Posts tagged ‘Multatuli’

HOLLANDSE KONGO

Hoe de Hollanders Leopold II in Kongo ondersteunden en ondervonden dat ondank ‘s werelds loon is.

Door Lucas Catherine

Als je stripverhalen leest zou je denken dat de Nederlanders niet weten waar Kongo ligt. Toen Hergé daar populair werd moest Kuifje in Kongo, Kuifje in Afrika heten.

Want wisten ze veel waar Kongo lag ? Nu, als het op koloniale geschiedenis aankomt zijn de Nederlanders inderdaad niet zo sterk in aardrijkskunde: Indië ligt volgens hen niet op het Indische subcontinent, maar in Indonesië. Hun Oost-Indië is het enige “Indië” dat ze kennen. En toen Suske en Wiske ginder in het Noorden populair werden moest het album De Tamtamkloppers niet langer in onze Kongo spelen, maar in hun Suriname. De teksten werden aangepast. Voor de tekeningen kon dit niet : daardoor dat Afrikaanse dieren als leeuwen, giraffen, olifanten, neushoorns of nijlpaarden volgens die albums ook in Suriname rondliepen. Nogal verwarrend voor de Hollandse lezertjes.

En je zal, in hun toch wel prachtige Atlas of Mutual Heritage op het internet  waarop ze al hun koloniale posten en factorijen oplijsten, nergens Boma of Banana vinden. Laat staan Kinshasha. Nochtans, de Hollanders waren voor Leopold II in Kongo. Jawel !

De Hollandse factorij in Boma

De Rotterdamse firma Kerdijk en Pincoffs startte activiteiten in Kongo vanaf 1857 en stuurde Henry Kerdijks broer Lodewijk uit als hun vertegenwoordiger ter plaatse. Hij overleed in 1861 te Boma. De firma Kerdijk & Pincoffs exporteerde katoen, kookgerief, messen, geweren, kruit en sterke drank uit Nederland en ruilde die voor Afrikaanse ivoor, palmolie en rubberKerdijk & Pincoffs waren daarvoor ook in West-Afrika actief, maar ze splitsten hun West-Afrikaanse posten af en brachten de Kongolese factorijen onder in de Afrikaansche Handelsvereeniging (1868). Daar werkten naast vrije arbeiders ook enige honderden slaven (door de Portugezen “coromanos” en door de Nederlanders “Kroo-mannen” genoemd). Pincoffs en Kerdijk waren dan ook deelnemers aan Leopolds Geografische conferentie van Brussel (1876), de eerste stap die hij zette in zijn verovering van Kongo.

 

Deze AHV investeerde mee in Leopolds Kongoproject. Het was Pincoffs die aan Leopold voorstelde een financieringscomité op te richten. Dat werd het Comité d’études du Haut-Congo . Zij werden dan ook bestuurders in dit Comité en waren naast Leon Lambert (vertegenwoordiger van de Rothschilds in België en Leopolds bankier) de tweede grootste aandeelhouders: Lambert voor 400.000 goudfrank. De AHV voor 130.000 goudfrank. Dat was meer dan bijvoorbeeld de Brusselse bankier Georges Brugmann (20.000 frank).

Het is dit Studiecomité dat Stanley engageerde (en betaalde) voor zijn expeditie op de Kongostroom. De Hollandse AHV liet Stanley en zijn materiaal (vier gedemonteerde rivierboten) kosteloos naar Banana verschepen. Van daaruit vertrok op 14 augustus 1879 zijn koloniale expeditie. Het quid pro quo was natuurlijk dat AHV een bevoorrechte positie zou krijgen in Leopolds gebied, maar doordat in 1879 de AHV  na een grootscheepse fraude failliet ging kwam daar niets van terecht. Leopold  maakte van de gelegenheid gebruik om het Comité volledig over te nemen.

Daarop werd de Nieuwe Afrikaansche Handelsvereniging opgericht. In 1884, het jaar vóór de officiële oprichting van de Kongo Vrijstaat bezat ze 69 handelsposten langs de Kongostroom. Haar hoofdkwartier was in Banana. Er was zelfs sprake van dat Nederland soevereiniteit over de Kongostroom zou krijgen. Maar Nederland herkende, na ruggespraak met de NAVH tijdens de Conferentie van Berlijn (1885) de Kongo Vrijstaat onder voorwaarde van vrijhandel, zoals de Conferentie in haar artikel 14 had bepaald.

Korte tijd lang liet onze Leopold II zich als Koning van Kongo Potorko I noemen. Een naam die we terugvinden in een knipsel uit een toenmalige Nederlandse krant

 

Venloosch weekblad, 5 september 1885

Aan het hoofd van de NAVH kwam Anton Greshoff (1). Hij vestigde zich in het dorp Kinshasa, naast Leopoldstad. Greshoff zou een luis in de pels van Leopold worden. Samen met andere handelaars verzette hij zich tegen de verdragen die de Vrijstaat afsloot met de lokale vorsten en waarin die hun soevereiniteit afstonden. Zij eisten dat die vorsten enkel handelsakkoorden zouden ondertekenden.

In 1886 en 1887 schreef Greshoff een reeks artikels in het tijdschrift Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap met felle kritiek. Onder meer dat “na vijf jaar de Vrijstaat nog niets heeft gedaan om de traditionele karavaanweg te verbeteren tot een meer fatsoenlijke weg.” Of dat hij gemerkt had dat “alle dorpen tussen de Inkisi (rivier) en Nzugu-Mbola zijn platgebrand …terwijl hier nooit enige melding van is gemaakt.” De stations van de Staat “kan je eerder stallen dan huizen noemen; zelfs is het zeer twijfelachtig of een aan een zindelijke Hollandse stal gewende koe wel zou voortgaan melk te geven, zo men haar een kamer in Leopoldstad gaf.” En: “Alles wat we van de Vrijstaat gezien hebben is lijnrecht in strijd met haar programma : menslievendheid, wetenschap, beschaving…” Eerst werd Greshoff hiervoor in 1887  in Boma voor de rechtbank gedaagd, maar gelukkig voor hem werd de zaak geseponeerd.

Kinshasa 1883

In Brussel had men op 30 april 1887 een decreet uitgevaardigd dat te land enkel de vlag van de Kongostaat nog mocht worden gehesen, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de gouverneur-generaal. Op de rivier mocht men de eigen vlag hijsen aan de voorsteven, maar de vlag van de Vrijstaat moest aan de achtersteven.

Greshoff had als oranje-patriot overal de Nederlandse driekleur gehesen op al zijn factorijen en boten. Hij boycotte het decreet door ervoor te zorgen dat de vlag van de Vrijstaat steeds rond de vlaggestok bleef gerold en dat alleen de Nederlandse vlag wapperde in de wind.

Hij reisde in 1887 als eerste blanke handelaar naar de Swahili machthebber van Maniema in Kisangani, Hamed ben Mohamed al Murjebi, door de Belgen Tippo-Tip genoemd, met de bedoeling rechtstreeks bij hem ivoor te betrekken. En het lukte ! Directe concurrentie voor Leopold.

In 1889 werd de “fatale, de onvermijdelijk Greshoff”  zoals hij werd genoemd in de maand september per decreet uitgewezen uit Leopolds Kongo. Hij stak de rivier over en vestigde zich rechtover Kinshasa in Brazzaville, Na de ‘Vlaggenoorlog’ volgde nu een papieren oorlog met brochures tegen de Vrijstaat. Een citaatje : “De staat voerde in 1889 voor 4,3 miljoen frank producten uit; de NAHV kocht dat jaar voor 6,1 miljoen producten aan; als men zegt dat de NAHV van geringe betekenis is, hoe klein is dan wel de staat ?”

Maar de NAHV was nu wel haar toegang tot de monding van de Kongorivier kwijt. Anton Greshoff zou vanuit Brazzaville wel nog 12 jaar bedrijvig blijven in de Franse Kongo.

 

Greshoff aan zijn bureau in Brazzaville

Tot slot nog dit : Waarom was Leopold II zo wantrouwig tegenover de Hollandse handelaars ? Dat had wellicht te maken met zijn grote bewondering voor de Nederlandse kolonisatie in Indonesië die hij verschrikkelijk efficiënt vond. Vreesde hij te grote concurrentie ? In zijn eerste toespraak tot de Belgische senaat op 17 februari 1860, toen nog als Hertog van Brabant, sprak hij zijn bewondering al uit over die kolonisatie die “de Verenigde Provincies tot één van de belangrijkste staten van Europa” had gemaakt. Dankzij het gewin in hun kolonies.

Gedenkplaat Max Havelaar, Bergstraat Brussel

“Vorig jaar,” sprak hij, “bedroeg de nettowinst van Nederlands-Indië ongeveer 70 miljoen frank.” Zoals Sir James Brooke, die toen Sarawak bestuurde, na een onderhoud met Leopold verklaarde : “Hij is verliefd op het Hollandse systeem…Ik vond geen spoor van brede opvattingen, van liberale gevoelens; hij dacht alleen maar aan de manier waarop hij geld uit het volk kon persen… Hij lachte met de idee de rechten van de inheemsen te eerbiedigen.” Dat Hollandse systeem bestond uit het zogenaamde cultuurstelsel van gedwongen teelten, waarbij de koloniale ambtenaren gedreven werden door premies: de zogenaamde cultuurprocenten of cultuuremolumenten om de productie zo hoog mogelijk te maken en die dan tegen zeer lage prijs te leveren aan de staat via de Nederlandse Handel-Maatschapij . Leopold zou het in Kongo toepassen.

Dat zelfde jaar 1860 waarin Leopold zijn toespraak hield in de senaat verscheen de grote aanklacht tegen dit cultuurstel : Max Havelaar, of De koffijveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij. Edward Douwes-Dekker schreef het boek in Brussel, op geen vijfhonderd meter van het  Koninklijk Paleis.

(1) Zijn neef, de dichter Jan Greshoff schreef indertijd Catrijntje Afrika. Alhoewel hij zelf in Zuid-Afrika woonde speelt dit werk toch in de Kongo van zijn oom Anton.

 

Lucas Catherine

March 13, 2020 at 8:50 pm 1 comment

JIHAD KAN VELE KANTEN OP

 

Kolonisatievloot van Columbus

Kolonisatievloot van Columbus

door Jef Coeck

 

Nauwelijks een decennium geleden was er misschien een handvol niet-moslim Belgen die ooit het woord ‘jihad’ gehoord of gelezen hadden. En als dat toch het geval was, wisten ze niet of nauwelijks wat het betekende. Vandaag is het begrip Jihad niet weg te branden uit conversaties, geschriften, krantenkoppen, scheldpartijen, toespraken, woorden en daden. Maar de juiste betekenis ervan kennen we feitelijk nog altijd niet. Daarvoor zullen we dus een beroep moeten doen op de moslimspecialist van het Salon, c.q. de delver naar het vergeten verleden. Lucas Catherine, zelf atheïst, schreef er een boek over en nam een Belgisch-Palestijnse moslim-onderzoeker in de arm, Kareem El Hidjaazi, om de zaken van binnenuit te belichten.

