Posts tagged ‘Frankrijk’

MACRON: OPSTAP NAAR DE ANTIPOLITIEK?

Emmanuel Macron

Het eclatante succes van Emmanuel Macron en zijn beweging La République en Marche heeft andermaal een aantal politieke zekerheden van de tafel geveegd. De traditionele partijen betalen de prijs voor een crisis waarvoor ze zelf grotendeels verantwoordelijk zijn. Macron begint met een schone lei: “noch links noch rechts,” een boodschap die ook bij traditioneel links lijkt aan te slaan. Is Macron immers niet het laatste bolwerk tegen het oprukkende rechts populisme in Europa en is hij er niet als enige in geslaagd te verhinderen dat Marine Le Pen haar intrek zou nemen in het Elysée? De zucht van verlichting van John Crombez tot la Doornaert klonk oorverdovend.

Protest tegen de “Loi Travail” van Macron, toen nog minister in de regering Hollande.

Is er inderdaad zoveel reden voor het gejuich dat in de mainstream media weerklinkt? Integendeel, zo moet je concluderen als je het – weliswaar vage – verkiezingsprogramma en de eerste initiatieven van Macron van dichterbij bekijkt. Zelfs de New York Times is het opgevallen dat zijn plannen om de uitzonderingstoestand permanent te maken “weinig zullen uithalen in de strijd tegen het terrorisme” maar integendeel de “rechten van de burgers schenden.” Het gaat om maatregelen als huiszoekingen zonder gerechtelijk bevel, huisarrest of het opleggen van een enkelband en het opeisen van computerwachtwoorden. Vakbondsmilitanten en activisten in burgerbewegingen vrezen dat die maatregelen ook tegen hen zullen worden gebruikt zoals nu al in een aantal gevallen lijkt te zijn gebeurd. Macron wil overigens de macht van de vakbonden breken door afspraken op bedrijfsniveau voorrang te verlenen op sectoriële akkoorden.

Maar er is meer. De Belgische politicologe aan de universiteit van Westminster Chantal Mouffe noemt het fenomeen Macron het ultieme stadium van de postpolitiek, de wegbereider als het ware van de anti-politiek. “Hoe paradoxaal,” zo schrijft Mouffe in een opiniestuk in Le Monde “dat als remedie tegen de diepe crisis van de westerse democratieën net die politiek wordt voorgesteld die de oorzaak is van die crisis,” namelijk de strategie van de “Derde Weg” zoals die in Groot-Brittannië in de praktijk werd gebracht onder Tony Blair. Volgens Blair behoorden we allen tot de middenklasse. Er was niet langer een economische politiek van links of van rechts, alleen een goede of een slechte economische politiek. Een ideologie die teruggaat op het TINA – There is no Alternative – van Margret Thatcher. De overtuiging namelijk dat er geen alternatief bestaat voor de neoliberale globalisering, die ook hier nog enthousiast wordt uitgedragen door kopstukken als Bart De Wever en Gwendolyn Rutten en die al dan niet stilzwijgend ook wordt omarmd door de meeste Europese sociaaldemocratische partijen, inclusief de Belgische PS en SPa.

Chantal Mouffe

Politiek is het georganiseerde meningsverschil. Als er geen alternatief bestaat voor de heersende consensus is de politiek dood. De pletwals van La République en Marche, gecombineerd met de extreem lage opkomst in de parlementsverkiezingen, lijkt inderdaad de doodsklokken te luiden voor de democratische politiek zoals we die tot nu toe kennen. Het eerste slachtoffer is de sociaaldemocratie die overal in Europa klappen krijgt die wel eens fataal zouden kunnen zijn. Maar de gevolgen beperken zich niet tot het wegkwijnen van de sociaaldemocratie. Het is de democratie zelf die op het spel staat. De post-politieke consensus zo schrijft Mouffe laat “geen ruimte voor het alterneren van centrum-rechts en centrum-links aan de macht” en zet op die manier de volkssoevereiniteit, de basis van de democratie, buiten spel.

Jean-Luc Melenchon

Macron gaat nog een stap verder en maakt zelfs dat alterneren van centrum-links en centrum-rechts onmogelijk door het links-rechts onderscheid helemaal uit te vagen. De “straat” blijft dan de enige optie voor grote lagen van de bevolking om voor hun belangen op te komen. Een ander gevolg is dat diezelfde bevolkingsgroepen meer dan ooit gehoor geven aan de sirenenzang van extreem rechts. Daar lijkt Macron zich voorlasnog weinig zorgen over te maken, een blindheid die Mouffe “hallucinant” vindt omdat de “recyclage van de Derde Weg het Front National niet zal indijken zoals hij schijnt te hopen maar integendeel zou kunnen versterken en zelfs mogelijk tot de overwinning leiden in 2022.” Of de beweging van Jean Luc Mélenchon, La France Insoumise, dat door een “burgerrevolutie” zal kunnen vermijden zoals Mouffe hoopt valt nog af te wachten.

Johan Depoortere

June 16, 2017 at 9:49 am 4 comments

FILLON EN DE FRANSE WEDREN NAAR RECHTS

Het wordt vaste prik: de opiniepeilers die er een potje van maken. Vorige zondag weer: in de voorverkiezingen voor de Franse “Républicains” zet François Fillon de peilers een neus door de kanshebber Juppé te verslaan en Sarkozy met KO uit te schakelen. Wie is die François Fillon? Een “gematigde” als we la Doornaert in De standaard mogen geloven. Freddy De Pauw, jarenlang buitenlandspecialist voor dezelfde krant ziet dat helemaal anders. Hieronder zijn analyse die eerder in De Uitpers verscheen.

