Posts tagged ‘digitale literatuur’

DIGITALE ALTERNATIEVEN

Dit is de elfde aflevering in de reeks “Heeft het papieren boek nog een toekomst?”  De vorige staat HIER.

Door Tom Ronse

 

Niet alle digitale literatuur valt onder de noemer “pulp fiction”.  Er zijn ook vele sites gewijd aan “serieuze” literatuur, aan goed geschreven fictie. In wezen verschillen die niet zo veel van de traditionele literaire tijdschriften behalve dan dat ze veel meer kunnen publiceren. Een site zoals Literary Hub  functioneert als een literair dagblad. Elke dag zijn er nieuwe artikels, verhalen, recensies, gedichten en zo meer. Zo’n site moet goed georganiseerd zijn anders verdwaalt de lezer. Een professionele webdesign is een vereiste. Literary Hub toont hoe het kan.  Een bekend voorbeeld in ons taalgebied is Tzum .

Verandert de electronische drager de literatuur inhoudelijk?  Sommigen zeggen van wel. De ogenblikkelijke overdracht zou tot meer dynamische schrijfstijlen leiden en de grotere wisselwerking tussen auteur en lezers zou de literatuur ook inhoudelijk interactiever maken. Zelf kan ik over deze hypthetische evolutie niet meepraten; daarvoor lees ik te weinig fictie.

Wel valt het me op dat in die literaire sites net als in de meeste digitale fictie-sites zonder literaire pretentie relatief weinig gebruik wordt gemaakt van de hypertekstuele mogelijkheden die het internet biedt. Grafische experimenten, multimedia, illustratie of parallele vertelling met video-clips en muziek zijn zeldzaam.

 

Een meer  experiment-vriendelijke opstelling vinden we in de zogenaamde alt-lit  (alternatieve literatuur) stroming. Een participant, alt-lit auteur No Glykon , definieert die aldus: “In probably the most simple terms, it’s Internet writing. It’s using the tools of the Internet and the figures of speech of the Internet to write.”  Hij noemt alt-lit een “literaire internetgemeenschap”.   De deelnemers zijn meestal jong, van de eerste generatie die met het internet is opgegroeid. Het internet is niet alleen hun medium, het vormt ook hun boodschap, om Marshall MacLuhan (“Het medium is de boodschap”) te parafraseren.

Vormelijk betekent dit onder meer dat de teksten sterk beinvloed zijn door internet-taal  (het jargon, de afkortingen,  de emoticons…), internet-stijl (direct, in korte brokken, soms alles in hoofdletters of alles in kleine letters…) en internet-slordigheid (die ze imiteren met bewust misspelde woorden, vreemd gebruik van leestekens en lettertypes). Alt Lit-dichters gebruiken visueel internet-materiaal zoals screenshots, chat-fragmenten , afbeeldingen (“image macros”) en animatie, niet als illustratie maar al integraal onderdeel van hun poëzie. Ze experimenteren met de automatische aanvul-functie van web browsers, met de antwoorden die zoekmotoren geven op hun poëtische vragen, met twitter-stijl poëzie (zie hoofdstuk zeven van deze serie). Ze zijn overigens niet de enigen die werken met op het internet gevonden tekstflarden. Google-poëzie is een populair fenomeen.  Lees er HIER meer over.

 Alt-lit-auteurs kiezen bewust voor zelf-publicatie van hun werk op het internet, als e-books, in de ‘sociale media’ (vooral Facebook, Twitter en Tumblr), in blogs en vlogs (video-blogs op YouTube), in  combinaties van al deze. Af en toe verschijnt er zelfs iets in gedrukte vorm maar dat is eerder uitzondering dan regel.

De internet-media faciliteren de communicatie tussen de auteurs en tussen auteurs en lezers. Die interactie, en het feit dat ze niet-commercieel is, is belangrijk in deze subcultuur.  Ze maakt van alt-lit een gemeenschap. Een therapiegroep, volgens critici.

Inhoudelijk is het internet een belangrijk thema in alt-lit, naast gebroken harten, drugs, uitzichtloosheid, verveling en vervreemding, de pijn van het zijn.  Geen wonder dat de Franse existentialisten  als voorlopers van alt-lit worden beschouwd. Het is “Bonjour Tristesse” en “La Nausée” all over again, in brokken en stukken. De anti-ironische “New Sincerity” stroming ( Dave Eggers, David Foster Wallace en Karl Ove Knausgard  gelden als voorbeelden) is een andere invloed.  Eerlijkheid is de opperste deugd. Niets is te goor om op te biechten. De vuile was moet uitgehangen worden.  Wat vaak tot zelfbeklag of zelfverachting leidt. Maar liefst toch met enige humor; hoe absurder hoe beter.

