Posts filed under ‘Nederland’

EUROVERKIEZINGEN: MIDDAGJE ‘VISSEN’ IN BRUSSEL

Euro 1

door Betto van Waarden

 

‘Ik hoop dat je een koffie hebt gepakt voor de vergadering!’ Het is al de derde collega van de Europese Commissie die vanmiddag dit grapje tegen me maakt. Als stagiair bij Directoraat-Generaal (DG) Onderwijs en Cultuur van de Europese Commissie ben ik met mijn collega mee naar de pre-GRI-vergadering. De pre-Groupe des Relations Interinstitutionnelles, onder insiders beter bekend als ‘’s werelds saaiste vergadering’. Aan een lange ovale tafel met microfoons, headsets, televisieschermen en uitzicht over Brussel zitten de coördinatoren van 28 DG’s van de Commissie.

Op het eerste gezicht heeft de bijeenkomst weinig weg van bureaucratisch overleg. Het lijkt meer een visveiling. Volgens een vast patroon lijken mijn collega’s het alleen maar over fishes te hebben. De Duitse voorzitter van het Secretariaat-Generaal van de Commissie kondigt telkens een nieuwe fish aan, waarna een collega uitleg geeft over deze fish en een aantal andere collega’s vervolgens hun hand omhoog steken. Wie het meest biedt krijgt de aangeprezen fish?

In plaats van over fishes blijken mijn collega’s – van wie velen een sterk accent hebben in het Engels – het echter over fiches te hebben. Het zoveelste francisme dat gebruikt wordt in ‘Eurospeak’ – het Engels der Eurocraten. Een fiche is een formulering van een aangepast Commissiestandpunt ten opzichte van haar oorspronkelijke voorstel als gevolg van onderhandelingen met de Raad van de EU en het Europees Parlement.

De vergadering over fiches verbeeldt zowel de bureaucratische als de hiërarchische eigenschappen van de Commissie. De vergadering is namelijk een klein stapje in een grootschalig en gestructureerd proces van beleidsvorming. Op basis van inter-institutionele onderhandelingen met de Raad en het Parlement past een beleidsmedewerker het voorgaande Commissiestandpunt aan in een nieuwe fiche, waarna meerdere oversten binnen haar DG en binnen de staf van haar overkoepelende eurocommissaris deze fiche moeten goedkeuren. Uiteindelijk moet de fiche worden aangenomen door het College van eurocommissarissen, maar om mogelijke problemen met de fiche al eerder op te lossen wordt de vergadering van het College voorbereid door de Hebdomadaire (stafhoofden van de eurocommissarissen)-vergadering, die weer wordt voorbereid door de Groupe des Relations Interinstitutionnelles (medewerkers van de eurocommissarissen verantwoordelijk voor inter-institutionele relaties)-vergadering, die ten slotte wordt voorbereid door de pre-GRI (vier hiërarchische lagen van vergaderingen dus).

Omdat de (staffen van de) eurocommissarissen alleen tijd hebben om een beperkt aantal uitstaande politieke problemen op te lossen, doen de pre-GRI-ambtenaren hun best om alle technische en zoveel mogelijk politieke problemen met de fiches alvast op te lossen. Wat leidt tot lange technische vergaderingen. Ik dacht dat ik tijdens mijn stage bij het VN-coördinatiecentrum in Washington in 2010 al het walhalla van acroniemen had ontdekt – de VN staat tenslotte bekend om haar veelvoud aan organisaties en programma’s als UNDP, UNHCR, UNCTAD, UNFPA, enzovoort – maar ik kom bedrogen uit. Urenlang luister ik naar fiches over AESM, SRM, CSD en PES. Tijdens elke discussie reageert een klein aantal collega’s van DG’s die met de specifieke fiche gemoeid zijn. De rest luistert met één oor en wacht op de magische conclusie van de voorzitter: A point (eurocommissaris-medewerkers hoeven er niet meer naar om te kijken) of B point (eurocommissaris-medewerkers moeten het nog bespreken). Iedereen noteert braaf ‘A’ of ‘B’ op haar blaadje en gaat verder met dagdromen.

Een jaar later zit ik zelf in de stoel van DG Onderwijs en Cultuur. Het voelt als een ontgroening. ‘Denk je dat je klaar bent voor je eerste pre-GRI?’ vroeg mijn begeleider op een dag doodserieus. Op haast ceremoniële wijze word ik door mijn bazen uitgezwaaid als ik eindelijk als afgezant van ons DG naar de pre-GRI vertrek. Ik voel me net een achttienjarige die zelfstandig de wijde wereld in gaat – of beter gezegd de Brusselse Eurocratenwereld.
Al bij mijn tweede pre-GRI val ik met mijn neus in de boter: of ik even aan de juridische dienst en de andere collega’s wil uitleggen waarom de Commissie volgens onze nieuwe fiche ineens moet vinden dat de lidstaat waar de volgende Europese Cultuurhoofdstad georganiseerd gaat worden zelf haar kandidaatsstad mag nomineren alvorens de Commissie deze stad benoemt. Tevergeefs probeerde ik het eerder al telefonisch aan een Franse collega van de juridische dienst uit te leggen om een discussie in de vergadering te voorkomen. Het hielp niet dat ze als Fransoos van de oude stempel het vertikte om Engels met me te spreken, waardoor ik als niet-Franstalige niet-jurist haar in een krappe vijf minuten in het Frans ervan moest proberen te overtuigen dat het nieuwe Commissiestandpunt geen negatieve juridische gevolgen zou hebben. Het hielp nog minder dat het nieuwe Commissiestandpunt niet rationeel uit te leggen is. Maanden geleden, toen de strijd tussen de Commissie en Raad over wie de Cultuurhoofdsteden in de toekomst mag gaan benoemen al in volle gang was, wees iemand er al op dat vijftig kilometer buiten Brussel niemand zelfs het verschil tussen de Commissie, de Raad en het Parlement weet – maar het mocht niet baten. In de pre-GRI begin ik voorzichtig: ‘Ik weet dat het niet logisch en efficiënt is [gelach van collega’s], maar het is een politiek symbool dat lidstaten belangrijk vinden.’ Sommige collega’s kijken medelevend: ze kennen het frustrerende gevoel binnen de Commissie dat lidstaten minder EU-rompslomp en een kleiner EU-budget willen, maar tegelijkertijd dat de Commissie nog meer doet en bekostigt en dat lidstaten in alle Europese besluitvormingsprocessen politiek zichtbaar zijn.

