Posts tagged ‘Barend van Orley’

DE KRIMINELE KEIZER

Door Lucas Catherine

‘s Zondags kan je best door Brussel flaneren via zijn markten: de Voddenmarkt, de Zuidmarkt, de markt van het Slachthuis van Anderlecht, noem maar op. De Antiekmarkt op de Zavel doe ik omdat daar meneer Van Ghendt staat die handelt in voor mij meestal onbetaalbare Kongoboeken. Nu stond er achter zijn kraam een soort folkloregroep te dansen. Eerst dacht ik: Basken, maar de groep moest Brusselaars uit de zestiende eeuw verbeelden. Ah ja, natuurlijk Den Ommegang gaat uit en er loopt het Keizer Karel festival dat zal uitmonden in een Bruegel-jaar. Breughel zeggen de folkloristen.

Nu heb ik iets tegen Keizer Karel, de man die in 1522 de inquisitie bij ons invoerde via zijn Leuvense biechtvader Adriaan Boeyens die hij later als beloning massaal sponserde om Paus te worden als Adrianus V. Dezelfde Adriaan die hoofdinquisiteur in Spanje werd en in 1520 beval de eerste boeken in Leuven te verbranden en drie jaar later de eerste contestanten, zeg maar protestanten, op de Brusselse Grote Markt op de brandstapel deed belanden. Keizer Karel die oorlog voerde tegen Frankrijk en verder tot in Tunis en Algiers, de man die Rome plat brandde, er paters en nonnen tot orgieën verplichtte en er twaalf duizend mensen liet doden. Een man, waar katholieken en folkloristen toch veel goeds over kunnen vertellen en die gepropageerd wordt via bier en vertelselkes zoals De Pot van Olen of de Pissende Boer van Berchem. Michel de Ghelderode was zo’n antimodern katholiek schrijver die deze verhalen zogezegd verzamelde maar ze vaak zelf verzon.

Foto: Toeristische Dienst Brussel

 En hoe viert de toeristische dienst van Brussel hem: met een Ommegang die niets te maken heeft met de originele in de zestiende eeuw, want daar liepen toen bvb kamelen in, maar de huidige toeristische versie werd in 1830 gecreëerd door de folklorist Albert Marinus en toenmalig burgemeester Adolphe Max. Verder ‘niet te missen’ een Buffet Historique, Kruisboogschieten of doet u liever mee aan een atelier over bierologie (jawel de kunst van het bierbrouwen)?

Als het aan mij lag dan kreeg u eerder een atelier aangeboden over hoe de dichters van toen de Keizer zagen:

Des Conings hert gantsch rotsig,

end’ hard als marbelsteen,

bloetdorstig, loos en vals,

is seer verkeert en trotsig,

hij trachtet maer elck een,

te brengen om den hals.

Of dit :

Men brand, men blaeckt, men schend, men moort:

t Arme volc laes! Rechte voort

lyd nu groot gewelt, en wort seer gequelt.

Noyt dack van regen so druypen men sag,

Gelyck men ’t volck weenen siet al den dag.

Of nog dit prozastuk, het verslag van een ooggetuige van zo’n verbranding op de Brusselse Grote Markt in 1545

Het is niet te geloven welke afschrikwekkende vlammen dat produceerde, want het materiaal was uiterst brandbaar. Bij mijn weten heb ik werkelijk nooit van mijn leven zoiets afschuwwekkends gezien. De brand was zo fel, het geweld van de vlammen zo hevig, dat

het leek alsof zij zelfs de wolken raakten en deze door hun gloed compleet in brand staken en in vlammen deden opgaan. Een onmetelijke vonkenregen steeg onder luid geknetter ten hemel en bad de eeuwige godheid als met een sprekende stem om wraak voor zo’n misdrijf. Uiteindelijk was het zo’n grote vlammenzee dat de lichamen in een handomdraai in as waren verkeerd en in rook opgegaan.’

De eerste terechtstelling in 1523 van Hendrik Vos en Jan Van Esschen lokte bij de Brusselse intelligentia die naar de verbranding keek verontwaardiging op. De tapijtwevers Tsas, De Pannemaeker en hofschilder Barend van Orley protesteerden luidop. Van toen af werden Wederdopers, Lutheranen en Calvinisten Protestanten genoemd.

En die protesten hielden niet op. Bruegel is er een mooi voorbeeld van. Alleen zal je er in het Bruegeljaar niet veel van merken. Ook hier wordt het folklore en wordt de ‘Boeren Breughel’ opgevoerd. Terzijde: de spelling Breughel komt van de folkloristen. De man zelf tekende zolang hij in Antwerpen woonde met Brueghel en later in Brussel met Bruegel. Spreek uit Brugel en niet Breugel. Soit. Het worden dus kinderspelen en spreuken en geen contestatie. Nochtans was Bruegel een contestant. In al zijn Bijbelse schilderijen is het decor het Pajottenland rond Brussel en zijn de Romeinse slechteriken vervangen door Spaanse tertio’sIn het schilderij De Preek van Johannes de Doper is het decor het bos van Heeghde (nu Louizalaan), de hoofdfiguur is niet Johannes maar Nicolaas Van der Elst, een bekend hagepreker en rechts op een boomtak heeft Bruegel zich zelf geschilderd samen met zijn vrouw Marijke en zijn schoonmoeder Maaike.

