Posts tagged ‘Columbus’

HOWARD ZINN BLIJFT ACTUEEL

OOK IN HET TRUMP-TIJDPERK

Howard Zinn, enkele jaren voor zijn dood in 2010

 

Tom Ronse

Het gebeurt maar heel zelden dat van een boek over geschiedenis meer dan twee miljoen exemplaren verkocht worden. Howard Zinn presteerde het met zijn “People’s History of the Unites States”. De klassieker die in 1980 verscheen en later aangevuld werd, gaat nog steeds vlot over de toonbank.  De verkiezing van Donald Trump zorgde voor een nieuwe verkoopstijging. Men kijkt naar het verleden om het heden te begrijpen. Voor EPO is het dus een goed moment om Zinns magnum opus in het nederlands heruit te geven.

 

In EPO’s uitgave is het boek getiteld: “Geschiedenis van het Amerikaanse volk”, wat me een slechte vertaling lijkt. Nog afgezien van het feit dat Amerika en de VS niet hetzelfde zijn, tenzij men de rest van het continent als de achtertuin van Washington beschouwt, lijkt de term “het Amerikaanse volk” hier misplaatst. Want Zinn benadrukt juist dat het “het Amerikaanse volk” met gemeenschappelijke nationale belangen niet bestaat, dat het “een verzonnen identiteit” is, dat de rode draad doorheen de geschiedenis van zijn land een radikale tegenstelling van belangen is, tussen de rijken en hun staat en de rest die wordt uitgebuit en tegen elkaar opgezet. Termen als “het Amerikaanse volk”, “We, the people”, dienen om dat te verdoezelen.

Wat Zinn met zijn “People’s History” beoogde was geschiedschrijving van onderuit. Vanuit het standpunt van de gewone mensen, de slaven, het werkvolk, de soldaten, de huisvrouwen, de pachters, in plaats van de presidenten, diplomaten en generaals centraal te stellen. Zoals bv. LP Boon deed in zijn Geuzenboek.

Zinn was niet de eerste die de gevestigde geschiedschrijving op de helling zette. Hij putte gretig uit het werk van anderen. Maar hij leverde wel een indrukwekkende synthetische prestatie door zoveel research samen te brengen in een meeslepend, vijf eeuwen omvattend verhaal.

 

Partijdig

Natuurlijk kwamen er bakken kritiek. Men verweet Zinn dat hij bevooroordeeld was, niet objectief, eenzijdig, partijdig. In zijn nawoord replikeert Zinn dat objectieve geschiedschrijving niet bestaat. “Ik begreep al snel dat een historicus (net als een journalist of iedereen die een verhaal vertelt) gedwongen was om uit een oneindig aantal feiten te kiezen. Wat vermelden? Wat niet? Ik be­sefte dat het antwoord op die vragen onvermijdelijk, bewust of onbewust, de interesses van de historicus zou weerspiegelen (…) Achter elk feit dat wordt aangehaald schuilt een oor­deel. Het oordeel dat zich achter die keuze verschuilt, is dat het aange­haalde feit belangrijk is en dat andere feiten die onvermeld blijven niet belangrijk zijn.”

Zinn geeft grif toe dat hij partijdig is; dat zijn visie gekleurd werd door zijn eigen ervaringen. Hij  groeide op in een immigrantengezin van arbeiders in  New York,  werk­te drie jaar op een scheepswerf en deed zijn militaire dienst bij de VS-luchtmacht tijdens  WO II. Daarna studeerde hij geschiedenis. Terwijl hij doceerde aan universiteiten in Atlanta en Boston was hij actief betrokken in de beweging voor zwarte burgerrechten en het protest tegen de oorlog in Vietnam.  Vanuit die ervaringen koos hij voor een geschiedschrijving “van onderuit” die resoluut partij kiest voor de onderdrukten. Over de kritiek daarop schrijft hij: “Ik lig daar niet wakker van: de verpletterende berg geschie­denisboeken die de andere keuze maakten, kan echt wel wat tegengewicht gebruiken.”

