Posts filed under ‘wetenschap’

WIET ALS MEDICIJN

Hoeveel landgenoten zouden zonder fysieke pijnen het einde halen? Vast een minderheid. Niet dat we hier leven in de Hel van Dante maar ook niet in de Zevende Hemel.
Rondom pijnstillers hangt een gordijn van taboes. Want je kunt er verslaafd aan geraken. Wat maakt dat uit als je de 70 voorbij bent? Het is de catch-22 voor doktoren: ze moeten hun patiënten, luidens de eed van Hippocrates, in leven houden – al of niet met pijnen. Maar aan die pijnen dreigen ze nu juist vaak te sterven.

Er is ook een pseudo-religieuze rem: katholiek opgevoede Vlamingen moeten hun ‘zeer’ zien als een offertje om de eeuwige zaligheid te verdienen. Wat al mistoestanden gaan hiermee gepaard. Een 85-jarige dame krijgt van haar huisarts geen slaapmiddel, ‘want dat zou verslavend kunnen werken’. Resultaat: het mens ligt hele nachten wakker, wat niet enkel fysiek maar ook psychisch ongezond is. Als ze binnenkort uitgeput ten gronde gaat, heeft de huisarts dan geen stille moord op zijn geweten?

Een omstreden punt is,  dat voor veel pijnen en aandoeningen een eenvoudig middel bestaat: marihuana. Medische wiet, de plant waaruit roes- en verslavende elementen verwijderd zijn. Toch mag het bij ons niet (wel in heel wat andere landen) worden aangemaakt, verkocht, gebruikt en door dokters voorgeschreven. Laat staan terugbetaald door de ziekenfondsen. Patiënten moeten lijden, ze mogen blij zijn dat ze nog leven. In pijn, dus.

Dr. David Casarett (US)

In het raam van de TED Talks (Technology, Entertainment, Design) werd onlangs een lezing gehouden door de Amerikaanse dokter David Casarett. Hij heeft uitgebreid onderzoek verricht naar de effecten van marihuana als medisch middel. Zijn bevindingen zijn hoopgevend voor al wie chronisch lijdt aan artritis, artrose, misselijkheid, constipatie, vermoeidheid  en andere slopende ongemakken.

De onderzoeker geeft toe dat er niet enkel voordelen maar ook enkele beperkte nadelen aan verbonden zijn. Bij overdosis bv. Bij ondervraging van een groot aantal patiënten bleek dat de voordelen ruimschoots opwegen tegen de nadelen. Onvervangbaar is het feit dat de patiënt controle krijgt over zijn eigen ziekten. Dosis, frequentie, tijdstip van inname wordt door de pijnlijder zelf bepaald. Er komt geen dokter aan te pas, behalve om het voor te schrijven.

En de raad van Casarett aan zijn collega-artsen is, dat ze hun trots en pretentie opzij moeten zetten.

Hieronder volgt de volledige TED-lezing in beeld, ga via browser, google en soortgelijken (niet vergeten het geluid van uw PC aan te zetten) en klik op
David Casarett: A doctor’s case for medical marijuana | TED TALK | TED…

De uitgeschreven tekst: https://www.ted.com/talks/david_casarett_a_doctor_s_case_for_medical_marijuana/transcript?language=en

 

Gie van den Berghe

Deze ethicus, historicus en publicist, had al uitvoerig gezocht naar een afdoende pijnstiller. Hij kwam na een jaar speuren uit bij Casaretts onderzoek. En het hielp.
VDB heeft zijn bevindingen niet enkel naar vrienden en kennissen gestuurd maar ook naar de nationale Orde der Geneesheren, gericht aan alle artsen.
Voor zover bekend zijn er nog geen reacties van die kant.

(eindredactie: jef coeck)

april 26, 2017 at 2:02 pm 1 reactie

WAAROM IS NEDERLANDS LEREN ZO MOEILIJK?

Elio

Knack-Nieuwsbrief denkt het antwoord op deze vraag gevonden te hebben.

Vlamingen kloppen zichzelf graag op de borst wanneer het over talenkennis gaat. Een meerderheid weet zich redelijk uit de slag te trekken in het Frans en ook op Engels wordt doorgaans vlot overgeschakeld. Doen Frans -en anderstaligen dan geen moeite om Nederlands te leren? Adriaan D’Haens, germanist aan de Ugent onderzocht voor zijn scriptie “waarom leren Nederlands is niet gemakkelijk”.

Als mensen talen leren, voltrekken er zich allerhande gecompliceerde processen in hun hersenen. Een bekend Amerikaans taalkundige, Noam Chomsky, bedacht in het midden van de vorige eeuw een theorie die de werking van deze processen verklaarde. Hij ging uit van een taalverwervingsmodule of universele grammatica in de hersenen, een soort ingebouwd systeem dat ervoor zorgt dat mensen makkelijk taal kunnen verwerven.
Door te luisteren naar de taal die om hem/haar heen gesproken wordt kan een Chinese baby dankzij deze module met evenveel gemak Chinees leren als een Vlaamse baby Nederlands.

Woordvolgorde

Of deze taalverwerkingsmodule een even belangrijke rol speelt bij het leren van een vreemde taal, is stof voor discussie. Waarom geraken anderstaligen in Vlaanderen na jaren Nederlandse les nog steeds moeilijk uit hun woorden? Volgens D’Haens is dit te wijten aan de woordvolgorde van hun moedertaal.

De Nederlandse woordvolgorde is namelijk allesbehalve eenvoudig. Wanneer we ondergeschikte zinnen maken, zetten we de werkwoorden helemaal op het einde, en als er een zinsdeel voor het onderwerp en de persoonsvorm staat, worden die nog eens omgewisseld – daar is deze zin trouwens een mooi voorbeeld van. In English ,the subject and the verb stay in the same position, no matter what you do or what you say. Ook het Frans kent deze variatie aan woordvolgordes niet.

