Posts filed under ‘Uncategorized’

WAAAROM DE OPENBARE OMROEP HET SONGFESTIVAL MOET BOYCOTTEN

Op 18 mei wordt in Tel Aviv de finale gevierd van het Songfestival, een organisatie van EBU, de koepel van Europese openbare omroepen. Het gebeuren vindt plaats in een stadion in Ramat Aviv, een stadsdeel dat gebouwd is op de ruïnes van het voormalige Palestijnse dorp Sheikh Muwanis. In 1947, nog vóór het uitbreken van de zogenaamde “Israëlische onafhankelijkheidsoorlog” werd het dorp aangevallen door de troepen van de Joodse militie Irgun onder leiding van de latere premier van Israël en Nobelprijslaureaat voor de vrede Menachim Begin. De bijna 2000 inwoners werden verjaagd en hun huizen opgeblazen. Op het op die manier vrijgekomen terrein werd later de universiteit van Tel Aviv gebouwd.

Ikrit, één van de meer dan 600 dorpen die vernietigd werden voor de vestiging van de Joodse staat.

Tussen 1948 en vandaag ondergingen meer dan 600 Palestijnse dorpen hetzelfde lot: één van de meest grootschalige etnische zuiveringen van de 20eeeuw. 800 000 mensen werden van hun huis en goed verdreven om plaats te maken voor een etnisch zuivere Joodse staat. Hun terugkeer of herstelbetalingen worden tot vandaag onmogelijk gemaakt,  een oorlogsmisdaad volgens internationaal recht. Het huidige Israël doet er alles aan om dat gewelddadige ontstaan van de Joodse staat uit het collectieve geheugen te wissen. Populaire cultuur kan daarbij helpen. Een evenement als het Eurovisie Songfestival is voor de Israëlische propaganda een uitgekiend middel om het land voor te stellen als een normaal, democratisch en Europees land.

Dat is de Joodse staat niet. De kerngedachte van het zionisme, de officiële staatsideologie van Israël, is dat internationaal recht, internationale verdragen, universele mensenrechten en zelfs de vonnissen van Israëlische rechtbanken ondergeschikt zijn aan de belangen en de “veiligheid” van één etnisch-religieuze groep, namelijk de Joden. Dat is Apartheid – een variant van de Zuidafrikaanse racistische ideologie. Het is deze ideologie die de Israëlische regering in staat stelt voortdurende oorlogsmisdaden, buitensporig geweld in Gaza, militaire bezetting, het opsluiten van kinderen, het gebruik van verboden wapens en munitie, discriminatie van de niet -Joodse bevolking, het doden van ongewapende betogers onder wie kinderen, hulpverleners, gehandicapten en journalisten te verantwoorden.

Na de zoveelste raketaanval tegen Palestijnse burgers in Gaza

Deze ideologie, die de grondslag uitmaakt van de staat Israël, is vorig jaar nog in verscherpte vorm in een nieuwe wet gegoten: de wet die Israël definieert als de “natiestaat van het Joodse volk.” De huidige premier van Israël, Benjamin Netanyahu, heeft onlangs nog in  niet mis te verstane woorden uitgelegd wat die wet betekent: “Israël is niet het land van zijn bewoners, maar uitsluitend van de Joden.” Hoewel de wet niets nieuws is – alleen de bevestiging van de bestaande ideologie – valt te vrezen dat hij voor de 1,8 miljoen Palestijnen in Israël – 20% van de bevolking – méér repressie, méér discriminatie en méér apartheid zal betekenen. De wet is ook een aansporing voor de meest extreme zionisten, de “settlers” van de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, om met nog meer aandrang de annexatie te eisen van bezet gebied. Een eis die meer en meer gehoor vindt bij de extreem-rechtse regering Netanyahu en haar beschermheer in Washington, president Donald Trump.

In deze omstandigheden een propagandashow, vermomd als liedjesfestival, organiseren is een zoveelste provocatie en uitdaging aan het adres van de internationale publieke opinie die zich meer en meer bewust wordt van het ware karakter van de “Joodse staat.” Door deel te nemen aan het festival kiezen de openbare omroepen partij in een conflict dat al meer dan 70 jaar aansleept en ze kiezen voor de partij die zich herhaaldelijk aan oorlogsmisdaden en ernstige schendingen van de mensenrechten schuldig maakt. Onlangs nog stelde de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties dat Israël mogelijk oorlogsmisdrijven of misdaden tegen de menselijkheid heeft begaan door zonder onderscheid ongewapende betogers in Gaza te doden. Daarom hebben de openbare omroepen in Europa de morele plicht hun stem te verheffen tegen de apartheid en tegen het culturele witwassen van discriminatie en oorlogsmisdaden. Wie zwijgt stemt toe.

Johan Depoortere

5 mei 2019

KIJK OP ZATERDAG 18 MEI ONLINE LIVE NAAR GLOBALVISION MET DE PALESTIJNSE RASHA NAHAS IN PLAATS VAN HET EUROVISIESPEKTAKEL:

 

https://guestlist.net/article/94260/why-we-should-watch-globalvision-not-eurovision-on-saturday-18th-may?fbclid=IwAR0U1bmiCkk3bQSWCtHRtmnlFTmE2jYqMOD8YcpfEt8jODj6I7FWvbh8tVQ

 

Een versie van dit artikel verscheennin De Morgen van 7 mei 2019

May 8, 2019 at 9:55 am 1 comment

ISRAEL: NEPVERKIEZINGEN IN EEN NEPDEMOCRATIE

Door Johan Depoortere

Morgen (9 april) worden parlementsverkiezingen gehouden in het land dat zich graag “de enige democratie in het Midden Oosten” noemt. Dat Israël een democratie zou zijn geldt voor een deel van de bevolking: de 75% Joden. Voor de Palestijnen, een kwart van de inwoners van het land, is de “democratie” een lege doos en voor velen een bittere grap. Want de Palestijnen in Israël – dat wil zeggen zij die binnen de grenzen van 1948 na de grootschalige etnische zuiveringen zijn overgebleven – hebben weliswaar stemrecht en verkozenen in de Knesseth, de kamer van volksvertegenwoordigers, maar echte politieke macht ontlenen ze daar niet aan. De partijen van de zionistische meerderheid piekeren er niet over coalities te sluiten met één van Arabische partijen die bovendien steeds het risIco lopen van het verkiezingsproces te worden uitgesloten. Israël is niet het land van al zijn inwoners. De wet die sinds vorige zomer het land definieert als de “natiestaat van het Joodse volk” heeft dat prinicpe in beton gegoten en premier Netanyahu heeft het voor alle duidelijkheid onlangs nog eens herhaald: “Israël is niet het land van zijn bewoners.” Het is zelfs niet het land van zijn Joodse bewoners maar van alle Joden ter wereld.

Benjamin Netanyahu

Partijen en politici die ervoor pleiten van Israël het land te maken van al wie daar woont lopen het risico te worden uitgesloten. Het exclusief Joodse karakter van het land ontkennen wordt in Israël gelijkgesteld met terrorisme. Dat was onlangs nog het geval toen twee Arabische partijen (‘Balad’ en de ‘Verenigde Arabische Lijst’ samen met een Joodse professor op de Arabische partij ‘Hadash’) op vraag van Likoed, de partij van premier Netanyahu, van deelname aan de verkiezingen werden uitgesloten. Netanyahu reageerde tevreden op de beslissing van het verkiezingscomité met de woorden: “Verdedigers van terrorisme hebben geen plaats in de Knesseth.” Tegelijk met de uitsluiting van de Palestijnse partijen – die later door de rechtbanken werd teruggedraaid – keurde de kiescommissie de deelname goed van de extreemrechtse partij  Otzma Yehudit (Joodse Macht), door de liberale krant Haaretz “Joods fascisme” genoemd. Niet alleen neemt deze partij deel aan de verkiezingen, Netanyahu gaat met hen in coalitie naar de stembus en beloofde hun kabinetsposten als hij de verkiezingen wint. Otzma Yehudit pleit openlijk voor segregatie en gebruik van geweld om de Palestijnse minderheid uit het land te verdrijven.

Benny Gantz, de andere Netanyahu

Voor de Palestijnen in Israël ziet de toekomst er somber uit en hun animo om aan deze pseudo-verkiezingen deel te nemen is dan ook bijzonder klein. Zij beseffen dat ze nooit als volwaardige burgers in de Joodse staat zullen worden erkend. Van Netanyahu en de andere rechtse partijen krijgen ze voortdurtend de verdachtmaking te horen dat ze “een vijfde kolonne” zijn. Ooit werden ze door een militaire opperbevelhebber vergeleken met “kakkerlakken” en een hoge ambtenaar noemde ze “een kanker in het lichaam van de staat.” Van de andere Joodse kandidaat die kans maakt op een verkiezingsoverwinning hebben ze evenmin iets goeds te verwachten: Benny Gantz, een ex-generaal die opkomt met de nieuwe partij “Blauw-Wit.” Gantz, die ooit door Netanyahu tot opperbevelhebber van het leger werd benoemd, gaat er praat op dat hij op zijn minst even flink is als zijn rivaal als het op het onderdrukken van de Palestijnen aankomt. In een campagnevideo wordt hem militaire lof toegezwaaid omdat onder zijn bevelhebberschap Gaza tot puin werd herleid in een campagne die onder andere 500 kinderen het leven heeft gekost. De video schalde met tevredenheid uit dat “Gaza naar het stenen tijdperk werd gebombardeerd.”

De keuze tussen Netanyahu en Gantz is met andere woorden voor de Palestijnen – en niet te vergeten ook voor een minderheid van progressieve Joden in Israël – een keuze tussen de pest en de cholera. In een laatste verkiezingsstunt kondigde Netanyahu aan dat hij grote delen van de bezette Westelijke Jordaanoever bij Israël zal voegen – een zoveelste blijk van minachting voor het internationaal recht en internationale verdragen. Benny Gantz heeft zich allesbehalve van dat voornemen gedistantieerd. In een bijdrage aan het VRT-journaal prevelde hij een paar vrome woorden over “vrede” en liet onmiddellijk daarop volgen dat de veiligheid van Israël zijn voornaamste zorg is. Codetaal voor het vaste besluit om de controle over de bezette gebieden op geen moment los te laten. Gantz verschilt van Netanyahu door zijn halfslachtige poging om ten behoeve van de Westerse bondgenoten de schijn van oprechte vredeswil hoog te houden. Voor Netanyahu, die de onvoorwaardelijke steun van de Amerikaanse president Trump geniet, is die hinderlijke schijnvertoning al lang overbodig.

