Posts filed under ‘Samenleving’

“DE MACHT VAN JODEN” (een repliek)

Tom Ronse

Het is in dit salon al vaak betoogd: antisemitisme en antizionisme zijn niet hetzelfde. Integendeel: wie konsekwent gekant is tegen racisme en dus antisemitisme kan niet anders dan ook verzet aantekenen tegen de discriminerende en koloniserende politiek van de Israelische staat. Het omgekeerde geldt ook: wie de racistische politiek van Israel verwerpt, moet zich ook konsekwent kanten tegen alle uitingen van antisemitisme.

Zoals de beruchte anti-joodse praalwagen in de Aalsterse karnavalstoet van vorig jaar. Plaatsvervangende schaamte is wat ik voelde toen ik daar beelden van zag. Sindsdien zijn allerlei argumenten aangevoerd om die weerzinwekkende vertoning te vergoelijken: de karnavalstoet lacht met alles, wie niet kan meelachen heeft lange tenen of is tegen de vrije meningsuiting, de praalwagen hekelt niet alle joden, enkel sommige, etcetera.

Bullshit. De gelijkenis tussen de Aalsterse karikaturen van geldbeluste joden -met hun geldzakken, hun graaiende handen, lelijke kromme neuzen en een rat op de schouder – en de haatcampagnes van de nazi’s van vroeger en nu, is onmiskenbaar.

Lachen met volksvreemden in Aalst

 

Nazi-propaganda

 

Het spijt me dan ook dat historicus Gie Van den Berghe, wiens originele artikels in dit salon ik ten zeerste waardeer, in zijn jongste bijdrage dit Aalsters racisme helpt goedpraten. Volgens hem stak de praalwagen in kwestie de draak met “de macht van joden (niet van ‘dé joden’ want dat zou een naar antisemitisme neigende veralgemening zijn)”. Zo simpel is dat: je laat het lidwoord vallen en alles is in orde. Je bezondigt je dus niet aan racisme als je spreekt over “de domheid van zwarten”, zolang je het maar niet over “de zwarten” hebt. De praalwagen van de “vismooil’n” spotte niet met “dé joden” maar specifiek met orthodoxe joden die behalve hun religie, hun excentrieke kledij en haardracht, ook geldzucht gemeen hebben volgens de Aalsterse karnavalgroep. Van den Berghe weet beter dan de meesten dat dit stereotiep op eeuwen kristelijke laster steunt maar knijpt een oogje dicht vanwege de rol die orthodoxen spelen in de kolonisatiepolitiek van Israel. Ook dat is een veralgemening. Er zijn heel wat orthodoxen die deze politiek niet steunen en er zich zelfs actief tegen verzetten.

Het is fout om alle orthodoxen, laat staan alle joden, over één kam te scheren. Er zijn zionistische en anti-zionistische orthodoxen, er zijn rijken en armen onder hen. Maar volgens het stereotiep denken ze allen hetzelfde en hebben ze allemaal veel geld en macht. Die macht werd volgens Van den Berghe geillustreerd door het feit dat klachten van joodse organisaties ertoe geleid hebben dat het Aalsters karnaval geschrapt werd uit Unesco’s werelderfgoedlijst.

Het concept zelf van “de macht van joden” impliceert een ‘naar antisemitisme neigende veralgemening’. Ik heb nog nooit iemand over “de macht van kristenen” horen praten, hoewel die ontegensprekelijk veel groter is dan die van joden. Het idee dat alle mensen met een kristelijke achtergrond dezelfde ideeen en belangen hebben lijkt immers bespottelijk maar als het over joden gaat (of moslims, of andere minderheden) is het voor velen niet meer het geval.

Joden zijn niet kwetsbaar of niet kwetsbaarder dan andere minderheden”, schrijft Gie. Maar vandaag zijn alle minderheden kwetsbaar en elk jaar zijn ze dat meer. In heel de wereld waait een wind van haat en onverdraagzaamheid tegen minderheden die kan aanzwellen tot een storm van uitsluiting en geweld. Het is in die context dat de Aalsterse praalwagen gesitueerd moet worden. Dit was geen satire op de politiek van Israel.

De laatste paragraaf van Van den Berghe’s artikel is een harde aanklacht tegen die politiek. Zo verbindt hij de verdediging van een antisemitische praalwagen met antizionisme. Ik hoor de zionisten al glunderen: “Zie je wel?”

 

ratten en ander ongedierte

 

 

January 12, 2020 at 4:52 am 9 comments

RUHIG ABWARTEN

Bilzen Foto Han Soete

Bilzen: tot voor kort was de naam van het Limburgse stadje voor mij en mijn generatiegenoten onlosmakelijk verbonden met Jazz Bilzen, de voorloper in de jaren zestig van de grote rockfestivals in Torhout en Werchter. Dat veranderde in de nacht van 10 op 11 november toen een toekomstig asielcentrum in brand werd gestoken. Voortaan staat Bilzen voor de eerste terreurdaad van dat soort in ons land, uitgerekend op de verjaardag van het einde van de eerste wereldoorlog en bijna dag op dag 81 jaar na de verschrikkelijke Kristallnacht waarmee in Duitsland de gewelddadige vervolging van de Joodse bevolking werd ingeluid en die zou leiden tot de massamoord op niet alleen Joden maar ook communisten, socialisten, liberalen, homo’s, zigeuners en al wie kritiek had op de nazi’s.

Kristallnacht: brandende synagoge in Baden Baden Foto: Flickr

Te veel samenloop van omstandigheden om toeval te zijn en de brand in Bilzen was dan ook de vernieuwde aanleiding tot het debat over de vraag of we ons tijdsgewricht al dan niet mogen of moeten vergelijken met de jaren dertig. De eminente historicus en kenner van de periode, Herman Van Goethem, meent dat er inderdaad voldoende parallellen zijn met de vooroorlogse jaren om ons zorgen te maken. Andere even eminente historici wijzen op de grote verschillen tussen toen en nu. Bruno De Wever bijvoorbeeld vindt dat de sociale zekerheid en de “stevig verankerde welvaartsstaat” ons kunnen behoeden voor een herhaling van de jaren dertig en de opkomst van fascisme en nazisme. Maar laat nu net die sociale zekerheid, het fundament van de welvaartsstaat onder druk van de neoliberale ideologie en rechtse regeringen steeds meer op de helling komen te staan. De lectuur van Geert Maks “Grote Verwachtingen” kan ons over de toekomst van de Europese eensgezindheid overigens alleen maar somber stemmen.

De politieke pyromanen van de jaren dertig zijn terug van nooit weggeweest schrijft Van Goethem. Hij geeft vier voorbeelden van historische tendensen die al vóór de tweede wereldoorlog aanwezig waren en die nu na decennialang min of meer sluimeren weer aan de oppervlakte komen. De leider die spreekt in naam van de massa, die zich niet langer vertegenwoordigd voelt door de klassieke politieke partijen. Denk aan Orbán, Salvini, Poetin en Trump. Bij ons is er nog niet zo dadelijk een “leider” van die allure in de coulissen waar te nemen, maar de afkeer van de bestaande politieke partijen maakt een breed publiek rijp voor zo een figuur. Voorts is er het sluipend gif van het nationalisme dat een externe vijand nodig heeft. Vandaag zijn dat niet alleen de moslims maar ook opnieuw de Joden. Denk maar aan de antisemitische campagne van de Hongaarse premier Orbán tegen de Joodse financier George Soros.

Tijdens de beruchte Alt-rightbetoging van augustus 2017 in het Amerikaanse Charlottesville scandeerden de extreemrechtse manifestanten: “Jews will not replace us”- President Trump noemde de betogers in Charlottesville “fijne mensen.” De ideologie van “the great replacement” van de Fransman Renaud Camus was de inspiratie voor de terreurdaden van Anders Breivik die in 2011 69 jongeren doodschoot en voor Brenton Tarrant, de blanke supremacist die in het Nieuw-Zeelandse Christchurch 51 mensen vermoordde.  Ook bij ons is de theorie populair in nieuwrechtse kringen met figuren als Van Langenhove als boegbeeld.

