Posts filed under ‘Samenleving’

WIET ALS MEDICIJN

Hoeveel landgenoten zouden zonder fysieke pijnen het einde halen? Vast een minderheid. Niet dat we hier leven in de Hel van Dante maar ook niet in de Zevende Hemel.
Rondom pijnstillers hangt een gordijn van taboes. Want je kunt er verslaafd aan geraken. Wat maakt dat uit als je de 70 voorbij bent? Het is de catch-22 voor doktoren: ze moeten hun patiënten, luidens de eed van Hippocrates, in leven houden – al of niet met pijnen. Maar aan die pijnen dreigen ze nu juist vaak te sterven.

Er is ook een pseudo-religieuze rem: katholiek opgevoede Vlamingen moeten hun ‘zeer’ zien als een offertje om de eeuwige zaligheid te verdienen. Wat al mistoestanden gaan hiermee gepaard. Een 85-jarige dame krijgt van haar huisarts geen slaapmiddel, ‘want dat zou verslavend kunnen werken’. Resultaat: het mens ligt hele nachten wakker, wat niet enkel fysiek maar ook psychisch ongezond is. Als ze binnenkort uitgeput ten gronde gaat, heeft de huisarts dan geen stille moord op zijn geweten?

Een omstreden punt is,  dat voor veel pijnen en aandoeningen een eenvoudig middel bestaat: marihuana. Medische wiet, de plant waaruit roes- en verslavende elementen verwijderd zijn. Toch mag het bij ons niet (wel in heel wat andere landen) worden aangemaakt, verkocht, gebruikt en door dokters voorgeschreven. Laat staan terugbetaald door de ziekenfondsen. Patiënten moeten lijden, ze mogen blij zijn dat ze nog leven. In pijn, dus.

Dr. David Casarett (US)

In het raam van de TED Talks (Technology, Entertainment, Design) werd onlangs een lezing gehouden door de Amerikaanse dokter David Casarett. Hij heeft uitgebreid onderzoek verricht naar de effecten van marihuana als medisch middel. Zijn bevindingen zijn hoopgevend voor al wie chronisch lijdt aan artritis, artrose, misselijkheid, constipatie, vermoeidheid  en andere slopende ongemakken.

De onderzoeker geeft toe dat er niet enkel voordelen maar ook enkele beperkte nadelen aan verbonden zijn. Bij overdosis bv. Bij ondervraging van een groot aantal patiënten bleek dat de voordelen ruimschoots opwegen tegen de nadelen. Onvervangbaar is het feit dat de patiënt controle krijgt over zijn eigen ziekten. Dosis, frequentie, tijdstip van inname wordt door de pijnlijder zelf bepaald. Er komt geen dokter aan te pas, behalve om het voor te schrijven.

En de raad van Casarett aan zijn collega-artsen is, dat ze hun trots en pretentie opzij moeten zetten.

Hieronder volgt de volledige TED-lezing in beeld, ga via browser, google en soortgelijken (niet vergeten het geluid van uw PC aan te zetten) en klik op
David Casarett: A doctor’s case for medical marijuana | TED TALK | TED…

De uitgeschreven tekst: https://www.ted.com/talks/david_casarett_a_doctor_s_case_for_medical_marijuana/transcript?language=en

 

Gie van den Berghe

Deze ethicus, historicus en publicist, had al uitvoerig gezocht naar een afdoende pijnstiller. Hij kwam na een jaar speuren uit bij Casaretts onderzoek. En het hielp.
VDB heeft zijn bevindingen niet enkel naar vrienden en kennissen gestuurd maar ook naar de nationale Orde der Geneesheren, gericht aan alle artsen.
Voor zover bekend zijn er nog geen reacties van die kant.

(eindredactie: jef coeck)

april 26, 2017 at 2:02 pm 1 reactie

BEVRIJD DEBAT BASISINKOMEN UIT ZIJN FINANCIEEL KEURSLIJF

door Eric Bracke

De voorbije dertig jaar heeft de Belgische hoogleraar Philippe Van Parijs (UCL) een voortrekkersrol gespeeld in het internationale netwerk voor het basisinkomen. Hij was een van de auteurs van het in 1984 bekroonde essay ‘Allocation universelle’. Met de geldprijs van de Koning Boudewijn Stichting werd in 1986 in Louvain-La-Neuve een eerste internationaal congres over het basisinkomen georganiseerd. Dit leidde tot de vorming van een Europees netwerk, dat in 2004 in Barcelona werd omgedoopt tot het Basic Income Earth Network. Mede-oprichter en eerste secretaris was Walter Van Trier, die in 1995 een doctoraal proefschrift over de geschiedenis van het debat over het basisinkomen verdedigde. ‘Nadien heb ik ruim twintig jaar de universitaire onderzoeksgroep SONAR (Overgang van school naar werk) geleid. Ik had de mogelijkheid niet om naar de congressen te gaan, maar ik ben de discussie over het basisinkomen wel op de voet blijven volgen. Sinds anderhalf jaar geef ik trouwens minstens één lezing per maand over het onderwerp.’

Sommige linkse intellectuelen beweren dat het thema van het basisinkomen intussen gekaapt is door de neoliberale navolgers van de Amerikaanse econoom Milton Friedman. Zij zien in het basisinkomen immers een middel om sociale overheidsvoorzieningen af te bouwen. Van Trier vindt ‘gekaapt’ geen correcte omschrijving. ‘Van in het begin behoorden de voorstanders van het basisinkomen tot een brede waaier van ideologieën.

Het eerste voorstel van een basisinkomen vinden we in een stuk dat de liberaal Thomas Paine omstreeks 1793 heeft geschreven voor de Britse en de Franse regering. Omdat de Aarde van iedereen is, stelde hij voor om via een belasting op de erfenis van grondrechten iedereen een uitkering te geven. Later vinden we het idee van een basisinkomen ook bij, onder anderen, de Russische anarchist Peter Kropotkin (1842-1921) en bij de Britse filosoof Bertrand Russel (1872-1970).’