Voor de Palestijnen in de bezette gebieden zijn deze verkiezingen meer nog dan voor hun broeders en zusters binnen de zogenaamde “driehoek” – het Israël vóór de oorlog van 1967 – een bittere farce. De 330 000 Palestijnen die in het geannexeerde Oost-Jeruzalem wonen zijn officieel inwoners van Israël maar hebben helemaal geen stemrecht. De 2,6 miljoen Palestijnen van de bezette Westelijke Jordaanoever zijn eveneens van het kiesproces uitgesloten. Israël en het militaire bestuur bepalen vrijwel alle aspecten van het leven in dat gebied: wegeninfrastructuur, de plaats waar je wel en niet mag wonen, wat je wel of – meestal – niet mag bouwen, hoe en waar je je mag verplaatsen en wie de wetten schrijft. Over dat alles hebben de Palestijnse inwoners – in tegenstelling tot de meer dan een half miljoen Joodse kolonisten die zich daar illegaal hebben gevestigd – niet de minste zeg. De bijna twee miljoen Palestijnen in Gaza komen vanzelfsprekend helemaal niet in het verkiezingsverhaal voor, hoewel ook daar Israël vrijwel alle aspecten van hun leven bepaalt: welke goederen in -en uit mogen, wie buiten en binnen mag, waar de vissers hun netten mogen uitlaten, over hoeveel water en elektriciteit ze mogen beschikken en of de ambtenaren al dan niet worden betaald.

Alles samen hebben van de  6,5 miljoen Palestijnen die onder Israëlisch bestuur leven in gebieden die geheel of gedeeltelijk door Israël worden gecontroleerd slechts 1,5 miljoen – dat is 24% percent of minder dan één op vier – stemrecht. Fraaie democratie.

April 8, 2019 at 7:18 pm Leave a comment

Geen publiciteit meer!

Goed nieuws: dit salon is opnieuw 100 procent reklamevrij.

November 16, 2018 at 5:11 am Leave a comment

ANTWERPEN 1968

Het vorige artikel in dit salon, de mijmeringen van Lucas Catherine over Brussel 1967, inspireerde Hugo Durieux om terug te blikken naar Antwerpen anno 1968. Durieux studeerde van 1969 tot 1976 Rechten en Wijsbegeerte in Antwerpen en Gent. Hij werkte op verschillende plekken in Europa als journalist, in het hoger onderwijs en in de ambtenarij. Nu beheert hij o.m. de websites https://rivieren-en-meren.online/ en http://www.durieux.eu/. Eerdere bijdragen van zijn hand in het salon kan men HIER en HIER vinden.

Eigenlijk was ik net te jong voor mei’68. In dat bewuste voorjaar zat ik te zuchten in de tweede Latijn-Grieks (de poesis). ‘Leuven Vlaams’ uit 1966, waaruit uiteindelijk voor een belangrijk deel de Belgische politieke mei ’68-beweging zou voortkomen, is helemaal aan mij voorbijgegaan. Wel was ik in die legendarische lente al volop in de ban van een ander fenomeen dat later, in de jaren zeventig, deel zou gaan uitmaken van de ‘erfenis’ van mei ’68: de hippies en de (VS-Amerikaanse) underground. Misschien ben ik wel veel meer een soixante-huitard geworden en gebleven, dan velen die in die periode aan de beweging deelnamen – en ik verloochen er vrijwel niets van.

Om de tien jaar komen in de maand mei dezelfde vragen naar boven in de media: wat heeft het betekend, waar is het goed voor geweest, wat heeft het achtergelaten, zijn wij nu toe aan de definitieve restauratie, of zijn er aspecten van mei ’68 van waarde gebleven? (In 1978 al publiceerde uitgeverij Manteau Mei ’68 – De grote kater, met bijdragen van o.m. Martin van Amerongen, Jos De Man en Piet Piryns.)

De grote verworvenheid van mei ’68 was voor mij dat, vanaf het eerste jaar aan de universiteit, ik een denk- en leefwereld kon vormen waarin de persoonlijke en culturele vrijheid van de hippies zich mengde (maar vaak ook botste en schuurde) met een ontwikkelend klassenbewustzijn. Het eind van de jaren zestig en vrijwel heel het volgende decennium vormden een periode van heftige sociale en politieke strijd, waarbij al heel snel het adagium evident leek, dat wie geen stelling innam, ook een stelling innam. Je kon toch niet onbewogen blijven bij de oorlogen in Vietnam en Cambodja, de culturele revolutie in China, de Praagse lente, de bevrijdingsoorlogen in Angola, Mozambique en Zuid-Afrika, de Portugese Anjerrevolutie, de staatsgreep tegen Allende en de daaropvolgende dictatuur in Chili, de fascistische dictaturen in Argentinië, Brazilië, Uruguay, Paraguay, El Salvador en Nicaragua, Black Panther, de boycot van Cuba, de steeds heftiger onderdrukking van de Palestijnen en het geweld dat dit veroorzaakte in het gehele Midden Oosten, het kolonelsregime in Griekenland, de burgeroorlog in Noord-Ierland, de neutronenbom, maar ook de teloorgang van de staalnijverheid in West-Europa, de linkse en rechtse stadsguerrilla in de Duitse Bondsrepubliek, Frankrijk, Italië, Spanje, zelfs België, de beroepsverboden in Duitsland en België, de loden jaren in Italië en Frankrijk, de dokstaking van 1973 in Antwerpen, de pogingen tot arbeiderszelfbeheer in bedrijven als Salik, LIP of de Boelwerf Temse, et j’en passe. Dat was niet allemaal ver van mijn bed: wie zich in Antwerpen of aan de universiteit solidair betoonde met de verschillende emancipatiebewegingen of zich inzette tegen diverse dictaturen, kreeg al snel te maken met de knokploegen van de Vlaamse Militanten Orde, Were di of de Vlaams-nationalistische studentenorganisatie KVHV.

Het theoretische kader om zowel die mondiale crisis als de ontvoogdingsstrijden te plaatsen en te begrijpen, werd aangeboden door mensen die zich volop aan het verdiepen waren in allerlei varianten van marxisme en anarchisme. Het vrolijke anarchisme van provo in Amsterdam kon wel een tijd aanstekelijk werken, maar het was geen doeltreffende benadering voor de scherpe maatschappelijke conflicten beneden de Moerdijk en de harde repressieve manier waarop de overheden in België daarop reageerden. Ontwikkelend klassenbewustzijn had in de eerste plaats te maken met veel lezen (in de eerste plaats de marxistische klassiekers, maar ook de klassieke anarchisten), maar ook met onregelmatig werk tussendoor als arbeider (in mijn geval in de haven, eerst als leerling-plaatslager in de scheepsherstelling, later ‘met de pas’ als dokwerker). Klassenengagement als student vond een uitdrukking bij de oprichting van de Antwerpse wetswinkel in 1972, en in het verslaggeverswerk voor Bevrijdingspersagentschap (BPA). In navolging van het Franse Agence de Presse Libération (waaruit de krant Libération is voortgekomen) waren in Brussel en Leuven ‘persagentschappen’ ontstaan, die wekelijks gestencilde bulletins uitgaven waarin overwegend studenten nieuws verzamelden uit sectoren waaraan de gevestigde agentschappen en redacties geen aandacht besteedden: sociale strijd, prille milieuorganisaties, studentenbeweging, de minder officiële vrouwenbeweging, gewetensbezwaarden en dienstweigeraars …
De ruimte voor culturele en persoonlijke vrijheid die in die tijd ontstond, leek wel onbegrensd. Wij waren achttien, twintig of daaromtrent, het gezag van ouders werd toch al op alle vlakken bestreden, het was de hoogste tijd voor een meeslepende ontdekkingstocht in de verslavende wereld van de seks. De ‘tweede feministische golf’, die wat noordelijk België betreft hoofdzakelijk uit Nederland afkomstig was, was ook voor mannen een bevrijding: je leerde inzien hoe je was opgevoed in een strak rollenpatroon, maar je ontdekte ook dat seks met zelfbewuste vrouwen veel spannender was en veel verder kon gaan dan wat je je ooit had voorgesteld. De feministische ontdekkingstocht naar het lichamelijke is ook de mannen ten goede gekomen. Maar er was natuurlijk, uiteraard, vanzelfsprekend veel meer dan dat. De zoektocht naar herbronning, naar een alternatief voor de beklemmende katholieke of traditioneel socialistische moraal van de ouders, leidde tot een nieuw milieubewustzijn en openheid voor Aziatische (pseudo-)wijsheid: massage, alternatieve geneeswijzen, makrobiotiek.

Eind jaren zestig en begin jaren zeventig waren in Antwerpen sowieso een spannende tijd op cultureel gebied . De Wide White Space Gallery was nog actief; het ICC op de Meir beleefde zijn glorietijd met Flor Bex en bracht ons Beuys, Joseph Kosuth, James Lee Byars met zijn geverfde maaltijd op de Veemarkt, het prille werk van Anne-Mie Van Kerckhoven, Danny Devos, Ria Pacquée en vele anderen, maar ook talloze experimentele films en festivalletjes rond klankpoëzie; cafés rond het Conscienceplein en de Wolstraat en min of meer besloten clubs als Vécu en Gard Sivik waren ontmoetingsplaatsen voor beeldend kunstenaars, jazzmuzikanten en wilde schrijvers als Szukalski, Wout Vercammen, Marcel Van Maele, Gust Gils, Nic van Bruggen, en Laurent Veydt (die onder zijn echte naam Georges Adé onze leraar Frans bleek te zijn).

In de ‘strijdcultuur’ wilden gezelschappen als Werktheater, Het Trojaanse Paard of de Internationale Nieuwe Scène met militant toneel de persoonlijke en klassenemancipatie van ‘gewone mensen’ stimuleren door toegankelijk theater te maken op toegankelijke plekken. Aan de pas gestarte Universitaire Instelling Antwerpen, met een campus midden in de weilanden in Wilrijk, ontstond het Centrum voor Experimenteel Teater. Wij leerden er Brecht lezen, maar maakten ook kennis met het werk van Bread and Puppet en het Living Theatre; het CET produceerde enkele keren in de ruimten van Fort VI voorstellingen van het nomadische muziektheater van Welfare State. Maar evengoed gingen wij naar Parijs voor het Théâtre du Soleil van Ariane Mnouchkine, of naar Amsterdam, om te kijken naar wat Mickery op de Rozengracht liet zien – om nog maar te zwijgen van uitstappen naar Brussel, voor het Franstalige aanbod in Théâtre 140 of de Hallen van Schaarbeek.