Charlottesville Foto|: Wikipedia Commons

Van Goethem wijst ook op de kracht van de nieuwe media. In de vooroorlogse jaren waren dat de radio en het bioscoopjournaal. Nu maken Twitter en Facebook, maar ook duistere internetkanalen het makkelijk om de boodschap van de leider “ongefilterd” op de massa los te laten. Trollenfabrieken in dienst van partijen of regeringen produceren aan de lopende band complottheorieën.  Ook de klassieke mainstreammedia zijn niet onschuldig. De Nederlandse populismespecialist Cas Mudde waarschuwt in De Volkskrant voor de normalisering van radicaalrechts populisme in de media die volgens hem de laatste jaren “steeds verder zijn gaan meebuigen met radicaalrechtse xenofobie.” Van een mediacordon is bij de Vlaamse openbare omroep intussen al lang geen sprake meer. Nadat hij in een ophefmakende documentaire van de VRT-Nieuwsdienst als een gewelddadige neofascist was ontmaskerd kon Van Langenhove doodgemoedereerd aan tafel zitten voor een debat met mainstream politici als Koen Geens en Maggy De Block. Na de brand in Bilzen kregen de politieke pyromanen als Tom Van Grieken en Jean-Marie De Decker uitgebreid de kans om het gebeuren te “duiden.”

Niemand heeft de sfeer en de geestesgesteldheid aan de vooravond van de twee wereldoorlogen beter beschreven dan de Oostenrijkse auteur Stefan Zweig in zijn autobiografie “De wereld van gisteren.” Twee keer danste Europa op een vulkaan en twee keer gingen vooruitgangsgeloof en optimisme de duisterste periode van onze geschiedenis vooraf. In de jaren voorafgaand aan de eerste wereldoorlog had Zweig een indrukwekkend netwerk van vriendschappen opgebouwd in de literaire en kunstwereld over heel Europa: met de Franse pacificist Jules Romains bijvoorbeeld, met Franz Werfel (“Der Weltfreund”) in Duitsland, Camille Lemonnier, Constantin Meunier en vooral Emile Verhaeren in België. Allen geloofden ze heilig in de “broederschap der volkeren,” niemand zag de tekenen des tijds die het grote conflict aankondigden. “We vertrouwden op Jaurès, op de socialistische Internationale” schrijft Zweig, “we geloofden dat de spoorwegarbeiders eerder de rails zouden opblazen dan hun kameraden als slachtvee naar het front laten transporteren…. Ons gemeenschappelijk idealisme, ons door vooruitgang bepaald optimisme maakten dat wij het gemeenschappelijke gevaar niet zagen of onderschatten.”

Zweig moest met vertwijfeling vaststellen hoe het opgezweepte nationalisme en de oorlog de vriendschapsbanden aantastten, hoe de stilte viel in de conversatie, hoe correspondentie onbeantwoord bleef. In de jaren dertig maakte hij, na het uitbundige optimisme van het decennium daarvóór, hetzelfde mee. Zweig woonde in het Oostenrijkse Salzburg, een steenworp van Berchtesgaden net over de grens waar een zekere Adolf Hitler zich zou komen vestigen. Maar ondanks die nabijheid duurde het ook nu weer lang eer Zweig en zijn tijdgenoten de ernst inzagen van wat in Duitsland en Italië aan de gang was. Pas toen hij in Italië een aanval van een goed georganiseerde groep fascistische jongeren op een linkse betoging had meegemaakt maakte hij zich echt zorgen om wat Europa opnieuw te wachten stond. “Dit was voor mij de eerste waarschuwing dat ons Europa onder het schijnbaar rustige oppervlak vol gevaarlijke onderstromingen was.” Dat had net zo goed vandaag geschreven kunnen zijn.

Ook in Duitsland groeide pas laat – té laat – het besef dat de “agitator van de bierhallen” echt gevaarlijk kon worden. De industriëlen zagen met tevredenheid de man die ze “jarenlang in het geheim hadden gesteund aan de macht komen” en “de meest verschillende, meest tegengestelde partijen zagen deze ‘onbekende soldaat’ die elke stand, elke partij, elke richting alles beloofd had wat ze graag hoorden, als hun vriend – zelfs de Duitse joden maakten zich geen grote zorgen.” Nog op 30 januari 1933, nadat Hitler aan de macht was gekomen, schreef de voorzitter van het “Centralverein deutscher Staatsbürger jüdischen Glaubens”,  de vereniging die in de 19e eeuw door Joodse intellectuelen was opgericht tegen het opkomende antisemitisme: “Im übrigen gilt heute ganz besonders die Parole: Ruhig abwarten!”

Johan Depoortere

24 december 2019

Deze tekst verscheen eerder als column in het decembernummer van Aktief, het blad van Het Masereelfonds

December 30, 2019 at 9:42 am 1 comment

GROENE MYTHEN (slot): NIETS DOEN?

 

Niets doen?

Als je het niet met haar strategie eens bent, ben je volgens Riofrancos een “do-nothing”, een demobilizerende fatalist die zich neerlegt bij de bestaande machtsverhoudingen in afwachting van de glorieuze dag waarop de revolutie uit de lucht zal vallen. Ze schrijft: “We weten nog niet hoe de politiek van de Green New Deal zal uitdraaien. We kunnen er echter zeker van zijn dat gelatenheid gehuld in realisme de beste manier is om de minst transformerende uitkomst te garanderen. Wachten op een steeds uitgesteld moment van revolutionaire breuk staat functioneel gelijk aan berusting.”

De redenering van Riofrancos doet me denken aan de grap van de man die zijn sleutel zoekt onder een straatlantaarn, niet omdat hij daar zijn sleutel verloren heeft is, maar omdat hij daar kan zien. Net als hij is Riofrancos op zoek naar een sleutel, in haar geval een die de deur zal openen naar een post-kapitalistische ecovriendelijke wereld, maar ze kan niets zien waar die zich bevindt – in het potentieel van een globale revolutie – en dus kijkt ze onder het felle licht van holle reformistische beloften. Want daar kan ze alvast ‘iets’ doen.

En inderdaad, “een revolutie is niet aan de horizon”, zoals ze Bernes citeert. Maar de barsten worden steeds talrijker. Overal spenderen regeringen om het kapitaal te ondersteunen en leggen ze bezuinigingen op aan de rest van ons, omdat het accumulatieproces hen dat dikteert. In de afgelopen maanden braken opstanden uit in het Midden Oosten en Latijns Amerika, massale bewegingen die niet gedreven werden door nationalisme of religieuze, etnische en raciale verschillen maar door gemeenschappelijke menselijke noden, wil om te leven, verlangen naar een betere wereld. Hong Kongers rebelleren al maanden tegen staatsgeweld; in China zijn de stakingen haast niet te tellen en leidde verzet tegen vervuiling tot massabewegingen. In De VS verspreidde de lerarenstaking zich van staat tot staat. In Frankrijk zagen we de beweging van de ‘gele hesjes’ en vandaag het massale verzet tegen de geplande pensioen-bezuinigingen. Dit zijn maar enkele voorbeelden van de barsten die dit jaar in de wereldorde verschenen, indicaties van een brede onvrede, een groeiend conflict tussen de menselijke noden en de noden van de kapitaalaccumulatie.

Santiago de Chile, 25 oktober

Om dergelijke bewegingen te beheersen, gebruiken staten, ongeacht of ze door links of door rechts geregeerd worden, reformistische beloften en gewelddadige repressie, in verschillende combinaties (het was trouwens niet anders tijdens de New Deal, noch zou het onder een Green New Deal). Repressie werkt niet altijd, het kan olie op het vuur gooien. Maar reformistische beloften kunnen olie op stormachtig water zijn. Ze zijn effectiever om een beweging te beëindigen of de energie ervan op te nemen in de politieke infrastructuur van de kapitalistische samenleving. Maar alleen als ze worden geloofd. Hen helpen geloofwaardig te maken is wat de ecosocialisten doen met hun kritische steun.

Klimaatverandering is niet de enige uitdaging waar de kapitalistische wereld voor staat. Haar ekonomie is gevangen in een diepe structurele krisis; het risiko van een instorting is reëel. Massale geldcreatie kan het uur van de afrekening niet eindeloos uitstellen. Hoe langer het dat kan, hoe slechter voor het milieu. Voor de ecologische gezondheid van de planeet zou een scherpe wereldwijde depressie het beste zijn wat er kan gebeuren, zolang de kapitalistische grondregels van kracht zijn.

