Posts tagged ‘Che Guevara’

BRUSSEL 1967

door Lucas Catherine

U kent het spreekwoord ‘als het regent in Parijs, druppelt het in Brussel’. In 1967 was dit zeker niet zo: hier regende het al lang voor het een jaar later in mei in Parijs begon te druppelen. Daarom dat ik al die expo’s hier over Parijs-Mei 68 zo beu ben. 1967 was in Brussel een wonderjaar, zou Hendrik Conscience geschreven hebben, maar wat hier in 1967 gebeurde had natuurlijk te maken met het onweer in Leuven in mei 1966.

We leefden in een CVP-staat waar de Kerk meer macht had dan goed voor ons was. De bisschoppen zouden het in Leuven laten merken met hun fameus ‘mandement’ tegen Leuven Vlaams, daarbij gesteund door de CVP onder leiding van Paul Van den Boeynants. Zelf heb ik die verstikkende CVP-staat voor het eerst ondervonden toen ik na mijn Brusselse collegejaren besloot om in Leuven linguistiek te gaan studeren. De sfeer op die univ was bekrompen, drukkend zelfs en dat voor iemand als ik die toch uit een katholiek college kwam. Niet alleen viel die linguistiek tegen: één uur en dat was het, en voor de rest werd je opgeleid om kinderen de verbuiging van der, die, das aan te leren en ze erop attent te maken dat Shakespeare niet vervelend was. Maar wat erger was: we moesten twee uur kerkgeschiedenis volgen en dan nog eens metafysica, een soort gecamoufleerde godsdienstles waarin ‘bewezen’ werd dat god bestond, dat Sartre een onbenul was en de nazi Heidegger de grootst levende filosoof. En sex bestond nog niet. Ludo Martens werd van de universiteit gestuurd, niet omwille van zijn politieke ideeën maar omwille van het sex-nummer van het studentenblad Ons Leven, waar hij verantwoordelijk voor was. Het academiejaar was dan ook nog maar halfweg of ik schreef me in aan een Brusselse filmschool. Het linkse Brussel van 1967 dat niet te lijden had onder de verstikkende CVP-staat, ook al werd die toen geleid door de Brusselaar Paul Van den Boeynants.

Het Brussels filmmuseum, onderleiding van oud-verzetsman Jacques Ledoux, organiseerde in Knokke in 1967 een Experimenteel Filmfestival. Daar waren niet alleen experimentele films te zien, maar je kon er ook homo-erotische films bekijken van een Griek wiens naam ik ben vergeten en dat in het Casino van Knokke. En, er was ook spektakel: een Japanse jonge dame begon zich op de galatrappen uit te kleden en kroop poedelnaakt in een grote zwarte zak om niet meer te verroeren. Ze heette Yoko Ono – toen nog nooit van gehoord. (1) Hugo Claus liet er zijn versie van Marieke van Nijmegen opvoeren. “Masscheroen en God,” of beter “de Drievuldigheid,” werd gespeeld door drie naakte mannen, waaronder de directeur van mijn school, Rudi Van Vlaenderen. Naar aanleiding van mei 68 in Parijs werd het later ook nog eens opgevoerd in de Brusselse Bozar.

Masscheroen (Rudi Van Vlaenderen is de man in het midden)

Als Claus blote mannen toont, ik een blote vrouw dacht de toen nog onbekende Jef Geeraerts en in dat zelfde Bozar werd in datzelfde jaar 1967 zijn “Zeven Doeken van de Schepping” opgevoerd in een regie van een leraar van ons, Dré Poppe – later stichter van NTG-Gent- en de blote vrouw werd gespeeld door zijn dochter Martine Poppe en dat was een schoon kind. Ik kon het weten want ze vrijde toen met mijn boezemvriend. Wij daar naartoe, maar buiten het beeld van Martine herinner ik mij niets meer van dat stuk, behalve een onnozele haikoe die erin werd gedebiteerd: ‘De zon komt op, De Zon gaat onder, Langzaam telt de Chinese boer zijn kloten’. Geeraerts was toen al overroepen.