Adriaan D’Haens analyseerde een weloverwogen verzameling van Engelse en Nederlandse teksten, geschreven door Nederlandstaligen en Engelstaligen die respectievelijk Engels en Nederlands als vreemde taal leerden. Uit het onderzoek bleek dat Engelstaligen, zoals verwacht, vooral fouten maakten tegen de Nederlandse woordvolgorde. Nederlandstaligen ondervonden deze problemen niet wanneer zij Engelse zinnen maakten; hun woordvolgorde was foutloos.

Wie een moedertaal heeft met een ‘moeilijke’ woordvolgorde kan dus blijkbaar zonder problemen overschakelen op een makkelijkere variant, maar vice versa levert dat aanzienlijke problemen op. Als Elio Di Rupo in de toekomst “niet steeds kan maken even goede zinnen” mogen we het hem dus niet altijd kwalijk nemen.

http://www.knack.be/nieuws/wetenschap/mysterie-van-de-dag-waarom-is-nederlands-leren-zo-moeilijk/article-normal-9900.html


Noot JC:

1/ De ‘generatieve grammatica’ van Chomsky is door hemzelf lang geleden herwerkt en eigenlijk verlaten. Het zou ook verbazen als die aangeboren talenkennis alleen voor het Engels bestond, toch? Sindsdien duikt het begrip ‘universele grammatica’ op, waarmee bedoeld is dat alle kinderen waar ook ter wereld hetzelfde soort grammatica in de onvolgroeide hersenen hebben. Ook daarop komt veel kritiek. Chomsky zelf houdt zich al jaren bezig met interessantere onderwerpen zoals: hoe zit de wereldpolitiek in elkaar en waar leidt dat toe?
Het neemt niet weg dat er ‘spontane’ hersenmechanismen bestaan bij babies en jonge kinderen, om de taal die ze het meest horen het snelst te leren. Dat valt empirisch vast te stellen. Maar even goed leren ze bijna simultaan ook aandere talen, als de omstandigheden daarvoor gunstig zijn. Toch blijft taal een te verwerven goed, het is niet een soort godsgegeven.

2/ Elio’s ‘omkeringen’ mogen we hem ‘niet altijd’ kwalijk nemen. Soms dus wel. Wanneer dan? We moeten toch niet veronderstellen dat hij het ‘soms’ doet om de Vlamingen te irriteren? Dat zou pas taalnonsens zijn.

juli 24, 2015 at 11:14 am 2 reacties

Robots en technologie, de betere toekomst?

Technologie (2)

door Bor Cobbaut

Het blijft mij verbazen, meer en meer. De jongste jaren is de technologie geëvolueerd tot iets wat we ons tien jaar geleden niet hadden kunnen voorstellen. De nieuwste snufjes en huishoudelijke toepassingen moeten dienen om het leven van de mens makkelijker te maken. Waarom ook niet? Dat is toch leuker dan zelf te moeten stofzuigen of het gras af te rijden?
Een paar weken geleden was er een aflevering van ‘De Schuur van Scheire’ die ging over robots en technologie. Er werd een man getoond die een computerchip in zijn hand had ingeplant om zo zijn huis te beveiligen. Hij had geen huissleutels, geen autosleutels. Hij kon alles gewoon open- en dichtdoen met de handchip. Die chip is zo groot als een rijstkorrel en je voelt amper dat er iets in je handpalm zit. Hoewel Lieven Scheire en zijn bende het eigenlijk een beetje in het belachelijke trokken (wat zorgde voor een grappig scenario in het programma), heb ik hier toch serieuze vragen bij. Ik denk dan vooral aan een ‘Big-Brother’-scenario. Neen, niet een TV-programma met veel mensen in hetzelfde huis die een dagboekkamer hebben om hun ongetwijfeld zeer interessant leven op vast te leggen. Ik heb het over een wereld waarbij alles en iedereen constant in de gaten wordt gehouden.
Natuurlijk, je kan zeggen dat dit nu al het geval is omdat iedereen een gsm heeft die makkelijk op te sporen is. Maar er is wel nog een verschil met een bestanddeel dat in je lichaam zit en dat je niet kan uitzetten of achterlaten wanneer je het wil. Het zogenaamde recht op privacy is dan toch verdwenen? Men zegt vandaag al dat privacy eigenlijk niet bestaat. En dan gaan we nog wat technologie in ons eigen lichaam inplanten? Is het dan raar dat ik mij daar vragen bij stel?
In het tweede deel kwam er een echte robot op bezoek die, voor het eerst ooit op tv, kon springen en hardlopen (klik de link onderaan, voor dat fragment). Uiterst indrukwekkend als je het mij vraagt. Maar schuilt hier ook geen gevaar in? Misschien ligt het wel aan mij omdat ik te veel strips en boeken lees over robots die de wereld overnemen. Het blijft echter wel gevaarlijk in mijn ogen. Als robots in de toekomst alles overnemen van ons, heb je zelf geen controle meer. Hoewel jij de robots geprogrammeerd hebt, weet je niet zeker wat ze doen en hoe ze precies functioneren. Je hebt geen controle meer over zaken die je anders zelf doet.
Akkoord, technologie heeft zowel voor- als nadelen. Het maakt ons leven makkelijker, dat is een feit. Maar de nadelen wegen voor mij zwaarder door dan de voordelen. Denk maar aan de drones die steeds meer worden toegepast in oorlogen. Machines die volledig automatisch naar locatie kunnen vliegen om daar raketten af te vuren. Zo hoeft men eigenlijk niets te doen om een oorlog te winnen. de oorlog wordt gevochten. Maar het aantal slachtoffers stijgt natuurlijk, want de drones worden steeds doeltreffender. En ze treffen niet enkel ‘de militaire vijand’ maar ook en in toenemende mate onschuldiige burgers.
Of neem nu de winst die bedrijven maken met technologie. Ik denk direct aan de i-phone. Hoewel ik er zelf een heb, ben ik er niet echt voorstander van. Door de vele updates van Apple word je bijna verplicht om de zoveel jaar een nieuwe i-phone te kopen omdat de updates niet meer werken op de oudere machientjes. Commercieel goed gezien natuurlijk, ze verplichten je om een nieuwe i-phone te kopen. Maar blijkbaar vinden de meeste mensen dit geen probleem. Ze moeten toch om de zoveel maanden een nieuwe gsm kopen omdat de vorige in het toilet is gevallen, of uit een broekzak (handtas) op de grond is gegleden en er overal barsten in het scherm zitten. Mensen zouden beter eens goed nadenken vooraleer ze een nieuwe GSM aanschaffen…
Het grootste nadeel is, vind ik, dat we afhankelijk zijn geworden van technologie. Door de opkomst van de sociale media is er bijna geen ontsnappen meer aan. Er gaat geen dag voorbij waarin ik niet achter mijn pc zit of op zijn minst mijn gsm check. Veel jongeren kunnen zich zelfs niet voorstellen hoe het was voor de opkomst van de technologie. Bij die jongeren reken ik mezelf. Veel mensen zouden (figuurlijk) doodvallen als ze voor een maand geen gsm mochten gebruiken. De kinderen die recent geboren zijn, kennen dan ook niet veel anders dan computerspellen en laptops om zich te amuseren. Als er ooit een gek opduikt die alle mensen onder zijn macht wil, kan de afhankelijkheid van technologie de ondergang worden van de mensheid.
Ok, misschien was dat laatste een beetje overdreven. Of zelfs zwaar overdreven. Maar toch, technologie is iets dat mij bezighoudt en aan het denken zet. Je kan op zijn minst zeggen dat het fascinerend is om te zien hoe de technologie evolueert. Misschien ben ik wel een doemdenker en is de technologie alleen bedoeld om ons te helpen. Maar als ik op een open grasveld loopt, kijk ik toch altijd uit voor de addertjes die eronder zitten.

