Posts filed under ‘VS’

HET NUT VAN GESCHIEDENIS

Na het overlijden van Jef Coeck hebben we even getwijfeld of we dit salon nog wel open zouden houden. Jef was medestichter, bedenker van de naam en wellicht ook de meest dynamische barkeeper van het salon. Na overleg concludeerden we dat het nog steeds een reden van bestaan heeft. Hopelijk vinden onze lezers en zij die in het verleden bijdragen leverden dat ook. Jef zou vermoedelijk akkoord gaan. Het hier volgende essay is aan hem opgedragen.

 

HET NUT VAN GESCHIEDENIS

Opgedragen aan Jef Coeck 

Memorial for Peace and Justice in Montgomery, Alabama

Door Tom Ronse

Soms stel ik me een wereld voor waarin de onwetendheid over wat er vroeger gebeurd is niet zo groot zou zijn. Hoe anders zou die er uitzien?

 

1. Het heilige Amendement

Elke Amerikaan kent “the Second Amendment” dat van het bezit van wapens een grondwettelijk recht maakt maar weinigen weten hoe het tot stand kwam. Waarom vonden de “founding fathers” van de jonge republiek het zo nodig dat ze het de tweede plaats gaven in “the Bill of Rights”, vlak na het recht op vrije meningsuiting? Was de pioniersgeest de reden, de nood om de gevaren van het nog ongetemde land te trotseren? Was het de vrees voor een tiranniek centraal gezag die, zo kort na de bevrijding van de autocratische Britse heerschappij, nog zeer levend was?

Al die factoren speelden een rol maar wat de doorslag gaf was de druk van de zuiderse staten. Die zochten grondwettelijke bescherming tegen de mogelijkheid dat het Kongres, als het snel groeiende noorden er de plak zou zwaaien, hun slavenpatrouilles zouden verbieden. In de meeste noordelijke staten was slavernij toen ook nog legaal maar de economie was er niet op gebaseerd. De oppositie ertegen nam toe. In Massachusetts was ze al afgeschaft. In de zuiderse plantage-economie daarentegen was de slavenarbeid essentieel. In Virginia, de staat van James Madison en Patrick Henry die een grote invloed hadden op de formulering van de grondwet, bestond 42% van de bevolking uit slaven. Om die in het gareel te houden organiseerden alle zuiderse staten slave patrols, milities die permanent patrouilleerden, loslopende zwarten controleerden en jacht maakten op ontsnapte slaven. Het second amendment verantwoordt het recht op wapenbezit dan ook vanuit de noodzaak van milities. De volledige tekst luidt: A well regulated militia being necessary to the security of a free state, the right of the people to keep and bear arms shall not be infringed.

 

2. Meesters?

De kennis over die tijd beperkt zich veelal tot enkele mythes, anecdotes en simpele verhalen. Niet alleen in de VS. In Knack Focus van 18 april vertelt columnist PB Gronda het verhaaltje aldus: “Als ik aan de klas van mijn dochter zou moeten uitleggen hoe de zelfstandige Verenigde Staten zijn ontstaan, dan zou ik kunnen vertellen hoe de oorspronkelijke bevolking van Indianen veel pijn werd gedaan en dan vervangen werd door gedwongen nieuwkomers uit Afrika en uitgenodigde nieuwkomers uit Europa. Die laatsten kregen land en werden meesters, de anderen kregen kettingen en werden slaven”. En dat verklaart volgens Gronda de realiteit van vandaag.

Akkoord, PB wil het niet te ingewikkeld maken, zijn dochter is wellicht nog heel jong, maar dit is toch wel heel kort door de bocht. Zijn grootste fout is de bewering dat de nieuwkomers uit Europa “uitgenodigd” waren, land kregen en meesters werden. In werkelijkheid was het voor de meesten onder hen ook een gedwongen overtocht, in condities die nauwelijks beter waren dan die van de slaven. De meerderheid van de blanken die tijdens de koloniale periode naar Amerika emigreerden waren indentured servants. De agrarische revolutie in Groot-Brittannië die gepaard ging met een privatisering van de gemeenschappelijke grond en de massale onteigening van kleine boeren, had een groot menselijk overschot doen ontstaan dat naar de kolonies verscheept werd. Sommigen werden gedwongen, anderen vertrokken vrijwillig omdat het water hen aan de mond stond. Voor hun reis betaalden ze met tijdelijke, contractuele slavernij. Voor een periode, meestal van vijf à tien jaar, werden ze iemands slaaf. Die mocht hen desgewenst afbeulen, straffen, afranselen, verkrachten,hun vrije tijd controleren, hen aan een andere baas verkopen. Als ze wegliepen werd jacht op hen gemaakt. Vrouwen die zonder toestemming zwanger werden, moesten twee jaar langer dienen. En als de termijn verstreken was, kregen ze dan land, werden ze meesters? Hoogstens kregen ze een lapje onvruchtbare grond en verder een aalmoes en een trap onder de broek. De meesten bleven arm, ter plaatse trappelend op de tweede laagste sport van de sociale ladder. Net boven de slaven.

Hun nakomelingen staan daar nog altijd. Velen van hen stemden voor Trump. Want die heeft begrepen wat president Johnson een halve eeuw geleden opmerkte: “Als je de laagste blanke man kunt overtuigen dat hij beter is dan de beste kleurling, dan zal hij het niet merken dat je hem besteelt. Geef hem iemand om op neer te kijken en hij maakt zijn zakken leeg voor u.”

