Posts filed under ‘Taal’

U ZEGT WAT WIJ DENKEN

door Johan Depoortere

‘Pretpedagogie’ is het jongste product uit het framingfabriekje van De Wever Bart, burgemeester van Antwerpen en grote leider van de Vlaams-Nationalistische rechterzijde. Net als zijn concullega Filip Dewinter is De Wever zeer bedreven in het bedenken van nieuwe of het recycleren van oude neologismen (denk aan ‘gutmensch’ of ‘omvolken’ – met dank aan de oude nazivrienden) die het debat ‘framen.’ En ook dat ‘framen’ is een (relatief) nieuw begrip dat dank zij de sociale media tot het algemen taalgebruik is gaan behoren. Het is een woord dat een negatieve bijklank heeft gekregen. Ten onrechte vindt Jan Blommaert, sociolinguist aan de universiteit van Tilburg. Immers of we het beseffen of niet we doen het allemaal en zonder ‘framing’ is een zinnig debat of zelfs zinnige communicatie niet mogelijk. Blommaert heeft aan het fenomeen een klein maar fijn boekje gewijd onder de titel: U zegt wat wij denken, een omkering van het beruchte ‘Wij zeggen wat u denkt’ van het Vlaams Blok/Belang.

Bart De Wever: ‘Marrakeshcoalitie,’ ‘pretpedagogie’ ‘opengrenzenbeleid’ ‘gutmensch’

Die slogan waarmee de extreemrechtse partij in de jaren 90 verkiezingen na verkiezingen won is zonder meer briljant, schrijft Blommaert. “De suggestie was krachtig: hier was eindelijk een partij die ónze stem zou vertolken, niet die van de politieke klasse zelve, en ook niet die van de elites die deze politieke klasse beheersten.” Het Blok/ Belang mag dan recentelijk door een politieke woestijn zijn gegaan, de slogan of een variant erop doet het nog steeds uitstekend. Het spectaculaire succes van windbuil Baudet in Nederland is voor een groot deel door dezelfde marketingtruuk te verklaren: de kiezer ervan overtuigen dat het standpunt van de politicus zijn of haar standpunt is. “Ik dacht altijd al zo maar u drukt het precies uit, u zegt wat ik altijd al dacht.” Dat heet – zegt Blommaert – ‘overtuigen’ en het middel daartoe is ‘framing.’ Is dat misschien het geheim waardoor partijen in staat zijn mensen zo massaal tegen hun eigen belangen te laten stemmen? Zie het succes van De Wever, van Trump, van Baudet.

Jan Blommaert, auteur

‘Woorden zeggen alles.’ Sterker nog: woorden zeggen meer dan wat ze ‘betekenen.’ Ze hebben ook een emotionele en morele lading. Woorden zijn dus nooit neutraal. Bovendien zijn ze ingebed in een netwerk, een kader of een ‘frame.’  ‘Werk’ is goed en leidt tot associaties met ‘werk geven’ ‘banen scheppen’ ‘activeren’ en van daar naar mensen, identiteiten: ‘hard werkend’ ‘plichtbewust’ en zo voort. ‘Werkloos’ daarentegen is slecht. En ook aan dat woord hangt een hele reeks handelingen en identiteiten met een negatieve connotatie (‘werkschuw’ ‘hangmatwerklozen’ ‘welfare queen’): een frame dat een spiegelbeeld is van het vorige.

Filip Dewinter: ‘omvolken’

U zegt wat wij denken is niet alleen een analyse van het publieke debat en de rol van framing. Het is zoals de ondertitel luidt ook ‘een praktische handleiding voor framing,’ een oefenboekje met blanco pagina’s waar de lezer zelf kan experimenteren en oefenen in het ontdekken hoe schijnbaar alledaagse en onschuldige woorden in een frame passen. Stel bijvoorbeeld vast hoe het woord ‘vluchteling’ of ‘migratie’ verschillend kan worden geframed, naargelang van het uitgangspunt: de morele richting – goed of slecht – die we het woord toekennen. Of hoe woorden met een negatieve connotatie vervangen worden door verzachtende en omfloerste termen: het negatieve frame vervangen door iets positiefs. Dat noemen we ‘eufemismen.’ “Het ontslaan van honderden werknemers (wat niet veel mensen positief vinden) noemen we het liefst ‘rationalisering,’ ‘reorganisatie’ of ‘herstructurering.”

Blommaert herhaalt zelf de oefening voor de woorden  ‘Marrakesh,’ ‘Marrakeshregering’, ‘migratiechaos,’ ‘migratieomwenteling,’ ‘Brexit,’ ‘opengrenzenbeleid,’ ‘soevereiniteit,’ ‘migratiegolf.’ Waarbij hij noteert dat hier van een mislukt frame sprake kan zijn, een soort overkill die tot het tegenovergestelde van het gewenste resultaat leidde. “Het plotse saturatiebombardement van het woord ‘Marrakesh’ werkte bij velen op de lachspieren. Iedereen had het op de sociale media over ‘Marrakeshkoekjes,’ ‘Marrakeshfrieten,’ ‘Marrakeshschoenen’ en zo meer, allemaal vergezeld van royale hoeveelheden schaterlachende emoticons.” Bovendien was het effect van het frame in dit geval vluchtig: andere thema’s (klimaat, onderwijs) verdrongen het algauw uit de nieuwscyclus. 