Zinns voornaamste kritiek op de “ortho­doxe geschiedschrijving” is dat ze de geschiedenis beschrijft als het werk van “grote mannen”: de “Founding Fathers” die de republiek stichtten, Lincoln die de slaven bevrijdde, FDR die de depressie en de nazi’s overwon, enzovoort.  Heldenverering die de burgers leert te vertrouwen in een “redder in nood” om hun problemen op te lossen, die burgerschap reduceert tot “om de vier jaar in een stemhokje een redder kiezen”. Dat idee van “redder in nood” zit volgens Zinn “ver­ankerd in de hele VS-cultuur. Men leert ons bewondering aan voor vedetten, leiders en experts in zowat alle domeinen.” Maar toch vooral in de politiek. De kiescampagne van Donald Trump was er gebaseerd op.

Ondanks de kritiek wordt Zinns “People’s History”  vandaag gebruikt als studieboek  in tal van Amerikaanse scholen en universiteiten.  Van rechterzijde worden nog steeds pogingen ondernomen om dat te verbieden. In Arkansas werd nog dit jaar daartoe een wetsvoorstel ingediend. Het werd niet goedgekeurd en leverde het boek nog wat extra-publiciteit op.

 

Spannende films

Geen verrassingen wat de teneur van Zinns verhaal betreft.  Sinds Columbus in 1492 voet aan wal zette in wat voor hem de nieuwe wereld was tot vandaag, was en is winsthonger de drijfveer voor de ontwikkeling van wat nu de USA is. Racisme, nationalisme,  imperialisme, oorlogszucht waren en zijn er onvermijdelijke bijproducten van. Maar er is ook het vaak verzwegen verzet van “the ordinary people”,  die in hun strijd om te overleven de kiemen dragen voor een nieuwe, menslievende maatschappij.

De grote lijnen zijn bekend maar dat betekent niet dat het verhaal vervelend is. Voorspelbaarheid is niet altijd een hinderpaal voor de lezer. Neem nu Stefan Hertmans’ terecht bejubeld boek “Oorlog en terpentijn”: Je weet op voorhand dat het hoofdpersonage gruwels zal doorstaan in de fabriek en aan het front. Wat het verhaal onweerstaanbaar maakt, zijn de details die het tot leven brengen. Details die een empathische band weven die de lezer niet loslaat .

Ook Zinn slaagt daarin, vooral in de eerste twee derden van zijn omvangrijk boek. Die bevatten genoeg materiaal voor een hele rits spannende films.  Al in het eerste hoofdstuk, over de komst van de Europeanen, belanden we in een griezelfilm die je haar doet rechtstaan. Maar het is ook een aangrijpend drama, waarin een mooie, egalitaire beschaving meedogenloos wordt verpletterd door tomeloze bezitsdrang. Zoals gezegd, het zijn de details die verbijsteren en ontroeren.  De orthodoxe geschiedschrijving herleidde de geschiedenis van de VS volgens Zinn tot een geschiedenis van blanke mannen. Zinn daarentegen besteedt grote aandacht aan de rol van de oorspronkelijke bewoners (indianen), van de (als slaven geimporteerde) zwarten, van vrouwen en immigranten.

Maar ook over het leven van de blanke kolonisten in de 17de en 18de eeuw vertelt hij boeiend. Al in het prille begin stond de winst centraal. Jamestown, de eerste kolonie, verging haast door hongersnood –om te overleven in een harde winter, aten de mensen letterlijk stront en lijken-  omdat men liever winstgevende tabak kweekte dan levensmiddelen. Het was de periode waarin de Engelse landbouw op kapitalistische leest werd herschoeid, waardoor massa’s mensen hun bestaansmiddelen verloren. Velen van hen werden naar noord-Amerika verscheept als “contractwerkers”. In EPO’s vertaling worden die vaak “bedienden” of “dienstboden” genoemd maar dat is enigszins misleidend. Feitelijk waren het tijdelijke slaven.  Acht of negen jaar lang konden hun meesters hen behandelen en mishandelen naar goeddunken; daarna kregen ze een kleine som en konden ze pachter worden op het land dat de machtigen hadden ingepalmd. Zo onstond een blank proletariaat dat het niet zoveel beter had dan de zwarte slaven. Blanke en zwarte armen leefden en werkten samen. Volgens Zinn was de nachtmerrie van de elite dat de drie onderdrukte categorieen –de blanke proleten, de zwarte slaven en de indianen- samen in opstand zouden komen.  De verstandhouding tussen die groepen was vaak goed; er was geen natuurlijk racisme. Dus moest het gekweekt worden. Een kloof van raciaal misprijzen was nodig  om ze uiteen te houden.  Interraciaal contact werd illegaal, onzindelijk en zondig.

