Posts tagged ‘Hannah Arendt’

EUROPA MOET ZICH SCHAMEN

„Keiner will sie haben.“ Dat schreef de nazikrant Völkischer Beobachter triomfantelijk na de mislukking van de internationale conferentie over de ” vluchtelingencrisis” in de Franse badplaats Evian. Een select gezelschap diplomaten en ministers had zich daar in juli 1938 over het lot van de Joden in Duitsland en Oostenrijk gebogen.

In maart van dat jaar was Hitler Oostenrijk binnen gevallen. De „Anschluss“ maakte 200000 Oostenrijkse Joden rechtenloos en te verwachten was dat die zich bij de reeds bestaande vluchtelingenstroom zouden aansluiten. Er was sprake van een vluchtelingencrisis en daar moest die conferentie in Evian, een initiatief van de Amerikaanse president Roosevelt, een antwoord op vinden.

Het resultaat was mager. Veel mooie woorden over solidariteit maar de conclusie was dat geen enkel land, op de Dominicaanse republiek na, bereid was Joodse vluchtelingen op te nemen. Dat de Dominicaanse dictator Trujillo als enige een gebaar stelde had niets met medemenselijkheid of mededogen te maken. Trujillo wou zijn bedenkelijke reputatie opschonen nadat hij 20000  Haïtiaanse gastarbeiders door zijn militairen had laten afslachten en honderdduizenden had teruggestuurd naar Haïti, op de andere helft van het eiland Hispaniola. Trujillo was dan wel een antisemiet, hij verkoos de blanke Europeanen, ook al waren het Joden, boven de zwarte Haïtianen. En er was een financiële bonus:  om op het eiland te ontschepen dienden de Joden per vluchteling 5000 dollar te betalen.

„Niemand wil ze hebben“ was dan ook de correcte conclusie van de met veel poeha door Roosevelt aangekondigde conferentie. Dat is ook de titel van een recent boek van de Nederlandse journaliste Linda Polman. Aan de hand van talrijke voorbeelden laat Polman zien hoe de meeste Westerse landen – Latijns Amerika, Canada, Australië en Nieuw Zeeland inbegrepen – ook toen al met grote vindingrijkheid excuses bedachten om de grenzen gesloten te houden voor vluchtelingen en migranten. Het zijn argumenten die ons vertrouwd in de oren klinken en vandaag vrijwel letterlijk uit de mond van bewindvoerders en partijfiguren te horen zijn. Toen zoals nu klonk het dat vluchtelingen criminaliteit en armoede zouden importeren. „Ons land zit vol“ „We hebben al werklozen genoeg“ „Er is geen draagvlak bij de bevolking.“ „Wij zijn het OCMW van de wereld niet.“

De Belgische gedelegeerde op de conferentie sprak duidelijke taal: ons land zou niet nog meer Joden willen opnemen, omdat anders gevreesd zou moeten worden voor “maatschappelijke schokken”, ja zelfs een antisemitische golf. „In 1938 verklaarde Nederland de Joodse ‚migranten’ zelfs tot persona non grata, onwelkom. Dat was uit pure medemenselijkheid, beweerde de Nederlandse minister van justitie, Carel Goseling: de Joden toelaten zou slechts leiden tot verergering van de toch al woekerende haat tegen de eigen Nederlandse Joden.“ Vervang „Joden“ door „moslims“ en je hoort de echo van Bart De Wever, die tot vandaag Angela Merkel verantwoordelijk acht voor de „vluchtelingencrisis“ net omdat ze een oplossing zag in Europese solidariteit.

De Franse vertegenwoordiger in Evian vreesde dat de Joodse migrantenstroom „Trojaanse paarden“ zou meebrengen: spionnen en onruststokers in dienst van het naziregime. Nu heet het dat zich onder de vluchtelingen wel eens terroristen of door IS of andere terreurorganisaties gestuurde handlangers kunnen bevinden. „Als je één zo een ‚ongewenscht element’ zou binnenlaten en rechten geven, zouden ze allemaal willen komen“ waarschuwde de Nederlandse vertegenwoordiger 82 jaar geleden.