Toch is Jihad zo oud als de straat en wereldwijd verspreid. Als we er tot voor kort niets van wisten, was dat onze eigen schuld. Willem Elsschot wist het al wel in zijn boek ‘Lijmen’ (1923) : ‘Van alle islamitische begrippen is “jihad” het meest geciteerde en meest bestudeerde, een zeer complex begrip dat een onuitputtelijk thema was voor talrijke studies.’ Elsschot was natuurlijk in meerdere opzichten een uitzonderlijk persoon.

Jihad is geen eenduidig begrip. Er bestaan veel vormen van. De strijd tegen het kwaad (de duivel) in jezelf. Dit wordt de Grote Jihad genoemd en door traditionele moslims omschreven als de belangrijkste vorm. Dan is er het streven naar het spirituele welzijn van de moslimgemeenschap, de strijd tegen corruptie en decadentie. Dit is Educatieve Jihad. Het verspreiden van de islam via woord en geschrift: de Predikende Jihad. De verspreiding kon, zoals in het begin van de islamgeschiedenis, ook met het zwaard: de Gewapende Jihad. De jongste tijd kennen we helaas ook de Terreurjihad, door kleine fanatieke groepen.

In dit boek gaat het maar over twee vormen, de Terreurjihad en de Gewapende Jihad. De laatstgenoemde is zwaar verankerd in de geschiedenis, met name de koloniale geschiedenis. Laten we beginnen bij de Europese kolonisatie. Want, zegt de schrijver zeer nadrukkelijk: ‘Je kan Jihad en Kolonialisme niet zonder elkaar begrijpen.’

Napoleon in Egypte

Napoleon in Egypte

De christelijke Gewapende Jihad – als we het begrip even mogen transplanteren – begon met Columbus in de Caraïben (1492). Deze ‘beschavingskolonisatie’ vond snel navolging door Europese grootmachten – en zelfs door het kleine België. De eerste stap in de directe confrontatie van het Europese kolonialisme met de Arabische wereld, was de verovering van Egypte door Napoleon (1798).Daarop volgde de eerste islamitische Gewapende Jihad sinds lang. Doelwitten van de Fransen waren vooral de soukhs en de islamitische universiteit Al Azhar. In 1801 werd het Franse leger definitief verslagen in Alexandrië. Chalas, jihad. Althans hier. De legers van Napoleon hadden natuurlijk een en ander meegenomen. Dat leidde in Europa tot Egyptomanie en mummiegekte. Over een retaliatie van de islamitische Jihad werd niet gepiekerd. Zo zelfverzekerd waren de Europeanen over hun eigen gelijk en dito overmacht. Daar kwamen de complotten bij.

Sykes en Picot

Sykes en Picot

1916. De Eerste Wereldoorlog was nog lang niet afgelopen, maar de Engelse en Franse ministers van Buitenlandse Zaken, de heren Sykes en Picot, hadden hun kolonisatieplannen klaar. Ze verdeelden in een geheim akkoord het Ottomaanse/Turkse rijk onder hun tweeën. Dat was zowat het hele Midden-Oosten en Noord-Afrika, plus de Balkan. De grootste hapklare brok was Syrië, Irak, Libanon, Palesstina en Jordanië, samen Sham genoemd. Dit moest onafwendbaar leiden tot nieuwe vormen van Jihad.

JD 4 Herzl op israelisch briefje van 100 pond

Intussen was het Zionisme, de beweging die met alle – ook gewapende – middelen streefde naar een exclusief joodse staat in het Midden-Oosten, almaar sterker geworden. In 1917, nog steeds in volle oorlog (maar door de Revolutie verlost van de Russische bondgenoot) kwam de nieuwe minister van BZ, Lord Balfour, nog wat olie op het vuur gooien. In zijn zogenaamde Balfour Declaration beloofde hij plechtig dat de Britten achter de idee van een joodse staat in Palestina stonden. Zo veroorzaakte hij de grootste gewapende Jihad ooit, de strijd tussen Israël en de Palestijnen, die later uiteen zou vallen in diverse vormen van Terreurjihad (Al Qaida, Shabaab, Al Nusra, Boko Haram, ISIS, Hamas, Hezbollah). In 1948 barstte de bom voorgoed, met de oprichting van de staat Israël op het grondgebied van de Palestijnen.

Multatulimuseum Amsterdam

Multatulimuseum Amsterdam

Intussen waren al in andere werelddelen moslims aan hun Gewapende c.q. Terreur-jihad begonnen. In Java en Sumatra bv. Lees Multatuli er op na. Nederland stuurde een militaire expeditie naar zijn kolonie in ‘den Oost’ onder het motto ‘Voorwaarts, mareechaussees, snijdt ze de koppen af.’ Kennelijk hebben de terreurjihadisten daar het vak geleerd.

Een andere Jihad speelde zich af van Zanzibar tot Kisangani. Vooral Tabora (Tanzania) valt te onthouden. Maar ook in Oost-Congo begon alreeds het leed. De kolonisatie, in dit geval de Belgische, kwam goed op gang. De moslimstaten in West-Afrika kregen er ook van langs. De prachtige woestijnstad Timboektoe werd verwoest, door terruerjihadisten. Want die gebruiken alle vormen van terreur, moord, verkrachting, beeldenstorm, foltering. En inderdaad, nergens in de Koran is er een aansporing daartoe te vinden – tenzij door verwrongen geesten die hun eigen religieuze ‘newspeak’ hanteren en lezen wat ze willen lezen.

Timboektoe

Djenné

Even een zijsprong naar de Islamic Supreme Council of America. Deze autoriteit zegt over de Gewapende Jihad, dat die met zowat alle middelen gevoerd kan worden: wettelijk, diplomatiek, economisch, politiek, militair. In dat laatste geval moeten wel de ‘Rules of Engagement’ in acht worden genomen. Onschuldige vrouwen, kinderen en invaliden moeten met rust worden gelaten. En elke vredelievende toenadering van de tegenpartij moet aanvaard worden. Niet iedereen kan dus zomaar zijn eigen Jihad gaan voeren. De Raad zegt zelf dat het concept ‘Jihad’ door heel wat politieke en religieuze groepen voor eigen baat is aangewend. Dat is een misbruik en dus in tegenspraak met de Islam. Aldus de Council.

Frantz Fanon

Frantz Fanon

Weer over naar het kolonialisme. Het zal niet verbazen dat kolonisering leidt tot radicalisering en tot racisme. Het is een helaas voor de hand liggende gang van zaken. Frantz Fanon (1925-1961), psychiater en activist, filosoof van de Derde Wereld, zei het aldus: ‘Kolonialisme is de buitenkant van het systeem, racisme de binnenkant.’ Het valt op dat Fanon van diverse zijden – moslim en niet-moslim – weer geciteerd wordt, nadat hij sinds zijn vroegtijdige dood vergeten leek.

————–
Kareem El Hidjaazi begint zijn gedeelte met een schuldbekentenis. En geen kleine.
‘Wij moslims zijn het gewoon om de schuld steeds bij het Westen en bij de joden te leggen en daardoor zijn we blind geworden voor onze eigen gebreken, die trouwens enorm zijn. De yankees en de zionisten hebben natuurlijk een criminele verantwoordelijkheid voor wat er in het Midden-Oosten gebeurt, maar het is eerst en vooral de fout van de moslims zelf. Als je ziet hoe ze naar het Westen opkijken, hoe ze tevreden zijn met hun onwetendheid, hoe sommigen onder hen de Jodenstaat steunen in hun strijd tegen hun Palestijnse broeders. Tja, hoe wil je dan dat we ooit uit onze vernederende situatie geraken?‘

De verwijten van deze moslim aan de moslimgemeenschap (de Oemma) worden steeds scherper. Citaat: ‘Over de hele wereld werden moslims besmet met de Westerse beschaving, sommigen zijn er zelfs op perverse wijze verslaafd aan geraakt door enkel de verdervende aspecten ervan over te nemen. Stiptheid, verantwoordelijkheid, organisatie, eerlijkheid in handel, discipline zijn waarden die in Europa zeer aanwezig zijn, maar toch weigeren de Arabieren om die in hun samenleving toe te passen, hoewel dit ook islamitische waarden zijn.’

De achterliggende mentaliteit is, volgens Kareem El Hadjaazi: iedereen is corrupt, laten we dus maar deelnemen aan ‘het systeem’. Enkel via corruptie heeft men kans op slagen, hoe meer hoe beter. Vele moslimlanden zijn zo doordrongen van corruptie dat het onmogelijk is geworden om als eerlijke burger carrière te maken.

De decadentie en de versnippering van de moslimgemeenschap zijn hoofdzakelijk het gevolg van de onverschilligheid van moslims tegenover hun godsdienst, zowel wat de beoefening, het bestuderen als het begrijpen ervan betreft. De Oemma kent vandaag een totaal gebrek aan cultuur. Dat ligt aan het westerse project van acculturatie, dat de moslims ervan overtuigd heeft dat ze zelf geen echte cultuur hebben.

Spaanse Conquista

Spaanse Conquista

Dit is wel een radicale visie, maar nieuw is ze niet. Denk aan de conquista van Latijns-Amerika in de 16de eeuw. Ook toen en daar werd de plaatselijke cultuur door de Spaanse veroveraars geminacht, zelfs in die mate dat de dragers ervan gewoon werden uitgeroeid. Ondanks de volgehouden inspanningen van de moedige bisschop Bartolomé de las Casas, maar de heers- en hebzucht van de Spaanse vorsten haalden het. Op andere gekoloniseerde plaatsen in de wereld gebeurden soortgelijke misdaden. Herlees Multatuli, om hem nog maaar eens te noemen.

Het verdere betoog van Kareem tegen de acculturatie vertoont trekken van Machiavelli. Ook hij gaf in ‘Il Principe’ de toenmalige Italiaanse heersers ervan langs. Op een cynische wijze, die vaak niet cynisch bedoeld was. Een beschrijving van de toenmalige realiteit kon ook gelezen worden als ‘slechte raad die niet na te volgen is’. Maar je moet wel de dubbele bodems vatten. ‘Het doel heiligt de middelen’, de bekendste one-liner van Machiavelli, kan op meerdere wijzen gelezen worden. Verkeerd doel, slechte middelen, dubieuze heiliging. Er is een derde mogelijkheid: het doel heiligt niemandal, minst van al terreur. Dat is wat Maciavelli bedoelde. Maar hoewel Kareem zich uitspreekt tegen terreur, gaat en staat voor hem de ‘ware islam’ boven alles. Er zitten wat witte vlekken in zijn betoog.

Machiavelli

Machiavelli

In hun strijd voor zelfbeschikkingsrecht, zegt hij nog, vechten moslims tot op vandaag op drie fronten. Er zijn de terroristen, een kleine minderheid die wel de grootste aandacht krijgt. Van de tweede groep hoor je iets minder. Het zijn groeperingen die via een uitsluitend politieke weg aan de macht proberen te komen. Ze doen daarbij heel wat ‘religieuze concessies’: deelnemen aan democratie en vrije verkiezingen.(De Moslimbroeders). (Noot jc: De Moslimbroeders waren bij tijd en wijle meer gewelddadig dan hier wordt gesuggereerd.) Drie. De moslims die wereldwijd de ‘islamitische kennis’ (welke?) onderrichten en van generatie op generatie doorgeven. Ze worden door de media genegeerd, maar vormen in werkelijkheid de grootste bedreiging voor de neokoloniale grootmachten. Dat is een cultureel gegeven.

