Posts filed under ‘Samenleving’

NIETS DAN DE WAARHEID

Caravaggio, Het offer van Isaak (1603)

Door Gie van den Berghe 

www.serendib.be

Onwaarheden, roddel, nepnieuws – ze zijn van alle tijden. Maar nu worden ze nog sneller verbreid door de a-sociale media, door de vervlakking en commercialisering van ‘het’ nieuws, door de zogenaamde democratisering van kennis. Pastoor, dokter en professor hebben de waarheid niet langer in pacht.

Geen waarheden zonder onwaarheden. De één zijn waarheid is niet zelden de ander zijn onwaarheid. Van kleuren en geuren tot ideologische, religieuze en politieke visies. Maar om waar te zijn, moet iets vatbaar zijn voor weerlegging. Onbetwistbare waarheden zijn valse waarheden. God bijvoorbeeld. Een waarheid die geen tegenspraak duldt, is weinig meer dan een vooroordeel.

Evidente waarheden als de Holocaust mogen dus betwist worden. Wie dat verbiedt, speelt in de kaart van ontkenners en twijfelaars want censuur lijkt aan te geven dat iets het daglicht niet veelt. Bij analyse en weerlegging van negationistische argumenten blijkt trouwens dat sommige aspecten van het stereotiepe Holocaustverhaal voor betwisting vatbaar zijn.

Neem de benaming Holocaust, Grieks voor ‘wat volledig verbrand moet worden’. In het Bijbelboek Genesis stelt God Abraham op de proef. Hij moet zijn geliefde zoon Isaak ten offer brengen. Abraham bereidt zich voor, bewijst godvrezend te zijn en mag daarom een ram in plaats van zijn zoon offeren. God belooft hem rijkelijk te zullen zegenen met een talrijk nageslacht dat al zijn vijanden zal verslaan.

Eind jaren 1970 voerden religieusmystieke joden de Bijbelse slachtofferterm Holocaust in als benaming voor de jodenuitroeiing door de nazi’s. De Binding van Isaak werd een metafoor voor de miljoenen joden die werden geofferd voor de wederopstanding van het joodse volk en Israël. Het offer, dat door sommige exegeten vergeleken wordt met de offerdood van Jezus, is niet tevergeefs geweest. Het onzegbare leed is verwerkt. Israël is het zoenoffer voor de jodenuitroeiing in Europa.

Seculiere joden zagen dit Holocaustbegrip niet zitten. Maxime Steinberg, een Belgisch jood en historicus wiens moeder in Auschwitz werd vermoord, noemde het in 1985 “een belediging van de miljoenen slachtoffers van de genocide, een besmeuring van de herinnering aan mijn moeder”. Zij was immers geen “instemmend slachtoffer van een nieuw liturgisch ritueel waarin de SS de plaats zou ingenomen hebben van de offerpriesters. Ze hebben haar ook niet vermoord om een of ander lot van het joodse volk te rechtvaardigen”. De in deze context “schaamteloze term ‘holocaust'”, vervolgde Maxime, “heeft niets met geschiedenis te maken maar alles met de mythes veroorzaakt door de catastrofe”.

Mede door de Amerikaanse televisieserie Holocaust uit 1978 – een serie die ondanks of dankzij haar soapgehalte nog aan populariteit wint – en de eind vorige eeuw uit de grond rijzende Holocaustmusea, wordt het Holocaust-slachtofferbegrip ondertussen wereldwijd gebruikt, ook door historici.

Alleen maar een kwestie van woorden? We weten toch met zijn allen waarover het gaat?! Gespecialiseerde historici wel, maar het grote publiek kent vooral het stereotiepe Holocaustverhaal. En dat is, zoals veel ingeburgerde verhalen, sterk vereenvoudigd, deels onjuist en onwaar.

Niemand kan alles kennen. Veel van wat we denken te kennen is een oppervlakkige, vereenvoudigde en al te samenhangende versie van de werkelijkheid. U en ik kunnen niet anders dan de beperkte informatie waarover we beschikken beschouwen als alles wat er over een bepaald iets te kennen valt. Met de beschikbare informatie bouwen we een verhaal en als dat goed is, geloven we het, wordt het waarheid.

Kennis is een eiland in een oceaan van onwetendheid.

Vast staat dat meer dan vijf miljoen joden werden vermoord. Maar hoe is het zo ver kunnen komen?Hoe werden mensen als u en ik volkenmoordenaars? Waarom keken we met zijn allen weg? Hoe uniek is de jodenuitroeiing?

Holocaust verwijst naar slachtoffers, niet naar daders. Deze laatsten hadden het over Endlösung der Judenfrage. Eindoplossing – er was dus voordien al sprake van een jodenprobleem. En inderdaad, de diaspora, de verspreiding van joden over de hele wereld, werd in veel landen en kringen als probleem ervaren. De discriminatie, vervolging en verdrijving van deze migranten werd eeuwenlang godsdienstig en antisemitisch gerechtvaardigd.

Gustave Doré  “Le Juif errant” Gekleurde houtsnede in Le Journal pour Rire, Paris, 1852

De eeuwige jood – titel van een antisemitische nazi-propagandafilm uit 1940 – was geen bedenksel van nazi’s maar van katholieken. Het verhaal van de wandelende of dolende jood dateert uit de middeleeuwen. Jezus, zo luidde het, vroeg op weg naar Golgota, gebukt onder het kruis, aan een jood om even op zijn dorpel te mogen rusten. De jood weigerde of bespotte Jezus, waarop die zei: “ik zal rusten, maar gij zult ronddolen over de aarde zonder te kunnen rusten, tot de dag van het laatste oordeel”. Moraal van het verhaal: wie Christus, de christelijke leer verwerpt, moet op geen verlossing rekenen.

Toen het naziregime begin 1933 de macht kreeg, vaardigde het meteen anti-joodse maatregelen uit. Joden moesten door pesterijen, boycots, discriminatie en beroepsverbodenhet land uit gedwongen worden. Maar de rest van de wereld had geen boodschap aan nog meer joden. De VS had al in 1924 beslist dat dergelijke ‘inferieure rassen’ niet langer welkom waren.

Duitsland zat met zijn joden opgescheept. Toch dacht de eerste acht jaar van het nazibewind niemand aan uitroeiing. Die begon pas in de tweede helft van 1941, samen met de inval in de Sovjet-Unie. Eén en ander ging dus heel wat geleidelijker in zijn werk dan het stereotiepe Holocaustverhaal wil.

Niet dat het nazibewind terugschrok voor gewelddaden en massamoord. Lang voor iemand aan jodenuitroeiing dacht, werden talloze mensen van eigen bloed gesteriliseerd en geëuthanaseerd – Ariërs met een mentale of fysieke handicap. Tot het einde van de oorlog werden in totaal 360.000 mensen gesteriliseerd.

Kort voor het begin van de Tweede Wereldoorlog begon de zogenaamde euthanasie-actie, de moord op minstens 70.000 mensen met een handicap.De actie lekte uit, een bisschop hield een opgemerkte preek en de operatie werd officieel stopgezet maar ging achter de schermen door.

Tegen de uitroeiing van de joden kwam ook van katholieke zijde nooit protest. Integendeel, na de oorlog hielp het Vaticaan verscheidene topnazi’s ontkomen naar Zuid-Amerika.

Ook wat sterilisatie en uitroeiing van zogenaamd minderwaardige mensen betreft, heeft het naziregime weinig uitgevonden. De gedachte dat fysieke, mentale en morele kenmerken erfelijk zijn en het dus verstandig is de gezondste, sterkste en meest begaafde mensen aan elkaar te koppelen, is van alle tijden. Plato, Aristoteles, Thomas Morus en tal van verlichtingsfilosofen en wetenschappers hebben daarvoor gepleit.

In 1883 bedacht Francis Galton, een vindingrijk wetenschapper en neef van Charles Darwin, de term eugenics : goede genese, goede geboorte. Darwin viel hem bij : de evolutie van de mens is door toedoen van mens en beschaving vrijwel tot stilstand gekomen. De mens, schreef hij in 1871 in De afstamming van de mens, kan maar vooruitgaan als hij onderworpen blijft aan harde strijd. Alleen dan komen de besten boven drijven. De voortplanting van gewenste individuen zou bevorderd moeten worden en die van ongewensten belemmerd, ware het niet dat zulks in beschaafde naties uit den boze is.

