Posts tagged ‘Berlijn’

PARIJS-BERLIJN

De as Berlijn-Parijs wordt nieuw leven ingeblazen en dat zou goed nieuws moeten zijn voor de toekomst van Europa. Niet over de toekomst maar over het verleden van de twee hoofdsteden die zo bepalend waren voor de geschiedenis van het continent  zijn vrij recent twee boeken verschenen: “Berlijn, Leven in een gespleten stad” van Piet de Moor en “Het andere Parijs” van Luc Sante, een Amerikaan van Belgische origine die naam heeft gemaakt met talrijke werken over populaire cultuur, fotografie, literatuur, muziek en film.

Door Johan Depoortere

HET ANDERE PARIJS, Stad van het volk

Luc Sante

Antwerpen Polis, 2016

349 p.

De gespletenheid van Berlijn, tot een kwarteeuw geleden een gedeelde stad, daar hoeft weinig verklaring bij. Maar ook Parijs is een stad waar twee werelden naast en soms tegen elkaar bestaan. Luc Sante laat zijn boek beginnen met een stuk dialoog uit de film Pépé le Moko van Julien Duvivier (1937) waarin de twee hoofdrolspelers Gaby (Mireille Balin) en Pépé (Jean Gabin) nostalgisch mijmeren over hun geboortestad Parijs. Maar Gaby, de dochter van welgestelde ouders en Pépé blijken het elk over een totaal ander Parijs te hebben. Gaby over de “Quartier de l’ Europe,” het noordwestelijke stuk “van de taart,” waar de gegoede burgerij woont, Pépé over de rest: het proletarische Parijs, maar ook dat van de straatartiesten, de voddenrapers, de gauwdieven, het café-chantant en la bohème, een Parijs dat intussen verdwenen is.

Sante put uitvoerig uit een indrukwekkende reeks boeken, films, muziek en foto’s om zijn verhaal te vertellen en citeert naar hartenlust uit bekende en soms obscure werken zoals dat van Jean-Paul Clébert: Paris Insolite (1952). Clébert, een telg uit een burgerlijk milieu liep op zijn zestiende weg uit een jezuieteninternaat, ging in het verzet en leidde na de oorlog een bestaan als clochard, maar vooral als flaneur, een categorie die bij Sante in het bovenste laatje ligt. Het Parijs dat hij beschrijft is dat van de man (vrouwelijke flaneurs komen in het stuk niet voor) die schijnbaar doelloos door de stad dwaalt en daarbij eindeloos tijd maakt voor onverwachte ontmoetingen, gesprekken en drinkpartijen met al wie hij op zijn weg tegenkomt.

Het Parijs van Clébert

Clébert hoorde overigens thuis in de subcategorie van de flaneur de nuit in de lijn van Restif de la Bretonne, de 18e-eeuwse pionier op het gebied en veel later de fotografen die het wonder van het electrische licht in beeld probeerden te vatten. Al in 1905 maakte Gabriel Loppé (1825-1913) zijn beroemde foto van de bliksemschicht op de Eifeltoren.

Foto Gabriel Loppé – 1905

Brassaï (1899-1984) legt in zijn foto’s de dolle jaren vast van het Volksfront met de bals-musette, travestietenbals, Folies Bergère en opiumtenten. Zijn foto’s van het interieur van de balzalen maar ook van hoeren en arbeiders in de riolen aan het werk, van liefdesparen en criminelen in actie hebben voor decennia daarna het beeld geschapen dat elke toerist van Parijs is gaan dromen. Het is een Parijs dat toen al – aan de vooravond van de tweede wereldoorlog – gedoemd was te verdwijnen.

Een iconische foto van Brassaï

Dat het Parijs dat we vandaag kennen nog weinig met dat van pakweg begin 19e eeuw te maken heeft hebben we te danken aan de opeenvolgende aanvallen van bouw-en vernielingswoede van de heersende machten. Baron Haussmann (geen echte baron, maar zo liet hij zich zelf graag noemen) was prefect van de Seine tussen 1853 en 1870, het begin van de Frans-Pruissische oorlog.

Rue Rivoli, het straatbeeld dat het patroon werd voor Parijs.

Na de Revoluties van 1848 pakten Napoleon III en Haussmann het drastisch aan: Haussmann liet 20000 huizen slopen, ook dat waar hij zelf geboren was. In de plaats kwamen brede lanen die het mogelijk moesten maken om militaire detachementen snel te verplaatsen waar nodig. Haussmann trok met een lineaal lijnen door hele stadswijken waardoor straten en huizen verdwenen en vervangen werden door majestueuze zij het steriele pleinen zoals de Place de la Révolution waar de drukke en populaire Boulevard du Crime moest verdwijnen en met haar de theaters en cafés waar generaties lang de massa’s drank en vertier vonden. De Ile de la Cité, het oudste hart van Parijs dat dateerde uit de middeleeuwen en daarvoor, werd herschapen in een kale vlakte – vrijwel alleen de Notre Dame bleef gespaard. Wie tranen laat voor het oude Parijs moet ook bedenken dat de leefomstandigheden in de Ile de la Cité erbarmelijk waren, met smalle steegjes die nauwelijks licht doorlieten en waar door vocht en kou chronische ziektes de straatarme inwoners decimeerden.

Het scheelde niet veel of in de twintigste eeuw had Le Corbusier – een bewonderaar van Mussolini – wat van het oude Parijs was overgebleven vervangen door zijn fameuze Cité Radieuse met torengebouwen en brede toegangswegen voor koning automobiel. Dat is dus niet doorgegaan maar in de jaren 70 had president Georges Pompidou wel oor naar de ideeën van Corbusier en andere modernisten. Hij liet de beroemde Hallen van Haussmann afbreken en vervangen door het modernistische en voor velen schreeuwlelijke Centre Beaubourg. Met de Hallen verdween niet alleen de markt uit het centrum van Parijs maar werd een eeuwenoude buurt herschapen tot een pretpark ten behoeve van de toeristen. Het moet op het krediet van zijn opvolger Giscard d’Estaing worden geschreven dat Parijs in de decennia daarna gespaard is gebleven van verdere hoogbouw zoals La Défense aan de rand van de stad.

De enorme kloof tussen arm en rijk aan het einde van de 19e – begin 20e eeuw. (Petit Palais)

Het moge duidelijk zijn, Luc Sante betreurt het verdwijnen van het oude Parijs, maar hij trapt niet in de val van de valse romantiek die in dat soort werken meestal wijdopen staat. Het leven van de petit peuple was geen pretje. Naarmate de stadsplanners het centrum van Parijs “moderniseerden” werden de armen verder naar de rand verdreven. In een film van Georges Lacombe (1902-1990) uit 1928 wordt ons een blik gegund op het leven van de chiffonniers: de voddenrapers en vuilnisophalers. In scènes die sterk doen denken aan wat je vandaag kunt zien in miljoenensteden als Mexico of Manila leven honderden mannen, vrouwen en kinderen op de vuilnisbelten waar ze al het bruikbare sorteren en verzamelen. De film is getiteld La Zone, de naam van het gebied waar de onderlagen van de Parijse bevolking werden samengeveegd aan de rand van de stad. In 1841 liet Louis Philippe een vestingsmuur bouwen op de plek van de huidige Périphérique, waardoor het grondgebied van de stad werd uitgebreid met een aantal landelijke dorpen en een 300 meter brede bufferzone die het centrum buiten het bereik van vijandelijke artillerie moest houden. Het duurde niet lang voor de Zone werd ingenomen door al wie uit het duurdere centrum werd verdreven: voddenrapers, artiesten, criminelen, zigeuners en hoeren. De Parijzenaars bedachten voor hen verschillende koosnaampjes: la Canaille, la crapule, la vermine of nog la rapaille, het woord dat Sarkozy koos om de rebellerende jongeren in de banlieue te “benoemen”. Anderhalve eeuw na de bouw van de muur die al in 1871 werd afgebroken zijn de armen – die intussen kansarmen heten – immers nog verder de stad uitgedreven naar de banlieue, de buitenwijken aan de andere kant van de Périphérique.