Het is wat ik zelf zou willen noemen: de Sluipende Jihad. Ongewapend, met would-be goede bedoelingen, elitair, vaak esoterisch, geheimzinnig, in elk geval ortodox islamitisch, wellicht fundamentalistisch (steunend op contradictorische teksten) en, naar ik vrees, niet overtuigend voor de vele andere vormen/sekten/afscheuringen van Mohammeds Islam.

Het laatste woord krijgt Lucas Catherine. Het valt op dat bij de zogenaamde Syriëstrijders weinig of geen Berbers zijn, en evenmin Turken, Hoewel die twee volken de Islam aanhangen. Bij hen overheerst nationalisme als oplossing voor frustraties. Voorlopig lijkt dat te lukken. De Belgische Turken stemmen massaal voor Erdogan en zijn partij. Bij de Berbers gebeurt iets dergelijks, ook zij plooien zich terug op hun nationalisme in plaats van op de islam.

En bij wijze van slot nog een goede raad van Catherine: ‘Europa moet zich dringend mentaal dekoloniseren. Want zoals uit dit boek blijkt: de kolonisatie was niet louter economisch en politiek maar ook cultureel en maatschappelijk , en op alle vier deze vlakken heeft ze diepe wonden geslagen waarvan sommige nu nog voort etteren. Het huidige racisme is onlosmakelijk verbonden met de kolonisatie en neemt toe zolang de multinationale kolonisatie voortwoekert. Wat wij nu radicalisering noemen, is eigenlijk een ziektebeeld van de trauma’s die de kolonisatie en haar bijwerking het racisme, nog altijd veroorzaken.’
————

JD cover*Lucas Catherine & Kareem El Hidjaazi, Jihad en kolonialisme, EPO, Berchem, 2015
Sommige onderdelen van Chaterine’s boek zijn doorheen de tijd al verschenen op het Salon van Sisyphus. Met dit boek, plus de toevoeging van het gedeelte ‘Kareem’, vallen de puzzelstukjes in elkaar.

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2014/10/01/vecht-isisdaish-tegen-sykes-picot/

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2015/11/19/het-is-oorlog/

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2015/07/18/tabora-stad-met-de-drie-namen/
—————
PS ‘Hidjaz’ is een gebied in het westen van Saoudi-Arabië, rond de belangrijke stad Djeddah. Niet ver uit de buurt liggen ook de heilige steden Mekka en Medina.


En dit is dan een stukje van het échte Timboektoe

February 15, 2016 at 11:26 am 5 comments

VECHT ISIS/Daish TEGEN SYKES-PICOT?

A day in the life of a jihadi gangster Aman Mojadidi

A day in the life of a jihadi gangster Aman Mojadidi

Arabische vrienden van mij denken dat Daish een uitvinding is van de Amerikanen, of minstens toch van Qatar, maar voor hen komt dit op het zelfde neer. Ze kunnen er niet bij dat moslims zo iets kunnen doen, ze verdringen het en spotten er mee. Wie Sykes en Picot zijn wordt in het stuk duidelijk.

door Lucas Catherine

Daish is nu wel het modewoord in het Arabisch en het gespreksonderwerp. U kent het als I.S.(is), de Islamitische Staat in Irak en Sham, Dawla islamiya fi Iraq wa al Sham en Sham is de klassieke Arabische naam voor de regio die wij nu kennen als Syrië, Libanon, Palestina/Israël, en neem er ook maar Jordanië bij. Dat is dus een naam die dateert van voor Sykes-Picot. Ook dat is een term die pas recent, na honderd jaar van weg geweest, bijna dagelijks in de media opduikt. Ik heb het nagetrokken in een krantenarchief dat terug gaat tot 1999. AFP schrijft op 13 december 2013 voor het eerst dat Isis de Sykes-Picot akkoorden wil teniet doen. Op 11 juni van dit jaar volgt Belga en twee dagen later De Standaard. De Morgen ontdekt Sykes-Picot pas op 1 juli.

Quod Sykes-Picot?

Eigenlijk zou men die akkoorden moeten herdenken in het kader van 100 jaar eerste wereldoorlog, want in de lente van 1916 kwamen de geallieerden voor het eerst bijeen om te bespreken hoe ze het Ottomaanse Rijk, na zijn nederlaag zouden opdelen. Na enkele vergaderingen en uitwisselen van diplomatieke nota’s werden de akkoorden opgesteld door Sir Mark Sykes, Georges Picot en de Tsaristische minister van Buitenlandse Zaken, Sergei Sazonov. Officieel heette dat toen The Anglo-Franco Russian Agreement (April-May 1916).

Waarom Sazonov nu vergeten is wordt direct duidelijk. De drie besloten de buit als volgt te verdelen: Frankrijk zou het grootste deel van Syrië krijgen, een deel van zuid Anatolië en Mosul in noord Irak. Engeland het grootste deel van Irak. Rusland zou Oost-Anatolië annexeren (het grensgebied langs de Russisch-Turkse grens), en omdat het kloosters en scholen had in Nazaret, Nabloes, Hebron en Jeruzalem claimde het ook Palestina. Maar dat laatste stonden de Britten niet toe. Daarom zou Palestina internationaal worden, maar met Russische invloed. En toen kwam de Russische Revolutie en de Bolshevieken zagen om evident ideologische redenen af van nieuw koloniaal gebied, meer nog ze maakten de akkoorden publiek en de kaart moest hertekend worden tot wat we nu kennen als Syrië, Irak, Libanon, Israël en Jordanië.

Sykes-Picot kaart

Sykes-Picot kaart

En nu wil IS dus die grenzen wegvagen. Dat kan en mag niet, dat ‘destabiliseert’ de regio, krijgt iedereen te horen die koloniale grenzen wil wegvagen in Afrika, Azië of elders en krijgt dan met de oude kolonisatoren te doen. Kijk maar naar de Arabische nationalisten en socialisten zoals Nasser die de grenzen wilden laten wegsmelten tot één Arabische staat. Ze werden met alle mogelijke middelen bestreden. Alhoewel, nu wordt er blijkbaar een uitzondering gemaakt, want als er een beweging is die Sykes-Picot van direct na WO I in vraag heeft gesteld dan is het wel het Koerdisch nationalisme dat strijdt voor een land dat zich zou moeten uitstrekken over grote delen van Irak, Syrië, Turkije en Azerbaidjan (ex-Sovietunie). Als de alliantie tegen IS nu de Koerden bewapent en inzet in de strijd dan steunen ze de groep die al het langst en het hevigst Sykes-Picot in vraag heeft gesteld. Maar zoals een Franse president zei: Et Alors…

En dan… wat ik mij afvraag is : las Abu Bakr al Baghdadi linkse literatuur?

Eerst iets over die man zijn naam. Met zo’n naam wordt je niet geboren. Hij heet eigenlijk Ibrahim Awwad Ibrahim Ali al-Badri al-Samarrai. Dat laatste is een bijnaam en betekent afkomstig uit Sammara, een Iraakse stad die tussen 836 en 892 hoofdstad was van de toenmalige khalief. Maar zijn nieuw gekozen naam vertelt meer. Abu Bakr al Baghdadi al-Husseini al-Quraishi. Hij wordt nu de man van Baghdad en Baghdad is natuurlijk veel bekender als khaliefen-hoofdstad dan Samarra. Zijn nieuw gekozen voornaam Abu Bakr is erg symbolisch. Abu Bakr was namelijk de eerste khalief die de profeet Mohamed heeft opgevolgd. Wanneer hij zich ook al Husseini noemt beweert hij hiermee af te stammen van de profeet Mohammed die enkel kleinzonen had via zijn schoonzoon Hussein en de Quraishi is dan weer de stam van de profeet. Liegen als een ketter zeiden ze vroeger.

de echte Abu Bakr

de echte Abu Bakr

De man werd in 1971 geboren, maar desondanks verdenk ik hem ervan gauchistische lectuur uit de jaren 1960-1970 te hebben gelezen. Misschien was zijn vader een linkse rakker van de Baath-partij met nogal wat guerilla-handboeken in zijn bibliotheek zoals die van Guevara of Vo Nguyen Giap, en dat hij die heeft gelezen. Ik verklaar mij nader. De rivaliteit om de efficiënste militaire beweging gaat nu tussen aanhangers van Al Qaida (in Syrië Jabhat al Nusra) en Dawla Islamiya, I.S. Als we de ideologie even weglaten en enkel kijken naar lange termijn strategie dan gaat het om twee tendensen. Er zijn zij die denken dat ze vanuit een klein commandocentrum (de letterlijke betekenis van Qaida) de oorlog moeten beginnen en zij die eerst een ‘bevrijd’ in dit geval ‘islamitisch’ gebied willen uitbouwen en van daaruit dan steeds verder uitzwermen. De al Qaida-strategie komt dan sterk overeen met die van Carlos Marighella (Pequeño manual de Guerilla Urbano, 1970) of nog meer met de foco-theorie die Che Guevara uiteenzet in zijn Guerra de Guerrilla (1961). Foco, letterlijk brandhaard, staat ook voor een klein centrum van strijders (honderd man volstaan om te beginnen schrijft Guevara) en is dus het equivalent van het Arabische begrip al qaida. En dan is er IS dat zich zelf niet alleen omschrijft als een staat, maar ook effectief zo’n staat uitbouwt en hier is dan de gelijkenis groot met de theorie van de Volksoorlog, eerst door Mao Ze Dong vanuit Yenan op China toegepast, later in Vietnam door Vo Nguyen Giap met zijn “Guerre du peuple, armée du peuple”. Giap is de man die de Franse kolonisator in Dien Bien Phu versloeg vanuit zijn bevrijde gebieden in Bac Bo (langsheen de Chinese en Laotiaanse grens) en in Nam Bo (langsheen de Cambodiaanse grens) en later de Amerikanen verdreef uit Zuid-Vietnam.

En daarom vraag ik mij af, wil al Baghdadi alleen maar Sykes-Picot te niet doen in het Midden-Oosten of wil hij meer? Hij gaf zelf het antwoord door de termen Iraq en Sham te laten vallen uit de naam van zijn organisatie, ze tot staat uit te roepen en zich zelf tot khalief aan te stellen.

