Posts filed under ‘Uncategorized’

IT’S THE ECONOMY, STUPID

huiselijk geweld

door Kris Smet

Huiselijk geweld is niet alleen een fenomeen dat veel fysiek en psychisch leed veroorzaakt. Het kost ook handenvol geld. Dat blijkt – andermaal – uit een studie aan de universiteiten van Stanford en Oxford. Onderzoekers berekenden er de kosten van huiselijk geweld op wereldschaal. Het resultaat van hun studie is ronduit verbijsterend.
Waar oorlogen de samenleving jaarlijks 125 miljard euro kosten, bedragen die voor huiselijk geweld vijftig keer zoveel : 6.200.000.000.000 oftewel 6.200 miljard per jaar.
Van dit gigantisch bedrag gaat 5.000 miljard alleen naar de kosten van geweld tegen vrouwen en kinderen. Het gaat o.m. om de kosten van politie en justitie, medische kosten, kosten voor psychosociale hulp, opvang van slachtoffers en daders , kosten in de sfeer van sociale zekerheid ( ziekteverzuim, huursubsidie, bijstandsuitkeringen).
Andere hallucinante conclusie : er vallen negen keer meer slachtoffers bij geweld in huis dan bij militaire conflicten.
Nederlandse onderzoekers berekenden in 2010 dat de kosten voor werkgevers door verzuim als gevolg van huiselijk geweld, tussen 74 en 192 miljoen per jaar bedragen. Dergelijk onderzoek is in ons land nooit gedaan.
De Nederlandse Volkskrant besteedde een halve bladzijde en wel op de economiepagina’s aan de resultaten van Oxford en Stanford en formuleerde een aanklacht tegen de regering Rutte die o.m. bespaart op de jeugdzorg. In onze kranten was hier en daar een klein berichtje te lezen. Sommige kwaliteitskranten vonden dit wereldnieuws zelfs helemaal geen berichtje waard.
We worden dagelijks overspoeld met verhalen en gruwelijke beelden uit oorlogsgebieden , maar over geweld in het huis naast ons krijgen we niets te zien.
Moeten we wachten tot via internet een video verspreid wordt waarin je ziet hoe een vrouw uit je buurt geslagen, geschopt, gewurgd , het hoofd ingeslagen of neergeschoten wordt door haar partner?
Tijdens de eerste zes maanden van 2013 hadden we 77 dergelijke video’s kunnen zien, want tijdens die periode werden in België 77 vrouwen vermoord door hun partner of ex-partner. Dat cijfer is niet alleen een aanklacht tegen de daders, maar ook tegen een systeem dat faalt en niet voldoende bescherming, preventie en ondersteuning biedt .
Alle interesse gaat naar I.S., Oekraïne en andere oorlogen die duizenden slachtoffers maken. Veel geld en aandacht gaat naar de bescherming van burgers tegen terroristen, maar dat wereldwijd 260 miljoen kinderen thuis worden mishandeld, van wie naar schatting meer dan 50.000 in ons land ,daarover hoor je nauwelijks iets en daarvoor is geen budget voorzien. Het extra geld dat uitgetrokken wordt voor veiligheid gaat naar defensie en opsporing van jihadisten. Voorzien de verschillende regeringen meer geld voor jeugdzorg of preventie van huiselijk geweld en voor opvang van slachtoffers en daders? Horen of lezen we daar iets over bij de regeringsverklaringen? Buigt de synode van de Katholieke kerk over het gezin zich over de vraag of daders van incest en plegers van geweld tegen kinderen, partners en ouders de communie mogen ontvangen?
Over huiselijk geweld wordt gezwegen. We zijn bang voor hangjongeren, vluchtelingen, jihadisten, en slachtoffers van ebola.. Wat binnen de gezinnen gebeurt blijft taboe en is ‘privé’. Maar privé geweld is een publieke zaak, zeker als we kijken naar wat het de maatschappij kost.
In Australië staat huiselijk geweld eindelijk op de politieke agenda. Allerlei maatregelen worden genomen met als doel de ‘epidemie’ uit te roeien tegen 2030.
Waar blijven de plannen van Minister Van Deurzen van CD&V, de gezinspartij bij uitstek, om een grote campagne te starten: “Stop huiselijk geweld” ?

Zie ook deze reportage van Tom Van de Weghe in de US

http://deredactie.be/permalink/2.35973?video=1.2111835

*Kris Smet, Liefde met alle geweld, Agressie tegen vrouwen in huiselijke kring, Manteau, 2014, 19,99 euro

oktober 17, 2014 at 10:10 am 2 reacties

DE APOTHEKERSWEEGSCHAAL VAN ABICHT

Gaza

Palestijnen in Gaza verzamelen menselijke resten na de zoveelste Israëlische aanval op een school met vluchtelingen onder VN-toezicht.


De Midden-Oostenspecialist Ludo Abicht is de kampioen van het morele evenwicht (Zie De Morgen van 25 juli). Als we Israël veroordelen, aldus Abicht, dan moeten we even streng zijn voor Hamas. Zoals Israël burgerdoelwitten in Gaza bombardeert, zo treft immers ook Hamas met raketten burgerdoelwitten in Israël. Evenwicht in de verontwaardiging, dat is het wat Abicht preekt, de woede doseren op de apothekersweegschaal.

 

dyn003_original_320_480_pjpeg__e65bca304fe5f70e7bff0912e8c06e211

Ludo Abicht

Maar de weegschaal deugt niet. Nog afgezien van het gruwelijk ongelijke scorebord van doden en gewonden is er geen vergelijking mogelijk tussen aan de ene kant een met kernwapens en hoogtechnologisch wapentuig voorzien regulier leger, geruggesteund en gefinancierd door de enige supermacht ter wereld en aan de andere kant een guerrillalegertje zonder tanks, zonder vliegtuigen en zonder geavanceerde luchtafweer. Ludo Abicht is niet de enige die knoeit met de weegschaal en zand in de ogen strooit met het valse evenwicht. Ook Barack Obama – de president van de “Verandering” en de “Hope” – en vrijwel alle westerse leiders verschuilen zich achter de morele balans om na te laten de Israëlische agressie te veroordelen en stilzwijgend toe te kijken hoe in Gaza de burgerbevolking wordt gedecimeerd.

Moeten we verontwaardigd zijn over de raketten die Hamas richting Israël stuurt? Allicht. Moeten er Israëlische burgerslachtoffers vallen? Natuurlijk niet. Elke dode en elke gewonde in dit conflict is er één teveel. Maar laten we de verhoudingen in acht nemen. Of we dat leuk vinden of niet, Hamas is de wettige vertegenwoordiger van de Palestijnse bevolking in Gaza, via democratische verkiezingen aan de macht gekomen. Hamas is de verzetsbeweging die Israël mee in het leven heeft helpen roepen met de bedoeling de macht van de PLO te breken. Zoals elke verzetsbeweging kiezen Hamas en de andere Palestijnse organisaties hun middelen in de strijd tegen de bezetting en die middelen zijn niet altijd fraai. Maar in het verleden is herhaaldelijk gebleken dat onderhandelen met Hamas en het bereiken van een akkoord mogelijk is. De Israëlische regering wil van geen onderhandelen horen en kiest voor de militaire aanpak, overigens een heilloze weg zowel voor de Palestijnen als voor Israël zelf. Zie onder andere Daniel Barenboim in The Guardian van 24 juli 14.