In de VS, het grote immigratieland, waren de Joden al evenmin welkom. President Roosevelt had dan wel het initiatief genomen voor de conferentie in Evian, zelf was hij er niet bij. Het was op eieren lopen voor een president die toch al de reputatie had té vriendelijk te zijn voor de Amerikaanse Joden. Antisemitisme was en is wijd verspreid in Amerika, in die jaren openlijker dan ooit. Roosevelt had voor zijn New Deal enkele Joden op hoge posten benoemd en zijn herstelprogramma kreeg daardoor meteen de bijnaam „Jew Deal.“ Een opiniepeiling gaf aan dat slechts 5% van de Amerikanen bereid waren Joden uit Duitsland of Oostenrijk op te nemen, 20% vond het zelfs beter de eigen Amerikaanse Joden te deporteren.

Roosevelt kon moeilijk Nazi-Duitsland keihard veroordelen, daarvoor had de VS zelf te veel boter op het hoofd. „De nazipartij had juist van de VS afgekeken hoe je binnen een legaal kader een bevolkingsgroep zijn burgerrechten ontneemt: de Duitse Nurnberger Rassenwetten van 1935 leken erg op bestaande Amerikaanse wetgeving (…) In meer dan de helft van de Amerikaanse staten waren huwelijken tussen verschillende rassen verboden om rassenvermenging te voorkomen. Een aantal staten hield er ook programma’s op na waarin ze gekleurde minderheden gedwongen steriliseerden. (…) De VS schafte zijn wetten tegen rassenvermenging overigens pas af in 1967, toen Hitler al 22 jaar dood was.“

De nazi’s en hun collaborateurs hadden hun eigen oplossing voor “het Joodse probleem.”

Het mag duidelijk zijn: Europa en in uitgebreide zin „het vrije Westen“ draagt een verpletterende verantwoordelijkheid voor het drama van de Europese Joden. “Evian heeft Hitler laten zien dat uitroeiing een optie was,” zegt Zeid Ra’ad Al Hussein, de VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten. Ook toen al overduidelijk was welk lot de Joden in Duitsland en Oostenrijk beschoren was dreven de westerse landen ze met migratiewetten en grensbewaking regelrecht in de klauwen van de nazi’s.

Vandaag gebeurt – verschillende historische omstandigheden in acht genomen – hetzelfde met vluchtelingen die dictatuur, armoede en hongersnood ontvluchten. De dood wordt beleidsmatig geaccepteerd als antimigratie-instrument. De inhoudstafel van Polmans boek leest als een catalogus van Europese onmacht en hypocrisie, dan wel cynisme: „De deal met Ethiopië, “De deal met de Soedanese genocidepleger“ „Deals in de Maghreb“ „De EU-Turkijedeal.“ Gemeenschappelijk aan al die overeenkomsten is dat Europa zich van het vluchtelingenprobleem afmaakt door een dubieuze overeenkomst met dictators, vaak in de landen die de vluchtelingen/migranten in wanhoop zoeken te ontvluchten. Uit het oog is uit het hart en zolang er geen beelden op onze schermen verschijnen van haveloze en uitgeputte dompelaars of van dode kinderen op het strand lijken de Europese leiders al best tevreden met „de oplossing van de vluchtelingencrisis.“

DE EU, Internationale organisaties zoals de IOM (International Organisation for Migration), de UNHCR (United Nations High Committee for Refugees) en een oeverloze alfabetsoep andere letterwoorden en afkortingen helpen mee om het probleem onzichtbaar te maken. Ze zijn meesters in het bedenken van Orwelliaanse termen als „safe havens“ of „AVR“(„Assisted Voluntary Return program”) die een totaal tegenovergestelde werkelijkheid verhullen. Vluchtelingen in eigen land worden „DP’s“ (“Displaced Persons”). De kampen waarin ze – vaak voor jaren – worden gedumpt, die „safe havens“ dus,  zijn nauwelijks beter dan de concentratiekampen van de nazi’s.  De schrijver Arnon Grünberg, die een groot deel van zijn familie verloor in Shoah, bezocht in 2014 zo een door de UNHCR beheerd kamp in Congo. Hij schrijft:  „Oog in oog met dit lijden begrijp ik de SS’ers in het concentratiekamp beter dan ooit. Met de ondermens kun je je niet identificeren. Hij stinkt, hij is lethargisch, hij weet niet wat solidariteit is, hij lijkt nauwelijks meer op een mens.“

