Posts filed under ‘wetenschap’

HET CULTUURPRODUCT MENS

Door Gie van den Berghe

We zijn meer dan slimme apen. Mensen hebben complexe tuigen, talen en gemeenschappen, geloofssystemen en ideologieën, landschappen en industrie, ziektes en geneeskunde, oorlogen en vrede voortgebracht. Dat terwijl andere mensapen nog steeds leven als miljoenen jaren geleden. Hoe zijn we aan de trage biologische evolutie ontkomen? Hoe zijn we uitgegroeid tot een kracht die de natuur naar haar hand zette en ondertussen ernstig bedreigt?

Gaia Vince Foto:Cambridge Literary Festival

Volgens de uitstekend gedocumenteerde Britse wetenschapsjournaliste Gaia Vince konden mensachtigen het evolutionair-biologische pad geleidelijk verlaten door wisselwerking en terugkoppeling tussen de evolutie van genen, omgevingen en vooral culturen. Mensachtigen konden dankzij hun culturen hun biologische beperkingen en vermogens overstijgen, transcenderen. Homo sapiens stelt eigen doelen, verandert en programmeert de wereld en zichzelf. En zo trad de planeet die ons baarde een nieuw geologisch tijdperk binnen: het Antropoceen, het tijdperk van de mens, een geofysische kracht vergelijkbaar met vernietigende asteroïden en tektonische aardverschuivingen uit lang vervlogen tijden. 

Cultuur is het allerbelangrijkste aanpassingsmechanisme aan de omgeving, met als krachtig glijmiddel het sociale vermogen om van elkaar te leren, het geleerde toe te passen, aan te vullen en als kennis door te geven. Ook enkele andere diersoorten ontwikkelen een cultuur, maar die van ons is cumulatief, oneindig veel complexer, flexibeler en veranderlijker.

De groei en verandering van de plooien in de cerebrale cortex van mensen wordt na de geboorte, anders dan bij chimpansees, veel meer bepaald door sociale en omgevingsfactoren dan door genetische. Eenieders persoonlijkheid, intelligentie, gedrag, denken, waarnemen, voelen etc… wordt verregaand bepaald door het cultureel ontwikkelingsbad waarin hij of zij van bij de geboorte wordt ondergedompeld.

De buitengewone plasticiteit van het mensenbrein was en is bevorderlijk voor onze culturele ontwikkeling en intelligentie, maar het betekent tegelijk dat we vrijwel alles van anderen moeten leren. Thomas Edison mag dan wel de gloeilamp op zijn naam hebben staan, en Johannes Gutenberg de drukpers – geen van beiden vond die in zijn eentje uit. Vernieuwing en ontdekking zijn het gevolg van een combinatie van geluk en elkaar aanvullende, voortdurend herhaalde verfijningen en combinaties van voordien bestaande technologieën. 

De culturele evolutie die onze complexe technologie mogelijk maakte, gaat terug op het vermogen om een flink deel van onze kennis, cognitieve verwerkingsprocessen en fysieke arbeid aan de groep uit te besteden, met als resultaat een veel groter productievermogen dan dat van om het even welk individu.

Volgens Gaia Vince werd de menselijke evolutie bepaald door vier elkaar aanhoudend beïnvloedende culturele factoren: vuur, woord, schoonheid en tijd. 

Prometheus

Mensen leerden proefondervindelijk vuur als de bliksem vangen en zelf aanmaken. Deze belangrijke culturele stap wordt in vrijwel elke cultuur in mythes herdacht, met Prometheus als bekendste voorbeeld, de ‘vooruitdenkende’ die het vuur van de Olympische goden stal om het aan de weerloze Mens te schenken. Vuur beschermde tegen kou en roofdieren. Mensen moesten zich niet langer volledig plooien naar de omgeving, konden haar een beetje aanpassen aan eigen behoeften en noden. Vuur was de eerste stap op weg naar een planetaire kracht

Prometheus Foto: Historiek

Door het veiliger worden van de leefwereld veranderde de selectiedruk van de omgeving op onze genen. Mensen moesten niet langer in bomen slapen, enkele genetische mutaties kregen een kans, klimvoeten werden loopvoeten, we werden rechtop lopende tweevoeters. Vuur en de zorg om het brandend te houden, maakte ook dat mensen dichter en in grotere getale bij elkaar gingen wonen. Ze konden ook langer op één plek verblijven, werden langzaam maar zeker sedentair. Mensen werden afhankelijker van elkaar, socialer. Dit alles leidde tot, en werd bevorderd door, een grotere frontale cortex, het deel van het brein dat instaat voor beslissingsprocessen, probleemoplossing en sociaal gedrag. De van generatie op generatie doorgegeven culturele kennis (methodes om vuur te maken, ingenieuze jachttechnieken…) stapelde zich op, werd cumulatief. Hersenen die de toenemende kennis beter konden bevatten, onthouden en doorgeven, kregen een evolutionair streepje voor.

Vuur verhardt klei en mensen ontdekten dat ze daarmee voorwerpen konden maken om vloeistoffen en voedsel in te bewaren, te fermenteren, te pekelen en te koken, beter verteerbaar maken. De selectiedruk voor het behoud van vleesetende kaken viel weg en gaandeweg verkleinden mondopening, lippen en tanden, kregen onze stembanden vrijer spel.

Door de wisselwerking tussen toegenomen sociaal gedrag (sociabiliteit) en veranderde anatomie groeide het menselijke brein tot het een biologische beperking overschreed. Het babybrein is zo groot geworden dat mensenmoeders nog ternauwernood zonder hulp kunnen bevallen. Mensenbaby’s blijven ook lang hulpbehoevend en kwetsbaar (de schedel is pas na twee jaar volledig uitgehard). Mensen planten zich ook sneller opnieuw voort dan andere primaten. De zorg voor (meerdere) hulpbehoevende kinderen is maar mogelijk in een cultuur waarin voedseldeling en sociale hulp voorhanden zijn. Onze sociabiliteit, die zo’n groot brein nodig heeft, evolueerde in eenklank met onze hulpbehoevendheid. 

De ontdekking dat met vuur metaal gewonnen kon worden uit rotsachtige mineralen, dat die grondstof gesmolten en bewerkt kon worden tot duurzame gebruiksvoorwerpen, werktuigen en wapens, was een volgende wezenlijke stap. De steenblokken van de Egyptische piramides werden zo’n 2500 jaar voor onze tijdrekening met koperen beitels door slaven uitgehakt. Naar schatting 300.000 beitels, zo’n 10.000 ton kopererts!

Cultuur grijpt in op de omgeving, verandert omgevingsdruk, de mate waarin en de wijze waarop mensen zich moeten aanpassen en beïnvloedt uiteindelijk onze genen, onze biologie.

Logos

Taal maakt ons tot mens. Woorden zijn de informatiedragers van de culturele evolutie. Ze vertolken gedachten, brengen gevoelens, wensen en richtlijnen over. Ze zijn het sociale instrument bij uitstek. Zonder taal bestaat er ook weinig of geen innerlijke monoloog, geen systeem om gedachten te rangschikken en te formuleren. Volgens Gaia Vince kunnen afasiepatiënten geen verbanden meer leggen tussen dingen, niet meer in gedachten door de tijd reizen, geen argumentatie meer volgen. Kortom: Ik heb taal, dus ik ben.

Vertellers worden in alle culturen geëerd, van moeders tot dichters. Verhalen vormen het denken en handelen, onze omgang met elkaar, met onze omgeving en andere levende wezens. Verhalen leiden en verbinden. Ze geven betekenis en zin aan de wereld, aan ons bestaan. De verhalen die mensen elkaar vertellen (scheppingsverhalen, mythes, sprookjes, liederen, rituelen, familiegeschiedenissen, religieuze en ideologische bedenksels) vormen het collectief cultuurgeheugen.

Onze hersenen maken vrijwel automatisch verhalen aan. We zijn constant, bijna dwangmatig op zoek naar patronen die betekenis verlenen aan wat onze zintuigen opvangen om dat om te zetten in waar-neming. Proefpersonen die twee bewegende driehoeken, een cirkel en een onbeweeglijk vierkant geprojecteerd zagen, bedachten er onmiddellijk allerhande verhalen bij, schreven gedrag en intenties toe aan de geometrische figuren.[1]

De macht van verhalen blijkt onder meer uit de impact van hun religieuze en seculiere variant. Talloze mensen hebben eeuwenlang leven en dood afgestemd op verzonnen begrippen als ‘zonde.’ Ontelbaren zijn gesneuveld op het slagveld van hun ideologische of politieke dromen. Bidden tot ingebeelde goden kalmeert en verlicht de pijn van diepgelovigen. Zoals placebo’s werken omdat ons geleerd werd dat pillen genezen.

Beauty is in the eye of the beholder

Volgens Vince werden en worden we maar mens door de contemplatie van schoonheid. Al heeft schoonheid geen biologische basis, is het ‘slechts’ een menselijk bedenksel, Vince is ervan overtuigd dat ze ons heeft aangezet tot handelwijzen die onze evolutie ingrijpend hebben beïnvloed. Alles wat wij mensen doen of maken hangt volgens haar samen met onze drijfveer voor schoonheid. Al onze activiteiten zijn doorweven van ritueel, de voorwerpen die we maken zijn esthetisch verantwoord en de grootste menselijke samenwerkingsverbanden werden door schoonheid aangedreven. Verregaande veralgemeningen die Vince niet hard maakt. Menselijke gedragingen, rituelen, werktuigen en wapens zijn natuurlijk verre van altijd mooi, en grote samenwerkingsverbanden als oorlogen en genocides zijn dat al helemaal niet. 

Wat schoonheid betreft gaat Vince nogal uit de bocht. Zo stelt ze dat onze hang naar schoonheid blijkt uit onze tafelmanieren en het op een sociaal aanvaardbaar volume praten in publieke ruimtes. Tafelmanieren zijn, zoals Norbert Elias al in 1939 duidde, een bezinksel van het westers (burgerlijk) civilisatieproces, de evolutie van Fremdzwang (dwang van buitenaf) naar Selbstzwang (regulatie van binnenuit).[2] Die beschaving (afgeleid van ‘schaven’: glad maken, polijsten) lijkt in onze overbevolkte en multiculturele consumptiemaatschappij trouwens een beetje af te kalven. Op restaurant en café, bus en trein, recepties en musea houden al te velen nog maar weinig rekening met anderen. Jongeren staan niet langer hun zitplaats af aan oudjes en al te velen maken je, brullend in hun dumbphone, tot ongewilde deelgenoot van beuzelarijen en intimiteiten. 

Vince poneert dat we biologisch geprepareerd zijn voor schoonheid. Die ingebouwde nood werd cultureel omgevormd tot een visuele taal. Voorwerpen zonder praktisch nut of overlevingswaarde kregen een symbolische en esthetische waarde en betekenis. Dat alle menselijke gemeenschappen veel tijd, inspanning en materiële bronnen aan decoratie hebben besteed, toont volgens Vince de wezenlijke overlevingsfunctie van schoonheid aan. Dat is best een merkwaardige redenering. Mensen besteden flink wat meer tijd, inspanning en bronnen aan prullaria, maar dat betekent geenszins dat rommel produceren een overlevingsfunctie heeft.

