Posts tagged ‘oorlog’

OBAMA’S NIEUWE OORLOG

De Nobellaureaat voor de vrede is weer op het oorlogspad. Na Afghanistan, Libië en de drone-oorlog in Pakistan is nu Syrië aan de beurt. President Obama verklaart dat het Syrische regime, door het gebruik van chemische wapens de “rode lijn” heeft overschreden. Daarom zullen de VS de rebellen die tegen Assad strijden nu volop, ook militair steunen. Een regelrechte oorlogsverklaring vindt de onafhankelijke onderzoeker en journalist Frank Lamb. Niet het gebruik van chemische wapens, maar de recente overwinningen van het Syrische leger en zijn bondgenoten van de Libanese Hizbollah zijn de directe aanleiding tot Obama’s nieuwe oorlog, die verstrekkende gevolgen kan hebben voor het voortbestaan van Syrië en voor de hele regio. Lees hieronder een samenvatting van het artikel dat eerder in de linkse blog COUNTERPUNCH is verschenen.

Johan Depoortere

obama

Barack Obama

Waarom verklaart Obama Syrië de oorlog? Kort gezegd:  vanwege Iran en Hizbollah, zeggen bronnen in het Amerikaanse Congres.   “De recente overwinning van het Syrische leger in Al-Qusayr was gezien de strategische ligging van de stad de échte “rode lijn.” De inname van Al-Qusayr kan toegevoegd worden aan de lijst van de Iraanse overwinningen, te beginnen met Afghanistan, Libanon, Irak en wijst op de groeiende invloed van Iran in de regio.”

Volgens andere bronnen was Obama om verschillende redenen niet erg geneigd om de rebellen directe militaire steun te geven. De Amerikaanse publieke opinie is niet rijp voor een nieuwe Amerikaanse oorlog in het Midden Oosten. Bovendien is er geen echt alternatief voorhanden voor Assad en voorts zijn het State Department en het Pentagon ervan overtuigd dat een Amerikaanse interventie in Syrië de doodsteek zou kunnen betekenen voor wat de VS nog aan invloed in de regio overhoudt, kortom dat een Amerikaans avontuur in Syrië de vlammen van een regionaal sektarisch conflict zou aanwakkeren en daarom nog slechter zou kunnen aflopen dan dat in Irak.

Tot vóór al-Qusayr leek het erop dat het Obama ernst was met zijn pogingen om tot een onderhandelde oplossing te komen. Volgens minister van Buitenlandse Zaken John Kerry kwamen er hoopgevende signalen uit Damascus, Moskou en zelfs Teheran. Maar dat is verleden tijd, ten dele omdat zowel Amerika als Rusland hun positie hebben verhard. En nu ziet het ernaar uit dat Obama de diplomatieke piste de rug heeft toegekeerd. Bronnen in het Congres stellen dat het Witte Huis ervan overtuigd is dat Assad’s recente overwinning en zijn toenemende populariteit een initiatief a la Genève  uitsluiten.

Obama is bovendien verzwakt door de recente binnenlandse schandalen, vooral de onthulling over de massale schendingen van de privacy van de burger door de Nationale Veiligheidsdienst (NSA). De haviken in het Congres onder leiding van de senatoren John McCain en Lindsay Graham houden niet op de oorlogstrom te roeren. Ze roepen dat Obama de nationale veiligheid van de Verenigde Staten in gevaar zou brengen als hij zou toestaan dat Iran, nadat de opstand is onderdrukt, in feite de baas wordt van Syrië . Ze pleiten voor het gebruik van lange-afstandsraketten om Assad’s overwicht in de lucht ongedaan te maken.  Een andere neocon, senator Robert P. Casey, een Democraat uit Pennsylvania, wil dat de VS het evenwicht op het terrein herstelt door de Syrische luchtmacht aan de grond te houden en een “veilige zone” in het Noorden van Syrië in te stellen met behulp van de Patriotraketten in Turkije.”

Als alternatief  zou  Obama de Syrische oppositie kunnen bewapenen en trainen in Jordanië zonder over te gaan tot het instellen van een no-flyzone. Maar dat is onwaarschijnlijk omdat het Pentagon de Syrische crisis nog vóór het einde van de zomer wil beslechten. “Op lange termijn werken met een stelletje ongeregeld van Jihadisten en rebellen die we nooit volledig kunnen vertrouwen” is volgens één bron geen aantrekkelijk alternatief. “Het Witte Huis is tot de conclusie gekomen dat wie A zegt ook B moet zeggen, wat betekent dat het nooit zal toelaten dat Iran en Hizbollah Syrië op zak hebben.”

John Kerry

John Kerry

Op 13 mei had minister van Buitenlandse Zaken John Kerry ontmoetingen met meer dan een paar dozijn militaire specialisten. Volgens de Washington Post gelooft Kerry dat wapens leveren aan de rebellen te weinig is en te laat om het evenwicht op het terrein in het voordeel van de rebellen te herstellen, en dat hij voorstander is van militaire actie om Assad’s militaire capaciteiten te verlammen.

Kort na Kerry’s ontmoetingen keerde koning Abdullah van Saudi-Arabië na een telefoontje van zijn veiligheidschef, prins Bandar Bin Sultan uit zijn paleis in Casablanca in Marokko naar zijn land terug. Bandar had blijkbaar zijn mannetje in het Witte Huis tijdens Kerry’s gesprekken met het team van president Obama. Koning Abdullah zou van Kerry de raad hebben gekregen zich voor te bereiden op een nakende uitbreiding van het regionale conflict.

