Posts tagged ‘Fidel Castro’

BIJ DE DOOD VAN FIDEL

44175-004-1aa92245

Fidel Castro is gestorven en de media hebben ons de clichés niet bespaard. Met karrenvrachten werden ze over ons uitgestrooid en ook de gebruikelijke onzin mocht niet ontbreken. Zo kwam de eminente Cubakenner Herman De Croo ons in een extra Terzake kond doen van het historische feit dat hij – Herman – als jonge man in de straten van Mexico voor Fidel werd aangezien en toegejuicht. Die baard weet je wel. De Croo verklapte nog een ander geheim: Castro was een dictator die daar een “ideologie rond breide om dat te camoufleren.”

Ja Fidel werd door de enen aanbeden en door de anderen gehaat en ja hij was een monument van de 20e eeuw die zijn tijdperk heeft overleefd. Castro was een buitenmaatse persoonlijkheid met een bovenmaats ego die dan ook een sterke persoonlijke stempel op de Revolutie heeft gekleefd. Maar hij bleef ontzettend populair zeker bij de generatie die de revolutie heeft meegemaakt. Volgens Marc Frank van Reuters, één van de langst verblijvende buitenlandse journalisten op Cuba, bestaat één derde van de bevolking uit enthousiaste aanhangers van het regime, een kleine minderheid zijn politieke opposanten, de rest is een grijze zone waar mensen meer bezig zijn met de dagelijkse strijd om het bestaan dan met de slogans van La Revolución.

501279

Fidel struikelt (2004)

Tot vóór de Amerikaanse burgeroorlog aan het einde van de 19e eeuw leek het voor velen in de VS een uitgemaakte zaak dat Cuba één van de Amerikaanse staten zou worden. Vooral de slavenhouders in het Zuiden maakten daar een strijdpunt van: Met Cuba in de Unie zou het slavenhoudende Zuiden immers de balans in het voordeel van de slavenstaten doen doorwegen. Het is wellicht aan de bloedige burgeroorlog te danken dat het niet zover is gekomen, wat niet belet dat Cuba tot aan de Revolutie in de praktijk een Amerikaanse kolonie was, de goktent en het bordeel voor de superrijke yankees. Toen Cuba zich met hulp van de Verenigde Staten had losgemaakt van het Spaanse juk kwam het meteen onder een andere heerschappij terecht. Tot 1940 gaf het “Platt Amendment” de Verenigde Staten een vetorecht over belangrijke beslissingen van het Cubaanse parlement en de regering en het recht om militair tussenbeide te komen als dat “nodig mocht blijken.” Tot vandaag blijft op basis van het Platt Amendment de militaire basis van Guantanamo Amerikaans grondgebied.

dsc0093

Geen personencultus voor Fidel, wel voor Ernesto Guevara

Vriend en vijand zullen het erover eens zijn dat Fidel Castro voor Cuba eindelijk de onafhankelijkheid heeft verworven waar het eiland meer dan een eeuw lang voor heeft gestreden en bloed vergoten. Maar voor die onafhankelijkheid hebben de Cubanen een enorme prijs betaald. Het embargo heeft het eiland ei zo na economisch doodgeknepen. Politieke vrijheden en mensenrechten werden geofferd op het altaar van de “Revolutie,” bureaucratie en foute beslissingen deden de rest. Het wegvallen van de “broederhulp” uit de Sovjet-Unie en de “speciale periode” die daarop volgde maakten de economische rampspoed compleet. Zonder de levenslijn van het Chavistische Venezuela kun je je nauwelijks voorstellen hoe het regime zou hebben overleefd. Nu gaat het langzaamaan beter en dat de Cubanen ondanks alles gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen kunnen blijven genieten mag een klein wonder heten. Maar het volk mort. Bijna elke familie op Cuba heeft verwanten in Miami. Cubanen vergelijken hun levensstandaard met die van hun rijke familieleden in Florida, niet met die van het naburige eiland Haïti waar armoede en ellende de ogen uitsteken.

cuba-0410

Openbaar vervoer op Cuba

Toen ik de voorbije twee jaar het eiland van Noord tot Zuid en van Oost tot West doorkruiste kon ik met tientallen mensen praten die aan de kant van de weg stonden te liften. Door het ontbreken van een openbaar vervoer die naam waardig is liften op het eiland een nationale sport. Bijna al mijn gesprekspartners kloegen steen en been over de lage inkomsten en de hoge prijzen. Met een gemiddeld salaris van 20 euro per maand is het lastig overleven, ook al komt niemand om van de honger. Dank zij rantsoenbonnen kan iedereen aan de basisbehoeften voldoen, maar alles wat daarboven uitsteekt : schoenen, kleren, speelgoed, reizen, internet  is een luxe buiten het bereik van wie het met een officieel salarisje moet stellen. Alleen wie op de een of andere manier van het manna van de toerisme-industrie kan genieten kan zich een behoorlijke levensstandaard veroorloven. Het was opvallend hoe openlijk de meeste medereizigers zonder schroom kritiek ten beste gaven op de regering en op het “systeem.” Velen gaven openlijk lucht aan hun heimwee naar vroeger – maar daarmee werd niet de periode vóór de Revolutie bedoeld, wél de jaren vóór de instorting van het “socialistische kamp” en de erbarmelijke levensomstandigheden in de zogenaamde “speciale periode” die daarop volgde.

201_raul_castro_0429

Raúl Castro: de hardliner die hervormer werd.

De hervormingen van Raúl hebben de tweespalt in de Cubaanse maatschappij verdiept. Ook op Cuba neemt de ongelijkheid toe. Eén van de eerste beleidsdaden van Raúl Castro was het ontslag van een half miljoen werknemers uit de publieke sector. Die konden vijf maanden werkloosheidsvergoeding krijgen en moesten daarna maar zien hoe ze zich uit de slag trokken. Een maatregel die meer naar neoliberalisme dan naar communisme ruikt, al konden de ontslagen ambtenaren blijven genieten van gratis onderwijs en gezondheidszorg en konden ze in hun basisbehoeften voorzien dankzij de gesubsidieerde voedselprijzen.

cuba-110

Staatswinkel op het platteland

cuba-4275

Meer markt

Maar de toename van de privésector en de “vrije markt” zorgt voor een tweedeling in de economie en de samenleving. Het dubbele muntsysteem is daar de meest zichtbare manifestatie van. De meeste Cubanen worden betaald in peso of  “Moneda Nacional.” Eén peso is ongeveer 4 eurocent. Het gemiddelde maandloon is 500 peso – 20 euro. Basisproducten worden in peso betaald en zijn voorhanden in de staatswinkels (bonnen voor sommige producten), en op de vrije markt: de boerenmarkten, de verkopers op straat. Al de rest – alles wat wordt ingevoerd – moet betaald worden met de zogenaamde “convertibele peso” of CUC. Eén CUC is ongeveer één euro of 24 pesos in moneda nacional. Buitenlanders betalen praktisch alles in CUC, maar ook Cubanen willen waar het kan aan CUCs geraken. De hele toeristische sector draait om CUCs – vandaar dat een taxichauffeur vele keren het maandloon van een dokter kan verdienen omdat hij in CUC wordt betaald. Wie het moet stellen met het officiële loontje, de “sueldito,” leeft op of onder de armoedegrens. Wie op een of andere manier kan profiteren van de toeristen kan een aardig inkomen verdienen: als gids, taxichauffeur, schoonmaker, prostituee, verhuurder van kamers, het zijn er duizenden. Neem de “jinoteros” en de “jinoteras.” Die laatsten zijn niet noodzakelijk prostituees, maar je vindt ze in toeristische centra op elke hoek van de straat. Ze bieden diensten aan, ze gidsen je door de wirwar van straatjes, brengen je naar een restaurant, naar een hotel of naar een van de als paddenstoelen uit de grond gerezen toeristenverblijven in privéwoningen en krijgen daar een deel van de opbrengst voor.

cuba-2275

Havana, Marina Hemingway

Wie zoals wij met de boot in een Cubaanse marina aankomt krijgt met een resem inspecteurs en ambtenaren te maken. Het begint met de gezondheidsinspectie. De dokter komt aan boord en vraagt meteen of hij misschien een biertje kan krijgen. Als hij vertrekt vraagt hij of hij misschien een biertje kan meenemen voor zijn vrouw. Tussendoor ontspint zich een gemoedelijk gesprek. De dokter is pas terug van Miami waar hij de droeve opdracht had zijn vader te begraven. En dat alles daar zo vreselijk duur is. Zelf heeft hij niet te klagen al moeten veel van zijn collega’s zien rond te komen door bij te klussen als taxichauffeur, automonteur of verkoper van verf en onderhoudsproducten. De ambtenaren van de landbouwinspectie die komen controleren op vervallen etenswaren of verdachte blikken aan boord zijn twee minzame oudere heren. Bij het afscheid vragen ze discreet of ze misschien die paar blikken tonijn mee naar huis mogen nemen.En zo gaat het de hele reis door Cuba door. Heeft Fidel van zijn volk een bedlaarsvolk gemaakt vragen we ons soms af. “Heb je misschien een zeepje? Shampoo? Een balpen voor de kinderen?” De havenkapitein in Cienfuegos polst of we misschien geen oude zonnebril kunnen achterlaten. Als in Marina Hemingway de eindafrekening wordt gepresenteerd komt de aap uit de mooi: “Het is gebruikelijk om bovenop het liggeld een fooi van 10% te geven”– in het zwart uiteraard. Alles met de glimlach en de Cubaanse nonchalance, zonder de minste agressiviteit. Maar het is pijnlijk te zien hoe dit trotse volk zich op die manier verlaagt om te overleven.cuba-0003

