Posts filed under ‘zionisme’

KINDEREN VAN DE REKENING 2

Door Johan Depoortere

Met een aflevering gewijd aan de historische omkadering werd de serie “Kinderen van de Holocaust” (9 juni 2020) afgesloten. Die omkadering was hoogstnodig want ze ontbrak grotendeels in de vorige afleveringen waarin de slachtoffers van de gruwel getuigden. (Zie: “Kinderen van de Rekening” door Gie van den Berghe in dit Salon.) Die getuigenissen waren moedig, indringend en noodzakelijk, al kwamen ze rijkelijk laat: 75 jaar na het einde van de oorlog. Dat verklaart waarom van de getuigen enkel twee volwassenen als kind of adolescent zelf de kampen hebben overleefd. De anderen waren familieleden of inderdaad kinderen van: de generatie die opgroeide met de verhalen – of het zwijgen – van de ouders die het allerergste hadden meegemaakt. Ook hun getuigenis is bijzonder waardevol en noodzakelijk om inzicht te krijgen in de grootste misdaad en tragedie van de vorige eeuw.

Toch laat de serie na afloop een onbevredigd gevoel na, want ondanks de poging om op de valreep het geheel te kaderen blijf je als kijker met een groot aantal vragen zitten. Hoe is het zover kunnen komen? Wat bezielde de daders en vooral – de opdrachtgevers? Was de genocide op de Joden vooraf gepland, te voorzien en te voorkomen? Welke rol speelde wat we tegenwoordig de “internationale gemeenschap” noemen?  Op een groots opgezette internationale conferentie in de Franse badplaats Evian in juli 1938 weigerden vrijwel alle westerse landen Joodse vluchtelingen op te nemen. Lieten ze Hitler daardoor geen andere keus dan de “Endlösung” om Duitsland “Judenrein” te maken?

Vertegenwoordigers van Westerse landen wendden hun blik af van de Joodse vluchtelingen en sloten hun grenzen.

Zelfs na de vreselijke pogrom van de Kristallnacht in november van datzelfde jaar bestond er geen plan om de Joden uit te roeien, wel om ze naar het Oosten te verdrijven. In 1938-39 slaagden nog 120000 Joden erin uit Duitsland weg te komen weliswaar met achterlating van een groot deel van hun bezittingen. Wat de motieven van de daders – de uitvoerders – betreft doen de historici in de laatste aflevering een poging om erachter te komen hoe ze psychologisch werden bewerkt om hun natuurlijke afkeer van het moorden – het bloed, de stank, de paniek – te overwinnen.  Maar hoe het moorden paste in het bredere ideologische kader van het nazisme komt nauwelijks aan bod.

Nog vóór er van “Endlösung” sprake was waren in Duitsland geesteszieken, gehandicapten en andere “minderwaardige” Duitsers het slachtoffer geworden van de naziplannen om het “Arische ras” te verbeteren. Het begin van het systematische uitroeien van de Joodse bevolking valt samen met de inval van de nazitroepen in de Sovjetunie in juni 1941. De oorlog tegen de Sovjetunie was het sluitstuk van Hitlers Grote Schema dat als einddoel had de wereld te bevrijden van het “judeo-bolsjevistische juk.” De oorlog tegen Stalin was niet alleen bedoeld om “Lebensraum” te creëren voor het Arische superras, het was ook een ideologische kruistocht tegen het communisme dat in de geest van Hitler en de nazi-ideologen vrijwel samenviel met “het Jodendom.”  In “Mein Kampf” had Hitler de strijd tegen het marxisme als prioriteit nummer één uitgeroepen en die strijd viel nagenoeg samen met de strijd tegen “het Jodendom” omdat volgens hem “de kwalen van het marxisme en van het ‘Jodendom” zo intens met elkaar verweven zijn dat ze één geheel vormden. Hitler zag de oorlog tegen de Sovjetunie als de ultieme strijd op leven en dood tussen het door het Duitse “Herrenvolk” gedomineerde Europa en de barbarij van het Aziatische “judeo-bolsjevisme.” De Joods-Amerikaanse historicus Arno J. Mayer trekt daarom terecht de parallel tussen de Russische veldtocht van de nazilegers en de middeleeuwse kruistochten die eveneens een ideologisch doel hadden: de overwinning van het christendom waarbij de kruisvaarders op weg naar Jeruzalem en passant behalve moslims ook duizenden Joden in het Rijnland en verder oostwaarts over de kling joegen.

In het kader van die oorlog tegen “het judeo-bolsjevisme” kwam het moorden op industriële schaal op volle toeren toen de Duitse troepen in hun veroveringstocht vóór Moskou waren blijven steken en het verzet van het Rode Leger taaier bleek dan de nazi’s in hun propaganda hadden voorspeld. De nazilegers werden tot de terugtocht gedwongen en leden daarbij ontzettende verliezen door aanvallen van het Rode Leger en de partizanen. De vele Joodse dorpen in Oekraïne waren de voornaamste slachtoffers van de Duitse wraak. Joden en “rode commissarissen” werden zonder onderscheid verantwoordelijk gesteld voor de guerrilla- aanvallen die het de terugtrekkende Duitse troepen knap lastig maakten. De “Einsatzgruppen” van de SS hadden de opdracht alle communistische functionarissen en Joden zonder onderscheid af te maken. Maar ook de “Wehrmacht,” de reguliere Duitse troepen lieten zich – in tegenstelling tot de na-oorlogse legende – niet onbetuigd. (https://www.dw.com/de/die-wehrmacht-und-der-holocaust-auf-freiem-feld/a-53354087) De eerste massale slachtingen van duizenden Joodse onschuldige burgers vonden in Oekraïne plaats met als triest maar voorlopig dieptepunt de moordpartij bij de ravijn van Babi Jar in de buurt van Kiev. Van daar naar de gaskamers was het slechts een stap.

Het eeuwenoude historische antisemitisme (of anti-judaïsme) van religieuze oorsprong – dat in Duitsland overigens niet méér maar veeleer minder wortel had geschoten dan in bijvoorbeeld Frankrijk of Engeland – hielp wellicht om de vervolging van de Joden door het grote publiek te laten verteren. Maar het is zeer de vraag of de overgrote meerderheid van de Duitsers op de hoogte was van de omvang van de gruwel en de schaal van de massamoord. Het is niet toevallig dat van de zes uitroeiingskampen er niet één op Duits grondgebied lag: het moorden gebeurde hoofdzakelijk in het Oosten, wat uiteraard geen verontschuldiging is voor de medeplichtigheid en het wegkijken door een deel van de Duitse bevolking die in eigen land ten overvloede voorbeelden had gezien van de misdaden en de wreedheden van de nazi’s.

Heinrich Himmler en Reinhard Heydrich, de architecten van de Endlösung. Foto: Wikicommons

De uitzending had terecht veel aandacht voor de psychologische processen die van een brave burger, een “gewoon mens,” een massamoordenaar maken. Van de ideologische achtergrond en de motieven van de opdrachtgevers was in de “Kinderen van de Holocaust” weinig of niets te bespeuren. De namen van Heydrich of Himmler, nochtans de architecten van de Endlösung, hoorde ik nergens vernoemen. Evenmin werd veel aandacht besteed aan de manier waarop Hitler de staatsmacht veroverde en aan de medeplichtigheid van de “fatsoenlijke” conservatieve, nationalistische en katholieke partijen. In de laatste aflevering wordt de mythe herhaald dat Hitler “na democratische verkiezingen” aan de macht is gekomen. Dat is hooguit ten dele waar. Bij de verkiezingen van 6 november 1932 ging de nazipartij achteruit – ze verloor twee miljoen van haar kiezers (ten opzichte van juli) en haalde nog 33,1% van de stemmen, minder dan communisten en sociaaldemocraten samen. Dat Hitler rijkskanselier werd had hij behalve aan de verdeeldheid van links te danken aan de conservatieven en reactionairen onder leiding van de Junker Franz von Papen die ervan uitging dat de plebejer Hitler wel blij zou zijn tot het walhalla van de heren te worden toegelaten en dat hij door ze “in het bad te trekken” de nazi’s wel zou temmen. Von Papen en zijn aristocratische vrienden droomden hardop van een autoritair regime waarin zij – niet de nazi’s – het voor het zeggen zouden hebben en waarvoor ze Hitler wel meenden tijdelijk te kunnen gebruiken.

 

Franz von Papen. Foto: Wikicommons

Het omgekeerde gebeurde. Hoewel Hitler slechts drie van zijn partijgenoten in zijn kabinet had opgenomen slaagde hij erin in binnen de drie maanden de macht volledig naar zich toe te trekken. Hij kreeg daarbij de welwillende hulp van de Duitse politieke, economische en militaire elite. “Zowel de burgerlijke administratie als het leger werkten op alle echelons mee” schrijft Mayer in De Hakenkruistocht. “Dat gold eveneens voor de meeste industriemagnaten, bankiers, grootgrondbezitters, intellectuelen, academici en voor de clerus. Samen met rechters en advocaten hielden zij hun mond bij de meest gruwelijke schendingen van burgerrechten- en vrijheden, zowel voor als na Hitlers machtsovername begin 1933.“

Frank Seberechts bracht de rol in herinnering die Vlaamse en Waalse SS-ers speelden in de massamoord op de Joden.

Het is prijzenswaardig dat de makers van de reeks er niet voor zijn teruggeschrokken de rol te belichten die Vlaamse en Waalse collaborateurs hebben gespeeld bij de uitvoering van de massamoord op de Joden. Daarvoor haalden ze enkele van de meest misselijk makende fragmenten uit interviews van gewezen collaborateurs van onder het stof. Het is alweer bijna veertig jaar geleden dat Maurice De Wilde erin is geslaagd deze unverfroren Vlaamse nazi’s voor de camera te halen. Dat ze in deze tijden van heroplevend fascisme en antisemitisme te kijk worden gezet kan een les zijn voor de jonge dwepers van vandaag, al is het twijfelachtig of de les tot het brein van de hardleerse vrienden van Van Langenhove en Van Grieken zal doordringen.

Ook op een andere manier probeerde het programma een link te leggen naar vandaag of  het recente verleden. Er waren beelden te zien van de gruwelijke genocide in Rwanda en Srebrenica, van de onderdrukking van de Rohinjya en van de Oeigoeren in China. Wat in het lijstje ontbrak is de onderdrukking en discriminatie van de Palestijnen, de oorspronkelijke bewoners van het land dat nu Israël heet. Is er een wezenlijk verschil tussen enerzijds de jacht op de Rohinjya en anderzijds de etnische zuivering van Palestina met de vernietiging van meer dan 500 dorpen en het verdrijven van 750000 Palestijnen nu 72 jaar geleden? Ik kan me levendig voorstellen hoe de makers van het programma hebben zitten tobben en brainstormen over de ongemakkelijke vraag: “Wat doen we met Israël?”

Het antwoord daarop was te zien in een vorige aflevering van “De kinderen van de Holocaust.” Een aantal van de getuigen uit de serie heeft na de oorlog zijn of haar toevlucht gezocht in Israël, het enige land ter wereld waar Joden geacht worden ‘zich veilig te voelen’ maar met als hoge prijs de verdrukking van een ander volk, de discriminatie van 20% van de bevolking, een buitensporige militarisering, oorlogen tegen buurlanden, een uitzichtloze bezetting en een samenleving getekend door religieus fanatisme, apartheid en racisme. “Ik wil niet in een huis wonen waar twee soldaten met mitrailletten voor de deur staan om mij rustig te laten eten” zei David Wagman, één van de getuigen, in zijn prachtige, wat archaïsche, Nederlands: een perfecte metafoor voor de situatie in het huidige Israël. Wagman was een verademing in een uitzending die voor de rest bol stond van de zionistische clichés en de mythes die de oprichting van de Joodse staat moeten legitimeren: de “terugkeer” van de Joden naar hun “vaderland” uit Bijbelse tijden, de Palestijnen die de “verkeerde leiders” hebben, de Arabieren die de “Joden in de zee willen drijven” etc. etc.