Wat tussen nu en het einde van de zomer gebeurt zou catastrofaal kunnen uitvallen voor Syrië en misschien ook voor Libanon. Op Capitol Hill wordt de verhaallijn van de “chemische rode draad” niet ernstig genomen omdat hetzelfde niet-sluitende bewijs van een paar maanden geleden nu wordt gebruikt om wat neerkomt op een totale oorlog tegen het Syrische regime en al wie daarbij in de weg staat te verantwoorden.  Het verlies van 125 mensenlevens als gevolg van het gebruik – door wie ook – van chemische wapens verzinkt in het niet in vergelijking met de naar schatting 50000 bijkomende doden die in de komende maanden kunnen vallen en die het Pentagon heeft  “begroot” als de prijs voor het omverwerpen van Assad.

t1larg.libya.miliary.response.gi

Navo-bombardement in Libië

Wellicht wordt  “een beperkte, humanitaire no-fly zone” in delen van Syrië straks ingekleed als “humanitaire hulp.” Maar de ervaring in Libië leert dat zo iets als een “beperkte no-fly zone” niet bestaat. Het instellen van een “no-fly zone” is zoveel als een oorlogsverklaring. Zogauw de Verenigde Staten en haar bondgenoten met een no-fly zone beginnen zullen ze die uitbreiden en versterken omdat ze tal van andere militaire middelen zullen moeten gebruiken om de zones te handhaven tot het Syrische regime valt. “Je durft haast niet te bedenken  hoe dit zal eindigen en hoe Iran en Rusland zullen reageren,” zegt één bron.

Het Witte Huis probeert de publieke opinie en het Congres ervan te overtuigen dat een beperkte Amerikaanse inmenging mogelijk is en dat een no-fly zone niet noodzakelijk de vernietiging van de Syrische luchtafweer inhoudt. Ook dat is onzin. In Libië zag ik hoe de VS de no-flyzone met alle mogelijke middelen ondersteunde: met brandstofbevoorrading, verstoren van elektronica en speciale operaties op de grond – zodanig dat een kind op de fiets niet meer veilig was. De Navo vloog in 192 dagen 24682 missies en beweerde nooit een doel te hebben gemist, maar ook dat is een leugen. Honderden burgers werden in Libië gedood door Navo-vliegtuigen die ofwel hun doel misten of hun bommen afgooiden vóór ze naar hun basis terugvlogen. Met ongeveer 48 bombardementsvluchten per dag gebruikten ze een waaier van bommen en raketten, inclusief 350 Tomahawk kruisraketten.

Ik vroeg een buitengewoon goed ingevoerde medewerker van het Congres hoe hij het verloop van de gebeurtenissen in de regio zag over de komende maanden. Dit is wat hij antwoordde: “Misschien zal iemand een konijn uit de hoed toveren en de oorlogswaanzin stoppen, maar ik betwijfel het. Ik durf erop te wedden dat het Syrië we dat we kennen er binnenkort niet meer zal zijn – en dat geldt wellicht ook voor andere landen in de regio.

Frank Lamb

Frank Lamb is een onafhankelijk onderzoeker en journalist. Hij is verbonden met Americans for a Just Peace in the Middle East en schrijft onder andere voor Foreign Policy Journal. Hij is momenteel op onderzoek in Syrië en Libanon.

 Zie ook: http://www.foreignpolicyjournal.com/2013/06/10/west-to-pay-high-price-for-targeting-syrian-government-security-experts-claim/

jd

juni 19, 2013 at 4:16 pm Een reactie plaatsen

OBAMA’S EIGEN MOORDBRIGADE (deel 2/sluipwapens)

door Johan Depoortere

President Barack Obama, laureaat van de Nobelprijs voor de vrede, buigt zich op geregelde tijdstippen – zowat één keer per week -  over een lijst met namen. Hij kiest uit die namen wie zal leven en wie zal sterven. De wijze van executie is in de meeste gevallen:  dood door drone – een aanval met een onbemand vliegtuigje ver buiten de grenzen van de Verenigde Staten. De veroordeelden krijgen geen proces en mét hen sterven al wie de pech heeft zich in de buurt te bevinden, ook kinderen en onschuldige naasten of buren. Obama is met andere woorden behalve opperbevelhebber ook oppermoordenaar, zo schrijft blogger Tom Engelhardt in Tom Dispatch,  en dat is de keuze waar de Amerikanen in november vóór staan:  wie wordt de volgende president en de volgende oppermoordenaar.

Dat Obama het laatste woord heeft bij de opstelling van de kill list weten we dank zij The New York Times die het op zijn beurt te weten is gekomen via een lek uit het Witte Huis. Niet zo maar een lek. Dit is een verkiezingsjaar en de regering Obama heeft er blijkbaar behoefte aan met de spieren te rollen. Kijk eens, de president is geen watje. Obama mag dan de vredesprijs hebben gekregen als het erop aan komt is hij even flink als Mitt Romney of welke Republikeinse ijzervreter ook.  De New York Times, die “liberale” krant,  schrijft met sympathie, soms zelfs in juichende bewoordingen, over deze flinkheid van de president en met veel begrip voor zijn morele dilemma. Volgens de auteurs van het stuk in de Times is  Obama overigens ook mee verantwoordelijk voor de frauduleuze body count: de bijgewerkte statistieken over slachtoffers, waarin omstaanders en andere onschuldigen zijn weggezuiverd.

De aanvallen met drones zijn niet nieuw – zie een vorige post in Het Salon – ze zijn een erfenis van de regering Bush, maar het programma is onder Obama drastisch uitgebreid. Op de wekelijkse bijeenkomsten, door de ingewijden Terror Tuesdays genoemd, bekijken een honderdtal topfunctionarissen via videoconferentie PowerPointdia’s met namen, foto’s, biografieën en andere details van “terreurverdachten”. Een short list gaat naar het Witte Huis en het laatste woord over leven of dood heeft de president.  Zijn macht is op dat punt onbeperkt, democratische controle of juridische beperkingen onbestaande. Om op de dodenlijst terecht te komen volstaat het dat het kandidaat-doelwit zich schuldig heeft gemaakt aan “verdachte gedragspatronen” op het terrein in Jemen, Somalië of Pakistan. De president kan elke aanval, terreurdaad of moord op die manier tegenhouden, maar niemand kan de president tegenhouden.