Racisme als dominante ideologie verhief ook de arme blanken boven de anders gekleurden. Het gaf hen iets om trots op te zijn.  Hun verzet tegen de afschaffing van de slavernij en later tegen gelijke rechten voor zwarten, kwam voort uit de angst om zelf onderaan de sociale ladder te belanden, met niemand die het nog slechter had. Politici hebben die angst handig uitgebuit, zoals Zinn illustreert. Hun argumenten doen vaak denken aan deze die Trump gebruikte in zijn kiescampagne.

Andrew Jackson

Een sprekend voorbeeld van zo’n politicus was Andrew Jackson die president werd rond de tijd dat België onafhankelijk werd. Zijn portret prijkt nog steeds op de briefjes van 20 dollar. Net als Trump was Jackson schatrijk (hij bezat honderden slaven) en werd hij verkozen door zich voor te doen als de anti-politicus, de man van het volk die Washington eens zou schoonmaken. Net als Trump was hij gul met beloften die hij niet kon of wou inlossen. Net als Trump gebruikte hij rassenhaat (in zijn geval gericht tegen de indianen) als verdeel-en heerstechniek. Zinns relaas over hoe Jackson de indianen beloog en bedroog, vermoordde en verjoeg, is hartbrekend.

 

De legendarische Wobblies

Een ander verhaal dat een film waard is, gaat over de in 1905 gestichte vakbond IWW (Industrial Workers of the World). Vakbond is eigenlijk niet het juiste woord want de IWW verweet de andere vakbonden dat ze de arbeiders per vak verdeelden. De ‘Wobblies”, zoals IWW-ers genoemd werden, waren voor één grote, zelfs wereldwijde arbeidersbond.  Ze waren anti-nationalistisch, anti-racistisch, anti-sexistisch  en vooral anti-kapitalistisch. Stakingen waren voor hen slechts “oefeningen” voor de finale omverwerping van het kapitalisme. Het was een vakbond zonder bureaucratie maar met kleurrijke leiders als Joe Hill en ”Big Bill” Haywood. Het was een tijd van harde klasseconflicten. Van alle groepen was de IWW de meest strijdbare. Ze werd dan ook meedogenloos vervolgd. De Wobblies kregen spreekverbod, hoewel de grondwet het recht op vrije meningsuiting garandeert. Dat verbod lapten ze aan hun laars wat tot massale arrestaties leidde. In Fresno puilde de gevangenis uit. In hun cellen zongen de Wobblies strijdliederen en gaven ze, door de tralies, toespraken voor het toegestroomde publiek. Toen ze weigerden daarmee op te houden, werd de brandweer ingezet. “Krachtige waterstralen werden op de gevangenen gericht, maar die gebruikten hun matras als schild. De rust keerde pas weer toen het ijskoude water in de cellen op kniehoogte stond.”

 

De Wobblies zongen graag. Ze hadden vele strijdliedjes. Sommige, zoals Joe Hills “Rebel Girl” werden later in het nederlands vertaald door Vuile Mong en zijn Vieze Gasten. In 1912 speelde de IWW een cruciale rol in een staking in Lawrence die zich uitbreidde naar alle textielfabrieken van die stad. Toen de eigenaars de stakers probeerden uit te hongeren, organiseerde de IWW “kinderkonvooien”: de kinderen van de stakers werden ondergebracht bij sympathisanten in Boston en New York. Dat werd verboden, zogezegd om de kinderen te beschermen. Toen de IWW toch een nieuw konvooi organiseerde werd het in het treinstation door de politie uiteengeranseld, kinderen inbegrepen.

Pas tijdens de tweede wereldoorlog slaagde de overheid erin om de IWW, die tegen de oorlog gekant was, te isoleren.  Op basis van valse beschuldigingen werden de leiders tot lange celstraffen veroordeeld. De IWW bestaat nog steeds maar haar glorietijd is al lang voorbij.

 

Minutieus portret

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de vele menselijke verhalen die dit boek bevolken. Maar naarmate we dichter bij het heden komen, verliest het relaas spankracht. Vooral in de later toegevoegde hoofdstukken, over de periode  1980-2005, vergeet Zinn een beetje zijn leitmotiv:  hij heeft het vooral over de politici in Washington; de stemmen van het gewone volk komen veel minder aan bod. Als overzicht van de recente periode valt er bovendien wat op aan te merken. Elk Washington-schandaal wordt uitgeplozen maar belangrijke aspecten, zoals de digitale revolutie en de rol van de “war on drugs” als instrument om raciale verdeling te zaaien, ontsnappen aan Zinns aandacht.