Nee dan was een ander voorbeeld van framing succesvoller: het verhaal van de groep Roma  die in 2017 het Gents pand kraakten van een koppel dat in het buitenland verbleef. Media en politici namen gretig de framing over waarin het verhaal gepresenteerd werd. Kernwoorden: ‘radeloos’ (burgemeester Termont), ‘machteloos’ (de huiseigenaars en de burgemeester) ‘woedend’ (nog eens de burgemeester), ‘absurd’ (Liberaal politicus Lachaert) – allemaal woorden met een zware morele lading. Het frame: 1. ‘foute’ wetten en een rechtsmodel dat niet werkt, waardoor we machteloos staan tegenover het onrecht dat we ervaren 2. De slechte allochtoon die asociaal zijn zin doet en dingen ‘afpakt van ons’ en daarmee ongestraft wegkomt. Dat frame bepaalt de grenzen van het ‘debat’ dat daarop volgt in media en politiek. Buiten het zichtveld blijft: de complexiteit van de wet die rekening houdt met het eigendomsrecht maar ook met het recht op wonen. De ‘machteloosheid’ van de eigenaars van het kraakpand “sloeg op het feit dat ze niet bij machte waren de krakers meteen uit het huis te zetten. Ze moesten de stappen van de wet volgen.” 

Politieke debatten, zo schrijft Blommaert zijn vaak ‘botsingen van tegengestelde frames.’Een stelling die hij illustreert aan de hand van het actuele klimaatdebat. Ook hier weer een moreel oordeel als uitgangspunt: klimaatmaatregelen zijn goed/slecht. Daaruit volgen tegengestelde handelingen: uitstoot beperken/ maatregelen afwegen tegen economische belangen en concurrentiekracht en tenslotte identiteiten: groenen/klimaatrealisten. Hier is nog een interessant fenomeen in het spel: herframing. Wetenschappers worden vanouds gezien als ‘objectief’ en ‘rationeel.’ “Hun onderzoek is onafhankelijk en de resultaten ervan worden belangeloos geformuleerd vanuit een hoger doel: de wetenschappelijke waarheid.” In de klimaatdiscussie wordt die framing onderuitgehaald en omgekeerd. Wetenschappers worden nu geframed als ‘klimaatactivisten,’ ‘gelovigen.’ Klimaatwetenschap is ‘dogmatisch,’ een ‘religie,’ een ‘sekte.’

Zijn we als burger en consument van de media dan machteloos overgeleverd aan de slimme marketeers die dank zij framing hun waar aan de man brengen? Nee en dat is juist de bedoeling van dit boekje: inzicht krijgen in het mechanisme van de framing. Als we dat goed begrijpen “dan worden we minder vatbaar voor beïnvloeding en propaganda. Dan zijn we autonomer als burger, kritischer voor de eigen argumenten en die van anderen.” U zegt wat wij denken is hoop en al 76 bladzijden. Te weinig wellicht om het fenomeen van de framing exhaustief uit de doeken te doen. Wie honger heeft naar meer kan terecht bij een ouder werk van Jan Blommaert: Let op je woorden (EPO 2016) of nog Frames, Formats en selfies (zelfde uitgeverij 2018)

U zegt wat wij denken. Jan Blommaert, Uitgeverij EPO 2019

April 3, 2019 at 3:57 pm 1 comment

DIGITALE ALTERNATIEVEN

Dit is de elfde aflevering in de reeks “Heeft het papieren boek nog een toekomst?”  De vorige staat HIER.

Door Tom Ronse

 

Niet alle digitale literatuur valt onder de noemer “pulp fiction”.  Er zijn ook vele sites gewijd aan “serieuze” literatuur, aan goed geschreven fictie. In wezen verschillen die niet zo veel van de traditionele literaire tijdschriften behalve dan dat ze veel meer kunnen publiceren. Een site zoals Literary Hub  functioneert als een literair dagblad. Elke dag zijn er nieuwe artikels, verhalen, recensies, gedichten en zo meer. Zo’n site moet goed georganiseerd zijn anders verdwaalt de lezer. Een professionele webdesign is een vereiste. Literary Hub toont hoe het kan.  Een bekend voorbeeld in ons taalgebied is Tzum .

Verandert de electronische drager de literatuur inhoudelijk?  Sommigen zeggen van wel. De ogenblikkelijke overdracht zou tot meer dynamische schrijfstijlen leiden en de grotere wisselwerking tussen auteur en lezers zou de literatuur ook inhoudelijk interactiever maken. Zelf kan ik over deze hypthetische evolutie niet meepraten; daarvoor lees ik te weinig fictie.

