Posts tagged ‘Nazis’

Het Brussel van Elsschot

 

Wie Elsschot zegt denkt Antwerpen. De film Lijmen Het Been van Robbe De Hert met onder andere Mike Verdrengh en Koen de Bouw heeft de koekenstad als decor. Dat klopt niet met het boek van Elsschot en ook niet met de realiteit waarop het gebaseerd is: het tragikomische verhaal van Boorman, mevrouw Lauwereyssen en Frans Laarmans speelt zich af in Brussel, en wel in het historische hart van de hoofdstad waar reclameman Alfons De Ridder, alias Willem Elsschot, zijn bureau en zijn stamcafé had, wellicht het “café van Dikke Jeanne.” Elsschot en Brussel, het is een band die onbekend en onderbelicht is en daar wil een andere Brusselaar iets aan doen: Lucas Catherine met name die in Elsschots oude buurt woont en die eerder naam maakte als eminente kenner van het Midden-Oosten en het Israëlisch-Palestijns conflict. Het verband tussen die twee – Elsschot en de Arabische wereld – legt hij hieronder zelf uit.

Johan Depoortere

Tachtig jaar geleden verscheen Lijmen/Het Been als één boek.

Misschien denkt u nu, hoe komt het dat Lucas Catherine die toch vooral over Kongo, de Arabische wereld en Islam schrijft, het over Willem Elsschot heeft? Wel dat is een heel verhaal:

In 1979, toen nog geen journalist het woord jihad had gebruikt kocht ik het zeer academische boek: The doctrine of Jihad in Modern History. In de eerste paragraaf viel al de eerste voetnoot, en wel bij de zin: of all Islamic institutions, jihad is certainly the one that offers the most admirable ressources for studies on the inexhaustible and complex theme of the relationship between Islam and Western colonialism.1

De auteur had hier duidelijk de marmer- en piano-tekst van Boorman en Laarmans uit Lijmen/Het Been toegepast. Dit is de oorspronkelijke Elsschottekst: De tous les matériaux de l’architecture, le marbre est certes celui qui offre les plus admirables ressources au prodigeux et inépuisable thème de la décoration.

En van het een komt het ander en heb ik Lijmen/Het Been herlezen en wat bleek voor mij als Brusselaar: Je kon dat boek gebruiken als een soort historische gids om mijn wijk, de Vismet en dat is dus de oude Brusselse haven te leren kennen tijdens de Belle Epoque en het Interbellum.

untitled--2

Het echtpaar Elsschot op wandel in Laken, bij het Chinees Paviljoen (foto Letterenhuis)

Willem Elsschot heeft tussen 1911 en 1914in Brussel op nogal wat adressen gewoond: Waterloose steenweg 41 (St-Gillis); Waverse steenweg 929 (Oudergem) en in Laken, Bockstaellaan 237, 3deetage boven Café Le Cygne (patronne: Dikke Jeanne), nu bakkerij. Hij vlucht naar Antwerpen bij het uitbreken van de oorlog, maar zal Brussel iedere donderdag bezoeken, onder andere om zijn kleinzoon Tsjip in Ukkel te zien (E. Cavellstraat 106), stad waar hij ook naar toevlucht tijdens WO II.

Je mag niet vergeten dat ook zijn La Revue Continentale Illustrée = Algemeen Wereldtijdschrift voor Handel, Financiën, hier in Brussel op meerdere adressen gevestigd was, oa Quai des Charbonnages 74, Koolmijnenkaai, Molenbeek en in oktober 1913 : Brandhoutkaai 51 (Vismet, nu Citadinnes). Wat ook nogal eens vergeten wordt is dat hij een reclamebureau bezat: La Propagande Commerciale met een kantoor in A’pen, maar ook in de rue de la Reinette 11, Pippelingstraat, bij de Naamse Poort .

Alfons De Ridder heeft zijn pseudoniem, Willem Elsschot in Brussel gelanceerd, maar het verwijst eigenlijk naar een dorp in Limburg van waaruit zijn moeder afkomstig was. Ook zijn eerste roman Villa des Roses heeft hij van hieruit uitgegeven. Het contract met de uitgever schreef hij neer op briefpapier van La Revue Continentale/ Het Algemeen Wereldtijdschrift.