Nu heb je twee mogelijkheden waarom hij zich khalief laat noemen: ofwel wil hij terug naar de tijd van de ‘rechtgeleide’ khaliefen (de vier opvolgers van Mohamed), waarvan de echte Abu Bakr de eerste was, maar ik denk dat hij daarnaast ook heimwee heeft naar de laatste khalief uit de geschiedenis, de Ottomaanse sultan Abdul Mejid die door Ataturk in 1924 werd afgezet. Of beter, heimwee naar dat Ottomaanse Rijk, waar trouwens ook de Turkse president Erdogan aan leidt. Dat Ottomaanse Rijk strekte zich ooit uit tot in Algerije. En wat zien we, daar heeft de lokale afdeling van al Qaida zich in september 2014 tot het nieuwe khalifaat bekeerd, nam een nieuwe naam aan, Jund al Khalifa (Leger van de Khalief) en opdat de media het zouden geweten hebben onthoofden zij hun eerste Europeaan, de Fransman Hervé Gourdel.

L4 Atjehers

Eind negentiende eeuw had Europa trouwens al enorme schrik van de toenmalige heropleving van het khalifaat. Het historische khalifaat was geëindigd in 935, maar de Ottomaanse sultans hadden het nieuw leven in geblazen. De Ottomaanse khalief Abdul Hamid ondersteunde eind negentiende eeuw verschillende anti-koloniale bewegingen. Dat ging van Tunis, dat in 1871 weer de oude banden met het Ottomaanse Rijk wilde herstellen tot in Atjeh (Indonesië), waar moslims oorlog voerden tegen de Nederlandse kolonisator, u herinnert het zich misschien nog van bij Multatuli. Toen noemde men dat geen terrorisme, de Sultan was immers een ‘bevriend’ staatshoofd, maar panislamisme. Europa kreeg toen een heilige schrik voor “de groote internationale met het groene vaandel” zoals Christiaan Snoeck Hurgronje, Nederlands islamdeskundige en koloniaal raadgever in Indonesië (1857-1936) het noemde. Misschien zouden onze analisten en specialisten er voordeel bij hebben om die Snouck Hurgronje, de peetvader van de islamologie uit de vergetelheid te halen en zijn boekje ‘Nederland en de Islam’ uit 1911 te herlezen. Of beter nog zijn boek De Atjehers (1894), over hoe je een moslim jihad kan neerslaan.
Ik zet mij in ieder geval aan het werk.

L5 Snouck_NEW Snouck Hurgronje in Mekka, 1885

October 1, 2014 at 11:54 am Leave a comment

HUGO CLAUS EN DE POLITIEK

Uitgestapt op 19 maart 2008

Uitgestapt op 19 maart 2008


Ik denk dat hij me mocht omdat ik Belladonna aandachtig had gelezen.  Al de rest, medeplichtigheid, baldadig
non-conformisme, de liefde voor de kunst en de goede dingen van het leven, kwam later
.

 

door Jef Lambrecht


Ik moet u iets opbiechten.  Ik heb Hugo Claus goed gekend maar ik ben geen Clauskenner.  Het is dan ook enigszins onhandig en met schroom dat ik in de komende minuten zal aftasten hoe de auteur zichzelf zag in verhouding tot de politiek, het liefst nog in zijn eigen woorden.  Het omgevende Vlaanderen had zich welhaast van bij de geboorte aan hem opgedrongen in de gedaante van deprimerende pensionaten.  Een architectuur als deze van dit claustrum verpletterde hem tot zowat zijn elfde.  Die wereld werd bestierd door zwartgerokte nonnen.  Het is genoegzaam bekend dat de oorlogsjaren Hugo in troebel vaarwater brachten waaruit hij door de nederlaag van de nazi’s en de gulzige lectuur van verboden boeken werd gered.  De zieke samenleving werd zijn grote onderwerp.  Dat blijkt nadrukkelijk in de talloze interviews waarin hij ongezouten verkondigde wat hij dacht van de gang van zaken.  Maar ook als schrijver kon hij een furie zijn.

Claus 2 Krasnapolsky

Het is Nieuwjaar 1962.  In hotel Krasnapolsky in Amsterdam zijn de literaire vrienden verzameld.  Hugo Claus beklimt het spreekgestoelte met een broodmes en houdt een hagenpreek.

Mijne zeer geliefden, 

Soms vertel ik (zoals van een dichter mag worden verwacht)

Een verhaal over de winter die in de witte nacht

Over de belegerde stad een vlucht van meeuwen zendt.

En dan knikt gij.  ‘Juist, zo spreekt een dichter.’

 

En als ik een romance wil registreren

Het gejammer van de mensen in hun tuinen

Dan fluistert gij: ‘Gewis.’

Want ik zeg het wel, want ik ben een dichter.

 

Maar als ik zeg: ‘straks waait een reusachtige wind over u allen,

Een gruwelijke wind van God

En van u allen is er dan niets meer,’

Dan hakkelt gij en zegt: ‘Hij is een dichter.’

(D.i. dat hij zich met wijven en boeken bemoeit,

Maar niet met het delicaat, intrinsiek, onoverzienbaar

Ratelwerk der politiek en het onontwarbaar zwenkend systeem

Tussen links en rechts, voor en tegen, Rood of Dood.)

 

Mijne zeer geliefden,

Op deze winterdag, de eerste van het jaar ‘62

Is er veel dat ik liefheb, o.a. bij voorbeeld:

Mijn vrouw, mijn drie broers, mijn vader en mijn moeder,

En er is veel dat ik verafschuw, o.a. bijvoorbeeld:

Wie veel geld heeft als ik te weinig heb,

De schrijvers die slecht schrijven, vrouwen zonder nek.

Wel, van wat ik koester en van wat ik haat

Is er straks, na die wind, niets meer.

 

Geliefden, God kwam tot mij en hij zei:

‘Claus, ik heb je uit het niets verwekt, wat denk je daarvan?’

En ik zei: ‘Dank u wel, God.’

Hij zei: ‘En je zal terugkeren naar het niets.  Nu jij.’

En ik: ‘Dank u wel, God.  Zeg het maar.’

Maar toen kwam er een man naar me toe en hij zei:

‘ik ben liever dood dan rood,

En als ik dood wil dan wil jij dit ook.

Liever hartstikke dood dan maar een vleugje rood.

Alle hens aan dek, het hele schip naar onder

Geen vlekje rood aan onze donder!’

En ik zei: ‘Dank u wel, man, ik bedank.’

En hij: ‘De oorlog adelt de man want de man is iemand

Die voor de vrijheid heilzaam oorlog viert.’

Toen zei ik: ‘Dank u wel, man, ik bedank,

Want wat straks komt is geen oorlog

Maar één gruwelijke, obscene wind van uw God

En daarna is er niets meer.’

En ik zei: ‘De kont van uw God wil ik niet zien.’

 

Is er daarna niets meer?  Zullen schromelijk

Al onze oog- en tandloze kleinkinderen

Tot op hun zestien tenen vervellen?

Wààr ziet een blinde in het zwart van de nacht een lichter zwart?

Ik hoop dat zo meteen

De heren het u zullen vertellen.

Ik weet het al te wel (ik ben een dichter)

En het hangt mijn keel uit als ik zie

Hoe blinden ook in de zwartste nacht niet willen zien,

Het hangt mijn keel uit als ik merk

Hoe ik hier sta voor gek.

Want hoe maak ik me sterk?

Een agent met reglementaire stok

Heeft met het denkspel in mijn kop niet het minste werk.

Laat staan: 3 agenten, 2000 soldaten, laat staan de

Miljoenen die liever dood dan rood zijn.

Daar is niets tegen te doen, dus doe ik niets

Behalve hier de woorden zeggen die ook niets doen

Tot u die ook niets doet.

Geeft toe, het is te gek.

Want wie niet dom en krom is van wanhoop en hoop

Die zit niet hier,

Maar wacht in het warme huis bij koek en koffie

En rekent uit in welke hoek van de kelder

Een betere, dubbele, dwarse kelder te bouwen is,

Voor straks.  Als de wind komt.

 

Mijne zeer geliefden,

Als morgen die wind over u neerkomt

En gij in die scheet van God wordt opgenomen

Wat wilt gij dan met wanhoop en met hoop?

Laten wij huiswaarts gaan.

Want merkt gij niet hoe schamel broos breekbaar

Een vrede is,

Als iemand als ik daarover redetwist

En iemand als gij en gij en gij en gij

Met domme, kromme woorden, en lekker brandbare

Spandoeken en boeken.

Daarom, geliefden, van mij

Geen boodschap op de eerste dag van het jaar,

 

Maar een bericht aan de bevolking.

Dit is het bericht.
Ga huiswaarts. Straks komt in de televisie
Hoffmanns Vertellingen. Eurovisie.
Zie dit aan.
Daarna, nadat uw avondmaal verteerd is
En uw gedachtengang wat logger,
Ga zitten voor uw spiegel.
Haal uw broodmes te voorschijn.
Houd het tegen uw keel. En reciteer
Het gebed van wie u dagelijks beveelt en beheerst,
Het gebed van uw regeringen op aarde,
Die de darmen van God zijn.

Onze Vader
Die in de Hemel zijt
Gezegend is Uw Bom
Dat Uw Rijk kome
Dat Uw Megatonnen ontvlammen hier op aarde
Als in Uw Hemel.
Geef ons heden ons nucleair wapen
En vergeef ons onze voorlopige vrede
Zoals wij vergeven wie ons weerstaat met gejank om vrede.
En leid ons niet in de bekoring der ontwapening
Maar dat wij mogen ver-assen en verdwijnen
Tot op het einde der tijden.
Amen
.
Claus 3

Van deze ‘oproep in zeer vage dichtvorm’, onlangs nog zijn ‘enige weerwoord aan de wereld’ genoemd,  worden vooral de laatste verzen over de nucleaire Apocalyps herinnerd,  maar het Bericht gaat voor driekwart over Claus zelf.  Een machteloze en woedend welsprekende Cassandra bezweert de onbestemde dreiging van een tijdloze maar immanente doem die vandaag de ecologische catastrofe zou kunnen zijn.  Het is een gemeenplaats maar woede en verzet waren belangrijke drijfveren voor Claus.  Ken jij dan dichters zonder onvrede met de staat der dingen?, vroeg hij 32 jaar na dit Bericht in een interview aan Hugo CampsMijn meesters zijn ondenkbaar zonder razernij.’  De meester had meesters.  Ze waren zijn echte geliefden en dat stak hij nooit onder stoelen of banken.

Bij de voorbereiding van deze toespraak was het lot mij gunstig gezind, want een van hen passeerde in de kolommen van de krant en stuurde mij naar Jessica!, een curiosum in Claus’ omvangrijke oeuvre, een toneelstuk, tevens een bijna vergeten roman uit 1977, een periode waarin Hugo Claus vooral politiek theater schreef.  Jessica! was geen kaskraker.  Eerder een commercieel kneusje in het oeuvre van de reus.  Het gelijknamige stuk was eveneens gedoemd.  Het werd even onder zijn knorrige regie opgevoerd in de KVS, met de 26-jarige Gilda De Bal, om dan stilletjes te verdwijnen in de rijke vouwen van zijn literaire toga.  Het gaat over een man die niet naar het feestje wil van zijn baas, bezeten als hij is van diens dochter Jessica.  Niets buitengewoons tenzij dat op het kransje ten huize van industrieel Neyrinck een ‘vlekkerige Arabier in livrei’ verschijnt.  Het is de blinde Syrische dichter  Abu al-ala al-Ma’ari, na duizend jaar verrezen uit zijn graf.  Hij reciteert een kort vers dat van vandaag kon zijn:

Claus 4
Als de geest onzeker is

Dan wordt hij overweldigd door de wereld,

Een weke man, gekust door een hoer.

