Posts filed under ‘verkiezingen’

DE ONZICHTBAREN

 

Tom Ronse

Je kunt het glas als halfvol of halfleeg beschouwen: Marine Le Pen verloor maar ze haalde haast twee keer zoveel stemmen als haar pa, de vorige kandidaat van het Front die de tweede ronde haalde. En voor wie won Macron, die in de media steevast een “politieke nieuwkomer” wordt genoemd, alsof zijn rol in de regering van Hollande niet politiek was? De verkiezing was hoe dan ook een nederlaag, wie er ook won.

Edouard Louis is een schrijver die opgroeide in een noord-frans dorp, in een gezin dat in diepe armoede belandde nadat de vader door een arbeidsongeval werkonbekwaam werd. Hij verwerkte zijn jeugdervaringen in een roman maar kreeg van zijn uitgever te horen dat het boek onpubliceerbaar was omdat het een armoede beschreef die in Frankrijk al meer dan een eeuw lang niet meer bestond; het verhaal was ongeloofwaardig. Woede en wanhoop voelde hij toen hij die email las.

Zijn arme vader voelde ook veel woede en wanhoop en en die maakten van hem een verwoede supporter van het Front National. Hij volgde zelfs zijn oudste zonen in het stemhokje om zeker te maken dat ze voor het FN stemden. Wat in hun dorp geen probleem was. Louis schreef een essay voor the New York Times, getiteld: “Why my father votes for Le Pen”. Stof tot nadenken. Hieronder een uitgebreid uitreksel:

 

What those elections really meant for my father was a chance to fight his sense of invisibility. My father understood, long before I did, that in the minds of the bourgeoisie — people like the publisher who would turn down my book a few years later — our existence didn’t count and wasn’t real.

My father had felt abandoned by the political left since the 1980s, when it began adopting the language and thinking of the free market. Across Europe, left-wing parties no longer spoke of social class, injustice and poverty, of suffering, pain and exhaustion. They talked about modernization, growth and harmony in diversity, about communication, social dialogue and calming tensions.

My father understood that this technocratic vocabulary was meant to shut up workers and spread neoliberalism. The left wasn’t fighting for the working class, against the laws of the marketplace; it was trying to manage the lives of the working class from within those laws. The unions had undergone the same transformation: My grandfather was a union man. My father was not.

When he was watching TV and a socialist or a union representative appeared on the screen, my father would complain, “Whatever — left, right, now, they’re all the same.” That “whatever” distilled all of his disappointment in those who, in his mind, should have been standing up for him but weren’t.
By contrast, the National Front railed against poor working conditions and unemployment, laying all the blame on immigration or the European Union. In the absence of any attempt by the left to discuss his suffering, my father latched on to the false explanations offered by the far right. Unlike the ruling class, he didn’t have the privilege of voting for a political program. Voting, for him, was a desperate attempt to exist in the eyes of others.

He and I almost never speak. Our lives have grown too far apart, and whenever we try to talk on the phone, we are reduced to silence by the pain of having become strangers to each other. Usually we hang up after a minute or two, embarrassed that neither of us can think of anything to say.
But even if I can’t ask him directly, I’m confident he is still voting for the National Front. In his village, Marine Le Pen came out way ahead in the first round of the election.

Today, writers, journalists and liberals bear the weight of responsibility for the future. To persuade my family not to vote for Marine Le Pen, it’s not enough to show that she is racist and dangerous: Everyone knows that already. It’s not enough to fight against hate or against her. We have to fight for the powerless, for a language that gives a place to the most invisible people — people like my father.

De vollledige tekst vind u HIER.

mei 8, 2017 at 7:32 am 3 reacties

REGELS ZIJN SOMS BELANGRIJKER DAN DEMOCRATISCHE CONTROLE

 

 

scheids-4

 
door Antdreas Tirez

 

Als je niet zomaar kan rekenen op de kiezer om machthebbers democratisch goed te controleren, zijn strikte regels een alternatief. Maar ze moeten dan wel goed gevolgd worden. Ook en vooral door machthebbers. De partijen Groen en Ecolo willen met een wetsvoorstel rond lobbyen meer transparantie bewerkstelligen over contacten tussen belangenorganisaties en beleidsmarkers. Het voorstel – enkel gericht op legeraankopen – is om onder meer een transparantieregister op te zetten dat alle contacten en hun inhoud registreert.