Maar de censuur sloeg ook in Brussel toe, en wel bij de interessantste, meertalige boekhandel rechtover Bozar, Librarie Corman. Mathieu Corman(2) was een communist met anarchistische neigingen die nog in de Spaanse burgeroorlog bij de Durutticolonne had gevochten en wars was van elke censuur.

Mathieu Corman in Asturië

Het is in zijn boekhandel dat in 1969 van dezelfde Geeraerts, “Gangreen I” kortstondig werd aangeslagen. Maar je vond er naast artistieke, literaire of libertijnse boeken – ik kocht er mijn eerste nummers van Hara Kiri – heel veel politiek. Zo alles wat Francois Maspéro in Parijs publiceerde. Als ik door mijn bibliotheek ga vind ik er nog van terug: ‘La Guerre de Guérilla’ van Che Guevara, ‘Guerre du Peuple, armée du peuple’ van Vo Nguyen Giap, de Vietnamese generaal die de Fransen versloeg in Dien Bien Phu, alles uit 1967.

In januari van datzelfde linkse wonderjaar 1967 wou Rudi Barnet – nu als 80-jarige actief in de BDS-beweging tegen Israël – het stuk van Aimé Césaire opvoeren over de moord op Lumumba, “Une saison au Congo.” Geen enkel theater durfde het aan, ook al kreeg hij de steun van Hugo Claus en vele anderen, waaronder mijn directeur Rudi Van Vlaenderen. Het werd een opvoering in een klein cultureel centrum in Anderlecht, met alle politie-intimidatie die er bij hoorde. De rol van generaal Janssen was voor Rudi Van Vlaenderen.

Une Saison au Congo

Tot slot was er de impact van de Chinese Culturele Revolutie, zonder dat de studenten De Gedachten van Mao Tsetoeng hadden gelezen vielen ze voor de man en wel hierom. Toen de studenten daar in Peking zich roerden tegen de bureaucratie van het regime door dit op grote muurkranten (Dazibao) te verkondigen kregen ze onverwachte steun van de Grote Roerganger die hen met een eigen dazibao aanmoedigde om in heel China het stof van de oude cultuur te doen wegwaaien. Dat was wat anders dan Leuven of België. Groeperingen die zich naar Mao’s voorbeeld marxistisch – leninistisch gingen noemen sproten dan ook op in Brussel: Mao Spontex, UUU-Université-Usine-Unité, UCMLB, dat later opging in Amada, nu PvdA en zelfs de officiële KP kende een splitsing. Brussel en later heel België zou nooit meer de ‘rust’ kennen die de CVP-staat zo wenste. De meeste partijen werden gesplitst en ook de staat. Alle rust was weg want zoals Bertold Brecht over de revolutionair al dichtte: ‘waar hij gaat zitten, gaat ook de onrust zitten.’ Ik was toen twintig en ben nog altijd tamelijk ‘onrustig’.

(1) De toenmalige BRT heeft het optreden van Yoko Ono gefilmd, net als de opvoering van Masscheroen. Beide opnames werden door de BOB (Bijzondere Opsporingsbrigade) in beslag genomen en deze historische documenten van onschatbare waarde zijn daarna verdwenen in de krochten van het justitiepaleis.

(2) Over de ongemeen boeiende figuur van Mathieu Corman presenteerde journaliste-filmmaakster Greet Brauwers haar documentaire vorige zomer op Theater aan Zee in Oostende. Zie: https://www.hln.be/regio/oostende/-hij-was-zoveel-meer-dan-boekhandelaar~ab93e5fe/

Zie ook: http://florsnieuweblog.blogspot.com/2014/12/van-durruti-naar-corman.html

 

 

 

 