 

3. Een monument tegen het vergeten

Na de burgeroorlog waren de slaven vrij maar dat is eigenlijk ook een mythe. De terreur waaronder de zwarten in de zuiderse staten gebukt gingen, werd nog intenser omdat wraakgevoelens meespeelden. De nederlaag in de oorlog waarin meer dan 300 000 zuiderlingen omkwamen, smaakte bitter. De ex-slaven moesten het ontgelden. De slavenpatrouilles waren afgeschaft maar dat betekende enkel dat ze niet meer door de staten werden georganiseerd. Het waren nu privé-milities maar niet zelden werden ze geleid door de plaatselijke sheriff of politiechef. De Ku Klux Klan was een rechtstreekse erfgenaam van de slavenpatrouilles.

 

In Montgomery, de hoofdstad van Alabama, werd op 26 april een aangrijpend monument onthuld.

In het midden van dit National Memorial for Peace and Justice is een wandelgang waarin 800 stalen zuilen aan het plafond hangen. Op elke zuil staat de naam van een plaats waar zwarten publiek gelyncht werden, alsook de namen van de slachtoffers en een korte beschrijving van hun “misdaden”. Parks Banks, gelyncht in Mississippi in 1922 omdat hij een foto van een blanke vrouw op zak had. Caleb Gadly, gelyncht in Kentucky in 1894 omdat hij “achter de vrouw van zijn blanke baas wandelde”. Mary Turner die protesteerde toen haar man werd gelyncht, werd aan haar voeten opgehangen en verbrand, waarna haar buik werd opengesneden zodat haar ongeboren kind op de grond viel. Enzovoort. Eerst wandel je tussen de zuilen, de tekst op ooghoogte, maar de vloer buigt omlaag zodat je uiteindelijk onder de zuilen staat, in dezelfde positie als de toeschouwers van een lynchpartij. Dat was een feestelijke gebeurtenis, te zien aan de foto’s van toen.

 

Lynching in Indiana 1930

Die foto’s en nog veel meer zijn te zien in het Legacy Museum dat bij het monument hoort. Het is gevestigd in een gebouw waar slaven werden verhandeld. In Montgomery zijn er nog tal van monumenten die de (pro-slavernij) zuiderse confederatie eren en die worden onderhouden door de stad. Het nieuwe Memorial en museum daarentegen zijn een privé-initiatief van het Equal Justice Initiative (EJI), een organisatie die zich inzet tegen raciaal onrecht.

De EJI documenteerde meer dan 4400 lynchings van zwarten tussen 1877 en 1950 maar het werkelijke aantal ligt wellicht veel hoger. Ophanging was overigens slechts een van de straffen die opstandige zwarten “verdienden”.

Verbranding, Omaha 1919

 

In een grasveld bij het Memorial liggen 800 identieke zuilen. Die zijn niet bedoeld om daar te blijven. De 800 gemeenten waar lynchings plaatsgrepen werden uitgenodigd om elk zo’n zuil op een publieke plaats te installeren, om zo hun bereidheid te tonen om hun verleden te confronteren. Tot nu toe heeft geen van hen de uitdaging aangenomen.

Het museum gaat niet enkel over lynchings. Het vertelt een verhaal dat gaat van het begin van de slavenplantages tot vandaag. De thesis is dat de slavernij niet verdween maar evolueerde. Van de legale slavernij naar de lynching-terreur en via de segregatie (Amerikaanse Apartheid) naar de periode van massale opsluiting van jonge zwarten en politiebrutaliteit. Niet dat er geen verbetering is maar er is ook continuiteit. Die wordt onzichtbaar als men de geschiedenis vergeet. “Onze geschiedenis van raciale onrechtvaardigheid werpt een schaduw over heel het Amerikaanse landschap”, zegt Bryan Stevenson, de directeur van EJI. “Die schaduw kan niet verdwijnen tot we het licht van de waarheid laten schijnen op het verwoestend geweld dat ons land heeft gevormd.”

 

4. Kanye’s “nieuw idee”

Iemand die duidelijk een geschiedenisles kan gebruiken is de hiphop mega-ster Kanye West die onlangs wereldnieuws maakte met zijn boude bewering dat slavernij “een keuze” was. Dat ging zelfs voor vele van zijn trouwste fans te ver. “Eens te meer word ik aangevallen vanwege mijn nieuwe ideeen”, pruilde Kanye. Alsof beweren dat een slachtoffer van geweld zijn of haar situatie aan zichzelf te wijten heeft, een nieuw idee is. Het is een idee dat al vaak gepropageerd is, zij het nooit door de slachtoffers zelf.

Kanye West met vriend

Harriet Tubman

Het is een idee dat steunt op mythes, niet op feiten. Zoals de mythe van de “happy slave” waarin de slaven het niet zo slecht hebben, niet naar vrijheid verlangen en zich dus ook niet verzetten. In tal van boeken en films (Gone With the Wind) werd de happy slave opgevoerd. Ook vandaag nog wordt deze mythe opgerakeld op de websites van de alt-right. Kanye West is er blijkbaar ook ingetrapt. Hij verdedigde zich door Harriet Tubman te citeren, de vrouw die vele ontsnapte slaven hielp vluchten naar het noorden: “I freed a thousand slaves but I could have freed a thousand more if only they knew they were slaves.” Volgens de fact-checking site Snopes is er geen enkel bewijs dat Tubman dit ooit gezegd heeft.

 

Een tweede mythe waarop Wests “nieuw idee” steunt, is The American Dream. De mythe dat iedereen in dit “land of opportunity” door wilskracht en hard werk die droom kan waarmaken, dat opwaartse sociale mobiliteit in ieders bereik ligt. Dus als je arm en onderdrukt bent, dan kies je daarvoor, dan is het je eigen fout. Een berg van research (o.m. Thomas Piketty’s Capital) spreekt die mythe tegen. Op enkele uitzonderlijke periodes na bleef de de sociale mobiliteit in de VS zeer klein. De rijken erfden hun rijkdom en de armen erfden hun armoede. Natuurlijk zijn er voorbeelden van “rags to riches” – verhalen, van mensen die met groot sukses de sociale ladder beklommen. Er zijn ook veel mensen die in de loterij wonnen. Dat betekent niet dat de overgrote meerderheid die weinig of niets won, daarvoor koos.