Die verhoogde transparantie laat oppositie, media of andere belangengroepen toe beter te controleren wat er achter de schermen gebeurt. Dat is essentieel om het vertrouwen in en de efficiëntie van ons politiek systeem te verbeteren. Het feit alleen al dat besluitmakers weten dat ze gecontroleerd kunnen worden, geeft hen een prikkel om niet enkel de regels beter te volgen, maar ook om beter werk af te leveren. Meer transparantie kan dan ook de werking van onze instellingen verbeteren.

Meer transparantie volstaat echter niet. Er moet ook voldoende aandacht zijn van de kiezer voor de fouten die door verhoogde transparantie naar boven zouden komen. Zoniet zal de verkozen politicus zich er weinig van aantrekken. En van de kiezer is geweten dat die zich doorgaans weinig tot niet interesseert voor het politieke reilen en zeilen. Die desinteresse kan worden verklaard doordat de individuele kiezer zich realiseert dat het niet de moeite loont om de publieke besluitvorming van nabij op te volgen. Die stelling staat centraal in de Public Choice theorie, zeg maar de economische theorie van de politiek. Vooral in de Verenigde Staten kent de theorie aanhang. Hier veel minder. En dat verbaast me telkens weer, want deze theorie geeft een krachtig denkkader om de politieke besluitvorming beter te doorgronden.

Informeren

De Public Choice theorie onderscheidt zich door de besluitvorming niet zozeer vanuit groepen of machtsblokken te benaderen, maar vanuit individuen binnen die blokken. Bij elke beslissing wegen die individuen hun voor- en nadelen af. De overheid, een politieke partij of ‘de kiezer’ is dan geen monolithisch blok, maar een groep van individuen met soms verschillende posities en belangen. Wat de kiezer betreft, stelt de theorie dat die tot het besluit komt dat het niet de moeite loont om zich goed te informeren over politiek.

De reden is heel simpel: de individuele kiezer weet dat zijn ene stem nooit het verschil zal maken bij een verkiezing. Dus waarom al die moeite doen om, ook al verloopt alles heel transparant, zich terdege te informeren? Uiteindelijk slaat ook één goed geïnformeerde stem geen deuk in een pakje politieke boter. Enkel als je toevallig van nature geïnteresseerd bent in politiek, informeer je je goed. Maar dat gebeurt dan omdat die bepaalde kiezer de politieke besluitvorming gewoon leuk vindt, en die aantallen zijn zeer beperkt. Reken dus niet op de kiezer om de machthebbers democratisch goed te controleren – op wat schandaaltjes na. Die kiezer heeft immers – overigens rationeel – besloten zich weinig of niet te interesseren om die controle geïnformeerd uit te oefenen.

Scrupuleus

De Public Choice theorie schuift een alternatief naar voren voor de democratische controle: regels. In de eerste plaats is dat de grondwet. Die beperkt de bewegingsruimte van wetgevers en andere machtshebbers. Dat werkt pas goed als de machthebbers collectief beseffen dat het voor de maatschappij en voor hen op lange termijn beter is die regels scrupuleus te volgen. Dat machtshebbers publiekelijk die regels aan hun laars dreigen te lappen, is dan ook een groot gevaar. Toen Donald Trump voor de verkiezingen aangaf dat hij bij verlies de uitslag niet per se zou aanvaarden, leidde dat terecht tot grote consternatie.

Dichter bij huis wil staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken een arrest van een administratieve rechter niet uitvoeren, ook al is hij daartoe verplicht. Hij volgt dus wetens en willens een belangrijke regel niet. Ook dat is een ernstig incident. Niet zozeer de zaak zelf, wel het niet volgen van de regel. Dat noch Theo Francken, noch de N-VA lijkt te beseffen waarom het zo belangrijk is dat machthebbers de regels volgen, is verontrustend.

We kunnen vaak niet rekenen op een goed geïnformeerde, democratische controle. Niet omdat kiezers dom zijn, maar omdat het niet rationeel is zich als individuele kiezer goed te informeren. Het alternatief is dat machthebbers zich laten inperken door regels. Maar dan moeten ze die wel volgen. Doen ze dat niet, dan hollen ze de goede werking van onze democratie uit.