Het slachtoffer op de dodenlijst kan van willekeurig welke nationaliteit zijn, de Amerikaanse niet uitgezonderd. Het Vijfde Amendement van de grondwet van de Verenigde Staten bepaalt dat “geen Amerikaan kan beroofd worden van leven, vrijheid of eigendom zonder geëigend wettelijk proces.” Maar het ministerie van Justitie onder Obama paste daar een mouw aan. Een geheim memorandum stelt dat “interne beslissingen door de uitvoerende macht” voldoen aan de eis van wettelijk proces voor moord door drone op een Amerikaanse burger in een land waarmee de VS niet in oorlog zijn.  Barack Obama, de voormalige hoogleraar grondwettelijk recht laat zich niet hinderen door de grondwet in die gevallen waar hij en hij alleen Amerikaanse burgers benoemt tot kandidaat voor dood door robot.

Priester van de dood

De titel van het stuk in de New York Times zegt het helemaal: “Geheime Dodenlijst test voor Obama’s Principes en Wilskracht. ” In welhaast religieuze termen wordt Obama voorgesteld als een moreel  iemand, die zich wijdt aan een “rechtvaardige oorlog” volgens de teksten van religieuze figuren als Thomas van Aquino en de Heilige Augustinus en die elke dode als een morele last op zijn schouders neemt. Zijn topmedewerker voor terrorismebestrijding, John Brennan, die in zijn CIA-periode tot over de oren betrokken was in het folterschandaal, wordt in het artikel tot twee keer toe letterlijk “priester des doods” genoemd.

Na lezing van het stuk in de Times krijg je de indruk dat dood door robot een obsessie is geworden voor dit Witte Huis en dat alle betrokkenen er zich met religieuze toewijding op toeleggen. We staan wellicht aan de vooravond, zo schrijft Engelhardt, van een nieuwe door de staat geleide en op het idee van nationale veiligheid gegrondveste Religie van de Mechanische Dood, met als theologische  basis  het feit dat we in een “gevaarlijke wereld” leven en dat de veiligheid van de Amerikanen de allerhoogste waarde is. De president en zijn apostelen belijden – zo lijkt het – hun geloof in de Kerk van de Heilige Drone. Natuurlijk kun je die “Terror Tuesdays in het Oval Office ook anders bekijken: niet als een tafereel uit een of ander kloosterconcilie of kerkelijke synode, maar als een mafiabijeenkomst met de president als de Godfather die met een hoofdknik aangeeft wie het volgende slachtoffer zal worden van zijn moordbrigade.

In de ambtsperiode van twee presidenten zijn we dus zover gekomen: Moord als way of life is een instituut geworden en volkomen genormaliseerd als een redelijke oplossing voor Amerika’s problemen in de wereld en als thema in een presidentscampagne.

Op naar de cyberoorlog

Na een lang verhaal over de interne verwikkelingen in het Witte Huis komt The New York Times tot de conclusie dat “zowel Pakistan als Jemen nu wellicht minder stabiel zijn en vijandiger ten opzichte van de Verenigde Staten staan dan vóór Obama president werd.” De twee landen die de meeste drone-aanvallen te verduren kregen zijn er nu dus slechter aan toe en gevaarlijker dan in 2009. Hoe machtig en gesofisticeerd de drones ook mogen zijn, ze hebben de lokale bevolking in die landen geradicaliseerd ook al hebben ze nog zoveel bad guys (en kinderen) van de aardbodem doen verdwijnen.

Wat de Times niet vermeldt is dat ook de Amerikaanse Democratie tot de slachtoffers behoort. Erger nog: het proces dat  grotendeels buiten het gezichtsveld van de meeste Amerikanen op gang is  gebracht, is niet meer te stoppen en leidt tot andere en nog meer sinistere vormen van geheime oorlogvoering.  Sinds kort blijken we in het  Witte Huis niet alleen een opermoordenaar te hebben maar ook een cyber-krijgsheer, die er niet voor terugdeinst  een nieuwsoortig oorlogswapen in te zetten, een hoogst geavanceerde computerworm, tegen een land waarmee Amerika niet eens in oorlog is. Dat is een daad van ongelooflijke roekeloosheid voor een land dat zo afhankelijk is van computersystemen en daardoor uiterst kwetsbaar voor een gelijksoortige tegenaanval.

De Founding Fathers, James Madison, Thomas Jefferson, George Washington en de anderen wisten wat oorlog is, maar ze waren geen aanhangers van de 18e-eeuwse equivalent van de Kerk van de Heilige Drone. Ze waren er zich evengoed als wie dan ook  in de huidige Nationale-veiligheidsstaat van bewust in een gevaarlijke wereld te leven, maar dat was geen excuus om één enkel individu de bevoegdheid te verlenen om eigenmachtig over oorlog en vrede te beslissen.  Dat was het gevaar waartegen ze de nieuwe republiek probeerden te beschermen, maar dat is net het soort presidentschap en het soort regering die we nu hebben, wie er in november ook verkozen wordt.

