Posts tagged ‘CIA’

LUMUMBA: DOOD MAAR NIET BEGRAVEN

 

concept Piet Wittevrongel

concept Piet Wittevrongel

door Jef Coeck

Maandag 18 januari 2016 is het 55 jaar geleden dat de eerste democratische premier van de eerste onafhankelijke republiek Congo, Patrice Lumumba, na een macaber voorspel van vele maanden doelbewust om het leven werd gebracht door een Belgisch-Amerikaanse coalitie van politici, geheime diensten en staatshoofden. En wie weet, van nog meer sinister volk?

Het is merkwaardig dat de mainstream press in België – met uitzondering van het weekblad Knack – collectief is vergeten haar vooruitzichtenkalender te raadplegen. De Nederlandse zender NPO2 had wel in haar archieven gekeken: een vol uur Lumumba op zondagavond. 18 januari 1961 moet in elke Belgische journalisstenagenda staan aangekruist als ‘to remember’, een quotering die in dit geval aardig wat copij had kunnen opleveren. Het is des te spijtiger dat het stuk in Knack vergald wordt door de verwarrende en dus foute titel: ‘Nieuwe onthullingen/ Hoe Eisenhower het doodvonnis van Lumumba tekende.’ Voor de goede orde: Eisenhower, president US, deed dat wel degelijk maar het was al lang en breed bekend voor wie de zaak een beetje gevolgd had en dus alles behalve een nieuwe onthulling.

lum 8
Hiervoor baseer ik mij met name op het standaardwerk van de Amerikaanse journalist/docent, Pulitzerwinnaar en kenner van de geheime diensten, Tim Weiner. In zijn boek ‘Legacy of Ashes’ (Ned. vert. Een spoor van vernieling) uit 2007 draait hij niet om de hete brij. In deze geschiedenis van de geheime dienst CIA zijn meerdere pagina’s gewijd aan het ‘geval Lumumba’. Vermits blijkbaar weinigen in dit land het boek gelezen hebben, zal ik er ruim (zij ingekort) uit citeren.

Augustus 1960

‘Tijdens een vergadering van de Nationale Veiligheidsraad gaf de president de directeur van de inlichtingendienst de opdracht de man te elimineren die door de CIA werd beschouwd als de Castro van Afrika – Patrice Lumumba, de premier van Congo.
Lumumba was via vrije verkiezingen gekozen en hij had de VS om steun gevraagd toen zijn natie het wrede koloniale juk van België afschudde en in de zomer van 1960 de onafhankelijkheid uitriep. Amerikaanse hulp kwam nooit omdat de CIA Lumumba beschouwde als een door drugs benevelde communistische sukkel. Dus toen België paratroepers begon te sturen om in de hoofdstad orde op zaken te stellen, accepteerde hij vliegtuigen, voertuigen en ‘technici’van de Sovjets ter ondersteuning van zijn nauwelijks functionerende regering.

De week waarin de Belgische soldaten arriveerden, stuurde Dulles (hoofd van de CIA/jc) Larry Devlin, hoofd van de standplaats in Brussel, om de leiding over de CIA-post in Kinsjasa op zich te nemen en Lumumba tot doelwit van een geheime operatie te maken. Op 18 augustus, na een verblijf van zes weken in het land, telegrafeerde Devlin het CIA-hoodkwartier:
CONGO ONDERGAAT KLASSIEKE POGING OVERNAME DOOR COMMUNISTEN. (…) ONGEACHT OF LUMUMBA ECHT COMMUNIST IS OF COMMUNISTENSPEL SPEELT (…) ER REST WELLICHT WEINIG TIJD VOOR ACTIEF INGRIJPEN OM TWEEDE CUBA TE VOORKOMEN.

Allen Dulles sprak de kern van die boodschap diezelfde dag uit op de vergadering van de Nationale Veiligheidsraad. Overeenkomstig een geheim getuigenis dat jaren later ten overstaan van de Senaat werd afgelegd door de notulist Robert Johnson, richtte president Eisenhower zich tot Dulles en zei hem onomwonden dat Lumumba diende te worden geëlimineerd (zie noot 1/jc). Na een dodelijke stilte die zo een vijftien seconden duurde, ging de vergadering verder.

Dulles telegrafeerde acht dagen later: HIER OP HOOFDKWARTIER IS EENDUIDIGE CONCLUSIE DAT ALS LLL (codenaam Lumumba) AAN BEWIND BLIJFT, HET ONVERMIJDELIJKE RESULTAAT CHAOS ZAL ZIJN EN IN ERGSTE GEVAL WEG VRIJMAAKT VOOR OVERNAME CONGO DOOR COMMUNISTEN (…) WIJ CONCLUDEREN DAT ZIJN VERWIJDERING URGENT HOOFDDOEL IS EN ONDER HUIDIGE VOORWAARDEN EEN VAN DE HOOGSTE PRIORITEITEN MOET ZIJN VAN ONZE GEHEIME OPERATIE. VANDAAR DAT WIJ U RUIMERE BEVOEGDHEID GEVEN.