Als de geest zelfzeker is geworden

Dan is de wereld een voorname dame

Die de strelingen van haar minnaars afwijst.

Daarop volgt een burlesk optreden van ‘de Abu al-ala al-Ma’ari sisters’, dat zijn mevrouw Neyrinck en een zuster van het Heilig Graf, in ‘uitdagend striptease ondergoed’ om de aanwezigen tot mildheid te stemmen voor een collecte ter leniging van de ‘afschuwelijke nood’ van het Syrische volk.  Neyrinck en zijn vrouw zijn immers op ‘informatiereis’ geweest naar ‘de geteisterde landen in het Midden-Oosten’ waar ze getroffen werden door de ‘ellende van de mensen daar’.  ‘Dat ging ons door merg en been’, getuigt mevrouw Neyrinck.  Ik wrijf mijn ogen uit  en verwacht een vraag van Kathleen Cools over hoe het nu verder moet in Aleppo.  Binnen de kwee klikken is duidelijk dat de dichter, geboren in 973 en gestorven in 1057, een van de grootste is uit de Arabische literatuur en een van de meest excentrieke.  Het is of ik Hugo hoor wanneer hij zegt: ‘men ziet mij als een asceet maar dat ben ik niet.  Ik heb de wereldse genoegens enkel opgegeven omdat de beste ervan zich hadden teruggetrokken’.

Het sarcasme van al-Ma’ari spaarde moslims, noch christenen of joden want het geloof was voor hem een verzinsel met lucratieve eigenschappen in dienst van de macht.   Hij had een afkeer van onrecht, schijnheiligheid en bijgeloof.  Hij was een vernieuwer van de poëtische vorm en inspireerde Dante twee eeuwen later tot de Divina Commedia.  Ongetwijfeld is hij, weerbarstig en ‘vlekkerig’, een van Claus’ meesters.  Enkel wie tot de enkels in het midden van de werkelijkheid staat kan voelen wat in de lucht hangt en het verwoorden voor het gebeurt.  Niet dat Claus in Jessica! voorvoelde op wat zich vandaag in Syrië afspeelt.  En toch.  Op 23 februari stond in de krant dat het borstbeeld van al-Maari in het noorden van Syrië door de godsdienstwaanzinnige militie al-Nusra in het holst van de nacht is onthoofd.  Claus is te vroeg gestorven om de ontsporing in het land van een van zijn meesters te moeten aanschouwen maar ze zou hem geenszins hebben verbaasd.  Hij deelde het illusieloos mensbeeld van de postuum onthoofde dichter en vreesde met hem bovenal de domheid.  Ik hoor hem nog zeggen: ‘de slinger keert niet terug’.  Nu schijnt hij te fluisteren: kijk naar mijn meesters.

Claus 5

In 1968, negen jaar voor Jessica!, het meest politieke jaar van de naoorlogse tijd, ging Fernand Auwera Hugo Claus opzoeken voor een interview over politiek engagement.  Hij wierp hem een uitspraak van Gerard Walschap voor de voeten: ‘Literatuur is het bezingen van het eeuwig menselijke.  Sociale werkelijkheid is de worm waardoor kunst vergaat’.  Als door een wesp gestoken antwoordt Claus dat hij precies het tegenovergestelde dacht.  Ik citeer: Men kan slechts universeel zijn als men concreet is. En als men concreet wil zijn kan men niet buiten de politiek, omdat er niets onpolitieks bestaat. Men kan niet zeggen dat men buiten de politiek staat. Wie dat zegt neemt integendeel een duidelijk politiek standpunt in: hij staat rechts, hij staat aan de kant van de macht.

Het lange interview van Auwera is voor deze gelegenheid gefundenes fressen.  Het staat op de website van het studiecentrum die een goudmijn is.  Claus speelt een thuiswedstrijd.  Voor hem was engagement intrinsiek aan het kunstenaarschap.  Met één belangrijke nuance: er kon niet worden gedacht dat hij de wachtwoorden van een politieke partij zou herkauwenHij vergeleek zijn Vlaamse vakbroeders Emiel Van Hemeldonck en André Demedts met de griezeligste Sowjetschrijvers.  Hij noemt Agrippa d’Aubigné een van zijn voorbeelden.  D’Aubigné, dichter, hugenoots generaal en grootvader van Madame de Maintenon, een Clausiaanse meegever, zoals al-Ma’ari dat is in Jessica!.  Hij weet dat niemand er stil bij staat.  Ook de interviewer niet.  En ondermeer daardoor bleef zijn claustrum, de hermetische clausiaanse ruimte intact, een aura, beschermd door de onwetendheid daarbuiten.
Claus onderschrijft de gedachte van Vestdijk dat poëzie gedijt in een bedreigde, kantelende cultuur.  Hij verwijst naar de ‘onvolprezen’ Juvenalis en zijn tijdgenoten die hun satires schreven vanuit een diepe weerzin tegenover de decadentie van Rome.  Hij plaatst hen tegenover de Chinezen die enkel hofdichters schenen voort te brengen die de keizer en de natuur bezongen.  Bij hen was er, zegt Claus, geen sprake van actie en reactie, zoals in onze cultuur, waar ongeveer alle werken die universele waarde hebben, gemaakt schijnen te zijn uit reactie tegen de maatschappij. Schoonheid, zei hij, is niet alleen convulsief, maar ook revolutionair en gaat daardoor op ontdekking naar nieuwe waarden en nieuwe vormen.

Pas na deze uiteenzetting die veel omstandiger is dan ik ze hier kan schetsen, krijgt zijn immer nieuwsgierige zelf de bovenhand.  Claus was een eenmansinlichtingendienst, rusteloos op zoek naar  de meest uiteenlopende informatie.  Hij wil weten wat de andere schrijvers die zijn ondervraagd denken over politiek engagement. Auwera antwoordt dat de meesten nogal huiverig staan tegenover de gedachte dat literatuur de gebeurtenissen kan beïnvloeden.  Claus is in zijn wiek geschotenHet woord heeft alle revoluties gemaakt. De libertijnse dichters die samenkwamen, dat is het begin van de Franse revolutie. Slechts als uitvloeisel daarvan kwamen er geweren aan te pas. Ik geloof dat mensen die dat niet inzien nog altijd behept zijn met een romantische visie op de kunst en menen dat de schrijver de menselijke natuur enkel moet vertolken in wat haar uniek maakt. En duister. Van dat soort dichters zijn er al duizenden verdwenen zonder spoor na te laten.  Dat ik schrijf vanuit het engagement is toch wel overduidelijk. Ik zeg niet dat men lid moet worden van de communistische partij want dat heeft hier in België geen zin, of van de BSP, want dat heeft nog minder zin. Maar neem Omtrent Deedee, daar zit het engagement toch in de wijze waarop ik die mensen beschrijf, en de terreur die het katholicisme op hen uitoefent, hoe ze er door verminkt worden. Dat alles is toch heel duidelijk aangebracht, men ziet aan welke kant ik sta. Ook in Morituri. Ook in Masscheroen. Een groot deel van mijn engagement is negatief. Ik schrijf van uit dezelfde radeloosheid waarmee ik het politieke leven beschouw en ik zie geen enkele partij waarvoor ik mensen zou willen ronselen, zoals bijvoorbeeld Günther Grass doet. Met al de treurige implicaties vandien overigens. Auwera vond dat wat slapjes en voert aan dat Emile Zola tenminste een rol speelde in de sociale strijd, waarop Claus Zola een slechte schrijver noemt.  Multatuli daarentegen was geniaal maar zonder diep op de gebeurtenissen te hebben ingegrepen.  En ik, ik ben geen polemist en geen essayist, zegt Claus, zoals men het Zola niet moet verwijten dat hij geen sonates heeft geschreven.

Claus 6 masscheroen

Het is 1968, zopas is in Knokke Masscheroen opgevoerd en Claus is veroordeeld tot vier maanden wegens het voorstellen van de Goddelijke Drievuldigheid als drie naakte mannen.  De seksuele revolutie is mede door zijn toedoen over de Lage Landen neergedaald.  Seks is echter een middel, niet het doel want dat was voor Claus de revolutie zelf, al zag hij, naar het woord van de Amsterdamse provo’s, de zon eerder opgaan in het Westen dan dat ze zou uitbreken.  De provo’s benaderden overigens nog het meest wat voor Claus revolutie was.  ‘Die provo’s vind ik prachtig bij jullie.  Die witte fietsen, wat een poëtische kracht!  Weten dat je machteloos bent en het toch doen.  Het is toch machtig als iedereen op een stoel kan gaan staan schreeuwen “Ik ben tegen –voor mijn part- de trein van 14u10”.  Dat zei hij in het provojaar ‘66.

Het was voor Claus de plicht van de dichter om tegen de staat te zijn maar zelf wilde hij vrij zijn en vooral zijn zin blijven doen.  Hij koesterde een gezonde argwaan tegenover kant-en-klare oplossingen.  De revolutie moest een verandering brengen van denk- en gevoelspatronen.  Daar droeg hij toe bij.  Maar wie op de barricaden verscheen met een blauwdruk van de ideale maatschappij was een gek.  In’71 zegt hij:  Iemand met een lucide, duidelijk omschreven einddoel is een imbeciel.  Het streven naar revolutie is tegen beter weten.  In het geval van Claus kan men spreken van een onweerstaanbare drang.  Het was de ultieme zin van zijn bestaan.  Was hij maar blind geworden of doof maar het werd zijn vreselijk lot om het woord te verliezen en het podium te zien veranderen in een graf.  Daardoor zal Claus steeds worden herinnerd in eros en in thanatos.

Tijdens het gesprek met Auwera ziet hij de seksuele revolutie als een onderdeel van een veel bredere ontvoogding.  Het is misschien de enige manier om de hele zaak in beweging te krijgen, zegt hij. een manier om openheid te forceren. Dat er daardoor randverschijnselen als de commerciële erotiek ontstonden, vond hij helemaal niet erg. Ik zelf zal altijd zeggen dat het van groter belang is de Viet-Minh te steunen dan het recht te verdedigen zijn broek uit te doen, maar men mag niet uit het oog verliezen dat de seksuele ontvoogding een eerste stap is die vooral bij jongere mensen kan leiden naar elke andere ontvoogding. En die is er nodig, zeker in ons land, waar de intolerantie zo nauw samenhangt met de kerk en alle andere reactionaire krachten. En dan zegt hij, verrassend en ogenschijnlijk zonder verband met het voorgaande: Om die redenen ook sta ik het federalisme voor. De context van deze plotse ontboezeming is de val van de regering VandenBoeynants over de kwestie Leuven, het startschot van een centrifugaal proces dat de Belgische politiek tot in onze dagen beheerst.  Dat salvo weergalmde in de straten van de revolutionaire studentenstad zonder nationalistische ondertonen maar op de ritmes van de popmuziek.  Het was een bruggetje tussen provo in Amsterdam en  mei  in Parijs.  De voorraad molotov cocktails van de politica-studenten, de voorhoede in de Leuvense strijd, was verstopt in het huis van de studenten van La Louvière.  Leuven ’68 had niets van doen met bloed en bodem.   Het KVHV lag op apegapen.  Er was nog welgeteld één student met een pet.  Die ging na zijn studies werken voor de Amerikaanse ambassade.