October 6, 2018 at 10:54 am 4 comments

CUBA SÍ, CUBA NO

Cuba, het grootste eiland van de Caraïben, is omgeven door mythes en romantiek. Na meer dan een halve eeuw spreekt de Cubaanse revolutie nog steeds tot de verbeelding. De figuren van Fidel Castro en Che Guevara, de strijd van een David tegen de oppermachtige Goliath, de overwinning in de Varkensbaai, de onverzoenlijke vijanden van de revolutie in Miami: het is allemaal stof voor legende. De werkelijkheid op het eiland, het dagelijkse leven van de massa Cubanen is veel minder bekend en de realiteit wordt vaak door de legende vertroebeld. Na ruim vier jaar rondzwerven in het Caraïbisch gebied met onze zeilboot “Eventually” zijn we  – Mien en ik – dit jaar na onder meer Haïti en Jamaica (zie: De trek naar Het Zuiden) ook op Cuba aanbeland. Onze tocht leidde van Santiago in het Oosten tot Los Morros in de Westelijke provincie Pinar del Rio en van daar langs de Noordkust van het eiland tot Havana. We waren in Cuba als toeristen, maar de journalistieke kriebel kon ik toch niet helemaal onderdrukken. Vandaar dit verslag in woord en beeld over Cuba vandaag.

Johan Depoortere

 

_DSC0004

Bienvenidos a Cuba Socialista staat in reuzenletters op een muur te lezen bij het binnenvaren van de machtige baai van Cienfuegos. Maar de letters zijn vervaagd en het woord Cuba is nauwelijks nog te onderscheiden. Zoals de verf van de slogans zo lijkt ook het revolutionaire enthousiasme in het land van Che en Fidel met de tijd te zijn getaand. Guevara-kitsch alom, maar tegelijk ook overal tekenen van het sluipende kapitalisme dat deze Caraïbische revolutionaire voorpost lijkt te veroveren.

_DSC0093

De heilige Che Guevara op ansichtkaarten, petjes, vlaggen en muren

 

_DSC0033

Een kwart eeuw geleden kon Fidel Castro in een vlammende toespraak op het plein vóór de historische Moncadakazerne in Santiago de Cuba de massa’s nog tot staande en loeiende ovaties brengen. Het was 1988 en ik was met een cameraploeg in Cuba voor een Panoramareportage. In de Sovjetunie was het de tijd van Glasnost en Perestroika en de bedoeling was na te gaan hoe bondgenoot Cuba daarop zou reageren. Fidel maakte dat in zijn toespraak in Santiago zonneklaar: van die nieuwigheden lustten de Cubanen geen pap. Integendeel, de schroeven werden aangedraaid, de controle door de Communistische partij en de CDR, buurtcomités voor de Verdediging van de Revolutie, nog aangescherpt. Kortom het Cubaanse antwoord op Perestroika was Castroika, het spiegelbeeld van het Russische origineel.

De Cubanen betaalden een zware prijs voor de volharding in de leer. Voor de bevolking trad na het wegvallen van de royale steun van het Russische broedervolk een periode aan van tekorten en harde tijden in het algemeen. Vandaag denken de Cubanen met afgrijzen terug aan die tijd die toen “speciale periode” werd genoemd, een oorlogssituatie in vredestijd met drastische rantsoenering en rampzalige tekorten. “We maakten hamburgers van pompelmoesschillen, we maakten schoon met citroen-en sinaasappelzuur en we gebruikten het zwarte poeder uit batterijen voor makeup en haarverf,” vertelt een verpleegster aan Marc Frank*, een Amerikaanse journalist die al tientallen jaren in Cuba woont en zelf met een Cubaanse verpleegster is getrouwd. Voor de Cubanen in Miami leek het einde van het Castrotijdperk eindelijk aangebroken en de Amerikaanse regering onder Clinton bereidde actief het post-Castrotijdperk voor. Het Einde van het Einde van de Revolutie blokletterde The New York Times enigszins dubbelzinnig in 2006.Fotostream jun. 2014 - 01

_DSC0072

De affiches zijn verbleekt net als de revolutionaire idealen

 