In de VS werd vanaf 1920 al op relatief grote schaal gesteriliseerd. Ook in het democratische Weimar-Duitsland gingen toen stemmen op om zogenaamd levensonwaardig leven te beëindigen. Karl Binding en Alfred Hoche, een jurist en een psychiater, pleitten in Die Freigabe der Vernichtungvoor gedeeltelijke opheffing van het verbod te doden. Twee jaar na de nederlaag in de Grote Oorlog vergeleken ze een slagveld bezaaid met lichamen met een instelling waar idioten met de grootste zorg werden omringd. Tegenbeelden van mensen, zonder wil tot leven of sterven. Levens van negatieve waarde rekken is meedogenloos; ze geen zachte dood gunnen is wreed en een zware belasting voor verwanten en maatschappij. Dergelijke levens doden is geen misdaad of immorele handeling, maar nuttig en geoorloofd.

Nog in 1920, stuurde een directeur van een Saksische verpleeginstelling voor zwakzinnige kinderen een vragenlijst naar de ouders. Zou u instemmen met een pijnloze levensbekorting als vast staat dat uw kind ongeneeslijk idioot is? Of alleen als u niet meer voor uw kind kunt zorgen, na uw dood bijvoorbeeld? Of alleen als uw kind fysiek of psychisch zwaar afziet? En tot slot: wat vindt uw vrouw hiervan? 73 % van de 162 ouders antwoordde ‘ja’ op alles, 27% ‘neen’ op sommige vragen. Nogal wat ouders voegden eraan toe dat ze liever van niks geweten hadden: ‘niet vragen, doen!’.

Het is, voor wie er even bij stil staat, best merkwaardig dat het nazibewind eigen volk steriliseerde en ombracht voordat het joden massaal begon uit te roeien. Blijkbaar zagen ze in joden, anders dan in gehandicapten, toch nog de mens, zij het van een concurrerend ras.

Enkele stappen uit de escalatie tot genocide.

Tien dagen na de aanhechting van Oostenrijk (maart 1938), toen de pers bol stond van nazi-gruweldaden – terwijl de nazi’s door veel Oostenrijkers enthousiast werden verwelkomd – grendelde de beschaafde wereld zijn grenzen verder af.

In juli 1938 overlegden vertegenwoordigers van een dertigtal landen in het mondaine Evian-les-Bains. Alleen de Dominicaanse republiek wou joden opnemen. Australië verklaarde tegen antisemitisme en racisme te zijn en wou die problemen onder geen beding importeren.

Op 5 oktober 1938 ging het nazibewind in op het verzoek van de Zwitserse regering om een rode J te plaatsen op paspoorten van Duitse joden.

Ook Polen weigerde joden op te nemen. Daarom deporteerde Duitsland eind oktober 1938 15.000 Poolse joden naar een niemandsland aan de grens met Polen. Onder hen ook de familie van Herschel Grynszpan. Die pleegde op 7 november een aanslag op een ambtenaar van de Duitse ambassade in Parijs. Duitsland reageerde met een pogrom, de Reichskristallnacht. Talloze synagogen en joodse zaken gingen in vlammen op. Twintigduizend joden werden in concentratiekampen opgesloten, kampen waar tot dan voornamelijk politieke gevangenen zaten. Enkele honderden joden overleefden dit niet, maar de anderen werden na enkele maanden vrijgelaten.

De wereld bleef wegkijken. Eigen volk eerst.

Het slachtofferperspectief berooft ons van inzicht in de ontstaansgeschiedenis van de Endlösung der Judenfrage.

Hitler hield van honden en kinderen. Hoe waar ook, de bewering druist in tegen onze waarheid. Wij mensen denken makkelijk in absolute goed-kwaad tegenstellingen, in slachtoffer-dader termen. Genocidaire daders worden gedemoniseerd, onherkenbaar gemaakt als mens. We ontmenselijken ze zoals zij met gehandicapten en uiteindelijk ook met joden deden. Wie dehumaniseert verheft zich boven de ander, wordt dader in potentie.

Daderbronnen zoals Hitlers Mein Kampf, de memoires van Auschwitzcommandant Rudolf Höss of die van Adolf Eichmann; de fotoalbums die SS’ers maakten van de ontruiming van het Warschau getto of van de aankomst van een jodenkonvooi in Auschwitz – dit soort daderbronnen maakt duidelijk dat veel daders dachten het goede of toch het noodzakelijke te doen. Ze doodden voor een goed doel: het Volkslichaam zuiveren van biologisch ballast en het jodenprobleem definitief oplossen. Kwaad om bestwil.

Ella Lingens-Reiner, een Oostenrijks arts die wegens hulp aan joden in Auschwitz belandde, zei daar tegen Fritz Klein, de SS-arts met wie ze moest samenwerken, dat ze zich schaamde tot de Duitsers gerekend te worden. Klein, volgens Lingens-Reiner een beschaafd man, begreep dat niet. Hoe kun je, vroeg ze hem toen, meewerken aan de uitroeiing van joden, heb je als arts dan geen respect voor menselijk leven? Natuurlijk wel, antwoordde Klein, “uit respect voor menselijk leven moet ik de rotte appendix uit het zieke lichaam verwijderen en joden zijn de rotte appendix in het Europees lichaam”. Een daderperspectief.

Fritz Klein was een meedogenloze antisemiet. De man ook die kort na de oorlog in Bergen-Belsen gefotografeerd werd in een ‘ravijn’ van lijken, een massagraf dat de Britse bevrijders moesten graven om de in het kamp heersende tyfus te bestrijden.

Bergen-Belsen 24 april 1945

 

Epiloog

In 1931, zeven jaar voor het nazi-bewind de rode J invoerde, introduceerde België in Rwanda etnische identiteitskaarten met daarop het grotendeels fictieve onderscheid Hutu – Tutsi – Twa. Omdat niet iedereen op het oog herkenbaar was, werd bepaald dat wie tien of meer koeien bezat, Tutsi was. Zo gebeurde het dat de ene broer Tutsi en de andere Hutu werd. Tijdens de Rwandese genocide in 1994 werden de racistische identiteitskaarten een dodelijk hulpmiddel bij identificaties aan wegversperringen.

Ook bij deze genocide keek de hele wereld weg, België op kop.

De analogieën met hedendaagse toestanden en houdingen kunnen u niet ontgaan zijn.

Lezing gehouden op 9 juni 2018 in het Liberaal Archief te Gent, in het kader van een lezingencyclus over waarheid en onwaarheden, voor een honderdtal vrijmetselaars (zelf behoort Gie tot geen enkel genootschap, laat staan een geheim).

juli 14, 2018 at 4:33 am 2 reacties

DAAR GAAN WE WEER

juni 14, 2018 at 6:56 am 1 reactie

HET NUT VAN GESCHIEDENIS

Na het overlijden van Jef Coeck hebben we even getwijfeld of we dit salon nog wel open zouden houden. Jef was medestichter, bedenker van de naam en wellicht ook de meest dynamische barkeeper van het salon. Na overleg concludeerden we dat het nog steeds een reden van bestaan heeft. Hopelijk vinden onze lezers en zij die in het verleden bijdragen leverden dat ook. Jef zou vermoedelijk akkoord gaan. Het hier volgende essay is aan hem opgedragen.

 

HET NUT VAN GESCHIEDENIS

Opgedragen aan Jef Coeck 

Memorial for Peace and Justice in Montgomery, Alabama

Door Tom Ronse

Soms stel ik me een wereld voor waarin de onwetendheid over wat er vroeger gebeurd is niet zo groot zou zijn. Hoe anders zou die er uitzien?

 

1. Het heilige Amendement

Elke Amerikaan kent “the Second Amendment” dat van het bezit van wapens een grondwettelijk recht maakt maar weinigen weten hoe het tot stand kwam. Waarom vonden de “founding fathers” van de jonge republiek het zo nodig dat ze het de tweede plaats gaven in “the Bill of Rights”, vlak na het recht op vrije meningsuiting? Was de pioniersgeest de reden, de nood om de gevaren van het nog ongetemde land te trotseren? Was het de vrees voor een tiranniek centraal gezag die, zo kort na de bevrijding van de autocratische Britse heerschappij, nog zeer levend was?