Johan Depoortere

FILLON EN DE FRANSE WEDREN NAAR RECHTS

door Freddy De Pauw

nicolas-sarkozy-et-francois-fillon-4_4939147

François Fillon met zijn voormalige baas Nicolas Sarkozy

 

De ‘primaire’ van de Franse rechterzijde heeft één grote verliezer, gewezen president NicolasSarkozy die slechts een vijfde van zijn eigen kamp achter zich kreeg. Dat is op zichzelf reden tot opluchting, ware het niet dat de al even sinistere ex-premier François Fillon nu wellicht de kandidaat van rechts wordt bij de presidentsverkiezingen van mei 2017. Andere grote verliezers: de opiniepeilers wier prognoses mijlenver van de uitslag zaten. En ook een beetje Marine Le Pen van het Front National die aan Fillon een zwaardere concurrent heeft dan ze aan Sarkozy zou hebben gehad.

Primaire

Sarkozy had vorig jaar met enig gemak de strijd om het leiderschap over de rechtse UMP, intussen Les Républicains (LR), gewonnen. Het was een springplank naar de ‘primaire’ die de kandidaat van rechts moest aanwijzen. Grote concurrent was ex-premier Alain Juppé, met op de achtergrond nog vijf andere kandidaten onder wie Fillon, premier tijdens het presidentschap van Sarkozy (2007-2012).

Die ‘primaire’ is uitgedraaid op een wedstrijd om elkaar rechts voorbij te steken. Zelfs Juppé, de ex-premier van president Jacques Chirac die zich opwierp als de grote gematigde verzoener, ging in rechtse versnelling. Sarkozy spitste zijn campagne toe op ‘l’identité’ française, zelfs verwijzend naar de Gallische wortels… en beloofde bij herverkiezing een referendum over immigratie en een over veiligheid. Hij was blijkbaar nog altijd geïnspireerd door zijn vroegere uiterst-rechtse goeroe Patrick Buisson die hem in het Elysée bijstond.

Kwezels

In die wedren naar rechts bleef Juppé wel enig verschil maken, gesteund door de centrumrechtse UDI. Alle peilingen gaven hem gewonnen, tot het derde debat aan de vooravond van de primaire zelf. Ineens sprintte Fillon naar voor, van 12 naar 29% in sommige peilingen. Er kwam 44 % uit de bus waarin 4 miljoen Fransen hun stem uitbrachten.

Fillon kon in die eindsprint rekenen op de mobilisatie van de “cathosphère”, de katholieke integristen die met succes honderdduizenden Fransen op de been hadden gebracht in de Manif pour tous, de massademonstraties tegen het homohuwelijk.

Want ook al werd Sarkozy, als president die moet waken over scheiding tussen kerk en staat, erekanunnik van de basiliek Sint-Jan-in-Lateranen in Rome, toch steekt Fillon hem inzake kwezelarij voorbij. Fillon is in alle opzichten radicaal rechts: in alle mogelijke ethische kwesties zit hij op dezelfde golflengte als Marion Maréchal-Le Pen, de nicht van Marine Le Pen die in kwesties als het homohuwelijk rechts van haar tante staat. Fillon is een ultra-neo-liberaal, al waren alle andere concurrenten – Juppé inbegrepen – dat ook.

Thatcheriaan

Fillon heeft het meest drastische “soberheidsplan”. Hij wil de overheidsuitgaven met 110 miljard euro inkrimpen. Onder meer door flink te snijden in de sociale zekerheid: pensioenleeftijd optrekken tot 65 jaar, knippen in de gezondheidssector, 500.000 openbare ambten opdoeken, de 39-urenwerkweek in de openbare diensten.. Anderzijds wil hij 40 miljard euro minder “lasten” voor de bedrijven en de bedrijfsbelasting verlagen tot 25%. Voeg eraan toe dat hij de nu al beperkte invloed van de vakbonden in de bedrijven wil beknotten, en men weet waarom hij de Franse Thatcher wordt genoemd.

4768082_6_ac6e_alain-juppe-lors-d-une-conference-a-lille_c4d468de6cb8e8caa756c01156865631

Alain Juppé, burgemeester van Bordeaux

Juppé hoopt in de tweede ronde op “een nieuwe verrassing”, maar de kans dat hij Fillon vloert is bijzonder klein. Sarkozy heeft alvast opgeroepen om te stemmen voor Fillon met wie hij nochtans een zeer slechte verhouding heeft maar die politiek dichter bij hem staat. Fillon heeft tijdens de campagne voor de primaire Sarkozy voor de voeten geworpen dat hem enkele rechtszaken boven het hoofd hangen. Libië viel tussendoor ook enkele keren, waarmee “subtiel” werd verwezen naar de beschuldigingen dat wijlen de Libische leider Kadhafi in 2007 Sarkozy’s campagne financierde, wat misschien meespeelde in de hardnekkigheid waarmee Franse diensten Kadhafi in 2011 opjaagden.

Rechtse concurrentie

De kans is dus zeer reëel dat Fillon volgend jaar de arena ingaat als de kandidaat van rechts – of van een deel ervan. François Bayrou, al eerder kandidaat van centrum-rechts, zei eerder dat als Sarkozy kandidaat zou zijn, hij ook zou meedoen – maar Juppé zou hij steunen. Hij heeft niet gedacht aan Fillon, maar daar deze zeker niet minder rechts is dan Sarkozy, zou hij normaal volgend jaar kandidaat zijn.