En dan heb ik het nog niet eens over de legendarische Studio Century in Borgerhout, die elke maand een tiental films programmeerde die later klassiekers zouden blijken, van de films uit de Andy Warhol Factory tot het vroege werk van Werner Herzog of Wim Wenders, van het werk van Marguerite Duras of Marco Ferreri tot de eerste kennismaking met de Japanse cinema. Op muzikaal gebied was het Free Music Festival (aanvankelijk in de King Kong, de zaal die later in brand werd gestoken door het neo-fascistische Front de la jeunesse) was elk jaar een bron van opperste verbazing en opwinding: zo zijn mensen ook met geluid bezig! En het genot van die ontdekkingstocht speelde natuurlijk ook een rol bij de kennisname met de elektronische en elektroakoestische muziek: van de geregistreerde studiowerken van Nono, Stockhausen of Lucien Goethals, tot het versterkte gepriegel met schelpen of kammetjes of kraakdozen van John Cage of Michel Waisvisz.

Waarom deze uitgebreide impressie? Omdat de mentaliteit en de maatschappelijke structuren, die zich ontwikkelden tot wat nu ‘mei ‘68’ heet, het perspectief hebben geopend op een vrijwel onbeperkte mogelijkheid tot zelfbevraging en zelfontwikkeling. Door de enorme hoeveelheid informatie en mogelijkheden die ons vanaf 1968 werden aangeboden, en door de vrijheid die wij namen om daar al dan niet op in te gaan, ontstonden bij mij – en bij vele anderen – m ns- en wereldbeelden die persoonlijke vrijheid en ontwikkeling voorop stellen, maar zonder afbreuk te doen aan het verlangen naar vrijheid en ontwikkeling van anderen. (Hier moet zeker nog Jef Sprankenis vermeld worden, de legendarische uitbater van boekhandel De groene waterman. Bij hem vond je tijdschriften, boeken, platen, hoofdzakelijk verzameld en geïmporteerd vanuit Duitsland en Amsterdam, die je kennis lieten maken met politieke inzichten en culturele opvattingen, waarvan je het bestaan zelfs niet had kunnen vermoeden.) Je kan jezelf maar waardevol emanciperen, als dat gebeurt in een context die je omgeving (je leefomgeving, de producenten van wat je gebruikt, het milieu en de dieren, eigenlijk de hele wereld) respecteert. Geen nieuw inzicht, ongetwijfeld, maar wat nu ‘mei ‘68’ heet staat voor een boost aan collectief verlangen naar persoonlijke en globale autonomie en emancipatie, en dat leeft, denk ik, nog steeds.

Tien jaar later, in 1978, hadden de auteurs van De grote kater misschien wel enigszins gelijk: de maatschappelijke structuren leken niet veranderd, de restauratie was in volle gang, en niet weinigen – ook in België – waren het slachtoffer geworden van de repressie die volgde op de pogingen tot maatschappelijke verandering. Maar ik denk dat het toen nog te vroeg was om een begrip als ‘mei ‘68’ zijn historische plaats te geven.
In 1980 ben ik uit België weggegaan, en heb ik op verschillende plekken in Europa geprobeerd mijn mens- en wereldbeeld van een creatieve mix van maatschappelijk bewustzijn en streven naar persoonlijke vrijheid door te geven. Mijn uitgangspunt was altijd: het belangrijkste is dat je een interessante vraag stelt, zodat als daar een antwoord op komt, je weer een goede vraag kan stellen. Vaak zegden studenten me: “Mijnheer, ik ben niet geïnteresseerd in die vraag, ik wil het antwoord.” Maar even goed waren er ook steeds die op het eind van het academiejaar kwamen bedanken, omdat zij bij mij geleerd hadden alles in vraag te stellen wat zij lazen, zagen, hoorden.

En nu, vijftig jaar later, lijkt het weer of het allemaal voor niets is geweest: het nationalisme en de oude politiek zijn terug (in België), de hele wereld wordt gedicteerd door de wetten van markteconomie en mediatisering, en als ik wel eens passeer door wat er allemaal op televisie aangeboden wordt, is er blijkbaar een enorm publiek gecreëerd dat zonder morren enorme hoeveelheden professioneel geproduceerde rotzooi slikt. Je wordt er niet vrolijker van. Maar betekent dat de zinloosheid van de beweging die nu naar mei ’68 genoemd wordt? De politieke en culturele rijkdom die ik in het kielzog van wat enkele jaren eerder begonnen was heb kunnen genieten, nemen zij mij niet meer af. En ik ben niet de enige die op microniveau de idealen van een actieve mengeling van politiek bewustzijn en culturele en persoonlijke vrijheid probeert verder te ontwikkelen en uit te dragen. Als de structuren niet ingrijpend veranderd zijn, dan zijn er toch overal mensen, die in de geest van mei ’68 leven en werken: in het onderwijs, de journalistiek, de wetenschap, de groene en rode actiegroepen en basisgroepen, zelfs het bedrijfsleven. En hoewel ik in Antwerpen en Brussel veel jonge mensen om mij heen zie, die op het eerste gezicht alleen bezig zijn met vegeteren of met agressief gedrag, zie ik er ook veel die zich inzetten, ook op het platteland, voor andere mensen, voor de wereld, voor dieren, voor het milieu, … en die zich op een creatieve manier uiten – ook als ik daar niet veel van begrijp. Uiteindelijk zijn, tegen de dictatuur van de markt en de commerciële media in, talloze mensen bezig met pogingen om hun eigen maatschappelijk bewustzijn te koppelen aan culturele verrijking en persoonlijke ontwikkeling. En laat dat nou net de geest zijn van mei ’68, zoals ik hem gekend heb.

October 18, 2018 at 4:34 am 4 comments

NA ONS DE ZONDVLOED

Is alles om zeep of leven we in de beste der tijden? Je hoeft maar even op Facebook te grasduinen om die vraag in een of andere vorm herhaaldelijk te zien terugkomen. In ons tijdsgewricht lijkt het geweld alsmaar toe te nemen – toch is het aantal moorden en doden door oorlog en geweld de afgelopen eeuwen aleen maar afgenomen, schrijft Yuval Noah Harari in de bestseller Sapiens.  

Over de vraag of onze beschaving naar de knoppen gaat heeft ook de ethicus Gie van de Berghe zich gebogen. Op zijn blog “Serendib” schrijft hij onder andere: Uit een peiling van de Sociale Staat van Nederland in april dit jaar, bleek dat zelfzuchtigheid, asociaal gedrag, gebrek aan respect en onverdraagzaamheid meer zorgen baart dan ‘immigratie, zorg of veiligheid’. Er is meer: populistisch nationalisme is aan een opmars bezig, consumentisme is een bedreiging voor de democratie, rede en wetenschap worden in twijfel getrokken. Is er licht aan het eind van de tunnel? Op die vraag heeft ook van den Berghe geen antwoord. Toch kan zijn bijdrage die hieronder in een licht aangepaste versie wordt weergegeven aanleiding zijn tot reflexie en discussie. 

Johan Depoortere

Andere tijden, andere zeden?

Door Gie van den Berghe

Enkele weken geleden stond ik aan de schuiven aan een kassa. Achter mij een jongetje van een jaar of vier met zijn jonge ouders. De bengel schopte een paar keer hard tegen mijn schenen. Ik begreep hem wel: door mij moest hij iets langer wachten op het speelgoed dat voor hem klaar lag. Ma en pa vonden het best grappig. Tot ik het jongetje vriendelijk vroeg wat hij er zou van denken als ik tegen zijn benen schopte? De gulden leefregel (‘behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden’) viel bij niet in goede aarde bij de ouders. Waar bemoeide ik me mee? Wie dacht ik wel te zijn? Gelukkig was ik, voor een en ander kon escaleren, aan de beurt om mijn ‘speelgoed’ te betalen: contactlijm.

Het gedrag van die bengel, da’s geen probleem; het gebrek aan opvoeding vanwege de ouders is dat wel. Maar heel wat belangrijker is dat deze egocentrische en tot het eigen gezin beperkte houding niet langer uitzonderlijk is in onze welvarende maatschappij. Steeds meer mensen, jong en oud, houden minder rekening met wie niet tot de eigen kring behoort. Wellevendheid lijkt in te krimpen tot ego en gezin, Thuis en Familie.

Een selfie maatschappij

Bijna alle autobestuurders rijden te snel, mensen stappen in en uit hun wagen zonder oog voor aankomend verkeer. Zappen en ‘appen’ achter het stuur, maar niet aangegeven dat je van richting gaat veranderen. Almaar meer mensen rijden door het rood licht, ook fietsers. Anderen de pas afsnijden, voordringen in de file: het is dagelijkse kost geworden. In autovrije straten wijken wandelaars niet meer uit voor fietsers en vice versa. Voetgangers lopen, het hoofd gebogen als voor een opperwezen, berichtjes uit te wisselen met andere afwezige mensen. Onachtzaam botsen ze tegen anderen op. Waarom die verdorie niet uitkijken? Zien ze dan niet dat zij online zijn?! Te veel wandelaars en fietsers gooien te veel afval in gracht en wei. Een deur openhouden voor wie vlak achter jou komt, het is een zeldzaamheid. Op overvolle bussen en trams staat vrijwel niemand nog zijn zitplaats af aan een bejaarde. Een vriendelijke groet tijdens een wandeling of bij het binnenkomen van een wachtzaal wordt zuinig beantwoord, iedereen zit verdiept in ‘sociale’ media. Vrijwel iedereen buigt het hoofd voor de alomtegenwoordige afgod. In naam van grenzeloze communicatie worden we steeds minder communicatief. Twitterende eilanden in een zee van zelfvervulling.

Technologie – van automatische deuren tot ‘slimme’ telefoons – maakt het mogelijk, maar niet noodzakelijk. Van groter belang is dat we met te velen zijn en dat de meesten onder ons zich aan mateloze consumptie kunnen overgeven.Te veel mensen, te veel wensen. Met iedereen rekening houden, altijd vriendelijk en attent zijn – het is niet meer doenbaar. Met de hoed in de hand kom je niet meer door het ganse land.

