 december, door Sinterklaas, die er andere Wodan-attributen bijneemt: de ring (Draupnir) en het boek waarin alles opgeschreven staat (het Runenboek van Wodan).

Beiden zijn vergezeld van een Zwarte Piet. Oorspronkelijk was dit geen knecht, maar een tegenhanger van de hemelgod, namelijk een onderaardse geest, een nikker of nekker. Dat is geen neger. Het woord komt van de préindogermaanse stam *n-k- waar ook ons woord nacht van is afgeleid en betekent donker. Zo’n geest kwam uit de onderwereld naar boven via water –denk aan de plaatsnaam Nekkerspoel: vijver waarin een nekker huist. Het onderaardse werd geregeerd door de godin Helle – de latere christelijke hel is naar haar genoemd – zij was ook zwart en overleeft als Zwarte Lieve-Vrouw. Onderaardse geesten werden bij de Kelten bruin of bruinzwart gekleurd.

Wie braaf was werd beloond door de hemelgeest, wie stout was kreeg een vermaning van de onderaardse geest. Binnen de oude mythologie was dit: rechtstreeks naar het Walhalla in de hemel gaan, of onder de aarde naar Helle om herboren te worden en zo een tweede kans te krijgen.

 

Later, in de Sinterklaas-versie werd dit een knecht en ging hij gekleed als Moorse jongen. Dat moet zo in de zestiende eeuw zijn geweest en toen kwam Klaas ook uit Spanje, per boot en niet meer uit de lucht. We waren toen één land met Spanje en kenden de Moren (Morisco’s, Moslims) daar als onderdrukte groep. Hier wordt Zwarte Piet dus een bruine Arabier.

Spanje werd ook symbool voor overdaad en rijkdom, denk maar aan de goudschat van de Inca’s die in Antwerpen aankwam om daarna in het paleis van Keizer Karel op de Brusselse Koudenberg te worden ten toongesteld. Vandaar dat de Sint nu toekomt per boot uit Spanje in de twee grootste havens van de Nederlanden waar al die schatten uit Spaans Amerika arriveerden .

Wanneer in de zeventiende eeuw Sinterklaas naar Nieuw Amsterdam/ New York verhuist wordt hij Santa Claus en Spanje heeft toen zijn glorietijd wel gehad. Onder invloed van de Scandinavische immigranten daar rijdt hij gewoon weer door de lucht, maar nu op een arreslee zoals de skandinavisch-finse hemelgod Ukko (letterlijk Oude Man).

Kludde de Watergeest

Kludde de Watergeest

Kent u als historica en UNO-specialiste dit verhaal? Neen? Mag ik U daarom een compromis voorstellen: we zouden terug kunnen keren naar de oerversie en van Piet opnieuw een Nekker maken, en om zeker te zijn dat men die niet verwart met nigger/neger zouden we hem een nieuwe naam kunnen geven. Die van een andere Keltische watergeest die overleeft in de folklore van de dorpen langs de Schelde, de Dender en zelfs langs de Zenne, namelijk Kludde. Klaas en Kludde, het bekt nog ook.

 

Ik vind trouwens, met alle respect mevrouw, als u absoluut wil doorzetten dat u dan ook het kaartspel Zwarte Pieten moet laten verbieden. Dat is nu eens duidelijk een afspiegeling van de kolonisatie. Wie in het spel met de Zwarte Piet blijft zitten is de grote verliezer. En is dat niet wat tijdens de kolonisatie gebeurde: de blanken gingen met alle goede kaarten/grondstoffen lopen en de lokale bevolking werd letterlijk en figuurlijk de Zwarte Piet.

 

 

Lucas Catherine

Aanhanger van Sinte Maarten en van Kludde.

Vrouw en kind van Zwarte Piet wachten, zoals elk jaar, in spanning de veilige terugkeer af van hun man en vader...