Vanuit onze veilige en comfortabele Westerse luie of Academische stoel kunnen we de daden van het verzet betreuren of contra-productief of zelfs misdadig vinden. Maar wat doen wíj om een einde te maken aan bezetting en blokkade door onze bondgenoot Israël? Waar blijft óns protest tegen de uithongering van Gaza door Israël in “vredestijd”? Wat hebben we van Elio di Rupo gehoord behalve wat vroom gemummel over het “disproportioneel geweld” en de “legitieme veiligheidsnoden van Israël?” Waar is het protest als Israël keer op keer de bestanden met Hamas en het verzet schendt en Gaza binnendringt om vermeende Hamasleiders zonder vorm van proces te vermoorden? Wie springt in de bres om de “legitieme veiligheidsnoden” van de Palestijnen in Gaza en op de Westbank te verdedigen? Waar blijft de verontwaardiging van de grootste Vlaamse partij?

_76498402_023272199-1ed

Israel was tot 17 keer toe verwittigd dat in deze school vluchtelingen zaten onder bescherming van de VN. “Collateral damage?”

Resolutie 3013 van de Verenigde Naties (1973) stelt: “de strijd voor zelfbestemming van volkeren onder koloniale en vreemde overheersing en onder racistische regimes is legitiem en in overeenstemming met het internationale recht.” Hamas verzet zich tegen een situatie van bezetting en kolonialisme. Wie de verdrukker en onderdrukte onder dezelfde morele noemer plaatst kiest in feite voor de verdrukker. Zou Ludo Abicht het in zijn hoofd hebben gehaald om het ANC van Mandela met dezelfde morele maatstaf te beoordelen als de blanke minderheid die het Apartheidsregime in stand hield? Toch vindt hij dat Hamas op dezelfde manier moet worden beoordeeld als de regering van zionistische ultra’s als Netanyahu en Lieberman.

Israël, niet Hamas zit in het westers, ons kamp. Op Israël hebben we invloed, op Hamas veel minder. Daarom hebben wij het recht en de verdomde plicht om deze bondgenoot onder druk te zetten om een einde te maken aan het geweld. Maar daar houdt het niet bij op. De vrome vredeswensen van predikers als Abicht en de leiders van de Westerse wereld zijn waardeloos zolang we onze steun blijven geven aan een racistische en agressieve ideologie die in naam van de mythe van de “terugkeer” voor één bevolkingsgroep exclusieve rechten op grond en water opeist. “Vredesonderhandelingen” tussen kolonisten en gekoloniseerden zijn tot dusver niet méér gebleken dan een rookgordijn waarachter méér grond wordt gestolen, méér waterbronnen worden afgeleid, méér olijfgaarden en woningen worden gebulldozerd, méér apartheidswegen worden aangelegd en apartheidssteden worden gebouwd, méér veroordelingen van de internationale gemeenschap worden genegeerd.

israelische muur

Dank zij de Apartheidsmuur ging nog meer Palestijns gebied naar Israël

Ook de “tweestatenoplossing” is intussen niet méér dan een luchtkasteel gebleken. Voor een Palestijnse staat op wat rest van het historische Palestina is er domweg niet genoeg grondgebied over. De Oslo-akkoorden beloofden de Palestijnen de teruggave van de Westbank en Gaza: 22% van het land dat ze vóór 1947 bewoonden. Maar die belofte werd nooit nagekomen. Integendeel na Oslo verdubbelde het aantal zionistische kolonisten in de bezette gebieden. In 2000 deed toenmalig premier Ehud Barak een genereus voorstel: de Palestijnen zouden 80% van de Westbank en Gaza terugkrijgen: de bezette gebieden met aftrek van de kolonies die intussen een gordel van apartheidssteden hadden gevormd om Jeruzalem. Maar ook die belofte ging niet door. Door de bouw van de Apartheidsmuur onder Ariel Sharon ging nog een deel van het historische Palestina voor de bewoners ervan verloren. Sharon deed een nieuw “genereus voorstel,” te nemen of te laten. De Palestijnen konden dit keer een “staat” oprichten op “42% van de 80% van de 22% van 100% van hun historische thuisland. “ 1 Intussen zijn we twaalf jaar en vele honderden “nederzettingen” (Apartheidssteden op de Westbank) verder.

De dromers die geloven in een tweestatenoplossing brengen de vrede geen stap dichterbij, maar werken mee aan de verdere zionisering van het land. Het obstakel voor de vrede is niet de onwil van de Palestijnen om Israël te erkennen, noch de halsstarrigheid van de Zionistische hardliners in Israël, maar de ideologie van etnische suprematie die in Israël zoveel is als staatsgodsdienst. Het is een ideologie die vloekt met de humanistische Joodse tradities en met de normen van de beschaafde samenleving. “Een historische vergissing die” zoals een Palestijnse mensenrechtenadvocaat me ooit met grote stelligheid verklaarde, “op de vuilnisbelt van de geschiedenis zal terechtkomen,” net zoals de vergelijkbare ideologie van de blanke minderheid in zuidelijk Afrika.

Marwan Barghouti, a prominent leader of the Palestinian uprising, enters court

Een Midden Oosten waar Joden en Palestijnen in een bi-nationale staat samenleven: het lijkt verre toekomstmuziek, maar het is een idee dat veld wint zowel bij radicale Palestijnen als de gevangen populaire leider Marwan Barghouti als bij Joodse critici van het Zionisme in Israël en de Verenigde Staten (wijlen de historicus Tony Judt was één van hen). Hoe zo een bi-nationale staat eruit moet zien zal in de toekomst blijken2. Eén mogelijkheid is dat Israël de bezette gebieden annexeert waarna Palestijnen kunnen strijden voor gelijke rechten als die van de Joodse inwoners van het land. Het Belgisch model als het ware: met regionale en federale regeringsniveaus. Dat is niet voor morgen: de zionisten zijn als de dood voor de demografische tijdbom waardoor ze binnen eigen land een minderheid zouden worden, net als de blanke minderheid in Zuid-Afrika. Maar het alternatief is nog decennia van uitzichtloos geweld, van bezetting en apartheid. Het wachten is op een Israëlische De Klerk en een Palestijnse Mandela.

Johan Depoortere 24 juli 2014

1Jonathan Cook, “Disappearing Palestine” 2008

juli 31, 2014 at 2:31 pm 15 reacties

Buitenspel

Het spektakel is afgelopen.

geenvoetbal

En nu terug naar de werkelijkheid.

