Posts tagged ‘Koning Boudewijn’

DE VERDWENEN DORPEN VAN PALESTINA

Naar aanleiding van het Eurovisiesongfestival in Israël in mei van dit jaar organiseert de Academische BDS (Boycot, Divestment, Sanctions) een reeks activiteiten om te protesteren tegen deze propagandastunt van de zionistische apartheidstaat. In samenwerking met de overheidsvakbond ACOD stel ik vanaf dinsdag 29 januari mijn fotoreeks “De verdwenen dorpen van Palestina” tentoon in de gebouwen van de VRT.  Later – van 6 tot 30 mei – zullen de foto’s ook te zien zijn in De Markten in Brussel en boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen. Op 26 maart is er mogelijkheid tot een publiek bezoek aan de tentoonstelling in de gangen van de VRT, inclusief een rondleiding achter de schermen van de openbare omroep. Inschrijven kan hier: acod@vrt.be. Klik hier voor de brochure.

Johan Depoortere

De universiteit van Tel Aviv. Onder de campus liggen de resten van het vernietigde Palestijnse dorp Sheikh Muwanis.

 Als in mei volgend jaar het Eurovisiesongfestival in Israël plaatsvindt zal dat gebeuren in een arena bij de universiteit van Tel Aviv, op de grond van het verdwenen dorp Sheikh Muwanis. Alle huizen van Sheikh Muwanis zijn met de grond gelijkgemaakt, behalve één: het zogenaamde Green House, een voormalige Palestijnse patriciërswoning waar nu de faculty club is gevestigd en waar bij feestelijke gelegenheden op de campus de recepties plaatsvinden. De bittere ironie is dat dit authentieke Palestijnse huis door een Italiaanse architect in een pseudo-oriëntaalse stijl werd gerenoveerd. Sheikh Muwanis is geen alleenstaand geval, het is slechts één van de ruim 600 Palestijnse dorpen die sinds de oprichting van de staat Israël, 70 jaar geleden, zijn verdwenen.

De Faculty Club, het enige overblijvende Palestijnse huis op de campus, gerenoveerd in pseudo-oriëntaalse stijl.

Toen de zionisten onder leiding van Ben Gurion op 14 mei 1948 de oprichting van de Joodse staat afkondigden was de meerderheid van de bevolking van wat voortaan Israël zou heten niet Joods maar Palestijns-Arabisch. Geen wonder dat die meerderheid zich verzette tegen een beslissing waar ze part noch deel aan had en waarover ze geen enkele zeg had gekregen. De oorlog die daarop volgde leidde tot de overwinning van de zionistische troepen en de nederlaag van de Palestijnen en de Arabische buurlanden die hun ter hulp waren gekomen. Het gevolg was de Nakba, de Palestijnse tragedie die tot vandaag wordt herdacht. De Nakba,dat betekent om en bij de 800 000 Palestijnen die have en goed verloren en sindsdien een erbarmelijk bestaan als vluchtelingen leiden: de meesten in de Arabische buurlanden, vandaag zo een 350 000 als displaced persons in Israël zelf. 

Meer dan 600 Palestijnse dorpen zijn sinds de oprichting van de zionistische staat in 1948 verdwenen, de meeste kort voor, tijdens en na de oorlog van 1948-49, een aantal na de Zesdaagse Oorlog in 1967. In de meeste gevallen werden de bewoners verdreven en de huizen en gebouwen met de grond gelijkgemaakt. Volgens de officiële zionistische versie werden de dorpen veroverd en verwoest als gevolg van de oorlog. Maar uit de Israëlische archieven die in de jaren 80 en 90 werden opengesteld blijkt dat de verdrijving van de Palestijnen en de vernietiging van hun woonplaatsen beantwoordde aan een vooropgesteld plan voor de verwijdering van de Arabische meerderheid uit wat een zuiver Joodse staat moest worden. Ilan Pappé, één van de Israëlische historici die de archieven bestudeerden – “nieuwe historici” werden ze genaamd – noemt de operatie de grootschalige etnische zuivering van Palestina.

Palestijnse inwoners werden verdreven na de militaire verovering van hun dorp of stad. Maar massale slachtpartijen door zionistische terreurgroepen als Irgun (van de latere premier en Nobelprijswinnaar voor de vrede Menachim Begin) of het openlijk fascistische Lehi (of Stern van de eveneens latere premier Yitzhak Shamir) moesten de anderen ervan overtuigen dat de vlucht de enige kans was op overleven. De meest beruchte van die massamoorden vond plaats in Deïr Yassin bij Jeruzalem onder leiding van Menachim Begin. Het preciese aantal slachtoffers is omstreden. Het Rode Kruis telde 117 doden maar om het effect van de terreurdaad te versterken overdreef Begin het “succes” van zijn militie. De Israëlische militaire radio sprak van 254 doden. Benny Morris, een andere “nieuwe historicus” maakt melding van onthoofdingen en verkrachtingen.