Toch is dit boek een aanrader.  Zoals David Van Reybroucks “Congo” schildert het een minutieus portret van een land dat inzicht verschaft in de gebeurtenissen van vandaag. Zo helpt Zinns analyse van de specifieke historische vormen die racisme en nationalisme  in de VS namen, begrijpen hoe een man als Trump er president kon worden. Ook illustreert zijn boek duidelijk dat  het nu zo druk besproken “Fake News” (nepnieuws om de politieke situatie te beinvloeden) allerminst een nieuw fenomeen is.

De EPO-uitgave bevat een interessant voorwoord van oud-VRT journalist en Salon-medewerker Johan Depoortere. De vertaling kan ik niet zonder meer prijzen. Ze is vlot leesbaar maar de vertaler veroorloofde zich te veel vrijheid.  Het is beter, uit respect voor de auteur, om dichter bij de originele tekst te blijven. De vertaler spande zich ook in om elke gedichtje of songfragment (en er zijn heel wat) in rijmend nederlands om te zetten (zelfs als het niet rijmt in het engels). Was dat nodig?  Het is meestal erg goed gedaan maar de noodzaak om het te doen rijmen dwingt soms tot kunstgrepen die ons ver van het origineel verwijderen. En er zijn fouten. De “secretary of State” is niet de minister van Binnenlandse Zaken. East St. Louis is niet “het oosten van St. Louis” maar een aparte stad. Ook is het moeilijk te begrijpen hoe, in een heruitgave, nog heel wat typfouten en mank vertaalde zinnen overeind blijven. Valt het geen redacteur op dat bv. de eerste zin van hoofdstuk 11, “1877 kondigde de 19de eeuw al aan”, onzinnig is?  Had er nu nog de 20ste eeuw gestaan. In de oorspronkelijke tekst staat: “In het jaar 1877 werden de signalen gegeven voor de rest van de eeuw” (mijn letterlijke vertaling).

Maar dat zijn schoonheidsfoutjes die de leesbaarheid van dit boek niet wezenlijk ondergraven.

(Een versie van dit artikel verscheen deze week in de boekenbijlage van De Morgen)

 

 

 

May 27, 2017 at 5:36 am Leave a comment

JIHAD KAN VELE KANTEN OP

 

Kolonisatievloot van Columbus

Kolonisatievloot van Columbus

door Jef Coeck

 

Nauwelijks een decennium geleden was er misschien een handvol niet-moslim Belgen die ooit het woord ‘jihad’ gehoord of gelezen hadden. En als dat toch het geval was, wisten ze niet of nauwelijks wat het betekende. Vandaag is het begrip Jihad niet weg te branden uit conversaties, geschriften, krantenkoppen, scheldpartijen, toespraken, woorden en daden. Maar de juiste betekenis ervan kennen we feitelijk nog altijd niet. Daarvoor zullen we dus een beroep moeten doen op de moslimspecialist van het Salon, c.q. de delver naar het vergeten verleden. Lucas Catherine, zelf atheïst, schreef er een boek over en nam een Belgisch-Palestijnse moslim-onderzoeker in de arm, Kareem El Hidjaazi, om de zaken van binnenuit te belichten.

Toch is Jihad zo oud als de straat en wereldwijd verspreid. Als we er tot voor kort niets van wisten, was dat onze eigen schuld. Willem Elsschot wist het al wel in zijn boek ‘Lijmen’ (1923) : ‘Van alle islamitische begrippen is “jihad” het meest geciteerde en meest bestudeerde, een zeer complex begrip dat een onuitputtelijk thema was voor talrijke studies.’ Elsschot was natuurlijk in meerdere opzichten een uitzonderlijk persoon.

Jihad is geen eenduidig begrip. Er bestaan veel vormen van. De strijd tegen het kwaad (de duivel) in jezelf. Dit wordt de Grote Jihad genoemd en door traditionele moslims omschreven als de belangrijkste vorm. Dan is er het streven naar het spirituele welzijn van de moslimgemeenschap, de strijd tegen corruptie en decadentie. Dit is Educatieve Jihad. Het verspreiden van de islam via woord en geschrift: de Predikende Jihad. De verspreiding kon, zoals in het begin van de islamgeschiedenis, ook met het zwaard: de Gewapende Jihad. De jongste tijd kennen we helaas ook de Terreurjihad, door kleine fanatieke groepen.