Nee, Cuba is niet het paradijs van de “Nieuwe Mens” waar Che Guevara van droomde, noch de hel zoals die in de geesten en de propaganda van de Cubaanse ballingen in Miami’s Little Havana bestaat. Misschien is de beste samenvatting nog die van Irene Aloha Wright, een Amerikaanse historica en journaliste die in 1910 schreef: “Wie langer dan tien jaar op Cuba heeft gewoond laat alle dogma’s en doctrines over dat land achter zich. Het eiland wordt niet voor niets het land van “ondersteboven” genoemd.“

Johan Depoortere

November 29, 2016 at 10:54 am 7 comments

NA FIDEL

raul_and_fidel_castro_wait_for_pope

De gebroeders Castro

De Revolutie is niet meer wat ze gewest is. Fidel Castro, ontelbare malen door zijn vijanden dood verklaard, is nog steeds onder de levenden, maar voor Cuba is het post-Fideltijdperk al een poosje begonnen. Raúl, de andere Castro, heeft de touwtjes nog stevig in handen maar acht jaar na het terugtreden van Fidel is het revolutionaire eiland onmiskenbaar veranderd. Fidel Castro, die straks 88 wordt, leidt een teruggetrokken bestaan en de meningen zijn verdeeld over hoever zijn invloed nog reikt: staat hij op de rem voor de hervormingen van zijn broer of is ook hij tot het besef gekomen dat de “oude vormen en gedachten” niet langer houdbaar zijn? De hervormingen van Raúl zijn hoe dan ook onomkeerbaar en de vraag is alleen of ze de “Revolutie” zullen redden dan wel liquideren.

Beweging in Havana en Miami

Ook aan de andere kant van de Straat van Florida, in Miami, evolueren de geesten. Voor het eerst blijkt een meerderheid van Cubaans-Amerikanen voorstander te zijn van een opheffing van het halve eeuw oude embargo tegen het Caraïbische eiland. De zonen en dochters van de Cubanen die vijftig jaar geleden Cuba ontvluchtten zijn niet langer geobsedeerd door Fidel. Zij zien in het Cuba van vandaag vooral business opportunities en proberen – voorlopig vergeefs – de beleidsmakers in Washington tot een meer realistische koers te bewegen. Een kleine maar uiterst invloedrijke groep hardliners blijft zwaar wegen op de Cubapolitiek van de president en de hoogste Amerikaanse regeringskringen.

Schermafbeelding 2014-09-03 om 10.30.35Cuba blijft in de Amerikaanse publieke opinie een hot topic, getuige de stroom boeken die over het eiland blijven verschijnen. Without Fidel van Ann Louise Bardach is rijk aan anekdotiek over Fidel en Raúl. Bardach maakte eerder naam met Cuba Confidential: Love and Vengeance in Miami and Havana (2002) over de gecompliceerde relaties tussen de twee Cubaanse hoofdsteden en vooral de krabbenmand van de Cubaanse gemeenschap in Miami en haar relatie met Washington.

Schermafbeelding 2014-09-03 om 10.39.12Marc Frank is één van de weinige Westerse journalisten die ook in Cuba wonen. Hij is de auteur van Cuban Revelations: Behind the Scenes in Havana, een journalistiek verslag van de recentste ontwikkelingen op Cuba. Frank woont al sinds 1990 in Havana en is met een Cubaanse getrouwd. Daardoor kent hij het dagelijks leven en de dagelijkse zorgen van de Cubanen zeer goed en hij schrijft met kritische sympathie over de Cubaanse Revolutie.

Fidel Castro en de Cubaanse Revolutie hebben tien Amerikaanse presidenten, talloze moordpogingen en het einde van de Sovjetunie overleefd. Internationaal staat Cuba vandaag minder geïsoleerd dan ooit. Bevriende regimes in Venezuela, Brazilië, Ecuador en Nicaragua hebben de vroegere paria weer geïntroduceerd in inter-Amerikaanse fora zoals de OAS, de Organisatie van Amerikaanse, decennia lang de exclusieve speeltuin van Washington. In 2008 schrapte de Europese Unie alle sancties die ze had opgelegd na de arrestatie van 73 dissidenten in 2003 al blijft de Unie politieke hervormingen eisen als voorwaarde voor verdere economische samenwerking.

Hamburgers van bananenschillen

Het succes op het buitenlandse politieke toneel staat in schril contrast tot de penibele toestand op het eiland zelf. Cuba kruipt langzaam overeind uit het diepe economische dal na de val van de Sovjetunie en het wegvallen van de royale Russische steun. De ”speciale periode” van oorlogseconomie in vredestijd ligt elke Cubaan nog vers in het geheugen. “We maakten hamburgers van pompelmoes- en bananenschillen; we maakte schoon met sap van limoenen en zure sinaasappels en we gebruikten het zwarte poeder uit batterijen als haarvferf en make-up” herinnert zich een verpleegster uit de kennissenkring van Marc Frank.

Toen de nood het hoogst was verscheen als een deus ex machina Hugo Chavez op het toneel die de Cubaanse economie van het failliet redde. Chavez leverde olie tegen voorwaarden ver onder de marktprijs en hij betaalde cash voor de artsen die Cuba massaal naar Venezuela stuurde. In. 2004 bijvoorbeeld ontving Cuba 5 miljard dollar voor medische en andere technische assistentie aan Venezuela. De relatie tussen Cuba en Venezuela leek vooral gebaseerd op de persoonlijke vriendschap tussen Fidel en Hugo Chavez en toen Raúl Castro in 2006 de teugels van zijn broer overnam vreesden velen dat de vriendschap tussen de twee landen zou bekoelen. Maar onder Raúl namen de Venezolaanse investeringen in de Cubaanse olie-industrie nog toe en zelfs de dood van Chávez in 2013 heeft daar niets aan veranderd.

De reddingsboei die Chávez de Cubaanse economie toegooide had als gevolg dat Fidel Castro in 2002 de hervormingen begon terug te draaien die hij in de jaren 90 noodgedwongen had doorgevoerd. Er kwam strengere controle op de invoer van buitenlandse deviezen en de samenwerking met buitenlandse investeerders werd teruggeschroefd. Fidel zette een nieuwe ideologische campagne op onder de slogan: “De slag om de ideeën” en een nieuw internationalistisch programma: “Plan Mirakel” dat voorzag in gratis gezondheidszorg voor Latijns-Amerikaanse buurlanden en in medische opleiding voor tienduizenden jongeren uit die landen. En toen struikelde de Líder Máximo.

501279

De val van Fidel. De auteur van de video die de dramatische val vastlegde leeft nu in de VS

Raúl komt uit de coulissen

Castro viel op 20 oktober 2004 toen hij van het podium afdaalde na een speech in de centrale provincie Villa Clara. Hij brak zijn knieschijf en zijn bovenarm, maar dat was pas het begin van een lange lijdensweg die Fidel een paar keer aan de rand van de dood bracht en die twee jaar zou leiden tot de tijdelijke overname van zijn functies door zijn jongere broer Raúl en nog eens twee jaar later tot zijn officieel aftreden als president en partijleider. Toen Raúl op het toneel verscheen was hij voor de meeste Cubanen, laat staan voor buitenlandse pundits en waarnemers, weinig méér dan een schimmige figuur aan het hoofd van het leger. Velen waren van mening dat Raúl een handpop zou zijn, gemanipuleerd door zijn oudere broer.

raul-castro-1-sized

De jonge Raúl Castro

Raúl Modesto Castro Ruz werd geboren op 3 juni 1931, de jongste zoon van Angel Castro en Lina Ruz. Raúl stond altijd in de schaduw van zijn zes jaar oudere broer Fidel die hij mateloos bewonderde. De jongste Castro miste de intellectuele nieuwsgierigheid en de atletische fysiek van Fidel, maar hij was de lieveling van zijn moeder en van het gezin. In de kring van intimi staat hij bekend om zijn humor, zijn charme en zijn empathie. Maar politiek stond Raúl altijd de harde lijn voor en hij wordt in de eerste plaats verantwoordelijk geacht voor de honderden, volgens sommigen duizenden executies van politieke tegenstanders tijdens de guerrillastrijd tegen het Battistaregime en in de eerste jaren van de revolutie. Des te opmerkelijker is het dat Raúl Castro zich algauw ontpopte tot de hervormer. Hij maakte meteen schoon schip van de bevlogen plannen van Fidel: exit de Slag om de Ideeën en Plan Mirakel. Pragmatisme werd de nieuwe marsrichting.

Het volk mort

De hervormingen van Raúl kwamen er niet uit ideologische overwegingen, maar uit pure noodzaak. Het volk morde en de toekomst van de Revolutie stond op het spel. Toen Raúl in 2006 tijdelijk de leiding had overgenomen had hij de Cubanen uitgenodigd tot een groot debat. Het gevolg was een stortvloed aan klachten en aanbevelingen, vooral over de staat van de economie. Een eerste reeks klachten ging over de kloof tussen inkomen en prijzen. De Cubanen worden betaald in pesos, maar veel goederen en diensten zijn alleen te krijgen in de zogenaamde “deviezenwinkels” waar betaald moet worden in CUC , de Convertibele peso die ongeveer 24 keer meer waard is. Dat systeem van de dubbele munt maakt levensnoodszakelijke producten voor de meeste Cubanen zo goed als onbetaalbaar. Zo kost een fles keukenolie 2 CUC, het equivalent van 48 pesos, een bedrag waar de gemiddelde Cubaan drie dagen voor moet werken.