Attentheid en beleefdheid nemen te veel tijd in beslag, tijd die je toch al te kort komt door de jacht van het moderne leven. De kinderen moeten met de auto naar en van school gebracht, want met al die auto’s is het te gevaarlijk om ze te voet of met de fiets op pad te sturen. Shoppen, consumeren, hamburgeren, zeeën, pretparken, festivallen. De welvarende wereld lijkt wel een vaste foor, een circus met als clown een koning of president. Elke grootstad gaat prat op zijn eigen groot rad. Deze spektakelmaatschappij kost jaarlijks 1,3 miljoen verkeersdoden, waaronder een half miljoen voetgangers en ook nog eens vijftig miljoen gewonden. Verkeersongevallen zijn wereldwijd de belangrijkste niet aan ziekte gebonden doodsoorzaak.1

De eredienst van het IK wordt alleen en masse opgeheven. Bij brood en spelen, voetbal en oorlog. In de anonimiteit van de massa raken individualisme en egocentrisme gekwadrateerd tot ultranationalisme en tomeloze agressie.

Ik erger me aan mijn ergernissen. Ben ik te oud geworden, kan ik niet meer mee met ‘de tijd’? Ben ik aan het verrechtsen? Er is meer aan de hand. Het gaat niet langer om ‘de jeugd van tegenwoordig’, het ‘langharig tuig’ dat ik ooit was. Jong en oud, man en vrouw, alle lagen van de bevolking geven zich over aan zelfzucht. ‘Eerst onze mensen’, de slogan waarmee het Vlaams Belang dit jaar naar de lokale verkiezingen trekt, speelt in op een wijd verbreide tendens.

Uit een peiling van de Sociale Staat van Nederland in april dit jaar, bleek dat zelfzuchtigheid, asociaal gedrag, gebrek aan respect en onverdraagzaamheid mensen meer zorgen baart dan ‘immigratie, zorg of veiligheid’.2

Kortzichtig

Met hoe meer we zijn, hoe minder rekening we (kunnen) houden met anderen. De ‘anderen’ zijn ons te veel aan het worden. Je bent ze beter kwijt dan rijk. Gemeenschapsgevoel en solidariteit verdwijnen als sneeuw en gletsjers voor de opgewarmde Aarde. Migranten worden ‘illegalen’ genoemd, alsof het niet om mensen maar om daden gaat. Onverdraagzaamheid en racisme grijpen om zich heen, ondanks alle geblaat over het tegendeel. Schild & Vrienden, een Vlaamse jongerenbeweging die identiteit en familie in het vandaal voert, maar in geheime chatgroepen racisme, seksisme en naziverheerlijking predikt,3is slechts het topje van de ijsberg. Ze zetelden al in de Raad van Bestuur van de Universiteit Gent, in de Vlaamse Jeugdraad, hadden NVA en Open VLD geïnfiltreerd en al zestienduizend volgers op Facebook.

Het soort racisme en seksisme dat Schild & Vrienden verspreidde (stills uit de Panoreportage)

Identitaire (identiteitspolitieke) jongerenbewegingen – eigen cultuur, taal, westerse waarden, antimigratie – zijn in heel Europa in opmars.4Het internet is overbevolkt door zelfbenoemde trollen, antifeministen, verzetsbewegingen tegen politieke correctheid, rechtse subculturen die met alles de draak steken en vinden dat je zoveel mogelijk ‘te ver’ moet gaan.5De geest is in onze structureel racistisch en seksistisch maatschappij6weer uit de fles. Nationalistisch populisme waart als een spook over de wereld.7

Het aantal vluchtelingen was nog nooit zo groot: 68,5 miljoen mensen, waarvan meer dan de helft kinderen. Veertig miljoen zijn vluchteling in eigen land. Vijfentachtig percent van de rest wordt opgevangen in omliggende buurlanden, extreem armoedige naties die weinig of geen hulp krijgen. Fort Europa wil er triagecentra oprichten om echte vluchtelingen te scheiden van ‘illegale’ gelukszoekers. Selecties in concentratiekampen, waar kennen we dat van?

Zolang we de andere kant blijven opkijken, de derde wereld aan zijn lot overlaten en neokolonialistisch blijven exploiteren, zullen er steeds meer mensen onze kant op vluchten, zullen velen blijven verdrinken in de Middellandse zee, liefst zestienduizend sinds 2014.

De antimigratie en -migranten houding is niet alleen afkeurenswaardig, ze is ook kortzichtig. Het dringt blijkbaar tot weinigen door dat wij noorderlingen over enkele decennia, als het water ons aan de lippen staat, zelf zullen moeten uitwijken naar hoger gelegen gebieden en continenten. Bij één graad meer globale opwarming verdwijnt Europa onder de zeespiegel. Nog een graad erbij en het is gedaan met (zoog)dierlijk leven op Aarde. De oorzaak kennen we met zijn allen: luchtvervuiling, auto’s, vliegtuigen, elektriciteit. Mocht elke aardbewoner over één gloeilamp beschikken, dan kwam er nog eens 30% luchtvervuiling bij. Moeten wij noorderlingen de anderen dan ook op dit vlak blijven discrimineren?8Bedreigingen ‘zijn soms zo groot dat we er liever geen rekening mee houden’.9Of het boiling frog syndrome:een kikker in een schaal met water dat zo geleidelijk wordt opgewarmd dat het dier zijn lichaamstemperatuur kan aanpassen, tot het niet meer de kracht heeft om weg te springen en wordt gekookt.10

Voorbeeldfunctie

Ook in de politiek rukken narcisme, egocentrisme, racisme en ultranationalisme op. Schreeuwlelijke, demagogische presidenten en brullende dictators dienen wereldwijd als rolmodel. Ze loochenen wat ze net verzonnen hebben, liegen tegen de sterren op. Met Donald Trump als schoolvoorbeeld: geobsedeerd door macht, winnaars versus verliezers, ruig seksisme, racisme en het kleineren van al wie zwakker is.11De Washington Post berekende dat de man tot nog toe gemiddeld zes valse uitspraken per dag heeft gedaan.12Een groot deel van zijn kiezers vindt het allemaal geweldig. Zijn niet alle politiekers leugenaars? Hun president komt er tenminste eerlijk voor uit en staat garant voor vertier en wereldwijde opschudding.13

Luilekkerland

Vrijemarktdenken, neoliberalisme en consumentisme hebben een wereldorde en een persoonlijkheidsstructuur gecreëerd, de zogenaamde ‘neoliberale persoonlijkheid’, die een potentieel vernietigend effect heeft op samenleving en democratie.14

Welvaart werd overvloed en die ontaardde in overdaad. Het kan niet op. Alles wordt aan huis geleverd – op geluk na. Mensen geven jaarlijks miljarden uit aan huisdieren; gezelschapsdieren die eenzaamheid opheffen, altijd geaaid, afgeblaft of in de steek gelaten mogen worden. Geld voor voeding, speeltjes, opsmuk, scans, openhartoperaties, chemokuren, begrafenissen en crematies.15In het Wijnegem Shop Eat Enjoy (het vroegere Wijnegem Shopping center) kun je vanaf 15 september voor ‘slechts’ 150 euro gedurende drie uur bijgestaan worden door een persoonlijke shopping assistent. Een uit New York overgewaaid ideetje.16Volgens Christian Louboutin, de schoenmaker die bekendheid verwierf met superhoge hakken en rode zolen, ‘hebben we allemaal dingen nodig die we niet nodig hebben’.17Ook schoenmakers blijven niet bij hun leest.

Alles is te koop, iedereen consument. Ook onderwijs en studenten. In Vlaanderen wordt de overheidsfinanciering voor universiteiten berekend a rato van het aantal ingeschreven én geslaagde studenten. De gevolgen laten zich raden. Hogescholen en universiteiten snoepen elkaar studenten af met voordelen die geen uitstaans hebben met onderwijs. Er wordt  ‘een hele ervaring’ voorgespiegeld, geen voortreffelijke opleiding. Om marktaandeel en uitstraling te vergroten deinen de programma’s uit en worden colleges gegeven in krakkemikkig Engels.18Adolescenten worden in de watten gelegd in plaats van naar volwassenheid begeleid. De klant is koning. Het aantal studenten aan Nederlandse universiteiten is sinds 2000 met 68% toegenomen, maar de financiële middelen hielden geen gelijke tred.19Hoe zou het ook anders kunnen? Er zijn te veel studenten, professoren, slaagkansen en doctoraten. Velen horen niet thuis op een universiteit.

Er wordt beknibbeld op kwaliteit. Kritisch denken, ook over jezelf en eigen meningen, wordt meer af- dan aangeleerd. Scholen en universiteiten verlagen zichzelf tot diplomamolens. Het niveau van studenten, opleiding en leerkrachten daalt.20Toen ik vijftien jaar geleden als gastprofessor aan de Universiteit Gent een mastercursus begon te doceren, kreeg ik als enige richtlijn mee ‘Gie, het is geen buisvak’. Toen ik een paar jaar later een frauduleuze thesis nul op twintig moest geven, maar de studente achter mijn rug ‘haar’ werkstuk met een dertien beloond zag, werd mijn verbijstering als volgt beantwoord door mijn vakgroepvoorzitter (een logicus): “Weet je dan niet wiens dochter dat is! De dochter van de burgemeester van Geraardsbergen!” Koning, keizer, admiraal, bedriegen doen ze allemaal!

De Nederlandse minister van Onderwijs kondigde bij het begin van het nieuwe schooljaar aan dat de druk op de studenten moet verminderen. Er moeten meer eerstejaars door! Het valt nochtans best mee met die werkdruk, en de stress waarover studenten klagen wordt vooral veroorzaakt door niet-academische activiteiten, zoals bijbaantjes om ‘de gewenste levensstijl inclusief meerdere vakanties in stand te houden’.21Studenten lenen almaar meer geld om van meer luxe te genieten. In Nederland steeg de studieschuld vorig jaar van 1 naar 11,2 miljard euro.22

Zolang het nog kan

Nu zo goed als alles op televisie of on line te zien is, kopieer- en terugspoelbaar is, reizen velen naar de andere kant van de wereld om alles met eigen ogen te zien en vast te leggen op de niet langer gevoelige plaat of zelfverheerlijkende selfies. Alles wat je wil kan, met Neckermann.23

Reisagentschap De Blauwe Vogel prijst een onvergetelijk eindejaar aan met een luxe cruise naar en in Antarctica, vliegtuigreizen inbegrepen.24Zes dagen voordien had Avaaz een petitie opgestart om de bedreigde Antarctische wildernis te redden (in bepaalde gebieden overleven slechts twee op 18.000 pinguïnkuikens vanwege de overbevissing en door klimaatverandering veroorzaakte honger). Kun je dit zomaar blauwblauw laten?