Voor West is alles een keuze. “They cut out our tongues so we couldn’t communicate to each other. I will not allow my tongue to be cut”, tweette hij op 1 mei. Alsof de slaven wiens tong werd afgehakt de mogelijkheid hadden om dat niet toe te laten.

Dat brengt ons naar de derde mythe die Kanye’s denkwereld kleurt: de mythe dat de slaven kozen om zich niet te verzetten. In werkelijkheid was er hevig verzet, van in het begin. Van de 17de tot de 19de eeuw waren er 250 slavenopstanden, in noord-Amerika alleen al, en talloze sabotagedaden.

Maar ze werden niet massaal, zelfs niet in kolonies zoals de Carolinas waar slaven de meerderheid vormden. Dat had vele redenen. De meeste slaven leefden op geisoleerde plantages; de communicatie tussen hen was verboden. Ze mochten niet leren lezen. Sommige slaven hadden iets te verliezen. De “house slaves” hadden het heel wat beter dan de “field slaves”. En er was een alternatieve vorm van verzet: weglopen. Duizenden slaven ontsnapten naar noordelijke staten en Canada.

De ultieme reden was dat vele slaven bang waren. In die zin had West gelijk: “it was a mindset”. Maar die angst was geen lafheid. Ze was niet dom of irrationeel. Ze steunde op de kennis die de slaven hadden, van de brutaliteit van hun meesters, van het overwicht dat de blanken hadden in vernietigingskracht. Op de rationele overweging dat de opstand gedoemd was om te mislukken. Dat laatste is wel wat men in het Engels a self-fulfilling prophesy noemt: een voorspelling die er zelf mede-oorzaak van is dat ze uitkomt. Wie de opstand niet vervoegt, draagt bij aan haar nederlaag.

Toch is die conclusie redelijk: zelfs een massale slavenopstand zou in een bloedbad geeindigd zijn. De enige mogelijke weg naar een overwinning was een gezamelijke opstand van de onderdrukten, een verbond tussen slaven en arme blanken. Aanvankelijk was er veel contact en wederzijdse hulp tussen beide groepen. Al in 1674 vochten honderden samen tegen hun heersers in de “Bacon’s Rebellion”. De gouverneur van Virginia moest vluchten en Engeland stuurde een leger van duizend soldaten om de orde te herstellen. De blanke opstandelingen kregen amnestie, de zwarte werden opgehangen.

Een opstand van slaven en arme blanken tijdens de burgeroorlog, geportretteerd in de film “The free state of Jones”

De angst voor een nieuwe blank-zwarte opstand leidde tot de institutionalisering van racisme. Allerlei wetten en regels werden ingevoerd om het sociaal contact tussen de rassen te verbieden en de status van arme blanken te verheffen boven die van zwarten.

5. Tenslotte

Zou het een verschil maken als wapenfanaten zouden beseffen dat hun geliefde Second Amendment diende om de slavernij te beschermen? Zouden de raciale verhoudingen in de VS harmonieuzer zijn als er een bredere kennis zou bestaan over hoe de erfenis van de slavernij zijn stempel blijft drukken op de Amerikaanse maatschappij? Zouden blanke armen zich afkeren van Trump als ze zouden beseffen hoe ze gemanipuleerd worden om anders gekleurden als vijanden te zien in plaats van als bondgenoten? Zou Kanye West minder domme dingen zeggen als hij de geschiedenis van zijn voorouders zou kennen?

Kennis van de geschiedenis is misschien niet voldoende. De wil om haar erfenis te confronteren moet ook aanwezig zijn. Onwetendheid kan een keuze zijn, als de mythe aantrekkelijker lijkt dan de werkelijkheid. Maar kennis van het verleden is wel een broodnodig begin voor wie wil vechten voor een betere wereld. William Faulkner, de grootste schrijver van Mississippi, zei het best: “Het verleden is nooit dood. Het is zelfs niet verleden”.

mei 21, 2018 at 11:53 pm 2 reacties

CANNABIS IN DE WINKEL

Eeen cannabiswinkel in Los Angeles

Door Jacqueline Goossens

Staat per staat lijken de VS goed op weg om cannabis te legaliseren. Maar ondanks haar progressieve reputatie hinkt New York op dit vlak achterop. De bestraffing is wel ietwat versoepeld: voor het bezit of gebruik van marihuana riskeer je nu een boete in plaats van gevangenis. Maar als je meer dan 23 gram bij hebt of herhaaldelijk betrapt wordt kun je nog wel weken achter tralies belanden. Nochtans is het kruid goed ingeburgerd in New York. Het valt bezoekers op hoe vaak ze het ruiken tijdens hun wandelingen. Niemand maalt er om.

Toch houdt ook de huidige ‘progressieve’ burgemeester De Blasio vast aan de oude marihuana-wetten. Niet uit bekommernis voor de volksgezondheid maar omdat de politie insisteert dat die wetten nodig zijn als instrumenten voor de orderhandhaving. Ze geven het excuus om controles uit te voeren en te intimideren.  Dat doet de NYDP, zo blijkt uit een recent rapport, vooral in de armere wijken van de stad. Zwarten en latino’s lopen tien keer meer kans om voor marihuana-bezit of gebruik gearresteerd te worden dan blanken, hoewel blanken het kruid niet minder consumeren dan anders gekleurden.

Dit rapport bewoog de New Yorkse gemeenteraad er vorige donderdag toe om een wet goed te keuren die de NYPD opdraagt om elk kwartaal het aantal boetes en arrestaties voor marihuana, per wijk en per ras, te rapporteren.  Hopelijk zal dit de politie aanmanen om zich wat minder als een bezettingsleger te gedragen in de armere buurten.