Een andere klacht ging over de achteruitgang van het veel geroemde systeem van gratis gezondheidszorg. Dit had voor een deel te maken met het tekort aan dokters en verplegend personeel. Veel hoog opgeleide gezondheidswerkers werden uitgestuurd naar het buitenland waar ze geld opbrachten voor de schatkist of ze verkozen te werken in de informele economie waar ze een veelvoud konden verdienen van hun staatsinkomen. Veel anderen verkozen gewoon het land te verlaten en een lucratieve carrière op te bouwen in het buitenland.

Een derde reeks klachten ging over de bureaucratie, de corruptie en de regelneverij van de overheid. De wet bijvoorbeeld die Cubanen de toegang ontzegde tot toeristenhotels, tot het internet en mobiele telefoons, de reisbeperkingen, het verbod op het kopen en verkopen van huizen en auto’s.

Kortom, bij het aantreden van Raúl waren de verwachtingen in alle lagen van de bevolking hooggespannen. Voor het eerst gaven de officiële media ook uiting aan de klachten en de aanbevelingen van de bevolking. Boven het verslag van een uiterst kritisch congres van Cubaanse schrijvers en kunstenaars blokletterde Granma, het officiële orgaan van de Cubaanse Communistische Partij: We moeten ons voorbereiden op een nieuwe toekomst voor ons land.

De hervormingen van Raúl

Raúl Castro had goed naar de verzuchtingen van de Cubanen geluisterd en bijna op dag één van zijn aanstelling in februari 2008 maakte hij werk van een hele reeks hervormingen die over de jaren het leven van de eilandbewoners ingrijpend zouden veranderen. Het begon met het openstellen van de markt voor computers en dvd’s. Kort daarop konden de Cubanen voor het eerst mobiele telefoons kopen. Enkele jaren later waren 1,5 miljoen mobieltjes en in omloop en vandaag zie je in het straatbeeld van Havana en andere Cubaanse steden net zoveel mensen met een smartphone aan het oor als waar ook ter wereld. Toegang tot het internet blijft beperkt en duur.

De hervormingen in de landbouw hadden grote invloed op het dagelijks leven van de Cubanen. De boerenmarkten die her en dar oogluikend werden getolereerd werden gelegaliseerd. Privéboeren kunnen nu overal hun producten rechtstreeks aan de consument verkopen. De staat gaf de boeren ook hogere prijzen voor melk, kaas en vlees en braakliggend land van de staat werd onder duizenden kleine boeren en coöperaties verdeeld. De privésector die nog altijd slechts een fractie van de landbouwgrond bezit produceert nu 70% van de landbouwproducten die naar de consument gaan. Zelf kon ik vaststellen dat je in alle grote steden nu zonder problemen een grote variatie aan vlees, groenten en fruit kunt vinden zowel op de openbare markten als aan de honderden stalletjes van verkopers op straat.

Een auto kopen en verkopen, een eigen huis bezitten, vrij reizen naar het buitenland (of zelfs van de provincie naar de hoofdstad): het was allemaal taboe zo lang Fidel het voor het zeggen had. Sinds 2011 kunnen auto’s en huizen van eigenaar wisselen zonder de bijna onoverkomelijke bureaucratische rompslomp die tot dan toe gepaard ging met de “ruil” van woning of auto. De maatregel bracht de bestaande zwarte markt en de corruptie die ermee gepaard ging bovengronds. Voortaan kunnen Cubanen ook naar het buitenland reizen en terugkeren zonder het risico te lopen dat in hun afwezigheid hun bezittingen geconfiskeerd worden.

marino_murillo

Marino Murillo, vice-president en hervormingstsar wordt vaak geciteerd als mogelijke opvolger van Raúl

Taboes sneuvelen en ongelijkheid neemt toe.

De hervormingen van Raúl en zijn economietsaar Marino Murillo lijken zo uit het receptenboekje van het IMF geplukt en in zijn toespaken klinkt Raúl af en toe als een neo-liberale hervormer. Het idealistische en paternalistische en sterk gepersonaliseerde revolutionaire project van Fidel Castro heeft zijn tijd gehad en moet vervangen worden door een meer realistische benadering die rekening houdt met het eigenbelang – zo omschrijft Frank de nieuwe marsrichting. Of in de woorden van Raúl: “Het komt erop aan de foute en onhoudbare opvattingen over socialisme te transformeren, die in de loop van de jaren in brede lagen van de bevolking diep wortel hebben geschoten en die het gevolg zijn van een té paternalistische, idealistische en egalitaire benadering door de Revolutie.” “We moeten voorgoed af van het idee dat Cuba het enige land ter wereld is waar mensen kunnen leven zonder te werken,” verklaarde Raúl bij een andere gelegenheid.

De gevolgen voor het dagelijks leven van de Cubanen waren immens. 500000 werknemers worden uit de loonlijsten van de staat geschrapt. Die moeten voortaan hun eigen boontjes doppen in de privésector of zelfstandige ondernemers worden. De werkloosheidvergoeding die de pil moet verzachten is beperkt tot maximum vijf maanden. Honderdduizenden Cubanen dreigen daarmee tussen twee stoelen te vallen en in de slechtste van twee werelden terecht te komen: een autoritair communistische regime gecombineerd met het onzekere bestaan van de vrije markt.

Een ander gevolg is de toegenomen ongelijkheid, zichtbaar in het straatbeeld. Rijke Cubanen kunnen zich vrijwel alles veroorloven in de deviezenwinkels, wie het met zijn karige loon in pesos moet stellen heeft nauwelijks genoeg om te overleven. De cijfers bevestigen het beeld. Cuba is nog steeds de meest egalitaire samenleving in Latijns Amerika, maar sinds de jaren negentig neemt de ongelijkheid toe ten voordele van hen die toegang hebben tot buitenlandse valuta. Volgens een interne studie heeft de top tien van de rijksten tot 15 keer méér koopkracht dan de tien onderaan de ladder. Een andere studie schat dat 20% van de hoofdstedelijke bevolking behoeftig is en nog eens 30% “kwetsbaar.”

En Fidel?

Wat vindt Fidel vindt van de richting die de Revolutie is ingeslagen? Af en toe schrijft hij een kritische kolom in het partijblad Granma, maar het is onduidelijk of hij zijn broer en de ploeg hervormers een stok in de wielen kan of wil steken. Op de vraag van een Amerikaanse journalist of het Cubaanse model nog voor export vatbaar antwoordde Fidel: “Het Cubaanse model werkt zelfs niet meer voor Cuba.” Eerder (in 2005) had Fidel al voor blokletters in de internnationale pers gezorgd toen hij zei: “de grootste fout die we begaan hebben was denken dat iemand werkelijk wist wat socialisme is.”

Het Socialisme.2 van Castro nummer twee is in volle beweging. Wat het wordt is koffiedik kijken maar zeker is dat de tijd van de romantische Revolución voorgoed voorbij is.

Johan Depoortere

CUBAN REVELATIONS

Mark Frank

University Press of Florida 2013

 

WITHOUT FIDEL

Ann Louise Bardach

Scribner New York 2009

 

BLOGS OVER CUBA:

The Cuban Triangle

De dissidente Yoani Sánchez: Generation Y

Cubaanse jongeren: La Jóven Cuba

In het Nederlands:

Cuba

September 9, 2014 at 5:55 am Leave a comment

CUBA SÍ, CUBA NO

Cuba, het grootste eiland van de Caraïben, is omgeven door mythes en romantiek. Na meer dan een halve eeuw spreekt de Cubaanse revolutie nog steeds tot de verbeelding. De figuren van Fidel Castro en Che Guevara, de strijd van een David tegen de oppermachtige Goliath, de overwinning in de Varkensbaai, de onverzoenlijke vijanden van de revolutie in Miami: het is allemaal stof voor legende. De werkelijkheid op het eiland, het dagelijkse leven van de massa Cubanen is veel minder bekend en de realiteit wordt vaak door de legende vertroebeld. Na ruim vier jaar rondzwerven in het Caraïbisch gebied met onze zeilboot “Eventually” zijn we  – Mien en ik – dit jaar na onder meer Haïti en Jamaica (zie: De trek naar Het Zuiden) ook op Cuba aanbeland. Onze tocht leidde van Santiago in het Oosten tot Los Morros in de Westelijke provincie Pinar del Rio en van daar langs de Noordkust van het eiland tot Havana. We waren in Cuba als toeristen, maar de journalistieke kriebel kon ik toch niet helemaal onderdrukken. Vandaar dit verslag in woord en beeld over Cuba vandaag.

Johan Depoortere

 

_DSC0004

Bienvenidos a Cuba Socialista staat in reuzenletters op een muur te lezen bij het binnenvaren van de machtige baai van Cienfuegos. Maar de letters zijn vervaagd en het woord Cuba is nauwelijks nog te onderscheiden. Zoals de verf van de slogans zo lijkt ook het revolutionaire enthousiasme in het land van Che en Fidel met de tijd te zijn getaand. Guevara-kitsch alom, maar tegelijk ook overal tekenen van het sluipende kapitalisme dat deze Caraïbische revolutionaire voorpost lijkt te veroveren.

_DSC0093

De heilige Che Guevara op ansichtkaarten, petjes, vlaggen en muren

 

_DSC0033

Een kwart eeuw geleden kon Fidel Castro in een vlammende toespraak op het plein vóór de historische Moncadakazerne in Santiago de Cuba de massa’s nog tot staande en loeiende ovaties brengen. Het was 1988 en ik was met een cameraploeg in Cuba voor een Panoramareportage. In de Sovjetunie was het de tijd van Glasnost en Perestroika en de bedoeling was na te gaan hoe bondgenoot Cuba daarop zou reageren. Fidel maakte dat in zijn toespraak in Santiago zonneklaar: van die nieuwigheden lustten de Cubanen geen pap. Integendeel, de schroeven werden aangedraaid, de controle door de Communistische partij en de CDR, buurtcomités voor de Verdediging van de Revolutie, nog aangescherpt. Kortom het Cubaanse antwoord op Perestroika was Castroika, het spiegelbeeld van het Russische origineel.

