Posts filed under ‘Politiek Belgie’

JAMBON EN DE ZESTIG IMAMS

 

door Lucas Catherine

10 juli bij de Brusselse Beurs, een plek waar het stadsbestuur normaal een betogingsverbod handhaaft. Maar nu wordt er betoogd, door zestig imams onder leiding van minister Jan Jambon. Er staan zeker dubbel zoveel flikken opgesteld en een honderdtal nieuwsgierigen. Ik haast mij naar Le Suisse voor een sandwich en nog voor die op is zijn de imams verdwenen.

 

Zijn ze verdwenen zoals indertijd de dansende moslims van Jambon? Ik zoek duiding.

Het tv-nieuws laat twee imams aan het woord –duidelijk geen Belgen- en interviewt ook een rabbijn, Avi Tawil. Wat die man daar doet wordt niet gezegd. Ook in de krant word ik niet veel wijzer, behalve dan dat de Vlaamse Leeuw soms naar links en soms naar rechts klauwt. We zijn 11 juli.
Ik bekijk de foto’s van het evenement op internet en wie staat daar naast Jan Jambon? Marek Halter, volgens het onderschrift de organisator van het evenement. De man heeft trouwens ook gespeecht.

 

 

Dat heb ik verdorie gemist, want die kerel ken ik van vroeger. Pseudo-linkse intellectueel, propagandist voor Israël, indertijd bewonderaar van Golda Meir en Ariel Sharon. Steunde Nicolas Sarkozy met een verkiezingsspotje en is vooral bekend als leugenaar. Zo zegt hij geboren te zijn in het ghetto van Warschau en er via de riolering uit te zijn ontsnapt. Iets wat de historicus Michel Borwitz in het joodse blad, Unser Wort al in 1980 als compleet verzonnen af deed. Wie had het weer over de ‘uitbuiting van de holocaust’ en lanceerde de vroegere Israëlische minister van BuZa, Abba Eban niet de witz: “There’s no business like ‘Shoah’ business.” ?
Halter organiseerde de mars samen met Hassen Chalgoumi, ‘voorzitter van de Conférence des Imams de France’ een schimmige organisatie die niet erkend is door de wel representatieve Conseil Français du Culte Musulman. Maar dat melden de media niet. Die laatste organisatie weigerde trouwens voor de mars op te roepen en blijkbaar heeft Chalgoumi ook bij de Belgische moslims geen goeie naam, want waar een maand geleden nog gesproken werd dat er enkele duizenden moslim sympathisanten zouden opdagen aan de Beurs, stonden daar zo’n 120 mensen, waaronder veel toeristen. Chalgoumi is zowat de ‘imam de service’ van Israël, vooral sinds hij samen met Alain Finkelkraut en op kosten van de Israëlische ambassade in 2012 de zionistische staat bezocht.

De mars kadert dus blijkbaar in de Israëlische propaganda. Zo stelt hun propagandahandboek, Fighting the Media War for Israel:  ‘Verwijs er steeds naar dat zowel Israël als het Westen bedreigd worden door het terrorisme.’

En zo komen we terecht bij Rabijn Avi Tawil die o.a. op het VRT-nieuws werd geïnterviewd. De man is ‘executive director’ van het European Jewish Community Center.

 

Deze lobbygroep organiseerde samen met de European Coalition for Israel een meeting onder de titel What EU can Learn from Israel (8 dec.2016). Een van de iniatiefnemers was Bas Belder van de Staatkundig Gereformeerde Partij – Zijn partij ijvert voor een ‘godsregering op basis van de Bijbel’-, lid van de Alliantie van Europese Conservatieven en Hervormers (AECH),  vice-voorzitter van de Commissie voor de Betrekkingen EU-Israël, columnist bij Israël Aktueel. Ook de NV-A is lid van die AECH. Zou Bas Belder een goed woordje hebben gedaan bij Jan Jambon om dit evenement mee te sponseren? Of werd het ingefluisterd door onze lokale Marek Halter, Zevi (Michael) Freilich?

juli 17, 2017 at 9:54 am Plaats een reactie

Twee menu’s voor wie de kolonisatie van Kongo nog niet heeft verteerd

Kongoboot Albertville

 

door Lucas Catherine

Menu1

Onderzoeksjournalistiek baseert zich nu op documenten die en stoemelings maar zijn te vinden. Moeilijk werk, vraag het maar aan de mensen van Apache. Vroeger was het anders. Dan kon je aan de hand van op het eerste zicht onbelangrijke documenten waren veel te weten komen.