Al die factoren speelden een rol maar wat de doorslag gaf was de druk van de zuiderse staten. Die zochten grondwettelijke bescherming tegen de mogelijkheid dat het Kongres, als het snel groeiende noorden er de plak zou zwaaien, hun slavenpatrouilles zouden verbieden. In de meeste noordelijke staten was slavernij toen ook nog legaal maar de economie was er niet op gebaseerd. De oppositie ertegen nam toe. In Massachusetts was ze al afgeschaft. In de zuiderse plantage-economie daarentegen was de slavenarbeid essentieel. In Virginia, de staat van James Madison en Patrick Henry die een grote invloed hadden op de formulering van de grondwet, bestond 42% van de bevolking uit slaven. Om die in het gareel te houden organiseerden alle zuiderse staten slave patrols, milities die permanent patrouilleerden, loslopende zwarten controleerden en jacht maakten op ontsnapte slaven. Het second amendment verantwoordt het recht op wapenbezit dan ook vanuit de noodzaak van milities. De volledige tekst luidt: A well regulated militia being necessary to the security of a free state, the right of the people to keep and bear arms shall not be infringed.

 

2. Meesters?

De kennis over die tijd beperkt zich veelal tot enkele mythes, anecdotes en simpele verhalen. Niet alleen in de VS. In Knack Focus van 18 april vertelt columnist PB Gronda het verhaaltje aldus: “Als ik aan de klas van mijn dochter zou moeten uitleggen hoe de zelfstandige Verenigde Staten zijn ontstaan, dan zou ik kunnen vertellen hoe de oorspronkelijke bevolking van Indianen veel pijn werd gedaan en dan vervangen werd door gedwongen nieuwkomers uit Afrika en uitgenodigde nieuwkomers uit Europa. Die laatsten kregen land en werden meesters, de anderen kregen kettingen en werden slaven”. En dat verklaart volgens Gronda de realiteit van vandaag.

Akkoord, PB wil het niet te ingewikkeld maken, zijn dochter is wellicht nog heel jong, maar dit is toch wel heel kort door de bocht. Zijn grootste fout is de bewering dat de nieuwkomers uit Europa “uitgenodigd” waren, land kregen en meesters werden. In werkelijkheid was het voor de meesten onder hen ook een gedwongen overtocht, in condities die nauwelijks beter waren dan die van de slaven. De meerderheid van de blanken die tijdens de koloniale periode naar Amerika emigreerden waren indentured servants. De agrarische revolutie in Groot-Brittannië die gepaard ging met een privatisering van de gemeenschappelijke grond en de massale onteigening van kleine boeren, had een groot menselijk overschot doen ontstaan dat naar de kolonies verscheept werd. Sommigen werden gedwongen, anderen vertrokken vrijwillig omdat het water hen aan de mond stond. Voor hun reis betaalden ze met tijdelijke, contractuele slavernij. Voor een periode, meestal van vijf à tien jaar, werden ze iemands slaaf. Die mocht hen desgewenst afbeulen, straffen, afranselen, verkrachten,hun vrije tijd controleren, hen aan een andere baas verkopen. Als ze wegliepen werd jacht op hen gemaakt. Vrouwen die zonder toestemming zwanger werden, moesten twee jaar langer dienen. En als de termijn verstreken was, kregen ze dan land, werden ze meesters? Hoogstens kregen ze een lapje onvruchtbare grond en verder een aalmoes en een trap onder de broek. De meesten bleven arm, ter plaatse trappelend op de tweede laagste sport van de sociale ladder. Net boven de slaven.

Hun nakomelingen staan daar nog altijd. Velen van hen stemden voor Trump. Want die heeft begrepen wat president Johnson een halve eeuw geleden opmerkte: “Als je de laagste blanke man kunt overtuigen dat hij beter is dan de beste kleurling, dan zal hij het niet merken dat je hem besteelt. Geef hem iemand om op neer te kijken en hij maakt zijn zakken leeg voor u.”

 

3. Een monument tegen het vergeten

Na de burgeroorlog waren de slaven vrij maar dat is eigenlijk ook een mythe. De terreur waaronder de zwarten in de zuiderse staten gebukt gingen, werd nog intenser omdat wraakgevoelens meespeelden. De nederlaag in de oorlog waarin meer dan 300 000 zuiderlingen omkwamen, smaakte bitter. De ex-slaven moesten het ontgelden. De slavenpatrouilles waren afgeschaft maar dat betekende enkel dat ze niet meer door de staten werden georganiseerd. Het waren nu privé-milities maar niet zelden werden ze geleid door de plaatselijke sheriff of politiechef. De Ku Klux Klan was een rechtstreekse erfgenaam van de slavenpatrouilles.

 

In Montgomery, de hoofdstad van Alabama, werd op 26 april een aangrijpend monument onthuld.

In het midden van dit National Memorial for Peace and Justice is een wandelgang waarin 800 stalen zuilen aan het plafond hangen. Op elke zuil staat de naam van een plaats waar zwarten publiek gelyncht werden, alsook de namen van de slachtoffers en een korte beschrijving van hun “misdaden”. Parks Banks, gelyncht in Mississippi in 1922 omdat hij een foto van een blanke vrouw op zak had. Caleb Gadly, gelyncht in Kentucky in 1894 omdat hij “achter de vrouw van zijn blanke baas wandelde”. Mary Turner die protesteerde toen haar man werd gelyncht, werd aan haar voeten opgehangen en verbrand, waarna haar buik werd opengesneden zodat haar ongeboren kind op de grond viel. Enzovoort. Eerst wandel je tussen de zuilen, de tekst op ooghoogte, maar de vloer buigt omlaag zodat je uiteindelijk onder de zuilen staat, in dezelfde positie als de toeschouwers van een lynchpartij. Dat was een feestelijke gebeurtenis, te zien aan de foto’s van toen.

 

Lynching in Indiana 1930

Die foto’s en nog veel meer zijn te zien in het Legacy Museum dat bij het monument hoort. Het is gevestigd in een gebouw waar slaven werden verhandeld. In Montgomery zijn er nog tal van monumenten die de (pro-slavernij) zuiderse confederatie eren en die worden onderhouden door de stad. Het nieuwe Memorial en museum daarentegen zijn een privé-initiatief van het Equal Justice Initiative (EJI), een organisatie die zich inzet tegen raciaal onrecht.

De EJI documenteerde meer dan 4400 lynchings van zwarten tussen 1877 en 1950 maar het werkelijke aantal ligt wellicht veel hoger. Ophanging was overigens slechts een van de straffen die opstandige zwarten “verdienden”.

Verbranding, Omaha 1919

 

In een grasveld bij het Memorial liggen 800 identieke zuilen. Die zijn niet bedoeld om daar te blijven. De 800 gemeenten waar lynchings plaatsgrepen werden uitgenodigd om elk zo’n zuil op een publieke plaats te installeren, om zo hun bereidheid te tonen om hun verleden te confronteren. Tot nu toe heeft geen van hen de uitdaging aangenomen.

Het museum gaat niet enkel over lynchings. Het vertelt een verhaal dat gaat van het begin van de slavenplantages tot vandaag. De thesis is dat de slavernij niet verdween maar evolueerde. Van de legale slavernij naar de lynching-terreur en via de segregatie (Amerikaanse Apartheid) naar de periode van massale opsluiting van jonge zwarten en politiebrutaliteit. Niet dat er geen verbetering is maar er is ook continuiteit. Die wordt onzichtbaar als men de geschiedenis vergeet. “Onze geschiedenis van raciale onrechtvaardigheid werpt een schaduw over heel het Amerikaanse landschap”, zegt Bryan Stevenson, de directeur van EJI. “Die schaduw kan niet verdwijnen tot we het licht van de waarheid laten schijnen op het verwoestend geweld dat ons land heeft gevormd.”

 

4. Kanye’s “nieuw idee”

Iemand die duidelijk een geschiedenisles kan gebruiken is de hiphop mega-ster Kanye West die onlangs wereldnieuws maakte met zijn boude bewering dat slavernij “een keuze” was. Dat ging zelfs voor vele van zijn trouwste fans te ver. “Eens te meer word ik aangevallen vanwege mijn nieuwe ideeen”, pruilde Kanye. Alsof beweren dat een slachtoffer van geweld zijn of haar situatie aan zichzelf te wijten heeft, een nieuw idee is. Het is een idee dat al vaak gepropageerd is, zij het nooit door de slachtoffers zelf.

Kanye West met vriend

Harriet Tubman

Het is een idee dat steunt op mythes, niet op feiten. Zoals de mythe van de “happy slave” waarin de slaven het niet zo slecht hebben, niet naar vrijheid verlangen en zich dus ook niet verzetten. In tal van boeken en films (Gone With the Wind) werd de happy slave opgevoerd. Ook vandaag nog wordt deze mythe opgerakeld op de websites van de alt-right. Kanye West is er blijkbaar ook ingetrapt. Hij verdedigde zich door Harriet Tubman te citeren, de vrouw die vele ontsnapte slaven hielp vluchten naar het noorden: “I freed a thousand slaves but I could have freed a thousand more if only they knew they were slaves.” Volgens de fact-checking site Snopes is er geen enkel bewijs dat Tubman dit ooit gezegd heeft.