Deelnemers aan internationale conferenties, ook die over het milieu, komen van over de hele wereld aangevlogen, terwijl die lezingen en discussies moeiteloos vanop afstand kunnen gebeuren. Nog los van het milieu, zou het vele geld dat hierop bespaard zou kunnen worden naar minderbedeelden kunnen gaan.

Bij de minste aanleiding nemen mensen een goedkope vlucht, ook als de bestemming makkelijk per trein te bereiken is. Vrijwel iedereen weet dat ze het milieu verder om zeep helpen en alleen maar goedkoop reizen op kosten van werknemers van de vliegtuigmaatschappij. In drukke toeristische oorden komt de plaatselijke bevolking in opstand. Ecotoerisme en astrotoerisme (naar donkere landen om helderder sterren te zien) zitten in de lift. ‘Je leeft maar één keer’ en ‘Zolang het nog kan’, krijg ik te horen. Alsof mensen van vroegere generaties dit konden, er geld en tijd voor hadden. Alsof je heen-en-terug van de derde naar de vierde wereld kunt vliegen. Alsof onze kleinkinderen en achterkleinkinderen nog de toerist zullen kunnen uithangen. We gebruiken alles op. Een hedonisme dat aan cynisme grenst.

Weegee,The Tourist,ca. 1940

Tegenkennis

De vrije markteconomie heeft niet alleen bedrijven maar ook mensen geprivatiseerd. Velen zijn hun eigen zelfingenomen, zelfrechtvaardigende, egocentrische autoriteit geworden. Subjectiviteit primeert op objectiviteit. Via het achterpoortje van vrije meningsuiting is het recht op vrijheid van meningsuiting omgeslagen in de overtuiging dat eenieders mening, over wat dan ook, even veel waard is als die van wie dan ook. Rede en wetenschap worden in vraag gesteld.Wat denken die wetenschappers wel?! Mensen op de maan? Klimaatopwarming? Jodenuitroeiing? AIDS? 9/11? Allemaal fabeltjes! Drink rauwe melk en laat je kinderen niet vaccineren! Volgens ‘anti-vaxxers’ doen inentingen veel meer kwaad dan goed. Mede hierdoor kreeg vorig jaar slechts 45% van de dertienjarige Nederlandse meisjes de HPV-prik, een inenting tegen baarmoederhalskanker.25De Italiaanse anti-establishment Vijfsterrenbeweging (Movimento 5 Stelle,) in 2009 opgericht door de komiek en blogger Beppe Grillo) verspreidt al jaren het gerucht dat vaccins autisme veroorzaken (een gerucht dat onder meer terugging op een artikel in The Lancet waarin dit verband werd gelegd, een artikel dat pas na twaalf jaar werd weerlegd en ingetrokken).26Het aantal gevallen van mazelen in Italië is in de voorbije jaren sterk toegenomen. Slechts 85% van de kinderen wordt gevaccineerd. Nu de Vijfsterrenbeweging in de regering zetelt heeft ze de door de vorige, linkse regering ingevoerde vaccinatiewet (10 vaccinaties voor wie school wil lopen) afgezwakt door het verplichte doktersattest te vervangen door een gewone verklaring van de ouders. In Italië beroepen anti-vaxxers zich op keuzevrijheid om privéscholen op te richten voor hun niet gevaccineerde kinderen. Een chemische bom.

Een demonstratie tegen verplichte vaccinatie in Rome, 2017 – Stefano Montesi/Corbis, Getty Images

Dit soort tegenkennis wordt als een lopend vuurtje verspreid via sociale media en het internet. Vierenveertig procent van de volwassen Noord-Amerikanen haalt zijn nieuws uit Facebook, nieuws op maat van de gebruiker. Tweeënzestig procent haalt zijn kennis op sociale media in het algemeen.27Het internet, die overvloed aan ongecontroleerde, door niemand geverifieerde kennis, is voor velen een snelkoppeling naar eruditie in schijn. Meningen en feiten worden door elkaar gehaald. En wie denkt evenveel te weten als de zo gewantrouwde experts, denkt al gauw dat hij/zij nooit fouten maakt en verdraagt nog minder erop gewezen te worden.28De wijsheid van de massa verdringt onderzoek en expertise. De waarheid verdrinkt in een oceaan van irrelevantie. Iedereen beroemd én De slimste mens.

Ook de gevestigde media onderhouden meer dan ze informeren. ‘We gaan live naar’, waarop een ooggetuige verschijnt die alleen vertellen kan dat hij het in Keulen heeft horen donderen. Recent kwam ook bij VTM protest tegen een berichtgeving die voorrang verleent aan ongevallen, branden en weerfenomenen op buitenlands en politiek nieuws.29Het is één grote infotainmentsoep. Mensen braaf, zoet en tevreden houden met spelletjes, prijzen en producten. Ze af en toe ook een beetje bang maken om ze meteen gerust te stellen: wat hebben we het hier goed!30

Toen op 5 september het VRT-Nieuws verkeerdelijk berichtte dat Adolf Hitler in Mein Kampf (1925-26) had aangekondigd dat hij de joden zou uitroeien, probeerde ik te voorkomen dat deze onwaarheid in volgende nieuwsuitzendingen werd herhaald. Aan de telefoon kreeg ik te horen dat de VRT niet telefonisch bereikbaar was en dat ik mocht inhaken. Op het contactformulier dat ik op de VRT website invulde, kreeg ik het automatisch antwoord dat men er naar streefde binnen de 45 dagen te reageren (18 dagen later had ik nog steeds geen antwoord ontvangen). Nieuws laat zich niet meer actualiseren of corrigeren.

Bonheur

Er is teveel van alles. We kampen met keuzestress: welke school, ziekteverzekering, auto, jurk, kostuum, uniform, pannenlap, hebbeding? ‘Ik voel de keuzestress al komen’, afficheert Orange bij een ongelimiteerd aanbod van smartphones voor wie een abonnement koopt (september 2018). In deze door de economie op sleeptouw genomen democratie kun je bijna niet meer ontkomen aan het bombardement van reclame, amusement en oppervlakkige weetjes. We hebben het niet meer in eigen hand. Apps moeten ons redden. Schermtijd van Apple bijvoorbeeld, dat toelaat het gebruik van je smartphone aan banden te leggen.

Volgens sommigen zijn we nog gelukkiger dan we denken.31‘Geluk’ en ‘gelukkig zijn’ worden evenwel niet duidelijk omschreven. ‘Blijer zijn’, meer gelijkheid qua gender en inkomen, de vrijheid zelf te mogen kiezen, je eigen leven mogen bepalen, zoiets, of dat alles samen. Hier kunnen al flink wat kanttekeningen bijgeplaatst worden. Luck is an attitude, dicteert de nieuwe slogan van Martini. Schijn bedriegt niet meer. Benevelde mensen zijn gelukkig zolang ze niet strontzat zijn, niet meer beseffen dat ze bestaan.

Ook Steven Pinker, hoogleraar cognitieve psychologie aan de universiteit van Harvard, vindt dat het met ons beter gaat dan we denken, en dat de zonnige kant van het leven moet primeren.32Always look on the bright side of life,zongen de in groep gekruisigde Monty Pythons al in The Life of Brian (1979), hun hilarische en geruchtmakende persiflage op het leven van Christus. Vrolijk navelstaren, niet somber koffiedik kijken.33

Volgens bovenvermeld artikel zou geluk ook toenemen met de welvaart. Over de derde of vierde wereld wordt evenwel met geen woord gerept. De enen baden in luxe, de anderen verzuipen in miserie. Frankrijk telde in 2016 8,8 miljoen armen, 14% van de bevolking. Mensen die het met minder dan 1026 euro per maand moesten stellen (60% van het gemiddeld inkomen van de bevolking, 1710 euro p/m). Zo’n vijf miljoen onder hen had per maand minder dan 855 euro.34

De kloof tussen arm en rijk wordt steeds dieper; niet breder, de neoliberale maatschappij heeft belastingbetalers en consumenten nodig. De economische ongelijkheid tussen rijk en arm is in de voorbije twintig jaar in heel wat landen toegenomen, zeker in de VS. Globalisering, technologie en liberalisering van de markt hebben hun beloften niet ingelost.35

Menselijk welbevinden en tevredenheid – om het begrip geluk even te omzeilen – houden verre van altijd gelijke tred met welvaart. Welzijn en geluksgevoel zijn relatief, plaats-, context- en tijdgebonden (une bonne heure). Zelfs al ben je relatief welvarend en leid je een comfortabel leventje, als je status daalt of je omgeving dreigt, zul je je minstens een beetje ellendig voelen.

In 1980 moest 44% van de wereldbevolking het met minder dan 2 dollar per dag stellen, nu is dat gedaald tot 10%. Maar het welzijn van mensen hangt vooral af van hun onmiddellijke omgeving. Wie zijn job verliest omdat een multinational nog een fabriek naar een derde wereldland exporteert, maalt er niet om dat de globale economie het goed doet, of dat meer dan een half miljard Chinezen niet langer straatarm zijn.

Het subjectieve welzijnsgevoel wordt niet alleen door de realiteit bepaald maar ook door je waarneming. Zolang we ons via televisie, reclame en sociale media vergapen aan rijkdom en rijken, appartementen van vijfhonderdduizend euro en meer (‘Huizenjagers’, Vier); zolang mensen blijven denken dat er te veel belastinggeld wordt vergooid aan plantrekkers en vreemdelingen, zullen frustratie en ongenoegen toenemen.

Waarde en sociale status worden al te vaak afgemeten aan die van anderen. Status verklaart ook niet alles. Het bon mot ‘slagen volstaat niet, anderen moeten mislukken’, is geen compleet verzinsel. Plotse financiële welvaart van iemand in je directe sociale omgeving tast niet zelden het eigen welbevinden aan.

In deze te welvarende wereld wordt vrijheid veeleer economisch dan politiek bepaald. Zwakken boeten voor economisch sterken. Veel huurders moeten meer dan de helft van hun loon afstaan aan wie per definitie al meer bezit. In Vlaanderen worden gemiddeld dertig huurders per dag uit hun huis gezet (VRT Nieuws,12.9.2018). In studentensteden kamperen bedelaars bij geldautomaten waar jong kapitaalkrachtig volk geld binnenrijft. In derdewereldlanden zoeken arme mensen op de afvalhopen van de welvaart naar iets bruikbaars.