Hierbij het voorbeeld van twee menu’s uit Antwerpen. Ze dateren uit 1898. Een belangrijk jaar in de geschiedenis van Kongo: Toen werd niet alleen de eerst trein daar officieel in gebruik genomen, maar arriveerden er ook de eerste toeristen en journalisten met hun net klantvriendelijk gemaakte Kodak. Om het bij Antwerpen te houden: La Metropole (met Vaes), Le Matin (met Henrion), De Nieuwe Gazet (met Moortgat) en het Handelsblad (met De Mey).
Hier dus mijn eerste spijskaart, zoals men dat toen in Antwerpen noemde, maar in druk heette het wel menu. Bourgeois oblige. In dit geval de Kamer van Koophandel. Het diner was ter ere van Leopold II die toen La Métropole bezocht en de illustraties vertellen veel. Je leest ze net als de gerechten van boven naar onder.
Heel bovenaan links, de vlag van de Kongo Vrijstaat en rechts de Kongostroom met op de oever twee olifanten. Dat laatste is een kleine leugen. De olifanten waren aan de Kongostroom zelf al uitgestorven, men moest ze in het hoge noordoosten gaan jagen. Maar, zoals de Leeuw stond voor België, zo stond de Olifant symbool voor Kongo.

In het midden, links een bundel voorwerpen die de eerste toeristen ginder graag kochten: schilden, speren, werpmessen en maskers. Rechts daarvan op de achtergrond de eerste trein in Kongo, Matadi-Kinshasa die toen net officieel was ingehuldigd.

Daaronder de rivierboot Brabant die het jaar daarvoor (1897) in Antwerpen door Cockerill Yards was gebouwd. Die scheepswerf lag toen midden in de stad. Ze bouwden ongeveer alle boten die op de Kongo vaarden. De Brabant was een raderboot en mat 45 meter op 9 meter met een stoommachine die 125 pk kon ontwikkelen. Daarmee konden 150 ton vracht vervoerd worden en er waren cabines voor 32 passagiers. Op zijn proefvaart op de Schelde ontwikkelde hij een snelheid van 7,5 knopen (14 km/u)

Links onderaan een gravure van Nieuw-Antwerpen, een handelspost die Camille Coquillhat had gesticht. Coquillhat kreeg daarom in Antwerpen een straat (in 1891) en een standbeeld in het Albertpark (1895).

In het centrum onderaan: het wapen van de Kongo Vrijstaat met als devies Travail et Progres, bekroond met de gevleugelde helm van Mercurius, de god van handel en reizen. En ook de patroon van de Antwerpse Kamer van Koophandel.

Rechts onderaan dan de Albertville, de toenmalige Kongoboot Antwerpen-Matadi (bouwjaar 1896).De gangen op het menu zijn minder interessant, net zoals die trouwens op het tweede menu.

 

Hier iets minder illustraties: rechts onder nog maar eens de Albertville en links dé uitvoerproducten uit Kongo: ivoor (slagtanden) en balen rubber. Die producten konden Antwerpen bereiken, niet alleen dankzij de Kongoboot, maar ook dankzij de spoorweg Matadi-Kinshasa. Het symbool van de spoorweg zie je dan ook uiterst links: een gevleugeld wiel. Het was jaren lang ook het symbool van de NMBS. Mijn vader, cheminot net als mijn grootvader, droeg het op de kraag van zijn vest. Het was in koper- uit de Kongo.

 

Dit tweede banket had een maand na het bezoek van Leopold II plaats en werd door de Kamer van Koophandel georganiseerd voor hun leden die door Leopold waren benoemd in de Leopoldsorde – een al langer bestaande orde – maar vooral in de Kroonorde. Die had de Heerser van de Kongostaat een jaar eerder opgericht om iedereen te huldigen die ‘verdienste had voor de Beschaving van Afrika’. En de Kroon verwijst hier dan ook naar het Kroondomein, dat deel van de Vrijstaat waar enkel Leopold economisch actief was. Met de namen van de genodigden kan je de geschiedenis van de kolonisatie schrijven. Ze staan in alfabetische volgorde, maar de eerste in de rij, Bunge was toen misschien de belangrijkste en dankzij Kongo ook de rijkste. Antwerpenaren kennen misschien het Instituut Bunge, nu onderdeel van de UIA en de domeinen Oude Gracht en De Uitlegger (in Kapellen en Brasschaat), vroeger privé-domeinen van de familie Bunge. Ze kwamen oorspronkelijk uit Zweden, maar hun rijkdom kwam uit Kongo. Eduard Bunge commercialiseerde al het ivoor dat uit Kongo arriveerde. Tussen 1888 en 1893 ging dit om 509.573 ton –vraag me niet hoeveel olifanten dat maakt – Het leverde Bunge meer dan één miljoen Euro op. Verder was Bunge geïmpliceerd in de twee grote rubbermaatschappijen ABIR en Anversoise, beiden berucht om hun politiek van afgehakte handen. Leopold II noemde Eduard Bunge dan ook ‘mon grand ami anversois’ en Leopold hield van Antwerpen: “Anvers peut être, et mon désir est qu’Anvers soit la plus grande ville commerciale du continent”. Een citaat uit zijn speech in Antwerpen tijdens het vorige diner.
De tweede in de lijst is een mindere figuur Edgard Castelein, stichter van de krant La Métropole die de politiek van Leopold II verdedigde. Een van zijn journalisten reisde in 1898 naar Kongo om er de inhuldiging van de trein Matadi-Kinshasa te verslaan. De trein die de echte economische ontsluiting van Kongo mogelijk maakte.

