Posts tagged ‘Ardèche’

ELISABETH, voor MELOMANEN, ROYALISTEN, WISPELWEYERS

door Jef Coeck

De Koningin-Elisabethwedstrijd (KEW), zowat het beroemdste muziekconcours ter wereld, krijgt zijn beslag deze week in de Bozar van Brussel. Uit de voorselectie en halve finale bleven 12 kandidaten over, geen Belgen.  Dat komt, zegt cellist en celloleraar  Stijn Kuppens, ‘omdat een uiterst doorgedreven coaching in een stimulerende omgeving ontbreekt in België’. Waarom die dingen er dan wel zijn voor andere instrumenten als piano en viool, vernemen we niet.

Er zijn meerdere verklaringen. Het is de eerste keer dat de cello aan bod komt, na viool, piano, en de menselijke stem. Cello is een moeilijk te bespelen instrument. Er is weinig voor gecomponeerd. Hij moet bijna altijd omgeven zijn door andere instrumenten en dan gaat een deel van de wonderbare klank (‘de mooiste van het orkest’) verloren. Natuurlijk kan het ook solissimo worden bespeeld. Dat doet onder meer de Nederlandse geniale uitvoerder Pieter Wispelwey – hij zit terecht in de jury die op het einde van deze week de rangschikking zal bekend maken. Toch is dit instrument niet algemeen populair, een soort weeskind onder de strijkers.

We waren ongeveer een jaar of 10, mijn neef Jan en ik. We hadden het verplichte eerste jaar solfège achter de rug in de plaatselijke academie, en dan moest (mocht) je een instrument kiezen om het te leren bespelen. Voor mij was het makkelijk, ik was dol op piano. Jan twijfelde wat langer en korte tijd later vernam ik dat hij gekozen hand voor de ‘violoncelle’. Ik kende het woord niet eens maar kon vermoeden dat het iets met de viool vandoen had. Strikt genomen zou je het een basviool kunnen noemen: grote klankkast, geluid van vier donkere snaren, bespeeld met een aangepaste (zware) strijkstok.

Neef Jan schopte het ver in de muziek (in tegenstelling tot mezelf). Hij kreeg een plaatsje in het Vlaamse opera-orkest van Antwerpen. Bovendien begaf hij zich aan composities, waarvan sommige zelfs op CD kwamen. Zo zijn ‘Clarifonia’, dat werd uitgevoerd door het klarinet-ensemble van wijlen Walter Boeykens met Robert Groslot als gastdirigent.

Dat komt bij mij allemaal terug boven, nu ik elke avond voor de TV zal hangen om geen noot te missen. Want gelukkig doet de VRT andermaal een culturele reuzestap door de finale en proclamatie integraal uit te zenden. Dat is een van onze betere tradities geworden. De presentatie van het geheel is voor de tiende keer in handen van Katelijne Boon, een dame met standing en kennis van zaken. Ook zij is weg van de cello/sello.

Boon: ‘Alleen al fysiek doet de klank van een cello iets ongelooflijks. Zowel met de speler als met de luisteraar. Je voelt die vibraties in je lichaam. Eigenlijk zijn dat twee persoonlijkheden die je aan het werk ziet: de cellist én zijn cello. Dat heb ik nooit eerder met een ander instrument meegemaakt.’

Daar kan ik het eens mee zijn. Als je Wispelwey de cello-suites van Bach hoort uitvoeren, zet dan de CD niet al te luid of je kunt een hartaanval oplopen. Je mag in een huis van beton zitten met geluiddempende tapijten, nog zul je de trillingen in heel je lichaam voelen. Hoe dat bij een vrouw als Katelijne Boon overkomt kan ik als man niet weten, alleen gissen. Ze heeft het, zegt ze zelf, met geen enkel ander instrument.

Boon: ‘De kritiek op cello is dat het repertoire beperkt is, maar dat vind ik niet helemaal juist. In de finale zullen we maar drie concerto’s horen: zes keer Sjostakovitsj, twee keer Schuman en vier keer Dvorak. Maar ik begrijp dat die mensen voor zulke meesterwerken kiezen. Voor veel kandidaten is het de eerste keer dat ze die stukken kunnen uitvoeren met orkest, samen met het verplichte werk uit de 21ste eeuw, vind ik die balans zeer goed.’