Cover Revue Continentale Illustrée (bibliotheek Ugent)

Elsschot zei zelf: Niet alleen walg ik van de reclame, maar ook van de commercie in het algemeen. En ik heb Lijmen geschreven omdat ik er op één of andere manier van af moest komen. De gebeurtenissen in de boeken hebben zich ook in de werkelijkheid voorgedaanIk heb feitelijk niets anders dan een dagboek bijgehouden.

Brussel, en dan vooral het Brussel van net voor de Grote Oorlog is dan ook erg goed te herkennen in Lijmen/Het Been.Gezien al die adressen heeft Elsschot nogal wat rond gehangen in onze stad en zich verplaatsen was toen nog geen probleem. Brussel had net de paardentrams vervangen door elektrische trams en het centrum was prima verbonden met voorsteden als Ukkel, Sint-Gillis, Oudergem, Elsene of Laken. Zo zong Jef Casteleyn op de wijze van de Marseilleise

Pour admirer notre Belgique

Comme la richesse elle l’a changée

On voyait des trams éléctriques

Remplis de Belges et Etrangers

En de auto’s verschenen in het stadsbeeld. Het eerste Brusselse autosalon werd al in 1899 georganiseerd in de Pôle Nord (tussen de Kathelijnekerk en het de Brouckère plein) en vanaf 1902 gebeurde dit jaarlijks in het Jubelpark.De auto zou de trein gaan beconcurreren, of zoals Korthals het tegen Boorman uitlegt: Vroeger werden onze lieve doden gewoon per spoor verzonden, net als haring. Zij werden gewogen, mijnheer, en moesten op een vrachtbrief tot eindelijk onze veertien (zijn gemotoriseerde lijkwagen) aan die gruwel een einde heeft gemaakt. 

Leopold II voorziet in zijn testament al de aanleg van de eerste autoweg Brussel-Oostende.

De Vismet met de Brandhoutkaai (collectie Plaizier)

De Vismet vandaag

Tussen smederij Lauwereyssen, Vlaamse steenweg 62, en het redactieadres van La Revue Continentale Illustrée lag de vroegere haven. Ze werd stelselmatig gedempt. Het dok dat voor het nummer 51 van de Brandhoutkaai lag was het laatste en verdween één jaar voor Elsschot er kwam werken. De Vismarkt werd er opgericht, tussen de Kathelijnekerk en de Populierstraat, maar het noordelijk deel van wat we nu nog de Vismet noemen werd chic. De cavitjes en kabberdoesjen die typisch waren voor de havenwijk ruimden plaats voor meer burgerlijke gebouwen. En ook de industrie rond de haven trok weg: de duurte van de grond, waardoor de meeste fabrieken de wijk moeten nemen uit het centrum, zoals Boorman de toestand samenvatte aan mevrouw Lauwereyssen..

De Varkensmarkt, aan het einde van de Vismet, werd verbreed, net als het kanaal. En parallel met de Vismet werd de Dansaertstraat aangelegd als veel bredere concurrent voor de smalle Vlaamse steenweg. Wat nog eens de grondprijs de hoogte in joeg en van de Vlaamse Steenweg een ingesloten populaire wijk maakte tussen riante nieuwbouw. Het wordt haast een Vergeten Straat, denk aan haar beschrijving in het Algemeen Wereldtijdschrift: Kent gij de rue de Flandre? Bezoekt haar en lezer, ook al had gij haar bestaan niet vermoed, en gij zijt ons dankbaar, niet? Want geen gids ter wereld, ook niet het reisbureau Orient, dat anders van aardige hoekjes afweet, had u er nooit heengebracht…Lezer gij hebt nu een hoekje van Brussel bezocht, waarvan gij het bestaan niet had vermoed.

Vlaamse Steenweg (collectie Plaizier) “En zo was ik met mijn rouwende drijver op een onzalige voormiddag toevallig in een zijstraat van de Chaussée d’Anvers terecht gekomen, niet ver van de Rue de Flandre waar Lauwereyssen en dikke Jeanne zaken deden. De groentemarkt was in volle gang. Er stonden talloze handkarretjes, ieder met een schreeuwend wijf, en op het trottoir verdrongen zich de koopsters alsof er voor allen niet genoeg zou zijn.” (Het Been – OP DE MARKT)

Café op de Vlaamse Steenweg: de inspiratie voor “het café van Dikke Jeanne?”