‘Trouwens, in de VS flirtte niet alleen Milton Friedman met het idee, ook Keynesiaanse economen zoals James Tobin en John Kenneth Galbraith engageerden zich voor een basisinkomen. De Democratische presidentskandidaat George McGovern nam het idee in 1972 zelfs op in zijn programma. In Europa werd het basisinkomen in de jaren 1980 van onder het stof gehaald door de groene beweging, vooral in Duitsland, maar ook door liberalen.’

Sociaal Pact
‘Voor Vlaanderen heb ik in 1986 een stand van zaken opgemaakt. Het basisinkomen werd in 1984 beschreven in de Agalev-publicatie ‘Op mensenmaat’ en was een item op het volgende congres van de Vlaamse groenen. Maar bij de Volksunie en de toenmalige PVV-jongeren was het toen eveneens een actueel onderwerp. Alle voorstanders hadden gelijkaardige argumenten: men zag er een instrument in om de armoede te bestrijden en om de voorwaarden voor een werkloosheidsuitkering te verduidelijken. Men benadrukte natuurlijk  ook de individuele vrijheid die een universeel basisinkomen verschaft .’
‘Zelf ga ik spreken voor mensen van alle politieke gezindheden. Dat één partij of strekking het thema monopoliseert, lijkt mij niet wenselijk. Ik vond het bijvoorbeeld geen goede zet van Roland Duchâtelet om zijn partij Vivant rond het basisinkomen op te bouwen. De politieke vermarkting maakt het voor andere partijen dan nagenoeg onmogelijk om het idee op te pikken. Vergelijk het met de situatie rond het Sociaal Pact na de Tweede Wereldoorlog. Er was een brede consensus over de uitbouw van een sociale zekerheid, maar over de invulling liepen de standpunten sterk uiteen. Toch is men erin geslaagd een compromis te vinden. Het basisinkomen vraagt om een soortgelijk compromis om onze toekomstige maatschappelijke problemen aan te pakken.’
Maar het is niet goed voor het vertrouwen onder de gesprekspartners als sommigen, zoals de Amerikaanse econoom Charles Murray, het basisinkomen willen invoeren om alle andere sociale voorzieningen af te bouwen. Het is duidelijk dat de armoede op die manier nog zal toenemen.

‘De overgrote meerderheid van de mensen in het Netwerk delen deze opvatting niet’, zegt Van Trier. ‘Zij zien het basisinkomen als een toevoeging aan het huidige systeem. We moeten zoeken naar een synergie met bestaande publieke goederen op gebied van huisvesting, gezondheidszorg en sociale bescherming.’

Extra kosten

Maar wie gaat dat betalen? Volgens Van Trier hoeft het financieringsprobleem van het basisinkomen door integratie in de bestaande systemen niet zo groot te zijn. ‘Beschouw het basisinkomen als een ankerbedrag waar iedereen onvoorwaardelijk en individueel recht op heeft. De  hoogte ervan zou men bijvoorbeeld gelijk kunnen stellen met het leefloon, het minimumbedrag waar niemands inkomen mag onder vallen. Je kan dit ankerbedrag integreren in de bestaande gewaarborgde stelsels. Iemand die werkloos is, krijgt dus sowieso dit ankerbedrag, maar als hij onvrijwillig werkloos is en zich beschikbaar stelt voor de arbeidsmarkt kan hij bovenop nog een deel werkloosheidsuitkering krijgen. Hetzelfde met de pensioenen: het eerste deel is het ankerbedrag van het basisinkomen dat iedereen krijgt, het eventuele extra deel erbovenop is aan voorwaarden van een pensioenstelsel verbonden. In de diverse voorstellen komen volgende zaken altijd terug: het basisinkomen is onvoorwaardelijk en staat dus los van de test op arbeidsbereidheid en van een onderzoek van de bestaansmiddelen, het is geïndividualiseerd én eventueel geïntegreerd in het belasting- en uitkeringssysteem. UCL-onderzoekers ramen dat de individualisering van een basisinkomen dat overeenkomt met het leefloon op die manier ongeveer 140 miljoen euro bijkomend gaat kosten.’

De idee van het basisinkomen is simpel en rechtlijnig, maar de modaliteiten en financieringswijze kunnen sterk verschillen. In Zwitserland heeft men het inventieve voorstel gedaan om een heel minieme belasting op elke financiële transactie te heffen, wat een enorme opbrengst zou genereren. Hoe men de financiering van een basisinkomen aanpakt en welk ander pakket van maatregelen men neemt, bepaalt of het beslag van de overheid op het nationaal product groter of kleiner is dan nu.’

‘Maar als we over de kosten van het systeem spreken, moeten we ook de welvaartsopbrengst in rekening brengen. Een verhoging van de welvaartspositie en het welbevinden van de mensen aan de onderkant mag iets kosten. Het debat wordt te veel opgesloten in een financieel keurslijf.

Dynamiek
Zal zo’n basisinkomen de dynamiek in de maatschappij niet ondergraven.? ‘De overgrote meerderheid van de mensen zullen blijven werken’, meent Van Trier. ‘Onderzoek toont dat ook onder de winnaars van een aanzienlijk bedrag met Win for Live maar een heel klein percentage stopt met werken. Mensen die op een leefloon aangewezen zijn, herwinnen in het nieuwe systeem hun waardigheid. Aangezien het geïndividualiseerd is, stijgen bovendien de gezinsinkomens van mensen met een leefloon. Met het basisinkomen achter de hand zullen mensen met een zogenaamd laag verdienvermogen ook sneller een baan kunnen aanvaarden die minder goed betaalt en toch beter af zijn. ‘Ook de positie van de maatschappelijk werkers zal sterk veranderen. In plaats van te controleren of de mensen aan de voorwaarden voldoen, kunnen ze zich concentreren op het echte werk: problemen met analfabetisme, gezondheid en zo verder. Uit onderzoek blijkt dat hun cliënten hen in dat geval beter aanvaarden en ze meer op voet van gelijkheid kunnen handelen.’
‘De vraag is dus niet of de mensen gaan stoppen met werken. Wel wat ze met het basisinkomen gaan aanvangen. Als ze meer mantelzorg gaan geven of als laaggeschoolde jongeren het gebruiken om opnieuw te gaan studeren, is het een goede investering voor de maatschappij.’

