Posts tagged ‘Eichmann’

HOLOCAUST EN PROPAGANDA

Door Johan Depoortere

De doden spreken niet. De miljoenen Joden die door de nazi’s werden vermoord protesteren dus ook niet als ze worden gebruikt om een ander onrecht goed te praten: het settlerkolonialisme dat een heel volk van zijn huis en grond heeft verdreven en een regime dat discriminatie en Apartheid in wet heeft gebeiteld. Dat is nochtans wat N-va politicus André Gantman doet in zijn recent interview in De standaard als hij  het tragische lot van zijn familie en van alle Joden inroept om antizionisme gelijk te stellen met antisemitisme, Jodenhaat. Dat betekent dat de zes miljoen Palestijnen die onder Israëlisch bestuur leven en die het zionisme verwerpen gebrandmerkt worden als Jodenhaters. Dat betekent dat een volk dat part noch deel had aan de uitmoording van de Europese Joden door de nazi’s lijdzaam de prijs moet betalen voor die misdaad of van antisemitisme beschuldigd worden. De Palestijnen, de oorspronkelijke bewoners van het land dat nu Israël heet, haten het zionisme niet omdat ze de Joden haten maar omdat het in naam van die ideologie is dat ze van hun huis en grond werden verdreven, als vluchtelingen en staatlozen of als tweederangsburgers in eigen land moeten leven. Het zionisme heeft hun dorpen vernietigd (en gaat daar tot vandaag mee door), heeft hen beroofd, niet alleen van hun materiële bezittingen maar ook van hun identiteit, hun geschiedenis en hun taal, het Arabisch dat van officiële taal gedegradeerd werd tot “taal met een speciale status”. Hun zelfbeschikkingsrecht is hun bij wet ontnomen.

Resten van Ikrit, één van de meer dan 600 Palestijnse dorpen die Israël sinds 1948 heeft vernield en van de kaart geveegd.

Dat de vermoorde Joden voor de kar worden gespannen van een ideologie waar ze in grote mate tegenstanders van waren is een gotspe en een ongehoorde belediging aan het adres van de slachtoffers van de massamoord. Tot aan de opkomst van de nazi’s en de uitroeiing van de Europese Joden was het zionisme de ideologie van een minderheid onder hen.  (Joden in de Arabische wereld kwamen er helemaal niet aan te pas.) De felle kritiek op het zionisme kwam tot aan de eerste wereldoorlog meer uit de hoek van Joden dan van niet-Joden. De beweging die Theodor Herzl in 1897 had opgericht kreeg zware tegenwind niet alleen van de liberale Joodse bovenlaag in de westerse landen, maar ook van religieuze hervormers en orthodoxe en ultra-orthodoxe Joden. De seculiere Joden, in tsarisctisch Rusland ter linkerzijde in grote meerderheid verenigd in de Bund, en later de communisten waren felle tegenstanders van het zionisme dat ze als een reactionaire, kleinburgerlijke en utopische beweging bestreden. Zij verweten de zionisten onder andere dat ze het antisemitisme in Europa in de hand werkten. Niet ten onrechte. Herzl zelf schreef in zijn dagboek: “De antisemieten zullen onze meest betrouwbare vrienden zijn, en de antisemitische landen onze bondgenoten.” Voorts geloofde hij terecht dat de regeringen van antisemitische landen de zionisten zouden helpen om hun eigen land te creëren, om zo af te zijn van de Joden.

Norman Finkelstein

De Amerikaanse politicoloog Norman Finkelstein heeft net als André Gantman het drama van de Jodenmoord in eigen familie meegemaakt. Zijn beide ouders overleefden weliswaar de vernietigingskampen Auschwitz en Majdanek, alle andere familieleden werden door de nazi’s vermoord. Maar Finkelstein trekt heel andere conclusies uit de tragische geschiedenis van de twintigste eeuw. In zijn boeken, conferenties en journalistiek werk hekelt hij de misdaden van Israël, de voortdurende schendingen van de mensenrechten en het internationaal recht, de onderdrukking van de Palestijnen en de bij wet vastgelegde Apartheid. Hij noemt de behandeling van de bevolking van de Gazastrook door Israël “één van de meest afschuwelijke en aanhoudende campagnes van collectieve straffen in de moderne geschiedenis.” Maar het is vooral zijn aanklacht over het misbruik van de Holocaust door Israël die hem tot bête noire van de zionisten en tot persona non grata in dat land heeft gemaakt.