In dit boek gaat het maar over twee vormen, de Terreurjihad en de Gewapende Jihad. De laatstgenoemde is zwaar verankerd in de geschiedenis, met name de koloniale geschiedenis. Laten we beginnen bij de Europese kolonisatie. Want, zegt de schrijver zeer nadrukkelijk: ‘Je kan Jihad en Kolonialisme niet zonder elkaar begrijpen.’

Napoleon in Egypte

Napoleon in Egypte

De christelijke Gewapende Jihad – als we het begrip even mogen transplanteren – begon met Columbus in de Caraïben (1492). Deze ‘beschavingskolonisatie’ vond snel navolging door Europese grootmachten – en zelfs door het kleine België. De eerste stap in de directe confrontatie van het Europese kolonialisme met de Arabische wereld, was de verovering van Egypte door Napoleon (1798).Daarop volgde de eerste islamitische Gewapende Jihad sinds lang. Doelwitten van de Fransen waren vooral de soukhs en de islamitische universiteit Al Azhar. In 1801 werd het Franse leger definitief verslagen in Alexandrië. Chalas, jihad. Althans hier. De legers van Napoleon hadden natuurlijk een en ander meegenomen. Dat leidde in Europa tot Egyptomanie en mummiegekte. Over een retaliatie van de islamitische Jihad werd niet gepiekerd. Zo zelfverzekerd waren de Europeanen over hun eigen gelijk en dito overmacht. Daar kwamen de complotten bij.

Sykes en Picot

Sykes en Picot

1916. De Eerste Wereldoorlog was nog lang niet afgelopen, maar de Engelse en Franse ministers van Buitenlandse Zaken, de heren Sykes en Picot, hadden hun kolonisatieplannen klaar. Ze verdeelden in een geheim akkoord het Ottomaanse/Turkse rijk onder hun tweeën. Dat was zowat het hele Midden-Oosten en Noord-Afrika, plus de Balkan. De grootste hapklare brok was Syrië, Irak, Libanon, Palesstina en Jordanië, samen Sham genoemd. Dit moest onafwendbaar leiden tot nieuwe vormen van Jihad.

JD 4 Herzl op israelisch briefje van 100 pond

Intussen was het Zionisme, de beweging die met alle – ook gewapende – middelen streefde naar een exclusief joodse staat in het Midden-Oosten, almaar sterker geworden. In 1917, nog steeds in volle oorlog (maar door de Revolutie verlost van de Russische bondgenoot) kwam de nieuwe minister van BZ, Lord Balfour, nog wat olie op het vuur gooien. In zijn zogenaamde Balfour Declaration beloofde hij plechtig dat de Britten achter de idee van een joodse staat in Palestina stonden. Zo veroorzaakte hij de grootste gewapende Jihad ooit, de strijd tussen Israël en de Palestijnen, die later uiteen zou vallen in diverse vormen van Terreurjihad (Al Qaida, Shabaab, Al Nusra, Boko Haram, ISIS, Hamas, Hezbollah). In 1948 barstte de bom voorgoed, met de oprichting van de staat Israël op het grondgebied van de Palestijnen.

Multatulimuseum Amsterdam

Multatulimuseum Amsterdam

Intussen waren al in andere werelddelen moslims aan hun Gewapende c.q. Terreur-jihad begonnen. In Java en Sumatra bv. Lees Multatuli er op na. Nederland stuurde een militaire expeditie naar zijn kolonie in ‘den Oost’ onder het motto ‘Voorwaarts, mareechaussees, snijdt ze de koppen af.’ Kennelijk hebben de terreurjihadisten daar het vak geleerd.

Een andere Jihad speelde zich af van Zanzibar tot Kisangani. Vooral Tabora (Tanzania) valt te onthouden. Maar ook in Oost-Congo begon alreeds het leed. De kolonisatie, in dit geval de Belgische, kwam goed op gang. De moslimstaten in West-Afrika kregen er ook van langs. De prachtige woestijnstad Timboektoe werd verwoest, door terruerjihadisten. Want die gebruiken alle vormen van terreur, moord, verkrachting, beeldenstorm, foltering. En inderdaad, nergens in de Koran is er een aansporing daartoe te vinden – tenzij door verwrongen geesten die hun eigen religieuze ‘newspeak’ hanteren en lezen wat ze willen lezen.