Emile Ceulemans, een commerçant die het later bracht tot Consul Generaal van de Kongo Vrijstaat in Lissabon.

Charles Corty, voorzitter van de Kamer van Koophandel. De ondervoorzitter was Louis Criquillon.

Maar laten we het bij de grote kleppers houden.
Alexis De Browne de Tiège: medestichter van de beruchte rubbercompagnie Abir en voorzitter van de Anversoise. Die maatschappijen maakten ongelooflijk veel winst. In sommige jaren vijfmaal het eigen kapitaal. Waar Abir actief was slonk de bevolking met de helft, en dat kwam niet alleen door afgehakte handen. De Browne de Tiège was ook een stroman van Leopold II en hielp hem in 1895 om de Belgische staat geld af te troggelen via een zogezegde lening. Hij zat ook in Bell Company, de Antwerpse maatschappij die de eerste telefoonlijnen in Kongo aanlegde. Zijn kapitaal is opgegaan in de Dexia bank.

Emile en Ernest Grisart zetelden ook in Bell en waren aandeelhouders in de rubbermaatschappijen.
Alexis Mol was alweer een goede vriend van Leopold II met belangen in Abir en Bell en verder in de koffie- en cacao-import uit Kongo.

 

Naast Leopold II was vooral Albert Thys actief in de plundering van Kongo. Hij was stichter of aandeelhouder van 33 koloniale maatschappijen. Hij was de man die in 1898 de eerste trein Matadi-Kinshasa deed rijden. De bankier Alfred Osterrieth was een van de genodigden bij de inauguratie van de spoorweg. Osterrieth was de leidende figuur in Les Produits du Congo, een van de maatschappijen van Thys. Verder zat hij in Abir en importeerde Kongolese cacao. Zijn kapitaal is ook opgegaan in de Dexia Bank.
Ook Eduard de Roubaix zat in die Produits du Congo van Thys.

Dan is er Arthur Van den Nest, voorzitter van rubbermaatschappij ABIR. Hij zetelde daarnaast in Bell Telephone en tijdens het diner waarop deze tweede menu slaat, opperde hij het idee om met de Kamer van Koophandel een monument te bouwen ter ere van de Kongolese handel. Hij werd hierbij gesteund door burgemeester Jan van Ryswyck. Het werd, met enige jaren vertraging de Kongozuil in het Stadspark.

 

Jan Van Rijswijck was een fervent verdediger van de koloniale politiek van Leopold II. Hij organiseerde in 1894 de Antwerpse Expo waarin meer dan 100 Kongolezen werden ‘tentoongesteld’ in het zogenaamde Vivi aan de Schelde. Maar hij sympatiseerde ook met de kolonisatiepoging van Leopold in China. In 1900 riep hij zelfs op om een expeditiekorps naar China te sturen om de anti-koloniale Boxersopstand (Yihetuan-beweging) neer te slaan.

En, ik zou het haast vergeten op die menu’s staat dus ook wat er te eten viel:

 

Schotse oesters

Ossenstaartsoep

Ganzenlever in een korstje

Forel uit Dieppe

Royale Rundsfilet

Kapoen zoals in Le Valois van Le Mans (toen een erg bekend restaurant).

Champions en croute

Hazerug Grand Veneur

Patrijs in wijnbladeren

Abrikozencompote

Kreeft Belle-Vue

En tot slot: sla’s, gebak, ijs en fruit.

En daarbij champagne en aangepaste dure wijn.

Een dagtaak, zo’n maaltijd en tijd genoeg om over zakendoen in Kongo te praten.

 

En hoe ben ik aan deze menu’s gekomen? Wel in de jaren zeventig maakte een farmaceutische firma reproducties van deze menu’s. Ze waren onder de indruk van de zware maaltijd die werd aangeboden en op de achterzijde maakten ze reclame voor een poeder tegen een zware maag. En dat stuurden ze als publiciteit naar alle huisdokters.

 

Lucas Catherine

Liefhebber van Matadi en ander koloniaal gebak.

 

juni 5, 2017 at 12:32 pm Plaats een reactie

GRAAILAND? MAAIEN ZONDER ZAAIEN

                                             De zaaier

door Jef Coeck

 

Zou een boek een revolutie kunnen ontketenen? Natuurlijk, het is al meermaals gebeurd. Het ‘Communistisch Manifest’ van Marx en Engels – deels in Brussel geschreven –  heeft zo goed als wereldwijd de proletaar naar een beter lot doen grijpen. Het Rode Boekje van Mao? Dat was voor insiders, enkele honderden miljoenen, maar toch, een wat vertrouwelijk karakter. Niet vergeten dat ook de godsdienstoorlogen door geschriften zijn veroorzaakt.

En zou in ons landje een boek opstanden kunnen ontketenen? We kijken er naast, maar het is volop bezig. Terwijl iedereen roept dat rechts-extreem overal aan de orde is, zien we links over het hoofd. Peter Mertens, leider van de PVDA (Partij van de Arbeid) en zijn compagnon Raoul Hedebouw in Wallonië (PTB, Parti du Travail de Belgique) presteren nog nooit geziene dingen. In enkele jaren tijd schreef Mertens, geholpen door zijn achterban, drie boeken waarvan twee ongehoorde bestsellers. ‘Hoe durven ze?’ en zijn jongste ‘Graailand’ blijken nooit geziene oplagen te halen, zeker voor zo’n doorgaans verfoeielijk geheten lectuur.  Voor de goede orde: volgens Van Dale betekent graaien: wegkapen.