En dan is er natuurlijk Marine Le Pen voor wie Fillons zege niet zo een goed nieuws is. Haar Front National (FN) en Fillon vissen in dezelfde reactionaire vijvers – vooral bij het publiek achter Manif pour tous scoort Fillon goed, mogelijks beter dan Marine Le Pen die zich op afstand hield van deze Manif.

Stevenen we dan af op een tweede ronde van de presidentsverkiezingen met een match Le Pen-Fillon? Een detail: zowel Fillon als Le Pen willen goede vrienden zijn met Moskou. De rechterzijde van rechts en het FN zijn bewonderars van de Russische president Vladimir Poetin, een man van orde en goede zeden.

We kunnen na de afgang van de peilers beter voorzichtig zijn, kiezers kunnen erg onvoorspelbaar en wispelturig zijn. En er kan nog zoveel gebeuren in de komende zes maanden. Indien het inderdaad dit duel wordt, dan zitten we voor links met een nog triestiger situatie dan in 2002. Toen nam vader Jean-Marie Le Pen het in de tweede ronde op tegen president Jacques Chirac. Veruit de meeste linkse kiezers knepen hun neus dicht en stemden voor Chirac. Maar Chirac is een progressief vergeleken bij Fillon.

Links?

Links in de hele brede zin van het woord heeft een duel Le Pen-Fillon dan wel grotendeels aan zichzelf te wijten. De neoliberale politiek van president Hollande en premier Valls heeft de Franse sociaaldemocratie in een wezenlijke crisis gestort. Wat links ervan staat, is erg verdeeld (zie Uitpers http://www.uitpers.be/index.php/europa/1066-links-zelfvernietigend-op-weg-naar-elysee).

emmanuel-macron-a-contacte-francois-bayrou-et-jean-lassalle-ces-dernieres-semaines

Emmanuel Macron, “noch links, noch rechts”

Intussen is daar de kandidatuur bijgekomen van “noch-links-noch-rechtse” Emmanuel Macron. Terwijl de groenen van EELV in een primaire kopstuk Cécile Duflot wandelen zonden ten gunste van Yannick Jadot die dus als groene kandidaat aantreedt. Naast de andere linkse kandidaten: twee van uiterst-links (Artaud – Lutte Ouvrière – en Poutou –NPA), Jean-Luc Mélenchon van la France insoumise, de nog aan te duiden kandidaat van de PS en misschien ook nog een kandidaat van de communistische PCF. Vanuit de linkse hoek hoeft rechts dus niet veel te vrezen, die schakelt zichzelf uit voor de tweede ronde.

November 22, 2016 at 8:30 pm Leave a comment

NUIT DEBOUT: OPSTAND VAN DE JEUGD ZONDER TOEKOMST.

Na onder andere de Indignados in Spanje en Occupy Wall Street in de VS komen nu ook in Frankrijk jongeren en ouderen in verzet tegen de neoliberale platwals. Is de Nuit Debout-beweging een blijver of is het de zoveelste tot mislukken gedoemde poging om de onmacht van links te doorbreken?

Continue Reading May 12, 2016 at 1:03 pm 5 comments

SOMMIGEN ZIJN MINDER GELIJK

Mensen met een donkere huid of een “Arabisch” profiel worden in Frankrijk zes tot acht keer méér staande gehouden voor controles dan anderen. Vooral jongeren zijn het slachtoffer van deze ethnische profilering, een praktijk die overigens niet tot Frankrijk beperkt is. Wat dat met die jongeren doet heeft de Amerikaanse sociaal geëngageerde fotograaf Ed Kashi vastgelegd in een serie portretten en getuigenissen van slachtoffers, maar ook van politiemensen en ambtenaren. Onder de titel “Égalité Trahie” worden de foto’s en interviews op verkiezingsborden tentoongesteld op de Place de la République in Parijs. 

“Het gebeurt dat ik drie keer in dezelfde week wordt gecontroleerd,” zegt Omer Mas Capitolin, gemeenteraadslid in Parijs, en één van de initiatiefnemers van de tentoonstelling. “Dan vraag ik me af wat de voorbijgangers denken, of ze denken dat ik een misdaad heb begaan of iets illegaals heb uitgespookt, vooral als het gebeurt in de wijk waar ik werk. Het valt me ook op hoe mensen hun tas aan de andere kant hangen als ik voorbij kom.” Ed Kashi ging na wat de impact is van deze willekeurige identiteitscontroles op leden van minderheden en immigranten en hoe ze omgaan met discriminatie, stigma en uitsluiting.

Nog tot 12 juli. 

Ed Kashi Parijs-39

Ed Kashi Parijs-63

Omer Mas Capitolin, één van de initiatiefnemers: “Het gebeurt dat ik drie keer in dezelfde week word gecontroleerd,”

Ed Kashi Parijs-360

Bij de vernissage van de tentoonstelling op 9 juni

Ed Kashi Parijs-365

Ed Kashi Parijs-69

Vandalisme of politiek protest van extreem rechts

Ed Kashi Parijs-53

Ed Kashi Parijs-95

Ed Kashi Parijs-68

Ed Kashi Parijs-001Ed Kashi Parijs-377

Ed Kashi Parijs-399 Ed Kashi Parijs-409 Ed Kashi Parijs-437 Ed Kashi Parijs-438 Ed Kashi Parijs--2

Ed Kashi Parijs-375

 

 

 

 

 

 