Waar de ballen niet altijd rond zijn

en het doel soms heel ver weg lijkt.

juli 14, 2014 at 5:49 am Een reactie plaatsen

Was het nu Pasen of Kerst?

Wallpaper Pasen 2014

ZIEHIER EEN PAASPLEISTER
GEHEEL OPGETROKKEN UIT
DE KITSCH VAN PASEN ZELF

april 20, 2014 at 9:08 am Een reactie plaatsen

Gerard Mortier. Enige persoonlijke observaties

Mortier G 1

door Walter Zinzen

 

Een eeuwigheid geleden ,  in 1996 , maakte mijn partner in crime Kris Smet een portret van Gerard Mortier voor Panorama, dat toen nog op TV 1 werd uitgezonden. Het was een mooi portret, gedraaid door een van de beste cameramannen en gemonteerd door een van de beste monteurs waarover de toenmalige BRT beschikte. En Mortier schitterde erin als de grote meneer die hij als intendant van de Salzburger Festspiele was. Maar Aimé Van Hecke  (die we nu kennen van zijn mésaventure bij Sanoma) ,die toen het goede en vooral het slechte weer maakte op de publieke omroep, was verontwaardigd. Mortier op TV 1 ! Dat kon niet, dat was de kijkers wegjagen. Een mening die door en deel van de Panorama-redactie werd gedeeld.

Vijf jaar later was ik jurylid voor de Prijs van de Democratie , die op de Gentse Feesten wordt uitgereikt.  Ik stelde voor de Prijs te geven aan Mortier. Een ander jurylid was al even verontwaardigd als Van Hecke toentertijd. Zijn naam had zelfs niet op de kandidatenlijst mogen staan vond ze. Dat ook in dit linkse gezelschap geen erkenning mogelijk bleek voor de verdiensten van Mortier stelde me zeer teleur. Dat hij in Oostenrijk veertien jaar lang de neo-facisten had bestreden : het interesseerde ze niet. Dat hij de opera in eigen land en daarbuiten in de meest letterlijke zin gedemocratiseerd had niet alleen door er eigentijdse voorstellingen van te maken maar ook door de toegangsprijzen te verlagen zodat een financiële hobbel werd weggenomen : dat was niet het soort democratie waaraan ze de prijs wilden verlenen. Die linkse aversie werd door Paul Goossens raak geschetst in De Standaard : “Gerard Mortier, zo vond de soixante-huitard in mij, behoorde tot de verkeerde wereld, koesterde de foute muziek, frequenteerde het veel te chique klootjesvolk.” Mortier en Goossens zijn later goede vrienden geworden.  Uiteraard, Mortier was een bij uitstek linkse mens in de nobelste betekenis van het woord. Helaas, kleinheid en benepenheid van geest zijn geen monopolie van rechts.

Maar er speelde in die Mortier-afkeer  nog een ander element : de Gentenaars in de jury waren boos op Mortier omdat hij in hun – en zijn – stad een prestigieus en ambitieus Muziekforum had willen oprichten. Dat Forum is er nooit gekomen . De minister van Cultuur (Bert Anciaux) en Gentse krententellers wilden er na zeven jaar discussiëren niet meer van weten. Sommigen beweerden zelfs dat Mortier  “een mausoleum voor zichzelf”  wou bouwen. Ontgoocheld en verbitterd keerde Mortier zich af van zijn geboortestad . Hij werd opera-intendant in Parijs en verhuisde naar Brussel. Op de plek waar Mortier zijn Forum wou neerpoten is nu het ‘multimediaal kenniscentrum’  De Krook in aanbouw. Gouverneur Briers bestond het dit in het TV-Journaal als een idee van Mortier te bestempelen. Vol afkeer hebben we in dit huis de politici en de jet-set de loftrompet horen steken van de ‘bezielende, controversiële ‘ figuur die Mortier was. Uitgerekend de lieden  met wie hij zijn hele leven in de clinch heeft gelegen,  struikelden over elkaar heen om zijn nagedachtenis te besmeuren. Zelfs de gewezen voorzitter van de kruideniersvereniging UNIZO , Kris Peeters, kwam woorden te kort om Mortier te prijzen. Zijn foto sierde zelfs,  god betere ‘t , in plaats van die van Mortier op een bepaald moment de opening van De Standaard online .

 

Kris en ik zijn hem blijven volgen. Voor ons is hij altijd “meneer Mortier” gebleven, hoewel hij nooit kapsones maakte.  Toen Kris en haar ploeg in zijn huis is Salzburg opnames maakten, moest hij onverwacht weg. Hij gaf hen de huissleutel en een fles champagne en keerde een paar uur later goedgemutst terug. Maar ook de grote Mortier had een ijdel kantje. Hij was geweldig in de wolken over het Panorama-portret. Tegelijk was hij zeer dankbaar en loyaal. Tot op het laatst stuurde hij Kris uitnodigingen om naar zijn “niet te missen” topprestaties te komen kijken (en luisteren). Als partner van Kris was ook ik welkom.  Zo ging voor mij een wonderbare wereld open. In Salzburg, in Parijs , in Madrid, maar ook in de Ruhr. In de talloze carrière-overzichten die dezer dagen in de media verschijnen  ontbreekt eigenaardig genoeg heel vaak zijn periode in dat deels vergane industriële Duitse rijk. Vandaag de dag vind je zowat overal verlaten fabrieken die omgetoverd zijn tot culturele centra. Maar het is Mortier geweest die een desolaat industrieel landschap heeft herschapen tot een reeks van theaterzalen – de kathedralen van onze tijd noemde hij ze –  waar het driejaarlijkse Ruhr-festival plaats vindt. En het was Mortier die dit festival uit de grond heeft gestampt. Grinnikend vertelde hij er vaak bij dat de toenmalige rood-groene regering van Noordrijn-Westfalen hem financieel niets in de weg legde. Een hele verademing na zijn lange gevecht in het conservatieve Oostenrijk, maar ook een ironische zinspeling op de financiële put die hij in de Brusselse Munt had achtergelaten. Hij was er trots op dat hij zijn lesje had geleerd en er in alle huizen waar hij na Brussel werkte voor gezorgd had dat de rekeningen klopten. Ook  in Madrid was dat het geval , waar de crisis en de besparingen  het Teatro Real niet ongemoeid lieten. Ook op dit gebied was hij heel vindingrijk. De traditionele receptie na een première bijvoorbeeld schafte hij niet af, maar hij betaalde ze uit eigen zak. De gasten moesten hun wijn wel uit plastic bekertjes drinken.

Dat hij stank voor dank kreeg en door een bekrompen Spaans minister van Cultuur als artistiek directeur ontslagen werd, vrijwel op hetzelfde moment dat hij ziek werd , heeft hem heel hard getroffen.

Geen maand geleden zaten Kris en ik nog in het Teatro Real, voor twee voorstellingen die sowieso zijn afscheid van Madrid betekenden : Tristan und Isolde van Wagner, een liefdesverhaal uit de Keltische oertijd en Brokeback Mountain , een hedendaagse liefdesaffaire van twee homofiele cowboys in een reactionair Amerika.