Het vorige deel ging hoofdzakelijk over de internationale graaiers, met name zij die een poot hebben binnen de Europese Unie. Dit derde deel gaat over de dieven die ons in eigen land bestelen. Het zijn niet enkel de rijken en machtigen maar ook politici, van groot tot klein. Niet allemaal, maar wel meer en meer. Het is nu haast zo ver dat vele landgenoten een mandaat nastreven, om te kunnen graaien. Daar bestaan statistieken over, nagetrokken door de eigen studiedienst van Mertens  en Co.

Mertens: ‘Toen ik in 2011 ‘Hoe durven ze?’ schreef, hadden 325 multimiljardairs  even veel geld als de 3,5 miljard armste mensen. Vandaag zijn het er geen 325 maar 62. Dan weet je: het gaat ontploffen.’ En hoe weten we dat het links geschrijf effect heeft? Vooreerst door de grote oplagen, in de tienduizenden op geen tijd. Dit gegeven, in combinatie met de politieke opiniepeilingen levert een bijna ongelooflijk resultaat af, zowel in noord als in zuid. In Wallonië wordt de PVDA/PTB de tweede grootste partij, nog voor de eeuwenoude socialisten van de PS en zijn Elio di Rupo. In Vlaanderen wipt de partij twee keer over de kiesdrempel. Het blijft voorlopig bij peilingen, maar die plegen ook wel eens uit te komen.Leven we daarom na de volgende verkiezingen in een pseudo-communistische staat?

Nee, maar nu leven we in een tweesporenmaatschappij. Voor de ene klasse van mensen zijn de normen: weinig steun, veel voorwaarden en harde sancties. Voor de andere klasse van mensen geldt: veel steun, bijna geen voorwaarden en sancties die kunnen worden afgekocht met geld.

Bij een transactie waarmee hij 100 miljoen binnengraait betaalt Marc Coucke (de ondernemer, niet de medewerker van het Salon) geen cent belasting – en daar is hij nog fier op ook. Het is bekend dat de werkster van een multinationaal bedrijf meer belasting betaalt dan het rijke bedrijf zelf. Bij wijze van enkele sprekende voorbeelden. Dat dit tot woede leidt bij een groot deel van de bevolking, zal niemand verbazen. Uit die woede verklaart Mertens de ommekeer in het politieke landschap. Natuurlijk moet er nog gestemd worden, in 2018 en 2019. Als dan zou blijken niets te kloppen van de peilingen, kan de woede alleen nog maar stijgen.

Het gerommel, gesjoemel en gegraai speelt zich niet enkel op puur politiek niveau af. Het is evenzeer present in de werkgelegenheidssector, in de zorg, in de pensionering, in het transport, in de openbare werken en in tal van andere noodwendigheden. Geen wonder dat de armoede in België hand over hand toeneemt.

Ook met de N-VA aan de macht blijft ons land vooral een belastingparadijs voor het grootbedrijf, aldus Mertens. In 2015 bezetten vennootschappen van AB InBev, ExxonMobil, en Electrabel de eerste drie plaatsen in onze top vijftig. Zij maken in totaal 6,46 miljard winst en die wordt belast tegen 0,6 procent. Terwijl de energiearmoede stijgt en de prijzen door het dak gaan, bedraagt de belastingvoet van Electrabel in 2014  welgeteld 0,4 procent. Dure elektriciteit, heette destijds al een programma van Maurice De Wilde. Goed dat de man het vandaag niet meer hoeft mee te maken. In plaats van Electrabel behoorlijk (zwaar) te belasten, verhoogt de regering de btw op de elektriciteit.

De boeman van de rijken heet ‘miljonairstaks’. Het is een zachtere aanpak dan men van ex-communisten en –maoïsten had kunnen verwachten maar toch wordt deze nieuwigheid afgewezen bij perceptie. Deze taks slaat alleen op fortuinen van meer dan 1 miljoen euro, bovenop de eigen eerste woning met een waarde tot 500.000 euro. Het is een progressieve belasting, met een maximum-aanslagvoet van drie procent: één procent belasting op het deel van het vermogen boven de 1 miljoen euro, twee procent op het deel boven 2 miljoen en drie procent op het deel boven 3 miljoen. De taks laat alle vermogens lager dan 1 miljoen ongemoeid. Bovendien wordt de woning die het gezin betrekt, vrijgesteld voor een bedrag van 500.000 euro. Concreet: de onbelaste schrijf bedraagt in de meeste gevallen 1,5 miljoen euro. Deze door sommigen halfzachte maatregel genoemd, kreeg uitdrukkelijk niet de naam van ‘vermogensbelasting’, want dat is het niet. Aan het vaste vermogen wordt niet geraakt.