Claus 7

Net zo overtuigd als Claus toen was van het federalisme, stond de oude Claus, 40 jaar later, afwijzend tegenover het separatisme en ondertekende enkele maanden voor zijn dood de petitie Red de Solidariteit.  Zoals Veerle Claus in een recent interview bevestigde was haar man allerminst een flamingant maar een wereldburger die het een voorrecht vond om Belg te zijn.   Hij die een speler was en naar eigen zeggen achter vele maskers leefde, was, zoals Piet Piryns in de brochure bij deze dag terecht opmerkt, vermoedelijk veel openhartiger en meer zichzelf in interviews dan dikwijls wordt aangenomen.  Ook wanneer hij in ’68 zegt op sommige sombere momenten de pauselijke encycliek Humanae Vitae toe te juichen en soms zelfs de verkiezing van Nixon tot president van de Amerika want dat, zegt Claus,  verduidelijkt de posities in de wereld. De toestand wordt leesbaarder. Wat zeer belangrijk is.

Was hij dan een echte revolutionair?  Een soixantehuitard misschien?  Wel, hij was bij zijn ontbijt in brasserie Lipp op de boulevard Saint Germain in mei ’68 getrakteerd op een traangasgranaat en hij vond de ‘hele meirevolutie’ een voorbeeld van hoe het niet moest.  In de jaren ’80 deed hij er geregeld laatdunkend over, maar tegen midden de jaren ’90 zag hij alleen nog maar positieve dingen aan mei ’68.

Het opmerkelijk interview met Auwera in dat bijzondere jaar besluit met een advies van de bijna veertigjarige prins der letteren aan de ‘jonge wanhopige dichter die in ons land niet weet welke kant hij uit moet’.  Claus citeert Karl Marx, hoewel hij eerder van de strekking Groucho was.   ‘In de geschiedenis als in de natuur, is de verrotting het laboratorium van het leven’.  Claus zag die verrotting om zich heen, het gevolg van de middelmaat die in Vlaanderen nog beter gedijt dan de schilderkunst.  Wij leven in een terreurmaatschappij, net zozeer als de mensen in Portugal, zei hij tegen Volksgazet, nog altijd in het revolutiejaar ’68Alleen is het bij ons niet zo spectaculair eenzijdig, alleen nijpt het nog niet in ons vel, en is het alleen ons geweten, dit overbodig kliertje, dat gekweld wordt.  Wij leven in de ogenschijnlijk onschadelijke terreur van de mediocriteit.  Een terreur die ons een gedragspatroon oplegt, een muf, grauw, uitzichtloos toekomstbeeld.   Claus was er niet de man naar om zijn vrienden en voorbeelden, Aristofanes, Abu al ala al Maari, Juvenalis, de Franse libertijnen, af te vallen.  Het was zijn enige partij.  De graal van zijn kunst was zijn verzet en omdat de omgeving in grote trekken van alle tijden en plaatsen is, is het woord van de dichter gevaarlijk tot ver voorbij het graf.

Claus 8

Hoewel verontwaardiging zijn brandstof was, hanteerde Claus als een volleerd pragmaticus ook rookbommen in het politieke mijnenveld.  Zijn afkeer en zijn sympathieën werden eerder ingegeven door ongelofelijke mensenkennis, de reflexen van een bokser, zijn weerzin voor middelmaat en zelfs de conjunctuur, dan door das Kapital.   Hij was politiek niet correct.  Hij schreef vernietigend over Leopold II maar had er ook een zwak voor.  Zijn liefde voor Cuba wedijverde met die voor Las Vegas.  Juvenalis concurreert met Frank Sinatra.  Sarkozy met Sugar Johnson, Rocco Granata met Rich-en-Brooke-beter-dan-Shakespeare.  Claus was geen theoreticus van de revolutie maar een wegbereider ervan, een alchemist die het lood van de letter en van laag en verheven doen zweven.

——–

Tegelijk bleef hij zich tot in de dood bewust van de politieke betekenis van zijn handelingen.  Hij schermde voor zijn onvoorspelbaarheid, zijn claustrum door met een sardonisch genoegen het algemeen aanvaarde te ontmantelen en een zaad te zaaien van raadsels en ongehoorde meningen.  De ergernis en de weerstand die hij opriep tot hij het wandelend standbeeld van zichzelf was geworden en de miskenning die hem zelfs dan nog trof, onderstrepen alleen zijn betekenis voor de ontvoogdingsstrijd.  Immers, meer nog dan in zijn antwoorden ligt de politieke betekenis van Claus in zijn houding, soeverein en ongenaakbaar, complexloos, zelfzeker, erudiet en dwars.  Meer nog dan dat hij zijn volk een spiegel voorhield confronteerde hij het met zijn schijnheilige, bekrompen onderdanigheid, zijn brutale zelfgenoegzaamheid, zijn hebzucht en zijn onhebbelijke complexen.  Als zelfbewuste kosmopoliet, West-Vlaams chauvinist en briljant moeial was en is hij voor Vlaanderen een baanbrekend rolmodel.  Hij herinnerde zijn volk aan de tegendraadsheid van Zannekin en Uilenspiegel maar liet geen kans liggen om naar de wereldcultuur te wijzen, en zichzelf te situeren binnen een universele kritische traditie.  Een miniatuurtje als volgend klein luisterspel zegt alles.  De handeling vindt plaats in het Ministerie van Defensie. Een bezoekster meldt zich met een smeekschrift om haar zoon te laten ontslaan uit militaire dienst. De minister ontvangt haar, schenkt haar een glaasje Bénédictine in.

Minister: “Omdat Superman altijd ergens iets moet bevrijden bijvoorbeeld het Westen, die resten van een oude cirkustent, omdat Dracula geel is en “Mao” miauwt in onze volkskeukens, en leegbloeden zal bij dageraad, omdat investering voor kanker behoedt, omdat Herakles in het bijzijn van vreemdelingen niet mag geeuwen, (want vreemdelingen zijn vijandig, Mevrouw) maar vooral omdat de sterren in uw ogen niet mogen doven, dame, nog niet, niet voor het signaal, daarom is de Nato zo goed voor ons.”

(DRIE MATEN VAN DE BRABANçONNE. DOEK)

———–
Deze tentoonstelling toont het fundament van Claus’ kunstenaarschap.  Een maatschappelijke en politieke betrokkenheid die zich uitstrekt van lang voor zijn eerste werk tot ver voorbij zijn laatste.  Het lijdt geen twijfel dat deze focus, in dit hoogtepunt van het Clausjaar, zijn bijzondere instemming zou hebben gekregen.  Net zoals de lezing van zondag door Gerard Mortier, tonen deze tentoonstelling, het symposium van vanmiddag en het nieuwe prachtige boek, ‘de plicht van de dichter, Hugo Claus en de politiek’, de onverminderde pertinentie van Claus’ geestelijke nalatenschap.  Daarom vraag ik uw applaus voor professor Georges Wildemeersch en zijn ploeg.

Claus 9

En tot besluit, nog één keer omdat ik er beroepshalve niet aan kan weerstaan Claus zelf met een primeur.

Scoop

Zal Claus, die aftandse rijmelaar,
zijn vaderland verlaten,
vaandelvluchtig voor het fiscaal klimaat?

Of is dit achterklap in het artistiek café?
Nee hoor, het staat te lezen in 
De Standaard,
men hoorde het zelfs op de Bee-Er-Tee,
nukkig, arrogant, in Meneer zijn stijl,
Meneer kan het in Vlaanderen niet meer harden
Meneer wijkt uit, Meneer verdwijnt.

Maar hoe kwam zoiets in het publiek domein?
Als volgt: Meneer zat met zijn bijzit te dineren
en wou bij de 
pousse-café een en ander kwijt
over wat je zoal zou willen willen,
over de Staat die je levend blijft villen
over een land van olijven, troubadours en wijn
waar een dichter in zijn blote billen
desnoods gelukkig zou kunnen zijn.

En weet je wat? Onder de tafel zat een rat
met een micro in zijn buik
met een bandopnemer in zijn bek
en krek, daar verscheen een scoop in de krant,
een scoop die, alleluja, zwol in de media.

De scoop werd een orkaan, een zondvloed,
de regering wankelde, ministers beefden
banken gingen bankroet, staalfabrieken stolden,
het hele land lag op zijn reet
tot die zonbestraalde morgen
dat de tedere dichter zonder zorgen
in zijn Zuidfrans zwembad gleed.

==============

————————
Deze tekst werd door Jef Lambrecht uitgesproken bij gelegenheid van

Claus 10Als de geest zelfzeker is geworden

Opening van de tentoonstelling

De plicht van de dichter, Hugo Claus en de politiek

Studie- en documentatiecentrum Hugo Claus Universiteit Antwerpen, 15 maart 2013

==========================

Over de Arabische dichter al-Maari, lees ook:
https://salonvansisyphus.wordpress.com/2013/02/16/syrie-hugo-claus-en-een-onthoofding/

Op dinsdag 19 maart zendt Canvas het programma ‘Hugo Claus, dichter, minnaar, rebel’ uit. Het is een nieuwe documentaire, vijf jaar na Claus’ overlijden en 30 jaar na de eerste editie van ‘Het verdriet van België’.  Canvas 20.40 u

March 18, 2013 at 3:39 pm 1 comment

SOCIAAL-DEMOCRATISCHE PRIORITEITEN

 
door Frans Peeters

Vaderland, koek en amandelen,

 Ik ga in de maneschyn wandelen,

 Koek, vaderland en brandewyn,

 Ik ga wandelen in de maneschyn,

 Vyf vingers heb ik aan myn hand

 Ter eer van ‘t lieve vaderland.

                (Multatuli: Lucas Brijer op het vaderland, in: Woutertje Pieterse)

Voetbalvrienden, opgelet!

 
Binnenkort zijn er in Nederland verkiezingen. Daarbij staat het begrotingstekort centraal. De partijen zijn het erover eens dat bezuinigingen van tientallen miljarden nodig zijn, zij het niet over hoe en hoeveel precies. Extra-uitgaven zijn zo goed als taboe, ook voor de gemeenten. Die worden immers voor een groot deel gefinancierd uit het slinkende Gemeentefonds van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Alleen voor zaken van de hoogste prioriteit kan nog extra geld worden uitgetrokken.

 Daarom is het niet goed voorstelbaar wat de Tilburgse wethouder van sportzaken Jan Hamming, van 2007 tot 2009 vice-voorzitter van de landelijke PvdA, heeft bewogen om met 2,4 miljoen de Tilburgse eredivisieclub Willem II voor een faillissement te behoeden, en meteen maar een vierde van dat bedrag over te maken zodat de club de salarissen van de profs (die tot honderduizend euro euro per jaar verdienen), kan doorbetalen.