Niet iedereen vindt de stroming relevant. “Alt-lit is for boring, infantile narcissists“, schrijft Josh Baines in  Vice.com .Volgens hem is alt-lit “het ergste dat de literatuur is overkomen”.

Maar het is te gemakkelijk om de zwartgalligheid  van alt-lit af te wimpelen als een hedendaagse versie van een tijdloze laat-adolescente weltschmerz.  De wanhoop en doelloosheid die er uit opwalmen weerspiegelen wel degelijk ons tijdsgewricht en moeten dus ernstig genomen worden. Overigens is er in de alt-lit cultuur zelf een tegenstroom ontstaan van mensen die een meer hoopvolle kijk op het leven hebben.

Baines verwijt alt-lit ook dat er enorm veel kaf tussen het koren is. Maar het is ook mooi dat alt-lit een platform biedt aan onervaren auteurs die nieuwe dingen proberen met digitale literatuur. No Glykon vergelijkt de beweging met opkomst van punk in de jaren 1970. “For punk, it’s “learn three chords and you have a song.” I think Alt Lit is like that. It’s crude, it’s DIY” (do it yourself).

Natuurlijk heeft de beweging ook haar sterren. De bekendste is Tao Lin, wiens werk ook in gedrukte vorm een wereldwijd sukses is. Podium  gaf zijn autobiografische roman Taipei uit in het nederlands.   Bret Easton Ellis, de schrijver van “American psycho”,  prees hem als  “the most interesting prose stylist of his generation” .

 

                                               Tao Lin

Tao Lins proza is doordrenkt van internet-taal. Zijn roman Richard Yates bestaat uitsluitend uit fragmenten van Gmail chats tussen de protagonisten.

Een goede informatiebron over alt-lit vind u HIER .

 

Volgende hoofdstuk: literatuur en computer games.

 

September 14, 2017 at 4:26 am 2 comments

IEDEREEN AUTEUR!

Dit is de tiende aflevering in de reeks “Heeft het papieren boek nog een toekomst?”

 

Tom Ronse

We zijn als miljarden spinnetjes met minstens een pootje op de trillende draden van ons wereldwijd web, ons dierbaar www. Iedereen kan er, met enkele muisklikken, signalen op uitzenden. Iedereen kan publiceren. Iedereen kan schrijver worden! Als we tenminste een niet-kwalitatieve definitie van het woord ‘schrijver’ hanteren.

Miljoenen maken daar gebruik van. Het aantal romans, novelles, verhalen, gedichten en andere literatuur  (opnieuw, we hanteren een ruime definitie) in cyberspace beloopt in de miljarden.  Vind daar maar je weg in. Omdat massa’s mensen die niet kunnen schrijven maar denken dat ze dat wel kunnen hun rotzooi het web opgooien is vernieuwende literatuur er even moeilijk te vinden als de spreekwoordelijke naald in een hooiberg.  Moed: met een sterke magneet moet het lukken.

Ook het papieren boek heeft dank zij de informatie-technologie een enorme vlucht genomen. “Printing on demand” is zo goedkoop geworden dat het genoegen om je eigen gedrukte boek in je handen te houden in iedereens bereik ligt. Uitgeven in eigen beheer is natuurlijk geen nieuw fenomeen.  Maar terwijl het zich vroeger in de marge afspeelde is het nu (kwantitatief) de voornaamste publicatievorm geworden.

Friedrich Kunath

Sommigen juichen dat toe.  Ze zien er een democratisering in van het uitgeversbedrijf. De uitgeverijen verliezen hun monopolie;  niet langer kunnen zij alleen beslissen wat er gelezen wordt, de auteurs zijn bevrijd van hun censurerende macht.  “De uitgever investeert in je”, schrijft Ellen Deckwitz in De Morgen (03/05/2017), “daarom  krijgt hij ook 85 procent van de netto-opbrengst. Maar waarom zou je tegenwoordig niet gewoon de boel online zetten? Bereik je meer mensen mee dan via de boekhandel, en alle inkomsten gaan direct naar het eigen spaarvarken”.

Tegelijk vind ze uitgeven in eigen beheer iets zieligs hebben.  Haar veronderstelling dat je door online te publiceren meer mensen bereikt en meer verdient, is overigens zelden waar. Ook het idee dat de uitgeverijen aan macht hebben ingeboet, moeten we relativeren. Het is nog altijd de grote droom van iedereen -of toch de meesten- die literatuur online plegen om hun werk ooit in gedrukte vorm in de boekhandels te zien liggen.  Net zoals de meeste street-artists hopen van door een galerij ontdekt te worden.