Een meer typische erfenis had Mortier niet kunnen bedenken. De ene dag keken we naar Tristan, de volgende naar Brokeback Mountain. De beide liefdesgeschiedenissen vertoonden volgens Mortier gemeenschappelijke kenmerken : de minnaar van Isolde wordt vermoord door een liefdesconcurrent,  een van de twee cowboys wordt afgeslacht door een homofobe meute. De première van  Brokeback Mountain was wereldnieuws, deels omdat Mortier zelf opdracht had gegeven hem te componeren. De lof was algemeen. Alleen in de vaderlandse pers werd hooguit een berichtje aan het evenement gewijd. Hoeveel van alle ingetogen in memoriam schrijvers van de laatste dagen , die hem nu loven voor zijn gedurfd initiatief , zouden de voorstelling in Madrid ook werkelijk gezien hebben?

Mortier zelf , met de dood al in het lijf, stond de wereldpers nog een laatste keer te woord : even gedreven, enthousiasmerend  en erudiet als altijd. Met de gebruikelijke lof voor “zijn” artiesten. Ook dat typeerde hem ten voeten uit. In alle steden waar hij intendant is geweest , van Brussel tot Madrid , kwamen dezelfde namen steeds weer terug met steeds weer nieuwe gedurfde producties. De onafscheidelijke Sylvain Cambreling uiteraard, die voor het eerst met Mortier samenwerkte als muzikaal directeur van de Munt en sedertdien niet meer van zijn zijde geweken is.

De Tristan und Isolde in Madrid werd geregisseerd door Peter Sellars, het “decor” bestond uit (prachtige) videobeelden van de Amerikaan Bill Viola. Het was een reprise van een voorstelling die Mortier eerder al in Parijs had geprogrammeerd. Sellars en Viola behoorden als het ware tot zijn vaste ploeg. Maar ook Alain Platel, die met C(h)oeurs  – in de beste Mortiertraditie – Madrid overhoop zette, Ivo Van Hove, die Brokeback Mountain regisseerde, Peter Vermeersch, Luc Perceval, Tom Lanoye (Mortier programmeerde zijn Ten Oorlog in Salzburg), Wim Opbrouck , Kris Defoort en zo vele anderen hebben dankzij Mortier een publiek bereikt waar ze zonder hem alleen maar van hadden kunnen dromen. Loyaliteit , ik zei het al, was als het ware Mortiers tweede natuur.

De leemte die hij achterlaat is veel groter dan die van Jan Hoet. Velen delen de ‘tristesse’ waaraan Tom Lanoye uiting gaf bij zijn overlijden. Maar anderen lachen in hun vuistje. Op het Schoon Verdiep van het Antwerpse stadhuis bleef het oorverdovend stil. Anderen hebben het fatsoen van de lokale burgemeester niet. Ze beschimpen de overledene op de internetfora. Hij die terecht van zichzelf beweerde dat hij meer voor Vlaanderen heeft gedaan dan alle politici bij elkaar , krijgt van de volksdansers , folkloristische vendelzwaaiers en andere gemummifieerde nationalisten het verwijt ‘elitair’ te zijn geweest, want gekant tegen de heilsleer van de N-VA. Eén ding is zeker : Mortier had de juiste vijanden.

SONY DSC

maart 11, 2014 at 7:07 pm 6 reacties

NEDERLAND’S BITTERE ERFENIS

Door Johan Depoortere

Een land dat zichzelf opheft, vroegere kolonies die vrijwillig in de schoot van het moederland terugkeren, eilanden die bedanken voor de aangeboden onafhankelijkheid, een moederland dat zijn koloniën liever kwijt dan rijk is: de postkoloniale geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden verloopt via kronkelige en doornige paden. Nederland is de enige koloniale mogendheid die zijn koloniën “wingewesten” heeft genoemd. Dat ging voor Oost-Indië prachtig op. Maar op de eilanden in de Caraïbische Zee hebben de handelaren uit het noorden zich long term vies verkeken. Het moet voor de Nederlandse bewindslieden nu een akelige situatie zijn: je kunt die roteilanden eenvoudig niet meer kwijt.1 Het citaat van schrijver en oud-secretaris van het eilandgebied Curaçao, Boeli van Leeuwen (overleden in 2007,) geeft perfect de bittere koloniale erfenis weer waarmee Nederland zit opgescheept.

boelie_119034a

Boeli van Leeuwen: “Nederland raakt die roteilanden niet meer kwijt”

Sinds 2010 zijn de relaties tussen Nederland en de voormalige koloniën na jarenlange onderhandelingen bijgesteld: het piepkleine Saba (1600 inwoners) is samen met Sint Eustatius (Statia) en Bonaire een “openbaar lichaam” geworden, een “bijzondere Nederlandse gemeente.” Curaçao en Sint Maarten zijn zelfstandige landen binnen het koninkrijk, Aruba was dat al sinds 1986. Maar de nieuwe staatsinrichting heeft niet echt rust gebracht in de gespannen relatie tussen het moederland en de voormalige kolonies . De publieke opinie op alle eilanden is sterk verdeeld. Vooral op Bonaire (zie: Bonaire, De Rot in het Paradijs) maar ook op Saba en Sint Eustatius is de onvrede groot. (Sint Eustatius is het enige eiland dat zich in een referendum tégen de nieuwe structuur heeft uitgesproken.) Op Curaçao stemt een kleine helft van de bevolking op partijen die voor onafhankelijkheid pleiten. En ook in Nederland zelf zijn de eilanden zacht uitgedrukt niet echt geliefd, behalve dan als toeristische bestemming en belastingparadijs voor bemiddelde landgenoten.image007

Het nieuwe statuut houdt tal van contradicties in. De inwoners van Bonaire, Statia en Saba hebben weliswaar dezelfde plichten als die van een Nederlandse gemeente, maar niet dezelfde rechten. Op de grotere eilanden, het bovenwindse Sint Maarten en de benedenwindse Curaçao en Aruba blijft Nederland een vinger in de pap houden op gebieden als justitie, buitenlandse zaken, financiën en behoorlijk bestuur – “bestuurlijke integriteit” zoals het in het officiële jargon heet. Aan dat laatste schort nogal wat zoals verder mag blijken, maar voor grote delen van de eilandensamenleving is de Nederlandse bemoeienis een vorm van schoonmoederen die waar het kan in stilte wordt tegengewerkt. Daar staat tegenover dat de eilandbewoners als Nederlandse staatsburgers vrij naar Nederland kunnen komen en voor de rest alle voordelen genieten van het reizen met een Nederlandse paspoort. Elk voorstel in de Tweede Kamer om de toegang van Antillianen tot het Nederlandse grondgebied te beperken of aan voorwaarden te verbinden stuit op een storm van protesten van de politieke elite op de eilanden. Daarbij wordt vaak met succes geappelleerd aan de historische schuldgevoelens over de Nederlandse slavenhandel waar vooral de christendemocraten van het CDA gevoelig voor blijken.

