Posts filed under ‘Samenleving’

OOST WEST, THUIS PEST

Door Gie van den Berghe

Afstand houden, luidt het in deze crisistijd. Hoe hou je anderhalve meter afstand in de overbevolkte kampen op Lesbos, in Idlib, in Turkije, aan de Amerikaans-Mexicaanse grens? Het hemd is altijd nader dan de rok. Afstand houden van dierbaren kost veel moeite, afstand houden van de rest van de wereld zijn we vrij gewoon. 

De pest (1947) van Albert Camus verkoopt als zoete broodjes (https://www.lemonde.fr/societe/article/2020/03/03/le-coronavirus-dope-les-ventes-de-la-peste-d-albert-camus_6031679_3224.html). Mensen willen eruit leren hoe om te gaan met de ‘coronapest’, niet beseffend dat Camus het metaforisch over de bruine pest had, het nazisme en het Europese verzet ertegen. Camus’ meesterwerk speelt zich af in 194., in 1944 verscheen al een uittreksel in bezet Frankrijk. Oran (waar de roman zich afspeelt) en andere Algerijnse steden werden niet toen, maar in de 18de en 19deeeuw door de pest getroffen, en die was afkomstig uit Europa, via de handel en piraterij (gevangengenomen Europeanen die besmet waren).

Corona: de dagelijkse update

Ook niet gedane zaken nemen geen keer. Eens het sars virus bedwongen, startten virologen wetenschappelijk onderzoek op om vaccins te verzinnen tegen de vele ongekende virussen die op ons afkomen. Na enkele jaren werd de financiering van dit onderzoek wegens te duur stopgezet. Dat komt ons nu en straks duur te staan (zie voor een onverwachte bron hierover, de TED talk die Bill Gates in april 2015 gaf: https://youtu.be/6Af6b_wyiwI).

Ook toen de Chinese provincie Wuhan door Covid-19 werd getroffen, keken we weg. Met alle Chinezen, moet men gedacht hebben, maar niet met den deze. Het ging gepaard met een snuifje racistische laatdunkendheid over het soort mensen dat wilde, door vleermuizen besmette beestjes eet, en een overheid die vreselijke gevolgen op dictatoriale wijze aanpakte. Mede door deze houding trokken westerse beleidsvoerders geen broodnodige lessen uit de Chinese rampspoed en werden we vrijwel onvoorbereid getroffen door de pandemie. De overheden hollen al enkele weken achter de feiten aan: mondmaskers, gummihandschoenen, beschermingskledij, alternatieve beademingstoestellen, al dan niet lock-down, ethische regels over wie men toch maar beter laat sterven, onderbetaalde en onderbezette verpleging en onvoorbereid verzorgingspersoneel.

Voor het definitief te laat was, bleven we bevlogen goedkoop de wereld bevliegen. Geen vuiltje aan de lucht! Gezwind trokken we op krokusvakantie, als vanouds (ook al is het een zeer recent fenomeen) richting Italiaanse skigebieden, ook al was toen al bekend dat het virus er huishield. Negenhonderd Groningse jongeren van de studentenvereniging Vindicat trokken ondanks het negatieve advies van de overheid naar Noord-Italië om er ’s avonds dronken op elkaar gepakt de bloemetjes buiten te zetten. Na hun repatriëring werden ze niet eens in quarantaine geplaatst. (https://www.sikkom.nl/vindicat-met-900-man-op-de-piste-in-noord-italie-er-is-hier-niks-aan-de-hand/https://www.trouw.nl/binnenland/vindicat-studenten-zijn-terug-uit-noord-italie-volgens-de-adviezen-hoefden-we-niet-terug~b05a59cf/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.be%2F)

Ook de uit Noord-Italië terugkerende Belgen mochten moeiteloos het virus in ons land introduceren. 

Blijf in je kot, krijgen we te horen, terwijl vliegtuigen werden en worden ingezet om Belgen uit het buitenland te repatriëren, zelfs uit landen waar de besmettingsgraad hoger ligt. Oost-west, thuis pest.

Mag je deze kritische bedenkingen nog uiten? Moeten we uit fout begrepen solidariteit zwijgen? De rangen sluiten, aan hetzelfde zeel trekken. Burgerzin vertonen. Zoals die vriend van me, nochtans een linkse rakker, die me een paar dagen geleden vertelde dat hij, uit zijn raam liggend, een jong koppeltje aan de overkant van de straat zag knuffelen en zich moest inhouden om niet de politie te bellen. Een ruk naar rechts.

Sheila Sitalsing

 

Virusangst, schreef in De Volkskrant van 23.3, is een perfecte dekmantel voor kwaadwillende regimes (https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/virusangst-is-een-perfecte-dekmantel-voor-kwaadwillende-regimes~be430fd6/). Anders dan veelal gedacht wordt moet kwaad niet altijd gewild of gepland worden, het wordt ook met de beste bedoelingen aangericht. Om onze oma’s en opa’s te beschermen worden onze vrijheden drastisch teruggeschroefd. In Denemarken werd goed een week geleden een totalitaire wet goedgekeurd die de politie verregaande controlemaatregelen biedt. In België sloot het kabinet van De Block een schimmig akkoord met telecombedrijven om actuele locatiegegevens te delen met een privaat bedrijf (Dalberg Data Insights). In de Verenigde Staten zal men samenwerken met Google en Facebook om ‘locaties van gebruikers en risicopatiënten op te sporen’ (https://www.apache.be/gastbijdragen/2020/03/18/hoe-het-coronavirus-ook-onze-privacy-bedreigt/    https://plus.lesoir.be/286535/article/2020-03-12/coronavirus-le-cabinet-de-block-dit-oui-lutilisation-des-donnees-telecoms).

Shoshana Zuboff

In The Age of Surveillance Capitalism, maakt Harvard professor Shoshana Zuboff overduidelijk dat Big Brotheruitgegroeid is tot een uit de kluiten gewassen broer (https://www.nybooks.com/articles/2020/04/09/bigger-brother-surveillance-capitalism/?utm_medium=email&utm_campaign=NYR%20Surveillance%20capitalism&utm_content=NYR%20Surveillance%20capitalism+CID_a69eaa66f815e0ecf721fbd64afd3d2c&utm_source=Newsletter&utm_term=surveillance%20capitalism). In de nieuwe economische en politieke orde worden onze gangen nagegaan en wordt ons leven, ons handelen, verlangen en welzijnsgevoel, gestuurd als in een Skinner-box (naar Burrhus Skinner – https://nl.wikipedia.org/wiki/Burrhus_Skinner).

