Posts tagged ‘Barack Obama’

EINDE VAN EEN TIJDPERK?

De coronacrisis opent onze ogen voor een paar ongemakkelijke waarheden: onze kwetsbaarheid en die van de natuur, ons vals gevoel van veiligheid, het besef dat we niet eeuwig kunnen doorgaan met roofbouw plegen op de planeet. De vraag is: welke lessen zullen we trekken uit deze crisis. Is de pandemie een epochmakende gebeurtenis, te vergelijken met de wereldoorlogen of de financieel-economische krach van 1929? Gaat ons huidig maatschappijmodel op de schop?  Maken we de zwanenzang mee van het neoliberalisme dat nu al ruim veertig jaar ons openbare leven beheerst? Het antwoord is neen, als het van de verdedigers van de bestaande orde afhangt. Het economisch relancecomité dat de Vlaamse regering heeft opgericht bestaat uitsluitend uit profeten van de status quo ante: een nationalistische burgemeester, een rechtse arbeidssocioloog, een vermogensbeheerder – pardon econoom – die ook klimaatscepticus is en andere adepten van de neoliberale consensus. Zo gauw mogelijk terug naar “het normale” is het devies.

En toch is de bestaande toestand – het “normale” – met de toenemende ongelijkheid, de dreigende klimaatcatastrofe, de wanhoop van de miljoenen uitzichtlozen in de vluchtelingenstromen overal ter wereld op termijn onhoudbaar. Tot voor kort leek het alsof opstand en rebellie op het punt stonden een nieuwe wereld te baren: de gele hesjes in Frankrijk en België, de klimaatbetogers, de rebellen in Hongkong en Libanon, de straatprotesten in Chili: het joeg de hartslag omhoog bij al wie smacht naar verandering. “Wat mij betreft wordt 2020 inderdaad het jaar van de anti-neoliberale revolutie” schreef de financieel geograaf Ewald Engelen in een optimistische opwelling. Dat was eind vorig jaar. Toen kwam de coronacrisis. Of die de revolutie dan wel de contrarevolutie zal bevorderen moet nog blijken.

Milton Friedman was populair bij opeenvolgende Amerikaanse presidenten en bij de Britse premier Margret Thatcher. Onderaan rechts: Thatcher en Reagan in Camp David. Foto’s: Wikicommons

In een recente uiterst informatieve reeks uitzendingen ging het Duits-Franse Arte dieper in op verleden, heden en toekomst van het neoliberalisme. De oorsprong van de marktreligie die nu al vier decennia ons bestaan regelt, is te vinden in de economische theorieën van Friedrich Hayek, Milton Friedman en Ludwig von Mises, de grondleggers van wat later de Chicago school of de Chicago boys werd genoemd. Hun analyse van het nazisme vormde de grondslag voor hun wantrouwen tegenover alles wat met staatsinterventie te maken heeft. Ze waren ervan overtuigd dat het naziregime de verre erfenis was van de ontluikende welvaartsstaat onder Bismarck (1815-1895) en dat elke bemoeienis van de staat om armoede en ongelijkheid te bestrijden tot dictatuur moest leiden. Het systeem van sociale voorzieningen zoals dat in het Verenigd Koninkrijk na de Tweede Wereldoorlog door de socialist William Beveridge werd uitgebouwd was hun een gruwel omdat het de kiemen van de dictatuur in zich droeg: socialisme leidt tot nationaalsocialisme.

Ronald Reagan: het gezicht van het neoliberalisme Foto: Wikicommons

Het neoliberalisme is meer dan een economische doctrine het is een ideologie, een filosofie die vrijwel alle aspecten van het maatschappelijk leven is gaan overheersen: van mobiliteit tot gezondheidszorg, van kunst en cultuur tot onderwijs en media. Het is een geloof, een religie als het ware. Het politieke doel van de neoliberale ideologen was volgens Michel Foucault heel duidelijk: de vernietiging van marxisme en communisme, de notie van een maatschappij waarin sociale klassen bestaan. De ambitie was – aldus de Franse filosoof en econoom Frédéric Lordon – niet minder dan de creatie van “de nieuwe mens,” naar analogie van wat de Sovjetunie nastreefde: niet de homo sovieticus maar de homo oeconomicus. 

De proletariër verdwijnt, de werknemer die door de kapitalist van zijn tijd en arbeidskracht werd beroofd is nu zelf een kapitalist. Hij biedt zijn kapitaal: zijn tijd, zijn vaardigheid, zijn werkkracht en zijn talent op de vrije markt aan, onderhandelt over de juiste prijs. Elke consument wordt een ondernemer en sluit een contract af met een andere ondernemer. Van collectieve actie geen sprake meer: het is ieder voor zich. De atomisering van het industrieproletariaat wordt wel eens de grootste overwinning van het neoliberalisme genoemd. De politieke consequenties zijn evident. Het neoliberalisme kon pas overwinnen waar de linkse politieke partijen overgenomen werden door pro-kapitalistische krachten, zoals Labour in het Verenigd Koninkrijk (De “Derde Weg” van Blair) of de Democraten in de VS met Clinton en Obama.

Dictator Augusto Pinochet van Chili Foto: Socialisme.nu

Hoe paradoxaal dat Milton Friedman en de Chicago Boys, de grote voorvechters van de Vrijheid, een dictatuur nodig hadden om hun neoliberale theorieën in de praktijk te brengen. Friedman werd door dictator Pinochet in Chili uitgenodigd voor het eerste grootschalige experiment met neoliberalisme. De dictatuur had de gunstige voorwaarden gecreëerd voor een ongebreideld marktfundamentalisme: de vakbonden verboden, de pers gelijkgeschakeld, de media aan banden en politieke opponenten “verdwenen,” vermoord, gevangengenomen of verbannen. Het was wachten op Thatcher en Reagan voor het vervolg. Ook onder hen was de eerste stap de Kaltstellung van de vakbonden: de mijnwerkers in Groot-Brittannië, de verkeersleiders in de VS. Thatcher en Reagan zouden de nieuwe eenheidsgedachte in een paar treffende citaten samenvatten: “There is no such thing as society” voor Thatcher, “Government is the problem, not the solution” voor Reagan. Daar bovenop: TINA, “There is no alternative,” dat laatste ook in het plaatselijk dialect vertaald door de burgemeester van een dorp aan de Schelde. 

Veertig jaar na Thatcher en Reagan is de overwinning van het neoliberalisme totaal. Tegelijk komen de contradicties scherper dan ooit in beeld: toenemende ongelijkheid, dreigende klimaatcatastrofe en daar bovenop nu een pandemie die het hele economische raderwerk tot stilstand brengt en miljoenen mensen (opnieuw) in extreme armoede dreigt te storten.  De vermaledijde staat treedt weer op de voorgrond: de regeringen worden verzocht om de zwaarste gevolgen van de crisis – gezondheid en klimaat – op te vangen: privatisering van de winsten, socialisering van de kosten. Het verzet groeit en het neoliberale gebouw davert op zijn grondvesten. Maar met de natiestaat is ook het extreme nationalisme terug. De economisch historicus Arnaud Orin gelooft dat het ultraliberalisme zal blijven gelden voor de arbeidsmarkt en voor diensten binnen de natiestaat, maar dat de natiestaten meer en meer tegenover elkaar komen te staan. Einde van de globalisering dus.

Maarten Schinkel Foto: Maartenonline

De Nederlandse econoom Maarten Schinkel vergelijkt onze tijd met de vooravond van de eerste Wereldoorlog. Ook toen was er sprake van een geglobaliseerde wereld waarin ondernemers maar ook arbeiders elkaar over de grenzen heen vonden. En ook toen had de wereld een lange periode van vrede achter de rug. De oorlog verbrokkelde de wereld opnieuw en het zou tot 1990 duren eer hetzelfde niveau van globalisering werd bereikt. Niemand kon geloven dat de oude tribale reflexen van “de stam, het eigene” in een oogwenk als bij toverslag zouden terugkeren. Hetzelfde lijkt nu te gebeuren. Sinds het uitbreken van de pandemie gingen In een mum van tijd de grenzen dicht. Het America First van Trump krijgt navolging, ook in de EU. Om zijn eigen verantwoordelijkheid voor de coronaravage in zijn land te ontvluchten haalt Trump zwaar uit naar China en schuwt daarbij het rauwe racisme niet.

We zien een explosie van de militaire budgetten, vooral in de marine. Conflicten om schaarse grondstoffen en het beschermen van de afzetmarkten hangen in de lucht. De confrontatie tussen China en de kwijnende grootmacht Amerika is niet langer een schrikbeeld in de toekomst. De incidenten tussen Chinese en Amerikaanse vaartuigen in de Zuid-Chinese zee nemen toe, net als de kans op gewapende confrontaties. De toenemende welvaartskloof kan door de coronacrisis tot explosieve situaties leiden. Er zijn altijd economische motieven geweest voor oorlog zegt de Duitse econoom Fritz Helmedag. Als mensen vertwijfeld zijn grijpen ze naar geweld. “Wie geen stuk brood in zijn hand heeft pakt een steen.”