Vrouw en kind van Zwarte Piet wachten, zoals elk jaar, in spanning de veilige terugkeer af van hun man en vader…


October 25, 2013 at 10:18 am 9 comments

JULIEN LAHAUT HAD GELIJK. LEVE DE REPUBLIEK.

wissel A

 

door Bart Eeckhout

 

Het feest zal ingetogen blijven, zo wordt ons beloofd. Toch wacht ons met de kroning en eedaflegging van Filip als koning van België een bijzonder schouwspel. Het bijzondere zit dan niet in de kwaliteit van het afgestoken vuurwerk, maar in het feit dat deze gebeurtenis als een hoogtepunt gevierd zal worden in het hart van de democratie, het Paleis der Natie. Eensgezind in haar hoofse buiging zal de verkozen vertegenwoordiging van het volk haar onverkozen staatshoofd begroeten. Zo legitimeert de democratie zelf een in wezen ondemocratische instelling. En dat zie je inderdaad niet elke dag.

Eigenlijk is het simpel. Er valt, onder democraten, geen enkel principieel argument te verzinnen ter verdediging van de monarchie. Het zou in deze eenentwintigste eeuw niet langer aanvaardbaar mogen zijn dat de leiding van een land – het weze door de grondwet beperkt in haar voorrechten – door erfopvolging bepaald wordt. Behalve dat hij de zoon is van zijn vader heeft Filip van geen enkele verdienste blijk moeten geven die hem specifiek geschikt maakt als staatshoofd. In een democratie is er namelijk maar één kwaliteit die daarbij van tel is: een verkiezing door de volkswil.

Het gekke is nu dat je daarop in ons land ook nooit op tegengesproken wordt – tenzij misschien in die verwaarloosbaar kleine adellijke kliek met nostalgie naar het echte ancien régime. Maar, klinkt het dan even snel, dit is nu eenmaal België. In dit land met zijn ingewikkelde staatshuishouding is een monarch, die boven de partijen en gemeenschappen staat, noodzakelijk als een institutioneel rustpunt. Het is het beeld van de koning als noodzakelijke brug tussen de twee grote gemeenschappen. België als schaakbord: laat je de koning vallen, dan is het spel voorbij.

Communautair koningschap
In België is de monarchie dus niet alleen constitutioneel maar ook communautair verankerd. Maar waarom zou een verkozen of een door een verkozen meerderheid aangeduide president die rol als ‘soeverein’ boven het gewoel niet kunnen opnemen? Omdat dit ‘nu eenmaal’ België is? De keuze voor de monarchie uit angst dat het land anders uiteenvalt, is een uiterst problematisch argument. Want hoe kunnen wij een democratie zijn als wij geen republiek durven te zijn?

Natuurlijk is België niet het enige land dat nog door een koningshuis geregeerd wordt. In de meeste westerse democratieën is de monarchie stilaan evenwel gereduceerd tot een onschadelijk en grondwettelijk relatief machteloos relict, dat in stand gehouden wordt als een soort populaire maar tandeloze bezienswaardigheid. In Groot-Brittannië speelt de Queen bijvoorbeeld geen enkele rol in de regeringsvorming, in Nederland is inmiddels ook Willem-Alexander zijn politieke rol kwijt, en in Zweden ondertekent Karl Gustav geen wetten meer.

Door de vorst expliciet in te schakelen als behoeder van de samenhang van het land, is een dergelijk ceremonieel koningschap in België bijna onmogelijk. We moeten daarbij voorbijgaan aan de anekdotiek van het particuliere politieke palmares van Albert II. Het valt niet te ontkennen dat de aftredende koning in tijden van crisis van een grote rust, flexibilteit en wijsheid blijk gegeven heeft. In de institutionele crisis van de voorbije vijf jaar was koning Albert vaak een van de meest stabiele, betrouwbare en rationeel denkende spelers op het politieke schaakbord. Dat zegt helaas meer over het rapport van de democratisch verkozen volksvertegenwoordiging dan over het belang van een ondemocratisch aangestelde monarch.

Wie het paleis ziet als garant voor het voortbestaan van het land, kan enkel hopen dat Filip de rustige vastheid van zijn vader mee erft. Los van de figuur van de kroonprins zit daar het grote risico van een ‘communautair koningschap’. Ook Albert II heeft moeten toestaan dat, juist door zijn noodgedwongen actieve rol, zijn functie meegesleurd is in het politieke drijfzand. De rel over de historisch weinig verstandige uitspraak over “de jaren dertig” illustreert dat de brug tussen de gemeenschappen gevaarlijk smal is geworden. Voor vijanden van de staat België is de koning, die zich per definitie niet kan verdedigen, een aantrekkelijk doelwit geworden. Liever dan zich achter ‘hun’ koning te verschuilen, zouden de voorstanders van het voortbestaan van dit land dan ook beter zelf hun verdediging opnemen.

