Posts filed under ‘terrorisme’

ODE AAN DE ZEE

Waarover dromen mensen die jarenlang  gevangen zitten zonder vorm van proces, die in hun wanhoop weigerden te eten en langs een buis door hun keel naar hun maag  gevoederd werden?  Ze dromen van de zee.

Dit althans is wat een tentoonstelling in New York lijkt uit te wijzen. Die is niet te zien in een van de bekende kunstgalerijen maar in de “presidential gallery” van het John Jay College of Criminal Justice, de grootste criminologie-hogeschool van het land, die in midtown Manhattan een ganse stratenblok in beslag neemt. De kunstenaars in kwestie zijn dan ook geen beroemdheden. Ze zijn amateurs en onderworpen aan strenge censuur. Ze maakten hun werk in het gevangeniskamp in Guantanamo  waar de VS sinds 2002 verdachten van terrorisme opsluit.

Het gevangeniskamp ligt in een Navy-basis in een stukje bezet Cuba, dus buiten de VS, wat volgens de Amerikaanse  regering impliceert dat regels die in de VS gelden er niet noodzakelijk van toepassing zijn. Zoals de ‘habeas corpus’-regel die verbiedt om mensen langdurig  op te sluiten zonder aanklacht of proces. Of het verbod om verdachten te folteren. Hoewel de regering het aanvankelijk ontkende, heeft een onderzoek door een senaatscommissie bevestigd dat er wel degelijk gefolterd werd in Guantanamo.

President Obama beloofde in januari 2009 dat het kamp binnen het jaar zou gesloten worden. Dat lukte hem niet. Wel is het aantal gevangenen, dat op het hoogtepunt in 2003 684 bedroeg, verminderd tot 41. De kans dat er nog meer worden vrijgelaten wordt klein geacht, zeker zo lang Trump president is.

Sinds 2008 krijgen de gevangenen de gelegenheid om kunstles te volgen. “Als ze daarmee bezig zijn, laten ze hun bewakers met rust”,zo legde een woordvoerder van de gevangenis uit. Potloden, pennen en ander scherp materiaal krijgen ze niet, om te voorkomen dat ze die als wapens zouden gebruiken. Terwijl ze tekenen en schilderen, zijn hun enkels geketend aan de vloer. Het grootste deel van wat ze maken wordt verbrand.  Maar de laatste jaren mochten sommige werken door advocaten van de gevangenen mee naar buiten worden genomen. Die advocaten contacteerden Erin  Thompson, kunst-professor aan John Jay College, en zo kwam de expo tot stand.

Er zijn werken te zien van acht gedetineerden.  Vier daarvan zitten nog steeds vast. De anderen zijn vrijgelaten maar echt vrij zijn ze niet: ze zijn bannelingen in een vreemd land en mogen niet naar huis terugkeren.

Wat hebben ze op hun kerfstok? Slechts een van hen, Ammar Al-Baluchi, is beschuldigd van betrokkenheid in de aanslagen van 9/11. Hij heeft bekend maar zegt dat die bekentenis er door foltering kwam. Dat hij gefolterd werd is een feit, hij liep er een ernstig hersenletsel door op. Zijn tekening in de expo, “Vertigo” is zijn poging om de duizelingen te beschrijven die hij door dat trauma voelt.

De andere gevallen zijn twijfelachtig. Volgens hun advocaten waren ze “in the wrong place at the wrong time”. Drijfhout in een internationale storm, meegesleurd in een veel te groot net. Sommigen weten niet eens waarvan ze verdacht werden. Niemand heeft het hen verteld. Ze werden nergens van beschuldigd.

Erin Thompson waarschuwt bezoekers dat ze zich bewust moeten zijn van de kunstwerken die ze niet kunnen zien. Daarmee bedoelt ze dat de kunstenaars niet vrij waren om te maken wat ze wilden. Ten eerste omdat ze hun kansen om ooit vrij te komen niet wilden verknallen. Ten tweede omdat de militaire censuur alleen werken laat passeren die onschuldig ogen. Elk werk in de expo draagt de stempel: “Approved by US Forces”. Dus zijn er geen afbeeldingen uit hun leven gegrepen.  Niets over wat er in Guantanamo gebeurt, geen prenten van folteringen.  Het dichts bij een politieke statement komt het werk van Al Qurashi die bijvoorbeeld het Vrijheidsbeeld verdrinkend schilderde. Het lijkt een wonder dat de censuur dit liet passeren.