BOR COBBAUT (20) is student Hogeschool Gent
(link Schuur van Scheire: ASIMO de robot –> https://www.youtube.com/watch?v=KnkpSObB6YY&ab_channel=Nerdland )

april 3, 2015 at 9:50 pm 6 reacties

TIMBUKTU RENAISSANCE

Tim 1

In de Brusselse Bozar kan je nog tot eind mei een kleine tentoonstelling met manuscripten uit Timboektoe gaan bekijken.

door Lucas Catherine

In Europa stond Timboektoe lang synoniem voor ‘meest onbereikbare stad’, waar niemand wat van wist, behalve sommige Engelsen die er rijmpjes op maakten. ‘Me and a friend on a trip we went, had no home and had no tent. Met three girls on our way to Timbuktu. I booked one and Tim booked two.’
Voor Arabieren was het een mythische stad, maar ze waren er wel erg goed over geïnformeerd. Rond 1525 geeft de Marokkaanse geograaf Hassan al Wazzan (Bij ons bekend als Leo Africanus) een uitvoerige beschrijving van de stad: ‘De huizen van Timboektoe zijn in leem gebouwd, met gevlochten rieten daken. In het centrum van de stad staat een moskee uit leemsteen en mortel, gebouwd door een architect uit al Andalus, en verderop een groot paleis, gebouwd door diezelfde architect: daar woont de koning. Er zijn heel veel winkels, vooral van katoenwevers. Stoffen arriveren ook uit Europa, via Berberhandelaars. De inwoners zijn erg rijk, vooral de vreemdelingen die zich hier vestigden. Alles is hier te krijgen, behalve zout, dat arriveert uit Taghaza, zo’n 500 mijl van Timboektoe (…) Je vindt er veel boeken uit Marokko en er is een grote boekenmarkt. Het meeste geld kun je daar verdienen in de boekproductie en -verkoop…’ Dat Timboektoe een boekenstad werd dankte zij aan twee figuren: koning Mansa Musa en de Andaloesisch balling Al Quti.
Timboektoe was oorspronkelijk een oase met een waterput waar Toearegnomaden kampeerden. Die put werd volgens de legende bewaakt door een dame die Buctu heette, vandaar Tinbuctu: ‘put van Buctu’

Tim 2

Het is Mansa Musa (1307-1332), de eerste grote moslimvorst van wat toen het Malirijk heette, die de stad echt uitbouwde. Hij controleerde de goudmijnen in Mali en Ghana en zou de Arabische geschiedenis ingaan als een El Dorado, ‘in goud geklede vorst’. De Arabieren leerden hem kennen tijdens zijn bedevaart naar Mekka. Die ondernam hij, bijgestaan door een karavaan van 60.000 dragers en 500 dienaars, in met goudplaat bedekte kledij en in elke hand een gouden wandelstaf. Toen hij in Caïro arriveerde, deelde hij daar zoveel goud uit dat de munt ontwaarde en koper duurder werd dan goud. Het business-blad Forbes heeft hem ooit uitgeroepen tot de rijkste man uit de wereldgeschiedenis. Mansa Musa vertelde in Cairo ook een heel bizar verhaal: onder zijn voorganger waren vissers op zeker ogenblik erg ver afgedwaald en hadden aan de overkant van de oceaan een land met een heel grote rivier gezien. Zijn voorganger besloot om een vloot van 2000 schepen uit te rusten en er zelf het bevel over te voeren, maar niemand keerde ooit terug. Op basis van deze traditie gaan nogal wat Afrikanisten ervan uit dat West-Afrikanen al voor Columbus Amerika bereikten. Ze zien overeenkomsten tussen sommige uitingen van de Mexicaanse beschaving en die van West-Afrika.
Bij zijn terugkeer uit Mekka bracht Mansa Musa een grote verzameling Arabische boeken mee, evenals Arabische secretarissen en kopiisten. Daarmee legde hij de basis van een tot op heden bestaande boektraditie.