 

Voor ons mensen is dat scenario minder aanlokkelijk. We kunnen alleen maar hopen dat de ellende die ermee gepaard zou gaan de geboortepijn van een nieuwe wereld zou blijken. Maar het cruciale obstakel daarvoor is nationalisme en het geloof in de democratische staat dat ook door links gepropageerd wordt.

Dat er reele verschillen bestaan tussen de politieke partijen is niet te ontkennen. Maar al hun meningsverschillen gaan over hoe dit systeem het best bestuurd kan worden. Wat we echter dringend nodig hebben is niet zozeer een beter management van dit systeem dan wel de vervanging ervan door een sociale orde op basis van totaal andere fundamenten. Een menselijke gemeenschap in plaats van een maatschappij waarin we allen gedoemd zijn om konkurrenten te zijn ook al gaan we eraan kapot.

Als de GND de wet zou worden, zou dat de klimaatkrisis kunnen vertragen, althans in de VS, maar ten koste van een versnelling van de ekonomische krisis. Als de klimaatontkennende tegenstanders van de GND het beleid bepalen, zou een ekonomische/financiële instorting misschien langer kunnen worden uitgesteld, maar ten koste van een versnelling van de klimaatkrisis. Diverse compromissen tussen die uitersten en dus combinaties van die scenario’s zijn waarschijnlijker. Maar geen van hen kan ons een verdieping van de crisis besparen, alleen de specifieke verschijningsvorm zou verschillen.

Gezien die context is het niet onredelijk om te verwachten dat de barsten in het systeem zich gaan vermenigvuldigen en verbreden. Barsten in het vermogen van de regeerders om te regeren, en in de bereidheid van de geregeerden om geregeerd te worden. Barsten die ruimte openen voor opstanden die groeien in omvang en aantal, die elkaar beïnvloeden en inspireren om de doelpalen te verplaatsen. Bewegingen die uit de strijdervaring leren dat de wet aan de kant van het kapitaal staat, dat de sociale ruimte kan veroverd worden. De overgrote meerderheid van de bevolking heeft geen enkel belang bij het voortbestaan van het kapitalisme. Integendeel, het is een doodsbedreiging. Maar we hangen eraan vast door vervreemding en gewoonten, door de ideologische modder der eeuwen en vooral omdat we geen alternatief zien. Het systeem lijkt te sterk, te diep ingeplant ook in de denkpatronen van de mensen. Maar dat geloof begint te wankelen als de konflikten tussen levensdrang en winstdwang toenemen en uitgebuitenen hun vermogen ontdekken om zich te organiseren, om niet-uitbuitende sociale relaties te creëren, om de winstdwang opzij te schuiven. Dan is de plaats waar we onze sleutel verloren misschien niet meer zo moeilijk te zien.


Zij die het verband begrijpen tussen de klimaatkrisis, de ekonomische krisis en alle andere krises die daarmee samenhangen (inclusief geestelijke gezondheid) en de destructieve inherente logica van het kapitalisme kunnen niet op hun handen blijven zitten. In plaats van niets te doen en te wachten op revolutie moeten ze spreken, zelfs als hun stem beeft; ze moeten de echte keuzes duidelijk verwoorden en de valse, op illusies gesteunde keuzes ontmaskeren. Ze moeten deelnemen aan de bewegingen wiens impliciete dynamiek de kapitalistische logica in vraag stelt. Hun stem moet gehoord worden, want de stemmen van de reformisten zullen luid zijn, van degenen die beweren dat de barsten kunnen worden gelijmd, dat zij de oplossingen hebben die tegemoet komen aan de verlangens van de uitgebuiten zonder aan het uitbuitingssysteem te raken.

Maar het is waar, de plaats waar de sleutel ligt is nog steeds donker. Het is te begrijpen waarom vele mensen in links een tegenkracht zien voor de haatzaaiende en klimaatontkennende politiek van rechts, en waarom velen in populistisch rechts een tegenkracht zien voor het globalistische establishment dat Jan met de pet vertrappelt en veracht. De mythe van de democratische staat die de wil van het volk belichaamt, sluit beide kampen op, waardoor het lijkt alsof er buiten dat kader niets mogelijk is. Dat is de kracht van de mythe, dat het alle spanningen kan absorberen en reduceren tot een demokratisch spel dat nooit over meer kan gaan dan management van een systeem dat zijn eigen interne wetten volgt. Dat zien we vandaag in de VS waar impeachment en de verkiezingscampagnes alle politieke energie opslorpen en in het VK met brexit.

Als je buiten dat kader kijkt noemen ze je ‘een overjaarse anarchist’, een dromer, een utopist. Maar is het niet eerder utopisch om te denken dat de barsten altijd zullen gelijmd kunnen worden, dat dit krankzinnige systeem met zijn onstuitbare winst- en dus groeidrift voor altijd kan blijven bestaan?

Tom Ronse

Vorige aflevering in deze serie

 

 

 

 

December 10, 2019 at 10:47 pm Leave a comment

GROENE MYTHEN (5)

Alle illustraties bij deze aflevering zijn van de Spaanse beeldhouwer Isaac Cordal. De bovenstaande is getiteld: “Politicians discussing global warming”.

Een anti-kritiek

 

Een antwoord aan Bernes en andere radikale GND-kritici kwam van Thea Riofrancos. Zij is een leidende figuur in de DSA (Democratic Socialists of America), een snelgroeiende linkse organisatie die “kritische steunverleent aan Bernie Sanders, de linkerzijde van de Democraten en de GND. Riofrancos is lid van de stuurgroep van de Ecosocialist Working Group van de DSA. In haar essay Plan, Mood, Battlefield – Reflections on the Green New Deal,” schrijft ze:

“De centrale ambivalentie die door de linkse kritieken van de Green New Deal loopt, is de vraag of het plan te radikaal is of integendeel niet radikaal genoeg.” Volgens haar kan het niet beiden zijn. Aan de ene kant beweren de kritici dat de GND politiek niet haalbaar is omdat het kapitaal het plan nooit zou accepteren, aan de andere kant zeggen ze dat het veel te zwak is om zijn doel te bereiken. Maar, zo werpt Riofrancos tegen, als het zo zwak is, “is het moeilijk om zich voor te stellen waarom het politieke systeem bezwaar zou maken tegen zulk mild reformisme, vooral gezien de enorme legitimatie-effecten die het zou scoren door de schijn te wekken van serieuze actie te ondernemen inzake het klimaat.”

Maar deze kritieken sluiten elkaar niet uit. De GND is inderdaad te radikaal, onaanvaardbaar voor het kapitaal omdat ze te veel devalorisatie impliceert, en tegelijkertijd is ze te beperkt, te groeigericht om de opwarming van de planeet tegen te houden.

Riofrancos is beduidend optimistischer dan Bernes over de huidige stand van de milieuvriendelijke technologie en de hoeveelheid landmassa die hernieuwbare energiebronnen zouden vereisen. Toch erkent ze vele van de obstakels waar Bernes en anderen op wijzen en is ze kritisch over het productivisme en nationalisme van de GND. Gelooft ze dat de doelstellingen van de GND echt haalbaar zijn? Dat verklapt ze niet. Maar het lijkt erop dat ze dat niet doet. Ze schrijft: “de grondoorzaken van de klimaatkrisis – winstgerichte concurrentie, eindeloze groei, uitbuiting van mens en natuur en imperialistische expansie – kunnen niet ook de oplossing voor de klimaatkrisis zijn”. En het is duidelijk dat de GND niets doet aan die grondoorzaken. Maar volgens haar kan de politiek van de Green New Deal worden geradikaliseerd voorbij haar huidige beperkingen. Daarom moeten we ze “kritisch ondersteunen, de politieke opening van de Green New Deal omarmen en tegelijkertijd een aantal van haar specifieke elementen betwisten, duwen tegen haar beperkingen en zo de horizon van wat politiek mogelijk is verruimen”. … En: “… door het vehikel van de amorfe Green New Deal, zouden linkse krachten deze drie taken kunnen vervullen “(…)” de discussie verleggen, politieke wil verzamelen en de hoogdringendheid van de klimaatkrisis onderstrepen. “

Maar het zijn de feiten zelf die de hoogdringendheid onderstrepen. Wat de GND doet, is een oplossing aanreiken die er geen is. De GND zegt, technologie en goed bestuur, aangewakkerd door activisme, kunnen ons redden maar dat kunnen ze niet zolang de grondoorzaken van de klimaatkrisis onaangetast blijven.