Wel valt het me op dat in die literaire sites net als in de meeste digitale fictie-sites zonder literaire pretentie relatief weinig gebruik wordt gemaakt van de hypertekstuele mogelijkheden die het internet biedt. Grafische experimenten, multimedia, illustratie of parallele vertelling met video-clips en muziek zijn zeldzaam.

 

Een meer  experiment-vriendelijke opstelling vinden we in de zogenaamde alt-lit  (alternatieve literatuur) stroming. Een participant, alt-lit auteur No Glykon , definieert die aldus: “In probably the most simple terms, it’s Internet writing. It’s using the tools of the Internet and the figures of speech of the Internet to write.”  Hij noemt alt-lit een “literaire internetgemeenschap”.   De deelnemers zijn meestal jong, van de eerste generatie die met het internet is opgegroeid. Het internet is niet alleen hun medium, het vormt ook hun boodschap, om Marshall MacLuhan (“Het medium is de boodschap”) te parafraseren.

Vormelijk betekent dit onder meer dat de teksten sterk beinvloed zijn door internet-taal  (het jargon, de afkortingen,  de emoticons…), internet-stijl (direct, in korte brokken, soms alles in hoofdletters of alles in kleine letters…) en internet-slordigheid (die ze imiteren met bewust misspelde woorden, vreemd gebruik van leestekens en lettertypes). Alt Lit-dichters gebruiken visueel internet-materiaal zoals screenshots, chat-fragmenten , afbeeldingen (“image macros”) en animatie, niet als illustratie maar al integraal onderdeel van hun poëzie. Ze experimenteren met de automatische aanvul-functie van web browsers, met de antwoorden die zoekmotoren geven op hun poëtische vragen, met twitter-stijl poëzie (zie hoofdstuk zeven van deze serie). Ze zijn overigens niet de enigen die werken met op het internet gevonden tekstflarden. Google-poëzie is een populair fenomeen.  Lees er HIER meer over.

 Alt-lit-auteurs kiezen bewust voor zelf-publicatie van hun werk op het internet, als e-books, in de ‘sociale media’ (vooral Facebook, Twitter en Tumblr), in blogs en vlogs (video-blogs op YouTube), in  combinaties van al deze. Af en toe verschijnt er zelfs iets in gedrukte vorm maar dat is eerder uitzondering dan regel.

De internet-media faciliteren de communicatie tussen de auteurs en tussen auteurs en lezers. Die interactie, en het feit dat ze niet-commercieel is, is belangrijk in deze subcultuur.  Ze maakt van alt-lit een gemeenschap. Een therapiegroep, volgens critici.

Inhoudelijk is het internet een belangrijk thema in alt-lit, naast gebroken harten, drugs, uitzichtloosheid, verveling en vervreemding, de pijn van het zijn.  Geen wonder dat de Franse existentialisten  als voorlopers van alt-lit worden beschouwd. Het is “Bonjour Tristesse” en “La Nausée” all over again, in brokken en stukken. De anti-ironische “New Sincerity” stroming ( Dave Eggers, David Foster Wallace en Karl Ove Knausgard  gelden als voorbeelden) is een andere invloed.  Eerlijkheid is de opperste deugd. Niets is te goor om op te biechten. De vuile was moet uitgehangen worden.  Wat vaak tot zelfbeklag of zelfverachting leidt. Maar liefst toch met enige humor; hoe absurder hoe beter.

Niet iedereen vindt de stroming relevant. “Alt-lit is for boring, infantile narcissists“, schrijft Josh Baines in  Vice.com .Volgens hem is alt-lit “het ergste dat de literatuur is overkomen”.

Maar het is te gemakkelijk om de zwartgalligheid  van alt-lit af te wimpelen als een hedendaagse versie van een tijdloze laat-adolescente weltschmerz.  De wanhoop en doelloosheid die er uit opwalmen weerspiegelen wel degelijk ons tijdsgewricht en moeten dus ernstig genomen worden. Overigens is er in de alt-lit cultuur zelf een tegenstroom ontstaan van mensen die een meer hoopvolle kijk op het leven hebben.

Baines verwijt alt-lit ook dat er enorm veel kaf tussen het koren is. Maar het is ook mooi dat alt-lit een platform biedt aan onervaren auteurs die nieuwe dingen proberen met digitale literatuur. No Glykon vergelijkt de beweging met opkomst van punk in de jaren 1970. “For punk, it’s “learn three chords and you have a song.” I think Alt Lit is like that. It’s crude, it’s DIY” (do it yourself).

Natuurlijk heeft de beweging ook haar sterren. De bekendste is Tao Lin, wiens werk ook in gedrukte vorm een wereldwijd sukses is. Podium  gaf zijn autobiografische roman Taipei uit in het nederlands.   Bret Easton Ellis, de schrijver van “American psycho”,  prees hem als  “the most interesting prose stylist of his generation” .

 

                                               Tao Lin

Tao Lins proza is doordrenkt van internet-taal. Zijn roman Richard Yates bestaat uitsluitend uit fragmenten van Gmail chats tussen de protagonisten.