In verscheidene landen worden tracing Apps ingezet om de gangen en de besmettingsgraad van burgers na te gaan, mensen te verwittigen als een mogelijk besmet iemand nadert, politie in staat te stellen allemans bewegingsvrijheid te beperken, wie besmet is de toegang te weigeren tot winkels. Enkele Vlaamse virologen vinden het een goed idee en de App zit er ook in België aan te komen (https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/03/26/is-technologie-onze-exit-strategie-uit-de-coronacrisis/). Leve de dumbphone, weg met onze privacy! 

Law and order, luidt het steeds nadrukkelijker. Mensen die onduidelijke en om de haverklap wisselende regeltjes overtreden, riskeren zware boetes. Vooral jongeren moeten in toom gehouden worden. ‘Handhaving’ luidde het eensgezind in De Afspraak van 26.3. Want, weerklinkt het alarmerend, we zijn in oorlog. Wat kun je daartegen inbrengen? We staan erbij als makke schapen. Grenzeloos gehoorzaam.

Tom Chivers

Ook interessant is Would you take a coronavirus risk?, een artikel van Tom Chivers op UnHerd (een forum dat iets wil doen aan de kuddegeest door nieuw en dwars denken, een platform wil zijn voor ongehoorde ideeën, mensen en plaatsen (https://unherd.com/2020/03/would-you-take-a-coronavirus-risk/?tl_inbound=1&tl_groups[0]=18743&tl_period_type=3). In deze bijdrage zit een mooie en beklijvende illustratie van het prisoner’s dilemma (https://www.youtube.com/watch?v=S0qjK3TWZE8). Het is wel een bijzonder voorbeeld van het dilemma (https://nl.wikipedia.org/wiki/Prisoner%27s_dilemma). Normaal gezien mogen de deelnemers niet vooraf met elkaar overleggen. Boeiend is de aanpak van de persoon die meteen aankondigt dat hij zal ‘stelen’ maar dat als de ander voor ‘delen’ kiest, hij de buit eerlijk met hem verdelen zal. De rest laat ik u zelf ontdekken.

In De Pest legt Camus zijn hoofdpersoon, dokter en humanist Bernard Rieux, in de mond dat in tijden van pestilentie in mensen meer dingen te bewonderen zijn dan te verachten. Dat, denk ik, hangt af van de duur en de extremiteit van de situatie en van de lessen die men er al dan niet uit trekt.

March 26, 2020 at 6:25 pm 1 comment

KARIKATURALE JODEN

Door Gie van den Berghe

In een mooi en noodzakelijk opiniestuk (in De Standaard van 21.2.20) wijst Ludo Abicht er zeer terecht op dat nogal wat verstandige mensen dwalen als ze de zogenaamd antisemitische carnavalwagen in Aalst aan de jodenuitroeiing koppelen.

Toch vindt Ludo dat de makers van die wagen ‘ronduit fout waren door de karikatuur van de Jood – en carnaval gaat over niets anders dan karikaturen – spontaan te associëren met het beeld van de Jood dat al eeuwen de ronde doet en met het gevaarlijke idee van de geldjood’.

Lachen met volksvreemden in Aalst

Het woord ‘karikatuur’ komt uit het Italiaans en betekent letterlijk en figuurlijk ‘aanvalsactie’, het grotesk uitbeelden van autoriteiten, beroemdheden, vreemdelingen, minderheden. De uitgebeelde personen worden sterk vervormd voorgesteld, alle als negatief beoordeelde fysieke of karakteriële kenmerken worden zwaar overdreven en – als het om mensengroepen gaat – worden veralgemeend. Dat is ook wat carnavalisten doen. Dat mag, want carnaval is een tijdelijke vrijplaats om met alles en nog wat de draak te steken. Waarom zou het dan wel fout zijn om joden karikaturaal uit te beelden? Onverstandig is het in deze tijden wel, maar het is en blijft een karikatuur. Een karikatuur kan niet fout zijn, ook niet als het om joden gaat.

Ludo Abicht

Ludo Abicht schrijft ook dat je van de makers van die carnavalwagen niet kunt verlangen dat ze een geleerd boek gelezen hebben over het Kerkelijke verbod om munt te slaan uit het lenen van geld, waardoor de rol van ‘bankier’ aan niet-christenen, onder meer aan joden toeviel. Maar toch kun je volgens Ludo die carnavalisten verwijten dat ze het wijdverspreide beeld van de jood als ‘geldjood’ overgenomen hebben.

Da’s vreemd, want hoe je het ook draait of keert, Europeanen konden zeer lange tijd alleen bij (bepaalde) joden terecht om te lenen. Joden zaten, hoe  ongewild ook, in een monopoliepositie. Historisch onderzoek naar de verhouding tussen welwillende en kwaadwillende joodse geldleners kan waarschijnlijk niet, maar het spreekt voor zich dat deze machtspositie tot problemen heeft geleid. Christenen die hun lening niet volledig konden terugbetalen en daarom beroofd werden van hun schamele bezittingen kwamen er makkelijk toe om joden als bevolkingsgroep te veroordelen. Door joden als godsmoordenaars, hostieverkrachters, kindermoordenaars en dergelijk voor te stellen had de Kerk dit trouwens serieus in de hand gewerkt. Woekerende joodse geldschieters – want die waren er, zoals in alle mensengroepen – zullen deze vooroordelen en jodenhaat alleen maar versterkt hebben. Het stereotiepe beeld van de ‘geldjood’ gaat hoe dan ook deels terug op bepaalde historische verhoudingen, visies en gebeurtenissen. Daar kunnen joden noch christenen iets aan verhelpen.

Dergelijke stereotiepen buiten hun historische context gebruiken is in deze tijden niet verstandig. Maar is een gebrek aan verstand niet juist kenmerkend voor menigten, massa’s en massavertoningen? Worden vijandige stereotiepen dan niet bijna altijd klakkeloos overgenomen? Mag dat tijdens de zeer tijdelijke vrijplaats die carnaval is? Van mij wel, al spreken dergelijke uitspattingen me persoonlijk niet aan. Maar dan moet je consequent zijn, met alles de draak durven steken. Ook met de N-VA, het koningshuis, Aalst, Vlaanderen, carnaval en – constructiever – met het in de steek laten van miljoenen vluchtelingen en mensen in nood (Idlib, Lesbos, concentratiekampen in het Mexicaans-Amerikaanse grensgebied…) Zet eens een maatschappijkritische zotskap op!

Lees over hetzelfde thema ook:  OVER KARIKATUREN EN ISRAËL door Lucas Catherine

 

February 23, 2020 at 10:44 pm 1 comment

OVER KARIKATUREN EN ISRAËL

Door Lucas Catherine

Niet alleen de cultuursector lijdt onder besparingen en vallen er projecten stil. Ook de Vismooil’n hadden vorig jaar in Aalst geen geld voor een nieuwe praalwagen. Ze lasten een sabbatjaar in en ze recycleerden dan maar oude poppen. Sabbat = joden. Geen geld ? Wie heeft er geld volgens de antisemitische traditie? De joden. En hoe zien joden eruit ? Met een haakneus, een shtremel en pajes en lange zwarte jassen.