 Foto gemaakt door James Barnett op afvalhopen in Nicaragua36

Neoliberalisme schept ongelijkheid en onzekerheid. Hoe groter de ongelijkheid, hoe meer stress, zorgen, politieke polarisatie en hoe minder sociale verbondenheid.37

Hoe vrij zijn wij verslaafde consumenten, vastgeketend aan bankleningen voor studies, auto’s en huizen; in een wereld-op-slot omdat anderen onze overvloed begeren? ‘Geen buit, geen dief.’

De meesten onder ons hebben te veel te verliezen om nog kritisch en opstandig te zijn. Maar laat ik alsjeblieft fout zijn en zo snel mogelijk ongelijk te krijgen!

1Maarten Lambrechts – ‘Verkeer als doodsoorzaak in 9 infografieken’, MO*, 7 juni 2018 https://www.mo.be/analyse/doodsoorzaak-verkeer

2Claudia Kammer – ‘SCP: leefniveau stijgt maar sociale kloof blijft groot’, NRC Handelsblad,10.9.2018https://www.nrc.nl/nieuws/2018/09/10/scp-leefniveau-stijgt-maar-sociale-kloof-blijft-groot-a1616006

4‘Radicaal rechtse voorhoede’,Tegenlicht VPRO,16.8.2018; De Standaard,7.9

5Zie daarover ‘Rechtsaf naar Kekistan’, Tegenlicht, VPRO,23.8.2018 & Angela Nagle – Kill all Normies. Online culture wars from 4Chan and Tumblr to Trump and the Alt-right, 2017

6Nadia Fadil, KUL-hoofddocent etnisch-culturele minderheden, in Samira Bendadi – ‘Dekolonisatie is een kwestie van herverdeling – én respect’, MO*, 7.9.2018https://www.mo.be/interview/deze-samenleving-structureel-racistisch?utm_campaign=emo&utm_medium=newsletter&utm_source=email

7Timothy Garton Ash – Jesus Rex Poloniae, New York Review of Books,august 16, 2018 –https://www.nybooks.com/articles/2018/08/16/jesus-rex-poloniae/

8Nathaniel Rich – ‘Losing Earth: The Decade We Almost Stopped Climate Change, The New York Times Magazine,1.8.2018https://www.nytimes.com/interactive/2018/08/01/magazine/climate-change-losing-earth.html?hp&action=click&pgtype=Homepage&clickSource=image&module=photo-spot-region&region=top-news&WT.nav=top-news). Zie ook het fotoproject van Kadir van Lohuizen – Where will we go? Rising sea levels,2016 http://noorimages.com/project/rising-sea-levels/

9Tim Flannery – ‘The Big Melt’,NY Review of Books,16.8.2018, p. 60

11Samir Gandesha – ‘The Neo-Liberal Peronality: Charting the rise of Donald Trump’,Institute for the Humanities, Contours Journal,Spring 2017 –http://www.sfu.ca/humanities-institute/contours/issue8/psycho-trump/4.htmlThijs Lijster – ‘De stront van de baas eten’, De Groene Amsterdammer,5 september 2018 https://www.groene.nl/artikel/de-stront-van-de-baas-eten?utm_source=De+Groene+Amsterdammer&utm_campaign=2f8b682713-Wekelijks-2018-09-05&utm_medium=email&utm_term=0_853cea572a-2f8b682713-69885825

12Michiko Kakutani – The Death of Truth,London, William/Collins, 2018, p. 13

13ibid, 82

14Samir Gandesha – From the ‘Authoritarian’ to the ‘Neo-Liberal’ Personality, draft, ttp://www.academia.edu/22774493/From_the_Authoritarian_to_the_Neo-Liberal_Personality

15Daphne van Paassen – Een wandelstok voor Bello, De Groene Amsterdammer, 18 juli 2018 https://www.groene.nl/artikel/een-wandelstok-voor-bello

17NRC Handelsblad, 28 augustus 2018

19NRC Handelsblad,31 augustus 2018

20VRT Nieuws,1.9.2018

22NRC Handelsblad,1 september 2018

24achterop Knack, 22.8.2018

25Frederiek Weeda – ‘Je weet niet of de rest gevaccineerd is’, NRC Handelsblad,25 juni 2018 https://www.nrc.nl/nieuws/2018/06/25/je-weet-het-niet-of-de-anderen-op-de-creche-gevaccineerd-zijn- a1607855?utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=5om5&utm_content=&utm_term=20180626

26Jason Horowitz– ‘Italy Eases Vaccine Law Just as Children Return to School’, The New York Times, 22.9.2018https://www.nytimes.com/2018/09/20/world/europe/italy-vaccines-five-star-movement.html;Laura Eggertson – ‘Lancet retracts 12-year-old article linking autism to MMR vaccines’, CMAJ.JAMC,march 2010 – https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2831678/.

27Robert Darnton – ‘The Greatest Show on Earth’, New York Review of Books,28.6.2018 http://www.nybooks.com/articles/2018/06/28/fantasyland-bunk-greatest-show-on-earth/#fnr-2

28Tom Nichols – The death of expertise. The campaign against established knowledge and why it matters,New York, Oxford University Press, 2017 – p 70-109

29De Standaard, 6.9.2018

30Nichols, 139

31Hidde Boersma – ‘Modernisering is de weg naar een beter leven’, De Groene Amsterdammer,15 augustus 2018https://www.groene.nl/artikel/modernisering-is-de-weg-naar-een-beter-leven

33Christiaan Weijts– ‘Leden van de Staten-Generaal: we zien wel’, NRC-Handelsblad,17.9.2018

34‘En 2016, la France comptait près de neuf millions de pauvres’, Le Monde,11.9.2018https://www.lemonde.fr/societe/article/2018/09/11/en-2016-la-france-comptait-pres-de-neuf-millions-de-pauvres_5353647_3224.html. In Vlaanderen wordt 13,8% van de kinderen in armoe geboren; een verdubbeling in tien jaar tijd (‘Arm Vlaanderen’, Pano, 12.9.2018https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/09/12/pano-arm-vlaanderen-5-jaar-later/; zie ook suggesties voor verbetering vanwege Netwerk tegen Armoede; https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/09/13/opinie-netwerk-armoede-na-pano/

35Joseph E. Stiglitz – ‘Meet the ‘Change Agents’ Who Are Enabling Inequality’, The New York Times,20.8.2018 –https://www.nytimes.com/2018/08/20/books/review/winners-take-all-anand-giridharadas.html?emc=edit_bk_20180824&nl=book-review&nlid=7317642320180824&te=1&login=smartlock&auth=login-smartlock

Zie ook de sarcastische alternatieve troonrede van Christiaan Weijts – ‘Leden van de Staten-Generaal: we zien wel’, NRC-Handelsblad,17.9.2018https://www.nrc.nl/nieuws/2018/09/17/leden-van-de-staten-generaal-we-zien-wel-a1616808?utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=Vandaag&utm_content=&utm_term=20180922

36Katy Steele – ‘James Barnett, a man who gave up everything he owned to live on the streets and love the poor’,Reporting for the public good,https://publicgoodreporting.wordpress.com/2012/04/23/james-barnett-a-man-who-gave-up-everything-he-owned-to-live-on-the-streets-and-love-the-poor/

Zie ook het fotoproject van Kadir van Lohuizen – Wasteland,2017 http://noorimages.com/project/wasteland/

37Jonathan Rauch – ‘Why Prosperity Has Increased but Happiness Has Not’, New York Times,21.8.2018https://www.nytimes.com/2018/08/21/opinion/happiness-inequality-prosperity-.html?emc=edit_ty_20180823&nl=opinion-today&nlid=7317642320180823&te=1

September 26, 2018 at 10:46 am 1 comment

JEZELF OVERLEVEN

 

         Woordeloos door Tomas Ronse   2007

 

Door Gie Van Den Berghe

 

Over Je gaat er niet dood aan. Zoektocht naar de grenzen van mijn aftakeling van Henk Blanken

Atlas Contact, Amsterdam, 2018,
ISBN 9789045036793 / 256p

 

De Nederlandse journalist Henk Blanken (1959) kreeg als jonge vijftiger de jobstijding dat hij de ziekte van Parkinson had, die mensonterende neurologische stoornis die gepaard gaat met schudden en beven, spier- en spraakstoornissen (zoals ‘het vriest dat het kwaakt’ en ‘domineestenen’), wankel evenwicht en wat al niet meer. Het enige wat vooruitgaat is de ziekte zelf. Ga je er niet aan dood, dan heb je vijftig procent kans dat je langzaam maar zeker in de dichte mist van dementie verdwijnt. Het enige positieve aan dementie, oppert Blanken, is dat je uiteindelijk vergeet dat je vergeet. Dat én vergeten worden, lijkt hem heel wat erger dan verdrinken, stikken, doof of blind worden.

Blanken schrijft niet alleen over zijn eigen ziekte, maar zoekt lot- en pijngenoten op en beschrijft ook hun worsteling met groot mededogen, tederheid en zin voor objectiviteit. Ontroerd, kapot, nieuwsgierig, schrijvend, struikelend, euforisch en wanhopig – dat alles tegelijk. Hij spaart zichzelf niet, slaat ook het eigen trage verval gade. Het fascineert hem, hij wordt er soms euforisch van. ‘Het is mooi zoals veroudering mooi is, craquelé, roest, een barst’. Uit die ‘schoonheid van het verval’ put hij troost.

De ziekte zelf laat zich nog niet doorgronden. Wetenschappers hebben alleen maar vermoedens over mogelijke oorzaken. Onze kennis van de hersenen – waarin paradoxaal genoeg onze kennis zit opgeslagen – is niet groter dan ons inzicht in het universum. En over het oneindige valt weinig meer dan niets te weten. Wat is een paar procent van oneindig? ‘Ons brein’, schrijft Blanken:

is op dezelfde manier onbegrepen als het heelal: naarmate we verder kijken, moeten we accepteren dat we minder weten dan we dachten. Uitgerekend het orgaan dat we meezeulen om het leven te doorgronden, onttrekt zich aan dat begrip – een sardonisch spiegelkabinet, dat is het.

HERSENDIEP

Blanken beschrijft een deep brain stimulation die hij mocht bijwonen. Via twee in de schedel geboorde gaatjes dringt de chirurg met een naald door tot een bepaalde regio in de hersenen. De patiënt moet aangeven als de juiste plek is bereikt. Daar worden elektrische impulsen toegediend en een pacemaker ingeplant. Soms helpt het, soms niet. De risico’s van de ingreep zijn relatief klein. Pijn doet het niet. Hersenen, het centrum van onze pijnervaring, hebben geen weet van de eigen pijn. Blanken beschrijft alles zo beeldend dat je het gevoel hebt over zijn schouder mee te kijken.