Op deze open vlakte tussen Jaffa en Tel Aviv bevond zich tot de lente van 1948 de Palestijnse volkswijk Al Manshieh met 70000 inwoners. Het enige Palestijnse gebouw dat vandaag (gedeeltelijk) overeind bijft is nu het “Etzel House” een museum gewijd aan de overwinnaars: de paramilitaire terreurgroep Etzel (of Irgun) van de latere premier Menachim Begin. https://forward.com/culture/380340/how-jaffas-etzel-house-stands-at-odds-with-history/

De enigen die in de zee werden gedreven zijn de 70000 Palestijnse bewoners van Jaffa die in de lente van 1948 door de aanvallende Joodse strijdkrachten en de terroristische bendes Etzel en Lehi werden opgejaagd en alleen de zee als uitweg hadden. Honderden – misschien duizenden – verdronken in hun poging om via een boot uit de omsingeling weg te komen. De aanval op Al Manshieh, de dicht bewoonde volkswijk van Jaffa en de omliggende dorpen begon al op 9 april 1948, bijna anderhalve maand vóór de onafhankelijkheidsverklaring door Ben Gurion en de interventie van de Arabische legers die de Palestijnen te hulp kwamen. Ook dat spreekt de “David en-Goliathlegende” tegen die wil dat de machtige Arabische buren het zwakke Israël wilden vernietigen. De Israëlische architect en historicus Sharon Rotbart schrijft daarover in White City, Black City: “Of all the numerous, unwarranted times the phrase ‘push them into the sea’ has been flippantly bandied around in the context of the Arab-Israeli conflict, this may well be the only instance in history when the expression has literally taken form.”

Kun je van overlevenden van de massamoord op de Joden en hun nabestaanden verwachten dat ze oog en begrip hebben voor de slachtoffers van de slachtoffers? Het is een moeilijke en pijnlijke vraag waar de zionistische ideologie slechts één antwoord op weet te bedenken: de uniciteit van de Shoah die elke vergelijking met andere massale schendingen van de mensenrechten verbiedt. Het lot van de Palestijnen afwegen tegen dat van de Joden is daarom alleen al taboe en volgens de definitie van de International Holocaust Remembrance Alliance zelfs antisemitisme. Nee, de etnische zuivering van Palestina is niet hetzelfde als de gigantische onderneming om alle Europese Joden met industriële middelen te vermoorden, de schaal en de gebruikte methoden verschillen maar het doel is gelijklopend: de overheersing van één etnische groep, bij de nazi’s door uitroeiing, bij de zionisten door “transfer,” een codewoord voor etnische zuivering. Ook in de mechanismen die tot dat eindresultaat leiden zijn gelijkenissen te ontwaren: de geleidelijke ontmenselijking van een groep, het wij-zij-denken, het opofferen van morele overwegingen aan een “hoger doel:” geenszins het monopolie van één historische periode of van een één misdadige politieke beweging. Zonder dat inzicht is de roep “Nooit meer” een holle slogan.

June 15, 2020 at 4:26 pm Leave a comment

TRUMP EN HET EINDE VAN HET ZIONISME

Door Johan Depoortere

Als het zionisme samen met fascisme, kolonialisme en Apartheid op de vuilnishoop van de geschiedenis zal zijn terechtgekomen zal Donald Trump daarvoor – wellicht postuum – een deel van de verdienste mogen opeisen. Zijn “deal of the century” wordt door vrijwel al wie begaan is met de vrede in het Midden-Oosten verworpen, maar het is niet uitgesloten dat zijn plan wel eens een onverwacht effect kan hebben: namelijk het einde van het zionisme zoals we het vandaag kennen.

Netanyahu en Trump kunnen het uitstekend met elkaar vinden.

Het plan dat Donald Trump met zijn beste maatje Netanyahu heeft bekokstoofd zonder ook maar enige inbreng van één van de twee bij het conflict betrokken partijen draagt de Orwelliaanse naam van “vredesplan.” Maar zoals in Orwells toekomstvisie “waarheid” leugen is zo betekent ook hier “vrede” in werkelijkheid oorlog. Het plan dat met grote achteloosheid voorbijgaat aan de fundamentele rechten van de Palestijnen kan onmogelijk tot vrede maar zal meer dan waarschijnlijk tot meer bloedvergieten leiden.

Zo ziet het toekomstige Palestina eruit volgens de “deal of the century” Officiële kaart.

De meeste waarnemers zijn het erover eens dat met deze deal of the century – in ware maffiastijl aan de Palestijnen opgedrongen – de zogenaamde “tweestaten-oplossing” de doodsteek is toegebracht. Wat de Palestijnen aangeboden krijgen is immers niet meer dan enkele verbrokkelde bantoestans op 15% van het grondgebied van het historische Palestina met toekomstige schijnautonomie die dan nog afhankelijk wordt gemaakt van een hele reeks onmogelijk te vervullen voorwaarden. Exit dus de “tweestaten-oplossing.” De vraag is of we daarom moeten treuren. De “tweestaten-oplossing” is immers nooit een echte oplossing geweest omdat in de ogen van zowel Israëli’s als Amerikanen de Palestijnse staat nooit meer is geweest dan een hersenschim, de wortel die de Palestijnen werd voorgehouden in de hoop het verzet tegen de bezetting en de discriminatie te breken.De “twee-statenoplossing” betekende het definitief verankeren van de Apartheid. Twee miljoen Palestijnen in Israël konden op die manier hun Israëlisch staatsburgerschap verliezen als ze juridisch naar de Palestijnse staat werden getransfereerd. Daarmee zou de oude zionistische droom van de “transfer” van de niet-Joodse bevolking in vervulling zijn gegaan en kon de zionistische staat voor het eerst een volledig etnisch zuivere Joodse staat worden. Hardcore zionisten zoals de historicus Benny Morris hebben het altijd een fout van Ben Gurion en de Israëlische Founding Fathers gevonden dat na de etnische zuivering in 1948 ruim 160 000 Palestijnen (toen “Arabieren”genoemd) in de staat mochten blijven. Het zijn er intussen meer dan twee miljoen, 20 % van de bevolking, en het idee van “transfer” is in leidende zionistische kringen levendiger dan ooit.

Ondanks het mogelijk verzet van de meest extreme settlers die zelfs de mogelijkheid van een virtuele “Palestijnse staat” verafschuwen lijdt het geen twijfel dat Trumps en Netanyahu’s “vredesplan” het groen licht zal krijgen of de volgende regering nu wordt geleid door de huidige premier of door zijn rivaal in de verkiezingen van 2 maart, de zogenaamde “centrumkandidaat” ex-generaal Benny Gantz. Met de annexatie van de nederzettingen op de Westbank en het grootste deel van de Jordaanvallei lijkt de voltooiing van het zionistische project nabij: een Joodse staat op het hele grondgebied van “Eretz Israel” – het bijbelse land van de vermeende voorvaderen van de hedendaagse Joden. Maar de realisatie van die droom zou wel eens op een nachtmerrie kunnen uitdraaien.

Volgens de demografische gegevens van het militair bestuur op de Westbank (dat in Israël Orwelliaans de “burgerlijke administratie” wordt genoemd) zouden door de annexatie meer dan vijf miljoen Palestijnen op de Westbank en Gaza de facto onder Israëlisch bestuur komen. Tel daarbij de twee miljoen “Israëlische Arabieren” in Israël en de nagenoeg 300 000 Palestijnen in Oost-Jeruzalem die nu “voorlopig” als Israëlische staatsburgers worden beschouwd al hebben ze bijvoorbeeld geen stemrecht. Daardoor komen de Joden in het grotere Israël in de minderheid: een nachtmerrie voor de zionisten, die graag waarschuwen voor de “demografische tijdbom.” Dat stelt de zionistische regeringen in de toekomst voor de pijnlijke keuze: ofwel eindeloos geweld door toenemende militarisering en apartheid om de Joodse privileges te beschermen in een land waar Joden de minderheid vormen – en daarmee ook toenemend verzet en internationale druk, of van Israël/Palestina een binationale staat maken met gelijke rechten voor álle inwoners.

Zelfs voor The New York Times, die moeilijk van antizionisme laat staan antisemitisme kan worden beschuldigd is de tweede optie niet langer anathema.  “De Palestijnen moeten politieke en burgerrechten krijgen” schrijft columnist Nicholas Kristof. “Als noch Israël noch de VS bereid zijn hun een volwaardige staat te verlenen, dan moet Israël alle Palestijnen stemrecht en volle rechten toekennen in Israël.” Dat zou het einde betekenen van de “basiswet Joodse Natiestaat” die sinds 2018 letterlijk stelt dat “de uitoefening van het recht op nationale zelfbeschikking in de Staat Israël exclusief het Joodse Volk toekomt.” Dat zou in de praktijk ook het einde van het zionisme betekenen.

Saeb Erekat, toponderhandelaar voor de “Palestijnse Autoriteit”

Het idee van een democratische staat met gelijke rechten voor alle inwoners mag vandaag dan al ondenkbaar of utopisch lijken, een ander alternatief voor uitzichtloos geweld en eeuwigdurende onderdrukking is er niet. In Israël zelf groeit dat besef en een weliswaar uiterst kleine maar actieve minderheid van de Joodse bevolking is daarvan overtuigd. Ook het Palestijnse establishment moet de knop omdraaien en het idee van de twee staten – met de privileges voor een corrupte kliek bestuurders – loslaten. De toponderhandelaar voor de Palestijnse Autoriteit, Saeb Erekat, lijkt dat al te hebben gedaan. Nadat de Verenigde Staten Jeruzalem als hoofdstad van Israël hadden erkend zei Erekat: “Nu is de tijd gekomen om de strijd om te vormen tot een beweging voor ‘één staat met gelijke rechten voor iedereen.”

Onmogelijk, naïef, dagdroom,  illusie, absurd? Een paar maanden vóór de vrijlating van Nelson Mandela zou vrijwel iedereen dat geantwoord hebben tegen wie voorspelde dat het Apartheidsregime in Zuid-Afrika kort daarop tot het verleden zou behoren. Dus ja, niemand kan de toekomst voorspellen maar niemand kan uitsluiten dat Trumps deal of the century het begin van het einde kan betekenen voor de Israëlische variant van de Apartheid: het anderhalve eeuw oude idee van het zionisme.

31 januari 2020

February 2, 2020 at 10:50 am Leave a comment

HET ANDERE NEGATIONISME

In De Standaard van vandaag 28 januari meent de heer Hans Knoop mij van antisemitisme te moeten beschuldigen. Knoop reageert daarmee op mijn opiniebijdrage in dezelfde krant van 21 januari. Dat deze Pavlovreractie van de heer Knoop niet kon uitblijven had ik verwacht, maar daarom wil ik ze nog niet onbeantwoord laten.

Hier volgt mijn antwoord aan Hans Knoop, dat De Standaard helaas niet publiceert:

Dezer dagen wordt de bevrijding herdacht van het nazi-concentratiekamp en vernietigingscentrum Auschwitz. Ondanks de overweldigende hoeveelheid materiële bewijzen en getuigenissen over de massamoord op de Joden en andere “ongewensten” die daar door de nazi’s werd bedreven blijft een franje van pseudo-historici en extreemrechtse ideologen de historische werkelijkheid ontkennen. Het negationisme is een taai verschijnsel, net als het geloof in ufo’s of de overtuiging dat de aarde plat is en Elvis leeft.