Bijna 800 000 Palestijnen werden verjaagd om plaats te maken voor Joodse kolonisten die op het grondgebied van de verdwenen dorpen Kibboetsen (collectieve boerderijen), Moshavs (coöperatieve ondernemingen) en steden oprichtten. In veel gevallen werd de oorspronkelijke Arabische naam verjoodst. Soms bleef een moskee, een islamitische begraafplaats of een kerk overeind maar meestal werd elke herinnering aan de vroegere Palestijnse bewoners uitgewist. Om te verhinderen dat de verdreven bewoners terug zouden komen werden strenge wetten uitgevaardigd. Grond werd in beslag genomen en wie uit de buurlanden “illegaal” de grens overstak werd als “infiltrant” beschouwd en kon ter plekke worden doodgeschoten. Veel Palestijnen die zo naar hun vroegere woonplaats probeerden terug te keren vonden op die manier de dood. Ook de dorpsbewoners die naar Palestijnse steden in Israël zelf waren gevlucht verloren het recht om naar hun huis en woonplaats terug te keren. De “Wet op de aanwezige afwezigen ” – zo werden de binnenlandse vluchtelingen genoemd –  bepaalde dat wie 24 uur niet op zijn woonplaats aanwezig was het eigendomsrecht op huis en grond verloor. Dorpen en huizen vernietigen en verhinderen dat bewoners terugkeren is een internationaal erkende oorlogsmisdaad.

Cactussen wijzen op de aanwezigheid van een voormalig Palestijns dorp. De plant die door de Palestijnen als omheining werd gebruikt is een bijna niet te verwoesten overlever. Nu een symbool van de Palestijnse wil om als volk te overleven.

Vernietiging van de dorpen was voor de opeenvolgende zionistische regeringen niet genoeg. Op de ruïnes werden bomen geplant om elke heropbouw onmogelijk te maken. Bekende personaliteiten, staatshoofden en regeringsleiders van bevriende landen werden uitgenodigd om symbolisch een boom te planten. Velen gingen op de uitnodiging in: koning Boudewijn van België, zijn opvolger Albert, koningin Wilhelmina van Nederland, koningin Elisabeth van het Verenigd Koninkrijk, Belgische ministers als Jean Gol en Didier Reynders. De ruïnes van drie christelijke dorpen in de buurt van Nazareth liggen nu begraven onder het Koning-Boudewijnbos. Twee christelijke kerkjes hebben de kaalslag overleefd; ze liggen nu op een toeristisch wandel- en fietspad door het Boudewijnbos. Zou de vrome koning beseft hebben dat zijn bos de resten van een christelijk dorp moest bedekken?

 

Eén van de twee christelijke kerkjes die de kaalslag en de etnische zuivering van het dorp Maalul in de omgeving van Nazareth hebben overleefd.

Resten van het islamitische kerkhof van het verdwenen dorp Maalul. Op de ruïnes van het dorp heeft onder andere de Belgische koning Boudewijn symbolisch een boom geplant in wat nu het Koning-Boudewijnbos heet.

In een paar zeldzame gevallen werden de bewoners verjaagd maar de huizen gespaard. Het Palestijnse dorp Ayn Hawd (nu: Ein Hod) in de buurt van Haifa is nu een kunstenaarskolonie voor Joodse kunstenaars. Ook hier i­s er een Belgische link. Het dorp is het initiatief van de Roemeens-Joodse kunstenaar Marcel Janco die samen met de Belg Marcel Duchamp de dadabeweging stichtte. De voormalige moskee van Ayn Hawd is nu een café waarvan het (wat vervallen) interieur is geïnspireerd op dat van Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging werd opgericht.

Het bekende kunstenaarsdorp Ayn Hawd waar Joodse kunstenaars de gestolen woningen van de voormalige Palestijnse bewoners hebben ingenomen.

De voormalige moskee is nu een bar waarvan het interieur een kopie zou zijn van het beroemde Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging ontstond.

Ook van Lifta, een dorp in de onmiddellijke buurt van Jeruzalem zijn de huizen grotendeels bewaard gebleven. Projectontwikkelaars staan te popelen om de site om te toveren tot luxewoningen en appartementen. Tot dusver konden actievoerders – architecten, milieu-activisten en voormalige bewoners – de plannen verhinderen. Het dorp staat op de lijst van kanshebbers om tot UNESCO-werelderfgoed te worden verklaard, maar doordat de regering Netanyahu zich uit die VN-organisatie heeft teruggetrokken dreigt die mogelijke bescherming weg te vallen.

