Posts tagged ‘Jacques Brel’

De Buik van Brussel

Door Lucas Catherine

Nu hier zo plechtig aangekondigd werd dat het Salon geen commerciële reclame meer zal bevatten, profiteer ik ervan om culturele reclame te maken voor mezelf, of toch voor een project waar ik mee bezig ben: De Buik van Brussel, en dat heeft niets te zien met mijn eigen fysieke voorkomen. Bij Brussel denkt iedereen aan de Grote Markt of De Marollen, niemand aan De Buik van Brussel. Wel daar moet wat aan gedaan worden dacht ik en om u een idee te geven waarover het gaat: dit korte stuk.

De term Buik van Brussel is ooit gelanceerd door architect en socialistisch volksvertegenwoordiger, Fernand Brunfaut. In het culturele tijdschrift Germinal (10/9/1950) schrijft hij over de markten van Sint-Kathelijne en de Vismet als over Le Ventre de Bruxelles. Zelf refereert hij hierbij naar de roman van Emile Zola, Le Ventre de Paris (1873) die rond de Hallen van Parijs speelt en de sociale strijd beschrijft tussen de Vetten en de Mageren (zie ook het Eiland Amoras van Willy Vandersteen, uit 1945). Recent wordt de term ook gebruikt voor de restaurantbuurt rond de Grote Markt. Maar dat is fake history voor toeristen. Het gaat wel degelijk om de Vismet en Sint-Kathelijne waarover Jacques Brel zong: 

C’était au temps où Bruxelles bruxellait
Sur les pavés de la place Sainte-Catherine 
Dansaient les hommes les femmes en crinoline

Waarom er nu over schrijven ? Wel de markt van Sint Kathelijne is tegenwoordig maar pover, vier kraampjes op zaterdag, en de Vismet werd al in 1955 afgebroken.

 

Tot voor kort bleven er nog talrijke vishandelaars gevestigd. Nu is er nog slechts één. Voor hoe lang nog? Voor ze volledig verdwijnt wil ik haar geschiedenis schrijven en de vertelsels opschrijven die men in sommige staminees rond de Vismet nog vertelt. 

Ik geef er u eentje:

De Haai van de Vismet

De grootste vishandel van België was in de jaren 1980 op de Vismet gevestigd: Vishandel De Baquer. In de jaren 1990 begon het slecht te gaan, met alle vishandels en ook met De Baquer. Men probeerde klanten te lokken met spectaculair waterwild: Dick Fish begon krokodilsteak te verkopen en iemand kwam op het gedacht om haai te importeren. De vis arriveerde, maar ‘viel van de camion’ dankzij Clarence. Dat was een bijnaam: de man was een flierefluiter en keek scheel net zoals Clarence de schele leeuw in de toen immens populaire tv-serie Daktari. En net zoals die leeuw lummelde hij zo maar wat rond. Op een dag dweilde hij alle restaurants van de Vismet af met een kleine haai en probeerde die te verkopen. Maar geen van de koks wou die haai bereiden. Waarschijnlijk ging het om een hondshaai, een goedkope vis die nu nog als pseudo zalm of tonijn wordt verkocht, en ten langen leste wendde hij zich tot De Baquer. Daar werd de haai gewogen, en “tiens!” zei men daar: “dit is raar hij weegt net zoveel als de haai die wij hadden besteld en die nooit is toegekomen.” Omdat hij toch maar Clarence was werd de politie niet ingeschakeld, maar Clarence was wel zijn haai kwijt.

Of dit nog:

Koning Salomon op de Vismet.