Hans Knoop, de onvermoeibare propagandist van de zionistische ideologie en de staat Israël is de vertegenwoordiger bij uitstek van een ander negationisme: dat namelijk dat de historische werkelijkheid van de vernietiging van Palestina ontkent of verzwijgt. De oprichting van de zionistische staat in een land waar de overgrote meerderheid niet-Joods en antizionistisch was kon alleen gebeuren dankzij militair geweld en een grootscheepse etnische zuivering. Dat is wat de Palestijnen de “Nakba” noemen, en wat Joodse – ook zionistische – historici bevestigen: de tragedie van de oorspronkelijke bewoners van het land die verdreven moesten worden om plaats te maken voor, overwegend Europese, Joodse settler-kolonialisten.

Geen woord daarover in de repliek van Knoop op mijn opiniebijdrage die in De Standaard verscheen onder de titel: “Hoe zionisten de holocaust ‘ontdekten.” Knoop neemt aanstoot aan dat “ontdekken,” maar merkt blijkbaar niet dat het woord tussen aanhalingstekens staat en dat het – zoals blijkt uit het artikel – slaat op de Israëlische propaganda die inderdaad pas vanaf begin jaren zestig volop de holocaustkaart trekt. Dat is geen loze bewering of “antisemitisme” zoals Knoop beweert, maar een vaststelling die door gereputeerde historici wordt bevestigd. In “The holocaust in American Life” beschrijft de Amerikaanse historicus Peter Novick hoe het onder Amerikaanse Joden in de jaren na de tweede Wereldoorlog “something of an embarassment” was om te herinneren aan de massamoord op de Joden in nazi-Duitsland. Toen in de late jaren 40 plannen werden gemaakt voor een Holocaustmonument in New York kwam er eensgezind verzet van invloedrijke Joodse organisaties als The American Jewish Committee, The anti-Defamation League en andere officiële Joodse stemmen. Ze waren het er allemaal over eens: “zo een memoriaal zou een eeuwig herdenkingsmonument betekenen voor de zwakheid en de weerloosheid van het Joodse volk.”

Dichter bij huis schreef de eminente kenner van de Jodenvervolging Gie van den Berghe al in 1990 “De uitbuiting van de Holocaust:” een gedetailleerde weerlegging van het negationisme met daaraan gekoppeld de analyse hoe verschillende Israëlische regeringen de Jodenuitroeiing hebben gebruikt om hun politiek in het Midden-Oosten te rechtvaardigen. Gie van den Berghe kreeg voor zijn werk verschillende prijzen, onder andere de Arkprijs van het Vrije woord, maar het kostte hem de eeuwige vijandschap van de zionistische lobby en het onvermijdelijke etiket van “antisemitisme.” De feiten in zijn boek werden nooit weerlegd en de Israëlische premier Netanyahu deed eerder deze week zijn best om van den Berghe gelijk te geven door de herdenking van de holocaust in Jeruzalem te gebruiken om zijn oorlogspolitiek tegen Iran te verkopen aan de aanwezige buitenlandse regeringsleiders.

De Joodse filosofe Hannah Arendt was één van de eersten die het misbruik van de holocaust voor propagandadoeleinden aan de kaak stelde. In haar beroemde – en voor sommigen beruchte – “Eichmann in Jeruzalem,” haar verslag van het Eichmannproces in 1961, laat Arendt zien hoe Ben Goerion, de eerste Israëlische premier, het proces als het gedroomde vehikel zag om de wereld ervan te overtuigen dat steun aan Israël het enige middel is om een nieuwe holocaust te voorkomen. Arendt schrikt er in haar boek niet voor terug een parallel te trekken tussen het zionisme en de nazi’s. Een moderne staat mag volgens haar niet worden gevestigd op de Joodse identiteit, omdat daarmee de menselijke pluraliteit wordt ontkend. De genocide op de Joden was volgens haar eveneens een poging tot vernietiging van de menselijke pluraliteit. “Net als de zionisten wilden de nazi’s hun staat vestigen op grond van ras en zij konden daarom in onderlinge samenwerking hun idealen verwezenlijken.” Arendt vergelijkt ook de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s uit 1935, op grond waarvan huwelijken tussen Duitsers en Joden verboden waren, met de wetgeving in Israël die alleen huwelijken tussen Joden mogelijk maakt. Het is duidelijk: volgens de antisemitismedefinitie van de International Holocaust Remembrance Association en volgens Hans Knoop was Hannah Arendt een doortrapte antisemiet.

Johan Depoortere
28 januari 2020

January 28, 2020 at 3:53 pm 2 comments

HOLOCAUST EN PROPAGANDA

Door Johan Depoortere

De doden spreken niet. De miljoenen Joden die door de nazi’s werden vermoord protesteren dus ook niet als ze worden gebruikt om een ander onrecht goed te praten: het settlerkolonialisme dat een heel volk van zijn huis en grond heeft verdreven en een regime dat discriminatie en Apartheid in wet heeft gebeiteld. Dat is nochtans wat N-va politicus André Gantman doet in zijn recent interview in De standaard als hij  het tragische lot van zijn familie en van alle Joden inroept om antizionisme gelijk te stellen met antisemitisme, Jodenhaat. Dat betekent dat de zes miljoen Palestijnen die onder Israëlisch bestuur leven en die het zionisme verwerpen gebrandmerkt worden als Jodenhaters. Dat betekent dat een volk dat part noch deel had aan de uitmoording van de Europese Joden door de nazi’s lijdzaam de prijs moet betalen voor die misdaad of van antisemitisme beschuldigd worden. De Palestijnen, de oorspronkelijke bewoners van het land dat nu Israël heet, haten het zionisme niet omdat ze de Joden haten maar omdat het in naam van die ideologie is dat ze van hun huis en grond werden verdreven, als vluchtelingen en staatlozen of als tweederangsburgers in eigen land moeten leven. Het zionisme heeft hun dorpen vernietigd (en gaat daar tot vandaag mee door), heeft hen beroofd, niet alleen van hun materiële bezittingen maar ook van hun identiteit, hun geschiedenis en hun taal, het Arabisch dat van officiële taal gedegradeerd werd tot “taal met een speciale status”. Hun zelfbeschikkingsrecht is hun bij wet ontnomen.

Resten van Ikrit, één van de meer dan 600 Palestijnse dorpen die Israël sinds 1948 heeft vernield en van de kaart geveegd.

Dat de vermoorde Joden voor de kar worden gespannen van een ideologie waar ze in grote mate tegenstanders van waren is een gotspe en een ongehoorde belediging aan het adres van de slachtoffers van de massamoord. Tot aan de opkomst van de nazi’s en de uitroeiing van de Europese Joden was het zionisme de ideologie van een minderheid onder hen.  (Joden in de Arabische wereld kwamen er helemaal niet aan te pas.) De felle kritiek op het zionisme kwam tot aan de eerste wereldoorlog meer uit de hoek van Joden dan van niet-Joden. De beweging die Theodor Herzl in 1897 had opgericht kreeg zware tegenwind niet alleen van de liberale Joodse bovenlaag in de westerse landen, maar ook van religieuze hervormers en orthodoxe en ultra-orthodoxe Joden. De seculiere Joden, in tsarisctisch Rusland ter linkerzijde in grote meerderheid verenigd in de Bund, en later de communisten waren felle tegenstanders van het zionisme dat ze als een reactionaire, kleinburgerlijke en utopische beweging bestreden. Zij verweten de zionisten onder andere dat ze het antisemitisme in Europa in de hand werkten. Niet ten onrechte. Herzl zelf schreef in zijn dagboek: “De antisemieten zullen onze meest betrouwbare vrienden zijn, en de antisemitische landen onze bondgenoten.” Voorts geloofde hij terecht dat de regeringen van antisemitische landen de zionisten zouden helpen om hun eigen land te creëren, om zo af te zijn van de Joden.

Norman Finkelstein

De Amerikaanse politicoloog Norman Finkelstein heeft net als André Gantman het drama van de Jodenmoord in eigen familie meegemaakt. Zijn beide ouders overleefden weliswaar de vernietigingskampen Auschwitz en Majdanek, alle andere familieleden werden door de nazi’s vermoord. Maar Finkelstein trekt heel andere conclusies uit de tragische geschiedenis van de twintigste eeuw. In zijn boeken, conferenties en journalistiek werk hekelt hij de misdaden van Israël, de voortdurende schendingen van de mensenrechten en het internationaal recht, de onderdrukking van de Palestijnen en de bij wet vastgelegde Apartheid. Hij noemt de behandeling van de bevolking van de Gazastrook door Israël “één van de meest afschuwelijke en aanhoudende campagnes van collectieve straffen in de moderne geschiedenis.” Maar het is vooral zijn aanklacht over het misbruik van de Holocaust door Israël die hem tot bête noire van de zionisten en tot persona non grata in dat land heeft gemaakt.

Dat de “Holocaust” nu zo een centrale plaats inneemt in de apologie en de propaganda van de zionistische staat is relatief nieuw. De populariteit van het woord hebben we te danken aan de gelijknamige Amerikaanse TV-serie uit 1978 met Meryl Streep  die in aanzienlijke mate heeft bijgedragen tot de beeldvorming over wat in de Joodse traditie de “Shoah” wordt genoemd.

De miniserie Holocaust kwam in verschillende talen op het scherm. Ze bepaalde de beeldvorming in de westerse wereld over de massamoord op de Joden in Europa.

In de eerste jaren na de oorlog was de massamoord op de Europese Joden een taboe in Israël. In zijn boek “The Seventh Million” beschrijft de Israëlische historicus Tom Segev hoe de overlevers van de judeocide na de oorlog allesbehalve welkom waren in Israël. Ben Goerion, de vader des vaderlands, noemde ze “slechte mensen:” als ze de genocide overleefd hadden dan moesten het ofwel collaborateurs zijn of profiteurs die hun hachje hadden gered ten koste van anderen. Een erger verwijt was dat ze zich niet verzet hadden: ze moesten zwakkelingen zijn die zich als schapen naar de slachtbank hadden laten leiden. En dat in tegenstelling tot de pioniers van de staat Israël die de “nieuwe Joodse mens” zouden creëren die sterk is en zich niet langer laat onderdrukken. Er was een ruim verspreid scheldwoord dat voor de overlevers van de kampen werd gebruikt, zegt Segev in een BBC-interview. Dat woord was “zeep.”

Ook de invloedrijke Amerikaanse Joden wilden in de jaren na de oorlog niet aan de massamoord in Duitsland herinnerd worden. In het boek “The Holocaust in American Life” beschrijft de historicus Peter Novick hoe ook hier de Koude Oorlog de geesten beheerste. Spreken over de pogingen van Hitler om de Joden uit te roeien zou in de kaart van de communisten spelen in hun strijd tegen de herbewapening van Duitsland. Herinneren aan de Holocaust was – zo schrijft Novick “something of an embarrassment.” Toen in de late jaren 40 plannen werden gemaakt voor een Holocaustmonument in New York kwam er eensgezind verzet van invloedrijke Joodse organisaties als The American Jewish Committee, The anti-Defamation League en andere officiële Joodse stemmen. Ze waren het er allemaal over eens: “zo een memoriaal zou een eeuwig herdenkingsmonument betekenen voor de zwakheid en de weerloosheid van het Joodse volk.”

