Posts tagged ‘Livingstone’

MUSHAIDI NGELENGWA, ALIAS MSIRI, DE MAN DIE VAN GEEN BELGEN WOU WETEN

door Lucas Catherine

Op 30 juni vierden de Congolezen hun onafhankelijkheid. Al 59 jaar zijn zij geen kolonie van België meer. Tijd misschien voor een tweede verhaal over hoe die kolonisatie begon.

Schilderij Tshibumba Kanda Matulu (1974): Msiri onthoofd.

In wat nu Katanga is regeerde Mushaidi over de kopermijnen. Hij zal in 1891 worden vermoord door koloniale held Omer Bodson. De koperwinning en -handel is zeer oud in centraal Afrika. We kennen al kopergeld dat 8 eeuwen oud is.

Kopergeld

 

Hoe zag dat geld eruit? De munten die dagelijks werden gebruikt waren heel klein (1cm x 1cm), en in H-vorm. De oudste dateren uit de 13de eeuw. Dan was er het grof geld, voor belangrijke zaken, zoals het uitbetalen van bloedgeld na een moord of als bruidschat. De Koningen van die koper-koninkrijken, zoals Mushaidi, stockeerden grote staven in dubbele T-vorm. Die dateren uit de 19de eeuw en Livingstone heeft er nog mee rond gezeuld. Er liggen er nu in het Livingstone Museum (Schotland). En meezeulen is het juiste woord want ze wegen 30kg en meer. In het Africamuseum van Tervuren hebben ze er ook een.

Er was ook koperhandel met de West-Afrikaanse kust. Dit weten wij dankzij Pieter Van den Broecke die tussen 1608 en 1612 dertig maanden aan de Kongomonding handel dreef. Hij schrijft over de koning van de baKongo: ‘Hij heeft een goed inkomen en bezit huizen vol ivoor en rood koper.’ ‘De vrouwen dragen er koperen en zilveren armringen.’ In 1846 zal de Zanzibar-Swahili Said bin Habib dwars door Afrika trekken, van Zanzibar naar het gebied ten zuiden van de Kongomonding (nu Noord- Angola) – Stanley was toen een kleuter van vijf jaar! –. Hij ziet de talrijke kopermijnen in het gebied ten zuidwesten van het Tanganika-meer en vertelt dat het vandaar naar het noorden wordt uitgevoerd via de Lufira en zo naar het Kongobekken.

Uit: La Force Publique de sa naissance à 1914, Brussel, 1952

België penetreert het gebied dat nu Katanga heet via drie militaire expedities. De derde (in 1891), onder leiding van de Brit William Grant Stairs en kapitein Bodson heeft succes. Ze zullen zelfs de vorst van het gebied Mushaidi Ngelengwa (verbasterd door de Belgen tot Msiri) vermoorden. In de koloniale geschiedschrijving wordt hij afgeschilderd als een brute, gewelddadige despoot. Maar we hebben een Afrikaanse visie op hem. Zijn zoon Mukanda Bantu beschreef het leven van zijn vader in zijn memoires. Mushaidi was oorspronkelijk afkomstig uit het gebied ten oosten van het Tanganika-meer (Nu West-Tanzania). Hij was er samen met de Swahili van de kust actief in de handel in ivoor en koper, en secundair ook in slaven. Hij beslist om zich bij de kopermijnen te vestigen. Mukanda Bantu vertelt het zo:

“Bij de Luapula-rivier ontmoette Mushaidi een vorst genoemd Kazembe Kinyanta. Die zei hem: ‘Welkom hier, maar leer mij enkele van uw remedies tegen ziekten.’ Mushaidi  gaf hem remedies tegen ondermeer de pokken. Inenting was in Mushaidi’s streek van origine al bekend: je deed enkele sneetjes in de huid op het voorhoofd, waar de neus begint en smeert ze in met een mengsel van olie en etter uit een pestbuil van een zieke. Ze noemden het kutema lulindi (beschermende insnijding). Mushaidi  kende Kazembe Kinyanta want die handelde met de Zanzibari’s in ruil voor geweren, munitie en balen stof.”