In haar beroemde driedelige werk „The origins of Totalitarianism“ beschrijft de filosofe Hannah Arendt de verschillende soorten concentratiekampen van de nazi’s: opvangkampen, werkkampen en vernietigingskampen. Eén eigenschap hadden die drie soorten kampen gemeen: „massa’s mensen verdwenen erin alsof ze niet langer bestonden. (…) Ze concludeerde dat de pointe van alle kampsoorten is om vergetelheid af te dwingen.“ Dat is net wat Europese politici lijken te doen: vergetelheid afdwingen.

Eén van de schrijnendste verhalen is dat van de Libiëdeal. Wat voor de EU „migranten redden“ heet komt neer op een mafioze deal met de Libische kustwacht, betaald en uitgerust door de EU. Het plaatsje Sabratha in Libië is één van de belangrijkste vertrekplaatsen voor bootjes naar Europa. De lokale commandant van de kustwacht, Al Bija genaamd, krijgt van elke mensensmokkelaar in de streek een deel van de winst omdat hij anders hun smokkelboten tot zinken brengt met passagiers en al. Of hij kaapte ze en sleepte ze terug naar Sabratha waar ze verdwenen in gevangenissen. Een EU-waarnemer die zo een detentiecentrum bezocht noemde ze „the closest we have to concentration camps in the 21st century.“ In augustus 2016 meldde Artsen zonder Grenzen “dat zo goed als elke persoon die ze uit zee redden tekenen vertoont van het extreme geweld in Libische gevangenissen: geperforeerde trommelvliezen, brandwonden, littekens van afranselingen, gebroken botten. In die tijd financierde de EU al negentwintig van die detentiecentra.“

Fake news, opgeblazen cijfers en termen als „aanzuigeffect,“ „zwermen migranten“ (David Cameron) „stormloop op Europa,“  „demografische tijdbom,“ “buitenlandse invasie,” “meeuwen op het stort” (Louis Tobback), “het putje van het bad” (Theo Francken) zijn de andere constante in het Europese migratiediscours. Toen de Franse migratiespecialist Hervé Le Bras in een debat met Marine Le Pen erop wees dat 90% van de migratiebewegingen in Afrika plaats vinden tussen de verschillende Afrikaanse landen en dat het „aanzuigeffect“ op geen enkele manier kan worden aangetoond antwoordde Le Pen: „Monsieur Le Bras, on en a marre de vos statistiques!”

Johan Depoortere
23-2-2020

Een versie van dit artikel verschijnt als column in AKTIEF, het driemaandelijks blad van het Masereelfonds.

Meer over dit onderwerp:

https://www.epo.be/nl/politiek/3821-niemand-wil-ze-hebben-9789491921537.html

https://www.vpro.nl/programmas/in-europa/kijk/afleveringen/2019-2020/vluchtelingen.html

https://www.illustre.ch/magazine/jean-ziegler-avons-recree-camps-concentration?utm_source=facebook&utm_medium=share&utm_campaign=article&fbclid=IwAR3j_aNCXpXehjGtMtFMv2Y-lrN4SNirOUGwS4JvzezPz5_n6aL_3lzAvgs

https://www.groene.nl/artikel/zie-de-verregaande-ontmenselijking

https://www.mo.be/interview/francken-gelijke-rechten-vluchtelingen-afschaffen-denemarken-gidsland

https://decorrespondent.nl/9555/deze-topambtenaar-uit-ivoorkust-houdt-europa-een-spiegel-voor-het-migratiedebat-zit-vol-hypocrisie-leugens-en-racisme/416320905-a80d94d8

https://www.lecho.be/opinions/carte-blanche/herve-le-bras-la-ruee-migratoire-vers-l-europe-c-est-un-grand-fantasme/10121241.html

March 1, 2020 at 2:58 pm 3 comments

HET ANDERE NEGATIONISME

In De Standaard van vandaag 28 januari meent de heer Hans Knoop mij van antisemitisme te moeten beschuldigen. Knoop reageert daarmee op mijn opiniebijdrage in dezelfde krant van 21 januari. Dat deze Pavlovreractie van de heer Knoop niet kon uitblijven had ik verwacht, maar daarom wil ik ze nog niet onbeantwoord laten.