De overlevingsrol van schoonheid schuilt volgens Vince in het duiden van sociale normen, het met elkaar verbinden van stamleden. Identificatie met de leden van de groep waartoe je behoort en gehoorzaamheid aan de groepsnormen is immers van levensbelang. Alleen dan kun je op steun en bescherming rekenen. Daarom conformeren mensen zich graag. Wie dat niet doet, ligt volgens Vince alleen maar dwars om op te vallen. 

Sociale normen zijn volgens haar zo krachtig dat ze ook dicteren wat in het privéleven mag, iets wat blijkt ‘uit het verrassend aantal regels tegen masturbatie’. Vince ziet voorbij aan de repressieve rol van kerkelijke en seculiere autoriteiten die meer zieltjes, werkvee, soldaten en belastingbetalers op het oog hadden. Er staan wel meer betwistbare beweringen in dit leerrijke boek. Mensen zouden een aangeboren gevoel hebben voor eerlijkheid en orde. Maak dat aan kinderen wijs! Een en ander komt ook nogal behoudsgezind over. Vince praat achterklap goed omdat roddel een band zou scheppen tussen mensen; ze ziet er geen graten in dat mensen elkaar meer beoordelen op reputatie dan op gedrag; meningen die indruisen tegen die van de groep worden beter niet geuit, en mensen doen er goed aan personen met prestige te kopiëren.

Transcendentie

Ook Vince’s behandeling van de vierde culturele factor – tijd – overtuigt niet. Goed, anders dan primaten plannen mensen vooruit. Maar heeft dat niet vooral te maken met rede, kennis en wetenschap? Kennis is, zoals ze elders schrijft, de substantie en eenheid van culturele evolutie. De door de mens met kalenders en klokken gereguleerde tijd heeft onze cultuur zo ingrijpend veranderd dat we ondertussen denken dat we tijd kunnen verliezen, maar Vince toont niet aan dat het concept tijd tot ingrijpende veranderingen van onze biologie heeft geleid.

Vince beklemtoont terecht dat de (biologische en culturele) evolutie doel noch richting heeft, dat het bestaan van intelligent leven niet onvermijdelijk was maar het gevolg is van een onmetelijke reeks toevallige gebeurtenissen, klein en groot, lichtjaren lang. Toch redeneert ze nu en dan teleologisch, worden oorzaken uit gevolgen afgeleid en wekt ze de indruk dat biologie en cultuur wèl vooruitgaan.

Transcendence is een bijzonder knap verhaal over de zichzelf overstijgende mensensoort. Het bevat magistrale inzichten en staat vol interessante wetenswaardigheden. Vince biedt vanuit haar enorme belezenheid een adembenemend overzicht, maar neemt onvermijdelijk soms te veel hooi op de vork. Zo beweert ze los uit de pols dat kinderen een aangeboren affectie hebben voor hun biologische moeder en alle mensen een aangeboren behoefte voor samenwerking.

 

Rudolph Zallinger, The March of Progress, 1965  https://en.wikipedia.org/wiki/File:The_March_of_Progress.jpg

De evolutie tot homo sapiens wordt vaak voorgesteld als een lineaire vooruitgang waarin elke figuur de directe nakomeling is van de voorouder, met homo sapiens als triomfantelijk eindproduct. Gaia Vince maakt duidelijk dat alleen klopt dat wij overblijvers, echte laatkomers zijn. 

Vince, Gaia – Transcendence. How humans evolved through fire, language, beauty and time, Allan Lane, Penguin, 201

[1] Fritz Heider & Marianne Simmel – An experimental study of apparent behavior, 1944, zie https://www.youtube.com/watch?v=VTNmLt7QX8E

[2] Zie ook: Philippe Perrot – Werken aan de schijn. Veranderingen van het vrouwelijk lichaam in de achttiende en negentiende eeuw, Nijmegen, SUN, 1987; Alfred Franklin – La vie privée d’autrefois. Arts et métiers. Modes, moeurs, usages des Parisiens du XII au XVIII siècle. Les Repas, Paris, Plon, 1889


 

 
 
 

April 3, 2020 at 4:36 pm 1 comment

OOST WEST, THUIS PEST

Door Gie van den Berghe

Afstand houden, luidt het in deze crisistijd. Hoe hou je anderhalve meter afstand in de overbevolkte kampen op Lesbos, in Idlib, in Turkije, aan de Amerikaans-Mexicaanse grens? Het hemd is altijd nader dan de rok. Afstand houden van dierbaren kost veel moeite, afstand houden van de rest van de wereld zijn we vrij gewoon. 

De pest (1947) van Albert Camus verkoopt als zoete broodjes (https://www.lemonde.fr/societe/article/2020/03/03/le-coronavirus-dope-les-ventes-de-la-peste-d-albert-camus_6031679_3224.html). Mensen willen eruit leren hoe om te gaan met de ‘coronapest’, niet beseffend dat Camus het metaforisch over de bruine pest had, het nazisme en het Europese verzet ertegen. Camus’ meesterwerk speelt zich af in 194., in 1944 verscheen al een uittreksel in bezet Frankrijk. Oran (waar de roman zich afspeelt) en andere Algerijnse steden werden niet toen, maar in de 18de en 19deeeuw door de pest getroffen, en die was afkomstig uit Europa, via de handel en piraterij (gevangengenomen Europeanen die besmet waren).

Corona: de dagelijkse update

Ook niet gedane zaken nemen geen keer. Eens het sars virus bedwongen, startten virologen wetenschappelijk onderzoek op om vaccins te verzinnen tegen de vele ongekende virussen die op ons afkomen. Na enkele jaren werd de financiering van dit onderzoek wegens te duur stopgezet. Dat komt ons nu en straks duur te staan (zie voor een onverwachte bron hierover, de TED talk die Bill Gates in april 2015 gaf: https://youtu.be/6Af6b_wyiwI).

Ook toen de Chinese provincie Wuhan door Covid-19 werd getroffen, keken we weg. Met alle Chinezen, moet men gedacht hebben, maar niet met den deze. Het ging gepaard met een snuifje racistische laatdunkendheid over het soort mensen dat wilde, door vleermuizen besmette beestjes eet, en een overheid die vreselijke gevolgen op dictatoriale wijze aanpakte. Mede door deze houding trokken westerse beleidsvoerders geen broodnodige lessen uit de Chinese rampspoed en werden we vrijwel onvoorbereid getroffen door de pandemie. De overheden hollen al enkele weken achter de feiten aan: mondmaskers, gummihandschoenen, beschermingskledij, alternatieve beademingstoestellen, al dan niet lock-down, ethische regels over wie men toch maar beter laat sterven, onderbetaalde en onderbezette verpleging en onvoorbereid verzorgingspersoneel.

Voor het definitief te laat was, bleven we bevlogen goedkoop de wereld bevliegen. Geen vuiltje aan de lucht! Gezwind trokken we op krokusvakantie, als vanouds (ook al is het een zeer recent fenomeen) richting Italiaanse skigebieden, ook al was toen al bekend dat het virus er huishield. Negenhonderd Groningse jongeren van de studentenvereniging Vindicat trokken ondanks het negatieve advies van de overheid naar Noord-Italië om er ’s avonds dronken op elkaar gepakt de bloemetjes buiten te zetten. Na hun repatriëring werden ze niet eens in quarantaine geplaatst. (https://www.sikkom.nl/vindicat-met-900-man-op-de-piste-in-noord-italie-er-is-hier-niks-aan-de-hand/https://www.trouw.nl/binnenland/vindicat-studenten-zijn-terug-uit-noord-italie-volgens-de-adviezen-hoefden-we-niet-terug~b05a59cf/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.be%2F)

Ook de uit Noord-Italië terugkerende Belgen mochten moeiteloos het virus in ons land introduceren. 

Blijf in je kot, krijgen we te horen, terwijl vliegtuigen werden en worden ingezet om Belgen uit het buitenland te repatriëren, zelfs uit landen waar de besmettingsgraad hoger ligt. Oost-west, thuis pest.

Mag je deze kritische bedenkingen nog uiten? Moeten we uit fout begrepen solidariteit zwijgen? De rangen sluiten, aan hetzelfde zeel trekken. Burgerzin vertonen. Zoals die vriend van me, nochtans een linkse rakker, die me een paar dagen geleden vertelde dat hij, uit zijn raam liggend, een jong koppeltje aan de overkant van de straat zag knuffelen en zich moest inhouden om niet de politie te bellen. Een ruk naar rechts.

Sheila Sitalsing

 

Virusangst, schreef in De Volkskrant van 23.3, is een perfecte dekmantel voor kwaadwillende regimes (https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/virusangst-is-een-perfecte-dekmantel-voor-kwaadwillende-regimes~be430fd6/). Anders dan veelal gedacht wordt moet kwaad niet altijd gewild of gepland worden, het wordt ook met de beste bedoelingen aangericht. Om onze oma’s en opa’s te beschermen worden onze vrijheden drastisch teruggeschroefd. In Denemarken werd goed een week geleden een totalitaire wet goedgekeurd die de politie verregaande controlemaatregelen biedt. In België sloot het kabinet van De Block een schimmig akkoord met telecombedrijven om actuele locatiegegevens te delen met een privaat bedrijf (Dalberg Data Insights). In de Verenigde Staten zal men samenwerken met Google en Facebook om ‘locaties van gebruikers en risicopatiënten op te sporen’ (https://www.apache.be/gastbijdragen/2020/03/18/hoe-het-coronavirus-ook-onze-privacy-bedreigt/    https://plus.lesoir.be/286535/article/2020-03-12/coronavirus-le-cabinet-de-block-dit-oui-lutilisation-des-donnees-telecoms).

Shoshana Zuboff

In The Age of Surveillance Capitalism, maakt Harvard professor Shoshana Zuboff overduidelijk dat Big Brotheruitgegroeid is tot een uit de kluiten gewassen broer (https://www.nybooks.com/articles/2020/04/09/bigger-brother-surveillance-capitalism/?utm_medium=email&utm_campaign=NYR%20Surveillance%20capitalism&utm_content=NYR%20Surveillance%20capitalism+CID_a69eaa66f815e0ecf721fbd64afd3d2c&utm_source=Newsletter&utm_term=surveillance%20capitalism). In de nieuwe economische en politieke orde worden onze gangen nagegaan en wordt ons leven, ons handelen, verlangen en welzijnsgevoel, gestuurd als in een Skinner-box (naar Burrhus Skinner – https://nl.wikipedia.org/wiki/Burrhus_Skinner).

In verscheidene landen worden tracing Apps ingezet om de gangen en de besmettingsgraad van burgers na te gaan, mensen te verwittigen als een mogelijk besmet iemand nadert, politie in staat te stellen allemans bewegingsvrijheid te beperken, wie besmet is de toegang te weigeren tot winkels. Enkele Vlaamse virologen vinden het een goed idee en de App zit er ook in België aan te komen (https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/03/26/is-technologie-onze-exit-strategie-uit-de-coronacrisis/). Leve de dumbphone, weg met onze privacy! 