Tijdens ons recent bezoek aan California zagen we een ander cannabis-beleid. Het kruid is er legaal, je mag zelf zes planten kweken en een voorraad voor eigen gebruik bezitten en zelfs connoisseurs vinden hun gading in de keurige cannabis-winkels, tenminste in de grotere steden. Stel je geen situatie voor zoals de coffee shops-wildgroei destijds in Nederland. Dit is een bovengrondse, gereglementeerde markt, gerund door goed georganiseerde bedrijven. Er zijn al heuse ketens ontstaan zoals Medmen wiens reclame je al op de luchthaven van Los Angeles toelacht en die handig dichtbij die luchthaven een filiaal heeft. Toen we dat bezochten werden we meteen bij de hand genomen door een winkelbediende die ons wegwijs maakte in het duizelingwekkende aanbod. Voor elke kwaal, voor elke stemming was er een cannabis-product voorhanden. Er was zelfs cannabis voor honden.

Op elk product staat het gehalte THC en CBD. Het eerste is psycho-actief, het tweede kalmeert, ontspant de spieren en mildert pijn en misselijkheid. Je kunt het kopen in de vorm van gedroogde bloemen (marihuana), hars (hasj) maar ook koekjes, snoep, chocolade en frisdrank, olie, spray, druppels voor onder de tong en nog veel meer.

Die druppels hielpen voor een goede nachtrust zonder kater achteraf.  Ze bleken ook te werken tegen misselijkheid op kronkelende bergwegen.

Ik zag onlangs een standup comedian die het betreurde dat de legalisering van cannabis de subversieve romantiek van de drugcultuur kapot maakt. De magie verdwijnt, ze werd opgeslokt door de markt. Cannabis werd een product als een ander. Je kunt aandelen kopen in Medmen, het is wellicht een goede belegging.

Het is misschien jammer voor de romantiek maar een minder repressief beleid zoals in California lijkt me een stap vooruit.

 

maart 25, 2018 at 4:47 am 1 reactie

BIJ DE DOOD VAN GODS HANDELSREIZIGER

Door Johan Depoortere

Wij verkopen het machtigste product ter wereld. Waarom zouden we we het niet even goed promoten als een stuk zeep?


De woorden zijn van Billy Graham, de beroemde Amerikaanse megapredikant die vorige maand op 99-jarige leeftijd is overleden. Billy Graham was de handelsreiziger van God en wellicht de meest succesvolle ooit, niet het minst gemeten aan de kapitalen die hij in de loop van meer dan een halve eeuw prediken heeft verzameld. De “Billy Graham Evangelical Association” – nu geleid door zijn zoon Franklin Graham – zit op een hoop geld van honderden miljoenen dollar, geschonken door donoren over heel de wereld.

Nog indrukwekkender wellicht is de stempel die Graham op de Amerikaanse politiek van de afgelopen decennia heeft gedrukt. Dat “Religieus Rechts” nu zoveel invloed heeft op het beleid is voor een groot deel aan hem te danken. Hij was de grondlegger voor de politieke rol van de “Evangelische Christenen” en dat mag op het eerste gezicht paradoxaal lijken: Graham predikte zieleheil door persoonlijke redding (“Salvation”) met behulp van Jezus natuurlijk, maar wars van politiek activisme en rebellie. Graham predikte gehoorzaamheid en respect voor het wereldlijke gezag en hij zocht – en vond meestal – de vriendschap van een hele reeeks presidenten – van Eisenhower tot Bush junior en Obama. Zijn zoon Franklin zet de traditie voort en prees de huidige president Donald Trump als “de standvastigste verdediger van het Christelijk geloof die ik ooit heb gekend.”

Franklin Graham op een verkiezingsmeeting van Donald Trump

Billy Graham citeerde graag uit de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen:

Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt: ook het huidige gezag is door God ingesteld. Wie zich tegen dat gezag verzet verzet zich tegen een instelling van God en wie dat doet roept over zichzelf zijn veroordeling af.” (Romeinen 13)

De afkeer van Graham voor wie zich bijvoorbeeld tegen de oorlog in Vietnam verzette had dus zijn grond in de bijbel, al is het ver van zeker dat die passage niet is toegevoegd door Romeinse senatoren met heel andere dan religieuze belangen. Voor Graham was het voldoende om te buigen voor de heersende macht waar ook ter wereld, zelfs als die macht uitging van het goddeloze communisme.

Zo was Graham niet te beroerd om tijdens zijn bezoek aan Moskou in het Regantijdperk de Moskouse politie te prijzen toen die een vrouw had gearresteerd omdat ze een spandoek met een christelijke boodschap had proberen op te hangen. Hij verkoos de door God gewilde autoriteit boven de burgerlijke ongehoorzaamheid van een gelovige. “Regeringen doen het werk van God,” legde hij uit aan zijn toehoorders in Moskou.

Billy Graham met Ronald Reagan

Het product dat Graham aan de man en vrouw bracht was angst, schrijft zijn kritische biografe Cecil Bothwell: vrees voor een wrekende god, vrees voor bekoring, vrees voor communisten, socialisten en vakbonden, vrees voor katholieken en homo’s, vrees voor rassenstrijd en vooral angst voor de dood. Alles wees er volgens Graham op dat het einde der tijden nabij was. De zondige opstand van de mens tegen God leidde tot geweld in de steden, verkrachting en overvallen. De communistische dreiging kan een einde maken aan de vrijheid in de wereld en daarom steunde Graham de hysterische communistenjacht van senator Joe McCarthy. Rassenongelijkheid leidt tot uitbarstingen van haat en geweld vond Graham en daarom verzette hij zich (meestal maar niet altijd) tegen raciale scheiding van het publiek bij zijn massabijeenkomsten, maar weigerde hij tegelijk een duidelijk standpunt in te nemen over de grote kwestie van zijn tijd: de strijd voor gelijke burgerrechten.