Een verschrikkelijke karikatuur, met de nadruk op verschrikkelijk.

Zo’n karnavalstoet loopt vol karikaturen, net zoals (vroeger) stripverhalen. Racistische karikaturen : ‘Arabieren zijn sheiks die rijden op een kemel in de woestijn’. In de realiteit willen alle Marokkanen die ik ken rijden met een Peugeot, maar soit.

‘Chinezen hebben niet alleen spleetogen, maar zijn niet te betrouwen : in hun restaurants laten ze ons ratten en katten eten.’ Nu is de Chinese keuken stukken beter dan, pakweg, de Hollandse.

‘Afrikanen hebben dikke lippen, grote witte oogballen, kunnen goed dansen, zijn grote kinderen, maar niet al te snugger en liever lui dan moe. Wat ze nodig hebben is een strenge vader die ze aan het werk zet’ zeiden de Belgische kolonialen. Maar studies wijzen uit dat de gemiddelde Congolese Belg beter is opgeleid dan de gemiddelde witte Belg. Toch moeten ze werk doen beneden hun niveau. Ik zie het dagelijks in Brussel.

Maar goed de joden. Er zijn orthodoxen en anderen. Die ‘anderen’ vormen de meerderheid. In Brussel wonen iets meer joden dan in Antwerpen, alleen weinig orthodoxen en ze vallen dus minder op.

De meerderheid in Brussel zijn afstammelingen van joodse vluchtelingen uit de jaren dertig. Dit is bvb het verhaal van mijn vriend Jacques R. Oorsponkelijk woonden zijn ouders in Roemenië. Roemenië was erg antisemitisch (nu nog trouwens) en ‘s zondags preekte men tegen de joden in de kerk, na de dienst trokken met stokken en messen gewapende benden door de stad op zoek naar joden. Jacques’ ouders besloten te emigreren: naar Polen, maar daar was het nog erger. Dus besloten ze zekere dag om te voet van Polen naar Brussel te trekken. Zo kwam Jacques hier terecht. En waren die Oost-Europese joden rijk? De overgrote meerderheid was werkman of ambachtsman. Ze hadden dan ook hun eigen vakbond gesticht : Bund Yiddischer Arbeter en ze waren linkser dan toendertijd bijvoorbeeld Emile Vandervelde.

Racistische karikaturen berusten op onwetendheid en je bestrijdt ze door die onwetendheid op te heffen. Dat geldt ook voor karikaturen van zwarte Afrikanen, Chinezen of Arabieren. En wat opvalt is dat de groepen die het ergst onder zo’n racisme te lijden hebben, juist de grootste slachtoffers waren van de gruwel door Europeanen aangericht in naam van ‘onze Westerse beschaving’.

Spleetogen vormden het Gele Gevaar en waren een Gele Draak die bestreden moest worden. Ze ondergingen dan ook in China koloniale oorlogen en in Hiroshima de meest gesofisticeerde produkten van onze beschaving.

Zwarten werden met miljoenen door Hollanders, Portugezen, Fransen en Engelsen uit Afrika weggevoerd en in Afrika zelf ondergingen ze een Belgische beschaving die graag gebruik maakte van de chicote (bullepees) en handafhakkingen.

De Palestijnse Arabieren worden nog altijd gekoloniseerd en geterroriseerd.

De Christusmoordenaars werden al sedert de dag dat Godfried van Bouillon door de Rijnvallei trok op weg naar Palestina massaal vermoord. De Nazi’s industrialiseerden zijn praktijken op een miljoenenschaal.

Een tweede zaak die opvalt is dat de racistische Kuifjes, Nero’s (Moea-Papoea, de Woefwasserij,..) en Susken en Wiskes (De Tam-Tamkloppers, De Witte Uil) ondertussen al een halve eeuw oud zijn.

En ook Karnavalskarikaturen moeten aangepakt worden, want zoals de Union des Progressistes Juifs schrijft : Aujourd’hui, ricaner à propos des Juifs, des Noirs ou des Musulmans en répercutant les pires poncifs les concernant et alors que ceux-ci sont les cibles principales des crimes racistes, cela ne peut plus être considéré comme une innocente plaisanterie. Ces images ont un impact qui dépasse largement les trois jours du carnaval et elles ont un effet direct sur ceux qui décident de passer à l’acte.

Maar heeft u al een woordvoerder van die progressieve joden in onze media gehoord? (Er zijn er nochtans bij die Nederlandstalig zijn.)

Neen, wel spreekbuizen van Israël zoals Hans Knoop of hun minister van Buitenlandse zaken. Die blazen die domme en misplaatste en van grove onwetendheid getuigende karikatuur op tot een aanval op de Holocaust en een bewijs dat België doordrongen is van antisemitisme. De Holocaust rendeert, want, zoals de eertijdse Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Aba Eban zei : ‘There is no business like Shoah-business.’ De huidige minister van Buitenlandse Zaken Yisrael Katz doet het op zijn manier. Nadat hij een paar jaar geleden ( 2016) al de ‘chocolade etende Belgen’ verweet slechte democraten te zijn, heeft die minister van de koloniale apartheidsstaat Israël het over: “Belgium has positioned itself as one of the Security Council member states most hostile toward Israel.” België had, als tijdelijk voorzitter van de Veiligheidsraad in het kader van een briefing over kinderrechten een NGO uitgenodigd die actief is in Palestina, en wat gebeurde er : De dag voor Carnaval schreef De Standaard :

De NGO Defence of Children Palestine komt maandag (de dag na Carnaval) niet spreken op een briefing van de VN veiligheidsraad. België als tijdelijk voorzitter heeft de invitatie uitgesteld onder druk van Israël. De nummer twee van onze Ambassade in Israël, Pascal Buffin, werd twee keer op het matje geroepen door Buitenlandse Zaken in Jeruzalem.

Yisraël Katz. Foto Wikipedia

Over die meneer Yisraël Katz valt nog dit te zeggen :

Deze Litouwse  jood bracht zijn jeugd door in de kolonie Kafr Ahim, toen pas gesticht op het Palestijnse dorp Qastiniya. Het werd op 29 juni 1948 verwoest door het Israëlisch leger volgens wat de Israëlische historicus Benny Morris noemt ‘‘liquidation‘ (hisul) en ‘burning’(bi’ur.) De woorden tussen haakjes zijn de Hebreeuwse termen. Het dorp bezat grote boomgaarden waarop ze de befaamde Jaffa appelsienen kweekten, later overgenomen door de zionistische kolonisten.