Dat de “Holocaust” nu zo een centrale plaats inneemt in de apologie en de propaganda van de zionistische staat is relatief nieuw. De populariteit van het woord hebben we te danken aan de gelijknamige Amerikaanse TV-serie uit 1978 met Meryl Streep  die in aanzienlijke mate heeft bijgedragen tot de beeldvorming over wat in de Joodse traditie de “Shoah” wordt genoemd.

De miniserie Holocaust kwam in verschillende talen op het scherm. Ze bepaalde de beeldvorming in de westerse wereld over de massamoord op de Joden in Europa.

In de eerste jaren na de oorlog was de massamoord op de Europese Joden een taboe in Israël. In zijn boek “The Seventh Million” beschrijft de Israëlische historicus Tom Segev hoe de overlevers van de judeocide na de oorlog allesbehalve welkom waren in Israël. Ben Goerion, de vader des vaderlands, noemde ze “slechte mensen:” als ze de genocide overleefd hadden dan moesten het ofwel collaborateurs zijn of profiteurs die hun hachje hadden gered ten koste van anderen. Een erger verwijt was dat ze zich niet verzet hadden: ze moesten zwakkelingen zijn die zich als schapen naar de slachtbank hadden laten leiden. En dat in tegenstelling tot de pioniers van de staat Israël die de “nieuwe Joodse mens” zouden creëren die sterk is en zich niet langer laat onderdrukken. Er was een ruim verspreid scheldwoord dat voor de overlevers van de kampen werd gebruikt, zegt Segev in een BBC-interview. Dat woord was “zeep.”

Ook de invloedrijke Amerikaanse Joden wilden in de jaren na de oorlog niet aan de massamoord in Duitsland herinnerd worden. In het boek “The Holocaust in American Life” beschrijft de historicus Peter Novick hoe ook hier de Koude Oorlog de geesten beheerste. Spreken over de pogingen van Hitler om de Joden uit te roeien zou in de kaart van de communisten spelen in hun strijd tegen de herbewapening van Duitsland. Herinneren aan de Holocaust was – zo schrijft Novick “something of an embarrassment.” Toen in de late jaren 40 plannen werden gemaakt voor een Holocaustmonument in New York kwam er eensgezind verzet van invloedrijke Joodse organisaties als The American Jewish Committee, The anti-Defamation League en andere officiële Joodse stemmen. Ze waren het er allemaal over eens: “zo een memoriaal zou een eeuwig herdenkingsmonument betekenen voor de zwakheid en de weerloosheid van het Joodse volk.”

De verandering kwam in het begin van de jaren zestig toen Eichmann in Argentinië werd ontdekt en naar Israël werd ontvoerd. Het Eichmanproces confronteerde de Joods-Israëlische gemeenschap met een geschiedenis die ze het liefst van al wou vergeten. Maar voor Ben Gurion was het de gedroomde gelegenheid om de wereld ervan te overtuigen dat steun aan Israël onontbeerlijk is om een nieuwe Holocaust te voorkomen. Volgens de Joodse filosofe Hannah Arendt was dat de propagandistische bedoeling van het proces. In haar beroemde – en jawel controversiële – verslag Eichmann in Jerusalem gaat ze in tegen het beeld van Eichmann als “het antisemitische monster waartegen alleen de staat Israël bescherming kan bieden.” Ze noemde hem de verpersoonlijking van de “banaliteit van het kwaad.” En ze ging een stap verder: ze zag een parallel tussen het zionisme en de nazi’s. Een moderne staat mag volgens haar niet worden gevestigd op de Joodse identiteit, omdat daarmee de menselijke pluraliteit wordt ontkend. De genocide op de Joden was volgens haar eveneens een poging tot vernietiging van de menselijke pluraliteit. “Net als de zionisten wilden de nazi’s hun staat vestigen op grond van ras en zij konden daarom in onderlinge samenwerking hun idealen verwezenlijken” (1)

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967, die niet langer werd gezien als een “verdedigingsoorlog” verloor Israël een goed deel van de sympathie die het tot dan vrijwel onverdeeld had genoten van links en rechts in de westerse wereld.  De propagandawaarde van de mythe van “David tegen Goliath” – het kleine Israël tegen zijn machtige Arabische buren – leek uitgewerkt. Vanaf dat moment speelden de Israëlsche propaganda en de verdedigers van het zionisme ongeremd de Holocaustkaart. Ook in ons land – zie Gantman, zie de conflicten over het “Memoriaal en Museum Kazerne Dossin” waar de zionistische lobby het exclusieve recht opeist om de Jodenmoord ten behoeve van de propaganda ideologisch te interpreteren.