De Cubanen betaalden een zware prijs voor de volharding in de leer. Voor de bevolking trad na het wegvallen van de royale steun van het Russische broedervolk een periode aan van tekorten en harde tijden in het algemeen. Vandaag denken de Cubanen met afgrijzen terug aan die tijd die toen “speciale periode” werd genoemd, een oorlogssituatie in vredestijd met drastische rantsoenering en rampzalige tekorten. “We maakten hamburgers van pompelmoesschillen, we maakten schoon met citroen-en sinaasappelzuur en we gebruikten het zwarte poeder uit batterijen voor makeup en haarverf,” vertelt een verpleegster aan Marc Frank*, een Amerikaanse journalist die al tientallen jaren in Cuba woont en zelf met een Cubaanse verpleegster is getrouwd. Voor de Cubanen in Miami leek het einde van het Castrotijdperk eindelijk aangebroken en de Amerikaanse regering onder Clinton bereidde actief het post-Castrotijdperk voor. Het Einde van het Einde van de Revolutie blokletterde The New York Times enigszins dubbelzinnig in 2006.Fotostream jun. 2014 - 01

_DSC0072

De affiches zijn verbleekt net als de revolutionaire idealen

 

_DSC0071

Het regime overleefde de zwaarste crisis sinds de machtsovername door Fidel in 1959 dank zij de deus ex machina uit Venezuela: Hugo Chavez, die olie leverde onder de marktprijs en daardoor gedeeltelijk het wegvallen van de sovjethulp compenseerde. Maar de revolutionaire idealen kwamen niet ongeschonden uit de crisis. Eerst werd de dollar als officieel betaalmiddel ingevoerd en het toerisme nam stilaan de plaats in van suiker als bron van deviezen. Met de buitenlandse toeristen kwamen prostitutie, winstbejag en ongelijkheid het eiland binnen. Toen werd de basis gelegd voor de dubbele economie zoals de Cubanen die vandaag kennen. Al gauw werd de dollar vervangen door de CUC, de convertibele peso voor de buitenlanders, maar ook de rijkere Cubaan. Daarnaast blijft de “moneda nacional” de peso voor de rest van de bevolking. Met de CUC – ongeveer ter waarde van 80 eurocent – kun je terecht in de luxueuze supermarkten (de vroegere “dollarwinkels”) waar vrijwel alle producten uit de kapitalistische wereld te koop zijn. Met de moneda nacional (ongeveer 4 eurocent) kun je basisproducten kopen in de treurige staatswinkels en op de alom tegenwoordige agromercado’s: de markten waar boeren nu hun producten rechtstreeks aan de consument kunnen verkopen. Een munt voor het kapitalisme en een munt voor het communisme. Werknemers worden betaald in peso, luxeproducten – vrijwel alles behalve de basisbenodigdheden – zijn alleen te koop met CUCs. “Economische Apartheid,” zoals critici van het regime het noemen of pragmatisme om te overleven.

_DSC0002

De markt in Cienfuegos

_DSC0360

Boerenmarkt in Santiago de Cuba

In tegenstelling tot wat we een kwarteeuw geleden – nog vóór de ineenstorting van de sovjetunie – in Cuba zagen is nu vrijwel alles te koop, al blijven de staatswinkels een troosteloze lege aanblik bieden. De boerenmarkten zijn goed voorzien van alle mogelijke verse groenten, fruit en vlees en Cubanen zijn uiterst bedreven in het bedenken van oplossingen om te vinden wat niet direct voorhanden is. In Santiago zochten we vergeefs naar eieren tot onze taxichauffeur een man met een karton eieren op straat zag lopen. Voor we het goed doorhadden waarom we stopten was onze chauffeur aan het onderhandelen over de prijs en werd de transactie afgesloten: een dozijn eieren voor een paar CUCs._DSC0371

Vandaag zijn de ergste materiële noden gelenigd maar de prijs is toegenomen ongelijkheid in de Cubaanse samenleving. In 88 was het Cubanen verboden de internationale hotels en supermarkten zelfs maar te betreden. Nu spenderen rijke Cubanen er dikke bundels CUCs aan luxeproducten als smartphones, Hollandse kaas, Ierse whisky en zelfs naast de lokale variant – het Amerikaanse embargo ten spijt – ook échte Coca-Cola. Het gevolg is dat iedereen aan CUCs probeert te komen – een vlucht uit de nationale munt. In Santiago de Cuba vonden we Osmar, een 35-jarige leraar lichamelijke opvoeding die de gelukkige eigenaar was van een veertig jaar oude Russische Moskvitsj. Osmar heeft zijn baan als leraar opgegeven en is nu taxichauffeur met officiële licentie. Hij bracht ons dagelijks met zijn gammele, maar betrouwbare Moskvitsj, van de marina naar het centrum van de stad, zo een twintig kilometer verder. We betaalden ongeveer tien CUC voor de rit: Osmar verdiende per dag een veelvoud van zijn vroegere maandloon als leraar.

_DSC0538

De staatswinkels bieden nog altijd dezelfde troosteloze aanblik. Dit is Marea del Portillo op het Cubaanse platteland.

 

_DSC0427

Staatswinkel in Trinidad

_DSC0565

Bevoorrading op het platteland

Cubanen hebben het nu ongetwijfeld veel beter dan 25 jaar geleden en onvergelijkbaar veel beter dan in de zogenaamde “speciale periode,” de crisis na de terugtrekking van de sovjets. Toch blijft het leven hard voor de meeste Cubanen, ondanks de vele voorzieningen, het gratis onderwijs en de voortreffelijke medische infrastructuur. Er is door het Amerikaanse embargo een tekort aan geneesmiddelen,ook al verkoopt Cuba patenten op geneesmiddelen in het buitenland. Sigrid, een Vlaamse solozeilster, moest met ernstige brandwonden in een ziekenhuis in Santiago worden opgenomen waar haar verwondingen bij gebrek aan geneesmiddelen met alcohol werden verzorgd. 

_DSC0630

Taxi!

_DSC0419

Openbaar vervoer (Santiago)

_DSC0475

_DSC0004

De bus: “Guagua” in het Cubaanse slang.

Het openbaar vervoer is nog steeds een ramp al zie je meer en meer Chinese bussen. Zo een overvolle bus waar een rit een paar cent kost is een hele luxe in vergelijking met de veel talrijker “camiones:” omgebouwde vrachtwagens waar passagiers in de laadbak worden gestouwd. Paard en kar zijn buiten Havana een vertrouwd beeld in de stad en op het platteland. Fietstaxis zijn overal populair ook in de hoofdstad en de Amerikaanse vintage cars uit de jaren zestig zijn een speciale attractie voor de toeristen. Ook hier weer een dubbele economie: officieel erkende taxis en particulieren die legaal of – meestal – illegaal een graantje proberen mee te pikken van de toeristische bonanza. Toen de politie ons in een illegale taxi (een rode Buick 1956!) tegenhield betaalde de chauffeur zonder verpinken de boete van 120 CUC (100 Euro) en reed fluitend verder.

_DSC0003

Fietstaxi in Havana

 

_DSC0581

Trinidad

_DSC0055

Havana: armoede en verval springen in het oog

_DSC0573

Ook het kleinste dorp heeft een school.

Licht en schaduw. De revolutionaire overheid zorgt voor de burgers, niemand lijdt honger of is dakloos. Onderwijs is gratis van kleuterklas tot universiteit. Op het eiland Granma bij Santiago zien we overal nieuwe daken op de bescheiden woningen. Daar heeft de overheid kosteloos voor gezorgd na de verwoestende doortocht van de orkaan Sandy in 2012. Een bejaarde alleenstaande man die zijn huis verloor woont sinds die tijd in de polikliniek van het dorp in afwachting van een nieuwe woning. Een zwaar gehandicapte man neemt ons mee in zijn fietstaxi in Cienfuegos. Dank zij de gratis openbare gezondheidszorg heeft hij na een ongelukkige zware val maandenlang kunnen revalideren. Nu kan hij weer, zij het met moeite, lopen maar hij ziet zich verplicht om zich voor een schamel inkomen in de tropische hitte met de fietstaxi af te beulen. 

Santiago Selectie - 2439

Santiago

Cuba heeft een alfabetiseringsgraad van 99,8% en met 78,3 jaar is de gemiddelde levensverwachting hoger dan die van de Verenigde Staten en de kindersterfte lager. Vergelijk dat met Haïti waar een man gemiddeld 59 jaar oud wordt, een vrouw 63 en waar op 1000 geboorten 80 kinderen niet de leeftijd van vijf jaar bereiken – in Cuba sterven 7 kinderen op 1000 vóór die leeftijd. Toch is klagen een nationale sport in Cuba. “Hier is geen vrijheid,” zucht een fietstaxirijder in Cienfuegos, zonder op details in te gaan. Een jongeman in Santiago zou graag emigreren maar kan niet, niet omdat het niet mag blijkt als we doorvragen, maar omdat hij geen visa krijgt van de landen waar hij naartoe wil: Ecuador of de Verenigde Staten. 