Hier volgt mijn antwoord aan Hans Knoop, dat De Standaard helaas niet publiceert:

Dezer dagen wordt de bevrijding herdacht van het nazi-concentratiekamp en vernietigingscentrum Auschwitz. Ondanks de overweldigende hoeveelheid materiële bewijzen en getuigenissen over de massamoord op de Joden en andere “ongewensten” die daar door de nazi’s werd bedreven blijft een franje van pseudo-historici en extreemrechtse ideologen de historische werkelijkheid ontkennen. Het negationisme is een taai verschijnsel, net als het geloof in ufo’s of de overtuiging dat de aarde plat is en Elvis leeft.

Hans Knoop, de onvermoeibare propagandist van de zionistische ideologie en de staat Israël is de vertegenwoordiger bij uitstek van een ander negationisme: dat namelijk dat de historische werkelijkheid van de vernietiging van Palestina ontkent of verzwijgt. De oprichting van de zionistische staat in een land waar de overgrote meerderheid niet-Joods en antizionistisch was kon alleen gebeuren dankzij militair geweld en een grootscheepse etnische zuivering. Dat is wat de Palestijnen de “Nakba” noemen, en wat Joodse – ook zionistische – historici bevestigen: de tragedie van de oorspronkelijke bewoners van het land die verdreven moesten worden om plaats te maken voor, overwegend Europese, Joodse settler-kolonialisten.

Geen woord daarover in de repliek van Knoop op mijn opiniebijdrage die in De Standaard verscheen onder de titel: “Hoe zionisten de holocaust ‘ontdekten.” Knoop neemt aanstoot aan dat “ontdekken,” maar merkt blijkbaar niet dat het woord tussen aanhalingstekens staat en dat het – zoals blijkt uit het artikel – slaat op de Israëlische propaganda die inderdaad pas vanaf begin jaren zestig volop de holocaustkaart trekt. Dat is geen loze bewering of “antisemitisme” zoals Knoop beweert, maar een vaststelling die door gereputeerde historici wordt bevestigd. In “The holocaust in American Life” beschrijft de Amerikaanse historicus Peter Novick hoe het onder Amerikaanse Joden in de jaren na de tweede Wereldoorlog “something of an embarassment” was om te herinneren aan de massamoord op de Joden in nazi-Duitsland. Toen in de late jaren 40 plannen werden gemaakt voor een Holocaustmonument in New York kwam er eensgezind verzet van invloedrijke Joodse organisaties als The American Jewish Committee, The anti-Defamation League en andere officiële Joodse stemmen. Ze waren het er allemaal over eens: “zo een memoriaal zou een eeuwig herdenkingsmonument betekenen voor de zwakheid en de weerloosheid van het Joodse volk.”

Dichter bij huis schreef de eminente kenner van de Jodenvervolging Gie van den Berghe al in 1990 “De uitbuiting van de Holocaust:” een gedetailleerde weerlegging van het negationisme met daaraan gekoppeld de analyse hoe verschillende Israëlische regeringen de Jodenuitroeiing hebben gebruikt om hun politiek in het Midden-Oosten te rechtvaardigen. Gie van den Berghe kreeg voor zijn werk verschillende prijzen, onder andere de Arkprijs van het Vrije woord, maar het kostte hem de eeuwige vijandschap van de zionistische lobby en het onvermijdelijke etiket van “antisemitisme.” De feiten in zijn boek werden nooit weerlegd en de Israëlische premier Netanyahu deed eerder deze week zijn best om van den Berghe gelijk te geven door de herdenking van de holocaust in Jeruzalem te gebruiken om zijn oorlogspolitiek tegen Iran te verkopen aan de aanwezige buitenlandse regeringsleiders.