Op de hoek van de Vismet met de Populierstraat is Café-Théatre Le Jardin de ma Soeur. Arthème die dat theater runt heeft die naam overgenomen van de gelijknamige pianobar die er in de Golden Sixties was gevestigd. Er kwam alleen champagne of whisky op tafel en dat was niet om de tafel te versieren, maar wel de vrouwen. Eigenaar was Jacques, zelf een getalenteerd pianist. Hij had jaren op cruiseboten geëntertaind. Ze noemden hem de juke-box want hij kon alles spelen wat je maar vroeg, wel duizend nummers. En volgens Jacques was de naam aan het huis ooit gegeven door de begijnen die er woonden, het lag immers aan de buitenmuur van het Begijnhof en sommigen hebben ooit beweerd dat de laatste Opperbegijn er is gestorven, maar dat is verzonnen. De naam zou verwijzen naar het Hooglied van Salomon in de Bijbel. “ Ik ben in mijn Hof gekomen, zuster…”(Hooglied, 5 vers 1) en Jacques vond dat een goeie naam voor zijn bar, want dat Hooglied is een zeer sexueel getinte tekst, en heeft het ondermeer over (Hooglied 6, vers 8): “Er zijn zestig koninginnen en tachtig bijvrouwen en maagden zonder tal.” (Daar moet zelfs de Koran het tegen afleggen), en in 2, vers 4 heeft men het over een soort bijbelse bar: “Hij voert mij in het wijnhuis, en bedekt mij met zijn liefde”. Jacques kende niet alleen duizend stukken voor piano, hij kende ook zijn Bijbel. 

Het Brussel van mijn jeugd en de verhalen over Brussel die ik vroeger hoorde bestaan niet meer. De Vismet sterft en Brussel bloedt dood. De Buik van Brussel is overgenomen door toeristen, Euro- en ander -craten, door Fransen die deze stad zien als een Franse provinciestad, door bobo’s uit Wallonië én door bobo’s uit Vlaanderen die hier na hun studies zijn blijven plakken of file-moe zijn en die hier een nieuw dorp hebben gesticht rond de Graanmarkt en de Vlaamse steenweg. Het Brussels is voor hen een dode taal, je merkt het aan het modieus gebruik van ons mooi Brabants met foute woorden. Het restaurant op de hoek heet nu Le Ket de Bruxelles. Ik kom er niet, want ik ben geen ket. Daar ben ik te oud voor. Een ketjesschool is een peutertuin. Ket ben je tot je communie daarna wordt dat fiston, kameroet, pei, ave pei of nog wat anders. Er is nu ook een trendy restaurant dat Kaberdouche heet. Dit terwijl een kaberdoesj een louche staminee is waar de bazin met klanten naar boven gaat. Een fake authenticiteit waarin het Brussels wordt verkracht. Want wat is Brussels? Ik citeer de immer erudiete Jean d’Osta in zijn Grammaire (1973) : La formation des phrases et l’ordre des mots (avec toutes les inversions et préfixes séparables propres au néerlandais) sont exactement les mêmes en bruxellois. Nous n’en parlerons donc pas. 

Ce langage, dont l’origine remonte aux Francs Saliens et qui depuis tant de siècles est resté quasi inchangé, est aujourd’hui tué lentement mais sûrement… en tot slot : Le parler bruxellois, och èrme, n’a jamais eu de culture. Il a cependant bien failli en avoir une, au XVIème siècle. Le brabançon écrit par Marnix de Sainte-Aldegonde, n’avait presque plus rien de dialectal. Ja, Marnix was een geboren en getogen Brusselaar en moest onze Brusselse republiek niet zijn gevallen die verdoemde 10 maart 1585 dan hadden ze nu in Amsterdam het Brabants Brussels van Marnix gesproken en had ik dit stuk in het Brussels geschreven. Daarom dan toch mijn oudste herinnering aan Brussel in deze gerateerde cultuurtaal:

Ik was me moeite ne meiter gruut en ik liep mê maane poepa lost de gruute boulevards. Lost Les Augustins oep de place de Brouckère – gewuun passeire moe nie binne stappe, veulst te duur veu ons – lost de Stella Bourse, woe damme uuk nie binnenginge want me moeiste noe d’A Met en toensj moestik pisse. En uuk al was ik me moeite ne meiter gruut, toch te aad veu op stroet in ’t

zeuppeke te mouge pissen. Moe Brussel es ’n liberoele stad. 