_DSC0164

Elisa en (onder) haar familie in Cienfuegos

In Cienfuegos ontmoeten we een bejaarde pianolerares met haar dochter en kleindochters op een zondagmiddagwandeling. Elisa – niet haar echte naam – klaagt dat het “vroeger” allemaal zoveel beter was. Bedoelt ze dan vóór de Revolutie? “Nee zeker niet,” haast ze zich te verduidelijken,“maar vóór de ‘speciale periode,” vóór de dramatische jaren 90 dus, toen de Russen de Cubaanse economie kunstmatig overeind hielden. Zoals veel Cubaanse families weet die van Elisa een zekere levensstandaard aan te houden dank zij hulp van familieleden in het buitenland. Haar zoon is muzikant in een orkest op een Canadese Cruiselijn en stuurt geregeld geld naar het eiland. Anna, de vijftienjarige kleindochter heeft zoals veel van haar leeftijdgenoten de smartphone binnen handbereik. Een luxe die ze zich nauwelijks zou kunnen veroorloven met het salaris van haar moeder die econome is in een staatsbedrijf en maandelijks 17 dollar in het huishoudelijk budget binnenbrengt. 

_DSC0167

Dubbele economie, dubbele moraal. Cubaanse vrouwen maken de buitenlandse man duidelijk dat ze beschikbaar zijn, moeders prijzen half grappend, half ernstig hun dochter aan. Een buitenlandse man of minnaar is een bron van deviezen en die zijn nodig voor luxeproducten als zeep, shampoo, schoenen. Het is allemaal te krijgen, als je maar CUCs hebt, convertibele pesos. En dus is de jacht op de toerist en zijn CUCs open. Sinds de kapitalistische koerswending is samen met de opkomst van privé-restaurants en kamerverhuur het fenomeen van de jinotero en jinotera explosief toegenomen. De jinotero (van het Spaanse woord voor jockey) of zijn vrouwelijke evenknie is de man of vrouw die je op straat aanklampt om zijn of haar diensten aan te bieden. Het gaat niet noodzakelijk – in het geval van de mannen meestal niet – om seks, maar de bedoeling is in de meeste gevallen om je mee te tronen naar een café of restaurant of een kamer in een B&B aan te bevelen. De klant betaalt dan iets meer en de jinotero/jinotera strijkt het verschil op. De al of niet officiële horeca is overigens een reusachtige bron van inkomsten voor individuele Cubanen en voor de staat. In toeristische steden als Santiago, Trinidad, Cienfuegos en Havana is er geen straat zonder tientallen paladares (restaurant in een particulier woonhuis) of arienda divisas (Bed and Breakfast) met een grote keus van luxueus tot zeer eenvoudig – nogmaals soms legaal, soms illegaal.

_DSC0512De Cubanen zijn zonder meer het vriendelijkste volk ter wereld. Tientallen boeken en reisverhalen vertellen sinds Columbus tot nu wat wij zelf ook ervaren hebben: de warmte en de gastvrijheid die je op het eiland aantreft vind je nergens anders. “Het mooiste eiland dat mensenogen ooit aanschouwd hebben,“ schreef Columbus. Met een bevolking die een sfeer van spontane goedmoedigheid uitstraalt wars van elke agressiviteit – ook dat is een reusachtig verschil met Haïti. Je komt in een godvergeten dorp en de mensen bieden je koffie aan of een borrel añejo – Cubaanse rum. Vissers die we onderweg op zee tegenkwamen “verkochten” kreeft en vis voor een Canvaspetje of een oude T-shirt, geld interesseert ze nauwelijks. Dat neemt niet weg dat de jinoteros – vooral in Havana – knap lastig kunnen worden al reageren ze meestal met de glimlach en Caraïbische zorgeloosheid als ze worden afgewezen. Decennia tekorten hebben van de Cubanen meesters in het overleven gemaakt. Wie geen convertibele peso’s kan bemachtigen zoekt bij de toerist op straat wat hij niet in de winkel vindt. Deuren – en harten – gaan open voor een flesje shampoo of parfum, voor ballpoints en afgedragen schoenen.

_DSC0262

Weekend in Cienfuegos

_DSC0268_DSC0287Cuba is in volle transformatie. De generatie die de tijd van vóór de revolutie heeft meegemaakt is aan het verdwijnen. Jongeren hebben de revolutionaire idealen verwisseld voor games, smartphones, alcohol en rock ‘n roll. Raúl Castro heeft de deur op een kier gezet voor internet (nu nog strikt gecontroleerd door de staat) en een dosis vrije markt en kapitalisme. Het gevolg is een hybride economie en een samenleving met grote verschillen in welvaart, met nieuwe rijken en relatieve armoede. De essentie van de Revolutie lijkt nog overeind maar de kapitalistische geest is uit de fles en niemand durft te voorspellen wat er zal gebeuren als de gebroeders Castro definitief van het toneel verdwijnen.

Johan Depoortere

* Marc Frank

CUBAN REVELATIONS

Behind the Scenes in Havana

University Press of Florida , 2013

June 21, 2014 at 3:49 pm 1 comment

GRENADA DERTIG JAAR LATER

In 1983, bijna  dertig jaar geleden, stuurde de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan een troepenmacht naar het Caraïbische eiland Grenada. Het eiland was in crisis na de moord op de revolutionaire leider Maurice Bishop. De militaire invasie was een groot succes: de Amerikaanse troepen behaalden een schitterende overwinning op het 1500 man tellende Grenadese leger  en het communistische gevaar was bezworen. Bijna dertig jaar later is Grenada weer een Caraïbisch eiland als de andere: met torenhoge werkloosheid, armoede en uitzichtloosheid.

_62889137_grenada_maurice_bishop_bbc

Maurice Bishop

Henry, de taxichauffeur die ons in minder dan een dag het hele eiland rondrijdt was tien toen Bishop werd vermoord. Hij herinnert zich nog de protestmanifestaties van vooral jongeren en de chaos kort vóór de Amerikaanse invasie. Henry vertelt met tegenzin over de revolutionaire periode: “Het is allemaal zo lang geleden,” maar hij herinnert zich wel dat zijn familie achter Bishop en zijn New Jewel Movement stond. Er is weinig op Grenada dat nog aan de revolutie van de jaren 70 en 80 herinnnert. Een zeldzame keer zie je een foto van Bishop op een muur geschilderd, soms paradoxaal genoeg in het gezelschap van Eric Gairy, zijn aartsvijand die hij met een staatsgreep ten val bracht.De nationale luchthaven heet nu Maurice Bishop International Airport en de weg ernaar toe de Maurice Bishop Highway.

Die luchthaven was één van de grote projecten van Bishop, die toeristen naar het eiland wou halen. Hij werd gebouwd door Cubaanse technici en met Cubaanse steun en was daarom een steen des aanstoots voor de Amerikaanse regering. Reagan beweerde dat de landingsbaan moest dienen om Cubaanse of Russische troepen en tanks aan te voeren en op die manier het hele Caraïbische gebied in handen te krijgen. Amerika werd bedreigd door een landje met minder dan 100000 inwoners!

eric_gairy

Eric Gairy was geobsedeerd door UFO’s en voerde gesprekken met buitenaardse wezens

Grenada werd in 1974 onafhankelijk van Groot-Brittannië en kreeg in de plaats van het koloniale bewind meteen een corrupte en dictatoriale heerser: Eric Gairy, een  nachtclubbaas die gesprekken voerde met buitenaardse wezens en occulte praktijken beoefende. Giary was niet van oppositie en dissidenten gediend en hield er daarom een privémilitie op na: de Mongoose Gang, die gelijkenissen vertoonde met de beruchte Tontons Macoutes in het Haïti van de Duvaliers. In één van de demonstraties tegen Gairy werd Bishop’s vader doodgeschoten, waarschijnlijk door een lid van de gangl. Gairy kon het overigens uitstekend vinden met de Chileense dictator Pinochet.

bishop castro

Maurice Bishop en Fidel Castro

Maurice Bishop was een briljante student die in Londen zijn diploma van barrister haalde en daarna als advocaat op Grenada de kleine man verdedigde. Daarnaast werd hij een welbespraakte en populaire politieke activist.  New Jewel Movement heette de partij die zich verzette tegen Gairy en streefde naar echte onafhankelijkheid.  Het was eind jaren zestig, begin jaren zeventig en Bishop sloot aan bij de heersende ideologie van de dekolonisatie en antiracisme in wat tot voor kort Westerse kolonies waren. Black Power, Malcolm X, het “Afrikaanse socialisme”van Julius Nyerere in Tanzania, de bevrijdingsideologie van Frantz Fanon en de Algerijnse bevrijdingsstrijd en pas later ook de Cubaanse revolutie van Fidel Castro, het maakte allemaal deel uit van de inspiratie van Bishop en zijn tijdgenoten.

Eric Gairy was in 1979 voor een zitting van de Verenigde Naties in New York  – waar hij over zijn buitenaardse ervaringen sprak – toen Bishop met een groep medestanders de macht greep. Het revolutionaire bewind onder Bishop zwoer bij een soort basisdemocratie naar Cubaanse model, maar andere politieke partijen werden verboden, de pers werd aan banden gelegd en er volgden willekeurige arrestaties en gevangenneming zonder vorm van proces. Jongeren werden gedwongen gerecruteerd voor de “revolutionaire strijdkrachten.” Bishop nationaliseerde de grond maar liet voor de rest privé-eigendom grotendeels ongemoeid en zag in het opkomende toerisme toekomst voor het eiland dat tot dan toe vooral leefde van de opbrengst van één produkt: muskaatnoot.