Graham met Martin Luther King

Aanhangers van Graham vertellen vandaag graag over zijn beweerde vriendschap met dat andere ikoon van de jaren zestig: Martin Luther King, die ooit zou gezegd hebben dat hij “zonder Billy Graham en diens voorbeeld nooit zoveel had kunnen bereiken.” Maar de boodschap van King stond haaks op die van Graham die de acties van King veroordeelde: demonstraties, sit-ins en marsen zouden alleen tot meer geweld leiden, vond hij. Burgerlijke ongehoorzaamheid was voor Graham zoveel als een opstand tegen de door God gewilde orde. Ook al verzette Graham zich tegen de ergerlijkste  uitwassen van het Jim Crowsysteem in het Zuiden en ook al kreeg hij daarvoor kritiek van de in die jaren machtige Ku Klux Klan, over de rassensegregatie in het Zuiden van de Verenigde Staten sprak hij zich nooit duidelijk en prinicipieel uit: “in de bijbel staat niets over segregatie of desegragatie” zei hij ooit tegen een Zuiderse krant.

I have a dream

Vandaag eisen zowel links als rechts de erfenis op van Martin Luther King en de media verkopen een gesaniteerde versie van de radicale dominee. Ook Barack Obama tooide zich met de mantel van King, maar deed weinig of niets tegen de diep gewortelde achterstelling van zwart Amerika of tegen het racistische politiegeweld. De radicale boodschap van de nagenoeg heilig verklaarde King wordt zorgvuldig onder de mat geveegd. Geen wonder dus dat ook christelijk rechts vandaag zijn populariteit probeert te recupereren. De website “Christianity Today” doet het voorkomen alsof Graham en King dezelfde “droom” hadden voor een Amerika waar blank en zwart zonder onderscheid zouden samenleven. Maar in werkelijkheid stond het wereldbeeld van de megaprediker mijlenver af van dat van de legendarische zwarte dominee. King was méér dan een voorstander van rassengelijkheid. Hij was ervan overtuigd dat het economische systeem van uitbuiting en winsthonger de bron was van racisme, segregatie en apartheid. Daarom riep hij op tot protest en burgerlijke ongehoorzaamheid. Voor Graham waren wetten en gezag door God gegeven en daarom onaantastbaar.

Met Eisenhower

Met Kennedy

Met Nixon

King verzette zich tegen militarisme en oorlog en steunde de massale protestbeweging tegen de oorlog in Vietnam. Graham zegende de troepen die naar Vietnam werden gestuurd en probeerde in het gevlei te komen van de presidenten Johnson en Nixon. Hij spoorde Nixon aan om de dijken in het Noorden van Vietnam te bombarderen, wat tot de dood van een miljoen burgers had kunnen leiden. Bush senior vertelde hoe Graham hem een “messias” noemde die geroepen was om de wereld te bevrijden van Saddam Hoessein, de antichrtist. Billy Graham steunde alle oorlogen onder  alle presidenten van Eisenhower tot Bush junior. Al in 1950 blies Graham de oorlogshysterie aan. Toen Noord-Koreaanse troepen het Zuiden van het schiereiland binnenvielen riep hij in een telegram de toenmalige president Truman op om “de confrontatie aan te gaan met het communisme” en hij bekritiseerde Truman toen die de populaire generaal Douglas McArthur ontsloeg nadat die had opgeroepen tot een invasie van China.

Gods handelsreiziger had méér dan een “machtige boodschap” in zijn valies: hij was ook de gedroomde loopjongen van de wapenhandelaars.

Meer over Gods handelsreiziger:

https://edition.cnn.com/2018/02/22/us/billy-graham-mlk-civil-rights/index.html

https://www.christianitytoday.com/edstetzer/2018/january/celebrating-life-with-great-mission.html

https://consortiumnews.com/2018/02/21/billy-graham-an-old-soldier-fades-away/

maart 5, 2018 at 11:43 am 1 reactie

FLOWER POWER GUERRILLA

Jacqueline Goossens

De laatste maanden werden New Yorkers getracteerd op prachtige boeketten bloemen in vuilnisbakken en op andere schijnbaar lukraak gekozen locaties. Ze zijn het werk van Lewis Miller  en zijn team die op deze manier meer mensen wil bereiken dan de rijke klanten waarvoor hij gewoonlijk werkt. Het idee rijpte doordat hij na feesten waarvoor hij bloemstukken had gemaakt altijd veel bloemen overhield die te mooi waren om weg te gooien. Dus maakte hij er cadeaus van voor zijn stadsgenoten.

“New York is een prachtige maar ook soms een vuile stad; de mensen die hier wonen verdienen af en toe wat onverwachte schoonheid”, zegt Miller. ‘Vogue’ doopte hem “the flower bandit” en Miller is trots op die bijnaam. Hij houdt ervan om in zijn “flower flashes” zoals hij zijn straat-bloemwerken noemt goedkope en dure bloemen te combineren. “Mijn flashes zijn vrijpostig, spontaan en liefdevol onafgewerkt”, zegt hij, “net zoals echte New Yorkers.”

Vuilnisbakken zijn grote vazen voor hem maar hij versiert ook beelden in parken zoals dit:

Hier zet hij het gedenkteken voor John Lennon in Central Park in de bloemen:

Het idee is natuurlijk niet nieuw. In Brussel is  bloemist Geoffroy Mottart de ‘bloemenbandiet’.

Onderstaande buste van Leopold II heeft Mottart al herhaaldelijk ‘opgefleurd’.

 

In Detroit kocht bloemiste Lisa Waud  een vervallen huis voor 250 dollar.  Samen met andere cutting edge bloemisten en tientallen groep vrijwilligers heeft ze het wrak in 2015 omgetoverd in een prachtig bloemenkunstwerk. Elk plekje in het huis werd een adembenemende verrassing.