Langs de grote centrale lanen die onder Leopold II waren aangelegd over de gedempte Zenne, vestigden zich de eerste grote luxe restaurants. De vreemdeling die door ’t centrum van Brussel slentert en die, verdoofd door de drukte en de herrie, ergens bij de Beurs op een bank gaat uitrusten… verbeeldt zich nu eenmaal dat het centrum van die weelderige stad alleen uit hotels, koffiehuizen, patisserieën en parfumwinkels bestaat.De meer populaire restaurants vond je in de Beenhouwersstraat en langs de Vismarkt. Elsschot zal trouwens Louis-Paul Boon voor het eerst ontmoeten in Les Armes de Bruxelles, in die Beenhouwersstraat.

Het is de tijd dat de Belgische keuken haar eigen stijl ontwikkelt, onder meer dankzij Gaston Clément (1879-1973) die als kok voor Leopold II en Albert I werkte. Hij is niet alleen de founding father van de Belgische keuken, maar promoot ook een nieuwigheid in onze voeding, de conserven. Van hem zijn de legendarische woorden: ‘de beste asperges zijn de asperges uit blik’. En die conserven nemen in het Museum voor Inlandse en Uitheemse Voortbrengselen (de centrale gang in het kantoor van het Wereldtijdschrift) het meeste plaats in. Mevrouw Boorman komt er zich regelmatig bevoorraden en veertien jaar later vraagt Boorman zich in Het Been af of zij niet is gestorven aan al die conserven.

In Boormans Museum prijkt naast een standbeeld van Leopold II, een negerafgod, een werpspeer en een baal rubber. De exploitatie van Congo had na de Belgische overname in 1910 een geweldige toename gekend. Alle produkten uit de kolonie werden in Antwerpen gecommercialiseerd, behalve twee luxe items: de banaan en de cacao. Dat de banaan bij het gewone volk een luxeproduct was, blijkt in Het Been, wanneer tijdens de veiling van de stock Wereldtijdschriften een van de bieders, ostentatief vier bananen zit te eten. Alleen mensen met geld konden ze zich veroorloven en het mevrouwtje doet dan ook het hoogste bod: “Zo liet ook mijn buurvrouw de vellen van haar vierde banaan afhangen, zonder de laatste hap te doen…tot mijn buurvrouwtje dat de hele morgen gegeten en gezwegen had, haar onttakelde banaan in de hoogte stak om de aandacht van de notaris te trekken en rustig driehonderdvijftig bood. 

Bananen kwamen toen exclusief uit Congo – het is pas na de Tweede Wereldoorlog dat de Amerikanen hun Latijns-Amerikaanse bananen bij ons zullen introduceren – en in de havenwijk waren er dan ook verschillende bananenrijperijen. Zo waren de huidige binnenparking van restaurant La Belle Maraichère en het kunstencentrum Argos oorspronkelijk bananenrijperijen.

Inladen van Bananen in Kongo (foto Otraco)

En dan is er de cacao die de reeds bestaande chocolademakerijen niet alleen een boom bezorgde, maar de Congolese cacao zorgde van toen af voor de speciale diepe smaak van de Belgische chocolade. De cacao was van ons, en dus niet duur, dus mocht er extra veel in de cacaoboter. En toen kwam een Griekse Ottomaan uit Gent op het lumineuze idee om, zoals men frieten op straat aan het gewone volk verkocht, zijn pralines op de centrale lanen aan de paraderende bourgeoisie te verkopen. Leonidas Georges Kestekides had met zijn chocolade een prijs gewonnen op de koloniale tentoonstelling van 1910 en verhuisde in 1924 (het jaar dat Lijmen verscheen) zijn fabriek van Gent naar de Devaustraat (naast de Kiekenmarkt) en opende enkele winkels langsheen de centrale lanen2. Ze bestaan nog.