Lifta

Sommige dorpen kenden een extra tragische geschiedenis. Ikrit, in het overwegend Arabisch-Palestijnse Galilea ligt op een boogscheut van de grens met Libanon. De meeste bewoners van Ikrit zijn christelijke Palestijnen. Ze zijn tijdens de oorlog in het dorp gebleven en hebben geen verzet gepleegd. Maar de zionistische regering besluit in 1948 dat het grensgebied “Arabierenvrij” moet worden gemaakt. In oktober van dat jaar krijgen de inwoners van de militaire autoriteiten het bevel het dorp te verlaten. Het is “een voorlopige maatregel,” ze mogen na een paar weken terugkeren zo wordt hun gezegd. De mensen van Ikrit gaan gewillig op het bevel in, ze verlaten het dorp en trekken in bij familieleden en kennissen in de naburige dorpen. Maar de weken worden maanden en van terugkeren is geen sprake. Dan gaan de inwoners van Ikrit een lange juridische strijd aan die tot vandaag voortduurt. In juli 1951 oordeelt het Israëlische hooggerechtshof dat de uitwijzingsprocedure illegaal was en dat de militaire autoriteiten de terugkeer van de bewoners niet mochten verhinderen. Daarop verklaarden de militairen het dorp tot “gesloten zone” en op kerstnacht van dat jaar – uitgerekend die nacht – kwamen de bulldozers om het dorp plat te leggen. Vandaag staat alleen nog de kerk overeind en elke eerste zaterdag van de maand komen de overlevende inwoners van Ikrit en hun nakomelingen daar de mis vieren.

Ikrit vóór de verwoesting

De resten van de huizen van Ikrit

Nog schrijnender is het verhaal van de verdwenen dorpen Huj en Najd waar nu de Israëlische stad Sderot ligt, vlakbij Gaza. In de jaren vóór de oorlog van 1948 leefden de islamitische Palestijnen van Huj in goede verstandhouding met hun Joodse buren. In 1946 hadden ze zelfs leden van de Hagannah (het ondergrondse Joodse leger onder het Britse mandaat) beschermd tegen de Britten die naar hen op zoek waren. Dat kostte uiteindelijk het leven aan de mukhtar (burgemeester) en zijn broer. Tijdens een bezoek aan Gaza een jaar later werden ze door een menigte als collaborateurs herkend en vermoord. Maar toen het jaar daarop de Hagannah bedreigd werd door een oprukkende Egyptische eenheid besloot de Negevbrigade van het Joodse leger de bewoners van het dorp uit te wijzen naar Gaza en alle huizen op te blazen. Tot vandaag leven ze met de lotgenoten van het buurdorp Najd en hun nakomelingen in ellendige omstandigheden in een vluchtelingenkamp in de Gazastrook. Hun verhaal was voor goed vergeten had de Israëlische historicus Benny Morris het een paar jaar geleden niet wereldkundig gemaakt.

De vernietiging van de Palestijnse dorpen is geen geschiedenis die in 1948 gelijk met de oorlog is beëindigd: het is een proces dat tot vandaag voortduurt. Na de verovering van de Golanhoogte op Syrië in de oorlog van 1967 vernietigde het Israëlische leger 195 Syrische dorpen en werden 130 000 inwoners verdreven. In hun plaats zijn Joodse kolonisten gekomen die er onder andere de befaamde Yardenwijn produceren. Wie Yarden koopt steunt de illegale bezetting van de Golan. 

In dezelfde “Zesdaagse oorlog” veroverde het Israëlische leger drie dorpen in de Jordaanse enclave Latrun dicht bij Jeruzalem. De dorpen Imwas, Yalu en Beit Nuba werden gebulldozerd en hun inwoners verdreven. De brigade die de operatie leidde stond onder leiding van de latere Nobellaureaat voor de vrede Yitzhak Rabin. De bewoners kregen nauwelijks de tijd om een paar spullen mee te nemen. Soldaten schoten met scherp net boven de hoofden van de vluchtende mensen om ze tot spoed aan te zetten. Vandaag is Latrun een natuurpark, beplant met naaldbomen grotendeels gefinancierd door rijke Canadese Joden. Van de dorpen in dit “Canadapark” zijn alleen de resten van een moslim heiligdom en het puin van de huizen over.

Het “Canadapark” waar met Canadees Joods kapitaal bomen zijn geplant op het grondgebied van drie Palestijnse dorpen in de voormalige Jordaanse enclave Latrun.

De resten van het dorp Imwas (Latrun)

Op de Westelijke Jordaanoever worden op vandaag 70 dorpen met vernietiging bedreigd. Vaak gaat aan de vernietiging een campagne van agressie en terreur door Joodse kolonisten vooraf. Het normale leven van de Palestijnse bewoners wordt onmogelijk gemaakt, bouwvergunningen worden zelden of nooit toegekend en “illegaal gebouwde” huizen gedynamiteerd. Dorpen van de halfnomadische bedoeïenen worden niet als zodanig erkend en blijven verstoken van infrastructuur als water en elektriciteit. Ze zijn gedoemd tot “autodestructie.”