Johan Depoortere – vrij naar “Assassin-in-Chief” door Tom Engelhardt

Zie ook: “Hope Burning”  door Robert Scheer

juni 21, 2012 at 9:47 am Een reactie plaatsen

GEKTE IS GEEN VERKLARING VOOR DE MOORDPARTIJ

Een Afghaan rouwt om de dood van familieleden in een bloedbad aangericht door een Amerikaanse soldaat

Op 11 maart verliet de Amerikaanse sergeant Robert Bales in het holst van de nacht zijn legerbasis in de buurt van Kandahar in Afghanistan om een bloedbad aan te richten in enkele dorpen in de buurt. Toen hij naar zijn basis terugkwam bleven 16 ongewapende Afghaanse burgers onder wie 9 kinderen dood achter. Bales – die nu al in rechtse blogs in de VS als een held wordt vereerd – zou gehandeld hebben onder extreme stress, te verklaren door zijn vier opdrachten in oorlogsgebied in Irak en Afghanistan. Hij zou door het lint zijn gegaan kort nadat hij had meegemaakt hoe een vriend van hem in een aanslag zwaar werd gewond. Kortom – al of niet tijdelijke – gekte als verklaring voor een gruwelijke massamoord.

Sgt Robert Bales

Onzin, zegt Midden-Oostencorrespondent Robert Fisk. Een zelfde verklaring had je niet gehoord was de dader een Afghaan – erger nog lid van de Taliban – geweest. Dan was hij simpelweg een gewetenloze terrorist.

Over een uitspraak van generaal John Allen, de Amerikaanse opperbevelhebber in Afghanistan, kort vóór de moordpartij, was in de mainstream media nauwelijks iets te lezen of te horen. Toch werpen de woorden van Allen een heel ander licht op de zaak.

“Dit is niet de tijd voor wraak ,” zei Allen tegen zijn troepen  kort nadat twee Amerikaanse soldaten waren omgekomen in rellen uit protest tegen het verbranden van Korans. Dat was een opmerkelijke oproep van een generaal die zijn professionele en naar mag worden aangenomen gedisciplineerde beroepsmiliatiren moet oproepen geen wraak te nemen op de Afghanen die ze verondersteld worden te helpen, op te leiden en te beschermen. Hij moest zijn soldaten eraan herinneren dat ze niet mogen moorden. Waarschijnlijk wist de generaal welke emoties er onder zijn manschappen leefden en dat sommigen met het idee speelden van een wraakactie. Dat is wat generaal Allen met zijn oproep wanhopig probeerde te vermijden.

Generaal John Allen

Maar deze achtergrond bij het verhaal ontbrak volledig in de vele verklaringen van “experts” en “specialisten” die in de media aan het woord werden gelaten. De woorden van de generaal lijken immers een mogelijk motief te bezorgen voor de wandaden van Bales, die daarmee uit het hoekje van de “gestoorden”wordt gehaald. De daden van een eenzame gek zijn namelijk zoveel makkelijker te verklaren dan die van een moorddadige Amerikaanse soldaat. Hij wist immers niet wat hij deed!

Hopen dat soldaten de moed en de moraal zouden hebben om geen wraak te nemen is wellicht teveel gevraagd als je een oorlog aan het verliezen bent concludeert Fisk. Generaal Allens oproep tot zijn soldaten was tijdverlies.

Johan Depoortere

Lees hier het artikel van Robert Fisk in The Independent van 17 maart

Zie ook Alexander Cockburn in Counterpunch: You Really Think the Killers of Trayvon Martin and Those 16 Afghan Villagers Will Ever Do Time?

maart 31, 2012 at 3:53 pm 4 reacties

ONZE KLEINE ZEGERIJKE OORLOG

Pieter De Crem

Minister van Oorlog Pieter de Crem klopt zich op de borst. We hebben gewonnen in Libië! De rebellen hebben dank zij de Navo – en dus ook de Belgische straaljagers– het regime van Khadafi verslagen. De kolonel geeft zich nog niet helemaal gewonnen maar het is duidelijk dat de toekomst aan de rebellen is. Zonder de Navobombardementen zat Khadafi nu ongetwijfeld nog stevig in het zadel.

Niemand zal een traan laten om het verdwijnen van de gestoorde dictator. Maar het is hoogst onduidelijk wat en wie in de plaats komt. Over de “rebellen” die zich nu liever “revolutionairen” noemen, weten we weinig behalve dat ze onderling hopeloos verdeeld zijn.  Een paar weken geleden werd hun opperbevelhebber Abdul Fattah Younes, door zijn eigen mensen in een hinderlaag gelokt, gemarteld en gedood.

Patrick Cockburn, de doorgaans zeer goed geïnformeerde Middenoostenspecialist van de Britse Independent, merkt op dat De Nationale Overgangsraad (TNC, Transitional National Council) door een dertigtal regeringen wordt erkend, maar niet door de rebellen. De leiders van het TNC roepen hun troepen op geen wraakacties uit te voeren tegen de (voormalige) aanhangers van Khadafi en de leden van zijn stam. De vraag is wie naar hen luistert.

Afrikanen worden ervan verdacht huurlingen te zijn voor Khadafi

Onze kleine zegerijke oorlog – begonnen om “humanitaire redenen” – opent een onzekere toekomst voor de zes miljoen Libiërs. De meesten van hen vieren nu feest, maar de voorbeelden van Irak en Afghanistan leren dat de “vrijheid” gekocht met  oorlog en buitenlandse interventie een twijfelachtig goed is. Na een korte euforie flakkerde in beide landen het geweld weer op in een burgeroorlog met onnoemelijk veel leed en vernieling. Ook in Libië heeft de Navo één partij aan de overwinning geholpen, maar dat de oorlog daarmee is afgelopen is allerminst zeker.

Johan Depoortere

Lees hier het volledige artikel van Patrick Cockburn in Counterpunch.

Many Militiamen Say They Will Not Take Orders From Transitional National Council

DIVIDED REBELS

By Patrick Cockburn

The end of Muammar Gaddafi’s 41 years in power appears to be in hand as the rebels close in on Tripoli, though it is not clear if the old regime will collapse without a fight for the capital. It still has the men and the material to draw out the conflict, but its supporters may decide that there is no reason to die for a lost cause.