Ook de al bestaande kleine warenhuisketen Delhaize werd groot dankzij haar koloniale produkten. In 1906 werden ze hofleverancier voor cacao en koffie uit Kongo en waren mede-financiers van het koloniale luik van de Wereldtentoonstelling in Brussel, 1910. Ze hadden ondermeer een winkel op de hoek van de Vlaamse steenweg en het Kathelijneplein. Ze versierden hun winkels met een Belgische Leeuw (vandaar Delhaize Le Lion), de slogan: gebruikt de producten uit onze kolonie en met een borstbeeld van Leopold II. Het is dan waarschijnlijk niet toevallig dat Boorman zijn Museum op dezelfde manier inrichtte.

Vitrine Delhaize –1920 (colectie Delhaize)

Niet alleen de fabrieken trekken weg uit deze nieuwe, chique wijk, ook La Revue Continentale verlaat de Brandhoutkaai en trekt over het kanaal naar de Steenkoolmijnkaai 74.

Maar niet alleen La Revue Continentale Illustrée diende Elsschot als inspiratiebron, ook zijn reclamebureau La Propagande Commerciale (met een adres in A’pen, maar ook in de rue de la Reinette 11, Pippelingstraat, bij de Naamse Poort). Met dit bureau geeft hij onder andere de officiële catalogi uit van de Koloniale Wereldtentoonstellingen in Antwerpen en Luik (1930). Na ruzie met zijn vennoten (1931) geeft hij in eigen naam de catalogus uit van de Wereldtentoonstelling in Brussel, 1935. De rue de la Reinette loopt parallel met de Naamse Poort en daar was al tijdens de Kongo Vrijstaat van Leopold II een koloniale wijk ontstaan. Centrum was het Café de l’Horloge waar nu een metro-ingang is. Dat was een heel chic café waar het koloniaal kapitaal vergaderde. Je betaalde er niet met geld maar met jettons. Die moest je in tamelijk grote hoeveelheid ineens aankopen, zo beperkte men de clièntèle tot alleen maar de kapitaalkrachtigen.

Dit Art Nouveau Café werd tijdens de aanleg van de kleine ring als voorbereiding voor Expo 58, afgebroken en opgekocht door de grote baas van de Hiltonketen. Het werd steen voor steen genummerd en terug opgebouwd in Cairo in de Nile Hilton waar het bekend staat als Taverne du Champ de Mars, naar het Brusselse plein waar het stond. Minder begoede kolonialen spraken af in meer populaire cafés bij het begin van de Waversesteenweg. Het meest bekende was Le Lion Belge en dat moet Elsschot zeker bezocht hebben. Waarschijnlijk diende het als voorbeeld voor Brasserie du Lion Royal waar Boorman Laarmans zijn contract laat ondertekenen.

De koloniale wijk aan het begin van de Naamse Poort, gezien vanaf de Pippelingstraat (archief Stad Brussel)

Maar hiermee zijn we al ver van smederij Lauwereyssen, rue de Flandre 62 en het café van Dikke Jeanne.In deze oude havenwijk nemen de sociale conflicten toe. De kloof tussen rijk en arm wordt er erg groot, getuige het verhaal van de mosselvrouw die op afbetaling een pelsmantel had gekocht bij Weinstein, een van juifs de la rue Sainte Cathérine en die na vier jaar niet meer kon afbetalen. In Brussel stonden de joden bekend om hun handel in textiel en ook in pels. Mijn tante Julia heeft jaren bij de jood in de pels gewerkt tot ze er stoflong van kreeg. De bekendste winkel waren de Grands Magasins Hirsch in de Nieuwstraat (waar nu de C&A is). Hirsch is de Brusselse folklore ingegaan omdat zijn kleren tweedehands werden verkocht uitgespreid op de grond van de Voddenmet die daarom ook ondermeer als bijnaam kreeg Hirsch par Terre. Dat er in de Kathelijnewijk nogal wat joodse mensen woonden kan je nog merken aan de koperen herinneringsstenen naast klerenwinkel Au Coin de Rue ter gedachtenis van het echtpaar De Leeuw-Levie, in Auschwitz vermoord door de nazi’s in 1943.