Chiffonniers. Uit de film La Zone

Ravachol, een populaire anarchist die stierf onder het mes van de guillotine werd door het volk vereerd

Om de zoveel bladzijden kreeg ik bij de lectuur van dit boek de bijna onbedwingbare neiging om de TGV te nemen en naar Parijs te reizen om de plekken te zien waar Sante over schrijft. Maar ik weet dat ik van een kale reis zou terugkomen: het Parijs van Sante is niet meer. Het lelijke gezicht van de armoede, de stank en de ellende zijn uit beeld verdreven. In de plaats is het geld gekomen. Parijs is gesaneerd en gedesinfecteerd ten behoeve van de miljoenen toeristen die elk jaar de stad bezoeken. Het legendarische café Chez Moineau waar Ed van der Elsken zijn iconische foto’s van de jaren zestig maakte is nu naar verluidt een pianobar. La bohème ça ne veut plus rien dire du tout, zingt Charles Aznavour. De verpretparking loert om de hoek: “Van wat ooit werd geleefd en beleefd resten nog slechts afbeeldingen.”

De sixties van Ed van der Elsken

“Mijn boek is een soort liefdesbrief voor de stad zoals hij was voor hij werd ingenomen door het geld,” zegt Luc Sante in een interview met The Guardian. En ik wil de lezer de rest van het citaat niet onthouden: “Geld kan wat mij betreft niet zoals terrorisme mensen onmiddellijk doden, maar zeker is dat het op een veel diepere en achterbakse manier het weefsel van het dagelijks leven aantast. De terrorist kan over 50, 20 of 10 jaar verslagen worden, maar het is veel moeilijker om het geld te verslaan.”

BERLIJN: leven in een gespleten stad

Piet de Moor

Amsterdam: van Gennep, 2016

373 p.

“Het verleden is in Berlijn altijd meer aanwezig, de toekomst onzekerder dan in een andere stad,” schrijft Piet de Moor die sinds 2010 in de stad woont en er eerder, begin jaren 70, ook al twee jaar verbleef. Over dat verleden schrijft de Moor dus vanuit het gezichtspunt van een Berlijner en dat levert althans voor een niet-specialist als ik een aantal treffende nieuwe inzichten op. Zoals de ware betekenis van Kennedy’s enorme populariteit en zijn gevleugelde uitspraak ich bin ein Berliner, waarover later meer.

De Moor begint zijn geschiedenis van de stad met de boekverbranding op 10 mei 1933. De logistiek voor deze spontane actie van het Duitse volk is in de maanden en weken daarvoor grondig voorbereid. Nationaalsocialistische studenten zijn de aanstokers. Wolfgang Hermann, een bibliothecaris uit Spandau heeft ze geholpen met een lijst van alle auteurs die naar zijn mening verbrennungswürdig zijn. Maar de lijst lekt voortijdig uit en Hermann is daar niet blij mee: hij vreest dat de bibliotheken de gewraakte boeken snel in veiligheid zullen brengen en dat de studenten daardoor achter het net zullen vissen. Zijn vrees in ongegrond: in de ochtend van woensdag 10 mei schuimen de studenten de depots af. Ze stapelen hun buit op in de Oranienburgstrasze. “De boeken zien eruit als gevangenen die naar het schavot worden gebracht” schrijft Philip Metcalfe in “1933”. Vervolgens gaan de boeken van hand tot hand en de laatste student in de rij geeft het boek aan de vlammen prijs met een rituele vuurspreuk: “Hiermee geef ik de geschriften van Sigmund Freud aan de vlammen prijs.”

Hitler is dan amper drie maanden kanselier. De bejaarde en half demente president Hindenburg heeft zijn afkeer van de Oostenrijkse Gefreiter ingeslikt en hem aan het hoofd gesteld van een regering met behalve de Führer zelf slechts twee nazis. De traditionele rechtse partijen dachten de stokebrand op die manier te kunnen neutraliseren. Het pakte anders uit: vijf maanden later was de rechtsstaat afgebouwd, of zoals de Moor het formuleert: “Onder het gejuich van de elites is Duitsland vijf maanden na het aantreden van Hitler in een totalitaire staat getransformeerd.” Niet alleen de rechtse partijen, ook vadertje Stalin had zijn aandeel in de ondergang van het democratische Duitsland: hij kelderde het antifascistische bondgenootschap tussen sociaaldemocraten en communisten. Maar volgens de publicist en historicus Sebastian Haffner lag de ‘”hoofdverantwoordelijkheid voor het debacle van de Weimarrepubliek bij de leiders van de democratische partijen en organisaties die de nazis lieten betijen (…) doordat zij achter de leuzen van de nazis aanliepen en hun ‘evenzeer nationaal-zijn benadrukten.”

Droogwoners

Trockenwohner van Heinrich Zille

Dieper in de geschiedenis: ook Berlijn kende net als Parijs zijn low life : de werklozen, armoezaaiers, analfabeten, dronkenlappen, klaplopers, bedelaars en hoeren die de wereld bevolken van de kunstenaar Heinrich Zille (1858-1929.) Ze wonen in de lugubere woonkazernes die tussen pakweg 1870 en 1914 zijn opgetrokken. “Rechtstaande doodskisten” zijn het in de woorden van de Brits-Amerikaanse auteur Christopher Isherwood in zijn Berlin Stories (1945.) De industriële revolutie lokte een enorme massa boeren en havelozen naar het boomende Berlijn. Er wordt gebouwd dat het een lieve lust is en de lakse bouwreglementen staan de jacht op winst allerminst in de weg. De huizen worden in rijen diep opgetrokken, met nauwelijks ruimte voor binnenplaatsen en groen. De woningen hebben minieme ramen en de vochtigheid blijft jaren in de muren hangen. Het ergst zijn er de droogwoners aan toe. Ze worden beschreven in Ein Mann will nach oben van Hans Fallada: “Droogwoners zijn arme mensen die hun ademtocht verkopen. Omdat uitgeademde lucht rijk is aan koolstofdioxide die de natte kalkmortel waarmee de muren bepleisterd zijn sneller doet drogen, mogen droogwoners gratis wonen in de nieuwe woningen waar dat droogproces nog niet is voltooid. Zodra dat gebeurd is moeten ze opkrassen en plaats maken voor betalende huurders.” Dat soort toestanden leidde regelrecht naar de revoluties aan het einde van de eerste wereldoorlog.

Berlijn 1945

Ondanks de grote verwoestingen bleven in Berlijn veel muren overeind staan.