‘Tegelijk zien we formats van banen veranderen in sectoren zoals vermaak en horeca: men werkt er meer en meer met kortstondige opdrachten. Voor dit deel van de arbeidsmarkt verkleint de klassieke bescherming. Een basisinkomen geeft deze mensen meer zeggenschap over hun eigen baan.’

‘Ook voor mensen met een job die ze niet meer zien zitten, wordt het met een basisinkomen makkelijker om te zeggen: Ik stop ermee en ik kijk uit naar een baan die me meer werkplezier bezorgt. Philippe Van Parijs noemt het basisinkomen onder andere om die reden een instrument van vrijheid.’

april 12, 2017 at 1:00 pm 1 reactie

GRAAILAND? MAAIEN ZONDER ZAAIEN

                                             De zaaier

door Jef Coeck

 

Zou een boek een revolutie kunnen ontketenen? Natuurlijk, het is al meermaals gebeurd. Het ‘Communistisch Manifest’ van Marx en Engels – deels in Brussel geschreven –  heeft zo goed als wereldwijd de proletaar naar een beter lot doen grijpen. Het Rode Boekje van Mao? Dat was voor insiders, enkele honderden miljoenen, maar toch, een wat vertrouwelijk karakter. Niet vergeten dat ook de godsdienstoorlogen door geschriften zijn veroorzaakt.

En zou in ons landje een boek opstanden kunnen ontketenen? We kijken er naast, maar het is volop bezig. Terwijl iedereen roept dat rechts-extreem overal aan de orde is, zien we links over het hoofd. Peter Mertens, leider van de PVDA (Partij van de Arbeid) en zijn compagnon Raoul Hedebouw in Wallonië (PTB, Parti du Travail de Belgique) presteren nog nooit geziene dingen. In enkele jaren tijd schreef Mertens, geholpen door zijn achterban, drie boeken waarvan twee ongehoorde bestsellers. ‘Hoe durven ze?’ en zijn jongste ‘Graailand’ blijken nooit geziene oplagen te halen, zeker voor zo’n doorgaans verfoeielijk geheten lectuur.  Voor de goede orde: volgens Van Dale betekent graaien: wegkapen.

Het vorige deel ging hoofdzakelijk over de internationale graaiers, met name zij die een poot hebben binnen de Europese Unie. Dit derde deel gaat over de dieven die ons in eigen land bestelen. Het zijn niet enkel de rijken en machtigen maar ook politici, van groot tot klein. Niet allemaal, maar wel meer en meer. Het is nu haast zo ver dat vele landgenoten een mandaat nastreven, om te kunnen graaien. Daar bestaan statistieken over, nagetrokken door de eigen studiedienst van Mertens  en Co.

Mertens: ‘Toen ik in 2011 ‘Hoe durven ze?’ schreef, hadden 325 multimiljardairs  even veel geld als de 3,5 miljard armste mensen. Vandaag zijn het er geen 325 maar 62. Dan weet je: het gaat ontploffen.’ En hoe weten we dat het links geschrijf effect heeft? Vooreerst door de grote oplagen, in de tienduizenden op geen tijd. Dit gegeven, in combinatie met de politieke opiniepeilingen levert een bijna ongelooflijk resultaat af, zowel in noord als in zuid. In Wallonië wordt de PVDA/PTB de tweede grootste partij, nog voor de eeuwenoude socialisten van de PS en zijn Elio di Rupo. In Vlaanderen wipt de partij twee keer over de kiesdrempel. Het blijft voorlopig bij peilingen, maar die plegen ook wel eens uit te komen.Leven we daarom na de volgende verkiezingen in een pseudo-communistische staat?

Nee, maar nu leven we in een tweesporenmaatschappij. Voor de ene klasse van mensen zijn de normen: weinig steun, veel voorwaarden en harde sancties. Voor de andere klasse van mensen geldt: veel steun, bijna geen voorwaarden en sancties die kunnen worden afgekocht met geld.

Bij een transactie waarmee hij 100 miljoen binnengraait betaalt Marc Coucke (de ondernemer, niet de medewerker van het Salon) geen cent belasting – en daar is hij nog fier op ook. Het is bekend dat de werkster van een multinationaal bedrijf meer belasting betaalt dan het rijke bedrijf zelf. Bij wijze van enkele sprekende voorbeelden. Dat dit tot woede leidt bij een groot deel van de bevolking, zal niemand verbazen. Uit die woede verklaart Mertens de ommekeer in het politieke landschap. Natuurlijk moet er nog gestemd worden, in 2018 en 2019. Als dan zou blijken niets te kloppen van de peilingen, kan de woede alleen nog maar stijgen.

Het gerommel, gesjoemel en gegraai speelt zich niet enkel op puur politiek niveau af. Het is evenzeer present in de werkgelegenheidssector, in de zorg, in de pensionering, in het transport, in de openbare werken en in tal van andere noodwendigheden. Geen wonder dat de armoede in België hand over hand toeneemt.

Ook met de N-VA aan de macht blijft ons land vooral een belastingparadijs voor het grootbedrijf, aldus Mertens. In 2015 bezetten vennootschappen van AB InBev, ExxonMobil, en Electrabel de eerste drie plaatsen in onze top vijftig. Zij maken in totaal 6,46 miljard winst en die wordt belast tegen 0,6 procent. Terwijl de energiearmoede stijgt en de prijzen door het dak gaan, bedraagt de belastingvoet van Electrabel in 2014  welgeteld 0,4 procent. Dure elektriciteit, heette destijds al een programma van Maurice De Wilde. Goed dat de man het vandaag niet meer hoeft mee te maken. In plaats van Electrabel behoorlijk (zwaar) te belasten, verhoogt de regering de btw op de elektriciteit.