Pieter Bruegel de Oude: De Preek van Johannes de Doper

 

2018 is in Brussel ook het jaar dat men de contestatie van Mei ’68 herdenkt. Daarom deze verre voorloper van “Sous les pavées il y a la plage”:

Want g’lyck de paerden syn geschapen om te ryden,

De Vogels om de locht met vleugels te doorsnyden,

De Visch tot swemmen, end’ tot jock en ploeg den Os;

Soo mede wy oock om te wesen vry en los.

Bruegel produceerde in Antwerpen vooral prenten. Zijn schilderijen maakte hij in Brussel.

July 6, 2018 at 5:42 pm 1 comment

Quasi-Kerstverhaal: ALBRECHT DÜRER IN BRUSSEL

Albrecht Dürer zelfportret

Albrecht Dürer zelfportret

door Lucas Catherine


Het is erg als er een kerstmarkt op twintig meter van je voordeur wordt gehouden. Depermanente walm van warme wijn en tartiflette en een massa die lomp de straat overspoelt, erger dan de Nieuwstraat. Een mens zou voor een keer op een dorp willen wonen. Alhoewel. Ik vlucht dan maar naar een park, de Warande. Liever de kou en de zondagse verlatenheid tussen paleis en parlement, dan wat Visit Brussels als warme gezelligheid aanprijst.

De Warande, daar moest ik denken aan Albrecht Dürer. De eerste bij mijn weten die een tekening van die Warande heeft gemaakt. En dat kwam zo.

 Albrecht Dürer was 49 en stond op het punt zijn pensioen te verliezen. Hij had pas van de Habsburgse Keizer Maximiliaan een jaarlijkse lijfrente gekregen van 100 florijnen[1], maar Maximiliaan stierf en niets was nog zeker. De Keizer werd opgevolgd door een zekere Karel, ook Habsburger, maar geboren in Gent, opgevoed in Mechelen en residerend ten paleize op de Koudenberg van Brussel, en dus trok Dürer, vergezeld van vrouw en dienstpersoneel,  van Nürnberg naar Brussel om zijn pensioenrechten veilig te stellen. Een memorabele reis, omdat ze ook een business-trip was. Hij verkocht nogal wat eigen werk onderweg en sleepte hier en daar een bestelling binnen. Hij heeft er een dagboek van bij gehouden: Tagebuch der Reise in die Niederlände. Onze schilder probeert de nieuwe heerser te spreken en reist hem daarom achterna naar Aken, waar Karel Keizer wordt gekroond, dan naar Antwerpen waar hij zijn Blijde Intrede doet en natuurlijk ook naar Brussel waar Karel resideert.

Op 27 augustus 1520 arriveert Dürer in Brussel. Hij bezoekt het Stadhuis waar hij vier schilderijen van Rogier van der Weyden bewondert. “Het stadhuis van Brussel is magnifiek, groot en stevig, opgetrokken in zwaar bewerkte steen en met een prachtige, elegante toren.” Ook Hendrik III van Nassau ontvangt hem in zijn stadspaleis aan de rand van de Koudenberg. In de Nassaukapel bewondert hij een schilderij van Hugo van der Goes. Daarna krijgt hij een rondleiding door de zalen: “Er waren twee grote zalen en daarin zag ik allerhande curiosa, ondermeer een stuk steen dat bij onweer voor de voeten van de heer van Nassau uit de lucht was gevallen (een meteoriet, LC), maar wat mij het meest opviel was een slaapkamer met een bed waarin vijftig personen konden slapen. Vanaf de heuvel waarop het paleis ligt heb je een prachtig zicht op Brussel (en dat is nog altijd zo, LC). Ik denk niet dat je in Duitsland een paleis kan vinden met zo’n vue.” Die meteoriet intrigeerde Dürer want hij verzamelde curiosa. Rariteitenkabinetten kwamen toen net in de mode. Hij kocht hier in de Nederlanden een hele verzameling, voor een klein fortuin: buffelhoorns, elandhoeven, een zoutvat uit Calcutta, paarlemoerenschelpen, koraalsteen,  een opgezette baviaan en zelfs twee levende papegaaien.

 Niet alleen alle curiosa van de wereld arriveerden toen in Brussel, hart van Europa, Latijns-Amerika en Noord-Afrika, maar ook echte schatten. Tijdens zijn verblijf arriveren de eerste goudschatten uit  het pas veroverde Mexico. Hernandez de Córdoba was in 1517 op de Maya-kust geland en net voor Dürer in de Nederlanden arriveert verovert Cortés Tabasco in Mexico. De eerste goudschatten arriveren in het Paleis van Karel, in Brussel dus, en daarvan geeft hij ons een gedetailleerde beschrijving: “Een grote, gouden zon ter grootte van een vaam (ca 2 meter, nvda), een maan uit zuiver zilver van dezelfde grootte en twee zalen vol harnassen, bizar wapentuig, schiettuigen, curieuze kledij en beddegoed en nog veel meer. Het een al fascinerender dan het andere. Alles wordt geschat op minstens 100.000 florijnen. Nooit in mijn leven was ik zo onder de indruk van wat ik zag. Ik zag er kunstwerken van ongekende schoonheid en ik was onder de indruk van het vakmanschap van deze mensen. Het is te fabelachtig om onder woorden te brengen.”