_DSC0071

Het regime overleefde de zwaarste crisis sinds de machtsovername door Fidel in 1959 dank zij de deus ex machina uit Venezuela: Hugo Chavez, die olie leverde onder de marktprijs en daardoor gedeeltelijk het wegvallen van de sovjethulp compenseerde. Maar de revolutionaire idealen kwamen niet ongeschonden uit de crisis. Eerst werd de dollar als officieel betaalmiddel ingevoerd en het toerisme nam stilaan de plaats in van suiker als bron van deviezen. Met de buitenlandse toeristen kwamen prostitutie, winstbejag en ongelijkheid het eiland binnen. Toen werd de basis gelegd voor de dubbele economie zoals de Cubanen die vandaag kennen. Al gauw werd de dollar vervangen door de CUC, de convertibele peso voor de buitenlanders, maar ook de rijkere Cubaan. Daarnaast blijft de “moneda nacional” de peso voor de rest van de bevolking. Met de CUC – ongeveer ter waarde van 80 eurocent – kun je terecht in de luxueuze supermarkten (de vroegere “dollarwinkels”) waar vrijwel alle producten uit de kapitalistische wereld te koop zijn. Met de moneda nacional (ongeveer 4 eurocent) kun je basisproducten kopen in de treurige staatswinkels en op de alom tegenwoordige agromercado’s: de markten waar boeren nu hun producten rechtstreeks aan de consument kunnen verkopen. Een munt voor het kapitalisme en een munt voor het communisme. Werknemers worden betaald in peso, luxeproducten – vrijwel alles behalve de basisbenodigdheden – zijn alleen te koop met CUCs. “Economische Apartheid,” zoals critici van het regime het noemen of pragmatisme om te overleven.

_DSC0002

De markt in Cienfuegos

_DSC0360

Boerenmarkt in Santiago de Cuba

In tegenstelling tot wat we een kwarteeuw geleden – nog vóór de ineenstorting van de sovjetunie – in Cuba zagen is nu vrijwel alles te koop, al blijven de staatswinkels een troosteloze lege aanblik bieden. De boerenmarkten zijn goed voorzien van alle mogelijke verse groenten, fruit en vlees en Cubanen zijn uiterst bedreven in het bedenken van oplossingen om te vinden wat niet direct voorhanden is. In Santiago zochten we vergeefs naar eieren tot onze taxichauffeur een man met een karton eieren op straat zag lopen. Voor we het goed doorhadden waarom we stopten was onze chauffeur aan het onderhandelen over de prijs en werd de transactie afgesloten: een dozijn eieren voor een paar CUCs._DSC0371

Vandaag zijn de ergste materiële noden gelenigd maar de prijs is toegenomen ongelijkheid in de Cubaanse samenleving. In 88 was het Cubanen verboden de internationale hotels en supermarkten zelfs maar te betreden. Nu spenderen rijke Cubanen er dikke bundels CUCs aan luxeproducten als smartphones, Hollandse kaas, Ierse whisky en zelfs naast de lokale variant – het Amerikaanse embargo ten spijt – ook échte Coca-Cola. Het gevolg is dat iedereen aan CUCs probeert te komen – een vlucht uit de nationale munt. In Santiago de Cuba vonden we Osmar, een 35-jarige leraar lichamelijke opvoeding die de gelukkige eigenaar was van een veertig jaar oude Russische Moskvitsj. Osmar heeft zijn baan als leraar opgegeven en is nu taxichauffeur met officiële licentie. Hij bracht ons dagelijks met zijn gammele, maar betrouwbare Moskvitsj, van de marina naar het centrum van de stad, zo een twintig kilometer verder. We betaalden ongeveer tien CUC voor de rit: Osmar verdiende per dag een veelvoud van zijn vroegere maandloon als leraar.

_DSC0538

De staatswinkels bieden nog altijd dezelfde troosteloze aanblik. Dit is Marea del Portillo op het Cubaanse platteland.

 

_DSC0427

Staatswinkel in Trinidad

_DSC0565

Bevoorrading op het platteland

Cubanen hebben het nu ongetwijfeld veel beter dan 25 jaar geleden en onvergelijkbaar veel beter dan in de zogenaamde “speciale periode,” de crisis na de terugtrekking van de sovjets. Toch blijft het leven hard voor de meeste Cubanen, ondanks de vele voorzieningen, het gratis onderwijs en de voortreffelijke medische infrastructuur. Er is door het Amerikaanse embargo een tekort aan geneesmiddelen,ook al verkoopt Cuba patenten op geneesmiddelen in het buitenland. Sigrid, een Vlaamse solozeilster, moest met ernstige brandwonden in een ziekenhuis in Santiago worden opgenomen waar haar verwondingen bij gebrek aan geneesmiddelen met alcohol werden verzorgd. 