 

Een tweede mythe waarop Wests “nieuw idee” steunt, is The American Dream. De mythe dat iedereen in dit “land of opportunity” door wilskracht en hard werk die droom kan waarmaken, dat opwaartse sociale mobiliteit in ieders bereik ligt. Dus als je arm en onderdrukt bent, dan kies je daarvoor, dan is het je eigen fout. Een berg van research (o.m. Thomas Piketty’s Capital) spreekt die mythe tegen. Op enkele uitzonderlijke periodes na bleef de de sociale mobiliteit in de VS zeer klein. De rijken erfden hun rijkdom en de armen erfden hun armoede. Natuurlijk zijn er voorbeelden van “rags to riches” – verhalen, van mensen die met groot sukses de sociale ladder beklommen. Er zijn ook veel mensen die in de loterij wonnen. Dat betekent niet dat de overgrote meerderheid die weinig of niets won, daarvoor koos.

Voor West is alles een keuze. “They cut out our tongues so we couldn’t communicate to each other. I will not allow my tongue to be cut”, tweette hij op 1 mei. Alsof de slaven wiens tong werd afgehakt de mogelijkheid hadden om dat niet toe te laten.

Dat brengt ons naar de derde mythe die Kanye’s denkwereld kleurt: de mythe dat de slaven kozen om zich niet te verzetten. In werkelijkheid was er hevig verzet, van in het begin. Van de 17de tot de 19de eeuw waren er 250 slavenopstanden, in noord-Amerika alleen al, en talloze sabotagedaden.

Maar ze werden niet massaal, zelfs niet in kolonies zoals de Carolinas waar slaven de meerderheid vormden. Dat had vele redenen. De meeste slaven leefden op geisoleerde plantages; de communicatie tussen hen was verboden. Ze mochten niet leren lezen. Sommige slaven hadden iets te verliezen. De “house slaves” hadden het heel wat beter dan de “field slaves”. En er was een alternatieve vorm van verzet: weglopen. Duizenden slaven ontsnapten naar noordelijke staten en Canada.

De ultieme reden was dat vele slaven bang waren. In die zin had West gelijk: “it was a mindset”. Maar die angst was geen lafheid. Ze was niet dom of irrationeel. Ze steunde op de kennis die de slaven hadden, van de brutaliteit van hun meesters, van het overwicht dat de blanken hadden in vernietigingskracht. Op de rationele overweging dat de opstand gedoemd was om te mislukken. Dat laatste is wel wat men in het Engels a self-fulfilling prophesy noemt: een voorspelling die er zelf mede-oorzaak van is dat ze uitkomt. Wie de opstand niet vervoegt, draagt bij aan haar nederlaag.

Toch is die conclusie redelijk: zelfs een massale slavenopstand zou in een bloedbad geeindigd zijn. De enige mogelijke weg naar een overwinning was een gezamelijke opstand van de onderdrukten, een verbond tussen slaven en arme blanken. Aanvankelijk was er veel contact en wederzijdse hulp tussen beide groepen. Al in 1674 vochten honderden samen tegen hun heersers in de “Bacon’s Rebellion”. De gouverneur van Virginia moest vluchten en Engeland stuurde een leger van duizend soldaten om de orde te herstellen. De blanke opstandelingen kregen amnestie, de zwarte werden opgehangen.

Een opstand van slaven en arme blanken tijdens de burgeroorlog, geportretteerd in de film “The free state of Jones”

De angst voor een nieuwe blank-zwarte opstand leidde tot de institutionalisering van racisme. Allerlei wetten en regels werden ingevoerd om het sociaal contact tussen de rassen te verbieden en de status van arme blanken te verheffen boven die van zwarten.

5. Tenslotte

Zou het een verschil maken als wapenfanaten zouden beseffen dat hun geliefde Second Amendment diende om de slavernij te beschermen? Zouden de raciale verhoudingen in de VS harmonieuzer zijn als er een bredere kennis zou bestaan over hoe de erfenis van de slavernij zijn stempel blijft drukken op de Amerikaanse maatschappij? Zouden blanke armen zich afkeren van Trump als ze zouden beseffen hoe ze gemanipuleerd worden om anders gekleurden als vijanden te zien in plaats van als bondgenoten? Zou Kanye West minder domme dingen zeggen als hij de geschiedenis van zijn voorouders zou kennen?

Kennis van de geschiedenis is misschien niet voldoende. De wil om haar erfenis te confronteren moet ook aanwezig zijn. Onwetendheid kan een keuze zijn, als de mythe aantrekkelijker lijkt dan de werkelijkheid. Maar kennis van het verleden is wel een broodnodig begin voor wie wil vechten voor een betere wereld. William Faulkner, de grootste schrijver van Mississippi, zei het best: “Het verleden is nooit dood. Het is zelfs niet verleden”.

mei 21, 2018 at 11:53 pm 5 reacties

OPEN GRENZEN!

Tom Ronse

Niemand, ook niet ter linkerzijde, pleit voor open grenzen, lees ik herhaaldelijk in reacties op Bart De Wevers beruchte opiniestuk over migratie. “Misschien dat u hier of daar nog een overjaarse anarchist kan opduikelen maar dat is het dan ook”, aldus Louis Tobback in De Morgen. Noem me een overjaarse anarchist zo u wil maar hier volgt een dissonante noot in dat eenstemmig koor. Een pleidooi voor, onder meer,  open grenzen.

De Wever verwijt links hypocrisie maar hij is zelf hypocriet. Hij beroept zich op de ‘gouden regel’  -behandel je naaste zoals je zelf zou willen behandeld worden- maar voegt er snel aan toe: “Maar hoe nabij moet die naaste zijn?” Hij beweert “oprecht moreel mededogen” te voelen maar … ‘grenzen bakenen onze impliciete solidariteit af’. Mededogen dat stopt aan de grens is een pleidooi om mensen die vluchten voor oorlog en honger te laten verdrinken in de zee en op te sluiten in kampen en gevangenissen zoals nu al volop gebeurt. Het is helemaal geen mededogen. Barts vriendin heet Tina, kort voor “There is no alternative”.  Het verhaal: de harde Francken-politiek is de enige mogelijke, anders ontstaat er een aanzuigeffect dat ons zal overrompelen, dat chaos en sociale afbraak zal veroorzaken. Intussen helpt zijn partij de sociale afbraak organizeren. Uit mededogen met onze eigen landgenoten  ongetwijfeld.

Links replikeert dat er een gulden tussenweg is tussen het cynisch standpunt van De Wever en het utopisch lijkende idee van ‘open grenzen’. Volgens links is er wel degelijk financiële ruimte om een meer sociaal beleid te voeren, om vluchtelingen een menswaardige opvang te geven. Het aanzuigeffect kunnen we bestrijden door  de economische  ontwikkeling te bevorderen in de landen waar de migranten uit wegvluchten, door informatiecampagnes om hen te overtuigen dat hen hier ook alleen maar ellende wacht en door een buitenlands beleid te voeren dat oorlog ontmoedigt in plaats van zoveel mogelijk wapens te proberen verkopen en bommenwerpers naar het Midden Oosten te sturen.

Maar links maakt het er zich al te gemakkelijk van af. Laat ons iets verder kijken dan onze neus lang is naar de trends die de evolutie van de wereld bepalen en dus ook de kontekst van het debat over migratie.

 

Perfect storm

Ten eerste: automatisering. Die dient om arbeidstijd uit te sparen. Het kan dan ook niet anders dan dat veel arbeidspotentieel overbodig wordt. De informatica-omwenteling  integreert en stoot uit. Alles wordt deel van de globale markt, wat we consumeren is het product van een global assembly line. Tegelijk is er een uitstotingsproces: de global assembly line wordt steeds automatischer, steeds efficienter. Miljoenen worden ‘nutteloos’ en hebben niet langer een pre-kapitalistische economie om op terug te vallen. Dit is nu al de realiteit in vele landen in de periferie waar de effectieve werkloosheid meer dan 50 % bedraagt. Wat niet wil zeggen dat die al werklozen niet werken. Als je tien uur per dag aan een kruispunt snoep en sigaretten staat te verkopen heb je ook een zware werkdag.