Helmut Dubiel, een Duits socioloog, onderging op zijn zevenenveertigste ook zo’n ingreep. Het beven stopte; een paar dagen later echter kreeg hij spraakstoornissen, struikelde over woorden en benen, verloor smaak en geur, kon geen les meer geven, werd depressief.

Pas een jaar na zijn operatie wees de neuroloog hem erop dat hij de sonde in zijn hersenen ook weer kon uitzetten.

Kiezen tussen gekmakend schudden of praten: Dubiel schreef er een boek over (Tief im Hirn uit 2006) en Blanken las het ‘met toenemende weerzin’. Van elke bladzijde ‘druipt de wanhopige woede’. De man was tot op het bot verbitterd, vooral omdat ‘niemand hem van tevoren had verteld dat de pacemaker instelbaar zou zijn’. Zou je niet voor minder?

Dubiel is een van de weinige personen die Blanken bij zijn echte naam noemt, de enige ook over wie hij iets negatiefs schrijft. De confrontatie met Dubiels ontluisterende ervaring was er blijkbaar één te veel.

Je gaat er niet dood aan heet een bewerkte en geactualiseerde versie te zijn van Pistoolvinger. Parkinson en de schoonheid van het verval (2015). Blanken moet dus niet geweten hebben dat Dubiel eind 2015, op negenenzestigjarige leeftijd, op tragische wijze is omgekomen. De man bleef in de metro ergens aan haperen, kwam met zijn elektrisch rolwagentje op de sporen terecht en bezweek enkele weken later aan zijn verwondingen. Begin dat jaar had Dubiel nog in een interview gezegd dat hij zich een proefkonijn, een cyborg had gevoeld, maar dat hij na een tijdje weer met volle teugen van het leven genoot: hij was hertrouwd en had nog een dochter ‘gekregen’.

HERSENDOOD

Blanken gaat voorts uitgebreid in op het zowel verontrustende als hilarische zelfbedrog van mensen die wegdeemsteren in dementie. Vrijwel niemand beseft dat het al begonnen is. Het begint ook zo onschuldig. Je kan er nog om glimlachen of je foetert jezelf uit omdat je je niet meer herinneren kan wat je even voordien gehoord of gezien hebt.

En iedereen wil de volgende lente nog beleven, de appelboom zien bloeien, nog en nog een keer die cantate horen, een kind of een hond knuffelen. Afscheid en euthanasie worden uitgesteld tot het niet meer mag. Eerst struikel je ‘over een straatklinker en vervolgens over de werkelijkheid.’

Dementie vergruist het besef dat er iets ernstig aan de hand is met je hersenen. De ziekte ‘ontkent zichzelf, net als alcoholisme – zonder kans op ontnuchtering.’ Je hersenen draaien je een rad voor de ogen, ‘niemand ziet zichzelf verdwijnen’.

Je raakt almaar grotesker verward, je begint hartverscheurend te sukkelen bij het aankleden, eten, praten en denken. Een enkele keer kun je toegeven dat er iets mis is, terwijl je het ondergoed van je vrouw aantrekt. Je wordt een afwezige die wezenloos voor zich uitstaart. Je weet niet meer wie je bent, noch dat je bent. Aan je vrouw, die je als een uit het nest gevallen vogeltje aan het voederen is, vraag je waarom je vrouw niet meer op bezoek komt. Je eindigt zoals je begonnen bent, ‘opgerold als een foetus’.

Deze afwezige mensen worden ‘voor hun eigen veiligheid’, als kooivogels of wilde dieren, opgesloten in tehuizen, achter deuren en cijfersloten. Mochten ze de cijfercombinatie zien, ze vergeten ze toch meteen. Aan deze bijna-doden wordt een goede dood ontzegd omdat ze niets beslissends meer kunnen beslissen. Het ene moment smeken ze om euthanasie, het volgende zijn ze verontwaardigd als iemand om bevestiging vraagt. Blanken brengt alles zo tastbaar onder woorden dat je sommige mensen en scènes bijna kunt aanraken.

Je moet dus, zo poneert Blanken, uit het leven stappen ‘zodra het begint te schemeren’, want ‘op een dag kom je niet meer terug’. Maar eruit stappen voordat het voorgoed te laat is, is niet iedereen gegeven. In Nederland zitten er momenteel een kwart miljoen demente mensen in tehuizen. Volgens Blanken ontsnapt slechts één op de honderd aan ‘het einde dat niemand heeft gewild.’

Blanken verhaalt ook over vrienden, kunstenaars, godsdienst als doekje voor het bloeden en andere diepzinnige zaken. Hij ergert zich aan het dwangmatig, opgefokt optimisme van tegenwoordig. Je moet alles ‘leuk’ vinden. Zand in de ogen strooien. Schijngeluk en verslaafdheid aan vooruitgang en eindeloze groei. God moet het allemaal geschapen hebben. Schiep hij ook het niets?

 

      Henk Blanken

LAATSTE GLANS

Blanken wil ondanks alle pijn en ongemak graag verder leven. Zolang hij gretig, nieuwsgierig en lucide blijft, vindt hij al de rest nog min of meer te doen. Hij kan ermee leven dat hij sluipenderwijs invalide wordt, ziet er soms het hilarische van in. Ineens languit voorover vallen, als in een slapstick. Op de tenen van een beeldschoon meisje trappen, die zich nog verontschuldigt ook.

Maar Blanken weet beter dan wie ook dat hij met steeds minder genoegen zal nemen, dat het onwaardige hem waardig zal toeschijnen. Uitstel zal afstel worden, en de goede dood onmogelijk. Dan, besluit Blanken, moet zijn geliefde het maar doen. Hij mag pas gaan als hij toch al verdwenen is.

‘Mijn dood’, zegt hij tegen zijn vrouw, ‘is niet van mij’, maar van de achterblijvers. Sandra kan hem niet volgen en het mag toch wettelijk niet? Wetten kunnen veranderen, reageert Blanken. Als hij diep dement wordt, wil hij nog wel even blijven als hij er nog tevreden uitziet, als zijn laatste restje bestaan nog betekenis heeft voor anderen, het afscheid nog te pijnlijk is. Maar dan moet zijn vrouw het stiekem doen. Hij wil:

alleen kunnen beslissen dat [hij] het aan een ander overlaat. En aan wie. Niet meer dan dat. Al het andere laat [hij] los. Het zal jouw beslissing zijn, wat die ook is.

Geen denken aan! Zoiets mag je toch van niemand verlangen? Dan zal Blanken een andere hulpvaardige ziel zoeken. Dat ziet zijn vrouw ook niet zitten en haar man overtuigt haar omdat ze hem liefheeft.

Ethisch gezien is deze ‘oplossing’ onverantwoord. Praktisch en legaal gezien is ze onuitvoerbaar en niet sluitend te regelen. ‘Mijn dood is niet van mij’ mag dan een diepzinnige gedachte zijn, de verantwoordelijkheid voor euthanasie berust bij de persoon zelf. Je mag die niet in andermans schoenen schuiven.

De dood beëindigt je leven, maakt bij wijze van spreken je geboorte ongedaan. Blijdschap en genot, verdriet en lijden zijn dan voorgoed voorbij. Maar voor dierbaren beginnen treurnis en gemis, hoe tijdelijk ook. Goed afscheid nemen, zoveel mogelijk vooraf regelen – dat lijkt me geboden. Bedenk ook dat zulks niet kan als iemand plotseling overlijdt door een hartstilstand of een ongeval. Doe ook niet aan zelfoverschatting, er zijn al te veel mensen op de wereld en er komen er nog altijd bij. Zelf beslissen over menswaardig sterven kan het leven een laatste glans geven. De rest is martelaarschap.

De strafrechtelijke wijziging die Blanken voorstaat, kan er niet komen. Ook als je samen met de persoon die je dood mag of moet maken alles vooraf op papier hebt gezet, kunnen jij of die persoon van mening veranderen of hij/zij kan je aanporren om het nu te doen, of om het hoekje helpen als je het nog niet of niet meer wil.

Mede door dit diep menselijke, confronterende, meesterlijke boek, dat u absoluut moet lezen, zal Henk Blanken zichzelf met glans overleven.

 

Dit stuk verscheen ook in DE REACTOR , een platform voor literaire kritiek.

 

September 15, 2018 at 1:03 pm 2 comments

Ramadan en de Duizend en Eén Nacht.

Door Lucas Catherine

Ramadan eindigde dit jaar op donderdagavond, 14 juni. En dan kwam het feest. Alhoewel, ’s nachts was het iedere dag ook al een beetje feest geweest: eten, drinken, praten én tv-kijken. Speciale series, en niet alleen over het leven van Mohammed of andere aangepaste vrome vertelsels, maar vooral liefdesverhalen en muziek. Maar wat deden de Arabieren vroeger, zonder media? Naar een plein gaan en daar naar verhalen luisteren. Die verhalen werden gebracht door beroepsvertellers: hakawati of rawi en die vertelden met veel mimiek en gestes.

Hakawati ( Office National du Tourisme Marocain)

Nu zijn de hakawati bijna verdwenen. Soms vind je er nog in Marakesj op de Jama al Fna of her en der in het Midden-Oosten.

De man die het eerst in Europa zo’n vertellers beschreef was de Bruggeling Anselm Adornes, een spion voor de Bourgondische hertogen die nog droomden van een nieuwe Kruisvaart. Op 19 februari 1470 vertrekt hij op bedevaart naar Jeruzalem. Op vraag van Karel de Stoute reist hij niet rechtstreeks naar Jeruzalem, maar maakt een ommetoer langs Noord-Afrika, De hertog wou de mogelijkheid nagaan om langs Noord-Afrika op te rukken. Daarom krijgt Anselm Adornes de opdracht dat gebied te gaan verkennen en te kijken wie er aan de macht is en hoe sterk de vorsten daar zijn. Van die kruistocht is niets gekomen, maar Adornes was een goede observator. Hij heeft ons enige mooie beschrijvingen van Noord-Afrika nagelaten, zoals de eerste beschrijving door een Europeaan van de bereiding van koeskoes en deze over de hakawati:

De Moren verzamelen zich iedere avond op dat plein. Sommigen komen te paard, anderen te voet, al naargelang van hun mogelijkheden. Daar kijken ze naar verschillende spelen en voorstellingen om zich te ontspannen. Ik zag er publieke vertellers die met een lange stok hun verhaal onderlijnen. Daar komt altijd veel volk op af. De toeschouwers luisteren gespannen, zoals wij naar een preek luisteren. Ze vertellen oude histories.