_DSC0083

Willemstad, de wereldberoemde Handelskade met de pontjesbrug die de stadsdelen Punda en Otrobanda met elkaar verbindt

Curaçao dat tot 10 oktober 2010 het hoofdeiland was van de ter ziele gegane Nederlandse Antillen is nu meer dan ooit op zichzelf aangewezen en kampt met grote economische problemen. Aruba kijkt tegen een torenhoge staatsschuld aan al lijkt het van alle voormalige Nederlandse bezittingen in de Caraïben nog het beste te varen bij de zelfstandige status die het eiland al bijna dertig jaar geleden heeft afgedwongen. Toerisme en casino’s zijn volledig op de Amerikaanse markt gericht en dagelijks zie je de reusachtige cruiseschepen afmeren in de hoofdstad Oranjestad. Shopping Malls met de onvermijdelijke Starbucks en hotels van de grote Amerikaanse ketens als Mariott doen je helemaal in een zuidelijke Amerikaanse stad wanen. Aruba wil zich profileren als hub tussen de VS en de groeimarkten van Latijns Amerika. Ook Sint Maarten leeft voor een groot deel van het Amerikaanse goktoerisme, met als bijprodukt mafia-invloeden en corruptie.

20021109g_Curacao_Refinery.sized_1

De Shell raffinaderij wordt nu gehuurd door de Venezolaanse oliemaatschappij. Wat er met de vervuilende site moet gebeuren als het leasecontract met Venezuela afloopt is onduidelijk.

Curaçao is als enige voormalige Caraïbische kolonie sterk geïndustrialiseerd. De reusachtige olieraffinaderij begin vorige eeuw opgericht door Shell beheerst het beeld van het historische Willemstad, de hoofdstad van het eiland en sommige schilderachtige baaitjes aan de westkust verliezen hun charme door de sterke zwavelgeur die de overheersende oostenwinden aanvoeren. Shell heeft de olie-installaties al in 1985 van de hand gedaan, de raffinaderij wordt nu gehuurd door de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA. Ooit werkten hier meer dan 10000 mensen uit alle delen van het Caraïbisch gebied en Shell zorgde voor welvaart op het eiland. Het concern bouwde voor zijn arbeiders hele stadswijken als Emmastad en Groot Kwartier aan de rand van Willemstad en liet als erfenis een goede wegeninfrastructuur achter. Maar de arbeidsverhoudingen bij Shell leidden in 1969 ook tot hevige sociale onlusten en rassenrellen waarbij een groot deel van de historische binnenstad in vlammen opging. Vandaag biedt de raffinaderij nog werk aan hooguit 800 man en de installatie voldoet absoluut niet meer aan de hedendaagse milieunormen. Tot dusver is niemand bereid gevonden in modernisering te investeren en de toekomst van de grootste werkgever op het eiland is hoogst onzeker.

Curaçao Mien - 1444

Waar je ook gaat of staat op Curaçao overal kom je de geel-rode kantoortjes van Robbie’s Lottery tegen: het imperium van loterijkoning Robbie Dos Santos, die verschillende politieke partijen financieel steunt. Wat de politici in ruil doen voor die milde steun is niet duidelijk, maar feit is dat tegen Dos Santos een gerechtelijk onderzoek loopt met steun van de Nederlandse recherche. Politieke corruptie, belangenvermenging, nepotisme en mafia: het is een plaag die alle voormalige Nederlandse bezittingen in de Caraïben treft. Een minister die een taxivergunning ritselt voor een familielid, een toppoliticus die met de creditcard van de toeristische dienst van zijn land gaat shoppen in Miami: het zijn pekelzonden waar de Antilliaan op reageert met schouderophalen. Maar er is meer aan de hand dan de clash tussen Nederlandse calvinistische gestrengheid en de lossere normen van de Caraïben.

helmin.wiels.politicus.curacao

Helmin Wiels, de charismatische politicus die vorig jaar werd vermoord. Wiels was voorstander van onafhankelijkheid voor Curaçao

Al in 1995 noemde de toenmalige Nederlandse liberale voorman Frits Bolkestein Aruba een “rovershol.”  Henny Eman– een broer van de huidige Arubaanse premier Mike Eman– bezorgde toen hij zelf aan het hoofd van de regering stond een beruchte Siciliaanse mafiafamilie de vergunning voor hotelbouw op het eiland. (Politieke dynastieën zijn niet ongewoon in de Nederlandse Caraïben.) Op Curaçao staat voormalig premier Gerrit Schotte onder verdenking van corruptie. Schotte zou door bemiddeling van Dos Santos banden hebben aangeknoopt met een andere Italiaanse mafiaclan. De huidige Curaçaose premier Ivan Asjes – ook Ivar Jasjes genoemd vanwege de bovenvermelde shopping spree in Miami – is getrouwd met de dochter van weer een andere gokkoning, Jacobo “Cocochi” Prins, eigenaar van veel casino’s op Curaçao.

De populaire politicus Helmin Wiels, een voorstander van onafhankelijkheid, werd vorig jaar in nooit opgehelderde omstandigheden vermoord. De uitvoerders zitten achter de tralies maar het is onwaarschijnlijk dat op hun proces de opdrachtgevers bekend zullen worden. Eén van de theorieën is dat Wiels niet langer op één lijn zat met zijn geldschieters, een andere dat er politieke motieven waren voor de moord. Wiels wordt wel eens als het spiegelbeeld van Geert Wilders beschreven: zoals de Nederlander foetert op de “vreemdelingen” en vooral de Curaçaose jongeren in Nederland, zo had Wiels het niet begrepen op de “makamba’s” – de Nederlanders en blanke Europeanen op Curaçao.

Foto-serka-relato-PAR-ta-anti-demokratiko-presidente-di-Parlamento-Ivar-Asjes_MG_3704

Mike Eman, huidig premier van Aruba. Zijn broer Henny was de eerste regeringsleider van het zelfstandige Aruba (1986).

Op Bonaire zijn verschillende invloedrijke politici verwikkeld in het al jarenlang aanslepende Zambezi-onderzoek naar grootschalige politieke corruptie en belangenvermenging. Ook over de politieke elite van Sint Maarten hangt een geur van corruptie. Een voormalige minister van justitie moest aftreden toen bekend werd dat hij in zijn vrije tijd bordelen beheerde. De Italiaanse mafiafamilie die voet aan de grond kreeg in Curaçao is ook op Sint Maarten niet onbekend: Theo Heyliger, de leider van de grootste partij was op een foto te zien met leden van de clan. Overigens is het kopen van stemmen een oude traditie op Sint Maarten: vroeger met ijskasten, nu met mobieltjes en andere elektronische gadgets.