The circumstances in which Gaddafi’s regime falls is important for the future of Libya. Will he himself flee, disappear to fight again, be arrested or die in the last ditch? Will his supporters be hunted down and killed? After a civil war lasting six months, a stable peace means that those who fought for him should not be treated as pariahs to be slaughtered, arrested, threatened with reprisals or politically marginalised.

For if Gaddafi proved too weak to stay in power, this does not mean that the rebels have overwhelming strength. They were saved from defeat last March by Nato aircraft striking at Gaddafi’s armour as it advanced on Benghazi. They are entering Tripoli now only because they have received tactical air support from Nato.

It is an extraordinary situation. The Transitional National Council (TNC) in Benghazi is now recognised by more than 30 foreign governments, including the US and Britain, as the government of Libya. But it is by no means clear that it is recognised as such by the rebel militiamen who are in the process of seizing the capital. The rebel fighters in Misrata, who fought so long to defend their city, say privately that they have no intention of obeying orders from the TNC. Their intransigence may not last but it is one sign that the insurgents are deeply divided.

It is not the only sign. The rebels’ commander-in-chief Abdul Fattah Younes was murdered only weeks ago after being lured back from the front, parted from his bodyguards and then, by many accounts, tortured to death and his body burned. The TNC has since sacked the provisional cabinet for failing to investigate his death properly, the sacking coming apparently because General Younes’s Obeidi tribe was demanding an explanation for his death.

For many Libyans the end of Gaddafi’s long rule will come as an immense relief. His personality cult, authoritarian regime, puerile ideology and Gilbert-and-Sullivan comic opera antics created a peculiar type of oppression. Libyan students would lament that they had to redo a year’s studies in computer science or some other discipline because they had failed an obligatory exam on Gaddafi’s Green Book. Not surprisingly, the building which housed the centre for Green Book studies was one of the first to be burned in Benghazi when the uprising started on 15 February, two days earlier than planned by its organisers.

The naïve nationalism of Gaddafi and the young officers around him who overthrew the monarchy in 1969 astonished other Arab leaders. But the new regime did succeed, by squeezing Occidental, in raising the price of oil with dramatic consequences for Libya and the rest of the Middle East.

Libyans enjoyed a far higher standard of living their neighbours in Egypt or the non-oil states. But for all Gaddafi’s supposed radicalism, his regime in its last decade was quasi-monarchical, with his sons taking a great share of wealth and power.

The fact that Libya is an oil producer close to Europe has helped to determine many leaders and states, which fawned on Gaddafi only a year ago, to denounce him as a tyrant and recognise the shady men who make up the rebel high command as the leaders of the new Libya. Much of pro-democracy rhetoric and demonising of Gaddafi heard from abroad over the past five months is hard-headed governments betting on those who seemed to be the likely winners.

It is evident that Gaddafi has lost but it is not quite so clear who has won. France and Britain, crucially backed by the US, initially intervened for humanitarian reasons, but this swiftly transmuted into a military venture to enforce a change of regime. Once committed it was never likely that Nato would relent until Gaddafi was overthrown. The rebel columns of pick-ups filled with enthusiastic but untrained militia fighters would have got nowhere without tactical air support blasting pro-Gaddafi forces. Given Nato air support, it is surprising the struggle has gone on so long.

If Nato put the rebels into power will it continue to have a predominant role on what happens next in Libya? It is worth recalling that Saddam Hussein was unpopular with most Iraqis when he fell in 2003 as were the Taliban in Afghanistan in 2001. But in neither case did this mean that there was an opposition which had the support to replace them. In both countries wars thought to be over burst into flame again. Foreign allies were seen as foreign occupiers.

In Libya the rebels have triumphed, but foreign intervention brought about the fall of Gaddafi just as surely as it did Saddam and the Taliban. In fact he resisted longer than either and the war was fiercer and more prolonged than France and Britain imagined. It is clear that Gaddafi will go, but we still have to see if the war is truly over.

augustus 23, 2011 at 8:59 am Een reactie plaatsen

HET EINDE VAN DE OORLOG VOLGENS OBAMA

In zijn “Opmerkingen over Afghanistan” kondigde president Obama half  juni het einde aan van de oorlog in dat land. De Amerikaanse interventie in Afghanistan is uiterst onpopulair en het ligt voor de hand dat Obama, met het oog op de verkiezingen volgend jaar weinig anders kon dan een duidelijk gebaar stellen om de publieke opinie ervan te overtuigen dat er “licht is aan het einde van de tunnel.” Overigens, had Obama een goed jaar geleden niet beloofd dat hij weliswaar méér troepen zou sturen naar Afghanistan, maar dat die na een jaar zouden worden teruggetrokken? Welaan dan, de president leeft zijn belofte na. Beter nog – hij maakt een einde aan de geldverslindende oorlog.

Tot zover de verhaallijn die je hoort op tv en leest in de krant. Maar is het einde van de langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis nu werkelijk in zicht? De blogger Tom Engelhardt meent van niet. Obama past in zijn “Opmerkingen” het hem welbekende recept toe van vaagheden en halve waarheden overgoten met een sausje superpatriottisme waar Sarah Palin en de Teaparty wel pap van lusten.

“Een verantwoordelijk einde aan de oorlog” noemt Obama zijn strategie: de troepen sneller terugtrekken dan de militairen en de Republikeinse haviken zouden willen, minder snel dan wat bijvoorbeeld zijn vice-president Joe Biden of de duiven in de Democratische partij voorstaan. Maar Obama goochelt met cijfers. Toen hij in maart 2009 een “nieuwe strategie voor Afghanistan en Pakistan” afkondigde tekende hij het bevel om 21700 bijkomende militairen naar Afghanistan te sturen. In december van hetzelfde jaar kondigde hij nogmaals een troepenversterking aan – bekend als “de surge”- van 30000 man (met “ondersteunende eenheden” in werkelijkheid 33000). De eerste weken van zijn presidentschap waren overigens al meer dan 11000 militairen extra naar Afghanistan gestuurd  in uitvoering van een beslissing van de regering Bush.