Ten tweede: een nieuwe, diepe recessie is hoogstens enkele jaren ver. De schuldenberg zal blijven groeien. In het Engels zeggen we: they kicked the can down the road. Ze schopten het blik wat verder de straat op en deden alsof het weg was. De schulden groeien omdat er, globaal genomen, niet genoeg winst wordt gemaakt. Winstpotentieel bepaalt in onze maatschappij wat geproduceerd wordt. De schuldengroei is nodig om de boel draaiend te houden, om de winstmarge te onderstutten. Daarom hebben de financiële autoriteiten op de great recession van 2008 –die zelf door schuldenlast in gang werd getrapt-  gereageerd door vele biljoenen dollars, euros, yens, RMBs, etc. in de banken en grote bedrijven te pompen en door de rentevoet tot bijna nul te duwen. Dat laatste was een cruciale factor in de huidige heropleving (de zwakste weliswaar sinds de tweede wereldoorlog)  want de lage rentekost maakt krediet bijna gratis. Niet voor iedereen natuurlijk.  Maar rijken konden makkelijk rijker worden door spotgoedkoop geleend geld in de beurs te investeren. De regel – lage rente voor de rijken maar hoge rente voor de armen- is logisch, aangezien lenen aan armen een groter risico inhoudt. Dat geldt zowel voor individuen als voor landen. Het is dus ook logisch dat de kloof tussen rijk en arm steeds groter wordt. En dat landen een harde concurrentiestrijd moeten voeren om kapitaal aan te trekken, door hun sociale lasten te verminderen en fiscale premies te geven.

Maar onvermijdelijk komt ook de lage rente van de rijken onder druk te staan.  De spanning tussen de groeiende schuldverplichtingen en de dalende winstverwachting maakt dan een nieuwe inzinking onvermijdelijk.  Omdat de schuldenlast van bedrijven en regeringen nu veel groter is dan in 2008 zal de recessie wellicht dieper zijn.  Hoe ver de kettingreactie van failissementen zal gaan valt moeilijk te voorspellen. Maar zeker is dat, op alle markten, de zwakste concurrenten de hardste klappen zullen krijgen.

Ten derde: klimaatrampen zullen toenemen. Er iets wezenlijks aan doen kost te veel, dat wil zeggen, het is niet winstgevend. Aangezien de economie op winst en concurrentie gebaseerd is, kunnen we niets meer verwachten dan holle verdragen, en windmolens, zonnepanelen en electrische auto’s als pleisters op een etterend been. We weten heel goed dat een drastische globale verandering in productie en consumptie nodig is om te voorkomen dat de levens van miljoenen door klimaatverstoring zullen ontwricht worden maar we kunnen enkel handenwringend toekijken terwijl het drama zich ontvouwt.

Ten vierde: oorlogen zullen niet verdwijnen, integendeel. De ontwrichting, veroorzaakt door economische krisis en klimaatrampen,  schept opportuniteiten voor kleine en grote imperialisten, voor kriminelen, voor war lords en grootmachten. Droogte en overstromingen doen conflicten ontstaan over schaarse middelen.  Massale werkloosheid zorgt voor een overvloedig aanbod van kanonnenvlees.

 

Neem die vier factoren samen en je hebt het recept voor een perfect storm. Een storm die ook in de rijkere landen tot sociale afbraak zal leiden (om de winstmarge te onderstutten, om kapitaalvlucht tegen te gaan) en in de armere landen miljoenen zal doen vluchten. De gelijktijdigheid van de stijgende verarming en de komst van steeds meer migranten zal door rechts worden aangegrepen om het eerste voor te stellen als het gevolg van het tweede. Door het tweede te bestrijden zal men niet alleen de indruk wekken dat men iets doet aan het eerste maar ook kiezers  paaien die voor hun ontevredenheid een zondebok zoeken. Links, zo mogen we hopen, zal dat cynische spel niet meespelen. Maar het zal ook duidelijk worden dat links inderdaad geen alternatief heeft. Linkse regeringen zullen net als rechtse de sociale uitgaven verlagen en hardere maatregelen nemen om migranten buiten houden. Misschien minder extreem, meer druppels plengend op de gloeiende plaat, maar het verschil zal vooral rethorisch zijn. Kijk naar de linkse Syriza-regering in Griekenland, die doet in wezen niets anders dan de rechtse regering die haar voorafging: de bevelen van de kapitaalbezitters uitvoeren.

In Bart De Wevers opiniestuk krijg je de indruk dat die storm nu al woedt. In de filmversie stel ik me Bart voor, rechtstaande in reddingsboot “De Natiestaat”, met zijn roeispaan kloppend op de vingers van de drenkelingen die zich aan de bootrand vastklampen.  Links probeert hem in te tomen, bewerend dat er nog wel degelijk plaats is in de boot. Maar er zijn zoveel drenkelingen… de triage wordt steeds moeilijker. Geen van beiden vraagt zich af wat de storm veroorzaakt.

We zijn eraan gewend dat de economie, net als het klimaat, wordt voorgesteld als een kracht die ons van buitenaf overkomt. Die we wel kunnen proberen manipuleren maar waar we uiteindelijk aan onderworpen zijn. Dat bakent de politieke ruimte af, dat zet de parameters neer van het debat tussen links en rechts. We kunnen slechts doen wat de economie mogelijk maakt om te doen.  Als het slecht gaat, met de economie of het klimaat, kunnen we niets anders dan schuilen, wachten tot het overwaait en een traan plengen voor diegenen die geen schuilplaats vinden. We vergeten dat de economie door mensen wordt gemaakt en door mensen kan worden veranderd. Dat mensen kunnen beslissen om de economie te onderwerpen aan hun noden, in plaats van hun noden te onderwerpen aan de archaische spelregels van de economie. De sociaal-democratische opiumpijp fluistert dat we allebei tegelijk kunnen doen.

 

De fundamentele Tina

Dat is de kern van de zaak: de perceptie dat de huidige manier om aan de menselijke noden tegemoet te komen, de enige mogelijke is. Dat productie en consumptie wel moeten steunen op kopen en verkopen van arbeidstijd en van al de rest. Dat het hoofddoel van de maatschappij niets anders kan zijn dan kapitaal doen groeien, ongeacht de gevolgen voor het welzijn van de mensheid.  Want dat gedrag is ingebakken in de menselijke natuur, zoals  Adam Smith beweerde. Ook al is de door de markt georganiseerde economie nog maar enkele honderden jaren oud en ontstond ze slechts op één subcontinent, toch lijkt ze voor de eewigheid bestemd. Volgens Francis Fukoyama hebben we “het einde van de geschiedenis” bereikt.  Vanaf nu zijn enkel variaties op het vaste thema mogelijk.  Buiten dit kader is er niets, behalve  onefficiente  staatskapitalistische dictatuur. Dat is de ‘Tina’ waar rechts en links voor buigen. De gevolgen moeten we aanvaarden als  “het nieuwe normaal”, ook als een groot deel van de wereld erdoor dreigt te vergaan.

Een onbevooroordeelde buitenaardse bezoeker die onze wereld zou verkennen, zou ons gek verklaren. Hij zou het absurd vinden dat bij ons 81,2 procent van het globale inkomen naar de rijkste 20 procent van de bevolking gaat terwijl de armste 40 procent het met 3,8 procent moet stellen. En dat de rijkste één procent, wiens inkomen even groot is als dat van de armste 53 procent (3,5 miljard mensen), zij die meer bezitten dan wat ze in duizenden jaren zouden kunnen uitgeven, koortsachtig blijven streven naar meer bezit. En dat wij geloven dat die pathologische bezitsdrang noodzakelijk is om de maatschappij in stand te houden.

Hij zou niet begrijpen dat we onze ecologie kapot maken, dat we weten dat we het doen maar niet kunnen stoppen.

Hij zou onbeschrijfelijk veel pijn in onze wereld aantreffen en wat zijn hart zou breken is dat zoveel van die pijn vermijdbaar is.  Dat miljoenen omkomen door geneesbare ziekten, dat miljoenen van honger vergaan terwijl we gigantische hoeveelheden voedsel weggooien, dat miljarden in slums wonen terwijl wij, in plaats van hen huisvesting te geven, steeds meer wapens maken en hele steden verwoesten, dat bij ons de enen zich moeten kapot werken en de anderen gedwongen worden tot niets doen, dat onze economie met overproductie kampt terwijl de ongelenigde noden zo groot zijn…

En de enige uitleg die we hem zouden geven is alweer Tina, there is no alternative, iets anders kunnen we ons niet voorstellen.