Waarom denkt Riofrancos dat de GND in die mate kan worden geradikaliseerd dat ze de echte oorzaak van de klimaatkrisis gaat aanpakken? Omdat ze gelooft dat “kreatieve experimenten met beleid en instellingen”, in combinatie met extra-parlementaire druk zoals de scholierenbeweging voor het klimaat, dit beetje bij beetje kunnen bereiken. De voorbeelden die ze geeft van de stappen in die richting zijn nogal mager. New York, misschien wel de rijkste stad ter wereld, heeft een plan aangenomen om de uitstoot van gebouwen te beperken. De KP-regering in Kerala en gemeenten in Spanje knutselden met instellingen. Dat is het. Maar het fundamentele meningsverschil hier gaat niet over haar tekort aan voorbeelden van creatief bestuur. Het gaat over de aard van de staat.

 

Wiens staat?

De staat is geen monoliet; het kapitaal is dat ook niet “, schrijft Riofrancos, “en deze twee feiten houden verband met elkaar.” Kapitalisten concurreren met elkaar, ze hebben tegenstrijdige belangen. Ze concurreren ook over de staat en haar beleid. “Inzicht in de standpunten van specifieke bedrijven en de verschillende fracties van het kapitaal is een voorwaarde voor het ontwikkelen van een strategische oriëntatie die een geloofwaardige bedreiging vormt voor de winstdwang”, stelt ze. “Men kan zich gemakkelijk voorstellen dat sommige sectoren voorstander zijn van aspecten van de Green New Deal (” clean tech”), terwijl andere er tegen werken (de industrie van fossiele brandstoffen).”

Ja, dat kunnen we ons voorstellen, maar we kunnen ons niet voorstellen dat de specifieke belangen van de eerste meer invloed op de staat zouden kunnen hebben dan die van de laatste. Wat nog belangrijker is, alle sectoren hebben meer gemeen dan wat hen scheidt. Ze hebben hun specifieke belangen, maar hun gemeenschappelijk belang in het behoud van hun systeem overtroeft die allemaal. Riofrancos stelt dat “concurrentie tussen de fracties van de heersende klasse soms strategische openingen biedt om populaire macht uit te oefenen”. Dat klopt maar alleen als die populaire macht de wereldwijde belangen van de heersende klasse niet bedreigt. Als “populaire macht” een bedreiging zou vormen voor wat Riofrancos erkent als zijnde de oorzaak van klimaatverandering, de kapitalistische productiewijze zelf, dan zou de hele heersende klasse, inclusief “clean tech”, de rangen sluiten om ze te bestrijden.

Maar kan de staat alleen kapitalistisch zijn? Op deze vraag is het impliciete antwoord van Riofrancos nee. Voor haar kan het een strijdtoneel zijn, waar de belangen van verschillende klassen tegenover staan, waar antikapitalistisch beleid kan winnen, op voorwaarde dat er voldoende druk is van radikale democratische basisbewegingen.

Volgens Bernes volgen ecosocialisten zoals Riofrancos die de GND steunen het recept van Trotski’s ‘overgangsprogramma’, d.w.z. eisen stellen aan het kapitalistische systeem waaraan het niet tegemoet kan komen, zodat de beweging voor deze eisen zich tegen het systeem keert. Bernes verwerpt deze strategie, met het argument dat instellingen die erop zijn gericht om binnen het systeem te werken om het te verbeteren, geen instrumenten kunnen worden om het omver te werpen omdat “instellingen enorm inerte structuren zijn”. Dat is een zwak argument. Het probleem met deze instellingen (politieke partijen, vakbonden, NGO’s, enz.) Is niet hun inertie als zodanig, maar het proces waardoor zij, via hun directe of indirecte deelname aan de staatspolitiek, zelf deel gaan uitmaken van de staat, van de politieke infrastructuur van het kapitalisme .

Bernes zelf is niet al te duidelijk over de aard van de staat. In een passage over de originele New Deal (van FDR in de jaren 1930) schrijft hij: “De staat was nodig als katalysator en bemiddelaar die het juiste evenwicht vaststelde tussen winst en loon, voornamelijk door de positie van de arbeid te versterken en die van het bedrijfsleven te verzwakken.” Afgezien van het feit dat hij lijkt te denken dat de Grote Depressie slechts een probleem van onderconsumptie was, schetst hij een beeld van een staat die boven de ekonomie staat en bemiddelt tussen de uiteenlopende klassenbelangen. Net als Riofrancos scheidt hij het politieke van het ekonomische. In het laatste regeert het kapitaal, maar het eerste, de demokratische staat, is een neutraal voertuig. Het roer is nu in handen van kapitaal, maar in de visie van Riofrancos kan het worden veroverd of op zijn minst voldoende worden bijgestuurd om het kapitaal te dwingen af te wijken van zijn immanente koers.

De demokratische staat in deze visie is een ideale vorm die op zich leeg is en dus plaats biedt aan concurrerende sociale belangen. De reformistische strategie bestaat erin om die vorm te vullen met de inhoud van een echte meerderheid zonder de verstorende invloeden van geld en klasse en bevrijd van de vooroordelen van ras, geslacht, enz. Maar de staat is niet alleen een vorm waarvan de inhoud wordt ingevuld door degenen die ze controleren, ze is kapitaal in zijn politieke manier van zijn. Ze is een essentieel onderdeel van de productiewijze en dus van het uitbuitings- en accumulatieproces. Ze is niet kapitalistisch omdat kapitalisten haar dominante posities innemen, ze is kapitalistisch omdat haar vorm zelf, inclusief haar democratische instellingen, een integraal onderdeel is van de reproductie van het kapitaal. Daarom kan ze niet worden veroverd en gebruikt worden voor andere doeleinden, ongeacht hoeveel druk er uitgaat van van basisbewegingen.

De functie van de staat is om ervoor te zorgen dat aan de voorwaarden voor exploitatie en accumulatie, inclusief het respect voor contract, wet en orde, wordt voldaan. Ze kan soms tegen de belangen van sommige kapitalisten of zelfs sectoren ingaan maar ze is altijd gericht op de verdediging van het nationale belang, dat wil zeggen het belang van het nationale kapitaal. Aangezien de klimaatkrisis zeker zal verergeren, is het niet ondenkbaar dat het Amerikaanse Congres sommige van de in het GND-plan voorgestelde maatregelen zou aannemen, ten voordeel van ‘clean tech’ en ten koste van fossiele brandstoffen. Voor Riofrancos zou dat vermoedelijk een overwinning zijn, een stap in de goede richting . Maar het zou ons geen stap dichter brengen bij het beëindigen van het winstgedreven concurrentiesysteem dat de mensheid dit waanzinnige, destructieve accumulatieproces oplegt. Wel zou het de valse hoop versterken dat het systeem zichzelf kan corrigeren en onze problemen kan oplossen, dat uitbuiters en uitgebuitenen zich in hetzelfde schuitje bevinden, hetzelfde nationale belang delen.

“De Green New Deal biedt geen voorverpakte oplossing”, zo besluit Riofrancos haar artikel, “ze opent een nieuw politiek terrein. Let’s seize it -laten we het grijpen. “

Of toch maar niet. Want dat terrein is niet van ons en kan het nooit worden.

 

Tom Ronse

MORGEN HET SLOT: DAN MAAR NIETS DOEN ?

December 8, 2019 at 9:13 am Leave a comment

GROENE MYTHEN (4): IS GROENE GROEI MOGELIJK?

Ontkoppeling?

De Green New Deal rekent op robuuste ekonomische groei om volledige werkgelegenheid en algemene welvaart te creëren en om de nieuwe groene infrastructuur te financieren. Maar de doelstellingen van groei en koolstofneutraliteit zijn onverenigbaar. Er zijn serieuze studies gemaakt over dit onderwerp door de Wereldbank, de OESO en UNEP. Hun bevindingen zijn samengevat door Jason Hickel en Giorgos Kallis in een gedetailleerd overzicht, getiteld: Is Green Growth possible?”