Als Obama nu aankondigt dat de 33000 militairen van “de surge” tegen volgende zomer uit Afghanistan worden teruggetrokken vertelt hij in het beste geval maar een deel van het verhaal. In september 2012 – veertien maanden van nu – zullen er méér Amerikaanse militairen in Afghanistan zijn dan toen Barack Obama de eed aflegde. De werkelijke “surge” bedroeg immers niet 33000 troepen maar bijna het dubbele. Daarbij wordt nog geen rekening gehouden met de “civiele surge:” het aantal ambtenaren van Buitenlandse Zaken , “ontwikkelingshelpers” en dergelijke meer is verdrievoudigd sinds het aantreden van Barack Obama.  (De Amerikaanse ambassadeur in Brussel kon met enige overdrijving beweren dat er meer “landbouwexperts” in Afghanistan actief zijn dan militairen.) Voorts was er een aanzienlijke “surge” (toename) in CIA-personeel en Special Operations Forces om nog te zwijgen van de tienduizenden huurlingen (“private contractors”) die een groot deel van de militaire taken op zich nemen en die in de “Opmerkingen” van Obama onvermeld blijven. Ook de toename van de “drone-“ aanvallen, het automatiseren van de oorlog met  andere woorden, blijft buiten het gezichtsveld en de statistieken van Obama.

Zal de oorlog in Afghanistan tegen eind 2014 zijn afgelopen, zoals Obama suggereert? Niets is minder waarschijnlijk. Dan – zo zegt Obama – zullen de Afghanen zelf verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. De Amerikanen zullen alleen nog “ondersteunen.”  De Amerikaanse plannen op langere termijn laten vermoeden wat dat betekent. Uit het gegoochel met cijfers van Obama zelf kunnen we afleiden dat eind 2014 alle “bijkomende” troepen – die van de surge dus – uit Afghanistan zullen zijn teruggetrokken. Dertien jaar na het begin van de oorlog, en vijf jaar na het aantreden van Obama,  zullen er dus nog steeds evenveel militairen zijn als aan het einde van het Bushtijdperk. Zoals in Irak krijgen ze een nieuw etiket opgeplakt: niet langer “gevechtstroepen” maar “adviseurs,” “Special Operation Forces” en “Anti-terrorism Units.”

De Amerikaanse bases die nu worden gebouwd zijn er niet om op korte termijn weer te worden afgebroken. Er zijn gesprekken met de regering Karzai aan de gang over een   “strategisch partnership” op lange termijn waarbij de VS  nog in lengte van jaren  de bases zou “huren” voor luchtondersteuning, inlichtingendiensten en opleiding van Afghaanse militairen.  Na 2014 zal de oorlog wellicht van uitzicht veranderen maar niet zijn afgelopen.

De invloedrijke Democratische senator John Kerry noemde de kost voor de oorlogen in Afghanistan en Irak (jawel, ook daar is de Amerikaanse interventie niet ten einde) “onhoudbaar.” Alleen al de prijs voor de air-conditioning die de soldaten in Irak en Afghanistan koel moet houden bedraagt 20 miljard dollar per jaar – méér dan het hele ruimtevaartbudget van de NASA. Het hele National Security Complex kost de Amerikaanse belastingbetaler jaarlijks 1,2 biljoen dollar (1 200 000 000 000) een duizelingwekkend bedrag voor een imperium met een economie in vrije val en een infrastructuur op instorten. Obama herhaalt in al zijn toespraken de mantra dat de Verenigde Staten geen imperium willen zijn maar een kracht van het goede in de wereld. “We protect our own freedom and prosperity by extending it to others,” heette het in zijn ”Opmerkingen over Afghanistan.” Misschien, zo besluit Engelhardt, is Obama’s newspeak niets anders dan een poging om de onvermijdelijke neergang van het imperium met vrome woorden te bezweren.

Johan Depoortere

Het volledige artikel van Engelhardt lees je hier.

juli 4, 2011 at 3:32 pm Een reactie plaatsen

HUMANITAIR IMPERIALISME

Jean-Bricmont, professor theoretische fysica aan de universiteit van Louvain-La-Neuve, is een overtuigd tegenstander van de zogenaamde “humanitaire interventies” zoals we ze nu meemaken in Libië, naar het voorbeeld van de Navo-interventie tegen Servië, of de oorlog in Afghanistan. “Humanitair Imperialisme” noemt Bricmont dat soort oorlogen  in een boek dat bij EPO is verschenen.  In een interview met de website van Michel Collon gaat Bricmont dieper in op de interventie in Libië.

Hieronder volgt een samenvatting.

Johan Depoortere

LIBIË EN HET HUMANITAIR IMPERIALISME

Humanitair imperialisme is een ideologie die militaire inmenging in soevereine staten rechtvaardigt in naam van de democratie en de mensenrechten. De motivering is altijd dezelfde: een bevolking is het slachtoffer van een dictator en dus moet er worden opgetreden. Het geval Libië is enigszins apart omdat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties het groen licht heeft gegeven voor de interventie. Maar die resolutie is in strijd met het Charter van de Verenigde Naties dat alleen militair ingrijpen toestaat als ultiem middel als een lidstaat door een ander land wordt aangevallen. Bovendien is er geen bewijs dat Kadhafi uit is op een massamoord tegen zijn eigen bevolking.