26 jaar later hebben de Berlijners alweer een verloren oorlog te verwerken. Berlijn ligt in puin – net als de meeste Duitse steden ook al is Berlijn er relatief minder erg aan toe omdat de stad in tegenstelling tot de middeleeuwse Duitse steden al het product was van de negentiende en twintigste eeuw. Het zijn niet de luchtbombardementen die Hitler op de knieën hebben gekregen. De bombardementen dienden om de bevolking te demoraliseren en zo op te zetten tegen het regime, maar ze sorteerden vaak het omgekeerde effect. Een nieuwe generatie Duitse historici gaat het thema van de Moral bombing niet langer uit de weg. In zijn controversiële magnum opus De Brand (2002) beschrijft Jörg Friedrich voor het eerst de vreselijke taferelen die zich in de brandende Duitse steden hebben voorgedaan. 600000 Duitsers, van wie 80000 kinderen verzengden of verstikten op Duitse bodem. Het resultaat was militair gesproken verwaarloosbaar. Ook economisch was de schade beperkt: “Zelfs op het hoogtepunt van de geallieerde luchtaanvallen in 1944 hadden de bombardementen slechts 6,5 procent van het machinepark vernietigd of beschadigd.” De bombardementen hebben het einde de oorlog waarschijnlijk geen dag dichterbij gebracht.

Na de val van de Hitlerbunker breekt voor de Berlijners een tijd aan van plundering en verkrachtingen door soldaten van het Rode Leger die massaal wraak nemen voor de wandaden en de verwoestingen die de Hitlertroepen in de Sovjetunie hebben aangericht. Ook “de behoefte om het ooit machtige en nu machteloze ‘superras’ te vernederen was erg sterk” schrijft een Australische historicus. “Dat was het (…) wat de frequentie helpt verklaren waarmee Duitse vrouwen in het bijzijn van hun mannen of in het openbaar werden verkracht.” De officieren van het Rode Leger laten hun manschappen meestal begaan. Er zijn uitzonderingen zoals de Sovjetstadscommandant Berzarin die hard optreedt tegen plunderaars en verkrachters. Door het optreden van het Rode Leger verliezen de Duitse communisten veel prestige bij de Berlijnse vrouwen wat de catastrofale nederlaag van de SED bij de lokale verkiezingen van oktober 1946 mee helpt verklaren: “De Duitse communisten betalen de electorale rekening voor de vernederingen die de Berlijnse vrouwen onder de Sovjets hebben ondergaan.”

De Muur en Kennedy

13 augustus 1961: de bouw van de muur.

Net als de boekenverbranding was ook de bouw van de Berlijnse muur een knap staaltje Duitse gründlichkeit. Het leek totaal geïmproviseerd toen vopo’s (Volkspolizei) en militairen op 13 augustus 1961 grote bouwstenen haastig op elkaar stapelden, maar er was aan de gigantische operatie een lange en minutieuze voorbereiding voorafgegaan. Ook de communicatie van de DDR-leiding was uitgekookt. Tussen 1945 en 1961 zijn drieëneenhalf miljoen mensen uit het land gevlucht, een zesde van de bevolking. Dat er iets moest gebeuren wist een kind, maar een muur? “Niemand hat die Absicht eine Mauer zu errichten” zei partijleider Walter Ulbricht op 15 juni 1961, twee maanden vóór de bouw van de muur. De Oost-Duitsers begrepen de boodschap: de ontkenning was een bevestiging die de vluchtelingenstroom alleen maar aanwakkerde. En dat was ook de bedoeling: met de dreigende leegloop van de DDR zette Ulbricht Moskou onder druk om de laatste opening in het Ijzeren Gordijn te dichten.

Als de muur een feit is reageert het Westen opvallend rustig. President Kennedy verneemt het nieuws als hij aan het zeilen is in Hyannis Port en hij vindt het niet nodig zijn vakantie te onderbreken. Meer zelfs: Amerikanen, Britten en Fransen zijn opgelucht dat het “Berlijnse probleem” daarmee opgelost is. Door de bouw van de een muur tonen de Sovjets immers aan dat ze hun aanspraken op de rest van Berlijn voorgoed hebben opgegeven. Dat voor de helft van de stad en 17 miljoen DDR-burgers daarmee de grendels van hun gevangenis definitief dichtschuiven was de westelijke leiders kennelijk geen zorg. Willy Brandt, toen burgemeester van Berlijn, zou het de Amerikanen nooit echt vergeven. Volgens een Russische diplomaat was diens Ostpolitik ook ingegeven door gevoelens van revanche op de Amerikanen. Hoe dan ook hadden “de West-Berlijners geen enkele reden om twee jaar later zo opgetogen te zijn over Kennedy’s bezoek aan Berlijn en over zijn legendarische woorden ‘Ich bin ein Berliner”. Zie ook:

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2013/06/25/berlijn-sporen-zoeken/

Kennedy: “Ich bin ein Berliner”. Willy Brandt – uiterst rechts op de foto – denkt er het zijne van.

Al meer dan een kwarteeuw is Berlijn niet langer een gedeelde stad, maar in de hoofden van de mensen blijft de deling bestaan. Oost- en West-Berlijn leven voort in gescheiden wijken: 200000 mensen van Turkse afkomst in het ietwat groezelige vanouds proletarische Wedding en in wijken die tot 1989 aan de muur grensden: Kreuzberg en Neukölln waar de Sonnenallee wegens het grote aantal immigranten uit het Nabije Oosten de bijnaam “Arabische Strasze” heeft gekregen. Voeg daaraan toe de 130000 Polen, van wie er 30000 een Duits paspoort bezitten en bijna 20000 Russen.“De Russsiche nouveaux riches verschansen zich in hun vastgoed in de Mommsen- en Pestalozzistrasze. De minder gefortuneerde Russen bunkeren daarentegen in de Plattenbauten van het Oost-Berlijnse Marjan”. Dat al die minderheden min of meer in harmonie samenleven mag een klein wonder heten, maar misschien is juist dat het unieke van Berlijn.

Johan Depoortere

July 14, 2017 at 3:46 pm 3 comments

BERLIJNSE MUREN

Berlijn 1 klein

Tom Ronse

(klik op de beelden om ze groter te zien)

Zoals Johan heb ik deze zomer Berlijn bezocht. Salonbezoekers hebben zijn verslag HIER gelezen.

‘Wie Berlijn bezoekt wordt met geschiedenis om de oren geslagen’, schreef Johan. Mijn oren gloeien er nog van. Er is wellicht geen andere grootstad die zo gebrandmerkt is door de tragedies van de 20ste eeuw. De Nazi’s en de Stasi’s hebben er overal hun sporen nagelaten.  In de straat waar we logeerden (in de wijk Schöneberg) stond een reusachtige bunker, gebouwd door Russische dwangarbeiders in 1944-45.  De luidsprekers dateren nog uit de koude oorlogstijd, toen de bunker een atoomschuilkelder was met plaats voor meer dan 4800 mensen.

Berlijn 27 klein

Na de oorlog wilden de Amerikanen de ‘betonblotz’ opblazen maar dat bleek onmogelijk zonder al te veel randschade te veroorzaken. En randschade was er toen al genoeg.  Dus werd er maar rond gebouwd. Sociale flats. Aan de vele satellietantennes merk je dat er vooral immigranten wonen.