De Joodse filosofe Hannah Arendt was één van de eersten die het misbruik van de holocaust voor propagandadoeleinden aan de kaak stelde. In haar beroemde – en voor sommigen beruchte – “Eichmann in Jeruzalem,” haar verslag van het Eichmannproces in 1961, laat Arendt zien hoe Ben Goerion, de eerste Israëlische premier, het proces als het gedroomde vehikel zag om de wereld ervan te overtuigen dat steun aan Israël het enige middel is om een nieuwe holocaust te voorkomen. Arendt schrikt er in haar boek niet voor terug een parallel te trekken tussen het zionisme en de nazi’s. Een moderne staat mag volgens haar niet worden gevestigd op de Joodse identiteit, omdat daarmee de menselijke pluraliteit wordt ontkend. De genocide op de Joden was volgens haar eveneens een poging tot vernietiging van de menselijke pluraliteit. “Net als de zionisten wilden de nazi’s hun staat vestigen op grond van ras en zij konden daarom in onderlinge samenwerking hun idealen verwezenlijken.” Arendt vergelijkt ook de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s uit 1935, op grond waarvan huwelijken tussen Duitsers en Joden verboden waren, met de wetgeving in Israël die alleen huwelijken tussen Joden mogelijk maakt. Het is duidelijk: volgens de antisemitismedefinitie van de International Holocaust Remembrance Association en volgens Hans Knoop was Hannah Arendt een doortrapte antisemiet.

Johan Depoortere
28 januari 2020

January 28, 2020 at 3:53 pm 1 comment

HOLOCAUST EN PROPAGANDA

Door Johan Depoortere

De doden spreken niet. De miljoenen Joden die door de nazi’s werden vermoord protesteren dus ook niet als ze worden gebruikt om een ander onrecht goed te praten: het settlerkolonialisme dat een heel volk van zijn huis en grond heeft verdreven en een regime dat discriminatie en Apartheid in wet heeft gebeiteld. Dat is nochtans wat N-va politicus André Gantman doet in zijn recent interview in De standaard als hij  het tragische lot van zijn familie en van alle Joden inroept om antizionisme gelijk te stellen met antisemitisme, Jodenhaat. Dat betekent dat de zes miljoen Palestijnen die onder Israëlisch bestuur leven en die het zionisme verwerpen gebrandmerkt worden als Jodenhaters. Dat betekent dat een volk dat part noch deel had aan de uitmoording van de Europese Joden door de nazi’s lijdzaam de prijs moet betalen voor die misdaad of van antisemitisme beschuldigd worden. De Palestijnen, de oorspronkelijke bewoners van het land dat nu Israël heet, haten het zionisme niet omdat ze de Joden haten maar omdat het in naam van die ideologie is dat ze van hun huis en grond werden verdreven, als vluchtelingen en staatlozen of als tweederangsburgers in eigen land moeten leven. Het zionisme heeft hun dorpen vernietigd (en gaat daar tot vandaag mee door), heeft hen beroofd, niet alleen van hun materiële bezittingen maar ook van hun identiteit, hun geschiedenis en hun taal, het Arabisch dat van officiële taal gedegradeerd werd tot “taal met een speciale status”. Hun zelfbeschikkingsrecht is hun bij wet ontnomen.

Resten van Ikrit, één van de meer dan 600 Palestijnse dorpen die Israël sinds 1948 heeft vernield en van de kaart geveegd.

Dat de vermoorde Joden voor de kar worden gespannen van een ideologie waar ze in grote mate tegenstanders van waren is een gotspe en een ongehoorde belediging aan het adres van de slachtoffers van de massamoord. Tot aan de opkomst van de nazi’s en de uitroeiing van de Europese Joden was het zionisme de ideologie van een minderheid onder hen.  (Joden in de Arabische wereld kwamen er helemaal niet aan te pas.) De felle kritiek op het zionisme kwam tot aan de eerste wereldoorlog meer uit de hoek van Joden dan van niet-Joden. De beweging die Theodor Herzl in 1897 had opgericht kreeg zware tegenwind niet alleen van de liberale Joodse bovenlaag in de westerse landen, maar ook van religieuze hervormers en orthodoxe en ultra-orthodoxe Joden. De seculiere Joden, in tsarisctisch Rusland ter linkerzijde in grote meerderheid verenigd in de Bund, en later de communisten waren felle tegenstanders van het zionisme dat ze als een reactionaire, kleinburgerlijke en utopische beweging bestreden. Zij verweten de zionisten onder andere dat ze het antisemitisme in Europa in de hand werkten. Niet ten onrechte. Herzl zelf schreef in zijn dagboek: “De antisemieten zullen onze meest betrouwbare vrienden zijn, en de antisemitische landen onze bondgenoten.” Voorts geloofde hij terecht dat de regeringen van antisemitische landen de zionisten zouden helpen om hun eigen land te creëren, om zo af te zijn van de Joden.