Timboektoe

Djenné

Even een zijsprong naar de Islamic Supreme Council of America. Deze autoriteit zegt over de Gewapende Jihad, dat die met zowat alle middelen gevoerd kan worden: wettelijk, diplomatiek, economisch, politiek, militair. In dat laatste geval moeten wel de ‘Rules of Engagement’ in acht worden genomen. Onschuldige vrouwen, kinderen en invaliden moeten met rust worden gelaten. En elke vredelievende toenadering van de tegenpartij moet aanvaard worden. Niet iedereen kan dus zomaar zijn eigen Jihad gaan voeren. De Raad zegt zelf dat het concept ‘Jihad’ door heel wat politieke en religieuze groepen voor eigen baat is aangewend. Dat is een misbruik en dus in tegenspraak met de Islam. Aldus de Council.

Frantz Fanon

Frantz Fanon

Weer over naar het kolonialisme. Het zal niet verbazen dat kolonisering leidt tot radicalisering en tot racisme. Het is een helaas voor de hand liggende gang van zaken. Frantz Fanon (1925-1961), psychiater en activist, filosoof van de Derde Wereld, zei het aldus: ‘Kolonialisme is de buitenkant van het systeem, racisme de binnenkant.’ Het valt op dat Fanon van diverse zijden – moslim en niet-moslim – weer geciteerd wordt, nadat hij sinds zijn vroegtijdige dood vergeten leek.

————–
Kareem El Hidjaazi begint zijn gedeelte met een schuldbekentenis. En geen kleine.
‘Wij moslims zijn het gewoon om de schuld steeds bij het Westen en bij de joden te leggen en daardoor zijn we blind geworden voor onze eigen gebreken, die trouwens enorm zijn. De yankees en de zionisten hebben natuurlijk een criminele verantwoordelijkheid voor wat er in het Midden-Oosten gebeurt, maar het is eerst en vooral de fout van de moslims zelf. Als je ziet hoe ze naar het Westen opkijken, hoe ze tevreden zijn met hun onwetendheid, hoe sommigen onder hen de Jodenstaat steunen in hun strijd tegen hun Palestijnse broeders. Tja, hoe wil je dan dat we ooit uit onze vernederende situatie geraken?‘

De verwijten van deze moslim aan de moslimgemeenschap (de Oemma) worden steeds scherper. Citaat: ‘Over de hele wereld werden moslims besmet met de Westerse beschaving, sommigen zijn er zelfs op perverse wijze verslaafd aan geraakt door enkel de verdervende aspecten ervan over te nemen. Stiptheid, verantwoordelijkheid, organisatie, eerlijkheid in handel, discipline zijn waarden die in Europa zeer aanwezig zijn, maar toch weigeren de Arabieren om die in hun samenleving toe te passen, hoewel dit ook islamitische waarden zijn.’

De achterliggende mentaliteit is, volgens Kareem El Hadjaazi: iedereen is corrupt, laten we dus maar deelnemen aan ‘het systeem’. Enkel via corruptie heeft men kans op slagen, hoe meer hoe beter. Vele moslimlanden zijn zo doordrongen van corruptie dat het onmogelijk is geworden om als eerlijke burger carrière te maken.

De decadentie en de versnippering van de moslimgemeenschap zijn hoofdzakelijk het gevolg van de onverschilligheid van moslims tegenover hun godsdienst, zowel wat de beoefening, het bestuderen als het begrijpen ervan betreft. De Oemma kent vandaag een totaal gebrek aan cultuur. Dat ligt aan het westerse project van acculturatie, dat de moslims ervan overtuigd heeft dat ze zelf geen echte cultuur hebben.

Spaanse Conquista

Spaanse Conquista

Dit is wel een radicale visie, maar nieuw is ze niet. Denk aan de conquista van Latijns-Amerika in de 16de eeuw. Ook toen en daar werd de plaatselijke cultuur door de Spaanse veroveraars geminacht, zelfs in die mate dat de dragers ervan gewoon werden uitgeroeid. Ondanks de volgehouden inspanningen van de moedige bisschop Bartolomé de las Casas, maar de heers- en hebzucht van de Spaanse vorsten haalden het. Op andere gekoloniseerde plaatsen in de wereld gebeurden soortgelijke misdaden. Herlees Multatuli, om hem nog maaar eens te noemen.