_DSC0630

Taxi!

_DSC0419

Openbaar vervoer (Santiago)

_DSC0475

_DSC0004

De bus: “Guagua” in het Cubaanse slang.

Het openbaar vervoer is nog steeds een ramp al zie je meer en meer Chinese bussen. Zo een overvolle bus waar een rit een paar cent kost is een hele luxe in vergelijking met de veel talrijker “camiones:” omgebouwde vrachtwagens waar passagiers in de laadbak worden gestouwd. Paard en kar zijn buiten Havana een vertrouwd beeld in de stad en op het platteland. Fietstaxis zijn overal populair ook in de hoofdstad en de Amerikaanse vintage cars uit de jaren zestig zijn een speciale attractie voor de toeristen. Ook hier weer een dubbele economie: officieel erkende taxis en particulieren die legaal of – meestal – illegaal een graantje proberen mee te pikken van de toeristische bonanza. Toen de politie ons in een illegale taxi (een rode Buick 1956!) tegenhield betaalde de chauffeur zonder verpinken de boete van 120 CUC (100 Euro) en reed fluitend verder.

_DSC0003

Fietstaxi in Havana

 

_DSC0581

Trinidad

_DSC0055

Havana: armoede en verval springen in het oog

_DSC0573

Ook het kleinste dorp heeft een school.

Licht en schaduw. De revolutionaire overheid zorgt voor de burgers, niemand lijdt honger of is dakloos. Onderwijs is gratis van kleuterklas tot universiteit. Op het eiland Granma bij Santiago zien we overal nieuwe daken op de bescheiden woningen. Daar heeft de overheid kosteloos voor gezorgd na de verwoestende doortocht van de orkaan Sandy in 2012. Een bejaarde alleenstaande man die zijn huis verloor woont sinds die tijd in de polikliniek van het dorp in afwachting van een nieuwe woning. Een zwaar gehandicapte man neemt ons mee in zijn fietstaxi in Cienfuegos. Dank zij de gratis openbare gezondheidszorg heeft hij na een ongelukkige zware val maandenlang kunnen revalideren. Nu kan hij weer, zij het met moeite, lopen maar hij ziet zich verplicht om zich voor een schamel inkomen in de tropische hitte met de fietstaxi af te beulen. 

Santiago Selectie - 2439

Santiago

Cuba heeft een alfabetiseringsgraad van 99,8% en met 78,3 jaar is de gemiddelde levensverwachting hoger dan die van de Verenigde Staten en de kindersterfte lager. Vergelijk dat met Haïti waar een man gemiddeld 59 jaar oud wordt, een vrouw 63 en waar op 1000 geboorten 80 kinderen niet de leeftijd van vijf jaar bereiken – in Cuba sterven 7 kinderen op 1000 vóór die leeftijd. Toch is klagen een nationale sport in Cuba. “Hier is geen vrijheid,” zucht een fietstaxirijder in Cienfuegos, zonder op details in te gaan. Een jongeman in Santiago zou graag emigreren maar kan niet, niet omdat het niet mag blijkt als we doorvragen, maar omdat hij geen visa krijgt van de landen waar hij naartoe wil: Ecuador of de Verenigde Staten. 

_DSC0164

Elisa en (onder) haar familie in Cienfuegos

In Cienfuegos ontmoeten we een bejaarde pianolerares met haar dochter en kleindochters op een zondagmiddagwandeling. Elisa – niet haar echte naam – klaagt dat het “vroeger” allemaal zoveel beter was. Bedoelt ze dan vóór de Revolutie? “Nee zeker niet,” haast ze zich te verduidelijken,“maar vóór de ‘speciale periode,” vóór de dramatische jaren 90 dus, toen de Russen de Cubaanse economie kunstmatig overeind hielden. Zoals veel Cubaanse families weet die van Elisa een zekere levensstandaard aan te houden dank zij hulp van familieleden in het buitenland. Haar zoon is muzikant in een orkest op een Canadese Cruiselijn en stuurt geregeld geld naar het eiland. Anna, de vijftienjarige kleindochter heeft zoals veel van haar leeftijdgenoten de smartphone binnen handbereik. Een luxe die ze zich nauwelijks zou kunnen veroorloven met het salaris van haar moeder die econome is in een staatsbedrijf en maandelijks 17 dollar in het huishoudelijk budget binnenbrengt. 