Law and order, luidt het steeds nadrukkelijker. Mensen die onduidelijke en om de haverklap wisselende regeltjes overtreden, riskeren zware boetes. Vooral jongeren moeten in toom gehouden worden. ‘Handhaving’ luidde het eensgezind in De Afspraak van 26.3. Want, weerklinkt het alarmerend, we zijn in oorlog. Wat kun je daartegen inbrengen? We staan erbij als makke schapen. Grenzeloos gehoorzaam.

Tom Chivers

Ook interessant is Would you take a coronavirus risk?, een artikel van Tom Chivers op UnHerd (een forum dat iets wil doen aan de kuddegeest door nieuw en dwars denken, een platform wil zijn voor ongehoorde ideeën, mensen en plaatsen (https://unherd.com/2020/03/would-you-take-a-coronavirus-risk/?tl_inbound=1&tl_groups[0]=18743&tl_period_type=3). In deze bijdrage zit een mooie en beklijvende illustratie van het prisoner’s dilemma (https://www.youtube.com/watch?v=S0qjK3TWZE8). Het is wel een bijzonder voorbeeld van het dilemma (https://nl.wikipedia.org/wiki/Prisoner%27s_dilemma). Normaal gezien mogen de deelnemers niet vooraf met elkaar overleggen. Boeiend is de aanpak van de persoon die meteen aankondigt dat hij zal ‘stelen’ maar dat als de ander voor ‘delen’ kiest, hij de buit eerlijk met hem verdelen zal. De rest laat ik u zelf ontdekken.

In De Pest legt Camus zijn hoofdpersoon, dokter en humanist Bernard Rieux, in de mond dat in tijden van pestilentie in mensen meer dingen te bewonderen zijn dan te verachten. Dat, denk ik, hangt af van de duur en de extremiteit van de situatie en van de lessen die men er al dan niet uit trekt.

March 26, 2020 at 6:25 pm 1 comment

Requiem voor homo sapiens

Door Gie van den Berghe

De openingszin van De onbewoonbare aarde liegt er niet om: ‘Het is erger dan je denkt, veel erger’. Ook de titels van de hoofdstukken laten weinig aan de verbeelding over: hittesterfte, honger, verdrinking, natuurbranden, onnatuurlijke natuurrampen, slinkende zoetwatervoorraden, stervende oceanen, ongezonde lucht, opwarmingsplagen, economische ineenstorting. Kettingreacties die elkaar aanzwengelen. David Wallace-Wells, milieu- en wetenschapsjournalist bij het New York magazine, beschrijft en documenteert deze door de mens veroorzaakte rampen op overtuigende wijze.

Eunice Foote

Het is een verpletterend verhaal over de toekomst die ons te wachten staat als we niet razend snel, hier en nu, drastische maatregelen nemen, onze welvaart serieus terugschroeven. Daar wil niemand aan. De onhoudbaarheid van de situatie zal vermoedelijk pas ten volle doordringen als er niet meer aan te ontkomen valt. Dat omslagpunt is volgens nogal wat klimaatwetenschappers al bereikt of in elk geval vlakbij. The sky is nogal letterlijk the limit geworden. We zullen het geweten hebben. In 1856 – u leest het goed – al publiceerde de Amerikaanse wetenschapster Eunice Foote de resultaten van haar experimenteel onderzoek waaruit bleek dat koolstofdioxide een broeikasgas is en dat bij toename ervan het klimaat steeds verder opwarmt. Dichter bij ons, in 1972, maakte het rapport van de Club van Rome duidelijk dat er grenzen aan de groei zijn. Economie, industrie, wereldbevolking en voedselproductie kunnen niet eindeloos groeien. We konden niet blijven doen alsof er geen vuiltje aan de lucht was, wereldwijde actie was geboden. Twintig jaar later maakte een vervolgonderzoek duidelijk dat De grenzen voorbij waren. Te weinig politici en mensen hadden en hebben oren naar de ongemakkelijke waarheid (An Inconvenient Truth, 2006).

Al Gore, An Inconvenient Truth

Na het in 1992 als beslissend bedoelde klimaatverdrag van de Verenigde Naties nam de uitstoot van koolstofdioxide alleen maar versneld toe. In volle bewustzijn hebben we in minder dan drie decennia ‘net zo veel ellende aangericht’ als toen we ‘nog in onwetendheid verkeerden’. In het vrij bescheiden Akkoord van Parijs (2015) spraken veel landen af de temperatuurstijging ruim onder de 2°C (t.o.v. de temperatuur vóór de industrialisatie,) liefst onder de 1,5°C te houden. Enkele weken later overschreed de CO2 concentratie in de atmosfeer een rode lijn die nooit gehaald had mogen worden. Vier jaar later zit niet één land op schema. Het smelttempo van Antarctica is ondertussen verdrievoudigd.

Twee graden opwarming lijkt nu het ‘beste waarop we kunnen hopen’ maar vrijwel zeker niet haalbaar. Een opwarming met twee graden in plaats van anderhalve graad zal aan miljoenen mensen het leven kosten. Honderdvijftig miljoen alleen al door de luchtvervuiling. Vijfentwintig keer het aantal slachtoffers van de Endlösung, de jodenuitroeiing door de nazi’s. Willen we dit voorkomen dan moet niet alleen de CO2 -uitstoot aanzienlijk verminderen, maar moeten er veel meer bossen komen en technologieën die broeikasgassen uit de atmosfeer halen. De plannen hiervoor zijn niet verder gevorderd dan de tekentafel en financieel niet haalbaar.

Onheil

De door de mensheid veroorzaakte ‘natuur’ramp is niet meer op mensenmaat. Het blijft Jobstijdingen regenen. De Earth Overshoot Day, de dag in een kalenderjaar waarop de mensheid meer bronnen heeft geconsumeerd dan ze produceren kan, viel in 1993 op 12 oktober, in 2018 op 1 augustus en in 2019 op 29 juli.

Een greep uit de onheilstijdingen voor de maand augustus. Grote delen van het Amazonewoud worden in brand gestoken. Indonesië geeft zijn vervuilde en zinkende hoofdstad Jakarta op en zal een nieuwe bouwen op het veiliger Borneo. Honderden steenrijke toeristen maken op een Russische nucleaire ijsbreker een luxe cruise door het Noordpoolgebied. In west-Siberië vertrekt een drijvende kerncentrale voor een tocht van vijfduizend kilometer door die regio om de olie-ontginning in oost-Siberië van energie te voorzien. In Noordpoolsneeuw en -ijs zitten microplastics. Die minuscule deeltjes zijn er aangewaaid. Plastic zit dus niet alleen in zeedieren, voedsel en drinkwater, we ademen het in. Vanaf september 2019 zal de VS de Endangered Species Act (1973) minder streng toepassen en economische overwegingen (mijnbouw, bosontginning…) zullen mee bepalen of een diersoort bescherming ‘verdient’.

De ontginning van het Noordpoolgebied, waar door de klimaatopwarming het eeuwenoud ijs en de permafrost smelten, gaat steeds sneller. Binnen de noordpoolcirkel zit veel olie en gas (naar schatting 13 en 30% van de wereldvoorraad), vraag is alleen wanneer het economisch rendabel wordt om het te ontginnen. Van een verbod om dat te doen, kwestie van de kwetsbare natuur van het poolgebied te beschermen, is geen sprake. Groenland delft grondstoffen, Canada heeft interesse, grootmachten als de VS, Rusland en China (dat zichzelf voor de gelegenheid een ‘near Arctic state’ noemt) zijn wakker geschoten. Trump wil Groenland kopen. Er wordt volop gespeculeerd over noordelijke, kortere zeeroutes. Al zijn die voorlopig nog niet goed te gebruiken, China en Rusland weigeren nu al om ze als internationale vaarroutes te beschouwen. De Noordpool is voor Rusland een topprioriteit geworden, zowel economisch als militair.

Begin augustus liet het klimaatbureau van de VN er geen twijfel over bestaan dat als men de opwarming enigszins binnen de perken wil houden niet alleen de uitstoot van industrie en verkeer moet worden beperkt maar ook het gebruik van land, voedselproductie en consumptie ingrijpend moet veranderen. Een kwart van het door mensen gebruikt land is waardeloos geworden door kunstmest, chemicaliën, droogte, intensieve regenval, bebouwing en asfaltering. Door ontbossing, massale drooglegging van veengebieden en verstedelijking verdwijnen tevens de natuurlijke landprocessen die onze uitstoot voor een derde absorbeerden. Bij het kappen en droogleggen komen miljoenen tonnen koolstofdioxide vrij. Bodems stoten tegenwoordig CO2 uit in plaats van die op te nemen. Als we niet op staande voet duurzamer omspringen met land en voedsel komt de voedselvoorziening in het gedrang, zeker met de exponentiële toename van de wereldbevolking. Arme landen in Afrika, Azië, Latijns Amerika en de Cariben zullen het eerst en het zwaarst getroffen worden. Landen die het minst uitstoten en eeuwenlang geplunderd werden door het zich verrijkend Westen. Landen waar overleven een dagtaak is. Meer dan 10% van de wereldbevolking is ondervoed. De migratiestromen zullen onbeheersbaar worden en de rijke landen zullen Fort Europa steeds hoger optrekken.

De morele onaanvaardbaarheid, de onmenselijkheid van dit egocentrisme ontgaat ons, in beslag genomen als we zijn door eigen volk, welvaart, geïnfantiliseerde televisieprogramma’s en de consumptie van wat bij gebrek aan intelligentie smart wordt genoemd. En is een mensenleven niet veel te kort en te druk? Je moet toch zorgen voor het dagelijks vlees, eigen bloedjes en kleinkinderen? Hoe kun je je dan nog bekommeren om mensen aan het ‘andere eind’ van de wereld en achterachterkleinkinderen die je nooit zult zien?

Moreel verwerpelijk

In een noot achterin stelt Wallace-Wells dat wie zich niet inzet tegen de klimaatcrisis moreel verwerpelijk is. Een straffe uitspraak. Elders vraagt hij zich even af of het ‘in dit klimaat moreel verantwoord is om kinderen te krijgen, of we dat de planeet en, misschien wel belangrijker, de kinderen wel kunnen aandoen’. Toch is hij tijdens het schrijven van dit boek vader geworden, in volle besef dat er klimaatrampen zitten aan te komen die ook zijn kind zullen treffen. Geen probleem, die gruwel staat nog niet vast. En wie weet, misschien loopt het goed af. Stel je niet in ‘op een treurige toekomst die is veroorzaakt door anderen die zich minder druk maken over klimaatleed’. Anderen, hij niet, maar elders in het boek schrijft hij dat hij tonnen eten weggooit, zo goed als nooit afval sorteert en de airco altijd laat aanstaan.