Illegale Joodse nederzettingen sluiten stilaan het cordon rondom het Palestijnse Oost-Jeruzalem. Palestijnse dorpen aan de rand van de stad worden langzaam maar zeker doodgeknepen of worden rechtstreeks met vernietiging bedreigd. Dat is recent het geval met het dorp Silwan waar de 700 inwoners al zestien jaar een juridische strijd voeren om te mogen blijven ondanks de toenemende druk van de Joodse kolonisten die de grond van het dorp opeisen. Hoewel de eisen van de settlers volgens het hooggerechtshof juridisch aanvechtbaar zijn besliste het hof dat ze de gronden mochten blijven bezetten. De extreemrechtse kolonisten en hun organisatie Ateret Cohanim krijgen nu de weg vrij om zich in het centrum van Silwan te vestigen met hun door de regering betaalde gewapende milities. Dat betekent op termijn het einde van het Palestijnse dorp Silwan. Het hooggerechtshof verwierp ook het beroep van een Palestijnse familie uit het dorp Sheikh Jarrah eveneens in Oost- Jeruzalem. Die beslissing maakt de weg vrij voor de uitwijzing van tientallen andere Palestijnse families. Volgens de Israëlische mensenrechtenbeweging B’Tselem gaat het over de grootste campagne van etnische zuivering sinds de oorlog van 1967. Dit keer niet meer alleen met bulldozers en dynamiet maar met even doeltreffende bureaucratische en juridische middelen.

Het Etzel House op de grens tussen Jaffa en Tel Aviv. In de ruïnes van het enige overblijvende Palestijnse huis van de verdwenen wijk Al Manshieh is een museum gebouwd gewijd aan de overwinnaars: de terroristische militie Etzel (Irgun) van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachim Begin.

Op de tentoonstelling zijn de foto’s te zien zijn van een tiental verdwenen Palestijnse dorpen, maar ook van Jaffa, de voormalige Palestijnse culturele en economische hoofdstad die nu een verwaarloosde wijk is van Tel Aviv. De foto’s zijn in oktober van vorig jaar op een rondreis door Israël-Palestina gemaakt. Ze tonen de vaak vergeten getuigen van een verleden dat de zionistische staat het liefst wil begraven, maar dat ondanks alles levendig wordt gehouden. Daarvoor zorgen onder andere de Joods-Palestijnse organisaties Zochrot (Hebreeuws voor “Herinneren”) en Decolonizer, beide opgericht door Eitan Bronstein die opgroeide in een kibboets en pas op latere leeftijd ontdekte dat de ruïnes waar hij als kind ging spelen de resten waren van het Palestijnse dorp Qaqun dat door de zionisten was vernietigd en de bewoners verjaagd. Beide NGO’s proberen Joodse Israëlis bekend te maken met het Palestijnse verleden van het land. Ze organiseren daarvoor uitstappen naar de verdwenen dorpen met Joodse en Arabisch-Palestijnse Israëlis – vaak ook met deelname van vluchtelingen uit de dorpen die dikwijls voor het eerst in tientallen jaren de resten te zien krijgen van het huis waar ze ooit woonden en zijn opgegroeid. De foto- en videoreeks kwam tot stand met medewerking van onder andere Eitan Bronstein en Jonathan Cook, een Britse journalist in Nazareth die eveneens informatiereizen naar de verdwenen dorpen organiseert en begeleidt.

Qaqun

Meer informatie over de verdwenen dorpen:

https://www.de-colonizer.org

https://zochrot.org

http://www.palestineremembered.com/index.html

https://www.adalah.org/en

Interactieve kaart van de verdwenen dorpen: https://zochrot.org/en/site/nakbaMap

Kaart van Palestina vóór 1948: 

https://www.citylab.com/life/2018/05/mapping-palestine-before-israel/560696/

https://palopenmaps.org/?blm_aid=22581#/

Over BDS: 

https://www.bacbi.be/htm/Cult_NL39.htm

http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/11/29/acod-vrt-steun-de-boycot-eurovision-in-israel

Over de Nakba:

https://www.palestine-studies.org/books/expulsion-palestinians-concept-transfer-zionist-political-thought-1882-1948-0

https://www.standaardboekhandel.be/seo/nl/boeken/politiek/9791097502096/eleo-merza-bronstein/nakba

 

January 24, 2019 at 6:02 pm 2 comments

WILL YOU STILL NEED ME, WILL YOU STILL FEED ME…*

Palestijnse vrouwen in 1948

De Nakba : 64 jaar Israël

 

door Lucas Catherine

 

 Op 15 mei is het vierenzestig jaar geleden dat de staat Israël werd gesticht op het puin van een groot deel van Palestina. De Palestijnen herdenken die gebeurtenis als de Nakba, de Catastrofe. Meer dan vierhonderd steden en dorpen werden toen ontvolkt en verwoest en hun bewoners verdreven. Tachtig procent van de inwoners in de Gazastrook zijn oorspronkelijk afkomstig uit wat nu Israël is. Voor de Westelijke Jordaanoever gaat het om veertig procent. En dan zijn er nog de vluchtelingen in Jordanië, Libanon, Syrië,…

De christelijke kerk van het verwoeste dorp Mujeidil, middenin een nieuw aangeplant bos

Ook de Palestijnse staatsburgers van Israël herdenken de Nakba. Vanaf dit jaar is het wel erg moeilijk. In januari keurde het Israëlisch parlement namelijk een wet goed die de herdenking de facto verbiedt. Alle organisaties of instellingen die overheidsgeld ontvangen verliezen hun betoelaging wanneer ze een dergelijke herdenking toe laten. Israël wil hiermee elke herinnering aan wat 1948 vooraf ging uitwissen. Palestijnen en Palestina hebben nooit bestaan en zijn een recente uitvinding. Heel de geschiedenis tussen het jaar 70, toen de joodse tempel in Jeruzalem werd verwoest, en 1948 wordt ontkend. Een van de ergste vormen van historisch negationisme.