Schermafbeelding 2014-01-26 om 10.29.06Toen de Nederlandse liberale premier Rutte in juni vorig jaar de eilanden bezocht werd over dat alles publiekelijk nauwelijks met een woord gerept. Binnenskamers zou Rutte tegen de regeringsleiders wél harde taal hebben gesproken. Maar Rutte beseft dat de eilanden in Nederland niet bepaald populair zijn. En hij voelt de hete adem van Wilders in de nek. Voor Wilders is het een uitgemaakte zaak: de voormalige bezittingen in “de West” zijn een last en Nederland moet ervan af. Probleemjongeren in de grote Nederlandse steden zetten de argumenten van Wilders en andere rechtse populisten ongewild kracht bij. Rutte sprak dan ook vooral voor zijn eigen publiek toen hij aan het einde van zijn bezoek aan de Caraïben het veel geciteerde zinnetje uitsprak: Als u eruit wil (uit het koninkrijk), en een meerderheid van uw bevolking steunt dat, dan is dat mogelijk. Dan belt u even en dan regelen we dat.

Of het ooit zo ver komt is zeer de vraag. Er zijn andere belangen in het spel waarover Rutte en de meeste Nederlandse bewindslieden meestal het zwijgen toe doen. De Caraïbische eilanden liggen in de achtertuin van de Verenigde Staten en zijn of ze dat willen of niet een pion in het geopolitieke schaakspel tussen de Verenigde Staten en Venezuela. Voor de VS vormen de Caraïbische eilanden de buitengrens van de Amerikaanse invloedssfeer. Curaçao is een belangrijke basis geworden in de drugsbestrijding die nu niet meer op Columbia maar bijna exclusief op Venezuela is gericht. Van op de Amerikaanse Forward Operation Location op Curaçao stijgen Awacs-vliegtuigen op richting Venezuela. Drugsbestrijding of spionage – wie zal het zeggen?

Er bestaan oude historische banden tussen de benedenwindse eilanden en de “Bolivariaanse Republiek Venezuela.“ De legendarische “libertador” Simon Bolivar woonde een tijd op Curaçao en het voornaamste plein in Willemstad is naar Brion, één van zijn adjudanten, genoemd. De voormalige Venezolaanse leider Hugo Chavez maakte er geen geheim van dat de eilanden in de Venezolaanse invloedssfeer thuis horen maar Washington is als de dood voor nóg meer Venezolaanse invloed op de strategisch tussen Noord- en Zuid Amerika gelegen eilanden. Onafhankelijkheid zou de benedenwindse eilanden zo goed als zeker in de richting van Venezuela duwen en dat kan Washington missen als kiespijn. Het beschouwt Nederland als de beste bewaker van de achtertuin en oefent daarom druk uit op de hondstrouwe Navobondgenoot om in elk geval een rol te blijven spelen in zijn voormalige kolonies. Het is een rol die alle traditionele Nederlandse partijen trouw blijven ook al is de publieke opinie in Nederland daartegen gekant. Nederland kan inderdaad om méér dan één reden niet “van die roteilanden af.”

1Boeli van Leeuwen “Geniale Anarchie” 1990

januari 29, 2014 at 9:54 pm 1 reactie

ONBEKEND FRANKRIJK

Lang vóór de naam bekend werd als de beroemdste wielerwedstrijd ter wereld was de Tour de France iets helemaal anders. Jaarlijks legden duizenden jongeren en kinderen uit alle delen van Frankrijk te voet honderden kilometers af in wat “Le Tour de France des apprentis” werd genoemd. De tocht duurde vier tot vijf jaar. Oorspronkelijk was de route beperkt tot de Provence en de Languedoc, maar later werd die uitgebreid tot de Loirevallei, Parijs, Boergondië en de vallei van de Rhône. De leerjongens – soms met een paar als jongens verklede meisjes – verbleven een aantal weken of maanden in een stad of streek waar ze leerden omgaan met de plaatselijke materialen en technieken. Na de Tour werden ze opgenomen in het gild van de metselaars, timmerlui, bakkers of kleermakers en kregen ze de titel van “Compagnon du Tour de France.”

Het halucinante verhaal van de leerjongens is slechts één van de tientallen die je leest in “De ontdekking van Frankrijk” van de Brit Graham Robb. Robb was al een erkend expert in Franse literatuur en geschiedenis toen hij begon te beseffen dat er een brede kloof gaapte tussen de “officiële” geschiedenis van Frankrijk – de geschiedenis van monarchie en republiek, van oorlogen en revolutie – en die van het Frankrijk van wat we gemakshalve maar “de gewone man” zullen noemen. Dat Frankrijk leerde hij kennen door de uitvinding die aan het einde van de 19e eeuw het land openlegde voor de overgrote meerderheid van de bevolking: de fiets. Robb legde op twee wielen meer dan 21000 kilometer af over wegen die honderden, soms duizenden jaar geleden werden getrokken door Romeinse legioenen, pelgrims, smokkelaars en rondreizende kooplui. Het resultaat is een unieke geschiedenis van Frankrijk. Uniek omdat vrijwel alles wat over Frankrijk en de Franse geschiedenis bekend is voortkomt uit het referentiekader van de Parijse elite. Zelfs beroemde auteurs als Balzac en vele anderen die uit de provincie stammen schreven hun werken nadat ze al jaren in Parijs waren gevestigd en het contact met hun geboortestreek – hun pays – waren verloren. 

Graham Robb

De leerjongens van de “Tour de France des apprentis” waren de eerste Fransen die Frankrijk ontdekten. Tot de komst van de spoorwegen was “Frankrijk” voor de meeste inwoners van het land buiten Parijs onbekend gebied. Een Limousin, een Bordelais of een Savoyard was min of meer vertrouwd met zijn pays – zeg maar regio – maar was zelden verder dan 20 kilometer buiten zijn dorp of stad geweest. Frans was voor de bevolking van Frankrijk een vreemde taal. Het grootste deel van het land was midden 18e eeuw evenmin in kaart gebracht als centraal Afrika en was voor de inwoners van Parijs en omgeving al even exotisch en onbekend.

In de zomer van 1740 zette een jonge cartograaf zijn instrumenten op in het dorp Les Estables, meer dan 500 kilometer ten zuiden van de hoofdstad . De jonge man – zijn naam is onbekend gebleven – maakte deel uit van een expeditie die voor het eerst het onbekende land in kaart moest brengen. Voor de inwoners van Les Estables was de komst van een vreemdeling die een onbekende taal sprak (Frans namelijk) en anders was gekleed een uitzonderlijke gebeurtenis. De bizarre instrumenten die hij bij zich had waren zeer verdacht. Had de komst van een vreemdeling eerder al niet tot kwalijke gevolgen geleid? Oogsten waren mislukt, schapen waren dood teruggevonden, verscheurd door een mysterieus wezen wreder dan een wolf – en waren de belastingen daarna niet omhoog gegaan? Om meer van dat onheil te voorkomen sloegen de dorpsbewoners de jonge cartograaf met stokken en bijlen dood.