Wallace-Wells vindt dat westerlingen ook niet moeten gaan leven als de armen in de wereld. Minder rundvlees eten, meer elektrisch rijden en minder vliegen – volgens hem haalt het allemaal niets uit. In het minst slechte geval recycleren we het afval dat we als consument produceren. Erger nog: onze door schaamte en nieuwe deugdzaamheid ingegeven milieubewuste acties sussen het geweten, wiegen ons in slaap. Uitgesloten is dat niet. De rekken in warenhuizen liggen niet alleen vol in plastic verpakt vlees maar ook met vega- en bio-alternatieven. Er werd een bijkomende markt aangeboord. Alles blijft bij hetzelfde, alleen uitgebreid. Met zijn allen de e-fiets op, maar waar komen die elektriciteit, lithium en kobalt voor de batterijen vandaan, in welke mensonterende omstandigheden worden die gewonnen en waar zullen we alles blijven halen?

Denk ook aan onze voortplanting. Wallace-Wells besteedt genoeg aandacht aan de bevolkingsgroei om te weten dat de aarde er nog onbewoonbaarder door wordt. Zestig jaar geleden leerde ik op school dat er 3,5 miljard mensen leefden, nu is dat meer dan het dubbele. Zeven miljard toen Wallace-Wells zijn boek schreef, 7,7 miljard toen ik het negen maanden later besprak – de tijd van een zwangerschap. Homo sapiens verspreidt zich als een schimmel over de aardkorst.

Wallace-Wells voert niet één argument aan om nog een consument en potentiële ouder toe te voegen aan de zieltogende wereld. Hij verwijst alleen naar een artikel in Jacobin Magazine (1) dat zeer overtuigend zou aantonen dat kinderen maken geen probleem is. Maar in dit artikel wordt alleen gefulmineerd tegen de tendens zwangerschap uit te stellen tot je als vrouw carrière hebt gemaakt. Wetens en willens een kind verwekken in het rijke deel van de wereld in plaats van een kind uit het arme deel adopteren, vind ik moreel verwerpelijk.

Optimist tot in de kist

Wallace-Wells blijft optimistisch, al zegt hij te weten dat klimaatoptimisten nog nooit gelijk hebben gekregen. ‘Als mensen verantwoordelijk zijn voor het probleem,’ schrijft hij, ‘moeten ze ook in staat zijn om het op te lossen’. Helaas volgt het één niet logisch uit het andere – denk aan geboorte, moord of genocide.

David Wallace-Wells

Individuele levensstijlkeuzes leveren volgens hem niets op (het vermenigvuldigingseffect laat hij buiten beschouwing). Ze werken alleen door als er een politieke omslag komt waardoor een alternatieve levensstijl op grote schaal wordt doorgevoerd. Maar geef de hoop niet op, gooi de handdoek niet in de ring. Engageer je, ga stemmen, zet de politiek onder druk!

Te oordelen naar ons consumptie- en stemgedrag en de – gezien de dringendheid – vrij lachwekkende maatregelen van de overheid valt daar niet veel van te verwachten. Politici weten maar al te goed dat we op middellange termijn afstevenen op een milieuramp, maar ze zijn zozeer gekneveld door alles overheersende economische belangen op kortere termijn, zo afhankelijk van elkaar en andere naties, zo verlamd door verkiezingsresultaten, dat ze niets drastischer durven en kunnen ondernemen dan even het podium delen met klimaatspijbelaars. Wij kiezers zijn al even kortzichtig. In Australië werd onder druk van de straat een efficiënte belasting op CO2 afgeschaft en moest de milieubewuste premier, die de akkoorden van Parijs wou uitvoeren, aftreden. Ook in 2018 stemden de kiezers van de staat Washington een CO2 -belasting weg en in Frankrijk kwamen mensen massaal op straat om een belasting op benzine tegen te houden.

Wallace-Wells stelt ook niet één concreet, laat staan doeltreffend actiemiddel voor. Zeker, dat is niet het onderwerp van zijn boek maar als je zo optimistisch bent als hij en alles van actie verwacht, blijf je als lezer toch op je honger zitten.

Moreel verantwoord

Na lectuur van dit ontstellend boek en behoorlijk wat artikels en rapporten zie ik geen reden meer tot hoop. Maar natuurlijk zal ik, ondanks Wallace-Wells’ pessimisme op dit vlak, kritisch blijven stemmen en me blijven inspannen om mijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden. Maar, vraag ik me af, is het gezien de onontkoombaarheid van de ondergang van miljarden mensen, niet veel belangrijker ervoor te zorgen dat wie nu leeft dat op een menswaardiger manier kan? Is mensen helpen die hier en nu ternauwernood overleven niet veel dringender, haalbaarder, menselijker en logischer?

Hebben onze voorvaderen niet massaal goud en zilver, oogsten en mensen geroofd uit de continenten die zovelen nu ontvluchten? Komen migranten niet naar hier omdat wij daar waren? Is de hedendaagse migratie geen vreselijk achterblijvertje van ons kolonialisme? Waarom verplichten welvarende landen er zich niet toe om migranten op te nemen in verhouding tot hun uitstoot en de rijkdommen die ze uit de kolonies hebben gestolen? Waarom geen koolstoftaks opleggen waarvan de opbrengst naar de arme landen gaat? Waarom schreeuwt men moord en brand als derdewereldlanden op hun beurtoerbossen plat branden? Kun je het ontwikkelingslanden kwalijk nemen dat ze de welvaart nastreven die wij op hun kosten vergaard hebben? De vragen stellen, is ze beantwoorden.

31 augustus 2019

David Wallace-Wells –The Uninhabitable Earth. A story of the future,Allen Lane, 2019

– De onbewoonbare aarde,Amsterdam, De Bezige Bij, 2019

  1. Meer over “kinderen krijgen:”
    Overall, Christine – ‘Think before you breed‘, in Catapano, Peter & Critchley, Simon – Modern Ethics in 77 Arguments, New York / London, Liferight (Norton & Company), 2017, p. 351-355
    Singer, Peter – ‘Should this be the last generation?‘, Ethics in the real world. 82 Brief essays on things that matter, New Jersey, Princeton, 2016, p. 30-34

September 6, 2019 at 10:34 am Leave a comment

U ZEGT WAT WIJ DENKEN

door Johan Depoortere

‘Pretpedagogie’ is het jongste product uit het framingfabriekje van De Wever Bart, burgemeester van Antwerpen en grote leider van de Vlaams-Nationalistische rechterzijde. Net als zijn concullega Filip Dewinter is De Wever zeer bedreven in het bedenken van nieuwe of het recycleren van oude neologismen (denk aan ‘gutmensch’ of ‘omvolken’ – met dank aan de oude nazivrienden) die het debat ‘framen.’ En ook dat ‘framen’ is een (relatief) nieuw begrip dat dank zij de sociale media tot het algemen taalgebruik is gaan behoren. Het is een woord dat een negatieve bijklank heeft gekregen. Ten onrechte vindt Jan Blommaert, sociolinguist aan de universiteit van Tilburg. Immers of we het beseffen of niet we doen het allemaal en zonder ‘framing’ is een zinnig debat of zelfs zinnige communicatie niet mogelijk. Blommaert heeft aan het fenomeen een klein maar fijn boekje gewijd onder de titel: U zegt wat wij denken, een omkering van het beruchte ‘Wij zeggen wat u denkt’ van het Vlaams Blok/Belang.

Bart De Wever: ‘Marrakeshcoalitie,’ ‘pretpedagogie’ ‘opengrenzenbeleid’ ‘gutmensch’

Die slogan waarmee de extreemrechtse partij in de jaren 90 verkiezingen na verkiezingen won is zonder meer briljant, schrijft Blommaert. “De suggestie was krachtig: hier was eindelijk een partij die ónze stem zou vertolken, niet die van de politieke klasse zelve, en ook niet die van de elites die deze politieke klasse beheersten.” Het Blok/ Belang mag dan recentelijk door een politieke woestijn zijn gegaan, de slogan of een variant erop doet het nog steeds uitstekend. Het spectaculaire succes van windbuil Baudet in Nederland is voor een groot deel door dezelfde marketingtruuk te verklaren: de kiezer ervan overtuigen dat het standpunt van de politicus zijn of haar standpunt is. “Ik dacht altijd al zo maar u drukt het precies uit, u zegt wat ik altijd al dacht.” Dat heet – zegt Blommaert – ‘overtuigen’ en het middel daartoe is ‘framing.’ Is dat misschien het geheim waardoor partijen in staat zijn mensen zo massaal tegen hun eigen belangen te laten stemmen? Zie het succes van De Wever, van Trump, van Baudet.

Jan Blommaert, auteur

‘Woorden zeggen alles.’ Sterker nog: woorden zeggen meer dan wat ze ‘betekenen.’ Ze hebben ook een emotionele en morele lading. Woorden zijn dus nooit neutraal. Bovendien zijn ze ingebed in een netwerk, een kader of een ‘frame.’  ‘Werk’ is goed en leidt tot associaties met ‘werk geven’ ‘banen scheppen’ ‘activeren’ en van daar naar mensen, identiteiten: ‘hard werkend’ ‘plichtbewust’ en zo voort. ‘Werkloos’ daarentegen is slecht. En ook aan dat woord hangt een hele reeks handelingen en identiteiten met een negatieve connotatie (‘werkschuw’ ‘hangmatwerklozen’ ‘welfare queen’): een frame dat een spiegelbeeld is van het vorige.

Filip Dewinter: ‘omvolken’

U zegt wat wij denken is niet alleen een analyse van het publieke debat en de rol van framing. Het is zoals de ondertitel luidt ook ‘een praktische handleiding voor framing,’ een oefenboekje met blanco pagina’s waar de lezer zelf kan experimenteren en oefenen in het ontdekken hoe schijnbaar alledaagse en onschuldige woorden in een frame passen. Stel bijvoorbeeld vast hoe het woord ‘vluchteling’ of ‘migratie’ verschillend kan worden geframed, naargelang van het uitgangspunt: de morele richting – goed of slecht – die we het woord toekennen. Of hoe woorden met een negatieve connotatie vervangen worden door verzachtende en omfloerste termen: het negatieve frame vervangen door iets positiefs. Dat noemen we ‘eufemismen.’ “Het ontslaan van honderden werknemers (wat niet veel mensen positief vinden) noemen we het liefst ‘rationalisering,’ ‘reorganisatie’ of ‘herstructurering.”

Blommaert herhaalt zelf de oefening voor de woorden  ‘Marrakesh,’ ‘Marrakeshregering’, ‘migratiechaos,’ ‘migratieomwenteling,’ ‘Brexit,’ ‘opengrenzenbeleid,’ ‘soevereiniteit,’ ‘migratiegolf.’ Waarbij hij noteert dat hier van een mislukt frame sprake kan zijn, een soort overkill die tot het tegenovergestelde van het gewenste resultaat leidde. “Het plotse saturatiebombardement van het woord ‘Marrakesh’ werkte bij velen op de lachspieren. Iedereen had het op de sociale media over ‘Marrakeshkoekjes,’ ‘Marrakeshfrieten,’ ‘Marrakeshschoenen’ en zo meer, allemaal vergezeld van royale hoeveelheden schaterlachende emoticons.” Bovendien was het effect van het frame in dit geval vluchtig: andere thema’s (klimaat, onderwijs) verdrongen het algauw uit de nieuwscyclus. 