Johan Depoortere

29 mei 2020

May 29, 2020 at 11:18 am 1 comment

Waarom N-VA zo vijandig staat tegenover de klimaatbeweging

Door Jan De Zuttter
Kersvers minister voor Onderwijs, Ben Weyts (N-VA), gaat strenger optreden tegen klimaatspijbelaars. Tegen alle spijbelaars, maar tegen klimaatspijbelaars een beetje meer. Want spijbelen is als door een rood licht rijden; dat mag niet. Mocht dit een geïsoleerde uitspraak zijn van een overspannen excellentie, we zouden wellicht onze schouders ophalen. Dat is het helaas niet, het past in een zorgwekkende evolutie waarin klimaatbeleid in het vizier is gekomen van rechts-populisten en nationalisten die er een electoraal wingewest in zien.

HET PRIMAAT VAN DE PATRIARCH

Voor de goede orde, N-VA behoort niet tot de Europese hard core populisten; Cas Mudde noemt ze eerder een burgerlijk conservatieve partij die zo nu en dan ‘in het populistisch verweer gaat’. De uitspraak van Ben Weyts zou je als populistisch verweer kunnen beschouwen. Ze appelleert aan het conservatieve waardenkader van burgers die opgevoed werden in wat George Lakoff het ‘strikte vadermodel’ noemt, waarbij vader de regels bepaalt, absolute autoriteit heeft en kinderen die de regels overtreden, gestraft worden. Kinderen horen achter de schoolbanken te zitten en als ze dat niet doen – wat ook de reden is – moeten ze gestraft worden.

Dat waardenkader heeft het bijzonder moeilijk met pluralisme dat het gezag uitdaagt. Dat verklaart onder meer ook de voortdurende roep in N-VA-middens om het primaat van de politiek te herstellen, in Lakoffs woorden: het primaat van de patriarch. Dat is minder onschuldig dan het lijkt. De afgelopen jaren verschenen er talrijke rapporten van middenveldorganisaties en zelfs van het EU Agentschap voor Fundamentele Rechten om het zogenaamde fenomeen van de shrinking space aan te klagen, het doelbewust inkrimpen van de bewegingsruimte van het burgerlijk middenveld. Het gebeurt op evidente wijze in landen als Hongarije en Polen, maar net zo goed – zij het iets voorzichtiger – in Vlaanderen, waar N-VA de aanval heeft ingezet op de middenveldorganisaties. Youth for Climate is zo’n jonge middenveldorganisatie en de waarschuwing van Weyts dat hij zal ingrijpen als ze op het ‘foute moment’ op straat komen, moet wel degelijk gezien worden in het kader van het shrinking space-fenomeen.

 

George Lakoff Foto: By Mikethelinguist – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=52124483

Tot nader orde behoort het recht om betogingen en optochten te organiseren nog steeds tot de essentie van een pluralistische democratie, een recht dat verankerd is in het Charter van de Fundamentele Rechten van de EU. Dat recht kan worden beperkt, maar enkel omwille van zeer ernstige redenen zoals de bedreiging van de openbare orde, terrorisme of het risico van witwaspraktijken.

Er zijn nog mogelijkheden om de klimaatspijbelacties te laten ophouden: door een rechtvaardig klimaatbeleid te voeren, één dat de terechte zorgen wegneemt van de grote groep mensen die vrezen dat zij zullen opdraaien voor een crisis die ze niet zelf veroorzaakt hebben. Het Vlaamse regeerakkoord stemt helaas tot pessimisme. Maar dat was misschien de bedoeling. Met klimaatscepticisme zijn immers stemmen te rapen.

STEMMEN RAPEN MET KLIMAATSCEPTICISME

De klimaatcrisis is de afgelopen jaren gestaag opgepikt door rechts-populistische en nationalistische groepen en partijen die er een punt van hebben gemaakt om zich actief te verzetten tegen klimaatactie. Ze doen dat uiteraard omdat ze beseffen dat daar stemmen mee te rapen zijn. Toch blijft het een merkwaardig fenomeen omdat rechts-populisten hun electorale basis hebben uitgebouwd door zich te focussen op migratie of minderheden.

In 2019 veroverden rechts-populistische partijen bijna een kwart van de zetels in het Europees Parlement. Een recent onderzoek van de onafhankelijke denktank Adelphi toont aan dat in het verleden deze partijen – 21 zijn het er ondertussen al – systematisch tégen Europese maatregelen stemden om de klimaatcrisis onder controle te krijgen. De helft van alle stemmen tégen resoluties van het Europees Parlement over klimaat en energie komen van rechts-populistische partijen.

Maar waarom is klimaat plots een hot issue geworden voor rechts-populisten en nationalisten? Dat is immers niet altijd zo geweest aan de rechterzijde van het politieke spectrum. Eén van de eerste krachtige stemmen om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering was Margaret Thatcher die in 1989 voor de Algemene Vergadering van de VN stelde dat ‘klimaatverandering ons allemaal treft en dat actie enkel effectief kan zijn als het op internationaal niveau wordt ondernomen.’ Zelfs Donald Trump, die we niet kunnen verdenken van enige sympathie voor de klimaatbeweging, was in 2009 in de aanloop naar de klimaatconferentie van Kopenhagen medeondertekenaar van een open brief van Amerikaanse bedrijfsleiders, gericht aan Barach Obama om dringend ingrijpende klimaatmaatregelen te nemen. ‘Als we niet meteen optreden, is het wetenschappelijk onweerlegbaar dat er catastrofale en onomkeerbare gevolgen zijn voor de mensheid en de planeet,’ vond Trump toen. Maar tijdens zijn presidentiële campagne keerde Trump zijn kar en ging hij voluit voor het klimaatsceptische discours. Hij noemde klimaatverandering zelfs een verzinsel van de Chinezen. In 2017 liet hij de VS uit de Klimaatakkoorden van Parijs stappen.

WAAROM ZIJN RECHTS-POPULISTEN VAAK OOK KLIMAATSCEPTICI?

Er is te weinig onderzoek gedaan naar de verbanden tussen rechts-populisme en nationalisme enerzijds en het politieke klimaatscepticisme anderzijds om precies te kunnen verklaren waarom deze partijen zich zo actief inzetten tégen de klimaatzaak. Er zijn uiteraard al wel enkele verklaringen geformuleerd, onder meer in een publicatie uit 2018 van de Universiteit van Sussex in het magazine Environmental Politics. Die schuift twee verklaringen naar voor. De ‘structuralistische verklaring’ zoekt de oorzaak in de economische achterstelling en marginalisering van de zogenaamde slachtoffers van de globalisering, van ‘those who are left behind’. Een tweede verklaring is eerder cultureel-ideologisch van aard en bouwt verder op de tegenstelling tussen ‘het volk’ en de ‘kosmopolitische elite’, waarbij klimaatactie gezien wordt als een wereldwijd complot van die elite tégen het volk.

Volgens de onderzoekers vertoont de structuralistische verklaring nogal wat mankementen, omdat de groep mensen die rechtstreeks getroffen wordt door de uitstap uit de koolstofintensieve economie relatief klein is. De mijnwerkers uit de steenkoolindustrie, die vaak worden aangehaald als slachtoffers van klimaatactie, maken slechts 0,5% uit van de totale tewerkstelling in landen als Polen en Australië die nog sterk op steenkool aangewezen zijn en zelfs minder in de VS. Belangrijker allicht is de vrees van grote groepen mensen dat ze opgezadeld zullen worden met allerlei extra kosten om de klimaatcrisis de baas te kunnen. Dat is vooral het geval in gebieden waar de oude industrieën verdwenen zijn en de voormalige arbeiders niet hebben kunnen meeprofiteren van de nieuwe geglobaliseerde wereldeconomie. Maar zelfs dat is geen voldoende verklaring, want het electoraat van populistische partijen behoort niet noodzakelijk en niet overal tot de laagste inkomenscategorie.

Vandaar dat de cultureel-ideologische dynamiek mogelijk meer zoden aan de dijk zet. Die schuift het klassieke culturele discours van het populisme naar voor, namelijk de tegenstelling tussen ‘het volk’ en de ‘kosmopolitische elite’. Daar komt uiteraard een pak complotdenken aan te pas. Want er moet een aannemelijke verklaring bestaan waarom die ‘kosmopolitische elite’ een ‘onbestaande’ klimaatcatastrofe zou willen verzinnen.