In plaats van de gruwels van hun leven, schilderden de gevangenen de zee.

De tentoonstelling heet “Ode to the sea” en opent met een gelijknamig gedicht, van een anonieme gevangene. Het begint zo:

“O sea give me news of my loved ones

Were it not for the chains of the faithless

I would have dived into you

And reached my beloved family

Or perished in your arms”

 

“Toen de gevangenen in de kunst-klas hun eigen onderwerpen mochten kiezen, tekenden en schilderden ze opnieuw en opnieuw, obsessief, de zee”, vertelt Erin Thompson. “Schepen, golven, stormen, wrakken, pieren, steigers, zandstranden, rotsstanden, vuurtorens, mensen die vanop kliffen staren naar het water… vanuit hun cellen konden de gevangenen de zee voortdurend horen maar nooit zien. De vele omheiningen zijn bedekt met dekzeilen. Een keer, toen er een orkaan op komst was, werden de dekzeilen op sommige plaatsen weg genomen. De gevangenen die de zee konden zien keken ernaar tot de dekzeilen enkele dagen later terugkeerden.”

De kunstenaars vertelden haar dat ze de zee zien als een symbool van hoop en angst. “Ik beelde me in dat er op een dag een schip zou komen en  me mee zou nemen, weg van Guantanamo ”, vertelt een van de kunstenaars, Al Rahabi, nu een banneling in Montenegro.

Over een schilderij dat een mooi strand uitbeeldt, zei Al Ansi, nu een banneling in Oman: “Telkens als ik ernaar keek dacht ik hoe graag zou ik daar zijn.”

De zee als symbool van hoop, heimwee en ontsnapping maar ook van gevaar. Al Ansi schilderde ook het werk dat boven dit stuk staat en een verdronken vluchtelingenkind toont dat op de kust is aangespoeld. Nadat zijn aanvraag tot vrijlating was afgewezen, schilderde hij een wenend oog boven een kust. Het oog, zo legde hij uit, symboliseerde zijn moeder.

 

Khalid Qasim uit Jemen schilderde een grijze kille zee waarin haaievinnen dreigend uitsteken. De Algerijn Djamel Ameziane schilderde onderstaand tafereel van een scheepswrak zonder overlevenden. “Op  de ergste momenten voelde ik me als een boot in vreselijke stormen”, zo legde hij uit.

Moath Al Alwi, een Jemeniet die nog steeds vastzit, bouwt miniatuurschepen met materialen die hij ter plaatse vindt. Drie van zijn schepen zijn te zien op de expo.

Naar verluidt heeft Al Alwi onlangs nog een mooier schip gemaakt maar de kans dat buitenstanders het te zien krijgen is klein. Toen de autoriteiten lucht kregen van de tentoonstelling hebben ze verboden om nog kunst uit Guantanamo naar buiten te laten komen. Kwestie van niet de indruk te wekken dat de gevangenen het er te goed hebben. Beslist is dat de kunstenaars een beperkt aantal werken in hun cel mogen houden en dat de rest zal vernietigd worden.

Tom Ronse

Ode to the Sea: Art from Guantánamo,” is te zien tot eind januari 2018 in “the President’s Gallery of the John Jay College of Criminal Justice, City University of New York”.

Al Ansi, Approved

december 2, 2017 at 8:38 am Plaats een reactie

PALESTINA BESTAAT, MAAR NIET ALS STAAT

Statue of Godfrey of Bouillon on Place Royale or Koningsplein (Royal Square) in Brussels, Belgium

door Jef Coeck

 

 

Kan u zich herinneren wanneer u voor het laatst het woord ‘Palestijn’ zag of hoorde in de mainstream media? Dus niet in specifieke publicaties over het onderwerp.Toevallig is het deze dagen wel het geval, omdat de Palestijnse rivalen Hamas en Fatah aan een toenadering bezig zijn. Maar afgezien daarvan kan het lang geleden zijn, want het lijkt erop alsof Palestina niet bestaat. Voor een deel is dat ook waar. Toch zijn er Palestijnen, ze worden gepest, gevangen gezet of gedood door hun kolonisatoren, de staat Israël. Wanneer de repressie massaal gebeurt, zoals enkele keren in Gaza, herinneren we ons plots dat er vroeger zoiets bestond als ‘het heilig land’. Vooral de hoofdstad Jeruzalem had (heeft) een bewogen geschiedenis.