“Daarna trok Mushaidi naar vorst Katanga. Die ontving hem met open armen en gaf hem twee mukuba wa matwi, lange koperen staven van 90cm lang en 6cm breed met aan de uiteinden twee dwarsstaven van ieder 20cm. Daarop installeerde Mushaidi zich bij Katanga.” Na de dood van Katanga volgde hij hem op.

“Later trok Mushaidi ook naar vorst Pande. Die was oud en voelde zijn einde naderen  en schonk hem de omande-schelp en bij het volk van de Pande, de baSanga staat die gelijk met de kroon van Europese vorsten.”

Mushaidi bouwt zijn rijk op door één voor één de kleinere bestaande gemeenschappen op te slorpen. Hij zal daarop zijn rijk organiseren. De vorsten van de opgeslorpte gebieden of hun opvolgers blijven op post, maar nu als een soort gouverneurs van Mushaidi. Zijn hoofdstad Bunkeya maakt indruk op de eerste missionarissen die arriveren en zij noemen het “Neger Londen.” Rond de stad en overal in zijn gebied worden plantages van maniok, zoete patatten en yam aangeplant. Die worden op overheidsbevel geïrrigeerd tussen januari en maart. Verder vaardigt Mushaidi wetten uit en stelt een rechtsprocedure op. Daarbij worden nutteloze en bijgelovige gewoonten afgeschaft. De doodstraf werd beperkt en kon vervangen worden door schadevergoeding te betalen aan het slachtoffer. Hij organiseerde de ivoorhandel, de zoutwinning en de mijnbouw. Op de kopermijnen werd toegezien door een vrouw, de Inafumu (Moeder van de Vorst). Zowel op ivoor, koper als zout hief hij hoge belastingen, in ruil kenden zijn onderdanen geen wetteloosheid of willekeur meer.

Het portret dat zijn zoon van hem ophangt , klopt dus helemaal niet met de koloniale geschiedschrijving. De Memoires van Mukanda Bantu werden dan ook gemarginaliseerd en zelden gebruikt. Te dissonant van de koloniale versie. Ook hoe Mushaidi aan zijn einde kwam laat ik zijn zoon vertellen:

Als de derde Belgische expeditie vraagt om zich onder de hoede en de autoriteit van Leopold II te stellen, antwoordt hij: ”Ik heb geen bescherming nodig. Ik ben de grootste koning van Afrika. Men zegt dat ik een despoot ben, maar ik regeer volgens de gewoonten van mijn volk.”

Na wat gepalaver doet hij soi-disant een toegeving: “OK, ik wil uw vlag aanvaarden, maar wat jullie bij hebben is veel te klein. Kom eens terug met een groter exemplaar”.

Het antwoord is duidelijk: “Als je onze vlag niet wil accepteren, dan zullen we je met geweld verplichten om het te doen.”.

Enkele dagen later arriveert de tweede in commando van de expeditie, Omer Bodson, aan het hof van Mushaidi.

Schilderij Tshibumba Kanda Matulu (1974): Msiri en Bodson

De blanke man Bodson kwam bij Mushaidi en zei: ‘Mushaidi, kom en sluit een vriendschapsverdrag met uw vriend hier.’ Mushaidi antwoordde: ‘Wacht ik roep mijn zonen om mij bij te staan. Ik ben een groot vorst en we zullen dat morgen regelen.’ Daarop antwoordde de blanke: ‘Neen, dat moet nu gebeuren!’  Mushaidi sprak: ‘Ik merk aan uw toon dat gij alles behalve als vriend komt, gij wilt mij doden.’  Toen ontstond er ruzie en de blanke trok zijn pistool en schoot op Mushaidi. Die probeerde nog zijn huis te bereiken maar viel dood neer. Daarop schoot een zoon van Mushaidi, Masuka de blanke dood en de soldaten die bij de blanke waren schoten daarop ook Masuka dood. Toen zond Stairs, leider van de Belgische expeditie soldaten met de opdracht om de blanke en Msiri bij hem te brengen. Ze droegen de blanke in een hangmat maar Mushaidi werd over de grond gesleept. Toen hakten ze zijn hoofd af en staken het op een stok van de pallissade van het fort van de blanken.