Bij ons verduidelijkte N-VA, bij monde van oud-minister Johan Van Overtveldt in een opiniestuk van 27 januari 2019 in De Tijd, waarom dat wereldwijde complot bestaat. Een complot waaraan blijkbaar ook 97% van alle klimaatwetenschappers actief deelnemen: ‘De indruk dat hier een andere en bredere agenda speelt, tekent zich elke dag wat duidelijker af.’ Die agenda is volgens Van Overtveldt niet meer of minder dan de omverwerping van het kapitalisme. Dat complotdenken sloop zelfs bij de CD&V binnen toen voormalig minister voor Milieu, Joke Schauvliege, beweerde dat de acties van de klimaatjongeren helemaal niet spontaan waren. Dat had ze van de staatsveiligheid vernomen. Het was fake news, maar het wees er wel op hoe het populistische discours zich zelfs meester maakt van traditionele partijen.

De link naar Big Governement, Deep State of wereldvreemde technocraten van de EU is dan snel gemaakt. Klimaatbeleid komt zo terecht in het zog van identitaire politiek, van het Euroscepticisme dat rechts-populisten en nationalisten uitdragen en van de bedreiging van de volkseigenheid en de etnische identiteit door ‘superstaten’. Dat precies Europa aan de kar trekt van het klimaatbeleid is meteen het keiharde bewijs voor die these. Dezelfde Unie die de ‘islamisering van het Westen’ voorbereidt, of die de ‘grenzen wagenwijd openzet’, wil ook uw biefstuk afpakken en u op een dieet van bonen en sla zetten. Als je die Eurocraten hun gang laat gaan, wordt dat wellicht wormstekige bio-sla.

Dat de leiders van de klimaatbetogingen jongeren zijn – die horen hun mond te houden – van het vrouwelijk geslacht én er ‘rare’ gedragingen op na houden – ze hebben autisme of zijn genderfluïde – is extra koren op de molen. Alles wringt met het oude wereldbeeld van een door traditionele mannen gedomineerde samenleving.

KLIMAAT ALS ONDERDEEL VAN CULTUUROORLOGEN

Klimaatbeleid is op die manier een onderdeel geworden van de zogenaamde culture wars, schrijft Andrew Hoffman in How Culture Shapes the Climate Change Debate. Er is immers een overweldigende consensus in de exacte wetenschappen over de antropogene oorzaken van klimaatverandering, maar die heeft niet geleid tot een maatschappelijke consensus. Grofweg twee groepen staan lijnrecht tegenover elkaar, groepen die in een steeds toenemende polarisatie verwikkeld zijn: zij die de wetenschappelijke feiten aanvaarden en voorstander zijn van ingrijpende maatregelen en zij die de wetenschappelijke consensus verwerpen of in twijfel trekken en zich verzetten tegen klimaatmaatregelen. Een paper gepubliceerd naar aanleiding van een klimaatcongres in Brussel in 2010 maakt duidelijk dat er in de jaren 1990 in de VS nauwelijks een verschil was tussen Republikeinse en Democratische kiezers als het over klimaatverandering ging. Tegen 2008 was dat radicaal veranderd. Bij de klimaatontkenners noemde 76% zich Conservatief en slechts 3% Democraat. Klimaatontkenners verzetten zich ook tegen herverdelingsmechanismes, armoedebestrijdingsprogramma’s, het reguleren van ondernemingen, of houden er conservatieve meningen op na als het gaat over het homohuwelijk, abortus of de beperking van de verkoop van wapens.

Klimaatverandering is op ongeveer tien jaar tijd deel gaan uitmaken van de culture wars die eerst in de VS en nadien ook in Europa van de grond kwamen. Sociale wetenschappers verduidelijken dat mensen zowat alle politieke en maatschappelijke vraagstukken bekijken vanuit hun waardenkader. Als de feiten botsen met dat waardenkader wordt niet dat laatste aangepast, maar wordt er aan de feiten gesleuteld. In het geval van klimaatverandering worden de feiten geminimaliseerd (het is minder ernstig dan wat de ‘doemdenkers’ beweren), de oplossingen vereenvoudigd (technologie zal de klus wel klaren) of wordt de ernst van de feiten in twijfel getrokken (de feiten zijn een vervalsing georganiseerd door een wereldwijd complot dat onze manier van leven onderuit wil halen).

De grote boosdoener in het debat, CO₂, is daarbij zelfs een spelbreker. CO₂ is immers geen ‘gif’ dat enkel door mensen wordt geproduceerd, het komt ook gewoon in de natuur voor en is zelfs noodzakelijk voor planten om te overleven. Het is pas schadelijk als er op de lange termijn onevenwichten ontstaan in de atmosfeer. Bovendien is het paradoxaal genoeg een graadmeter voor welvaart, want hoe hoger de CO₂-uitstoot hoe hoger de welvaart van een betrokken land. De strijd tegen CO₂ kan dan makkelijk vertaald worden naar een aanslag op ‘onze welvaart’, onze manier van leven. CO₂-uitstoot afbouwen, impliceert immers een heel nieuwe kijk op de wereld en op hoe de mens zich verhoudt ten opzichte van zijn omgeving. Het stelt fundamentele waardenkaders en wereldbeelden in twijfel en geeft daarom aanleiding tot grote onzekerheid. Het gevoel dat onze eigenheid, onze identiteit en onze wereldbeelden bedreigd worden door klimaatactivisten leeft dan ook sterk bij grote delen van de bevolking. Dat die hele ‘klimaathysterie’ op z’n zachts gezegd overdreven is of misschien wel één groot complot is om onze manier van leven onderuit te halen, is dan een geruststellende gedachte.

DOORBRAAK: MEDIAPLATFORM VOOR KLIMAATSCEPTICI

Nu we het complot kennen, kunnen we er van uitgaan dat de klimaatjongeren en hun spijbelacties in het ergste geval medecomplotteurs zijn en in het beste geval de slachtoffers van hun boosaardige, welstellende, stedelijke en kosmopolitische, bakfietsrijdende ouders. Die framing wordt er in heel Europa ingelepeld. Verschillende gradaties van complotdenken passeren de revue, gaande van een wereldbeweging die financieel ondersteund wordt door Georges Soros of een rijke Zweedse mecenas in het geval van Greta Thunberg, tot de heimelijke financiering door Groen in het geval van Anuna De Wever. Maar ook bescheidenere complotten, georganiseerd door een netwerk van ‘linkse ouders’, doen het goed.

Greta Thunberg Foto Ketnet

Op Doorbraak, de mediasatelliet van het Vlaams-nationalisme, noemt auteur Michel Berger het opjutten van jongeren door hun ouders ronduit kindermishandeling. Michel Berger kan het weten, want hij is een gepensioneerd leraar die bezorgd is om het welzijn van kinderen. Hij is ook actief bij N-VA Genk, waar hij zich verkiesbaar stelde én hij is de oud-leraar van de huidig Vlaamse minister verantwoordelijk voor klimaatbeleid, Zuhal Demir (N-VA). Hoewel, haar titulatuur vermeldt ‘Milieu’ niet langer; het is nu ‘Omgeving’: dat klinkt minder groen.

Berger mag weliswaar geen zwaargewicht zijn in de partij, zijn pennenvrucht is interessant omdat ze alle ingrediënten bevat van het klimaatsceptische discours dat breed gedeeld wordt bij het kiespubliek van N-VA. De ernst van de klimaatcrisis wordt gerelativeerd: er waren in het verleden immers zoveel dreigingen die nooit bewaarheid werden, zoals het gat in de ozonlaag of de gevolgen van Tsjernobyl. Ook dat was gewoon bangmakerij om niets. Bezorgdheid om klimaatverandering is een rancuneuze vingerwijzing naar de vorige generaties die ‘alles hebben opgesoupeerd’ terwijl het toch overduidelijk is dat die generaties gezorgd hebben voor een welvaart zoals nooit tevoren. In dat argument wordt CO₂-uitstoot gelinkt aan stijgende welvaart.

‘De echte daders zitten in de ‘linkse’ hoek, de hoek die teert op klassenstrijd, (…) op rancune tegen de bourgeoisie, de traditie, het patriarchaat en het systeem.’ Let op de bezorgdheid voor traditie en het patriarchaat – de ingrediënten van Lakoffs ‘strikte vadermodel’. Ook de verwijzing naar de vermeende hypocrisie van de klimaatjongeren komt aan bod. Je weet wel, die jongeren die beter niet met het vliegtuig op reis zouden gaan, maar zoals vroeger hun bottines moeten strikken om op trektocht te gaan, die geen rommel moeten achterlaten op festivals en beter een boek zouden lezen in plaats van computerspelletjes te spelen. De klimaatjongeren zouden verdikke blij moeten zijn dat ze naar school mogen gaan, de grootouders van Berger konden dat niet eens.

Het stukje leest als de communicatiebijbel voor populisten. Het is gedrenkt in een heimatverlangen naar het goede, strenge leven van weleer waar eenieder in korte broek en met de dikke trui van de oudere broer vele kilometers door de bittere koude naar school marcheerde, terwijl de ouders stoflongen opdeden in de koolmijn. Waar klagen die verwende jongelui toch over?