Ge mougt er zaaiken tegen et bestuur: op de binnekoer van ’t Stadhoeis es ’n trappeken af noe ’n pissaan. Nog altaat.

Zaaiken teige de kerk, teige Sainte Cathérine, uuk nog altaat want ’n pissaan geklasseid deu Freddy Thielemans. 

En teige ’t kapitoel: onner de Beuze, rechtouver de Stella Bourse was uuk een trappeken af noe een magnifik pissaan in posselaan, just zu as in Paraas. En waalen da toeis in ’n blekke gout bouve den beirput moeste pissen, naag impossant: da pissaan in ’t schuunste, witte posselaan. Van toen dateirt uuk ’t lieken:

In de gruute stad van Brussel komt een nuut pissaan

Omdat de stad van Brussel na prouper zoe zaan:

Den ienen pist al hie, den andere pist al doe,

A broek is nog nie oupe of de flikken zaan al doe.

Da pissaan onner de Beuze es weg en Brussel is nie mie zue prouper: ‘den ienen pist al hie… en de flikken? Ze zaan nuut nie doe.

(Om het Brussels te begrijpen: gewoon luidop lezen en dat werkt, en voor het Frans: liever Larousse dan Google translate)

 

November 20, 2018 at 10:29 am 1 comment

JULIEN LAHAUT HAD GELIJK. LEVE DE REPUBLIEK.

wissel A

 

door Bart Eeckhout

 

Het feest zal ingetogen blijven, zo wordt ons beloofd. Toch wacht ons met de kroning en eedaflegging van Filip als koning van België een bijzonder schouwspel. Het bijzondere zit dan niet in de kwaliteit van het afgestoken vuurwerk, maar in het feit dat deze gebeurtenis als een hoogtepunt gevierd zal worden in het hart van de democratie, het Paleis der Natie. Eensgezind in haar hoofse buiging zal de verkozen vertegenwoordiging van het volk haar onverkozen staatshoofd begroeten. Zo legitimeert de democratie zelf een in wezen ondemocratische instelling. En dat zie je inderdaad niet elke dag.

Eigenlijk is het simpel. Er valt, onder democraten, geen enkel principieel argument te verzinnen ter verdediging van de monarchie. Het zou in deze eenentwintigste eeuw niet langer aanvaardbaar mogen zijn dat de leiding van een land – het weze door de grondwet beperkt in haar voorrechten – door erfopvolging bepaald wordt. Behalve dat hij de zoon is van zijn vader heeft Filip van geen enkele verdienste blijk moeten geven die hem specifiek geschikt maakt als staatshoofd. In een democratie is er namelijk maar één kwaliteit die daarbij van tel is: een verkiezing door de volkswil.

Het gekke is nu dat je daarop in ons land ook nooit op tegengesproken wordt – tenzij misschien in die verwaarloosbaar kleine adellijke kliek met nostalgie naar het echte ancien régime. Maar, klinkt het dan even snel, dit is nu eenmaal België. In dit land met zijn ingewikkelde staatshuishouding is een monarch, die boven de partijen en gemeenschappen staat, noodzakelijk als een institutioneel rustpunt. Het is het beeld van de koning als noodzakelijke brug tussen de twee grote gemeenschappen. België als schaakbord: laat je de koning vallen, dan is het spel voorbij.

Communautair koningschap
In België is de monarchie dus niet alleen constitutioneel maar ook communautair verankerd. Maar waarom zou een verkozen of een door een verkozen meerderheid aangeduide president die rol als ‘soeverein’ boven het gewoel niet kunnen opnemen? Omdat dit ‘nu eenmaal’ België is? De keuze voor de monarchie uit angst dat het land anders uiteenvalt, is een uiterst problematisch argument. Want hoe kunnen wij een democratie zijn als wij geen republiek durven te zijn?