 Voor Willem II dreigde een faillisement. Vier miljoen euro was volgens de curator door wanbeleid in rook opgegaan. De belasting wil zijn geld. In zo’n geval richt het betaalde voetbal zich tot de plaatselijke overheid, want voetbal betekent “uitstraling”, een begrip waarvan alleen lokale politici de draagwijdte begrijpen. En dus springen ze bij met het geld van de mensen.

 In Maastricht is de gemeente al een x-aantal keren over de brug gekomen voor MVV. Nog in mei maakte het vooral door CDA en PvdA gedragen gemeentebestuur bekend maar weer eens over de brug te komen, dit keer met een kleine vier miljoen; in Amsterdam heeft de gemeente 45 miljoen of ruim een derde van de kosten van het nieuwe Ajax-stadion betaald; in Sittard…. ach, aan de lijst komt geen einde.

 En nu was het de beurt aan de prominente sociaal-democraat Hamming. Hij koos ervoor de spelerssalarissen te garanderen ten koste van voorzieningen aan de in Tilburg oververtegenwoordigde minimumlijders. (Volgens een gemeentelijk persbericht uit 2003 bevond zich in die tijd, tijdens de hoogconjunctuur, 44 procent van de Tilburgers in de laagste inkomensgroep). Maar het zijn juist die laag-verdieners en uitkeringstrekkers die achter Willem II staan en waaruit de PvdA op 9 juni een aanzienlijk aantal kiezers hoopt te winnen.


 Je hoort maar weinig van Nederlandse politieke leiders als het om voetbal en overheidsgeld gaat, de meeste partijen hebben boter op het hoofd. Vorige maand presenteerden Ruud Gullit en Johan Cruyff het “WK-bidbook”, lees: het plan van België en Nederland om in 2018 of 2022 het wereldkampioenschap voetbal te organiseren, aan Sepp Blatter, baas van ‘s werelds voetbalbond FIFA. Deze onkreukbare Zwitser heeft een geheel eigen opvatting van ondernemen. Die komt erop neer, dat de investeringen in het WK voor de Belgische en Nederlandse belastingbetaler zijn, en de winst voor de FIFA. Waar dat geld vervolgens blijft – daarover lopen de meningen op zijn zachtst gezegd uiteen. In elk geval kregen Gullit en Cruyff te horen dat er geen sprake van kan zijn dat de FIFA belasting over de winst betaalt aan de organiserende landen. Zonder belastingvrijdom voor de FIFA dus geen wereldkampioenschap. Als gezegd, je hoort er geen politicus over.

Het beste land

In deze verkiezingscampagne is het ook op andere gebieden interessanter vast te stellen waarover niet, dan waarover wel wordt gepraat. Het migratieprobleem bijvoorbeeld. Nee, ik heb het niet over immigratie al is dat zeker geen succesnummer. Met 3,29 miljoen buitenlanders op een bevolking van 16,6 miljoen (bron: de Duitse en Amerikaanse ministeries van Buitenlandse Zaken) had Nederland afgelopen maart “wel wat veul” immigranten (oud-Haagse zegswijze), te meer omdat een onevenredig deel van de nieuwkomers is aangewezen op een of meer uitkeringen. Maar daar gaat het als gezegd niet meteen over. Nee, het gaat hier over het emigratieprobleem.

Volgens bovenstaand cijfer wonen in Nederland nu nog 13,3 miljoen autochtone Nederlanders, pakweg evenveel als 35 jaar geleden. Waar is de rest gebleven? Waarom verlaten zoveel landgenoten het beste (calvinistische) land op aarde? Zijn het de domsten onder ons, of de armsten? Of betreft het de meest ondernemenden, de intelligentsten, de meest getalenteerden, wellicht ook de rijksten? (In de jaren negentig bijvoorbeeld vertrok een aantal Nederlanders naar België met medeneming van een gezamelijk vermogen van vijftig miljard gulden.) En wat betekent hun vertrek voor de achterblijvers? De sociaal-democraten maken zich er niet druk over, alleen lijsttrekker Mark Rutte van de liberale VVD zint op manieren om zo veel mogelijk talent in Nederland te houden.


 Geen enkele PvdA’er durft de bevolking voor te houden, dat er binnen afzienbare tijd te weinig mensen zijn om niveaus van vanzelfsprekende dienstverlening te handhaven. Bijvoorbeeld in de zorg. Vorige maand is een enquête onder het personeel van de zorg gepubliceerd, waaruit bleek dat maar liefst de helft naar een andere baan uitkijkt. Zij geven drie redenen op: de slechte betaling, het beroerde management en de agressie van patiënten. Dokters, verplegend personeel, mensen op de ambulances – zij allen krijgen te maken met geweld. Ambulanciers die in elkaar worden geslagen, zijn niet meer dan gemengd nieuws. In somige “prachtwijken” – een eufemisme voor achterbuurten en ghetto’s, bedacht door de oud-communiste Ella Vogelaar die eerder PvdA-minister was voor Wonen Wijken en Integratie – gaan huisartsen ‘s avonds en ‘s nachts nog alleen op bezoek als professionele bewaking meegaat. Aankomende artsen die in groten getale de Eerste Hulp in de ziekenhuizen van de grote steden bemannen, worden regelmatig aangevallen als ze patiënten met de grootste bek geen voorrang geven. Longartsen die een Turkse of Marokkaanse man die zijn hele leven gerookt heeft, moeten berichten dat zijn longkanker niet meer te genezen is, krijgen te maken met urenlang gejammer en bedreigend gescheld van ‘s mans uitgebreide familie. In het gerenommeerde Amsterdamse Anthonie van Leeuwenhoekziekenhuis voor kankerpatiënten werkte op gegeven moment nog maar één longarts.

 
Tegelijkertijd wordt de zorg gebruikt als reservoir van verborgen werkloosheid. In de ziekenhuizen komt veertig procent van de werknemers nooit aan een bed. Kleptomane “managers” verdienen ministerssalarissen en soms het dubbele. Dat de thuiszorg nog niet is ingestort is niet te danken aan het uitgeflakkerd kachelhout dat soms in de directeurszetels prijkt, maar alleen aan het plichtsbewustzijn van onderbetaalde, afgesloofde, meest vrouwelijke werkers. Had het aan de bekommernis van de politiek gelegen, dan was er geen thuiszorg meer geweest. Dan hadden stokoude mensen ongewassen en onverzorgd op hun bovenwoninkje gezeten.

 Volgens de enquête denkt de helft van de werknemers dat de zorg binnen vijf jaar niet meer kan bieden waarvoor ze bedoeld is: mensen verzorgen en genezen, of zelfs levens redden. Maar politici hoor je er niet over. Die willen alleen maar onderzoek naar het falen. Dat geeft de politieke wereld tijd om verder te doen alsof zijn neus bloedt. Veel jonge artsen en verpleegkundigen vertrekken naar het buitenland. In de toch al onderbemande gehandicapten-zorg steeg het aantal patiënten in zeven jaar tijd met dertig procent, het aantal personeelsleden met negentien.

 Gevolg is ook een andere vorm van migratie: de rijkere, goed verzekerde Nederlander gaat steeds vaker naar privé-klinieken, of maakt gebruik van de veel betere gezondheidszorg in Duitsland of België. De Nederlandse ziekenhuizen blijven achter met overwerkt, vaak opgejaagd en onderbetaald personeel, dat steeds meer fouten maakt. Jaarlijks sterven er onnodig ruim 1700 mensen in Nederlandse ziekenhuizen (onderzoek uitgevoerd op initiatief van de Orde van Medisch Specialisten) – twee keer zoveel als er jaarlijks omkomen in het verkeer.

 Weer een andere vorm van migratie is het vertrek van homoseksuelen, vooral uit Amsterdam. Lokale politici mogen de stad dan met de gebruikelijke Hollandse bescheidenheid “de homohoofdstad van Europa” noemen, de agressie tegen die bevolkingsgroep neemt steeds meer toe, vooral van de kant van islamitische jongeren. Homo’s zijn hun huis uit gepest en op straat aangevallen, tot bij het monument voor in de oorlog vermoorde homoseksuelen toe. De in de stad sinds mensenheugenis heersende PvdA denkt het probleem te bezweren met de belofte van “meer voorlichting op de scholen”, maar veel homoseksuelen wachtten het effect van zulke beloftes niet meer af. Hun vertrek betekent niet alleen verlies van cultuur en sociologische veelvormigheid, maar ook van heel wat koopkracht.

 
In het Oosten en Zuidoosten vertrekken steeds meer Nederlanders de grens met Duitsland over. Huizen kosten er dertig à veertig procent minder dan in Nederland. In Limburg neemt de bevolking mede om deze reden al jaren af. Ook zijn de belastingen in Duitsland lager, benzine en openbaar vervoer goedkoper, en onderwijs en gezondheidszorg beter. Een aangename bijkomstigheid is dat Duitsers over het algemeen wat minder onbeschoft zijn dan Nederlanders.

Te moe-lik

Over het belabberde onderwijs worden in deze verkiezingscampagne dezelfde scheurkalenderwijsheden gedebiteerd als een decennium geleden. Toen werd Nederland “klaar gemaakt voor de 21ste eeuw”, nu “voor de toekomst”. Inmiddels is de verloren generatie van toen opgevolgd door die van nu. Middelbare scholieren met een opvallend gebrek aan algemene ontwikkeling gaan naar de universiteit en als ze ervandaan komen kunnen ze nog steeds geen behoorlijk Nederlands schrijven. Exacte vakken worden bijna niet meer gekozen. Te moe-lik. Dertig jaar geleden werden in Amsterdam vliegtuigen, locomotieven, dieselmotoren, schepen en auto’s geproduceerd. Al die fabrieken zijn dicht. “De lonen zijn te hoog,” zeiden de politici schouderophalend. Dat het onderwijs geen vaklui meer kon leveren – daar werd niet over gepraat. Nu vervaardigt men vliegtuigen, locomotieven, dieselmotoren en auto’s in lage-lonenlanden als Duitsland, Frankrijk en Zweden.

In Duitsland benadrukt bondskanselier Angela Merkel dat Bildung und Forschung de speerpunten zijn van haar beleid. In de Nederlandse verkiezingscampagne is onderzoek geen thema. Te moe-lik. Research is in Nederland een ondergeschoven kindje waaraan veel minder geld wordt uitgegeven dan in de omringende landen, ook al rekent men allerlei regeringsinstituties mee, zoals bijvoorbeeld het The Hague Centre for Strategic Studies, waar in moeizaam Engels gestelde rapporten worden geproduceerd voor de archiefkast. Maar als de vooraanstaande farmaceutische research in Noord-Oost-Brabant dreigt te verdwijnen naar Parijs, hoor je de politiek niet.