Onze specialist, Lucas Catherine, heeft de bewogen Palestijnse geschiedenis opgeschreven met alle soms verbijsterende details. Palestina, dat nu Israël heet, is een kunstmatige constructie van de wereldpolitiek. De oorspronkelijke bewoners zijn grotendeels verdreven of gekneveld. Aan de basis van dit kolonialisme ligt het Zionisme, een theorie die ontworpen werd door Theodor Herzl (1860-1904). Dat volgde dan weer op de pogroms (jodenvervolging) met name in Rusland maar ook elders. Herzl vond dus dat dit racistisch gedoe pas kon ophouden als de joden over een eigen staat zouden beschikken.

Zijn idee vond aanvankelijk weinig bijval.Voor Herzl maakte het niet uit waar de joodse staat zou komen, voor zijn part in een grote lap onbewoonde Afrikaanse brousse. Daar kwam verandering in toen de rabbi’s er zich mee bemoeiden. Voor hen kon maar 1 land in aanmerking komen: het land waar de tempel had gestaan. Was dat land bewoond? Jazeker, maar dat werd ontkend, alsof Palestijnen geen mensen zijn. De mooie droom van een pluralistische staat met gelijke rechten voor iedereen, zonder geweld verworven en zonder een spat expansiedrang, kon Herzl wel vergeten. Het moest een exclusief joods-religieuze staat worden. Hij draaide bij.

Zover gekomen, begon de lobbying van alle kanten. Voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog waren de Ottomanen (wij noemen ze Turken) de baas in zowat het hele Midden- en Nabije Oosten. Nog voor de oorlog was afgelopen, hadden Frankrijk en Engeland al in het geheim de Turkse erfenis  onder elkaar verdeeld.  Dat was het verdrag Sykes/Picot. (1916)

België speelde daarin een niet onbelangrijke rol. Niet enkel waren ‘wij’ de erfgenamen van Godfried van Bouillon, die in 1099 de eerste christelijke koning van Jeruzalem werd. Niets om fier over te zijn, maar in zogenaamd diplomatieke kringen een argument om Palestina, die mierenhoop, aan België te geven. De Belgen vormden in Caïro – het hart van de Arabische wereld –  de belangrijkste groep na de Britten. Baron Empain had vlakbij Caïro een nieuwe stad gescticht, Heliopolis, zonnestad. Zijn eigen villa was zo gebouwd dat ze meedraaide met de zon. Ook trams en treinen kwamen uit België. De drang naar Palestina paste perfect in het Sykes-Picot akkoord, dat een apart, neutraal, internationaal regime voor Jeruzalem voorzag. Een soortement Brussel van het Midden-Oosten.

Intussen bleek de Zionistische strijd nog niet gewonnen. Er waren belangrijke tegenstanders, zoals de joodse geleerde en alom gewaardeerde Albert Einstein (1879-1955/ ontdekker van de reletiviteitstheorieën). Hij zei: ‘Ik zou liever hebben dat wij een redelijk akkoord met de Arabieren sluiten, waarin wij stellen dat wij vreedzaam naast elkaar leven, dan dat wij een Joodse Staat zouden stichten… De idee van een Joodse Staat met grenzen, een leger en een overheid, hoe beperkt ook, zal het judaïsme schaden… Wij zijn niet langer de joden uit de tijd van de Makkabeeën. Een terugkeer naar een volk in de politieke betekenis van dit woord, zou ons de spirituele erfenis die we van onze profeten hebben ontvangen, ontnemen.’

Ongeveer alle plannen werden doorkruist. België kreeg Palestina niet. Sykes-Picot werd de bodem ingeslagen door Sykes’ landgenoot, lord Balfour (1848-1930). Deze Britse minister van Buitenlandse zaken, ex-premier, gaf op eigen houtje een ver reikende verklaring uit, nota bene op een moment dat de wereldoorlog nog niet eens afgelopen was en Balfour zelf door niemand gemandateerd. De verklaring luidt dat Groot-Brittanië de kolonisatie van Palestina door Europese joden met alle middelen zou steunen. Het document was gericht aan Lord Walter Rothschild, zelf geen zionist maar een vriend van Chaim Weizmann, voorzitter van de Zionistische Federatie en wat later de eerste president van Israël. Voorts wordt de indruk gewekt dat er in Palestina weinig of geen bewoners waren. Dat is een leugen. Voor de Eerste Wereldoorlog telde Palestina 754.275 inwoners, van wie slechts 7 procent joods was.