De boeman van de rijken heet ‘miljonairstaks’. Het is een zachtere aanpak dan men van ex-communisten en –maoïsten had kunnen verwachten maar toch wordt deze nieuwigheid afgewezen bij perceptie. Deze taks slaat alleen op fortuinen van meer dan 1 miljoen euro, bovenop de eigen eerste woning met een waarde tot 500.000 euro. Het is een progressieve belasting, met een maximum-aanslagvoet van drie procent: één procent belasting op het deel van het vermogen boven de 1 miljoen euro, twee procent op het deel boven 2 miljoen en drie procent op het deel boven 3 miljoen. De taks laat alle vermogens lager dan 1 miljoen ongemoeid. Bovendien wordt de woning die het gezin betrekt, vrijgesteld voor een bedrag van 500.000 euro. Concreet: de onbelaste schrijf bedraagt in de meeste gevallen 1,5 miljoen euro. Deze door sommigen halfzachte maatregel genoemd, kreeg uitdrukkelijk niet de naam van ‘vermogensbelasting’, want dat is het niet. Aan het vaste vermogen wordt niet geraakt.

Natuurlijk neemt dat het verzet niet weg. Het komt met name uit de hoek van de ultra-liberale hoek,  meer bepaald Bart De Wever en Gwendolyn Rutten. Zij willen hun partijen laten draaien op het graaien – en totnogtoe slagen ze daar aardig in. Geen wonder dus dat de grootste politieke graaiers bij de N-VA en de Open VLD zitten. Wie daar nog aan twijfelt heeft de actualitieit van de jongste maanden niet goed gevolgd. Het spreekt andere partijen of sommigen van hun leden natuurlijk niet vrij. Het venijn zit overal maar bij de een weleens meer dan bij de anderen.

                                               De graaier

Hoe krijgen we deze augiasstal ooit uitgemest? Met een Hercules die sterk, nobel, eerlijk, deugdzaam en standvastig is?  En geen dictatoriale neigingen ontwikkelt. Waar zit hij/zij die België, of desnoods Vlaanderen, op het rechte pad brengt. Liefst zonder revolutie. Toch kan het geen kwaad dat Mertens al begint te shrijven aan zijn eigen ‘’communistisch’ manifest’, waarbij we de drie vorige boeken zullen beschouwen als zijn ‘Das Kapital’.

Peter Mertens, Graailand, Het leven boven onze stand, Berchem, EPO, 2017

april 6, 2017 at 1:44 pm 3 reacties

THEATER

Erdogan op de bres tegen het fascisme

Ook “anti-fascisme” kan koren zijn op de nationalistische molen. In naam van de vrijheid worden vrijheden vertrappeld.  De Holland-Turkije politieke voetbalmatch is daar een voorbeeld van. Een spektakel dat ons aanzet om onze ploeg toe te juichen en de tegenpartij uit te fluiten en dat ons aan beide kanten doet negeren dat spreken belet wordt en dat “onze” oproerpolitie uitrukt om demonstranten aan te vallen. In de onafhankelijke Nederlandse journalistieke website De Correspondent.nl fileert Jesse Frederik het theater.

(tr)

Zo maakte Nederland van een Facebookevenement met 48 geïnteresseerden een #turkijerel

door Jesse FREDERIK

Tot een week geleden telde het Facebookevenement 47 aanmeldingen en 48 geïnteresseerden.  Mevlüt Çavusoglu, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, zou naar partycentrum De Heerlijkheid in Rotterdam komen om ja-stemmers te werven voor het referendum over de Turkse grondwet. Een rampzalige wet, constateren mensenrechtenorganisaties, die de scheiding der machten zou verzwakken en de macht van de president vergroten.

De Nederlandse politiek zag dat niet zitten. ‘We geloven dat de Nederlandse publieke ruimte niet de plek is voor andermans politieke campagnes,’ zei Lodewijk Asscher.

Twee koene helden van het vrije westen

 

Vrijheid, maar nu even niet

 

Vreemd, want de Nederlandse publieke ruimte wordt met enige regelmaat gebruikt door buitenlandse politici om campagne te voeren.Vorig jaar kwam de Britse politicus Nigel Farage nog hiernaartoe om  een ‘nee’ te bepleiten in het Oekraïnereferendum. Goed voor Brexit-stemmers, zei hij.

En twee jaar geleden kwam niemand minder dan Çavusoglu nog naar Rotterdam om campagne te voeren voor de Turkse parlementsverkiezingen. Toen kraaide er geen haan naar.

Andersom is dat overigens ook zo: vorige maand vond er een verkiezingsdebat van Nederlandse Kamerleden plaats op de ambassade in Londen.

We vinden het dan ook ongehoord als onze politici niet de buitenlandse publieke ruimte mogen gebruiken. Zeven jaar geleden weigerde de Britse regering Geert Wilders de toegang tot het Verenigd Koninkrijk. Hij zou naar Londen afreizen om zijn anti-islamfilm Fitna te vertonen. ‘Churchill, de kampioen van het vrije woord, draait zich om in zijn graf,’ oordeelde VVD-Kamerlid Hans van Baalen destijds.

 

Dit is precies wat Erdogan wil

 

Toch: een Turkse minister die zijn recht op vereniging en meningsuiting zou uitoefenen, dat zag de Nederlandse politiek niet zitten. De lijsttrekkers van alle grote partijen vonden het prima om de Turkse minister tegen te houden.

De discussie bij Pauw en Jinek over het bezoek van de Turkse minister. Bij Pauw & Jinek zat Jeanine Hennis-Plasschaert (minister van Defensie, VVD) openlijk te speculeren of ‘brandveiligheid’ niet ingezet kon worden om de bijeenkomst niet door te laten gaan.

Een westerse regering die zich in rare juridische bochten wringt om een Turkse hoogwaardigheidsbekleder zijn rechten te ontzeggen? De Turkse president Recep Tayyip Erdogan ziet niets liever. Onmiddellijk stuurde hij aan op escalatie en begon met sancties te dreigen. De Nederlandse regering trok daarop de landingsrechten voor het vliegtuig van minister Çavusoglu in.

Meer drama, moet Erdogan gedacht hebben: laat ik een minister die toevallig in de buurt is Nederland in rijden om zich als martelaar van het vrije woord op te werpen. De Nederlandse regering gaf hem wat hij wilde: die minister werd gisternacht het land uit geëscorteerd. ‘Democracy, fundamental rights, human rights and freedoms,’ twitterde de Turkse minister van Familiezaken daarop. ‘All forgotten in Rotterdam tonight. Merely tyranny and oppression.’