De verandering kwam in het begin van de jaren zestig toen Eichmann in Argentinië werd ontdekt en naar Israël werd ontvoerd. Het Eichmanproces confronteerde de Joods-Israëlische gemeenschap met een geschiedenis die ze het liefst van al wou vergeten. Maar voor Ben Gurion was het de gedroomde gelegenheid om de wereld ervan te overtuigen dat steun aan Israël onontbeerlijk is om een nieuwe Holocaust te voorkomen. Volgens de Joodse filosofe Hannah Arendt was dat de propagandistische bedoeling van het proces. In haar beroemde – en jawel controversiële – verslag Eichmann in Jerusalem gaat ze in tegen het beeld van Eichmann als “het antisemitische monster waartegen alleen de staat Israël bescherming kan bieden.” Ze noemde hem de verpersoonlijking van de “banaliteit van het kwaad.” En ze ging een stap verder: ze zag een parallel tussen het zionisme en de nazi’s. Een moderne staat mag volgens haar niet worden gevestigd op de Joodse identiteit, omdat daarmee de menselijke pluraliteit wordt ontkend. De genocide op de Joden was volgens haar eveneens een poging tot vernietiging van de menselijke pluraliteit. “Net als de zionisten wilden de nazi’s hun staat vestigen op grond van ras en zij konden daarom in onderlinge samenwerking hun idealen verwezenlijken” (1)

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967, die niet langer werd gezien als een “verdedigingsoorlog” verloor Israël een goed deel van de sympathie die het tot dan vrijwel onverdeeld had genoten van links en rechts in de westerse wereld.  De propagandawaarde van de mythe van “David tegen Goliath” – het kleine Israël tegen zijn machtige Arabische buren – leek uitgewerkt. Vanaf dat moment speelden de Israëlsche propaganda en de verdedigers van het zionisme ongeremd de Holocaustkaart. Ook in ons land – zie Gantman, zie de conflicten over het “Memoriaal en Museum Kazerne Dossin” waar de zionistische lobby het exclusieve recht opeist om de Jodenmoord ten behoeve van de propaganda ideologisch te interpreteren.

  1. Eichmann in Jerusalem. A Report on the Banality of Evil, Londen: Penguin Books 2006 p. 41-42. Arendt vergelijkt ook de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s uit 1935, op grond waarvan huwelijken tussen Duitsers en Joden verboden waren, met de wetgeving in Israël die alleen huwelijken tussen Joden mogelijk maakt (Arendt 2006, p. 7)

Dit is de uitgebreidere versie van een bijdrage die onder licht gewijzigde vorm als opiniestuk in De Standaard van 21 januari 2020 is gepubliceerd.

 

January 21, 2020 at 5:25 pm 4 comments

HOLOCAUSTJODEN

Door Gie van den Berghe

In De Afspraak van 8 januari werd onder meer aandacht besteed aan de vrijheid van meningsuiting. Filosofe Tinneke Beeckman vond dat er sinds de aanslag op Charlie Hebdo, vijf jaar geleden, veel minder vrijheid is en betreurde dat. Bart Schols vroeg haar daarop of de burgemeester van Aalst dan ongelijk heeft als hij de schrapping van het Carnaval van Aalst van de werelderfgoedlijst van de UNESCO weglacht. Hierop formuleerde Beeckman een merkwaardige uitzondering op de vrijheid van meningsuiting. Dat, zei ze, ‘is een enorm verschil dat veel te weinig gemaakt wordt tussen het lachen met een geloofssysteem, zeker wanneer het radicaal fundamentalistisch is (…) wanneer het gaat om de uitwassen van zo’n systeem, en het lachen met mensen en ook in het geval van Aalst gaat het over de Holocaust, (…) een door de staat georganiseerde poging om een volk uit te roeien, (…) fundamenteel iets anders. Je mag mensen niet minachten of haten maar je moet wel kunnen kritiek geven op een geloof of een idee, dat is voor mij een fundamenteel verschil’.

Beeckman vergist zich, er werd in Aalst niet gelachen met wat zij de Holocaust noemt (een slachtofferbegrip, jodenuitroeiing, judeocide, Endlösung zijn correcter.) De praalwagen in kwestie bespotte de jodenuitroeiing niet maar wel orthodoxe joden, met shtreimes (grote hoeden in bont), pijpenkrullen, stereotiep grote neuzen, gezeten op en omringd door zakken geld en muntstukken. In De Afspraak wees niemand Beeckman op haar ‘vergissing’. Zo te zien vat vrijwel iedereen spotten met joden op als een persiflage van de ‘Holocaust’, een heiligschennis, een niet te vergeven misdaad die zelfs de vrijheid van meningsuiting ongedaan maakt.

Foto: Carnaval Aalst foto-en videoblog

Beeckman is niet de enige die op deze wijze in de fout gaat. Patricia Teitelbaum, een vertegenwoordigster van het International Movement for Peace and Coexistence, die begin december 2019 naar Bogota reisde om bij het UNESCOcomité voor werelderfgoed de schrapping van het Carnaval van Aalst te bepleiten, verklaarde in Het Laatste Nieuws (28 november) dat de joden op de Aalsterse praalwagen omringd waren door ratten. Dat is een allusie op de beruchte rattenstroom in de antisemitische nazifilm Der Ewige Jude (1940), maar in Aalst waren er op of rond de praalwagen géén ratten te zien.

Tijdens het carnaval had de wagen ook geen beroering gewekt, het waren joodse organisaties die achteraf klacht indienden. UNIA, een onafhankelijke openbare instelling die discriminatie bestrijdt en gelijke kansen bevordert, vond onterecht: de wet op racisme en antisemitisme was niet overtreden.

Maar toch schrapte de UNESCO die het zeshonderd jaar oude Carnaval van Aalst in 2010 als ‘satirisch en uitbundig’ had erkend, het carnaval van de werelderfgoedlijst wegens racisme en antisemitisme. En zo illustreren joodse organisaties ongewild waar tijdens het Carnaval van Aalst de draak werd mee gestoken: de macht van joden (niet van ‘dé joden’ want dat zou een naar antisemitisme neigende veralgemening zijn). Joodse organisaties en niemand anders slaagden erin het Carnaval van Aalst te schrappen van de lijst van werelderfgoed. Maar niet getreurd, de Belgische biercultuur, garnaalvissen te paard en andere zotternijen staan er wel nog op.

Foto: Carnaval Aalst foto-en videoblog

Carnaval’, zei Teitelbaum nog, ‘is spotten met de machtigen der aarde, maar toch niet met de kwetsbaren’. Jarenlange Israëlische propaganda en politieke exploitatie van de judeocide hebben er kennelijk voor gezorgd dat we joden en hun daden onlosmakelijk verbonden zien met en verontschuldigen door hun vreselijke maar wel degelijk voorbije slachtofferschap.

Joden zijn niet kwetsbaar of niet kwetsbaarder dan andere minderheden. Israëlische joden zijn allesbehalve kwetsbaar, ze kwetsen en onderdrukken veelal andere mensen. Nogal wat orthodoxe joden spelen hierbij een rol, palmen met hun nederzettingen almaar meer Palestijns gebied in.

Kort na zijn machtsovername kondigde Trump aan dat hij de VS ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem zou verplaatsen. De VS ziet de Israëlische nederzettingen op de West Bank niet langer als onwettelijk. Vorige zomer zette Trump samen met Israël een eerste fase in om Palestina grondig te veranderen. Er werd vijftig miljard dollar geïnvesteerd in Palestijnse, Egyptische, Jordaanse en Libanese infrastructuur en zakelijke projecten, geld voornamelijk afkomstig uit Arabische bronnen. Details van de tweede, ‘politieke’ fase moeten nog onthuld worden. Uit betrouwbare lekken blijkt dat de VS en Israël een ‘nieuw Palestina’ willen creëren dat slechts 12% van de West Bank mag ‘omvatten’, in niet aaneengesloten kantons, met een hoofdstad in de buitensteden van Jeruzalem. Dit deel van de ministaat zou via een brug met Gaza verbonden worden en via twee landcorridors met Jordanië. Gaza zou in de noordelijke Sinaï uitgebreid worden op domeinen gehuurd van Egypte om er een industriële zone en een luchthaven te bouwen. Hamas zou zijn wapens moeten inleveren en onder de controle vallen van de Palestijnse autoriteit. De nieuwe staat zal compleet gedemilitariseerd zijn. Israël zal zijn veiligheid verzekeren, gefinancierd door de Palestijnen. Het Palestijns recht op terugkeer – volgens de VN Algemene Vergadering van 1974 een onvervreemdbaar recht – zou officieel afgeschaft worden: Palestijnse vluchtelingen zouden compensatie ontvangen van een internationaal fonds en meer rechten krijgen in de landen waar ze nu leven. Zo moet een einde gesteld worden aan alle Palestijnse rechten. Het plan volgt de principes die Westerse vredesvoorstellen van het begin af aan volgden: Palestijnse eisen blijven altijd onderschikt aan Israëls noden en wensen (Karmi, Ghada – ‘Constantly Dangled, Endlessly Receding’, London Review of Books, 5.12.2019).

January 10, 2020 at 10:54 am 3 comments

WAAAROM DE OPENBARE OMROEP HET SONGFESTIVAL MOET BOYCOTTEN

Op 18 mei wordt in Tel Aviv de finale gevierd van het Songfestival, een organisatie van EBU, de koepel van Europese openbare omroepen. Het gebeuren vindt plaats in een stadion in Ramat Aviv, een stadsdeel dat gebouwd is op de ruïnes van het voormalige Palestijnse dorp Sheikh Muwanis. In 1947, nog vóór het uitbreken van de zogenaamde “Israëlische onafhankelijkheidsoorlog” werd het dorp aangevallen door de troepen van de Joodse militie Irgun onder leiding van de latere premier van Israël en Nobelprijslaureaat voor de vrede Menachim Begin. De bijna 2000 inwoners werden verjaagd en hun huizen opgeblazen. Op het op die manier vrijgekomen terrein werd later de universiteit van Tel Aviv gebouwd.

Ikrit, één van de meer dan 600 dorpen die vernietigd werden voor de vestiging van de Joodse staat.

Tussen 1948 en vandaag ondergingen meer dan 600 Palestijnse dorpen hetzelfde lot: één van de meest grootschalige etnische zuiveringen van de 20eeeuw. 800 000 mensen werden van hun huis en goed verdreven om plaats te maken voor een etnisch zuivere Joodse staat. Hun terugkeer of herstelbetalingen worden tot vandaag onmogelijk gemaakt,  een oorlogsmisdaad volgens internationaal recht. Het huidige Israël doet er alles aan om dat gewelddadige ontstaan van de Joodse staat uit het collectieve geheugen te wissen. Populaire cultuur kan daarbij helpen. Een evenement als het Eurovisie Songfestival is voor de Israëlische propaganda een uitgekiend middel om het land voor te stellen als een normaal, democratisch en Europees land.

Dat is de Joodse staat niet. De kerngedachte van het zionisme, de officiële staatsideologie van Israël, is dat internationaal recht, internationale verdragen, universele mensenrechten en zelfs de vonnissen van Israëlische rechtbanken ondergeschikt zijn aan de belangen en de “veiligheid” van één etnisch-religieuze groep, namelijk de Joden. Dat is Apartheid – een variant van de Zuidafrikaanse racistische ideologie. Het is deze ideologie die de Israëlische regering in staat stelt voortdurende oorlogsmisdaden, buitensporig geweld in Gaza, militaire bezetting, het opsluiten van kinderen, het gebruik van verboden wapens en munitie, discriminatie van de niet -Joodse bevolking, het doden van ongewapende betogers onder wie kinderen, hulpverleners, gehandicapten en journalisten te verantwoorden.