Hun antwoord is nee. Zij schrijven:

Het idee van groene groei is naar voren gekomen als een dominante beleidsreactie op klimaatverandering en ecologische afbraak. De groene groeitheorie beweert dat een ononderbroken economische expansie verenigbaar is met de ecologie van onze planeet, omdat technologische verandering en vervanging ons in staat zullen stellen om BNP-groei absoluut te ontkoppelen van het gebruik van grondstoffen en koolstofemissies. Deze claim is nu impliciet verondersteld in nationale en internationale beleidslijnen, inclusief in duurzame ontwikkelingsdoelen. Maar de empirische data over het gebruik van grondstoffen en koolstofemissies ondersteunen de theorie van de groene groei niet. Bij het onderzoeken van relevante studies over historische trends en op modellen gebaseerde projecties, zien we dat: (1) er geen empirisch bewijs is dat absolute ontkoppeling van grondstoffengebruik op wereldwijde schaal kan worden bereikt tegen een achtergrond van voortdurende ekonomische groei, en (2) dat een absolute ontkoppeling van koolstofemissies hoogstwaarschijnlijk niet snel genoeg zal worden bereikt om opwarming van de aarde boven 1,5 ° C of 2 ° C te voorkomen, zelfs onder optimistische beleidsvoorwaarden. We concluderen dat groene groei waarschijnlijk een misleidend doel is en dat beleidsmakers moeten kijken naar alternatieve strategieën. ”

En:

De empirische gegevens suggereren dat absolute ontkoppeling van BNP-groei en het gebruik van grondstoffen:

(a) op korte termijn mogelijk kan zijn in sommige rijke landen met een sterk inkrimpingsbeleid maar alleen uitgaande van een vooruitgang van efficiëntie die in de praktijk wellicht niet haalbaar is;

(b) niet haalbaar is op wereldschaal, zelfs niet in de best mogelijke politieke omstandigheden;

(c) op langere termijn fysiek onmogelijk is te handhaven.

Op basis van deze gegevens kunnen we concluderen dat de theorie van groene groei empirische ondersteuning mist. We zijn ons niet bewust van geloofwaardige empirische modellen die deze conclusie tegenspreken. “

Dus concluderen ze:

Het lijkt waarschijnlijk dat het pleidooi voor groene groei politiek gemotiveerd is. Men gaat er van uit dat het politiek niet acceptabel is om ekonomische groei in vraag te stellen en dat geen enkel land de groei vrijwillig zou beperken in naam van het klimaat of milieu; daarom moet groene groei waar zijn, want het alternatief is een ramp. Maar het is heel goed mogelijk dat, zoals Wackernagel en Rees het stellen, “het politiek acceptabele ecologisch rampzalig is, terwijl het ecologisch noodzakelijke politiek onmogelijk is.” Als wetenschappers mogen we onze visie op de feiten niet laten beïnvloeden door politieke doelstellingen. We moeten de feiten evalueren en dan pas conclusies trekken, in plaats van te beginnen met gewenste conclusies en de niet-passende feiten te negeren.”

Maar de politieke feiten mogen we evenmin negeren, hoe ‘niet-passend’ ze ook zijn. De auteurs schreven immers zelf policymakers need to look toward alternative strategies”. Maar wat die alternatieve strategieen zijn, daar zijn ze vaag over. Hun bevindingen wijzen uit dat de klimaatcrisis niet kan gestopt worden zonder de globale ekonomische activiteit aanzienlijk te verminderen. Dus pleiten ze voor een kleinschaliger kapitalisme. Minder productie en consumptie in de hoge-consumptielanden. Alleen onder die voorwaarde kunnen volgens hen de doelstellingen van de GND -een overgang naar een koolstofvrije ekonomie en een basisinkomen voor iedereen – bereikt worden.

Verslaafd aan groei

Waarom niet? Waarom kunnen we niet evolueren naar een kleinschaligere wereldekonomie die minder maar schoner produceert en consumeert, waarin we allen minder werken en gezonder leven?

Marxs waardetheorie legt uit waarom dit onmogelijk is, waarom bezitters van kapitaal niet kunnen kiezen of ze hun kapitaal willen doen groeien of niet, waarom ze daartoe gedwongen zijn, op straf van ontwaarding van hun bezit, door de ongeschreven basiswet van hun systeem.

Kapitalisme betekent handel in arbeidstijd. De hoeveelheid sociaal noodzakelijke arbeidstijd besteed aan de productie van een waar bepaalt hoeveel geld ze kan worden en die hoeveelheid bepaalt dan weer hoeveel arbeidstijd of produkten van arbeidstijd ze kan kopen. Doorheen talloze transakties wordt de marktwaarde van een waar bepaald op basis van de gemiddelde sociale arbeidstijd die vereist is voor haar productie (de marktprijs wijkt daar vaak van af door verstoringen zoals over- of onderproduktie, fiscale lasten, monopolisme en andere vormen van ongelijke ruil). Door minder arbeidstijd te gebruiken dan het gemiddelde dat de marktwaarde bepaalt, maakt een kapitalist een hoger dan gemiddelde winst. De jacht op die surpluswinst was de motor van de fantastische technologische ontwikkeling die het kapitalisme tot stand bracht. Bovendien levert die technologische ontwikkeling nieuwe produkten op, die (al zij het tijdelijk) monopole marktposities creeren, een andere bron van surpluswinst. Maar de lager dan gemiddelde produktiekost van de innoverende kapitalisten verlaagt de marktwaarde en dus de winstmarge van hun konkurrenten. Die zijn dus verplicht zijn om hen bij te benen als ze niet willen vergaan. Zo deinde de technologische vernieuwing uit en het kapitalisme groeide navenant, want er is een nauw verband tussen arbeidstijdbesparing en schaalvergroting; de laatste compenseert de dalende waarde van de waren. Aangezien die waren met steeds minder arbeidstijd gemaakt worden, daalt ook het deel van de arbeidstijd dat de kapitalist als winst incasseert. Die tendentiele daling van de winstvoet duwt de kapitalist vooruit, of hij dat wilt of niet. Hij moet proberen eraan te ontsnappen door een surpluswinst te realiseren, via technologische of andere innovaties die gepaard gaan met arbeidstijd-reductie, schaalvergroting en groter energieverbruik.

Waarde is niet stabiel. Ze vereist valorisatie, wat wil zeggen, ze moet groeien. Doet ze dat niet, dan zakt ze. Geld snuffelt de wereld rond, altijd op zoek naar het hoogste rendement. Het beloont de sterken en straft de zwakken. Het kan niet anders dan groei belonen en inkrimping bestraffen. Het kapitalisme kan niet stoppen, niet vertragen zonder in een crisis te zinken. Het kan niet anders dan meer en meer van de planeet in waren veranderen, meer en meer van haar grondstoffen verbruiken, de klimaatkrisis verergeren.

Zoals Joshua Clover, een andere radicale kriticus van de GND, schrijft: “Zelfs als deze eigenaars [van kapitaal] ons de verdronken steden en het miljard migranten van 2070 wilden besparen, konden ze dat niet. Ze zouden van de markt geprijsd worden door konkurrenten die de nodige kosten niet aangaan. Hun handen zijn gebonden, hun keuzes worden beperkt door het feit dat ze tegen de geldende koers moeten verkopen of vergaan. De dwang tot niet-aflatende groei, en daarmee het toenemende energieverbruik, wordt niet gekozen, ze is verplicht, een vereiste om winstmakend te zijn waar winst maken een vereiste van bestaan is.”

Er is geen uitweg, zelfs niet als de groenen aan de macht komen. Zoals Jasper Bernes schrijft: “Als je olie belast, zal het kapitaal het elders verkopen. Als je de vraag naar grondstoffen verhoogt, zal kapitaal hun prijzen verhogen en hen op de meest verkwistende en energie-intensieve manier naar hun markten brengen. Als je miljoenen vierkante mijlen nodig hebt voor zonnepanelen, windparken en biobrandstofgewassen, zal het kapitaal de prijs van onroerend goed omhoog bieden. Als je tarieven heft op noodzakelijke import, zal het kapitaal vertrekken naar betere markten. Als je een prijs probeert te bepalen die geen winst toestaat, stopt het kapitaal gewoon met beleggen. Hang één hoofd van de hydra af en je staat tegenover een ander.”

Betekent de tegenstelling tussen groei en koolstofdioxide-vrij leven dat grotere armoede onvermijdelijk is als we de aarde leefbaar willen houden? Alleen als de concepten van rijk en arm de betekenis behouden die ze vandaag hebben.