Euro 3

Intussen trilt mijn telefoon in mijn broekzak. Een collega van mijn DG sms’t: ‘Slaap je al?’ Een mooie aanleiding om eindelijk maar eens dat veelgenoemde kopje koffie te halen om de resterende paar uur vissen nog door te komen.
http://www.groene.nl/artikel/middagje-vissen-in-brussel

 

May 9, 2014 at 1:40 pm Leave a comment

GERARD MORTIER HEEFT DE SCENE VERLATEN

Gerard Mortier

Opera Visionary, Dies at 70  (The New York Times, March 9)


Gerard Mortier (1943) is een godenkind en een lastigaard. Hij begon zijn carrière in de muziekwereld bij het Festival van Vlaanderen, waar hij Jan Briers opvolgde. In 1981 werd hij intendant van de Munt, de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel, die op een dieptepunt was beland. In tien jaar tijd heeft Mortier de Munt op de internationale kaart gezet, zij het met achterlating van een grote financiële put. Minister Louis Tobback, die tot opdracht had die put te vullen, heeft daar nooit over geklaagd. Hij was integendeel vol lof over Mortier: ‘Als deze man in de politiek was gegaan, zou hij op zijn minst premier zijn geworden.’
Na de Munt werd Mortier gevraagd om de Salzburger Festspiele te gaan leiden, een icoon voor elke operaganger. Hij ging zo vernieuwend tewerk dat bij zijn afscheid enkele jaren later doodsbrieven werden gedrukt om het ‘heuglijke’ nieuws te verspreiden.
Mortier vertrok naar Trier om er een nieuw project, de Ruhr Triennale op poten te zetten. Hij kreeg nu eindelijk zijn zin: een vernieuwing van het operagebeuren en een verjonging van het publiek.
Dat trachtte hij ook te bewerken toen hij in 2004 verkaste naar Parijs, om er directeur te worden van de Opéra National. Maar erg vernieuwingsgezind waren ze er niet. Mortier werd niet echt opgenomen in de ‘hofhouding’ en kreeg harde lastercampagnes te verwerken. Toch zette hij zijn zin door – intussen blijkt de restauratie in Parijs in volle gang.
Een bijzonder kort intermezzo van zijn loopbaan speelde zich af bij de New York City Opera. Deze instelling had hem aangetrokken in 2008 maar nog voor hij goed en wel aan de slag kon lag Mortier al overhoop met het bestuur. Over budgetten en door de opdrachtgever gebroken financiële beloften. Misschien ook wel omdat hij in dezelfde periode te kennen zou hebben gegeven belangstelling te hebben voor het intendantschap van de Beyreuther Festspiele?
Sinds vorig jaar verblijft Mortier, voor zover bekend naar algemene tevredenheid, in Madrid als directeur van het Teatro Real. En als dat ophoudt, weet hij al waar naartoe.
Kris Smet interviewde hem, exclusief voor het Salon van Sisyphus, bij een dubbelopvoering Tchaikovsky/Stravinsky. Daarover leest u een korte introductie na het interview. (jc)

 

Lees het interview van Kris Smet met Gerard Mortier, twee jaar geleden:
https://salonvansisyphus.wordpress.com/2012/01/22/gerard-mortier-ik-doe-veel-meer-voor-vlaanderen-dan-de-meeste-politici/

March 9, 2014 at 1:33 pm 1 comment

NEDERLAND’S BITTERE ERFENIS

Door Johan Depoortere

Een land dat zichzelf opheft, vroegere kolonies die vrijwillig in de schoot van het moederland terugkeren, eilanden die bedanken voor de aangeboden onafhankelijkheid, een moederland dat zijn koloniën liever kwijt dan rijk is: de postkoloniale geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden verloopt via kronkelige en doornige paden. Nederland is de enige koloniale mogendheid die zijn koloniën “wingewesten” heeft genoemd. Dat ging voor Oost-Indië prachtig op. Maar op de eilanden in de Caraïbische Zee hebben de handelaren uit het noorden zich long term vies verkeken. Het moet voor de Nederlandse bewindslieden nu een akelige situatie zijn: je kunt die roteilanden eenvoudig niet meer kwijt.1 Het citaat van schrijver en oud-secretaris van het eilandgebied Curaçao, Boeli van Leeuwen (overleden in 2007,) geeft perfect de bittere koloniale erfenis weer waarmee Nederland zit opgescheept.

boelie_119034a

Boeli van Leeuwen: “Nederland raakt die roteilanden niet meer kwijt”

Sinds 2010 zijn de relaties tussen Nederland en de voormalige koloniën na jarenlange onderhandelingen bijgesteld: het piepkleine Saba (1600 inwoners) is samen met Sint Eustatius (Statia) en Bonaire een “openbaar lichaam” geworden, een “bijzondere Nederlandse gemeente.” Curaçao en Sint Maarten zijn zelfstandige landen binnen het koninkrijk, Aruba was dat al sinds 1986. Maar de nieuwe staatsinrichting heeft niet echt rust gebracht in de gespannen relatie tussen het moederland en de voormalige kolonies . De publieke opinie op alle eilanden is sterk verdeeld. Vooral op Bonaire (zie: Bonaire, De Rot in het Paradijs) maar ook op Saba en Sint Eustatius is de onvrede groot. (Sint Eustatius is het enige eiland dat zich in een referendum tégen de nieuwe structuur heeft uitgesproken.) Op Curaçao stemt een kleine helft van de bevolking op partijen die voor onafhankelijkheid pleiten. En ook in Nederland zelf zijn de eilanden zacht uitgedrukt niet echt geliefd, behalve dan als toeristische bestemming en belastingparadijs voor bemiddelde landgenoten.image007