Natuurlijk is België niet het enige land dat nog door een koningshuis geregeerd wordt. In de meeste westerse democratieën is de monarchie stilaan evenwel gereduceerd tot een onschadelijk en grondwettelijk relatief machteloos relict, dat in stand gehouden wordt als een soort populaire maar tandeloze bezienswaardigheid. In Groot-Brittannië speelt de Queen bijvoorbeeld geen enkele rol in de regeringsvorming, in Nederland is inmiddels ook Willem-Alexander zijn politieke rol kwijt, en in Zweden ondertekent Karl Gustav geen wetten meer.

Door de vorst expliciet in te schakelen als behoeder van de samenhang van het land, is een dergelijk ceremonieel koningschap in België bijna onmogelijk. We moeten daarbij voorbijgaan aan de anekdotiek van het particuliere politieke palmares van Albert II. Het valt niet te ontkennen dat de aftredende koning in tijden van crisis van een grote rust, flexibilteit en wijsheid blijk gegeven heeft. In de institutionele crisis van de voorbije vijf jaar was koning Albert vaak een van de meest stabiele, betrouwbare en rationeel denkende spelers op het politieke schaakbord. Dat zegt helaas meer over het rapport van de democratisch verkozen volksvertegenwoordiging dan over het belang van een ondemocratisch aangestelde monarch.

Wie het paleis ziet als garant voor het voortbestaan van het land, kan enkel hopen dat Filip de rustige vastheid van zijn vader mee erft. Los van de figuur van de kroonprins zit daar het grote risico van een ‘communautair koningschap’. Ook Albert II heeft moeten toestaan dat, juist door zijn noodgedwongen actieve rol, zijn functie meegesleurd is in het politieke drijfzand. De rel over de historisch weinig verstandige uitspraak over “de jaren dertig” illustreert dat de brug tussen de gemeenschappen gevaarlijk smal is geworden. Voor vijanden van de staat België is de koning, die zich per definitie niet kan verdedigen, een aantrekkelijk doelwit geworden. Liever dan zich achter ‘hun’ koning te verschuilen, zouden de voorstanders van het voortbestaan van dit land dan ook beter zelf hun verdediging opnemen.

Die onaansprakelijkheid van het staatshoofd moet voor democraten het grootste bezwaar stellen. Een president kun je ter verantwoording roepen, ofwel door rechtstreekse verkiezing, ofwel door een afzettingsprocedure bij probleemgevallen (zoals in Duitsland vorig jaar gebeurde). Een koning kun je enkel laten opvolgen door een familielid of door een revolutie.

Influisteraars
Geen koning ook zonder paleis. Achter de rug van de vorst gaat een groep schuil van even onverkozen en even onaansprakelijke influisteraars en belangenbehartigers. Zelfs al leidt de regering de beslissingen van dat paleis in brede zin nauwkeurig in goede, democratische banen, dan nog blijft onduidelijk welke private of ideologische belangen vanuit Laken gediend worden. Wie kan ons garanderen dat er geen enkele royale invloed heeft gespeeld bij de uitverkoop van onze strategische energiebelangen aan het Franse Suez? Wie kan ons verzekeren dat er bij de noodverkoop van Fortis aan BNP Paribas geen koninklijke helpende hand in het geding was? Natuurlijk stelt dat risico op discrete inmenging zich bij een president evenzeer, maar die kun je tenminste rekenschap vragen.

Dat alles maakt het bijzonder wrang om voor het behoud van de democratie en de sociale welvaartsstaat die België vandaag is, hoop te moeten stellen in het symbolische leiderschap van een overblijfsel uit het ancien régime. Het klopt niet dat we de democratische strijd ter vrijwaring van onze rechten voeren achter de rug van een onverkozen monarch. Daarom had Julien Lahaut gelijk. Leve de republiek. (BE)

Dit stuk verscheen in De Morgen op 6 juli ll.
http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1664542/2013/07/06/Julien-Lahaut-had-gelijk-Leve-de-republiek.dhtml