Het conflict in Libië is een gewapende opstand en er is geen enkele regering die daar niet tegen zou optreden. Dat er burgerslachtoffers vallen staat vast, maar dat zal ook gebeuren als gevolg van de bombardementen door de Westerse coalitie. Links vergist zich als het denkt dat de interventie noodzakelijk is om een bloedbad te vermijden. Humanitaire interventies zetten de deur wagenwijd open voor willekeur. We treden op in Libië maar deden dat niet in Congo toen dat land werd aangevallen door Ruanda en Burundi, hoewel een ingrijpen in dat geval staatsrechterlijk wel verantwoord was. Veronderstel dat de Russen in Bahrein zouden optreden, of de Chinezen in Jemen. Het gevolg zou een algemene oorlog zijn. Bovendien bevordert de humanitaire interventie wat ik het “barricade-effect” noem: alle landen die zich door de VS bedreigd voelen zullen hun bewapening opvoeren. Rusland doet dat nu al. Libië zou nooit zijn aangevallen als het een kernwapen had zoals Noord-Korea. Humanitaire interventie kan dus op termijn de wapenwedloop alleen maar aanmoedigen.

De voorstanders van militair ingrijpen in Libië doen alsof er geen alternatief was. Maar er is nooit echt geprobeerd de weg van de onderhandelingen te kiezen. Wellicht hadden onderhandelingen tot niets geleid, maar vanaf het begin is die optie resoluut verworpen. We zien een sterke parallel met wat in Kosovo gebeurd is: ook daar waren er Servische voorstellen voor een vreedzame oplossing maar die zijn van tafel geveegd. Het Westen stelde voorwaarden zoals een bezetting van Servië door de Navo, die elke onderhandelde oplossing meteen al uitsloten. Hetzelfde is gebeurd in Afghanistan. De Taliban was bereid om Osama Bin Laden uit te leveren aan een internationale rechtbank, maar de VS hebben dat meteen geweigerd. Saddam Hoessein wou de VN-inspecteurs opnieuw toelaten maar ook dat volstond niet om de oorlog te vermijden. Kadhafi stelde voor om internationale waarnemers toe te laten en president Chavez van Venezuela te laten bemiddelen – tevergeefs.

De Franse linkerzijde is in de val gelokt door de logica van de “humanitaire interventie” en voelt zich nu verplicht Sarkozy te steunen. Als alles goed verloopt is Sarkozy goed geplaatst om de verkiezingen van 2012 te winnen en links zal hem daarbij een opstapje hebben bezorgd. Als het tegenvalt zal alleen het Front National daarvan profiteren: de enige partij die zich tegen de interventie heeft verzet!

De ware bedoeling van de “humanitaire interventie” in Libië is volgens Bricmont de onzekerheid over de toekomst in het Midden-Oosten na de val van Moebarak in Egypte en Ben Ali in Tunesië. De mogelijkheid bestaat dat die landen een vijandige houding tegenover Israel aannemen. Om de controle over het gebied te bewaren en Israël te beschermen moeten de regeringen die vanouds de Joodse staat en het Westen vijandig gezind zijn verdwijnen: Iran, Syrië en Libië. Het regime van Kadhafi is de zwakste schakel en wordt daarom eerst aangevallen. Maar de VS en het Westen staan voor een serieus probleem. De poging om een bevriend regime in Irak op de been te brengen is uitgedraaid op een catastrofe. In Afghanistan hebben de VS blijkbaar geen alternatief voor de corrupte Karzai en in Kosovo is een mafiaregime aan de macht. In Libië doet hetzelfde probleem zich voor: een aanvaardbaar alternatief voor Kadhafi is nog niet gevonden en een nieuwe, pro-westerse dictator genre Moebarak aan de macht brengen is in de huidige context van de Arabische revoluties niet echt verstandig.

Is er een alternatief? Vooreerst, zegt Bricmont, moeten we beseffen dat de militaire interventie in Libië massa’s geld kost. Dat zal vooral uit de Amerikaanse schatkist komen, of correcter van Chinese leningen. Er is geen geld voor onderwijs, wetenschappelijk onderzoek, pensioenen en gezondheidszorg maar ineens is er geld genoeg voor een militair avontuur. Oorlogen en embargo’s hebben altijd desastreuze gevolgen. Het alternatief volgens Bricmont is samenwerking en handel met alle landen, welk regime er ook aan de macht is. Dank zij de handel – maar niet de wapenhandel natuurlijk – worden ideeën verspreid en is er ontwikkeling mogelijk zonder oorlog.

maart 24, 2011 at 7:15 pm 2 reacties

KUNST TEGEN ONDERDRUKKING

img_2868-kl3

door Tom Ronse

 

Onlangs werd in het Chelsea Art Museum in Manhattan een tentoonstelling geopend waarin zestien vrouwelijke kunstenaars zich bezinnen over de rol en positie van vrouwen in een wereld van oorlog en sociale conflicten.

De tentoonstelling draagt de naam “UN-SCR-1325”, of, voluit: “United Nations Security Council Resolution 1325”. Dit verwijst naar een in 2000 door de VN-Veiligheidsraad goedgekeurde resolutie die aandacht vroeg voor het lot van vrouwen als slachtoffers van conflicten maar ook voor hun rol als vredestichters. De resolutie riep de VN-lidstaten op om de participatie van vrouwen in het oplossen van conflicten te versterken en om de nodige stappen te ondernemen om hen te beschermen. Hoe het sindsdien met de toepassing van die resolutie gaat, kan u lezen op de nieuwspagina’s. De berichten uit Oost-Congo, Darfur en Afghanistan zijn weinig bemoedigend. Maar dat maakt een tentoonstelling zoals deze des te relevanter.