Berlijn 27 b klein     berlijn 27 c klein Zo is het nieuwe Berlijn rond het oude gegroeid. Gelukkig tracht men niet alle sporen van de gruwels die de stad heeft beleefd uit te wissen. Integendeel: het bulkt er van de  gedenkplaatsen aan de misdaden van het Derde Rijk en de DDR, al ergerde ik me soms als de contextualisering ervan weer eens gereduceerd werd tot een lofzang op het democratische kapitalisme.

Dat het nieuwe Berlijn een populaire toeristische bestemming is geworden verbaast me niet. Het is een aangename stad met levendige wijken, veel groen (mede dankzij de verwoesting die de oorlog  achterliet), een boeiende internationale mix aan bevolking, veel jonge mensen. Een post-industriële stad waar heel wat broeit op sociaal en cultureel vlak. Na een bezoek van een week heb ik niet het gevoel dat ik Berlijn ken.  Wat ik op die korte tijd het meest heb gezien zijn muren. Daar gaat deze bijdrage over.

Eerst en vooral: “de muur” die de stad in twee scheurde. Tot in New York staan er nu stukken van. In Berlijn moet je naar buitenwijken zoals Pankow gaan om de muur te zien zoals ze er ooit uitzag. In het centrum is ze grotendeels verdwenen. Hier en daar staan er nog stukken zoals hier bij de Potzdammerplatz waar het om een of andere reden de gewoonte is geworden om kauwgom op vast te plakken.

Berlijn 2 kleinLangs het museum van de  “Topographie des Terrors”, gevestigd op de plaats waar de SS en de Gestapo hun hoofdkwartieren hadden, staat nog een stuk muur zoals die er uitzag toen ze in 1989 werd doorbroken.

Berlijn 3 klein

Achter de muur, in het voormalige Oost-Berlijn, wordt er aan een snel tempo gebouwd en gerenoveerd.

Berlijn 4 klein

Even buiten het centrum, aan de oever van de Spree, is er een 1,3 km-lang stuk muur waarop kunstschilders uit heel de wereld in 1990 hun gang mochten gaan. De “East Side Gallery”, zoals dit stuk muur heet, omvat 105 fresco’s, intussen flink overwoekerd door grafitti’s, en is daarmee “de grootste openlucht-galerij ter wereld”.

Berlijn 5 klein

Berlijn 6 klein

Deze kleine Trabant die door de muur komt gevlamd vind ik wel leuk. De grafitti storen me niet, integendeel. Vaak voegen ze leven en intrige toe aan wat anders een banaal beeld zou zijn. Zoals in dit icoon:

Berlijn 13 klein

Om plaats te sparen zal ik andere voorbeelden van de East Side Gallery wat kleiner afdrukken. Zoals gezegd, klik erop om ze groter te zien.

Berlijn 7 klein  Berlijn 8 klein   Berlijn 10 klein  Berlijn 9 klein

Sommige kunstenaars gaan de New Age-toer op, andere hebben een politieke boodschap.

  Berlijn 12 klein   Berlijn 11 klein  

(vertaling: “Wie wilt dat de wereld blijft zoals hij is, wilt dat de wereld niet blijft”)

De achterkant van de East Side Gallery, en een parallel stuk muur, zijn volgekladderd door getalenteerde en vooral minder getalenteerde grafitti-artiesten.  In maart werd, ondanks groot protest, zo’n vijf meter van de muur verwijderd om plaats te maken voor de bouw van luxe-appartementen.

Berlijn 14 klein

Ook in de rest van de stad zie je op vele plaatsen muurschilderingen. Zoals op dit basketballplein:

Berlijn 16 klein

En op deze hotelmuur:

Berlijn 15 klein

Een fragment van dit reusachtig werk:

Berlijn 15  detail klein

In dit werk herkennen we de onmiskenbare stijl van de Gentse street-artist ROA.

Berlijn 22 klein

In Berlijn hebben de street-artists een grote keuze aan interessante muren. Niet in het minst in Oost-Berlijn, waar veel mensen na de val van de muur wegtrokken.  Ook het (meer geleidelijke) vertrek van de industrie uit de stad heeft vele lege gebouwen achtergelaten waarop grafittisten hun ding kunnen doen.

Berlijn 24 klein

Vele van die gebouwen worden hertimmerd tot luxe-flatgebouwen. Andere werden gekraakt en worden nog steeds bezet door krakers. De eigenaars van die gebouwen verzoenden zich met de situatie omdat ze van de stad een subsidie kregen. Wat niet zo slecht bekeken was. Zo reduceerde de stad sociale conflicten en dakloosheid. Maar Berlijn kampt met een schuldenlast van ruim 63 miljard euro –meer dan vijf keer zoveel als in 1990- en de subsidies gingen voor de bijl. Intussen blijft de potentiële marktwaarde van vele gekraakte gebouwen stijgen, vooral als ze centraal gelegen zijn. Het is een recept voor conflict. De krakers hebben zich georganiseerd en bijten van zich af.  Een voorbeeld van zo’n goed georganiseerde krakersgemeenschap troffen we aan in de Köpenicher Strasse. Je duwt er een houten poortje open en je staat plots in een decor dat weggeplukt lijkt uit een of andere post-apocalyptische film. Natuurlijk zijn de muren hier ook volgekladderd.

Berlijn 25 klein

Bij wijze van contrast: dit is de glazen wand van het technologie-museum, waarachter tientallen beelden van mannen en vrouwen aan onzichtbare draden hingen te bengelen. De weerspiegelde blauwe hemel en donkere bomen verhoogden het Magritte-effect.

Berlijn 26 klein

magritte combo

Natuurlijk is er veel banaal spuitwerk maar toch is de modale kwaliteit vrij hoog in Berlijn. Je vindt er meesterwerken op onverwachte plaatsen.

Berlijn 17 klein   Berlijn 18 klein   Berlijn 18 b klein  Berlijn 18 c klein   Berlijn 19 klein   Berlijn 20 klein

De spuitbuskleuren zijn vaak erg fel. Maar in de mooiste werken is er juist heel weinig kleur gebruikt. Dit portret, op de Potzdammerallee, is gemaakt door een stuk muur te bezetten en dan bezetsel weg te kappen.

Berlijn 21 klein

In de werken die me het meest getroffen hebben was de muur geen lege canvas. De muur werd deel van het kunstwerk zoals het kunstwerk deel van de muur werd.

Berlijn 29 klein

Berlijn 28 klein

Berlijn 23 klein

In mijn mooiste foto van een Berlijnse muur heeft de kunstenaar besloten om niet in te grijpen. Wat ook een kunst is.

Berlijn 30 klein

September 12, 2013 at 10:01 pm Leave a comment

BERLIJN: SPOREN ZOEKEN

IMG_0145Er is geen ontkomen aan: Wie Berlijn bezoekt wordt met geschiedenis om de oren geslagen. Het begint al zodra we op de Potsdamer Platz uit de metro stappen en ons op de plek bevinden waar Karl Liebknecht in 1916 opriep tot verzet tegen de oorlog.