Het nieuwe statuut houdt tal van contradicties in. De inwoners van Bonaire, Statia en Saba hebben weliswaar dezelfde plichten als die van een Nederlandse gemeente, maar niet dezelfde rechten. Op de grotere eilanden, het bovenwindse Sint Maarten en de benedenwindse Curaçao en Aruba blijft Nederland een vinger in de pap houden op gebieden als justitie, buitenlandse zaken, financiën en behoorlijk bestuur – “bestuurlijke integriteit” zoals het in het officiële jargon heet. Aan dat laatste schort nogal wat zoals verder mag blijken, maar voor grote delen van de eilandensamenleving is de Nederlandse bemoeienis een vorm van schoonmoederen die waar het kan in stilte wordt tegengewerkt. Daar staat tegenover dat de eilandbewoners als Nederlandse staatsburgers vrij naar Nederland kunnen komen en voor de rest alle voordelen genieten van het reizen met een Nederlandse paspoort. Elk voorstel in de Tweede Kamer om de toegang van Antillianen tot het Nederlandse grondgebied te beperken of aan voorwaarden te verbinden stuit op een storm van protesten van de politieke elite op de eilanden. Daarbij wordt vaak met succes geappelleerd aan de historische schuldgevoelens over de Nederlandse slavenhandel waar vooral de christendemocraten van het CDA gevoelig voor blijken.

_DSC0083

Willemstad, de wereldberoemde Handelskade met de pontjesbrug die de stadsdelen Punda en Otrobanda met elkaar verbindt

Curaçao dat tot 10 oktober 2010 het hoofdeiland was van de ter ziele gegane Nederlandse Antillen is nu meer dan ooit op zichzelf aangewezen en kampt met grote economische problemen. Aruba kijkt tegen een torenhoge staatsschuld aan al lijkt het van alle voormalige Nederlandse bezittingen in de Caraïben nog het beste te varen bij de zelfstandige status die het eiland al bijna dertig jaar geleden heeft afgedwongen. Toerisme en casino’s zijn volledig op de Amerikaanse markt gericht en dagelijks zie je de reusachtige cruiseschepen afmeren in de hoofdstad Oranjestad. Shopping Malls met de onvermijdelijke Starbucks en hotels van de grote Amerikaanse ketens als Mariott doen je helemaal in een zuidelijke Amerikaanse stad wanen. Aruba wil zich profileren als hub tussen de VS en de groeimarkten van Latijns Amerika. Ook Sint Maarten leeft voor een groot deel van het Amerikaanse goktoerisme, met als bijprodukt mafia-invloeden en corruptie.

20021109g_Curacao_Refinery.sized_1

De Shell raffinaderij wordt nu gehuurd door de Venezolaanse oliemaatschappij. Wat er met de vervuilende site moet gebeuren als het leasecontract met Venezuela afloopt is onduidelijk.

Curaçao is als enige voormalige Caraïbische kolonie sterk geïndustrialiseerd. De reusachtige olieraffinaderij begin vorige eeuw opgericht door Shell beheerst het beeld van het historische Willemstad, de hoofdstad van het eiland en sommige schilderachtige baaitjes aan de westkust verliezen hun charme door de sterke zwavelgeur die de overheersende oostenwinden aanvoeren. Shell heeft de olie-installaties al in 1985 van de hand gedaan, de raffinaderij wordt nu gehuurd door de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA. Ooit werkten hier meer dan 10000 mensen uit alle delen van het Caraïbisch gebied en Shell zorgde voor welvaart op het eiland. Het concern bouwde voor zijn arbeiders hele stadswijken als Emmastad en Groot Kwartier aan de rand van Willemstad en liet als erfenis een goede wegeninfrastructuur achter. Maar de arbeidsverhoudingen bij Shell leidden in 1969 ook tot hevige sociale onlusten en rassenrellen waarbij een groot deel van de historische binnenstad in vlammen opging. Vandaag biedt de raffinaderij nog werk aan hooguit 800 man en de installatie voldoet absoluut niet meer aan de hedendaagse milieunormen. Tot dusver is niemand bereid gevonden in modernisering te investeren en de toekomst van de grootste werkgever op het eiland is hoogst onzeker.

Curaçao Mien - 1444

Waar je ook gaat of staat op Curaçao overal kom je de geel-rode kantoortjes van Robbie’s Lottery tegen: het imperium van loterijkoning Robbie Dos Santos, die verschillende politieke partijen financieel steunt. Wat de politici in ruil doen voor die milde steun is niet duidelijk, maar feit is dat tegen Dos Santos een gerechtelijk onderzoek loopt met steun van de Nederlandse recherche. Politieke corruptie, belangenvermenging, nepotisme en mafia: het is een plaag die alle voormalige Nederlandse bezittingen in de Caraïben treft. Een minister die een taxivergunning ritselt voor een familielid, een toppoliticus die met de creditcard van de toeristische dienst van zijn land gaat shoppen in Miami: het zijn pekelzonden waar de Antilliaan op reageert met schouderophalen. Maar er is meer aan de hand dan de clash tussen Nederlandse calvinistische gestrengheid en de lossere normen van de Caraïben.

helmin.wiels.politicus.curacao

Helmin Wiels, de charismatische politicus die vorig jaar werd vermoord. Wiels was voorstander van onafhankelijkheid voor Curaçao

Al in 1995 noemde de toenmalige Nederlandse liberale voorman Frits Bolkestein Aruba een “rovershol.”  Henny Eman– een broer van de huidige Arubaanse premier Mike Eman– bezorgde toen hij zelf aan het hoofd van de regering stond een beruchte Siciliaanse mafiafamilie de vergunning voor hotelbouw op het eiland. (Politieke dynastieën zijn niet ongewoon in de Nederlandse Caraïben.) Op Curaçao staat voormalig premier Gerrit Schotte onder verdenking van corruptie. Schotte zou door bemiddeling van Dos Santos banden hebben aangeknoopt met een andere Italiaanse mafiaclan. De huidige Curaçaose premier Ivan Asjes – ook Ivar Jasjes genoemd vanwege de bovenvermelde shopping spree in Miami – is getrouwd met de dochter van weer een andere gokkoning, Jacobo “Cocochi” Prins, eigenaar van veel casino’s op Curaçao.