Een goede informatiebron over alt-lit vind u HIER .

 

Volgende hoofdstuk: literatuur en computer games.

 

September 14, 2017 at 4:26 am 2 comments

JEAN ES DUUT

jean2_new

door Lucas Catherine

 Jean est mort. Moest ik ooit, in navolging van Naguib Mahfouz een boek schrijven met de titel Awlad Haritna, Mensen van mijn Wijk, dan kwam Jean er zeker in.

U krijgt geen foto hier van hem. Zijn gezicht pakte niet op papier.
Jean woonde in een zijstraat van de Vlaamse steenweg, net naast de Vismet. En hij kwam iedere dag stipt om vier uur in wat ook mijn stamcafé is. Daarna is hij moeten verhuizen. Hij was getrouwd met een veel oudere vrouw die al kinderen van een andere man had en toen zij stierf verkochten die het huis van Jean en Jean moest naar een gesticht in de Marollen. Toch bleef hij komen, naar ons café waarvan ik de naam niet vernoem, want wij willen daar geen ‘vreumden’ en dan hebben wij het niet echt over Marokkanen, maar vooral over Toeristen, Vlaamse immigrés of Expats. Over al wie niet van haritna, onze wijk is en dus ook geen welkoms-beis krijgt van de Linda, de bazin achter de toog. En Linda is op zich al een verhaal. Maar niet voor nu.

Jean wist waarom hij naar dat café bleef komen, het was zijn thuis. Als ebenist, schrijnwerker in ebbenhout, had hij een goed deel van het café gedesigned – een woord waarbij hij zeker een zwans zou hebben verzonnen – en boven de toog staat een ebbenhouten kunstwerk van hem. Ik zal mij niet over de kwaliteit uitspreken, maar het hoort bij het café, zoals de reclame voor Harley Davidson er naast, want de eigenaar is een motard die niet drinkt. God moet zijn getal hebben zou Jean hebben gezegd. En iedere dag kwam hij om zijn Stella en leverde zijn portie zwans af, niet wetend of hij nu in het Brussels of in het Frans bezig was. Hij nam zichzelf ook niet au sérieux en vertelde wie het horen wilde dat hij gehandicapt was, tien percent invalide, want zijn beitel was eens uitgeschoven en hij miste twee vingerkootjes aan de ringvinger van zijn rechterhand. Kwatongen zegden dat het was omdat hij geen trouwring wou dragen. Soit. En zei hij, later als ik dood ben dan schenk ik mijn lichaam aan de wetenschap en ik heb ze nu al een stukje gegeven.
Hij werd ouder. Hoe oud weet ik niet, maar het viel hem zwaar om iedere dag van de Marollen naar de Vismet af te zakken, en vooral om bergop terug te gaan. Alhoewel, toen hij hier in de wijk nog woonde was dat op de vierde verdieping. De hoogste, want de Belgische wet zegt dat als er meer dan vier etages zijn, de eigenaar een lift moet installeren. Eigenlijk was hij dus bergop gewend. Maar in dat ocmw werd het slechter en slechter, vooral qua eten. Vroeger drie boterhammen, nu nog twee. Vroeger twee potjes boter en confituur op een tafel voor vier, nu nog van ieder een, en nooit kaas. Hoogstens eens smeerkaas. Hij werd vel over been en zijn kostuum slodderde rond zijn lijf. De schuld van Maieur, zei Linda.

Tegenwoordig is alles in Brussel de schuld van burgemeester Ivan Maieur, zeker de pietonnier. En daar is iets van. Voordat hij zich het gereïncarneerde spook van Leopold II waande en het centrum nog eens naar de kloten hielp, was hij voorzitter van dat ocmw. Er zal dus toch iets van aan zijn.
In ons café kan je ’s middags ook eten, steak en vis, verse vis van de Vismet. En Linda zei, alla eet iets, tes veu ons. Maar dat wou hij niet. Dus gaf ze hem af en toe een wafel en zo’n babybel kaasje, kwestie van niet altijd confituur daar hoog in de Marollen.

Niemand heeft hem daar ooit bezocht. Hij wou dat niet, want bezoekers moesten hun naam in een register schrijven, en pazoep, zei Jean, dan hebben ze uw adres en ga je later mijn begraving moeten betalen.
Nu hij dood is, is Linda toch gegaan. Hij lag zo in een glazen stolp in een achterkamer en zijn kamer was al ingenomen door de volgende die zal moeten gaan. En onder dat glas, zei Linda had hij geen kleren aan, ze hadden hem gewoon in een laken gewikkeld. Hij had toch een kostuum, vroeg ze aan de verantwoordelijke, maar die wist van niets. Gewassen en aan iemand anders gegeven. Allemaal de schuld van Maieur, zei Linda. Dus als Ivan Maieur volgend jaar niet herkozen wordt, dan weet je waarom.
En alla, bij zo’n stuk in het Salon moet toch een foto, en bij gebrek aan doodsprentje, de schuld van Maieur, daarom de deze hierboven. Jean staat er niet echt op. Een kermisfoto van toen hij net geboren was, in 1930 en volgens hem is hij de baby die erop staat getekend en zijn de koppen van familie. Ik kan het niet meer checken, want Jean es duut.