IMG_0179

De socialist Karl Liebknecht was één van de heel weinige Duitsers die zich verzetten tegen de waanzin van de Eerste Wereldoorlog

De Potsdamer Platz zelf verwijst naar het recente verleden: 25 jaar geleden een stuk niemandsland in Oost-Berlijn, nu een uitstalraam van het Duitse en internationale kapitalisme. Het exuberante zelfvertrouwen dateert van vóór de crisis die in 2008 begon. Talrijke Berlijnse musea brengen de recente geschiedenis in beeld: Willy Brandt heeft zijn eigen informatiecentrum op Unter den Linden, het Reichstaggebouw dompelt je onder in het ontstaan van de Bondsrepubliek en de hereniging, de (schaarse) resten van de muur zorgen ervoor dat de scheiding van de twee Duitslanden niet vergeten wordt. Er is een DDR-museum, een Stasi-museum, een Muurmuseum – er komt geen einde aan.

IMG_0130

Potsdamer Platz

IMG_0133

Architecturale hoogstandjes op Potsdamer Platz

IMG_0139

Reichstag: de koepel van de Britse architect Norman Foster

IMG_0143

IMG_0162

Topographie des Terrors: de Nazis en de Muur

IMG_0165

Een indrukwekkende rij portretten van Berlijnse slachtoffers van de Nazibarbarbarij.

Zijn de Duitsers klaar met het verleden? In Berlijn wordt alvast de donkere Naziperiode niet onder de mat geveegd. Dat kan ook moeilijk met zoveel plekken en monumenten die aan die jaren doen denken: opkomst van Hitler, oorlog en deling van het land. Overal langs de grote boulevards en op de pleinen zuilen met foto’s van slachtoffers. In de Niederkirchnerstrasse – voorheen Prinz Albrechtstrasse – is op de plek waar destijds de Gestapo huisde de indrukwekkende Topographie des Terrors te bezoeken, met onder andere veel  foto’s van de duizenden gewone Berlijners die onder het nazisme het leven lieten en de stomme getuigenissen van repressie, moord en terreur. IMG_0166 IMG_0167 IMG_0171En ook de actualiteit kan de geschiedenis niet uit de weg gaan. Angela Merkel bezoekt Rusland en pleit in de Hermitage in Sint Petersburg voor teruggave van de zogenaamde Beutekunst: de twee en een half  miljoen kunstvoorwerpen die het Rode Leger aan het einde van de Tweede Wereldoorlog uit Duitsland heeft meegenomen. Aan de speech van Merkel ging een incident vooraf dat duidelijk maakt hoe de wonden van de oorlog nog altijd niet zijn geheeld. De Russen willen namelijk van teruggave van de kunstvoorwerpen niet horen – zij beschouwen ze als compensatie voor wat de Duitsers in de oorlog hebben aangericht. Om controverse te vermijden had Poetin alle toespraken in de Hermitage geschrapt, waarop Merkel dreigde het bezoek af te blazen. Poetin bond in – een overwinning van das Mädchen.

Merkel Putin

Merkel doet Poetin bakzeil halen. Geen geringe prestatie

Obama BerlijnWe komen aan in Berlijn, de dag nadat Barack Obama door duizenden op de Pariser Platz, aan de Brandenburger Tor werd toegejuicht en bijna dag op dag vijftig jaar nadat die andere Amerikaanse president, John Kennedy, hier de onsterfelijke woorden uitsprak: Ich bin ein Berliner. In de metro een oudere man met een Obama- verkiezingsbutton op de hoed. Ondanks zijn oorlogen, afluisterschandalen en gebroken beloften blijft Obama bij de Duitsers ongelooflijk populair.

Obama Merkel

Merkel en Obama: ook tegenover de machtigste man ter wereld staat Merkel haar mannetje. Op de gezamenlijke persconferentie had ze openlijke kritiek op het Amerikaanse spionageprogramma.

De kwaliteitskrant Die Welt stelt het in haar zondagseditie ook met verbazing vast en maakt de vergelijking tussen Kennedy en Obama: In 1963 was Kennedy voor de Duitsers de belichaming van de Amerikaanse Droom, zoals Barack Obama dat vandaag is. Obama is net als Kennedy half popster, half politicus, een outsider door zijn huidskleur zoals Kennedy dat was door zijn Iers-katholieke achtergrond. Maar toen zoals nu moest de Droom wijken voor de Realpolitik: Obama voert de drone-oorlog op, zoals Kennedy de Vietnamoorlog liet escaleren, Obama laat de Amerikaanse burgers bespioneren en stuurt de belastingsdiensten op zijn politieke tegenstanders af net zoals Kennedy alle gesprekken in het Witte Huis liet opnemen en de belastingsdiensten op zijn politieke tegenstanders afstuurde. Obama kon niet zoals beloofd Guantanamo sluiten en kon niet verhinderen dat de Arabische lente in een islamitische herfst veranderde. Kennedy kon niet verhinderen dat de Burgerrechtenbeweging in de rassenrellen van de jaren 60 ontaarde. De vergelijking gaat niet helemaal op: Obama kan moeilijk als Kennedy een compulsive womanizer worden genoemd.

JFK-1_41600

Kennedy: “Ich bin ein Berliner” konden de Duitsers ook begrijpen als “Ik ben een oliebol”

Die Welt am Sonntag besteedt niet minder dan vier volle bladzijden aan het historische bezoek van Kennedy aan Berlijn. We schreven juni 1963.  Twee jaar eerder – op 13 augustus 1961 – was de DDR begonnen met het bouwen van de muur. Dat Kennedy toen stormachtig door de Berlijners werd toegejuicht lijkt vandaag vanzelfsprekend maar was het toen allerminst. De toenmalige christendemocratische kanselier Konrad Adenauer merkte achteraf op dat de massahysterie voor Kennedy hem met angst deed denken aan dezelfde taferelen toen de Berlijners minder dan een paar decennia daarvóór Hitler hadden toegejuicht.

Kennedy Brandt Adenauer

Kennedy, Brandt, Adenauer. Het enthousiasme van de Berlijners deed Adenauer aan de Hitlertijd denken

Kennedy’s bezoek aan Berlijn was in werkelijkheid een riskante politieke gok. De leidende Duitse politici, van kanselier Adenauer tot burgemeester van Berlijn Willy Brandt waren er niet over te spreken dat de regering Kennedy zich kennelijk bij de bouw van de muur en de deling van Duitsland had neergelegd. Ook de publieke opinie was zeer ontgoocheld. De populaire Bildzeitung drukte het kernachtig samen in een historische vette  kop: Het Westen doet NIETS! Macmillan (toenmalige Britse premier – jd) gaat op jacht en Adenauer beschimpt Willy Brandt.features_jfk_berlin-trip-june1963

chroesjov

Kennedy en Chroesjov. De Westduitsers waren niet gelukkig met Kennedy’s pogingen tot ontspanning.

Dat laatste slaat op de bittere verkiezingscampagne waarin Adenauer in nauwelijks bedekte termen op Brandts afkomst als buitenechtelijk kind en zijn activiteiten in Noorwegen tijdens de oorlog had gezinspeeld. Maar beide politieke tegenstanders verketterden – naar buiten toe althans – de Amerikanen om hun passieve houding. Brandt, die zich graag de Duitse Kennedy liet noemen, schreef de echte Kennedy een woedende brief waarin hij suggereerde dat Berlijn een atoomoorlog waard was.