De populaire politicus Helmin Wiels, een voorstander van onafhankelijkheid, werd vorig jaar in nooit opgehelderde omstandigheden vermoord. De uitvoerders zitten achter de tralies maar het is onwaarschijnlijk dat op hun proces de opdrachtgevers bekend zullen worden. Eén van de theorieën is dat Wiels niet langer op één lijn zat met zijn geldschieters, een andere dat er politieke motieven waren voor de moord. Wiels wordt wel eens als het spiegelbeeld van Geert Wilders beschreven: zoals de Nederlander foetert op de “vreemdelingen” en vooral de Curaçaose jongeren in Nederland, zo had Wiels het niet begrepen op de “makamba’s” – de Nederlanders en blanke Europeanen op Curaçao.

Foto-serka-relato-PAR-ta-anti-demokratiko-presidente-di-Parlamento-Ivar-Asjes_MG_3704

Mike Eman, huidig premier van Aruba. Zijn broer Henny was de eerste regeringsleider van het zelfstandige Aruba (1986).

Op Bonaire zijn verschillende invloedrijke politici verwikkeld in het al jarenlang aanslepende Zambezi-onderzoek naar grootschalige politieke corruptie en belangenvermenging. Ook over de politieke elite van Sint Maarten hangt een geur van corruptie. Een voormalige minister van justitie moest aftreden toen bekend werd dat hij in zijn vrije tijd bordelen beheerde. De Italiaanse mafiafamilie die voet aan de grond kreeg in Curaçao is ook op Sint Maarten niet onbekend: Theo Heyliger, de leider van de grootste partij was op een foto te zien met leden van de clan. Overigens is het kopen van stemmen een oude traditie op Sint Maarten: vroeger met ijskasten, nu met mobieltjes en andere elektronische gadgets.

Schermafbeelding 2014-01-26 om 10.29.06Toen de Nederlandse liberale premier Rutte in juni vorig jaar de eilanden bezocht werd over dat alles publiekelijk nauwelijks met een woord gerept. Binnenskamers zou Rutte tegen de regeringsleiders wél harde taal hebben gesproken. Maar Rutte beseft dat de eilanden in Nederland niet bepaald populair zijn. En hij voelt de hete adem van Wilders in de nek. Voor Wilders is het een uitgemaakte zaak: de voormalige bezittingen in “de West” zijn een last en Nederland moet ervan af. Probleemjongeren in de grote Nederlandse steden zetten de argumenten van Wilders en andere rechtse populisten ongewild kracht bij. Rutte sprak dan ook vooral voor zijn eigen publiek toen hij aan het einde van zijn bezoek aan de Caraïben het veel geciteerde zinnetje uitsprak: Als u eruit wil (uit het koninkrijk), en een meerderheid van uw bevolking steunt dat, dan is dat mogelijk. Dan belt u even en dan regelen we dat.

Of het ooit zo ver komt is zeer de vraag. Er zijn andere belangen in het spel waarover Rutte en de meeste Nederlandse bewindslieden meestal het zwijgen toe doen. De Caraïbische eilanden liggen in de achtertuin van de Verenigde Staten en zijn of ze dat willen of niet een pion in het geopolitieke schaakspel tussen de Verenigde Staten en Venezuela. Voor de VS vormen de Caraïbische eilanden de buitengrens van de Amerikaanse invloedssfeer. Curaçao is een belangrijke basis geworden in de drugsbestrijding die nu niet meer op Columbia maar bijna exclusief op Venezuela is gericht. Van op de Amerikaanse Forward Operation Location op Curaçao stijgen Awacs-vliegtuigen op richting Venezuela. Drugsbestrijding of spionage – wie zal het zeggen?

Er bestaan oude historische banden tussen de benedenwindse eilanden en de “Bolivariaanse Republiek Venezuela.“ De legendarische “libertador” Simon Bolivar woonde een tijd op Curaçao en het voornaamste plein in Willemstad is naar Brion, één van zijn adjudanten, genoemd. De voormalige Venezolaanse leider Hugo Chavez maakte er geen geheim van dat de eilanden in de Venezolaanse invloedssfeer thuis horen maar Washington is als de dood voor nóg meer Venezolaanse invloed op de strategisch tussen Noord- en Zuid Amerika gelegen eilanden. Onafhankelijkheid zou de benedenwindse eilanden zo goed als zeker in de richting van Venezuela duwen en dat kan Washington missen als kiespijn. Het beschouwt Nederland als de beste bewaker van de achtertuin en oefent daarom druk uit op de hondstrouwe Navobondgenoot om in elk geval een rol te blijven spelen in zijn voormalige kolonies. Het is een rol die alle traditionele Nederlandse partijen trouw blijven ook al is de publieke opinie in Nederland daartegen gekant. Nederland kan inderdaad om méér dan één reden niet “van die roteilanden af.”

1Boeli van Leeuwen “Geniale Anarchie” 1990

January 29, 2014 at 9:54 pm 1 comment

ZWARTE PIET EN ZIJN VELE MISVERSTANDEN

Zwarte Piet_NEW

 

door Lucas Catherine

 


Open brief aan Verene Shepherd, vijand van Zwarte Piet

Geachte Mevrouw Verene Shepherd, UNO-specialiste en presentatrice van een historisch programma op de Jamaicaanse Radio. Mag ik u de geschiedenis van Zwarte Piet en Sinterklaas vertellen. Hun verhaal gaat veel verder terug dan u denkt, dan de kolonisatie en wortelt in ons voor-christelijk Keltisch en Germaans geloof. De Sint startte zijn carrière namelijk als Germaanse god.