The Flower House symboliseerde ook de hoop van Waud en andere Detroiters dat hun stad zal heropbloeien. Het huis is inmiddels afgebroken; de grond waarop het stond is nu een bloemenveld.

Voor meer foto’s van the Flower House (fotografe: Heather Saunders), klik HIER.

januari 14, 2018 at 3:13 am 1 reactie

ODE AAN DE ZEE

Waarover dromen mensen die jarenlang  gevangen zitten zonder vorm van proces, die in hun wanhoop weigerden te eten en langs een buis door hun keel naar hun maag  gevoederd werden?  Ze dromen van de zee.

Dit althans is wat een tentoonstelling in New York lijkt uit te wijzen. Die is niet te zien in een van de bekende kunstgalerijen maar in de “presidential gallery” van het John Jay College of Criminal Justice, de grootste criminologie-hogeschool van het land, die in midtown Manhattan een ganse stratenblok in beslag neemt. De kunstenaars in kwestie zijn dan ook geen beroemdheden. Ze zijn amateurs en onderworpen aan strenge censuur. Ze maakten hun werk in het gevangeniskamp in Guantanamo  waar de VS sinds 2002 verdachten van terrorisme opsluit.

Het gevangeniskamp ligt in een Navy-basis in een stukje bezet Cuba, dus buiten de VS, wat volgens de Amerikaanse  regering impliceert dat regels die in de VS gelden er niet noodzakelijk van toepassing zijn. Zoals de ‘habeas corpus’-regel die verbiedt om mensen langdurig  op te sluiten zonder aanklacht of proces. Of het verbod om verdachten te folteren. Hoewel de regering het aanvankelijk ontkende, heeft een onderzoek door een senaatscommissie bevestigd dat er wel degelijk gefolterd werd in Guantanamo.

President Obama beloofde in januari 2009 dat het kamp binnen het jaar zou gesloten worden. Dat lukte hem niet. Wel is het aantal gevangenen, dat op het hoogtepunt in 2003 684 bedroeg, verminderd tot 41. De kans dat er nog meer worden vrijgelaten wordt klein geacht, zeker zo lang Trump president is.

Sinds 2008 krijgen de gevangenen de gelegenheid om kunstles te volgen. “Als ze daarmee bezig zijn, laten ze hun bewakers met rust”,zo legde een woordvoerder van de gevangenis uit. Potloden, pennen en ander scherp materiaal krijgen ze niet, om te voorkomen dat ze die als wapens zouden gebruiken. Terwijl ze tekenen en schilderen, zijn hun enkels geketend aan de vloer. Het grootste deel van wat ze maken wordt verbrand.  Maar de laatste jaren mochten sommige werken door advocaten van de gevangenen mee naar buiten worden genomen. Die advocaten contacteerden Erin  Thompson, kunst-professor aan John Jay College, en zo kwam de expo tot stand.

Er zijn werken te zien van acht gedetineerden.  Vier daarvan zitten nog steeds vast. De anderen zijn vrijgelaten maar echt vrij zijn ze niet: ze zijn bannelingen in een vreemd land en mogen niet naar huis terugkeren.

Wat hebben ze op hun kerfstok? Slechts een van hen, Ammar Al-Baluchi, is beschuldigd van betrokkenheid in de aanslagen van 9/11. Hij heeft bekend maar zegt dat die bekentenis er door foltering kwam. Dat hij gefolterd werd is een feit, hij liep er een ernstig hersenletsel door op. Zijn tekening in de expo, “Vertigo” is zijn poging om de duizelingen te beschrijven die hij door dat trauma voelt.

De andere gevallen zijn twijfelachtig. Volgens hun advocaten waren ze “in the wrong place at the wrong time”. Drijfhout in een internationale storm, meegesleurd in een veel te groot net. Sommigen weten niet eens waarvan ze verdacht werden. Niemand heeft het hen verteld. Ze werden nergens van beschuldigd.

Erin Thompson waarschuwt bezoekers dat ze zich bewust moeten zijn van de kunstwerken die ze niet kunnen zien. Daarmee bedoelt ze dat de kunstenaars niet vrij waren om te maken wat ze wilden. Ten eerste omdat ze hun kansen om ooit vrij te komen niet wilden verknallen. Ten tweede omdat de militaire censuur alleen werken laat passeren die onschuldig ogen. Elk werk in de expo draagt de stempel: “Approved by US Forces”. Dus zijn er geen afbeeldingen uit hun leven gegrepen.  Niets over wat er in Guantanamo gebeurt, geen prenten van folteringen.  Het dichts bij een politieke statement komt het werk van Al Qurashi die bijvoorbeeld het Vrijheidsbeeld verdrinkend schilderde. Het lijkt een wonder dat de censuur dit liet passeren.

In plaats van de gruwels van hun leven, schilderden de gevangenen de zee.

De tentoonstelling heet “Ode to the sea” en opent met een gelijknamig gedicht, van een anonieme gevangene. Het begint zo:

“O sea give me news of my loved ones

Were it not for the chains of the faithless

I would have dived into you

And reached my beloved family

Or perished in your arms”

 

“Toen de gevangenen in de kunst-klas hun eigen onderwerpen mochten kiezen, tekenden en schilderden ze opnieuw en opnieuw, obsessief, de zee”, vertelt Erin Thompson. “Schepen, golven, stormen, wrakken, pieren, steigers, zandstranden, rotsstanden, vuurtorens, mensen die vanop kliffen staren naar het water… vanuit hun cellen konden de gevangenen de zee voortdurend horen maar nooit zien. De vele omheiningen zijn bedekt met dekzeilen. Een keer, toen er een orkaan op komst was, werden de dekzeilen op sommige plaatsen weg genomen. De gevangenen die de zee konden zien keken ernaar tot de dekzeilen enkele dagen later terugkeerden.”