Boudewijn, Lumumba, Kasa Vubu

Boudewijn, Lumumba, Kasa Vubu

De voorbereiding

Sidney Gottlieb, de meester-chemicus van de CIA met een klompvoet, bracht per vliegtuig een tas met flesjes vol dodelijk gif naar de Kongo en overhandigde die aan het hoofd van de CIA-post. Er zat ook een injectiespuit bij om de dodelijke druppels in voedsel, drank of een tube tandpasta te injecteren. Het was Devlins taak Lumumba van het leven te beroven. De twee mannen hadden een nerveus onderhoud in Devlins appartement in of rond de nacht van 10 september. ‘Ik vroeg wie de opdracht had gegeven om die instructies over te brengen’, verklaarde Devlin onder ede tijdens een geheime verklaring die in 1998 werd vrijgegeven. Het antwoord was ‘de president’.

Devlin verklaarde dat hij het gif in zijn kantoorkluis opborg en zich het hoofd brak over wat hij moest doen. Hij herinnerde zich dat hij dacht: Ik zou verdomme wel gek zijn dat rond te laten slingeren. Na verloop van tijd nam hij de gifflesjes mee naar de oever van de Kongo en begroef ze. Hij zei dat hij zich schaamde voor de opdracht Lumumba te vermoorden. Hij wist dat de CIA wel andere middelen tot zijn beschikking had.
De trein valt niet te stoppen

De inlichtingendienst had de volgende leider van de Kongo al geselecteerd: Joseph-Désiré Mobutu, ‘de enige man in de Kongo die in staat is krachtig op te treden’, zoals Dulles de president vertelde tijdens de vergadering van de Nationale Veiligheidsraad op 21 september. De CIA voorzag hem begin oktober van een kwart miljoen dollar (zie noot 2), gevolgd door zendingen wapens en munitie in november. Mobutu nam Lumumba gevangen en bracht hem, in de woorden van Devlin, in handen van een ‘gezworen vijand’.

Lum 6

De CIA-basis in Elisabethstad, diep in het hart van de Kongo, rapporteerde dat ‘een Belgische officier van Vlaamse origine Lumumba executeerde met een reeks kogels uit een machinepistool’ twee dagen voor de volgende president van de Verenigde Staten werd geïnstalleerd. (De inauguratie van JFK als opvolger van Eisenhower vond plaats op 20 januari 1961/ jc)

Met de aanhoudende steun van de CIA verwierf Mobutu uiteindelijk de volledige controle over de Kongo na een strijd om de macht die vijf jaar duurde. Hij was voor de inlichtingendienst de favoriete bondgenoot in Afrika en tijdens de Koude Oorlog het centrum voor geheime Amerikaanse operaties over het hele continent. Hij regeerde gedurende drie decennia als een van de meest wrede en corrupte dictators die voor miljoenen dollars aan staatsinkomsten achteroverdrukte afkomstig van de verkoop van diamanten, mineralen en strategische metalen, en hij slachtte enorme aantallen mensen af om zijn macht veilig te stellen.’ (tw)

Lum 2
NOOT 1

Er is overweldigend bewijsmateriaal dat Eisenhower Lumumba dood wilde hebben. Er kan geen twijfel over bestaan dat ‘elimineren’ in dit geval de fysieke daad betekent. (Overigens geldt bij de CIA e regel dat voor politieke moorden enkel de president toestemming kan geven.)‘De president wilde dat een man die hij als een doortrapte schurk en een uiterst gevaarlijk man zag – net als heel veel anderen onder wie ik – uit de weg werd geruimd. Dat zei Richard Bissell later in een oral-history-vraaggesprek voor de presidentiële bibliotheek van Eisenhower. Bissell was een hoge boss van de CIA, die onder meer de (mislukte) invasie van de Varkensbaai op Cuba organiseerde.
Bissell: ‘Ik twijfel er niet in het minst aan dat hij (de president) wilde dat Lumumba uit de weg werd geruimd en hij wenste dat hartgrondig en meteen, als een urgente en zeer belangrijke aangelegenheid.’ Dat is dus volledig in overeenstemming met het telegram dat Allen Dulles naar zijn ondergeschikte, de uitverkoren moordenaar Larry Devlin stuurde.