Op de ruines van deze 418 verwoeste dorpen heeft men bij gebrek aan genoeg nieuwe immigranten om ze te herbevolken bomen aangeplant. Snel groeiende bomen: cypressen, dennen,… De bossen die zo ontstonden zijn naar bekende joden of naar vrienden van Israël genoemd. Al wie zo’n bos op zijn naam heeft werkt dus mee aan dit negationisme. En dat zijn er in België nogal wat.

Op de weg van Tel Aviv naar Jeruzalem werd op het grondgebied van de in 1948 verwoeste dorpen Saris en Beit Thul in 1995 het woud van de Belgisch-joodse gemeenschap ingehuldigd. De bijbelteksten op de site zijn onder meer gekozen door toenmalig kardinaal Danneels.

Sire Boudewijn hakt zich een bos door Palestijnse grond

Na 1948 werd op grond van twee verwoeste buurdorpen Malul en Mujeidil, in de omgeving van Nazareth ook een bos aangelegd. Van Malul zijn alleen nog de ruïnes van de moskee en van twee kerken te zien en van Mujeidil enkel de kerkruïne. Het waren beide hoofdzakelijk christelijke dorpen. In 1961 kreeg onze koningin Elisabeth daar haar woud van dertigduizend bomen en in 1964 ging onze diep christelijke koning Boudewijn persoonlijk zijn bos aanplanten op de grond van het verwoeste christelijk dorp Mujeidil. Het telt nu 23.000 bomen.

Het bos ter ere van Albert II werd aangelegd op de bezette Westelijke Jordaanoever. In het patronagecomité van het bos zetelen onder meer Herman De Croo en Armand De Decker. Het moet zes hectare groot worden en het is volgens de Israëlische propaganda aangeplant in Zuid- Israël, in de Negeb, maar het ligt in het zuiden van Cisjordanië en is vanaf 1970 aangeplant op land van de Palestijnse dorpen Sammu’a en Khirbet Yattir. Dit laatste, verwoeste dorp heeft trouwens zijn naam geleend aan de naburige Joodse kolonie Yattir.

Ook premier Leterme laat zich niet onbetuigd

Eind januari dit jaar ging onze toenmalige premier, Yves Leterme op bezoek in Israël. Hij ging er in Ramat Gan een nieuw gebouw voor onze diplomatie inhuldigen. Ramat Gan werd gebouwd op grond van de dorpen Jammassin en Salama. En natuurlijk mocht ook hij zijn boom planten in ‘The Grove of Nations’, een woud aangeplant op het in juli 1948 verwoeste dorp Al Jura.

Gisteren, op 14 mei hebben de Palestijnse studenten aan de universiteit van Tel Aviv toch geprobeerd om een Nakba-herdenking te houden. Bedoeling was om de namen van alle verwoeste dorpen voor te lezen en zich zo te verzetten tegen het officiële negationisme.
*… when I’m 64? (The Beatles)

 

Palestijns vluchtelingenkamp in Jordanië, kort na Nakba

Lees ook in De Standaard vandaag:
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=LT3Q0EOL

May 15, 2012 at 7:09 am 1 comment

HERMAN LIEBAERS: DEFINITIEF VERLOST VAN FABIOLA

15 november, Dag van de Dynastie. 16 november, ere-grootmaarschalk van het Hof Herman Liebaers (91) wordt gecremeerd.

door Jef Coeck

Hij stamde uit een rood, vermoedelijk zelfs trotskystisch nest. Jarenlang werkte hij als (hoofd-)conservator van de Albertina, de Koninklijke Bibliotheek in Brussel. In 1973 wordt hij door Boudewijn gevraagd om zijn hofmaarschalk te worden, met de uitdrukkelijke opdracht het publieke imago van de Vorst wat op te krikken. Dat deed hij, alleen al door in te gaan op het aanbod.

Liebaers was in alle opzichten a-typisch voor deze functie, gaf hij ook toe in een gesprek dat ik met hem voerde voor De Morgen, april 1994. Geen adellijke afstamming. Vrijzinnig maar niet fanatiek, lid van de loge maar geen papenvreter, Vlaming maar niet anti-Waals. Geen monarchist geen republikein. Erudiet en hoffelijk, maar bijwijlen ongemeen scherp. En socialist?