 

Imagine

Een wereld zonder geld, zonder oorlogen, zonder criminaliteit, zonder honger, zonder grenzen, een wereld voor iedereen, dat tart de collectieve verbeelding. Alleen Tobbacks overjaarse anarchist gelooft dat het kan. En John Lennon, wiens anthem “Imagine” nog vaak gespeeld wordt. Maar misschien luistert men niet goed naar de tekst:

Imagine there’s no countries
It isn’t hard to do
Nothing to kill or die for
And no religion, too
Imagine all the people
Living life in peace…

Imagine no possessions
I wonder if you can
No need for greed or hunger
A brotherhood of man
Imagine all the people
Sharing all the world…

Is het echt onvoorstelbaar dat we samen, op lokaal en globaal vlak, zouden overleggen wat we maken en er voor zorgen dat niemand op aarde nog honger lijdt of verstoken blijft van ziektezorg, huisvesting en andere nodige voorzieningen, dat het natuurlijk milieu hersteld wordt, en dat we er een prioriteit van maken om produceren zo aangenaam mogelijk te maken?  Dat we dit kunnen zonder geld, zonder grenzen, zonder logge bureaucratie omdat mensen, bevrijd van de dwangbuis van geld verdienen en winst maken, een ongelooflijke creativiteit aan de dag zullen leggen? Dat vele miljoenen die nu hun bestaan als zinloos ervaren er heel veel zin in zullen krijgen?

Daar valt nog veel meer over te zeggen maar misschien heb je al hoofdschuddend geconcludeerd dat mijn visie radicaal, extremistisch  en utopisch is. Radicaal is ze zeker. Het woord komt, zoals Bart DW kan bevestigen, van het latijnse “radix”, wortel. Daar is het inderdaad waar het probleem zit, het volstaat niet om te proberen de rotte vruchten weg te snoeien. Extremistisch? Kijk om u heen: de extremisten zijn al aan de macht.  Utopisch? Is het niet eerder utopisch om te verwachten dat de huidige  maatschappijvorm zich eindeloos kan in stand houden, dat het zijn toenemende contradicties kan bllijven overleven?

Je mag me een dromer noemen, zong John Lennon.

 

But I’m not the only one
I hope someday you’ll join us
And the world will live as one

februari 15, 2018 at 10:22 pm 6 reacties

“PERSOON VAN HET JAAR” ?

door Tom Ronse

“The person of the year”, volgens Time Magazine, is niet Donald Trump (tot zijn sjagrijn) maar de “#MeToo”-beweging.  Dat krijgt mijn applaus. Niet dat dit persé het belangrijkste is wat dit jaar op deze planeet gebeurde maar toch, it’s about time. Het is meer dan tijd dat mannen duidelijk wordt gemaakt dat een bezitterige benadering van vrouwen niet meer kan.  Ook al was dat deel van onze dierbare patriarchale  family values.

Voor een stuk is dit het gevolg van verandering in de (kapitalistische) productiewijze. Die is nu minder gebaseerd op fysieke arbeidskracht (waarin mannen een intrinsiek voordeel hebben) en meer op  intellectuele capaciteiten waarin vrouwen niet onderdoen voor mannen.  Als we kijken naar de success rate in universitaire studies dan lijkt het waarschijnlijk dat  er steeds meer vrouwen invloedrijke posities zullen “bemannen” (een woord dat spoedig archaisch zal worden). Dat proces is volop aan de gang. Natuurlijk accepteren vrouwen steeds minder de onderdanige rol die hen voorgeschreven werd en wordt. Ze bevinden zich steeds meer in een sociale positie waarin ze ‘nee’ kunnen zeggen. Ook al zijn er nog veel plaatsen op de wereld waar de status van een vrouw niet hoger staat dan die van een koe en soms zelfs lager.

De “Me Too”-campagne heeft vele sterren van hun voetstuk geschopt. In de hele opperkorst van de maatschappij werd het doekje gelicht over de transgressies van politici, media-moguls, tv-stars, acteurs, dirigenten, journalisten en noem maar op. Meegesleept waren ze allemaal door de euforie van de macht. Zelf heb ik nooit een machtspositie gehad dus kan ik ook niet weten hoe dat voelt, welke verlangens dat opwekt. Wel valt het me op dat het voor verschillende van deze machtsdronken mannen een groot genoegen was om hun penis te tonen aan vrouwen. Wat is het precies wat die ervaring zo erotisch maakt? Ik vind het moeilijk te bevatten maar dat komt misschien omdat ik zelf nooit machtig ben geweest.

Achter de pakweg twintig vrouwen die de moed hadden om de praktijken van Harvey Weinstein te onthullen waren er wellicht vele andere die op zijn exhibitionisme reageerden alsof ze in in een pornofilm acteerden, in de hoop dat hun carriere er wel bij zou varen, of die te geschokt en bang waren om zich te verzetten en om zijn roofdiergedrag publiek te maken. En achter de  pakweg honderd celebrities die aan de schandpaal zijn genageld, zijn er vele duizenden niet-beroemde potentaatjes die ongestraft hetzelfde of erger deden en doen. Zoals al vaak is opgemerkt, dit probleem beperkt zich niet tot de opperste korst, de hele maatschappij is er door aangetast.

Toch is het belangrijk om een gevoel voor proporties te bewaren. Een hand op je bil voelen is niet hetzelfde als verkracht worden, wat elk slachtoffer van verkrachting zal beamen.  Door ze in dezelfde categorie te plaatsen ondergraaft men de ernst van deze laatste misdaad. Waarmee ik het eerste niet wil goedpraten.  Toch is het zo dat dezelfde handelingen zowel sexuele agressie als een welkome flirt kunnen zijn. Het hangt af van de kontekst.

Overal waar mensen samen werken, en zeker daar waar mannen en vrouwen samen werken,en zich samen ontspannen, ontstaat er onvermijdelijk vriendschap en rivaliteit, affectie en antipathie, aantrekking en afstoting, populariteit en pesterij, verleiding en agressie, in allerlei vormen. We zijn mensen tenslotte.

Een ruige grap vertellen kan leuk zijn of gemeen, naar gelang de kontekst.

Flirten kan intimideren of behagen, naar gelang de kontekst.

Zelfs die hand op een bil moet je in zijn kontekst zien.

Natuurlijk  kan dat leiden tot misverstanden. Natuurlijk kun je de signalen verkeerd interpreteren. Is dat niet elk van ons al overkomen? Dat kan leiden tot gedrag dat door een van beiden ongewenst is. Jammer maar dat zal blijven gebeuren zolang we geen telepathische vermogens hebben.

Wat niet weg neemt dat mannen (en soms ook vrouwen)  die het woord nee niet verstaan op hun plaats moeten worden gezet.

Maar met strengere regels kun je lompheid, domheid, raciale, mysogene en andere vooroordelen niet doen verdwijnen. Je kunt ze hoogstens wat onder het tapijt duwen.

Onder gelijken is ongewenst sexueel gedrag een sterk reduceerbaar probleem. Iets dat uitgepraat kan worden. Ongelijkheid is de kern van de zaak.

De relatie gezag/onderwerping bepaalt ook de kontekst. Zij is het die het grensoverschrijdend gedrag voor de daders erotisch maakt (de machtseuforie is wat ze zoeken, niet de sex an sich die ze aan huis kunnen bestellen als pizza) , voor enkele van hun prooien misschien ook, maar de meeste ervaren het wellicht als angstaanjagende, vernederende agressie.

De drang om de machtseuforie sexueel te beleven zal blijven bestaan, zolang de maatschappij op machtsstreven gebaseerd is. De kwaal kan enkel aan de wortels worden uitgeroeid.

Intussen verdienen vrouwen en mannen die onderwerping weigeren, die de stilte verbreken en misdaden aanklagen onze steun. Maar de Me Too-beweging is volgens de Amerikaanse journaliste  Claire Berlinski ontaard in een “morele paniek die zowel voor vrouwen als voor mannen gevaarlijk is”.

De definitie van “harassment” (sexueel wangedrag) is zo elastisch geworden, schrijft ze in The American Interest   dat ze nu ook onschuldig gedrag omvat:  “all the typical flirtation that brings joy and amusement to so many of our lives, all the vulgar humor that says, “We’re among friends, we may speak frankly.” It becomes harassment only by virtue of three words: “I felt demeaned.”

“It now takes only one accusation to destroy a man’s life. Just one for him to be tried and sentenced in the court of public opinion, overnight costing him his livelihood and social respectability. We are on a frenzied extrajudicial warlock hunt that does not pause to parse the difference between rape and stupidity. The punishment for sexual harassment is so grave that clearly this crime—like any other serious crime—requires an unambiguous definition. We have nothing of the sort.”

Ze geeft vele voorbeelden van mannen die ontslagen werden op basis van een ongewenste kus, een omarming, een hand op een knie.