Tim 3

Een eeuw later krijgt die boekentraditie een nieuw elan nadat een van de grootste boekenliefhebbers uit de Arabische wereld in Timboektoe arriveert: Ali Bin Ziyad al Quti, een Arabier afkomstig uit Toledo. Hij was gevlucht in juli 1467 toen daar een machtsstrijd uitbrak om de kroon van Castilië, gevolgd door een burgeroorlog. Omdat hij zijn bibliotheek niet wou achterlaten, nam hij op zijn tocht naar het diepe zuiden een paar duizend boeken mee. Tijdens zijn omzwervingen kocht hij bovendien nog boeken bij. In zijn bibliotheek in Timboektoe ligt een boek waarvan het colofon vermeldt dat hij het in augustus 1468 kocht in Tuat (nu Mauritanië). Ali bin Ziyad al Quti betaalde er 45 mithqal goud voor, dat is 220 gram. Eenmaal in Timboektoe installeerde hij er zich en trouwde in 1470 met de nicht van een lokale Songhay-vorst. De naam van de familie, Quti zal later verafrikaansen tot Kati. Zijn bibliotheek, het Fondo Kati, bestaat nog en bevat zo’n 3000 manuscripten, waaronder de bekendste geschiedenis van West-Afrika, Tarikh al Fettash. Zo’n 85% van het fonds bestaat uit Andaloesische manuscripten, meestal uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Tim 4

Naast de Kati/Qutibibliotheek telt Timboektoe nog andere belangrijke boekenverzamelingen: die van Ahmed Baba, van Mohamed Tahar, van al Wangari en Mamma Haidara, …
De meeste boeken gaan over de islam, maar er zijn er ook over handel, astronomie en geneeskunde. Een van de exemplaren in Bozar geeft recepten voor medicijnen die de potentie verhogen. Bozar geeft geen vertalingen, ik geef u die wel (met dank aan mijn vriend Mohammed die in een luide lach schoot toen hij het manuscript in die kille, verduisterde zaal van Bozar onder ogen kreeg). Het gaat over een middeltje om je vrouw plezier te doen: “Neem de klootjes van een haan, laat ze drogen. Verpulver ze en meng het bekomen poeder met honing. Strijk dit op je penis, en….”

Tim 5

De boeken uit deze bibliotheken van Timboektoe zijn niet alleen in het Arabisch maar ook in het Toeareg-berbers, Wolof, Fulfulde, Mandinka en Hausa. In de expo van Bozar ligt zo een boek in Fulani. Ze zijn wel allemaal in het Arabisch schrift, het zijn wat men noemt Ajami-teksten, teksten in Arabisch schrift maar wel in een andere taal. Het is via deze boeken dat de West-Afrikaanse volkeren van het huidige Mali, Senegal, Gambia, Ghana, Togo, Niger, Burkino Faso en noord-Nigeria werden gealfabetiseerd. In ajami leerden ze lezen, schrijven en rekenen. Nu nog kan 80% van de 50 miljoen Hausasprekers ajami lezen. Ze worden in de alfabetisatiestatistieken niet opgenomen, enkel wie in ons Latijns alfabet geletterd is telt mee.
Dit Europese, Latijns alfabet werd opgelegd door de kolonisator die een culturele en religieuze breuk wilde bewerkstelligen, ajami teksten waren voor hen per definitie subversief. Vrijheid van meningsuiting of persvrijheid waren niet echt waarden die Europa tijdens de kolonisatie heeft geëxporteerd. Volgens Jennifer Franco (directeur van de West African Research Association) : “de Fransen wilden de ajami teksten weg. Ze hebben heel wat bibliotheken verbrand, waarna de mensen de boeken gingen verbergen achter valse muren en in kelders.” In de Britse kolonies van West-Afrika gebeurde het zelfde. In Nigeria verbood Governor General Sir Frederick Logard (1914-1919) het ajami alfabet en alle Hausa boeken moesten nu met het Latijns alfabet worden gedrukt. Deze nieuwe boeken kregen de naam Boko (van het Engelse woord book). Ook hier werd in ajami schrijven een daad van oppositie. Een van de zeer extreme terreurbewegingen die daar nu opereren, de jama’atu ahli s-sunna li-d-da’awati wa-l-jihad, (Vereniging van Sunna-aanhangers voor de verspreiding en de strijd voor het geloof) kennen we beter onder hun Hausa naam Boko Haram. Alle westerse boeken zijn voor hen verboden. Een extreme nawee van een koloniale poltiek.

Tim 6

Sommigen stellen dan ook dat de kolonisatie een moord op de lokale cultuur betekende. Alhoewel het ajami overleeft, en niet alleen in Timboektoe. Nu nog gebruikt men veel ajami op winkelopschriften en in Nigeria verschijnt zelfs een ajami krant Alfijir (De Morgen). En er komt een beweging op gang om terug ajami officieel te onderwijzen, zodat men de eigen versie van de geschiedenis, en niet de koloniale kan raadplegen.

Recent werden deze manuscripten opnieuw bedreigd, niet langer door de slechte condities waarin ze bewaard werden of de kolonisator, maar door terreurgroepen als Ansar Din (Strijders voor het Geloof).
Maar de bibliotheek van het Fondo Kati werd al lang voor de huidige politieke troebels gered: In 2002 kon Ismail Haidara Kati een deal sluiten met Spanje en met de Junta de Andalucia, die de bibliotheek beschouwden als Andalusisch nationaal erfgoed. Ze financierden een nieuw bibliotheekgebouw van 800 m2, uitgerust met airconditioning en voorzien van conserveringsfaciliteiten, kostprijs 150.000 euro. De boeken werden op microfilm gezet en die wordt nu in Almeria bewaard.
De huidige oorlogssituatie maakte dat wereldwijd ook aandacht werd besteed aan de andere bibliotheken. In tegenstelling tot wat eerst werd gemeld kon men 90% van de manuscripten in veiligheid brengen in Bamako. Daarvoor zorgden onder meer Noorwegen, Nederland en de Universiteit van Kaapstad. Volgens professor Shamil Jeppie (univ. Kaapstad en directeur van het conserveringsproject in Bamako) « Heeft men zwaar overdreven. Er is schade aangericht, sommige objecten werden gestolen, maar lang niet op de schaal uit de eerste berichtgeving.” Volgens de Amerikaanse expert Bruce Hall (Duke University) in Le Monde is er meer aan de hand:”Des millions de dollars ont été dépensés depuis dix ans pour les sauver en les numérisant, notamment par l’Unesco et des fondations américaines. Presque rien n’a été réalisé. Et ce qui a été numérisé est seulement conservé sur des ordinateurs à Tombouctou ! ” Ook de corruptie tierde welig : “L’argent a disparu au Mali, mais aussi dans les mains de pseudo-experts occidentaux qui ont beaucoup discouru et peu agi…personne n’a les mains propres”.