Norman Finkelstein

De Amerikaanse politicoloog Norman Finkelstein heeft net als André Gantman het drama van de Jodenmoord in eigen familie meegemaakt. Zijn beide ouders overleefden weliswaar de vernietigingskampen Auschwitz en Majdanek, alle andere familieleden werden door de nazi’s vermoord. Maar Finkelstein trekt heel andere conclusies uit de tragische geschiedenis van de twintigste eeuw. In zijn boeken, conferenties en journalistiek werk hekelt hij de misdaden van Israël, de voortdurende schendingen van de mensenrechten en het internationaal recht, de onderdrukking van de Palestijnen en de bij wet vastgelegde Apartheid. Hij noemt de behandeling van de bevolking van de Gazastrook door Israël “één van de meest afschuwelijke en aanhoudende campagnes van collectieve straffen in de moderne geschiedenis.” Maar het is vooral zijn aanklacht over het misbruik van de Holocaust door Israël die hem tot bête noire van de zionisten en tot persona non grata in dat land heeft gemaakt.

Dat de “Holocaust” nu zo een centrale plaats inneemt in de apologie en de propaganda van de zionistische staat is relatief nieuw. De populariteit van het woord hebben we te danken aan de gelijknamige Amerikaanse TV-serie uit 1978 met Meryl Streep  die in aanzienlijke mate heeft bijgedragen tot de beeldvorming over wat in de Joodse traditie de “Shoah” wordt genoemd.

De miniserie Holocaust kwam in verschillende talen op het scherm. Ze bepaalde de beeldvorming in de westerse wereld over de massamoord op de Joden in Europa.

In de eerste jaren na de oorlog was de massamoord op de Europese Joden een taboe in Israël. In zijn boek “The Seventh Million” beschrijft de Israëlische historicus Tom Segev hoe de overlevers van de judeocide na de oorlog allesbehalve welkom waren in Israël. Ben Goerion, de vader des vaderlands, noemde ze “slechte mensen:” als ze de genocide overleefd hadden dan moesten het ofwel collaborateurs zijn of profiteurs die hun hachje hadden gered ten koste van anderen. Een erger verwijt was dat ze zich niet verzet hadden: ze moesten zwakkelingen zijn die zich als schapen naar de slachtbank hadden laten leiden. En dat in tegenstelling tot de pioniers van de staat Israël die de “nieuwe Joodse mens” zouden creëren die sterk is en zich niet langer laat onderdrukken. Er was een ruim verspreid scheldwoord dat voor de overlevers van de kampen werd gebruikt, zegt Segev in een BBC-interview. Dat woord was “zeep.”

Ook de invloedrijke Amerikaanse Joden wilden in de jaren na de oorlog niet aan de massamoord in Duitsland herinnerd worden. In het boek “The Holocaust in American Life” beschrijft de historicus Peter Novick hoe ook hier de Koude Oorlog de geesten beheerste. Spreken over de pogingen van Hitler om de Joden uit te roeien zou in de kaart van de communisten spelen in hun strijd tegen de herbewapening van Duitsland. Herinneren aan de Holocaust was – zo schrijft Novick “something of an embarrassment.” Toen in de late jaren 40 plannen werden gemaakt voor een Holocaustmonument in New York kwam er eensgezind verzet van invloedrijke Joodse organisaties als The American Jewish Committee, The anti-Defamation League en andere officiële Joodse stemmen. Ze waren het er allemaal over eens: “zo een memoriaal zou een eeuwig herdenkingsmonument betekenen voor de zwakheid en de weerloosheid van het Joodse volk.”