March 5, 2017 at 2:11 pm Leave a comment

SO LONG, LEONARD

leonardcohen_1234962013

Tom Ronse

Het is alsof ik een vriend heb verloren. Al van de eerste mysterieuze song (in 1967) was ik verslaafd.
 
… And she feeds you tea and oranges
That come all the way from China
And just when you mean to tell her
That you have no love to give her
Then she gets you on her wavelength
And she lets the river answer
That you’ve always been her lover
And you want to travel with her
And you want to travel blind
And you know that she will trust you
For you’ve touched her perfect body with your mind…
 
Geen dichter zong beter, geen zanger dichtte beter. Voor de Nobelprijs is het nu te laat maar wat mij betreft verdiende hij er een. Over de jaren heen heeft hij me vaak getroost, betoverd, geinspireerd. Ik heb hem ooit geinterviewd. Hij was heel vriendelijk, zonder ster-allures. Hij nam zijn tijd, legde me uit hoe hij werkte, naar welke muziek hij zelf luisterde (country en klassiek), etc. Ik wou dat interview bij wijze van herdenking hier in het Salon plaatsen maar ik vind het niet meer. Het was in de tijd voor alles online stond. Misschien geeft het niet, er is momenteel geen gebrek aan interviews en andere herinneringen aan Leonard in de media. Bij wijze van herdenking volgen hier enkele flarden uit zijn songs, geillustreerd, de meeste door Mark McEvoy.

cohen-guests

from-so-long-marianne

lcquote

lcquote-2

revcohen-26

rev-cohen-20

dealer

Everybody knows

rev-cohen-2

revcohen23

cohen-bird

1000-kisses-deep

cohen-avalanche

rev-cohen-4

secret-life

revcohen24

cohen-23

 

leonard-cohen

 

November 12, 2016 at 5:58 am 1 comment

Vlaanderen Vlaams?

4386489
Vlaams Minister van Wonen Liesbeth Homans vindt bereidheid om Nederlands te leren niet langer voldoende om een sociale woning te huren. Voortaan zal de (kandidaat-)huurder moeten aantonen dat hij of zij de taal machtig is zo niet zwaait er mogelijk een boete tot 5000 Euro. De wachtlijsten voor sociale woningen zijn lang. Een vreemde manier dus van de Vlaamse regering om de crisis in de sector op te lossen. De vraag is of de nieuwe eis de grondwettelijke toets doorstaat – maar los daarvan kun je je ook afvragen hoe deze maatregel te rijmen valt met het streven naar de “inclusieve samenleving” die de Vlaamse ministers zo hoog in het vaandel beweren te dragen en waaraan bij rituelen als de 11-juliviering met overgave lippendienst wordt bewezen. Linguïst Jan Blommaert wees drie jaar geleden in een artikel in Knack al op de kwalijke gevolgen van wat toen nog een voornemen was maar nu dus realiteit dreigt te worden. Lees hieronder hoe Blommaert de slogan ‘In Vlaanderen Vlaams” fileert en aantoont hoe die in werkelijkheid de ongelijkheid en onrechtvaardigheid in de Vlaamse samenleving organiseert.

Johan Depoortere

Vlaanderen Vlaams: Een Onrechtvaardige Samenleving

2014-03-16_vlaams-zangfeest-32

Door Jan Blommaert

In Vlaanderen Vlaams – deze slogan doet het weer goed. In Antwerpen hanteert het nieuwe bestuur het Nederlands als een kroonjuweel in haar welzijnsbeleid, incluis het beleid rond sociale huisvesting; de gratis tolkendiensten worden er afgeschaft. En Minister Bourgeois geeft De Wever en Homans een duwtje in de rug door te overwegen het vereiste taalniveau voor nieuwkomers in de sociale sector op te trekken van A1 tot A2. (1)

Gevraagd om uitleg trekt men de kaart van de vermoorde onschuld. “Het is toch vanzelfsprekend dat men enkel aan deze samenleving kan deel nemen wanneer men de taal spreekt”, “of:  “is dat teveel gevraagd misschien?” Het argument heeft immers iets vanzelfsprekends: juist, ja, we kunnen zaken doen met mekaar wanneer we elkaar verstaan. Dus wie kan daar nu tegen zijn?

Het antwoord is: taalkundigen zoals ik. Mensen die er hun beroep van hebben gemaakt de complexe verhoudingen tussen taal en samenleving te begrijpen en in kaart te brengen, schudden het hoofd, en wel om uiteenlopende redenen.