Natuurlijk neemt dat het verzet niet weg. Het komt met name uit de hoek van de ultra-liberale hoek,  meer bepaald Bart De Wever en Gwendolyn Rutten. Zij willen hun partijen laten draaien op het graaien – en totnogtoe slagen ze daar aardig in. Geen wonder dus dat de grootste politieke graaiers bij de N-VA en de Open VLD zitten. Wie daar nog aan twijfelt heeft de actualitieit van de jongste maanden niet goed gevolgd. Het spreekt andere partijen of sommigen van hun leden natuurlijk niet vrij. Het venijn zit overal maar bij de een weleens meer dan bij de anderen.

                                               De graaier

Hoe krijgen we deze augiasstal ooit uitgemest? Met een Hercules die sterk, nobel, eerlijk, deugdzaam en standvastig is?  En geen dictatoriale neigingen ontwikkelt. Waar zit hij/zij die België, of desnoods Vlaanderen, op het rechte pad brengt. Liefst zonder revolutie. Toch kan het geen kwaad dat Mertens al begint te shrijven aan zijn eigen ‘’communistisch’ manifest’, waarbij we de drie vorige boeken zullen beschouwen als zijn ‘Das Kapital’.

Peter Mertens, Graailand, Het leven boven onze stand, Berchem, EPO, 2017

april 6, 2017 at 1:44 pm 4 reacties

Hebben we nog partijen nodig ?

partijen-3

door Walter Zinzen

Marc Hooghe, Marc Reynebeau en Luc Huyse hebben alle drie gelijk: de opeenstapeling van mandaten en bijbehorende vergoedingen die ons de jongste weken zo beroerd heeft, is een uitwas van de particratie. Van politieke partijen die de macht en de daaraan verbonden profijten onder elkaar verdelen, liefst in het verborgene, ver uit het zicht van de soevereine burger.

Luc Huyse gaat het verst: hij vindt dat de partijen de verkiezingen hebben gekaapt (DS 25 februari) . Zijn woorden waren nog niet koud of ze werden al door de feiten bevestigd. Elke Sleurs keerde terug naar het Vlaams Parlement. Ze was daar vervangen door een opvolger, die dus niet rechtstreeks verkozen was. Zuhal Demir verliet dan weer de Kamer om Sleurs op te volgen als staatssecretaris. Haar parlementszetel wordt nu ook bezet door zo’n opvolger.

Dit zijn geen uitzonderingen. Het is de regel. Verkozen parlementsleden die ontslag nemen, bijvoorbeeld omdat ze toetreden tot een regering, worden steevast vervangen door illustere onbekende opvolgers. Ere wie ere toekomt: Guy Verhofstadt heeft als premier geprobeerd het systeem van de opvolgers af te schaffen. Wat is immers meer voor de hand liggend dan de vertrekkende volksvertegenwoordiger te vervangen door de persoon die na hem op de lijst stond? Het is Verhofstadt niet gelukt. Want via de opvolgerslijsten kunnen de partijen autonomer bepalen wie in de parlementen terechtkomt, zonder al te veel tussenkomst van de kiezer. En dat privilege wilden ze zich niet laten ontfutselen.

Na de verzuiling

De partijen hebben dus niet alleen de verkiezingen maar ook de democratie gekaapt. Dat doet de vraag rijzen: moeten we niet naar een vorm van democratie zonder politieke partijen? Ons hele parlementaire systeem is, met partijen en al, ontstaan in de 19de eeuw. Tot diep in de 20ste eeuw hebben de partijen hun nut bewezen. Ze vertegenwoordigden grote groepen mensen in de maatschappij, van wie ze de belangen verdedigden. De arbeiders verenigden zich in de socialistische partij of traden toe tot de christendemocratie, die ook de belangen van kerk en godsdienst behartigde. Middenstanders opereerden dan weer onder de vlag van de liberalen.

Alle drie hebben ze ertoe bijgedragen dat de democratie functioneerde. Zonder politieke partijen en visionaire leiders zouden we vandaag niet de sociale zekerheid hebben die we nu een monument noemen. Maar passen partijen nog in de postindustriële samenleving van de 21ste eeuw? Het proletariaat is verdwenen, maar welke partij verdedigt en verenigt diegenen die behoren tot wat het precariaat wordt genoemd? Wat zijn nog de ideologische verschillen tussen de partijen? Alle aanbidden ze de weldaden van het neoliberalisme, behalve dan de PvdA. En vooral: de band tussen kiezers en partijen, die vroeger zo hecht was, is haast volledig weg. De grote meerderheid van de burgers voelt geen enkele behoefte meer om lid te worden van een partij. Dat geldt zelfs voor nieuwkomers zoals Groen. (De N-VA en Vlaams Belang zijn de voortzetting van het politieke Vlaams-nationalisme dat al meer dan een eeuw oud is. Echt ‘nieuw’ zijn ze dus niet. En zelfs N-VA heeft betrekkelijk weinig leden). Gevolg: de kiezer is ‘wispelturig’ geworden en de partijen zijn verworden tot bastions waarvan de macht niet meer democratisch gelegitimeerd is. We weten nu waartoe dit geleid heeft.