Dat uitgerekend een Brit Frankrijk moest ontdekken is minder vreemd dan op het eerste gezicht lijkt. Al eeuwenlang zijn Britten gefascineerd door het land aan de overkant van het kanaal waar ze zulke nauwe historische banden mee hebben. Lang vóór de tijd van het massatoerisme was Nice, toen nog een onafhankelijke stadstaat, een aantrekkingspool voor de Britse aristocratie. Het was een Brit die de gletsjers van de Mont Blanc ontdekte en de eerste “toeristen” – het woord zelf is Engels – waren Britten. De Britse auteur van “Treasure Island,” Robert Louis Stevenson, voer met een kano de kanalen af tussen de Samber en de Oise die Parijs met België verbinden.

Toerisme maakte het land bekend, aan buitenlanders en aan de Fransen zelf, maar veranderde het ook. Lokale besturen probeerden van hun streek een beeld te geven dat aan de clichés en verwachtingen van de toeristen beantwoordde. Toen Arcachon door de komst van de spoorweg uitgroeide tot de toeristische hoofdplaats van de Bordelais kregen de mannen opdracht brede broeken te dragen en de vrouwen lange rokken die het hun onmogelijk maakten schaaldieren te plukken. In Dieppe werden de arme bewoners aangespoord schoenen te dragen in het zicht van toeristen en kinderen werd aangemaand niet langer door “onzedelijk te baden” de vreemde badgasten te schandaliseren. Toeristen – zo schrijft Robb – waren in tegenstelling tot etnologen en ontdekkingsreizigers niet geïnteresseerd in louter ontdekken en observeren. Ze transformeerden het voorwerp van hun nieuwsgierigheid, “kleedden de inboorlingen in kleuren die hun vooroordelen bevestigden en creëerden uiteindelijk hun eigen steden en landschappen.”

De openstelling van het land had paradoxaal genoeg ook tot gevolg dat tradities, lokale legenden en geschiedenis verloren gingen. Samen met toeristen en etnologen kwamen namelijk onderwijs en kranten die de inwoners van tot dan toe afgesloten gebieden het gevoel gaven tot een groter geheel te behoren waardoor de oude verhalen belachelijk en achterlijk gingen lijken. In de plaats daarvan kwam een geconstrueerd verleden, veelal verzonnen door geleerden in Parijs en buitenlandse “waarnemers.” Traditionele klederdracht werd heruitgevonden in een poging de verloren gegane diversiteit van het land te reconstrueren. Op de “Exposition Universelle” van 1878 in Parijs moest de tentoonstelling van regionele klederdracht de rijke traditie van de Franse regio’s voor het voetlicht brengen. Een oude wever had een kostuum uit de Montagne Noire gefabriceerd op basis van wat hij zich meende te herinneren: een authentiek exemplaar kon nergens meer gevonden worden. “De traditionele klederdracht die tentoon werd gesteld leek meer thuis te horen op een gemaskerd bal dan in een dorp in de verre provincie.”

Schermafbeelding 2013-12-24 om 17.04.36

De eerste Franse spoorweg van de kolenhaven Andrézieux op de Loire tot Lyon.
Pas in 1844 werden de paarden vervangen door stoom

Eenzelfde paradox viel waar te nemen als gevolg van de grotere mobiliteit door de invoering van de spoorwegen. In plaats van afgelegen gebieden te ontsluiten zorgde het spoor ervoor dat kleinere steden en dorpen wegkwijnden omdat de traditionele plaatselijke wegen in onbruik vielen. De oorzaak was – en is – de extreme centralisatie van spoorlijnen rond Parijs. Wie een kaart van het 19e eeuwse spoorwegennet bekijkt ziet Parijs als een “bevrucht ei met vezels naar de nabijgelegen provincie” terwijl de onderste helft van het land nagenoeg blank is. Het goederen-en reizigersvervoer dat eeuwenlang over een capillair netwerk van wegen en paden was verlopen verplaatste zich naar het snellere en meer comfortabele spoor met als gevolg dat een groot deel van de bevolking meer dan vroeger geïsoleerd achterbleef. Hetzelfde fenomeen doet zich ook nu voor door de komst van de TGV.

Hoe het Frans van Parijs de rest van Frankrijk veroverde is een ander fascinerend verhaal. Aan het einde van de 19e eeuw lijstten taalgeleerden in Frankrijk ongeveer 55 dialecten en honderden “sub-dialecten” op, van Franco-Provencaals, Catalaans tot Vlaams, Frankisch, Bretoens en Baskisch. Andere talen waren nauwelijks bekend buiten het gebied waar ze werden gesproken en soms geschreven: het Shuadit of Joods-Provencaals was de taal van de Joden in de pauselijke enclave van de Vaucluse, het Zarfatic of Joods-Frans was tot de Tweede Oorlog te horen in de Moselle en het Rijnland, het Caló was de taal van de zigeuners. In het Pyreneeëndorp Aas, aan de voet van de Col d’Aubisque gebruikten de herders die in de zomermaanden eenzaam in berghutten woonden een taal die klonk als een schel gefluit van meer dan honderd decibel dat tot op drie kilometer afstand kon worden gehoord. Op die manier konden de herders zelfs de inhoud van de plaatselijke kranten aan elkaar doorfluiten.

images

Abbé Henri Grégoire

De overheersing van het Frans als nationale taal was voor een groot deel het werk van een revolutionaire priester. L’ Abbé Henri Grégoire was geen “taalterrorist.” Hoewel hij sympathiseerde met de Revolutie probeerde hij het patrimonium van het land te vrijwaren van “revolutionair vandalisme.” Het woord “vandalisme” is overigens zijn uitvinding. L’Abbé Grégoire had campagne gevoerd voor de afschaffing van de slavernij en de doodstraf en hij was voorstander van het verlenen van volwaardig burgerschap aan de Joden. Hij wilde overal in het land scholen en bibliotheken, maar dat was in zijn ogen onmogelijk zonder een gemeenschappelijke taal. Geen natie zonder een “nationale taal.”

Bij het uitbreken van de Revolutie had Grégoire naar alle mairies van het land een vragenlijst gestuurd met de bedoeling een inventaris op te maken van de honderden dialecten die er gesproken werden. De vragen waren onder andere: “Heeft de regio een eigen patois”? en “Wat is de beste manier om het uit te roeien?” Patois was de denigrerende term voor lokale talen. Volgens de Encyclopédie was patois “de in vrijwel alle regio’s gebruikte corrupte taal. Échte taal wordt alleen in de hoofdstad gesproken.” De antwoorden op de vragenlijst van Grégoire sloegen hem en zijn medestanders met verstomming. Méér dan zes miljoen Fransen hadden geen enkel benul van de Franse taal. Nog eens zes miljoen waren nauwelijks in staat een conversatie te voeren in die taal . Slechts 11 percent van de bevolking had een behoorlijke kennis van het Frans al was correct spellen voor velen daarvan een onmogelijke opgave. De officiële taal van de Franse Republiek was de taal van een kleine minderheid.