Een, maar al bij al minder belangrijk: de door de EU bepaalde taalniveau’s (A1, A2 enzovoort) zijn abstracties die niets te maken hebben met de realiteit van communicatie. Concreet: er is geen enkele reden waarom iemand met een lager competentieniveau geen heldere en afdoende communicatie kan hebben met iemand met een hoger taalniveau. Meer nog: dit is de regel en niet de uitzondering, want ‘het’ Nederlands is even goed een fictie.

cf3d0306faa2266e33a34c260481c990-schoolbord

Intussen beantwoordt het aanbod aan cursussen Nederlands helemaal niet aan de vraag.

In realiteit zijn er honderden afzonderlijke stukjes Nederlands, en elk van ons beheerst er een aantal zeer goed, een aantal minder, en een aantal niet. Weinig doorsnee Vlamingen zijn in staat een notariële akte te schrijven, bijvoorbeeld, wat een van de redenen is waarom die doorsnee Vlamingen behoorlijk wat geld moeten neertellen voor de taal-diensten van de notaris. Taal-ongelijkheid is de regel, ook in gemeenschappen die zichzelf als ‘eentalig’ beschouwen.

Twee, en veel belangrijker, is de evolutie van de samenleving, de tendens die we zien in de werkelijkheid. Globalisering heeft een tweezijdige ‘superdiversiteit’ geschapen, en dit proces holt aan grote snelheid vooruit. Aan de ene kant worden samenlevingen zoals de onze steeds diverser omwille van veranderende patronen van migratie, hetgeen onwaarschijnlijke dimensies van meertaligheid schept, en niet alleen meer in de grote steden. Anderzijds zijn ook de Vlaamse inboorlingen veel actiever en mobieler, en wordt de doorsnee Vlaamse leefwereld door-en-door transnationaal en dus meertalig. Zap een uurtje doorheen het televisie-aanbod en je weet waarover het gaat.

Het merkwaardige aan deze superdiversiteit is dat ze in de regel bijzonder weinig acute communicatieproblemen stelt. Mensen – doorsnee mensen – zijn immers meertalig, en ze ontwikkelen verkeerstalen die hen door complexe communicatiesituaties gidsen. Engels is een voor de hand liggend voorbeeld, maar men onderschat de cruciale rol van een soort straat-Nederlands als verkeerstaal in superdiverse stadswijken. Het geroep over ‘meer Nederlands’ gaat aan die realiteit voorbij.

00295

“In Vlaanderen Vlaams!” Wie kan daar tegen zijn?

De algemene tendens is dus een tendens naar meertaligheid, niet naar eentaligheid, en gegeven de manier waarop globalisatieprocessen werken is daar simpelweg niets aan te doen. Dat is overigens de reden waarom onze onderwijsminister, in koor met de EU, het belang van meertaligheid voor Vlaamse burgers telkens weer onderstreept. Het is ook de reden waarom academici aan Vlaamse universiteiten nu een taaltoets Engels moeten afleggen.

Die realiteit van meertaligheid verhoudt zich dus slecht tot een ideologie van eentaligheid. Het is eenvoudigweg niet juist dat men “alleen maar aan onze kan samenleving kan deelnemen” indien men Nederlands (en enkel Nederlands) spreekt. Men kan enkel aan onze samenleving deelnemen indien men verschillende talen spreekt. En die keuze van talen, de talen die men met z’n familie, vrienden en collega’s spreekt, is geen zaak voor de overheid. Het is een zaak die bepaald wordt door sociale processen, en beleid heeft daar nauwelijks een greep op.

En hier komt een derde reden. Indien men dit beleid tracht door te drukken, dan wordt het een vorm van discriminatie, een obstakel voor “deelname aan onze samenleving”, geen middel daartoe. Het optrekken van het vereiste taalniveau van A1 naar A2, bijvoorbeeld, zal geen enkel effect hebben op de echte communicatie tussen mensen. Als men bij A1 de indruk heeft van gebrekkig of houterig Nederlands, dan zal dat niet verdwijnen bij A2.

Deze ingreep lost dan ook geen enkel probleem op, maar ze schept wel een nieuw probleem: taal wordt een instrument waarmee men ongewenste doelgroepen het “deelnemen aan onze samenleving” steeds moeilijker maakt. Het effect zal voorspelbaar zijn: het wordt moeilijker om toegang te krijgen tot de welzijnsvoorzieningen van de overheid. Minder mensen zullen aanspraak kunnen maken op sociale woningen, uitkeringen, specifieke vormen van ondersteuning in het dagelijks leven.

En dit gebeurt niet omdat er in realiteit slechte communicatie heerst – dat onderzoek naar de feitelijke toestand doet men immers niet, men kent de feitelijke toestand simpelweg niet en lijkt er geen belangstelling voor te hebben. Het gebeurt omdat men zichzelf een samenleving heeft aangepraat die, in weerwil van de realiteit, eentalig zou moeten zijn. Of meer precies: een samenleving waarin wijzelf voor alles heel erg meertalig zijn en moeten zijn, terwijl we van anderen eisen dat ze een eentalig taalregime aannemen.

Zoiets heet: een onrechtvaardige samenleving.