Een tamelijk potsierlijke uitspraak voor een minister wier regering de afgelopen maanden 125.000 overheidsdienaren heeft ontslagen, 40.000 Turken en 140 journalisten gearresteerd (waaronder Ahmet Şik die ook voor De Correspondent schreef). Toch, we hadden het Erdogan niet veel makkelijker kunnen maken. Honderden woedende Turkse-Nederlanders die de straat opgaan – een nationalistisch vreugdevuur moet aangegaan zijn in Ankara.

‘Schoonmaak’ in Rotterdam

En toen de Britten een jaar of zeven geleden Wilders de toegang weigerden, ging het precies zo. Met vijftig journalisten vloog Wilders naar Londen, waarna hij – goh – het land niet in kwam en met de verzamelde media weer terug kon vliegen. Dank je wel dwaze Britten, moet Wilders gedacht hebben, weer een paar achtuurjournaals erbij.

Dat is nu niet anders. Een paar dagen voor de verkiezingen zal dit onderwerp de talkshows, de kranten en journaals domineren. Onderwerpen die nauwelijks besproken werden deze verkiezingen, zoals schuldproblemen en klimaatverandering, zullen weer onbesproken blijven.

Was getekend…

 

Het had makkelijk anders gekund.

 

‘Meneer Rutte, er schijnt een Turkse minister naar Nederland te komen om campagne te voeren, dat kan toch niet?!’

‘Ik vind dat ongebruikelijk en onverstandig. Maar in Nederland heeft iedereen het recht om in achterafzaaltjes in Rotterdamse partycentra abjecte dingen te roepen. We geloven namelijk in de vrijheden van meningsuiting en vereniging, juist voor die mensen met wie wij het fundamenteel oneens zijn. Wij geven die vrijheden niet zomaar op – niet uit angst voor Wilders, niet om goedkoop stemmen te scoren. En ik hoop dat onze Turkse medelanders – als ze straks moeten stemmen – hun vrijheden ook niet zomaar opgeven.’

Was getekend, Mark Rutte, liberaal.

 

 

 

https://decorrespondent.nl/6378/zo-maakte-nederland-van-een-facebookevenement-met-48-geinteresseerden-een-turkijerel/947575767138-83d2a963

maart 14, 2017 at 5:40 am 1 reactie

INTO THE HELL HOLE

 Photo: Olivier Hoslet

Photo: Olivier Hoslet

 

 door Jacqueline Goossens

 

Anybody who visits Brussels should spend some time in Molenbeek. Yes, that Molenbeek. The community Trump was thinking of when he called Brussel “a hell hole”. The community that quite a few Belgians described, based largely on misinformation, as “the Bronx of Brussels”.

Cartoonist Kim pokes fun at Molenbeek's reputation. Syas the tough guy: " If you want to be part of our gang, you have to walk straight through Molenbeek".

Cartoonist Kim pokes fun at Molenbeek’s reputation. Says the tough guy: ” If you want to be part of our gang, you have to walk straight through Molenbeek”.

This week I had the pleasure to go on an extensive walk through the area with local City Council member Dirk De Block. We strolled through the lively, colorful market which is held every Thursday and Sunday in front of City Hall and the adjacent Graaf Van Vlaanderenstraat. We walked through residential and commercial streets. We passed beautifully restored buildings, houses and apartment-buildings in various need of repair and renovation, surprisingly few vacant properties, small plazas, busy shopping streets, discreet entrances to mosques, schools and community centers, social clubs, cafés, small eateries and a hostel, hotel and museum of contemporary art (MIMA) located in the renovated Bellevue brewery. We admired churches like St John the Baptist and St Remi. We saw playgrounds and parks like Scheutbos, Bonnevi, Marie-José and Muzen. Molenbeek even boasts a castle, the Karreveldkasteel, with well maintained grounds and a large pond.

The market in Molenbeek (Photo: Johannes Vande Voorde)

The market in Molenbeek (Photo: Johannes Vande Voorde)

The area described by Dirk as ‘lower Molenbeek’ or ‘old Molenbeek’, the poorest and mostcrowded neighborhood, is still in desperate need of more green space. It is here that the Vier-Windenstraat is located, known as the hiding place of Salah Abdeslam, at one point ‘the most wanted man’ in Europe, till he was captured in march 2016. I’m happy to report that allI saw on the block where playful kids and their caretakers who had just picked them up at the Vier-Winden Basisschool, one of the Dutch language elementary schools in Molenbeek. “About 60 percent of lower Molenbeek is now of Morrocan descent”, said Dirk.

Dirk and I at the old foundry (Photo: Lotte Verstringe)

Dirk and I at the old foundry  (Photo: Lotte Verstringe)

Nothing stays the same. Not the South-Bronx, not Harlem, not Detroit and not Old Molenbeek. We went to La Fonderie where the Brussels Museum for Labor and Industry is housed. The Museum is located in the old Compagnie des Bronzes de Bruxelles.  Its collection explains the history of the area. What started as a rural medieval village had become a heavily industrialized suburb by the late 1800’s. Life was rough for those who had to toil in the big and small factories. Flemish and Walloon workers competed for jobs and living space. There were strikes, riots and oppression. But just like in so many other industrial areas, be it trendy Williamsburg in Brooklyn or Pittsburg or Flint, Michigan, factories eventually closed or moved. Those inhabitants who could, left. The poorest stayed behind, also in Molenbeek, especially in the old part. New immigrants came and went, attracted by the low housing costs.

Old Molenbeek, just like so many other former industrial areas in other parts of Belgium and the rest of the world, suffered over the decades from neglect from authorities and landlords. But whatever problems Molenbeek has today, it’s a vibrant, evolving community. To me it’s a glass half full, just like for example the South-Bronx and Harlem were to me when I started visiting those neighborhoods in the early 1980’s. So many people had given up on those areas. They were wrong. So Molenbeek, I root for you.