Yisraël Katz wil dit soort verhalen niet geweten hebben. Palestina is zogezegd altijd Hebreeuws geweest. Als toenmalig minister van verkeer liet hij een wet stemmen waardoor in de bewegwijzering alleen nog maar de Hebreeuwse uitspraak mocht worden weergegeven van Arabische plaatsnamen als Nazareth, Jaffa, Jeruzalem…

Dezelfde Yisraël Katz pleitte tijdens de Gaza-oorlogen voor “targeted killings” en hij bepleitte dezelfde liquidatie-tactiek tegenover vreedzame opposanten van de Israëlische kolonisatie, zoals bepleiters van BDS (zie de mensenrechten organisatie Al Haq, 16 november 2019).

En voor zo iemand zwicht onze Belgische diplomatie. Waar een domme antisemitische karikatuur in Aalst al toe kan leiden.

PS. En er zijn natuurlijk ook niet-racistische karikaturen. Brusselaars hebben een ballonnekeskop, een moustache, een bierbuik en een dikke nek. En soms klopt dat : u moet maar eens een foto van mij googlen.

February 23, 2020 at 10:43 pm 3 comments

“DE MACHT VAN JODEN” (een repliek)

Tom Ronse

Het is in dit salon al vaak betoogd: antisemitisme en antizionisme zijn niet hetzelfde. Integendeel: wie konsekwent gekant is tegen racisme en dus antisemitisme kan niet anders dan ook verzet aantekenen tegen de discriminerende en koloniserende politiek van de Israelische staat. Het omgekeerde geldt ook: wie de racistische politiek van Israel verwerpt, moet zich ook konsekwent kanten tegen alle uitingen van antisemitisme.

Zoals de beruchte anti-joodse praalwagen in de Aalsterse karnavalstoet van vorig jaar. Plaatsvervangende schaamte is wat ik voelde toen ik daar beelden van zag. Sindsdien zijn allerlei argumenten aangevoerd om die weerzinwekkende vertoning te vergoelijken: de karnavalstoet lacht met alles, wie niet kan meelachen heeft lange tenen of is tegen de vrije meningsuiting, de praalwagen hekelt niet alle joden, enkel sommige, etcetera.

Bullshit. De gelijkenis tussen de Aalsterse karikaturen van geldbeluste joden -met hun geldzakken, hun graaiende handen, lelijke kromme neuzen en een rat op de schouder – en de haatcampagnes van de nazi’s van vroeger en nu, is onmiskenbaar.

Lachen met volksvreemden in Aalst

 

Nazi-propaganda

 

Het spijt me dan ook dat historicus Gie Van den Berghe, wiens originele artikels in dit salon ik ten zeerste waardeer, in zijn jongste bijdrage dit Aalsters racisme helpt goedpraten. Volgens hem stak de praalwagen in kwestie de draak met “de macht van joden (niet van ‘dé joden’ want dat zou een naar antisemitisme neigende veralgemening zijn)”. Zo simpel is dat: je laat het lidwoord vallen en alles is in orde. Je bezondigt je dus niet aan racisme als je spreekt over “de domheid van zwarten”, zolang je het maar niet over “de zwarten” hebt. De praalwagen van de “vismooil’n” spotte niet met “dé joden” maar specifiek met orthodoxe joden die behalve hun religie, hun excentrieke kledij en haardracht, ook geldzucht gemeen hebben volgens de Aalsterse karnavalgroep. Van den Berghe weet beter dan de meesten dat dit stereotiep op eeuwen kristelijke laster steunt maar knijpt een oogje dicht vanwege de rol die orthodoxen spelen in de kolonisatiepolitiek van Israel. Ook dat is een veralgemening. Er zijn heel wat orthodoxen die deze politiek niet steunen en er zich zelfs actief tegen verzetten.

Het is fout om alle orthodoxen, laat staan alle joden, over één kam te scheren. Er zijn zionistische en anti-zionistische orthodoxen, er zijn rijken en armen onder hen. Maar volgens het stereotiep denken ze allen hetzelfde en hebben ze allemaal veel geld en macht. Die macht werd volgens Van den Berghe geillustreerd door het feit dat klachten van joodse organisaties ertoe geleid hebben dat het Aalsters karnaval geschrapt werd uit Unesco’s werelderfgoedlijst.

Het concept zelf van “de macht van joden” impliceert een ‘naar antisemitisme neigende veralgemening’. Ik heb nog nooit iemand over “de macht van kristenen” horen praten, hoewel die ontegensprekelijk veel groter is dan die van joden. Het idee dat alle mensen met een kristelijke achtergrond dezelfde ideeen en belangen hebben lijkt immers bespottelijk maar als het over joden gaat (of moslims, of andere minderheden) is het voor velen niet meer het geval.

Joden zijn niet kwetsbaar of niet kwetsbaarder dan andere minderheden”, schrijft Gie. Maar vandaag zijn alle minderheden kwetsbaar en elk jaar zijn ze dat meer. In heel de wereld waait een wind van haat en onverdraagzaamheid tegen minderheden die kan aanzwellen tot een storm van uitsluiting en geweld. Het is in die context dat de Aalsterse praalwagen gesitueerd moet worden. Dit was geen satire op de politiek van Israel.

De laatste paragraaf van Van den Berghe’s artikel is een harde aanklacht tegen die politiek. Zo verbindt hij de verdediging van een antisemitische praalwagen met antizionisme. Ik hoor de zionisten al glunderen: “Zie je wel?”

 

ratten en ander ongedierte

 

 

January 12, 2020 at 4:52 am 9 comments

RUHIG ABWARTEN

Bilzen Foto Han Soete

Bilzen: tot voor kort was de naam van het Limburgse stadje voor mij en mijn generatiegenoten onlosmakelijk verbonden met Jazz Bilzen, de voorloper in de jaren zestig van de grote rockfestivals in Torhout en Werchter. Dat veranderde in de nacht van 10 op 11 november toen een toekomstig asielcentrum in brand werd gestoken. Voortaan staat Bilzen voor de eerste terreurdaad van dat soort in ons land, uitgerekend op de verjaardag van het einde van de eerste wereldoorlog en bijna dag op dag 81 jaar na de verschrikkelijke Kristallnacht waarmee in Duitsland de gewelddadige vervolging van de Joodse bevolking werd ingeluid en die zou leiden tot de massamoord op niet alleen Joden maar ook communisten, socialisten, liberalen, homo’s, zigeuners en al wie kritiek had op de nazi’s.