Op Doorbraak passeren ook de usual suspects de revue of worden klimaatjongeren in anonieme ‘satirische’ stukjes geschoffeerd als zijnde psychiatrische patiënten met waanbeelden. Dat niveau wordt afgewisseld met pseudo-ernstige artikels, waaronder in september de befaamde brief van 500 klimaatsceptici die vragen het klimaatbeleid stop te zetten. Bij de 19 Belgische ondertekenaars, zo berichtte Knack, was er niet één klimaatwetenschapper, en publiceerden 6 onder hen voordien reeds klimaatsceptische stukken op Doorbraak.

KLIMAATOPLOSSING BEDREIGT BESTAANSREDEN VAN N-VA

Dat het Vlaams-nationalisme op z’n zachtst gezegd vijandig staat ten opzichte van de klimaatbeweging is duidelijk. Dat die vijandigheid doorsijpelt in de communicatie van de N-VA-top mag daarom niet verbazen. De waarschuwing van Ben Weyts aan de spijbelende jongeren is dus geen geïsoleerde uitspraak, maar past naadloos in de rij klimaatsceptische uitspraken zoals die van minister voor Omgeving, Zuhal Demir, die de ‘straatprotesten welletjes vindt. We hebben het nu wel begrepen’ of van Vlaams minister-president, Jan Jambon (N-VA), die het onlangs had over klimaathysterie. Hij echode daarmee de uitspraken van de populisten van de Ware Finnen. Die doen vandaag niet aan biefstukkennationalisme zoals N-VA, maar aan worstennationalisme. Want klimaatbeleid zal de ‘worst uit de mond van de arbeider halen’. Het is zelfs erger volgens de Ware Finnen. Ook katten en honden zullen worden getroffen door de klimaatjongeren, want de prijs van een blik honden- of katteneten zal met 20 tot 40% stijgen. ‘Wat ga je zeggen tegen die kleine jongen of dat kleine meisje dat in huilen zal uitbarsten als mama en papa vertellen dat ze dat niet meer kunnen betalen?’ Minister voor Dierenwelzijn, Ben Weyts, is gewaarschuwd.

Dat Vlaams-nationalisten en nationalisten in het algemeen, zo vlot meegaan in het populistische discours over het klimaat heeft er uiteraard mee te maken dat hun bestaansreden zelf bedreigd wordt door de klimaatproblematiek. Die is per definitie globaal én kan enkel door supra- of postnationale instellingen aangepakt worden. Het adagium ‘wat we zelf doen, doen we beter’ klinkt dan als de uitspraak van een keizer zonder kleren. Dat geven Vlaams-nationalisten ook volmondig toe. De impact van een Vlaams klimaatbeleid is op wereldschaal verwaarloosbaar, luidt het argument. Dat klopt, maar dat geldt ook voor de strijd tegen fraude, criminaliteit, terrorisme, of voor een duurzaam migratiebeleid… afijn voor zowat elk beleidsdomein met een grensoverschrijdende impact.

De klimaatjongeren hebben begrepen dat in een geglobaliseerde wereld de solidariteit buiten de grenzen van de natiestaat moet treden om de grote uitdagingen te kunnen aanpakken. Taal- en cultuurverschillen worden overbrugd met het oog op het algemeen belang. Zelfs op Belgisch niveau slagen de Vlaamse Anuna De Wever en de Waalse Adelaïde Charlier er probleemloos in een coalitie te vormen op hetzelfde moment dat Belgische partijen zich met het mes tussen de tanden naar de onderhandelingstafel slepen. Dat is allemaal heel erg vervelend voor een partij die teert op exclusie van wie de Vlaamse identiteit niet ten volle omarmt.

COMPLEXITEIT GEEN EXCUUS

Zoals wel vaker, plugt rechts-populisme en nationalisme in op terechte zorgen en bekommernissen van een grote groep burgers. De klimaatcrisis is een ongeziene uitdaging waarvoor veel, maar lang niet alle oplossingen beschikbaar zijn. Maar iedereen die de problematiek kent, weet dat de transitie naar een koolstofneutrale economie een titanenwerk zal zijn dat bovendien een pak geld zal kosten. Het vergt bovendien een langetermijnplanning, waar politici die dat proces in gang zetten, wellicht nooit zelf electoraal van kunnen profiteren.

George Lakoff vertelt dat met die langetermijnstrategie nog een tweede probleem opduikt, namelijk dat de taal nauwelijks in staat is om die op eenvoudige manier over te brengen. Het politieke discours heeft het makkelijk met ‘directe oorzakelijkheid’, namelijk maatregelen of gebeurtenissen die een direct aantoonbaar effect hebben. Maar taal heeft het veel moeilijker met wat hij ‘systemische oorzakelijkheid’ noemt, omdat dat zo complex is dat het niet te vatten is in enkele zinnen. Om het eenvoudig te stellen: je krijgt het gewoon niet uitgelegd. Klimaatsceptici gebruiken daarom vaak directe oorzakelijkheid als ze het over klimaat hebben, bijvoorbeeld als ze tijdens een barre winterprik opmerken dat het toch wel heel erg koud is om van klimaatopwarming te kunnen spreken.

Maar de complexiteit van de dynamiek van klimaatverandering is geen reden voor verantwoordelijke politici om de kop in het zand te steken, zelfs niet als de oplossing een titanenwerk is dat handenvol geld zal kosten. Immers, niets doen zal een groter titanenwerk opleveren én bovendien méér kosten. De uitdaging vandaag, ook voor N-VA, is om de aanpak van de klimaatcrisis niet enkel georganiseerd te krijgen, maar vooral om er voor te zorgen dat die transitie rechtvaardig gebeurt en dat gewone burgers nooit de dupe zullen worden van de noodzakelijke maatregelen. Elk klimaatbeleid dat enige kans op succes wil hebben, zal moeten starten met een stevig sociaal beleid en – om het betaalbaar te maken – met eerlijke belastingen, ook en vooral voor multinationals en de superrijken. Als dat links klinkt, so be it.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit SAMPOL

October 25, 2019 at 6:23 pm Leave a comment

CUBA TUSSEN TWEE WERELDEN

Wie tegenwoordig onderdak zoekt in de Cubaanse hoofdstad Havana kan voor een slordige 450 euro terecht in het onlangs geopende Kempinski hotel in het historische hart van de stad. Het hotel maakt deel uit van een even luxueus shopping centrum in het Manzano de Gomez complex, voltooid in 1917 maar nu schitterend gerestaureerd. Daar kan de toerist met gevulde portefeuille, maar ook de groeiende klasse van Cubaanse nieuwe rijken terecht voor speeltjes als de nieuwste Canon Eos camera voor 7542,01 dollar of het Bulgarihorloge voor de peuleschil van 10.200. De verkoopster die “acacia eau de toilette” a rato van 95,2$ per flesje aan de man of vrouw brengt verdient zelf 12,5 dollar – 11 euro – per maand.

Een jonge Cubaanse maakt een selfie vóór de etalage van de luxe shopping mall annex hotel “Manzana de Gomez.”

Deze jongste injectie van capitalismo in de Cubaanse geleide staatseconomie zorgt voor wrevel en onbegrip bij Cubalovers en niet in het minst bij de meerderheid van de Cubanen zelf die ondanks de zegeningen van de revolutie de grootste moeite ter wereld hebben om met hun officiële maandinkomen van ongeveer 20 euro de eindjes aan elkaar te knopen. Het is ook een oogverblindende illustratie van de toenemende ongelijkheid op het eiland waar de nu bijna zestig jaar oude Revolutie de ambitie had om niets minder dan de “nieuwe mens” te creëren. Nu klinken de revolutionaire slogans die op heel het eiland op grote borden de voorbijganger toeschreeuwen holler dan ooit. “Socialisme o muerte” – “Socialisme of de dood: “Wat is het verschil?” vragen de meer cynisch ingestelde Cubanen zich af.

Het Kempinski, de kapitalistische etalage in de Cubaanse hoofdstad wordt gerund door het leger dat zijn appetijt voor marktaandeel in de boomende toeristische industrie sinds de machtsovername door legerleider Raúl Castro alsmaar meer bevredigd ziet. Wie in Cuba de historische steden bezoekt kan er niet naast kijken: hotels, toerbussen, autoverhuur – allemaal onder de merknaam Gaviota of Cimex, de toeristische zakenarm van het Cubaanse leger. De haven Mariel – een paar decennia geleden nog beroemd en berucht door de massale exodus van ongewenste Cubanen naar de VS – wordt met Braziliaans kapitaal de kern van een toeristische groeipool helemaal in handen van de militaire zakensector. Onlangs hebben de militairen ook de bank overgenomen die de meeste buitenlandse transacties controleert.