Facebookgrondwet

Het ontbreekt niet aan ideeën om onze democratie op een nieuwe leest te schoeien. David Van Reybrouck bijvoorbeeld wil de verkiezingen afschaffen en onze bestuurders door loting laten aanwijzen. Zijn we meteen ook van de particratie af. Anderen zien heil in het internet en de sociale media. IJsland levert een mooi voorbeeld op van een combinatie van de twee. Vijfentwintig door loting aangewezen mensen stelden in 2012 een nieuwe grondwet op, waaraan de hele bevolking via Facebook kon meeschrijven. Kwam geen partij aan te pas. De nieuwe constitutie werd met grote meerderheid goedgekeurd in een referendum. Maar: de opkomst bedroeg minder dan de helft. De volmaaktheid is niet van deze wereld.

Zou het niettemin al geen grote stap vooruit zijn als we met zijn allen gingen nadenken en debatteren over manieren om onze met bloed en tranen bevochten democratische verworvenheden los te weken uit de klauwen van eigengereide, autocratische, machtsgeile partijbonzen, die ook nog eens slechte bestuurders zijn? En mag dit ook een oproep zijn tot die politici, over wie we de afgelopen tijd niets hebben gehoord: de competente, hard werkende mensen die het particratische juk al evenzeer beu zijn?

maart 3, 2017 at 10:56 am 3 reacties

SIEGFRIED ALL-R0UND

bracke

 

door Jef Coeck

Nogal wat oneerbare feiten zijn bekend over de Kamervoorzitter, voorheen VRT-journalist, en daarvoor ongetwijfeld ook iets wat hoog scoorde in financiële termen bij een andere partij. We kennen nu het verhaal (?) van zijn professioneel verleden. Dat is niet echt zo, maar laten we het gemakshalve daarbij houden. Er is maar één woord voor: leugens. Het is raar dat de Mainstream Media dit woord vermijden. Zijn ze ergens bang voor? Hun eigen carrière? De woede van N-VA? Winst/verlies van lezers/kiezers?

Wat Bracke onder druk van de omstandigheden moest toegeven was, dat hij gelogen had. De eerste Burger des lands, voorzitter van de Kamer, hoogstbetaalde politicus van België, plus schnabbelaar voor een habbekrats. En dan ontkennen. De eerste dag. De tweede dag iets bekennen wat er op lijkt. Hoe laag moet je gevallen zijn om je eergevoel eigenhandig de nek om te draaien?

michel-de-montaigne

Michel de Montaigne (1533-1592)

Ik ben geen ethicus, laat staan een Etienne Vermeersch. Er zijn andere, en oudere bronnen die ik wil aanhalen. De Essays van Michel de Montaigne (Frans filosoof, 1533-1592) blijven een bron van inspiratie. Vooreerst constateert hij dat een uitstekend geheugen samengaat met een zwak verstand. Een zwak geheugen dus met een slap verstand. Ik spreek er mij niet over uit wat hier het geval. Alleen, zowel geheugen als verstand kun je camoufleren. Met leugens.

‘Wat mij een beetje troost is in de eerste plaats dat deze kwaal mij geholpen heeft een nog groter kwaad te overwinnen, namelijk de ambitie.’ (Montaigne) Laat dit een terloopse opmerking zijn.

Of dat ook bij Bracke het geval is, die overwinning, lijkt niet zeker. Zelfs integendeel. Maar goed, ieder heeft zijn (on)deugden, daar valt mee te leven zolang het anderen, de maatschappij, geen kwaad aandoet.

Nog even de Montaigne. ‘ Ik weet dat taalkundigen een onderscheid maken tussen liegen en een onwaarheid vertellen; zij zeggen dat een onwaarheid erop neerkomt dat je een onware mededeling doet die je echter voor waar houdt, en dat het Latijnse werkwoord ‘mentiri’ waar het Franse ‘mentir’ van afgeleid is, en dat het predikaat leugenaar slechts op hen slaat die iets zeggen dat in strijd is met wat ze weten.’

‘Liegen is werkelijk een ellendige ondeugd. Alleen krachtens het woord zijn wij mens en staan met elkaar in contact. Als wij beseften hoe afschuwelijk de leugen is en wat wij ermee aanrichten, zouden wij die overtreding te vuur en te zwaard bestrijden, en met meer reden dan andere misdaden. De leugen, en in iets mindere mate de halsstarrigheid moet alle mogelijke middelen worden bestreden zodra ze de kop opsteken. Als de tong eenmaal deze kwalijke gewoonte heeft angenomen, kan hij zich er vreemd genoeg niet meer van bevrijden.’

‘Had de leugen maar net als de waarheid één gezicht, dan zouden we beter af zijn. Want dan konden we het omgekeerde van wat een leugenaar zegt voor waar aannemen.’

Misschien kan dit stukje ertoe bijdragen om in de media de juiste termen te gebruiken? Liegen is nu eenmaal liegen. Stelen is stelen. Bedriegen is bedrog. Luieren in staatsdienst is een cementblok van dit alles.