De kunstenaars vertelden haar dat ze de zee zien als een symbool van hoop en angst. “Ik beelde me in dat er op een dag een schip zou komen en  me mee zou nemen, weg van Guantanamo ”, vertelt een van de kunstenaars, Al Rahabi, nu een banneling in Montenegro.

Over een schilderij dat een mooi strand uitbeeldt, zei Al Ansi, nu een banneling in Oman: “Telkens als ik ernaar keek dacht ik hoe graag zou ik daar zijn.”

De zee als symbool van hoop, heimwee en ontsnapping maar ook van gevaar. Al Ansi schilderde ook het werk dat boven dit stuk staat en een verdronken vluchtelingenkind toont dat op de kust is aangespoeld. Nadat zijn aanvraag tot vrijlating was afgewezen, schilderde hij een wenend oog boven een kust. Het oog, zo legde hij uit, symboliseerde zijn moeder.

 

Khalid Qasim uit Jemen schilderde een grijze kille zee waarin haaievinnen dreigend uitsteken. De Algerijn Djamel Ameziane schilderde onderstaand tafereel van een scheepswrak zonder overlevenden. “Op  de ergste momenten voelde ik me als een boot in vreselijke stormen”, zo legde hij uit.

Moath Al Alwi, een Jemeniet die nog steeds vastzit, bouwt miniatuurschepen met materialen die hij ter plaatse vindt. Drie van zijn schepen zijn te zien op de expo.

Naar verluidt heeft Al Alwi onlangs nog een mooier schip gemaakt maar de kans dat buitenstanders het te zien krijgen is klein. Toen de autoriteiten lucht kregen van de tentoonstelling hebben ze verboden om nog kunst uit Guantanamo naar buiten te laten komen. Kwestie van niet de indruk te wekken dat de gevangenen het er te goed hebben. Beslist is dat de kunstenaars een beperkt aantal werken in hun cel mogen houden en dat de rest zal vernietigd worden.

Tom Ronse

Ode to the Sea: Art from Guantánamo,” is te zien tot eind januari 2018 in “the President’s Gallery of the John Jay College of Criminal Justice, City University of New York”.

Al Ansi, Approved

december 2, 2017 at 8:38 am Plaats een reactie

EPPINK SLAAT DE BAL MIS

Donald Trump

In zijn tweewekelijkse column voor De Morgen, slaagt Derk Jan Eppink erin om op subtiele wijze het “gedachtengoed” van Donald Trump de mainstream binnen te smokkelen. Eppink levert milde kritiek op de tactiek van Trump die “niet tijdig in de gaten had” dat “in Amerika niets gevoeliger is dan ‘ras.” Vervolgens maakt Eppink een vergelijking met Obama, die eveneens de gevoeligheden zou hebben onderschat maar die geblunderd zou hebben in de andere richting, namelijk door niet of te aarzelend islamterrorisme te veroordelen. Eppink spuit op die manier vakkundig mist om de kern van de zaak te verhullen, namelijk dat aan het hoofd van de Westerse wereld een man staat met diep ingewortelde vooroordelen tegen alles wat niet hagelwit is. 

Neo-Nazis in Charlottesville

De naakte waarheid: Trump is een onverbeterlijke onversneden racist. De eerste reactie van Trump op de gebeurtenissen van afgelopen week waarin hij het fascistische geweld minimaliseerde liet zijn ware aard zien. Twee dagen later en na zware druk van zijn omgeving kon hij het opbrengen om met veel meel in de mond een verklaring van de telepromptor af te lezen waarin hij racisme veroordeelde. Zijn lichaamstaal schreeuwde luid: “Dit doe ik om mijn politieke hachje te redden maar ik meen het niet.” De dag erop liet de president weer de ware Trump in hem los om in de bekende stijl wild om zich heen te slaan en fascisten met antifascisten over dezelfde kam te scheren.

charlottesville-social-media.jpg.size.custom.crop.1086x721

Onder de fascistische betogers bevonden zich volgens Trump ook “fijne mensen.”

Dat de racistische reactie van Trump meer is dan een uitschuiver blijkt uit talloze eerdere verklaringen en gedragingen, teveel om hier op te noemen. Het volstaat te verwijzen naar de campagne die de basis was voor zijn latere gooi naar het presidentschap: de hardnekkig verspreide racistische leugen dat Obama geen “echte Amerikaan” kan zijn omdat hij niet in de VS maar in Afrika geboren zou zijn. Minder bekend is het bloedstollende verhaal van de “Central Park Five” waarin Trump alweer de rol op zich nam van racistische diehard-scherprechter. Vijf jonge Afro-Amerikanen en hispanics werden in 1990 tot lange gevangenisstraffen veroordeeld voor de gruwelijke verkrachting van een jonge vrouw in het New Yorkse Central Park. De vijf hadden onder druk bekend maar hun bekentenissen weer ingetrokken. Donald Trump betaalde bijna 100000 dollar voor een paginagrote advertentie in alle grote kranten van New York – waaronder The New York Times – waarin hij herinvoering van de doodstraf eiste voor de veroordeelde tieners, die hij “wilde criminelen” noemde. Twaalf jaar later bekende de ware dader van de verkrachting, een bekentenis die door DNA-onderzoek werd bevestigd. De vijf oorspronkelijk veroordeelden kwamen na twaalf jaar onterechte opsluiting vrij en kregen een gezamenlijke schadevergoeding van 40 miljoen dollar. Dat belette presidentskandidaat Donald Trump allerminst om nog in 2016 te herhalen dat de Central Park Five zoals ze intussen waren gaan heten schuldig waren en dus in de gevangenis thuishoorden.

Yusself Salaam, één van de Central Park Five, werd tot 13 jaar gevangenis veroordeeld voor een misdaad die hij niet heeft begaan.