Na de zoveelste raketaanval tegen Palestijnse burgers in Gaza

Deze ideologie, die de grondslag uitmaakt van de staat Israël, is vorig jaar nog in verscherpte vorm in een nieuwe wet gegoten: de wet die Israël definieert als de “natiestaat van het Joodse volk.” De huidige premier van Israël, Benjamin Netanyahu, heeft onlangs nog in  niet mis te verstane woorden uitgelegd wat die wet betekent: “Israël is niet het land van zijn bewoners, maar uitsluitend van de Joden.” Hoewel de wet niets nieuws is – alleen de bevestiging van de bestaande ideologie – valt te vrezen dat hij voor de 1,8 miljoen Palestijnen in Israël – 20% van de bevolking – méér repressie, méér discriminatie en méér apartheid zal betekenen. De wet is ook een aansporing voor de meest extreme zionisten, de “settlers” van de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, om met nog meer aandrang de annexatie te eisen van bezet gebied. Een eis die meer en meer gehoor vindt bij de extreem-rechtse regering Netanyahu en haar beschermheer in Washington, president Donald Trump.

In deze omstandigheden een propagandashow, vermomd als liedjesfestival, organiseren is een zoveelste provocatie en uitdaging aan het adres van de internationale publieke opinie die zich meer en meer bewust wordt van het ware karakter van de “Joodse staat.” Door deel te nemen aan het festival kiezen de openbare omroepen partij in een conflict dat al meer dan 70 jaar aansleept en ze kiezen voor de partij die zich herhaaldelijk aan oorlogsmisdaden en ernstige schendingen van de mensenrechten schuldig maakt. Onlangs nog stelde de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties dat Israël mogelijk oorlogsmisdrijven of misdaden tegen de menselijkheid heeft begaan door zonder onderscheid ongewapende betogers in Gaza te doden. Daarom hebben de openbare omroepen in Europa de morele plicht hun stem te verheffen tegen de apartheid en tegen het culturele witwassen van discriminatie en oorlogsmisdaden. Wie zwijgt stemt toe.

Johan Depoortere

5 mei 2019

KIJK OP ZATERDAG 18 MEI ONLINE LIVE NAAR GLOBALVISION MET DE PALESTIJNSE RASHA NAHAS IN PLAATS VAN HET EUROVISIESPEKTAKEL:

 

https://guestlist.net/article/94260/why-we-should-watch-globalvision-not-eurovision-on-saturday-18th-may?fbclid=IwAR0U1bmiCkk3bQSWCtHRtmnlFTmE2jYqMOD8YcpfEt8jODj6I7FWvbh8tVQ

 

Een versie van dit artikel verscheennin De Morgen van 7 mei 2019

May 8, 2019 at 9:55 am 1 comment

ZIONISME EN ANTI-SEMITISME GAAN HAND IN HAND

 

Door Tom Ronse

 

Je kunt heel wat in beweging zetten door wat hakenkruisen te schilderen op joodse graven. De verleiding is misschien wel groot voor sommige jongelui die zich vervelen en zich buitengesloten voelen om op zo’n simpele manier de regisseur te worden van een heus mediaspektakel. Misschien voelen ze trots als editorialen over heel de wereld hun afschuw over hen uitspuwen, als leiders van alle partijen, vakbonden en godsdiensten oproepen om in de hoofdstad te betogen tegen hun nachtelijk avontuur. Ze hebben, als het ware, ‘een steen in de rivier verlegd’. Dat de rivier daar niet beter van werd is bijzaak voor hen. En voor de politieke leiders die vooraan lopen in de betoging, is het een letterlijk goedkope manier om hun goede inborst te tonen.

Waarmee ik anti-semitisme niet wil bagateliseren. Het neemt wel degelijk toe, net als anti-islam-sentiment en in sommige landen zelfs anti-christianisme. Wat al die onverdraagzaamheid gemeen heeft, is dat telkens een minderheid wordt uitgekozen als zondebok.

De stijging van het anti-semitisme heeft twee bronnen. De eerste is het groeiend sukses van populistisch rechts in wiens zog fascistisch rechts, met zijn diep ingewortelde anti-semitische traditie, ook aan zichtbaarheid won. De tweede is de mishandeling van Palestijnen door de Israelische staat. Er is wel degelijk een onderscheid. In het eerste geval identificeren de anti-semieten zich met de praktijken van de nazi’s, in het tweede met de slachtoffers van praktijken die, zonder zo extreem te zijn, wel soms op die van de nazi’s gelijken. Beiden vellen hetzelfde vonnis: alle joden zijn schuldig en moeten gehaat en bestreden worden.

Aan de andere kant van de muur wordt een ander vonnis geveld: iedereen die tegen de politiek van de Israelische staat en haar zionistische ideologie gekant is, is een anti-semiet. Net zoals de Nazi’s destijds affirmeerden dat al wie tegen de nazi-staat en haar ideologie is, anti-Duits is.

Netanyanu en de pro-Palestijnse anti-semieten zeggen dus in feite hetzelfde: er is geen onderscheid tussen de staat Israel en de joden. Val je Israel aan, dan val je de joden aan, net zoals Hitler.

Zo helpt Netanyanu joden in heel de wereld meer kwestbaar maken. Want als een actie tegen Israel een actie tegen alle joden is, dan is een aanval op om het even welke jood ook een aanval op Israel. De gemakkelijkste manier dus om Israel te bestrijden. En als joden ergens worden aangevallen enkel omdat ze joden zijn, dan bewijst dat ook Netanyanu’s gelijk: Israels tegenstanders zijn anti-semieten.

Zionisme en anti-semitisme zijn niet elkaars tegenpolen. Hun relatie is eerder symbiotisch: ze geven elkaar argumenten, ze voeden elkaars propaganda.

Ze steunen beiden op uitsluiting.

Democratie biedt geen uitweg uit deze vicieuze cirkel: Israels verkiezingen gaan over hoe hard de kolonisatie moet worden doorgevoerd, niet over de vraag of ze wel een goede zaak is. De keuze is tussen hard en harder. En voor Netanyanu en zijn partners mag het best wat harder, zoals het artikel hieronder uitlegt. De vaak geroemde Israelische democratie is het schaamlapje van de Israelische kolonisatie.

Macron en andere Westerse politici vinden het politiek opportuun om anti-zionisme te criminaliseren. Ze willen in de eerste plaats economisch protest tegen de apartheidspolitiek van Israel strafbaar maken. Zelf ben ik geen voorstander van economische boycott, om het even tegen welk regime. Het is een bot wapen dat gericht is tegen de machthebbers maar ook vele gewone mensen (Palestijnen inbegrepen) treft. Het getuigt echter van grenzeloze hypocrisie om deze vorm van protest in naam van de vrijheid en het anti-racisme te verbieden.

De logica van Macron en consoorten is even krom als simplistisch: wie tegen etnische zuivering is, wie zich verzet tegen kolonialisme, is een racist. Zoals Marx al opmerkte, de ideologie van de bourgeois zet de wereld op zijn kop.

 

March 1, 2019 at 7:53 pm 3 comments

ZIONISME EN ANTISEMITISME

 

Door Johan Depoortere

Netanyahu en Macron in 2017 bij de herdenking van de “Rafle du Vel d’hiv”

De Israëlische premier Netanyahu omarmt drie extreem-rechtse partijen om zich op die manier van een meerderheid te verzekeren na de verkiezingen die op 9 april moeten plaats vinden. “Joods fascisme” noemt de liberale krant Haaretz  de nieuwe coalitiepartners die de premier al een post in de volgende regering heeft beloofd. De Franse president Macron misbruikt de golf van – waarschijnlijk – extreem-rechts antisemitisme in Frankrijk om antizionisme te criminaliseren en dat heeft veel te maken met de binnenlandse Franse politieke situatie. In beide gevallen – Macron en Netanyahu – zien we regeringsleiders naar de noodrem grijpen om het voortbestaan te verzekeren van hun politieke macht die nu op een precaire basis berust. Netanyahu hangt een proces wegens corruptie boven het hoofd. Macron slaagt er niet in de sociale onrust en de fronde van de gele hesjes onder controle te krijgen.

Shlomo Sand

Het is niet de eerste keer dat Macron zijn “vriend Bibi” naar de mond praat. In 2017 was Netanyahu op uitnodiging van Macron aanwezig bij de herdenking van de “rafle du Vel d’Hiv” de grote razzia waarbij de Nazis in 1942 met hulp van de Franse politie meer dan 10 000 Joden oppakten en daarna naar de concentratiekampen doorstuurden. Toen al noemde Macron “antizionisme een heruitgevonden vorm van het antisemitisme.” In een open brief die de Israëlische historicus Shlomo Sandtoen aan de Franse president schreef vroeg die zich af of “deze voormalige filosofiestudent en assistent van Paul Ricoeurzo weinig boeken over geschiedenis heeft gelezen dat hij niet weet dat zoveel Joden zich altijd tegen het zionisme hebben verzet zonder antisemitisch te zijn.”

De bankier Nathan Rothschild, één van de vele bekende Joden die zich al vroeg tegen het zionisme verzetten.

Sand citeert onder andere de beroemde bankier Nathan Rotschild, voorzitter van de Unie van Synagogen in Groot-Brittannië en de eerste Jood die de titel van Lord kreeg in het Verenigd Koninkrijk. In 1903 schrijft de bankier aan Theodore Herzl, de stichter van het zionisme: “Ik huiver bij het idee om een Joodse kolonie te stichten in de volle zin van het woord. Zo een kolonie zou een ghetto worden, met alle nadelen van een ghetto. Een heel heel kleine Joodse staat die devoot en niet liberaal zou zijn en die de christen en de vreemdeling zou verwerpen.” Nathan Rotschild, een antisemiet?

Bertzalel Smotrich: organiseerde een “Beestenparade” uit protest tegen de Pride Parade in Jeruzalem

Eén van de partijen in de coalitie die Netanyahu heeft gesmeed, “Joods Tehuis” (HaBayit HaYehudi) is fanatiek antihomo. Betzalel Smotrich, één van de kopstukken van de partij, organiseerde in Jeruzalem de “Beestenparade” uit protest tegen de Pride Parade daar. Hij verklaart zich een voorstander van de segregatie van Joden en Palestijnen, niet alleen in de nederzettingen, maar ook in ziekenhuizen. Hij tweette: “Het is normaal dat mijn vrouw niet naast iemand zou willen liggen die zopas een baby ter wereld heeft gebracht die over een jaar of twintig haar baby zal willen vermoorden.” Smotrich wordt genoemd als de toekomstige onderwijsminister na de verkiezingen.

Moti Yogev: “Het Hooggerechtshof bulldozeren”

Moti Yogev, een ander parlementslid van “Joods Tehuis,” verklaarde dat het Hooggerechtshof beter met een bulldozer wordt platgegooid. Het Hooggerechtshof is in de ogen van veel extreme zionisten veel te toegeeflijk voor Palestijnse eisen en klachten en veel te links. “Otzma Yehudit” (“Joodse Macht”) – volgens Haaretz de Joodse tegenhanger van het Britse fascistische Nationaal Front – is de opvolger van de Kachpartij die door Meir Kahane werd opgericht . De Verenigde Staten plaatsten Kahane op de lijst van gewelddadige terroristen en ontzegden hem toegang tot het grondgebied. In Israël werd hij in 1989 gearresteerd nadat hij had opgeroepen “de Arabieren te doden” en nadat een menigte twee Palestijnse toevallige voorbijgangers had proberen te lynchen. “Joodse Macht” protesteerde in het verleden tegen “gemengde huwelijken” (tussen Joden en niet-Joden) hield provocerende optochten door Palestijnse wijken in Jeruzalem en organiseert jaarlijks herdenkingen voor Baruch Goldstein, de Joodse extremist en aanhanger van rabbijn Kahane, die in 1994 29 Palestijnen in een moskee doodschoot.

Meir Kahane, een terrorist met volgelingen tot vandaag.