Deze oorlogsgod Wodan reed door de lucht op zijn paard, met een rode mantel en zwaaiend met zijn speer. Hij is overgegaan in Sint-Maarten, ook al een krijger, want afgebeeld als Romeins legioensoldaat, met vrijwel dezelfde attributen als zijn voorganger: een witte schimmel, een rode mantel en een zwaard ter vervanging van de speer. Hij brengt nog op sommige plaatsen de kinderen op 11 november geschenken terwijl hij rijdt door de lucht en over de daken. Later wordt hij verdrongen op 6 december, door Sinterklaas, die er andere Wodan-attributen bijneemt: de ring (Draupnir) en het boek waarin alles opgeschreven staat (het Runenboek van Wodan).

Beiden zijn vergezeld van een Zwarte Piet. Oorspronkelijk was dit geen knecht, maar een tegenhanger van de hemelgod, namelijk een onderaardse geest, een nikker of nekker. Dat is geen neger. Het woord komt van de préindogermaanse stam *n-k- waar ook ons woord nacht van is afgeleid en betekent donker. Zo’n geest kwam uit de onderwereld naar boven via water –denk aan de plaatsnaam Nekkerspoel: vijver waarin een nekker huist. Het onderaardse werd geregeerd door de godin Helle – de latere christelijke hel is naar haar genoemd – zij was ook zwart en overleeft als Zwarte Lieve-Vrouw. Onderaardse geesten werden bij de Kelten bruin of bruinzwart gekleurd.

Wie braaf was werd beloond door de hemelgeest, wie stout was kreeg een vermaning van de onderaardse geest. Binnen de oude mythologie was dit: rechtstreeks naar het Walhalla in de hemel gaan, of onder de aarde naar Helle om herboren te worden en zo een tweede kans te krijgen.

 

Later, in de Sinterklaas-versie werd dit een knecht en ging hij gekleed als Moorse jongen. Dat moet zo in de zestiende eeuw zijn geweest en toen kwam Klaas ook uit Spanje, per boot en niet meer uit de lucht. We waren toen één land met Spanje en kenden de Moren (Morisco’s, Moslims) daar als onderdrukte groep. Hier wordt Zwarte Piet dus een bruine Arabier.

Spanje werd ook symbool voor overdaad en rijkdom, denk maar aan de goudschat van de Inca’s die in Antwerpen aankwam om daarna in het paleis van Keizer Karel op de Brusselse Koudenberg te worden ten toongesteld. Vandaar dat de Sint nu toekomt per boot uit Spanje in de twee grootste havens van de Nederlanden waar al die schatten uit Spaans Amerika arriveerden .

Wanneer in de zeventiende eeuw Sinterklaas naar Nieuw Amsterdam/ New York verhuist wordt hij Santa Claus en Spanje heeft toen zijn glorietijd wel gehad. Onder invloed van de Scandinavische immigranten daar rijdt hij gewoon weer door de lucht, maar nu op een arreslee zoals de skandinavisch-finse hemelgod Ukko (letterlijk Oude Man).

Kludde de Watergeest

Kludde de Watergeest

Kent u als historica en UNO-specialiste dit verhaal? Neen? Mag ik U daarom een compromis voorstellen: we zouden terug kunnen keren naar de oerversie en van Piet opnieuw een Nekker maken, en om zeker te zijn dat men die niet verwart met nigger/neger zouden we hem een nieuwe naam kunnen geven. Die van een andere Keltische watergeest die overleeft in de folklore van de dorpen langs de Schelde, de Dender en zelfs langs de Zenne, namelijk Kludde. Klaas en Kludde, het bekt nog ook.

 

Ik vind trouwens, met alle respect mevrouw, als u absoluut wil doorzetten dat u dan ook het kaartspel Zwarte Pieten moet laten verbieden. Dat is nu eens duidelijk een afspiegeling van de kolonisatie. Wie in het spel met de Zwarte Piet blijft zitten is de grote verliezer. En is dat niet wat tijdens de kolonisatie gebeurde: de blanken gingen met alle goede kaarten/grondstoffen lopen en de lokale bevolking werd letterlijk en figuurlijk de Zwarte Piet.

 

 

Lucas Catherine

Aanhanger van Sinte Maarten en van Kludde.

Vrouw en kind van Zwarte Piet wachten, zoals elk jaar, in spanning de veilige terugkeer af van hun man en vader...

Vrouw en kind van Zwarte Piet wachten, zoals elk jaar, in spanning de veilige terugkeer af van hun man en vader…


October 25, 2013 at 10:18 am 9 comments

JULIEN LAHAUT HAD GELIJK. LEVE DE REPUBLIEK.

wissel A

 

door Bart Eeckhout

 

Het feest zal ingetogen blijven, zo wordt ons beloofd. Toch wacht ons met de kroning en eedaflegging van Filip als koning van België een bijzonder schouwspel. Het bijzondere zit dan niet in de kwaliteit van het afgestoken vuurwerk, maar in het feit dat deze gebeurtenis als een hoogtepunt gevierd zal worden in het hart van de democratie, het Paleis der Natie. Eensgezind in haar hoofse buiging zal de verkozen vertegenwoordiging van het volk haar onverkozen staatshoofd begroeten. Zo legitimeert de democratie zelf een in wezen ondemocratische instelling. En dat zie je inderdaad niet elke dag.

Eigenlijk is het simpel. Er valt, onder democraten, geen enkel principieel argument te verzinnen ter verdediging van de monarchie. Het zou in deze eenentwintigste eeuw niet langer aanvaardbaar mogen zijn dat de leiding van een land – het weze door de grondwet beperkt in haar voorrechten – door erfopvolging bepaald wordt. Behalve dat hij de zoon is van zijn vader heeft Filip van geen enkele verdienste blijk moeten geven die hem specifiek geschikt maakt als staatshoofd. In een democratie is er namelijk maar één kwaliteit die daarbij van tel is: een verkiezing door de volkswil.