Die onaansprakelijkheid van het staatshoofd moet voor democraten het grootste bezwaar stellen. Een president kun je ter verantwoording roepen, ofwel door rechtstreekse verkiezing, ofwel door een afzettingsprocedure bij probleemgevallen (zoals in Duitsland vorig jaar gebeurde). Een koning kun je enkel laten opvolgen door een familielid of door een revolutie.

Influisteraars
Geen koning ook zonder paleis. Achter de rug van de vorst gaat een groep schuil van even onverkozen en even onaansprakelijke influisteraars en belangenbehartigers. Zelfs al leidt de regering de beslissingen van dat paleis in brede zin nauwkeurig in goede, democratische banen, dan nog blijft onduidelijk welke private of ideologische belangen vanuit Laken gediend worden. Wie kan ons garanderen dat er geen enkele royale invloed heeft gespeeld bij de uitverkoop van onze strategische energiebelangen aan het Franse Suez? Wie kan ons verzekeren dat er bij de noodverkoop van Fortis aan BNP Paribas geen koninklijke helpende hand in het geding was? Natuurlijk stelt dat risico op discrete inmenging zich bij een president evenzeer, maar die kun je tenminste rekenschap vragen.

Dat alles maakt het bijzonder wrang om voor het behoud van de democratie en de sociale welvaartsstaat die België vandaag is, hoop te moeten stellen in het symbolische leiderschap van een overblijfsel uit het ancien régime. Het klopt niet dat we de democratische strijd ter vrijwaring van onze rechten voeren achter de rug van een onverkozen monarch. Daarom had Julien Lahaut gelijk. Leve de republiek. (BE)

Dit stuk verscheen in De Morgen op 6 juli ll.
http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1664542/2013/07/06/Julien-Lahaut-had-gelijk-Leve-de-republiek.dhtml

Julien Lahaut (1884-1950) was parlementslid en een leider van de Kommunistische Partij van België (PC), ten tijde van de vorige troonswissel, toen Leopold III gedwongen het koningschap doorgaf aan Boudewijn. Tijdens die plechtigheid, in 1950, riep iemand luidop ‘Vive la République’. Vermoedelijk was dat Julien Lahaut, gesteund door enkele van zijn partijleden. Een week na dit incident werd Lahaut voor zijn woning in de buurt van Luik neergeschoten door een commando van drie of vier personen. Na veel onderzoek wordt aangenomen dat het een katholiek verzetscommando betrof, dat deel uitmaakte van het Westers stay-behind netwerk Gladio. De opdrachtgevers zouden te zoeken zijn aan de top van de toenmalige christelijke zuil. Verder onderzoek is voorlopig gestrand in formele aspecten als de financiering ervan. (jc)

Brelgique/Brelgië

Brelgique/Brelgië

TENTOONSTELLING ROND DE TROONSWISSEL

‘ GEEN KONING’

 

Naar aanleiding van de troonswissel op 21 juli loopt

er in de ‘GALERIE BEAUSITE’

Albert Promenade 39, 8400 Oostende

een tentoonstelling tegen de privileges van de monarchie.

De titel ‘Geen Koning’ komt uit de drieluik

‘Geen God, Geen Koning, Geen Meesters’ van Piet Wittevrongel.

 

             (zie www.republicofeurope.eu)

 

 

Zie video van de regionale WTV http://www.focus-wtv.tv/?focus=11649

Bekijk ook de website van de Republikeinse Kring http://www.crk.be/?-Republikeinse-Kring

UIT HET FAMILIEALBUM

 

"En het was nog wel een stuk van 50 cents"

“En het was nog wel een stuk van 50 cents”

 

Voor zijn huwelijk stond Filip sterk onder invloed van Fabiola. Hij nam zelfs een tijdlang haar betonnen kapsel over.
wissel D

 

EINDELIJK  GEKROOND

EINDELIJK GEKROOND

July 20, 2013 at 11:14 am 5 comments

Older Posts Newer Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,637 other followers