De partij van Kahane, “Kach,” werd uiteindelijk in 1988 wegens racisme verboden. Wat niet belet dat de kleinzoon van de rabbijn ervan verdacht wordt aan het hoofd te staan van een clandestiene groep kolonisten die verantwoordelijk zijn voor een golf van aanslagen tegen Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever met onder meer de steniging van een moeder van negen. Veel ideeën van deze extremistische partijen worden door een grote groep Joodse Israëlis gedeeld. Uit een recente opiniepeiling blijkt dat bijna de helft er voorstander van is om alle Palestijnen in Israël – nu zo een 20% van de bevolking – uit te wijzen. Dat heet “transfer” een idee dat zo oud is als het zionisme zelf en dat nu gepromoot wordt door onder andere de ministers van Joods Tehuis in de huidige en wellicht toekomstige regering Netanyahu. 

Kahane had nog een reeks maatregelen voor zijn niet-Joodse landgenoten in petto: slavernij voor Arabieren en andere niet-Joden, verbod op contact tussen Joden en Arabieren met inbegrip van seksuele relaties, gesegregeerde stranden, ontbinding van gemengde huwelijken, verbod op huisvesting van niet-Joden in Joodse buurten en het uitwijzen van alle niet-Joden uit Jeruzalem. Dat laatste is intussen werkelijkheid geworden: uit het Joodse West-Jeruzalem zijn zo goed als alle Palestijnen verdreven en zelfs in het overwegend Palestijnse Oost-Jeruzalem worden de Palestijnen systematisch weggepest. In een  opiniepeiling in 2006 verklaarden 68% van de Israëlische Joden dat ze niet in een appartementsgebouw willen wonen met Palestijnse buren. 

Wie niet uitdrukkelijk afstand neemt van antisemieten – zoals in de Verenigde Staten bijvoorbeeld van de zwarte leider Farakhan – kan terecht het verwijt krijgen zelf antisemitisch te zijn. Wat te denken van Netanyahu die geen van de racistische ‘heldendaden” van zijn huidige en nieuwe coalitiepartners veroordeelt? De premier, die overal in Europa met respect wordt ontvangen, laat niet alleen na het extremisme in zijn land te veroordelen, hij versterkt het en maakt het mainstream. Niet te verbazen dat de Israëlische premier zoete broodjes bakt met antisemieten als zijn Hongaarse tegenhanger Orban, en bijvoorbeeld ook de eerste was om de nieuwe Braziliaanse president Bolsonaro – ook niet vies van antisemitisme – geluk te wensen.

Netanyahu wil volgens de liberale Haaaretz graag vergeleken worden met Churchill, maar de vergelijking met Milosovic is méér op zijn plaats. Ook de Servische leider werd als een gematigde nationalist beschouwd tot hij zich uit cynische berekening op één lijn zette met de extreemste bondgenoten en zijn land in een bloedige oorlog stortte. Hoe kan je geloofwaardig verklaren dat antizionisme gelijk staat met antisemitisme – zo besluit de krant – als de Israëlische premier met de antisemieten aan tafel gaat zitten.

Niet alleen in Frankrijk kent de criminalisering van antizionisme een hoge vlucht. Sinds hij aan het hoofd kwam van de Britse Labourpartij wordt Jeremy Corbin door de Blairites in zijn partij en vrijwel alle mainstream media in het Verenigd Koninkrijk gedemoniseerd als antisemiet. Een echo daarvan was vorige zomer in ons land te bespeuren toen de filmmaker Ken Loach, een vriend van Corbyn, een eredoctoraat kreeg aan de Vrije Universiteit Brussel. Loach kreeg daarvoor stevig de wind van voren uit de zionistische hoek, die daarin werd gesteund door premier Michel. Gelukkig kwam er ook tegenreactie van progressieve Belgische Joden die Loach erkenden voor wat hij is: iemand die zijn hele leven lang tegen racisme en antisemitisme heeft gestreden en die ook net als Corbyn een lange staat van dienst heeft in de verdediging van de elementaire rechten van de Palestijnen.

Kenneth S. Stern, auteur van de IHRA “niet bindende definitie van antisemitsme” waarschuwt tegen heksenjacht.

Bij Jean-Jacques De Gucht evenwel is de boodschap nog niet aangekomen. De Gucht slaagde erin de senaat een resolutie te laten goedkeuren waarin kritiek op Israël gelijk wordt gesteld met antisemistisme en krijgt daarbij luidruchtig applaus van Joods Actueel, het blad van Michael Freilich, kandidaat op de NVA-lijst voor de Kamer. De resolutie strekt ertoe “bovenop de wettelijke definitie, de niet juridisch bindende werkdefinitie zoals voorbereid door de International Holocaust Remembrance Alliance te implementeren.” Aangezien de ‘werkdefinitie’ van het IHRA inderdaad ‘niet bindend’ is blijft het onduidelijk wat dat “implementeren” precies inhoudt. Wél duidelijk is dat de resolutie gebruikt kan worden om critici van de Israëlische staatsdoctrine, het zionisme, de mond te snoeren. Laat dat nu net de grote bezorgdheid zijn van één van de voornaamste auteurs van de IHRA-definitie, de Amerikaanse jurist Kenneth S. Stern. In een verklaring vóór het Amerikaanse congres veroordeelde Stern, overigens een overtuigde zionist en zeker geen linkse rakker, het aan het McCarthyisme herinnerende gebruik van de definitie om de vrijemeningsuiting aan banden te leggen.

Jean-Jacques De Gucht: auteur van een resolutie in de Belgische senaat die kritiek op Israël gelijk stelt met antisemitisme.

Ook in de Verenigde Staten woedt volop de discussie over antizionisme en antisemitisme. In 26 staten is nu al wetgeving van kracht die deelname aan de BDS-beweging tegen Israël (Boycot, Divestment, Sanctions) criminaliseert. Meestal gaat het om wetten die het de overheid mogelijk maken contracten te weigeren met personen of bedrijven die weigeren een verklaring te ondertekenen dat ze op geen enkele manier Israël zullen boycotten. Ook op federaal niveau liggen verschillende wetsvoorstellen klaar om deelname aan BDS te bestraffen, met in één geval tot 1 miljoen dollar en een minimum van 250 000 dollar en twintig jaar gevangenisstraf. Tot dusver heeft geen van die voorstellen een meerderheid achter zich gekregen, maar ze blijven op tafel.

De verklaring voor die opstoot van strijd tegen het antizionisme ligt in het succes van de BDS-beweging die vooral op Amerikaanse campussen aanslaat bij jongeren maar ook op een ruimer vlak bij liberale democraten. Recente opiniepeilingen laten zien hoe in dat segment van de Democratische partij – de basis die het meeste geneigd is op te komen bij de voorverkiezingen en geld te storten – de sympathie voor de Palestijnse kant van het conflict de laatste jaren scherp is toegenomen. De Israëlische reactie is massaal. Campagnes om BDS-activisten te discrediteren worden vanuit de Israëlische ambassade aangestuurd. De website “Canary Mission,” volgens een documentaire van Al Jazeera in het leven geroepen door de Joodse financier Adam Milstein, publiceert constant foto’s en biografische gegevens van al wie met de boycot te maken heeft. De site doet er alles aan om de pro-Palestijnse studenten in dezelfde zak te steken als de blanke supremacisten en racistisch extreem-rechts. De methodes die daarbij worden gebruikt lijken rechtstreeks uit het McCarthytijdperk te komen. 

John Hagee, felle zionist en antisemiet: “Joden moeten zich bekeren om ten hemel te worden opgenomen.”

Het kan niet genoeg herhaald worden: antizionisme is geen antisemitisme. Niet alle Joden zijn zionisten, niet alle zionisten zijn Joden. De fanatiekste zionisten vind je onder de Amerikaanse evangelische christenen, vaak de échte antisemieten. Eén van hen, pastor John Hagee is de leider van de Cornerstone Church, één van de grootste mega-televisiekerken in de Verenigde Staten, met lokale tv-stations in heel het land. Ik kon Hagee enkele jaren geleden interviewen in zijn kerkcomplex in San Antonio Texas. Een weekend lang werd ik ondergedompeld in een orgie van zionistische propaganda in de vorm van toneel, gezangen en gebeden. Hagee is ook één van de bekendste vertegenwoordigers van de rapture-beweging: het geloof dat het einde der tijden elk moment kan aanbreken en dat de gelovigen – de goede christenen – dan fysiek ten hemel zullen worden opgenomen, en de ongelovigen in een poel van vuur en ellende vernietigd. “Het kan zo dadelijk gebeuren,“ zei Hagee me, ‘op het moment dat ik deze kamer verlaat.” Op de vraag wat dan met de Joden zal gebeuren was het antwoord: “Ze zullen zich op het ultieme moment bekeren tot Christus.”  John Hagee, een vurige Trumpaanhanger, was één van de eregasten op de ceremonie waarbij Trump officieel de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem overbracht. 

26-02-2019

Shlomo Sand is auteur van “The invention of the Jewish People” Verso 2010

Franse filosoof 1913-2005

February 26, 2019 at 4:16 pm Leave a comment

DE VERDWENEN DORPEN VAN PALESTINA

Naar aanleiding van het Eurovisiesongfestival in Israël in mei van dit jaar organiseert de Academische BDS (Boycot, Divestment, Sanctions) een reeks activiteiten om te protesteren tegen deze propagandastunt van de zionistische apartheidstaat. In samenwerking met de overheidsvakbond ACOD stel ik vanaf dinsdag 29 januari mijn fotoreeks “De verdwenen dorpen van Palestina” tentoon in de gebouwen van de VRT.  Later – van 6 tot 30 mei – zullen de foto’s ook te zien zijn in De Markten in Brussel en boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen. Op 26 maart is er mogelijkheid tot een publiek bezoek aan de tentoonstelling in de gangen van de VRT, inclusief een rondleiding achter de schermen van de openbare omroep. Inschrijven kan hier: acod@vrt.be. Klik hier voor de brochure.

Johan Depoortere

De universiteit van Tel Aviv. Onder de campus liggen de resten van het vernietigde Palestijnse dorp Sheikh Muwanis.

 Als in mei volgend jaar het Eurovisiesongfestival in Israël plaatsvindt zal dat gebeuren in een arena bij de universiteit van Tel Aviv, op de grond van het verdwenen dorp Sheikh Muwanis. Alle huizen van Sheikh Muwanis zijn met de grond gelijkgemaakt, behalve één: het zogenaamde Green House, een voormalige Palestijnse patriciërswoning waar nu de faculty club is gevestigd en waar bij feestelijke gelegenheden op de campus de recepties plaatsvinden. De bittere ironie is dat dit authentieke Palestijnse huis door een Italiaanse architect in een pseudo-oriëntaalse stijl werd gerenoveerd. Sheikh Muwanis is geen alleenstaand geval, het is slechts één van de ruim 600 Palestijnse dorpen die sinds de oprichting van de staat Israël, 70 jaar geleden, zijn verdwenen.

De Faculty Club, het enige overblijvende Palestijnse huis op de campus, gerenoveerd in pseudo-oriëntaalse stijl.

Toen de zionisten onder leiding van Ben Gurion op 14 mei 1948 de oprichting van de Joodse staat afkondigden was de meerderheid van de bevolking van wat voortaan Israël zou heten niet Joods maar Palestijns-Arabisch. Geen wonder dat die meerderheid zich verzette tegen een beslissing waar ze part noch deel aan had en waarover ze geen enkele zeg had gekregen. De oorlog die daarop volgde leidde tot de overwinning van de zionistische troepen en de nederlaag van de Palestijnen en de Arabische buurlanden die hun ter hulp waren gekomen. Het gevolg was de Nakba, de Palestijnse tragedie die tot vandaag wordt herdacht. De Nakba,dat betekent om en bij de 800 000 Palestijnen die have en goed verloren en sindsdien een erbarmelijk bestaan als vluchtelingen leiden: de meesten in de Arabische buurlanden, vandaag zo een 350 000 als displaced persons in Israël zelf. 