Anyone who imagines it is easy for a man to figure out whether a woman might like to be kissed is insane. The difficulty of ascertaining whether one’s passions are reciprocated is the theme of 90 percent of human literature and every romantic comedy or pop song ever written.

Jonathan Schwartz, een radio-personaliteit bij NPR (National Public Radio) liep over schreef door opmerkingen die hij maakte tegen gasten en collega’s. Een van de klachten was van een vrouw die zei dat hij haar gecomplimenteerd had met haar uiterlijk. Wat hij precies gezegd had werd niet bekend gemaakt. Was het een lompe opmerking over de omvang van haar borsten of zei hij enkel, wat zie jij er mooi uit vandaag?  Hoe dan ook, als dit het ergste was wat die vrouw overkwam, dan mag ze zich gelukkig prijzen.

Schwartz werd ontslagen en met hem verschillende andere sterren van NPR en andere media. Die mensen hebben nu een berufsverbot gekregen. Dustin Hoffman en Kevin Spacey mogen niet meer acteren,  CK Louis mag niet meer optreden, Garrison Keillor mag niet meer over poëzie praten op NPR, Bart De Pauw mag geen televisie meer maken, enzovoort.  Onze cultuur wordt ontsmet. Als we consequent zijn dan moeten we ook alle kunst verwijderen die in het verleden geproduceerd werd door mannen die zich schuldig maakten aan sexueel wangedrag. Dus haal de Picasso’s en de Caravaggio’s uit de musea, verbrandt de films van Polanski en Woody Allen, luister nooit meer naar Michael Jackson, enzovoort. En dan moeten we de cultuur natuurlijk ook inhoudelijk bekijken. Hoeveel van wat in de musea hangt, van wat in films en muziek wordt vertolkt, is vrouw-onvriendelijk?  Is het tijd voor een grote kuis?

Er zou veel plaats vrij komen in de musea en filmotheken. Sommigen maken daar al werk van. Zo is er een petitie  online  die van het New Yorkse Metropolitan Museum of Art eist om “Thérèse rêvant”, een werk uit 1938 van de Pools-Franse schilder Balthus te verwijderen.

De petitie, die al meer dan 11.500 “handtekeningen”verzamelde, stelt dat “given the current climate around sexual assault and allegations that become more public each day, in showcasing this work for the masses the Met is  supporting voyeurism and the objectification of children”.

De illustratie boven de petitie vat het doel goed samen:

Volgens Claire Berlinski dreigen vrouwen zelf het slachtoffer te worden van deze puriteinse kruistocht. Ze waarschuwt haar seksegenoten:

  “From now on, men with any instinct for self-preservation will cease to speak of anything personal, anything sexual, in our presence. They will make no bawdy jokes when we are listening. They will adopt in our presence great deference to our exquisite sensitivity and frailty. Many women seem positively joyful at this prospect. The Revolution has at last been achieved! But how could this be the world we want? Isn’t this the world we escaped?

Who could blame a man who does not enjoy the company of women under these circumstances, who would just rather not have women in the workplace at all?

Like so many revolutions, the sexual revolution risks coming full circle, returning us right where we started—fainting at bawdy jokes, demanding the return of ancient standards of chivalry, so delicate and virginal that a man’s hand on our knee causes us trauma.”

december 30, 2017 at 3:14 am 1 reactie

ODE AAN DE ZEE

Waarover dromen mensen die jarenlang  gevangen zitten zonder vorm van proces, die in hun wanhoop weigerden te eten en langs een buis door hun keel naar hun maag  gevoederd werden?  Ze dromen van de zee.

Dit althans is wat een tentoonstelling in New York lijkt uit te wijzen. Die is niet te zien in een van de bekende kunstgalerijen maar in de “presidential gallery” van het John Jay College of Criminal Justice, de grootste criminologie-hogeschool van het land, die in midtown Manhattan een ganse stratenblok in beslag neemt. De kunstenaars in kwestie zijn dan ook geen beroemdheden. Ze zijn amateurs en onderworpen aan strenge censuur. Ze maakten hun werk in het gevangeniskamp in Guantanamo  waar de VS sinds 2002 verdachten van terrorisme opsluit.

Het gevangeniskamp ligt in een Navy-basis in een stukje bezet Cuba, dus buiten de VS, wat volgens de Amerikaanse  regering impliceert dat regels die in de VS gelden er niet noodzakelijk van toepassing zijn. Zoals de ‘habeas corpus’-regel die verbiedt om mensen langdurig  op te sluiten zonder aanklacht of proces. Of het verbod om verdachten te folteren. Hoewel de regering het aanvankelijk ontkende, heeft een onderzoek door een senaatscommissie bevestigd dat er wel degelijk gefolterd werd in Guantanamo.

President Obama beloofde in januari 2009 dat het kamp binnen het jaar zou gesloten worden. Dat lukte hem niet. Wel is het aantal gevangenen, dat op het hoogtepunt in 2003 684 bedroeg, verminderd tot 41. De kans dat er nog meer worden vrijgelaten wordt klein geacht, zeker zo lang Trump president is.

Sinds 2008 krijgen de gevangenen de gelegenheid om kunstles te volgen. “Als ze daarmee bezig zijn, laten ze hun bewakers met rust”,zo legde een woordvoerder van de gevangenis uit. Potloden, pennen en ander scherp materiaal krijgen ze niet, om te voorkomen dat ze die als wapens zouden gebruiken. Terwijl ze tekenen en schilderen, zijn hun enkels geketend aan de vloer. Het grootste deel van wat ze maken wordt verbrand.  Maar de laatste jaren mochten sommige werken door advocaten van de gevangenen mee naar buiten worden genomen. Die advocaten contacteerden Erin  Thompson, kunst-professor aan John Jay College, en zo kwam de expo tot stand.

Er zijn werken te zien van acht gedetineerden.  Vier daarvan zitten nog steeds vast. De anderen zijn vrijgelaten maar echt vrij zijn ze niet: ze zijn bannelingen in een vreemd land en mogen niet naar huis terugkeren.

Wat hebben ze op hun kerfstok? Slechts een van hen, Ammar Al-Baluchi, is beschuldigd van betrokkenheid in de aanslagen van 9/11. Hij heeft bekend maar zegt dat die bekentenis er door foltering kwam. Dat hij gefolterd werd is een feit, hij liep er een ernstig hersenletsel door op. Zijn tekening in de expo, “Vertigo” is zijn poging om de duizelingen te beschrijven die hij door dat trauma voelt.

De andere gevallen zijn twijfelachtig. Volgens hun advocaten waren ze “in the wrong place at the wrong time”. Drijfhout in een internationale storm, meegesleurd in een veel te groot net. Sommigen weten niet eens waarvan ze verdacht werden. Niemand heeft het hen verteld. Ze werden nergens van beschuldigd.

Erin Thompson waarschuwt bezoekers dat ze zich bewust moeten zijn van de kunstwerken die ze niet kunnen zien. Daarmee bedoelt ze dat de kunstenaars niet vrij waren om te maken wat ze wilden. Ten eerste omdat ze hun kansen om ooit vrij te komen niet wilden verknallen. Ten tweede omdat de militaire censuur alleen werken laat passeren die onschuldig ogen. Elk werk in de expo draagt de stempel: “Approved by US Forces”. Dus zijn er geen afbeeldingen uit hun leven gegrepen.  Niets over wat er in Guantanamo gebeurt, geen prenten van folteringen.  Het dichts bij een politieke statement komt het werk van Al Qurashi die bijvoorbeeld het Vrijheidsbeeld verdrinkend schilderde. Het lijkt een wonder dat de censuur dit liet passeren.

In plaats van de gruwels van hun leven, schilderden de gevangenen de zee.

De tentoonstelling heet “Ode to the sea” en opent met een gelijknamig gedicht, van een anonieme gevangene. Het begint zo:

“O sea give me news of my loved ones

Were it not for the chains of the faithless

I would have dived into you

And reached my beloved family

Or perished in your arms”

 

“Toen de gevangenen in de kunst-klas hun eigen onderwerpen mochten kiezen, tekenden en schilderden ze opnieuw en opnieuw, obsessief, de zee”, vertelt Erin Thompson. “Schepen, golven, stormen, wrakken, pieren, steigers, zandstranden, rotsstanden, vuurtorens, mensen die vanop kliffen staren naar het water… vanuit hun cellen konden de gevangenen de zee voortdurend horen maar nooit zien. De vele omheiningen zijn bedekt met dekzeilen. Een keer, toen er een orkaan op komst was, werden de dekzeilen op sommige plaatsen weg genomen. De gevangenen die de zee konden zien keken ernaar tot de dekzeilen enkele dagen later terugkeerden.”