NOOT 2

Een persoonlijke getuigenis van betalingen aan de bondgenoten van de CIA in Congo, is afkomstig van Owen Roberts, later Amerikaans ambassadeur onder president Ronald Reagan. Roberts was in 1960 (bij de Congolese onafhankelijkheid) DE expert over Congo op het inlichtingen- en onderzoeksbureau van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington. Hij had twee jaar in de Congolese hoofdstad gediend en was de eerste Amerikaanse ambtenaar van BZ die alle nieuwe leiders persoonlijk kende. Hij onthulde onder meer dat de Congolese delegatie bij de Verenigde Naties geld kreeg van de CIA.

————————–Lum 7

Bronnen:

* Tim Weiner, Een spoor van vernieling, De geschiedenis van de CIA, De Bezige Bij, Amsterdam, 2007
* Luc De Vos, Emmanuel Gerard, Philippe Raxhon, Jules Gérard-Libois, ‘Lumumba/De complotten? De moord’, Davidsfonds, Leuven, 2004
* Manu Ruys, Waarom Lumumba moest sterven, Pelckmans, Kapellen, 2000
* Ludo de Witte, De moord op Lumumba, Van Halewyck, Leuven, 1999
* Walter Pauli, Nieuwe onthullingen: Hoe Eisenhower het doodvonnis van Lumumba tekende, in Knack van 12 januari 2016

In deze lectuur vindt u ook wat er vooraf ging aan de moord en wat er met het lijk van Lumumba gebeurde. (jc)

January 17, 2016 at 7:46 pm 4 comments

US-MILITARISERING VAN AFRIKA (deel 3/sluipwapens)

door Jef Coeck

Het is zo goed als zeker dat Afrika in de komende jaren overspoeld zal worden met spionnen van onder meer het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie. Onder president Obama zijn de operaties hand over hand toegenomen, vergeleken met de Bush-jaren – ja, waarmee anders? Neem, de oorlog in Libië. Die werd gevoerd met drones vanop vliegvelden en bases in Djibouti, Ethiopië en de Seychellen-eilanden in de Indische Oceaan. Een vloot van dertig schepen begeleidde de operaties.

Vanuit Somalië waaierde een grootscheepse actie uit van militairen en CIA-personeel, met spionage-operaties, opleiding van Somalische agenten, geheime gevangenissen, helicopteraanvallen en Amerikaanse commandoraids. Daarover dadelijk meer. Het is opvallend dat de CIA en het Pentagon meer en meer samenwerken, terwijl deze geheime dienst voorheen eigenlijk georiënteerd was op het Sate Department (Buitenlandse Zaken).

Wat nu in Afrika gebeurt kan allemaal moeiteloos en zonder publieke ophef, sinds AFRICOM (African Commando) bestaat. Zoals we toen al schreven – met de hulp van onder meer de kritische Afrika-watcher Adam Hochschild – is Africom zowat het sluitstuk van de militaire wereldvisie van Washington. Dit Afrikaanse Eenheidscommando omvat 53 landen onder de hoede van de VS. Het is nog opgericht onder de vorige regering, door minister van defensie Rumsfeld, maar pas in 2009 vol operationeel geworden. Het doel van Africom wordt aldus geformuleerd: “…een stabiele en veilige Afrikaanse omgeving te scheppen die de buitenlandse politiek van de VS in de hand werkt.”

Sedert Africom operationeel werd, vloeide er een massieve geldstroom naar het ‘contra-terrorisme’ in heel Oost-Afrika. Tientallen miljoenen dollars werden uitgetrokken om huurlingen en Afrikaanse troepen te engageren. Om de al zo lang gezochte ‘rebellenleider’ Joseph Kony (van het Weerstandsleger van de Heer) op te sporen c.q. te liquideren, is een speciale eenheid opgericht met goedkeuring van het State Department. Die eenheid is bedrijvig in op zijn minst vier landen: Oeganda, Zuid-Soedan, DR Congo, en in de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar de Amerikaanse Special Forces een nieuwe basis hebben ingericht. Dat alles is nog maar het bovenste laagje van de snel toenemende actieplannen in de regio.

Minder in het oog springend zijn enkele andere militaire stokpaardjes van de Amerikanen, met name opleiding van Afrikaanse eenheden die een wezenlijk deel zijn gaan uitmaken van de Amerikaanse belangen op het continent. Zo zijn er de Force Recon Marines, stoottroep van de Special Purpose Marine Air Ground Task Force 12 (SPMAGTF-12), bedoeld om soldaten te trainen van het Oegandese Volksleger, dat de meeste troepen levert voor de internationale missie van de Afrikaanse Unie in Somalië.