Kristallnacht: brandende synagoge in Baden Baden Foto: Flickr

Te veel samenloop van omstandigheden om toeval te zijn en de brand in Bilzen was dan ook de vernieuwde aanleiding tot het debat over de vraag of we ons tijdsgewricht al dan niet mogen of moeten vergelijken met de jaren dertig. De eminente historicus en kenner van de periode, Herman Van Goethem, meent dat er inderdaad voldoende parallellen zijn met de vooroorlogse jaren om ons zorgen te maken. Andere even eminente historici wijzen op de grote verschillen tussen toen en nu. Bruno De Wever bijvoorbeeld vindt dat de sociale zekerheid en de “stevig verankerde welvaartsstaat” ons kunnen behoeden voor een herhaling van de jaren dertig en de opkomst van fascisme en nazisme. Maar laat nu net die sociale zekerheid, het fundament van de welvaartsstaat onder druk van de neoliberale ideologie en rechtse regeringen steeds meer op de helling komen te staan. De lectuur van Geert Maks “Grote Verwachtingen” kan ons over de toekomst van de Europese eensgezindheid overigens alleen maar somber stemmen.

De politieke pyromanen van de jaren dertig zijn terug van nooit weggeweest schrijft Van Goethem. Hij geeft vier voorbeelden van historische tendensen die al vóór de tweede wereldoorlog aanwezig waren en die nu na decennialang min of meer sluimeren weer aan de oppervlakte komen. De leider die spreekt in naam van de massa, die zich niet langer vertegenwoordigd voelt door de klassieke politieke partijen. Denk aan Orbán, Salvini, Poetin en Trump. Bij ons is er nog niet zo dadelijk een “leider” van die allure in de coulissen waar te nemen, maar de afkeer van de bestaande politieke partijen maakt een breed publiek rijp voor zo een figuur. Voorts is er het sluipend gif van het nationalisme dat een externe vijand nodig heeft. Vandaag zijn dat niet alleen de moslims maar ook opnieuw de Joden. Denk maar aan de antisemitische campagne van de Hongaarse premier Orbán tegen de Joodse financier George Soros.

Tijdens de beruchte Alt-rightbetoging van augustus 2017 in het Amerikaanse Charlottesville scandeerden de extreemrechtse manifestanten: “Jews will not replace us”- President Trump noemde de betogers in Charlottesville “fijne mensen.” De ideologie van “the great replacement” van de Fransman Renaud Camus was de inspiratie voor de terreurdaden van Anders Breivik die in 2011 69 jongeren doodschoot en voor Brenton Tarrant, de blanke supremacist die in het Nieuw-Zeelandse Christchurch 51 mensen vermoordde.  Ook bij ons is de theorie populair in nieuwrechtse kringen met figuren als Van Langenhove als boegbeeld.

Charlottesville Foto|: Wikipedia Commons

Van Goethem wijst ook op de kracht van de nieuwe media. In de vooroorlogse jaren waren dat de radio en het bioscoopjournaal. Nu maken Twitter en Facebook, maar ook duistere internetkanalen het makkelijk om de boodschap van de leider “ongefilterd” op de massa los te laten. Trollenfabrieken in dienst van partijen of regeringen produceren aan de lopende band complottheorieën.  Ook de klassieke mainstreammedia zijn niet onschuldig. De Nederlandse populismespecialist Cas Mudde waarschuwt in De Volkskrant voor de normalisering van radicaalrechts populisme in de media die volgens hem de laatste jaren “steeds verder zijn gaan meebuigen met radicaalrechtse xenofobie.” Van een mediacordon is bij de Vlaamse openbare omroep intussen al lang geen sprake meer. Nadat hij in een ophefmakende documentaire van de VRT-Nieuwsdienst als een gewelddadige neofascist was ontmaskerd kon Van Langenhove doodgemoedereerd aan tafel zitten voor een debat met mainstream politici als Koen Geens en Maggy De Block. Na de brand in Bilzen kregen de politieke pyromanen als Tom Van Grieken en Jean-Marie De Decker uitgebreid de kans om het gebeuren te “duiden.”

Niemand heeft de sfeer en de geestesgesteldheid aan de vooravond van de twee wereldoorlogen beter beschreven dan de Oostenrijkse auteur Stefan Zweig in zijn autobiografie “De wereld van gisteren.” Twee keer danste Europa op een vulkaan en twee keer gingen vooruitgangsgeloof en optimisme de duisterste periode van onze geschiedenis vooraf. In de jaren voorafgaand aan de eerste wereldoorlog had Zweig een indrukwekkend netwerk van vriendschappen opgebouwd in de literaire en kunstwereld over heel Europa: met de Franse pacificist Jules Romains bijvoorbeeld, met Franz Werfel (“Der Weltfreund”) in Duitsland, Camille Lemonnier, Constantin Meunier en vooral Emile Verhaeren in België. Allen geloofden ze heilig in de “broederschap der volkeren,” niemand zag de tekenen des tijds die het grote conflict aankondigden. “We vertrouwden op Jaurès, op de socialistische Internationale” schrijft Zweig, “we geloofden dat de spoorwegarbeiders eerder de rails zouden opblazen dan hun kameraden als slachtvee naar het front laten transporteren…. Ons gemeenschappelijk idealisme, ons door vooruitgang bepaald optimisme maakten dat wij het gemeenschappelijke gevaar niet zagen of onderschatten.”

Zweig moest met vertwijfeling vaststellen hoe het opgezweepte nationalisme en de oorlog de vriendschapsbanden aantastten, hoe de stilte viel in de conversatie, hoe correspondentie onbeantwoord bleef. In de jaren dertig maakte hij, na het uitbundige optimisme van het decennium daarvóór, hetzelfde mee. Zweig woonde in het Oostenrijkse Salzburg, een steenworp van Berchtesgaden net over de grens waar een zekere Adolf Hitler zich zou komen vestigen. Maar ondanks die nabijheid duurde het ook nu weer lang eer Zweig en zijn tijdgenoten de ernst inzagen van wat in Duitsland en Italië aan de gang was. Pas toen hij in Italië een aanval van een goed georganiseerde groep fascistische jongeren op een linkse betoging had meegemaakt maakte hij zich echt zorgen om wat Europa opnieuw te wachten stond. “Dit was voor mij de eerste waarschuwing dat ons Europa onder het schijnbaar rustige oppervlak vol gevaarlijke onderstromingen was.” Dat had net zo goed vandaag geschreven kunnen zijn.

Ook in Duitsland groeide pas laat – té laat – het besef dat de “agitator van de bierhallen” echt gevaarlijk kon worden. De industriëlen zagen met tevredenheid de man die ze “jarenlang in het geheim hadden gesteund aan de macht komen” en “de meest verschillende, meest tegengestelde partijen zagen deze ‘onbekende soldaat’ die elke stand, elke partij, elke richting alles beloofd had wat ze graag hoorden, als hun vriend – zelfs de Duitse joden maakten zich geen grote zorgen.” Nog op 30 januari 1933, nadat Hitler aan de macht was gekomen, schreef de voorzitter van het “Centralverein deutscher Staatsbürger jüdischen Glaubens”,  de vereniging die in de 19e eeuw door Joodse intellectuelen was opgericht tegen het opkomende antisemitisme: “Im übrigen gilt heute ganz besonders die Parole: Ruhig abwarten!”