Andreas Tirez

Dit opiniestuk verscheen eerst in De Tijd

Tirez is medewerker van de denkgroep Liberales

 

december 30, 2016 at 3:27 pm 1 reactie

SERIEUS, AMERIKA?

Cartoon door David Rowe

Cartoon door David Rowe

calvin-post-trump

Tom Ronse

Ik zit nog wel met enkele vragen na deze verkiezingen. Zoals: waarom speelt Trump op het einde van zijn meetings altijd “You can’t always get what you want”, ondanks Mick Jaggers verzoek om daarmee op te houden? Is dat ironie of sarcasme? En: is de nieuwe president een psychopaat of is hij een sociopaat?

Net als Brexit toont zijn verkiezing dat de ontevredenheid en angst van een groot deel van de bevolking de laatste jaren enorm is toegenomen.  Daar zijn goede redenen voor: door de onstuitbare opmars van de automatisering en de harde concurrentie op de globale arbeidsmarkt zijn steeds meer mensen onzeker of ze morgen nog een baan zullen hebben, de kloof tussen rijk en arm groeit, de armoede en oorlogen jagen miljoenen op de vlucht, de klimaatrampen worden erger…en het zal er niet op verbeteren. Volgens een recente studie zal de armoede in de VS in de komende jaren fel toenemen.  Zie: http://www.cbsnews.com/news/80-percent-of-us-adults-face-near-poverty-unemployment-survey-finds/2/ 

Je zou denken dat dit een vruchtbare voedingsbodem zou zijn voor links. Maar het is rechts die de verbeelding van de massa verovert. Rechts, vermomd als anti-elitair. Trump noemde zijn campagne “een opstand tegen de elite”.  Dat hijzelf tot de elite behoort is geen bezwaar,  integendeel, zo kent hij “het systeem beter dan wie dan ook”, zoals hij zelf zegt. Belangrijker is wat hij zegt en hoe hij het zegt.  Het straffe aan deze verkiezingen is dat al de gebreken van de winnaar (zijn gebrek aan politieke ervaring, zijn beperkte kennis, zijn lompheid, zijn agressiviteit, zijn hoogmoed, zijn sexisme en racisme, zijn ijskoude relatie met de leiders van zijn eigen partij en ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan) in zijn voordeel werkten. Hij won omdat een niet-politiek correcte anti-politicus voor velen meer vertrouwen inboezemt dan een product van het Washington establishment, gesteund door Wall Street, de vakbonden, de meeste media, etc.

Ook links Amerika steunde Clinton, Bernie Sanders op kop. Grotendeels uit afkeer voor Trump. Toch is het merkwaardig om linksen zoveel enthousiasme aan de dag te zien leggen voor de kandidaat van Wall Street. Sommigen zelfs klakkeloos de propaganda weergalmend dat, in tegenstelling tot wat Trump beweerde, Amerika het nog nooit zo goed had, wat hen nog meer vervreemt van hen die iets anders ervaarden.

collage: Leone Ermer

collage: Leone Ermer

De triomf van Trump zaait paniek ter linkerzijde. “Binnen een jaar is Amerika een smeulende puinhoop”, “het zal geen half jaar duren voor hij een oorlog ontketent” en andere sombere voorspellingen zijn niet uit de lucht.  Even bedaren mag wel.

Trump heeft veel beloofd. Hij gaat de goede jobs, vast werk voor een fatsoenlijk loon, terugbrengen.  Niet alleen in de metropolissen van de East en West Coast, waar de economie relatief goed draait maar ook in het uitgestrekte gebied tussen in, waar de vooruitzichten donkerder zijn.  Hij zal dat doen door de ongedocumenteerde immigranten te deporteren, een muur aan de Mexicaanse grens te bouwen, belangrijke handelsverdragen te schrappen. Een wansmakelijk recept, inderdaad. Maar zal de soep zo heet worden verorberd als ze tijdens zijn campagne werd opgediend?

De president van Amerika is een machtig man maar toch ook niets meer dan een rader in een machine.  De inherente dynamiek van die machine kan hij niet ombuigen. Daarom zullen de globalisering en de automatisering ook onder Trump blijven toenemen. Kapitaal zoekt winst, dat is het grondprincipe.  De middelen daartoe zijn globalisering en automatisering, met alle gevolgen vandien.  Vandaar de nostalgie die Trump hielp winnen. Maar het betekent ook dat Trump niet in staat zal blijken om zijn beloften waar te maken. De goede jobs keren zullen niet terugkeren,  de illegale immigranten, onmisbaar onderdeel van de Amerikaanse economie, zullen blijven, zelfs de muur komt er wellicht niet.