Nee dan was een ander voorbeeld van framing succesvoller: het verhaal van de groep Roma  die in 2017 het Gents pand kraakten van een koppel dat in het buitenland verbleef. Media en politici namen gretig de framing over waarin het verhaal gepresenteerd werd. Kernwoorden: ‘radeloos’ (burgemeester Termont), ‘machteloos’ (de huiseigenaars en de burgemeester) ‘woedend’ (nog eens de burgemeester), ‘absurd’ (Liberaal politicus Lachaert) – allemaal woorden met een zware morele lading. Het frame: 1. ‘foute’ wetten en een rechtsmodel dat niet werkt, waardoor we machteloos staan tegenover het onrecht dat we ervaren 2. De slechte allochtoon die asociaal zijn zin doet en dingen ‘afpakt van ons’ en daarmee ongestraft wegkomt. Dat frame bepaalt de grenzen van het ‘debat’ dat daarop volgt in media en politiek. Buiten het zichtveld blijft: de complexiteit van de wet die rekening houdt met het eigendomsrecht maar ook met het recht op wonen. De ‘machteloosheid’ van de eigenaars van het kraakpand “sloeg op het feit dat ze niet bij machte waren de krakers meteen uit het huis te zetten. Ze moesten de stappen van de wet volgen.” 

Politieke debatten, zo schrijft Blommaert zijn vaak ‘botsingen van tegengestelde frames.’Een stelling die hij illustreert aan de hand van het actuele klimaatdebat. Ook hier weer een moreel oordeel als uitgangspunt: klimaatmaatregelen zijn goed/slecht. Daaruit volgen tegengestelde handelingen: uitstoot beperken/ maatregelen afwegen tegen economische belangen en concurrentiekracht en tenslotte identiteiten: groenen/klimaatrealisten. Hier is nog een interessant fenomeen in het spel: herframing. Wetenschappers worden vanouds gezien als ‘objectief’ en ‘rationeel.’ “Hun onderzoek is onafhankelijk en de resultaten ervan worden belangeloos geformuleerd vanuit een hoger doel: de wetenschappelijke waarheid.” In de klimaatdiscussie wordt die framing onderuitgehaald en omgekeerd. Wetenschappers worden nu geframed als ‘klimaatactivisten,’ ‘gelovigen.’ Klimaatwetenschap is ‘dogmatisch,’ een ‘religie,’ een ‘sekte.’

Zijn we als burger en consument van de media dan machteloos overgeleverd aan de slimme marketeers die dank zij framing hun waar aan de man brengen? Nee en dat is juist de bedoeling van dit boekje: inzicht krijgen in het mechanisme van de framing. Als we dat goed begrijpen “dan worden we minder vatbaar voor beïnvloeding en propaganda. Dan zijn we autonomer als burger, kritischer voor de eigen argumenten en die van anderen.” U zegt wat wij denken is hoop en al 76 bladzijden. Te weinig wellicht om het fenomeen van de framing exhaustief uit de doeken te doen. Wie honger heeft naar meer kan terecht bij een ouder werk van Jan Blommaert: Let op je woorden (EPO 2016) of nog Frames, Formats en selfies (zelfde uitgeverij 2018)

U zegt wat wij denken. Jan Blommaert, Uitgeverij EPO 2019

April 3, 2019 at 3:57 pm 1 comment

WIET ALS MEDICIJN

Hoeveel landgenoten zouden zonder fysieke pijnen het einde halen? Vast een minderheid. Niet dat we hier leven in de Hel van Dante maar ook niet in de Zevende Hemel.
Rondom pijnstillers hangt een gordijn van taboes. Want je kunt er verslaafd aan geraken. Wat maakt dat uit als je de 70 voorbij bent? Het is de catch-22 voor doktoren: ze moeten hun patiënten, luidens de eed van Hippocrates, in leven houden – al of niet met pijnen. Maar aan die pijnen dreigen ze nu juist vaak te sterven.

Er is ook een pseudo-religieuze rem: katholiek opgevoede Vlamingen moeten hun ‘zeer’ zien als een offertje om de eeuwige zaligheid te verdienen. Wat al mistoestanden gaan hiermee gepaard. Een 85-jarige dame krijgt van haar huisarts geen slaapmiddel, ‘want dat zou verslavend kunnen werken’. Resultaat: het mens ligt hele nachten wakker, wat niet enkel fysiek maar ook psychisch ongezond is. Als ze binnenkort uitgeput ten gronde gaat, heeft de huisarts dan geen stille moord op zijn geweten?

Een omstreden punt is,  dat voor veel pijnen en aandoeningen een eenvoudig middel bestaat: marihuana. Medische wiet, de plant waaruit roes- en verslavende elementen verwijderd zijn. Toch mag het bij ons niet (wel in heel wat andere landen) worden aangemaakt, verkocht, gebruikt en door dokters voorgeschreven. Laat staan terugbetaald door de ziekenfondsen. Patiënten moeten lijden, ze mogen blij zijn dat ze nog leven. In pijn, dus.

Dr. David Casarett (US)

In het raam van de TED Talks (Technology, Entertainment, Design) werd onlangs een lezing gehouden door de Amerikaanse dokter David Casarett. Hij heeft uitgebreid onderzoek verricht naar de effecten van marihuana als medisch middel. Zijn bevindingen zijn hoopgevend voor al wie chronisch lijdt aan artritis, artrose, misselijkheid, constipatie, vermoeidheid  en andere slopende ongemakken.

De onderzoeker geeft toe dat er niet enkel voordelen maar ook enkele beperkte nadelen aan verbonden zijn. Bij overdosis bv. Bij ondervraging van een groot aantal patiënten bleek dat de voordelen ruimschoots opwegen tegen de nadelen. Onvervangbaar is het feit dat de patiënt controle krijgt over zijn eigen ziekten. Dosis, frequentie, tijdstip van inname wordt door de pijnlijder zelf bepaald. Er komt geen dokter aan te pas, behalve om het voor te schrijven.

En de raad van Casarett aan zijn collega-artsen is, dat ze hun trots en pretentie opzij moeten zetten.

Hieronder volgt de volledige TED-lezing in beeld, ga via browser, google en soortgelijken (niet vergeten het geluid van uw PC aan te zetten) en klik op
David Casarett: A doctor’s case for medical marijuana | TED TALK | TED…

De uitgeschreven tekst: https://www.ted.com/talks/david_casarett_a_doctor_s_case_for_medical_marijuana/transcript?language=en

 

Gie van den Berghe

Deze ethicus, historicus en publicist, had al uitvoerig gezocht naar een afdoende pijnstiller. Hij kwam na een jaar speuren uit bij Casaretts onderzoek. En het hielp.
VDB heeft zijn bevindingen niet enkel naar vrienden en kennissen gestuurd maar ook naar de nationale Orde der Geneesheren, gericht aan alle artsen.
Voor zover bekend zijn er nog geen reacties van die kant.

(eindredactie: jef coeck)

April 26, 2017 at 2:02 pm 1 comment

WAAROM IS NEDERLANDS LEREN ZO MOEILIJK?

Elio

Knack-Nieuwsbrief denkt het antwoord op deze vraag gevonden te hebben.

Vlamingen kloppen zichzelf graag op de borst wanneer het over talenkennis gaat. Een meerderheid weet zich redelijk uit de slag te trekken in het Frans en ook op Engels wordt doorgaans vlot overgeschakeld. Doen Frans -en anderstaligen dan geen moeite om Nederlands te leren? Adriaan D’Haens, germanist aan de Ugent onderzocht voor zijn scriptie “waarom leren Nederlands is niet gemakkelijk”.

Als mensen talen leren, voltrekken er zich allerhande gecompliceerde processen in hun hersenen. Een bekend Amerikaans taalkundige, Noam Chomsky, bedacht in het midden van de vorige eeuw een theorie die de werking van deze processen verklaarde. Hij ging uit van een taalverwervingsmodule of universele grammatica in de hersenen, een soort ingebouwd systeem dat ervoor zorgt dat mensen makkelijk taal kunnen verwerven.
Door te luisteren naar de taal die om hem/haar heen gesproken wordt kan een Chinese baby dankzij deze module met evenveel gemak Chinees leren als een Vlaamse baby Nederlands.

Woordvolgorde

Of deze taalverwerkingsmodule een even belangrijke rol speelt bij het leren van een vreemde taal, is stof voor discussie. Waarom geraken anderstaligen in Vlaanderen na jaren Nederlandse les nog steeds moeilijk uit hun woorden? Volgens D’Haens is dit te wijten aan de woordvolgorde van hun moedertaal.

De Nederlandse woordvolgorde is namelijk allesbehalve eenvoudig. Wanneer we ondergeschikte zinnen maken, zetten we de werkwoorden helemaal op het einde, en als er een zinsdeel voor het onderwerp en de persoonsvorm staat, worden die nog eens omgewisseld – daar is deze zin trouwens een mooi voorbeeld van. In English ,the subject and the verb stay in the same position, no matter what you do or what you say. Ook het Frans kent deze variatie aan woordvolgordes niet.

Adriaan D’Haens analyseerde een weloverwogen verzameling van Engelse en Nederlandse teksten, geschreven door Nederlandstaligen en Engelstaligen die respectievelijk Engels en Nederlands als vreemde taal leerden. Uit het onderzoek bleek dat Engelstaligen, zoals verwacht, vooral fouten maakten tegen de Nederlandse woordvolgorde. Nederlandstaligen ondervonden deze problemen niet wanneer zij Engelse zinnen maakten; hun woordvolgorde was foutloos.

Wie een moedertaal heeft met een ‘moeilijke’ woordvolgorde kan dus blijkbaar zonder problemen overschakelen op een makkelijkere variant, maar vice versa levert dat aanzienlijke problemen op. Als Elio Di Rupo in de toekomst “niet steeds kan maken even goede zinnen” mogen we het hem dus niet altijd kwalijk nemen.

http://www.knack.be/nieuws/wetenschap/mysterie-van-de-dag-waarom-is-nederlands-leren-zo-moeilijk/article-normal-9900.html


Noot JC:

1/ De ‘generatieve grammatica’ van Chomsky is door hemzelf lang geleden herwerkt en eigenlijk verlaten. Het zou ook verbazen als die aangeboren talenkennis alleen voor het Engels bestond, toch? Sindsdien duikt het begrip ‘universele grammatica’ op, waarmee bedoeld is dat alle kinderen waar ook ter wereld hetzelfde soort grammatica in de onvolgroeide hersenen hebben. Ook daarop komt veel kritiek. Chomsky zelf houdt zich al jaren bezig met interessantere onderwerpen zoals: hoe zit de wereldpolitiek in elkaar en waar leidt dat toe?
Het neemt niet weg dat er ‘spontane’ hersenmechanismen bestaan bij babies en jonge kinderen, om de taal die ze het meest horen het snelst te leren. Dat valt empirisch vast te stellen. Maar even goed leren ze bijna simultaan ook aandere talen, als de omstandigheden daarvoor gunstig zijn. Toch blijft taal een te verwerven goed, het is niet een soort godsgegeven.