 Het initiatief kwam van twee Belgische vrouwen, Yasmine Geukens en Marie-Paule De Vil, galerijhoudsters in Knokke en Anwerpen. Het was in hun galerij in Antwerpen dat vorig jaar een eerste versie van ‘UN-SCR-1325’ werd getoond, met werk van acht Belgische kunstenaressen. Diezelfde acht zijn opnieuw te zien in het Chelsea-museum maar nu in het gezelschap van acht Amerikaanse vrouwelijke artiesten (negen eigenlijk, er is een duo bij). Het Amerikaanse luik werd samengesteld door Jan Van Woensel, een Vlaming die aan New York University kunstfilosofie en kunstkritiek doceert en intussen naam maakte als onafhankelijke curator.

De organisatoren benadrukken dat de werken niet zomaar de resolutie illustreren maar “kritische momenten van sociale en psychologische kortsluiting en ontwrichting” onderzoeken. In hun uitnodiging citeren ze de vorige VN-secretaris Koffi Anan: “vrouwen lijden niet alleen disproportioneel in conflicten, ze zijn ook de sleutel tot de oplossing ervan”. De tentoonstelling wil tonen hoe vrouwen in een conflictsituatie “een belangrijke kracht voor verandering” kunnen zijn. Een ambitieuze doelstelling die niet in alle werken even doeltreffend wordt ingevuld.

 martheDe vrouw als slachtoffer is een eeuwenoud thema in de kunst maar zelden is de ‘Mater Dolorosa’ zo aangrijpend getoond als in Berlinde De Bruyckere’s “Marthe”. Het beeld, een osmosis tussen een afgepeigerde vrouw en een stervende boom, is een van de blikvangers. Net als de kleine “Eve” van Sofie Muller, een wit beeld van een jong meisje wier onschuld doet denken aan een kindje Jezus. Maar in plaats van te zegenen tekent het kind met bloed cirkels op de muur. Vicieuze cirkels waar niet uit te ontsnappen valt, suggereert Muller, waarvoor de vrouw met haar bloed betaalt. Even hard is de boodschap van Adrian Pipers spiegel. De vrouw die erin kijkt, misschien om zich mooi te maken, leest in haar reflectie: “Everything will be taken away”. Jen DeNike hekelt de positie van de vrouw als lustobject met een piepkleine bikini in solied goud, met bijbehorende keten om de draagster aan de muur te kluisteren.  Ook Cindy Wrights bijna hyperrealistisch geschilderd zelfportret toont de vrouw als lijdend voorwerp, slachtoffer van het christendom, wiens symbool, de doornen kroon, haar nek omklemt en doet bloeden. Maar al is ze slachtoffer, onderworpen is ze niet. Uitdagend en zelfbewust staart ze terug. In ‘Grossstadt’, een schilderij van Kati Heck, zijn de vrouwen geen slachtoffer meer. Ze drijven post-feministische spot met de manier waarop ze door mannen –in dit geval, Otto Dix, wiens gelijknamig werk Hecks doek inspireerde- worden voorgesteld.img_2873-cropped-kl1

Ook het werk van Kathleen Hanna en Becca Albee is niet van humor gespeend. Zij stuurden emails naar 400 vrouwen met de vraag: wat heb je dagelijks bij dat je een gevoel van veiligheid geeft? Ze kregen 200 reacties en selecteerden op basis daarvan een aantal objecten (van paraplu tot meditatieboekje)die in toonkasten te zien zijn.  De meeste Amerikaanse bijdragen in de show gaan niet zozeer over het onrecht dat vrouwen wordt aangedaan dan wel over communicatiemoeilijkheden en inspanningen om ze te overkomen.  Zo is er een cirkel van zwart-witfoto’s waarin Jen DeNike met semafoorvlaggen de vraag spelt: “What do you believe in”? Opvallend zijn ook de mooie tekeningen van Marlene McCarty waarin gorilla’s met gebaren communiceren. Zo te zien berg-gorilla’s, het soort dat zelf ook slachtoffer is van de oorlogen in oost-Congo. De opbrengst van de eerste UN-SCR-1325 tentoonstelling ging naar de opvang van vrouwen die in die oorlogen verkracht werden (de tweede brengt geen geld in het laatje, integendeel, de Belgische staat subsidieert). Hun pijn ontbreekt hier wat. Dit is een boeiende, geslaagde show maar we dromen van een derde luik, waarin ook acht vrouwelijke artiesten uit landen waar oorlog een dagelijke realiteit is, hun duit in het zakje doen.

 Naschrift:

In feite dromen we ook van een vierde luik en een vijfde. Het derde, met acht Afrikaanse kunstenaressen, zou bijvoorbeeld volgend jaar in Johannesburg kunnen doorgaan. In 2011 openen we  de vierde aflevering in Sao Paulo, nu met 32 participanten, waaronder acht uit Colombie en andere conflictgebieden. Tenslotte in 2012 de apotheose, in Beijing of Tokio, met 40 deelneemsters, waaronder acht uit Azie. Akkoord, het zou een gigantische onderneming zijn die veel organisatietalent zou vereisen. Maar het resultaat zou wereldwijd weergalmen. En als er dan nog energie overblijft, kunnen we er nog een paar afleveringen aan breien. Misschien laten we dan zelfs enkele mannelijke kunstenaars meedoen.

———————————————–

* UN-SCR-1325 in The Chelsea Art Museum, 556 West 22 Street (bij 11th Avenue), New York. Di-zat:11-6, do:11-8. Tot 11 april.

 

Marie-Paule De Vil, Jan Van Woensel, Yasmine Geukens

Marie-Paule De Vil, Jan Van Woensel, Yasmine Geukens

 

 

 

maart 16, 2009 at 2:59 am 1 reactie


Kalender

april 2014
M D W D V Z Z
« mrt    
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
282930  

Posts by Month

Posts by Category


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 540 andere volgers