Binnnen de eenheidspartij groeide intussen de oppositie tegen de gematigde koers van Maurice Bishop. Vier jaar na de revolutie greep een groep onder leiding van Bishops jeugdvriend Bernard Coard de macht. Bishop werd onder huisarrest geplaatst. Het precieze verloop van de gebeurtenissen die daarop volgden blijft ook nu nog gedeeltelijk in het duister gehuld. Jongeren en aanhangers van Bishop kwamen massaal op straat en slaagden er ook in hun leider te bevrijden.

Op deze plek werden Maurice Bishop en vijftien anderen doodgeschoten

Op deze plek werden Maurice Bishop en vijftien anderen doodgeschoten

_DSC0050

Een verweerde gedenkplaat herinnert aan de tragische gebeurtenissen van oktober 83

Om onduidelijke redenen trok Bishop toen met een aantal topfiguren die samen met hem aan de dijk waren gezet naar het 18e eeuwse fort Rupert, het hol van de leeuw. Daar wachtte hen opnieuw gevangenneming door de militairen die zich achter Coard hadden geschaard en die Bishop en 15 van zijn medestanders vrijwel onmiddellijk standrechterlijk executeerden.

Het eiland was ten prooi aan chaos, reden genoeg vond Reagan om in te grijpen en schoon schip te maken met – na Cuba – een tweede communistische buur in Amerika’s achtertuin. Een expeditiemacht van 7000 marines en Rapid Deployment Forces viel op 25  oktober 1983 Grenada binnen.  Nominale steun van de Caraïbische buurlanden Jamaica en Barbados maakte van de invasie een “internationale inventie.”  De invasie onder de codenaam Operation Urgent Fury kwam er officieel op verzoek van de Organisation of Eastern Caribbean Countries. De New York Times kon aantonen dat de tekst van het “verzoek” in Washington was opgesteld. Directe aanleiding was voor Reagan de aanwezigheid van een aantal Amerikaanse studenten aan de medische faculteit van St George’s die zogenaamd gegijzeld werden en in levensgevaar verkeerden. Hoewel de studenten lieten weten dat ze veilig waren en niet vreesden voor hun leven werd de mythe zorgvuldig in stand gehouden. Dat was des te gemakkelijker omdat de internationale pers tijdens de gebeurtenissen van het eiland werd geweerd.

_62889132_grenada_us_prisoners2_apDe militaire operatie kostte aan  160 Grenadezen en 19 Amerikanen het leven. Het contingent vermeende “Cubaanse militaire adviseurs” dat op het ogenblik van de invasie op het eiland aanwezig was bestond uit 700 man, volgens Bob Woodward bijna allen geaccrediteerde diplomaten en hun familie. De Cubanen hadden bevel gekregen niet aan de strijd deel te nemen. Toch kwamen  25 van hen om. Operation Urgent Fury was in hoge mate geïmproviseerd en amateuristisch voorbereid. De meeste Amerikaanse doden vielen ten gevolge van een bombardament van hun eigen luchtmacht die verondersteld werd de grondtroepen te ondersteunen. De invasietroepen moesten zich oriënteren met landkaarten voor toeristen en de communicatie  was desastreus. Het verhaal gaat dat de Amerikaanse opperbevelhebber, vice-admiraal Joseph Metcalf III, in een restaurant in de hoofdstad St George’s de telefoon opeiste om met het Pentagon te bellen.

Het blijft de vraag waarom Reagan het nodig vond een onbetekenend eiland in de Caraïben met militair geweld binnen te vallen. De Koude Oorlog verklaart voor een deel de heersende paranoia. Operatie Urgent Fury was de eerste buitenlandse militaire operatie van de VS sinds het einde van de oorlog in Vietnam. Na dat debacle hadden de Amerikanen behoefte aan een overwinning – al was het dan de overwinning van de olifant op de mug. Een andere gebeurtenis kort óór de inval in Grenada kan een deel van de verklaring vormen. Zes dagen eerder waren bij een zelfmoordaanslag tegen de Amerikaanse troepenmacht in Beiroet 299 Amerikaanse militairen omgekomen – de ultieme vernedering van de supermacht. Maar bovenal was de bedoeling van de invasie duidelijk te maken wie de baas is in het Caraïbisch gebied. Tegen een correspondent van de New York Times zei een hoge Amerikaanse ambtenaar dat het bedoeling was aan te tonen dat Amerika na Vietnam nog steeds een machtige natie was: “What good are manoeuvres and shows of force, if you never use it?”

Na de Amerikaanse “overwinning” verdween Grenada uit het internationale nieuws en dat is tot vandaag niet anders.

coard

Bernard Coard bij zijn vrijlating in 2009

De leiders van de coup tegen Bishop en de verantwoordelijken voor zijn executie en die van zijn medestanders kregen de doodstraf, maar die werd later omgezet in levenslang. Ze zijn intussen vrijgelaten. De luchthaven, onder Bishop begonnen, werd afgewerkt met Europese steun. Toeristen stroomden toe en sterrenwichelaar Gairy kwam terug, maar kon via verkiezingen de macht niet meer heroveren. Een deel van de bevolking juichte de Amerikaanse invasie toe, de meesten waren vooral opgelucht dat er een einde kwam aan een woelige periode. De politieke erfgenamen van Bishop kregen in opeenvolgende verkiezingen daarna geen voet aan de grond en zijn vandaag van het politieke toneel verdwenen. Grenada werd een off-shore paradijsje voor banken, witwasserij van zwart geld en belastingontduiking. De Wall Street Journal schreef: “St. George’s has become the Casablanca of the Caribbean, a fast-growing haven for money laundering, tax evasion and assorted financial fraud…”

De schade veroorzaakt door orkaan Ivan is nog steeds niet hersteld.

De schade veroorzaakt door orkaan Ivan is nog steeds niet hersteld.

_DSC0057

Een nog grotere ramp bezocht het eiland in 2004 toen de orkaan Ivan voor miljoenen schade aanrichtte en vooral de muskaatnootplantages vernietigde. 90% van de bomen gingen verloren en daarmee ook de voornaamste bron van inkomsten. Toerisme is gedeeltelijk in de plaats gekomen, maar is voor de boeren die van de muskaatnoot leefden geen alternatief. Hun zonen en dochters werken in de resorts en de marina’s die de laatste jaren steeds populairder worden bij Amerikaanse en Europese bezoekers: yachties en andere vakantiegangers die de noordelijke winter ontvluchten. Ook de security business kent een gestage opkomst. Maar de werkloosheid – officieel 25% – is enorm en voor veel jongeren zit er niets anders op dan hun heil te zoeken in emigratie naar de VS of Groot-Brittannië. Hier en daar zie je luxueuze villa’s met af en toe een Hummer of een andere peperdure SUV voor de deur: “Grenadezen die het gemaakt hebben in het buitenland. Op het eiland rijk worden is uitgesloten!” zegt Victor, een buschauffeur, met een schaterlach.

Modern invaders

De nieuwe invasie van Grenada: cruiseschepen

Taferelen van stuitende armoede zie je niet op Grenada: geen krottenwijken, geen bedelaars op straat zoals in veel derde-wereldlanden (en in grote Amerikaanse steden). Huisvesting en verwarming zijn in dit klimaat niet echt een probleem  en ook de armsten komen niet van honger om omdat de natuur hier zo weelderig is. Bananen en tropisch fruit groeien aan de kant van de weg, er is vis uit de zee en bijna iedereen heeft wel een paar kippen of een geit lopen. In de supermarkten waar alleen buitenlanders en toeristen komen zie je bijna niets dan ingevoerde producten: sla en tomaten uit Californië, sinaasappelsap uit Florida, wasproducten en de meeste non food: allemaal made in the USA en peperduur. Het is de parallelle economie voor de buitenlanders en de bovenklasse. Gewone Grenadezen kopen in de stalletjes op straat of de boerenmarkt op vrijdag en zaterdag. Oh ja, de rum is plaatselijk en van uitstekende kwaliteit – maar ook de rietsuikerproductie is grotendeels met Ivan verdwenen en de meeste  rumproducenten voeren nu de melasse in uit Venezuela en Columbia.

Johan Depoortere

7 december 2012

December 7, 2012 at 3:38 pm 2 comments

DE RAKETTEN VAN OKTOBER

door Jef Coeck

Het voorbije weekend is een gebeurtenis van vijftig jaar geleden vrijwel onopgemerkt gebleven. Dat is des te merkwaardiger omdat in menig hand- en geschiedenisboekje valt te lezen dat de wereld toen aan de rand van een kernoorlog stond. Op 26, 27 en 28 oktober 1962 – net als dit jaar een vrijdag, zaterdag en zondag – viel het beslissende hoogtepunt van de zogenaamde ‘Cubacrisis’ tussen de VS en de Sovjet-Unie, met als alerte toeschouwers hun respectieve bondgenoten en buitenstaanders, kortom de hele wereld. De mensen waren al aan het hamsteren geslagen. Een halve eeuw geleden greep dus het Non-Event van de eeuw plaats: er kwam géén wereldwijd gewapend atoomconflict.