De verandering kwam in het begin van de jaren zestig toen Eichmann in Argentinië werd ontdekt en naar Israël werd ontvoerd. Het Eichmanproces confronteerde de Joods-Israëlische gemeenschap met een geschiedenis die ze het liefst van al wou vergeten. Maar voor Ben Gurion was het de gedroomde gelegenheid om de wereld ervan te overtuigen dat steun aan Israël onontbeerlijk is om een nieuwe Holocaust te voorkomen. Volgens de Joodse filosofe Hannah Arendt was dat de propagandistische bedoeling van het proces. In haar beroemde – en jawel controversiële – verslag Eichmann in Jerusalem gaat ze in tegen het beeld van Eichmann als “het antisemitische monster waartegen alleen de staat Israël bescherming kan bieden.” Ze noemde hem de verpersoonlijking van de “banaliteit van het kwaad.” En ze ging een stap verder: ze zag een parallel tussen het zionisme en de nazi’s. Een moderne staat mag volgens haar niet worden gevestigd op de Joodse identiteit, omdat daarmee de menselijke pluraliteit wordt ontkend. De genocide op de Joden was volgens haar eveneens een poging tot vernietiging van de menselijke pluraliteit. “Net als de zionisten wilden de nazi’s hun staat vestigen op grond van ras en zij konden daarom in onderlinge samenwerking hun idealen verwezenlijken” (1)

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967, die niet langer werd gezien als een “verdedigingsoorlog” verloor Israël een goed deel van de sympathie die het tot dan vrijwel onverdeeld had genoten van links en rechts in de westerse wereld.  De propagandawaarde van de mythe van “David tegen Goliath” – het kleine Israël tegen zijn machtige Arabische buren – leek uitgewerkt. Vanaf dat moment speelden de Israëlsche propaganda en de verdedigers van het zionisme ongeremd de Holocaustkaart. Ook in ons land – zie Gantman, zie de conflicten over het “Memoriaal en Museum Kazerne Dossin” waar de zionistische lobby het exclusieve recht opeist om de Jodenmoord ten behoeve van de propaganda ideologisch te interpreteren.

  1. Eichmann in Jerusalem. A Report on the Banality of Evil, Londen: Penguin Books 2006 p. 41-42. Arendt vergelijkt ook de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s uit 1935, op grond waarvan huwelijken tussen Duitsers en Joden verboden waren, met de wetgeving in Israël die alleen huwelijken tussen Joden mogelijk maakt (Arendt 2006, p. 7)

Dit is de uitgebreidere versie van een bijdrage die onder licht gewijzigde vorm als opiniestuk in De Standaard van 21 januari 2020 is gepubliceerd.

 

January 21, 2020 at 5:25 pm 3 comments

MUFTI MET EEN GEURTJE. MUF UITERAARD

 

De Groot-Mufti tijdens WO II

De Groot-Mufti tijdens WO II

 

door Lucas Catherine

Ligt het aan Halloween? Ik denk het niet, maar daar is de Mufti weer. Israëls premier Netanyahu verklaarde hem op het pas gehouden 37ste Zionistische Wereldcongres tot de stokebrand van Hitler en het echte brein achter de Endlösung. Erger dan de duivel Hitler. Telkens als er wereldprotest is tegen de gewelddadige kolonisatie van Palestina voert de Israëlische propaganda hem op. Ook Ludo Abicht in De Morgen van 23/10.

De Mufti – wie weet wat een mufti is? – Hij is al decennia de figuur die de zionisten opvoeren als ze Palestijnen willen gelijkschakelen met Nazi’s. In de Encyclopedia of the Holocaust, uitgegeven onder de supervisie van Yad Vashem, het holocaustmuseum in Jeruzalem, is het artikel over de mufti twee keer zo lang als dit over Goebbels of Göring en langer dan de artikels over Himmler en Heydrich te samen.
Amin al Hussein werd door de Britten in 1921 Groot Mufti van Palestina benoemd. Een titel die tot dan niet bestond in de islam.
In 1941 was hij een uitgerangeerde politieke leider, voorbij gestoken op zijn linkerflank tijdens de grote Palestijnse revolte tegen de kolonisatie van 1936-1939. In 1941 trekt Amin al Husseini naar de Balkan en rekruteert er voor de Freiwilligen-Bosnien-Herzegovina Gebirgs Division van de SS. Als nuttige idioot kan hij kanonnenvoer ronselen voor de oorlog in Europa. Bij ons ronselen dan ook rechtse dorpspastoors jongeren voor het Oost-Front. Als beloning mag hij op de foto met Hitler.
Toch even dit: Er woonden toen niet alleen Palestijnen in het Midden- Oosten maar ook zionisten, bezig met hun staatsopbouw in hun kolonies, en die hadden heel wat globalere en ingrijpender contacten met de Nazis:

De Arbeiderspartij en de Nazi’s


De ‘socialistische’ zionisten, de huidige Arbeiderspartij, waren absoluut niet vies van contacten met hen. Wanneer in Duitsland de nazi’s aan de macht komen stelt er zich een probleem voor de Duitse joden. De nazi’s willen de jüden raus. Daarom steunen zij emigratie, umsiedlung naar Palestina. De zionisten sluiten daarover in 1933 met de Nazi’s een samenwerkingsakkoord af dat een transfert van mensen en kapitaal inhoudt. Transfert zeg je in het hebreeuws ha’avara en die akkoorden staan dan ook bekend als de Ha’avara-akkoorden. Zoals Hannah Arendt schrijft in haar boek Eichman in Jerusalem: ‘In de beginjaren van het nazisme interpreteerden de zionisten het aan de macht komen van Hitler vooral als een “beslissende nederlaag van het assimilationisme”. Ook de zionisten geloofden dat “dissimilatie”, gepaard met emigratie naar Palestina een “wederzijds aanvaardbare oplossing'”kon zijn. Zij dachten dan vooral aan jongeren, en hopelijk ook kapitalisten… In die eerste jaren van het nazisme kwam het tot een wederzijds akkoord waar beide partijen tevreden over waren, het Ha’avara- of Transfertakkoord, dat het voor een emigrant mogelijk maakte zijn kapitaal naar Palestina over te hevelen. Het resultaat was dat in de jaren dertig, toen de Amerikaanse joden probeerden een boycot te organiseren van Duitse goederen, Palestina als enige uitzondering, overspoeld werd met producten made in Germany”.

Het Jewish Agnecy, dat is de regering van joodse kolonisten in Brits Palestina, richtte zelfs een speciale commissie op die zich met de problemen van de Duitse joden moest bezig houden. Ben Goerion, later premier, beschreef de commissie zo: ‘Het is niet de taak van de commissie om te ijveren voor de rechten van de joden in Duitsland. De commissie moet zich enkel interesseren voor het probleem van de Duitse joden in zoverre ze naar Palestina kunnen emigreren.’ Net na Kristalnacht verklaarde dezelfde toekomstige premier van Israël: ‘Als men mij voor de keuze plaatst en zegt dat ik alle kinderen in Duitsland kan redden door ze naar Engeland te laten vertrekken, of dat ik maar de helft kan redden door ze naar Eretz Israël te laten komen, dan kies ik voor de tweede mogelijkheid.’ De toenmalige leider van de ZionistischeWereldorganisatie, Haim Weizman, later president van Israël formuleerde het nog cynischer dan Ben Goerion: ‘Zionisme is het eeuwig leven, en in vergelijking daarmee is het redden van enkele duizenden joden slechts een uitstel van executie die niets oplost.’

De rechtse zionisten kiezen voor Musolini

Eind jaren 1920 gaan de leiders van de ‘Revisionisten’ (later de Likudpartij en Kadima) Vladimir Jabotinsky, Abba Achimeir en later Menahem Begin de fascistische toer op. Zij kijken bewonderend naar Mussolini. In hun krant heeft leider Achimeir een vaste rubriek Yomen shel Fascisti, Dagboek van een fascist. De liefde is wederzijds. In 1935 verklaart Benito Mussolini: ‘Als het zionisme wil slagen moet het een Joodse staat stichten, met een Joodse vlag en een Joodse taal. De man die dit echt begrijpt is uw fascistenleider Jabotinsky.’ En Jabotinsky is nog altijd hét idool van Benjamin Netanyahu.

Mufti 2

October 26, 2015 at 10:21 am Leave a comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,653 other followers