Meer dan 600 Palestijnse dorpen zijn sinds de oprichting van de zionistische staat in 1948 verdwenen, de meeste kort voor, tijdens en na de oorlog van 1948-49, een aantal na de Zesdaagse Oorlog in 1967. In de meeste gevallen werden de bewoners verdreven en de huizen en gebouwen met de grond gelijkgemaakt. Volgens de officiële zionistische versie werden de dorpen veroverd en verwoest als gevolg van de oorlog. Maar uit de Israëlische archieven die in de jaren 80 en 90 werden opengesteld blijkt dat de verdrijving van de Palestijnen en de vernietiging van hun woonplaatsen beantwoordde aan een vooropgesteld plan voor de verwijdering van de Arabische meerderheid uit wat een zuiver Joodse staat moest worden. Ilan Pappé, één van de Israëlische historici die de archieven bestudeerden – “nieuwe historici” werden ze genaamd – noemt de operatie de grootschalige etnische zuivering van Palestina.

Palestijnse inwoners werden verdreven na de militaire verovering van hun dorp of stad. Maar massale slachtpartijen door zionistische terreurgroepen als Irgun (van de latere premier en Nobelprijswinnaar voor de vrede Menachim Begin) of het openlijk fascistische Lehi (of Stern van de eveneens latere premier Yitzhak Shamir) moesten de anderen ervan overtuigen dat de vlucht de enige kans was op overleven. De meest beruchte van die massamoorden vond plaats in Deïr Yassin bij Jeruzalem onder leiding van Menachim Begin. Het preciese aantal slachtoffers is omstreden. Het Rode Kruis telde 117 doden maar om het effect van de terreurdaad te versterken overdreef Begin het “succes” van zijn militie. De Israëlische militaire radio sprak van 254 doden. Benny Morris, een andere “nieuwe historicus” maakt melding van onthoofdingen en verkrachtingen.

Bijna 800 000 Palestijnen werden verjaagd om plaats te maken voor Joodse kolonisten die op het grondgebied van de verdwenen dorpen Kibboetsen (collectieve boerderijen), Moshavs (coöperatieve ondernemingen) en steden oprichtten. In veel gevallen werd de oorspronkelijke Arabische naam verjoodst. Soms bleef een moskee, een islamitische begraafplaats of een kerk overeind maar meestal werd elke herinnering aan de vroegere Palestijnse bewoners uitgewist. Om te verhinderen dat de verdreven bewoners terug zouden komen werden strenge wetten uitgevaardigd. Grond werd in beslag genomen en wie uit de buurlanden “illegaal” de grens overstak werd als “infiltrant” beschouwd en kon ter plekke worden doodgeschoten. Veel Palestijnen die zo naar hun vroegere woonplaats probeerden terug te keren vonden op die manier de dood. Ook de dorpsbewoners die naar Palestijnse steden in Israël zelf waren gevlucht verloren het recht om naar hun huis en woonplaats terug te keren. De “Wet op de aanwezige afwezigen ” – zo werden de binnenlandse vluchtelingen genoemd –  bepaalde dat wie 24 uur niet op zijn woonplaats aanwezig was het eigendomsrecht op huis en grond verloor. Dorpen en huizen vernietigen en verhinderen dat bewoners terugkeren is een internationaal erkende oorlogsmisdaad.

Cactussen wijzen op de aanwezigheid van een voormalig Palestijns dorp. De plant die door de Palestijnen als omheining werd gebruikt is een bijna niet te verwoesten overlever. Nu een symbool van de Palestijnse wil om als volk te overleven.

Vernietiging van de dorpen was voor de opeenvolgende zionistische regeringen niet genoeg. Op de ruïnes werden bomen geplant om elke heropbouw onmogelijk te maken. Bekende personaliteiten, staatshoofden en regeringsleiders van bevriende landen werden uitgenodigd om symbolisch een boom te planten. Velen gingen op de uitnodiging in: koning Boudewijn van België, zijn opvolger Albert, koningin Wilhelmina van Nederland, koningin Elisabeth van het Verenigd Koninkrijk, Belgische ministers als Jean Gol en Didier Reynders. De ruïnes van drie christelijke dorpen in de buurt van Nazareth liggen nu begraven onder het Koning-Boudewijnbos. Twee christelijke kerkjes hebben de kaalslag overleefd; ze liggen nu op een toeristisch wandel- en fietspad door het Boudewijnbos. Zou de vrome koning beseft hebben dat zijn bos de resten van een christelijk dorp moest bedekken?

 

Eén van de twee christelijke kerkjes die de kaalslag en de etnische zuivering van het dorp Maalul in de omgeving van Nazareth hebben overleefd.

Resten van het islamitische kerkhof van het verdwenen dorp Maalul. Op de ruïnes van het dorp heeft onder andere de Belgische koning Boudewijn symbolisch een boom geplant in wat nu het Koning-Boudewijnbos heet.

In een paar zeldzame gevallen werden de bewoners verjaagd maar de huizen gespaard. Het Palestijnse dorp Ayn Hawd (nu: Ein Hod) in de buurt van Haifa is nu een kunstenaarskolonie voor Joodse kunstenaars. Ook hier i­s er een Belgische link. Het dorp is het initiatief van de Roemeens-Joodse kunstenaar Marcel Janco die samen met de Belg Marcel Duchamp de dadabeweging stichtte. De voormalige moskee van Ayn Hawd is nu een café waarvan het (wat vervallen) interieur is geïnspireerd op dat van Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging werd opgericht.

Het bekende kunstenaarsdorp Ayn Hawd waar Joodse kunstenaars de gestolen woningen van de voormalige Palestijnse bewoners hebben ingenomen.

De voormalige moskee is nu een bar waarvan het interieur een kopie zou zijn van het beroemde Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging ontstond.

Ook van Lifta, een dorp in de onmiddellijke buurt van Jeruzalem zijn de huizen grotendeels bewaard gebleven. Projectontwikkelaars staan te popelen om de site om te toveren tot luxewoningen en appartementen. Tot dusver konden actievoerders – architecten, milieu-activisten en voormalige bewoners – de plannen verhinderen. Het dorp staat op de lijst van kanshebbers om tot UNESCO-werelderfgoed te worden verklaard, maar doordat de regering Netanyahu zich uit die VN-organisatie heeft teruggetrokken dreigt die mogelijke bescherming weg te vallen.

Lifta

Sommige dorpen kenden een extra tragische geschiedenis. Ikrit, in het overwegend Arabisch-Palestijnse Galilea ligt op een boogscheut van de grens met Libanon. De meeste bewoners van Ikrit zijn christelijke Palestijnen. Ze zijn tijdens de oorlog in het dorp gebleven en hebben geen verzet gepleegd. Maar de zionistische regering besluit in 1948 dat het grensgebied “Arabierenvrij” moet worden gemaakt. In oktober van dat jaar krijgen de inwoners van de militaire autoriteiten het bevel het dorp te verlaten. Het is “een voorlopige maatregel,” ze mogen na een paar weken terugkeren zo wordt hun gezegd. De mensen van Ikrit gaan gewillig op het bevel in, ze verlaten het dorp en trekken in bij familieleden en kennissen in de naburige dorpen. Maar de weken worden maanden en van terugkeren is geen sprake. Dan gaan de inwoners van Ikrit een lange juridische strijd aan die tot vandaag voortduurt. In juli 1951 oordeelt het Israëlische hooggerechtshof dat de uitwijzingsprocedure illegaal was en dat de militaire autoriteiten de terugkeer van de bewoners niet mochten verhinderen. Daarop verklaarden de militairen het dorp tot “gesloten zone” en op kerstnacht van dat jaar – uitgerekend die nacht – kwamen de bulldozers om het dorp plat te leggen. Vandaag staat alleen nog de kerk overeind en elke eerste zaterdag van de maand komen de overlevende inwoners van Ikrit en hun nakomelingen daar de mis vieren.

Ikrit vóór de verwoesting

De resten van de huizen van Ikrit

Nog schrijnender is het verhaal van de verdwenen dorpen Huj en Najd waar nu de Israëlische stad Sderot ligt, vlakbij Gaza. In de jaren vóór de oorlog van 1948 leefden de islamitische Palestijnen van Huj in goede verstandhouding met hun Joodse buren. In 1946 hadden ze zelfs leden van de Hagannah (het ondergrondse Joodse leger onder het Britse mandaat) beschermd tegen de Britten die naar hen op zoek waren. Dat kostte uiteindelijk het leven aan de mukhtar (burgemeester) en zijn broer. Tijdens een bezoek aan Gaza een jaar later werden ze door een menigte als collaborateurs herkend en vermoord. Maar toen het jaar daarop de Hagannah bedreigd werd door een oprukkende Egyptische eenheid besloot de Negevbrigade van het Joodse leger de bewoners van het dorp uit te wijzen naar Gaza en alle huizen op te blazen. Tot vandaag leven ze met de lotgenoten van het buurdorp Najd en hun nakomelingen in ellendige omstandigheden in een vluchtelingenkamp in de Gazastrook. Hun verhaal was voor goed vergeten had de Israëlische historicus Benny Morris het een paar jaar geleden niet wereldkundig gemaakt.

De vernietiging van de Palestijnse dorpen is geen geschiedenis die in 1948 gelijk met de oorlog is beëindigd: het is een proces dat tot vandaag voortduurt. Na de verovering van de Golanhoogte op Syrië in de oorlog van 1967 vernietigde het Israëlische leger 195 Syrische dorpen en werden 130 000 inwoners verdreven. In hun plaats zijn Joodse kolonisten gekomen die er onder andere de befaamde Yardenwijn produceren. Wie Yarden koopt steunt de illegale bezetting van de Golan. 

In dezelfde “Zesdaagse oorlog” veroverde het Israëlische leger drie dorpen in de Jordaanse enclave Latrun dicht bij Jeruzalem. De dorpen Imwas, Yalu en Beit Nuba werden gebulldozerd en hun inwoners verdreven. De brigade die de operatie leidde stond onder leiding van de latere Nobellaureaat voor de vrede Yitzhak Rabin. De bewoners kregen nauwelijks de tijd om een paar spullen mee te nemen. Soldaten schoten met scherp net boven de hoofden van de vluchtende mensen om ze tot spoed aan te zetten. Vandaag is Latrun een natuurpark, beplant met naaldbomen grotendeels gefinancierd door rijke Canadese Joden. Van de dorpen in dit “Canadapark” zijn alleen de resten van een moslim heiligdom en het puin van de huizen over.

Het “Canadapark” waar met Canadees Joods kapitaal bomen zijn geplant op het grondgebied van drie Palestijnse dorpen in de voormalige Jordaanse enclave Latrun.

De resten van het dorp Imwas (Latrun)

Op de Westelijke Jordaanoever worden op vandaag 70 dorpen met vernietiging bedreigd. Vaak gaat aan de vernietiging een campagne van agressie en terreur door Joodse kolonisten vooraf. Het normale leven van de Palestijnse bewoners wordt onmogelijk gemaakt, bouwvergunningen worden zelden of nooit toegekend en “illegaal gebouwde” huizen gedynamiteerd. Dorpen van de halfnomadische bedoeïenen worden niet als zodanig erkend en blijven verstoken van infrastructuur als water en elektriciteit. Ze zijn gedoemd tot “autodestructie.”