Johan Depoortere

24 december 2019

Deze tekst verscheen eerder als column in het decembernummer van Aktief, het blad van Het Masereelfonds

December 30, 2019 at 9:42 am 1 comment

GROENE MYTHEN (slot): NIETS DOEN?

 

Niets doen?

Als je het niet met haar strategie eens bent, ben je volgens Riofrancos een “do-nothing”, een demobilizerende fatalist die zich neerlegt bij de bestaande machtsverhoudingen in afwachting van de glorieuze dag waarop de revolutie uit de lucht zal vallen. Ze schrijft: “We weten nog niet hoe de politiek van de Green New Deal zal uitdraaien. We kunnen er echter zeker van zijn dat gelatenheid gehuld in realisme de beste manier is om de minst transformerende uitkomst te garanderen. Wachten op een steeds uitgesteld moment van revolutionaire breuk staat functioneel gelijk aan berusting.”

De redenering van Riofrancos doet me denken aan de grap van de man die zijn sleutel zoekt onder een straatlantaarn, niet omdat hij daar zijn sleutel verloren heeft is, maar omdat hij daar kan zien. Net als hij is Riofrancos op zoek naar een sleutel, in haar geval een die de deur zal openen naar een post-kapitalistische ecovriendelijke wereld, maar ze kan niets zien waar die zich bevindt – in het potentieel van een globale revolutie – en dus kijkt ze onder het felle licht van holle reformistische beloften. Want daar kan ze alvast ‘iets’ doen.

En inderdaad, “een revolutie is niet aan de horizon”, zoals ze Bernes citeert. Maar de barsten worden steeds talrijker. Overal spenderen regeringen om het kapitaal te ondersteunen en leggen ze bezuinigingen op aan de rest van ons, omdat het accumulatieproces hen dat dikteert. In de afgelopen maanden braken opstanden uit in het Midden Oosten en Latijns Amerika, massale bewegingen die niet gedreven werden door nationalisme of religieuze, etnische en raciale verschillen maar door gemeenschappelijke menselijke noden, wil om te leven, verlangen naar een betere wereld. Hong Kongers rebelleren al maanden tegen staatsgeweld; in China zijn de stakingen haast niet te tellen en leidde verzet tegen vervuiling tot massabewegingen. In De VS verspreidde de lerarenstaking zich van staat tot staat. In Frankrijk zagen we de beweging van de ‘gele hesjes’ en vandaag het massale verzet tegen de geplande pensioen-bezuinigingen. Dit zijn maar enkele voorbeelden van de barsten die dit jaar in de wereldorde verschenen, indicaties van een brede onvrede, een groeiend conflict tussen de menselijke noden en de noden van de kapitaalaccumulatie.

Santiago de Chile, 25 oktober

Om dergelijke bewegingen te beheersen, gebruiken staten, ongeacht of ze door links of door rechts geregeerd worden, reformistische beloften en gewelddadige repressie, in verschillende combinaties (het was trouwens niet anders tijdens de New Deal, noch zou het onder een Green New Deal). Repressie werkt niet altijd, het kan olie op het vuur gooien. Maar reformistische beloften kunnen olie op stormachtig water zijn. Ze zijn effectiever om een beweging te beëindigen of de energie ervan op te nemen in de politieke infrastructuur van de kapitalistische samenleving. Maar alleen als ze worden geloofd. Hen helpen geloofwaardig te maken is wat de ecosocialisten doen met hun kritische steun.

Klimaatverandering is niet de enige uitdaging waar de kapitalistische wereld voor staat. Haar ekonomie is gevangen in een diepe structurele krisis; het risiko van een instorting is reëel. Massale geldcreatie kan het uur van de afrekening niet eindeloos uitstellen. Hoe langer het dat kan, hoe slechter voor het milieu. Voor de ecologische gezondheid van de planeet zou een scherpe wereldwijde depressie het beste zijn wat er kan gebeuren, zolang de kapitalistische grondregels van kracht zijn.

 

Voor ons mensen is dat scenario minder aanlokkelijk. We kunnen alleen maar hopen dat de ellende die ermee gepaard zou gaan de geboortepijn van een nieuwe wereld zou blijken. Maar het cruciale obstakel daarvoor is nationalisme en het geloof in de democratische staat dat ook door links gepropageerd wordt.

Dat er reele verschillen bestaan tussen de politieke partijen is niet te ontkennen. Maar al hun meningsverschillen gaan over hoe dit systeem het best bestuurd kan worden. Wat we echter dringend nodig hebben is niet zozeer een beter management van dit systeem dan wel de vervanging ervan door een sociale orde op basis van totaal andere fundamenten. Een menselijke gemeenschap in plaats van een maatschappij waarin we allen gedoemd zijn om konkurrenten te zijn ook al gaan we eraan kapot.

Als de GND de wet zou worden, zou dat de klimaatkrisis kunnen vertragen, althans in de VS, maar ten koste van een versnelling van de ekonomische krisis. Als de klimaatontkennende tegenstanders van de GND het beleid bepalen, zou een ekonomische/financiële instorting misschien langer kunnen worden uitgesteld, maar ten koste van een versnelling van de klimaatkrisis. Diverse compromissen tussen die uitersten en dus combinaties van die scenario’s zijn waarschijnlijker. Maar geen van hen kan ons een verdieping van de crisis besparen, alleen de specifieke verschijningsvorm zou verschillen.

Gezien die context is het niet onredelijk om te verwachten dat de barsten in het systeem zich gaan vermenigvuldigen en verbreden. Barsten in het vermogen van de regeerders om te regeren, en in de bereidheid van de geregeerden om geregeerd te worden. Barsten die ruimte openen voor opstanden die groeien in omvang en aantal, die elkaar beïnvloeden en inspireren om de doelpalen te verplaatsen. Bewegingen die uit de strijdervaring leren dat de wet aan de kant van het kapitaal staat, dat de sociale ruimte kan veroverd worden. De overgrote meerderheid van de bevolking heeft geen enkel belang bij het voortbestaan van het kapitalisme. Integendeel, het is een doodsbedreiging. Maar we hangen eraan vast door vervreemding en gewoonten, door de ideologische modder der eeuwen en vooral omdat we geen alternatief zien. Het systeem lijkt te sterk, te diep ingeplant ook in de denkpatronen van de mensen. Maar dat geloof begint te wankelen als de konflikten tussen levensdrang en winstdwang toenemen en uitgebuitenen hun vermogen ontdekken om zich te organiseren, om niet-uitbuitende sociale relaties te creëren, om de winstdwang opzij te schuiven. Dan is de plaats waar we onze sleutel verloren misschien niet meer zo moeilijk te zien.