*Michel de Montaigne, De essays, Amsterdam, 2004

februari 18, 2017 at 5:30 pm 2 reacties

HET CONGOLESE VERLEDEN VAN DE PVDA

door Walter Zinzen

‘Waarom wordt alles wat extreemrechts doet steeds onder de loep gelegd en is dat niet het geval voor extreemlinks?’, vroeg de Antwerpse burgemeester zich onlangs af. Het moet een retorische vraag geweest zijn, want hij kent het antwoord natuurlijk maar al te goed. Vlaams Belang is een voor racisme veroordeelde partij, die niet tot inkeer is gekomen. Van de PVDA daarentegen kan je veel slechts denken, maar racistisch is ze niet. En ze is de beginselen van de parlementaire democratie toegedaan.

Voor deze partij is een cordon sanitaire overbodig, hoewel Gwendolyn Rutten (Open VLD), Bart De Wever (N-VA) en Rik Torfs daar kennelijk geen bezwaar tegen zouden hebben. Bij de SP.A zijn er lieden, zoals voorzitter Crombez, die overwegen om niet alleen samen met Groen, maar ook met de PVDA naar de kiezer te trekken. Dat lokt dan weer verontwaardigde reacties uit bij andere SP.A’ers: de PVDA heeft contacten met Noord-Korea en vindt Castro geen dictator, met die partij mag niet worden samengewerkt. Waarop de PVDA-voorzitter dan weer zucht dat hij verlost wil worden van de schaduw van het verleden. Daar willen we hem graag in volgen. Laten we dus even naar dat verleden kijken.

Ludo Martens in 1979

Ludo Martens in 1979

Toen Amada (Alle Macht aan de Arbeiders) op een congres in 1979 vervelde tot Partij van de Arbeid, stelde voorzitter Ludo Martens een gastspreker voor: Laurent-Désiré Kabila, vader van de huidige Congolese president Joseph Kabila. Martens zou later een boek publiceren over Kabila de oude, om aan te tonen dat die een echte revolutionair was, een nieuwe Lumumba (in de dagboeken van Che Guevara, die zijn revolutie naar Congo probeerde te exporteren, wordt Kabila evenwel een hoerenloper, dronkenlap en luiaard genoemd). Toen zijn idool in 1997 dictator Mobutu opvolgde als Congolees staatshoofd, verkaste Martens naar Kinshasa om er Kabila te adviseren. Hij slaagde erin de woede op te wekken van Louis Michel (MR), toen Belgisch minister van Buitenlandse Zaken, wegens ‘anti-Belgische’ drijverijen. Kabila werd in 2001 vermoord en Martens overleed in 2011.

Laurent-Desire Kabila

Laurent-Desire Kabila

Als de kans om op het Schoon Verdiep een nieuwe bewoner te installeren groter is met de PVDA erbij, tja, dan moet het maar.

Behoort dit alles tot een verleden dat huidig voorzitter Mertens niet met zich wil meeslepen? Geenszins. Voor de PVDA van vandaag is ook zoon Kabila een volgeling van Patrice Lumumba, die streeft naar échte onafhankelijkheid. Dat diezelfde Kabila van Congo een graailand heeft gemaakt om zichzelf en zijn familie schaamteloos te verrijken (zoals in een uitvoerig gedocumenteerde studie van Bloomberg onlangs is aangetoond) zal de lezer van het partijblad Solidair niet te weten komen. Zoals ook de moorden, folteringen en willekeurige arrestaties door Kabila’s veiligheidsdiensten onbesproken blijven. Dat is allemaal westerse propaganda. Net zoals wijlen Martens de misdaden van Stalin nazipropaganda noemde, die nadien door het Westen is overgenomen. Martens was trouwens een verwoede vijand van Fidel Castro, die volgens hem een bondgenoot was van de ‘valse communisten’ in Moskou. Wat dat betreft is er wel degelijk een breuk met het verleden.

De vraag is of dit soort aberraties een bondgenootschap met andere linkse partijen onmogelijk moet maken. Een aanbeveling is het zeker niet, maar op gemeentelijk vlak zal het niet zoveel uitmaken wat de PVDA over Congo en andere buitenlanden denkt. In Borgerhout bestuurt de partij nu al mee, kennelijk tot tevredenheid van de partners. Maar wie overweegt het bed te delen met de PVDA moet wel goed weten wat voor vlees hij in de kuip heeft. En moet, vooral, nagaan of een samenwerking niet meer kiezers verjaagt dan aantrekt. En of coalities met bijvoorbeeld CD&V nog mogelijk zijn. Zeker in Antwerpen is dat geen overbodige vraag. Maar als blijkt dat de kans om op het Schoon Verdiep een nieuwe bewoner te installeren groter wordt met de PVDA erbij , tja, dan moet het maar. ‘Restafval’, het zou wel eens een geuzennaam kunnen worden.

dit stuk verscheen in De Standaard, vrijdag 6.1

januari 6, 2017 at 2:54 pm Plaats een reactie

REGELS ZIJN SOMS BELANGRIJKER DAN DEMOCRATISCHE CONTROLE

 

 

scheids-4

 
door Antdreas Tirez

 

Als je niet zomaar kan rekenen op de kiezer om machthebbers democratisch goed te controleren, zijn strikte regels een alternatief. Maar ze moeten dan wel goed gevolgd worden. Ook en vooral door machthebbers. De partijen Groen en Ecolo willen met een wetsvoorstel rond lobbyen meer transparantie bewerkstelligen over contacten tussen belangenorganisaties en beleidsmarkers. Het voorstel – enkel gericht op legeraankopen – is om onder meer een transparantieregister op te zetten dat alle contacten en hun inhoud registreert.