Lucas Catherine beschrijft in detail de leugens, de gewapende milities, het geweld, de massamoorden en dito deportaties. In de meer dan dertig boeken die hij totnutoe schreef, ontpopt Catherine zich als een begenadigd verteller, de meester van de anecdote. Hier zien we hem op een heel andere wijze aan het werk. Niet dat hij de anecdote heeft afgezworen, maar zijn stijl is hier veel soberder, afgestemd op feiten – zonder dat hij zijn sympathie voor de Palesstijnen verloochent. Toch is het boek evenwichtig. Het laat ook ruimte voor de arme en vervolgde joden die zich soms al na korte tijd bedrogen voelden door de loze beloften van het Zionisme.

De geschiedenis van Palestina in de vorm van Israël is nog kort, sedert 1948. Toch zijn er al drie Arabisch-joodse oorlogen geweest, waaruit Israël steeds sterker  en groter tevoorschijn kwam. Van kritiek, door de VN, door organisaties voor mensenrechten, door afzonderlijke staten, trekt het zich niets aan. Het is hun land, door god gegeven (Gott mit uns!, riepen de kruisvaarders al in hun taal: Deus vult). Intussen gaat de decimering van de Palestijnse bevolking onverminderd door. Israël heeft geen grondwet, dat zou maar een hinder zijn! En de gewone wetten zijn gesneden op maat van de Apartheid. Israëli’s hebben alle rechten, Palestijnen hoofdzakelijk het recht om onderdrukt te worden.

Komt er ooit een einde aan deze surrealistische trein van de apocalyps? Velen twijfelen er aan. Een ding staat vast: het geweld dat we de jongste twintig jaar kennen vanuit het Midden en nu ook al Verre Oosten, houdt op een bijna mystieke wijze verband met het tragische lot van de Palestijnen. Ook als er een redelijke verdeling van Israël/Palestina zou gebeuren, kunnen de wreedheden uit het verleden nooit worden uitgegomd. Inclusief, inderdaad, de Shoah.

*Lucas Catherine, Palestina, Geschiedenis van een kolonisatie, Berchem, EPO, 2017

oktober 19, 2017 at 3:56 pm Plaats een reactie

HET MEDEDOGEN VAN ALEXANDER DE CROO

Walter Zinzen en Alexander De Croo in De Afspraak van 16 december 2016. http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/politiek/1.2846467

Door Johan Depoortere

“Mededogen” synoniem volgens van Dale voor “barmhartigheid,” een christelijk geladen term die in het debat over immigratie en asiel zelden wordt gebezigd. Oud-journalist Walter Zinzen introduceerde het woord tijdens een debat in “De Afspraak” op 16 december 2016. Hij kreeg – zo leek het op het eerste gezicht – flink lik op stuk van zijn gesprekspartner, vice-premier Alexander De Croo. Op hoge toon beweerde De Croo dat zijn rechts-liberale regering op dat stuk niets te verwijten valt. Immers – zo heette het – België toonde méér mededogen dan de buurlanden door 65000 Syriërs asiel te verlenen. Letterlijk zegt De Croo: “Het mededogen is dat ons land 65000 Syriërs opgevangen heeft.” De Croo zegt er niet bij over welke periode hij het heeft, maar het heeft er alle schijn van dat de vice-premier hier een beetje zat te jokken. De cijfers van het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen zijn op hun website makkelijk terug te vinden. In 2016 dienden een totaal van 18710 vluchtelingen een asielaanvraag in. Daarvan kwamen er 6500 uit Afghanistan, Syrië en Irak. Ruim de helft van de asielaanvragen kregen een positieve eindbeslissing. Voor de Syriërs (samen met de Afghanen en de Irakezen) dus minder dan één tiende van het cijfer dat De Croo hanteert.