Het gekke is nu dat je daarop in ons land ook nooit op tegengesproken wordt – tenzij misschien in die verwaarloosbaar kleine adellijke kliek met nostalgie naar het echte ancien régime. Maar, klinkt het dan even snel, dit is nu eenmaal België. In dit land met zijn ingewikkelde staatshuishouding is een monarch, die boven de partijen en gemeenschappen staat, noodzakelijk als een institutioneel rustpunt. Het is het beeld van de koning als noodzakelijke brug tussen de twee grote gemeenschappen. België als schaakbord: laat je de koning vallen, dan is het spel voorbij.

Communautair koningschap
In België is de monarchie dus niet alleen constitutioneel maar ook communautair verankerd. Maar waarom zou een verkozen of een door een verkozen meerderheid aangeduide president die rol als ‘soeverein’ boven het gewoel niet kunnen opnemen? Omdat dit ‘nu eenmaal’ België is? De keuze voor de monarchie uit angst dat het land anders uiteenvalt, is een uiterst problematisch argument. Want hoe kunnen wij een democratie zijn als wij geen republiek durven te zijn?

Natuurlijk is België niet het enige land dat nog door een koningshuis geregeerd wordt. In de meeste westerse democratieën is de monarchie stilaan evenwel gereduceerd tot een onschadelijk en grondwettelijk relatief machteloos relict, dat in stand gehouden wordt als een soort populaire maar tandeloze bezienswaardigheid. In Groot-Brittannië speelt de Queen bijvoorbeeld geen enkele rol in de regeringsvorming, in Nederland is inmiddels ook Willem-Alexander zijn politieke rol kwijt, en in Zweden ondertekent Karl Gustav geen wetten meer.

Door de vorst expliciet in te schakelen als behoeder van de samenhang van het land, is een dergelijk ceremonieel koningschap in België bijna onmogelijk. We moeten daarbij voorbijgaan aan de anekdotiek van het particuliere politieke palmares van Albert II. Het valt niet te ontkennen dat de aftredende koning in tijden van crisis van een grote rust, flexibilteit en wijsheid blijk gegeven heeft. In de institutionele crisis van de voorbije vijf jaar was koning Albert vaak een van de meest stabiele, betrouwbare en rationeel denkende spelers op het politieke schaakbord. Dat zegt helaas meer over het rapport van de democratisch verkozen volksvertegenwoordiging dan over het belang van een ondemocratisch aangestelde monarch.

Wie het paleis ziet als garant voor het voortbestaan van het land, kan enkel hopen dat Filip de rustige vastheid van zijn vader mee erft. Los van de figuur van de kroonprins zit daar het grote risico van een ‘communautair koningschap’. Ook Albert II heeft moeten toestaan dat, juist door zijn noodgedwongen actieve rol, zijn functie meegesleurd is in het politieke drijfzand. De rel over de historisch weinig verstandige uitspraak over “de jaren dertig” illustreert dat de brug tussen de gemeenschappen gevaarlijk smal is geworden. Voor vijanden van de staat België is de koning, die zich per definitie niet kan verdedigen, een aantrekkelijk doelwit geworden. Liever dan zich achter ‘hun’ koning te verschuilen, zouden de voorstanders van het voortbestaan van dit land dan ook beter zelf hun verdediging opnemen.

Die onaansprakelijkheid van het staatshoofd moet voor democraten het grootste bezwaar stellen. Een president kun je ter verantwoording roepen, ofwel door rechtstreekse verkiezing, ofwel door een afzettingsprocedure bij probleemgevallen (zoals in Duitsland vorig jaar gebeurde). Een koning kun je enkel laten opvolgen door een familielid of door een revolutie.

Influisteraars
Geen koning ook zonder paleis. Achter de rug van de vorst gaat een groep schuil van even onverkozen en even onaansprakelijke influisteraars en belangenbehartigers. Zelfs al leidt de regering de beslissingen van dat paleis in brede zin nauwkeurig in goede, democratische banen, dan nog blijft onduidelijk welke private of ideologische belangen vanuit Laken gediend worden. Wie kan ons garanderen dat er geen enkele royale invloed heeft gespeeld bij de uitverkoop van onze strategische energiebelangen aan het Franse Suez? Wie kan ons verzekeren dat er bij de noodverkoop van Fortis aan BNP Paribas geen koninklijke helpende hand in het geding was? Natuurlijk stelt dat risico op discrete inmenging zich bij een president evenzeer, maar die kun je tenminste rekenschap vragen.

Dat alles maakt het bijzonder wrang om voor het behoud van de democratie en de sociale welvaartsstaat die België vandaag is, hoop te moeten stellen in het symbolische leiderschap van een overblijfsel uit het ancien régime. Het klopt niet dat we de democratische strijd ter vrijwaring van onze rechten voeren achter de rug van een onverkozen monarch. Daarom had Julien Lahaut gelijk. Leve de republiek. (BE)

Dit stuk verscheen in De Morgen op 6 juli ll.
http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1664542/2013/07/06/Julien-Lahaut-had-gelijk-Leve-de-republiek.dhtml

Julien Lahaut (1884-1950) was parlementslid en een leider van de Kommunistische Partij van België (PC), ten tijde van de vorige troonswissel, toen Leopold III gedwongen het koningschap doorgaf aan Boudewijn. Tijdens die plechtigheid, in 1950, riep iemand luidop ‘Vive la République’. Vermoedelijk was dat Julien Lahaut, gesteund door enkele van zijn partijleden. Een week na dit incident werd Lahaut voor zijn woning in de buurt van Luik neergeschoten door een commando van drie of vier personen. Na veel onderzoek wordt aangenomen dat het een katholiek verzetscommando betrof, dat deel uitmaakte van het Westers stay-behind netwerk Gladio. De opdrachtgevers zouden te zoeken zijn aan de top van de toenmalige christelijke zuil. Verder onderzoek is voorlopig gestrand in formele aspecten als de financiering ervan. (jc)

Brelgique/Brelgië

Brelgique/Brelgië

TENTOONSTELLING ROND DE TROONSWISSEL

‘ GEEN KONING’

 

Naar aanleiding van de troonswissel op 21 juli loopt

er in de ‘GALERIE BEAUSITE’

Albert Promenade 39, 8400 Oostende

een tentoonstelling tegen de privileges van de monarchie.