Zijn overwinning werd door sommige linksen zelfs vergeleken met die van Hitler.  Maar Trump is geen Hitler. Zelfs geen Mussolini, al vertoont zijn mimiek wel een gelijkenis. Een betere vergelijking is Andrew Jackson, de Amerikaanse president in de vroege 19de eeuw.  We hadden het eerder over hem HIER.  Net als Trump was hij anti-politiek correct, lomp en agressief. Net als Trump won hij dank zij een ontevreden blanke arbeidersklasse. Net als Trump was hij gul met populistische beloften die hij niet kon noch wou waar maken.

Om de steun van zijn kiezers te behouden had Jackson nood aan een vijand, een mikpunt voor de frustraties.  De slachtoffers van dienst waren de indianen die Jackson massaal liet deporteren.  Nog een vraag waarmee ik zit: wie wordt het mikpunt als de mislukking van zijn beleid voor Trump de nood aan een vijand doet rijzen?

donald-trump-middle-finger-to-the-lord

 

 

 

 

november 10, 2016 at 7:42 am 9 reacties

HOE TRUMP DE ARMSTE BLANKEN VERLEIDT

door Tom Ronse

valse hoop

valse hoop

De grootste fans van de miljardair Donald Trump vind je onder de armste blanke Amerikanen.  Wat drijft hen ertoe om een keuze te maken die zo te zien tegen hun eigen belangen ingaat?  Hen afschrijven als “dom” en “achterlijk” is zelf dom. Twee nieuwe Amerikaanse bestsellers graven dieper en schetsen een levendig beeld van de wanhoop en ontreddering die een vruchtbare voedingsbodem blijken voor Trumps demagogie.

 

In mijn NewYorkse buurt zag je tijdens de voorverkiezingen talrijke bordjes die steun proclameerden aan Bernie Sanders en hier en daar ook enkele van supporters van Hillary Clinton. Maar als je door de streken reisde waar de armste blanke Amerikanen wonen, dan zag je overal “Trump!”-bordjes in de voortuintjes staan.  J.D Vance’s “Hillbilly Elegy” en Nancy Isenbergs “White Trash” helpen dit fenomeen begrijpen, ook al is geen van beide boeken geschreven met die expliciete bedoeling.  De auteurs komen elk uit een verschillende ideologische hoek maar toch zijn hun beschrijvingen verrassend eensluitend. Beiden focussen op de rurale blanke arbeidersklasse.

“Hillbilly Elegy” werd met lof overladen, vooral –maar niet uitsluitend- in de conservatieve pers. “You will not read a more important book about America this year”, schreef ‘The Economist’.  ‘The American Conservative’ noemde het “the most important book of 2016”. “You cannot understand what’s happening now without first reading J.D. Vance”,  volgens dit blad, Vance is zelf een conservatieve auteur, een medewerker van de rechtse “National Review”. Maar in tegenstelling tot de meeste van zijn geestesgenoten schrijft hij met veel liefde over het meest misprezen segment van de Amerikaanse arbeidersklasse. “ Voor deze mensen”,schrijft Vance, “is armoede een familietraditie. Hun voorouders waren dagloners in de zuiderse slaveneconomie, landarbeiders, later mijnwerkers en fabrieksarbeiders.  Amerikanen noemen hen ‘hillbillies’, ‘rednecks’ of ‘white trash’, “ik noem hen buren, vrienden en familie”.

Hillbilly Elegy en auteur JD Vance

Hillbilly Elegy en auteur JD Vance

 