  1. Eichmann in Jerusalem. A Report on the Banality of Evil, Londen: Penguin Books 2006 p. 41-42. Arendt vergelijkt ook de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s uit 1935, op grond waarvan huwelijken tussen Duitsers en Joden verboden waren, met de wetgeving in Israël die alleen huwelijken tussen Joden mogelijk maakt (Arendt 2006, p. 7)

Dit is de uitgebreidere versie van een bijdrage die onder licht gewijzigde vorm als opiniestuk in De Standaard van 21 januari 2020 is gepubliceerd.

 

January 21, 2020 at 5:25 pm 3 comments

VAKANTIETIP: LIDICE (Tsjechië)

Lidice 4

 

door Walter Zinzen

 

 

Wat hadden de nazi’s toch met 10 juni ?

Op 10 juni 1944 vermoordden SS-troepen in het Griekse plaatsje Distomo 218 mannen, vrouwen en kinderen.

Op exact dezelfde dag, 10 juni 1944 dus, richtten SS-troepen een bloedbad aan in het Franse dorp Oradour-sur-Glane. 642 mensen werden omgebracht.

Twee jaar eerder, op 10 juni 1942, werd in Tsjechië het dorp Lidice met de grond gelijk gemaakt en de bevolking uitgeroeid. 192 mannen, 60 vrouwen en 88 kinderen werden afgeslacht.

In de drie gevallen ging het om wraakacties. In Griekenland had het verzet een Duits legerkonvooi in een hinderlaag gelokt , waarbij 40 Duitse soldaten omgekomen waren. In Frankrijk had het verzet op  9 juni een hoog geplaatst SS-officier gevangen genomen, Sturmbannführer Helmut Kämpfe , en hem de dag nadien geëxecuteerd. Zijn vriend, SS-Sturmbannführer Adolf Diekmann,  trok daarop met zijn manschappen naar Oradour maar heeft nooit gezegd waarom . Dacht hij zijn vriend terug te vinden in Oradour? Tot op de dag van vandaag is niet honderd procent  duidelijk wat precies de aanleiding was voor de massamoord.

 

Van de drie “tien juni’s” lijkt me die van Lidice de meest interessante, als dit woord tenminste gebruikt mag worden, en wel om velerlei redenen. Vooreerst hebben de nazi’s zelf bekendheid gegeven aan hun misdaad, in tegenstelling tot de tientallen andere uitroeiingspogingen die ze in zowat heel bezet Europa hebben uitgevoerd. Ze waren trots op wat ze gedaan hadden. Hitler zelf had bevolen dat Lidice niet alleen van de aardbodem moest verdwijnen maar ook uit het geheugen moest worden gewist. Het tegendeel was waar : Lidice werd een begrip in de propaganda van de geallieerden.

Mijnwerkers in Birmingham hielden een inzameling voor de heropbouw van Lidice onder de slogan “Lidice zal leven!”. Steden in de VS en Groot-Brittanië werden herdoopt in Lidice. Hetzelfde gebeurde met straten en pleinen in tal van Latijns-Amerikaanse landen. Op de  bommen die de geallieerden op Duitse doelen dropten  stond de naam Lidice geverfd. Net zoals op de geschutskoepels van de Russische tanks. Maar de reden waarom Lidice écht ‘interessant’ genoemd kan worden is dat het een reactie was op de eerste ferme klap die de nazi’s kregen toegediend door een verzetsbeweging. Op 27 mei 1942 hadden twee Tsjechoslovaakse parachutisten,die daarvoor speciaal uit Londen waren overgekomen , een aanslag gepleegd op Reinhard Heydrich, die met een stalen vuist over Tsjechië regeerde. Acht dagen later (op 4 juni) was hij aan zijn verwondingen bezweken.

Wat de zaak evenwel nog interessanter maakt is dat de inwoners van Lidice niets, maar dan ook helemaal niets met die aanslag te maken hadden. Laten we daarom beginnen met een bezoek aan het Lidice van vandaag.