July 7, 2015 at 7:08 pm 1 comment

ONBEKEND FRANKRIJK

Lang vóór de naam bekend werd als de beroemdste wielerwedstrijd ter wereld was de Tour de France iets helemaal anders. Jaarlijks legden duizenden jongeren en kinderen uit alle delen van Frankrijk te voet honderden kilometers af in wat “Le Tour de France des apprentis” werd genoemd. De tocht duurde vier tot vijf jaar. Oorspronkelijk was de route beperkt tot de Provence en de Languedoc, maar later werd die uitgebreid tot de Loirevallei, Parijs, Boergondië en de vallei van de Rhône. De leerjongens – soms met een paar als jongens verklede meisjes – verbleven een aantal weken of maanden in een stad of streek waar ze leerden omgaan met de plaatselijke materialen en technieken. Na de Tour werden ze opgenomen in het gild van de metselaars, timmerlui, bakkers of kleermakers en kregen ze de titel van “Compagnon du Tour de France.”

Het halucinante verhaal van de leerjongens is slechts één van de tientallen die je leest in “De ontdekking van Frankrijk” van de Brit Graham Robb. Robb was al een erkend expert in Franse literatuur en geschiedenis toen hij begon te beseffen dat er een brede kloof gaapte tussen de “officiële” geschiedenis van Frankrijk – de geschiedenis van monarchie en republiek, van oorlogen en revolutie – en die van het Frankrijk van wat we gemakshalve maar “de gewone man” zullen noemen. Dat Frankrijk leerde hij kennen door de uitvinding die aan het einde van de 19e eeuw het land openlegde voor de overgrote meerderheid van de bevolking: de fiets. Robb legde op twee wielen meer dan 21000 kilometer af over wegen die honderden, soms duizenden jaar geleden werden getrokken door Romeinse legioenen, pelgrims, smokkelaars en rondreizende kooplui. Het resultaat is een unieke geschiedenis van Frankrijk. Uniek omdat vrijwel alles wat over Frankrijk en de Franse geschiedenis bekend is voortkomt uit het referentiekader van de Parijse elite. Zelfs beroemde auteurs als Balzac en vele anderen die uit de provincie stammen schreven hun werken nadat ze al jaren in Parijs waren gevestigd en het contact met hun geboortestreek – hun pays – waren verloren. 

Graham Robb

De leerjongens van de “Tour de France des apprentis” waren de eerste Fransen die Frankrijk ontdekten. Tot de komst van de spoorwegen was “Frankrijk” voor de meeste inwoners van het land buiten Parijs onbekend gebied. Een Limousin, een Bordelais of een Savoyard was min of meer vertrouwd met zijn pays – zeg maar regio – maar was zelden verder dan 20 kilometer buiten zijn dorp of stad geweest. Frans was voor de bevolking van Frankrijk een vreemde taal. Het grootste deel van het land was midden 18e eeuw evenmin in kaart gebracht als centraal Afrika en was voor de inwoners van Parijs en omgeving al even exotisch en onbekend.

In de zomer van 1740 zette een jonge cartograaf zijn instrumenten op in het dorp Les Estables, meer dan 500 kilometer ten zuiden van de hoofdstad . De jonge man – zijn naam is onbekend gebleven – maakte deel uit van een expeditie die voor het eerst het onbekende land in kaart moest brengen. Voor de inwoners van Les Estables was de komst van een vreemdeling die een onbekende taal sprak (Frans namelijk) en anders was gekleed een uitzonderlijke gebeurtenis. De bizarre instrumenten die hij bij zich had waren zeer verdacht. Had de komst van een vreemdeling eerder al niet tot kwalijke gevolgen geleid? Oogsten waren mislukt, schapen waren dood teruggevonden, verscheurd door een mysterieus wezen wreder dan een wolf – en waren de belastingen daarna niet omhoog gegaan? Om meer van dat onheil te voorkomen sloegen de dorpsbewoners de jonge cartograaf met stokken en bijlen dood.

Dat uitgerekend een Brit Frankrijk moest ontdekken is minder vreemd dan op het eerste gezicht lijkt. Al eeuwenlang zijn Britten gefascineerd door het land aan de overkant van het kanaal waar ze zulke nauwe historische banden mee hebben. Lang vóór de tijd van het massatoerisme was Nice, toen nog een onafhankelijke stadstaat, een aantrekkingspool voor de Britse aristocratie. Het was een Brit die de gletsjers van de Mont Blanc ontdekte en de eerste “toeristen” – het woord zelf is Engels – waren Britten. De Britse auteur van “Treasure Island,” Robert Louis Stevenson, voer met een kano de kanalen af tussen de Samber en de Oise die Parijs met België verbinden.

Toerisme maakte het land bekend, aan buitenlanders en aan de Fransen zelf, maar veranderde het ook. Lokale besturen probeerden van hun streek een beeld te geven dat aan de clichés en verwachtingen van de toeristen beantwoordde. Toen Arcachon door de komst van de spoorweg uitgroeide tot de toeristische hoofdplaats van de Bordelais kregen de mannen opdracht brede broeken te dragen en de vrouwen lange rokken die het hun onmogelijk maakten schaaldieren te plukken. In Dieppe werden de arme bewoners aangespoord schoenen te dragen in het zicht van toeristen en kinderen werd aangemaand niet langer door “onzedelijk te baden” de vreemde badgasten te schandaliseren. Toeristen – zo schrijft Robb – waren in tegenstelling tot etnologen en ontdekkingsreizigers niet geïnteresseerd in louter ontdekken en observeren. Ze transformeerden het voorwerp van hun nieuwsgierigheid, “kleedden de inboorlingen in kleuren die hun vooroordelen bevestigden en creëerden uiteindelijk hun eigen steden en landschappen.”