Zij die het verband begrijpen tussen de klimaatkrisis, de ekonomische krisis en alle andere krises die daarmee samenhangen (inclusief geestelijke gezondheid) en de destructieve inherente logica van het kapitalisme kunnen niet op hun handen blijven zitten. In plaats van niets te doen en te wachten op revolutie moeten ze spreken, zelfs als hun stem beeft; ze moeten de echte keuzes duidelijk verwoorden en de valse, op illusies gesteunde keuzes ontmaskeren. Ze moeten deelnemen aan de bewegingen wiens impliciete dynamiek de kapitalistische logica in vraag stelt. Hun stem moet gehoord worden, want de stemmen van de reformisten zullen luid zijn, van degenen die beweren dat de barsten kunnen worden gelijmd, dat zij de oplossingen hebben die tegemoet komen aan de verlangens van de uitgebuiten zonder aan het uitbuitingssysteem te raken.

Maar het is waar, de plaats waar de sleutel ligt is nog steeds donker. Het is te begrijpen waarom vele mensen in links een tegenkracht zien voor de haatzaaiende en klimaatontkennende politiek van rechts, en waarom velen in populistisch rechts een tegenkracht zien voor het globalistische establishment dat Jan met de pet vertrappelt en veracht. De mythe van de democratische staat die de wil van het volk belichaamt, sluit beide kampen op, waardoor het lijkt alsof er buiten dat kader niets mogelijk is. Dat is de kracht van de mythe, dat het alle spanningen kan absorberen en reduceren tot een demokratisch spel dat nooit over meer kan gaan dan management van een systeem dat zijn eigen interne wetten volgt. Dat zien we vandaag in de VS waar impeachment en de verkiezingscampagnes alle politieke energie opslorpen en in het VK met brexit.

Als je buiten dat kader kijkt noemen ze je ‘een overjaarse anarchist’, een dromer, een utopist. Maar is het niet eerder utopisch om te denken dat de barsten altijd zullen gelijmd kunnen worden, dat dit krankzinnige systeem met zijn onstuitbare winst- en dus groeidrift voor altijd kan blijven bestaan?

Tom Ronse

Vorige aflevering in deze serie

 

 

 

 

December 10, 2019 at 10:47 pm Leave a comment

GROENE MYTHEN (5)

Alle illustraties bij deze aflevering zijn van de Spaanse beeldhouwer Isaac Cordal. De bovenstaande is getiteld: “Politicians discussing global warming”.

Een anti-kritiek

 

Een antwoord aan Bernes en andere radikale GND-kritici kwam van Thea Riofrancos. Zij is een leidende figuur in de DSA (Democratic Socialists of America), een snelgroeiende linkse organisatie die “kritische steunverleent aan Bernie Sanders, de linkerzijde van de Democraten en de GND. Riofrancos is lid van de stuurgroep van de Ecosocialist Working Group van de DSA. In haar essay Plan, Mood, Battlefield – Reflections on the Green New Deal,” schrijft ze:

“De centrale ambivalentie die door de linkse kritieken van de Green New Deal loopt, is de vraag of het plan te radikaal is of integendeel niet radikaal genoeg.” Volgens haar kan het niet beiden zijn. Aan de ene kant beweren de kritici dat de GND politiek niet haalbaar is omdat het kapitaal het plan nooit zou accepteren, aan de andere kant zeggen ze dat het veel te zwak is om zijn doel te bereiken. Maar, zo werpt Riofrancos tegen, als het zo zwak is, “is het moeilijk om zich voor te stellen waarom het politieke systeem bezwaar zou maken tegen zulk mild reformisme, vooral gezien de enorme legitimatie-effecten die het zou scoren door de schijn te wekken van serieuze actie te ondernemen inzake het klimaat.”

Maar deze kritieken sluiten elkaar niet uit. De GND is inderdaad te radikaal, onaanvaardbaar voor het kapitaal omdat ze te veel devalorisatie impliceert, en tegelijkertijd is ze te beperkt, te groeigericht om de opwarming van de planeet tegen te houden.

Riofrancos is beduidend optimistischer dan Bernes over de huidige stand van de milieuvriendelijke technologie en de hoeveelheid landmassa die hernieuwbare energiebronnen zouden vereisen. Toch erkent ze vele van de obstakels waar Bernes en anderen op wijzen en is ze kritisch over het productivisme en nationalisme van de GND. Gelooft ze dat de doelstellingen van de GND echt haalbaar zijn? Dat verklapt ze niet. Maar het lijkt erop dat ze dat niet doet. Ze schrijft: “de grondoorzaken van de klimaatkrisis – winstgerichte concurrentie, eindeloze groei, uitbuiting van mens en natuur en imperialistische expansie – kunnen niet ook de oplossing voor de klimaatkrisis zijn”. En het is duidelijk dat de GND niets doet aan die grondoorzaken. Maar volgens haar kan de politiek van de Green New Deal worden geradikaliseerd voorbij haar huidige beperkingen. Daarom moeten we ze “kritisch ondersteunen, de politieke opening van de Green New Deal omarmen en tegelijkertijd een aantal van haar specifieke elementen betwisten, duwen tegen haar beperkingen en zo de horizon van wat politiek mogelijk is verruimen”. … En: “… door het vehikel van de amorfe Green New Deal, zouden linkse krachten deze drie taken kunnen vervullen “(…)” de discussie verleggen, politieke wil verzamelen en de hoogdringendheid van de klimaatkrisis onderstrepen. “

Maar het zijn de feiten zelf die de hoogdringendheid onderstrepen. Wat de GND doet, is een oplossing aanreiken die er geen is. De GND zegt, technologie en goed bestuur, aangewakkerd door activisme, kunnen ons redden maar dat kunnen ze niet zolang de grondoorzaken van de klimaatkrisis onaangetast blijven.

Waarom denkt Riofrancos dat de GND in die mate kan worden geradikaliseerd dat ze de echte oorzaak van de klimaatkrisis gaat aanpakken? Omdat ze gelooft dat “kreatieve experimenten met beleid en instellingen”, in combinatie met extra-parlementaire druk zoals de scholierenbeweging voor het klimaat, dit beetje bij beetje kunnen bereiken. De voorbeelden die ze geeft van de stappen in die richting zijn nogal mager. New York, misschien wel de rijkste stad ter wereld, heeft een plan aangenomen om de uitstoot van gebouwen te beperken. De KP-regering in Kerala en gemeenten in Spanje knutselden met instellingen. Dat is het. Maar het fundamentele meningsverschil hier gaat niet over haar tekort aan voorbeelden van creatief bestuur. Het gaat over de aard van de staat.