 

De betaalde advertentie waarin Trump oproept de doodstraf uit te voeren.

Woorden vertellen alles, zij het niet altijd luidop maar fluisterend als subtekst. Eppink imiteert achteloos – zo lijkt het – het woordgebruik van Trump. De onuitgesproken boodschap luidt dat fascisten en antifascisten zich moreel op hetzelfde vlak bevinden. De door Trump geïntroduceerde term “alt-links” als spiegelbeeld van “alt-right” komt als sluipend gif het taalgebruik binnen. Maar “alt-links” bestaat niet, het is een hersenspinsel van Trump dat Eppink en anderen geloofwaardigheid verlenen door het kritiekloos te herhalen en op die manier de mainstream binnen te smokkelen.

Het moge duidelijk zijn: de heer Eppink is geen “waarnemer” of “analist” maar een ideologische scherpslijper die aan den brode komt als werknemer van een instelling die de Republlikeinse partij van reactionair ideologisch voer voorziet. Eppink, die een vaak geziene gast is in programma’s als Terzake en De Afspraak,  is geen journalist maar een (ex-)politicus van rechtse tot extreemrechtse signatuur. Van deze boer geen eieren.

Johan Depoortere

18 augustus 2017

augustus 18, 2017 at 8:45 am 2 reacties

“BE VERY VERY NERVOUS”*

* Dixit Trump, 10 augustus

Photoshop montage Eric Wayne

 

Door Tom Ronse

Er is geen gevaar dat er spoedig een oorlog zal uitbreken tussen de VS en Noord-Korea (tenzij per ongeluk, een mogelijkheid die niet helemaal kan uitgesloten worden). Maar het feit zelf dat de leiders van deze landen openlijk dreigen met het gebruik van kernwapens, met “total warfare” en zelfs met de vernietiging van een heel volk, is veelbetekenend.

Van het Noord-Koreaanse regime zijn we die hysterische toon gewoon. Het verbergt zijn zwakheid al sinds jaar en dag achter stoere krijglustige taal. Maar dat het ons niet verbaast als de leiders van de VS over de mogelijkheid van de totale vernieting van een land spreken, is alarmerend. Niet dat iedereen de furieuze woorden van Trump en zijn defensieminister goed gekozen vond maar er was geen massale globale verontwaardiging over de pure waanzin van dit scenario.

Een oorlog met kernwapens is vandaag onwaarschijnlijk maar de “war of words” met Noord-Korea dient om ons in te enten tegen het idee dat zo’n oorlog onvoorstelbaar is. De bevolking leert te wennen aan het idee dat het nodig kan zijn voor “het nationaal belang” en dat zij die zich er tegen verzetten “bleeding hearts” en landsverraders zijn.

Zoals een schooljongersruzie zal het conflict de-escaleren. Maar het zal niet verdwijnen.

De positie van het Noord-Koreaanse regime is in essentie defensief. Het zoekt zijn territorium of zijn markten niet uit te breiden maar het wilt de macht die het heeft in handen houden. Die macht berust in de eerste plaats op terreur, op de militarisering van de maatschappij, op de isolatie van de bevolking van de buitenwereld. Maar daarop niet alleen. Nationalistische trots en de David-tegen-Goliath-mythe spelen een belangrijke bindende rol. Om die in stand te houden, moet het Noord-Koreaanse regime in de David-positie blijven en dus de Goliath (de VS) blijven uitdagen. De raket-testen hebben dus een dubbele functie: de bevolking iets geven om toe te juichen en Washington waarschuwen dat Noord-Korea geen Irak is. Van deze twee was de eerste misschien wel de belangrijkste.

Er werden zware economische sancties tegen Noord-Korea afgekondigd. Zoals gewoonlijk zullen die de armen armer maken terwijl de rijken er geen ongemak van zullen ondervinden. Het regime is bereid om een derde van zijn export-inkomsten te verliezen (als het in praktijk zoveel blijkt, wat me zou verbazen) om de David-mythe in stand te houden. En aan de andere kant van de oceaan houdt dat de symbiotische mythe in stand van de knettergekke dictator die ons wil vernietigen, wat onze regeerders het recht geeft “to do whatever it takes” om ons te beschermen. Kim Jong-un heeft een buitenlandse vijand nodig maar Trump ook, om de expansie van de militaire uitgaven te verrechtvaardigen en de aandacht af te leiden van de leegheid van zijn kiesbeloften.

cartoon door Matt Wuerker

Het spektakel zal dus voortgaan maar zal het enkel een spektakel blijven? Het wordt steeds moeilijker om de noodzaak om winst te maken –waartoe elk bedrijf, elk land gedwongen wordt- te verzoenen met de noden van de mensheid. Steeds meer mensen worden in de globale automatiserende economie “overbodig”; nutteloos voor het kapitaal, een kost in plaats van een bron van winst. Er is ook steeds meer aanleiding om economische concurrentie te doen escaleren naar militaire concurrentie. Kanonnenvlees genoeg. Er komt een dynamiek op gang die “het onvoorstelbare” voorstelbaar maakt, die de vernietiging van het milieu en massamoord op burgers een logische, rationele  keuze maakt. De oorzaak daarvan gaat veel dieper dan de mentale conditie of de beleidskeuzes van de politici die nu aan de macht zijn (voor wie alles op Trump steekt: Hillary Clinton beloofde tijdens de kiescampagne “de totale vernietiging van Iran” als dat land Israel zou aanvallen). Niet de waanzin van Kim en Trump is het probleem maar de waanzin van het systeem waarvan zij exponenten zijn. De mensvijandige logica van dat systeem moet in vraag gesteld en opzij geschoven worden om te voorkomen dat deze “wars of words” massale vernietigingsoorlogen worden.

Iets nieuw moet verbeeld worden.

augustus 13, 2017 at 5:43 am 2 reacties

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.443 andere volgers