Kruisvaarders

Wie er op let komt toch geregeld de cello tegen. In de Franse Ardèche deden we lang geleden het stadje Banne aan. Het torent in de heuvels rondom Les Vans en bezit een indrukwekkend kruisvaarderskasteel. De stallingen ervan zijn al meer dan duizend jaar intact gebleven en nu omgevormd tot een concertzaal. We baanden ons een weg tussen de petanquespelende autochtonen. En vernamen dat er die avond een concert was van piano en cello, met, als ik het goed heb Bach, Mozart, Schuman etc.

Wij namen plaats in dit historisch pand, benieuwd naar wat ons te wachten stond. Er waren van die ongemakkelijke stoelen gezet, maar dat kon niet deren. Het concert was schitterend. Ik ontdekte eindelijk de violoncelle en die sneed me ongeveer de adem af. Tussen de honderd of zo toehoorders kon je een speld horen vallen. Na een half uurtje kwam er de krop in de keel en bij sommige mede-melomanen zelfs de tranen in de ogen. Het was verstijvend aandoenlijk. De diepe bassen werden begeleid door een zacht pianissimo van dit schone instrument. Af en toe was er toch een bij-geluid: een zwaluwpaar vloog soms in en uit, door de ramen zonder glas. Zij twitterden de sfeer niet kapot, integendeel, ze leken zelf te komen luisteren en genieten. Het concert duurde goed een uur en toen had kennelijk niemand zin om weg te gaan.
Maar de pastis-receptie riep ons tot de orde.

Ik geloof nu Kuppens, die zegt: ‘Hoe meer je geeft aan de cello, hoe meer je terugkrijgt.’

En laten we zeggen dat de kruisvaarten, hoe bloedig ook, in de loop van de geschiedenis ook een goede kant hebben gekregen.

www.destandaard.be
www.demorgen.be

May 29, 2017 at 2:50 pm 1 comment

DE HOLENBEER VAN LASCAUX OF ALTAMIRA? DOE MIJ MAAR CHAUVET

door Jef Coeck

Indrukwekkende, gedetailleerde en kleurrijke tekeningen van onder meer paarden, leeuwen, neushoorns en beren sieren de wanden van een grot in de buurt van Vallon Pont d’Arc, in de Franse Ardèche. Die grot is in 1994 min of meer bij toeval ontdekt door een groepje van drie doorregen speleologen, onder de leiding van Jean-Marie Chauvet, naar wie de site ook is genoemd. ‘Chauvet’ is sedertdien een begrip dat in de kunstgeschiedenis belangrijker is dan Lascaux of Altamira.

Koolstofdatering gaf aan dat de grotschilderingen tussen de 21.000 en 32.000 jaar moeten zijn, bijna dubbel zo oud als wat totnutoe bekend is. Toch zitten sommige kunsthistorici met de Chauvetgrot in hun maag: de schilderingen zijn technisch en stilistisch zo verfijnd dat ze eigenlijk niet uit die vroege periode (het ‘Aurignacien’) kunnen stammen – volgens alle bekende normen. Dat is natuurlijk sneu voor de ontdekkers, maar het blijft een bij uitstek artistieke en dus subjectieve norm. Vandaar: grote discussies sedert 1994.

De koolstofdatering werd nog talloze keren overgedaan, met telkens hetzelfde resultaat. Zopas is er dan een nieuwe kunsthistorische analyse gemaakt door archeologen van de Université de Savoie, niet met koolstof- maar met chloor-36 datering, die volgens specialisten een stuk exacter is. Het resultaat? Idem dito: ook nu blijft de eerdere datering overeind, d.i. tussen 21.000 en 32.000 jaar geleden. We zullen moeten leren leven met de idee dat de grottenmens in staat was tot soms grotere kunst dan de hedendaagse homo sapiens.

De Ardècherivier in Vallon Pont d’Arc

Maar heel weinig mensen hebben de tekeningen in de grot zelf kunnen zien. Ze werd met medewerking van de overheid vrijwel onmiddellijk voor het publiek afgesloten, om beschadiging van dit erfgoed te voorkomen. In 1995 verscheen bij Seuil in Parijs wel  een prachtig boek, met het hele verhaal van de ontdekking plus een honderdtal schitterende foto’s door het drietal zelf gemaakt. Zonder flash en met alle omzichtigheid. Trouwens ook hun werkwijze was door de jaren heen zo verfijnd dat ze in de grot zelfs niet aten – omdat etensresten tot schimmels leiden die zich kunnen uitbreiden. De grond werd steeds met plastic afgedekt om ‘voetbesmetting’ van buitenaf te voorkomen. De deskundigheid van het drietal, eigenlijk levenslang bevlogen amateurs met een grote ervaring in de rotsige ondergrond van de Ardèche,  is nooit serieus in twijfel getrokken.