De Brusselse Bozar toont nu enkele van deze manuscripten, met niet echt een vertaling en met een summiere historische duiding. Te kostelijk?

Mali 1

januari 25, 2015 at 9:28 am 3 reacties

DE MAN DIE HET GAS DEED BRANDEN

H 00

door Lucas Catherine


Telkens ik langs de Nieuwe Graanmarkt loop moet ik het oude Brusselse volksliedje neuriën – u kent het misschien via de versie van Urbanus: “Waale zaan de manne die de gaas doen branne, de klinken repareren en de maskes ambeteren”. Dat komt omdat op dit plein het standbeeld staat van Jan Baptist Van Helmont, de man die het gas uitvond.

H 1 statue1000vanhelmont01 Hij was, zoals op het voetstuk staat: “geboren te Brussel in 1579, overleden te Brussel in 1644. Scheikundige, physioloog, geneesheer en wijsgeer. Hij was een der grondleggers van de hedendaagse wetenschap”. En zeggen de encyclopedieën: de man die het woord en begrip gas uitvond. Daarvoor zou hij zich gesteund hebben op het Griekse woord ‘chaos’. Dat zal wel want hij las vlot Grieks, maar niet vergeten dat wij in Brussel ‘gaas’ zeggen en dat dit een homoniem is voor gaas, die heel fijne stof die wij ooit importeerden uit het Palestijnse Gaza. En nu is gas ook een heel fijne stof, net zoals gaas maar stof hier dan in een andere betekenis. Ik denk dus dat zijn moedertaal ook gespeeld heeft bij zijn keuze van dit woord.

H 2 ThermoHelmont

Van Helmont was een van de vele slachtoffers van de Leuvense inquisitie, die had in de zeventiende eeuw nog altijd haar slechte gewoontes niet afgeleerd. Hij had daar geneeskunde gestudeerd, maar verliet na graduatie (in 1599) de universiteit omwille van haar achterlijke standpunten en ging vijf jaar door Europa zwerven. Daarna ging hij publiceren en onderzoeken. Zijn werk is typisch voor een tijd waarin er nog geen onderscheid werd gemaakt tussen Chemie en Alchemie. Op zijn standbeeld ligt aan zijn voeten dan ook een alchemistenkruik.

Zijn boek De magnetica vulnerum curatione, dat ondermeer de genezende kracht van relikwieën probeerde te bewijzen werd op de index geplaatst en in 1634, een jaar nadat Galilei door de Paus werd veroordeeld, vloog ook hij de gevangenis in. Dankzij zijn rijke schoonvader en een borgtocht van 6.000 gulden kwam hij vrij, maar al de werken die hij schreef tussen 1599 en 1634 werden geconfisqueerd.
In de geschiedenis van de fysica staat Van Helmont bekend als uitvinder van de thermometer, of toch een verbetering ervan en zijn versie staat bekend als de Belgische Thermometer, die is in J-vorm met onderaan een opening, dat schrijft onder meer Dr. Fritz Burckhardt in Die Erfindung des Thermometers (1867).

Van Helmont zal verder bekend worden door zijn nogal drastische behandeling van gekken en krankzinnigen. Door ze plots met hoofd eerst in ijskoud water te gooien of ze met ijskoud water te overgieten. Frans Van Helmont, zijn zoon perfectioneerde de ‘therapie’. Ik citeer uit een medische encyclopedie die dateert uit 1778, onder het lemma ‘mania’: “Van Helmont heeft ons de nuttigheid van dit geneesmiddel doen kennen; een enkel toeval had hem zulks geleert; men vervoerde op een wagen een krankzinnig Handwerksman, die middel vindende zich van de ketenen te ontdoen, waar mede hij gekluistert was, in een diepe waterkolk sprong: Men trok er hem uit , denkende dat hij dood was, maar weinig tijds daar na gaf hij tekens van leven en gezondheid, en hij leefde nog een geruimen tijd naderhand, zonder door eenige krankzinnigheid overvallen te worden. Van Helmont, door dit voorbeeld aangemoedigt, beproefde, zedert, dat middel op verscheidenen krankzinnigen, en bijna altoos met een volmaakte uitslag ; behalven zegt hij, wanneer men voor het leven der Zieke beducht zijnde, hem niet lang genoeg onder water liet.” Mislukkingen werden dus toegeschreven aan een te korte ‘behandeling’. Verder leefde het idee dat deze methode de ideeën van de zieke deed veranderen.

H 3 van-helmont-1694ad-houdini-water-torture

Deze methode heeft de fameuze illusionist Houdini geïnspireerd tot een stunt om met het hoofd omlaag een recordtijd onder water te blijven. Maar er is meer, ook de waterfoltering die de Nazi’s tijdens WO II tegen Belgische verzetstrijders gebruikten en die later onder de naam waterboarding door de Amerikanen werd overgenomen in hun “strijd tegen het terrorisme, gaat terug op deze oorspronkelijk genezend bedoelde methode.

Van Helmont zou ook een Rozenkruiser, dat zijn voorlopers van de Loge, zijn geweest. Daarom liggen er op zijn standbeeld aan de Graanmarkt ook rozenknoppen aan zijn voeten.
Dankzij zijn ‘alchemistisch’ getinte geschriften is hij nu vooral bekend bij aanhangers van alchemie en New Age. Je kan op hun internetsites zelfs bedovertrekken en flipflops kopen met zijn beeltenis op.