Dat was net wat Kennedy tot elke prijs wou vermijden. Hij had weliswaar in zijn verkiezingscampagne in een allusie op Berlijn beloofd elke prijs te betalen, elke last te dragen, elk offer te brengen om het voortbestaan en het succes van de vrijheid te verzekeren. Maar nadat hij de eed als president had afgelegd was Kennedy duidelijk gemaakt wat de gevolgen van een atoomoorlog voor de wereld zouden zijn. Na zijn overigens vruchteloze gesprekken met Chroesjov in Genève  kwam de jonge Amerikaanse president tot de conclusie dat de sovjets niet anders kónden dan een muur te bouwen om te verhinderen dat de DDR zou leeglopen en uit de Sovjetinvloedssfeer zou glippen. Geen fraaie oplossing vond Kennedy, maar: a wall is better than a war.

checkpoint charlie

Checkpoint Charlie: Hier stonden ooit Amerikaanse en Russische tanks tegenover elkaar. Nu een toeristenval

Aan deze kant van de oceaan zorgt de lauwe Amerikaanse reactie op de “communistische provocatie” voor diepe spanningen in het Atlantisch bondgenootschap. De Gaulle vindt het moment gekomen om Duitsland uit de Amerikaanse sfeer los te weken en te verleiden tot een Europese eenheid onder leiding van  – wat dacht u – Frankrijk. De Duitse Bondsregering onder Adenauer reageert geschokt op het Amerikaanse voorstel (in april 62) om met de Sovjetunie te onderhandelen over een atoomvrij Duitsland – Oost én West. De Westduitsers zien het als een poging om hen tot bondgenoten van de tweede rang te degraderen.

Het is tegen die achtergrond dat Kennedy twee jaar na de bouw van de muur (niet eerder!) beslist om naar Berlijn te komen. De Amerikanen maken zich zorgen om de Gaullistische en anti-Amerikaanse tendensen in de Bondsrepubliek en Kennedy moet met zijn enorme populariteit bewijzen dat een anti-Amerikaanse politiek geen steun vindt bij de bevolking. Het is een waagstuk, maar het wordt een triomf. Kennedy blaast warm en koud: aan het adres van hen die geloven in ontspanning en vreedzame coëxistentie roept hij met zicht op de muur: Laat ze naar Berlijn komen! Tegen een gehoor van fel anti-communistische studenten roept hij op tot net dezelfde ontspanning en vreedzame coëxistentie die hij eerder voor een groot publiek heeft afgewezen.

Dat Kennedy het Berlijnse publiek op zijn hand kreeg had ook te maken met de internationale gebeurtenissen van eind 1962. De Cubacrisis had de wereld op de rand van een atoomoorlog gebracht. Méér dan wie ook hadden de Berlijners de adem ingehouden toen de Russen kernwapens op Cuba installeerden en Kennedy duidelijk maakte dat hij dat niet zou tolereren. Als sovjetschepen en Amerikaanse oorlogsbodems in de Caraïbische Zee op elkaar afstomen zitten ze met bang hart voor de radio en hun zwart-wit tv. Ze beseffen immers dat Duitsland het ware slagveld zal worden van een atoomoorlog die akelig dichtbij lijkt. Kennedy weet het rampscenario te vermijden en een half jaar later halen de Berlijners hem in als een held.

IMG_0112

Het “Ampelmännchen:” We zijn in het voormalige Oost-Berlijn. Het Ampelmännchen (met hoed) is één van de weinige overblijvende sporen van het communistische Berlijn

IMG_0149

Het monument voor de Joden en de homoseksuelen, slachtoffers van het Nazisme

IMG_0159

De nieuwe kanselarij aan de Spree

IMG_0198

Bernauer Strasse: Gedenkteken van de Muur

IMG_0203

Slachtoffers van de muur

Johan Depoortere

Het volledige artikel in Die Welt am Sonntag

June 25, 2013 at 6:49 am 2 comments

KAN KUNST DE WERELD REDDEN ?

Kollwitz in VLADSLO

Opgedragen aan Zijne Excellentie de Heer Minister van Oorlog Pieter De Crem

door Walter Zinzen in Berlijn

 

Käthe Kollwitz , wie in Vlaanderen kent haar ? Wellicht, behalve de kunstkenners, een paar bezoekers van soldatenkerkhoven in de Westhoek en dan met name dat van Vladslo.

Daar staat een indrukwekkend beeld van treurende ouders. Ouders die hun zoon verloren hebben in de Groote Oorlog. Die ouders hebben een naam : Käthe en Karl Kollwitz. Hun zoon Peter ligt in Vladslo begraven. Hij was 17 (kindsoldaten zijn geen Afrikaans monopolie) toen hij sneuvelde in Esen bij Diksmuide . Het beeld, of beter beide beelden, zijn gemaakt door Käthe. Zij en haar man waren Berlijners. Hij arts, zij kunstenares, beiden zeer sociaal geëngageerd in de verpauperde wijken van  Berlijn eind 19°, begin 20° eeuw.

De dood van haar zoon heeft Käthe diepgaand beïnvloed. In haar kunst, maar ook in haar opvattingen. In 1924 maakte ze een lithografie met een voor die jaren zeer on-Duitse boodschap : ‘Nie wieder Krieg ‘, nooit meer oorlog. Haar oproep vond geen gehoor. Integendeel. Onder het nazi-bewind  mocht haar werk niet meer tentoongesteld worden.  In 1942 sneuvelde haar kleinzoon, ook een Peter, aan het Oostfront. Haar kunst had de wereld niet gered , noch haar behoed voor nieuw verdriet.
Toch zegt de stichter van het Käthe-Kollwitz-museum in Berlijn , Hans Pels-Leuden , dat ze “zonder twijfel één van de meest invloedrijke vrouwen van de jongste eeuwen” is geweest. “Haar taal, zo voegt hij er nog aan toe , verstaan alle mensen”. Wie het museum bezoekt geeft hem gelijk. De smart die het ouderpaar in Vladslo  uitstraalt is hier honderdvoudig aanwezig. Haar persoonlijke smart , maar ook die van alle ouders die hun kinderen zien vertrekken naar het front of niet in staat zijn ze fatsoenlijk te voeden.

Haar werken onbewogen voorbijgaan is onmogelijk. Zelden grijpt kunst zo naar de keel. Käthe Kollwitz  is in 1945 gestorven en heeft dus het nieuwe Duitsland niet meer gezien. Ze wordt er ge- en vereerd met musea, beeldhouwwerken in openbare ruimtes, naar haar vernoemde straten en pleinen . Wat haar wellicht in haar eeuwige verblijfplaats nog meer plezier zal doen is dat haar pacifistische boodschap nu wél gehoord wordt.

Gerhard Schröder heeft ooit de verkiezingen gewonnen omdat hij geweigerd had met de Amerikanen ten oorlog te trekken in Irak. De conservatieve regering van kanselier Merkel weigert medewerking te verlenen aan de oorlog in Libië. Naar ex-Joegoslavië en Afghanistan werden niet dan met grote tegenzin en onder druk van de Westerse bondgenoten wél Duitse soldaten gestuurd . Maar het gevoel dat zulks eigenlijk niet hoort is nooit verdwenen.