De uitgeverijen blijven de maatstaf hanteren. Dat moet ook wel; zonder sluiswachters verdrinken we in het overaanbod. Dat betekent niet dat die sluiswachters onfeilbaar zijn. Verre van. De berg rotzooi die ze op de markt brengen is niet te overzien. En er zijn massa’s  voorbeelden van monumenten van de wereldliteratuur die keer op keer door uitgeverijen werden verworpen (zie HIER en HIER). Meesterwerken zoals  Moby-Dick en Lolita zagen enkel het licht omdat hun schrijvers zich ook na tientallen afwijzingen niet lieten ontmoedigen. Niet iedereen heeft zoveel doorzettingsvermogen. Zeker nu het zo gemakkelijk is om “de boel gewoon online te zetten”, kan de verleiding groot zijn om de hele uitgeverswereld straalweg te negeren. Het kan dan ook niet anders dan dat tussen al de klatergouden kitsj online parels te vinden zijn.

Fans van online literatuur verwerpen het argument dat er zonder uitgeverijen geen maatstaven meer zijn. Er is wel degelijk een selectieproces, zo stellen ze, maar de beslissingsmacht is verschoven van de uitgeverijen naar de lezers. Door een digitaal verhaal of roman op de sociale media te prijzen, door de link ernaar te ‘reposten’ of  te ‘retweeten’, maken ze het groot, door het te negeren duwen ze het in de vergeetput. Het volk beslist. Zo wordt de literaire productie dus interactiever en democratischer.

 

Virtuele gemeenschap

Maar hoe bereikt de digitale auteur zijn of haar lezers? Hoe krijgt hij of zij de bal aan het rollen?

Het internet heeft een enorme tendens doen ontstaan naar de vorming van artificiële gemeenschappen.  Ik twijfel om het woord ‘artificieel’ te gebruiken want het is niet omdat een gemeenschap via het internet communiceert dat ze niet echt is. Wat ik bedoel is virtuele gemeenschappen die mensen wegrukken uit hun echte leven. Ontsnappingsterreinen. Ik zie steeds meer mensen, vooral jonge, wandelend, rijdend, etend naar hun schermpjes staren, compleet onbewust van hun omgeving. Waar zijn zij, vraag ik me dan af. Duidelijk niet waar hun lichaam is, tenzij als ze een selfie nemen.

Mensen hebben alsmaar minder tijd. De druk wordt groter, in scholen en op het werk.  Ook daarin speelt de informatie-technologie een rol. Het werd een instrument om ons in de gaten te houden, als producenten én als consumenten, om ons harder te doen werken en meer te doen kopen.  We worden gereduceerd tot jachtige verkopers van onze arbeidstijd en jachtige kopers van producten van andermans arbeidstijd. Kopende koopwaar in een rattenkoers. Traditionele  banden van familie, buurt en klasse verzwakken maar de nood aan gemeenschap verdwijnt niet. Dus zoeken veel mensen dat gemeenschapsgevoel online.

We zien een enorme bloei van virtuele subculturen.  Hoe meer we van anderen gescheiden zijn in ons werk, ons consumptiegedrag  en onze leefsituatie, hoe aantrekkelijk de communiteit van de virtuele subcultuur wordt. Die scheidt ons nog meer van anderen in ons echte leven en zo wordt het een vicieuze cirkel.

Literatuur (alweer, in de breedst mogelijke betekenis) is een van de belangrijkste virtuele bindmiddelen. In de vorige aflevering van deze serie (lees die HIER)  hadden we het over de subcultuur  van fan-fiction waarin eindeloze variaties ontstaan in de fantasiewereld van bijvoorbeeld Harry Potter. Het gemeenschappelijk vertrekpunt –  iedereen is vertrouwd met het decor, met de helden en de schurken – geeft de participanten de achtergrond waartegen ze hun eigen verlangens en angsten kunnen projecteren. Dankzij het interactieve, democratische net.

Er is natuurlijk veel meer dan de fan-fiction en erotica die ik in de vorige aflevering besprak. Elk literair genre en subgenre heeft zijn eigen niche in het web. De populairste bindende thema’s zijn romantische liefde, magie, science-fiction en misdaad. Behalve literatuur zijn er nog vele andere bindmiddelen voor op fantasie gebaseerde gemeenschappen zoals computerspelen, politiek en celebrity gossip (eindeloos gekwetter over het leven van de sterren). Het web wemelt van miljoenen elkaar overlappende subculturen die spreiden en krimpen, verdwijnen, andere vormen aannemen en onmogelijk om in kaart te brengen zijn.

De digitale auteur vindt zijn of haar lezers door deel uit te maken van een subcultuur. Hoe groter die is, hoe meer kans op sukses.  Maar wie niet voor een internetcultuur  kiest en niet al op voorhand bekend is en op Facebook of Twitter een schare volgelingen heeft, kan net zo goed zijn of haar  tekst in een fles stoppen en de zee in gooien. De kans dat het werk gelezen en verspreid wordt is in beide gevallen ongeveer even groot.

WORDT VERVOLGD (spoedig, dit keer)

 

September 9, 2017 at 4:53 am Leave a comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,590 other followers