(1) Het Vlaams parlement heeft op 30 mei 2013 het decreet over de hervorming van de integratie- en inburgeringssector goedgekeurd. Voortaan moeten inburgeraars die een inburgeringsattest willen behalen, slagen voor een examen Nederlands als tweede taal (NT2) op niveau A2 van het Europees referentiekader JD

spuwen

 

July 11, 2016 at 3:41 pm 7 comments

KNACK FOCUS ZUIGT

1264548020_you-are-not-cool

Het weekblad Knack bestaat, zoals u wellicht weet, uit drie verschillende boekjes. Het serieuze hoofdblad Knack, Knack Weekend dat zich vooral tot vrouwelijke consumenten richt en Knack Focus, voor de consumenten van de amusementsindustrie. Dit laatste lijkt soms in elkaar gedraaid door en voor schooljongens. Al heeft het blad ook journalisten die uitstekend schrijven  -ik denk onder meer aan Tine Hens, Roderik Six en Gert Meesters- de krampachtige neiging van sommige medewerkers om hip en cool over te komen door zoveel mogelijk de stijl en woordenschat van de dominante  Amerikaanse massacultuur na te apen kan behoorlijk irriterend zijn. Ik zou er niet over schrijven als het geen algemene tendens zou zijn, waar ook vele andere media zich aan bezondigen. Maar Knack Focus spant misschien wel de kroon. Neem nu de titel die Geert Zagers onlangs boven een stuk plaatste: “Fuck you back to what? Zes redenen waarom het zuigt om Chris Browns PR-agent te zijn”.

Nu ben ik bepaald  geen taalpurist die het Nederlands wil zuiveren van “vreemde” invloeden.  Onze moedertaal is verre van perfect; lacunes moeten noodgedwongen gevuld worden door te lenen van andere talen. Dat er vandaag vooral uit het Engels geleend wordt ligt voor de hand. Niet alleen omdat Engels de internationale taal is maar ook omdat in geen andere taal zo gemakkelijk nieuwe woorden ontstaan. Maar dit lijkt me toch een stapje te ver. Kon Zagers werkelijk geen Nederlands equivalent vinden voor de uitdrukking “it sucks to…”? Waarom niet: “Zes redenen waarom het niet meevalt om …”? Of als dat niet krachtig genoeg is, “… waarom het stinkt om …”. Dat is misschien ook een anglicisme maar de betekenis is tenminste duidelijk.  “It sucks” simpelweg vertalen door “het zuigt” getuigt van luiheid of taalarmoede of snobisme of een combinatie van alledrie.  Hou er mee op Geert. Of om het in jouw taaltje te zeggen:

Geert, jij zoon van een geweer, snij het uit, dit is stierestront. Geen weg dat dit koel is! Ik kinder niet, moederneuker. Maar hey, geen harde gevoelens, ik wil je het stinkoog niet geven, het is geen grote transactie.  Bij de weg:  je kunt beter doen want je hebt wat het neemt, graaf je? Je bent ver uit man! Hoge vijf!!

Tom Ronse

4632 cvbx

June 11, 2016 at 6:34 am 1 comment

N I E U W S S P R A A K III

nssp

door Jef Coeck


antimisbruikbepaling
Bv. Gas-boetes. Verbod door een overheid, ter beteugeling van een misbruik. Er zijn ook pro-misbruikbepalingen maar die heten dan: gaten in de wet. Of achterpoortjes.

baaltaal
‘Ik heb er genoeg van!’ en de duizenden varianten daarop, elke dag weer op tv. Door geïnterviewden, debaters, en vooral door gewone kijkers thuis.

bankwarenhuis
De impliciete staatsgarantie die vroeger voor gewone depositobanken gold, slaat nu op een soort bankwarenhuizen die alles doen, inclusief grote risico’s nemen. (John Vandaele)

besparing
Bij de aanmaak van de staatsbegroting wordt de discussie vaak vertroebeld door ideologische verschillen die semantisch gecamoufleerd worden. ‘Besparingen of nieuwe inkomsten?’ Versta: minder subsidies en overheidspersoneel, of nieuwe inkomsten? Anders gezegd: ontslagen of nieuwe belastingen? Het eerste is wat de liberalen willen, het tweede de socialisten. De realiteit is veel ingewikkelder, omdat de termen te vaag zijn (gehouden). Als men overheidspersoneel ontslaat, betekent dat toch automatisch nieuwe inkomsten? Maar ook nieuwe uitgaven, want stijgende werkloosheid. En als men nieuwe belastingen heft, zal een aantal bedrijven failliet gaan met gevolg: stijgende werkloosheid. De term ‘besparing’ is dus niet hanteerbeer bij begrotingsdebatten zonder een handboek vol voetnoten. Die leiden dan weer tot uitstel en nieuwe verliezen voor de staat.

bevrijdingsnationalisme
Bij het proces van dekolonisering, in de jaren 50-60 van de vorige eeuw, maakten landen zich vrij van hun doorgaans Westerse kolonisator. Dit ging vaak gepaard met opstoten van nationalisme, of althans iets wat er op leek. Alles wat uit eigen land kwam of erin ging was goed, alles daarbuiten slecht. Het bestaat nog. Neem de Koerden. Of de Taliban.