Toerisme is – samen met de geldstortingen door Cubanen in Miami ter waarde van 2,5 miljard per jaar – de reddingsboei voor de Cubaanse economie die steeds minder kan rekenen op inkomsten uit de traditionele suikersector en die na het verdwijnen van de Sovjetunie drijvende werd gehouden door olie uit Venezuela. Nu ook daar het “socialistische” regime van Maduro onder zware druk staat en de economie op apegapen ligt zijn de Cubanen meer dan ooit op zichzelf en de buitenlandse bezoekers aangewezen. Het herstel van de diplomatieke betrekkingen met de Verenigde Staten en de versoepeling van de reisbeperkingen voor Amerikanen heeft een toeristische boom veroorzaakt en de verwachting is dat die alleen maar zal toenemen. Havana, dat nu al kreunt onder het massatoerisme bereidt zich voor op een vreedzame invasie uit het noordelijke buurland dat tot voor kort in de officiële propaganda als vijand nummer één stond gebrandmerkt. De vraag is of de stad en het land daarvoor zijn toegerust. Het antwoord is neen, zoals ik zelf tijdens mijn recentste bezoek aan het eiland herhaaldelijk kon vaststellen.

Marina Hemingway een reliek van vóór de Revolutie

Marina Hemingway is een magneet voor zeilers uit Noordamerika en de rest van de wereld. Het is een wat vervallen toeristisch complex met twee hotels, restaurants, zwembad en winkels, allemaal daterend van de jaren vijftig en sindsdien nauwelijks aangepast aan de tijd. Ik was er in april voor de derde keer in vier jaar tijd en de drukte is er almaar toegenomen, net als de voortschrijdende verloedering van het geheel. Eén van de twee hotels “El Viejo y el Mar” staat al jaren leeg en wordt naar het schijnt gerenoveerd – niemand weet wanneer het weer open gaat. De sanitaire voorzieningen van het andere hotel “El Acuario” kun je vinden afgaande op de stank. De internetvoorziening is een bron van voortdurende ergernis. Voor een wifiverbinding moet je een kaartje kopen à 3,5 euro per uur. De kaartjes zijn er soms wel soms niet en zelfs als je er een kunt bemachtigen kun je van geluk spreken als de verbinding langer dan een paar minuten werkt. Skype en Whatsapp worden door de Cubaanse autoriteiten geblokkeerd, evenals de telefoonverbinding met satelliettelefoons. Een Franse collega zeiler had bij aankomst met een vlucht uit Parijs zijn satelliettelefoon bij de immigratie op de luchthaven moeten afgeven. Het heeft hem anderhalve week en interventie van de Franse ambassade gekost om zijn toestel terug te krijgen toen hij per boot het land wou verlaten.

Cruiseschepen zetten ladingen toeristen af. Hier in de haven van Santiago

Vorig jaar heeft een recordaantal van 4 miljoen toeristen, onder wie 270000 Amerikanen het eiland bezocht. De prijzen zijn door de komst van die massa’s toeristen de pan uitgerezen. Een inreisvisum kostte twee jaar geleden 25 euro – nu is het tarief verdrievoudigd tot 75. Twee jaar geleden was er uit Marina Hemingway een gratis busje naar het centrum van Havana. Nu rijdt het busje slechts een paar haltes verder en ben je praktisch verplicht een taxi te nemen voor 15 tot 20 euro. De gulheid waarmee Amerikanen gewend zijn fooien uit te delen heeft de verwachtingen aangescherpt en Cubanen die een graantje willen meepikken van de toeristische boom lijken allemaal dollartekens in de ogen te hebben. Ray, een jonge taxichauffeur die ons naar de luchthaven brengt is geobsedeerd door de prijzen van vastgoed en auto’s. Hij wil ons zijn huis verkopen, of althans een verdieping die we “makkelijk kunnen verhuren aan toeristen.”

De kwalijke neveneffecten van het massatoerisme zijn legio: prostitutie, corruptie en wat de Cubanen “toerisme-apartheid” noemen: het feit dat ze niet welkom zijn in de grote internationale hotels en resorts in bijvoorbeeld Varadero – die zijn exclusief voor de buitenlandse bezoekers. Een ander gevolg is de dualiteit in de Cubaanse samenleving: de kloof tussen wie wel en wie niet toegang heeft tot van het manna van het toerisme. Die toenemende ongelijkheid is de rot in het revolutionaire ideaal. Het dubbele muntsysteem heeft twee economieën geschapen: die van de “peso nacional” en die van de “peso convertible,” de CUC de munt waar de toeristische sector op draait. Eén CUC is ongeveer 25 peso waard. Het doorsneesalaris bedraagt 500 peso wat neerkomt op 20 CUC of ongeveer 20 Euro. Basisproducten zoals brood, rijst of kip worden in peso betaald en zijn met het rantsoeneringsboekje (de “libreta”) belachelijk goedkoop, maar alles wat wordt ingevoerd moet in CUC worden betaald en die munt is voor de Cubanen alleen bereikbaar via diensten aan toeristen. Het gevolg is dat het uitstekende Cubaanse onderwijssysteem dokters, ingenieurs, leraars, architecten en andere hoogopgeleiden aflevert die hun vak massaal laten voor wat het is en aan de kost komen als taxichauffeur, restauranthouder of toeristengids of die (een deel van) hun woning verhuren als B&B.

Verval op een boogscheut van de luxe.

De hervormingen van Raúl Castro hebben een klasse nieuwe rijken voortgebracht maar ook het leven van vele anderen uiterst precair gemaakt. In september 2010 liet Raúl een half miljoen mensen in overheidsdienst ontslaan met het voornemen dat aantal op termijn nog te verdubbelen. “Cuba kan niet het enige land ter wereld zijn waar mensen kunnen leven zonder te werken,” zei Raúl – Margaret Thatcher had het niet beter kunnen formuleren. De ontslagen werknemers moesten voortaan aan de bak zien te komen in de toen nog nauwelijks bestaande privésector. Ook de ontslagregeling lijkt helemaal uit het neoliberale boekje te zijn afgekeken; één maand loon als ontslagvergoeding voor tien jaar dienst met een maximum van vijf maanden voor 25 jaar dienst. Veel Cubanen dreigen daarmee tussen twee stoelen terecht te komen: die van de communistische verzorgingsstaat en die van de markt. Geen wonder dat bijna zestig jaar na de overwinning van de Revolutie de armoede op Cuba lang niet is uitgebannen. Een wandeling door het Oude Havana maakt duidelijk hoe naast de fraai gerestaureerde gebouwen nog honderden gezinnen in de meest miserabele omstandigheden wonen.

Hoe het verder moet met de Cubaanse revolutie is de vraag van één miljoen. Of Donald Trump aan de andere kant van de Straat van Florida de toenaderingspolitiek van zijn voorganger zal voortzetten is alles behalve zeker al kun je ook verwachten dat de vastgoedmagnaat in de president begerig uitkijkt naar een nieuwe markt voor zijn hotels en belangen in de toeristische sector.

De injectie van een dosis kapitalisme in de Cubaanse economie heeft een onstuitbare dynamiek op gang gebracht die leidt naar méér markt en méér ongelijkheid. Fidel Castro is dood maar de generatie van de “historicos” die nog samen met Fidel in de Sierra Maestra heeft gevochten klampt zich vast aan de macht. De 85-jarige Raúl Castro heeft beloofd in 2018 af te treden, maar hij blijft secretaris van de Communistische partij die alle macht in handen houdt. Pessimisten vrezen een evolutie naar Chinees model: economisch liberalisme in het kader van een autoritaire staatsstructuur onder leiding van de Communistische partij en met een economische bovenlaag die haar privileges met hand en tand zal verdedigen. Maar dat is tot dusver koffiedikkijken.

Johan Depoortere

23-05-2017

 

May 24, 2017 at 3:48 pm 7 comments

ISRAEL NEEMT DE TELEFOON NIET OP

Zijn de Verenigde Staten te goeder trouw als bemiddelaar in het conflict tussen Israël en de Palestijnen? Er is reden om daaraan te twijfelen vindt de Britse freelance correspondent in Israël, Jonathan Cook.  Na vier jaar toegevingen aan de onbuigzame Netanyahu heeft de regering Obama dringend behoefte aan een initiatief om  haar geloofwaardigheid ter zake te herstellen. Maar wil Israël ook vrede? Cook gelooft van niet: de Joodse staat blijft al decennia lang doof voor elk vredesgesprek. Wat volgt is de samenvatting van een artikel dat eerder werd gepubliceerd in The National (Abu Dhabi) en op de blog Counterpunch.

Johan Depoortere

Begin deze maand was de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken in Israël met de bedoeling het “vredesproces”  nieuw leven in te blazen. Kerry haalde een oud plan uit de kast, het zogenaamde “Arabisch Vredesinitiatief” uit 2002. Daarin belooft de Arabische wereld vrede met Israël als het zich terugtrekt binnen de grenzen van vóór 1967 – op 22% van historisch Palestina.