De openstelling van het land had paradoxaal genoeg ook tot gevolg dat tradities, lokale legenden en geschiedenis verloren gingen. Samen met toeristen en etnologen kwamen namelijk onderwijs en kranten die de inwoners van tot dan toe afgesloten gebieden het gevoel gaven tot een groter geheel te behoren waardoor de oude verhalen belachelijk en achterlijk gingen lijken. In de plaats daarvan kwam een geconstrueerd verleden, veelal verzonnen door geleerden in Parijs en buitenlandse “waarnemers.” Traditionele klederdracht werd heruitgevonden in een poging de verloren gegane diversiteit van het land te reconstrueren. Op de “Exposition Universelle” van 1878 in Parijs moest de tentoonstelling van regionele klederdracht de rijke traditie van de Franse regio’s voor het voetlicht brengen. Een oude wever had een kostuum uit de Montagne Noire gefabriceerd op basis van wat hij zich meende te herinneren: een authentiek exemplaar kon nergens meer gevonden worden. “De traditionele klederdracht die tentoon werd gesteld leek meer thuis te horen op een gemaskerd bal dan in een dorp in de verre provincie.”

Schermafbeelding 2013-12-24 om 17.04.36

De eerste Franse spoorweg van de kolenhaven Andrézieux op de Loire tot Lyon.
Pas in 1844 werden de paarden vervangen door stoom

Eenzelfde paradox viel waar te nemen als gevolg van de grotere mobiliteit door de invoering van de spoorwegen. In plaats van afgelegen gebieden te ontsluiten zorgde het spoor ervoor dat kleinere steden en dorpen wegkwijnden omdat de traditionele plaatselijke wegen in onbruik vielen. De oorzaak was – en is – de extreme centralisatie van spoorlijnen rond Parijs. Wie een kaart van het 19e eeuwse spoorwegennet bekijkt ziet Parijs als een “bevrucht ei met vezels naar de nabijgelegen provincie” terwijl de onderste helft van het land nagenoeg blank is. Het goederen-en reizigersvervoer dat eeuwenlang over een capillair netwerk van wegen en paden was verlopen verplaatste zich naar het snellere en meer comfortabele spoor met als gevolg dat een groot deel van de bevolking meer dan vroeger geïsoleerd achterbleef. Hetzelfde fenomeen doet zich ook nu voor door de komst van de TGV.

Hoe het Frans van Parijs de rest van Frankrijk veroverde is een ander fascinerend verhaal. Aan het einde van de 19e eeuw lijstten taalgeleerden in Frankrijk ongeveer 55 dialecten en honderden “sub-dialecten” op, van Franco-Provencaals, Catalaans tot Vlaams, Frankisch, Bretoens en Baskisch. Andere talen waren nauwelijks bekend buiten het gebied waar ze werden gesproken en soms geschreven: het Shuadit of Joods-Provencaals was de taal van de Joden in de pauselijke enclave van de Vaucluse, het Zarfatic of Joods-Frans was tot de Tweede Oorlog te horen in de Moselle en het Rijnland, het Caló was de taal van de zigeuners. In het Pyreneeëndorp Aas, aan de voet van de Col d’Aubisque gebruikten de herders die in de zomermaanden eenzaam in berghutten woonden een taal die klonk als een schel gefluit van meer dan honderd decibel dat tot op drie kilometer afstand kon worden gehoord. Op die manier konden de herders zelfs de inhoud van de plaatselijke kranten aan elkaar doorfluiten.

images

Abbé Henri Grégoire

De overheersing van het Frans als nationale taal was voor een groot deel het werk van een revolutionaire priester. L’ Abbé Henri Grégoire was geen “taalterrorist.” Hoewel hij sympathiseerde met de Revolutie probeerde hij het patrimonium van het land te vrijwaren van “revolutionair vandalisme.” Het woord “vandalisme” is overigens zijn uitvinding. L’Abbé Grégoire had campagne gevoerd voor de afschaffing van de slavernij en de doodstraf en hij was voorstander van het verlenen van volwaardig burgerschap aan de Joden. Hij wilde overal in het land scholen en bibliotheken, maar dat was in zijn ogen onmogelijk zonder een gemeenschappelijke taal. Geen natie zonder een “nationale taal.”

Bij het uitbreken van de Revolutie had Grégoire naar alle mairies van het land een vragenlijst gestuurd met de bedoeling een inventaris op te maken van de honderden dialecten die er gesproken werden. De vragen waren onder andere: “Heeft de regio een eigen patois”? en “Wat is de beste manier om het uit te roeien?” Patois was de denigrerende term voor lokale talen. Volgens de Encyclopédie was patois “de in vrijwel alle regio’s gebruikte corrupte taal. Échte taal wordt alleen in de hoofdstad gesproken.” De antwoorden op de vragenlijst van Grégoire sloegen hem en zijn medestanders met verstomming. Méér dan zes miljoen Fransen hadden geen enkel benul van de Franse taal. Nog eens zes miljoen waren nauwelijks in staat een conversatie te voeren in die taal . Slechts 11 percent van de bevolking had een behoorlijke kennis van het Frans al was correct spellen voor velen daarvan een onmogelijke opgave. De officiële taal van de Franse Republiek was de taal van een kleine minderheid.