2/ Elio’s ‘omkeringen’ mogen we hem ‘niet altijd’ kwalijk nemen. Soms dus wel. Wanneer dan? We moeten toch niet veronderstellen dat hij het ‘soms’ doet om de Vlamingen te irriteren? Dat zou pas taalnonsens zijn.

July 24, 2015 at 11:14 am 2 comments

Robots en technologie, de betere toekomst?

Technologie (2)

door Bor Cobbaut

Het blijft mij verbazen, meer en meer. De jongste jaren is de technologie geëvolueerd tot iets wat we ons tien jaar geleden niet hadden kunnen voorstellen. De nieuwste snufjes en huishoudelijke toepassingen moeten dienen om het leven van de mens makkelijker te maken. Waarom ook niet? Dat is toch leuker dan zelf te moeten stofzuigen of het gras af te rijden?
Een paar weken geleden was er een aflevering van ‘De Schuur van Scheire’ die ging over robots en technologie. Er werd een man getoond die een computerchip in zijn hand had ingeplant om zo zijn huis te beveiligen. Hij had geen huissleutels, geen autosleutels. Hij kon alles gewoon open- en dichtdoen met de handchip. Die chip is zo groot als een rijstkorrel en je voelt amper dat er iets in je handpalm zit. Hoewel Lieven Scheire en zijn bende het eigenlijk een beetje in het belachelijke trokken (wat zorgde voor een grappig scenario in het programma), heb ik hier toch serieuze vragen bij. Ik denk dan vooral aan een ‘Big-Brother’-scenario. Neen, niet een TV-programma met veel mensen in hetzelfde huis die een dagboekkamer hebben om hun ongetwijfeld zeer interessant leven op vast te leggen. Ik heb het over een wereld waarbij alles en iedereen constant in de gaten wordt gehouden.
Natuurlijk, je kan zeggen dat dit nu al het geval is omdat iedereen een gsm heeft die makkelijk op te sporen is. Maar er is wel nog een verschil met een bestanddeel dat in je lichaam zit en dat je niet kan uitzetten of achterlaten wanneer je het wil. Het zogenaamde recht op privacy is dan toch verdwenen? Men zegt vandaag al dat privacy eigenlijk niet bestaat. En dan gaan we nog wat technologie in ons eigen lichaam inplanten? Is het dan raar dat ik mij daar vragen bij stel?
In het tweede deel kwam er een echte robot op bezoek die, voor het eerst ooit op tv, kon springen en hardlopen (klik de link onderaan, voor dat fragment). Uiterst indrukwekkend als je het mij vraagt. Maar schuilt hier ook geen gevaar in? Misschien ligt het wel aan mij omdat ik te veel strips en boeken lees over robots die de wereld overnemen. Het blijft echter wel gevaarlijk in mijn ogen. Als robots in de toekomst alles overnemen van ons, heb je zelf geen controle meer. Hoewel jij de robots geprogrammeerd hebt, weet je niet zeker wat ze doen en hoe ze precies functioneren. Je hebt geen controle meer over zaken die je anders zelf doet.
Akkoord, technologie heeft zowel voor- als nadelen. Het maakt ons leven makkelijker, dat is een feit. Maar de nadelen wegen voor mij zwaarder door dan de voordelen. Denk maar aan de drones die steeds meer worden toegepast in oorlogen. Machines die volledig automatisch naar locatie kunnen vliegen om daar raketten af te vuren. Zo hoeft men eigenlijk niets te doen om een oorlog te winnen. de oorlog wordt gevochten. Maar het aantal slachtoffers stijgt natuurlijk, want de drones worden steeds doeltreffender. En ze treffen niet enkel ‘de militaire vijand’ maar ook en in toenemende mate onschuldiige burgers.
Of neem nu de winst die bedrijven maken met technologie. Ik denk direct aan de i-phone. Hoewel ik er zelf een heb, ben ik er niet echt voorstander van. Door de vele updates van Apple word je bijna verplicht om de zoveel jaar een nieuwe i-phone te kopen omdat de updates niet meer werken op de oudere machientjes. Commercieel goed gezien natuurlijk, ze verplichten je om een nieuwe i-phone te kopen. Maar blijkbaar vinden de meeste mensen dit geen probleem. Ze moeten toch om de zoveel maanden een nieuwe gsm kopen omdat de vorige in het toilet is gevallen, of uit een broekzak (handtas) op de grond is gegleden en er overal barsten in het scherm zitten. Mensen zouden beter eens goed nadenken vooraleer ze een nieuwe GSM aanschaffen…
Het grootste nadeel is, vind ik, dat we afhankelijk zijn geworden van technologie. Door de opkomst van de sociale media is er bijna geen ontsnappen meer aan. Er gaat geen dag voorbij waarin ik niet achter mijn pc zit of op zijn minst mijn gsm check. Veel jongeren kunnen zich zelfs niet voorstellen hoe het was voor de opkomst van de technologie. Bij die jongeren reken ik mezelf. Veel mensen zouden (figuurlijk) doodvallen als ze voor een maand geen gsm mochten gebruiken. De kinderen die recent geboren zijn, kennen dan ook niet veel anders dan computerspellen en laptops om zich te amuseren. Als er ooit een gek opduikt die alle mensen onder zijn macht wil, kan de afhankelijkheid van technologie de ondergang worden van de mensheid.
Ok, misschien was dat laatste een beetje overdreven. Of zelfs zwaar overdreven. Maar toch, technologie is iets dat mij bezighoudt en aan het denken zet. Je kan op zijn minst zeggen dat het fascinerend is om te zien hoe de technologie evolueert. Misschien ben ik wel een doemdenker en is de technologie alleen bedoeld om ons te helpen. Maar als ik op een open grasveld loopt, kijk ik toch altijd uit voor de addertjes die eronder zitten.

BOR COBBAUT (20) is student Hogeschool Gent
(link Schuur van Scheire: ASIMO de robot –> https://www.youtube.com/watch?v=KnkpSObB6YY&ab_channel=Nerdland )

April 3, 2015 at 9:50 pm 6 comments

TIMBUKTU RENAISSANCE

Tim 1

In de Brusselse Bozar kan je nog tot eind mei een kleine tentoonstelling met manuscripten uit Timboektoe gaan bekijken.

door Lucas Catherine

In Europa stond Timboektoe lang synoniem voor ‘meest onbereikbare stad’, waar niemand wat van wist, behalve sommige Engelsen die er rijmpjes op maakten. ‘Me and a friend on a trip we went, had no home and had no tent. Met three girls on our way to Timbuktu. I booked one and Tim booked two.’
Voor Arabieren was het een mythische stad, maar ze waren er wel erg goed over geïnformeerd. Rond 1525 geeft de Marokkaanse geograaf Hassan al Wazzan (Bij ons bekend als Leo Africanus) een uitvoerige beschrijving van de stad: ‘De huizen van Timboektoe zijn in leem gebouwd, met gevlochten rieten daken. In het centrum van de stad staat een moskee uit leemsteen en mortel, gebouwd door een architect uit al Andalus, en verderop een groot paleis, gebouwd door diezelfde architect: daar woont de koning. Er zijn heel veel winkels, vooral van katoenwevers. Stoffen arriveren ook uit Europa, via Berberhandelaars. De inwoners zijn erg rijk, vooral de vreemdelingen die zich hier vestigden. Alles is hier te krijgen, behalve zout, dat arriveert uit Taghaza, zo’n 500 mijl van Timboektoe (…) Je vindt er veel boeken uit Marokko en er is een grote boekenmarkt. Het meeste geld kun je daar verdienen in de boekproductie en -verkoop…’ Dat Timboektoe een boekenstad werd dankte zij aan twee figuren: koning Mansa Musa en de Andaloesisch balling Al Quti.
Timboektoe was oorspronkelijk een oase met een waterput waar Toearegnomaden kampeerden. Die put werd volgens de legende bewaakt door een dame die Buctu heette, vandaar Tinbuctu: ‘put van Buctu’

Tim 2

Het is Mansa Musa (1307-1332), de eerste grote moslimvorst van wat toen het Malirijk heette, die de stad echt uitbouwde. Hij controleerde de goudmijnen in Mali en Ghana en zou de Arabische geschiedenis ingaan als een El Dorado, ‘in goud geklede vorst’. De Arabieren leerden hem kennen tijdens zijn bedevaart naar Mekka. Die ondernam hij, bijgestaan door een karavaan van 60.000 dragers en 500 dienaars, in met goudplaat bedekte kledij en in elke hand een gouden wandelstaf. Toen hij in Caïro arriveerde, deelde hij daar zoveel goud uit dat de munt ontwaarde en koper duurder werd dan goud. Het business-blad Forbes heeft hem ooit uitgeroepen tot de rijkste man uit de wereldgeschiedenis. Mansa Musa vertelde in Cairo ook een heel bizar verhaal: onder zijn voorganger waren vissers op zeker ogenblik erg ver afgedwaald en hadden aan de overkant van de oceaan een land met een heel grote rivier gezien. Zijn voorganger besloot om een vloot van 2000 schepen uit te rusten en er zelf het bevel over te voeren, maar niemand keerde ooit terug. Op basis van deze traditie gaan nogal wat Afrikanisten ervan uit dat West-Afrikanen al voor Columbus Amerika bereikten. Ze zien overeenkomsten tussen sommige uitingen van de Mexicaanse beschaving en die van West-Afrika.
Bij zijn terugkeer uit Mekka bracht Mansa Musa een grote verzameling Arabische boeken mee, evenals Arabische secretarissen en kopiisten. Daarmee legde hij de basis van een tot op heden bestaande boektraditie.

Tim 3

Een eeuw later krijgt die boekentraditie een nieuw elan nadat een van de grootste boekenliefhebbers uit de Arabische wereld in Timboektoe arriveert: Ali Bin Ziyad al Quti, een Arabier afkomstig uit Toledo. Hij was gevlucht in juli 1467 toen daar een machtsstrijd uitbrak om de kroon van Castilië, gevolgd door een burgeroorlog. Omdat hij zijn bibliotheek niet wou achterlaten, nam hij op zijn tocht naar het diepe zuiden een paar duizend boeken mee. Tijdens zijn omzwervingen kocht hij bovendien nog boeken bij. In zijn bibliotheek in Timboektoe ligt een boek waarvan het colofon vermeldt dat hij het in augustus 1468 kocht in Tuat (nu Mauritanië). Ali bin Ziyad al Quti betaalde er 45 mithqal goud voor, dat is 220 gram. Eenmaal in Timboektoe installeerde hij er zich en trouwde in 1470 met de nicht van een lokale Songhay-vorst. De naam van de familie, Quti zal later verafrikaansen tot Kati. Zijn bibliotheek, het Fondo Kati, bestaat nog en bevat zo’n 3000 manuscripten, waaronder de bekendste geschiedenis van West-Afrika, Tarikh al Fettash. Zo’n 85% van het fonds bestaat uit Andaloesische manuscripten, meestal uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Tim 4

Naast de Kati/Qutibibliotheek telt Timboektoe nog andere belangrijke boekenverzamelingen: die van Ahmed Baba, van Mohamed Tahar, van al Wangari en Mamma Haidara, …
De meeste boeken gaan over de islam, maar er zijn er ook over handel, astronomie en geneeskunde. Een van de exemplaren in Bozar geeft recepten voor medicijnen die de potentie verhogen. Bozar geeft geen vertalingen, ik geef u die wel (met dank aan mijn vriend Mohammed die in een luide lach schoot toen hij het manuscript in die kille, verduisterde zaal van Bozar onder ogen kreeg). Het gaat over een middeltje om je vrouw plezier te doen: “Neem de klootjes van een haan, laat ze drogen. Verpulver ze en meng het bekomen poeder met honing. Strijk dit op je penis, en….”