Chaos

Zijn boek is gedeeltelijk een autobiografie. Zijn familie was afkomstig uit de heuvels van Kentucky en emigreerde, samen met miljoenen anderen, om werk te zoeken in het meer industriële Ohio. Hij was nog een kind toen die streek, vanwege de vele fabrieksluitingen, een deel werd van wat “the rust belt” wordt genoemd. Zijn jeugd was geen pretje. Chaos, geweld, verslaving aan alcohol en drugs waren schering en inslag, niet alleen in zijn eigen familie maar ook in alle andere in zijn omgeving.  Zijn grootvader was een alcoholist, zijn moeder was verslaafd aan heroine en andere opiaten. Ze trouwde en scheidde vijf keren en had tal van vriendjes met wie ze voortdurend ruzie maakte. Ze probeerde heel hard om haar leven op het rechte pad te brengen maar mislukte telkens weer door de demonen die ze van haar eigen moeder had geërfd. De familie-incidenten die Vance beschrijft zijn soms grappig maar vaker hartbrekend.  Tegelijk beschrijft hij de hillbillies als liefdevol en loyaal, bekommerd om elkaar, fier op hun eigen cultuur. De “elites” (de autoriteiten en de begoede burgerij) behandelen hen neerbuigend en omgekeerd staan de hillbillies wantrouwend en vijandig tegenover de elites.  Zelfs progressieven voelen misprijzen voor de “white trash” volgens Vance. Hij citeert zijn “mamaw” (oma) die zei dat de hillbillies de enigen zijn waar je nog zonder schaamte op kunt neerkijken. Zonder vrees om de “politiek correcte” regels te breken door je schuldig te maken aan racisme of xenofobie.

Die mamaw was Vance’s reddende engel. Zij zorgde ervoor dat hij op school bleef, dat hij slechte vrienden vermeed (ze dreigde hen omver te rijden als hij niet uit hun buurt bleef). Onder haar impuls  nam hij dienst bij de mariniers, wat hem een studiebeurs opleverde. Hij studeerde rechten in Yale en begon aan een suksesvolle carriere. Hij vervoegde de elite.

De Trump-appeal

Wat hem een uitzondering maakte. De meeste van zijn vrienden en familieleden bleven gevangen in armoede en uitzichtloosheid. De vijandigheid tegen de elites is zo groot dat diegenen die zich proberen op te werken door anderen aanzien worden als verraders van hun gemeenschap (in arme zwarte milieus komt hetzefde voor: zij die hun best doen op school worden beschuldigd van “acting white”). Dat is volgens Vance een zelf-vernietigend aspect van de hillbilly-cultuur. Hij verwijt liberals (linksen) dat ze enkel oog hebben voor de structurele oorzaken van de armoede en negeren hoe de hillbilly-cultuur vooruitgang in de weg staat. Die cultuur is volgens hem doordrongen van een diep pessimisme, cynisme en hulpeloosheid. Hij ontkent niet dat daar structurele oorzaken voor zijn. Alleen in de decennia na de tweede wereldoorlog was er optimisme, schrijft hij. Maar door de sluiting van koolmijnen en staalfabrieken sloeg de hoop om in wanhoop.  Noch de Democraten noch de Republikeinen bieden een uitweg.

Daarom is de campagne van Trump “muziek voor hun oren”, aldus Vance. Trump bekritiseert bedrijven die  banen versluizen naar andere landen. Zijn apocalyptische  toon resoneert met hun angst voor de toekomst. Hij vindt er plezier in om de elites te kwellen, net zoals ze zelf zouden willen doen. Hij veroordeelt de oorlogen van Bush en Obama. Het leger is populair bij de rurale blanken –vele jonge hillbillies nemen dienst- maar de teleurstelling over het gebrek aan duidelijke overwinnigen en de behandeling van de oorlogsveteranen is groot. Belangrijkst van al: Trump spreekt niet zoals andere  politici. Zijn taal is slordig, hoekig, voor de vuist weg, in tegenstelling tot de gepolijste, ingestudeerde speechen van Hillary Clinton. Dat maakt het voor hillbillies makkelijker om zich met hem te identificeren.

Vance’s eigen vader is een typische Trump-supporter. “Natuurlijk weet ik dat hij onze problemen niet zal oplossen”, zei hij tegen zijn zoon, “maar hij praat er tenminste over.” Dat dit voor zijn vader en andere rurale blanken volstaat om Trump te steunen, illustreert volgens Vance hoe treurig het met de politieke conversatie in Amerika gesteld is.

the_donald_by_sharpwriter

“Blanke afval”

Nancy Isenberg vertelt geen persoonlijk verhaal. Zij is een historica maar wel een van de tegendraadse soort. Amerikanen zijn volgens haar grondig geindoctrineerd. Hun kennis van hun eigen geschiedenis is misvormd door hagiografie, mythes en vooroordelen. Op school en in de media krijgen Amerikanen opnieuw en opnieuw te horen dat ze in een uitzonderlijk land leven waar het klassensysteem is afgeschaft, waar iedereen de kans heeft om zijn “American Dream” te realiseren. In werkelijkheid was Amerika altijd een hierarchische maatschappij, gebaseerd op ras en klasse, stelt Isenberg. Voor een groot deel van de bevolking was en is de Amerikaanse droom een luchtkasteel. Dat geldt niet enkel voor de raciale minderheden maar ook voor vele blanken, in het bijzonder de rurale plattelandsbevolking.