Kerry Netanyahu

John Kerry – Benjamin Netanyahu

Op het nieuwe Arabische bod antwoordde Israël met een oorverdovend stilzwijgen. Alleen Tzipi Levni, voormalig minster van Buitenlandse Zaken en de enige Amerikaanse bondgenoot in de regering Netanyahu had er een goed woord voor over. Premier Netanyahu hield de lippen op elkaar en liet zijn medewerkers verklaren dat het plan niets anders is dan een truc om Israël te verleiden tot “schadelijke vredesgesprekken.”

De reactie van Netanyahu verraadt het leugenachtige van één van de hardnekkigste mythes die het Palestijns-Israëlisch conflict omgeven:  namelijk dat Israël niets liever wil dan vrede en erkenning door de Arabische staten. Nog vóór Israël in 1967 de westelijke Jordaanoever en Jeruzalem bezette vond deze fictie ingang in de westerse wereld. Ze berustte op twee historische uitspraken.

Vooreerst waren er de onsterfelijke woorden van de toenmalige minister van Defensie Moshe Dayan die kort na de Zesdaagse Oorlog in 1967 liet weten dat de Israëli’s wachtten “op een telefoon van de Arabieren” – onder verstaan: om over vrede te praten.

Moshe Dayan

Moshe Dayan: “We wachten op een telefoon….”

En dan was er die andere beroemde quote van Abba Eban, minister van Buitenlandse Zaken in de jaren zeventig, dat de “Arabieren nooit de kans missen om een kans te missen.”

De historische werkelijkheid is totaal anders. Na hun vernedering in de Zesdaagse Oorlog erkenden de Arabische staten, zij het meestal stilzwijgend, het bestaan van Israël. Schlomo Ben-Ami, Israëlisch minister van Buitenlandse Zaken ten tijde van de Camp-Davidakkoorden merkte op dat de Arabieren belden, maar dat aan de Israëlische kant “de lijn bezet was of dat niemand de telefoon opnam.”

De onthulling vorige maand in Wikileaks van de Amerikaanse diplomatieke correspondentie uit die periode bevestigt dat beeld. Eind 1973, na de Yom Kippur oorlog, boden de Arabieren al aan om Israël te erkennen binnen de grenzen van vóór 1967.  Ze kregen nul op rekest.

Een diplomatiek telegram uit 1975  maakt duidelijk dat de Amerikaanse diplomaten tot de conclusie zijn gekomen dat de Israëlische leiders blijk geven van een “buitengewoon gebrek aan begrip” van de Arabische bedoelingen en dat ze zich liever klaar maken voor een “vijfde, zesde of zevende Israëlisch-Arabische oorlog.” Volgens de Amerikaanse diplomaten lijden de Israëlis in hun vastbesloten wil tot zelfdestructie aan een “Samson– of Masadacomplex.

Deze context maakt duidelijk dat Israëls hardnekkige weigering om op elk vredesaanbod in te gaan niet alleen het gevolg is van de havikenmentaliteit van de regering Netanyahu, maar integendeel naadloos past in een patroon dat al tientallen jaren het gedrag van de Joodse staat kenmerkt. Het is wat de Palestijnse premier Salam Fayyad onlangs het Israëlische “bezettingsgen” noemde.

Toen de Saudi’s in 2002 voor het eerst hun vredesinitiatief voorstelden was de tweede Intifadah in volle gang. De toenmalige chef staf Moshe Yaalon, de huidige minister van Defensie,  liet toen weten dat niet “onderhandelingen Israëls prioriteit waren,” maar een militaire campagne om “de nederlaag diep in het Palestijnse bewustzijn te branden.”

In tegenstelling tot toen lijkt het huidige Arabische plan wél op de onverdeelde steun van de Amerikaanse regering te kunnen rekenen. Een ander verschil is dat dit keer het plan niet de terugkeer tot de grenzen van 67 eist, maar slechts kleinere “correcties”  en “uitwisselingen” (van grondgebied). Maar Netanyahu is zelfs niet bereid om de goede bedoelingen van de Arabieren te testen. Hij vreest naar verluidt dat de “kleine correcties” niet zullen volstaan om alle Israëlische nederzettingen in bezet gebied te behouden.

Kerry van zijn kant heeft gewaarschuwd dat het voorstel gebonden is aan een deadline van twee jaar. Dan begint president Obama aan de laatste twee jaar van zijn ambtstermijn – de zogenaamde “lame duck” periode, waarin een president niet meer in staat wordt geacht grootse plannen te verwezenlijken.

Het zal de nachtrust van premier Netanyahu wellicht nauwelijks verstoren. Hij is tenslotte de leider van een regering die onlangs haar beklag maakte over een beslissing van Google om de naam “Palestina” als zoekterm te erkennen. De zoveelste ronde in het mislukte vredesproces zal veel meer schade berokkenen aan de reputatie van Washington en de Palestijnen dan aan een Joodse staat die nooit de bedoeling had “de telefoon op te nemen.”

Jonathan-Cook-photo1-199x300

Jonathan Cook

Lees hier het volledige artikel in Counterpunch

May 21, 2013 at 2:03 pm 1 comment

HET KLEINE VERSCHIL

Verkiezingen hier en in de Verenigde Staten. De campagnes draaien op volle toeren. Ze willen ons laten geloven dat de toekomst van de mensheid – of toch van Antwerpen – afhangt van uw stem. Maar Bart De Wever of Patrick Janssens in het Schoon Verdiep, Barack Obama of Mitt Romney in het Witte Huis – maakt het wel zo een groot verschil uit?   

Door Johan Depoortere

De N-VA van De Wever en de stadslijst van Patrick Janssens zijn samen verantwoordelijk voor zes jaar beleid in Antwerpen. Een grote rechtse coalitie van N-VA-Stadslijst staat in de sterren geschreven, De Wever en Janssens zijn sparring partners in een gevecht voor de galerij. In een interessante analyse schrijft Kris Merckx: “De twee titanen die om Antwerpen vechten  zijn elkaars spiegelbeeld” – (zeker voor wat het doordrukken van het BAM-tracé betreft) zegt Wim van Hees van “Ademloos”  en Peter Mertens (PVDA+) had het over de “Vlaamse inleveringsregering die in Antwerpen een ‘spiegelkabinet’ wil.”  Merckx legt uit hoe de twee tenoren tot elkaar veroordeeld zijn, mathematisch en politiek.

“Op sociaal-economisch vlak verschillen de Stadslijst en de N-VA  nauwelijks “  stelt Merckx, “maar ook over immigratie, vrije meningsuiting, veiligheid, aanpak van overlast en samenlevingsproblemen sporen ze grotendeels samen. Beiden leggen de klemtoon op een overwegend repressieve aanpak (GAS-boetes!). De Wever beklemtoont dat Janssens in zijn boek ‘Voor wat hoort wat’, net als hij, ‘in het rechten-en-plichtendiscours het zwaartepunt verlegt naar de plichten’. En Janssens spreekt hem op dat vlak niet tegen.”

Wat we in Antwerpen kunnen verwachten is dus een voortzetting van een in wezen rechts en repressief beleid met nog sterkere neo-liberale en neo-conservatieve accenten als de N-VA er met de steun van de ex-Vlaams-Blokachterban flink op vooruit gaat. Alleen linkse partijen in het stadsbestuur kunnen daar enig  weerwerk tegen bieden. Maar nog belangrijker is volgens Merckx het werk aan de basis: mobilisatie en actie.  Het verleden heeft aangetoond dat een combinatie van parlementair werk en organisatie aan de basis omtrent concrete lokale problemen wel degelijk resultaat oplevert: de strijd tegen de loodvervuiling in Hoboken, verzet tegen de Lange Wapper , successen in Genk, Zelzate, Deurne en elders.

Antwerpen-Washington

In de VS toeteren de New York Times en andere liberale media  dat de Amerikanen op 6 november de keuze hebben tussen twee radicaal  verschillende filosofieën, een “fundamentele keuze over de toekomst van Amerika.”  Niets daarvan bleek op het grote debat dat Mitt Romney opnieuw in de race bracht, zegt Robert Scheer van de linkse blog Truthdig.  Obama gaf grif toe dat zijn zorgwet (“Obamacare”) een doorslag is van wat Romney als gouverneur in Massachusetts  (2003-2007) invoerde als alternatief voor een “single-payersysteem” (algemene openbare gezondheidszorg zoals in Canada en het Verenigd Koninkrijk.) Beiden haalden voor hun hervorming de mosterd bij de uiterst conservatieve Heritage Foundation. (1)

De twee kandidaten waren het in het debat fundamenteel eens over  de weg uit de crisis: geld voor de banken, niet voor de slachtoffers van de crash. Ze kibbelden wat over de zwakke pogingen van de regering Obama om Wall Street aan banden te leggen (de zogenaamde Dodd-Frankwet) maar geen van beiden vond de 2000 miljard regeringssteun aan de banken het vermelden waard – het  bedrag dat de Amerikaanse belastingbetaler (40 miljard per maand) mag ophoesten om de toxische hypotheekschulden op te kopen die de banken frauduleus op de markt hebben gebracht. En het was uitgerekend Romney die Obama inpeperde dat de zogenaamde “hervorming van Wall Street” de macht van de vijf grootste banken onaangetast laat.