Het is ook de tijd dat de socialisten sterk worden. Na de invoering van het meervoudig algemeen stemrecht hadden de liberalen hun absolute meerderheid in de Brusselse gemeenteraad verloren. Liberaal burgemeester Charles Buls neemt dan ook ontslag omdat hij, zoals hij in zijn dagboek schrijft: je ne veux être ni le prisonnier des cléricaux, ni l’allié des socialistenEn de vakbonden worden sterk – Horta had al in 1899 het Volkshuis gebouwd – en mevrouw Lauwereyssen klaagt dan ook: als bij afspraak wordt het gereedschap neergegooid en gaan de heren vloekend aan het staken. En wat je dan ook praat, het baat niet. Zij eisen verkorting van werktijd en verhoging van loon… Zij hebben twee bondsleden op mij afgezonden, mensen van hun metaalbewerkersbond of hoe het dan ook moet heten. Drie weken lang heb ik nog weerstand geboden, maar toen moest ik wel toegeven…

Was dit ook de visie van Willem Elsschot? Ik betwijfel het want in Kaas dat tussen Lijmen en Het Been in verscheen (in 1933) schrijf hij haast een lofzang op de toenmalige Sovietunie (van Stalin!): Klerken zijn nederig, veel nederiger dan werklieden die door opstandigheid en eendracht enige eerbied hebben afgedwongen. Men zegt zelfs dat zij in Rusland de heren geworden zijn. Als het waar is dan hebben zij dat verdiend dunkt mij. Zij schijnen het trouwens met hun bloed gekocht te hebben.

Volkshuis van Victor Horta, nu afgebroken (collectie Plaizier)

Toen Elsschot, op aandringen van Nederlandse vrienden Het Been als een vervolg schreef op Lijmen moest hij zijn personages van tien jaar eerder laten evolueren. Dikke Jeanne uit het café in de Vlaamse steenweg vermagerde wegens suikerziekte en veranderde van haarkleur. Laarmans was weer een gewone bediende geworden, maar wat met Boorman?

Elsschot’s voormalige zakenpartner, René Leclercq, met wie hij zeven jaar eerder had gebroken, had psychische problemen gekregen en had zich laten behandelen in de kleine privé-kliniek Sans-Souci van dokter Titeca. De naam Titeca is trouwens in het Brussels nog een synoniem voor ‘zothuis’. Maar Boorman wordt elders opgesloten. Hij wordt door de politie aangehouden wegens ordeverstoring tijdens de veiling van de stock Wereldtijdschriften van mevrouw Lauwereyssen en de Brusselse politie voert gekken niet af naar een privé-kliniek, maar wel naar de psychiatrische afdeling van Brugmann, het OCMW-ziekenhuis van de stad. Daarvoor inspireert Elsschot zich op de lotgevallen van een goede kennis, Leo Frenssen, een ambulante kruidenier waar hij vaak mee discussieerde. Frenssen had in Antwerpen een partij gesticht voor Een Redelijke en Demokratische Communistische Maatschappij en gaf zo een krantje uit: De Voorlichter. Ze behaalden in 1938 zes zetels in de gemeenteraad en een jaar later wordt hij zelfs volksvertegenwoordiger. Tijdens een van zijn betogingen in Brussel werd Leo Frenssen door de politie opgepakt en naar de psychiatrische afdeling van het Brugmann-ziekenhuis gebracht. Hij vertelde zijn wedervaren in De Voorlichter en Willem Elsschot was er zo over verontwaardigd dat hij het verhaal gebruikt in de gasthuisscène van Het Been. Veel details kloppen: de zingende zot in bad, de geschifte die telkens opnieuw zijn bed dwangmatig opmaakt en de testen die Frenssen moest doen: onder meer snel na mekaar herhaalde malen Trente troisième régiment d’artillerie te zeggen. Bij Elsschot wordt dit Derde rijdende artillerie brigade.

Brugmann Ziekenhuis (collectie auteur)

Dezelfde Elsschot schreef ook een gedicht over communist Van der Lubbe – dat trouwens eindigt met mocht je beulen, groot en klein, door den Rus vernietigd zijn. Maar daarnaast schrijft hij ook, in 1947, een gedicht tegen de terechtstelling van nazi-collaborateur Borms. Zoals ze in Brussel zeggen: daane Elsschot, heum es nie veu ien gat te vange.