Illegale Joodse nederzettingen sluiten stilaan het cordon rondom het Palestijnse Oost-Jeruzalem. Palestijnse dorpen aan de rand van de stad worden langzaam maar zeker doodgeknepen of worden rechtstreeks met vernietiging bedreigd. Dat is recent het geval met het dorp Silwan waar de 700 inwoners al zestien jaar een juridische strijd voeren om te mogen blijven ondanks de toenemende druk van de Joodse kolonisten die de grond van het dorp opeisen. Hoewel de eisen van de settlers volgens het hooggerechtshof juridisch aanvechtbaar zijn besliste het hof dat ze de gronden mochten blijven bezetten. De extreemrechtse kolonisten en hun organisatie Ateret Cohanim krijgen nu de weg vrij om zich in het centrum van Silwan te vestigen met hun door de regering betaalde gewapende milities. Dat betekent op termijn het einde van het Palestijnse dorp Silwan. Het hooggerechtshof verwierp ook het beroep van een Palestijnse familie uit het dorp Sheikh Jarrah eveneens in Oost- Jeruzalem. Die beslissing maakt de weg vrij voor de uitwijzing van tientallen andere Palestijnse families. Volgens de Israëlische mensenrechtenbeweging B’Tselem gaat het over de grootste campagne van etnische zuivering sinds de oorlog van 1967. Dit keer niet meer alleen met bulldozers en dynamiet maar met even doeltreffende bureaucratische en juridische middelen.

Het Etzel House op de grens tussen Jaffa en Tel Aviv. In de ruïnes van het enige overblijvende Palestijnse huis van de verdwenen wijk Al Manshieh is een museum gebouwd gewijd aan de overwinnaars: de terroristische militie Etzel (Irgun) van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachim Begin.

Op de tentoonstelling zijn de foto’s te zien zijn van een tiental verdwenen Palestijnse dorpen, maar ook van Jaffa, de voormalige Palestijnse culturele en economische hoofdstad die nu een verwaarloosde wijk is van Tel Aviv. De foto’s zijn in oktober van vorig jaar op een rondreis door Israël-Palestina gemaakt. Ze tonen de vaak vergeten getuigen van een verleden dat de zionistische staat het liefst wil begraven, maar dat ondanks alles levendig wordt gehouden. Daarvoor zorgen onder andere de Joods-Palestijnse organisaties Zochrot (Hebreeuws voor “Herinneren”) en Decolonizer, beide opgericht door Eitan Bronstein die opgroeide in een kibboets en pas op latere leeftijd ontdekte dat de ruïnes waar hij als kind ging spelen de resten waren van het Palestijnse dorp Qaqun dat door de zionisten was vernietigd en de bewoners verjaagd. Beide NGO’s proberen Joodse Israëlis bekend te maken met het Palestijnse verleden van het land. Ze organiseren daarvoor uitstappen naar de verdwenen dorpen met Joodse en Arabisch-Palestijnse Israëlis – vaak ook met deelname van vluchtelingen uit de dorpen die dikwijls voor het eerst in tientallen jaren de resten te zien krijgen van het huis waar ze ooit woonden en zijn opgegroeid. De foto- en videoreeks kwam tot stand met medewerking van onder andere Eitan Bronstein en Jonathan Cook, een Britse journalist in Nazareth die eveneens informatiereizen naar de verdwenen dorpen organiseert en begeleidt.

Qaqun

Meer informatie over de verdwenen dorpen:

https://www.de-colonizer.org

https://zochrot.org

http://www.palestineremembered.com/index.html

https://www.adalah.org/en

Interactieve kaart van de verdwenen dorpen: https://zochrot.org/en/site/nakbaMap

Kaart van Palestina vóór 1948: 

https://www.citylab.com/life/2018/05/mapping-palestine-before-israel/560696/

https://palopenmaps.org/?blm_aid=22581#/

Over BDS: 

https://www.bacbi.be/htm/Cult_NL39.htm

http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/11/29/acod-vrt-steun-de-boycot-eurovision-in-israel

Over de Nakba:

https://www.palestine-studies.org/books/expulsion-palestinians-concept-transfer-zionist-political-thought-1882-1948-0

https://www.standaardboekhandel.be/seo/nl/boeken/politiek/9791097502096/eleo-merza-bronstein/nakba

 

January 24, 2019 at 6:02 pm 2 comments

ISRAËLISCHE WETGEVING GIET APARTHEID IN BETON

Door Johan Depoortere

“Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten,” het is een refrein dat de propaganda van de zionistische staat niet aflaat erin te hameren. De werkelijkheid ziet er anders uit. De Palestijnse minderheid in het land (20% van de bevolking) heeft weliswaar stemrecht en is vertegenwoordigd in de Knesset, het Israëlische parlement, maar wordt op allerhande wettelijke en semi-wettelijke manieren van reële invloed – laat staan macht – afgehouden. De feitelijke apartheid waarmee de niet-Joodse bevolking wordt gediscrimineerd wordt nu binnenkort ook wettelijk verankerd. De Knesset spreekt zich in een van de volgende zittingen uit over de “Basiswet Israël als Natiestaat van het Joodse Volk.” Dat de wet wordt goedgekeurd lijdt weinig twijfel: het voorstel is ingediend door een lid van Benjanmin Netanyahu’s regeringspartij Likoed.

Feitelijke apartheid

Bijna twee miljoen Palestijnse inwoners van Israël leven nu al in een situatie van feitelijke apartheid. Zij zijn tweederangsburgers in eigen land. Palestijnse steden en dorpen hebben te maken met dagelijkse onderbrekingen in de stroom- en watertoevoer, het ontbreken van stadsplanning en infrastructuur, een nooit aflatende confiscatie van gronden voor exclusieve Joodse bewoning, armoede en werkloosheid, vernietiging van olijfgaarden en woningen.

De vredesactivist Miko Peled wordt in Israël gearresteerd bij een protestdemonstratie.

Miko Peled, de zoon van een legendarische generaal in het Israëlische leger en nu een mensenrechtenactivist, tekende een treffend voorbeeld op van de dagelijkse discriminatie waaronder zijn Palestijnse landgenoten te lijden hebben. Hij sprak met Khaled, een invloedrijke Palestijn die in de gemeenteraadsverkiezingen van oktober aanstaande kandidaat-burgemeester is voor Qalansawe, een Arabische stad van 23000 inwoners in de zogenaamde “Driehoek” – Palestijns gebied in Israël binnen de grenzen van 1948.

Palestijnse huizen in Israël kun je onder andere herkennen aan de watertanks op het dak. In tegenstelling tot Joodse Israëlis moeten de Palestijnen voorzorgen nemen om de dagelijkse onderbrekingen in de watertoevoer door de Israëlische watermaatschappij Mekorot op te vangen. Vandaar die tanks. Khaled vertelt Miko Peled dat hij ook zo een tank op het dak van zijn huis heeft. Om de stand van de watervoorraad af te lezen heeft hij een vlotter nodig, zoals je vindt in de waterbak van een wc. Om het ding te kopen begaf zich naar een winkel in een Joods-Israëlische stad. De verkoper vroeg hem waar hij wel vandaan kwam dat hij zo iets nodig had. “Dat is het verschil tussen een Joodse en een niet-Joodse inwoner van Israël,” zei Khaled.

Discriminatie in cijfers

In theorie en op papier zijn Joodse en niet-Joodse staatsburgers in Israël gelijkwaardig. De praktijk is anders. Er bestaan in Israël twee financieringsbronnen voor basisinfrastructuur, voor land, water, en openbare werken: “de regering die voor alle staatsbrugers werkt of ze nu Joods of Palestijns zijn, en de “Nationale Instellingen” die alleen voor Joodse dorpen en steden werken”1

Die Nationale Instellingen zijn de zionistische organisaties Joods Nationaal Fonds en Het Joods Agentschap die zoals bepaald in hun charter in het toekennen van grond en voorzieningen verplicht moéten discrimineren ten voordele van alle Joden ter wereld en ten nadele van de Palestijnse burgers van Israël.

Het Joods Nationaal Fonds bezit 93% van de grond in Israël die daardoor  ontoegankelijk is voor niet-Joden. Het gevolg van de dubbele financieringsbron is dat de zogenaamde “Arabische sector” in Israël het wat voorzieningen als water, irrigatie, riolering, asfaltering, onderwijs en gezondheid met heel wat minder moet stellen dan de “Joodse sector.”

“Het analfabetisme ligt driemaal hoger bij Palestijnen dan bij Joden (15,8 procent tegenover 4,9 procent. Palestijnen hebben geen eigen Arabische universiteit (…) Hoewel de Palestijnen zo een 20 procent van de bevolking uitmaken, is maar 1,5 procent van de ingenieurs Arabier.” Palestijnen in Israël scoren hoger in de werkloosheidstatistieken  en lager in die van de inkomens. De sociale gevolgen zijn voorspelbaar: “7,6 procent van de Palestijnen leeft met meer dan drie personen in één kamer, bij de Joden is dat slechts 0,6 procent. De criminaliteitscijfers zijn meer dan dubbel zo hoog bij de Palestijnen: 16,1 promille tegenover 7,6 promille bij de Joden. Israël besteedt slecht 2 procent van zijn gezondheidsbudget aan de Israëlische Palestijnen, die toch 20% van de bevolking uitmaken. Daardoor is de kindersterfte bij de Palestijnen vier keer hoger dan bij de Joden.”3

Apartheid in beton gegoten

Israël is niet het land van zijn inwoners maar van alle Joden ter wereld. Dat wil zeggen dat iemand die als Jood is geboren in Antwerpen, Brooklyn of Buenos Aires automatisch de Israëlische nationaliteit kan krijgen. Een Palestijn die in Palestina geboren en getogen is maar in 1948 buiten de grenzen van het huidige Israël verbleef is voor eeuwig en altijd van de Israëlische nationaliteit uitgesloten en kan er nooit wettelijk verblijven.

Parlementsleden van drie Palestijnse partijen wilden daar een einde aan maken met een wetsvoorstel dat van Israël de “staat” zou maken van “al zijn inwoners.” De zionistische partijen in de Knesset hebben ervoor gezorgd dat het voorstel geen enkele kans maakt, meer nog dat het te gevaarlijk is om te worden besproken. De juridische adviseur van de Knesset, Eyal Yanon verklaarde waarom: “Het voorstel bevat verschillende artikelen die het karakter van Israël zouden veranderen van een nationale staat voor het Joodse volk tot een staat die gelijke status zou verlenen aan Joden en Arabieren.

De Knesset maakt daarmee zonder meer duidelijk dat een Joodse staat onmogelijk ook democratisch kan zijn. Een democratische staat maakt het immers mogelijk een regime met vreedzaame middelen te veranderen. De zionistische meerderheid zorgt er voor dat Israël een land blijft met een onaantastbare eenheidsideologie: het zionisme en dat de Palestijnen, 20% van de bevolking, voor eeuwig en altijd tot een tweederangspositie zijn veroordeeld.

De “Basiswet Israël als Natiestaat van het Joodse Volk” zal die apartheidsstatus van de Palestijnen nog steviger betonneren. Eén van de bepalingen van dat wetsvoorstel zou het wettelijk mogelijk maken om “exclusieve gemeenschappen” in stand te houden. Dat gaat zelfs de Israëlische president Reuven Rivlin te ver. Hij riep de parlementsleden op het artikel te schrappen omdat het de mogelijkheid zou creëren om uit Joodse nederzettingen Ultra-orthodoxe Joden, Druzen of LGBTpersonen te weren. Dat Palestijnen nu al in feite uitgesloten worden uit Joodse steden en dorpen en dat de wet die vorm van apartheid wettelijk zou verankeren lijkt voor de president de minste van zijn zorgen.

1Palestina, Geschiedenis van een kolonisatie Lucas Catherine EPO 2017De cijfers in deze paragraaf zijn aan hetzelfde werk ontleend.

2Ibid

3Ibid

July 18, 2018 at 11:51 am 2 comments


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,701 other followers