Wat zou, zo vroeg ik me af toen ik in het museum rond dwaalde ,  Käthe Kollwitz gedacht hebben van al die oorlogen , die ons in de 21° eeuw bezig houden en zo grondig lijken te verschillen van de twee wereldoorlogen? Zou ze gevonden hebben dat de burgerbevolking in Libië met raketten beschermd moet worden, dat in Afghanistan geweld het enige antwoord is op terreur, dat Irak naar de democratie gebombardeerd moest worden? Of zou ze haar leuze uit 1924 trouw zijn gebleven en het woordje ‘nie’ (nooit) nog eens extra hebben onderstreept?  Zou ze niet gewezen hebben op het leed van de honderdduizenden echtgenotes en moeders die hun eigen Peter betreuren ? Zou ze de woorden van Willem Vermandere dat iedere dode  ‘altijd iemands vader, altijd iemands kind’ is niet zijn bijgetreden ?

‘Nooit meer oorlog’ staat ook, in 4 talen, op de IJzertoren, niet zo ver van Vladslo vandaan. Zelden is een hartenkreet zo verraden door de zgn. erfgenamen van de Vlaamse Frontsoldaten als deze. Duizenden jonge mannen, die tijdens het interbellum de oproepen voor anti-militarisme en pacifisme hartstochtelijk hadden toegejuicht, konden in 1940 niet snel genoeg een Duits uniform aantrekken om aan het Oostfront het goddeloze communisme te gaan bevechten. Hun dienstweigering gold alleen het Belgisch leger.  De voorlopers van het Vlaams Blok verdedigden op de IJzerbedevaarten  de oorlog in Vietnam. Tegelijk verheerlijkten ze de weldaden van het moorddadige apartheidsregime in Zuid-Afrika. Dat alles met het ‘Nie wieder Krieg’ op de achtergrond.

In 2011 heeft het Belgisch parlement vrijwel unaniem ( met steun dus van zowel Vlaams Belang als N-VA , straks weer aanwezig aan het IJzermonument) deelname aan de NAVO-oorlog in Libië goedgekeurd. Ondertussen horen we dat het Zijne Excellentie de Minister van Oorlog behaagd heeft het aantal Belgische manschappen in Afghanistan te halveren. Maar onze medewerking stopzetten : ho, maar , daar is geen sprake van. De heer Minister  is daarentegen trots op wat door onze jongens is verwezenlijkt. Maar nooit horen we hem over de slachtoffers , de mannen, de vrouwen, de kinderen die om het leven zijn gekomen in operaties die van Afghanistan een paradijs op aarde moeten maken.

Misschien moet Zijne Excellentie maar eens binnenspringen in het Käthe-Kollwitz-museum. Daar hangen , staan of liggen ze, de oorlogsslachtoffers . Nee, niet de doden. Hun nabestaanden. Wellicht kan kunst iets wat de politiek niet vermag : Pieter De Crem ervan overtuigen dat het de hoogste tijd is om aan het ‘Nie wieder Krieg ‘ –tijdperk te beginnen. En tegelijk die boodschap over te brengen aan zijn geliefde opdrachtgevers in Washington. (wz)

 

Käthe-Kollwitz-Museum – Fasanenstrasse 24 – 10719 Berlin. Dagelijks open van 11 tot 18 u.

 

 

June 28, 2011 at 7:13 am 3 comments

BERLINER LUFT REVISITED

HITLERMUSICAL TUSSEN MELIG EN PLAT

door Walter Zinzen

Het satirisch meesterwerk van Mel Brooks, een geschenk van de showbusiness-goden, anarchistisch, respectloos, geen taboe uit de weg gaand : dat zijn een paar van de slogans die de musical “The Producers” bij zijn doortocht in Berlijn begeleiden. Ik heb er een voorstelling van bijgewoond in de naïeve gedachte dat in die musical Hitler en het nazisme over de hekel zouden worden gehaald.
 
Toen anderhalf uur na het begin het doek viel voor de pauze was er nog in geen velden of wegen een Hitler te bekennen geweest. Van enig bedrog kan Mel Brooks niet worden beschuldigd. Hij heeft zijn musical zeer terecht “The Producers” genoemd. Daar gaat ie inderdaad over : twee aan lager wal geraakte Broadway-producers  hebben , denken ze, een patent middel bedacht om de fiscus op te lichten en zelf  bakken poen te scheppen .
Geen hit hebben ze nodig maar een flop. (Voelt u de humor komen?) Dus gaan ze op zoek naar het slechtste scenario ter wereld. Dat blijkt “Frühling für Hitler” (Lente voor Hitler) te zijn, geschreven door een verknipte Beier (München! Berchtesgaden!). Volgt een parodie op alle clichés over Beieren, compleet met Lederhosen en jagershoed.
De Berlijners, toch al nooit grote minnaars van de Vrijstaat geweest, lachen zich te pletter. Maar de Beier vertrouwt de producers niet. Ze willen zijn held toch niet belachelijk maken? Nee, zeker niet, zo verzekeren de producers hem : “We willen de wereld de ware Hitler tonen, de Hitler van wie de mensen houden”. Humor!
Inderdaad, er wordt wat af gelachen in deze musical. Zo lopen de producers constant met zijn tweeën tegelijk door een te smalle deur, zodat er één, altijd dezelfde, tegen de stijl aanbotst. Laurel en Hardy draaien zich om  in hun graf. Maar dan meldt zich een Zweedse lellebel , die als secretaresse alle problemen voor de producers zal oplossen. Waarom een Zweedse? Voor de humor natuurlijk! Een geniale vondst , zo blijkt. Als haar naam gevraagd wordt komen  een halve minuut lang Zweedse klanken uit haar bevallige mond. Dat is zo geestig dat ze de hele musical door voortdurend haar naam moet zeggen. Het Berlijnse publiek vindt het geweldig.

The Producers
Na de pauze blijkt de lellebel het bureau van de producers een nieuw verfje te hebben gegeven. Op de vraag wanneer ze dat gedaan heeft, antwoordt ze met haar leuk Zweeds accentje : “Tijdens de pauze”. De zaal komt niet meer bij. En dan, eindelijk, is het moment suprême aangebroken : der Führer kommt ! De producers hebben er de “slechtste acteur” aller tijden voor gevonden : een homo.
Met een knipoog naar Leni Riefenstahl ontplooit zich nu een inderdaad magistrale scène. Vooreerst worden we vergast op wulpse danspasjes, uitgevoerd door sexy meisjes gehuld in laarsjes en ultra korte broekjes met koppelriem en armband –annex- muts met hakenkruis. Waarschijnlijk is dit het ogenblik dat tijdens de première de vaandels werden uitgerold waarop het hakenkruis vervangen was door een bretzel. Wij hebben die vaandels niet gezien. Censuur?