Hoe het toch nog goed afliep en of we hier al of niet te maken hebben met een historische hype, trachten we in dit stuk te achterhalen voornamelijk aan de hand van enkele befaamde en deskundige auteurs. Het zijn met name Tony Judt (TJ), de te vroeg overleden Brits-Amerikaanse historicus en publicist. En de deskundige stem van de insider, journalist en researcher Tim Weiner (TW), die een autoriteit is inzake Amerika’s geheime diensten, vooral de CIA. Occasioneel worden nog andere experts opgevoerd. De gewone feitelijkheden putten we uit kranten en publicaties van de betrokken periode, met name het Winkler Prins (WP) Jaarboek uitgave 1963. We puzzelen een stuk wereldgeschiedenis weer ineen. (Boekgegevens onderaan)

Wat vooraf ging

Op 1 januari 1959 werd de macht op Cuba overgenomen door de linkse guerillero Fidel Castro en zijn manschap. Dictator Batista werd verdreven. De VS verloren daarmee een leuk Pleasure Island op vaarafstand van Florida en een bron van illegale inkomsten aan gok-, prostitutie-, drugs- en witwasactiviteiten. President Eisenhower probeerde de meubelen nog te redden door Fidel niet onmiddellijk te demoniseren.
Dat gebeurde pas door John F. Kennedy, die in januari 1961 aantrad als nieuwe president. Een van zijn eerste beleidsdaden was een invasie in de Cubaanse Varkensbaai. De slechte voorbereiding door de CIA plus de zwaar onderschatte weerstand van de Cubaanse bevolking, maakten deze actie tot een lachwekkend fiasco. Van dan af ging Castro zich openlijk ‘communist’ noemen, hoewel hij dat toen zeker niet was, en hij zocht steun bij de Sovjet-Unie. Die vroeg en kreeg, in mei 1962,  de Cubaanse toestemming om in het geheim Russische atoomraketten op het eiland te installeren.

Kennedy had zwaar imagoverlies geleden en zon op revanche. In alle stilte werd een nieuwe inval, de operatie ‘Mongoose’ gepland. Nu was het wachten op een goede gelegenheid. Die leek zich voor te doen op 14 oktober 1962: een Amerikaans U-2 spionagevliegtuig ontdekte dat de Russen begonnen waren met het bouwen van raketbases op Cuba. Dat was ongetwijfeld een zware bedreiging voor de Amerikaanse veiligheid – zo zwaar was nu ook weer niet nodig geweest. De operatie Mongoose werd stilgelegd en in de plaats kwam er crisisoverleg met de stafchefs, geheime diensten, diplomaten en adviseurs. En natuurlijk de President met zijn onafscheidelijke broer Robert Kennedy, die toen net benoemd was tot Attorney-General, noem het minister van Justitie maar dan met aanzienlijk meer macht. Een spannende tijd lag in het verschiet. Laten we er een 7-daagse van maken.

Maandag 22 oktober – De Cubaanse crisis treedt in volle openbaarheid door een felle rede van president Kennedy, waarin de eis wordt gesteld van de ontmanteling van de Sovjet-raketbases op Cuba. Een blokkade op offensieve militaire goederen naar dit eiland wordt aangekondigd. (WP)

“Dat aan de stationering van de MRBM’s en de IRBM’s zo zwaar werd getild kwam door hun bereik. Ze waren niet ontworpen om aanvallende vliegtuigen uit te schakelen maar om doelen tot diep in de VS te raken. Een MRBM van de Sovjet-Unie kon destijds vanaf Cuba dus Washington DC treffen, terwijl een IRBM op het uiterste noordwesten na vrijwel de hele Verenigde Staten kon bereiken. Als verdedigingswapens waren deze raketten nutteloos, ze hadden uitsluitend betekenis als offensieve wapens of als afschrikwekkend middel tegen een eventueel offensief van anderen. Dus toen de U-2 op 14 oktober over westelijk Cuba vloog en ter hoogte van San Cristobal drie raketbases in aanbouw waarnam, en men vervolgens in Washington vaststelde dat die bases identiek waren aan de bekende MRBM-bases in de Sovjet-Unie zelf, trokken president Kennedy en zijn adviseurs de voor de hand liggende conclusie: ze waren voorgelogen en hun waarschuwingen waren in de wind geslagen, de Sovjet-Unie was bezig offensieve raketten in Cuba te plaatsen, raketten die uitsluitend op doelen in de VS konden worden afgevuurd. De Cubacrisis was een feit.” (TJ)

Dinsdag 23 oktober – Alle verloven in de Sovjet-Unie worden ingetrokken. De Veiligheidsraad komt in spoedzitting bijeen. (WP)

“John F. Kennedy liet drie aanvalsplannen voorbereiden: nummer een, het vernietigen van de raketbases door de luchtmacht of door bommenwerpers van de marine; nummer twee, het initiëren van een veel grotere luchtaanval; nummer drie, het binnenvallen en veroveren van Cuba. ‘We voeren in elk geval nummer een uit’, zei hij. ‘We maken die raketten onschadelijk.’ De vergadering werd ’s middags om één uur beëindigd nadat Bobby Kennedy voor een algehele invasie had gepleit.” (TW)

“De gezamenlijke stafchefs waren voorstander van de meest extreme aanpak, maar daar kregen ze onder de burgerleden van ExComm (een door Kennedy samengesteld Executive Committee, waarvan de gesprekken in het geheim werden opgenomen en later gepubliceerd zijn in het boek The Kennedy Tapes/jc) maar weinig steun voor. Niemand was voorstander van het negeren van de militaire opbouw en voortgaan zoals tot dan gebeurd was. ExComm discussieerde vijf dagen lang terwijl drie essentiële gegevens onbekend waren: hoeveel raketten al geplaatst waren en of die al operationeel waren, hoe de bondgenoten van de NAVO op een onvoldoende dan wel overdreven reactie van de Verenigde Staten zouden reageren en hoe Chroestsjov op de verschillende Amerikaanse maatregelen zou reageren.” (TJ)

Woensdag 24 oktober – Om drie uur wordt de blokkade van kracht. De Organisatie van Amerikaanse Staten schaart zich achter Kennedy. Oe Thant doet een beroep Chroestsjov en Kennedy. Geruchten circuleren dat Sovjet-schepen, op weg naar Cuba, hun koers wijzigen. (WP)

“De president overdacht nu het vraagstuk van een atoomoorlog op Cuba. Het begon tot hem door te dringen hoe weinig hij van de Sovjet-leider begreep. ‘We zaten er wat betreft de vraag wat hij probeert te doen in elk geval naast’, zei de president. ‘Weinigen van ons verwachtten dat hij middellangeafstandsraketten op Cuba zou plaatsen.’ Waarom had Chroestsjov dat gedaan? vroeg de president. ‘Wat is er het voordeel van? Het zou precies hetzelfde zijn als wij opeens een groot aantal middellangeafstandsraketten in Turkije zouden plaatsen’, zei hij. ‘Dat zou toch verrekte gevaarlijk zijn, zou ik zo denken?’
Er viel een akelige stilte. ‘Maar dat hebben we gedaan, meneer de president’, zei Bundy.” (TW) (McGeorge Bundy was de veiligheidsadviseur van Kennedy en van zijn opvolger Lyndon Johnson/jc)

“McGeorge Bundy stelde later vast dat het niet de Amerikaanse superioriteit, maar uitsluitend het gevaar van een kernoorlog was dat Chroestsjov ervan weerhield nog hoger spel te spelen. Dat kon president Kennedy, die onder zijn legerleiding niet erg geliefd was en voor wie een maand later tussentijdse verkiezingen op het programma stonden, natuurlijk niet hardop zeggen. Robert Kennedy herinnerde zich later dat hij hierover op het hoogtepunt van de crisis iets tegen zijn broer had gezegd: ‘Als je niet had ingegrepen, zou je afgezet zijn.’ De president zou bij het horen van die uitspraak instemmend geknikt hebben. De uitspraak was een voor de licht ontvlambare jongere broer kenmerkende overdrijving, maar de inhoud ervan zal in de beslissingen van de president wel een rol hebben gespeeld.” (TJ)

Donderdag 25 oktober – De antwoorden van Kennedy en Chroestsjov aan Oe Thant zijn verzoenend van toon. De Sovjetpremier wil de wapenzendingen stopzetten; de Amerikaanse president wil eerst controle, dan pas kan er van opheffing der blokkade sprake zijn. Het eerste Sovjetschip wordt aangehouden, maar mag doorvaren. (WP)

Destroyer USS Joseph P Kennedy, genoemd naar de vroegtijdig overleden oudste Kennedybroer, en ingezet bij de blokkade van Cuba: All in the Family!

“Die nacht begon er een uitvoerig bericht van Moskou binnen te komen. Het kostte meer dan zes uur het telegram te versturen en te ontvangen. Het betrof een persoonlijke brief van Nikita Chroestsjov waarin hij zich uitsprak tegen ‘de catastrofe van een thermonucleaire oorlog’ en – zo leek het – een uitweg voorstelde. Als de Amerikanen beloofden Cuba niet binnen te vallen, zouden de Sovjets de raketten verwijderen.” (TW)

“Beïnvloed door de stelling van Barbara Tuchman in haar boek over het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (De kanonnen van augustus), dat die oorlog misschien vermeden had kunnen worden door onderhandelingen, nam de president een eerder voorzichtige houding aan.” (De Belgische historicus Dr. Yvan Vanden Berghe in ‘De Koude Oorlog’).