Vroeger dit jaar hebben de marines van SPMAGTF-12 ook soldaten van het Burundese leger opgeleid, het tweede grootste contingent in Somalië. De opleiding van Afrikaanse militaire instructeurs werd verstrekt in Camp Lemonier, de vanouds gevestigde Amerikaanse basis in Djibouti. Die instructeurs zijn dan uitgestuurd naar Liberia, waar ze het Liberiaanse leger technieken moeten bijbrengen voor rellenbestrijding. Zo werd gewerkt aan de heropbouw van het Liberiaanse leger, met alweer de instemming van het State Department.

Africom opleiding

De VS nemen ook de opleiding en de uitrusting voor hun rekening van militairen in Algerije, Burkino Faso, Tsjaad, Mauretanië, Niger en Tunesië. Daarvoor heeft Africom niet minder dan 14 gezamenlijke grote militare oefeningen gepland, dit jaar. Daarbij worden ook landen betrokken als Marokko, Cameroen, Gabon, Botswana, Zuid-Afrika, Lesotho, Senegal en –het zogenoemde Pakistan van AfrikaNigeria.

Zijn er nog Afrikaanse landen over, buiten de Amerikaanse militaire invloedssfeer? Dat kan haast niet, maar niet alles is terug te vinden in de officiële Africom-lijsten. Zo is zonder internationale ophef in het voorjaar de maritieme oefening Sahara Express 2012 gehouden, met deelname van 11 landen waaronder ook Ivoorkust, Gambia, Liberia, Mauretanië en Sierra Leone.

Ja, één landje wordt zelden genoemd: het kleine Rwanda van voorbeeldpresident Kagame. Daar nemen de Britten de zaken waar (3). Sedert de oorlog in Irak en de volgzaamheid van ex-premier Tony Blair (‘het schoothondje van Bush’) lijkt er in de verhouding UK-US weinig te zijn veranderd. Blair blijft nog altijd persoonlijk zaakwaarnemer van zijn land in Rwanda. Het is opvallend dat Kagame – die zo’n desastreuze rol speelt in Oost-Congo en het daar opflakkerend conflict – in de berichten over en de rapporten van Africom zelden of nooit genoemd wordt. Behalve recentelijk en door waarnemers die de regio al jarenlang volgen. Rwanda is, zeker in België, dus een onderwerp apart. Een gevoelig onderwerp apart.

Blair en Kagame

Dit alles, en nog een pak meer, maakt deel uit van de Nieuwe Oorlogsvoering, grotendeels bedacht door de regering Bush jr., uitgewerkt door zijn opvolger, toegejuicht door ongeveer alle politici, experts en journalisten in Washington – maar verguisd door een handvol linkse media (4) in de States zelf en door een flink deel van de wereldbevolking en kritische waarnemers in alle continenten.

(1) https://salonvansisyphus.wordpress.com/2009/08/17/adam-hochschild-on-congo-rwanda-and-the-us/

(2) https://salonvansisyphus.wordpress.com/2009/09/01/blood-on-the-tracks-%e2%80%93-and-oil/

(3)  http://www.dailymail.co.uk/news/article-1363166/Forget-Gaddafi-Blairs-NEW-best-friend-despot-guilty-bloodier-slaughter.html

(4) http://www.alternet.org/news/155879/the_new_obama_doctrine%2C_a_six-point_plan_for_global_war_

CIA-land in Somalia

In een achterafhoek van de luchthaven van Mogadishu heeft de CIA haar eigen fort. Aan een kant tegen de Indische Oceaan gelegen is de compound omgeven door lange stevige muren, met wachttorens op de vier uithoeken. In deze ‘gated community’ staan ruim tien gebouwen en vlakbij nog eens acht metalen hangars: de CIA heeft hier ook haar eigen luchtmacht. De gewapende wachters zijn Somalische soldaten maar de toegang wordt gecontroleerd door de Amerikanen. Hier worden Somalische agenten en spionnen opgeleid in het contra-terrorisme. Ze moeten daarna in staat zijn verrassings- en gevechtsoperaties uit te voeren tegen leden van Al Shabab, een militante islamitische groep die nauwe banden zou hebben met Al Qaida.

Straatbeeld in Somalië

Leden en vermoedelijke leden van de Shabab worden opgesloten in een geheime CIA-gevangenis, ondergronds gelegen in het hoofdkwartier van de Somalische veiligheidsdienst NSA. Sommige van deze gevangen zijn gewoon van de straat geplukt in Kenia en per vliegtuig naar Mogadishu overgebracht. Hun ondervraging gebeurt door Amerikaanse agenten en de CIA betaalt ook het Somalische personeel van deze kelderkerker.