Veel tijd om er over na te denken hadden we niet, want we hadden al onze aandacht nodig voor de adembenemende vrouwen die uit de hemel neerdaalden,  slechts gehuld in twee ridderkruisen op de borsten en een adelaar op de plaats waar dames gewoonlijk een slipje dragen. De zaal lacht, klapt en stampt.
Vervolgens wordt de Bühne gevuld met tientallen in SS-uniform gestoken mannen en vrouwen, die als marionetten in het gelid over het toneel evolueren. En dan volgt de apotheose : de homo die krampachtig Hitler parodieert . Waarna het afgelopen is.  Het publiek is uitzinnig  . Goed gemutst volgt het de rest van de musical die opnieuw de wederwaardigheden van de producers vertelt : een flinterdun verhaal met een mooi evenwicht tussen melige en platte grappen .
Op een voorstelling die om en rond de twee uur en half duurt, hebben we hooguit twintig minuten Hitler-“satire” gezien. Maar over die 20 minuten was er veel opwinding in de internationale pers, rond die 20 minuten is de hele reclamecampagne gebouwd, met die 20 minuten is Mel Brooks naar eigen zeggen de enige Jood geworden die aan Hitler veel poen heeft verdiend. Maar waren die 20 minuten ook een “satirisch meesterwerk”?
 Joods Museum Berlijn

Tegelijk met de musical loopt in het Joods Museum in Berlijn een tentoonstelling over de moord op 700.000 mentaal en fysiek gehandicapten in de eerste jaren van het nazi-regime, een vingeroefening voor de uitroeiing van Joden, zigeuners, homo’s en politieke tegenstanders. De blikvanger is een door Hitler eigenhandig ondertekende brief waarin hij “toestemming” geeft om zieke of gehandicapte mensen de “Gnadentot” te verlenen.

Kun je over zo’n obsessionele massamoordenaar eigenlijk wel “satire” maken? Charlie Chaplin, misschien. Maar Mel Brooks? No way. Keineswegs, zou Adolf gezegd hebben.

 

Nog tot 19 juli in Admiralspalast, Unter den Linden, Berlijn.

June 8, 2009 at 9:56 am Leave a comment

BERLINER LUFT


Abroad_span
AMERIKAANSE LOL EN TREURNIS OM BERLIJN

door Jef Coeck

Kunnen Duitsers lachen met Hitler? Ja, althans met de vettige musicalparodie van Mel Brooks’ oude cultfilm The Producers. Voor de première ervan in Berlijn had The New York Times een lang sfeerverslag over. Duitsers blijken te kunnen grinniken om joden, homo’s en nep-nazivlaggen waarop pretzels (joodse krakelingen) in plaats van swastika’s prijken. Travestieten in Dirndl-outfit wekken de vrolijkheid van Berlijners, onder wie de burgemeester. Maar als het podium bestormd wordt door stampvoetende en hitlergroetende pseudo-SS’ers valt er een merkbare kilte in de zaal.
Misschien was die scéne niet echt om te lachen, wellicht was het Mel Brooks-gehalte te hoog voor een Europees publiek? In elk geval, Berlin is now the European capital of cool net als in de Golden Twenties, besluit de NYT.
 
Over die roemruchte jaren twintig en dertig van de vorige eeuw heeft een ander Amerikaans talent, Jason Lutes, een prangende graphic novel vervaardigd. Het eerste deel, City of Stones, verraste enkele jaren geleden Amerika en via de vertaling nu ook ons, vanwege zijn algehele on-Amerikaansheid – als we tenminste meten met de bekende clichés.

Jason Lutes zelfportret

Jason Lutes zelfportret

De tekenstijl is helemaal in de traditie van Hergé’s ‘klare lijn’, hoewel Tintin nooit echt populair was in de States. Lutes is geen epigoon maar een re-inventor, zonder die zweem van gemakzucht in de late werken van de Meester. De Kuifje-lezer apprecieert een volgehouden zorg voor het detail, beheerste overdrijvingen, zorgvuldig afgewogen kadertjes, doordachte paginering, veel close-ups, geïntegreerde tekstballons, filmische zoomeffecten. En volledig zwart-wit.
Hier is een hoop research aan vooraf gegaan. De majestueuze architectuur van de Prachtstrasse wordt afgewisseld met sloppenbuurten en armoekamertjes à la Döblin (Berlin Alexanderplatz). Maar ook het keukengerei en de deurknoppen kloppen.
De cabarets, de opkomende film, het muziektheater van Weil en Brecht, ze zijn er allemaal, Mackie Messer-achtige figuren incluis. Treinen spelen een belangrijke rol in deze roman, zoals ze dat ook deden in de Weimar-republiek. Hebben we niet onthouden van onze grootooms dat Hitler ze weer op tijd liet rijden?

De overeenkomst tussen Kuifje en Kurt Severing, de hoofdfiguur in ‘Berlijn’, is vooral schijn. Allebei zijn ze journalist, leiden een wat onwezenlijk bestaan en gaan tegen de maalstroom in. Daar beginnen de verschillen. Kuifje loopt altijd goed af, van dit verhaal kunnen we het tegendeel vermoeden.
De hoofdfiguren zijn echte mensen, geen iconen. Kurt observeert, denkt en schrijft. Marthe, zijn jongere vriendin, observeert, piekert en tekent. Niet toevallig gaan tekst en tekening hier op alle niveaus hand in hand, Lutes is ook een schrijftalent. Zijn teksten zijn beheerst, welgemikt. Drammerig, soms. Poëtisch, bij wijlen. Politiek-filosofisch, de hele tijd.

De Zeitgeist is een mix van vrolijk, om het einde van de oorlog, angstig, voor het onbekende, hoopvol, voor de nieuwe toekomst, woedend, om wat verloren is, verwarrend, vanwege nieuwe technologieën, Neue Sachlichkeit en Dada, gewelddadig, door de botsende ideologieën en stuitende armoede.

Vanaf de zijlijn maar wel op een goede uitkijkplaats, beleven we mee de moord op Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, de ongeïnteresseerdheid van de bijna seniele president von Hindenburg en de verbanning van Trotski uit de jonge Sovjet-Unie. De burgerij is zelfgenoegzaam, de fascistische bruinhemden fanatiek, de rode ronselaars oplettend en geduldig. Straatgevechten zijn legio.
Het is een tijd van toenemend antisemitisme, van journalistieke zelfcensuur, van stiekeme herbewapening tegen de akkoorden van Versailles in. Al die politieke gegevens zijn organisch verwerkt in een vloeiend verhaal. Romantiek en menselijk drama gaan hun natuurlijke gang. Van de bar, strompelend over bedelaars, naar bed.
Severing, de journalist die pendelt tussen participatie en observatie, wordt droef en boos over wat er in zijn stad gebeurt. Boos, als hij hoort hoe de communist Thälmann in een hitsige toespraak de sociaal-democraten tot ‘sociaal-fascisten’ uitroept. Droef, als hij ziet hoe de internationale en permanenente revolutie het af moet leggen tegen grauwe machtswellust.

Deze tekenroman is in vele opzichten, onder meer literair, een hoogstandje. Het tweede deel ‘Berlin, City of Smoke’ verschijnt eerstdaags in vertaling. Het derde deel is in voorbereiding en zal wellicht ‘City of Light’ heten. Hitler zelf zal er zijn optreden in maken, als ‘toevallige’ figurant van de geschiedenis. Zo verklaarde de auteur in een interview, begin dit jaar.

http://www.bookslut.com/features/2009_01_013875.php

B stad*Jason Lutes, Berlijn 1. Stenen, Atlas, 2009, 24,90 euro, vertaling Toon Dohmen

Noot. Het formaat mag best iets groter, ruimer en met harde kaft. De liefhebber, voor wie het bedoeld is, wil voor wat meer luxe net zo lief 40 ipv 25 euro neertellen.

May 23, 2009 at 1:33 pm Leave a comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,590 other followers