Graf Mushaidi in Bunkeya.

Van toen af was het koper Belgisch.

 

Lucas Catherine

(dit is een fragment uit mijn aangevulde en sterk uitgebreide Wandelen naar Kongo dat in september verschijnt)

July 10, 2019 at 10:18 am Leave a comment

TABORA, STAD MET DE DRIE NAMEN

Tabora ex-Kaisershof

Tabora ex-Kaisershof

door Lucas Catherine


Tabora, zegt het u iets ? U denkt dat het om de Bijbelse berg Tabor gaat, zoals ik vroeger dacht? Helemaal niet.
En is er bij u ook een Taborastraat, zoals bij mij in Brussel? En is er ook een fritkot? Een wat bizar fritkot, met echte Belgische frieten, uitgebaat door een Iraniër die bij voorkeur klassieke muziek speelt. Tabora, een raadsel uit mijn jeugd dat nu al een tijdje is opgelost.

Sinds de herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog weet ik dat het Belgisch-Congolees koloniaal leger daar den Duits heeft verslagen en dat we toen als beloning Ruanda en Burundi kregen. Maar het raadsel was nog niet echtig-techtig volledig opgelost. Tot ik in Tabora belandde.

U gaat op vakantie met booking.com, ik met Burton, Speke, Becker en Stanley. Vandaar Tabora. Want ze zijn er alle vier geweest, hebben er zelfs een paar maand gewoond. Natuurlijk kan je niet met SN Brussels naar Tabora, zelfs niet met Swiss Air. Daarvoor moet je eerst naar Dar es Salaam. Nu is Dar samen met Rabat en Brussel zo wat de enige stad waar ik me thuis voel. Sorry als ik hiermee de Antwerpenaars beledig. Mijn excuus is dat ik daar gewoond heb.

Alhoewel Dar is Dar niet meer. Heel de oude stad is niet alleen omzoomd door wolkenkrabbers, maar ook grotendeels afgebroken. Nog drie huizen uit de tijd van de Zanzibari sultan, die de stad zo’n 150 jaar geleden heeft gesticht, iets meer uit de Duitse tijd en gelukkig toch nog wat Indische art-deco gebouwen uit de jaren 1930. Die sky-scrapers, meestal door Chinese firma’s gebouwd staan grotendeels leeg. Er is daar nogal wat windhandel en foute beleggingen door pensioenfondsen in luchtkastelen. We logeerden natuurlijk in de oude stad. In zo’n hotel afgekoeld door zeewind en met een fan tegen de muggen en de malaria. Safari-inn. Het hotelletje lag vlakbij restaurant New Zahir, waar in de jaren 1960 Malcolm X en Che Guevara (vermomd als Russisch dokter) nog rondhingen. En waar ballingen van het Zuidafrikaanse ANC genoten van de lokale swahili-keuken. Ik weet niet of in ons bed iemand van hen heeft geslapen.

New Zahir

New Zahir

Niet alleen de stad is grondig veranderd, ook de sfeer in de bars. Mijn lievelingsbar is wat ze in Kinshasa een ‘terrace’ noemen. Een openlucht café. ’s Middags komen de bedienden van de omliggende firma’s er eten, en drinken en ’s avonds is het feest. Vijf jaar geleden hoorde je er alleen Afrikaanse muziek, meestal dan nog Congolese, en nu! Witter dan wit: Dolly Parton, Johnny Cash… het meest zwarte dat er te horen viel waren de Pointer Sisters (je weet wel: I want a man with a slow hand, I want a lover with an easy touch, iets wat mijn vrouw soms wel eens neuriet.)

Geef mij dan maar de bars van Tabora.
Reizen moet bij mij een doel hebben. Voor Tabora had ik er twee: grafmonumenten van de Belgisch-Congolese Force Publique en het raadsel van de stad met de drie namen oplossen. Wacht, ik heb het dadelijk over die drie namen.
Eerst in de stad geraken en dan die graven.