Liebaers: ‘Ik denk van wel. Maar ik ben nooit lid geweest van een partij, ook niet van de socialistische. Sociale rechtvaardigheid vind ik echter een groot goed. Een tweede element wat men socialistisch zou kunnen noemen is mijn afkeer van de godsdienst. Elke godsdienst is ‘opium van het volk’, dat ben ik absoluut met Karl Marx eens. Of zoals destijds in Vlaanderen de baron tegen de pastoor zei: hou gij ze dom, ik hou ze wel arm. Het islamitisch fundamentalisme of het integrisme van de paus, dat is van hetzelfde laken een pak. Godsdienst en fanatisme zijn voor mij synoniem.’

Van 1973 tot 1984 was hij dus de goddeloze Vlaming van dienst op het paleis van Brussel en op de dienstreizen van de koning. Hij houdt vol dat zijn relatie met Boudewijn uitstekend was. Toch is hij buitengewerkt?

Liebaers: ‘Ongetwijfeld. Druk van wie? Ik vermoed, en ik weeg mijn woorden, ik vermoed van koningin Fabiola. Het heeft niet belet dat mijn afscheid van de Koning in alle vriendschap is gebeurd. In de Koninklijke Bibliotheek had ik getracht aan de vorm te schaven en ik denk daarin vrij goed geslaagd te zijn. Wat het paleis betreft heb ik naar meer inhoud gestreefd en daarin ben ik schromelijk mislukt.’

Die mislukking werd pas goed duidelijk toen Boudewijn enkele jaren later weigerde de abortuswet te ondertekenen en daarmee het land aan de rand van een regimecrisis bracht. De gewezen hofdignitaris vindt maar moeizaam zijn woorden.

Liebaers: ‘Als ik op dat moment nog grootmaarschalk was geweest, zou ik mijn ontslag hebben ingediend. Ikzelf heb, toen ik op het paleis was, een petitie voor legalisering van abortus ondertekend. Dat was geen lichte stap. Ik heb daarover nagedacht, gediscussieerd, ook met mijn dochter die arts en geneticus is. Toen de koning dus zijn bekende beslissing nam, was dat voor mij een zware klap. Net als de koning, maar om diametraal tegengestelde redenen, zat ook ik in gewetensnood. Jaren heb ik op mijn tanden gebeten. Die verdienste heb ik vernietigd door het interview.’

Het Interview was een gesprek in De Morgen van enkele jaren eerder waarin Liebaers zich tussen pot en pint liet gaan over kroonprins Filip: ‘Hij kan het niet, hé.’ De inhoud was duidelijk: Filip is niet geschikt voor de troon. Daarop volgde een fikse openbare rel. We praten er een tijdje over door. Liebaers wil de journalist niet afvallen, neemt de schuld deels op zich maar het zit hem duidelijk dwars. Over de grond van de zaak, de onkunde van de kroonprins, neemt hij geen woord terug. Pas veel later zal hij niet Filip maar prinses Mathilde met lof overladen. Met Fabiola kwam het nooit goed, zoals bleek bij de dood van Boudewijn.  

Liebaers: ‘Nee, ik was niet eens uitgenodigd op de begrafenis, ik heb die plechtigheid op televisie gevolgd. Snikken, ja. Maar ik zat ook, zoals men in Brussel zegt, mijn kas op te vreten. De koningin heeft mij diep gekrenkt door de show die ze rond de begrafenis heeft laten opvoeren. Ik heb niets tegen Will Tura, evenmin als tegen journalisten of Filippijnse meisjes, maar in die omstandigheden…? Het verbond tussen de koningin en de twee kardinalen (Suenens en Danneels) hebben het gave beeld van de koning bij mij geschonden. En dan gaat zo’n Danneels in zijn preek nog even tegen de abortuswet in. Dat was een schending van het principe dat Kerk en Staat in dit land gescheiden zijn.  Mijn tranen waren dus niet louter van verdriet maar ook van wrok en wrange gevoelens. Dat is nog niet verwerkt.’

Welk beeld behoudt hij dan, van Boudewijn I?

Liebaers: ‘Boudewijn was voor mij een persoon die ik ruim acht jaar lang naar best vermogen had gediend. Veel meer mens dan staatshoofd, voor mij althans. Een mens waar ik (hij stokt) veel sympathie en veel medelijden voor heb gehad. Deze koning ging bestendig gebogen onder het gewicht van zijn kroon. Hij heeft zijn functie, vind ik, voortreffelijk uitgevoerd. Afgezien dan van die abortuskwestie. Het was plichtsgevoel, geen roeping. Niet meer maar ook niet minder. Uiteindelijk is hij – vanuit mijn persoonlijk standpunt bekeken – gevlucht in een mystieke vorm van geloof. In het spoor van de koningin. Ben ik nu weer te scherp?’