Het verdere betoog van Kareem tegen de acculturatie vertoont trekken van Machiavelli. Ook hij gaf in ‘Il Principe’ de toenmalige Italiaanse heersers ervan langs. Op een cynische wijze, die vaak niet cynisch bedoeld was. Een beschrijving van de toenmalige realiteit kon ook gelezen worden als ‘slechte raad die niet na te volgen is’. Maar je moet wel de dubbele bodems vatten. ‘Het doel heiligt de middelen’, de bekendste one-liner van Machiavelli, kan op meerdere wijzen gelezen worden. Verkeerd doel, slechte middelen, dubieuze heiliging. Er is een derde mogelijkheid: het doel heiligt niemandal, minst van al terreur. Dat is wat Maciavelli bedoelde. Maar hoewel Kareem zich uitspreekt tegen terreur, gaat en staat voor hem de ‘ware islam’ boven alles. Er zitten wat witte vlekken in zijn betoog.

Machiavelli

Machiavelli

In hun strijd voor zelfbeschikkingsrecht, zegt hij nog, vechten moslims tot op vandaag op drie fronten. Er zijn de terroristen, een kleine minderheid die wel de grootste aandacht krijgt. Van de tweede groep hoor je iets minder. Het zijn groeperingen die via een uitsluitend politieke weg aan de macht proberen te komen. Ze doen daarbij heel wat ‘religieuze concessies’: deelnemen aan democratie en vrije verkiezingen.(De Moslimbroeders). (Noot jc: De Moslimbroeders waren bij tijd en wijle meer gewelddadig dan hier wordt gesuggereerd.) Drie. De moslims die wereldwijd de ‘islamitische kennis’ (welke?) onderrichten en van generatie op generatie doorgeven. Ze worden door de media genegeerd, maar vormen in werkelijkheid de grootste bedreiging voor de neokoloniale grootmachten. Dat is een cultureel gegeven.

Het is wat ik zelf zou willen noemen: de Sluipende Jihad. Ongewapend, met would-be goede bedoelingen, elitair, vaak esoterisch, geheimzinnig, in elk geval ortodox islamitisch, wellicht fundamentalistisch (steunend op contradictorische teksten) en, naar ik vrees, niet overtuigend voor de vele andere vormen/sekten/afscheuringen van Mohammeds Islam.

Het laatste woord krijgt Lucas Catherine. Het valt op dat bij de zogenaamde Syriëstrijders weinig of geen Berbers zijn, en evenmin Turken, Hoewel die twee volken de Islam aanhangen. Bij hen overheerst nationalisme als oplossing voor frustraties. Voorlopig lijkt dat te lukken. De Belgische Turken stemmen massaal voor Erdogan en zijn partij. Bij de Berbers gebeurt iets dergelijks, ook zij plooien zich terug op hun nationalisme in plaats van op de islam.

En bij wijze van slot nog een goede raad van Catherine: ‘Europa moet zich dringend mentaal dekoloniseren. Want zoals uit dit boek blijkt: de kolonisatie was niet louter economisch en politiek maar ook cultureel en maatschappelijk , en op alle vier deze vlakken heeft ze diepe wonden geslagen waarvan sommige nu nog voort etteren. Het huidige racisme is onlosmakelijk verbonden met de kolonisatie en neemt toe zolang de multinationale kolonisatie voortwoekert. Wat wij nu radicalisering noemen, is eigenlijk een ziektebeeld van de trauma’s die de kolonisatie en haar bijwerking het racisme, nog altijd veroorzaken.’
————

JD cover*Lucas Catherine & Kareem El Hidjaazi, Jihad en kolonialisme, EPO, Berchem, 2015
Sommige onderdelen van Chaterine’s boek zijn doorheen de tijd al verschenen op het Salon van Sisyphus. Met dit boek, plus de toevoeging van het gedeelte ‘Kareem’, vallen de puzzelstukjes in elkaar.

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2014/10/01/vecht-isisdaish-tegen-sykes-picot/

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2015/11/19/het-is-oorlog/

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2015/07/18/tabora-stad-met-de-drie-namen/
—————
PS ‘Hidjaz’ is een gebied in het westen van Saoudi-Arabië, rond de belangrijke stad Djeddah. Niet ver uit de buurt liggen ook de heilige steden Mekka en Medina.


En dit is dan een stukje van het échte Timboektoe

February 15, 2016 at 11:26 am 5 comments


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,699 other followers