Bijna 40% van het voedsel in de VS wordt weg gegooid. (foto: Liz Martin)

In een postkapitalistische kommunizerende wereld zouden de globale productie en het verbruik van energie en grondstoffen aanzienlijk verminderen, de hebzuchtige accumulatie van goederen zou niet langer zinnig of mogelijk zijn, evenmin als militaire en vele andere nutteloze uitgaven. Bernes schrijft: “We kunnen gemakkelijk genoeg hebben van waar het om gaat – energie en andere hulpbronnen gebruiken voor voedsel, onderdak en medicijnen. Zoals duidelijk is voor iedereen die ruim dertig seconden goed kijkt, is de helft van wat ons omringt in het kapitalisme onnodige verspilling. Naast de overvloedige bevrediging van onze fundamentele behoeften is de belangrijkste overvloed een overvloed aan tijd, en tijd is, gelukkig, koolstof-neutraal en misschien zelfs koolstof-negatief. “

Tom Ronse

MORGEN: EEN ANTI-KRITIEK

December 7, 2019 at 6:12 am Leave a comment

GROENE MYTHEN (1)

door Tom Ronse

 

1. HOOP OF HOAX?

Eindelijk zijn we toch bijna zo ver dat klimaatontkenners nog zoveel geloofwaardigheid overhouden als de Flat Earth Society. De bewijzen van hun ongelijk zijn te overweldigend. De wetenschappelijke data liegen niet: als de mens blijft produceren en consumeren op een manier die enorme hoeveelheden broeikasgassen in de lucht laat ontsnappen, zijn we op weg naar een catastrofe die mogelijk destructiever zal zijn dan alle oorlogen van de afgelopen eeuwen samen. Nu al zien we het stijgende zeewater laaggelegen gebieden bedreigen, meer verwoestende stormen, meer gigantische overstromingen hier en monsterbranden daar; massale uitsterving van diersoorten, verspreiding van tropische ziekten, een toenemende drinkwatercrisis, droogte die vruchtbare gebieden in woestenij verandert en massamigratie veroorzaakt, microplastics in de oceaan, in ons voedsel, in de regen die op ons hoofd valt … de lijst van calamiteiten gaat maar door. Geen wonder dat de trend steeds meer mensen zorgen baart. Vooral jonge mensen, die riskeren van een planeet te erven die voor een groot deel onbewoonbaar is. De beweging van schoolkinderen voor het klimaat die in Zweden begon en zich over de hele wereld verspreidde, is dus een welkom teken. Ze drukt een toenemend gevoel uit dat er dringend een fundamentele verandering nodig is. Maar wat moet er veranderen? Het doel, de vergiftiging van de wereld stoppen, is misschien duidelijk, maar de weg er naartoe is dat niet. “Act Now!” en “Do Something!” waren de slogans die het heersende sentiment uitdrukten. Terwijl ik dit schrijf, is de beweging nog steeds aan de gang. Het is geweldig dat scholieren blijven schreeuwen dat het zo niet kan doorgaan, maar na al de demonstraties komt de vraag, wat nu?

Greta Thunberg, het welbespraakte meisje dat de woordvoerdster van de scholierenbeweging werd, zeilde in een CO2-neutrale boot naar New York om de VN toe te spreken. Ze berispte de machtigen voor hun passiviteit en waarschuwde: “We zullen het je niet vergeven”. Ze leken niet onder de indruk. Het enige dat Greta kreeg was beleefd applaus maar qua maatregelen beloofden de naties bijna niets. Intussen houdt de accumulatie van broeikasgassen volgens klimaatwetenschapper James Hansen al elke dag evenveel energie vast als van een half miljoen Hiroshima-bommen.

 

Wat nu? Links Amerika pleit voor een Green New Deal, die de klimaatcrisis zou oplossen zoals de New Deal van FDR de crisis in de jaren dertig zou hebben opgelost. “Zou”, want eigenlijk deed de New Deal dat niet. De crisis duurde voort tot de oorlog begon. Dan veranderde ze in iets nog veel erger.

De New Deal omvatte maatregelen om de werkloosheid te bestrijden. Als economische stimulans was hun impact beperkt en tijdelijk maar ze creërden hoop, en die hoop was nodig om de nationale eenheid te bewerkstelligen die de oorlogsinspanning vereiste. Wat de fundamenten betreft, veranderde de New Deal niets. De onderliggende dynamiek van de kapitaal-accumulatie bleef dezelfde met de bekende katastrofale gevolgen. Zal de Green New Deal ( GND vanaf nu) ons naar een betere toekomst leiden?

 

 

Een historische kans?

Het GND-concept dreef een aantal jaren rond in groenlinkse kringen. In februari van dit jaar werd het gecodificeerd in een niet-bindende resolutie van 14 pagina’s die in het Amerikaanse Congres werd geïntroduceerd door de linkse Democraten Alexandria Ocasio-Cortez en Ed Markey. De senaat verwierp ze, zonder enig debat toe te laten. Maar de GND werd enthousiast omarmd door links, niet alleen in de VS maar ook in Europa en daarbuiten. En natuurlijk sprong Naomi Klein op de trein met een nieuwe bestseller: On Fire: The (Burning) Case for a Green New Deal.

De GND stelt voor om de Amerikaanse economie in tien jaar tijd om te schakelen naar nul-emissie van broeikasgassen. Het zou fossiele brandstoffen volledig elimineren, zwaar investeren in hernieuwbare energiebronnen, het elektriciteitsnet opnieuw opbouwen, alle gebouwen volgens de hoogste milieunormen upgraden, een koolstofarme transportinfrastructuur ontwikkelen op basis van elektrische voertuigen en hogesnelheidstreinen, scholen en ziekenhuizen bouwen om universele gezondheidszorg en gratis onderwijs mogelijk te maken, massale groei van schone productie stimuleren, broeikasgassen elimineren uit de landbouw, voor alle mensen in de VS een baan garanderen met een loon waar een gezin behoorlijk kan van leven en met voldoende gezins- en medisch verlof, betaalde vakanties en pensioenzekerheid .

De GND ziet de klimaatcrisis als “een historische kans … (1) om miljoenen goede, goedbetaalde banen in de Verenigde Staten te creëren; (2) om een weergaloos niveau van welvaart en economische veiligheid te bieden voor alle mensen in de Verenigde Staten; en (3) om systemische onrechtvaardigheden tegen te gaan. “

Het is een menu om van te watertanden. Wie kan daar tegen zijn? Het heeft de New Deal’s belofte van welvaart voor iedereen, plus een schone omgeving. En dat alles zonder aan de kapitalistische fundering te raken. Hoe kan dat lukken? Op dezelfde manier als het Republikeinse plan om ‘de belastingsinkomsten te verhogen door de belastingen te verlagen’: met rook en spiegels …

Het vereist inderdaad goocheltrucs om de GND geloofwaardig te maken. Dit werd opgemerkt door kritici van alle kleuren. Kritici van rechts, voorspelbaar, maar ook radikale kritici zoals Jasper Bernes. In zijn essay  Between the Devil and the Green New Deal” schrijft hij:

Het probleem met de Green New Deal is dat het belooft alles te veranderen terwijl alles hetzelfde blijft. De wereld van de Green New Deal is deze wereld maar beter – deze wereld zonder uitstoot, met universele gezondheidszorg en gratis onderwijs. De appeal is duidelijk, maar de combinatie onmogelijk. “

De strategie van de GND bestaat erin om publieke steun te werven, verkiezingen te winnen zodat het Congres het plan goedkeurt. Sukses daarmee. Het Amerikaans kapitaal heeft de afgelopen decennia veel geïnvesteerd in de productie van fossiele brandstoffen. Het is nu de grootste producent ter wereld. Biljoenen (Amerikaanse trillions) dollar zijn verzonken in fossiele energie-infrastructuur. De belangen van vele industrieën en financiële bedrijven zijn vervlochten met kolen, olie en gas. Om ze te elimineren, zoals de GND voorstelt, als ze niet illegaal worden verklaard, zou de fiscale druk op hen zo hoog moeten worden dat ze hun vermogen om te concurreren tegen de zwaar gesubsidieerde “schone” energie zouden verliezen. Bernes geeft cijfers die een licht werpen op de omvang van de schok die dit zou veroorzaken: de bewezen oliereserves van de planeet worden geschat op ongeveer $ 50 biljoen (uitgaande van een lage gemiddelde kostprijs van $ 35 per vat), wat een zesde van de totale waarde van de planeet zou vertegenwoordigen. Veeg dat weg en kijk of de investeringen in zonnepanelen, biobrandstof, windmolens en elektrische auto’s de financiële tsunami kunnen compenseren die deze devalorisatie in gang zou zetten. Het is duidelijk dat het Amerikaans kapitaal als geheel dit nooit zou accepteren. Om te geloven dat het Congres de GND zou kunnen goedkeuren, moet je het Congres zien als “het huis van het volk”, niet van het kapitaal. Op dat cruciale verschil kom ik verder terug.