Het bestaan van deze twee ultra-geheime locaties is onthuld door de Amerikaanse krant The Nation, een kleine linkse publicatie, de oudste van het land (opgericht 1865, vlak na de burgeroorlog) en al jaren een doorn in het oog van allerlei overheden. Reporter Jeremy Scahill (5) heeft lang en diepgaand onderzoek verricht in Mogadishu. Zijn bronnen waren onder meer officieren van de Somalische Staatsveiligheid, ambtenaren van de Overgangsregering, voormalige gevangenen van de ondergrondse kerker, en ook Somalische militieleiders die op een of ander moment met de CIA hebben samengewerkt. The Nation heeft zowel het bestaan van de gevangenis als van het opleidingscentrum bevestigd gekregen door een hooggeplaatste Amerikaanse ambtenaar. Hij voegde eraan toe dat deze vorm van samenwerking tussen de US en Somalië ‘absoluut zinvol’ is.

Washingtons oorlog tegen het wereldterrorisme spitst zich de jongste tijd toe op Somalië. Dat houdt onder meer in dat er militaire blitzacties worden uitgevoerd door de Special Operation Forces, aanvallen met drones en uitgebreide bewakingsopdrachten. Er zijn ongeveer 30 Amerikaanse agenten ter plaatse, full-time personeel. Maar ze voeren geen gezamenlijke operaties uit met de Somalische NSA, vanwege te gevaarlijk. ‘De Somalische situatie is ongrijpbaar, onstabiel en de machthebbers wisselen voortdurend. Wij kunnen de omgevingsfactoren niet beheersen zoals in Afghanistan en Irak.’ Van ‘beheersing’ gesproken.

Militaire gevangenis Guantanamo

Somalische informanten en agenten van de CIA vangen 200 dollar per maand, wat een klein fortuin is in dit land. Voormalige gevangenen getuigen dat de omstandigheden ondergronds erbarmelijk zijn. De zowat 50 cellen zitten vol met ongedierte. De bewoners worden nooit gelucht en sommigen beginnen na een tijd dol te draaien, zichzelf te verwonden of met hun hoofd tegen de muren te slaan. De ondervragingen – op Somalisch grondgebied – gebeuren door onder meer Amerikanen, maar er zijn ook andere ‘blanken’ gesignaleerd, onder wie Fransen. Deze ‘embedded’ Franse agenten zouden deel uitmaken van AMISOM, de vredesmacht van de Afrikaanse Unie in Somalië.

Het Afrikaanse continent is dus volop in beweging, nadat we er vijftig jaar lang prikkeldraad omheen hadden gezet om ons te helpen het te vergeten. Die tijden zijn voorbij. Het Amerikaanse leger en de spionagediensten hebben een nieuw werkterrein ontdekt. Maar wie heeft dààr eigenlijk om gevraagd? (6)

In Mogadishu bestaat dus een nieuw, ondergronds, Guantanamo.

Het vervolg van dit schokkende verhaal leest u hier:
( 5 ) http://www.thenation.com/article/161936/cias-secret-sites-somalia

Lees ook het commentaar van Tom Engelhardt:
(6) http://www.commondreams.org/view/2012/07/15-2

Africom samenvatting

July 16, 2012 at 12:09 pm Leave a comment

OBAMA’S EIGEN MOORDBRIGADE (deel 2/sluipwapens)

door Johan Depoortere

President Barack Obama, laureaat van de Nobelprijs voor de vrede, buigt zich op geregelde tijdstippen – zowat één keer per week –  over een lijst met namen. Hij kiest uit die namen wie zal leven en wie zal sterven. De wijze van executie is in de meeste gevallen:  dood door drone – een aanval met een onbemand vliegtuigje ver buiten de grenzen van de Verenigde Staten. De veroordeelden krijgen geen proces en mét hen sterven al wie de pech heeft zich in de buurt te bevinden, ook kinderen en onschuldige naasten of buren. Obama is met andere woorden behalve opperbevelhebber ook oppermoordenaar, zo schrijft blogger Tom Engelhardt in Tom Dispatch,  en dat is de keuze waar de Amerikanen in november vóór staan:  wie wordt de volgende president en de volgende oppermoordenaar.

Dat Obama het laatste woord heeft bij de opstelling van de kill list weten we dank zij The New York Times die het op zijn beurt te weten is gekomen via een lek uit het Witte Huis. Niet zo maar een lek. Dit is een verkiezingsjaar en de regering Obama heeft er blijkbaar behoefte aan met de spieren te rollen. Kijk eens, de president is geen watje. Obama mag dan de vredesprijs hebben gekregen als het erop aan komt is hij even flink als Mitt Romney of welke Republikeinse ijzervreter ook.  De New York Times, die “liberale” krant,  schrijft met sympathie, soms zelfs in juichende bewoordingen, over deze flinkheid van de president en met veel begrip voor zijn morele dilemma. Volgens de auteurs van het stuk in de Times is  Obama overigens ook mee verantwoordelijk voor de frauduleuze body count: de bijgewerkte statistieken over slachtoffers, waarin omstaanders en andere onschuldigen zijn weggezuiverd.