Julien Lahaut (1884-1950) was parlementslid en een leider van de Kommunistische Partij van België (PC), ten tijde van de vorige troonswissel, toen Leopold III gedwongen het koningschap doorgaf aan Boudewijn. Tijdens die plechtigheid, in 1950, riep iemand luidop ‘Vive la République’. Vermoedelijk was dat Julien Lahaut, gesteund door enkele van zijn partijleden. Een week na dit incident werd Lahaut voor zijn woning in de buurt van Luik neergeschoten door een commando van drie of vier personen. Na veel onderzoek wordt aangenomen dat het een katholiek verzetscommando betrof, dat deel uitmaakte van het Westers stay-behind netwerk Gladio. De opdrachtgevers zouden te zoeken zijn aan de top van de toenmalige christelijke zuil. Verder onderzoek is voorlopig gestrand in formele aspecten als de financiering ervan. (jc)

Brelgique/Brelgië

Brelgique/Brelgië

TENTOONSTELLING ROND DE TROONSWISSEL

‘ GEEN KONING’

 

Naar aanleiding van de troonswissel op 21 juli loopt

er in de ‘GALERIE BEAUSITE’

Albert Promenade 39, 8400 Oostende

een tentoonstelling tegen de privileges van de monarchie.

De titel ‘Geen Koning’ komt uit de drieluik

‘Geen God, Geen Koning, Geen Meesters’ van Piet Wittevrongel.

 

             (zie www.republicofeurope.eu)

 

 

Zie video van de regionale WTV http://www.focus-wtv.tv/?focus=11649

Bekijk ook de website van de Republikeinse Kring http://www.crk.be/?-Republikeinse-Kring

UIT HET FAMILIEALBUM

 

"En het was nog wel een stuk van 50 cents"

“En het was nog wel een stuk van 50 cents”

 

Voor zijn huwelijk stond Filip sterk onder invloed van Fabiola. Hij nam zelfs een tijdlang haar betonnen kapsel over.
wissel D

 

EINDELIJK  GEKROOND

EINDELIJK GEKROOND

July 20, 2013 at 11:14 am 5 comments

DICTATORIALE KANTJES VAN DE NEDERLANDSE MONARCHIE

je maintiendrai mes privileges_catalogus

door Piet Wittevrongel
 

Naar aanleiding van de machtsoverdracht van Koningin Beatrix aan haar zoon Prins Alexander wordt enkel op een éénzijdige manier met veel lofbetuigingen over het nederlands koningshuis geschreven. Achter dit koningshuis zit een echter ook een ganse propagandamachine en een georchestreerde machtsconstructie. Zelfs Geert Wilders durft het nu niet aan zich kritisch tegenover hen uit te laten. De enige uitzondering was indertijd Pim Fortuyn, maar die werd spijtig genoeg vermoord.
Dit resulteert dat in Nederland men bijna geen slecht woord hoort over dit koningshuis meer nog dat elke kritiek op een dictatoriale manier gesmoord wordt.
In october 2000 kreeg een 17 jarige jongen een boete van ongeveer duizend gulden omdat hij in een brief zijn ongenoegen had laten blijken over het feit dat Beatrix op skivakantie ging in Oostenrijk nadat extreem rechts daar de verkiezingen had gewonnen.

In 2010 kreeg een man een effectieve celstraf van 2 jaar na dat hij een waxinelichthoudertje naar de gouden koets op prinsjesdag had gegooid. Hij heeft die straf ook daadwerkelijk moeten uitzitten !

De wapenspreuk van het Oranjehuis luidt ‘Je maintendrai’ Inderdaad ‘Hun privilèges…’
Het wordt tijd dat Europa komaf maakt met al die privileges van de koningshuizen en evolueren naar een Europese Republiek !(zie www.republicofeurope.eu)

 

 

Piet Wittevrongel is voormalig ster-basketballspeler  bij Oostende, gewezen gemeenteraadslid van Blankenberge (onafhankelijk), democratisch actievoerder en kunstenaar. Hij heeft op eigen kosten het schip AKOY II van Jacques Brel opgehaald in Nieuw-Zeeland, opgeknapt en weer varensklaar gemaakt. Lees ook zijn pdf-document ‘geen god, geen koning, geen meesters, alleen liefde’. (jc)

February 7, 2013 at 2:19 pm 2 comments


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,584 other followers