 

Reinhard Heydrich

Reinhard Heydrich

 

 

De represaille

Wie het dorp binnenrijdt komt aan een tweesprong. Rechts gaat het naar het nieuwe Lidice, een slaperige en vreedzame nederzetting met een kunstgalerij als enig verzetje. Links gaat het naar de plek waar ooit het oude Lidice stond. Ook hier is het vredig en rustig. Waar voor die verschrikkelijke 10 juni boerderijen en huizen stonden, strekt zich nu een enorme glooiende, groene vlakte uit. Letterlijk geen steen op de andere hebben de nazi’s achter gelaten. Alleen van de boerderij waar de mannen gefusilleerd werden rest nog een fundament van de schuurmuur. Tegen die muur werden ze in rijen van vijf neergeschoten. De jongste was 15, de oudste 84. Achter hen waren matrassen geplaatst om te voorkomen dat de kogels terugsprongen en zo de moordenaars zouden raken.

 

Executeerders Schutzpolizei laten zich gewillig fotograferen

Executeerders Schutzpolizei laten zich gewillig fotograferen


De macabere taak werd uitgevoerd door een eenheid van de Schutzpolizei , de ‘gewone’ politie, die speciaal uit Halle an der Saale was gehaald, de geboorteplaats van Heydrich. Ieder slachtoffer werd beschoten door twee Polizisten : één mikte op de rechterkant, de andere op de linker. Nadien gaf een derde het genadeschot : een kogel door het hoofd.

De lijken werden niet opgeruimd. Het executiepeloton ging voor iedere nieuwe rij een paar passen achteruit. Niet alle mannen waren die nacht aanwezig in het dorp. 19 arbeiders  werkten in de nachtploeg van een mijn in de buurt. Toen ze ’s ochtends terugkwamen vonden ze de nog warme lijken van hun vaders, zonen, vrienden , buren. Ze werden op hun beurt onmiddellijk ter dood gebracht.

 

Schuurmuur met Matrassen (en doden)

Schuurmuur met Matrassen (en doden)

 

Vrouwen en kinderen werden opgesloten in de school. De plaats is herkenbaar aan een paar lijnen op de grond. De vrouwen werden afgevoerd naar het concentratiekamp Ravensbrück, waar de meesten omkwamen. De kinderen werden vergast in vrachtwagens. Het toeval wil dat een week voor de Duitse inval de jaarlijkse schoolfoto was genomen. Ze is te zien in het museum dat aan de ingang van de herdenkingssite staat. 88 kinderen tussen 6 en 12 jaar kijken samen met hun hoofdonderwijzer hoopvol in de camera. De foto inspireerde een Tsjechische kunstenares tot een pakkend monument dat de kinderen weer tot leven lijkt te wekken en al van ver te zien is bij het betreden van de weide.  

Sommige kinderen zijn aan de dood ontsnapt : als ze blauwe ogen hadden of er anderszins Arisch uitzagen werden ze ondergebracht bij Duitse gezinnen om gegermaniseerd te worden. Na de oorlog zijn ze naar Tsjechië teruggekeerd. Ze moesten hun moedertaal opnieuw leren want ze spraken alleen maar Duits. Nu zijn het oudjes die bevend en met tranen in de ogen hun verhaal doen in video-opnames die in het museum te bekijken zijn.

Maar nog was de wraak der nazi’s niet gekoeld.

Na de executie van de levenden waren de doden aan de beurt. De graven op het kerkhof werden open gewoeld, de resten van de overledenen verbrand. De boomgaarden werden omgehakt, de gebouwen in brand gestoken. Bulldozers vernietigden zelfs de ruïnes. Over de aarde werd zout gestrooid om er zeker van te zijn dat niets meer zou ontkiemen.

Zestien dagen na Lidice ,  op 26 juni,  onderging het gehucht Lezaki (acht huizen en een molen) hetzelfde lot. En nog steeds waren de daders van de aanslag op Heydrich niet gevonden. De knulligheid van de opsporing wordt alleen geëvenaard door de knulligheid van de aanslag zelf. Maar met welke gevolgen.

 

Uit de Tsjechische film Lidice (2011)

Uit de Tsjechische film Lidice (2011)

De aanslag

 Ze waren met zijn drieën : Gabcik, Kubis en Valcik. De eerste twee moesten de aanslag uitvoeren, Valcik op de uitkijk staan. Op die 27° mei hadden ze post gevat in de bocht van een brede laan in Praag, waar Heydrich alle dagen stipt op hetzelfde uur voorbijkwam in een Mercedes cabriolet zonder lijfwachten of militaire begeleiding. Alle dagen , maar niet op 27 mei. Toen was hij anderhalf uur later. De parachutisten stonden op het punt onverrichter zake af te druipen , toen Valcik alsnog het afgesproken teken gaf dat hun doelwit in aantocht was. Net op dat moment kwam uit de andere richting een tram vol burgers aangereden. De mannen aarzelden : mogen we het risico lopen onschuldige slachtoffers te maken? Kubis grijpt toch zijn geweer en richt het op Heydrich : het weigert dienst. Gabcik pakt een bom en gooit ze naar de auto. Hij mikt op de achterbank, waar Heydrich zit, maar ze komt neer op de voorbank, naast de chauffeur. De Mercedes wordt de lucht in gegooid maar komt weer op zijn wielen terecht.