De aanvallen met drones zijn niet nieuw – zie een vorige post in Het Salon – ze zijn een erfenis van de regering Bush, maar het programma is onder Obama drastisch uitgebreid. Op de wekelijkse bijeenkomsten, door de ingewijden Terror Tuesdays genoemd, bekijken een honderdtal topfunctionarissen via videoconferentie PowerPointdia’s met namen, foto’s, biografieën en andere details van “terreurverdachten”. Een short list gaat naar het Witte Huis en het laatste woord over leven of dood heeft de president.  Zijn macht is op dat punt onbeperkt, democratische controle of juridische beperkingen onbestaande. Om op de dodenlijst terecht te komen volstaat het dat het kandidaat-doelwit zich schuldig heeft gemaakt aan “verdachte gedragspatronen” op het terrein in Jemen, Somalië of Pakistan. De president kan elke aanval, terreurdaad of moord op die manier tegenhouden, maar niemand kan de president tegenhouden.

Het slachtoffer op de dodenlijst kan van willekeurig welke nationaliteit zijn, de Amerikaanse niet uitgezonderd. Het Vijfde Amendement van de grondwet van de Verenigde Staten bepaalt dat “geen Amerikaan kan beroofd worden van leven, vrijheid of eigendom zonder geëigend wettelijk proces.” Maar het ministerie van Justitie onder Obama paste daar een mouw aan. Een geheim memorandum stelt dat “interne beslissingen door de uitvoerende macht” voldoen aan de eis van wettelijk proces voor moord door drone op een Amerikaanse burger in een land waarmee de VS niet in oorlog zijn.  Barack Obama, de voormalige hoogleraar grondwettelijk recht laat zich niet hinderen door de grondwet in die gevallen waar hij en hij alleen Amerikaanse burgers benoemt tot kandidaat voor dood door robot.

Priester van de dood

De titel van het stuk in de New York Times zegt het helemaal: “Geheime Dodenlijst test voor Obama’s Principes en Wilskracht. ” In welhaast religieuze termen wordt Obama voorgesteld als een moreel  iemand, die zich wijdt aan een “rechtvaardige oorlog” volgens de teksten van religieuze figuren als Thomas van Aquino en de Heilige Augustinus en die elke dode als een morele last op zijn schouders neemt. Zijn topmedewerker voor terrorismebestrijding, John Brennan, die in zijn CIA-periode tot over de oren betrokken was in het folterschandaal, wordt in het artikel tot twee keer toe letterlijk “priester des doods” genoemd.

Na lezing van het stuk in de Times krijg je de indruk dat dood door robot een obsessie is geworden voor dit Witte Huis en dat alle betrokkenen er zich met religieuze toewijding op toeleggen. We staan wellicht aan de vooravond, zo schrijft Engelhardt, van een nieuwe door de staat geleide en op het idee van nationale veiligheid gegrondveste Religie van de Mechanische Dood, met als theologische  basis  het feit dat we in een “gevaarlijke wereld” leven en dat de veiligheid van de Amerikanen de allerhoogste waarde is. De president en zijn apostelen belijden – zo lijkt het – hun geloof in de Kerk van de Heilige Drone. Natuurlijk kun je die “Terror Tuesdays in het Oval Office ook anders bekijken: niet als een tafereel uit een of ander kloosterconcilie of kerkelijke synode, maar als een mafiabijeenkomst met de president als de Godfather die met een hoofdknik aangeeft wie het volgende slachtoffer zal worden van zijn moordbrigade.

In de ambtsperiode van twee presidenten zijn we dus zover gekomen: Moord als way of life is een instituut geworden en volkomen genormaliseerd als een redelijke oplossing voor Amerika’s problemen in de wereld en als thema in een presidentscampagne.

Op naar de cyberoorlog

Na een lang verhaal over de interne verwikkelingen in het Witte Huis komt The New York Times tot de conclusie dat “zowel Pakistan als Jemen nu wellicht minder stabiel zijn en vijandiger ten opzichte van de Verenigde Staten staan dan vóór Obama president werd.” De twee landen die de meeste drone-aanvallen te verduren kregen zijn er nu dus slechter aan toe en gevaarlijker dan in 2009. Hoe machtig en gesofisticeerd de drones ook mogen zijn, ze hebben de lokale bevolking in die landen geradicaliseerd ook al hebben ze nog zoveel bad guys (en kinderen) van de aardbodem doen verdwijnen.