De titel ‘Geen Koning’ komt uit de drieluik

‘Geen God, Geen Koning, Geen Meesters’ van Piet Wittevrongel.

 

             (zie www.republicofeurope.eu)

 

 

Zie video van de regionale WTV http://www.focus-wtv.tv/?focus=11649

Bekijk ook de website van de Republikeinse Kring http://www.crk.be/?-Republikeinse-Kring

UIT HET FAMILIEALBUM

 

"En het was nog wel een stuk van 50 cents"

“En het was nog wel een stuk van 50 cents”

 

Voor zijn huwelijk stond Filip sterk onder invloed van Fabiola. Hij nam zelfs een tijdlang haar betonnen kapsel over.
wissel D

 

EINDELIJK  GEKROOND

EINDELIJK GEKROOND

July 20, 2013 at 11:14 am 5 comments

DE JOURNALISTIEK IN NEDERLAND IS MORSDOOD

AA040013

door Bert Brussen

Indrukwekkende column van Max Pam vandaag in de Volkskrant. Pam verhaalt over zijn vader die in de oorlog werkloos journalist werd omdat hij als jood werd kaltgestellt door de Kulturkammer. Van de 2500 journalisten vonden 1500 het geen enkel bezwaar om zich te laten muilkorven en op commando te likken en schikken voor de bezetter. In een merkwaardige laatste alinea verwijst Pam naar het Bevrijdingsdagconcert op de Amstel van afgelopen 5 mei en het ‘blasfemische’ lied dat Nick & Simon voor de nieuwe koning ten gehore brachten, met daarbij de vraag: ‘Of het gros van de journalisten moediger is dan toen, daarvoor durf ik mijn hand niet in het vuur te steken’.

Ik kan Max Pam beslist aanraden zijn hand hiervoor niet in het vuur te steken want als er één beroepsgroep is die niet moedig is, dan is het wel het Nederlandse journaille. Ik zou haast zeggen dat sinds de Tweede Wereldoorlog journalisten in Nederland vooral naïever, dwazer, banger en laffer zijn geworden en meer dan ooit bereid zijn te schikken, likken, knipmessen en buigen voor iedereen die misschien wel een bedreiging vormt voor hun salaris en voor iedereen die de juiste hoeveelheid status en macht voor de journalist in het vooruitzicht kan stellen.

Verering
We zagen dat natuurlijk tijdens de maar liefst veertien (14!) uur durende geheel kritiekloze ‘verslaggeving’ (lees: op Noord-Koreaanse leest geschoeide verering en bejubeling) van de abdicatie en inhuldiging van de nieuwe koning en koningin door de ‘objectieve’ en ‘kleurloze’ door publieke middelen betaalde NOS.

We zagen dat natuurlijk aan het chronische gebrek aan kritiek op de NOS, op die geestdodende, oersaaie programmering waarin nietszeggende deskundigen nietszeggende dingetjes kwamen vertellen in een glazen studio, daags na die dag waarop Nederland zoveel trekken had van Pyong Yang (inclusief dociele conformistische burgers die als zombies op de Dam met hun oranje vlaggetjes stonden te wapperen, maar daarover heeft Jan Bennink al zo goed geschreven dat ik daar niet meer overheen kan).

We zien dat aan de hoofdredacteur van de Volkskrant die, daags voor de troonswisseling, zichzelf maar alvast in zeven punten excuseert voor het brengen van truttige maar kritiekloze blabla over het koningshuis en het volk alvast voormasseert toch maar vooral van de monarchie te houden.

Joanna

We zagen dat natuurlijk aan het feit dat op de kroningsdag van álle NOS-verslaggevers alleen Eelco Bosch van Rosenthal de enige was die vragen stelde bij de ongrondwettelijke aanhouding en verwijdering van republikeinse studente Joanna.

We zien het natuurlijk, God zal het onze kinderen vergeven, bij de kritiekloze massa studenten journalistiek (hbo en universiteit) die vier jaar lang, zonder ook maar de minste kritiek te leveren of docenten en hun lesmethoden te bevragen, op hun madrassa leren om ‘correcte en fatsoenlijke journalistiek’ te bedrijven (liever niet online natuurlijk), en vooral zo hard mogelijk moeten ontkennen dat er beslist geen baan voor ze is na hun studie, al helemaal niet als presentator van een bekend televisieprogramma.

Opdat ze maar snel bij de NOS mogen gaan werken zodat ze tijdens de dagen dat de NOS propaganda uitzendt de hele dag elkaars complimenten kunnen retweeten en op het moment dat er dan één (1!) columnist is in de ‘kwaliteitscourant’ die wel (terecht) kritiek heeft op de NOS via Twitter laten weten hun abonnement op die courant daarom op te zeggen.

Ego
En natuurlijk zien we het bij het stuitende gebrek aan initiatief en ondernemerschap bij gevestigde journalisten. Liever nog vechten ze elkaar in hun eigen vakbond de tent uit en schrijven ze hun ledenblaadjes vol rancunestukjes omdat een andere journalist hun ego heeft gekwetst dan dat ze zich bezig houden met het stellen van kritische vragen of het innoveren van hun eigen vakgebied. Een vaste baan, een Cao-salaris en maar jammeren dat je pensioen tekort schiet en dat het aan het internet ligt. ‘Initiatief nemen’ in Nederland ten voeten uit.

Dát is het ‘gros van de journalisten’ van nu, die inderdaad niet moediger zijn dan toen. Integendeel. De journalistiek in Nederland is morsdood. En per krant zijn er 150 man nodig om het ontbonden lijk te begraven.

Wie dat nu nog niet heeft gezien leeft in dezelfde weerzinwekkende droomwereld als waarin de Oranjes leven. Ook op uw kosten, inclusief een eigentijdse Kulturkammer.