Nu Mitt Romney in de aanloop tot de verkiezingen vervelt tot de “gematigde Republikein” die hij eerder was als gouverneur van de liberale staat Massachusetts blijkt duidelijker dan ooit dat de verschillen met Obama veeleer een kwestie zijn van graad en verpakking dan van fundamentele politieke keuze. Romney heeft begrepen dat zijn imago van rechtse radicaal wel de extreme rand van de Republikeinse partij kon bekoren maar de zo noodzakelijke onafhankelijken alleen maar afstoot. Dus zegt de Republikeinse kandidaat nu niet langer dat hij Obamacare met één pennetrek naar de vuilnisbelt van de geschiedenis zal verwijzen. Nee, hij zal de populairste onderdelen behouden. Over abortus zit hij niet langer helemaal op dezelfde lijn als de christelijke conservatieven – geen abortus, zelfs niet in geval van verkrachting of als het leven van de moeder in gevaar is. Nu laat hij weten dat hij niet van plan is de abortuswetgeving aan te pakken.  Ook zijn recente speech over de buitenlandse politiek  leek een echo van Obama.

Romney maakt zijn reputatie van politieke kameleon in deze fase van de campagne andermaal waar. Is de echte Romney de extreem-rechtse kandidaat van de voorverkiezingen of is het de huidige remake van de centrumfiguur die gouverneur was in Massachusetts? De Obamacampagne twijfelt tussen twee strategieën: Romney aanvallen als de flipflopper : onbetrouwbaar of als de rechtse extremist : gevaarlijk.   Maar over een aantal fundamentele politieke keuzes zijn beide kandidaten het eens.  Dat bleek in het fameuze debat onder andere uit de thema’s waarover niet werd gepraat:  armoede, burgerrechten, klimaatcrisis, wapenwetgeving – om er maar een paar te noemen. Straks krijgen we een debat over de buitenlandse politiek en het is zeer de vraag of daar wel aan bod zal komen wat  de toekomst van de mensheid kan bepalen: (more…)

October 13, 2012 at 7:45 am Leave a comment

HET BUSH-OBAMATIJDPERK

Zeggen dat het presidentschap van  Barack Obama nauwelijks verschilt van dat van zijn voorganger is stilaan een open deur intrappen. De manier waarop Osama bin Laden is vermoord zonder vorm van proces en zonder de minste consideratie voor een souvereine bondgenoot is 100% Bushiaans. Dat is ook conservatieve commentatoren niet ontgaan. Zoals je hieronder kunt lezen juichen ze het toe en ze geven Obama schouderklopjes.  Ross Douthat, columnist van de New York Times, spreekt van het Bush-Obamatijdperk – heel wat anders dan de beloofde Change.Om het ook eens van een ander te horen: hier de vertaling van Douthats recente column.

Johan Depoortere

WIENS POLITIEK IS DIT?

Ross Douthat

Voor wie ogen in zijn hoofd heeft is het duidelijk dat het verschil tussen de buitenlandse politiek van George W. Bush en die van Obama steeds meer is vervaagd vanaf de dag dat de huidige president de eed aflegde. Maar sinds vorige week is het ook officieel: als het verhaal van America’s oorlogen na 11 september zal worden geschreven zullen de historici de twee regeringen samen moeten evalueren, en een oordeel vellen over het Bush-Obama tijdperk.

In de dood van Osama bin Laden, de uitvoering van het fameuze “dood-of-levend”-parool van Bush is die continuiteit het duidelijkst zichtbaar. Maar de belangrijker bewijzen van de Bush-Obamaconvergentie lagen elders: in ontwikkelingen van de voorbije week die niet in schreeuwende krantenkoppen waren terug te vinden omdat ze meer routine dan uitzondering waren.

Eén ervan is de aanhoudende campagne van Navo-bombardementen op Libië, die zich nu nauwelijks nog probeert voor te doen als een humanitaire onderneming of binnen de letterlijke perken probeert te blijven van de VN-resoluties. Een ander was de Predatoraanval (met onbemande vliegtuigjes jd) op de tribale gebieden van Pakistan waarbij een groep verdachte militanten werden gedood terwijl de hele wereld in de ban was van Bin Ladens laatste uren. Nog een ander bewijs was de Amerikaanse raket die op een haar na Anwar al-Awlaki miste, de geestelijke van Amerikaanse afkomst die een sleutelrol blijkt te spelen in het ronselen voor Al Qaeda in Jemen.

Stel je een ogenblilk voor dat we hier de politiek van Bush aan het werk hadden gezien. Een poging het regime in Libië omver te werpen zonder zelfs maar de pro forma goedkeuring van het congres. Een campagne van luchtaanvallen met afstandsbediening waarbij” onbedoelde schade” onvermijdelijk is, tegen een land waarmee we niet officieel in staat van oorlog zijn. Een politiek van doelgerichte moord tegen een Amerikaanse staatsburger die nergens van wordt beschuldigd en die door geen enkele rechtbank in de VS is aangeklaagd.

Stel je de verontwaardiging voor, de protesten, de furieuze opiniestukken over de “rechtse tirannie” en het machtsmisbruik van de neocons. Bedenk dat alles en kijk dan naar de werkelijkheid. Wat voor de meeste Democraten sluipend fascisme was onder Bush is goed ouderwets gezond verstand als de president een D achter zijn naam heeft.

Deze ommezwaai is goed nieuws voor het land. Doordat één van hen in het Witte Huis zit zijn de Democraten nu verplicht in de sporen van de regering Bush te lopen en begrip te tonen voor diens dilemmas en beslissingen. Tot op zekere hoogte is de Bush-Obama-convergentie het teken dat de Democratische Partij volwassen wordt  door afstand te doen van gekoesterde illusies en door haar deel van de verantwoordelijkheid te dragen voor de onfraaie realiteit van de wereld na 11 september.

Het is bijvoorbeeld een goede zaak dat president Obama niet gehaast is met de Amerikaanse terugtrekking uit Irak en het is een teken van maturiteit dat zijn basis hem daarvoor niet heeft afgestraft. Het is een goede zaak dat het Witte Huis niet elke gevangene van Guantanamo naar een civiele rechtbank (of naar huis zonder proces) heeft gestuurd. Het is een heel goede zaak dat veel Democraten Farwestjustitie lijken te verkiezen boven de rechtbankjustitie als de omstandigheden dat vragen – zoals vorige week in Abbottabad het geval was.

Maar in deze ommekeer schuilen ook gevaren. Nu de Democraten geleerd hebben op te houden zich zorgen te maken en de het imperiale presidentschap lijken te omhelzen, ontbreekt het in de VS aan een sterke institutionele rem op de neiging tot hubris en oorlogsovermoed van de uitvoerende macht. De haast waarmee liberale “duiven” zich achter de oorlog in Libië schaarden – in het beste geval een waagstuk, in het slechtste pure dwaasheid – was verhelderend en ontmoedigend. Het uitblijven van enige verontwaardiging over de bereidheid van het Witte Huis om Amerikaanse burgers zonder proces te vermoorden is eveneens verontrustend.

Zoals Obama heeft ontdekt, vereist een eindeloos en grenzenloos conflict een zeker comfort met morele grijze zones. Maar het vereist ook waakzaamheid, en een zeker sceptisme als het erop aan komt de uitvoerende macht de vrije hand te geven in een oorlog zonder einde. In de periode Bush werd die waakzaamheid (soms op een cynische manier en vaak met overdrijving) verzekerd door één van beide grote politieke partijen in het land. In het Obamatijdperk is dat in hoofdzaak het domein van uiterst links en libertair rechts.

De waakzaamheid behoort zowel mathematisch te zijn als moreel. Het grootste gevaar in de continuïteit van de regeringen Bush en Obama is de weigering van beiden om het land te vertellen wat onze buitenlandse politiek kost en hoe dat in te passen is in het bredere plaatje van de fiscale verantwoordelijkheid.

In plaats daarvan heeft conservatief “big government” plaats gemaakt voor liberaal “big government,” de Amerikaanse voetafdruk in het buitenland wordt steeds groter en niemand is bereid het grote publiek te verklaren dat de wereldwijde oorlog tegen het terrorisme geen gratis lunch is.

De volgende president zal die luxe niet hebben. De oorlog tegen de terreur zal in een of andere vorm blijven doorgaan, lang nadat het gebeente van Osama bin Laden tot koraal is vergaan. Maar we zullen weten dat het Bush-Obamatijdperk voorbij is op het moment dat iemand ons de rekening presenteert.