Wat de Times niet vermeldt is dat ook de Amerikaanse Democratie tot de slachtoffers behoort. Erger nog: het proces dat  grotendeels buiten het gezichtsveld van de meeste Amerikanen op gang is  gebracht, is niet meer te stoppen en leidt tot andere en nog meer sinistere vormen van geheime oorlogvoering.  Sinds kort blijken we in het  Witte Huis niet alleen een opermoordenaar te hebben maar ook een cyber-krijgsheer, die er niet voor terugdeinst  een nieuwsoortig oorlogswapen in te zetten, een hoogst geavanceerde computerworm, tegen een land waarmee Amerika niet eens in oorlog is. Dat is een daad van ongelooflijke roekeloosheid voor een land dat zo afhankelijk is van computersystemen en daardoor uiterst kwetsbaar voor een gelijksoortige tegenaanval.

De Founding Fathers, James Madison, Thomas Jefferson, George Washington en de anderen wisten wat oorlog is, maar ze waren geen aanhangers van de 18e-eeuwse equivalent van de Kerk van de Heilige Drone. Ze waren er zich evengoed als wie dan ook  in de huidige Nationale-veiligheidsstaat van bewust in een gevaarlijke wereld te leven, maar dat was geen excuus om één enkel individu de bevoegdheid te verlenen om eigenmachtig over oorlog en vrede te beslissen.  Dat was het gevaar waartegen ze de nieuwe republiek probeerden te beschermen, maar dat is net het soort presidentschap en het soort regering die we nu hebben, wie er in november ook verkozen wordt.

Johan Depoortere – vrij naar “Assassin-in-Chief” door Tom Engelhardt

Zie ook: “Hope Burning”  door Robert Scheer

June 21, 2012 at 9:47 am Leave a comment

“La Prima Linea” et le terrorisme italien

par Hugues Le Paige

En exergue de son film « La Prima Linea » qui sort mercredi en Belgique et dont j’ai déjà évoqué la qualité et l’intérêt sur ce Blog  (http://blogs.politique.eu.org/hugueslepaige/20100429_la_prima_linea_un_film_et.html),
Renato de Maria cite quelques chiffres qui sont édifiants quant à l’ampleur et la nature du terrorisme italien des années 60/80. Durant cette période 20.000 personnes ont fait l’objet d’une enquête pour fait de terrorisme, 4.200 ont été incarcérées, des centaines de condamnations à perpétuité ont été prononcées, et 50.000 années de prison. De 1969 à 1973, 95 % des attentats provenaient de mouvements d’extrême droite. Ensuite de 1976 à 1980, 2.055 attentats ont été commis par des groupes d’extrême-gauche et 338 par l’extrême-droite. Prima Linea, fondée en 1976, était le groupe armé le plus important après les Brigades Rouges. 923 de ses membres, dont 201femmes ont fait l’objet d’un procès. C’est l’itinéraire de quelques-uns de ses militants, dont son fondateur Sergio Segio, que retrace le film.

Des chiffres éloquents

Ces chiffres parlent sur deux plans. Tout d’abord l’importance originelle du terrorisme d’extrême-droite à la fin des années 60. Très clairement ce que l’on appelait alors de la « stratégie de la tension » visait à conduire un coup d’état où sont mêlés tout à la fois des militaires, des services spéciaux et différents groupes subversifs de l’extrême-droite. Ceux-ci commettent à l’époque plusieurs attentats aveugles qui font des dizaines de victimes (en 1969 attentat de la Piazza Fontana à Milan, en 1974 piazza delle Loggia à Brescia et sur le train Italicus reliant Rome à Munich). Il ne faut pas oublier non plus qu’à l’époque les pays de la Méditerranée sont encore dominés par des régimes fascistes (Portugal, Espagne, Grèce). Et que les Etats-Unis sont obsédés par la possibilité de voir le PCI, le plus grand parti communiste d’Europe qui connaît une implantation électorale et culturelle sans pareil, accéder au pouvoir. La CIA est particulièrement active dans la péninsule. Et la déstabilisation n’est pas un vain mot. « Nous voulions arrêter de subir ces attentats de l’extrême –droite. Nous voulions des actes, plus seulement des paroles », explique Sergio, le fondateur de Prima Linea, dans le film. Cela ne signifie pas pour autant que le terrorisme d’extrême-gauche doive s’expliquer uniquement comme une réponse à la stratégie de la tension. Il a bien d ‘autres racines. On y reviendra.