Je kan naar Tabora rijden, meer dan 1000 km van de kust en dat over wegen met potholes, tenzij de stukken die de Chinezen hebben gerepareerd, minstens twee dagen. De trein is ook al geen optie, want er vertrekt maar om de drie dagen een trein en die doet er ook al twee dagen over. Dan maar vliegen. Met Precision Air minder dan twee uur. En geen flauwe moppen nu, ik ken dat eens dat je een vliegtuig neemt ten zuiden van de Middellandse Zee dan hebben ze het over Insj’allah Airways en zo. Alles behalve ‘Precision’. Vergeet het. Het vliegtuig vertrok op tijd en kwam tien minuten te vroeg aan. Ik wou dat mijn trein Brussel-Oostende even betrouwbaar was. En, ik voelde mij Kuifje in Afrika. Het was nog een schroefvliegtuig. Waarom begreep ik toen we in Tabora landden. Niet alleen was het gebouw van de luchthaven kleiner dan mijn stamkroeg in Brussel, maar buiten de landingsbaan zelf die in asfalt was, moest het vliegtuig taxiën over grintpistes. Met straalmotoren zou dat nogal wat geven, na iedere landing de piste heraanleggen.

Tab 3

Tabora ligt terug in de tijd: Ons hotel was het vroegere Kaisershof. Door de Duitsers nog voor de Grooten Oorlog gebouwd in de hoop dat de Kaiser himself na de overwinning zijn Afrikaanse bezitting zou komen inspecteren. Omgeven door veel groen, bloemen, bomen, waterpartijen, heel onafrikaans. Dit trekt massaal muggen aan en malaria. Maar goed het gebouw dateert uit de tijd dat malaria werd bestreden met gin tonic en quinina-wijn. Tijdens het diner speelde een orkestje, Congolezen want op hun repertoire stond ook Marina, ja van Rocco Granata. Zeg dan nog dat de Belgische kolonisatie alleen maar kwaad heeft aangericht.

We hadden er afspraak met een lokale historicus. Gelukkig hadden we hem als gids, anders hadden we zeker niet een van de zes begraafplaatsen gevonden. We trokken zelfs tot Mabama, vijftig kilometer westwaarts van Tabora. Onze enige aanduiding was een handgeschetst kaartje uit 1924 met hun ligging langs de weg en spoorweg naar Kigoma. Die spoorweg lag er nog, maar de Chinezen hadden ondertussen wel een nieuwe weg aangelegd.
De monumenten waren in geen staat. De koperen Congosterren die ze als versiering droegen waren al decennia verdwenen, net als de naamplaten.
Dit is wat er rest van het graf van Luitenant Lambert en de onderofficieren Cipont en Enghelborgs.

Tab 4

Het was erg moeilijk te vinden. Je moest enige historische deductie-redenering gebruiken. De Belgische graven lagen langs de oude weg en de spoorweg Tabora-Kigoma. Die volgde de oude karavaanroute van de Zanzibari. En waarvoor waren die Zanzibari bekend? Hun swahili bijnaam is ‘manga’ omdat ze overal langs hun karavaanwegen mangobomen hebben aangeplant. Die gaven niet alleen veel schaduw, maar ook meerdere keer per jaar vruchten. Belgen en Congolezen kennende zouden die wel als ze een graf moesten delven de schaduw aan de voet van een mangoboom verkiezen. En inderdaad ons graf lag onder een eeuwoude mangoboom.

De herdenkingszuilen voor de Congolese soldaten en dragers hebben het iets beter overleefd. Eentje ligt zelfs in een goed onderhouden tuin net buiten Tabora:

Tab 5

Na een succesvolle makabere zoektocht, – terloops ons woord makaber komt net als het swahiliwoord voor begraafplaats, makaburi van het Arabisch makbara – moesten we klinken, met William Maswa Sizya onze gids. En toen kwam de naam Tabora ter sprake.
Als je er de Europese explorateurs op naslaat duiken er drie namen op voor de stad: Chemchem, Kazeh en Tabora .