H 4 van_helmont_and_an_alchemi_flip_flops

november 9, 2014 at 1:28 pm Plaats een reactie

HET LEF VAN LEUVEN

door Lucas Catherine

Leuven herdenkt Vesalius. Op hun website lees ik: (ik knip en plak): De geboorteplaats van Andreas Vesalius is ons allen bekend. De begraafplaats van deze bekende Leuvenaar blijft echter een mysterie. Een zin om met een zware korrel zout te nemen. Hij was een Brusselaar, en ondertekende altijd met Andreas Vesalius Bruxellensis. Waar hij begraven ligt vertel ik zo dadelijk, maar dat is zeker niet in Leuven.

A1 BoekVesal_0001_NEW

De dag dat de Leuvense viering op een persconferentie werd aangekondigd in het radiojournaal vertelde de dienstdoende journalist dat Vesalius in Leuven prof was geweest. Dat hebben ze gelukkig daarna niet meer zo geformuleerd want dit was liegen als een ketter. Ketters zijn trouwens al vijf eeuwen een specialiteit van Leuven.

Eigenlijk zouden ze in Leuven in uiterste schaamte moeten zwijgen over Vesalius en hadden de Brusselaars hem moeten vieren. Maar in Brussel vinden ze dat Vesalius niet te slijten is aan toeristen, toch niet zoals de Meyboom, de Ommegang en Keizer Karel. Als ze in Leuven de geschiedenis herschrijven om het duistere verleden van de universiteit te verbergen, in Brussel herschrijven ze de geschiedenis in functie van het toerisme.
Vesalius was nochtans een Brusselaar die in Leuven alleen maar ongemak en tegenkanting heeft gekend.

gedenkplaat Miniemenstraat

gedenkplaat Miniemenstraat

Op 31 december 1514 werd in het Brusselse Hellestroatje Andries Wijtinck geboren, ook genoemd Andries van Wesel omdat zijn betovergrootvader ooit uit het Rijnlandse Wesel naar Brussel was geëmigreerd Het Hellestrotje bestaat niet meer. Het was een verbindingsstraat tussen de huidige Wolstraat en Miniemenstraat Zijn vader liet hem vanaf zijn zes jaar lagere school lopen aan de Priempoort op Sint-Goriks bij de Broeders van het Gemene Leven. Deze religieuze groepering ontstond eind veertiende eeuw uit reactie tegen de verloedering van de clerus en allerlei ongewenste kerkelijke praktijken. Ze speelden een progressieve rol en hadden bijvoorbeeld in 1476 in Brussel de boekdrukkunst geïntroduceerd. Daar leerde Andries zijn eerste woordjes Latijn en Grieks. In 1530 gaat hij twee jaar studeren in Leuven aan het Pedagium Castri, De School aan de Borcht , zoiets als de middelbare school die afhing van de universiteit daar en hij vervolmaakt zijn Latijn en Grieks aan het Drietalen College

De sfeer in Leuven had niet veel met de renaissance te maken. Het rook er teveel naar wierook en verbrand mensenvlees. Aan de universiteit van Leuven, dit voorgeborchte van Rome, veroordeelt men Luther al in 1519. Ook de Paus rook daarna het solfer van de ketterij en in juli 1520 arriveerde een pauselijk gezant die de net gekroonde keizer Karel om maatregelen vroeg. Karel ondertekent daarop in september het eerste edict tegen de protestbeweging. Een maand later organiseert de Leuvense Universiteit de eerste boekverbranding. Tachtig boeken van Luther gaan in de vlammen op. Het mag niet helpen. Nog dat jaar verschijnen de eerste vertalingen van Luther in het Nederlands en in 1521 worden, ondanks het edict en de boekverbranding, in Brussel de eerste werken van Luther verkocht door Hendric in ’t Kelderken, een boekverkoper bij de Sint-Niklaaskerk.

Drijvende kracht achter de inquisitie was Adriaan Floriszoon Boeyens, professor en rector in Leuven. Heel zijn carrière speelde zich trouwens in Leuven af. Hij staat ook bekend als Adriaan van Utrecht en was privé-leraar van de jonge Karel V geweest. De man reisde eind 1517 met Karel V mee naar Spanje, wordt er tot kardinaal gekroond en Karel promoveert hem tot inquisiteur van Aragon, Navarra en Valencia. In 1519 overlijdt Karels grootvader Maximiliaan en hij vertrekt naar Duitsland om zich daar tot keizer te laten kronen. Voor zijn vertrek stelt hij Adriaan Boeyens aan tot regent van Spanje en tot Inquisidor General van Castillië en Leon. Daarmee komt dan heel de Spaanse Inquisitie onder een ‘Leuvens’ bevel.

A3 Priempoort

Op 23 april 1522 wordt in navolging van Spanje hier in de Nederlanden de Inquisitie ingevoerd. Frans van der Hulst, lid van de Raad van Brabant wordt door de Keizer officieel aangesteld om de repressie te organiseren en Adriaan Boeyens die ondertussen paus is gekroond, dankzij politieke druk van Karel, bekrachtigt dit en geeft van der Hulst de titel van “universalem et generalem inquisitorem”. Kort daarna wordt hij opgevolgd door drie clericale inquisitoren: Olivier Buedens uit Ieper voor Vlaanderen, Nicolas Houzeau uit Bergen voor Henegouwen en Niklaas Coppin uit Leuven voor Brabant. Alle drie hebben nauwe banden met de Universiteit van Leuven. Het is dus een mythe dat de Inquisitie bij ons een Spaans fenomeen was. Zowel de ideologen als de beulen kwamen van hier.

En Leuven bleef een bastion van Roomse wreedheid met een hoogtepunt onder rector Frans van Son (1507-1576) die samen met de beulen naar de terechtstellingen keek en “ zij gaven hun ogen de kost alsof zij te gast waren aan een overdadig diner waar ze hun buik tegoed konden doen”, zo beschrijft een ooggetuige het in 1545.