De kunstenaars vertelden haar dat ze de zee zien als een symbool van hoop en angst. “Ik beelde me in dat er op een dag een schip zou komen en  me mee zou nemen, weg van Guantanamo ”, vertelt een van de kunstenaars, Al Rahabi, nu een banneling in Montenegro.

Over een schilderij dat een mooi strand uitbeeldt, zei Al Ansi, nu een banneling in Oman: “Telkens als ik ernaar keek dacht ik hoe graag zou ik daar zijn.”

De zee als symbool van hoop, heimwee en ontsnapping maar ook van gevaar. Al Ansi schilderde ook het werk dat boven dit stuk staat en een verdronken vluchtelingenkind toont dat op de kust is aangespoeld. Nadat zijn aanvraag tot vrijlating was afgewezen, schilderde hij een wenend oog boven een kust. Het oog, zo legde hij uit, symboliseerde zijn moeder.

 

Khalid Qasim uit Jemen schilderde een grijze kille zee waarin haaievinnen dreigend uitsteken. De Algerijn Djamel Ameziane schilderde onderstaand tafereel van een scheepswrak zonder overlevenden. “Op  de ergste momenten voelde ik me als een boot in vreselijke stormen”, zo legde hij uit.

Moath Al Alwi, een Jemeniet die nog steeds vastzit, bouwt miniatuurschepen met materialen die hij ter plaatse vindt. Drie van zijn schepen zijn te zien op de expo.

Naar verluidt heeft Al Alwi onlangs nog een mooier schip gemaakt maar de kans dat buitenstanders het te zien krijgen is klein. Toen de autoriteiten lucht kregen van de tentoonstelling hebben ze verboden om nog kunst uit Guantanamo naar buiten te laten komen. Kwestie van niet de indruk te wekken dat de gevangenen het er te goed hebben. Beslist is dat de kunstenaars een beperkt aantal werken in hun cel mogen houden en dat de rest zal vernietigd worden.

Tom Ronse

Ode to the Sea: Art from Guantánamo,” is te zien tot eind januari 2018 in “the President’s Gallery of the John Jay College of Criminal Justice, City University of New York”.

Al Ansi, Approved

december 2, 2017 at 8:38 am Plaats een reactie

EEN ZALM DIE STROOMAFWAARTS ZWEMT

Het totemdier van De Morgen is de zalm, een vis die ervoor bekend staat dat hij onbevreesd tegen de stroom in zwemt. Helaas treft men in de krant vaak vissen in aan die met de stroom meedrijven; die braafjes de school volgen.

Een recent voorbeeld daarvan is een artikel in De Morgen van 31 oktober, breed getiteld “Anarchistische terreur steekt weer de kop op”. Daar boven: “Drie Belgische defensiebedrijven in brand gestoken, inlichtingendiensten verwachten nog aanvallen”.

Laat ons met de titel beginnen. Wat is terreur? Het woord wordt meestal gebruikt in uitdrukkingen als ‘terreur zaaien’ en terreurbewind”, wat betekent geweldpleging om angst, paniek en onderwerping te veroorzaken. De aanslagen gepleegd door groepen als Isis, Al Qaida  en de bende van Nijvel vallen daar duidelijk onder. De Saoedische, Westerse en Russische bombardementen in Afghanistan, Yemen, Syrië, enz., eveneens.  Maar de “aanslagen” waarover dit artikel gaat niet.

Laat ons aannemen dat de auteur, Yannick Verberckmoes, “terreur” als synoniem voor “terrorisme” gebruikt. Over het politiek gebruik – of beter misbruik- van dat woord heeft Noam Chomsky in zijn recent door EPO uitgegeven boek een mooi hoofdstuk geschreven. Wat onderscheidt terrorisme van militaire acties? Dat burgers het doelwit zijn, is geen bruikbaar criterium, want in oorlogen is dat ook steevast het geval. Dat het geweld politieke doeleinden heeft, eveneens.  Wat er overblijft is wie het geweld pleegt: als een staat het doet, zijn het “militaire acties”of “klandestiene operaties”, als de geweldpleger geen staat is (maar het meestal hoopt te worden) is het terrorisme. Tenzij de geweldplegers aan onze westerse, christelijke kant staan; dan zijn het geen ‘terrorists’ maar ‘freedom fighters’. Journalisten die deze Newspeak overnemen, papegaaien Big Brother.

Alleen al het woord “defensiebedrijven” dat in dit artikel wordt gebruikt om de wapenindustrie te omschrijven is Newspeak. De bedrijven in kwestie maken tanks, raketten die dienen om steden te verwoesten in het Midden Oosten, niet om België te verdedigen. Met defensie heeft dat niets te maken. Vroeger was men eerlijker, toen heette het ministerie van Defensie nog ministerie van Oorlog.

Maar terug naar de “terreur” waarover deze zalm gaat. De aanleiding voor het artikel is een brand eind september in een loods van een bedrijf in een industrieterrein in Mechelen. Dat bedrijf, Varec, maakt rupsbanden voor tanks en andere militaire voertuigen. Er waren geen slachtoffers (van de brand, wel te verstaan, hoeveel slachtoffers vielen door de wapens die Varec hielp maken weten we niet). De “aanslag” werd niet opgeeist, niet door anarchisten noch door iemand anders. Er is geen spoor van een dader. Sterker nog, het is helemaal niet zeker dat er een dader was. Ondanks de stelligheid waarmee Verberckmoes in zijn boventitel spreekt van brandstichting, vindt hij niemand die zijn hypothese wil bevestigen. Hij gaat aankloppen bij het federale parket, bij de ministeries van Binnenlandse Zaken en Defensie maar iedereen houdt zich op de vlakte. Het verst komt hij bij Nele Poesmans van het Mechelse parket die zegt dat de mogelijkheid dat de brand gesticht werd “niet uit te sluiten” valt. Gazet van Antwerpen schrijft: “Over de oorzaak is volgens de lokale politie nog niets bekend”.

Hoe die brand is ontstaan weet ik niet. Maar ik weet wel dat een journalist die een vermoeden voorstelt als een feit een grove beroepsfout maakt. Hij maakt ‘fake news’.

Waarop steunt Verberckmoes zich om de brand een anarchistische aanslag te noemen? Zijn eerste argument is dat er in dezelfde periode nog een brand was in een wapenbedrijf. En bij Thales Belgium, een bedrijf dat raketten en andere offensief oorlogstuig maakt (wat Verberckmoes verzuimt te vermelden), werd een geimproviseerde bom aangetroffen die zonder problemen werd verwijderd. Tussen die drie feiten moet er een verband bestaan, vindt Verberckmoes en dat verband kan volgens hem alleen “anarchistische terreur” zijn.  Zijn bewijs: De Franse website “Info Libertaire” tweette: “Genk, Herstal, Mechelen: mooi hoe panden van de militaire industrie in rook opgaan”.  Meer bewijs heeft onze onderzoeksjournalist niet nodig.

Om zijn wankele stelling te ondersteunen gaat hij te raad bij “experten” die zijn opinie over “de weer oplaaiende terreur van extreem-links” onderschrijven. Dat zijn Ben West, een analist van Stratfor, een geopolitiek consulting bedrijf dat ook bekend staat als “the Shadow CIA” en nauw aanleunt bij de echte CIA en het State Department, en Claude Moniquet, een ex-“veiligheidsagent” van de Franse CIA, de DGSE. Die trekken een lijn tussen de “aanslagen” in België en gebeurtenissen in Frankrijk, zoals het in brand steken van politiewagens en zien internationale netwerken die dat orchestreren.

Moniquet krijgt het laatste woord. “Voorlopig hebben die groepen enkel nog infrastructuur vernietigd maar het risico dat ze zich op personen gaan richten is reëel.” Voel je de koude rillingen over je ruggegraat lopen?

Men wil ons bang maken.

 

Tom Ronse

Dit is slechts één voorbeeld van hoe journalistiek propaganda, en meer specifiek, bangmakerij wordt.  Ik beweer niet dat dit artikel De Morgen in zijn geheel typeert; de krant publiceert ook uitmuntende journalistiek. Ik stond mee aan de wieg van De Morgen en heb er heel lang voor gewerkt en hoop er ook in de toekomst nog af en toe aan mee te werken. Of dat nog kan na een stuk als dit? We zien wel.

 

 

 

november 17, 2017 at 7:21 am Plaats een reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.471 andere volgers