Was Grégoire verbluft door het resultaat van zijn enquête, het staat zo goed als vast dat de werkelijkheid nog veel erger was dan de Abbé kon bevroeden. Zeventig jaar later, in 1880, bleek uit officiële statistieken dat slechts acht miljoen Fransen zich vlot in het Frans konden uitdrukken: niet méér dan een vijfde van de bevolking. “In sommige delen van het land waren prefecten, dokters, priesters en politiemensen als koloniale ambtenaren aangewezen op tolken om met de plaatselijke bevolking te communiceren.”

De remedies van l’Abbé Grégoire waren zachtzinnig in vergelijking met latere “taalkundige zuiveringen.” Hij stelde voor de kennis van het Frans te bevorderen door de bouw van wegen en kanalen en door het verspreiden van nieuws en het geven van landbouwkundig advies. Speciale aandacht moest gaan naar de keltische en “barbaarse” grensgebieden waar de contrarevolutie welig tierde (Baskenland, Bretagne en de Elzas) maar bovenal zag hij heil in het vereenvoudigen van de Franse taal en het afschaffen van de onregelmatige werkwoorden.

Bekeken door hedendaagse ogen lijkt de campagne van l’Abbé Grégoire, een onverdeeld succes. Geholpen door betere communicatiemiddelen veroverde het Frans van Parijs inderdaad praktisch heel het land. Maar het proces nam meer tijd in beslag dan op het eerste gezicht lijkt. Bovendien deed zich parallel met de verspreiding van het Frans een opmerkelijke ontwikkeling voor: ook de plaatselijke talen wonnen veld. Van een Bretoense boer vernam L’Abbé Grégoire tot zijn ontzetting dat meer en meer stadsbewoners Bretoens leerden om te communiceren met de boeren van wie ze dagelijks producten kochten. Tot laat in de 19e eeuw waren de Vlaamse steden Rijssel, Douai, Cambrai en Avesnes tweetalig. Recente cijfers wijken sterk uiteen, maar zelfs de laagste schattingen suggereren dat een grote minderheid van Fransen ook nu nog in bepaalde omstandigheden een taal gebruikt waarvan lang werd aangenomen dat ze eind negentiende eeuw was uitgestorven. Tenminste twee miljoen sprekers spreken een of andere vorm van Occitaans (Langue d’Oc), het Elzas’ heeft anderhalf miljoen sprekers, het Bretoens 500000 en het Corsicaans 280000. 80000 Fransen spreken ook vandaag nog Vlaams.

In sommige gebieden verloor het Frans ondanks een intensieve campagne veld. Eind negentiende eeuw stelden schoolinspecteurs vast dat de leerlingen het weinige Frans dat ze op school hadden geleerd na korte tijd weer vergeten waren. “Het Frans laat in hun brein evenveel sporen na als het Latijn in dat van middelbare scholieren.” Velen gebruikten het Frans in een bepaalde periode van hun leven en keerden daarna terug naar hun plaatselijk patois: dienstplichtigen nadat ze waren afgezwaaid, leerjongens die naar huis terugkeerden of reizende handelaars. Sommigen leerden de Franse taal nooit. Er zijn verschillende gevallen bekend van Bretoense soldaten die in de Eerste Wereldoorlog door hun kameraden werden doodgeschoten omdat ze voor Duitsers werden aangezien of omdat ze de Franse bevelen niet verstonden. (Mijn eigen Vlaamse oom en tante die in de Aisne boerden moesten zich in de Tweede Wereldoorlog weren tegen de reputatie van “boches” omdat ze onder elkaar en met hun kinderen Westvlaams dialect spraken.)

Bernadette_Soubirous

Bernadette Soubirous

Het is dus geen wonder dat de Heilige Maagd, toen ze in Lourdes aan Bernadette Soubirous verscheen het plaatselijke patois gebruikte. Een andere taal zou het herderinnetje eenvoudigweg niet hebben begrepen. “Que soy era immaculada councepciou” – ik ben de onbevlekte ontvangenis – zou de moeder Gods hebben verklaard – een begrip dat Bernadette zonder twijfel haar hoofddoekje te boven ging en dat waarschijnlijk nieuw was in haar plaatselijke taal, al kan ze het woord hebben gehoord in de cathechismusles: de doctrine van de “onbevlekte ontvangenis” was vier jaar eerder door paus Pius IX afgekondigd.

Bernadette zag onzelievevrouw in een grot die al eeuwenlang bekend stond om de mysterieuze gebeurtenissen die er plaats vonden en de bovennatuurlijke geesten die er verschenen. Ze noemde de verschijning die ze tot achttien keer toe zag “uo pétito damisèla” – in het Frans vertaald als “une petite demoiselle.” Maar in de Franse vertaling ging een belangrijke connotatie verloren. Voor de plaatselijke bevolking van Lourdes en omgeving waren damisèlas goedaardige bosfeeën die in het wit gekleed gingen en verdwenen zogauw iemand dichterbij kwam. Ze hadden volgens uit de prehistorie daterend volksgeloof magische krachten en stonden aan de kant van de armen. Toen in 1827 de nieuwe boswet het sprokkelen van hout en voedsel aan banden legde reageerden de haveloze boeren met geweld en brandstichting in wat de “oorlog van de Demoiselles” werd genoemd. Mannen vermomden zich als damisèlas om naar het voorbeeld van de bovennatuurljke geesten industriële houtskoolbranders te terroriseren.