Maar is het niet mogelijk dat de oude fossiele energietechnologie simpelweg plaats zal maken voor nieuwe, efficiëntere technologie, zoals de auto de kar- en wagenindustrie heeft vervangen? Het kapitaal had ook in die laatste sector gevestigde belangen. Het belangrijkste verschil is dat er geen belastingen of subsidies nodig waren om de op letterlijke paardenkracht gebaseerde industrie failliet te doen gaan. Ze verdween omdat ze niet kon concurreren met de motor-industrie. Dit is niet het geval voor fossiele brandstof. Die blijft relatief overvloedig en dus goedkoop om te produceren. En het geld om de infrastructuur te bouwen is al uitgegeven, terwijl nieuw geld zou moeten worden gevonden voor een heel nieuwe infrastructuur op basis van hernieuwbare energiebronnen. Hernieuwbare energie zou die kosten moeten doorrekenen aan de consument en daardoor minder concurrerentieel worden. Tenzij de prijs artificieel verlaagd wordt door massale overheidssubsidies. Maar wie zal dat betalen?

 

MORGEN Deel 2: Waar komt het geld vandaan?

December 4, 2019 at 5:59 am Leave a comment

Requiem voor homo sapiens

Door Gie van den Berghe

De openingszin van De onbewoonbare aarde liegt er niet om: ‘Het is erger dan je denkt, veel erger’. Ook de titels van de hoofdstukken laten weinig aan de verbeelding over: hittesterfte, honger, verdrinking, natuurbranden, onnatuurlijke natuurrampen, slinkende zoetwatervoorraden, stervende oceanen, ongezonde lucht, opwarmingsplagen, economische ineenstorting. Kettingreacties die elkaar aanzwengelen. David Wallace-Wells, milieu- en wetenschapsjournalist bij het New York magazine, beschrijft en documenteert deze door de mens veroorzaakte rampen op overtuigende wijze.

Eunice Foote

Het is een verpletterend verhaal over de toekomst die ons te wachten staat als we niet razend snel, hier en nu, drastische maatregelen nemen, onze welvaart serieus terugschroeven. Daar wil niemand aan. De onhoudbaarheid van de situatie zal vermoedelijk pas ten volle doordringen als er niet meer aan te ontkomen valt. Dat omslagpunt is volgens nogal wat klimaatwetenschappers al bereikt of in elk geval vlakbij. The sky is nogal letterlijk the limit geworden. We zullen het geweten hebben. In 1856 – u leest het goed – al publiceerde de Amerikaanse wetenschapster Eunice Foote de resultaten van haar experimenteel onderzoek waaruit bleek dat koolstofdioxide een broeikasgas is en dat bij toename ervan het klimaat steeds verder opwarmt. Dichter bij ons, in 1972, maakte het rapport van de Club van Rome duidelijk dat er grenzen aan de groei zijn. Economie, industrie, wereldbevolking en voedselproductie kunnen niet eindeloos groeien. We konden niet blijven doen alsof er geen vuiltje aan de lucht was, wereldwijde actie was geboden. Twintig jaar later maakte een vervolgonderzoek duidelijk dat De grenzen voorbij waren. Te weinig politici en mensen hadden en hebben oren naar de ongemakkelijke waarheid (An Inconvenient Truth, 2006).

Al Gore, An Inconvenient Truth

Na het in 1992 als beslissend bedoelde klimaatverdrag van de Verenigde Naties nam de uitstoot van koolstofdioxide alleen maar versneld toe. In volle bewustzijn hebben we in minder dan drie decennia ‘net zo veel ellende aangericht’ als toen we ‘nog in onwetendheid verkeerden’. In het vrij bescheiden Akkoord van Parijs (2015) spraken veel landen af de temperatuurstijging ruim onder de 2°C (t.o.v. de temperatuur vóór de industrialisatie,) liefst onder de 1,5°C te houden. Enkele weken later overschreed de CO2 concentratie in de atmosfeer een rode lijn die nooit gehaald had mogen worden. Vier jaar later zit niet één land op schema. Het smelttempo van Antarctica is ondertussen verdrievoudigd.

Twee graden opwarming lijkt nu het ‘beste waarop we kunnen hopen’ maar vrijwel zeker niet haalbaar. Een opwarming met twee graden in plaats van anderhalve graad zal aan miljoenen mensen het leven kosten. Honderdvijftig miljoen alleen al door de luchtvervuiling. Vijfentwintig keer het aantal slachtoffers van de Endlösung, de jodenuitroeiing door de nazi’s. Willen we dit voorkomen dan moet niet alleen de CO2 -uitstoot aanzienlijk verminderen, maar moeten er veel meer bossen komen en technologieën die broeikasgassen uit de atmosfeer halen. De plannen hiervoor zijn niet verder gevorderd dan de tekentafel en financieel niet haalbaar.

Onheil

De door de mensheid veroorzaakte ‘natuur’ramp is niet meer op mensenmaat. Het blijft Jobstijdingen regenen. De Earth Overshoot Day, de dag in een kalenderjaar waarop de mensheid meer bronnen heeft geconsumeerd dan ze produceren kan, viel in 1993 op 12 oktober, in 2018 op 1 augustus en in 2019 op 29 juli.

Een greep uit de onheilstijdingen voor de maand augustus. Grote delen van het Amazonewoud worden in brand gestoken. Indonesië geeft zijn vervuilde en zinkende hoofdstad Jakarta op en zal een nieuwe bouwen op het veiliger Borneo. Honderden steenrijke toeristen maken op een Russische nucleaire ijsbreker een luxe cruise door het Noordpoolgebied. In west-Siberië vertrekt een drijvende kerncentrale voor een tocht van vijfduizend kilometer door die regio om de olie-ontginning in oost-Siberië van energie te voorzien. In Noordpoolsneeuw en -ijs zitten microplastics. Die minuscule deeltjes zijn er aangewaaid. Plastic zit dus niet alleen in zeedieren, voedsel en drinkwater, we ademen het in. Vanaf september 2019 zal de VS de Endangered Species Act (1973) minder streng toepassen en economische overwegingen (mijnbouw, bosontginning…) zullen mee bepalen of een diersoort bescherming ‘verdient’.

De ontginning van het Noordpoolgebied, waar door de klimaatopwarming het eeuwenoud ijs en de permafrost smelten, gaat steeds sneller. Binnen de noordpoolcirkel zit veel olie en gas (naar schatting 13 en 30% van de wereldvoorraad), vraag is alleen wanneer het economisch rendabel wordt om het te ontginnen. Van een verbod om dat te doen, kwestie van de kwetsbare natuur van het poolgebied te beschermen, is geen sprake. Groenland delft grondstoffen, Canada heeft interesse, grootmachten als de VS, Rusland en China (dat zichzelf voor de gelegenheid een ‘near Arctic state’ noemt) zijn wakker geschoten. Trump wil Groenland kopen. Er wordt volop gespeculeerd over noordelijke, kortere zeeroutes. Al zijn die voorlopig nog niet goed te gebruiken, China en Rusland weigeren nu al om ze als internationale vaarroutes te beschouwen. De Noordpool is voor Rusland een topprioriteit geworden, zowel economisch als militair.

Begin augustus liet het klimaatbureau van de VN er geen twijfel over bestaan dat als men de opwarming enigszins binnen de perken wil houden niet alleen de uitstoot van industrie en verkeer moet worden beperkt maar ook het gebruik van land, voedselproductie en consumptie ingrijpend moet veranderen. Een kwart van het door mensen gebruikt land is waardeloos geworden door kunstmest, chemicaliën, droogte, intensieve regenval, bebouwing en asfaltering. Door ontbossing, massale drooglegging van veengebieden en verstedelijking verdwijnen tevens de natuurlijke landprocessen die onze uitstoot voor een derde absorbeerden. Bij het kappen en droogleggen komen miljoenen tonnen koolstofdioxide vrij. Bodems stoten tegenwoordig CO2 uit in plaats van die op te nemen. Als we niet op staande voet duurzamer omspringen met land en voedsel komt de voedselvoorziening in het gedrang, zeker met de exponentiële toename van de wereldbevolking. Arme landen in Afrika, Azië, Latijns Amerika en de Cariben zullen het eerst en het zwaarst getroffen worden. Landen die het minst uitstoten en eeuwenlang geplunderd werden door het zich verrijkend Westen. Landen waar overleven een dagtaak is. Meer dan 10% van de wereldbevolking is ondervoed. De migratiestromen zullen onbeheersbaar worden en de rijke landen zullen Fort Europa steeds hoger optrekken.