Twee buitenstaande autoriteiten zijn nadien in de Chauvetgrot toegelaten. Kort na de ontdekking is Jean Clottes, expert in grotkunst uit de Oude Steentijd, aangetrokken. Hij was ook voorzitter van het Internationale Comité van grot- en rotskunstspecialisten. Zijn entoesiasme was even groot als dat van de ontdekkers zelf. Zodoende kwam in Vallon Pont d’Arc een klein museum tot stand met vooral foto’s en reconstructies. Maar ook met een 3D film van Werner Herzog, de Duitse producer-regisseur, die in 2010 door Chauvet gevraagd werd de site visueel te vereeuwigen. Zijn film is naar verluidt indrukwekkend.

Zelf voel ik mij zeer betrokken bij de Chauvetgrot, een beetje alsof ik persoonlijk de hand in de ontdekking heb gehad. En wel hierdoor. Jarenlang heb ik de familiale zomervakanties doorgebracht in de Ardèche. Meestal in het stadje Les Vans – lang voor Piet Huysentruyt het ontdekt had. Als goede ingezetenen kwamen wij vaak in de Bar du Midi, die amper door toeristen en meer door autochtonen werd bezocht.

Op het terras van de Midi zag je vaak dezelfde gezichten, habitués. Soms was er een stel mensen dat de aandacht trok omdat ze zo onopvallend waren, of tenminste zich zo gedroegen. Ze waren beheerst in hun bewegingen, sportief maar niet modieus gekleed, ze praatten alleen met elkaar en nooit luid. Kortom, ze waren a-typische Fransen, geen vakantiegangers en ook geen bewoners van het stadje Vans. Meestal waren ze met zijn drieën, soms ook met twee: één vrouw, twee mannen, niet oud maar ook niet piep meer, goed geconditioneerde aankomende midlifers. Het merkwaardigste was nog dat ze altijd ingetogen blij leken, alsof ze een geheim deelden dat hen vrolijk stemde, maar dat de veruitwendiging van die vreugde taboe was. De buitenwereld hoefde buiten te blijven, ze spraken ook met niemand anders, alsof ze aan zichzelf voldoende hadden. Ze dronken de gewone dingen die Fransen op een terrasje drinken, eau, pastis, café, bière. Elk jaar kwamen ze wel een paar keer langs in de tijd dat wij er waren. Ik piekerde erover, ik dacht aan een soort sekte.

The happy threesome: Hillaire, Chauvet, Brunel

Toen de Ardèchegrot wereldnieuws werd in 1995, dacht ik vrijwel onmiddellijk aan dit drietal. En toen hun foto’s in de kranten verschenen was er geen twijfel meer mogelijk: het ging hier dus om Jean-Marie Chauvet, Eliette Brunel Deschamps en Christian Hillaire. Logisch dat ze na een dagje onder de grond niet in het nabijgelegen Vallon gingen uitblazen, maar iets verderop – want de ontdekking is tot op het allerlaatste moment geheim gehouden. Bovengronds was onopvallendheid hun manier van werken en leven geworden.

Had ik, als toenmalig journalist, een scoop gemist, hij zat strikt genomen naast me op het terras? Welnee. Ook toen al had ik niet zoveel op met scoops, al of niet gemist. En ze zouden trouwens bij een gesprek niet in hun kaarten hebben laten kijken, die drie, zeker niet als ze mijn beroep hadden vernomen. Ik werd integendeel aangetast door een stille vreugde, enigszins vergelijkbaar met die van hen – niet qua intensiteit natuurlijk – die nu ook weer over me kwam toen ik vandaag dat bericht in de krant las. (zie links onderaan)

De grot Chauvet is een artistieke wieg van de mensheid en ik heb een beetje aan de rand ervan mogen staan. Daar is voorlopig geen speld tussen te krijgen. (jc)

http://destandaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=0P3PT2IA
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DEXD23032000_005

Chauvet, Brunel & Hillaire, De grot Chauvet/De oudste grotschilderingen ter wereld, met een nawoord van Jean Clottes – Ned. uitgave Jan van Arkel, Utrecht, 1998

May 10, 2012 at 4:26 pm 1 comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,618 other followers