De auteur bij de gedenkplaat gemaakt door de de Brusselse kunstenaar Benoît van Innis op de plek aan de Vlaamse Steenweg waar zich wellicht de smederij van mevrouw Lauwereyssen bevond.

Lucas Catherine, Zaterdagplein –neuvest de Vismet en ’t Begaanhof,2018

1Willem Elsschot, Lijmen. In: Verzameld werk, Amsterdam 1963.

2Patisserie Centrale Leonidas. De term pralines Leonidas duikt pas in 1937 op.

June 6, 2018 at 3:29 pm 7 comments

BERLIJN: SPOREN ZOEKEN

IMG_0145Er is geen ontkomen aan: Wie Berlijn bezoekt wordt met geschiedenis om de oren geslagen. Het begint al zodra we op de Potsdamer Platz uit de metro stappen en ons op de plek bevinden waar Karl Liebknecht in 1916 opriep tot verzet tegen de oorlog.

IMG_0179

De socialist Karl Liebknecht was één van de heel weinige Duitsers die zich verzetten tegen de waanzin van de Eerste Wereldoorlog

De Potsdamer Platz zelf verwijst naar het recente verleden: 25 jaar geleden een stuk niemandsland in Oost-Berlijn, nu een uitstalraam van het Duitse en internationale kapitalisme. Het exuberante zelfvertrouwen dateert van vóór de crisis die in 2008 begon. Talrijke Berlijnse musea brengen de recente geschiedenis in beeld: Willy Brandt heeft zijn eigen informatiecentrum op Unter den Linden, het Reichstaggebouw dompelt je onder in het ontstaan van de Bondsrepubliek en de hereniging, de (schaarse) resten van de muur zorgen ervoor dat de scheiding van de twee Duitslanden niet vergeten wordt. Er is een DDR-museum, een Stasi-museum, een Muurmuseum – er komt geen einde aan.

IMG_0130

Potsdamer Platz

IMG_0133

Architecturale hoogstandjes op Potsdamer Platz

IMG_0139

Reichstag: de koepel van de Britse architect Norman Foster

IMG_0143

IMG_0162

Topographie des Terrors: de Nazis en de Muur

IMG_0165

Een indrukwekkende rij portretten van Berlijnse slachtoffers van de Nazibarbarbarij.

Zijn de Duitsers klaar met het verleden? In Berlijn wordt alvast de donkere Naziperiode niet onder de mat geveegd. Dat kan ook moeilijk met zoveel plekken en monumenten die aan die jaren doen denken: opkomst van Hitler, oorlog en deling van het land. Overal langs de grote boulevards en op de pleinen zuilen met foto’s van slachtoffers. In de Niederkirchnerstrasse – voorheen Prinz Albrechtstrasse – is op de plek waar destijds de Gestapo huisde de indrukwekkende Topographie des Terrors te bezoeken, met onder andere veel  foto’s van de duizenden gewone Berlijners die onder het nazisme het leven lieten en de stomme getuigenissen van repressie, moord en terreur. IMG_0166 IMG_0167 IMG_0171En ook de actualiteit kan de geschiedenis niet uit de weg gaan. Angela Merkel bezoekt Rusland en pleit in de Hermitage in Sint Petersburg voor teruggave van de zogenaamde Beutekunst: de twee en een half  miljoen kunstvoorwerpen die het Rode Leger aan het einde van de Tweede Wereldoorlog uit Duitsland heeft meegenomen. Aan de speech van Merkel ging een incident vooraf dat duidelijk maakt hoe de wonden van de oorlog nog altijd niet zijn geheeld. De Russen willen namelijk van teruggave van de kunstvoorwerpen niet horen – zij beschouwen ze als compensatie voor wat de Duitsers in de oorlog hebben aangericht. Om controverse te vermijden had Poetin alle toespraken in de Hermitage geschrapt, waarop Merkel dreigde het bezoek af te blazen. Poetin bond in – een overwinning van das Mädchen.