Vrijdag 26 oktober – Concentratie van Amerikaanse luchteenheden in Florida. Er gaan geruchten dat de raketbases op Cuba zullen worden gebombardeerd. Chroestsjov geeft alle Sovjetschepen opdracht de blokkadevloot te mijden en stuurt drie niet-gepubliceerde brieven naar Kennedy. (WP)

“Op vrijdag 26 oktober stuurde Chroestsjov een lang en weinig samenhangend privébericht aan Kennedy, waarin hij zei te betreuren dat ze in de richting van een oorlog aan het afglijden waren: ‘Mocht er inderdaad oorlog uitbreken, dan zijn wij niet in staat die te stoppen, want dat is nu eenmaal de logica van een oorlog. Ik heb aan twee oorlogen deelgenomen en ik weet dat een oorlog pas ten einde komt als die door steden en dorpen getrokken is, als overal dood en verderf is gezaaid.’ Hij stelde ook een oplossing voor. ‘Alles werd onmiddellijk anders wanneer de president en de regering van de Verenigde Staten ons verzekeren dat de VS zelf niet aan een aanval op Cuba zal deelnemen en anderen van acties in die richting zullen weerhouden, als u uw vloot terugroept. (…) Dan zou de noodzaak van aanwezigheid van onze militaire experts op Cuba niet langer bestaan. (…) Meneer de President, wij en u moeten nu niet aan touwtjes gaan trekken waar u een oorlogsknoop in hebt gelegd, want hoe harder wij trekken, hoe strakker de knopen gaan zitten. En dan kan er een moment komen waarop die knoop zo strak zit dat zelfs degene die hem gelegd heeft hem niet meer los zal kunnen krijgen, en dan moet de knoop worden opengesneden. Het is niet aan mij om uit te leggen wat dat zou betekenen, want u begrijpt zelf uitstekend over welke vreselijke krachten onze landen beschikken.’” (TJ)

Zaterdag 27 oktober – Kennedy wijst een nieuw voorstel van Chroestsjov af, waarin deze verklaart de bases op Cuba te willen ontmantelen in ruil voor de ontmanteling van NATO-bases in Turkije. Reservisten zullen worden opgeroepen. (WP)

“De brief van Chroestsjov, die voortkwam uit de toenemende angst in het Kremlin dat Kennedy op het punt stond Cuba aan te vallen en op een confrontatie aanstuurde, kan heel goed de doorslaggevende angel uit de crisis hebben gehaald. De dag erna, op zaterdag 27 oktober, volgde er een openbare en formelere brief waarin elke vorm van een overeenkomst afhankelijk van een ruil werd: de offensieve raketten op Cuba zouden worden teruggetrokken als de NAVO zijn kernkoppen uit Turkije zou weghalen.” (TJ)

“Op zaterdag 27 oktober, om tien uur ’s morgens begon McCone (directeur Centrale Veiligheidsdiensten van de CIA/jc)de vergadering op het Witte Huis met het beroerde nieuws dat de raketten binnen zes uur operationeel konden zijn. Hij had zijn rapportage nog maar net voltooid toen president Kennedy een bericht van het Amerikaanse persbureau onder ogen kreeg: PREMIER CHROESTSJOV LIET KENNEDY GISTEREN WETEN BEREID TE ZIJN AANVALSWAPENS UIT CUBA TERUG TE TREKKEN ALS DE VERENIGDE STATEN HUN RAKETTEN UIT TURKIJE WEGHALEN.
De vergadering raakte in alle staten. Niemand wilde aanvankelijk iets van dat idee weten – behalve de president en McCone. ‘Laten we onszelf niet voor de gek houden’, zei Kennedy. ‘Ze doen een heel goed voorstel.’
McCone was het daarmee eens: het was duidelijk, serieus en het kon onmogelijk worden genegeerd. De woordenwisseling over hoe er moest worden gereageerd, sleepte zich de hele dag voort, onderbroken door huiveringwekkende momenten. Eerst dwaalde er een U-2 af tot in het luchtruim van de Sovjets voor de kust van Alaska, een voorval dat ertoe had geleid dat er straalvliegtuigen van de Sovjets in opperste staat van paraatheid waren gebracht. Vervolgens, tegen zessen die middag, meldde McNamara (toenmalig minister van Defensie/jc) opeens dat er een andere U-2 boven Cuba was neergeschoten, waarbij majoor Rudolf Anderson van de luchtmacht was gedood.
De stafchefs adviseerden nu met klem dat er binnen zesendertig uur een algehele aanval op Cuba moest worden ingezet.” (TW)

“Uiteindelijk werd besloten om de brief van Chroestsjov te beantwoorden, en de reactie kwam erop neer dat het Russische voorstel werd geaccepteerd. Intussen had Robert Kennedy op zaterdagavond een ontmoeting met ambassadeur Dobrynin, om hem van het belang van een overeenkomst te overtuigen en om vertrouwelijk een ‘rakettenruil’ te regelen.” (TJ)

Zondag 28 oktober – Keerpunt in de Cubaanse crisis. Radio Moskou maakt om 15 uur (West-Europese tijd) bekend, dat de Sovjet-Unie gevolg zal geven aan de eis, die president Kennedy aan het begin van de Cubaanse crisis heeft gesteld, nl. de ontmanteling van de Sovjet-raketbases op Cuba. (WP)

“Op zondag 28 oktober zond radio Moskou het bericht uit dat Chroestsjov de officiële voorwaarden van de VS voor beëindiging van de crisis accepteerde: ‘De regering van de Sovjet-Unie (…) heeft een nieuwe opdracht gegeven om de door u als offensief bestempelde wapens te ontmantelen, in te pakken en naar de Sovjet-Unie terug te vervoeren.’
Met die werkzaamheden werd onmiddellijk begonnen. Er dienden nog wel een aantal details te worden uitgewerkt, zoals een exacte lijst van het te verwijderen materieel, de voorwaarden waaronder de werkzaamheden ter plaatse mochten worden geobserveerd (waar een woedende Castro zich hevig tegen verzette) en de geheime ontmanteling van in Turkije gestationeerde NAVO-raketten.
Kennedy had binnenskamers al erkend dat de lichte IL-28-bommenwerpers geen serieuze bedreiging vormden, maar toch waren de Verenigde Staten zo onvoorzichtig de verwijdering van die toestellen te eisen. Ook daar kwam Chroestsjov echter aan tegemoet, en daarom werd de blokkade op 20 november opgeheven. Op 6 december werd de laatste bommenwerper verscheept. In april 1963 werd aan de officieuze eis van de verwijdering van de NAVO-raketten uit Turkije tegemoetgekomen.” (TJ)

Epiloog


“Waarom werd daar dan zo geheimzinnig over gedaan? Waarom bleven McNamara, Bundy, Rusk (minister Buitenlandse Zaken/jc) en al die anderen in de jaren daarna steeds maar tegen het Congres liegen dat er geen overeenkomst was afgesloten (waarmee ze Kennedy en passant als opvallend onredelijk en weerbaristig afschilderden)? Dat deden ze enerzijds om de gevoeligheden van hun bondgenoten te beschermen, en anderzijds om het imago van JFK en het beeld van de totale overwinning in stand te houden. En als we Anatoly Dobrynin mogen geloven gebeurde dat ook om de toekomstige presidentiële ambities van Kennedy’s broer te beschermen. ‘In kleine kring had Robert Kennedy wel eens losgelaten dat hij heel misschien ooit ook nog een keer wilde proberen om president te worden, en de vooruitzichten in die richting zouden een flinke knauw krijgen als de geheime overeenkomst over de raketten in Turkije zou uitkomen.’ Het geheim werd pas in het begin van de jaren tachtig, toen George Ball (gewezen minister en ambassadeur bij de VN/jc) en anderen er in hun memoires naar verwezen, ontsluierd. Het is opvallend dat de leiding in de Sovjet-Unie, die er toch alle belang bij had om de zaak bekend te maken, nooit tot openbaarmaking is overgegaan.” (TJ)

Epiloog II


Tot slot nog een Europese stem met enig gezag in de zaak. De voormalige Britse diplomaat Sir William Hayter, lange tijd Brits ambassadeur in Moskou, schrijft quasi terloops over de Cubacrisis in zijn boek ‘Rusland en de wereld’, uit 1970 – minder dan tien jaar na de feiten:
“Pas na de Cubaanse crisis beseften beide partijen de omvang van de gevaren die hun confrontatie zo helder belicht had. Toen begon dan ook de befaamde ‘ontspanning’ die ook het verdrag van 1963 tot stopzetting van atoomproeven in de dampkring omvatte. De personen die toen aan het hoofd van beide staten stonden, bevorderden dit proces. De regering-Kennedy was diep onder de indruk geweest van de alarmerende crisis in 1962, terwijl Chroestsjovs specialiteit, ‘goulash-communisme’ met een minimale hoeveelheid ideologie, een waarlijk vreedzame coëxistentie met het Amerikaanse kapitalisme scheen toe te laten. Chroestsjov zelf schijnt inderdaad, zij het bij tussenpozen, gewerkt te hebben in de richting van een dergelijke modus vivendi. Maar het feit dat Kennedy en Chroestsjov achtereenvolgens van het toneel verdwenen, maakte aan deze fase een einde.”

Wij kennen intussen de afloop van de Koude Oorlog – voor zover die afgelopen is. Of staat de wereld nog steeds, zoals toen, op het punt om een Grote Sprong Voorwaarts te maken vanaf de rand van de afgrond? L’histoire se répète? Jamais. (jc)

De enige overlevende hoofdrolspeler

LECTUUR

* Tony Judt, De vergeten twintigste eeuw, Nieuwe wereldgeschiedenis, Uitgeverij Contact, 2008

* Tim Weiner, Een spoor van vernieling, De geschiedenis van de CIA, De Bezige Bij, 2007

* Yvan Vanden Berghe, De Koude Oorlog 1917-1991, Acco, 2002

* Sir William Hayter, Rusland en de wereld, Het Spectrum, 1971

* Ernest May en Philip Zelikow, The Kennedy Tapes:Inside the White House during the Cuban Missile Crisis, Harvard University Press, 1997

http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/10/19/wat-50-jaar-rakettencrisis-cuba-zegt-over-de-media-vandaag

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20121018_00339972

October 29, 2012 at 11:10 am 1 comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,637 other followers