Dan was Parijs toleranter. Vesalius gaat dan ook in 1533 in Parijs geneeskunde studeren. Naast het aanhoren van voorlezingen ex cathedra struinde hij geregeld door het Cimétière des Saints Innocents, toen het grootste kerkhof op het continent, om geraamten te zoeken en ging hij op de Montfaucon, de Galgenberg van Parijs, naar lijkschouwingen kijken. Welke lijken gebruikt mochten worden was sterk gereglementeerd: enkel van onthoofden en gehangenen (geen gevierendeelde, geradbraakte of verbrande lijken), ook vrouwenlijken waren verboden.

In 1536 brak de oorlog uit tussen François I en Keizer Karel, en als onderdaan van een vijandige natie moet Vesalius Parijs verlaten en keert terug naar Brussel. Toen deed hij hier zijn eerste lijkschouwingen, en niet alleen van geëxecuteerden. Toen een adelijk meisje stierf sprak men van vergiftiging, maar uit de lijkschouwing van Vesalius bleek dat ze gestorven was omdat haar corset te hard was dicht gesnoerd. Hij zette zijn studies nu een jaar verder in Leuven en publiceerde er in 1537 zijn licenciaatsthesis “Paraphrasis in nonum librum Rhazae medici Arabis clarisiss. Ad Regem Almansorem.., Parafrase van het negende boek van de grote Arabische geneesheer Al Razi, dat hij schreef voor koning Al Mansur”. Eer het jaar om is krijgt hij ruzie met zijn professor en daarom trekt hij in dat zelfde jaar 1537 naar Padua waar hij zijn eigenlijke dokterstitel behaalt en aangesteld wordt als hoogleraar in de anatomie en in de heelkunde. In Padua publiceert hij zijn eerste groot werk Tabulae Anatomicae, zes grote anatomische platen, die hij opdraagt aan Narcissus Parthenopeus, hofgeneesheer van Keizer Karel. In 1543 volgt dan zijn meesterwerk De Humanis Corporis Fabrica Libri Septem ( Zeven boeken over de bouw van het menselijk lichaam). Dit kolossale boekwerk: het weegt 7 kg, telt 663 pagina’s en elke bladzijde is bijna een halve meter hoog, draagt hij op aan Keizer Karel.

A4 Plaat uit het boek

Die is daarmee erg gevlijd en stelt hem aan tot lijfarts. Als huisarts van Keizer Karel heeft Andreas meer dan zijn handen vol. Omwille van keizers slechte eetgewoonten – slecht kauwen en ijskoude dranken – had die veel maagklachten. Dat slecht kauwen kwam door een afwijking aan zijn gezicht: zijn onderkaak sprong te veel uit waardoor hij een kruisbijter was. De Keizer leed verder nog aan een andere erg hinderlijke ziekte die hem soms dagen aan het bed kluisterde, jicht. Ook dat vind je in de geschriften van Vesalius terug. In 1546 schrijft hij zijn Chinawortelbrief, Andreae Vesalii Bruxellensis, medici caesarei epistola, rationem modumque propinandi radicis Chynae decocti, quo nuper invictissimus Carolus V. Imperator usus est, pertractans….Brief van Andries Van Wesel, de Brusselaar, geneesheer van de keizer, handelend over hoe en op welke wijze het afkooksel van de Chinawortel moet gedronken worden, dat onlangs door de onoverwinnelijke keizer Karel V gebruikt werd… Wanneer Keizer Karel op 25 oktober 1555 troonsafstand doet in het Paleis op de Koudenberg ontslaat hij bijna al zijn personeel, ook Andreas Vesaliius en benoemt hem tot Comes Palatinus, Graaf van het Heilig Lateraans Paleis, dit levert hem een aardige lijfrente op. Daarop treed onze Brusselaar in dienst van de zoon en opvolger, Filips II met wie hij op 23 augustus 1559 inscheept naar Spanje. Vesalius voelt er zich niet echt thuis. Hij kon daar door de strikte katholieke leer geen lijkschouwingen verrichten en kon zijn anatomisch onderzoek niet verder zetten.

In 1564 vertrekt hij op bedevaart naar Jeruzalem. Kwade tongen beweren dat hij tot die bedevaart veroordeeld werd door de Spaanse Inquisitie omwille van een clandestiene lijkschouwing, maar dat is nergens bewezen. Onderweg, bij een tussenstop in Sète, bij Montpellier neemt hij afscheid van zijn gezin. Zij zetten hun reis verder naar Brabant. In Palestina bezoekt hij de heilige plaatsen, Jericho en de Jordaanvallei, maar op de terugreis komt zijn schip in een storm terecht en ze leidden schipbreuk op het eiland Zakynthos in de Ionische Zee, ten noordwesten van Griekenland. Daar sterft hij aan tyfus op 15 oktober 1564. Hij kreeg op dit eiland twee monumenten en een straat is er naar hem genoemd, de hodos Andrea Vesal. In Brussel hangt op de plek waar zijn huis stond, nu het atheneum Robert Cateau een gedenkplaat. Verder kreeg hij een standbeeld op het Barrikadenplein in de Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuw-wijk en een straat in de Bas-Fonds. Die Vesaliusstraat heeft trouwens een cynische geschiedenis. Tot 1853, toen ze zijn naam kreeg heette ze Spellekensstraat, omdat Jan Grouwels, een van de beruchte inquisiteurs er woonde. Zijn bijnaam Spellekens kwam van het feit dat hij met spelden de ogen van de ketters bewerkte. Zo konden ze volgens hem niet meer naar de duivel kijken. Ook een anatoom dus, maar van een ander soort. Of Grouwels in Leuven had gestudeerd vermelden de bronnen niet. Het zou kunnen want zoals Luther toen al schreef: “Daar kan zelfs een ezel een diploma halen”.

standbeeld Barricadenplein

standbeeld Barricadenplein

oktober 8, 2014 at 9:32 am 4 reacties

MOGEN DE ABJECTE IDEEËN VAN EEN HOMEOPAAT IN DE KRANT?

homeopathie 3

door Annieke Kranenbert/ombudsvrouw

De reacties op het interview met homeopathisch arts Jan Scholten in de Volkskrant (Ned.), deden in felheid niet onder voor de weerstand die Wilders doorgaans oproept, schrijft ombudsvrouw Annieke Kranenberg. Waarom gaf de krant Scholten een podium?