 

The Rainey gates, Bronx Zoo

The Rainey gates, Bronx Zoo

MOLENBEEK IN THE BRONX

And now, instead of comparing Molenbeek to the Bronx, go to the famous New York borough for a bit of real Molenbeek. Visit the Bronx Zoo and take the time to admire the 10 meter high bronze entrance gates decorated with flowers, plants and twenty two animals, amongst them the famous lion Sultan and the tortoise Buster. The impressive work of art was designed by the American sculptor Paul Manship. In 1929 he and the American sponsors of the gates choose La Compagnie des Bronzes in Molenbeek to execute the work. It was finally finished by 1933. Before it was shipped to New York it was put on display in the great hall of the foundry where the public was invited to admire it. In the museum La Fonderie on the grounds you can see a copy of the beloved Bronx lion Sultan and images of the making, shipping and installation in the Bronx of the Zoo gates.

 

februari 13, 2017 at 10:02 pm Plaats een reactie

EEN REBELSE KERST

Door Jacqueline Goossens

1903-new-york-salvation-army-crop

 

Het is kerstmis in New York. Het jaar is 1898. Je bent rijk. Heel rijk. Je hebt dure geschenken gekregen en gegeven. Je hebt overvloedig gegeten. Je gaat naar je kleedkamer naast je slaapkamer. Je kiest je mooiste jurk uit, je duurste juwelen en je opvallendste hoed. Je man, in zijn eigen kleedkamer naast zijn eigen slaapkamer,  dost zich uit in zijn sjiekste pak en hoge hoed.  Beneden staat de koets al te wachten. Het is koud. Gelukkig is er bont. Het rijtuig ratelt naar  Madison Square Garden. Voor de ingang wemelt het van paarden en koetsen. Je stapt uit. Je man  houdt de toegangskaartjes klaar. Binnen dein je op golven van parfum, gelach, zijde, diamanten en pluimen. Je neemt plaats in een van de loges. Shhhhht. Het spektakel gaat beginnen. Je kijkt in spanning naar de arena onder je.

Een lange processie van kouwelijk, vermoeid uitziende ‘acteurs’ begint binnen te stromen. Tweeduizendtweehonderd mannen en vrouwen en kinderen. Voor iedereen is er een stoel voorzien aan de lange gedekte tafels. “Eerst gaan we een hymne zingen”, brult een man  beneden, gekleed in een Leger des Heils-uniform. Het publiek boven zingt mee: “Praise God from Whom All Blessings Flow…”  Als het lied uit is, mogen de gasten aan tafel gaan zitten. Nu kan de actie beginnen: in een perfect gecoordineerde choreografie rukken honderden kelners aan met volgeladen dienbladen. “Wie wil gebraden kalkoen? Hesp? Aardappelen? Raapjes? Brood? Taart?” Iedereen! Toch iedereen die beneden in de arena zit. Groot en klein stort zich op het eten. Wat een show! Je man stoot je aan: “Kijk daar, die vrouw zonder tanden! Ze propt haar jaszakken vol met kalkoen!” Het volk beneden eet  razendsnel. Natafelen is er niet bij.  Er staan immers nog  17.800 andere hongerige schooiers op straat te wachten om gevoerd te worden. Het bestuur van het Leger des Heils is in zijn nopjes.  Op nog geen enkele kerstdag hebben ze zoveel armen en daklozen te eten gegeven. De zaak loopt gesmeerd, met Amerikaanse efficientie. De volgende dag staat er een verslag van de gebeurtenis op de voorpagina van de New York Times, onder de titel “The Rich Saw Them Feast.” “De hymne werd eenstemmig gezongen”, schrijft de Times-reporter,“status en fortuin werden heel even vergeten…het was een ontroerende gebeurtenis… In heel  Europa werd er nooit iets dergelijk op zo’n enorme schaal georganiseerd.  Dit is het begin van een nieuw tijdperk,  de overbrugging van de kloof tussen rijk en arm.”

Het kerstmisdiner aan de lopende band voor paupers ter amusement van de rijken wordt een traditie in New York. De beste show grijpt plaats  in 1902. Het Leger des Heils heeft weer twintigduizend armoezaaiers uitgenodigd, dit keer in de Grand Central Palace. Zo’n duizend genodigden zijn newsboys, arme, dikwijls dakloze jonge kranteverkopertjes die de reputatie hebben de grootste deugnieten van New York te zijn.

newsboys

Ze zijn in twee groepen verdeeld. Vijfhonderd aan de ene kant van de zaal, vijfhonderd aan de andere met daartussen nog duizend andere gasten. Het is al prijs bij de eerste gang, kalkoen met veenbessen. Volgens newsboy-traditie moet de kerstmaaltijd met het dessert beginnen maar dat wist het Leger des Heils niet. De jongens protesteren luidruchtig en beginnen te gooien  met borden, bestek en kalkoen. Zelfs de kelners en het piekfijn uitgedost publiek worden niet gespaard.

In een artikel in de Tribune de volgende dag wordt in detail beschreven wat generaal Daniel Sickles en zijn dochter Mary  overkwam: “Mary droeg een Blenheim spaniel (een duur ras) in haar armen. Hij luisterde naar de naam Bulwer (een dure naam). Toen de jongens Bulwer in de gaten kregen, begonnen ze vleespastei en kalkoen naar hem te gooien. Mary schrok zodanig dat ze Bulwer uit haar armen liet glippen. Bulwer ging daarop bescherming zoeken bij generaal Sickler.  De jongens slaakten een triomfantelijke kreet en begonnen nu messen, vorken en lepels naar het hondje te gooien. Ze riepen dat de generaal een speech moest geven…  De generaal lachte en zei dat hij dat niet kon…”

Het Leger des Heils heeft zijn les geleerd. Het volgende jaar  laat ze slechts zeshonderd newsboys toe.  Politieagenten houden deze keer een oogje in het zeil. Maar de krantejongens geven hun publiek opnieuw waar voor hun geld. Weer worden tientallen rebellen de zaal  uitgegooid. Het is niet dat de newsboys geen manieren of geen honger hebben. Maar met hun opstandig theater willen ze tonen wat ze denken over hun pervers-starende weldoeners op de balkonnen.

 

Merry Christmas. En moge de rebelse spirit van de newsboys u inspireren in 2017.

 

xmas

december 24, 2016 at 5:03 am Plaats een reactie

REVOLUTIE IN ROJAVA? EEN DEBAT

4-rojava

Een echt debat is het nog niet maar hier volgen alvast twee uiteenlopende meningen over wat er in Rojava, of Koerdisch Syrie, aan de gang is. Reacties zijn welkom.