Woorden zeggen niet alles, maar wel heel veel. De immigratiepolitiek van deze regering is er geen van “mededogen” maar van verdediging tegen wat wordt voorgesteld als een “toestroom,” een “vloedgolf” en andere metaforen die de burger angst moeten aanjagen voor de “vreemdeling,” of – erger nog – de “gelukszoeker.” Voorbeelden van hoe dat ook anders kan waaien ons soms toe uit onverwachte hoek. Wie kent bijvoorbeeld Toomas Hendrik Ilves, tot voor kort president van het Baltische Estland? Ilves is de zoon van vluchtelingen. Zijn ouders zijn tijdens de bezetting van Estland door de Sovjetunie van Stalin naar Zweden en later naar de Verenigde Staten gevlucht. Daar is de toekomstige president, die in Stockholm is geboren, opgegroeid. Op 2 februari 2016 sprak Ilves als staatshoofd het Europese parlement in Straatsburg toe. Walter Zinzen – hij weer – laat er ons kennis mee maken met een artikel in MO, waarin hij uitvoerig uit de toespraak van Ilves citeert.

Toomas Hendrik Ilves, voormalige president van Estland

“De grote aantallen vluchtelingen mogen ons niet afschrikken”, zo betoogde Ilves in het Europees parlement, want “we hebben veel erger mee gemaakt. In het Europa van 1946 waren er in Duitsland alleen 12 miljoen binnenlandse vluchtelingen en nog eens 12 miljoen ontheemden met 20 verschillende nationaliteiten. De toenmalige UNRRA (United Nations Relief and Rehabilitation Administration), besteedde toen, omgerekend in hedendaags geld, 50 miljard euro om dit probleem op te lossen. Ik citeer dit getal om aan te tonen hoe ontzaglijk de taak was waar onze grootouders voor stonden in een tijd dat Europa nog geen instellingen had, en er soms zelfs geen soevereine regeringen waren.”

Die prestatie van toen moet ons inspireren voor de problemen van vandaag vindt Ilves: ‘We zullen deze migratiecrisis oplossen als we dezelfde vastberadenheid als onze voorouders aan de dag leggen.” Maar de president – zo schrijft Zinzen in zijn commentaar op de toespraak – is niet blind voor de problemen van vandaag. Zijn speech kwam niet zo lang na de aanslagen in Parijs en hij beseft dat het terrorisme populisten en extremisten in de kaart speelt. Hij reageert: ‘We kennen het argument dat we geen vluchtelingen kunnen accepteren omdat het terroristen zijn, gemakshalve vergetend dat de vluchtelingenstroom naar Europa juist bestaat uit mensen die op de loop zijn gegaan voor hetzelfde regime, dezelfde brutaliteit en moordzucht die we in Parijs hebben gezien.”

“Hoe komt het dat zo weinig politieke leiders dat standpunt delen? vraagt Zinzen zich af. “Behalve Ilves zelf (die dus ondertussen president af is) en Merkel ken ik er maar één: de Canadese premier Trudeau. Maar Merkel en haar aanhang worden steevast afgebrand, belachelijk gemaakt en bespot door de Bart De Wevers, de Jean-Marie De Deckers, de Theo Franckens en Maarten Boudry’s van deze wereld. Wie vindt dat vluchtelingen recht hebben op een menselijk onthaal wordt door deze heren weggezet als gutmensch.”

Of als “cultuurmarxist” zou je er kunnen aan toe voegen. En Zinzen besluit met een andere historische parallel. “Toen de nazi’s aan de macht kwamen in Duitsland en nadien een groot deel van Europa bezetten, sloegen honderdduizenden joden op de vlucht. Maar niemand wilde ze hebben. Het “neutrale” Zwitserland sloot zijn grenzen,het fascistische Portugal en Spanje deden hetzelfde. In Zuid-Amerika werd schepen boordevol vluchtelingen de toegang tot het vasteland geweigerd, ja zelfs in Palestina – toen nog onder Brits bestuur – waren Joodse vluchtelingen niet welkom.

Yuval Noah Harari verhaalt in zijn wereldwijde bestseller Homo Deus hoe de Portugese consul in Bordeaux tegen de wil in van zijn bazen visa afleverde aan 30.000 Franse joden, zodat ze Portugal binnen konden. Aristides de Souza Mendes heette de man. Hij werd ontslagen omdat hij zijn orders niet had opgevolgd. Hij heeft wel 30.000 mensenlevens gered. Een gutmensch dus, of, wie weet, een cultuurmarxist. Nietwaar, heren van de joods-christelijke traditie.”

Het volledige MO-artikel kun je hier lezen

oktober 12, 2017 at 1:22 pm 1 reactie

BRUSSEL 23 MAART 2016 – Een impressie

BrusselBrussel-3Brussel-2

 

Brussel-19

maart 28, 2016 at 4:45 pm 1 reactie


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.337 andere volgers