Die verhoogde transparantie laat oppositie, media of andere belangengroepen toe beter te controleren wat er achter de schermen gebeurt. Dat is essentieel om het vertrouwen in en de efficiëntie van ons politiek systeem te verbeteren. Het feit alleen al dat besluitmakers weten dat ze gecontroleerd kunnen worden, geeft hen een prikkel om niet enkel de regels beter te volgen, maar ook om beter werk af te leveren. Meer transparantie kan dan ook de werking van onze instellingen verbeteren.

Meer transparantie volstaat echter niet. Er moet ook voldoende aandacht zijn van de kiezer voor de fouten die door verhoogde transparantie naar boven zouden komen. Zoniet zal de verkozen politicus zich er weinig van aantrekken. En van de kiezer is geweten dat die zich doorgaans weinig tot niet interesseert voor het politieke reilen en zeilen. Die desinteresse kan worden verklaard doordat de individuele kiezer zich realiseert dat het niet de moeite loont om de publieke besluitvorming van nabij op te volgen. Die stelling staat centraal in de Public Choice theorie, zeg maar de economische theorie van de politiek. Vooral in de Verenigde Staten kent de theorie aanhang. Hier veel minder. En dat verbaast me telkens weer, want deze theorie geeft een krachtig denkkader om de politieke besluitvorming beter te doorgronden.

Informeren

De Public Choice theorie onderscheidt zich door de besluitvorming niet zozeer vanuit groepen of machtsblokken te benaderen, maar vanuit individuen binnen die blokken. Bij elke beslissing wegen die individuen hun voor- en nadelen af. De overheid, een politieke partij of ‘de kiezer’ is dan geen monolithisch blok, maar een groep van individuen met soms verschillende posities en belangen. Wat de kiezer betreft, stelt de theorie dat die tot het besluit komt dat het niet de moeite loont om zich goed te informeren over politiek.

De reden is heel simpel: de individuele kiezer weet dat zijn ene stem nooit het verschil zal maken bij een verkiezing. Dus waarom al die moeite doen om, ook al verloopt alles heel transparant, zich terdege te informeren? Uiteindelijk slaat ook één goed geïnformeerde stem geen deuk in een pakje politieke boter. Enkel als je toevallig van nature geïnteresseerd bent in politiek, informeer je je goed. Maar dat gebeurt dan omdat die bepaalde kiezer de politieke besluitvorming gewoon leuk vindt, en die aantallen zijn zeer beperkt. Reken dus niet op de kiezer om de machthebbers democratisch goed te controleren – op wat schandaaltjes na. Die kiezer heeft immers – overigens rationeel – besloten zich weinig of niet te interesseren om die controle geïnformeerd uit te oefenen.

Scrupuleus

De Public Choice theorie schuift een alternatief naar voren voor de democratische controle: regels. In de eerste plaats is dat de grondwet. Die beperkt de bewegingsruimte van wetgevers en andere machtshebbers. Dat werkt pas goed als de machthebbers collectief beseffen dat het voor de maatschappij en voor hen op lange termijn beter is die regels scrupuleus te volgen. Dat machtshebbers publiekelijk die regels aan hun laars dreigen te lappen, is dan ook een groot gevaar. Toen Donald Trump voor de verkiezingen aangaf dat hij bij verlies de uitslag niet per se zou aanvaarden, leidde dat terecht tot grote consternatie.

Dichter bij huis wil staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken een arrest van een administratieve rechter niet uitvoeren, ook al is hij daartoe verplicht. Hij volgt dus wetens en willens een belangrijke regel niet. Ook dat is een ernstig incident. Niet zozeer de zaak zelf, wel het niet volgen van de regel. Dat noch Theo Francken, noch de N-VA lijkt te beseffen waarom het zo belangrijk is dat machthebbers de regels volgen, is verontrustend.

We kunnen vaak niet rekenen op een goed geïnformeerde, democratische controle. Niet omdat kiezers dom zijn, maar omdat het niet rationeel is zich als individuele kiezer goed te informeren. Het alternatief is dat machthebbers zich laten inperken door regels. Maar dan moeten ze die wel volgen. Doen ze dat niet, dan hollen ze de goede werking van onze democratie uit.


Andreas Tirez

Dit opiniestuk verscheen eerst in De Tijd

Tirez is medewerker van de denkgroep Liberales

 

december 30, 2016 at 3:27 pm 1 reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.337 andere volgers