Liebaers kreeg na acht jaren trouwe dienst niet eens een lintje, toch het minimum minimorum als blijk van erkentelijkheid? Hij kan er wel mee lachen. De Wiedergutmachung van het Hof, zegt hij, bestond erin dat mij een visvergunning werd verleend in de koninklijke vijvers van Ciergnon. Onder mannen, daar had Fabi niets mee te maken.
Behalve boeken was kunst zijn grote passie. Menig Belgisch artiest heeft hij in binnen- en buitenland gepromoot. Hij was Americanofiel, had langdurig de States bezocht en was bevriend geraakt met onder meer Daniel Boorstin, zijn beroemde vakgenoot van de Library of Congress in Washington en auteur van onder meer een trilogie over het menselijk vernuft.
Zelf verraste Liebaers zijn vriendenkring geregeld met bibliofiele drukwerkjes of kleine boekjes van zijn hand (Ad Amicos Suos, 1984), soms ook handgeschreven brieven.
Het was duidelijk dat deze man aan memoires toe was. Die kwamen er ook. Een eerste deel in het Engels ‘Mostly in the Line of Duty – Thirty Years with Books’ (Martinus Nijhoff Publishers, 1980). Het tweede deel kwam er pas veel later ‘Koning Boudewijn in Spiegelbeeld- Getuigenis van een grootmaarschalk’ (Van Halewyck, 1998).

Laten we besluiten met een quote van Herman Liebaers over zichzelf:
‘Ik ben een kwart jood, een Brusselaar uit Tienen, een vrijzinnige Vlaming. Contradictio’s. Wij zijn allen bastaards, gelukkig maar. Als deze eeuw niet in een zondvloed eindigt , zal dat aan bastaards te danken zijn. Voor mij is dit de betere kant van de Belgische tweeslachtigheid.’

Benieuwd wie er zoal van Hof(felijkheid)swege op de crematie zal (zullen?) zijn.

November 16, 2010 at 1:03 pm 1 comment

PIEN VERKLAARDE DE KOSMOS, BOUDEWIJN DE HEMEL

Boek met aanzetten  maar geen antwoorden   

recensie door Guido Lauwaert

De vijfde koning van België was naar buiten toe een heilige, maar in werkelijkheid een schurk. Boudewijn mocht dan een mooie jongen zijn, zijn karakter was zo giftig dat alle regeringen tijdens zijn bewind er het zuur van hebben gekregen. Hij was een bemoeial, een nukkig man, rancuneus, gevoelloos en wraakzuchtig. Had Shakespeare nog geleefd, hij had een stuk geschreven waarbij zijn bloedigste koningsdrama, Richard III, van de eerste naar de tweede plaats zou zijn verhuisd. Bovendien was Boudewijn niet de slimste jongen van de klas. Wijsheid heeft geen van de Coburgs ooit in pacht gehad. Ook Leopold II niet. Het is niet omdat hij Congo beetje bij beetje kocht, dat hij een intelligente jongen was. Hij was een man met een boerenverstand. Grond brengt altijd op. Je hoeft er je handen niet voor uit je zakken te halen.

Kunst en cultuur waren Boudewijn een gruwel. Buiten kasboeken, jaarverslagen en strips van Hergé heeft hij geen enkel serieus boek gelezen. Hij liet de boeken waarin hij, het land en de politieke wereld prominent aan bod kwamen door anderen lezen en een samenvatting maken op een wat toen nog heette quartovel. Zijn beste vriend was Armand Pien. Samen zaten ze op een plat dak van Laken naar de sterren te staren. Armand gaf tekst en uitleg over de kosmos, Boudewijn over de hemel. Verder reikte zijn interpretatief draagvermogen niet.

De enige leden van de koninklijke familie met een onsje verstand zijn aangetrouwd. Op kop koningin Elisabeth, een nicht van de legendarische koning Ludwig II, beschermheer van componist Richard Wagner. Elisabeth van Beieren wist dat geschiedenis niet zonder kunst kan, en omgekeerd. Dat je wijsheid niet bij directe medewerkers haalt, want die misbruiken zowel de baas [de koning] als het werkvolk [de regering]. Koningin Paola weet welke vaas bij een ruiker hoort. Prinses Mathilde is diplomatisch, kan discreet maar stevig aan de mouw van prins Filip trekken. Zij kan goed luisteren en vooral onthouden wat anderen haar op papier hebben voorgekauwd. En daarmee hebben we het gehad. De rest van de Lakense bende is burgerlijk crapuul.

Tot zover de mening van uw dienaar. Ik heb het van ingewijden. Dezelfde ingewijden ongetwijfeld die ook Thierry Debels hebben gevoed. Parallel aan de ingewijden heeft Debels een knipselmap bijgehouden over Boudewijn. Thierry Debels is bedrijfseconoom en publiceerde onder meer De ondergang van Fortis en Het verloren geld van de Coburgs. Deze boeken wisten echter niet meer te vertellen dan wat algemeen al geweten was. Koning Boudewijn. Een biografie is in hetzelfde bedje ziek. Debels heeft een collage gemaakt van wat er in zijn knipselmap zat. De lijm perste hij uit de gossip. De ontleding van toestanden door Boudewijn georchestreerd, geboycot en opgezet krijgen geen diepere laag. Op wat platitudes na komt de lezer wel te weten wie Boudewijn was, maar niet hoe hij was. Daar heb ik met mijn schets in de eerste drie alinea meer kleur aan gegeven. Dat zou ik niet zeggen als de biografie niet triestiger is dan le roi triste ooit triestig is geweest.