White Trash en auteur Nancy Isenberg

White Trash en auteur Nancy Isenberg

De omschrijving “white trash” (“blanke afval”) gaat al lang mee.  De meerderheid van de Britten die in de 17de en de 18de eeuw naar de Amerikaanse kolonie verscheept werden, werden door de autoriteiten geclassifieerd als “waste people” en “rubbish” . De afval van Engeland  kon in de nieuwe wereld gebruikt worden als goedkope arbeidskracht. Velen moesten jaren in semi-slavernij werken “om hun reis af te betalen”.  De slavenhouders monopoliseerden de vruchtbare grond. De blanke armen bleven straatarm en veracht. Dat veranderde niet na de onafhankelijkheid. De min of meer heilig verklaarde “Founding Fathers” van de Amerikaanse republiek waren niet alleen zelf slavenhouders, ze koesterden ook een diepe minachting voor “the lower class”, zoals Isenberg overvloedig illustreert. De vaak geroemde president Thomas Jefferson vond dat ze beter gekweekt moesten worden, om het ras te verbeteren.  “We doen het met ons vee, waarom niet met mensen?”, schreef hij. Dat maakte hem een voorloper van de eugenetica-beweging.

Het is opvallend hoe vaak de upper class raciale termen gebruikte om de lower class te beschrijven. De blanke elite vond de plattelandsarmen een gedegenereerde soort, lager op de evolutieladder. Niet echt blank. “Hun huid heeft de kleur van vergeeld perkament”, schreef een 19de eeuwse commentator.  Eugenetica – de verbetering van het ras door het steriliseren van “gedegenereerden”-  werd populair in de 20ste eeuw. President Theodore Roosevelt was een voorstander. Tegen 1931 hadden 27 staten sterilisatiewetten goedgekeurd.  Wat toont dat sommige van Hitlers ideeen ook buiten Duitsland in zwang waren.

Isenberg exploreert ook hoe de massacultuur de vooroordelen over de “white trash” in stand hield. Zo fileert ze Hollywood-producties als “To kill a mockingbird” (1960) en “Deliverance” (1972). Dat er een traditie van racisme bestaat bij arme blanken ontkent ze niet. De oorsprong daarvan situeert ze in de burgeroorlog. Het gros van het zuiderse leger bestond uit arme blanken maar die begonnen meer en meer te deserteren. De leiders van het zuiden maakten hen toen bang dat ze op hetzelfde niveau zouden komen te staan als de slaven, als het noorden zou winnen. Politici in het zuiden hebben die taktiek sindsdien telkens opnieuw gebruikt.  Verdeel en heers.  Isenberg citeert president Johnson die over het racisme van arme blanken zei: “Als je de laagste blanke man kunt overtuigen dat hij beter is dan de beste kleurling, dan zal hij het niet merken dat je hem besteelt. Geef hem iemand om op neer te kijken en hij maakt zijn zakken leeg voor u.”

trumpist

 

Een proto-Trump

Isenberg’s beschrijving van Andrew Jackson die president was van 1829 to 1837, is fascinerend. De gelijkenis met Trump is treffend. “Het feit dat Jackson zich niet gedroeg als een conventionele politicus was een fundamenteel deel van zijn appeal”, schrijft Isenberg. Jackson was aanmatigend,grof,  opschepperig, een buitenstander die beloofde om in Washington schoon schip te maken. “Hij compenseert zijn gebrek aan argumenten met bezwerende uitspraken”, schreef een tijdgenoot.  Hij beschimpte iedereen die het niet met hem eens was. Dat zijn tegenstanders hem onbeschofte manieren verweten maakte hem alleen maar sympathieker in de ogen van het blanke proletariaat. Hij beloofde hen om de grootgrondbezitters aan te pakken maar daar kwam niets van in huis. Toch behield hij hun steun door zijn agressieve politiek tegen de indianen die hij met geweld van hun land verjaagde. Hij gaf hen iemand om op neer te kijken.