 Evenmin wordt er op de Duitse manier gesproken over de belabberde toestand van het onderwijs, tenzij over wat meer geld. Maar wat moet je met geld als je daarvoor onbevoegde leraren krijgt, of onderwijzers die onvoldoende kunnen lezen of rekenen, of kleuterjuffen die  de kinderen van buitenlanders geen Nederlands kunnen leren? Hier en daar ontstaan in arren moede ouderinitiatieven, vaak van gelovigen, om een eigen school op te richten. Elite-scholen, roept links, en tracht zo veel mogelijk de in de grondwet gegarandeerde vrijheid van onderwijs te blokkeren. Het is een visie waarin kindertjes niet naar school moeten om in de eerste plaats zelf iets te leren, maar om hun mede-leerlingtjes te “emanciperen”.

 Voeg daarbij een uitgedijde onderwijsbureaucratie van carrièristen zonder enige ideologische passie, die de scholen bestoken met formulieren, eisen, brandbrieven, testen en nog veel meer papier dat de onderwijzers krankzinnig maakt – een bureaucratie die eerder oog heeft voor de kwaliteit van de eigen werkomgeving dan voor de toestand van de schoolgebouwen. De vorige minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven (CDA), gaf daartoe nog eens een extra impuls. Toen zij aantrad in het spiksplinternieuwe ministerie, het hoogste gebouw van Den Haag, begon ze ermee op hoge poten een nieuwe werkkamer te eisen, een grapje van honderdduizend euro. Goed voorbeeld doet goed volgen.

 Ik zelf weet weinig van de onderwijsbureaucratie, maar mij dunkt dat er al veel gewonnen was, als op een stormachtige nacht duizend bussen vol met dit soort types van de Afsluitdijk zouden waaien. Bovendien zou dat een aardige bezuiniging betekenen.

 Van links is in dit opzicht niets te verwachten. Volgens een recente enquête van het Onderwijsblad van de Algemene Onderwijsbond stemt maar liefst 82 procent van het onderwijzend personeel – inclusief de incapabele bureaucratie – op een van de linkse partijen (PvdA 30, D66 22, GroenLinks 20, SP 10). Linkse partijen zullen hun achterban, hoe onbekwaam ook, niet de laan uit sturen.

Bezuinigen à la Job Cohen

 En nu dient er dus bezuinigd te worden. Het begrotingstekort over dit jaar zal veertig miljard euro belopen, zo blijkt uit de laatste voorspelling die het Centraal Planbureau op 1 juni heeft gepubliceerd. Op 2 juni kwam daar het standpunt van de Nederlandsche Bank bij, die ervoor pleit Duitsland na te volgen en begrotingstekorten grondwettelijk zo goed als onmogelijk te maken.

 Rekenkundig valt daar geen speld tussen te krijgen, politiek wel.

 Bezuinigen kan globaal gezegd op twee manieren: minder uitgeven of meer binnenhalen. Dat laatste bepleiten de linkse partijen. Inkomens boven de 150.000 euro zouden in de visie van de PvdA met 60 procent moeten worden belast (nu 52 procent), de SP wil een toptarief van 65 procent. Het PvdA-plan levert een kwart miljard op, althans volgens lijsttrekker Job Cohen, dus een druppel op een gloeiende plaat. Voor hoeveel goedverdieners dat eveneens de druppel is die de emmer doet overlopen, en hun doet uitzien naar een onderkomen in Duitsland waar ze nog geen 40 procent betalen, zegt hij er niet bij.

 De PvdA wil, volgens fractieleider Mariëtte Hamer in de NRC, de bezuinigingen voor zich uitschuiven en pas over 15 jaar de overheidsfinanciën op orde hebben. Dan zou kunnen worden waargemaakt wat Cohen zijn achterban beloofde: de uitkeringen blijven op peil en de ambtenaren gaan er niet op achteruit. “Anders worden de armen armer en de rijken rijker,” zei Felix Rottenberg in een van de vele hem en zijn partij welgezinde programma’s op de openbaar gefinancierde televisie. Maar tegen die ontwikkeling is geen kruid gewassen, rijken zijn nu eenmaal rijk omdat ze goed met geld kunnen omgaan. Het is op de wereld zo gesteld/ en niets kan dat verhinderen/ de rijken krijgen steeds meer geld/ en de armen steeds meer kinderen, dichtte John O’Mill al een halve eeuw geleden. Zo verschrikkelijk arm zijn de Nederlandse “armen” overigens niet. Een alleenstaande met bijstand (de laagste uitkering) ontvangt samen met zijn huursubsidie en zorgtoeslag ongeveer 1200 euro netto per maand plus in mei bijna 900 vakantiegeld.

 In Nederland geniet bijna een kwart van de bevolking tussen de 16 en de 65 (studenten en promovendi niet meegeteld) van een uitkering. Het overgrote deel van de immigranten verdwijnt vrijwel automatisch de onderklasse in, stelde Pim Fortuyn al vast, en niemand die hem beargumenteerd tegensprak. “Ze komen op onze uitkeringen af,” treiterde Geert Wilders, en een reeks linkse politici sprak hem hees van verontwaardiging tegen. Maar nog zaterdag 29 mei berichtte de correspondent van het Antilliaanse avondblad Amigoe uit Rotterdam, dat in het Ahoy-complex die ochtend “de theatergroep de Antillean Star” was opgetreden “met een leuk toneelstuk over vier Antillianen die om verschillende redenen naar Nederland komen, zoals een studie, een baan, of … een uitkering.” (De doorlooppuntjes zijn van mij. FP) Het optreden van de theatergroep was gesubsidieerd door het door de PvdA gedomineerde Rotterdamse stadsbestuur.

 
Zozeer koestert de PvdA zijn allochtone achterban, dat het Enschedese raadslid André Boersma na de zware nederlaag van zijn partij bij de raadsverkiezingen eerder dit jaar, verzuchtte: “Wij zijn de partij van de allochtonen geworden”. In Helmond is tachtig procent van de plaatselijke PvdA-leden allochtoon. Vijf van de zes overgebleven sociaaldemocratische raadsleden zijn er van allochtone kom-af. In de Bijlmermeer, een Amsterdamse deelgemeente, wordt de aanhoudende corruptie van Caribische en Afrikaanse PvdA-leden steeds opnieuw door het stads- en partijbestuur met de mantel der liefde bedekt.

 Al vorige zomer heeft de toenmalige partijleider Wouter Bos ervoor gewaarschuwd dat witte Nederlanders zijn partij als de “Partij van de Allochtonen” gaan zien. Vandaar de neergang bij de verkiezingen de laatste vijftien jaar. Bos echter is een roepende in de woestijn, ook in ander opzicht. Als minister van Financiën is hij vrijwel dagelijks door zijn ambtenaren gewaarschuwd voor het begrotingstekort waarop het land afstevende. In zijn partij heeft hij daarvoor gewaarschuwd. En ook daarbuiten. Er was, zei hij, geen ruimte meer voor partijpolitieke stokpaarden: lees de hoogte van uitkeringen en ambtenarensalarissen. Er dienden “tientallen miljarden” bespaard te worden op het overheidsbudget. “De manier waarop de overheid zich bemoeit met de Nederlandse samenleving en de Nederlandse economie gaat terug naar de tekentafel,” zei Bos op 30 september vorig jaar in de Tweede Kamer.


 Maar de boodschap van Bos was in het partijbestuur aan dovemansoren gericht. De partij koos voor haar allochtone cliëntèle. Bos begreep het en overreedde de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, zeer geliefd in allochtone kring, om zijn opvolger te worden. Bos deed dat op dinsdag 6 oktober vorig jaar tijdens een vertrouwelijke bijeenkomst in het Amsterdamse café Keyzer, die echter werd gadegeslagen door Theodor Holman van Het Parool. Holman noteerde Bos’ vraag aan Cohen: “Wil jij een rol spelen als ik het kabinet laat vallen?”

 En zo is het gegaan. Bos trompetterde met Kerstmis in Vrij Nederland nog wel: “Als ze me uitdagen, kunnen ze me krijgen,” maar de teerling was al geworpen. Even later liet hij het kabinet vallen op de Nederlandse militaire aanwezigheid in de Afghaanse provincie Oeroezgan, daarmee de Nederlandse betrouwbaarheid bij bondgenoten als Duitsland, Frankrijk, Engeland en de VS te grabbel gooiend. Die landen hebben we de komende tijd blijkbaar niet meer nodig. Overigens praat in de huidige verkiezingscampagne niemand meer over Afghanistan.

De hypotheekaftrek

 Even later stapte Bos op “om meer aandacht te besteden aan zijn gezin” en werd in een vloek en een zucht opgevolgd door de 62-jarige Job Cohen (“jeugd draagt de fakkel verder”), een als het om staatsfinanciën gaat, onbeschreven blad. Die man weet zo weinig van economie dat hij tegenover de de enquêtecommissie die onderzocht hoe een Amsterdams metrolijntje met slechts vijf nieuwe ondergrondse stations, maar liefst 3 miljard moet kosten, de indruk wekte dat hij al die tijd dat de raad over de achtereenvolgende kostenverhogingen sprak, heeft zitten slapen. Deze beoogde premier die Nederland uit zijn hallucinerende begrotingsproblemen moet leiden, volgt nu een spoedcursus economie. Intussen is, tijdens de verkiezingscampagne het PvdA-programma in economisch opzicht al vijf keer veranderd. Maar een ding staat voor de PvdA vast: de hypotheekaftrek moet omlaag, en op termijn afgeschaft.

 Daarmee lijkt de partij afscheid te hebben genomen van zijn vroegere, welhaast vanzelfsprekende achterban van arbeiders, tegenwoordig werknemers in het bedrijfsleven geheten. Het zijn de ploeteraars die de rekening mogen betalen. In hun sector zijn de reële inkomens de laatste negen jaar niet meer gestegen. En nu wil uitgerekend de PvdA hun de hypotheekaftrek ontnemen, hun laatste mogelijkheid om aan de moordende inkomstenbelasting van gemiddeld veertig procent enigszins te ontsnappen.

 Men dient daar niet te gering over te denken. De gemiddelde hypotheek in Nederland beloopt bijna een kwart miljoen euro, vier keer zo veel als in België. Dat betekent duizend euro alleen al aan rente per maand. Als je die kunt aftrekken krijg je zo’n vierhonderd euro terug. De letterlijk huizenhoge hypotheken zijn veroorzaakt door de waanzinnig hoge huizenprijzen. Niet dat de eenvormige blokken en rijtjes in de naoorlogse uitbreidingswijken (“de zelfmoordblokkendozen van het socialisme,” schreef Gerard Reve al) zo populair zijn, maar er is niet veel anders beschikbaar. En de overheid incasseert gemiddeld eenderde van de nieuwbouwprijs van een huis aan overdrachtsbelasting en kunstmatig hooggehouden grondprijs. Dat is dus zwoegen voor twee partners.

 Is het raar dat de blue collars zich massaal tot de liberale VVD wenden, zo lang die partij de hypotheekaftrek garandeert? En dat ze niet nog eens vijftien jaar willen wachten, totdat de PvdA de overheidsfinanciën op orde denkt te hebben?
 
(Frans Peeters)

June 5, 2010 at 6:19 am Leave a comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,699 other followers