The Discovery of France is een fascinerende tocht door de geschiedenis en de geografie van ons buurland. Wie jaarlijks met de auto naar het zonnige zuiden snelt kan ik alleen maar aanbevelen met dit boek als historische reisgids het land te verkennen dat zich links en rechts van de autoroutes bevindt. Hij of zij zal dan de breuklijnen ontwaren tussen culturen, talen en volkeren die ondanks vier eeuwen centralisme en autoritair bestuur door koningen en republiek van Frankrijk nog steeds een verbrokkelde natie maken. De breuklijn bijvoorbeeld tussen de langues d’Oc en d’Oil, of die tussen noord en zuid, tussen stad en platteland, tussen Parijs en de rest van het land.

Ook wie Frankrijk meent te kennen zal in dit boek herhaaldelijk een wauw-belevenis ervaren. Er is bijvoorbeeld de geschiedenis van de Cagots, een bevolking die jarenlang grof werd gediscrimineerd, of die van de Colliberts die in de ondoordringbare moerasgebieden aan de Franse Atlantische kust woonden en die zelfs door de Romeinen ongemoeid waren gelaten. En dan is er nog het onwaarschijnlijke verhaal van de smokkelhonden in Picardië en Artois, dat ik om uw leesplezier niet te bederven hier niet zal verklappen.

Johan Depoortere

23 december 2013

Graham Robb The Discovery of France

Kindle Book

vertaald als:

DE ONTDEKKING VAN FRANKRIJK

Frankrijk voor gevorderden

Atlas Contact 2008

December 25, 2013 at 7:25 pm 4 comments

ALGéRIE: Le Front du Nord

Ahmed Ben Bella, de eerste Algerijnse president

par Hugues Le Paige

A l’occasion du 50e anniversaire de l’indépendance algérienne, ce vendredi 6 juillet à 22.25 sur la Trois, la RTBF rediffuse mon film “Le Front du Nord” – Des Belges dans la guerre d’Algérie. Le Front du Nord est aussi un livre écrit avec Jean.L.Doneux ( Editions Pol-His). Voici, comment à l’époque -en 1992-, je présentais le film :

Algérie française, Amnésie française : la guerre d’Algérie s’est prolongée de 1954 à 1962. Une guerre coloniale dont bien des aspects restent encore enfouis dans une mémoire réticente. Avec les guerres civiles, les guerres coloniales sont les plus cruelles. Celle-ci fit plusieurs centaines de milliers de victimes. Terrorisme et contre-terrorisme se répondaient comme les trahisons et les règlements de comptes au sein de chaque camp. Mais surtout, au pays des “Droits de l’Homme”, la torture était devenue une pratique courante. Non pas une “bavure” mais une politique. Ce ne fut pas la seule raison, loin de là, mais elle accentua la révolte de jeunes français contre ce qui était censé être leur propre camp. Certains traduisirent cette révolte en solidarité active avec “l’ennemi”. On les appelait les “porteurs de valise.” Ils aidaient concrètement le FLN à passer les frontières, à se cacher, à transporter des fonds et parfois des armes. Ils organisaient la défense des algériens prisonniers et torturés. Ils permettaient la fuite à l’étranger des déserteurs et des insoumis. Cela est plus ou moins connu.
(cont…/…)

SAMENVATTING
====================================
De Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog heeft geduurd van 1954 tot 1962. Vijftig jaar geleden kwam er een einde aan met de akkoorden van Evian. Het volle licht heeft over deze duistere periode nog niet geschenen. Er zijn honderdduizenden slachtoffers gevallen. Terreur en verraad heersten in alle kampen. In Frankrijk werd foltering een courante praktijk. Jonge Fransen kwamen in opstand tegen hun eigen regering. Ze ‘heulden’ zelfs met de ‘vijand’. Ze hielpen het FLN (Front de Libération Nationale) om zich te verstoppen, om de grens te passeren, soms vervoerden deze ‘valiesdragers’ zelfs geld en wapens. Ze organiseerden ook de verdediging en de ontsnapping van opstandelingen.
Vrijwel onbekend is het feit dat er ook pro-Algerijnse sympathieën en verzetsgroepen in België bestonden. Juridische, humanitaire en medische hulp werd in en vanuit België geboden. Er bestond zelfs een net van Belgische ‘valiesdragers’: honderden landgenoten van alle gezindten hielpen het FLN.
De film ‘Le Front du Nord’, een documentaire van Hugues Le Paige vertelt hun verhaal. Het document wordt op vrijdag 6 juli uitgezonden op La Trois van de RTBF om 22.25 u. (jc)
======================================

(cont…/…)

Ce que l’on sait moins, c’est qu’un mouvement de solidarité semblable existait en Belgique. Ce que l’on ignore presque toujours, c’est que des belges avaient aussi décidé de s’engager aux côtés des algériens qui se battaient pour leur indépendance. Officiellement d’abord par un combat politique et publique pour tenter d’influer sur l’opinion et le gouvernement belge. Sur le plan judiciaire, humanitaire, médical pour assister les détenus algériens en France et en Belgique et pour empêcher les expulsions et les extraditions vers la France de ceux qui étaient arrêtés en Belgique. Mais il y avait aussi une aide clandestine, celle de réseaux équivalents aux “porteurs de valise”. Ils jouèrent un rôle important dans le déroulement du combat du FLN. Notamment lorsque les réseaux français furent démantelés par la police à partir de 196O. Jeunes bourgeois ou marginaux, intellectuels et syndicalistes, chrétiens et laïcs, isolés ou organisés : ils furent plusieurs centaines en Belgique à apporter leur aide au FLN. Une aide ponctuelle ou systématique avec plus ou moins de conscience des risques qu’ils prenaient, ces hommes et ces femmes furent, à leur manière, les combattants de l’ombre de la lutte anticolonialiste. A travers le récit de quelques épisodes publiques ou clandestins, ce film raconte l’histoire et les raisons d’agir de quelques-uns d’entre eux.