Tim 5

De boeken uit deze bibliotheken van Timboektoe zijn niet alleen in het Arabisch maar ook in het Toeareg-berbers, Wolof, Fulfulde, Mandinka en Hausa. In de expo van Bozar ligt zo een boek in Fulani. Ze zijn wel allemaal in het Arabisch schrift, het zijn wat men noemt Ajami-teksten, teksten in Arabisch schrift maar wel in een andere taal. Het is via deze boeken dat de West-Afrikaanse volkeren van het huidige Mali, Senegal, Gambia, Ghana, Togo, Niger, Burkino Faso en noord-Nigeria werden gealfabetiseerd. In ajami leerden ze lezen, schrijven en rekenen. Nu nog kan 80% van de 50 miljoen Hausasprekers ajami lezen. Ze worden in de alfabetisatiestatistieken niet opgenomen, enkel wie in ons Latijns alfabet geletterd is telt mee.
Dit Europese, Latijns alfabet werd opgelegd door de kolonisator die een culturele en religieuze breuk wilde bewerkstelligen, ajami teksten waren voor hen per definitie subversief. Vrijheid van meningsuiting of persvrijheid waren niet echt waarden die Europa tijdens de kolonisatie heeft geëxporteerd. Volgens Jennifer Franco (directeur van de West African Research Association) : “de Fransen wilden de ajami teksten weg. Ze hebben heel wat bibliotheken verbrand, waarna de mensen de boeken gingen verbergen achter valse muren en in kelders.” In de Britse kolonies van West-Afrika gebeurde het zelfde. In Nigeria verbood Governor General Sir Frederick Logard (1914-1919) het ajami alfabet en alle Hausa boeken moesten nu met het Latijns alfabet worden gedrukt. Deze nieuwe boeken kregen de naam Boko (van het Engelse woord book). Ook hier werd in ajami schrijven een daad van oppositie. Een van de zeer extreme terreurbewegingen die daar nu opereren, de jama’atu ahli s-sunna li-d-da’awati wa-l-jihad, (Vereniging van Sunna-aanhangers voor de verspreiding en de strijd voor het geloof) kennen we beter onder hun Hausa naam Boko Haram. Alle westerse boeken zijn voor hen verboden. Een extreme nawee van een koloniale poltiek.

Tim 6

Sommigen stellen dan ook dat de kolonisatie een moord op de lokale cultuur betekende. Alhoewel het ajami overleeft, en niet alleen in Timboektoe. Nu nog gebruikt men veel ajami op winkelopschriften en in Nigeria verschijnt zelfs een ajami krant Alfijir (De Morgen). En er komt een beweging op gang om terug ajami officieel te onderwijzen, zodat men de eigen versie van de geschiedenis, en niet de koloniale kan raadplegen.

Recent werden deze manuscripten opnieuw bedreigd, niet langer door de slechte condities waarin ze bewaard werden of de kolonisator, maar door terreurgroepen als Ansar Din (Strijders voor het Geloof).
Maar de bibliotheek van het Fondo Kati werd al lang voor de huidige politieke troebels gered: In 2002 kon Ismail Haidara Kati een deal sluiten met Spanje en met de Junta de Andalucia, die de bibliotheek beschouwden als Andalusisch nationaal erfgoed. Ze financierden een nieuw bibliotheekgebouw van 800 m2, uitgerust met airconditioning en voorzien van conserveringsfaciliteiten, kostprijs 150.000 euro. De boeken werden op microfilm gezet en die wordt nu in Almeria bewaard.
De huidige oorlogssituatie maakte dat wereldwijd ook aandacht werd besteed aan de andere bibliotheken. In tegenstelling tot wat eerst werd gemeld kon men 90% van de manuscripten in veiligheid brengen in Bamako. Daarvoor zorgden onder meer Noorwegen, Nederland en de Universiteit van Kaapstad. Volgens professor Shamil Jeppie (univ. Kaapstad en directeur van het conserveringsproject in Bamako) « Heeft men zwaar overdreven. Er is schade aangericht, sommige objecten werden gestolen, maar lang niet op de schaal uit de eerste berichtgeving.” Volgens de Amerikaanse expert Bruce Hall (Duke University) in Le Monde is er meer aan de hand:”Des millions de dollars ont été dépensés depuis dix ans pour les sauver en les numérisant, notamment par l’Unesco et des fondations américaines. Presque rien n’a été réalisé. Et ce qui a été numérisé est seulement conservé sur des ordinateurs à Tombouctou ! ” Ook de corruptie tierde welig : “L’argent a disparu au Mali, mais aussi dans les mains de pseudo-experts occidentaux qui ont beaucoup discouru et peu agi…personne n’a les mains propres”.

De Brusselse Bozar toont nu enkele van deze manuscripten, met niet echt een vertaling en met een summiere historische duiding. Te kostelijk?

Mali 1

January 25, 2015 at 9:28 am 3 comments

DE MAN DIE HET GAS DEED BRANDEN

H 00

door Lucas Catherine


Telkens ik langs de Nieuwe Graanmarkt loop moet ik het oude Brusselse volksliedje neuriën – u kent het misschien via de versie van Urbanus: “Waale zaan de manne die de gaas doen branne, de klinken repareren en de maskes ambeteren”. Dat komt omdat op dit plein het standbeeld staat van Jan Baptist Van Helmont, de man die het gas uitvond.

H 1 statue1000vanhelmont01 Hij was, zoals op het voetstuk staat: “geboren te Brussel in 1579, overleden te Brussel in 1644. Scheikundige, physioloog, geneesheer en wijsgeer. Hij was een der grondleggers van de hedendaagse wetenschap”. En zeggen de encyclopedieën: de man die het woord en begrip gas uitvond. Daarvoor zou hij zich gesteund hebben op het Griekse woord ‘chaos’. Dat zal wel want hij las vlot Grieks, maar niet vergeten dat wij in Brussel ‘gaas’ zeggen en dat dit een homoniem is voor gaas, die heel fijne stof die wij ooit importeerden uit het Palestijnse Gaza. En nu is gas ook een heel fijne stof, net zoals gaas maar stof hier dan in een andere betekenis. Ik denk dus dat zijn moedertaal ook gespeeld heeft bij zijn keuze van dit woord.

H 2 ThermoHelmont

Van Helmont was een van de vele slachtoffers van de Leuvense inquisitie, die had in de zeventiende eeuw nog altijd haar slechte gewoontes niet afgeleerd. Hij had daar geneeskunde gestudeerd, maar verliet na graduatie (in 1599) de universiteit omwille van haar achterlijke standpunten en ging vijf jaar door Europa zwerven. Daarna ging hij publiceren en onderzoeken. Zijn werk is typisch voor een tijd waarin er nog geen onderscheid werd gemaakt tussen Chemie en Alchemie. Op zijn standbeeld ligt aan zijn voeten dan ook een alchemistenkruik.

Zijn boek De magnetica vulnerum curatione, dat ondermeer de genezende kracht van relikwieën probeerde te bewijzen werd op de index geplaatst en in 1634, een jaar nadat Galilei door de Paus werd veroordeeld, vloog ook hij de gevangenis in. Dankzij zijn rijke schoonvader en een borgtocht van 6.000 gulden kwam hij vrij, maar al de werken die hij schreef tussen 1599 en 1634 werden geconfisqueerd.
In de geschiedenis van de fysica staat Van Helmont bekend als uitvinder van de thermometer, of toch een verbetering ervan en zijn versie staat bekend als de Belgische Thermometer, die is in J-vorm met onderaan een opening, dat schrijft onder meer Dr. Fritz Burckhardt in Die Erfindung des Thermometers (1867).

Van Helmont zal verder bekend worden door zijn nogal drastische behandeling van gekken en krankzinnigen. Door ze plots met hoofd eerst in ijskoud water te gooien of ze met ijskoud water te overgieten. Frans Van Helmont, zijn zoon perfectioneerde de ‘therapie’. Ik citeer uit een medische encyclopedie die dateert uit 1778, onder het lemma ‘mania’: “Van Helmont heeft ons de nuttigheid van dit geneesmiddel doen kennen; een enkel toeval had hem zulks geleert; men vervoerde op een wagen een krankzinnig Handwerksman, die middel vindende zich van de ketenen te ontdoen, waar mede hij gekluistert was, in een diepe waterkolk sprong: Men trok er hem uit , denkende dat hij dood was, maar weinig tijds daar na gaf hij tekens van leven en gezondheid, en hij leefde nog een geruimen tijd naderhand, zonder door eenige krankzinnigheid overvallen te worden. Van Helmont, door dit voorbeeld aangemoedigt, beproefde, zedert, dat middel op verscheidenen krankzinnigen, en bijna altoos met een volmaakte uitslag ; behalven zegt hij, wanneer men voor het leven der Zieke beducht zijnde, hem niet lang genoeg onder water liet.” Mislukkingen werden dus toegeschreven aan een te korte ‘behandeling’. Verder leefde het idee dat deze methode de ideeën van de zieke deed veranderen.

H 3 van-helmont-1694ad-houdini-water-torture

Deze methode heeft de fameuze illusionist Houdini geïnspireerd tot een stunt om met het hoofd omlaag een recordtijd onder water te blijven. Maar er is meer, ook de waterfoltering die de Nazi’s tijdens WO II tegen Belgische verzetstrijders gebruikten en die later onder de naam waterboarding door de Amerikanen werd overgenomen in hun “strijd tegen het terrorisme, gaat terug op deze oorspronkelijk genezend bedoelde methode.

Van Helmont zou ook een Rozenkruiser, dat zijn voorlopers van de Loge, zijn geweest. Daarom liggen er op zijn standbeeld aan de Graanmarkt ook rozenknoppen aan zijn voeten.
Dankzij zijn ‘alchemistisch’ getinte geschriften is hij nu vooral bekend bij aanhangers van alchemie en New Age. Je kan op hun internetsites zelfs bedovertrekken en flipflops kopen met zijn beeltenis op.

H 4 van_helmont_and_an_alchemi_flip_flops

November 9, 2014 at 1:28 pm Leave a comment

HET LEF VAN LEUVEN

door Lucas Catherine

Leuven herdenkt Vesalius. Op hun website lees ik: (ik knip en plak): De geboorteplaats van Andreas Vesalius is ons allen bekend. De begraafplaats van deze bekende Leuvenaar blijft echter een mysterie. Een zin om met een zware korrel zout te nemen. Hij was een Brusselaar, en ondertekende altijd met Andreas Vesalius Bruxellensis. Waar hij begraven ligt vertel ik zo dadelijk, maar dat is zeker niet in Leuven.