 

titel-1

Door Hugo Durieux

 

Op 27 november vierde de PKK (Partiya Karkerên Kurdistan) haar 38ste verjaardag. Nou ja, vieren? De Koerdische Arbeiderspartij is op dit ogenblik op veel fronten in oorlog. In Syrië en Irak zijn haar troepen (met onder andere het vrouwenleger YJA-Star) verwikkeld in de onoverzichtelijke strijd die er woedt om grondgebied en invloed; in Turkije moet men zich meer dan ooit verdedigen in de oorlog die het regime-Erdogan voert tegen de partij en de Koerden in het algemeen.

Westerse media noemen de PKK nog steeds een terroristische en/of marxistisch-leninistische organisatie (in ieder geval iets wat ze als verwerpelijk beschouwen), maar in de gebieden waar de Koerdische Arbeiderspartij behoorlijk invloed heeft,  bouwt zij al geruime tijd aan een maatschappij die gebaseerd is op ideeën van ‘democratisch confederalisme’ of ‘libertair municipalisme’. Ik was verbaasd toen ik die termen terugvond in reportages over Koerdistan in Le monde diplomatique en ROAR magazine. Wie zou ooit de communistische terreurorganisatie van de besnorde duivel Öcalan in verband brengen met de inzichten van uitgerekend Murray Bookchin – een van de belangrijke theoretici van gedecentraliseerd zelfbeheer en sociale ecologie?

Het is blijkbaar in zijn Turkse gevangenis (waar hij levenslang uitzit) dat Abdullah Öcalan het werk van de oude anarchist Murray Bookchin leerde kennen – uitgerekend in een periode dat deze, op het einde van zijn leven (hij stierf in 2006), begon de hoop op te geven ooit nog zijn idee van sociale ecologie verwezenlijkt te zien. Maar Öcalan, die de onbetwiste leider was/is van de PKK, zag wel wat in een maatschappijvisie die het idee van de natiestaat opgaf, en in ruil zou gaan voor een basisdemocratische, pluriforme en ecologische confederatie van alle volkeren van het Midden Oosten. Na de Koerdische Arbeiderspartij stapten sinds 2005 ook de Syrische PYD (de Koerdische Democratische Unie Partij) en de Iranese  PJAK (Partij voor vrij leven in Koerdistan) in dit internationalistische project.

Tegenover het marxistische concept van klasse, is voor Bookchin hiërarchie het centrale begrip om maatschappijstructuren te doorgronden. ‘Klasse’ is voor hem te economistisch; het begrip verwijst te veel naar het bezit van eigendom en de controle over en de exploitatie van arbeid. Hiërarchie is dan een veel subtieler begrip, beter geschikt om machtsverhoudingen in de samenleving te begrijpen, omdat het ook rekening houdt met biologische factoren als leeftijd, geslacht en verwantschap, of sociale gegevens als etnische achtergrond, nationale afkomst en bureaucratische controle. Hiërarchische verhoudingen zijn de machtsverhoudingen die hij wil uitschakelen.

Het maatschappijmodel dat Bookchin voor ogen staat is dan eerder libertair, niet in de individualistisch-egoïstische zin die men in de Verenigde Staten aan het begrip geeft, maar eerder refererend aan de negentiende-eeuwse Europese anarchisten,  die streefden naar een nieuwe manier om democratisch zowel de productiemiddelen als het gemeengoed (de commons) te beheren. Hij noemt zijn model municipalistisch, omdat burgers zelf, via een systeem van assemblees, de controle uitoefenen over het beheer van publieke zaken. En het is confederalistisch, omdat het solidariteit, samenwerking en wederzijdse hulp nastreeft tussen gemeenschappen. Bookchin’s maatschappijmodel wijkt niet fundamenteel af van de ideeën die Bakunin en andere negentiende-eeuwse anarchisten daarover onderhielden (zie bijvoorbeeld ‘2. Classic anarchism’ in   Subsidiarity, anarchism, and the governance of complexity). In die zin is het dus een heel ander confederalisme dan wat de N-VA voorstaat; dat van Bookchin is gericht op het delen van kennis, kunde en mogelijkheden, eerder dan op egoïsme en het afschermen van de eigen rijkdom.

Bookchin sluit het gebruik van geweld niet uit. Om de sociaalecologische samenleving te kunnen verdedigen zal men desnoods een beroep moeten kunnen doen op volksmilities; voorbeelden vindt hij bij de Machnovsjtsjina oftewel het Zwarte Leger in Oekraïne (1918-1921) of de Catalaanse arbeiders- en boerenmilities uit de burgeroorlog (1937). Ook de Mexicaanse Zapatistas vormen een bron van inspiratie.

Aan het eind van zijn leven was Murray Bookchin te ziek om de evolutie van de PKK actief te volgen, maar zijn weduwe, Janet Biehl, trok wel naar Koerdistan om ter plekke de werking van de gemeentelijke assemblees en hun confederale samenwerking te bestuderen. Zij publiceerde er herhaaldelijk over in boeken en op haar website. Ook het artikel The new PKK: unleashing a social revolution in Kurdistan beschrijft meer in detail de sociale ecologie van Bookchin en de manier waarop zij gestalte krijgt in Koerdistan. Kantons als Djezireh, Kobane of Afrin hebben een federale administratieve structuur opgebouwd, waarbij afgevaardigden van de lokale volksassemblees beslissen over zaken als defensie, gezondheidszorg, onderwijs of sociaal beleid. De volksassemblees zelf regelen autonoom hun landbouw- en energiebeleid vanuit een coöperatief en ecologisch standpunt. Binnen die raden en assemblees wordt ook de niet-Koerdische bevolking betrokken (jezidi’s, alevieten, Armeniërs, Turkmenen, enzovoort). Toch kan ook Janet Biehl niet verhullen dat zich problemen voordoen, zoals klimaatverandering, waarvoor op dit ogenblik basisdemocratisch confederalisme geen antwoord kan bieden. Daarvoor kan men volgens haar op dit ogenblik niet buiten de natiestaten.

kaart-irak-syrie

Carte actuelle de la Syrie et de l’Irak. En jaune dans le nord de la Syrie sont les zones contrôlées par les Kurdes de Syrie, en vert dans le nord de l’Irak sont les zones contrôlées par les Kurdes irakiens (source : Wikimedia Commons).Pour les flamands, la même chose.