Merkel Putin

Merkel doet Poetin bakzeil halen. Geen geringe prestatie

Obama BerlijnWe komen aan in Berlijn, de dag nadat Barack Obama door duizenden op de Pariser Platz, aan de Brandenburger Tor werd toegejuicht en bijna dag op dag vijftig jaar nadat die andere Amerikaanse president, John Kennedy, hier de onsterfelijke woorden uitsprak: Ich bin ein Berliner. In de metro een oudere man met een Obama- verkiezingsbutton op de hoed. Ondanks zijn oorlogen, afluisterschandalen en gebroken beloften blijft Obama bij de Duitsers ongelooflijk populair.

Obama Merkel

Merkel en Obama: ook tegenover de machtigste man ter wereld staat Merkel haar mannetje. Op de gezamenlijke persconferentie had ze openlijke kritiek op het Amerikaanse spionageprogramma.

De kwaliteitskrant Die Welt stelt het in haar zondagseditie ook met verbazing vast en maakt de vergelijking tussen Kennedy en Obama: In 1963 was Kennedy voor de Duitsers de belichaming van de Amerikaanse Droom, zoals Barack Obama dat vandaag is. Obama is net als Kennedy half popster, half politicus, een outsider door zijn huidskleur zoals Kennedy dat was door zijn Iers-katholieke achtergrond. Maar toen zoals nu moest de Droom wijken voor de Realpolitik: Obama voert de drone-oorlog op, zoals Kennedy de Vietnamoorlog liet escaleren, Obama laat de Amerikaanse burgers bespioneren en stuurt de belastingsdiensten op zijn politieke tegenstanders af net zoals Kennedy alle gesprekken in het Witte Huis liet opnemen en de belastingsdiensten op zijn politieke tegenstanders afstuurde. Obama kon niet zoals beloofd Guantanamo sluiten en kon niet verhinderen dat de Arabische lente in een islamitische herfst veranderde. Kennedy kon niet verhinderen dat de Burgerrechtenbeweging in de rassenrellen van de jaren 60 ontaarde. De vergelijking gaat niet helemaal op: Obama kan moeilijk als Kennedy een compulsive womanizer worden genoemd.

JFK-1_41600

Kennedy: “Ich bin ein Berliner” konden de Duitsers ook begrijpen als “Ik ben een oliebol”

Die Welt am Sonntag besteedt niet minder dan vier volle bladzijden aan het historische bezoek van Kennedy aan Berlijn. We schreven juni 1963.  Twee jaar eerder – op 13 augustus 1961 – was de DDR begonnen met het bouwen van de muur. Dat Kennedy toen stormachtig door de Berlijners werd toegejuicht lijkt vandaag vanzelfsprekend maar was het toen allerminst. De toenmalige christendemocratische kanselier Konrad Adenauer merkte achteraf op dat de massahysterie voor Kennedy hem met angst deed denken aan dezelfde taferelen toen de Berlijners minder dan een paar decennia daarvóór Hitler hadden toegejuicht.

Kennedy Brandt Adenauer

Kennedy, Brandt, Adenauer. Het enthousiasme van de Berlijners deed Adenauer aan de Hitlertijd denken

Kennedy’s bezoek aan Berlijn was in werkelijkheid een riskante politieke gok. De leidende Duitse politici, van kanselier Adenauer tot burgemeester van Berlijn Willy Brandt waren er niet over te spreken dat de regering Kennedy zich kennelijk bij de bouw van de muur en de deling van Duitsland had neergelegd. Ook de publieke opinie was zeer ontgoocheld. De populaire Bildzeitung drukte het kernachtig samen in een historische vette  kop: Het Westen doet NIETS! Macmillan (toenmalige Britse premier – jd) gaat op jacht en Adenauer beschimpt Willy Brandt.features_jfk_berlin-trip-june1963

chroesjov

Kennedy en Chroesjov. De Westduitsers waren niet gelukkig met Kennedy’s pogingen tot ontspanning.

Dat laatste slaat op de bittere verkiezingscampagne waarin Adenauer in nauwelijks bedekte termen op Brandts afkomst als buitenechtelijk kind en zijn activiteiten in Noorwegen tijdens de oorlog had gezinspeeld. Maar beide politieke tegenstanders verketterden – naar buiten toe althans – de Amerikanen om hun passieve houding. Brandt, die zich graag de Duitse Kennedy liet noemen, schreef de echte Kennedy een woedende brief waarin hij suggereerde dat Berlijn een atoomoorlog waard was.