Een al te vroeg ontvallen moeder, een vader die zijn job verliest, een schuinmarsjerende broer, een halfbroer met een paar verkeersdoden op zijn geweten, een lichtgestoorde neef, een plattelandsnicht en een tweede neef met een hondenbrein,  allemaal goed en wel, maar wat is de oorzaak van de paranoia waaraan Boudewijn leed, een waanzin die hem tot een speelbal van Opus Dei maakte? Tot een diepere analyse van een koning zonder nar, vriend of vijand, van een man die in wezen zo eenzaam was dat hij in paniek dagelijks naar God belde, was de auteur niet in staat. Waarom was Fabiola meer moeder dan echtgenote? Meer verpleegster en non dan heidens altaar [merci, Claus]. Hoe komt het dat Boudewijn een voorkeur had voor dictators? Een gierigaard was? Die voor het behoud van het familiefortuin meer vertrouwen had in de kluizen van Fort Knox, en voor de Brusselse societybanken enkel wat zakgeld over had? In tal van louche zaken was verwikkeld? Aanzetten genoeg maar geen antwoorden. Althans, geen antwoorden voor hel en gevangenis.

Frans Verleyen, Herman Liebaers, zelfs kardinaal Suenens, proberen Boudewijn wat realiteitszin, kunstinzicht en sociaal gevoel bij te brengen. Allemaal boter aan de galg. Voor de groeiende populariteit van de vorst heeft Thierry Debels al evenmin een zinnige verklaring. Terwijl de reden, mijns inziens, juist in een misbruik van zijn karakter, een gebrek aan persoonlijkheid en een overdaad aan robotmachinerie is. Iemand die niemand vertrouwde, enkel een spel van charme en attentie speelde. Een masker opzette voor de buitenwereld. Een extreem egocentrische figuur was. Zelfs voor zijn hartkwaal week hij uit naar Parijs. De Belgische chirurgen en ziekenhuizen waren hem te min. In wezen had hij een afkeer van het land, zijn leiders en het volk, is zowat het enige dat afgeleid kan worden uit deze biografie, waarvan je je afvraagt: waar is de snijkant?

Koning Boudewijn, een biografie tot slot is slecht geschreven. Thierry Debels heeft een schrijfstijl waarvan je onwel wordt. De zinnen zijn saai en al te kaal. Zelfs een biografie mag geen nuchtere taal hebben. Er moet engagement uit spreken, liefde voor het onderwerp, een speelsheid hebben met een vleugje droge humor hier en een natte tragiek daar. Tientallen passages zitten ook fout in elkaar. Een voorbeeld, de middelste alinea pagina 167, naar aanleiding van de Chinareis van koningin Elisabeth in 1961: ‘Nu is het genoeg geweest!’ roept hij zijn grootmoeder toe. ‘U moet ermee ophouden propaganda voor het Oostblok te maken.’ Veel indruk maakt hij niet op zijn oma. Als ze terugkomt wordt de koningin onmiddellijk in een auto gestopt. Ze had journalisten op de terugreis verzekerd dat ze de waarheid over China zou vertellen, maar Boudewijn muilkorft zijn grootmoeder. Einde citaat. Hoe kan hij haar dat hebben toegesnauwd als ze nog in China zat? Over de telefoon! Ja, dat zou kunnen maar staat er niet. Details, daar is een opvallend gebrek aan. Terwijl het precies details zijn die verklaringen kostumeren.

Dit boek is waardeloos, deze biografie nutteloos. Koning Boudewijn. Een biografie is een must voor royaltyliefhebbers en iedereen die in de Belgische geschiedenis geïnteresseerd is, staat er op de achterflap. Dat is niet waar. Het is hard om te zeggen, maar liever Dag Allemaal dan dit prul.

*Een biografie – KONING BOUDEWIJN – van Thierry Debels – uitgeverij Houtekiet Antwerpen / Utrecht – ISBN 978 90 8924 136 8 – € 24,95

NOOT: Wij publiceren hier, in tegenstelling tot het weekblad Knack, de oorspronkelijke en onverkorte tekst van auteur Lauwaert (jc)
http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/nieuws/boeken/recensies-volwassenen/non-fictie/waarom-leed-koning-boudewijn-aan-paranoia/article-1194813668783.htm?utm_source=Newsletter-08-09-2010&utm_medium=Email&utm_campaign=Newsletter-Site-Knack-NL-nl#

September 10, 2010 at 8:26 am 4 comments


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,566 other followers