Bert Brussen is columnist van de Volkskrant en runt een eigen blog The Post

http://www.thepostonline.nl/author/bert-brussen/

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/11484/Bert-Brussen-bespreekt/article/detail/3438443/2013/05/08/Als-er-een-beroepsgroep-is-die-niet-moedig-is-dan-is-het-wel-het-Nederlandse-journaille.dhtml

 

May 9, 2013 at 1:07 pm 1 comment

ORANJE ANJERS VOOR GEKKE NEDERLANDERS

Oranje 3

door Lucas Catherine

Ook die oranjegekte meer dan beu ? Al dat fake gedoe met al die vieze, oranje attributen. Waarom eigenlijk dat oranje? Omdat de Hollanders het woord Orange niet kunnen uitspreken.


Dat kon de man die de dynastie stichtte Wilhelm von Nassau wel. Deze Duitse prins erfde op 11-jarige leeftijd van zijn neef René de Chalon het prinsdom Orange in wat nu Frankrijk is en dat werd hierdoor onderdeel van het Duitse Rijk. Zijn soeverein, Keizer Karel stelde wel een voorwaarde om de erfenis te erkennen: prins Willem van Nassau moest bij hem aan het hof in Brussel komen wonen. En onze Duitse puber werd dus Brusselaar. Hier werd hij opgevoed en leerde hij ook Brabants-Nederlands. Willem zal de meeste jaren van zijn leven doorbrengen in zijn Hof van Nassau, waar nu de Koninklijke Bibliotheek staat, maar waarvan zijn hofkapel nog altijd deel uitmaakt (de Nassaukapel).

Wanneer de Brussels bevolking in opstand komt tegen de zoon van Keizer Karel, Filips II en hierbij door een deel van de adel wordt gesteund, wil Willem eerst de kat uit de boom kijken en zwijgt, vandaar zijn bijnaam, Willem de Zwijger. Als Lutheraan wou hij wel tegen Alva vechten, maar niet tegen de koning. U kent wel het vers uit het Wilhelmus: Een prinse van Oranje, ben ik vrij onverveerd. Den koning van Hispaniën heb ik altijd geëerd. Een tekst van zijn mede-stander en mede-Brusselaar Marnix van Sint Aldegonde, geboren waar nu het Centraal-Station staat en later woonachtig in de Hoogstraat. Lutheranen als Willem waren monarchisten. Wanneer in 1567 de hertog van Alva voor de poorten van de stad verschijnt vlucht Willem naar het Noorden. De graaf van Egmont wil hem nog ompraten, maar kreeg als repliek de gevleugelde woorden: “Liever een prins zonder land, dan een graaf zonder hoofd.” 

De tijden veranderen. Wanneer de Brusselaars die dan overwegend Calvinistische republikeinen zijn, in 1576 de Geuzenrepubliek uitroepen, keert hij terug en wordt Willem door hen tot stadhouder benoemd. Hij wordt dan maar republikein uit opportunisme. Lang zal het niet duren want in 1577 gaat hij weer op de loop.

De looser van Brussel, wordt een Hollandse held. En ginder wordt de geschiedenis herschreven. Zo wordt zijn lijfspreuk Je Maintiendrai vertaald als Ik zal Standhouden (onderverstaan tegen Spanje) en zowel Beatrix als haar zoon Willem-Alexander hebben in hun speeches deze week regelmatig het werkwoord standhouden gebruikt als referentie naar die lijfspreuk. Alleen is het een foute vertaling, want de oorspronkelijke spreuk luidde: Je maintiendrai Orange, begrijp: ik zal Orange behouden voor het Duitse Rijk en nooit afgeven aan Frankrijk. Wat hij dus inderdaad niet heeft gedaan. Het is pas na hem Frans geworden.

Oranje 1 

En er is nog een ander fake symbool verbonden met dat Nederlandse koningshuis. Zo is er de bekende Anjerdag en de Anjer als symbool van de monarchie. Prins Bernhard is die bloem tijdens de Tweede Wereldoorlog gaan dragen als vorm van verzet, Je Maintiendrai, weet je wel, en daarbij greep hij terug naar, weeral de stichter: Willem van Oranje.

De anjer heeft een merkwaardige geschiedenis. Het verhaal wil dat toen Keizer Karel en de Brusselse adel Tunis gingen belegeren in 1535 en de stad daarna effectief veroverden, zij daar een bloem vonden die ze absoluut mee naar huis wilden nemen – het was de tijd van de eerste botanische tuinen – de anjer. En eens terug thuis werd die aangeplant in de Brusselse stadstuinen van de adel, in de grote tuin van het paleis van Egmont (nu nog het Egmontpark) en ook Willem werd een bewonderaar van die bloem en zo werd ze zijn symbool.

Dat die anjer bij ons terecht kwam via Ottomaans Tunis mag blijken uit de oude benamingen: Dodoens noemt ze de Tunisbloeme, ook nog Barbarica (Berbers) of herbam Tunicam, Tuniskruid. In het Italiaans van toen heet ze Tunizi, en in het Frans Oeillet de Turquie. Oeillet betekent oogje, omdat op de blaadjes van de bloem oogvormige tekeningen te zien zijn. Dat Franse woord is een vertaling van wat de Arabieren toen ‘anya’ (oogje) noemden, en dat gaf ons woord anjer. Een Arabische bloem, voor het eerst door Willem de Zwijger gekweekt in zijn Brusselse tuin, nu een symbool voor de Hollandse monarchie.

Niets zo fake als histories rond monarchieën, en dat niet alleen in de ‘boekskes’.


Lucas Catherine
is Historicus van het Vergeten Verleden en

Lid van De Republikeinse Kring, Cerle républicain, der Republikanischer Kreis
http://www.crk.be/?-Republikeinse-Kring

Bornem - Kasteel van Marnix van St.-Aldegonde

Bornem – Kasteel van Marnix van St.-Aldegonde

May 2, 2013 at 12:42 pm 6 comments

Older Posts Newer Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,576 other followers