Was Grégoire verbluft door het resultaat van zijn enquête, het staat zo goed als vast dat de werkelijkheid nog veel erger was dan de Abbé kon bevroeden. Zeventig jaar later, in 1880, bleek uit officiële statistieken dat slechts acht miljoen Fransen zich vlot in het Frans konden uitdrukken: niet méér dan een vijfde van de bevolking. “In sommige delen van het land waren prefecten, dokters, priesters en politiemensen als koloniale ambtenaren aangewezen op tolken om met de plaatselijke bevolking te communiceren.”

De remedies van l’Abbé Grégoire waren zachtzinnig in vergelijking met latere “taalkundige zuiveringen.” Hij stelde voor de kennis van het Frans te bevorderen door de bouw van wegen en kanalen en door het verspreiden van nieuws en het geven van landbouwkundig advies. Speciale aandacht moest gaan naar de keltische en “barbaarse” grensgebieden waar de contrarevolutie welig tierde (Baskenland, Bretagne en de Elzas) maar bovenal zag hij heil in het vereenvoudigen van de Franse taal en het afschaffen van de onregelmatige werkwoorden.

Bekeken door hedendaagse ogen lijkt de campagne van l’Abbé Grégoire, een onverdeeld succes. Geholpen door betere communicatiemiddelen veroverde het Frans van Parijs inderdaad praktisch heel het land. Maar het proces nam meer tijd in beslag dan op het eerste gezicht lijkt. Bovendien deed zich parallel met de verspreiding van het Frans een opmerkelijke ontwikkeling voor: ook de plaatselijke talen wonnen veld. Van een Bretoense boer vernam L’Abbé Grégoire tot zijn ontzetting dat meer en meer stadsbewoners Bretoens leerden om te communiceren met de boeren van wie ze dagelijks producten kochten. Tot laat in de 19e eeuw waren de Vlaamse steden Rijssel, Douai, Cambrai en Avesnes tweetalig. Recente cijfers wijken sterk uiteen, maar zelfs de laagste schattingen suggereren dat een grote minderheid van Fransen ook nu nog in bepaalde omstandigheden een taal gebruikt waarvan lang werd aangenomen dat ze eind negentiende eeuw was uitgestorven. Tenminste twee miljoen sprekers spreken een of andere vorm van Occitaans (Langue d’Oc), het Elzas’ heeft anderhalf miljoen sprekers, het Bretoens 500000 en het Corsicaans 280000. 80000 Fransen spreken ook vandaag nog Vlaams.

In sommige gebieden verloor het Frans ondanks een intensieve campagne veld. Eind negentiende eeuw stelden schoolinspecteurs vast dat de leerlingen het weinige Frans dat ze op school hadden geleerd na korte tijd weer vergeten waren. “Het Frans laat in hun brein evenveel sporen na als het Latijn in dat van middelbare scholieren.” Velen gebruikten het Frans in een bepaalde periode van hun leven en keerden daarna terug naar hun plaatselijk patois: dienstplichtigen nadat ze waren afgezwaaid, leerjongens die naar huis terugkeerden of reizende handelaars. Sommigen leerden de Franse taal nooit. Er zijn verschillende gevallen bekend van Bretoense soldaten die in de Eerste Wereldoorlog door hun kameraden werden doodgeschoten omdat ze voor Duitsers werden aangezien of omdat ze de Franse bevelen niet verstonden. (Mijn eigen Vlaamse oom en tante die in de Aisne boerden moesten zich in de Tweede Wereldoorlog weren tegen de reputatie van “boches” omdat ze onder elkaar en met hun kinderen Westvlaams dialect spraken.)

Bernadette_Soubirous

Bernadette Soubirous

Het is dus geen wonder dat de Heilige Maagd, toen ze in Lourdes aan Bernadette Soubirous verscheen het plaatselijke patois gebruikte. Een andere taal zou het herderinnetje eenvoudigweg niet hebben begrepen. “Que soy era immaculada councepciou” – ik ben de onbevlekte ontvangenis – zou de moeder Gods hebben verklaard – een begrip dat Bernadette zonder twijfel haar hoofddoekje te boven ging en dat waarschijnlijk nieuw was in haar plaatselijke taal, al kan ze het woord hebben gehoord in de cathechismusles: de doctrine van de “onbevlekte ontvangenis” was vier jaar eerder door paus Pius IX afgekondigd.

Bernadette zag onzelievevrouw in een grot die al eeuwenlang bekend stond om de mysterieuze gebeurtenissen die er plaats vonden en de bovennatuurlijke geesten die er verschenen. Ze noemde de verschijning die ze tot achttien keer toe zag “uo pétito damisèla” – in het Frans vertaald als “une petite demoiselle.” Maar in de Franse vertaling ging een belangrijke connotatie verloren. Voor de plaatselijke bevolking van Lourdes en omgeving waren damisèlas goedaardige bosfeeën die in het wit gekleed gingen en verdwenen zogauw iemand dichterbij kwam. Ze hadden volgens uit de prehistorie daterend volksgeloof magische krachten en stonden aan de kant van de armen. Toen in 1827 de nieuwe boswet het sprokkelen van hout en voedsel aan banden legde reageerden de haveloze boeren met geweld en brandstichting in wat de “oorlog van de Demoiselles” werd genoemd. Mannen vermomden zich als damisèlas om naar het voorbeeld van de bovennatuurljke geesten industriële houtskoolbranders te terroriseren.

The Discovery of France is een fascinerende tocht door de geschiedenis en de geografie van ons buurland. Wie jaarlijks met de auto naar het zonnige zuiden snelt kan ik alleen maar aanbevelen met dit boek als historische reisgids het land te verkennen dat zich links en rechts van de autoroutes bevindt. Hij of zij zal dan de breuklijnen ontwaren tussen culturen, talen en volkeren die ondanks vier eeuwen centralisme en autoritair bestuur door koningen en republiek van Frankrijk nog steeds een verbrokkelde natie maken. De breuklijn bijvoorbeeld tussen de langues d’Oc en d’Oil, of die tussen noord en zuid, tussen stad en platteland, tussen Parijs en de rest van het land.

Ook wie Frankrijk meent te kennen zal in dit boek herhaaldelijk een wauw-belevenis ervaren. Er is bijvoorbeeld de geschiedenis van de Cagots, een bevolking die jarenlang grof werd gediscrimineerd, of die van de Colliberts die in de ondoordringbare moerasgebieden aan de Franse Atlantische kust woonden en die zelfs door de Romeinen ongemoeid waren gelaten. En dan is er nog het onwaarschijnlijke verhaal van de smokkelhonden in Picardië en Artois, dat ik om uw leesplezier niet te bederven hier niet zal verklappen.

Johan Depoortere

23 december 2013

Graham Robb The Discovery of France

Kindle Book

vertaald als:

DE ONTDEKKING VAN FRANKRIJK

Frankrijk voor gevorderden

Atlas Contact 2008

december 25, 2013 at 7:25 pm 4 reacties

Oudere berichten Nieuwere berichten


Kalender

juli 2015
M D W D V Z Z
« jun    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 824 andere volgers