 

Wiens staat?

De staat is geen monoliet; het kapitaal is dat ook niet “, schrijft Riofrancos, “en deze twee feiten houden verband met elkaar.” Kapitalisten concurreren met elkaar, ze hebben tegenstrijdige belangen. Ze concurreren ook over de staat en haar beleid. “Inzicht in de standpunten van specifieke bedrijven en de verschillende fracties van het kapitaal is een voorwaarde voor het ontwikkelen van een strategische oriëntatie die een geloofwaardige bedreiging vormt voor de winstdwang”, stelt ze. “Men kan zich gemakkelijk voorstellen dat sommige sectoren voorstander zijn van aspecten van de Green New Deal (” clean tech”), terwijl andere er tegen werken (de industrie van fossiele brandstoffen).”

Ja, dat kunnen we ons voorstellen, maar we kunnen ons niet voorstellen dat de specifieke belangen van de eerste meer invloed op de staat zouden kunnen hebben dan die van de laatste. Wat nog belangrijker is, alle sectoren hebben meer gemeen dan wat hen scheidt. Ze hebben hun specifieke belangen, maar hun gemeenschappelijk belang in het behoud van hun systeem overtroeft die allemaal. Riofrancos stelt dat “concurrentie tussen de fracties van de heersende klasse soms strategische openingen biedt om populaire macht uit te oefenen”. Dat klopt maar alleen als die populaire macht de wereldwijde belangen van de heersende klasse niet bedreigt. Als “populaire macht” een bedreiging zou vormen voor wat Riofrancos erkent als zijnde de oorzaak van klimaatverandering, de kapitalistische productiewijze zelf, dan zou de hele heersende klasse, inclusief “clean tech”, de rangen sluiten om ze te bestrijden.

Maar kan de staat alleen kapitalistisch zijn? Op deze vraag is het impliciete antwoord van Riofrancos nee. Voor haar kan het een strijdtoneel zijn, waar de belangen van verschillende klassen tegenover staan, waar antikapitalistisch beleid kan winnen, op voorwaarde dat er voldoende druk is van radikale democratische basisbewegingen.

Volgens Bernes volgen ecosocialisten zoals Riofrancos die de GND steunen het recept van Trotski’s ‘overgangsprogramma’, d.w.z. eisen stellen aan het kapitalistische systeem waaraan het niet tegemoet kan komen, zodat de beweging voor deze eisen zich tegen het systeem keert. Bernes verwerpt deze strategie, met het argument dat instellingen die erop zijn gericht om binnen het systeem te werken om het te verbeteren, geen instrumenten kunnen worden om het omver te werpen omdat “instellingen enorm inerte structuren zijn”. Dat is een zwak argument. Het probleem met deze instellingen (politieke partijen, vakbonden, NGO’s, enz.) Is niet hun inertie als zodanig, maar het proces waardoor zij, via hun directe of indirecte deelname aan de staatspolitiek, zelf deel gaan uitmaken van de staat, van de politieke infrastructuur van het kapitalisme .

Bernes zelf is niet al te duidelijk over de aard van de staat. In een passage over de originele New Deal (van FDR in de jaren 1930) schrijft hij: “De staat was nodig als katalysator en bemiddelaar die het juiste evenwicht vaststelde tussen winst en loon, voornamelijk door de positie van de arbeid te versterken en die van het bedrijfsleven te verzwakken.” Afgezien van het feit dat hij lijkt te denken dat de Grote Depressie slechts een probleem van onderconsumptie was, schetst hij een beeld van een staat die boven de ekonomie staat en bemiddelt tussen de uiteenlopende klassenbelangen. Net als Riofrancos scheidt hij het politieke van het ekonomische. In het laatste regeert het kapitaal, maar het eerste, de demokratische staat, is een neutraal voertuig. Het roer is nu in handen van kapitaal, maar in de visie van Riofrancos kan het worden veroverd of op zijn minst voldoende worden bijgestuurd om het kapitaal te dwingen af te wijken van zijn immanente koers.

De demokratische staat in deze visie is een ideale vorm die op zich leeg is en dus plaats biedt aan concurrerende sociale belangen. De reformistische strategie bestaat erin om die vorm te vullen met de inhoud van een echte meerderheid zonder de verstorende invloeden van geld en klasse en bevrijd van de vooroordelen van ras, geslacht, enz. Maar de staat is niet alleen een vorm waarvan de inhoud wordt ingevuld door degenen die ze controleren, ze is kapitaal in zijn politieke manier van zijn. Ze is een essentieel onderdeel van de productiewijze en dus van het uitbuitings- en accumulatieproces. Ze is niet kapitalistisch omdat kapitalisten haar dominante posities innemen, ze is kapitalistisch omdat haar vorm zelf, inclusief haar democratische instellingen, een integraal onderdeel is van de reproductie van het kapitaal. Daarom kan ze niet worden veroverd en gebruikt worden voor andere doeleinden, ongeacht hoeveel druk er uitgaat van van basisbewegingen.

De functie van de staat is om ervoor te zorgen dat aan de voorwaarden voor exploitatie en accumulatie, inclusief het respect voor contract, wet en orde, wordt voldaan. Ze kan soms tegen de belangen van sommige kapitalisten of zelfs sectoren ingaan maar ze is altijd gericht op de verdediging van het nationale belang, dat wil zeggen het belang van het nationale kapitaal. Aangezien de klimaatkrisis zeker zal verergeren, is het niet ondenkbaar dat het Amerikaanse Congres sommige van de in het GND-plan voorgestelde maatregelen zou aannemen, ten voordeel van ‘clean tech’ en ten koste van fossiele brandstoffen. Voor Riofrancos zou dat vermoedelijk een overwinning zijn, een stap in de goede richting . Maar het zou ons geen stap dichter brengen bij het beëindigen van het winstgedreven concurrentiesysteem dat de mensheid dit waanzinnige, destructieve accumulatieproces oplegt. Wel zou het de valse hoop versterken dat het systeem zichzelf kan corrigeren en onze problemen kan oplossen, dat uitbuiters en uitgebuitenen zich in hetzelfde schuitje bevinden, hetzelfde nationale belang delen.

“De Green New Deal biedt geen voorverpakte oplossing”, zo besluit Riofrancos haar artikel, “ze opent een nieuw politiek terrein. Let’s seize it -laten we het grijpen. “

Of toch maar niet. Want dat terrein is niet van ons en kan het nooit worden.

 

Tom Ronse

MORGEN HET SLOT: DAN MAAR NIETS DOEN ?

December 8, 2019 at 9:13 am Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,653 other followers