De Belg Jerome Becker – hij was gouverneur van de eerste Belgische kolonie aan het Tanganyika-meer, Karema – kent er twee van: Chemchem en Kazeh.
De bevolking die er woont zijn de Nyamwezi – bij Europese explorateurs als Burton, Speke of Stanley bekend als Mensen van de Maan. Zij noemen de plek Chemchem, de waterbron. Toen vanuit Ruanda Tutsi veehouders er zich kwamen vestigen, noemden zij, volgens de lokale overlevering, de heuvel waarop ze zich vestigden Kazeh, naar de naam van hun chef. Om de verwarring nog groter te maken: kazeh betekent in het kiNyamwezi ook gewoon koninkrijk. Daar woonde trouwens de sultan van de Nyamwezi.

De verwarring was dus groot, zeker bij Stanley, toch al een kneus als het om topografie ging. Aan hem ‘danken’ we de naam van een van de grote rivieren in Noord-Oost Congo. Iedereen voor hem, de lokale bevolking, de Zanzibari handelaars noemden haar de Ituri. Nu is dat alleen nog zo voor een deel van die stroom. Ze staat vooral bekend als Aruwimi. En dat kwam zo. Stanley arriveerde er, zag twee lokale vissers op de stroom en vroeg hen in het swahili: hoe heet dat hier? Zij verstonden geen swahili en de ene visser bekeek de andere, en sprak: kent die ons? in de lokale taal: Aruwimi? Vandaar.

Ook in Kazeh had hij problemen. Hij vertelt het zelf (in How I found Livingstone). Bij zijn aankomst vraagt hij de Zanzibari gouverneur van het gebied, Said bin Salim: “Waar is Kazeh?”
“Zou ik niet kunnen zeggen.”
“Wat bedoel je. Burton, Speke en later Grant waren er in uw gezelschap! Hebben Burton en Speke niet in Kazeh gelogeerd bij Musa Mzuri (Mooie Mozes)?”
“Jawel, maar Musa woonde in Tabora”.
Het is dus in dit Kazeh dat zich vanaf 1825 Swahili’s van de kust en van Zanzibar vestigden. Dankzij hun Indische financiers in Zanzibar namen zij de ivoorhandel tussen Oost-Congo en Zanzibar over. Zij gingen zich iets later ook in Oost Congo vestigen met als belangrijke centrum Kasongo en stichtten er ondermeer de stad Kisangani.
De stad Tabora werd nu een groot centrum van karavaanhandel. Belangrijkste producten: ivoor en honig. Die honig was trouwens Jerome Becker al opgevallen, net als de massa’s bijen die er voorkwamen. Die honing is nog altijd een specialiteit. Vooral die van heel kleine bijen, nyuki wadogo, zoet maar met een nasmaak van limoen.

honig in de Souk

honig in de Souk

Jaarlijks trokken er zo’n 500.000 karavanen door de stad richting Congo of richting Zanzibar. De Nyamwezi hadden het monopolie op de job van drager. Dit gebeurde dus niet door slaven, zoals de koloniale geschiedschrijving wil, maar door betaalde werkkrachten wier loon meesteeg met de prijs van het ivoor van 8 Maria Theresia Dollar naar MT$ 20 in de jaren 1870. De meeste volwassen mannen in Unyamwezi werden daardoor drager. En al dat volk moest proviand mee nemen op zijn lange tocht. Zo zal de naam Tabora ontstaan. Grote zoete aardappelen werden gekookt, in grote schijven gesneden en dan in de zon gedroogd. Een soort frieten zonder bakken in vet. Die schijven konden maandenlang goed blijven en werden het basisvoedsel van de karavanen. Zo’n schijf heet in de taal van de Nyamwezi, tabora.
Deze Afrikaanse vorm van friet, zonder vet maar zongedroogd zijn stukken gezonder zouden de hipsters en andere leden van de Glutenkerk nu zeggen, werden dus uitgevonden zo rond 1857, jaar waarin voor het eerst een frietkot opduikt in de Belgische pers. Dit van een zeker Fritz uit Verviers, althans volgens Le Courier de Verviers.

July 18, 2015 at 12:50 pm Leave a comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,581 other followers