Jackson gebruikte wat Isenberg de “Arkansas Traveler- strategie” noemt. De naam komt van een oud volksverhaal over een politicus uit de grote stad die contact probeert te maken met een hillbilly maar op een muur van wantrouwen stoot. Maar dan neemt de “city slicker” de viool van de hillbilly en speelt er een hillbilly-wijsje op, waarop de hillbilly hem met open armen verwelkomt.

Trump heeft alvast getoond dat hij die viool kan bespelen.

 

 

J.D. Vance: Hillbilly Elegy, A Memoir of a Family and Culture in Crisis. 264 blz. Uitg. Harper

Nancy Isenberg: White Trash,The 400-Year Untold History of Class in America. 460 blz. Uitg. Viking

 

Een versie van dit artikel verscheen eerder in de boekenbijlage van De Morgen

 

 

 

september 8, 2016 at 4:03 am 3 reacties

TRUMP, RECHTS EN EXTREEMRECHTS

_90921553_pepe-trump

De duistere kanten van de Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn genoegzaam bekend. Om er maar enkele te noemen: de buitenproportionele invloed van het grote geld, de lobbygroepen, partijdigheid van de media, de hertekening van de kiesdistricten in het voordeel van de zittende meerderheid, de wollige beloften en de persoonlijkheidscultus, de machinaties om grote groepen (meestal gekleurde) kiezers uit te sluiten. Maar de campagne van de vastgoedmagnaat en “reality”- showfiguur Donald Trump heeft de grenzen mijlenver verlegd in de richting van het voorheen ondenkbare. De laatste weken, nu de campagne van Trump het spoor lijkt bijster te zijn, gaat het in een steeds onrustbarender richting: nauwelijks bedekte doodsbedreigingen aan het adres van zijn democratische rivaal Hillary Clinton en toenemende invloed van groepen en figuren, die min of meer openlijk uitkomen voor racisme en antisemitisme, voor de ideologie van de blanke superioriteit, voor totalitaire staatsvormen en het verwerpen van de democratie.

Onlangs verving Trump zijn controversiële campagneleider Paul Manafort door de niet minder controversiële Stephen Bannon. Manafort slaagde er niet in om de chaotische campagne weer op het spoor te krijgen na een reeks rampzalige blunders van Trump die het onder andere bestond om de islamitische familie van een gesneuvelde oorlogsheld te schofferen. Officieel waren het zijn duistere lobby-activiteiten ten voordele van pro-Russische Oekraïeners, maar ook figuren als Mobutu en de voormalige Filippijnse dictator Marcos die Manafort de das omdeden. In werkelijkheid zou Trump zijn campagneleider de bons hebben gegeven omdat die vergeefse pogingen deed om zijn baas ertoe te bewegen minder onberekende en wilde uitspraken te doen en zijn toon te matigen.

2559

Stephen Bannon, Trumps nieuwe campagneleider is een oudgediende van Goldman-Sachs en uitgever van de extreemrechtse blog Breitbart News.

Manaforts vervanger Stephen Bannon was tot voor kort uitgever van de extreemrechtse internetpublicatie Breitbart News. Deze blog is zowast het verzamelpunt geworden van wat zich alt-r noemt, voluit: “alternative right,” alternatief rechts dat de tea-party gedeeltelijk overlapt en vervangt als uitdager van rechts voor het Republikeinse establishment. Alt-r moet niets hebben van de traditionele conservatieven die smalend “cuckservatives” worden genoemd – naar “cuckold,” ”hoorndrager” – en die, machteloos en corrupt, al te zeer bereid zouden zijn om compromissen te sluiten met de multiculturele samenleving en de democratie: verraders als het ware van de authentieke rechterzijde. Huffington Post probeert deze definitie: “hard-core racisten die geloven in een globale samenzwering en die zich verzetten tegen de gangbare politieke processen en instellingen. Ze verwerpen beide politieke partijen die ze als een bedreiging zien voor de nationale veiligheid en de Eurocentrische tradities van de natie en die medeverantwoordelijk zijn voor de ‘blanke genocide”. Ze hebben met Europees extreem rechts hun afkeer gemeen van immigratie en globalisering. Iemand als de Britse populist en anti-immigratie goeroe Nigel Farage, was – niet te verbazen – eregast op één van de verkiezingsbijeenkomsten van Trump.