Dat was net wat Kennedy tot elke prijs wou vermijden. Hij had weliswaar in zijn verkiezingscampagne in een allusie op Berlijn beloofd elke prijs te betalen, elke last te dragen, elk offer te brengen om het voortbestaan en het succes van de vrijheid te verzekeren. Maar nadat hij de eed als president had afgelegd was Kennedy duidelijk gemaakt wat de gevolgen van een atoomoorlog voor de wereld zouden zijn. Na zijn overigens vruchteloze gesprekken met Chroesjov in Genève  kwam de jonge Amerikaanse president tot de conclusie dat de sovjets niet anders kónden dan een muur te bouwen om te verhinderen dat de DDR zou leeglopen en uit de Sovjetinvloedssfeer zou glippen. Geen fraaie oplossing vond Kennedy, maar: a wall is better than a war.

checkpoint charlie

Checkpoint Charlie: Hier stonden ooit Amerikaanse en Russische tanks tegenover elkaar. Nu een toeristenval

Aan deze kant van de oceaan zorgt de lauwe Amerikaanse reactie op de “communistische provocatie” voor diepe spanningen in het Atlantisch bondgenootschap. De Gaulle vindt het moment gekomen om Duitsland uit de Amerikaanse sfeer los te weken en te verleiden tot een Europese eenheid onder leiding van  – wat dacht u – Frankrijk. De Duitse Bondsregering onder Adenauer reageert geschokt op het Amerikaanse voorstel (in april 62) om met de Sovjetunie te onderhandelen over een atoomvrij Duitsland – Oost én West. De Westduitsers zien het als een poging om hen tot bondgenoten van de tweede rang te degraderen.

Het is tegen die achtergrond dat Kennedy twee jaar na de bouw van de muur (niet eerder!) beslist om naar Berlijn te komen. De Amerikanen maken zich zorgen om de Gaullistische en anti-Amerikaanse tendensen in de Bondsrepubliek en Kennedy moet met zijn enorme populariteit bewijzen dat een anti-Amerikaanse politiek geen steun vindt bij de bevolking. Het is een waagstuk, maar het wordt een triomf. Kennedy blaast warm en koud: aan het adres van hen die geloven in ontspanning en vreedzame coëxistentie roept hij met zicht op de muur: Laat ze naar Berlijn komen! Tegen een gehoor van fel anti-communistische studenten roept hij op tot net dezelfde ontspanning en vreedzame coëxistentie die hij eerder voor een groot publiek heeft afgewezen.

Dat Kennedy het Berlijnse publiek op zijn hand kreeg had ook te maken met de internationale gebeurtenissen van eind 1962. De Cubacrisis had de wereld op de rand van een atoomoorlog gebracht. Méér dan wie ook hadden de Berlijners de adem ingehouden toen de Russen kernwapens op Cuba installeerden en Kennedy duidelijk maakte dat hij dat niet zou tolereren. Als sovjetschepen en Amerikaanse oorlogsbodems in de Caraïbische Zee op elkaar afstomen zitten ze met bang hart voor de radio en hun zwart-wit tv. Ze beseffen immers dat Duitsland het ware slagveld zal worden van een atoomoorlog die akelig dichtbij lijkt. Kennedy weet het rampscenario te vermijden en een half jaar later halen de Berlijners hem in als een held.

IMG_0112

Het “Ampelmännchen:” We zijn in het voormalige Oost-Berlijn. Het Ampelmännchen (met hoed) is één van de weinige overblijvende sporen van het communistische Berlijn

IMG_0149

Het monument voor de Joden en de homoseksuelen, slachtoffers van het Nazisme

IMG_0159

De nieuwe kanselarij aan de Spree

IMG_0198

Bernauer Strasse: Gedenkteken van de Muur

IMG_0203

Slachtoffers van de muur

Johan Depoortere

Het volledige artikel in Die Welt am Sonntag

June 25, 2013 at 6:49 am 2 comments


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,590 other followers