‘Aids is geen ziekte, het is een symptoom’, zei homeopathisch arts Jan Scholten vorige week in een interview in de Volkskrant. ‘Het is een uiting van een verzwakte afweer. Die ontstaat als de patiënt een blokkade heeft.’ Eerder was ophef over Scholten ontstaan omdat hij was geridderd, terwijl hij in Afrika een omstreden homeopathische therapie propageert voor de behandeling van aids. In deze krant gaf hij voor het eerst weerwoord.

De reacties die volgden, deden in felheid niet onder voor de weerstand die Wilders doorgaans oproept. Waarom geeft de krant zo’n man een podium? Waarom mag hij zo’n gevaarlijk gedachtengoed verspreiden? Ook op de redactie was dit geluid te horen: mag de krant zulke abjecte ideeën wel publiceren?

Te weinig over alternatieve geneeskunde

Anders dan de PVV-leider kreeg Scholten ook bijval van een groep Volkskrantlezers. Zij vinden juist dat hij te kritisch is benaderd. ‘Een integere man die vrijwillig een interview geeft wordt journalistiek afgeschilderd als een oplichter’, mailt een van hen. Vervolgens klinkt er een bekende klacht: de krant bericht überhaupt te weinig over alternatieve geneeskunde.

Op dat laatste zal ik niet uitgebreid ingaan. De vorige ombudsvrouw concludeerde al dat de alternatieve geneeskunst er inderdaad bekaaid vanaf komt. ‘Als een miljoen Nederlanders naar een haptonoom, chiropractor, antroposofisch arts, natuurgenezer of bloesemtherapeut gaan, moet de krant daarover schrijven’, stelde ze terecht.
Los van het homeopathie- debat – dat ideologische trekjes vertoont – had het interview met Scholten gewoon nieuwswaarde. Begin mei verscheen een kritisch artikel van Sciencepalooza over het ridderen van Scholten, ‘het brein achter het homeopathische middel iquilai’. Er is geen enkel bewijs dat het middel – dat niet dubbelblind is getest – werkt, schreef de auteur. Homeopaten die iquilai voorschrijven zouden stelselmatig het belang van reguliere antiretroviralen afwimpelen.

Gealarmeerd door het stuk, dat ook op Volkskrant.nl stond, vroegen Kamerleden of het lintje kon worden ingetrokken. Dat kan alleen als iemand tot 1 jaar cel is veroordeeld, antwoordde de minister van Volksgezondheid vorige week. Scholten mag zijn onderscheiding dus houden, berichtten twee verslaggeefsters op pagina 2, met een verwijzing naar het interview. Daarin weersprak de homeopaat dat hij patiënten afhoudt van hiv-remmers en roemt hij de werking van iquilai.

‘Hij ontmaskerde zichzelf’

Bovenal geeft het interview een fascinerende inkijk in de zienswijze van de alternatieve geneesheer. Het commentaar dat Scholten er ‘kritiekloos op los mocht bazelen’ deel ik niet. Het nieuws ‘Omstreden homeopaat houdt lintje’ gaf richting aan de gehele productie. Ook stond er een kader bij met kritiek van onder anderen een gerenommeerde aidsarts. De auteurs vertellen dat ze Scholten ‘uiteraard’ met alle tegenwerpingen confronteerden, maar dat zijn antwoorden nogal wijdlopig waren. Daarom leende het interview zich niet voor ‘vraag-antwoord’, een vorm waarin de auteurs gemakkelijker scherpte hadden kunnen laten zien. Bovendien wilden ze zijn visie laten zien. ‘Hij ontmaskerde zichzelf’, zegt een van hen.

Het is de vraag waar de critici van het interview bang voor zijn. Het lijkt me stug dat lezers die zich nog niet tot zijn methode voelen aangetrokken zich daartoe laten verleiden door dit stuk. De krant heeft de schone taak inzicht te bieden. Door denkbeelden die mogelijk aanstootgevend of idioot zijn uit de krant te weren, wordt lezers belangrijke informatie onthouden. Wanneer Nederlandse jihadjongeren in het buitenland andere moslims doden, zijn hun denkbeelden journalistiek relevant. Hetzelfde geldt voor de opvattingen van ouders die hun kinderen niet laten inenten tegen de mazelen.

Beduveld

Scholten zelf is teleurgesteld in het interview, zo laat hij desgevraagd weten. Hij voelt zich beduveld omdat er een kritisch kader bij is geplaatst, waarin wordt beweerd dat er geen wetenschappelijk bewijs bestaat voor de werking van homeopathie. ‘Het zou míjn interview zijn’, zegt hij. Reguliere en homeopathische geneeskunde moeten volgens hem gelijkwaardig worden behandeld.

De krant zal niet meegaan in Scholtens paradigma. De redactie hanteert een wetenschappelijk referentiekader, past hoor- en wederhoor toe – ook in de vorm van een kritisch kader. Op een punt verdient Scholten wel gehoor. Het verwijt dat hij slachtoffers zou maken in Afrika is ernstig, maar voor zover bekend niet bewezen. Daar ligt een journalistieke taak: wat gebeurt er in de iquilai-klinieken?

Annieke Kranenberg, de Ombudsvrouw, behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de inhoud van redactionele pagina’s en journalistieke aanpak.

homeo

ombudsvrouw@volkskrant.nl
volkskrant.nl/ombudsvrouw
http://www.skepsis.nl/homeopathie.html

 

juli 13, 2014 at 10:19 am Plaats een reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.307 andere volgers