_DSC0167

Dubbele economie, dubbele moraal. Cubaanse vrouwen maken de buitenlandse man duidelijk dat ze beschikbaar zijn, moeders prijzen half grappend, half ernstig hun dochter aan. Een buitenlandse man of minnaar is een bron van deviezen en die zijn nodig voor luxeproducten als zeep, shampoo, schoenen. Het is allemaal te krijgen, als je maar CUCs hebt, convertibele pesos. En dus is de jacht op de toerist en zijn CUCs open. Sinds de kapitalistische koerswending is samen met de opkomst van privé-restaurants en kamerverhuur het fenomeen van de jinotero en jinotera explosief toegenomen. De jinotero (van het Spaanse woord voor jockey) of zijn vrouwelijke evenknie is de man of vrouw die je op straat aanklampt om zijn of haar diensten aan te bieden. Het gaat niet noodzakelijk – in het geval van de mannen meestal niet – om seks, maar de bedoeling is in de meeste gevallen om je mee te tronen naar een café of restaurant of een kamer in een B&B aan te bevelen. De klant betaalt dan iets meer en de jinotero/jinotera strijkt het verschil op. De al of niet officiële horeca is overigens een reusachtige bron van inkomsten voor individuele Cubanen en voor de staat. In toeristische steden als Santiago, Trinidad, Cienfuegos en Havana is er geen straat zonder tientallen paladares (restaurant in een particulier woonhuis) of arienda divisas (Bed and Breakfast) met een grote keus van luxueus tot zeer eenvoudig – nogmaals soms legaal, soms illegaal.

_DSC0512De Cubanen zijn zonder meer het vriendelijkste volk ter wereld. Tientallen boeken en reisverhalen vertellen sinds Columbus tot nu wat wij zelf ook ervaren hebben: de warmte en de gastvrijheid die je op het eiland aantreft vind je nergens anders. “Het mooiste eiland dat mensenogen ooit aanschouwd hebben,“ schreef Columbus. Met een bevolking die een sfeer van spontane goedmoedigheid uitstraalt wars van elke agressiviteit – ook dat is een reusachtig verschil met Haïti. Je komt in een godvergeten dorp en de mensen bieden je koffie aan of een borrel añejo – Cubaanse rum. Vissers die we onderweg op zee tegenkwamen “verkochten” kreeft en vis voor een Canvaspetje of een oude T-shirt, geld interesseert ze nauwelijks. Dat neemt niet weg dat de jinoteros – vooral in Havana – knap lastig kunnen worden al reageren ze meestal met de glimlach en Caraïbische zorgeloosheid als ze worden afgewezen. Decennia tekorten hebben van de Cubanen meesters in het overleven gemaakt. Wie geen convertibele peso’s kan bemachtigen zoekt bij de toerist op straat wat hij niet in de winkel vindt. Deuren – en harten – gaan open voor een flesje shampoo of parfum, voor ballpoints en afgedragen schoenen.

_DSC0262

Weekend in Cienfuegos

_DSC0268_DSC0287Cuba is in volle transformatie. De generatie die de tijd van vóór de revolutie heeft meegemaakt is aan het verdwijnen. Jongeren hebben de revolutionaire idealen verwisseld voor games, smartphones, alcohol en rock ‘n roll. Raúl Castro heeft de deur op een kier gezet voor internet (nu nog strikt gecontroleerd door de staat) en een dosis vrije markt en kapitalisme. Het gevolg is een hybride economie en een samenleving met grote verschillen in welvaart, met nieuwe rijken en relatieve armoede. De essentie van de Revolutie lijkt nog overeind maar de kapitalistische geest is uit de fles en niemand durft te voorspellen wat er zal gebeuren als de gebroeders Castro definitief van het toneel verdwijnen.

Johan Depoortere

* Marc Frank

CUBAN REVELATIONS

Behind the Scenes in Havana

University Press of Florida , 2013

June 21, 2014 at 3:49 pm 1 comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,590 other followers