Heydrich is gewond maar wankelt toch uit de auto en vuurt op zijn belagers. Die ontkomen : de ene op een fiets, de andere te voet. Hij laat de damesfiets, waarmee hij gekomen is, achter. Het registratienummer staat er nog op. In  het ziekenhuis wordt Heydrich verzorgd door Duitse artsen. Zijn wonden zijn niet levensbedreigend. Toch overlijdt hij . Aan bloedvergiftiging. De Mercedes zetel waarop hij zat was gevuld met paardenhaar en door de ontploffing open gescheurd. Dat paardenhaar is via de wonden in zijn lichaam terecht gekomen. Mochten de nazi’s over penicilline beschikt hebben, dan zou Heydrich  zich in hoogsteigen persoon hebben kunnen wreken op de Untermenschen die hem naar het leven hadden gestaan.

De Gestapo , die dacht dat het Tsjechische verzet zo goed als uitgeschakeld was (reden waarom Heydrich geen veiligheidsagenten inzette voor zijn verplaatsingen en hij in een open, ongepantserde auto reed) zat met de handen in het haar. De achtergelaten damesfiets leidde de Gestapo wel naar een verzetsstrijdster maar ook zij wist niet waar de twee parachutisten zich verborgen hielden.  Ze bekocht haar onwetendheid uiteraard met de dood.

De achtergrond

Blijft de vraag : waarom Lidice?

Het antwoord ligt in een onderschept liefdesbriefje aan een fabrieksarbeidster. Het is geschreven door een jonge man uit Lidice en staat op  pagina 306 van het magistrale boek HhhH (Himmlers hersenen heten Heydrich) van de Franse auteur Laurent Binet. Het gaat als volgt :

Lieve Ania,

Vergeef me dat het zo lang heeft geduurd voor ik je schrijf, maar ik hoop dat je het zult begrijpen, want je weet dat ik veel aan mijn hoofd heb. Wat ik wilde doen, heb ik gedaan. Sinds de fatale dag heb ik in Cabarna geslapen. Het gaat goed met me. Ik kom je deze week opzoeken, en daarna zullen we elkaar nooit meer zien. Milan.

Met wat slechte wil kun je het interpreteren als een code-briefje van een verzetsman. Vast staat dat Kubis en Gabcik Milan niet kenden en dat ook hij nooit iets over hen heeft gehoord. Het enige wat de Duitsers over Lidice vinden is dat twee Tsjechen die bij de RAF dienst hebben genomen van daar afkomstig zijn. Ze zitten op het verkeerde spoor en ze weten het. “Maar de logica van de nazi’s heeft iets ondoorgrondelijks”, schrijft Binet. “Eigenlijk is het doodsimpel : ze staan te trappelen van ongeduld en ze willen bloed zien.” Het vervolg kennen we.

 

Met Lezaky zaten ze dichter bij de waarheid. Daar had zich een verzetsman met een radiozender geïnstalleerd, die contact moest houden met het commando in Londen, waar vandaan de twee parachutisten hun instructies kregen. Maar de parachutisten zelf zaten er niet. Die vonden de Duitsers pas een paar maanden later in een kerk waar ze zich verschanst hadden. Hun schuilplaats was verraden door een verzetsman die, om zijn eigen hachje te redden , naar de collaboratie was overgelopen. De twee parachutisten pleegden zelfmoord voor de nazi’s ze konden arresteren. Hun verrader werd na de oorlog opgehangen.

 

Als je in Lidice rondloopt en de omvang van de gruwel slechts moeizaam tot je doordringt,  vraag je je onwillekeurig af waarom Heydrich niet alleen voor de Tsjechen maar ook voor de geallieerden  zo’n gewild doelwit was. Een deel van het antwoord vind je in Lidice zelf. In het museum worden de klok rond filmfragmenten over en met Heydrich vertoond. Het is als het ware een beeldbiografie.