Een ding is echter meteen duidelijk: het problematische om binnen een natiestaat als Turkije,  met de formele structuren van representatieve democratie, vormen van directe democratie uit te bouwen. Terwijl Koerdische politieke partijen via het parlement streefden naar meer autonomie voor hun regio’s, werden daar aan de basis alvast structuren van basisdemocratie opgezet. Zo was het althans tot voor kort. Sinds de ‘mislukte coup’ van juli 2016  en de daarop volgende gelukte staatsgreep van Erdogan, is van de Koerdische aanwezigheid in het parlement weinig meer over, en is de oorlog tegen de Koerden weer in alle hevigheid losgebarsten. Ook in Syrië kan de dreiging weer groter worden, als het regime van president Assad er in slaagt weer meer controle over het grondgebied te heroveren. Het blijft overigens de vraag of de Turkse en Syrische regimes ooit  autonome multiculturele niet-hiërarchisch georganiseerde basisdemocratische regio’s zouden aanvaarden op wat zij beschouwen als hun grondgebied.

 

 

Niet echt

Of niet?

titel-2

Door Tom Ronse

 
In de chaos van de oorlog zijn de Koerden er met Amerikaanse hulp in geslaagd om in west-Syrië een eigen proto-staat te organiseren. Eerder al was Amerikaanse steun essentieel in de totstandkoming van een de facto Koerdische staat in noord-Irak. Er is geen politieke eenheid tussen die twee onafhankelijke gebieden. Ze hebben elk hun eigen leiders, ministeries en legers. In het Koerdische gebied in west-Syrië, Rojava genaamd, is de centrale macht in handen van de PYD, de Syrische zijtak van de PKK, de ‘Koerdische Arbeiderspartij’ die haar basis heeft in Turkije.

De grote leider van de PKK, Abdullah Öcalan, zit al jaren in een Turkse gevangenis. Daar las hij boeken van de Amerikaanse anarchist Bookchin. Die inspireerden hem in die mate dat hij prompt een ideologische omslag beval. Zijn volgelingen transformeerden van de ene dag op de andere van leninisten in anarchisten. De ironie van deze massale bekering steekt de ogen uit. Bookchins doel was, zoals Hugo schrijft, “het uitschakelen van hiërarchische verhoudingen”. Maar de invoering van zijn “municipalisme” in Rojava was een op en top hiërarchische operatie. Het gebeurde, omdat Öcalan het wilde. In Rojava kom je zijn portret even vaak tegen als dat van Kim Jong Un in Noord-Korea. Er is geen twijfel wie de baas is. En je zegt maar beter geen kwaad woord over hem, wil je niet in een kerker belanden.

Maar waarom wilde hij het? Wat zag Öcalan in Bookchin?

Daarover kunnen we enkel speculeren. Ik speculeer dit:

1. Om een onafhankelijke staat in stand te houden en uit te breiden terwijl de oorlog in Syrië zijn beloop heeft, heeft de partij een ideologie nodig die de bevolking motiveert om de oorlogsellende te verdragen en de militaire operaties enthousiast en actief te ondersteunen. Als basisdemocratie dat doel ondersteunt, waarom het niet gebruiken? Öcalan is in die zin vergelijkbaar met Mao die met zijn “culturele revolutie” ook basisdemocratie gebruikte voor zijn machtsdoeleinden. In beide gevallen bleek die basisdemocratie best verzoenbaar met een extreme personencultus die toont dat, alle volksvergadereringen ten spijt, de onderliggende maatschappelijke structuur wel degelijk hierarchisch is.

2. De YPG , het leger van de PYD, is een integraal onderdeel van de Amerikaanse militaire strategie in Syrië. Zelfs als Poetin er in slaagt om Assad opnieuw in het zadel te helpen is het hoogst onwaarschijnlijk dat Washington zijn trouwste bondgenoten in Irak en Syrie, de Koerden, in de steek zou laten. Maar het helpt natuurlijk als de Koerden zelf meewerken door zich te ontdoen van ideologische bagage die wantrouwen wekt in Washington. Dus goodbye “kommunisme” en “marxisme-leninisme”, hello “municipalisme”. Dat klinkt veel minder bedreigend.

3. In navolging van Bookchin, zegt Öcalan dat hij “het idee van een natiestaat” heeft opgegeven. In praktijk wordt er wel degelijk een staatsstructuur gebouwd in Rojava maar toch is die uitspraak belangrijk. Ze impliceert dat de PKK de territoriale eenheid van Turkije niet langer in vraag stelt. Het is een verzoenend gebaar naar Ankara. Je kunt het de man niet kwalijk nemen dat hij hoopt om ooit nog vrij te worden gelaten. Natuurlijk is dat niet van aard om Erdogan mild te stemmen. Voor hem zijn de Koerden en vooral de PKK te nuttig als binnenlandse vijand om een akkoord te zoeken.

Soldaten van Rojava

Soldaten van Rojava

In zijn stuk vermeldt Hugo de oorlog nauwelijks. Nochtans zou dat het vertrekpunt van de analyse moeten zijn. Rojava is een landje in oorlog, dat gebied tracht te veroveren. Het is daarvoor afhankelijk van de grotere landen die in de Midden-Oosten oorlogen betrokken zijn, in casu de VS. Zijn strategie moet dus noodzakelijkerwijs in harmonie zijn met die van Washington. In Rojava staat alles in functie van de noden van de oorloginspanning. De ideologie die gehanteerd wordt moet in die context bekeken worden en niet als het product van een openbaring van sint- Öcalan in zijn cel.

Bookchin stierf voor hij het allemaal kon meemaken. Wat zou hij ervan gevonden hebben? Een van zijn uitspraken is mij bijgebleven: “On nationalist soil, no revolution can sprout”. En dat is precies het probleem in Rojava.

En hier.

december 10, 2016 at 6:24 am 1 reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.288 andere volgers