De morele onaanvaardbaarheid, de onmenselijkheid van dit egocentrisme ontgaat ons, in beslag genomen als we zijn door eigen volk, welvaart, geïnfantiliseerde televisieprogramma’s en de consumptie van wat bij gebrek aan intelligentie smart wordt genoemd. En is een mensenleven niet veel te kort en te druk? Je moet toch zorgen voor het dagelijks vlees, eigen bloedjes en kleinkinderen? Hoe kun je je dan nog bekommeren om mensen aan het ‘andere eind’ van de wereld en achterachterkleinkinderen die je nooit zult zien?

Moreel verwerpelijk

In een noot achterin stelt Wallace-Wells dat wie zich niet inzet tegen de klimaatcrisis moreel verwerpelijk is. Een straffe uitspraak. Elders vraagt hij zich even af of het ‘in dit klimaat moreel verantwoord is om kinderen te krijgen, of we dat de planeet en, misschien wel belangrijker, de kinderen wel kunnen aandoen’. Toch is hij tijdens het schrijven van dit boek vader geworden, in volle besef dat er klimaatrampen zitten aan te komen die ook zijn kind zullen treffen. Geen probleem, die gruwel staat nog niet vast. En wie weet, misschien loopt het goed af. Stel je niet in ‘op een treurige toekomst die is veroorzaakt door anderen die zich minder druk maken over klimaatleed’. Anderen, hij niet, maar elders in het boek schrijft hij dat hij tonnen eten weggooit, zo goed als nooit afval sorteert en de airco altijd laat aanstaan.

Wallace-Wells vindt dat westerlingen ook niet moeten gaan leven als de armen in de wereld. Minder rundvlees eten, meer elektrisch rijden en minder vliegen – volgens hem haalt het allemaal niets uit. In het minst slechte geval recycleren we het afval dat we als consument produceren. Erger nog: onze door schaamte en nieuwe deugdzaamheid ingegeven milieubewuste acties sussen het geweten, wiegen ons in slaap. Uitgesloten is dat niet. De rekken in warenhuizen liggen niet alleen vol in plastic verpakt vlees maar ook met vega- en bio-alternatieven. Er werd een bijkomende markt aangeboord. Alles blijft bij hetzelfde, alleen uitgebreid. Met zijn allen de e-fiets op, maar waar komen die elektriciteit, lithium en kobalt voor de batterijen vandaan, in welke mensonterende omstandigheden worden die gewonnen en waar zullen we alles blijven halen?

Denk ook aan onze voortplanting. Wallace-Wells besteedt genoeg aandacht aan de bevolkingsgroei om te weten dat de aarde er nog onbewoonbaarder door wordt. Zestig jaar geleden leerde ik op school dat er 3,5 miljard mensen leefden, nu is dat meer dan het dubbele. Zeven miljard toen Wallace-Wells zijn boek schreef, 7,7 miljard toen ik het negen maanden later besprak – de tijd van een zwangerschap. Homo sapiens verspreidt zich als een schimmel over de aardkorst.

Wallace-Wells voert niet één argument aan om nog een consument en potentiële ouder toe te voegen aan de zieltogende wereld. Hij verwijst alleen naar een artikel in Jacobin Magazine (1) dat zeer overtuigend zou aantonen dat kinderen maken geen probleem is. Maar in dit artikel wordt alleen gefulmineerd tegen de tendens zwangerschap uit te stellen tot je als vrouw carrière hebt gemaakt. Wetens en willens een kind verwekken in het rijke deel van de wereld in plaats van een kind uit het arme deel adopteren, vind ik moreel verwerpelijk.

Optimist tot in de kist

Wallace-Wells blijft optimistisch, al zegt hij te weten dat klimaatoptimisten nog nooit gelijk hebben gekregen. ‘Als mensen verantwoordelijk zijn voor het probleem,’ schrijft hij, ‘moeten ze ook in staat zijn om het op te lossen’. Helaas volgt het één niet logisch uit het andere – denk aan geboorte, moord of genocide.

David Wallace-Wells

Individuele levensstijlkeuzes leveren volgens hem niets op (het vermenigvuldigingseffect laat hij buiten beschouwing). Ze werken alleen door als er een politieke omslag komt waardoor een alternatieve levensstijl op grote schaal wordt doorgevoerd. Maar geef de hoop niet op, gooi de handdoek niet in de ring. Engageer je, ga stemmen, zet de politiek onder druk!

Te oordelen naar ons consumptie- en stemgedrag en de – gezien de dringendheid – vrij lachwekkende maatregelen van de overheid valt daar niet veel van te verwachten. Politici weten maar al te goed dat we op middellange termijn afstevenen op een milieuramp, maar ze zijn zozeer gekneveld door alles overheersende economische belangen op kortere termijn, zo afhankelijk van elkaar en andere naties, zo verlamd door verkiezingsresultaten, dat ze niets drastischer durven en kunnen ondernemen dan even het podium delen met klimaatspijbelaars. Wij kiezers zijn al even kortzichtig. In Australië werd onder druk van de straat een efficiënte belasting op CO2 afgeschaft en moest de milieubewuste premier, die de akkoorden van Parijs wou uitvoeren, aftreden. Ook in 2018 stemden de kiezers van de staat Washington een CO2 -belasting weg en in Frankrijk kwamen mensen massaal op straat om een belasting op benzine tegen te houden.

Wallace-Wells stelt ook niet één concreet, laat staan doeltreffend actiemiddel voor. Zeker, dat is niet het onderwerp van zijn boek maar als je zo optimistisch bent als hij en alles van actie verwacht, blijf je als lezer toch op je honger zitten.

Moreel verantwoord

Na lectuur van dit ontstellend boek en behoorlijk wat artikels en rapporten zie ik geen reden meer tot hoop. Maar natuurlijk zal ik, ondanks Wallace-Wells’ pessimisme op dit vlak, kritisch blijven stemmen en me blijven inspannen om mijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden. Maar, vraag ik me af, is het gezien de onontkoombaarheid van de ondergang van miljarden mensen, niet veel belangrijker ervoor te zorgen dat wie nu leeft dat op een menswaardiger manier kan? Is mensen helpen die hier en nu ternauwernood overleven niet veel dringender, haalbaarder, menselijker en logischer?

Hebben onze voorvaderen niet massaal goud en zilver, oogsten en mensen geroofd uit de continenten die zovelen nu ontvluchten? Komen migranten niet naar hier omdat wij daar waren? Is de hedendaagse migratie geen vreselijk achterblijvertje van ons kolonialisme? Waarom verplichten welvarende landen er zich niet toe om migranten op te nemen in verhouding tot hun uitstoot en de rijkdommen die ze uit de kolonies hebben gestolen? Waarom geen koolstoftaks opleggen waarvan de opbrengst naar de arme landen gaat? Waarom schreeuwt men moord en brand als derdewereldlanden op hun beurtoerbossen plat branden? Kun je het ontwikkelingslanden kwalijk nemen dat ze de welvaart nastreven die wij op hun kosten vergaard hebben? De vragen stellen, is ze beantwoorden.

31 augustus 2019

David Wallace-Wells –The Uninhabitable Earth. A story of the future,Allen Lane, 2019

– De onbewoonbare aarde,Amsterdam, De Bezige Bij, 2019

  1. Meer over “kinderen krijgen:”
    Overall, Christine – ‘Think before you breed‘, in Catapano, Peter & Critchley, Simon – Modern Ethics in 77 Arguments, New York / London, Liferight (Norton & Company), 2017, p. 351-355
    Singer, Peter – ‘Should this be the last generation?‘, Ethics in the real world. 82 Brief essays on things that matter, New Jersey, Princeton, 2016, p. 30-34

September 6, 2019 at 10:34 am Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,637 other followers