De oernazi

Reinhard Heydrich was één van de machtigste mannen van het nazi-regime:  als SS-Obergruppenführer was hij  de rechterhand van Himmler, de Reichsführer – SS . Tevens was hij hoofd van de Gestapo en het Reichssicherheitshauptamt, waarin alle geheime diensten waren samengevoegd. Op 20 januari 1942 presideerde hij de zgn. Wannsee-conferentie , waar hij gedetailleerde plannen voor de uitroeiing van de joden voorlegde. Hij wordt dan ook de architect van de Holocaust genoemd. Zijn trouwe dienaar Eichmann notuleerde alles vlijtig. Zijn verslag is , in originele versie, vandaag de dag na te lezen in de villa aan de Wannsee (een meer even buiten Berlijn), waar de conferentie plaats had. Een paar maanden later stuurde Hitler Heydrich als “Protektor” (letterlijk ‘beschermer’) naar Tsjechië om er “orde op zaken te stellen”. Dat deed hij zo voortreffelijk dat hij in de herinnering voortleeft als “de beul van Praag” of “het blonde beest”.

Villa aan de Wannsee in Berlijn waar tot de Holocaust beslist werd

Villa aan de Wannsee in Berlijn waar tot de Holocaust beslist werd


De Duitsers waren Tsjechoslovakije binnen gevallen in 1939, het voorspel tot  de Tweede Wereldoorlog. Ze splitsten het land in twee delen. Slovakije werd een zgn. onafhankelijke vazalstaat van de nazi’s. Tsjechië werd bezet en kreeg het statuut van protectoraat  onder de naam Bohemen en Moravië. Het werd ingelijfd bij het Groot-Duitse rijk. Het was de opdracht van Heydrich om de Tsjechen te germaniseren . Op een filmfragment is een toespraak te zien waarin hij letterlijk zegt dat wie zich tegen deze germanisering verzet, “uitgeroeid” zou worden. Het jaagt je , 71 jaar later, nog steeds de koude rillingen over de rug.

Zijn optreden was dan ook meedogenloos, massa-executies waren dagelijkse kost.  Hitler dacht eraan hem naar Frankrijk te sturen om daar zijn kunstjes nog eens over te doen en er het verzet “uit te roeien”. Dat was voor de geallieerden het motief om hem te laten verdwijnen.

 

Een maand na de dood van Heydrich start het programma om alle joden in Polen uit te roeien. In een goed jaar tijd worden meer dan twee miljoen joden en bijna vijftigduizend Roma omgebracht. Codenaam van het programma : Aktion Reinhard. Binet noemt het het beste eerbewijs van de nazi’s aan de nagedachtenis van Heydrich.

 

 

Postscriptum

Een week of twee na ons bezoek aan Lidice waren we in Berlijn, de voormalige Rijkshoofdstad. Ze staat vol zuilen met foto’s van slachtoffers van het nazi-regime : joden, Roma, Sinti, homo’s, gehandicapten, communisten, schrijvers, kunstenaars, wetenschapsmensen, academici , zakenlieden, arbeiders en immigranten uit Oost-Europa. “Vernietiging van de diversiteit” in Berlijn noemt het stadsbestuur dat, waarmee tegelijk het thema voor het jaar 2013 wordt aangegeven. Het is immers 80 jaar geleden dat Hitler aan de macht kwam en 75 dat de pogrom plaats vond , die de Holocaust inluidde.

Op de officiële website van Berlijn wordt dat themajaar als volgt gemotiveerd :

“Berlijn is trots op de culturele diversiteit die het heeft terug gevonden. We commemoreren de historische diversiteit die door het Nationaal Socialistisch regime was vernield in de wetenschap dat openheid, verdraagzaamheid en pluralisme waarden zijn die onze samenleving tegelijk moet beschermen en steeds opnieuw bewust moet opbouwen.”

Van dit nieuwe Duitsland houd ik. Maar hoe ditzelfde Duitsland is kunnen vervallen in de Heydrich-barbarij en nadien in iets meer dan een halve eeuw is uitgegroeid tot een model-democratie : begrijpen zal ik het wel nooit.

 

Bronnen :

*Heel wat gegevens heb ik ontleend aan  het al genoemde “HhhH, Himmlers hersenen heten Heydrich”, een roman (!) van Laurent Binet, Meulenhoff  2009.

*Voor een volledige biografie verwijs ik naar Robert Gerwarth, “Hitlers beul. Leven en dood van Reinhard Heydrich 1904-1942”, Balans 2012.

Lidice 10
Lidice 8
Lidice 7
Lidice 9
(Details uit ‘De Kindergroep’ – foto’s Kris Smet)

July 23, 2013 at 7:09 am 2 comments


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,653 other followers