Gevangen FLN-leden op weg naar hun executie

 

July 5, 2012 at 12:35 pm 1 comment

DE VERLEIDING VAN HET LIJDENDE FRANKRIJK

François Hollande in de lift

Séduire la « France qui souffre »
par Hugues Le Paige

(Nederlandse samenvatting onderaan)

 

« Je vous appelle à vous rassembler le 6 mai, sans rien demander en échange, pour battre Sarkozy ! Je vous demande de vous mobiliser comme s’il s’agissait de me faire gagner moi-même l’élection présidentielle. Je vous demande de ne pas traîner les pieds ! » : Jean-Luc Mélenchon ne pouvait pas être plus net qu’il ne l’a été hier soir. Et il ne fait aucun doute que l’immense majorité de ses électeurs voteront François Hollande au deuxième tour. Mais, par contre, Jean-Luc Mélenchon ne détient pas pour autant « les clefs » de l’élection, comme il l’affirmait hier soir. Certes, un score à deux chiffres était, il y a six mois encore, un objectif majeur et incertain pour le Front de Gauche. Mais la dynamique de sa campagne et les promesses des sondages avaient fait rêver. La bataille perdue pour la troisième place est lourde de conséquences même si bien évidemment le Front de Gauche n’en est pas responsable, lui qui s’est battu avec acharnement et sans fioritures contre le Front National.

Mais le fait est là, à la fois dramatique et significatif de l’état de la France après cinq ans de sarkozysme : c’est bien Marine Le Pen qui se place au centre de l’échiquier politique et dont les électeurs décideront de l’issue du deuxième tour. Avec la belle victoire de François Hollande et le rejet massif du président sortant, voilà l’élément essentiel du premier tour. Marine Le Pen qui parle désormais de la « nouvelle droite » a pleinement gagné son pari. Dans un premier temps, elle s’est écartée du discours ultralibéral de son père. Elle a enrobé son discours xénophobe de « valeurs républicaines », parlant notamment au nom de la laïcité. Elle a, en quelque sorte, « démocratiser la xénophobie », comme le dit le sociologue Sylvain Crepon. Marine le Pen a réussi la « dédiabolisation » de son parti avant de revenir, en fin de campagne, à ses fondamentaux, l’insécurité et l’immigration. Il faut dire qu’elle a eu en Nicolas Sarkozy le meilleur des agents électoraux. Avec sa campagne à droite toute, sous la houlette de son conseiller maurassien Patrick Buisson, le président sortant pensait, comme en 2007, siphonner les voix du Front National. Retour à l’envoyeur ! Cette fois, c’est l’extrême droite qui a asséché les terres sarkoziennes. Et c’est bien Marine Le Pen qui détient les clefs du second tour. Elle appellera sans doute à l’abstention. Il faudrait que de 75 à 80 % de ses électeurs se reportent sur le président sortant pour que celui-ci ait une chance d’être réélu. Mission impossible d’autant qu’il devra faire le grand écart pour tenter d’additionner des voix frontistes et centristes.

Mais là ne s’arrêtera pas le bouleversement du paysage politique français. Avec près de 20% des suffrages, Marine Le Pen peut, pour la première fois (dans le système majoritaire à deux tours), envisager de tailler des croupières à la droite parlementaire lors des législatives. Avec ce que cela peut signifier en termes de recomposition de la droite française, le véritable objectif de Marine Le Pen. Les conséquences de son succès du 22 avril 2012 sont encore incalculables.

Hier soir, sur les plateaux de télévision, les représentants de l’UMP et PS se rejoignaient dans la compassion pour cette « France qui souffre », entendez les électeurs du Front National. Ils seront bien au centre de toutes les préoccupations. Nicolas Sarkozy jouera son va-tout en s’installant encore un peu plus sur les terres lepénistes. Mais il aura bien du mal à séduire cet électorat qui regarde avec mépris ce « président-antisystème » qui a perdu, à ses yeux, toute crédibilité. De plus, ce faisant, Sarkozy laissera à son adversaire la stature du rassembleur. Dès hier soir, le candidat de la gauche en avait déjà revêtu les habits. Ils semblaient faits sur mesure. François Hollande était rassembleur et déjà présidentiel. (hlp)

Samenvatting:
De klein-linkse kandidaat Mélanchon heeft opgeroepen om bij de tweede ronde van de Franse verkiezingen op 6 mei, voor grote broer François Hollande te stemmen. Maar Mélanchon is niet de sleutelfiguur.
Dat is, buiten kijf, Marine Le Pen van het Front National (20%). Haar xenophobe campagne rond veiligheid en immigratie sloeg aan. Zij kan nu geen kandidaat meer zijn maar heeft haar kiezers opgeroepen om zich te onthouden.
Echter, Sarkozy zal driekwart of meer van haar kiezers nodig hebben om verkozen te raken. Het is zeer onwaarschijnlijk dat hij dit ‘lijdende Frankrijk’ van Marine naar zich toe kan halen. Dat verhoogt aanzienlijk de kansen van de socialistische winnaar van gisteren, François Hollande. (jc)

April 23, 2012 at 1:46 pm 6 comments

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,637 other followers