Het originele artikel lees je hier

May 11, 2011 at 12:20 pm 7 comments

DE VRIJHEID HEROVERD

In de Verenigde Staten controleert de  “Tea Party” (geen partij maar een pseudopopulistische beweging gemanipuleerd door extreem rechts) het Congres. Tea-Partykandidaten, uit het niets opgedoken,  hebben zetels veroverd en de meeste Republikeinen, ook zij die niet direct tot de beweging behoren, hebben haar standpunten overgenomen. De Democraten likken hun wonden en betalen een prijs voor twee jaar zwalpen tussen links en rechts.

Voornaamste programmapunt van de Tea Party: verhinderen dat Barack Obama over twee jaar voor een nieuwe ambtstermijn herkozen wordt.

Intussen moet de “socialist” Obama (soms ook “Hitler” genoemd of  “Bin Laden”) onder druk van het gezonde deel van het Amerikaanse volk zijn marxistisch programma terugschroeven, aldus de publicist Paul Street in Z-Magazine.

Voor wie minder vertrouwd is met Amerikaanse toestanden:

Glenn Beck heeft een uiterst populaire talk show op Fox News, de zender die zowat de ideologische voedstervader van de Tea Party is.

Dick Armey, een voormalig Republikeins Congreslid voor Texas, is één van de sleutelfiguren in de beweging.

Sarah Palin,  was kandidate voor het vice-presidentschap met John McCain. Wordt in de Tea Party nagenoeg als patroonheilige vereerd.

Rand Paul is de zoon van Ron Paul, de “libertaire” presidentskandidaat die in 2008 een erg opgemerkte campagne voerde. Zoon Paul is één van de rijzende sterren aan het firmament van populistisch rechts. Hij vindt de burgerrechtenwetgeving die rassendiscriminatie verbiedt een inbreuk op de individuele vrijheid van de ondernemer.

John Birch was een christelijke missionaris die in China door de communisten is doodgeschoten. De extreem-rechtse denktank John Birch Society is naar deze martelaar van de Koude Oorlog  genoemd.
jd

Freedom Restored:

“We’ve Come to Take Our Country Back”

by Paul Street

The Republican and Tea Party counter-revolution is on the march.  Faced with a major voter rebellion against his hard socialist agenda yesterday, the Marxist-Leninist United States president Barack Obama has met with Tea Party icons Sarah Palin, Rand Paul, and Glenn Beck and “FreedomWorks” chief Dick Armey.  Obama has agreed to significantly roll back the radical proletarian revolution he initiated in late 2008 and early 2009.

According to Beck on Fox News after the meeting, “The great evil radicals Karl Marx, V.I. Lenin, and Woodrow Wilson are rolling in their graves.  We are tossing Das Kapital back into Boston Harbor, where it belongs.  John Birch died for your sins, Barack Hussein Obama.  This is one free market nation under God.”

Obama’s radical Marxist experiment has been defeated.  Obama will rescind his November 7, 2009 executive order that collectivized the means of production and distribution and placed them under the direction of elected workers’ councils.  United States military detachments will no longer engage in the expropriation of capitalist wealth and property in service to “the common good and the working classes.”  Private ownership of core economic institutions and their operation for investor profit will be restored at once.

Obama will dismantle the sprawling green jobs public works program his “technocrats of workers’ eco-revolution” created (with assistance from Cuban advisors) to provide remunerative and socially useful work for tens of thousands of unemployed auto workers in Michigan and Ohio.  “Those workers will take up their personal responsibility to prosper and thrive through the free market system our Founding Fathers granted Americans,” the next House Speaker John Boehner said, “or they will return to their rightful positions as fast food workers, curb scavengers, and beggars.”  “This,” added Boehner, “is the greatest country the world has ever seen.  We should never forget that.”

The massive socialized health care system that Obama created by executive fiat last April — responsible even in its short life for a dramatic improvement in public health in the U.S. — will be immediately dismantled.  Private insurance, drug, and care providers will be restored to their rightful parasitic status — a development that is certain to help preserve the United States’ status as one of the unhealthiest societies in the industrialized world.  Dr. Che Guevara’s picture will be torn down from its current place at the entrance of the federal Department of Health and Human Services.  It will be replaced by a Norman Rockwell-style portrait of the nation’s six leading insurance CEOs, smiling under the slogan, “Your Health, Our Profit.”

The nation’s leading financial institutions will be re-privatized and placed back in the control of their rightful plutocratic owners.  Thousands of super-opulent Americans will be released from U.S. military prison.  They will have their homes, stock portfolios, yachts, and bank accounts restored in full.  Obama has agreed to designate a giant reparations fund granting a billion dollars a year to the survivors of the 50 leading American capitalists he had executed last May Day.  The family of the late financial overlord Jamie Dimon — decapitated in the White House Rose Garden on Obama’s orders — will be invited to the White House for a special $10 billion state dinner dedicated to “national healing and reconciliation.”  The dinner will be catered by an anonymous group of outside funders said to be based in the nation’s “investor community.”

In the re-privatized economy that will follow in the wake of these changes, Obama has promised not to re-initiate the mandatory work sharing and full employment measure (designed to undo the twin plagues of overwork for some and unemployment/under-employment for others) he introduced (prior to full collectivization) by executive fiat in April of 2009.  “Mass unemployment and endemic over-work will be restored to their rightful place at the heart of daily life,” Obama acknowledged.  “I apologize for my misguided efforts to create work and free time for all Americans.  The people have spoken and I am listening . . . with these big old ears of mine.”

The radical reparations program that Obama introduced last July to compensate black Americans for the lingering effects of two-and-a-half centuries of black slavery and a century of Jim Crow segregation will be ended immediately.  The current epic racial wealth gap in the U.S. — whereby black median household wealth is equivalent to seven cents of the median white household dollar — will be restored and preserved.  In compensation, Republican leadership has agreed to work with the president on the issue of a special commemorative Booker T. Washington Silver Dollar.

Obama has agreed to tear down the giant bust of Frederick Engels he placed in the former site of the Lincoln Memorial.  The old memorial will be restored along with a new statute depicting Beck and Palin dumping flaming British Tea Chests on Saddam Hussein and Osama bin Laden.

The one million poor, black, and Latino drug prisoners that Obama ordered released from jail and prison and employed in socially useful and eco-friendly tasks will be tracked down, captured, and re-warehoused in the nation’s vast, globally unmatched prison industrial complex.

The United States’ borders — fully opened by Obama, who declared that “the working men and women of the world have no country” — will be immediately restored.

Pentagon Chief Robert Gates has agreed to suspend the president’s policy of fomenting and assisting radical workers’ and peasants’ struggles across Latin America and Africa.  Obama’s Leon Trotsky-inspired foreign policy of “permanent proletarian revolution” will be suspended, and the U.S. will revert to its longstanding practice of supporting democracy in name only — defending oligarchies and state repression in fact — across the planet.

Fidel Castro and Hugo Chavez will no longer be permitted regular and privileged access to the White House.  They will no longer sleep together in the Rosa Luxembourg Gay Rights Bedroom that Obama ordered built in dual commemoration of the failed German workers’ revolution of 1919 and the 1969 Stonewall Rebellion.

Obama has agreed to “apologize to Christian America” for his brief and quickly suspended effort to build a Muslim mosque in the White House’s West Wing — an initiative that was exposed by Beck last summer.

There was some doubt among Tea Partiers about whether Obama would permit yesterday’s election results to stand.  Last January, the president shocked the nation and the world by outlawing the Republican Party, which he described as “an unacceptable barrier to workers’ democracy.”  According to Armey, however, Obama has agreed to re-legalize the party for the time being.  “We’re very confident that our Marxist dictator is going to tolerate a partial restoration of the democracy that our Founding Fathers knew to be the other side of the coin of the great free market capitalist system they introduced along with the Constitution they brought us from God,” Armey said.  “We’ve come to take our country back,” Rand Paul added.


Part-time satirist Paul Street (www.paulstreet.org) is the author of many articles, chapters, speeches, and books, including Empire and Inequality: America and the World since 9/11 (Boulder, CO: Paradigm, 2008); Racial Oppression in the Global Metropolis (New York: Rowman & Littlefield, 2007; Segregated Schools: Educational Apartheid in the Post-Civil Rights Era (New York: Routledge, 2005); Barack Obama and the Future of American Politics (Boulder, CO: Paradigm, 2008); and The Empire’s New Clothes: Barack Obama in the Real World of Power (Boulder, CO: Paradigm, 2010).  Street is currently completing a book titled Crashing the Tea Party, co-authored with Anthony Dimaggio.  He can be reached at <paulstreet99@yahoo.com>.

November 27, 2010 at 10:12 am Leave a comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,731 other followers