bunkermentaliteit
Een vorm van politiek bedrog. Meermaals gebruikt voor de Israëlische premier Netanyahu, die voortdurend zegt vrede met de Palestijnen te willen en tegelijk alles doet om ze te boycotten, te verdrijven of uit te roeien. Hij verschanst zich in het eigen gelijk. De man (‘Bibi’) ziet er ook uit als een bunker.

containerwoord of –begrip
Je neemt wat letters bij elkaar die lijken een woord te vormen dat begrijpelijk is. Zonder nadenken nemen we aan de betekenis ervan te kennen. Maar als je er andere betekenissen aan geeft, klopt het ook. Alsof betekenissen afval zijn, die je in een container gooit, die ze bijhoudt tot ze vanzelf verdwijnen of verrotten.

cruciaal
Bijzonder zwaarwichtig. Zoals het kruis van Jezus? Als iets cruciaal is moeten we op straf van doodzonde geloven dat het betrokken voorwerp/onderwerp met bijzondere eerbied behandeld dient te worden door de persoon die het woord gebruikt. Journalisten zijn er dol op.

demotie
Sommigen pleiten ervoor: werknemers minder betalen naarmate ze ouder worden (en dus minder presteren?) Kost meer dan het oplevert, vinden Nederlandse professoren. (de Volkskrant). Demotie gaat vaak gepaard met emotie.

deweverisering
‘Vlaanderen is aan het deweveriseren’, vinden de Franstalige commentatoren Francis Van de Woestijne (La Libre Belgique) en Béatrice Delvaux (Le Soir). ‘De Wever is een icoon geworden in Vlaanderen. Een afscheiding van Abbé Pierre, van Moeder Theresa, van Ghandi, van Aung San Suu Kyi, van Nelson Mandela: l’intouchable’ (La Libre) ‘Er is geen oppositie meer tegen de N-VA’. (uit De Standaard)

disfunctioneel gezin
eufemisme voor ‘ontwricht’ gezin. Wat eigenlijk fout is, want disfunctioneel betekent volgens het woordenboek ‘ontwrichtend’ – wat ook kan, natuurlijk. Toegepast op onze zes regeringen klopt het in alle opzichten.

donatie
gift, schenking, bv. aan de Koninklijke Schenking (niet zeggen: Koninklijke Donatie)

doorbraak
Voorbeeld van een containerbegrip. We zien de lettertjes, ze zijn simpel en we denken ze te begrijpen. Bij nader inzien weten we niet wat ze inhouden. In de jaren 50 was Doorbraak een publicatie van de Vlaamse Volksbeweging. In de jaren 80: een streefdoel van de SP en haar nieuwe voorzitter Van Miert. Nu: een crypto-propagandaorgaan van de NVA. Wijlen Johan Anthierens placht hiervoor consequent het woord ‘doorbraaksel’ te gebruiken.

dotatie
financieel faveurtje voor lid van het Koningshuis/ of voor een politieke partij

down-to-earth
Wordt in Ned. teksten wel gebruikt in de betekenis van ‘laagbijdegronds’, wat fout is. Het betekent: nuchter, zonder franje, geen kapsones. Louis Tobback is down-to-earth, niet omdat hij zo klein van gestalte is maar omdat hij doorgaans onverbloemd zegt wat hij meent.

exitgesprek
Gesprek tussen de leiding en één of meer leden van een groep, vereniging of partij, over het verlaten van de groep. Een van de langdurigste exitgesprekken was, voor zover bekend, dat van senator Rik Torfs met het bestuur van zijn partij CD&V. Tenzij het pure semantiek was.

marktlimieten
Professor-econoom Paul De Grauwe schreef De Limieten van de Markt. Zijn basisstelling is dat als de markt aan zichzelf wordt overgelaten, ze onvoldoende goed het algemeen belang dient en dat niet iedereen een billijk deel van de economische welvaart krijgt. Dat kan de democratische steun voor een markteconomie ondermijnen, waardoor die steun op termijn zelfs kan verdwijnen. Een markt die niet beteugeld wordt leidt, leidt niet tot economische groei maar tot groeiende ongelijkheid en verliest zo haar democratische backing. Er zijn politici die vinden dat de markt zichzelf reguleert en dus geen enkele beperking verdraagt. We hebben de jongste jaren al gezien tot welke rampen dat leidt. Naar gevreesd moet worden hebben we het laatste nog niet gezien.

semantiek
In de taalkunde betekent het: de leer van de betekenis van woorden. In het dagelijkse vooral politieke taalgebruik is het een eufemisme voor ‘gezwets, onzin,. Semantische discussies zijn dagelijks voorhanden op de televisie, vaak in zogenaamd informatieve programma’s. De discussie over confederalisme is tot op heden puur semantisch. Die over de begroting ook. Semantiek hangt vaak aaneen met leugens.

(wordt vervolgd)

March 12, 2016 at 1:02 pm 2 comments

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,618 other followers