Wij kennen die oude histories als De verhalen van Duizend en Eén Nacht, het  meest bekende Arabische literaire werk, meer dan welk ander boek ook. Elf Leila wa Leila, zoals het in het Arabisch heet kwam in Europa in de mode na de vertalingen van de Fransman Antoine Galland (1717) en de Brit Sir Richard Burton (1886). Het boek zelf heeft een lange ontstaansgeschiedenis. Eerst was er een soort oerversie die de vertellers gebruikten en waaraan ze in de loop der eeuwen steeds meer verhalen hebben toegevoegd. Zo vermelden Al Masudi en Al Nadim (beiden 10de eeuw) al een Elf Leila wa Leila dat volgens hen zou teruggaan op een Perzisch boek, Hazaar Afsana (Duizend Sprookjes). Die 1001 Nachten moet je niet letterlijk nemen, het betekent gewoon heel veel en, raar maar waar: het oudste Arabische manuscript waarvan de eerste vertaler, Galland gebruik heeft gemaakt is gedateerd in het moslimjaar 1001 (1592)!

Het raamverhaal, Shahrazade die om haar hachje te redden koning Shariaar iedere nacht een nieuw verhaal vertelt is van Perzisch-Indische origine. Daarna kwamen er vooral veel toevoegingen in Bagdad, ‘Stad van Geneugten, het Parijs van de 4de eeuw’, zoals Richard Burton haar noemde. Veel van die Bagdad-verhalen zijn sterk humoristisch. Dit zijn ondermeer de verhalen waarin khalief Harun al Rashid en zijn drinkkompaan, de dichter Abu Nuwas optreden.

Eén van de grappen van Abu Nuwas aan het hof (gravure uit een boek van Si Kaddour Benghabrit, Imam-stichter van de Grote Moskee van Parijs) Collectie L.C.

Van toen ook dateren de verhalen van Sindbad de Zeeman, de man die de Zeven Wereldzeeën tussen Basra en China bevoer en er exorbitant over vertelt. In een volgend stadium werden er in Kairo nog nieuwe verhalen aan toegevoegd en er is zelfs een Marokkaanse inbreng. De laatste inbreng kwam na het succes in Europa waardoor de vertalers vlijtig op zoek gingen naar meer verhalen, al dan niet apocriefe. Van toen dateren Ali Baba en de Veertig Rovers en Aladin en de Wonderlamp. Ze brachten het tot stripverhalen en Disney-verfilmingen.

Twee kinderboekjes (collectie L.C.)

De oudste, volledige Arabische editie werd in 1835 uitgegeven in Kairo door de beroemde Bulaq-uitgeverij op basis van een Arabisch handschrift uit de 17de eeuw en bevat 1001 Nachten, wat niet altijd het geval is met de andere handschriften.

De verhalen zijn zeer gevarieerd: Geesten en wonderen duiken vaak op, maar er zijn ook sociaal-kritische verhalen (De Bultenaar bvb) die de corruptie van de bureaucratie aanklagen. Dan zijn er verhalen die overkomen als een tv-serie met iedere dag een nieuwe aflevering (Sindbad). Vrouwen spelen een belangrijke rol en dit niet alleen in de sterk pornografische verhalen – ze dateren uit een tijd dat de Arabieren hun literaire cultuur niet beperkten tot de Koran en Kookboeken, zoals nu vaak het geval is. Dit soort erotische verhalen werd vooral door Richard Burton met genoegen aangedikt door zijn uitgebreide verklarende noten, die soms interessanter zijn dan het verhaal zelf, maar anderen vonden dit dan schandalig. Zo deze preutse, ‘Oorspronkelijke Vlaamsche uitgave’ (Antwerpen 1908). Ik citeer uit het voorwoord: Ontegensprekelijk zijn de vertellingen van Duizend en Een Nacht, de eenige, die bij alle volkeren der aarde met de meeste gretigheid ingang vonden…Jammer genoeg, dat ons Vlaamsche Volk daarvan eigenlijk nooit heeft mogen genieten. Wel heeft men in Noord-Nederland pogingen aangewend om de vertellingen ingang te doen vinden. Maar, die omwerkingen stemden niet overeen met de goede zeden van ons Volk! Dat was een misslag! Daar, waar onzedelijkheid op den voorgrond treedt, wordt de deur van het wantrouwen geopend… Deze omwerking zal derhalve in ieders handen, op alle leestafels mogen verschijnen, zonder iets kwetsends op te leveren.

En dan zijn er natuurlijk gewoon grappige verhalen, meestal kort. Al die verhalen werden meestal in de volkstaal verteld, en niet in het hoogliteraire Arabisch. Daarom hier als toemaatje: het kortste verhaal uit Duizend en Eén Nacht, in mijn volkstaal, het Brabants Brussels. Tip: als je het luidop leest is het ook verstaanbaar voor West-Vlamingen, Hollanders en Limburgers.

Het keutste vertelselke oët Duzend en Ien Nacht: De Scheit van Aboe Hasan

Fi yaoem min al ayaam kan fi medina qadima Baghdad razjoel, ismhoe Aboe Hassan…

Lank, moe hiel lank geleië leifde er in de gruute stad van Baghdad ne man en eum hietegede Aboe Hassan. Eum was ne kommersant, ne joenge, raake kommersant, moe uuk ne weiveneir, ne joenge weiveneir. En, eum was altaat triestig. Och èrme. As eum sachternoensj met zaan kameroeten op stamenee zat, zat eum doe triestig te koekeloeren. Eum ha leudevedeu. En alle doege was dat ’t zeulfde, tot as da zaan kameroeten et muug zaan geweuren.

Allah, Aboe Hasan, ne joenge keubber gelaak as ga moet toch kunne ertraave mee e skuun mokke, gien Mistanfluut, moe toch a skuë migeolleke.

En ten lage leste, was’t zuu veir. Aboe Hassan eum ha e annonceke gezet in de gazet en zuu was eum oep e skuun mokske gevalle. Et was gien scheile, ze ha gien meutekes knien, neie en hiel skuu maske. Ze mocht gezeen weudde. Ze stroldegede gelaak as de moen op ne vaaver. Zegge ze in ’t Araabs. Ze zierverde nie, mo wist wannier as das ze moest zwaage. Allah, zuun vinde teigewourdig ne mië.

En Aboe Hassan was ne mens mê floes. Eum organiseerde ne sjikken traa. Nen iel sjikken tra. Alleman was welkom, nâ famille en veir famille. Kozzes en nichte, oenkels en tantes. En alle gebuure. Veir gebuure en nâ gebuure. Zeulfs de oelemaas en de fakirs. Allien gien salafisten, want da fiest da was van frêtmo, frêtmo en zeupt mo, zeupt mo. Ik emmet al gezeit, et was lank, hiel lank geleide. Toen mochte nog zoeipe in Baghdad. Het was den taat da ze in ’t Araabs nog mier as onnerd woure aan veu waan. En frêt waster veu alle goestinge: zuutigheide, smosjterderaa, vlies van schopkes. D’er was zeulfs ne joenge kamiel au feu de bois en in da kamiel zat e lammeke en in dat lammeke ne kaproen en in da kaproen en deufke en in da deufke amandelen en pistasjenoute. As ge d’er niet van gepruufd hé, wette nie wadas da ge gemist hé.

En d’er was muziek mê floëten, troemmels en vravegezang, nen echten noeba.

Iel zaan oës was gepaleid gelek een echt palaas

En den moeste zaan fiancéé emme gezien. Op nen truun, mê heur dames d’honneur die eur oem et eur van klied verannerden. En giene kamelot, hé, giene Hirsch par terre.

Allez,’t es nie veu niks e vertelselke oët Duzend en ien Nacht.

En toens kwam de moment suprême. Aboe Hassan moost zaan mameselle ba eur hand pakke en mê eur nou de sloepkoemer goen. Consommez le mariage en dades gien soep hé.

En toens….toens…

Aboe Hassan zet eum recht in zaane fauteuil en doebaa lost eum en scheit en formidoebele scheit. En alleman a da gehuëd. Moe ze mochte niks zegge en ze begoste hiel loët te klappen asof dader niks was gebeud.

Da moot zuë. Want de Profeit hei gezeit – en ik weit het oët den hadiet van al Bukhari: as ‘ ter ne wind floët oêt et laaf van ne mensj den mougde nie lachen’.

En alleman spelde van de stoemmenduuve.

Moe Aboe Hasan, eum was beschomd, beschomd, eum za in de grond emme kunne kroëpe. Moe dat dee eum nie. A moempelde wa en stapte noe za pjeid. En gaf het de spoure. En eum reed, weg, veir weg tot in de gruute stad van Basra en doe paktege eum nen buut noe Indië. En a begost doe, in Indië, e nuuf carrière as kommersant.

Moe, eum was doe nie gelukkig. Ien joer passeerde, twie joer, vaaf joer, tien joer en toensj, wilde eum terug nou de gruute stad van Baghdad. En a paasde : na zen ze maan scheit al wel vergeite.

En eum mê den buut nou Basra en den noe Baghdad.

Eum verkliedege eum in ne bedeleir, nen fakir. Niemand kost eum erkennen. En Aboe Hassan paasdegede ik gon zu es leustere wat da ze zu al vertelle in ’t stad? Ge moe weite. Doe was toensj nog gien internet of facebook. Toensj moeste nog mê de mensje klappe as ge nuus wa weiten.

En Aboe Hasan arriveit veu de meure van Baghdad en doe zit een bedoewinsje mê eur dochter.

Aboe Hasan, komt stillekes dichter en leustert noe wa da ze zegge.

Moïer, za da dochter, hoe out zaan kik agentlek ? En da mojer paast es diep. Awel, za ze, ga, ga zeit geboure in ’t joer… in “t joer …da Aboe Hassan zaan dikke scheit liet.

En Aboe Hassan zaan melk droët, eum weurd terug zuë beschomd, want zaan scheit was histoore geweure, gelaak da ze na zegge: veu of nou de ourlog, zegde ze toensj: veu of nou de scheit van Aboe Hassan. En eum droët eum oem, zet e op ê luupe, en lupt, lupt tot in Basra en terug op nen buut noe Indië.

En toens, toens kwam er e verken mê ne lange snoët en ma vertelselke es oët.

Sjoekran gezilan, wa barakat aloufik, wa rahmat oellah !

June 15, 2018 at 8:18 pm 1 comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,579 other followers