Un terrorisme implanté

L’autre leçon des chiffres, c’est l’ampleur du terrorisme d’extrême-gauche en Italie. Contrairement aux autres mouvances terroristes en Europe (notamment en RFA) qui resteront toujours ultra groupusculaires, la lutte armée en Italie va impliquer plusieurs milliers de sympathisants. Toute une franche de l’extrême-gauche et un nombre non négligeable d’intellectuels vont manifester, un soutien extérieur ou à tout le moins, une attitude bienveillante. « Ni avec l’état, ni avec les « camarades qui se trompent » disait-on à « Lotta Continua ». Et les écrits de certains intellectuels comme Toni Negri serviront de support théorique aux partisans de la lutte armée. Si l’état italien n’a jamais fait le bilan de cette époque, ceux qui prirent le parti d’une neutralité ambigüe à l’égard du terrorisme ne le firent pas plus. Cette complaisance pour le terrorisme se nourrit, alors, du rejet d’un régime démocrate-chrétien corrompu et omnipotent mais aussi de celui du Parti Communiste italien déjà largement engagé dans la voie du réformisme. C’est l’époque où Enrico Berlinguer défend le « compromis historique » avec la DC. Des communistes qui seront d’ailleurs les adversaires les plus résolus du terrorisme. Il faut rappeler ici que l’extrême-gauche terroriste et la droite italienne se rejoindront « objectivement » dans leur opposition à la participation du PCI au pouvoir. Et que les Brigades Rouges enlèveront Aldo Moro le 16 mars 1978, c’est-à-dire la veille du jour où le secrétaire générale de la DC devait annoncer un accord de majorité avec les communistes.

Le mouvement ouvrier contre le terrorisme

Les membres des groupes terroristes d’extrême gauche cultivaient une image de la classe ouvrière qui ne correspondait plus en rien à sa réalité. Mais il faut dire à leur décharge que cette classe ouvrière avait été particulièrement combative et radicale à la fin des années 60 et que certaines luttes syndicales n’étaient pas loin de prendre un tour insurrectionnel. Le capitalisme était, en tous cas, combattu dans son fondement. Au début lorsque des petits chefs ou des patrons de choc étaient provisoirement séquestrés ou maltraités, une partie des militants les plus radicaux n’avait pas grand chose à y redire mais dès que le terrorisme choisira l’assassinat comme moyen d’action, la totalité du mouvement ouvrier condamnera et combattra sans merci les groupes terroristes. Comme le montre bien le film « La Prima Linea », ceux-ci s’enfermeront de plus en plus dans leur autisme politique. En 1978, « Prima Linea » condamne encore l’enlèvement et l’assassinat d’Aldo Moro par les Brigades Rouges. Mais en 1979 l’organisation prend une décision de non-retour avec l’assassinat du magistrat Emilio Alessandrini, celui-là même qui avait permis de découvrir que l’attentat de la Piazza Fontana à Milan avait été commis par l’extrême-droite et non par l’extrême-gauche comme la police voulait en accréditer la thèse. Mais comme le juge Alessandrini s’était attaqué à présent au terrorisme d’extrême-gauche, il devait mourir…

De plus en plus, les groupes terroristes choisissent alors leurs cibles parmi des syndicalistes ou des journalistes progressistes mais dont le réformisme était, à leurs yeux, équivalent de trahison. L’isolement de plus en plus flagrant des terroristes, coupés du monde et du réel, est bien montré dans le film de Renato de Maria. Comme chez Sergio, le doute finira par s’installer chez un certain nombre d’entre eux. Parallèlement, les carabiniers mieux organisés, bénéficiant de moyens considérables et d’une législation sur mesure (restriction de certaines libertés et loi sur les repentis) vont procéder à des arrestations de plus nombreuses. Les derniers mouvements terroristes importants sont démantelés entre 1983 et 1985. Des dizaines de procès auront lieu mais la société italienne n’entrera jamais véritablement dans un processus de pacification par rapport à ce pan de son histoire.

Reste une interrogation plus large sur le phénomène de la lutte armée en Italie. L’histoire du pays est marquée par la violence politique. Deux décennies de fascisme, la seconde guerre mondiale qui s’achèvera en véritable guerre civile, un parti communiste dont l’évolution réformiste n’empêchera pas la persistance dans ses rangs du rêve du « grand soir », sans oublier la survivance d’une extrême droite héritière du fascisme et qui n’a jamais fait mystère de ses ambitions subversives. C’est aussi dans tout ce substrat qu’est né et mort le terrorisme d’extrême-gauche en Italie.

Hugues Le Paige  is journalist en columnist van de RTBF, de Franstalige openbare omroep in België. Hij was voorheen correspondent in onder meer Rome. (jc)

April 30, 2010 at 8:31 am Leave a comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,590 other followers