Dürers tekening van de Warande

Dürers tekening van de Warande

En er wacht hem nog meer verwonderlijks: “ Achter het paleis zag ik fonteinen, labyrinten en een dierentuin. Een mooie en wonderlijke plek zoals ik nog nooit had gezien.”

De Warande is nu een relatief klein park, aangelegd eind achttiende eeuw door de Oostenrijkers, maar toen was het nog een overblijfsel van het Zoniënwoud en reikte van het paleis tot de Naamse en Leuvense poort. Het bestond niet alleen uit een warande, dat is een stuk bos waar ten behoeve van de vorst dieren worden uitgezet voor de jacht, er was ook een terrein waar steekspelen werden gehouden, maar ook “juego de cañas” werden beoefend, een stokkenspel dat oorspronkelijk uit Arabisch Andaloesië kwam en de lievelingssport was van Keizer Karel. Er was een tuin met exotische planten, uit alle contreien van het grote rijk van de Keizer, en, een dierentuin. Dürer tekent er een leeuwin, geïmporteerd uit de Noord-Afrikaanse Atlas, waarvan toen de havensteden bijna allemaal in handen van Keizer Karel waren en een baviaan.

Dürers leeuwin

Dürers leeuwin


Later zal Pieter Coecke van Aelst, u weet wel, de schoonvader van Pieter Brueghel, nog een tekening maken van deze dierentuin in de keizerlijke warande. Daarop staan ondertussen nieuw verworven beesten: een olifant en een kameel. De kameel was een geschenk van Moulay Hassan, de Tunesische vazal van de Keizer. Uit Tunis zullen in 1535 ook de eerste anjers in Brussel arriveren en niet alleen in de warande worden aangepland, maar ook in de hovingen van het Egmontpaleis en van het Nassaupaleis.   

 Dürer werd te eten gevraagd bij hofschilder Barend van Orley “… en ik gaf hem een koperets van de Passie van Ons Heer. Eenzelfde ets heb ik ook cadeau gedaan aan Erasmus van Rotterdam.” Dürer ging namelijk ook op de maaltijd bij Erasmus, waar hij meer belangstelling toont voor de geschriften van Luther die Erasmus bezit dan voor de man zelf. Over hem is Dürer helemaal niet te spreken. Dat blijkt niet alleen uit de tekst, maar ook uit het ietwat sjagrijnige portret dat hij na veel aandringen van hem maakt en van het onderschrift voorziet: “Zijn geschriften zijn mooier dan hijzelf.”

Portret van Erasmus

Portret van Erasmus

 De Britse historicus William Robertson omschreef al in de achttiende eeuw,  in zijn History of the Reign of Charles V, Erasmus aldus: “De man had niet genoeg wilskracht en sterkte en dat is juist nodig om een echte hervormer te worden. Hij bewonderde teveel de heersers en hun macht en verder had hij schrik om zijn pensioen en lijfrentes te verliezen en ander gewin dat hij door hen verkreeg.”

En dat is ook wat Dürer Erasmus verwijt, dat hij geen partij durft kiezen. Aan de universiteit van Leuven, waar Erasmus doceerde verbrandde men tijdens Dürers verblijf in 1520 niet alleen de werken van Maarten Luther, maar ook die van gelijkgezinden, in het totaal 400 boekdelen. Dat is twee jaar voor de paus Luther officieel op de index plaatst. Over Luther schrijft Dürer: “Wie de boeken van Maarten Luther leest, merkt hoe helder en klaar zijn doctrine is en hoe duidelijk hij het Heilig Evangelie weet uit te leggen. Wij moeten zijn boeken dus met zorg bewaren en ze niet verbranden.” En hij vraagt Erasmus: “O Erasmus van Rotterdam, waarheen wilt gij gaan? Zie hoe blind en onrechtvaardig de machthebbers hun dwingelandij uitoefenen! Luister, ridder van Christus, verdedig de waarheid…Laat je stem horen! Maar neen, je bent nu seniel geworden, een klein oud manneke.” 

 Albrecht Dürer kan Brussel verlaten, gerustgesteld over zijn pensioen, maar wel met een illusie minder. Hij bewondert niet langer Erasmus, maar kiest partij voor Luther.

 

Lucas Catherine

Historicus van Vergeten Zaken.

[1] Een florijn was 2,53gr goud. Nu zo’n 5.000 Euro, waar je toen natuurlijk veel meer mee kon doen dan nu.

 


December 22, 2013 at 9:18 am 1 comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,590 other followers