Screen Shot 2016-08-31 at 11.38.50

The Daily Stormer, één van de tientallen internetfora van alt-r.

Alt right is geen gestructureerde beweging maar een amorf geheel van voornamelijk internetactivisten en Trump zou wel gek zijn om het etiket op zijn campagne te laten plakken. Maar de bijval die hij uit die hoek krijgt is onmiskenbaar. Zo verzette Trump zich eerst niet dan wel tegen de steun van David Duke, de voormalige “grand wizard” van de Ku Klux Klan. Andere figuren uit de hoek van alt right zijn onder andere de neo-Nazi Andrew Anglin, uitgever van de Daily Stormer (“The World’s most visited Alt-right website”) met bijdragen als: “Rejoice! Anti-semitism is on the rise”. Een andere voormalige “klansman,” Don Black, (what’s in an name) is oprichter van de website “Stormfront,” een internetforum met tentakels in Vlaanderen en Nederland. De website die tegenwoordig geblokkeerd lijkt noemt zich de spreekbuis van de “White Nationalist Community” en is volgens het Southern Poverty Law Center de eerste grote haatsite op het internet met – in mei vorig jaar – meer dan 300000 geregistreerde leden. Het publiek dat dagelijks Breitbart en andere alt-r internetfora bezoekt evenaart volgens de New York Times dat van gevestigde media als The Washington Post en Yahoo. Ontevreden medewerkers die Breitbart de rug hebben toegekeerd verwijten Bannon dat hij nog vóór hij door Trump in dienst werd genomen de website had omgevormd tot een campagne-instrument voor de Republikeinse kandidaat.

Dat Trump de meest extreme programmapunten van alt-right, instelling van een erfgelijke monarchie bijvoorbeeld, publiekelijk tot de zijne zou maken is onwaarschijnlijk, maar hij laat bewust onduidelijkheid bestaan door warm en koud te blazen over campagnethema’s als immigratie, het massaal verwijderen van illegalen uit de VS, toegang tot het grondgebied weigeren voor moslims en zo meer. Hillary Clinton hamert er niet ten onrechte op dat Trump met zijn retoriek de thema’s en de filosofie van alt-right acceptabel maakt voor een groot publiek. “”Hij smokkelt– zo zei ze tegen Anderson Cooper op CNN – “”de haatbeweging de mainstream binnen.”

20877980465_12fbc1c4c4_z

Donald Trump en Roger Ailes, de voormalige baas van Fox News.

Voor de protagonisten van alt-r zelf is Trump ondanks zijn vaak tegenstrijdige stellingnames de voornaamste hoop op het realiseren van hun doelstellingen. Of zoals één van hen het uitdrukte: “Donald Trump zou wel eens de laatste president kunnen zijn die goed is voor het blanke volk.” Maar velen in alt-r kijken nu al verder dan de komende presidentsverkiezingen. Een nederlaag van Trump wordt met de dag waarschijnlijker, maar dat is voor alt-r verre van het einde. Plan b lijkt de vorming van een Trump media-imperium met Trump TV en met de internetaanwezigheid waar alt-r nu al sterk in staat. Het behoeft weinig verbeeldingskracht om te zien hoe Trump TV het nu al zo invloedrijke Fox News in ranzigheid en leugens zal overtreffen. Er lijkt overigens een samenwerking in de maak tussen Trump en Roger Ailes, de voormalige baas van Fox News die moest opstappen vanwege beschuldigingen over seksueel wangedrag. Ailes is nu één van de adviseurs van Trump. De agenda van een Trump media-conglomeraat laat zich makkelijk raden: de Republikeinen verder laten opschuiven naar rechts en een systematische aanval tegen immigranten, vakbonden en alles wat naar progressieve ideeën ruikt: feminisme, gezinsplanning, homorechten, rassengelijkheid en democratie. De Washington Post waarschuwde niet voor niets in een hoogst uitzonderlijke stellingname dat Trump noch min noch meer een gevaar is voor de Amerikaanse democratie.

Johan Depoortere

31-8-2016

 

september 1, 2016 at 8:32 am 1 reactie


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.337 andere volgers