A1 BoekVesal_0001_NEW

De dag dat de Leuvense viering op een persconferentie werd aangekondigd in het radiojournaal vertelde de dienstdoende journalist dat Vesalius in Leuven prof was geweest. Dat hebben ze gelukkig daarna niet meer zo geformuleerd want dit was liegen als een ketter. Ketters zijn trouwens al vijf eeuwen een specialiteit van Leuven.

Eigenlijk zouden ze in Leuven in uiterste schaamte moeten zwijgen over Vesalius en hadden de Brusselaars hem moeten vieren. Maar in Brussel vinden ze dat Vesalius niet te slijten is aan toeristen, toch niet zoals de Meyboom, de Ommegang en Keizer Karel. Als ze in Leuven de geschiedenis herschrijven om het duistere verleden van de universiteit te verbergen, in Brussel herschrijven ze de geschiedenis in functie van het toerisme.
Vesalius was nochtans een Brusselaar die in Leuven alleen maar ongemak en tegenkanting heeft gekend.

gedenkplaat Miniemenstraat

gedenkplaat Miniemenstraat

Op 31 december 1514 werd in het Brusselse Hellestroatje Andries Wijtinck geboren, ook genoemd Andries van Wesel omdat zijn betovergrootvader ooit uit het Rijnlandse Wesel naar Brussel was geëmigreerd Het Hellestrotje bestaat niet meer. Het was een verbindingsstraat tussen de huidige Wolstraat en Miniemenstraat Zijn vader liet hem vanaf zijn zes jaar lagere school lopen aan de Priempoort op Sint-Goriks bij de Broeders van het Gemene Leven. Deze religieuze groepering ontstond eind veertiende eeuw uit reactie tegen de verloedering van de clerus en allerlei ongewenste kerkelijke praktijken. Ze speelden een progressieve rol en hadden bijvoorbeeld in 1476 in Brussel de boekdrukkunst geïntroduceerd. Daar leerde Andries zijn eerste woordjes Latijn en Grieks. In 1530 gaat hij twee jaar studeren in Leuven aan het Pedagium Castri, De School aan de Borcht , zoiets als de middelbare school die afhing van de universiteit daar en hij vervolmaakt zijn Latijn en Grieks aan het Drietalen College

De sfeer in Leuven had niet veel met de renaissance te maken. Het rook er teveel naar wierook en verbrand mensenvlees. Aan de universiteit van Leuven, dit voorgeborchte van Rome, veroordeelt men Luther al in 1519. Ook de Paus rook daarna het solfer van de ketterij en in juli 1520 arriveerde een pauselijk gezant die de net gekroonde keizer Karel om maatregelen vroeg. Karel ondertekent daarop in september het eerste edict tegen de protestbeweging. Een maand later organiseert de Leuvense Universiteit de eerste boekverbranding. Tachtig boeken van Luther gaan in de vlammen op. Het mag niet helpen. Nog dat jaar verschijnen de eerste vertalingen van Luther in het Nederlands en in 1521 worden, ondanks het edict en de boekverbranding, in Brussel de eerste werken van Luther verkocht door Hendric in ’t Kelderken, een boekverkoper bij de Sint-Niklaaskerk.

Drijvende kracht achter de inquisitie was Adriaan Floriszoon Boeyens, professor en rector in Leuven. Heel zijn carrière speelde zich trouwens in Leuven af. Hij staat ook bekend als Adriaan van Utrecht en was privé-leraar van de jonge Karel V geweest. De man reisde eind 1517 met Karel V mee naar Spanje, wordt er tot kardinaal gekroond en Karel promoveert hem tot inquisiteur van Aragon, Navarra en Valencia. In 1519 overlijdt Karels grootvader Maximiliaan en hij vertrekt naar Duitsland om zich daar tot keizer te laten kronen. Voor zijn vertrek stelt hij Adriaan Boeyens aan tot regent van Spanje en tot Inquisidor General van Castillië en Leon. Daarmee komt dan heel de Spaanse Inquisitie onder een ‘Leuvens’ bevel.

A3 Priempoort

Op 23 april 1522 wordt in navolging van Spanje hier in de Nederlanden de Inquisitie ingevoerd. Frans van der Hulst, lid van de Raad van Brabant wordt door de Keizer officieel aangesteld om de repressie te organiseren en Adriaan Boeyens die ondertussen paus is gekroond, dankzij politieke druk van Karel, bekrachtigt dit en geeft van der Hulst de titel van “universalem et generalem inquisitorem”. Kort daarna wordt hij opgevolgd door drie clericale inquisitoren: Olivier Buedens uit Ieper voor Vlaanderen, Nicolas Houzeau uit Bergen voor Henegouwen en Niklaas Coppin uit Leuven voor Brabant. Alle drie hebben nauwe banden met de Universiteit van Leuven. Het is dus een mythe dat de Inquisitie bij ons een Spaans fenomeen was. Zowel de ideologen als de beulen kwamen van hier.

En Leuven bleef een bastion van Roomse wreedheid met een hoogtepunt onder rector Frans van Son (1507-1576) die samen met de beulen naar de terechtstellingen keek en “ zij gaven hun ogen de kost alsof zij te gast waren aan een overdadig diner waar ze hun buik tegoed konden doen”, zo beschrijft een ooggetuige het in 1545.

Dan was Parijs toleranter. Vesalius gaat dan ook in 1533 in Parijs geneeskunde studeren. Naast het aanhoren van voorlezingen ex cathedra struinde hij geregeld door het Cimétière des Saints Innocents, toen het grootste kerkhof op het continent, om geraamten te zoeken en ging hij op de Montfaucon, de Galgenberg van Parijs, naar lijkschouwingen kijken. Welke lijken gebruikt mochten worden was sterk gereglementeerd: enkel van onthoofden en gehangenen (geen gevierendeelde, geradbraakte of verbrande lijken), ook vrouwenlijken waren verboden.

In 1536 brak de oorlog uit tussen François I en Keizer Karel, en als onderdaan van een vijandige natie moet Vesalius Parijs verlaten en keert terug naar Brussel. Toen deed hij hier zijn eerste lijkschouwingen, en niet alleen van geëxecuteerden. Toen een adelijk meisje stierf sprak men van vergiftiging, maar uit de lijkschouwing van Vesalius bleek dat ze gestorven was omdat haar corset te hard was dicht gesnoerd. Hij zette zijn studies nu een jaar verder in Leuven en publiceerde er in 1537 zijn licenciaatsthesis “Paraphrasis in nonum librum Rhazae medici Arabis clarisiss. Ad Regem Almansorem.., Parafrase van het negende boek van de grote Arabische geneesheer Al Razi, dat hij schreef voor koning Al Mansur”. Eer het jaar om is krijgt hij ruzie met zijn professor en daarom trekt hij in dat zelfde jaar 1537 naar Padua waar hij zijn eigenlijke dokterstitel behaalt en aangesteld wordt als hoogleraar in de anatomie en in de heelkunde. In Padua publiceert hij zijn eerste groot werk Tabulae Anatomicae, zes grote anatomische platen, die hij opdraagt aan Narcissus Parthenopeus, hofgeneesheer van Keizer Karel. In 1543 volgt dan zijn meesterwerk De Humanis Corporis Fabrica Libri Septem ( Zeven boeken over de bouw van het menselijk lichaam). Dit kolossale boekwerk: het weegt 7 kg, telt 663 pagina’s en elke bladzijde is bijna een halve meter hoog, draagt hij op aan Keizer Karel.

A4 Plaat uit het boek

Die is daarmee erg gevlijd en stelt hem aan tot lijfarts. Als huisarts van Keizer Karel heeft Andreas meer dan zijn handen vol. Omwille van keizers slechte eetgewoonten – slecht kauwen en ijskoude dranken – had die veel maagklachten. Dat slecht kauwen kwam door een afwijking aan zijn gezicht: zijn onderkaak sprong te veel uit waardoor hij een kruisbijter was. De Keizer leed verder nog aan een andere erg hinderlijke ziekte die hem soms dagen aan het bed kluisterde, jicht. Ook dat vind je in de geschriften van Vesalius terug. In 1546 schrijft hij zijn Chinawortelbrief, Andreae Vesalii Bruxellensis, medici caesarei epistola, rationem modumque propinandi radicis Chynae decocti, quo nuper invictissimus Carolus V. Imperator usus est, pertractans….Brief van Andries Van Wesel, de Brusselaar, geneesheer van de keizer, handelend over hoe en op welke wijze het afkooksel van de Chinawortel moet gedronken worden, dat onlangs door de onoverwinnelijke keizer Karel V gebruikt werd… Wanneer Keizer Karel op 25 oktober 1555 troonsafstand doet in het Paleis op de Koudenberg ontslaat hij bijna al zijn personeel, ook Andreas Vesaliius en benoemt hem tot Comes Palatinus, Graaf van het Heilig Lateraans Paleis, dit levert hem een aardige lijfrente op. Daarop treed onze Brusselaar in dienst van de zoon en opvolger, Filips II met wie hij op 23 augustus 1559 inscheept naar Spanje. Vesalius voelt er zich niet echt thuis. Hij kon daar door de strikte katholieke leer geen lijkschouwingen verrichten en kon zijn anatomisch onderzoek niet verder zetten.

In 1564 vertrekt hij op bedevaart naar Jeruzalem. Kwade tongen beweren dat hij tot die bedevaart veroordeeld werd door de Spaanse Inquisitie omwille van een clandestiene lijkschouwing, maar dat is nergens bewezen. Onderweg, bij een tussenstop in Sète, bij Montpellier neemt hij afscheid van zijn gezin. Zij zetten hun reis verder naar Brabant. In Palestina bezoekt hij de heilige plaatsen, Jericho en de Jordaanvallei, maar op de terugreis komt zijn schip in een storm terecht en ze leidden schipbreuk op het eiland Zakynthos in de Ionische Zee, ten noordwesten van Griekenland. Daar sterft hij aan tyfus op 15 oktober 1564. Hij kreeg op dit eiland twee monumenten en een straat is er naar hem genoemd, de hodos Andrea Vesal. In Brussel hangt op de plek waar zijn huis stond, nu het atheneum Robert Cateau een gedenkplaat. Verder kreeg hij een standbeeld op het Barrikadenplein in de Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuw-wijk en een straat in de Bas-Fonds. Die Vesaliusstraat heeft trouwens een cynische geschiedenis. Tot 1853, toen ze zijn naam kreeg heette ze Spellekensstraat, omdat Jan Grouwels, een van de beruchte inquisiteurs er woonde. Zijn bijnaam Spellekens kwam van het feit dat hij met spelden de ogen van de ketters bewerkte. Zo konden ze volgens hem niet meer naar de duivel kijken. Ook een anatoom dus, maar van een ander soort. Of Grouwels in Leuven had gestudeerd vermelden de bronnen niet. Het zou kunnen want zoals Luther toen al schreef: “Daar kan zelfs een ezel een diploma halen”.

standbeeld Barricadenplein

standbeeld Barricadenplein

October 8, 2014 at 9:32 am 4 comments

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,701 other followers